Skip to main content

PM_Magazine_2026

Page 1


Het belang van samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager

Gedeeld leiderschap

Ongewenst gedrag van werkgevers in de mondzorgpraktijk

Wat praktijkmanagers en - houders moeten weten, en doen!

alsInfectiepreventie fundament voor veilige zorg, werkgeluk en werkgeverschapgoed

Hét Event voor de Praktijkmanager

9 april 2027

Samen sterker aan de stoel

In de tandheelkundige praktijk draait alles om precisie, zorg en vertrouwen. Maar wie verder kijkt, ziet dat de echte kracht vaak ligt in de samenwerking achter de schermen. In dit nummer van PM magazine staat die samenwerking centraal. Want zoals Nora Ennahachi laat zien: gedeeld leiderschap tussen praktijkhouder en praktijkmanager is geen luxe, maar een voorwaarde voor continuïteit en werkplezier.

Die samenwerking vraagt om duidelijke rolverdeling én wederzijds begrip. Waar de praktijkhouder vaak de klinische koers bepaalt, zorgt de praktijkmanager voor structuur, verbinding en continuïteit. Juist in het samenspel tussen deze rollen ontstaat ruimte voor groei, ontwikkeling en een sterk team. Dat zie je terug in de thema’s van dit nummer: van strategische keuzes en teamontwikkeling tot dagelijkse processen die het verschil maken op de werkvloer.

Sjoerd Kuiken belicht de impact van de tariefdaling en de keuzes die dat vraagt voor beleid en personeel, en laat zien hoe een praktijk sterker wordt wanneer verantwoordelijkheden breder worden gedragen. Matthijs Luitjes benadrukt hoe belangrijk ergonomie is voor de lange termijn, terwijl Nicolette Biesters laat zien dat infectiepreventie verder gaat dan protocollen alleen. Het begint bij de manier waarop je de agenda inricht, hoe je processen organiseert en welk gedrag je als team laat zien. Daarmee raakt het direct aan werkdruk, samenwerking en uiteindelijk ook werkplezier.

“ Waar de praktijkhouder vaak de klinische koers bepaalt, zorgt de praktijkmanager voor structuur, verbinding en continuïteit. ”

Ook communicatie vormt een belangrijke schakel. Marenka Franke laat zien hoe begrip begint bij jezelf, terwijl Jan Willem Vaartjes inzicht geeft in hoe technologie kan bijdragen aan heldere communicatie en goede verslaglegging. In het interview met Isabella Busch komt de kracht van leren en samenwerken in de praktijk tot leven.

Daarnaast is er aandacht voor thema’s die verder reiken dan de dagelijkse praktijk. Yalda Ahmadzai en Nina Nijland laten zien hoe mondgezondheid invloed heeft op zwangerschap, en Valesca Nederlof gaat in op het omgaan met ongewenst gedrag binnen teams – een onderwerp dat vraagt om leiderschap en duidelijke keuzes.

Een sterke praktijk bouw je samen.

Veel leesplezier!

Lies Ligtvoet

Ilko Alink

Redactie

Ilko Alink en Lies Ligtvoet

Redactieadres

Koggeschip 212 | 7429 BG Deventer (Colmschate)

Contact: Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl

Aan dit nummer werkten mee

Sjoerd Kuiken, Matthijs Luitjes, Marenka Franke, Valesca Nederlof, Jan-Willen Vaartjes, Isabella Busch, Nicolette Biesters, Nina Nijland, Nora Ennahachi

Vormgeving

Kim van de Vooren

Adreswijzigingen

Per e-mail: pm@dentalbestpractice.nl

Vermeld zowel je oude als nieuwe adres.

Adverteren en marketing

Concetta Scibona, pm@dentalbestpractice.nl, Ilko Alink, ilko@dentista-magazine.nl

Inhoudsopgave

Matthijs Luitjes

Zie jij het scherp?

Volg ons ook op Facebook en Instagram @Praktijkmanager_magazine

Copyright © 2026 Dental Best Practice. Niets in deze uitgave mag worden overgenomen, vermenigvuldigd of gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Dental Best Practice of andere auteursrechthebbenden. Dental Best Practice kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de juistheid en volledigheid van alle in deze uitgave opgenomen teksten en beelden.

Marenka Franke Begrijpen begint bij jezelf

Sjoerd Kuiken

Wat is de implact van de tariefdaling?

10 Werken, leren en inspireren binnen de kaakchirurgie

Geen dag hetzelfde

14 Infectiepreventie begint bij de agenda

Infectiepreventie als fundament voor veilige zorg, werkgeluk en goed werkgeverschap

22 Het belang van samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager

Gedeeld leiderschap in de tandheelkunde

26 Ongewenst gedrag van werkgevers in de mondzorgpraktijk

Wat praktijkmanagers en -houders moeten weten, en doen

36 Parodontale gezondheid en zwangerschap

Waarom vergroting hét ergonomische breekpunt kan zijn voor endodontologen

Zie jij het scherp?

Endodontologen hebben één ding gemeen: ze werken op de vierkante millimeter. Zonder vergroting is een precieze, betrouwbare wortelkanaalbehandeling ondenkbaar. Toch is vergroting een tweesnijdend zwaard: het kan een zegen zijn voor je zicht, maar een valkuil voor je lichaam. De keuze tussen werken zonder vergroting, met loepbril of met microscoop bepaalt niet alleen de kwaliteit van je behandeling, maar ook de duurzaamheid van je loopbaan. Zoals dr. Gary Carr, pionier in endodontische ergonomie en microscopie, het ooit zei: “If you can’t see it, you can’t treat it.” Ik voeg daar graag iets aan toe: “If you can’t sit in a relaxed way, you won’t last in your profession.”

Een juiste vergrotingsmethode is dus niet alleen een optische, maar minstens even belangrijk, een ergonomische beslissing.

Loepbrillen onder de loep

In de tandheelkunde worden grofweg twee soorten loepen gebruikt: de Galilean-loep en de prisma-loep (ook wel refractieve of Keplerian-loep genoemd). Beide vergroten het zicht, maar hun invloed op de werkhouding verschilt drastisch.

De Galilean-loep is nog altijd veruit het meest gangbare model in de tandheelkundige praktijk. Door de combinatie van twee lenzen, een objectief en een oculair, biedt deze loep een helder en vergroot beeld. Fabrikanten presenteren haar vaak als “de betere lens”, maar optische kwaliteit vertelt niet het hele verhaal.

Bij de Galilean-loep staan de lenzen namelijk onder een vaste, naar beneden gerichte hoek in het montuur. Daardoor moet de behandelaar het hoofd licht voorover

kantelen om in de juiste kijklijn te blijven. Tegelijkertijd moeten de ogen schuin naar beneden gericht blijven, wat op den duur leidt tot overbelasting van de nekspieren en vermoeidheid van de extraoculaire oogspieren. Met andere woorden: optisch functioneel, maar ergonomisch een valkuil, vooral bij langdurig gebruik.

De prisma-loep daarentegen vormt momenteel het topsegment onder de loepen. Dankzij het ingebouwde prisma worden lichtstralen afgebogen, waardoor je met een rechte nek, toch naar beneden kunt kijken. De declinatiehoek, de hoek waaronder je naar beneden kijkt zonder het hoofd te buigen, wordt hierdoor aanzienlijk groter. Het resultaat: een ontspannen, rechte zithouding en een drastische vermindering van de belasting van nek- en rugspieren.

Voor tandartsen die (nog) niet met een microscoop wer ken, is de prisma-loep mijns inziens dan ook de enige ver antwoorde keuze (afbeelding 1-2).

1. Tandarts met Galilei loepbril. De Galilei loepbril vergroot het zicht, maar zorgt slechts ten dele voor een betere werkhouding. (NB: Deze tandarts gebruikt geen mondkapje omdat de foto werd gemaakt tijdens een gesimuleerde behandeling tijdens een individuele ergonomietraining.)

2. Tandarts met prisma loepbril. De prisma loepbril zorgt naast de vergroting voor een veel betere werkhouding. Let op: de bril komt alleen goed tot z’n recht als de behandelaar een degelijke ergonomietraining heeft gevolgd. Dit niet doen is één van de 7 meest gemaakte ergonomische fouten (zie het artikel in Dentista 3, 2025, pag. 60-63). (NB: Deze tandarts gebruikt geen mondkapje omdat de foto werd gemaakt tijdens een gesimuleerde behandeling tijdens een individuele ergonomietraining)

Waarom maximaal 3x vergroting?

Het klinkt verleidelijk: hoe meer vergroting, hoe beter je ziet. Maar juist hier schuilt de grootste ergonomische valkuil.

Bij vergrotingen boven de 5x wordt de scherptediepte zo klein dat zelfs minieme hoofdbewegingen het beeld kunnen vervagen. Dit leidt tot een onbewuste neiging om met hoofd of romp te bewegen om scherp te blijven zien. En dat is precies wat je wilt vermijden.

Een vergroting van 3-4x biedt een goede balans: voldoende detail, terwijl de scherptediepte groot genoeg blijft om ontspannen rechtop te werken.

Alles daarboven is fantastisch voor de eerste vijf minuten, maar rampzalig voor je nek, schouders en bovenrug na vijf jaar.3. Heb je een grotere vergroting nodig vanuit tandheelkundig (visueel) perspectief? Daar heb je een microscoop voor.

De microscoop: de gouden standaard

Voor endodontologen is de microscoop de gouden standaard. Niet alleen vanwege de optische kwaliteit, maar zeker ook vanwege de ergonomische voordelen. Een goed ingestelde microscoop biedt vier essentiële pluspunten:

1. Vergroting naar wens – traploos of in zes stappen verstelbaar, zonder dat je je houding hoeft aan te passen.

2. Stereoscopische visie – via beide ogen ontvangt het brein twee lichtelijk verschillende beelden, wat echte dieptewaarneming mogelijk maakt.4

3. Werken op afstand – de vergroting maakt een ruime werkafstand mogelijk, zodat je rechtop kunt blijven zitten.

4. Geïntegreerde verlichting – optimale belichting van het werkveld, zonder extra gewicht op de neusbrug.

Toch is de microscoop niet automatisch ergonomisch. In de praktijk zie ik vaak dat endodontologen het hoofd in antepositie brengen tijdens het werken.

Een voorwaartse stand van het hoofd ten opzichte van de romp. Vaak ligt dat aan een onjuiste instelling van het binoculair, of aan een te korte tubus. Het gevolg is een lichte maar langdurige statische spierspanning in de nek, wat op termijn vrijwel altijd tot klachten leidt. 5

Een correcte instelling van de microscoop is dus cruciaal.

Deze moet worden aangepast aan de lichaamslengte en zithouding van de gebruiker. Blijf tijdens het werken met de rug altijd tegen de lendesteun zitten en laat de microscoop zich naar jou toe bewegen. Niet andersom.

Wanneer de tubus + binoculair combinatie ‘te kort’ is, kan in overleg met de fabrikant een verlengring

3. Behandelaar achter de microscoop waarbij zijn ogenaansluiten aan de binoculair (zonder de tubusverlenger).

De tandarts heeft het hoofd in antepositie, omdat de tubus te kort is. Dit leidt tot nekklachten/een pijnlijk vermoeid gevoel tussen de schouderbladen.

4. De tandarts achter de microscoop waarbij zijn ogen niet aansluiten aan de binoculair. Hij zit op deze afbeelding ontspannen rechtop en maakt goed gebruik van de lendesteun. De afstand tussen zijn ogen en de binoculair laat zien hoever zijn hoofd eerder in antepositie werd gebracht

5. Behandelaar achter de microscoop met tubusverlenger. Onder de zwarte pijl zie je de tubusverlenger die we hebben geplaatst. Nu zit de behandelaar helemaal ontspannen, ondersteund rechtop terwijl het binoculair mooi aansluit.

(tubusverlenger) worden geplaatst. Deze vergroot de werkafstand, zodat de behandelaar ontspannen rechtop kan blijven zitten. (Afbeelding 5: De tubusverlenger is geplaatst onder de zwarte pijl).

Dr. Carr beschrijft dat hij “alles” onder de microscoop doet, zelfs het plaatsen van de cofferdam.

Voorwaarde is wel dat de microscoop zes vergrotingsniveaus heeft. Of, bij traploze instelling, dat bij de kleinste vergroting het gebied tussen neus en kin goed zichtbaar blijft.1

Zes ergonomische factoren bij de aanschaf van een loep

Bij de aanschaf van een loepbril gaat het niet alleen om vergroting, maar om balans tussen optiek en ergonomie.

Zes factoren zijn bepalend:

‘s

3 Vergrotingen, 1 apparaat, dezelfde houding. Ervaar ongekende precisie met verstelbare loepen die drie vergrotingen in één apparaat bieden.

Ergo V TM

Ergo

Gewicht: 59gr

Vergroting

3.8x, 5.3x,7 .0x

Werkafstand 40-70cm

V Pr TM

Vergroting 5.6x,7 .4x, Werkafstand 40-70cm o 3gr 10x

Gewicht: 63gr

1. Werkafstand. De afstand tussen ogen en werkveld bepaalt je zithouding. Is de afstand te kort, dan hang je voorover; te lang, en je strekt de nek onnatuurlijk. Laat deze afstand daarom altijd professioneel opmeten en op maat instellen.

2. Scherptediepte zone. Hoe groter de zone waarin het beeld scherp blijft, hoe minder je hoeft te bewegen. Boven de 3–4x vergroting neemt de scherptediepte sterk af. 2

3. Declinatiehoek. Hoe ver kun je naar beneden kijken zonder je hoofd te kantelen? Prisma-loepen scoren hier het best; Galilean-loepen buigen het beeld niet af, waardoor het hoofd sneller voorover kantelt. 4. Convergentiehoek. De hoek waarin de twee optische assen samenkomen. Bij een correcte instelling kruisen de assen precies in het werkveld, zodat het beeld ontspannen scherp blijft. Een foutieve convergentie veroorzaakt dubbelzien en vermoeidheid.

5. Vergrotingsfactor. Een vergroting van 3-4x is ideaal. Minder geeft te weinig detail; meer leidt tot onnodige spierspanning.

6. Verlichtingsbehoefte. Loepen met geïntegreerde LED-verlichting zijn handig, maar voegen gewicht toe aan de neusbrug. De microscoop heeft verlichting geïntegreerd in de optische as, wat zowel ergonomisch als visueel superieur is.

Microscoop versus prisma-loep: stereoscopische visie

Een belangrijk verschil tussen de microscoop en de prisma-loep is de wijze van dieptewaarneming. De microscoop biedt echte stereoscopische visie: het brein ontvangt twee net verschillende beelden via beide ogen, waardoor diepte reëel wordt ervaren.4 De prisma-loep werkt met convergente visie: de lichtstralen worden kunstmatig naar elkaar toe gebracht, wat de illusie van diepte wekt. Het lijkt alsof er diepte is, maar de perceptie is minder natuurgetrouw.

Is stereoscopie dan écht een voordeel? Ja, zeker in de endodontologie. Dieptewaarneming is essentieel voor het herkennen van subtiele structuren zoals fissuren, foramina en verkalkingen. Een goed ingestelde microscoop biedt een helder, driedimensionaal beeld waardoor deze microstructuren beter zichtbaar worden en behandelingen nauwkeuriger kunnen worden uitgevoerd. 9-11

Toch geldt: een slecht afgestelde of zelden gebruikte microscoop is minder waard dan een goed ingestelde en correct gebruikte prisma-loep.

De stoel: met armleuningen

Een veelvoorkomende fout is het werken zonder armsteun. Zonder ondersteuning blijven de armen langdurig in statische elevatie, wat leidt tot verhoogde spierspanning in schouders en nek.6 Onderzoek toont aan dat het gebruik van arm- en rugsteunen de spierbelasting significant vermindert en de precisie van handbewegingen verbetert.7 Dr. Gary Carr en ook

Juan Carlos Ortiz Hugues benadrukken dit consequent in hun ergonomische literatuur: een stoel met armleuningen is voor endodontologen geen luxe, maar een noodzakelijkheid.

De juiste inclinatiehoek

Bij de dentale microscoop verwijst de inclinatiehoek naar de lichte neerwaartse kanteling van de binoculaire tubus ten opzichte van de horizontale lijn. Deze vaste hoek zorgt ervoor dat het beeld uit het werkveld optisch naar de ogen van de behandelaar wordt geleid. Het doel is eenvoudig: de microscoop laat jou recht vooruitkijken, terwijl het optische systeem het beeld omhoog buigt.

Wanneer het binoculair correct is ingesteld, bevindt de blik van de behandelaar zich in een neutrale, ontspannen stand. De tubus helt dan slechts licht naar beneden, ongeveer tien tot vijftien graden, zodat de ogen in hun natuurlijke, licht neerwaartse positie blijven zonder dat de oogspieren continu hoeven te corrigeren. Zo kan de endodontoloog scherp en comfortabel werken, met een rechte nek en een stabiele houding.

Belangrijk is dat niet de behandelaar zich aanpast aan de microscoop, maar de microscoop aan de behandelaar.

Een juiste inclinatiehoek maakt het mogelijk om langdurig geconcentreerd te werken zonder visuele of cervicale overbelasting. Recent onderzoek bevestigt bovendien dat het gebruik van een microscoop de belasting van de nek- en schouderspieren significant vermindert ten opzichte van werken met loepen of zonder vergroting. Juist dankzij deze ergonomische kijkrichting. 8 Het is daarmee één van de meest onderschatte, maar ook meest bepalende instellingen voor duurzaam microscopisch werkcomfort.

Conclusie

Endodontologie is topsport. Net als een atleet heeft een endodontoloog precisie, stabiliteit en uithoudingsvermogen nodig, en dat begint bij een ergonomische werkhouding. Vergroting is daarbij niet alleen een visueel hulpmiddel, maar een voorwaarde voor duurzaam werken.

De Galilean-loep biedt redelijke optiek, maar is ergonomisch af te raden. De prisma-loep is een uitstekende keuze voor wie (nog) geen microscoop gebruikt. De microscoop blijft de gouden standaard, mits goed ingesteld en gecombineerd met een stoel die arm- en rugsteun biedt. Want goed zien is één ding. Pijnvrij blijven werken, dát is de echte winst.

Matthijs Luitjes is fysiotherapeut en ergonoom, gespecialiseerd in mondzorgprofessionals. Met zijn bedrijf Ergonomic Solutions (www.ergonomicsolutions.nl) en via LinkedIn helpt hij professionals in Nederland en daarbuiten met het verlichten en voorkomen van werkgerelateerde pijn. info@ergonomicsolutions.nl.

Opleiding Praktijkmanager II

De verdieping

Scan de QR-code voor meer informatie en aanmelden

Een verdieping in de praktijkvoering van jouw praktijk

Geen dag hetzelfde

Werken, leren en inspireren binnen de kaakchirurgie

De mond-, kaak- en aangezichtschirurgie is een vakgebied dat vaak wordt onderschat, terwijl de praktijk juist veelzijdig, dynamisch en intens mensgericht is. Achter elke behandeling staat een team van professionals, waarin de assistent een cruciale rol speelt. Isabella Busch weet daar alles van. Met ruim tien jaar ervaring binnen de kaakchirurgie en een sterke passie voor praktijkgericht leren en patiëntbegeleiding, combineert zij haar werk op de polikliniek met het opleiden en inspireren van nieuwe assistenten. In dit interview vertelt Isabella over haar loopbaan, haar visie op het vak en haar rol binnen de nieuwe opleiding tot MKA-, paro- en implantologie-assistent.

Isabella Busch (1991) werkt al ruim tien jaar binnen de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie. Sinds 2015 is zij actief op de polikliniek kaakchirurgie van ziekenhuis Rijnstate, waar ze assisteert bij operaties, lokale anesthesie toedient en patiënten begeleidt tijdens het spreekuur. Daarvoor werkte ze als tandarts- en preventieassistente in een

algemene tandartspraktijk. Isabella heeft een passie voor praktijkgericht leren, infectiepreventie en het inspireren van nieuwe generaties assistenten. Daarom is ze ook docent bij de nieuwe opleiding tot MKA-, paroen implantologie-assistent.

Je werkt al jaren binnen de kaakchirurgie. Wat trok jou in dit vakgebied, en waarom vind je het belangrijk om nu ook les te geven?

Wat mijn interesse en nieuwsgierigheid al tien jaar lang gewekt heeft, is de diversiteit in patiënten en de verschillende behandelingen die binnen de kaakchirurgie uitgevoerd worden. Geen dag is hetzelfde. Ik merk dat veel patiënten denken dat er bij de kaakchirurg alleen maar verstandskiezen of implantaten geplaatst worden, maar hier gebeurt zoveel meer dan dat. Denk bijvoorbeeld aan de diverse samenwerkingen binnen het ziekenhuis met andere specialismen, zoals de dermatologie of het oncologisch centrum. In de loop van de jaren heb ik opgemerkt dat er een terugloop van assistentes is; dit zien we terug in het lage aantal reacties op een vacatureplaatsing. Juist daarom vind ik het belangrijk om hierin les te geven en mijn enthousiasme te kunnen delen, want het is een superleuk vak.

Welke vaardigheden of inzichten uit jouw dagelijkse werk op de polikliniek zijn volgens jou het meest waardevol voor toekomstige assistenten?

Dat je in sommige gevallen snel moet schakelen en, indien nodig, de doorslaggevende factor bent. Een vooruitziende blik is in dit vakgebied erg prettig.

Daarnaast is het belangrijk dat je je goed kunt verplaatsen in de patiënt, of dat nu een angstige patiënt is of juist een boze patiënt.

In de opleiding leren cursisten hoe ze “het verschil kunnen maken” als assistent. Kun je een voorbeeld geven waarin jouw rol als assistent echt doorslaggevend was voor het verloop van een behandeling?

Denk hierbij aan het geruststellen van een angstpatiënt. Dit kan voorafgaand aan de behandeling zijn door alles duidelijk uit te leggen, of wanneer ze angst hebben voor geluiden door ze een koptelefoon of oortjes met eigen muziek te laten gebruiken. Zelf vraag ik ook altijd aan de patiënt of er dingen zijn waar wij rekening mee kunnen houden, of dat ze zelf iets kunnen aangeven wat voor hen prettig is of rust geeft tijdens de behandeling. Maar ook tijdens een behandeling ben je een

belangrijke factor in het begeleiden van de patiënt, bijvoorbeeld door ademhalingsoefeningen of juist door simpelweg tegen ze te blijven praten en ze voor te bereiden op wat ze kunnen merken of horen.

De opleiding combineert theorie en praktijk. Hoe zorg jij ervoor dat die balans goed aansluit bij de werkelijkheid in het ziekenhuis of de praktijk?

Ik zorg dat theorie en praktijk goed aansluiten door theoretische onderwerpen meteen te koppelen aan voorbeelden uit mijn eigen werkervaring op de poli-kliniek kaakchirurgie. Daarnaast laat ik studenten zelf in de praktijk dingen doen, zoals het klaarleggen van het instrumentarium voor een specifieke behandeling.

Zo is de theorie makkelijker te vertalen en begrijpen studenten beter waarom bepaalde dingen belangrijk zijn.

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen waar een MKA-, paro- of implantologie-assistent tegenwoordig mee te maken krijgt? En welke kansen zie jij voor dit beroep?

Een van de grootste uitdagingen is de wens van patiënten om snelle zorg. In een wereld van ‘vandaag besteld, morgen in huis’ liggen de verwachtingen hoog, terwijl dat in de praktijk helaas niet altijd haalbaar is. Patiënten hebben vaak te maken met lange wachttijden, soms maanden voordat een behandeling gepland kan worden. Dit leidt regelmatig tot lastige of vervelende situaties. Het is dan ook de uitdaging voor de assistent om toch een passende afspraak te vinden en de patiënt zo goed mogelijk van dienst te zijn.

Nieuwe technieken zoals intra-oraal scannen en CBCT komen terug in het programma. Hoe zie jij de rol van technologie in de dagelijkse praktijk én in de opleiding? Technologie speelt een steeds grotere rol in zowel de dagelijkse praktijk als in de opleiding. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een efficiëntere en nauwkeurigere behandelwijze. Denk aan het gebruik van de intra-orale scanner: deze digitale werkwijze vervangt de traditionele afdrukken en biedt direct inzicht in de mondsituatie van de patiënt. Hiermee kun je een volledig beeld geven van wat er tijdens de operatie gebeurt en, niet onbelangrijk, het eindresultaat laten zien.

Het maken van een CBCT-scan wordt ook dagelijks door de assistent uitgevoerd. Hiermee kun je patiënten een duidelijk advies geven met een passende behandeling, allemaal tijdens één afspraak.

Naast technische vaardigheden gaat het ook om patiëntbegeleiding, geruststellen en nazorg. Hoe belangrijk vind jij dit aspect, en hoe geef je dit door aan de cursisten?

Ik vind goede begeleiding van de patiënt ontzettend belangrijk. Dat is vaak wat een patiënt het meest onthoudt en wat zorgt voor een prettige ervaring. Tijdens de lessen deel ik mijn eigen ervaringen en praktijkvoorbeelden, zodat cursisten inzicht krijgen in hoe ze patiënten goed kunnen geruststellen en begeleiden. Zo geef ik ze handvatten die ze direct in hun werk kunnen toepassen.

Wat geeft jou persoonlijk de meeste voldoening in je werk, en wat hoop je dat cursisten meenemen uit de opleiding?

Wat mij de meeste voldoening geeft, is dat ik patiënten echt kan begeleiden tijdens een behandeling en ze met een gerust gevoel naar huis zie gaan. Vooral het snel kunnen helpen van iemand met veel klachten zijn voor mij de momenten waarop ik denk: daar doe ik het voor. Ik hoop mijn enthousiasme en gevoel van voldoening te kunnen meegeven aan de cursisten, want het is een prachtig en uitdagend vak!

Isabella Busch (1991) werkt al ruim tien jaar binnen de mond-, kaak- en aangezichtschirurgie. Sinds 2015 is zij actief op de polikliniek kaakchirurgie van ziekenhuis Rijnstate, waar ze assisteert bij operaties, lokale anesthesie toedient en patiënten begeleidt tijdens het spreekuur. Meer weten over de opleiding Kaakchirurgie assistent?

Scan de QR-code!

Begrijpen begint bij jezelf

Wanneer we iets vertellen, willen we graag begrepen worden. Vaak denken we ook dat dat zo is, zeker als wat we vertellen voor ons heel simpel lijkt. Toch blijkt bij navraag regelmatig dat dit niet altijd het geval is. Dat kan leiden tot vervelende situaties die vaak eenvoudig voorkomen hadden kunnen worden. Hieronder vind je een aantal inzichten en tips om je boodschap zo begrijpelijk mogelijk over te brengen.

Begrijpen wat je zelf vertelt

Allereerst is het belangrijk dat je zelf goed begrijpt wat je vertelt. Dit kan gaan om iets kleins, zoals een verandering in het doorgeven van verlofuren, maar ook om grotere veranderingen, zoals de implementatie van een nieuw computersysteem.

Wanneer je begrijpt waarom iets wordt toegepast en wat de meerwaarde is voor het team of de praktijkeigenaar, zal je boodschap automatisch duidelijker overkomen. Bij alles wat je wilt overbrengen is het essentieel dat je zelf inzicht hebt in het waarom en hoe. Als dit voor jou helder is, zul je merken dat je je boodschap met meer zelfvertrouwen brengt en steviger in je schoenen staat. Dit helpt ook bij hoe jouw boodschap wordt ontvangen.

Ook bij het geven van feedback aan een medewerker is het belangrijk dat je goed kunt onderbouwen wat er anders moet. Door gebruik te maken van concrete feiten en duidelijke voorbeelden, maak je voor de ander inzichtelijk wat je bedoelt.

Begrijpen wat je overbrengt

Wanneer jij begrijpt wat je wilt uitdragen, is het belangrijk dat jouw medewerker(s) ook begrijpt wat je zegt. Een goede voorbereiding helpt daarbij. Dat kan variëren van een paar steekwoorden bij iets kleins tot een uitgebreider verslag bij grotere onderwerpen.

Een aantal aandachtspunten:

• Werk met voorbeelden of afbeeldingen om je verhaal te verduidelijken

• Vertel alleen feiten

• Geef duidelijk het “waarom” aan

• Stel tussentijds de vraag of mensen begrijpen wat je bedoelt en of er vragen zijn

• Let op je houding en praat rustig

• Let ook op de houding van anderen en speel daarop in

• Vraag na afloop of de ander in eigen woorden kan herhalen wat er is gezegd

Op deze manier controleer je of jouw boodschap goed en duidelijk is overgekomen.

Begrijpen wat de ander bedoelt

Ook voor jezelf kan het een uitdaging zijn om een ander goed te begrijpen. Daarom is het belangrijk om hier bewust mee om te gaan. Enkele tips:

• Luister aandachtig en onderbreek de ander niet

• Laat de ander uitpraten

• Herhaal in je eigen woorden wat er is gezegd

• Denk aan ANNA (altijd navragen, niet aannemen)

• Denk aan NIVEA (niet invullen voor een ander)

Je kunt het onderwerp ‘begrijpen’ ook breder trekken binnen de praktijk en dit bijvoorbeeld bespreken tijdens een werkoverleg. Het is namelijk belangrijk dat behandelaren zich bewust zijn van hoe essentieel het is dat zij goed begrepen worden door de patiënt, bijvoorbeeld bij het bespreken van een behandelplan of het geven van uitleg. Ook voor baliemedewerkers, receptionisten en backofficemedewerkers is het van belang dat zij de mensen die zij te woord staan goed begrijpen.

Kortom, het is belangrijk dat iedereen zich ervan bewust is dat elkaar begrijpen niet vanzelfsprekend is, hoe eenvoudig de boodschap ook lijkt.

Hopelijk heb jij mijn boodschap en tips begrepen!

Marenka Franke is praktijkmanager bij Centrum voor Mondzorg Rhenen.

Infectiepreventie als fundament voor veilige zorg, werkgeluk en goed werkgeverschap

Infectiepreventie begint bij de agenda

Infectiepreventie in de mondzorgpraktijk is veel meer dan het volgen van een richtlijn. Het raakt aan gedrag, cultuur en dagelijkse keuzes. Hoe er wordt gewerkt met protocollen bepaalt niet alleen de veiligheid van patiënten, maar ook het werkgeluk en de ervaren werkdruk binnen het team.

Infectiepreventie begint lang voor de behandelstoel. Het zit in de houding van de medewerker die een patiënt ophaalt uit de wachtkamer. In de manier waarop een behandelkamer wordt klaargezet. In hoe er wordt omgegaan met handschoenen, met maskers, met de tijd tussen twee patiënten. Dat zijn keuzes die dagelijks worden gemaakt, vaak zonder er bij stil te staan. En ze beginnen bij de agenda.

De KNMT-richtlijn Infectiepreventie voor mondzorgpraktijken bestaat sinds 2016. En eindelijk vernemen we dat er een nieuwe richtlijn aankomt. Wat er precies gaat veranderen is nog niet bekend, maar het fenomeen richtlijn infectiepreventie blijft. Dat maakt dit het juiste moment om de praktijk op scherp te stellen. In een praktijk die nu goed georganiseerd is, landt een nieuwe richtlijn vanzelf. Wie dagelijks in een praktijk werkt weet dat de afstand tussen de richtlijn op papier en het gedrag op de werkvloer soms groot is. Praktijkkleding hoort licht van kleur te zijn, toch werkt inmiddels de helft van de mondzorg in donkere kleding. Korte mouwen horen de norm te zijn zodat de onderarmen gedesinfecteerd kunnen worden, maar hoe voer je dat gesprek met een medewerker die om religieuze redenen de onderarmen bedekt? Sieraden horen af, en dan staat er iemand tegenover je die haar trouwring nooit heeft afgedaan en je aankijkt alsof je haar iets afneemt. Kunstnagels en nagellak: wie dat gesprek ooit heeft gevoerd als leidinggevende weet hoe snel het gaat over identiteit en vrijheid.

Het wordt persoonlijk en dat is precies waar het interessant wordt

Dit zijn de momenten waarop infectiepreventie ophoudt een hygiënekwestie te zijn. Het wordt een gesprek over iemands identiteit, over geloof, over wat iemand gewend is. En dat vraagt meer dan een verwijzing naar de richtlijn. Het vraagt om uitleg, om begrip voor de weerstand. Tegelijk is de richtlijn er om een reden: de veiligheid van de patiënt en de collega. Consequent zijn is dan het enige dat werkt. Vriendelijk en voor iedereen gelijk.

Het is dan ook geen toeval dat infectiepreventie in veel praktijken een stille bron van spanning is. De medewerker die het heel nauw neemt en ziet dat een collega er mee wegkomt. De assistent die weet hoe het hoort en merkt dat de agenda zo vol zit dat er simpelweg geen tijd is om alles goed te doen. Hoe gaat die assistent ’s avonds naar huis?

“Jouw praktijk is zo hygiënisch als de minst hygiënische medewerker”

Kijk eens rond tijdens een gewone behandeldag. Het mondneusmasker dat tussen twee patiënten onder de kin hangt. De handschoenen die nog aan zijn als iemand iets uit de la pakt. Een deurgreep die wordt vastgepakt. Een ontbrekend inspuitrek in de thermodesinfector. Of, het ontbreken van tijd.

Neem bijvoorbeeld het doorspoelen van de units tussen iedere patiënt door. Een handeling van misschien 10 seconden, die de waterleiding in de behandelunit spoelt en daarmee de kans op bacteriële besmetting aanzienlijk verkleint. En toch is het een van de punten waarop praktijken

Congres

in de praktijk

Infectiepreventie is de basis van iedere veilige en professionele mondzorgpraktijk. Maar hoe staat jouw praktijk ervoor? Zijn de actuele richtlijnen volledig geïmplementeerd? En ben je voorbereid op nieuwe ontwikkelingen en veranderende besmettingsbronnen?

Tijdens het Congres Infectiepreventie 360° in de praktijk krijg je in één dag een compleet en actueel overzicht van alles wat je moet weten. Van wet- en regelgeving tot microbiologie, van thermodesinfectie tot efficiëntere werkprocessen – praktisch, concreet en direct toepasbaar.

Programma

Waarom doen we wat we doen & Hoe zit het met de nieuwe richtlijnen?

Nicolette Biesters

Microbiologie in de praktijk

Hanneke de Valk

Van reinigen tot steriliseren: theorie versus praktijk

Jo-Ann van Velsen

In gesprek met de inspectie Q&A aan de IGJ; een verhelderend interview met de inspectie

Lean werken en procesoptimalisatie binnen een praktijk.

Rob de Graaf

Duwtje gedragspsychologie; Duwtje in de juiste richting

Duwtje

Doelgroep

● Hele team; inclusief tandarts & mondhygiënist

Partner

Aanmelden

Scan de QR-code voor het volledige programma en om je aan te melden!

het vaakst tekortschieten. De reden die dan wordt gegeven is ook altijd dezelfde: daar is geen tijd voor.

“Als er geen tijd is om de unit door te spoelen, is er dan wel tijd om de patiënt het risico te laten dragen?”

Die vraag klinkt hard. Maar is wat het is. Telkens als er geen tijd is voor een stap in het protocol gaat de agenda voor de veiligheid van de patiënt. Bewust of onbewust. En dat werkt door; de assistent met het zorghart, die het gevoel heeft het werk niet veilig te doen, voelt werkdruk of stress.

Leiderschap: jij bepaalt het ritme

In veel praktijken merk je dat infectiepreventie als bijscholing niet de prioriteit heeft voor de tandarts. Vaak wordt dat gezien als een onderwerp voor het ondersteunend team. Tandartsen hebben dit immers al gehad op de universiteit. Die gedachte is begrijpelijk. Ze is tegelijk precies het probleem.

De verantwoordelijkheid ligt in de eerste plaats bij de praktijkhouder en de tandarts. Zij bepalen hoe de agenda eruitziet, hoeveel tijd er tussen behandelingen zit en hoe nieuwe medewerkers worden ingewerkt.

Een praktijkmanager die infectiepreventie op de agenda zet en geen mandaat krijgt om het te handhaven, staat met lege handen.

Intussen zijn het juist de ondersteunende functies die dagelijks het dichtst bij de uitvoering staan. Zij zien waar het misgaat, wanneer de tijd tekortschiet en wanneer de werkdruk zo hoog is dat de richtlijn er als eerste bij inschiet. Zij verdienen ruimte en leiding die de randvoorwaarden schept om goed te kunnen werken.

Als dat structureel ontbreekt ontstaat er iets verontrustends: medewerkers die precies weten hoe het hoort en toch het gevoel hebben dat ze hun werk niet goed doen.

“Dit zijn de momenten waarop infectiepreventie ophoudt een hygiënekwestie te zijn” ‘‘

Infectiepreventie die onder druk staat is een sluipmoordenaar van werkgeluk. Een praktijk waar het wél goed geregeld is, is een praktijk waar medewerkers met minder stress werken. Waar het gewoon klopt.

Want juist die ene medewerker die zijn eigen werkwijze belangrijker vindt dan de afgesproken, bepaalt het niveau van de hele praktijk. In een mondzorgpraktijk gaat dat ten koste van de veiligheid van de patiënt en de medewerker. Er is nog een argument dat zelden wordt genoemd: infectiepreventie als onderdeel van goed werkgeverschap. In een krappe arbeidsmarkt kiezen mondzorgprofessionals bewust voor een praktijk. Ze letten op sfeer, op organisatie, op hoe een praktijk met zijn medewerkers omgaat. Een praktijk waar infectiepreventie slordig is geregeld, waar de werkdruk hoog is en de protocollen onduidelijk, straalt dat uit. Een praktijk waar het klopt, ook. Goed geregelde infec-

tiepreventie helpt je de juiste mensen aan te trekken. En ze te behouden.

Bewustwording werkt aanstekelijk

Een goede agenda is daarom net zo belangrijk als een goed protocol. Wie infectiepreventie serieus neemt bouwt de tijd die het kost in de planning in. Dat is een keuze die de praktijkhouder of manager maakt, bewust, met kennis van wat de richtlijn vraagt.

En wie nieuwe medewerkers aanneemt weet ook dat onboarding meer is dan uitleg over equipment en kennismaken. Een nieuwe assistent, een stagiaire, een invalkracht: zij moeten weten hoe infectiepreventie in deze praktijk werkt voordat ze zelfstandig aan de slag gaan.

Bewustwording begint bij kennis.

Waarom mag een mondneusmasker niet onder de kin hangen? Waarom spoelen we de slangen door? Wat doet een handschoen wel en wat doet hij niet? Wie die vragen kan beantwoorden werkt anders dan wie ze nooit heeft gesteld. En wie ze kan uitleggen aan een collega draagt bij aan een cultuur waarin infectiepreventie vanzelfsprekend is.

Zodra mensen in een praktijk écht begrijpen waarom infectiepreventie werkt zoals het werkt, verandert de toon. En is het geen verplichting meer van bovenaf, maar een gedeeld inzicht. De assistent die begrijpt waarom handschoenen er zijn om haar te beschermen werkt anders. De tandarts die begrijpt wat het doorspoelen doet, slaat die stap niet meer over. Bewustwording werkt aanstekelijk. Infectiepreventie vraagt dagelijkse aandacht. Want gewoontes sluipen erin. Wat vandaag nog vanzelfsprekend is, wordt morgen een kleine afwijking en volgende week de nieuwe norm. De praktijk die denkt dat het wel goed zit omdat het gisteren ook goed zat, onderschat hoe snel het ritme verslapt. Infectiepreventie is een dagelijkse keuze. Een goed gedesinfecteerd instrument is het absolute minimum. Wat telt is het gedrag er omheen.

Infectiepreventie is je cultuur, maak het bespreekbaar De richtlijn is het vertrekpunt. Wat een praktijk echt nodig heeft is een cultuur waarin infectiepreventie leeft en van iedereen is. Dat vraagt om leiderschap en om de bereidheid om gedrag bespreekbaar te maken. Tandartsen en praktijkhouders die actief deelnemen aan bijscholing merken het verschil: minder werkdruk omdat processen kloppen, meer werkgeluk omdat het team weet waar het aan toe is en een praktijk waar patiënten het vertrouwen voelen zodra ze binnenkomen.

Infectiepreventie is een van de meest bepalende aspecten van hoe een praktijk werkt. Het begint bij de agenda. En de vraag is simpel: weet iedereen in jouw praktijk hoe het hier gaat?

Nicolette Biesters is eigenaar van Praktijk op Orde, adviesbureau voor beleid, kwaliteit en veiligheid binnen de mondzorg. Ze helpt tandartspraktijken om de praktijk op orde te krijgen en te houden en te voldoen aan eisen van wet- en regelgeving, onder andere door lean werken. Daarnaast ontwikkelt ze samen met andere bekende adviseurs het Praktijk op Orde keurmerk voor tandartspraktijken.

EEN STRALENDE GLIMLACH

KAN ZO EENVOUDIG ZIJN

Wilt u uw patiënten een mild en gebruiksvriendelijk Whitening systeem bieden dat bij kamertemperatuur kan worden bewaard?

De Kulzer Vivida Home Kit biedt een praktische oplossing voor uw praktijk en sluit tegelijkertijd aan op de behoeften van uw patiënten.

■ Ontdek de effectiviteit van de gepatenteerde HPS‑formule: voor een betere stabiliteit, viscositeit en zelfactivatie.

■ Een milde behandelingservaring voor uw patiënten, waarbij gevoeligheid tot een minumum beperkt wordt.

■ Slechts 15–30 minuten behandeltijd per dag – zonder het ongemak van nachtbehandelingen.

■ Bewaren op kamertemperatuur en een houdbaarheid van 36 maanden voor een geoptimaliseerd voorraadbeheer.

De reis naar een stralendere glimlach begint hier: kulzer.nl/vivida-home

Daarvoor is het dus belangrijk om inzicht te verschaffen in de toekomst, zodat je daadwerkelijk kunt beoordelen of jouw huidige zorgen al dan niet terecht zijn

Inzicht kan zorgen wegnemen. Maar hoe dan?

Wat is de impact van de tariefdaling?

Vanaf 1 januari van dit jaar zijn praktijken geconfronteerd met een tariefdaling van 1,12%. Daartegenover staat dat de praktijkkosten niet zijn gedaald.

De praktijkkosten stijgen hoogstwaarschijnlijk of blijven minimaal gelijk. Een logische vraag vanuit praktijkhouders rondom de jaarwisseling was dan ook wat te doen met de salarissen. Wel of niet indexeren?

Concreet – en terecht – kreeg ik vanuit een praktijkhouder de volgende vraag: “Ik heb te maken met een flinke stijging van de personeelskosten en de tarieven die gaan dalen.

Gaat dit wel goed?” Terecht dus als je je als praktijkhouder zorgen maakt om de financiële gezondheid van je praktijk.

Impact op het rendement

In een eerder artikel heb ik de impact van een omzetverhoging op het rendement van de praktijk – globaal – doorgerekend. Daaruit kwam naar voren, dat een omzetstijging van 10% het rendement van de praktijk met wel 25% kan verhogen. Er is in dat geval dus sprake van een soort ‘hefboomwerking’.

Helaas geldt deze hefboomwerking ook in omgekeerde zin.

Een daling van de omzet met 1% zal zorgen voor daling van et rendement van de praktijk met meerdere procenten. Nog los van het gegeven, dat naast de omzetdaling waarschijnlijk op dit moment voor veel praktijken ook sprake zal zijn van een kostenstijging.

De daadwerkelijke impact is voor iedere praktijk uiteraard anders. Uit globale berekeningen kan de huidige tariefdaling in combinatie met een ‘gemiddelde’ kostenstijging vanuit inflatie al snel resulteren in een daling van het rendement van meer dan 20%.

Inzicht creëren

Kortom, het is terecht als je je als praktijkhouder hierover zorgen maakt. Een logische eerste reactie van veel praktijkhouders is om je te richten op de volgende onderdelen:

1. Praktijkkosten verlagen

Praktijkhouders geven aan zo veel mogelijk te willen gaan snijden in de praktijkkosten. Uiteraard kun je de praktijkkosten omlaag brengen door hier kritisch naar te kijken. Echter, het is maar zeer de vraag of je daarmee in staat bent om de totale praktijkkosten daadwerkelijk omlaag te brengen.

Los van het feit, dat een eventuele kostendaling zeker niet het omzetverlies zal gaan opvangen.

2. Praktijkomzet verhogen

Het verhogen van de omzet wordt daarnaast ook als oplossing genoemd. Voor veel praktijken is een omzetverhoging zeker realistisch. Wat ik eerder al aangaf kan een omzetstijging van 10% resulteren in een stijging van het rendement van 25%.

Met – een combinatie van – bovengenoemde oplossingen worden jouw huidige zorgen echter niet weggenomen.

Je weet op dit moment namelijk niet of je in de komende periode als praktijk daadwerkelijk in staat bent om de kosten te gaan verlagen dan wel de praktijkomzet te verhogen.

In het hier en nu zullen je zorgen dus blijven. Dé oplossing om jouw zorgen over het rendement weg te nemen is het creëren van inzicht.

Niet terugkijken maar vooruit

Voor het creëren van inzicht wordt binnen praktijken steeds meer aandacht gegeven aan verschillende kengetallen, zoals omzet overzichten, patiënten aantallen, aantal verrichtingen, etc. Dergelijke kengetallen geven inzicht in hoe de praktijk nu en in de afgelopen periode heeft gepresteerd. Het beoordelen van kengetallen gaat dus over terugkijken en dergelijke kengetallen geven daarmee geen inzicht in hoe de praktijk in de toekomst presteert. Of anders, wat het toekomstige rendement zal zijn met de dalende tarieven en de stijgende kosten is juist wat je graag wilt weten als praktijkhouder.

Daarvoor is het dus belangrijk om inzicht te verschaffen in de toekomst, zodat je daadwerkelijk kunt beoordelen of jouw huidige zorgen al dan niet terecht zijn. De huidige ontwikkelingen van dalende tarieven en de bijkomende zorgen bij praktijkhouders vragen – mijns inziens – om als praktijkhouder een begroting te gaan opstellen.

Wat is een begroting?

Een begroting is een overzicht (/ financieel plan), waarin de verwachte inkomsten, uitgaven en het verschil hiertussen voor een specifieke, toekomstige periode in kaart worden gebracht. Mijn advies is dit overzicht op te stellen voor een heel boekjaar of kalenderjaar.

Een goede begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

• Verwachte inkomsten: een inschatting van alle geldstromen die je verwacht binnen te krijgen.

• Verwachte uitgaven: alle kosten, opgesplitst in categorieën zoals vaste lasten, variabele kosten, en incidentele uitgaven.

• Saldo: een berekening van de verwachte financiële positie (overschot of tekort).

• Reserves: Eventuele spaarpotjes of buffers voor onvoorziene kosten.

Hoewel de termen van begroting en budget vaak door elkaar worden gebruikt, zijn ze niet hetzelfde. Een begroting is een projectie van de verwachte inkomsten en uitgaven, wat dus draait om plannen. Een budget is een limiet op wat je mag uitgeven binnen voor bepaalde onderdelen, wat dus is gericht op het beheersen van uitgaven.

Hoe maak je een begroting?

De eerste stap in het maken van een begroting is het verzamelen van de inkomsten en uitgaven over voorgaand jaar, welke je veelal uit je boekhouding haalt. Aan de hand hiervan is het aan jou om realistische inschattingen te gaan maken voor dit – komende – jaar. Het is daarbij van belang om je inschattingen vooral te baseren op feiten en trends en niet op aannames.

Hoe beter de inschattingen, hoe zuiverder de begroting. Praktijkhouders steunen vaak – en terecht – op hun accountant en boekhouder, waar het gaat om de resultaten van de praktijk. Nadeel is echter, dat accountants en boekhouders alleen kijken naar het verleden. Bij het opstellen van de begroting en het maken van een goede inschatting is het dus echt aan de praktijkhouder en eventueel de praktijkmanager zelf.

Conclusie

In de dagelijkse praktijk nemen veel praktijkhouders vaak beslissingen op gevoel of ervaring. Een logisch antwoord op de huidige tariefdaling is om te snijden in de kosten of te sturen op omzetverhoging. Hoewel dit uiteraard positief kan zijn, laat alleen een begroting zien wat de financiële impact is.

De huidige ontwikkeling rondom de tariefdaling is wat mij betreft een goede aanleiding om als praktijk structureel met een begroting te gaan werken. Een begroting geeft namelijk vooraf inzicht in de verwachte inkomsten en uitgaven, wat antwoord geeft op de zorgen rondom het toekomstige rendement en vormt daarmee de basis voor gezonde financiële keuzes.

Daarnaast helpt een begroting om de cashflow van de praktijk te bewaken. Door grote uitgaven en verwachte inkomsten vooraf inzichtelijk te maken, ontstaat rust en overzicht. Dit is met name belangrijk bij investeringen in apparatuur, digitalisering of groei van het team.

Sjoerd Kuiken is eigenaar van Kuiken Praktijkmanagement (www.kuikenpraktijkmanagement.nl). Voor objectieve praktijkanalyses, intensieve begeleidingsttrajecten en online cursussen voor praktijkhouders en -managers.

Tandheelkunde. Heruitgevonden!

Maak kennis met TRIOS 6 & Dx Plus

Verbeter uw behandelingen met de beste TRIOS scankwaliteit ooit.

De TRIOS 6 beschikt over 3Shape's meest geavanceerde AI-diagnostiek die u helpt bij het maken van nog betere behandelplannen.

Met DX Plus in combinatie met onze baanbrekende DentalHealth app kunt u patiëntgerichte voorlichting geven en inzichten delen. Zo helpt u patiënten actief mee te werken aan het behandelplan en bij te dragen aan hun langdurige mondgezondheid!

Uitstekende patiëntenzorg begint hier!

Gedeeld leiderschap in de tandheelkunde

Het belang van samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager

In de wereld van tandheelkundige zorg draait succes niet alleen om technische expertise, maar minstens zo veel om samenwerking en leiderschap. Wie naar goed functionerende praktijken kijkt, ziet dat de echte kracht vaak schuilt in de relatie tussen praktijkhouder en praktijkmanager. Nora Ennahachi, operationeel directrice van tandartspraktijk MyDent en oprichter van Dent Management, weet daar alles van. Met 17 jaar ervaring in praktijkmanagement heeft zij van dichtbij gezien wat werkt en wat niet.

Nora’s visie op samenwerking is niet alleen gebaseerd op theorie, maar vooral ook op praktijkervaring. Haar loopbaan begon in de zorg als verpleegkundige, waarna zij de overstap maakte naar de tandheelkunde. Ze behaalde haar diploma als tandarts- en preventieassistent en ontwikkelde zich verder aan de organisatorische en strategische kant van praktijkvoering,

onder andere met een opleiding praktijkmanagement en een diploma Organisatie en Bedrijfspsychologie. Inmiddels is zij verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van drie snelgroeiende praktijken en begeleidt zij met haar eigen bedrijf andere praktijkhouders en managers in hun ontwikkeling. Maar de basis van haar visie werd al veel eerder gelegd.

Leren door ervaring

Haar eerste kennismaking met de tandheelkunde was op 1 augustus 2009, in een kleine tweekamerpraktijk in Utrecht. De praktijkhouder was prettig in de omgang, maar weinig betrokken. “Ik werd al snel in het diepe gegooid met een paar bankpassen en de boodschap: ‘draai jij de praktijk maar’.” Wat destijds een uitdagende situatie was, bleek achteraf een van haar belangrijkste leermomenten. “De beste leerschool die ik ooit had kunnen krijgen. Hier kan geen diploma

tegenop.”

In die beginjaren ervaarde Nora ook hoe samenwerking juist níet moet. Ze werkte met tandartsen die hiërarchisch en gesloten waren, wat soms leidde tot onzekerheid en spanning. “Ik heb periodes gekend waarin ik angst voelde richting behandelaren. Angst om fouten te maken.” Tegelijkertijd ontmoette ze ook professionals die het tegenovergestelde lieten zien: respect, geduld, vertrouwen en echte samenwerking.

Juist dat contrast vormde de basis voor haar latere overtuiging: een praktijk kan alleen groeien als mensen elkaar versterken.

Van uitdaging naar sterke samenwerking

Die overtuiging werd verder verdiept in de samenwerking met tandarts en praktijkeigenaar Hardi Mirza, met wie zij vanaf 2012 intensief samenwerkte.

Die periode was niet altijd makkelijk. “Er waren momenten waarop we zakelijk

bijna uit elkaar gingen.”

Maar juist door die moeilijke fases leerden ze beter communiceren, elkaars kwaliteiten waarderen en bouwen aan vertrouwen. “We hebben elkaar opnieuw gevonden. Die fase heeft de basis gelegd voor verdere groei en stabiliteit.” Inmiddels vormen zij een sterk duo en zijn zij samen verantwoordelijk voor meerdere succesvolle praktijken.

Volgens Nora is die samenwerking geen toeval, maar een bewuste keuze. “Het succes van MyDent hebben wij te danken aan die samenwerking. Het gaat om het respecteren van elkaars mening, het stellen van duidelijke kaders en het elkaar in eigen kracht zetten.”

Wanneer dat goed gebeurt, ontstaat er volgens haar een praktijk waarin zowel het team als de patiënt zich gehoord en gewaardeerd voelt.

Complementaire rollen als kracht

Binnen een tandartspraktijk zijn de rollen van praktijkhouder en praktijkmanager duidelijk verschillend, maar juist daarin ligt de kracht. De praktijkhouder is vaak volledig gefocust op de klinische zorg en kwaliteit, terwijl de praktijkmanager zorgt dat alles eromheen soepel verloopt. “Wanneer deze twee rollen elkaar aanvullen, in plaats van overlappen, ontstaat er efficiëntie én een werkklimaat waarin iedereen kan excelleren.”

Die complementariteit vraagt om duidelijke communicatie, vertrouwen en wederzijds begrip. “We plannen regelmatig overlegmomenten waarin we niet alleen praktische zaken bespreken, maar ook visie, strategie en persoonlijke ontwikkeling.” Door die structurele afstemming ontstaat helderheid: waar staan we, waar willen we naartoe en wat verwachten we van elkaar?

De menselijke kant van samenwerking

Toch gaat samenwerking volgens Nora verder dan structuur en overleg. Het is in de kern ook een menselijke relatie. “Je moet elkaar respecteren, ook als je het niet altijd eens bent. Vertrouwen geven, verantwoordelijkheden delegeren en elkaar in de kracht zetten, dat is wat een praktijk echt vooruithelpt.”

Het effect daarvan reikt verder dan alleen de samenwerking tussen twee personen. Het is merkbaar in de hele organisatie. Een goed georganiseerde praktijk waarin iedereen zijn rol kent, werkt efficiënter en creëert een positieve sfeer. “Wanneer het team goed wordt ondersteund en duidelijke richtlijnen heeft, kunnen zij zich volledig richten op patiëntenzorg.”

Dat heeft directe invloed op zowel de kwaliteit van zorg als de tevredenheid van patiënten.

Vertrouwen als fundament

Psychologisch gezien vormt vertrouwen de hoeksteen van die samenwerking. “Wanneer praktijkhouder en manager elkaar volledig vertrouwen, ontstaat mentale ruimte,” legt Nora uit. Die ruimte maakt het mogelijk om verantwoordelijkheden los te laten, open feedback te geven en eerlijk te bespreken wat werkt en wat niet. Zonder dat vertrouwen kunnen kleine misverstanden snel uitgroeien tot frustratie en stress, met een negatieve invloed op het hele team. Daarbij spelen ook identiteit en verantwoordelijkheid een rol. De praktijkhouder voelt zich vaak sterk verbonden met de klinische kwaliteit van de zorg, terwijl de manager zich verantwoordelijk voelt voor het functioneren van het team en de organisatie. “Wanneer beiden elkaars rol erkennen en waarderen, ontstaat een complementair systeem waarin beiden optimaal functioneren.”

Een belangrijk onderdeel daarvan is psychologische veiligheid: het gevoel dat je open kunt communiceren zonder angst voor negatieve consequenties. “Tandheelkundige teams en hun managers willen vooral respect, waardering en erkenning. Een goed salaris is slechts een randvoorwaarde. Wanneer praktijkhouder en manager dat gezamenlijk uitdragen, groeit de motivatie en betrokkenheid van het hele team.”

Samenwerking werkt daarbij als een spiegel voor de organisatie. “Hoe jij als praktijkhouder of manager communiceert, beïnvloedt direct de sfeer in het team,” zegt Nora. Respectvolle, transparante en open communicatie straalt door naar de hele praktijk.

Spanningen of onduidelijkheden worden daarentegen net zo snel opgepikt — en soms zelfs versterkt.

Samenwerking in een veranderende sector

In een tijd waarin de tandheelkundige sector te maken heeft met personeelstekorten en toenemende werkdruk, wordt het belang van die samenwerking alleen maar groter. “Geld alleen is niet meer de oplossing,” stelt Nora. Medewerkers zoeken veiligheid, waardering en een omgeving waarin zij zich gezien voelen. Juist de samenwerking tussen praktijkhouder en praktijkmanager speelt daarin een cruciale rol.

Samen creëren zij een werkklimaat waarin mensen willen blijven en zich willen ontwikkelen. Met haar jarenlange ervaring ziet Nora duidelijk verschil tussen praktijken die hierin investeren en praktijken die dat niet doen.

De eerste groep is beter in staat om in te spelen op veranderingen, teams te behouden en duurzaam te groeien. “Het is geen luxe, het is een investering in de toekomst van je praktijk, je team én je patiënten.”

Investeren in de relatie

Om het belang van samenwerking nog tastbaarder te maken, ontstond bij Nora het idee om een speciaal event te organiseren voor praktijkhouders en praktijkmanagers. Een moment weg van de dagelijkse drukte, waarin ruimte ontstaat voor verdieping en verbinding. “Op 11 september 2026 vindt het eerste event plaats,” vertelt ze. “Een dag vol inspiratie, inzicht en concrete tools om de samenwerking te versterken.”

Juist in de huidige tijd is zo’n investering volgen haar urgenter dan ooit. Want uiteindelijk blijft de kern hetzelfde: een sterke praktijk begint bij sterke samenwerking. Wanneer praktijkhouder en praktijkmanager elkaar respecteren, duidelijke kaders stellen en elkaar in hun kracht zetten, ontstaat er een fundament voor duurzaam succes — voelbaar voor het team, zichtbaar in de organisatie en merkbaar voor elke patiënt die de praktijk binnenkomt.

Nora Ennahachi is operationeel directeur van drie Mydent praktijken in Utrecht en Rotterdam waar zij leiding geeft aan een team van 45 professionals. Daarnaast ondersteunt ze met haar eigen bedrijf Dent Management andere praktijken bij het versterken van hun teams, optimaliseren van processen en vormgeven van toekomstbestendig leiderschap. Vanuit haar overtuiging dat de toekomst van de mondzorg ligt in samenwerking en gedeeld leiderschap, bracht zij verschillende stakeholders samen om één krachtig doel te realiseren: een inspirerend congres waar verbinding, kennisdeling en toekomstbestendigheid centraal staan. Event Samen sterk, gedeeld leiderschap in de tandheelkunde.

11

september 2026, Flint te Amersfoort

Een initiatief van Nora Ennahachi praktijkmanager & praktijkhouder

Op vrijdag 11 september brengen we praktijkhouders en praktijkmanagers uit heel Nederland samen op één plek. Niet om harder te werken. Maar om elkaar écht te ontmoeten!

In een tijd waarin personeelstekorten, veranderende patiëntverwachtingen en werkdruk de norm lijken, kiezen wij voor iets groters: herstel van vertrouwen, verdieping van verbinding, en leiderschap dat werkt. Dat doen we door een unieke dag te organiseren voor leiders in de mondzorg, praktijkhouders en praktijkmanagers.

Hét 1e event in de tandheelkunde dat volledig draait om gedeeld leiderschap in de tandheelkunde. Een dag weg van de praktijk, weg van de waan van de dag.

Een dag voor verbinding, vertrouwen en leiderschap.

Waarom samen?

Omdat een sterke praktijk begint bij een sterke band en gezamenlijk leiderschap | Omdat cijfers pas waarde krijgen als je ze samen begrijpt en gebruik | Omdat groei niet alleen op de werkvloer ontstaat, maar juist daarbuiten.

Programma

08:45 uur

09.30 uur

09.45 uur

10.45 uur

11.30 uur

12.30 uur

13.30 uur

14.30 uur

15.15 uur

16.15 uur

Ontvangst

Opening door dagvoorzitter Inga + interview Nora Ennahachi & Hardi Mirza

René Savelberg - Groeikracht

Pauze en bezoek partnerplein

Marlies van der Vooren/Valesca Nederlof – Samen sterk in HR-leiderschap

Lunch en bezoek partnerplein

Sonny Wessels – Boost jullie synergie in financieel praktijkmanagement

Pauze en bezoek partnerplein

Noor Elshof – Gedrag in de tandartspraktijk: hoe kleine duwtjes groot verschil maken

Borrel

Dit event is een samenwerking van de volgende partners:

Wij dragen de Sociale Tandarts een warm hart toe. Daarom doneren wij een deel van de opbrengst aan hun prachtige initiatief.

Tijdens het event zijn zij bovendien aanwezig met een eigen stand.

Schrijf je nu samen in en ervaar wat echte samenwerking oplevert!

Wat managers en praktijkhouders moeten weten, en doen

Ongewenst gedrag van werkgevers in de mondzorgpraktijk

Valesca Nederlof

In de meeste mondzorgpraktijken is de sfeer goed: kleine teams, korte lijnen, persoonlijke aandacht voor elkaar. Juist daardoor kan het extra schuren als er sprake is van ongewenst gedrag – zeker wanneer dit afkomstig is van de werkgever of praktijkhouder zelf. Wat begint als een foute grap, een kwetsende opmerking of een ongelijkwaardige benadering, kan leiden tot een verstoorde werksfeer, uitval van medewerkers en zelfs juridische risico’s. Voor praktijkmanagers ligt hier een belangrijke,maarsomslastigerol.Wantwatdoejealsjijsignalenopvangtdaterietsspeelttusseneenmedewerkereneenwerkgever – of als jijzelf er getuige van bent? En hoe kun je als praktijkhouder zorgen voor een cultuur waarin dit gedrag geen kans krijgt?

Waarom de mondzorg extra kwetsbaar is In de mondzorg werken we in kleine teams, vaak met nauwe onderlinge verhoudingen. De hiërarchie is duidelijk: de praktijkhouder is meestal ook de werkgever, behandelaar én eindverantwoordelijke. Veel werknemers – denk aan (paro) preventieassistenten, baliemedewerkers en mondhygiënisten – hebben een sterke loyaliteit naar de praktijkhouder of tandarts met wie ze dagelijks samenwerken.

Dat maakt het moeilijk om grenzen aan te geven. Een medewerker zal niet snel iets zeggen als de werkgever zich grensoverschrijdend gedraagt, bang om haar baan, werkuren of opleidingskansen te verliezen. Tegelijkertijd is er het risico, zeker in een krappe arbeidsmarkt waarin goede mondzorgprofessionals schaars zijn, dat een medewerker hierom vertrekt, zonder dat de praktijkhouders ooit weten wat er aan de hand is.

Daarnaast wordt er in de mondzorg vaak gewerkt in behandelkamers met privacy, waar collega’s en assistenten dicht op elkaar werken en vaak even samen alleen zijn. Ook

informele omgangsvormen (“we kennen elkaar al jaren”) kunnen ervoor zorgen dat gedrag minder snel wordt gecorrigeerd.

Kortom: de structuur en cultuur van veel mondzorgpraktijken maken de kans op ongewenst gedrag – en het negeren van signalen – groter dan in grotere organisaties met duidelijke omgangsnormen protocollen.

Wat verstaan we onder ongewenst gedrag?

Ongewenst gedrag is een verzamelbegrip dat onder meer omvat:

• (Seksuele) intimidatie: ongepaste opmerkingen, aanrakingen, blikken of voorstellen.

• Discriminatie: op grond van geslacht, afkomst, leeftijd, geloof, seksuele voorkeur of andere persoonlijke kenmerken.

• Pesten of buitensluiten: herhaald negatief gedrag, roddelen, kleineren, negeren.

• Agressie of geweld: verbaal of fysiek, van dreigende toon tot daadwerkelijke handelingen.

• Machtsmisbruik: misbruik maken van de gezagsverhouding, bijvoorbeeld door iemand onder druk te zetten of te straffen bij weerstand.

Wanneer degene die zich ongewenst gedraagt een leidinggevende of werkgever is, wordt dit extra ernstig beoordeeld. De wet legt werkgevers namelijk een verzwaarde zorgplicht op om juist dit gedrag te voorkomen.

De wettelijke verplichtingen

Elke werkgever – dus ook elke praktijkhouder – heeft op grond van de Arbowet de verplichting om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving. Daaronder valt ook de psychosociale arbeidsbelasting (PSA), waaronder seksuele intimidatie, discriminatie, pesten en agressie expliciet worden genoemd.

Dat betekent concreet:

1. Inventarisatie en beleid:

Ongewenst gedrag moet onderdeel zijn van de Risicoinventarisatie & -evaluatie (RI&E). De werkgever moet de risico’s benoemen en maatregelen beschrijven om ze te beperken.

2. Een protocol of beleid tegen ongewenst gedrag:

Een praktijk moet beschikken over een protocol of beleid waarin staat wat onder ongewenst gedrag wordt verstaan, hoe medewerkers melding kunnen maken en welke stappen er worden genomen. Heeft jouw praktijk nog geen protocol? Zie kader voor tips.

3. Een vertrouwenspersoon:

Het aanstellen van een vertrouwenspersoon is (nog) niet wettelijk verplicht, maar wordt sterk aanbevolen door de Inspectie SZW en door beroepsorganisaties zoals KNMT en NVM-mondhygiënisten. Er ligt een wetsvoorstel om dit verplicht te stellen.

4. Voorlichting en preventie:

Werkgevers moeten medewerkers voorlichten over wat onder ongewenst gedrag valt en hoe ze hiermee kunnen omgaan. Denk aan een jaarlijkse bespreking tijdens een teamoverleg of training.

5. Actie bij signalen:

De werkgever moet optreden bij vermoedens of meldingen van ongewenst gedrag. Niet reageren kan worden gezien als nalatigheid, met mogelijke aansprakelijkheid tot gevolg.

Professionele normen: wat mag van tandartsen verwacht worden ?

De vernieuwde KNMT-gedragsregels (2025) benadrukken dat de tandarts niet alleen verantwoordelijk is voor goede zorg aan patiënten, maar ook voor een respectvolle en veilige omgang met medewerkers, collega’s en andere zorgverleners.

Grensoverschrijdend gedrag, machtsmisbruik of intimidatie zijn nadrukkelijk in strijd met deze gedragsregels. Daarmee is het onderwerp niet langer alleen een HR-kwestie, maar ook een onderdeel van professioneel handelen. De gedragscode vergt bovendien van tandartsen dat zij collega’s of beroepsgenoten aanspreken bij een vermoeden van ongewenst gedrag. Wegkijken is dus in strijd met de gedragscode voor tandartsen.

De rol van de praktijkmanager

In steeds meer praktijken is de praktijkmanager de spil tussen het team en de praktijkhouder. Dat maakt deze functie cruciaal – maar soms ook kwetsbaar – bij situaties van ongewenst gedrag.

De praktijkmanager is vaak het eerste aanspreekpunt voor medewerkers die zich onveilig voelen. Wat kun je dan doen?

1. Luister en neem serieus.

Bied ruimte aan het verhaal zonder direct te oordelen of oplossingen aan te dragen. Benoem dat je het belangrijk vindt dat iemand dit deelt.

2. Ken de procedures.

Zorg dat je weet welk beleid of protocol binnen de praktijk geldt. Als dat er niet is, is dat een belangrijk signaal richting de praktijkhouder om dit alsnog te regelen.

3. Adviseer over de juiste stappen.

Wijs de medewerker op de mogelijkheid van een vertrouwenspersoon of externe meldroute. Vermijd dat je zelf de rol van onderzoeker of mediator inneemt – dat kan je positie onder druk zetten.

4. Schakel externe hulp in bij ernstige situaties.

Denk aan een arbodienst, een externe vertrouwenspersoon of, indien nodig, juridische ondersteuning.

5. Zorg voor verslaglegging.

Noteer feiten (geen interpretaties) en bewaar correspondentie zorgvuldig. Dit is belangrijk als er later een onderzoek of klacht volgt.

En wat als de praktijkhouder zelf ongewenst gedrag vertoont?

Dat is de moeilijkste situatie – en helaas niet ondenkbaar. Als de werkgever of praktijkhouder zich zelf schuldig maakt aan ongewenst gedrag, is het voor medewerkers (en ook voor managers) vaak onmogelijk om dit intern op te lossen.

In dat geval is het essentieel dat er een externe route beschikbaar is. Dat kan via:

• Een externe vertrouwenspersoon of arbodienst.

• De KNMT-meldprocedure of een melding bij de Inspectie SZW.

• Een mediator of bedrijfsjurist wanneer de samenwerking volledig is vastgelopen.

Voor praktijkhouders die samen een maatschap of vennootschap vormen, ligt er bovendien een onderlinge verantwoordelijkheid. Als zakenpartner kun je niet wegkijken. Wie

signalen ontvangt over grensoverschrijdend gedrag van een collega-praktijkhouder, moet actie ondernemen – bijvoorbeeld door in gesprek te gaan of een externe deskundige in te schakelen. Wegkijken kan later ook leiden tot medeaansprakelijkheid.

Hoe creëer je een veilige praktijkcultuur?

Een veilige werkplek ontstaat niet door één protocol, maar door bewust leiderschap. En dat begint bij voorbeeldgedrag.

1. Geef het goede voorbeeld.

Laat zien dat respect, gelijkwaardigheid en humor kunnen samengaan zonder dat iemand zich ongemakkelijk voelt.

2. Maak gedrag bespreekbaar.

Zet het onderwerp regelmatig op de agenda, bijvoorbeeld tijdens teamoverleggen. Vraag actief of mensen zich veilig voelen en of ze weten bij wie ze terechtkunnen.

3. Stel een vertrouwenspersoon aan.

Bij voorkeur extern, zodat medewerkers laagdrempelig kunnen melden zonder angst voor repercussies.

4. Leg vast wat jullie normen zijn.

Een kort en duidelijk protocol ongewenst gedrag helpt om verwachtingen helder te maken. Beschrijf concreet gedrag dat niet wordt getolereerd en de stappen die volgen bij een melding.

5. Train leidinggevenden en praktijkmanagers.

Leer signalen herkennen en gesprekken hierover professioneel te voeren.

6. Reageer altijd.

Ook als het om ‘kleine dingen’ gaat. Niet reageren versterkt het gevoel dat grensoverschrijdend gedrag geaccepteerd wordt.

Balans tussen belangen

Een melding van ongewenst gedrag raakt iedereen in de praktijk: de melder, de vermeende dader, het team en de organisatie. Als praktijkmanager of praktijkhouder is het belangrijk om zorgvuldig te handelen, zonder te oordelen of partij te kiezen.

Een open, professionele aanpak betekent:

• Oog voor het slachtoffer (veiligheid en vertrouwen herstellen).

• Oog voor de beschuldigde (geen trial by rumor, maar zorgvuldig hoor en wederhoor).

• Oog voor het team (duidelijk communiceren dat er wordt gehandeld en dat gedrag serieus genomen wordt).

Wanneer emoties oplopen of posities verharden, kan een onafhankelijke mediator helpen om de situatie bespreekbaar te maken en tot een duurzame oplossing te komen.

Anesthesia & Intensive Care Services B.V.:

AIC is gespecialiseerd in het verzorgen van hoogwaardige medische zorg binnen de anesthesiologie en intensive care geneeskunde.

Met ons VOLWAARDIG MOBIEL ANESTHESIETEAM inclusief apparatuur, monitoring, medicatie, gasvoorziening, disposables en al het nodige personeel kunnen wij op een voor u wenselijke locatie op 4 behandelkamers tegelijk algehele anesthesie toedienen aan uw cliënten, zonder dat u ook maar iets hoeft aan te passen aan de inrichting van uw kliniek.

Tandheelkundige klinieken die behandelingen onder algehele anesthesie willen aanbieden:

Als u aan uw cliënten behandelingen onder algehele anesthesie wilt aanbieden zonder dat u dure investeringen hoeft te doen in uw kliniek, dan bent u bij ons aan het juiste adres. Wij kunnen met ons MOBIEL ANESTHESIETEAM in elke kliniek op 4 behandelkamers tegelijk volledig de anesthesie verzorgen zonder dat u daar naar hoeft om te kijken. Wij zijn volledig selfsupporting. Wij kunnen in elke tandartspraktijk de anesthesie verzorgen. Uw praktijk hoeft dus niet aan speciale voorwaarden te voldoen!!

Bel voor een gratis en vrijblijvende offerte:

Schroom niet om te bellen of te emailen voor een gratis en vrijblijvende offerte. Zonder enige verplichting komen wij graag bij u langs om de situatie in uw kliniek te beoordelen en de wensen en mogelijkheden met elkaar te bespreken.

Wat te doen als er op je praktijk nog geen protocol is?

1. Begin vandaag: benoem in het team dat jullie dit onderwerp willen vastleggen.

2. Gebruik bestaande voorbeelden: Arbodiensten bieden formats voor protocollen tegen ongewenst gedrag. Dental Care professionals heeft ook voorbeelden. Of zoek een voorbeeld op internet.

3. Wijs een vertrouwenspersoon aan: bij voorkeur extern.

4. Veranker het in je RI&E en personeelshandboek.

5. Bespreek gedrag regelmatig in het team.

Tot slot

Ongewenst gedrag komt in elke sector voor – ook in de mondzorg. Juist omdat teams klein zijn en relaties persoonlijk, is het des te belangrijker om dit onderwerp niet te vermijden. Een veilige praktijk is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een voorwaarde voor plezier, kwaliteit en continuïteit.

Voor praktijkmanagers betekent dit: alert blijven, weten wat er speelt en durven handelen.

Voor praktijkhouders: het goede voorbeeld geven, duidelijke kaders scheppen en verantwoordelijkheid nemen – ook als het moeilijk wordt.

Valesca Nederlof is jurist, mediator en trainer binnen de mondzorg en werkzaam bij Dental Care Professionals. Ze combineert juridische expertise met ervaring in HR, verzuimbegeleiding en praktijkmanagement. Haar specialisatie ligt in arbeidsconflicten en vastgelopen samenwerkingen, met een scherp oog voor de dynamiek in mondzorgpraktijken. Daarbij beoogt zij werkgevers, werknemers, teams en zakelijke partners op een respectvolle manier weer verder te laten gaan – samen of ieder voor zich.

MAAK DE OVERSTAP MET ONS

MONDZORGSOFTWARE

MÉÉR DAN 100 PRAKTIJKEN GINGEN U VOOR IN HET

AFGELOPEN JAAR

Ervaar de voordelen van moderne software

Sneller werken dankzij extra veel mogelijkheden

Met een rijke historie van 35 jaar heeft Odontium zich ontwikkeld tot een universeel en uitgebreid softwarepakket dat voor iedere discipline in de mondzorg uitstekend werkt.

Odontium is zowel in de cloud als lokaal enorm snel, wat zorgt voor aanzienlijke tijdswinst.

Wij kunnen niet langer bescheiden blijven

Communicatie met collega’s kan volledig lopen via de software of bijbehorende apps.

Geen lange laadtijden, geen geschreven briefjes die kwijtraken, geen poespas met modules, geen tickets indienen voor ondersteuning.

Met Odontium verbetert u uw praktijkvoering en verlicht u administratief werk: bij uitbreiding groeit Odontium met u mee.

Odontium AI spraakherkenning

Koppeling met uw telefooncentrale

Werk eenvoudig met verschillende apps

Office integraties zorgen voor tijdsbesparing en minder kosten

Uitstekende snelheid en weinig clicks

Persoonlijk contact met korte lijntjes

Aanmeldzuil

Overstappen?

Bekijk onze video’s

De voordelen van informed consent software en spraak-naar-tekst met AI

Verslaglegging

In de dagelijkse praktijk gaat het zelden mis op de goede bedoelingen van de tandarts. Maar als er later een probleem ontstaat en de patiënt heeft het vertrouwen verloren, dan zie je vaak dat de wettelijke bepalingen niet zijn nageleefd. Wat heb je precies uitgelegd? Welke alternatieven zijn besproken? Welke risico’s zijn benoemd? En: waaruit blijkt dat de patiënt dit begreep en ermee instemde?

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is er helder over: patiënten hebben recht op informatie, en zonder toestemming mag je een onderzoek of behandeling in principe niet uitvoeren.

Tegelijk moet je als zorgverlener een dossier bijhouden met de relevante gegevens rond de behandeling. In de mondzorg komen daar nog door de NZa opgelegde transparantie eisen bovenop: bij behandelingen boven de €250,- moet je vooraf een prijsopgave verstrekken, en vanaf €500,- moet dat schriftelijk of digitaal.

Bij alle recente klacht- en tuchtrecht uitspraken blijkt dat in de praktijk bijna geen enkele tandarts voldoet aan dit brede pallet van eisen. Iets wat vaak leidt tot gegrondverklaringen, waarschuwingen en berispingen. Zelfs als de tandarts normaal en te goeder trouw heeft gehandeld, maar de patiënt het daar niet mee eens was.

MondPlan: tariefcodes omzetten

Met een software tool als MondPlan kan je automatisch tariefcodes omzetten naar een brief die voldoet aan de WGBO. Als MondPlan R24 herkent dan schrijft het een informed consent, de alternatieven en de nazorg van een kroon op een natuurlijk element.

Daarnaast krijgt de patiënt ook de voordelen te lezen over waarom de kroon nodig is en uitleg over de procedure met animaties en beelden. Dat verhoogt de acceptatie en voor-

komt nare verassingen over de uitgebreide wetgeving achteraf.

Ondertekenen van een plan: meestal niet nodig, soms verstandig

De WGBO heeft als minimumeis: aantonen dat de patiënt het plan heeft gelezen én heeft ingestemd.

Een patiëntenkaart notitie is daarom tegenwoordig vaak onvoldoende. Maar een handtekening is geen standaardeis. In het Actieplan (Ont)Regel de Zorg is door de minister benoemt dat een handtekening alleen nog nodig is “als de situatie daarom vraagt”.

Versturen van het plan met ZorgMail en Zivver geeft een extra zekerheid dat de patiënt het heeft geopend. Daarnaast biedt een tool als MondPlan de mogelijkheid om akkoord te gaan met een klik of toch ook een handtekening. Deze handtekening kan dan een extra laag zekerheid geven bij bijvoorbeeld zeer kostbare (>€5000,-) of langlopende trajecten (o.a. orthodontie).

Een consult is rijk aan informatie

Een goed consult bevat ook heel veel unieke informatie: klachten, anamnese, bevindingen, uitleg, verwachtingen, risico’s, alternatieven en vaak ook planning. Het consult is óók het moment waarop je WGBO-proof werkt: je geeft informatie zodat de patiënt echt kan meebeslissen, en je vraagt toestemming op basis van begrip. Maar het consult is tegelijk het moment waarop je het minste tijd hebt voor administratie.

En dus ontstaat er spanning: of je typt mee en verliest aandacht, kijkt de patiënt niet meer aan of je focust op het gesprek en schrijft achteraf onder tijdsdruk een samenvatting met de kans dat je de details vergeten bent.

Spraak-naar-tekst AI: tijdbesparend en betere

voorlichting en advies

In de praktijkvoering rond WGBO en verslaglegging zie je nu iets vergelijkbaars gebeuren: spraak-naartekst en AI. Door een opname te maken van het consult kan met DentPlan een transcriptie worden gemaakt. Met dat transcript kunnen verschillende zaken worden gedaan.

1. Patiëntsamenvatting in patiëntentaal (B1)

Een korte brief in begrijpelijke taal: wat is er aan de hand, welke opties zijn besproken, wat is afgesproken, wat zijn de opties, en wat moet de patiënt zelf doen. Je kan met behulp van en zogenaamde ‘prompt’ de stijl bepalen. Een vriendelijke jij-vorm of juist meer een zakelijke u-vorm.

2. Dossieraantekening en facultatief advies op basis van de richtlijnen

De AI zet het consult om naar een vaste structuur (anamnese, bevindingen, behandelplan etc.).

Daarnaast kan je de AI vragen voor advies en toetsing van je behandelplan aan de bestaande richtlijnen. Per type consult kan je ook in een prompt vastleggen wat het format is. Zo is bijvoorbeeld bij een eerste bezoek van de nieuwe patiënt aan de praktijk zijn voorgeschiedenis, de kortetermijn- en langetermijnwensen, en het bijbehorende zorgdoel heel belangrijk.

3. Terugrapportage voor de verwijzer

Een compacte brief met reden van verwijzing, kernbevindingen, diagnose, beleid en een concrete vraag of terugkoppeling. De AI maakt het mogelijk om bepaalde synoniemen of formats te gebruiken, zodat de output bij jouw praktijk past.

Casus

Een patiënt met een uitgebreide tandheelkundige voorgeschiedenis komt voor evaluatie van een langlopend behandeltraject. Door crowding, oud kroon- en brugwerk en een val op de voortand is er jarenlang gewerkt aan orthodontie met aligners, meerdere implantaten, wortelkanaalbehandelingen en tijdelijke kronen. De huidige klachten: niet goed kunnen kauwen, een noodkroon die telkens breekt, en esthetische zorgen over de lach. Het behandelplan omvat occlusale deprogrammering, composietopbouw van de onderkaak, definitieve kronen en mogelijk bleken. Een multidisciplinair traject richting functieherstel én een mooie lach. Het behandelplan is al ingewikkeld genoeg, maar als je dit alles wilt terugkoppelen en ook WGBO-proof wilt noteren, dan heb je geen tijd meer over voor de echte zorg. In de screenshots op de pagina hiernaast is te zien hoe de AI je hiermee helpt.

AI maakt het makkelijker

WGBO-proof werken begint bij het consult: begrijpelijk informeren, alternatieven en risico’s bespreken, en toestemming baseren op begrip. De technologische stap daarna – spraak-naar-tekst met AI-samenvattingen –maakt het makkelijker om het consult te vertalen en vast te leggen richting patiënt, dossier en verwijzer.

Jan-Willem Vaartjes, tandarts-implantoloog

1. DOSSIERSAMENVATTING

2. DOSSIERSAMENVATTING

3. RICHTLIJN ADVIES
4. SAMENVATTING PATIËNT

Parodontale gezondheid en zwangerschap

Wereldwijd eindigt één op de vijf zwangerschappen ongunstig. Denk aan vroeggeboorte, laag geboortegewicht, pre-eclampsie en foetaal verlies. Miskramen en doodgeboorte vormen daarmee een groot klinisch, psychologisch en volksgezondheidsprobleem. De oorzaken zijn complex en multifactorieel, maar één factor krijgt de laatste jaren steeds meer wetenschappelijke aandacht: de mondgezondheid van de moeder. Wat als tandheelkundige professionals hierin een verschil kunnen maken?

De mond staat niet los van de rest van het lichaam.

Parodontitis is een chronische ontstekingsziekte die niet stopt bij de gingiva. Via het bloed en ontstekingsmediatoren kunnen pathogenen een ontsteking veroorzaken die ver buiten de mondholte reikt. Onderzoek toont al langer een verband aan met hart- en vaatziekten, diabetes en |reumatoïde artritis.

Maar de relatie met ongunstige zwangerschapsuitkomsten is nog lang niet volledig in kaart gebracht. Juist binnen dit complexe en multifactoriële speelveld groeit de aandacht voor de mogelijke rol van mondgezondheid tijdens de zwangerschap.

Parodontitis en ongunstige zwangerschapsuitkomsten

Parodontitis is wereldwijd een van de meest voorkomende chronische aandoeningen. In 2010 werd ernstige parodontitis geschat op ruim 743 miljoen gevallen, en de prevalentie van zo’n 11% is sindsdien nauwelijks gedaald (Kassebaum et al., 2014).

Bij zwangere vrouwen is de mondgezondheid extra kwetsbaar. Hormonale veranderingen, waarbij oestrogeen

en progesteron gehalte stijgen, verhogen de doorbloeding en gevoeligheid van de gingiva en kunnen ontsteking verergeren.

De mondholte herbergt meer dan 600 bacteriesoorten en vormt daarmee een van de meest diverse microbiele omgevingen van het menselijk lichaam (Dewhirst et al., 2010). Bij parodontitis verschuift de bacteriële samenstelling richting een dysbiose: grampositieve commensalen maken plaats voor gramnegatieve anaeroben zoals Porphyromonas gingivalis, Fusobacterium nucleatum en Treponema denticola (Socransky et al., 1998). Deze pathogenen zijn niet passief. Ze produceren virulentiefactoren die de lokale weefselafweer ondermijnen en tegelijkertijd de systemische inflammatoire respons activeren (Lamont et al., 2018). Zodra de epitheliale barrière van het parodontium is aangetast, kunnen bacteriën en hun componenten, zoals lipopolysacchariden, de bloedbaan bereiken.

Er zijn twee biologische mechanismen voorgesteld die kunnen verklaren hoe parodontitis kan bijdragen aan ongunstige zwangerschapsuitkomsten. Bij de directe route verspreiden orale bacteriën en hun componenten zich via de bloedbaan naar het foe to-placentaire complex (Sanz et al., 2013). Daarnaast wordt ook een mogelijke opstijgende infectieroute via de urogenitale tractus beschreven, bijvoorbeeld na oraal-genitaal contact (Cobb et al., 2017; Sanz et al., 2013). De indirecte route verloopt via ontstekingsmediatoren die worden geproduceerd als reactie op ontsteking in de parodontale weefsels. Deze mediatoren, waaronder cytokinen en acute faseeiwitten, kunnen in de

systemische circulatie terechtkomen en zo de placenta en de foetale ontwikkeling beïnvloeden (Sanz et al., 2013).

Enerzijds kunnen parodontale pathogenen een ontstekingsreactie opwekken binnen het foetoplacentaire complex. Anderzijds kan het de regulatie van lokale groeifactoren verstoren in structuren zoals het myometrium, de vruchtvliezen, de placenta, het vruchtwater en de foetale circulatie. Opvallend is dat Fusobacterium nucleatum, een bekende parodontale pathogeen, ook is aangetoond in placentaweefsel en vruchtwater van vrouwen met een vroeggeboorte of doodgeboorte. Dit geeft biologische geloofwaardigheid aan de hypothese dat orale bacteriën kunnen bijdragen aan ongunstige zwangerschapsuitkomsten.

Wat benadrukt dient te worden, is dat een miskraam een complex probleem betreft, waarbij de etiologie doorgaans multifactorieel van aard is. Parodontitis is dan ook niet aangetoond als causale factor, maar zou wel een relevante bijdrage kunnen leveren. Voor de klinische praktijk onderstreept dit het belang van vroege interventie: het reduceren van de parodontale bacteriën is niet alleen goed voor het gebit, maar mogelijk ook voor de zwangerschap.

Effect van behandeling op de zwangerschapsuitkomst De vraag of parodontale behandeling tijdens de zwangerschap ook de uitkomst van de zwangerschap verbetert, heeft de afgelopen twee decennia tot wetenschappelijke onderzoeken geleid met wisselende resultaten.

Een meta-analyse van 20 gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) met ruim 8.000 deelnemers liet zien dat niet-chirurgische parodontale behandeling gepaard ging met een significant lagere kans op perinatale sterfte, minder vroeggeboorte én een hoger geboortegewicht. Het risico op vroeggeboorte nam af, en het gemiddelde geboortegewicht steeg met ruim 200 gram in de behandelde groep. Dit zijn klinisch relevante effecten (Bi et al., 2021). Toch moeten deze bevindingen met de nodige voorzichtigheid bekeken worden, want het beschikbare bewijs is niet eenduidig. Bevindingen zijn inconsistent: studies verschillen sterk in studie-opzet, tijdstip van behandeling en populatiekenmerken. Bovendien werd de parodontale status in sommige studies via zelfrapportage gemeten, wat misclassificatie niet uitsluit en geobserveerde associaties kan verdoezelen, zoals zichtbaar in het grote preconceptie cohort met 826 miskramen dat géén significante associatie met parodontitis vond (Bond et al., 2023).

Een mogelijke verklaring voor deze inconsistentie ligt in het tijdstip van ingrijpen. Parodontale behandeling in het tweede trimester is mogelijk te laat om placentaire kolonisatie door parodontale pathogenen te voorkomen. Interventies vóór de conceptie zouden theoretisch effectiever kunnen zijn, maar hier is nog geen goed wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Als deze theorie inderdaad klopt, is het belangrijk parodontale screening en behandeling te doen bij voorkeur voordat bevruchting plaatsvindt.

De beschikbare evidentie wijst dus in de richting van een verband, maar is nog niet eenduidig genoeg voor definitieve conclusies.

Zwangerschapsgingivitis

Hoewel parodontitis in verband is gebracht met ongunstige zwangerschapsuitkomsten, is een dergelijke relatie voor gingivitis vooralsnog niet aangetoond, mede door gebrek aan gericht onderzoek. Tijdens de zwangerschap treden hormonale veranderingen op die leiden tot een verhoogde ontstekingsgevoeligheid en toenemende doorbloeding van de gingiva. De prevalentie van zwangerschapsgingivitis is hoog: zo’n 60-75% van de zwangere vrouwen krijgt hiermee te maken. Vaak begint het in het tweede trimester en is reversibel na de bevalling.

Wanneer en hoe behandelen?

In Nederland bestaat geen specifiek behandelprotocol voor zwangerschapsgingivitis of parodontitis bij zwangere vrouwen; in de praktijk worden vaak de richtlijnen van de European Federation of Periodontology (EFP) als leidraad gehanteerd.

Zwangerschap vormt geen contra-indicatie voor het verlenen van adequate mondzorg. Het primaire doel is preventie, waarbij nadruk ligt op mondhygiene-instructies en mechanische plaque verwijdering. Wel wordt geadviseerd om invasieve behandelingen bij voorkeur niet in het eerste trimester uit te voeren, vanwege de organogenese van de foetus. In deze periode is het embryo het meest gevoelig voor medicatie, infecties en systemische stress. Een invasieve ingreep is een tandheelkundige handeling waarbij de integriteit van weefsels wordt doorbroken zoals de gingiva, het parodontium, het bot of de tandstructuur zelf, vaak gepaard gaand met bloeding en penetratie in steriele weefsels. Voorbeelden hiervan zijn extracties, chirurgie, diepe subgingiva gebitsreiniging, endodontische behandelingen, en incisie en drainage van abcessen.

Het tweede trimester wordt over het algemeen beschouwd als de meest geschikte periode voor tandheelkundige behandelingen zoals parodontale therapie en extracties, omdat deze meestal veilig zijn voor zwangere patienten. Echter, deze behandelingen kunnen een tijdelijke bacteriemie veroorzaken, een milde ontstekingsreactie opwekken en fysiologische stress geven. Daarom dient bij deze ingrepen toch zorgvuldig te worden afgewogen welke behandelingen echt nodig zijn, om onnodige interventie zoveel mogelijk te vermijden.

Het derde trimester brengt praktische bezwaren met zich mee zoals verminderd ligcomfort.

Educatie

Educatie van aanstaande moeders is van groot belang, aangezien er veel onwetendheid bestaat over tandheelkundige zorg tijdens de zwangerschap. Dit kennisgebrek beperkt zich overigens niet alleen tot aanstaande moeders, maar komt ook voor bij medische professionals zoals huisartsen, verloskundigen en gynaecologen.

Dit is niet het gevolg van onkunde, maar eerder te wijten aan onvoldoende scholingsmogelijkheden op dit gebied. Kortom, er is nog veel werk aan de winkel!

Yalda Ahmadzai, mondhygiënist en Nina Nijland, parodontoloog NVvP.De literatuurlijst is op te vragen bij de redactie en in te zien bij het artikel online op www.dentista-magazine.nl

De mond staat niet op zichzelf

Het congres Orale Gezondheid in Medisch Perspectief belicht de sterke samenhang tussen mondgezondheid, chronische ziekten en complexe zorg. Je ontdekt hoe factoren zoals leefstijl, veroudering, zwangerschap en aandoeningen als diabetes en hart- en vaatziekten invloed hebben op de mond.

Speciaal voor tandartsen en mondhygiënisten biedt dit congres praktische inzichten voor het omgaan met complexe zorgvragen en kwetsbare patiënten. Het congres vindt plaats op vrijdag 12 juni in het Miele Experience Center in Vianen.

Aanmelden kan eenvoudig via de QR-code

Inhoud:

1x Instrumentenlaken 67x70cm

1x Boorhoes met invoer 7x170cm

1x Zuigset 2,1M

1x Afdeklaken 75x100cm

1x Splitlaken 75x90cm

2x OK jas, maat L

3x Muts Bouffant

2x Mondmasker

Basic Implanetic Set Disposable

44001630

Wilt u wel een custom made set?

Neem dan contact op met onze vertegenwoordigers.

€16.95 per stuk

Infuusbestek voor verschillende motoren

HY-110001

infuusbestek voor alle type motoren

v.a. €48,00 per 10 stuks

Nitril handschoenen

RNBM10001

Blauw

€3,85 per doos van 100 stuks

Mondmasker type IIR 401102

Chirurgisch, IIR, blauw, elastiek

€3,50 per 50 stuks

Sodium Chloride 0,9% HY-80111 / HY-80109

250ml en 500ml (steriel water)

Niet voor intraveneus gebruik.

v.a. €2,70 per stuk

Hemostatische gelatinespons

CS-310

10x10x10mm (steriel) van CuraSpon

€29,99 per 50 stuks

BlueM Oxygen fluid OFI250

250ml Neutraal mondwater voor wondgenezing

€7,49 per stuk

Verder

Hét online platform voor praktijkmanagers in de mondzorg!

Naast het PM magazine bleek er veel behoefte om met elkaar te sparren en kennis te delen. En dus hebben we een mooi platform neergezet. Het PM platform is een unieke online kennisbank speciaal voor praktijkmanagers waar je een scala van informatie kunt vinden en delen, artikelen kunt lezen én interessante podcasts en video’s kunt beluisteren en bekijken. Is dit voor jou ook interessant of heb je zelf kennis die je graag wilt delen. Neem dan snel een kijkje!

www.platformpraktijkmanager.nl

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PM_Magazine_2026 by Dental Best Practice - Issuu