Page 1

PROJECT ALGEMENE VAKKEN VAKSTUDIE 2 STUDIEWIJZER Academiejaar 2013-2014

1. Structuur van het opleidingsonderdeel

Aantal studiepunten 6

2. Doelen De leraar als inhoudelijke expert:

De vakinhouden beheersen en onderscheid maken tussen hoofd‐ en bijzaak.

Hiaten in de eigen vakdeskundigheid detecteren en aanvullen.

Beheersen van de vaktaal.

De student verwerft een uitgebreide kennis van en inzicht in de vakinhouden binnen de verschillende onderdelen (zie inhoud).

De student kan:

basisvaardigheden taal en rekenen verwerken en correct toepassen in oefeningen en in concrete contexten;

de kennisbasis maatschappelijke vorming verwerken, toepassen, actualiseren en in verband brengen met de algemene vorming voor BSO‐leerlingen;

via taken en opdrachten, zelfstandig en in groep, een groeiproces in beeld brengen op vlak van taal, rekenen en maatschappelijk actuele thema’s;

opdrachten selecteren en uitvoeren op basis van gedetailleerde werkpunten i.f.v. de gedetailleerde doelstellingen en op basis van feedback bij coachinggesprekken.


handelen volgens vakattitudes om diepgang op vlak van taal, rekenen en maatschappelijk actuele thema’s te realiseren;

beschikbare informatie beoordelen, vergelijken en kanaliseren i.f.v. het bereiken van weerbaarheid leerlingen in de maatschappij;

vlot notities, boek, cursus en naslagwerken gebruiken en combineren om de leerstof te verwerken.

Per module en per hoofdstuk worden gedetailleerde leerdoelen opgelijst in de syllabus. Deze leerdoelen vormen samen de bovenstaande algemenere doelen.


3. Inhoud Kennis en vaardigheden:

Module functionele taalvaardigheid: nastreven geletterdheid, in het bijzonder: beeldtaal, mondelinge taalvaardigheid, spellinghabitus en jeugdliteratuur;

Module functionele rekenvaardigheid: nastreven gecijferdheid, in het bijzonder: culturele en maatschappelijke achtergrond van wiskunde, hanteren van basisbewerkingen (meetkunde, metend rekenen …);

Module maatschappelijke vorming:

o

tijd en ruimte: thema’s in verleden en heden, hier en elders, weer en klimaat, vorming van landschappen;

o

maatschappij en economie: geclusterd in deelthema’s: seksualiteit, lichaamsstelsels, budgetteren, maatschappelijke organisaties;

o

actualiteit en media: kritisch omgaan met actuele gebeurtenissen in de media;

Module portfolio: de taken voor dit portfolio worden beschreven in de uitgebreide opdrachtomschrijving op de elektronische leeromgeving Chamilo.

Vakattitudes: Deze vakattitudes hebben een zelfde indeling als in VS1, maar worden opgebouwd in complexiteit.

gemotiveerde motivator: kaderen van onderwerpen i.f.v. een bepaald thema en een bepaalde doelgroep

originele projectwerker: ontwikkelen van materiaal binnen een project i.f.v. een bepaalde doelgroep

gedreven zoeker: verzamelen van materiaal voor PAV en oplossingsgericht zoeken

gewiekste doordenker: argumenten formuleren bij verschillende visies op bepaalde gebeurtenissen

alerte media‐watcher: raadplegen van actuele bronnen i.f.v. een bepaald thema en een bepaalde doelgroep

kritische vergelijker: vergelijken, controleren en verwerken van geselecteerde informatie.


•

activerende samenwerker: aantonen van een actieve en positieve samenwerking

•

reflecterende vernieuwer: uitvoeren van zelfreflecties en aanzet tot opvolgen van werkpunten


4. Organisatie en planning Er zijn twee lesgroepen (A en B). Tijdens de contacturen wisselen verschillende werkvormen elkaar af. Voor bepaalde onderdelen leren studenten van elkaar, onder begeleiding van de docent. Aanwezigheid op deze contacturen is dus verplicht.

De lessen VS3 vinden plaats in lokalen:

A204 (groep A) en A304 (groep B) op woensdag

A203 (groep A) en A204 (groep B) op vrijdag

Eventuele lokaalwijzigingen (bijv. computerklas) worden aangegeven via de aankondigingen op Chamilo.

Op Chamilo vind je de planning in een schema dat aangeeft wanneer elk hoofdstuk aangeboden wordt. De kolommen verwijzen naar de week. De letters in een cel verwijzen naar een lesuur en de dag (zie rode tekst in de marge). De oranje zones zijn enkel voor studenten die ook het opleidingsonderdeel 1PR1 PA volgen en worden hier ter informatie meegedeeld.

De planning op Chamilo is onder voorbehoud. Wijzigingen zullen aangekondigd worden en op de planning gewijzigd worden door de docent.

Voor moeilijkheden met taal, rekenen of andere vakgebonden items, kan elke student rekenen op begeleiding van een coach. Neem zelf contact op of kom naar een sessie van de coach. Het is belangrijk dat je zelf initiatieven neemt om moeilijkheden aan te pakken.

Taalcoach: wouter.vanderstraeten@arteveldehs.be

Rekencoach: wim.petit@arteveldehs.be

Vakstudiecoach: davy.mortier@arteveldehs.be

Verdere praktische communicatie gebeurt via de aankondigingen en het forum op Chamilo.

5. Beoordelingscriteria

De student kan in portfolio en examen zijn competenties als inhoudelijk expert aantonen door:

de basisvaardigheden taal en rekenen, zoals omschreven in “inhoud”, beheersen of een duidelijk positieve evolutie in hun leerpoces aantonen;


de kennisbasis maatschappelijke vorming, zoals omschreven in “inhoud” te vergelijken en er verbanden tussen te leggen;

taken en opdrachten zowel zelfstandig als in groepsverband te plannen en af te werken;

via logboeken en een aanbod van oefeningen een groeiproces van de leerdoelen in beeld te brengen;

diepgang in de leerdoelen illustreren door te handelen volgens de vakattitudes;

binnen de leerdoelen steeds het verband te leggen met actualiteit en het dagelijks leven;

beschikbare informatie te beoordelen, te vergelijken en te kanaliseren i.f.v. het bereiken van weerbaarheid in de maatschappij.

Raadpleeg op Chamilo de specifieke wijze van beoordeling voor het portfolio bij de opdrachtomschrijving.


6. Evaluatie Eerste examenkans:

- De module maatschappelijke vorming (30 %), taalvaardigheden (15 %) en rekenvaardigheden (15 %) worden getoetst aan de hand van een schriftelijk examen binnen het examenrooster.

- Via het maken van een portfolio met o.a. remediërende, competentiegerichte opdrachten worden de verschillende onderdelen verwerkt en gepresenteerd. Het zichtbaar maken, het in kaart brengen van het eigen leerproces krijgt hier een centrale plaats. Het portfolio wordt uitgewerkt buiten het examenrooster en wordt beoordeeld op basis van de criteria in de opdrachtomschrijving (40 %).

Examen

Examen

Examen

Portfolio

15 %

15 %

30 %

40 %

Tweede examenkans:

- Maatschappelijke vorming (30 %), taalvaardigheden (15 %) en rekenvaardigheden (15 %) worden getoetst aan de hand van een schriftelijk examen binnen het examenrooster.

- Via het maken van een portfolio worden de verschillende onderdelen verder verwerkt en gepresenteerd. Bij de tweede examenkans wordt het portfolio met dezelfde opdrachten maar met nieuwe onderwerpen volledig hermaakt buiten het examenrooster en ingediend binnen het examenrooster. Het portfolio wordt beoordeeld op basis van de criteria in de opdrachtomschrijving (40 %).

- Een module waarvoor je op de eerste examenkans slaagt, hoef je op de tweede examenkans niet opnieuw te doen.

- Met het oog op het maken van afspraken i.f.v. de tweede examenkans, is aanwezigheid op de georganiseerde feedbackmomenten heel belangrijk.

Tekorten: Wie tekorten heeft voor één of twee modules heeft nog niet alle basiscompetenties bereikt. Volgende evaluatieregels worden toegepast:

- Bij één 9/20 voor een module geldt de mathematische verrekening op het niveau van het opleidingsonderdeel 1PA VS2.

- Bij één 8/20 voor een module scoort de student automatisch een 9 op het niveau van het opleidingsonderdeel 1PA VS2.


- Bij één tekort dat kleiner is dan 8/20 voor een module, scoort de student maximaal een 8 op het niveau van het opleidingsonderdeel 1PA VS2.

- Bij twee tekorten waarvan één een 8/20 of kleiner is, scoort de student maximaal een 8 op het niveau van het opleidingsonderdeel 1PA VS2.


7. Naam en contactgegevens van de verantwoordelijke docenten

Davy Mortier (davy.mortier@arteveldehs.be)

Wouter Vanderstraeten (wouter.vanderstraeten@arteveldehs.be)

Wim Petit (wim.petit@arteveldehs.be)

De docenten zijn steeds bereid om je te helpen. Toch verwachten we dat je eerst zelf oplossingen zoekt of medestudenten contacteert voor hulp. De meeste vragen zijn het beste te beantwoorden als je deze voor, tijdens of na de les persoonlijk stelt aan de docent. Als volgende stap kun je een docent om hulp vragen via mail.

Correct omgaan met bronnen De student moet bij het gebruik van de intellectuele eigendom van anderen (teksten, ideeën, illustraties, enz.) STEEDS op CORRECTE wijze refereren aan de bron. Deze vaardigheid is cruciaal voor een toekomstig leraar. Plagiaat wordt door de hogeschool aanzien als een onregelmatigheid” (Studiecontract 2013‐2014, p.39 en 66). Voor de verdere procedure OSO in geval van niet correct omgaan met bronnen en plagiaat zie ook Portaal>opleidingsprogramma’s>correct omgaan met bronnen

Vs2 studiewijzer 2013 2014  

PAV Arteveldehogeschool

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you