e
P ijpendraaier
Ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap Jaargang 2 - 20-06-2010 - Nummer 2
INHOUD pagina 1: ∙ Van de redactie pagina 2: ∙ Van de voorzitter ∙ Colofon pagina 3: ∙ Een volle Cornelisagenda pagina 4 ∙ Cornelis, mijn laatste held pagina 5: ∙ Vervolg Cornelis, mijn laatste held pagina 6 ∙ Verslag jaarvergadering ∙ Zweeds/Nederlandse vereniging pagina 7 ∙ Cornelis Vreeswijk plantsoen ∙ Gedicht pagina 8: ∙ Verslag Utrecht pagina 9: ∙ CD bespreking pagina 10: ∙ Interview Beppe Wolgers pagina 11 ∙ Vervolg interview ∙ Luisterlied pagina 12: ∙ Billboard
Van de redactie Geachte landgenoten, Welkom bij nummer twee van onze tweede jaargang. Geen meinummer dit jaar maar een juninummer, want het is de redactie gebleken dat wij door het tweede nummer een maand later te laten verschijnen, meer informatie kunnen bieden over wat er tijdens de zomer zoal op Cornelisgebied gebeurt. Dat blijkt zo veel te zijn dat wij een aparte pagina hebben ingeruimd voor een overzicht van de zomeragenda. De voorzitter richt haar woord tot u met een samenvatting van de jaarvergadering en een blik in de plannen voor de rest van dit jaar. Daarnaast nog een apart verslag van de aansluitende muziekbijeenkomst en één van de bijdrage van het CVG aan het eeuwfeest van de Zweeds-Nederlandse Vereniging. De Utrechtse theatermaker Harry Rienmeijer vertelt over hoe hij in mei een oude droom in vervulling heeft laten gaan, en Patrick Roubroeks van de Bewonersvereniging Cornelis Vreeswijk Plantsoen in IJmuiden nodigt ons allen uit voor het inmiddels traditionele Cornelisfeest aan het IJmuider strand. Als hoofdartikel hebben wij voor u een mooi stuk gevonden dat de Zweedse liedrocker Ola Magnell voor een Zweeds tijdschrift schreef, over de invloed die Vreeswijk heeft gehad op zijn ontwikkeling als muzikant. Magnell is een typerend voorbeeld van een generatie zangers die eind jaren zestig ontdekten dat hun moedertaal zich in feite uitstekend voor rockmuziek leent, waardoor de “Zwederpop” ruim tien jaar eerder ontstond dan de “Nederpop” hier te lande. Het voorbeeld van Vreeswijk is bij het ontstaan daarvan een niet te onderschatten factor geweest, getuige het warme ontzag waarmee Magnell zich de Heer Troubadour herinnert. Als Luisterlied deze keer iets bijzonders. Op www.liederenbank.nl hebben wij een Vlaamse renaissanceballade gevonden waarvan Cornelis ooit een Zweedse vertaling heeft gemaakt. Een goede gelegenheid om uw Middelnederlands te oefenen. Verder mijmert Vreeswijk in het interview over zijn puberliefdes en bespreken wij de nieuwe CD van Piter Wilkens. Hopelijk zal er bij dit alles iets van uw gading tussenzitten. Veel leesplezier! De Redactie
Disclaimer: “De Pijpendraaier” wordt samengesteld voor verspreiding onder de leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). Omdat delen van de inhoud auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, is het uitdrukkelijk niet de opzet van de CVG dat deze inhoud buiten de kring en de bijeenkomsten van het Genootschap verspreid of gebruikt zal worden. Het CVG neemt geen verantwoordelijkheid voor zulke verspreiding, door leden of door derden.
Pippi bij de Zweeds-Nederlandse Vereniging
van de voorzitter
Beste liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, De tweede jaarvergadering van het Cornelis Vreeswijk Genootschap nieuwe stijl heeft inmiddels plaatsgevonden en wel op 14 maart, evenals vorig jaar in het sfeervolle theater ZIMIHC in Utrecht. Sfeervol, maar wel heel koud. Die koude was uiteindelijk nauwelijks te voelen door het vuur van de vergadering, en toen de muziek eenmaal begonnen was, leek het of het nooit koud was geweest.
Na afloop van de vergadering was het tijd voor het muzikale festijn, eerst in het theater en later in de kantine. De drank vloeide, en Jurjen Oostenveld en Jan Deurloo speelden en zongen zo aanstekelijk, dat allen spontaan begonnen mee te zingen. Luidkeels weerklonk het Vreeswijkse lied.
Voor dat laatste heeft hij van ons een pakketje Vreeswijk meegekregen met o.a. een door Hans Westin samengestelde, met foto‟s verluchte biografie in het Engels en ook twee in het Chinees vertaalde Nederlandse teksten van Cornelis. Daar heeft hij toch zeker eer mee kunnen inleggen. En dat kan alleen maar ten goede komen aan het CVG.
Dat lied was ook weer te horen in Utrecht, op 9 mei in Stadskasteel Oudaen, georganiseerd door Port ‟n Ook is er weer nieuws van ons Friese lid Pluche. Elders in de Pijpendraaier leest Piter Wilkens. Zijn nieuwe CD met u er meer over. Ik was erg gecharmeerd Vreeswijkvertalingen is inmiddels klaar. van de jonge, enthousiaste artiesten. Op 2 juni vond de presentatie plaats bij Naast het bestuur, dat uiteraard voltallig Eén van hen, Laurens Joensen, heeft Omrop Fryslân Radio. Verder zal de aanwezig was, waren er nog vijftien zich inmiddels aangemeld om vorig jaar gemaakte documentaire over leden gekomen, waaronder Erelid Peter binnenkort ook voor het CVG op te zijn Corneliszoektocht in Zweden nog Cammaert. Het belangrijkste punt van treden. een keer herhaald worden op 22 en 29 de vergadering was het bespreken van augustus bij Omrop Fryslân. het Beleidsplan. Behalve de reguliere Cornelis (Vreeswijk) leeft. De activiteiten van het CVG (zoals het documentaire met deze titel van Hans Ondertussen zijn we druk bezig met het ieder kwartaal uitkomen van de Polak uit 2008 is op 1 mei 2010 organiseren van een mooi programma Pijpendraaier en drie keer per jaar een opnieuw uitgezonden op de voor de komende ledenbijeenkomst: 15 ledenbijeenkomst) behelst het Nederlandse TV. Er is ook een website augustus op het Havenfestival in Beleidsplan: die zo heet. Die is van de bewoners van IJmuiden. Piter Wilkens zal er ook bij - het maken van twee cd‟s door de strandhuisjes in IJmuiden die in zijn. Eerder hebben we aangekondigd de cd-werkgroep (de ene met 2007 het Cornelis Vreeswijk Plantsoen dat Jack Vreeswijk, de zoon van nieuw vertaald werk van hebben opgericht. Ieder jaar organiseren Cornelis zou komen optreden. Dat kan Cornelis, de andere met zij op het IJmuidense strand een dit jaar helaas nog niet het geval zijn. vertaalde Bellmanliederen, Cornelis Vreeswijk Feestdag met een Maar we krijgen wel Koornelis en de eventueel te vertolken door Jack bepaald thema. Dit jaar zal dat op 31 zangeres Michon Sprengers met haar Vreeswijk) juli zijn. band. - het zorgen voor vertalingen van En als klap op de vuurpijl is er de Zweedse liederen door de Franc Weerwind, de nieuwe presentatie van het boek van Hans vertalerswerkgroep burgemeester van Velsen en onze Westin Op de schouders van reuzen. - het uitzetten van de beschermheer, is op 13 mei naar de Cornelis Vreeswijk en het Zweedse lied. Het Corneliswandeling in IJmuiden zusterstad Qingdao in China gegaan om CVG bestaat tenslotte 10 jaar! - het realiseren van het boek van zijn stad te promoten op het gebied van U hoort meer van ons. Hans Westin over Cornelis in wetenschap, bedrijfsleven en kunst en de visa-traditie cultuur. Marlies Philippa - het promoten van de lezing van Hans Westin, die proefgedraaid heeft in IJmuiden - het bedenken en ondersteunen Colofon De Pijpendraaier is het ledenblad van het Cornelis Vreeswijk Genootschap (CVG). van verdere Cornelisgebeurens Het CVG stelt zich ten doel om: in IJmuiden (eventueel * de herinnering aan Cornelis Vreeswijk in Nederland levend te houden Cornelisfestival op zijn sterfdag) * het vertolken van de liederen van Cornelis Vreeswijk in het Nederlands te stimuleren * in Nederland het bestaan en de ontwikkeling van een troubadourtraditie te bevorderen en in den lande Het CVG doet dit door: In de vorige Pijpendraaier heeft u een * informatie beschikbaar te stellen uitvoerige toelichting kunnen lezen op * dit ledenblad te publiceren dit Beleidsplan. * muziekbijeenkomsten te organiseren * het vertalen van het werk van Cornelis Vreeswijk uit het Zweeds te stimuleren De Pijpendraaier verschijnt jaarlijks in februari, juni, september en december. De kopijsluiting per nummer is op de eerste van de maand waarin het nummer verschijnt.
Een volle Cornelisagenda
Het CVG mag zich in het jaar dat wij tien jaar bestaan verheugen over een ongekende belangstelling voor onze bard. En het mooiste is dat lang niet alles van het Genootschap uitgaat. Elders in deze Pijpendraaier wordt verslag gedaan van een zeer geslaagde Cornelismiddag in Utrecht, ontstaan op initiatief van een plaatselijke theatermaker en een stel jonge cabaretzangers, en wordt u uitgenodigd voor de alweer vierde aflevering van een jaarlijks Cornelisfeest op het strand van IJmuiden. Voeg daarbij het oprichten van KOORnelis, dat zich volledig op het werk van Vreeswijk zal richten, en het succes van de tweede VreeswijkCD van Piter Wilkens. De conclusie mag duidelijk zijn: Cornelis leeft!
voorafgegaan door een “opwarmronde" vanaf 12.30. Toegangsprijs SEK 350,- (ca. € 35,-), tenzij u lid van het Zweedse genootschap bent, dan betaalt u 100 kronen minder. Meer informatie kunt u vinden op de Zweedse website www.cornelisvreeswijk.se.
De CD van Wilkens werd op 2 juni gepresenteerd bij het prijswinnend radioprogramma Noorderwind van Omrop Fryslân. Een uur lang werd live aandacht besteed aan de “Friese Vreeswijk” en zijn jongste product, waarbij Piter en zijn band vier nummers van de CD lieten horen. Daartussen waren er interviews met de voorzitter van de Piter Wilkens fanclub, met Hans Westin van het CVG en met eregast Tonny Bik-Vreeswijk, die het eerste exemplaar van de plaat in ontvangst nam. Piter zelf vertelde over het ontstaan van de CD en over zijn aanstaande theaterprogramma, dat op 17 oktober bij de Leeuwarder Harmonie in première gaat. Het geheel werd afgesloten met een overtuigende uitvoering van Bellman‟s Epistel 81. Cajsa-Stina Åkeström
Ook het CVG zelf organiseert natuurlijk de nodige activiteiten. In het stuk van de voorzitter heeft u al kunnen lezen over onze bijdrage aan het IJmuider Havenfestival van dit jaar. Verder blijft de lezing over Vreeswijk en het Zweedse lied belangstelling trekken en op 27 september zijn Hans en Wendela geboekt bij het cultureel centrum in Burgum, Friesland. Voor de Cornelisdag in november zijn de plannen in de maak, in de volgende Pijpendraier kunt u daar meer over lezen. Maar laten we ook niet vergeten wat er in Zweden gebeurt. Daar is de belangstelling voor Vreeswijk al lang vanzelfsprekend, waarbij de jaarlijkse Cornelisdag een van de hoogtepunten is in de Zweedse liederenagenda. Dit jaar zal deze plaatsvinden op zondag 8 augustus, zoals gewoonlijk gepresenteerd door Sid Jansson. Geen acts uit Nederland dit jaar, wel een indrukwekkende speellijst met zowel gevestigde artiesten als nieuwe acts die bezig zijn om hun naam als vertolker van Vreeswijk op te bouwen. Onder de grote namen valt Tommy Körberg op, evenals Lasse Tennander en Cajsa-Stina Åkerström, de onvolprezen dochter van Cornelis‟ vriend, collega en grootste concurrent Fred Åkerström. Het geheel vindt plaats op het podium van Mosebacke in Stockholm en duurt van 14 tot 22 uur,
Cajsa-Stina is ook van de partij bij het Liedfestival van Västervik, het andere grote evenement van het Zweedse lied. Dat vindt plaats van donderdag 15 tot zaterdag 17 juli in het stadje Västervik aan de Zweedse oostkust. Tijdens drie achtereenvolgende avonden geeft de crème de la crème van Zweedse troubadours, samen met beginnende grootheden in het genre, een overzicht van wat de visa in het land van Bellman op dit moment te bieden heeft. Waarbij opvalt dat de fakkel meer dan eens door de volgende generatie wordt opgepakt. Naast de dochter van Fred Åkerström vinden wij Jack Vreeswijk terug, die na zijn CD waarop hij het werk van zijn vader vertolkt nauwelijks nog een introductie behoeft. Verder is daar popzanger Mikael Ramel, zoon van de legendarische cabaretier en Cornelisfan Povel Ramel, die samen met zijn zuster, actrice Lotta Ramel, en Rijksspeelman Backa-Hans Eriksson de formatie Naturbarn heeft opgericht. Ook willen wij Bengt Sändh noemen, oude rot uit de generatie van Liedpraam Storken, en Ola Magnell, waarvan u elders in dit nummer een warme herinnering aan zijn leermeester Cornelis terugvindt. Voor meer informatie over het festival verwijzen wij naar de website www.visfestivalen.se. De redactie wenst u een muzikale zomer!
Cornelis – Mijn laatste held
Als hoofdartikel van dit nummer hebben wij een in memoriam uit 1988 gekozen, geschreven vlak na de dood van Cornelis. Dit stuk verscheen oorspronkelijk in het Zweedse weekblad Damernas Värld en is van de hand van Ola Magnell, een van de Zweedstalige rockers van het eerste uur. Een fan die duidelijk verder is gegaan dan het luisteren naar de bekende hits: het stuk is doorspekt met citaten uit de liederen en poëzie van Vreeswijk. De “Ochtendgrimas” is het lied dat in Nederland “Marjolijn” heet en in het vorige nummer van de Pijpendraaier werd besproken. Het lied over Lazarus is laatst ons Luisterlied geweest, terwijl "Ome Frans" (nog) niet in het Nederlands bestaat. Eén gedicht springt eruit door zelfs twee keer geciteerd te worden; elders in deze Pijpendraaier hebben wij ruimte gemaakt voor een Nederlandse vertaling daarvan. De collega met de linkervuist was niemand minder dan Fred Åkerström, de andere grote troubadour uit de generatie van Vreeswijk. Het was op een gure avond in november. Het terras bij Södra Teatern in Stockholm was voor het seizoen gesloten. Op gladde herfstbladeren glibberde ik met gitaar en snoerenkoffer over het Mosebackeplein. Op weg naar het zoveelste solo-optreden bij de muziekpub. Op de trap kwam ik Git tegen, mede-eigenaar en een van de enthousiaste zielen achter de oude liedpraam Storken. Zij was op weg naar het ziekenhuis, waar nu de levensvlam van de zang- en dansman aan het doven was. En ik kon niet anders dan mijn onbeholpen groeten doen. Ik kende Cornelis niet, maar had hem een aantal keren ontmoet. Voor het eerst in 1965, tijdens de tournee met Ann-Louise Hansson en Fred Åkerström. Een van de concerten zou plaatsvinden in de eerbiedwaardige aula van het lyceum in mijn woonplaats. Vóór het optreden hadden de artiesten zich verzameld in het muzieklokaal. Ik was er ook. Mijn grijpgrage gymnasiastenvingers konden niet van die fraaie nylongitaar afblijven. En begrijpelijk genoeg kwam de eigenaar, de begeleider van het gezelschap, ingrijpen. “Oké, leen de mijne maar!” zei de Balzacfiguur met de fluwelen ogen, die ik al eerder als mijn redder in de nood had beschouwd. “The brother you never had”, om leentjebuur te spelen bij hoe Bob Dylan Lenny Bruce omschreef. En tijdens het concert werd zijn schijnbaar nonchalante gekeuvel met het publiek een mentale vitamineshot. Droogkloten gilden van het lachen, koude kak maakte zich van kant. Met medeleven beschreven de liedjes verdwaalde kameraden. Fredrik Åkare op weg naar nergens. Ann-Katrin, “waar ik blaren aan mijn knieën van kreeg...” Hij bleek een literair onderlegde oproerkraaier te zijn. Dit verwarmde mijn hart, maar dat gold niet voor de lerares Zweeds. Zij noemde zijn politieke liederen als voorbeeld van lage lyriek. Maar mijn door conservatisme verduisterde kinderziel was net begonnen om zich los te maken van de burgerlijke navelstreng. En Cornelis was een van de stokers.
In die tijd had ik een makker die zowaar Per heette. Hij had alle bekende lyriek van Cornelis in een zwart schoolschrift (!) verzameld. Dat heb ik geleend en al gauw kende ik alles uit mijn hoofd. Ten strijde tegen zowel de hoge cultuur als tegen de ongelukkige liefde die, tot mijn geluk, bovendien naamgenoot was van de dame in een Vreeswijkse antiballade over haatliefde. Halleluja! Terwijl de artiest nog een halfbekende troubadour was teerde ik dus al op zijn oeuvre, dat de dubbele functie vervulde van zelftherapie en vermaak op het zaterdagfeestje. Maar nu stond hier het voorbeeld zelf. In zijn aanwezigheid liet ik een puistige imitatie horen van “Lazarus danst in Rotterdam”, het lied over de travestiet die zich als tippelaarster voordeed. (De geschiedenis herhaalt zich.) En de versie van de epigoon bleek zowaar bij de maker in de smaak te vallen. Een bescheiden aanmoediging, kan men vinden. Maar voor mij heeft het meer betekend dan alle afkrakingen bij elkaar. De generositeit was overigens de persoonlijke eigenschap van Cornelis die mij het sterkst in de ogen viel. De laatste keer dat wij elkaar ontmoetten zat hij in de kring van collega‟s bij een YTF-evenement in de tuin van Moderna Museet. Na de soundcheck maakte hij zich vrolijk over de lichtelijk verouderde drummachine waar ik soms mee rommelde. Als toehoorder bij een van mijn optredens had hij zijn twijfels gehad bij de zegeningen van de drums. Maar op achteruitstrevende technofobie kon je hem niet betrappen. In deze tijd was hij bovendien net bezig met de opnames voor “I elfte timmen”, zijn LP op synthesizerbasis. Deze werd later allesbehalve genereus beoordeeld. Misschien haalde de zanger gewoon zijn schouders op over vijandige papieren tijgers, zelf had ik de rituele vadermoord graag willen missen. In een tijd waarin men moeilijk aandacht voor elkaar kon opbrengen, behalve uit narcistisch oogpunt, kwam Cornelis met inspiratie en aanmoediging. Middenin de egotrip bezat hij de kracht om buiten zichzelf te treden, zowel in liederen als in de sociale omgang. Daar, in de tuin van het museum, was hij het vanzelfsprekende, zij het enigszins vermoeide middelpunt. “De man die van bomen hield” was opgegroeid met de oorlog als buurman. In zijn andere thuisland had hij zowel zijn naam in oorlogsberichten gezien als “elke nacht andere sterren boven het pretpark”. Nu droeg hij “de dood in de borst als een schoon juweel, als een diamant in een kwal”. Cornelis had een dimensie die hem ver buiten de podia van vermaak waardevol maakt. Hij werd ook het voorwerp van afgunst. Ik heb eens met eigen ogen gezien hoe hij, na een concert het podium verlatend, moest wegduiken voor de linkervuist van een collega. “Jij hebt de Chinese Volksrepubliek afgezeken”, was de aanleiding. Zij hadden allebei een talent dat elke
categorie ontsteeg en zij gaven hun publiek een enorme ervaring. Maar de rivaliteit was vastgevroren en zij hebben zich in deze schone wereld nooit verzoend.
nogmaals het ragfijne volkslied "Ochtendgrimas", zonder één onbedoelde trilling van de stembanden. Als een reis terug door de juniromances van mijn jeugd...
Nu zat het hem dwars dat er binnen de liedkunst niets nieuws gebeurde. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om hem te vertellen over “Ome Frans”, een van de meer hilarische bagatellen uit zijn oeuvre. Eind jaren ‟70 hadden wij dat lied voor een tournee als rocknummer ingestudeerd. Hij kwam terug met het verhaal over de voorlage van het lied, in het Holland van zijn jeugd. De details ervan herinner ik me niet meer, maar de regel "niemand verdraagt likeur als hij, volgens mij” zal altijd op mijn lachspieren blijven werken.
Maar nu was het november. Ik had de eerste van twee avonden bij Mosebacke opgetreden. Het was al donker toen de boodschap mij bereikte dat de zang- en dansman was heengegaan. De tranen waren niet te stuiten. In het moment van rouw vroeg Bosse van Backen of we de gig moesten afblazen, maar voor mijn gevoel zou dat niet in de geest van Cornelis zijn. Met lood in mijn schoenen heb ik het podium beklommen.
Cornelis was geen man van de betere kringen. Zijn solidariteit met het volk tussen schip en wal bleef onvoorwaardelijk. Maar zijn taal was even ontvankelijk voor de duvel als voor de bijbel. Voor een oppervlakkige waarnemer leek het alsof het katholieke verleden hem uiteindelijk had ingehaald. In ieder geval was hij geen categorische godontkenner. Ergens langs de weg schijnt hij het satirische gospelgetokkel te hebben ingeruild voor een agnostische gitaar. Maar wellicht gingen zijn gedachten nog dieper. Misschien zal Vreeswijk niet in de eerste plaats om de narvonkjes worden herinnerd. Vanaf het begin wilde hij een serieus auteur worden. Zijn openbaar debuut gebeurde immers in de kunstbijlage van de DN en het literair tijdschrift van Bonniers. En wie zijn zuivere poëzie heeft gelezen en naar zijn voordracht heeft geluisterd, twijfelt niet aan zijn literaire vaardigheden. De dubbel-LP “Poem, ballader och lite blues”, een van de hoogtepunten in zijn uitbundige productie, bevat onder andere acht rijmloze, modernistische gedichten. Bijvoorbeeld “Ik”, dat ik een keer bij een radio-interview heb aangevraagd. Maar dat vond men niet zindelijk genoeg, dus is het maar "Fåglar" geworden. Vandaag spreekt men vaak van “teksten” als men liederen bedoelt. Cornelis was in zekere zin een verbaal genie, beheerste zes talen. Maar hij vloog met beide vleugels: de woorden en de muziek. Geen uitgesproken melodieman, maar muzikaal geboren. "Too old for rock'n‟roll, too young to die”. En toch was hij swingend, op zijn manier. En bewoog zich vanzelfsprekend tussen verschillende muziekstijlen, van jazz tot samba. Voeg daarbij het bluesgevoel, de tederheid en de rake frasering. "De klank die Vreeswijk heet", zoals Povel Ramel het fenomeen ooit heeft samengevat. Hij bleef ook tot het einde zijn expressiemiddelen volledig beheersen. Het is maar ruim een jaar geleden dat hij en ik, met iets van een week ertussen, dezelfde achtdaagse kroegentour door de provincie deden. En op die mooie zomeravond in de tuin van Moderna Museet zong hij
Meestal zing ik alleen mijn eigen liederen. Nu haalde ik diep adem en opende met de “Ochtendgrimas”; voor Cornelis en alle mooie momenten. Op de podiumvloer bleef mijn meegebrachte kaars de hele avond branden. In de pauze vroeg iemand waarom ik niets over de man in kwestie had gezegd. In het gekakel van nablijvend cabaretpubliek was mijn droevig eerbetoon niet eens opgevallen. “Neem me niet kwalijk als ik het gesprek verstoor", was in een dergelijk parket de minzaam sarcastische reactie van de heer Troubadour geweest. Maar de Hollander had zijn gewaad afgelegd en was weggevlogen. Net als Jantje was hij eindelijk vrij. Wat er overbleef was alles wat hij in zwoegen en roes had achtergelaten. Hij nam niets mee naar waar hij heenging. "En dan zal daar niets worden opgeëist, maar wel ontvangen!" Zelf heb ik een tandje hoger geschakeld. The show must go on! – Waarom? Niemand die het weet...
Ola Magnell, 1988 www.magnell.nu
Jaarlijkse Ledenvergadering 14 maart 2010
Op zondag 14 maart jl. was er de jaarlijkse ledenvergadering van het CVG. Deze werd gehouden in theater ZIMIHC in de Bouwstraat te Utrecht. Vanwege de vrij vroege aanvang om 13:00 uur was ik er niet vanaf het begin bij, omdat ik in de ochtend ook nog andere verplichtingen had. Om circa half twee kwam ik binnen om het laatste deel van de ledenvergadering bij te wonen. Maar kon daarin zeker nog mijn bijdrage leveren. Duidelijk werd dat we hard aan de slag moeten om er minimaal een twintigtal leden bij te krijgen. Als genootschap staan we voor bepaalde bedreigingen, zoals de vergrijzing van de achterban en financiële beperkingen. Maar natuurlijk zijn er ook kansen: de populariteit van Nederlandstalige muziek neemt toe. En we moeten zien te bereiken dat Cornelis hierin weer een prominente rol kan gaan vervullen. Want als er één is die het verdient om als artiest levend te worden gehouden, dan is het ons aller Cornelis. Publiciteit in deze is daarom voor het CVG van essentieel belang. Zelf kan ik hieraan wellicht een bescheiden bijdrage leveren door op korte termijn een interview te houden met onze voorzitter in het radioprogramma dat ik voor de lokale radio in Woerden presenteer. En verder misschien als Genootschap in samenspraak met Beeld & Geluid het een en ander zien te bereiken. Kortom is er gelukkig inspiratie genoeg, zo bleek tijdens de ledenvergadering die door circa 25 mensen werd bezocht! Het eindresultaat van de vergadering was in ieder geval dat we positief vooruit kunnen kijken... en dat we absoluut nog geen verzadigd clubje van louter liefhebbers zijn geworden. Liefhebbers van het oeuvre van Cornelis blijven we natuurlijk. Maar dit willen wij delen met nog veel meer liefhebbers. Daarom pogen we zeker een aantal leden toe te voegen in het
resterende gedeelte van het jaar 2010. Met dit mooie voornemen werd de pauze bereikt en was er tijd voor een heerlijke kop koffie. Na de pauze werden we verrast met een aantal fraaie liedjes, die grotendeels ooit door Cornelis waren vertolkt, maar nu voor het voetlicht werden gebracht door leden van het Genootschap. Als eerste trad Bas van Geel op, die naast nummers van Vreeswijk en Bellman iedereen wist te verrassen met een hertaling in modern Nederlands van een lied door P.C. Hooft: „Klaartje, wat heeft er uw hartje verlept?‟ Nadat we hem terecht met een fraai applaus hadden beloond waren er optredens van Jan Deurloo, Henk van Kuijk en Jurjen Oostenveld. Ook voor hen was er steeds na afloop een terecht applaus. Verder was er een pakkende voordracht van Hans Westin, die met een stukje uit zijn Cornelislezing wist te boeien. Ook de vertalingen die hij weergaf van hoe bepaalde liedteksten van Cornelis oorspronkelijk in het Zweeds hebben geklonken, waren uiterst vermakelijk! Na elk optreden werden de artiesten door voorzitter Marlies Philippa met een welverdiende dorstlesser beloond. Wie dacht dat het hiermee was afgelopen, kwam gelukkig bedrogen uit. We doken na afloop allemaal het drinklokaal in, waar nog menig Vreeswijklied door de artiesten en de leden in samenzang ten gehore werd gebracht. Om circa 18:00 uur kwam aan dit alles helaas weer een einde. Maar een mooie herinnering was weer geboren. Op naar de volgende droom! Zoals Cornelis lang geleden een droom (These dreams) bezong op het fraaie plaatalbum "Foto's en een Souvenir", waarop hij vertaalde liedteksten van Jim Croce liet horen. Met dit lied in mijn hoofd liep ik weer richting trein om me huiswaarts te laten vervoeren. Martin Goebel Lid CVG
CVG op eeuwfeest Zweeds-Nederlandse vereniging
Op zaterdag 20 maart vierde de ZweedsNederlandse vereniging in Delft haar eeuwfeest. Zoals de naam al doet vermoeden heeft deze vereniging als doel het versterken van de banden tussen Zweden en Nederland. De vereniging organiseert bijeenkomsten en lezingen, viert typisch Zweedse feesten en herdenkt voor Zweden belangrijke gebeurtenissen. Er wordt vier maal per jaar het blad Sverige Kuriren uitgegeven. Kijk op: www.zweeds-nederlandse-vereniging.nl Voor het CVG was dit eeuwfeest een mooie gelegenheid om wat aan onze promotie te doen, dus zijn Harry en Wim naar Delft getogen. We hadden een standje waarop we Cornelis Dvd‟s vertoonden en inkijkexemplaren hadden liggen van de Pijpendraaier en een voorproefje van het later dit jaar te verschijnen boek van Hans Westin: “Op de schouders van reuzen – Cornelis Vreeswijk en het Zweedse lied”. We deden leuke contacten op en merkten goede belangstelling voor het boek van Hans.
Nadat onze penningmeester nog met veel plezier heeft meegezongen in een workshop van het Scandinavisch koor (www.scandinavischkoor.nl/) konden we met een tevreden gevoel onze stand afbreken en aansluiten bij de enige file die er op dat moment in Nederland stond. Wim Boswinkel
Cornelis Vreeswijk Plantsoen
Het begon bij wijze van een grap. Een aantal trotse bezitters van een strandhuisje in IJmuiden zaten op een avond bij elkaar en keken naar hun prachtige plek op de grens tussen duin en zee en wilde deze voor de eeuwigheid markeren. Met een glas in de hand -de geest dus uit de fles- kwam een van hen met het idee de plek een naam te geven. Een naam, verbonden aan het strand van IJmuiden maar met internationale ambitie en allure... Het werd het Cornelis Vreeswijk Plantsoen! Een van hen kocht twee blauwe bordjes er werd een feest georganiseerd. Tonnie – zus van – kwam zingen, de IJmuidense stadsdichter kwam dichten en enkele leden van het Cornelis Vreeswijk Genootschap waren “hooggeplaatste gasten” bij deze totaal uit de hand gelopen vakantiegrap. Daags na het evenement beschreef de IJmuider Courant het relativerende strandevenement en ook de Volkskrant maakte melding van dit initiatief. De gedrukte herinnering vergeelde aan het prikbord van ons strandhuisje en wij vierden de zomer aan ons inmiddels “beroemde” Cornelis Vreeswijk Plantsoen. Maar toch, wij kochten de CD‟s, zongen de liedjes en verdiepten ons in het leven en het repertoire van de man die als standbeeld vereeuwigd is in onze prachtige duinen. Het jaar erna stond er weer een feest gepland. Dit keer onder de inspirerende titel “Circus Vreeswijk”, liedjes van Cornelis en sketches van strandbewoners wisselden
elkaar op ludieke wijze af. Het publiek zong de teksten –ook in het Zweeds – inmiddels uit volle borst mee, een traditie leek geboren.
Gedicht
Onderstaand gedicht komt uit de laatste bundel van Vreeswijk, Till Fatumeh uit 1987. Nog geurend naar drukinkt is het eerste exemplaar ervan in het ziekenhuis Vorig jaar was het alweer de derde keer aan Cornelis gegeven, daags voordat de dat er een feest stond gepland op het zanger zelf de daad bij het gedicht voegde. Cornelis Vreeswijk Plantsoen. Dit keer In de biografie die het CVG aan een onder de titel “Kabouter Vreeswijk”. delegatie uit IJmuiden naar China meegaf, Jong en oud beleefde die middag de staat een Engelse vertaling hiervan bij een avonturen van een zevental Kabouters foto van zijn graf in Stockholm. En toen die leefden in de duinen (analoog aan Ola Magnell voor een weekblad zijn de vossenplaag die veel bewoners op herinneringen aan Cornelis opschreef, was het strand angst inboezemen). De dit het gedicht waaruit hij twee keer een publieksstroom was weer groter dan het regel citeerde. jaar ervoor en ook de bezoekers van Kampeervereniging “De Schelp” maakte inmiddels hun opwachting in Voor een stervende zanger het plantsoen. De dood wordt in de borst gedragen als Samen zongen meer dan honderdvijftig een schoon juweel, als mensen uit volle borst van “De een diamant in een kwal. Of – Kabouter en de non”, een knipoog waarom niet? naar de man die het evenement en de als een goed bewaard geheim! plek zijn naam gaf. Ook dit jaar staat er weer een bijeenkomst gepland: op De eigenaar heeft, zaterdagmiddag 31 juli rond de klok op de dag dat je hem ontmoet, van vieren vaart de “Cornelis Cruise” jou gevonden uit op weg naar Stockholm, ter viering van het zestigjarig bestaan van En dan zal daar niets worden opgeëist, Kampeervereniging De Zeemeeuwen. maar wel ontvangen! Aan boord de bewoners van het strand van IJmuiden en de “Papagaai van (Oorspronkelijke titel: För en döende Tante Sjaan”. Samen beleven zij, jong sångare – vertaling Hans Westin) en oud, waarachtige avonturen en zingen o.a. de liedjes van de troubadour die deze belevenissen al op muziek had gezet nog voordat ze feitelijk hadden plaatsgevonden. Patrick Roubroeks, bewoner Cornelis Vreeswijk Plantsoen
Foto-impressie Kabouter Vreeswijk
Cornelismiddag bij Port ’n Pluche
Op 9 mei j.l. werd er een Cornelismiddag in Utrecht georganiseerd. Hieronder volgt een persoonlijk verslag van organisator Harry Rienmeijer.
Ook vertelde hij dat hij af en toe een liedje van Vreeswijk “doet”. En een idee was geboren. We gaan een Port ‟n Pluche doen rondom Cornelis Vreeswijk!
Cornelis Vreeswijk, ook ik kende hem uiteraard van (ja, ja) de Nozem en de Non. Mijn vader had dat liedje op een langspeelplaat staan die ik op mijn pick-up grijs draaide. “Alle dertien goed” met op de hoes een meisje met een weinig verhullende bikini aan (een 12 jarige vindt dat altijd interessant). Ik draaide dat liedje veel, meer nog dan de andere liedjes op die plaat. Het moet bijna 25 jaar later zijn geweest toen ik ontdekte dat Cornelis Vreeswijk meer en vooral andere liedjes maakte. Dat moet denk ik de hommage-CD zijn geweest waar vele, door mij gewaardeerde kleinkunstartiesten liederen vertolkten van hun lichtend voorbeeld. Pas toen ben ik de originele liedjes gaan beluisteren, kocht ik eens een LP op koninginnedag voor een euro (of was het nog een gulden). Mijn vriendin, aan het werk in Zweden, bracht een CD voor me mee met Zweedse liederen van Vreeswijk. Dat hij daar groot was had ik inmiddels wel begrepen maar dat hij zoveel mooie liedjes in het Zweeds had gezongen was toch nieuw voor me. Het liedje “Op een mooie pinksterdag” was ook vertaald in het Zweeds, dus ook ik nam aan dat hij een Nederlandse zanger was die, eenmaal in Zweden beland, zijn Nederlandse liedjes in het Zweeds is gaan zingen en daarmee blijkbaar erg succesvol was.
Het duurde even, maar uiteindelijk hadden we een datum waarop Alex en Roemer konden komen spelen. Roemer bracht Laurens Joensen mee, een zanger die nog steeds op mijn verlanglijstje stond om eens uit te nodigen voor Port ‟n Pluche. En dan blijkt de moeder van Laurens ook nog eens bijna versierd te zijn door Cornelis Vreeswijk (door haar steevast aangesproken met Kees). Het programma was rond, maar voelde nog niet kompleet. En tijdens het doen van de PR kreeg ik een ingeving. Ik was het Cornelis Vreeswijk Genootschap aan het informeren over het op handen zijnde eerbetoon toen ik bedacht: “zij als geen ander kunnen iets vertellen over Vreeswijk”. Dus de vraag was zo gesteld en het antwoord liet niet lang op zich wachten.
Sinds die tijd heeft Cornelis Vreeswijk altijd een rol gespeeld in mijn leven als impresario, manager van kleinkunstartiesten en organisator van theateractiviteiten. Ik draaide Vreeswijk in pauzes van theatermiddagen en kwam steeds meer met mensen in contact die het werk van Vreeswijk niet alleen kenden (dat was vaak al een verrassing) maar ook nog wisten te waarderen. Ongemerkt zocht ik ook naar artiesten die passen in de traditie van Vreeswijk. Zo heb ik gewerkt voor Yvan Heylen, de Vlaamse troubadour die dezelfde humor als Vreeswijk in zijn liedjes verwerkt en bij wie ook zeker dezelfde sociale bewogenheid uit zijn liedjes spreekt. Eén van de activiteiten die ik op dit moment organiseer is Port ‟n Pluche. Een maandelijks theateravontuur met grote (vaak nog verborgen) talenten in een mooi theater in Utrecht. Alex van Holstein was al eens te gast en als ik dan in de pauze Vreeswijk draaide, zong hij de liedjes luid mee. Op een gegeven moment (februari van dit jaar) was ook Roemer van der Steeg te gast. Roemer is een muzikale cabaretier, meer nog dan een typische kleinkunstenaar. Ik word vooral geraakt door zijn authentiek spel en manier van zingen. In de pauze draaide ik weer eens wat Zweedse liedjes van Vreeswijk en Roemer had nog geen 30 seconden nodig om te vertellen wat een grote fan hij wel niet is.
Het wordt een fijne theatermiddag. Alex van Holstein opent. Hij legt op zeer integere en vooral mooie wijze de gevoelige kant van Vreeswijk bloot. Wat kan die man gedragen zingen. Het blijkt wel dat het zingen van je eigen werk iets anders is dan het doorleefd spelen van de liedjes van een ander. Maar ondanks dat Alex af en toe in de teksten moet spieken, word ik blij en verrukt van zijn vertolkingen. Roemer van der Steeg slaat vervolgens een andere weg in dan Van Holstein. Maar daarom niet minder mooi, de humor komt wat meer naar voren. Die past ook het best bij het authentieke spel van Roemer. Na de pauze is het de beurt aan Laurens Joensen, die geheel in de geest van Vreeswijk de techniek laat voor wat hij is en, op een stoel vóór op het podium gezeten, het intieme en persoonlijke contact met het publiek zoekt. Drie liedjes en mooie persoonlijke verhalen deelt hij met ons. Daarna vraagt hij Roemer er bij om nog twee mooie vertolkingen ten beste te geven. En het genootschap? Het genootschap is de mooie lijst rond het schilderij. Hans Westin neemt ons mee naar de eigenlijke Vreeswijk in al zijn facetten. “Nee het is geen Nederlandse zanger die het in het Zweeds doet, het is een Zweedse grootheid die toevallig uit Nederland komt.” En Hans komt niet alleen, hij neemt Wendela mee, die a capella de meest kwetsbare kant van Vreeswijk met ons deelt. Een middag met Vreeswijk liedjes wordt een heuse Vreeswijk expeditie, ik ken de man beter dan voorheen, de liefde is gegroeid. Het is goed te merken dat de oudjes (wat het Vreeswijk genootschap een beetje is) en de jonge honden (die Alex, Roemer en Laurens toch eigenlijk zijn) elkaar vinden in de liefde, ja passie voor één van de beste maar tegelijk meest ondergewaardeerde liedschrijvers en zangers die Europa heeft gekend. Brel, Piaf, Brecht (samen met Weil) en… Vreeswijk! Harry Rienmeijer Port ’n Pluche
De Fleanende Hollanner
Toen Piter Wilkens in 2006 zijn eerste CD uitbracht met Friese vertalingen van Cornelis Vreeswijk, “It Fûgeltsje yn myn Gitaar”, liet hij al weten dat het niet daarbij zou blijven. Werkend aan dat album bleek er zo veel interessant materiaal te zijn dat het nooit op één CD zou kunnen, er zou dus zeker een tweede komen.
ruimschoots heeft laten adviseren door mensen die het Zweeds beheersen en de achtergrond van de liederen door en door kennen..
Zoals al uit de Friese titel van dit lied blijkt, heeft Wilkens er wederom geen genoegen mee genomen om alleen de Nederlandse tekst van Vreeswijk als basis voor zijn vertaling te gebruiken. Met het tekstboekje op schoot heb ik kunnen constateren dat hij telkens ook de originelen heeft geraadpleegd. Of het nu gaat om Vreeswijks “Felicia”, Alf Hambe‟s “protestlied voor het hiernamaals” (Sis, wat bart der mei ús nei ús dea?) of de liederen van Jim Croce, waarvan er drie op deze plaat zijn opgenomen. Voor het Epistel heeft hij zelfs drie bronteksten gebruikt: het Zweedse origineel, de vertaling van Vreeswijk én die van Bertie van der Meij uit haar bundel “Sterven van liefde en leven van wijn”. Aan de lange lijst namen achter “tige tank”, is ook te zien dat hij zich
Behalve de achttien studioopnames worden we bovendien getrakteerd op twee bonustracks: een jamsessie in Zweden waarop Piter de “Provensaalske wepsehuning" samen met Jack Vreeswijk zingt, die twee coupletten in het Zweeds doet, en een live opname van de“Kapotte Schoenen”, waarmee hij vorig jaar zijn optreden bij de Cornelisdag in Stockholm afsloot.
Muzikaal heeft Wilkens voor een breder palet gekozen dan op het eerste album, zoals al blijkt uit de aanwezigheid van een drummer naast gitarist Meijer en Willo de Bildt op contrabas Verder laat hij zich per liedje bijstaan door Toen ik bij de presentatie op 2 juni het resultaat in handen uiteenlopende muzikanten, op accordeon, trompet, kreeg, “De Fleanende Hollanner”, moet ik erkennen dat ik saxofoon en toetsen, als ook door (kinder)koor, blazerssectie mijn hart vasthield. De eerste plaat was bijzonder en achtergrondzangeressen. De grote verrassing hierbij is overtuigend geweest en werd ver buiten de grenzen van Anne-Lie Persson, een in Nederland wonende Zweedse Friesland een hit, het herhalen van een dergelijk zangeres die het Fries van Piter tweetalig aanvult. Met name succesnummer is meestal een hachelijke onderneming. Zou het Piter lukken om de kracht van de vorige CD te evenaren, in “Maitiidsliet” toont zij zich een waardig opvolgster van Monica Zetterlund, die ooit het gedicht “Vårvisa“ van Gustaf of zou het een kwestie worden van “dunnetjes overdoen” Fröding op muziek zette en op "Een mens blijft een mens" in van iets dat wij al kenden? duet met Vreeswijk zong. De eerste aanwijzing dat mijn twijfels ongegrond waren Het album kwam al direct na de presentatie binnen in de kreeg ik al tijdens de presentatie, toen Piter de gitaar Nederlandse Album Top 100 en steeg in de tweede week wegzette en met beide handen op de microfoon diep naar nummer 41, bewijs dat het kennelijk voor een breder ademhaalde voor Bellman‟s “Epistel 81”. Het lied dat de publiek aantrekkelijk is dan alleen het Friestalig Nederlander kent als “Mauritz, ach Mauritz” en de Fries inmiddels als “Fielsto ús skaden?”. Tegen een onheilspellende bevolkingsdeel. Alleen jammer dat het tekstboekje deze keer ééntalig is, wat echter voor een deel achtergrond van de huilende wordt gecompenseerd door de korte, elektrische gitaar van Rik Meijer en Nederlandstalige toelichtingen, het tergend ingehouden slagwerk van waarmee de luisteraar van de nodige Richard Veltman, liet de zanger achtergrondinformatie wordt zijn stem op de tenen staan voor een voorzien. ongekend gevoelige vertolking.
Dat Wilkens op dit album gedeeltelijk voor de commercie is gezwicht door een veelzijdige en verrassende liedkeuze aan te vullen met versleten, van succes verzekerde meezingers als “De noazem en de non” en “Bakker de bakstien”, moeten we hem maar vergeven. Een mens moet ook eten, nietwaar? Hans Westin
Komend najaar staat Piter Wilkens met zijn begeleidingsband in o.a. de Friese theaters met het liedjesprogramma
DE FLEANENDE HOLLANNER Het in essentie Friestalige liedjesprogramma zal meertalig gaan worden, met ondermeer ook Spaanse en Zweedse teksten. 2010 17-10 De Harmonie Leeuwarden 2011 28-1 Koornbeurs Franeker (première) 25-3 Posthuis Heerenveen 22-11 De Lawei Drachten 16-4 De Skâns Gorredijk De voorverkoop is in een aantal theaters, waaronder in Drachten en in Leeuwarden reeds gestart.
Interview door Beppe Wolgers – deel 2
We gaan verder met deel 2 van het interview door Beppe Wolgers uit 1982. Cornelis blijft over zijn jonge jaren vertellen en geeft een zeldzaam inzicht in een moment waarop hij zich serieus een “buitenlander” voelde. Barkarby was het militaire vliegveld bij Stockholm; de “jonge vliegeniers” (flygpojkarna) was in die jaren het stoerdere alternatief voor de padvinderij. Jeanette MacDonald was een heldin uit de gouden tijd van mierenzoete Hollywoodmusicals en Nelson Eddie was haar echtgenoot en vaste tegenspeler. Dat Cornelis “vrij stevig” was, kunnen we volgens ooggetuigen als een eufemisme opvatten... Mag ik je iets vragen: kun je je Nederlander voelen en kun je je Zweed voelen? - Nee... Nou, ik werd er voor het eerst mee geconfronteerd toen ik een jaar of zo op de Mulo zat. Er was iets wat de Jonge Vliegeniers werd genoemd. Er waren een paar van ons in de klas die daar lid van werden en veldvliegers zouden worden. Je weet wel, alle vliegtuigtypes leren kennen – en zo ver mocht je dan meedoen aan die excursies, naar Barkarby en dat werk. Maar op een gegeven moment werd het serieus. Toen zouden we naar het hoofdkwartier van de Luchtmacht op Gärdet en zo‟n simulatortest doen, weet je wel, op de “link trainer”. Toen werd ik er voor het eerst mee geconfronteerd, bewust dan – ik werd me ervan bewust dat er nationale beperkingen waren. Ik werd namelijk, als tiener met een buitenlandse nationaliteit, niet binnengelaten bij de Luchtmachtstaf. Vond je dat sneu voor jezelf, toen je daar niet naar binnen mocht? - Nou, ik wil me herinneren dat het een beetje... “traumatisch” was, dat was het wel. Had je daar moeite mee? - Ja, op een bepaalde manier wel. In ieder geval kwam ik er dus achter dat er iets is dat niet... Wat dacht je toen? Vond je het schokkend? - Ik denk dat je op een bepaalde manier bewust begon te worden. Waarvan? - De taal denk ik... Jawel – want de volgende fase, als we het nu over mijn ontwikkeling gaan hebben, dat was dat je elke dag na school een paar uur bij de Stadsbibliotheek aan Hantverkargatan doorbracht, om Zweedse romans en Zweedse dichters te lezen. Vrijwillig? - Ja, helemaal vanuit mezelf. Heeft het je iets geleerd over jezelf? Werd er een verlangen bij je gewekt, door die boeken, nieuwsgierigheid? - Ja, weet je, het waren ook de puberteitsjaren. En je weet hoe het zat met de meisjes in die tijd –
Vertel! - Jaah, er was zo nu en dan een feestje. Beetje wijn en gegiebel en ze droegen van die schuimplastic onderrokjes, en – Had je een meisje ontmoet? Was je op iemand verliefd? - Oh ja. Ik was verliefd op een meid die op Jeanette MacDonald leek, weet ik nog – kun je je haar herinneren? Zeker. - Zij was klein en blond en had blauwe ogen. Maar jij werd nooit haar Nelson Eddy? - Nee, geen sprake van.
Nelson Eddy en Jeanette MacDonald in Sweethearts
Je was op afstand verliefd? - Ja, ik weet niet eens hoe ze heette, moet je weten. Ja, toch, Monica heette ze geloof ik. Maar zij zat in een andere klas. Ik zat bij 2-4D, ik geloof dat zij in 2-4A zat – nou, ik weet het niet meer. Wat voor plannen had je om haar te ontmoeten? Had je een of andere list? - Nja. Nee, ik denk dat het een vrij hopeloos verhaal was – Was je te verlegen? - Jaah – En hoe zag je eruit? - Nou, ik was vrij stevig, weet je. Dus ik was niet bepaald een droomprins of zo. Dat ben ik ook eigenlijk nooit geweest. Ik denk dat ik gewoon verlegen was. En – niet bepaald haantje de voorste. Dat werd je – ja, een beetje later, natuurlijk, toen kwam er verandering in die dingen. Het waren toch vooral – puberteitsdromen. Zeer erotisch gekleurd. Maar in haar geval waren ze dat niet, in haar geval waren ze puur romantisch. Dat ging via die Jeanette MacDonald, daar leek ze heel veel op, het was min of meer een fixatie.
Had je een lange puberteit? - Ik denk dat die vrij lang was. Ik was zeventien toen ik eindexamen deed en mijn vader zei toen hij mij van de Mulo kwam ophalen – ja, ik kreeg een geldcadeau: “Nu kan ik niets meer voor jou doen. Nu moet je voor jezelf gaan zorgen.” Zoiets ongeveer. We waren toen dus met vier kinderen. Wat dacht jij toen hij dat zei? - Oh, ik had allang besloten wat ik zou doen. En dat was? - Ik ging varen. Samen met een kameraad, wij monsterden aan op een ertscoaster. Waarheen? - Het schip had Narvik als thuishaven en voer op Europese havens. Dus het was niet direct op alle zeven zeeën. Ja, de Perzische Golf, zover kwamen we wel. Tja... Je was aan boord en ging aan wal en verkende de havenwijken en – Ontmoette een Jeanette MacDonald in iedere haven? - Neeuh, maar ik raakte in ieder geval wel mijn onschuld kwijt, op een redelijk – laten we zeggen – tastbare manier. Dat – was niet verkeerd! Denk je dat je kunt samenvatten wat je aan die jaren overhield? Naast wat je net hebt genoemd? - Die hele tijd op de Mulo, dat is één grote mist – dromen en mist en een beetje algemene misère, misschien. Plus dat je probeerde om een soort fantasiewereld te kweken, denk ik – ik weet het niet. Maar ik weet dat toen ik thuiskwam van zee, toen was ik klaarwakker.
Het Luisterlied Als Luisterlied deze keer geen vertaling uit het Zweeds, maar een lied dat Cornelis ooit in het Zweeds heeft vertaald. De Vertaalwerkgroep kreeg het verzoek om het lied Getinghonung Flamande te vertalen, maar kon daarop antwoorden dat het een oude Vlaamse ballade betrof, waarvan wij de oorspronkelijke tekst bij de Nederlandse Liederenbank hebben gevonden. Uit een veel langere tekst hebben wij dezelfde coupletten gekozen als Vreeswijk in zijn vertaling. Inmiddels wordt gewerkt aan een hertaling in modern Nederlands. De Koopmanszoon
Men moeder en me vader zy en onderhielen my niet (2x) Ze sloten my tsnachts op de strate van daar kwam ik gegaan Nog en was ik niet kwalik beraân Wat vond ik in myn weugen? drie heeren zoo ryke van goed (2x) 'k Hen hun 't goed en het geld afgenomen gedolven onder 't ys 't Waren drie heeren al van Parys Wat vond ik nog wat vordre? een mooi meisje van achttien jaar (2x) 'k Hen ze by haar handen genomen gebonden aan een staak 't Was een mooi meisje van achttien jaar Als ik myn looze wille met dees fiere maagd hadde volbracht (2x) 'k Hen ze wederom losgelaten 'k hen ze laten huuswaart gaan 't Was een mooi meisje van achttien jaar Toe Gent binnen de stede wa dat ik daar at en dronk (2x) toen kwam diezelve maged ze brochte my in affront Ja, wa dat ik daar at en dronk Toe Gent binnen de stede wa dat ik bevangen lag (2x) men moeder kwam van de kerke ze wenscht my den gooden dag Ja, wa dat ik gevangen zat „Wel zone,‟ zei zy, „zone en hebt gy nog geld te kort? (2x) Daar zyn vuufhonderd duust guldens koopt daarmeê u pardon Zone, en heb gy nog geld te kort?‟
Cornelis in 1958
- „Wel moeder,‟ zeid' hy, „moedere 'k en hebber geen geld meer van doen (2x) De brieven zyn gekommen da 'k morgen sterven moên Moeder, 'k en hebber geen gel' meer van doen
billboard
●
●
●
VREESWIJK EN HET ZWEEDSE LIED Muzikale lezing door Hans Westin en Wendela Sterker
10 JAAR
CVG 13.30 – 15.30 IJMUIDEN STORES m.m.v: KOORnelis Tonny Bik-Vreeswijk Piter Wilkens Michon Sprenger en band
●
●
●
www.koornelis.nl
Fertelhûs "de Pleats" Schoolstraat 82 Burgum Maandag 27 september Aanvang 20.00 uur Voor informatie en boekingen: bestuur@cornelisvreeswijk.nl