Skip to main content

Nb2004 03

Page 1

Cornelis Vreeswijk Nieuwsbrief. Verschijnt 4 keer per jaar. 5e Jaargang No 3. Zomer 2004

In dit nummer: Bellman ontsloten

2

Een licht Stockholms accent

3

De Meester en Meester Cees

4

De Bron en de Muze

6

Swedish Chef

7

Het Bellman museum

8

Cornelis agenda

8

Nieuwe leden

8

Dit is een uitgave van het Cornelis Vreeswijk Genootschap. Het CVG is een vereniging voor liefhebbers van Cornelis Vreeswijk, en wil de herinnering aan Vreeswijk in Nederland levend houden. Het CVG organiseert bijeenkomsten, geeft een nieuwsbrief uit, onderhoudt een internetsite en steunt projecten die bijdragen aan de doelstellingen. Het lidmaatschap bedraagt € 11,50 per jaar. Familielidmaatschap € 18,00. Cornelis Vreeswijk Genootschap Reidfjild 25 9255 JS Tytsjerk cvgenootschap@cornelisvreeswijk.nl www.cornelisvreeswijk.nl Bankrekening: 36.30.40.048 ten name van: CVG te Buitenpost.

peci S n a lm l e B l hae c i M l Car

al

Voor mij, als liefhebber van hun muziek, valt op hoe tijdloos hun teksten vaak zijn, hoe groots hun muzikaliteit. Wie in Zweden is geïnteresseerd, zal Natuurlijk zijn sommige verwijzingen meestal ook belangstelling hebben voor de Zweedse muziek. En wie ken- aan de tijd gebonden waarin ze werden geschreven. Bellman beschrijft een nis maakt met de Zweedse muziek, liefdesspel in een epistel, krijgt onvermijdelijk te maken met de muziek van Carl Michael Bellman. Zijn waarin (we kennen het lied ook in het Nederlands van Cornelis) ‘de luiken muziek is al enige eeuwen oud, maar wordt nog steeds in Zweden beluisterd worden gesloten’. Wij doen tegenwooren gespeeld. Je kunt niet om Bellman dig het raam dicht, of open. Cornelis ligt in bed met zijn geliefde en hoort heen. een vliegtuig overkomen. Dat kon BellDit stukje wil geen wetenschappelijke verhandeling zijn over Bellman en zijn man niet horen in zijn tijd. Wat de beiwerk. Ik heb Bellman’s muziek gehoord de heren zo tijdloos maakt, is het liefdesspel dat ze beschrijven. Want dat is via Cornelis Vreeswijk, die hem al van alle tijden. Maar zelden zo mooi vroeg op zijn Nederlandse repertoire had. Toen ik later in Zweden ging wo- beschreven als bij Bellman en Vreeswijk. nen, eind jaren zeventig, begreep ik pas wat Bellman voor de Zweden bete- Bij een oom van Cornelis zijn bandopnamen ontdekt die het waard zijn om kent. op een cd uit te brengen: Cornelis zingt Toen ik in Stockholm woonde, ben ik naar een Bellman-dag geweest, in juli. een twaalftal epistels van Bellman in het Nederlands. En zijn vertalingen zijn In een ontspannen sfeer zo mooi, zo passend bij de sfeer die de (picknickmandje, flesje wijn) komen liederen van Bellman oproepen. Het is Zweden dan bij elkaar om Bellman te eren, vooral ook door naar zijn muziek een cultureel juweeltje waar Nederland recht op heeft! te luisteren. Bellman en Vreeswijk worden nu in één adem genoemd, als de grootsten Zomer 2204 Wie in Zweden is geïnteresseerd, zal van de Zweedse traditie van troubadours, dichters, zangers. En de paral- meestal ook belangstelling hebben voor de Zweedse muziek. En wie kenlellen tussen beide barden is groot. Allebei namen ze de samenleving van nis maakt met de Zweedse muziek, krijgt onvermijdelijk te maken met de hun tijd op de hak, met een scherpe, muziek van Cornelis Vreeswijk. Zijn satirische pen. Bellman was, net als muziek is al enige eeuwen oud, maar Cornelis, een groot innemer. Beiden hebben als gevolg van hun levensstijl wordt nog steeds in Zweden beluisterd en gespeeld. Je kunt niet om Vreeswijk een tijdje in het cachot doorgebracht. heen… De gevangenis waar Bellman heeft gezeten, is nog steeds in gebruik, maar doet nu dienst als restaurant. De gePeter Verschoor vangenis waar Cornelis heeft gezeten, kan nog een mooie toekomst tegemoet zien! Zomer 2004


Pagina 2

Door Hans Westin

Sterven van Liefde en Leven van Wijn – Bellman ontsloten Grote gebeurtenissen zijn als ongelukken: ze komen zelden alleen. In hetzelfde jaar dat er voorheen onbekende banden werden gevonden waarop Carl Michael Bellman door Cornelis Vreeswijk in het Nederlands wordt vertolkt, verscheen bij uitgeverij Voltaire ook een bundel Bellmanvertalingen door Bertie van der Meij. Het is om van te gaan zingen!

te citeren, “als het kammen van spinrag”. En dan nog omzetten naar het hoekige Nederlands, waarbij een stortvloed aan zinnelijke beelden intact moet blijven. En het moet nog zingbaar blijven ook. Deze lezer vindt dat zij op alle punten geslaagd is. Om rijm en ritme te bewaren heeft zij uiteraard met de beelden moeten schuiven, om niet te zeggen jongleren, maar ze zijn in hun waarde gebleven. Ook het taalgebruik heeft duidelijk de geur en de kleur van Bellman behouden.

Het was in de Nieuwsbrief aangekondigd en de vertaalster had er op een Vreeswijkdag over gesproken. Het kwam dus niet echt uit de lucht vallen, eerder uit de hemel neergedaald: “Sterven van Liefde en Leven van Wijn”, een boek met vertaalde Bellmanliederen door Bertie van der Meij, literatuurvertaler, Bellmanliefhebber en winnaar van de Nijhoffprijs 2000. Samen met de pas gevonden Vreeswijk-banden wordt hier een muzikale schatkamer voor Nederland En vergeleken met ontsloten. Vreeswijk? Daarover is geen waardeoordeel Het lijkt misschien een dun boekje, mogelijk, als je goed honderdvijftig pagina’s met in totaal vijfendertig liederen, maar dat is zeer met goed vergelijkt blijft het gewoon goed, betrekkelijk. Wie de mooi verzorgde maar het verschil is wel band openslaat, met op de stofominteressant. De dichter slag een fraaie reproductie van hét bekende portret van de 18e-eeuwse Vreeswijk, door van bard, komt in een wereld terecht waar der Meij in haar inleiding geprezen als “één van de grootste Bellmanje niet zomaar bent uitgekeken of uitgelezen. Of uitgezongen; alle liede- vertolkers”, behandelt Bellman als een gildebroeder wiens werk hij zich ren staan er compleet met bladmueigen maakt. van der Meij aan de ziek in. Het geheel wordt voorafgeandere kant is vertaler: zij stelt zich gaan door een inleiding waarin van tot taak, en slaagt erin, om zo dicht der Meij ons in vogelvlucht kennis laat maken met de persoon Bellman, mogelijk bij Bellman te blijven. Zo wordt bijvoorbeeld in Epistel 81 het de geschiedenis van zijn liederen, figuur “Grälmakar Löfberg” door van hun vertolkingen en vertalingen, én met het belang ervan in Zweden van- der Meij heel mooi en correct vertaald daag. Verder is er een notenapparaat als “Twistzoeker”, terwijl Vreeswijk het niet heeft kunnen laten om hem dat, in een prettig evenwicht tussen te herscheppen tot zijn hoogst eigen volledigheid en bescheidenheid, uitermate bruikbaar blijkt onder het le- “Pijpendraaier”. Movitz, die in het lied wordt toegezongen, heet bij Vreeszen. Kortom: een uitgave zoals het wijk Mauritz, bij van der Meij houdt hij hoort. zijn eigen naam. Het verschil is dat En de vertalingen zelf? van der Meij tussen de vertolking en de herschepping; beide versies staan in hun eiheeft zichzelf immers een moedige gen recht als een huis. taak gesteld: de lyriek van Bellman ontrafelen is, om Cornelis Vreeswijk

En is het te zingen? Probeer het eens met Zang 64: Hier in Haga’s groene dreven Vliegen vlinders af en aan Als de nevelsluiers zweven En de bloemen opengaan Hier ontwaken alle dieren Als het warme zonlicht speelt Om hun bruiloftsfeest te vieren Door de westenwind gestreeld

Wie zo kan vertalen mag zichzelf ook dichter noemen. En op mij heeft het zeker het beoogde effect: het werkt op mijn zangspieren. Want dat is de uitgesproken doelstelling van Bertie van der Meij: Bellman moet gezongen worden! Ik zou zeggen: zangers van Nederland, ga je gang.


Pagina 3

Door Bertie van der Meij

Een licht Stockholms accent Het moet vroeg in het najaar van 1978 zijn geweest. Met twee studiegenotes Zweeds uit Amsterdam had ik me ingeschreven aan de universiteit van Stockholm om mijn taalvaardigheid te vergroten en de Zweedse maatschappij te leren kennen. Mijn Nederlandse studiemaatjes en ik stonden voor een concertaffiche in Stockholm en keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan. Cornelis Vreeswijk? Zou Cornelis Vreeswijk hier in Stockholm optreden?

Dat was toch die Nederlandse zanger die bekend was geworden met het nummer "De nozem en de non"? Eigenlijk een nogal slap liedje, vonden wij. Wat moest een Zweeds publiek met Cornelis Vreeswijk? Dat concert wilden we wel eens meemaken! Op de avond van Vreeswijks optreden verbaasden we ons over de grote opkomst. De zaal was propvol. Hoe kon het dat Cornelis Vreeswijk hier zoveel fans had? Toen onze zanger in vloeiend Zweeds begon te zingen, waren we verbluft. We verstonden er maar weinig van; óns Zweeds was namelijk nog zeer gebrekkig. De zaal was vol geestdrift, na ieder liedje werd enthousiast geroepen, gefloten en geklapt. Van de weeromstuit lieten we ons meeslepen en riepen luid: "Goed zo, Cornelis! Mooi! Mooi!" Cornelis keek wel in onze richting, maar liet niet merken dat hij Nederlands verstond. Het was hem toch wel echt? We wisten niet wat we ervan denken moesten. Hadden de Zweden onze Cornelis Vreeswijk geannexeerd? In de pauze spraken we een Zweedse kennis aan. Die bleek niet eens te weten dat Vreeswijk een Hollander was! "Maar zingt hij dan helemaal niet met een accent?" vroegen wij. Onze kennis dacht even na. "Hm... ja, hij heeft misschien een licht Stockholms accent," was het antwoord. Aan het eind van de avond zong Cornelis in prachtig Zweeds een liedje waarvan wij op college in Amsterdam de tekst hadden bestudeerd en dat we op een bandje hadden gehoord, vertolkt door iemand wiens naam we al weer vergeten waren,

Sven Bertil of zoiets... Maar de naam van de dichter van dat liedje was ik niet vergeten: Carl Michael Bellman. Achttiende-eeuws liederendichter en troubadour. "Liksom en herdinna högtidsklädd, vid källan en junidag..." Wat deed Vreeswijk dat mooi, met die gitaar erbij... Ook in mijn tijdelijke Stockholmse studentenkamer klonk later die week muziek. Hetzelfde lied van Carl Michael Bellman! Het geluid kwam uit de kamer van mijn buurjongen, die een plaat van Fred Åkerström draaide. Anders dan Vreeswijk, maar ook schitterend! De teksten en de muziek van Bellman, en de manier waarop Cornelis Vreeswijk en Fred Åkerström deze in de jaren zeventig en tachtig nieuw leven inbliezen, maakten destijds grote indruk op me. Sindsdien kan ik me een leven zonder Bellman niet meer voorstellen. Na mijn terugkeer in Nederland bleek het echter moeilijk om het thuisfront mee te krijgen in mijn enthousiasme. Ik draaide platen van Vreeswijk en Åkerström. Ik vertelde hoe populair Cornelis Vreeswijk in Zweden was. Maar mijn vrienden keken me ongelovig aan. Men vond de muziek weliswaar geweldig klinken. Maar ja, dat Zweeds! Niet te begrijpen! Achttiende-eeuwse Zweedse teksten in combinatie met Cornelis Vreeswijk, het leek allemaal zo ongerijmd. Sinds die tijd koesterde ik een geheime wens. Sinds ik van deze liederen begon te houden, heb ik ervan gedroomd om ook Nederlanders die geen Zweeds verstonden te laten ervaren hoe mooi Bellmans teksten en zijn muziek zijn. Af en toe vertaalde ik een stukje en de resultaten stopte ik in een doos. Maar een echte uitgave van zijn werk in het Nederlands leek lange tijd onmogelijk. Welke uitgever zou er nu brood zien in een Nederlandstalige uitgave van liedteksten van een hier onbekende achttiende-eeuwse Zweed? Gewone poëzie vertalen en uitgeven is al moeilijk. In het puzzelen met metrum, rijm en ritme gaat ontzettend veel tijd zitten en in het eindresultaat zijn meestal maar weinig mensen geïnteresseerd.

Bij het vertalen van liederen word je ook nog eens geconfronteerd met een gegeven melodie, die allerlei eisen stelt met betrekking tot de zingbaarheid van de vertaling. Met rijmschema's en metrum valt niet te sjoemelen, lettergrepen moeten hier kort zijn en dáár juist lang, frasering en klemtonen moeten kloppen enzovoort. Geen uitgever zou me ooit een redelijk honorarium kunnen geven voor alle tijd die ik in het vertalen van Bellmans liederen zou moeten steken. Nee, Bellman vertalen kon ik alleen bij wijze van hobby in mijn vrije tijd doen. In werktijd vertaalde ik vlijtig allerlei andere Zweedse literatuur in het Nederlands. Toen ik echter in het jaar 2000 de Martinus Nijhoffprijs voor Vertalingen won, kwam ik in de gelegenheid me een tijdlang serieus en professioneel in Bellman te verdiepen. En ik vond bovendien een uitgever die bereid was een Bellmanboek uit te geven, met muziek en al! Mijn Bellmanhobby veranderde in echt werk en zo komt het dat er sinds vorig jaar een boek bestaat met vijfendertig Nederlandse vertalingen van liederen van Bellman: Sterven van liefde en leven van wijn, verschenen bij Uitgeverij Voltaire in Den Bosch. Bij het vertalen heb ik steeds voor ogen gehouden dat de teksten zingbaar moesten zijn. Bellman moet gezongen kunnen worden, óók in het Nederlands! Dat hield in dat ik als vertaalster allerlei keuzes moest maken om een goed lopende en in de melodie passende Nederlandse tekst te krijgen. Tegelijkertijd wilde ik de toon en de sfeer en de muzikaliteit van de oorspronkelijke teksten zoveel mogelijk behouden. Het werk was een enorme uitdaging waaraan ik veel plezier heb beleefd. Maandenlang ben ik intensief met Bellmans werk bezig geweest, met de vertolkingen van Vreeswijk, Åkerström en vele anderen in de cd-speler ter inspiratie. Met mijn vertalingen hoop ik iets van mijn liefde en respect voor Bellmans werk en dat van zijn vertolkers aan anderen te kunnen doorgeven.


Pagina 4

Door Hasse Nilsson

De Meester en Meester Cees – overpeinzingen rond het kunstenaarschap van Bellman en Cornelis

Beste burgers. Cornelis is al vaak vergeleken met de 18e eeuwse Zweedse dichter Carl Michael Bellman. Cornelis wordt soms zelfs de Bellman van onze tijd genoemd. Wie weet; misschien ligt de waarheid wel dichterbij als je zegt dat Bellman de Cornelis van zijn tijd was. Er zijn in elk geval veel overeenkomsten, maar ook veel verschillen tussen beide virtuozen van het Zweedse liederenerfgoed. Cornelis was geen man van orde en regelmaat. Toen hij overleed was wat wij kennen als zijn levenswerk netjes ingekrast in vinyl en uitgebracht op 17 lp's. Maar er lagen enorme hoeveelheden gedichten, liedjes, teksten en concepten overal verspreid bij vrienden en familie, verstopt op zolders en in cafés in heel Scandinavië – en vast en zeker ook in Nederland. De overeenkomst tussen Cornelis en Bellman is daarmee duidelijk. Het levenswerk van Bellman is door gelukkige omstandigheden bekend. Maar veel van Bellmans omvangrijke oeuvre is nog steeds verdwenen en dat zal ook wel zo blijven. Er is iets waar ik vaak aan moet denken. Er lijkt een vloek op Zweedse liedjesschrijvers te rusten. Al sinds de dagen van Lucidor en Runius (17e eeuwse dichters, vert.) lopen ze met hun schoenen kapot en met Bacchus en Ågren als metgezel, eeuwig op jacht naar de bedrieglijke Venus en naar de oplossing van het mysterie van het leven. Natuurlijk zijn er ook vreugdevolle momenten, zoals wanneer Fredrik Åkare Cecilia Lind kust. Maar de oppervlakkige liefde is dwaasheid. Wanneer het kaarsje aan beide uiteinden brandt, is het een troost om het scheppingsproces intensief en van dichtbij mee te maken; toegewijd, dronken en "grijnzend naar de dood" zoals Cornelis in het lofdicht aan zijn gildebroeder Nils Ferlin schreef. (In verband met de auteursrechten heeft Cornelis nooit de Nils Ferlin-plaat kunnen maken die hij wilde; Ferlin wacht nog steeds op een

ders dan onder vrienden en in besloten gezelschappen. Cornelis leefde zelf het leven dat hij beschreef. Voor Bellman – vooral toen hij zijn wilde haren kwijt was – was het copieuze pimpelen met name een coulisse. Bellman kende de figuren die hij beschreef nauwelijks. Cornelis was een van de zijnen. Wat loop je daar met je schoenen Daarom zit er een heel andere gevoel kapot. van compassie in Cornelis' oeuvre. Zeg me waar komt dat door? Sympathie en empathie ontbreken Is dat de wens van vadertje God? vaak opmerkelijk bij Bellman. Wie Heeft hij er iets mee voor? een autobiografische puzzel probeert te leggen vanuit Bellmans liederen Bellman en Cornelis hebben geen zal met moeite een passend stukje van beiden voorbeelden of volgelingen, Hoogstens kunstzinnige verwan- vinden. Het woord ”ik” komt in Bellmans liederen nauwelijks voor, tenten, maar als liedjesschrijver zijn ze minste niet als een dichters-ik. Corbeiden uniek. Cornelis brak door in nelis daarentegen schreef vanuit een tijd waarin Bob Dylan en Joan Baez aan elke tienermuur hingen en zichzelf. Met name zijn lyriek geeft heeft in meerdere opzichten een weg veel informatie in biografische zin. Cornelis nam ook, in tegenstelling tot gebaand voor Fred Åkerström en andere grote Zweedse troubadours. Bellman, een duidelijker politiek standpunt in. ”De Poolse kwestie: Maar hij ging zijn eigen weg, in een kwalijke zaak!” schreef Bellman, tereigen universum – net als Bellman. wijl Cornelis flink uithaalde naar rechts, soms zelfs naar links, maar Verwante troubadours vooral naar boven. Bellman hield van zijn koning, Cornelis stak daarenteVelen willen, zoals gezegd, een parallel trekken tussen Cornelis en Bell- gen de draak met de zijne. man, en natuurlijk kan dat. Beiden woonden in de Stockholmse wijk Sö- Tot de overeenkomsten tussen Bellman en Cornelis behoort een streven dermalm, beiden kozen de kroegen om auteur te zijn. Toen Bellman einen achterafstraatjes van Stockholm delijk zijn Fredmans Epistlar kon puals decor en beiden creëerden een wereld met dorstige drinkers en ver- bliceren was dat na een bijna twintig leidelijke Felicia's. Bovendien eindig- jaar durende strijd. Cornelis had hetde het leven van beide dichtbroeders zelfde verlangen. Hij wilde schrijver worden. Hij wilde zijn gedichten en voortijdig en in armoede. Bellman gedachten publiceren, die was 55, Cornelis net hij min of meer constant 50. Bellman eindigde opschreef. Aan het eind zijn leven in de gevanvan zijn leven werd dat genis i.v.m. onbetaalde verlangen sterker en beschulden en in Cornelis' gon hij zijn materiaal te nalatenschap was niet verzamelen. Hij schiftte en eens geld voor een schreef nieuwe dingen. Het grafsteen. resultaat was de bundel Till Fatumeh. Cornelis kon net Maar de verschillen zijn het eerste exemplaar in groter dan de overeenkomsten. Cornelis was ontvangst nemen voor hij een openbare podiumin november 1987 in het artiest. Bellman zong Söder-ziekenhuis insliep. zijn liederen nooit anvertolker die de geest van het origineel bewaart.) Er mag dan een vloek op onze liedjesschrijvers rusten, ze hebben zich geschikt in hun lot. Wanneer het graf te diep is, biedt de brandewijn troost aan verdwaalde geesten.


Pagina 5

De Meester en Meester Cees – overpeinzingen rond het kunstenaarschap van Bellman en Cornelis (vervolg)

Lied van een vreemde vogel Cornelis kwam als twaalfjarige naar Zweden. Hij droeg jeugdherinneringen met zich mee van de oorlog in Europa, waar de bommen van de geallieerden op een steenworp afstand van het huis van de familie Vreeswijk in IJmuiden neerkwamen. Een andere jeugdherinnering die hij met zich meedroeg, was dat er een blindganger was ontploft die drie van zijn speelkameraadjes gedood had. Cornelis, die er een stukje vandaan stond, had het overleefd. Het gezin was naar Zweden gelokt door de vrijheid en de Zweedse natuur. Cornelis en zijn twee zussen moesten gewoon zoet mee naar het vreemde land. Cornelis is veel gepest als kind. Hij was dik en onhandig, en zijn kinderjaren, ook die in Zweden, lijken niet eenvoudig te zijn geweest. De Zweedse taal maakte hij zich voornamelijk eigen door stripbladen te lezen, vooral Fantomen. Later, als tiener, was hij veel te vinden in de Stadsbibliotheek aan Hantverkargatan, waar hij Zweedse romans en Zweedse lyriek verslond. Hij kwam daar ongetwijfeld voor het eerst in contact met Carl Michael Bellman. Cornelis was in de eerste plaats vertolker van zijn eigen liederen. Hij heeft weliswaar diverse lp's gemaakt waarop hij liederen van anderen ten gehore bracht, maar hij bereikte nooit dezelfde kunstzinnige glans als wanneer hij vanuit zijn eigen pen schreef en zong. Zijn Bellmanvertolkingen uitgezonderd, die hij al sinds zijn vroege debuut, het live-album ”Visor och oförskämdheter” uit 1964, een zeer bijzondere frisheid wilde geven. De lp ”Spring mot Ulla, Spring” uit 1971 wordt nog steeds gerekend tot een

van de belangrijkste uitgaven binnen de Bellmanreceptie en ”Movitz, Movitz” uit 1977 is ook een must voor alle Bellmanvrienden.

Men spreekt wel van een marxistische Bellmantraditie, waarvan Cornelis de belangrijkste vertegenwoordiger was. Ook in muzikaal opzicht vernieuwde Cornelis het Bellmanlied. ”Spring mot Ulla, Spring” is een van de eerste voorbeelden van Bellmanvertolkingen met geëlektrificeerde arrangementen en popinstrumentatie. Daarmee opende Cornelis de wereld van Bellman voor een jongere generatie en kreeg hij onmiddellijk en blijvend succes. Er valt veel te zeggen over Cornelis en Bellman. Ze waren elkaars gelijken en elkaars tegenpolen, ze leefden hun leven op meer dan tweehonderd jaar afstand van elkaar, dichtbij, maar toch zo ver weg. Cornelis en Bellman zijn verenigd in een kunstenaarsschap dat zal blijven bestaan, ook als de laatste cd-speler zwijgt en de laatste streng van de gitaar gesprongen is. Polaren Pär, Fredrik Åkare, personliga Persson, MördarAnders, Veronica, Saskia, Sportiga Marie en vele anderen zitten voor altijd aan dezelfde tafel van eregasten als Movitz, Mollberg, Ulla Winblad, horlogemaker Jean Fredman en vele anderen. Bellman was een deel van Cornelis' culturele identiteit en Cornelis werd een deel van de onze.

Cornelis als Bellmanvertolker is belangrijk als vernieuwer. Hij was een van de eersten die brak met een klassiek geschoolde traditie, decennialang gedragen door zangers met een luit en koren. Hij beet zich vast in de personages die Bellman beschreef en zong over zijn ongeluksbroeders in kroegen en bordelen met een sympathie en een inlevingsvermogen die tot dan toe ontbroken hadden bij vertolkingen van Bellman.

Tekst: Hasse Nilsson, schrijver en Bellmankenner Vertaling: Tineke Jorissen-Wedzinga Vertaling Ballade van de kapotte schoenen: Peter Verschoor en Ibo Bakker Vertaling citaat uit Bellmans Epistel 45: Bertie van der Meij


Pagina 6

Bellman – De Bron en de Muze Wat Cornelis Vreeswijk was, en nog altijd is, kon hij misschien alleen in Zweden worden, waar hij een traditie van tweehonderd jaar had om op te bouwen. In een serie artikelen schetst een van onze Zweedse leden een beeld van een land waar de poëzie wordt gezongen. Tweede deel: Terug naar de bron. Er was eens een lied dat gezongen wilde worden. En dat gebeurde ook; het werd heel vaak gezongen want iedereen hield ervan. Het werd wereldberoemd in heel Zweden en iedereen daar kende dat lied. Of in ieder geval, want zo gaat dat vaker, het eerste couplet: Een herderin die hier bij de bron, Gekleed in haar feestgewaad, Haar sieraadjes zoekt in ’t licht van de zon Voordat ze ter bruiloft gaat, Zij strengelt tussen roos en jasmijn Geen kralensnoer met glinst’rende schijn; Zij tooit zich met het tere goud Van bloemen uit velden en woud. De pen waaruit deze regels vloeiden mag met recht de bron genoemd worden. Het was de pen van Carl Michael Bellman (1740 – 1795); niet alleen de eerste troubadour die een herkenbaar, samenhangend oeuvre achterliet, maar in feite ook de vader van de moderne Zweedse literatuur. Hij bezingt een heel ander Stockholm dan Vreeswijk, een stad waar de natuur nog tot aan de stadspoorten staat en waar zijn nimf zich in bloemen kan tooien om straks in landelijke omgeving een kreeftfestijn bij te wonen. Althans, zo lijkt het. Maar een echte dichter bezingt het hele bestaan; dus komen wij dezelfde nimf in een ander lied anders tegen: Gisteren zag ik in een steegje Een venuskind Haar zwarte jakje toegeregen Met strik en lint Welvingen kon ik daar ontwaren Pracht en opschik en praal Maar ‘k zag er ook twee wetsdienaren Met blinkend staal

Inderdaad. De dame in kwestie, een zekere Ulla Winblad, blijkt af en toe hetzelfde beroep uit te oefenen als Nanette, Deirdre en Rozenblad. Samen met de dappere levensgenieters Movitz, Mollberg en Fredman, en nog een stoet andere bewonderaars en suikerooms, bevolkt zij een Stockholm waar de paleizen en herenhuizen gevel aan gevel staan met de lokalen van zware drank en lichte liefde. Waar de kunstminnende koning Gustav III een schijnbestaan opbouwt naar model van het Franse hof, met het idyllische zomerkasteel Haga als zijn persoonlijke Versailles. Waar de economie kreunt onder buitenlandse avonturen en binnenlands conflict, slechts nog drijvend op een levendige scheepvaart en een wankelende textielindustrie. Waarvan de laatste het vooral moet hebben van kinderarbeid en gedwongen tewerkstelling:

Hul je in je witte doek Spin ijverig je garen Spin en zing en lees je boek Je hemel zal weer klaren Wol gesponnen Tijd gewonnen Weldra mag je weer op reis Amor schraagt je En hij draagt je Naar zijn paradijs

Want zo verging het de dame die op lichte zeden werd betrapt: zij ging naar het spinhuis. Waar zij al werkend en Bijbellezend van geluk mocht spreken als zij geen tering opliep. Zodat ze, na haar straf uitgezeten te hebben, in de gelagkamers haar diensten kon blijven aanbieden aan dezelfde heren die haar op dwangarbeid hadden gezet. Van dit bizarre, maar helaas ook herkenbare oord had de bard Bellman alle kanten gezien. Hij werd geboren in de economische en culturele elite van Stockholm, waar zijn dichterlijk talent al vroeg werd onderkend. Hij kreeg een degelijke opleiding en begon al op zijn zeventiende met het publiceren van zowel eigen teksten als vertalingen uit verschillende talen. Zijn belangstelling gaat in deze tijd nog vooral uit naar gewijde thema’s: psalmen en religieuze poëzie. Na een kort verblijf aan de Universiteit van Uppsala lijkt hij echter het uitgaansleven ontdekt te hebben. Feestvieren wordt het hoofddoel van zijn bestaan, de verschillende baantjes die hij via vrienden en familie krijgt toegespeeld fungeren voornamelijk als excuus om een leven op te bouwen als kroegtijger en impromptu entertainer. Hoewel hij hier groot succes mee beleeft zal hij nooit genoeg verdienen om zijn levensstijl te bekostigen.


Pagina 7

Door Hans Westin

Gelukkig zijn er mecenassen. De belangrijkste wordt zijn goede vriend Anders Lissander, wiens dochter hij het hof maakt en wiens huis wordt opengesteld als officieus concertpodium voor de jonge dichter. De spectaculairste wordt later Koning Gustav III, die hem een tijdlang aanstelt als hofdichter. De religieuze dichtkunst heeft inmiddels allang plaatsgemaakt voor bijbelparodieën, drinkliederen en pastorales zoals die waar dit artikel mee begint. Hij schrijft over de drie grote thema’s, dezelfde drie die tweehonderd jaar later door Vreeswijk bezongen zullen worden: liefde, drank en de dood. Hij slaagt erin om het toch eigenlijk vrij inhoudloze najagen van plezier door zijn personages zó te beschrijven alsof het om eeuwige, Olympische waarheden gaat. Door de stegen en kroegen van zijn Stockholm bewegen zich de goden uit de mythologie, zowel de Noordse als de Grieks-Romeinse. Zijn Ulla is geen hoer, zij is de dienares van Venus en Freya.

tief. De slemp- en vrijpartijen werden zorgvuldig verzwegen, hij leek vooral een dichter van natuurlyriek.

Swedish Chef

Tot er in het midden van de jaren zestig een nieuwe generatie troubadours opstaat, aangevoerd door Fred Åkerström en Cornelis Vreeswijk. Zij vertalen Bellman naar het wereldbeeld van de Roaring Sixties; zij zingen hem niet langer met eerbied, maar met herkenning en sympathie. Ineens blijkt zijn werk volstrekt actueel te zijn, zijn hedonisme en parodiekunst passen perfect in de nieuwe tijdgeest. En we zingen hem nog steeds, iets waarvoor we Vreeswijk en Åkerström eeuwig dankbaar mogen zijn. En de herderin bij de bron? Hoe liep het af met haar zomerfeestje? Laten we afronden met het op één na laatste couplet van het beginlied, Epistel nr. 80:

Alras ging de kan de tafel rond En Mollberg viel van zijn stoel En Ulla bracht steeds het glas naar haar mond; Ondanks zijn talent en populariteit Ze morste een heleboel Ze bonsde met haar vuist op de krijgt hij zijn leven nooit op orde. Ook de publicatie van zijn belang- toog En trok haar natte jurkje omhoog; rijkste werken, Fredmans Epistlar Ze werden samen o zo zat in 1790 en Fredmans Sånger in 1791, levert niet genoeg op om zijn Maar kregen hun roes op de lat. drank- en spelschulden te betalen. Hij sterft in 1795, berooid en alleen, Dag lieve nimf. En Bellman, bedankt dat je haar leven helemaal aan de tuberculose, opgelopen in beschreef en niet alleen de lieve de gevangenis waar hij wegens kant ervan. Dat je voor ons een onbetaalde schulden heeft gezewereld schiep waar Venus de dans ten. aanvaardt in innige omhelzing met Charon. Op muziek uit de vedel Na zijn dood gebeurt er iets vervan Bacchus. schrikkelijks: zijn werk wordt ontdekt als Grote Cultuur. Net als bijVolgende keer: Van Bergtrollen en voorbeeld William Shakespeare, die er uiteindelijk vooral op uit was Kolenbranders om te vermaken, wordt hij gekaapt door de elite. Uit mijn eigen jeugd in de jaren vijftig en zestig herinner ik me Bellman vooral als een stoffi- Voor dit artikel is, naast andere bronnen, ge pruikendrager wiens werk werd met name gebruik gemaakt van de Internetsite van het Zweedse Bellmansällskapet gekoesterd door mannen in nette www.bellman.net en de inleiding van Sterpakken, die op culturele bijeenkom- ven van Liefde en Leven van Wijn, de bundel vertalingen door Bertie van der Meij, sten in bovenzaaltjes een beetje waaruit ook alle tekstfragmenten zijn geluit zaten te spelen. Hij werd gehaald. zongen, jazeker, maar zeer selec-

Zweedse ovenschotel met ansjovis

Ingrediënten 300 à 400 gr verse ansjovis*), 6 à 8 grote aardappelen, 2 grote uien, boter of margarine, 1½ dl room, 4 el droog broodkruim, ½ tl zout, versgemalen zwarte peper *) ansjovis kan worden vervangen door een andere kleine vissoort, bijv. sardines

Bereiding Snij de buikzijde van de ansjovis open en verwijder de ingewanden en de kop. Druk het visje wat plat, maak de graat aan weerszijden voorzichtig met de vingers los en verwijder de graat. Spoel de visjes onder stromend water schoon. Dep ze droog. Schil en snij de aardappelen in fritesvorm. Kook ze ± 5 minuten. Laat de frites in een vergiet uitlekken en iets afkoelen. Hak de uien grof. Smelt 1 of 2 el boter in de koekenpan. Fruit hierin de gehakte uien 3 à 4 minuten glazig. Verwarm de oven ± 10 minuten voor op 200° C. Vet de ovenschaal in met wat boter. Bedek de bodem met de helft van de frites, daarop de helft van de gefruite uien en de ansjovisfilets. Bestrooi met wat zout en versgemalen peper. Herhaal dit met het restant van de frites, ui en vis. Bestrooi met broodkruim. Leg hierop kleine klontjes boter. Zet de schaal in het midden van de voorverwarmde oven en laat het gerecht ± 30 minuten garen. Haal de schaal uit de oven en schenk er de room over. Zet de schaal weer terug in de oven en laat in nog 15 minuten verder garen en goudbruin worden. Direct serveren.


Pagina 8

Door Lourdes Boasman

Het Bellman museum

Menigeen onder ons, die slechts met het Nederlandstalige werk van Cornelis Vreeswijk vertrouwd is, zal nooit goed hebben begrepen wat precies de verbinding tussen Vreeswijk en Bellman is geweest. Diegenen, die ook van het Zweedse werk van Vreeswijk hebben geproefd, weten dat er juist heel veel is dat de in 1987 overleden Vreeswijk deelt met zijn illustere voorganger uit de 18e eeuw. Afgezien van het feit dat slechts een klein deel van het Zweedse werk van Cornelis in het Nederlands is vertaald, speelt daarin zeker ook mee, dat Carl Michael Bellman in het Nederlands spraakgebied nauwelijks bekendheid geniet. Toch speelt Bellman een hoofdrol binnen de Zweedse cultuur, en het is dan ook niet voor niets dat Cornelis Vreeswijk heel vaak in één adem genoemd wordt met Bellman. Carl Michael Bellman, geboren 1740, was het oudste kind in het gezin Bellman. Zijn vader verwierf een redelijk interessante functie aan het hof, en Carl Michael genoot een goede opleiding. Hij leerde onder meer de belangrijkste talen uit zijn tijd te spreken. Al op tienerleeftijd schreef hij zijn eerste gedichten, en tevens bekwaamde hij zich in het spelen van enkele muziekinstrumenten. De twee belangrijkste ingrediënten, taalvaardigheid en muzikale aanleg, waren aanwezig, en rond 1765 had hij in Stockholm al een behoorlijke mate van populariteit opgebouwd, mede omdat ook zijn zangstem gehoord mocht worden, maar niet in het minst vanwege zijn (voor die tijd althans) nogal ondeugende teksten, en van dat laatste kunnen wij, ruim 250 jaar later, nog steeds genieten.

Söndagen den 8 augusti kl 14.00 - 22.00 Voor bezoekers aan Stockholm loont het zeker de moeite, om niet alleen het Vreeswijk museum te bezoeken, maar om ook het Bellman museum met een bezoekje te vereren. In dit pittoreske museum treft u een scala aan van zijn gedichten, verzen en verhalen, en uiteraard kunt u ook wat gedetailleerder kennismaken met het werk en leven. Informeert u wel naar de openingstijden, want die kunnen sterk variëren. Voor de toegangsprijs hoeft u het niet te laten: SEK 30,00 per persoon (kinderen gratis toegang). Het museum is te vinden aan de Stora Henriksvik, Långholmen - Stockholm Tel.: 0046 8 669 6969

Marie Bergman & Lasse Englund DE söderVISA +Plura Staffan Hellstrand Claes Janson & Kjell Öhman Kees Lakejer Yngve Kristiansen Kung Kaktus Ewert Ljusberg Stefan Sundström Janne Åström och Medborgarna

Wij willen de nieuwe leden van harte welkom heten. Walter Mulder Richard Blankenstijn JH Keijzer Nina Oeye Alex van der Graaf Chrisz Harms Henk Oskam R. van Diggele Jack Bakker Alfons Pirotte Nellie Heemskerk

Heerjansdam Meer (België) Ekerö (Zweden) Wijk bij Duurstede Eindhoven Hoogland Capelle aan den IJssel Hazerswoude Rijndijk Berkel en Roderijs Nijlen (België) Oosterhout

Cornelis Agenda 8 aug 2004

Cornelisdag, Zweden

8 aug 2004

Cornelisdag, Denemarken

12 nov 2004

Minneskonsert, Zweden


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Nb2004 03 by Cornelis Vreeswijk Genootschap - Issuu