Issuu on Google+

KWALITEIT IN DE ZORG mei 2014

Zeldzame longziekten PAH en IPF steeds beter behandelbaar Zorgt de invoering van de Basis GGZ voor betere kwaliteit zorg? Praktische innovaties binnen de cardiologie Incontinentie aanpakken met neuromodulatie Wat zijn de alternatieven voor een aanvullende verzekering? VAN DE REDACTIE

Fotograaf: Rene Wopereis

Zeldzame longziekten nader bekeken Longziekten, zeldzaam of niet, hebben vaak een grote impact.

I

Zeldzame longziekten nader bekeken 5

edereen heeft wel eens een infectie aan de luchtwegen. Verkoudheid, kriebel in de keel, of een griep. Herkenbare klachten van tijdelijke aard. Dat wordt anders als er sprake is van een chronische en/of zeldzame longziekte. Auteur: Cor Dol

Longziekten hebben bijna altijd een indringende beperking op de patiënt. Benauwdheid en kortademigheid, al dan niet bij inspanning, zijn symptomen die de kwaliteit van leven voor korte of langere tijd sterk beïnvloeden. Een longontsteking was lange tijd een

vermoeidheid. Dat kan duiden op een flinke griep, maar ook op de aanwezigheid van zeldzame longziekten als Idiopathische Pulmonale Fibrose (IPF), alpha-1 of Pulmonale Arteriële Hypertensie (PAH). IPF en PAH zijn longziekten die onbehandeld zeer levensbedreigend zijn. Een curatieve therapie is er niet, de behandeling is gericht op het verminderen of in ieder geval vertragen van de ontwikkelende ziekte. Misschien de meest bekende erfelijke ziekte die ongeneeslijk is, is cystic fibrose, ook bekend als ‘taaie slijmziekte’. Dit is overigens geen ziekte die zich uitsluitend op de longen richt. Slijm komt overal in het lichaam voor

bloed naar de longen te pompen. Anders dan de linkerharthelft is het rechterhart moeilijk tegen hoge druk opgewassen. Uiteindelijk ontstaat hartfalen, wat meestal de dood tot gevolg heeft. Er zijn veel verschillende vormen van PAH en van lang niet iedere soort is de oorzaak bekend. Het staat vast dat PAH op kan treden als complicatie van systeemziekten als sclerodermie en reuma. Ook het (voormalig) gebruik van dieetpillen kent een verbinding met PAH, evenals levercirrose en bepaalde aangeboren hartafwijkingen. Gezien de verschillende oorzaken en vormen, wordt de ziekte onderverdeeld in verschillende groepen en subgroepen, die ieder een

IPF Bij longfibrose is sprake van verlittekening van de longen, die daardoor minder elastisch worden en zo een verminderde capaciteit hebben om zuurstof op te nemen. Als de oorzaak van de aandoening niet bekend is, wordt gesproken van idiopathische pulmonale fibrose (IPF). De prognose voor IPF is beroerd: binnen drie jaar na de diagnose is de helft van de patiënten met IPF overleden. De zoektocht naar effectieve medicatie is jarenlang vruchteloos geweest, maar sinds kort gloort er enige hoop voor IPF-patiënten. Het lijkt erop dat er een middel is dat de achteruitgang van de longen aanzienlijk remt. Belangrijk is dat dit middel wordt

Over boezemfibrilleren en pacemakers 10

Nieuwe basis voor de geestelijke gezondheidszorg 14


2

Inhoud 3 Meer bewegings vrijheid door nieuw middel 4 Nieuwe kansen in behandeling PAH

Pulse Media Group

Voorwoord

|

KWALITEIT IN DE ZORG

Margo Weerts

Kwaliteit in de zorg staat altijd op nummer 1!

5 Longziekten hebben vaak grote impact 7 Goede zorg ondanks minder budget? 9 Patiëntervaring helpt de wetenschap 10 Over boezemfibrilleren en pacemakers 11 Andere aanpak in antistollingszorg? 12 Draadloze pacemaker vermindert complicaties 13 Sociale isolatie door incontinentie? 15 Persoon belangrijker dan de klacht 16 Huisartsen over nieuw ggz-systeem 17 Meer regie praktijkondersteuner huisarts 18 Basis-ggz en zorgvraagzwaartemodel 19 Verslaving is hersenziekte 20 Zieke geest in ziek lichaam 21 Aanvullende verzekeringen

Colofon Senior Media Advisor Cornelis Dubbelman cornelis.dubbelman@pulsemedia-group.com Managing Director Maarten Le Fevre Productie/Lay-Out Bert Potse & Jelle Heijman, Studio Razend Redactie Cor Dol (hoofdredactie), Irma van der Lubbe, Patrick Marx, Mariëtte Raap, Annelies Ron, Annemiek de Waard Foto‘s Rene Wopereis-fotografie Voorpagina: Studio Oostrum - foto’s HagaZiekenhuis Bigstockphoto.com Drukker Janssen/Pers Rotatiedruk, Gennep

Pulse Media Group De inhoud van de commerciële bijdragen zoals bedrijfsprofielen, expertinterviews, expertbijdrage en advertorials beschrijven de meningen en standpunten van de geïnterviewden. De redactie van PMG tracht alle fouten te voorkomen, echter kan de redactie niet in staan voor eventuele fouten of onvolkomenheden in deze bijdragen. PMG aanvaardt hierdoor geen aansprakelijkheid.

Pulse Media Group B.V. Keizersgracht 127 1015 CJ Amsterdam T 020 70 70 590 www.pulsemedia-group.com

Voor u ligt een uitgave over kwaliteit in de zorg. Maar wat is kwaliteit in de zorg? Dat is niet alleen het medisch technisch handelen van de medisch specialist zoals dat is voorgeschreven in de richtlijnen voor artsen. Het gaat ook om wat patiënten belangrijk vinden in de zorg. Patiënten vinden een goede informatievoorziening erg belangrijk. Ze willen betrokken worden bij de besluitvorming over de verschillende mogelijkheden van behandelen en ze willen goed begeleid worden. Wat goede kwaliteit van zorg is, wordt bepaald door de zorgverleners zoals artsen én door patiënten. Bij voorkeur bepalen ze dat samen. Het is mooi om te zien dat patiënten steeds meer de eigen verantwoordelijkheid nemen over hun gezondheid en dat in de gezondheidszorg innovaties plaatsvinden die dat ook mogelijk maken. Er ontstaat veel patiëntgerichte zorg en begeleiding, zoals met e-health, waarmee je zelf meer grip op je ziekte kunt krijgen. Opvallend is de ontwikkeling dat specialisten gemeenschappelijke consulten gaan houden. Patiënten met eenzelfde soort aandoening komen gezamenlijk op consult. Dat gaat niet ten koste van de tijd die een patiënt in een individueel consult zou krijgen. Maar wat belangrijker is, is dat patiënten leren van de vragen die hun lotgenoten stellen tijdens zo’n gemeenschappelijk consult. Dat opent ogen en geeft inzichten die je als individueel patiënt misschien nooit zou hebben gekregen. En dat je niet de enige bent met bepaalde klachten. Om u een voorbeeld te geven hoe patiënten meer en meer mede in de regiestoel kunnen gaan zitten, schets ik u graag een situatie die ik goed ken. Vanuit de De Hart&Vaatgroep zijn we een aantal jaren geleden gestart met het Vaatkeurmerk voor ziekenhuizen die voldoen aan de kwaliteitscriteria voor behandelingen van aandoeningen aan de slagaders. Slagaderverkalking of perifeer arterieel vaatlijden, bijvoorbeeld etalagebenen, aneurysma. We hebben een enquête gedaan onder de achterban en focusgroepen opgezet om er achter te komen wat patiënten belangrijk vinden. De grote vraag van de patiënten was: in welk ziekenhuis kan ik me het beste laten behandelen? Vanuit patiëntperspectief en in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie (NVvV) en het Nederlands Genootschap voor Interventieradiologie (NGIR) hebben we de criteria voor het Vaatkeurmerk opgesteld. Op deze manier kan een patiënt een ziekenhuis in de buurt vinden dat goede kwaliteit vaatzorg levert.

voorzieningen en ontwikkelingen maken dat ook mogelijk. Tegelijkertijd hebben we te maken met een efficiencyslag als gevolg van bezuinigingen. Dat klinkt als een tegenstelling –innovaties worden vaak neergezet als kostbaar-, maar tegelijkertijd biedt het kansen om mensen te helpen om grip te krijgen op hun eigen zorg. Er ligt voor patiënten net zo goed een uitdaging én taak om goed geïnformeerd te zijn om kritisch en weloverwogen een keuze te maken. Daarbij moet je er wel van uit kunnen gaan dat de zorg in de gemaakte keuze inderdaad op een goed niveau is. Investeringen die zichzelf zeker gaan uitbetalen.

Zorg wordt meer en meer ingericht op de manier dat een patiënt het leven kan leiden zoals hij of zij dat wil. Allerlei

In het licht van de ontwikkelingen rondom het zorgakkoord dat net gesloten is, zou ik willen afsluiten dat het heel

Partners

van en voor mensen met een hart- of vaatziekte

Margo Weerts, directeur van De Hart&Vaatgroep

belangrijk is dat de zorg betaalbaar blijft. Bezuinigingen of niet. In het interview met professor Jim van Os op pagina 18 staat dat de kosten voor de ggz volledig uit de hand liepen. Dat geldt niet alleen voor de ggz, ook in andere sectoren is dat het geval. De zorg moet natuurlijk betaalbaar blijven. Maar de kwaliteit in de zorg, vanuit het perspectief van de professional én vanuit het perspectief van de patiënt, staat voor mij altijd op nummer één. Dat is een uitdaging voor iedereen die in de zorg werkt. Zoals gezegd: patiënten vinden informatievoorziening erg belangrijk als het gaat om kwaliteit in de zorg. Puur om dat feit is deze uitgave het lezen zeker waard. Ik wens u veel leesplezier.


Pulse Media Group

|

3

KWALITEIT IN DE ZORG

PATIËNTVERhAAL

Kwaliteit van leven altijd voorop Voor patiënten met pulmonale arteriële hypertensie (PAh) is de kwaliteit van leven een groot goed.

O

nbehandeld is de prognose voor PAH slechts drie tot vijf jaar. Yvonnes eerste klachten waren a-specifiek: benauwdheid en het gevoel van een slechte conditie. Met haar klachten ging ze naar de huisarts, die een hele hoge bloeddruk constateerde. Verder onderzoek en tests wezen uit dat Yvonne PAH had. In november 2009 werd de diagnose gesteld. Auteur: Cor Dol Vijf jaar later ziet Yvonne’s leven er drastisch anders uit. Ze zit 24 uur per dag aan het zuurstof en staat op de wachtlijst voor een longtransplantatie. “Het gaat

redelijk, met hulp van man en kind kan

ik me goed redden. Mijn leven is enorm veranderd, ik moet bijvoorbeeld mijn energie veel beter verdelen.” Medicatie Yvonne gebruikte aanvankelijk alleen een oraal middel, maar na een paar dagen viel ze flauw en stapte over op een intraveneus middel dat via een infuus in een hoge dosering wordt toegediend. Daarnaast gebruikt Yvonne medicijnen als plastabletten en maagbeschermers. Het intraveneuze middel helpt Yvonne goed, maar het spreekt voor zich dat het gebruik en met name de toediening van een dergelijk middel de nodige impact hebben op het dagelijks leven. In de gespecialiseerde PH-centra in Nederland, en zeker ook door onderlinge samenwerking die zich internationaal ontwikkeld, wordt voortdurend gezocht naar middelen of combinaties van middelen die de kwaliteit van leven voor PAH-patiënten verbeteren. Enerzijds door een betere of andere werking, anderzijds door te zoeken naar verbeteringen in de wijze van toediening of in zaken als houdbaarheid. Zo wordt bijvoorbeeld gezocht naar toediening van medicatie via orale middelen met dezelfde intensiteit als nu alleen via een infuus wordt bereikt. Kwaliteit Zo gebruikte Yvonne een middel dat voortdurend gekoeld moest worden: reden waarom ze altijd met coldpacks

rond haar heupen liep. Dankzij verbeteringen in de medicatie zijn de koude heupen tot plezier van Yvonne

wel door verbeterd. “Ik weet dat het middel op donderdagochtend vóór twaalf uur wordt gebracht en dan ben

verleden tijd. De werkzame stof en daarmee ook de werking van het middel zijn hetzelfde gebleven en ook de toediening gebeurt nog altijd per infuus. Het middel wordt eens per week door de apotheek thuis bij Yvonne afgeleverd en dan heeft ze genoeg voor de rest van de week. Hoewel de vooruitzichten op een gunstig verloop van de ziekte niet direct verbeteren, is de kwaliteit van leven er

ik er de rest van de week van af.” Het onderhouden van bijvoorbeeld sociale contacten is op deze manier verbeterd en dat is in het leven van chronische zieke mensen een belangrijk punt. Met het wachten op een longtransplantatie is het fijn dat de ontwikkeling van verbetering van medicatie een punt van aandacht is en blijft. Dat is ook de ervaring van Yvonne.

EXPERTBIJDRAGE

Medicatie voor PAh ontwikkelt zich De zoektocht naar nieuwe medicijnen voor PAh moet leiden tot meer kwaliteit van leven.

D

e helft van de mensen die pulmonale arteriële hypertensie (PAH) heeft, sterft, zonder behandeling, binnen twee jaar na diagnose. Met behandeling verdubbelt de overlevingskans. Voortdurend wordt gezocht naar betere medicijnen en verbetering van de bestaande medicijnen. Bij pulmonale arteriële hypertensie is bloeddruk in de longen verhoogd, doordat de arteriolen, microscopisch kleine slagaders, vernauwd raken. Om voldoende bloed door deze vernauwde vaatjes te pompen, moet het rechterhart een hogere druk maken, waardoor ook de bloeddruk in de grote longslagaders verhoogd is. Op den duur ontstaat rechterhartfalen omdat het rechterhart het pompen tegen de hoge druk niet volhoudt. De behandeling van PAH richt zich op het verwijden van de arteriolen met geneesmiddelen. Het bloed kan dan makkelijker door de longen stromen, waarmee het hart ontlast wordt. Behandeling Cardioloog en PAH-specialist Arie van Dijk van het Nijmeegse Radboudumc over de huidige behandeling: “Meestal beginnen we met een zogenaamde endothelinereceptorantagonist en geven twee weken later een fosfodiësterase-5-remmer erbij.” Beide middelen zorgen voor vaatwijding. “Na 3-4 maanden evalueren we de behandeling. Is de patiënt vooruitgegaan? In Nijmegen kijken we vooral naar de

klachten (moeheid, kortademigheid), de afstand die de patiënt gedurende zes minuten kan lopen en de functie van het hart.” Heeft de patiënt onvoldoende baat bij beide middelen, dan kan het toevoegen van een permanent infuus of inhalator met prostacyclines helpen. Dit is een middel dat normaal gesproken wordt aangemaakt in de wanden van bloedvaten. Het verwijdt de bloedvaten en heeft een functie in de bloedstolling.

steeds 40% van de patiënten binnen vijf jaar na de diagnose. Betere medicijnen zijn daarom welkom. Ontwikkelingen Sinds dit jaar is een nieuwe endothelinereceptorantagonist beschikbaar. Van Dijk beschouwt dit als een stap voorwaarts. “Het lijkt de kansen op overleving te verbeteren bij zowel mensen die voor het eerst een medicijn tegen PAH krijgen als

Dr. Arie van Dijk is cardioloog en verbonden aan het Radboudumc

Dankzij deze behandelingen verdubbelt de levensverwachting. Toch sterft nog

bij mensen die al een fosfodiësterase5-remmer gebruiken.“ Inmiddels

krijgen de meeste patiënten met nieuw ontdekte PAH in het Radboudumc dit middel als eerste medicijn. Voor bestaande patiënten kan het betekenen

dat bloedcontroles minder vaak hoeven worden uitgevoerd, zodat deze vaak zieke en kortademige patiënten niet langer maandelijks voor bloedcontrole naar het ziekenhuis hoeven komen. Deze punten zijn belangrijk in het verbeteren van de kwaliteit van leven van deze mensen. Het is nog wachten op een behandeling die de progressie van PAH definitief stopt. Met de huidige ontwikkelingen wordt in ieder geval gewerkt aan een betere toekomst voor PAH-patiënten. ”De verwachtingen zijn hoog gespannen. Ik hoop dat de goede resultaten ook in de dagelijkse praktijk de waarheid worden”, zo besluit van Dijk.


4

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

PATIËNTVERhAAL

Leven met PAh Voor mensen met een ongeneeslijke ziekte is de kwaliteit van leven enorm belangrijk.

Vijf jaar geleden hadden wij niet veel voor u kunnen doen”, zeiden de artsen in het Erasmus MC. “Ik ben dankbaar. Als ik zie hoe de medicijnen bij mij zijn aangeslagen, dan kun je dat alleen maar zijn.” Helineth Elias heeft Pulmonale Arteriële Hypertensie (PAH), een ongeneeslijke aandoening waarbij de bloeddruk in de kleine bloedsomloop te hoog is, met alle gevolgen van dien. De ziekte heeft een slechte prognose: onbehandeld drie tot vijf jaar. Auteur: Cor Dol “Al enige tijd kon ik de trap niet meer op zonder een paar tussenstops en voelde ik me vaak moe. Ik was bekend met een hoge

onderdruk, maar had geen idee waar dat vandaan kwam. En ik had een laag Hb,

bloedarmoede dus. Dat verklaarde de vermoeidheid dacht ik. Om de onderdruk te temperen, kreeg ik via een internist bloeddrukverlagers. Op een vrijdag in oktober kwam ik thuis van het werk. Van de auto naar de voordeur voelde het alsof ik een marathon had gelopen.” Tijdens het weekend deed Helineth het rustig aan, maar de klachten verergerden. “Platliggen ging niet meer, dan kreeg ik hartkloppingen. Op maandag bracht ik mijn zoon naar school en reed gelijk door naar de huisarts. Zij stelde voor om een röntgenfoto te laten maken.” PAH De uitslag van de foto leidde tot een snelle tocht naar de eerste harthulp, omdat Helineth’s hart behoorlijk vergroot bleek. “De bloeddruk was torenhoog en ondanks de bloeddrukverlagers bleef dat zo. Na een paar dagen werd ik overgeplaatst naar het Erasmus MC.” Daar werd PAH vastgesteld. “Ik wist toen niet wat het was. Met de diagnose kon ik aanvankelijk niet zo veel. Je voelt je beroerd en dan zal het allemaal wel. Ik was al zo slecht dat de arts me mededeelde dat ik direct met zowel orale medicatie als met een medicatie rechtstreeks via de bloedbaan moest starten.” 24/7 Helineth startte dus direct met medicatie, een middel dat met een infuus en via een pomp 24 uur per dag wordt toegediend.

“Heel heftig, want ik werd er erg ziek van. Je moet de dosis langzaam opbouwen naar een bepaalde concentratie. Iedere keer als die dosis werd verhoogd, was ik erg beroerd.” De diagnose werd gesteld in oktober 2012, pas in mei 2013 voelde Helineth zich weer wat beter. Ze kon de trap weer op en begon voorzichtig met werken. In september 2013 ging ze, na bijna een jaar, weer volledig aan het werk. “Ik doe nu van alles weer.” Ontwikkeling De medicatie voor de behandeling van PAH is voortdurend onderwerp

van onderzoek en ontwikkeling. De verbetering van de kwaliteit van leven is daarbij een belangrijke motivatie. Zo zijn er bijvoorbeeld verbeteringen in de houdbaarheid van de medicijnen, zodat de apotheek minder vaak het middel thuis hoeft af te leveren. Dat heeft de bewegingsvrijheid en daarmee de kwaliteit van leven sterk verbeterd. Desondanks leeft Helineth bij de dag en kijkt niet te ver vooruit. “Ik weet niet wat de toekomst gaat brengen. Voorlopig voel ik me goed.”

EXPERTINTERVIEW

PAh en de toekomst het onderzoek naar oorzaak en behandeling van PAh in de komende jaren staat bepaald niet stil.

P

ulmonale arteriële hypertensie (PAH) zorgt voor verhoging van de bloeddruk in de longvaten, met fataal hartfalen tot uiteindelijk gevolg. De ontwikkeling van behandeling en onderzoek wordt de komende jaren geïntensiveerd. Op welk punt staan we nu in de behandeling van PAH? “Pulmonale arteriële hypertensie (PAH) is een relatief jonge ziekte, die we pas de laatste 13 jaar goed kunnen behandelen met PAH specifieke orale medicijnen. Voor die tijd kon dat alleen met PAH specifieke intraveneuze therapie. Hoe meer medicijnen we hebben, hoe meer behandelmogelijkheden we hebben en dat komt de patiënten ten goede. De markt is in beweging, er komt steeds meer aandacht voor PAH en we zien steeds meer patiënten. Let wel: PAH is nog altijd ongeneeslijk. Alleen een longtransplantatie kan uiteindelijk genezing bieden. De medicijnen zijn bedoeld om progressie van de ziekte te vertragen, de symptomen van de ziekte te bestrijden en patiënten een hogere levensverwachting te geven. Als we de behandeling in een vroeg stadium kunnen starten, zien we een veel langere overleving.” Welke ontwikkelingen ziet u binnen nu en 10 jaar? “We hebben nu drie types medicijnen: endotheline receptorblokkers, prosta-

Dr. Vanessa van Empel is als cardioloog verbonden aan het MUMC te Maastricht.

cyclines en fosfodiesterase-type-5 remmers. In die groepen komen steeds meer en betere medicijnen, die worden ontwikkeld in bestaande en nieuwe aangrijpingspunten. Binnen de prostacyclines worden nu ook orale varianten getest, maar deze middelen zijn nog niet op de markt. Patiënten krijgen tegenwoordig vaak niet één middel, maar worden met duale of triple therapie behandeld. Mijn inschatting dat het succes voor de komende paar jaar zal komen van de duale of triple therapie, met mogelijk uitsluitend orale middelen.

Dat maakt ook de belasting van de therapie minder.” Wat is het belang van de inrichting van landelijke PAH-centra? “Samenwerken en delen van kennis en daarmee verbeteren van de weg naar een betere behandeling. In de PAHcentra wordt kennis geconcentreerd. Tegelijkertijd betekent de spreiding van de centra over het land dat de ziekte meer bekendheid krijgt in de regio’s en dat is weer van belang voor vroegtijdige opsporing van PAH.”

Er wordt ook een database opgezet. Wat kunt u daar over vertellen? “Vanuit een aantal PAH expertcentra is het initiatief genomen om een centrale PAH database te implementeren, de PAHTool. De stuurgroep van deze database heeft zich georganiseerd in Pulmocor, dat is ondergebracht bij het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN) en draagt de verantwoordelijkheid voor het gebruik, onderhoud en toepassing van de database. Dankzij de PAHTool wordt klinische data op uniforme wijze georganiseerd en kan data tussen centra gedeeld worden. Zo kunnen we de zorg verbeteren, doordat we meer inzicht krijgen in specifieke klinische patronen voor PAH, zoals specifieke kenmerken, behandelingen en het effect van therapie. En de data is een bron voor onderzoek. We zijn dit jaar begonnen met de invoer, dat zal wel 1 tot 2 jaar duren. Naast Nederland is de PAHTool inmiddels geïmplementeerd in andere Europese landen, waaronder Portugal, Italië en Frankrijk. Zo kunnen we met heel Europa data delen wat belangrijk is voor onderzoek naar bijvoorbeeld mogelijke genetische oorzaken. Er zijn ook subgroepen patiënten die het op een bepaalde behandeling beter doen of meer baat hebben bij andere medicijnen, daar zullen we dankzij PAHTool meer inzicht in krijgen, evenals de prognoses van verschillende groepen patiënten.”


Pulse Media Group

|

5

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Zeldzame longziekten nader bekeken

Fotograaf: Rene Wopereis

Longziekten, zeldzaam of niet, hebben vaak een grote impact.

I

edereen heeft wel eens een infectie aan de luchtwegen. Verkoudheid, kriebel in de keel, of een griep. Herkenbare klachten van tijdelijke aard. Dat wordt anders als er sprake is van een chronische en/of zeldzame longziekte. Auteur: Cor Dol Longziekten hebben bijna altijd een indringende beperking op de patiënt. Benauwdheid en kortademigheid, al dan niet bij inspanning, zijn symptomen die de kwaliteit van leven voor korte of langere tijd sterk beïnvloeden. Een longontsteking was lange tijd een belangrijke doodsoorzaak voor mensen van alle leeftijden, maar sinds de ontdekking van penicilline is de ziekte goed teruggedrongen. Een bacteriële longontsteking is tegenwoordig goed te behandelen met een antibioticum, maar het blijft van belang om de longontsteking tijdig te diagnosticeren. Als een longontsteking te lang blijft sluimeren, kunnen de longblaasjes ernstig aangetast worden waardoor de longinhoud flink kan afnemen. Dit kan fataal zijn. Zeldzaam is longontsteking allerminst: wereldwijd worden jaarlijks tussen de vier- en vijfhonderdduizend mensen door een longontsteking getroffen. A-specifieke klachten Het lastige van bijna alle longziekten, waaronder longontsteking, is dat de eerste klachten vaak a-specifiek zijn. kortademigheid, hoesten, benauwdheid,

vermoeidheid. Dat kan duiden op een flinke griep, maar ook op de aanwezigheid van zeldzame longziekten als Idiopathische Pulmonale Fibrose (IPF), alpha-1 of Pulmonale Arteriële Hypertensie (PAH). IPF en PAH zijn longziekten die onbehandeld zeer levensbedreigend zijn. Een curatieve therapie is er niet, de behandeling is gericht op het verminderen of in ieder geval vertragen van de ontwikkelende ziekte. Misschien de meest bekende erfelijke ziekte die ongeneeslijk is, is cystic fibrose, ook bekend als ‘taaie slijmziekte’. Dit is overigens geen ziekte die zich uitsluitend op de longen richt. Slijm komt overal in het lichaam voor -ook in de longen-. Bij cystic fibrose is dit slijm taai en dik in plaats van dun vloeibaar. Dat impliceert dat slijm zich makkelijk ophoopt en in de longen zorgt dat voor ontstekingen en dientengevolge benauwdheid. Een longtransplantatie kan wat de longen betreft soelaas bieden, maar daarmee is de ziekte niet genezen. De afgelopen jaren is meer mogelijk geworden om het ziekteproces te vertragen en de symptomen te bestrijden. Toch is en blijft cystic fibrose een zeer ernstige aandoening met een levensverwachting die de 40 jaar meestal niet overstijgt. PAH Pulmonale Arteriële Hypertensie (PAH) is een ernstige aandoening waarbij de bloeddruk in de kleine bloedsomloop te hoog is. Het rechterhart moet daardoor een enorme inspanning leveren om het

bloed naar de longen te pompen. Anders dan de linkerharthelft is het rechterhart moeilijk tegen hoge druk opgewassen. Uiteindelijk ontstaat hartfalen, wat meestal de dood tot gevolg heeft. Er zijn veel verschillende vormen van PAH en van lang niet iedere soort is de oorzaak bekend. Het staat vast dat PAH op kan treden als complicatie van systeemziekten als sclerodermie en reuma. Ook het (voormalig) gebruik van dieetpillen kent een verbinding met PAH, evenals levercirrose en bepaalde aangeboren hartafwijkingen. Gezien de verschillende oorzaken en vormen, wordt de ziekte onderverdeeld in verschillende groepen en subgroepen, die ieder een specifieke behandelwijze kennen. Er zijn verschillende orale middelen, of medicatie die via een inhalator worden ingenomen. De beste werking komt echter van intraveneuze therapie, die echter weer de nodige bewegingsbeperking heeft en een grote invloed heeft op de kwaliteit van leven. De behandeling richt zich voornamelijk op vaatverwijding, om zo de klachten te verlichten en de kwaliteit van leven op een zo goed mogelijk peil te houden. Een longtransplantatie is ook voor PAH de enige curatieve behandeling, maar de wachtlijst voor donorlongen is lang. Te lang voor veel PAH-patiënten. Ondanks de verlichtende en levensverlengende therapieën sterft ongeveer 40 procent van de PAH-patiënten binnen vijf jaar na de diagnose.

IPF Bij longfibrose is sprake van verlittekening van de longen, die daardoor minder elastisch worden en zo een verminderde capaciteit hebben om zuurstof op te nemen. Als de oorzaak van de aandoening niet bekend is, wordt gesproken van idiopathische pulmonale fibrose (IPF). De prognose voor IPF is beroerd: binnen drie jaar na de diagnose is de helft van de patiënten met IPF overleden. De zoektocht naar effectieve medicatie is jarenlang vruchteloos geweest, maar sinds kort gloort er enige hoop voor IPF-patiënten. Het lijkt erop dat er een middel is dat de achteruitgang van de longen aanzienlijk remt. Belangrijk is dat dit middel wordt vergoed door zorgverzekeraars, zij het onder bepaalde voorwaarden: het middel moet voorgeschreven worden door een gespecialiseerd IPF-centrum, waarvan er in Nederland zo’n tien zijn. Gespecialiseerde centra Het belang van dergelijke gespecialiseerde centra valt niet te onderschatten. Hier wordt zorg geconcentreerd en onderzoek gegenereerd. PAH-centra in Nederland hebben met PAHTool, een gezamenlijke database, de mogelijkheid om informatie te delen. Op die manier kunnen patiëntengroepen in een breder perspectief gevolgd worden, en bijvoorbeeld wat het effect is van bepaalde medicatie op die patiëntengroepen. Ook voor IPF bestaan dergelijke centra in Nederland.


6

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

PROfIEL

Nieuwe behandeling voor idiopathische pulmonale fibrose Voor het eerst is er een medicijn dat de progressie van milde tot matige idiopathische pulmonale fibrose vertraagt, en dat nu ook in Nederland vergoed wordt.

M

ensen met de zeldzame longziekte idiopathische pulmonale fibrose of IPF overleven gemiddeld twee tot vijf jaar na de diagnose. Een longtransplantatie is de enige manier om de ziekte voorgoed te bestrijden, maar uiteraard kleven daar ook de nodige risico’s aan en hooguit 5% van de IPF patiënten komt daarvoor in aanmerking. Een nieuwe behandeling is daarom een noodzaak. Sinds 1 april vergoeden nu ook de Nederlandse ziektekostenverzekeraars een middel dat de verergering van de ziekte vertraagt.

makkelijk en daarom voorbehouden aan een multidisciplinair team van artsen dat ervaring heeft met de ziekte en de diagnose ervan.

in een van de gespecialiseerde centra in Nederland, en daarmee een meer gerichte therapie, is een de juiste optie. Echter, de ziekte zal altijd verergeren, maar met de beschikbaarheid van

Onderzoek Het sinds kort vergoede middel voorkomt dat fibroblasten, de cellen die littekenweefsel vormen, zich in de longen ophopen. De vorming van littekenweefsel in de longblaasjes gaat daardoor langzamer. Uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat mensen veel baat hebben bij het middel. In één van de meest recente onderzoeken deden 555 patiënten mee. De helft kreeg het nieuwe middel en de andere helft een niet werkzaam nepmiddel, een zogenaamde placebo.

IPF is een interstitiële longziekte. Dit is een ziekte van de kleinste delen van de longen, de longblaasjes en de ruimtes daartussen. Een belangrijke functie van de longblaasjes is het opnemen van zuurstof uit de lucht. Bij IPF groeit littekenweefsel ongecontroleerd rond de longblaasjes. Deze nemen hierdoor steeds minder en uiteindelijk te weinig zuurstof op. Het littekenweefsel is blijvend, het gaat nooit meer weg waardoor de longen onherstelbaar beschadigd raken. De ziekte begint sluipend. In eerste instantie veroorzaakt IPF veel voorkomende klachten zoals kortademigheid en hoesten bij inspanning. De klachten zullen echter steeds erger worden. Een arts kan met zijn stethoscoop een krakende inademing horen die klinkt als het langzaam van elkaar trekken van twee stroken klittenband. Pas in een later stadium treedt kortademigheid en hoesten in rust op, waardoor zuurstoftherapie nodig is. Een deel van de patiënten heeft daarnaast een opvallend symptoom, namelijk trommelstokvingers.

20131212-ITMN-BLX

Diagnose Er zijn allerlei andere ziektes die met kortademigheid gepaard gaan, zoals griep, astma, hooikoorts of sommige hartziekten. Verergeren de klachten echter en is er geen andere oorzaak aan te wijzen, dan zou het om IPF kunnen gaan. Huisartsen en patiënten zelf zouden hier meer alert op moeten zijn: als klachten aanhouden is een gang naar een arts of specialist noodzakelijk om zo vroeg mogelijk met de juiste behandeling te kunnen starten. Een speciale hoge resolutie CT-scan van de longen kan bij de diagnose helpen. Op deze CT-scan is een patroon aan afwijkingen in de long te zien dat kenmerkend is voor IPF. Meestal geeft de CT-scan voldoende informatie, waardoor een belastend onderzoek van een, door een chirurg weggenomen, stukje longweefsel achterwege kan blijven. De diagnose van IPF is dus niet

van de ziekte wordt vastgesteld met een longfunctietest. Daarbij ademt de patiënt zo diep mogelijk in om vervolgens zo snel mogelijk maximaal uit te ademen. Een longfunctiemeter meet het uitgeademde volume. Artsen noemen dit het FVC of de geforceerde expiratoire vitale capaciteit. Mensen met een milde tot matige variant van IPF hebben een FVC groter dan 50%.

De gebruikers van het nieuwe middel waren in het onderzoek beter af. Gedurende de 52 weken dat de studie duurde, daalde hun kans op een ernstige afname van de longfunctie met 43%. Bij 22,7% nam de longfunctie helemaal niet af (tegen 9,7% in de placebogroep). Ook fysiek presteren de patiënten beter, bijvoorbeeld tijdens een 6 minuten looptest. Ook werd geconcludeerd op basis van 3 grote studies samen, dat de kans op overlijden tijdens de studieperiode duidelijk verminderd.

Behandeling Gebaseerd op prevalentie gegevens, zijn er in Nederland ongeveer 2800 mensen met IPF. De ziekte treft twee keer zoveel mannen als vrouwen en wordt meestal tussen het 40e en 70e

A longfoto van gezonde longen B longfoto van een IPF-patiënt

levensjaar geconstateerd. In eerste instantie zal de (huis)arts proberen om met bijvoorbeeld immunosuppressiva en antibiotica de voortgang van de ziekte te vertragen, maar dit is niet langer aan te bevelen. Verwijzing naar een specialist

een nieuw middel dat de voortgang vertraagt, wordt niet alleen de levensduur verlengd, maar tegelijkertijd de kans op een longtransplantatie. Een longtransplantatie is uiteindelijk de enige manier om aan de ziekte te ontsnappen. Maar lang niet alle patiënten komen hiervoor in aanmerking. De patiënt moet, op de IPF na, gezond zijn. Omdat IPF vooral oudere mensen treft, is de kans goot dat ze bijvoorbeeld ook problemen met het hart of de nieren hebben. Ze komen dan niet meer in aanmerking voor een transplantatie. Gespecialiseerde centra De diagnose met een multidisciplinair team en behandeling van IPF met het nieuwe medicijn gebeurt in zo’n tien Nederlandse centra die gespecialiseerd zijn in de behandeling van mensen met interstitiële longziekten. Patiënten met een milde tot matige variant van de ziekte komen in aanmerking voor behandeling met dit middel. De ernst

Voortdurende controle De resultaten van alle wetenschappelijke onderzoeken zijn zo goed dat de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) het middel aanraadt als behandeling bij mensen met milde tot matige IPF. De verzekeraars vergoeden het middel als de behandeling in één van de gespecialiseerde centra voor interstitiële longziekten gebeurt. Er zijn meer voorwaarden. Gedurende een paar jaar moet de arts nauwkeurig in de gaten houden of en hoe het middel werkt. Elke drie maanden vullen de patiënten een vragenlijst in die nadrukkelijk ook met de persoonlijke ervaringen van de patiënten rekening houdt. De arts controleert elke drie maanden het effect van de behandeling. Bovendien kan een adviesraad van IPF-specialisten en adviseurs van de ziektekostenverzekeraars in individuele gevallen een bindend advies geven over het gebruik van het middel. De NVALT verzamelt alle patiëntengegevens om zo betrouwbare informatie te krijgen over de werking van het middel en de kwaliteit van leven van de patiënten.

www.longfibrose.nl


Pulse Media Group

|

7

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Minder budget en toch goede sociale zorg?

Fotograaf: Rene Wopereis

Bezuinigen en toch een goede kwaliteit in de zorg blijven leveren. Dat lijkt een tegenstelling.

P

er 1 januari 2015 gaat de verantwoordelijkheid voor een aantal sociale zorgdomeinen over van Rijk en Provincie naar de gemeente. Dit gaat gepaard met een stevige bezuinigingsronde. Wat betekent dit voor de kwaliteit van de zorg? Auteur: Irma van der Lubbe Van de Jeugdwet staat inmiddels vast dat gemeenten de uitvoering hiervan onder hun hoede krijgen. Corrie Noom is verheugd over deze ontwikkeling. Als wethouder van Zaanstad (2006 – 2014) met onder meer zorg, welzijn en jeugd in haar portefeuille en voorzitter van het G32-bestuursoverleg op het sociaal terrein heeft zij deze op de voet gevolgd. “Op dit moment is de gemeente wel verantwoordelijk voor jeugdbeleid, maar niet voor jeugdzorg”, legt ze uit. “Terwijl het juist zo belangrijk is om bij bijvoorbeeld mentale problemen bij jongeren ook de verbinding met andere domeinen te kunnen leggen. Per 1 januari volgend jaar verandert dat dus en valt alles onder de gemeente; van ambulante hulp, gesloten zorg en psychiatrie tot jeugdbescherming en reclassering. Dat betekent dat je bij een gezin met een zorgvraag vanuit de gemeente nu één deskundige kunt aanwijzen als gezinsbegeleider. Die kan waar nodig specialisten inschakelen die op een gestructureerde manier met elkaar samenwerken. Niet meer denken vanuit al die hokjes dus, maar vanuit het totaalplaatje. In mijn ogen komt dat de zorg enorm ten goede. Voor het gezin

heeft dit bovendien als groot voordeel dat het straks niet meer met allerlei verschillende instanties en hulpverleners te maken heeft.” Regie De gemeenten krijgen - via een aanpassing in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) - per 1 januari 2015 ook de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van mensen die zelfstandig thuis wonen, maar daar wel ondersteuning bij nodig hebben. Tweede en Eerste kamer beslissen daarover voor de zomervakantie. “Dan moet je denken aan mensen met dementie, een (licht) verstandelijke beperking of psychiatrische problemen”, schetst Noom. “Ook begeleid wonen valt hieronder. In voorbereiding op deze overgang zijn wij als gemeente bij een aantal van deze mensen aan de keukentafel geschoven om te zien wat er leeft en wat ze precies van ons nodig zouden hebben. We merkten toen dat ze vaak zelf graag de regie over hun zorg willen houden,

“Het is inderdaad een uitdaging om met minder budget dezelfde kwaliteit te kunnen bieden.” maar dat de huidige regels dat niet altijd mogelijk maken. Dat gaat veranderen. Ook hier komt straks één aanspreekpunt, waardoor het gemakkelijker is om overzicht te houden.” In dit licht vindt

Noom het jammer dat de gemeente niet de verantwoordelijkheid krijgt voor het inzetten van de wijkverpleging. “Die verantwoordelijkheid ligt bij de zorgverzekeraars”, legt ze uit. “Daardoor blijft het risico op hokjesdenken aanwezig en dan schiet je alsnog je doel voorbij. Om dat te voorkomen motiveren we alle betrokken organisaties om elkaar beter te leren kennen en afspraken te maken over samenwerking. Dat doen we onder meer door dergelijke bijeenkomsten te faciliteren. De cliënt of patiënt wordt er immers beter van als al deze werelden met elkaar verbonden zijn.” Kijken naar het geheel Uit dergelijke overleggen is in Zaanstad het idee van het wijkteam ontstaan, waarin de diverse organisaties samenwerken om zorgvragen zoveel mogelijk in de wijk op te lossen. “De tien teams zijn recentelijk begonnen, het is nog te vroeg om conclusies te trekken over de resultaten”, stelt Noom. “Wel zijn er vorig jaar twee pilots geweest. Daarin bleek geregeld wat de meerwaarde is van samenwerking en het kijken naar de hele thuissituatie. Er was bijvoorbeeld een mevrouw met een dementerende man. Voor haar man was het raadzaam dat hij naar dagbesteding in een tehuis zou gaan, maar mevrouw zag daar tegenop omdat ze dan de hele dag alleen zou zijn. Nu helpt zij in dat zelfde tehuis met het rondbrengen van koffie en maaltijden.”

Niet zorgen voor, maar zorgen dat Ondanks positieve eerste ervaringen vrezen veel patiënten/cliënten en zorgorganisaties dat de kwaliteit van de zorg er met deze transitie op achteruit zal gaan. Dit omdat deze gepaard gaat met een flinke bezuinigingsronde, bij dagbesteding is sprake van 25 procent. “Gelukkig kijkt de Tweede kamer hier nog naar”, meldt Noom. “Het is inderdaad een uitdaging om met minder budget dezelfde kwaliteit te kunnen bieden. Er valt een slag te maken via efficiëntere afstemming, zoals ik al schetste. Daarnaast is het de bedoeling om de zelfredzaamheid van de personen in kwestie te vergroten. Waar we tot nu toe gewend zijn om zorg over te nemen, gaan we nu kijken hoe we die kunnen faciliteren. Niet zorgen voor, maar zorgen dat. Dat betekent dat we meer gaan kijken naar wat een persoon zelf kan en hoe zijn of haar netwerk van buren, vrienden en familie actiever kan worden ingeschakeld. Een mooi voorbeeld is de groep mensen die een cursus kreeg om hun financiële problemen te kunnen aanpakken. Zij zijn daarna als ervaringsdeskundigen ingezet om buren met soortgelijke problemen te helpen. Dat soort dingen gaan echter niet vanzelf, het is een beweging die we met z’n allen op gang moeten brengen. Maar het is een hoopvolle beweging waar een enorme stimulans vanuit gaat”, aldus Noom.


8

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

EXPERTBIJDRAGE

Negen oorzaken van pijn op de borst Niet altijd een hartaanval.

E

en drukkend gevoel op de borst of steken in de hartstreek. Bij pijn op de borst beginnen de meeste mensen zich meteen zorgen te maken. En niet zo gek natuurlijk, want het kan wijzen op een hartziekte. Maar gelukkig heeft pijn op de borst heel vaak een onschuldige oorzaak. 1. Brandend maagzuur Als maagzuur in de slokdarm terecht komt, dan kan dat behoorlijk gaan bijten. Je voelt meestal pijn hoog in de bovenbuik. Soms straalt de pijn ook uit naar de borst of rug. Maagzuurklachten treden meestal een paar uur na de maaltijd op. Zeker als je ligt. 2. Slokdarmkrampen Wanneer de slokdarm niet goed functioneert kun je last krijgen van brandend maagzuur, maar ook van krampachtig samentrekken van de slokdarm. Ook deze klachten ervaar je vaak als je ligt. Een extra kussen kan uitkomst bieden. Ook een ontsteking van de slokdarm of het slokdarmslijmvlies kan tot pijn op de borst leiden. Langdurige blootstelling aan maagzuur of de schimmel Candida albicans veroorzaken deze ontstekingen. Bij problemen aan de slokdarm heb je meestal ook last van slikproblemen. 3. Syndroom van Tietze Bij het syndroom van Tietze is er sprake

van een irritatie van het kraakbeen en de spieren die de ribben met het borstbeen verbinden. Het is een vorm van ontstekingsreuma. Bij druk op de borst neemt de pijn meestal toe. Ook bewegen en hoesten kunnen de pijn verergeren. Vrouwen hebben vaker Tietze dan mannen. De oorzaak van deze chronische aandoening is niet bekend. Met pijnstillers kun je deze onschuldige ziekte behandelen.

pijnklachten geven, zeker als de paniek tot hyperventilatie leidt. Bij te snel ademhalen ontstaat een tekort aan koolstofdioxide in het bloed, dit geeft allerlei klachten. Zo’n aanval gaat vaak uit zichzelf over. Soms helpt het om in een zakje te ademen. Op die manier vul je het tekort aan koolstofdioxide weer aan.

9. Hartaandoening Als je hartspier te weinig zuurstof krijgt, kan er ook pijn op de borst ontstaan: angina pectoris ook wel hartkramp. Bij beweging, emoties of stress neemt de pijn toe. Meestal wordt de kramp veroorzaakt door een vernauwing in de kransslagaders. Als pijn op de borst het gevolg is van hartklachten, straalt de pijn vaak uit naar de armen of hals en kaak. Ook hartklepaandoeningen of hartritmestoornissen veroorzaken klachten op de borst. Datzelfde geldt voor pericarditis: een ontsteking van het hartzakje. De bekendste hartaandoening met drukkende pijn op de borst is het hartinfarct.

4. Pijn van de tussenribspieren Soms is pijn op de borst simpelweg spierpijn. Een overbelasting van de tussenribspieren ontstaat door bepaalde lichamelijke activiteit waaraan het lichaam niet gewend is. Meestal verdwijnt het weer na enkele dagen rust. 5. Pleuritis Een ontsteking van de pleura – borstvlies of longvlies – noemen we pleuritis. Zo’n ontsteking ontstaat soms na een infectie van de luchtwegen of griep. De pijn op de borst is scherp en continu aanwezig. Ademhalen is vaak pijnlijk en ook bepaalde bewegingen kunnen de pijn verergeren. Over het algemeen kan een pleuritis goed behandeld worden met pijnstillers. 6. Stress of paniek Pijn op de borst kan ook een teken van het lichaam zijn, dat je rustiger aan moet doen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij stress of hevige emoties. Ook paniek kan

8. Huidaandoening Het herpesvirus varicella-zoster veroorzaakt ontstekingen van de huidzenuw, soms ook op de borst. De pijn is brandend en wordt niet erger bij beweging of ademhalen. Na enige dagen verschijnen blaasjes op de huid: gordelroos. Over het algemeen gaat dit vanzelf over.

7. Longaandoeningen Allerlei verschillende problemen met de longen kunnen ook pijn op de borst geven. Je kunt hierbij denken aan een klaplong, longontsteking of longemfyseem. Ook patiënten met COPD en astma hebben soms pijnklachten in de borststreek. De meeste longaandoeningen gaan gepaard met kortademigheid.

Wanneer naar de huisarts? Als je twijfelt of je pijnklachten met je hart te maken hebben, overleg dan altijd met je huisarts of specialist. Houden de klachten ook in rust langer dan 5 minuten aan, bel dan direct 112. Gastauteur: Annemieke Hoogland van gezondheidsnet.nl

INTERVIEW

Verbetering zorgconcept voor verbetering zorg Voor mensen met pulmonale arteriële hypertensie is de verbetering van zorgconcepten essentieel.

A

l twaalf jaar is Han Brouwer general manager van Actelion. Maar zijn commitment en plannen voor innovatie overstijgen die twaalf jaar met gemak. Han denkt al na over de stappen die Actelion in de komende vijf tot tien jaar wil zetten. Verbetering van zorgconcepten en samenwerking met partners zijn daarin belangrijke speerpunten. Voor mensen met pulmonale arteriële hypertensie (PAH) kan dat tot belangrijke verbeteringen in de zorg leiden. Wat is in de afgelopen jaren voor jou en Actelion de belangrijkste drijfveer in je werk geweest? “Wat Actelion en ikzelf proberen te doen,

Han Brouwer is general manager van Actelion

is om een partner te zijn in het proces ter verbetering van zorgconcepten. Voor de lange termijn willen we daarom graag samenwerken met groepen mensen en organisaties die deze visie delen. Belangrijk daarin is om de disease life cycle in beeld te brengen, geredeneerd vanuit de ziekte zelf, maar ook met oog voor de psychosociale consequenties. Op die manier willen we naar een zorgconcept dat een fundamentele bijdrage kan leveren aan wat er in de zorg staat te gebeuren. Volgens mij wordt nu in de zorg nog te veel ad hoc naar ziekteprocessen en consequenties gekeken. Dat zou meer fundamenteel strategisch moeten.” Welke voorwaarden zijn voor die verbetering van belang? “Betrouwbare medespelers die willen investeren in mensen en middelen beschikbaar willen stellen. Verder moet je zorgen voor een infrastructuur die past bij het aandachtsgebied en de kwaliteit van de spelers. In een nichemarkt zul je veel geconcentreerder moeten opereren, maar ook meer aandacht moeten besteden aan de kwaliteit van de partijen. We moeten toe naar een systeem waarmee je heel transparant je eigen kwaliteit en effectiviteit van handelen kunt presenteren. kijkende naar de stijgende kosten in de zorg mag je best laten zien wat je kwaliteit is en op basis daarvan gehonoreerd worden. Specifiek voor PAH worden initiatieven ontwikkeld

om een registratie-database op te zetten. Daar zijn we al jaren mee bezig. Een prachtig resultaat, maar het geeft ook aan hoe stroperig de ontwikkelingen soms gaan. We beginnen als spelers in de zorg steeds beter te begrijpen dat het gaat om de rol die je in een zorgconcept kunt spelen.” Wordt deze behoefte door samenwerkingspartners in binnen- en buitenland voldoende erkend en herkend? “Om innovatief te zijn, zullen we elkaar sneller en makkelijker moeten vinden. Met partners proberen we te spreken over hoe we het veld vorm moeten geven, zodat iedereen er het maximale uit kan halen. Wat is de kwaliteit van je mensen? Hoe kunnen we taken en verantwoordelijkheden zo verdelen dat we elkaar niet in de wielen rijden, maar synergie kunnen genereren? Dus: praten over de werkomgeving en zorgen voor blijvende aansluiting én kijken naar de inhoud van wat verbeterd moet worden. Met andere woorden: zorgen dat het zorgconcept van morgen beter is dan dat van vandaag. Dat kan door elkaars rol en kwaliteiten te respecteren en vervolgens te combineren.” Wat merken mensen met PAH hier concreet van? “Als je het zorgconcept wilt verbeteren, moet je wel inzicht hebben in de huidige kwaliteit van de zorg. Dat inzicht kun je bijvoorbeeld krijgen door regelmatig

contact te hebben met patiënten en dat doe ik dan ook. Dan kun je je inleven en beter spreken over wat een mogelijke verbetering zou kunnen zijn en waar wij kunnen bijdragen aan een verbetering

“Technologische ontwikkelingen als telemedicine geven artsen tijd en ruimte om zich te ontwikkelen. Het vastleggen van data van PAH-zorg in de breedste zin in een database is eveneens van onschatbare waarde. Dan kun je naar een geïntegreerde aanpak die kostentechnisch ook nog eens heel interessant is.” van de kwaliteit van leven voor patiënten. Technologische ontwikkelingen als telemedicine geven artsen tijd en ruimte om zich te ontwikkelen. Het vastleggen van data van PAH-zorg in de breedste zin in een database is eveneens van onschatbare waarde. Dan kun je naar een geïntegreerde aanpak die kostentechnisch ook nog eens heel interessant is.”


Pulse Media Group

|

9

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Patiëntenervaringen helpen bij onderzoek College van Ervaringsdeskundigen zorgt dat ervaring goed aansluit bij praktijk.

O

m onderzoek goed aan te laten sluiten bij de dagelijkse praktijk en bij de wensen van hart- en vaatpatiënten is het College van Ervaringsdeskundigen in het leven geroepen. Hierin zitten leden van De Hart&Vaatgroep, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- en vaataandoening en hun naasten. Zij hebben persoonlijk ervaring met hart- en vaatziekten en willen meedenken én praten over wetenschappelijk onderzoek. Gastauteur: Hart & Vaatgroep Persoonlijke ervaringen van patiënten kunnen helpen om het belang van onderzoek te onderstrepen. Onderzoekers van de Universiteit van Eindhoven vroegen bijvoorbeeld twee leden van

“Tijdens mijn inzet voor het College heb ik persoonlijk ervaren dat de wetenschap met grote stappen vooruit gaat. Het is geweldig om als patiënt een stem te hebben en onderzoeken van dichtbij te mogen meemaken.” het College van Ervaringsdeskundigen hun ervaring met hartklepvervanging te delen met collega-onderzoekers en hun financiers.

Stefan was één van deze leden: “Een gezond lichaam is voor iedereen een wens, maar voor niemand een garantie. Dit geldt ook voor mij. Als baby van 2 maanden ben ik al geopereerd aan een aangeboren hartafwijking. Op 21 april 2011 onderging ik een openhartoperatie, waarbij er een hartklep is vervangen en een stent is geplaatst in mijn longslagader. Als lid van het College heb ik mijn persoonlijke verhaal verteld aan deze onderzoekers. Hier werken ze aan lichaamseigen hartkleppen, iets wat voor mij persoonlijk ook de toekomst kan zijn. Naast een presentatie over mijn jeugd, mijn operatie(s) en leven tot nu toe heb ik een mooie en inspirerende rondleiding gehad door het bedrijf. De presentaties werden zeer gewaardeerd en werkten voor hen motiverend. Het belang van hun onderzoek werd nóg duidelijker.” Stefan vervolgt: “Tijdens mijn inzet voor het College heb ik persoonlijk ervaren dat de wetenschap met grote stappen vooruit gaat. Het is geweldig om als patiënt een stem te hebben en onderzoeken van dichtbij te mogen meemaken. Het stimuleert mij persoonlijk ook om gezond te leven en dit door te geven aan mensen in mijn omgeving. Ik heb daadwerkelijk het gevoel dat ik anderen help met mijn kennis en ervaring.”

Daarnaast hebben diverse onderzoekers het College van Ervaringsdeskundigen

gevraagd om al bij het schrijven van het onderzoeksvoorstel mee te denken, om hun onderzoek zo goed mogelijk op

aansluit bij de praktijk van de patiënt. Als lid van het College ben ik betrokken bij de Eindgebruikerscommissie. In dit

Foto: Studio Oostrum - HagaZiekenhuis

te zetten en aansluiting bij de praktijk te vinden. Marianne: “In 2006 werd bij toeval een aneurysma van de thoraxaorta bij mij ontdekt. Ik ben hieraan geopereerd en sindsdien heb ik mij als vrijwilliger voor verschillende projecten ingezet zoals het College van Ervaringsdeskundigen. Ik vind het enorm belangrijk dat het onderzoek goed

project worden criteria ontwikkeld om onderzoeksvoorstellen te beoordelen op “maatschappelijke kwaliteit”. Als ik merk dat een onderzoeker tijdens een presentatie de maatschappelijke relevantie van het onderzoek benadrukt, dan denk ik: kijk daar doen we het nu voor! Hij heeft er over nagedacht en gesproken met collega’s.”

wij gebruiken is de CT-scan, die werkt op basis van röntgenstraling. Perfect om bijvoorbeeld kransslagaderen en kunsthartkleppen mee in beeld te brengen.”

maakt tegenhouden en verstrooien. Wilco Tanis hoopt binnenkort te promoveren op een onderzoek waarbij CT als eerste beeldvormende techniek wordt ingezet bij bepaalde problemen met een kunsthartklep. Hiermee

INTERVIEW

Kanteling in cardiale beeldvorming slimmere inzet van bestaande technieken.

I

n de cardiale diagnostiek valt veel winst te behalen door een meer doelmatige inzet van technieken. Cardioloog Marco Götte van het HagaZiekenhuis legt uit hoe. Wat is cardiale beeldvorming? Cardioloog Marco Götte: “Dat is het in beeld brengen van het hart, ten behoeve van diagnostiek en bepaling van het behandelplan. Beeldvorming is het fundament van de cardiologie.” Welke technieken bestaan hiervoor? “De meest gebruikte techniek is echo.

Deze heeft zich inmiddels ontwikkeld van 2D naar 3D. Het is een heel toegankelijke techniek die zich goed leent om bijvoorbeeld hartkleppen te bestuderen. Het kent echter ook beperkingen. Zo is het resultaat afhankelijk van de kennis en ervaring van degene die het apparaat bedient. Bovendien zijn weefselafwijkingen niet altijd even goed zichtbaar. MRI is qua weefseltypering veel geavanceerder en kan dus uitstekend complementair worden ingezet. Voor het onderzoeken van de pompfunctie van het hart is MRI zelfs de gouden standaard geworden. Een andere techniek die

Wat is momenteel de belangrijkste ontwikkeling in cardiale beeldvorming? “We zijn altijd bezig met verfijning van bestaande technieken. Maar nu wordt vooral onderzocht wat de beste volgorde is om die technieken in te zetten. Binnen ons ziekenhuis werken Ivo van der Bilt, Wilco Tanis en ik als cardiale beeldvormers nauw samen.” Welke winst kan dat opleveren? “Echo is de standaard, daar wordt meestal mee begonnen. Men zegt dat MRI en CT duurder zijn. Maar als je na een paar echo’s de situatie niet helder krijgt, dan was het gunstiger geweest om direct voor MRI of CT te kiezen. Door de technieken slimmer en wellicht in een andere volgorde in te zetten, kun je patiënten sneller en nauwkeuriger correct diagnosticeren en daarmee de kwaliteit van de zorg verbeteren.”

Cardiologen van het HagaZiekenhuis: van links naar rechts Ivo van der Bilt, Marco Götte en Wilco Tanis.

Kunt u een voorbeeld geven waaruit deze winst blijkt? “Bij het evalueren van de kunsthartklepfunctie is het de regel dat eerst een echo wordt gemaakt. Maar echo geeft een slechter beeld bij kunstmateriaal, omdat kunsthartkleppen de geluidsgolven waarvan echo gebruik

“Dat betekent dat je voor iedere patiënt kunt bekijken welke techniek het beste is” is veel nauwkeuriger te zien of er bijvoorbeeld sprake is van een infectie of stolselvorming op een klep. Op die manier hebben we de afwijking sneller boven water. Omdat er steeds meer mensen met een kunsthartklep komen, kan dit veel tijdwinst opleveren en veel leed bij de patiënt besparen. Een slecht werkende kunsthartklep is namelijk levensbedreigend!”

MEER INfO hagaZiekenhuis

www.hagaziekenhuis.nl www.hagahartcentrum.nl


10

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Over boezemfibrilleren en pacemakers Er zijn interessante ontwikkelingen als het gaat om de behandeling van boezemfibrilleren en pacemakers.

C

ardiologie is een specialisme dat voortdurend in beweging is en waar innovaties elkaar snel opvolgen. Voor de behandeling van boezemfibrilleren bijvoorbeeld zijn nieuwe opties beschikbaar. Daarnaast zijn er ook interessante ontwikkelingen op het gebied van pacemakers. Auteur: Cor Dol Een normaal hart klopt gemiddeld één maal per seconde en in een regelmatige cadans. Bij boezemfibrilleren slaan de hartboezems echter op hol: ze maken tot soms wel 300 slagen per minuut. De boezemkamerknoop werkt gelukkig als een remmer: een deel van de prikkels wordt hier tegengehouden, zodat de hartkamers bij boezemfibrilleren niet het ritme van de boezems volgen, maar dat ongeveer halveren. Boezemfibrilleren In Nederland hebben 200.000 à 250.000 mensen boezemfibrilleren, dat daarmee de meest voorkomende hartritmestoornis is. Boezemfibrilleren is zelf niet eens heel gevaarlijk. Het gevaar is dat bij deze aandoening makkelijk bloedstolsels in hart kunnen ontstaan, die elders in het lichaam een bloedvat kunnen afsluiten. In de hersenen leidt dat tot een beroerte en het is uiteraard zaak om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Vandaar dat de behandeling van boezemfibrilleren zo belangrijk is. Om boezemfibrilleren te

beheersen wordt veel gebruik gemaakt van medicijnen om het hartritme te beheersen, maar dit vraagt een grote mate van therapietrouw. In de

bekeken wat de beste behandeling is en of antistollingsmiddelen noodzakelijk zijn. En soms is de beste therapie geen

zodat een ideaal beeld ontstaat van een pacemaker en ICD draadloos kunnen werken en toch het hart kunnen

therapie, zeker als de klachten niet hinderlijk zijn en er geen direct groot gevaar dreigt.

stimuleren. Daarnaast wordt binnenkort een studie gestart met een pacemaker die werkt op basis van geluidsgolven in plaats van stroomstootjes. Daartoe wordt in de linkerhartkamer een ontvanger geïmplanteerd, die de linkeren rechterhartkamer kan stimuleren. De geluidsgolven zelf kunnen buiten het lichaam opgewekt worden. Het voordeel is dat de batterij voor het opwekken van de geluidsgolven ook buiten het lichaam blijft en dat maakt vervanging op den duur een stuk minder ingrijpend.

“Boezemfibrilleren is zelf niet eens heel gevaarlijk. Het gevaar is dat bij deze aandoening makkelijk bloedstolsels in hart kunnen ontstaan, die elders in het lichaam een bloedvat kunnen afsluiten.” ontwikkeling van deze medicijnen is de laatste tien jaar weinig vooruitgang geboekt. Dat geldt bepaald niet voor catheter-ablatie en minimaal invasieve hartritme chirurgie. Het aantal behandeling is sterk gestegen en ook de techniek maakt grote sprongen vooruit. Zeer belangrijk is ook de behandeling met antistollingsmiddelen. Sinds enkele jaren zijn zogenoemde NOAC’s beschikbaar, die de aloude Vitamine k-antagonisten meer en meer vervangen. De NOAC’s zijn minstens zo effectief als de Vitamine k-antagonisten. Uit onderzoek blijkt echter dat de kans op ernstige bloedingen, met name hersenbloeding, bij het gebruik van NOAC’s beduidend lager zijn. De behandeling van mensen met boezemfibrilleren zal meer individueel gericht worden: per patiënt wordt

Pacemakers Soms wordt een pacemaker gebruikt om het hart in het juiste ritme te houden. In dat licht is het interessant om te zien dat ook pacemakers zich snel ontwikkelen. Inmiddels worden ook in Nederland de eerste draadloze pacemakers geïmplanteerd, maar de techniek gaat al verder. Er wordt nu ook gewerkt aan een draadloze ICD,

INTERVIEW

Praktische toepassing van innovaties ”Waar onderzoek gedaan wordt, wordt betere zorg geleverd.”

B

lijven innoveren is voor de cardiologen van het Sint Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein haast een voorwaarde voor het leveren van kwalitatief goed zorg. Electrofysioloog dr. Lucas Boersma en interventiecardioloog dr. Jan van der Heyden lichten de toepassing van nieuwe ontwikkelingen in het ziekenhuis toe. U heeft inmiddels een aantal draadloze pacemakers geïmplanteerd. Wat kunt u vertellen over uw ervaringen tot dusver? Dr. Lucas Boersma, electrofysioloog: “Een interessante ontwikkeling is die van draadloze technieken voor pacemakers en ICD’s. Deze ‘mini pacemaker’ plaatsen we met een katheter in de rechterhartkamer. Deze pacemaker zit in zijn geheel in het hart en heeft dus geen elektrodedraden, die de conventionele pacemakers wel hebben. Juist die elektrodedraden vormen de zwakke schakel in het mechaniek en met de draadloze mini pacemaker is dat probleem dus ondervangen. Verder heeft het inbrengen van deze pacemaker zelf ook voordelen. Het gebeurt minimaal invasief, via enkel een klein sneetje in een ader in de lies en je hoeft geen elektrodedraad meer in te brengen. Je maakt geen grote wond, die geïnfecteerd kan raken. Bovendien geldt dat deze pacemakers geheel in het hart zitten, en daarmee zijn ze minder gevoelig voor schade van buitenaf. Deze techniek is nog volop in ontwikkeling en de ervaring in

het Sint Antonius zijn tot nu toe prima. Het is nog te vroeg om de resultaten en ervaringen op de lange termijn al te kunnen beoordelen.” Verder heeft u veel ervaring met het afsluiten van het hartoortje? “Dat klopt. Het hartoortje is een kleine ruimte in de hartboezems, dat fungeert als een soort overloopvaatje. Bij boezemfibrilleren kan de bloedstroom

Dr. Lucas Boersma is Electrofysioloog bij het St. Antonius Ziekenhuis

in het hart vertragen en in het hartoortje zelfs bijna stil gaan staan. Zo ontstaan

bloedstolsels die voor een beroerte kunnen zorgen. De techniek om het hartoortje af te sluiten bestaat al een aantal jaren, maar het aantal studies is nog te beperkt om de overheid te overtuigen, zodat deze therapie nog niet vergoed wordt. Het hartoortje wordt afgesloten door een soort parapluutje dat via een katheter wordt ingebracht. Voordeel is dat deze dan patiënten dan geen antistollingsmiddelen meer hoeven te slikken, zeker als ze een hoog risico op bloedingen hebben. Deze techniek is bedoeld voor mensen met boezemfibrilleren met een hoog risico op een beroerte.” Een bloeddrukverlagende stent in de halsslagader is een andere innovatie. Wat kunt u hierover vertellen? Dr. Jan van der Heyden: “Als bloeddrukverlagende medicijnen onvoldoende effect sorteren, kun je aan deze techniek denken, die echter nog wel in een pril en experimenteel stadium is. De baroreceptor in de halsslagader regelt de bloeddruk. Door een stent via katheterisatie in de halsslagader te implanteren, kun je de druk op de baroreceptor iets vergroten, zodat deze meer signalen naar de hersenen afgeeft om de bloeddruk te verlagen. Er loopt nu een Amerikaans-Europees onderzoek en wereldwijd zijn er nu vier patiënten met zo’n stent. Twee in Amerika en twee in Europa, alhier behandeld. In het onderzoek gaan we kijken wat de effecten

op de langere termijn zijn. Vier patiënten is natuurlijk veel te weinig om daar iets zinnigs over te zeggen, dus we zijn nog op zoek naar patiënten die aan dit onderzoek zouden willen meewerken.”

Dr. Jan van der Heyden interventiecardioloog bij het St. Antonius Ziekenhuis

MEER INfO st. Antonius Ziekenhuis www.antoniusziekenhuis.nl


Pulse Media Group

|

11

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Veranderende zorg rondom antistolling Nieuwe medicijnen vragen wellicht om een andere aanpak in de antistolling zorg.

V

eel mensen in Nederland moeten ervoor zorgen dat hun bloedstolling geremd wordt, bijvoorbeeld om te voorkomen dat ze een bloedstolsel in de hersenen krijgen, een herseninfarct. Mensen met boezemfibrilleren hebben daarop meer kans. Ook bij mensen die een nieuwe hartklep hebben - of bij bepaalde operaties - moet gezorgd worden dat het bloed (soms tijdelijk) minder snel stolt. Gastauteur: Hart & Vaatgroep Dit gebeurt door inname van antistollingsmiddelen. Bij stollingbeheersing gaat het om het vinden van een goede balans tussen het voorkómen van ongewenste stolsels en van ongewenste bloedingen, wat het gevolg kan zijn van te véél ontstolling. De zorg rond antistolling is aan het veranderen. Bij de traditionele en nog altijd meest gangbare antistollingsbehandeling staan mensen onder controle van een trombosedienst. De trombosedienst meet de stollingswaarde van het bloed en berekent de dosering van het antistollingsmiddel, die per dag kan wisselen. Dat is doorgaans een zogenaamde vitamine-k antagonist, zoals fenprocoumon en marcoumar. Een deel van de patiënten meet en doseert zelf maar ontvangt hiervoor wel ondersteuning

van de trombosedienst. Sinds kort komen mensen met boezemfibrilleren, zonder hartklepproblemen, in aanmerking voor behandeling met andere antistollingsmiddelen, de directe

1.000.000

900.000

800.000

700.000

600.000

500.000

400.000

300.000

200.000

100.000

0 2014

2035

2050

In Nederland lijden 300.000 mensen aan boezemfibrilleren. Dit aantal zal naar verwachting in 2050 zijn gestegen tot 1 miljoen. (Bron: hart en vaatgroep)

orale anticoagulantia (DOAC). Bij deze middelen is het meten van de stollingstijd niet mogelijk of nodig en ze worden elke dag in een vaste dosering gebruikt. Er zijn

nu drie van deze middelen op de markt die vergoed worden uit de basisverzekering. Het vinden van de juiste balans is precisiewerk, vooral bij de vitamine-k antagonisten, waarvan de werking ook beïnvloed kan worden en andere geneesmiddelen en door voedingsmiddelen. Ook een goede samenwerking tussen zorgverleners onderling en de juiste informatie en ondersteuning aan patiënten zijn erg belangrijkAntistollingsmiddelen moeten altijd zorgvuldig en volgens afspraak gebruikt worden, omdat er risico’s aan verbonden zijn. Patiëntenvereniging De Hart&Vaatgroep verzamelt sinds juni 2013 ervaringen van mensen die antistollingsmiddelen gebruiken. Deze ervaringen gebruiken zij om de zorg rond antistolling te verbeteren. In totaal hebben nu zo’n duizend mensen een reactie achtergelaten. Vooral opvallend is dat driekwart van de gebruikers van de nieuwe stollingsremmers geen informatie en ondersteuning ontvangt bij het gebruik van dit middel. Ook in de andere gebruikersgroepen, de gebruikers vitamine k-antagonisten, ontvangt lang niet iedereen informatie en ondersteuning. Iets meer dan kwart van de respondenten is maar betrokken bij de keuze voor het soort antistollingsmiddel. Dit zijn vooral gebruikers van Vitamine k-antagonisten.Daarnaast bleek de helft

van deze gebruikersniet geïnformeerd te zijn over wat ze moeten doen bij bijwerkingen. Het is te betreuren dat de informatievoorziening rondom deze belangrijke maar ook risicovolle middelen zo onder de maat is.

Ook de betrokkenheid van patiënten bij de keuze en het gebruik van de middelen laat flink te wensen over. Juist als mensen meer een eigen invloed en verantwoordelijkheid kunnen nemen bij het geneesmiddelengebruik, zullen zij de middelen beter gebruiken en worden onnodige bloedstolling en nodeloze bloedingen beter voorkomen.

INTERVIEW

Ph: stand van zaken De behandeling van Pulmonale hypertensie begint altijd in een Ph-centrum.

P

ulmonale Hypertensie (PH) is een ernstige ziekte, waarbij de bloeddruk in de kleine bloedsomloop te hoog is. De prognose is afhankelijk van het onderliggend ziektebeeld. Medicamenteuze therapie richt zich met name op vaatwijding. “Een goede begeleiding en behandeling begint in ons ziekenhuis met de inzet van een multidisciplinair team van onder andere longartsen én cardiologen”, vertelt dr. Marco Post van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein. In een wekelijkse bespreking worden probleemgevallen en alle nieuwe patiënten besproken. “We hebben bewust gekozen voor een volledige integratie. We zien elkaars patiënten, zodat artsen in beide disciplines de patiënten goed kennen. Zo is er in spoedgevallen of bij afwezigheid van één van de artsen altijd een aanspreekpunt. Behalve voor de patiënt is deze werkwijze ook voor ons erg prettig.” Gouden standaard Dr. Post onderstreept dat PH alleen definitief gediagnosticeerd kan worden met een hartkatheterisatie. “Dat is de gouden standaard en het geldt overal ter wereld. Natuurlijk kun je op basis van andere onderzoeken inschatten of iemand mogelijk PH heeft. De klachten van de patiënt, klinisch onderzoek, een echo van het hart of de aanwezigheid van onderliggende ziekten als sclerodermie,

mogelijke aangeboren hartafwijkingen of gebruik van bepaalde medicijnen in het verleden spelen daarbij een rol. Uitsluitend op basis van een hartkatheterisatie kun je starten met PH-specifieke therapie. Een dergelijke therapie mag ook alleen gestart worden vanuit een PH-centrum.” Een shared care constructie is uiteraard voor een

“Een goede begeleiding en behandeling begint in ons ziekenhuis met de inzet van een multidisciplinair team van onder andere longartsen én cardiologen” toekomstige behandeling wel denkbaar. “Als bepaalde centra met een affiniteit voor PH naar ons verwijzen, dan kun je samen de patiënt begeleiden na het instellen op een bepaalde therapie. In dat geval heeft shared care zelfs de voorkeur, omdat het dichtstbijzijnde ziekenhuis bij calamiteiten toch de eerste plek is waar een patiënt naar toe wordt gebracht. Dan is het prettig als een behandelend longarts en cardioloog meer van de patiënt weten.” CTEPH Als het gaat om behandeling is Chronische Thrombo Embolisch Pulmonale Hypertensie (CTEPH) een

Dr. Marco Post is cardioloog en verbonden aan het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein.

bijzondere vorm van PH. Binnen het PH-team van dr. Post vormt CTEPH een belangrijk speerpunt. “Bijzonder is dat deze vorm van PH operabel is en wij zijn één van de twee centra in Nederland die een dergelijke behandeling uitvoeren. Dit is een behandeling waarmee je de patiënt daadwerkelijk kunt genezen.” Belangrijk voor een succesvolle operatie is ruime ervaring, waar een lange leercurve aan vooraf gaat. Twee cardio-thoracale

chirurgen in het St. Antonius voldoen aan deze ervaringseisen. Patiënten die voor deze behandeling in aanmerking willen komen, moeten beoordeeld worden in een gespecialiseerd centrum. “Alleen een gespecialiseerd team kan beoordelen of de letsels operabel zijn of niet. Dat kan van veel factoren afhangen. Spelen er nog andere ziekten? Liggen de letsels niet te ver? Dat speelt allemaal mee.”


12

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Pleidooi voor de transferverpleegkundige Na een ziekenhuisopname kan de overgang naar huis soms een te abrupte zijn, zeker voor ouderen.

B

ij ontslag uit het ziekenhuis mag specifieke ziekenhuiszorg dan niet meer nodig zijn, dat wil niet zeggen dat iemand weer in staat is om thuis goed voor zichzelf te zorgen. Auteur: Irma van der Lubbe Veel alleenstaande ouderen redden het niet; vaak omdat de reden van de ziekenhuisopname niet de enige kwaal is. Maar ook partners blijken niet altijd tegen de zorg voor hun herstellende wederhelft opgewassen. Thuiszorg lijkt een oplossing, maar daar bestaan vaak wachtlijsten voor, met name waar het gaat om zogenaamde niet-planbare zorg – bijvoorbeeld bij een heupbreuk na een val. Goede nazorg redt levens Uit onderzoek van het NIVEL in april 2011 blijkt dat van de bijna 18.000 (veelal oudere) patiënten per jaar die een heup breken, één op de drie overlijdt in het eerste jaar na opname. Margo Brands is Adviseur Belangenbehartiging bij ANBO en heeft het onderwerp ‘zorg’ in haar portefeuille. Zij weet dat dit sterftecijfer voor een deel te wijten is aan onvoldoende zorg na de ziekenhuisopname. “Dat moet beter”, vindt zij. “Gelukkig zien ook de ziekenhuizen dit in. Sommige stellen daarom een transferverpleegkundige aan.” Inventariseren en regelen Een transferverpleegkundige adviseert

familie en bekenden van de patiënt over de zorg na het ontslag en regelt de zaken die daarvoor nodig zijn. Zij inventariseert bijvoorbeeld de woonsituatie: zijn er trappen, kan er een bed beneden staan, is er een toilet boven? Ook onderzoekt ze of een mantelzorger beschikbaar is en of medische nazorg nodig is, bijvoorbeeld voor wondverzorging of trombose prikken.

ook al is het slechts tijdelijk – kan een zorghotel een alternatief zijn. Daar

valt. “De transferverpleegkundige vergroot de kans dat iedere patiënt

kunnen patiënten in alle rust bijkomen en herstellen en krijgen zij veel aandacht en verzorging. Deze zorg zit echter niet in de basisverzekering; het is raadzaam om vooraf bij de zorgverzekeraar te informeren of deze vergoeding binnen een eventuele aanvullende verzekering

in de juiste omstandigheden kan herstellen”, stelt Brands. “Daarom is het een ontwikkeling die de ANBO enorm toejuicht.”

Afhankelijk van de antwoorden adviseert zij wat de beste optie is. Is dat thuiszorg? Dan regelt zij dat vaak sneller dan de patiënt zelf. “Zij weet de weg, dat scheelt”, verklaart Brands. “Bovendien legt zij als vakgenoot meer gewicht in de schaal.” Is eerst revalidatie nodig, dan kan een plek op een speciale afdeling in een verzorgingshuis worden geregeld. Deze zorg wordt vergoed uit

“De transferverpleegkundige vergroot de kans dat iedere patiënt in de juiste omstandigheden kan herstellen”, stelt Brands. “Daarom is het een ontwikkeling die de ANBO enorm toejuicht.” de AWBZ (per 1 januari 2013 uit de Zorgverzekeringswet). Voor wie een verzorgingshuis een schrikbeeld is –

Onafhankelijk kennisplatform over gezondheid

Mijngezondheidsgids.nl is opgericht voor is

in

iedereen

die

gezondheid

geïnteresseerd en

zorg.

Het

onafhankelijke kennisplatform biedt informatie over gezondheid, lichaam, geest, voeding en zorg.

MIJN


Pulse Media Group

|

13

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Als het plassen moet ophouden Incontinentie is een aandoening die tot sociale isolatie kan leiden. Terwijl er heel vaak iets aan gedaan kan worden.

I

ncontinentie -het niet kunnen ophouden van urine of ontlastingis een veelomvattend probleem. Niet alleen lichamelijk, maar zeker ook psychisch lijden patiënten onder deze aandoening. Schaamte en sociale isolatie zijn meer dan eens het gevolg van incontinentie. Toegespitst op urineincontinentie: welke vormen zijn er? En vooral: wat is er aan te doen?

aandrangincontinentie gaat er ergens in dit mooie systeem iets mis. De oorzaak kan van alles zijn: van een ziekte als multiple sclerose tot kleine beschadigingen in het ruggenmerg of de hersenen.

therapietrouw in het gedrang. Bij oudere mensen kunnen ook psychologische veranderingen optreden. Overigens zijn er sinds kort nieuwe medicijnen op de markt en er komen er binnenkort nog

Auteur: Cor Dol Urine-incontinentie is in te delen in twee hoofdgroepen: stress- of drukincontinentie enerzijds en aandrangincontinentie anderzijds. Er wordt gesproken van stressincontinentie als drukverhogingen in de onderbuik leiden tot ongewenst verlies van urine, zoals bij hoesten, niezen of persen. Vrouwen die een of meerdere zwangerschappen hebben doorgemaakt zijn vaak bekend met dit probleem, evenals mannen die zijn behandeld voor een vergrote prostaat. Aandrangincontinentie is van een andere orde: hier is sprake van afwijkingen in het centrale zenuwstelsel. De blaas geeft via het ruggenmerg voortdurend de ‘waterstand’ door aan de hersenstam. Als de blaas te vol wordt, zoekt de hersenstam als het ware een oplossing en gaan we op zoek naar een toilet. Daar aangekomen geeft de hersenstam het signaal af dat de blaas zich kan legen. Maar bij mensen met

Behandeling Artsen proberen urine-incontinentie in eerste instantie te bestrijden met medicamenteuze behandeling. Het nadeel van deze medicijnen is dat ze vaak bijwerkingen geven -gezichtsstoornissen, droge mond- en daardoor komt

nieuwe bij, die minder bijwerkingen lijken te hebben. Gebruik in de praktijk moet dat nog verder uitwijzen.

behandeling is afhankelijk van het type incontinentie. Bij stressincontinentie, waarbij de afsluiting van de blaas onvoldoende werkt, valt te denken aan operatief aanbrengen van een bandje onder de urinebuis of kunstmatige afsluitspieren. Mensen met aandrangincontinentie hebben voortdurend het gevoel dat ze moeten plassen of de urine niet kunnen ophouden. Voor deze patiënten worden uitgebreide tests gedaan met elektrostimulatie, waarbij een pacemaker elektrische pulsen afgeeft aan sacrale zenuwen in het kleine bekken. Bij ongeveer de helft van de patiënten keert de coördinatie en de controle over de blaas daarmee terug. Hoe dit precies werkt is nog onderwerp van onderzoek, maar het werkt. Kwaliteit van leven Belangrijk is dat patiënten door een effectieve behandeling een enorme verbetering van de kwaliteit van leven ervaren. Mensen met incontinentie moeten zichzelf vaak meerdere malen per dag verschonen en durven niet meer in het openbaar te verschijnen. De schaamte is groot, zelfs naar de eigen huisarts toe. Toch is het voor deze mensen belangrijk om te beseffen dat ze niet alleen staan en dat er heel vaak iets aan hun klachten gedaan kan worden.

Naast de medicamenteuze behandeling kan fysiotherapie soms helpen. Verdere

ADVERTORIAL

Je blaas de baas in slotervaartziekenhuis, Amsterdam. Aandrangincontinentie kan voor veel problemen zorgen. sacrale neuromodulatie is een oplossing in opkomst.

D

e blaas staat voortdurend via het ruggenmerg in contact met de hersenstam, die er op zijn beurt voor zorgt dat we een toilet zoeken als de blaas te vol wordt en een signaal afgeeft dat de blaas zich kan legen zodra het toilet gevonden is. Maar bij mensen met aandrangincontinentie gaat er in dit complexe systeem iets mis. De hersenstam geeft de blaas dan reflexmatig toestemming om te plassen als er nog maar een kleine hoeveelheid urine in de blaas zit. Deze mensen hebben voortdurend aandrang en kunnen hun urine niet ophouden. De behandeling van aandrangincontinentie werd jarenlang aangepakt met medicijnen die gericht zijn op het verminderen van de blaasactiviteit. Door de bijwerkingen laten veel patiënten deze medicijnen echter regelmatig staan. Een bewezen therapie is sacrale neuromodulatie. Dr. Ernest Weil, hoofd van de afdeling urologie van het Amsterdamse Slotervaart Ziekenhuis, is pionier op dit gebied. Al in de jaren ‘80 was hij in het academisch ziekenhuis in Maastricht betrokken bij de research en ontwikkeling van neuromodulatie en het trainen van urologen in Nederland, Europa en ver daarbuiten. “Intussen weten we uit neurologisch onderzoek dat delen van de hersenen de coördinatie voeren over het wel of niet opslaan van urine in de blaas en ontlasting in de endeldarm. Dit coördinatiesysteem in de

hersenstam kan ontregeld zijn. Door nu elektrische prikkels uit het kleine bekken naar de hersenstam te sturen kan het regulatiemechanisme hersteld worden.” Op deze manier kunnen mensen met incontinentie, maar ook mensen die helemaal niet kunnen plassen geholpen worden. Waardoor hun blaas weer normaal kan functioneren. Proefstimulatie Patiënten die voor sacrale neuromodulatie in aanmerking komen, krijgen eerst een proefstimulatie. Tijdens een dagopname wordt een geleidedraad

met elektroden onderhuids op het heiligbeen (sacrum) aangebracht. Op de geleidedraad wordt een uitwendige stimulator aangesloten. In een periode variërend van 4 dagen tot 3 weken wordt bekeken of die proefstimulatie effect heeft en welke mate van prikkeling nodig is. De helft van de patiënten reageert goed op de proefstimulatie en krijgt dan een permanente stimulator: een pacemaker die onderhuids wordt aangebracht. De patiënt kan binnen een dag naar huis en heeft vanaf dat moment weer controle over de blaas. “Na verloop van tijd is de batterij van de pacemaker leeg, die dan

uiteraard vervangen moet worden”, licht dr. Weil toe. “Afhankelijk van de hoeveelheid energie die de stimulator moet afgeven, is dat na zes tot tien jaar.” Bekkenbodemcentrum Het Bekkenbodemcentrum van het Slotervaart Ziekenhuis is er voor alle mensen die in de bekkenbodem problemen hebben. “Mensen die hier terecht komen worden gescreend op anatomische afwijkingen. Dat gebeurt multidisciplinair, met een fysiotherapeut, gynaecoloog en colorectale chirurgen, maar soms ook een psycholoog. Een heel team dat kijkt naar functionele stoornissen van de bekkenbodem”, vertelt dr. Weil. “ Het Slotervaart Ziekenhuis heeft met Achmea afspraken gemaakt over de zorg in hun expertisecentrum voor sacrale neuromodulatie.” Zo wordt geprobeerd om mensen met bekkenbodemproblematiek in het algemeen en aandrangsincontinentie in het bijzonder zo goed mogelijk van dienst te zijn. Mede mogelijk gemaakt met financiële ondersteuning van Medtronic. MEER INfO slotervaartziekenhuis http://www.slotervaartziekenhuis.nl/ urologie/urologie.aspx

De volledige staf van de afdeling urologie van het Slotervaartziekenhuis. In witte jassen, tweede rij van links naar rechts: drs. Bosschieter, drs. Saskia Smit van der Wal, drs. Tan Tong en dr. Ernest Weil.

www.blaascontrole.nl


14

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Nieuwe basis voor de geestelijke gezondheidszorg Goed verwijzen door huisartsen cruciaal voor hele GGZ.

O

p 1 januari veranderde de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Het gros van de patiënten kan nu terecht bij de generalistische basis GGZ. Dankzij de samenwerking tussen huisartsen, praktijkondersteuners en psychologen komt elke patiënt op de juiste plek. Auteur: Patrick Marx “Twintig tot dertig procent van de mensen met lichte, eenvoudig te behandelen psychische problemen kwam ten onrechte in de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg terecht. Dit kwam vooral door onvoldoende aanbod van eerstelijns zorg”, zegt Paul van Rooij, directeur van GGZ Nederland. De tweede lijn is te vergelijken met de medisch specialist in een ziekenhuis. Die zorg is relatief duurder dan zorg in de eerste lijn waar huisartsen de gezondheidspsychologen de scepter zwaaien. Dit moest anders en goedkoper. Een reorganisatie van de GGZ leidde tot een groter en goedkoper aanbod van zorg voor mensen met eenvoudig te behandelen problemen. Basis De vernieuwde GGZ bestaat uit twee onderdelen die de oude eerste en tweede lijn vervangen: de algemene, generalistische basis GGZ en de specialistische GGZ. De meeste patiënten komen alleen voor de generalistische basis GGZ in aanmerking. In deze zorgvorm krijgt de patiënt hulp van de

huisarts, zijn praktijkondersteuner GGZ of een gezondheidszorg psycholoog. “De generalistische basis GGZ is er vooral voor mensen met psychische klachten of een enkelvoudige psychische ziekte”, zegt Jolanda Muis. Zij is projectleider generalistische basis geestelijke gezondheidszorg bij GGZ Delfland in Delft. Haar collega, klinisch psycholoog Bernadette Rouppe van de Voort vult aan: “Mensen hebben soms psychische klachten zonder dat daar een duidelijke diagnose bij past. Ze zijn bijvoorbeeld somber vanwege een echtscheiding of problemen op het

een gezondheidszorgpsycholoog.” Muis: “Mensen gaan pas naar de specialistische GGZ als huisarts en psycholoog er niet uit komen, er meerdere psychische ziekten een rol spelen of als er meerdere medicijnen nodig zijn. Ze krijgen dan hulp van klinisch psychologen of psychiaters.” Structuur De behandeling in de generalistische basis GGZ verloopt volgens wetenschappelijk

gesprekken.” Rouppe van der Voort voegt toe: “We zien dat cliënten de duidelijke structuur fijn vinden. Mensen nemen meer verantwoordelijkheid voor hun behandeling en gaan er zelf mee aan de slag.” Door de gestructureerde aanpak richt de behandeling zich op de klacht waarmee de patiënt komt en niet langer op alle psychische problemen die een psycholoog ontdekt. Rouppe van der Voort: “Stel iemand heeft een kromme

“Mensen gaan pas naar de specialistische GGZ als huisarts en psycholoog er niet uit komen, er meerdere psychische ziekten een rol spelen of als er meerdere medicijnen nodig zijn. Ze krijgen dan hulp van klinisch psychologen of psychiaters.” werk. Dan kunnen enkele gesprekken met een praktijkondersteuner GGZ in de huisartsenpraktijk uitkomst bieden. Door erover te praten gaat de druk van de ketel en kan de persoon het weer zelf aan. komt de praktijkondersteuner er niet uit of vermoedt de huisarts meteen een diagnose als depressie, dan is de patiënt beter af bij

Fotograaf: Rene Wopereis

bewezen behandelprotocollen. Muis hierover: “Voor de patiënten is dit duidelijk. Ze weten na het eerste gesprek waar ze aan toe zijn. Ze krijgen 5, 8 of 13

pink, dan kan een chirurg die rechtzetten. Dit hoeft niet; de persoon kan wellicht goed leven met de kromme pink zonder er last van te hebben. Hetzelfde geldt

Juliette Becking: “Het is onze overtuiging dat we met deze werkwijze het hoogst haalbare bereiken. Niet alleen dat cliënten uiteindelijk van hun klachten

proberen vooral te zorgen dat dat het hele systeem, zowel in de cliënt zelf als in de omgeving weer beter functioneert. We richten ons op duurzame veranderingen en verbeteringen.”

INTERVIEW

uitgaan van de persoonlijkheid Niet uitgaan van de klacht, maar van de persoon.

E

en depressie op zich bestrijden is ons vak. Wat belangrijker is, is oog hebben voor de persoonlijkheidsdynamiek van de persoon die met deze klachten kampt.

ontwikkelingsgeschiedenis. Dan krijg je zicht op iemands kwetsbaarheden en valkuilen, én op de gezonde kanten. Zo krijg je ook een beter beeld van wat de

In welke mate richt u zich op de omgeving van de cliënt? Juliette Becking: “Behalve de persoonsgerichte aanpak richten we ons zeker ook op de omgeving van de cliënt. Die context is enorm belangrijk. Cliënten zitten een relatief korte tijd bij ons, de rest van de tijd leven ze in de eigen omgeving, dat wil zeggen met hun familie, naasten, werk buurt enzovoort. Altijd worden partners of ouders betrokken en we doordringen onze hulpverleners van de rol die deze omgeving speelt. Voor als er in een gezin meer nodig mocht zijn, bijvoorbeeld thuishulp of ouderbegeleiding, onderhouden we heel korte lijnen met de generalistische GGZ en de POH-GGZ om snel te kunnen schakelen.”

Instellingen voor gespecialiseerde ggz zijn er veel. Wat maakt uw organisatie onderscheidend? Annemarie Broekhuijsen: “Apantaggz is een erkende instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Veldhoven, waar mensen terecht kunnen voor gespecialiseerde ggz, voorheen tweedelijns psychologische zorg. We vinden dat we ons onderscheiden in onze manier van werken, de persoonsgerichte en contextuele visie die we doorvoeren in de specialistische, maar ook in de generalistische ggz. Dat komt praktisch tot uiting in onze zorgpaden: niet uitgaan van de klacht, maar van de dynamiek van de persoonlijkheid van een mens. De persoon áchter de klacht in kaart brengen en daar de behandeling op baseren.” Kunt u een voorbeeld geven van deze benadering? Annemarie Broekhuijsen: “Stel je voor dat iemand binnenkomt met depressieve klachten. Als je direct insteekt op die klachten, zonder de achtergrond en ontwikkeling van die persoon mee te nemen, loop je het risico dat je deze cliënt gaat over- of onderschatten. Wij kijken daarom eerst naar de context van zo’n cliënt en de

Annemarie Broekhuijsen en Juliette Becking vormen de Raad van Bestuur van Apanta GGZ in Veldhoven.

mogelijkheden zijn. Hoe kwetsbaarder de persoon in kwestie, hoe meer je in de behandeling gaat structureren, kaderen en angst niet op laten lopen. Dat staat los van de klacht en is altijd maatwerk.”

worden verlost, maar ook dat er altijd groei in autonomie is. Een klacht is vaak het topje van de ijsberg, het is een teken dat het ergens in het systeem niet goed werkt. Het klinkt wat plastisch, maar wij

MEER INfO Meer informatie is te vinden op: www.apanta-ggz.nl


> Specialistische GGZ Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

in de GGZ. Stel iemand komt met een depressie en tijdens de behandeling zie je ook een gedragsafwijking. De persoon en zijn omgeving hebben er echter geen last van en de afwijking is niet de oorzaak van de depressie. Dan hoef je de gedragsafwijking niet te behandelen. Door dit te respecteren voorkom je een onnodig lang behandeltraject en richt je je alleen op het oplossen van de klacht.” Grote veranderingen De herinrichting van de zorg brengt grote veranderingen met zich mee waar iedereen aan moet wennen. Van Rooij: “Gaan de huisartsen op de goede manier doorverwijzen? Het risico bestaat dat ze mensen met klachten die in de specialistische GGZ thuishoren eerst in de basis GGZ behandelen. Uiteindelijk komen ze wel bij de specialistische GGZ en krijgen dus twee behandelingen. Dat zal natuurlijk gebeuren, maar dat mag niet te veel zijn, want dan wordt de zorg weer te duur.” Om verkeerde verwijzingen te voorkomen gebruikt de huisarts strakke verwijsschema’s. Muis: “De eerste maanden zochten de huisartsen naar de juiste weg. Voor sommigen voelden de schema’s als een bureaucratisch geheel. Inmiddels heeft iedereen door hoe hij de lijstjes als hulpmiddel kan gebruiken om de juiste plek voor de patiënt te vinden. Bovendien kan de huisarts altijd een psycholoog of psychiater in consult

ADVERTORIAL

HUISARTS, POORTWACHTER VAN DE GGZ

De eerste stap voor cliënten met psychische problemen is veelal het bezoeken van de huisarts. De huisarts heeft een poortwachtersfunctie en krijgt een steeds belangrijkere rol in het herkennen, behandelen en waar nodig verwijzen naar Basis of Specialistische GGZ. Huisarts en POH-GGZ behandelen zelf vooral cliënten met lichte en veel voorkoen stoornissen, geen of nauwelijks danwaarbij de afgesproken drie weken kan vragenmende als hij klachten twijfelt aan de juiste worden.” diagnose en zorg.” Ook de GGZ-instelling risico is. van Muis en Rouppe van der Voort kampte met kinderziekten. De organisatie brengt

Terugkoppeling/ Verzoek doorverwijzing

VERWIJZER VERWIJSCRITERIA

KLACHTEN, GEEN RISICO

POH-GGZ

> > > > >

Terugkoppeling/Verzoek terugverwijzing naar POH-GGZ of Basis GGZ

DSM, ACUUT, ERNSTIGE KLACHTEN, HOOG COMPLEX EN/OF HOOG RISICO

SPECIALISTISCHE GGZ

DSM-stoornis Ernst problematiek Risico Complexiteit Beloop klachten

DSM, LICHTE/MATIGE/ERNSTIGE KLACHTEN, RISICO GEVOELIG, NIET-MATIG COMPLEX

BASIS GGZ

> KORT > MIDDEL

> INTENSIEF > CHRONISCH

Terugkoppeling/Verzoek doorverwijzing of terugverwijzing POH-GGZ

behandelaren van Indigo werken met het zog KOP-model*. Dit betekent dat er wordt geke de Klachten, Omstandigheden en Persoonlij 15 van een cliënt.

Voor chronische cliënten heeft Indigo de HEL werk wijze ontwikkeld, waarbij de mogelijkhe en persoonlijke doelen van een cliënt centraa Online ondersteuning als onderdeel van de h ning wordt steeds meer het uitgangspunt, zo behandelingen Basis GGZ, herinrichting van indede zorg is: blijft depraktijkond kwaliteit van zorg op zijn minst bewaard? en preventie. Ook als u geen praktijkonderst Volgens Muis is dit geen probleem mits Indigo of bent, kunt u gebruik maken v iedereenheeft voldoende gekwalificeerd personeel inzet: “We adviseren op huisartsen van Indigo. Bijvoorbeeld het gebied van p daarom om als praktijkondersteuner een e-health, e-learning,verpleegkundige consultatie, intervisie en sociaalpsychiatrisch aan te stellen. Bij gr1pp werken casuïstiekbespreking. gezondheidszorgpsychologen omdat deze vanuit hun opleiding prima in staat zijn om mensen met enkelvoudige psychische problemen te helpen.”

ONZE KERNWAARDEN In de toekomst zal volgens Van Rooij de

zorg in de generalistische > Direct en dichtbijbasis - bijGGZ desteeds huisarts, in de verder professionaliseren: “We zullen de op het werk, via internet en op school. zorgketens logischer en herkenbaarder maken en zodat de patiënt beter begrijpt > Snel doelmatig - geen wachtlijsten, waarom hij zorg op een bepaalde plek korte behandelingen, met goede resultaten. krijgt. Ook de standaarden en richtlijnen > Eigentijds en betrouwbaar over de zorg zullen we steeds verder- effectief en ontwikkelen.” De directeur van GGZpractice based, modern en gebruik makend Nederland heeft ook een waarschuwing nieuwe inzichten“De en technologie. voor de toekomst: generalistische

Goede basis zijn generalistische basis GGZ onder in basis GGZ en de specialistische GGZ De introductie van de basis GGZ zal niet gr1pp. Dit was voorheen de organisatie mogen geen losse eenheden worden. tot tientallen miljoenen besparingen voor eerstelijns GGZ. Muis: “Hoewel Dan ontstaat een verwijscircus waarin leiden. Van Rooij: “De zorg in de basisMEER we verwachten dat het totaal AAN aantal PSYCHISCHE we mensen heenONZE en weer WERKWIJZE verwijzen en SAMENWERKEN OVER WET GGZ was voorheen ook al de goedkoopste patiënten in de GGZ gelijk blijft, weten waarin we niet meer van elkaar leren. Dat DOWNLOAD DE ZORGPADEN OP INDIGO.NL GEZONDHEID VOOR IEDEREEN zorg binnen de GGZ die nu iets goedkoper we nog niet welk deel van de mensen van zou zonde zijn.” Het is onze doelstelling goede psychische wordt. Belangrijker is dat reorganisatie de generalistische basis GGZ gebruikom gaatkwalitatief aan de basis gevolgen heeft voor de hele maken. We zijn niet zeker of er genoeg hulp te bieden in de directe omgeving van onze cliënten. GGZ. Als het straks in de basis niet goed psychologen bij gr1pp werken. Mocht de We van sluiten daarbij graag aan bijblijkt uwtespecifieke behoeften en in gaan dan betalen we daarvoor toestroom cliënten te groot worden de rest van de keten.” dan kunnen we snel extra psychologen wensen. Daarom maken we graag persoonlijk met u kennis vanuit onze GGZ-instelling overhevelen om te bespreken wat voor De elkaar kunnen grote vraag betekenen. bij een uitgebreide INDIGO ZORGPADEN naar gr1pp zodat de wachtlijst nietwe langer

Op onze website www.indigo.nl staan de contactgegevens van de diverse Indigo regio’s, wij nodigen u graag uit contact met ons op te nemen.

Wegwijzer voor hulpverleners in de POH-GGZ en Basis GGZ

Psychische problemen direct en dichtbij aanpakken De GGZ wordt steeds toegankelijker met aanbod in de wijk.

S

inds 1 januari 2014 is de Basis GGZ ingevoerd en dat heeft tot een aantal belangrijke veranderingen geleid. Preventieve cursussen en trainingen worden nu bijvoorbeeld niet meer door organisaties als Indigo geboden, maar via de huisarts of gemeente. Indigo biedt voornamelijk zorg in de Basis GGZ en biedt daarnaast praktijkondersteuning en preventie in opdracht van huisartsen en/of gemeenten.

Kijk voor een Indigo vestiging bij u in de buurt op www.indigo.nl cliënten stellen het op prijs Behandeling in de wijk Manager Zorg Jeanette van Rijn: “We bieden onze behandelingen laagdrempelig * Rijndersaan, e.a.,zoveel 2010 mogelijk in de wijk. Dat maakt de zorg persoonlijk, direct en dichtbij. Onze behandelaren kijken in eerste instantie vanuit een breed perspectief naar de problemen van cliënten. Niet alleen naar klachten, maar ook naar de omstandigheden en

om online ondersteuning te krijgen en dat wordt ook steeds meer het uitgangspunt. Dat geldt voor zowel de behandelingen in de Basis GGZ, praktijkondersteuning en preventie. HELI: eigen regie Voor cliënten die met langdurige problemen kampen heeft Indigo HELI

Stel: je hebt psychische klachten als neerslachtigheid of burnout. Of je kent iemand met deze problemen. Wat te doen? Veel mensen met psychische problemen melden zich allereerst bij de huisarts. Dat betekent dat de huisarts de klachten nog beter moet leren herkennen en een goede verwijzing moeten kunnen maken. Een huisarts kan preventieve cursussen en trainingen bieden. Daarnaast kunnen ze milde en enkelvoudige klachten zelf behandelen, eventueel met ondersteuning van een POH-GGZ (Praktijkondersteuner GGZ). Deze praktijkondersteuners kunnen van Indigo zijn. Dit zijn goede, gekwalificeerde krachten die de verschillende behandelmethodes van Indigo kennen en bekend zijn met het GGZ-netwerk in de regio. Als de problematiek complexer is en mogelijk risico’s met zich meebrengt, kan de huisarts doorverwijzen naar een behandelaar in de Basis GGZ.

@Indigo_prof www.facebook.com/IndigoVoorIedereen beperking of kwetsbaarheid. Jeanette van Rijn: “Samen met een hulpverlener van Indigo stelt een cliënt zelf het zorgplan op. Cliënten krijgen daarmee zelf de regie en het overzicht.” Samenwerking in de wijk Jeanette van Rijn: “Indigo is een landelijk werkende organisatie, maar met een bekend gezicht in de wijk. Huisartsen zijn ook blij met de samenwerking: het is goed om een rustpunt te hebben in de behandeling. Als zij de zorg overdragen aan de POH-GGZ of Basis GGZ, is er vertrouwen dat het goed komt. Er zijn veel mogelijkheden en dat maakt het voor huisartsen soms lastig om het goede traject te bepalen. Ik vind het belangrijk om voortdurend de samenwerking te zoeken en met elkaar de verantwoordelijkheid te nemen om de zorg voor cliënten zo goed mogelijk te organiseren.”

Voor cliënten is het vaak fijn om ook online een deel van hun behandeling te volgen. Indigo vindt persoonlijk contact ook heel waardevol en kiest –in overleg met cliënt- dan ook vaak voor een combinatie tussen persoonlijke gesprekken en online ondersteuning.

de persoonlijk stijl. Bij Indigo staat de kracht van mensen centraal. We geven cliënten een eigen verantwoordelijkheid in de behandeling.” Steeds meer

in het leven geroepen. HELI staat voor Herstel in de Eerste Lijn met Indigo. Herstel wil in dit geval zeggen: leren leven met de psychische aandoening,

MEER INfO www.indigo.nl


16

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

huisartsen willen nieuw GGZ-systeem laten slagen Veranderingen in de GGZ zijn snel en groot doorgevoerd. Maar wat vinden huisartsen er eigenlijk van?

O

p 1 januari 2014 veranderde de GGZ van de vanouds bekende eerste- en tweedelijns zorg naar de huisartsen ggz, generalistische basis ggz en specialistische ggz. Voor de huisartsen in Nederland betekent de invoering dat zij nog meer poortwachter zijn voor de GGZ. Auteur: Cor Dol Voorheen kwamen veel mensen met relatief milde en enkelvoudige klachten in de tweedelijns zorg terecht, die voor hen in feite te duur was. Door die opvang te verplaatsen naar de wijk, moet de GGZ uiteindelijk goedkoper worden. Maar de snelle manier waarop de transitie plaatsvindt baart huisartsen zorgen. Geert-Jan van Loenen is huisarts te Hengelo en bij de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) als bestuurder onder meer belast met GGZ-ontwikkelingen. “Heel veel, heel snel en heel star”, karakteriseert hij de ontwikkelingen.

we aanpassingsstoornissen noemen: werkgerelateerde problemen, relatieproblematiek, rouwverwerking. Nog steeds kan negentig procent van deze problemen heel goed in de huisartsenpraktijk worden behandeld. Het probleem zit bij de tien procent, die we niet meer vergoed kunnen verwijzen, terwijl dit hard nodig is.” Van Loenen waarschuwt daarbij voor het gevaar van ‘upcoding’, een zwaardere diagnose stellen dan realiteit is, maar waarvoor wél een vergoeding geldt. “Ik verwacht dat niet van de beroepsgroep, maar de druk van patiënten om betaald geholpen te worden en niet op eigen kosten, kan wel degelijk toenemen.” Alles op de schop Drie maanden na invoering van het nieuwe systeem moet Van Loenen constateren dat de verwachte problemen bewaarheid worden. “De huisarts krijgt

te overleven is losgebrand, dat is immers inherent aan marktwerking. Maar voor een huisarts die gewend was aan een bepaald netwerk en sociale kaart, staat alles op de schop. Tweedelijns GGZinstellingen breiden hun activiteiten uit naar de generalistische basis GGZ. En dat gaat vaak weer ten koste van zelfstandig gevestigde psychologen.” Ook geldt dat GGZ-instellingen pas betaald krijgen na afsluiting van de behandeling, waardoor het voor kan komen dat een behandeling sneller wordt afgesloten dan wenselijk voor de patiënt. Het gevaar van ‘undercoding’ dus. Voor huisartsen is het belangrijk dat een goede verwijsmogelijkheid blijft bestaan. “Heel belangrijk is ook de mogelijkheid om zonder wachtlijsten te kunnen opschalen en korte lijnen te hanteren in de communicatie tussen huisarts en behandelaar. Hier is nog winst te behalen. Het is een indrukwekkende transitie die

“Heel belangrijk is ook de mogelijkheid om zonder wachtlijsten te kunnen opschalen en korte lijnen te hanteren in de communicatie tussen huisarts en behandelaar. ” Preventie onder druk “Er worden hogere eisen gesteld aan het verwijzen naar een eerstelijns psycholoog. Categorieën mensen die wij gewend waren te verwijzen om erger te voorkomen, kun je nu nog wel verwijzen, maar die hulp wordt niet meer vergoed. Het is de bedoeling dat veel van deze mensen geholpen worden in de huisartsenpraktijk. Door de huisarts, die ondersteund kan worden door een praktijkondersteuner GGZ. Maar dat is niet in alle gevallen de juiste oplossing, waardoor het preventieve element ernstig onder druk staat. Veel GGZ-problematiek die wij zien, betreft bovendien wat

Ik zie zeker mogelijkheden om dit goed te laten werken, maar dat vraagt wel tijd en het scheppen van de juiste randvoorwaarden. We hebben nauwelijks kunnen oefenen.”

uITGELIChT • Met de inzet van de praktijkondersteuner GGZ (POHGGZ) zijn in korte tijd mooie dingen ontstaan. Maar: “De uitbreiding in formatie die huisartsenpraktijken nodig hebben, omdat nu eenmaal meer patiënten met psychische klachten naar de huisarts komen, daar worden door zorgverzekeraars extra voorwaarden aan gesteld. Extra uren die je kunt krijgen, mag je niet in extra menskracht stoppen, maar in uitbreiding van e-health toepassingen of de consultatiefunctie van een psychiater. Liever zou ik zien dat de huisarts en zijn of haar team het vertrouwen krijgen om het voor de eigen patiëntenpopulatie op de beste manier te regelen.” • Zo’n 50% van de huisartsen in Nederland maakt gebruik van een POH-GGZ in de praktijk. De overheid streeft naar een POH in alle huisartspraktijken.

een enorme hoeveelheid informatie van allerlei GGZ-instellingen over hoe hij geacht wordt te verwijzen. De strijd om

snel is ingevoerd. Dat vraagt een nieuwe positionering van allerlei partijen en daarmee een grote mate van flexibiliteit.

• Dr. Van Loenen ervaart dat de druk op de drie POH’s in zijn praktijk (met zes huisartsen) in de eerste drie maanden van dit jaar al behoorlijk is opgelopen en heeft geleid tot wachtlijsten. “Mensen met een aanpassingsstoornis worden bijvoorbeeld niet alleen door onze POH’s gediagnosticeerd, maar ook behandeld. Maar er blijven mensen over die naar de GGZ verwezen moeten worden, en het is essentieel dat die mogelijkheden er zijn.”

ADVERTORIAL

Ontzorgen, faciliteren, professionaliseren GGZ-instelling die het complete scala aan mogelijkheden aanbiedt

M

et ggz, de fusieorganisatie tussen RiaggZuid en Mensana, is een ambulante ggz-instelling die op verschillende locaties in Noord- en Midden-Limburg zorg biedt. De visie ‘de juiste zorg op de juiste plek en op het juiste moment’ geeft goed weer hoe Met ggz de veranderingen door het aanbieden van de Basis GGZ tegemoet treedt. “Wij bieden onze zorg met aandacht, specialisme en vertrouwen”, vertelt teamleider Marina Rovers. Zij is binnen Met ggz verantwoordelijk voor de implementatie van de Generalistische Basis GGZ. “Als ambulante speler op de ggz-markt zijn we al jaren actief; van crisiszorg tot beschermd wonen en van bemoeizorg tot ambulante thuisbegeleiding. Sinds dit jaar is aan

ons palet van zorg ook de Basis GGZ toegevoegd.” Marina weet uit ervaring dat zo’n grote verandering geen sinecure is. “We willen de cliënt de juiste hoeveelheid zorg op het juiste moment bieden. Maar

ook de huisarts willen we ontzorgen. Door onze jarenlange ervaring, zowel binnen eerstelijns- als tweedelijnspsychiatrie, zijn we goed in staat snel te schakelen als de situatie daarom vraagt. We ondersteunen de huisarts door het aanbieden van een consultatiefunctie bij verwijzingen of medicatie. Samenwerken

met andere partijen is voor ons een tweede natuur.” Dichtbij huis Opzet van de Basis GGZ is om zorg zoveel mogelijk rondom de patiënt te organiseren. Met ggz biedt alle vier de producten van de Basis GGZ aan: kort, middel, intensief en chronisch. Marina: “We doen dat dichtbij huis, en zoveel als nodig is. Maar van zorg op maat kan alleen sprake zijn als er een goede triage is. In samenwerking met huisartsen en POH-GGZ’s willen we instrumenten ontwikkelen die bijdragen aan meer uniformiteit en eenduidigheid. Dat komt ook de onderlinge samenwerking en afstemming ten goede. Met ggz wil zorg zo organiseren dat goed opgeleid

personeel op de plekken aanwezig is waar het nodig is. Dat kan zijn in de wijk, in de huisartsenpraktijk, in een Met ggzvestiging of bij de cliënt thuis.” Uitgangspunten Ontzorgen, faciliteren en professionaliseren: die uitgangspunten heeft Met ggz hoog in het vaandel. En die punten gelden zowel voor de Generalistische Basis GGZ als voor de Specialistische GGZ.

MEER INfO Met ggz biedt de juiste zorg, op de juiste plek, op het juiste moment. We geven die met aandacht en met specialisten. www.metggz.nl


Pulse Media Group

|

17

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Verandering voor de rol van de POh Met de recente wijzigingen in de organisatie van de GGZ krijgt de POh meer de regie.

V

eranderingen in de GGZ per 1 januari 2014 hebben verstrekkende gevolgen. Zeker ook voor de POH-GGZ (praktijkondersteuner huisarts). Auteur: Cor Dol De functie POH-GGZ bestaat sinds 1 januari 2008, toen voor vijf jaar een experiment werd ingezet. Op 1 januari 2013 werd de proef met nog eens een jaar verlengd, in afwachting van de beleidskaders die op 1 januari 2014 realiteit zijn geworden. Met de komst van de Basis-GGZ is het hele GGZ-landschap sterk aan verandering onderhevig. Volwassener “Vanaf het begin van 2012 zijn we al met deze verandering bezig”, vertelt Rudolf keijzer. Hij is algemeen manager van PRO Praktijksteun. “De functie POH-GGZ is

sindsdien zeker volwassener geworden en de behoefte van huisartsen om een POH-GGZ in de praktijk te hebben is sterk toegenomen. Eind vorig jaar werkte 40 tot 50 procent van alle huisartsen met een POH-GGZ, ik verwacht dit jaar een

groei tot 70 à 80 procent. Niet omdat een huisarts per se vindt dat hij veel meer met GGZ moet gaan doen, maar simpelweg omdat de zorg voor mensen met GGZproblematiek meer naar de eerste lijn geschoven wordt. De huisarts wil graag dat de patiëntenpopulatie op een goede manier en op de juiste plek geholpen wordt.”

startpunt voor een goede organisatie van de GGZ, uiteraard samen met de huisarts.” Dat betekent ook dat de POH-GGZ goed op de hoogte moet zijn van de sociale kaart en doorverwijzingsmogelijkheden. “Dat is tegelijkertijd een kans. De bestaande lijnen worden wat strakker en je kunt beter kwaliteitsafspraken maken, een service level agreement afsluiten.”

Veranderende rol Werkinhoudelijk is de rol van de POHGGZ nog niet echt veranderd, maar Rudolf keijzer verwacht dat dat wel gaat gebeuren. “Het organiseren van de Basis GGZ gaat gelukkig niet over één nacht ijs”, stelt hij. Voor dit jaar is op verschillende plekken gekozen om niet direct heel veel patiënten vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn te schuiven, maar is de keuze gemaakt om met verschillende betrokkenen voor een goede opvang te

Onduidelijkheid Toch ziet Rudolf keijzer ook beren op de weg. Er is veel onduidelijkheid, onder meer bij GGZ-instellingen die al dan niet hun preventieprogramma’s kwijtraken. Of eerstelijns psychologen die andersoortige onderhandelingen moeten voeren met zorgverzekeraars en een soort productmix moeten aanbieden waarbinnen op voorhand een inschatting moet worden gemaakt van de soort en zwaarte van zorg. “De ambitie is om de kwaliteit van zorg goed te organiseren, en om niemand tussen wal en schip te laten vallen. Maar zover is het nog niet. komt nog bij dat een groter deel van de zorggelden naar de gemeenten toegaat. Al met al gaat dat er toe leiden dat partijen met elkaar te maken krijgen die dat niet van oudsher gewend zijn. Het is te makkelijk om dat onder de kinderziektes te scharen, al moet het anderzijds wel de tijd hebben om te kunnen uitkristalliseren. Maar er zijn weinig voorbeelden om op terug te vallen.”

zorgen. Er is een periode van 3 jaar om dat significant af te bouwen. Er komen veranderingen voor de POH-GGZ, maar meer geleidelijk. “Als onderdeel van de huisartsenpraktijk zal steeds meer naar de POH-GGZ worden gekeken als

uITGELIChT • Het aantal POH’s is de afgelopen maanden flink toegenomen en die toename zal nog verder stijgen. Het percentage niet-ingevulde vacatures voor POH’s is momenteel zo’n 20%. • De verandering in de Basis GGZ betekent dat er ook kansen zijn. Met e-health en triage systemen kun je als huisarts en POH-GGZ meer betekenen voor patiënten, zonder dat je daar in je eentje verantwoordelijk voor moet zijn. Maar bedenk wel of deze middelen voor elke patiënt daadwerkelijk ingezet moeten worden. • Per 1 januari 2015 wordt ook de Jeugd GGZ anders ingericht: een deel van het besteedbare budget komt onder verantwoording van de gemeenten.

Cursussen Het spreek voor zich dat niet alle POH’s even gemakkelijk met de veranderingen kunnen omgaan. Doorverwijzen is iets lastiger geworden, dus de problematiek van patiënten die bij huisarts en POHGGZ terechtkomt, is zwaarder dan voorheen; patiëntenstromen waar je in de praktijk goed voorbereid op moet zijn. In grote praktijken werken soms POH’s met verschillende ervaring samen om de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Ook worden allerlei cursussen gegeven aan POH’s, bijvoorbeeld om goede afspraken met de sociale partners te kunnen maken en de betekenis van die afspraken te kunnen wegen.

EXPERTINTERVIEW

Zorg verplaatst zich naar de wijk speciale zorgvorm voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA).

E

velyn van Bussel is psychiater bij GGZ Oost Brabant en vertelt over FACT. Hiermee willen de hulpverleners bereiken dat cliënten en hun naasten erop vooruitgaan, doordat de zorg multidisciplinair en veel meer integraal is georganiseerd. Waar staat FACT voor? “Voor Functie Assertive Community Treatment, een actieve manier waarbij geprobeerd wordt om opnames van cliënten te

Evelyn van Bussel, psychiater bij GGZ Oost Brabant

voorkomen of te verkorten. Evidence based is gebleken dat het werkt en een besparing oplevert. Het FACT-team bestaat uit woonbegeleiders, ervaringsdeskundige, psychiater, psycholoog, psychiatrisch verpleegkundigen, verslavingsdeskundige en een trajectbegeleider.Zij behandelen, begeleiden en bieden praktische ondersteuning bij het zo zelfstandig mogelijk leven van cliënten.” Wat is het verschil met voorheen? “Er is een betere afstemming tussen disciplines en het team is verantwoordelijk voor alle cliënten, ‘shared caseload’ heet dat. FACT maakt het mogelijk dat behandeling en rehabilitatie goed afgestemd worden en dat afspraken tussen cliënt, begeleider en behandelaar echt wederzijds zijn. Hierin speelt de ervaringsdeskundige een essentiële rol. En we zijn

beter bereikbaar, er is een FACT-telefoon voor als een cliënt z’n eigen hulpverlener niet kan bereiken. We kunnen vroegtijdig interveniëren als het dreigt mis te gaan. Dat lukt nu vaker dan voorheen.” Is FACT uniek in Oost Brabant? “Noord-Holland Noord was de eerste, maar GGZ Oost Brabant realiseerde wel binnen twee jaar maar liefst elf FACT-teams. Inmiddels zijn teams actief in Boxmeer, Cuijk, Helmond, Oss, Uden en Veghel. Uniek is wel dat bijna al onze teams gecertificeerd zijn, dat geeft een kwaliteitsgarantie.Bij ernstige psychiatrische aandoeningen moet je denken aan persoonlijkheidsstoornissen, schizofrenie, borderline en depressie. Mensen met deze aandoeningen wonen meer in de grotere gemeenten. Ze kunnen daar meer anoniem leven dan op het platteland.”

Wat doen jullie nog meer? “We verzorgen ook therapieën en cursussen zoals metacognitieve training(meer zicht krijgen in je denkstijl), cognitieve gedragstherapie bij een psychose (mengvorm van gesprekken en gedragstherapie), lotgenotengroep en psycho-educatie voor familieleden. We streven uiteindelijk naar de integrale dubbele diagnosetherapie. Dat wil zeggen meer integratie van de zorg voor de psychiatrische en verslavingsproblematiek, voorheen waren deze werelden gescheiden.” MEER INfO Lees de beleving van een ervaringsdeskundige op: www.ggzoostbrabant.nl/FACT


18

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

De huisarts speelt een cruciale rol Veranderingen in de basis-ggz en het zorgvraagzwaartemodel.

D

e geestelijke gezondheidszorg (ggz) ondergaat momenteel een enorme verandering en wordt de komende jaren opnieuw ingedeeld. Wat was de noodzaak? Auteur: Annemiek de Waard Met jaarlijks 3½ procent van de Nederlanders in behandeling bij de ggz heerste in 2004 schaarste en wachtlijsten. Het idee was om er marktwerking op los te laten en nieuwe aanbieders te laten concurreren. Jim van Os, hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie, hoofd afdeling Psychiatrie en Psychologie van het Maastricht University Medical Centre en gasthoogleraar aan het Institute of Psychiatry in Londen: “Het gevolg was dat twintig procent van de Nederlanders die volgens epidemiologisch onderzoek per jaar diagnosticeerbaar is met een psychische stoornis opeens de inzet werd van een economische groeimarkt. De concurrentie boorde deze nieuwe klanten gretig aan in plaats van te focussen op de oude 3½ procent. De kosten liepen in de periode 2004-2010 volledig uit de hand, overigens niet alleen in de ggz.” Suïcide Een van de maatregelen is een onderscheid tussen de basis- en de specialistische ggz. Een herindeling in drie domeinen: huisartsen (bijgestaan door praktijkondersteuners voor de ggz), de generalistische basis-ggz en de

specialistische ggz. De huisarts speelt een cruciale rol, want hij of zij moet in alle gevallen de ggz-zorg indiceren. Op zich een goed idee volgens Van Os. “Zo worden eerstelijnsbehandelingen bij lichte problemen niet meer tegen tweedelijnsprijzen verkocht. Maar dat de doorverwijzing van eerste- naar tweedelijns via de huisarts moet verlopen, vind ik veel te bureaucratisch. Bij een suïcidaal iemand kun je dan te laat zijn...” Zorgvraagzwaartemodel Er zijn vier producten in de basis-ggz voor vier cliëntengroepen: kort, middel, intensief en chronisch. Indicatie gebeurt op basis van vijf aan zorgzwaarte gelieerde criteria: DSM-stoornis*, ernst van de problematiek, risico, complexiteit en beloop van klachten. Van Os: “Er staan tienduizenden mensen met hun behandeltrajecten in databases, maar slechts vijf procent van hun behandelduur is door het zorgvraagzwaartemodel verklaard. Zo ebt het vertrouwen weg en ontstaan kafkaëske taferelen. Er wordt niet gepraat over onderbehandeling of regionale verschillen. Ik vind zo goed mogelijke zorg voor zo veel mogelijk mensen conform de WHOrichtlijnen belangrijk. De databases die zorgverzekeraars gebruiken zijn geldverspilling, onethisch en niet zo anoniem als patiënten denken.” Epidemiologie In zijn boek

‘De

DSM-5

voorbij,

persoonlijke diagnostiek in een nieuwe ggz’ pleit Van Os voor goede e- en mhealth. “Daarnaast blijft goede en persoonlijke hulp noodzakelijk, laat niet de zorgverzekeraars de dienst uitmaken. Wijs

van verzekeraars. Ik merk dat deze vervreemding teweegbrengen op de werkvloer, maar wij inhoudsmensen moeten ook de hand in eigen boezem steken en de overheid met goede ideeën

regio’s aan en leg populatiezorgbehoefte en zorgaanbod naast elkaar op basis van epidemiologische cijfers. Hiertoe zijn uitstekende onderzoeken beschikbaar. kijk ook naar de in-, door- en uitstroom en gebruik het WHO-schaarstemodel in plaats van systeemexperimenten

voeden. Dus we protesteren niet alleen, maar presenteren ook alternatieven.” *DSM staat voor Diagnostic and Statistical manual of Mental disorders (Handboek Diagnose en Statistiek van Psychische aandoeningen)

INTERVIEW

Wat als de dokter zélf psychische klachten heeft? De dokter at risk: depressie, burn-out of verslaving. Professionals voor professionals: kunt u uitleggen wat dat in uw organisatie betekent? Ingrid Weijnen: “U-center is een privékliniek voor burn-out, depressie en verslaving. Met professionals voor professionals doelen wij op de kortdurende, intensieve hulp met resultaat die wij bieden aan professionals in de medische sector die zélf met deze klachten te maken krijgen.” Is er vaak sprake van verscholen problematiek? “Zeker. Het aantal klachten over burnout, depressie en verslaving onder artsen ligt hoog ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Bovendien wacht deze groep lang met het inschakelen van hulp. Ze hebben vrij toegang tot receptgeneesmiddelen en opiaten, zodat overmatig gebruik of zelfs verslaving eenvoudig verborgen kan blijven.” Wat zijn belangrijke herkenningspunten voor artsen? “De werkdruk onder artsen en zeker artsassistenten is erg hoog en zij krijgen vaak met emotioneel aangrijpende casuïstiek te maken. Burn-out komt bij 1 op de 5 artsen voor. Je kunt het herkennen aan fysieke en emotionele uitputting, prikkelbaarheid en cognitieve problemen. Als het gaat om het overmatig gebruik van middelen, dan weet iedere professional in de zorg wat te veel is. Wat betreft verslaving, er is een meldpunt ABS-Artsen, waar

Want hoe langer je wacht, hoe hoger de drempel wordt om weer aan het werk te gaan. Na een klinische interventie van 7 weken, kunnen we dankzij e-health nazorg mensen uit het hele land en over de grenzen helpen en langer begeleiden. De behandelprogramma’s hebben wij ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Maastricht, zodat wij een goede wetenschappelijke input hebben en evidence based kunnen behandelen. Overigens is het goed om te merken dat openheid van artsen naar hun patiënten prima kan werken. Als arts heb je dan een voorbeeldfunctie bij het doorbreken van taboes rond psychische problemen.” Albert Hietink is CEO U-center. fotograaf: Franco Gori

mensen anoniem of met naam melding kunnen maken van een arts die niet goed functioneert door overmatig gebruik van middelen. Dit is bedoeld om artsen tegen zichzelf in bescherming te nemen en hen de juiste hulp te bieden.” Welke hulp kunt u bieden? “U-center biedt een kort en intensief klinisch en ambulant programma, waar mensen de kracht krijgen om hun eigen problemen op te lossen. Ze krijgen inzichten en handvatten om hun ongezonde gedrag te veranderen. Stoppen met het schadelijk gedrag en een gezonde leefstijl opbouwen en ze weer zo snel mogelijk terug in de praktijk brengen.

Wat is het belang van schadelastbeperking? Albert Hietink: “Het belang van schadelastbeperking is veel groter dan alleen de kosten die door een zorgverzekeraar gemaakt worden. Er speelt een puur sociaal-maatschappelijk belang van iemand die uitvalt door ziekte: die wil je zo snel mogelijk weer laten functioneren. Daarnaast spelen de gederfde inkomsten van bijvoorbeeld een ziekenhuis of praktijk, al dan niet verzekerd, een rol. Bij een eventuele vervanging heb je ook nog te maken met extra kosten en praktische issues. Dus: er is veel baat bij het terugdringen van verzuim door snel, effectief en intensief te behandelen en aandacht te schenken aan vroegsignalering en preventie in de zorg.”

Ingrid Weijnen is directeur behandelzaken bij U-center. fotograaf: Sacha Ruland

“Elke collega met klachten zou ik U-center gunnen, omdat je daar de kans krijgt beter te worden”. - Oud-cliënt, arts.

MEER INfO U-center biedt een oplossing. De klinische behandeling vindt plaats in Epen, Zuid-Limburg in een prachtige, gastvrije locatie met hotelfaciliteiten. De ligging is ook interessant voor Belgische artsen en internationale instellingen in de omgeving.De ambulante zorg wordt vanuit Driebergen aangeboden. www.u-center.nl


Pulse Media Group

|

19

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Verslaving is een hersenziekte Nederland kent een uitgebreid netwerk dat verslaafden kan helpen bij het afkicken van hun verslaving.

V

erslaving heeft veel verschijningsvormen. Alcohol, tabak, cannabis, cocaïne en heroïne zijn alom bekende verslavende middelen, die tegenwoordig gezelschap krijgen van moderne partydrugs én internet, gamen en zelfs social media.

minder genieten. Door het gebruik van bijvoorbeeld alcohol of drugs kan de vergrote aanmaak van dopamine ineens zorg voor een soort schokeffect, die de gebruiker als zeer heftig ervaart.

geen verslaving. Bij een verslaving zijn de hersenen veranderd als gevolg van (langdurig) gebruik van middelen. Een verslaving ontwikkelt zich in de loop van de tijd en begint meestal met

Auteurs: Mariëtte Raap en Cor Dol

uITGELIChT

Van klinieken tot hulpmiddelen, sinds de jaren ’90 is –vanwege de toenemende en veranderende drugsproblemen- de verslavingszorg uitgegroeid tot een professionele organisatie. De laatste decennia maakten we, naast de bekende verslavingen als alcohol-, drugs-, medicijn- en gokverslaving, in ons land ook kennis met computer-, GHBen speedverslavingen. Een verslaving is een gewoonte die kan ontstaan uit een verlangen te willen vluchten voor negatieve invloeden. Bij het verlies van controle over het gebruik van middelen die helpen te ontvluchten, is sprake van een verslaving. Het wordt gezien als een chronische hersenziekte, die een genetische, fysiologische, psychische en sociale oorzaak heeft. Dopamine In de hersenen wordt de stof dopamine aangemaakt, een neurotransmitter die signalen doorgeeft aan zenuwcellen. Het gebied waar de dopamine in de hersenen wordt aangemaakt, staat in rechtstreekse verbinding met het beloningssysteem in de hersenen. De zenuwcellen geven een grote hoeveelheid dopamine af als bijvoorbeeld plezier wordt beleefd en daar zit in feite de oorsprong van verslaving. De dopamine hecht zich aan de dopaminereceptoren, waardoor een prettig gevoel ontstaat. Door het gebruik van bijvoorbeeld alcohol of drugs wordt de aanmaak van dopamine verder vergroot en zelfs overgestimuleerd. Het middel neemt op die manier het beloningssysteem over en er ontstaat een afhankelijkheid van het middel om zich prettig te voelen. De verslaving verdiept omdat het gemis van het gevoel en daarmee het verslavende middel als extra zwaar wordt ervaren, waardoor de verleiding om opnieuw naar het middel te grijpen en daarmee een prettig gevoel te creëren, juist weer groter wordt. Op die manier ontstaat de bekende neerwaartse spiraal die veel verslavingen kenmerkt. Minder receptoren Wetenschappelijk onderzoek heeft de laatste jaren laten zien dat sommige mensen minder dopaminereceptoren hebben. Dit is erfelijk bepaald. De consequenties daarvan zijn duidelijk: het kost deze personen meer moeite om het beloningssysteem in de hersenen tevreden te stellen en ze kunnen

• Nederland kent een kleine 500.000 mensen met een alcoholverslaving. Minder dan tien procent is hiervoor in behandeling. • Tabak is de grootste verslaver van het land. Meer dan 800.000 Nederlanders zijn nog altijd verstokt aan het roken, ondanks intensieve campagnes van de overheid. • Benzo’s, ook bekend als tranquilizers, pammetjes of slaappillen kennen eveneens een grote populatie verslaafden. Deze middelen vallen allemaal onder de geneesmiddelenwet en mogen alleen door een arts worden voorgeschreven en door een apotheker verstrekt. Niet voorgeschreven bezit en handel is strafbaar. Omdat de overheid het gebruik van deze middelen wil terugdringen, is de vergoeding van slaap- en kalmeringsmiddelen in 2009 komen te vervallen. Voor een kleine groep patiënten is de vergoeding vanuit de basisverzekering blijven bestaan. Verslaving is daarmee geen keuze, maar een hersenziekte, hoewel de verslaving vaak start met het begrip ‘één keertje proberen’. Overigens spelen de omgevingsfactoren wel degelijk een rol: wie een tekort aan dopaminereceptoren heeft, ontwikkelt niet per definitie een verslaving. Opvoeding en milieu spelen wel degelijk een rol: wie zijn of haar ouders veel ziet roken of voortdurend de mobiele telefoon in de hand heeft, zal sneller geneigd zijn dat gedrag te kopiëren. Andersom geldt dat ook mensen zonder diverse risicovarianten van de relevante genen verslaafd kunnen worden. Middelenmisbruik Vooraf aan een verslaving aan middelen, gaat het zogenoemde middelenmisbruik. Waar de grens tussen verslavingsziekte en problematisch middelenmisbruik ligt, is niet precies te beschrijven. In het algemeen wordt gesteld dat bij (problematisch) middelenmisbruik de hersenen (nog) niet zijn veranderd. Iemand die in zijn of haar dagelijks leven last heeft van middelenmisbruik hoeft (nog) niet afhankelijk te zijn van alcohol, drugs of medicijnen; er is nog

de ontspannen, plezierige en energieke effecten van een bepaalde drug of gewoonte. Die maken het tegelijk ook moeilijk om van een verslaving af te komen. De moeilijkste stap bij het afkicken van een verslaving is het erkennen van het probleem. Hoe eerder dat gebeurt, hoe makkelijk men er van afkomt. Behandeling Er zijn verschillende behandelingen voor verslavingen. Bij bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, een effectief gebleken behandelvorm, gaat het om het veranderen van gedrag en manier van denken. Een andere manier is medische behandeling en detox: hierbij krijgt een verslaafde medicijnen om ontwenningsverschijnselen te verminderen. Een derde voorbeeld van behandeling is de Minnesotabehandeling, die gebaseerd is op de 12 stappen van de AA. De 12-stappen Minnesotabehandeling is wereldwijd de meest gebruikte behandeling voor verslaving. Eigen verantwoordelijkheid, geheelonthouding en verbondenheid met anderen en jezelf staan daarin centraal.

Gratis receptenboekje met slanke gerechten op GezondheidsNet.nl GezondheidsNet.nl is de nummer 1 website in gezondheid. Je vindt er het laatste gezondheidsnieuws en meer dan 10.000 artikelen over voeding, psyche, bewegen en gezondheid. Elke maand brengt GezondheidsNet.nl een nieuw digitaal receptenboekje uit. Vraag nu het Gratis boekje met slanke recepten aan!

www.gezondheidsnet.nl/lenteslank advPM_PMG.indd 1

Met de invoering van het nieuwe Basis GGZ stelsel zal naar verwachting zo’n 30% van de patiënten die verslavingszorg nodig hebben in de Generalistische Basis GGZ behandeld kunnen worden. De overige 70% heeft meer specifieke zorg via de Gespecialiseerde GGZ nodig.

• Internet, gamen en chatten zijn verslavingen van de moderne tijd. In 2010 telde Nederland geschat zo’n 20.000 verslaafden. Tegelijkertijd wordt dit nog niet op grote schaal als een verslaving onderkend: minder dan 1 procent van verslaafden in deze groep zoekt hulp. • Nieuw is ook de verslaving aan de mobiele telefoon. Veel ouders zullen erover mee kunnen praten, want met name jongeren hebben hier last van. Een voortdurende behoefte aan het controleren van nieuwe berichten op social media en in paniek raken als er geen WiFi-netwerk in de buurt is. De verslaving wordt wel herkend, maar harde cijfers zijn er vooralsnog niet. • Een andere verslaving in opkomst is GHB. Dit middel wordt veel gebruikt in het uitgaansleven. GHB ontspant, maakt vrolijk en stimuleert seksuele gevoelens. Zowel lichamelijk als geestelijk is GHB echter een zeer verslavende drug.

vraag gratis aan! 10-04-14 10:22


20

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Zieke geest in een ziek lichaam Van de mensen met een chronische lichamelijke ziekte heeft 20 tot 30% ook een psychisch probleem.

H

et kan toeval zijn. Het één kan ook het gevolg van het ander zijn. Maar het meest waarschijnlijke is, dat sommige chronische lichamelijke ziekten op dezelfde manier ontstaan als bepaalde psychische problemen.

overlijden dan niet-depressieve mensen met een hartinfarct. Bij hen blijken hartmedicijnen bovendien minder goed te werken en is de kans op heropname

“Dit getal is al twintig jaar hetzelfde”, weet Honig. “Het heeft deels met onze veranderde levensstijl en leefgewoonten te maken, maar ook met de stoornis

Auteur: Irma van der Lubbe Adriaan Honig, hoogleraar ziekenhuispsychiatrie aan het VUmc en het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis onderzoekt deze samenhang al jaren. Hij legt uit: “Chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten ontstaan doordat het immuunsysteem wordt opgejaagd. Bij psychische problemen zoals angst en depressie is dat eveneens het geval. Ook het stresshormoon cortisol speelt bij beide ziekten een rol.”

Bovendien moeten zij worden getraind om patiënten tools aan te reiken waarmee zij stress kunnen verminderen die met hun ziekte te maken heeft. “Het is niet aangetoond dat hierdoor de overleving van deze mensen verbetert, maar hun kwaliteit van leven verbetert wél en deze mensen worden minder snel opgenomen”, vertelt Honig. Momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is om in te grijpen op het proces waardoor beide soorten aandoeningen ontstaan. Het moment waarop één pil alles zal genezen, lijkt echter nog ver weg.

“Het is niet aangetoond dat hierdoor de overleving van deze mensen verbetert, maar hun kwaliteit van leven verbetert wél en deze mensen worden minder snel opgenomen” Twintig jaar eerder dood Psychiatrische stoornissen blijken een risicofactor voor het beloop van lichamelijke aandoeningen. Zo hebben mensen met een hartinfarct en een depressie drie keer zoveel kans om te

pleit Honig voor een intensievere samenwerking tussen specialisten op beide gebieden. “Psychiaters zouden veel moeten bijleren over wat wij somatische problematiek noemen”, vindt hij. “Maar centra voor geestelijke gezondheid staan momenteel flink onder druk door bezuinigingen, dus dat wringt.” Andersom zouden behandelaars van chronische lichamelijke aandoeningen hun patiënten moeten screenen op angsten en depressie, zo stelt Honig.

in het ziekenhuis aanmerkelijk groter. De invloed andersom is zelfs nog schrijnender: chronisch psychiatrische patiënten leven gemiddeld twintig jaar korter dan de gemiddelde Nederlander. Deze oversterfte komt vooral door chronische lichamelijke aandoeningen.

zelf, de medicatie en het feit dat we als psychiaters te weinig medisch lichamelijke zorg leveren.” Gezondheidswinst Om patiënten met een dergelijke ‘overlap’ beter te herkennen en te behandelen,

ADVERTORIAL

Veranderingen in de geestelijke gezondheidszorg psychische klachten bij jongvolwassenen, volwassenen en ouderen.” Internetbehandeling maakt ook deel uit van het aanbod van Mindfit. De klant kan dan in eigen tijd en eigen tempo werken aan de klachten.

Er is in 2014 veel veranderd binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Cliënten krijgen meer eigen regie en worden dichter bij huis behandeld. Cliënt

De ggz bestaat nu uit: • Huisartsenzorg met praktijkondersteuner huisarts ggz (poh ggz) • Generalistische basis ggz (basis ggz) • Specialistische ggz

In Oost Nederland is de Dimence Groep in de voorgaande jaren al gestart met voorbereidingen op deze veranderingen. Dit resulteert in een solide organisatie, met verschillende stichtingen voor verscheidene cliëntengroepen. Ggz 2.0 De basis ggz is binnen de Dimence Groep ondergebracht bij Mindfit. “Tijden veran-

Greetje van Rees Vellinga

Huisarts + Praktijkondersteuner huisarts ggz (poh ggz) Behandeling lichte psychische klachten

Generalistische basis ggz Lichte, matige en stabiele psychiatrische problematiek

Specialistische ggz Ernstige, zeer complexe en acute psychiatrische problematiek

Verwijzing tussen de basis ggz en specialistische ggz verloopt via de huisarts

deren en de ggz in Nederland moet niet stil blijven staan,” aldus Greetje van Rees Vellinga, directeur. Het is tijd voor ggz 2.0: laagdrempelig, dichtbij de mensen en samen direct met een op de klant toegesneden behandeling aan de slag.” Lokaal en dichtbij In een tijd van schaalvergroting en bezuiniging in de zorg kiest Mindfit er bewust voor om zich te richten op laagdrempelige en persoonlijke zorg. “Om de zorg zo dicht mogelijk bij de klant te brengen is Mindfit verdeeld in kringen die lokaal werken”, aldus Van Rees Vellinga. “In iedere kring werken hulpverleners zoals gezondheidszorgpsychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen. De hulpverleners hebben ruime ervaring in het behandelen en diagnosticeren van

Specialistische ggz Stichting Dimence biedt met 1700 professionals vanuit zo’n 60 locaties de reguliere specialistische ggz in Oost Nederland. Dimence staat bekend om haar gastvrijheid en hoge mate van professionaliteit. Arnoud Jansen, directeur zorg: “We geloven in de kracht van mensen om zich te ontwikkelen. We zetten in op vooruitgang en herstel, met altijd het doel om beter te worden. Niet alleen in de betekenis van genezen of (beter) leren omgaan met beperkingen, maar ook van groei als persoon, professional en organisatie. Binnen Dimence wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan, met name ook naar herstel en leren omgaan met beperkingen en ziekte (zelfmanagement).” Bijzondere ‘parels’ van Dimence zijn de specialistische centra. Het specialistisch centrum bipolaire stoornissen is TOP GGZ erkend en biedt ondersteuning voor verschillende groepen mensen die in aanraking komen met een bipolaire stoornis. Daarnaast is het een gespecialiseerd centrum voor zwangerschap en psychiatrie.Patiënten, verwijzers, hulpverleners, naastbetrokkenen

Arnoud Jansen

en onderzoekers kunnen bij het centrum terecht. Het specialistisch centrum ontwikkelingsstoornissen biedt behandelingen, diagnostiek en consultatie voor complexe problematiek op het gebied van autisme en ADHD. Ze is vooral actief als vraagbaak, advies- en behandelcentrum voor professionals die mensen met autisme of ADHD behandelen. Beide centra zijn nationaal georiënteerd.

MEER INfORMATIE mindfit.nl dimence.nl centrumontwikkelingsstoornissen.dimence.nl centrumbipolairestoornissen.dimence.nl


Pulse Media Group

|

21

KWALITEIT IN DE ZORG

VAN DE REDACTIE

Wie wil een aanvullende verzekering? Teruglopend aantal aanvullende verzekeringen zet solidariteit onder druk.

A

anvullende verzekeringen bieden extra dekking voor zorgkosten die niet of slechts gedeeltelijk onder de basisverzekering vallen. Dit jaar heeft ruim 85 procent van de polishouders een aanvullende verzekering(AV). Iets minder dan 15 procent heeft dat dus níet. Daarmee zet de trend door dat steeds minder mensen kiezen voor een AV. Hoe komt dat en wat zijn de consequenties? Auteur: Annelies Roon In de Zorgthermometer, een jaarlijkse publicatie van Vektis, een centrum voor informatie en standaardisatie, dat is ontstaan op initiatief van de zorgverzekeraars, valt te lezen dat het percentage verzekerden zonder aanvullende verzekering relatief snel stijgt: van zo’n 6,5 procent in 2006 tot ruim 14 procent nu. Een belangrijke oorzaak van de daling van de AV-graad laat zich raden: de financiële crisis van de afgelopen jaren dwingt het overgrote deel van de huishoudens om kritischer naar de vaste lasten te kijken. Ook de media, die het nut van aanvullende verzekeringen nogal eens in twijfel trekken, en de opkomst van laagdrempelige vergelijkingssites hebben hier wellicht een rol in gespeeld. Verzekerden die kiezen voor een AV hebben vaak relatief hoge zorgkosten,

laat het landelijke onderzoek van Vektis zien. De afgelopen jaren heeft de overheid regelmatig de vergoeding van bepaalde zorgkosten uit het basispakket gehaald. Vaak bieden verzekeraars deze dekking dan aan via een aanvullend pakket. Vooral degenen die verwachten dat ze

effect gehad op de terugloop in het aantal polishouders met een AV. Groeiende kloof Al met al leidt het teruglopend aantal verzekerden met een AV er toe dat de solidariteit van het zorgstelsel onder

16%

14%

12%

10%

8%

6%

4%

2%

0%

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Percentage verzekerden dat geen aanvullende verzekering heeft afgesloten. (Bron: vektis 2013)

daar daadwerkelijk gebruik van gaan maken, sluiten zo’n aanvullende polis af. De versobering van het basispakket heeft daardoor slechts een licht dempend

afgelopen jaren steeds groter geworden. Verzekerden met een AV hebben dit gemerkt aan de premieverhogingen, het aftoppen van ruime dekkingen en de invoering van leeftijdgebonden premies. Deze scheefgroei zou niet veel verder moeten toenemen, anders is het solidariteitsmodel niet langer houdbaar.” De uitdaging voor verzekeraars is nu om in te spelen op de veranderende marktomgeving. Tegelijkertijd moeten zij gaan nadenken over innovatieve oplossingen die inspelen op alternatieve zorgfinanciering en een nieuwe betekenis geven aan solidariteit. Ook intermediairs, vergelijkers en overige partners kunnen hier een belangrijke rol in spelen. kien verwacht overigens dat de AV-graad de komende jaren slechts marginaal verder zal dalen, zelfs wanneer de consument geconfronteerd wordt met aanhoudende prijsstijgingen. “Het economisch herstel lijkt in zicht, het basispakket wordt verder versoberd en de verhoging van de basispremie als gevolg van AWBZ overheveling wordt getemporiseerd. Dat zorgt voor afvlakking van de trend die we de laatste jaren zagen.”

druk komt te staan, voorziet Walter kien, managing consultant bij IG&H Consulting & Interim: “De afstand tussen nietzorggebruikers en zorggebruikers is in de

ADVERTORIAL

Een eigen potje voor de tandartskosten

V

erzekeren kost geld. ixorg is nieuw en biedt een alternatief voor verzekeren. Het werkt eenvoudig. De consument betaalt geen verzekeringspremie meer, maar zet elke maand een bedrag opzij. Dat geld blijft van hem. Een soort spaarpotje dus, voor alleen de werkelijk gemaakte tandartskosten. Maar dan wel met de zekerheid van een vergoeding van maximaal 10.000 euro bij gebitsschade door een ongeval, in het verkeer of op het sportveld bijvoorbeeld. En instappen bij ixorg kan gewoon het hele jaar door. Momenteel heeft 46% van de Nederlanders van 18 jaar en ouder geen aanvullende tandartsverzekering. En dat percentage stijgt al een aantal jaren op rij. Steeds meer kostenbewuste consumenten ontdekken dat het zelf betalen van de voorzienbare mondzorgkosten goedkoper is dan de premie voor een aanvullende

tandartsverzekering. Er valt voor veel consumenten behoorlijk wat te besparen. Maar helemaal niks regelen geeft ook vaak een ongemakkelijk gevoel. Een serieuze val of een ongeluk op het sportveld kan voor onverwacht hoge kosten zorgen. Bedragen die niet iedereen op zijn bankrekening heeft staan. De meeste tandartsverzekeringen bieden hiervoor ook geen dekking. klanten denken dat ze goed verzekerd zijn maar komen bij serieuze kosten in de problemen. Vanuit die gedachte werd eind 2013 ixorg gelanceerd als aantrekkelijk nieuw alternatief voor de tandartsverzekering.

voor mondzorgkosten opzij wil zetten. Maakt hij tandartskosten, dan betaalt ixorg die uit aan de tandarts. Het geld dat aan het einde van het jaar overblijft, blijft van de klant. Dat kan hij gebruiken voor toekomstige mondzorgkosten, overdragen aan een gezinslid of laten terugstorten op zijn rekening. En wat als de ixorg klant nog onvoldoende geld in z’n potje heeft bij de eerst gemaakte tandartskosten? “Geen probleem. Dan betaalt ixorg alsnog de tandartsfactuur. We schieten de factuur voor tot een bedrag van maximaal 240 euro”, legt directeur Toine Beljaars uit.

Hoe werkt het? Iedereen kent z’n eigen gebit natuurlijk het best. Is er bijna nooit wat aan de hand? Of moet er af en toe een behandeling worden uitgevoerd? De ixorg klant bepaalt zelf of in overleg met zijn tandarts het bedrag dat hij per maand

Wat kost het? Bovenop de maandelijkse inleg komt een deelnemersbijdrage van 4,85 euro per maand inclusief de dekking voor gebitsschade bij ongevallen, een hulplijn voor mondzorgvragen en het eigen klantportaal. Alle volgende gezinsleden die deelnemen aan ixorg betalen een bijdrage van 3,85 per maand. En kinderen tot 18 jaar betalen geen bijdrage. Consumentenbond positief De Consumentenbond heeft aangegeven blij te zijn met deze extra keuze voor consumenten. Maar daarnaast klinken ook geluiden dat je beter zelf kunt sparen, want daar krijg je rente over. Directeur Toine Beljaars van ixorg: “Zelf sparen kan natuurlijk, maar heeft iedereen de discipline om dat te doen en er vanaf te blijven tot je het nodig hebt voor de tandarts? Bij ixorg krijg je inderdaad geen

rente maar betaal je ook geen rente als je tijdelijk ‘rood’ staat omdat je kosten aan het begin van het jaar zitten en je het bedrag nog niet bij elkaar hebt gespaard.” Ieder moment overstappen Op de website www.ixorg.nl kunnen consumenten zich het hele jaar aanmelden. Beljaars: “Bij ixorg kun je ieder moment van het jaar klant worden; je hoeft niet te wachten tot 1 januari.” kijk voor meer informatie op ixorg.nl of de Facebookpagina van ixorg. Met vragen kunt u ook terecht bij service@ixorg.nl. MEER INfO De kenmerken van ixorg • Alleen voor werkelijk gemaakte tandartskosten betalen. • Op ieder moment van het jaar starten. • Het opgebouwde potje is binnen het gezin uit te wisselen. • Tot maximaal 10.000 euro gedekt voor gebitsschade bij ongevallen wereldwijd. • Het geld blijft altijd van de deelnemer. www.ixorg.nl


22

Pulse Media Group

|

KWALITEIT IN DE ZORG

INTERVIEW

Psychiatrische thuiszorg in het gedrang uitbehandelde psychiatrische cliënten vinden steun bij specialistische thuiszorg.

M

ensen die psychiatrisch ziek zijn hebben momenteel weinig mogelijkheden om in de thuissituatie geholpen te worden. Het gaat om mensen die bijvoorbeeld depressief zijn, autisme, ADHD hebben of gediagnosticeerd zijn met een persoonlijkheidsstoornis. Vaak zijn deze mensen uitbehandeld, ze hebben al een leven in de psychiatrie achter de rug en krijgen thuis te maken met problemen op meerdere

Arno Vlaskamp is directeur van ARBE Dienstverlening.

levensgebieden. Sociale redzaamheid, achterstallig onderhoud van de administratie, met dientengevolge financiële problemen, regie – en organisatieproblematiek, moeite met het voeren van de huishouding, bewaken van een dagstructuur, beperkte sociale contacten met daaruit voortvloeiende eenzaamheid etc. Hoe ziet psychiatrische thuiszorg eruit? “Bij ons werken voornamelijk HBOopgeleide mensen, die psychiatrische cliënten begeleiden in de thuissituatie en zorg bieden waar dat nodig is. Dat doen we o.a volgens de methodiek ‘Herstelgerichte Zorg’, waarbij de cliënt zoveel mogelijk zelf de regie houdt en zeggenschap heeft over het eigen zorgplan. Ook een deel psycho-educatie en leren omgaan met de aandoening maakt onderdeel uit van de begeleiding. Op basis van de zorgvraag

maken we een individueel zorgplan in samenspraak met de cliënt.” Kunnen deze mensen goed zelf die regie voeren? “Het zijn vaak mensen met organisatieen regieproblematiek, die moeite hebben die verantwoordelijkheid te dragen. Wij nemen dat niet volledig over, alleen indien nodig, maar het is vooral een kwestie van proberen de regie uiteindelijk terug te geven en onafhankelijk te zijn van hulp en zorg. Zo’n 95% van de cliënten begeleiden wij thuis.” De gemeenten worden binnenkort verantwoordelijk voor de uitvoering van de AWBZ. Welke consequenties heeft dat voor de psychiatrische thuishulp? “Daar ligt een zorg voor ons en onze cliënten. De continuïteit van zorg is in het gedrang. Het is ook nog onduidelijk met

welke regels Den Haag komt en hoe de verschillende gemeenten die zorg gaan inrichten. Psychiatrie staat onder druk, want het is een behoorlijke kostenpost binnen de AWBZ en tegelijkertijd een ondergeschoven kindje. Mensen met een psychiatrisch probleem hebben specialistische zorg nodig, het vraagt om expertise. Onze cliënten zijn erg tevreden en zij kunnen zich dankzij begeleiding goed handhaven in de maatschappij. Zo voorkomen we dat deze mensen terugvallen en weer opgenomen moet worden. Dat is uit menselijk en financieel oogpunt zeker niet wenselijk.” MEER INfO ARBE Dienstverlening is actief in de 14 gemeenten in Twente. meer informatie: via www.arbe.nl of: (074) 291 77 30.

PROfIEL

specialistische GGZ voor doven & slechthorenden hoge mate van complexiteit vraagt om specialistische kennis en behandeling

E

en dove man die nooit gebarentaal aangeboden heeft gekregen en daardoor een informatieachterstand heeft, geen contact kan maken met anderen en agressief gedrag vertoont. - Een horende vrouw met invaliderende tinnitus die door slapeloosheid en isolement in een depressie is beland en niet meer wil leven. - Een slechthorende adolescent die altijd op zijn tenen heeft gelopen en een angststoornis heeft ontwikkeld. Mensen met een auditieve beperking zijn een bijzondere doelgroep in de GGZ. Ze delen vaak een bepaalde achtergrond waarin op de tenen lopen, aanpassen aan de omgeving, buitengesloten voelen, communicatieproblemen en informatieachterstand niet vreemd zijn. Een deel van de doelgroep heeft ook een eigen taal, cultuur en omgangsvormen.

de huisarts en de POH een belangrijkere rol hebben gekregen, betekent dat voor deze doelgroep dat zij meer te maken krijgen met de reguliere zorg. De Basis GGZ voor doven en slechthorenden is niet toereikend. De combinatie van een auditieve beperking en een psychisch probleem maakt dat er sprake is van een hoge mate van complexiteit van de behandeling waarbij gespecialiseerde kennis nodig is. Dit wordt geboden op De Riethorst. Dit betekent dat psychische hulp in een reguliere setting vaak niet voldoende is of zelfs tot ernstige situaties kan leiden. Cliënten voelen zich onbegrepen en het risico op een verkeerde diagnose en daarmee een behandeling die niet aansluit of verkeerde medicatie is groot. De gevolgen daarvan zijn nog groter. Nu

Op De Riethorst werken ongeveer 65 dove, slechthorende en horende hulpverleners en is veel expertise in huis over deze doelgroep en de invloed van een auditieve beperking op functioneren en welbevinden. Er is veel aandacht voor de identiteit en communicatiebehoefte van de cliënt. De afdeling werkt vanuit

Ede en Amsterdam en heeft een landelijke functie. Ze biedt ambulante hulp, groepsbehandeling en klinische opname. Als een huisarts of POH te maken krijgt met een patiënt met een auditieve beperking en (een vermoeden van) een GGZ-probleem, kan deze worden doorverwezen naar De Riethorst. Ook bij twijfel kan altijd contact worden opgenomen voor consultatie. MEER INfO Pro Persona, De Riethorst, Landelijk GGZ centrum voor doven & slechthorenden Willy Brandtlaan 20, 6716 RR Ede Telefoon: (0318) 433610 Telefax: (0318) 433689 Teksttelefoon: (0318) 433600 @: infodoven-slechthorenden@propersona.nl www.propersona.nl/riethorst

ADVERTORIAL

Ambulante, hoogwaardige behandeling van slechte gewoontes en overbelast stress systeem Kick your habits is een ambulante verslavingskliniek, opgericht door psycholoog helen van Empel en arts sigrid sijthoff. Wat onderscheidt jullie? Wij behandelen onze cliënten zoals we zelf behandeld zouden willen worden: ‘persoonlijk, deskundig, flexibel en doelgericht.’ We horen van onze cliënten dat in veel GGZ-instellingen een deprimerende sfeer hangt. De regels van de instelling bepalen wat er gebeurt en hoe de hulpverlener handelt. Bij ons is dat anders. Wij zijn een kleine organisatie en kunnen daardoor goed aansluiten bij de hulpvraag van de cliënt. Vergoede zorg met een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, passend bij deze tijd. Jullie hebben geen wachtlijst? Helen van Empel vertelt: ‘Snel handelen verkleint de kans dat iemand zich weer terugtrekt in de ontkenning van zijn of

haar probleem. Om die reden vinden wij het ook niet zo interessant of iemand

gewoontes. Daarmee bieden we een opening naar mensen die zichzelf niet als verslaafd zien, maar wel zeer geregeld last hebben van katers. Bij ons kunnen ze die ongewenste gewoontes afleren.’

Sigrid Sijthoff (l) en Helen van Empel (r)

Waarom behandelen jullie ambulant? Omdat het veel beter werkt dan opname. Het mooie is dat je leert je slechte gewoontes door goede te vervangen terwijl het gewone leven doorgaat. Sigrid Sijthoff legt uit: ‘Die strategie baseren we op een neuropsychologisch hersenmodel, dat laat zien hoe gewoontes inslijten in de hersenen. Hieruit destilleren we nieuwe vormen van behandelen, zoals hersentraining.

zichzelf verslaafd noemt of niet. Het woord verslaafd werpt een enorme drempel op. Wij noemen het slechte

We hebben een nauwe samenwerking met de UvA en zitten daardoor dicht op alle wetenschappelijke ontwikkelingen.

Zo is binnenkort onze app klaar waarmee mensen door het maken van foto’s zich bewust worden van hun gedrag. Bewustzijn is de basis van elke therapie. Klinkt mooi, maar hoe succesvol zijn jullie ? kijk naar de referenties van onze cliënten op www.zorgkaartnederland.nl

MEER INfO sijthoff & Van Empel - Kick your habits info@sijthoffenvanempel.nl T. 020 7370887 www.sijthoffenvanempel.nl


Pulse Media Group

|

23

KWALITEIT IN DE ZORG

ADVERTORIAL

Zorgeloos verzorgd in historische villa huize Dahme: kleinschalige woonvoorziening met grote allure. Op een bosrijke locatie siert zorgvilla Huize Dahme trots de rand van het pittoreske Gelderse stadje Lochem. Een plek waar ouderen die zorg nodig hebben worden verzorgd, en toch ‘thuis’ zijn. Huize Dahme biedt 24 uur per dag zorg op maat, van eenvoudige huishoudelijke hulp tot intensieve verpleging. “Elke dag in een mensenleven is waardevol. Wij zien het als onze taak daar invulling aan te geven,” licht directeur Afke Jansen-Lijftogt toe. Samen met haar echtgenoot Peter renoveerde ze in 2005 het Jugendstille pand met een helder doel voor ogen: de start van een uniek particulier verzorgingshuis. Een wandeling door de historische zorgvilla maakt duidelijk waarom zij voldoet aan strenge kwaliteitseisen van De Nederlandse Vereniging voor Particuliere

Woon- en Zorgvoorzieningen (NeVeP). Directielid Afke-Jansen-lijftogt is bestuurslid van de Nevep, met portefeuille Leden, starters en kennispartners. Alle condities zijn aanwezig om de overgang van thuis naar de zorgvilla zo aangenaam mogelijk te maken. Een

Zorgvilla Huize Dahme

chefkok bereidt maaltijden à la carte, zo nodig in overleg met een diëtist. Gasten gebruiken facilitaire diensten als wassen, drogen, strijken, of een kapper aan huis. Een kunstenares verzorgt

teken- en schilderworkshops. Er worden huiskameractiviteiten georganiseerd, zoals een concert of lezing onder het genot van een wijntje. Precies de intieme, huiselijke sfeer die Huize Dahme voor ogen heeft.

eigen voordeur begint. Samen wonen en oud worden met gelijkgestemden. In een kleinschalige woonvoorziening die voelt als ‘thuis’, omringd door warmte en professionele zorg. Dat is Huize Dahme.

Persoonlijke touch De 11 luxe één- en tweepersoons kamerappartementen in de villaverschillen qua stijl, grootte en afwerking. Elk appartement bestaat uit een woon-/slaapgedeelte en eigen badkamer. Via een persoonlijk oproepsysteem wordt 24 uur per dag zorg geboden. En een uitgekiend kaartsysteem biedt privacy én veiligheid. Zo brengt de zorgvilla het beste van twee werelden samen. Eenheid van stijl in de algemene ruimtes en een persoonlijke touch die direct achter de

MEER INfO Zorgvilla huize Dahme T 0573 458 420 E info@huizedahme.nl www.huizedahme.nl

PROfIEL

Neurofeedback is aan een opmars bezig in Nederland Geavanceerde en gebruiksvriendelijke neurofeedback opent deuren. Met de recente plaatsing van een NeurOptimal® Neurofeedback systeem in een grote jeugdzorginstelling in Rotterdam, heeft deze geautomatiseerde vorm van neurofeedback een nog duidelijker gezicht gekregen in de gezondheidszorg. Gedurende een pilot periode in 2013 konden medewerkers van Trivium Lindenhof het instrument beproeven. Deelnemers rapporteerden een duidelijke verbetering in hun functioneren. Nu het eigen systeem er staat hebben zich al meer dan 100 medewerkers gemeld voor de ‘hersenfitness’. De stichting onderzoekt de mogelijkheden om in de nabije toekomst de trainingen aan hun jeugdige cliënten te kunnen aanbieden. Een gebrekkig functioneren van het centraal zenuwstelsel – de spil

van fysieke, mentale en emotionele processen – kan zich uiten in velerlei symptomen en aandoeningen. NeurOptimal® Neurofeedback optimaliseert het functioneren van het centraal zenuwstelsel. Deze technologie is non invasief en adiagnostisch, en levert door zijn uitstekende resultaten een waardevolle bijdrage aan de gezondheidszorg. Voor de training is het niet van belang of er een (juiste) diagnose is gesteld en met welke aandoening of klachten iemand komt. Deze trainingen richten zich op het gehele spectrum van hersengolf frequenties, en niet op enkele specifieke gebieden zoals gangbaar is in het veld van neurofeedback. De training zelf is doorgaans een ontspannen aangelegenheid. Men luistert naar muziek

of kijkt naar een film en hoeft niets te doen. Sensoren op het hoofd en de oren meten de hersenactiviteit en de software signaleert wanneer instabiliteiten in het EEG signaal optreden. Precies op die momenten worden beeld en geluid miniem onderbroken. De hersenen worden dus als het ware een spiegel voorgehouden en geïnformeerd over hun activiteit. Ze gebruiken deze voor hen betekenisvolle informatie om zichzelf beter te organiseren en tillen zichzelf naar een meer efficiënt niveau van functioneren. Sinds 2005 is het aantal trainers in Nederland dat met deze vorm van neurofeedback in hun praktijk werkt, groeiende. De software is enkele jaren geleden volledig geautomatiseerd en sindsdien treden resultaten nog sneller

en consistenter op. Een serie van 10 tot 15 sessies kan al duidelijke verbeteringen in de aanwezige problematiek brengen. Deze problematiek varieert van burn-out, slaapproblemen, vermoeidheidsklachten, concentratie- en gedragsproblemen tot angststoornissen en depressie. Maar ook topsporters en – musici hebben de hersentrainingen ontdekt. In wezen komt een ieder met een brein voor deze trainingen in aanmerking. MEER INfO Vind een trainer in uw regio: NVNF, Nederlandse Vereniging voor Neurofeedback

www.nvnf.nl Informatie over NeurOptimal® Neurofeedback Breingoed, Vertegenwoordiging & Opleiding www.breingoed.nl

Haarwerken voor vrouwen tijdens en na chemobehandeling! Wat maakt LiVage Haarwerken uniek:  wij komen bij u thuis  maximale vergoeding  persoonlijke begeleiding  100% klanttevredenheid  3 werkdagen levertijd  langdurige nazorg Altijd persoonlijk, professioneel en klantbewust... met passie voor zorg!

www.livage.nl LiVage Randstad Noord: M 06 361 338 96

Joyce Moeskops-Ligtenberg

Rectificatie - In de uitgave Kwaliteit in de Zorg van 1 maart jongstleden heeft PMG onjuist een foto van IrisZorg, gemaakt door fotograaf Joost Ooijman bij het artikel over IBD op pagina 14 geplaatst. De foto is onrechtmatig gebruikt en heeft geen betrekking op het artikel.


DJOSER

r o o v g o o t e d M l e r e w de

AZI E AFRI K A M I DDE N - OO LATIJ S NS-AM TEN ERI KA OCEA NIE

DJS ADV 2014 255x370_vliegtuig.indd 1

RE?

U BROCH

L N . R E S .DJO 0

64 0 2 1 WWOW 5 1 7 F0

4/11/14 2:14 PM


Kwaliteit in de Zorg (4)