Issuu on Google+

Hart & Longen december 2013

Hart en Longen werken samen! Boezemfibrilleren. Wat nu? COPD: wat zijn de symptomen? PAH, de behandelmogelijkheden op een rij Diabetes en uw zorgverzekering De nieuwste pacemakers?

“COPD is een progressieve ziekte”

“Zwolse werkafspraken als voorbeeld”

“Samenwerking belangrijk bij introductie NOAC’s”

Ondanks behandeling houden veel COPD-patiënten klachten, bijna de helft. De belangrijkste klacht is kortademigheid. Prof. Dekhuijzen (hoogleraar longgeneeskunde van het Radboud umc in Nijmegen): “En dan vooral bij inspanning. Later ook in rust, ’s nachts en ’s morgens vroeg. Longaanvallen komen dan ook voor. Hoe ernstiger het COPD, hoe meer en hoe ernstiger de longaanvallen.” Kortademigheid is geen klacht die heel specifiek bij COPD hoort en daarom is het voor een arts soms lastig te bepalen of dit inderdaad een aanwijzing voor COPD is.

Dr. Arif Elvan is cardioloog-elektrofysioloog in het Hartlongcentrum van Isala te Zwolle. Eerder dit jaar gaf hij op een symposium een lezing over de behandeling van een veelvoorkomende hartritmestoornis, boezemfibrilleren. Deze ritmestoornis leidt tot een verhoogd risico op het krijgen van een hersenberoerte. Tijdens het symposium vertelde een internist dat het moeizaam loopt in de samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten als het gaat om de behandeling van mensen met boezemfibrilleren en met name het voorschrijven van nieuwe antistollingsmiddelen.

Almere heeft geluk: de stad beschikt over twee enthousiaste kaderhuisartsen hart- en vaatziekten die vanaf het begin actief betrokken zijn bij de introductie van nieuwe antistollingsmiddelen (NOAC’s) in de praktijk. NOAC staat voor Nieuwe Orale Anti Coagulantia. Antistollingsmiddelen die worden gebruikt door mensen met (verhoogde kans op) trombose, vaak als gevolg van boezemfibrilleren. Cardioloog Nick Bijsterveld van het Flevoziekenhuis in Almere is blij met de betrokkenheid van de huisartsen, want de richtlijnen voor het voorschrijven van de NOAC’s door huisartsen en cardiologen liggen nogal uiteen.

Lees verder op pagina 5

Lees verder op pagina 6

Lees verder op pagina 7


2

voorwoord

Belangrijke ontwikkelingen in de zorg “De longen en het hart liggen samen in de borstholte en zoals zo veel zaken in het menselijk lichaam beïnvloeden ze elkaar. Aandoeningen als hartfalen en pulmonale hypertensie bijvoorbeeld tonen de directe relatie aan. Hartfalen is een probleem van het hart, waarbij je last krijgt van de longen, omdat die daardoor ook minder goed kunnen functioneren. Een longaandoening als pulmonale hypertensie heeft weer als gevolg dat het hart overbelast wordt. Hartfalen is een goed omschreven ziektebeeld, dat echter veel verschillende oorzaken kent. Ook de mate waarin mensen hartfalen hebben is zeer divers. Centraal staat dat het hart niet meer goed functioneert en het bloed onvoldoende door het lichaam kan pompen. De mate waarin mensen hartfalen hebben zegt ook iets over de mate waarin ze zelfstandig kunnen functioneren in het dagelijks leven. Dat zelfstandig functioneren is een ontwikkeling die we tegenwoordig breed in de complete gezondheidszorg terug zien, dus ook als het gaat om hartfalen. Telemonitoring is als het ware zelfmanagement avant la lettre: vanuit de eigen huiselijke omgeving geeft de patiënt belangrijke metingen als gewicht en bloeddruk door, zodat hij of zij niet elke keer naar het ziekenhuis moet. Zo kun je als patiënt ook zelf de status in de gaten houden. De behandelaar op afstand kijkt uiteraard mee. Maar het meer zelfstandig regelen van dit soort zaken geeft mensen meer grip op hun ziekte. De ontwikkelingen in de ICT en speciale computerprogramma’s die de verbinding en het doorgeven van gegevens makkelijk maken, spelen hier een grote rol. Toch is het een ontwikkeling waarvan ik vind dat het nog op grotere schaal toegepast kan worden, er zijn nog altijd onvoldoende mensen die in staat worden gesteld om telemonitoring uit te voeren. Er zijn veel mensen die het willen en het wordt ook goed gewaardeerd. Natuurlijk is zo’n ontwikkeling niet aan iedereen besteed, de patiënt krijgt instructies en het vraagt wat

discipline. Dat vraagt om investering en dat gebeurt te weinig. Ik verwacht dat meer ziekenhuizen daar mee aan de slag gaan, het is belangrijk dat meer patiënten deze manier van werken aangeboden krijgen. Dat belang is vooral gelegen in een verbetering van de kwaliteit van leven. Er is beperkt bewijs dat zelfmanagement en telemonitoring daadwerkelijk betere resultaten geven in biomedische zin. Natuurlijk is dat van groot belang, maar het is niet het enige waar wij in eerste instantie naar kijken. Vinden mensen het fijn, krijgen ze meer grip op hun aandoening en eigen leven? Die verbetering in de kwaliteit van leven als die vragen positief worden beantwoord, is essentieel. Bovendien is de verwachting dat telemonitoring een betere therapietrouw geeft. Ontwikkelingen rond de nieuwste generatie antistollingsmiddelen, de NOAC’s, passen naadloos in de vraag naar meer zelfmanagement. Andere kant van de NOAC-medaille is dat juist de vraag over therapietrouw nadrukkelijk discussies uitlokt. Een regelmatige gang naar de trombosedienst is met deze nieuwe middelen niet meer nodig. Dat vraagt daarom om extra aandacht voor therapietrouw. Niet onbelangrijk, want het gaat hier om middelen die wel degelijk vragen om het goed opvolgen van de voorschriften. In deze uitgave kunt u van alles over die ontwikkelingen lezen. Naast alle technologische ontwikkelingen is het ook van belang om op te merken dat patiënten meer en meer netwerken vormen met elkaar. Er gebeurt het nodige buiten het zicht van organisaties als De Hart&Vaatgroep om, maar zelf hebben we ook een aantal groepen op Facebook in het leven geroepen, gekoppeld aan de diagnose die voor patiënten is gesteld. Deze zogenoemde diagnosegroepen weten elkaar op deze manier op een onderwerp te vinden en kunnen met onze ondersteuning activiteiten ontplooien. Via Facebook wisselen ze informatie uit en wij krijgen op deze manier ook contact met mensen. Dat kan voor een organisatie als de onze zeer leerzaam zijn, de uit-

Hans van Laarhoven is Manager Team Collectieve Belangenbehartiging en beleidsadviseur bij De Hart&Vaatgroep.

wisseling geeft ons aanknopingspunten. We zijn altijd op zoek naar goede manieren om kleine en grote groepen mensen op een snelle manier te vragen wat er speelt en wat ervaringen zijn. In deze uitgave kunt u veel lezen over allerlei technologische ontwikkelingen op het gebied van hart en longen, en daarnaast over de impact van deze ontwikkelingen op de organisatie van de zorg en kwaliteit van leven. Ik wens u veel leesplezier.”

Partners

Inhoud Een lichte vorm van COPD

4

Het hart in ritme houden

6

Wachten op nieuwe longen

8

Stress en hart- en vaatziekten

10

Keurmerk voor kwaliteit

13

Samenwerking hart en longen

14

Het belang van inhalatiemedicatie

16

Colofon

Pulse Media Group

Senior Media Advisor Cornelis Dubbelman cornelis.dubbelman@pulsemedia-group.com

De inhoud van de commerciële bijdragen zoals bedrijfsprofielen, expertinterviews, expertbijdrage en advertorials beschrijven de meningen en standpunten van de geïnterviewden. De redactie van PMG tracht alle fouten te voorkomen, echter kan de redactie niet in staan voor eventuele fouten of onvolkomenheden in deze bijdragen. PMG aanvaardt hierdoor geen aansprakelijkheid.

Managing Director Maarten Le Fevre maarten.le.fevre@pulsemedia-group.com Productie/Lay-Out Bert Potse, Jelle Heijman, Studio Razend Redactie Cor Dol (hoofdredactie), Irma van der Lubbe, Annemiek de Waard Foto‘s Bigstockphoto.com Drukker Janssen/Pers Rotatiedruk, Gennep

Pulse Media Group B.V. Keizersgracht 127 1015 CJ Amsterdam T 020 70 70 590 www.pulsemedia-group.com


profiel

3

Hoge kwaliteit, lage belasting Minimaal invasief behandelen vraagt veel van specialist. Maar het levert aan de andere kant veel op. Een hoge kwaliteit complexe zorg leveren die tegelijkertijd zo min mogelijk belastend is voor de patiënt. Het lijkt op het eerste gezicht een combinatie die moeilijk te realiseren is, maar met de minimaal invasieve behandelingen die het Hartcentrum van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam uitvoert, lukt het vaak wel.

Pionier polsdotteren Het OLVG is een pionier geweest op het gebied van dotteren via de pols. Bij het dotteren wordt een katheter via een slagader naar het hart opgevoerd. De kransslagaders, die het hart zelf van bloed voorzien, kunnen via deze katheter worden opgerekt of er kan een stent worden geplaatst, zodat het bloed weer goed door de slagaders kan stromen. “Tot voor kort was het standaard om deze procedure via de slagader in de lies uit te voeren, maar sinds de Europese Cardiologie Vereniging vorig jaar de voorkeur uitsprak voor deze methode is er een omslag in gekomen”, vertelt interventiecardioloog dr. Giovanni Amoroso. Patiënten die gedotterd worden, gebruiken ook veel bloedverdunners. Na een procedure via de liesslagader hebben zij een grotere kans op nabloedingen en dat kan fataal aflopen. Bovendien zijn patiënten die via de pols zijn gedotterd veel mobieler, ze hoeven niet 6 tot 24 uur te blijven liggen, zoals patiënten die via de lies zijn gedotterd. In het kader van de

bepaald niet stil blijven staan. Dr. Amoroso: “We hebben de techniek verder geïnnoveerd. Zo zijn de katheters verder geminiaturiseerd, dus we gebruiken nu de kleinst mogelijke katheters. We hebben gemerkt dat dat nog beter is voor de patiënt. Tegelijkertijd vraagt het nog meer kunde van de arts, maar dat gaat goed.” In het OLVG wordt de ingreep genoeg uitgevoerd om de techniek verder te ontwikkelen. Het OLVG heeft zich aangesloten bij de Slender Club, in Japan opgezet om de techniek nog verder te miniaturiseren. Daarnaast heeft ‘Value Based Health Care’ de laatste jaren een hoge vlucht genomen. “In feite een heel simpel concept”, vat dr. Amoroso samen. “In het kort gaat het er om initiële condities van de patiënt te koppelen aan belangrijke uitkomsten na de behandeling. Het OLVG gelooft dat dit een belangrijk uitgangspunt is en dat het polsdotteren een enorm voordeel voor de patiënten heeft.” Het OLVG is ingestapt in de Nederlandse stichting Meetbaar Beter om te onderzoeken of het polsdotteren inderdaad een betere uitkomst geeft. “Dat geloven we wel, maar we willen het graag verder bevestigd zien in cijfers.” De resultaten worden ieder jaar geanalyseerd en er wordt bekeken waar verbetering valt te halen.

Maatwerk leveren Ablatie is het gericht en bewust beschadigen van hartweefsel door verhitting of bevriezing met als doel

met behulp van magneten een katheter in het hart gestuurd, met als voordeel dat er slechts een geringe kans is op complicaties omdat er weinig kracht en druk op de katheter wordt uitgeoefend. “De techniek bestaat al tien jaar, maar het is ook vrij kostbaar. Het OLVG is nu het enige Nederlandse ziekenhuis waar dit gebeurt. Bij sommige patiënten kun je alleen deze techniek toepassen, omdat zij door bijvoorbeeld een klepoperatie een lastige ‘route’ naar de plek van bestemming hebben.” De techniek vraagt de nodige kunde van de specialist.

Cryo-ablatie Cryo-ablatie is het bevriezen van bepaalde deeltjes van het hart. Met de cryoballon kan dit veilig en effectief. “Het streven is altijd zo weinig mogelijk complicaties. Overigens gaat deze procedure wel met een katheter via de lies, omdat de bestaande katheters voor de pols vooralsnog te dik zijn. Daar staat tegenover dat de procedure via een ader in de lies verloopt en niet via de slagader, wat de kans op nabloedingen aanzienlijk verkleint.” Duidelijk is dat de genoemde technieken minimaal invasief zijn: slechts via kleine sneetjes wordt de benodigde apparatuur in het lichaam gebracht. “Het alternatief is een operatie, al kan dat tegenwoordig ook minimaal invasief. Toch is dat een behandeling die we reserveren voor mensen waarbij een katheterablatie minder kansrijk is. Dus minimaal als het kan, maximaal als het moet. En het kan vaak, want de techniek wordt steeds beter.” De te gebruiken techniek is afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de grootte van de boezem waar je moet zijn, het type ritmestoornissen en MRI-beelden. “En na bespreking met de patiënt natuurlijk. Het voor- en natraject krijgt in het OLVG veel aandacht.”

Kijkoperatie aan het hart

Het Hartcentrum van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis; het grootste hartcentrum van Amsterdam en een van de grootste dottercentra van Nederland.

bezuinigingen in de zorg is dat ook een belangrijk punt.

Miniatuurwerk Dotteren via de pols gebeurt in het OLVG al meer dan twintig jaar, maar sindsdien zijn de specialisten van dit ziekenhuis

om hartritmestoornissen te bestrijden. Het OLVG heeft veel verschillende technieken om ablaties te verrichten. “Dat betekent dat je voor iedere patiënt kunt bekijken welke techniek het beste is”, verduidelijkt elektrofysioloog Jonas de Jong. Met stereotaxis bijvoorbeeld wordt

kan volgens dr. Yilmaz bij 40 tot 50 procent van de indicaties. “We doen nu in het OLVG de vervanging van mitralisen aortakleppen en ritmechirurgie op de minimaal invasieve manier. Meer dan twee bypasses doen we niet op deze manier, maar zou wel kunnen. De helft van alle indicaties zou je op een minimaal invasieve manier kunnen doen, maar dat vraagt veel educatie en training voor een heel team. Een enorme investering, maar de kans bestaat dat het binnen een aantal

De term minimaal invasief komt wellicht het meest tot zijn recht bij wat populair een ‘kijkoperatie aan het hart’ wordt genoemd. Cardiothoracaal chirurg Allaadin Yilmaz licht toe: “Je werkt via twee of drie sneetjes van ongeveer een halve centimeter aan de zijkant van de romp. Via deze sneetjes kun je hele operaties aan het hart uitvoeren. Vroeger, en nog steeds in veel ziekenhuizen wereldwijd, werd en wordt geopereerd via een klassieke manier waarbij het borstbeen wordt opengezaagd. Het kan dus ook in veel gevallen zonder het borstbeen open te zagen en de borstholte te openen.” De voordelen van deze minimaal invasieve manier van opereren liggen voor de hand: weinig bloedverlies en een geringe kans op complicaties, postoperatief veel sneller herstel en sneller terug in de maatschappij met alle voordelen (ook kostenbesparingen) van dien. Plus de cosmetische voordelen. Minimaal invasief opereren aan het hart

Electrofysioloog dr. Jonas de Jong van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis

jaar wel gebeurt.”

Geen fouten Hartchirurgie, op welke manier dan ook, is een uiterst complex vak. Iedere patiënt en daarmee iedere operatie is weer anders. Dr. Yilmaz: “Voor fouten is geen plaats, want iedere fout die je maakt kan enorme gevolgen hebben voor de individuele patiënt. In die zin is de minimaal invasieve manier van opereren een stuk lastiger: een probleem oplossen via een klein sneetje van een halve centimeter is veel moeilijker dan in een open borst. De minimaal invasieve manier vraagt ook om een goede oog-handcoördinatie. Dat moet je wel kunnen.” De belangrijkste ontwikkelingen zijn de komst van nieuwe tools en devices, beter hechtmateriaal en nieuwe types kleppen: allen gericht op inkorting van de operatieduur om de belasting van de patiënt zo laag mogelijk te houden. Het spreekt voor zich dat die nieuwe technieken ook, of liever: juist, in het OLVG worden toegepast. Daarbij valt nog op te merken dat de toegepaste techniek van de kijkoperatie aan de mitralisklep in het OLVG, de enig volledig scopische benadering (geen wonden groter dan één centimeter) betreft in de wereld.

Meer informatie www.olvg.nl/hartcentrum


4

van de redactie

“Een lichte vorm van COPD” Total loss na het omspitten van de tuin. Zo’n tien of vijftien jaar geleden, wanneer het precies begon weet hij niet meer, merkte Jos Gijsbers dat hij sneller vermoeid en benauwd raakte.

dus toen is er een scan gemaakt. De diagnose was beginnend longemfyseem.” Toen Jos zieker werd, is hij gestopt met roken. “Dat was zeven jaar geleden. Het was geen probleem om te stoppen, stom dat ik dat niet eerder heb gedaan.” Hij is onderzocht in een slaapkliniek en zes jaar geleden werd de diagnose COPD gesteld. “Ik heb een lichte vorm en vooralsnog groeit het niet. Het gaat redelijk goed met me.” Wel slaapt Jos ’s nachts met een beugel die de onderkaak naar beneden duwt, zodat er beter zuurstof binnenkomt.

heb codeïne gebruikt, prednison wil ik niet. Dat is echt een laatste redmiddel, voor als het niet anders kan.”

Elektrische fiets Jos, die nu 52 is, wil graag in beweging blijven. “Gewoon fietsen is te zwaar, maar sinds ik een elektrische fiets gekocht heb,

Feestje

Werken

“Als ik drie trappen had gelopen, lag m’n tong op m’n schoenen.” Hij ging naar de huisarts, die dacht dat hij astmatisch was of bronchitis had. Jos kreeg allerlei pufjes, maar die hielpen niet. In het ziekenhuis heeft Jos diverse longartsen gezien. “Op foto’s was niets te zien,

Jos, die accountmanager is bij een bierbrouwerij, voelt wel z’n beperkingen. “Ik kan geen intensieve dingen doen zoals sjouwen.” Een aantal jaren geleden is hij verhuisd. Dat hij niet kon helpen met sjouwen vond hij lastig. Voor z’n werk bezoekt hij onder andere horecabedrijven en merkt meteen als er gerookt wordt. “Maar als ik mijn situatie uitleg, tonen klanten wel begrip.” Dat stress slecht is voor zijn ziekte, heeft hij in z’n vorige baan gemerkt. “Nu heb ik natuurlijk ook targets, maar die leveren geen stress op.” Omdat Jos eerder en zwaarder verkouden wordt, moet hij opletten dat hij niets oploopt van anderen. “Ik

me die dag voel, doe ik een aantal ronden mee. Daarom ben ik reserve, maar dat vind ik prima.” Hij kan wel op vakantie en naar feestjes, als er maar niet gerookt wordt. “Mijn motto is: rook niet! Volgens m’n longarts heb ik COPD gekregen door het roken, dat is voor 95 procent zeker. Gelukkig wordt het bij mij niet erger en zit ik niet aan het zuurstof.”

Jos Gijsbers

kan ik weer fietsen. En m’n hometrainer zet ik op de lichtste stand.” Als sport doet Jos aan bowlen. “Afhankelijk van hoe ik

Als de COPD niet verergert, zijn de toekomstverwachtingen van Jos niet verkeerd. “Ik ga elk jaar op controle bij de longarts en hoop dat het niet groeit. Je leert je aanpassen aan je beperkingen. In het begin dacht ik nog dat ik de hele tuin kon omspitten. Nou, dat heb ik geweten. Ik heb daarna een hele dag in bed gelegen, ik was total loss. Toen ik laatst van huis naar het station liep en m’n trein moest halen, voelde ik m’n beperkingen ook weer. Ik hoest nog elke dag, vooral ‘s morgens na het opstaan. En naarmate de dag vordert, word je vermoeider. Ik ga dan ook altijd vroeg naar bed, om half negen of negen uur. Behalve als ik een feestje heb natuurlijk.”

Auteur: Annemiek de Waard

profiel

Vermoeden van COPD: laagdrempelig naar de huisarts Meer dan 350.000 Nederlanders hebben COPD, een chronische vernauwing van de luchtwegen. COPD is een longaandoening die zich kenmerkt door een vernauwing van luchtwegen. Bij emfyseem is sprake van schade aan de longblaasjes, bij chronische bronchitis zijn de bronchiën voortdurend ontstoken. Volgens het Nationaal Kompas

mannen dan vrouwen. De meeste patiënten zijn 55 jaar of ouder. In 2011 stierven meer dan 6300 Nederlanders als gevolg van COPD. “Acht op tien patiënten rookt of heeft gerookt”, vertelt longarts dr. Saar van Nederveen van het HagaZiekenhuis

meer aandacht voor luchtvervuiling. Als je langdurige klachten hebt als hoesten, kortademigheid, piepen of een verminderde inspanningstolerantie, dan zou dat goed kunnen passen bij COPD.” Een bezoek aan de huisarts in een vroeg stadium kan bijdragen aan een tijdige behandeling. In de meeste huisartspraktijken kan een zogenoemde spirometrie worden verricht, een longfunctieonderzoek. Bij een grote groep patiënten kan aan de hand van dit onderzoek de diagnose COPD worden gesteld.

Zelf checken

Dr. Tessa Nizet en dr. Saar van Nederveen zijn beiden longarts in het HagaZiekenhuis van Den Haag.

Volksgezondheid hadden op 1 januari 2011 361.800 Nederlanders COPD, iets meer

van Den Haag. “Dat is de belangrijkste risicofactor, al is er tegenwoordig steeds

Zelf checken of je COPD hebt is lastig, vindt longarts dr. Tessa Nizet. “De klachten komen vaak heel geleidelijk. Als je merkt dat de conditie langzaam achteruitgaat, je veel moet hoesten of slijm opgeeft, zijn dat redenen om bij de huisarts langs te gaan. Er zijn huisartsen die oudere patiënten met een nicotineverslaving oproepen voor een longfunctieonderzoek. Dat zijn mensen die op dat moment misschien nog geen klachten, maar al wel een verminderde longfunctie hebben. Het is voor ons als artsen het mooist als je patiënten met een lichte vorm van COPD kunt ‘vangen’. Dat geeft mogelijkheden om samen

met de patiënt maatregelen te nemen om verdere achteruitgang van de longfunctie te voorkomen”, noemt dr. Nizet.

Rol van de longarts De behandeling van COPD bestaat enerzijds uit medicamenteuze therapie(pufjes om de luchtwegen ruimer te maken), maar nog belangrijker uit het volgen van een gezondere levensstijl, zoals stoppen met roken en voldoende bewegen. Om voor de individuele patiënt tot het juiste behandelplan te komen, kan het noodzakelijk zijn om deze patiënt eenmalig goed in kaart te brengen, met aanvullend onderzoek. Hierover heeft het HagaZiekenhuis duidelijke afspraken met de de huisartsen in de regio. Dr. Van Nederveen: “Als de huisarts daar om vraagt, brengen we een patiënt eenmalig goed in kaart met aanvullend onderzoek. Samen met de patiënt stellen we dan een individueel behandelplan op, waarbij ook een gespecialiseerd longverpleegkundige, fysiotherapeut en diëtist betrokken kunnen zijn. Dit behandelplan kan dan in de eerstelijn worden uitgevoerd. Daarnaast biedt het HagaZiekenhuis een poliklinisch longrevalidatie programma, een trainingsprogramma van 12 weken met multidisciplinaire aanpak.”


van de redactie

5

“Straks gaat het vast weer beter” Bij Jolanda Meijer (48) werd in 2007 COPD geconstateerd. Al heel lang voelde ze zich moe. Vreemd, want Jolanda was net gestopt met roken, ging sinds kort op de fiets naar haar werk en was begonnen met sporten. “Toch werd mijn conditie alleen maar slechter”, herinnert ze zich. “Dus ik bedacht dat ik twee dingen kon doen: óf weer beginnen met roken – wat ik sinds mijn dertiende had gedaan- óf naar de dokter.”

onvoldoende beschermd is tegen enzymen die orgaanweefsel, waaronder dat van de longen, kunnen beschadigen. Bij Jolanda bleek dat COPD te hebben veroorzaakt. “Mijn wereld stortte in toen ik dat hoorde”, vertelt ze. “Ik wist wat het was en dat de ziekte uiteindelijk kan leiden tot een longtransplantatie. En dat je op een bepaald moment aan het zuurstof moet.”

Alpha-1

Hard werken

Het werd het laatste. Via de ‘medische molen’ kwam ze bij een longarts die de diag-

Jolanda besloot echter om niet bij de pakken neer te zitten en hard te gaan werken aan haar overgewicht en haar conditie. “Dat lukte goed, ik wist mijn longinhoud van 52% naar een stabiele 82% te krijgen”, vertelt ze. “Daarnaast moest ik twee keer per dag twee medicijnen ‘puffen’. Later kreeg ik een ander medicijn waarvoor ik nog maar een keer per dag een puf moet doen. Die routine is er gewoon ingesleten, het is voor mij net zo vanzelfsprekend als de pil nemen.”

Niet naar de dokter Jolanda Meijer

nose Alpha-1 stelde. Dat is een zeldzame, erfelijke ziekte die maakt dat het lichaam

Toch gaat het op dit moment minder goed met Jolanda. “Ik ben kortademig, voel me weer erg moe en lig al om half negen in bed”, legt ze uit. “Nee, dat is voor mij geen reden om meteen naar de dokter te gaan,

want ik weet waar het aan ligt. Namelijk aan een drukke verhuizing op mijn werk. Dat kost veel energie, daardoor kan ik het

sen aan zichzelf te blijven stellen. “Zo houd ik het beter vol”, legt ze uit. “Want motivatie is soms best lastig; als ik sport, kost het

even niet opbrengen om naar de sportschool te gaan en te fietsen. Maar ik weet: in januari keert de rust terug en dan ga ik alles weer oppakken. Ik heb iemand beloofd om volgend jaar samen de Vierdaagse te lopen, dus ik móet wel; ik kan het niet maken om af te haken.”

me twee of drie keer zoveel inspanning als een gezond mens. Daarom doe ik dat het liefst alleen, in mijn eigen tempo.” Nadenken over de toekomst doet Jolanda liever niet. “Dat heeft ook geen nut”, vindt ze, “ik kan tenslotte ook morgen onder een auto liggen. Ik leef het liefst in het hier en nu en probeer daar het beste van te maken.”

Motivatie Jolanda vindt het belangrijk om dit soort ei-

Auteur: Irma van der Lubbe

expertbijdrage

COPD is een progressieve ziekte COPD is een ernstige chronische longaandoening. De behandeling vraagt om maatwerk én therapietrouw. hoog mogelijk te houden, is het bespreken van klachten met de arts noodzakelijk. “Ik vind het een gedeelde verantwoordelijkheid van arts en patiënt om klachten te bespreken en een goede behandeling vast te stellen. De arts moet de omgeving creëren waarin de patiënt zich uitgenodigd, vertrouwd en vrij voelt om de klachten te beschrijven.”

Ondanks behandeling houden veel COPDpatiënten klachten, bijna de helft. De belangrijkste klacht is kortademigheid. Prof. Dekhuijzen (hoogleraar longgeneeskunde van het Radboudumc in Nijmegen): “En dan vooral bij inspanning. Later ook in rust, ’s nachts en ’s morgens vroeg. Longaanvallen komen dan ook voor. Hoe ernstiger het COPD, hoe meer en hoe ernstiger de longaanvallen.” Kortademigheid is geen klacht die heel specifiek bij COPD hoort en daarom is het voor een arts soms lastig te bepalen of dit inderdaad een aanwijzing voor COPD is. “Een kwestie van veel vragen en longfunctieonderzoek doen. Verder kennen we een ‘patient delay’, een vertraging tussen de eerste ervaring van klachten en het moment waarop een patiënt dat aan de arts vertelt. Kortademigheid bij inspanning kan ook aan de conditie liggen en hoesten bij roken komt vaak voor. Dus vaak is het eerste contact met de huisarts vanwege een luchtweginfectie. En veel patiënten die iets vermoeden stellen een bezoek aan een arts uit, omdat ze eigenlijk wel weten wat de remedie is en daar niet aan willen.”

Progressieve ziekte

Prof. dr. Richard Dekhuijzen werkzaam in Radboudumc te Nijmegen.

Therapietrouw De therapietrouw is bij mensen met een chronische aandoening vaak niet hoog, terwijl het belang ervan groot is. Voor astma en COPD geldt dat na een jaar 40 procent van de patiënten trouw de medicijnen gebruikt, na twee jaar is dat nog maar 20 procent. “Therapietrouw is enorm belangrijk, voor zowel de medicijnen als de verandering in leefstijl”, vindt prof. Dekhuijzen.

“Medicijnen voor COPD hebben een directe werking, maar ook op de langere termijn. Bovendien zal het aantal acute verslechteringen -longaanvallen- afnemen als de patiënt zich trouw aan de instructies van de behandelend arts houdt. De luchtwegen blijven beter open, dus de afvoer van ziektekiemen is ook beter met minder longaanvallen als gevolg.” Om de therapietrouw zo

COPD is een progressieve aandoening. In de loop van de tijd zal het ziektebeeld verslechteren en zal de patiënt meer hinder ondervinden in het dagelijks leven. De medicamenteuze behandelingen zijn erop gericht om de klachten zoveel mogelijk te beperken. Mede door de progressiviteit van de aandoening kan het voorkomen dat men zich na verloop van tijd weer slechter gaat voelen, ondanks de behandeling. Vaak zijn er nog aanvullende behandelingen mogelijk, die er wederom op gericht zijn de klachten zoveel mogelijk te beperken. Daarom is het belangrijk dat bestaande patiënten tijdig bij de arts aangeven als ze weer meer klachten gaan krijgen of beperkingen ondervinden in de dagelijkse activiteiten.


6

van de redactie

Om het hart in het ritme te houden Een aangeboren hartafwijking en levenslange veroordeling tot medicijngebruik. Kwaliteit van leven is dan prioriteit. Paul Donkers (26) heeft een zogenoemd éénkamerhart, een aangeboren hartafwijking waarbij het hart maar één kamer heeft in plaats van twee. Deze aandoening wordt ook wel monoventrikel genoemd. Bovendien heeft hij een transpositie van de grote vaten, die dus omgekeerd in het lichaam zijn aangelegd. “Een deel van mijn hart is niet goed ontwikkeld”, vertelt Paul. “Daarbij mis ik ook de sinusknoop. Een aantal maanden na mijn geboorte werd de aangeboren hartafwijking ontdekt”, ver-

telt Paul. De sinusknoop zendt het kleine elektrische stroompje uit dat er voor zorgt dat het hart in een regelmatig ritme samentrekt en zo het bloed rondpompt. Om het gemis van de sinusknoop op te lossen heeft Paul een pacemaker. Het boezemfibrilleren is nu redelijk onder controle. Zonder pacemaker heeft Pauls hart wel een eigen ritme, maar dat is te laag en te onregelmatig. Zonder pacemaker reageert Pauls hart meteen door boezemfibrilleren, zodat hij niet zonder de pacemaker kan. Bij boezemfibrilleren klopt het hart in een

onregelmatig of verkeerd ritme.

Niet meer prikken Voor Paul is het verstandig om bloedverdunners te gebruiken om het hart te ontlasten en om te voorkomen dat er bloedpropjes ontstaan tijdens boezemfibrilleren. In zijn geval zijn dat NOAC’s (Nieuwe Orale Anti Coagulantia). “Voorheen gebruikte ik andere bloedverdunners, maar dat had als nadeel dat ik zelf moest prikken. Je bent gebonden aan zelfmeting of de trombosedienst. Dat vond ik dusdanig belastend dat ik in goed overleg met mijn cardioloog op een gegeven moment heb besloten om over te stappen op NOAC’s. Het grootste voordeel is dat ik me niet hoef te prikken, voor mij een enorme verbetering van mijn kwaliteit van leven. Ik wilde niet meer prikken, dus de keuze was óf geen bloedverdunners, óf deze nieuwe middelen. En de werking is volgens mij prima, het boezemfibrilleren is goed onder controle en ik voel me daar prettig bij.”

Toekomst De toekomst blijft een onderwerp van speculatie, zowel voor de artsen als voor Paul zelf. “Het best is om te proberen daar niet teveel mee bezig te zijn. Zoals het nu gaat, gaat het naar omstandigheden goed.

Paul Donkers heeft een aangeboren hartafwijking en gebruikt dagelijks NOAC’s.

Ik heb niet te veel last van mijn hart. Dat moet je koesteren.” Paul heeft het gevoel dat de NOAC die hij gebruikt hem goed helpt. “Het is een tijdje veel minder gegaan met mijn gezondheid, maar nu- na een paar operaties is mijn gezondheidstoestand voor een tijd verbeterd. Het gaat al een tijd best goed, gelukkig.”

Auteur: Cor Dol

expertbijdrage

Zwolse werkafspraken als voorbeeld Trombosedienst betrekken bij veilig voorschrijven nieuwe antistollingsmiddelen. Frans Paalman fotografie

Dr. Arif Elvan is cardioloog-elektrofysioloog in het Hartlongcentrum van Isala te Zwolle. Eerder dit jaar gaf hij op een symposium een lezing over de behandeling van een veelvoorkomende hartritmestoornis, boezemfibrilleren. Deze ritmestoornis leidt tot een verhoogd risico op het krijgen van een hersenberoerte. Tijdens het symposium vertelde een internist dat het moeizaam loopt in de samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten als het gaat om de behandeling van mensen met boezemfibrilleren en met name het voorschrijven van nieuwe antistollingsmiddelen. “Tijdens het gebruik van deze nieuwe middelen, NOAC’s, moeten patiënten gecontroleerd worden op hun nierfunctie. In Zwolle hebben we een regionale commissie opgesteld, met een cardioloog, neuroloog, internist, huisarts, apotheker, orthopedisch chirurg, anesthesioloog en laboratoriumarts. We hebben in goede harmonie een aantal werkafspraken gemaakt en ik heb daarover verteld tijdens mijn lezing. Tot mijn verbazing was de reactie dat dit ook wel landelijk uitgerold zou kunnen worden.”

Infrastructuur Een van de voordelen van de NOAC’s is

dat zelf prikken of controle bij de trombosedienst niet meer nodig is. Maar niet iedere patiënt met boezemfibrilleren komt in aanmerking voor de nieuwe antistollingsmiddelen. Tegelijkertijd geldt dat de trombosedienst in Nederland goed georganiseerd is: er ligt een prima infrastructuur. “Die hoef je niet zomaar overboord te gooien”, vindt dr. Elvan. “De trombosedienst beschikt over de infrastructuur en weet hoe patiënten benaderd kunnen worden voor onderzoek. Daar willen we graag gebruik van maken voor de controle van de nierfunctie tijdens het gebruik van NOAC’s. Die controle moet eens in de zes maanden gebeuren, dat staat in de richtlijn.”

Controle nierfunctie Nu wordt de nierfunctie gecontroleerd door de laboratoriumarts van het ziekenhuis. De uitslagen van de nierfunctiecontrole gaan naar de openbare apotheek, die bij de aflevering van herhalingsrecepten controleert of de nierfunctie goed is. Als die niet goed is, neemt de apotheker contact op met de behandelend arts om in overleg de dosering of de medicatie aan te passen. “De trombosedienst zorgt dat de nierfunctie wordt bepaald. Patiënten die NOAC’s gebruiken worden centraal geregistreerd, elke maand wordt in het

Dr. Arif Elvan is cardioloog-elektrofysioloog in het Hartlongcentrum van Isala te Zwolle.

ziekenhuissysteem gezocht naar eventuele opnames van deze groep. Daarbij wordt gekeken naar de opname-indicatie en ontslagdiagnose. Dat leidt tot een automatische checkup en we kunnen kijken hoe het is gesteld met het optreden van complicaties bij het gebruik van NOAC’s. Dat gebeurt overigens ook bij de oude middelen.”

Risicogroep Belangrijkste is dat patiënten de best mogelijk zorg en beste middelen krijgen. “Het is belangrijk dat er een goede infrastructuur is waarin deze middelen veilig

voorgeschreven kunnen worden. Door gebruik te maken van de trombosedienst voor controle op de nierfunctie wordt de zorg volgens mij alleen maar beter voor deze groep patiënten”, schetst dr. Elvan het ideale beeld. “We praten hier wel over het risico op het krijgen van een beroerte, dus het verdient de nodige aandacht. Op deze manier kunnen medisch specialisten, huisartsen en de trombosedienst prima samenwerken. “

Meer informatie www.boezemfibrilleren.nl


profiel

7

Samenwerking belangrijk bij introductie NOAC’s Betrokken huisartsen zijn belangrijk bij de introductie van nieuwe antistollingsmiddelen. Almere heeft geluk: de stad beschikt over twee enthousiaste kaderhuisartsen hart- en vaatziekten die vanaf het begin actief betrokken zijn bij de introductie van nieuwe antistollingsmiddelen (NOAC’s) in de praktijk. NOAC staat voor Nieuwe Orale Anti Coagulantia. Antistollingsmiddelen die worden gebruikt door mensen met (verhoogde kans op) trombose, vaak als gevolg van boezemfibrilleren. Cardioloog Nick Bijsterveld van het Flevoziekenhuis in Almere is blij met de betrokkenheid van de huisartsen, want de richtlijnen voor het voorschrijven van de NOAC’s door huisartsen en cardiologen liggen nogal uiteen. Om elkaar dan in een samenwerking te vinden toont de wederzijdse bereidwilligheid aan.

Niet afwenden “De samenwerking zoals we die in Almere hebben zou eigenlijk overal moeten zijn, maar onder veel huisartsen in het land is er terughoudendheid tegen deze nieuwe middelen. Ze hebben er weinig ervaring mee en in dit geval mogen ze het nog niet voorschrijven. De huisartsen in deze regio kijken daar anders tegen aan. Zij vinden dat het ook hún patiënten zijn en ze willen weten wat ze moeten doen als die patiënt bij de huisarts komt”, beschrijft Nick Bijsterveld de prettige samenwerking. Bovendien geldt dat de huisartsen de NOAC’s waarschijnlijk per 1 januari mogen continueren, dus herhaalrecepten mogen schrijven. Dat betekent dat de huisarts weer een deel van de verantwoordelijkheid op zich gaat nemen.

Vanaf het begin “We hebben die samenwerking vanaf het begin gezocht”, vertelt Bijsterveld. “Om de NOAC’s in je regio te kunnen voorschrijven moet je er namelijk voor zorgen dat alles klopt. Er moet een lokaal

Werkdocument De samenwerking tussen de kaderartsen, de specialisten en apotheek heeft ook vorm gekregen met een werkdocument. Eén van de kaderartsen heeft sa-

verspreid onder huisartsen in Almere om hen te informeren over deze mogelijkheid.”

noac.nu Om het specialisten en huisartsen makkelijker te maken is vanuit het Flevoziekenhuis de website www.noac.nu opgezet. Deze site helpt artsen bij het goed indiceren van NOAC’s. Nick Bijsterveld heeft de site ontworpen. “Door een aantal stappen te doorlopen kun je zien of een patiënt voldoet aan de voorwaarden om een NOAC voor te schrijven. De site biedt binnenkort ook andere mogelijkheden en stappenplannen. Wat moet je doen als je iemand met antistolling gaat opereren? Het is afhankelijk van het type operatie en het soort antistollingsmiddel dat gebruikt wordt wanneer dat middel gestopt en weer gestart kan worden. Zo is de veiligheid geborgd en heeft iedereen toegang tot deze informatie.”

tiënt is goed ingesteld hoeft hij niet bij de cardioloog onder controle te blijven. Zo wordt zorg transmuraal. Hierbij is het van belang dat de huisarts en specialist overeenstemming hebben over het te voeren beleid bij hun patiënt. Nu is die zorg nog wat statisch, een patiënt loopt óf bij de huisarts óf bij de specialist. Het zou mooi zijn als we dat kunnen veranderen in transmurale zorg met eenvoudiger heen- en terugverwijzen”, aldus vasculair internist Marije ten Wolde.

Steeds meer patiënten De transmurale zorg krijgt in Almere ook vorm door bezoek van specialisten aan de huisartspraktijk. “De huisartsen willen graag dat je met enige regelmaat langskomt om patiënten te bespreken. Het is op die manier niet altijd nodig om een patiënt door te verwijzen naar het ziekenhuis. Daarmee bespaar je bovendien de kosten van een extra ziekenhuisbezoek. Hier in Almere is de transmurale samenwerking van extra belang, omdat de stad destijds gestart is met heel veel jonge mensen die nu allemaal ouder worden. Dat veroorzaakt een golf aan ouderdom gerelateerde ziekten”, aldus Ten Wolde. Het aantal patiënten neemt op termijn in de complete zorglijn toe. “Om deze groei te beteugelen streven we er via werkafspraken en transmurale samenwerkingsverbanden naar om zo mogelijk patiënten in de eerste lijn te behandelen. Dat is ook conform de wens van de overheid.”

Toegang tot gegevens

Dr. ten Wolde en dr. Bijsterveld, beide werkzaam in het Flevoziekenhuis te Almere.

protocol zijn, waarin bijvoorbeeld staat wat je moet doen als deze mensen geopereerd worden. Dit protocol moet aan allerlei eisen voldoen, maar we zijn er in geslaagd om het snel te maken. Iedereen die betrokken is bij patiëntenzorg was op de hoogte van het opzetten van dit protocol.” Overigens was dat geen kwestie van over één nacht ijs gaan. In het Flevoziekenhuis zijn alle betrokken specialisten en huisartsen uitgenodigd voor een speciaal symposium over NOAC’s, georganiseerd door de cardioloog, internist-vasculair geneeskundige en apotheker. Online zijn bovendien bruikbare protocollen beschikbaar voor het gebruik van de nieuwe middelen. Dat viel in goede aarde.

men met de specialisten van het Flevoziekenhuis een protocol opgesteld om patiënten met boezemfibrilleren zeven dagen per week te kunnen verwijzen naar het ziekenhuis, als de huisartsen vinden dat er een indicatie is voor een NOAC. Bijsterveld: “Zoals gezegd mag een huisarts de NOAC’s niet zelf voorschrijven, maar als een patiënt in het weekend komt of er is op de poli onverhoopt een wachttijd van enkele dagen, dan moet je toch snel beslissen om een patiënt een NOAC te kunnen geven. In het werkdocument staat omschreven dat wij deze patiënten na verwijzing dezelfde dag nog zien. Bij een goede indicatie gaan we dan ook direct starten met de NOAC. Het werkdocument wordt

Transmuraal De huisarts behandelt veel patiënten met boezemfibrilleren in de eigen praktijk en verwijst niet altijd door naar de cardioloog. Dit zijn met name de patiënten van 65 jaar of ouder. ”We willen in samenwerking met de kaderartsen proberen de drempel te verlagen om deze mensen toch eens door een cardioloog te laten onderzoeken”, vertelt Bijsterveld. “Juist bij de oudere patiënt kom je vaker belangrijke oorzaken tegen van het boezemfibrilleren, zoals hartklepafwijkingen of zuurstoftekort. Een klepreparatie of dotterprocedure kan de patiënt dan juist helpen. Mocht er bij cardiologisch onderzoek geen andere afwijkingen worden gevonden en de pa-

Ook belangrijk voor een goede samenwerking tussen specialist en huisarts is een algemene toegang tot de gegevens van de apotheek. In de regio Almere kan een arts 24 uur per dag nagaan welke geneesmiddelen een patiënt gebruikt. Mocht een patiënt met een bloeding in het ziekenhuis komen en zijn of haar medicijnlijst niet bij zich hebben, ontstaat een acuut probleem. Marije Ten Wolde: “De algemene toegang maakt het gemakkelijker en veiliger om deze middelen voor te schrijven. En het maakt het onderling communiceren een stuk eenvoudiger. Eén systeem is dan heel belangrijk, maar in feite geldt dat voor alle geneesmiddelen. Door multidisciplinaire afspraken over de indicaties voor gebruik van de NOAC’s en stappenplannen hoe te handelen, bijvoorbeeld in het geval van een bloeding, werk je minder langs elkaar heen. Zo lever je betere zorg.”

Meer informatie Meer informatie is te vinden op www.noac.nu en op www.flevoziekenhuis.nl


8

van de redactie

Wachten op nieuwe longen Monique heeft een aantal auto-immuunziektes, waaronder Pulmonale Hypertensie. Monique van Born (nu 48) was pas 14 jaar toen ze last kreeg van haar gewrichten en uitslag kreeg in haar gezicht. Na een heleboel ‘gedokter’ werd uiteindelijk ontdekt dat Monique SLE had. SLE staat voor Systemische Lupus Erythematodes, een auto-immuunziekte. “Daar kreeg ik medicijnen voor en dat ging op zich goed. De jaren verstreken met de nodige pijntjes, maar ik heb op een normale manier mijn school kunnen afmaken en een normaal leven kunnen leiden. Ik had regelmatig controles in het ziekenhuis en er kwam wel vaak weer wat bij.” Toch werd Monique op een gegeven moment geconfronteerd met ernstigere aandoeningen als het Syndroom van Sjögren, dat de slijmvliezen uitdroogt. “Dat geeft veel ongemak, maar beïnvloedt mijn leven niet heel ernstig.” Monique heeft nu ook sclerodermie (verharding van het bindweefsel) en de levensbedreigende ziekte Pulmonale Hypertensie (PH). “Het is niet vreemd dat iemand met een auto-immuunziekte er andere auto-immuunziektes bij krijgt.”

Inhalatietherapie Door de sclerodermie zijn de longblaasjes in belangrijke mate verlittekend, zodat Monique nu nog slechts een kleine longin-

doe ik er veel langer over omdat bepaalde onderdelen in de apparatuur zijn vernieuwd. Ik doe er nu 35 minuten over. Dat is wel erg lang. De lange inhalatietijd is waarschijnlijk slechts tijdelijk.”

Dag tot dag

houd heeft. Ze is 24 uur per dag verbonden met een zuurstofapparaat en staat sinds een jaar op de wachtlijst voor een longtransplantatie. De Pulmonale Hypertensie zorgt ervoor dat de druk in de bloedvaten in de longen oploopt en het hart extra wordt belast. De ziekte is ongeneeslijk en heeft onbehandeld een prognose van slechts enkele jaren. Medicijnen voor PH zijn erop gericht om de vaten in de longen zoveel mogelijk te verwijden. Monique gebruikt dagelijks tabletten om de vaten te verwijden. “En een ander middel is een vloeistof, dat ik via een apparaatje als het ware moet

inpuffen, om de drie uur. De ziekte lijkt nu stabiel. Maar ook voor de andere aandoeningen gebruik ik medicijnen. Sinds een aantal jaren krijg ik iedere drie weken een infuus met medicijnen om het totale beeld van aandoeningen rustig te houden. Er wordt van alles aan gedaan om me een beetje op de been te houden.” Monique vindt het puffen of de inhalatietherapie in de thuissituatie een goede manier van toediening van medicijnen. Buitenshuis vindt ze het minder, dan is het meer confronterend. “Normaal gesproken ben ik daarmee in tien minuten klaar, maar tegenwoordig

Monique staat er niet alleen voor: er is een compleet netwerk van familie en vrienden die haar helpen. En ze blij met de artsen om haar heen, die haar als mens behandelen en meedenken. Totdat er hopelijk donatielongen komen is het voor Monique afwachten. “Kijken hoe lang het goed gaat en hoeveel complicaties ik nog krijg. Maar ook als ik nieuwe longen krijg, blijft het de vraag of het goed gaat, er blijft altijd de kans op afstoting.” Ondanks de ernstige situatie van Monique blijft ze positief en leeft van dag tot dag. “Ik kan geen zinnig woord zeggen over mijn levensverwachting. Mijn kwaliteit van leven is zwaar beperkt, maar dat wil niet zeggen dat ik niet gelukkig ben of niet weet wat ik met mijn leven aan moet.”

Auteur: Cor Dol

expertbijdrage

Behandeling van pulmonale hypertensie Medicatie voor pulmonale hypertensie is gericht op verbetering van kwaliteit van leven. Er zijn verschillende mogelijkheden. Pulmonale Hypertensie (PH) is een ongeneeslijke, progressieve ziekte waarbij de bloeddruk in de longslagader te hoog is. Toch zijn er medicijnen voor PH-patiënten, die de kwaliteit van leven kunnen verhogen. De ziekte wordt onderverdeeld in vijf grote groepen, die worden geclassificeerd volgens de Dana Point Classificatie. “Er schijnt een nieuwe classificatie aan te komen; ik heb hem echter nog niet gezien”, licht dr. Yvonne Heijdra, longarts in het Radboudumc toe. “Deze manier van indelen geeft ook aan voor welke groepen behandelindicaties zijn.”

van de oorzaak. Dat kan zijn idiopatisch (door een onbekende oorzaak), erfelijkheid , als gevolg van het gebruik van medicijnen (waaronder eetlustremmers) en groepen die geassocieerd is met andere ziekten, bijvoorbeeld reumatische aandoe-

Pillen

De vijf grote groepen zijn: 1. Pulmonale Arteriële Hypertensie. 2. Pulmonale Hypertensie als gevolg van linkerhartziekte 3. Pulmonale Hypertensie als gevolg van longziekte en/of zuurstofgebrek 4. Pulmonale Hypertensie als gevolg van trombo-embolische processen, ook wel CTEPH genoemd 5. Pulmonale Hypertensie met overige oorzaken, waaronder sarcoidose.

Subgroepen Dr. Heijdra: “Groep 1 wordt weer onderverdeeld in een aantal subgroepen, uitgaande

deling in groepen en subgroepen is voor behandelaars van groot belang. “Op het moment dat je een patiënt ziet, heb je deze indeling in je hoofd en krijg je soms al een idee welke kant het opgaat en welke behandeling mogelijk van toepassing is.”

Dr. Yvonne Heijdra is longarts in het Radboudumc te Nijmegen.

ningen, HIV en levercirrose.” Momenteel wordt de PH-medicatie gegeven voor de groepen 1 en 4. De onderver-

Als PH-patiënten vallen in groep 1 of 4 en daarnaast in de NYHA klasse II, III of IV (zogenoemde kortademigheidsklasse) wordt voor de behandeling gestart met pillen. “Dat zijn de endotheline antagonisten of fosfodiesterase V-remmers. Deze middelen doen iets op vaatverwijding.” De middelen grijpen in op de processen die een rol spelen bij de vernauwing en/of verwijding van vaten. “En ze remmen de afwijkende groei van cellen in de vaatwand. Het acute vaatverwijdende effect van de middelen gaat vrij snel. Het effect om de afwijkende groei van cellen te bestrijden duurt veel langer. Een therapie moet dan ook langer worden gevolgd, tot 12 weken, om een eventueel effect vast te kunnen stellen.” Medicijnen van het type prostacycline agonisten worden intraveneus (in een bloedvat) of subcutaan (onder de huid) ingespoten of geïnhaleerd.

Voordelen inhalatietherapie De inhalatietherapie heeft een aantal voor-

delen. De patiënt hoeft niet geprikt te worden en ervaart minder lokale bijwerkingen dan bij de subcutane vorm. “Je moet het wel om de drie uur, zes keer per dag doen. Een patiënt die inhalatietherapie krijgt moet er dus om denken dat er regelmatig geïnhaleerd moet worden. Het kost tijd. Maar vooral oudere mensen vinden deze manier van toediening van medicijnen vaak makkelijker. We laten de patiënten tegenwoordig zelf kiezen. Ik neig ertoe om de inhalatietherapie meer te gebruiken bij oudere patiënten. Vooral omdat zij vaak opzien tegen de apparatuur (pompen) die nodig zijn voor de intraveneuze of subcutane toediening.


expertbijdrage

9

Richtlijnen rondom NOAC’s verschillen Volgens de richtlijnen van cardiologen en huisartsen zijn zij het niet eens over het gebruik van nieuwe antistollingsmiddelen. Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis waarbij de boezems minder efficiënt werken omdat de frequentie van pompen niet goed geregeld is. Hierbij ontstaat ook het risico op bloedstolsels in de boezems van het hart, met alle gevolgen van dien. Om deze risico’s te beheersen wordt antistollingstherapie voorgeschreven. De sterkste manier om bloed te verdunnen was vijftig jaar lang met vitamine k-antagonisten, maar het middel laat zich lastig instellen. Sinds kort bestaan de NOAC’s (Nieuwe Orale Anti Coagulantia) als goed alternatief. Inmiddels zijn drie NOAC’s op de markt. Uitgebreide studies met deze producten tonen aan dat ze, in vergelijking met de aloude vitamine k-antagonisten, even effectief zijn in het voorkomen van stolsels, waarschijnlijk veiliger zijn en het aantal hersenbloedingen reduceren, zonder dat controles bij de thrombosedienst nodig zijn. Toch zijn in Nederland huisartsen en cardiologen het volgens hun onlangs aangepaste richtlijnen niet met elkaar eens over de toepassing van de NOAC’s, en dat is een gemiste kans.

landse Vereniging van Cardiologie (NVVC) wordt onderschreven. Deze richtlijn geeft een prominente plaats aan het gebruik van NOAC’s. In de NHG-richtlijn van de huisartsen wordt echter zeer terughoudend gereageerd op het voorschrijven van deze middelen. Cardioloog Ad Bakx van het Amsterdamse Boven IJ Ziekenhuis: “Huisartsen mogen de NOAC’s niet eens voorschrijven volgens deze richtlijn. Andere antistollingsmiddelen wel. Er is angst voor nieuw, de opvatting in de richtlijn van de huisartsen is dat de nieuwe middelen zich nog moeten bewijzen. Maar er is volgens mij niet zoveel tegen om de NOAC’s te gebruiken, behalve dat het om een nieuw middel gaat. Ziekenhuizen, huisartsen en ambulancediensten moet je vertrouwd maken met het feit dat mensen deze middelen gebruiken. Daar is vorig jaar een leidraad voor ontwikkeld, zodat er een goed protocol ligt en iedereen houvast heeft. Ik begrijp dat het gefaseerd wordt ingevoerd. Maar op dit moment is die in Nederland geïntroduceerd en dan lijkt mij dat er geen reden meer is om een verschil te maken tussen het voorschrijven door de eerste en tweede lijn.”

Verschillen

Samenwerken

De cardiologen volgen de internationale richtlijn (ESC Guideline) die door de Neder-

De terughoudendheid in de richtlijn voor huisartsen zou kunnen leiden tot verwar-

‘Dappere Dokter’ overweegt de patiënt voor verdere behandeling terug te verwijzen naar de huisarts, wat een enorme kostenbesparing kan betekenen. Maar dat kan nooit lukken als de huisarts geen NOAC’s mag voorschrijven, kortom op dit gebied dienen de richtlijnen van eerste en tweede

ring en het onthouden van deze medicijnen aan sommige mensen. Terwijl er een groot voordeel is, namelijk dat men zich niet meer hoeft te laten controleren bij een trombosedienst of door middel van zelfmeting. “Ik zou daarnaast pleiten voor een goede lokale afstemming in het beleid

BovenIJ-cardioloog Ad Bakx, bekroond tot Dappere Dokter 2013.

tussen huisarts en cardioloog. Je moet het uiteindelijk samen oplossen. Iedere patiënt met boezemfibrilleren zou minstens eenmaal een echocardiogram moeten krijgen, want daardoor wordt op eenvoudige wijze een schat aan informatie verkregen.” Een

lijn op elkaar afgestemd te worden. Tijd voor ontschotting van de zorg.

Meer informatie www.boezemfibrilleren.nl

advertentie

Onafhankelijk kennisplatform over gezondheid

Mijngezondheidsgids.nl is opgericht voor is

in

iedereen

die

gezondheid

geïnteresseerd en

zorg.

Het

onafhankelijke kennisplatform biedt informatie over gezondheid, lichaam, geest, voeding en zorg.


10

expertbijdrage

Stress als oorzaak en gevolg van hart- en vaatziekten Het lijkt een kwestie van de kip en het ei: stress kan oorzaak én gevolg van hart- en vaatziekten zijn. Langdurige stress verhoogt de kans op hart- en vaatziekten én hart- en vaatziekten leveren vaak stress op. Dit staat in het adviesrapport Stress en hart- en vaatziekten waaraan drs. Jos van Erp, psycholoog bij De Hart&Vaatgroep/Hartstichting, heeft meegewerkt. In dit onderzoek gaat het over de relatie tussen hart- en vaatziekten en stress. Eén van de adviezen in het rapport is om een cursus stressmanagement aan te bieden aan mensen met een hart- of vaataandoening (en hun partners) die na het afronden van de medische behandeling nog veel stress ervaren.

ontspannen kunnen gunstige uitkomsten hebben op zowel lichamelijk als psychisch gebied. Zo zijn patiënten, die hebben geleerd zich te ontspannen, minder angstig en hervatten zij vaker en eerder het werk.”

Trainingen De Hart&Vaatgroep, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- en vaataandoening en hun naasten, hield een enquête waaruit bleek dat er behoefte was aan begeleiding op dit gebied en biedt daarom stressmanagementtrainingen aan. Deze zijn gebaseerd op de principes van de mindfulness-methode. Dit betekent dat pa-

tiënten én hun partners leren om hun aandacht te focussen op de directe ervaring in het hier en nu. Zo groeien afleidende gedachten en voorstellingen niet uit tot rampscenario’s. Van Erp: “De training is gericht is op het ontwikkelen van een stabiele basis. Mensen leren stilstaan bij het moment en laten zich hierdoor niet meer meesleuren door allerlei gedachtes. Ook leren patiënten om zich lichamelijk en geestelijk te ontspannen door ontspanningsoefeningen. De mindfulnessbenadering zorgt ervoor dat mensen spannende gedachten en gevoelens niet laten groeien, maar ze ook niet uit de weg gaan. Dit laatste draagt bij aan

Stressmanagement “Stressmanagement kan enerzijds bestaan uit het verminderen of hanteerbaar maken van de belastende omstandigheden, zoals werkdruk. Anderzijds is het van belang om de verhoogde spanning die ontstaat door psychische en lichamelijke factoren, zoals piekeren of angst en lichamelijke spanningsklachten, aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld door medicatie, een bewegingsprogramma of een programma voor spanningsregulatie,” vertelt Van Erp. “Technieken waarmee mensen leren om zich te

de acceptatie van veranderingen die het gevolg zijn van de ziekte. Verder leren we hen ruimte te maken voor prettige, ontspannen of waardevolle ervaringen. De ziekte van mensen of die van hun partner veroorzaakt vaak beperkingen, maar door samen te zoeken naar positieve dingen, lukt het om meer te genieten en je daar op te richten.”

Door wie en voor wie Deze training wordt door een ervaren psycholoog en een ervaringsdeskundige gegeven. De ervaringsdeskundige leeft net als de patiënten met een hart- en of vaataandoening. De training is vooral bedoeld voor mensen met een hart- of vaataandoening (en hun partners) die na het verlaten van de medische behandeling nog veel stress ervaren. De cursus bestaat uit vijf bijeenkomsten van drie uur en wordt in het midden van het land georganiseerd. Vanaf medio december is het adviesrapport Stress en hart- en vaatziekten te vinden op www.hartenvaatgroep.nl. Heeft u interesse in de stressmanagementcursus, neem dan contact op met: info@hartenvaatgroep.nl.

expertbijdrage

Maatwerk gevraagd voor boezemfibrilleren De behandeling van boezemfibrilleren wordt steeds meer individueel gericht. Antistolling blijft belangrijk. Om boezemfibrilleren onder de duim te krijgen wordt traditioneel veel gebruik gemaakt van medicijnen, waarmee wordt gepoogd de hartfrequentie wat rustiger te houden. Anderzijds is behandeling er op gericht om de kwaal te voorkomen, maar de medicijnen hiervoor werken niet altijd afdoende.

beroerte bij mensen met boezemfibrilleren nauwkeuriger bepaald kan worden. Aan

Gebruik is daarnaast dagelijks en dat vraagt veel van patiënten. “We zien dan ook dat in ontwikkeling van deze medicijnen de laatste tien jaar nauwelijks enige vooruitgang is gekomen”, licht dr. Lucas Boersma, electrofysioloog in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein toe. De laatste tien jaar zijn er invasieve ingrepen ontwikkeld zoals catheterablatie en minimaal invasieve hartritme chirurgie via een kijk-operatie. “Het aantal behandelingen is sterk toegenomen en de techniek is eveneens verbeterd. De ablaties krijgen een steeds grotere aanbeveling in de richtlijnen voor behandeling.”

Maatwerk

NOAC’s Boezemfibrilleren is op zichzelf niet direct gevaarlijk, maar het vergroot de kans op het ontstaan van bloedpropjes die een beroerte kunnen veroorzaken. In 2012 is een nieuw scoringssysteem aangenomen waarmee het risico voor het optreden van

len voorgeschreven en ook van een zwaarder kaliber. Voorheen kon dit alleen met Vitamine K-antagonisten onder INR controle door de trombosedienst, maar sinds een aantal jaar zijn er andere medicijnen beschikbaar hiervoor. “De nieuwe antistollingsmiddelen NOAC’s zijn uitgebreid getest bij tienduizenden patiënten. Daaruit blijkt dat ze minstens zo effectief zijn als de Vitamine K-antagonisten. Over het algemeen is met een NOAC de kans op ernstige bloedingen, met name hersenbloeding, echter beduidend lager. De Europese cardiologievereniging stelde in de richtlijn van 2012 dan ook dat NOAC’s de voorkeur zouden moeten krijgen. In Nederland is deze richtlijn overgenomen, maar voor patiënten die zonder problemen goed zijn ingesteld op de oude middelen is er niet direct aanleiding om op een NOAC over te stappen. Therapietrouw blijft hoe dan ook van groot belang.”

Dr. Lucas Boersma is cardioloog in het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

de hand van dit nieuwe systeem worden tegenwoordig eerder antistollingsmidde-

De aanpak van boezemfibrilleren wordt meer en meer tailor made. Voor elke nieuwe patiënt wordt bekeken wat de beste behandeling is en of antistollingsmiddelen noodzakelijk zijn. In het nieuwe adagium van overleg tussen arts en patiënt moet de patiënt dan wel goed op hoogte zijn van de keuzemogelijkheden. “Daar is nog

wel wat werk te doen. Huisartsen bijvoorbeeld mogen de NOAC’s niet voorschrijven, dus er zit verschil in de behandeling van boezemfibrilleren door een huisarts en een cardioloog. Huisartsen zijn er nu toe geneigd om patiënten van 65 jaar en ouder met niet te veel klachten niet door te sturen. Maar daarmee onthoud je veel patienten wel behandelingsmogelijkheden, waaronder NOAC’s en een invasieve therapie voor ritmestoornissen. Klachten zijn immers subjectief en het is afhankelijk van de huisarts of hij de klacht ernstig genoeg vindt om de patiënt door te sturen naar de cardioloog.” Dr. Boersma begrijpt de spagaat waarin huisartsen soms zitten met deze patiënten. “Daarom is het goed om lokale en regionale afspraken te maken. Bijvoorbeeld door protocollen te ontwikkelen over hoe om te gaan met calamiteiten rond bloedingen.”


profiel

11

Kwaliteit werpt vruchten af Negen jaar lang de nadruk leggen op hoogwaardige kwaliteit van zorg. Dat moet resultaten geven. Vanaf de start van het Thoraxcentrum Twente (onderdeel van het Medisch Spectrum Twente) in 2004 is de nadruk gelegd op hoogwaardige kwaliteit van de operatieve behandeling en nazorg. “Door de ervaring die de startende chirurgen reeds hadden opgedaan in de voorgaande jaren in andere centra, is direct een bepaalde koers gevaren in de uitvoering van onder andere de bypass chirurgie”, aldus prof. dr. Jan Grandjean, mede oprichter van het Thoraxcentrum Twente.

No touch Het Thoraxcentrum Twente staat sindsdien bekend om het uitvoeren van deze operaties met behulp van slagaders in plaats van aders uit het been, en het doen van deze operaties op het kloppend hart. Nu blijkt ook uit de resultaten van deze groep ge-

worden namelijk onder algehele narcose uitgevoerd. Door de technische verbeteringen, met name in de beeldvorming, zijn de resultaten sterk verbeterd. Intracardiale echo en rotational angiografie (scan tijdens de ablatie) zijn inmiddels standaard geworden.

Figuur 3

onderarm en zelfs uit de buik, die langs de maag lopen. Aangezien in het lichaam de slagaders vaak dubbel zijn aangelegd, kunnen ze ook zonder gevaar gebruikt worden voor andere doeleinden. Het lichaam zorgt zelf voor aanpassing van de doorbloeding door de overgebleven slagaders. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het vermaarde Amerikaanse tijdschrift The Annals of Thoracic Surgery. Na negen jaar van gedegen werk en het vastleggen van alle gegevens in een enorme databank, komt nu de tijd om de resultaten te evalueren en te vergelijken met resultaten die in de wereld bekend zijn.

Ablatie voor boezemfibrilleren

Figuur 1

opereerde patiënten dat zij het veel beter doen dan patiënten die volgens de meer conventionele manier zijn geopereerd in Europa en de wereld. Met name de patiënten waarbij de aorta in zijn geheel niet wordt aangeraakt, de zogenaamde ‘notouch’ techniek, lopen niet of nauwelijks risico op het krijgen van neurologische complicaties. Bij de conventionele manier wordt de hart-longmachine gebruikt en wordt een canule in de aorta geplaatst. Hierna wordt de aorta geklemd. Tevens wordt bij het gebruik van een ader uit het been een andere klem op de aorta geplaatst om een verbinding tussen de ader en de aorta te kunnen maken.

Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis. Het is een hartritmestoornis waarbij het ritme volledig onregelmatig en meestal versneld is. Boezemfibrilleren kan invaliderende klachten geven, maar is tevens gerelateerd aan stol-

Resultaten publiceren De eerst vierhonderd patiënten waarbij de aorta niet is ‘aangeraakt’ zijn in het Thoraxcentrum Twente de afgelopen jaren gevolgd en deze patiënten zijn alleen met behulp van slagaders geopereerd. Hiervoor werden slagaders uit de borstholte gebruikt alsook slagaders uit vooral de linker

Percutane aortaklepimplantaties

prof. dr. Jan Grandjean

Cryo ablatie De nieuwste introductie is die van cryoablatie. Bij cryo-ablatie wordt de longvenen isolatie niet door verhitting, maar door bevriezing van het weefsel tot stand gebracht. De koude wordt toegediend met behulp van een ballon die de pulmonaal vene (figuur 1) tijdelijk afsluit. “De resultaten die hiermee bereikt worden zijn uitstekend”, aldus dr. Van Opstal, cardioloog-elektrofysioloog. “Van de patiënten met niet langdurig boezemfibrilleren heeft 90% na één jaar geen boezemfibrilleren meer.” De ideale patiënt voor boezemfibrilleren ablatie is relatief jong (jonger dan 65 jaar), heeft nog

Na jaren van voorbereidingen en intensieve training zijn we in 2013 gestart met aortaklep implantaties via de lies (TAVI, zie figuur 3 en 4) bij patiënten met een ernstige vernauwing, door verkalking, van de aortaklep. Om in aanmerking te komen voor een TAVI moet er sprake zijn van een

dr. Jurren van Opstal

leeftijd boven de 80 jaar en een hoog risico voor conventionele aortaklepchirurgie. Er kan worden gekozen voor een transfemorale-, direct aortale- of apicale benadering, dus niet alleen via de lies, maar ook via een klein ‘luikje’ in de borstkas. Dr. Gert van Houwelingen, interventiecardioloog: “Iedere mogelijke kandidaat voor deze techniek

Figuur 4

selvorming wat herseninfarcten kan veroorzaken. De longvenen, die uitmonden in de linkerboezem, vormen een belangrijke rol in de opwekking en instandhouding van boezemfibrilleren. Het elektrisch isoleren van de longvenen van de rest van de linkerboezem, ook wel longvenen isolatie genoemd, vormt daarom de hoeksteen van de niet-medicamenteuze behandeling van boezemfibrilleren.

Weinig complicaties Figuur 2

belangrijk nadeel van het gebruik van antistolling is het optreden van bloedingen. Sinds enige tijd is er een nieuwe techniek beschikbaar om de kans op stolselvorming te verkleinen, namelijk het afsluiten van het linker hartoor met een speciaal ontworpen apparaat. Dit kan via een ader in de lies worden ingebracht. “Deze behandeling is dus een alternatief voor patiënten met boezemfibrilleren met een hoge kans op vorming van stolsels én met (een hoge kans op) complicaties van de gebruikte antistolling”, vertelt dr. Stevenhagen, cardioloogelektrofysioloog.

In het Thoraxcentrum Twente wordt sinds een aantal jaren deze ablatie uitgevoerd, waarbij gemiddeld zes patiënten per week worden behandeld. Deze ingreep vindt plaats via een ader in de lies. Het aantal complicaties van deze nog steeds complexe ingreep is zeer gering. Dit is te danken aan de uitgebreide ervaring van het gehele elektrofysiologisch team en de goede samenwerking met de afdeling anesthesiologie. Alle boezemfibrilleren ablaties

drs. Jeroen Stevenhagen

niet al te lang boezemfibrilleren en een niet vergrote linker hartboezem. De moeilijkst te behandelen groep zijn patiënten met langdurig boezemfibrilleren en een reeds vergrote linker boezem. De resultaten van de ‘klassieke’ longvenen isolatie, zoals hierboven beschreven, zijn wereldwijd teleurstellend. Voor deze groep is een chirurgische of hybride (cardiologische ingreep in combinatie met chirurgie) aanpak beter. De chirurgische behandeling van atriumfibrilleren wordt binnen het Thoraxcentrum Twente door een speciaal team uitgevoerd.

Afsluiting linker hartoor Eén van de grote risico’s van boezemfibrilleren is het ontstaan van een in het hart gelegen stolsel, wat een herseninfarct kan veroorzaken. De kans op stolselvorming is het grootst in het linker hartoor (figuur 2). Om het risico op embolisatie te verlagen kan antistolling gegeven worden. Een

dr. Gert van Houwelingen

wordt van tevoren uitgebreid gescreend door een speciaal ‘kleppen hartteam’, dat bestaat uit een interventiecardioloog, cardiothoracaal chirurg, beeldvormend cardioloog, thorax anesthesist/intensivist en een radioloog. Deze techniek biedt een alternatief om toch een aortaklep te implanteren voor patiënten die anders een te hoog risico liepen voor conventionele aortaklepchirurgie.”

Meer informatie https://www.mst.nl/thoraxcentrum


12

expertbijdrage

Energiek blijven met COPD Hou je conditie op peil. Boodschappen doen, een lange wandeling maken, met de kinderen dollen: het kost je allemaal meer moeite als je COPD hebt. Daarom is het slim om je beweegpatroon aan te passen. Dan ga je efficiënt om met je energie en kun je heel veel leuke dingen gewoon blijven doen. Het lijkt zo simpel. Even de trap oplopen of naar je werk fietsen. Toch is dat voor jou misschien niet zo vanzelfsprekend. Als COPD-patiënt kosten zulke dingen je namelijk veel energie. Zeker als je een ernstige vorm van COPD hebt.

Blijf in beweging

gelijk last te hebben van je beperkingen: je leven wat strakker organiseren. Neem bijvoorbeeld een half uurtje tot een uurtje rust halverwege de dag. Dan kun je even op adem komen en heb je de rest van de dag meer energie. Als je wilt gaan winkelen, doe dat dan niet op die razend drukke zaterdagmiddag. Je kunt beter kiezen voor een rustig moment.

Beweging is erg belangrijk als je COPD hebt. Hoe actiever je bent, hoe verder je ademhalingsklachten kunnen verminderen. Beweging zorgt namelijk voor een betere conditie. En je spiercellen leren zo om te gaan met minder zuurstof. Dat betekent dat je met minder zuurstof meer kunt ondernemen. In eerste instantie kan het je tegenvallen om actiever te worden. Het betekent dat je op korte termijn meer last krijgt van benauwdheid. Maar na een paar weken zul je merken dat je je beter voelt en dat de kortademigheid vermindert.

Plan verder je activiteiten in op die momenten waarop je je over het algemeen het fitst voelt. Kortom: houd bij je dagelijkse bezigheden rekening met je eigen fysieke grenzen.

Vervelende benauwdheid Wie weet heb je daardoor het idee dat je nu weinig meer kunt ondernemen. Of heb je de neiging veel minder te gaan bewegen, omdat dat nou net voor die vervelende benauwdheid zorgt. Het goede nieuws is dat je ook met COPD een prima leven kunt leiden. Het is alleen wel nodig om je tempo en dagindeling aan te passen. Hiernaast vind je een paar tips die je helpen om zo goed mogelijk met COPD om te gaan.

Pas je omgeving aan 30 minuten Hoeveel je kunt bewegen, is moeilijk te zeggen. Dat ligt aan je conditie en de ernst van je aandoening. Het kan een idee zijn om te gaan wandelen, zwemmen of fietsen. Om eens langere wandelingen te gaan maken met de hond. Of voortaan de trap te nemen in plaats van de lift. Je hoeft in ieder geval niet opeens heel intensief te gaan sporten. Als je maar beweegt, op je eigen manier en niveau. Andere geschikte sporten zijn badminton, golf en yoga.

Het is een gezond uitgangspunt om minimaal een half uurtje per dag actief te zijn. Je kunt dit langzaam opbouwen, begin bijvoorbeeld met tien minuten per dag en voeg hier steeds meer tijd aan toe. Vergeet daarbij niet je medicijnen volgens voorschrift in te nemen, want daardoor krijg je meer ademruimte waardoor je langer kunt blijven bewegen.

Ook aanpassingen in je huis kunnen zorgen dat je minder klachten hebt. Zorg bijvoorbeeld dat je overal gemakkelijk bij kunt, zodat huishoudelijke klusjes minder vermoeiend zijn. Omdat je luchtwegen extra gevoelig zijn, kun je stoffige ruimtes en producten als sterke parfum maar beter vermijden. Neem liever een douche dan een bad, want in en uit bad klimmen vergt veel energie.

Maak een dagindeling Nog iets wat je kan helpen om zo min mo-

Auteur: Chantal van der Leest van gezondheidsnet.nl

profiel

Multidisciplinaire aanpak van longziekten De multidisciplinaire aanpak van longziekten werpt vruchten af. Het overleg strekt zich breed uit. Het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen is actief als het gaat om de multidisciplinaire aanpak van allerlei aandoeningen aan de longen. “We vinden als longartsen dat elke patiënt die mogelijk gebaat is bij een multidisciplinaire aanpak, deze ook moet krijgen. Hiervoor hebben

CWZ vindt veel overleg plaats met de huisartsen. “We hebben als longartsen onze zorg zo goed mogelijk afgestemd op de vraag van huisartsen en patiënten. Huisartsen zijn steeds beter in staat de regie te voeren over COPD patiënten. Wij willen inspelen op deze trend. Het is belangrijk om

lyse. Hierbij wordt een patiënt gedurende een dagdeel in kaart gebracht met behulp van longfunctie onderzoek en consult bij de longverpleegkundige, longarts, fysiotherapeut en andere paramedici. De zorg blijft daarna meestal bij de huisarts. “We nemen de zorg niet over, maar brengen de COPD patiënt multidisciplinair in kaart.”

longrevalidatie opgezet, waarin dezelfde paramedici participeren.”

Longkanker Voor longkanker bestaat in het CWZ een logistiek geoptimaliseerde keten van diagnostiek en behandeling, waarbij alle nieuwe patiënten wekelijks in een MDO worden besproken.

Anderhalve lijnszorg

De maatschap longziekten van het CWZ.

we nieuwe MDO’s [Multi Disciplinair Overleg] geïnitieerd en bestaande aangepast”, vertelt longarts dr. Rob Janssen. Vanuit het

de zorg in het ziekenhuis aan te laten sluiten op de zorg die de huisarts levert.” Het CWZ biedt bijvoorbeeld COPD-dagana-

Door de intensieve samenwerking ontstond de anderhalve lijnszorg. Dr. Julius Janssen: “We willen meewerken om de zorg voor de COPD patiënt zo dicht mogelijk bij huis te houden en toch de optimale zorg te bieden. Als longarts zien we in enkele huisartsenpraktijken de ‘ingewikkelde’ longpatiënt samen met de huisarts. We voorkomen hier vaak mee dat de patient naar het ziekenhuis hoeft te komen. Of hij hoeft dan alleen nog te komen voor bijvoorbeeld een fietstest, wat een fysiotherapeut graag heeft voordat een longreactivatie gestart wordt.” COPD-patiënten die worden opgenomen met een exacerbatie (longaanval) komen in het CWZ in het Zorgpad COPD terecht. Hierbij worden paramedici geconsulteerd en patiënten wekelijks besproken in het MDO COPD. Dr. Rob Janssen: “Daarnaast hebben we in het CWZ een multidisciplinaire poliklinische

Slaapcentrum De KNO-artsen, longartsen en neurologen van het CWZ hebben samen het Slaapcentrum CWZ Nijmegen opgericht om slaapproblemen multidisciplinair aan te pakken. Voor het bepalen van de juiste behandeling van slaapapneu en snurken is vaak zowel een goede analyse van de long- als KNO-arts noodzakelijk. Daarnaast blijken patiënten die verwezen worden met verdenking slaapapneu, soms een andere, bijvoorbeeld neurologische slaapaandoening te hebben. Dan is het wel prettig dat in het Slaapcentrum CWZ ook deze patient verder geholpen kan worden. Verder participeren gecertificeerde tandartsen uit de regio in het centrum voor het vervaardigen van MRAs (anti-snurkbeugels). Deze multidisciplinaire benadering van slaapgeneeskunde is uniek voor de regio Nijmegen.


profiel

13

Vaatkeurmerk winst voor patiënt Hoe weet je waar de kwaliteit van de behandeling van aandoeningen aan bloedvaten goed is? Hetty’s vader tobt al jaren met hart- en vaatproblemen, waaronder een groter wordend aneurysma (een plaatselijke verwijding van een slagader). Haar vader, patiënt bij een regionaal ziekenhuis, had een goede band met zijn vaatchirurg opgebouwd. De vaatchirurg adviseerde een operatie voor haar 87-jarige vader. Ondanks zijn andere hart- en vaataandoeningen zou deze operatie volgens de vaatchirurg geen problemen op moeten leveren. Toch besloot Hetty verder te kijken dan haar neus lang was en raadpleegde het Vaatkeurmerk van De Hart&Vaatgroep, de patiëntenvereniging voor mensen met een hart- en vaataandoening.

Kwaliteitscriteria Annemarie Auwerda, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep vertelt dat het Vaatkeurmerk zich richt op de kwaliteit van behandelingen van aandoeningen in de slagaders van benen, bekken, buik, aorta en hals. “Om in aanmerking te komen voor het keurmerk moet het ziekenhuis aan een aantal kwaliteitscriteria voldoen. Deze criteria heeft De Hart&Vaatgroep opgesteld in nauwe samenwerking met de beroepsgroepen: vaatchirurgen, inter-

ventieradiologen, vasculair internisten en vaatverpleegkundigen.”

Second opinion Hetty: “Het bleek dat het regionale ziekenhuis wel een Vaatkeurmerk heeft, maar we konden ook zien dat dit ziekenhuis veel minder van dit soort operaties doet dan het academische ziekenhuis in de buurt. Het moeilijke was om mijn vader te overtuigen dat hij voor een second opinion moest gaan, omdat hij dit vervelend vond voor zijn behandelend arts. Gelukkig kon ik het gesprek met de arts zo sturen dat de arts er zelf over begon, waardoor mijn vader ook overstag ging en we een afspraak konden maken in het academische

ziekenhuis. Wat schetste onze verbazing na het eerste gesprek? De gespecialiseerde vaatchirurg in dit ziekenhuis was bang voor complicaties. Bovendien had hij vraagtekens bij de geconstateerde groei en adviseerde een nieuw onderzoek na een half jaar. Ik, maar zeker ook mijn vader, was blij dat we het Vaatkeurmerk heb geraadpleegd en op grond daarvan een second opinion in een ander ziekenhuis heb aangevraagd.”

Aangescherpt Auwerda vertelt dat het Vaatkeurmerk al een paar jaar bestaat, maar dat begin december van dit jaar de kwaliteitscriteria voor het Vaatkeurmerk zijn aangescherpt

advertentie

NO LEAD. NO POCKET. NO COMPROMISE. We are proud to introduce the Nanostim leadless pacemaker, the world’s first, TM

commercially available leadless pacemaker. St. Jude Medical, the company that delivered the world’s first cardiac pacemaker in 1958, is once again demonstrating how we transform challenges into revolutionary healthcare solutions.

SJMprofessional.com

Rx Only Brief Summary: Prior to using these devices, please review the Instructions for Use for a complete listing of indications, contraindications, warnings, precautions, potential adverse events and directions for use. Unless otherwise noted, ™ indicates that the name is a trademark of, or licensed to, St. Jude Medical or one of its subsidiaries. ST. JUDE MEDICAL and the nine-squares symbol are trademarks and service marks of St. Jude Medical, Inc. and its related companies. © 2013 St. Jude Medical, Inc. All Rights Reserved. The Nanostim™ leadless pacemaker is approved for CE Mark.

en voorwaarden zijn toegevoegd. “Een van de nieuwe criteria is dat een ziekenhuis begeleide looptraining door een fysiotherapeut moet aanbieden als eerste behandeloptie voor patiënten met etalagebenen. Een andere verandering is de eis dat het in elk ziekenhuis mogelijk moet zijn om afspraak en (niet-invasieve) onderzoeken op één dag te doen; ook moet een ziekenhuis meedoen aan de kwaliteitsvisitatie en kan De Hart&Vaatgroep de conclusies van die kwaliteitsvisitatie inzien. Verder zien patiënten of een ziekenhuis de spoed-vaatchirurgie goed geregeld heeft: een Vaatkeurmerk-ziekenhuis heeft dagelijks en in de weekenden een endovasculair specialist (=vaatchirurg e/o een interventieradioloog) beschikbaar voor acute vaatzorg. “

Check Heeft u een vaatprobleem, een aandoening in de slagaders van benen, bekken, buik, aorta en hals? En wordt u door uw huisarts doorverwezen voor behandeling in een ziekenhuis? Kijk dan eerst op www. hartenvaatgroep.nl/kiesuwvaatzorg. Daar kunt u bekijken welke ziekenhuizen bij u in de buurt een Vaatkeurmerk hebben.


14

van de redactie

Je hart en longen werken samen Maar wat als het mis gaat in die samenwerking? Het hart, de bloedvaten en het bloed vormen een transportsysteem in ons lichaam. De belangrijkste functie van dit systeem is de lichaamscellen voorzien van zuurstof en voedingstoffen en het verwijderen van afvalstoffen. Het hart, de bloedvaten en het bloed werken niet op zichzelf, maar in samenhang met andere systemen van het lichaam. De hoofdfunctie van het hart is bloed door het lichaam pompen. Met het bloed komen ook de cellen mee die ziekteverwekkers kunnen uitschakelen.

schieten naar de longen. Het vaatbed in de longen neemt af, hierdoor krijgt de rechterhartkamer het moeilijker en functioneren de longen minder.”

Bloedverdunners Een benauwd gevoel, pijn op de borst tijdens het ademhalen, een verhoogde hartslag en bloed ophoesten zijn veel voorkomende symptomen bij een longembolie. Meestal verdwijnt de longembolie met medicijnen. Maar het risico bestaat dat zich nieuwe stolsels vormen. Dan krijgt de patiënt bloedverdunners. Om het risico op een longembolie is te verkleinen wordt geadviseerd genoeg te bewegen, niet te roken, een gezond gewicht na te streven en voldoende water te drinken.

Samenwerking hart en longen In de longen neemt het bloed zuurstof op. Je hart pompt het zuurstofrijke bloed naar alle cellen in het lichaam. Die hebben zuurstof nodig om energie uit de voedingsstoffen in het bloed te halen. Die energie hebben ze nodig om te kunnen werken. Als cellen werken, komt kooldioxide vrij als afvalstof. Dat wordt via het bloed teruggevoerd naar de longen. Daar adem je het uit. Maar wat als het mis gaat in de samenwerking? Drs. Michel Versteegh, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (NVT) en thoraxchirurg in het LUMC: “De meest voorkomende ziekte aan het hart is kransslagadervernauwingen, een proces waarbij cholesterolophopingen ontstaan onder de binnenbekleding van de kransslagaders van het hart.”

Bloedklonter Door de vernauwingen in de bloedvaten kan de bloedstroom worden belemmerd. Als zich op zo’n vernauwing een bloedklonter vasthecht, dan kan de opening van het bloedvat plotseling verstopt worden. Met een hartinfarct als gevolg.“ Als je kransslagaders zijn vernauwd, kan de cardioloog een andere levenswijze en medicijnen voorschrijven. Als dat niet helpt, kan hij of zij een dotter- of stentbehandeling geven of een combinatie hiervan. Als dat allemaal niet helpt, er meer dan één vernauwing te zien is en de patiënt vaak pijn op de borst voelt, komt een bypassoperatie in beeld.”

Landelijke registratie De NVT, de Wetenschappelijke Vereniging voor cardio-thoracaal chirurgen, werd opgericht met als doel ‘het bevorderen van de ontwikkeling der thoraxchirurgie in de ruimste zin van het woord’. Sinds januari 2007 registreren alle hartchirurgische centra van

C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

Boezemfibrilleren

Nederland de verrichtingen bij alle volwassen patiënten in het landelijke registratiesysteem van de NVT, inclusief de risico-gewogen sterftecijfers. Dat is belangrijk voor de kwaliteitsbewaking en -verbetering.“ Door zorgvuldige analyse van de gegevens hebben we aangetoond dat het maken van ranglijstjes niet zinvol is; op dat soort lijstjes wisselen de centra in de opeenvolgende jaren voortdurend van plaats. Wel is een landelijk gemiddelde sterfte berekend, waaraan alle centra zich kunnen spiegelen.”

Toetsbaar “Het risicoclassificatiesysteem is geschikt voor groepen van patiënten en niet voor de individuele patiënt. Als de conditie van de patiënt niet meegenomen wordt, dan heeft het registreren van sterfte geen waarde.” Voor de toekomst wil Versteegh graag met beroepsgenoten ook tot criteria komen om de keuze voor behandelingen te stroomlijnen en vast te leggen. “Bijvoorbeeld in het geval van bypasschirurgie: bij welke patiënt wordt met slagadermateriaal omgeleid en bij welke wordt het een combinatie met adermateriaal uit het been? Of: onder welke omstandigheden gaan we de hartklep repareren in plaats van vervangen? Hierover willen we afspraken maken en richtlijnen opstellen om het toetsbaar te maken.”

Trombose Ons systeem van bloedstolling is bedoeld om bloedverlies bij verwondingen te voorkomen. Als het systeem in werking treedt zonder dat sprake is van een bloeding, dan ontstaat in het bloedvat een bloedstolsel. Dit bloedstolsel noemen we trombose. Trombose heeft tot gevolg dat het bloedvat, een ader of een slagader, ter plekke of verderop in de bloedsomloop helemaal of gedeeltelijk wordt afgesloten. Trombose ontstaat doordat op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats bloedstolling plaatsvindt.

Boezemfibrilleren is een veel voorkomende hartritmestoornis, vooral op oudere leeftijd. Het komt vaker voor bij mannen dan vrouwen. In Nederland hebben ongeveer 250.000 mensen boven de 55 jaar boezemfibrilleren. Meer dan vijftien procent van de 85-plussers heeft er last van. Het hartritme en de snelheid van het kloppen van het hart wordt aangestuurd door elektrische prikkels, afgegeven door de sinusknoop in het hart, in de rechterboezem. Bij boezemfibrilleren is sprake van een verstoring van de prikkelgeleiding in het hart. Dit veroorzaakt een onregelmatige samentrekking van de boezems in het hart en een veranderde bloedstroom.

Risicofactoren Longembolie Bij een longembolie zit een bloedvat naar de longen toe of een bloedvat in de longen verstopt. Daardoor komt er minder zuurstof in het bloed terecht. De longslagader loopt van het hart naar de longen. Onderweg splitstde longslagader zich in steeds dunner wordende takken. De longslagader vervoert bloed waar weinig zuurstof in zit naar de kleinste vaten rondom de longblaasjes. Daar neemt het bloed zuurstof op. Het zuurstofrijke bloed gaat vervolgens via de longader naar het hart en wordt van daaruit rondgepompt door het lichaam.“ De afsluiting bestaat vrijwel altijd uit een bloedstolsel elders uit het lichaam. Bijvoorbeeld als iemand lange tijd bedlegerig is geweest, dan kan een stolsel uit het bovenbeen los-

“Je hart pompt minder efficiënt en er kunnen stolsels ontstaan. Als medicatie niet mogelijk is, kan de cardioloog het soms via een katheter behandelen of anders de hartchirurg via een operatie. Dat gebeurt tegenwoordig op minimaal invasieve wijze. ”Naast leeftijd zijn er andere risicofactoren voor het krijgen van boezemfibrilleren: aanwezige hartproblemen, hoge bloeddruk, diabetes, chronisch obstructief longlijden, slaapapneu, schildklierafwijkingen en alcoholgebruik. Als boezemfibrilleren in de familie voorkomt, vergroot dat ook het risico om het te krijgen.“Afhankelijk van de persoonlijke situatie van de patiënt wordt een behandeling gekozen”, aldus Versteegh.

Auteur: Annemiek de Waard

Stoppen met roken moeilijk... Neem een Cigy

Met een e-sigaret wordt het een stuk eenvoudiger. De e-sigaret is een gezonder alternatief voor de gewone tabaksigaret. U heeft grip op uw nicotineverslaving zonder de overige schadelijke stoffen die in tabaksigaretten zitten te inhaleren. U komt van uw nicotineverslaving af door het nicotinegehalte langzaam te verlagen. Wereldwijd zijn er miljoenen mensen gestopt met roken dankzij de e-sigaret. Eenvoudiger kan niet. Lees meer op www.Cigy.nl en maak gebruik van de kortingcode: Cigy141

Stoppen met roken begint met een Cigy

5% korting met code:

CIGY141 www.cigy.nl (tot 31-01-14)

www.cigy.nl

18


profiel

15

Zelfmanagement bij trombose De trombosediensten zetten zich in voor zelfmanagement. Dat heeft de nodige voordelen. Al decennialang is de trombosedienst een rots in de branding voor iedereen die antistollingsmiddelen gebruikt. Veel van deze mensen komen met regelmaat naar de trombosedienst om zich te laten prikken en hun bloedwaarden te laten bepalen. Eventueel kan dan de dosering antistollingsmiddelen aangepast worden. Het grote voordeel van deze manier van werken is therapietrouw: door de spreekwoordelijke stok achter de deur van de trombosedienst zorgen velen er voor dat ze hun antistol-

chronische patiënten leidt tot een grotere betrokkenheid van de patiënt bij de behandeling. Binnen de trombosedienst bestaat zelfmanagement eigenlijk al heel lang”, vertelt ze. Mensen die antistollingsmiddelen gebruiken, krijgen in dat geval na een korte opleiding bij de trombosedienst een soort mini-lab mee naar huis, waarmee ze op heel eenvoudige wijze zelf hun bloedwaarden kunnen bepalen. “Het is een eenvoudige manier van zelfmanagement. Maar de patiënt communiceert over zijn of haar

dienst van Star-MDC nog meer ingezet op zelfmanagement. “Puur omdat de medische resultaten beter zijn. Mensen die zelf meten zijn door hun hoge mate van betrokkenheid beter ingesteld. Ongeveer 25 procent van onze patiënten doet nu aan zelfmanagement”, vertelt Heidi van den Brink. Dat percentage lijkt misschien laag, maar het gaat hier vaak om oudere patiënten die niet allemaal even handig op de digitale snelweg navigeren. Opvallend is dat het de professionals van de trombosediensten zélf moeite kost om patiënten te overtuigen over zelfmanagement. “De vraag om zelfmanagement moet vaak nog vanuit de patiënt zelf komen. De professionals vinden het soms lastig om de verantwoordelijkheid en zorg te delen, of zien het als een bedreiging van hun werk in plaats van een verschuiving. Gelukkig gaat dit steeds beter en is het aantal patiënten dat aan zelfmanagement doet in een paar tijd meer dan verdubbeld.”

Maatwerk vinden

Heidi van den Brink is directeur van de trombosedienst van Star-MDC

lingsmiddelen volgens voorschrift innemen. Toch biedt de trombosedienst al geruime tijd zelfmanagement.

Meer gemeengoed Heidi van den Brink is directeur van de trombosedienst van Star-MDC in Rotterdam. Zij ziet dat zelfmanagement in de gezondheidszorg meer en meer gemeengoed wordt. “Dat is niet voor niets. Grote onderzoeken tonen aan dat zelfmanagement bij

aandoening met een professional via een digitale manier en met een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is jammer dat deze vorm van zelfmanagement zo matig bekend is. Het loopt prima en ik geloof zelfs dat we in Nederland op het gebied van zelfmanagement veel van de trombosediensten kunnen leren.”

Betere resultaten De afgelopen jaren heeft de trombose-

Ondanks de bovengenoemde factoren heeft Star-MDC onderzoek gedaan naar factoren die van invloed zijn op wel of niet zelf meten. Conclusie was dat de zelfmanagement-programma’s vooral waren gebouwd rond het overdragen van medische kennis. “Een beetje one size fits all”, noemt Heidi van den Brink het. Maar uit het onderzoek van Star-MDC bleek die maat toch niet iedereen te passen. Het resultaat is dat het programma gewijzigd wordt in meer maatwerk. Sommige patiënten hebben nu eenmaal meer coaching, structuur en/of planning nodig dan anderen. De verwachting is dat dat zal helpen om het aantal zelfmanagement-patiënten te doen toenemen. “Mensen moeten even over het drempeltje.

En het geldt ook dat als ze hebben gezien hoe makkelijk het werkt, ze over de streep zijn.” Overigens wordt het zelfmanagement ook in de ontwikkeling geremd door de kosten, want een eigen mini-lab is vrij duur. De eigen bijdrage van zorgverzekeringen is verhoogd naar € 350,- en dat gaan patiënten in de portemonnee voelen. Maar: “De medische resultaten zijn beter, dat zou vervolgens moeten leiden tot minder complicaties en dus goedkopere zorg. Je zou het dus als zorgverzekeraar eigenlijk moeten belonen dat mensen aan zelfmanagement gaan doen. Nu worden ze tegengehouden door de kosten.”

Andere medicijnen Op dit moment wordt de infrastructuur van de trombosediensten alleen gebruikt voor antistollingsmiddelen en de controle daarop. Maar dat zou ook voor allerlei andere geneesmiddelen ingezet kunnen worden. “Patiënten die bij de trombosedienst lopen, hebben vaak ook andere aandoeningen. We zijn binnen onze organisatie aan het kijken wat we nog meer voor deze patiënten kunnen doen, of via zelfmanagement”, vertelt Heidi van den Brink. “Dat zouden ook de nieuwe antistollingsmiddelen kunnen zijn.”

Meer informatie Star-MDC, waarbij MDC staat voor Medisch Diagnostisch Centrum, bevat onder andere een huisartsenlaboratorium. Daarmee wordt de eerstelijn ondersteund in de diagnostiek. De trombosedienst die aan Star-MDC is verbonden is de grootste van Nederland.

profiel

Samenwerking in de zorg voor chronisch zieken Waar vinden eerste en tweede lijn elkaar? Welke knelpunten ervaar je in de zorg voor chronisch zieken? Klinisch psycholoog dr. Jan Vercoulen: “Voor mensen met een chronische ziekte, zoals COPD, is niet alleen medicatie maar ook leefstijl erg belangrijk. Stoppen met roken, meer bewegen, therapietrouw. Het blijkt voor huisartsen lastig om deze leefstijlverandering bij patiënten te bewerkstelligen. Ondertussen blijven patiënten wel komen met nieuwe of steeds heftigere klachten. Er is sprake van exacerbaties en rijzende frustratie. Patiënten lopen als het ware vast in hun dagelijks leven.” Hoe kunnen huisartsen en zorgspecialisten samenwerken? “Bij chronische ziekten ligt de focus vaak op de aandoening. Maar het besef is dat

de patiënt ook klachten en beperkingen ervaart die de kwaliteit van leven verminderen. De ernst van de aandoening blijkt nauwelijks gerelateerd te zijn aan deze klachten en beperkingen, die worden namelijk vaak bepaald door gedrag. De samenwerking tussen eerste en tweede lijn bij gedragsverandering staat nog in de kinderschoenen, maar heeft onze grote aandacht.” Wat gebeurt er op het UCCZ Dekkerswald? “Het UCCZ is een expertisecentrum op het gebied van chronische ziekten en ondersteunt de huisarts met een analyse van de patiënt door verschillende disciplines en het opstellen van een uniek behandeladvies. De voorkeur gaat hierbij uit naar behandeling in de eerste lijn, met de huisarts

als hoofdbehandelaar. Maar in geval van hoge complexiteit is een traject in de tweede lijn of een intensief revalidatietraject de juiste keuze. Een team van acht disciplines heeft veel expertise voor verbetering van de fysieke aandoening, maar ook voor adaptatie aan de ziekte en gedragsverandering. Het resultaat is een betere kwaliteit van leven.” Welke vragen leven onder huisartsen? Huisarts dr. Robbert Behr: “Het is goed om een patiënt te kunnen verwijzen naar tweede of derde lijn. Na behandeling en verbetering kunnen patiënten weer behandeld worden in de eerste lijn. Zo ontstaat een dynamisch transmuraal geheel. Het is belangrijk om de therapie vanuit de eerste en tweede lijn goed op elkaar af te

stemmen. Maar waar vinden we elkaar en elkaars expertise? Om daar antwoord op te krijgen organiseren we in 2014 gezamenlijk korte scholingssessies op Dekkerswald, vlakbij Nijmegen.”

Meer informatie www.uccz.nl info@uccz.nl / 024-6859284


16

expertbijdrage

Goed inhaleren van medicatie van groot belang Voor mensen met een chronische longziekte is inhalatiemedicatie erg belangrijk. Voor de naar schatting één miljoen mensen met een chronische longziekte in Nederland vormt inhalatiemedicatie een belangrijk onderdeel van de dagelijkse medicamenteuze zorg. Inhalatiemedicatie is een gecombineerde behandeling die bestaat uit het medicament en een inhalator. Het succes van deze behandeling hangt in belangrijke mate af van een juiste wijze van inhaleren. In de praktijk blijkt juist dat het goed inhaleren moeilijk en dat het afhankelijk is van verschillende factoren.

Verschillende instructies Een van de oorzaken van de problemen met goed inhaleren is dat in de praktijk patiënten verschillende instructies kunnen ontvangen over het gebruik van hun inhalator. Dit leidt tot een afname in de motivatie en veroorzaakt verwarring. Hierdoor ontvangen de patiënten niet alle voordelen van de medicamententen. Daarom is het belangrijk dat patiënten die inhalatiemedicatie nodig hebben juist én met regelmaat geïnstrueerd worden. Om dit te bereiken is het essentieel dat de verschillende be-

roepsgroepen die de patiënten instrueren bekend zijn met de juiste inhalatieprotocollen en dat deze eenduidig zijn. Met andere woorden: elke zorgverlener geeft dezelfde instructies aan de patiënt en is hierin getraind. Vervolgens is het van belang dat patiënten juiste en op hun behoefte afgestemde informatie kunnen vinden.

Landelijke infrastructuur Daarom heeft de Long Alliantie Nederland in het kader van het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL) het initiatief genomen om de Landelijke infrastructuur eenduidige inhalatie instructie te ontwikkelen. Er is een brede werkgroep ingesteld met daarin afgevaardigden van het Longfonds en uiteraard van de bij inhalatie-instructie betrokken beroepsgroepen, zoals een longarts, huisarts, longverpleegkundige, praktijkverpleegkundige, kinderlongarts, apotheker en longfunctie analist. In nauwe samenwerking met Stichting Inhalatie Medicatie Instructie School (IMIS), Kwaliteitskring NODE (namens de KNMP), de Tjongerschans (namens de V&VN Longverpleegkundigen) en het Longfonds zijn de eenduidige inhalatieprotocollen opge-

steld. De wetenschappelijke onderbouwing is verzorgd door de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie van de Rijksuniversiteit Groningen. Vervolgens zijn de inhalatieprotocollen geautoriseerd binnen de LAN. Zorgverzekeraar VGZ heeft meegedacht over hoe het gebruik van de nieuwe instructies in te passen in de afspraken met de zorgverleners en heeft inhoudelijk en financieel bijgedragen aan het project.

Website in januari Om de Landelijke infrastructuur voor zowel patiënt en zorgverlener en andere belanghebbenden toegankelijk te maken wordt 10 januari 2014 de website www.inhalatorgebruik.nl gelanceerd. Op deze website zijn de geautoriseerde inhalatieprotocollen en passende instructiefilms te vinden. Kort daarop volgen de patiëntenmaterialen. Het streven is om alle inhalatoren te voorzien van een eenduidig protocol, goede instructiefilm en patiëntenmaterialen. De ontwikkeling van de website www.inhalatorgebruik.nl is oorspronkelijk een initiatief van AstraZeneca, Boehringer Ingelheim en GlaxoSmithKline geweest. Als lidorga-

nisaties van de LAN zijn gaandeweg de handen ineen geslagen en is deze website het middel geworden om de Landelijke infrastructuur eenduidige inhalatie instructie voor alle belanghebbenden toegankelijk te maken. De LAN adviseert iedereen die met inhalatiemedicatie te maken heeft, de website www.inhalatorgebruik.nl in hun dagelijkse werk te gebruiken en te adviseren naar hun patiënten. Houd de website goed in de gaten, want er worden met regelmaat nieuwe protocollen en materialen gepresenteerd!

advertentie Advertorial

Mensen met astma of COPD kunnen 365 dagen per jaar, begeleid door

AstraZeneca heeft een servicepakket ontwikkeld om het zorgproces te optimaliseren, genaamd 'Een Gezonde Praktijk’. Het uiteindelijke doel van 'Een Gezonde Praktijk’ is het bereiken van een duurzaam behandelresultaat en juist gebruik van medicijnen. Daarnaast levert ‘Een Gezonde Praktijk’, in samenwerking met andere zorgpartijen, een bijdrage aan innovatie en aan kwalitatief betere gezondheidszorg.

de zorgverlener, aan zelfmanagement doen. Zo’n actieve rol geeft meer controle over de chronische aandoening

1

en heeft een positief effect op het managen van verslechteringen. Het managen van longaanvallen (exacerbaties) is cruciaal voor het verhogen van de kwaliteit van leven en het verlagen van de zorgkosten.2

1 Zorgstandaard COPD, 2012. www.longalliantie.nl/zorgstandaard-copd. 2 Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten, www.longalliantie.nl.

health connects us all

Een Gezonde Praktijk • Thema’s. Het servicepakket biedt toepassingen in alle fasen van de Zorgstandaarden en bestaat onder meer uit: juiste diagnose, inhalatie-instructie/-technologie, zelfmanagement waaronder exacerbatiemanagement en ondersteuning van integrale zorg. • Ondersteuning voor de praktijkvoering. Zo zijn voor ‘Een Gezonde Praktijk’ materialen ontwikkeld met als doel longaanvallen te reduceren én te voorkomen, en bewegen (reactivatie) te bevorderen. De materialen maken het zorgverleners mogelijk mensen met astma of COPD te ondersteunen, zodat zij hun chronische aandoening kunnen inpassen in hun dagelijks leven en persoonlijke doelen kunnen realiseren.

Digitale initiatieven voor mensen met astma of COPD en zorgverleners Longpas app

Met de Longpas app kunnen mensen met astma of COPD op een laagdrempelige manier aan de conditie van hun longen werken. www.facebook.com/longpas

Longmagazine app

Informatief e-magazine over longaandoeningen voor mensen met astma of COPD. Praktische tips wat mensen zelf kunnen doen. www.longmagazine.nl

‘Een Gezonde Praktijk’ is een ondersteuning van AstraZeneca bij bredere bedrijfsvoering en optimalisatie van de zorgpraktijk


advertorial

17

Een gezonde zuur-base evenwicht van het lichaam heeft een gunstige invloed op de gezondheid Ondersteun uw lichaam in het verkrijgen van een verantwoorde zuur-base balans. Uw zuur-base evenwicht Een gezonde zuur-base evenwicht van het lichaam heeft een gunstige invloed op de gezondheid.

V

alkaline water

Nu met 10% korting.

Van nature heeft ons lichaam een licht alkalische (basische) zuurgraad. Om dit te behouden wordt een voedingspatroon aanbevolen met een basenoverschot. De verhouding 80% basenvormende en 20% zuurvormende voeding wordt algemeen aangenomen als een goede verhouding. Het gemiddelde westerse voedingspatroon voorziet nog maar slechts in geringe mate basenvormende voedingsstoffen. We eten te veel verkeerde vetten, suikers, junkfood. Bovendien bevat onze huidige voeding steeds minder basenvormende mineralen.

Vayuvit

®

Gebruik de kortingscode:

PM10

(t/m 31 januri 2014)

Kortingscode alleen te gebruiken op:

www.Vayuvit.nl

Dit wordt mede veroorzaakt door verschraling van landbouwgronden en door de wijze waarop ons voedsel bewerkt wordt. Daarnaast is verzuring een natuurlijk proces ten

gevolgen van stofwisseling en van het ouder worden. Na het 40ste levensjaar wordt er minder bicarbonaat door het lichaam aangemaakt. Deze stof heeft het lichaam nodig om zuren te neutraliseren. Er is nu grote kans op verzuring van het lichaam. Er komen immers meer zuren bij dan er geneutraliseerd worden. En verzuring van het lichaam draagt niet bij aan een gezonde zuur-base balans.

pels. 3 druppels toegevoegd aan een glas water geeft u een glas sterk alkaline water met een hoge pH-waarde, +pH9. Hiermee ondersteunt u het lichaam opgebouwde zuren te neutraliseren en nieuwe verzuring tegen te gaan. Een goede zuur-base balans is onder meer voor behoud van sterk botten en goed voor een soepele spier- en gewrichtsfunctie.

Geef uw zuur-base evenwicht een alkaline boost.

Vayuvit pH-druppels

Vayuvit pH-druppels is ter ondersteuning van een gezonde zuur-base balans door zuren te neutraliseren. Een zurenoverschot zorgt voor verzuring en is onwenselijk. Bij verzuring is ontzuren noodzakelijk. Ontzuren gaat eenvoudig met Vayuvit pH-drup-

Vayuvit pH-druppels bestaat uit de volgende ingrediënten: Aqua Purificata RO, kaliumbicarbonaat, kaliumhydroxide, natriumhydroxide, calcium, magnesium, selenium, zink en meer dan 70 sporenelementen. 1 flesje Vayuvit pH-druppels bevat 50ml (ca.1200 druppels) en gaat ca. 10 weken mee.

advertorial

Ketenzorg met Lifenet® system Een patient met een hartinfarct dient snel in het ziekenhuis te worden behandeld, misschien dient er zelfs een stent te worden geplaatst in de kransslagader. Gegevens, zoals een 12 lead ECG, kunnen snel en veilig via een LIFEPAK ® monitor/defibrillator bij de patient thuis worden verzonden naar een LIFENET® ontvangstsysteem in het ziekenhuis en de dienstdoende cardioloog kan zelfs op zijn Iphone worden geconsulteerd voor een diagnostisch 12 lead ECG. Dat is LIFENET®SYSTEM, een uitgebreid cloud-based netwerk, dat ambulance- en ziekenhuisdata moeiteloos mobiliseert om de efficiëntie binnen de zorgketen te verbeteren, zodat de zorgteams sneller kun-

tuatie waarin de patiënt zich bevindt, zodat de overgang van de plaats van het ongeval naar de ambulance en het ziekenhuis snel en probleemloos verloopt.

nen beginnen met de behandeling, immers iedere seconde telt. LIFENET®SYSTEM is operationeel voor zowel ziekenhuizen en ambulancediensten in o.a. de regio’s Amsterdam, Alkmaar, Leiden, Den Haag en Eindhoven. LIFENET®SYSTEM is een product van Physio-Control die zich al meer dan 54 jaar richt op de acute hulpverlening en is een toonaangevende ontwikkelaar van producten voor het monitoren of behandelen van patiënten in medische noodsituaties. Physio-Control maakt producten (o.a. LIFEPAK AED’s, LIFEPAK monitoren/ defibrillatoren, LUCAS® thoraxcompressie systeem) voor de gehele medische sector, van ongeoefende hulpverleners tot pro-

Wij noemen deze ketenzorg patiëntenzorg!

fessionele hulpverleners zoals de Nederlandse politie die op alle voertuigen een LIFEPAK ®1000 AED bij zich hebben, en van ambulancemedewerkers tot ziekenhuispersoneel. Al deze producten kunnen worden afgestemd op de medische kennis en ervaring van de hulpverlener en kunnen bovendien worden aangepast aan datgene wat de patiënt nodig heeft en aan de si-

Meer informatie Physio-Control Operations Netherlands B.V. Benelux Sales Office: Galjoenweg 68 6222 NV Maastricht www.physio-control.nl

advertentie

Dit is Lotte en haar hart klopt niet. Zij is namelijk één van

MIJN HART

KLOPT NIET

de 25.000 kinderen met een aangeboren hartafwijking. Per jaar krijgt zij er 1.500 lotgenootjes bij. Dat is in Nederland 1 op de 120 baby’s! Kinderen als Lotte worden hun hele leven achtervolgd door risicovolle openhartoperaties, zenuwslopende hartritmestoornissen, lange ziekenhuisopnames en veel dagelijkse beperkingen. Buitenspelen, sporten of gewoon naar school gaan is voor hen niet vanzelfsprekend. ‘Gewoon kind zijn’ is bijna onmogelijk. Daarom ondersteunen wij van Stichting Hartekind relevant wetenschappelijk onderzoek en activiteiten die bijdragen aan hun dagelijkse kwaliteit van leven. Op school, tijdens sport en bij het spelen. Maar we kunnen dat niet alleen. Daar hebben we ook jou bij nodig!

Giro 4312688


18

advertorial

FreeStyle InsuLinx adviseert diabetespatiënten over juiste insulinedosering Het berekenen van de juiste hoeveelheid toe te dienen insuline is lastig. Maar er is een oplossing. In Nederland zijn er naar schatting meer dan 900.000 mensen met diabetes en onder hen zijn er een groot aantal die één of meerdere keren per dag maaltijdinsuline gebruiken. Voor deze laatste groep gaat het doseren van de dagelijkse insulinebehoefte vaak samen met lastige berekeningen. Deze berekeningen zijn elke keer opnieuw nodig om de juiste dosis maaltijdinsuline te bepalen. Veel mensen hebben moeite met deze berekeningen wat kan leiden tot een onjuiste insulinedosering met mogelijk hypoglykemieën tot gevolg.

maaltijdinsuline behoort dankzij FreeStyle InsuLinx tot de verleden tijd. De gebruikerservaringen zijn tot nu toe erg positief. “Ik was bijna vergeten dat ik diabetes heb.” “Lastige berekeningen behoren nu tot het verleden.” “Het is zo fijn dat hij het voor mij uitrekent.” “Ik voel mij nu een stuk beter en hypo’s heb ik sinds de start met FreeStyle InsuLinx niet meer gehad.”

advertentie

Blood Glucose Monitoring System

Voor alle informatie met betrekking tot dit unieke systeem kunt u terecht bij uw diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner, zij helpen u graag verder. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met de klantenservice van Abbott Diabetes Care via het (gratis)

Schatting Uit een onafhankelijk gepubliceerde studie bleek dat slechts 41% van de insulineafhankelijke patiënten op basis van koolhydrateninname en bloedglucosewaarde een aangepaste insulinedosering kon berekenen.1 Onderzoekers concludeerden dat de meerderheid van deze groep een schatting maakt van de benodigde hoeveelheid insuline. Specifiek voor deze grote groep patiënten heeft Abbott Diabetes Care het FreeStyle InsuLinx systeem ontwikkeld. Dit unieke systeem geeft een advies over de juiste insulinedosering door

Meer informatie

middel van een ingebouwde calculator en een geïntegreerde bloedglucosemeter. FreeStyle Insulinx wordt bediend met behulp van een zeer eenvoudig touchscreen.

Juiste berekening

telefoonnummer 0800-0228828.

Eerste ervaringsonderzoek met FreeStyle InsuLinx laat een zelfde beeld zien: 95% van de diabetesverpleegkundigen geeft aan dat patiënten met FreeStyle InsuLinx beter in staat zijn de juiste insulinedosering te berekenen. Verder geeft 93% van de type twee patiënten aan dat FreeStyle InsuLinx een positief effect heeft op de kwaliteit van leven.2

Daarnaast is alle informatie ook terug te vinden op de website www.freestyle-insulinx.nl.

Referenties 1. Cavanaugh K. et al.: Association of numeracy and diabetes control.

Positief FreeStyle InsuLinx berekent het advies op basis van onder andere de bloedglucosewaarde en andere behandelgegevens die zijn ingesteld door de diabetesverpleegkundige of praktijkondersteuner. Het schatten van de juiste hoeveelheid

Bent u zelf diabetespatiënt, gebruikt u minimaal één of meerdere keren per dag maaltijdinsuline en heeft u ook moeite met het voortdurend moeten berekenen van de juiste dosering maaltijdinsuline, dan is FreeStyle InsuLinx wellicht ook voor u een ideale oplossing.

Annals of Internal Medicine, Vol.148, no.10 May 2008. 2. Gegevens beschikbaar Abbott Diabetes Care, FreeStyle InsuLinx EMEA Observational Survey, November 2011.


advertorial

19

Diabetes? 5 tips over uw zorgverzekering Diabetesvereniging Nederland adviseert: kijk kritisch! Mag ik volgend jaar mijn eigen bloedglucosemeter houden? Krijg ik de pedicure nog vergoed? Dat zijn relevante vragen wanneer u diabetes heeft. In 2014 gaat er veel veranderen op het gebied van zorgverzekeringen. De hoogte van het eigen risico gaat omhoog, het tarief van de basisverzekering gaat omlaag, maar verzekeraars beperken de vergoedingen in het aanvullende pakket. Het is verstandig goed te kijken naar uw zorgverzekering, zeker bij diabetes.

vinden we daarbinnen een groot goed voor mensen met diabetes. Als zorgverzekeraars die willen beperken, komen we in actie.” Diabetesvereniging Nederland raadt mensen aan om kritisch te kijken naar het aanbod van hun zorgverzekeraar voor 2014. Let vooral op welke diabeteshulpmiddelen u vergoed krijgt, waar u behandeld wilt worden en wat u aanvullend wilt verzekeren.

Keuzevrijheid “Diabetesvereniging Nederland (DVN) houdt de ontwikkelingen rondom zorgverzekeringen goed in de gaten”, legt directeur Olof King uit. “De kwaliteit van de diabeteszorg is voor ons het allerbelangrijkste. Keuzevrijheid

Voordeel Dat dit geen eenvoudige klus is, geeft King volmondig toe. Diabetesvereniging Nederland biedt daarom hulp. Op www.dvn.nl/ zorgverzekeringen vindt u informatie om te gebruiken bij het kiezen van een geschikte zorgverzekering. U kunt bijvoorbeeld uw huidige zorgverzekering vergelijken met andere aanbieders in de Zorgverzekeringvergelijker. Daarnaast biedt DVN haar leden voordeel via collectieve contracten met 7 grotere zorgverzekeraars. Wilt u overstappen naar een nieuwe zorgverzekering, lees dan goed de polisvoorwaarden door. En neem contact op met de zorgverzekeraar als u vragen heeft.

Belangenbehartiging

gen negatieve veranderingen tegen voor mensen met diabetes, meld deze dan bij het Meldpunt Zorgverzekeringen op www.dvn. nl/meldpunt. “Die meldingen kunnen wij gebruiken in onze gesprekken met zorgverzekeraars”, legt King uit. “Want bij veranderingen in de zorg kun je natuurlijk niet om de patiënt heen. Met uw ervaringen kunnen wij nog beter de belangen behartigen van alle mensen met diabetes!”

Meer informatie Diabetesvereniging Nederland Voluit leven met diabetes 033-463 05 66 info@dvn.nl www.dvn.nl/zorgverzekeringen

Komt u in het aanbod van zorgverzekerin-

profiel

Van trombose tot kalknagel In het mooie Limburg staat een sfeervolle privékliniek waar een aantal medisch specialisten intensief samenwerkt. De kliniek van dr. Dinanda Kolbach heeft de krachten heeft gebundeld op het gebied van dermatologie, (plastische) chirurgie, spataderen, gynaecologie, huid- en oedeemtherapie en is gespecialiseerd in het behandelen van het post-trombotisch syndroom. Trombose kan ontstaan na medicatie, operatie, ongeval of spontaan. De symptomen zijn vocht in het been, verkleuringen van het been en uiteindelijk een open been. Dr. Kolbach: “Trombose is in de acute fase te behandelen met medicatie en therapeutisch elastische kousen, die soms langere tijd gedragen moeten worden. Die kousen zijn maatwerk en zelfs in modetinten verkrijgbaar. Mensen die al lange tijd rondlopen met een oedeem of problemen hebben met hun kousen kun-

nen goed bij ons terecht.” Lymfoedeem kan verschillende oorzaken hebben: erfelijke belasting, langdurig bestaande spataderen of als gevolg van een operatie of bestraling bij kanker. Dikke armen of benen zijn vaak het zichtbare gevolg. “In alle gevallen is het zaak tijdig met de juiste oedeemtherapie te starten om de gevolgen van de vochtophoping zo veel mogelijk te beperken.”

Kalknagels Een hot item is het laseren van kalknagels. De kliniek beschikt over een laserapparaat waarmee schimmelnagels effectief kunnen worden bestreden. “Voorheen was geen behandeling mogelijk of medicatie

kleuren in plaats van klinisch wit. Of zoals een bezoeker het verwoordde: ‘De kliniek is als een warm bad, net of je thuiskomt’. Je kunt hier terecht voor behandeling en advies en het wordt ook nog vergoed als je een verwijzing van de huisarts hebt. Ik zou zeggen: kom langs en plak er een gezellig dagje Maastricht aan vast!” die slecht is voor de lever. Wij bieden nu een veilige behandeling met ons laserapparaat, waarbij de huid en nagel gespaard blijft. We voorkomen hiermee medicatie. Het wordt vergoed in onze kliniek als je een verwijzing hebt van de huisarts.” De kliniek vindt een persoonlijke benadering belangrijk. “Er heerst hier een vriendelijke en aangename sfeer, huiskamerachtig met leuke

Meer informatie Dr. Kolbach Kliniek Reinaartsingel 50 6218 AC Maastricht 043-3541911 info@kolbachkliniek.nl www.kolbachkliniek.nl

advertorial

De “R” is weer in de maand. Tijd voor extra vitaminen! Wist u... dat de doorsnee mens van oktober tot april bijna geen of zelfs geen vitamine D aanmaakt en dat deze vitamine D bijdraagt tot de instandhouding van normale botten, tanden en werking van de spieren?

Wist u.... dat gedurende de winterperiode onze energiehuishouding onder invloed van minder bewegen, minder zonlicht en meer consumeren achterblijft ten opzichte van de rest van het jaar?

Wist u...dat Omega-3 vetzuren naast het bijdragen aan de normale werking van het hart eveneens bijdragen tot instandhouding van de normale hersenfunctie?

Orthovitaal® is al meer dan 30 jaar leverancier voor ál Uw vitamine- en voedings-

Wist u.... dat door industrialisatie van onze voeding wij niet genoeg bouwstoffen (vitaminen- en mineralen) tot ons nemen en dat daarom het van belang is dat deze tekorten dagelijks aangevuld worden?

supplementen. Onze producten worden geproduceerd conform HACCP- en/of GMP kwaliteitsrichtlijnen en voldoen aan de laatste EG wetgeving op dit vlak. Bezoek onze website en vind alles op het gebied van gezondheid, lichaamsverzorging en vitaliteit in de ruimste zin van het woord. Voor al Uw persoonlijke vragen staan wij U graag te woord en nemen de tijd om samen met U te zoeken naar de beste oplossing. Bestel via onze website en maak kans op een gratis “R” pakket bestaande uit: - 1 pot Omega-3 visolie - 1 pot Vitamine D3 - 1 pot Multi Energy

Meer informatie www.orthovitaal.nl



Hart&longen