OF AGRI & FOOD


![]()


De mondiale voedselproductie staat op een kantelpunt. De vraag naar vers voedsel groeit, terwijl de omstandigheden voor de productie juist onzekerder worden. Klimaatverandering, geopolitieke spanningen, tekort aan bruikbaar water en stijgende energieprijzen maken landbouw wereldwijd kwetsbaar. Tegelijkertijd neemt door goedkope en vaak gesubsidieerde import van versproducten de druk toe om efficiënter en duurzamer te produceren. Dat dwingt de landbouwsector tot een fundamentele herziening van hoe en waar voedsel wordt geproduceerd.

Steeds vaker wordt, ook buiten Nederland, voedsel geproduceerd in gecontroleerde omgevingen, zoals moderne kassen waarin klimaat, licht, CO2 en water nauwkeurig worden gestuurd. Niet alleen de teelt, maar ook het verdienmodel verandert. Meiny Prins, CEO van Priva, een internationaal technologiebedrijf dat systemen ontwikkelt om klimaat, energie en water in kassen en gebouwen slim te beheren, licht toe: “Met alle klimaatveranderingen is er straks zonder energie geen voedsel meer. Buiten telen wordt onvoorspelbaarder en op veel plekken onmogelijk. Om voedselzekerheid te garanderen moeten we energie en voedselproductie integraal bekijken.”
Energie
In moderne kassen is energie geen randvoorwaarde meer, maar een productiefactor. Klimaat, licht, CO2 en water bepalen direct de opbrengst en kwaliteit van gewassen. “Energie is een integraal onderdeel van het verdienmodel. De kas is niet alleen de plek waar voedsel wordt geproduceerd, maar waar ook
energie wordt geproduceerd, gebruikt, opgeslagen en verhandeld. Daarmee wordt voedselproductie economisch en strategisch relevanter.”
Dit is geen theorie. Nederlandse glastuinbouwbedrijven sturen hun energieproductie en gebruik al jaren flexibel. Belichting en klimaatinstallaties worden aangepast aan prijsschommelingen op de energiemarkt. Op momenten van schaarste kan een kas minder verbruiken en zelfs elektriciteit terugleveren. Daarmee is de sector een belangrijke schakel in het energiesysteem. In een elektriciteitsnet dat steeds meer afhankelijk is van zon en wind groeit de behoefte aan flexibiliteit. Kassen kunnen die bieden doordat zij hun energiegebruik snel kunnen aanpassen.
Koploper
Volgens Prins loopt de Nederlandse sector voorop. Nederland benadrukt graag de economische waarde van hightechindustrie, maar ook de tuinbouw zet internationaal de toon. De combinatie van tuinbouwtechnologie, energie en voedselproductie maakt Nederland een benchmark voor de rest van de wereld.
Modern ondernemen
Deze veranderingen hebben impact op het ondernemerschap en dat is noodzakelijk, want de nieuwe generatie agri-ondernemers is schaars. Om de sector aantrekkelijk te maken voor jonge ondernemers is niet alleen technologie nodig, maar ook perspectief op een financieel gezonde onderneming. Moderne kassen zijn complexe systemen waarin teelt, automatisering, energiebeheer en data-analyse samenkomen. “Vroeger


draaide een bedrijf op ervaring en gevoel. Vandaag sturen ondernemers, naast teeltkennis, op data over energie, klimaat en productie. Dat maakt hun bedrijfsvoering efficiënter, voorspelbaarder, duurzamer en rendabeler.”
Die voorspelbaarheid is cruciaal, ook voor financiers. In veel landen blijft toegang tot kapitaal een obstakel, mede omdat voedselproductie afhankelijk is van levende planten en dus risico’s kent. Data en technologie maken die risico’s beter inzichtelijk.
Naast schaalvergroting ontstaan samenwerkingen van telers die investeren in duurzame energie zoals warmtenetten en geothermie, maar ook in distributie, logistiek, veredeling en gezamenlijke verkoop. Dat verlaagt kosten en maakt nieuwe businessmodellen mogelijk. “Voedselproductie wordt steeds meer een ecosysteemvraagstuk. Optimaliseren vanuit meerdere bedrijven heeft voordelen. Het gaat om hoe energie, technologie en productie samenkomen. Juist daar ontstaan nieuwe verdienmodellen”, aldus Prins.
Minder verspilling
Die integratie leidt ook tot minder voedselverspilling. Wereldwijd wordt al genoeg voedsel geproduceerd om meer dan 10 miljard mensen te voeden, maar veel gaat verloren in transport en distributie. Decentrale productie en verwerking, dichter bij de consument, kan die verliezen beperken. Nederland geldt hierbij als bijzondere casus. Als Nederland een stad zou zijn, is het de nummer één ‘voedselproducerende stad’ van de wereld. De combinatie van kennis, technologie en infrastructuur maakt het mogelijk om voedselproductie, energie en logistiek dicht bij elkaar te organiseren. Daarmee ontstaat
een systeem dat internationaal steeds vaker wordt gezien als blauwdruk voor de toekomst.
Voorsprong
Voor Priva ligt hier een verbindende rol. Het bedrijf ontwikkelt technologie waarmee telers hun energiegebruik, klimaat en watermanagement integraal sturen. Door systemen en data te combineren, ook met software van andere partijen, krijgen ondernemers beter inzicht en kunnen zij hun rendement verhogen.
De inzet is groter dan efficiëntere productie. In een wereld met toenemende onzekerheid groeit de behoefte aan controle over voedsel, water en energie. Decentrale, technologisch ondersteunde ecosystemen bieden een manier om die zekerheid te organiseren. Prins: “De vraag is niet of deze ontwikkeling doorzet, maar hoe snel. Voor Nederland ligt er een kans om zijn voorsprong te verzilveren. Niet alleen als exporteur van technologie, maar als voorbeeld van hoe voedselproductie en energie wereldwijd een nieuw economisch en duurzaam systeem vormen.”
Priva in het kort
Priva ontwikkelt geavanceerde hardware, software en datadiensten voor klimaatbeheersing, energieefficiëntie en duurzaam waterbeheer. Priva is met een omzet van 120 miljoen EUR, 550 collega’s, 15 lokale kantoren en ruim 400 installatiepartners internationaal actief op het gebied van hightech tuinbouw, gebouwautomatisering, watersystemen en energieoplossingen. Duurzaam, efficiënt en met blijvende impact.

In veel voedingsbedrijven is het primaire proces door de jaren heen steeds strakker georganiseerd. Productie, kwaliteit en logistiek krijgen terecht veel aandacht, maar in de documentstromen eromheen zit vaak nog veel handwerk. (E-)facturen, pakbonnen, orderbevestigingen en andere documenten worden op meerdere plekken gecontroleerd, doorgestuurd en opgeslagen. Zolang dat werkbaar blijft, lijkt het geen acuut probleem.

Totdat volumes toenemen, de organisatie groeit of de druk op snelheid, verantwoording en compliance verder oploopt. Juist dan
scansys.eu
wordt zichtbaar hoeveel tijd en aandacht er gaat zitten in processen die eigenlijk ondersteunend zouden moeten zijn. Niet omdat er geen systemen zijn, maar omdat documentstromen hier in de praktijk nog niet altijd goed op aansluiten. In een sector waar traceerbaarheid, kwaliteitsborging en aantoonbare naleving zwaar wegen, is dat een risico dat steeds minder organisaties zich kunnen permitteren.
Meer dan alleen digitaliseren
Volgens Vinçon Estourgie, head of sales bij Scan Sys, zit de uitdaging daarom niet alleen in digitaliseren, maar vooral in het beter beheersbaar maken van processen. “Veel bedrijven hebben hun ERPomgeving en operationele systemen op
orde, maar daaromheen bestaan nog veel losse handelingen. Dan gaat het niet alleen om efficiëntie, maar ook om grip, overzicht en de vraag hoe betrouwbaar en schaalbaar je proces eigenlijk is.”
Scan Sys ontwikkelt sinds 1991 software voor het automatisch uitlezen, verwerken en structureren van documentstromen, gekoppeld aan bestaande ERP-systemen. Daarmee worden documenten onderdeel van een samenhangend proces. Dat maakt het eenvoudiger om informatie terug te vinden, afwijkingen sneller te signaleren en processen consistenter uit te voeren over afdelingen, locaties of zelfs landen heen.
Internationale schaal, lokale beheersbaarheid
Hoe relevant dat is, blijkt ook in de praktijk. Zo werkt Scan Sys samen met een internationale foodproducent actief in gevogelte, convenienceproducten en alternatieve proteïnen. De oplossing werd na een start op één locatie stapsgewijs
Cegeka – Partner Content
De foodsector staat structureel onder druk. Stijgende kosten voor grondstoffen, energie en logistiek, strengere wet- en regelgeving, verstoorde ketens en een krappe arbeidsmarkt zetten producenten continu onder spanning. Tegelijk verwacht de consument transparantie over herkomst en duurzaamheid. Voor producenten betekent dat vooral één ding: beslissingen moeten sneller worden genomen, gebaseerd op feiten én actuele data.

Reinout de Ruiter is global solution manager Food bij Cegeka, dat bedrijven helpt om processen en data digitaal te organiseren. Volgens hem is deze druk niet incidenteel. “Marges staan structureel onder spanning en kostenstijgingen kunnen niet onbeperkt
worden doorberekend aan retailers en consumenten. Wat we daarbij vaak zien, is dat organisaties vooral reageren op ontwikkelingen, terwijl juist het vermogen om direct te sturen het verschil maakt.”
Juist in food, waar marges vaak gering zijn en de volumes hoog, is inzicht in de kostprijs cruciaal. Een relatief kleine stijging in energie-, verpakkings- of transportkosten kan al grote gevolgen hebben voor de winstgevendheid. De Ruiter: “We zien in de praktijk dat zulke stijgingen vaak pas later financieel kunnen worden doorgerekend, terwijl de impact op de marge direct voelbaar is. Dan ben je feitelijk al aan het reageren in plaats van sturen.”
Handelingssnelheid
Traceerbaarheid is allang niet meer
alleen een compliancekwestie – het bepaalt feitelijk hoe snel een organisatie kan handelen als er iets misgaat. Wetgeving en toenemende transparantie-eisen dwingen bedrijven vast te leggen waar producten vandaan komen en hoe grondstoffen zijn verwerkt, maar de echte waarde zit in de handelingssnelheid. “Bij een recall wil je direct weten waar een probleem zit en welke partijen zijn geraakt. Organisaties die hun data op orde hebben, kunnen gericht ingrijpen. Wie dat niet kan, verliest grip op de reputatie en continuïteit.”
uitgerold naar 38 vestigingen, verspreid over 7 landen. Juist in zo’n omgeving wordt duidelijk hoe belangrijk het is dat documentprocessen niet alleen digitaal, maar ook uniform en beheersbaar zijn ingericht.
AI met behoud van controle
Ook kunstmatige intelligentie krijgt daarin een steeds belangrijkere rol. AI helpt om documenten nauwkeuriger te herkennen en de verwerking verder te verbeteren. Maar juist in de foodsector ligt daar ook een belangrijk spanningsveld: automatisering moet sneller en slimmer zijn, zonder dat controle en compliance verloren gaan. “AI is voor ons vooral waardevol als het past binnen een proces dat uitlegbaar en beheersbaar blijft”, zegt Estourgie.
Audit trail en compliance
Daarom blijft de audit trail essentieel: het volledige digitale spoor van elke stap in het proces. Je kunt precies terugzien wanneer een document is binnengekomen, wat ermee is gebeurd, wie welke stap heeft uitgevoerd en wanneer iets is goedgekeurd. Juist die combinatie van slimme verwerking, menselijke controle waar nodig en volledige traceerbaarheid maakt automatisering in de foodsector werkbaar.

vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Geopolitieke spanningen, klimaatveranderingen en schommelingen in beschikbaarheid zorgen dat er niet langer één optimaal scenario bestaat, terwijl veel organisaties nog steeds vanuit één dominant plan werken. Het vermogen om snel te schakelen tussen meerdere scenario’s wordt daarmee een onderscheidende factor.
Digitale ambitie
Veel organisaties hebben daarnaast duidelijke digitale ambities, zegt De Ruiter, maar lopen vast in de dagelijkse operationele realiteit. “Data zitten verspreid over verschillende systemen, processen zijn nog vaak handmatig en cruciale kennis zit in de hoofden van medewerkers. Dat maakt organisaties kwetsbaar.”
Organisaties die hun data op orde hebben, kunnen gericht ingrijpen. Wie dat niet kan, verliest grip op de reputatie en continuïteit
Wendbaarheid
Toenemende verstoringen in de keten maken het steeds lastiger om
Door processen te digitaliseren en data te verbinden, ontstaat beter inzicht en snellere besluitvorming. AI helpt daarbij om afwijkingen eerder te signaleren en scenario’s sneller door te rekenen, als hulpmiddel om consistenter te sturen. “Bij Cegeka helpen we organisaties om die digitale ambitie samen waar te maken. Schouder aan schouder bouwen we aan het foodbedrijf van morgen, waarin data de activiteiten ondersteunen in plaats van vertragen.”
VOORWOORD
De eiwittransitie is breed doorgedrongen in de voedselmarkt. Van zuivelproducten tot snoep en koekjes: overal prijkt tegenwoordig de term ‘high-protein’ op de verpakking. Maar achter deze trend schuilt meer dan alleen marketing. Het weerspiegelt een groeiend bewustzijn over het belang van eiwitten voor onze gezondheid en sportprestaties.
René van der Zel, oprichter en eigenaar van XXL Nutrition en al decennia actief in de eiwitmarkt, ziet een verschuiving. “Het is een soort inhaalslag”, legt hij uit. “Eiwitten waren lang ondergewaardeerd. Vroeger was dit een nichemarkt, maar het is overgeslagen naar het grote publiek.” Die ontwikkeling kreeg extra impuls door corona, toen consumenten bewuster met voeding omgingen. Vooral sporters en ouderen gebruiken nu eiwitrijke producten.
Wetenschappelijke onderbouwing groeit
De trend heeft een wetenschappelijke basis gekregen. In de VS is recent de aanbevolen eiwitinname verhoogd van 0,7 naar 1,2 gram per kilogram lichaamsgewicht. “Ook voor mensen die niet sporten is dat nu de ondergrens”, aldus Van der Zel. “Omdat je anders spieren gaat
afbreken, vooral als je ouder wordt.” Deze richtlijnen zijn gebaseerd op onderzoek naar spiermassa en gezond ouder worden.
Voor een persoon van 80 kilogram betekent dit 96 gram eiwit per dag – meer dan veel mensen denken. “Dat valt tegen als je niet op je eten let”, waarschuwt de specialist. Vandaar de populariteit van eiwitshakes, eiwitrijke zuivel en eiwitrepen als aanvulling op de voeding. Een gemiddelde maaltijd bevat slechts 20 tot 30 gram eiwit, waardoor supplementen steeds belangrijker worden.
Tegelijkertijd ontstaat er schaarste bij eiwitbronnen. Whey proteïne, de goudstandaard voor eiwitshakes, werd de afgelopen vier jaar drie keer duurder. “Er is beperkte productiecapaciteit en we willen minder koeien. Dat is tegenstrijdig”, constateert Van der Zel. Deze schaarste
dwingt fabrikanten om naar oplossingen te zoeken.
Innovatie zoekt alternatieven
De prijsstijging jaagt innovatie aan. Zo is er inmiddels een ‘green protein’: een blend van drie plantaardige eiwitbronnen die het aminozuurprofiel verbetert. “Plantaardig eiwit heeft minder essentiële aminozuren dan dierlijk eiwit, maar door combinaties kun je dit optimaliseren.” Erwten-, rijst- en hennepproteïne vormen vaak de basis voor zulke blends.
Nog verder gaan de ontwikkelingen rond gefermenteerde en gekweekte eiwitten. “Wetenschappers zijn eiwit aan het brouwen uit schimmels en cellen”, verklaart Van der Zel. “Kweekvlees spreekt veel mensen nog niet aan, maar als je dat eiwit als poeder verwerkt in een shake die goed smaakt, gaan mensen dat misschien wel drinken.” Deze biotechnologie biedt kansen voor duurzame eiwitproductie zonder dieren.
De markt evolueert naar ‘functional food’: voedsel met een functie. “Als je toch een snackreep eet, kun je net zo goed
De druk op het voedselsysteem neemt toe. Hoewel de noodzaak van verandering breed wordt erkend, blijkt de stap van innovatie naar grootschalige toepassing een van de grootste uitdagingen.

Veelbelovende concepten stranden in de fase tussen ontwikkeling en marktintroductie. Startups en scaleups lopen aan tegen directe vraagstukken, terwijl gevestigde bedrijven zoeken naar manieren om te verduurzamen zonder in te leveren op schaal, prijs en kwaliteit. Tegelijkertijd vraagt de voedseltransitie niet alleen om innovatieve oplossingen,

maar ook om gedragsverandering bij consumenten, nieuwe vaardigheden binnen organisaties en de koppeling naar het onderwijs.
De komende jaren zal het succes van de transitie afhangen van het vermogen om innovaties daadwerkelijk naar de markt te brengen. Dat vraagt om regionale samenwerkingen waarin onderzoek, onderwijs en ondernemerschap samenkomen en werken aan toepassingen en voedseleducatie.
Een voorbeeld hiervan is Food Pioneers, werkzaam in de metropoolregio Almere en Amsterdam, waar de combinatie van een snelgroeiende stad, omliggende landbouwgebieden en een diverse bevolking wordt benut als experimenteeromgeving. Door deze integrale benadering ontstaat inzicht in wat nodig is om innovaties op
Samen versnellen? Neem contact met ons op. foodpioneers.nl
grotere schaal toepasbaar te maken, al laat de praktijk zien dat de stap naar brede toepassing niet vanzelfsprekend is.
Verbindende rol
Food Pioneers vervult hierin een verbindende rol door partijen uit de keten samen te brengen en kennis toegankelijk te maken. Ondernemers uit de regio kunnen wekelijks terecht bij de open vragenuren van het programma Food Innovators. Hier worden onder andere uitdagingen en hulpvragen besproken. Het programma biedt deelnemers toegang tot gedeelde kennis, een relevant netwerk en financieringsmogelijkheden.
Ook groeit de aandacht voor interventies die gericht zijn op consumentengedrag. In samenwerking met partijen uit de retail- en foodservice worden nieuwe benaderingen ondersteund om gezondere en duurzamere keuzes te stimuleren. Daarbij speelt de vertaling naar voedseleducatie tevens een belangrijke rol. Initiatieven gericht op studenten en jonge professionals brengen
een eiwitreep nemen. Dan krijg je niet alleen loze calorieën binnen, maar ook voedingsstoffen. Consumenten willen steeds vaker dat hun voedsel toegevoerde waarde heeft.”
Ondanks de huidige ‘eiwitbubbel’ verwacht Van der Zel stabilisering. “Het schiet nu door, maar high-protein producten blijven een onderdeel van het supermarktaanbod.” De markt zal zich naar verwachting professionaliseren en focussen op producten waar eiwittoevoeging echt zinvol is.

actuele voedselvraagstukken dichter bij de praktijk.
Evenementen
Innovaties worden zichtbaar gemaakt via initiatieven zoals het jaarlijkse Food Pioneers pitch event. Hier presenteren startups hun concept aan een vakjury en komen zij in contact met investeerders en ketenpartners. Dergelijke momenten fungeren niet alleen ter inspiratie, maar ook als versneller van samenwerking en opschaling.
Kennisdeling en matching vormen belangrijke pijlers. Tijdens de jaarlijkse Food Business Conf. komen ondernemers, beleidsmakers en kennisinstellingen samen om inzichten te delen over actuele thema’s binnen de food- en agrisector. De conferentie richt zich op de praktische toepassing van innovatie, de ontwikkeling van vaardigheden en het versterken van netwerken, ondersteund door een internationaal en marktgericht platform voor matchmaking.
Kortom, het succes van de voedseltransitie hangt af van het vermogen om kennis, ondernemerschap en samenwerking te verbinden in de praktijk. Juist daar ligt de uitdaging en tegelijkertijd de sleutel tot versnelling.

Plantaardig eten is allang geen niche meer. In heel Nederland heroverwegen steeds meer mensen de rol van vlees in hun dagelijkse maaltijden. Flexitariërs, mensen die afwisselen tussen dierlijke en plantaardige eiwitten, vormen inmiddels de grootste groep die bewust minder vlees eet. Toch bestaat het Nederlandse dieet nog steeds voor ongeveer 61% uit dierlijke eiwitten en 39% uit plantaardige eiwitten, volgens de Protein Monitor 2025 van Wageningen Social & Economic Research. De nieuwsgierigheid is er, maar de verwachtingen zijn hoog. Voor veel consumenten werkt plantaardig eten alleen als het dezelfde smaak, textuur en voldoening biedt als dierlijk vlees.
Waar smaak voorop staat
Precies daar komt Impossible Foods in beeld. Het voedingsbedrijf uit de Verenigde Staten heeft zijn reputatie opgebouwd door na te bootsen wat mensen waarderen aan vlees: de hartige smaak, eiwitten en een sappige, onweerstaanbare bite. Een groot deel van de producten is bovendien een goede bron van vezels en bevat minder verzadigd vet dan conventioneel vlees in de VS*. Daardoor zijn de Impossible Foods-producten niet alleen lekker, maar ook rijk aan nutriënten.
Voor echte vleesliefhebbers is smaak doorslaggevend. Mensen zijn bereid meer plantaardige opties te ontdekken, zolang ze niet het gevoel hebben iets op te geven. Impossible Foods kijkt anders naar plantaardig eten: niet als vervanger, maar als een product dat op zichzelf staat. Met vertrouwde smaken, overtuigende texturen en een sterke voedingswaarde.
Bewijs dat smaak wint
De resultaten spreken voor zich. In een van de grootste blinde smaaktesten ooit proefden meer dan 2.000 vleesliefhebbers 120 plantaardige producten naast hun dierlijke tegenhangers. Volgens het NECTAR-rapport Taste of the Industry 2025 waren zes van de twintig
producten die als “even lekker of lekkerder dan vlees” werden beoordeeld, van Impossible Foods.
De merkimpact groeit inmiddels ook buiten de Verenigde Staten. In Nederland ligt Impossible Foods bijvoorbeeld in de schappen bij supermarktketen Jumbo en staat het bij plantaardige powerfoodketen Copper Branch op het menu. Dit laat zien dat plantaardige producten die écht lekker zijn, hun plek vinden in de mainstream voedselcultuur.
Een bredere impact
Hoewel smaak en voeding centraal staan, is er nog een ander voordeel. Vergeleken met dierlijk vlees kunnen plantaardige producten milieuvoordelen bieden. Volgens
levenscyclusanalyses hebben producten van Impossible Foods minder land en water nodig en stoten ze minder broeikasgassen uit. Voor veel consumenten betekent dat dat plantaardig kiezen niet alleen lekker is, maar ook een stap richting een evenwichtiger voedselsysteem.
De toekomst van maaltijden draait niet om iets opgeven, maar om het menu uitbreiden. Wanneer smaak, voedingswaarde en gemak samenkomen, wordt plantaardig ineens de makkelijkste keuze aan tafel.

impossiblefoods.com

De markt voor active nutrition groeit wereldwijd snel. Tegelijk verandert de doelgroep voor deze voedingsproducten en supplementen voor een gezonde, actieve levensstijl. Waar eiwitrijke producten lange tijd vooral werden geassocieerd met sporters, zoeken steeds meer consumenten naar voeding die past bij hun lifestyle. Producenten die innovatie, ontwikkeling en productie kunnen combineren, winnen daardoor terrein.

Bij Prinsen Berning zien Bas van den Berg en Henrico Drent die verschuiving dagelijks terug in gesprekken met klanten. Van den Berg schetst hoe het bedrijf zich positioneert. “Prinsen Berning is de leidende one-stop-shop-partner voor internationale en nationale merken en retailers in Europa voor proteïnerepen en poeders.”
Volgens hem zit het onderscheid vooral in innovatie en flexibiliteit als productiepartner. Zo kan de poederfabriek uiteenlopende verpakkingsvormen leveren, legt hij uit. “Van single sachets tot multiserve potten en zakken met onder meer recyclebare monomaterialen, gerecycled materiaal en papieren verpakkingen.”
Breed palet aan productconcepten
Ook in repenproductie ligt de nadruk op variatie
en maatwerk. Drent benadrukt dat in één fabriek verschillende typen repen kunnen worden geproduceerd. “In onze proteïnerepenfabriek kunnen we een grote variatie aan vormen produceren”, zegt hij. “Van enkellaagse tot crunchy repen en van filled wave tot varianten met wel acht lagen.” Voor merken en retailers betekent dat de mogelijkheid om zich met een eigen concept te onderscheiden in een snelgroeiende categorie.
Groei na fusie
De basis voor de huidige groei werd gelegd na de fusie tussen Royal Buisman, Prinsen en Berning in 2018. In de eerste jaren lag de nadruk op het bouwen van een directe route naar grote internationale klanten. Inmiddels worden producten geleverd aan meer dan tachtig landen. Daarbij werd ook stevig geïnvesteerd in productiecapaciteit. Van den Berg: “Er is sinds 2018 meer dan 20 miljoen euro geïnvesteerd in onze twee fabrieken om klanten op een veilige en kosten-efficiënte manier te kunnen bedienen, maar ook om bijna wekelijks nieuwe producten op te schalen.”
Innovatie als motor
Vanaf 2021 kwam innovatie nog nadrukkelijker centraal te staan. Nieuwe productconcepten worden ontwikkeld door multidisciplinaire teams waarin productontwikkeling, kwaliteit, inkoop en projectmanagement samenwerken met sales, marketing en klanten.
Ook wordt geïnvesteerd in onderzoek. Van den Berg noemt als voorbeeld de samenwerking met kennisinstellingen. “Zo werken we sinds kort samen met
Wageningen University in het consortium Redesign Food for Value en doen we met een consortium onderzoek naar voeding gericht op ondersteuning bij GLP-1.”
De snelheid waarmee nieuwe inzichten worden vertaald naar concrete producten ziet Drent als een belangrijke concurrentiefactor. “Onze kracht zit hem in het snel doorvertalen van nieuwe trends en marktinzichten naar praktisch te implementeren productconcepten.”
Groei in internationale markten
Internationaal ziet Prinsen Berning vooral groeikansen in Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Tegelijk verwachten Van den Berg en Drent dat de wereldwijde vraag naar eiwitrijke producten de komende jaren verder zal toenemen. Zoals Van den Berg het samenvat: “Wij verwachten dat de vraag naar proteïnerijke producten alleen maar zal toenemen.”

De voedselindustrie digitaliseert onder toenemende druk van consumenten, retailers en toezichthouders.
Transparantie, traceerbaarheid en compliance zijn inmiddels voorwaarden om mee te blijven doen. Tegelijk dient zich de volgende fase aan: het AI-tijdperk. Daarmee transformeert enterprise software van administratief hulpmiddel naar een strategische infrastructuur.

In dat krachtenveld groeit het belang van ERP-systemen die specifiek zijn ingericht op de voedsel- en drankenindustrie. Niet als los IT-project, maar als fundament onder financiële sturing, kwaliteitsborging, logistieke traceerbaarheid en steeds vaker ook duurzaamheidsdata. Dat biedt meer overzicht: één systeem waarin processen, transacties en productstromen samenkomen, in plaats van een lappendeken van spreadsheets, handmatige registraties en verouderde applicaties.
Volgens Joris Kolff, Sales Director Food & Beverage bij Aptean, verschuift de discussie in de sector inmiddels van compliance naar automatisering. “Het voldoen aan regelgeving speelt al jaren en zal alleen maar belangrijker worden. Maar een meer transformerende ontwikkeling is de inzet van AI en AI-agents om werkstromen verder te automatiseren. De mate waarin voedselbedrijven zulke technologie daadwerkelijk adopteren, zal bepalend zijn voor hun concurrentiepositie in de toekomst.”
De noodzaak van digitalisering
Veel bedrijven erkennen de noodzaak van digitalisering, maar hun uitgangspositie verschilt sterk. Producenten die intensief met retail werken lopen doorgaans voorop, omdat traceerbaarheid daar zwaar weegt. Tegelijk zijn niet alle productieprocessen eenvoudig te standaardiseren. Variabele grondstoffen, korte houdbaarheid en een hoge omloopsnelheid maken het lastiger processen volledig te structureren.
Kolff ziet vier informatiestromen samenkomen in een modern ERPlandschap: financiële traceerbaarheid,

logistieke en productiegerelateerde traceerbaarheid, kwaliteitsregistratie en duurzaamheidsdata. “Als je dat goed organiseert in ERP, kun je al die stromen in één systeem samenbrengen. Bedrijven die dat niet doen blijven afhankelijk van losse systemen en handmatige overdrachten, met alle fouten en vertragingen van dien.”
Die centrale structuur vormt volgens Benny Dor, Senior Director R&D bij Aptean, de basis voor verdere digitalisering. “Die single source of truth is essentieel. Bedrijven kunnen meerdere applicaties gebruiken, bijvoorbeeld voor transportplanning of productie-executie, maar moeten duidelijk vastleggen welk systeem leidend is voor data. Zonder die hiërarchie ontstaan dubbele registraties, inconsistenties en verkeerde managementinformatie.”
Volgende stap
Ook in deze wereld wordt inmiddels druk gezocht naar de kansen van AI. De bestaande databasis is een uitgangspunt, maar inzichten worden pas écht waardevol als de informatie goed gestructureerd en betrouwbaar is. Het integreren van generatieve AI in dagelijkse processen blijkt behoorlijk complex. Daarom pleit Dor voor een pragmatische aanpak: begin met één concreet proces in plaats van een grootschalig innovatieprogramma.
Tegelijk groeit het aantal leveranciers dat AI-oplossingen presenteert. Volgens Kolff zit het verschil vooral in de mate waarin technologie is afgestemd op de sector. Aptean richt zich daarom op zogeheten ‘vertical AI’: toepassingen die specifiek zijn ontwikkeld voor de
processen en regelgeving van de voedselen drankenindustrie. Door kennis van verschillende subsectoren te combineren met ERP-data kunnen AI-toepassingen beter omgaan met variabele grondstoffen, houdbaarheidsdata en complexe traceerbaarheidsketens.
AI in de praktijk
Een concreet voorbeeld is ‘root cause analysis’ bij kwaliteits- of traceerbaarheidsvragen. Wanneer zich een probleem voordoet rond een bepaald lotnummer, moet snel duidelijk worden waar dat product is gebruikt en aan welke klanten het is geleverd. Waar dat nu vaak handmatig gebeurt, kan een AI-agent zulke zoekslagen grotendeels automatiseren.
Ook in commerciële backofficeprocessen ziet Kolff veel repetitief werk dat hiervoor in aanmerking komt, zoals het verwerken van orders, prijslijsten en e-mails. Daarnaast merkt hij op dat veel bedrijven experimenteren met AItools, maar dat ze dit vaak doen zonder duidelijke governance of databeleid. Dat kan risico’s opleveren wanneer gevoelige productinformatie of recepturen onbedoeld extern terechtkomen. “AI wordt nu nog vrij ongecontroleerd gebruikt. AI moet daarom onderdeel worden van een bredere strategie rond databeheer en procesdiscipline.”
Digitale ruggengraat
De mogelijke opbrengst gaat verder dan efficiency alleen. AI kan bedrijven ook helpen hun concurrentiepositie te versterken. “Stel dat je je vraagvoorspelling beter kunt doen en daardoor je voorraden nauwkeuriger plant. Dat leidt tot lagere voorraden, minder verspilling en een
hogere leverbetrouwbaarheid. In andere gevallen zit de winst in snellere audits, beter inzicht in marges of minder afhankelijkheid van individuele medewerkers.”
Daarmee verschuift de strategische vraag voor voedselproducenten. Niet langer óf AI relevant wordt, maar hoe snel organisaties er klaar voor zijn. Volgens Dor ligt de grootste uitdaging niet in technologie, maar in organisatorische volwassenheid. In een sector met dunne marges en sterke concurrentie kan een technologische achterstand snel oplopen.
Voor de meeste voedselproducenten is de volgorde helder: eerst data structureren, daarna processen uniformeren en vervolgens intelligentie toevoegen. Niet omdat AI een wondermiddel is, maar omdat zonder betrouwbare digitale basis verdere digitalisering simpelweg niet mogelijk is. De toekomst van de voedselketen draait daarmee minder om spectaculaire technologie dan om iets fundamentelers: een solide digitale ruggengraat.



Wereldwijd worden dagelijks naar schatting 4 miljard eieren geproduceerd.
Ongeveer 1,5 miljard daarvan gaan door industriële sorteermachines voordat ze in supermarktschappen, horeca of de voedingsindustrie belanden. Automatisering speelt daarmee een cruciale rol in een sector die draait om enorme volumes, maar werkt met kleine marges. Efficiëntie, voedselveiligheid en minimale verspilling bepalen het verschil tussen winst en verlies.

Wat ooit begon met handmatig sorteren op formaat, is uitgegroeid tot een hoogtechnologische keten waarin eieren met behulp van camera’s, sensoren en software worden gewogen, beoordeeld en volledig geautomatiseerd verpakt. Moderne sorteerlijnen verwerken tot wel 250.000 eieren per uur. Elk ei wordt individueel gecontroleerd op gewicht, breuk, vervuiling en andere afwijkingen om de maximale waarde eruit te halen.
Diverse eiproducten
Naast de productie van schaaleieren voor consumenten bestaat er ook een industrie die eieren industrieel breekt en verwerkt tot eiproducten, zoals eigeel en eiwit. Moderne verwerkingsfabrieken zetten eieren om in ingrediënten voor de voedingsindustrie. Ook reststromen uit sorteerstations worden benut, bijvoorbeeld voor diervoeding, zodat vrijwel niets verloren gaat. “Bij het sorteren
is het onze taak om beschadigde eieren eruit te halen, terwijl we voorkomen dat goede eieren onnodig worden afgekeurd. Ook bij het breken en verwerken van eieren tot eigeel, eiwit en voorgemengde halffabrikaten staat de yield centraal: het maximale uit de eieren halen met minimale verspilling”, zegt Edwin Bolwerk, CEO van Moba. Dit is een Nederlandse producent van systemen en software voor het sorteren, verpakken en verwerken van eieren voor de wereldwijde eierindustrie. Het bedrijf staat op nummer 7 in de Makers Top 100 van 2026, de lijst van best presterende Nederlandse maakbedrijven.
Economische kern
Volgens Bolwerk vormen deze werkzaamheden de economische kern van automatisering in de eiersector – eieren met zichtbare gebreken worden direct uit het proces gehaald. De uitdaging is om zogeheten false rejects – onterecht afgekeurde eieren – tot ver onder de promille te beperken. Nauwkeurigere detectie voorkomt dat goede eieren worden weggegooid en levert direct rendement op voor pakstations en producenten. In een sector met lage marges telt elke promille: wanneer een installatie honderdduizenden eieren per uur verwerkt, kan een kleine verbetering in detectie al snel honderdduizenden euro’s extra opbrengst per jaar opleveren.
Visiontechnologie
De grootste technologische vooruitgang
zit in visiontechnologie en kunstmatige intelligentie. Camera’s analyseren de schaalstructuur, kleur, vervorming en eventuele scheurtjes. Machine learning helpt systemen daarnaast patronen te herkennen die voorheen moeilijk zichtbaar waren. Waar oudere installaties vooral mechanisch wogen en sorteerden, kunnen moderne systemen eieren inmiddels ook via cameratechnologie wegen. Dat is hygiënischer, vermindert het aantal mechanische onderdelen en scheelt dagelijks uren schoonmaak- en onderhoudswerk. Tegelijk groeit de hoeveelheid data snel: sorteercentra registreren gewicht, kwaliteit en herkomst van eieren per batch. Daardoor ontstaat inzicht in prestaties van verschillende productieboerderijen, variaties in kwaliteit en efficiëntie van de lijn.
Kwaliteitscriteria
“Wij leveren klanten niet alleen een productielijn, maar ook een instrument om hun productieketen te sturen. Data uit sorteerlijnen worden gebruikt voor benchmarking tussen leveranciers, orderplanning en optimalisatie van productstromen. Eieren voor supermarkten vragen bijvoorbeeld andere kwaliteitscriteria dan die naar de voedingsindustrie gaan.” Wereldwijd gaan volgens Moba dagelijks meer dan 1 miljard eieren door hun systemen, waarbij het machines en diensten levert in ongeveer 130 landen. Met minder dan duizend medewerkers zijn ze daarmee een relatief kleine multinational in een nichemarkt.
Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid van de productielijn is cruciaal. Grote farms met miljoenen kippen produceren dagelijks enorme volumes en beschikken vaak over productielijnen op locatie, vooral in Amerika en Azië. In
Europa werken daarentegen veel kleinere pluimveehouders, waarvan de eieren naar pakstations worden vervoerd voor sortering en verwerking. In beide gevallen geldt dat een stilvallende productielijn direct een logistiek probleem veroorzaakt – eieren zijn beperkt houdbaar en moeten snel worden verwerkt en afgezet. Daarom verschuift de waardepropositie steeds meer van hardware naar dienstverlening en software. Diagnosesystemen geven realtime-meldingen bij storingen of afwijkingen, terwijl digitale platforms productiegegevens, onderhoudsinformatie en trainingen voor operators combineren.
Ook verderop in de keten neemt de automatisering toe. Robotisering van verpakken, palletiseren en intern transport moet de afhankelijkheid van schaars personeel verkleinen. Dat wordt steeds belangrijker naarmate volumes groeien en arbeid duurder wordt.
Duurzaamheid
Naast efficiëntie speelt duurzaamheid een steeds grotere rol. Minder foutieve afkeuring betekent minder voedselverspilling, terwijl nauwkeurige tracking en tracing bijdragen aan voedselveiligheid en logistieke controle. “Duurzame productie betekent voor ons in de eerste plaats niets onnodig weggooien. En dat komt zowel het milieu als de financiële resultaten van producenten ten goede.”
“Apparatuur is belangrijk, maar de echte meerwaarde zit in de laag eromheen: de business solutions en services. Via toegankelijke apps kunnen producenten overal hun productie monitoren en optimaliseren. Daarmee verandert de eierketen geleidelijk van een mechanisch proces in een datagedreven industrie, waarin elk ei telt”, besluit Bolwerk.
ANALYSE
De strijd om de laagste prijs woedt al jaren in de schappen. Stuntaanbiedingen zijn de norm geworden en bepalen hoe consumenten naar de prijs van voedsel kijken. Maar achter die ogenschijnlijk scherpe prijzen schuilt een ongemakkelijke vraag: wie betaalt de rekening?

Cees-Jan Adema, Directeur, FNLI
Deze vraag gaat verder dan de kassabon. De voedselketen staat voor grote maatschappelijke opgaven, van verduurzaming en innovatie tot eerlijke vergoedingen. Zolang samenwerking tussen supermarkten en fabrikanten vooral draait om kortingen en centen, dreigen die bredere uitdagingen ondergesneeuwd te raken.
De spanning achter de kassa Het streven naar de laagste prijs botst steeds vaker met de wens om te
verduurzamen. Van boeren en telers tot fabrikanten en retailers wordt verwacht dat zij investeren in duurzamere productiemethoden, innovatie en kwaliteit. Tegelijkertijd staat de margeruimte onder druk. In de praktijk komen de kosten van verduurzaming vaak terecht bij partijen met de minste onderhandelingsmacht, terwijl supermarkten zich profileren met scherpe prijzen én een duurzaam assortiment. Dat spanningsveld is op termijn niet houdbaar.
Het beeld dat boodschappen in Nederland uitzonderlijk duur zijn, is bovendien hardnekkig maar onjuist. Volgens cijfers van Eurostat en het CBS betalen Nederlanders gemiddeld iets minder voor voeding dan het Europese gemiddelde. Ook het aandeel van het besteedbaar inkomen dat aan voedsel wordt uitgegeven, ligt hier relatief laag. Toch voelt het voor veel consumenten anders. Dat komt vooral door het grote aandeel promoties: bijna een kwart van alle aankopen gebeurt in de aanbieding. Kortingen zijn zo alledaags geworden dat
de normale prijs al snel als duur wordt ervaren, zelfs wanneer die objectief gezien redelijk is.
Een keten onder druk
In de afgelopen jaren is voedsel onmiskenbaar duurder geworden, en die trend zal niet vanzelf keren. Mislukte oogsten, geopolitieke spanningen en stijgende kosten werken prijsverhogend. Daarnaast neemt de vraag naar gezonder en duurzamer voedsel toe, wat extra investeringen vereist. In plaats van eenzijdige discussies over marges tussen supermarkten en fabrikanten, verdient het bredere vraagstuk aandacht: hoe verdelen we de kosten van deze ontwikkelingen op een manier die investeringen mogelijk houdt?
leiden tot boycots, juridische procedures en soms lege schappen. Dat getouwtrek werkt verlammend, terwijl samenwerking noodzakelijk is voor een toekomstbestendige keten. Niemand kan structureel verlies lijden, maar voortdurende prijsdruk laat steeds minder ruimte voor innovatie en verduurzaming.
Zolang stuntprijzen de norm zijn, snijden we in de toekomst van onze voedselketen
De verhoudingen in de keten zijn de afgelopen jaren verhard. Conflicten over prijzen en leveringsvoorwaarden
Hordijk – Partner Content
In de voedingsmiddelenindustrie verschuift de aandacht snel naar circulaire verpakkingen. Niet als ambitie voor later, maar als concrete noodzaak, gedreven door schaarser wordende grondstoffen en de groeiende vraag naar duurzame verpakkingen. Om dat proces te ondersteunen, maken bedrijven haast met het zoeken naar manieren om grondstoffen langer in de keten te houden en tegelijk aan strengere regelgeving te voldoen.

De uitdaging ligt niet alleen in techniek, maar zeker ook in samenwerking. Circulariteit begint bij het efficiënt benutten van materialen in de gehele keten. In deze transitie speelt Hordijk
een voortrekkersrol. Als ontwikkelaar en producent van kunststof voedselverpakkingen zet het Nederlandse bedrijf vol in op het sluiten van de kringloop met innovatie, samenwerking en concrete toepassingen in de praktijk.
Grondstoffen
“We moeten optimaal gebruikmaken van de grondstoffen die we binnenkrijgen en zorgen dat die zo vaak mogelijk opnieuw worden ingezet”, zegt CEO Martine Hordijk. Deze benadering vraagt om aanpassingen in ontwerp, productie en logistiek. Zo leidt slim design tot lichtere verpakkingen met behoud van functionaliteit en zijn productieprocessen zo ingericht dat snijafval wordt hergebruikt.
Innovaties
Nieuwe Europese regels, zoals de PPWR, versnellen de transitie naar circulariteit. Bedrijven moeten meer gerecycled materiaal gaan gebruiken en beter recyclebare verpakkingen ontwerpen. Het stimuleert ook de innovatie binnen de recyclingsector. Dat is belangrijk omdat voor verpakkingen voor levensmiddelen extra strenge eisen gelden als het gaat om het gebruik van recyclaat. “Bij Hordijk volgen we de innovaties op de voet en vertalen we die direct naar toepasbare oplossingen voor onze klanten. We optimaliseren onze processen zodat we meer recyclaat kunnen inzetten, waaronder het zogenoemde tray2tray recyclaat dat afkomstig is uit voedingsmiddelenverpakkingen uit ons huishoudafval.”
Samenwerking
Samenwerking tussen producenten, recyclers en afnemers is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van circulaire innovatie. Het bedrijf werkt actief samen met recyclers, klanten en andere ketenpartners om nieuwe
Goedkoop is niet altijd beter
Tijd voor andere keuzes Daarbij speelt ook de overheid een rol. Het bewaken van eerlijke marktwerking, het stellen van duidelijke kaders en terughoudendheid met prijsverhogende fiscale maatregelen zijn essentieel voor zowel betaalbaarheid als concurrentiekracht. Tegelijkertijd vraagt de consumentenvraag om nuance: betaalbaar voedsel blijft belangrijk, maar goedkoop is niet altijd beter. Zolang stuntprijzen de norm zijn, snijden we in de toekomst van onze voedselketen. De keuze waar we voor staan is daarmee fundamenteel: blijven we vasthouden aan eeuwige kortingen, of creëren we ruimte voor duurzame, veerkrachtige ketens?
materialen en toepassingen te ontwikkelen. Voorbeelden zijn projecten rond monomateriaal verpakkingen en mono-PET vleesverpakkingen met locked seal. Ook wordt gewerkt aan ontwerpen die recycling eenvoudiger maken. “Dit is een traject dat je niet alleen kunt oppakken. De hele keten moet mee om echt stappen te zetten”, aldus Hordijk.
Dit is een traject dat je niet alleen kunt oppakken
Ambitie
Zo blijft inzameling van afvalstromen een uitdaging. Goed gescheiden en schone stromen zijn essentieel om hoogwaardige en voedselveilige toepassingen mogelijk te maken. Zonder die kwaliteit verdwijnt een groot deel van de waarde in de keten. Hordijk werkt gestaag aan meer circulariteit en is tevreden over de richting waarin de sector beweegt. Met betere ontwerpen, meer samenwerking en duidelijke regelgeving kan circulariteit uitgroeien tot de norm. Daarmee wordt niet alleen de verpakking verbeterd, maar de hele keten eromheen.
hordijk.nl

In de logistiek en voedselketen verschuift de aandacht snel van losse optimalisaties naar samenhang. Bedrijven die jarenlang vertrouwden op mail, Excel en specialistische software, lopen steeds vaker vast door hun eigen versnippering. Juist in supply chains, waar timing, foutloosheid en marges samenkomen, wordt zichtbaar hoeveel tijd verloren gaat aan handwerk en dubbel werk. De belofte van kunstmatige intelligentie krijgt pas gewicht wanneer deze wordt gekoppeld aan een geïntegreerd bedrijfsplatform.

Volgens oprichter Hans van Essen van Kilurion, een technologiebedrijf dat organisaties helpt hun processen te integreren en te optimaliseren, liggen de eerste opbrengsten van AI niet in futuristische toepassingen, maar in het wegnemen van dagelijkse frictie. Daarbij gaat het vooral om het voorspellen en slimmer verwerken van informatie die in uiteenlopende vormen beschikbaar is. Denk aan e-mails met bestellingen, spreadsheets van vervoerders en papieren pakbonnen. Daar ontstaat ruimte voor efficiëntiewinst.
Van Essen: “Logistiek is een belangrijk onderdeel van de supply chain en daarmee onlosmakelijk verbonden met het goed kunnen voorspellen wat er in de markt gebeurt. Hoeveel voorraad moet ik aanhouden om op tijd te leveren zonder dat de kosten uit de hand lopen? Daar gaat AI een belangrijke rol in spelen.”
Die winst is volgens hem concreet. Bedrijven die dagelijks zendingen aanmelden bij meerdere transporteurs, besteden veel tijd aan afstemming over laadmeters, koeling, tarieven en aankomsttijden. Dat werk gebeurt vaak handmatig, terwijl AI een groot deel van die informatiestroom kan lezen, structureren en direct in een ERP-systeem verwerken. Van Essen schat dat dergelijke processen in sommige gevallen tot wel 90% kunnen worden gereduceerd.
Betrouwbaarheid
Naast snelheid speelt betrouwbaarheid een cruciale rol. Zeker in de foodsector draait de keten niet alleen om beschikbaarheid, maar ook om correcte productinformatie. Kilurion ontwikkelt daarvoor toepassingen die etiketten controleren op allergenen, claims en verplichte vermeldingen. Kilurions
LabelAudit-AI is daar een voorbeeld van.
In een markt waarin private label en white label groeien, neemt het risico op fouten toe. Een onjuist etiket is dan niet slechts een administratieve fout, maar een juridisch en potentieel veiligheidsprobleem. “De informatie die door de keten gaat, moet kloppen en betrouwbaar zijn. Als op een pot pindakaas iets ontbreekt of onjuist staat vermeld, is de producent daarvoor juridisch verantwoordelijk. Die controle gebeurt nu vaak nog handmatig. AI kan dat sneller en consistenter uitvoeren.”
Volgens Van Essen verliest de AIdiscussie snel aan waarde als bedrijven geen helder vertrekpunt kiezen. Veel organisaties beginnen nog altijd met vrijblijvende experimenten, vaak zonder duidelijke businesscase. Dan krijgt een medewerker of stagiair de opdracht om ‘iets met AI’ te doen, zonder dat duidelijk is welk probleem wordt opgelost. Het resultaat is geregeld een proef die interessant oogt, maar geen plek krijgt in de dagelijkse praktijk.
miljoen gebruikers en geldt als een volledig Europees product, wat aansluit bij de kabinetswens om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologie.
Ik wil in één klik een overzicht van verkooporders, inkooporders, supporttickets en facturen zien
Eindelijk één platform
Daarmee komt ook het ERP-vraagstuk nadrukkelijk in beeld. Jarenlang gold een best-of-breed landschap als ideaal: voor finance het ene pakket, voor CRM een andere oplossing en voor voorraadbeheer weer een derde systeem. In theorie zou dat de beste functionaliteit opleveren. In de praktijk leidde het echter vaak tot kostbare koppelingen, dubbele invoer en versnipperde informatie. Van Essen ziet daarom meerwaarde in één geïntegreerd platform waarin financiële administratie, CRM, sales, support, voorraad en logistiek samenkomen.
Voor die benadering levert Kilurion Odoo, een geavanceerd open-source ERPplatform dat bedrijven in staat stelt hun processen binnen één omgeving onder te brengen. Odoo telt wereldwijd circa 15
De standaardfunctionaliteit is breed, terwijl maatwerk overal kan worden toegevoegd waar het echt het verschil maakt. Dat verandert ook de rekensom rond customization: wat vroeger kostbaar en onderhoudsintensief was, wordt dankzij AI en modern ontwikkelwerk sneller en toegankelijker. “Je wilt niet op honderd plekken dezelfde data bijhouden. Als ik op een klant klik, wil ik verkooporders, inkooporders, supporttickets en facturen in één overzicht zien. Dan kun je je bedrijf daadwerkelijk realtime laten sturen op basis van data. En pas dan wordt AI strategisch relevant op de werkvloer, én zeer kostenbesparend.”
Complexe berekening Een concreet voorbeeld is een verpakkingsproducent die online dozen op maat verkoopt. Achter een ogenschijnlijk eenvoudige webshop draait op de achtergrond een complexe berekening van materiaalgebruik, machine-inzet, marges en productietijd. Waar voorheen eerst een offerte moest worden aangevraagd, ontstaat nu realtime een verkoopprijs. Dat verkort de time-to-market en maakt de planning in de keten nauwkeuriger.
Voor de komende jaren verwacht Van Essen dat AI en ERP verder naar elkaar toegroeien. Niet alleen om patronen uit het verleden te analyseren, maar vooral om sneller te reageren op verstoringen, variërend van grondstofschommelingen tot geopolitieke spanningen. Organisaties die beschikken over één geïntegreerd informatiesysteem, kunnen eerder inzicht krijgen in de impact op kostprijs, voorraad en leverbetrouwbaarheid.

DUURZAAMHEID
Boeren kunnen een grote bijdrage leveren bij het remmen van de klimaatverandering en herstellen van watercycli. De ecosystemen verbeteren hierdoor en de voedingswaarde wordt vergroot. De kennis en bereidheid zijn er, maar wat staat in de weg?

Gerard Teuling, Food & agri expert, Future Up
De risico’s zijn groot en de marktzekerheid ontbreekt, maar onderzoek wijst uit dat de meerderheid van de boeren wél duurzaam wil ondernemen. Ze aarzelen alleen zonder concrete afzetgaranties. Die kloof tussen willen en uitvoeren is het werkterrein van Future Up.
Netwerken
Het platform duurzaam ondernemen, voorheen MVO Nederland, brengt boeren
en inkopers van grote bedrijven aan tafel. Gerard Teuling, food & agriculture expert bij Future Up, werkt dagelijks aan die verbinding. “Wij geloven erin dat boeren de oplossing zijn voor de landbouwcrisis”, zegt Teuling. “Door een markt voor ze te creëren, helpen we ze omschakelen naar natuurlijke landbouw.”
financiering en markt. “De kennis is de afgelopen decennia langzaam uitgehold. Boeren zijn dertig, veertig jaar vooral de kant van intensivering opgeduwd”, legt Teuling uit. “Banken hebben geen trackrecord voor regeneratieve landbouw, dus de financiering loopt vast.”
Boeren moeten daarnaast 4 tot 6 jaar investeren voordat hun grond hersteld is. In die periode hebben ze zekerheid nodig. Future Up brengt daarom alle schakels bij elkaar: van cateraars tot retailers en van ziekenhuizen tot transportbedrijven.
Eerlijke prijs
Er is gedeeld ownership nodig
Die omschakeling is urgent. Nederland is koploper in het verlies van biodiversiteit, terwijl wereldwijd het voedselsysteem verantwoordelijk is voor 60 procent van dat verlies. De kern van de oplossing ligt in de bodem.
Drie barrières
De overgang naar natuurlijke landbouw kent drie grote barrières: kennis,
Een concreet voorbeeld is het Broodje Natuurlijk. In tientallen bedrijfsrestaurants in Nederland kunnen medewerkers een broodje eten van natuurlijke boeren uit de regio. Bij de NS bijvoorbeeld kost dit evenveel als de andere broodjes in de kantine, en de boer krijgt een eerlijke prijs. ”Zo’n broodje maakt het tastbaar. Mensen zien wie er achter het product zit en wat het doet met de natuur”, zegt Teuling.
Future Up lanceerde de online Boeren Natuurlijk-vindplaats. En maakte met partijen zoals Bidfood, Crisp en Oregional een ruim assortiment herkenbare Boeren Natuurlijk-producten beschikbaar voor
cateraars, ziekenhuizen, horeca en consumenten – onder andere wortels en pompoenen, maar ook kaas en bier.
Door een markt te creëren, helpen we boeren omschakelen naar natuurlijke landbouw
Natuurlijke landbouw werkt mét natuurprincipes in plaats van ertegen. Gezonde bodems krijgen een sponswerking: ze absorberen water bij hevige regenval en houden vocht vast bij droogte. Ze leggen CO2 vast in plaats van uit te stoten. “Boeren die op deze manier werken, kunnen vaak al weken eerder hun land op om te zaaien of hun koeien te weiden”, vertelt Teuling. Het systeem wordt robuuster en klimaatadaptiever. Maar dan moet die boer er niet alleen voor staan. “Gedeeld ownership over de vraagstukken en de oplossingen, dat is wat nodig is. En koop in bij boeren die dit doen.”
Netafim – Partner Content
Water geven in de landbouw was lange tijd vooral een kwestie van voldoende aanvoer. Tegenwoordig draait het steeds meer om precisie: wanneer, hoeveel en vooral waar het water terechtkomt. Door klimaatverandering, strengere regelgeving en stijgende kosten verschuift de aandacht van volume naar efficiëntie. Zowel in de glastuinbouw als op het open veld groeit daarom de belangstelling voor systemen die water precies bij de wortels van het gewas brengen.

In de glastuinbouw is die precisie al ver doorontwikkeld. Daar moet elke plant in een kas exact dezelfde hoeveelheid water krijgen, ongeacht de positie in het teeltpad. Dat vraagt om maatwerk in leidingen, druppelaars en filtratiesystemen. Frank van Luijk, Commercial Country Manager bij Netafim Netherlands: “We
willen elke druppel water gebruiken. Daarbij is de techniek erop gericht dat water overal in de kas gelijk wordt verdeeld. Uit elke druppelaar komt exact dezelfde hoeveelheid water.”
Die uniformiteit is volgens hem essentieel voor een stabiele opbrengst. Wanneer planten ongelijk groeien door verschillen in watergift, ontstaan ook verschillen in productie en kwaliteit. In Nederland komt daar nog regelgeving bij. Glastuinders mogen water in principe niet meer lozen, waardoor systemen steeds vaker gesloten worden ingericht. Drainwater wordt gefilterd, ontsmet en opnieuw gebruikt. Volgens Van Luijk heeft die ontwikkeling Nederland internationaal een voorsprong gegeven. Nederlandse installateurs en kassenbouwers exporteren hun kennis inmiddels wereldwijd.
Het open veld
Op het open veld ligt de uitdaging anders. Daar spelen naast techniek ook bodemtype, weer en praktijkervaring van boeren een grote rol. Traditioneel gebeurt irrigatie met haspels en sproeikanonnen die grote hoeveelheden water over het land verspreiden. Dat systeem werkt snel, maar is niet erg efficiënt. André van Spengen, Open Field Specialist bij Netafim Netherlands: “Het valt een beetje te vergelijken met hozen met de kraan open.”
Bij druppelirrigatie worden dunne slangen net onder de grond gelegd, waarin om de dertig centimeter kleine druppelaars zitten. Die geven het water langzaam af bij de wortels van de plant. “Je hebt meer controle over je irrigatie. Je kunt veel gerichter gaan sturen. Daardoor kan het beschikbare water veel effectiever worden ingezet.”
De belangstelling groeit vooral in regio’s waar water schaarser wordt of waar boeren voor irrigatie moeten betalen, zoals delen van Zeeland en Oost-Brabant. Tegelijk vraagt de techniek om een andere manier van werken. “Deze aanpak vergt een andere mindset. In plaats van hozen met
de kraan open, ga je juist veel effectiever met het beschikbare water om. Dit systeem vereist wel een zekere vorm van uitleg en training.”
Volgens Van Luijk laat de ontwikkeling zien dat efficiënt watergebruik steeds meer een strategisch onderdeel wordt van voedselproductie. Hoogwaardige, betrouwbare systemen zorgen ervoor dat gewassen in hetzelfde tempo groeien. In een landbouwsector die steeds zuiniger met water moet omgaan, kan dat verschil uiteindelijk bepalend zijn voor opbrengst én duurzaamheid.



Hoe ziet de landbouw van de toekomst eruit? Die vraag wordt steeds urgenter. De sector staat onder druk door strengere regelgeving, maatschappelijke verwachtingen en oplopende kosten. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan een landbouw die preciezer, schoner en efficiënter is, zonder dat de economische haalbaarheid onder druk komt te staan. De uitdaging ligt niet alleen in technologische innovatie, maar vooral in de vraag hoe die innovaties daadwerkelijk hun weg vinden naar de praktijk.
Vanuit die realiteit werkt Aeres Hogeschool aan een landbouw die stevig geworteld blijft in de dagelijkse praktijk. Dat gebeurt onder meer binnen het lectoraat Precisielandbouw & Smart Farming, waar praktijkgericht onderzoek wordt ingezet om innovaties toegankelijk te maken voor ondernemers, medewerkers en studenten.
“De toekomst van de landbouw hangt niet alleen af van technologische doorbraken, maar vooral van de vraag of we die innovaties samen kunnen doorontwikkelen, toepassen en breed laten landen”, zegt Corné G. Kocks. Binnen het lectoraat is Kocks behalve lector ook actief als business developer en was hij jarenlang teamleider van het praktijkgericht onderzoek.
Duurzaam én rendabel
De landbouw in Nederland staat voor een transitie. Systeemverandering vraagt volgens Kocks dan ook om een ecologische én een economische aanpak. “Landbouwinnovaties zoals robotische onkruidbestrijding, slimme sensoren en een datagedreven teelt vormen een belangrijke stap in het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de landbouw en dragen tegelijkertijd bij aan kostenreductie.”
Innovatie als banenmotor
Minder arbeid op het erf betekent
aeres.nl
niet minder werkgelegenheid. Kocks: “De werkgelegenheid in de groene sector verandert. Innovatie in de landbouw leidt niet alleen tot efficiënter werken op het erf, maar creëert ook nieuwe banen in de hele keten. Van robot- en softwareontwikkeling tot techniek en metaalbewerking. Daarnaast vraagt dit om nieuwe expertise bij onderhoudsmonteurs en bedrijfsadviseurs.”
Technologie alleen is niet genoeg Tegelijkertijd lost techniek alleen grote thema’s zoals het stikstofprobleem niet op; daarvoor is de opgave volgens de lector te complex. Innovatie helpt wel om beter te meten, bewuster te handelen en stap voor stap te verduurzamen. Zo maken sensoren zichtbaar wat er gebeurt in de landbouw en welk effect keuzes hebben; essentieel voor sturing op lange termijn.
Van techniek naar toepassing Volgens Kocks is een innovatie pas echt waardevol als ondernemers en hun medewerkers er daadwerkelijk mee uit de voeten kunnen. Daarom onderzoekt Aeres niet alleen de techniek, maar ook hoe toepasbaar en robuust die is en hoe die wordt geaccepteerd. Werkt een wiedrobot ook onder slechte weersomstandigheden? Is een systeem ‘hufterproof’ genoeg voor dagelijks gebruik? En hoe zorg je dat niet alleen voorlopers, maar ook een bredere groep gebruikers met die techniek overweg kan?
Plantherkenning en virusdetectie
Binnen het lectoraat wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van wiedrobots en robotische onkruidbestrijding, onder meer door algoritmes te verbeteren die de plantherkenning optimaliseren. Voor een andere opdrachtgever ontwikkelt het lectoraat een algoritme voor het vroegtijdig detecteren van virussen in aardappelrassen.
Ook bij hoveniers en groenprofessionals speelt robotica een steeds grotere rol. Voorbeelden zijn (deels) autonome machines voor het maaien op steile taluds. Deze toepassingen maken het werk veiliger en minder belastend. Dit is vooral voor oudere medewerkers belangrijk, omdat zij langer inzetbaar blijven en hun kennis behouden blijft.
onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en overheden, onder andere via Groenpact. Daarmee kunnen we toegevoegde waarde creëren en nieuwe toepassingen ontwikkelen. Dit concept van samen sterker worden vormt de basis voor de investering van Aeres in een Expertisecentrum Techniek. Dit wordt een fysieke en virtuele omgeving waar mbo, hbo en wo samenwerken aan landbouwopgaven voor mkb en overheden.”
Tegelijkertijd weten partners Aeres te vinden voor kennis en faciliteiten op het gebied van agro, dier, food, gezonde leefomgeving, groen onderwijs en techniek. Aeres investeert sterk in onderzoek via lectoraten (Aeres Hogeschool) en practoraten (Aeres MBO), met een nauwe verbinding met de praktijk.
Innovatie leidt niet alleen tot efficiënter werken, maar creëert ook nieuwe banen
Een bijzonder project draait daarnaast binnen het Groeifonds Regeneratieve Landbouw. Studenten en ondernemers onderzoeken hoe zij paard en machine op een vernieuwende manier kunnen combineren, bijvoorbeeld door een paard in te zetten voor de aandrijving van een ultramoderne wiedrobot. Binnen CropXR werken onderzoekers en studenten aan een verrijdbare kas waarin technologie, algoritmeontwikkeling en teeltexpertise samenkomen.
Samen sterker
Technologische innovatie gaat snel en is kostbaar. “Aeres werkt samen met andere
Op onder meer de Agri Innovation Campus in Dronten worden innovaties direct getest en doorontwikkeld. Onlangs bezocht minister-president Rob Jetten deze faciliteiten en zag hij wat daar dagelijks gebeurt. Studenten, docenten en onderzoekers groeien er uit tot groene veranderaars die technologie in de praktijk toepassen.

In de Nederlandse voedingsindustrie is een aanzienlijk deel van de productiecapaciteit nog direct afhankelijk van handmatige handelingen, zoals het toevoegen van ingrediënten, portioneren en verpakken. Die capaciteit wordt minder voorspelbaar door personeelsschaarste, productvariatie en kleinere batches. Dat raakt niet alleen de bezetting, maar werkt ook door in de leverbetrouwbaarheid en kostprijs.
Een van de ontwikkelingen die hierop inspeelt, is de Bin Pick Food Cell van Van Wees Waalwijk: een mobiele robotcel die niet aan één productielijn is gekoppeld, maar als verplaatsbare capaciteit op meerdere lijnen kan worden ingezet. “In de voedselverwerking is productiecapaciteit nog sterk afhankelijk van handwerk, terwijl dat steeds minder stabiel beschikbaar is”, zegt directeur-eigenaar Andries van der Werf. In veel fabrieken zijn repeterende handelingen, zoals het toevoegen van componenten aan maaltijden, nog dagelijkse praktijk.
Capaciteit onder druk
Traditionele automatisering is doorgaans ontworpen voor één specifieke processtap en één productstroom. Dat maakt deze
www.vanweeswaalwijk.nl
oplossingen efficiënt bij hoge volumes, maar ze verliezen effectiviteit bij variatie en kleinere batches. In die situaties staat productiecapaciteit regelmatig stil of wordt deze onderbenut. De Bin Pick Food Cell is hiervoor ontwikkeld. De cel is mobiel en voorzien van een dockingsysteem, waardoor deze kan worden ingezet waar capaciteit nodig is. Daarmee verschuift automatisering van een vaste lijninvestering naar flexibel inzetbare productiecapaciteit.
De cel werkt met twee robotarmen en verwerkt, afhankelijk van product en lijnsnelheid, 40 tot 60 ‘picks’ per minuut in gekoelde, hygiënische omgevingen met frequente productwissels. “Bij repeterende handelingen kan een deel van de handmatige capaciteit worden
overgenomen”, zegt Sjors van Haaren, sales engineer bij Van Wees Waalwijk. “In welke mate hangt af van producttype, lijninrichting en variatie.”
Technologie en toepasbaarheid
De inzet van een dergelijke cel is met name relevant in omgevingen met hoge productvariatie, wisselende volumes en structurele arbeidsschaarste. In stabiele, hoog-volume-processen blijft vaste automatisering in veel gevallen efficiënter. Daarmee vraagt de keuze voor automatisering steeds vaker om een afweging tussen maximale efficiëntie per lijn en flexibiliteit op fabrieksniveau.
Om met ongestructureerde producten te kunnen werken, wordt gebruikgemaakt van vision AI. Voor robottechnologie en visionsoftware wordt samengewerkt met partijen als Yaskawa en Fizyr. Deze combinatie maakt het mogelijk om ook producten te automatiseren waarvoor dat voorheen lastig was.
Eenvoud en inzetbaarheid
De cel is zo ontworpen dat inzet en omstellen geen specialistische kennis vereisen. Daarmee verschuift de afhankelijkheid van schaarse technische capaciteit naar bredere inzetbaarheid.
– Partner Content
In de voedselindustrie verschuift de aandacht snel van handmatige controle naar systemen die meekijken en bijsturen. Producenten willen verspilling terugdringen, stilstand voorkomen en tegelijk constante kwaliteit leveren. Juist bij verse groenten is dat een uitdaging, omdat geen krop sla, ui of paprika exact hetzelfde is. Variatie in herkomst, seizoen en groeiomstandigheden vraagt om productielijnen die zich aanpassen aan wat er binnenkomt.

Elena Haffmans, Director of business innovation, Sormac
Daar ligt de kern van de ontwikkeling volgens Elena Haffmans, director of business innovation bij Sormac, technologieleverancier voor groenteverwerking. Zij houdt zich bezig
met procesverbetering, dataontwikkeling en IT, en ziet hoe kunstmatige intelligentie nadrukkelijker zijn weg vindt naar de groenteverwerking. “Een van de toepassingen waar we veel naar kijken is kwaliteitscontrole met cameratechnologie. Daarmee voeg je als het ware een kunstmatig oog van een getrainde specialist toe aan het proces. Zo kun je geautomatiseerd beoordelen of een product eruitziet zoals het hoort en, indien nodig, een vervolgopdracht sturen.”
Die visuele controle wordt ingezet om te voorkomen dat verkeerde producten in een verpakking terechtkomen, of een partij wordt afgekeurd doordat het product te nat, te groot of juist te klein gesneden is. Volgens Haffmans is dat essentieel,
omdat kleine afwijkingen grote gevolgen kunnen hebben voor houdbaarheid en verspilling. “Datagedreven productie maakt het mogelijk om veel preciezer te werken dan voorheen. Je kunt exact zien waar verliezen optreden en daar direct op sturen. Daardoor wordt voedselverspilling niet alleen inzichtelijk, maar ook daadwerkelijk teruggedrongen. Het is een verschuiving van reageren naar voorspellen en optimaliseren.”
Zelflerend
In veel voedselverwerkende fabrieken zijn operators nog verantwoordelijk voor instellingen van complexe lijnen met tientallen sensoren en variabelen. Maar de invloed van een kleine aanpassing is voor mensen nauwelijks volledig te overzien, zeker niet verderop in de lijn. Haffmans verwacht daarom dat systemen steeds meer zelflerend en zelfsturend worden. “We werken ernaartoe dat een machine zelf begrijpt wat de impact van een instelling is op de rest van het proces. Dan kan deze zelfstandig bijsturen voor een optimaal eindproduct, met zo min mogelijk afval.”
Waar traditionele automatisering gebonden is aan één productielijn, kan deze cel daar worden ingezet waar capaciteit nodig is. “Het rendement wordt niet alleen bepaald door snelheid per lijn, maar door de inzetbaarheid over meerdere lijnen”, aldus Van der Werf. “Dat kan ook gevolgen hebben voor de businesscase.” Daarmee wordt de keuze voor automatisering minder een puur technische optimalisatie en meer een afweging over hoe productiecapaciteit wordt georganiseerd onder variatie en arbeidsschaarste.
De technologie wordt onder meer getoond tijdens het Food Tech Event op 20 en 21 mei in de Brabanthallen in Den Bosch.


Dat vraagt om een andere kijk op onderhoud en hygiëne. Stilstand voorkomen begint volgens haar met proactieve service: machines die zelf aangeven wanneer onderdelen slijten of ingrijpen nodig is. Tegelijk moet elke stap, van wassen en snijden tot drogen en mengen, afgestemd zijn op de kwetsbaarheid van het product. Vooral bij bladgroenten is elke bewerking van invloed op kwaliteit en houdbaarheid.
Duurzaamheid
Duurzaamheid speelt nadrukkelijk mee, vooral via waterverbruik. Door waterniveaus, troebelheid en temperatuur te meten, kunnen processen gerichter worden gestuurd en kan water vaker worden hergebruikt. Tegelijk veranderen nieuwe teeltmethoden, zoals vertical farming en controlled environment agriculture, de eigenschappen van groenten. Producten uit gecontroleerde teelt zijn vaak uniformer en lokaal produceerbaar, maar ook gevoeliger voor bewerking en bederf. Dat vraagt om meer precisie in de verwerking en vergroot het belang van kennis over productgedrag en microbiologische processen. “Daarom hebben we jaren geleden geïnvesteerd in een eigen microbiologisch laboratorium. Met de data die wij daaruit halen, kunnen we onze technologie doorlopend verbeteren.”




Consistente kwaliteit vraagt snelheid, precisie en uithoudingsvermogen. Met vision-technologie en pick-and-place robots die producten herkennen en individueel positioneren, wordt automatisering tastbaar. Van puntpaprika tot aardappel: elk product wordt gezien, beoordeeld en afzonderlijk verwerkt.
Scan de QR-code en ontdek hoe automatisering de voedselindustrie verandert.
DERO GROEP – Partner Content
De druk op de voedselketen neemt toe. Producenten moeten efficiënter werken, terwijl eisen rond hygiëne, voedselveiligheid en duurzaamheid steeds verder worden aangescherpt. Veel bedrijven kampen daarnaast met een structureel tekort aan personeel. In dat spanningsveld groeit de interesse in automatisering en robotisering.

Vooral repetitieve en arbeidsintensieve handelingen lenen zich goed voor automatisering. Denk aan het samenstellen van verspakketten of het plaatsen van burgers en schnitzels in verpakkingen. Sales accountmanager Dino Boot van DERO GROEP, systeemintegrator en machinebouwer voor productieprocessen:
“Personeelstekorten en een betere grip op de kostprijs zijn voor veel producenten belangrijke redenen om te automatiseren. Als je een handmatige handeling op meerdere lijnen en in verschillende shifts kunt vervangen door een machine, is de businesscase vaak snel duidelijk.”
Hogere productiesnelheid
Een voorbeeld is het samenstellen van maaltijdsalades – in veel fabrieken wordt dit nog steeds grotendeels handmatig gedaan. Medewerkers pakken een zakje dressing uit een krat en leggen deze in de salades, en ook eieren worden handmatig gesneden en toegevoegd. Door deze processen te automatiseren met onder andere robotica, kan een bedrijf kostbaar personeel elders inzetten en tegelijk de productiesnelheid verhogen. De investering in een machine is doorgaans binnen enkele jaren terugverdiend.
Machine vision
Naast arbeidsbesparing speelt de kwaliteit een steeds grotere rol. Moderne productielijnen gebruiken zogenoemde machine vision: camerasystemen die producten analyseren voordat ze worden verwerkt of verpakt. “Met visiontechnologie kunnen we producten, bijvoorbeeld burgers of schnitzels, automatisch controleren op vorm, kleur en beschadigingen. Wat niet aan de kwaliteitseisen voldoet, halen we direct uit de lijn voordat het wordt verpakt.”
De technologie ontwikkelt zich snel. Nieuwe camerasystemen kunnen producten driedimensionaal analyseren, waardoor robots beter bepalen hoe objecten liggen en in welke volgorde ze moeten worden opgepakt. Dat maakt het mogelijk ook complexere processen te automatiseren, zoals het oppakken van losse voedselproducten uit kratten of bulkverpakkingen.
Data inzetten
De data die daarbij ontstaan, leveren bovendien waardevolle inzichten op voor producenten. Afwijkingen in kleur, vorm of
structuur kunnen wijzen op problemen, bij bijvoorbeeld de bereiding of verwerking. “Die data geven producenten inzicht in hun eigen proces. Als een afwijking vaker voorkomt, kan dat een signaal zijn dat er eerder in het productieproces iets moet worden aangepast.”
Tegelijkertijd veranderen de eisen vanuit markt en regelgeving. Supermarkten sturen steeds vaker aan op duurzamere verpakkingen, zoals minder plastic of beter recyclebare materialen. Dat kan flinke gevolgen hebben voor bestaande productielijnen. De uitdaging ligt daarom niet alleen in het bouwen van machines, maar vooral in het ontwikkelen van flexibele systemen die meegroeien. Robotica biedt die flexibiliteit.

De druk op de levensmiddelenketen neemt toe. Energieprijzen zijn grillig, arbeid is schaars en afnemers eisen het hele jaar door beschikbaarheid tegen stabiele prijzen. Producenten zoeken daarom naar manieren om efficiënter te werken en kosten te drukken, zonder in te leveren op flexibiliteit.
Automatisering wordt daarbij steeds meer noodzaak.
Ingenieursbureau DENTA
Engineering positioneert zich nadrukkelijk als schakel tussen inhoudelijke specialisten en maakbare techniek. Waar machinebouwers of voedselproducenten vastlopen in capaciteit of specifieke kennis, ontwikkelt het bedrijf complete oplossingen: van conceptengineering tot uitgebreide ontwerpen. Ze zijn ooit begonnen als detacheerder, maar nu ligt de focus volledig op projecten in eigen huis, inclusief het ontwerpen van complete machinelijnen.
Complexe vraagstukken
De vraagstukken zijn divers. In bakkerijen draait het om geautomatiseerde ‘carrouselfabrieken’, waarin bakblikken continu worden gevuld, geleegd en gereinigd. In vrieshuizen moeten systemen
betrouwbaar functioneren bij temperaturen van min veertig graden. En in de tuinbouw verschuift de aandacht naar een vraaggestuurde productie, waarbij de output meebeweegt met seizoenspieken om de verspilling te beperken.
Kostenbesparend en duurzaam Kostenbesparing en verduurzaming lopen daarbij in elkaar over. Warmteterugwinning, elektrificatie van systemen en robotisering van terugkerende handelingen verlagen zowel de CO₂-uitstoot als personeelskosten.
Volgens directeur Johan Prins vraagt dat om onbevangen kijken naar bestaande processen. “Wij hebben geen last van historische gevoeligheden. Als iets slimmer kan, ontwerpen we het zo. We vertalen marktkennis en trends naar concrete, betrouwbare technieken.”

De voedselindustrie staat aan de vooravond van een technologische eruptie. Waar automatisering ooit een keuze was, ontstaat nu een noodzaak. In een markt met stijgende kosten, krappe marges en een groeiend personeelstekort verschuift de aandacht razendsnel naar robotica en kunstmatige intelligentie.
Volgens Gerard Ramaker, salesmanager bij AWL, robotica automatiseringspartner, ligt op dat vlak een enorme kans. Na jarenlange internationale ervaring in de automotiveindustrie richt hij zich inmiddels op nieuwe markten, waaronder food. “Wat we hebben geleerd in lassen en logistiek, passen we nu toe op voedselverwerking,” vertelt Ramaker. De combinatie van robotica en vision-AI maakt het mogelijk producten niet alleen te verplaatsen, maar ook inhoudelijk te beoordelen.
Een recent voorbeeld is een systeem dat AGF (aardappelen, groenten en fruit) 360 graden scant en automatisch classificeert op kwaliteit. Waar menselijke beoordeling kan variëren, analyseert een getraind robotsysteem elk product consequent volgens dezelfde norm. Dat verhoogt niet alleen de productkwaliteit, maar maakt ook realtime bijsturing in het proces mogelijk.
De impact reikt verder dan efficiëntie. Snelle detectie van afwijkingen verkleint de kans op kostbare recalls en versterkt de traceerbaarheid in de keten.
De horeca digitaliseert in rap tempo. Bestellen gaat sneller, systemen worden slimmer en het bereik groeit. Toch levert die ontwikkeling niet automatisch meer rendement op. Integendeel: veel ondernemers zien hun omzet stijgen, maar hun marges juist onder druk komen te staan. Waar zit die scheefgroei?
De afgelopen jaren hebben bestelplatformen een vaste plek veroverd in de horeca: voor veel ondernemers zijn ze onmisbaar geworden om nieuwe klanten te bereiken. Maar daarnaast groeit ook de afhankelijkheid en daarmee de twijfel. Volgens Freek Dix, CEO van Sitedish, zit daar precies het knelpunt. “Veel horecaondernemers zijn vandaag de dag wel gedigitaliseerd, maar niet op een manier die voor hen het meest winstgevend is. Er is ontzettend veel mogelijk, en dat maakt het juist lastig om de juiste keuzes te maken.”
Verdienmodel
Die keuzes hebben directe impact op het verdienmodel. Platforms bieden bereik en gemak, maar brengen ook kosten met zich
mee die vaak onderschat worden. “Elke bestelling via een platform kost al snel 15 tot 30 procent. Dat is geen kostenpost voor marketing meer, maar winst die verdwijnt.”
Daarbij komt dat restaurants nauwelijks ‘eigenaar’ zijn van hun eigen klanten. “Via platforms krijg je orders, maar geen klanten. Je hebt geen e-mailadressen en data en niet de mogelijkheid om herhaalgedrag zelf te sturen.”
Balans herstellen
De oplossing ligt volgens Dix niet in het verlaten van platforms, maar in het herstellen van de balans. “Platforms zijn een sterk acquisitiekanaal, maar als je daar volledig afhankelijk van wordt, kom je in een vicieuze cirkel terecht. Je hebt een eigen bestelomgeving nodig om de regie
te houden.” Zo’n eigen kanaal biedt niet alleen lagere kosten, maar ook inzicht. Data over bestellingen, voorkeuren en momenten van drukte maken het mogelijk om gerichter te sturen. “Je kunt beter inschatten wat je moet inkopen, hoe je je personeel plant en hoe je klanten terug laat komen.”
Tegelijkertijd vermindert automatisering de afhankelijkheid van schaars personeel. Volgens Ramaker is dit nog maar het begin: AI zal de voedselketen fundamenteel veranderen – van bulkverwerking tot premiumverpakking.

Technologie als stille kracht Tegelijkertijd betekent digitalisering niet automatisch minder gastvrijheid. Door processen te automatiseren, ontstaat juist ruimte voor aandacht op de momenten die ertoe doen. De echte winst zit volgens Dix dan ook niet in de efficiëntie, maar in commercie. “Als je digitalisering goed inzet, ga je van reactief orders aannemen naar actief klanten sturen en omzet creëren.”
De komende jaren zal die verschuiving alleen maar verder doorzetten. Niet richting méér technologie, maar een slimmere inzet ervan. “De ideale balans is dat technologie op de achtergrond zijn werk doet, terwijl gastvrijheid aan de voorkant centraal blijft staan. Platforms zorgen voor bereik. Maar je eigen kanaal zorgt voor winst en loyaliteit.”
Via platforms krijg je orders, maar geen klanten
De relatie tussen het restaurant en de gast verandert daarmee fundamenteel. Waar contact vroeger vooral fysiek plaatsvond, verschuift dat steeds vaker naar digitaal. “Je verliest misschien het praatje aan de balie, maar je krijgt er een structurele, datagedreven relatie voor terug die je zelf kunt opbouwen en versterken.”



De food- en agrisector staat van alle kanten onder druk, door veel regels, oogst, verstoorde aanvoerketens door geopolitieke onrust en een consument die steeds hogere eisen stelt aan gemak en kwaliteit. De kostprijzen stijgen en de marges slinken, maar toch weten de meeste bedrijven nauwelijks op welke producten ze daadwerkelijk geld verdienen. Het antwoord ligt niet in meer technologie, maar in iets fundamentalers: inzicht in wat elk product daadwerkelijk kost.

Martijn van Giessel, Director Food & Agri, NTT DATA Business Solutions
Centenmarkt met grote risico’s Het is van nature een markt waarin de volumes hoog zijn en marges smal. Twee of drie cent verschil per product kan het onderscheid maken tussen winst en verlies. Toch opereren veel bedrijven zonder te weten welke producten in hun portfolio winstgevend zijn en welke niet. “Veel bedrijven hebben een groot productportfolio en doen het prima. Maar waar doe je het nou echt goed mee?” vraagt Martijn van Giessel, director Food & Agri bij NTT DATA Business Solutions. Dat gebrek aan inzicht is geen luxeprobleem, maar een structureel risico. Eén cent verlies op een product betekent dat je jaarwinst verdampt wanneer je jaarlijks daar miljoenen van verkoopt.
Traceren tot op batchniveau
NTT DATA Business Solutions biedt bedrijven een systeem waarmee alle kosten op het meest gedetailleerde niveau worden bijgehouden: de batch. Wanneer een container paprika’s binnenkomt, is dat een batch. Die paprika’s worden gesorteerd in klassen, gaan door een productieproces en komen samen met batches tomaten en uien uiteindelijk in bijvoorbeeld een verspakket terecht. Dat eindproduct vormt op zijn beurt een nieuwe batch. “Die hele boom traceren wij. En ook alle kosten in elke stap die plaatsvindt”, zegt Van Giessel.
Zo weet een producent op itemniveau wat de materiaal-, arbeids-, kwaliteits- en energiekosten zijn van elk pakket dat de deur uitgaat. Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt dan werken met gemiddelde marges op portfolioniveau. “Zelfs op klantniveau weten bedrijven niet wat de werkelijke marges zijn. Met ons systeem heb je ook inzicht in de verborgen kosten per klant en product – per maand.”
En voorwaarde is discipline bij de data-invoer. Het systeem werkt alleen als informatie consequent en correct wordt bijgehouden. Het bedrijf heeft daarvoor slimme mechanismen ontwikkeld. “Vanaf de inkoop moet het relatief vanzelf gaan.
Het mag geen administratieve last worden.”
Realtime sturen
Het systeem levert niet alleen inzichten achteraf, maar ook in realtime. Commerciële partijen die ’s ochtends hun producten verkopen, zien op dat moment wat de kostprijs is van de batches die ze aanbieden. Zo kunnen ze beter bepalen welke verkoopprijs haalbaar is, en welke kortingen ze kunnen geven zonder de marge te schaden.
basis. “Om AI goed voor je te laten werken, moeten de fundamentals op orde zijn. Als dat niet zo is, heeft het geen enkele zin.” Inconsistente data leiden tot onbetrouwbare analyses, die weer leiden tot verlies van vertrouwen in het systeem.
Met ons systeem heb je ook inzicht in de verborgen kosten
Wie overschakelt naar batchgebaseerde sturing, ontdekt al snel verrassingen. Producten die winstgevend leken, blijken dat niet te zijn. “Er zijn voorbeelden waarbij bedrijven dachten dat een product echt heel winstgevend was, maar dat bleek helemaal niet het geval”, aldus Van Giessel. Die inzichten veranderen niet alleen hoe er geprijsd wordt, maar ook hoe het productportfolio wordt samengesteld en welke klanten prioriteit krijgen.
De basis voor AI
De ambities in de sector liggen hoog. Automatisering, robotica en AI staan hoog op de agenda bij food- en agribedrijven. Maar Van Giessel is nuchter over wat technologie kan doen zonder een solide
Wanneer die basis wel op orde is, openen zich nieuwe mogelijkheden. Van Giessel ziet een toekomst waarin interne margedata worden gekoppeld aan externe bronnen, zoals consumentengedrag op sociale media en trends bij influencers. Hierdoor kunnen de planning en forecasting veel nauwkeuriger worden. Op langere termijn ziet hij de sector bewegen naar wat hij de Connected Supply Chain noemt: van teler tot supermarkt als één geheel plannen. “Zover zijn we nog niet, maar ik denk wel dat we daar naartoe gaan.”
Processen voor systemen
De route daarheen begint niet bij AI of automatisering, maar bij procesdiscipline. Veel bedrijven werken met omslachtige, ad-hocprocessen die inconsistente data opleveren. Elke kleine shortcut in het proces zorgt voor een uitzondering in de data, en uitzonderingen ondermijnen de betrouwbaarheid van elke analyse. Dat is het punt waar Van Giessel keer op keer op terugkomt: technologie volgt het proces, niet andersom. “Op het moment dat je data kloppen, kun je er ook wat mee doen. Dan kun je een analyse uitvoeren en daar een concurrentievoordeel mee behalen.”
Wie die stap zet, legt niet alleen een fundament voor betere beslissingen, maar bouwt tegelijk aan een organisatie die haar eigen prestaties werkelijk begrijpt.




Ga op verkenning tijdens een onvergetelijke reis door Europa, Azië en nóg verder, dankzij onze ‘Exceptional Savings’-aanbieding met een korting tot maar liefst 50% op specifieke afvaartdata. Met daarnaast de faciliteiten van Your World Included™ die altijd gratis zijn – onder meer gastronomische specialiteitenrestaurants en onbeperkte WiFi – proeft u van de tijdloze charme van het Middellandse Zeegebied, de boeiende contrasten van het Verre Oosten en zoveel meer, terwijl u de beste prijskwaliteitverhouding in de wereld van de luxecruises ervaart.
REIZEN IN DE KIJKER
Adriatic Awakening
ATHENE naar DUBROVNIK
7 nachten | 10 aug. 2026 | Oceania Regatta

veranda stateroom prijzen per gast vanaf* WAS € 3.679 | NU € 2.208
Iceland To British Isles
REYKJAVIK naar SOUTHAMPTON
12 nachten | 23 aug. 2026 | Oceania Marina

veranda stateroom prijzen per gast vanaf* WAS € 6.409 | NU € 3.205
Iberia & Italian Treasures LISSABON naar ROME 14 nachten | 21 dec. 2026 | Oceania Sirena

veranda stateroom prijzen per gast vanaf* WAS € 6.469 | NU € 3.882



