Page 1

DECEMBER 2019

Beroepsvereniging voor kinesitherapeuten

Exclusief

SPECIAL

Geestelijke gezondheid en psychomotoriek Het ledenmagazine voor en door kinesitherapeuten


INHOUD

EXXTRA

EXXTRA

04

VAKLITERATUUR

Is meer dan 9 uur per dag zitten gevaarlijk?

Management en beleid in de gezondheidszorg Een wegwijs voor zorgverleners

AXXON IN ACTIE

06

AXXON blaast 10 kaarsjes uit!

VOORDEELPRIJS MET 10% KORTING

EXXPERT

10

Wetenschappelijke evidentie voor de integratie van kinesitherapie in de geestelijke gezondheidszorg

16 18

Hoe ervaren mensen met Parkinson lichaamsbeweging?

€ 43,20 incl. 6% BTW (Normale prijs € 48)

Sociale bijdragen: zelf storten of je vennootschap laten betalen?

AXXON EXCLUSIEF

PUBLICATIE VAN AXXON VZW

DECEMBER 2019 DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE, JAARGANG 11 – NR 44, IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM AFGIFTEKANTOOR: BRUSSEL X ERKENNINGSNUMMER: P910666 REDACTIE & COPYWRITING SÉBASTIEN KOSZULAP & SOPHIE JANS – REDACTIE@AXXON.BE VERTALING EMILY VAN COOLPUT, ERIK VERTRIEST CONCEPT EN VORMGEVING C3CREATIES DRUKWERK SYMETA CORRESPONDENTIEADRES AXXON: IMPERIASTRAAT 16 – 1930 ZAVENTEM, TEL: 02 709 70 8, FAX: 02 749 96 89, WWW.AXXON.BE REKENINGNUMMER VOOR LIDMAATSCHAP: BE18 3631 0868 1365

U ontvangt dit tijdschrift op de naam en het adres die zijn opgenomen in ons adressenbestand. In uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke leefsfeer hebt u inzage- en correctierecht. De artikels/publiciteit verschijnen onder verantwoordelijkheid van de auteurs/ firma’s. AXXON houdt zich het recht voor om ingestuurde teksten en/of publiciteit die het beroep kunnen schaden te weigeren. © Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

02

DECEMBER 2019

Als zorgverlener functioneer je vandaag steeds meer in teamen netwerkverband. Wetten en financiering bepalen wat mag en kan, en je prestaties worden almaar vaker gemeten om tot kwaliteits- en efficiëntieverbetering te komen. Om goede zorg te verlenen, heb je dan ook nood aan managementvaardigheden en zicht op het grotere plaatje. Met dit boek maken 15 experts je wegwijs in het management en beleid van de gezondheidszorg. Ze gidsen je naar heldere inzichten in de organisatie, wetgeving en netwerken van de Belgische gezondheidszorg, en naar musthave informatie over onder meer

patiëntveiligheid, kwaliteitscontrole en (hr-)management. Wegwijzers naar specifieke bronnen reiken je verdere diepgang aan en doordenkoefeningen bieden je handvatten om praktisch aan de slag te gaan. Management en beleid in de gezondheidszorg. Een wegwijs voor zorgverleners is de ideale gids voor elke zorgverlener die zich wil onderleggen in zorgmanagement en -beleid. Uitgeverij: ACCO Publicatiedatum: 2019 Auteur: Walter Sermeus ISBN: 9789463792547

ONLINE BESTELLEN MET ACTIECODE AXXON10GZ4764 VIA WWW.ACCO.BE/MANAGEMENTENBELEID


DIRK VERLEYEN VOORZITTER AXXON, KWALITEIT IN KINESITHERAPIE

VOORWOORD

Naar een nieuw model voor de gezondheidszorg in 2020! Het zorglandschap in België wordt steeds complexer. Zowel de ziekenhuizen als de eerste lijn komen steeds meer onder druk te staan. Samenwerking en een kwalitatief zorgaanbod is de rode draad doorheen de hervormingen van de overheid. Tegen 2020 moet elk ziekenhuis deel uitmaken van een netwerk door samen te werken op het vlak van de (basis)zorg. Maximaal 13 ziekenhuisnetwerken in Vlaanderen, 4 in Brussel en 8 in Wallonië. Allicht zal de wetgeving rond de samenwerking tussen private en publieke ziekenhuizen nog voor wat onrust op het terrein zorgen.

volgen en als taken verschuiven van het ziekenhuis naar de eerste lijn, dan moet de financiering volgen. Neem nu de RIZIV-sensibilisering van de orthopedisch chirurgen waarbij de internationale klinische richtlijnen duidelijk stellen dat een artroscopische menisectomie geen meerwaarde heeft bij de behandeling van degeneratief knielijden en meniscusscheuren. 600 orthopedisch chirurgen worden aangemoedigd door de DGEC van het RIZIV om deze problematiek bij 50-plussers nietoperatief te behandelen, maar wel via een alternatieve behandeling

Door specifieke zorg te concentreren, ga je een stuk meer expertise opbouwen en zo ook kwalitatiever werken. Geldig voor alle zorgsectoren, incluis de kinesitherapie, in het ziekenhuis of binnen de eerste lijn! En zo komen we al snel bij het probleem van de financiering! Vandaag de dag zitten we in een prestatiefinanciering. Gaat de overheid de weg op van de bundle payment, zijn we in onze kinesector klaar om een forfait per pathologie en/of een pay for quality te introduceren, te aanvaarden? Met AXXON zetten we momenteel hoog in op doelmatige zorg, EBM-gestuurd. De efficiëntie in zorg moet ingevuld worden met herinvesteringen in onze sector, zo niet leidt dit naar een verschraling van de waarden van onze nomenclatuur en dito honoraria. De budgetten in de zorg zouden eigenlijk de patiënt moeten

“Een nieuwe nomenclatuur kan de oplossing zijn voor een valuebased healthcare”

zoals mobilisatieoefeningen, gewichtscontrole en orale medicatie. We gaan ervan uit dat deze kostenefficiënte aanbeveling/ richtlijn ons kinebudget zal versterken. Het Vlaams regeerakkoord pleit voor een inclusief, warm en zorgzaam Vlaanderen. Werk aan de winkel voor de nieuwe minister om de beleidsverschuivingen inhoud en vorm te geven in overleg en consensus met het terrein. Meer focus op de patiënt en minder op de structuren! Zullen Vlaanderen en België de transformatie van de zorg naar value-based healthcare (model van Porter) op termijn aandurven? Een model met elementen die onderling met mekaar verband houden: organisatie van de zorg rondom patiëntengroepen, uitkomstmetingen en kostenbepaling voor iedere patiënt, ketenfinanciering en ketenzorg, geografische expansie van best practices en ondersteunende technologie. De huidige kinesitherapie is hier niet klaar voor, een nieuwe nomenclatuur kan de oplossing zijn! De realiteit van het moment leert ons dat onderinvestering leidt tot verarming van de zorg, dat er te weinig geïnvesteerd wordt in preventie, dat er te complexe hervormingen aan de gang zijn, maar vooral dat gemotiveerde kinesitherapeuten beter werk leveren. Uitkijkend met goesting robuustheid naar 2020.

DECEMBER 2019

en

03


EXXTRA

BRON GEZONDHEID EN WETENSCHAP

Is meer dan 9 uur per dag zitten gevaarlijk? Onderzoekers toonden aan dat oudere volwassenen langer leven als ze weinig bewegen in vergelijking met zittend gedrag. Een internationale groep onderzoekers ging na of volwassenen ouder dan 40 jaar die dagelijks bewogen langer leefden in vergelijking met volwassenen met een zittend gedrag(1). In een overzichtsstudie verzamelden ze de gegevens van acht studies met in totaal 36.383 volwassenen die gemiddeld 63 jaar oud waren. De dagelijkse beweging werd gemeten met een versnellingsmeter, dit is een klein elektronisch apparaat dat gedragen wordt rond de heup of de arm. Het apparaatje geeft een goed idee van hoeveel iemand per dag beweegt. Tijdens de opvolging van zes jaar overleden 2.149 deelnemers. Ongeveer zes uur per dag besteden aan lichte lichamelijke activiteit zoals wandelen, koken of tuinieren kon het risico op vroegtijdige sterfte met 50 tot 60% doen dalen vergeleken met

04

DECEMBER 2019

zittend gedrag. Een vergelijkbaar resultaat werd bekomen met 24 minuten per dag matige tot hevige lichamelijke activiteit. Opmerkelijk is dat reeds 60 minuten per dag besteden aan lichte activiteit het risico op vroegtijdige sterfte met 40% kon doen dalen. Bij volwassenen die daarentegen 7,5 tot 9u per dag zittend doorbrachten, steeg het risico om vroegtijdig te sterven gradueel. Bij meer dan 9,5 uur zitten was het risico nog meer uitgesproken. De onderzoekers besluiten dat bewegen in alle vormen beter is dan veel zitten.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren? Volgens de Belgische Voedselconsumptiepeiling van 2014 waren volwassen mannen 93 minuten per dag matig actief, en vrouwen 89 minuten(2). Opmerkelijk

is dat mensen met een lagere schoolopleiding actiever waren dan mensen met een hogere opleiding, namelijk 104 minuten vergeleken met 73 minuten. Terwijl we in 2004 gemiddeld 64 minuten per dag matig actief waren, bedroeg dit 91 minuten in 2014. Deze internationale overzichtsstudie selecteerde enkel waarnemingsstudies. Dergelijke studies zijn goed om relaties aan te tonen, maar niet om oorzakelijke verbanden vast te leggen. We mogen dus beweren dat er een verband is tussen bewegen en een lager risico op vroegtijdige sterfte, maar niet dat bewegen alleen dit resultaat verklaart. Andere factoren kunnen een rol spelen, zoals bijv. roken. Iemand die veel beweegt, zal eerder geneigd zijn om niet te roken.


Opmerkelijk aan de geselecteerde studies is dat de dagelijkse beweging niet werd gemeten met vragenlijsten, maar met versnellingsmeters. Dergelijke meters geven een veel beter beeld van de dagelijkse activiteit. Hierdoor konden de onderzoekers de gezondheidseffecten van weinig beweging beter bepalen. Bij klassieke vragenlijsten is het soms moeilijk om een onderscheid te maken tussen weinig en niet bewegen. Een beperking van deze studies is dat bijna 80% van de deelnemers vrouwen waren. We moeten dus voorzichtig zijn alvorens conclusies te trekken voor mannen. Het is al langer geweten dat bewegen helpt om langer (gezond) te leven. In het verleden konden onderzoekers aantonen dat mensen die zeer weinig fysiek actief waren, al meer risico liepen op vroegtijdige sterfte als ze meer dan 4 uur per dag zittend doorbrachten. Wie nog meer zat en daarnaast weinig bewoog, riskeerde nog vroeger te sterven(3).

Referenties (1) Ekelund U, Tarp J, Steene-Johannessen J, Hansen BH, Jefferis B, Fagerland MW, Whincup P, Diaz KM, Hooker SP, Chernofsky A, Larson MG, Spartano N, Vasan RS, Dohrn IM, Hagstrรถmer M, Edwardson C, Yates T, Shiroma E, Anderssen SA, Lee IM. Dose-response associations between accelerometry measured physical activity and sedentary time and all cause mortality: systematic review and harmonised meta-analysis. BMJ. 2019 Aug 21;366:l4570. (2) Cuypers K, Lebacq T & Bel S. Inleiding en methode. In: Lebacq T, Teppers E (ed.). Voedselconsumptiepeiling 2014-2015. Rapport 3. WIV-ISP, Brussel, 2016. (3) https://www.gezondheidenwetenschap.be/gezondheid-in-demedia/moeten-we-zeker-een-uur-per-dag-bewegen

https://www.nhs.uk/news/lifestyle-and-exercise/sit-less-movemore-may-be-key-advice-living-longer/

Conclusie Deze overzichtsstudie bevestigt dat voor volwassenen die 40 jaar en ouder zijn zelfs weinig beweging helpt om langer en langer gezond te leven.

DECEMBER 2019

05


AXXON IN ACTIE

SOPHIE JANS

2009 - 2019

AXXON bestaat 10 jaar AXXON mocht op 4 oktober 10 kaarsjes uitblazen. Ter gelegenheid hiervan blikten enkele prominente figuren binnen de kinesitherapie terug op de afgelopen jaren maar werd er vooral naar de toekomst gekeken. De bijdragen van de sprekers en hun visie op de toekomst komt u hier te weten.

Future-proofing physiotherapy PROF. DIRK VISSERS UNIVERSITEIT ANTWERPEN In Vlaanderen kan men opgeleid worden tot kinesitherapeut aan 5 universiteiten. Hiervoor dient men minimaal een 5-jarig traject te volgen dat bestaat uit een 3-jarige bachelor van 180 studiepunten en een 2-jarige master van 120 studiepunten. Aan de Franstalige zijde wordt de opleiding kinesitherapie aangeboden door 8 hogescholen en 3 universiteiten die een 4-jarig traject aanbieden (3 jaar bachelor + 1 jaar master). Hiermee behoren de opleidingen kinesitherapie in België tot de langste en meest gedegen opleidingen in Europa. Helaas reflecteert zich dit nog steeds niet tot een directe toegang tot kinesitherapie in België. In de helft van de Europese landen kan een patiënt wel rechtstreeks naar de kinesitherapeut stappen, zonder

06

DECEMBER 2019

voorschrift van een arts. Onze studenten kinesitherapie verwerven doorheen hun opleiding alvast de nodige competenties om op deze manier hun beroep te kunnen uitoefenen. In de tien jaar dat AXXON bestaat is niet enkel het beroep geëvolueerd maar zijn ook de opleidingen veranderd. De toename van het aantal studenten betekende een shift naar blended learning: een mix van klassiek onderwijs en zelfstudie door gebruik te maken van technologie zoals digitale leerplatformen, kennisclips en instructievideo’s. Ook in het beroep werd de afgelopen jaren de term blended physiotherapy geïntroduceerd.


Hierbij wordt technologie gebruikt om de conventionele kinesitherapiebehandeling te ondersteunen door telecoaching en datamonitoring. Zeker nu het in Nederland reeds mogelijk is voor kinesitherapeuten om videoconsultaties met patiënten te attesteren (code 1000) en het voornemen van onze minister van Volksgezondheid om het gebruik van apps in de gezondheidszorg mogelijk te maken, neemt het belang van digitale vaardigheden voor kinesitherapeuten toe. Dit betekent ook dat meer data verzameld kan worden die geanalyseerd kan worden waardoor data-driven therapy een belangrijke aanvulling kan worden van evidence-based therapy. Om deze evoluties binnen de kinesitherapie mogelijk te maken, dient er werk gemaakt te worden van een platform waar zoveel mogelijk data op een veilige, ethische en gestructureerde manier verzameld kan worden. De analyse van deze data zal kunnen leiden tot belangrijke nieuwe inzichten binnen de kinesitherapie. Uiteraard kan deze data enkel verzameld worden indien kinesitherapeuten en patiënten bereid zijn gebruik te maken van de technologie die nodig is om deze data te verzamelen (bv. activity trackers of smart watches).

Ik ben dan ook zeer verheugd met het initiatief van AXXON om een digitaal ‘ecosysteem’ voor kinesitherapie te ontwikkelen en implementeren in België. Een gebruiksvriendelijk platform dat intuïtief zal kunnen communiceren met telecoachingen datamonitoringapplicaties, met kinesitherapiemanagementsoftware, maar ook met software die door andere zorgverstrekkers gebruikt wordt, zodat aangegeven kan worden of er evidentie bestaat dat kinesitherapie geïndiceerd is in het zorgtraject van hun patiënt of cliënt. Tegelijkertijd wil ik de kennisinstellingen wijzen op de noodzaak van het integreren van digitale competenties in de bestaande curricula van de kinesitherapieopleidingen. Studenten dienen op een kritische manier gebruik te kunnen maken van nieuwe technologie. Maar ook kinesitherapeuten die al wat langer in het beroep staan, dienen de kans te krijgen zich te bekwamen in digitale vaardigheden en wegwijs gemaakt te worden in de mogelijkheden en beperkingen van bestaande en nieuwe apps, platformen en wearables. Het Center for Health and Technology (CHaT) van de Universiteit Antwerpen heeft, in samenwerking met AXXON, alvast het voornemen

om in oktober 2020 te starten met een postgraduaat ‘Smart Health’, bedoeld voor zorgverstrekkers die geïnteresseerd zijn om mee te helpen met de technologische innovatie binnen de gezondheidszorg: www.smart-health.be.

Prof. Dirk Vissers is hoofddocent aan de opleiding Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie van de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is ondervoorzitter van het Center for Health and Technology (CHAT) van de UAntwerpen en lid van de ENPHE-werkgroep ‘Digital Health Care in Physiotherapy Education’

DECEMBER 2019

07


AXXON IN ACTIE

Beleidsdoelstellingen van de Federale Raad voor de Kinesitherapie PROF. PETER VAN ROY VOORZITTER FEDERALE RAAD VOOR DE KINESITHERAPIE De oprichting van AXXON betekende in 2009 een mijlpaal in de geschiedenis van de beroepsverenigingen voor kinesitherapie in België. Na de instelling van de Wet op de Uitoefening van de Kinesitherapie had de kinesitherapie behoefte aan een sterke bundeling van krachten inzake beroepsvereniging en dat is nog steeds het geval. Want in de ons omringende gemeenschap en zelfs bij beleidsverantwoordelijken leven vaak nog stereotiepe beelden verder van de kinesitherapie uit de jaren zestig en zeventig van vorige eeuw. Er is bijgevolg een duidelijke behoefde om de kinesitherapie anno 2020 te promoten. Hieraan gekoppeld bestaat de behoefte om ervoor te zorgen dat het hoofdstuk kinesitherapie in de wetgeving betreffende de gezondheidsberoepen gemoderniseerd en geactualiseerd wordt, eerder dan de klok terug te draaien. Naar aanleiding hiervan formuleerden de Federale Raad voor de Kinesitherapie en de Werkgroep Kinesitherapie van de Planningscommissie een memorandum met de belangrijkste kernpunten voor de periode 2019-2024. Hieronder een korte opsomming:

1. De creatie van een deontologisch orgaan voor de kinesitherapie Het betreft een viertrapsorgaan, beantwoordend aan Europese normen, met toepassing van positieve deontologie.

2. De implementatie van Directe Toegang tot de Kinesitherapie (DTK) onder bepaalde voorwaarden Het gaat om DTK, uitgetekend in ICF-context, kaderend in de competenties van de kinesitherapeut in België anno 2020, waarbij de patiënt centraal wordt gesteld en autonome uitoefening van het beroep gebeurt met winst in tijd en efficiëntie.

3. Werken aan een geconsolideerd plan rond verbijzonderingen in de kinesitherapie (BBK) De FRK blijft de goedkeuring nastreven van bijzondere beroepsbekwaamheden in sportkinesitherapie, kinesitherapie in de geriatrie en psychomotorische kinesitherapie. Anderzijds is het ook de bedoeling om oedeemtherapie hier onder te brengen.

4. Multidisciplinair samenwerken De inschakeling van kinesitherapie nastreven in diverse omstandigheden die baat hebben bij een multidisciplinaire benadering en waarbij de kinesitherapie een meerwaarde kan betekenen.

5. Inzetten op preventie Inzetten op het voorkomen, verminderen en/ of herstellen van houdings-, bewegings- en functioneringsproblemen binnen het werkdomein van de kinesitherapeut, alsook de realisatie van adviezen en vorming.

Directe toegang in de kinesitherapie JONATHON KRUGER CEO WCPT REDACTIE SOPHIE JANS

Jonathon Kruger is CEO van de World Confederation for Physical Therapy sinds 2016. Hij werkte als kinesitherapeut en later voor de Australian Medical Association vooraleer hij aantrad bij de WCPT.

08

DECEMBER 2019

Sinds de oprichting van de WCPT in 1951 is er heel wat veranderd. De organisatie groeide doorheen de jaren uit van een kleine groep van 11 leden naar 120 leden in verschillende landen, met verschillen op vlak van praktijkvoering, wetgeving en opleiding. In 1976 werd in Australië voor het eerst de vraag gesteld of de kinesitherapeut niet perfect in staat is om zelf te fungeren als eerste aanspreekpunt binnen de gezondheidszorg in plaats

van een arts. De Australische beroepsvereniging achtte de kunde van kinesitherapeuten voldoende om dit toe te laten, wat binnen de internationale kinesitherapiegemeenschap voor heel wat opschudding zorgde. Niet elk land was voorstander hiervan. Directe toegang impliceert immers meer verantwoordelijkheid, toewijding en zelfdiscipline. In 1978 werd besloten dat elk land voor zichzelf kon uitmaken of directe toegang al dan niet aan de orde


6. Aandacht voor de vergrijzing, chronisch lijden en polypathologie We streven naar een aangepast statuut en promotie van de kinesitherapeut in de geriatrie en naar een rol voor de kinesitherapeut omtrent re-activatie en revalidatiebeleid in het management van woonzorgcentra.

7. Blijven streven naar hervormingen van het KB nr. 78

10. Extended Scope Physiotherapy Op basis van de competenties van de kinesitherapeut op het vlak van onderzoek, therapeutisch en preventief handelen op positieve wijze inpikken op de idee van taakverschuivingen binnen de gezondheidszorgberoepen, voor taken die niet meteen gezien worden als taken van de kinesitherapeut.

Het moet gaan om hervormingen die in lijn liggen met de hedendaagse opleiding en het hedendaags competentieprofiel van de kinesitherapeut.

8. Verbetering van het statuut van ziekenhuiskinesitherapeuten We streven naar een aanpassing van de ziekenhuiswet met expliciete vermelding en aflijning van het statuut van de ziekenhuiskinesitherapeut als volwaardige partner binnen het multidisciplinaire, georganiseerde zorgmodel met bijpassende autonomie.

9. De ontwikkeling van een vijfjarig opleidingstraject in de Franse Gemeenschap De FRK ondersteunt een hervorming van het onderwijs in kinesitherapie in de Franse Gemeenschap teneinde een gelijkstelling te bekomen met de duur van de opleiding in de Vlaamse Gemeenschap.

was, zonder dat hiermee geraakt werd aan de deontologische code van de kinesitherapeut. Bijna vier decennia later is directe toegang nog steeds een heet hangijzer. Wat vroeger gezien werd als de grote twistappel, is vandaag een element dat steeds meer leden verenigt. De WCPT is voorstander van een systeem waarbij de patiënt indien gewenst zich in eerste instantie tot een kinesitherapeut kan wenden. Dit vergroot de autonomie van de patiënt en zorgt voor toegankelijkere

zorg. Daarnaast ijvert de WCPT voor een terugbetalingsmodel binnen de ziekteverzekering dat niet gebaseerd is op de doorverwijzing van een arts. Leden van de organisatie worden dan ook aangemoedigd om directe toegang in hun land of regio te bewerkstelligen. Hierbij is het ook van essentieel belang dat toekomstige kinesitherapeuten hiervoor tijdens hun opleiding klaargestoomd worden. De weg naar een onafhankelijke praktijkvoering ligt echter niet voor iedereen wijd open. Australië had in

Prof. Peter Van Roy is emeritus van de Vrije Universiteit Brussel, waar hij als gewoon hoogleraar anatomie en biomechanica actief was. Hij is momenteel voorzitter van de Federale Raad voor de Kinesitherapie en voorzitter van de Commissie Onderzoek van SOMT University of Physiotherapy Amersfoort.

de jaren 70 het geluk dat er geen wettelijke hordes moesten genomen worden. Daarnaast zijn er nog een aantal andere struikelblokken zoals financiering, culturele aspecten en, zoals eerder aangehaald, de opleiding tot kinesitherapeut. Toch is er internationaal gezien meer dat ons verbindt dan wat ons scheidt. Door te netwerken en onze ideeën en strategieën met elkaar te delen, is het slechts een kwestie van tijd voor alle kinesitherapeuten het recht hebben om gebruik te maken van directe toegang, indien zij dat wensen.


EXXPERT

MICHEL PROBST, TINE VAN DAMME EN DAVY VANCAMPFORT

Wetenschappelijke evidentie voor de integratie van kinesitherapie in de geestelijke gezondheidszorg De kinesitherapeuten met een opleiding geestelijke gezondheidszorg hebben naast hun kinesitherapeutische vaardigheden, specifieke vaardigheden verworven, zowel op het vlak van technieken als van communicatie om personen met psychische klachten een optimale behandeling te geven. Ze focussen op zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid van personen met een psychologische distress, psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen. Ze richten zich door middel van het “lichaam in beweging” daarbij niet alleen op de disfuncties maar ook op aanwezige gezonde mogelijkheden van de persoon met het oog op een betere activatie en participatie, een beter welbevinden en empowerment. De aandacht wordt verlegd op andere levensdomeinen en op dingen waarin ze goed in zijn. We overtuigen de personen om door middel van fysieke oefeningen hun veerkracht te vergroten. Vandaag is er in de literatuur voldoende evidentie dat “bewegen” in de meeste ruime vorm van het woord een positief effect heeft op zowel de fysieke als de geestelijke gezondheid. Bovendien maakt bewegen integraal deel uit van de psychopathologie en is het een belangrijk aanknopingspunt voor alle revalidatieprogramma’s in de geestelijke gezondheidszorg. Individueel aangepaste bewegingsprogramma’s hebben een duidelijk effect op de fysieke gezondheid en zijn gericht op een symptoomverlichting. Daarnaast hebben deze bewegingsprogramma een positieve impact op het zelfvertrouwen en op de kwaliteit van het leven.

10

DECEMBER 2019

Niettegenstaande deze evidentie wordt de rol van de kinesitherapeut binnen de geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie nog niet overal erkend. Heel wat collega’s beperken zich tot de louter functionele aspecten en ervaren een zekere drempel om zich op het pad van de geestelijke gezondheid te wagen. Met onderstaande publicatie wilden we wereldwijd de aandacht voor de kinesitherapie in de geestelijke gezondheidszorg trekken.

Stubbs, B., Probst, M., Soundy, A., Parker, A., De Herdt, A., De Hert, M., Mitchell, A., Vancampfort, D. (2014). Physiotherapists can help implement physical activity programmes in clinical practice. British Journal of Psychiatry, 204, 164-164.


De fysieke gezondheid van personen met een psychologische distress en stoornissen. Personen die geconfronteerd worden met tijdelijke of chronische geestelijke gezondheidsproblemen hebben als gevolg van een verhoogd sedentair gedrag – een hoog niveau van lichamelijke inactiviteit – minder goede voedingsgewoonten en de bijwerkingen van psychofarmaca, een verhoogde prevalentie voor harten vaatziekten, ischemische hartziekte, hypertensie, diabetes en luchtwegaandoeningen, metabool syndroom, zwaarlijvigheid, chronische musculoskeletale pijn, slaapproblemen, osteoporose en valrisico. De levensverwachtingen zijn daarenboven beduidend lager. Onderzoek leert ons dat met personen die aan somatische aandoeningen lijden vaak ook comorbide psychische aandoeningen vertonen. Een op de vier mensen met chronische aandoeningen aan het bewegingsapparaat lijdt aan minstens één psychische stoornis.

Het sedentair leven wordt weleens het nieuwe roken genoemd omwille van de negatieve invloed van het sedentair leven op de fysieke gezondheid.

De geestelijke gezondheid van personen met een psychologische distress en stoornissen. Uit bovenstaande artikels blijkt duidelijk dat fysieke activiteit ook een invloed heeft op de geestelijke gezondheid van de personen die geconfronteerd worden met schizofrenie, depressie, angst, posttraumatische stressstoornissen en eet- en slaapstoornissen. Het aanbieden van specifieke fysieke activiteiten, relaxatieoefeningen en therapie en oefeningen rond de eigen lichaamsbeleving en lichaamswaarneming hebben een positief effect op de personen met de geestelijke gezondheidsproblemen. Uiteraard worden de problemen niet opgelost maar de kinesitherapie kan een verlichting van de symptomen, een verhoging van de hersenactiviteit en verhoogde kwaliteit van het leven bewerkstelligen, alsook een beter inzicht in het eigen innerlijk functioneren.

DECEMBER 2019

11


EXXPERT

De behandeling De kinesitherapeutische behandeling van personen met psychische problemen zal er hoofdzakelijk in bestaan de personen te motiveren om de afgesproken behandelingsdoelen tot een goed eind te brengen. Motivationele gespreksvoering en het gebruik maken van het referentiekader van de zelfdeterminatietheorie kunnen hierbij een uitstekend hulpmiddel zijn. Naast deze uit de psychologie ontleende vaardigheden zal de kinesitherapeut veel aandacht besteden aan de activatie en de participatie van deze personen rekening houdend met de invloedrijke contextuele factoren. De unique selling points zijn “welzijn en fysieke activiteit”, “stress en relaxatie”,

12

DECEMBER 2019

“sensory, body en movement awareness”, “chronische fysieke en mentale lichamelijke pijn”, “het zelfvertrouwen in het eigen lichaam, nabijheid en aanrakingen”, … Deze lijst bevat de voornaamste themata waarmee personen met psychische distress worstelen en waar kinesitherapeuten een positief antwoord op kunnen formuleren. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar een recent boek van Probst en Skjaerven: Physiotherapy in Mental Health and Psychiatry (2018). Probst, M., Skjaerven, L. (2018). Physiotherapy in mental health and psychiatry, a scientific and clinical based approach. London: Elsevier. ISBN: 9780702072680


Referenties Babson, K., Heinz, A., Ramirez, G., Puckett, M., Woodward, S (2015). The interactive role of exercise and sleep on veteran recovery from symptoms of PTSD. Mental Health and Physical Activity, 8, 15-20 Herring, M.P., O’Connor, P.J., Dishman, R.K. (2010). The effect of exercise training on anxiety symptoms among patients: a systematic review. Archives Internal Medicine, 22;170(4):321-31. doi: 10.1001/ archinternmed.2009.530. Miller, W.R., Rollnick, S. (2012). Motivational interviewing, helping people change. 3rd revised edition. New York, NY: The Guildford Press. Probst, M. (2017). Physiotherapy and Mental Health. In T. Suzuki (ed), Clinical Physical Therapy. IntechOpen, DOI: 10.5772/67595. Available from: https://www.intechopen.com/books/clinical-physical-therapy/ physiotherapy-and-mental-health. Probst, M., Skjaerven, L. (2018). Physiotherapy in mental health and psychiatry, a scientific and clinical based approach. London: Elsevier. Probst, M., Majewski, M.L., Albertsen, M., Catalan-Matamoros, D., Danielsen, M., De Herdt, A., Duskova Zakova, H., Fabricius, S., Joern, C., Kjolstad, G., Patovirta, M., Philip-Raverty, S., Tyyska, E., Vancampfort, D. (2013). Physiotherapy for patients with anorexia nervosa. Advances in Eating Disorders; Theory, Research and Practice 1: 224-238. DOI: 10.1080/21662630.2013.798562 Schuch, F.B., Vancampfort, D., Richards, J., Rosenbaum, S., Ward, P.B., Stubbs, B. (2016). Exercise as a treatment for depression: A meta-analysis adjusting for publication bias. Journal of Psychiatric Research 77: 42–51. Stubbs, B., Probst, M., Soundy, A., Parker, A., De Herdt, A., De Hert, M., Mitchell, A., Vancampfort, D. (2014). Physiotherapists can help implement physical activity programmes in clinical practice. British Journal of Psychiatry, 204, 164-164. Stubbs, B., Vancampfort, D., Rosenbaum, S., Firth, J., Cosco, T., Veronese, N., Salum, A., Schuch, F.B. (2017). An examination of the anxiolytic effects of exercise for people with anxiety and stress-related disorders: A metaanalysis. Psychiatry Res. 249:102-108. doi: 10.1016/j.psychres.2016.12.020. Vancampfort, D., Vansteelandt, K., Scheewe, T., Probst, M., Knapen, J., De Herdt, A., De Hert; M. (2012). Yoga in schizophrenia: a systematic review of randomised controlled trials. Acta Psychiatrica Scandinavica 126: 1220. DOI: 10.1111/j.1600-0447.2012.01865.x Vancampfort, D., De Hert, M., Vansteenkiste, M., De Herdt, A., Scheewe, T.W., Soundy, A., Stubbs, B., Probst, M. (2013). The importance of self-determined motivation towards physical activity in patients with schizophrenia. Psychiatry Res. 210(3):812-8. doi: 10.1016/j.psychres.2013.10.004. Vancampfort D, Rosenbaum S, Schuch F, Ward P, Richards J, Mugisha J, Probst M, Stubbs B. Cardiorespiratory fitness in severe mental illness: A systematic review and Meta-analysis. Sports Medicine. 2016; DOI: http://dx.doi.org/10.1007/s40279-016-0574-1

DECEMBER 2019

13


EXXPERT

FEDERAAL KENNISCENTRUM VOOR DE GEZONDHEIDSZORG (KCE)

Geestelijke gezondheidszorg: onduidelijk of de beschikbare zorg beantwoordt aan de behoeften De laatste decennia maakte de Belgische geestelijke gezondheidszorg (GGZ) een aantal hervormingen door. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) werd gevraagd om het GGZ-landschap in kaart te brengen, en om eventuele lacunes en overlappingen op te sporen. De grootste uitdaging blijkt momenteel echter dat de GGZ-behoeften van de Belgische bevolking niet duidelijk zijn, omdat hierover geen betrouwbare cijfers bestaan. Om die reden kon het KCE dan ook niet nagaan of het huidige zorgaanbod afgestemd is op de behoeften. Naast het opzetten van goede registratiesystemen, en het aanmoedigen van registratie door de betrokken actoren, versterkt de overheid best haar bestaande beleid van gemeenschapsgerichte zorg, door o.a. de GGZ (financieel) toegankelijker te maken, laagdrempelige informatiepunten te voorzien en het aanbod begeleid wonen uit te breiden. De Belgische geestelijke gezondheidszorg in kaart brengen De laatste decennia waren er in de geestelijke gezondheidszorg een aantal reorganisaties, o.m. doordat men steeds meer wilde afstappen van GGZ in ziekenhuizen of instellingen, en omwille van de verschillende staatshervormingen. In 2016 nam de Belgische overheid, samen met de gemeenschappen en gewesten, hierin een volgende stap. Het belangrijkste doel daarbij was om nog meer te focussen op gemeenschapsgerichte zorg, waarbij de persoon behandeld wordt in de eigen omgeving, zodat hij/zij tijdens en na het herstel gemakkelijker opnieuw zijn/haar leven kan opnemen. In dit kader werd aan het KCE gevraagd om de organisatie van de GGZ voor volwassenen in kaart te brengen.

14

DECEMBER 2019

Het KCE analyseerde de wetenschappelijkliteratuur,databanken, websites en jaarverslagen. Daarnaast organiseerde het focusgroepen en een zeer uitgebreide bevraging van vertegenwoordigers van alle spelers in de GGZ, met inbegrip van verenigingen van patiĂŤnten en hun familie.

Behoeften bevolking niet duidelijk De nationale gezondheidsenquĂŞte levert gegevens op over zelf-gemelde geestelijke gezondheidsproblemen, maar het belangrijkste probleem dat het KCE tegenkwam is dat er momenteel geen betrouwbare cijfers bestaan over de geestelijke gezondheidszorgbehoeften van de Belgische bevolking. Om die reden kon het KCE dan ook niet nagaan of het huidige zorgaanbod volstaat en voldoende toegankelijk is, of er

overlap is, en of alle personen met GGZ-problemen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Er moet dan ook prioriteit gegeven worden aan goede registratiesystemen voor GGZ-problemen, zorgbehoeften, zorgaanbod en -gebruik, kosten, zorgkwaliteit, enz. die in de eerste plaats bruikbaar zijn in het zorgproces, en ook voor het beleid en onderzoek. Dit zal veel tijd vergen, en in afwachting kunnen een aantal andere maatregelen worden genomen (zie verder), die erop neerkomen dat het huidige beleid op alle niveaus wordt voortgezet en vooral versterkt. Het is ook de bedoeling om in het project rond de terugbetaling van eerstelijnspsychologische zorg voor volwassenen epidemiologische gegevens te verzamelen over de GGZ-noden in de eerste lijn.


Van de bomen en het bos Het KCE stelde vast dat het GGZaanbod in ons land zeer divers, uitgebreid en complex is. Deze diversiteit in aanbod biedt uiteraard voordelen, maar hierdoor is er ook een slechte zichtbaarheid en onduidelijkheid over wat er allemaal voorhanden is, zowel voor burgers, zorgverleners als beleidsmakers. Daarom worden er best meerdere vormen van laagdrempelige toegangsen informatiepunten voorzien, ook voor familieleden en mantelzorgers van mensen met GGZ-problemen. Hiervoor kan gedacht worden aan huisartsen, wijkgezondheidscentra, bedrijfsgeneeskundige diensten, OCMW’s, enz. Verschillende GGZnetwerken zijn vandaag al dat soort meldpunten aan het opzetten. Het zou goed zijn dat burgers in de

toekomst alle informatie over het GGZ-aanbod en het aanbod voor lichamelijke zorg online op één plaats kunnen terugvinden.

Meer versterking van de gemeenschapsgerichte GGZ en begeleid wonen Verder pleit het KCE ervoor om het zorgaanbod (psychologen, psychiaters, huisartsen, wijkgezondheidscentra, CAW, CGG, mobiele teams, enz.) dicht in de buurt van mensen met GGZproblemen te versterken en beter (financieel) toegankelijk te maken. Op die manier worden deze problemen eerder aangepakt, en wordt er mogelijk minder beroep gedaan op spoeddiensten en ziekenhuizen. Verder moet de continuïteit van de zorg tussen het ziekenhuis of de instelling en de ambulante zorg verbeterd worden.

Daarnaast moet het aanbod van begeleid wonen, waarbij mensen met GGZ-problemen in hun omgeving aangepaste psychosociale ondersteuning krijgen, aanzienlijk worden verhoogd, om zo de sociale re-integratie van meer personen te bevorderen en om ziekenhuisopnames te voorkomen.

Meer bespreekbaar maken Om GGZ-problemen te voorkomen, en tijdig aan te pakken, dient het onderwerp meer bespreekbaar gemaakt en gedestigmatiseerd te worden, zowel bij de algemene bevolking als bij werkgevers en zorgverleners. Hiertoe zijn verschillende mogelijkheden, zoals mediacampagnes, het opnemen van het onderwerp in algemene onderwijsprogramma’s en in de opleiding van zorgverleners.

DECEMBER 2019

15


EXXPERT

TRUDY BEKKERING CEBAM, COCHRANE BELGIUM

Hoe ervaren mensen met Parkinson lichaamsbeweging? Vraag

Hoe ervaren mensen met Parkinson lichaamsbeweging? Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren om dit te starten en vol te houden?(1)

Context Richtlijnen bevelen aan om regelmatig te bewegen voor een betere gezondheid. Studies bij mensen met Parkinson laten zien dat zulke programma’s positieve effecten hebben op lichamelijke symptomen en algemeen welbevinden. Lichaamsbeweging omvat fysieke activiteit tijdens vrijetijd, huishouden, werk of sport. Ondanks deze aanbevelingen blijft het engagement in regelmatige lichamelijke activiteit bij mensen met Parkinson beperkt. Om lichaamsbeweging te promoten is het belangrijk om te weten hoe patiënten dit ervaren.

Selectiecriteria voor studies Deze review includeerde studies die de ervaringen en meningen van mensen met de ziekte van Parkinson over lichaamsbeweging en programma’s bedoeld om deelname eraan vol te houden in kaart brachten.

Samenvatting resultaten Zeventien studies werden ingesloten. Deze studies rapporteerden 105 ervaringen en meningen van patiënten en deze werden gecategoriseerd. De methodologische kwaliteit was variabel en de algehele zekerheid was laag. Mensen met de ziekte van Parkinson ervaren lichaamsbeweging als positief; deelnemers melden verbeteringen in het fysieke en mentale functioneren en betere symptoomcontrole. Ook noemen zij algemene veranderingen, waaronder een gevoel van voldoening, meer vertrouwen en hoger welzijn.

16

DECEMBER 2019

Mensen ervaren dat de ziekte van Parkinson impact heeft op alle aspecten van lichaamsbeweging. Het feit dat de symptomen zo fluctueren is zowel op fysiek als emotioneel vlak lastig. Om deelname te maximaliseren is het belangrijk om het niveau en de aard van de activiteiten aan te passen en individuele coping strategieën in te zetten. Deelname aan lichamelijke activiteiten is zeer persoonlijk. Deelnemers waarderen activiteiten, die ze zelf relevant vinden en afgestemd op hun behoeften en voorkeuren. Hoe deelnemers denken over de fysieke activiteit wordt beïnvloed door hun verwachtingen en zelfevaluatie van de vooruitgang. Externe factoren kunnen invloed hebben op hoe deelnemers lichamelijke activiteit ervaren. Betrokkenheid van familieleden of vrienden en het gebruik van muziek maken sessies aangenaam en verhogen het welzijn. Andere factoren zijn steun van instructeurs die zorgen dat de programma’s gestructureerd zijn en eenvoudig uit te voeren, die de relevantie van de activiteiten uitleggen en deelnemers ondersteunen. Progressie geeft de deelnemers vertrouwen en verbetert hun deelname. Drijvende krachten voor deelname zijn een persoonlijke wens om onafhankelijk te zijn en de overtuiging hebben dat lichamelijke activiteit verslechtering kan vertragen of stopzetten. Motivatie wordt versterkt als men ervaart dat symptomen verbeteren en als men zich verantwoordelijk voelt voor hun eigen gezondheid.


Motiverende factoren zijn: persoonlijke kenmerken, zoals gewoonten ten aanzien van lichaamsbeweging, zelf informatie zoeken, veerkracht, het oplossen van problemen en belangstelling voor de activiteit. Barrières zijn gebrek aan tijd, lage verwachtingen over uitkomst en culturele uitdagingen. Het zich vergelijken met anderen kan motiveren of juist belemmeren. De wens en het vermogen om fysieke activiteiten te ondernemen wordt beïnvloed door factoren als: problemen met het verkrijgen van een eerste diagnose, toegankelijkheid van de activiteiten, symptomen van de ziekte (zowel fysiek als psychisch) en de ernst ervan.

algemeen welzijn en levenskwaliteit verhoogt. Factoren die bijdragen aan het volhouden van lichamelijke activiteit zijn: kenmerken van de ziekte, persoonskenmerken, de opzet van het programma, externe steun en de sociale en fysieke omgeving. Een beperking van deze review is dat het alleen mensen met Parkinson betreft die zelf actief waren en niet diegenen die nietactief zijn.

Implicatie voor de praktijk Patiënten met Parkinson hebben graag een beweegprogramma dat ze zinvol vinden en past bij hun behoeften. Dit helpt hen bij het opstarten en volhouden van hun engagement in lichaamsbeweging.

Referentie Hunter H, Lovegrove C, Haas B et al. Experiences of people with Parkinson’s disease and their views on physical activity interventions: a qualitative systematic review. JBI Database of Systematic Reviews and Implementation Reports. 17(4):548613, April 2019. (1) Omdat er geen relevante en recente Cochrane review was over het thema mentale gezondheid, is nu gekozen voor een systematische review van het Joanna Briggs Institute (JBI), een organisatie vergelijkbaar met Cochrane maar meer gericht op paramedische beroepen en reviews van kwalitatieve studies (www.joannabriggs.org)

Deelnemers melden dat andere mensen, zoals leden van de groep, familie, vrienden en collega’ s steun geven bij het starten en volhouden van de fysieke activiteit.

Conclusie Mensen met Parkinson ervaren lichaamsbeweging als plezierig en positief, dat bovendien helpt om symptomen te controleren en

DECEMBER 2019

17


EXXPERT

GREGORY HENIN & NATHALIE PUT

Sociale bijdragen: zelf storten of je vennootschap laten betalen?

Als zelfstandige betaal je elk kwartaal sociale bijdragen, of je nu een eenmanszaak of een vennootschap hebt. In het tweede geval kan je ervoor kiezen om het bedrag zelf te betalen, of het ten laste te leggen van je vennootschap. Hoe gaat dat precies in zijn werk? En wanneer is dat een interessante piste? Welke som je moet ophoesten, is afhankelijk van je inkomsten. Concreet bedragen je sociale bijdragen 20,5% van je belastbaar inkomen – het nettoloon dat je overhoudt na aftrek van je beroepskosten. Daarbij komt nog een administratiekost van 3,05 tot 4,25%, afhankelijk van je sociaal verzekeringsfonds. Onder bepaalde voorwaarden heb je recht op een vrijstelling of vermindering van je sociale bijdragen. Hierbij een summiere samenvatting:

Voor zelfstandigen in hoofdberoep Als je belastbaar inkomen te laag is om je sociale bijdragen te betalen, kan je als zelfstandige in hoofberoep een vrijstelling aanvragen via je sociaal verzekeringsfonds. Enkel als je het financieel erg moeilijk hebt, kom je hiervoor in aanmerking. En let op, want je moet die situatie ook objectief kunnen bewijzen.

18

DECEMBER 2019

Daarvoor ga je best te rade bij je boekhouder of accountant.

Wat met zelfstandigen in bijberoep?

Je kan je hoofdberoep misschien ook laten ‘gelijkstellen met een bijberoep’. Deze ‘gelijkstelling met bijberoep’ (artikel 37) is een regeling die zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten – onder voorwaarden – vrijstelt van sociale bijdragen of zorgt voor een verminderde bijdrage. Voor de specifieke voorwaarden, kan je terecht bij je boekhouder. Je jaarlijks belastbaar inkomen mag bijvoorbeeld maximaal 7.253,82 euro bedragen. Weet wel dat wanneer je gelijkgesteld wordt met een bijberoep je geen eigen sociale rechten meer opbouwt!

Zelf betalen of ten laste van je vennootschap?

Startende zelfstandigen kunnen ook gebruikmaken van de starterskorting: een financiële maatregel die hoofdberoepers toelaat om lagere sociale bijdragen te betalen tijdens de eerste vier kwartalen als zelfstandige.

Verdien je jaarlijks minder dan 1.531,98 euro met je bijberoep, dan hoef je helemaal géén bijdragen te betalen. Die vrijstelling moet je expliciet aanvragen bij je sociaal verzekeringsfonds, anders betaal je driemaandelijks de minimumbijdrage van 80,90 euro.

Eerst nog dit. Of je nu zelf je sociale bijdrage betaalt, of dat doet via je vennootschap: in beide gevallen mag je de uitgave inbrengen als beroepskost. Alleen zit de zaak iets complexer in elkaar als je je vennootschap laat betalen. Dan ontvang je namelijk een voordeel alle aard ter waarde van de betaalde som. Daar betaal je vervolgens belastingen op.


Een rekenvoorbeeld

HYPOTHESE 1: je betaalt zelf je sociale bijdragen Jaarloon = 110.000 euro Sociale bijdragen op jaarbasis = 16.500 euro Forfaitaire beroepskosten = 2.540 euro Belastbaar netto-inkomen = 110.000 euro - 16.500 euro = 93.500 euro - 2.540 euro = 90.960 euro

HYPOTHESE 2: je laat de vennootschap je sociale bijdragen betalen Jaarloon = 110.000 euro Sociale bijdragen op jaarbasis = 16.500 euro Voordeel alle aard = 16.500 euro Forfaitaire beroepskosten = 2.540 euro Belastbaar netto-inkomen = 110.000 euro + 16.500 euro (voordeel alle aard) = 126.500 euro - 16.500 euro (sociale bijdragen) - 2.540 euro = 107.460 euro

Je belastbaar nettoloon ligt in dit scenario een pak hoger. Op het eerste gezicht leuk nieuws, maar er is ook een keerzijde aan de medaille. Je betaalt immers meer personenbelastingen. Perfect normaal, aangezien je een belastbaar voordeel geniet van je vennootschap. Na 3 jaar volgt er ook een bijstelling van je sociaal verzekeringsfonds: je bijdragen worden aangepast aan je (hoger of lager) netto-inkomen. In dit cijfervoorbeeld betaal je de maximale sociale bijdragen omdat je nettoloon hoger ligt dan het bijdrageplafond (88.119,80 euro voor 2019). Daarom betaal over 3 jaar geen hogere (voorlopige) sociale bijdragen. Indien je nettoloon lager zou liggen dan het bijdrageplafond, dan zou er 3 jaar later wel een verhoging van de (voorlopige) sociale bijdragen volgen.

Waarom toch je vennootschap laten betalen? Je sociale bijdragen ten laste leggen van de vennootschap is in de eerste plaats interessant voor je cashflow. Je betaalt de bijdragen met de middelen van de vennootschap en hoeft dus niet je privĂŠvermogen aan te spreken. Aanvullend verhoogt je bruto-inkomen. Wanneer de vennootschap elk kwartaal je sociale bijdragen betaalt, telt dat immers mee als een regelmatige bezoldiging. Dat kan een positieve impact hebben op de opbouw van je aanvullend pensioen, bijvoorbeeld als je een groepsverzekering of Individuele Pensioentoezegging hebt via je vennootschap.

Geen idee wat voor jou de beste optie is? Neem contact op met SBB, ze rekenen het graag voor je uit.

DECEMBER 2019

19


Sluit u aan bij de 5000 leden van AXXON En profiteer van onze vele voordelen! Vertegenwoordiging

AXXON vertegenwoordigt 20.000 collega’s in Vlaanderen en Wallonië. Meer leden geven ons meer slagkracht. Kies voor meer inspraak en sluit u aan.

Ondersteuning

AXXON ondersteunt en adviseert zijn leden. We zijn als eerste op de hoogte van nieuwe regelgeving en veranderingen in de sector en zijn steeds bereikbaar voor u. Aarzel niet om ons rechtstreeks te contacteren.

AXXON Exclusief

Blijf op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen op kinesitherapeutisch vlak en ontvang ons ledenmagazine Exclusief. Het staat boordevol wetenschappelijke artikels en nieuwigheden over ons beroep.

Gratis diensten en voordelen

Ontvang gratis toegang tot CDLH, de online wetenschappelijke bibliotheek (t.w.v. € 100). Profiteer daarnaast nog van verschillende andere voordelen.

Indien gewenst kunt u eveneens lid worden van een ABCIG: • ABCIG Manuele Therapie/Mathera • ABCIG Pediatrische kinesitherapie/Kinepedia • ABCIG Perinatale en pelvische reëducatie/BICAP • ABCIG Mentale gezondheid en psychomotorische kinesitherapie • ABCIG Geriatrie • ABCIG Fasciale kinesitherapie • ABCIG Sportkinesitherapie

NIEUW: verminderd lidmaatschap voor loontrekkende kinesitherapeuten AXXON is de beroepsvereniging voor álle kinesitherapeuten, ongeacht hun statuut. Toch zijn de meeste aangesloten leden zelfstandige collega’s. Als loontrekkende denkt u misschien dat een lidmaatschap weinig oplevert voor u. Maar ook uw stem is belangrijk voor de vertegenwoordiging naar de verschillende overheden toe. Onze werkgroep loontrekkenden houdt zich specifiek bezig met uw bekommernissen. Daarnaast geniet u ook alle bijkomende voordelen als AXXON-lid. Om u te overtuigen, bieden wij u dit jaar een sterk gereduceerd tarief aan. Zo willen wij minstens één kinesitherapeut per zorginstelling doen aansluiten. Twijfel niet en word nu lid van de enige erkende vereniging die opkomt voor uw beroep!

ENKEL AXXON-LID

LID AXXON EN ABCIG

Zelfstandige in hoofdberoep

€ 215

€ 265

Gemengd statuut (loontrekkend + zelfstandig)

€ 215

€ 265

Zuiver loontrekkende

€ 100

€ 150

Startende kinesitherapeut (afgestudeerd zomer 2019)

€ 95

€ 145

Verwante zelfde praktijk (bv. man, vrouw, broer, zus)

€ 80

€ 130

Gepensioneerde

€ 80

€ 130

Student

Gratis

-

TARIEVEN LIDMAATSCHAP 2020

20

DECEMBER 2019

Profile for Colruyt Group Services

Axxon Exclusief december 2019  

Axxon Exclusief december 2019