Skip to main content

SETUP.07 : handleiding bij de collectiepresentatie 2023

Page 1

SETUP.07 handleiding bij DE collectiepresentatie 2023

De.GROEN
fine.art.collection
2

Welkom in ons huis. Dit is niet het huis waarin wij wonen. Geen woonkamer, keuken of slaapkamer. In dit deel van ons huis zie je alleen maar kunst. Wij hebben het nadrukkelijk niet over een museum. Het boekje dat je nu in handen hebt is de handleiding bij - alweer - de zevende opstelling van werken uit onze collectie. Dit keer zijn er zo’n vijftig werken te zien. Variërend van schilderijen en tekeningen tot ruimtelijke werken en video’s. Grote en kleine werken en soms een minuscuul werkje. Met deze handleiding is de rondgang door SETUP.07 goed te volgen. De meeste werken worden benoemd en beschreven. Vaak krijgen we de vraag waarom bepaalde werken in één ruimte bij elkaar hangen. We proberen ook op die vraag in dit boekje een antwoord te geven, hoewel dat nooit een sluitend antwoord kan zijn. In ieder geval geven we de werken in de zalen en de kamers zoveel mogelijk ruimte. Alleen in de laatste kamer zijn veel kleine werkjes te zien die uitnodigen om ‘op de hand’ te bekijken, van dichtbij. Tijdens de rondgang gaan wij het werk niet uitleggen. Misschien zetten we het werk in een context met een anekdote of geven we hier en daar duiding. We hopen natuurlijk dat we met elkaar in gesprek gaan over het werk, over kunst of over het verzamelen van kunst. Schilderijen, beelden, video’s, installaties of wat dan ook, zij geven ons de vrijheid om er iets van te vinden en uiteindelijk bepaalt iedereen zelf wat hij of zij ziet. Dat is het mooie van kunst, er word je niets opgelegd, geen mening, geen oordeel. Kunst spreekt zich hooguit zwijgend uit. Veel plezier!

Marjolein de Groen en Peter Jordaan

3
SETUP.07

We vragen even uw aandacht

De werken krijgen de plek en de ruimte die zij verdienen. Dat betekent dat sommige werken zeer kwetsbaar hangen of kwetsbaar zijn opgesteld. Je moet als bezoeker goed opletten waar je staat en nooit achteruitlopen. En hoe vervelend het ook is: nergens aankomen.

4

ZAAL 1

De eerste zaal wordt gedomineerd door drie grote schilderijen. Tegenover elkaar hangen het grote wit-zwarte schilderij van Jaap Kroneman en het horizontale kleurenveld van Kees Goudzwaard. Op de tussenliggende wand hangt een blauwgrijs schilderij vol druppels van Jochen Mühlenbrink met daarnaast een videowerk van Alexandra Crouwers. Op de wand tussen de ramen hangt een subtiel lichtwerk van Roos van Haaften en op de korte wand een intrigerend werk van Eva Spierenburg. Het bijeenbrengen van deze werken in één ruimte gaat op basis van het intuïtief bij elkaar zoeken van de diverse

werken. Passen ze bij elkaar? Verdragen ze elkaar? Isoleren ze zichzelf of gaan ze juist een relatie aan met andere werken? Zijn ze tegengesteld aan elkaar? Wij stellen van tevoren geen criteria vast. Al schuivend en wisselend, wegzetten en opnieuw terughalen. Langzaam ontstaat zo de ruimte waarvan wij denken dat het klopt, al is niet precies duidelijk aan welk criterium het ‘kloppen van de ruimte’ voldoet. De drie schilders in deze zaal hebben alle drie een eigen idioom en kwaliteit. Het schilderij van Jochen Mühlenbrink werkt als een echte trompe-l’oeil. Het lijkt alsof de schilder de verfdruppels achteloos naar beneden heeft laten druipen, de zwaartekracht volgend. Wie van dichtbij kijkt ziet iets heel anders. Het lijkt alsof iemand met een vinger gedachteloos lijnen en tekeningen op een beslagen raam heeft gemaakt. Mühlenbrink is een begenadigd en virtuoos schilder. In al zijn schilderijen gaat het om een weergave van de werkelijkheid met dien verstande dat hij met ieder schilderij die werkelijkheid verdraaid en naar zijn eigen hand zet. Kees Goudzwaard is een bedachtzame bedenker van composities op het linnen. Goudzwaard schuift met papier, papiertjes, snippers en verschillende soorten tape net zolang op het vlak tot de compositie beantwoordt aan wat de schilder in zijn hoofd ziet. Nauwgezet brengt hij die compositie (Goudzwaard noemt dit het ‘model’) over op het doek. Goudzwaard is, zoals hij zelf zegt, op zoek naar een nietmateriele kostbaarheid. “De verf vervangt de dunne papieren laagjes”. Het gaat niet om een trompe-l’oeil. Er is eerder sprake van een zuivere vorm van realisme. De geconcentreerdheid spat bijna van het

5
Jaap Kroneman (links), Jochen Mühlenbrink (rechts)
6
Kees Goudzwaard (links), Roos van Haaften (rechts)
7
8
Jaap Kroneman
Titel

doek af. Een schilderij van Goudzwaard geeft elke keer wanneer je er goed naar kijkt nieuwe informatie en nieuwe inzichten.

Los van alle denkbare kunstfilosofische beschouwingen over het werk van Goudzwaard is het voortdurend ‘doorgaan van het schilderij in je hoofd’ telkens wanneer je het ziet, een onverklaarbare kwaliteit.

Het grote witte doek met de zwarte lijnen van Jaap Kroneman is er één uit een grote serie. “Het schilderij moet er zo uitzien dat je kunt denken, het maakt niet uit hoe het er uitziet”. Deze uitspraak van Kroneman roept waarschijnlijk meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. Het is geen schilderij waar je met een luie blik naar kunt kijken. Het is gewoon hard werken met je ogen. Zelf schrijft hij daarover: “Je moet al schilderijen gezien hebben voordat je naar deze kijkt”. Hij stelt de kijker niet gerust. Is dit doek wel een schilderij? In ieder geval ontstijgt dit werk het schilderij met een voostelling, het schilderij waarop iets (herkenbaars) te zien is. Wellicht neemt Kroneman je mee in een betekenisloze wereld die beschreven is met een betekenisloze taal. Paradoxaal? Abstract realisme? Controversieel? Het zit er allemaal in.

Naast het schilderij van Jochen Mühlenbrink hangt een computeranimatie (een fotogrammetrisch digitaal model) van Alexandra Crouwers. Het werk van Crouwers staat in het teken van de verontrustende klimaatveranderingen in de wereld. Ook deze korte animatie is in die zin een aanklacht tegen hoe wij met onze wereld omgaan. In donkere tinten is een flakkerend neonlicht beeldbepalend. De animatie is gebaseerd op drie dode boomstammen die zijn achtergelaten op The

Plot een voormalig bos dat moest worden gekapt na een verwoestende infectie met de letterzetter (een schorskever). De neon woorden ‘good’ en ‘bye’ zijn geschreven in het lps lettertype dat gebaseerd is op de tunnelpatronen van sparrenschorskevers (een typografisch ontwerp van Jeroen - JoeBobVan der Ham). Het gedigitaliseerde fragment van The Plot wordt hier voorgesteld als een eiland, omgeven door overstroomd land. Het is een onheilspellend beeld dat Crouwers laat zien. Crouwers is op haar eigen wijze een activist die de verwording van onze wereld aan de orde stelt. Tussen de twee grote ramen hangt en staat een bescheiden maar intrigerend werk van Roos van Haaften. Zij ziet dit lichtwerk als een sleutelwerk binnen haar oeuvre. Een fragiel glasplaatje met daarop een summiere tekening, draadjes, luciferhoutjes, meel, stukjes plastic enzovoort. Op de vloer is een schijnwerper opgesteld op een paar bakstenen. Vooralsnog geeft deze installatie zijn geheim niet prijs. Pas wanneer het licht van de schijnwerper brandt blijkt dat het glasplaatje aan de muur en de schijnwerper nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd. Op de muur boven het glasplaatje verschijnt een toverachtig beeld van een landschap dat ontstaat door de projectie van alle materialen die op het glasplaatje liggen. Vanuit dit sleutelwerk heeft het werk van Roos van Haaften zich in de loop der jaren Alexandra

9
10 Eva Spierenburg

ontwikkeld naar meer installatieachtige lichtwerken met grote geabstraheerde projecties. Architectuur en ruimte spelen een grote rol. Spiegels, hout en metaal krijgen allemaal een plek in deze grote installaties. Op de korte wand hangt een werk van Eva Spierenburg. Het is een werk dat zich moeilijk laat vergelijken. De wijze waarop en met welke materialen het werk gemaakt is wordt niet direct zichtbaar. Het blijft gissen. Was, gaas, hout, kleur, kleurstof, verf? Zowel in vorm, structuur en opbouw laat Spierenburg de kijker in het ongewisse. Maar ook inhoudelijk blijft het een mysterieus werk. Zelf schrijft Spierenburg het volgende over haar werk: “Ik ben geïnteresseerd in de correlatie tussen onze innerlijke processen en ons fysieke lichaam in interactie met de wereld.

Ik beschouw het lichaam als drager van het individu; een omhulsel waar ervaringen en zintuiglijke waarnemingen zich manifesteren en worden gearchiveerd. Met mijn werk probeer ik een vorm te vinden voor de menselijke ervaringen die ontsnappen aan greep en taal. Terugkerende thema’s zijn de kwetsbaarheid van lichaam en geest, tijdelijkheid en de ontmoeting tussen extremiteiten als aanwezigheid-afwezigheid, intern-extern, vast-zacht, aards-spiritueel.”

Dit verhaal van Spierenburg is van belang omdat het aangeeft waar het in de kern om draait en over gaat. Echter ook zonder haar verhaal staat het werk van Spierenburg als een huis.

Net zoals het schilderij van Kroneman is het geen werk waar je met een luie blik naar kunt kijken. Het is hard werken met je ogen om het werk naar je eigen perceptie in wat voor een context dan ook te zetten.

11
Roos van Haaften
12
Lieven Hendriks (achter), Ricardo van Eyk (rechts)

GANG 1

In de gang langs de ramen zijn twee werken te zien. Het roestvrijstalen spiegelende werk van Ricardo van Eyk hangt schuin tegenover de kleurrijke afgetrapte keramische slippers van Hester Oerlemans. De slippers van Hester Oerlemans maken deel uit van het brede oeuvre van Hester Oerlemans: schilderijen, keramiek, tekeningen, installaties, werk in de openbare ruimte enzovoort. Deze keramische slippers passen daar naadloos in. Het zijn allemaal ‘eenlingen’. Eén van slippers wijkt af, het

is een soort muiltje. Een andere slipper is gerepareerd. Zijn het zomerse slippers van mooie vakanties? Achtergelaten op het strand? Of zijn het de slippers van de vluchtelingen die van overzee komen? Lichtvoetigheid en drama staan tegenover elkaar. Het heeft er alle schijn van dat Oerlemans geïnspireerd is door de harde werkelijkheid waarbij deze slippers als treurige resten achterblijven op de stranden. Ze zijn gedragen, kapot of versleten perfect verbeeld in keramiek. Tegenover het raam hangt het werk van Ricardo van Eyk. Een tweeluik in roestvrij staal. Een groot spiegelend oppervlak. Twee roestvrijstalen panelen met daarin een subtiele lijntekening gebrand. De tekening van de ingebrande lijnen maakt het oppervlak onregelmatig. Van Eyk ontneemt de kijker daarmee de mogelijkheid om naar een mooi strak oppervlak te kijken. Je kunt de tekening ontcijferen. Architectonische vormen, vierkanten, rechthoeken. Is het belangrijk om te weten wat je precies ziet? Het werk van Ricardo van Eyk reflecteert altijd op de werkelijkheid buiten. Niet de natuur maar de gemaakte werkelijkheid inspireert hem. Het lijkt een bijna abstract werk waarin die gemaakte werkelijkheid subtiel aanwezig is.

13
Hester Oerlemans

KABINET 1

In dit kabinetje zijn drie werken bij elkaar gebracht. Een schilderij van Lieven Hendriks en twee sculpturen. Eén van Mirjam Kuitenbrouwer en één van Theo Konijnenburg. Deze werken hier zijn - net zoals in de grote zaal 1 - min of meer intuïtief bij elkaar gebracht. Ze reageren in deze kleine ruimte op elkaar maar blijven alle drie

in hun eigen kracht overeind. Het schilderij van Lieven Hendriks komt uit de serie Ruffled en heeft als titel Ruffled Pink. Een groot roze vlak geschilderd op linnen wordt omkaderd door een simpele witte houten lijst. We hebben hier te maken met een trompe-l’oeil pur sang. Je ogen en hersenen worden op geraffineerde wijze misleid. De verraderlijkheid ligt in het oppervlak van het linnen zelf. Die optische misleiding komt voortdurend terug in vrijwel al het werk dat Hendriks maakt. Soms is het heel subtiel en bescheiden. Op andere werken kan het een groot en intimiderend gebaar zijn. Aan de wand hangt het werk Flitserhuis II van Mirjam Kuitenbrouwer. Wat zij maakt komt voort uit een zeer persoonlijke manier van zien, kijken en denken. De fotowerken van Kuitenbrouwer vallen meestal op hun plek in een installatie of beeld. Naast deze

14
Lieven Hendriks

installaties bouwt zij ook kleine modellen. Ze verzamelt fototoestellen, lenzen, flitsers, viewmasters en toebehoren. Met de behuizingen van deze toestellen bouwt zij haar modellen. Het gaat daarbij niet alleen om architectuur maar ook om het gevoel en de sfeer die het model in zich draagt. Onderaan de rand van Flitserhuis II hangt een gevel met deur en ramen die toegang geven tot een woning of atelier. Daarboven hangt een wolk van spiegelende bakjes. De gevel bestaat uit de behuizingen van viewers en de wolk bestaat uit flitserbakjes. Kuitenbrouwer noemt het zelf een ideale atelier-façade die een afwerende uitstraling heeft. Deze terughoudendheid kom je meer tegen in haar werk. Hoewel de werken van kuitenbrouwer een bepaalde zwaarte in zich dragen is ook het plezier van het maken en denken zichtbaar.

Op de vloer ligt een object van Theo Konijnenburg. Meestal zijn de werken van Konijnenburg herkenbaar. Het zijn vaak ‘dubbelgangers’ van (gebruiks)voorwerpen uit de dagelijkse werkelijkheid. Uitgevoerd in een ander materiaal en op een andere schaal, groter of kleiner. Konijnenburg is niet alleen kunstenaar maar ook een getalenteerd maker. Alle voorwerpen maakt hij zelf. Het object dat hier ligt is misschien niet direct herkenbaar. Dat komt waarschijnlijk omdat het bijna achteloos op zijn kop ligt. Je kijkt naar de achterkant van een koelkast die gemaakt is van zwart mdf. Konijnenburg laat je als kijker op een andere manier naar de alledaagsheid kijken. Wat is er lelijker en viezer dan een afgedankte koelkast? Met de veloursachtige uitstraling van het zwarte mdf slaagt Konijnenburg er in dit beeld om te draaien. Zo wijst hij de kijker op de schoonheid die misschien verborgen zit in zoiets gewoons als een koelkast.

15
Theo Konijnenburg

ZAAL 2

In deze zaal zijn vier werken bijeengebracht van drie kunstenaars. Twee schilderijen van Arno Westerberg hangen op de korte wanden. Op de lange wand staat een werk van Oscar Lourens en op de tegenoverliggende wand is een videowerk op drie beeldschermen te zien van Sjoerd Knibbeler. Een videowerk, een ruimtelijke installatie en twee schilderijen bijeengebracht in één ruimte lijkt een gewaagde keuze. Ook hier ontstaat het

beeld voor het inrichten van de ruimte door veel uit te proberen. Werken naast elkaar zetten, kiezen voor kleine of juist grote werken. Zo ontstaat langzaam een beeld dat losstaat van de keuze voor verwantschap tussen de werken. Geen inhoudelijke en geen visuele verwantschap. Hoewel tijdens het definitieve inrichten plotseling een onvermoede relatie ontstond tussen een schilderij van Westerberg en het videowerk van Knibbeler. Het is aan de kijker zelf om dat te ontdekken.

Schilder Arno Westerberg staat aan het begin van zijn kunstenaarschap. Wanneer je Westerberg een vraag stelt krijg je vrijwel altijd een ander antwoord dan je verwacht had. Met zijn schilderijen is iets dergelijks aan de hand. Zijn schilderijen zijn overwegend eenvoudig van compositie. Je hebt het gevoel direct alles te overzien en te kunnen determineren. Totdat blijkt dat er dingen - vaak hele kleine dingen - in zijn schilderijen gebeuren die je nog niet had gezien. Dat onverwachte geeft zijn werk

16
Arno Westerberg Arno
Westerberg

een extra lading. Het grote in zachte kleuren geschilderde doek waarop - misschien wel menselijke - schimmen te zien zijn staat in groot contrast met de harde, vlak geschilderde hand op het schilderij aan de andere kant van de zaal. Herkenbaar, figuratief en cartoonesk gaan hand in hand met abstractie. De kwaliteit van Westerberg ligt niet alleen in wat hij schildert maar ook in het schilderkundige. De ‘droogheid’ van de verf, de tactiliteit van het oppervlak, de kwaststreken, alles draagt bij aan de zeggingskracht van zijn schilderijen. Westerberg staat aan het begin. Op de vraag wat zijn ambities zijn antwoordt hij: “My goal is to paint for the rest of my life”. De Fins/Nederlandse Westerberg is een schilder pur sang. Op de lange wand is het videowerk Forming Synchrony te zien van Sjoerd Knibbeler op drie beeldschermen, een drieluik. Wind, vliegen, beweging, klimaat, het zijn onderwerpen die telkens terugkeren in

het werk van kunstenaar/fotograaf Sjoerd Knibbeler. In dit videowerk spelen mensen een hoofdrol. Het zijn piloten van de Patrouille de France. De stuntvliegers van de Franse luchtmacht. Wat doen zij? Waar zijn ze mee bezig? Knibbeler wist deze macho mannen te vangen in hun kwetsbare en intieme dans met vingers, handen, armen en gezichtsuitdrukkingen. Een dans die in voortdurende herhaling en training de voorbereiding is voor de formatievluchten en bewegingen die zij in het luchtruim gaan maken. Knibbeler maakt de opperste concentratie zichtbaar in een wonderschone combinatie van mannelijke stoerheid en intieme kwetsbaarheid. Dat Knibbeler gezorgd heeft voor de juiste setting van de film (de locatie, een hangar en de kleding, pilotenpakken) draagt hier extra aan bij. Tegenover het werk van Knibbeler staat op een grote brede schap het werk van Oscar Lourens. Bijna met een gelijkgestemde verstilling als het videowerk van Knibbeler.

17
Sjoerd
18
Sjoerd Knibbeler (links), Arno Westerberg (rechts)
19
20
Oscar Lourens (links), Arno Westerberg (rechts)
21

Oscar Lourens heeft een bijzondere geconcentreerde en misschien wel obsessieve belangstelling voor maten en meten. Hij is een verzamelaar van allerlei objecten waarmee je iets kunt bepalen. Of het nu gaat om lengte, diepte, hoogte, inhoud, omtrek, gradenhoek of kleur. Hij heeft het talent om deze verzamelingen op intrigerende wijze te presenteren. Daarmee verheft hij een alledaags gebruiksvoorwerp naar een niveau waarop wij er nog niet eerder naar gekeken hebben. Dat doet hij ook met deze kannen. Een langzaam groeiende verzameling van oude gebruikte kannen vroeg om aandacht in het atelier van de kunstenaar. Lourens moest ingrijpen om tot een beeld te komen met deze kannen. De gedachte, het idee om deze verzameling kannen om te zetten in grijsbord karton is wonderbaarlijk. Dit idee is zowel de spil als de kwaliteit van het uiteindelijke werk. Het resultaat schept verbazing. Gebroederlijk staan de twee verzamelingen op de lange brede schap. De ene helft een afspiegeling

van de ander en omgekeerd. De ene helft voor eeuwig, de andere helft vergankelijk. De obsessie voor maten en meten is zichtbaar en voelbaar in de perfectie waarmee Lourens dit werk heeft uitgevoerd. Een perfectie overigens die niet hermetisch is. Lourens laat kleine onvolmaaktheden (bijvoorbeeld lijmvlekjes) toe in zijn werk. Genadeloze perfectie belemmerd immers het kijken en zien, Lourens is zich daarvan bewust en hij zorgt voor voldoende openheid en toegang in zijn installatie. Wanneer je deze zaal goed gezien hebt kom je erachter dat de werken meer gemeen hebben dan je denkt. Ze hebben allemaal heel duidelijk een geconcentreerd punt, een observatie van waaruit de kunstenaars begonnen zijn. Dat punt van observatie zit verborgen in de lagen van zowel de video, de kannen als in de schilderijen.

22

GANG 2

Wanneer je de zaal uitloopt kom je in de gang die uitkijkt op het atrium. Vrijwel direct staat half voor de muur en het raam een werk van Raoul Teulings. Verderop in de gang hangt een werk van Peter Jordaan en een werk van Berndnaut Smilde. De werken

in deze gang staan volledig op zichzelf. Allereerst staat aan het begin werk (W)hole in one van Raoul Teulings*. Dit werk uit 1997 is één van de drie werken die Teulings gemaakt heeft voor een tentoonstelling in Schloss Ringenberg (Hamminkeln, Duitsland). Het werk is opgesteld zoals het ook in Schloss Ringenberg te zien was. Deels voor de wand en deels voor het raam. Een glasplaat, houten lijst en een gat. Een duidelijk geconstrueerd gat, stervormig, alsof er een steen door de ruit is gegooid. Als kunstenaar/filosoof hield Teulings zich bezig met het werk van Marcel Duchamp. Vooral het idee van de ‘readymades’ die Duchamp gebruikte was een rode draad in het denken over en het scheppen van kunst. Teulings heeft het maken van deze kunstmatig ingegooide ruit dan ook overgelaten aan een ambachtsman. Hij gaf slechts minimale aanwijzingen hoe het gat gemaakt moest worden. Het is een merkwaardige ster geworden. De ster mist het geweld van de ontlading van energie dat gepaard gaat met het moment van inslag. De vorm van de ster is waarschijnlijk ingegeven door de skills en mogelijkheden van de ambachtsman die het maakte. Met de ruwe scherpe randen in het glas krijgt de cartooneske ster nog iets van een moment van destructie. Teulings schrijft over het werk dat het heen en weer slingert tussen destructie en constructie. Het levert al met al een wonderlijk en ondoorgrondelijk werk op. Schuin tegenover het werk van Teulings hangt een grote tekening van Peter Jordaan. Wie vluchtig kijkt ervaart deze tekening misschien wel als een foto van het heelal met ontelbare sterren en sterrenstelsels. Maar wanneer je beter kijkt zie je dat het een vernuftig en uiterst

aan Boy Teulings

23
Raoul
Teulings (detail) * Met dank
24 Raoul Teulings

arbeidsintensieve tekening is. Volledig opgebouwd uit stippen en stipjes. De ondergrond voor de tekening is een zeefdruk die voornamelijk uit stippen bestaat in verschillende donkere kleurnuances. Het werk van Jordaan kenmerkt zich door het grafische karakter dat in al zijn werk te zien is. Van tekeningen tot porseleinen sculptuurtjes.

Iets verderop in de gang hangt de foto van de iconische wolk die Berndnaut Smilde bij Collectie DE.GROEN maakte en fotografeerde voor de opening van de collectie in 2017, Nimbus DE.GROEN

In 2010 maakte hij zijn eerste wolk bij een klein kunstenaarsinitiatief in Arnhem. Smilde zag hoe vreemd een wolk kan werken wanneer deze uit zijn natuurlijke omgeving gehaald wordt. De juiste temperatuur en vochtigheid in de ruimte, een minutieus afgestelde mistmachine, concentratie, wachten op het juiste moment. Daar gaat

het om. Toch zit de magie niet in het proces van het maken van de wolk maar vooral in de foto waarop de wolk is vastgelegd. Smilde maakt niet alleen wolkenfoto’s. Hij voert ook grote projecten uit met licht waarin prisma’s het licht breken in kleuren die geprojecteerd worden in stedelijke gebieden of in natuurlijke landschappen. Nimbus DE.GROEN hoort echt bij het gebouw en de collectie, daarom is de foto in elke SETUP te zien.

25
Peter Jordaaan Berndnaut Smilde
26 Janusz Grünspek

KABINET 2

Aan het einde van de gang bevindt zich het tweede kabinetje. Deze kleine ruimte is speciaal ingericht voor het werk van Janusz Grünspek. De ruimte is deels grijs geschilderd. Janusz Grünspek probeert zoals iedere kunstenaar zijn ideeën en gedachten om te zetten in een fysiek beeld. Hij gebruikt daarvoor een veelheid aan technieken. Een van de technieken die hij toepast leidt tot de zogenaamde ruimtelijke tekeningen. ( Zeichnungen im Raum) Met zeer eenvoudige materialen - satéstokjes en een lijmpistool - heeft hij een techniek ontwikkeld en verfijnd om met name dagelijkse voorwerpen in fragiele houten lijnen weer te geven. Een stoel, een tafel, een laptop, een bewakingscamera. Al deze voorwerpen zet hij in de juiste schaal neer in een transparant lijnenspel dat betoverend werkt op de kijker. Licht als een veertje zijn de ‘tekeningen’ op te tillen en te verplaatsen. Alle objecten en meubelstukken zijn teruggebracht tot een fractie van hun werkelijke gewicht en materiaal. Alles is

opgebouwd uit een dunne lijn, als potlood op papier. De kantoorachtige setting, de grijze wanden (die Grünspek zelf ook heeft toegepast in zijn atelier) geven de ingerichte ruimte een lichtvoetige en kwetsbare beladenheid. Deze woorden lijken met elkaar in tegenspraak en dat is precies wat de gemaakte werkelijkheid van Grünspek doet met de echte werkelijkheid. Zijn tafel is de contravorm of de schaduw van de echte tafel. En kijk eens naar zijn transparante laptop.

27
28 Danny Foolen

KAMER 1

Teruglopend, de gang in, is links de toegang tot twee kamers. In de eerste kamer zijn twee werken te zien. Een grote installatie van Danny Foolen domineert de ruimte. Op de rechterwand hangen twee wandsculpturen van Maurice van Tellingen. Wanneer je naar het eigenzinnige perspectief kijkt van zowel het werk van Danny Foolen als het werk van Maurice van Tellingen, zie je waarom deze werken bij elkaar gebracht zijn. Het merkwaardige aan de installatie van Danny Foolen is dat het heel duidelijk een voor- en achterkant heeft. Het lijkt een maquette van verschillende gestapelde ruimten die ieder een andere schaal hebben. Gangen, doorkijkjes deuropeningen, grijze vloeren. Foolen speelt met het perspectief dat in elk onderdeel van de stapeling weer anders is. Ieder deel van de maquette is ondergeschikt aan het totaalbeeld van de installatie. Het werk heeft duidelijk een vooraanzicht. Hiervan uit kijk je door de gangen, ruimten en deuropeningen naar de ruimte daar achter die in het luchtledige

lijkt te verdwijnen. Loop je om de installatie heen dan zie je dat de stapeling aan de achterzijde niet verder is afgewerkt. Houten latten en onbewerkt hout maken de constructie zichtbaar. Foolen laat met deze stapelingen de ruimten aan de achterzijde verdwijnen in het niets. Het idee van voorkant en achterkant komt ook terug in de billboards die Foolen maakt.

Maurice van Tellingen maakt met zijn twee sculptuurtjes aan de wand een eigen werkelijkheid die bedrieglijk veel op de echte werkelijkheid lijkt. Same old sidewalk en Same old wall zijn hier een expliciet voorbeeld van. In al zijn werk speelt het gekozen perspectief een belangrijke rol. Als kijker neem je het beeld onmiddellijk aan als blauwdruk van de werkelijkheid. Echter de manier waarop van Tellingen het perspectief regisseert, zetten je ogen op een verkeerd spoor. Zeker wanneer deze twee werken naast elkaar hangen. De tijd heeft ogenschijnlijk zijn sporen achtergelaten op de tegels en stenen. Ook de tijd is hier geregisseerd door de kunstenaar. Het is geen echte tijd en geen echt perspectief.

Van Tellingen bedriegt de werkelijkheid voortdurend.

29
Maurice

KAMER 2

Wanneer je doorloopt kom je in kamer twee. In deze kamer zijn werken te zien van Johannes Langkamp, Hans Walraven, René Roeten en Lieven Hendriks. Het werk van Johannes Langkamp domineert de ruimte. Echter de werken van Walraven, Roeten en Hendriks staan volledig op zichzelf en laten zich niet door het werk van Langkamp aftroeven. Dat is mede de verdienste van het werk van Langkamp dat ondanks de absolute aanwezigheid bovenal ingetogen en bescheiden is.

In het werk van Johannes Langkamp speelt de beweging een grote rol. Hij

onderzoekt in allerlei materialen en technieken hoe hij deze materialen, vormen en structuren in beweging kan brengen. Absolute voorwaarde is dat hij in eerste instantie zichzelf moet verrassen met dat wat hij bedacht heeft. Collectie DE.GROEN heeft Langkamp de opdracht gegeven om voor één van de ruimten een speciaal werk te ontwikkelen. Dat werk ligt hier op de vloer en tegen de wand. Het beweegt zich met zacht geruis langzaam voort. Composition of movement is de titel van het werk. De beweging van het papier is even eenvoudig als ondoorgrondelijk. Tegelijkertijd ingetogen en spectaculair. Voor Langkamp begint zo’n beeld door te spelen met een A-viertje. Eerst de beweging met zijn handen en vingers. Op het moment dat hij de magie van die beweging ontdekt wordt de techniek in stelling gebracht en bouwt hij het mechaniek met motor en alles wat nodig is om het beeld te maken dat hij voor ogen heeft. Hij experimenteert net zolang tot de volmaakte beweging gevonden is. Het resultaat schept verbazing. Langkamp ziet het voor zich en maakt het!

Op de korte wand hangt een schilderij van Hans Walraven. Als schilder heeft Hans Walraven zich onder meer bekwaamd in het werken met verf en epoxyhars en daarbij maakt hij soms uitstapjes naar andere materialen. Het witte werk dat hier hangt laat zich niet direct herkennen als een schilderij. Toch is het een schilderij op linnen. Opgebouwd uit vele lagen verf en epoxyhars ontstaat een glanzend oppervlak met wolkachtige vlekken. Op de onderste helft van het schilderij snijdt een harde opgeplakte stoffen band horizontaal door het schilderij. Het doorbreekt misschien wel het contemplatieve karakter van het

30
Johannes Langkamp

doek. Een bewuste keuze van Walraven. Bij Walraven gaan zorgvuldigheid en doelgerichtheid hand in hand met toeval en experiment. Het schilderij blijft bij iedere keer dat je het ziet ‘doorgaan’ in je hoofd. Op het witte gedeelte van de lange wand hangt een fragiel kartonnen sculptuurtje van René Roeten. Drie aaneengeschakelde bolletjes van karton (Moonscape). Ingenieus

opgebouwd uit aan elkaar gekoppelde geometrische vormen. De kwaliteit van het werk zit in de kwetsbaarheid, het materiaal maar ook in de eigenzinnige esthetiek die kenmerkend is voor het werk van Roeten. Een esthetiek die niet glad en geraffineerd is maar eerder subtiel en open. ‘Open’ in de zin dat je bij Roeten altijd het maakproces terugziet in de vorm van potloodmarkeringen, geprikte gaatjes, stukjes tape, lijmvlekjes enzovoort. Alles draagt bij aan het eindresultaat dat door Roeten volledig geregisseerd is.

Op de ruwe lange wand hangt een schilderijtje van Lieven Hendriks. Het ziet eruit als een doorkijkje naar een landschap. Alsof je vanuit een grot naar buiten kijkt maar net zo goed kan het een stukje zwart papier zijn met een gat waar je doorheen kijkt. Het landschap is overwegend groen en het beeld is onscherp. Hendriks gaat je niet vertellen wat je ziet.

31
Hans Walraven (boven), René Roeten (onder) Lieven Hendriks
32 Johannes Langkamp
33

KAMER 3

Je loopt nu terug, linksaf de gang door langs het atrium en dan linksaf naar het trappenhuis. Tegenover je is de toegang maar de derde kamer. Deze ruimte staat en hangt vol met kleine werkjes. Tekeningen, schilderijtjes, sculptuurtjes enzovoort. Verder staan er twee grote installaties van Bram Kuypers en het werk Komt TIDE Komt Raet van Thijs Jaeger en Rik Laging. Er is heel veel te zien in deze ruimte. Het is ook een goed moment na alles wat je gezien hebt in deze kamer te kunnen kiezen waarnaar je wilt kijken. Je hoeft niet alles tot het uiterste te bestuderen.

Zo hangt er een minuscuul werkje van Maurice van Tellingen en een nog kleiner werkje van Hannah Meijer is tegen de ruit geplakt. Tekeningen van René Roeten, de gegumde (foto) tekeningen van Jürgen von Dückerhoff, een typografische collage van Gerard Koek, filmpjes op de iPad van Marjolein de Groen en Koen Kievits. Een zeefdruk van Jelle Slof, een schilderij van Ide André, een kachel van Theo Konijnenburg, een grote knikker met libelle van Chantal van Lieshout, een print van Marten Hendriks. Een object van Danny Foolen, een zeefdruk van Jaap Kroneman, een object van Casper Braat, een print van Mungo Thomson en tekeningen van Hester Oerlemans.

34
Maurice van Tellingen Hannah Meijer (boven), Bram Kuypers (onder)

Naast al deze kleine werken staat in de ruimte een installatie van Bram Kuypers. Een schaalmodel/installatie van een stukje Franse krijtkust. Op ingenieuze wijze weet Kuypers een mistbank voor deze kust te toveren. Mistmachine, piepschuim, perspex en zand zijn belangrijke ingrediënten van het werk. Is het een beeld dat hij ooit gezien heeft, deze mistbank voor de kust? In ieder geval is de verbeelding ervan uitzonderlijk. De kwaliteit van het werk zit niet in het vernuft en de perfectie maar in de praktische directheid van het maakproces. Geen perfect uitgevoerde maquette. Geen glanzende gladgepolijste perspex bak. Een eenvoudige stofzuigerslang verbindt de mistmachine met het mistreservoir. Wel een mooi uitgevoerde krijtkust. De juiste kleur van deze krijtkust bereikte Kuypers door de maquette in te krijten met originele stukken krijt afkomstig van de Franse krijtkust.

Voor het raam, in het midden van de ruimte staat de wereld van Thijs Jaeger en Rik Laging. Met de installatie Komt TIDE komt Raet schotelen zij ons een indrukwekkende fantasiewereld voor. Een wereld vol geluid en beweging. De bovenwereld bestaat uit fragmenten uit games, SF-films, fantasiefiguren en fantasiebouwsels. Keramiek, plastic, klei prints, alles is verwerkt in deze bovenwereld. Onder het oppervlak bevindt zich een soort onderwereld die bestaat uit een wirwar van draden, elektronica en kleine motoren die de bovenwereld in beweging brengen. Uit de sokkel waarop de installatie staat klinkt een soundscape die de installatie compleet maakt. Thijs Jaeger spreekt over een duister werk met een knipoog.

35
Marjolein de Groen Danny Foolen (boven), Casper Braat (onder)
36
Thijs Jaeger en Rik Laging
37
38
René Roeten (3x), Jürgen von Dückerhoff, Jaap Kroneman, Hester Oerlemans, René Roeten,
39
Marten Hendriks, Koen Kievits, Hester Oerlemans en Jelle Slof (van links naar rechts)

TRAPPENHUIS

Wanneer je terugloopt naar het trappenhuis kun je linksaf de trap op naar de videoruimte waar een video te zien is van Jeroen Jongeleen. Halverwege het trappenhuis staat een werk van Bram Kuypers, een

houten pallet. Aan de muur hangen twee glazen ezelskoppen van Alphons ter Avest. De pallet is een doodgewone europallet. Bram Kuypers studeerde nog aan de academie toen hij deze pallet maakte tijdens een werkperiode in het buitenland. Hij veranderde de europallet van een ruw gebruiksvoorwerp in een perfect gladgeschuurd object. Tijdens het proces van het schuren realiseerde Kuypers zich dat - wanneer hij een goede kunstenaar wilde worden - hij alles wat hij in de toekomst zou gaan maken met dezelfde inzet, gedrevenheid en concentratie moest doen als waarmee hij deze pallet aan het schuren was. Dat het proces van schuren voor Kuypers nuttig en verrijkend was staat lijnrecht tegenover wat het met de pallet deed. Voor de pallet was het een volstrekt nutteloze handeling, de gebruiksfunctie bleef immers hetzelfde. De pallet die hier staat is een zeer persoonlijk relikwie van Kuypers. Voor hem staat het symbool voor het moment waarop hij zich realiseerde wat een goed kunstenaarschap betekent en wat je ervoor moet doen. De geschuurde pallet is nu verworden tot drager en symbool van het verhaal en de herinnering.

40
Alphons ter Avest Bram Kuypers

Iets hoger op de trap hangt het werk van Alphons ter Avest. Deze glazen ezelskoppen hebben hier een vaste plek gevonden. Ter Avest is een veelzijdig kunstenaar. Hij maakt zowel autonome kunst als kunst in de openbare ruimte (zo maakte ter Avest ook ons prachtige hek met twee poorten aan de voorzijde). De ezelskoppen die hier hangen heeft hij onder meer toegepast in een kroonluchter die hij maakte voor het gemeentehuis in Zeist. De koppen zijn geblazen/gegoten in matrijzen waarbij ter Avest experimenteerde met de kleur en de transparantie in het glas.

VIDEORUIMTE

Bovenaan de trap, de deur naar rechts. Hier bevindt zich de videoruimte. Uit de serie Running in circles van Jeroen Jongeleen is hier zijn video Schwaben Redoubt te zien. De laatste jaren werkt Jongeleen aan een doorgaand project met als titel titel Running in circles. We zien Jongeleen in deze video’s in door hem uitgezette cirkels rondjes hardlopen. Hij zet deze cirkelvormige parcoursen uit in uiteenlopende

landschappen. Met een video-drone legt hij zijn hardloopperformance vast. Het resultaat is verbluffend. Van strand tot het dak van een grote fabriek. Van moerasgrond tot asfaltvlakte. Overal vindt hij locaties. Met een afgetraind en pezig lichaam tergt hij zichzelf tot het uiterste. Jongeleen brengt op een uitzonderlijke wijze het landschap en zijn fysieke prestatie bij elkaar in één beeld. Het feit dat hij in cirkels rent suggereert een vorm van uitzichtloosheid. Misschien is het zelfs een metafoor voor onze eigen maatschappelijke ratrace. Met de nieuwe serie Running in circles is Jongeleen op zoek gegaan naar landschappen met een geschiedenis. Schwaben Redoubt is zo’n plek. Een Duitse verdedigingsschans uit de eerste wereldoorlog nabij het dorp Thiepval in Noord-Frankrijk. Jongeleen zette zijn parcours uit in dit beladen landschap waar zwaar gevochten is, een zinloze strijd. Vanuit de lucht levert dit een desolaat beeld op. In een hard grafisch beeld dat ontstaan is door granen die geoogst zijn - de bodem is zichtbaar - zie je een stipje een cirkelvormig traject volgen. Soms zoomt het beeld in op het stipje. De grond vertoont merkwaardige witachtige plekken en strepen. Deze zijn ontstaan door het maken van de loopgraven waardoor de diepgelegen kalkgrond als witte aarde naar bovenkwam en nu nog steeds als stille getuige in deze vlakte ligt. Het lijkt alsof Jongeleen zichzelf in deze video ondergeschikt maakt aan het landschap. Hij voegt daarmee een nieuwe dimensie toe aan zijn verzameling Running in circles

41
42 Jeroen Jongeleen
43

TOT SLOT

Je hebt nu alles gezien van SETUP.07. Wij hopen natuurlijk dat het goed bevallen is. Wij realiseren ons dat het kunstenveld veel breder is dan wij hier laten zien. Ieder museum en iedere verzamelaar bepaalt in die zin zijn of haar eigen strategie van wat je verzamelt en wat je laat zien. Maar het zijn boven alles de kunstenaars die bepalen wat zij maken. Of dat nu fundamenteel, filosofisch, abstract, realistisch, verhalend, maatschappijkritisch of activistisch is. Of zij ons nu een verhaal vertellen of in contemplatie brengen. Het kan allemaal. Als verzamelaars en kunstenaars maken wij onze keuze. Wij willen die keuze laten zien, dat is goed voor de kunst, de kunstenaars en in onze ogen ook goed voor degenen die het willen zien.

Je kunt op de begane grond de tentoonstelling van dit moment bezoeken, of in de kluis een video bekijken. Er is ook een kleine winkel met boeken en kunst. Je kunt uitrusten en napraten op de begane grond in het café van Konijnenvoer met koffie, wijn of een lekker eten.

Wij bedanken je voor het bezoek. Zegt het voort want zonder publiek blijft de kunst ongezien!

O ja, nog even dit.

Ben je tijdens dit bezoek ergens nog ‘verdwaalde’ werkjes tegengekomen die je niet kunt terugvinden in dit boekje? Dat klopt. Ergens staat een radiator en op een andere plek liggen twee melkpakken op de vloer. Het zijn allebei werkjes van Theo Konijnenburg. Onopvallend maar aanwezig!

(Wil je meer weten over de kunstenaars in onze collectie? Bezoek dan hun websites.)

44
Theo Konijnenburg
45 Theo Konijnenburg

COLOFON

Deze publicatie verschijnt als ‘handleiding’ bij SETUP.07, de zevende collectiepresentatie van Collectie DE.GROEN te zien vanaf 2 december 2022.

Idee en samenstelling : Marjolein de Groen en Peter Jordaan

Tekst : Peter Jordaan

Fotografie : Koen Kievits, Theo Konijnenburg (p. 15), Oscar Lourens (p. 32, 44, 46) Basis layout en typografie : Sinds 1416 Vormgeving : Oscar Lourens

Druk : Drukwerkdeal, Deventer

Arnhem, december 2022

Collectie DE.GROEN Weverstraat 40 6811 EM Arnhem www.collectiedegroen.nl

46
47

Alexandra Crouwers

Alphons ter Avest Arno Westerberg

Berndnaut Smilde

Bram Kuypers Casper Braat Chantal van Lieshout Danny Foolen

Eva Spierenburg Gerard Koek

Hannah Meijer Hans Walraven Hester Oerlemans Ide André Jaap Kroneman Janusz Grünspek Jelle Slof Jeroen Jongeleen Jochen Mühlenbrink

Johannes Langkamp Jürgen von Dückerhoff Kees Goudzwaard

Koen Kievits

Lieven Hendriks Marjolein de Groen Marten Hendriks

Maurice van Tellingen Mirjam Kuitenbrouwer Mungo Thomson Oscar Lourens

Peter Jordaan Raoul Teulings René Roeten

Ricardo van Eyk Roos van Haaften Sjoerd Knibbeler

Theo Konijnenburg Thijs Jaeger & Rik Laging

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook