Skip to main content

Het tocht - Fiches

Page 1

HET TOCHT

FICHE 1

Welzijnszorg trekt aan de bel Vlaanderen telt 300 000 woningen die van slechte uitwendige kwaliteit zijn. 135 000 daarvan worden door huurders bewoond. 160 000 huurwoningen hebben niet eens ‘klein comfort’: stromend water binnen de woning, een wc met waterspoeling en een badkamer of douche. De woonkost neemt een alsmaar grotere hap uit het (gezins)budget, zowel voor eigenaars-bewoners, als voor private en sociale huurders. Ons woningbestand is sterk verouderd, maar de noodzakelijke uitbreiding en vernieuwing wordt belemmerd door de onbetaalbare grondprijzen. Omdat het aantal sociale huurwoningen zo beperkt is, is het merendeel van de huurders aangewezen op de private huurmarkt. Met bijna 75 000 mensen op de wachtlijsten en wachttijden die kunnen oplopen tot 5 jaar, biedt de sociale huisvesting maar voor weinigen een reëel perspectief. Het antwoord van de Vlaamse regering tijdens de vorige legislatuur was een huisvestingsbeleid dat door vijf opeenvolgende ministers anders werd ingevuld, een nonbeleid met andere woorden. Welzijnszorg vzw trekt aan de bel met de campagne ‘Hoog tijd voor een beter woonbeleid’!

De bouwstenen van Welzijnszorg Met de campagne ‘Hoog tijd voor een beter woonbeleid!’ wil Welzijnszorg oproepen tot een structureel en toekomstgericht woonbeleid vanuit een globale visie op wonen, met aandacht voor de meest kwetsbare groepen. Het recht op wonen vraagt namelijk een woonbeleid dat in de eerste plaats gericht is op wie het moeilijk heeft op de woningmarkt. Zoals elk jaar voert Welzijnszorg haar actie samen met een breed netwerk van organisaties. Met een petitiemuur vragen ze steun voor de campagne. Ondersteun de eisen en handteken een baksteen. Bouw mee aan de petitiemuur. Meer dan ooit is je handtekening nodig, want onze politieke verantwoordelijken denken te weinig aan wie uit de boot valt. Met de petitiemuur wil Welzijnszorg vooral steun verzamelen bij de brede bevolking. Ze vragen iedereen – op de affiche – een steen te ondertekenen. Een affiche vind je in bijlage. Met alle ingezamelde en ondertekende stenen bouwen ze één grote petitiemuur. Zo laten ze zien dat vele mensen mee bouwstenen willen aandragen voor een beter beleid. Ondertekende petitiemuren worden ingezameld tegen 31 januari 2005 op de regionale diensten van Welzijnszorg of op je eigen nationaal secretariaat.


HET TOCHT

FICHE 2

Het spel In dit spel sturen we je op tocht. Met de hele groep! Het thema is wonen, de inkleding is dus makkelijk: huizen vind je overal. De tocht in je buurt stippel je zelf uit. Wij geven je wel een leidraad mee. Wie niet op tocht wil of kan, kan het stenenspel gebruiken als rode draad.

De tocht Zoek in de buurt zeven verschillende woontypes. Wij dachten aan een appartementsgebouw, een rijhuis, een landelijke woning, een sociale woning, een villa, een krot en een huis in een verkaveling. Dicht bij elke woning zoek je een plaats waar je veilig kan spelen. De afstand tussen de verschillende locaties bepaal je zelf. Je kunt er een voet- of fietstocht van maken. Op elke locatie plaats je één aspect van ‘goed wonen’ centraal. Dat doe je al spelend. Na elk spel krijg je een baksteen. Die kun je gebruiken in het slotspel. Als de deelnemers onderweg graag nog wat nakaarten over het thema, kun je gebruikmaken van de bijhorende stelling of vraag.

Pijlentocht? Of… Wie niet gewoon op pijlentocht wil, kan de tocht opfrissen met enkele methodieken. w De deelnemers krijgen een lijstje vol getallen en pijltjes. De getallen verwijzen naar het aantal deurbellen dat de spelers passeren. De pijltjes geven de richting aan die ze uit moeten. Bijvoorbeeld: 7 g 3 f 14 f 23 g: na 7 deurbellen naar rechts, na 3 deurbellen naar links, na 14 deurbellen naar links, na 23 deurbellen naar rechts. w De spelers krijgen een foto van een specifiek detail van een huis. Dat is het volgende huis waar ze naartoe moeten. w De spelers krijgen de voornamen van de bewoners van het volgende huis. Als de spelers het huis niet vinden, kunnen ze voorbijgangers aanspreken. w Leg een transparant op een stafkaart. Teken hierop enkel de gebouwen over die je tijdens de route passeert. Met die gegevens zoeken de spelers de weg. w Maak een gedetailleerd plan van een huis. Het is belangrijk dat je aangeeft hoe de deuren opendraaien. Stippel nu een routebeschrijving uit door het huis. Als de spelers onderweg (tijdens de tocht) aan een kruispunt komen, stappen ze op het getekende huis de volgende kamer binnen. Als de deur van die kamer links opendraait, moet de groep links afslaan. Opent de deur rechts, dan slaan ze rechts af. w Maak een ruwe tekening van de brievenbussen die je op weg naar de volgende locatie tegenkomt. De spelers zoeken aan de hand van de tekeningen de weg. w De spelers krijgen een lijstje met getallen. Die verwijzen naar huisnummers. De spelers volgen het lijstje.


Nog meer leuke ideeën voor tochttechnieken vind je in het Tochtenboek van ChirojeugdVlaanderen vzw. Het boek is te koop in De Banier. Rode draad doorheen de tocht w Verspreid vooraf op de route een aantal bordjes met de slogan “Te koop, te huur, te duur”. De spelers tellen die bordjes individueel. Wie een bordje ziet, zwijgt in alle talen. w De spelers krijgen 10 foto’s van huizen die ze onderweg tegenkomen. Maar in welke volgorde? Ook deze opdracht is individueel.


HET TOCHT

FICHE 3

Stellingen Als je de stellingen wilt bespreken, kun je deze methodieken gebruiken. Je vindt bij elk woontype een stelling. w De spelers lopen door elkaar. Als de begeleid(st)er “huis” roept, gaan ze per twee staan. De begeleid(st)er leest een stelling voor, de duo’s bespreken die. Als de begeleid(st)er opnieuw “huis” roept, ronden de duo’s hun gesprek af. Ook wisselen beide spelers van jas of trui. Als de begeleid(st)er opnieuw “huis” roept, worden er andere duo’s gevormd. Dezelfde stelling wordt besproken, maar nu vertolkt iedereen de mening van degene wiens jas ze dragen. w Zoek samen vijf argumenten pro en vijf argumenten contra. w Laat de deelnemers een stelling voorleggen aan voorbijgangers. Zo verzamelen ze verschillende meningen. w Laat iedereen één argument – pro of contra – opschrijven op een blanco kaartje. Als je de kaartjes overloopt, raden de spelers wie welk argument opschreef. w Leg een stelling voor. De spelers stemmen geheim, enkel pro of contra. Als de resultaten bekend zijn, vraag je de spelers waarop ze hun mening baseerden. w Alle spelers die pro zijn, geven elkaar een hand en vormen zo een ketting. De contra’s vormen de andere ketting. De spelers proberen elkaar nu met argumenten te overtuigen. Wie verandert er van ketting? w De spelers leven zich in in het jaar 2020. Hoe denken ze nu over de stellingen?

Niet op tocht?! Wie niet op tocht kan of wil, speelt meteen het stenenspel (zie fiche 11). In plaats van een echt rijhuis te passeren, sta je nu stil bij het woontype ‘rijhuis’. Je speelt het bijhorende spel en bespreekt de stelling.


HET TOCHT

FICHE 4

Appartementsgebouw Met twee, zeven of driehonderd gezinnen onder één dak. Iedereen heeft een eigen plek tussen gangen, trappen en liften. De bovenburen maken ruzie, hun baby huilt ’s nachts en de onderbuur kiepert zijn vuilnis in de verkeerde vuilbak.

Spel Iedereen krijgt een envelop en enkele blanco kaartjes. Op de voorkant van de envelop staat een “wie-vraag” (voorbeelden: “Wie roept als hij kwaad wordt?”, “Wie heeft geen tuin nodig?”). De spelers schrijven als antwoord de naam van een andere speler op een kaartje. Dat steken ze in de envelop en geven die door aan een andere deelnemer. Als iedereen alle vragen beantwoord heeft, krijg je je oorspronkelijke envelop terug. Om beurten lees je jouw vraag voor. De anderen raden hoeveel keer hun eigen naam in de envelop zit. Nu mag de envelop open. Wie kent de anderen en zichzelf het best? Hoe zou dit spel verlopen als je het met bewoners van hetzelfde appartementsgebouw zou spelen? Mogelijke vragen: 1. Wie laat zijn lege flessen naast de container achter als die boordevol zit? 2. Wie is er ’s nachts niet stil in de gangen? (Bijvoorbeeld op weekend) 3. Wie roept er het hardst als hij of zij kwaad wordt? 4. Wie is het vaakst thuis? 5. Wie heeft geen tuin nodig? 6. Wie gaat het huis uit zonder de deuren op slot te doen? 7. Wie kan de mooiste kamer inrichten? 8. Wie staat ’s morgens het vroegst op? 9. Wie organiseert graag feestjes? 10. Wie wil een buurtfeest organiseren? 11. Wie wil er geen huisdier? 12. Wie voelt zich snel ergens thuis? Materiaal: enveloppen met vragen, balpennen, blanco kaartjes

Stelling Een appartement is maar een tijdelijke woonst. Wie genoeg geld heeft, koopt een huis. Zeker als je kinderen hebt.


HET TOCHT

FICHE 5

Villa Achter de hoge poort staat een luxevilla. Op de oprit twee dure wagens en een zwembad in de tuin. Waar halen ze het geld vandaan?

Spel Iedereen krijgt een flap op de rug geplakt. Op de voorkant ervan (de zichtbare kant) hangt een foto van een huis. De andere spelers kunnen die dus zien. Op de achterkant (onzichtbare kant) schrijf je de waarde van het huis. Iedereen probeert nu de waarde van zijn of haar eigen huis in te schatten door aan anderen vragen te stellen over de stijl, de grootte en de afwerking van het huis. Na de vragenronde mag iedereen eens schatten. Nu rangschikken de spelers zich naar kostprijs: het goedkoopste huis staat links, het duurste rechts. Er kan nu nog even overlegd worden. Als iedereen denkt juist te staan, worden de foto’s omgedraaid. Wie heeft juist geschat? Materiaal: per speler een flap met foto en kostprijs (foto’s en prijzen vind je in huis-aan-huisblaadjes).

Stelling Wie in een villa woont, heeft geen geldzorgen.


HET TOCHT

FICHE 6

Sociale woonwijk In een sociale woonwijk woont iedereen in hetzelfde huis. Dezelfde kamers, dezelfde deur, dezelfde ramen, dezelfde voortuintjes. Hebben de mensen die hier wonen dan geen eigen dromen?

Spel Iemand beschrijft de gevel van zijn of haar droomhuis. De anderen tekenen dat. Wie geeft de droom het beste weer? Zijn alle tekeningen hetzelfde? Materiaal: stoepkrijt of papier en potloden

Stelling Sociale huisvesting moet een prioriteit zijn van onze regering – ook al is er zo minder geld over voor andere belangrijke zaken (onderwijs, bijvoorbeeld).


HET TOCHT

FICHE 7

Landelijke woning De gepensioneerde boer en boerin hebben nieuwe buren gekregen: een stel tweeverdieners dat in de stad werkt. Vroeger was er maar één manier van leven op het platteland: in een boerderij. Vandaag zijn die verschillen vervaagd. De mensen kiezen voor de rust van buiten en bouwen een oude boerderij om tot een leuke landelijke woning. Beïnvloedt jouw manier van leven de keuze van je huis?

Spel Wie raadt als eerste waar de bewoner van de landelijke woning geboren is? Welk beroep hij uitoefent, welke zijn hobby’s zijn en hoe zijn gezin er uitziet? Centraal in dit spel staan vier reeksen: beroep, hobby, gezinssamenstelling en geboortedorp. Per reeks neem je twaalf wasknijpers. Schrijf op elke wasknijper één element van de reeks (in de reeks ‘beroep’ is dat bijvoorbeeld slager, fabrieksarbeider, laborant of artiest). Creëer nu een fictieve bewoner van een landelijke woning. Dat doe je door uit elke reeks één wasknijper te trekken en dat setje te verbergen. De rest van de wasknijpers verdeel je willekeurig over de spelers. Zij hangen die zichtbaar op hun kledij. Iedereen krijgt ook een balpen, en een tabel met alle elementen per reeks. Het spel kan beginnen. De begeleid(st)er laat een foto zien van een landelijke woning. De spelers proberen te achterhalen welke de kenmerken van de bewoner zijn. Ze proberen met andere woorden de ontbrekende wasknijpers te raden. Na het startsignaal trekken de spelers wasknijpers van mekaar af. Ze lezen ze snel en hangen ze aan hun eigen kledij. Op hun tabel duiden ze aan welke knijpers er in het spel zitten. Wie als eerste de kenmerken van de fictieve bewoner kan raden, heeft gewonnen. Beroepen: slager, fabrieksarbeider, laborant, artiest, landbouwer, journalist, verkoper, garagist, bankbediende, advocaat, politieagent, leerkracht Hobby’s: wielrennen, naaien, lezen, koken, tuinieren, naar de film gaan, tv-kijken, tennis, winkelen, moto’s herstellen, jeugdbeweging, fitness Gezin: bejaard koppel, gezin met vijf kinderen, alleenstaande moeder, weduwnaar, weduwe, jong koppel, vrouw, man, gezin met één kind, gezin met twee kinderen, holebi’s, mensen-zonder-papieren Geboortedorp: Peer, St.-Truiden, Gent, Kortrijk, Fes (Marokko), Oostende, Izmir (Turkije), Wemmel, Utrecht (Nederland), Mechelen, Aalst, Belsele Materiaal: wasspelden, foto landelijke woning, tabellen, balpennen

Stelling Wie op het platteland woont, is rijk.


HET TOCHT

FICHE 8

Een huis in een verkaveling Elk huis heeft zijn eigen architect. Alles mag gebouwd worden‌ als je je maar aan de regels houdt. Herken jij de bouwafspraken in deze verkaveling?

Spel Verdeel de groep in twee of meerdere ploegjes. Elke ploegje moet een bouwconstructie zo goed mogelijk nabouwen met Legoblokken. EĂŠn speler mag de constructie zien maar niet aanraken! Een andere speler bouwt de constructie, maar die is geblinddoekt. De andere spelers zorgen voor de communicatie tussen de twee. Zorg ervoor dat de ploegjes mekaars bouwconstructie niet kunnen zien. Verdelingstip: laat een foto zien van een villa en een foto van een woonboot. Spelers die in de villa willen wonen, vormen een ploeg. Spelers die de woonboot kiezen, vormen de andere ploeg. Materiaal: Legoblokken

Stelling Vlaanderen is helemaal volgebouwd. Er staan nu al genoeg huizen, er mogen geen nieuwe meer bijkomen.


HET TOCHT

FICHE 9

Rijhuis Muur aan muur, huis aan huis. Het ene groot, het andere klein. De hele straat vol steen!

Spel Maak een zo lang mogelijke huizenrij! Deel de groep op in twee ploegen. Teken op de grond een groot rooster met 49 vakjes (7 x 7). Op de vakken A2, A3, A4, A5, A6, G2, G3, G4, G5 en G6 zet je de pionnen van de éne ploeg. Op vak B1, C1, D1, E1, F1, B7, C7, D7, E7, F7 en G7 zet je die van de andere ploeg. Om beurten mogen de ploegen één pion verzetten. Dat mag verticaal, diagonaal of horizontaal gebeuren. Het aantal vakjes dat een pion verplaatst mag worden, is gelijk aan het aantal pionnen dat op dat moment op die rij staan (in de richting waarin je wilt verplaatsen). Als er op de diagonale lijn in totaal 5 pionnen staan, dan mag je de pion 5 vakjes verschuiven. Als je op een pion van de andere ploeg komt te staan, verdwijnt de pion van de andere ploeg uit het spel. Als alle nog aanwezige pionnen van een ploeg aaneensluiten, is het spel voorbij. Let wel, er wordt alleen rekening gehouden met de verticale en horizontale rijen! Een pion mag tijdens het spel diagonaal verzet worden, maar moet uiteindelijk wel verticaal of horizontaal aansluiten! De ploeg met de langste huizenrij wint. Begeleidingstip: als je groep groot genoeg is, kun je de pionnen vervangen door spelers. Verdelingstip: de spelers beelden elk een voorwerp uit (bijvoorbeeld een vaas, een koe, een bal). Voorwerpen die binnen thuishoren, vormen een ploeg. Voorwerpen voor buiten vormen de andere.

Stelling In de stad heb je meer vrijetijdsmogelijkheden dan op het platteland.


HET TOCHT

FICHE 10

Krotwoning De ramen opgevuld met karton, de deur bladdert af, de bel stuk. Woont hier nog iemand?

Spel Als je regelmatig alle kamers controleert en onderhoudt, zal je huis nooit verkrotten. De groep krijgt kartonnen flappen (niet al te grote). Het aantal flappen is gelijk aan 2/3 van het aantal spelers (20 spelers krijgen 13 flappen). Bovenop elke flap schrijft de begeleid(st)er een naam van een ‘kamer’: badkamer, woonkamer, garage, toilet,… De flappen vormen samen een huis. De groep steekt nu op de flappen een terrein over. Ze doet dat door de flappen strategisch voor zich uit te leggen. De groep loopt zo van kamer naar kamer. Let op! Er zijn wel enkele regels: w Iedereen moet altijd op een flap staan. De grond mag niet aangeraakt worden. w Je mag de flappen niet over de grond schuiven als je erop staat. Met wat treken duwwerk zou dat wel kunnen lukken, maar het mag dus niet. w Niet gebruikte flappen worden weggenomen door de begeleid(st)er. Enkele spelers krijgen een blinddoek op: zij zitten krap bij kas!! Ze kunnen de kamers wel controleren maar niet onderhouden. Materiaal: kartonnen flappen, blinddoeken

Stelling De verhuurder moet het huurhuis voorzien van degelijke nutsvoorzieningen (water, elektriciteit, gas), ook al zal de huurder dan meer moeten betalen.


HET TOCHT

FICHE 11

Afsluiter Als afsluiter speel je het stenenspel: “Wie woont waar? En in welk huis woont de persoon die op de foto staat afgebeeld?” Verspreid de 7 bakstenen (die je tijdens de tocht kreeg) over het terrein. Op elke baksteen staat een woontype vermeld. Voorzie per speler ook zeven verschillende foto’s van personen (zie bijlage). De spelers bedenken nu individueel wie in welk huis woont, en leggen de juiste foto’s omgekeerd (!) bij een woontype. Er mag niet gepraat worden! (De spelers kunnen hun keuze opschrijven, dat is een makkelijke geheugensteun achteraf.) Bij het startsignaal proberen de spelers zoveel mogelijk dezelfde foto’s bij hun eigen eerste keuze te leggen. Wie bijvoorbeeld bij het rijhuis een foto van een bejaarde gelegd heeft, probeert nu alle bejaarden daar neer te leggen. Let wel: de spelers mogen maar één foto’s tegelijk verplaatsen! Iedereen mag tijdens het loopspel elke foto verleggen. Na enkele minuten geeft de begeleid(st)er het eindsignaal. Wie nu nog een foto bij zich heeft, brengt die terug naar de vorige steen. Je overloopt per woontype de foto’s. Denkt iedereen hetzelfde? Bepaalt je huis je leven?


HET TOCHT

FICHE 12

Woonideeën Film: Kinderen van de Borinage P. Jean – Documentaire, 52 min. België, 2000 De documentaire belicht veel facetten van het leven in de Borinage, niet alleen het wonen. Toch zijn veel scènes binnenshuis gefilmd. Bekijk de documentaire eerst zelf. Gebruik ze alleen als je ze geschikt vindt voor de groep. Je kan de film ontlenen bij Bevrijdingsfilms vzw, 016-23 29 35 of www.bevrijdingsfilms.be De Belgische cineast Henri Storck werd bekend met zijn documentaire ‘Misère au Borinage’. In die film bracht hij de dramatische gevolgen van de economische crisis in de jaren dertig in beeld. Bijna 70 jaar na ‘Misère au Borinage’ gaat de jonge Patrick Jean op zoek naar zijn eigen Borinage-wortels. Hij treft er een streek aan die er nog slechter aan toe is. Sinds de sluiting van de mijnen in de jaren ‘70 is de werkloosheid enorm toegenomen. Een groot deel van de bevolking leeft in armzalige omstandigheden, zonder enig uitzicht op verbetering en zonder de vechtlust van vroeger. Jean filmt de sociale ellende van verdwenen mijnen, armoede en krotwoningen. Emile, een ex-mijnwerker, geeft de armoede een stem. De families waarmee Jean in contact komt, vertrouwen hem hun ellende toe. En ook hun woede. Doorheen hun getuigenissen loopt een rode draad van honger, ziekte, gebrek aan sociale diensten en de stelselmatige plaatsing van kinderen in gehandicaptencentra. Sommige gezinnen hebben sinds drie generaties geen werk meer. ‘Ze leven als in een sociale goot,’ zegt de cineast. ‘De hoop op een beter leven bestaat niet meer. Ze hebben aanvaard dat ze nutteloos en zelfs schadelijk zijn’. Of hoe een streek die ooit de basis legde van onze welvaartsstaat, vandaag haar toegangsticket tot die welvaartsstaat wel erg duur moet betalen. “Antwerpen Averechts” biedt stadswandelingen met gids aan. De organisatie laat bezoekers het echte leven in Antwerpen ontdekken, met verhalen over wonen en werken, over kleine en grote veranderingen in de stad. Altijd op zoek naar de waarden van het stedelijk leven, ook op plaatsen die niet zo voor de hand liggen. Meer info vind je op www. antwerpenaverechts.be. Gelijkaardige initiatieven vind je in Mechelen (www. mechelenbinnenstebuiten.be) en Brussel (www.brukselbinnenstebuiten.be).


Het boek Atlas van de Belevingswereld brengt aan de hand van landkaarten ervaringen en emoties ter sprake. Een interessante aanzet voor een boeiend gesprek! In de atlas vind je ook een kaart met als thema ‘thuis’. De atlas vind je in de boekhandel (ISBN 90 02 20961 4) of bestel je op www.belevingswereld.nl. Met de atlas en deze vragen krijg je je groep ongetwijfeld aan de praat: “Wat wil je thuis niet missen? Wat zou je in je eigen huis willen veranderen? Wat heb je nodig om je ergens thuis te voelen? Wat is een basisrecht voor iedereen? Is elk huis een thuis?” Nodig de groep op een originele manier uit. Maak een kaartje met twee foto’s: een krot en villa. Het onderschrift luidt: “Zoek de 5 overeenkomsten!”. Op de achterkant schrijf je alle praktische info.


FICHE 13

HET TOCHT

Voor deze bezinning nodig je de spelers uit in een huis. In elke kamer voorzie je een tekst, wat muziek of een opdracht. Als je de muziek luid opzet, schuiven de spelers door naar de volgende kamer. Geef hen vooraf geen tijdsindeling.

Living Vraag aan de spelers om een fotoalbum mee te brengen. Laat ze met de foto’s hun huis en/of thuis aan elkaar voorstellen.

Keuken Leg enkele recente kranten op de keukentafel. Vraag de spelers om het prikbord vol te hangen met artikels die handelen over ‘wonen, woonbeleid of thuis-voelen’.

Badkamer Kopieer een tekst op een transparant, kleef die in bad en laat het bad vollopen. Schrijf tekstjes op de spiegel. De spelers lezen in stilte. Tussen Babel en Betlehem

Het hoeft geen muur te zijn met ruit en dak. Het mag van hout of rots of klei of bald of ijs

Het huis van mijn dromen bevindt zich tussen Babel en Betlehem In de schaduw van de toren van de hoogmoed het machtsbastion waarmee ik mezelf en anderen in verwarring breng, hen uitdaag om nog hoger te gaan, nog sterker te staan, een monument ter ere van ons ego.

Een boot op het water ja, een wagen op reis. Een hutje mag, een hol of een paleis. Een schep van slak, een nest op tak. In Paramaribo of Praag of in Parijs.

Betlehem, daar loopt van alles rond, gekwetste mensen, kleine en grote mensen, sterke en zwakke. Het huis daar is een plaats van samenkomst, waar we samen eten en elkaar eten geven.

Als er maar iemand is die roept: kom thuis! Ik zal het wel verstaan. Elke taal bedoelt hetzelfde huis.

Ted Van Lieshout

uit het bezinningsboekje: “Steen voor steen”


God in de Gamma Waar? Wel op de afdeling Interieur, bij de spiegels. Maar je moet goed zoeken, want het is een speciaal soort spiegel die alleen spiegelt wanneer hij recht tegenover een raam wordt gehangen. Hoezo? Wel als je in die spiegel kijkt, dan kun je alleen jezelf zien terwijl je ook een blik werpt op wat er buiten gebeurt, veel kans dat je blik dan die van een toevallige voorbijganger kruist. uit het bezinningsboekje: “Steen voor steen”

Slaapkamer De spelers staan voor het bed. Toon nu telkens twee afbeeldingen: van huizen, woonkamers of tuinen. De spelers geven hun voorkeur weer door aan de ene of de andere kant van het bed te gaan staan. De keuze gebeurt in stilte. De spelers hoeven achteraf geen uitleg te geven.

Garage De deelnemers schrijven slogans over wonen, huis of thuis op een muur. Achteraf pikt de hele groep er de beste slogan uit. Gebruik eventueel behangpapier of grote flappen. Mogelijke acties rond de campagne van Welzijnszorg Tijdens de middernachtviering geef je iedereen een (speelgoed)baksteen met “Draag je steentje bij!” erop. Als je een financiële actie wilt ondernemen, organiseer dan eens een wedstrijd. Je metselt een klein muurtje. Met een touw geef je aan hoe hoog het muurtje moet worden. Hoeveel bakstenen zullen er gebruikt worden? Wie een gokje wil wagen, betaalt een kleine bijdrage. Wie het dichtst bij het juiste aantal zit, krijgt een waardebon van de doe-het-zelfzaak!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Het tocht - Fiches by Chirojeugd Vlaanderen - Issuu