Issuu on Google+

Column 1: Cold turkey Geschreven door: Marieke van Woesik ‘Gátver!’ Mijn vriend, Geert, kijkt me met een vies gezicht aan. ‘Wat zit er in die salade?’ ‘Geheim ingrediënt,’ mompel ik, terwijl ik net doe alsof ik het boterachtige smaakje dat aan mijn slablaadjes kleeft niet proef. Geert zucht. ‘Wát heb je er in gestopt, Mariek?’ ‘Avocado.’ ‘Avocado? Waarom?’ ‘Omdat het gezond is!’ zeg ik koppig. ‘Maar ook vies! Kom op, jij proeft toch ook dat het niet te eten is?’ ‘Gezonde dingen zijn nooit lekker. Daar zijn ze te gezond voor.’ ‘Hoe kom je er eigenlijk bij om avocado door de salade te doen? Dat eten we toch nooit?’ Ik zucht, steek nog een lading sla in mijn mond en fluister dan bijna onverstaanbaar: ‘Pinterest’. Geerts ogen beginnen te twinkelen. ‘Ik wíst het.’ Sinds een aantal weken ben ik verslaafd aan Pinterest, het online prikbord waarop je afbeeldingen van eten, mode, huisdecoratie en weet ik wat allemaal meer kunt bewaren. Uren blader ik door de afbeeldingen heen, op zoek naar inspiratie voor artikelen, lekkere (gezonde!) receptjes of nieuwe ‘Do It Yourself’-ideeën. Om de zoveel tijd spring ik op en ren ik naar de stad. De ene keer moeten er planken in huis komen voor zo’n schattig koffiebarretje, de andere keer ga ik op zoek naar drieduizend verschillende ingrediënten die je écht nodig hebt voor die gezonde en héérlijke vegan brownies (maar die geen normaal mens in huis heeft). Geert kijkt het allemaal met lede ogen aan. Want het punt is: mijn plannen willen nog weleens mislukken. Het aanrecht is permanent geel gekleurd, omdat ik een suuuuuuper handige manier had gevonden om het gasfornuis schoon te maken (wist ik veel dat ammoniak zulk rotspul is), de snijplank is hard aan vervanging toe, omdat het slachten van een granaatappel me wat meer moeite kostte dan ik had gedacht, mijn vrienden konden een extra afspraak bij de tandarts maken door mijn iets te harde, bevroren bananenkoekjes en as we speak staan er al een uur lang twee tomaten met eieren erin in de oven, zonder dat er ook maar iets gaar lijkt te worden. Als ik dit zo terug lees, lijkt cold turkey afkicken van Pinterest me de beste oplossing. Weg met de vierkante ogen, kapsels die ik toch niet bij mezelf kan maken (nee, ook niet met die nieuwe super strong haarspray) en dunne fitnessmodellen die hun workout met ons delen, zonder erbij te vermelden dat die alleen geschikt zijn voor buitenaardse wezens met uitzonderlijke krachten. Schoonmaaktips vraag ik voortaan wel aan mijn oma, een tattoo laten zetten durf ik de eerstkomende honderd jaar toch niet en een bruidsjurk uitzoeken is ook nog wat overbodig. Nee, dan het recept wat ik op die nieuwe blog vond. Een heerlijke, super gezonde cheesecake, die ook nog eens in tien minuten te maken is. Als dat niet meant to be is. En ik heb er alleen maar wat agave siroop, wat biologisch geteelde cashewnoten, een plukje zeewier en wat ecologische geraspte kaas voor nodig! Pinterest? Wat is dat? ‘Schat? Ik ga even naar de stad!’


Column 2: Een nieuwe lente, een nieuw geluid Geschreven door: Imane Boubkari Verlegen zonnetje, check. Fluitende vogels, check. Langere dagen, check. Mijn handschoenen, sjaals en Uggs kunnen samen met de verschrikkelijke winterdepressies achter slot en grendel. Een strenge en koude winter maakt plaats voor de koning der seizoenen: lente. Tussen onuitgepakte verhuisdozen en wat zakken met oude kleren zie ik naast de knikkerverzameling van mijn zusje een onmisbaar stel liggen. Ik blaas het laagje stof weg, zet de zolen weer op hun plek en wrijf langs de onderkant; mijn skates zijn reeds voor gebruik. Ik ren de twee trappen af en hoor mijn moeder al voor ze überhaupt aanstalten maakt wat te zeggen: ‘Blijft een klus, he, om niet als olifant of ander dier naar beneden te komen?’ Ik negeerde haar retorische vraag en deelde haar mee dat ik van plan was een rondje te skaten. ‘Prima, je bent wel voor het donker thuis, hè?’ ‘Ja.’ Wanneer ik als achttienjarige alleen op pad ga, mag ik me absoluut niet in een donker milieu begeven. Dat is eng en gevaarlijk. Mompelend wurm ik mijn oordopjes onder mijn hoofddoek door naar mijn oren, trek ik mijn skates aan en snel me naar buiten. Het feit dat ik nog geen kwartier onderweg was maar wel een man op teenslippers, een dame met een zonnebril en een kind met een jas in de hand voorbij heb zien gaan, verklaarde dat ik niet de enige was die het afscheid van de winter vierde. Na de volgende vijftien minuten attendeerde mijn kortademigheid me op mijn gevoelige longen en verslechterde conditie. Ik minderde mijn vaart en besloot mezelf eerst te trakteren op een ijsje voor ik me richting huis zou begeven. ‘Een oubliehoorn met spikkels, alsjeblieft.’ Terwijl mijn oubliehoorn gevuld werd met een prachtige toef softijs, dacht ik terug aan mijn - nóg - jongere jongerenjaren. De blijdschap en vreugde die er heerste toen ik met beiden ouders, elk aan een zijde, op weg was naar de snackbar. Wat ben ik toch trots op mijn ouders die mij zo’n geweldige jeugd hebben weten te schenken. ‘Kijk nóu eens Hans, wat leuk!’ Ik draaide me om en richtte me op een bejaard stel dat mijn skates aan het bewonderen was. Of toch niet. Met glinsterende ogen en vol bewondering sprak het vrouwtje, nu tegen mij: ‘Nou meis, dit vind ik dus echt héél mooi om te zien!’ Ik schonk haar een glimlach en bedankte haar vriendelijk. Genietend van mijn bespikkelde oubliehoorn, vertrok ik richting huis. De vraag of ze de combinatie van een ijsje eten en skaten nou zo bijzonder vond, of dat het in haar ogen fenomenaal was om een moslima op skates te zien, blijft voor mij onbeantwoord. Wat me wel meer dan duidelijk was, waren de lantarenpalen die aansprongen: ik had niet lang meer. Voor de bejaarde mevrouw, haar partner, maar zeker ook voor mij: een nieuwe lente, een nieuw geluid.


Column 3: Fondsenwervers Geschreven door: Kyra Hanekamp Doorlopen. Geen oogcontact. Doe alsof je haast hebt. Geen oogcontact. Géén oogcontact. ‘Jaaa, goedemiddag mevrouw, mag ik u iets vragen?’ Fuck. Ik ben ongelofelijk makkelijk over te halen door fondsenwervers op straat. Vroeger (lees: vorig jaar) vormde dit nog geen probleem. Vroeger, toen ik er wel oud genoeg uit zag om gestrikt te worden door zo’n gezellige goededoelenjongen, maar dit nog niet was. Ik schudde handen, knikte instemmend, speelde begripvol en gaf een high five. Om op een perfect getimed moment triomfantelijk mee te delen dat ik nog geen achttien was en vervolgens ineens een stuk minder vriendelijk ‘fijne dag nog’ toegemompeld te krijgen. Maar nu ik een mevrouw ben, sta ik compleet ongewapend in de strijd tegen fondsenwervers. Volgens mijn laatste bankafschrift steun ik nu acht goede doelen. Van de meeste weet ik niet eens wat ze inhouden. Degenen die hier verantwoordelijk voor zijn kunnen opgedeeld worden in drie categoriëen. 1. Het opdringerige type: Vastbesloten de maandelijkse bonus te halen. Doet vermoedelijk een studie met het woord ‘communicatie’ in de naam en denkt te weten hoe je iemand het makkelijkst overtuigt. Doorziet alle smoesjes en gelooft niet in haast hebben. Ik ga meestal akkoord om maar van hem of haar af te komen. 2. Het onzekere type: Probeert je over te halen door alle op een training geleerde technieken toe te passen. Maakt complimentjes, maar slaat hierbij vaak de plank mis. Wanneer ik aan dit type toegeef, is dit meestal om ze uit hun lijden te verlossen. En dat verhaaltje over kindjes in Afrika, dat ze uit hun hoofd leerden en compleet foutloos opdreunden klinkt ook eigenlijk best zielig. 3. Het onweerstaanbare type: Tsja.. ‘Ik ben dus van het WNF. Geef jij om de natuur? Ja, je ziet eruit alsof je om de natuur geeft. Wist je dat er per jaar meer dan..’ Ik luisterde allang niet meer. De WNF-jongen was een nummer 3. Die zijn het gevaarlijkst. Zo’n neongroen shirt met pandamotief stond hem wonderbaarlijk goed. Zijn stem praatte al mijn weerstand weg en zijn mooie ogen stuurden mijn handen naar de pen. In één beweging was ‘ie gezet, de krabbel, waarmee mijn laatste restje stufi deze keer verdween in de klauwen van een afgestoten dwergtijger met astma. Hoog tijd voor een stichting voor mensen die geen nee kunnen zeggen.


Column 4: Lipsticknummers & Pantynamen Geschreven door: Iris Houx Daar stond ik weer eens voor het cosmeticaschap bij de drogist: minutenlang te zoeken naar mijn lipstick 'rosé sérène' nummertje 18. Het assortiment was veranderd. Alweer. Waarom doen die marketingmensen dat in godsnaam minstens twee keer per jaar? Weten ze niet dat de liefde van een vrouw en haar lipstick er eentje voor het leven is? Na jarenlang proberen en zoeken had ik eindelijk de perfecte kleur gevonden: niet te zuurstok, niet te zalm en ook weer niet te Barbie. Dolgelukkig was ik. Mijn roze hemel in een stickie en ik: wij waren voor elkaar bestemd. Het was liefde met een grote L. Toen ik vorige week het laatste restje op mijn lippen smeerde, toog ik naar de drogist voor een nieuwe 'rosé sérène'. Het was daar, onder de kille TL-verlichting bij het make-up schap, dat zich een klein drama voltrok: Roseetje was verdwenen. Of beter gezegd: ingeruild. En dat was op z'n zachtst gezegd een behoorlijke schok. Hoewel je er als vrouw altijd wel rekening mee houdt dat het op een dag voorbij kan zijn, kwam dit afscheid onverwacht en veel te vroeg. Wat was het geval? De cosmeticamaffia had weer eens als een op hol geslagen Hans Klok liggen goochelen met de verpakkingen, kleuren en nummers. Eens in de zoveel tijd hebben ze blijkbaar de onbedwingbare drang om trouwe klanten hevig te frustreren. Mijn vertrouwde make-upschap was getransformeerd tot een hopeloos kleurencryptogram, een nummerdoolhof. Zo was mijn 'rosé sérène' nummertje 18 ineens veranderd in een 'beige magnifique' nummertje 18. Zelfs een kleurenblinde kanarie kon zien dat ze in de verste verte geen familie van elkaar waren. Snappen ze het gewoon niet of willen ze het liefst zo min mogelijk lipsticks verkopen? Mij zijn ze even kwijt. En nu we het er toch over hebben: Die namen. Mijn god, die námen. Wat moet ik met een kleur als 'orangé charnel', 'fatal apple' en ja, ook 'rosé sérène'? You lost me at 'charnel' De kans is groot dat ik een dag later met een grasgroene mond op kantoor verschijn. En nee, ik weet ook niet wat purper, vermiljoen of magenta is. Wat is er mis met een simpele aanduiding als paars, lichtrood of donkerroze? Of als het echt zo nodig apart moet zijn, gebruik dan aansprekende namen. Dat je denkt: 'Aha! 'doorlopenogenrood', 'Rachel Hazesoranje', 'bavianenkontroze', zeg dat dan!' Kijk, dat is lekker duidelijk, dáár heeft iedereen meteen een beeld bij. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, deed ik een dag later nog een schokkende ontdekking: De cosmeticamensen zijn niet de enigen die zich hier schuldig aan maken. De pantymarketingmensen zitten ook in het complot! Wel een kwartier stond ik me suf te piekeren bij de beenmodeafdeling van ons warenhuis. In mijn linkerhand een 'terrific taupe', in mijn rechterhand een 'amazing mauve' en op het rek voor me lonkte nog een 'heavenly hazel'. Dus ook hier dezelfde vraag: Waarom hebben


huidkleurige panty's geen eenvoudigere namen? Ik suggereer: 'dansmariekebenen', 'leverworst' of 'Beatrixstappers'. Lekker simpel. Gewoon visualiseerbaar, om maar even in marketingtermen te blijven.


Shortlist Columniste Chicklit.nl