Issuu on Google+


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 24

3 Er was geen twijfel mogelijk. Tenzij ze een tweelingzus had, was dit de vrouw die ze eerder had gezien, maar dan niet in een blauwe jurk en ook niet met los haar, en als ze het hoefijzertje droeg, dan zat het verborgen onder haar uniform. ‘Goedenavond,’ zei ze tegen Maja’s vader. ‘Mijn naam is Annie Bernard.’ ‘Philip Meuring. Dit is mijn vrouw Paula.’ De twee vrouwen knikten. ‘Mijn zoon Tom,’ vervolgde haar vader. ‘Hallo, Tom,’ zei de politieagente. ‘En hoe oud ben jij?’ Tom gromde. ‘Vijftien.’ ‘En dit is Maja,’ zei haar vader. ‘Hallo, Maja.’ Maja zei niets. Ze kon haar alleen maar aanstaren. De agente liet haar blik over Maja gaan en wendde zich toen weer tot Maja’s vader. ‘Ik heb begrepen dat u De Lijsterbes hebt overgenomen,’ zei ze. ‘Dat klopt. We zijn een paar dagen geleden hier ingetrokken.’

24


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 25

‘Het doet me deugd dat het hotel weer open is na zo veel maanden te hebben leeggestaan. En zo te zien hebt u al heel wat gasten.’ ‘We zitten bijna vol. We hebben nog geen personeel, dus we moeten het nog even allemaal zelf doen. Maar het gaat goed. Luister...’ Hij sloeg een arm om Maja’s schouder. ‘Ik weet dat u Maja een heleboel te vragen hebt, maar kunt u haar nog even wat tijd gunnen? Ze heeft iets vreselijks meegemaakt en is helemaal van slag. Ik wil dat ze eerst iets eet. En iets warms drinkt.’ ‘Natuurlijk,’ zei de politieagente. ‘Ik ben hier trouwens niet om vragen te stellen. Mijn collega’s zijn in het bos bezig en ik ben alleen maar gestuurd om te vragen of u hier wilt blijven totdat zij er zijn.’ ‘Geen probleem,’ zei haar vader. ‘We zijn in de keuken.’ ‘Ik wacht hier wel.’ ‘U kunt ook in de lounge gaan zitten.’ ‘Hier is prima.’ ‘Kopje thee?’ ‘Doe geen moeite. Gaat u maar voor Maja zorgen.’ Maar Maja was al naar de keuken gevlucht. Ze wilde zo snel mogelijk bij de politieagente vandaan. Ze was ook het liefst alleen geweest. Ze moest nadenken; niet alleen over deze vrouw, maar ook over de anderen die ze in het bos had gezien: de roodharige man, het derde lichaam, de gestalte die zich eroverheen had gebogen. Misschien zou blijken dat het de collega’s van Annie Bernard waren geweest. Op dit moment leek niets onmogelijk. De agenten die even later opdoken zagen er echter heel anders uit dan de gedaanten die ze had gezien. Het waren

25


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 26

twee mannen en een vrouw, en hoe schemerig het in het bos ook was geweest, ze wist meteen dat ze het niet waren. Ze gingen aan het uiteinde van de keukentafel zitten en haar moeder zette een kop thee voor hen neer. ‘Dank u, mevrouw Meuring,’ zei de vrouw. Haar moeder ging tussen Tom en haar vader in zitten. Maja schoof haar onaangeroerde bord van zich af en wachtte. Ze was blij dat Annie Bernard er niet bij was, maar ze was ook op haar hoede voor de drie politiemensen voor haar. ‘Ik ben inspecteur Hendricks,’ zei de oudste van de twee mannen. ‘Deze meneer is brigadier Koker. En dit is agente Samuel.’ ‘Bedankt dat jullie zo snel zijn gekomen,’ zei haar moeder. ‘Graag gedaan.’ Inspecteur Hendricks wendde zich tot brigadier Koker. ‘Annie hoeft niet meer te blijven. Zeg maar dat ze weg mag.’ Brigadier Koker verliet de keuken en even later hoorde Maja gedempte stemmen en de klik van de voordeur. In een opwelling keek ze uit het raam, waar ze de agente over het laantje naar het dorpsplein zag lopen. Ze keek haar na. Annie Bernard. Dus dat was de naam van de vrouw die dood zou moeten zijn. Brigadier Koker kwam weer aan tafel zitten. ‘Zo,’ zei inspecteur Hendricks. ‘Ik denk dat we het verhaal uit Maja’s mond moeten horen.’ Maja draaide zich naar hem om. In gedachten was ze

26


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 27

nog bij Annie Bernard, en bij wat iedereen vast zou denken als ze hun de waarheid vertelde. Als het tenminste de waarheid was. Ze was nergens meer zeker van. ‘Neem je tijd maar, Maja,’ zei de politieman. Ze ademde langzaam in. ‘Wat hebben jullie in het bos gevonden?’ vroeg ze. ‘Dat zullen we je zo vertellen,’ zei de man. ‘Als jij ons jouw kant van het verhaal hebt verteld.’ ‘Mijn vader heeft jullie al verteld wat ik heb gezien.’ ‘We willen graag jouw versie horen.’ ‘Gaan jullie me arresteren?’ ‘Nee, nee,’ zei inspecteur Hendricks. ‘Wees maar niet bang. We willen het gewoon uit jouw mond horen.’ Ze keek de politieman aan, zich ervan bewust dat zijn ogen zich geen moment van haar gezicht hadden losgemaakt. Ze voelde ook de blikken van de anderen. De man glimlachte, maar het voelde niet geruststellend. Het voelde als een valstrik. ‘Vertel ons maar gewoon wat er gebeurd is, Maja.’ Ze begon te praten. Ze vertelde hun over het pad, de uil, de woorden die ze tegen Tom had gemompeld, haar verdwijning het bos in, het eerste lichaam, het tweede, het derde, de gedaante die eroverheen gebogen stond, haar spurt tussen de bomen door, haar vader die haar vond. Ze vertelde alles wat ze zich kon herinneren. Behalve het deel over de vos. En de identiteit van de dode vrouw. Ze wist dat ze die twee dingen niet kon vertellen. Zonder te weten waarom. Het maakte ook niet uit. Nog voordat ze klaar was met

27


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 28

haar verhaal zag ze dat niemand haar geloofde. Brigadier Koker maakte aantekeningen, maar toen hij uiteindelijk opkeek en glimlachte, zag ze hem denken dat hij het tijdverspilling vond. ‘Dat was het, Maja?’ ‘Ja.’ ‘Niets meer aan toe te voegen?’ ‘Nee.’ Ze keek Tom aan, maar hij wendde zijn blik af. Haar vader legde zijn onderarmen op tafel en keek de drie politiemensen om beurten aan. ‘Hebben jullie de plek kunnen vinden die Maja beschreef?’ ‘Zonder enige moeite,’ zei inspecteur Hendricks. ‘Toen u over de beschadigde beuk begon, wisten we meteen waar het was.’ ‘Wat hebben jullie daar aangetroffen?’ ‘Niets.’ De politieman wendde zich tot Maja. ‘Althans geen lichamen,’ vervolgde hij. ‘Want die had jij er gezien, zei je.’ Hij zweeg even. ‘Maar heb je ze ook écht gezien?’ Maja sloeg haar ogen neer. ‘Ik beschuldig je nergens van,’ zei de inspecteur. ‘Het werd al donker, dus het was moeilijk om te weten wat je zag. Makkelijk om een vergissing te maken en...’ ‘Ik heb de lichamen gezien.’ Ze keek hem aan. ‘Echt.’ Inspecteur Hendricks keek haar onbewogen aan. Maja wierp een blik op de andere twee politiemensen. Agente Samuel plukte haren van haar mouw, brigadier Koker gaapte. Haar ouders glimlachten geforceerd naar haar. Toen deed Tom opeens zijn mond open. ‘Maja vertelt de waarheid.’ Niemand reageerde.

28


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 29

‘Heus,’ zei hij. ‘Ze liegt nooit. Ze is de eerlijkste persoon die er bestaat.’ De politieagente keek even op van haar mouw en ging toen weer verder met de haren. ‘Maja,’ zei inspecteur Hendricks, ‘we zeggen niet dat je liegt.’ ‘Dat doen jullie wel,’ zei Tom. ‘Jullie laten het klinken alsof ze...’ ‘Tom,’ zei hun moeder. ‘Laat die meneer uitspreken.’ ‘Maar...’ ‘Laat hem uitspreken.’ Inspecteur Hendricks keek Tom aan. ‘Ik heb het niet op je zus gemunt.’ ‘Wel,’ zei Tom. ‘Jullie laten het klinken alsof ze... niet goed wijs is.’ ‘Ik probeer alleen maar duidelijkheid te scheppen in een ogenschijnlijke tegenstelling,’ zei de inspecteur. ‘Maja zegt drie lichamen te hebben gezien...’ ‘En een gestalte.’ ‘En een gestalte. Maar tot nog toe hebben we geen van die dingen kunnen substantiëren.’ ‘Wat betekent “substantiëren”?’ vroeg Tom. ‘Het betekent dat we geen bewijs hebben gevonden van wat zij heeft gezien.’ Opnieuw zag Maja Annie Bernard voor zich: de Annie Bernard die had geglimlacht, de Annie Bernard wier dode ogen haar door het bos waren gevolgd. Ze dacht aan die andere ogen – de gele – en vroeg zich af waar die nu zouden zijn. Om de een of andere reden voelden ze dichtbij. ‘Dus, Maja,’ zei inspecteur Hendricks. De politieman

29


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 30

keek haar weer oplettend aan. ‘Je zei dat je naast de vrouw en de roodharige man was neergeknield.’ ‘Ja.’ ‘En je wist zeker dat ze dood waren.’ ‘Ja.’ ‘Heb je ooit medische scholing gehad? ehbo-les op school bijvoorbeeld?’ Maja beet op haar lip. ‘Nee.’ ‘Heb je ooit eerder een dood iemand bekeken?’ ‘Nee.’ ‘Heb je hun polsslag gecontroleerd?’ Maja aarzelde. ‘Maja?’ drong de politieman aan. ‘Er bewoog niets,’ zei ze. ‘Hun borst en hun buik, ze...’ ‘Heb je hun polsslag gecontroleerd, Maja?’ Ze keek de politieman aan. ‘Nee,’ zei ze zacht. Inspecteur Hendricks roffelde met zijn vingers op tafel. ‘Maar ze waren dood,’ zei ze. ‘De vrouw en de roodharige man.’ ‘Misschien.’ ‘Niet misschien,’ zei Tom. ‘Zeker. Als Maja zegt dat ze dood waren...’ ‘Ja ja.’ Inspecteur Hendricks nam haar broer vluchtig op. ‘We hebben gehoord dat je zus nooit liegt. En ik herhaal wat ik zojuist zei. Misschien.’ Maja voelde dat haar moeder haar hand beetpakte. De uitdrukking in inspecteur Hendricks ogen werd iets zachter. ‘Het enige wat ik probeer, Maja, is een verklaring te vinden voor beide verhalen. Voor wat jij hebt gezien én wat wij hebben gezien. Oké?’

30


13282a-v8_13282a.qxp 27-2-13 13:23 Pagina 31

‘Oké.’ ‘Dus stel ik mezelf bijvoorbeeld de vraag: waren deze mensen misschien dronken? Je zei dat ze mooie kleren aanhadden, alsof ze uit waren geweest. Misschien hadden ze te veel gedronken, zijn het bos in gewankeld, elkaar kwijtgeraakt. De vrouw valt eerst neer, de roodharige man stommelt wat in het rond om haar te vinden en valt dan ook neer.’ ‘En het derde lichaam?’ vroeg Maja’s moeder. ‘En degene die eroverheen gebogen stond?’ ‘Zelfde verhaal als de eerste twee,’ zei inspecteur Hendricks. ‘Ze worden allemaal dronken op dat feestje en lopen wankelend het bos in. De vrouw bezwijkt het eerst, dan de roodharige man en dan het derde lid van het groepje. Het vierde lid buigt zich over nummer drie om te kijken of hij in orde is. Maja ziet het, raakt in paniek en holt weg. Tegen de tijd dat wij arriveren zijn ze allemaal weer bijgekomen en ervandoor. Mysterie opgelost.’ ‘Nee, niet,’ zei Maja. ‘Waarom niet?’ ‘Omdat de vrouw...’ Ze stokte en staarde in het niets. Vanuit een plek in haar geest leek Annie Bernard terug te staren: eerst als politieagente, en toen als lijk. ‘Wat is er met de vrouw?’ vroeg inspecteur Hendricks. ‘Ze zag er precies zo uit als...’ ‘Als?’ Maja sloot haar ogen, maar het beeld van Annie Bernard ging niet weg. ‘Als een dode,’ zei ze.

31


Vergelding, hoofdstuk 3