Issuu on Google+

Respons: Hilde Crevits

Ik + ik = wij “Visionaire politici en empowerment van de politiek.” Ik hoor – of lees – het Willy graag zeggen. Met zijn uitgangspunt ben ik het eens. Beleid moet getuigen van zorg om de toekomst. De vraag is echter hoe we daar best toe komen. Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we ons ook afvragen waar we met mobiliteit naar toe willen.

Van modal naar mental shift De analyse van Willy Miermans is gekend. “We hebben ons zelf de duivel aangedaan en zitten nu met de gebakken peren.” Het is een analyse die niet zo veel verschilt van gelijkaardige analyses pakweg tien jaar geleden. Ruimtelijke ordening is inderdaad lange tijd te weinig ordenend geweest. Bij de aanleg van mobiliteitsinfrastructuur werden de toekomstige evoluties onvoldoende ingeschat. Vanuit die bekommernis is het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen en het ontwerp Mobiliteitsplan Vlaanderen tot stand gekomen. Documenten waarin het beleid voor het eerst de handschoen opnam om een langetermijnvisie te ontwikkelen en na te denken over duurzame keuzes voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Deze visies hebben intussen hun waarde bewezen. Tot op de dag van vandaag bieden ze, uitgaand van duurzaamheidsprincipes, de basis voor het mobiliteits- en ruimtelijk beleid. Het mobiliteitsplan is ook doorvertaald naar ruim 300 lokale mobiliteitsplannen en -visies. Willy

Miermans

verwijst

hiervoor

naar

het

ontstaan

van

de

mobiliteitsconvenanten en de hervorming ervan deze legislatuur in het nieuwe mobiliteitsdecreet. Hier verschillen we van mening. Meer nog dan vroeger hebben we de klemtoon inderdaad op het lokale niveau gelegd. En daar hoort het ook. Het zijn immers lokale mandatarissen, vertegenwoordigers van bewoners, Fietsersbond, voetgangersbeweging, zelfstandigen… die best weten wat er lokaal leeft en dus goed geplaatst zijn om mee in overleg te gaan. Maar dat overleg is allesbehalve vrijblijvend en dient wel degelijk te passen in het duurzame kader van ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op een hoger niveau. Het is de beste uiting van het christendemocratische basisprincipe dat één plus één meer is dan twee en kan uitmonden in ‘wij’. En net op dat punt lijken we van

46

Brave New World


mening te verschillen. Ik geloof namelijk niet in empowerment in één richting. Neen, empowerment moet een proces zijn in twee richtingen. Zeker, het politieke niveau moet opgeroepen worden om haar verantwoordelijkheid te nemen, maar het mag ook verwachten van de burger, georganiseerd of niet, dat die zijn verantwoordelijkheid neemt om de stok beter door te geven dan we hem kregen. Een goed beleid, mobiliteitsbeleid of ander, is dan ook geen zaak van enkel administraties en politici. Het moet het resultaat zijn van een dialoog met wederzijdse verantwoordelijkheden. En net op dat punt is ook het convenantenbeleid niet gewijzigd. Het is nog steeds een zaak van rechten en plichten; een zaak van verantwoordelijkheden die door alle deelnemers aan een debat genomen dient te worden. En net daar lijkt het vaak fout te gaan bij heel wat processen. We worden inderdaad geconfronteerd met een veelheid aan actiecomités en procedures bij rechtbanken en administratieve rechtscolleges allerhande. Jammer genoeg moeten we daarbij vaststellen dat die acties vaak op een te grote vereenvoudiging van een complexe realiteit rusten. Een infrastructuurproject, of het nu een ‘missing link’ in het wegennet of een lokaal fietspad is, wordt te vaak benaderd vanuit een welbepaald en specifiek belang. “Het fietspad gaat door mijn voortuin” of “de ‘missing link’ raakt aan natuurwaarden”. Dat met dat fietspad ook de veiligheid van de fietser of met die ‘missing link’ een bereikbaarheidsprobleem op regionaal niveau opgelost wordt, is dan plots niet meer van tel. Dat we met die tramlijn de bereikbaarheid van een grootstad kunnen verbeteren, weegt niet op tegen het feit dat die tram voor onze deur eventueel voor een beetje lawaai zorgt. Neen, de vaak terechte, maar tegelijk soms te eng afgelijnde bekommernis vormt de basis voor actie, vanuit een wel degelijk gedeelde zorg om een duurzame toekomst. Een van de mooiste voorbeelden wordt door Willy Miermans zelf aangehaald. Het project van de Noord-Zuidverbinding is uitgewerkt vanuit een integrale visie op bereikbaarheid, veiligheid én leefmilieu. Een volledig nieuwe natuurverbinding op regionaal niveau maakt tot op de dag van vandaag integraal deel uit van het hele project. Maar toch bleek dit onvoldoende om iedereen te overtuigen van de meerwaarde van het project en de basisgedachte dat we zo de effecten van het project op de natuur kunnen milderen. En dat is het punt waar we niet alleen een ‘modal’, maar ook een ‘mental shift’ nodig hebben. Waar het algemeen belang terug boven het individueel belang staat.

Visie op de toekomst Met het nieuwe mobiliteitsplan, waaraan de laatste hand wordt gelegd, willen we vandaag de basis voor de toekomst leggen. Een toekomstvisie gebaseerd op vijf kernwaarden: bereikbaarheid, veiligheid, leef baarheid, toegankelijkheid en respect voor natuur en milieu. Kernwaarden die ook hier weer niet op zich staan, maar die we allemaal nodig hebben om die toekomstvisie te kunnen realiseren. En dat kunnen beleid

Brave New World 47


of politiek onmogelijk alleen voor elkaar krijgen. Het mobiliteitsplan zal dan ook voor ruime consultatie worden voorgelegd aan alle Vlaamse burgers. Ook elke beweging of belangenorganisatie die dat wil kan er zijn of haar mening over kwijt. Tegelijk zullen we verschillende debatmomenten organiseren om die inspraak alle kans te geven. Het is van belang dat we zo veel mogelijk Vlamingen kunnen motiveren om hun stem over de mobiliteit van de toekomst te laten horen. Welke mobiliteit voor de toekomst willen we, hoe moet ons openbaar vervoer worden uitgebouwd, wanneer willen we die fietspaden er allemaal liggen hebben? Het succes van dit participatietraject zal daarbij afhangen van hoe we er allen samen in slagen om het hele plaatje te zien en niet enkel redeneren vanuit een vaak terechte, maar soms eenzijdige bekommernis. Een mobiliteitsvisie voor de toekomst kunnen we immers maar realiseren als we aan de vijf doelstelling tegelijk kunnen werken, vanuit een goed begrepen notie van een breder belang, waarbinnen de eigen bekommernis een plaats kan krijgen.

Empowerment in twee richtingen En dat is waar onze visies lijken te verschillen. Het komt er immers niet enkel op aan om als burgers en belangengroepen de politiek te empoweren. We mogen van onze burgers en belangengroepen ook verwachten dat ze het bredere plaatje zien en mee de verantwoordelijkheid nemen om de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. En laat dat net zijn waar wij christendemocraten sterk in zijn: de stok beter doorgeven dan we hem kregen. [Hilde Crevits is Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken voor CD&V] kabinet.crevits@vlaanderen.be | Twitter: @crevits

48

Brave New World


Cdr jg2 nr1 crevits