2 minute read

Ouderenmishandeling - herkent u de signalen?

Volgens de overheid worden er jaarlijks naar schatting meer dan 200.000 ouderen boven de 65 jaar mishandeld. Een hoog aantal en zodoende een onderwerp dat veel aandacht behoeft. Binnen Carinova zijn er enkele medewerkers speciaal opgeleid om cliënten, maar ook medewerkers te helpen en bij te staan wanneer er vermoedens zijn of als er sprake is van ouderenmishandeling.

Ouderenmishandeling is een ingewikkeld onderwerp. Ouderen die mishandeld worden, praten er vaak niet over omdat ze dat niet durven of niet kunnen. Of ze schamen zich ervoor. Door de omgeving worden de signalen vaak niet herkend als mishandeling, ook niet door het slachtoffer zelf. Want wanneer is er sprake van ouderenmishandeling? “Mishandeling van ouderen kent vele vormen,” vertelt Ivonne Koers. Zij is bij Carinova wijkverpleegkundige en verzorgende IG, en daarnaast werkt ze als aandachtsfunctionaris voor ouderenmishandeling. “Uit onderzoek blijkt dat ouderenmishandeling vaker voorkomt dan gedacht. We zijn er tegenwoordig heel alert op bij kinderen, maar bij ouderen denk je er minder snel aan. Toch is die groep minstens zo kwetsbaar. Het grootste gedeelte van mishandelde ouderen bestaat uit vrouwen van tachtig plus. Vaak zitten zij in een afhankelijkheidspositie. Zij kunnen mishandeld worden door iemand van wie zij afhankelijk zijn. Een familielid, buren, mantelzorgers en soms zelfs de eigen partner. Zo’n mishandeling kan lichamelijk zijn, maar ook geestelijk. Wat eveneens veel voorkomt, is financiële uitbuiting. Soms is de mishandeling niet eens zo duidelijk. En het is zelfs mogelijk dat de pleger zich van geen kwaad bewust is.”

Overbelaste mantelzorgers

In gesprekken en trainingen met haar collega’s geeft Ivonne vaak voorbeelden. “Een koelkast die altijd leeg is, terwijl de buren verantwoordelijk zijn voor de boodschappen. Een zoon die continu onaardig is en altijd kleinerende opmerkingen maakt. Een plotselinge wijzigingen in het testament. Iemand die verwaarloosd wordt. Iemand extra medicatie geven om die persoon rustig te houden. Het zijn allemaal voorbeelden. Waaraan extra aandacht moet worden gegeven, zijn de mantelzorgers. Zij kunnen overbelast raken en uit frustratie of onmacht op een onjuiste manier omgaan met de patiënt of oudere. Het slachtoffer durft er niet over te klagen, omdat hij of zij vaak volledig afhankelijk is van een mantelzorger. Ik adviseer mijn collega’s daarom om bij twijfel altijd goed op de mantelzorger te letten. Er zijn signalen die erop kunnen wijzen dat het te veel wordt voor een mantelzorger. Dan krijgt hij of zij bijvoorbeeld zelf lichamelijke klachten, of ze raken overspannen.”

Signalen opvangen

Sommige situaties, bijvoorbeeld spanningen met de mantelzorger of de partner, zijn te verbeteren door erover in gesprek te gaan en met elkaar oplossingen te zoeken. Daarbij kan een deskundige heel behulpzaam zijn. Maar een eerste stap is dat ouderen er zelf over praten. Ook professionals in de (ouderen)zorg spelen een belangrijke rol als het gaat om signaleren van ouderenmishandeling. “Wij, de wijkverpleegkundigen, verzorgenden en andere

”Mishandelde ouderen zitten vaak in een afhankelijkheidspositie en zijn kwetsbaar”

thuiszorgmedewerkers van Carinova, komen bij de mensen thuis. We zien en horen veel.” Daarom heeft Carinova de aandachtsfunctionarissen aangesteld, die collega’s kunnen bijstaan en adviseren als er vermoedens zijn van ouderenmishandeling. Ivonne helpt haar collega’s bijvoorbeeld om signalen te herkennen en kan helpen de meldcode te volgen, wat verplicht is voor professionals in de zorg.

Onderbuikgevoel

De overheid heeft een vernieuwde meldcode opgesteld, die bij (vermoedens van) ‘huiselijk geweld’ – waar ouderenmishandeling in huiselijke kring ook onder valt – moet worden gevolgd. Zo weten medewerkers van Carinova wat ze moeten doen als ze vermoedens of twijfels hebben. “Het begint meestal met een onderbuikgevoel,” vertelt Ivonne. “Maar je wilt ook niet van alles in gang zetten of mensen gaan beschuldigen puur en alleen vanwege dat onderbuikgevoel. Daarom is het voor onze collega’s fijn dat ze bij een andere collega terechtkunnen voor advies.” De aandachtsfunctionarissen zijn er ook voor de cliënten zelf. Ivonne: “Stel dat een cliënt mishandeld wordt of zich mishandeld voelt. Door iemand in de omgeving, maar misschien zelfs door iemand die hem of haar verzorgt. Dan kan de cliënt contact opnemen met Veilig Thuis, of met de huisarts, maar ze kunnen ook contact opnemen met mij of een van mijn collega’s, als ze dat prettig vinden.” *