BKO ZelfevaluatieCARADT

Page 1


Creativiteit en kritische verbeelding

Zelfevaluatie 2024

Expertise Centrum CARADT

Voorwoord

Met trots presenteren wij u de kritische zelfreflectie van het Centre of Applied Research for Art, Design and Technology (CARADT). Als onderdeel van Avans Creative Innovation binnen Avans Hogeschool - een hogeschool die actief wil bijdragen aan innovatie door praktijkgericht onderzoek, gericht op het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. We realiseren deze ambitie in nauwe samenwerking met onze stakeholders. Onze positie als kennisinstelling wordt herkend en erkend door onderwijs, maatschappij en onze samenwerkingspartners, wat ons motiveert om voortdurend kennis te ontwikkelen en onze ambitie te verwezenlijken.

Daarbij ligt de focus op praktijkgericht onderzoek en draagt ons artistiek en ontwerpend onderzoek bij aan de maatschappelijke transities die nodig zijn. Dit doen we door het stimuleren van creativiteit en kritische verbeelding met onderzoek in de crossover tussen kunst, ontwerp en technologie.

Dit rapport is het resultaat van een collectieve inspanning, waarin de inzichten van onderzoekers, studenten, lectoren, medewerkers en stakeholders zijn samengebracht. Door dit proces hebben we kunnen kijken naar waar we vandaan komen, waar we nu staan maar ook waar we heen willen. Ook hebben we de tijd genomen om nogmaals goed naar het onderzoeksprogramma te kijken en hoe we dit in de aankomende jaren willen neerze en.

De afgelopen jaren werden gekenmerkt door veel verandering. Avans hee ervoor gekozen om clustering toe te passen op onderwijs- en onderzoekseenheden, waarbij CARADT is ondergebracht in het nieuwgevormde cluster

Avans Creative Innovation (ACI). Daarnaast stree Avans ernaar zich verder te ontwikkelen tot een University of Applied Sciences met een sterkere focus op onderzoek. Deze periode ging gepaard met vele personele wisselingen. Er waren diverse veranderingen op directie- en bestuursniveau binnen ACI en het College van Bestuur. Ook binnen CARADT hebben zich personeelswisselingen voorgedaan; zo is manager Rens Holslag met pensioen gegaan en hee lector Elvin Karana ervoor gekozen zich volledig te richten op haar leerstoel aan de TU Del .

We hopen dat deze zelfreflectie niet alleen inzicht biedt in onze ontwikkelingen, maar ook dient als inspiratie voor toekomstige stappen om ons verder te kunnen ontwikkelen als toonaangevend expertisecentrum.

We hopen dat dit document u een waardevolle basis zal bieden in de aanloop naar het bezoek in november 2024 en we vertrouwen erop dat het aanleiding zal geven tot mooie dialogen.

We kijken er alvast naar uit en wensen u veel leesplezier!

‘s-Hertogenbosch, september 2024,

Wouter Meys – manager

Michel van Dartel – lector

Sebastian Olma – lector

Anouk van Honk – kwaliteitsmanager

Kennismaking

Kennismaking CARADT

0.1 Inleiding

CARADT (Centre of Applied Research for Art, Design and Technology) is het expertisecentrum van Avans Hogeschool waar onderzoek vanuit en naar kunst, ontwerp en technologie plaatsvindt. Naast CARADT zijn er binnen Avans vier Centre’s of Expertise gedefinieerd. CARADT is één van de twee onderzoekseenheden die als expertisecentrum is benoemd (in plaats van een Center of Expertise). Daarmee wordt CARADT binnen Avans niet als onderzoekszwaartepunt beschouwd, maar als een onderzoekseenheid met een doorsnijdend thema met een verbindend karakter op de andere onderzoekseenheden. Deze positionering binnen de hogeschool heeft gevolgen voor CARADT’s financiering en organisatie. Tegelijkertijd is CARADT binnen de organisatie van Avans als enige onderzoekseenheid gepositioneerd binnen een academie. Dit is de academie ACI (Avans Creative Innovation) welke bestaat uit acht bacheloropleidingen en een masterprogramma. CARADT is als expertisecentrum een integraal onderdeel van een academie. Dit zorgt ervoor dat er korte lijnen zijn met de opleidingen en dat er goed kan worden aangesloten op de diverse onderwijsvernieuwingen binnen de academie. De drie lectoraten van CARADT hebben een gezamenlijke visie op maatschappij, kunst, ontwerp en technologie, verwoord in het overkoepelend thema creativiteit en kritische verbeelding. Deze visie is ontwikkeld in dialoog met diverse opleidingen, het werkveld en de maatschappelijke partners van CARADT. In de paragraaf Visie wordt dit verder toegelicht.

De zelfreflectie is opgesteld naar het model hoe deze is beschreven in het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) 2023-2028.

0.2 Historie

CARADT is ontstaan vanuit de Academie voor Kunst en Vormgeving St. Joost (AKV|St. Joost) met twee lectoraten: het lectoraat Autonoom Maken, wat later de naam Cultural and Creative Industries (CCI) kreeg en wordt geleid door Sebastian Olma én het lectoraat Mensgericht Creëren, dat nu Situated Art and Design (SAD) heet onder leiding van Michel van Dartel. In 2018 werd het lectoraat Biobased Art and Design (BAD) opgericht, dat tot april 2024 onder leiding van lector Elvin Karana viel. Per september 2024 is de nieuwe lector Delfina Fantini van Ditmar aangetreden, die het lectoraat BAD zal doorontwikkelen.

CARADT is een doorontwikkeling van het Expertisecentrum Kunst en Vormgeving (EKV), dat oorspronkelijk bestond uit drie domeinspecifieke lectoraten (grafisch ontwerpen, fotografie en beeldende kunst) en werkte ten dienste van twee kunstopleidingen; beeldende kunst en vormgeving. In december 2013 eindigde de vastgestelde werkperiode van de derde (laatste) lector die volgens deze domeinspecifieke opzet werkte. Vanaf 2013 werd EKV, mede als gevolg van de Avans onderzoeksbeleidsnota, heringericht als expertisecentrum. Er werd een nieuw meerjarenbeleidsplan ontwikkeld voor EKV door een werkgroep van docenten en medewerkers van de drie academies.

De naam CARADT werd ingevoerd in 2018 en reflecteert de inhoudelijke groei die het expertisecentrum in de jaren daarvoor doormaakte. Technologie werd vanaf 2015 belangrijker in het onderwijs en werkveld waar CARADT zich toe verhoudt. Vanuit de toenemende verbinding tussen kunst, design en technologie en

vanuit het toenemend maatschappelijk belang van technologie-onderzoek, daarnaast was er een interesse vanuit het onderwijs om dit breder te onderzoeken. Daarom kreeg technologie een belangrijkere positie in de projecten van de werkgroepsleden (voorheen kenniskring), die vanaf 2018 in de naam van het expertisecentrum werd verankerd.

Gezien de toename in de internationale platformen voor presentatie en publicatie van het onderzoek werd besloten om primair de Engelse benaming te communiceren.

In 2022 onderging CARADT enkele belangrijke veranderingen. De manager die de onderzoekseenheid vijftien jaar lang had geleid, ging met pensioen. Daarnaast werd CARADT onderdeel van de nieuwgevormde academie Avans Creative Innovation. Deze academie omvat verschillende opleidingen en instituten, waaronder de St. Joost-opleidingen Art & Research, New Design & Attitudes, Illustrated & Animated Storytelling en Photography, Film & the Digital, evenals Communication and Multimedia Design, Communication, Business Innovation, de cabaretopleiding van de Konings Theater Academie en het Master Institute of Visual Cultures.

In het totstandkomingsproces van deze zelfevaluatie is per 2 april 2024 een medewerker van CARADT aangesteld om een regisserende rol te vervullen in de opmaat naar de BKO audit waaronder deze zelfevaluatie.

Om tot deze zelfevaluatie te komen hebben er meerdere schrijfsessies met lectoren en de manager van CARADT plaatsgevonden waarna er door deze betrokkenen verder invulling is gegeven aan het schrijven van de reflectie op de standaarden van het BKO.

Tijdens de totstandkoming is onder ander geput uit bestaande documenten. Zoals bijvoorbeeld het kennisprogramma en kwaliteitsplan van CARADT, de Management Rapportages (MARAP’s) en outputregistraties, alsmede de

CARADT-website, de (meerjaren)beleidsplannen en jaarrapportages.

De betrokken personen in de totstandkoming van dit rapport zijn: Siela Ardjosemito – Jethoe (adjunct directeur ACI), Wouter Meys (manager CARADT), Sebastian Olma (lector CARADT), Michel van Dartel (lector CARADT), Eline Schmeets (kwaliteitsadviseur Leer en Innovatie Centrum, Avans) en Anouk van Honk (kwaliteitsmedewerker CARADT).

0.3 Huidige situatie

De mensen die betrokken zijn bij expertisecentrum CARADT zijn actief op een gebied waar kunst, ontwerp en technologie elkaar kruisen. Hun expertise concentreert zich rond de culturele en creatieve industrie in het algemeen en biobased en gesitueerde kunst, ontwerp en technologie in het bijzonder. Naast sterke verbindingen met de kunst en ontwerpopleidingen binnen ACI en de Centres of Expertise van Avans is CARADT actief in talrijke nationale en internationale netwerken die de bekendheid van ons expertisecentrum verrijken en de impact van ons onderzoek vergroten.

0.3.1 Visie

Centraal in de visie van CARADT staat de rol van creativiteit en kritische verbeelding als katalysator voor maatschappelijke transities. We voeren ons toonaangevend onderzoek uit met partners die de zichtbaarheid van ons onderzoek en de maatschappelijke impact van de uitkomsten daaruit kunnen vergroten en richten ons continu op duurzame partnerschappen, het stimuleren van multidisciplinaire samenwerkingen en het vergroten van de impact van ons onderzoek op onderwijs, werkveld, onderzoek en maatschappij. CARADT biedt kunstenaars en ontwerpers de mogelijkheid om praktijken, theorie, tools en methoden te ontwikkelen die hen (nog) beter in staat stellen om de ‘natuurlijke orde' van dingen te bevragen. Om dit te kunnen doen voert CARADT praktijkgericht onderzoek uit.

Vanuit het thema creativiteit en kritische verbeelding initiëren we samenwerkingen met andere organisaties, domeinen en disciplines, spelen we een voortrekkersrol in onderwijsvernieuwing binnen de evolutie van Avans als kennisinstituut, grijpen we groeiende financieringsmogelijkheden voor artistiek en ontwerpgericht onderzoek aan en dragen we bij aan maatschappelijke processen en ontwikkelingen binnen het werkveld. Deze inspanningen leiden daarnaast tot kennis binnen het werkveld en het versterken en verrijken van onderzoek rond de thema’s van de vier Centres of Expertise van Avans. Dit alles stelt onze sector op haar beurt weer in staat om nog beter bij te dragen aan maatschappelijke uitdagingen. Door onderzoek, onderwijs en maatschappij nauw met elkaar te verweven in ons onderzoek vinden onze resultaten hun weg naar onderwijs, werkveld en maatschappij.

0.3.2 Missie

Het is de ambitie van Avans (zoals deze is beschreven in Ambitie 2025) om te bewegen van onderwijsinstelling naar kennisinstelling. Om hieraan bij te dragen is de missie van CARADT het duurzaam versterken van de kunst- en ontwerpsector, door bij te dragen aan de ontwikkeling van het werkveld en van veerkrachtige professionals. Denk hierbij naast de onderzoeksresultaten zelf ook aan de valorisatie ervan, bijvoorbeeld in de recente toevoeging van artistieke methoden aan de KEM-agenda, de ontwikkeling van financieringsinstrumenten binnen de Nationale Wetenschaps Agenda (NWA) en onze activiteiten in (internationale) netwerken zoals de nationale lectorenplatformen OKWT en Kunst≈Onderzoek of de internationale platforms ISEA en SAR.

Deze resultaten en valorisatie zijn het resultaat van hoogwaardig praktijkgericht onderzoek met ruimte voor dialoog en kennisdeling en met (het leggen van) regionale en (inter)nationale verbindingen. We hanteren een langetermijnperspectief in ons onderzoek, waarbij we ons richten op het ontwikkelen van expertise

in biobased en gesitueerde kunst, ontwerp en technologie en binnen de culturele en creatieve industrie. Door co-creatie met de beroepspraktijk en samenleving ontwikkelen we nieuwe, relevante kennis. Kennis die de kunst en ontwerppraktijk helpt ontwikkelen en het onderwijs verrijkt met methoden en technieken voor veerkrachtige professionals.

Wij geloven dat praktijkgericht onderzoek en kennisdeling cruciaal zijn in een tijdperk waarin we als maatschappij voor grote sociale, culturele en ecologische uitdagingen staan. CARADT draagt met urgent artistiek en ontwerpend onderzoek bij aan de maatschappelijke transities die nodig zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden, door het stimuleren van creativiteit en kritische verbeelding met (praktijkgericht) onderzoek in de crossover tussen kunst, ontwerp en technologie.

0.3.3 Waarden

– Focus op Kennis en Expertise: Wij hechten grote waarde aan de (ontwikkeling van) kennis en expertise van onze lectoren en onderzoekers.

– Belang van Kunst en Cultuur: Creativiteit en kritische verbeelding worden gezien als een essentiële professionele vaardigheid die we actief bevorderen.

– Kennisdeling:

Door het delen van kennis, zowel binnen onze instelling als met externe partners, kunnen de professionele en maatschappelijke vaardigheden voor creativiteit en kritische verbeelding worden gestimuleerd.

Met deze zelfevaluatie willen we inzicht bieden in en reflecteren we op onze activiteiten, uitdagingen en toekomstplannen. We streven ernaar om ons onderzoek voortdurend te verbeteren en onze bijdrage aan zowel de academische wereld en het professionele kunst en ontwerpveld, als de samenleving te versterken.

0.4 Belangrijkste ontwikkelingen

CARADT heeft zich de afgelopen zes jaar beter en sterker kunnen positioneren, mede als gevolg van een aantal significante ontwikkelingen vanuit Avans. Zoals de herijking van het onderzoeks- en onderwijsbestel, de introductie van vraag gestuurd flexibel onderwijs binnen de hogeschool en de groeiende aandacht voor de ontwikkeling van Masteronderwijs. Belangrijke externe ontwikkelingen zoals de toenemende interesse en kansen voor kunstenaars en ontwerpers als onderzoekers, de ontwikkeling van nieuwe fondsen voor artistiek en ontwerpend onderzoek en de landelijke pilot rond de Professional Doctorate (PD) speelden ook een rol in de betere positionering van CARADT.

De stevige basis die bij de vorige BKO-audit werd benoemd is de afgelopen jaren uitgebouwd tot een solide (inter)nationale positie in het veld van kunst, ontwerp en technologie. Waar we ons eerder primair richtten op het opbouwen van onderzoekscapaciteit en –cultuur binnen en rond de eigen hogeschool, vonden onze onderzoeksresultaten de afgelopen jaren hun weg naar Nederlandse presentatie instellingen. Zoals PARK Tilburg, Club Solo Breda, V2_, Tale of a Tub Rotterdam en Kunstenlab Deventer, maar ook naar internationale conferenties als Design Research Society en de ACM Conference on Human Factors in Computing Systems (CHI). Deden we belangrijke bijdragen aan de landelijke pilot Professional Doctorate Kunst+Creatief (PD K+C) en het samenwerkingsverband rond art & science onderwijs CASE, maar droegen we ook bij aan de ontwikkeling van ISEA International en is in internationaal verband een Summerschool opgezet. Ondertussen werd ook de stevige basis van CARADT zelf onderhouden. In de regio bijvoorbeeld door samenwerking met Gemeente Breda, Mindlabs Tilburg en SPARK (Den Bosch), maar ook door onze bijdragen aan de ontwikkeling van Avans tot kennisinstelling zoals beschreven in haar Ambitie 2025.

Daarnaast werden de afgelopen jaren verschillende onderwijseenheden binnen Avans gegroepeerd in academische formaties en werden er vier inhoudelijke zwaartepunten benoemd waarop vier Centers of Expertise (CoE’s) zijn gevormd. Binnen dit nieuwe onderzoeksbestel van Avans heeft CARADT de functie van integraal expertisecentrum ingenomen, van waaruit ze verbeelding en kritische verbeelding vanuit het creatieve domein als doorsnijdend onderzoeksthema toevoegt aan de vier CoE’s en in de ontwikkeling van Avans tot kennisinstelling in het algemeen. CARADT is als onderzoekseenheid organisatorisch gepositioneerd binnen de academie Avans Creative Innovation (ACI). We zijn de enige onderzoekseenheid binnen Avans die integraal onderdeel is van een academie. Een unieke positie die CARADT in staat stelde haar sterke verbinding met het kunst- en ontwerponderwijs in stand te houden en verder uit te breiden naar de onderwijsdomeinen die daarnaast in onze academie (ACI) zijn opgenomen.

We zetten onze positie binnen ACI in voor:

A. Directe Interactie met het onderwijs: Door de nauwe samenwerking met onderwijseenheden kunnen onderzoeksresultaten sneller en effectiever worden geïntegreerd in het curriculum van BA en MA opleidingen.

B. Multidisciplinaire Samenwerking: Studenten en docenten van verschillende disciplines kunnen rechtstreeks betrokken worden bij lopende onderzoeksprojecten, wat innovatie en creatieve oplossingen stimuleert.

C. Toegankelijkheid van Onderzoek: Door onderdeel te zijn van de academie wordt het onderzoek toegankelijker voor zowel studenten als docenten en hun onderwijspartners, wat de algehele kwaliteit en relevantie van het onderwijs verbetert.

Met deze sterke wortels in het onderwijs als basis heeft CARADT zich de afgelopen jaren sterk kunnen richten op de ontwikkeling van het professionele werkveld door:

1. Een open ruimte te zijn die gelegenheid biedt voor dialoog en kennisopbouw en -deling.

Deze open ruimte kan leiden tot vernieuwende manieren waarop onderzoek en onderwijs samen kunnen komen en zo functioneren als kraamkamer voor nieuwe onderwijsprogramma’s.

2. Verkenner en bouwer van verbindingen te zijn.

Met onze unieke kwaliteiten van creativiteit en kritische verbeelding leggen we verbindingen zowel intern als extern. Als centrale speler in de regio slagen we erin om kennis op nationaal niveau te koppelen. Dankzij het doorsnijdende karakter van ons thema creativiteit en kritische verbeelding kunnen we verbindingen leggen met onderzoek, onderwijs en regionale partners.

3. Een onderzoeksorganisatie te zijn met een langetermijnperspectief.

Kijken we naar de huidige situatie, dan vormen op dit moment vooral de docentonderzoekers en de lectoren de vaste, meerjarige verbinding tussen onderwijs en onderzoek bij CARADT. Hoe verder zij in staat worden gesteld om vooruit te kijken hoe meer we op die verbindingen kunnen kapitaliseren en voortbouwen. In de komende beleidsperiode willen we daarom inzetten op langere termijnperspectieven voor deze medewerkers. Lectoren en lectoraten zijn de basis van waaruit kennisopbouw voor de lange termijn plaatsvindt en van waaruit programma’s op het snijvlak van onderzoek, onderwijs en samenleving ontstaan. Door langetermijnperspectief te bieden aan medewerkers zorgen we ervoor dat hun werk bij CARADT niet steeds op nul hoeft te beginnen of te eindigen nadat de eerste vruchten ervan geplukt zijn. Zo kan CARADT een duurzame organisatie opbouwen met meerjarige continuïteit, een gedegen onderzoeksinfrastructuur en een

collectieve basis van kennis en netwerk. Dit vergt praktische randvoorwaarden, gerelateerd aan financiën, personeelsbeleid, functiehuis en faciliteiten, gericht op duidelijkheid voor de langere termijn voor de mensen werkzaam vanuit CARADT als voor de organisatie als geheel.

Hiermee dragen we bij aan de ontwikkeling van het werkveld, het opleiden van creatieve professionals en structurele en leidende kennisontwikkeling rond innovatie. Deze focus zal verder worden toegelicht in het hoofdstuk Organisatie.

Standaard 1:

De onderzoekseenheid heeft een relevant, ambitieus en uitdagend onderzoeksprofiel en onderzoeksprogramma

Onderzoeksprofiel en onderzoeksprogramma

Centraal in het onderzoeksprogramma van CARADT staat de essentiële rol van creativiteit en kritische verbeelding als katalysator voor maatschappelijke transitie. Ons onderzoeksprogramma richt zich daarom op onderzoek dat de kunst- en ontwerpsector versterkt, het werkveld helpt ontwikkelen en bijdraagt aan het opleiden van veerkrachtige professionals. Het onderzoeksprogramma van CARADT zal in dit hoofdstuk verder worden toegelicht.

1.1 Ambitie

Ons onderzoeksprogramma draagt bij aan de bredere ambitie van Avans: ‘’We leveren een bijdrage aan duurzame innovatie met betrekking tot maatschappelijke uitdagingen door het verrichten van praktijkgericht onderzoek in samenwerking met onderwijs, beroepspraktijk, onderzoekspraktijk en samenleving. We zijn een kennisinstelling die door onze samenwerkingspartners wordt herkend en erkend.‘’ (Bron Ambitie 2025).

We beschouwen creativiteit en kritische verbeelding als de drijvende kracht achter de duurzame innovatie met betrekking tot maatschappelijke uitdagingen waar de ambitie van Avans naar verwijst. En we erkennen de noodzaak om deze capaciteiten voortdurend te ontwikkelen en te voeden door middel van onderzoek naar creatieve en kritische praktijken, methoden en perspectieven.

Ons thema creativiteit en kritische verbeelding is leidend bij de invulling die we geven aan onze ambities, door:

– Het initiëren van samenwerkingen met andere organisaties, domeinen en disciplines.

– De voortrekkersrol die we spelen in de onderwijsvernieuwing, bijdragend aan de evolutie van Avans als kennisinstituut.

– Het leveren van belangrijke bijdragen aan maatschappelijke processen en ontwikkelingen binnen het werkveld.

– Het aangrijpen van de groeiende financieringsmogelijkheden voor artistiek en ontwerpgericht onderzoek.

– Het versterken en verrijken van onderzoek rond de thema’s van de vier Centres of Expertise van Avans: Veilige en veerkrachtige stad en omgeving.

Technologische innovatie in energie- en materiaaltransitie.

Brede welvaart en nieuw ondernemerschap en Gezondheid, zorg en welzijn.

1.2 Lectoren en Onderzoek

Het onderzoek binnen CARADT is georganiseerd in drie lectoraten:

– Cultural and Creative Industries (CCI)

– Situated Art and Design (SAD)

– Biobased Art and Design (BAD)

De lectoren en onderzoekers van CARADT spelen een actieve rol in zowel nationale als internationale commissies, adviesraden, lectorenplatforms en toonaangevende professionele netwerken. Zij bewerkstelligen intensieve samenwerkingen met collega's binnen en buiten de creatieve opleidingen van Avans, met het midden- en kleinbedrijf (mkb) en met nationale en internationale universiteiten en hogescholen.

Dit resulteert onder meer in een divers aanbod van onderzoek en onderwijsactiviteiten

binnen langdurige samenwerkingsverbanden met onder meer TU Delft, Universiteit Wageningen, Tilburg University, Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Hanzehogeschool Groningen en Hogeschool Utrecht, inclusief diverse gedeelde PD- en PhD-trajecten. In de volgende hoofdstukken zullen we de unieke eigenschappen en programmalijnen van de drie lectoraten verder toelichten. Daarnaast zijn de lectoraten actief betrokken bij projecten binnen Avans, waarbij zowel projectmatige als structurele samenwerkingen tussen de lectoraten en met de CoE’s worden bevorderd.

1.2.1 Lectoraat Cultural and Creative Industries

Onderzoekt hoe kunstenaars en ontwerpers als katalysatoren voor sociale en economische vernieuwing kunnen fungeren.

De onderzoeksgroep Cultural and Creative Industries heeft als doel kunstenaars en ontwerpers te helpen om professionals te worden die de verbeelding van de maatschappij opnieuw kunnen aanwakkeren in de richting van een wenselijke en duurzame toekomst. Door middel van onderzoek en analyse ontwikkelen wij methoden en strategieën voor kunstenaars en ontwerpers die hun vakgebied kunnen ontwrichten en transformeren zodat ze drijvende krachten kunnen worden achter emancipatoire sociale verandering. De onderzoeksgroep richt zich op de volgende programmalijnen:

Kunst en Design in het Antropoceen

Onze samenlevingen staan voor een veelheid aan complexe uitdagingen. De problemen waarmee we te maken hebben variëren van toenemende economische ongelijkheid tot massale migratie en de crisis van de democratie. Onze grootste uitdaging is de planetaire crisis die we proberen te vatten in het begrip Antropoceen. Een effectieve reactie op deze veelomvattende uitdagingen vereist een mobilisatie van alle progressieve krachten in de samenleving. De programmalijn Kunst en Design in het Antropoceen onderzoekt hoe

kunstenaars, ontwerpers en culturele producenten hun specifieke expertise kunnen inzetten om bij te dragen aan een wenselijke toekomst voor iedereen. Daarbij variëren onderzoeksgebieden van disciplines zoals performance of time-based media, tot de analyse en toepassing van queer-theoretische en intersectorale posities, tot cultuurwetenschappelijke benaderingen van de sociale randvoorwaarden van creatieve praktijken. Wat voor soort ethisch en politiek referentiesysteem is nodig voor culturele producenten om kritische en duurzame praktijken te ontwikkelen? Welke competenties hebben ze nodig om door de complexiteit van technologie, wetenschap en het bedrijfsleven te navigeren zonder erdoor gecorrumpeerd te worden? Hoe kunnen we onze studenten en beginnende professionals in staat stellen om geschikte veranderaars te worden in plaats van medeplichtige agenten van changeless change?

Binnen het transdisciplinaire onderzoek A Learning Ecosystem for Creation and Innovation van Marianne van Bommel, Bas van den Hurk en Wander Eikelboom worden deze vragen in de context van de ontwikkeling van het nieuwe onderzoekscluster Avans Creative Innovation geanalyseerd. Zij onderzoeken de implicaties van het idee van een lerend ecosysteem voor het onderwijsmodel, de onderwijspraktijk, de onderwijsorganisatie en het begrippenpaar creative innovation. Daarbij staan zij structureel in uitwisseling met studenten en collega’s onder andere door hun belangrijke rol bij het organiseren van Studium Generale (SG).

Met haar onderzoek Performing Working neemt de performance kunstenaar Philippine Hoegen deel aan de eerste pilotronde van de Professional Doctorate Kunst+Creatief (PD). Zij legt de focus van haar project op de vraag hoe artistiek onderzoek kan bijdragen om ons perspectief op de relatie tussen identiteit en arbeid te verrijken. Het project vindt plaats in samenwerking met het lectoraat Performative Creatieve Processes van de HKU, het UMC en Cultuurcentrum Marres.

Politiek, Economie en Esthetiek van de Creatieve Industrie Ongeveer twintig jaar geleden werd het creatieve industrie beleid geïntroduceerd om de overgang van traditionele industrie naar een meer moderne, op kennis gebaseerde economie te ondersteunen. Hoewel dit beleid succesvol was in het vestigen van creatieve industrieën als aparte sectoren in heel Europa, worden veel van de fundamentele aannames steeds meer in twijfel getrokken. De programmalijn Politiek, Economie en Esthetiek van de Creatieve Industrie staat bijzonder kritisch tegenover het idee van kunstenaars en ontwerpers als ‘creatieve vernieuwers’ die bestaande economische en sociale machtsverhoudingen opnieuw verpakken. In plaats daarvan richt ons onderzoek zich op praktijken van creativiteit en innovatie die echt afwijken van de standaard economische benaderingen, om na te gaan wat de voorwaarden zijn waaronder echte innovatie daadwerkelijk kan plaatsvinden binnen de culturele en creatieve industrieën. Welke economische modellen kunnen beginnende kunstenaars en ontwerpers gebruiken om echt vernieuwend werk te ontwikkelen? Welke vaardigheden zijn vereist voor kunstenaars en ontwerpers die niet alleen goed zijn in het meebewegen maar daadwerkelijk vorm kunnen geven aan nieuwe sociale en economische modellen voor hun professionele toekomst?

In de afgelopen periode wordt een belangrijk deel van deze programmalijn ingevuld door het ClickNL project Van Award naar Impact waarin CARADT leiding gaf aan een onderzoeksconsortium dat de innovatievaardigheden van de creatieve industrie op het gebied van de biobased transitie onder de loep nam. Dit onderzoekdsconsortium bestond uit: Avans CoE Brede Welvaart en Nieuw Ondernemerschap (BWNO), Avans CoE Materialen en Energietransitie (Mnext), Dutch Design Foundation (DDF), Biobased Creations Inmiddels is dit project uitgebreid onder de titel Collectieve Innovatie voor de Biobased Transitie

Sepp Eckenhaussen gaat vanaf begin 2024 aan een onderzoek over eigentijdse verdienmodellen en organisatievormen voor kunstenaars en cultuurproducenten beginnen. Het is ons plan om binnen een jaar tot een SIA RAAK aanvraag te komen die op grotere schaal deze vragen gaat uitdiepen.

Ook het PhD project The Design Politics of Algorithmic Technologies dat Eke Rebergen als ontvanger van de prestigieuze lerarenbeurs uitvoert hoort bij deze programmalijn. In dit project werken wij samen met de UvA leerstoel Kunst en Netwerkculutuur van Geert Lovink.

Democratisering van Kunst en Cultuur

De rol van kunst en cultuur in de samenleving is een onderwerp dat vaak tot discussie leidt. Er zijn grofweg twee tegenovergestelde meningen. Enerzijds zijn er mensen die kunst en cultuur zien als een simpele hobby terwijl er anderzijds mensen zijn - vaak uit de zogenaamde ‘elite’ - die institutionele kunst en cultuur als inherent waardevol beschouwen. De programmalijn Democratisering van Kunst en Cultuur is een zoektocht naar het discours wat voorbij kan gaan aan deze polarisatie. Niet door te stellen wat kunst moet zijn, maar veeleer wat het zou kunnen teweegbrengen. Daarbij richten wij de analyse op de factoren die de huidige situatie veroorzaakt hebben en ontwikkelen iteratieve methoden waarmee creatieven tegen de polarisatie in kunnen gaan. Onze focus ligt op het bevorderen van democratische betrokkenheid die de samenleving kan verrijken met esthetische ervaringen en vaardigheden. We geloven dat een samenleving die esthetisch bewust is, beter in staat zal zijn om kritisch en creatief naar de toekomst te kijken.

Een belangrijke factor binnen deze programmalijn is het onderzoek van Rob Leijdekkers die in de afgelopen jaren met wisselende onderzoeksteams bij verschillende presentatie instellingen (Tale of a Tub, Rotterdam; De Fabriek, Tilburg; Kunstenlab, Deventer) actieonderzoek deed naar de mogelijkheden om de kunstwereld van binnenuit de democratiseren. In de komende periode richt zijn onderzoek

zich op de condities van beeld maken in het 21e eeuw. De ambitie is om in dit onderzoek de nauwe samenwerking met het Ecosysteemproject en het project over verdienmodellen en organisatievormen van Sepp Eckenhaussen op te zoeken.

Renée van Oploo’s onderzoek Placemaking: Een Artistieke Praktijk in de Gedeelde Publieke Ruimte onderzoekt de mogelijkheden om kunstenaars binnen de stedelijke ontwikkeling zo in te zetten dat zij een bijdrage tot de democratisering van de publieke ruimte kunnen leveren in plaats van gentrificatie strategieën aan te kleden. Dit project staat in het verlengde van onderzoek dat het lectoraat al vele jaren in samenwerking met Prof. Justin O’Connor van de University of South Australia uitvoert en waaruit onder andere een spraakmakende boekpublicatie (Reset: Een Nieuw Begin voor Kunst en Cultuur in samenwerking met Starfish Books) en een zeer succesvolle 2023 editie van het CCI online journal Making & Breaking is ontstaan.

1.2.2 Lectoraat Situated Art and Design Ontwerpend onderzoek vanuit ingebedde posities (situated design) en artistiek onderzoek naar belichaamde technologie (embodied technology).

De afgelopen jaren lag de focus van het lectoraat SAD op de maatschappelijke inbedding van de kennisproductie die kunst en ontwerponderzoek mogelijk maakt. Het lectoraatsonderzoek droeg bij aan het besef onder kunst en ontwerpprofessionals over het belang van de context waarin ze werken. Door de ontwikkeling van tools en methoden om vanuit posities te creëren die zijn ingebed in die context, in plaats van er op veilige afstand vanuit een ontwerpstudio of kunstgalerie op te reflecteren. Daarnaast droeg het lectoraatsonderzoek bij aan de emancipatie van kunst en ontwerp als onderzoeksdiscipline, door de mogelijkheden van die gesitueerde aanpak door kunstenaars en ontwerpers voor maatschappelijke uitdagingen te bestuderen en verder te ontwikkelen. Het lectoraatsonderzoek zorgde ervoor dat de

‘gesitueerdheid’ van kunst en ontwerp hoog op de agenda staat en de kennis van studenten en praktijken van afstudeerders beter aansluiten op de hedendaagse culturele sector en maatschappelijke realiteit.

In de komende periode zal het lectoraatsonderzoek zich meer specifiek profileren rond de waarde van die inzichten in het licht van de maatschappelijke impact van technologische ontwikkelingen. Terwijl het lectoraatsonderzoek rond tools zich specifiek zal gaan richten op artistiek onderzoek naar de beleving van technologieën (binnen de programmalijn embodied technology), zal het onderzoek naar methoden de opgedane kennis over het ontwerpen vanuit ingebedde posities (binnen de programmalijn situated design) inzetten om technologie vanuit de context en behoeften van haar gebruikers te ontwerpen. Om deze nieuwe focus kracht bij te zetten zal het lectoraat SAD van naam veranderen naar Situated Art, Design and Technology (SADT), waarmee zowel de inhoudelijke koers van het lectoraatsonderzoek als de naamgeving van het lectoraat beter aansluiten bij die van het kenniscentrum CARADT. Daarbij zal in de aankomende periode het lectoraat zich op de volgende programmalijnen richten:

Embodied Technology

Het lectoraat SAD zet de combinatie van technologie en kunst in voor de ontdekking en openbaring van onze lichamelijke verhouding tot de wereld om ons heen: door enerzijds kritisch te reflecteren op de rol die technologische ontwikkelingen, zoals AI (Artificial Intelligence) en XR (Extended Reality), spelen in het vormgeven van die verhouding en die verhouding anderzijds anders te verbeelden door erin te interveniëren.

Zo zal ACI-docent-onderzoeker Jenny van de Broeke binnen deze onderzoekslijn XRinterfaces ontwerpen die je in de (fysieke) beleving van andere mensen helpt verplaatsen en gaan Academie voor Techniek en Design (ATD)-docenten Antal Ruhl en Mark

Meeuwenoord, respectievelijk, interfaces ontwikkelen die de publieksbelevingen van bezoekers aan popconcerten verrijken en kennis uit de robotkunst vertalen naar het zorgdomein. In een samenwerking tussen ATD-docent-onderzoeker Simone van den Broek en associate lector Alwin de Rooij staat de ontwikkeling van AI voor de culturele sector centraal. Deze samenwerking en ontwikkeling zal in de komende jaren vervolgd worden in een PhD-traject. ACI-postdoc-onderzoeker Eva Fotiadi en PhD-onderzoeker Michel Witter werken binnen de programmalijn beiden aan technologische oplossingen die musea inclusiever kunnen maken.

Deze embodied technology-tools worden onderzocht en ontwikkeld met studenten van ACI en van de ATD, met lectoren en programmamanagers uit verschillende Avans-onderzoekslijnen. Zoals AI en Inclusive Technology en met partners buiten Avans waaronder BUAS en Tilburg University, mkb uit de regio Brabant (zoals de Effenaar, Studio Simon Dogger en Stedelijk Museum Breda), platformen in de Digitale Cultuur (zoals STRP en Next Nature) en de Avans HELIo’s Innovatiekwartier Den Bosch en Urban Living Lab Breda. De tools die het onderzoek oplevert worden gepubliceerd, gedeeld via workshops met/bij praktijkpartners en ingezet door professionals.

Situated Design

Het lectoraatsonderzoek rond methoden richt zich op situated design methods: een categorie methoden voor kunstenaars en ontwerpers met een oorsprong in de feministische epistimologie en mens-computerinteractie. Wat deze uiteenlopende methoden met elkaar verbindt is dat er bij hun toepassing niet wordt uitgegaan van beschikbare, expliciete informatie over de gebruiker of de gebruikscontext -zoals de meeste ontwerpmethoden- maar aannemen dat er belangrijkste informatie voor een ontwerp ligt besloten in de dynamiek tussen gebruikers en hun fysieke, ecologische en sociaal-culturele omgeving. Inzicht in deze

meer impliciete informatie is vaak cruciaal om een ontwerp goed aan te laten sluiten op de gebruiker en de gebruikcontext. In plaats van een blauwdruk of scenario voor een ontwerpoplossing, staat in gesitueerde methoden het ondernemen van ontwerp-acties in de gebruikssituatie centraal die inzichten opleveren in de ontwerpcontext.

De opgedane kennis en ervaring binnen het lectoraat met deze bijzondere categorie methoden, die mede door ons onderzoek steeds meer aan kracht in het veld wint, worden in de komende beleidsperiode meer specifiek gericht op de maatschappelijke impact van technologische ontwikkelingen. Zo zal PD-onderzoeker Tara Karpinski binnen deze onderzoekslijn een vierjarig ontwerpend Professional Doctorate onderzoek uitvoeren naar digital trust - de verwachtingen van mensen over de belangen die een technologie dient – en zal docent-onderzoeker Annemarie Piscaer als PhD kandidaat een onderzoek uitvoeren naar gesitueerde methoden voor stedelijke dataverzameling. PhD-onderzoeker Sarah Lugthart doet op haar beurt een vierjarig onderzoek naar gesitueerde methoden binnen de praktijken van XR-ontwerpers, terwijl postdoc-onderzoeker Ollie Palmer zal onderzoeken hoe de situated design-praktijk kan worden vertaald naar kunst- en technologie-onderwijs, waarbij de samenwerking met CASE van de AHK een belangrijke rol speelt.

Het toepassen van gesitueerde methoden in onderzoek naar de impact van technologische ontwikkelingen doen we samen met studenten van ACI, met onderzoekers en lectoren van de CoE’s Brede Welvaart en Nieuw Ondernemerschap (BWNO) en Perspectief in Gezondheid (PG) en met partners van buiten Avans, waaronder andere hogescholen en universiteiten (zoals de Hogeschool van Amsterdam, KU Leuven en Porto University) en creatief mkb (waaronder Rnul, EKWC en TextielLab). Over de methoden die het onderzoek oplevert wordt gepubliceerd in academische en vaktijdschriften, gedeeld met peers

binnen het samenwerkingsverband CASE, middels workshops in het werkveld gedeeld met professionals buiten Avans én ze worden vertaald naar het landelijke innovatie- en onderzoeksbeleid zoals de KEM-agenda en de NWA.

1.2.3 Lectoraat Biobased Art and Design

Onderzoek naar hoe Biobased Art and Design de vormen van leven verweeft met de verbeelding van kunst, waar levende esthetiek, mutualistische zorg en leefbaarheden versmelten om een duurzame symfonie van samenleven te cultiveren.

Het integreren en verweven van biologie in kunst en design - voornamelijk onder de begrippen bioart en biodesign - opent een scala aan mogelijkheden voor complexe esthetische uitdrukkingen die voortkomen uit de unieke kwaliteiten van levende systemen. De interesse in bioart en biodesign blijft toenemen. Hierdoor groeit de behoefte aan nieuwe technieken, methoden en kaders die kunst- en ontwerpgemeenschappen in staat stellen om met de benodigde onderzoekvaardigheden en gevoeligheid door deze fascinerende ruimte te navigeren, rekening houdend met de behoeften, temporaliteiten en ruimte van andere levensvormen. De onderzoeksgroep Biobased Art and Design, gehuisvest binnen CARADT, is toegewijd aan het cultiveren van deze essentiële capaciteiten, dat de grenzen verlegt van kunst en design in samenwerking met andere levensvormen. Gedurende de afgelopen vier jaar onder drie hoofdpijlers:

Begrip van Levende Esthetiek

Onder deze pijler verkent ons lectoraat hoe het begrip en de ervaring van mensen verandert ten opzichte van levende artefacten, oftewel; levende esthetiek. Wij stellen dat levende esthetiek als krachtige katalysator fungeert en de opkomst stimuleert van nieuwe gevoeligheden die verder gaan dan de begrensde menselijke ervaring. Door deze invalshoek te hanteren, kunnen kunstenaars en designers bijdragen aan een grotere waardering van de veelzijdige tijdsdimensies en uitdrukkingswijzen die

ontstaan in samenwerking met niet-menselijke entiteiten. The Garden that Sees, Smells, and Hears door Annemarie Piscaer is een uitstekend voorbeeld van deze pijler. Dit onderzoeksproject beoogt een dynamische leeromgeving te creëren binnen de tuin van de St. Joost in Breda. De tuin wordt gebruikt als kader voor educatieve ervaringen, waarbij studenten in het bijzonder worden geholpen een groter bewustzijn te ontwikkelen van de levende esthetiek die aanwezig is in de bredere ecologische context. Het project culmineert in de creatie van een reeks zintuiglijke hulpmiddelen die verkenning, waarneming en het in kaart brengen van ecosystemen vergemakkelijken.

Ontwerpen voor Mutualistische Zorg Mutualistische Zorg benadrukt het belang van het ontwikkelen van wederkerige, evoluerende en onderling bevorderende relaties tussen mensen en levende artefacten. Onder dit principe worden kunstenaars en designers aangemoedigd na te denken over mogelijkheden om de bloei van het levende artefact te bevorderen en tegelijkertijd de vruchten ervan te plukken. Bovendien worden ze aangespoord in te zien dat er binnen het ecosysteem van een levend artefact sprake is van onderlinge afhankelijkheid en collectieve verantwoordelijkheden. Living With Cacophony door Wasabii Ng is een goed voorbeeld van deze pijler. Dit project onderzoekt fungi als potentieel levend medium dat groeit en adapteert in een wederkerige relatie met mensen als onderdeel van dagelijkse praktijken. Wasabii Ng voert op geluid gebaseerde onderzoeken uit met verschillende fungussoorten. Geluid wordt daarbij gebruikt als een gedeelde eigenschap in de habitats van mensen en fungi en als een mogelijk inputmechanisme voor mens-fungus interacties.

Leefbaarheden Ontwerpen

Leefbaarheden Ontwerpen benadrukt het belang van het doelgericht onderzoeken en integreren van het potentieel van zowel levende als niet-levende elementen in een ecosysteem om te functioneren als mogelijke habitat binnen levende artefacten. Ontwerpers worden

uitgedaagd om een bewustzijn te ontwikkelen dat de verbindingen en interacties binnen deze habitats erkent en koestert, waardoor het samenleven van mensen en levende organismen wordt gefaciliteerd. Door inzicht te krijgen in de specifieke behoeften van de betrokken organismen, kunnen ontwerpers artefacten creëren die een vruchtbare omgeving bieden voor het gedijen van verschillende levensvormen. In Unlearning Photography: Listening to Cyanobacteria, het Professional Doctorate (PD) project van Risk Hazekamp, staan leefbaarheden voor Cyanobacteriën centraal. Vertrekkend vanuit het medium fotografie onderzoekt Risk Hazekamp alternatieve fotografische ecosystemen waarin de fotograaf niet langer de controle heeft over het beeld, maar eerder de omstandigheden en condities creeert waarbinnen fotografische beelden kunnen ontstaan. Aanleiding is de problematische verbondenheid van fotografie met zowel toxiciteit als dominante sociaal-politieke machtsstructuren van definiëren en categoriseren. Als reactie hierop verkent Risk Hazekamp in samenwerking met Cyanobacteriën duurzame fotografische methodologieën om de wereld weer te geven zonder camera en met een meer-dan-menselijke blik. Het resultaat zal in ontwikkeling blijven; een 'levend micro-organisch fotografisch proces' dat continu kooldioxide omzet en zuurstof vrijgeeft.

In de afgelopen vier jaar heeft Elvin Karana het bovengenoemde lectoraat opgebouwd langs deze lijnen. Per maart 2024 hebben we afscheid genomen van Elvin omdat zij haar carrière wil voortzetten bij de TU-Delft. Dit is in goed overleg en op eigen initiatief gebeurd. Per september 2024 is de nieuwe lector Delfina Fantini van Ditmar aangetreden, die het lectoraat verder zal doorontwikkelen. Zij heeft daarbij de vrijheid en middelen gekregen om programmalijnen aan te passen of nieuwe lijnen op te zetten. Gezien de deadlines voor het aanleveren van dit rapport kunnen we daar momenteel geen update over geven.

1.3 Onderzoeksprofiel

Het thema creativiteit en kritische verbeelding dient binnen ons expertisecentrum als uitgangspunt voor samenwerkingen, onderwijsvernieuwing en bijdragen aan maatschappelijke processen. Deze inspanningen leiden tot kennis binnen het domein van kunst- en ontwerp, die onze sector op haar beurt weer beter in staat stelt om bij te dragen aan maatschappelijke uitdagingen die passen bij ons profiel. We bereiken dit door onderzoek, onderwijs en maatschappij nauw met elkaar te verweven met als doel een duurzame impact en samenwerking te realiseren.

We zien dat onze interne en externe stakeholders ons profiel herkennen en dat er draagvlak is voor de essentiële rol die creativiteit en kritische verbeelding hebben in de maatschappij. Intern komt dit tot uiting in het verrijkend karakter van CARADT voor de onderzoekscentra binnen Avans: we voegen aan het palet van onderzoek unieke perspectieven en benaderingen toe die het onderzoek van Avans verrijken en verstevigen.

Dat karakter vertaalt zich onder meer in de grote vraag die er binnen Avans bestaat naar samenwerking met of bijdragen van CARADT aan het onderzoek bij of kennisuitwisseling met andere onderzoekseenheden. Onze functie binnen het Avans-onderzoeksbestel is dan ook dat van een expertisecentrum dat doorsnijdend is aan de thematische zwaartepunten waar de CoE’s zich rond organiseren.

Zo werken we langdurig samen met de CoE‘s BWNO en MNEXT rond thema’s als collectieve innovatie en biobased transitie. Samenwerking die onder meer wordt gefinancierd door ClickNL zoals door het SPRONG programma Living Ecosystems en waarbinnen CARADT vanuit haar expertise de relatief nieuwe CoE’s van Avans helpt ontwikkelen. Met het CoE Perpectief in Gezondheid (PG) ondersteunen wij de opbouw van het nieuwe masterprogramma Health by Design, gericht op mogelijkheden voor studenten om binnen het

Masteronderwijs ook ervaring op te doen met onderzoek binnen de opkomende cross-over tussen kunst, ontwerp en (gezondheids)zorg. Ook dragen we bij aan de eveneens ‘doorsnijdende’ onderzoeksthema’s van Avans zoals het thema AI, door bijvoorbeeld zitting te nemen in het kernteam dat dit thema verder ontwikkeld binnen Avans. Intern is het draagvlak voor de bijdragen van CARADT dan ook bijzonder groot te noemen; er is Avans-brede bekendheid met het onderzoeksprofiel van CARADT.

Het draagvlak bij externe stakeholders komt tot uiting door de meerjarige en duurzame samenwerkingen die we hebben met partners buiten Avans en de bereidheid van deze partners om het onderzoek ook (mee) te financieren. Meerjarige samenwerkingen zijn van grote waarden voor ons expertisecentrum en haar onderzoeksprofiel. Ze zijn cruciaal voor het opbouwen van een sterk netwerk van betrokken partners rond de realisatie van onze missie. De samenwerkingen die we aangaan zijn gebaseerd op wederzijds vertrouwen, gedeelde interesse en het aanvullen van elkaars kennis en expertise. Ze stellen ons in staat om in co-creatie kennis toe te passen en te ontwikkelen zoals respectievelijk in de samenwerking met CASE en binnen de lectorenplatforms gebeurt.

Langdurige samenwerkingen helpen ons onderzoek in context te plaatsen zoals in onze samenwerkingen met het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen gebeurt binnen de KIEM, RAAK en PPS-projecten. Weer andere structurele samenwerkingen stellen ons in staat om kennisuitkomsten beter te dissemineren en uit te wisselen zoals in onze structurele verbindingen met internationale netwerken en journals. Dit alles leidt tot betere onderzoeksresultaten én tot een grotere impact daarvan op de maatschappij.

Naast het gericht zijn op de lange termijn en de gedeelde interesse in elkaars kennis en expertise zijn onze relaties met externe stakeholders gericht op gelijkwaardigheid en een gemeenschappelijk streven naar continuïteit

en wederzijds voordeel. De steun van externe partners kan verschillende vormen aannemen zoals een (in-kind) bijdrage in een gezamenlijk onderzoeksproject, het delen van expertise of het blootleggen van een kennishiaat.

In 2024 zijn we begonnen met de verdere ontwikkeling van onze programmalijnen in een themahuis om onderzoekers uit de verschillende onderzoeksgroepen te stimuleren samen te werken en kennis uit te wisselen rond bredere maatschappelijke thema’s zoals Duurzaamheid & Klimaat, Inclusieve Technologische Vooruitgang, Economische Transformatie en Sociale Gerechtigheid & Inclusiviteit. Het themahuis wordt in de komende jaren verder ontwikkeld om kruisbestuiving binnen het onderzoek te stimuleren en op die manier ook tussen de onderzoekslijnen verbinding te maken.

1.4 Doelen en indicatoren

CARADT heeft in 2023 een meerjarenbeleidsplan ontwikkeld aan de hand van specifieke doelen en bijbehorende doelen en indicatoren. Hierin worden de doelen geëxpliciteerd en gekoppeld aan streefwaarden op verschillende niveaus zoals het instituutsniveau, het niveau van de onderzoekseenheid en het niveau van onderzoekslijnen. We bespreken de gedefinieerde keuze-indicatoren en analyseren de ontwikkeling van de eenheid op deze indicatoren. Dit beleidsplan legt de nadruk op het bevorderen van maatschappelijke transformatie door middel van diversiteit en inclusiviteit in zowel onderzoek als organisatie. Daarbij zijn we van mening dat we deze doelen stellen om te werken aan onze missie.

Het monitoren van de behaalde doelen gebeurt door middel van een systematisch proces waarbij indicatoren en streefwaarden centraal staan. Deze worden vastgelegd in een bijlage bij het beleidsplan, zodat ze duidelijk en toegankelijk zijn voor alle betrokkenen.

Het proces welke vanaf 2025 volledig operationeel zal zijn omvat de volgende stappen:

1. Vaststellen van indicatoren en streefwaarden: Deze worden in overleg met de directie, lectoren en de stuurgroep bepaald en vervolgens in een bijlage bij het beleidsplan opgenomen.

2. Regelmatige evaluatie: Gedurende het jaar worden periodieke evaluaties uitgevoerd om de voortgang ten opzichte van de gestelde doelen en streefwaarden te meten. Deze evaluaties kunnen -afhankelijk van de specifieke doelstellingen- maandelijks, per kwartaal of halfjaarlijks plaatsvinden. Een verder proces is beschreven in het kwaliteitsplan van CARADT (bijlage A).

3. Rapportage en feedback: De resultaten van de evaluaties worden gerapporteerd aan de stuurgroep en besproken met de directie. Hierbij wordt gekeken naar de voortgang en of de doelen op schema liggen.

4. Aanpassingen en verbeteringen: Indien de evaluaties aangeven dat de doelen niet worden gehaald, worden er bijsturingsmaatregelen genomen. Dit kan betekenen dat er extra middelen worden ingezet, strategieën worden aangepast of dat er specifieke acties worden ondernomen om de prestaties te verbeteren.

5. Jaarlijkse review: Aan het einde van elk kalender jaar wordt een review uitgevoerd om te bepalen of de doelen en streefwaarden zijn behaald. Deze review wordt in de MARAP gepresenteerd aan het CvB en vormt de basis voor het opstellen van nieuwe doelen voor het volgende jaar.

Strategische Doelstelling 1: Onderzoekscapaciteit en Methodologische Innovatie

Doel 1.1: Implementatie en verdieping van het kennis en onderzoeksprogramma's voor onderzoekers en bevorderen van methodologische innovaties binnen de kunst en

cultuursector. = niveau van onderzoekslijnen. Doel 1.2: Het versterken van artistieke methoden binnen CARADT, die een Key Enabling Methodology (KEM) worden en het initiëren daarvan in interdisciplinaire en innovatieve onderzoeksprojecten. = instituutsniveau.

Strategische Doelstelling 2: Maatschappelijke Impact en Transitie via Kunstonderzoek

Doel 2.1: Ontwikkeling en implementatie van onderzoeksprojecten die, via artistieke methoden en onderzoek, bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken en transities. = niveau van onderzoekslijnen.

Doel 2.2: Uitbreiden van de impact van kunst en cultuuronderzoek in maatschappelijke context door zowel bestaande als nieuwe participatieve projecten en beleidsgerichte oplossingen. = niveau van de onderzoekseenheid

Strategische Doelstelling 3: Synergie tussen Onderzoek, Onderwijs en Maatschappij

Doel 3.1: Ontwikkelen van een geïntegreerd en dynamisch model waarin onderzoek, onderwijs en praktijk samenwerken en synergie creëren in de regio. = niveau van de onderzoekseenheid

Doel 3.2: Consolideren van CARADT als een kenniscentrum en brug tussen ACI, het Master Instituut en externe stakeholders waaronder maatschappelijke organisaties en beleidsmakers. = instituutsniveau

Strategische Doelstelling 4: Duurzaamheid en Continuïteit van Onderzoek

Doel 4.1: Zorgen voor stabiele financiering en het opbouwen van strategische partnerschappen om de duurzaamheid en continuïteit van het onderzoek te waarborgen. = niveau van de onderzoekseenheid

Doel 4.2: Implementeren van een alomvattend evaluatie- en feedbackmechanisme om de impact, relevantie en kwaliteit van onderzoeksprojecten en -methodologieën te waarborgen en bij te sturen. = niveau van de onderzoekseenheid

Figuur 1 | Strategische Doelstellingen

Instituutsniveau Onderzoekseenheid Onderzoekslijnen

Doel 1.2: Het versterken van artistieke methoden binnen CARADT, die een Key Enabling Methodology (KEM) worden, en het initiëren daarvan in interdisciplinaire en innovatieve onderzoeksprojecten.

Doel 2.1: Ontwikkeling en implementatie van onderzoeksprojecten die, via artistieke methoden en onderzoek, bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken en transities.

Doel 2.2: Uitbreiden van de impact van kunst en cultuuronderzoek in maatschappelijke context door zowel bestaande als nieuwe participatieve projecten en beleidsgerichte oplossingen.

Doel 1.1: Implementatie en verdieping van het kennis en onderzoeksprogramma's voor onderzoekers en bevorderen van methodologische innovaties binnen de kunst en cultuursector.

Doel 3.1: Ontwikkelen van een geïntegreerd en dynamisch model waarin onderzoek, onderwijs en praktijk samenwerken en synergie creëren in de regio.

Doel 3.2: Consolideren van CARADT als een kenniscentrum en brug tussen ACI, het Master Instituut en externe stakeholders, waaronder maatschappelijke organisaties en beleidsmakers.

Doel 5.1: Implementatie van vrijekeuzemodules en andere onderwijsinitiatieven om de interactie tussen studenten en de kennisprogramma van CARADT te bevorderen.

Doel 4.1: Zorgen voor stabiele financiering en het opbouwen van strategische partnerschappen om de duurzaamheid en continuïteit van het onderzoek te waarborgen.

Doel 4.2: Implementeren van een alomvattend evaluatie- en feedbackmechanisme om de impact, relevantie en kwaliteit van onderzoeksprojecten en -methodologieën te waarborgen en bij te sturen.

Doel 5.2: Verstevigen van de rol van CARADT in het BA en MA onderwijs, gericht op de integratie van onderzoek en onderwijs en het sturen van de ontwikkeling van onderwijsprogramma's.

Strategische Doelstellingen

1. Onderzoekscapaciteit en Methodologische Innovatie

2. Maatschappelijke Impact en Transitie via Kunstonderzoek

3. Synergie tussen Onderzoek, Onderwijs en Maatschappij

4. Duurzaamheid en Continuïteit van Onderzoek

5. Verbinden en Versterken van Onderwijs en Onderzoek

Strategische Doelstelling 5: Verbinden en Versterken van Onderwijs en Onderzoek

Doel 5.1: Implementatie van vrije keuzemodules en andere onderwijsinitiatieven om de interactie tussen studenten en de kennisprogramma van CARADT te bevorderen. = instituutsniveau

Doel 5.2: Verstevigen van de rol van CARADT in het BA en MA onderwijs, gericht op de integratie van onderzoek en onderwijs en het sturen van de ontwikkeling van onderwijsprogramma’s.

Door het naadloos integreren van deze strategische doelstellingen en specifieke doelen binnen de operationele en strategische plannen van CARADT kunnen coherente actieplannen, KPI’s en mechanismen voor monitoring en evaluatie worden ontwikkeld.

Het is cruciaal dat deze doelstellingen flexibel blijven om zich aan te passen aan de veranderende externe en interne omstandigheden en om deze door geleerde lessen met voortschrijdend inzicht aan te passen gedurende de uitvoeringsperiode.

De strategische doelstellingen focussen op versterking van onderzoekscapaciteit en methodologische innovatie in de kunst- en cultuursector, maatschappelijke impact via kunstonderzoek, integratie van onderzoek en onderwijs en waarborging van duurzaamheid en continuïteit van onderzoek, allemaal ter bevordering van onderwijs- en onderzoekskwaliteit en bijdragen aan verschillende Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). = instituutsniveau

Doelstelling 1: Kwantitatieve verduurzaming van praktijkgericht onderzoek = niveau van de onderzoekseenheid

Specifiek: een substantiële toename in onderzoekscapaciteit door het in dienst nemen van nieuwe onderzoekers en het vormen van nieuwe werkgroepen.

Meetbaar: Een toename van 68,63% in fte (van 7,65 fte naar 12,9fte) in 2024.

Acceptabel: Bij deze groei zullen we letten op

een evenwichtige groei zonder de kwaliteit van de werkgroepen in gevaar te brengen.

Realistisch: Expertise en het network van diverse lectoren en HR is nodig om nieuwe posities te vervullen.

Tijdgebonden: De aanwerving en onboarding zal vóór Q4 2024 voltooid zijn.

Doelstelling 2:

Implementatie van het Kwaliteitskader Onderzoek = niveau van de onderzoekseenheid

Specifiek: We zullen een robuust kwaliteitskader voor onderzoek creëren en toepassen dat de duurzaamheid van de onderzoekseenheid voor de toekomst verzekert en geschikt is voor de BKO in 2024.

Meetbaar: We stellen als doel om ervoor te zorgen dat 100% van het onderzoek in 2024 aan dit kader voldoet.

Acceptabel: Wij zullen het kader ter goedkeuring voorleggen aan alle relevante interne en externe stakeholders.

Realistisch: Wij waarborgen dat adequate middelen en expertise beschikbaar zijn voor de ontwikkeling en implementatie van het kader.

Tijdgebonden: Het kader wordt volledig geïmplementeerd voor November 2024.

Aanvullend: Dit kwaliteitskader zal in 2024 benut worden voor de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) om de kwaliteit en de toekomstbestendigheid van onderzoek en onderwijs te waarborgen.

Doelstelling 3:

Versterken van Samenwerkingen = niveau van de onderzoekseenheid

Specifiek: We gaan de samenwerkingen met onderwijs, gemeente, regio en academische instellingen actief bevorderen en intensiveren.

Meetbaar: We zullen streven naar de realisatie van ten minste 5 nieuwe partnerschappen of projecten in 2024.

Acceptabel: We zullen waarborgen dat de samenwerkingsverbanden voor alle betrokken partijen voordelen opleveren.

Realistisch: We zullen partners identificeren en betrekken die overeenkomende interesses en waarden hebben.

Tijdgebonden: We zullen nieuwe samenwerkingsverbanden initiëren vóór het einde van 2024.

Inspireren en Faciliteren: Wij gaan netwerken, workshops en evenementen ontwikkelen en faciliteren die tot doel hebben inspiratie en samenwerking aan te wakkeren. = niveau van de onderzoekseenheid

Gezonde Bedrijfsvoering: We zullen een passend HR- beleid implementeren die welzijn, professionele ontwikkeling en het kenniscentrum ondersteunen. = niveau van de onderzoekseenheid

Impactgedreven Onderzoek: Wij zullen waarborgen dat onderzoek niet enkel aan academische standaarden voldoet, maar tevens een maatschappelijke impact heeft en bijdraagt aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). = instituutsniveau

Monitoring en Evaluatie: Het uitvoeren van regelmatige check-ins en evaluaties doorheen het jaar is essentieel om ervoor te zorgen dat doelstellingen op koers blijven en om aanpassingen aan te brengen waar nodig. Dit faciliteert een flexibele aanpak, ontvankelijk voor veranderende omstandigheden en nieuwe mogelijkheden. = niveau van de onderzoekseenheid

1.5 Verbeteracties

In 2018 is CARADT het laatst gevisiteerd door de visitatiecommissie van den Eijnde (bijlage B) na deze aanbevelingen heeft de stuurgroep bestaande uit de directie van ACI, de manager van CARADT en de lectoren deze aanbevelingen ter harte genomen en dit in de afgelopen jaren opgepakt en uitgevoerd. Daarmee is er een belangrijke focus gekomen in de bedrijfsvoering van CARADT waarin deze aanbevelingen als leidraad fungeerde.

Naar aanleiding van de visitatie in 2018 is er gereflecteerd op de diverse verbeteradviezen uit het rapport. Ten eerste door de stuurgroep, in twee speciaal daarvoor belegde werksessies. Ten tweede door enkele verbeterpunten in de lectoraatswerkgroep-bijeenkomsten met onderzoekers en docenten te agenderen. En ten derde, door de lectoren en manager, in de vorm van een ‘heidag’ waarop alle inbreng van de stuurgroep en werkgroepen in samenhang werden besproken en na afloop samengebracht tot een lijst concrete verbeteracties. Deze verbeteracties vormden vervolgens de basis voor het kennisprogramma van CARADT, welke in opdracht van het bestuur is ontwikkeld en met het bestuur is gedeeld. In de managementrapportages aan het college van bestuur van Avans (MARAP’s) wordt de voortgang met betrekking tot dit programma gemonitord, als onderdeel van onze P&C-cyclus.

Verbeteradviezen aan het College van Bestuur:

Sta meer flexibiliteit toe in het beleid ten aanzien van bemensing van de kenniskringen. Actie uitgevoerd:

Tot 2018 was het aanstellingsbeleid van CARADT sterk naar binnen gericht. Het bestuur zag Avans toen voornamelijk als onderwijsinstelling waarbij de functie van onderzoek bijna uitsluitend ter professionalisering van docenten diende. Het advies vanuit de BKO-commissie gaf ons de mogelijkheid om dit beleid te flexibiliseren. Door de navolgende Avans-brede herijking van het onderzoekbestel en de daarmee verbonden ambitie om kennisinstelling te worden kreeg CARADT eindelijk ook het nodige institutionele commitment om het aanstellingsbeleid sterker op externe onderzoeksexcellentie te richten. Hierop zijn de werkgroepen (tot dan toe kenniskring) van de lectoraten uitgebreid met een aantal werkveld partners en een aantal onderzoekers die geen aanstelling hebben bij Avans. Daarnaast is er een aanzienlijke groei geweest op de gesubsidieerde onderzoeksprojecten in samenwerking met

externen. Dit heeft positief effect op onderzoekskwaliteit, volume externe financiering, bereik externe netwerken, mogelijkheid om op interessante ontwikkelingen in het veld snel te reageren. Ook voor het onderwijs is het een ronduit positieve ontwikkeling; zij het door de hoge actualiteit van onderzoeksthema’s die regelmatig hun weg naar de opleidingen vinden, zij het door onderzoekers die - tijdelijk of vast – een docentenrol op hun gebied van expertise kunnen overnemen. We hebben afgelopen periode diverse manieren gezien van de bemensing van de kenniskringen (werkgroepen). Zo zijn er van de opleidingen mensen ingehuurd en zijn er diverse tijdelijke uitbreidingen (TUB’s) verstrekt. Daarnaast zijn er talloze detacheringsovereenkomsten gesloten met anderen hogescholen en universiteiten. Ook hebben we in het laatste jaar een aantal onderzoekers een vast contract aangeboden. Dit heeft ervoor gezorgd dat we vanuit een breed pallet hebben geopereerd waarmee we vaak maatwerk konden bieden voor de onderzoekers en ons flexibel konden opstellen.

Overweeg het aanstellingsbeleid van lectoren te herzien. Lectoren bij CARADT hebben in principe een aanstelling van zes jaar. In principe moet de continuïteit van het onderzoek (van onderzoekers, van netwerken) dus in die zes jaar geborgd worden, terwijl zes jaar ook te weinig is om aan substantiële kennisontwikkeling gedaan te kunnen hebben. Actie uitgevoerd: Afgelopen jaar hebben we vaste aanstellingen gerealiseerd voor twee lectoraten en diverse andere aanstellingen aangeboden zoals detacheringen. Binnen Avans zien we een groeiende bereidheid om aanstellingen permanent te maken. Stabiele en omvangrijke aanstellingen dragen bij aan een breder onderzoeksprofiel, hogere kwaliteit van onderzoeksbegeleiding en betere communicatie met andere onderzoekseenheden binnen Avans. Dit leidt op zijn beurt tot succesvolle aanvragen en vergroot de impact, zowel binnen als buiten Avans.

Verbeteradviezen aan de Stuurgroep:

Het CARADT office heeft een beperkte formatie. Bezie of het mogelijk is dat CARADT voor kwaliteitszorgactiviteiten ondersteuning krijgt van kwaliteitszorgmedewerkers die aan de academies verbonden zijn. Actie uitgevoerd: We hebben vanuit de diensteenheid het LICondersteuning mogen ontvangen in de vorm van een kwaliteitsmedewerker. Daarnaast hebben we per 2024 een kwaliteitsmedewerker in dienst bij het CARADT-bureau welke werkt aan het borgen en verbeteren van een aantal kwaliteitsprocessen.

Scherp de missie aan.

Actie uitgevoerd:

We hebben een aantal productieve heidagen met lectoren gehad waarin we in gezamenlijkheid een nieuwe koers hebben uitgestippeld en opnieuw naar onze missie en visie hebben gekeken. Dit hebben we ook gekoppeld aan het schrijven van een nieuw kennisprogramma waarmee we de langdurige verbinding met de diverse opleidingen en CoE’s binnen Avans zoeken.

Versterk de samenwerking tussen de lectoraten.

Actie uitgevoerd: Gezamenlijk kennisprogramma opgesteld met overkoepelende missie/visie. Studium Generale opgebouwd uit bijdragen van onderzoekers uit de lectoraten.

Samenwerking rond het Professional Doctorate (PD) programma: de drie lectoraten zijn op alle niveaus vertegenwoordigd en daarover is ook regelmatig interne afstemming. De lectoren van lectoraat CCI en SAD hebben beiden zitting in selectiecommissie nieuwe BAD lector. We stimuleren in sommige gevallen en maken het mogelijk voor onderzoekers om makkelijk te switchen tussen lectoraten. Lectoren nemen alle drie deel in de

stuurgroep waarin samen aan beleid wordt gewerkt en kritisch gereflecteerd wordt op onderzoeksvoorstellen binnen elkaars lectoraten.

Bundel onderzoeken zodat meer focus en massa ontstaat.

Actie uitgevoerd:

We hebben binnen CARADT ingezet op financieringsaanvragen bij programma’s als RAAK-PRO, RAAK-MKB, PD en SPRONG .

Er is een associate lector aangesteld om onderzoekscluster te leiden en in proces de postdocs in positie te brengen om ook andere onderzoekers te begeleiden en onderzoeksfondsen te werven.

Binnen de lectoraten zijn programmalijnen geformeerd waarin meerdere onderzoekers een onderzoeksvraag vanuit verschillende perspectieven benaderen en samenwerken rond een gemeenschappelijk onderwerp. Door gezamenlijk financiering te vinden voor meerjarig onderzoek, kunnen meerdere onderzoekers met uitgebreidere aanstellingen eraan werken. Dit kan leiden tot een situatie waarin meerdere onderzoekers zich richten op hetzelfde onderwerp wat de samenhang in het onderzoek bevordert.

Er zijn ‘werkgroepen’ gecreëerd waarin onderzoekers (voormalig: kenniskringleden), docenten en externen samen lopend onderzoek bespreken en analyseren, regelmatig zorgen voor nieuwe onderzoeksvragen en waarbij samenwerking tussen verschillende onderzoekers, verbinding tussen onderzoekslijnen en inbedding in het onderwijs is.

Ga op zoek naar meer multidisciplinaire samenwerking met andere disciplines binnen Avans Hogeschool. Actie uitgevoerd:

Vanuit de missie van CARADT en op basis van het doorsnijdend thema creativiteit en kritische verbeelding positioneert onze onderzoekseenheid zich als structurele verbinder van disciplines binnen het onderzoek en onderwijs van Avans. Onze manager, lectoren en onderzoekers verkennen continu waar de inhoudelijke raakvlakken liggen en de strategische belangen overlappen met die van andere onderzoeks- en onderwijseenheden. Met veel kleinschalige resultaten als gevolg zoals onderzoekers die buiten hun eigen academie lesgeven over hun onderzoek of studenten van andere academies erin betrekken maar ook met omvangrijke impact. Zo vormde de jarenlange samenwerking tussen onderzoekers en docenten van CMD en St. Joost binnen CARADT een belangrijke pijler voor de oprichting van ACI.

Richt u meer op de maatschappelijke relevantie van het onderzoek. Onderbouw onderzoeksresultaten door transparant te zijn over de gehanteerde onderzoeksmethoden en te reflecteren over de mogelijkheden en beperkingen daarvan.

Actie uitgevoerd:

Mede dankzij de beleidsveranderingen van Avans is CARADT vandaag de dag in staat om zich veel sterker op de maatschappelijke relevantie van het onderzoek te richten. Dit is al te zien in uitlijning van de onderzoeksprogramma’s. Daarbij hebben CARADT onderzoekers en managers nooit de fout gemaakt om maatschappelijk impact te reduceren tot samenwerkingsverbanden met alleen bedrijven. Mkb’ers zijn regelmatig partners in onze onderzoeksprojecten maar daarnaast ook maatschappelijke instellingen en non-profit instellingen. Meer hierover komt in hoofdstuk 4 bij de paragraaf 4.1.4 Samenwerkings- en (inter)nationale netwerken aan bod.

Neem ook het onderzoek in dit domein tot object van onderzoek: reflecteer meer op de onderzoeksmethode(s), expliciteer deze meer en ga u als expertisecentrum meer richten op het ontwikkelen van nieuwe onderzoeksmethoden in onderzoek door kunstenaars en ontwerpers. Actie uitgevoerd: Om de ontwikkeling van Avans van onderwijsinstelling richting kennisinstelling te ondersteunen en de pilot rond de derde cyclus voor het HBO tot een goed einde te brengen staat ook praktijkgericht onderzoek zelf prominent op de agenda van CARADT. Naast organisatorische bijdragen aan de ontwikkeling van Avans en de PD-pilot, produceerde het onderzoek van CARADT inzichten op artistieke methoden, die vervolgens door de lectoren werden vertaald in beleidsstukken zoals de KEM-agenda of het Berenschotadvies. In het PD-onderzoek dat bij CARADT plaatsvindt vormt reflectie op en onderbouwing van de keuze voor de toegepaste methoden een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van onderzoeksvoorstellen en de begeleiding van kandidaten door de lectoren. Echter geldt de sterkere focus op onderzoeksmethoden CARADT-breed. Eigentijds onderzoek binnen het kunst- en ontwerpdomein hoort zich bezig te houden met haar eigen methoden; vooral waar de verbinding gezocht wordt met andere domeinen.

Vorm de bestaande kenniskringen om tot een onderzoeksteam. Actie uitgevoerd: De lectoraten hebben inmiddels ieder een lectoraatswerkgroep die bestaat uit de onderzoekers, een aantal docenten en mensen uit het werkveld. Tijdens regelmatige bijeenkomsten van deze werkgroepen (4-6x per jaar) wordt er gereflecteerd op en gediscussieerd over lopend onderzoek, onderzoeksresultaten en de onderzoeksthema’s van het lectoraat. Deze samenkomsten hebben voor het ontstaan van een levendige onderzoekscultuur gezorgd en de werkgroepen vormen

een kweekpoel voor onderzoekstalent en -projecten. Mede daardoor was het mogelijk voor CARADT om te bewegen van enkel individueel onderzoek, typisch voor traditionele kenniskringen, naar onderzoek volgens gedeelde programmalijnen en binnen onderzoeksclusters en –teams. Een bijzonder voorbeeld hiervan is het ACI-breed clusteronderzoek Lerend Ecosysteem waarin drie docentonderzoekers samenwerken binnen de onderzoeksgroep CCI als permanente klankgroep. De ambitie is om ook onderzoekers uit de andere twee lectoraten te betrekken in dit onderzoek - onder andere op basis van een Comenius in aanvraag –en de clustering van onderzoek binnen de lectoraten verder te stimuleren.

Neem de wijze waarop de beschikbare formatie wordt verdeeld onder kenniskringen onder de loep.

Actie uitgevoerd:

In de afgelopen periode is de beschikbare formatie van onderzoekers binnen de werkgroepen (kenniskringen) aanzienlijk gestegen. Voor de PD kandidaten hebben we aanstellingen van 0,8 fte weten te realiseren en daarnaast zijn aanstellingen van 0,1 fte naar 0,2 of 0,4 fte gegroeid. Daarnaast heeft de toename in subsidiegelden ervoor gezorgd dat we grotere aanstellingen konden bieden aan werkgroepsleden (kenniskringleden). Ook het budget vanuit O&O gelden vanuit Avans is aanzienlijk toegenomen door de ambitie van Avans om te transformeren naar kennisinstelling en de bestuursakkoordmiddelen die vanuit OC&W beschikbaar zijn gesteld.

Zoek meer samenwerking met externe partners buiten het kunst- en ontwerpcircuit en zet in op grotere projecten Actie uitgevoerd:

Samenwerkingsverbanden met externe partners buiten het kunst- en ontwerpsector zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. We hebben hierdoor een aantal grote aanvragen zoals RAAK-MKB, NWO

Smart Culture, TKI CLICKNL, SIA-SPRONG en NWA-ORC aanvragen kunnen doen.

Voorbeelden hiervan zijn de onderzoeksprojecten Van Award naar Impact en Collectieve Innovatie voor de Biobased transitie waarin we met partners vanuit de gehele transitieketen hebben samengewerkt. In onderzoeksprojecten die gaan over participatie en democratisering zoeken we structureel contact met groepen en instanties met een zekere afstand tot de sector.

Verbeter de communicatie over CARADT intern binnen de aangesloten academies/ opleidingen, vooral naar de studenten toe.

Actie uitgevoerd:

Mede door de toenemende participatie van studenten aan door CARADT direct en indirect aangestuurd onderzoek en de huidige, meer participatieve vorm van het Studium Generale is de zichtbaarheid van CARADT sterk toegenomen. Bovendien creëren we vaker de mogelijkheid om studenten te laten afstuderen in interdisciplinaire ateliers, deel te nemen aan Spring- of Summerschools in het buitenland, of mee te werken aan voorbereiding een doorvoering van (wetenschappelijke) conferenties. Het resultaat van die zichtbaarheid is ook dat individuele studenten, de lectoren en onderzoekers steeds beter weten te vinden met vragen die variëren van advies rond media, methoden of presentatieformat van afstudeerprojecten tot zorgen over het beroepsperspectief en tips voor presentatiekansen.

Besteed meer aandacht aan het ophalen van feedback bij externe partners en studenten Actie uitgevoerd: Wanneer we onderzoek doen dat extern gefinancierd wordt er met de financier en projectpartners geëvalueerd en wordt er feedback uitgewisseld. Daarnaast hebben we een Raad van Advies welke jaarlijks bijeenkomt om op het strategisch beleid van CARADT te reflecteren.

Maak een begin met het meten van de impact van het onderzoek.

Actie uitgevoerd: CARADT hecht veel waarde aan de impact van het uitgevoerde onderzoek. Deze impact wordt onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: impact binnen: 1) het onderwijs, 2) het wetenschappelijk onderzoeksdomein en 3) de beroepspraktijk en bredere samenleving. Op dit moment registreren we onze impact in deze categorieën via een outputregistratie die elk kwartaal wordt uitgestuurd naar betrokken onderzoekers, medewerkers en lectoren via een online formulier. Dit overzicht toont hoe vaak en met welke producten en activiteiten we bijdragen leveren aan onderwijs, beroepspraktijk en wetenschap. Deze resultaten worden besproken in de stuurgroep en verwerkt in diverse MARAPrapportages. Voor een gedetailleerd overzicht en toelichting op deze metingen verwijzen wij graag naar ons kwaliteitsplan (bijlage A).

Ontwikkel eigen, kwalitatieve, indicatoren die aansluiten bij de ambities m.b.t. de onderzoeksthema’s, externe profilering, bereik en impact.

Actie uitgevoerd:

We hebben in het kader van kwaliteit in 2024 een nieuw kwaliteitsplan opgesteld. In dit plan beschrijven we de indicatoren van (deel)resultaten en de kwaliteitsstandaarden die we hanteren binnen CARADT. Deze zijn onderverdeeld in drie categorieën, te weten:

Kwaliteit van het onderzoek

Doorwerking van het onderzoek

Toekomstbestendigheid van de onderzoekseenheid CARADT

Het kwaliteitsplan inclusief indicatoren van bovengenoemde categorieën is toegevoegd als bijlage (bijlage A).

Samenvatting

In dit hoofdstuk is het onderzoeksprofiel en programma van CARADT verder toegelicht met aandacht voor de ambities, strategische doelen en programmalijnen van de lectoraten.

Reflectie op de aanbevelingen uit de visitatie van 2018 toont dat deze breed zijn opgevolgd binnen zowel CARADT als Avans, wat heeft bijgedragen aan verdere ontwikkeling van het expertisecentrum.

We hebben in de afgelopen jaren kritisch naar onze missie en visie gekeken en de doelen en indicatoren zoals deze zijn beschreven afgestemd met lectoren en directie van ACI. Gedurende dit proces zijn we erachter gekomen dat dit niet alleen goed is voor focus en het positioneren van het kenniscentrum in relatie tot andere onderzoekseenheden binnen en buiten Avans maar het heeft ons ook inzichten gegeven hoe we ons in de aankomende periode beter kunnen profileren.

Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst is het bevorderen van transdisciplinaire onderzoeksinitiatieven middels het themahuis. Deze zullen aansluiten bij de missie en visie van CARADT en een brede impact hebben op onderwijs, beroepspraktijk en samenleving.

2

2:

De onderzoekseenheid maakt zichtbaar wat de bijdrage is aan de ontwikkeling van de beroepspraktijk en de bredere samenleving, het onderwijs en het onderzoeksdomein

Doorwerking van het onderzoek

De bijdrage van CARADT aan de ontwikkeling van de beroepspraktijk en de bredere samenleving, evenals het onderwijs en het onderzoeksdomein, is veelzijdig en diepgaand. Wij streven ernaar om door middel van ons onderzoek een bijdrage te leveren op maatschappelijke transities en de beroeps- en onderwijspraktijk te verrijken met innovatieve praktijken, methoden en kennis.

Onze maatschappelijke betrokkenheid blijkt uit de diverse rollen die we vervullen binnen commissies, adviesraden, lectorenplatforms, fondsen en colleges. Wij hebben actief meegewerkt aan adviezen van de Raad van Cultuur en de Vereniging Hogescholen en zijn onder andere vertegenwoordigd de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), de Kennis- en Innovatieagenda (KIA), het Netwerk Kunst»Onderzoek, Network Applied Design Research (NADR), OKWT, Kunstblock, ISEA International en de stuurgroep van de Professional Doctorate Kunst+Creatief (PD K+C).

Door ons onderzoek in dienst te stellen van onderwijs- en praktijkontwikkeling draagt CARADT bij aan een beroepspraktijk die beter is voorbereid op de uitdagingen van de toekomst. Daarnaast werkt ons onderzoek door naar de bredere samenleving door onze projecten en initiatieven te richten op actuele en toekomstige maatschappelijke uitdagingen waardoor we kennis genereren die relevant is voor maatschappelijke veranderingen.

2.1 Doorwerking naar beroepspraktijk

De doorwerking van het onderzoek van CARADT naar de beroepspraktijk manifesteert zich op meerdere manieren.

Door in ons onderzoek verbinding te maken met de beroepscontext kunnen we kennis ontwikkelen gericht op specifieke vragen uit die context. Onze onderzoeksprojecten zetten daarom in op samenwerking met professionals en organisaties binnen verschillende sectoren waarin kunstenaars en ontwerpers actief zijn. Zo zorgen we ervoor dat de nieuwe kennis en methoden die we ontwikkelen direct inzetbaar zijn in de praktijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het onderzoek van Tara Karpinski naar de articulatie van gedeelde waarden binnen zogeheten resource communities. Daarin wordt in hechte samenwerking met verschillende stedelijke ontwikkelaars kennis ontwikkeld over resources sharing maar worden -middels reflectie op de toegepaste methoden- ook inzichten opgedaan die waardevol zijn voor andere kunstenaars- en ontwerppraktijken die zich verhouden tot stedelijke omgevingen en gemeenschappen.

Onze bijdragen worden ook zichtbaar door onze publicaties in vaktijdschriften zoals het recente interview met onderzoeker Risk Hazekamp in MetropolisM of de bijdrage van lector Michel van Dartel in Future Art Ecosystems, de nieuwe publicatiereeks van Serpentine (UK) en middels onze 'eigen' uitgaven, zoals Annemarie Piscaer's The Garden that Sees, Smells and Hears en het Making & Breaking webjournal. Deze publicaties delen onze bevindingen en inzichten breed met de beroepsgroep wat bijdraagt aan de ontwikkeling van kennis, praktijken en methoden. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op onze website caradt.nl waar een uitgebreide (actuele) lijst van onze publicaties beschikbaar is (zie ook bijlage C).

Met de Professional Doctorate Kunst+Creatief leveren we een cruciale bijdrage aan de professionalisering van onderzoekers in het

Standaard

beroepenveld. Onze lectoren zijn actief betrokken bij de taskforce en de graduate commissie van dit programma. En onze lector Michel van Dartel is actief betrokken geweest bij de herziening van de zogenaamde Key Enabling Methodologies (KEM) agenda, die nu ook de methoden kenmerkend voor ons beroepenveld erkend als cruciaal voor het vermogen van Nederland om te innoveren.

Daarnaast realiseren we doorwerking middels onze samenwerkingen met ontwikkel- en presentatie-instellingen in de cultuursector zoals PARK in Tilburg, Club Solo en Stedelijk Museum in Breda, V2_Lab en Tale of a Tub in Rotterdam, Kunstenlab in Deventer en MU, Van Abbe Museum of Onomatopee in Eindhoven. (Eindhoven). Ook organiseren we regelmatig evenementen met partners als Kunstloc Brabant en leveren onze onderzoekers bijdragen aan festivals als Strijp_S (Eindhoven), What Design Can Do (Amsterdam), Impossible Bodies (Den Bosch) en Sencity Festival (Utrecht). Mede door onze nauwe banden met de Dutch Design Foundation is er nog geen Dutch Design Week voorbij gegaan zonder deelname van CARADT of een van onze onderzoekers. Zulke samenwerkingen stellen ons naast het presenteren van resultaten ook in staat om onze bevindingen te ontwikkelen en toetsen in de beroepspraktijk. Door deze hechte samenwerking met het werkveld ontwikkelt CARADT enerzijds kennis die aansluit bij de beroepspraktijk en stellen we die beroepspraktijk anderzijds beter in staat om in te spelen op de dynamische eisen van de samenleving.

Op lokaal niveau hangt de doorwerking van het onderzoek van CARADT naar de beroepspraktijk ook samen met deelname aan gezamenlijke initiatieven met Brabantse gemeenten. Een voorbeeld hiervan is broedplaats Sterrenbosch, waar CARADT onderzoekers samen met studenten een onderzoekslocatie ontwikkelen met het oog op onder ander uitwisseling met relevante locale initiatieven. In de loop der jaren heeft CARADT onderzoeksverbanden met gemeenten en andere organisaties in alle

Brabantse steden opgebouwd, wat een grote impact heeft op onze zichtbaarheid binnen de provincie. Zo is de SPARK Innovatie Campus in Den Bosch inmiddels een vertrouwde partner in onderzoeksprojecten, net als Electron in Breda.

2.2 Doorwerking naar de bredere samenleving

De impact van CARADT strekt zich uit tot de bredere samenleving door de projecten in samenwerking met maatschappelijke partners zoals gemeente, provincie, andere onderzoeksinstellingen en culturele instellingen. Projecten zoals Charging the Commons en de samenwerking rond sensorisch inclusief tentoonstellen met onder andere de Museumvereniging, partners binnen het ClickNL-project Collectieve Innovatie en Learning Ecosystems (zoals Ecodorp Boekel) zijn voorbeelden van hoe wij onze kennis en creativiteit inzetten voor maatschappelijke vooruitgang door in het onderzoek intensief samen te werken met een breed scala aan maatschappelijke partners.

Daarnaast mengen de lectoren en onderzoekers zich actief in maatschappelijke debatten, vooral over de rol van creativiteit en kritische verbeelding binnen onderwerpen als de biobased economy, inclusiviteit en participatie, of de democratisering van kunst en design. Onze betrokkenheid in zulke debatten helpt om het belang van kunst en creativiteit in bredere maatschappelijke contexten te benadrukken en te bevorderen.

Met regelmaat organiseren we ook internationale conferenties om de kennis uit onze globale netwerken binnen de regio zichtbaar te maken en visa versa. Een voorbeeld hiervan is het symposium Wellbeing Economy Meets Critical Imagination dat CARADT samen met het Avans CoE BWNO organiseerde. De resultaten van dit symposium werden gedeeld via het Brabants Dagblad, waardoor een breed publiek werd geïnformeerd over en betrokken

werd bij onze inspanningen en inzichten op dit gebied. Door deze initiatieven draagt CARADT inzichten bij voor een meer inclusieve, creatieve en kritische samenleving en wisselen we deze kennis uit tussen de globale en lokale netwerken en debatten waarin we participeren.

De doorwerking van ons onderzoek strekt zich ook uit tot de landelijke beleidsontwikkeling zoals blijkt uit de recente erkenning van ons werk door de Raad voor Cultuur. In hun recentelijk verschenen advies Toegang tot Cultuur: Op Weg naar een Nieuw Bestel in 2029 wordt het boek Art & Autonomy: Past – Present – Future, een onderzoeksuitkomst van het CARADTlectoraat CCI, meerdere keren aangehaald ter ondersteuning van hun aanbevelingen. Zulke erkenning onderstreept niet alleen de relevantie en het gewicht van ons onderzoek, maar ook de bijdrage die CARADT levert aan het vormgeven van de toekomst van de brede samenleving en het culturele landschap daarbinnen in het bijzonder. Het bevestigt dat onze wetenschappelijke en theoretische bijdragen resoneren op het hoogste beleidsniveau en daarmee een directe impact hebben op de toekomstige koers van onder meer het cultuurbeleid en de professionele kunstpraktijk.

Een ander voorbeeld van de doorwerking van het onderzoek in landelijke beleidsontwikkeling is de doorwerking van het onderzoek rond artistieke methoden voor kunstenaars en ontwerpers die ‘in-situ’ werken naar de Key Enabling Methodologies (KEM)-agenda binnen het nationale innovatiebeleid. Deze gesitueerde methoden worden in het innovatiebeleid erkend als belangrijk voor onderzoek dat gericht is op maatschappelijke transformatie en het beleid roept onderzoekers op deze categorie methoden verder uit te diepen in onderzoek. Naast belangrijke erkenning voor de bijdragen van CARADT aan de ontwikkeling en bekendheid van zulke methoden, zal die erkenning op haar beurt de kansrijkheid doen toenemen van subsidieaanvragen voor onderzoek waarin ze worden toegepast of verder ontwikkeld.

Een derde voorbeeld waarin de doorwerking van ons onderzoek naar de bredere samenleving tot uitdrukking komt, is de reeks onderzoeken die CARADT in samenwerking met ClickNL voor de Biobased Transitie ontwikkeld en doorgevoerd heeft. Daarin is CARADT penvoerder van een breed consortium waarin de Avans CoE’s BWNO en MNEXT en maatschappelijke partners als Dutch Design Foundation (DDF), SPARK Innovation Campus (Den Bosch), broedplaats Electron (Breda) en Haus der Materialisierung (Berlijn) samenwerken met het bedrijf Biobased Innovation. In een reeks van Participartory Impact Pathway Analysis workshops ontwikkelt het consortium een model van collectieve innovatie dat consequenties trekt uit het falen van het individualistische (neoliberale) innovatiemodel. Samen met de achterbannen van de onderzoekspartners (waaronder beleidsmakers, experts, ontwerpers, marketeers, activisten, kunstenaars en ondernemers) werken we aan een prototype voor effectieve missie-gedreven innovatie. Om de impact van het onderzoek te vergroten zorgt DDF voor de disseminatie van inzichten via hun Designambassades en natuurlijk ook de door hen (mede-)georganiseerde festivals Dutch Design Week en What Design Can Do.

Tenslotte is het goed om op te merken dat zulke doorwerking naar de bredere samenleving verder rijkt dan waar die ons eigen beroepsdomein betreft. Zo heeft lector Olma plaatsgenomen in de landelijke commissie Toekomst van het Hoger Onderwijs onder leiding van Ron Bormans. Deze commissie is door de Vereniging Hoge Scholen ingezet en leverde eind 2022 het rapport Focus op Professie op dat door de gemeenschap van hogescholen wordt omarmt, omdat het naast een inspirerende visie op het HBO ook duidelijke handvatten geeft voor de transitie van onderwijs- naar kennisinstelling. Daarmee heeft het rapport een belangrijke impuls gegeven aan de maatschappelijke discussie over de toekomst van het HBO. Veel van de door het rapport geformuleerde argumenten zien wij vandaag terugkomen als constructieve kritiek in het debat over de geplande bezuinigen in het hoger onderwijs.

De doorwerking naar de beroepspraktijk en bredere samenleving laat zich moeilijk vastleggen in concrete tevredenheidsmetingen van stakeholders. Daarentegen heeft CARADT, zoals aangegeven in diverse voorbeelden, op brede schaal structurele en langdurige samenwerkingsverbanden met het werkveld wat ook gezien kan worden als een tevredenheidsmeting. We evalueren de doorwerking van projecten middels projectevaluaties bij onze projectpartners mits dit door de subsidiegever wordt gevraagd. Daarnaast meten we de tevredenheid van interne stakeholders over CARADT door gebruik te maken van het Avans werkbelevingsonderzoek (WBO) om de medewerkerstevredenheid te meten. Ook verkrijgen we informatie over de tevredenheid van onze (interne) stakeholders door deskundigen/resultaten uit periodieke reviews zoals:

– Stuurgroep overleg, minimaal zes keer per jaar.

– Werkgroep, minimaal vier keer per jaar per lectoraat.

– Jaarlijkse Raad van Advies.

– Interne peer-review: eens per jaar neemt elke eenheid/ lectoraat deel aan een auditgesprek met interne peers.

We realiseren ons dat het ontwikkelen en uitrollen van tevredenheidsmetingen iets is dat komende periode ontwikkeling behoeft. Dit staat in het kwaliteitsplan dat in 2024 is opgesteld dan ook benoemd als ontwikkelpunt.

2.3 Doorwerking naar het onderwijs

Het onderzoek van CARADT werkt door naar het onderwijs door de nauwe samenwerking met opleidingen binnen en buiten ACI. Hierbij brengen we structureel kennis op het gebied van creativiteit en kritische verbeelding in. Naast directe bijdragen aan het onderwijs in de vorm van gespecialiseerde faciliteiten (zoals een BIO-Lab), werkveldpartners, gastlessen, curriculumontwikkeling of thematiek in lesprogramma’s, is de samenwerking met het onderwijs vooral gericht op de professionalisering

van docenten in het doen en onderwijzen van onderzoek en onderzoeksmethoden.

Alle onderzoeken van CARADT zijn voorzien van een uitvoerige redenering waarin de beoogde impact op, verbinding met of doorwerking naar het onderwijs beschreven is. Middels de jaarlijkse onderzoeksevaluaties van docentonderzoekers, waarin zij reflecteren op de onderzoeksresultaten in het licht van de gestelde doelen, ziet de stuurgroep erop toe dat die impact, verbinding en doorwerking naar het onderwijs ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Daarnaast is de inzet van onze PhD- en PD-kandidaten in het onderwijs van grote waarde voor hun academies. Zij krijgen daarvoor in hun aanstellingen significante tijd toegewezen voor onderwijs dat gerelateerd is aan hun onderzoek binnen Bachelor (BA)- en Master (MA)-programma’s (12,5% van de tijd).

Doorwerking naar het onderwijs realiseert CARADT dan ook grotendeels via de docentonderzoekers, die studenten betrekken in hun onderzoek of de resultaten uit de onderzoeken verwerken in hun lessen. In onze ervaring is dit een effectieve en efficiënte manier van doorwerking richting de opleidingen. De keerzijde van deze vormen van doorwerking is dat CARADT zelf in haar bijdragen aan het onderwijs door studenten en andere docenten meestal niet zichtbaar wordt en uitdraagt via de communicatiekanalen, dat de naamsbekendheid van CARADT binnen Avans geen goed doet.

Om de doorwerking naar het onderwijs te verbreden zijn de werkgroepen voor elk lectoraat in het leven geroepen. Deze groep is groter dan de ‘kenniskring’ en benadrukt de actieve inzet van de leden om onderling verbinding te maken. Naast de (docent-)onderzoekers van het lectoraat nemen ook enkele docenten en externen plaats in de werkgroepen, om actief uit te kijken naar kansen voor een hechtere of bredere verbinding van het onderzoek met het onderwijs en/of omdat zij hun eigen interesse in onderzoek verder willen ontwikkelen. De werkgroepen komen vier tot zes keer per jaar bijeen

om lopende onderzoeksprojecten te bespreken, waarbij ook hun relevantie voor de verschillende opleidingen wordt meegenomen. Zij zijn instrumenteel geweest bij het opbouwen van een levendige onderzoekscultuur binnen ACI en doorwerking van het onderzoek in de breedte van opleidingen van ACI en daarbuiten. Via de werkgroepen bedden we het onderzoek dieper in de opleidingen in en brengen we de opleidingen dichter bij het onderzoek. Zo wordt het ook eenvoudiger om onderzoekskansen voor studenten te identificeren, waardoor ze kunnen aansluiten bij lopend onderzoek of op onderzoeksvaardigheden getraind kunnen worden.

CARADT heeft een goede relatie met het Master Institute of Visual Cultures (MIVC) wiens drie afstudeerprofielen afgestemd zijn op de inhoudelijke invullingen van de drie lectoraten. CARADT heeft de ambities van het MIVC over de jaren heen met veel enthousiasme gesteund door bijvoorbeeld de Performative Defiance Lecture Series gezamenlijk te organiseren en de jaarlijkse Dèrive Berlin studiebeurs voor uitstekende masterstudenten opgezet. De herijking van het beleid van Avans rond masteronderwijs zal ertoe leiden dat de inhoudelijke samenwerking tussen CARADT en MIVC alleen maar sterker zal worden; onder andere door de verantwoordelijkheid die CARADT draagt voor inhoudelijke voeding van de nieuwe Master Health by Design binnen het MIVC. Het lopende onderzoek van PhD-onderzoeker Michel Witter heeft substantieel bijgedragen aan de ontwikkeling van deze nieuwe Master en het is de ambitie om die sterke verwevenheid tussen Health by Design en het onderzoek van CARADT de komende jaren verder te ontwikkelen.

CARADT-onderzoek draagt vaker op deze manier bij aan de curriculumontwikkeling binnen ACI. Zo diende Sarah Lugthart’s onderzoek als basis voor de ontwikkeling van een minor Immersive Storytelling binnen het BA-onderwijs en leidde dat van Rob Leijdekkers tot de onderwijsmodule Persoonlijk Activisme, waarin de opleidingen Art & Research van St. Joost en de Konings Theater Academie samenwerken.

Ook in de ACI flexmodule’s zijn modulen gebaseerd, of in ontwikkeling, op basis van kennis en expertise van het onderzoek wat bij CARADT plaatsvindt. Voorbeelden hiervan zijn de onderzoeken Lerend Ecosysteem en Ruimte innemen/ruimte vrijmaken. Deze doorwerking naar de curricula gaat verder dan ACI. Zo werd het onderwijsproject Unthinkable Marketing en het afstudeerlab Planned Obsolescence door CARADT in samenwerking met het CoE BWNO gerealiseerd bij de Academie voor Business & Entrepreneurship.

CARADT onderzoek ‘landt’ binnen de opleidingen. Dit heeft onder andere te maken met dat CARADT van alle onderzoeksprojecten en docentonderzoekers doorwerking naar het onderwijs verwacht. Docentonderzoekers stellen daarvoor hun eigen doelen op in hun (jaarlijkse) onderzoek- en verlengvoorstellen. In sommige onderzoeksvoorstellen staat de impact op het onderwijs zelfs voorop: Zo heeft docent Rob Leijdekkers een onderzoekaanstelling waarin hij als ‘verbeeldend verbinder’ optreedt: Hij onderzoekt wat de status van ‘beeld’ is binnen de verschillende opleidingen en hoe de verschillende perspectieven op ‘beeld’ elkaar wederzijds kunnen uitdagen en verrijken. Het onderzoek Lerend Ecosysteem is een voorbeeld van een onderzoek dat primair gericht is op onderwijs. Als reactie op het samenvoegen van sterk verschillende opleidingen onder ACI werkt binnen dit onderzoek een klein collectief van docentonderzoekers uit drie verschillende ACI-opleidingen samen aan inclusieve, co-creatieve concepten voor de toekomst van het onderwijs. De eerste uitkomst van het onderzoek was een participatieve variant van het Studium Generale, dat CARADT verzorgd, waarvoor de onderzoekers onder andere een ACI-breed studentenraad oprichtte. De studentenraadsleden presenteerden hun onderzoek rond het Studium Generale vervolgens samen met de docentonderzoekers op de conferenties ELIA (2023, Lissabon) en Atgender (2024, Utrecht).

Individuele studenten weten CARADT ook te vinden, bijvoorbeeld als het gaat om steun of

advies bij hun (afstudeer)onderzoek. Dit komt mede door onderzoeksactiviteiten die nadrukkelijk op onderwijs gericht zijn en de betrokkenheid van docenten in de werkgroepen. Naast het laten ‘landen’ van het onderzoek binnen de opleidingen leiden de (onderzoeks)activiteiten die op doorwerking naar het onderwijs gericht zijn tot een brede en diepe inbedding van CARADT zelf in de academies en tot een levendige onderzoekscultuur binnen en rond ACI.

De doorwerking van het onderzoek naar onderwijs gaat zelfs voorbij de eigen Hogeschool. Daarin speelt de samenwerking met het Centre of Art Science Eductation (CASE) een grote rol, waarbinnen onder andere lezingen door CARADT-onderzoekers worden verzorgd aan professionals in het kunstonderwijs. Ook worden er lesbrieven opgesteld voor het middelbaar kunstonderwijs, cursussen verzorgd voor kunstonderwijzers en samen met andere lectoren wordt er uitgewisseld en gepubliceerd over hoe het onderzoek van CARADT van waarde is voor het bredere kunstonderwijs.

Daarnaast hebben de buitengewone bijzondere leermomenten die we voor studenten creëren (zoals Studium Generale en de workshops en lezingen die we organiseren) ook een publieksbereik buiten de academie, worden er regelmatig gastlessen door onderzoekers en lectoren gegeven buiten de eigen academie én wordt er door CARADT een artist-in-residence programma gerealiseerd. Binnen dit programma is het streven om jaarlijks twee kunstenaars binnen CARADT een plek te bieden om het programma van 6-12 maanden te volgen.

De doorwerking van het onderzoek naar onderwijs is dus divers en omvangrijk te noemen maar met de kritische noot dat CARADT daarin vanuit het onderwijs gezien vaak niet zichtbaar genoeg is. Daarbij zouden we een slag kunnen maken in het zichtbaar maken van de impact en doorwerking via onze communicatiekanalen. Daarnaast zouden we beter kunnen aansluiten bij de communicatiekanalen van de academie en opleidingen zodat we ook meer bekendheid krijgen onder de studenten.

2.4

Doorwerking naar het onderzoeksdomein

De samenwerkingen met het onderwijs vormen een belangrijk fundament voor het onderzoek van CARADT, maar we slagen er steeds beter in dat fundament in te zetten voor onderzoek met doorwerking naar het onderzoeksdomein. Naast doorwerking naar de CoE’s en lectoraten van Avans, waar we eerder al bij stilstonden, wordt er voor die doorwerking veelvuldig samengewerkt met andere hogescholen en universiteiten. Zo hebben we duurzame samenwerkingen met onder meer de Hogeschool van Amsterdam, Hanzehogeschool Groningen, Universiteit van Amsterdam, Universiteit Leuven, Universiteit Tilburg, University of Glasgow, University of South Australia en Porto University, waaronder door SIA meerjarig ondersteund onderzoek (o.a. Charging the Commons), het PhD onderzoek van Annemarie Piscaer, Michel Witter en Sarah Lugthart en het PD-onderzoek van Risk Hazekamp en Tara Karpinski. Zulke PD- en PhD-trajecten staan naast meerjarige samenwerking rond een individuele onderzoeker ook voor structurele institutionele uitwisseling, waarin het onderzoek van CARADT doorwerkt naar andere onderzoeksgroepen in het domein en visa versa.

Het onderzoek van CARADT beïnvloedt het onderzoeksdomein natuurlijk ook door de resultaten en inzichten die het voortbrengt. Zo publiceren de lectoren en onderzoekers artikelen in (peer-reviewed) internationale tijdschriften en in velerlei vakliteratuur gericht op de kunst en ontwerppraktijk. De onderzoeksgroep CCI kent zelfs een eigen online journal, Making & Breaking, waarin om de twee jaar een belangrijk thema uit het onderzoeksdomein op een toegankelijke manier centraal gesteld wordt. (De laatste editie van Making & Breaking werd ruim 30.000 keer bekeken.) Ook delen de lectoren de resultaten en inzichten uit het onderzoek binnen de lectorenplatforms waar zij aan deelnemen om de doorwerking naar het onderzoeksdomein te vergroten en verbreden.

Onze onderzoekers en lectoren presenteren daarnaast veelvuldig op conferenties, bij symposia, in tentoonstellingen en op festivals in Nederland en ver daarbuiten. Als het zinvol en mogelijk is dan worden daar ook studenten bij betrokken die een rol speelden in het onderzoek zoals bij recente onderzoekspresentaties op ELIA in Portugal en Sencity in Utrecht .

Bij het identificeren en mogelijk maken van zulke kansen voor doorwerking spelen de internationale netwerken binnen het domein van de lectoren een grote rol. Zo presenteren we jaarlijks beeldende en geschreven onderzoeksuitkomsten op het internationale symposium ISEA (Inter-society for Electronic/Emerging Arts), waarvan lector Van Dartel ook bestuurslid is. Op eenzelfde manier worden hun nevenfuncties bij culturele onderzoeksplatforms ingezet zoals OT301 en V2_Lab. Ook onze onderzoekers bouwen gestaag internationale netwerken op rond hun onderzoeken waarmee deze vorm van doorwerking in de toekomst verder kan worden vergroot.

Door onze publicaties, presentaties, producties en verbondenheid met internationale netwerken worden onze onderzoekers en lectoren met regelmaat uitgenodigd om over hun onderzoek aan nationale en internationale universiteiten te presenteren en volgen er steeds meer kansen voor kennisbenutting. Denk daarbij aan de UNESCO campagne om ‘cultuur’ toe te voegen aan de SDG’s, deelname aan commissies bij de Rijkscultuurfondsen, Raad voor Cultuur of de Vereniging Hogescholen. Maar ook doordat we de coördinatie van de NWA Route Kunst op ons konden nemen en zo actief bij te kunnen dragen aan het vergroten van de kansrijkheid van aanvragen uit ons onderzoeksdomein en aan de vorming van nieuwe subsidieregelingen (waaronder bijvoorbeeld de aanstaande regelingen voor Kunst x Wetenschap x Sameleving (KxWxS) en voor artistiek en ontwerpend onderzoek).

Tenslotte vindt er doorwerking naar aangrenzende onderzoeksdomeinen plaats door de

transdisciplinaire aard van de samenwerkingen en consortia waar CARADT aan deelneemt. Zo kwam uit de samenwerking binnen het internationale onderzoeksconsortium Wellbeing Economy & Critical Imagination de publicatie Culture as an objective for and a means of achieving a Wellbeing Economy voort in het journal Humanities and Social Science Communication, dat bij het prestigieuze Nature platform hoort. Met deze publicatie levert CARADT samen met economen, medische wetenschappers en policy experts een substantiele bijdrage aan het debat over de rol van kunst en cultuur binnen de economische transitie.

Samenvatting

In dit hoofdstuk is de doorwerking van het onderzoek van CARADT nader toegelicht. CARADT is de afgelopen periode in staat gebleken om met haar relevante, ambitieuze en uitdagende onderzoeksprofiel en onderzoeksprogramma een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van zowel de beroepspraktijk en de bredere samenleving, als aan het onderwijs en het onderzoeksdomein.

In dit hoofdstuk noemen we voorbeelden om dit te onderbouwen. Op basis van die bijdragen heeft CARADT de lokale, landelijke, nationale en internationale zichtbaarheid van haar onderzoeksprofiel en onderzoeksprogramma vergroot waardoor doorwerking van het onderzoek van CARADT op steeds bredere schaal aanwezig is.

Een ontwikkelpunt voor de toekomst is het concreter meten van de tevredenheid van stakeholders op deze doorwerking. Daarnaast zullen we onze impact op het onderwijs beter zichtbaar moeten maken en uitdragen via onze eigen communicatiekanalen en aanhaken op bestaande communicatie binnen de ACI en Avans om CARADT zichtbaarder te maken voor het onderwijs.

Hoofdstuk 3

Standaard 3:

Het onderzoek van de onderzoekseenheid voldoet aan de standaarden die in het vakgebied gelden voor het doen van onderzoek. Dit betreft de kwaliteit van het onderzoekproces

De kwaliteit van het onderzoek

3.1 Praktisch relevantie onderzoeksoutput

Binnen CARADT kennen we een diversiteit aan uitkomsten van onderzoeksproducten. Naast de binnen academisch onderzoek gebruikelijke artikelen, boeken en bijdragen aan conferenties komen uit ons onderzoek ook producten voor als prototypes, interfaces en toolkits die het praktijkonderzoek kenmerken. We brengen ook artistieke en ontwerpresultaten voort die typerend zijn voor het onderzoeksdomein van CARADT waaronder kunstwerken, performances, ontwerpen, film, kunstenaars publicaties en artistieke interventies.

Per onderzoeksproject maken we samen met de onderzoeker(s) en de (externe) stakeholders de afweging wat de best passende aanpak en vorm voor het onderzoeksresultaat is, zodat dit aansluit op de context, thematiek en aanpak. Vaak maakt dat proces van afstemming van verwachtingen tussen de onderzoeker en de partners en/of onderzoekscontext onderdeel uit van het onderzoek zelf. Denk daarbij bijvoorbeeld de aan de reeks van Participartory Impact Pathway Analysis workshops in het eerdergenoemde project Collectieve Innovatie voor de Biobased Transitie om in het onderzoek tot een gemeenschappelijk model te komen van collectieve innovatie vóórdat beeldende resultaten worden gepresenteerd op festivals zoals Dutch Design Week (DDW) of What Design Can Do (WDCD). Of neem het inmiddels afgeronde onderzoek Ener-gizer, waarin het beeldend resultaat (een fontein die het gemeenschappelijke energieverbruik representeert) slechts een noodzakelijke stap vormde in een onderzoeksproces gericht op de gemeenschappelijke waarden van een energiegemeenschap.

3.2 Methoden en standaarden

Als algemene standaarden voor praktijkgericht onderzoek hanteert CARADT als uitgangspunt de principes van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (NGWI): eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid.

Avans stelt daarnaast in haar Ambitie 2025 als standaard dat onderzoek bij Avans “een bijdrage aan duurzame innovatie met betrekking tot maatschappelijke uitdagingen levert door het verrichten van praktijkgericht onderzoek in samenwerking met onderwijs, beroepspraktijk, onderzoekspraktijk en samenleving. We zijn een kennisinstelling die door onze samenwerkingspartners wordt herkend en erkend.” (Bron Ambitie 2025).

Deze principes en standaard gelden als uitgangspunt voor het kwaliteitsplan van CARADT en vormen de basis voor het kennisprogramma. CARADT streeft naar hoge normen van onderzoekskwaliteit en integriteit, waarbij we ons richten op de volgende principes:

1. Methodologie

2. Betrouwbaarheid en Validiteit

3. Transparantie en Overdraagbaarheid

4. Peerreview

5. Ethiek en Gedragscode

6. Integratie met Onderwijs en Praktijk

7. Maatschappelijke Reikwijdte

8. Participatieve Ontwikkeling van Kennisprogramma’s

9. Strategische Afstemming

10. Registratie onderzoek

Bij CARADT zetten we ons in om de kwaliteit van het onderzoek en de doorwerking

daarvan te monitoren en te evalueren. Hiervoor hanteren we indicatoren van (deel) resultaten en kwaliteitsstandaarden binnen ons expertisecentrum.

Indicatoren en standaarden in zijn totaliteit zijn onderverdeeld in drie belangrijke categorieën:

1. Kwaliteit van het onderzoek.

2. Doorwerking van het onderzoek.

3. Toekomstbestendigheid van de onderzoekseenheid CARADT.

De inrichting, naleving en borging van deze principes, indicatoren en standaarden staan uitvoerig beschreven in ons kwaliteitsplan (bijlage A).

De stuurgroep heeft een essentiële functie met betrekking tot de borging van onderzoekskwaliteit. Naast het waarnemen van de in hoofdstuk 4 beschreven organisatorische functies, is de stuurgroep de centrale interne eenheid die de inhoud en methodologie van de verschillende onderzoeksprojecten kritisch bespreekt en toetst. De begeleidende lectoren hebben de taak om de onderzoeksvoorstellen samen met de betreffende onderzoekers voor te bereiden. De lectoren lichten de voorstellen vervolgens toe in het stuurgroep overleg. Daarbij worden regelmatig bindende suggesties gedaan om de onderzoekskwaliteit van de voorstellen te verbeteren. Alleen als een onderzoeksvoorstel door de gehele stuurgroep als kwalitatief hoogwaardig gezien wordt, dan mogen de onderzoekers aan de slag.

Ook de lectoraatswerkgroepen spelen een belangrijke rol bij de borging van onderzoekskwaliteit. Zij bieden een intern peer-to-peer klankbord, door zowel de onderzoeksvoorstellen maar ook de resultaten van elk onderzoek uitvoerig onder de loep te nemen. In de afgelopen periode zijn de lectoraatswerkgroepen gegroeid tot ambitieuze onderzoeksgemeenschappen waarin onderzoekers elkaar constructief kritisch ondersteunen.

Het toenemende succes van CARADTonderzoekers en lectoren bij het aanvragen

van onderzoekssubsidie vanuit tweede en derde geldstromen is ook een duidelijke indicatie van onderzoekskwaliteit.

Door regelmatig in vooraanstaande (inter)nationale, peer-reviewde tijdschriften en boeken te publiceren, zijn wij constant bezig om kwaliteit en resultaten van ons onderzoek te staven aan de standaarden van de internationale onderzoeksgemeenschap.

CARADT is onderdeel van een vakgebied dat zelf ook in ontwikkeling is: artistiek en ontwerpend onderzoek worden steeds breder erkend als volwaardige vormen van onderzoek en binnen het vakgebied spelen levendige discussies over definities en kwaliteitsstandaarden. Als leden van lectorenplatformen, adviescommissies, besturen van congressen en de taskforce en graduate commissie van de Professional Doctorate Kunst+Creatief (PD K+C) neemt CARADT actief deel aan deze discussies en draagt het bij aan de emancipatie van het vakgebied.

De standaarden van het praktijkgericht onderzoek zoals bijvoorbeeld de door ClickNL ontwikkelde Key Enabling Methods (KEM) nemen we serieus en zetten we ons tegelijkertijd in voor de verbetering en verdere ontwikkeling van deze standaarden. Deels gebeurt dit in de context van onderzoeksprojecten (Van Award naar Impact, Collectieve Innovatie voor de Biobased Transitie) die we in co-creatie met ClickNL hebben ontworpen. Deels gebeurt dit direct zoals de reeds genoemde bijdrage van CARADT aan de ontwikkeling van de KEM-agenda.

Terugkerend onderwerp in de feedback van commissies bij fondsen en peer-reviews zijn de vaak niet-conventionele onderzoeksmethoden die worden toegepast binnen ons onderzoek. Daarom besteden we in ons onderzoek en onze publicaties en subsidieaanvragen relatief veel aandacht aan de beschrijving van en reflectie op de toegepaste methoden, hoe die zich verhouden tot andere meer gangbare methoden en waarom het noodzakelijk is om daarvan

af te wijken. De opbouw van kennis rond de inzet van gesitueerde artistieke en ontwerpmethoden is een goed voorbeeld van hoe die aandacht zowel het vakgebied als het eigen onderzoek verder helpt. Waar zulke methoden in eerdere subsidieaanvragen en onderzoekspublicaties van CARADT nog moesten worden afgezet tegen gangbare methoden, volstaat nu vaak een referentie naar publicaties van eigen onderzoek met betrekking tot deze methoden of naar de KEM-agenda.

In ons onderzoek gaan we zoveel mogelijk uit van het ‘Open Science’ principe. We sluiten daarbij aan bij de Research Data Management (RDM) en Open Access richtlijnen van de onderzoekfinanciers. Daarnaast implementeren we waar mogelijk de FAIR-principes voor onderzoeksdata. Deze leggen we in de meeste meerjarige onderzoeksprojecten vast in een Data Management Plan. Voor de output van kennisprojecten sluiten we aan bij het beleid kennisproducten publiceren welke vanuit het Leer en Innovatie Centrum (LIC) van Avans is opgesteld.

Ons online-journal Making & Breaking maakt bijvoorbeeld hoogwaardig onderzoek volledig vrij toegankelijk voor een breed publiek en wij publiceren regelmatig in open access journals. Ook doen we onderzoek dat vrij toegankelijk wordt gemaakt voor het onderwijs zoals in de twee keuze modules van CARADT-onderzoeker en docent Ollie Palmer, gegeven via een podcast serie en speciale websites. De podcast serie (Parallel Worlds) bestaat uit bewerkte interview-data die Palmer vergaarde binnen zijn onderzoek naar de opvallend sterke verbinding tussen situated design-praktijken en het onderwijs. De twee modules staan open voor studenten van de opleidingen Situated Design, Ecology Futures en Visual Arts and Post-Contemporary Practice, maar het cursusmateriaal is voor iedereen toegankelijk en te gebruiken.

We zijn ons bewust van het belang en de uitdagingen van Open Science, maar de principes structureel verweven in onze organisatie blijft

een punt van aandacht en zorg voor CARADT om dit zorgvuldig na te leven.

3.3 Kwaliteitszorgsysteem

Met betrekking tot de kwaliteitszorg is het belangrijk de lectoraten van het bureau te onderscheiden:

– Inhoudelijke kwaliteit en ontwikkeling van het onderzoek zelf delen we toe aan de lectoraten (kwaliteit onderzoekindicatoren- impact)

– Kwaliteit van het proces om dit te borgen delen we toe aan het bureau (achterkant: proces op orde).

De inrichting van onze kwaliteitszorg, gebaseerd op een:

– PLAN (Bepalen van de strategie en doelstellingen)

– DO (Implementeer de planfase)

– CHECK (Evalueer de resultaten)

– ACT (Implementeer verbeteringen op basis van de evaluatie in de Check)

De verschillende activiteiten binnen de PDCAcyclus zijn in 2024 volledig uitgewerkt in het kwaliteitsplan van CARADT (bijlage A). Dit plan wordt in het najaar van 2024 ter goedkeuring voorgelegd aan de academieraad van ACI, de academie waar CARADT binnen Avans is ondergebracht.

Voor 2024 was de kwaliteitszorg vastgelegd in meerjarenbeleidsplannen. De basis hiervan werd gevormd door overleggen met de Raad van Advies (RvA), stuurgroepbijeenkomsten en werkoverleggen tussen managers en lectoren. Onderzoekers moesten vooraf verantwoording afleggen aan de stuurgroep via een projectvoorstel en achteraf via een projectrapportage, om de voortgang en kwaliteit van het onderzoek effectief te monitoren. Deze monitoring werd uitgevoerd door zowel de lectoren als de stuurgroep.

Daarnaast legt CARADT intern verantwoording

af over de onderzoekskwaliteit tijdens de MARAP-gesprekken met het College van Bestuur (CvB) van Avans. Deze gesprekken worden voorbereid door de afdeling Beleidsevaluatie en Control (BE&C) van Avans.

Samenvatting

We zien het afstemmen met de stakeholder om tot de juiste vorm van output te komen als een essentieel onderdeel om een hoge kwaliteit van en juiste vorm van output te komen. Binnen CARADT kennen we een grote diversiteit aan onderzoeksproducten. Binnen ons onderzoek hanteren we principes en indicatoren waarop onderzoeksprojecten in werkgroepen, stuurgroep en door College van Bestuur worden geëvalueerd en getoetst. Daarnaast is CARADT stevig verankerd in het Avans-beleid op het gebied van kwaliteitszorg, wat als een solide kader dient voor onze eigen kwaliteitszorg.

Het vakgebied is in ontwikkeling, waar CARADT op vele manieren aan bijdraagt. Op het gebied van Open Science kunnen we ons nog verder ontwikkeling door de FAIRprincipes structureel verweven in onze organisatie en onderzoeksprojecten.

In 2024 heeft CARADT een kwaliteitsplan opgesteld waarin we vastleggen waar we ons aan conformeren. We zijn ons ervan bewust dat dit kwaliteitszorgsysteem nog geen gewoonte is omdat het nog relatief nieuw is. Daarbij is een aandachtspunt het monitoren en borgen van sommige principes binnen het proces van kwaliteitszorg. Hierin is CARADT stappen aan het zetten, dit behoeft de komende jaren aandacht om goed te inbedden binnen de lectoraten en bureau.

Hoofdstuk 4

Standaard 4:

De wijze waarop de eenheid is georganiseerd, de inzet van mensen en middelen en de interne en externe samenwerkingsverbanden, netwerken en relaties, maken de realisatie van het onderzoeksprofiel mogelijk

De

organisatie van de onderzoekseenheid

4.1 Organisatie- en beslisstructuur van CARADT

CARADT bestaat uit vier verschillende onderdelen: het bureau en de drie lectoraten. Ieder lectoraat heeft een lector en een werkgroep. Een lectoraatswerkgroep bestaat uit (docent-) onderzoekers, docenten uit verschillende opleidingen en soms een associate lector of experts uit het veld. Binnen het bureau zijn een manager, managementassistent(en), kwaliteitsmanager, communicatie-expert en projectmanager werkzaam, die voortdurend in contact staan met de lectoraten. CARADT onderhoudt ook direct contact met de diverse diensteenheden van Avans en diverse organisaties en onderzoekseenheden buiten Avans. CARADT is een integraal onderdeel van de academie Avans Creative Innovation (ACI), waarbij de adjunct-directeur van ACI met de portefeuille onderzoek verantwoordelijk is voor de eenheid en aanspreekpunt is voor de manager, terwijl de directeur van ACI formeel verantwoordelijk is voor CARADT. ACI bestaat uit een directie, MARCOM, bedrijfsvoering en de diverse opleidingen. Omdat CARADT integraal onderdeel is en aanschuift bij de diverse afstemgelegenheden binnen ACI, biedt dit een rijke bodem voor samenwerking en kan er gemakkelijk worden samengewerkt in onderwijs- of onderzoeksprogramma’s.

Binnen CARADT zijn de verschillende eenheden met elkaar verbonden door gezamenlijk gebruik te maken van personeel, kennis en faciliteiten. Binnen de stuurgroep vindt eenmaal per zes weken afstemming plaats en worden beslissingen genomen rond communicatie, inclusie en diversiteit, onderwijs, onderzoeksprogramma’s, kwaliteit, welzijn, co-creatie en (internationale) netwerken, personeel

en financiën. Naast de stuurgroep beschikt CARADT ook over een Raad van Advies die de stuurgroep adviseert over de inhoudelijke koers van CARADT en haar lectoraten. Deze raad werd opgericht in 2016 en de profielen van de leden zijn afgestemd op de onderzoeksprogramma’s van de lectoren. De raad komt éénmaal per jaar bijeen. Leden zijn Anne Nigten (CASE), Angelique Spaninks (MU) en Renée Turner (Piet Zwart Instituut). De bijeenkomsten worden voorbereid door de manager en de lectoren, die in de bijeenkomsten vragen en uitdagingen die spelen rond het onderzoek aan de adviesraad voorleggen.

De onderzoekseenheid CARADT functioneert als een geïntegreerd en samenhangend geheel waarin diverse rollen en verantwoordelijkheden elkaar aanvullen en versterken. De manager van CARADT stuurt het strategische beleid en waarborgt de afstemming met de directie en externe stakeholders, terwijl de kwaliteitsmanager toeziet op de naleving van kwaliteitsnormen en het begeleiden van BKO-processen om continue verbetering te stimuleren. De communicatie-expert zorgt voor effectieve interne en externe communicatie, waardoor de eenheid zichtbaarheid en impact kan maximaliseren. Managementassistenten ondersteunen de dagelijkse operationele taken en administratie, wat essentieel is voor de efficiëntie en organisatie van de eenheid. Projectmanagers coördineren specifieke onderzoeksprojecten, waarbij zij de bijdragen van onderzoekers en (associate) lectoren samenbrengen om gemeenschappelijke doelen te realiseren. Lectoren leiden het onderzoeksprogramma en onderzoekers voeren het uit. Deze rollen en verantwoordelijkheden zijn zorgvuldig afgestemd om een robuuste en flexibele onderzoeksomgeving te creëren waarin innovatie,

Bedrijfsvoering

Lectoraat

Lectoraat

Onderzoeker

Werkgroep

Werkgroep

kwaliteit en samenwerking centraal staan, wat uiteindelijk bijdraagt aan het succes en de reputatie van CARADT.

De taken en verantwoordelijkheden als volgt ingericht:

De manager van CARADT

– P&F taken

– Afstemming ACI directie

– Co-creatie

– Portefeuillehouder voor kwaliteitszorg

– Verantwoordelijk voor welzijn

– Strategische planning en visieontwikkeling

– Budgetbeheer en financiële monitoring en planning

– Vertegenwoordiging van CARADT bij CvB en diensten van Avans

Kwaliteitsmanager

– Verantwoordelijk voor kwaliteitszorg binnen CARADT

– Begeleiding van het BKO proces

– Opzetten en onderhouden van kwaliteitsmonitor

– Uitvoeren van interne audits en evaluaties

– Opstellen van kwaliteitsrapportages

Communicatie expert

– Ontwikkelen en uitvoeren van communicatieplannen

– Beheer van interne en externe communicatiekanalen

– Creëren van content voor nieuwsbrieven, website en sociale media

– Onderhouden van relaties met pers en media

– Mede organiseren van evenementen en PR-activiteiten

– Opzetten en beheren van outputregistratiesysteem

Management assistent

– Administratie

– Plannen en coördineren van vergaderingen en afspraken

– Voorbereiden en beheren van documenten en correspondentie

– Diverse HR administratie

– Begeleiden van invoeren van verschillende orders

Projectmanager

– Plannen, coördineren en beheren van onderzoeksprojecten

– Toewijzen van taken en middelen binnen projecten

– Communiceren met stakeholders en partners

– Risicomanagement en probleemoplossing binnen projecten

Lector

– Strategisch inrichten en leidinggeven aan onderzoeksprogramma's en projecten

– Publiceren van onderzoeksresultaten

– Begeleiden van promovendi, onderzoekers en junior onderzoekers

– Samenwerken met externe partners en industrie

– Ontwikkelen en geven van onderwijs in hun vakgebied

– Ontwikkelen en aanvragen van nieuwe projecten

– Leiden van werkgroepbijeenkomsten

Associate lector

– Ondersteunen van lectoren in onderzoeksprogramma's en projecten

– Uitvoeren van deelonderzoeken en experimenten

– Schrijven en publiceren van artikelen en rapporten

– Begeleiden van onderzoekers, studenten en stagiaires

– Ondersteunen bij het ontwikkelen van onderwijsprogramma's

Onderzoeker

– Uitvoeren van onderzoek binnen toegewezen projecten

– Verzamelen en analyseren van data

– Schrijven van rapporten, wetenschappelijke artikelen en boeken

– Presenteren van onderzoeksresultaten op conferenties

– Onderzoeken en produceren van

prototypes, interfaces en toolkits

– Maken en onderzoeken van artistieke en ontwerpresultaten waaronder kunstwerken, performances, ontwerpen, film, kunstenaars publicaties en artistieke interventies

– Samenwerken met andere onderzoekers en projectpartners

– Samenbrengen van onderwijs en studenten op hun onderzoeksprojecten

4.1.1 Personeel

De drie lectoraten van CARADT hebben elk een formatie tussen de 1,5 en 4,7 fte. Daarnaast heeft het bureau in de afgelopen jaren een formatie van max 2,2 fte gehad welke in 2024 is gegroeid naar 4,2 fte.

Daarnaast hebben de drie lectoraten elk een lectoraatswerkgroep. Deze werkgroepen bestaan uit de kenniskringleden, aangevuld met docenten met interesse in onderzoek en in de thema’s die binnen de lectoraten centraal staan. Die werkgroepen komen (minimaal) viermaal per jaar bijeen om lopend onderzoek te bespreken, resultaten te duiden en discussies te voeren over relevante vakliteratuur en ontwikkelingen in het veld. Langs deze weg ontstaat een onderzoeksgemeenschap met verbindingen over de grenzen van academies met diverse opleidingen. Tenslotte vormen de werkgroepen ook gelegenheid om onderzoekstalent te ontwikkelen: veel van de onderzoekers begonnen hun onderzoekscarrière met het opdoen van kennis en vaardigheden als docent-lid in een van de werkgroepen.

Promovendi, PD's

Promovendi en PD's zijn essentiële leden van de lectoraatsgroepen: hun meerjarige onderzoeken zorgen voor onderzoekscapaciteit, inhoudelijke continuïteit en professionele ontwikkeling. In de afgelopen jaren hebben we binnen CARADT dan ook geïnvesteerd in mogelijkheden voor onze onderzoekers om te starten met promotie- en professional doctorate (PD) trajecten. Door hen te begeleiden en te ondersteunen met hoogwaardige

faciliteiten, expertise en netwerkmogelijkheden, stimuleren we hun professionele groei en waarborgen we de ontwikkeling, continuïteit en kwaliteit van ons onderzoek. Bovendien zorgen deze trajecten voor innovatie en academische excellentie door de continue uitwisseling met andere onderwijs- en onderzoekinstellingen binnen het PD Graduate Network en met de opdrachtgevers en partners binnen het PDonderzoek, wat de reputatie en impact van CARADT verder versterkt.

4.1.2 Financiële middelen

De financiële middelen van CARADT zijn in de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Naast een toename in de eerste geldstromen, die via Avans jaarlijks ter beschikking worden gesteld, zijn ook de inkomsten via subsidiegelden (2de geldstroom) significant toegenomen. De bijdragen van de academie zijn in diezelfde periode afgenomen. De groei in 2de geldstroom zien dat het expertisecentrum in staat is succesvol gesubsidieerde projecten op te zetten en daar fondsen voor weet te werven.

4.1.3 Voorzieningen en middelen

Om onze visie, missie, ambities en groeiende onderzoeksprojecten te ondersteunen en in goede banen te leiden, is in 2024 besloten om ons bureau uit te breiden met een kwaliteitsmanager en een projectmanager en is er extra capaciteit toegevoegd aan de functie van managementassistent. Dit stelt ons in staat om naast deelname aan ook onderzoeksprojecten te leiden zoals het landelijke PD-kwaliteitsprogramma binnen het domein Kunst+Creatief waarbij CARADT penvoerder is.

Ook binnen de lectoraten hebben we de afgelopen jaren geïnvesteerd in de capaciteit. Het aantal fte's is gegroeid en er zijn verschillende functies bij gekomen zoals die van associate lector. Daarnaast is er een groeiend aantal promovendi en PD-kandidaten actief binnen de lectoraten, vaak in samenwerkingen, die het mogelijk maken om ook voorzieningen en middelen van andere hogescholen en universiteiten in te zetten voor onze ambities.

Tabel 1 | Formatie (fte)

Tabel 2 | Promovendi en PD-kandidaten

promovendi

Aantal professional docterate kandidaten

Tabel 3 | Financiële middelen

geldstroom

Eigen bijdrage academies

Overige inkomsten niet vallend onder de voorgenoemde categorieën (NPO-gelden)

4.1.4 Samenwerkings- en (inter)nationale netwerken

Het initiëren van samenwerkingen met andere organisaties, domeinen en disciplines om onze missie te realiseren is belangrijk voor CARADT. Zonder onze samenwerkingsverbanden en (inter)nationale netwerken zou de impact en doorwerking van ons onderzoek nooit zo divers en omvangrijk kunnen zijn. Daarnaast dragen de ‘critical peers’ in onze netwerken bij aan de kwaliteit van ons onderzoek. Het is dan ook belangrijk voor CARADT om samenwerkingsverbanden aan te gaan op basis van onze missie en visie en te participeren in (inter)nationale netwerken die onze bijdragen aan de missie kunnen verrijken, bestendigen en versterken. Dat wil zeggen dat wij ons altijd laten leiden door inhoudelijke overwegingen om samenwerking aan te gaan. Door deze houding heeft CARADT in de afgelopen 8 jaar een aanzienlijk regionaal, landelijk en internationaal netwerk en samenwerkingspartners kunnen opbouwen (bijlage D).

Regionaal netwerk

Rond onze regionale samenwerkingen vormt zich gestaag een netwerk van partners die zich inzetten voor de stedelijke ontwikkeling en sociaal-economische versterking van de regio. Zo heeft het lectoraat CCI zich verbonden aan Innovatiekwartier SPARK en het lectoraat SAD aan het Urban Living Lab Breda (ULLB). Het lectoraat CCI organiseert gezamenlijke evenementen met Kunstloc Brabant, de kennis- en uitvoeringsorganisatie van de provincie. Een van deze evenementen was de expert en policy workshop Reset: Art and Culture after the Pandemic in de Tilburgse LocHal in 2022. Daarnaast is CARADT verweven geraakt met de regionale cultuursector, door haar samenwerkingen met o.a. Dutch Design Foundation, Biobased Creations, Club SOLO, Stedelijk Museum Breda, Electron, MU Hybrid Arthouse, De Effenaar, EKWC, TextielLab, Onomatopee en PARK. CARADT is daardoor een belangrijke verbindingspunt geworden tussen regionale initiatieven op het gebied van stedelijke en sociaaleconomische ontwikkeling in de regio en de lokale cultuursector. Hierdoor weten de

Noord-Brabantse gemeenten ons ook steeds beter te vinden als het gaat om regionaal beleid op het gebied van kunst, cultuur en design. Dat leidde onder meer tot deelname van CARADT aan het broedplaatsproject Sterrenbosch van de Gemeente Den Bosch.

Nationaal netwerk

In de vorming van het nationale netwerk van CARADT is deelname aan de lectorenplatformen Kunst≈Onderzoek en OKWT een belangrijke factor geweest. Deze lectorenplatformen leveren continue nieuwe projecten en samenwerkingen op door het hele land, maar zijn zelf ook enorm in ontwikkeling. Zo is het lectorenplatform OKWT opgegaan in het Centre of Expertise CASE, waar CARADT een vaste partner in is. Daarnaast beslaat het nationale netwerk van CARADT een omvangrijk deel van de cultuursector. Met name de culturele platforms waar aan onderzoek wordt gedaan (zoals Waag en V2_Lab) en waar ruimte wordt geboden aan experiment (zoals OT301 en MU) worden via CARADT gekoppeld aan het praktijkgericht onderzoek bij hogescholen. De brug die CARADT maakt tussen praktijkgericht onderzoek bij de hogescholen en in de cultuursector speelt ook een rol bij haar toetreden tot de Nederlandse Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIC), dat uit het Nationale Groeifonds wordt gefinancierd.

Internationaal netwerk

Het internationale netwerk van CARADT is over de afgelopen jaren gestaag gegroeid. De zwaartepunten van het internationale netwerk liggen bij netwerken waarin de lectoren een actieve rol spelen, zoals de eerder genoemde rol van lector Van Dartel in het bestuur van ISEA International of het voorzitterschap van associate lector Alwin de Rooij in de conferentie Creativity and Cognition. Ook worden er onderzoeksprojecten opgetuigd met het doel ons internationale netwerk verder te ontwikkelen. Zo werd Justin O’Conner tijdelijk aangesteld als ‘visiting professor’ om CARADT te verbinden met een netwerk rond de University of South Australia waarin een meer democratisch

en participatief beleid voor de culturele en creatieve sector centraal staat. Hierdoor kon CARADT in 2022 onder meer aansluiten bij een UNESCO conferentie reeks door veel Europese landen waarin de vraag centraal stond of cultuur een 17e SDG moet worden. En konden we de Nederlandse vertaling van O’Connor’s boek Reset: Een Nieuw Begin voor Kunst en Cultuur uitgeven bij Starfish Books. Ook wordt lector Olma met regelmaat uitgenodigd om aan de Universiteiten van Melbourne en Adelaide de resultaten van zijn onderzoeksgroep te presenteren. In 2021 was CARADT een van de oprichters van het internationale onderzoeksconsortium Wellbeing Economy & Critical Imagination dat sindsdien jaarlijks conferenties en workshop op het snijvlak van kunst, cultuur en economisch beleid organiseert.

Een continue bijdrage aan de uitbreiding en vernieuwing van het internationaal netwerk van CARADT levert ons online journal Making & Breaking. Om de twee jaar nodigen wij een groep internationaal gerenommeerde kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers uit om op een actueel thema te reflecteren. Vaak is dit een eerste stap naar gezamenlijk onderzoek. Een ander voorbeeld van internationale samenwerking gericht op de presentatie en publicatie van het onderzoek is de samenwerking met Society For Artistic Research (SAR). CARADT sloot met SAR in 2024 een samenwerkingsovereenkomst af, waarmee we toetraden als ‘portal partner’ van dit internationale netwerk dat zich richt op de publicatie van artistiek onderzoek via haar online platform Research Catalogue en het daaraan verbonden Journal for Artistic Research

De groei in het regionale, nationale en internationale netwerk van CARADT levert niet alleen mooie samenwerkingen op. Het zorgt er ook voor dat CARADT steeds vaker wordt uitgenodigd om samen te werken of toe te treden tot nieuwe platforms en netwerken. Zoals gezegd doen we dat altijd vanuit de missie. De toename in de vraag betekent ook dat CARADT kan kiezen, waar uiteindelijk de kwaliteit van het onderzoek bij gebaat is.

4.2 Organisatorische verbindingen

Aan het doorsnijdende karakter van CARADT ligt een breed scala aan organisatorische verbindingen ten grondslag, zowel binnen als buiten de eigen academie en binnen en buiten de eigen hogeschool.

Verbinding binnen de eigen academie

Binnen ACI bestaat er onder meer sterke organisatorische verbinding met het masteronderwijs. Zo zijn de drie afstudeerprofielen van de master of Arts in Fine Art & Design afgestemd op de thema’s van de drie lectoraten en worden deze profielen in de drie werkgroepen vertegenwoordigd door ten minste een docent-onderzoeker. Via die verbindingen krijgt het onderzoek veelvuldig een plek in de lessen en worden er gastlessen over relevante onderwerpen, methoden en theorie verzorgd door de onderzoekers en lectoren. In de opstartfase van MIVC in 2019/2020 zette CARADT een belangrijk impuls door het theorieonderwijs door lector Olma van lectoraat CCI te laten verzorgen. Daarnaast heeft CARADT een actieve rol in de ontwikkeling van de master Health by Design. Onze onderzoekseenheid zal vanaf 2024-2025 vertegenwoordigd zijn met een lector in de klankbordgroep van deze master en een promovendus als coördinator. Vanuit het lopende onderzoek zullen verschillende bijdragen aan het curriculum en de ontwikkeling daarvan worden verzorgd.

Ook met het bachelor-onderwijs binnen de academie bestaan sterke organisatorische verbindingen; vrijwel iedere bachelor is meerjarig verbonden aan een of meerdere van de lectoraten in de vorm van een docent of docent-onderzoeker die zitting neemt in de werkgroep. Deze werkgroepleden identificeren continu kansen voor het lopende onderzoek in het onderwijs dat zij verzorgen of coördineren en binnen de ontwikkeling van hun curricula. Niet zelden zorgen de kansen die zij voor het onderzoek ontginnen in het onderwijs tot de stap van docent naar (docent-)onderzoeker en/of een bredere

betrokkenheid van de desbetreffende opleiding bij het lectoraatsonderzoek.

Het geheel aan opleidingen die de lectoraten op deze manier binnen de academie bestrijken wordt structureel gemonitord door de lectoren en de stuurgroep van CARADT, om de structurele impact van het onderzoek op het onderwijs binnen ACI te borgen. In de afgelopen jaren is het aandeel van onderwijsmodulen en –programma’s die mede door CARADT-onderzoek zijn ontstaan daardoor sterk toegenomen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: – de onderwijsmodule Persoonlijk Activisme waarbij CARADT-onderzoek de basis legt voor een samenwerking tussen de opleidingen Art & Research en KTA, – het masterprofiel Health by Design, dat deels voorkwam uit een lopend promotieonderzoek met Tilburg University, – de Minor Immersive Storytelling, die in aanpak gebaseerd was op CARADTonderzoekspublicaties.

Deze organisatorische worteling binnen ACI maakt een manier van samenwerking met het onderwijs mogelijk waarin onderzoek binnen, met of over het onderwijs organisch ontstaat. Hierdoor sluit ons onderzoek naadloos aan op het onderwijs in plaats van dat voor onderzoek top-down een plek in het onderwijs wordt bepaald. Een nadeel hiervan is dat het belang van CARADT voor studenten en management vaak minder zichtbaar is. Hier zien we ruimte voor verbetering met name op het gebied van communicatie door werkgroepleden.

Verbinding buiten de eigen academie

Buiten de eigen academie is CARADT organisatorisch verbonden met andere onderzoekscentra van Avans en, zodoende, ook met het onderwijs van andere academies. Zo ligt aan het onderwijsproject Unthinkable Marketing en het afstudeerlab Planned Obsolescence van het lectoraat CCI een duurzame samenwerking ten grondslag met onderzoekscentrum BWNO en de Academie voor Bedrijfskunde en Economie. Hiermee zet CARADT haar kritische

verbeeldingskracht in om onderwijsvernieuwing ook buiten onze onmiddellijke disciplines te stimuleren.

Ook op het gebied van praktijkgericht onderzoek zoekt CARADT die verbinding met Avans-onderzoekseenheden. Zo geven wij sinds 2020 leiding aan een door ClickNL gefinancierd onderzoeksproject (Collectieve Innovatie voor de Biobased Transitie) waarin wij samenwerken met de onderzoekscentra MNext en BWNO van Avans. Bovendien nemen onze lectoren en onderzoekers actief deel aan Springprogramma’s, zijn betrokken bij de opbouw van het nieuwe Avans KI programma en nemen zitting in het lectorenberaad. Momenteel worden er ook verbindingen ontwikkeld met de zogenaamde AVANS HELIo’s (Hybride Externe Leer- en Innovatieomgevingen)zoals het Urban Living Lab Breda en het Innovatiekwartier.

Verbinding buiten de eigen hogeschool Bovengenoemde organisatorische verbindingen onderbouwen hoe CARADT haar rol als ‘doorsnijdend kenniscentrum’ binnen het bestel van Avans oppakt. Die rol stelt onze onderzoekseenheid in staat om binnen Avans een aanjager te zijn van multidisciplinariteit in het onderzoek en onderwijs van Avans. Die belangrijke rol wordt ook steeds vaker buiten de eigen hogeschool opgemerkt, waardoor het aantal samenwerkingen met externe partijen toeneemt en daarbinnen ook steeds meer organisatorische verbindingen worden gevormd om succesvolle samenwerkingen te verduurzamen. Zo was het eerdergenoemde Unthinkable Marketing zo succesvol, dat de onderwijsmodule inmiddels ook voor TU Delft studenten beschikbaar is gemaakt. Maar denk bij de verbindingen buiten de eigen hogeschool ook aan de organisatorische verbanden met de lectorenplatforms OKWT en Kunst≈Onderzoek of het landelijke samenwerkingsverband CASE.

Omvangrijke en duurzame organisatorische verbindingen

Een van de aanbevelingen die voorkwam uit de onderzoek-audit van 2018 was het toestaan

van "meer flexibiliteit in het beleid ten aanzien van bemensing van de kenniskringen" door het bestuur van Avans. In de herijking van het onderzoeksbeleid, in het kader van Avans’ ambitie om een volwaardige kennisinstelling te worden, heeft CARADT de ruimte van het bestuur gekregen om zich sterker te richten op het aantrekken van zowel externe financieringsstromen en de mogelijkheid om ook onderzoekstalent van buiten de eigen academie en hogeschool te werven. Deze verbindingen hebben ertoe geleid dat de organisatorische verbindingen binnen, maar vooral ook buiten de eigen academie en hogeschool konden groeien tot een stevig organisatorisch netwerk waarbij zowel de omvang als de kwaliteit van het onderzoek gebaat is.

Een andere factor die van belang is geweest voor deze ontwikkeling is de aanbeveling van de audit-commissie om aanstellingen voor langer dan 6 jaar mogelijk te maken. Na de vaste aanstelling van lector Sebastian Olma in 2020, werd dit jaar ook lector Michel van Dartel aangesteld voor onbepaalde tijd en werd de omvang van hun aanstellingen uitgebreid (van respectievelijk 0.4 fte) naar 0,8 fte en fulltime uitgebreid. Ondanks dat deze ontwikkeling recent is, geven bovenstaande voorbeelden van de organisatorische verbindingen blijk van het positieve effect hiervan op de ontwikkeling van een duurzaam netwerk rond het onderzoek.

4.3 Evaluatie van samenwerkingsverbanden

Tot nu toe evalueerde we samenwerkingsverbanden aan het einde van een project of contractduur. We willen er naartoe dat vrijwel alle projecten en samenwerkingen worden geëvalueerd samen met de stakeholders. We willen een kwaliteitscultuur creëren waarin we ook ruimte opnemen voor verbeterbeleid en verbetermaatregelen met partners. Hierdoor verbeteren we onze positie van betrouwbare samenwerkingspartner met een lange termijnperspectief.

Samenvatting

De eenheden van CARADT zijn nauw met elkaar verbonden waarbij de diverse rollen zijn beschreven. CARADT heeft een stuurgroep die beslissingen neemt over diverse onderwerpen en een Raad van Advies die jaarlijks bijeenkomt om inhoudelijke koers te bepalen. De lectoraten zijn verbonden door gedeelde kennis, faciliteiten en personeel.

De financiële middelen van CARADT zijn in de afgelopen zes jaar gegroeid met een significante stijging van 2de geldstromen. Hierdoor is het mogelijk geworden om aanstellingen uit te breiden en het aantal fte voor onderzoekers, lectoren en het bureau uit te breiden.

CARADT is actief in diverse regionale, nationale en internationale netwerken. Daarnaast zijn we sterk verbonden met het onderwijs binnen ACI en andere academies, waarbij onderzoek en onderwijs elkaar versterken. Deze samenwerking stimuleert innovatie en onderwijshervorming. Extern werkt CARADT samen met andere onderzoekscentra binnen en buiten Avans om multidisciplinair onderzoek te bevorderen.

Aan de evaluatie van deze samenwerkingen en netwerken zal CARADT nog een slag kunnen slaan. Hierbij kunnen we groeien naar een continue kwaliteitscultuur waarin structureel geëvalueerd en bijgestuurd kan worden.

Lijst van bijlagen

A. Kwaliteitsplan

B. Visitatierapport 2018, visitatiecommissie van den Eijnde

C. Publicatie output

D. Overzicht samenwerkingspartners

Losse bijlage, geen verwijzing in document:

E. Expertisegegevens medewerkers lectoraten

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.