Page 1

HOST - ruimteCAESUUR Ruben Mols Tekst: Roel Neuraij

400 Bad Request: maar straks staan we oog in oog

Door de hallen van het golfslagbad waar ik als kind vaak ging zwemmen, liepen twee soorten buizen. Er waren de waterglijbanen die in soepele bochten door de ruimte draaiden en waaruit het enthousiaste geschreeuw van kinderen opsteeg en er waren de stille, gesloten ventilatiebuizen die dicht langs het plafond kropen. Als klein kind, zag ik dat verschil echter niet. Voor mij was een buis een buis en een buis was een glijbaan. Zo kwam het dat ik meerdere middagen op zoek ben geweest naar de geheime ingang van deze onbereikbare buizen. Ondertussen weet ik wel beter, natuurlijk. Inmiddels vind ik het moeilijk begrijpbaar hoe ik ooit had kunnen denken dat de ventilatiebuizen een glijbaan waren. De aanwijzingen liggen voor de hand: de buizen lopen horizontaal, ondanks de vele open roosters kwam er geen water uit de zijkanten, nooit hoorde je er iemand schreeuwen en geen van de andere kinderen die ik in het bad tegenkwam had het er ooit over. Onze fantasie kan met ons aan de haal gaan wanneer we iets tegenkomen dat we niet goed begrijpen - en geef ons eens ongelijk; de wereld om ons heen is zo rijk aan mogelijkheden dat het niet onredelijk is om te denken dat er achter de meeste dingen ons nog onbekende kennis, ervaringen en keuzes schuilgaan. Maar totdat je alles wat je niet weet uit de dingen los weet te peuteren, moet je het invullen met wat je wel weet, en een klein kind weet waterglijbanen - klimaatbeheersing weet het niet. Aan deze kleine geschiedenis moet ik denken wanneer ik Ruben Mols spreek over het werk dat hij onder de tentoonstellingstitel HOST laat zien in ruimteCAESUUR in Middelburg. “Ik heb toegang tot de dingen, mits ik ze kapot maak.” zegt hij over de ideeën waaruit de vijf werken die te zien zijn zijn voortgekomen. Hij bedoelt dit letterlijk; de tentoonstellingsruimte is gevuld met wat schijnbaar opengebroken elektrische apparaten zijn. En inderdaad, wie een klok wilt begrijpen, moet het ding uit elkaar halen en wie het menselijk lichaam wilt leren begrijpen zal over lijken moeten gaan. Maar begrijpen is uiteindelijk een mentaal proces en ook op dat niveau


resoneert Rubens opmerking, want wie iets op een nieuwe manier leert begrijpen, moet daarvoor oude begrippen los laten. Een kind dat leert over ventilatie, moet inzien dat zijn zoektocht naar een glijbaan op een fantasie beruste. ruimteCAESUUR is een kleine ruimte die zich door de grote raampartijen gul opent naar de straat in het centrum van Middelburg. Het is een oud winkelpand en Ruben Mols speelt in HOST met het idee van de etalage. Als eerste vallen de drie spiegelende, donkere rechthoeken op die in het midden van de ruimte zweven, deze drie werken delen de titel Intro-spec-tec en geven de indruk dat Caesuur een pop-up Applestore faciliteert, een gesloten pop-up Applestore, dat wel. Want alle schermen staan op zwart. Links in de etalage hangt een langgerekte constructie van het plafond op een hoogte waardoor je er, wanneer je eenmaal dichtbij gekomen bent, met gemak van bovenaf in kan kijken. Alle mechanische, pneumatische en elektrische details zijn duidelijk zichtbaar. Het is een machine die twee uitvergroten stukken huid langs elkaar laat bewegen. Het werk heet Expanded Fragility: Circuit of Love. Aan het andere uiteinde van de ruimte - podium rechts - hangt nog een laatste werk. Vergeleken met de andere presentaties is het onopvallend en bescheiden en lijk het werk zijn best te doen om in de achtergrondruis van de ruimte te verdwijnen. Het is Server. INTUS “Ik doorzoek het lichaam van de ander, alsof ik wil zien wat erin zit, alsof de mechanische oorzaak van mijn verlangen in het lichaam zit (ik ben zo’n jongetje dat een wekker uit elkaar haalt om te ontdekken wat tijd is).” - Uit de taal van een verliefde, Roland Barthes Server bestaat uit vier witte frames die zij aan zij aan een witte wand hangen, de wand sluit een voormalige poort af. Op een onbewaakt moment zou je er voorbij kunnen kijken in de veronderstelling dat het werk een verwarmingsunit is, al is de plaatsing daarvoor te opvallend: midden in de afgedekte deuropening, zo’n vijftig centimeter boven de grond. De vier delen zijn aan de zijkant open en geven zicht op een doorkijkje in het binnenste van deze rekken. Daar hangt zwarte hardware waarvan de functie en werking in het ongewisse blijft.


Of de voormalige functie en werking wellicht. Er hangt maar één enkel onderdeel in elk van de vier kasten, waardoor ze doen denken aan oude desktopcomputers die in de loop der jaren gestript zijn voor hun bruikbare reserve-componenten. De titel Server verwijst duidelijk naar de beeldende overeenkomsten tussen het werk en de miljoenen serverkasten die over de hele wereld de infrastructuur van het internet vormen. Maar het werk staat ook toe dat je de titel leest als: dienen door jezelf weg te geven: de machine als een orgaandonor die niet alleen tijdens het leven, maar ook post-mortem altijd tot onze dienst staat. Wellicht is dat wat al te antropomorfisch. Al denk ik dat het niet onredelijk is dat we onze apparaten als steeds menselijker zijn gaan zien. Apple is de trend begonnen om hun producten zodanig te ontwerpen dat je geen gebruiksaanwijzing meer nodig hebt, maar daarentegen intuïtief moet kunnen aanvoelen hoe het werkt, waardoor dat functionele ding daar steeds meer een dit handelen hier is geworden. De derde manier waarop Server naar zijn eigen titel refereert is door de presentatie. Het werkt is open, inzichtelijk en het presenteert zichzelf actief. Hoewel het refereert aan gestripte, afgeschreven machines, refereert het ook aan de explosietekening: een tekening waarin de onderdelen van een model uit elkaar getrokken zijn zodat duidelijk wordt hoe het object in elkaar zit. Server bestaat dus om bekeken en beoordeeld te worden en hier valt plots de fantasie die we onszelf toelieten, namelijk dat we kijken naar een occulte machine die ons door middel van onzichtbare signalen een parallelle wereld laat zien, samen met de werkelijk, namelijk dat we voor een kunstwerk staan dat niks doet en alleen maar bekeken moet worden en waarvan de onderdelen slechts schijn zijn - met een lasersnijder geproduceerde houten platen die later zwart zijn gelakt. De drie interpretaties van de titel: datacenter, orgaandonor, kunstwerk, vallen uiteen in drie respectievelijke vragen. Tot in hoeverre zijn onze computers alleen nog maar gereedschap? Tot in hoeverre zien we ze als levende wezens? En tot in hoeverre zijn ze kunst? Al het werk in HOST oscilleert tussen deze drie polen, zonder ooit unaniem voor één standpunt te kiezen. INTERIOR “Ik kan je niet doorgronden, omdat ik niet weet hoe jij mij doorgrondt.” - Uit de taal van een verliefde, Roland Barthes


In het midden van de ruimte, en het zichtbaarst geëtaleerd naar de straat toe, staan de drie werken die de titel Intro-spec-tec dragen. Drie zwarte rechthoeken hangen midden in de ruimte op ooghoogte van het plafond als drie donkere spiegels waarin we onszelf en onze omgeving gereflecteerd zien. Als toeschouwer verwacht je half dat de beelden tot leven zullen komen, dat de duistere spiegelingen vervangen worden door de bonte kleuren van een reclame- of een demovideo. Al van oudsher staat zwart symbool voor het ontbreken van iets. In fysieke zin is het het ontbreken van licht, maar tijdens een begrafenis is het het ontbreken van de geliefde overledene; in films kan een scène die zich in bijna volledige duisternis afspeelt wijzen op een gebrek aan vrijheid, hoop of geluk. Maar het zwart van een beeldscherm is niet, in de eerste plaats, het ontbreken van iets - al is het dat ook, in eerste plaats is een zwart scherm een potentieel: niet zozeer de afwezigheid van content, maar de mogelijkheid van alles: vermaak, aandacht, kennis, rijkdom, vriendschap, liefde. In de donkere spiegels van onze smartphones, smart-tv’s en laptops zien we onszelf als verlangensmachines weerkaatst. Hiermee introduceert Ruben Mols aan de voorzijde van de werken een tweede beeldtaal van de micro-elektronica die sterk contrasteert met de eerste taal die de taal is van moederborden en transistors, kabels en LEDs. De tweede beeldtaal is de taal van user interfaces, touchscreens en eindeloos scrollbare social media - het is het menselijke gezicht dat designers op elektronica hebben geplakt. Een gezicht dat met zorg ontworpen is om door ons gezien, begrepen en geliefd te worden. Het contrast tussen de zijdes is daardoor des te groter. Wie om het gladde, zwarte oppervlakte heen loopt wordt geconfronteerd met de blootliggende binnenkant van deze apparaten. Anders dan bij Server krijg je niet het gevoel dat deze componenten zich vrijwillig tentoonstellen. De illusies die de beeldschermen oproepen worden hardhandig doorgeprikt doordat de achterzijde open is geschroefd; wat onzichtbaar had moeten blijven hangt open en bloot in het midden van de ruimte. De vergelijking tussen elektronische componenten en organen wordt hier nog sterker benadrukt en de perverse dimensie van de opmerking: “Ik heb toegang tot de dingen, mits ik ze kapot maak.” komt bovendrijven. Wat maakt toegang zo belangrijk dat je bereid bent er dingen voor kapot te maken? Want hoeveel toegang krijgen we werkelijk? We kijken achter het doek en zien dat het beeldscherm dat ons telkens weer weet te verleiden alleen maar uit pixels bestaat, microscopische lampjes, aangestuurd door elektrische signalen en logicapoorten. Maar hoeveel toegang hebben we tot die elektronische wereld?


Is de microchip niet weer een nieuw beeld waarachter de waarheid verborgen zou blijven? Aan de achterzijde van Intro-spec-tec II is ĂŠĂŠn enkel orgaan zichtbaar. Een oranje vierkant waaruit kleine rechthoeken en cirkels zijn weggesneden. De licht-olijfgroene behuizing eromheen vormt een toevallige lijst voor de compositie die daardoor een schilderij wordt. De verwijzingen naar de kunstgeschiedenis zijn legio: het werkje had van een Russische suprematist uit het begin van de vorige eeuw kunnen komen, of een Amerikaanse minimalist; misschien is dit hoe Gordon Matta-Clarks iPad eruit ziet. Verder teruggaand in de geschiedenis grijpt Ruben Mols ook terug op de vroeg-moderne Europese schilders en hun ambitie om de natuur zowel zo natuurgetrouw als esthetisch mogelijk in beeld te vatten, alleen werkt hij niet naar de natuur van mensen, dieren, planten en landschappen, maar de natuur van de micro-elektronica. De twee gezichten van de elektronica: het verleidelijke scherm aan de voorkant en de verwarrende elektra aan de achterkant worden zo als antithesen gepresenteerd, maar ook als twee zijdes van dezelfde munt. Het scherm draait zich naar voren en presenteert zich; het is de kant die gezien mag worden, moet worden. Maar daarmee maakt het zichzelf ook meteen verdacht: wat gaat er achter al die gladde interfaces schuil? En zie, achter het gladde oppervlak gaat een grillige wereld schuil die op geen enkele manier lijkt op wat het scherm ons voorschotelt. Het is er warrig en donker en ondoorzichtig en wat de voorkant ons laat zien is slecht een illusie, een masker. Niet alleen elektronica roepen deze reacties in ons op, we doen het ook bij elkaar. We rennen over elkaar heen om te zeggen dat we maar cellen en hormonen en chemische reacties zijn, dat we niet echt personen zijn, maar slechts samengeklonterde atomen in een leeg en achteloos heelal. Liefde is oxytocine, de ziel is een elektrische storm in onze hersenmassa en een Like op Facebook is een microscopisch schakelaartje dat omgezet wordt. Waarom wantrouwen we de wereld? Waarom denken we dat we de werkelijkheid altijd onder de volgende laag ligt? Als het einde van een regenboog. In 1967 publiceerde de bioloog Adolf Portman Animal Forms and Patterns: A Study of the Appearance of Animals. Een boek waarin hij biologen wilt oproepen om zich niet te verliezen in de kleine details van het leven op aarde, maar om te kijken naar organismes in hun geheel en als geheel.


Zijn argument is dat levensvormen meer zijn dan de som van hun delen, dat met name complexere dieren zich niet laten verklaren als louter de drang om zichzelf voort te planten en de soort in stand te houden. Deze complexere dieren vertonen een duidelijke neiging om aan de wereld te verschijnen, om een buitenkant te hebben die georganiseerder en individueler is dan de binnenzijde. Twee mensen kunnen we makkelijk uit elkaar houden, met enige oefening kunnen we ook twee varkens vrij eenvoudig als twee individuen zien, maar geef ons twee mensenharten en twee varkensharten, en zonder medische training kunnen we je waarschijnlijk niet eens vertellen welk orgaan bij welk wezen hoort. Hannah Arendt gebruikt Portmanns standpunt in The Life of the Mind om te beargumenteren dat we ons teveel bezighouden met de verborgen binnenkant van dingen. De binnenkant, zegt ze, is niet werkelijker. Juist de buitenkant, juist datgene dat zich laat zien is wat invloed uitoefent op de wereld en daardoor datgene wat er werkelijk toe doet. En precies dat is waarom we onze schermen zo wantrouwen, dat is waarom we een waarheid achter het beeld willen opdiepen. Want we voelen dat het scherm invloed op ons heeft, maar we begrijpen niet goed hoe. De ironie is dat wij het scherm makkelijk kunnen begrijpen; wie een website opent, of een app download heeft zelden meer dan vijf minuten nodig om te ontdekken hoe alles werkt en wat elke knop doet en wanneer je eenmaal weet wat elke knop doet, heb je controle. Maar het is maar een al te bekend probleem dat je die controle vervolgens gebruikt om dingen te doen waarvan je niet weet of het wel is wat je wilt: je scrollt een uur lang door Instagram ook al vind je de content niet leuk, je slaapt te weinig omdat je tot drie uur ‘s nachts YouTubevideo’s binget, je bent continu afgeleid omdat je dertig verschillende Tindergesprekken aan het voeren bent met mensen die je toch nooit gaat ontmoeten. Aan de voorkant begrijp jij het ding, maar begrijp je jezelf niet meer. Aan de achterkant begrijp jij niks meer van het ding, al die chips zijn veel te klein en complex, maar jezelf begrijp je wel. Je bent een onderzoeker: je gaat systematisch langs alle onderdelen en ontdekt in logische stappen wat ze doen en daardoor heb jij de controle. Maar dat is slechts schijn, want als we dat spiegelende scherm inwisselen voor de zogenaamde harde werkelijkheid van de chip, krijgen we alleen maar een nieuw oppervlak, een nieuwe buitenkant met zijn eigen esthetica die ons weer opnieuw weet te verleiden. En wanneer we die nieuwe wereld achter de wereld leren begrijpen zullen dezelfde ongemakken weer opkomen en we zullen onszelf weer afvragen: maar wat ligt er hieronder verborgen?


De primaire aandrijver van dit proces is niet onze zoektocht naar begrip, maar onze vlucht van onbegrip en we weten alleen dat de kennis die we hebben ons daar niet van verlost heeft, dus moeten we altijd verder blijven zoeken en dieper blijven graven op zoek naar iets dat het jeuken verlicht. Niet omdat we het begrijpen, maar omdat we het zo slecht begrijpen dat we onszelf nog kunnen voorhouden dat we het wel begrijpen.

INTIMUS

“Een subtiel gebaar in de palm van de hand, een knie die niet opzij gaat, een arm, uitgestrekt over de rug van de bank, alsof er niets aan de hand is, en waar geleidelijk het hoofd van de ander tegenaan komt te liggen; dat is het paradijselijke domein van de subtiele en heimelijke tekens: als een feest, niet van de zinnen, maar van betekenis.” - Uit de taal van een verliefde, Roland Barthes Ook Expanded Fragility: Circuit of Love hangt aan kabels van het plafond, maar niet, zoals Intro-spec-tec, in het verticale vlak, maar in het horizontale. Als een plattegrond uitgespreid op een tafel. De verschillende onderdelen van de machine liggen overzichtelijk uitgestald en kunnen goed bekeken en gevolgd worden. Koelroosters, pneumatische kabels, servo’s en rails creëren de overtuigende illusie dat dit apparaat elk moment stil en efficiënt in beweging kan komen. De centrale as van het werk waaromheen alles opereert, zijn twee stukken sterk uitvergrote huid. De twee huiden zitten dicht op elkaar en de donshaartjes zouden langs elkaar glijden als de machine ingeschakeld zou worden. In Expanded Fragility is er geen behuizing meer die de componenten aan het zicht probeert te onttrekken. Er is geen sprake meer van een binnen- of buitenkant, van een voor- of achterkant. Alles hangt open en bloot in de ruimte, maar zonder schaamte. Waar Server je het gevoel geeft dat je een kijkje achter de schermen mag nemen, en Intro-spec-tec zich niet geheel vrijwillig blootgeeft, is Expanded Fragility naakt met een vanzelfsprekendheid die intiem is. Deze intimiteit versterkt, en wordt versterkt door, de geïmpliceerde summiere aanraking van de latex donshaartjes in het centrum van de sculptuur, die ondanks hun overduidelijke artificialiteit toch ontroeren. Als toeschouwer voel je de fluisterende tastbaarheid van een ander lichaam dat je net niet aanraakt.


Het is een vreemde gewaarwording om zo empathisch met een mechaniek mee te leven. Het werk vervoert je naar een vroege zondagochtend en het wakker worden naast een ander lichaam dat nog slaapt en zacht ademt. En zonder het wakker te willen maken beweeg je je arm naar die andere arm en voel je hoe het dunne dons dat door jouw dons kamt. Dan, terwijl je staat weg te dromen, voelen de mechanismen van Expanded Fragility niet meer koud aan, maar krijgen ze de warmte van een leven. Het werk is synthetisch, maar bovenal is het synthese. De tegenstellingen die in de rest van de expositie worden opgeworpen lossen hier op. Er is geen sprake meer van illusie versus waarheid. De dichotomieën verdampen in het fragiele hier-en-nu van die intieme aanraking in het midden van de machine, die stopt een middel tot iets te zijn en zichzelf opwerpt als een eigen doel-op-zich. Want dit liefdescircuit is geen seksspeeltje. Het verschaft ons geen genot, of plezier en een functie heeft het evenmin. Het opereert alleen om zijn eigen, kleine momenten van intimiteit te creëren en in die zin bewijst het zijn autonomie. Deze computer verwerpt utilitarisme en adopteert een deontologische logica. Over technologie en de relatie van zijn werk tot die technologie zegt Ruben Mols zelf: “Zolang schermen minder complex zijn dan de wereld die ze pretenderen weer te geven, ben ik argwanend.”, maar in Expanded Fragility lijkt hij zelf een antwoord te geven op deze argwaan. Deze argwaan is de argwaan die we in Intro-spec-tec zagen, het wantrouwen dat ons drijft om op zoek te gaan naar antwoorden die onder de oppervlakte verborgen zouden zitten. Maar Expanded Fragility heeft geen oppervlak, zelfs de huid, het oppervlak bij uitstek, houdt niks verborgen en bevindt zich niet aan de buitenkant, maar in het centrum van de compositie, en de echte kern van het werk is de geladen lege ruimte tussen de twee huidoppervlakten. In andere woorden: wie dieper en dieper blijft graven, kan hier alleen maar concluderen dat er geen kern is, maar alleen een gat; geen beginpunt waarvanuit alles verklaard kan worden; geen uiteindelijke oplossing en geen oriëntatiepunt dat voor eens en altijd een eind maakt aan onzekerheid - er is alleen een eindeloze stroom van momenten die alweer voorbij zijn voor we het goed en wel doorhebben, waarin we elkaar en dingen om ons heen amper merkbaar aan weten te raken. En dat maakt van Expanded Fragility: Circuit of Love een machine die liefde produceert.


Ik denk niet dat Ruben Mols of ik iets hiermee iets nieuws zeggen. Ik denk dat er altijd al veel liefde is geweest tussen mens en machine. We hebben de vraag of machines kunnen denken of voelen altijd bij de techneuten neer gelegd en zij zeggen altijd resoluut dat machines dode dingen zijn, maar wie dezelfde vraag stelt over de mens, krijgt van de wetenschappers die zich daar mee bezig houden ook geen overtuigend antwoord. Ja, we weten veel over hormonen, neurotransmitters en hersenactiviteit; we weten sinds kort zelfs dat de bacteriën in onze darmen een grote invloed op onze emoties hebben, maar waar we nog niks van begrijpen is hoe alle levenloze interacties van moleculen samen een geleefde ervaring creëren en dat maakt van die geleefde ervaring een van de laatste bolwerken waarin niet de wetenschap, maar magie nog met de scepter zwaait. In 1998 schreven Andy Clark en David Chalmers het essay The Extended Mind waarin ze het idee uiteenzetten dat sommige mentale functies, zoals geheugen, oriëntatie of logica, worden uitgevoerd met objecten uit de wereld buiten de geest en dat de geest zich daarmee in feite buiten de hersenen en het lichaam begeeft. Het is geen grote sprong om te zeggen dat ook emoties als liefde en haat zich buiten ons eigen denken en voelen kunnen manifesteren. In de film Cast Away speelt Tom Hanks een onfortuinlijke ziel die op een onbewoond eiland terecht komt waar zijn enige gezelschap uit Wilson bestaat: een volleybal waarop hij een handafdruk heeft geschilderd. De film maakt het punt dat de vriendschap die Tom Hanks voelt voor het object werkelijk is. Het punt dat ik hier wil maken is dat de genegenheid die wij kunnen voelen voor levenloze objecten volledig wederzijds is. In HOST hebben we een spectrum van mogelijke houdingen ten opzichte van technologie te zien gekregen. In Server bekijken we het van een objectieve afstand. Het is techniek als werktuig, als iets dat daar is om ons te helpen. Ook als kunstwerk is het het meest formeel. In Intro-spec-tec begint deze techniek al dichterbij te komen, misschien wel iets té dichtbij en we worden argwanend. Zijn wij meester over haar, of is zij meester over ons? In de drie werken zijn duidelijke verwijzingen naar de kunstgeschiedenis zichtbaar, maar deze formele verwijzingen vormen de achtergrond: de zwarte rechthoeken zijn in eerste plaats schermen, pas in de tweede plaats verwijzing naar Malevich, en de elementen aan de achterkant zijn in de eerst plaats printplaten en componenten en pas daarna composities.


In Expanded Fragility is de techniek volledig verweven met de mens en met het leven: we zien de machine als lichaam en het lichaam als machine. De techniek is niet langer meer een collectie van werktuigen die daar zijn, maar iets wat volledig met ons is vergroeid en wat de achtergrond van ons bestaan, denken en voelen vormt. Het omarmt een figuratieve en narratieve beeldtaal. Ruben Mols laat ons zien dat technologie niet ĂŠĂŠn ding is, maar een diffuus domein waar tegenstellingen als leven en dood, logische en emotioneel onafgebroken over elkaar heen struikelen en waar we ons op de tast doorheen proberen te navigeren. Een domein waarvoor nooit een GPS ontwikkelt zal worden.


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.