Page 1

P.4-5 UW UIT-MAGAZINE IS TERUG MET BIJDRAGEN OVER: Wide Vercnocke, Design September en een KlaraFestivalspecial.

29 08 13

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Twintig lentes voor tvbrussel

Kunst na Quinze ELSENE – Het lijkt of er een bom op is gevallen, maar in werkelijkheid werkt men gewoon aan de funderingen en de ondergrondse parkeerplaats van ‘Toison d’Or’. Dat is een appartementencomplex aan de Gulden Vlieslaan. Op de plaats van de bouwput – een stadskanker – prijkte enkele jaren geleden nog het kunstwerk ‘Cityscape’ van CD Arne Quinze.

FOTO: © IVAN PUT

Onderwijs > ‘Straks zesjarigen die nooit in kleuterklas hebben gezeten’

Tekort aan scholen nijpender BRUSSEL – Het plaatsgebrek in de Brusselse scholen wordt steeds nijpender. “Over twee, drie jaar zal er een groep kinderen zijn die naar het eerste leerjaar moet zonder ooit in een kleuterklas te hebben gezeten,” zegt Walentina Cools van het Lokaal Overlegplatform.

M

aandag begint het nieuwe schooljaar en nog steeds zijn sommige ouders wanhopig op zoek naar een plek voor hun kind in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. Na de aanmeldingsperiode van deze lente waren er ruim 1.900 kinderen die niet terecht konden in een van hun voorkeursscholen. “In de tussen-

tijd hebben wij tweehonderd van hen wel kunnen inschrijven omdat er altijd ouders zijn die de hun toegewezen plek niet opnemen,” zegt LOP-voorzitster Cools. Hoeveel plaatsen er op dit moment te kort zijn, valt volgens Cools niet te becijferen. “Het jaarlijks terugkerend probleem is dat wij nu geen zicht op hebben op het aantal kinde-

ren dat intussen een plek bemachtigd heeft in het Franstalig onderwijs of in een school in Vlaanderen.” Maar de signalen die Cools opvangt, zijn hoogst alarmerend. “De Freinetschool die het gemeenschapsonderwijs vorige week opende, liep in een mum van tijd helemaal vol. En wij krijgen hier dagelijks twee, drie telefoontjes van mensen die nog geen plek hebben. De voorgaande jaren kon voor al die kinderen nog wel een oplossing gevonden worden door een stoel extra in een klas te plaatsen of een container neer te zetten.” Maar dit wordt volgens Cools steeds moeilijker. “De scholen

hebben gedaan wat ze konden. De ad-hocoplossingen lijken uitgeput. En er komen in Brussel alleen maar meer kinderen bij.” Wat Cools ook zeer verontrust, is dat er nog zoveel aanvragen waren voor kindjes uit 2010. “Voor de eerste kleuterklas dus. Het betekent dat die kleuters niet naar de onthaalklas zijn geweest. Binnen twee, drie jaar zullen er kinderen zijn die leerplichtig worden en naar het eerste leerjaar moeten, zonder dat ze ooit in de kleuterklas gezeten hebben. Die hebben van bij de meet al minder kansen.” Vorig jaar in september onderzocht

het LOP wat er geworden was van de 600 kinderen die na de aanmeldingsprocedure geen plek hadden gekregen in een eerste kleuterklas. “De helft vonden we terug in een Vlaamse of toch nog in een VlaamsBrusselse school. Waar de anderen zitten weten we niet: thuis of mogelijk in het Franstalig onderwijs. Het probleem is dat met het Franstalig onderwijs alleen gegevens uitgewisseld worden voor de leerplichtige kinderen, niet voor de kleuters. Als we de kleuterparticipatie willen verhogen, moet dat dringend geregeld worden.” Bettina Hubo

N° 1391 VAN 29 AUGUSTUS TOT 5 SEPTEMBER 2013 ¦ WEEK 35: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


BDW 1391 PAGINA 2 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

OPMERKELIJK © RADIO AL MANAR

AHIDAR ‘BESCHAAMD’ PARLEMENTSLID BRUSSEL – Brussels SP.Aparlementslid Fouad Ahidar heeft zich tijdens een demonstratie tegen de militaire staatsgreep in Egypte opmerkelijk uitgelaten over democratie. “Ik ben beschaamd dat ik deel uitmaak van het democratische systeem.” Ahidar (oppositie) was op zondag 18 augustus aanwezig op het Schumanplein om tezamen met de zogenaamde vrije Egyptenaren’ te demonstreren tegen de militaire staatsgreep die president Mohammed Morsi enkele weken geleden afgezet heeft. Sindsdien is het onrustig in Egypte. Wanneer Ahidar werd ondervraagd door de Belgo-Marokkaanse radiozender Almanar waarom hij aanwezig was, deed het socialistische parlementslid enkele sterke uitspraken. Zo zei Ahidar dat “hij beschaamd was om parlementslid te zijn en deel uit te maken van het democratische systeem.” Ahidars woede was naar eigen zeggen ingegeven door het uitblijven van een reactie van Westerse regeringen op de gebeurtenissen in Egypte. Hij hekelde het Westen, dat “de mond vol heeft van democratie, maar wanneer die democratie dan in een ander land van de kaart wordt geveegd, er nog op spuwt ook.”

Uitgelicht > Rechter laat werken aan Vorsterijplateau stilleggen

Peperduur rugbyveld jaagt vleermuizen weg WATERMAAL-BOSVOORDE – De rechter heeft de aanleg van een synthetisch rugbyterrein aan de rand van het Zoniënwoud opgeschort na een klacht van drie milieuverenigingen. Die vrezen onder meer voor het voortbestaan van een vleermuiskolonie.

I 

n november vorig jaar kreeg de gemeente een bouwvergunning voor de aanleg van een synthetisch rugbyveld. Dat moet er komen naast het bestaande veld in gras op het plateau van de Vorsterij, aan de rand van het Zoniënwoud. Rugbyclub de Boitsfort, de grootste rugbyclub van het land, vraagt daar al jaren om. Drie milieuverenigingen, de Ornithologische Commissie van Watermaal-Bosvoorde, de vzw Natuur Brussel en de Vrienden van het Zoniënwoud hebben tegen die vergunning beroep aangetekend bij de Raad van State. Die gaf hen ongelijk over het hoogdringend karakter, maar sprak zich nog niet ten gronde uit. De gemeente, die initiatiefnemer is voor de aanleg van het terrein, was

van plan om deze week de eerste spadesteek te zetten, maar vorige week heeft de rechtbank van eerste aanleg de start van de werf laten opschorten. De rechter vindt dat de Raad van State zich eerste ten gronde moet uitspreken. Volgens de milieuverenigingen zijn er gegronde argumenten tegen de aanleg van een synthetisch veld. “Het Vorsterijplateau maakt deel uit van een Habitatrichtlijngebied (een natuurbeschermingszone dat aan door Europa opgelegde criteria voldoet, SVG/EVC)” zegt ornitholoog Mario Ninanne. “Wij geloven dat een synthetisch veld er geen plaats heeft.” Het huidige hoog opgeschoten gras krioelt nu van de kleine insecten. Onder andere het vrij zeldzame Vliegend Hert kan je er vinden. Daar-

naast zit er vlakbij een vleermuizenkolonie, die zich met insecten voedt. Verder is het gebied interessant door de inheemse planten als orchideeën, tal van trek- en broedvogels, hagedissen, enzovoort. Het synthetisch veld zou die biotoop helemaal tenietdoen. Het gebied staat in het gewestelijk

vraagd als gebied van hoogbiologisch belang. De Brusselse regering heeft hierover nog geen uitspraak gedaan. De plannen voor het synthetisch veld komen er met de expliciete steun van het gemeentebestuur. Die trekt er 1 miljoen euro voor uit, voor zestig procent gesubsidieerd door de

“Het huidige hoog opgeschoten gras krioelt van de kleine insecten, zoals het vrij zeldzame Vliegend Hert. Vlakbij zit er ook een vleermuizenkolonie” bestemmingsplan ingeschreven als recreatief gebied. Op dat vlak hebben de natuurverenigingen geen voet om op te staan: een rugbyveld, of de manège die ernaast ligt, heeft wel degelijk een recreatieve functie. De natuurverenigingen hebben wel de bescherming van het terrein ge-

Franse Gemeenschapscommissie. Schepen van Stedenbouw Tristan Roberti (Ecolo) zegt dat hij al ruim twee jaar bezig is om de bouwvergunning rond te krijgen. Volgens Roberti zijn er voldoende begeleidende maatregelen genomen om het leefmilieu te beschermen, en toch

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

Huisvuil “Als de democratie wil zeggen dat men stemt en dat dat stemmen tot niets leidt, dat men dan stopt met democratie en men het bij het huisvuil zet, niet alleen in de Arabische wereld, maar ook in Europa,” voegde Ahidar daar nog aan toe. Het is niet de eerste keer dat Fouad Ahidar opmerkelijke uitspraken doet over buitenlandse conflicten. Een jaar geleden steunde hij op Facebook openlijk Syriëstrijder Abderahman Bayachi, die hij persoonlijk kende. Ayachi was de zoon van een extremistische geestelijke uit Molenbeek en trok in 2012 naar Syrië om daar in de burgeroorlog te strijden tegen het seculiere regime van Bachar Al-Assad. Ayachi sneuvelde in juni. Bij het incident rond Ayachi hekelde Ahidar de ‘hypocriete’ houding van degenen die tegen de strijd waren. 

Christophe Degreef

Een koppel kust hartstochtelijk in de sfeervolle setting van het Warandepark, waar nog tot en met vrijdag de tiende editie van het alternatieve avondfestival Feeërieën plaatsvindt.

© IVAN PUT


WEEKOVERZICHT

BDW 1391 PAGINA 3 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

© MARIO NINANNE

WOENSDAG 21 AUGUSTUS 2013 VERBOD OP LAWAAITRAM HOUDT STAND. De Raad van State geeft de MIVB ongelijk in haar verzoek om het verbod op het tramtype T2000 teniet te doen. Burgemeester Bernard Clerfayt (FDF) heeft de T2000 verboden op lijn 62, omdat die tram op een bepaald stuk van die lijn te veel lawaai maakt. De MIVB vindt dat ze niet mag verzaken aan haar opdracht als openbare vervoersmaatschappij, maar de Raad van State gaat met die argumentatie niet akkoord. HAREN TERUG NAAR VLAANDEREN? Ontevreden Harenaars hebben een petitie gelanceerd met de vraag om af te scheuren van Brussel-Stad en als onafhankelijke twintigste gemeente te kunnen functioneren. Sommigen willen ook bij Vlaanderen worden gevoegd. Brussel-Stad heeft de deelgemeente in 1921 geannexeerd. De misnoegde inwoners van Haren vinden dat de stad Brussel te weinig rekening houdt met hun grieven.

DONDERDAG 22 AUGUSTUS 2013

PILOTEN BEZORGD OM NIEUWE WINDNORMEN. De Belgische piloten staan kritisch tegenover de nieuwe windnormen die staatssecretaris Melchior Wathelet (CDH) wil invoeren. De normen voor rugwind kaderen in het spreidingsplan rond de luchthaven van Zaventem, maar volgens de piloten zorgen ze voor een onveilig luchtverkeer. GEEN KRIMP IN DE VASTGOEDMARKT. De prijzen voor huizen en appartementen blijven verder stijgen. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie. In vergelijking met vorig jaar kwam er bijna vijf procent bij. Alleen voor villa’s is er een terugval. Elsene is de duurste gemeente, Molenbeek de goedkoopste.

Het Vorsterijplateau: “Een synthetisch rugbyveld bedreigt de biodiversiteit,” aldus de natuurverenigingen.

de rugbymatchen toe te laten op een synthetisch terrein. Een compromis dat zowel de sport- als natuurliefhebber tevreden moet kunnen stellen.

26ste provinciale Hij zegt ook dat de gemeente er al voor gezorgd heeft dat de hondenclub gesloten werd. Daardoor kan de manège een tiental meter opschuiven en komt er plaats vrij voor het tweede rugbyveld. Bij de natuurverenigingen zijn ze hierover niet onder de indruk. Ni-

nanne: “In 2008 is een milieuvergunning afgeleverd die vijftien jaar geldig is. Die laat het gebruik van het veld slechts toe à rato van 300 uur per jaar. Welnu, er wordt meer dan dubbel zoveel rugby gespeeld! Ik heb hiertegen klacht ingediend bij de politie van Brussel-Elsene, want bij de politiezone waar WatermaalBosvoorde bijhoort, krijg ik doorgaans geen gehoor.” Opmerkelijk: Ninanne is zelf politieman in de zone Brussel-Elsene. Ninanne begrijpt niet dat een tweede veld nodig is. “Waarom krijgt

de grootste rugbyclub van het land geen plaats in het gemeentelijke stadion van de Drie Linden?”, vraagt Ninanne zich af. Volgens het gemeentebestuur is dat stadion overbevraagd. Zowel “een grote voetbalen een grote atletiekclub” maken er gebruik van. “Grote voetbalclub? Die speelt bij wijze van spreken in de 26ste provinciale afdeling,” repliceert Ninanne.

Steven Van Garsse en Eric Vancoppenolle

VRIJDAG 23 AUGUSTUS 2013 PROTEST TEGEN RUGBYVELD. De rechter van eerste aanleg laat de werken schorsen voor de aanleg van een synthetisch rugbyveld in een natuurgebied aan de Vorsterielaan in Watermaal-Bosvoorde. Drie natuurverenigingen verzetten zich tegen de plannen. Gemeente en Cocof verdedigen het project. CANDELAERSHUYS VERHUIST. Het gemeenschapscentrum Candelaershuys in Ukkel verhuist volgend jaar van de Brugmannlaan naar een nieuwbouw aan de Egide Van Ophemstraat. De Vlaamse Gemeenschapscommissie was al langer op zoek naar een nieuw onderkomen omdat het organiseren van concerten in het huidig gemeenschapscentrum steeds moeilijker werd. MEDIATHEQUE WORDT POINT CULTURE. De mediatheek van de Franse Gemeenschap verhuist van de Kruidtuinlaan naar de Bisschofsheimlaan en verandert haar naam in Point Culture.

“ “

ZATERDAG 24 AUGUSTUS 2013

Al in 2007 of 2008 heeft Philippe Moureaux me gezegd: ‘Prent dat maar in je hoofd, je wordt minister-president.’” Voor huidig minister-president Rudi Vervoort (PS) was zijn aanstelling in mei van dit jaar helemaal geen verrassing (in Le Soir).

ZONDER AUTOGORDEL. Bij een grote actie betrapt de politie 685 automobilisten en passagiers erop geen gordel te dragen. Aan de vooraf aangekondigde actie namen vijf van de zes politiezones deel. PICQUE SCEPTISCH OVER VOETBALSTADION. Ex-ministerpresident Charles Picqué (PS) vindt de bouw van een nieuw voetbalstadion te duur. Hij vreest een negatieve schuldenspiraal en vindt dat Brussel dringender noden heeft. Eerder had de Brusselse regering na een conclaaf beslist dat het nieuwe stadion op parking C moest komen. Die beslissing kwam naderhand weer op losse schroeven te staan.

MAANDAG 26 AUGUSTUS 2013

Hello, bonjour, goedemorgen, guten Tag.” Denise Bauer, de nieuwe Amerikaanse ambassadrice, begon meteen na haar aankomst in ons land aan een charmeoffensief naar de Belgen. Netjes in vier talen (in Het Laatste Nieuws).

NIEUW GEMEENTERAADSLID VOOR GROEN. Veerle Vandenabeele (Groen) wordt gemeenteraadslid in Sint-Joost-ten-Node. Ze vervangt Redouane Kfaiti (Ecolo) die ontslag neemt. Vandenabeele is juriste en werkt voor een ngo. GAS-BOETE VOOR ‘ONKRUID’. Een inwoner van Schaarbeek krijgt een GAS-boete van 250 euro wegens ‘onkruid aan het trottoir voor haar huis’. In werkelijkheid gaat het om een heester die ze er tien jaar geleden heeft geplant.

DINSDAG 27 AUGUSTUS 2013

HET WOORD

Pocket park

De Vlaamse Gemeenschap slaagt er maar niet in om een gebouw neer te poten op de hoek van de Wolvengracht en de Leopoldstraat, in het hart van historisch Brussel. Het stukje terrein, naast het Vlaams-Nederlands huis, is goed op weg om een heuse stadskanker te worden. Vlaams minister van Brussel Pascal Smet (SP.A) en minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) hebben nu een oplossing klaar, in afwachting van een nieuw project. De Vlaamse Gemeenschap zal er een parkje aan-

leggen, een pocket park, omdat het zo klein is en in de schaduw ligt van hoge gebouwen. De stad Brussel zal het onderhoud verzorgen. De beschermde vijgenboom die er ooit stond, kan jammer genoeg niet dienen om het park wat grandeur te geven. De boom sneuvelde nadat hij werd verhuisd om plaats te maken voor de nooit gerealiseerde uitbreiding van het Vlaams-Nederlands huis. SVG 

Personeel MOLENBEEKS callcenter protesteert. Bij het callcenter Teleperformance dreigen 60 jobs te verdwijnen door collectief ontslag. Het Molenbeekse bedrijf heeft energieleverancier ENI als grootste klant. Volgens de vakbond BBTK speelt ENI een rol in het collectief ontslag. Teleperformance zou immers verhuizen naar Maastricht, en ENI zou mee verhuizen. Uit protest vatten de gedupeerde werknemers post aan de kantoren van ENI in Vilvoorde.  Samengesteld door Steven Van Garsse en Kim Verthé

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1391 PAGINA 4 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Hoofdredacteur Robert Esselinckx (uiterst links) in de nieuwe studio van tvbrussel, waar vanaf 2 september de opnames van ‘Brussel Vandaag’ plaatsvinden, met spectaculair zicht op de Brusselse kanaalzone.

20 jaar tvbrussel > Hoofdredacteur Robert Esselinckx kijkt naar de toekomst

‘Televisie van 7 tot 77 jaar’

per dag meer in, we hopen daarmee meer eigen verhalen te kunnen brengen. Verhalen over de stad, dingen die ons opvallen. We moeten altijd alert blijven, alleen zo kunnen we onze zender een eigen identiteit geven. Zal dat lukken? We kunnen maar proberen.” Enkele voorbeelden die de hoofdredacteur nog wil geven van nieuwe programma’s? “Er komt een bijdrage van Claude Bondeel over kunst, toch geen gemakkelijk televisieonderwerp.”

Breed publiek

ELSENE – Tvbrussel bestaat twintig jaar, en om dat te vieren pakt de regionale Vlaams-Brusselse zender uit met een nieuwe studio, een vernieuwde programmatie en een andere aanpak. “We gaan op zoek naar achtergrond,” zegt hoofdredacteur Robert Esselinckx.

E 

r wordt volop getimmerd, geverfd en geschuurd aan de nieuwe studio van tvbrussel. Nochtans moet die studio op maandag 2 september klaar zijn, want dan zendt de tv-zender er voor het eerst uit. Robert Esselinckx, hoofdredacteur van de VlaamsBrusselse regionale zender, legt uit: “De nieuwe studio staat voor de nieuwe huisstijl van tvbrussel. Waar de klemtoon vroeger lag op kort en snel nieuws, verschuiven we die nu naar langere reportages en diepgang. Zo komt er meer ruimte voor bijvoorbeeld buitenlandreportages en echte eigen berichtgeving uit de stad. De kleine nieuwsjes zijn niet meer de kern waarrond onze zender zal draaien.” “Van maandag tot vrijdag is er om 18 uur nog steeds Brussel Vandaag. Het gastgesprek van

Guy Polspoel op vrijdag zal echter geen 25 maar 12 minuten duren,” gaat Esselinckx verder. “Polspoel wordt ook om de week afgewisseld door Liesbeth Bernolet. Op zondag wordt de kijker een selectie van de beste reportages van alle Vlaamse regionale zenders voorgeschoteld onder de noemer tour de flandre.” Voor Esselinckx is ‘doen’ het nieuwe ordewoord: de ruimte creëren om te experimenteren. “Vanaf september zetten we één reporter

“We moeten het natuurlijk allemaal kunnen volhouden,” weet Esselinckx ook. “Maar ik verwacht veel van onze nieuwe huisstijl. We hebben al in grote mate geanticipeerd op

“De band met Vlaanderen moet duidelijk zijn”

© SASKIA VANDERSTICHELE

de komende veranderingen bij de VlaamsBrusselse media. Die fuseren tot één vzw, natuurlijk ieder met behoud van de eigen naam. Voor ons wil dat concreet zeggen dat het snelle nieuws steeds meer door FM Brussel en brusselnieuws.be zal verzorgd worden. Daarom ook dat wij langere reportages willen brengen.” De hoofdredacteur beschouwt zijn zender als ‘van 7 tot 77 jaar’. Esselinckx: “Dat wil zeggen dat wij televisie brengen voor een breed publiek. We kunnen het ons niet permitteren om op een bepaalde doelgroep te focussen, zoals op bijvoorbeeld alleen maar jongeren of alleen maar ouderen. Ook dat zal doorschemeren in onze berichtgeving.” Bovendien vindt de televisiechef dat de band met Vlaanderen duidelijk moet zijn. “Wij zijn een televisiezender voor iedereen, maar natuurlijk in de eerste plaats voor de Nederlandskundige Brusselaar. Niets zal dat veranderen. Maar er zijn wel enkele projecten op til, onder meer in de Vlaamse Rand. Meer kan ik daar momenteel nog niet over zeggen, maar er zit iets aan te komen,” zegt Esselinckx met de glimlach. Of de televisiemaker in hem dan nog iets kwijt wil over het veranderende medialandschap? “Ik ben in 1997 bij tvbrussel begonnen, en uiteraard is alles anders nu. Sociale media en internet zijn erg belangrijk geworden. Als je daar verstandig mee omgaat, dan geloof ik echter dat je de kwaliteit van de berichtgeving kan bewaren. Als het verhaal maar overeind blijft, dat is het belangrijkste.”  Christophe Degreef

Maandag 02/09, 18u: eerste uitzending Brussel Vandaag met nieuw format, nieuwe studio, ... Zaterdag 07/09, 21u: groot dansfeest in de AB met onder meer dj-set Stijn & Raphaël, Freddy Merckx en On-Point Soundsystem. Info en gratis tickets op tvbrussel.be/20jaar Zondag 08/09, 14u: boottocht met Brusselse verhalen van Hilde Sabbe, Danny Verbiest en Julien Vrebos. Taart en koffie zijn voorzien. Reserveren op 02-702.87.30


BDW 1391 PAGINA 5 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Van in het begin erbij, maar halftijds in dienst, was Tine Deboosere, die nu voor de VRT werkt. Zij presenteerde enkele magazines, en werd daardoor toch ook een gezicht van het prille tvbrussel. Deboosere: “Ik herinner me de eerste uitzending nog van ons pand aan het Karabiniersplein, een kelder en een eerste verdieping. De maand daarvoor hadden we allemaal een spoedopleiding gekregen. De montagecel was een container in de tuin. Eigenlijk was onze ‘studio’ te krap, wat soms tot hilarische toestanden leidde toen de cameraman - een Griek - van standpunt moest wisselen.” Er was daardoor wel ruimte voor improvisatie, weet Deboosere. “Ik kan me een paar situaties voor de geest halen waarin me werd opgedragen: ‘Deboosere, lul het vol want het nieuws is nog niet klaar.’ En ik krijg nog steeds de slappe lach als ik terugdenk aan die keer toen Terry Verbiest ongeschminkt, ongeschoren en met een stevige kater net op tijd de studio binnenschreed, twee seconden voor het nieuws begon. Je moet weten: ongeschminkt zie je er als een lijk uit op tv. Verbiest zag er toen eerder als een gangster uit. Ach, toen kon nog veel.”

DE PIONIERS AAN HET WOORD

‘Veel vrijheid, ondanks politieke druk’ BRUSSEL – In Wallonië bestond in de jaren 1980 al de zogenaamde gemeenschapstelevisie. Rika De Backer, toenmalig Vlaams minister van Cultuur, vond dat Vlaanderen daar nog niet rijp voor was. Maar met de komst van de commerciële omroep, in 1989, werd het televisielandschap opengebroken. In 1993 zag tvbrussel het levenslicht. Enkele pioniers blikken terug op de beginjaren van de televisiezender. Een headhunterbureau verkoos Terry Verbiest tot eerste hoofdredacteur-directeur van tvbrussel. “In het begin was er letterlijk niets: geen lokalen, geen programma’s, geen mensen, geen ideeën. We zijn van nul moeten beginnen, en dat had heel wat voordelen: we mochten zelf een locatie zoeken, mensen in dienst nemen, programma’s uitwerken. Daar kregen we zo’n drie maanden de tijd voor. Veel te weinig, natuurlijk, maar we hebben ons goed beholpen. We namen onze intrek in een herenhuis aan het Schaarbeekse Karabiniersplein, dat helemaal niet voorzien was op het maken van televisie. Gelukkig konden we beroep doen op de mensen van Videohouse.” “We hadden veel vrijheid, maar tegelijkertijd heeft de politiek zich altijd proberen te mengen: alle partijen waren bang van elkaar. Volgens de ene partij stelde ik een CVP-redactie samen, volgens de andere een SP-redactie. Gelukkig kon ik beroep doen op een sterk dagelijks bestuur: Sven Gatz, Freddy Neyts en Xavier Liënart.” “Het was vaak vermoeiend en prettig tegelijkertijd. Een van de eerste dingen die ik deed, was praten met de VRT, om ervoor te zorgen dat ons weekoverzicht bij hen werd uitgezonden in het weekend. Toen ik dat daarna trots vertelde op de raad van bestuur, vroeg iemand me: ‘En wat betaalt de VRT daarvoor?’ Die persoon heb ik goed op zijn plaats gezet.” “Voor het praatprogramma op donderdag konden we vaak grote namen strikken: Ramses Shaffy, Hugo Claus, etc. Het aanknopingspunt met Brussel was misschien niet altijd even duidelijk, maar we kregen ze toch naar de studio (lacht). En als het programma wat uitliep, dan werd het journaal gewoon een beetje ingekort.” “Omdat er een gat in het budget was, startten we op een dag met een filmmagazine. Dat presenteerde ik als filmliefhebber graag zelf. Op een keer boorde ik een Franse film de grond in door te stellen dat de Franse cinema niets goeds meer had afgeleverd sinds de gebroeders Lumière ermee gestopt waren. Daar kwam uiteraard veel kritiek op. De week daarop heb ik daarom alle Franse films overdreven hard de hemel in geprezen. ‘Zelfs de paarden acteerden fantastisch!’” Ook Mieke Candaele, nu directeur communicatie bij Fedasil, was erbij van in het prille begin. “Ik hield me bezig met de coördinatie van de magazines. Naast het nieuws hadden we namelijk heel wat programma’s zoals reportagemagazine Breed Brussels, praatprogramma Brusselse Bravoure en jeugdmagazine Con Brio. Na een tijdje maakte ik ook nieuwsreportages als journaliste en presenteerde ik het nieuws.” “We hebben tvbrussel echt vanuit het niets opgestart. Uitgezonderd Terry Verbiest en eindredacteur Jan Monballiu had niemand

ervaring met televisie maken. We kregen één maand lang een spoedcursus. Bij de VRT leerden we hoe we teksten en intro’s moesten schrijven voor televisie. We hebben ook enkele proefreportages gedraaid met Videohouse. Van Terry en Jan leerden we hoe we een reportage moesten maken en hoe we konden monteren. Daarnaast kregen we dictieles.” “We voelden ons echte pioniers: we waren allemaal dertigers, jong en ongebonden. Tvbrussel was ons leven. Doordat de zender pas werd opgestart, hadden we ook het gevoel dat we onontgonnen terrein veroverden. We waren de eersten die Brussel in beeld brachten tot bij de Nederlandstalige Brusselaars. We bezochten alle gemeenschapscentra en brachten ook het Brussels parlement prominent in beeld. Er kwam natuurlijk ook veel stress bij kijken, daardoor was er een sterk gevoel van samenhorigheid. We hebben veel gelachen, wanneer we weer eens moesten improviseren, of wanneer er plots een camera naar boven floepte in de studio.” “Een reportage uit die periode die me erg heeft aangegrepen, is die van de vondst van het lichaam van Loubna Benaïssa. We bezochten toen een kleuterschool vlakbij de plaats waar het lichaam werd teruggevonden, de kinderen hadden speciaal voor haar tekeningen gemaakt. Dat was erg aangrijpend.” “Maar er zijn gelukkig ook veel positieve herinneringen. Zo maakte ik eens een reportage over het Kerkhof aan de Dieweg in Ukkel, waarbij ik een kunsthistorica interviewde die daar een publicatie over had gemaakt. Het had die dag erg hard gesneeuwd, en het kerkhof lag er erg mooi bij: vredig wit, met een staalblauwe hemel.” Journalist en documentairemaker Raf Custers stortte zich op het reporterwerk. Hij herinnert zich levendig het enthousiasme waarmee toen televisie werd gemaakt. “Wat we allemaal geweldig vonden, was de ontzettende vrijheid die we kregen in de beginperiode. Daarmee bedoel ik ook creatieve vrijheid. De zotste ideeën waren mogelijk. Zo kreeg tijdens een van onze eerste uitzendweken Nelson Mandela een eredoctoraat van de VUB. Ik wilde hem koste wat het kost interviewen bij zijn bezoek aan Brussel. Maar hij werd zodanig afgeschermd door de staatsveiligheid, dat dat praktisch ondoenbaar was. Toch ben ik door de veiligheidsentourage kunnen glippen. Ik was zo verbouwereerd dat ik mijn vraag niet meer goed gesteld kreeg. Maar Nelson Mandela zei: ‘Herhaalt u gewoon maar even uw vraag.’ En zo had ik een quote van Nelson Mandela voor het journaal.” “Tvbrussel was een geval apart. Het was van in het begin een heel politieke aangelegenheid, want het initiatief ging uit van de Vlaamse ministers in Brusselse politieke context. Als ploeg moesten wij dus ook wel wat verantwoording afleggen aan het politieke niveau. Dat was soms zoeken in het begin. Maar we hadden een heel goede directeur en hoofdredacteur, Terry Verbiest. Verbiest stond heel stevig in zijn schoenen en vormde een buffer tegen al te veel politieke inmenging. En Terry bracht natuurlijk ook zijn ervaring mee van bij de openbare omroep.” “Onze verkiezingsuitzendingen waren telkens echte stunts. We hadden een krak in politieke verslaggeving, Peter Van Rompaey, in

Yannick Siebens, huidig woordvoerder van het museum voor Natuurwetenschappen, meent dat de prille jaren bij tvbrussel haar gevormd hebben. “We kregen ruimte om ons ding te doen, maar ook een degelijke opleiding in de journalistiek. Er kon veel, maar er was ook genoeg discipline.” Voor Siebens is het een periode waar met nostalgie naar teruggekeken kan worden. Ook zij heeft een anekdote: op een bepaald ogenblik werd er een item getoond van de ontmijningsdienst DOVO die een gevonden granaat tot ontploffing bracht. De ploeg was echter vergeten om het geluid op te nemen. Dus hebben we dat geënsceneerd door een plastic zak op te blazen en stuk te prikken. Geen haan die er naar kraaide.”

Van boven naar onder: Mieke Candaele, Peter Lombaert, Peter Van Rompaey, Terry Verbiest, Tine Deboosere en Mieke Candaele, Yannick Siebens en Raf Custers.

huis. Hij was de politieke analist van de redactie. Tijdens de verkiezingsuitzendingen liepen we op de tippen van onze tenen.”

Peter Van Rompaey, hoofd corporate communication en evenementen aan de VUB, herinnert zich nog levendig de dag van de eerste uitzending: “Het was woensdag 15 september, we hadden een vertraging van drie dagen opgelopen. Tijdens de zes weken vooraf hadden we van hoofdredacteur Terry Verbiest en eindredacteur Jan Monballiu een stoomcursus tv-maken gekregen – een uitstekende opleiding overigens. Het was een spannende tijd: Terry Verbiest hing iedere dag een cijfer voor het raam om af te tellen naar de grote dag.” Peter Van Rompaey kwam van Het Laatste Nieuws: “Televisie is een heel ander medium, sommige onderwerpen zijn geschikt voor print, andere voor tv. Televisie is ook een andere manier om met tekst om te gaan. Het is een zeer levendig medium, je praat niet over mensen, je laat mensen aan het woord.” “Ik herinner me nog levendig een speech van de legendarische Brusselse burgemeester Michel Demaret in een Brussels ziekenhuis. De man kende geen standaardfrans en zijn Nederlands was helemaal ondermaats. De tekstschrijver had in de Nederlandse alinea’s heel veel lange woorden als eerstelijnszorg gesmokkeld, dat was een onmogelijke opgave voor de man. Zo rood heb ik zijn gezicht nadien nooit meer zien aanlopen.” “Bij tvbrussel heb ik ook geleerd dat je goede tv op straat maakt, niet in de studio. Dat was onze kracht, daarmee lokten we ook Franstalige kijkers. Het was ook allemaal heel spannend omdat we geen archief hadden. Tvreportages worden vaak met archiefbeelden gemaakt, maar wij hadden niets, we moesten alles zelf filmen. Dat was heel arbeidsintensief, maar we keken niet op een paar uur, er was een enorme dynamiek. Na het werk trokken we naar het café of gingen we iets drinken bij Terry Verbiest thuis. Het waren grote dagen.” Christophe Degreef, Kim Verthé, Danny Vileyn en Ken Lambeets


BDW 1391 PAGINA 6 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Economie > Directeur Atrium ijvert voor andere manier van handeldrijven in de stad

‘Klant is veranderd en de handelaar ziet het niet’ BRUSSEL – Arnaud Texier, de nieuwe directeur van het Brussels agentschap voor handel Atrium, is niet bang voor shoppingcentra als Just Under The Sky en Neo. “De handelaren in de stad hoeven niets te vrezen, op voorwaarde dat ze tonen dat ze een andere stiel uitoefenen.”

D 

e Fransman Arnaud Texier woont sinds acht jaar in ons land. Zijn eerst Brusselse job was in een visgroothandel. Dat ging zo. “Om mijn studies te betalen heb ik, eerst in Poitiers en later in Parijs, in viswinkels gewerkt. Niemand wil daar werken, terwijl ik het heel graag doe.” Toen hij in 2005 een bezoekje bracht aan Franse vrienden in Brussel kreeg hij hier onverwachts een job aangeboden: in een visgroothandel. Hij begon eraan en settelde zich in Brussel. Na twee jaar stapte hij over naar Atrium, de organisatie die de Brusselse handel moet aanzwengelen. Als jonge vader had hij behoefte aan iets meer regelmaat. Texier werd manager in Sint-Gillis en later aan de Naamsepoort. In 2010 maakte hij een uitstapje naar een klein communicatiebedrijf, maar toen hij vorig jaar vernam dat de directeur van Atrium vertrok, solliciteerde hij meteen. “Mijn hart lag nog altijd daar.” Sinds april leidt hij de hondertwintigkoppige organisatie vanuit het hoofdkwartier aan de Adolphe Maxlaan. Texier ziet het als zijn grote missie om de sociologie van de handelaars te veranderen. “Ik wil hen ervan overtuigen dat de verwachtingen van de klanten veranderd zijn, dat het winkelaanbod niet meer beantwoordt aan de wensen van de consument.” Hij legt uit: “Als het om sleurshopping gaat, kan de consument nergens beter terecht dan in de grote winkelcentra aan de Rand, waar volop parkeergelegenheid is. Maar als de klant op zoek is naar iets speciaals, als hij advies wil of wil funshoppen, dan trekt hij liever naar het centrum. Hij verwacht daar dan wel iets anders.” Bedoelt u dat er in de stad onvoldoende kwaliteitswinkels zijn? Texier: “Het heeft niet alleen met

de kwaliteit van het product te maken, maar ook met de service, het advies, de inrichting. Er moeten geen duizenden artikelen in de winkel staan, wel enkele mooie producten, die een merk illustreren, een bepaald sfeer oproepen. De handelaar moet opnieuw, net als vroeger, een relatie opbouwen met zijn klan-

“De Nieuwstraat is te kort, de goulet Louise ook” ten. Niet alleen via klantenkaarten, maar ook door voor de bezoekers een universum te creëren. Er moeten meer winkels zijn waar mensen van ver naartoe komen. Zoals ze nu al helemaal van Berchem naar SintGillis gaan om een pintje te drinken in de Union of Brasserie Verschueren.” Je zou denken dat handelaars dat wel aanvoelen. De klant is toch koning. Texier: “Zo werkt het niet. Handelaars werken hard, zijn altijd druk en staan er niet bij stil dat hun aanbod niet meer in overeenstemming is met wat de klant wil. Ze hebben ook een zekere trots en laten zich niet makkelijk de les spellen. Een groot probleem is ook de opleiding. Je hoort in Brussel zo vaak zeggen: handel is belangrijk omdat het werk geeft aan laaggeschoolden. Neen, zeg ik, je moet opgeleid zijn, ook als handelaar. Waarom zijn veel klanten ontevreden? Omdat als ze bijvoorbeeld bij de beenhouwer een stukje van de dikke lende (l’alayau) vragen, de slager hen met grote ogen aankijkt. Alleen in luxezaken wordt

Atriumdirecteur Arnaud Texier: “Geen enkele handelsbuurt in Brussel is in goede doen.”

© SASKIA VANDERSTICHELE


BDW 1391 PAGINA 7 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Arnaud Texier •

Geboren in Rennes in 1976 • Groeide op in Poitiers • Studeerde Letteren en Toegepaste linguïstiek • Werkte van 2005 tot 2007 voor een visgroothandel in Brussel • Was van 2007 tot 2010 manager bij Atrium, eerst in Sint-Gillis en later aan Naamsepoort • Werkte van 2010 tot 2013 voor een webcommunicatiebedrijf • Sinds april 2013 algemeen directeur van Atrium HUB

“Ik verwacht van mijn groenteboer dat hij het verschil kent tussen een granny en een reinette”

geïnvesteerd in advies. Waarom alleen daar? Ik wil dat ook mijn groenteboer het verschil kent tussen een granny en een reinette.” Later openblijven ‘s avonds hoort daar ook bij? Texier: “Het is bewezen dat er na

zes uur meer bezoekers in de winkelstraten lopen dan ‘s ochtends tussen tien en twaalf. Het is dus absoluut nodig dat de winkels later open zijn. Hier en daar gebeurt het gelukkig al.” Maar waarom komt het project Afterwork Shopping, waarbij een aantal winkels op donderdag pas om acht uur sluit, zo moeilijk op gang in Brussel? In Nederland is koopavond een instituut. Texier: “Klopt, maar in Nederland bestaat het al jaren, iedereen kent het. Dat het hier nu ook een beetje begint te lopen, heeft ermee te maken dat onze ploeg heel veel tijd gestoken heeft in communicatie en randanimatie. Het moet een evenement zijn, niet alleen winkels die wat later open zijn.” “Je moet beseffen dat Brussel een stad is die ‘s avonds leegloopt. Als je de pendelaars wat langer hier wilt houden, moet je hen een goeie reden geven.”

Middenstandsorganisatie Unizo is gekant tegen de komst van grote shoppingcentra als Just Under The Sky en Neo. U ook? Texier: “Neen. Voor handelaren die dezelfde producten en dezelfde service aanbieden als de winkels in de shoppingcentra, zal het pijn doen. Maar welk risico lopen winkeliers die tonen dat zij een ander vak uitoefenen? Ik zeg hen: probeer niet met dezelfde wapens te vechten als de mastodonten, ga de strijd niet aan, toon dat je iets anders doet.” “Neo kan bovendien de mensen uit het hinterland weer verzoenen met Brussel. Er zijn mensen die hier werken, maar buiten de kantooruren al meer dan tien jaar geen stap meer in de stad gezet hebben.” Los van de attitude van de handelaren zijn er nog andere problemen. Brussel wordt door velen gezien als een versnipperde, onveilige en vuile stad. Texier: “Brussel is een stad met twee grote commerciële centra: de vijfhoek en de hoogstad. Beide hebben ze flinke stedenbouwkundige ingrepen nodig om hun glans te kunnen behouden. De goulet Louise is bijvoorbeeld te kort. Er zijn merken die er graag zouden neerstrijken, maar er is geen plaats. Idem voor de Nieuwstraat. Ook is er geen vloeiende shoppingroute tussen de Nieuwstraat en de Grote Markt. Het Muntplein breekt de wandeling af. Een plein is op zichzelf geen probleem, maar als het leeg en ongezellig is, steken de mensen niet over. Zo verlies je een deel van het winkelpubliek.” Hoe zit het met de veiligheid en de netheid? Texier: “Brussel is inderdaad geen propere stad. Telkens als ik in Parijs geweest ben, verbaas ik me daarover. Maar onveiligheid vind ik een vals probleem. Misschien ben ik naïef, maar ik woon hier al acht jaar en

ervaar het niet als een probleem. In Brussel bestaan mythes, dat is me al vaak opgevallen. Al mijn Brusselse vrienden hebben beelden van de stad dat ik niet ken: ‘Ben je niet bang om te werken op het Betheleumplein of in Matonge? Ah, je woont in Ukkel, chic dus.’ Of ze vinden het gek dat Atrium ook de handel in Sint-Pieters-Woluwe ondersteunt. Natuurlijk doen we dat. Geen enkele handelsbuurt in Brussel is in goede doen. Ze zien allemaal af.” Wat kan Atrium doen? Texier: “Wij proberen de handelswijken een bepaalde identiteit te geven en werken heel hard aan de cohesie en coherentie tussen de winkels. We houden daarbij rekening met de geschiedenis van de

“Je moet soms kunnen aanvaarden dat een winkelstraat ophoudt winkelstraat te zijn”

buurt en de verwachtingen van de klant. Ukkel-centrum heeft de ambiance van een Frans dorp, het centrum van Sint-Gillis is alternatief, bruisend.” “Voor nieuwe investeerders is het in Brussel niet altijd simpel om te weten waar ze zich moeten vestigen. Op deze manier wordt de stad voor hen leesbaarder. Steeds meer bedrijven willen gelijkgezinde winkels om zich heen. Onlangs sprak

ik de mensen van Kusmi Thee, een chic theemerk dat een eeuw geleden in Parijs werd opgericht door Russische migranten. In Parijs zitten ze op de Champs Elysées en ze willen nu naar Brussel komen. Het belangrijkste voor hen is dat ze omringd zijn door geestesverwanten, winkels die ook met wellness en gezond leven bezig zijn.” Brussel telt officieel 104 handelswijken. Doen jullie dat voor alle 104? Texier: “Neen, dat kan niet. Bij de kleintjes komt het er vooral op aan ervoor te zorgen dat de basiswinkels openblijven. Neem een wijk met een bakker, slager, kruidenier en superette. Als de bakker dichtgaat, verliest ook de slager klanten want de mensen willen een buurt waar ze meteen alles kunnen kopen. De slager gaat dicht en uiteindelijk blijft alleen de superette over. Dat kan je nog moeilijk een handelswijk noemen.” “Vraag is daarbij of het nog wel altijd de moeite loont om aan zo’n buurt bijzondere aandacht te schenken. Ook Atrium heeft zich in het verleden schuldig gemaakt aan therapeutische hardnekkigheid. Je moet soms kunnen aanvaarden dat een winkelstraat ophoudt winkelstraat te zijn. Dan moet je die straten gewoon anders benoemen. Het gewestelijk bestemmingsplan heeft het over 104 handelskernen, maar ik denk dat die opdeling ook eens herbekeken mag worden” Heeft Atrium genoeg bevoegdheden? Texier: “Die kwestie ga ik zeker aankaarten tijdens de voorbereiding van ons beheerscontract. Wij willen graag betrokken worden bij overheidsprojecten die ook de handelaars raken. Niets zo erg als op de eerste dag van de koopjes passeren in Sint-Gillis en vaststellen dat de MIVB net de Bareel heeft afgesloten.”  Bettina Hubo

ADVERTENTIE

KINEPOLIS BRUSSEL presenteert

DINSDAG 10 SEPTEMBER

DINSDAG 8 OKTOBER

THE GREAT GATSBY

HET VONNIS

Seniors at the Movies biedt u de perfecte ingrediënten voor een ontspannen namiddag. Een heerlijke film, gevolgd door een lekker gebakje en koffie en een leuke babbel. Meer info & tickets: kinepolis.be/seniors

DINSDAG 10 DECEMBER

MARINA

DIANA

EN ONTVANG EEN GRATIS GESCHENK! Enkel geldig voor de september tem december edities te Kinepolis Brussel. Kaart mag omgewisseld worden tot en met 14/01/2014 - Zolang de voorraad strekt.

DINSDAG 12 NOVEMBER

VERZAMEL 2 STEMPELS TIJDENS ONZE SENIORS AT THE MOVIES EDITIES

V.U. Frederique Naeyaert - Kinepolis Group - Moutstraat 132-146 9000 Gent.

Aangeboden door:

kinepolis.be


ADVERTENTIE

Uw schoolabonnement herladen begint bij onze 400 verkooppunten.

www.mivb.be


© DIETER TELEMANS

BDW 1391 PAGINA 9 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

P-PRAAT

Ook een balletje trappen stond op het programma.

Samenleving > Ook imago gemeente bijstellen

Jongeren en politie samen op stap SINT-JANS-MOLENBEEK – Het is inmiddels een traditie: veertig Molenbeekse jongeren uit kansarme gezinnen die op vakantie trekken naar het Waalse Cornimont en al even traditioneel nodigen ze de korpschef en elf politieagenten uit om een dagje samen door te brengen. Op het programma staan spel en sport en – ondertussen – praten. Dat de verhouding jongeren-politie in Molenbeek niet altijd je dat is, is een

open deur intrappen. Het wederzijds begrip kan met een dag als deze alleen maar groeien. In Cornimont weten ze dat de jongeren uit Molenbeek komen en zelfs in la Wallonie profonde is het imago van de gemeente niet smetteloos. Met hun (voorbeeldig) gedrag - Molenbeekse jongeren knapten het vervallen huis destijds zelf op en nu onderhoudt een nieuwe generatie het pand - proberen ze ook aan dat imago  DV te werken.

Vorige week propageerde Waals minister-president Rudy Demotte (PS) een Waals nationalisme. Niet zomaar een Waals nationalisme, maar een ‘open’ Waals nationalisme, beste lezer. Dat impliceert dat er andere nationalismen bestaan die gesloten zijn, maar eigenlijk hoeven we u dat niet te vertellen want u weet dat wij u intelligent genoeg achten om de ijzeren wetten van de logica toe te passen. Maar goed... Open nationalisme dus. Heel Wallonië stond in rep en roer, zelfs binnen Demottes partij. Daarna probeerden politici en journalisten u ervan te overtuigen dat Waals nationalisme niet bestaat, op een paar marginale wallinganten na, en die worden in Franstalig België zogezegd niet serieus genomen. Gelukkig heeft uw commentator een goed geheugen. Graag halen wij voormalig federaal minister Paul Magnette aan in Le Soir begin dit jaar: “Vlaanderen heeft met behulp van de media een natie gecreëerd. Vlaanderen schat zijn mensen naar waarde. Wij hebben veel talent – architectuur, design, mode, gastronomie, noem maar op – dat we niet naar waarde schatten. We hebben geen Waals-Brusselse natie gecreëerd. Hoog tijd dat we dat wel doen.” En ook nog deze: “Er is een permanente kruisbestuiving tussen Brussel en Wallonië. Mijn studenten aan de ULB kwamen van overal, een groot deel van de Brusselse bevolking is van Waalse origine. We moeten er ons rekenschap van geven wat we samen zijn, en dat is – ik herhaal – een Waals-Brusselse natie.” U ziet het: het nationalisme dat niet bestaat is zelfs zo open dat ze Brussel niet vergeten.

CHIEN ÉCRASÉ ELSENSESTEENWEG – Daar is de zoveelste picknick weer, deze keer op de Elsensesteenweg, midden september. De organisatoren van Picnic the Streets zijn de Elsensesteenweg beu, het is te zeggen, de verkeerssituatie daar, en ook een beetje burgemeester Decourty (PS), en dus zetten ze zich op hun gat op de Elsensesteenweg om te schransen. Nu weten wij ook dat wij die bende ongehoorzamen zelf hebben geholpen door vorig jaar de eerste Picnic the Streets mee te organiseren. U weet het nog, toen op de Anspachlaan. Plezant, daar niet van. Maar nu begrijpen wij de logica niet. Altijd die logica. Saai, maar o zo feilloos. Volgt u even: De Elsensesteenweg moet heraangelegd worden. Willy Decourty is tegen de heraanleg van de Elsensesteenweg. De Elsensesteenweg is een gewestweg. Voor een gewestweg is minister Mädchen Grouwels (CD&V) bevoegd. Mädchen Grouwels legt dus de Elsensesteenweg opnieuw aan. Decourty is nog altijd tegen. De picnickers zijn tegen de slechte verkeerssituatie op de Elsensesteenweg. De Elsensesteenweg wordt momenteel nog altijd heraangelegd door Mädchen Grouwels. Ergo: De picknickers zijn tegen de heraanleg van de Elsensesteenweg, net zoals Willy Decourty. En dus tegen Mädchen Grouwels haar busbaan annex fietspad op de Elsensesteenweg. De picknickers zijn dus voor fietsen en zwakke weggebruikers, maar tegen fietspaden en openbaar vervoer. Het is maar dat u het weet.

ADVERTENTIE


BDW 1391 PAGINA 10 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

D EM EY HER RMA NNDEB RO U X

BEA ULIE U

DEL TA

HAN K AR

LON PÉT IL

THI EFFR Y

MER ODE

SCH UM AN

ALB EEK MA

ET KUN ST-W

PAR K

N STA T IO A AL

CEN TR

OUC KÈR E

DE B R

ELIJ NE SIN T-K A T

LAA NV F VA GR A A

Z WA

RTE

VIJV

NDE REN

ERS

NT BEE KK A

N TS T ATIO WES

UES BRE L

AUM AL

E

JACQ

GUI DO SIN T-

WEI DE

Een Brusselse zomerreis van Erasmus tot Herrmann-Debroux (slot): Willy Stroobants uit Demey

VEE

BIZE T

AD HET R

CER IA

EDD YM ERC KX

ER A SMU S

METROLIJN 5

Leven en genieten in Brussel

Willy Stroobants: “Ik snap de mensen niet die elke morgen één à twee uur in de file aanschuiven om in Brussel te komen werken, om ‘s avonds opnieuw in de file staan.”

WATERMAAL-BOSVOORDE – De zoemer gaat af en de deur gaat open. “Het is op de derde verdieping,” hoor ik nog snel zeggen. Ik neem de lift, de grote deuren schuiven open. Willy Stroobants staat mij al op te wachten. Hij verwelkomt mij in zijn appartement, biedt me iets te drinken aan en al snel raken we aan de praat.

‘I 

k ben eigenlijk niet van Brussel. Ik ben opgegroeid in Mechelen, Hombeek om precies te zijn. Maar we hadden altijd een sterke band met Brussel en kwamen met de familie geregeld naar de hoofdstad. Zo gingen we bijvoorbeeld vaak naar de markt.” Na zijn jeugdjaren in Mechelen studeerde Willy Geneeskunde in Leuven en specialiseerde hij zich in Nederland. “Toen ik op pensioen ging, kwam er dan natuurlijk de vraag, wat nu? Blijven we in Nederland of gaan we terug in België wonen? Na lang beraad samen met mijn vrouw besloten we om terug naar Brussel te verhuizen. De hoofdredenen hiervoor waren familie, vrienden en de

centrale ligging van de stad. Toen we dit appartement in WatermaalBosvoorde vonden, hebben we niet meer getwijfeld.” Willy Stroobants woont nu al een aantal jaren samen met zijn vrouw in hun Brussel. “Wij zijn hier zeer gelukkig. Het is hier een relatief rustige en veilige buurt. Ook de ligging is optimaal. De metro ligt op vijf minuutjes wandelen en de autosnelweg is vlakbij. Het is hier ook een groene buurt. Dat is voor ons een groot pluspunt want wij maken al eens graag een stevige wandeling. Zo ligt het Zoniënwoud op wandelafstand van ons appartement. Als je er in de week wandelt, loopt er bijna niemand en zondag sta je er bij wij-

ze van spreken in de file. Een beetje verder zijn er ook de twee tuinwijken Le Logis en Floréal. Dat zijn mooie tuinwijken gebouwd in de Engelse cottagestijl, ze liggen ook op wandelafstand van hier.”

© ANNABELLA SCHWAGTEN

Onze zomerreeks Metrolijn 5 wordt verzorgd door studenten Journalistiek en medewerkers van HUB, Luca en ISFSC. Elke week gaan ze bovengronds aan een metrohalte tussen Erasmus en HerrmannDebroux om het verhaal van een bijzondere persoon uit de buurt te vertellen.

Conversatietafel Een stad als Brussel leeft en er is dan natuurlijk enorm veel te doen en te ontdekken. “Ik ben misschien op pensioen maar vervelen doe ik mij niet hoor. Er zijn zoveel verschillende mogelijkheden en tal van activiteiten in Brussel. Het gebeurt zelfs dat we dubbel geboekt zijn voor een avond, en dat we dan noodgedwongen moeten kiezen. We spreken veel af met vrienden en we gaan ook

graag eens naar de kleinere bioscopen in de buurt waar ze tenminste nog eens mooie en minder bekende films spelen.” “Daarnaast ben ik ook vrijwilliger bij de conversatietafel in het gemeenschapscentrum. Dat is in feite een groep mensen die samenkomt en anderstaligen helpt hun Nederlands te oefenen. De meeste deelne-

mers zijn Franstalige Belgen die hun Nederlands willen verbeteren. De meeste doen dit voor hun job maar we zien ook veel oudere Franstalige Brusselaars die Nederlands willen leren omdat bijvoorbeeld de kleinkinderen in het Nederlands worden opgevoed en geen Frans meer spreken. Iets dat steeds vaker voorkomt doordat de meeste tegenwoordig liever buiten de stad wonen. Ik snap trouwens de mensen niet die elke morgen 1 à 2 uur in de file staan aan te schuiven om in Brussel te komen werken, en die dan ’s avonds terug in de file staan. Dat allemaal om op het platteland te kunnen wonen, onder de boerentoren. Telkens weer zoveel tijd verliezen gewoon om in Brussel te geraken. Kom toch gewoon in Brussel wonen denk ik dan. Brussel is zo een mooie en levendige stad waar altijd wel iets te doen is, voor jong en oud.”  Sam Van Nijverseel


© SOS KATTEBROECK

BDW 1391 PAGINA 11 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Sint-Joost-ten-Node > Duurzaam koken met Amazone

Sterke vrouwen in de moestuin Je bent een vrouw en je wilt wat. Geen diamanten of een roze cabriolet, maar duurzaamheid en gelijke kansen. Dat is wat vzw Amazone, het Brusselse trefpunt voor vrouwen en vrouwenbewegingen, aanbiedt. Het centrum organiseert nu ook culinaire workshops met eigen verbouwde groenten.

Kattebroeck, een locus amoenis in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Sint-Agatha-Berchem > Bewoners geven rondleiding in Kattebroeck

Wandelen door het Brusselse riet Wie wil weten hoe het moerassige gebied waar Brussel zijn naam aan dankt eruitziet, moet naar Kattebroeck. Langs een kort pad langs de oever van de Molenbeek ontdek je een van de weinig overgebleven rietvelden in de stad. Micheline en Monique vertellen je over het unieke Brusselse rietveld. Van de vele beekjes en rietvelden waar Brussel zijn naam aan te danken heeft, blijft bitter weinig over, maar in Sint-Agatha-Berchem – op een boogscheut van de grens met Dilbeek – kom je nog een echte Broeck tegen. Het heeft niet veel gescheeld, of bouwpromotoren hadden deze 4,5 hectare grote site volgebouwd. Daar hebben Micheline en Monique en hun wijkcomité SOS Kattebroeck met een jarenlange strijd een stokje voor gestoken. Vandaag is de Kattebroeck, door de buurtbewoners zelf genoemd naar de aanpalende Kattestraat, een beschermd landschap, en een niet te missen deel van de Groene Wandeling. Maar een deel van de vallei is nog altijd bestemd als bouwzone en ook al is de vochtige ondergrond niet geschikt om op te bouwen, toch willen de eigenaars van

dit stukje vallei hun bouwgrond maar al te graag verzilveren. Een padje leidt ons van de Kattestraat door de vallei en brengt ons al snel naar het eerste rietveld waar hommels op een van de vele bloemen nectar verzamelen en vlinders ongestoord rondfladderen. Dankzij het harde werk van de buurtbewoners die elke winter de handen uit de bouwen steken om het riet te vellen, reikt het riet tot ruim anderhalve meter hoog. Een beetje verder is het opletten om de voeten droog te houden om over de waterkanaaltjes die de Molenbeek bevoorraden te ontwijken. Een klein ommetje langs een zijwegje brengt ons aan de oever van de Molenbeek, een geliefde plek ook voor jonge minnaars, zeggen Micheline en Monique met een knipoog. Even verderop maakt een spin haar vrouwelijke soortgenoot het hof. Met uitzicht op de weide waar de paarden grazen aan de ene kant en een stuk bos aan de andere kant wandelen we naar het einde van het pad. Wil je zelf de laarzen aantrekken om dit unieke stukje groen te ontdekken, neem dan een kijkje op www.soskattebroeck.be of neem rechtstreeks contact met Micheline op: 02Bruno Schols 468.20.52.

Vorig jaar besloten de Amazones meer aandacht te besteden aan duurzame voeding, dus legden ze een moestuin aan. Met de leuze ‘Beste Groenten Madame!’ promoten ze gezonde eetgewoontes. Om hun credo nog meer kracht bij te zetten, breidden ze het project uit met duurzame kooklessen. Onder begeleiding van twee specialisten worden er met de groenten en het fruit uit de Amazonetuin seizoensgebonden gerechten bereid. De culinaire ateliers vinden een keer per maand plaats, en focussen iedere keer op een ander product. Zo werd er al geëxperimenteerd met eetbare bloemen en hartige macaroons. In september is het de beurt aan slow food. “Bedoeling is dat we een link leggen tussen de tuin en onze keuken. De producten die we verbouwen, integreren we ook in de gerechten van ons plaatselijk restaurant,” licht tuinverantwoordelijke Vinciane Cappelle toe. De organisatie slaat zo twee vliegen in een klap: ze sensibiliseren vrouwen rond duur-

zame voeding in een vrouwvriendelijk kader. Deelname aan een workshop kost 50 euro. “Vorig jaar kregen we subsidies en konden we de activiteiten gratis organiseren. Nu moeten we het echter allemaal zelf financieren,” verklaart Cappelle. Amazone wil met het project voornamelijk inwoonsters van Sint-Joostten-Node aantrekken, om de band met de gemeente te versterken. In de toekomst hoopt het centrum haar groene activiteiten nog verder uit te breiden met workshops rond duurzame landbouw en tuinieren.   Céline Vincent Inschrijven kan tot de dag voor de workshop. Voor meer inlichtingen ga naar bgmadame.canalblog.com/ archives/2013/03/07/26590136.html

ADVERTENTIE

G A D T R A ST T R O P S C G V

S AG 7 D R E ZAT

E

BER P TE M

2013

13 u. > . u • 10

Etterbeek > Gemeente informeert over veiligheid en preventie

Hoe brand en kleine ongevallen te voorkomen Het gemeentebestuur van Etterbeek organiseert in het najaar enkele informatieavonden over veiligheid en preventie. De eerste informatieavond vindt plaats op dinsdag 10 september en gaat over alcohol en verslaving bij jongeren en volwassenen. Spreker van dienst is dr. Raymond Gueibe uit Ottignies. Hij bespreekt verslaving en de maatschappelijke problemen die ermee gepaard gaan. Op woensdag 9 oktober legt voormalig brandweerman Jean-Paul Lodigeois uit hoe

u uw huis kunt beveiligen tegen brand en kleine ongevallen in huis. De laatste uiteenzetting vindt plaats op woensdag 13 november en informeert u hoe u diefstal door list kunt leren vermijden. Sprekers van dienst zijn Marleen Coppens van de politiezone Montgomery en Nathalie D’ambrosio van de gemeentelijke preventiedienst. CD Adres: Generaal Tombeurstraat 51. Tijdstip: 18u, behalve 13 november (14u30). Inschrijven op 02 737 02 01 of 0497 59 98 33

BERG EKEL O K EEK 081 15, 1 CHAARB T A A S o’s, ESTR 7, 1030 s, dem D e i N t a i A F d i it REE DE S lijkhe od. In VAN FREESIAD aanb ar. Moge . t F r o • p b ! C-s rs, HAL IEL • izoen e VG sbeu PORT AAL E. H ieuw edehand e sportse S n t C e VG PORTZ et h ten, twe et nieuw RT nis m h ei S ken oor tivit Maak rtieve ac chrijven v o s sp tot in

WW

C .BE G V . W

/SPO


BDW 1391 PAGINA 12 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

daar deels verantwoordelijkheid in. Pascal Smet (SP.A) wil van eigen Brusselse eindtermen en curricula niet weten. Hij vreest kwaliteitsverlies. Ook van eventuele samenwerking met het Franstalig onderwijs – waar Vander Taelen voor pleit – is hij niet gewonnen. Het moet inderdaad mogelijk zijn om de zorg voor de bestaande groep Vlamingen te verzoenen met een openheid naar nieuwe Brusselaars, die vooral door de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs en de kans op meertaligheid worden aangetrokken.

Meer onderlinge samenwerking

Kwalitatief beter onderwijs is een hele stap voorwaarts, maar het zal niet alles oplossen, stelt leerkracht Julien Borremans.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Onderwijs > Leerkracht Julien Borremans over Nederlandstalig onderwijs

Naar eigen Brusselse eindtermen BRUSSEL – Meer dan een vijfde van de Brusselaars is jonger dan achttien jaar, waarschuwt leerkracht Julien Borremans. In de Brusselse onderwijskringen beseft men gelukkig maar al te goed dat voor onze meertalige hoofdstad best eigen eindtermen worden ontwikkeld, die aangepast zijn aan de specifieke Brusselse realiteit. In afwachting van de eigen eindtermen, kan er bovendien al heel wat werk verzet worden.

BDWOPINIE De Franstalige Brusselaars zijn erg ongerust over de toekomst van hun stad. Eindelijk zien ze in dat de dagjes- en dorpspolitiek van de afgelopen decennia Brussel tot een sociaal-economische puinhoop heeft herleid. La Dernière Heure publiceerde onlangs een vernietigende analyse. In Le Soir windt men er ook geen doekjes om: “La sonnette d’alarme est tirée. Si on ne fait rien, dans dix ans, Bruxelles va droit dans le mur!” Assita Kanko (MR) is klaar en duidelijk: “De integratie in Brussel is compleet mislukt. Onze sociale cohesie klopt niet. Hoe kan het anders dat er wijken in Sint-Gillis zijn waar de mensen enkel Turks spreken. We moeten maar eens beter nadenken over migratie en integratie. De gulheid die we aan de dag leggen, is eigenlijk misdadig. We moeten veel strenger zijn.” Men kan mevrouw Kanko moeilijk van enig racisme

verdenken, want ze is afkomstig van Burkina Faso en spreekt – naast Engels en Frans – perfect Nederlands.

Eigen Brusselse eindtermen Aan Vlaamse kant is men heel wat minder alert. Vlaamse Brusselaars hebben geen goed uitgewerkte visie over hoe het met Brussel verder moet. Dit is meer dan nodig want meer dan een vijfde van de Brusselaars is jonger dan 18. Al die jonge Brusselaars moeten naar school. Volgens berekeningen zal het aantal leerlingen in 2050 bovendien met 50 procent gestegen zijn ten opzichte van het jaar 2000. Het Brusselse onderwijs staat dus voor een hele grote uitdaging, niet alleen in verband met infrastructuur, maar ook wat betreft kwaliteit. Reynders onderstreepte al meermaals dat de multiculturele samenleving in Brussel failliet is. Een van de grootste oorzaken is de erbarmelijke kwaliteit van het Franstalig onderwijs en de torenhoge werkloosheid. Aan Vlaamse kant mag het dan al minder dramatisch zijn, toch zijn

JULIEN BORREMANS:

“Het gebrek aan uitzicht op een degelijke baan is het grootste probleem van veel jonge Brusselaars. Begeleiding van afgestudeerden is daarom van essentieel belang”

er ook heel wat werkpunten. Uit een onderzoek in de schoot van het Vlaams parlement blijkt dat de Brusselse scholen vaak niet het geschikte niveau halen. Voor we-

reldoriëntatie, kaartvaardigheid en ruimtegebruik presteren de leerlingen in het basisonderwijs significant slechter dan hun Vlaamse collega’s. De taalachterstand is in de Brusselse scholen nog prangender. Nederlands vormt in vele gevallen maar de derde taal, na hun thuistaal en de straattaal Frans. In het secundair onderwijs zwelt de achterstand jaar na jaar aan, waardoor een flink deel van de leerlingen te weinig voorbereid is op een succesvolle doorstroming naar de arbeidsmarkt of het hoger onderwijs. Het Nederlandstalig onderwijs wordt de laatste jaren met een ander publiek geconfronteerd. Het is logisch dat er naar een andere aanpak wordt gezocht. Luckas Vander Taelen (Groen) signaleerde het onlangs: “Op zeer korte termijn is een aanzet nodig voor een totaal nieuw onderwijs, dat aangepast is aan de Brusselse realiteit.” In de Brusselse onderwijskringen beseft men maar al te goed dat voor onze meertalige hoofdstad best eigen eindtermen worden ontwikkeld, die aangepast zijn aan de specifieke Brusselse realiteit. Het onderwijs moet op Brusselse maat worden gesneden. ‘Meertaligheid’ vormt daarbij momenteel het toverwoord. Maar ook zal veel meer rekening moeten worden gehouden met de specifieke eisen van de arbeidsmarkt. Brussel telt een jongerenwerkloosheid van meer dan dertig procent. Het falen van het Brussel onderwijs draagt

Kwalitatief beter onderwijs is inderdaad een hele stap voorwaarts, maar het zal niet alles oplossen. Het gebrek aan uitzicht op een degelijke baan vormt ongetwijfeld het grootste probleem van veel jonge Brusselaars. Begeleiding van afgestudeerden blijft dan ook van essentieel belang. Jongeren moeten veel meer worden aangemoedigd om hun eigen lot in handen te nemen. Ze moeten tevens veel meer worden geresponsabiliseerd om buiten de vertrouwde omgeving werk te zoeken. Samen met de ouders en tal van organisaties die de het kerngezin omringen, zoals onder andere de moskee, moeten jongeren veel sterker gewezen worden op wat van hen wordt verwacht. Het onderwijs blijft uiteraard een cruciale rol spelen, maar zal het over een andere boeg moeten gooien. In samenwerking met allerlei tewerkstellingsorganisaties, kan het Brussels Nederlandstalig onderwijs trajecten uitstippelen, waarbij werken en leren naadloos in elkaar overgaan. In Duitsland gebeurt dit al jaren. Het duale onderwijs – combinatie van werken en leren – zorgt ervoor dat de jeugdwerkloosheid er onder de 8 procent zit. Scholen dienen onderling veel meer samen te werken – over taalgrenzen en netten heen – zodat mogelijke schoolse achterstand reeds vanaf de kleuterschool wordt geremedieerd. Scholen moeten daarom leertrajecten vanaf de kleuterschool opzetten. Daarbij moet fel worden ingezet op de basisvaardigheden die jongeren nodig hebben om goed mee te draaien in het dagelijkse leven. Tot slot moet het Frans- en Nederlandstalig onderwijs ook veel meer en beter samenwerken. De kennis van beide landstalen kan fel worden aangescherpt door het organiseren van uitwisselingstrajecten. Een deel van de vakken kan in de andere landstaal worden georganiseerd. Jaarlijks kan er een uitwisselingsweek in het leven worden geroepen, waarbij leerlingen aan de andere kant van de taalbarrière een weekje school lopen… Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel moet niet wachten op eigen eindtermen om in gang te schieten. Intussen kan het al heel wat doen. De beste hervormingen zijn nog altijd diegene die van onder worden georganiseerd. En aan de basis is er zeker kwaliteit genoeg om die te bewerkstelligen. Julien Borremans Leerkracht Nederlandstalig onderwijs


BDW 1391 PAGINA 13 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

BDWOPINIE

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Fietsen in Brussel Het fietsen in Brussel zou naar verluidt exponentieel zijn toegenomen. Niet moeilijk als je vertrekt vanaf nul. Wanneer vanuit verschillende hoeken het stadfietsen systematisch gepromoot wordt, zullen er eerst andere prioriteiten van praktische en materiële aard moeten worden opgelost. Het huidige onderhoud van de witte lijntjessignalisatie op de asfaltbanen is nuttig, maar is ondergeschikt aan de slechte toestand van de fietspadaccomodaties, die qua comfort en veiligheid onvergelijkbaar zijn met de situatie in Nederland, Denemarken, aan de Costa Brava en in sommige delen van Vlaanderen. Drie nadenkertjes over fietsproblematiek: 1) De Britse regering heeft 94 miljoen pond voorzien voor de aanleg van nieuwe fietspaden. 2) De voormalige ‘fietsburge-

Ramadan in Schaarbeek Ik las met verontwaardiging, maar niet geheel onverwacht, de lezersbrief over de ramadan in Schaarbeek (BDW 1389, p.11), waarbij een Roemeense vrouw door twee Marokkaanse Brusselaars werd terechtgewezen omdat ze een sigaret rookte aan een tramhalte, tijdens de ramadan. Daarbij heb ik twee opmerkingen. Ten eerste, ze zullen zich hiermee niet populair hebben gemaakt, bij een vrouw uit een land, Roemenië, waar men 500 jaar islamitische bezetting onder de Turken, zeker nog niet is vergeten. Dit is men trouwens nergens vergeten in de Balkan. Vandaar nog steeds de huidige spanningen in deze regio. Ten tweede zou men in België

meester’ van Kopenhagen Klaus Bondam, die sinds kort in Brussel woont, denkt er niet aan om 1 meter te fietsen in Brussel. 3) Waar ging de Brusselse wielerkampioen Eddy Merckx als aankomend talent dagelijks oefenen? De fietspadvoorzieningen zijn één ding, de toepassing en het respecteren van het verkeersreglement door de automobilisten is een ander ding. Wie het fietsen in Brussel wil aanbevelen, moet onverwijld een permanente sensibiliseringscampagne beginnen met een grootschalig communicatieproject dat enerzijds het respect en anderzijds de hoffelijkheid van de automobilist jegens de zwakkere weggebruiker verbetert. Zoniet blijft het fietsen in Brussel aanmodderen. Jonas Wille, Oudergem

die oude wet tegen het dwangmatig willen opdringen van een godsdienst terug eens vanonder het stof moeten halen. Die kadert volledig in de scheiding van kerk en staat. Ze was al een tijd in onbruik geraakt, door het inkrimpen van het quasi-monopolie van de katholieke kerk. Deze wet zou nu best even in herbruik komen, wegens de groeiende bekeringsdrang van islamitische milieus. Door middel van enkele modelveroordelingen bijvoorbeeld. De strafmaat is twee jaar gevangenis wegens proselitisme (ofte dwangmatige bekeringsdrang). Zonder twijfel een zeer overtuigend middel.  Reginald Goossens, Sint-Pieters-Woluwe

Egoïstische etters door Danny Vileyn Egoïstische etters die maar niet de verantwoordelijkheid voor een gezin willen nemen. Of seksverslaafden, aseksuelen en mensen die nog niet uit de kast zijn. Of rotkarakters. Of, als het over ouderen gaat: toch maar zielig, die mensen. Het is waar, zo grof wordt het nog maar zelden verwoord, maar toch. Iedereen die de kaap van de 30 heeft overschreden en geen vaste relatie heeft (of gehad heeft) moet zich vroeg of laat verantwoorden. In het beste geval alleen maar tegenover de grootouders. Nochtans zijn alleenstaanden een even diverse groep als samenwonenden. Sommigen hebben er plezier in, anderen niet. Sommigen zijn het noodgedwongen, anderen kiezen ervoor. Er zijn singles die goed verdienen, maar er zijn er nog veel meer die moeilijk rondkomen omdat ze nu eenmaal alles alleen moeten betalen. Er zijn er die zich in hun vrije tijd inzetten voor de medemens, er zijn er die volop van het leven profiteren, maar de meesten proberen gewoon van het leven te maken wat er van te maken valt, net zoals koppels dat doen. Met vallen en opstaan, met of zonder kinderen. Studenten, werkzoekenden, werkenden en gepensioneerden. Alleenstaanden vormen in een grootstedelijke context allang geen uitzondering meer. De helft van de Brusselaars woont alleen, in het centrum is dat zelfs 80 procent. En dat zijn niet alleen homo’s en expats die er warmpjes in zitten. En toch heeft het beleid geen aandacht voor alleenstaanden - tenzij ze leefloner zijn. Net zoals de Brusselse regering geen aandacht schenkt aan ouderen (gelukkig doen de meeste gemeentes dat wel), heeft ze ook geen aandacht voor alleenstaanden. En voor politici die alleenstaanden op de agenda willen krijgen, is het geen sinecure. Open VLD-parlementslid Carla Dejonghe probeert manmoedig, maar veel reactie uit politieke hoek krijgt ze (voorlopig) niet. Ook niet ter linkerzijde. Misschien verandert dat als de enquête - over de noden en wensen van singles - die ze lanceert een succes wordt. En krijgen (alleenstaande) bejaarden ook eens iets anders te horen dan: “U kost geld.” Singles zijn in restaurants en bij reisbureaus niet zo graag gezien, maar ik kan me niet inbeelden dat Dejonghe zich als liberaal daar in wil mengen, tenzij met mediacampages. Anders ligt het in domeinen waar de overheid wel een vinger in de pap heeft. Met méér sociale woningen voor alleenstaanden met een klein inkomen, ook inkomen uit arbeid. Met meer kleine koopflats voor jonge starters. En heel concreet: met het afschaffen van de gewestbelasting voor alleenstaanden (of nog beter voor iedereen die nog moet betalen). Nergens in de landen van de OESO worden singles zonder kinderen hoger belast dan in België.

WAUTER MANNAERT

Als de MIVB T300 of T4000 inzet, zullen de buurtbewoners geen rammeltram meer hebben, maar een rinkeltram. Deze trams zijn geruisloos, dus belt de bestuurder wanneer hij aankomt, opnieuw vertrekt, er een gevaar zou kunnen ontstaan en soms ook gewoon om te bellen. Daarenboven is het belsignaal ook 30 of 40 meter achter de tram hoorbaar, tot de grootste verbazing van de voetgangers.  Pierre Mathues, Sint-Agatha-Berchem

RINKELTRAM

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.


BDW 1391 PAGINA 14 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Wie recent nog in het Koning Boudewijnstadion was, kan er niet om heen dat het unitaire België in het zog van haar nationale ploeg lijkt recht te krabbelen, weet Vincent Caudron.

© IMAGEDESK / BAS BOGAERTS

Samenleving > Rode Duivels geen zegen voor Vlaams-nationalisme

Wanneer voetbal een verdeelde natie herenigt BRUSSEL – De Rode Duivels zijn voor vele jongeren een rolmodel en bovendien slagen ze erin het merk ‘België’ terug hip en aantrekkelijk te maken, stelt filosoof Vincent Caudron. Dat verandert weinig aan de moeilijke politieke en economische verhoudingen tussen beide landsdelen, maar als een natie zich moet constitueren rond een gemeenschappelijke identiteit, kan het succes van de nationale ploeg een belangrijke stoorzender worden voor het nationalistische streven in het Noorden van het land.

BDWOPINIE ‘België is van iedereen, maar vanavond toch vooral van ons.’ Het is alweer lang geleden, maar de tweet die Vincent Kompany in oktober 2012 na de overwinning van de Rode Duivels tegen Schotland al zinspelend op de verkiezingstoespraak van Bart De Wever de wereld instuurde, verwijst naar een soort van vaderlandsliefde die in het zog van de hype rond nationale ploeg steeds verder lijkt te ontluiken. Vorige week maandag nog wijdde men op La Première een hele uitzending aan de vraag of de Rode Duivels een bedreiging zouden kunnen vormen voor de N-VA. Hoewel Bart De Wever slechts kwijt wou dat het mengen van sport en politiek geen goed idee is, was Kompany’s tweet voor

het Vlaams Belang reden genoeg om de Rode Duivels te ontmaskeren als een complotstrategie van het paleis en het Belgische establishment (wie zijn dat trouwens?) om het stervende rijk der Belgen een laatste adem in te blazen. Belachelijk natuurlijk, maar ook platvloers. Kompany’s engagement en intenties werden onder andere in vraag gesteld door hem te verwijten veel geld te verdienen in het verre Manchester, terwijl net hij een geboren en getogen Belg en Brusselaar is die op basis van zijn talent en inzet carrière maakt in het buitenland en erin slaagt drager te zijn van verschillende, ‘gelaagde’ identiteiten. Dat doet niets af aan zijn geloofwaardigheid als Belg, wel integendeel. Door als internationaal voetbalicoon expliciet voeling te houden met zijn roots — denk maar aan BX Brussels — toont Kompany als geen ander aan de jonge Brus-

VINCENT CAUDRON:

“Een verdeelde natie kan zich herenigen rond haar nationale voetbalploeg, kijk maar naar Frankrijk op het WK 1998”

selaars dat hun meertaligheid en hun multiculturele achtergrond troefkaarten zijn die ze moeten leren uitspelen. In die zin is Kompany niet alleen het rolmodel voor een nieuwe generatie Brusselaars, maar surfend op de golven van de nationale ploeg, slaagt hij er ook in de jonge Brusselaars voeling te geven met het land waarin ze opgroeien. Wie recent nog eens in het Koning Boudewijnstadion was, kan er dan ook niet om heen dat het unitaire België in het zog van haar nationale ploeg lijkt recht te krabbelen. Voor het eerst in decennia wordt de Brabançonne nog eens luidkeels meegezongen en gedurende minstens negentig minuten ontdekt de supporter een nationale identiteit

waarvan hij was vergeten dat hij ze had. Zelfs jongeren die enkele jaren geleden nog met de vlag van Congo of Marokko door de straten liepen, lijken zich nu helemaal achter de nationale ploeg te scharen.

Zanzibar Enigszins opportunistisch misschien, maar desalniettemin uitingen van een fenomeen dat wel eens voor enige ongerustheid zou kunnen zorgen in Vlaams-nationalistische kringen en dat zeker in Franstalig België heel wat aandacht krijgt. Hevige uitingen en belevingen van identiteit en nationaliteit maken zowel historisch als cultureel namelijk intrinsiek deel uit van de voetballerij, waardoor identiteiten en naties

gevormd of versterkt kunnen worden binnen de krijtlijnen van een voetbalveld. Onomstotelijk is de nationale voetbalploeg één van de belangrijkste symbolen van de natie. Alle betekenissen waarmee ze zich identificeert krijgen in haar elftal niet alleen zichtbaarheid, maar bovendien vormt de beslotenheid van het voetbalstadion ook een symbolische ruimte waarin mensen letterlijk worden verbonden door uiterlijke tekens en een gemeenschappelijk doel. Voetbal is met andere woorden nauw verweven met de vorming en beleving van de nationale identiteit en stelt mensen in staat om hun onderlinge verschillen te overstijgen. Een nationale voetbalploeg is kortom het symbool bij uitstek om je verbonden te voelen met je gelijken door je samen af te zetten tegen de Ander. Voetbalbonden die om politieke redenen niet erkend worden zoals Zanzibar, Zuid-Kameroen en Groenland besteden bijgevolg opvallend veel belang aan de aanwezigheid van hun nationale ploeg op internationale toernooien omdat deze de gelegenheid bij uitstek zijn om aan zich als natie te profileren. De Nouvelle-Fédération Board (NFBoard) organiseert zelfs een soort van alternatief wereldkampioenschap opdat ze zich buiten de klauwen van hun respectievelijke staatsverbanden toch met elkaar zouden kunnen meten. Would-be-landen zoals Catalonië, Tibet en Koerdistan beschouwen hun nationale voetbalploegen immers als belangrijke instrumenten in hun streven naar onafhankelijkheid, waardoor in casu Spanje, China en Turkije hun nationale voetbalteams trachten te boycotten. Omgekeerd kan een verdeelde natie zich ook herenigen rond haar nationale voetbalploeg. Het succes van les bleus tijdens de wereldbeker in 1998 bijvoorbeeld ging ontegensprekelijk gepaard met een herontdekking van een nationale identiteit en was jarenlang een drijvende kracht achter de strijd tegen het racisme. Onder de slogan Bleu, Blanc, Beur ontstond plots de hoop dat het cultureel verdeelde Frankrijk naar het beeld van zijn nationale elf zijn tegenstellingen zou kunnen overstijgen en groeide de overtuiging dat de Franse multiculturaliteit anders dan steeds gedacht ook een troef zou kunnen zijn. In die zin krabt men zich in Antwerpen misschien wel even achter de oren wanneer de Rode Duivels, de bondscoach op kop, zich ondubbelzinnig uiten als fiere Belgen. Niet alleen zijn die spelers voor vele jongeren immers een voorbeeld en rolmodel, maar bovendien slagen ze erin het merk ‘België’ terug hip en aantrekkelijk te maken. Dat verandert weliswaar geen bal aan de moeilijke politieke en economische verhoudingen tussen beide landsdelen, maar als een natie zich moet constitueren rond een gemeenschappelijke identiteit, kan het succes van de nationale ploeg een belangrijke stoorzender worden voor het nationalistische streven in het Noorden van het land.  Vincent Caudron, Assistent Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, Leuven


ADVERTENTIE

De Brusselse media Brussel Deze Week vzw, FM Brussel vzw en tvbrussel vzw zijn marktleider voor nieuws over Brussel. Voor de verkoop van advertenties in de publicaties Brussel Deze Week, Agenda en brusselnieuws en van spots op FM Brussel en tvbrussel

ZIJN WIJ OP ZOEK NAAR EEN

COMMERCIEEL MEDEWERKER (M/V)

TAKEN • • •

U bent verantwoordelijk voor de verkoop van advertenties en spots en voor de realisatie van uw omzetdoelstellingen U ontwikkelt hiervoor sterke reclameadviezen en -strategieën U bouwt een goede relatie op met uw klanten, zowel particuliere klanten als reclamebureaus en mediacentrales, en bouwt nieuwe contacten verder uit U houdt uw kennis van de markt en de sector up-to-date PROFIEL

• • • • • •

U genoot bij voorkeur een hogere opleiding U heeft ervaring in accountmanagement, bij voorkeur in de mediasector U bent een commercieel talent met een sterke motivatie, gedreven en resultaatgericht U werkt graag in teamverband, maar u kunt uw werk ook zelfstandig organiseren en plannen U bent perfect Nederlandstalig met zeer goede kennis Frans en Engels U beschikt over kennis van en/of affiniteit met Brussel en u woont bij voorkeur in de regio

WIJ BIEDEN • Een afwisselende baan in een dynamisch mediabedrijf • Een voltijdse opdracht van onbepaalde duur • Een vast loon met extralegale voordelen Geïnteresseerden sturen UITERLIJK TEGEN 9 SEPTEMBER 2013 een brief met motivatie en cv naar: Brussel Deze Week vzw, algemeen directeur Marijke Vandebuerie, Eugène Flageyplein 18, 1050 Elsene of via een e-mail naar marijke.vandebuerie@bdw.be

ADVERTENTIE


© SASKIA VANDERSTICHELE

AB broedt op Amerikaans Theater

Sinds zijn aantreden als AB-directeur twee jaar geleden speelt Dirk De Clippeleir met de idee om het Amerikaans Theater (AT) – een van de weinige restanten van Expo ’58 – om te toveren tot een multidisciplinaire spektakelzaal. Het businessplan is nu klaar. De AB wil er op termijn – de zaal zou ten vroegste opengaan in 2018 – 50 concertavonden per jaar organiseren. Het is ook de bedoeling om andere cultuurhuizen bij de programmering te betrekken. Met de KVS, het Kaaitheater en de Botanique zijn er al gesprekken aan de gang. Het beheer zou in handen komen van drie vzw’s: naast de Ancienne Belgique ook Brussels Expo, die de Heizelpaleizen beheert, en de kunstvereniging Volta. “Een concertzaal van 1.200 plaatsen is niet rendabel. De zaalverhuur moet daarom geld in het laatje brengen,” aldus De Clippeleir. Grootste moeilijkheid is het financiële plaatje te laten kloppen. Alleen al voor het energiezuinig maken van het AT is een bedrag van 3 tot 4 miljoen euro nodig. De omvang van de investering wil De Clippeleir eerst bekendmaken aan de overheden: het Brusselse Gewest, Beliris en de stad Brussel. De eigenaar van het gebouw - de federale Regie der Gebouwen – zou het AT verkopen of in erfpacht geven aan de stad Brussel. Ook in de dagelijkse programmatie haalt de AB de banden aan met andere cultuurhuizen. Zo coproduceert de AB samen met Bozar een onderdeel van het Bozar Electronic Arts Festival (28 sept.). Met Flagey zet de AB een audiovisueel project op rond de Belgische groep Amatorski. Naar aanleiding van de 45ste verjaardag van de dubmuziek - zeg maar de instrumentale versie van reggae, vormt dub de rode draad doorheen de AB-programmatie dit jaar. 

Eric Vancoppenolle

ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

© IIVAN PUT

BRUSSEL – Het nieuwe seizoen van de Ancienne Belgique staat in het teken van samenwerking met andere cultuurhuizen. En tegen het einde van het jaar wil de AB duidelijkheid over de plannen om van het Amerikaans Theater een multifunctionele spektakelzaal te maken met 1.200 zitjes.

BDW 1391 PAGINA 16 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013


BDW 1391 PAGINA 17 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

© deBuren

Links: Dorian Van den Brempt in het vernieuwde deBuren. Rechts: Het programma van de opening met (van linksboven naar rechtsonder) Rodaan, Saskia De Coster, Piet Piryns en Tommy Wieringa, Harald Austbo en Freek Vielen.

Cultuur en literatuur > deBuren heropent de deuren

‘Culturele generositeit is belangrijk’ BRUSSEL – Met een (her)openingsfeest op 4 september keert het Vlaams-Nederlands Huis deBuren terug naar zijn niet uitgebreide maar wel gerenoveerde stek aan de Leopoldstraat. We spraken met directeur Dorian Van der Brempt over zijn artistieke ervaringen en plannen.

V 

ier jaar heeft deBuren op verplaatsing gespeeld. De kantoren verhuisden eerst naar de Prinsenstraat en dan naar de Jacqmainlaan, terwijl er politiek gebakkeleid werd over het al dan niet uitbreiden van het Huis met een nieuwbouw op de lap grond waar café D.A.D.A. en een vijgenboom voor gesneuveld zijn. Over de historie wil Van den Brempt nu niet veel meer kwijt. “Je mag schrijven dat ik vanaf nu weiger om daarover te praten, omdat ik er al te veel nonsens over heb gehoord. De geschiedenis zal misschien uitwijzen hoe de vork aan de steel zat. Eigenlijk kwam het verschillende partijen goed uit dat het niet lukte. Voor ons had het ook geen zin om met minder subsidies in een groot paleis te gaan zitten. We willen op de eerste plaats inhoud maken. Door vier jaar lang in de nesten van anderen ons ei te leggen, hebben we in ieder geval de bestaande culturele infrastructuur die vooral in Vlaanderen regelmatig onderbenut blijft, mee helpen optimaliseren. Maar nu zijn we blij om terug te zijn. Blijft deBuren nog actief blijven op andere plekken? “Zeker, maar minder natuurlijk. Dichtbij wordt Muntpunt een evidente partner, omdat we elkaar met onze ruimtes en communicatie versterken. De Brakke Grond in Amsterdam zal een structurele partner worden, in die zin dat we elk jaar een budget willen vastleggen dat moet dienen om samen met Nederlandse instanties en kunstenaars zaken te realiseren. Ook de Theatermaker beschouwen we als een

petekind van de Buren, omdat het een geslaagde samenwerking is tussen Nederlandse en Vlaamse acteurs en auteurs die gestudeerd hebben aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen. In Parijs blijven we samenwerken met de Stichting Biermans-Lapôtre, waar studen-

“Spoorwegen en bankiers hebben laten zien hoe het niet moet. Kunstenaars kunnen het wel”

ten uit België, Luxemburg en de rest van de wereld elkaar ontmoeten en waar we oudstudent David Van Reybrouck onlangs nog naartoe gestuurd hebben.” Een belangrijk onderdeel van deBuren blijft ook het virtuele luik. “Sinds 2006 bieden we op onze site gratis verhalen aan in het Nederlands en in vertaling, in tekst-en audiobestanden. In mei haalden we met 211.000 downloads van onze Radioboeken en CityBooks al een absoluut record, en in juli zijn

we daar nog eens overgegaan met 218.000 downloads. Dat maakt van deBuren de meest succesvolle site voor literaire originele fictie en vertalingen. Die verhalen kosten ook geld, maar ze bepalen mee het succes van het Vlaams-Nederlands Huis, tot in Lublin, Skopje, en Jerevan toe. Ik weet dat ze gebruikt worden in het onderwijs en lustig worden gekopieerd, maar die culturele generositeit is belangrijk. Cultuur is een van de belangrijke sleutels voor kleine landen zoals wij. Mijn droom is dat onze verhalen ook in de hotelkamers van die steden zouden komen te liggen zodat mensen ook eens iets kunnen lezen dat niet met shoppen, vreten en zuipen te maken heeft.”

Néerlandophonie DeBuren biedt veel inhoud gratis aan, maar is dat wel een haalbaar model? Van der Brempt: “De Nederlanders waren al lang voor de crisis gewoon om meer te betalen voor hun cultuur dan wij. Wij hebben altijd die sociaal-culturele instelling gehad van ‘hoe meer zielen, hoe meer vreugd.’ Maar op het moment dat die zielen dan wegblijven, hebben de tegenstanders het over een dure hobby van een kleine elite. We hebben al nagedacht of we meer moeten laten betalen. Maar ik heb ook al eens een gesprekje gehad in het hol van mijn theoretische vijand: Louis Vuitton (het modehuis, red.) geeft de stadsgidsen European Cities uit. Dat raakt aan het opzet van CityBooks, dus misschien kunnen we samenwerken. Op de jongste Biënnale van Venetië ben ik tot een soort

acceptatie gekomen van het nieuwe geld in cultuur. We kunnen niet meer wegkijken van de Emiraten, de Russen, de Chinezen en de Oekraïners, die met veel middelen hun plaats aan het innemen zijn op de kunstmarkt en de kunstscène. Bij ons verminderen niet alleen de publieke subsidies, van de privé valt er ook weinig te verwachten. Gazprom en consorten steken veel meer in cultuur dan de havenbazen van Antwerpen. Dat vind ik erg.” En hoe zit het ondertussen tussen Nederland en Vlaanderen? Van der Brempt: “Daar valt veel over te zeggen, maar ik erger me in ieder geval dood aan de energie die veel mensen verbruiken om te bewijzen dat we andere landen zijn. Ik kan als Antwerpenaar ook zeuren over hoe moeilijk het is om in Brussel te werken, maar dat is niet mijn instelling. Ik ben nog altijd voorstander van meer culturele samenwerking met Nederland. Ik droom ervan dat in 2015, als we 25 jaar Cultureel Verdrag vieren, het Vlaams en Nederlands Fonds voor de Letteren één Fonds voor de Nederlandse Letteren zou zijn. Niet uit een Groot-Nederlandse of anti-Belgische reflex, maar gewoon om naast de Francophonie, die nog altijd werkt en politiek gewicht heeft, de Néerlandophonie eens vorm te geven. Frankrijk en Duitsland hebben onlangs in Ramallah samen een cultuurhuis opgericht, waarom kunnen wij dan niet meer samenwerken? De spoorwegen en de bankiers hebben inderdaad laten zien hoe het niet moet. Maar de kunstenaars kunnen het wel.” Michaël Bellon

Goede Raad, heropeningsprogramma deBuren, 4 september om 19u30, Leopoldstraat 6 (ingang Prinsenstraat), Brussel, 02-212.19.30, info@deburen.eu, www.deburen.eu


BDW 1391 PAGINA 18 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

OP VADROUILLE MET NICK TRACHET (SLOT): MET DE BOEMEL NAAR HOEILAART

Druivenserres in een paardenlandschap HOEILAART – Als we eens naar Hoeilaart gingen? Het druivenseizoen is in volle gang en het weer mag er nog zijn. Straks begint het schooljaar en de vroege duisternis. Tijd dus voor een laatste zomeruitstapje.

M 

etro- en treinstation Schuman. Enkele minuten voor het uur vertrekt een boemeltrein richting Louvain-La-Neuve. Vanuit mijn treinzetel inspecteer ik de werken aan het GEN en moet toch wat schrikken wanneer we het vervallen stationnetje van Groenendaal – toch het beroemdste station van het land – voorbijsjokken. Het is nu helemaal omringd door werken en betonconstructies. Ik hoop dat men er weer een pak groen over neervleit, anders zullen we het stationnetje moeten omdopen tot Betonnendaal. Eén halte verder stap ik af tussen de razende werken. De halte Hoeilaart ligt op een nieuwe brug en ik ga een rustieke houten trap af naar de Charles Coppensstraat, die mij bergaf naar het centrum brengt, een kilometertje verder.

Den Dikke en den Dunne Hoeilaart is waar Vlaanderen het dunst is. Het gewest is hier slechts een dikke twee kilometer breed, geprangd tussen Brussel en Wallonië. Het FDF sprak van ‘le carcan bruxel-

Hoeilaart is een glazen dorp met een fantastische kwaliteit kasdruiven op de markt.

lois’, maar ik spreek liever over het spaghettibandje over de schouder van Brussel. Er staan nu nieuwe villa’s, maar ook de oude huizen zijn rijkelijk versierd en groot. Hoeilaart is al meer dan een eeuw welvarend. Dat is allemaal te danken aan Hoeilander (1841-1929) Felix Sohie, die

hier het eerste tuinbouwbedrijf met druivenserres begon in 1862. Op één generatie tijd veranderde Hoeilaart in een ‘glazen dorp’ dat een fantastische kwaliteit kasdruiven op de markt zette: Ribier, Leopold, Luscat d’Alexandrie, Canon Hall (neen, niet kanonbal) zijn druiven-

ADVERTENTIE

© BART DEWAELE

namen die vandaag iedereen die maar iets van fruit weet nog kan citeren. In de jaren 1960 verdween die rijkdom met de import van goedkope druiven uit het Zuiden. Enkele telers doen vandaag voort, en de niche voor deze prachtproducten zal altijd blijven bestaan.

Ondertussen wandel ik langs serres in alle staten van ontbinding: instortende, glasloze, maar ook enkele die nog in bedrijf zijn. Na een kilometer of twee sta ik bij het fraai neogotisch kasteel dat nu dienstdoet als gemeentehuis. Een grote weide nodigt er uit tot zonnen op het gras of een picknick. Ernaast, in het bed van de IIse die door het dorp stroomt, is een grote vijver aangelegd, met aan het eind het tramstationnetje waarvoor het standbeeld van dagbladverschijnsel Nero prijkt. In dat stationnetje huist nu een Nerocafé. Volgens enkele Hoeilanders die ik sprak, loont het de moeite om er eens te gaan eten (niet op maandag). Vanaf hier gaat de weg bergop. Er staat op het dorpsplein een lelijke neokerk (dat komt ervan als tuinbouwers te veel gaan verdienen) en enkele weinig schilderachtige cafés. Felix Sohie heeft er een borstbeeld in het moderne gemeenschapscentrum dat zijn naam draagt (met toeristische dienst). Ik wandel door de Sohiestraat met het geboortehuis van de held en op de hoek is een Italiaans restaurant met de onwaarschijnlijk naam Den Dikke en den Dunne. Linksaf en dan weer rechts begint de klim richting Jezus-Eik (Wijndaalstraat). Even verder, naast een handelaar van bouwmaterialen, brengt het kleine Uylenstraatje de wandelaar neer een plateau waar ooit Sohies bedrijf stond, netjes zuidwaarts gericht moet het hier vroeger allemaal van glas zijn geweest, maar daar is niets meer van te zien; de plek werd verkaveld en is nu onder de villa’s verdwenen.

Paardenlandschap Dan maar verder de Wijndaalstraat door. Ik vermijd de drukke JezusEikse steenweg en wandel langs meer ruïnes, serres en villa’s de trage helling op (Steenbergstraat, Blommaertstraat). Terwijl ik langzaam boven het dorp uitstijg, zie


BDW 1391 PAGINA 19 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

ik  eindelijk  een  bordje  met  ‘Hier  te  koop  Leopold,  Muscat’.  Dit  laat  ik  niet aan mij voorbijgaan! Als er nog  één streekproduct bestaat in Vlaanderen, dan is het dit wel. Ik roep dat 

“Als er nog één streekproduct bestaat in Vlaanderen, dan is het dit wel. Ik roep dat er volk is, en daar doemt een kranige tachtiger op die mij met plezier een tros Leopolds van meer dan een kilo verkoopt” er volk is, en daar doemt een kranige  tachtiger op die mij met plezier een  tros Leopolds van meer dan een kilo  verkoopt. Het is Norbert Van Herentals,  bekend  Hoeilander  en  serrist.  Bovenop  de  druiven  krijg  ik  hopen  commentaar  en  wijsheden  over  de 

Nick Trachet

streek  en  de  druivenkweek.  Was  ik  er niet kordaat weggestapt, ik stond  nu nog met Norbert te kletsen! “ Mérite un détour,” zouden ze bij Michelin zeggen. De straat gaat over in een  landweg  en  daar  doemt  in  de  verte  het Zoniënwoud op, dat de helft van  de  gemeente  bedekt.  Natuurpunt  wees  Hoeilaart  trouwens  aan  als  “meest  natuurrijke  gemeente  van  Vlaanderen.” Wanneer ik op het einde van de weg  rechts  afsla  (Koedalstraat)  kom  ik  in een paardenlandschap terecht. Ik  ben nu in Overijse. De villa’s zijn nog  dikker en overal huppelt manègepersoneel rond. Terug op de drukke weg  (Vuurgatstraat) kom ik al spoedig op  het  restaurantplein  van  Jezus-Eik.  Dat opengegooid is voor nieuwe bestrating.  Na  een  welverdiende  pint  kan ik hier een bus nemen die mij in  enkele  minuten  naar  metrostation  Herrmann-Debroux brengt. Dat was  een  mooie  wandeling.  Niet  te  ver,  niet te steil. Met jonge kinderen zou  ik  de  omgekeerde  richting  nemen,  dan eindigt de tocht met een speelweide  vooraleer  naar  het  station  te  gaan.  Maar  dan  moet  men  langer  met de druiven zeulen, uiteraard.

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Ayran In de supermarkt staat tegenwoordig ayran in de rekken.

Nick Trachet © BART DEWAELE

Norbert Van Herentals, bekend Hoeilander en serrist.

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Voor  etnische  voeding  moeten  we  minder  en  minder  naar  speciale  winkels.  De  supermarkten  hebben  dat  lang  niet  begrepen:  iedereen  is  tevreden  met  chips,  Mars  en Nutella. Jarenlang zag men  in grote supermarkten al eens  een  onopvallende  koosjer-afdeling,  maar  nu  gaat  het  veel  verder.  Naargelang  de  streek  zijn  er  Portugese  schappen,  Turkse  rekken  en  Marokkaanse  manden.  Eigenlijk  is  de  supermarkt  een  weg  naar  integratie. Wie altijd in zijn eigen winkel gaat shoppen, komt  niet  in  contact  met  andere  producten.  Via  de  supermarkt  leren  wij andere culturen kennen, en zij  ons.  In zo’n supermarkt vond ik tussen de plattekazen  en sojamelkjes dus ook ayran, de nationale drank  van Turkije. In de Middeleeuwen kwamen de Turken naar Europa vanuit de steppen van Azië. Eerst de Seltjoeken,  dan  de  Ottomanen.  Zij  hielden  halt  in  Constantinopel  (1453)  en  liepen  daarna  half  Europa  onder  de  voet.  De  val  van  de  stad  wordt  door  geschiedkundigen gezien als een van de startpunten van de  Renaissance. De  Ottomanen  waren  niet  echt  een  gecultiveerd  volk. Het waren nomaden en die sleuren per defi nitie nooit veel bagage met zich mee. Met Constantinopel  –  nu  Istanbul  –  als  basis  leerden  ze  snel  bij en kwamen ze tot een bloeiende cultuur. Maar  voedsel  is  altijd  wat  mensen  het  langst  doet  herinneren  aan  vroeger.  De  keuken  van  Turkije  is  in  het diepste van haar ziel een nomadenkeuken gebleven. Het vlees had niet de tijd om ‘af te hangen’  en was taai. Het werd dus voornamelijk als gehakt  gegeten, of als kleine stukjes vlees op spiezen boven een houtvuurtje. Herders beschikken over veel  vlees.  Gistculturen hadden ze niet, maar wel boter.  Daarom maakten ze gebak van bladerdeeg in plaats  van brood. Graan moesten ze kopen (of plunderen,  in die tijd), maar boter hadden ze in overvloed. De  kuddedieren gaven dagelijks melk, en gewone melk  is  alleen  voor  heel  kleine  kinderen  verteerbaar.  Grote mensen krijgen er buikpijn van.  De  meeste  melkdrinkers  kijken  nu  raar  op,  maar  wat  wij  Europeanen  doen  (melk  drinken)  is  een  uitzondering in de wereld. Europeanen zijn zo gebiologeerd door het lange melk drinken als volwassenen, dat nu 85 à 90 procent van de bevolking hier  geen  last  meer  van  heeft.  In  Afrika  en  Azië  is  dat  maar  10  procent.  De  rest  loopt  in  een  wijde  boog  om de melkfl es heen. Al in de tijd van de Merovingers gruwden bezoekers uit Byzantium bij het zien  van  Westerse  edellieden  die  zonder  zich  te  schamen  gewoon  melk  dronken.  Barbaars,  vonden  ze  dat!  Neen,  in  de  rest  van  de  wereld  is  melk  een...  probleem.  Wie  op  een  paard  rondhost  in  de  steppen 

met  een  lederen  zak  vol  melk  aan  zijn  zadel,  heeft  al  snel  boter  in  zijn  zak,  of  yoghurt.  En  wat  bleek:  gegiste  melk  is  wél  drinkbaar  voor  herders  en  nomaden. De bacteriën uit de lucht splitsen de lactose  (een  dubbelsuiker,  net  zoals  sucrose)  in  de  onderdelen glucose en galactose, die wel verteerbaar zijn. En dan is er nog de smaak. Verse melk is in het beste  geval  nogal  wee,  tenzij  bijzonder  koud  geserveerd.  Gegiste melk wordt friszuur. Zo is de ayran bijzonder populair geworden. Ayran, zo schreef ik al, is de  nationale  drank  van  Turkije.  Dat  zei  Atatürk  al,  en  Erdogan  heeft  het  nog  recentelijk  bevestigd.  Geen  thee,  als  zijn  er  theeplantages  in  Turkije,  en  zeker  geen raki of andere alcoholische dranken, ook al liggen de oudste wijngaarden ter wereld in Anatolië! Er bestaan heel wat merken ayran en op de Turkse  televisie wordt bijzonder wat reclame gemaakt  voor deze of gene ayransoort. De smaak en samenstelling moet variëren met de bacteriën  die  verantwoordelijk  zijn  voor  de  gisting,  en bij sommige meer artisanale producties  is het niet uitgesloten dat er wat alcohol in  de ayran zit: waar suiker is, is er alcohol,  tot spijt van wie ‘t benijdt. Bij  de  consumptie  in  de  Turkse  horeca  wordt  de  drank  hevig  geschud  vooraleer  ze  opgediend  wordt,  wat  zorgt  voor  een  schuimkraag die er extra vrolijk uitziet. In  sommige  streken  houdt  men  van  dikkere  ayran,  in  andere  dan  weer  van  lopende.  Ook  de  soort  melk kan variëren: koe,  schaap,  geit.  En  spijtig  voor  de  Turken,  maar  ook andere landen kennen  het  goedje.  In  Griekenland  spreken  ze  van  airani,  in  Albanië  van  dhalitë,  zelfs  in  Afghanistan  en  Pakistan  kent men het drankje (doogh).  Maar het stadje met de grootste  claim  op  ayran  als  specialiteit is Susuluk (Balikesir) tussen Istanbul en Izmir. Er is een  jaarlijks festival voor het drankje. Vandaag wordt in heel wat huishoudens ayran gemaakt door yoghurt aan te lengen met  water  en  een  schep  zout.  Zoals  de  lassi  van  de  Indische  restaurants.  Hier  in  de  supermarkt  vond  ik  twee  merken  kant-en-klare  ayran.  Beiden  vermelden als ingrediënt naast yoghurt ook melkpermeaat. 

“Al in de tijd van de Merovingers gruwden bezoekers uit Byzantium bij het zien van Westerse edellieden die schaamteloos melk dronken. Barbaars, vonden ze dat” Dat kende ik niet. Het blijkt een modern bijproduct  van  de  melkindustrie  te  zijn  dat  verkregen  wordt  door de dikkere delen van de yoghurt (het vet onder  andere) af te fi ltreren. Het is vergelijkbaar met wei,  maar komt niet van kaas.  De éne ayran smaakte een beetje zouter dan de ander, maar verder is het een best lekker en verfi ssend  drankje, zo voor de laatste warme dagen. Smakelijk.

nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1391 PAGINA 20 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Laurence Jouniaux: “Wat ik wel steeds heb gedaan, is trachten een harmonie te creëren tussen het interieur en de mens die erin moet wonen. Een kleurrijke mens hoort in een kleurrijk interieur, een sobere mens in een sober interieur.”

Laurence Jouniaux vindt zich om de tien jaar weer uit

‘Met half werk kan ik niet leven’ UKKEL – “Interesseert iets me, dan geef ik me voor de volle honderd procent. Anders voel ik me er niet goed bij en stap ik over naar het volgende. Zo steek ik nu eenmaal in elkaar. Ik ben van nature uit ongelooflijk nieuwsgierig en Brussel past daar perfect bij. Zoveel te zien, zoveel te ontdekken. Wie niet nieuwsgierig is, heeft hier eigenlijk weinig tot niets te zoeken.” Laurence Joniaux verkaste vijf jaar geleden van het zonnige zuiden naar het grijze noorden. Van Antibes naar Brussel. Om bij Bernard te zijn, de liefde van haar leven.

H

et grijze noorden, daarmee was deze pittige verschijning al vertrouwd: Jouniaux groeide op in een dorpje in de buurt van Mabeuge, vlakbij de Belgische grens. “Mijn vader was beeldhouwer-marmerbewerker. Ik was de tweede jongste in een geanimeerd huishouden. Mijn drie broers, twee zussen en ik genoten met volle teugen van de vrijheid die we van onze ouders kregen. Buiten stoeien, het was de natuurlijkste zaak van de wereld voor ons: we dartelden door onze jeugd. Gevaren kenden we niet, zoals dat

nu eenmaal gaat als je jong ben. Maar tegelijkertijd werd ons wel degelijk diets gemaakt dat er gewerkt diende te worden in het leven.” “Ik ben ook al snel op mijn eigen benen beginnen staan. De drang van de tiener om onder moeders vleugels vandaan te geraken: kort na het behalen van mijn diploma middelbaar onderwijs ben ik thuis vertrokken, min of meer met slaande deuren. Naar Rijsel. Vader en moeder dachten dat het wel zou koelen zonder blazen, dat ik na een weekje met hangende pootjes weer aan de voordeur zou staan. Maar

ze vergisten zich, ik heb niet meer omgekeken. Niet dat ik niet goed meer overeenkwam met mijn ouders, integendeel, maar de absolute vrijheid die ik mocht ervaren was onbetaalbaar.”

Harmonie Waarin Jouniaux ook vastbesloten was, was vooruit geraken in het leven, de raad van haar ouders indachtig. “Ik trok mijn plan, hield steeds goed mijn ogen open, had interesse voor alles en nog wat, werkte wanneer ik kon.

© MARC GYSENS

En zo ben ik na wat omzwervingen als jong kaderlid mogen beginnen bij een grote rekruteringsfirma. Waar ik me heb opgewerkt, veel heb geleerd, me geestelijk heb kunnen verrijken. Ook buiten mijn werksfeer bleef ik me interesseren in van alles en nog wat. Zo heb ik me in die periode ook ingeschreven aan de faculteit Psychologie. Tien jaar ben ik mijn werkgever trouw gebleven, tot mijn 35ste. Tot het voor mij tijd werd voor wat meer luchtigheid in m’n bestaan. Meer vrijheid ook, mijn eigen bedrijfje. Verzuchting die ik heb waargemaakt aan het andere uiteinde van Frankrijk, in Antibes.” “Het was een heel nieuwe wereld die voor me openging. Antibes is een kleine stad, maar wel heel kosmopolitisch. Vooral Engeland is er goed vertegenwoordigd. Ga richting jachthaven en je hebt een beetje het gevoel in Albion te zijn. Ik had er mijn winkeltje waar ik meubels verkocht die ik uit België importeerde, hield galerie, verkocht mijn diensten als decorateur. Zo heb ik een jaar later Bernard ontmoet. Belg, Brusselaar. De man van mijn leven. Ik kon daar in Antibes echter niet zomaar alles achterlaten, hij hier in Brussel ook niet. Hij had en heeft nog steeds in Brussel zijn bedrijf gespecialiseerd in design lichtschakelaars en zijn kinderen.” “Jarenlang hebben we allebei heen en weer gereisd en onderwijl deed hij zijn ding, ik het mijne. Cap d’Antibes, bezaaid met droomvilla’s, was mijn ‘speeltuin’. Een interessant cliënteel, prachtige dingen heb ik er kunnen realiseren. Zo heb ik zelfs de villa van een min of meer schatrijke Engelsman volledig mogen inrichten. Vier kandidaten waren er, mijn project kreeg de voorkeur. De man moeide zich


BDW 1391 PAGINA 21 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

“Wat me verraste, was de cultuurschok. Er is de onmiskenbare band tussen Belgen en Fransen, ik dacht dat het wel zou loslopen. Maar daarin heb ik me een beetje vergist, er zijn toch onmiskenbaar verschillen”

artiesten te mogen ontmoeten, relaties op te bouwen binnen het wereldje. Fotografen, schilders, tekenaars... Mijn liefde voor kunst, die werd bevredigd. Prachtige jaren waren het – met het aangename klimaat en het schitterende licht er als cadeau bovenop, maar uiteindelijk begon het weer te kriebelen. Dus heb ik mijn leventje in Antibes achtergelaten, om hier aan de zijde van Bernard een nieuwe start te nemen.”

Met vallen en opstaan Een nieuwe start, maar toch een beetje met vallen en opstaan. “De twee eerste jaren waren moeilijk, temeer daar mijn oudste zuster in die periode gestorven is aan kanker. Wat me verraste, was de cultuurschok. Er is de onmiskenbare band tussen Belgen en Fransen, ik dacht dat het wel zou loslopen. Maar daarin heb ik me een beetje vergist, er zijn toch onmiskenbaar verschillen. Niet alleen op menselijk vlak, ook wat de wetgeving betreft, de papierwinkel. Door mijn werkervaring bij de rekruteringsfirma in Frankrijk kende ik daar de arbeidswetgeving zo goed als door en door, hier was het toch andere koek.”

“Het was zoeken en dat is een hele tijd gebleven. Ik ben hier ook voor het eerst geconfronteerd geworden met het feit dat nogal wat Belgen zo hun oordeel hebben over de Fransen. Een oordeel dat niet steeds even flatterend is. Misschien soms wel gegrond, maar wat me vooral trof, was dat we allemaal over dezelfde kam werden geschoren. En als er nu iets is dat ik verafschuw, dan zijn het gemeenplaatsen. Iemand van het zuiden zit helemaal anders in elkaar dan iemand van het noorden. Iemand van de Elzas steekt anders in elkaar dan een Parisien. Er zijn sympathieke Fransen, er zijn Fransen die niet sympathiek zijn. Er zijn sympathieke Belgen, er zijn Belgen die niet sympathiek zijn. Ook de nood om contact te houden met mijn roots bleef. Daarom heb ik me aangesloten bij L’Association des Françaises. Om een stukje Frankrijk terug te vinden in België. Ik had tenslotte alles achtergelaten. Mijn familie, mijn vrienden, mijn relaties. Maar de liefde...” Ondertussen is het allemaal netjes in zijn plooi gevallen en heeft Jouniaux ook professioneel weer haar plaatsje gevonden. “Ik had eigenlijk niet meer de puf om opnieuw een bedrijf op te richten. Wat ik wel wist, was dat ik een eigen plekje binnen de kunstwereld wilde. Ik deed wat aan etsen, fotografie, werd een trouwe adept van de academies. In het chique Ukkel, maar ook in het volkse Sint-Gillis. In Franstalige academies, in Nederlandstalige. Ik heb er mijn vaardigheden kunnen verfijnen met de hulp van competente leermeesters, schitterende mensen mogen ontmoeten. Prachtig dat het allemaal zo dicht bij elkaar ligt in Brussel. Het heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik aan de slag ben gegaan als encadreuse, lijstenmaakster. Het staat me toe mijn kost te verdienen en door het cliënteel dat ik heb in nauw contact te blijven met de kunstwereld, rond te fladderen in het wereldje dat ik zo graag heb.” “Het is een bezigheid waar ik me volledig in kan vinden. Creatief én nuttig. De mogelijkheid hebben een kunstwerk helemaal tot zijn recht te doen komen, te beschermen, een harmonie te creëren: heel schoon vind ik dat. Maar al te dikwijls zie je het omgekeerde: een kunstwerk dat niet het kader heeft gekregen wat het verdient. Ik ben er nu tevens over aan het nadenken jonge artiesten te begeleiden, hen ervan te overtuigen dat het niet stopt bij het wrochten van een kunstwerk, dat de etappes die volgen zeker even belangrijk zijn. Etappes die onlosmakelijk deel uitmaken van de creatie. Ik wil hen ook bijstaan met het financiële plaatje, hen helpen de minst dure oplossing te vinden. Want voor meer dan het gros van de kunstenaars, zeker voor jonge, ligt het geld niet zomaar voor het rapen.” 

3 VRAGEN AAN BLERI LLESHI

Brusselse jongeren aan het woord ELSENE – Politiek filosoof en jongerenwerker Bleri Lleshi heeft zonet zijn tweede boek over Brusselse jongeren uit bij Epo. In ‘Brieven uit Brussel’ laat hij de jongeren zelf aan het woord. “We blijven de jongeren onderschatten en verliezen daardoor hun potentieel.” Vanwaar uw passie voor Brussel? Bleri Lleshi: “Brussel is een stad die je nooit volledig kan grijpen noch ontcijferen. Een stad die je niet onverschillig laat. Een stad die verleidt. Brussel is ook mijn thuis. Ik vind het belangrijk om mij te engageren op de plek waar ik leef, met de mensen rondom me. In Brussel zijn er veel problemen en uitdagingen. Die schrikken mij niet af. Ik geloof dat alle Brusselaars een bijdrage kunnen leveren om ons leven en dat van onze naasten te verbeteren.” Tijd om aan deze jongeren een stem te geven? Lleshi: “In de jongerenwerking wordt vaak in naam van de jongeren gesproken. We moeten evolueren naar een werkwijze waar we de jongeren zelf aan het woord laten. Jongeren zijn de toekomst. Brussel is een van de jongste hoofdsteden van Europa, maar er zijn te veel stereotiepen en vooroordelen over Brussel en de jongeren. Die wil ik via deze brieven, via documentaires en andere projecten doorbreken.” Het boek is tweetalig, dat is zeldzaam... Lleshi: “Dat is toch normaal voor een tweetalige stad? Al deze jongeren zijn twee- of meertalig, dat wordt steeds meer de norm in Brussel. De brieven zijn even interessant voor Franstaligen als voor Vlamingen, want ze gaan niet enkel over Brussel maar ook over de band tussen Vlaanderen en Brussel en over de Vlaamse kijk op Brussel. Dat is interessant voor Franstalige Belgen. De helft van het boek is trouwens vertaald door Brusselse jongeren. Het gaat voor mij niet enkel om het

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

© MARC GYSENS

Gravure van Laurence Jouniaux, zelf ingekaderd door de lijstenmaakster.

© STUDIO SCHREVER

met zo goed als niets, ik kreeg carte blanche. Binnen een bepaald budget, welteverstaan.” “Ieder mens is anders. Het is iets waar ik in mijn werk als decorateur steeds rekening mee heb gehouden. Ben ik een voorstander van soberheid en Zenatmosfeer, nooit heb ik mijn eigen smaak opgedrongen. Wat ik wel steeds heb gedaan, is trachten een harmonie te creëren tussen het interieur en de mens die erin moet wonen. Een kleurrijke mens hoort in een kleurrijk interieur, een sobere mens in een sober interieur. Anders werkt het niet voor mij. Net zoals in het leven: een mens wiens persoonlijkheid in harmonie is met de omgeving, is gelukkig.” “Ook mijn galerie had best wat aantrek, op die manier heb ik het voorrecht gehad om veel

Bleri Lleshi: “Een boek in beide landstalen: toch normaal voor een tweetalige stad?” schrijven van een brief maar om een heel proces voor deze jongeren waaruit ze kunnen leren en evolueren, met elkaar en met de media in contact komen... We gaan nu werken aan een tentoonstelling over deze brieven. Het is aan de jongeren om te zien op welke manier ze hun brief willen illustreren.”   Benjamin Tollet Bleri Lleshi’s blog: blerilleshi.wordpress.com Uitgeverij Epo: www.epo.be

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 25 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten, Paul De Weerdt, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Rika Braeckman: 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne. COÖRDINATIE Kim Verthé. EIND­REDACTIE Ken Lambeets (eindredactie@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst, Christophe Degreef, Bettina Hubo, Patrick Jordens, Steven Van Garsse, Danny Vileyn. BRUSSELNIEUWS Kris Hendrickx (nieuwsmanager), Sandra Schreurs (projectcoördinator), Jelle Couder, Goele de Cort, Eric Vancoppenolle, Laurent Vermeersch. REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele, Gerd Hendrickx. MEDEWERKERS Michaël Bellon, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt. FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh. VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie. Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1391 PAGINA 22 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

Petanque > Jean-François Hemon pakt brons op Wereldspelen in Colombia

Kwelduivels van de Fransen BRUSSEL – Jean-François Hemon (40) is een grote naam in de petanquewereld. Op wereldkampioenschappen is hij een vaste podiumklant en onlangs behaalde de Brusselaar, samen met Steven Ielegems, de bronzen medaille op de Wereldspelen in het Colombiaanse Cali. Nog maar eens een bewijs van onze sterke petanqueploeg, al vreest de Brusselaar voor de toekomst. “Ik ben zowat opgegroeid langs en op petanquevelden,” vertelt Hemon. “Nadat we van Frankrijk naar Brussel waren verhuisd – ik was toen één jaar oud – schreef mijn vader zich hier in bij een petanqueclub en groeide hij uit tot een topper: in 1981 werd hij zelfs wereldkampioen. Ik begon er op mijn vijfde mee en haalde snel een goed niveau. Maar de serieuze zaken begonnen op mijn dertiende.” De Brusselaar maakte de ontwikkeling van de Belgische petanquefederatie aan den lijve mee en was een van de eerste winnaars van de jongerencompetities. Op dat moment was er weinig tegenstand in België, maar ook op mondiaal niveau stond hij meer dan zijn mannetje. “In 1989 kroonde ik mij tot vicewereldkampioen bij de junioren. Tot dan toe had ik op school nooit gezegd dat ik petanque speelde – ik zou uitgelachen worden – maar toen iemand mij op televisie had gezien na die prestatie, was ik uiteraard zeer fier om ermee uit te pakken.” “Petanque is altijd mijn passie geweest. Velen vinden het een saaie sport, maar dat is het zeker niet. Het is zeer divers, de omstandigheden zijn altijd anders. Mijn geheime wapen is dat ik met de juiste worp op het juiste moment kan uitpakken. Veel spelers presteren wat minder tijdens de money time, maar ik kan net dan mijn niveau verhogen.” In de loop van de jaren 1990 bleef Hemons

de  CLUB

Jean-François Hemon: “Veel spelers presteren wat minder tijdens de money time, maar ik kan net dan mijn niveau verhogen”

niveau gestaag groeien. Een weekend op drie trok hij naar Frankrijk om er met de top te wedijveren, met succes: als junior won hij er zelfs een paar seniorentornooien. Op financieel vlak was het nooit gemakkelijk, want veel

steun kan de Belgische federatie niet geven. Toch leverde zijn sportcarrière hem een mooie prijs op. “Ik heb de afgelopen 35 jaar voor vijf ploegen gespeeld. Die transfers gingen om diverse

© SASKIA VANDERSTICHELE

redenen door, maar grote sommen kwamen daar nooit bij kijken. Al heb ik mijn job bij de gemeente van Oudergem wel te danken aan petanque: de vorige burgemeester is een fervent speler en wou indertijd een sterke ploeg

Les Boulistes Bruxellois

‘Petanque om Brussel een betere stad te maken’ BRUSSEL – ‘Reclaiming public space one ball at a time. Parce que la ville est notre jardin. Omdat het ons wel een bal kan schelen.’ Met deze slogan gaan “Les Boulistes Bruxellois” de strijd aan om de publieke ruimte beter in te vullen. En dat met de hulp van petanque. “Eigenlijk is het idee van onze pop-up petanque op een zatte avond ontstaan,” vertelt medeoprichter Bram Dewolfs. “We zijn geen petanque-experten, maar we houden er wel van om af en toe een balletje te gooien. Samen met een paar vrienden hebben we ons plan uitgewerkt en met de steun van een anonieme mecenas hebben we een draagbaar veld in elkaar gestoken. Dat kost toch een vijfhonderdtal euro. Vooral het gras dat we erin leggen deed de prijs oplopen.” Petanque op gras? Het is zeker niet alledaags en het leverde de initiatiefnemers wat kritiek op van doorgewinterde spelers. Maar het gras

is niet alleen een ondergrond, het is ook een verwijzing naar het achterliggende doel van de groep. “Het staat eveneens voor ons streven naar kwaliteitsvolle openbare ruimten in Brussel. De beschikbare ruimtes zijn niet altijd kwaliteitsvol ingevuld. Neem nu het vernieuwde Muntplein: een grote open ruimte waar niets voorzien is om te spelen. Niet voor de kinderen en niet voor de volwassenen. Wij zijn zot van onze stad, maar het is een ruwe diamant. Er is veel ruimte voor verbetering en dat willen we aanklagen met Les Boulistes Bruxellois.” Dankzij hun draagbaar veld kunnen de Boulistes overal opduiken. Ze willen zowel de aandacht vestigen op knappe plekken als op ruimtes die voor verbetering vatbaar zijn. Petanque is het middel om hun doel te bereiken, maar ook om veel plezier te maken. “Gezelligheid is altijd van de partij. We duiken ergens op – waar kun je lezen op onze Facebookpagina – en genieten van het spel en de

omgeving. Dankzij mond-tot-mondreclame komen er nu toch al een veertigtal mensen opdagen. Maar we ronselen geen mensen. Wie ons ziet spelen en wil deelnemen, is van harte welkom. Onlangs was er een groep van een tiental Romakinderen die mee kwam spelen. Leuk, toch? Ik zou anders nooit met hen in aanraking komen.” “We zijn zeker geen competitiebeesten. Tot voor kort kenden we de regels zelfs niet. Er was wat wantrouwen van de echte boulisten. Dat versta ik wel, het is hun passie. Maar voor ons is het naast een leuke activiteit ook een middel om van Brussel een betere stad te maken.”

Op ronde met cargofiets De Boulistes zijn eigenlijk een project van de vzw Urban Foxes. Dewolfs en zijn maats zetten daarmee allerhande activiteiten op touw en dragen zaken als ecologie en solidariteit hoog in het vaandel. Met hun petanqueproject

zouden ze in de toekomst dan ook graag naar ‘minder gefortuneerde’ wijken als Molenbeek en Sint-Joost-ten-Node trekken. “Daarom zouden we ook graag op termijn uitbreiden tot vier à vijf velden. Als er plots een hoop kinderen wil meespelen, zullen we niet ver komen met één veldje. We zouden ook graag een cargofiets hebben om onze velden te transporteren. Binnenkort zitten we samen met een bevoegde minister om te spreken over onze initiatieven en onze visie op openbare ruimtes. We willen dat naar alle Brusselaars vertalen. Het is nu aan de politiek om moed te tonen.” Een hip project als dat van de Boulisten trekt uiteraard aandachtige commerciële blikken. Maar daar is het de initiatiefnemers helemaal niet om te doen. Steun is zeker welkom, maar ze willen een middenweg vinden zodat ze van niemand afhankelijk zijn. Ze geloven in hun project en gaan uit van het principe dat alle beetjes helpen. Dus blijven ze, uiteraard, ook


BDW 1391 PAGINA 23 - DONDERDAG 29 AUGUSTUS 2013

uitbouwen. Daarom bood hij me een plaats in de ploeg en een werkplaats bij de gemeente aan. Daar zit ik ondertussen al twaalf jaar.”

Ontevreden Fransen Ondanks het statuut van topper heeft de Brusselaar nooit veel verdiend met zijn sport. Hij moet het vooral hebben van een rijk palmares. De hoofdvogel schoot hij in 2000 af, in het Portugese Faro. “Ik werd toen wereldkampioen met de Belgische ploeg. Tot dan hadden we al twee bronzen medailles gehaald. We staan in België bekend als het Dream Team: Claudy Weibel, André Lozano, Michel van Campenhout en ikzelf. Drie spelers vormen de vaste ploeg en

“We werden wereldkampioen in 2000 en staan in België bekend als het Dream Team. Spijtig genoeg voor de jongeren houden wij al vijftien jaar stand” de reservespeler mag altijd invallen. Spijtig genoeg voor de jongeren houden wij al vijftien jaar stand (lacht).” “Die wereldtitel is uiteraard mijn mooiste herinnering. We hebben tot nu toe al drie keer een finale van het wereldkampioenschap verloren van de Fransen, dus het doet echt deugd als je hen kan verslaan. Het zijn onze grootste sportieve rivalen.” Schrik hebben onze jongens zeker niet van de Franse buren. Integendeel, onze vier toppers hebben al vier jaar een licentie in Frankrijk en nemen er deel aan de nationale competitie. Dat houdt in dat ze ongeveer een keer per maand met hun Franse ploeg in actie komen. De ploeg van Metz is samengesteld uit onze nationale ploeg, aangevuld met twee lokale spelers. “We hebben de afgelopen twee jaar telkens de titel behaald en hebben ook nog eens het Europees kampioenschap voor clubs gewonnen. De Fransen zijn daar niet zo tevreden mee (grijnst). Maar daar trekken we ons niets van aan.”

David Steegen

“Als we in België waren gebleven, zou ons niveau gezakt zijn. In Frankrijk vinden we een nieuwe uitdaging. We moeten tegen sterkere tegenstanders spelen om te blijven groeien. Af en toe spelen we hier ook nog, hoor. Maar in België zijn er nu eenmaal niet zoveel toptornooien.”

Schoonheid in Brussel

Achtervolgende politie Het rijke palmares van Hemon werd deze zomer uitgebreid met een nieuwe prijs: hij behaalde een bronzen medaille op de Wereldspelen, zeg maar de Olympische Spelen voor sporten die daar niet aan bod komen. Hij werd gekoppeld aan Steven Ielegems omdat zijn ploegmaats van de nationale ploeg niet mee konden. “Pas anderhalve maand voor het tornooi werd beslist dat we mochten gaan, omdat de ploegen normaal gezien gevormd moesten worden uit spelers die op het afgelopen wereldkampioenschap hadden gespeeld. Uiteindelijk mochten we dus gaan, maar ik was op mijn hoede. Waar zouden we daar terecht komen? Die vrees bleek onterecht te zijn: de organisatie was goed en de sfeer uitstekend. Ze deden er echt alles aan om het vlot te laten verlopen. Er waren maar liefst achtduizend politiemensen voor vierduizend sporters. Als we buiten het atletendorp iets gingen drinken, werden we steeds op een afstand gevolgd door agenten.” “Met onze derde plaats zijn we zeer tevreden, dat was het hoogst haalbare. Frankrijk en Thailand waren gewoon te sterk. Dankzij zeges tegen Monaco en de Verenigde Staten, ploegen die volledig samengesteld zijn uit Franse spelers, hebben we toch een podiumplaats afgedwongen.” Hemon loopt ondanks het aaneenrijgen van sterke prestaties niet met het hoofd in de wolken. De petanquefederatie kan amper steun bieden en de tijdrovende sport begint zijn tol te eisen. “Samen met de drie andere spelers van de nationale ploeg is de motivatie wat weggezakt. We moeten veel reizen, het vergt veel tijd, we hebben allemaal een gezin; noem maar op. Als we nog vijf à zes jaar aan de top spelen, zal het goed geweest zijn. Ons volgende doel is het wereldkampioenschap van volgend jaar, in Tahiti. En de opvolging? Ik vrees dat die niet klaarstaat.” 

Bozar is de moderne benaming van het Paleis voor Schone Kunsten. De hippe naamsverandering hoeft eigenlijk niet. De programmatie is zo verscheiden dat het bijna een misdaad is om niet minstens een keer per jaar het kunstencentrum af te zakken. Zaterdag was David Byrne aan de beurt. De inspirator van de Talking Heads. Een held voor wie jong was in de jaren 1980. Wij zijn fan. De muzikale duizendpoot, inmiddels 61 jaar jong, werkt de voorbije jaren samen met de Texaanse zangeres Annie Clark. Ze laat zich St-Vincent noemen. Toegegeven, wij zijn gekomen voor de songs van de Talking Heads. Daarvoor ondergaan we gewillig de avant-garde van het meisje met de brassband. Sommige critici, mensen die betaald worden om er iets van te kennen, breken het concert achteraf helemaal af. Een artikel op de website van een vooraanstaand weekblad beschrijft de prestatie van Byrne en de zijnen als “potsierlijk” en “saai”. De media overdrijven graag. Misschien worden critici na jaren blasé, zijn ze toe aan iets anders of willen ze, op jeugdige leeftijd, aan het begin van de journalistenloopbaan, opvallen om enige marktwaarde te winnen. Dat doet men door zo scherp en negatief mogelijk uit de hoek te komen. Meestal ten koste van gevestigde waarden. David Byrne is een held. Verre van potsierlijk en saai. Hij is altijd goed, zelfs als het slecht is. We hebben een gezellige avond beleefd. Groots was het concert niet, maar het is als kijken naar een wedstrijd van Diego Maradona in zijn nadagen als voetballer. Je weet dat het nooit meer zo mooi wordt als voorheen, maar de liefhebber geniet van die ene beweging, van dat geniale moment die de glorie van weleer heel even oproept. Het is vooral de onvoorwaardelijke, collectieve bewondering voor de virtuoos, de artiest, die de toeschouwer mild stemt. Fans willen

www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

Tim Schoonjans

© SANDER DE WILDE

gratis basketfestijn SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – Sportcomplex Poseidon opent zijn deuren en laat sportfanaten proeven van basketbal op hoog niveau. Wolu Gala Basket is een mooie opwarmer voor het komende basketbalseizoen. Op zaterdag 7 september is sportzaal Poseidon namelijk het strijdtoneel voor binnen- en buitenlandse ploegen. En dat helemaal gratis. Het gala gaat om halfdrie van start met de dameswedstrijd tussen de Belgische eersteklasser Castors

Sport, kies en koop BRUSSEL – De sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) opent zijn deuren en nodigt iedereen uit om te proeven van zijn aanbod. Dankzij hun draagbaar veld kunnen de Boulistes overal opduiken.

in het najaar doorgaan met Les Boulistes Bruxellois. “Dankzij onze grasmat kunnen we ook indoor spelen. We hebben bijvoorbeeld al in De Markten gespeeld. We zijn in een tapijtwinkel gaan testen wat de beste ondergrond

niet dat er aan de status van ‘hun’ sterren getornd wordt. David Byrne is een mooie man. Het spierwitte (natuurlijke) kapsel verstevigt het natuurlijk charisma, oud wordt de man nooit. Elke keer dat hij een lied uit het onsterfelijk Talking Heads materiaal uit vroegere tijden inzet, springt het publiek op uit de pluchen zetels. De imposante brassband zorgt voor de nodige sfeer, het blonde meisje van de experimentele groep heeft impact. De kruising van Madonna en Björk. Ze mogen schrijven wat ze willen. We hebben ons uitstekend vermaakt, vooral omdat we, na het concert, backstage ontvangen werden. De organisator is een vriend. We mochten even aan tafel zitten met de voormalige frontman van de Talking Heads. Wat zeg je tegen een grootheid? We hebben hem kort en schroomvol proficiat gewenst. Graag waren we op de foto gegaan met de man. De moed om het te vragen ontbrak. De dag nadien wordt Charleroi in Anderlecht met mooi voetbal weggespeeld. Paars-wit voetbalt bijwijlen dartel in het uitverkocht Constant Vanden Stockstadion. Een mooie avond. Voor de wedstrijd ontmoet ik, dankzij de manager, voetbalheld Louis Saha. De vroegere Franse international, de onbesproken vedette uit de Premier League (Ster van Manchester United, Fulham, Newcastle United, Everton FC, Sunderland FC en Tottenham Hotspur) is sinds kort gestopt met voetballen. Hij komt Anderlecht bezoeken. Mijn collega helpt. Dankzij hem durf ik op de foto. Het weekend is compleet. In Brussel beleeft een mens de mooiste avonturen.

is. Die hebben we nu, dus kunnen we overal opduiken. Je mag dus zeker nog wat van ons verwachten om de aandacht te blijven vestigen op het terugeisen van publieke ruimte.”   Tim Schoonjans

Sportliefhebbers moeten zaterdag 7 september in hun agenda noteren. De startdag van de VGC vindt dan (van tien uur ’s ochtends tot één uur in de namiddag) tegelijkertijd plaats in sportzaal E. Hiel in Schaarbeek (Freesiadreef 7) en de VGC-sporthal in Koekelberg (Félic Vande Sandestraat 15). Wat zij ook kiezen, sport en plezier zijn gegarandeerd.

Braine en de Fransen van Villeneuve d’Ascq. Om kwart na vijf kunt u Brussels Basket aan het werk zien, beter bekend als Excelsior Brussel. Zij spelen komend seizoen voor het eerst in de hoogste klasse en krijgen tijdens het gala een stevige brok voorgeschoteld: de Den Helder Kings, een ploeg uit de Nederlandse eredivisie. Het basketbalfeest wordt afgesloten met een confrontatie tussen de organisatoren, Royal Linthout basketbalclub, en United Basket Woluwe. Heel het weekend lang worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Meer info op www.dynamictamtam.be.  TS

Tijdens de sportdag staan allerlei initiaties, demo’s en sportieve activiteiten op het programma. De sportdienst pakt uit met zijn aanbod voor het komende seizoen en heeft een pak stevige argumenten. Wie overtuigd is, kan meteen sportmateriaal en –kledij kopen op de tweedehandsbeurs. Dit is ook de eerste mogelijkheid (na de zomer) waar men zich kan inschrijven voor de activiteiten die de komende maanden plaatsvinden in beide sportzalen. Naar het beeld van het sportaanbod van de VGC komt iedereen aan bod: kleuters, volwassenen, personen met een beperking. Iedereen is welkom. Meer info op www.vgc.be/sport.  TS

BDW - editie 1391  

Brussel Deze Week van 28 augustus 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you