Issuu on Google+

JOHN WATERS EREGAST OP HET OFFSCREEN FILMFESTIVAL En ook: ABBota, Erik Truffaz en Baba Sissoko.

28 02 13

14-15

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

1000 JONGEREN IN DE WEER VOOR MUSEUM NIGHT FEVER

Doorkijkwoning © BART DEWAELE

Het is een vreemd beeld aan de Cicerolaan in Evere. Ieder Zijn Huis, het sociale woonblok van de befaamde architect Willy Van Der Meeren staat er naakt en gestript in de kou, klaar voor de volledige renovatie. U kunt er zo doorkijken. Met geld van Beliris wordt het avant-gardistische blok energiezuinig gemaakt en aangepast aan de huidige comfortnormen. En de sixties-kleurtjes die de gangen en appartementen een aparte identiteit gaven, komen helemaal terug. SVG

Welzijn > Wel nieuwe Vlaamse rusthuizen elders in gewest

Geen zorgdorp in Koekelberg BRUSSEL – Het plan voor een zorgdorp op de vroegere KUB-site in Koekelberg is van de baan. Initiatiefnemer Sint-Vincentius gaat nu rusthuizen en andere bejaardenvoorzieningen neerzetten in buurgemeente Molenbeek, en in Evere.

I

n 2010, vlak nadat de studenten waren vertrokken uit de campus, werd bekend dat de Oost-Vlaamse vzw Sint-Vincentius een ‘zorgdorp’ wilde uitbouwen op de site: een rusthuis, serviceflats, kamers voor kortverblijf, een herstelhotel en eventueel ook een polikliniek en huisartsenpraktijk. Het voornemen stuitte meteen op groot verzet bij burgemeester Philippe Pivin (MR). Hij wilde geen bejaardengetto, wel

een gemengd project. Waarop SintVincentius de plannen aanpaste. Ondertussen begon Koekelberg met de wijziging van het Bijzonder Bestemmingsplan (BBP), dat het KUBterrein als universiteit labelde. Onlangs besloot Sint-Vincentius om helemaal af te zien van zijn woonzorgproject in Koekelberg. Reden: de wijziging van het BBP sleept aan, het zal zeker nog tot midden 2014 duren voor er duidelijkheid is over

de bestemming. “Tegen die tijd zou onze vergunning van de Vlaamse gemeenschap verlopen zijn,” zegt directeur David Larmuseau. Bovendien diende er zich in de August De Boeckstraat in Evere een buitenkans aan. Daar kon een reeds goedgekeurd project overgenomen worden. Sint-Vincentius besloot zijn vergunde bedden deels over te brengen naar Evere en deels naar Molenbeek, waar de vzw een terrein aan de Condorlaan in erfpacht nam. In Evere verrijst momenteel een rusthuis met kamers voor kortverblijf en serviceflats. Het moet in september volgend jaar opengaan. In Molenbeek wil Sint-Vincentius dezelfde voorzieningen als in Evere

bouwen, plus een herstelhotel. “Dat is er nog niet in het Brussels gewest,” zegt Larmuseau. “Sowieso is het niet onze bedoeling om hier klassieke rusthuizen te bouwen. Molenbeek telt er zo al negentien. Wij willen complementair zijn. Daarom focussen we in Molenbeek op revalidatie, en in Evere op nietaangeboren hersenletsels als Parkinson en MS, en ook op dementie.”

Vlaams De rusthuizen van Sint-Vincentius worden Vlaamse instellingen. Nu telt Brussel wel veel rusthuizen, maar slechts twee Vlaamse: de Overbron in Neder-over-Heembeek en Bellevue in Vorst. Bovendien

zou dat laatste, vanwege de strenge Vlaamse taaleisen, bicommunautair willen worden. Wel gaat dit jaar een nieuw Vlaams rusthuis open in Heembeek, Pagode, met 150 bedden. En volgens Herwig Teugels van het Kenniscentrum Woonzorg zijn er ook elders in het gewest plannen voor Vlaamse rusthuizen: op de Potiez-Demansite in Anderlecht, en in de Vijfhoek, Elsene, Jette, Laken en Schaarbeek. Teugels: “Vlaanderen programmeerde 1.254 rusthuisplaatsen in Brussel tegen 2017. De realisatie verloopt misschien moeizamer dan in Vlaanderen. Maar we zijn nu heel concreet bezig, dus het kan.” Bettina Hubo

N° 1367 VAN 28 FEBRUARI TOT 7 MAART 2013 ¦ WEEK 9: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1367 PAGINA 2 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013 © SASKIA VANDERTSTICHELE

‘METROSTUDIE IS DOORGESTOKEN KAART’ BRUSSEL –Een nieuwe metrolijn naar Schaarbeek is broodnodig. Alleen trams volstaan niet. Dat stelt het studiebureau BMN in opdracht van Beliris. Nu blijkt dat het studiebureau eveneens gemachtigd is voor het ontwerp van de metrolijn. In het parlement rezen heel wat vragen naar de neutraliteit van de haalbaarheidsstudie. Die is uitgevoerd door het consortium Bureau Metro Noord dat tal van grote ingenieursbureaus verzamelt: TVH Grontmij, TPF, Bagon, Amberg, Van Campenhout en Arep. Het studiebureau moest nagaan hoe de mobiliteit in het noorden van Brussel het best georganiseerd kan worden, rekening houdend met de bevolkingsgroei en een openbaar vervoer dat er nu al uit haar voegen barst. Drie opties werden bestudeerd: meer trams, een ondergrondse tram en een metro. Uit de kosten-batenanalyse komt een nieuwe metrolijn als het meest geschikte scenario naar voren. Zo bleek tijdens een persconferentie in september van minister-president Charles Picqué (PS) en minister Laurette Onkelinx (PS), bevoegd voor Beliris dat de studie financiert. Maar eind december bracht de denktank Arau uit dat het studiebureau BMN ook de opdracht heeft gekregen voor alle opvolgende fases van het studiewerk voor een nieuwe metrolijn: de plannen voor het tracé, het ontwerp van de ondergrondse stations en het begeleiden van de werken. “Kan niet,” stelt Arau in een communiqué. “De haalbaarheidsstudie is partijdig. BMN heeft belang bij het metroscenario.” Volgens Arau is de optie tram daarom slecht onderzocht. Ook in het Brussels parlement klonk felle kritiek op de werkwijze. Ecolo en FDF vinden het niet verstandig om hetzelfde bureau in te schakelen. “De studies waren beter gesplitst geweest,” zegt parlementslid Cécile Jodogne (FDF), zelf van Schaarbeek en eerder voorstander van een metro naar het noorden. Minister voor Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) ziet er geen graten in. BMN wordt immers niet gevraagd om de werken uit te voeren. Ze gaf ook de kostprijs van beide studies: 880.000 euro voor de eerste fase, 1,2 miljoen euro voor de tweede.  SVG

Uitgelicht > Brusselaar sorteert ondermaats

Blauwe zak flopt BRUSSEL - De blauwe zakken voor PMD-afval zijn geen succes in Brussel. Vorig jaar werd opnieuw 2.752 ton minder plastic, metaal en drankkarton opgehaald dan het jaar voordien. Er wordt amper nog meer PMD opgehaald dan voor de verplichte sortering.

S 

inds januari 2010 is de Brusselaar verplicht om zijn afval te sorteren. Aanvankelijk leek dat een groot succes, want in dat jaar viel er meteen een forse daling van de hoeveelheid restafval op te tekenen, samen met een stijging van het volume PMD, papier, karton en glas. Maar die trend heeft zich niet verdergezet. Het volume restafval (witte zak) zit opnieuw in stijgende lijn. In 2010 haalde Net Brussel nog 306.000 ton op, in 2012 was dat al 320.986 ton, ofwel circa 280 kilo per persoon, evenveel als het jaar voordien. Ter vergelijking: in Antwerpen werd twee jaar geleden 166 kilogram restafval per inwoner opgehaald. Opvallend is dat er opnieuw steeds minder blauwe zakken worden opgehaald. Waar er in 2010 nog meer dan 16.000 ton PMD op de stoep werd gezet, is dat twee jaar later nog 11.000 ton. Dat is amper 1.000 ton meer dan voor de verplichting, en een daling met liefst een derde. Volgens de nieuwe staatssecretaris voor Netheid Rachid Madrane (PS)

is dat vooral te wijten aan het verbeterde sorteergedrag van de Brusselaar. Het eerste jaar stopte die volgens hem nog te veel restafval in de blauwe zakken. “Maar de communicatieacties om de Brusselaars aan te sporen zorgvuldiger te sorteren, werpen hun vruchten af,” zegt hij. Bij stadsvereniging Bral betwijfelen ze echter of dat de enige oorzaak is. “Nu het nieuwe van de verplichting eraf is, vergeten de mensen het weer,” denkt Piet Van Meerbeek. “De communicatie moet dus weer intensiever. Maar zelfs met alle publiciteit van de wereld halen we nooit de Europese richtlijn van vijftig procent restafval tegen 2020.” Vandaag sorteert de Brusselaar slechts een kwart van het afval.

Duurdere zakken Om de doelstelling van 50% te bereiken, moet vooral de dienstverlening verbeteren. “Meer containerparken en ophaling van organisch afval. En vooral: de witte zakken moeten duurder worden,” aldus Van Meerbeek. In Vlaanderen, waar 75% van het

afval gesorteerd wordt, is de duurdere restafvalzak al langer ingeburgerd, maar in Brussel is het nog een taboe. “Wij hebben in Brussel ook lang voor een betaalzak gepleit,” zegt Youri Sloutzky, woordvoerder van Fost Plus, verantwoordelijk in België voor de inzameling van de verpakking. “Maar uiteindelijk zijn we tot een compromis gekomen met de Brusselse overheid: wel een verplichting, geen duurdere witte zak. Een betaalzak zou hier trouwens ook nadelen hebben, zoals meer zwerfvuil en sluikstorten.” Toch denkt Fost Plus dat een invoer van een betaalzak nog altijd overwogen kan worden “als de modaliteiten en timing weloverwogen bepaald worden”. De Brusselse inwoners zijn immers nog maar net geconfronteerd met een wijziging van de ophaalfrequenties. Nieuwe ingrijpende veranderingen kunnen dus niet meteen, meent de organisatie. Volgens Bral zou de toename van sluikstorten maar tijdelijk zijn. “Bovendien pleiten wij voor een sociaal systeem, waarbij iedereen een aantal witte zakken gratis krijgt, maar ze daarna wel duur betaalt. Dat is volgens ons veel socialer dan slecht geïnformeerde mensen beboeten.”  Goele De Cort/ brusselnieuws.be

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

Een geval van multitasking in de marge van de vakbondsbetoging van afgelopen donderdag: gsm’en en de behoeftigen steunen, tegelijkertijd.

© IVAN PUT


WEEKOVERZICHT

BDW 1367 PAGINA 3 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

© DIETER TELEMANS

WOENSDAG 20 FEBRUARI Jeugdinstelling op komst in Brussel. Er komt een instelling voor delinquente jongeren in Brussel. Dat is althans wat Brussels minister Evelyne Huytebroeck (Ecolo) aankondigt in de kranten van Sudpresse. 43 procent van de geplaatste jongeren aan Franstalige zijde is uit Brussel afkomstig, maar geen enkele instelling is tot nu toe in Brussel gevestigd. Daarom wil de minister er een in Brussel creëren. Er is nog geen datum gepland voor de opening van de jeugdinstelling. Malika Abbad nieuwe voorzitter Groen. Malika Abbad wordt verkozen tot nieuwe voorzitter van Groen in het Brussels Gewest. Ze volgt daarmee Rik Jellema op, die schepen in Etterbeek werd. Abbad is vorig jaar verkozen als gemeenteraadslid in de Stad Brussel. Tot haar prioriteiten behoren de strijd tegen armoede en een beter beleid voor tewerkstelling, mobiliteit en huisvesting. Brussel biedt 1,2 miljoen euro voor kasteel. Een kasteelhoeve in het West-Vlaamse Veurne krijgt een bod van 1,2 miljoen euro van de Stad Brussel voor het volledige gebied van 4,5 hectare. Het kasteel zou een vakantiekolonie worden voor Brusselse schoolkinderen. Er klinkt hevig verzet bij de N-VA. Gemeenteraadslid Johan Van den Driessche vraagt zich af of zulke aankopen wel verantwoord zijn in het huidige economische klimaat.

DONDERDAG 21 FEBRUARI Nationale betoging in Brussel. De drie grootste vakbonden protesteren in Brussel tegen de besparingen van de federale regering. De vakbonden delen de vrees dat er aan de lonen gemorreld zal worden. Volgens de politie zijn er 30.600 deelnemers aanwezig, hoewel de vakbonden er 40.000 tellen. De luidruchtige betoging verloopt zonder incidenten. Daags nadien luidt Luc Coene, de gouverneur van de Nationale Bank, de alarmbel. Volgens hem blijven de Belgische lonen te hoog. MIVB-beheerscontract krijgt groen licht. De Brusselse regering bereikt een akkoord over het nieuwe MIVBbeheerscontract voor de periode 2013-2017, mede dankzij Brigitte Grouwels (CD&V), Brussels minister van Vervoer. Inhoudelijk bevat het contract wijzigingen die het openbaar vervoer niet alleen veiliger en sneller moeten maken, maar ook duurzamer en meetbaarder.

VRIJDAG 22 FEBRUARI De blauwe zak voor plastic, metaal en drankkarton kan de Brusselaar maar matig bekoren.

“ “ HET WOORD

Moordenaar geeft zichzelf aan. Een man geeft zich in het bijzijn van zijn kinderen aan bij de politie wegens moord op zijn echtgenote. Kort erna start de politie een onderzoek in zijn huis in de Marollenwijk, samen met de wetsdokter, waar ze een lichaam van een vrouw aantreffen. De details van de zaak zijn onbekend, en het parket geeft voorlopig niets vrij.

MAANDAG 25 FEBRUARI

Maar uiteraard gaan we de negentig procent Franstaligen in Brussel - ik weet dat de Vlamingen het niet eens zijn met dat cijfer - niet laten vallen. Er zal solidariteit zijn tussen de gewesten.” Waals gewestminister en regionalist Jean-Claude Marcourt (PS) is geen voorstander van de constructie Wallonie-Bruxelles, maar dat betekent niet het einde van de solidariteit (De Standaard)

De idioten die zich één gemeente verbeelden die heel het gewest bestrijkt houden ons voor naïevelingen, want dan houdt het gewest op te bestaan.”

MEGABORDEEL IN SCHAARBEEK? Een grootschalig complex dat vergelijkbaar is met de Antwerpse Villa Tinto in het Schipperskwartier. Daarover start vandaag een openbaar onderzoek. Het project werd ingediend door de bouwondernemer die ook Villa Tinto bouwde. Het grootschalige bordeel zou 38 prostitutiestudio’s omvatten, en 43 appartementen en winkels. Het onderzoek duurt twee weken, en er is weinig kans dat het project in zijn huidige vorm groen licht krijgt. De gemeente Schaarbeek is tegen, omdat het meer prostitutie in de hand zou werken. blauwe zak is geen succes. In 2012 werd 2.752 ton minder plastic, metaal en drankkarton opgehaald dan het jaar voordien. Ook stijgt de hoeveelheid restafval (witte zak) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opnieuw. Bij de invoering van het verplicht sorteren in 2010 daalde de hoeveelheid restafval nog. Er gaan opnieuw stemmen op om de vuilniszakken in Brussel duurder te maken.

DINSDAG 26 FEBRUARI Minister-president Charles Picqué (PS) legt uit waarom hij tegen de fusie van gemeenten is (Commissie Ruimtelijke Ordening Brussels parlement).

brusselbazaar.be

Een nieuwe portaalsite voor kinderen en jongeren in Brussel, dat is Brusselbazaar.be. De site is een initiatief van de Dienst Jeugd van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Al het Nederlandstalige vrijetijdsaanbod voor de Brusselse jeugd wordt er samengebracht, en er wordt uitleg gegeven over bijvoorbeeld subsidieaanvra-

gen of studentenjobs. De jonge Brusselaars kunnen er ook hun eigen mening over het jeugdbeleid in de hoofdstad geven. Ouders en jeugdwerkers kunnen op de site terecht om te weten wanneer ze hun kinderen moeten beginnen inschrijven, of wanneer ze een subsidieaanHBA vraag moeten indienen. 

Administratieve lasten Gewest dalen. De administratieve lasten van de diensten voor Economie, Werkgelegenheid en Openbare Aanbestedingen zijn in 2012 met 29 procent gedaald. Dat meldt Brussels Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging Bruno De Lille (Groen). Het resultaat werd behaald door het vereenvoudigen van systemen en formulieren. Tegen 2014 moet de administratie meer werken met elektronische equivalenten.



Samengesteld door Houda Ben Azzouz, Arno Deflorenne en Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1367 PAGINA 4 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Samenleving > Stijn Oosterlynck (Universiteit Antwerpen) over zin en onzin van sociale mix

‘Gebruik de middenklasse niet als buffer’ ANTWERPEN – De publieke ruimte is een openluchtklas om te oefenen in burgerschap, zegt socioloog Stijn Oosterlynck. De Antwerpse academicus voert onderzoek naar armoede, steden en steedse conflicten. Naïef over sociale vermenging is hij echter niet. “Het is niet omdat mensen naast elkaar wonen dat ze ook met elkaar praten.”

D 

e reportage Femme de la rue van Sofie Peeters heeft het helder samengevat: stedelijk samenleven is geen evidentie. Toch gelooft Stijn Oosterlynck in een openbare ruimte waar alle sociale en etnische groepen hun ding kunnen doen. En dus ook kortgerokte vrouwen, en homo’s die hand in hand lopen. Sociale mix op wijkniveau is sinds het midden van de jaren 90 de geloofsbelijdenis van stedelijke politici van velerlei pluimage. Een illusie?

Werkt de sociale mix in de stad? Of maken politici ons blaasjes wijs met hun discours en projecten? Stijn Oosterlynck: “Als je kijkt naar de argumenten pro sociale mix, dan merk je doorheen de jaren een constante. In de 19e eeuw, wanneer je een grote migratiebeweging van het platteland naar de stad had, waren er drie argumenten voor een sociale vermenging. Het eerste argument was dat van de burgerij. ‘Als al die arme arbeiders bij elkaar zitten, dan wordt dat gevaarlijk, die jutten elkaar op en zullen rechten proberen afdwingen.’ Ook vandaag heeft men schrik van de concentratie van mensen in armoede, dikwijls dan nog eens van niet-Europese origine, in achtergestelde buurten. In plaats van de armoede te bestrijden proberen beleidsmakers die concentratie tegen te gaan door sociale mix, in de hoop zo de sociale spanningen in die wijken te beheersen.”

Maar ook sociale hervormers waren voorstander. Oosterlynck: “Een tweede argument, dat van de sociale hervormers, was dat de verpauperde arbei-

“Een zekere ruimtelijke segregatie stoort me niet. Er zijn soms goede redenen om niet bij elkaar te wonen”

dersklasse rolmodellen nodig had. ‘Want ze leven niet hygiënisch, ze drinken teveel en hun kinderen spelen teveel op straat.’ En dus moest er een burgerlijke moraal aangekweekt worden. Er moesten geslaagde mensen tussen arbeiders wonen om hen voor te houden dat je omhoog kon in het leven. Bovendien zou dit persoonlijk contact tussen leden van verschillende sociale klassen de sociale samenhang in de bredere samenleving ten goede komen.” “Een derde argument tenslotte was dat arbeiders die in een wijk woonden elkaar naar beneden trokken. Dus hadden ze een meer divers soci-

aal netwerk nodig, dat hen toegang gaf tot jobs en informatie over onderwijs. De middenklasse in de wijk kon die hen bieden, aldus de voorstanders van sociale mix. Die drie argumenten zijn dezelfde doorheen de geschiedenis, en worden vandaag ook nog gebruikt.” “Het enige verschil is dat de migranten vandaag van veel verder komen en er dus een grotere culturele afstand bestaat tussen de nieuwkomers en de al aanwezige inwoners.”

nieuwe argumenten voor sociale mix die steek houden? Oosterlynck: “Het enige argument dat er nog is bijgekomen en steek houdt, is dat van de financiële draagkracht van een stad of gemeente. Door het verdwijnen van de blanke middenklasse uit de stad is de fiscale basis zwaar aangetast. Belgische gemeenten halen een belangrijk deel van hun inkomsten uit belastingen op het inkomen van hun bewoners. Dat wil zeggen dat bestuurders – niet onterecht, tenminste in deze context - gevoelig zijn voor de sociaaleconomische samenstelling van hun bevolking.”

Zijn er dan helemaal geen

© CD&V

De verkiezing van een bijkomende Nederlandstalige schepen staat geagendeerd op de gemeenteraad. Ze was problematisch omdat er binnen

de meerderheid geen Vlamingen verkozen zijn. Maar die meerderheid heeft nu een oplossing klaar. Gemeenteraadslid Anne-Marie Claeys-Matthijs (CDH) zal ontslag nemen, en wordt vanaf 1 maart de nieuwe OCMW-voorzitter. Aangezien vier opvolgers verzaken aan hun zitje in de gemeenteraad, kan

Prof. Dr. Stijn Oosterlynck (°1979) doceert o.a. stadssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Hij maakt er deel uit van de onderzoeksgroep OASeS, wat staat voor Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en Stad. Stijn Oosterlynck ging naar de middelbare school in het Sint-Jozefscollege in Izegem, en studeerde sociologie aan de Universiteit Gent en in het Britse Lancaster. Eind vorig jaar lichtte hij de visietekst van de KU Leuvendenktank Metaforum ‘Naar een nieuwe gemeenschappelijkheid voor Brussel’ toe in het Vlaams parlement.

Is dit hoe sociale mix in de praktijk werkt? Oosterlynck: “Nee, heel wat wetenschappelijk onderzoek toont aan dat sociale mix niet de effecten heeft waarin beleidsmakers geloven. Het is niet omdat mensen naast elkaar wonen, dat ze ook contact met elkaar leggen. Integendeel, mensen leggen en onderhouden vooral contact met leden van dezelfde sociale klasse of etnische groep. Uit onderzoek blijkt dan ook dat bewoners van sociaal gemengde wijken niet noodzakelijk meer diverse sociale netwerken hebben.” “Het is juist dat jongeren gevoelig zijn voor rolmodellen, maar ook hier is weinig bewijs voor de voordelen van sociale mix. De dertienjarige Marokkaanse Brusselaar uit een kansarm gezin kijkt misschien op naar een oudere die zijn geld verdient met drugshandel omdat hij meent dat hij toch geen plaats zal krijgen in de reguliere samenleving. Alleen kan je daar niet uit afleiden dat het binnenbrengen van de middenklasse andere rolmodellen zou opleveren. Want de dertienjarige jongen met Marokkaanse achtergrond gaat zich niet spiegelen aan de blanke middenklasse, ook al woont die naast hem.”

EEN VLAAMSE SCHEPEN VOOR SINT-PIETERS-WOLUWE SINT-PIETERS-WOLUWE - Als alles goed gaat, wordt Helmut De Vos (CD&V) deze week de Vlaamse schepen in Sint-Pieters-Woluwe.

Wie is Stijn Oosterlynck?

Helmut De Vos moest drie maanden wachten op zijn schepenambt.

Helmut De Vos gemeenteraadslid en schepen worden. De Vos wil nog niet zeggen welke bevoegdheden hij krijgt. “Ik wacht de verkiezing in de gemeenteraad af, dat lijkt me veiliger.” Die vond plaats op dinsdagavond, na het ter perse gaan van deze krant. Sint-Pieters-Woluwe was na de verkiezingen van oktober 2012 nog de enige Brusselse gemeente zonder Vlaamse schepen. Nu er een oplossing is, kan de gemeente meteen de 350.000 euro per jaar opstrijken die vasthangt aan het

“Alleen: als je zegt dat je in een stad meer mensen met een hoger inkomen nodig hebt, dan ben je niet verplicht ze te mixen op wijkniveau. Maar daar geraken oude en nieuwe argumenten voor sociale mix verweven, waardoor iedere politicus wel zijn eigen redenen heeft om voor sociale mix te pleiten. Voor de gebruikte argumenten is er echter niet veel wetenschappelijke basis.” Wat moeten beleidsmakers dan wel doen in achtergestelde stedelijke wijken? Oosterlynck: “Er zijn reële problemen in de Brusselse wijken. Ik vind echter dat je de problemen moet aanpakken in plaats van ze politiek te beheersen via sociale mix. Anders gebruik je de stedelijke middenklasse gewoon als een buffer. De problemen in de Brusselse wijken kunnen beter rechtstreeks aangepakt worden door een beleid van sociale stijging te voeren.” “Dit betekent investeren in laagdrempelig onderwijs, jobs voor kortgeschoolden en kwalitatieve en toegankelijke publieke ruimte. Je moet ook de zelforganisatie van de bewoners van achtergestelde wijken bevorderen, zodat ze zelf voor hun rechten kunnen opkomen. Net zoals de arbeidersbeweging dit deed voor de Vlaamse en Waalse migranten die in de 19e eeuw in Brussel aanspoelden.” Tegelijkertijd hebben sociologen zoals Mark Elchardus het over het groeiende conservatisme in de steden, en zien zij vrijheid vooral op het platteland. Wil dat niet zeggen dat sommige academici een beetje afhaken? Oosterlynck: “Elchardus bekijkt de stad vanop een grote afstand, met gegevens verzameld via vra-

Nederlandstalige schepenambt. Intussen heeft het rechtscollege ook de klacht afgewezen van huidig burgemeester Willem Draps (MR) tegen kandidaat-burgemeester Benoît Cerexhe (CDH). De weg voor de benoeming van Cerexhe tot burgemeester van Sint-Pieters-Woluwe is nu helemaal vrij. Cerexhe is vandaag minister van Economie in de Brusselse regering. Wie hem daar zal opvolgen, is nog niet bekend. 

Steven Van Garsse


BDW 1367 PAGINA 5 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Oosterlynck, op het dak van ‘zijn’ universiteit: “Er is niet veel wetenschappelijke basis voor sociale mix.”

genlijsten. Zo krijg je te weinig zicht op de dynamiek en complexiteit van het stedelijke leven. Je ziet dat jongere sociologen zoals Nadia Fadil, die in Borgerhout opgroeide en de migrantengemeenschap van binnenuit kent, een veel dynamischer en complexer beeld schetsen. Ook bij etnisch-culturele minderheden ontstaat er een middenklasse en de jongere generatie is veel mondiger geworden. Migranten zijn dus allesbehalve een homogene groep.” “Nu, een zekere ruimtelijke segregatie stoort me niet. Er zijn soms goede redenen om niet bij elkaar te wonen. Ik ben meer bevreesd over sociale en politieke segregatie. Mensen moeten toegang hebben tot de samenleving, tot jobs en tot de politieke besluitvorming. Als die toegang er niet is, dan krijg je een rancuneuze groep. En dan dreigt radicalisering.”

In Sint-Joost-ten-Node is er nu de eerste allochtone burgemeester. Dat is toch een machtspositie voor migranten? Oosterlynck: “Ja, maar het verwerven van politieke machtsposities alleen is niet voldoende. Allochtone politici kunnen ook ingeschakeld worden als pionnen om hun eigen gemeenschap ‘braaf’ te houden, of omgekeerd, om enkel de eigen gemeenschap te ‘bedienen’. Ze moeten de brug slaan tussen de eigen achterban en de bredere samenleving en streven naar gelijke rechten, erkenning als volwaardige burgers en een betere sociaaleconomische positie voor etnisch-culturele minderheden.” Zijn de achtergestelde groepen niet te groot geworden? Er le-

ven wel heel veel mensen onder de armoedegrens in Brussel. En er zijn steeds minder banen voor laaggeschoolden. Oosterlynck: “Veel van de oude migranten zijn aangekomen in de

© MARC GYSENS

de dienstensector. En niet meer in de industriesector die de Belgische arbeidersklasse de stabiele en goedbetaalde jobs heeft gegeven die hen toelieten om middenklasse te worden. Je kan als stad investeren in

“Je kan als stad investeren in mensen, maar jobs worden nog altijd gecreëerd door de economie” nadagen van de industriële economie. Zij hebben het leven van de industrie een beetje verlengd.” “Het drama voor hen is dat de lift is stilgevallen toen zij onderaan stonden. Er zijn wel andere laaggeschoolde jobs bijgekomen, maar vooral in

mensen, maar jobs worden nog altijd gecreëerd door de bredere economie. Een sociaal beleid kan slechts succesvol zijn als in de economie investeringsbeslissingen genomen worden die voldoende kwalitatieve en goed betaalde jobs opleveren.”

Een slotvraag. De stad is sowieso erg divers. Hoe ga je daar als stadsinwoner mee om? Oosterlynck: “Goede stedelijke publieke ruimtes zijn plaatsen die toegankelijk zijn voor heel uiteenlopende groepen mensen, waar de stedelijke diversiteit zichtbaar wordt. Dat is niet vanzelfsprekend.” “Het vergt voortdurende alertheid en alledaagse onderhandelingen tussen mensen over wat er kan en wat niet kan. Veeleer dan economische belangen of waarden en normen delen stadsbewoners publieke ruimte met elkaar. Ze moeten er dus samen verantwoordelijkheid voor nemen. Publieke ruimte is een openluchtklas om te oefenen in stedelijk burgerschap.”   Christophe Degreef   en Danny Vileyn

ADVERTENTIE

SAMENWERKINGSAKKOORD ACTIRIS-VDAB KRIJGT KRACHT VAN WET BRUSSEL –Minister voor Werk Benoît Cerexhe (CDH) kondigt een ordonnantie aan over de samenwerking tussen Actiris en VDAB. Vrijdag heeft het Brussels parlement een ordonnantie goedgekeurd die voor meer synergie moet zorgen tussen het tweetalige Actiris en het Franstalige Bruxelles-Formation.

De Raad van State plaatst daar opmerkingen bij omdat er alleen met Franstaligen wordt samengewerkt (zie BDW van 7/02/13). Ook de oppositie (MR, FDF en SP.A) hekelt het Franstalig onderonsje. In het Brussels parlement heeft minister Cerexhe nu aangekondigd dat hij ook een ordonnantie zal indienen die de samenwerking tussen Actiris

en VDAB bezegelt. Daarmee krijgt het samenwerkingsakkoord van juli 2011 kracht van wet. Dat gaat over de uitwisseling van vacatures, samenwerking op het terrein en het laten aansluiten van de inschrijving in de opleiding (Actiris) op de aanvang van de opleiding (VDAB). Volgens Cerexhe was het niet mogelijk om de samenwerking tussen de drie partijen (Actiris, Bruxelles-Formation en VDAB) in één ordonnantie te gieten, omdat de vragen en verwachtingen aan Vlaamse en Franstalige kant anders zijn.  SVG

VRAGEN OVER ZORG BIJ SENIOREN? STEUNPUNT WONINGAANPASSING BRUSSEL EN LDC ADO ICARUS HELPEN!

Welkom op onze gezellige receptie op woensdag 6 maart van 14u tot 17u in LDC ADO Icarus.

02 240 80 81

WWW.WONINGAANPASSING.BE

Inschrijven voor 1 maart: conny.roekens@ado-icarus.be of bel +32 470 90 04 04 Frans Vekemansstraat 131 (familia), 1120 Neder Over Heembeek


BDW 1367 PAGINA 6 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Van Moll: “Het kan niet de bedoeling zijn dat de bewoners een oud bed of een kast van de rommelmarkt naar binnen sleuren. Daarom kreeg elke etage een volledige inrichting op maat.”

© IVAN PUT

Samenleving > Daklozen Dansaertwijk krijgen ingerichte appartementen

Van de straat naar een woonunit V 

ier mannen met een zware mentale en sociale problematiek, en een leven als dakloze, kunnen morgen uitkijken naar een eigen thuis. Aan de Varkensmarkt 19 krijgen ze een studio met aparte slaaphoek en badkamer, zodat ze met woonbegeleiding terug zelfstandig leren leven. Het project kwam er met steun van de Nationale Loterij, is ingeleid door de vzw Huis van Vrede, en uitgewerkt door Puerto (beschut wonen voor thuislozen) en CAW Archipel. “Honderden keren heb ik de werkmannen erop gewezen: de afwerking moet goed zijn,” stelt architect Stefan Van Moll, die gedurende zeventien maanden de werken heeft geleid. “We willen een mooi product afleveren om langdurig thuislozen te laten zien dat zij, zoals iedereen, recht hebben op een mooie woonst. Want die dwingt automatisch ook

respect af voor wie er mag intrekken.” Donderdag 28 februari is het gelijkvloerse appartement klaar voor de eerste gelukkige. In de loop van maart volgen de andere daklozen. Ieder krijgt een volledig op maat bemeubelde studio van gemiddeld 35 m² ter beschikking, enkel de traphal zullen ze delen. Bij het naburige Puerto zijn ze er gelukkig mee. “De thuislozen werden ons doorgestuurd vanuit onthaaltehuizen en via straathoekwerkers. Daarna volgde er een screening. Na een intake-procedure hebben we vier mannen weerhouden,” vertelt Hilde Snoeijs. “Die thuislozen stonden open om dagelijkse begeleiding te krijgen in deze woonformule. Ze zullen van zeer nabij gevolgd worden, of het nu om het innemen van hun medicatie gaat, het opvolgen van een drankprobleem, of gewoon om het appartement proper te hou-

den en te helpen met koken en budgetbeheer.” “Ons dienstencentrum huist naast hen, dus dat is meegenomen. Iedere dag zullen we langsgaan, en hun traject tot zelfstandig wonen bijsturen. We helpen in de eerste plaats bij het ‘leren wonen’. Dat betekent bijvoorbeeld geen lawaai na 23 uur of geen overlast door bezoekers. De vier kennen elkaar niet, en hebben verschillende levens achter de rug. Vroeger werd al snel over langdurige daklozen gezegd dat ze niet begeleidbaar zijn, maar de ervaring leert ons dat deze aanpak vruchten afwerpt.”

Druppel op hete plaat Architect Stefan Van Moll die in de naburige Begijnhofwijk woont, en van Zuid-Amerika tot Australië ervaring opdeed, volgde de werken op: het huis werd in een onbewoonbare

© IVAN PUT

BRUSSEL – Vanaf maart krijgen vier mannen tussen 25 en 50 jaar, die langdurig op straat hebben geleefd, elk een sleutel van een nieuw appartement naast het Bronkstheater. Zij worden de eerste begeleide daklozen van deze eigentijdse woonunits, die deftige privacy aanbieden in de binnenstad. Een pilootproject van het Huis van Vrede en de thuislozenzorgdienst Puerto.

Hilde Snoeijs: “De ervaring leert ons dat onze aanpak vruchten afwerpt.” toestand gekocht door het Huis van Vrede, voor om en bij de 300.000 euro. Samen met het verbouwingsbudget van 250.000 euro konden we een ontmanteld krot van 140 vierkante meter omvormen tot vier kwaliteitsvolle woongelegenheden. Voor de private markt was dit huis in deze opdeelformule te klein.” Het pand is prachtig gelegen aan de uitwaaierende Varkensmarkt,

met Bronks als rechterbuur en beheerder CAW Archipel-Puerto als linkerbuur. De grote leegstand in de binnenstad – weliswaar ook door private speculatie – leent zich perfect voor dit soort nieuwe bestemming. “De vele daklozen in de Dansaert- en Begijnhofwijk blijven graag circuleren en wonen in deze buurt,” stelt Van Moll. “Deze wijken stonden al lang vóór de ‘gentrification’ (de herwaardering van een stadsdeel, red.) bekend om hun arme bevolking, je mag hen niet zomaar verplaatsen. Daarom is dit privaat pilootproject, naast de meer openbaar gestuurde sociale huisvesting, een dankbaar initiatief om thuislozen lokaal te verankeren. Het is belangrijk dat deze wijk meer van dit soort goed verbouwde huizen krijgt. De stad heeft wel aandacht voor daklozenhulp, maar uiteindelijk zijn het vooral privé-initiatieven van vzw’s die huisvesting aanbieden voor deze sociale klasse. Ik kan er geen cijfer opplakken maar dit soort vernieuwbouw voor thuislozen blijft wel een druppel op een hete plaat. Nochtans is de sterkte van dit systeem dat de huurders op de voet gevolgd worden,


BDW 1367 PAGINA 7 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

“De stad heeft wel aandacht voor daklozenhulp, maar uiteindelijk zijn het vooral private vzw’s die hen huisvesting aanbieden”

ontheemde stedelingen – ze sliepen lang op straat, vaak overgelaten aan de goodwill en het eten van de vele sociale dienstencentra van de buurt.

Lage bouwkost De werken aan het huis zijn gestart in september 2011, de bouwperiode was dus uitzonderlijk lang. Het hele pand moest gestript, verstevigd, en op enkele balken na vertimmerd worden. Er kwam een nieuw dak op, en een eiken draaitrap in. En iedere verdieping werd als een studio volledig met kasten en grote kookhoek ingericht. “We maakten plaats voor een deftige badkamer, en bij de inbouwkasten zorgden we voor uitsparingen voor een microgolfoven en een afzuigkap met roetfilter. Het kan niet de bedoeling zijn dat de bewoners een oud bed, een zetel of kast van de rommelmarkt naar binnen sleuren,” stipt Van Moll aan. “Daarom kreeg elke etage een volledige inrichting op maat.” Om de bouwkost te drukken deed het Huis van Vrede beroep op verenigingen voor sociale tewerkstelling en opleiding. Alle schrijnwerkerij is gemaakt door de opleidingsklas Klimop van vzw Atelier Groot-Eiland. Het schilderwerk is uitgevoerd door beroepsinschakeling van vzw Casablanco. Vandaar de langere werktijd voor minder bouwkost,” aldus nog Van Moll. Wie uiteindelijk met laagdrempelige begeleiding de mooie studio’s mag bewonen, houden ze discreet. “De man die het gelijkvloers neemt, was eerst erg gekant tegen hulpverlening. Maar de winter bracht hem op andere gedachten: hij heeft genoeg van de kou. Nu zegt hij dat hij de straat niet terug op wil,” vertelt Snoeijs. Een andere thuisloze is een zorgbewoner die na een zware operatie aan de benen terug alleen kan gaan wonen. Eerder uitzonderlijk staan we iemand die nu in een kraakpand leeft, toe om hier met zijn hond te komen wonen. De hond is wat de man rest uit zijn thuislozentijd. Niemand met een hart zet een dier op straat.” 

Jean-Marie Binst

Cultuur > Vlaamse regering subsidieert nieuwbouw ABC

Art Basics for Children bouwt modelklas en dansruimte © ABC

en er een kuisdienst aan huis komt waardoor de verzorgdheid van het pand gegarandeerd is.” Dit project is ook complementair aan de traditionele sociale woonvormen zoals in de Vaartstraat, waar grotere gezinnen, mensen zonder papieren en alleenstaande moeders sociaal begeleid wonen. Hier aan de Varkensmarkt gaat het om nog meer

Het ABC-huis in de Noordwijk werd enkele jaren geleden grondig gerenoveerd. Nu wordt ook een nieuw stuk bijgebouwd.

SCHAARBEEK – De vzw Art Basics for Children (ABC) krijgt van de Vlaamse regering 458.000 euro om een stuk bij te bouwen aan het ABC-huis in de Noordwijk. De kunsteducatieve organisatie kreeg in 2004 een oude industriële wasserij op het Gaucheretplein in erfpacht van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Een jaar later maakte architectenbureau HUB een plan dat voorzag in een renovatie en een nieuwbouw. Het pand werd grondig verbouwd maar voor de nieuwbouw was er geen geld. Nu, zoveel jaar later, heeft de vzw de middelen wel. Met dank aan de Vlaamse regering, die vorige week op initiatief van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A,) een investeringssubsidie van 458.000 euro goedkeurde. De nieuwbouw zal uit twee verdiepingen be-

staan. Boven komt er een dansruimte, beneden een modelklas. Leerlingen en leraren zullen er in een creatieve leeromgeving aan de slag kunnen, met gebruik dus van de ideeën en materialen van het ABC-huis. “Bedoeling is om leerkrachten te inspireren tot meer creativiteit in hun klasruimte,” vertelt zakelijk leider Wim De Graeve. De bouwwerken zullen pas volgend jaar beginnen aangezien er een nieuwe bouwvergunning moet aangevraagd worden. Art Basics for Children organiseert in het ABC-huis dagbezoeken voor klassen, opleidingen voor leerkrachten, weekends voor families en vakantiestages. Vorig jaar kreeg de organisatie 7.900 bezoekers over de vloer. Met haar ateliers buitenshuis bereikte de vzw nog eens Bettina Hubo 24.000 mensen.

Bestuur > N-VA laakt ‘grote’ (groene) kabinetten

‘53 medewerkers? Dat zijn leugens’ BRUSSEL – De kabinetten van de Brusselse regeringsleden zijn te groot, zegt oppositiepartij N-VA. Enkele ministers van de Brusselse regering antwoorden daarop dat de Vlaams-nationalisten verkeerd geteld hebben, of foute cijfers gebruiken. N-VA-senator Karl Vanlouwe heeft cijfers van Vlaamse en Brusselse kabinetten naast elkaar gelegd, en komt tot de conclusie dat de Brusselse Hoofdstedelijke regering erg veel kabinetards telt, zeker in vergelijking met Vlaanderen. “Het is opmerkelijk dat de Vlaamse regering met negen ministers in totaal 298 kabinetsmedewerkers telt - waarvan 269 voltijds. De Brusselse regering met vijf ministers en drie staatssecretarissen daarentegen stelt in totaal 285 voltijdse kabinetsmedewerkers tewerk,” zegt Vanlouwe. De Brusselse Vlaams-nationalist wijst vooral op de grote kabinetten van Ecolo-minister Evelyne Huytebroeck en Ecolo-staatssecretaris Christos Doulkeridis. Daar zijn er volgens Vanlouwe respectievelijk 53 en 42 medewerkers aan het werk. Een even hoog aantal medewerkers als in Vlaanderen is voor Vanlouwe ook niet verantwoord omdat Brussel veel minder inwoners telt. “Die cijfers zijn leugens,” reageert woordvoerder Pascal Devos van het kabinet-Huy-

tebroeck. “De N-VA baseert zich op foute cijfers. Bovendien zijn sommige medewerkers dubbel geteld. Er zijn namelijk heel wat medewerkers op het kabinet die én Brusselse gewesttaken én Franse en gemeenschappelijke gemeenschapstaken op zich nemen.” Devos staaft die stelling met een officieel document aan de gewestadministratie waarin staat dat 42 mensen werkzaam zijn op het kabinet van Evelyne Huytebroeck. Daarmee heeft de Brusselse minister ongeveer evenveel medewerkers als de Vlaamse ministers Ingrid Lieten (SP.A), Kris Peeters (CD&V) en Geert Bourgeois (N-VA). De cijfers voor het kabinet van Brussels CD&V-minister van Vervoer Brigitte Grouwels kloppen bijna. 35 volgens Vanlouwe zijn telling, 32 volgens het kabinet zelf. “Sommige namen zijn dubbel geteld omdat sommige medewerkers meerdere bevoegdheden uitoefenen,” zegt woordvoerder Philippe Vanstapel. Bij de andere Brusselse ministers kloppen de cijfers van de N-VA. Maar die kabinetten zijn lang niet zo groot: Charles Picqué heeft bijvoorbeeld 35 medewerkers, Bruno De Lille 30. Evenveel als de Vlaamse ministers Jo Vandeurzen (CD&V) en Philippe Muyters (N-VA). Wie in Brussel nog een groot kabinet heeft, is staatssecretaris Rachid MaCD drane (PS): 42.

P-PRAAT Franstalige Brusselaars zijn een speciale soort. Willen niet met de Walen samen in een Fédénation Wallonie-Bruxelles ondergebracht worden, en blijken volgens de peilingen massaal voor de MR te gaan stemmen. Rien de spéciale, horen we u zeggen. Toch wel. In La Libre Belgique schreef MR-senator Alain Destexhe een stuk frustratie van zich af door te stellen dat de Franstalige politici, journalisten en andere opiniemakers het succes van Bart De Wever mogelijk hebben gemaakt, en dat er op het nationalisme na niets mis is met de N-VA. Sinds Destexhe in oktober jongstleden geen schepen mocht worden in Elsene, kan hij eender wat zeggen, maar dat het opiniestuk van Destexhe ook nog eens onder N-VA’ers circuleert is op zijn minst toch verdacht te noemen. Wordt een leuke keuze in 2014 voor onze Franstalige stadsgenoten: ofwel instemmen met de Fédénation, de PS en de Walen, ofwel instemmen met de N-VA minus het nationalisme. Gelukkig broedt het FDF op een andere Fédénation. Olivier Maingain, burgemeester van SintLambrechts-Woluwe, wil de band met de Franstaligen in de Rand versterken. Dat hij daarvoor al een Vlaamse schepen heeft - de Lambrechtse Vlaming Xavier Liénart - wist u al. Leest u even het beleidsakkoord mee: Il est dès lors légitime que la commune de Woluwe-Saint-Lambert intensifie ses relations avec les populations bruxelloises établies dans des communes qui ne sont encore rattachées à la Région bruxelloise. Tot zover de typische FDF-taal. Maar dan: par ailleurs, le Collège entend intensifier ses programmes de coopération avec des communes d’Afrique sub-saharienne. Maingain wil dus een groot-Brussel dat reikt van W-S-L over Wezembeek tot een of ander onooglijk dorpje bezuiden de Sahara. Binnenkort komt er dan ook een collecte van zilverpapier. Pour ces pauvres bruxellois, bien entendu.

CHIEN ÉCRASÉ

WOORDVOERDERS – Hebben wij het eigenlijk al over woordvoerders gehad, dames en heren? Neen? Wel, woordvoerders zijn mensen die betaald worden om het woord te voeren voor een minister, bedrijf of instelling. Men fluistert dat journalisten en woordvoerders elkaars natuurlijke vijanden zijn. Volkswijsheden spreken wij natuurlijk niet tegen, maar zo scherp zouden wij het nooit stellen. Ah, woordvoerders! De natuurlijke luiheid van de journalist wordt door de overdreven bemoeizucht van de woordvoerder gecompenseerd. Er zijn er bijvoorbeeld die nerveus vanuit het buitenland bellen om directieven te geven over regionale artikels. Andere woordvoerders zijn dan weer de rustigheid zelve en doen gewoon hun job: zij nemen hun telefoon op, noteren de vraag en geven nadien ook het antwoord. Het andere uiterste is de afwezige woordvoerder. Er zijn exemplaren die virtueel onbestaande zijn omdat ze hun gsm nooit opnemen, nooit antwoorden of de vraag altijd ontwijken. Daarom, dames en heren, leest u in een gemiddelde krant zo vaak “volgens de geruchten” of “volgens bronnen dicht bij”. Dat zegt natuurlijk veel over de laatste categorie woordvoerders, en over hun omvang. De middencategorie is onze favoriet. Met hen hebben wij trouwens medelijden. Hoe zou u zelf zijn: continu journalisten aan de lijn hebben die er niets van snappen, onverstaanbare vragen stellen en toch een behoorlijk antwoord moeten geven (en nadien zelfs hun onverstaanbare vraag helder moeten herhalen). Il faut le faire. Tijd voor een trofee. Vanaf volgende week gaan wij op zoek naar de beste woordvoerder. Alles is goed om woordvoerders wat te doen werken.


BDW 1367 PAGINA 8 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

© AN DEVROE

‘Hoop in toekomst’: een eenvoudig opschrift aan de Jenatzystraat 5 in Schaarbeek. © AN DEVROE

BDW REGIO

Een lezer vroeg zich af wat achter dit opschrift aan de Philippe Baucqstraat 37 in Etterbeek schuilgaat.

Deze week in vaderlandslievend Brussel > Vlaamsche gevelopschriften

Gevels met een politiek tintje

BRUSSEL – ‘Blijf steeds uw Vlaamschen oorsprong trouw en waard’ staat te lezen in een speklaag hoog op de statige gevel aan de Philippe Baucqstraat 37 in Etterbeek. Wat zit daarachter, vroeg een lezer zich af. Enkele vroede mannen bogen zich over de zaak, en wij keken ons een stijve nek.

N 

Geveltoerisme glorie. Ze deden dat om het specifieke van het Belgische vaderland te beklemtonen, in vergelijking met Frankrijk dan, een buurland dat begerig loerde naar ons rijk, schoon en katholiek landeke. Maar veel verder dan folklore of nostalgie moest het nu ook weer niet gaan.” Joris Sleebus van Brukselbinnenstebuiten ziet in het straatbeeld nog een andere boycot van Frankrijk: “De typisch Franse neo-Louisde-zoveelste stijlen vonden geen ingang in de Belgische architectuur. De Belgen zochten naar een specifiekere Belgische geschiedenis. En daarin was het Vlaamsche verleden heel belangrijk. Vooral de Vlaamse stad, die symbool stond voor zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De gilden werden geprofileerd als de verzetsstrijders tegen de almacht van de internationale adel. Dit alles paste in een negentiende-eeuwse liberale logica. Vandaar de

Statement Het opschrift in Etterbeek citeert (vrij) uit De drie zustersteden: Vaderlandsche trilogie

Het gemeentehuis van Schaarbeek uit 1887 in neo-Vlaamse renaissance zette de toon. Een hele reeks naburige huizen van het Co© AN DEVROE

iet toevallig heeft het huis een trapgeveltje en een erker, en is het opgetrokken in rode baksteen met speklagen in natuursteen. De stijl is neo-Vlaamse renaissance, populair tussen 1860 en 1914, en grijpt terug naar de Vlaamse renaissance van eind zestiende, begin zeventiende eeuw. Een Vlaamse naam of spreuk maakte het helemaal af. Auteur Lucas Catherine behoedt ons voor overhaaste conclusies: “Vlaams en Belgisch waren toen geen tegengestelden. Leopold I subsidieerde De leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience, en Leopold II maakte Vlaamse grapjes.” Geert van Istendael zegt dat Vlaamse leuzen zelfs dienden om België te bezingen: “Burgers die zich zulke huizen konden veroorloven, wilden soms uitdrukkelijk verwijzen naar historische Vlaamse of Brabantse

promotie van de neo-Vlaamse renaissancestijl als nationale stijl en het gebruik van Vlaamse opschriften op gevels, gangen en schouwen. De toenmalige vijand van de Franstalige burgerij was niet de Vlaming, maar de Fransman.”

uit 1846 van de (Oost-)Vlaamse dichter Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847). Het is een lofzang op Gent, Brugge en Antwerpen. In het deel over Gent staat: ‘Blijf trouw aan uw voorleden/Blijf steeds uw Vlaamschen oorsprong waard/Wees Vlaamsch van hert en Vlaamsch van aard/Wees Vlaamsch in uwe spraak en Vlaamsch in uwe zeden’. In Laken/Jette is er nog een Ledeganckstraat. “Karel Bogaerd, die met een nicht van Ledeganck getrouwd was, zorgde daarvoor,” aldus heemkundige Wim van der Elst. “Er woonden nog andere familieleden van hem in het Brusselse. Hij zal zeker een aanhang gehad hebben in de bredere kringen van Vlaamse liberalen als de dichter Emmanuel Hiel. Vermoedelijk stammen de opschriften uit de periode tussen 1900 en 1914, en dan vooral bij de stadsuitbreiding van de voorsteden. Na 1918 zal het wel twee keer nadenken geweest zijn om nog met een activistisch beschouwd statement naar buiten te komen.”

Op nr. 106 van de Philippe Baucqstraat is deze raad te lezen onder het balkon: ‘Zoek in uw huis uw grootst geluk/Dan kan je heil en vree verwachten/Blijf in uw kluis en weer de druk/Daarbuiten hoort ge niets dan klachten/Die zouden kunnen u versmachten.’


BDW 1367 PAGINA 9 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

ADVERTENTIE

© AN DEVROE

DE BEURS VAN DE KUNSTAMBACHTEN & GASTRONOMIE

17 de EDITIE

7 > 10 | 03 | 2013 met

HALL 4

www.artisan-art.be © AN DEVROE

©istockphoto.com

‘Oost West Thuys Best’ lezen we aan de Bertrandlaan nr. 67 in Schaarbeek.

ADVERTENTIE

Brusselbazaar.be Dit opschrift is heel typisch: op een neo-Vlaams renaissancistisch gebouw, in de buurt van het eveneens neo-Vlaams renaissancistische gemeentehuis van Schaarbeek, en verwijzend naar de Vlaamsche aard.

lignonplein dragen Vlaamse namen, zoals ‘In de Zonnebloem’, ‘In den Toren’, ‘De Halve Maan’, ‘In den Uil’, en wellicht het meest trotse, ‘In ‘t zicht der gemeentehuis’. Hoog op de gevel van het huis met de fontein (met koe) ter ere van landschapsschilder Alfred Verwee, op de hoek van het Colignonplein en de Verweestraat, staat te lezen: ‘Verwee’s penseel alom vermaard/bleef in de kunst van Vlaamschen aard/Hierom draagt deze straat zijn naam/zijn Vlaamsche kunst erft wereldfaam.’ Nog in Schaarbeek vindt u op sommige huizen in deze neo-stijl langs de Bertrandlaan, alle gebouwd tussen 1906 en 1914 naar aanleiding van een architectuurwedstrijd, Tijl- en Nelehoofdjes en op het nr. 67 ‘OostWest Thuys best’. En aan de Jenatzystraat 5 klinkt het gevelopschrift kortweg: ‘Hoop in toekomst’, het bouwjaar is 1911. In Brussel is het huis ‘Hier is ‘t in den kater

Links in de gevelsteen staat gegraveerd: ‘Verwee’s penseel alom vermaard/bleef in de kunst van Vlaamschen aard/ Hierom draagt deze straat zijn naam/zijn Vlaamsche kunst erft wereldfaam.’

en de kat’ van Hendrik Beyaert aan de Adolf Maxlaan 1-3 bekend. Aan het Rouppeplein 29 vindt u ‘Hoog maar waterpas, dus kloek’ en op het kunstenaarsatelier van Pol Parmentier aan de Toulousestraat 47 staat ‘Aze ick kan’, een spellingsvariant van het devies van de schilder Jan van Eyck. Op een doodgewone gevel uit 1905, terug in de Philippe Baucqstraat in Etterbeek maar dan op de nrs. 106-108, lezen we de volgende wijze woorden (we horen er nu Blijf thuis! in resoneren, de reisgids van de pas overleden Patrick De Witte): ‘Zoek in uw huis uw grootst geluk Dan kan je heil en vree verwachten Blijf in uw kluis en weer de druk Daarbuiten hoort ge niets dan klachten Die zouden kunnen u versmachten’.  

An Devroe

Voor de Brusselse jeugd! Zoek je een jeugdhuis? Heb je een vraag waarmee je nergens terechtkunt? Of zit je boordevol energie die je kwijt wil? Op Brusselbazaar.be vind je info over Brusselse activiteiten, verenigingen, feestjes, musea en nog zoveel meer. In de vakanties of tijdens het schooljaar: er is altijd wel iets leuks te doen. Ontdek dus snel de laatste nieuwtjes voor kinderen en jongeren in Brussel!


BDW 1367 PAGINA 10 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

BDW REGIO

© JILOU

Sint-Jans-Molenbeek > Felle kritiek op beleidsvoorstellen

Het politieke debat blijft gepolariseerd De nieuwe meerderheid in Molenbeek heeft haar beleidsprogramma 2012-2018 voorgesteld. De PSSP.A-oppositie ziet niet veel verandering en klaagt de sterke nadruk op veiligheid aan, ook al was dat voorheen ook al een thema.

Na twee decennia krijgt het Zuidpaleis opnieuw een grondige opknapbeurt.

Brussel > Wijkcontract Rouppe van start

TELEXREGIO

Frisse lik verf voor Zuidpaleis Drie eerstesteenleggingen op een dag. De schepenen Ans Persoons (SP.A) en Mohamed Ouriaghli (PS) waren vorige week prominent aanwezig rond het Rouppeplein.

ciële galerij was ook de verbinding tussen het Zuidstation - dat zich in de negentiende eeuw op het Rouppeplein bevond - en het centrum van de stad.

Het moet ondertussen twee decennia - toen Paul Vanden Boeynants gemeenteraadslid was en Michel Demaret schepen - geleden zijn dat de gevels van het Zuidpaleis grondig opgeknapt werden. En dat is er aan te zien. De uitstalramen zijn een grote kakafonie. En daar wil het wijkcontract Rouppe iets aan doen. “De renovatie van de uitstalramen, in samenwerking met Atrium, heeft als doel het Zuidpaleis een coherent en harmonieus uitzicht te schenken. Iedere winkel moet hier baat bij hebben.” Het Zuidpaleis, een ontwerp van architect Wynand Janssens, werd gebouwd tussen 1875 en 1880 en moest de commerciële activiteiten langs de centrale lanen doen toenemen. De commer-

Woningen Het Rouppeplein wordt al meer dan een decennium ontsierd door een leegstaand, vervallen, half vertimmerd pand op de hoek met de Doornikstraat. Maar er is beterschap in zicht. Dankzij het wijkcontract komen er vier appartementen met een kamer en drie studio’s. Ook in Nieuwland 118 komt er een nieuw woonpand. Op het braakliggende terrein komen zes laagenergetische woningen, twee met een slaapkamer, twee met twee en twee met drie slaapkamers. Daardoor komt in de buurt in totaal een dertigtal woningen. Stad en Gewest hebben in totaal 25 miljoen euro veil voor Rouppe en omgeving.  Danny vileyn

BOOMGAARD IN DE WArmoeSStrAAt SINT-JOOST-TEN-NODE - De hang naar meer groen in de stad en naar lokaal geproduceerd voedsel heeft al tal van moestuinen opgeleverd in Brussel. Maar daar blijft het niet bij. De interesse groeit om naast groenten ook zelf fruit te kweken. Donderdag geeft fruitboomexpert Jean-Pierre Wesel meer uitleg over welke fruitbomen goed gedijen in moestuinen, en hoe ze het beste fruit opleveren.

Hij is uitgenodigd door de vzw Potamoes die een stadsboomgaard plant van twintig bomen in de Warmoesstraat in Sint-Joost, op het voormalige terrein van feestzaal Damla. Appelen en peren in een moestuin op 28 februari om 17.30 uur in de Merinostraat 1b. Meer info op 02/219.06.16.   SVG

N-VA: ‘gemeentelijke vzw moet openstaan voor iedereen’ SINT-JANS-MOLENBEEK – Gemeenteraadslid Dirk Berckmans (N-VA) stelt vragen bij de eentalig Franse vacature voor de vzw CBSU (CLES in het Frans). Die gemeentelijke vzw strijdt tegen de sociale uitsluiting, en is dringend op zoek naar een financieel directeur. Berckmans is van mening dat de vzw op die manier heel wat Molenbekenaren uitsluit. “Dat zou nogal ironisch zijn voor een vzw die sociale uitsluiting moet tegengaan,” zegt het raadslid.

Bevoegd schepen Sarah Turine (Ecolo) zegt dat de statuten van de vzw in het Frans zijn opgesteld en dat de vzw subsidies ontvangt van de Franse gemeenschap. Volgens Turine is dat de reden van de eentalige vacature. De schepen zegt wel ontvankelijk te zijn voor tweetalige kandidaturen, en belooft op termijn te willen werken aan een meer tweetalige gemeente, onder meer in de administratie. CD 

MR, Ecolo-Groen en CDH vormen sinds begin december een nieuwe meerderheid in Molenbeek. Nu pas komt die meerderheid met een zogenaamd ‘meerderheidsprogramma’ op de proppen, een document dat de beleidslijnen voor de komende zes jaar uitzet. Over de vijftig pagina’s tellende bundel is meteen fel gedebatteerd in de gemeenteraad. De grootste oppositiegroep, de socialisten, vindt dat de nieuwe burgemeester voortborduurt op het beleid van ex-burgemeester Philippe Moureaux (PS). “Deze coalitie heeft een muis gebaard,” verwoordt oppositieleider Jamal Ikazban het. SP.A-raadslid Hassan Rahali heeft dan weer emotionele twijfels bij de nadruk die op veiligheid gelegd wordt. “Dit doet me terugdenken aan de jaren 80, toen jonge mensen met de verkeerde kleur voor niets werden gearresteerd.” En Ikazban weet dat “er geen spoor van CDH en Ecolo in het veiligheidsprogramma terug te vinden is”. Lees: dit is een rechts repressief beleid op maat van de MR van burgemeester Françoise Schepmans. Nochtans lag de nadruk tijdens de vorige legislatuur onder de socialisten eveneens op veiligheid. In het PS-verkiezingsprogramma van 2006 is veiligheid het eerste punt. PS en SP.A stonden toen onder meer het verhogen van de politiële aanwezigheid in Molenbeek voor. Het ‘rechtse’ programma van de nieuwe meerderheid zegt eerder dat veiligheid een zaak van iedereen is, en dat dus ook gemeenschapswachten voor de veiligheid van de burger moeten zorgen, bijvoorbeeld door administratieve

sancties. Zowel het meerderheidsprogramma als het PS-programma vragen een aanpak van de welig tierende drugshandel. Op het gebied van netheid zijn beide programma’s nagenoeg gelijk, al is het meerderheidsprogramma iets concreter, bijvoorbeeld door te stellen dat “elke straat minstens een vuilnisbak moet hebben”. De socialisten besloten hun pleidooi in de gemeenteraad met: “Tijd om de verkiezingscampagne te stoppen.”

Zeventig jaar wachten Ook andere oppositiepartijen hebben heel wat kritiek. FDF’er Michaël Vossaert spreekt van ‘transitie’ in plaats van verandering. “Wat betreft veiligheid heb ik de indruk dat jullie niets nieuws voorstellen.” PVDA-collega Dirk De Block is vooral scherp voor het huisvestingsbeleid. “U begrijpt de sociale noden van de Molenbekenaar niet. U wil de kanaalzone ontwikkelen, maar kijkt u daarbij ook naar de huidige bewoners? De huurprijzen gaan de hoogte in, de wachtlijsten voor sociale woningen zijn ellenlang. Mensen moeten zeventig jaar wachten op een sociale woning.” N-VA-oppositielid Dirk Berckmans meent dan weer veel overeenkomsten te vinden tussen zijn verkiezingsprogramma en het meerderheidsprogramma. “Ik stem dan ook in met dit beleid, maar blijf kritisch voor de tweetaligheid van het gemeentepersoneel, de uitbouw van een jeugdraad en de capaciteit van de scholen.” Daarmee blijft het politieke debat in Molenbeek gepolariseerd. Meerderheid en PS wijken vaak af van het concrete door te schelden of door elkaars vuile was buiten te hangen. En dan is er nog oppositielid Lhoucine Ait Jeddig van lijst Islam, die pleit voor een streng optreden tegen alcohol. “Want dat is ook een drug.” 

Christophe Degreef

Anderlecht > Erasmushogeschool verhoogt veiligheid

Deurbadge, slagboom en extra patrouilles Eerstdaags wordt de laatste hand gelegd aan de extra beveiligingsmaatregelen die sinds januari getroffen zijn rond de campus van de Erasmushogeschool aan de Nijverheidskaai. De inloop van niet-studenten in het gebouw en de kleine criminaliteit rond de campus en de wijk van het metrostation Delacroix bereikten eerder dit jaar een alarmfase. De politie patrouilleert nu in burger langs de parking van de school, en er is extra politie in en bij het metrostation. De overheid zet overdag een bewakingsman bij de hogeschool. En de bezoekersparking vooraan wordt

vanaf 18 uur afgesloten met een ketting. Bij de achterliggende parkeerzones voor personeel en studenten komt een slagboom met parlofoon. Om toegang te hebben tot de gebouwen zullen de gebruikers in het bezit moeten zijn van een deurbadge. Zonder badge zullen de deuren niet meer automatisch openschuiven. Een en ander moet het veiligheidsgevoel in de hand werken, en vandalisme en diefstallen afblokken. Hoge hekken rond de campus komen er niet, Anderlecht wordt Johannesburg nog niet.   JMB


BDW 1367 PAGINA 11 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

ROND BRUSSEL (16): SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE

Op het middeneiland staan twee stenen schijven, formaat molensteen maar dan wat dunner. Ze staan allebei rechtop, en door beide loopt een schuine snede. Door elk van die sneden loopt een stalen kabel die vastzit aan een klein, gebogen kersenboompje. Dat zijn de elementen van het rotonderaadsel van deze week. Eerste inval: een martelwerktuig voor bomen. De zware stenen rollen immers langzaam weg en trekken de bomen daarbij krom. Maar u kunt dit kunstwerk op de kruising van de Meilaan en Heydenberglaan ook heel anders opvatten: het zijn de taaie boompjes die millimeter voor millimeter de ronde stenen door midden zagen. Elke windstoot die de stammen doet trillen, doet namelijk

bomen die zich in benarde situaties staande – en soms ook liggende of hangende – weten te houden. De aanblik van de geketende bomen op een rotonde prikkelt mijn verbeelding: wat beweegt wat? Die spanning ontbreekt juist geheel bij de rotonde tweehonderd meter verderop. Ook daar een herkenbaar kunstwerk op het middeneiland, ook daar gaat het om een boom. Op een heuveltje staat een gebroken geweer, op het punt waar de loop omlaag wijst ontbot een jong boompje. ‘Uit de geweerkolf kiemt de Boom des levens’, vermeldt een bordje voor de zekerheid, plus de mededeling dat hier de onvoorwaardelijke overgave van naziDuitsland wordt herdacht. “Het is een heel ‘leesbare’ sculptuur geworden,” constateerde Brusselnieuws.be droogjes bij de onthulling in 2005. Dat mag je wel zeggen, dit is kunst die op de knieën gaat om zijn toeschouwer als een kleuter toe te spreken. Dat kan van de bosgoden van Joiris in ieder geval niet gezegd worden.   Tijs van den Boomen

© TIJS VAN DEN BOOMEN

Vlaanderen heeft de reputatie dat de rotondes er vol staan met bespottelijke beelden. Maar hoe zit het in Brussel? Voor BDW onderneemt de Nederlandse rotondoloog Tijs van den Boomen de komende maanden een zoektocht naar de rotondes van de negentien Brusselse gemeenten. Welke spiegel houden ze ons voor?

ook de stalen kabel bewegen. En zoals de druppel de steen uitholt, kerft het schurende staal zich langzaam maar zeker een weg door de schijf. Het kan allebei, de Brusselse kun-

stenares Nathalie Joiris doet er geen uitspraak over. Toch lijkt de naam die ze haar werk gaf – Les Sylvains, naar de Romeinse bosgod Sylvanus – een lichte sympathie voor de

bomen uit te drukken. Ook in veel van haar andere werken figureren

www.brusselnieuws.be/rondbrussel

Evere > Gemeente verplaatst grafzerk maar laat stoffelijk overschot liggen



‘Ik raak niet meer bij mijn man’ De graven die moeten wijken voor het nieuwe crematorium van Evere blijven voor perikelen zorgen. De zerken zijn verplaatst, maar de lijken liggen nog in het graf. “Waar is het respect gebleven?,” vraagt mevrouw Mathijs zich af. Haar man overleed al in 1989 maar elke zondag gaat ze met de kinderen naar het kerkhof. Om haar man te herdenken. Twee jaar geleden kreeg Yvonne Mathijs te horen dat op de plek van zijn graf een crematorium zal komen. Ze spande een rechtzaak in – ze had immers een concessie betaald van vijftig jaar voor een familiegraf. De zaak komt pas voor in februari volgend jaar. Maar de gemeente wacht de uitspraak van de rechter niet af. Eind november, enkele weken na Allerheiligen, is ze begonnen met het verplaatsen van de grafzerken. “Zonder enige verwittiging,” zegt mevrouw Mathijs. Vandaag zijn de grafzerken op een kapot marmeren exemplaar na, verplaatst naar een eindje verderop. Door modder en bulldozersporen waren ze de afgelopen weken nauwelijks toegankelijk. “Vandaag is alles min of meer egaal gemaakt maar als het regent, is het geheid weer een slijkboel. En het ergste moet nog ko-

hebben ze de werken net voor de winter aangevat?,” vraagt mevrouw Mathijs zich af. De problemen met de graven slepen al een tijdje aan. De gemeente Evere heeft een terrein van 25 ha

“Of dat crematorium er ooit komt? Volgens mij alleszins niet”

Het crematorium van Evere komt precies op de plek waar 88 graven en grafkelders lagen.

men: het stoffelijk overschot zelf is nog niet verplaatst. Tenminste, dat vermoed ik,” zegt de nabestaande. Navraag bij een grafdelver leert dat de lijkkisten inderdaad nog

verplaatst moeten worden. Dat is iets voor over enkele weken, als de aannemer de werken van de zerkverplaatsing heeft opgeleverd. Daardoor liggen zerk en stoffelijk

© STEVEN VAN GARSSE

overschot gedurende maanden van elkaar gescheiden. “Dat is erg verwarrend voor ons, de nabestaanden. Ze hadden die klus toch in een kortere tijd kunnen klaren? En waarom

overgedragen aan de intercommunale die er een tweede crematorium zal bouwen. Dat van Ukkel barst immers uit haar voegen. De intercommunale zal het crematorium precies op de plek waar 88 graven en grafkelders lagen, bouwen. Die zijn nu bijna allemaal verwijderd, op de stoffelijke overschotten van een twintigtal grafkelders na. De plannen voor het crematorium van Evere dateren al van 2005. Maar er is nog steeds geen bouwen milieuvergunning. Mathijs: “Of dat crematorium er ooit komt? Volgens mij alleszins niet.” 

Steven Van Garsse


BDW 1367 PAGINA 12 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Ampe: “De meeste inwoners van Brussel willen zelf graag kiezen hoe ze wonen. Zo vinden maar weinig inwoners van de Modelwijk in Laken hun wijk een model.”

© JO VOETS

Huisvesting > Hoe het beleid moet omgaan met wonen in de stad

Geen grote plannen, maar pragmatisch inspelen BRUSSEL – Huizen met tuinen of hoogbouw? Wonen in de stad kampt met tegenstrijdigheden, die volgens Els Ampe enkel met pragmatisme opgelost kunnen worden.

BDWOPINIE Met de voorstelling van het Gewestelijke Plan voor Duurzame Ontwikkeling, komt de volgende vraag opnieuw op de voorgrond: hoe moet het beleid omgaan met wonen in de stad? Om het even ongenuanceerd te stellen: huizen met tuinen of hoogbouw? De meeste opinieteksten hebben tot doel om een bepaalde beleidskeuze te verdedigen. Wij doen daarentegen een oproep tot nuance en pragmatisme onder het motto: ‘De stad maakt de mensen niet, maar de mensen de stad’. Ieder project over de ontwikkeling van een nieuwe wijk mondt uit in een debat over welke woningen we waar willen plaatsen. Politici, stadsont-

wikkelaars en promotoren lonken naar deze projecten: Thurn & Taxis, Schaarbeek Vorming, de kanaalzone richting Vilvoorde en richting Pajottenland, maar ook kleinere opportuniteiten zoals het recente debat rond de mogelijke herbestemming van de gevangenis van Sint-Gillis, of het ombouwen van het teveel aan kantoren tot woningen. Moeten we die ruimte gebruiken voor sociale woningen of zogenaamde middenklassewoningen, laagbouw met tuin voor tweeverdieners met kinderen of dure hoogbouw voor bobo’s met dure designmeubelen? Moeten we aan inbreiding of uitbreiding van de stad doen? Politici durven wel eens te kiezen in functie van het kiezersprofiel van iedere woonvorm, stadsontwikkelaars op basis van stedenbouwkundige en planmatige

“Indien we van de stad geen concentratie van de armsten willen maken, dan moeten Brusselaars met een middeninkomen hier een woning kunnen bouwen” Els Ampe (Open VLD).

efficiëntie en promotoren in functie van een rentabiliteitslogica.

Tegenstrijdig Maar de keuze wordt niet enkel door dergelijke opportunistische motieven aangestuurd. Er zijn een aantal op zichzelf tegenstrijdige argumenten die in een stad verzoend moeten worden.

1. ‘De Brusselaar wil met zijn eigen trap naar boven.’ Deze uitdrukking van Karel Buls, eind 19e eeuw burgemeester van Brussel, maar ook gerespecteerd urbanist dankzij zijn standaardwerk L’esthétique des villes, gaf aan dat de meeste inwoners graag zelf kiezen hoe ze wonen. Zo vinden maar weinig inwoners van de Modelwijk in Laken hun wijk een

model. Of zouden ook inwoners van een sociale woning ze zelf anders bouwen. De ideale woning getekend door de grootse architecten, als Le Corbusier, heeft zelden of nooit de massa weten te bekoren. De ideale woning is doorgaans diegene die we zelf kiezen of bouwen. 2. Daartegenover staat de demografische realiteit. We verwachten in Brussel in twintig jaar tijd 250.000 extra inwoners. Dat zijn 100.000 appartementen aan 80 m² of ongeveer 8 miljoen m² woonoppervlakte. 800 woonblokken van 10.000 m² of 266 aan 30.000 m²? Al ‘plannen’ we (als we dat al zouden kunnen) maar een derde effectief in Brussel te houden, en rekenen we erop dat een deel zich buiten Brussel - in de brede rand rond Aalst, Mechelen, Leuven of Waver - gaat vestigen, dan blijft de druk op die Brusselse gronden nog zeer hoog. De vraag naar de woningen die de Brusselaars zelf willen, veelal een huis met een tuin of een ruim appartement met private buitenruimte, is zeer hoog en vooral onbetaalbaar. Het zal hoe dan ook een privilege voor enkelen blijven. 3. Naast de individuele keuze en de demografische druk hebben we de mond vol over de sociale mix. Het gemiddeld belastbaar inkomen van de Brusselaar was tot in de jaren tachtig ongeveer 120% van het Belgische gemiddelde, vandaag is dat nog minder dan 90%. Indien we het evenwicht niet volledig willen verliezen en van de stad geen concentratie van de armsten willen maken, dan moeten voldoende Brusselaars met een middeninkomen in Brussel hun woning kunnen bouwen of kiezen waar ze ‘met de eigen trap naar boven kunnen’. Dit is dus een dilemma. Wij zijn ervan overtuigd dat er geen pasklaar antwoord is. We willen vooral waarschuwen voor politici, architecten, planners en promotoren die een antwoord in een plan of model willen gieten: een te volgen pad. Het enige antwoord is pragmatisch inspelen op deze verschillende dynamieken door op de ene plaats, bijvoorbeeld langs het kanaal, gemengde projecten toe te laten in hoogbouw voor bobo’s, met in de nabijheid sociale woningen op maat in laagbouw, waardoor de druk op andere gemeenten voor bijkomende woningen wat kan afnemen, en er ruimte blijft voor het herenhuis met tuin in de stad of kleine middenklasseappartementen met privétuinen en terrassen. Kortom, we moeten inspelen op zowel de nood aan een grote hoeveelheid nieuwe woningen, de droom van de eigen woning met tuin of terras van de inwoners en de nood om middeninkomens aan te trekken en wie sociale promotie maakt in de stad te houden. Politici, architecten en planners zullen een antwoord moeten zoeken op de vraag hoe het beleid moet omgaan met wonen in de stad. Ze zullen de drang naar grote plannen moeten bedwingen, en de stedenbouwkundige pragmaticus in zichzelf aan het woord moeten laten. Niet sexy, zelfs een beetje tegennatuurlijk, maar wel eerlijk. 

Els Ampe


BDW 1367 PAGINA 13 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Etterbeek vierde station Misschien wordt Etterbeek het vierde belangrijkste station, maar men kan zich afvragen hoe die telling gebeurt. Er is geen standaard manier van tellen, zodat cijfers voor interpretatie vatbaar zijn. Vroeger, toen er nog kaartjesknippers aan de ingang stonden was dat gemakkelijker, want die zetten een knip in het vervoerbewijs. Nu staat er (meestal) een jobstudent met een tellertje in de hand, waarop hij/zij - telkens er een persoon passeert - duwt. Maar vermits er in veel stations geen officiële uitgangen meer zijn, kan hij/zij niet iedereen gezien hebben. En dan zijn er nog de mensen die geteld worden terwijl ze geen reiziger zijn: ze gaan iemand uitwuiven op het perron, of gewoon eens kijken. Verkoopsstatistieken van de treinkaartjes zijn evenmin een goede indicatie: een dergelijke telling sluit heel wat verplaatsingen uit zoals abonnementen, keycards en railpassen. Bovendien zijn treinkaartjes naar Brussel geldig voor alle stations in het gewest. Om echt betrouwbare cijfers te krijgen zou het voorbeeld van de MIVB gevolgd moeten worden: een chipkaart die gelezen wordt aan de ingang(en) en uitgang(en) van het station. Maar dan moeten er weer poortjes komen… Jo Verwimp, Asse

geboren, hij was een kleine handelaar. Hij moest zijn handen uit de mouwen steken om zijn boterham te verdienen. Wij hadden, gelukkig voor mij, contacten met alle klassemensen dankzij die zaken. Wij waren volledig welkom in de familie uit Vlaanderen, en ook in die uit Parijs. Ik zou een nieuwe versie van het toneelstuk Mademoiselle Beulemans kunnen schrijven. Ik wens Houda Ben Azzouz veel moed, want wij hebben allen veel moed nodig in het leven, net zoals de oude Brusselaars dat hadden. En veel succes. Roselyne Lories, Vorst

Dure volkstuintjes 285%. Dat is de opslag die de tuiniers van de Schapenweg in Jette moeten betalen voor het jaar 2013. Dit maakt dat wij 10 euro per are moeten betalen in plaats van 3,5 euro. Bij de zustervereniging ‘De Tuintjes van Jette’ betalen de leden 3 euro per are, en hun gebied is volledig afgebakend. In de maand januari van dit jaar zijn verschillende tuinhuisjes door onbekenden volledig afgebrand. Zelfs de brandweer en politie zijn ter plaatse geweest. Volgens een schepen van Jette heeft de voorzitter van de Schapenweg in twee jaar 9000 euro subsidies gekregen. Waarom moeten wij dan 285% opslag betalen? Walter Holbrecht, Jette

Gemeentelijk onderwijs In het Brussels Gewest zijn er dertig nieuwe Nederlandstalige basisscholen nodig om te voldoen aan de vraag. De Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel plant vijftien nieuwe scholen te openen met eigen middelen. Om een deel van het saldo op te hoesten voor de andere nieuwe, noodzakelijke scholen doen de Vlaams-Brusselse politici een beroep op de Vlaamse Gemeenschap. Moeten die politici zich niet eerst en vooral richten tot de Brusselse gemeentebesturen die weigeren hun plicht te doen inzake bijkomend Nederlandstalig gemeentelijk onderwijs en kinderopvang? Bijna een kwart van de Brusselse kinderen gaat naar het Nederlandstalig onderwijs. Maar wordt 25% van de gemeentelijke onderwijsuitgaven voorbehouden voor het Nederlandstalige onderwijs en kinderopvang? Zolang deze gemeentelijke bron niet aangeboord wordt, lijkt het weinig decent om een beroep te doen op de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaams-Brusselse beleidsmensen moeten eindelijk de moed hebben om hun pijlen op de eerste plaats te richten op de falende Brusselse gewestelijke instellingen waar gemeentebesturen en OCMW’s deel van uitmaken. Het voorgaande wijst er trouwens nogmaals op dat het uitoefenen van gemeenschapsbevoegdheden door de Brusselse gewestelijke instellingen deficitair is, en blijft, voor de Nederlandstalige Brusselaars.  Guido Ghekiere, Brussel

Op zoek naar “de” Brusselaar Bedankt voor jullie artikel. Jean De Hertog, u hebt gelijk: de echte Brusselaar kan met iedereen omgaan, wij zijn dikwijls open en geduldig. Mijn vader is in Anderlecht

BDWOPINIE

Daarkom (ik nie meer) Kuumba (yes my Lord!) Wat een goed idee van BDW om in eenzelfde editie over het reilen en zeilen van twee gelijklopende initiatieven te berichten. Het Vlaams-Marokkaans huis Daarkom werkte niet, werkt niet en de kans is klein dat het ooit zal werken. Mij stoort de meelijwekkende toon waarmee over dit initiatief wordt gesproken. Verontwaardiging zou meer op zijn plaats zijn. Zes miljoen aan verbouwingswerken voor iets dat niks maar dan ook niks buiten trammelant op zijn palmares kon schrijven. Driehonderdduizend euro aan huur voor een zelfverbouwde infrastructuur, dat is de helft van de jaarlijkse subsidie. Geen enkele Vlaming zal dit begrijpen, en een Marokkaan waarschijnlijk nog veel minder. Intussen is Brussel op vlak van subsidiëring van socio-artistieke projecten en organisaties stiefmoederlijk behandeld. Is het probleem van Daarkom misschien niet gewoon dat het een idee is dat uit een kabinet is geparachuteerd? Moet een dergelijk initiatief niet modester, en vanuit bestaande samenwerkingen tussen partners beginnen? Wie het artikel van het Vlaams-Afrikaans Huis Kuumba in Elsene leest, krijgt een veel positiever beeld. Het begint met de foto: een huis dat op het niveau van de straat ligt, dat activiteiten organiseert die geënt zijn op wat de Afrikaanse gemeenschap interesseert en bindt aan dit land en zijn geschiedenis, en gemeenschapsverbindend werkt. En dat allemaal met een fractie van de middelen van Daarkom, maar met een bezielende kracht. Dat voel je gewoon als je het artikel leest. Bedankt Jeroen Marckelbach! Kuumba...yes my Lord! Kris Kaerts, Jette

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

MEER OPINIE DE HELE WEEK ROND OP

Schoolemotie door Danny Vileyn Geen plaats voor 687 kleuters in Brussel (mei 2012). Geen plaats voor 652 kinderen in de eerste kleuterklas (februari 2013). De onrust en frustratie bij ouders van wie het kind niet ingeschreven raakt in een Nederlandstalige school, kan moeilijk overschat worden. Onderwijs is tegenwoordig emotie, ook in de politiek. Het zorgde zelfs voor een ruzie binnen Open VLD. Brussels collegevoorzitter Guy Vanhengel zei dat kinderen die geen plaats vinden in het Nederlandstalig onderwijs nog altijd in het Franstalig onderwijs of in scholen in de Vlaamse Rand rond Brussel terechtkunnen. Een vaststelling, zei hij zelf, maar partijgenote en Lenniks burgemeester Irina De Knop interpreteerde de uitspraak van Vanhengel als een advies en was in haar wiek geschoten: ook de Rand kampt immers met een scholentekort. Eigenlijk doet dat niets terzake. Kinderen en jongeren uit de Rand mogen in Brussel schoollopen, Brusselaars mogen in de Rand schoollopen. En in Brussel hebben ze het grondwettelijk recht om te kiezen tussen Nederlandstalig en Franstalig onderwijs. Ongeacht hun moedertaal. Als op een dag alle kinderen besluiten om Nederlandstalig onderwijs te volgen moet de Vlaamse Gemeenschap dat aanbieden. Theoretisch zouden de Vlaamse en Franse Gemeenschap dus elk afzonderlijk plaats moeten hebben voor alle Brusselse kinderen. Wat natuurlijk niet realistisch is. Maar dan is er de taaie werkelijkheid. De taskforce onderwijs ligt op apegapen. De taskforce moet de coördinatie verzekeren van de twee gemeenschappen rond het nijpende capaciteitsprobleem. Ondertussen is er wel een studie, maar geen masterplan. Zonder masterplan dreigt de ene gemeenschap te moeten opdraaien voor de andere als die faalt. Maar er zit geen piloot meer in de cockpit. Minister-president Charles Picqué (PS) heeft afgehaakt na een klacht van Vlaanderen tegen de (illegale) Brusselse scholenbouw. En dan nog. Vanhengel bevestigt dat het overleg tussen Franstaligen en Nederlandstaligen over het onderwijs bijzonder moeizaam verloopt. Het zijn twee werelden, zo liet hij zich ontvallen in de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Toch is er geen andere keuze dan het overleg zo vlug mogelijk heropstarten. Uitgangspunt moet zijn dat Vlaanderen zijn marktaandeel van twintig procent kan behouden. Dat betekent sowieso dat er in de nabije toekomst nog Nederlandstalige scholen moeten bijgebouwd worden. De rest moet onderwerp zijn van politieke onderhandelingen. De vrije schoolkeuze moet het ideaal zijn. Ook voor Nederlandstaligen in Brussel.

EVA HILHORST


© ARCHIEF BDW

Partnership rond musicalstages

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Musea > Duizend jongeren bereiden Museum Night Fever voor

‘Beperkingen dwingen je om creatief te zijn’ © SANDER DE WILDE

ANDERLECHT - Op de musical Midzomernachtsdromen van de conservatoriumafdeling van de Erasmushogeschool (half maart in Zinnema) is het nog even wachten. Maar de samenwerking tussen de hogeschool en de werkgelegenheidsgerichte vzw Musical van Vlaanderen is bekrachtigd. Het partnership zet de werking van het Musicallabo verder, en zorgt er ook voor dat musicalstudenten stageplaatsen kunnen krijgen in de voorjaarsproducties die Musical van Vlaanderen op de planken brengt. Vorige zomer nog zette Vlaams cultuurminster Joke Schauvliege (CD&V) de bijl in het subsidiedossier van 2,3 miljoen euro waarnaar Musical van Vlaanderen viste. De subsidies zijn onrechtstreeks gelinkt aan tewerkstellingskansen: de helft van de casts van haar producties wordt ingevuld met (oud)studenten van de Erasmushogeschool. De minister baseerde zich op het adviescommissieverslag dat de producties ‘oubollig en te commercieel’ vond. De afzetmarkt voor de studenten blijft beperkt tot zang-, dans- en acteerwerk in shows, tvseries en musicals in Vlaanderen en naburige landen waar het genre een publiek heeft. Brussel biedt de enige specifieke opleiding in het land aan. Verder werd actrice en BV Lulu Aertgeerts aangesteld als opleidingshoofd van de bachelor Musical. Zij was al verbonden aan de opleiding als regisseur, docente Expressie en coördinator van de dansvakken. Aertgeerts volgt Ronnie Commissaris op, die JMB met pensioen gaat.

BDW 1367 PAGINA 14 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

ADVERTENTIE

kijk op: www.ammibrussel.be

Start 10/3/2013

Voor hun project in het MIM maken de jongeren van Antichambre en XL’J een paravent, die bestaat uit grote panelen met Chinees papier. Daarop drukten ze hun gravures, persoonlijke boodschappen ingekerfd in een houten plaat, af.

of bel 02/7896123

ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

BRUSSEL – De nacht van de Brusselse musea, Museum Night Fever, trekt niet alleen veel nieuwsgierige bezoekers, er werken ook veel jongeren aan mee. Een duizendtal om precies te zijn. Vierhonderd jeugdigen van scholen, jeugdhuizen en andere verenigingen zorgen voor het onthaal, de andere zeshonderd werken mee aan het programma. Wij namen een kijkje tijdens de voorbereidingen.

I 

n het Maison des Jeunes Antichambre in Sint-Lambrechts-Woluwe is men de weken voor Museum Night Fever al druk in de weer. Voor Antichambre is het de eerste deelname aan Museum Night Fever, maar het krijgt de hulp van zijn ervaren Elsense collega’s van XL’J. XL’J was er al bij op de eerste editie van Museum Night Fever, en presenteerde dus al werk in verschillende musea. Nu mag

het samen met Antichambre het grote Muziekinstrumentenmuseum (MIM) inpalmen. De jeugdhuizen zullen vier à vijf zalen bezetten. In de vitrines op de benedenverdieping worden bedrukte T-shirts tentoongesteld, op het Koningsplein worden livegraffitisessies gegeven, er zijn muzikale botsauto’s, en liveperformances... “Het kwam dus goed uit dat we de krachten konden bundelen, en elkaars

werkwijze kunnen leren kennen,” zegt Emilie Bergilez van XL’J. “Antichambre heeft ook meer ervaring met muziek, terwijl wij meer op beeldende kunsten en theater gericht zijn.”

Sporen nalaten Het project waarmee de jongeren bezig zijn als we hen in Woluwe bezoeken, combineert dan ook muziek en beeldende kunst. Op de zevende verdieping van het museum komt namelijk de interactieve installatie Empreinte ma’zik, een combinatie van geluidsimpressies en drukkunst. Kevin, Manuel en Sukdiip leggen er samen met Emilie Bergilez en Gilles Hébette van Antichambre de laatste hand aan. “We maken een grote paravent die bedrukt is met gravures die de jongeren hebben ontworpen,”


BDW 1367 PAGINA 15 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Bergilez: “Onze jongeren vinden het belangrijk om hun werk ook eens te kunnen tonen in een erkende kunstinstelling voor een groot publiek, en eventueel in contact te kunnen treden met professionele kunstenaars.”

legt Hébette uit. “We hebben in onze ruimtes grote houten planken gelegd waarin iedereen zijn sporen kon nalaten door er tekeningen, figuren en woorden in te graveren. We gaan nu net de laatste plank afdrukken op chinees papier, en dat bevestigen we dan op grote panelen waarmee we onze paravent maken.” Het was de bedoeling dat iedereen symbolisch zijn ‘territorium’ kon afbeelden met de gravures, een beetje zoals jongeren soms doen als ze in hun schoolbank krassen, maar dan legaal. We zien dan ook impressies van het Atomium, de Basiliek van Koekelberg, maar ook kreten als ‘anti-Standard’ of ‘Chris Brown’. Eén jongen heeft ook een beeld uit zijn geboorteland Burundi gegraveerd, en een andere heeft gewoon in lijnen het traject getekend van zijn huis naar het jeugdhuis. Daarbovenop heeft een andere animator van Antichambre omgevingsgeluiden van het jeugdhuis opgenomen. Die ‘auditieve sporen’ (geluiden van de chauffage, of de kickertafel) worden op muziek gezet, en die geluidsband krijgt het publiek te horen als ze zich in het MIM blindelings naar de paravent met gravures laten leiden. Hébette: “Het is de bedoeling dat de jongeren hun werk zelf helpen presenteren aan het publiek.” Bergilez: “Dat is ook een van de aspecten van Museum Night Fever. De jongeren leren dat musea geen ontoegankelijke instellingen zijn waar zij niet welkom zijn. Ze nemen hun ouders mee, en keren er later makkelijker terug. Voor ons is Museum Night Fever daarom een van de belangrijkste projecten van het jaar. Uit de evaluaties blijkt elke keer dat onze jongeren het belangrijk vinden dat ze op een bepaald moment hun werk ook eens kunnen tonen in een erkende kunstinstelling voor een groot publiek, en eventueel in contact kun-

nen treden met professionele kunstenaars.”

Mode en insecten Ook heel veel studenten nemen Museum Night Fever te baat om hun visitekaartje af te leveren aan een groot publiek. Zo strijken meer dan honderdvijftig studenten uit de af-

“In oude schilderijen en sculpturen zit een hele cultuurgeschiedenis vervat die inspiratie kan bieden om een picturaal universum op te bouwen” delingen mode en (textiel)design van de Hogeschool Francisco Ferrer uit Brussel-Stad neer in het Museum voor Natuurwetenschappen. Ook voor hen is Museum Night Fever het einddoel van een groot project waar behalve de studenten uit alle richtingen ook alle docenten en directieleden op een of andere manier aan meewerken. Fatima Ait Lalla bijvoorbeeld is

lerares Engels op de school, en speelt samen met haar collega van Frans een rol bij de begeleiding van de studenten, die hun werk ook in verschillende talen aan het publiek moeten kunnen presenteren en uitleggen. “Alle aspecten zijn belangrijk. Zo zullen de studenten ook hun creatieproces tonen. Maar het belangrijkste blijft natuurlijk het eindresultaat. We hebben voor het Museum voor Natuurwetenschappen gekozen omdat de studenten op voorhand al het idee hadden geopperd om zich voor hun ontwerpen te inspireren op de wereld van de insecten. We hebben dan ook het museum bezocht om de materie goed te begrijpen, en te zien wat we allemaal met het thema konden doen. Tijdens de avond zullen we vijf keer na elkaar de ontwerpen tonen op de catwalk. Niet met een gewoon defilé, maar met een soort performance op muziek. Daarnaast stellen studenten objecten en accessoires tentoon, heeft de richting Publiciteit installaties gemaakt, en heeft onze kleine, maar steeds populairdere sectie textieldesign op basis van het thema heel mooie stoffen en prints ontworpen.

Dansen met schilderijen Ook in het Museum voor Oude Kunst staan er verschillende activiteiten op het programma die het publiek kan smaken bovenop de reguliere collectie. Voor de Brusselse choreografe en danshistorica Marie Martinez wordt Museum Night Fever het officiële startschot van een

© SANDER DE WILDE

project dat nog het hele jaar door zal lopen. Zij bracht een twintigtal jonge Brusselse choreografen bijeen voor een masterclass waarin de relatie tussen dans en (oude) beeldende kunst wordt onderzocht. Na Museum Night Fever plant dit laboratorium ‘twintig jonge choreografen voor Brussel 2013’ trouwens nog optredens in het museum, maar ook in De Munt en in het Smak in Gent. “Dansers en choreografen laten verschillende disciplines toe in hun werk,” zegt Marie Martinez, “maar oude kunst blijft daarbij onderbelicht. Nochtans zit in die schilderijen en sculpturen een hele cultuurgeschiedenis vervat die inspiratie kan bieden om een picturaal universum op te bouwen. Als het geen landschapschilderijen zijn, refereren doeken in een museum bijna allemaal aan het lichaam.” Voor Museum Night Fever kozen 24 Brusselse choreografen uit verschillende landen en genres elk een of meerdere schilderijen of sculpturen als uitgangspunt voor uiteenlopende projecten. “Er zitten stukken van twintig minuten bij maar er is ook een stuk van vijf uur. Muziek is de rode draad.” En valt het wel een beetje mee om te dansen in de zalen en gangen van een museum? “Het ligt niet voor de hand, maar zoals zo vaak dwingen beperkingen je om creatief te zijn. Kunnen dansen op een oppervlakte van 3000 vierkante meter is ook een unieke buitenkans.”   Michaël Bellon

Museum Night Fever, op 2 maart van 19 tot 1 uur in 23 Brusselse musea, die worden bediend met een gratis pendelbus. Infopunt op de avond zelf: BIP-Brussels, Koningsstraat 2, Brussel. Vooraf: Brusselse Museumraad, 02-512.77.80, info@brusselsmuseums.be en www.museumnightfever.be. Kostprijs pass: 12 euro (dag zelf), 8 euro (voorverkoop t.e.m. 1 maart), gratis tot 12 jaar.


BDW 1367 PAGINA 16 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

vijf strijkers, fluit, harp en klarinet, maar engageren ook heel graag extra musici. Dat geeft ons de kans om bijvoorbeeld bewerkingen van symfonisch werk te spelen.”

Muziek > Kamermuziekensemble Oxalys blaast twintig kaarsjes uit

Frisheid met diepgang

Ode

BRUSSEL – Op 1 maart viert Oxalys zijn twintigste verjaardag met een concert in het Brusselse Conservatorium. Daarmee keert dit kamermuziekensemble terug naar het podium waarop het precies twintig jaar geleden zijn eerste concertstappen zetten.

© MARCO BORGGREVE

“De leden van Oxalys die op 1 maart 1993 optraden in het Conservatorium, waren daar toen nog studenten,” vertelt Koenraad Hofman, contrabassist en artistiek leider van het ensemble. “In de beginjaren deden zich enkele kleine muzikantenwissels voor - ook ik vond toen mijn plek in het ensemble - maar sindsdien is onze kern nagenoeg ongewijzigd gebleven. Intussen zijn we dus totaal op elkaar ingespeeld.” Oxalys dankt zijn gevierde kwaliteit echter niet enkel aan de jarenlange trouw van de muzikanten. “We zijn geen voltijds ensemble,” onderstreept Hofman. “Intussen zijn de meesten onder ons zelf docent aan een of ander conservatorium. Daarnaast maken we ook tijd om in andere ensembles en orkesten te spelen. Die combinatie krikt de frisheid en diepgang van wat we doen voelbaar op.” En dus kan Oxalys bogen op een uitstekende reputatie in binnen- en buitenland. Getuige daarvan ook de indrukwekkende discografie van het ensemble. “Intussen speelden we in zowat alle uithoeken van de wereld,” vertelt

Oxalys: van een groep studenten in 1993 tot een gewaardeerd ensemble twintig jaar later in 2013. Hofman fier. “Onlangs waren we met de sopraan Christianne Stotijn te gast in het Amsterdamse Concertgebouw. Op die legendarische plaats met een van de beste stemmen van het ogenblik mogen optreden, is natuur-

lijk een van onze absolute hoogtepunten.” Waar Oxalys tijdens de beginjaren graag koos voor trio’s, fluitkwartetten en kwintetten, neigt het ensemble nu naar grotere bezettingen. “We houden vast aan onze kerngroep van

ADVERTENTIE

Aan het repertoire uit de belle époque, met als grote lieveling Debussy, bleven de musici tot op vandaag trouw. “Maar natuurlijk hebben we onze speellijst verder uitgebouwd. Zo liggen we voortdurend op de loer voor goede maar nog onbekende muziek.” Voor zijn verjaardagsconcert trekt Oxalys niet toevallig naar het Conservatorium. Het ensemble is er sinds 1996 in residentie. “Ons bureau en repetitielokaal zijn er, en we doen heel wat met en voor de studenten. Zo zijn we fier het jonge Odyssea Ensemble zowel muzikaal als zakelijk te mogen coachen.” Het programma van het jubileumconcert is een ode aan de beginperiode van het ensemble, maar blikt toch ook vooruit. “Behalve enkele van onze lijfstukken van Debussy en Ravel, spelen we ook een jammer genoeg onbekend concerto van Arnold Bax. Verder mocht ook Schmetterling dat Victor Kissine speciaal voor ons componeerde, niet ontbreken. En na het concert is iedereen welkom op onze verjaardagsfuif met dj.” Elise Simoens   20 jaar Oxalys, op 1 maart om 20 uur in het Conservatorium, Regentschapsstraat 30, 1000 Brussel, 15/10 euro, www.oxalys.be Win 5x2 tickets voor het jubileumconcert van Oxalys. Stuur een mail met onderwerp ‘Oxalys’ en vermelding van uw naam en adres naar win@bdw.be.

WIN!


BDW 1367 PAGINA 17 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Zorgvuldige reconstructie

achteraf

BRUSSEL –‘Schrijven is liefhebben, en liefhebben is schrijven.’ Dat pende Dominique Rolin in haar sleutelroman Journal amoureux neer. Haar schrijfkamer is gereconstrueerd in de Koninklijke Bibliotheek, naast de schrijfhokken van Emile Verhaeren, Michel de Ghelderode en Max Elskamp/Henry Van de Velde.

Gezien: La Bertitude des choses van Bert Kruismans, op 24 februari in Espace Delvaux in WatermaalBosvoorde. Daar nog op 28 februari (02-672.14.39 - www.lavenerie. be), daarna op 1 maart in CC Oudergem. De Nederlandse versie Vaderland is te zien op 11 maart in CC Sint-Pieters-Woluwe, en op 14 maart in CC Asse. Meer info op www.kruismans.com.

Het boek en de film De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst kreeg aan de andere zijde van de taalgrens de vertaling La merditude des choses mee. Aangezien de Aalsterse komiek Bert Kruismans er sinds het succes van zijn standupshow La Flandre pour les nuls zijn beroep van gemaakt heeft om Vlaanderen te vertalen voor de Franstaligen, was het dus een fijn idee om zijn nieuwe show La Bertitude des choses te noemen. De Nederlandse versie van dezelfde show, die ook rond deze tijd in première gaat, heeft de iets drogere naam Vaderland. La Flandre pour les nuls was in het licht van de (culturele) dialoog tussen beide landsdelen een initiatief dat bewondering en lof mocht oogsten, en dus gaat ook de opvolger voor een groot deel over de Belgische stammentwisten. La Bertitude des choses begint met een geluidsfragment van het commentaar bij de voetbalinterland België-Schotland van oktober jongstleden, die door een doelpunt van nationale trots Vincent Kompany definitief in ons voordeel werd beslecht. Het is de opmaat voor het eerste deel, waarin Kruismans vooruitloopt op de schizofrene situatie die in 2014 zou kunnen ontstaan, wanneer de Vlamingen zowel voor België (op het WK in Brazilië) als tegen België (voor de Vlaamse verkiezingen) zullen kunnen stemmen. Niet dat Kruismans deze schizofrenie verder nog aan een kritisch onderzoek onderwerpt. Hij haalt er alleen wat grappen uit over zijn broer Albert, die het er als N-VA-er toch moeilijk mee heeft dat hij niet meer zonder vermomming naar het Koning Boudewijnstadion kan afzakken voor wat voetbalplezier. Een zijsprong via Leopold II en de achternamen van de internationals Kompany, Lukaku, Benteke en Mboyo, levert ook nog de redelijk goede grap op dat als onze koloniale vorst de voeten van de Congolezen had afgehakt in plaats van hun handen, we nu wellicht niet zo’n succesvolle nationale ploeg zouden hebben gehad. Vervolgens wordt de kast met beproefde Belgicana nog eens helemaal opengetrokken, en gaat het over Westmalle en Orval, over Eddy Merckx (“onverstaanbaar in beide landstalen”), zelfs nog even over Clijsters en Henin, en om het af te leren ook nog een keer over BHV. Alleen de opmerking dat onze Olympische schutter Lionel Cox als Brussels ambtenaar een duidelijk voordeel had in een sport waar je het hoofd helemaal voor moet kunnen leegmaken, had niet voor de zomer van 2012 kunnen gemaakt worden. Toch doet Kruismans ook een oprechte poging om de platgetreden communautaire paden te verlaten. Zijn voornemen was eigenlijk om in La Bertitude des choses het Vlaanderen van zijn jeugd in de jaren zeventig te vergelijken met het Vlaanderen van vandaag. Dat is alweer een goed idee, alleen hebben we uiteindelijk zeer weinig over dat Vlaanderen van de jaren zeventig mogen vernemen. Dat kinderen toen nog kikkers lanceerden door

Literatuur> Bureau Dominique Rolin opgenomen in bibliotheek

Kruismans: grappiger en interessanter dan hij zich voordoet.

bommetjes in hun cloaca te steken, omdat ze nog niet op de Wii of Playstation konden spelen, dat hadden we zelf nog onthouden. Dat telefoons vroeger bijna allemaal zwart waren en de gebruiker ervan doorgaans over weinig extra functies of apps kon beschikken ook. Al was de manier waarop Kruismans herinneringen ophaalde aan die bakelieten toestellen met hun trage draaischijf wel nog geestig. Hetzelfde gold voor de herinneringen aan de kunst om konijnen met een fietspomp te lijf te gaan om ze beter te kunnen villen, of voor die aan de kunst om in godvergeten dorpen verdwaalde automobilisten de verkeerde kant op te sturen. Respectievelijk de dierenrechtenorganisaties en de uitvinders van de gps hebben ervoor gezorgd dat die vaardigheden verloren dreigen te gaan. Over humor is het natuurlijk moeilijk discussiëren - ieder zijn meug - maar zelfs in de welwillende bui waarin we verkeren, moeten we zeggen dat er te veel flauwiteiten in deze show zaten om hem goed te noemen. Dat de vrouwen er beter gaan uitzien naarmate de mannen meer drinken, en dat we met zijn allen asocialer worden naarmate we ons meer op de sociale netwerksites begeven: het zijn gemeenplaatsen die elke spelcoach of regisseur uit de tekst zou moeten halen. Je show beëindigen met een volstrekt inspiratieloze parodie op Sandra Kims J’aime la vie, is zeker een zwaktebod. Kruismans zou ook eens wat mogen doen aan zijn podiumprésence. Zelfs als de houterigheid waarmee hij zich over de scène voortbeweegt om komische redenen is aangedikt, dan is ze nog storend. Ook de manier waarop hij typetjes neerzet of dialogen vertolkt, vraagt om meer zorgvuldigheid. Maar wat we vooral missen is een eigen stem die af en toe eens een echt splijtend inzicht in zijn show smokkelt. Al te vaak verstopt Kruismans zich achter de luidruchtige stem van de grootsprakerige tooghanger om zijn eigen tekst te relativeren of te ondermijnen. Volgens ons is Bert Kruismans in wezen grappiger en interessanter dan hij zich doorgaans voordoet. 

Michaël Bellon

Dominique Rolin is een ‘grande dame’ van de Franse literatuur. De elegante, verfijnde Parisienne was eigenlijk een Brusselse, honderd jaar geleden geboren in Elsene en vorig jaar overleden in Parijs. Brussel – en België, de kust en de Kempen van haar vakanties – zit sterk vervlochten in haar werk met gesublimeerde, autobiografische toetsen. Haar roman La maison, la forêt speelt zich af in de grote gezinswoning in Bosvoorde. Haar eerste novelle Repas de famille en haar eerste roman Les pieds d’argile resoneren naar haar Brusselse bourgeoismilieu met zijn schone façade. Rolin studeerde op haar 17e al af aan het Lycée Dachsbeck waar haar moeder Esther dictie gaf, en werkte ruim tien jaar als bibliothecaresse aan de ULB. In Brussel nam ze ook tekenlessen, en dat kwam haar goed van pas toen ze, na de oorlog, man en dochter hier achterliet en naar Parijs trok. Op basis van de tekening die de schrijfster zelf maakte, is haar schrijfkabinet (uit de Rue Verneuil in Parijs) zorgvuldig gereconstrueerd. Aan dat bureau schreef ze waarschijnlijk Jour-

Het kabinet van de Belgische Parisienne. nal amoureux over haar bijzonder discrete relatie met die andere Parijse literatuurvedette, Philippe Sollers. Toen ze elkaar leerden kennen, was Rolin een weduwe van 45, en Sollers een zelfingenomen genie van 22. Toevallig bevindt dit herbouwde kabinet zich naast de leeszaal van de Archives et musée de la littérature (AML) waar het zopas gerestaureerde schilderij La Belgique littéraire van Paul Delvaux hangt. Belgische artiesten vinden elkaar er – post mortem – terug. Zelfs Pieter Breugel de Oude waarover Dominique Rolin de fictieve autobiografie L’enragé schreef. Zo gehecht bleef ze aan België en de zin voor humor die ons toelaat onszelf volgens haar te overtreffen... ‘als we durven die gekheid en die rijkdom aan te boren.’ 

Eliane van den Ende

AML, Keizerlaan 4, 1000 Brussel www.aml-cfwb.be

ADVERTENTIE

BEURS VOOR CREATIEVE VRIJETIJDSBESTEDING

EXPO QUILT

DEAR JANE

ag & Zaterd

g! zonda

07 10 03 2013 Info : 02 808 41 68

www.creativa-belgium.com

www.warmred.be

Praat

Te houterig, flauw en onzorgvuldig


BDW 1367 PAGINA 18 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Expo > Architectuur familie Brunfaut belicht in Atomium

Architectuur met engagement BRUSSEL – De gebouwen van de architectenfamilie Brunfaut beloofden eigenlijk hetzelfde als een socialistische propagandaaffiche uit 1936: ‘Lucht! Licht!’. Tot 9 juni kan u in het Atomium gaan kijken hoe de Brunfauts dat probeerden waar te maken.

D 

e maquettes stelen de show op de expo. Bijna muurloos lijken de redactie- en drukkerijgebouwen van de socialistische kranten Le Peuple (Sint-Laurensstraat, Brussel) en Vooruit (Sint-Pietersnieuwstraat, Gent) uit het begin van de jaren 30. Nachtverlichting en een volledig beglaasde gevel, zodat voorbijgangers ‘s nachts de drukpersen konden zien draaien, dat hadden de architecten Fernand en Maxime Brunfaut in Moskou gezien op prospectie in de kantoren van de Leningrad Pravda uit 1924 van de architectenbroers Vesnin. Op de oude cover van Le Peuple van 19 september 1930 wordt de nieuwe voorgevel toegelicht (ook het hoofdartikel ‘Le bilinguisme’ ernaast van Auguste De Winne is trouwens het lezen waard). Bij de maquette van het station Brussel-Congres (Maxime, 1952) kan u goed de luifel en de gaatjesgevel, die wat weg heeft van een moucharabieh, bestuderen. Het stationsgebouw is zo monumentaal omdat het moest dienen als grote ventilatieopening voor de huidige Noord-Zuidverbinding, waarvan ‘hygiënist’ Fernand trou-

Bij alle Brunfauts komt dezelfde modernistische ‘woordenschat’ terug, of het nu om socialistische opdrachten, transportgebouwen of individuele woonhuizen gaat.

wens een groot voorvechter was.

De Horta-connectie De Brunfauts, dat zijn de broers Fernand (1886-1972) en Gaston (18941974) en Fernands zoon Maxime (1909-2003). Eventjes duikt een vierde op, verre neef Jules, die het Hannon-huis in Sint-Gillis ontwierp, maar dat is art nouveau en dus een ander verhaal. Om de drie architecten uit elkaar te

kunnen houden: Fernand is gaandeweg vooral de politicus (o.a. gekend van de wet-Brunfaut die sociale woningbouw stimuleerde), Gaston de theoreticus (hij bedacht bijvoorbeeld een spreidingsplan voor de zwembaden van Groot-Brussel, en mocht samen met architecten als Le Corbusier en Oscar Niemeyer brainstormen over het hoofdkwartier van de VN in New York) en Maxime de avant-gardist.

© AAM

broer Fernand, en zowel Fernand als Maxime waren leerlingen van Victor Horta. Met zijn Volkshuis (1899, Joseph Stevensstraat, Zavelwijk) wilde Horta arbeiders licht en lucht geven, luxeproducten die ze in hun krotwoningen moesten missen. Wie pas na de afbraak van het Volkshuis in 1965 kwam piepen, en dus opgroeide met een gevoel van heimwee, kan op de expo eens met zijn hand langs de curven van een bewaarde

Over de verhouding tussen vader Fernand en zoon Maxime bij hun gemeenschappelijke projecten, zei Maxime: “Het was zijn teergeliefde kind dat ontwierp, dus deed mijn vader alles om me te helpen. En ik had altijd gelijk.” Ze vielen uit een socialistisch nest, en gingen bij geëngageerde architecten in de leer. Fernand liep stage bij de architect van de Hellemanswijk in de Marollen, Gaston bij zijn

Erfgoed > 69 verhalen over evenveel Brusselse metrostations gebundeld

Tussen werkelijkheid en verbeelding In het Goudblommeke in Papier, door voorzitter Danny Verbiest “geen café en geen museum” genoemd, konden liefhebbers kennismaken met het boek Verhalen over Brussel via zijn metrostations. Het album is een samenwerking tussen Eric Demarbaix, die voor historische verhalen over elk metrostation en een bijhorende anekdote zorgde, en De Marck (Marc Daniels), die er telkens mooie aquarellen bij maakte. Die voegen er extra charme aan toe doordat ze heden en verleden, en werkelijkheid en verbeelding soms in elkaar laten overvloeien. De verhaaltjes lezen vlot weg, wat han-

dig kan zijn als u het werk als een soort van gids wil raadplegen terwijl u de metrostations bezoekt. De twee aanwezige Brusselse ministers, Guy Vanhengel (Open VLD) en Brigitte Grouwels (CD&V), selecteerden ieder een anekdote of favoriet metrostation uit het boek. Vanhengel koos voor de Beurs. Want dat metrostation kreeg zijn naam van het chique gebouw waar geld werd verhandeld. Maar tegelijkertijd was diezelfde plek, voor de bouw van de geldtempel, de plaats waar een klooster van de minderbroeders stond. De broeders waren de enigen die

© DE MARCK

BRUSSEL – Een nieuw boek over de Brusselse metro’s, dat is wat er afgelopen vrijdag in Het Goudblommeke in Papier gepresenteerd werd. Een verzameling van 69 verhalen over evenveel metrostations met elk een stukje geschiedenis van Brussel.

Metrostation Beurs dankt zijn naam niet alleen aan de huidige geldtempel, maar ook aan het klooster dat er ooit stond.

er mochten bedelen. Ze verzamelden de munten in een beursje. Grouwels koos Sint-Katelijne als favoriet. Misschien omdat het vroeger een haven was, en zij er nu bevoegd voor is? Als ze haar ogen sluit, vertelt ze, kan ze zich zo de bruisende plek van weleer voor de geest halen. De twee ministers onderstreepten een paar keer dat het boek net op het ogenblik dat er een akkoord is over de nieuwe investeringsplannen van de MIVB, uitkomt. Die plannen voorzien in een uitbreiding van de metro naar het noorden van het gewest, wat dus betekent dat er nieuwe metrostations zullen bijkomen. En daarmee lijkt het vervolg op het verhalenalbum al gegarandeerd.   

Houda Ben Azzouz


BDW 1367 PAGINA 19 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

balustrade van de feestzaal gaan. Maxime hielp op het eind van Horta’s leven mee aan de afwerking van het Centraal Station. Daarbij respecteerde hij Horta’s ellipsvormige voorgevel (waarvan de lijn terugkwam in het trottoir!), maar hij vereenvoudigde hem wel, schrapte de puntgevels en verlengde de geometrische fries langs de kroonlijst rond het hele gebouw. Maxime ontwierp verder ook metrostations, het Air Terminusgebouw van Sabena (1954) aan de overkant

van het Centraal Station en twee jaar later het luchthavengebouw Aérogare 58 (1956-58) in Zaventem.

Modernistisch lexicon In Evere bouwde Maxime de coöperatieve Germinalwijk (1951) voor het personeel van de luchthaven. Het initiatief van de Modelwijk op de Heizel (1955-68) kwam dan weer van Fernand, die droomde van iets duurzaams voor werklieden, als contrast voor al die vluchtige paleizen van Expo 58 (waarvoor Maxime onder andere het Bell-paviljoen tekende dat naar de Mutsaardwijk in Hoboken verhuisde). Alle comfort, maar toch toegankelijk voor arbeiders: dat was ook

Brunfaut’s progressive architecture, tot 9 juni in het Atomium. Tickets kosten 6/8/9/11 euro, en de expo is elke dag open tussen 10 en 18 uur. De gelijknamige tentoonstellingscatalogus is verschenen bij CFCEditions, bevat teksten in het Nederlands, Frans en Engels, telt 264 blz. en kost 18 euro. www.atomium.be/brunfaut of 02/475.47.75

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Nick Trachet

© NICK TRACHET

Gaandeweg was Fernand de politicus, Gaston de theoreticus en Maxime de avant-gardist

wat Maxime voor ogen had met het sanatorium van Tombeek (Overijse, 1934-36). Hij heeft zijn wens van een lavabo per patiënt moeten verdedigen, maar de uitbater en directeur van de Prévoyance Sociale Joseph Lemaire steunde hem. Maxime had ter voorbereiding mijnwerkersgezinnen bezocht om te achterhalen hoe tbc de kans kreeg zich te verspreiden. Gaston ontwierp de meest dynamische vleugel van het Instituut Bordet-Héger (1939, Waterloolaan, Brussel) voor de behandeling van kanker, de andere is van Stanislas Jasinski. Bij alle Brunfauts komt dezelfde modernistische ‘woordenschat’ terug, of het nu socialistische opdrachten, transportgebouwen of individuele woonhuizen betrof: halfronde hoeken, strookramen of immense glaswanden (een weids uitzicht op de opstijgende en dalende vliegtuigen verzekerd), betegeling binnen en buiten uit hygiënische overwegingen, primaire kleuren, en - elementen in de strijd - opvallende belettering en een toren die contrasteerde met de overwegend horizontalen. Soms spectaculaire, verlichte torens, zoals bij Le Peuple, Vooruit en Aérogare 58, soms bescheiden zoals bij het ACOD-Achturenhuis (1960-70) aan het Fontainasplein, om helemaal te verdwijnen bij de zetel van de Parti Socialiste (PS) (aanvankelijk van de Belgische Socialistische Partij (BSP)) (1964) aan de Keizerslaan. Maar vlaggenmasten bleven deze gebouwen altijd sieren, ook vandaag nog. Lucht en licht zijn nog altijd geen gemeengoed.  AnDevroe

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

pH-patatje “Voor wat is’t?,” vraagt de boer die langzaam komt afgesjokt vanuit een schuurtje. De hard blaffende hond had hem geïnformeerd over mijn komst. Zijn handen zitten onder het bloed, en hij draagt een groene voorschoot in toile cirée. Hij had wellicht net een konijn geslacht, een van zijn specialiteiten. “Mag ik twintig kilo aardappelen?” Zwijgend loopt hij een andere schuur binnen gevolgd door zijn kwispelende labrador. Even zwijgend komt hij terug met twee juten zakken, en ploft ze zonder verdere commentaar in de koffer van mijn auto bij het hek. Dan kijkt hij mij twijfelend aan vanachter zijn baard. Schichtig, bijna angstig zelfs. “Hoeveel is’t?,” vraag ik zo vrolijk mogelijk. “Twaalf euro.” Het komt er bijna niet uit. “Hoe durf ik zo’n bedrag vragen?,” zie ik hem denken. Ik betaal. Zestig cent per kilo voor welgevormde bewaarbintjes, recht van de boer. Voor mij is het een plezier, voor hem is het massa’s meer dan hij van de groothandel krijgt. En zo weet ik ook meteen waar mijn aardappelen vandaan komen. Men heeft het vaak over polderaardappelen, maar zuivere kleigrond is niet ideaal, zo leerde ik van mijn vader. De betere aardappelen komen uit zandgrond. Het Belgische mekka van de aardappel, Florenville in de provincie Luxemburg, ligt op een cuesta (zo leerden wij op school) van zandsteen. Die bestaat onder andere uit gele grès d’Orval. Met zo’n naam kan daar uiteraard alleen maar goeds uit voortkomen. Maar deze boer boert in de polders, vlak tegen de duinen van de Westkust. Een hele strook grond achter de Vlaamse zeeduinen vormt prachtige patattengrond, waar aardappelen vandaan komen die mijn vader ‘pralines des dunes’ noemde. Geen label noch appellation die ze beschermt of garandeert. Boeren zijn moeilijk. Men moet een producent uit de streek ontdekken en er zelf om gaan, dat is de enige echte garantie. Mijn moeder wil geen andere aardappelen. “Ze moeten mooi bloemen.” Dat is zo met bintjes. Maar vandaag wil men vastkokende aardappelen. Waarom? Omdat onze televisiekoks geloven in de ‘klare

lijn’ die wij meer met stripfiguren associëren. Bloemende aardappelen zijn wazig op televisiebeelden, niet fotogeniek. Dus gelooft nu iedereen dat aardappelen strak afgelijnd moeten zijn. Hoeft niet hoor, er is niets mis met wolkjes van bloempatatjes. De smaak is belangrijker dan de aggregatietoestand. Televisiekoks maken het nu al zo bont dat ze zelfs voor de bereiding van puree vastkokende aardappelen aanprijzen. Bloemig of vast heeft te maken met het ras van de aardappel, maar ook met de pH-waarde (zuurtegraad) van de bodem en het kookwater. De pH is een scheikundig begrip dat de hoeveelheid losse waterstof in een oplossing een maat geeft. Het is het... “negatieve (co)logaritme van de concentratie waterstofionen in een oplossing.” Niet erg als u dat niet begrijpt. Die schaal loopt van nul tot veertien. Zeven is neutraal. Hoe kleiner het getal, hoe zuurder: ons maagsap heeft een zuurtegraad van pH 1, tomatensap 3,8 en zuiver water 6,8. Het is een logaritmeschaal, wat betekent dat een sap met pH 5 tien keer zuurder is dan een met pH 6. De schaal van Richter voor aardbevingen heeft dat ook. Aan de andere kant van de schaal heet een oplossing basisch of alkalisch: denk hierbij aan maagzout en ontstopper. Voedsel is in de regel nooit basisch. Ik stootte op de experimenten van een kooknerd uit Amerika. In de voorstelling van zijn ideale aardappelsalade wijst hij erop dat aardappelen voor een slaatje gekookt moeten worden in water met azijn. Dat was nieuw voor mij. Ik ben naar de keuken gesneld, en heb een aardappel (van de boer hierboven) geschild en in tweeën gesneden. De ene helft van deze Solanum tuberosum var. Bintje kookte ik gaar in gewoon water (zonder zout), de andere in de helft water en de helft witte azijn (ook zonder zout). Na vijftien minuten, de tijd die normaal nodig is voor zo’n aardappeltje, prikte ik erin. En ja hoor, het verschil was opvallend. Azijn houdt de structuur van de aardappel vast. Om zeker te zijn heb ik nog een aardappeltje in ronduit basische omstandigheden gekookt. Ik nam een - vastkokende Belle de Fontenay, en deed in het kookwater (aardappelen moeten altijd koud worden opgezet) een ruime koffielepel natriumbicarbonaat (maagzout). Dat is basisch. Na dezelfde vijftien minuutjes had ik in mijn uitgedampt potje een bloemige Belle. Ons Brusselse water is basisch. Willen we extra strakke aardappelen, zelfs van een bloemige variëteit, dan doen we dus een scheut azijn in het kook-

Vandaag wil men vastkokende aardappelen, omdat televisiekoks geloven in de ‘klare lijn’ die wij meer met stripfiguren associëren

water. Als het de bedoeling is om een koude aardappelsla op te dienen, kan het zelfs in zuiver azijn. Waarom doen wij overigens azijn over een salade? Om het kleffe van de olie een beetje tegen te werken, zeggen de kookfilosofen. Anderzijds zal de azijn de ingrediënten in de sla ook crispy en krokant houden. Daarom zijn de ajuinen tussen een rolmops zo onmogelijk taai. Zuur maakt groente hard. Alkalische oplossingen (basen) doen de plantengelatine en de pectine smelten, waardoor alles zacht en smeuïg wordt. En nu zelf experimenteren: tem eens een verse aardappel?! Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1367 PAGINA 20 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Ornstedt: “De Belgen zijn weliswaar zeer vriendelijk en hoffelijk, maar erg gereserveerd als het over hun privéleven gaat. Pas toen ik als levenslerares begon, heb ik enkele Belgische vrienden gemaakt.”

© MARC GYSENS

Beanatta Zen: van Europees ambtenaar tot levenslerares-genezer

‘Ik help mensen om het leven te begrijpen’ ETTERBEEK – Na een carrière van tien jaar als Europees ambtenaar is de Deense Beatrice Ornstedt aan een tweede leven begonnen als levenslerares en genezer. Daarom noemt ze zich voortaan Beanatta Zen. “Het leven is een pakket met ervaringen, negatieve en positieve. Zelfs in de negatieve zit er een geschenk dat je moet leren zien. Want uit elke situatie valt er iets te leren.”

E

en bevrijding was het toen ze als twintiger het Deense eiland Funen, waar ze was opgegroeid, verliet om te gaan studeren in Kopenhagen. “Ik besloot om Frans te volgen, omdat alles wat Frankrijk betrof me enorm boeide. Als kind was ik zelfs kwaad op mijn ouders om-

dat we geen Fransen waren. Op vakantie gaan naar Frankrijk was dan ook een droom die uitkwam. De taal is in mijn oren de mooiste ter wereld. Dus ik moest en zou die prachtige taal opslorpen als een spons, ik zou al de grote auteurs lezen en alles te weten komen over de Franse cultuur. Met mijn diploma kon ik lin-

guïst worden, of voor de klas staan in een of ander college. Maar dat interesseerde me niet. Dus ben ik een studie politieke wetenschappen begonnen. Zodat ik ook de Franse maatschappij en geschiedenis beter kon begrijpen.” “Tijdens mijn studies kreeg ik de kans om naar Toulouse te gaan, waar ik drie jaar ben gebleven. Zo ben ik uiteindelijk bij de Europese Gemeenschap terechtgekomen om mijn doctoraat rond de politieke en administratieve cultuur in de Europese Commissie te maken. Ik moest Europese functionarissen interviewen om hun achtergrond, en hun manier van werken, te begrijpen. Het was de bedoeling om hier zes maanden te blijven. Maar negentien

Ornstedt: “De ontdekking van het boeddhisme was een openbaring: het is hoe ik denk, en waar ik voor sta.”


BDW 1367 PAGINA 21 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Van de roze naar de grijze stad Ze is in Brussel gebleven, maar van liefde op het eerste gezicht was geen sprake. “Integendeel. Ik kwam van een stad waar het licht prachtig was, en kleuren als rood en oranje de toon zetten. Van de roze stad in het zuiden van Frankrijk naar de grijze stad in het noorden. In februari dan nog. Het was donker, en regende de godganse tijd. Ik dacht: wat doe ik hier in ’s hemelsnaam? Bij de Commissie kreeg ik geen

“Ik wist dat ik anders was dan de anderen, want ook als kind kon ik bijvoorbeeld al goed aanvoelen wanneer iemand zou sterven. En aan wat ze zouden sterven” begeleiding. Ik werd aan mijn lot overgelaten bij de research voor mijn studie. Slechts één raad kreeg ik: ‘Ga op de deuren kloppen tot iemand je helpt’. Die deuren gingen in het beste geval open met de melding: ‘niet geïnteresseerd’ of ‘geen tijd’. Ik voelde me erg alleen, tot ik uiteindelijk toch een vriendelijke ziel heb ontmoet.” “Het heeft dus wel degelijk enkele maanden geduurd voor ik gewend raakte aan Brussel. Maar vanaf dat moment begon ik me er steeds meer thuis te voelen. Na drie jaar ben ik een tijdje naar Denemarken teruggekeerd. Mijn vader was erg ziek, dus ik wilde de weinige dagen die hem restten samen doorbrengen. Toen hij uiteindelijk gestorven was, voelde ik overduidelijk dat ik terug naar Brussel moest. Ik was zo gewend geraakt aan het multinationale, dat ik onmogelijk in het homogene Denemarken kon blijven.” “Als vreemdeling staat het je ook vrij in de Belgische samenleving te integreren of niet. Toch heb ik ondervonden dat het moeilijk is om Belgische vrienden te maken. De Belgen zijn weliswaar vriendelijk en hoffelijk, maar zeer gereserveerd als het over hun privéleven gaat. Ik mocht dan wel niet het prototype van de Europese functionaris zijn, toch kon ik me niet in het hart van de Belgen werken. Nu heb ik wel enkele Belgische vrienden, maar die heb ik vooral de afgelopen twee jaar - grotendeels door wat ik nu doe - gemaakt.” “Ik denk ook dat het zo moeilijk is om contact te hebben met Belgen, omdat je als Europees ambtenaar als het ware een stempel op het voorhoofd gedrukt krijgt. Als ik hier in het appartementsgebouw tijdens vergaderingen aan de andere eigenaars bijvoorbeeld voorstelde om iets te verbeteren, dan was de reactie steevast: ‘U hebt makkelijk praten met uw vet salaris’. Nooit kwam de vraag of het misschien inderdaad geen goed idee zou zijn. Terwijl ik

in Toulouse van in het begin goede contacten had met iedereen. Ik ben er ook zeker van dat ik daar ooit terug ga wonen, want ik heb mijn hart verpand aan Toulouse. Terug naar de kleuren, de zon, het prachtig heldere licht. In afwachting is mijn appartement, met al zijn kleuren, mijn mini-Toulouse. En is Brussel een goede plek voor mijn dochters Mira (7) en Silja (16) om op te groeien. Het zijn echte stadskinderen, ze kunnen hier enorm veel doen en zien.”

3 VRAGEN AAN STEFAN MOENS © HOUDA BEN AZZOUZ

jaar later ben ik hier nog steeds. Iets willen is één ding, wat het leven voor jou wil kan iets helemaal anders zijn. Ik wilde terug, maar in Toulouse waren er geen mogelijkheden en hier kreeg ik een tijdelijk contract bij de Europese Commissie aangeboden. Het gaf me de gelegenheid om in comfortabele omstandigheden langer aan mijn doctoraat te werken. Omdat ik geen heil zag in een academische carrière ben ik lobbyist geworden. En heb ik deelgenomen aan een wervingsexamen, waarbij mijn kennis van het Europese politieke bestel een heel grote troef was. Het vormde het begin van een carrière van tien jaar: eerst zes jaar bij de Commissie, daarna vier bij het Minsterrraad.”

Gouden kooi En vanwaar de stap van het dikbetalende Europa naar het onzekere bestaan van levenslerares en genezer? “Een maand nadat ik naar de Commissie was gekomen, had ik er al spijt van. Maar ik zag geen uitweg of alternatief, de deuren naar de uitgang waren gesloten. Verschillende keren heb ik geprobeerd ermee te kappen, maar telkens krabbelde ik terug omdat ik het ‘niet het juiste moment’ vond. Het was een beetje als een gouden kooi, waarvan ik de sleutel kwijt was. Tot de dag kwam dat ik voelde dat ik er klaar voor was. Zonder voorbehoud, zonder angst om te beginnen als genezer en levenslerares. Omdat ik wist dat ik mensen kan helpen om het leven te begrijpen, en ermee om te gaan. Op basis van wat ik zelf heb meegemaakt tijdens mijn kindertijd kan ik mensen helpen die lijden onder psychologisch en ander geweld, die in de knoop liggen met hun verleden. Omdat ik hen begrijp.” “Het is een lang proces geweest, dat ingezet is na de dood van mijn vader. Ik had tal van dingen uit mijn jeugd onderdrukt. Maar ik heb het onder ogen gezien, en besloten om er iets aan te doen. Ik heb me tot alternatieve therapieën gericht, en ben naar een genezer gestapt, die met de hand mijn chakra’s en energiekanalen aftastte. Zij vertelde me dat ze in mij dezelfde gave voelde. Ik wist al dat ik anders was dan de anderen, omdat ik bijvoorbeeld als kind al heel goed kon aanvoelen wanneer iemand zou sterven. En aan wat ze zouden sterven. Het was geen cadeau, want elke keer opnieuw dacht ik dat ik het die mensen had aangedaan. Daarom heb ik dat gevoel onderdrukt, en gekozen voor academische studies in plaats van het alternatieve en het spirituele te verkennen. Al bleef ik spiritueel en wilde ik het leven begrijpen door vragen te stellen naar de essentie en de reden van ons bestaan.”

Boeddhisme “Na het bezoek aan de genezer heb ik mijn gave uitgeprobeerd, en stelde ik vast dat de vrouw gelijk had. Maar ik deed er aanvankelijk weinig of niets mee. Slechts beetje bij beetje ben ik het beginnen omarmen, en erover beginnen spreken met vrienden, familie en collega’s. Gedurende dat proces ben ik me ook in het boeddhisme beginnen verdiepen, nadat ik een boek had gelezen over de Dalai Lama. Het was een openbaring, want ik ben het boeddhisme. Dat is hoe ik denk, en waarin ik steeds heb geloofd. Dat is waar ik voor sta, en wat ik gedaan heb. Het geeft me het gevoel dat ik een deel ben van iets veel groter dan mezelf, van het universum. En dat er geen echte onveranderlijke essentie, een zelf of ziel, is waarvan je kunt zeggen: dat ben ik.” “De mensen die naar mij komen, zijn dikwijls mensen van de Europese Gemeenschap. Veel van de ambtenaren willen anders leven dan ze tot dusver hebben gedaan. Ik heb daar heel veel geobserveerd, op de werkvloer zeiden collega’s toen ik de grote stap ging zetten: wat moeten we doen nu je weggaat? Jij bent de liefde.” Karel Van der Auwera www.beanatta.com De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

Stefan Moens vertelt de geschiedenis van Sint-Joost in het Charliermuseum.

Charliermuseum, de herontdekte parel Het KVS-festival Tok Toc Knock is neergestreken in Sint-Joost-ten-Node. Ook het Charliermuseum mocht niet ontbreken op het menu. Stefan Moens (Erasmushogeschool, KVS, Brukselbinnenstebuiten) is een van de twee Nederlandstalige gidsen. Wat maakt het Charliermuseum het ontdekken waard? Stefan Moens: “Het is een erg verrassende plek die het grote publiek niet kent, een te herontdekken parel. Als je Charlier binnenstapt, is het alsof de kunstenaar net vertrokken is. De plek ademt de sfeer van rond 1900. Daarnaast is er van museaal minimalisme - een schilderij per zaal - geen sprake, veelheid en volheid zetten de toon.” Waarom geeft u deze rondleiding? Moens: “Met de KVS wilden we het toneelstuk over Guy Cudell (On s’occupe de vous?) in het Charliermuseum opvoeren, maar het bleek helaas te klein. Cudell hield er zijn bals, ceremonies en recepties. Omdat we het jammer vonden dat Charlier geen deel zou uitmaken van Tok Toc Knock heb-

ben Nathalie Jacobs van het museum en ik rondleidingen uitgewerkt. We hebben schilderijen opgediept waar de Kruidtuin, het Madouplein en andere plekken op afgebeeld staan. Zo vertellen we de geschiedenis van Sint-Joost via een rondleiding in het museum in plaats van de straat op te trekken.” Waaruit bestaat de eigen collectie van het museum? Moens: “Het bezit een heel mooie collectie met werk van o.a. Ensor, De Braeckeleer en Laermans. Er is ook een Chinees salon. Het herenhuis Charlier werd destijds door Victor Horta verbouwd. Tijdens de research hebben we ook het netwerk van Charlier ontdekt - een eeuw geleden gonsde het van de kunstenaars in Sint-Joost. Met Tok Toc Knock zijn die volledig terug.”  Danny Vileyn Gidsbeurten Stefan Moens en Nathalie Jacobs, tot 28 februari in het Charliermuseum, Kunstlaan 16, 1210 Brussel. Tickets kosten 8 euro, reserveren kan via www.kvs.be of op 02/210.11.00

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Brussel, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van Brussel Deze Week vzw. Buiten België 25 euro per jaar. OPLAGE 70.490 exemplaren. PROMOTIE EN DISTRIBUTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt, Maurice Droogh. ADVERTISING MANAGER Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. MARKETING MANAGER Frederik Welslau (frederik.welslau@bdw.be). HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EIND­REDACTIE Elien Haentjens (eindredactie@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie. binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Tijs van den Boomen, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1367 PAGINA 22 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

Badminton > Stephanie Van Wel kiest volop voor haar sport

‘Droom van Olympische Spelen’ SCHAARBEEK – De familie Van Wel is een echte badmintonfamilie. Dochter Stephanie (19) plukt daar de vruchten van, maar moet na een moeilijke periode strijden voor haar plaats bij de Belgische top. Daarom is ze nu de weg van het harde werk ingeslagen, en wil ze al het talent uit haar lijf halen. Waar dat haar precies zal brengen, ziet ze later wel.

‘B 

adminton zit gewoon in de familie,” geeft Van Wel op als reden voor haar sportkeuze. “Ik heb nochtans verschillende sporten beoefend, maar het is bij badminton gebleven. Door van kindsbeen af met mijn ouders naar allerhande badmintoncompetities te gaan heb ik een band gecreëerd met de mensen uit het milieu. Het is eigenlijk een grote familie.” Van Wel werd al in haar prille jeugd samen met haar broer Raphael onder handen genomen door hun vader. Ze sloot zich bij het Leuvense W&L aan om aan wedstrijden te mogen deelnemen, en sprong daar al op jonge leeftijd in het oog. “In Brussel zijn de clubs eerder recreatief. Wie wil groeien in badminton vindt hier moeilijk zijn gading.” “Tijdens de individuele trainingen met mijn vader is de basis gelegd. We speelden in het begin vooral als ik zin had, een paar keer per week in een basisschool dichtbij huis. Het was nooit van moeten, enkel voor het plezier. Af en toe gingen we naar de club om onderlinge matchen te spelen. Toen mijn vader de basis had gelegd, ben ik net als mijn broer overgestapt naar een andere trainer.”

Van Wel: “Ik ga er nu voluit voor, en zie of ik het kan. Achteraf kan ik nog altijd gaan studeren aan de universiteit.”

© MARC GYSENS

Handbal > Schaarbeekse club GBSK geeft er de brui aan

Op zoek naar Nederlandstalige handbalclub BRUSSEL – De Schaarbeekse satellietploeg van de Groot-Bijgaardse handbalclub GBSK is niet meer. Trainersperikelen tekenden het doodvonnis van de jonge club. Want het tekort aan Nederlandstalige handbaltrainers in onze contreien is schrijnend. “Er zijn te weinig handbalmogelijkheden in Brussel,” stelt Freddy Lievens (58), voorzitter van GBSK. “Sinds de splitsing van de handbalfederatie in de jaren zeventig is het aantal ploegen gevoelig verminderd. Aan Nederlandstalige kant zijn wij de enige club in de omgeving van Brussel.” Daar werd in de loop van 2010 nochtans verandering in gebracht. De sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) begon toen met een lessenreeks handbal in sporthal Emanuel Hiel, en schakelde een jaar later een versnelling hoger. “Handbal was ‘Sporttak in de kijker’, en wij kregen van de VGC de vraag om een handbalwerking in

Brussel op te starten. We raakten het snel eens over de oprichting van een satellietclub in Schaarbeek, aangezien zaalverantwoordelijke Mohammed El Mniai een gewezen tophandballer was en les kon geven.” “Ons doel was de ploeg te laten groeien zodat ze ten laatste drie jaar later volledig onafhankelijk kon werken. Na heel wat instuiven op scholen uit de buurt en een scholentornooi kwamen er tijdens de eerste trainingen zes kinderen opdagen.” GBSK bood twee naschoolse trainingen per week aan, en verwelkomde snel een veertiental handballers. Maar door een rugblessure moest El Mniai als trainer tijdelijk opgevolgd worden door voorzitter Lievens. Dat bleek het begin van het einde. “We hadden met Omar een vervangertrainer gevonden die door mij werd opgeleid. Afgelopen zomer keken we hoopvol naar het nieuwe seizoen, maar dat kwam er niet. Door een anciënniteitskwestie moest Omar zijn plaats laten aan Moham-

Door trainersperikelen is de werking van GBSK Schaarbeek uitgedoofd.

med, maar aangezien die nog altijd sukkelde met zijn rug kon hij geen les meer geven en

is de werking in Schaarbeek uitgedoofd.” “Dit is een zeer spijtige zaak. Alles stond klaar


BDW 1367 PAGINA 23 - DONDERDAG 28 FEBRUARI 2013

De doorgedreven trainingen wierpen snel hun vruchten af want de Brusselse behoorde al op jonge leeftijd tot de nationale selecties, en verzamelde titels alsof het niets was. Maar die overmacht bleef niet duren. “Tot bij de -17 was er echt een groot verschil. Maar toen de anderen naar de topsportschool overstapten – ik wou niet omdat ik mijn leven in Brussel had – hebben ze me bijgebeend. Vandaag zijn we aan elkaar gewaagd.” “Het succes steeg niet naar mijn hoofd, zo ben ik niet. Integendeel, ik heb niet zoveel zelfvertrouwen en blijf altijd werken. Maar bij verlies kreeg ik wel telkens een klopje. Twee jaar geleden ben ik dan op mijn niveau blijven hangen, onder meer door teveel individueel te trainen. Toen heb ik echt een moei-

“Twee jaar geleden ben ik op mijn niveau blijven hangen. Toen heb ik mijn racket zelfs een paar weken aan de kant gelegd. Ik was het beu” lijk jaar gehad. Op een bepaald moment heb ik mijn racket zelfs een paar weken aan de kant gelegd. Ik was het beu. Maar daarna heb ik de knop omgedraaid en beseft dat ik ook het recht heb om te verliezen. Het is niet gemakkelijk om jezelf daarvan te overtuigen.”

Feesten aan de VUB Die moeilijke periode heeft Van Wel uiteindelijk sterker gemaakt. Ze stapt vandaag met minder angst het veld op, en voelt vooral gezonde stress. Sportief vond ze de laatste jaren van het secundair haar tweede adem. Ze bleef school lopen in Etterbeek, maar dankzij haar topsportstatuut kon ze regelmatig naar Antwerpen sporen om er aan de topsportschool te trainen. “Vandaag zit ik bijna elke dag in Antwerpen om telkens een viertal uur te trainen. Ik oefen er met de Belgische top-

pers bij de volwassenen. Daarnaast volg ik studies om onderwijzeres te worden via afstandsonderwijs.” De lerares in spe heeft bewust gekozen om voluit voor haar sport te leven. Dat houdt naast die uren training aan de topsportschool ook in dat ze bijvoorbeeld nauwlettend haar voeding in het oog houdt. Het gaat er allemaal wat serieuzer aan toe. “Het is een ander leven dan dat van mijn vrienden die naar de VUB gaan, en elke dag kunnen feesten. Ik heb gekozen voor de sport, en neem dat serieus. Ik ga uit van het idee dat zolang ik het niet probeer, ik niet zal weten of ik het kan. Ik ga er nu voluit voor, en zie of ze nog iets uit mij kunnen halen. Achteraf kan ik nog altijd gaan studeren aan de universiteit. Toen ik al mijn vrienden in het begin van het schooljaar zag vertrekken naar de universiteit, beleefde ik wel een moeilijk moment.” “Ik voel op sportief vlak al vooruitgang. Zo ben ik, helemaal buiten mijn verwachtingen, onlangs Vlaams kampioen geworden bij de volwassenen. Het bewijst dat mijn inspanningen iets opleveren, en dat is motiverend. Ik doe veel opofferingen en heb een heel ander leven gekozen dan mijn vrienden.” Naast de Belgische competitie speelt Van Wel in de Franse tweede klasse. Ze trekt tien keer per jaar naar Orléans waar ze ook betaald wordt. Dit seizoen speelt ze vooral in de jeugdcategorieën, maar vanaf eind augustus gaat ze de strijd aan met de volwassenen. “Dan zijn er geen excuses meer. Maar ik kijk niet te ver vooruit. Ik ben bang dat ik door doelen op te leggen stress ga creëren. Ik doe mijn best, en zie wel hoe ver ik geraak. Voor ik voluit voor badminton koos, heb ik aan mijn trainer gevraagd of het de moeite waard was. Volgens hem kan ik een plaats in de top vijftig van de wereldranking halen.” “Midden maart gaat het Europees jeugdkampioenschap in Turkije door. Daar ga ik met ambitie heen, hopelijk zit er een medaille in. Andere dromen? De Olympische Spelen zijn mijn ultieme droom. Als ik daar ben geweest, is mijn carrière geslaagd. Hopelijk heb ik het potentieel om het te halen. Ik heb de wil, en werk er alvast zeer hard voor.” 

Tim Schoonjans

maar er zijn gewoon geen lesgevers. Onze jeugdwerking is de afgelopen jaren verdubbeld, en er was niemand meer vrij. Wij moeten heel wat lesgevers uit onder meer het Antwerpse doen overkomen omdat we hier in de buurt geen Nederlandstalige trainers vinden.”

Afrikaanse meisjesploeg

© HANDBAL BELGIUM

om de Schaarbeekse vereniging voort te zetten. Er was een groot potentieel voorhanden,

GBSK is een club met ambitie, en is actief op zoek naar die trainers. Geïnteresseerden krijgen zelfs hun opleiding terugbetaald indien ze die afwerken. Turnleraars worden opgespoord om een naschoolse werking op te starten. “Ik zou graag in Sint-Agatha-Berchem een nieuwe satellietploeg op poten zetten. Maar op dat vlak is er nog niets concreet. Een ander idee is om ons meer te richten op meisjes. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het contacteren van een Afrikaanse vereniging om samen met hen een meisjesploeg op te richten. Ook dit is een denkpiste maar we hangen opnieuw af van het vinden van een gepaste trainer.” Deze hele affaire was een les voor GBSK en Lievens. De gegevens van de kinderen zijn ondertussen doorgegeven aan een kennis bij de Franstalige club United Brussels om hen de kans te geven om te blijven handballen. “Dit is zowel een goede herinnering als een teleurstelling. Ik weet één ding: als we iets nieuw ondernemen zal het met onze mensen zijn. En ook dat de wil om handbal te promoten blijft. Ook in Brussel.” 

Tim Schoonjans

David Steegen Koning te paard De komst van de Nederlandse trainer en spelers naar Anderlecht is dagelijks voelbaar. Elke week wordt de club overstelpt met aanvragen van boven de Moerdijk. Oranje claimt Anderlecht. Daar zijn we trots op. Want ook erkenning uit het buitenland is welkom. Op de laatste werkdag voor de topper tegen FC Brugge ontvangen we een filmploeg van RTL7, de Nederlandse commerciële zender die een van zijn zonen uitzendt. Harry Vermeegen, de Nederlandse televisiester uit de jaren tachtig en negentig, wordt met het grootste ontzag ontvangen. We kennen onze klassiekers. De kwieke, kale zestiger uit Amsterdam vormde destijds een erg geestig duo met komiek Henk Spaan. Voor de generatiegenoten: programma’s als Verona, Voetbal tachtig en Nieuwe koeien vormden baanbrekende televisie waar veel Nederlandstalige Belgen mee opgegroeid zijn. Voor de voetballeken die ouder zijn dan vijfendertig: Popie Jopie en Koud hé maken voor eeuwig deel uit van de Hollandse volkscultuur. Harry Vermeegen volgt Demy de Zeeuw een dag lang. Dat doet hij al jaren met Nederlandse profvoetballers of buitenlanders die in Nederland iets betekend hebben. Allemaal op Youtube te bekijken. In de voormiddag maakt het camerateam wat beelden van de training, ‘s middags zorgt de club dat ze kunnen tafelen in de oer-Brusselse brasserie, en ook wel het huisrestaurant van RSC Anderlecht, The Greenpark. Ze zijn ons dankbaar. Op een doordeweekse dag genieten van de Brusselse hartelijkheid is meegenomen. “Dit heb je niet in Nederland,” vertrouwt Vermeegen ons toe. “Dat vertel ik De Zeeuw straks. Hij zit bij een echte topclub. Dat moet hij beseffen.” Vermeegen raakt niet uitgepraat. Hij vertelt dat hij twee seizoenen geleden op een vroege ochtend stond te tanken aan een snelweg.

John van den Brom deed even verderop net hetzelfde. “Waar ga je naartoe, John?,” had de nieuwsgierige mediaman gevraagd. “Praten met ADO Den Haag,” had Van den Brom geantwoord. “ADO? Maar daar is helemaal niets,” overdreef Vermeegen. “Tja, een mens moet wat,” zei Van den Brom. John van den Brom haalde Europees voetbal met Den Haag, en het jaar nadien met Vitesse Arnhem. “En nu zit hij hier. Koning te paard bij Anderlecht, een topclub.” Harry Vermeegen giert het uit. Het aankopen van Demy de Zeeuw, halve finalist met Oranje op het wereldkampioenschap in 2010, en Samuel Armenteros, de Zweedse Cubaan die in Nederland een mooie reputatie bij elkaar voetbalde bij Heracles Almelo, beslist de topper, twee dagen na de opnames, tegen Club Brugge. Op een klein kwartier van het einde staat paars-wit 2-0 achter, in het hol van de leeuw. De eerste nederlaag in vier maanden tijd lonkt. Van den Brom beslist om in te grijpen tijdens het laatste kwartier. Eerst valt spits Tom De Sutter in, en even later haalt hij er twee verdedigende voetballers uit om ze te vervangen door de twee nieuwe spelers die amper gespeeld hebben. Durf, moed en bluf in een handeling gecombineerd. Eerst frommelt de jonge Massimo Bruno de 1-2 in het Brugse doel, en even later splijt De Zeeuw de verdediging van Club Brugge met een enkele pass open. Het is niet de eerste keer. In de wedstrijd van vijftien miljoen, tegen AEL Limassol, en in de prestigeslag tegen Standard, bij een achterstand, deed hij net hetzelfde. Het is geen toeval meer.

www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

Dans de koude weg KOEKELBERG – Het Salsa Gala doet op zaterdag twee maart de koude wintermaanden helemaal vergeten. In Sportcentrum Victoria (Ganshorenstraat 7 te Koekelberg) worden de winterjassen en dikke truien op twee maart aan de haak gehangen. Vanaf zes uur in de namiddag brengt het Salsa Gala er zwoele dansen op de vloer. Wie niet kan wachten op het feestje, kan al om kwart na zes aanschuiven voor de eerste workshop Kizomba. Daarna volgen

workshops Pachanga en Salsa on 2 onder leiding van internationale lesgevers. Het echte feestgedruis barst om tien uur ’s avonds los. De dj’s hebben klinkende namen als Bamoto, Ben Salsito en Dany. Zij krijgen vanaf middernacht steun van Turbosalsa, Yand Klaise en Luca Di Michele om er een echt show van te maken. Een pass voor twee workshops en het feest kost 25 euro. De aparte onderdelen kosten acht euro. Meer informatie vindt u op www. TS salsa-events.be. 

Brussels toont goed hart SINT-JANS-MOLENBEEK – FC Brussels en de Lions Club Brussel Hoofdstad (LCBH) nodigen op 28 april minderbedeelde kinderen uit. De ploeg uit het Edmond Machtensstadion ontvangt tijdens de laatste speeldag van het seizoen KSK Heist. Of de Brusselaars dan nog steeds tegen de degradatie vechten - ondanks vers geld uit het Midden-Oosten - is koffiedik kijken,

maar het wordt zeker een speciale match. Organisaties die zich inzetten voor minderbedeelde of sociaal achtergestelde kinderen en jongeren uit het Brussels gewest worden dan namelijk uitgenodigd door FC Brussels en LCBH. Behalve een toegangsticket voor de match van 15 uur krijgen zij een truitje, een drankje en een snack. Als toetje is er een handtekeningensessie met de voetballers. Meer informatie is te verkrijgen via Ioana. TS covaci@pandora.be. 


BDW editie 1367