Issuu on Google+

29 | 6

2 | 8 | 2012 #1335-1338 NL | FR | EN

S U MTMI ONE R E DI

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

jUL Y

H OLI DAY S R ECY CLA RT C INE MA THE S UM MER AT B ROS ELL A C OUL EUR C Afé S UM MER Of

1335_01_cover.indd 1

P H OT OGR APH

EXTRA DIK ZOMERNUMMER (1): JULI Met de niet te missen festivals, expo’s, films en terrasjes.

Y

28 06 12

22-06-12 15:37

EINDELIJK WEER EEN PLEIN © SANDER DE WILDE / IMAGEDESK.BE

BRUSSEL – Zaterdag werd het vernieuwde Muntplein eindelijk in gebruik genomen. De heraanleg – die jarenlang op zich liet wachten – duurde anderhalf jaar en kostte ruim vier miljoen euro. Het geheel oogt ruim en open. De grote stenen fontein en de bloembakken zijn vervangen door TDM zitbanken en fonteintjes. Waar vroeger kasseitjes lagen, ligt nu grijze steen in een dambordpatroon.

Economie > Webwinkels én webwinkelen populair in de hoofdstad

Brusselaar shopt graag online U

it cijfers van Brussels minister van Economie Benoît Cerexhe (CDH) blijkt dat ecommerce sterk in de lift zit. Sinds 2008 steeg het aantal postorderbedrijven en kleinhandel-internetwinkels van 88 naar 158, en volgens Marc Périn van het informatieplatform safeshops.be is dat nog een sterke onderschatting van het werkelijke aantal. “Van de acht- à tienduizend winkels in België zit zeker een kwart in de hoofdstad,” zegt hij. “Online winkelen in Brussel loopt bijzonder goed.”

Dat komt enerzijds omdat heel wat internetwinkels gelinkt zijn aan hoofdzetels van in Brussel gevestigde bedrijven. “Maar er zijn ook veel initiatieven in de hoofdstad zelf. En bij de Brusselse consument is webshoppen goed ingeburgerd. Het internationale en hoogopgeleide publiek, de expats op kop, koopt vlotjes online, en dan vooral vrijetijdsproducten: kleren, boeken, interieurartikelen en natuurlijk reizen.” Vente-Exclusive.com, gevestigd in Sint-Pieters-Leeuw, heeft die markt goed weten aan te boren. Zij sluiten

deals met prijzige kledingmerken en verkopen die dan met grote kortingen aan hun leden. Gestart in 2006 als een driemansbedrijfje met een klein aanbod heeft de webwinkel nu 1,7 miljoen leden in de Benelux en zestig werknemers. “In 2009 hadden we plots een explosieve groei, door mond-tot-mondreclame en door de economische crisis,” zegt Peter Burin. “Voor onze klanten is deze manier van winkelen doodgewoon geworden. Onze piek ligt tussen zeven en tien ’s morgens: klanten winkelen vanuit bed, aan het ontbijt of in de metro onderweg naar hun werk: ochtendspitsshoppen.” De website trekt nu ook makkelijker merken aan. “Ze beseffen dat ze online aanwezig moeten zijn, en dat

webverkopen als de onze geen concurrentie zijn voor hun echte winkel. Integendeel: het web zorgt vaak net voor nieuwe klanten, die anders nooit je winkel binnenstappen.” Boekhandelaar Jacques Paulus was deze week alvast minder positief over online winkels. Hij kondigde na 33 jaar de stopzetting van zijn winkel Darakan in de Zuidstraat aan. Reden: de zware concurrentie van het net. Van die problemen zijn ze zich ook bij middenstandsorganisatie Unizo bewust. Met een vademecum willen ze de Brusselse handelaar warm maken voor e-commerce. “Want wie zelf niet op het net gaat, zal het moeilijk krijgen. Niet dat de bakker online brood moet verkopen, maar hij kan maar

beter op het net aanwezig zijn. Je moet het web niet als een bedreiging zien, maar als een troef,” zegt Anton Van Assche van Unizo. “De e-evolutie zal winkels meer richting ‘belevenis’ duwen, maar zal wellicht ook leiden tot een verkleining van de verkoopsoppervlakte. Bijkomende shoppingcentra lijken ons dus niet noodzakelijk.” Goele De Cort / brusselnieuws.be ADVERTENTIE ©Inter IKEA Systems B.V. 2012

BRUSSEL – E-commerce groeit als kool in Brussel. Het aantal kleine webwinkels steeg de laatste drie jaar met tachtig procent; de Brusselaar shopt gretig online.

IKEA ANDERLECHT IS ZONDAG 01/07 OPEN VAN 10U TOT 18U ! IKEA.be/Anderlecht

N° 1335 VAN 28 JUNI TOT 5 JULI 2012 ¦ WEEK 26: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


IN MEMORIAM

BDW 1335 PAGINA 2 - DONDERDAG 28 JUNI 2012 © IVAN PUT

Uitgelicht > Milieuverenigingen verschalkt door ‘tactisch vernuft’ van de Stad Brussel

TOVERFEE KAAT ZWEEFT WEG BRUSSEL – Dertig jaar lang werkte de modeontwerpster Kaat Tilley (1959-2012) zich uit de naad om betoverende sprookjeskleren, -juwelen en -accessoires te creëren. Vorige week, met de kortste zomernacht, overleed Tilley aan een virale infectie, nadat ze jaren geleden kanker had overwonnen. Toverfee Tilley bleef altijd trouw aan het modebeeld dat zij had ontwikkeld: etherisch, feeëriek, sprookjes- en bohemienachtig. Zelf bestempelde ze haar stijl niet als romantisch. “Dat is een leeg en goedkoop woord,” zei ze in 1986, in haar eerste interview in deze krant. “Ik noem het gevoelskleren, voor vrouwen die zich echt als vrouw gedragen.” Na een studie plastische kunsten en schilderkunst aan Sint-Lukas in Brussel volgde de Mechelse artieste een modeopleiding aan de Academie van Antwerpen. Drie jaar later al durfde ze in de toen stijfdeftige Koningsgalerij een Efteling-achtige boetiek te openen voor haar creaties met veel laagjes, borduurwerk en kant. Haar bruidsen lintjesjurken verkochten van de VS tot het Midden-Oosten. Barbra Streisand, Diana Ross en Naomi Campbell lieten zich door Tilley kleden. De jongste jaren haalde Tilley de trendlijstjes niet meer. Na eerder een kasteel in Kapelleop-den-Bos bewoond te hebben richtte ze thuis in Asbeek (Asse) haar atelier in. Haar winkels in Brussel en Antwerpen gingen over de kop in 2009; ze waren al sinds 2007 niet meer van haar. Haar stijl geraakte geïsoleerd uit wat de modewereld beroerde. Maar haar kunst ging een eigen leven leiden. Een retrospectieve van haar werk in het Kasteel van Gaasbeek (2005), een expositieweekend samen met florist Daniel Ost in het Coloma-kasteel, en voor volgende winter creaties voor de musical Peter Pan (een figuur die haar midden jaren 1980 al inspireerde) hielden haar in de kijker. In de Champagnothèque de Bruxelles – op de plek waar vroeger haar winkel zat – kunt u zich nog vergapen aan Tilleys reuzenluchter in zweepslagstijl, die er blijven hangen is. JMB

Paleis 12: eerste stap van Neo is gezet LAKEN – Met Paleis 12, de concert- en evenementenzaal die begin volgend jaar opengaat op de Heizel, is de eerste fase in de uitvoering van het Neo-plan ingezet. “En stoemelings,” zeggen de milieuorganisaties InterEnvironnement Bruxelles en Bral.

V 

olgende week begint de vzw Tentoonstellingspark, eigenaar van de Heizelpaleizen, met de verbouwing van Paleis 12 tot een state of the art zaal voor concerten, sport- en familie-evenementen en congressen. De expohal, gebouwd in 1989, wordt uitgerust met 2.500 vaste stoelen en een intrekbare, telescopische tribune van 2.700 zitjes. Met de staanplaatsen erbij zullen er tot vijftienduizend mensen in de zaal kunnen. Ter vergelijking: Vorst-Nationaal heeft een capaciteit van achtduizend man. Om al die bezoekers comfortabel te kunnen opvangen wordt de hal uitgebreid met een nieuwe ingang, een restaurant en ontvangstruimtes.

Die worden ondergebracht in een nieuwe aanbouw, ontworpen door het architectenbureau Alliage. Ook komt er een privéweg tussen Parking C en de zaal, zodat het publiek niet over de openbare weg hoeft. Kostprijs van het hele project: vijftien miljoen. De Stad Brussel droomde al lang van een grote concertzaal die de concurrentie met het Antwerpse Sportpaleis aankan. Daarom was zo’n zaal opgenomen in het Neo-masterplan dat het Nederlandse stedenbouwkundig bureau KCAP vorig jaar tekende in opdracht van de Stad. In het ontwerp stond de concertzaal ingepland in het huidige Paleis 1, vlak bij Parking C.

In augustus werd bekend dat de Stad onderzocht of Paleis 12, helemaal aan de andere kant, omgebouwd kon worden tot concertzaal. Het leek er toen op dat de Stad niet wilde wachten tot alle vergunningen en de financiering voor het globale Neoplan in orde waren – een soort van voorlopige oplossing, dus. Nu blijkt dat dit wel degelijk de eerste stap is in de realisatie van Neo. De Stad wisselde alleen Paleis 1 in voor Paleis 12. Ze deed dat onder druk van de buurtbewoners, met name het zeer actieve wijkcomité Verregat. Dat zag het niet zitten om behalve een voetbalstadion ook een concertzaal als naaste buur te hebben. Daarop vroeg de vzw Tentoonstellingspark, voorgezeten door burgemeester Freddy Thielemans (PS), een bouwvergunning aan bij de Stad. Die werd op 14 juni uitgereikt, minder dan een jaar later dus, en zonder dat er verder een haan naar had gekraaid.

Ook leefmilieuorganisaties Bral en Inter-Environnement Bruxelles

“Op deze manier verlies je het overzicht over het geheel. Dat is niet democratisch”

(IEB) hebben zich laten verschalken door het ‘tactisch vernuft’ van de Stad. “We hadden niet in de gaten dat het om een concertzaal voor vijftienduizend man ging,” zegt Claire Scohier van IEB. “In de aanvraag was enkel sprake van een verbouwing en

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

De groene minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck trok haar fleurigste rok aan voor de feestelijke opening van Potage-Toit, de ecologische moestuin op het 350 vierkante meter grote dakterras van de Albertina. Een deel van de oogst is bestemd voor de cafetaria van de bibliotheek; de rest wordt aan bibliotheekmedewerkers en -bezoekers verkocht.

© IVAN PUT


WEEKOVERZICHT

BDW 1335 PAGINA 3 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

© SASKIA VANDERSTICHELE

WOENSDAG 20 JUNI BANEN WEG BIJ UNILEVER. De Brits-Nederlandse multinational Unilever wil vijftig banen schrappen in Vorst. De reorganisatie heeft invloed op de sales- en managementafdeling. Unilever stelt in België 640 mensen tewerk, allemaal in Vorst. CONCERTZAAL OP HEIZEL. Tegen 2013 wordt Paleis 12 van Brussels Expo omgebouwd tot een multifunctionele zaal voor vijftienduizend bezoekers. In de vernieuwde zaal zullen zowel concerten, tentoonstellingen als sportevenementen kunnen plaatsvinden. Paleis 12 is de eerste concrete realisatie van het grootschalige Neo-project op de Heizelvlakte.

DONDERDAG 21 JUNI NIEUWE DIRECTEUR-GENERAAL MIVB. Brieuc de Meeûs wordt de nieuwe directeur-generaal van de Brusselse openbaarvervoersmaatschappij. De 51-jarige De Meeûs staat sinds 2004 aan het hoofd van de bagageafhandelaar Flightcare. Op 1 september volgt hij Alain Flausch op, die in december vorig jaar de MIVB verliet.

De vzw Tentoonstellingspark begint volgende week met de verbouwing van Paleis 12 tot een geavanceerde concert- en evenementenzaal.

uitbreiding van Paleis 12. En in het milieueffectenrapport heeft men het over een polyvalente ruimte voor evenementen en congressen.” IEB onderzoekt nu of de aankondiging van het openbaar onderzoek wel wettelijk correct was. “De rode affiches waren zo opgesteld dat niemand kon vermoeden dat er een zaal voor vijftienduizend man zou komen. Stuitend.” Een milieuvergunning is volgens Scohier niet nodig omdat er geen parkeerplaatsen bij komen. Ook bij Bral drong de draagwijdte van de bouwaanvraag niet door.

“ “

“We waren en zijn zó gefixeerd op het nieuwe Demografisch Gewestelijk Bestemmingsplan waarin het globale programma van Neo wordt vastgelegd. Achteraf zal alleen nog discussie mogelijk zijn over punten en komma’s,” zegt Steyn Van Assche. Het openbaar onderzoek over dit GBP loopt tot en met 13 juli. “We zijn nog volop bezig met het opstellen van onze bezwaren, en dan blijkt plots dat er een bouwvergunning verleend is voor een deel van het project, een beetje en stoemelings.

Iedereen is met een dribbel voorbijgestoken.” Ook Open VLD-gemeenteraadslid Els Ampe vindt dat de Stad had moeten wachten. Komt er nu nog een discussie over het volledige Neo-plan? Claire Scohier is sceptisch. “In het Demografisch GBP is er geen verplichting meer om een bouwvergunning voor de hele Heizel te vragen. Het mag per onderdeel. Maar zo verlies je natuurlijk het overzicht over het geheel. Dat is niet democratisch.” 

Bettina Hubo

SPLITSING B-H-V GOEDGEKEURD. De Kamer keurt de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde goed. Het Brusselse parket krijgt een Nederlandstalige adjunct, en de rechtbanken worden ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken. De Senaat keurt de splitsing van de B-H-Vkieskring goed.

VRIJDAG 22 JUNI KAAT TILLEY OVERLIJDT. Modeontwerpster Kaat Tilley sterft op 52-jarige leeftijd onverwachts aan een virale infectie. De internationaal gerenommeerde Tilley stond bekend om haar feeërieke collecties. Tot 2009 had ze een winkel in de Sint-Hubertusgalerij. DRUGSBENDE OPGEROLD. De politie van de zone Noord rolt   een omvangrijke drugshandel op. Bij huiszoekingen in Schaarbeek en Laken worden zes mensen opgepakt. De politie treft 8,5 kilo   heroïne en 500 gram cocaïne aan, met een straatwaarde van 500.000 euro.

ZATERDAG 23 JUNI NIEUW MUNTPLEIN. Feestelijk opent de Brusselse burgemeester Freddy Thielemans (PS) het vernieuwde Muntplein. De renovatie is onderdeel van het project om een voetgangerszone rond de Grote Markt te creëren. De bloembakken en fonteinen hebben plaats­ gemaakt voor zitbanken en kleine fonteintjes, waardoor het plein groter oogt.

ZONDAG 24 JUNI

In geen jaren hebben we zoveel aanhoudingen gehad.” Volgens Jo De Cuyper, hoofdcommissaris bij de Brusselse spoorwegpolitie, heeft de politie opnieuw controle over het metronet dankzij de versterking die er twee maanden geleden is gekomen (in De Standaard).

Het leven in het Noordstation is makkelijker dan in een asielcentrum.” Nikson-Ibrahim Ajeti, een Kosovaarse Rom, wil niet naar een opvangcentrum van Fedasil. Dan liever het Noordstation, waar hij al drie maanden met zijn vijf kinderen woont, maar dat deze week door de politie ontruimd werd (op tvbrussel en FM Brussel).

UITGEREGENDE PICNIC THE STREETS. Ondanks de regen dagen ongeveer honderdvijftig mensen op aan de Beurs voor de tweede editie van Picnic the Streets. Met hun actie protesteren de deelnemers tegen het gebrekkige Brusselse mobiliteitsbeleid. De organisatoren maakten eerder bekend dat ze voorlopig geen derde picknick zullen organiseren.

MAANDAG 25 JUNI ROMA WEG UIT NOORDSTATION. Een dertigtal Romazigeuners die al vier maanden illegaal in het CCN-gebouw aan het Noordstation verblijven, wordt door de politie uit het pand gezet. De ontruiming was oorspronkelijk vrijdag gepland, maar de Roma kregen enkele dagen respijt. De hulpverleningsorganisatie Samu Social en het Centrum Ariane bieden onderdak aan drie van de zes gezinnen. Voor een Kosovaars gezin is er nog geen oplossing. 243 NIEUWE GOMB-WONINGEN. De Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor Brussel (Gomb) brengt dit jaar 243 nieuwe middenklassewoningen op de markt. Dat is minder dan in het recordjaar 2011. Sinds 1988 heeft de Gomb al 3.400 woningen ontwikkeld.

DINSDAG 26 JUNI

HET WOORD

Trottoirsamenscholing

Nu het Europees kampioenschap voetbal de ontknoping nadert, stijgt de spanning onder de mediterrane voetballiefhebbers in Elsene. Zowel Spanje, Italië als Portugal maakt immers kans om de Europese beker binnen te halen. Om te vermijden dat fans tijdens de matchen samentroepen op cafétrottoirs, heeft de gemeente maatregelen getroffen. Tot het einde van het EK mogen Elsense

cafébazen geen televisieschermen meer naar de straat richten. Dorothée Cattrysse, woordvoerster van burgemeester Willy Decourty (PS), zegt dat er tot nog toe geen sprake was van straattumult, maar dat de gemeente anticipeert op mogelijke overlast. Om dezelfde reden staat er, in tegenstelling tot de voorgaande jaren, geen groot SM scherm op het Flageyplein.

ONKELINX BEZOEKT MERCIERPLEIN. Nu de renovatie van het Kardinaal Mercierplein in Jette de laatste rechte lijn in kan, bezoekt federaal minister Laurette Onkelinx (PS), bevoegd voor het Brusselsfederale samenwerkingsverband Beliris, de werf. De heraanleg kost Beliris 3,62 miljoen euro. 

Samengesteld door Stien Mommaerts

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1335 PAGINA 4 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Samenleving > Na de Nederbelgen, de Nederbrusselaars

Van Polder tot Zavel BRUSSEL – Een tijdje terug organiseerde de Nederlandse ambassade een Nederbelgendag, een dag waarop Nederlanders die in België wonen, werden uitgenodigd om gezellig samen te zitten en elkaar beter te leren kennen. De perfecte aanleiding, vonden wij, om eens op zoek te gaan naar die Nederlanders die resideren in de grootste stad van de Nederlanden.

Z 

e zijn met meer dan 120.000 in België, en men noemt ze liefdevol Nederbelgen: Nederlanders die de polders en zandgronden ingeruild hebben voor de zachtglooiende zuidelijke Nederlanden. Ze vinden het hier algemeen genomen goed toeven. Ook in en om Brussel zijn ze dikgezaaid, de Nederbelgen. Het is geen geheim dat ze massaal resideren in het groene Tervuren, waar ze op Koninginnedag zelfs een haringtent hebben. Maar evengoed zijn er te vinden in Sint-Gillis, Oudergem of Elsene. De kans is groot dat u er ook een paar kent. Of zoals een van onze fixers het omschreef: “Ik kan je nog wel wat Nederlanders bezorgen.” Wij waren al tevreden met drie. Dat volstaat voor een hereniging van de Nederlanden. Portretten van een vaak overgeslagen ‘gemeenschap’: de Nederbrusselaars.

Charlotte Rommes, 29 jaar Charlotte Rommes groeide op in Tervuren, waar haar vader een zaak had, maar ze verhuisde op haar negende naar Nederland. Ze woonde tien jaar in het noorden, tot ze na een studie muziekwetenschappen in Amsterdam een baan aangeboden kreeg in Brussel, nu anderhalf jaar geleden. Ze vertrok gelijk, en met goesting. “Ik had het voordeel dat ik Brussel al een beetje kende van

vroeger,” zegt Rommes. “Het sollicitatiegesprek verliep heel vlot; ik kon direct beginnen met een proefcontract bij de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland, een adviesraad die het culturele beleid van de twee Nederlanden op elkaar afstemt.” Het proefcontract werd een vast contract, en dus woont Rommes hier permanent. “Meer bepaald in Elsene, op de rand van Matonge. Een overgangsbuurt, ingeklemd door het chique Louiza en het avontuurlijke Matonge. Wel bijzonder.” Wat ze van de stad vindt? “Brussel is een prikkelende stad, vooral cultureel. Het aanbod is overweldigend, en er is ook veel meer artistieke vrijheid binnen de cultuurhuizen. Als je dat vergelijkt met Amsterdam of Wenen: daar is men vaak gebonden aan een sterke traditie, en dat maakt het soms allemaal wat starder.” “In Brussel is alles gewoon vrijer. De stad moet – in tegenstelling tot andere Vlaamse of Nederlandse steden – nog volop ontwikkeld en geordend worden, en dat proces zorgt ervoor dat het leven hier net ietsje scherper wordt geleefd. Dat brengt meer verantwoordelijkheid met zich mee. Om het met een boutade te zeggen: je moet meer op je portefeuille letten, maar je staat daarom ook meer stil bij alles wat je in deze stad doet. Dat maakt het interessant. Woon je in Amsterdam,

dan word je in slaap gewiegd met comfort. Als je in Matonge gaat dansen, dan word je al eens opgetild. In Nederland zou ik dat ongepast vinden, hier heeft dat charme.” “Een verlepte dame: zo werd de stad onlangs genoemd op een tentoonstelling in Bozar. Het is een vertrouwd buitenland voor me, met avontuur en feestjes, maar wel een zekere mate van onveiligheid. Hier heb ik ook geleerd dat eten heel cultureel bepaald is, en dat jullie meer gevoel voor oude waarden hebben dan Nederlanders. Hier rijden nog oude trams rond. In Nederland moet het allemaal zo nieuw mogelijk zijn.” Rommes hoopt dat de stad haar sprankeling behoudt. “Ik snap de moedeloosheid die hier soms heerst, met een overheid die zo ingewikkeld in elkaar zit dat grote besluiten en veranderingen moeilijk verlopen. Maar ik hoop dat de mensen die in Brussel wonen, de moed erin houden en hun assertiviteit blijven tonen, zoals met de picknicks op de Anspachlaan.”

bank en heeft voor zijn werk door meer dan zestig landen gereisd. Hij woonde in Singapore, Thailand en... België. “Dat is een gek verhaal. Op een bepaald moment kwam er hier een plaats vrij voor mijn bank, en ik miste de seizoenen daar in Azië. Lang nagedacht heb ik dus niet.” Van der Meer woont graag in het groene Oudergem, zowat het Brusselse equivalent van Tervuren. “Het is een zeer Franstalige gemeente, maar toch is er een bloeiend Vlaams gemeenschapsleven. Ik vind het nog altijd verbazingwekkend dat zo’n kleine gemeenschap zulke grote gemeenschapscentra heeft.” De gepensioneerde accountant is daarnaast een natuurliefhebber, actief in een wandelclub en als natuurgids, en hij heeft een passie voor fotografie. “Brussel is een heel groene stad met een fantastisch bos aan de rand, en mooie parken in de stad zelf.” Maar ook Van der Meer

Charlotte Rommes:

“Jullie hebben meer gevoel voor oude waarden”

Op naar het zuidoosten. J. Ko van der Meer woont al zeven jaar in Brussel, en al anderhalf jaar in Oudergem in een groot appartement tjokvol boeken en kunst van op reis. Van der Meer is 38 jaar lang registeraccountant geweest bij een Nederlandse

“De werkloosheid in Brussel is even hoog als de btw”

ziet minpunten. “Jullie openbaar vervoer kan veel beter. België is het land van de stakingen, en je hebt soms gewoonweg het gevoel dat je

gaan, verspreid over de vele werkzaamheden aan wegen, fietspaden, tunnels en metrostations. Hoe lang werken ze al aan het Schumansta© HERMAN RICOUR

BRUSSEL – “De N-VA-kiezer heeft Brussel al lang verlaten,” zei de Schaarbeekse kandidate Bernadette Vriamont bij de voorstelling van de SP.A-lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen. De SP.A is niet bang voor de Vlaams-nationalisten en trekt zelfverzekerd naar de kiezer. In de Stad Brussel, waar minister Pascal Smet de laatste drie jaar schepen met verlof is, gaat de partij voor een volwaardig schepenambt voor Ans Persoons. Ook in een rist andere gemeenten is een schepenambt haalbaar. SP.A, waarvan de Franstalige zusterpartij (de PS) vaak vereenzelvigd wordt met alles wat fout gaat. Smet: “De ervaring leert ons dat de PS de beste partij is om zaken in beweging

J. Ko van der Meer:

J. Ko van der Meer, 65 jaar

‘MET DE PS VALT TE PRATEN’

Hamvraag voor elke Nederlandstalige partij in een Brusselse gemeente is: hoe weeg je op het beleid in een dominant Franstalige omgeving? Niet evident, en zeker niet voor de

te veel bent als je wat informatie vraagt aan een buschauffeur, of hem vraagt waarom-ie te laat is. En de dingen kunnen hier vreselijk traag

te krijgen. Het kost soms moeite, maar we boeken resultaten.” De Vlaamse socialisten gaan in zeventien van de negentien gemeenten scheep met de PS. Alleen in Koe-

Pascal Smet duwt de PS-SP.A-lijst in Brussel-stad.

kelberg en Oudergem doen ze dat niet. In Koekelberg staat schepen Robert Delathouwer ‘sinds altijd al’ op de Lijst van de Burgemeester,  de PRL’er Philippe Pivin. In Oudergem staat voormalig Vlaams minister Anne Van Asbroeck op de kar­tellijst Samen. De SP.A steunt tegelijk lijsttrekker Dirk Hoornaert, die voor een schepenambt gaat. Nu heeft Oudergem geen Vlaamse schepen omdat er geen enkele Nederlandstalig gemeenteraadslid is. Burgemeester Didier Gosuin (FDF) wil daar verandering in.


BDW 1335 PAGINA 5 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Charlotte Rommes uit Elsene, J. Ko van der Meer uit Oudergem en Marcel Matser uit Sint-Gillis: een interessante gemeenschap.

tion? Ter vergelijking: in Singapore werkt men dag en nacht aan de bouw van de metro, daar gaan de dingen vooruit. En wat me ook van het hart

met de plicht die men heeft als men werkt, maar hier lijken mensen alleen maar op hun rechten te staan.” “Jullie bourgondische levenswij­

heb in Bangkok nooit zoveel bedelaars gezien als in de gang van het Centraal Station.” En, zegt hij schertsend: “De werkloosheid in Brussel is even hoog als de btw.”

Marcel Matser, ‘vast dertig’

Marcel Matser:

“Fietsen is hier niet sneller dan de auto of de metro”

moet, is jullie grenzeloze liefde voor subsidies. België teert echt op subsidies, men vindt dat men er recht op heeft. In Thailand is men al blij

ze,” zegt Van der Meer, “waar ik wel van hou, resulteert jammer genoeg vaak in gelatenheid. Brussel is best wel een arme stad. Ik

Hoe gaan de lijsten met de PS heten? Dat is nog maar in een paar gemeenten duidelijk: in Evere en Sint-Gillis alvast Lijst van de Burgemeester. In Schaarbeek, Etterbeek, Vorst en Ukkel wordt het PS. In de andere gemeenten mikt de SP.A op de benaming PS-SP.A. Veel hangt af van wat het Brussels parlement beslist. Daar ligt een wetsvoorstel klaar dat na­t ionale nummers toelaat voor  lijs­ten met meer partijen. Normaal ge­zien moet dat voorstel tijdig aangeno­men geraken. In dat geval maakt PS-SP.A meer kans.

Een van de SP.A-slogans was: één stad, één visie. De gemeenten moeten meer samenwerken. 19 keer de stad, heet het nu. Als voorbeeld geeft ondervoorzitster Hannelore Goeman het kinderkunstenfestival SuperVlieg dat Willem Stevens (SintGillis) en Jutta Buyse (Vorst) samen organiseren. En Jef Van Damme uit Molenbeek heeft met zijn project Samen naar school in de buurt als voorbeeld gediend voor onder meer Koekelberg en Anderlecht.   Danny Vileyn

Aan de Ducpétiauxlaan in Sint-Gillis woont Marcel Matser vier hoog met een huisgenoot. Hij werkt voor de Vlaamse overheid, waar hij een groot ICT-project opvolgt. Om tot rust te komen pingelt hij graag op zijn gitaar. “Pingelen, zo zeggen we dat in Nederland.” Deze Nederbelg groeide op in een klein dorpje in de provincie Gelderland, tussen het groen. “Ik had er een heel fijne jeugd. Maar ja, je gaat dan naar Nijmegen om te studeren – business administration in mijn geval - en je verliest dat uit het oog. Uiteindelijk vond ik ook Nijmegen niet uitdagend genoeg, en omdat ik geïnteresseerd was in politiek, be-

© SASKIA VANDERSTICHELE

sloot ik de oversteek naar Brussel te wagen. Want Brussel is natuurlijk een politiek belangrijke stad.” Matser studeerde twee jaar aan de VUB en werkte daarna voor een Europese ngo rond het Schumanplein. Tot hij aan de slag kon bij de Vlaamse overheid. “Als Nederlander heb je daar voordelen. Je hoeft er geen Frans te spreken,” zegt Matser met een kwinkslag. Hij vindt Brussel een fijne stad, maar niet voor de fietser. “Ik fiets graag naar mijn werk, maar fietspaden hebben hier de neiging plots te beginnen en even plots weer te eindigen. Ook gaat het per fiets niet noodzakelijk sneller; met de metro of de auto doe ik er ongeveer even lang over. Brussel pretendeert een fietsstad te zijn, maar is het niet.” Wat Matser op prijs stelt, is de mix die Brussel is. “Klein, maar wel een wereldstad. Belgen zijn ook heel rustige en terughoudende mensen, ADVERTENTIE

dus je hebt hier niet zoveel lawaai op straat als in Nederland. Brussel is ook minder strak. In Nederland is de politie je vriend; hier mag je al blij zijn als ze tijd hebben. Dat heeft wel als voordeel dat je meer kunt ‘regelen’: er zijn gewoonweg minder regels.” Maar je maakt moeilijker contact met Belgen, zegt hij. “Aan de VUB kenden de Vlamingen elkaar bijvoorbeeld al en viel ik een beetje uit de boot. Iedereen trok ’s avonds de stad uit, dus was er niet veel tijd om elkaar te leren kennen. Ik vind het bizar dat er zo weinig Vlamingen in Brussel wonen. Dat begrijp ik niet.” Of hij in Brussel wil blijven? “Och, we zien wel wat morgen brengt. Ik heb wel het gevoel dat het de goede richting uit gaat met Brussel.” Misschien toch tijd om de haringtent naar het Warandepark te verplaatsen.  Christophe Degreef


BDW 1335 PAGINA 6 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Drie generaties Brusselse leerkrachten, met (vlnr.) Frieda Cauwels, Paula D’Haene en Isabel Remue. Hun stammoeder, Maria Cappuyns, begon in 1925 les te geven in Sint-Lambrechts-Woluwe.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Onderwijs > Portret van vier generaties Brusselse leerkrachten

‘Wij blijven ijveren voor het Nederlandstalig onderwijs’ BRUSSEL – Maar liefst vier generaties lang staan vier sterke vrouwen van moeder op dochter in Brussel voor de klas. Een uniek portret over het schuchtere begin en de bloei van het Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad.

D 

e vrouwen komen uit een rasechte onderwijsfamilie. De vier gaven zonder onderbreking de fakkel aan elkaar door: overgrootmoeder Maria Cappuyns uit Sint-Lambrechts-Woluwe (18981988), grootmoeder Paula D’Haene uit Laken (1925), moeder Frieda Cauwels uit Grimbergen (1953) en dochter Isabel Remue uit Grimbergen (1979). Met de drie jongsten maken we de balans op van vroeger en nu. “Vroeger had het Nederlandstalig onderwijs het toch wel moeilijker in Brussel,” vertelt Paula D’Haene. “Mijn moeder begon in 1925 als onderwijzeres in de gemeentelijke lagere meisjesschool van Sint-Lambrechts-

Woluwe. Het was een behoorlijk ingewikkelde situatie: ze gaf zowel in het Nederlands als in het Frans les, in dezelfde klas. Ze stond voor de vierde graad, het zevende en achtste studiejaar. Er waren geen aparte Nederlandstalige klassen: alle kinderen zaten gewoon samen in dezelfde klas. Dat was organisatorisch veel moeilijker, en voor haar was deze manier van lesgeven zwaarder. De kinderen waren toen wel goed tweetalig, veel beter dan nu. Dat was een immersieschool en gedifferentieerd onderwijs avant la lettre. Het taalprobleem was hoegenaamd niet aan de orde. De kinderen speelden op de speelplaats gewoon met elkaar. Als Nederlandstalige werd mijn moeder

goed aanvaard door haar collega’s. Er was geen weerstand of vijandigheid, iereen was gelijkwaardig.”

Tweederangsburger Dochter Paula nam de fakkel over van 1947 tot 1984. Van 1947 tot 1960 gaf ze Nederlands en Duits aan de meisjesafdeling van het Lycée Royal de Molenbeek. De Nederlandstalige afdeling zat toen ingebouwd in het Franstalige lyceum, onder één directie. Er waren aparte Nederlandstalige en Franstalige klassen. “We voelden ons als Nederlandstalige leerkrachten wel een beetje tweederangsburgers. De Franstaligen waren gewoon veel talrijker en kregen meer, ruimere en

mooiere lokalen. De voertaal in de lerarenkamer was Frans. Gelukkig kwam er in 1960 een boedelscheiding met aparte gebouwen en directies. Er ontstond een zelfstandig atheneum voor jongens en meisjes: het Koninklijk Atheneum van Molenbeek. Dat is het begin geweest van een uitbreiding van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Nieuwe athenea werden gevormd en gebouwd.”

Vrije keuze gezinshoofd Een andere mijlpaal in het Brussels onderwijs was in 1971, toen er Nederlandstalige peutertuinen werden opgericht in ruil voor de vrije taalkeuze voor het gezinshoofd. “Vanaf toen konden Franstalige ouders hun kinderen ook in het Nederlandstalig onderwijs inschrijven en andersom,” zegt D’Haene. “De doorstroming vanaf die peutertuinen, over

de Nederlandstalige lagere school, naar het middelbaar onderwijs ging veel vlotter.” In 1975, toen Paula D’Haene studieperfecte werd aan het Koninklijk Atheneum Koekelberg, werd het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO) ingevoerd, een onderwijstype dat gebaseerd was op principes die vandaag weer brandend actueel zijn: de democratisering van het onderwijs en het uitstellen van de definitieve studiekeuze. D’Haene eindigde haar schoolcarrière in 1984. D’Haenes dochter, Frieda Cauwels, besliste eind jaren 1970 om in het onderwijs te stappen als leerkracht Lichamelijke Opvoeding aan de sporthumaniora van Wemmel. “Het was een relatief rustige periode. Ik heb vooral de uitbreiding van het VSO gekend. Dat onderwijstype kostte wel veel aan middelen en omkadering. Het gevolg hiervan


BDW 1335 PAGINA 7 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

was dat in de jaren 1980 enorme besparingsmaatregelen werden opgelegd door minister van Onderwijs Daniël Coens. De tijd die we voor­ dien konden besteden aan klassenraden, werd omgezet naar effectie­ ve lesuren. Maar Brussel kreeg  gunstmaatregelen waarbij de oprichtings- en splitsingsnormen lager lagen.” “Een ander gevolg van het VSO was de verplichte samenwerking tussen naburige scholen om een volledig studieaanbod – ASO, TSO én BSO – binnen een scholengemeenschap te garanderen.” Anderzijds: door de oprichting en bouw van vele scholen in de Rand werd de rekrutering voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel wel een pak moeilijker, benadrukt Cau-

Over overgrootmoeder Maria Cappuyns (1898-1988):

“Zij gaf les in een immersieschool avant la lettre” wels, die nu directrice is van Elishout in Anderlecht, de secundaire school voor voeding. “In de tijd van mijn moeder kwamen veel leerlingen uit de Rand in Brussel naar school: ze kwamen massaal vanuit Grimbergen, Wemmel, Aalst, Halle, Alsemberg enzovoorts. Nu heb je de omgekeerde beweging. Nederlandstalige ouders sturen hun kinderen bij voorkeur naar scholen in de Rand. Door de immigratie kreeg Brussel een slechte reputatie in het Vlaamse land. Tegenwoordig aarzelen de ouders om hun kinderen in het Brusselse in te schrijven.” Vanaf 1989 kregen de scholen meer autonomie. Ze konden voortaan hun eigen financiën beheren en zelf leermiddelen aankopen, en ze kregen het recht om zelf leerkrachten aan te werven. In 2000 werden de Brusselse scholen van het gemeenschapsonderwijs verenigd in één scholengroep.

Cirkel is rond In 2005 kwam de vierde generatie in de ring: Cauwels’ dochter Isabel Remue stapte toen ook in het onderwijs. Ze geeft les in de school waar haar oma met pensioen gegaan is: het Koninklijk Atheneum van Koekelberg. De onderwijscontext is met de jaren veranderd. “Leerlingen met een ander geloof, een andere taal of cultuur: het is zoeken naar een evenwicht tussen al deze identiteiten,” zegt Cauwels, “maar ondanks alles heeft ons onderwijs aan gezag gewonnen bij de andere taalgemeenschappen. Ons onderwijs straalt visie, leerlinggerichtheid en kwaliteit uit. We hebben echt wel onze stempel gedrukt op het Brusselse onderwijs.” 

Matthias Vanheerentals

P-PRAAT De auto van vicepremier Joëlle Milquet (CDH) is gepikt. Dieven drongen haar huis binnen en gingen ervandoor met haar dienstwagen, een Volkswagen Touareg. De dag erop werd de auto teruggevonden in de Tweekerkenstraat. Tot zover de officiële versie. Het hoofdkwartier van CDH ligt namelijk ook in de Tweekerkenstraat. Hier moet dus meer aan de hand zijn. Of het gaat hier om een bijzonder inventieve afrekening binnen de partij, of Milquet is haar auto domweg op het werk vergeten en gebruikt de politie om dat te camoufleren. “Men heeft soms de indruk dat Brussel sinds de geboorte van Christus geen andere ministerpresident dan Charles Picqué heeft gekend. Met Philippe Moureaux als feitelijke PS-baas.” Didier Reynders is in town en dat zullen we geweten hebben. De versgebakken Rattenfretter is altijd wel te vinden voor een mooie quote over zijn socialistische coalitiepartners. Hij geeft dan ook toe dat hij een half oog op de stoel van Picqué heeft. “Als men mij vraagt als minister-president, waarom zou ik dan weigeren?” Didier Reynders als Brussels minister-president: wat zou dat geven voor de cohésion sociale?

CHIEN ÉCRASÉ De Smurf Store is een zoveelste poging om de Hortagalerij in het Centraal Station nieuw leven in te blazen. Naast een reuzenstandbeeld van   een Smurf komt er een winkel met smurfengadgets allerhande. En nu maar hopen dat die Ja­ panners op de Grote Markt tot een omweg bereid zijn. Engagement is mooi, maar het moet toch vooral gezellig blijven. Dus waren er twee weken geleden meer dan tweeduizend mensen bereid om op Picnic the Streets onder een stralende zon autovrije centrale lanen te eisen. Afgelopen zondag kwamen er honderdvijftig opdagen. Want ja, het regende. Al moet men met dat engagement ook weer niet te ver gaan. Zaterdag teisterde een groep Cyclonudisten het Flageyplein. De blote fietsers wilden er zo de aandacht op vestigen dat ze zich naakt voelen tussen al dat autogeweld in de hoofdstad. Er bestaan appetijtelijker manieren om dat in het nieuws te krijgen. Brussel scoort slecht op vlak van levenskwaliteit, zo becijferde de consumentenorganisatie TestAankoop. Brugge is dan weer de aangenaamste stad om te leven. Nu, Brugge is ongetwijfeld een aangename plek, maar de vergelijking loopt toch wat mank. Een voorbeeldje: eerder deze maand waren enkele reporters van dit blad getuigen van een zinderend concert van de rockband Afghan Whigs in het Koninklijk Circus. Diezelfde dag kon u bij wijze van ontspanning in Brugge naar de tentoonstelling De treurenden – Tranen van liefde. Op UitinBrugge.be lezen we: “De 15de-eeuwse albasten beeldhouwwerkjes van het grafmonument van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees en zijn echtgenote Margaretha van Beieren worden tijdelijk uitgeleend door het Museé des Beaux-Arts de Dijon en in de kapel van Memling in Sint-Jan opgesteld. De figuurtjes zijn zeer fijn uitgewerkt en stellen allen treurende, rouwende mensen voor.” Steden werden door Test-Aankoop naar verluidt niet op hun rock-’n-rollgehalte onderzocht.

ADVERTENTIE


BDW 1335 PAGINA 8 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Vervoer > Nieuwe CEO houdt lippen stijf op elkaar

Brieuc de Meeûs leidt MIVB BRUSSEL – Brieuc de Meeûs (51), nu nog grote baas bij bagageafhandelaar Flightcare, wordt per 1 september de nieuwe baas van de MIVB. Hij houdt de lippen stijf op elkaar tot eind december/begin januari. Bij zijn eerste ontmoeting met de pers kwam De Meeûs bedachtzaam en minzaam over.

D 

e Meeûs liet zich de complimenten van ministerpresident Charles Picqué (PS) en minister van Verkeer Brigitte Grouwels (CD&V) welgevallen. “We hebben een klepper van formaat binnengehaald,” zei Grouwels. De Meeûs’ kwaliteiten werden uitgebreid in de verf gezet: affiniteit met veranderingsprocessen, ruime ervaring in de privésector, duidelijke leiderschapsstijl, en last but not least zeer vlot en duidelijk in zijn communicatie. Een duidelijke vingerwijzing naar Kris Lauwers, de huidig algemeen directeur ad interim van de MIVB, die in een interview met De Morgen had gezegd dat de reizigers

van de raad van bestuur, Adelheid Byttebier (Groen), ook Nederlandstalig is. Grouwels bedankte Lauwers – die op post blijft als adjunct – voor het geleverde werk. In Franstalig België was de aanstelling van De Meeûs groot nieuws. De krant La Libre Belgique kopte op de frontpagina: ‘Politiek neemt MIVB opnieuw in handen’. De Meeûs is nog niet eens in dienst en nu al worden de verschillen met zijn voorganger, de flamboyante Alain Flausch, uitgebreid in de verf gezet. Tussen Flausch en de politiek waren de relaties allesbehalve rimpelloos. Flausch werd binnengehaald toen de liberalen het in Brussel voor het zeggen hadden, en dat heeft de PS nooit verteerd. Ridouane Chahid, ondervoorzitter van de MIVB, is de felste criticus (permanent in de media) van de vervoersmaatschappij.

Nog niet eens in dienst, en nu al worden de verschillen met de voorganger, de flamboyante Alain Flausch, uitgebreid in de verf gezet

Brieuc de Meeûs: de uitdagingen zijn gigantisch.

© BART DEWAELE / IMAGEDESK.BE

© MIVB

‘Dit is een spooktram’ Meer trams in de stad is goed voor de mobiliteit, maar het zorgt ook voor conflicten. In het verkeer, maar ook met de buurt. Omwonenden zien het aantal trams stijgen, zien haltes verschijnen en parkeerplaatsen verdwijnen. Zo ook aan de Rogierlaan, vlak aan het Meiserplein. Daar zorgt de

nieuwe tramlijn 62, die in september in exploitatie is gebracht, voor overlast. “Door de nieuwe haltes die de MIVB hier gebouwd heeft, lijkt het hier wel het Zuidstation,” zegt buurtbewoner Frederik Ponette, “terwijl de halte nauwelijks gebruikt wordt. De tram zelf is een spooktram, er zit niemand in. En hij rijdt de hele dag, van kwart voor zes ’s ochtends tot halfeen ’s nachts.” Lijn 62 wordt bediend met het trammodel 2000, dat al jaren voor

De uitdagingen voor de MIVB – en dus voor De Meeûs – zijn gigantisch. De sterke bevolkingsgroei waar de hoofdstad tegenaan kijkt, is nu al te voelen in metro, tram en bus. Tussen vandaag en 2016 – niet langer dan vier jaar – zou het aantal reizigers met dertig procent toenemen, en tegen 2025 zelfs met 75 procent. Dan bereikt het aantal MIVBklanten de kaap van de vijfhonderd miljoen per jaar. “Maar de MIVB moet niet alleen rekening houden met de kwantiteit, ze moet ook in de toekomst kwaliteit leveren,” aldus Grouwels. Dat betekent: een hogere frequentie en een uitbreiding van het net. Dat komt dan bovenop blijvende aandachtspunten als veiligheid en netheid.  Danny Vileyn

meer moesten worden ‘uitgemolken’. Politiek Brussel steigerde, Lauwers’ kansen leken verkeken. Maar eigenlijk waren de Franstaligen van de meerderheid vooral opgelucht. Ze waren als de dood dat Lauwers als beste uit de selectieprocedure zou komen, ook al omdat de voorzitster

Mobiliteit > Buurtbewoners zijn lijn 62 spuugzat

SCHAARBEEK – Tram 62 blijft voor problemen zorgen, ook na ingrepen door de MIVB.

Uitdagingen

klachten zorgt. Het zwaartepunt van die tram ligt laag, waardoor die veel lawaai maakt en trillingen veroorzaakt, zeker als hij over wissels  rijdt. De MIVB ontkent dat niet, maar kan moeilijk anders dan de trams laten rijden. De bewoners langs zo’n tramlijn zijn dan de pineut. “Ik ben niet tegen trams,” zegt Ponette. “Lijn 25, de andere tram op deze plek, vormt geen probleem. Die rijdt geruisloos. Maar wat ik mee-

Lijn 62 rijdt met erg zware trams. “De overlast is niet te harden.”

maak sinds de invoering van lijn 62, is een martelgang: elke keer opnieuw dat lawaai.” Enkele maanden geleden heeft Leefmilieu Brussel metingen gedaan. Die gaven inderdaad een overschrijding van de geluidsnormen aan.  De MIVB heeft geluidswerende matten aangebracht, maar die hielpen niet. Bij de MIVB zijn ze zich bewust van de problemen. “We hebben de frequentie van lijn 62 al verlaagd,” zegt woordvoerster An Van hamme. “Half juli gaan we nieuwe tests uitvoeren met verschillende modellen tegen verschillende snelheden, in de hoop de overlast te kunnen oplossen.”  Steven Van Garsse


ADVERTENTIE


BDW REGIO

BDW 1335 PAGINA 10 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Deze week bij The Well > Jonge expats scharen zich in groep rond god

Babbelen en bidden rond de salontafel heb. Heer, jij bent zo goed, zo dankbaar, hoe kan ik nu niet geloven dat jij mijn Vader bent? Dagelijks draag jij zorg voor mij.” Annalea en Paula, een Mexicaanse studente Psychologie, leggen elk een hand op haar schouder. Paula: “Dank u, God, voor wie zij is.” Terwijl de anderen spreken, prevelt Maryna zachtjes voor zich uit.

In de wijken

Vlnr.: Emma, Rachel, Jonathan, Priscella en Paula. “Ik ben blij met de broeders en zusters die ik hier heb,” zegt Priscella.

BRUSSEL – De geloofsgemeenschap The Well brengt jongeren van vele horizonten samen. Dagelijks zijn er activiteiten waarin er samen gebeden en geleefd wordt. Ze beschouwen zichzelf niet als een religie met een grote R, “want daar wordt alles in regeltjes gegoten en van boven af beslist.” BDW woonde donderdag een avondlijke ‘open bidsessie’ bij aan het Jubelpark.

D 

e avond valt vroeg. Een aangekondigde storm doet het Jubelpark leeglopen. In de salon van Gemma, leidster van deze bidgroep, kletsen een achttal twintigers rond een tafel vol thee en koekjes. De voertaal is Engels. Ze vertellen wat ze die dag hebben meegemaakt, waar ze zoal mee bezig zijn, stellen elkaar vragen. Het lijkt op een familie die na een lange werkdag samenkomt en waarvan de leden elkaar op het eerste gezicht goed aanvoelen. Gemma bevestigt dat. “Als ik naar een bidsessie ga, hoef ik geen masker op te zetten. Ik kan gewoon mezelf zijn. We bidden, zingen en delen dingen over onze levens. We willen een familie zijn, verenigd door God.” Annalea, een Canadese au pair, treedt haar bij: “Iedereen kan hier bidden zoals hij of zij dat wil. Er zijn

geen regels; deze expressiemomenten zijn vrij en open voor iedereen, ook voor niet-gelovigen. Het is niet de bedoeling ons geloof op te dringen.” Danny, Gemma’s vriend, stippelde deze week een fietstocht uit: naar Leuven en terug, voor een fundraising-project. “Ja, ik ben een grote fan van wielrennen. Ik volg het nu al achttien jaar.” Roelandts, Van Petegem, wijlen Vandenbroucke, hij kent ze allemaal. “Tijdens de E3 Prijs heb ik Gemma ten huwelijk gevraagd op de Muur van Geraardsbergen, dat was fantastisch.” Gemma’s huisgenote Emma bakt nog vlug wat scampi, maar wil voor het bidden nog graag iets delen met de groep. Haar stage bij een lobbygroep loopt bijna af. “In die werkomgeving was het soms heel moeilijk om mezelf te blijven. Ik zag

anderen vaak complimentjes krijgen, en begon aan mezelf te twijfelen. Maar deze week kreeg ik een afscheidskaartje, en niet zomaar één. Het was heel persoonlijk en deed me

© MARC GYSENS

van alles. Dank u voor de vreugde die u ons schenkt. Gids ons, leid ons. We zijn niet zonder hoop, u bent onze hoop.” Acht paar ogen zijn gesloten, ieder zoekt een comfortabele houding. Gemma houdt de hand van Annalea vast. Priscella zit in kleermakerszit op de grond en neemt over. Ze bidt vrij associatief, concreter ook. “Onze Vader, beantwoord onze gebeden. Dank u voor het kaartje dat Emma kreeg. U bent

“Tijdens een bidsessie hoef ik geen masker op te zetten. Ik kan gewoon mezelf zijn” deugd. Mede dankzij jullie hier weet ik dat God zijn belofte heeft gehouden.” Volgende week keert Emma terug naar Engeland. Na een korte stilte luidt Maryna de bidsessie in. Een selectie uit haar lange gebed: “God, we leggen alles voor u neer, u bent het centrum

altijd daar.” Ze buigt het hoofd en kust haar blote knie. Iemand wijst erop dat “niemand ons een veilige reis heeft beloofd, enkel een veilige landing.” Priscella zegt dat de relatie met haar ouders niet altijd even goed was. “Ik ben blij met de broeders en zusters die ik hier

Het bidden loopt stilaan ten einde. “The Well is een interconfessionele geloofsgemeenschap,” zegt Gemma. Sommigen hebben een katholieke achtergrond, anderen een protestantse, Maryna een orthodoxe. Rachels verhaal is nogal apart: ze groeide op in Maleisië en beschouwde het christendom tot drie jaar geleden als een typisch westerse godsdienst, “tot ik aan de universiteit in contact kwam met een meisje. Ze straalde zoveel vreugde uit, haar hart was zo vol.” Rachel ging zich al vlug heel wat vragen stellen. Nu zit ze hier, naast haar verloofde Jonathan. “Ik las de Bijbel en voelde dat de teksten tot me spraken.” Priscella: “Via onze ouders maakten we oorspronkelijk deel uit van een georganiseerde kerk met grote K, gekenmerkt door een strakke hiërarchie en veel regels. Hier gaat het meer om verbondenheid.” Iedereen rond deze salontafel heeft de ‘klassieke’ geloofsstructuur waarmee hun ouders hen hebben opgevoed, (deels) losgelaten. Er kwam een herinterpretatie, met andere klemtonen in een context van migratie en verstedelijking. Brussel speelt daarin een grote rol. “Deze stad is enig in haar soort,” zegt Gemma. “The Well werd hier in 2005 gesticht door een Amerikaanse missionaris. Het is moeilijk om het aantal leden in te schatten, want mensen komen en gaan. Een keer per maand verzamelen we allemaal samen, op zondag is er de wekelijkse eredienst en de expressiegroep, maar eigenlijk staan er dagelijks activiteiten gepland: op woensdag gaan we telkens naar een ander café, er is de voedselbedeling bij het Noordstation, op maandag spelen we muziek, enzovoort. Zo zijn we heel actief op lokaal niveau, in de wijken.” Annalea zegt dat ze het leven als ‘vol’ ervaart op deze manier. De diepgang en verbondenheid geven betekenis aan haar leven. “Dat is wat anders dan een maatschappij die gewoon ‘leuk’ wil zijn.”   Tuur De Moor


BDW 1335 PAGINA 11 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Brussel > Levensgevaarlijk kruispunt ‘geen prioriteit’ voor Mobiel Brussel

‘Oversteken door rood soms veiliger’ “Het zebrapad ter hoogte van het kruispunt aan de Zuid- en Jamarlaan (twee gewestwegen, red.) is levensgevaarlijk,” zegt actievoerster en buurtbewoonster Emma Denorme. Voor Mobiel Brussel is het kruispunt geen prioriteit. In twee uur tijd verzamelden de actievoersters Emma Denorme en Katrien Quisthoudt 187 handtekeningen. Daarin vragen ze aan minister van Openbare Werken en Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) om werk te maken van een veilige voetgangersverbinding tussen Zuidstation en stadscentrum. “We willen niet wachten tot er doden vallen,” zegt Denorme. In vele opzichten is dit een klassiek kruispunt: even nadat het groen wordt voor voetgangers, schieten vijftig meter verderop ook de auto’s in de parallelle Jamarlaan in gang. “Die grote afstand is problematisch, want deze auto’s hebben vaak al een hoge snelheid als ze rechts naar de Hallepoort afslaan en dit zebrapad kruisen.” Een reclamepaneel belemmert hun bovendien ten dele het zicht. Dat dat voor gevaarlijke situaties zorgt, kunnen we woensdagavond zelf vaststellen. Nagenoeg iedereen tekent de petitie. “Het is hier heel gevaarlijk. En ik kan het weten, want ik woon hier om de hoek,” zegt een passant.

tion en stadscentrum. In afwachting van grote infrastructuuringrepen zijn volgens Groen-meerderheidsparlementslid Annemie Maes tal van tijdelijke en goedkope maatregelen mogelijk, “flikkerende signalisatieborden (waar nu het reclamepaneel staat, TDM) of geschilderde wegmarkeringen.” Voor Mobiel Brussel, de administratie van het kabinet-Grouwels, is dit geen prioriteit. “Aan zo goed als elk kruispunt kruisen rechts afslaande automobilisten overstekende voetgangers,” zegt woordvoerster Inge Paemen. “Het verkeersreglement is ook duidelijk: voetgangers hebben voorrang op een zebrapad. Automobilisten hebben dus de plicht om voorrang te verlenen, hun snelheid te matigen en halt te houden. Aan dit kruispunt is het bijzonder moeilijk om wijzigingen aan te brengen omdat er uit zoveel verschillende richtingen verkeersstromen komen.” Paemen voegt eraan toe dat alle klachten in een centrale databank worden geregistreerd en opgevolgd. “We willen niet wachten tot er doden vallen,” zegt Emma Denorme. © IVAN PUT Annemie Maes vindt dit een flauw antwoord, dat volgens haar getuigt van een gebrek aan creativiteit. Tuur De Moor Voetgangers blijven hier volgens Denorme is. “Hoewel ik er principieel moeite mee heb,   werkelijk in de kou staan. Veel mensen ste­ken is dat in feite een stuk veiliger dan bij groen.” over als het rood is, tijdens de vijftien secon­den Het Gewest bestudeert hoe er een betere ver- Klachten? mobielbrussel@mbhg.irisnet.be dat deze kant van het kruispunt verkeersvrij  binding gemaakt kan worden tussen Zuidsta- of 0800-94.001 (gratis nummer)

ADVERTENTIE

iedereen in Brussel inbegrepen

Fabian Dominguez Bianca Debaets Sint-Joost-Ten-Node Sabine Daenens Brussel Schaarbeek

Ingrid Haelvoet Evere


BDW 1335 PAGINA 12 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

De tweetalige bibliotheek van Ganshoren

DE SUKKELSTRAAT (21)

Splitsing duurt en duurt Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Voor de voorlaatste keer legt BDW in de reeks De Sukkelstraat een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Deze week: de tweetalige bibliotheek van Ganshoren, de laatste van het land.

Al jaren loopt Ganshoren flink wat geld mis omdat de tweetalige gemeentelijke bibliotheek niet erkend is, aan Franstalige noch aan Nederlandstalige zijde. De splitsing, voorwaarde voor erkenning, blijft aanslepen. De Ganshorense bibliotheek is een curiosum. Het is de laatste tweetalige gemeentelijke bibliotheek van het land. De vitrine van de voormalige supermarkt Union Économique aan de François Beeckmansstraat vermeldt in grote letters: ‘Bibliothèque Communale / Gemeentelijke Bibliotheek’. Binnen staan, verspreid over de gelijkvloerse en de kelderverdieping, tienduizend Nederlandse en twintigduizend Franse boeken. Uitleningen worden met de hand opgeschreven. De BruNO-kaart wordt hier nog niet gebruikt. Alleen aan Franstalige zijde is er een voorzichtig begin van digitalisering. Dat de bibliotheek achterop hinkt, komt onder meer doordat ze nergens erkend is en er dus geen financiële en andere steun is voor informatisering. Lange tijd was het Ganshorense

Wachten op de splitsing van de laatste tweetalige gemeentelijke bib van het land.

gemeentebestuur tevreden met de bestaande tweetalige bibliotheek. “Toen toenmalig staatssecretaris Robert Delathouwer (SP.A) tien jaar geleden pleitte voor een Vlaamse bibliotheek in elke Brusselse gemeente, stonden wij dan ook niet te springen,” zegt René Coppens (Open VLD), die al twaalf jaar schepen van Nederlandse Cultuur is. Maar mettertijd drong het door dat een splitsing en een erkenning extra geld zouden betekenen: eenmaal erkend krijgt de Vlaamse bib volgens Coppens elk jaar een subsidie van 56.000 euro van de Vlaamse Ge-

Mettertijd kwam het besef dat een splitsing en een erkenning extra geld zouden opleveren

© SASKIA VANDERSTICHELE

meenschap, plus een Brussels supplement voor inrichting en collectie, plus een bijdrage voor digitalisering. Bovendien komt Ganshoren met een erkende bib ook in aanmerking voor een cultuurbeleidscoördinator, betaald met Vlaams geld. Aan Franstalige zijde levert een erkenning een jaarlijkse werkingssubsidie op en een bijdrage van vijftig procent in de personeelskosten. Nu betaalt de gemeente alle kosten, jaarlijks 210.000 euro. Om een erkenning te krijgen moet de tweetalige bib eerst gesplitst worden. Toen Laetitia Berger (CDH)

in 2007 schepen van Franse Cultuur werd, maakte ze er meteen werk van. Ze wilde allerlei opties laten onderzoeken: het huidige gebouw vergroten zodat beide bibliotheken een eigen ingang en voldoende ruimte zouden hebben, of een nieuwe gezamenlijke constructie op het terrein naast het zwembad. Maar haar voorstellen werden in het college lauw onthaald, nu eens omdat men vreesde voor de kosten, dan weer om praktische redenen. Haar Nederlandstalige collega Coppens wachtte af. “Ik kreeg in de loop der jaren ook voorstellen om de Nederlandstalige bib op andere locaties onder te brengen, in een hoekpand of een kelder in een smalle straat, of een lege winkel op de Keizer Karellaan. Dat heb ik allemaal afgehouden. Beter de huidige bib dan iets wat op niks’n trekt, zoals in Koekelberg. Anders zadel je de gemeente voor lang op met een slechte keuze.” Uiteindelijk bracht De Zeyp verlossing. Het gemeenschapscentrum stelde een uitbreiding voor waarin beneden ook plaats zou zijn voor een bib. In mei 2010 keurde het college de splitsing goed: in De Zeyp komt een Nederlandstalige bib die toch gemeentelijk blijft. De bib behoudt dus haar deel (een derde) van het huidige budget. Daarmee zal de huur in De Zeyp betaald worden. Schepen Bergers betreurt dat er geen gezamenlijke locatie gevonden is, maar ze beseft dat er dankzij De Zeyp en de VGC, die de verbouwing betaalt, nu een oplossing komt. Die is nog niet voor meteen. De bouwvergunning is nog niet aangevraagd, en intussen is de bib in de plannen van De Zeyp verhuisd naar de tweede verdieping. Alain Beeckmans, gemeenteraadslid voor Groen, vreest dat de bib daar veel te weinig zichtbaar zal zijn. Coppens wuift alle bezwaren weg. “De gemeente krijgt een schone bib, en dat voor dezelfde kosten.”  Bettina Hubo www.brusselnieuws.be/ sukkelstraat

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos

Jette > Hannes De Geest is kandidaat-schepen

SP.A krijgt drie plaatsen op PS-lijst

Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning

Na lang onderhandelen krijgt de SP.A in Jette de tweede, elfde en twaalfde plaats op de PS-lijst. Die heet mogelijk PS-SP.A.

Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Begin maart werd bekend dat Mireille HermanusFrancq de PS-lijst in Jette trekt bij de gemeenteraadsverkiezingen en dat ze kandidaat-burgemeester is. Toen werd gezegd dat het de bedoeling was dat er ook SP.A’ers op de lijst zouden staan, maar er was nog geen formeel akkoord omdat PS en SP.A het niet eens waren over de plaatsen. SP.A wilde minstens twee verkiesbare plaatsen en ook nog enkele andere plaatsen op de lijst. Fouad Ahidar ambieerde de lijstduwersplek. Die gaat uiteindelijk naar David Lefébure, de PS-campagneleider in Jette. Ahidar krijgt de twaalfde plek, onder aan de eerste kolom en dus ook zichtbaar. Hij rekent erop dat hij vanaf die positie verkozen wordt. Meer nog, hij gelooft dat hij een soort tandem kan vormen met Patricia Rodri-

gues da Costa, een nieuwkomer voor SP.A-Jette die vlak vóór hem, op de elfde plaats, staat. Op die manier zou ook zij verkozen raken. In het begin was er ook discussie over de vraag of de SP.A de tweede of de derde plaats zou krijgen. Het is de tweede geworden, en die is voor Hannes De Geest, de voorzitter van de Jetse SP.A. Hij is kandidaat-schepen. De prioriteiten van SP.A zijn netheid en veiligheid. Ander opvallend programmapunt: de SP.A wil de minst gebruikte kerk van Jette laten gebruiken door alle geloofsgemeenschappen. PS en SP.A nemen het op tegen de huidige Jetse meerderheid, bestaande uit de Lijst van de Burgemeester (CDH/ CD&V en FDF), MR-Open VLD en Ecolo-Groen. De socialisten hebben inmiddels een voorakkoord gesloten met Les Libéraux, de nieuwe partij van oppositieleden Jean Werrie en Charles Henri Dallemagne (ex-MR).  HUB


BDW 1335 PAGINA 13 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

© NICOLAS MAETERLINCK / BELGA

Sint-Agatha-Berchem > Werffasen Schweitzerplein gewijzigd

Bouwvakantie brengt soelaas rond Schweitzer Nu de trams 82 en 83 het Schweitzerplein weer aandoen (sinds 16 juni) en nu het Dr. Schweitzerplein heringericht is, is het zaak om duidelijkheid te krijgen over de fasen 2, 3 en 4. Tegen eind volgende week moet alle vertraging weggewerkt zijn. Eén mooi vooruitzicht voor het doorgaande verkeer: de Gentsesteenweg gaat tijdens de bouwvak weer open.

Sint-Jans-Molenbeek > Bonte Mars voor de Vrede

Buurt roept op tot vreedzaam samenleven Zondagnamiddag trotseerden een driehonderdtal mensen de regen tijdens de Veelkleurige Mars voor de Vrede, een initiatief van inwoners van Molenbeek en de vzw Samen Leven. Met de mars tekenden de organisatoren op een vreedzame manier protest aan tegen de incidenten, begin juni, tussen moslimextremisten en de ordediensten. De deelnemers aan de mars wilden laten zien dat de inwoners van Molenbeek verdraag-

zaam zijn tegenover elkaar, los van huidskleur of geloof. “Wij zijn de 99 procent die hier dagelijks in vrede samenleven. We verwerpen alle daden en uitspraken die aanzetten tot haat, angst, geweld en verdeeldheid,” zei pastoor Daniel Alliët, een van de initiatiefnemers. Na een tocht zonder incidenten eindigde de veelkleurige mars op het Rogierplein.  SM

De herinrichting van het voormalige basketbalterrein aan de Gentsesteenweg (tegenover Schweitzer) had tegen 9 juni klaar moeten zijn, maar liep vertraging op door de slechte weersomstandigheden van de voorbije maand. “Door het weer lopen de gewestelijke werkzaamheden veertien dagen achter op het schema. Het beton kon niet tijdig drogen, en ook de aanleg van de nutsvoorzieningen duurde langer,” zegt Mohamed El Mossaoui, die de werf opvolgt voor de gemeente (die enkel verantwoordelijk is voor veiligheid en mobiliteit; de rest is gewestmaterie). Inmiddels is al begonnen met de aanleg van nieuwe voetpaden tussen Gentsesteenweg en Koning Albertlaan, langs het plein. Dit werk duurt nog tot 6 juli. Op 18 juni ging fase 4 (van de zes) al van start, In die fase wordt er een op- en afstapkade

voor de tram aangelegd, ongeveer ter hoogte van de vorige op het Schweitzerplein. Voorts moet deze week alle asfalt gelegd zijn voor heel de zone tussen de Soldatenstraat en de Kerkstraat (achterkant van het plein). “Ook alle boordstenen naast de tramlijnen zullen er liggen vóór het bouwverlof,” bevestigt El Mossaoui. Tijdens de bouwvakvakantie, van vrijdagnacht 6 juli tot en met 31 juli, wordt alle circulatie van de Gentsesteenweg en over het Schweitzerplein in twee rijrichtingen ontsloten. Op 31 juli beginnen dan de laatste werkzaamheden (fase 5 tot 6); hun schema loopt tot en met 31 augustus.  Jean-Marie Binst

ADVERTENTIE

Sint-Jans-Molenbeek > Nieuwe informaticawinkel

Om de digitale kloof te dichten Het OCMW van Molenbeek heeft een nieuwe sociale informaticawinkel geopend aan de Leopold II-laan 50. Daar kunt u voortaan kwaliteitsvol informaticamateriaal kopen voor een prikje. Het gaat veelal om tweedehandscomputers die maar enkele honderden euro’s kosten. “Kansengroepen, OCMW-steuntrekkers en werklozen krijgen een korting van honderd euro op de aankoop van een computer,” zegt coördinator Thuan Chu, “en ze krijgen er meteen een gratis computertraining van tien uur bovenop. De winkel staat ook open voor werkende mensen, maar die betalen wel de normale prijs. De bedoeling is vooral om de digitale kloof te dichten.”

Voor een klein onderhoud van computer of laptop betaalt u vijftig euro, voor een groot honderd. In de informatiewinkel werken liefst dertig informatici en andere medewerkers. Wie een computeropleiding wil volgen, kan terecht in de Ateliers TIC Tanneurs (www.attasbl.be), in de Huidevettersstraat in het centrum. De Molenbeekse winkel is de vierde van de vzw Ateliers TIC Tanneurs in het gewest. Na twee winkels in Brusselstad en één in Sint-Gillis is het nu de beurt aan Molenbeek. Het OCMW van Molenbeek heeft ook al vier computerruimtes, waaronder een in het rusthuis Arcadia en een in het onthaaltehuis Le Relais.  Matthias Vanheerentals

Koekelberg > Nu ook Koekelbergenaar voor het Leven

Toots eens te meer bekroond De Club Henri Vanhuffel, vernoemd naar de socialistische burgemeester van Koekelberg uit de jaren 1920, reikte afgelopen vrijdag voor de twintigste keer zijn prijzen uit aan mensen die zich op de een of andere manier verdienstelijk hebben gemaakt voor de gemeente. Koekelbergenaar voor het Leven is Toots Thielemans geworden, de jazzmuzikant die dit jaar al uitgebreid gevierd werd omdat hij negentig is geworden. Thielemans was vijfenzeventig jaar geleden een van de

eerste leerlingen aan het Athénée Royal de Koekelberg. Door een voetbreuk kon hij de prijs niet persoonlijk in ontvangst nemen. Ook de titel van Koekelbergenaar van het Jaar ging naar iemand van buiten de gemeente. De prijs was voor Didier Sutter, een Franse historicus die zopas een boek schreef over de geschiedenis van Koekelberg. Eerder maakte hij een naslagwerk over de Koekelbergse koekjes- en chocoladefabriek Victoria.  HUB

WALKING JAZZ .30 ZATERDAG I 19 ÉRIAUX 07.07 FANNY B ’S FACTORY 14.07 HOUBEN T OCCA QUARTE 28.07 SAL LA R

CH

CLASSIC BRUN

0 ZONDAG I 11.0 REYES 08.07 ELIANE N & DAVID COHE RALEY 15.07 FRANK B UE CORBIAU 29.07 DOMINIQ DEVAERE & HANNELORE WWW.BOURSE-INTERMEZZOS.BE

WWW.BEURS-INTERMEZZOS.BE


BDW 1335 PAGINA 14 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

vandaag minder bekende artiesten.

Waarom Schaarbeek?

De kerk van de Heilige Familie op Helmet, Schaarbeek. Een uitgelezen stek voor het Fin de Siècle-museum volgens Quentin van den Hove (Open VLD) en Georges Verzin (MR).

© JO VOETS

Cultuur > A museum with a view in de kerk van Helmet

Het Fin de Siècle-museum komt in Schaarbeek SCHAARBEEK – “Aan de metrohalte Helmet, op driehonderd meter van de tramhalte Demolder en van het treinstation van Schaarbeek, waar het Train Worldmuseum gevestigd is, bevindt zich in de voormalige kerk van de Heilige Familie het museum ‘Brussel en het fin de siècle’.” De liberale Schaarbekenaren Georges Verzin en Quentin van den Hove vertaalden deze passage voor u uit een toeristische gids, uitgegeven in New York in 2018.

BDWOPINIE In de toeristische gids (editie 2018) klinkt het verder: “Dit Fin de Sièclemuseum is gewijd aan de kunststromingen die Brussel kenmerkten op het hoogtepunt van de burgerlijke cultuur en levensstijl (L’Essor, Les XX, La Libre Esthétique, de symbolisten, art nouveau en art deco...). De museumshop en het terras van het museumrestaurant kijken uit op een kruispunt van grote prestigieuze lanen uit die periode. De toren van het museum, toegankelijk voor de bezoekers, biedt een adembenemend uitzicht over de stad.” Het New Yorkse gidsje laat er geen twijfel over bestaan: Schaarbeek krijgt zijn museum. Geen klein gemeentelijk museum. Wel een heuse

afdeling van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Het is een kwestie van trots en erkenning voor de gemeente. Ook Schaarbeek heeft recht op zijn aandeel in de internationale uitstraling van de hoofdstad.

Guggenheimsyndroom De Koninklijke Musea kozen er afgelopen jaar voor om het Fin de Sièclemuseum aan het Koningsplein te vestigen, binnen de huidige musea. Een Belgische, geen Brusselse keuze! Een museumtechnische keuze, geen stedelijke. Een praktische keuze, geen inhoudelijke. Een gemiste kans, voor herziening vatbaar. Een locatie in Sint-Joost, SintGillis, Elsene of Schaarbeek – de negentiende-eeuwse burgerlijke voor­steden – zou logischer geweest zijn. Schaarbeek zou dit, met zijn

Een zoveelste oprisping van het Bilbao/Guggenheimsyndroom? Nee, Schaarbeek heeft hier recht op Quentin van den Hove (l.) en Georges Verzin.

130.000 inwoners, moeten opeisen. Dit lijkt misschien een zoveelste oprisping van het Bilbao/Guggenheimsyndroom. Elke stad met ambitie voelt zich verplicht haar museumproject te hebben (dat symbool staat voor de symbiose tussen moderniteit, creativiteit, vooruitgang en ambitie). Het succes van Bilbao kristalliseert zich inderdaad rond dit idee. Maar er is meer.

Brussel en de voorsteden Omstreeks 1900 kende Brussel een rijkdom aan artistieke stromingen, voornamelijk in de groeiende voor-

steden: L’Essor, Les XX, La Libre Esthétique, Le Centre Artistique et Littéraire de Bruxelles, L’Art Libre, La Société des Beaux-Arts. Al de­ ze, zowel burgerlijk conservatieve als avant-gardistische, stromingen heb­ben iets gemeen. Ze vatten treffend de tijdgeest en levensstijl van het uitdijende Brussel. De kelders van onze musea puilen uit van de unieke stukken zoals de collectieGillion-Crowet. Gelegenheidstentoonstellingen gewijd aan artiesten als Alfred Stevens of Fernand Khnopff, verdienen eigenlijk een blijvende plaats. Er is ook het werk van

Er is een link tussen dit museum en Schaarbeek. Inhoudelijk dan. Onze gemeente belichaamt meer dan welke gemeente dan ook dit bijzondere tijdperk van stedelijke expansie. De gemeente heeft indertijd onderdak geboden aan heel wat van deze artiesten. Ondanks alle troeven (het verleden, de grote negentiendeeeuwse lanen en bijzondere architectuur, het Josaphatpark...) laten de toeristen onze gemeente links liggen. Schaarbeek, de tweede grootste gemeente in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in inwoneraantal, geniet vandaag amper mee van de internationale uitstraling. Door een associatie te maken tussen Schaarbeek en dit museum verhogen we het aanzien van onze gemeente. De kerk op Helmet waar we dit Fin de Siècle-museum willen onderbrengen, is op zoek naar een nieuwe bestemming. Op Helmet kan het museum genieten van de uitbreiding van de metro naar Schaarbeek en Evere. Het museum zal bezoekers lokken naar een andere buitenwijk dan de Europese wijk. Het museum, de museumshop en het café-restaurant onder de bomen in het groen op de Rigasquare, met zicht op een van de mooiste lanen, kan de wijk nieuw leven inblazen. Door de toren van de kerk open te stellen voor het publiek creëren we een bijkomende attractie voor toeristen die komen flaneren in Schaarbeek: a museum with a view. De gemeente zelf kan er haar voordeel mee doen door promotie te voeren voor de architectuur op de grote Schaarbeekse lanen (HuartHamoir, Demolder, Lambermont, Louis Bertrand, Deschanel...), voor het bij het grote publiek onbekende gemeentehuis, en door het prestigieuze Josaphatpark in de kijker te plaatsen. De Koninklijke Musea kozen echter voor een inbreiding aan het Koningsplein. Hopelijk is dat een overgangskeuze. Vanuit een stedelijke logica willen we dit museum in Schaarbeek. Het is een kans om Schaarbeek beter te integreren in de grootstedelijke en kosmopolitische dynamiek. Om het zonder tierlantijntjes te zeggen: ook wij willen ons deel van de taart! Onze gemeente neemt ten volle haar verantwoordelijkheid in de internationalisering van de stad, we willen dan ook kunnen delen in het prestige ervan. Zoals we het ook in de bovenvermelde Amerikaanse gids konden lezen: “Het museum ligt in een van de tot voor kort weinig bekende Brusselse deelgemeenten, bijzonder rijk aan negentiende-eeuwse architectuur. Een bezoek aan het museum en de wijk biedt ook de kans om in een negentiende-eeuwse omgeving restaurants, cafés, theehuizen, winkels uit de vier windstreken te ontdekken. En dit in een gemeente die bekendstaat om haar multiculturele cachet, zo karakteristiek voor deze kosmopolitische eenentwintigsteeeuwse stad.” 

Georges Verzin, schepen van Cultuur (MR), en Quentin van den Hove, voorzitter Open VLD Schaarbeek


BDW 1335 PAGINA 15 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Investeren Ik lees met genoegen de bijdrage van Christophe Degreef, ‘Meneer Van Cauwelaert, kom in Brussel wonen’ (in BDW 1333, p. 18). Als Brusselaar geboren in 1943 kan ik me er enkel over verheugen dat een duidelijk veel jongere mens de vinger op de wonde legt. Het is gemakkelijk om vanuit Vlaanderen, in een huis of villa met tuintje, op Brussel af te geven, en in de eigen hoofdstad maar Frans te spreken in winkels, cafés en restaurants. Vele Vlamingen gedragen zich als de rijke jongeman uit het evangelie, die aan Jezus vroeg wat hij moest doen om volmaakt te zijn. Het antwoord was: “Verkoop alles wat ge hebt, kom en volg mij.” Dat is het. Niet alleen meneer Van Cauwelaert, maar ook alle andere Vlamingen die meewarig of fatalistisch doen over Brussel: investeer in Brussel, investeer uzelf in Brussel en volg ons, de heer Degreef en mij. 

Joost Rampelberg, voorzitter Vlaams Komitee Brussel, Ganshoren

Picnic the Streets (1) Die meneer Thielemans is zo dom nog niet. Door de Anspachlaan op zondagmiddag af te sluiten zet hij ‘burgerlijk ongehoorzaam’ om in een gezellig en legaal familie-uitstapje. Dat kost hem helemaal niets. Het is alleen tijdens de zomer, en tegen de tijd dat wij, Brusselaars, doorhebben dat we in de maling zijn genomen door de politiek, is de verkiezingszege binnen en gebeurt er weer niets tot de volgende verkiezingen. Mijn voorstel is om nu direct een andere plek te kiezen om burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Dat kan met de moderne communicatiemiddelen goed geregeld worden. Onze jeugd noemt zoiets een flashmob. Als de politiek vervolgens na een eerste picknick in die straat ook een tijdelijk autoverbod uitvaardigt, dan zijn wij in staat om in rap tempo de stad tot een voor automobilisten onneembare vesting te maken. Misschien wordt het nog wat met Brussel. 

Hans van Veen, Sint-Lambrechts-Woluwe

Picnic the Streets (2) (Open brief aan Philippe Van Parijs, initiator van Picnic the Streets.) Tiens, meneer Van Parijs, ik woon meer dan tien jaar op de Anspachlaan, maar ik heb u pas op 10 juni jongstleden voor het eerst hier gezien. Ik vind het straf dat u de Anspachlaan toen gijzelde, zonder toestemming, en blijkbaar bent u daar nog fier op ook. Vindt u dat een vorm van respect? Ik was aanwezig, maar niemand van mijn buren was er, vreemd, hé? Wel een paar politiekers en een paar alternatievelingen, Chilenen die manifesteerden en iets over Pinochet riepen. U heeft zich blijkbaar ook niet druk gemaakt over de mening van de inwoners van de Anspachlaan. Nooit heb ik een initiatief geweten om mijn opinie te vragen; nochtans woon ik er en ondervind ik dagelijks hinder van manifestaties, optochten, kerstmarkt, heraanleg van de laan met één rijvak voor auto’s, bussen, vrachtwagens en files tegenover één rijvak voor een tiental fietsers... En nu blijft u verder doen met uw open brief aan de burgemeester: ‘Dit is nog maar het begin.’ Het lijkt wel een persoonlijke vete met de heer Thielemans (...). Nee, ik ben geen megafan van onze burgemeester, maar ik heb wel respect voor hem en zijn college, én ik kan u zeggen dat hij wel een luisterend oor heeft voor ons, inwoners. (...) Er is een en ander veranderd in de binnenstad, als u een stapje verder zet dan de Anspachlaan. Achter de Beurs is het autovrij winkelen geworden; het Muntplein is opnieuw aangelegd. Rond Anneessens is het héél wat aangenamer geworden. En is de Stalingradlaan geen suc-

ces, toch is het er beter dan tien jaar geleden. Voor onze gezondheid moet de auto meer uit de stad, maar dan moet er iets gedaan worden, bijvoorbeeld gratis winkelbussen van op grote parkeerpleinen aan de rand van de stad (P&R). U geeft rendez-vous op een van de volgende autoloze zondagen. Ik hoop u dan écht eens te ontmoeten en het er dan met u over te hebben.  Lydia Berghmans, Brussel

Kunstsubsidies Don Verboven schrijft (in BDW 1334, p. 16) rake dingen over het werk van de adviescommissie ‘socio-artistiek’ naar aanleiding van de recente adviezen waarbij in Brussel de organisatie Globe Aroma voor de bijl zou moeten. Enkel Zinneke Parade zal wat zakgeld toegestopt krijgen. Brussel (dus Zinneke Parade) krijgt van deze commissie 90.000 euro geadviseerd. De stad Kortrijk krijgt dit jaar ongeveer één miljoen euro geadviseerd. Ik ben lang niet meer in Kortrijk geweest, maar volgens dit advies kan ik alleen maar concluderen dat de Groeningekouter en omstreken in alle clandestiniteit moet zijn uitgegroeid tot een reusachtige metropool. Er gaat net niet evenveel geld naar Kortrijk als naar Gent en Antwerpen samen!  Kris Kaerts, Jette

Fietsdiefstal Brussel is een paradijs voor fietsendieven. Vorige week gingen ze aan de haal met mijn fiets – dit was nummer drie. Toch was die fiets met een Abus-slot vastgemaakt en was het volle middag op een drukke publieke plaats. Bij het Fietspunt van het Luxemburgstation ging ik even navragen waar ik ergens een oude fiets kon kopen. Een degelijk en duurder exemplaar is uitgesloten, aangezien een fietsendiefstal in Brussel een fait divers is. Toen ik daar aankwam, was ik getuige van een luidruchtig tafereel. De fietsenmakers van het Fietspunt waren bezig met het verjagen van een hen bekende roversbende. Die komt blijkbaar dagelijks langs in het station, waar honderden fietsen met vernuftige sloten op de voorziene plaatsen worden vastgemaakt. De dieven doen geen enkele moeite om hun opzet te verbergen. Ze komen met lange breekijzers en knippen vakkundig en snel de dure fietssloten door. Dan gaan ze er ontspannen vandoor. De Fietspuntbedienden zien dit elke dag met lede ogen aan; gemiddeld worden er zeven fietsen gestolen, dat wordt door vijf camera’s gefilmd, door omstanders met verachting gadegeslagen en steevast aan de politie gemeld. Die komt nooit opdagen, het is ‘geen prioriteit’. Op een keer werd een Fietspunt-bediende met een breekijzer op het hoofd geslagen, en sindsdien is men wat meer terughoudend als men de kerels ziet arriveren. Mijn vraag is nu: hoe ernstig moet een fietsbeleid in Brussel worden genomen als (1) de milieubewuste Brusselaar geen degelijke fiets kan kopen wegens gegarandeerde diefstal, (2) de politie dit niet als een prioriteit ziet, en (3) er geen enkel vervolgingsbeleid is? Het beste recept om een stad verder te laten verloederen en onleefbaar te maken is kleine criminaliteit niet te bestraffen. In hoeveel talen moet dit worden uitgelegd vooraleer gezagsdragers dit gaan begrijpen?  Ivan Hermans, Elsene

Rechtzetting Agnès Vanden Bremt laat ons weten dat ze in Sint-AgathaBerchem geen OCMW-raadslid is, zoals vermeld in BDW 1334 (p. 14), maar wel gemeenteraadslid, en dat al twaalf jaar lang.

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE Kiezing door Anne Brumagne Hoe lang duurt het nog vooraleer het gemeenteraadsverkiezingen zijn? Drieënhalve maand? Dat zijn nog meer dan honderd dagen. Als journalisten zouden afgaan op het aantal persuitnodigingen van politici in hun mailbox, dan zouden ze verkeerdelijk kunnen denken dat die verkiezingen al volgende week worden gehouden. Dat partijen nu allemaal hun lijsten willen voorstellen, tja, dat begrijpen we nog wel – al is het bijna fysiek onmogelijk om al die persconferenties af te lopen. Maar dan zijn er ook nog eens al die invitaties van burgemeesters en schepenen voor weer maar eens een voorstelling, een presentatie, een plechtige opening. Een nieuwe tuin hier, een tewerkstellingsproject daar, een afgewerkt plein alginder en nog een informaticacentrum drie straten verder. Een zaal onder de grond, een zaal boven de grond. Afgewerkt of nog maar in het ontwerpstadium. Maar allemaal netjes aan het volk gepresenteerd in de aanloop naar de (her)verkiezing van burgemeester x en schepen y. Dat overaanbod aan persconferenties in de maanden voor de kiezing is niet typisch Brussels, maar ze doen er in Brussel wel gretig aan mee. De Stad Brussel, bijvoorbeeld. Burgemeester Freddy Thielemans, van wie je anders soms maandenlang nauwelijks iets hoort, loopt dezer dagen van opening naar persconferentie naar onthulling. Sust picknickers met de belofte dat ze een hele zomer hun tapijtjes op de centrale lanen mogen spreiden, gaat eerste stenen leggen in de Modelwijk van Laken, en verklaart en passant het Muntplein voor geopend. Hopelijk voor hem en voor ons last hij tijdens de vakantie toch nog een pauze in... Maar ernstig: zouden burgemeesters niet geloofwaardiger zijn als ze, het coalitieakkoord in de hand, een grondige analyse durven te maken van wat ze gerealiseerd hebben en waar ze niet aan toegekomen zijn? In het geval van de Stad Brussel bijvoorbeeld een doeltreffend netheidsbeleid... Al dat gestoef over verwezenlijkingen is misschien irritant, maar als we ons dan toch eens goed mogen ergeren: federale ministers met belangrijke bevoegdheden die tijdens hun regeer­periode ook nog eens een gemeentelijke lijst gaan trekken, dát is pas een betreurenswaardig fenomeen. Hoe kan een Joëlle Milquet tegelijkertijd de zware ministerpost van Binnenlandse Zaken uitoefenen en zich concentreren op de verkiezingsstrijd? En los van hoe haalbaar dat voor haarzelf is: wordt de democratie een dienst bewezen als steeds dezelfde figuren op steeds wisselende niveaus de strategische posities innemen? In een zo al ingewikkeld en verwarrend land als het onze kunnen of mogen we ons dat niet permitteren.

EVA HILHORST


© BART GRIETENS

Brussel danst in het zand TE O. OOSTENDE – Onze Brusselse kunstenaars moeten ook met vakantie en gaan daarom graag in op uitnodigingen van aan de kust. Niet alleen op Theater aan Zee, ook op het dansfestival Dansand! in Oostende staan traditioneel veel Brusselaars, samen onder het label Brussel danst te O.

Dansand!, van 28 juni tot en met 1 juli in Oostende, 059-26.51.27, info@ dansand.be, www.dansand.be ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Tentoonstelling > Mayer van den Bergh toont prenten van de schilder

Pieter Bruegel de Antwerpenaar © PARTICULIERE COLLECTIE

Dansand! is een festival van het kunstencentrum Vrijstaat O en curator Katleen Van Langendonck van het Kaaitheater. De derde editie loopt eind juni op podia op het strand en aan het Kunstencentrum bij de Zeedijk, én op locatie in de Koninklijke Gaanderijen. Een blikvanger dit jaar is Needcompany, dat zondag het festival afsluit met 25 moves, een eenmalige voorstelling waarin het gezelschap van Jan Lauwers en Grace Ellen Barkey graaft in hun materiaal van de voorbije 25 jaar. “De soundtrack van de voorstellingen wordt een rockconcert, de dans wordt onderuitgehaald door het zand en intussen verdrinkt het beeld in de zee.” Ook Damaged Goods van Meg Stuart komt met een spannend experiment. Voor Atelier II werkt Stuart samen met scenograaf Jozef Wouters, die in het zand een landschap creëert met graafmachines. De muziek is van Brendan Dougherty, de kostuums van Brussels modeontwerper Jean-Paul Lespagnard. De Brusselse choreograaf David Hernandez is present met Thirst, een kortverhaal verteld in bewegingen door een trio. Hernandez maakt met studenten van P.A.R.T.S. ook Unisono, waarin de dansers identieke solo’s dansen buiten het gezichtsbereik van hun collega’s, maar niet buiten dat van het publiek. Een selectie eindwerken van P.A.R.T.S. staat zaterdagavond op het programma. Ex-P.A.R.T.S.-student Benjamin Vandewalle trekt dagelijks op gezette tijdstippen met dansers, publiek én zijn mobiele observatiebox Birdwatching 4x4 langs de dijk. Voor kinderen is er een danslab (8+) en een voorstelling van Maria Clara Villalobos (5+). Met de wereldse eetmarkt BXL Culinaire/BXL Geproefd zorgt Brussel zelfs voor de catering, en met de livebands en -dj’s luistert de stad ook alle afterparty’s op.  MB

BDW 1335 PAGINA 16 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Dit ‘Boslandschap’ van Bruegel de Oude dook pas begin dit jaar op in een privécollectie, en wordt waarschijnlijk ook maar één keer geëxposeerd.

ANTWERPEN – Schilders claimen voor eigen stad is behalve chauvinistisch ook onnozel. Zeker als wij Brusselaars onze claim niet hard kunnen maken. Pieter Bruegel de Oude woonde op het eind van zijn leven dan wel in Brussel, hij was vooral een Antwerps kunstenaar. Een tentoonstelling van zijn prenten in de Scheldestad vestigt (onder meer) daar de aandacht op.

Z 

opas opende de tentoonstelling Pieter Bruegel ongezien!, waarin het mooie Museum Mayer van den Bergh voor het eerst zijn volledige verzameling prenten van Pieter Bruegel de Oude (circa 1526-1569) aan het publiek toont: dertig stuks, die worden aangevuld met tien prenten uit het Museum PlantinMoretus, en met twee originele tekeningen.

Hoewel de Koninklijke Bibliotheek in het Bruegeljaar 2006 al eens al Bruegels prenten tentoonstelde, krijgen die prenten over het algemeen minder aandacht dan de schilderijen. Nochtans zijn ze een wezenlijk onderdeel van Bruegels oeuvre, zoals Manfred Sellink, curator van de tentoonstelling, eerder al aantoonde in zijn gezaghebbende oeuvrecatalogus.

Sellink presenteert de prenten volgens thema. Zes landschappen op groot formaat laten duidelijk zien dat Bruegel aanvankelijk een landschapsschilder was. Maar ook bijbelse onderwerpen (‘De zeven hoofdzonden’, ‘De zeven deugden’) en profane prenten die een humoristisch kantje hebben (‘De vette keuken’, ‘De magere keuken’), ontbreken niet. Bruegel maakte de tekeningen voor deze prenten meestal in opdracht van de uitgever Hieronymus Cock, die ze liet graveren in koperplaten: een delicate en moeilijke opdracht, die meer tijd en geld kostte dan het tekenen zelf. Van Bruegel de Oude zijn alles bij elkaar zestig prenten bekend, waarvan er hier veertig te zien zijn. Als afsluiter fungeren twee originele te-


© MUSEUM MAYER VAN DEN BERGH

BDW 1335 PAGINA 17 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Pieter Bruegel de Oude, ‘Dulle Griet’. Nieuw onderzoek van de UGent dateert het doek op 1561, en bracht aan het licht dat Griets rok oorspronkelijk felblauw was.

keningen, waarvan er één – een boslandschap uit een anonieme Europese collectie – pas begin dit jaar werd ontdekt en wellicht slechts eenmalig aan het publiek wordt getoond.

Tong uitsteken Voor Manfred Sellink bestaat er geen twijfel over dat Bruegel een buitengewoon begaafd en trefzeker tekenaar was, die zijn ervaring als tekenaar later ook verzilverde als schilder. “In zijn vroegste schilderijen zie je dat Bruegel de mogelijkheden van dat medium nog aftast. Schilderijen als ‘Kinderspelen’ en ‘De strijd tussen Vasten en Vastenavond’ zou je kunnen beschouwen als uitvergrote prenten. Ze bevatten veel details, maar nog niet de picturale kwaliteit om met kleur te modelleren in plaats van met vorm, en zo de aandacht van de toeschouwer te sturen in de drukte. Die compositorische kracht heeft hij nochtans ook te danken aan de prentkunst, waar veel op een kleine ruimte moest worden afgebeeld. In latere, complexe werken als ‘De val der engelen’ of ‘Dulle Griet’ komt dat helemaal tot zijn recht.” Op dat laatste schilderij, het topstuk van Mayer van den Bergh, gaat de tentoonstelling overigens dieper in. Nieuw onderzoek door een team van de Universiteit Gent legde enkele nieuwe feiten bloot. Met name dat het dateert uit 1561 en dat Bruegel het ook zelf zijn titel gaf: op het houten paneel dat hij ervoor uitgekozen had, schreef hij het woord dul. Op  de ondertekening stak Dulle Griet ook nog haar tong uit, terwijl de studie van de verfpigmenten aantoont aan dat haar rok oor-

spronkelijk geschilderd was in een felblauwe, maar helaas snel vervagende verf op basis van smalt. De prenten van Bruegel vestigen voorts ook onze aandacht op het feit dat Bruegel veel meer dan een Brusselaar eigenlijk een Antwerpenaar was. Sellink is daarover formeel: “Bruegel heeft veel meer met Antwerpen te

Tot en met zondag 2 september organiseren de Brusselse afdelingen van vtbKultuur de gratis wandelzoektocht Bruegel achterna, door wat het Brusselse biotoop van de schilder geweest moet zijn. De tocht begint en eindigt bij Toerisme Vlaanderen aan de Grasmarkt 61, waar u de deelnemingsformulieren krijgt en na de zoektocht kunt meedingen naar een prijs. Meer op 0486-83.42.58 of brusseloost@vtbkultuur.be. Deze week verschijnt de monumentale, rijk geïllustreerde driedelige studie van Bruegel-specialisten Christina Currie en Dominique Allart, over de schildertechnieken van Pieter Bruegel de Oude en zijn oudste zoon en kopiist Pieter Brueghel de Jonge. Een diepgaande wetenschappelijke speurtocht, met een website die toegang biedt tot meer dan tweeduizend afbeeldingen. Christina Currie en Dominique Allart, The Brueg[H]el phenomenon, uitg. KIK/ Brepols, 3 delen, 1062 p., 160 euro.

maken dan met Brussel.” De biografische gegevens zijn karig, maar duidelijk: Bruegel stond in 1551 ingeschreven in het register van de Antwerpse Sint-Lucasgilde, en kreeg zijn opleiding en intellectuele vorming in het atelier van Pieter Coecke in Antwerpen. Misschien is hij zelfs in Antwerpen geboren, want dat Bruegel uit het dorpje Bruegel of uit Kleine of Grote Brogel afkomstig zou zijn, is speculatie. De naam Bruegel was in de zestiende eeuw al courant in Antwerpen. Er zijn geen bewijzen dat Bruegel na zijn Italiëreis (circa 15521554) terug naar Antwerpen kwam, maar de aanhoudende productie van prenten die in de stad van Plantijn gedrukt werden, wijst daar wel op. Zijn verhuizing naar Brussel volgde pas in 1562 of ten laatste in 1563, toen hij met Mayken Coecke trouwde in de Kapellekerk, waar zoon Jan Brueghel na de dood van zijn ouders een gedenkplaat liet aanbrengen, die later werd vernieuwd en zich nog steeds ter plekke bevindt. Het verhaal dat Bruegel in de Hoogstraat zou hebben gewoond, is nergens op gebaseerd, net als de bewering dat hij het kerkje van SintAnna-Pede als model zou hebben genomen voor zijn schilderij ‘De parabel der blinden’. Sellink: “Al meer dan honderd jaar herkennen mensen allerlei landschappen op zijn schilderijen. Natuurlijk zijn er gelijkenissen met het kerkje van Sint-Anna-Pede: het was name-

lijk een veel voorkomend type kerk. Het mag duidelijk zijn dat Bruegel graag rondtrok, en ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat hij ook het Pajottenland bezocht heeft, maar in de landschappen die hij al veel eerder tekende,  staan ook al zulke kerkjes en heuvellandschappen.” Sellink vermoedt dat Bruegel vanaf zijn eerste ‘Toren van Babel’ uit 1563 (al zijn dertiende schilderij), zijn schilderijen in Brussel vervaardigde. Kardinaal Granvelle, die een aantal Bruegels bezat en nauwe relaties onderhield met het Brusselse hof, zou voor Bruegel een reden geweest kunnen zijn om naar Brussel te komen. Dat Bruegel desondanks meer met Brussel dan met Antwerpen geassocieerd wordt, heeft natuurlijk te maken met de collectie Bruegels van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, maar ook met het feit dat de Antwerpenaren al Rubens hadden. Die werd ook in de tijd van verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) al verkozen boven ‘die Boerenbruegel’. Mayer van den Bergh ging wars van reputaties op zoek naar kwaliteit en vond zo eerst Bruegels prenten, en nadien ook diens schilderijen. Hij kocht ‘Dulle Griet’ voor 480 Belgische frank op het moment dat ‘De Verloren Zoon’ van Rubens door het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten gekocht werd voor 45.000 frank.  Michaël Bellon

Pieter Bruegel ongezien!, tot en met 14 oktober in het Museum Mayer van den Bergh, Lange Gasthuisstraat 19, 2000 Antwerpen, www.museummayervandenbergh.be


BDW 1335 PAGINA 18 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Beeldend > Belgische debutanten tentoon in Stripmuseum

Focus op strip De Focus Strip Award is een initiatief van de tijdschriften Knack Focus en Le Vif Focus. Meer dan honderd jonge tekenaars en scenaristen namen deel aan de wedstrijd door vier pagina’s in te sturen. Die werden beoordeeld door stripauteur Nix, die tien laureaten uit beide landsdelen selecteerde. Hun werk was de voorbije weken al verschenen in de Nederlands- en de Franstalige Focus, maar het Belgisch Stripcentrum zorgt nu voor een extra duwtje in de rug door die tien werken ook tentoon te stellen in de Gallery van het museum. Een gespecialiseerde jury koos uit dit diverse spectrum – van graphic novels over absurde humor tot gestileerde poëtische mijmeringen – nog eens drie genomineerden. De uiteindelijke winnaar mag een heel jaar lang elke week een pagina vullen in de magazines. Die eer viel de Luikenaar Judey te beurt, die met Beautiful freak een hoogstpersoonlijke en ook wel absurde hommage brengt aan het gelijknamige album van de Amerikaanse rockband Eels.

Judey met Beautiful freak, de winnaar.

© TILLBERG & DAÏ

© JUDEY

BRUSSEL – De tweejaarlijkse Focus Strip Award wil jonge stripauteurs aandacht en een podium geven. Het werk van de tien genomineerde debutanten is de hele zomer te zien in een kleine, maar fijne tentoonstelling in het Stripmuseum.

De dromen van Adam van Emilia Tillberg en Sylvain Daï.

een overtuigende nachtmerrie maken, en het internetdate-moordverhaal Cyberius mactans van Shamisa Debroey. De publieksprijs ging naar Op poten, het inderdaad wel erg geestige beeldverhaaltje waarin Sander VDV zijn hoofdpersonage laat terugkijken op de harde concurrentiestrijd tijdens een tekenwedstrijd op de lagere school. Maar ook al het andere werk is echt de moeite waard om te gaan checken. In Dodo trekt Tania Verhelst een grillige kantlijn door tekeningen die verwijzen naar de prenten van John Tenniel bij Lewis Carrolls Alice in Wonderland; Café De Oever van Bert Inghelbrecht brengt de betere toogpraat tussen twee vogels en een walvis. Gelijktijdig loopt in het Stripmuseum overigens ook een retrospectieve van het werk van de Engelse auteur Posy Simmonds, onder meer bekend van de door Stephen Frears verfilmde serie Tamara Drewe, die ze voor The Guardian tekende. 

“Als je kon trouwen met een album, dan zou ik dat met dit album doen,” verzucht zijn licht psychotische hoofdpersonage in de licht psychedelische tekenstijl van Judey.

Twee andere genomineerden waren grafisch in feite nog sterker: De dromen van Adam, waarin Emilia Tillberg (uit Brussel) en Sylvain Daï van tomatensap dat te duur en over datum is,

Michaël Bellon

Focus Strip Award, tot en met 9 september in het Belgisch Stripcentrum, Zandstraat 20, 1000 Brussel, visit@stripmuseum.be, 02-219.19.80, www.stripmuseum.be

ADVERTENTIE

iedereen in Brussel inbegrepen

Brigitte De Pauw Vincent Riga Jette Peter Decabooter Marina Dehing Sint-Agatha-Berchem Sint-Agatha-Berchem Laura Pinti Ganshoren Sint-Jans-Molenbeek


BDW 1335 PAGINA 19 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

© BART GRIETENS

TELEX VADROUILLE Elf juli, van sinfonietta tot Sam vloemans

111-1: streetwise en subtiele hogere wiskunde.

Praat

Alweer geslaagd, met onderscheiding Gezien: P.A.R.T.S., New works #1 op 20 juni in de Kaaitheaterstudio’s.

achteraf

Om de twee jaar studeert een nieuwe generatie dansers en choreografen af aan de Brusselse dansopleiding P.A.R.T.S. Dat wil zeggen dat we inmiddels al aan lichting nummer 9 zitten. De stroom nieuw talent is dus niet te stuiten en ook bijna niet te volgen, maar af en toe gaan we toch nog eens kijken hoe het de eigenzinnige zendelingen van Anne Teresa De Keersmaeker vergaat. Zeer goed, is het antwoord, als we dat mogen zeggen op basis van de drie overtuigende afstudeerwerken die we gingen bekijken tijdens één aflevering uit de Brusselse etappe van de P.A.R.T.S. Graduation Tour 2012. Die verveelde geen enkel moment. In de performance 111-1 stapte het viertal Radouan Mriziga, Youness Khoukhou, José Paulo dos Santos en Mohamed Toukabri de planken op. De vier streetwise knapen op gympen ontrolden op een subtiele, maar trefzekere manier de sociale aspecten van lichamelijkheid en beweging (gedragingen, gelaatsuitdrukkingen, looks, poses, begroetingen) tot een perpetuum mobile van mathematische en minder mathematische figuren op de dansvloer. Hun groepsdynamiek werd opgevoerd tot een niveau van complexiteit dat de aandacht tientallen minuten lang vasthield, en af en toe uitwaaierde in terugkerende unisono frases, of juist doodliep in bevreemdende opstellingen in de ruimte. Zo’n oneindige fuga uitgevoerd met metronomische precisie, is niet ontzettend nieuw, maar het viertal maakte er een soort streetdance van met een houding die van hedendaagse dans haast een vanzelfsprekend medium maakte. Minstens even cool was daarna Natural order is a special case van het duo Védís Kjartansdóttir en Louis Combeaud. Zij gingen aan de slag met composities van Philip Glass, Peter Tsjaikovski en Jean-Philippe Rameau, en ze vroegen zich af hoe ze die stukken die iedereen kent, nog voor persoonlijke doeleinden konden gebruiken. Om te beginnen herleidden ze de muziekstukken tot hun ritmische essentie met een naïef gezongen ‘pampam-

pampam’, waar ze vervolgens hun bewegingen op entten. Als dan de echte muziekband begon, kreeg het geavanceerde molenwieken, heupwiegen en jumpen extatische proporties, die resulteerden in een trip waar ik graag aan had meegedaan. Ook de wisselwerking tussen de twee dansers, die tegenover elkaar stonden als in een gestileerde pingpongwedstrijd, of naast elkaar als in een pulserende gymsessie, bewees dat je die klassieke stukken inderdaad helemaal opnieuw kunt interpreteren. Als je maar op een goede dansschool hebt gezeten. Het derde stuk van de avond, Now and then, here and there van het zestal Polina Akhmetzyanova, Camille Durif Bonis, Néstor García Díaz, Siet Raeymaekers en Cyriaque Villemaux, was dan weer helemaal anders van opzet. Ook hier werden, zoals in 111-1, herkenbare acties uit hun context gehaald, gedemonteerd en in een andere sequenties weer in elkaar geschoven, maar op een iets concretere manier. Waar de anderen het bij lichaam, muziek en ruimte hielden, maakte deze groep gebruik van elementaire rekwisieten (stoelen, tafel, fles wijn, fototoestel) om in eerste instantie een toeristisch tafereel op een zomers terras te suggereren. Dat korte tafereel stopten ze vervolgens in een licht muterende loop, waarin dezelfde acties en bewegingen telkens in een lichtjes gewijzigde context werden geplaatst, en lichtjes veranderende verhoudingen aangingen. Zo evolueerde de beginscène in de loop van de voorstelling haast ongemerkt, met dezelfde vertolkers en met gebruik van dezelfde elementen, naar een scène van een forensisch onderzoek uit een misdaadserie op televisie. Een leuk en vernuftig spelletje, dat misschien een nog net iets betere uitwerking had verdiend. Misschien nog één suggestie ter vervolmaking van de dansopleiding: die zou het organiseren van flashmobs als een verplicht onderdeel van het curriculum moeten invoeren. Het zou een mooie traditie zijn als de studenten van P.A.R.T.S. in juni plots met hun afstudeerwerken zouden opduiken op stadspleinen en in stationshallen. Dan kan iedereen ervan meegenieten.  Michaël Bellon

BRUSSEL – Raymond van het Groenewoud boven op de 11 juliviering dit jaar! Op de Grote Markt en in Flagey, in Passa Porta en in de Beursschouwburg. Maar er is meer, veel meer. Zo wordt de Steenstraat opnieuw Muziekstraat. En in het Huis van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) is er een uitgebreid muziekprogramma. ’s Ochtends om 10 uur al opent de Raad van de VGC (Lombardstraat 67) de deuren: daar loopt tot en met die dag de tentoonstelling Je t’aime... ik u ook niet, tien jaar taalstrijd in cartoons. In de Spiegelzaal van het Brussels parlement (Lombardstraat 69) brengt tussen 12 en 13 uur het Brussels Sinfonietta onder leiding van Luc Bartholomeus, directeur van

de muziekacademie van Anderlecht, muziek uit barok en classicisme, maar ook andere periodes komen aan bod. Na Sinfonietta is het de beurt aan Sam Vloemans. Vloemans, geboren in Curaçao, kreeg latin met de paplepel mee, maar maakte zich jazz, soul en pop eigen. Tussen 16 en 17 uur sluit Barbara Dex de muzikale middag af. Dex brengt een rist nieuwe songs waarin de samenwerking met Tom Helsen doorklinkt. ‘Intiem, ingetogen, verfijnd,’ zo heet het. Meer info over 11 juli in hartje Brussel en een interview met Raymond leest u deze week in Agenda; meer info over de 11 juliviering bij u in de buurt krijgt u bij uw gemeenschapscentrum of op www.gemeenschapscentra.be. DV

WITLOOFGEMEENTE WIL SLOWFOOD WORDEN EVERE – De gemeente Evere is kandidaat om lid te worden van het Italiaanse netwerk Cittaslow. Als dat lukt, dan is dat een primeur in het Brusselse gewest. Het initiatief komt van schepen van Toerisme Pierre Muylle (PS), die zelf gefascineerd is door de slowfoodfilosofie. “Het is een way of life, om alles wat rustiger aan te doen, maar ook bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat groenten en fruit zoveel mogelijk uit de buurt komen. Ik denk dat onze gemeente daarvoor in aanmerking komt: we promoten de zachte mobiliteit, er is een ar-

tisanale markt, je kunt hier groentemanden bestellen, we proberen een goed afvalbeleid te voeren...” Om de aanvraag kracht bij te zetten opent de gemeente in juli in de oude witloofhoeve De Geuzenberg een tapasbar waar Brusselse gerechten volgens de slowfoodfilosofie in een aangename omgeving zullen worden geserveerd. Het is een proefproject voor vier maanden. In oktober krijgt Evere te horen of de gemeente aanvaard wordt door het slowSVG foodgenootschap.

ADVERTENTIE

VAN ZATERDAG 30 JUNI TEM DINSDAG 31 JULI

ZOMERSOLDEN, DAT BEVALT ME UITZONDERLIJK OPEN OP ZONDAG 1 JULI

www.thewshopping.be


© WAUTER MANNAERT & EVA HILHORST


BDW 1335 PAGINA 21 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Ecologie > Ministeries passen eetgewoonten aan

Van 200 naar 160 gram vlees per bord

Door menu’s samen te stellen met kleinere (of geen) porties vlees en met meer seizoensgebonden groenten wil de federale overheid resoluut de ecologische voetafdruk in de personeelsgrootkeuken verkleinen. Om ‘duurzaamheid’ in eigen diensten meer vorm te geven polste de POD Do vorig jaar bij elf restaurants of zij wat aan het menu wilden doen. Acht restaurants werkten mee. In Brussel zijn dat de Kanselarij van de Premier, de FOD’s Binnenlandse Zaken, Personeel en Organisatie, Mobiliteit en Vervoer, Financiën (in de Zuidertoren) en Justitie. Daarnaast doen ook FOD-keukens in Malmedy en Leuven mee. Concreet kregen ze van Ecolife en Velt ondersteuning om de watervoetafdruk te minimaliseren (de norm is 1.500 liter per warme maaltijd), de koolstofvoetafdruk in te dijken (de norm is 1 kilo CO2-uitstoot per vaste maaltijd) en de ecologische voetafdruk te beperken (de norm is 10 vierkante meter). “Alle grootkeukens stelden weekmaaltijden voor die boven de norm lagen. Dat was dus wel voor verbetering vatbaar,” zegt Ingrid Pauwels van Ecolife. “In vijf keukens kregen de klassiek geschoolde koks het kookboek Ecologisch koken van Velt en een opleiding rond thema’s zoals minder vlees, meer vegetarische maaltijden en meer seizoensgebonden producten, zoals bijvoorbeeld dat tomaat en sla in de winter uit den boze zijn.”

“Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ligt de norm op minder dan honderd gram vlees per bord; het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan stelt die norm zelfs op 75 à 100 gram. Wat in de overheidsrestaurants opviel, was dat er véél meer vlees werd voorgeschoteld, doorgaans 180 tot 200 gram. Omdat het niet de bedoeling is om klanten te verliezen, en omdat abrupte veranderingen in eetgewoonten op weerstand stuiten, wordt nu mondjesmaat gesleuteld aan het alternatief. Telkens met de lagere ecologische voetafdruk als leidmotief, waaraan natuurlijk ook gezondheid te koppelen valt.” “Alle keukens werkten mee, en ze verminderden de vleesporties met vijf tot twintig gram – 160 gram is nog altijd beter dan de 180 gram die vroeger op het bord lag. Een en ander houdt in dat er nu minder steak-frites op de kaart staat, en dat mensen minstens voor één gezonde maaltijd per dag kunnen kiezen.” Dit voorjaar kregen de koks ook opleidingen over seizoensgroenten (in de winter kan er gerust geen of minder komkommer op de koude schotel) en vergeten groenten zoals pastinaak. Dat resulteerde in een (groter) vegetarisch aanbod en kleinere vleesporties. De Kanselarij van de Premier bleek de beste leerling in de bijsturing van de menukaart. Elke dag staat daar een gezondheidsmenu online; de helft kiest voor het aanbod biobroodjes, en ook het Ecosmos-beleg (zoals van groenterestjes) doet het prima. Een rondvraag bij het personeel bevestigt dat verandering in eetgewoonte aanvaard wordt. Pauwels: “Uit het onderzoek bleek dat negentig procent van het POD-personeel te veel vlees at, en dat 65 procent toegaf dat het haalbaar was voor zichzelf om minder vlees te gaan eten. Dat is toch een mooie stap vooruit.”  Jean-Marie Binst

Groen > Naar het voorbeeld van René Pechère

Vijfde open tuindagen ELSENE – Niet meer het laatste weekend van september, maar dit jaar op zondag 23 september richt de René Pechère Bibliotheek haar opentuinendag Tuinen in feesttooi/ Jardins en fête in. Wie al eerder enthousiast was over het bezoek, krijgt dit jaar twintig bests of uit de vorige vijf edities te zien, aangevuld met twintig nieuwe privé-, semipublieke en publieke tuinen. Vier tuincreaties zijn van de hand van de vermaarde landschapsarchitect

René Pechère zelf, die met dit project herdacht wordt. In een kwart van de tuinen is er bijzondere aandacht voor biodiversiteit. Digitaal inschrijven voor een (geleid) bezoek aan de Brusselse tuinen kan pas vanaf 2 september (op tuineninfeesttooi.bvrp.net), en ook in de Pechère Bibliotheek (Kluisstraat 55, Elsene), per post of per fax (02-649.73.95) kan gereserveerd worden. Traditiegetrouw zit alles JMB snel vol.

Nick Trachet

© NICK TRACHET

BRUSSEL – Acht restaurants van de federale overheid, waarvan zes in Brussel, hebben hun menu’s een stuk duurzamer en gezonder gemaakt. Ze gingen in op een voorstel van de programmatorische federale overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling (POD Do). Uitschieter is de Kanselarij van de Premier, dat dagelijks een ‘gezondheidsmenu’ serveert, waarvoor bijna de helft van de ambtenaren kiest.

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Hangmossel Er zijn weer Zeeuwse mosselen in de winkel, hoor ik hier en daar al zeggen. Maar het is toch veel te vroeg voor Zeeuwse mosselen? Wel, de tijd heeft ook in de mosselkweek niet stilgestaan. Traditionele Zeeuwse mosselen verwachten we voor het eerst ergens in volle maand juli, soms zelfs pas in augustus. Al heel lang proberen de Belgische restauranthouders die datum te vervroegen. De horeca heeft immers veel mosselen nodig, en het liefst vanaf het begin van de schoolvakantie. Maar de natuur laat zich niet zomaar dwingen. Zeker met dit koude voorjaar zullen de mosselen niet geneigd zijn snel te ‘rijpen’. En mosselen die te vroeg worden geoogst, zijn niet lekker. De diertjes in de schelp zijn nog piepklein, taai, bruin en bitter. Met het opwarmen van het zeewater onder de zonnestralen beginnen ze zich te ontwikkelen. Voor ons is het wachten. Of mosselen van elders kopen. Want mosselen, dat zal u misschien verbazen, zijn geen typisch Zeeuws product. De grootste mosselproducent ter wereld is China. In Europa is afwisselend Italië of Spanje kampioen mosselkweek. Die produceren vele keren meer mosselen dan de Zeeuwen. Frankrijk en Nederland kweken ongeveer evenveel. Vandaag is er ook een stijgende kweek in Engeland, Schotland en Ierland. En dan zijn er ook nog de Canadezen. Wetenschappelijk zijn al die mosselen niet dezelfde. Hier in Europa wordt vooral de Mytilus galloprovincialis (foto) gekweekt. Alle mosselen ten zuiden van Bretagne behoren tot die soort. We noemen ze ‘Spaanse’ mosselen, maar ook de meeste Franse zijn des gallos, zoals ze daar zeggen. In onze streken komt een andere soort voor: de Mytilus edulis of ‘blauwe’ mossel. Dat is ook de mossel van de Britse Eilanden en van Scandinavië. Hoe men de twee soorten uit elkaar houdt? Elke mossel heeft rond zijn mantelvlees taaie randjes zitten, het lijken wel lippen. Welnu, de gallo heeft zwarte lippen; bij onze Zeeuwse edulis zijn die lippen bleek. De eerste Europese mosselkweker was een Ierse schipbreukeling op de Franse kust, ene Patrick Walton, in het jaar 1235. Hij zocht een inkomen door op het strand bij Les Sables-d’Olonne (Vendée)

vogels te vangen met lijnen en netten, gespannen tussen palen. Walton constateerde dat er op zijn lijnen ook heel lekkere mosselen gingen groeien. Dat werden dan de eerste bouchot-mosseltjes. In Nederland ontstond uit een mosselvisserij in het wild geleidelijk een kweek op de bodem van de Scheldemondingen. Dat is vrij uniek. Behalve op enkele zeldzame plekken in Engeland en Noorwegen worden mosselen nergens anders op de bodem van de zee gekweekt. Elders in de wereld is hangcultuur de norm. De mosselen groeien aan koorden en linten, hangend in het water vanaf vlotten en boeien. Of rond palen, zoals in de tijd van Walton. Sinds enkele jaren zijn er ook Vlaamse hangmosselen. Enkele moedige vissers zochten te diversifiëren door voor Nieuwpoort mosselen te gaan kweken. Dat kan, maar niets is eenvoudig in dit land. Stormen, bankiers en beunhazen zijn nadelig voor de Vlaamse mosselkweek. Vandaag zijn er nog wel Belgica-mosselen en dergelijke te koop, maar voorlopig komen ze uit dat andere Vlaanderen, van over de Schreve. In de buurt van Duinkerke, op de Bancs de Flandre, zijn er al een tiental kwekers op volle zee actief. Internationaal vraagt een mens zich af waarom die stugge Zeeuwen nog de moeite doen om met bodemkweek te werken. Mosselen aan koorden hebben veel voordelen: ze groeien sneller, hebben een lichtere schelp (en dus minder afval) en bevatten haast nooit zand. Maar wij Belgen willen, als het erop aankomt, mosselen op z’n Zeeuws: met een stevige, zwarte schelp en bleek vlees. Per kilogram berekend is bodemkweek wel veel goedkoper. Bodemmosselen hebben ook minder (en dus een ‘fijnere’) smaak, zodat iedereen ze lust. Ten slotte zit de superioriteit van de Zeeuwse vooral in de uitstekende sortering, een state of the art verwerking en een uiterst efficiënte service. Ze zijn altijd verser. Mosselen uit het zuiden zijn veel langer onderweg. Met dit nieuwe mosselseizoen heb ik al een paar keer vragen gekregen over de kleur van het mosselvlees. Waarom net nu? Omdat kleurig oranje mosselen typisch zijn voor hangcultuur. Ik ben het moe-

De horeca heeft veel mosselen nodig, en het liefst meteen bij het begin van de schoolvakantie. Maar de natuur laat zich niet zomaar dwingen ten gaan opzoeken. Ooit leerde ik dat de kleur van mosselen iets met de sekse te maken had. Dat de bleke mannetjes waren en de oranje wijfjes. Of omgekeerd. Maar dat blijkt dus niet waar. Het heeft te maken met de zon. Hoe meer zon, hoe meer kleur de mosselen krijgen. Hangmosselen leven dichter bij het wateroppervlak en hebben een dunnere schelp. Bodemmosselen zijn bleker. Nu is de Oosterschelde ook wel helder, en soms komt de zon toch tot aan de mosseltjes, maar niet zoals bij hangcultuur. Dat is dan ook de reden waarom die Spaanse mosselen (uit Spanje) soms dieprood zijn. De Zeeuwse mosselen die nu al in de winkel liggen, komen dan wel uit Zeeland, maar ze worden gekweekt zoals de Spaanse, hangend aan koorden. Dat is waarschijnlijk de toekomst. Wat ook uw voorkeur moge zijn, op de traditionele bodemmosselen is het nog even wachten. Wat u er niet van mag weerhouden om toch al mosselen te eten. Ze zijn anders, maar zonnig. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1335 PAGINA 22 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Pierre Bertrand, geïnspireerd door het vrouwenlichaam. “Ik doe alles van de eerste tot de laatste stap zelf. Een tijdrovende manier van werken, maar ik blijf er wél door evolueren.”

© MARC GYSENS

© PIERRE BERTRAND

SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – “Ik heb altijd in mijn hoekje gewerkt, zonder me al te veel vragen te stellen. Tentoongesteld heb ik telkens als ik de kans kreeg, maar ik holde het niet achterna. Brood op de plank kwam er vooral door mijn werk als grafisch ontwerper: liever niet mijn kost verdienen met beeldhouwen, dan compromissen te moeten sluiten in mijn kunst.” Pierre Bertrand is geboren en getogen in Sint-Lambrechts-Woluwe. Zijn passie, nu al meer dan een halve eeuw lang, is beeldhouwen.

D 

e grondslag voor zijn parcours, zegt Bertrand, is gelegd in zijn kinderjaren. “Ik ben de oudste van negen kinderen. Dat we thuis met zoveel waren, maakte dat ik veel vrijheid had, dat ik mezelf een beetje heb opgevoed.” “De lagere school was een ramp: de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken, de dromer in mij was veel meer geïnteresseerd in de overvliegende legervliegtuigen dan in de schoolboeken. Erin tekenen deed ik, maar er iets uit leren...” “Voor mij was het allemaal meer een avontuur dan wat anders, die oorlogsperiode; de zorgen van de volwassenen waren niet de mijne. Ik vond het opwindend, altijd viel er wel iets te beleven. Toen het leven dan toch weer een beetje in zijn plooi viel, besloten mijn ouders eindelijk echt iets te doen aan mijn schoolprestaties. Na lang zoeken hebben ze een plek gevonden in het pensionaat van de kunstschool van Maredsous. Daar werden de lessen gegeven door paters benedictijnen. Omdat er maar plaats was voor 35 leerlingen, in alle leerjaren samen, ging het daar heel gemoedelijk toe. Meer dan een school was het een grote familie, en dat paste perfect bij mijn karakter. Ik ben daar helemaal opgebloeid. Ik was daar ook op het juiste moment beland: onder im-

puls de nieuwe directeur, broeder Anselme Gendebien, was de school zich veel meer gaan richten op de beeldhouwkunst, met een veel grotere vrijheid van expressie dan voorheen.” “Mijn richting was metaalkunst. Dat was voor mij een fluitje van een cent, ik zou zelfs stellen dat die school me misschien wel heeft gered. Wie weet was ik anders als een driedubbele idioot door het leven gestapt (lacht). Het is dan ook spijtig dat die kunstschool halfweg de jaren 1960 definitief de deuren heeft moeten sluiten.”

Harry Elstrøm Bertrand mocht dan wel definitief gebeten zijn door de kunstmicrobe, er was ook nog de zorg voor de andere kinderen in het gezin. “Ik wou verder studeren aan La Cambre, maar mijn vader zag dat niet zitten. Omdat hij onmogelijk het geld kon ophoesten zonder zijn andere zonen en zijn dochters tekort te doen. Dus werd ik de tweede kostwinner thuis. Van alles en nog wat deed ik om geld binnen te brengen. Maquettes maken, etalages inrichten, decoratie... En, gelukkig, ik kreeg ook de kans te werken in het atelier van Harry Elstrøm. Een godsgeschenk: daar kon ik me vervolmaken in de monumentale beeldhouwkunst. Het was ook het begin van een prachtige vriend-

schap, die zou duren tot Elstrøms dood in 1993. Het vertrouwen dat Harry Elstrøm mij schonk, gaf me het geloof in eigen kunnen dat ik nodig had. Dat geloof werd nog aangescherpt door de Eerste Prijs Louis Schmidt, in 1955, voor ‘Zittende vrouw’. Mijn droom om van beeldhouwen mijn levenswerk te maken, kreeg steeds meer vorm. Ik begon te sculpteren voor eigen rekening en kreeg al snel een opdracht van de gemeente Sint-LambrechtsWoluwe voor een monumentaal werk. Maar  de liefde heeft er uiteindelijk anders over beslist. Een liefde die in een mum van tijd werd bekroond met vier kinderen, twee zonen en twee dochters, waardoor ik me alweer verplicht zag het beeldhouwen naar de achtergrond te verschuiven. Zo komt het dat ik een studio voor grafisch ontwerp heb opgezet, gelieerd aan een grote Brusselse drukkerij.” “Aanvankelijk beschouwde ik dat nog een beetje als bijberoep, maar gaandeweg is het me meer en meer gaan boeien, meer en meer gaan opslorpen ook. Tot aan mijn pensioen. Werkdagen van dertien, veertien uur: het was geen aardigheid. Daarnaast ben ik ook steeds blijven beeldhouwen. De weekends, de vakanties, bijna al mijn vrije tijd ging eraan op – maar gelukkig zonder dat mijn gezinsleven eronder leed. Ik had mijn atelier thuis, voor mijn

Pierre Bertrand, ‘Galaxia’ (2003), kopersculptuur, 50 x 50 x 30 cm.

kinderen was het mee hun speelruimte, en toen ze wat groter werden, hebben ze er ook een beetje in gewerkt. Dat verliep heel harmonieus, het heeft hen – denk ik – naar carrières parallel aan de mijne geleid.”

Vrouwelijke rondingen 78 is Bertrand ondertussen, maar de man zit nog stevig in elkaar. Tot mijn grote geluk: ik glijd uit op een bemoste kassei, Bertrands sterke armen behoeden me voor een lelijke val. Het mos hoort bij de groene omgeving waar zijn atelier ligt. In het bos van de kazerne van Evere. Een legerbarak met wilde tuin. “Beter kan ik niet dromen, inderdaad. Elke dag zit ik hier te werken, binnen of buiten, dat hangt er-


BDW 1335 PAGINA 23 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

FREDDI SMEKENS Oemzeen

E 

“Toen het leven na de oorlog weer een beetje in zijn plooi viel, besloten mijn ouders eindelijk iets te doen aan mijn schoolprestaties. Na lang zoeken vonden ze een plek in de kunstschool van Maredsous”

Pierre Bertrand, beeldhouwer

‘Laat mij maar rustig in mijn hoekje werken’ van af. Een voorrecht is het. En bij mooi weer zitten we hier te barbecueën met de kinderen en kleinkinderen.” “Hoe ik deze plek gevonden heb? Nadat mijn vrouw nu iets meer dan tien jaar geleden door een hersenbloeding was getroffen, hebben we ons huurhuis, waar ik mijn vroegere atelier had, verruild voor een appartement. Nood breekt wet, ik had me er al bij neergelegd dat mijn tijd zou opgaan aan de zorg voor mijn lieve echtgenote. Maar toen het gaandeweg weer beter met haar ging, begon het te kriebelen. En op een dag stootte ik hierop...” “De barakken worden beheerd door een vzw, waarvan de stichter luisterde naar de naam André Fricx, een militair die zijn hele legerloopbaan beeldhouwer is geweest. Hij organiseerde met de vzw ook om het jaar een wedstrijd, afwisselend voor kunstschilders en beeldhouwers. Ik schreef me in en zo kwam ik erachter dat hier ook ateliers waren. Misschien wel iets voor mij? Maar Fricx reageerde negatief. Tot hij mijn sculpturen zag en een bocht van 180 graden maakte: ‘Ik ga ervoor zorgen dat je een atelier krijgt.’ Het was de aanzet tot een mooie vriendschap en samenwerking met deze ongelooflijk sympathieke man, die helaas drie jaar geleden overleden is.” “Het zou best kunnen dat het mooie liedje hier niet lang meer zal duren. Omdat het leger plannen heeft om het terrein te gebruiken om er woningen op te bouwen. Maar in elk geval heb ik er een tijd kunnen van genieten, en dat is al niet slecht.” Pierre Bertrands grote inspiratiebron is het vrouwelijke lichaam. Dat leren me de enkele beelden die in de tuin en binnen in het

atelier staan, én de catalogus van de overzichtstentoonstelling die de gemeente SintLambrechts-Woluwe onlangs organiseerde. Bertrand werkt vooral figuratief, maar ook voor het abstracte draait hij zijn hand niet om. Zijn geliefkoosde materiaal is geelkoper – versneden, bewerkt en gelast –, maar hij werkt ook met ijzer, kersenhout en een enkele keer met steen. En de laatste jaren zijn daar moderne materialen bijgekomen, zoals polyester en spaanplaat: “Omdat ik wou experimenteren met kleur zonder dat het ten koste van het volume zou gaan.” “Ik vertrek altijd van een eigen tekening. Tekenen, tekenen en nog eens tekenen, waarbij het beeld langzamerhand vorm krijgt. Maar dan nog wordt de vorm bepaald door het materiaal. Dat verplicht je tot concessies, tot andere vormen dan gepland. En dat is niet noodzakelijk negatief. Ik doe ook alles van de eerste tot de laatste stap zelf, ik kan onmogelijk delegeren: het is een tijdrovende manier van werken, maar ik blijf er wél door evolueren. Mijn beeldhouwwerken zijn voor mij als poëzie. Telkens als ik een sculptuur af heb, zoek ik een gedicht om het bij de afbeelding te zetten. Om een idee te geven van wat me beïnvloed heeft bij de creatie. Soms is het een gedicht dat ik zelf schrijf, soms zijn het dichters die ik ken die het voor mij schrijven, soms is het een gedicht dat ik al kende, dan weer is het het resultaat van een beetje research.” 

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

en Vlaams gezegde luidt “Doe wel en zie niet omme.” Zou oemzeen dan op de een of andere manier kwaad kunnen? Want als dat het geval zou zijn, dan zou menigeen van ons er slecht aan toe zijn, zoveel is wel zeker. Net zoals we af en toe geneigd zijn vooruit te kijken, stellen we ook soms onze geestelijke achteruitkijkspiegel bij. En alles wa we doe in zeen, kan ons e gedacht geive van de tookomst. Bij het nadenken over oemzeen stel ik mij een eigenaardige vraag: op welk moment hem ik vè den ieste ki oemgezeen? Met andere woorden, op welk ogenblik ben ik mij ervan bewust geworden een verleden te hebben? Hoe diep ik ook graaf in dat verleden, ik kan er geen antwoord op geven. En toch moet er zo’n moment geweest zijn. Misschien dat het samenviel met het besef dat er ook een toekomst bestond. “Onze filosauf es wakker,” hoor ik bij deze analyse vaststellen. Maar probeert u het bij uzelf even uit, waarde lezer. Iedereen zal heus wel merken dat hij of zij op die vraag het antwoord schuldig moet blijven. In elk geval is het zo dat oemzeen ons heel wat kan leren. Het es zu good as onmeugelaaik onze ervoering te gebrooike zonder van taaid tot taaid ons verleide recht in de uuge te zeen. En om dat te doen moeten we uiteraard noodgedwongen omkijken. Hiermee meen ik het bewijs te hebben geleverd dat wie wel wil doen, haast verplicht is om af en toe omme te zien. Wat anders nu. Zoals er een collectief geheugen bestaat, zo bestaat er ook een gemeenschappelijk oemzeen. Een voorbeeld daarvan is de grote menigte die jaarlijks onze Brusselse Ommegang bewondert. Men zou het kunnen beschrijven als een soort oemzeen dat tot leven komt. Wat is onze Brusselse (en elke andere) geschiedenis anders dan oemzeen op een soms wetenschappelijke, dan weer creatieve, eigenzinnige, desnoods ludieke manier? Zonder die aanpak zouden we met z’n allen een groot zwart gat achter ons aan slepen. Hierbij merkt men wel enigszins terecht op: “As ge altaaid blaaft oemzeen, gooj ongetwaaifeld neki eeverans teige luupe!” In dat

laatste schuilt zeker een grond van waarheid. Het bewijs daarvan leveren is echter niet nodig. Neen, oemzeen kan even letterlijk bij bijvoorbeeld een boswandeling of welke andere uitstap dan ook. De kans dat u bij het bewonderen van de bomen waar u langsgelopen bent, tegen eentje aan smakt, is niet gering. Bij een stadswandeling geldt uiteraard hetzelfde (voor mensen dan). Hoe dikwijls heb ik vroeger de wijze raad, zelfs de vermaning meegekregen: “Bezeet veu aan!” Dat het opvolgen van die wijze raad mij menige onprettige ervaring heeft bespaard, zal ik hier zeker niet in twijfel trekken. En dan wat anders. Als kind heb ik een tijdlang oemzeen als handelsmerk gehad. In de bioscoop had ik namelijk de onhebbelijke gewoonte meer dan regelmatig van het scherm naar het projectieapparaat oem te zeen. Toen men mij daarop attent maakte, niet zonder enige vorm van irritatie, voelde ik me verplicht om dat eigenaardige gedrag uit te leggen. Ik maakte mijn medetoeschouwers wijs dat ik aan een vorm van het ‘oemzeen-syndroom’ leed. “Ik bezeen no dei lens omda ’k doe de film in ’t klaain kan zeen,” was een andere uitleg. En het schuunste van alles, waarde lezer, es dat het nog woe was oek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat toen reeds mijn geestelijke gezondheid door een deel van mijn vrienden licht in twijfel getrokken werd. Met de opkomst van het medium televisie is die gewoonte gelukkig als bij toverslag verdwenen. Wat allemaal niet belet dat dat ook het geval is geweest met mijn reputatie van oemzeen in de cinema. Belangrijk is dat we bij oemzeen een selectie kunnen maken van wat we wel en niet te zien willen krijgen. Dat daarbij de positieve gebeurtenissen het best de bovenhand krijgen, behoeft geen betoog. Ik zei hierboven dat oemzeen ons een glimp van de toekomst kan opleveren. Daarmee wil ik uiteraard niet beweren dat men voortdurend gisteren moet raadplegen vè e gedacht te hemme wat er merge goe gebeure. Oemzeen heeft volgens mij dus met veel dingen te maken, maar zeker niet met koffiedik kijken.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; IBAN: BE07424552982266, BIC: KREDBEBB van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Tuur De Moor (tuur.demoor@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick. jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd. hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Karolien Merchiers, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1335 PAGINA 24 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

Hockey > Nadine Khouzam met Red Panthers naar Olympische Spelen

‘Vriendinnen, niet zomaar collega’s’ BRUSSEL – De Belgische hockeyvrouwen mogen voor het eerst in de geschiedenis naar de Olympische Spelen na hun kwalificatie tegen Ierland. Doelvrouw Nadine Khouzam (22) kijkt vol ongeduld uit naar de start van de Spelen. “Wij komen de groten een beetje ambeteren.” “Ik zit nog altijd op een wolkje, maar de voetjes belanden snel op de grond als ik op het veld of in de fitnesszaal zit te puffen,” vertelt een goedlachse Nadine Khouzam. “Op die momenten besef je hoeveel werk en opofferingen die plaats op de Spelen vraagt. Ook naast het veld, want ik heb met examens moeten schuiven (Khouzam studeert voor ingenieur, TS). Maar het is het waard. Voor ons is er niet zoveel veranderd, we werken nog altijd even hard. Maar dat er nu over ons wordt gepraat, is wel leuk.” De hockeymeisjes stonden eind maart in de spotlights toen ze het kwalificatietoernooi in Kontich wonnen. Ze klopten topploegen, en Ierland ging in de finale met 4-1 voor de bijl. Volle tribunes, een pak media-aandacht en de kwalificatie voor de Spelen zorgden voor een ongelooflijke sfeer. “Het was niet onverwachts, want vier jaar geleden hadden we ons al bijna geplaatst voor Peking. Toch hadden we niet gedacht dat het dit jaar zo vlot zou verlopen. Maar goed, nu begint het pas echt. Sinds begin juni trainen we bijna elke dag, en binnenkort vertrekken we op stage naar Duitsland. We hebben er ook al teambuilding in de Ardennen op zitten.” “Ook tijdens het seizoen trainen we wekelijks

de  CLUB

Nadine Khouzam, doelvrouw in de nationale hockeyploeg. “De schoten op doel komen hard aan. Regelmatig sta je onder de blauwe plekken: niet evident om ’s zomers korte rokjes te dragen (lacht).”

met de nationale ploeg. Dat zorgt ervoor dat we elkaar goed kennen en een hecht blok vor-

men. We zijn vriendinnen, niet zomaar collega’s. Er heerst een leuke sfeer onder ons.”

Het collectief is dan ook het sterke punt van de ploeg. De speelsters vechten voor elkaar en

Petanqueclub L’Amigos, Ukkel

Kijk uit, daar komen L’Amigos © MARC GYSENS

UKKEL – De Belgische petanque­wereld heeft een rijzende ster: L’Amigos brengt een pak toppers samen en voert sportiviteit hoog in het vaandel. De dynamische club is op weg naar de top. “Bij heel wat petanqueclubs draait het vooral om de beste spelers,” legt voorzitter Renaat Borré (28) uit. “Sportiviteit en vriendschap spelen daar spijtig genoeg geen grote rol meer. Bij ons is het net omgekeerd. Wij willen plezier maken in een goede sfeer, en dan volgen de resultaten wel.” Borré en zijn vriendin doopten PC Laken drie jaar geleden om tot L’Amigos. De club is het resultaat van plannen om samen met goede vrienden, die toevallig ook nog eens aardig met de ballen kunnen gooien, hun ding te doen. Borré had ondertussen zelf al zijn strepen verdiend, met onder meer een wereldtitel op zijn palmares. “We zijn echt één grote bende, een familie. De club is naar een zeventigtal leden gegroeid en we tellen nu vier ploegen. Mogelijk komt daar nog een damesploeg bij. Iedereen komt aan zijn trekken. Je vindt bij ons allerhande nationaliteiten, een pak dames en leden tussen zeven en 64 jaar oud.”

“Plezier maken in een goede sfeer, en dan volgen de resultaten vanzelf.”

Ondanks de dynamiek in en om de club kunnen ze momenteel niet rekenen op een eigen lokaal. “Vandaag zitten we in een zaal in de

© MARC GYSENS

Robert Scottstraat 14, maar dat is tijdelijk. Ons vroegere lokaal in Laken is met de grond gelijkgemaakt om er appartementen neer te

zetten. We zijn nu op zoek naar een eigen stek, maar dat is een heel gedoe. We moeten geduld hebben.” L’Amigos telt behalve Borré nog een pak kampioenen die internationale titels hebben gewonnen. Normaal gezien mogen een paar leden naar het komende wereldkampioenschap, in november in Gent. Toch spelen ze momenteel in de eerste federale reeks. Dat is net onder de hoogste (nationale) reeks. “Het gaat in andere clubs al rond als L’Amigos langskomt. Ze zijn toch een beetje bang voor ons, denk ik. We hebben in korte tijd naam gemaakt, met twee jaar op rij een promotie. We hebben een paar spelers die echt top zijn. Ook onze ploegen die lager spelen, doen het goed.” “Er komt altijd heel wat volk naar onze wedstrijden kijken en de sfeer is goed. Bij veel clubs gaat iedereen na de match meteen naar huis. Wij blijven graag hangen. Petanque heeft dan ook een belangrijk sociaal aspect.” De uitgesproken tweetalige club barst van de ambitie. Er wordt wel eens aan een speler getrokken voor een transfer, maar iedereen blijft trouw aan de familieclub. “We hebben de ambitie om bij de Belgische top aan te sluiten. We willen heel wat bereiken, maar dat petanque als een kleine sport wordt beschouwd, maakt het niet gemakkelijk. Een eigen lokaal vinden is nu wel een must. Maar het belangrijkste is L’Amigos levendig houden. Bij ons zie je alleen maar lachende gezichten, en dat willen we zo houden.”  TS lamigos.jimdo.com


BDW 1335 PAGINA 25 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

hangen niet af van een of twee sterren. Niemand steekt er echt bovenuit. “Anderzijds hebben we minder ervaring dan de grote landen. Tijdens de voorbereidingswedstrijden trok onze coach zich bijna de haren uit het hoofd toen we nog gingen aanvallen terwijl we een 1-0-voorsprong moesten verdedigden. We moeten ook leren wanneer we wel en niet moeten klagen bij de scheidsrechter.” Het enthousiasme rond de hockeyvrouwen is de afgelopen weken wat bekoeld door de heisa rond de non-kwalificatie van Sofie Gierts. Zij is een topper, maar onder meer door wrijvingen en gedragsproblemen houdt bondscoach Pascal Kina haar uit de selectie. “De coach heeft die beslissing genomen, het is nu zo. Het is jammer, omdat ze een goede

“In het doel staan is in feite een individuele sport binnen een teamsport”

speelster is, maar er loopt nog heel wat talent rond in onze ploeg.” In Londen spelen de Red Panthers tegen Nederland, Groot-Brittannië, China, Japan en Zuid-Korea. Na de poulewedstrijden spelen ze tegen de ploeg die op dezelfde plaats is geëindigd in de andere poule, om hun eindplaats te bepalen. “De Aziatische ploegen zijn een grote onbekende omdat we het niet gewoon zijn tegen hen te spelen. We weten niet goed wat we mogen verwachten. Uiteraard hopen we zo hoog mogelijk te eindigen. Als zestiende op de wereldranglijst zijn de verwachtingen niet zo hooggespannen, waardoor we minder druk voelen. Maar dat neemt niet weg dat we gaan om

te winnen en om de groten te ambeteren.”

Zomerrokje Ondanks haar jonge leeftijd draait Khouzam al jaren mee aan de Belgische top. Op haar achtste zette ze haar eerste stappen op het veld bij Ukkel Sport. Dat verliet ze vorig seizoen voor Wellington, een hartverscheurende keuze, geforceerd door een degradatie. Het truitje van de nationale seniorenploeg draagt Khouzam al sinds haar zestiende. “Het loont om in het doel te staan. Doelvrouw zijn is in feite een individuele sport binnen een teamsport. Je kunt het verloop van een match bepalen. Zowel in goede als slechte zin, want iedereen ziet elke fout.” “De schoten komen hard aan. Op sommige plekken ben je minder beschermd, waardoor je regelmatig blauwe plekken oploopt. Het is niet altijd evident om korte rokjes te dragen in de zomer (lacht).” Tactisch inzicht is een belangrijke kwaliteit, die Khouzam ook gebruikt als trainer van een mannenploeg. Op mentaal vlak heeft ze de laatste tijd grote stappen vooruit gezet. “Ik heb gewerkt met sportpsycholoog Jef Brouwers, en hij heeft ongelooflijk goed werk geleverd. Ik ben iemand die veel voorbereiding nodig heeft om zeker te zijn. Dat moet ik op een bepaald moment voor de match stopzetten. Ik ben heel perfectionistisch en dacht vroeger te veel na, ook op momenten dat de tegenstanders op me af stormden. Je moet beslissingen nemen.” De Spelen ziet Khouzam als een volgende stap naar een mooie toekomst. “Het potentieel in onze ploeg is groot en er staat al een volgende sterke generatie klaar. Ik ben er zeker van dat we een mooie toekomst hebben in het hockey. Voor mezelf zou ik het na mijn studie wel zien zitten om een paar jaar professional te worden. Ik zou graag in Nederland spelen: zij zijn ongelooflijk sterk. Maar laten we de voetjes op de grond houden en eerst iets proberen neer te zetten in Londen.”   Tim Schoonjans

Tennissen voor 10.000 dollar GANSHOREN – De Royal Charles-Quint Tennis Club organiseert dit jaar voor de veertiende keer de Iris Ladies Trophy. Het prestigieuze toernooi is op zoek naar een opvolgster voor onder meer Kim Clijsters en Michaëlla Krajicek. Een eerste schifting wordt gemaakt tussen zaterdag 30 juni en maandag 2 juli. Van de 64 dames die dan deelnemen, zullen er vanaf dinsdag 3 juli 32 de eindfase aanvatten. De finale van het enkelspel wordt gespeeld op zondag 8 juli; voor het dubbelspel is dat twee dagen eerder: vrijdag 6 juli. Het deelnemersveld, dat voor een prijzenpot van tienduizend dollar tennist,

oogt alvast mooi en talentvol. De toegang is gratis. De organisatie heeft ook aan de kleintjes gedacht. Zij zullen op woensdag 4 juli tussen negen en twaalf uur de tennissport kunnen ontdekken onder leiding van getrainde monitoren. Na de middag (tussen 13.30 en 15 uur) is het Kids Day: ketjes kunnen dan wat slagen uitwisselen met speelsters die aan het toernooi deelnemen. Wie overigens op het toernooi wil staan als ball boy of girl, kan contact opnemen met de organisatie. Meer informatie vindt u op www.rtccharlesquint.be.  TS

Kickboks van het hoogste niveau BRUSSEL – Fans van vechtsporten kijken likkebaardend uit naar de nieuwe editie van It’s Showtime. Op zaterdag 30 juni zijn in Vorst Nationaal alle ogen gericht op de boksring. De internationale kickboksorganisatie It’s Showtime komt weer naar Brussel en brengt een paar van de beste K1-vechters mee. De Fransman Jérôme Le Banner bijvoorbeeld is een begrip in de vechtsportwereld. Chris ‘The African Warrior’ Ngimbi vertegenwoordigt dan weer de nieuwe generatie en verdedigt zijn It’s Showtime-wereldtitel bij de -70 kilo tegen

Andy Souwer. Toch zal de aandacht vooral naar Peter Aerts gaan. De Nederlander is een legende en neemt tijdens dit evenement afscheid van het hoogste niveau in de Benelux. Het wordt nog allesbehalve een makkie, want met Tyrone Spong staat er een topper in de andere hoek van de ring. De avond, met meer dan tien kampen op het programma, begint om 18 uur. De toegangsprijzen variëren van vijftig tot 125 euro. U kunt ook kiezen voor uitstekende plaatsen en een vip-arrangement, maar dan moet u ettelijke duizenden (tot 7.500) euro’s neertellen.  TS

David Steegen John en Max De nieuwe trainer van Royal Sporting Club Anderlecht weet wat hem te doen staat. Een eerste selectie doorvoeren. Na twee weken zullen de supporters al wat meer weten. Samen met zijn assistenten zal hij de prestaties van de aanwezige kernspelers grondig doorlichten. John van den Brom zal elke speler een kans geven. De wedstrijden tegen Diegem, Virton en SK Ronse zijn al bepalend voor enkele kern- en jeugdspelers. De sfeer is goed. De Nederlandse inbreng staat voor nuchtere ongedwongenheid. “Coach, mag onze clubfotograaf enkele kiekjes nemen in de fitnesszaal tijdens de inspanningstests?” vraag ik. “David, dat beslis jij zelf. Jij kent je job,” zegt de jonge trainer met de glimlach. Rechttoe, rechtaan. Ook onze nieuwe doelmannencoach, Max de Jong, een Hagenees – geen Hagenaar want die komt uit de rand van Den Haag, het strand – doet heel gewoon. De Jong past zijn nieuwe voetbalschoenen bij de materiaalmannen, Jean Demayer (ex-RWDM) en Jeanke De Bock, de enige man van RSC Anderlecht die voor alle elftallen heeft gewerkt. De Jong geniet zichtbaar. “Lekker hé, coach, nieuwe schoenen?” zeg ik. “David, dit is het mooiste moment van het seizoen. Nieuw materiaal passen is heerlijk.” De voorma­li­ge doelwachter straalt. Dat gevoel ver­dwijnt nooit. Van het passen van het allereers­te paar voetbalschoenen op heel jonge leef­t ijd tot het allerlaatste, het blijft iets magisch. De Nederlandse nieuwelingen zijn doodnormale voetbaldieren die hun wittebroodsdagen meemaken. Bij Anderlecht duren die nooit lang, zeker geen weken. Je hebt maar één slechte uitslag nodig om de druk te voelen en te trotseren. Maar vandaag is alles nieuw, en het jeugden trainingscentrum in Neerpede maakt

een verpletterende indruk op beide trainers, de collega’s staan in het gelid klaar om hen bij te staan en de integratie te bespoedigen. De Brusselse hartelijkheid is een vaste waarde. Zo gaat John van den Brom op huizenjacht. Het centrum van Brussel lijkt hem wel wat, maar uiteindelijk kiest hij voor de veilige groene rand. Max de Jong moet nog kiezen. In afwachting logeren de twee op hotel. Na hun tweede werkdag organiseer ik een etentje in het huis van vertrouwen, de Bar Bik, in de schaduw van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Ook de nieuwe team manager, voormalig topvoetballer Gunter Van Handenhoven, en de verantwoordelijke van de sociale cel zijn erbij. Het wordt een geweldige avond. Met eten scoor je altijd bij Nederlanders. Daarna gaan we naar het nieuwste café, de Flamingo, van de ondernemer die stadsontwikkelaar is: Frédéric Nicolay. Elk nieuw café van Nicolay doet volledige wijken herleven. Het Sint-Goriksplein met de Zebra, de Mappa Mundo, Le Roi des Belges... – stuk voor stuk goed draaiende ontmoetingsplaatsen die allemaal heel verschillend zijn. Het is geen keten, integendeel: het is Brusselse eigenheid. Ik leg het allemaal uit aan mijn nieuwe collega’s. Ze vinden het best. Ook de andere aspecten van de Alhambrawijk doen hen glimlachen. Straatprostitutie tegenover een hip café. Zoiets kan alleen in onze hoofdstad. John en Max hebben het naar hun zin. De resultaten moeten volgen, want ze verdienen het. Van Rensenbrink tot Van den Brom, Anderlecht heeft iets met Nederland. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

Infrastructuur > ‘Een droom van de Chicago-jeugd’

Sportplezier voor jongeren van de Chicagowijk Jongeren uit de Chicagowijk kunnen zich sinds vorige week naar hartenlust uitleven op het nieuwe voet- en basketbalpleintje Chicagoal op het kruispunt van Handelskaai, Arduinkaai en de Hooikaai. Chicagoal is een realisatie van het multicultureel jongerencentrum Chicago in samenwerking met de Brusselse schepen van Sport Bertin Mampaka (CDH). Het project ontstond twee jaar geleden tijdens de actieweek van de vzw D’Broej (kort voor Brusselse Organisatie voor de Emancipatie van Jongeren). Jongeren uit de verschillende jeugdhuizen namen hun wijk onder de loep en bekeken wat ze graag aan hun wijk zouden veranderen. De voorbije twee jaar hebben de jongeren van de Chicagowijk zich ingezet om hun droom, een speelveld voor groot en klein, te realiseren. “Het voetbalveld is de kroon

op ons werk,” zegt Bie Vancraeynest, coördinatrice van jeugdhuis Chicago. Het pleintje werd vorige donderdag op een feestelijke manier voor open verklaard, met activiteiten op maat van kinderen en jongeren. Terwijl de kleinsten erop los trommelden, namen de groteren het tegen elkaar op in wedstrijdjes voetbal en basketbal. 

Stien Mommaerts


BDW 1335 PAGINA 26 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

zaIE

O VO

RE

Z

R IE D E

O T 13 J A T 9

• BD W R A

EN VAN

de haar n van u o Je z gedore emen. a ne H nnen no t al tien i b a S erk ler e ku uimt mmel w oorspel r e d e rsv nlo a Va mtewee ige’ bij d n r t e P va ui nd als r acht esku jaar ‘zonned terrenw dat niet t je en eS klijk kel. Wis , maar n i n ur Ko , in Uk ume nkelijk ë h i s g l n a Be leen o s afh n de p g al onze n va ook nnen zij ku zon?

WAT EEN JOB! – AFLEVERING 6 Ruimteweersvoorspeller

Geomagnetische storm op komst! DOOR PATRICK JORDENS FOTO’S: SASKIA VANDERSTICHELE

Je bent ruimteweersvoorspeller: nooit van gehoord! Waar hou je je mee bezig? Petra (P): Wij houden voortdurend de zon in de gaten. Niet door een telescoop, maar wel op een computer, waar we op het internet allerlei beelden kunnen zien die gemaakt zijn door satellieten. Iedereen kan die beelden bekijken, maar je moet ze natuurlijk ook nog kunnen begrijpen. En dat is mijn werk: beschrijven hoe de zon er momenteel uitziet, én een voorspelling doen van het weer in de ruimte, tot drie dagen ver in de toekomst. Wat heeft dat met ons weer hier op aarde te maken? P: Niet zoveel. Het weer hier op aarde is vooral afhankelijk van de wolken en de wind in onze atmosfeer. Maar in de ruimte wordt het weer bepaald door de zon, en door hoe ze soms kan uitbarsten. De zon is eigenlijk een enorm grote bol van extreem hete, elektrisch geladen gassen. Dat noemt men plasma. Er bestaat ook zoiets als een zonnewind, een stevig ‘briesje’ dat constant het plasma wegblaast. Soms zit daar een heuse plasmawolk bij: een soort uitbarsting van zonnegas. Als zo’n uitbarsting dan de magnetosfeer rond de aarde bereikt, dan kan dat wel effect hebben op het leven hier. Hoezo? P: De magnetosfeer is een magnetisch schild dat om de aarde zit en ons beschermt tegen de zonnewind. Maar als er zo’n wolk van plasma tegen botst, dan wordt dat schild ingeduwd. Dat noemen we een geomagnetische storm. Dat kan slecht zijn voor de gps-navigatie. Onze gps’en staan in verbinding met satellieten, en die satellieten kunnen door zo’n storm in de magnetosfeer beschadigd of ontregeld worden. In het ergste geval gaan de satellieten compleet verloren...

Petra naast de zonnetelescoop waarmee ze bij de Sterrenwacht elke dag naar de zonnevlekken kijken. Zwarte vlekjes op de zon zijn dat, waar het nét iets minder heet is. Maar toch nog altijd zo’n 6.000 °C!

Dus het weer in de ruimte – of liever: de grillen van de zon – hebben wel invloed op het leven hier? P: Natuurlijk. Een ander voorbeeld zijn de vliegtuigen: de vliegtuigen die via de polen – Noordpool en Zuidpool – vliegen, kunnen behoorlijk last hebben van zo’n geomagnetische storm. Die vliegtuigen kunnen enkel met de aarde communiceren via radiogolven. Door zo’n storm kunnen de radiogolven helemaal wegvallen, en dan is het veiliger dat de vliegtuigen een andere route kiezen. Het is dus toch goed om te weten wat voor weertje het in de ruimte is.


Heb je altijd een grote nieuwsgierigheid voor de zon gehad? P: Nee, toch niet (lacht). Dat is allemaal toevallig gekomen. Ik deed altijd heel graag wiskunde, als kind al. En daarna heb ik aan de universiteit fysica gestudeerd, met plasma-fysica als specialisatie. (Plasma-fysica is de studie van elektrisch geladen gas.) Toen ging ik samen met een vriend een tijdje studeren in Schotland en daar kwam ik in contact met de zonne-fysica. En voilà, van het een kwam het ander. Ik vind het heel leuk om te doen, het is super om te weten hoe die dingen in elkaar zitten. En ja, niet iedereen kan zich ruimteweersvoorspeller noemen, toch? (lacht) Dat kan je wel zeggen! En honderd jaar verder kijken en voorspellen hoe het dan met onze zon gesteld zal zijn, doe je dat ook? P: Nee, we kunnen niet in een glazen bol kijken, hé. Wat we wel weten, is dat de zon nu ongeveer in de helft van haar leven zit, ze is zo’n 4,6 miljard jaar oud. Dus binnen nog eens zoveel jaar zal de zon barsten en een rode reus worden. Zo noemen we een ster die almaar verder uitzet en uiteindelijk ontploft. Op dat moment zal de aarde ook opgeslokt worden en ophouden te bestaan. Maar wees gerust, ik denk niet dat de mensheid dat nog zal mogen meemaken.

© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1335 PAGINA 27 - DONDERDAG 28 JUNI 2012

[ SORRY ] SNORRY ?

Als het geraamte van een dino... ... zo ziet de serre van Ognev Vlaminck er een beetje uit. Sinds het begin van deze maand bouwt hij, meestal in zijn eentje, aan een ecologische broeikas. Dat betekent dat de serre bijna volledig is opgetrokken uit gerecycleerd materiaal. Ook voor het besproeien van de plantjes heeft Ognev een slim plan uitgedacht, waardoor hij zo weinig mogelijk energie hoeft te verbruiken. Je kan Ognev een handje toesteken! Wie nog wat lege plastic colaflesjes heeft rondslingeren, mag ze als de bliksem bezorgen aan deze pientere recup-uitvinder. Op één voorwaarde: ze moeten goed uitgespoeld zijn! Tot 30 juni vind je Ognev dagelijks tussen 10 en 18 uur in de tuin van Elzenhof, Kroonlaan 12 in Elsene. Op 5 juli kan je er meedoen aan een workshop, waarin je al doende leert om van een plastic fles een mini-plantenbak te maken. Op 12 juli ten slotte is het de feestelijke opening van Ognevs dino-serre: iedereen is welkom vanaf 15 uur! Je krijgt er meteen een plantje cadeau. Meer info op greenhouse.maximalisme.be of op elzenhof.vgc.be.

Hele dagen naar de zon staren... Droom je ervan om ooit een trip naar de ruimte te maken? P: Zeker niet! Dat is te gevaarlijk, vind ik. In een ruimtestation, waar je meestal enkele maanden lang onderzoek doet, loop je sowieso veel straling op. Daarvan krijg je later bot-ontkalking. En er kan altijd iets vreselijks mis gaan. Laat mij maar gewoon vanhieruit de ruimte bestuderen, dat is al spannend genoeg!

Idulfania door Brecht Evens

ER

BLIKVANG

rnij Zomerzotte

, maar de zomer De lente was nat en somber dit grappige gedicht zetten we vrolijk in. Dank zij : van Edward van de Vendel

Waslijn In de zom er zie ik alle onde rbroeken van de b Ze hange uur t. n buiten , aan de en ze flu w aslijn, iten, ze fluiten naar mij . Z e r o ep e n: ‘Jonge t je, k ijk e w ij voele ens, n ons v r ij!’ En dan k ijk ik, ook al w il ik dat li ever niet Want ik w illen. zie dan wat ik nie t zien ka n: billen. (uit Supe rguppie k rijgt klein Ed wa rd tjes van van de V e ndel, uit Querido, geverij 2005, 64 blz., 12,9 5 euro)


BDW - editie 1355