Issuu on Google+

© BART DEWAELE

29 03 12

A sleeping elephant: muhammad ali in de ring IN DE kvs En ook: Stanley Kubrick, Cynthia Loemij en Other Lives. AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

Renovatie tegen urinegeur SINT-GILLIS – De Overdekte Straat aan het Zuidstation gaat dicht en er komt een galerij die het station met het stadscentrum verbindt. Dat zijn twee voorstellen voor de omgeving van het Zuidstation. Rond de grootse plannen van de Franse architect Jean Nouvel blijft het stil.

J

sen het station en de Kleine Ring. Binnenkort dient Euro Immo Star (EIS), een dochter van de NMBS, voor die ingrepen een bouwaanvraag in. “De Overdekte Straat is een kanker die moet verdwijnen,” zegt Thierry de Limburg Stirum, commercieel directeur van EIS. “Wij willen die ruimte in het station integreren. De

taxi’s en bussen moeten dan verhuizen. De tram kan er nog enkele jaren © BART DEWAELE

ean Nouvel ontvouwde een jaar geleden zijn imposante plannen voor de vernieuwing van het Zuidstation met een grote ‘spiegelvlinder’ boven de sporen als blikvanger. Of dat landmark er komt, is onduidelijk. Onlangs zei minister-president Charles Picqué (PS) dat er eerst een oplossing moet worden gevonden voor de verzadigde noordzuidverbinding. De studie daarover is nog niet voltooid (lees ook p. 2-3). De NMBS zelf snijdt het hoofdstuk ‘Jean Nouvel’ liever niet aan. Dat bleek onlangs op een debatavond over de Zuidwijk, georganiseerd door de vzw’s Congres en Recyclart. Tot bewijs van het tegendeel is er dus geen sterk medicijn voor de zieke Zuidwijk.

Euro Immo Star wil af van het stank- en tochtgat dat de Overdekte Straat vandaag is

Wildparkeren en -plassen Een en ander betekent nog niet dat er niets gebeurt met het Zuidstation. Op korte termijn wordt de Overdekte Straat aangepakt, de bus- en bovengrondse tramhalte van de MIVB. Daarnaast zijn er plannen voor de ruimtes onder de spoorviaduct tus-

Onder de spoorviaduct van het Zuidstation komt een winkel-wandelgalerij.

blijven, maar de Overdekte Straat zal wel afsluitbaar zijn. Dat moet de tocht buitenhouden.” De MIVB bestudeert hoe de tram helemaal ondergronds kan rijden. EIS gaat voorts de stationstoegang aan de Europa-esplanade vernieuwen. Dat plein wordt helemaal autovrij, waardoor het wildparkeren er onmogelijk wordt. Richting Kleine Ring komt er langs de spoorbrug een half afgesloten wandelgalerij. Samen met de vernieuwde toegang moet die de treinreiziger makkelijker te voet naar het stadscentrum leiden. Vandaag is het een unheimliche plek en zowat het grootste urinoir van Brussel. Onder de sporen ligt 20.000 vierkante meter onbenutte ruimte. Daar komt onder meer een fietsenstalling met tweeduizend plaatsen en een hal die op zondag kan worden ingenomen door de Zuidmarkt. Op termijn komen daar winkels. “Voorlopig kan dat nog niet; daarvoor moet het Bijzonder Bestemmingsplan (BBP) eerst gewijzigd worden,” zegt Thierry de Limburg Stirum. De plannen wekken weinig enthousiasme. “Met de nieuwe galerij wil men de mensen zo snel mogelijk wegleiden,” zegt Anderlechts burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR). “Dit is niet de grote ingreep die de wijk nodig heeft. Ik heb vier jaar vergaderd over het project van Nouvel dat er nu misschien niet

komt. We hebben nochtans een historische kans om iets groots te doen voor de ruime omgeving, inclusief de Slachthuizen, Biestebroek en de buurt van Wiels.” Ook bij Mobiel Brussel klinkt twijfel. “De herinrichting van het Zuid­ station door Jean Nouvel is aan de Brusselaar voorgesteld als een grote slagroomtaart. We vrezen dat EIS daar nu de kersen van af plukt en dat er daarna niets meer zal gebeuren,” zegt een betrokkene. De vraag is ook of NMBS-dochter Euro Immo Star, in wezen een vastgoedbedrijf met louter commerciële bedoelingen, de aangewezen instantie is om de vernieuwing van het belangrijkste openbaarvervoersknooppunt van het land te coördineren. Laurent Vermeersch en Steven Van Garsse ADVERTENTIE

1 x PEr WEEK WWW.groEnE-zaK.bE

N° 1322 VAN 29 MAART TOT 5 APRIL 2012 ¦ WEEK 13: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, E-MAIL: INFO@BDW.BE, WWW.BDW.BE


BDW 1322 PAGINA 2 - DONDERDAG 29 MAART 2012

OPMERKELIJK © ARCHIEF BDW

Uitgelicht > Schuman-Josaphatverbinding is tijdelijk antwoord

‘GEVANGENEN STAPELEN ALS GALEISLAVEN?’ BRUSSEL – In de gevangenis van Vorst leven 739 gevangenen terwijl er plaats is voor 402. “De mensenrechten worden geschonden,” zegt stafhouder Dirk Van Gerven. Door de overbevolking zitten op dit moment 450 gevangenen met drie in een cel, bedoeld voor een of twee personen. “Twee slapen in een stapelbed, de derde op een matrasje op de grond. Omdat er te weinig personeel is, komen de gevangenen amper buiten. Hoe lang gaat dit nog duren? Gaan we de gevangenen opstapelen als galeislaven?” De overbevolking en de abominabele, ‘middeleeuwse’ staat van het gebouw leiden ook tot onhygiënische toestanden. De douches werken niet, of er is geen personeel om de gevangenen te begeleiden. En in het restaurant lopen ratten. Maar er zijn nog andere gevolgen: advocaten moeten soms uren wachten voor ze hun cliënt te zien krijgen, de gevangenen hebben minder contact met hun familie omdat de bezoekerszaal maar twaalf plaatsen heeft, en bovendien krijgen ze nog amper psychologen en sociaal werkers te zien. Van Gerven schreef nu samen met de Liga voor Mensenrechten, het Internationaal Observatorium van de Gevangenissen en de Toezichtscommissie van de gevangenis een brief aan minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD). “Alle gevangenen worden als schuldigen aangezien, terwijl een derde in voorlopige hechtenis zit.” De stafhouder vindt dat in plaats van voorlopige hechtenis andere oplossingen mogelijk zijn. Hij pleit voor meer borgsommen, elektronisch toezicht en alternatieve straffen. Volgens het kabinet-Turtelboom wordt het elektronisch toezicht verder uitgewerkt en gaan in mei honderd nieuwe cellen open in de naburige gevangenis van Sint-Gillis. Voor de ‘middeleeuwse’ staat van het gebouw verwijst het kabinet-Turtelboom naar staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V), verantwoordelijk voor de Regie der Gebouwen. “Er is jarenlang ondergeïnvesteerd,” zegt diens woordvoerder. “Al wat wij nu kunnen doen, is werk maken van het masterplan. Daarin wordt uitgegaan van een nieuwe gevangenis in Haren teHUB gen 2016.”

De ene tunnel is de andere niet BRUSSEL – Eind 2015 is de Schuman-Josaphattunnel afgewerkt en wordt de noord-zuidverbinding deels ontlast. De Brusselse regering heeft echter niet veel zin om mee te denken aan de toekomst.

V 

orige week zaterdag begon de afbraak van een deel van de tunnelwand van de Jubelparkspoortunnel. Die tunnel leidt spoorlijn 26 (Halle-Merode-Vilvoorde) deels onder de stad. Spoorwegarbeiders braken een deel van de tunnelwand af om er een andere tunnel op aan te sluiten: de nieuwe Josaphattunnel. Beide tunnels ontmoeten elkaar ongeveer vijftien meter onder de Plaskylaan in Schaarbeek. Wanneer er in 2015 sporen liggen, is het mogelijk om van de Europese wijk rechtstreeks naar de luchthaven te sporen, en sneller naar steden als Antwerpen, Mechelen, Luik en Leuven. Een deel van het treinverkeer wordt op die manier anders door de stad geleid. Dat maakt het mogelijk

de noord-zuidtunnel, de verbinding tussen Noord- en Zuidstation, te ontlasten. Technisch gezien is de 1,2 kilometer lange Schuman-Josaphattunnel een huzarenstukje. Er wordt al sinds 2008 aan gewerkt, maar de overlast voor de stad is eerder klein. Wanneer de tunnel in het treinstation Schuman vertrekt, gaat hij onder het Berlaymontgebouw, onder de Nederlandse ambassade, onder de Kortenberglaan én de autotunnel onder de Kortenberglaan die het verkeer naar het centrum leidt; ter hoogte van het De Jamblinne de Meuxplein draait hij af richting Plaskylaan, om daar onder een huizenblok de Jubelparktunnel te omhelzen. Bovengronds merk je bijna niets van het gegraaf onder de stad. Voor het

hele traject wordt nochtans 255.000 kubieke meter grond uitgegraven, worden er 8.200 vrachtwagens beton uitgestort en werken er dagelijks gemiddeld tweehonderd (voornamelijk Oost-Europese) arbeiders aan de tunnel. Het geheel kost netwerkbeheerder

een trein in de noord-zuidverbinding zorgt gemakkelijk voor vertraging. Nieuwe treinverbindingen die via Schuman naar andere steden rijden, zullen daar niet veel aan veranderen, tenzij ze ten koste gaan van verbindingen tussen de noord-zuid­

Een nieuwe treintunnel maakt het spoorwegnet minder centraal, maar betekent ook meer investeren in metro Infrabel 337 miljoen euro en het federale Belirisfonds 42 miljoen euro.

Minder centraal Hoewel de noord-zuidverbinding door de alternatieve nieuwe treinverbinding even kan ademen, is het twijfelachtig of het er minder druk wordt. En het kleinste incident met

as en die steden. Dat zou betekenen dat het Brusselse spoorwegnet veel minder centralistisch wordt, en ook dat er meer op metro moet worden ingezet. Officieel heet het dat er weinig anders mogelijk is dan een nieuwe tunnel te graven onder of naast de noord-zuidverbinding. Dat zijn al-

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

Ook voor de kraanmachinisten in de haven van Brussel is de lente aangebroken.

© SASKIA VANDERSTICHELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1322 PAGINA 3 - DONDERDAG 29 MAART 2012

© BART DEWAELE

WOENSDAG 21 MAART MR TEGEN MOBILITEITSPLAN. De MR-oppositie van de Stad Brussel kant zich tegen het mobiliteitsplan van het stadsbestuur. Dat plan spitst zich toe op de zwakke weggebruiker. Om het openbaar vervoer vlotter te laten verlopen zou het doorgaand verkeer uit de stad verdwijnen. MR vreest dat de handelaars hieronder zullen leiden en voorspelt meer files op de Kleine Ring. Het voorstel om parkeerplaatsen op de openbare weg te behouden voor buurtbewoners, vindt de partij wel positief.

DONDERDAG 22 MAART MR en fdf (deels) afzonderlijk. Het FDF en een deel van de MR komen op met aparte verkiezingslijsten in Sint-LambrechtsWoluwe. Begin maart kondigde burgemeester Olivier Maingain (FDF) nochtans een gemeenschappelijke MR-/FDF-lijst aan. Volgens een deel van de MR is het tijd voor nieuwe ideeën, een ander deel houdt vast aan de band met het FDF en zijn plaatselijke incarnatie, Olivier Maingain. Net als in Schaarbeek ontstaat er een schisma.

De nieuwe Schuman-Josaphattunnel is een huzarenstukje: tweehonderd arbeiders, 225.000 kubieke meter uitgegraven grond, 8.200 vrachtwagens beton, en toch blijft bovengronds de overlast beperkt.

leszins de scenario’s die Infrabel bestudeert. Maar in een parlementaire commissie van midden maart liet Brussels minister-president Charles Picqué (PS) zich nogal kritisch uit over het idee. Volgens Picqué valt bij de bouw van een nieuwe tunnel te vrezen dat Brussel veel overlast zal kennen door zulke werkzaamheden – wat door de praktijk van de Schuman-Josaphattunnel ontkracht wordt. Maar Picqué stelde dat de federale overheid om budgettaire redenen wel eens voor goedkopere technieken zou kunnen kiezen, en

daarvoor een deel van de stad open zou kunnen leggen. Geschat wordt dat de nieuwe treintunnel om en bij het miljard euro zou kosten. Bovendien vindt Picqué dat een toename van de spoorcapaciteit betekent dat ook het Brusselse openbare vervoer zal moeten investeren in extra capaciteit om al die treinreizigers vlotter op te vangen. Picqué lijkt daar niet veel zin in te hebben, want dat betekent meer uitgaven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Gebeurt er echter niets structureels met de noord-zuidverbinding, dan

dreigt Brussel minder aantrekkelijk te worden als spoorbestemming. En de laatste tijd gaan er stemmen op om het Centraal Station te sluiten en van het Noord- en Zuidstation kopstations te maken waar treinen stoppen. Een idee dat bij een goedgeplaatste bron in de raad van bestuur van de NMBS alvast als onmogelijk wordt gepercipieerd, omdat  er in die stations te weinig capaciteit is om zoveel treinen te laten stoppen.   Christophe Degreef

Angst voor gettovorming in Europa is een uiting van morele paniek. Zowel bij rechts als bij links.” De Franse socioloog Loïc Wacquant ontkracht in Knack de mythe dat Brussel en andere Europese steden ten prooi zijn gevallen aan gettovorming.

Ze hebben me aangeraden om mijn zwempak aan te trekken en me af te koelen in de vijvers van Elsene.” De Deen Carsten Poulsen ergert zich aan het ontbreken van een grasveld rond de vijvers van Elsene, maar hij vangt keer op keer bot met zijn klacht bij gemeente en Gewest (in Le Soir).

Negatief advies voor uplace. De Vlaamse Gewestelijke Milieuvergunningscommissie geeft een negatief advies voor Uplace. De komst van het winkelcentrum in Machelen zou grote verkeershinder en te veel luchtverontreiniging veroorzaken. Uplace kreeg eerder wel een bouwvergunning van Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters (N-VA). Daartegen werd intussen beroep aangetekend. Omdat het milieuadvies niet bindend is, kan Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege (CD&V) het negeren.

VRIJDAG 23 MAART Museum van Elsene in de prijzen. Het Museum van Elsene wint de juryprijs van de Brusselse Museumraad op de eerste Museum Night Fever Awards. Volgens de jury slaagt het Elsense museum het best in zijn opzet om collecties op een vernieuwende en jonge manier te presenteren. Westland shopping ontruimd. Het shoppingcentrum Westland in Anderlecht wordt omstreeks 14 uur ontruimd. Om 11 uur ontvangt de lokale politie een bommelding. De evacuatie duurt slechts enkele minuten. Waarom het drie uur duurde vooraleer de agenten ter plaatse kwamen, is niet duidelijk.

ZATERDAG 24 MAART 20 km uitverkocht. Dertigduizend mensen schrijven zich in voor de 20 km door Brussel. Na iets meer dan vijf uur zijn alle rugnummers de deur uit. De 20 km is dit jaar op 27 mei. Anders dan vroeger zal het startschot om 10 uur worden gegeven: na een dodelijk ongeval vorig jaar werd onderzocht hoe de loopomstandigheden comfortabeler kunnen. Nieuwe treintunnel. Onder de Schaarbeekse Plaskylaan verbinden arbeiders de nieuwe Schuman-Josaphattunnel met de oude Jubelparktunnel. Met de verbinding tussen het station Schuman en de lijn Halle-Vilvoorde wil de NMBS een snelle verbinding creëren tussen de Europese wijk en de luchthaven. Ook de noord-zuidverbinding wordt zo ontlast. Job Day op Brussels airport. 3.500 mensen bezoeken de vijfde Job Day op de luchthaven. Meer dan dertig werkgevers stellen zich er voor. De helft van de bezoekers komt uit Brussel, veertig procent uit Vlaanderen en tien procent uit Wallonië.

MAANDAG 26 MAART Meer nachtparkeren. Het gemeentebestuur van Sint-Joostten-Node wil het nachtparkeren uitbreiden. Nachtparkeren betekent dat tussen 19 en 7 uur parkeren toegelaten wordt op plaatsen die geen parkeerplaats zijn. Het systeem bestaat al in enkele straten; burgemeester Jean Demannez (PS) vindt het een succes en wil het uitbreiden. Brussels minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V) vindt het systeem illegaal en overweegt tegenmaatregelen.

DINSDAG 27 MAART

HET WOORD

HolebiHome

Om de oudere homoseksuele Brusselaar een aangename oude dag te bezorgen kwam Kristof Buntinx op het idee om een ‘HolebiHome’ op te richten. De homoseksuele Belgische ontwerper wil hiermee de eenzaamheid bij holebi’s in de stad aanpakken. Verschillende mensen zouden dan samen een gebouw aankopen waarbinnen ze elk een eigen appartement krijgen. Het oorspronkelijke plan om een rusthuis voor homoseksuelen op te

richten, wilde de overheid niet subsidiëren. Daarom besliste Buntinx het heft zelf in handen te nemen. Hij vond cohousing-expert Mark Van den Dries bereid om mee te werken. Uit een enquête blijkt dat er wel degelijk vraag is naar zo’n initiatief. Hoewel de ondervraagden bereid bleken om ook met hetero’s samen te wonen, zullen holebi’s voorrang krijgen.  Nick Vervaet

Gaybashing bestraft. De Brusselse gemeenteraad keurt de administratieve bestraffing van gaybashing, het verbaal of fysiek belagen van holebi’s, goed. De maatregel past in een uitbreiding van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS). Een langere reeks overtredingen kan nu bestraft worden zonder tussenkomst van een rechter, met een geldboete.   Samengesteld door Nick Vervaeck en Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1322 PAGINA 4 - DONDERDAG 29 MAART 2012

REEKS

FOYER IN MOLENBEEK, ORGANISATIE MET VELE GEZICHTEN (AFLEVERING 1)

‘Wij pakken problemen graag aan met flair’

A 

ls een ontoegankelijke burcht sluit het grote gebouw van de Franse Gemeenschap Molenbeek af van het Saincteletteplein. Maar wie zijn weg een beetje kent in Brussel, weet dat je net vóór die burcht naar links kunt om in een van de kleurrijkste straatjes van Molenbeek terecht te komen: de Werkhuizenstraat. Als Francis Marissens mij voor de deur van de Foyer tegenkomt, lacht hij er een beetje mee. “Ja, het is hier door de jaren het sociale straatje van Molenbeek geworden.” De Foyer alleen al neemt een vijftal blokken van de straat in beslag. Naast het oorspronkelijke jeugdhuis is er nu ook een houtatelier, zijn er klaslokalen voor allerlei opleidingen, en een permanente tentoonstelling over diversiteit. Toch hebben de gebouwen iets gemeen: elk van hen heeft wel een of ander kleurrijk accent dat het grijze van de stad doorbreekt. “Daar hecht onze directrice veel belang aan,” legt Marissens uit. “Onze opdracht is allerlei problemen aan te pakken, maar we doen dat graag met flair.” “Voor één gebouw moeten we de onlangs overleden Phil Bosmans bedanken. Hij kocht zelf een pand in de De Ribaucourtstraat om er een vrouwenhuis van te maken. Die man heeft voor onze organisatie, en

nen, Turken, Tsjetsjenen, Russen, Roemenen... Dat een en ander niet zonder botsen en stoten verloopt, spreekt voor zich. “Het kan allemaal beter als we de problemen erkennen en aanpakken,” zegt Marchi. “Helaas zien we

de maatschappij verharden. Vroeger was er meer solidariteit, nu is er meer en meer individualisering, en dus ook vereenzaming. Een probleem dat we de laatste jaren zien toenemen, is dat van de alleenstaande moeders. Overal neemt het

© SASKIA VANDERSTICHELE

SINT-JANS-MOLENBEEK – Al meer dan veertig jaar is de Foyer een begrip in Brussel. Het begon met een jeugdhuis in een volkse, maar kansarme buurt in deze vrijwel jeugdhuisloze stad. Honderden kinderen kregen er huiswerkhulp, keken er film en leeuw. Intussen is het jeugdhuis uitgegroeid tot een flink uit de kluiten gewassen sociale organisatie die vier vzw’s groepeert. De grootste daarvan is een officieel Regionaal Integratiecentrum. De andere vzw’s bieden activiteiten voor jong en oud, vrouw en man, uit Molenbeek en heel Brussel. voor heel wat andere, veel betekend. Zulke mecenassen lopen er tegenwoordig niet veel meer rond.”

Laboratorium Bij Foyer worden activiteiten vaak opgezet als kleine uitprobeersels, en soms nemen ze dan zo’n omvang aan dat ze een eigen leven gaan leiden. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de taallessen Nederlands voor nieuwkomers, die nu voor heel Brussel gecentraliseerd zijn in een aparte organisatie. Ook Intec Brussel, met zijn informaticacursussen voor laaggeschoolde allochtonen, is een spin-off van de Foyer. “Zo werken wij, dat is de kracht van onze organisatie,” zegt Marissens. “Wij staan met beide voeten op het terrein. Dankzij die praktische ervaring evolueren we steeds mee met de tijd. De Foyer is een laboratorium voor hoe een solidaire samenleving zou kunnen zijn.” Want de tijden veranderen, en het publiek van Foyer ook. Intussen heeft Loredana Marchi zich bij ons gevoegd. Zij is de huidige directrice van Foyer, een Italiaanse die na haar studie aan de universiteit van Trieste naar België kwam om les te geven aan Italiaanse migrantenkinderen. Nu zijn het heel andere nationaliteiten die zich bij de Foyer aandienen: Marokka-

Eén Foyer, vele Foyers De Foyer werd in 1969 opgericht. Sinds 1989 is Loredana Marchi directrice en Johan Leman voorzitter. Het Integratiecentrum Foyer omschrijft zijn missie als ‘werken aan een samenleving die positief omgaat met diversiteit en waarin etnisch-culturele minderheden volwaardig deelnemen aan het maatschappelijk leven’. Het contactadres is Werkhuizenstraat 25, 1080 Sint-JansMolenbeek. Hun website is een aanrader: www.foyer.be. ‘De Foyer’ bestaat uit de volgende vzw’s: het regionaal integratiecentrum Foyer Brussel (dienst Rechtsbescherming, dienst Roma en Woonwagenbewoners, Sociale Cohesie, cel Meertaligheid en Onderwijs), de Foyer (BIS/Brussel Integratie door Sport, consultatiebureau, interculturele bemiddeling, jongerenwerking Foyer), het vormingscentrum Foyer (deeltijdse vorming, voortraject, wijkatelier houtbewerking), het vrouwencentrum Dar al Amal en het Franstalige jeugdhuis Foyer des Jeunes.  JG

GEWEST EXPERIMENTEERT MET NIEUWE VASTGOEDFORMULE BRUSSEL – Het Hoofdstedelijk Gewest heeft vier projecten uitgekozen die zullen werken volgens het Community Land Trust- of CLT-principe. Groen-parlementslid Elke Van den Brandt wil dat CLT in de toekomst de norm wordt bij de bouw van publieke woningen. Community Land Trust is een formule die overgewaaid komt uit de Verenigde Staten. Burgerrechtenbewegingen hebben CLT bedacht om koopwoningen toegankelijk te

maken voor arme Amerikanen. De vastgoedformule scheidt aankoop van woning en grond. De woning gaat naar de weinig bemiddelde koper; de grond wordt door een trust

aangekocht, een collectief van verenigingen, overheid en eigenaars. Bij de verkoop van de woning vloeit de meerwaarde van het vastgoed terug naar de trust. Elke Van den Brandt: “Het grote voordeel is dat de overheid zo maar één keer geld uitgeeft. De verkoop levert een bonus op die de trust opnieuw kan investeren om de 

koopwoning betaalbaar te maken.” Dat is meteen het grote verschil met de klassieke openbare woningbouw. Vandaag geeft Brussel bijvoorbeeld financiële steun voor wie een Gomb-woning koopt. Na tien jaar, als de appartementen in waarde zijn gestegen, gaat de verkopende eigenaar met de winst lopen, de overheid blijft met lege handen

aantal echtscheidingen toe, maar als je het al niet breed hebt, is het leven helemaal hard als gescheiden moeder.” Marchi wordt er stil van terwijl ze eraan denkt, en Marissens neemt weer over: “Zulke thema’s pikken wij op, precies omdat we tussen de mensen staan. Onze ervaring krijgt officiële waardering, en voor een aantal thema’s – zoals werken met Roma of mensen zonder papieren – zijn wij een erkend expertisecentrum, wat betekent dat wij over die onderwerpen advies verlenen aan andere organisaties. Maar we willen zeker het eerstelijnswerk niet loslaten, want anders verliezen we ook de grondslag voor onze expertise.” “Dat standpunt moeten we soms wel met hand en tand verdedigen. Vroeger kregen middenveldorganisaties weinig geld van de overheid, maar hadden ze veel vrijheid. Nu krijgen we iets meer geld van de overheid, maar hebben we veel minder vrijheid. In zekere zin is dat te begrijpen, maar de overheid mag niet uit het oog verliezen dat het middenveld de maatschappij is.”

Integratie Een andere conclusie die de medewerkers van de Foyer hebben getrokken uit hun werk, is dat integratie in twee richtingen moet gaan. “Het heeft geen zin om nieuwkomers taallessen en opleidingen te geven, klaar te stomen voor een maatschappij, als die maatschappij niet openstaat voor hen,” zegt Marissens. Hij is bij de Foyer onder andere medeverantwoordelijk voor de projecten rond sociale cohesie. “Al werken we voor de hele regio Brussel, ook hier is Molenbeek een interessant laboratorium. Zo ligt de KBC-hoofdzetel hier op een boogscheut vandaan. De mensen die daar werken, komen voor het

achter. Niet zo bij de CLT-formule. Staatssecretaris voor Wonen Christos Doulkeridis (Ecolo) heeft nu vier projecten uitgekozen, twee in Anderlecht (Verheydenstraat en aan de Slachthuizen) en twee in Molenbeek (Vandenpeereboomstraat en Henegouwenkaai). De vzw’s Bonnevie, Periferia en Credal richten een trust op. Dat is een primeur voor België. Tegen eind dit jaar moet die CLT er zijn, waarna kan worden overgegaan tot de aankoop van de gronden en de bouw van sociale koopwoningen.  SVG


BDW 1322 PAGINA 5 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Molenbeeks straatbeeld. “Je moest eens weten wat hier allemaal aan talent rondloopt!” Als voorbeeld nemen ze bij de Foyer graag Nabil Ben Yadir, de ‘jongen van om de hoek’ die de film Les Barons maakte.

grootste deel met de trein aan in het Noordstation, nemen dan een pendelbusje naar hun kantoor, en geen haar op hun hoofd dat eraan denkt een voet te zetten in het beruchte Molenbeek. Bij hen experimenteren we met het programma Diversiteit in bedrijf, in de hoop dat de mensen wat meer voeling met de wijk en met Brussel krijgen.” “Daarbij maken we bijvoorbeeld ook graag gebruik van de film Les Barons. Met de productie ervan hebben we zelf niets te maken, die eer komt anderen toe. Maar we zijn er trots op dat een jongen van om de hoek, Nabil Ben Yadir, helemaal zelf acht jaar lang aan zo’n mooi en relevant project heeft gewerkt. Je moest eens weten wat hier allemaal aan talent rondloopt. De huidige Franstalige minister van Cultuur Fadila Laanan kwam hier als kind, ex-olympisch atleet Monder Rizki stamt uit onze

atletiekclub Atlemo, zangeres Leki heeft hier nog gewerkt – om er maar enkele te noemen.”

Kangoeroe Een ander interessant project om de sociale cohesie te bevorderen is kangoeroewonen. In een rustig straatje in Molenbeek heeft de Foyer een huis in twee appartementen verdeeld. In het ene appartement woont een jong allochtoon gezin, in het andere een Belgische oudere. Ida, die nu als oudere Belg in het kangoeroehuis woont, kan het goed vinden met haar Marokkaanse buurvrouw. “Af en toe stel ik mijn buurvrouw Zakia voor om er samen op uit te gaan. We zijn al op uitstap geweest naar Brugge, en Leuven staat nog op het programma. In onze maatschappij kijken mensen vaak naar ouderen alsof ze niets meer te bieden hebben. Dan vraag

“Vroeger kreeg het middenveld weinig geld van de overheid, maar was er veel vrijheid. Nu krijgen we iets meer geld, maar veel minder vrijheid” ik me af hoe die mensen zonder respect voor ouderen zich voorstellen dat ze zelf over twintig jaar zullen

BRUSSEL NEEMT STADSONTWIKKELING IN EIGEN HANDEN BRUSSEL – De Stad Brussel richt een eigen cel Stadsontwikkeling op. Daarmee komt na zeventien jaar een eind aan de samenwerking met de Afvaardiging voor de Ontwikkeling van de Stad (AOS). De AOS is onderdeel van het onafhankelijke studiebureau ERU (Études et Recherches Urbaines). Vanaf

1995 werkt een groot deel van de medewerkers permanent voor de Stad Brussel, telkens met opdrachten van drie jaar, die via een openbare aanbesteding toegekend zijn. De eerste jaren was de AOS, die op vraag van de Stad in de kantoren van de administratie zat, alleen betrokken bij de duurzame ontwikkeling van de Vijfhoek, vanaf 2000 kwa-

men daar Haren en Neder-OverHeembeek bij. De AOS gaf onder meer de aanzet tot de oprichting van Recyclart en organiseerde de beurs voor collectieve vastgoedaankopen waaruit bijvoorbeeld CôtéKanal is ontstaan. Ze ging de strijd aan met stadskankers en leegstaande woningen boven winkels en ijverde voor een ‘Mister Unesco’

zijn. Dat ze dan ineens dom zijn?” Als Ida dat zegt, denkt ze zeker niet alleen aan Molenbeek, want ze vindt dat er in haar buurt net wel nog een restant van het traditionele respect voor oudere mensen te voelen is. Zolang ze maar gezonde benen heeft, want in de metrostations doen de roltrappen het nooit. “Alsof Molenbeek geen recht heeft op functionerende roltrappen omdat het een arme gemeente is,” zegt Ida verontwaardigd.

Leren leren Van een bezoek aan de Foyer word je helemaal vrolijk. Het is halfvier en een stel jongeren komt joelend de school uit, van plan om nog enkele

© SASKIA VANDERSTICHELE

uurtjes van de heerlijke lentezon te genieten. Maar als je beter geïnformeerd bent, dan weet je dat dit niet ‘zomaar’ jongeren zijn die uit ‘zomaar’ een school komen. Al zijn ze slechts enkele jaren verwijderd van het moment waarop ze voor zichzelf zullen moeten instaan, nu zijn ze nog heel hard aan het leren om naar school te gaan, aan het leren leren, aan het leren leven in een maatschappij. Op dezelfde manier heeft de gezelligheid in het vrouwenhuis iets dramatisch. Loredana Marchi stelt het cru: “Als wij hier niet waren, dan hadden al deze mensen geen plek om naartoe te gaan.”  Jo Govaerts

Volgende week bekijken we wat de Foyer aanbiedt aan kinderen en jongeren. Deze reportage, de eerste aflevering in een reeks, kunt u ook lezen op www.brusselnieuws.be/foyer

voor de buurt rond de Grote Markt. Eind juni stopt de samenwerking. De Stad Brussel richt binnen haar dienst Stedenbouw een cel op die de taken overneemt. De AOS-medewerkers kunnen wel solliciteren voor de vijf nieuwe functies. Volgens schepen van Personeel Philippe Close (PS) is de omvorming het gevolg van het succes van de Afvaardiging. “Ze zijn zo onmisbaar dat we hen integreren.” Schepen van Stedenbouw Christian Ceux (CDH) geeft toe dat het juridisch ook een beetje moeilijk begon te liggen. “We

hadden het contract al vijf keer verlengd.” Voortaan zullen de voorstellen voor een duurzame ontwikkeling van de stad dus niet meer uitgaan van een extern studiebureau, maar van ambtenaren. Marie Demanet, coördinatrice van ERU, heeft vragen bij hun onafhankelijkheid. “Wij ondersteunden de administratie, maar maakten er niet echt deel van uit.” Volgens de schepenen wordt dat precies de uitdaging. Close: “De nieuwe cel moet de rol van ‘aanstoHUB ker’ overnemen.”


BDW 1322 PAGINA 6 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Portret > Willem Draps, burgemeester van Sint-Pieters-Woluwe (MR)

‘Onze inwoners willen het beste van het beste’ © SASKIA VANDERSTICHELE

BRUSSEL – Willem Draps (MR) is nog maar kort burgemeester van Sint-Pieters-Woluwe, een van de rijkste gemeenten van België. Hij doet er nog één termijn bij en dan is het gedaan. “Ik hoef niet tot mijn tachtigste aan te blijven.”

D 

raps werd burgemeester na een onverkwikkelijke affaire waarbij zijn voorganger en compagnon de route sinds jaren Jacques Vandenhaute de sjerp verloor. Vandenhaute had gesjoemeld met verkiezingsuitgaven en had kiezers omgekocht. Draps kon zo in 2007 de sjerp overnemen. Sindsdien leven de tachtigjarige Vandenhaute en Draps op voet van oorlog. Draps pleit onschuldig: “Toon me één tekst of uitspraak waarin ik de vorige burgemeester persoonlijk heb aangepakt. Ik ben altijd heel correct geweest.” Die oorlog wordt tot in de lokale pers uitgevochten. De voormalige hoofdredacteur van het gemeenteblad, een aanhanger van Vandenhaute, werd aan de deur gezet en begon met een eigen blad, tegen Draps gericht. Draps was dat zo beu dat hij volgens La Libre Belgique de publicatie van dat blad liet verbieden. “Klopt niet. Er was sprake van contractbreuk. Dat is iets heel anders. Ik ben altijd tegen censuur geweest, ik ben voor de vrijheid van de pers. Daarom ook laat ik het huidige gemeenteblad door een journalist maken (door Francis Dubois, ex-Le Soir, red.). Weet u, als student ging ik achter het IJzeren Gordijn kijken om te zien of de zaligheden van het communisme wel steek hielden. Maar ik zag de tristesse van Rostock, en een door de overheid gecontroleerde pers. Altijd heb ik me hier, als volbloed liberaal, tegen verzet.” De vete staat haaks op de kalmte die voor de rest in de gemeente heerst. Sint-Pieters-Woluwe vertoont op een merkwaardige wijze geen van de kenmerken van de grootstad zoals Brussel zich vandaag aandient. Er is maar een kleine bevolkingsaangroei, allochtonen wonen er nauwelijks, de straten zijn schoon en de gemeentekas is goed gevuld. Het sprekendste cijfer is dat van de levensverwachting: die ligt drie jaar hoger dan in andere gemeenten in Brussel. Dat zijn vergelijkingen die je normaal gezien tussen landen maakt. Draps: “Ik zeg wel eens: ‘Wij zijn het laatste reservaat voor de Brusselaar.’” Maakt dat het bestuur er makkelijker op? Niets van. “Onze inwoners willen het beste van het

Willem Draps is zich ervan bewust dat jonge Woluwenaren zich geen huis in eigen gemeente kunnen permitteren. “We hebben ooit voorrang gegeven aan jonge gezinnen, maar daarvan zijn we afgestapt: we hebben nauwelijks grondreserves. Daarom zijn we nu terre d’accueil voor Europeanen die in Brussel willen wonen.”

Gefascineerd door de tram Draps is gefascineerd door het tramverkeer, en bij uitbreiding door alles wat met sporen te maken heeft. Hij is voorzitter van het Trammuseum en was jarenlang vicevoorzitter van de MIVB. Hij kent alle trammodellen uit het hoofd, technische details incluis, hij kan ook een tram besturen. Hij zorgde er mee voor dat zijn gemeente twee tramverlengingen kreeg: eentje in de jaren 1980 (naar Ban-Eik), toen niemand nog in de tram geïnteresseerd was, en vorig jaar de tram 94 op de Vorstlaan, de eerste tramverlenging sinds jaren.

teit brengen in de dienstverlening.” Draps ziet ook een meer principieel probleem van fiscale ongelijkheid tussen de inwoners die betalen en die niet betalen. Daar lijkt niet meteen een oplossing voor te bestaan. En er is nog meer collaterale schade. De druk op de vastgoedmarkt is enorm hoog. Sint-Pieters-Woluwe voert het lijstje van duurste gemeenten in België aan. Voor de kinderen van de Woluwenaren is het haast onmogelijk geworden om in de gemeente nog een stek te vinden. “Zelfs voor goede tweeverdieners is Sint-Pieters-Woluwe te duur,” zegt Draps. “We hebben daar ooit wat aan proberen te doen, door voorrang te verlenen aan jonge gezinnen, maar we zijn daarvan afgestapt. We hebben nauwelijks nog grondreserves en we hebben er ook het geld niet voor. We trekken daarom voluit de kaart van terre d’accueil voor de Europeanen die in Brussel willen wonen.”

Nattigheid in Woluwedal

beste,” zegt Draps. “Voldoet onze dienstverlening niet, dan staan ze te roepen dat het zo niet kan. Ze zijn mondig, desnoods sturen ze een advocaat op je af.” Toch kampt Sint-Pieters-Woluwe

ergens wel met een democratisch deficit, geeft Draps toe. Hij schat dat veertig procent van de inwoners in zijn gemeente vreemdelingen zijn, Europese ambtenaren, diplomaten, Amerikanen, Japan-

ners. Die nemen niet deel aan de verkiezingen. Bovendien betalen ze meestal geen personenbelasting. Dat kan op termijn voor een gat in de gemeentekas zorgen, “want we moeten natuurlijk wel kwali-

Het lijdt weinig twijfel dat Draps na de verkiezingen opnieuw burgemeester zal worden. Het FDF scheurt zich weliswaar af van de Lijst van de Burgemeester, maar daar is Draps niet rouwig om. Het FDF, dat ooit de flamboyante burgemeester François Persoons leverde,


BDW 1322 PAGINA 7 - DONDERDAG 29 MAART 2012

P-PRAAT Zo zo. Een PS-schepen in Evere maakt misbruik van haar politiek mandaat om de uitzetting van een asielzoeker tegen te houden. Niet haar mandaat als schepen is daarbij van belang – zo belangrijk is dat ook niet –, maar het feit dat Fatiha Saïdi senator is. Ze zwaaide volgens Het Laatste Nieuws met haar parlementair pasje op het vliegtuig toen ze midden februari de uitzetting verhinderde. Zwaaien met een pasje van schepen zou natuurlijk niet zoveel indruk maken. En toch: een schepenambt staat dichter bij de burger. Wilt u daarom met uw grote en kleine problemen een beroep doen op de menselijkheid van mevrouw Saïdi, gelieve dan contact op te nemen op 02-247.64.36 of fsaidi@evere.irisnet.be.

Een Hollandse naam Draps heeft geen Nederlandse roots, wat zijn voornaam en naam ook mogen doen vermoeden. Zijn familie langs vaderskant is op en top Brussels, afkomstig uit Laken. Zijn moeder was een Noorse. Zijn vader doceerde Engelse linguïstiek aan de universiteiten van Antwerpen en Boston, maar sprak nooit een woord Nederlands met zijn zoon. “Dat vind ik nog altijd jammer,” zegt Willem Draps, die vandaag wel meer dan behoorlijk Nederlands spreekt. “Toen ik opgroeide in Brussel, stond Nederlands spreken zowat gelijk met inciviek gedrag.”

De Brusselse Raad voor het Leefmilieu, Bral, wil het Brusselse mobiliteitsplan verbranden. Ze doen dat als ‘symbolische actie’ omdat ze denken dat het mobiliteitsplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dode letter zal blijven als Just Under the Sky er komt. Voor dat shoppingcentrum moet deze week namelijk een sociaaleconomisch advies gegeven worden, en als dat gebeurt, dan “kan het Brussels Gewest zijn mobiliteitsdoelstellingen, zoals geformuleerd in het Iris 2-plan, uitwuiven.” Logica: vrezen dat iets niet werkelijkheid gaat worden, en het daarom vernietigen. Eerlijk gezegd hebben wij de buik vol van al dat geëmmer over shoppingcentra, stadskernen die ontregeld zouden worden en mobiliteitsknopen allerhande die als doembeeld worden opgeworpen wanneer iemand het ook maar in zijn hoofd haalt ergens een winkelcentrum neer te zetten. De zaken zitten zo: een deel van de mensen wil met de fiets naar de kruidenier om de hoek, een deel van de mensen wil met de auto naar een winkelcentrum, een deel weet het niet en gaat daarom massaal naar het winkelcentrum dat Nieuwstraat heet. Nihil novi sub sole.

CHIEN ÉCRASÉ heeft vandaag maar vier van de 22 zetels van de Lijst van de Burgemeester. Concurrentie kan er ook komen van Benoît Cerexhe, die kandidaatburgemeester voor CDH is. Draps is vol vertrouwen: “Natuurlijk mogen Cerexhe en Serge de Patoul (FDF) kandidaat-burgemeester zijn, dat is het recht van eenieder.” Grote uitdagingen ziet Draps in het ouderenbeleid in de vergrijzende gemeente. Zo wil hij seniorenvervoer organiseren. Maar er zijn ook infrastructurele uitdagingen. De gemeente heeft in het verleden op eigen kosten vier stormbekkens laten bouwen. Die volstaan niet: er zijn in het Woluwedal nog altijd overstromingen. “Op twee plekken kunnen we nog ingrijpen, maar daarna kunnen we niets meer doen,” zegt Draps. “Het probleem is de bebouwing. Dat is ook de reden waarom we ons verzetten tegen de ontwikkeling van nieuwe wijken. Er zal nog meer hemelwater, dat normaal gezien in de grond verdwijnt, naar de vallei vloeien.” Draps heeft aan zijn troepen aangekondigd dat hij er in 2018 mee ophoudt. “Dan ben ik 66. Tegen dan is het welletjes geweest. Ik ben schepen sinds 1983.”   Steven Van Garsse

TAMTAM – Onze voorspelling is waarheid geworden: de eerste zonnestralen maken de mensen gek, iedereen loopt erbij alsof het zomer is, iedereen blijkt een tamtam te bezitten om op te trommelen, en iedereen heeft ook massaal veel behoefte aan drank om, bij voorkeur op een openbare plaats, te consumeren. We beginnen te begrijpen wat Karine Lalieux vorige week bedoelde met “Na de nacht oogt Brussel apocalyptisch.” BIJLAGE – We hadden gezegd dat we het nog eens gingen hebben over de bijlage die deze redactie in 2006 naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen publiceerde. Pagina’s lang beschouwingen over de Brusselse gemeenten. Maar dus, we gingen het hebben over wat we aan positiefs in die bijlage aantroffen. Gerangschikt per gemeente. Brussel: de Stad zet extra stadswachten en parkwachters in. Elsene: de financiën zijn voor het eerst sinds lang weer min of meer in evenwicht (nvdr: die is goed, ‘min of meer’). Schaarbeek: de gemeentefinanciën zijn gesaneerd (nvdr: toen nog wel). Sint-Gillis: het sociaal beleid is genereus en geëquilibreerd. Sint-Joost: gemeente en Gewest zijn het eens over de heraanleg van het Rogierplein (nvdr: toen al?). Ook in Sint-Lambrechts-Woluwe loopt alles goed, maar we willen u de titel van ons stuk over die gemeente niet onthouden: ‘Wapengekletter in een Gallisch dorp’. Als toemaatje Sint-JansMolenbeek: de begroting is in evenwicht. Veel begrotingen in evenwicht en reine financiën, u ziet het. We vragen ons af wat we dit jaar zullen moeten verzinnen.

ADVERTENTIE


BDW 1322 PAGINA 8 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Economie > Havenadviseur wil huisvuil, glas en strooizout over het water vervoeren

‘Overheid moet voorbeeld geven’ BRUSSEL – “Hoe wil de Brusselse overheid bedrijven stimuleren om wegtransporten te vervangen door duurzamer vervoer over het water als ze zelf het voorbeeld niet geeft?” Dat vraagt ir. Carl Verhamme, transportdeskundige en adviseur van de Haven van Brussel, zich af. In de zomer wil hij beginnen met de afvoer van glasafval via het kanaal. Anderhalf jaar geleden werd Verhamme door de Haven aangezocht om het havengebied beter tot zijn recht te laten komen en het vervoer over de waterweg bij de bedrijven te promoten. Hij stelde vast dat er langs de kade nog steeds te veel ondernemingen liggen die het water nooit gebruiken. “In het ideale geval benut een onderneming die een concessie krijgt van de Haven, het water zowel voor de aanvoer van grondstoffen als voor de afvoer van afgewerkte producten. Je hebt het dan over verwerkende industrie, chemie bijvoorbeeld. Zulke bedrijven zijn er momenteel niet in de Haven en ik begrijp dat het niet opportuun is om chemische industrie aan te trekken.” Een realistischer optie is het aantrekken van distributiebedrijven die goederen binnenhalen over het water en die vervolgens met kleine bestelwagens verdelen binnen het Brusselse gewest. Verhamme: “Je moet er niet mee tot Aalst of verder rijden. Dan heeft het geen zin.” Ook dit gebeurde tot dusver niet in de Brusselse haven, hoewel de talrijke bedrijven in bouwmaterialen zich er wel toe lenen. Verhamme heeft intussen wel enkele proefprojecten gelanceerd. Sinds enige tijd vervoert

Aquiris voert het slib dat tijdens de waterzuivering wordt afgescheiden, voortaan over het kanaal af.

de firma Dekempeneer, specialist in wegwerkzaamheden, recuperatiezand van Grimbergen naar Brussel via het kanaal. “Op jaarbasis gaat het om dertienduizend ton. Dat scheelt 650 vrachtwagenritten.” Ook vaart er sinds kort eens per maand een schip gevuld met pallets bakstenen vanuit Willebroek naar het Brusselse bouwbedrijf MPRO. “Dat zijn per maand 45 vrachtwagens minder.” Naast bulk- en bouwmaterialen is ook droge voeding op pallets geschikt voor vervoer over het water, zegt Verhamme. “Er is wel dringend

© SASKIA VANDERSTICHELE

een distributiecentrum nodig voor palletsopslag, zo dicht mogelijk in het centrum. Vandaar kunnen de goederen dan verdeeld worden over werven en winkels.” Volgens Verhamme had het Bilc die rol kunnen spelen, maar dat distributiecentrum is, na protest van de buurt, afgevoerd. “Nu heb je het absurde gevolg dat heel wat bedrijven – H&M, Hema – hun overslag van grotere op kleinere vrachtwagens gewoon langs de Havenlaan doen. Dat is nog veel slechter.” Mogelijk brengt over enkele jaren het verbouwde Byhrr in de

Dieudonné Lefèvrestraat soelaas.

Huisvuil De proefprojecten rond palletvervoer werden tot eind vorig jaar gesubsidieerd. “Logisch, palletvervoer over het water is voorlopig nog altijd twintig tot dertig procent duurder. En de meeste bedrijven willen geen euro meer betalen voor duurzamer transport. Dus moeten we creatief zijn.” Verhamme praat nu met de handelsfederatie Comeos in de hoop ondernemingen te vinden die willen meewerken. “Vervoer over het water kan rendabel worden als je gaat

Stedenbouw > Architecten nemen toekomst hoofdstad onder de loep

Deense blik op ‘zuiders’ Brussel

Het Brussels Gewest bestelde de drie plannen om zijn Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling te stofferen. KCAP, 51N4E en Secchi-Viganò namen de handschoen op en onderwierpen hun plannen, die nu in Bozar te bekijken zijn, aan de kritische blik van vier Deense architecten. Het Bozar-debat kadert in het Deense EU-voorzitterschap. Buitenlanders die op basis van enke-

le vluchtige indrukken hun mening over een stad geven: het is altijd een beetje tricky. De oppervlakkigheid loert dan al snel om de hoek. Ook in dit debat, onder stedenbouwkundigen en architecten, kon die valkuil niet altijd vermeden worden. Toch hadden de Deense architecten wel een punt toen ze zich afvroegen waar Brussel naartoe wil. Wat voor maatschappij wil Brussel? In de drie plannen zijn daar weinig antwoorden op te vinden. Voor de Denen is het onmiskenbaar zo dat de stad de mensen maakt. De Kopenhaagse stadsarchitecten vinden bijvoorbeeld dat een stad moet ijveren voor een gezonde bevolking, en dat dit

© IVAN PUT

BRUSSEL – Kan Brussel Kopen­ hagen worden? Het was een van de vragen op een conferentie waarbij Deense architecten hun licht lieten schijnen op drie plannen voor Brussel.

Maken mensen de stad, of maakt de stad de mensen?

ook in de plannen zichtbaar moet zijn. Kort door de bocht: laat iedereen fietsen. De Italiaanse stedenbouwkundige

Paola Viganò vond dat zichtbaar onzin. Kopenhagen en Brussel zijn niet te vergelijken. “Kopenhagen is een modelstad voor een modelmaatschappij,” zei ze, “maar dat ligt er soms wat te dik op. Daartegenover staat dat het een zwaar gecontroleerde samenleving is. Het is het oude idee van de gezondheid, van de mens als werkend lichaam dat onderhouden moet worden. Er is geen hoop dat je Brussel in die richting kunt leiden.” Viganò verwees daarbij ook naar de samenstelling van de bevolking. Die is in Kopenhagen veel homogener dan in het multiculturele Brussel. Freek Persyn van 51N4E vindt ook

combineren, bijvoorbeeld bakstenen met droge voeding. De transportkosten kunnen dan gedeeld worden.” Hoe dan ook, bedrijven zullen volgens Verhamme moeilijk te overtuigen blijven zolang de overheid zelf niet het goede voorbeeld geeft. “Nu gebruikt de overheid het water niet. Er zijn nochtans tal van mogelijkheden: glas, strooizout, huisvuil, slib, grond.” Ook daar probeert Verhamme verandering in te brengen. Aanvoer van strooizout en afvoer van huisvuil langs het kanaal kan voorlopig niet. Maar sinds deze week voert waterzuiveraar Aquiris het slib dat tijdens de zuivering wordt afgescheiden, niet meer met vrachtwagens, maar via het water af. Alleen het voortransport tot de containerhaven gebeurt nog per vrachtwagen, omdat Aquiris zelf geen kade heeft. En vanaf de zomer wil Verhamme de inhoud van de Brusselse glasbollen afvoeren over het water. “Dat gaat om 26.000 ton per jaar, dus ook weer een dertienhonderd vrachtwagens minder.” Die transporten op het kanaal zullen overigens niet door klassieke binnenschepen gebeuren, maar door boten met duwbakken. “Vergelijk het met een trekker die overal containers laadt en lost. Het is dus een flexibeler systeem. Dergelijke duwkonvooien worden bovendien niet bestuurd door een schippersgezin, maar door wisselende bestuurders. Zo hoef je niet te betalen voor de wachttijd van de schippers bij het laden en lossen. En je biedt een oplossing voor het tekort aan schippersfamilies.”  Bettina Hubo

niet dat een stad een bepaalde identiteit moet krijgen. Een stad moet mensen verwelkomen. “De stad moet de mensen de vrijheid geven om gebruik of misbruik te maken van de openbare ruimte. Dat is in wezen wat een stad moet zijn. Vergeet niet dat Brussel, precies door het gebrek aan een sterke identiteit, gekozen is om Europese hoofdstad te worden.” Een dovemansgesprek werd het niet, hoogstens een clash tussen noord (Kopenhagen) en zuid (Brussel), al bleef het voor de Denen onbegrijpelijk dat een stad als Brussel, op zo’n strategische locatie en als hoofdstad van Europa, er niet in slaagt zich te upgraden. “Kopenhagen staat in de rangorde van leefbare steden helemaal bovenaan, Brussel bengelt onderaan. Daar kun je toch alleen maar ontgoocheld over zijn?” zei de Deense toparchitect Jan Gehl. 

Steven Van Garsse


ADVERTENTIE

VANAF 1 APRIL, NIEUWE OPHALING VAN DE GROENE ZAK, HET HELE JAAR DOOR

1 X PER WEEK PLAATS HEM OP DE STOEP VÓÓR 13U. CHECK UW OPHAALDAG OP WWW.GROENE-ZAK.BE


BDW REGIO

BDW 1322 PAGINA 10 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Deze week in de Bosniëwijk > Workshop Route 10+ wijst de weg

Met kinderogen kijken naar de stad

Op het Agorapleintje bij de Hallepoort, in de schaduw van de vierkante woontorens, laaien de emoties van de tien- tot twaalfjarigen hoog op. Ze voelen zich hier al te vaak in de verdrukking.

SINT-GILLIS – Artdesigner Thomas Laureyssens en de vzw Yota! slaan de handen in elkaar en vragen zich in een workshop af hoe kinderen hun eigen buurt zien en ervaren. De leerlingen van de Bron- en de Sint-Gillisschool gidsen ons door de pleintjes en steegjes van deze bruisende, maar niet altijd even kindvriendelijke wijk.

H 

et is vrijdagmiddag. Op het Bethlehemplein zijn de kinderen al in groepen ingedeeld. Ik vraag aan Imane, uit het vijfde leerjaar van de Bronschool, wat er deze middag op het programma staat. “We gaan door onze buurt wandelen en ideeën geven om ze beter te maken.” Ik ga mee op pad met een tiental kinderen van diezelfde Bronschool. De eerste halte op de tocht door hun dorp in de stad is het Agorapleintje, in de schaduw van de twee vierkante woontorens aan de Hallepoort. Hier komen heel wat emoties naar boven. Joshua trekt zich een beetje los van de groep en gaat bij het hek voor het voetbalterrein staan. “Wij willen hier ook voetballen, maar er is nooit plek, of de grotere kinderen jagen ons weg.” De kleinere kinderen zien zich genoodzaakt te improviseren en maken dan maar een voetbalter-

reintje in een zanderig hoekje. Anderen, zoals Imane, zouden op deze plek liever een schommel zien. Ook op het Munthofplein voelen deze kinderen zich niet welkom. Met sprokkelhout maken ze dan maar doeltjes op het Sint-Gillisvoorplein en voetballen ze daar. Ze ‘hacken’ dus bepaalde ruimtes, bij gebrek aan alternatief. Elk kind schrijft zijn besognes, frustraties of impressies neer op voorgedrukte stickers. Die zijn er in verschillende vormen en kleuren en corresponderen met een hele waaier aan mogelijke gevoelens. Elke sticker krijgt een kort tekstje en wordt vervolgens op de juiste plek op de kaart geplakt. Onze volgende bestemming ligt aan de andere kant van het Bethlehemplein. Yasmina, fier als een gieter als ik haar Nederlands prijs, wijst naar een groepje jongeren dat tussen de

auto’s op de straat hangt. “Kijk, die jongens gaan niet naar school. Willen die niet slagen in het leven of zo?” Mondig is ze wel, Yasmina,

© BART DEWAELE

een soort werfplek in de buurt van de De Merodestraat. Die kinderlijke inventiviteit brengt leven in wat je maar moeilijk als een aangename wijk kunt omschrijven. Wat ook opvalt, is hoezeer deze kinderen zich bewust zijn van zogenaamd sociaal onwenselijk gedrag. Drugs en geweld veroordelen ze sterk. In plaats van op te kijken naar de oudere jongeren tonen ze hun af-

“Wij willen hier ook voetballen, maar er is nooit plek, of de grotere kinderen jagen ons weg” en dat lijkt me ook geen overbodige luxe als je hier opgroeit. Thuis hebben de meesten geen tuin, het leven leren ze op straat. De meeste kinderen hebben tot mijn verbazing een fiets, maar die gebruiken ze eerder op pleintjes of skateparken dan voor praktische doeleinden. Een van de kinderen vertelt dat ze vaak gaat spelen op

keer voor hun gedrag. Of heeft dat met de leeftijd te maken? Onderweg naar een ander sportplein in de buurt van de Dethystraat passeren we de rotonde aan de Praagstraat. De plek is niet veel meer dan een betegelde cirkel. Een jongeman, die wel een van de Barons lijkt uit de gelijknamige film, stationeert zijn fraaie wagen midden op de ro-

tonde. Geniaal, denk ik, maar daar oordelen de kindergeesten toch iets anders over. Ze krijgen zin om een sticker op de wagen te plakken, of een boete uit te schrijven. Ondertussen weet niemand het zogenaamde pleintje aan de Dethy­ straat liggen. Onder een stralend lentezonnetje kondigt begeleider Wauter dan maar aan dat we rechtsomkeert maken.

Verbod, gebod Nadat we de kinderen uitgewuifd hebben, nodigen de organisatoren de begeleiders en enkele andere volwassenen, die deze workshop volgen in het kader van een symposium van het Human Cities-festival, uit op een nabespreking. Begeleiders van de drie groepen vertellen over hun ervaringen van deze middag. Artdesigner Thomas Laureyssens en Caroline Claus van Yota! – de organisatie binnen JES die zich inzet voor participatie van kinderen in de stad – modereren het debat. Wauter, de begeleider van onze groep, betwijfelt of het wel een goed idee is om nieuwe speelterreinen te bouwen. “Het lijkt me vooral belangrijk om de bestaande speelpleinen aan te passen aan kinderen van alle leeftijden. Het is misschien opportuun om de speelpleinen op bepaalde tijdstippen exclusief door de kleinsten te laten gebruiken.” Iemand werpt op dat we deze kinderen misschien ‘gevarieerder’ moeten leren spelen. “Voor sommige kinderen lijkt voetballen het enige ter wereld te zijn. Misschien is het een idee om moeders een oogje in het zeil te laten houden, of om andere tussenpersonen aan te duiden die voor een nieuwe dynamiek kunnen zorgen.” Laureyssens speelt hier handig op in en denkt na over mogelijke ingrepen in de bestaande infrastructuur. “We zouden op een lege muur van het speelplein allerlei spelletjes kunnen schrijven of tekenen die de kinderen daar wél mogen doen. Gebod in plaats van verbod, zou dat kunnen werken?” “Dit is een oefening in het luisteren en kijken naar kinderen,” zegt Laureyssens nog. “Via enkele heel eenvoudige visuele attributen kunnen de kinderen ons iets leren over hun beleving van de buurt.” Claus vertelt dat deze workshop kadert in een bredere visie op stadsvernieuwing. “De analyse en resultaten van deze workshops zullen we proactief gebruiken in het werkveld. Dat wil in dit geval zeggen dat we ze zullen voorleggen op de vergadering van het wijkcontract Bosnië, dat binnenkort begint te lopen. We hopen dit experiment later uit te breiden naar andere wijkcontracten of projecten.” Volgens Claus wordt er vaak voor kinderen beslist, maar nog niet voldoende naar hen geluisterd als het gaat over het bouwen van de stad. “Met Yota! willen we kinderen hun stad mee vorm laten geven. We vinden het daarbij belangrijk om op tien- tot twaalfjarigen te focussen, omdat die groep vaak uit de boot valt.”   Tuur De Moor


BDW 1322 PAGINA 11 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Brussel > Stad sloopt en bouwt huizenblok

Sint-Jans-Molenbeek > Fietspad op Mettewielaan

Chez Marcel tegen de vlakte

Ninoofsesteenweg krijgt busbaan © SASKIA VANDERSTICHELE

Het bekende café Chez Marcel is niet meer. Voorlopig toch. Het stadsbestuur wil op de plek waar de kroeg van eigenaar Marcel Maes stond, een huizenblok neerzetten. Na de werkzaamheden zou Marcel wel opnieuw een café kunnen uitbaten op dezelfde plek.

Chez Marcel bestaat eigenlijk al veel langer, maar werd pas vanaf het midden van de jaren 1970 – toen Maes er uitbater werd – zo genoemd. Het was een plek waar veel Marolse volksfiguren hun pint kwamen drinken.  CD

ADVERTENTIE

Minister Brigitte Grouwels (CD&V) plant een busbaan op de Ninoofsesteenweg. Op de Mettewielaan komt er een lang fietspad. “De plannen voor een busbaan op de Ninoofsesteenweg passen binnen het Vicom-programma om de commerciële snelheid van het openbaar vervoer te verhogen,” zegt Philippe Vanstapel, woordvoerder van Brigitte Grouwels. “Er is dus sprake van een gemengde bus-/fietsbaan, die aansluit op het nieuwe fietspad langs de Mettewielaan. Daar plannen we voor 1,6 kilometer fietspad, wat de veiligheid en het comfort van de fietsers aanzienlijk zal verhogen. Minister Grouwels wil de werkzaamheden in de Mettewie­ laan nog voor de zomer­vakantie laten beginnen. Wanneer het  werk op de Ninoofsesteenweg precies begint, is nog niet duidelijk. De planning wordt nu opgemaakt.” Ook voor de gemeente hebben de plannen gevolgen. Zo zal er een parkeerstrook moeten ver-

dwijnen, zegt Jef Van Damme, schepen van Mobiliteit (SP.A). “Voor de handelaars is dat geen probleem, omdat er overdag voldoende parkeerplaats is. Voor de buurtbewoners is het wél problematisch. Daarom hebben we een overeenkomst gesloten met enkele grote bedrijven in de buurt, zodat de bewoners daar ­  ’s avonds kunnen parkeren. Dit project wordt overigens getrokken door de gemeenten Anderlecht en Molenbeek samen: ook mijn Anderlechtse collega Mustapha Akouz heeft er een belangrijke rol in gespeeld.” Karen Van De Plas van De Lijn Vlaams-Brabant is heel tevreden met de komst van de busbaan. “Het is belangrijk om de bus uit het verkeer te halen om de schommelingen in de dienstverlening tegen te gaan. We hebben toch zestien buslijnen die gebruikmaken van de Ninoofsesteenweg.” De komende maanden staan bewonersvergaderingen en wijkvergaderingen gepland. 

Matthias Vanheerentals


BDW 1322 PAGINA 12 - DONDERDAG 29 MAART 2012

DE SUKKELSTRAAT (8)

Zwembad Sint-Franciscus, Sint-Joost-ten-Node

Een generatie kinderen zwemt niet Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De komende maanden legt BDW in de reeks De Sukkelstraat elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Deze week: de heilige Joost en de heilige Franciscus, in een lek bad.

Vorige zomer zat de renovatie van de technische apparatuur van het gemeentelijke zwembad erop, maar toen de kuip vervolgens met water werd gevuld, bleken er lekken in te zijn. Meteen wordt de opening met twee jaar vertraagd. De kroniek van het gemeentelijke zwembad Sint-Franciscus begint als een succesverhaal: in 2009 beschermt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het zwembadcomplex – overigens een van de weinige publieke art-decogebouwen die Brussel nog telt. Kort daarop begint de renovatie. Alle technische apparatuur wordt vernieuwd. Het Gewest subsidieert voor tachtig procent, omdat het om een beschermd gebouw gaat. De renovatie is eind augustus 2011 klaar en het zwembad wordt opnieuw met water gevuld. Al snel blijkt dat de betonnen kuip lekt. Dagelijks stroomt 1.200 liter water weg. Heeft iemand toen een fout gemaakt? Had men de kuip niet ook meteen moeten renoveren? Volgens Ahmed Mouhssin (Ecolo), bestuurslid van het zwembad, kan er nie-

Marcel Debod houdt als enig overblijvend personeelslid een oogje in het zeil en zorgt voor het onderhoud. Hij vindt de situatie triest, vooral voor de kinderen.

mand met de vinger worden gewezen. “Dit is pure pech, maar het feit dat u deze vraag stelt, maakt dat we dit dossier misschien opnieuw moeten bekijken.” Volgens schepen van Sport Hava Ardiçlik (PS) heeft het college er op dat moment voor geopteerd om het zwembad opnieuw een hele tijd te sluiten en het pijnlijke euvel grondig te herstellen. “De procedure – van het dossier opstellen tot een aannemer aanstellen – neemt minstens twintig maanden in beslag. De renovatie zelf moet daarna in vier

“Dit dossier illustreert het gebrek aan visie in de gemeente”

maanden af zijn, als alles goed gaat uiteraard.” Volgens deze berekenin-

ADVERTENTIE

© IVAN PUT

gen zal het zwembad ten vroegste in 2014 opnieuw openen. Die datum lijkt ook gemeente-ingenieur Emery Karege plausibeler dan het vooropgestelde 2013. Nochtans lag er een tijdelijke oplossing voor de hand. Het studiebureau opperde om een dekzeil in de kuip te plaatsen, zodat het zwembad tijdens de lange procedure opnieuw – weliswaar tijdelijk – kon opengaan. Toenmalig directeur Jean Lopez was een

www.brusselnieuws.be/sukkelstraat

voorstander van dit plan en vond het vooral vanuit sociaal oogpunt een gemiste kans. Ook Tom Smeyers, lid van het wijkcomité, betreurt de beslissing van het college. “De gemeente heeft zogenaamd geen geld voor dit dekzeil van 35.000 euro, maar wou wel een gebouw kopen voor 1,7 miljoen euro (in de Hoevestraat, TDM), dat amper een jaar voordien nog 600.000 euro kostte!” Ondertussen zijn de scholen en de kinderen van Sint-Joost de grootste slachtoffers. Volgens Smeyers zijn de problemen die zich bijvoorbeeld vorige zomer voordeden in het Bloso-domein van Hofstade, indirect ook een gevolg van het tekort aan Brusselse recreatie- en zwemmogelijkheden. Frederic Roekens, oppositielid voor Groen, betreurt dat een hele generatie Sint-Joostse kinderen niet zal leren zwemmen. “Dit dossier illus­ treert het gebrek aan visie in deze gemeente. Men calculeert geen dingen in.” Sven Moens, directeur van basisschool Sint-Joost-aan-Zee, heeft de grootste moeite om een alternatief te vinden. “We onderhandelen met het zwembad van Strombeek-Bever, maar het is moeilijk. We hebben zelfs al hotels benaderd. Bij mijn weten gaan de Franstalige scholen in de gemeente helemaal niet zwemmen.” Enkele telefoons bevestigen dat. Een hele generatie kinderen leert niet zwemmen, en niemand lijkt daarvan wakker te liggen.  Tuur De Moor


Montgomery: bewoners in opstand tegen renovatie Het gemeentebestuur van SintPieters-Woluwe wil een motie aannemen tegen de verbouwing van het metrostation Montgomery. Het is al een tijdje onrustig in het residentiële Sint-Pieters-Woluwe, en wel omdat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het metrostation Montgomery wil renoveren. Buurtbewoners nemen het niet dat de plannen zonder inspraak werden voorgelegd en gaan ook niet akkoord met de voorgestelde veranderingen. Zo willen ze niet dat er aan het uitzicht van de rotonde en fontein geraakt wordt, vrezen ze dat enkele bomen zullen moeten sneuvelen, laken ze het uitblijven van een oplossing voor de weinig bediende tram 39 en 44 (die ver af liggen van de aansluiting met

de metro- en premetrolijnen) en zijn ze bang dat er niets zal veranderen aan de onveiligheid in sommige delen van het station. De buurt heeft het gemeentebestuur mee. Die bereidt een motie voor waarin de bezwaren formeel worden overgemaakt aan het Gewest. Burgemeester Willem Draps (MR) noemde onlangs de werkzaamheden nog ‘faraonisch’, en de gemeentelijke overlegcommissie heeft het project al afgekeurd. Volgens het Gewest zal er bovengronds weinig aan het uitzicht veranderen en zal het station na de werkzaamheden veel moderner ogen. Het Gewest is niet verplicht rekening te houden met de kritiek van de gemeente.  Christophe Degreef

BDW REGIO

Sint-Pieters-Woluwe > Gemeente bereidt motie voor

© TIJL VEREENOOGHE/ERFGOED.BE

BDW 1322 PAGINA 13 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Het zeventiende-eeuwse Hoeveke, een van de laatste relicten van de oude dorpskern.

Evere > ‘Volwaardige feestzaal’ voor de gemeente

’t Hoeveke gerestaureerd

Ganshoren > Tweede vestiging in Heilig-Hartcollege

Buitenschoolse opvang De Rivieren breidt uit De nieuwe vestiging van het Initiatief voor Buitenschoolse Opvang (IBO) De Rivieren in het HeiligHartcollege ging vorige week officieel open. IBO De Rivieren zat tot hiertoe alleen in het paviljoen De Rivieren in de Mathieu de Jongelaan. Voor de kinderen en zeker voor de kleutertjes van het Heilig-Hartcollege was dit elke dag na school een hele afstand. Daarom werd gezocht naar een opvanglocatie dichter bij school.

Die werd uiteindelijk gevonden in een leegstaand deel van de school. IBO De Rivieren beschikt er over een lokaal van 120 vierkante meter, dat uitgeeft op de speelplaats en plek biedt aan 25 kinderen. De tweede vestiging ging in september open en zit inmiddels elke dag vol. Net als in het paviljoen worden er elke dag na school creatieve, sportieve of muzikale activiteiten aangeboden aan kinderen van 2,5 tot 12 jaar.  Bettina Hubo

Het historische Hoeveke in de Marnestraat is gerestaureerd. Het gemeente­bestuur stelde de opgeknapte boerderij afgelopen dinsdag voor. Voortaan heeft Evere een volwaardige feestzaal. Daarvoor werd ook de indeling van de binnenruimtes aangepast. De gevel, gedeeltelijk opgetrokken uit lokale zandsteen, bleef behouden. Na de laatste renovatie, zo’n veertig jaar geleden, waren zowel het interieur als de veiligheidsvoorzieningen aan vernieuwing toe. “Omdat er in Evere geen volwaardige feestzaal was, wil het gemeentebestuur met deze opknapbeurt zowel de Everaars als mensen van buiten de gemeente een dienst bewijzen,” vertelt Jean-Luc Liens, schepen van Nederlandstalige Cultuur (SP.A). De hoeve dateert uit 1638 en is de laatste van vele boerderijen die overgebleven is in de vroegere dorpskern. Het gebouw omvatte toen drie woongedeeltes voor boerengezinnen. In 1970 werden

de drie afzonderlijke woningen omgebouwd tot één ruimte, om vanaf 1975 te dienen als feestzaal. In 1997 werd ’t Hoeveke beschermd, en later werd de gemeente eigenaar van het gebouw. Omdat de infrastructuur in 2011 niet langer voldeed aan de eisen, besliste de gemeenteraad om het gebouw te vernieuwen en de indeling van de ruimtes ook af te stemmen op culturele evenementen. Hoewel iedereen gebruik kan maken van ’t Hoeveke, betalen inwoners van de gemeente minder om het gebouw af te huren. Franstalige cultuurverenigingen kunnen de ruimte zes keer per jaar gratis gebruiken, Nederlandstalige drie maal. Volgens Liens is het initiatief een succes: alles zit al vol tot het einde van deze zomervakantie. De renovatie kostte 220.000 euro, gespreid over drie posten: veiligheid, inrichting en elektriciteit. De gemeente bekostigde de verbouwingen zelf en kon rekenen op de steun van enkele privé-investeerders.  Nick Vervaeck

ADVERTENTIE

PREMIÈRE!

IRMA FIRMA

HOCUS FOCUS

VR 13/04 19:00!!! VERTREK AAN KAAITHEATER Surrealistische performance in de publieke ruimte. WWW.KAAITHEATER.BE

CHRISTINE DE SMEDT/ LES BALLETS C DE LA B

TONEELHUIS/GUY CASSIERS/ JOSSE DE PAUW

DI 17 & WO 18/04 19:30!!! KAAISTUDIO’S

DO 19, VR 20 & ZA 21/04/2012 20:30 KAAITHEATER

UNTITLED 4

DUISTER HART

Gedanste portretten van Burrows, Platel, Le Roy & Salamon.

Josse De Pauw speelt ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad!

WWW.KAAITHEATER.BE

WWW.KAAITHEATER.BE

DOOD PAARD

DE PERZEN DI 24 & WO 25/04/2012 20:30 KAAISTUDIO’S

Dood Paard speelt ‘De Perzen’ van Aeschylus, het oudste toneelstuk. WWW.KAAITHEATER.BE


BDW 1322 PAGINA 14 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Nieuwe naam, oude zeden: “Terwijl het Vlaams en het Waals Gewest de voorbije jaren een versterkt activeringsbeleid voor werkzoekenden voerden, bleef de Brusselse dienst in hetzelfde bedje ziek.”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Werk > N-VA: Brusselse dienst arbeidsbemiddeling schiet tekort

‘Activeer Actiris’ BRUSSEL – De situatie op de Brusselse arbeidsmarkt is bijzonder precair, vindt N-VA. Uit cijfergegevens over werkgelegenheid en werkzaamheid die Brussels senator Karl Vanlouwe en kamerlid Zuhal Demir in hun bezit hebben, blijken opmerkelijke verschillen tussen het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

BDWOPINIE

kelijke inhaalbeweging (van slechts 186 dossiers in 2003 naar meer dan 11.000 in 2010); het aantal dossiers vanuit het Brussels Gewest blijft nog steeds beperkt tot ongeveer één op tien van alle dossiers die RVA ontvangt. In Brussel loopt een werkloze hierdoor maar zes procent kans op een sanctie van de RVA, tegenover 13 procent in het Vlaams Gewest en 9 procent in het Waals Gewest. Deze sombere analyse van de Brus-

© XXX

De werkzaamheidsgraad meet het aantal werkenden in de bevolking op beroepsactieve leeftijd. In 2010 waren er per 100 inwoners op actieve leeftijd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest slechts 59 aan het werk, tegenover 62 in Wallonië en 72 in Vlaanderen. Opvallend hierbij is de positieve trend in het Vlaams Gewest over de periode 2000-2010 en het status-quo in het Brussels Gewest. De werkzaamheidsgraad in het Brussels Gewest ligt bovendien aanzienlijk lager dan het Belgische en het Europese gemiddelde, met respectievelijk 67,6 en 68,6 procent. De werkloosheid ligt in het Hoofdstedelijk Gewest dan weer meer dan drie keer zo hoog als in het Vlaams Gewest (17 procent in Brussel, 12 procent in Wallonië en 5 procent in Vlaanderen). Vooral de jeugdwerkloosheid is erg

hoog. Maar liefst veertig procent van de jonge beroepsbevolking van Brussel is werkloos, tegenover dertig procent in het Waals en 16 pro-

arbeidsmarktsituatie niet opgelost raakt, en zelfs verslechtert? De slechte werking van de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling Actiris biedt ongetwijfeld een deel van de verklaring. Terwijl de voorbije jaren in het Vlaams en Waals Gewest een versterkt activeringsbeleid voor werkzoekenden werd uitgebouwd (VDAB en Forem), bleef de Brusselse dienst – ook na de naamsverandering van BGDA/Orbem naar Actiris – in hetzelfde bedje ziek.

Zuhal Demir en Karl Vanlouwe:

“In de zesde staatshervorming wordt de Brusselse bevolking verder overgeleverd aan de lethargie en inefficiëntie van het Brusselse bestuur” cent in het Vlaams Gewest, en een gemiddelde van 21 procent in de Europese Unie. Ook hier merken wij dat de kloof steeds groter wordt.

Sanctie Hoe is het mogelijk dat in het hart van de Europese Unie deze penibele

Het aantal dossiers van ‘werkonwillige’ werklozen dat vanuit de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling wordt overgemaakt aan de RVA, ligt dan ook veel lager dan in het Vlaams en het Waals Gewest. Vanuit het Waals Gewest (Forem) merken we de voorbije jaren een opmer-

selse arbeidsmarkt en het falende Brusselse beleid is niet nieuw. Een belangrijkere vraag is dan ook of we beterschap mogen verwachten als gevolg van het akkoord over de zesde staatshervorming. In de toekomst worden immers de gewestelijke diensten (Forem, Actiris en

VDAB) bevoegd voor de controle en bestraffing van werklozen. Het blijft wel de RVA die de uitkeringen betaalt, en dus de budgettaire gevolgen draagt van het beleid dat de regio’s voeren – of niet voeren. Deze nieuwe bevoegdheidsverdeling is dan ook exemplarisch voor het gebrek aan financiële en inhoudelijke responsabilisering van de deelstaten in het bereikte akkoord over de zesde staatshervorming. Als gevolg van de onbeperkte duur van de werkloosheidsuitkeringen is het in België van belang een actief beleid te voeren in de begeleiding, opleiding en controle van werklozen. Zo kan sociale (uitkerings)fraude voorkomen worden en raakt het maatschappelijk draagvlak van de werkloosheidsverzekering niet ondermijnd. Uit de cijfers over de omvang en evolutie van de activering en controle van werklozen blijkt dat het Brussels Gewest op dit vlak structureel achterblijft op het Vlaams en Waals Gewest. Als gevolg van de nieuwe bevoegdheidsverdeling dreigt die achterstand nog verder te vergroten, want de coördinerende en faciliterende rol die de RVA in het verleden op dit vlak opnam (via de zogenaamde RVA-facilitatoren), verdwijnt in de toekomst, zonder dat hier een nieuwe verantwoordelijkheid voor de regio’s tegenover staat (qua regelgeving noch budgettair).

De dupe En zo dreigen de Brusselse werkzoekenden de dupe te worden van de zesde staatshervorming. Er ontbreekt immers nog meer dan vroeger een impuls voor een sterker activerend beleid voor de Brusselse werkzoekenden, die vaak laaggeschoold en langdurig werkloos zijn. De Brusselse regering heeft in het recente verleden steevast gekozen om de extra middelen te besteden aan gesubsidieerde tewerkstelling in de publieke sector (met gesubsidieerde contractuelen), en heeft tegelijk verzuimd te investeren in een actieve begeleiding van de groeiende groep werkzoekenden naar de reguliere (private) arbeidsmarkt. Tekenend voor het gebrek aan vertrouwen in deze Brusselse instelling is de vaststelling dat de meeste Brusselse werkgevers hun vacatures zelfs niet melden bij Actiris... De cijfers over de groeiende achterstand op de Brusselse arbeidsmarkt zijn en blijven ontluisterend. In het hart van Europa ligt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat er ondanks zijn vele troeven niet in slaagt een inhaalbeweging te maken op sociaal-economisch vlak, maar verder wegzinkt in de malaise. De hervorming van de Brusselse instellingen en de nieuwe bevoegdheidsverdeling vormen een nieuwe gemiste kans voor een slagkrachtig beleid voor Brussel. In de zesde staatshervorming wordt de Brusselse bevolking verder overgeleverd aan de lethargie en inefficiëntie van het Brusselse bestuur. Dit is alvast niet de hervorming die wij voor ogen hadden voor onze hoofdstad. 

Karl Vanlouwe, senator uit Brussel, en Zuhal Demir, kamerlid, beiden N-VA


BDW 1322 PAGINA 15 - DONDERDAG 29 MAART 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Weg met het Centraal Met grote belangstelling heb ik het artikel gelezen over de toekomst van Brussel, waarin het idee werd gelanceerd om het Centraal Station te laten verdwijnen (BDW 1320 van 15 maart, p. 5). Er wordt heel veel gepraat over de te drukke noordzuidverbinding met haar zes sporen. Ballonnetjes worden opgelaten voor een verbreding of verdieping, een beetje naar Antwerps model. Dit zou dan betekenen: jarenlange werkzaamheden met even lange hinder, alweer, in het hart van de stad, en een ongelooflijk dure investering. Daar draait de Brusselse betonmolen weer. Maar het getuigt ook van weinig toekomstvisie en weinig creativiteit. Als Brussel zich echt wil profileren als wereldstad, hoe komt het dan toch dat beleidsmensen nog altijd vinden dat elke provinciaalse pendeltrein de hele stad moet doorkruisen en in elk Brussels station moet stoppen? In welke andere wereldstad is dat zo? Neen, dan stem ik graag in met de stelling van (architectenbureau) 51N4E, dat er dringend op een andere manier naar de hoofdstad moet worden gekeken. Allicht moet het Centraal Station daarvoor niet helemaal worden opgeofferd, maar laat dan toch minstens alle treinen die een eindhalte hebben in Brussel, ook daadwerkelijk stoppen in het eerste grote station waar ze Brussel binnenkomen (bijvoorbeeld Noord of Zuid), om vervolgens weer rechtsomkeer te maken. En laat enkel nog internationale treinen en treinen die van de ene naar de andere uithoek van het land reizen, nog doorrijden in de Brusselse ondergrond, al dan niet met een extra halte in het Centraal Station. Dit kost niets en lost meteen definitief en voor altijd de congestie van de noord-zuidas op. Nu al beschikken de stations Noord en Zuid, maar ook Schuman, Luxemburg, Bockstael, Simonis en Weststation over zeer uitgebreide verbindingen met het lokaal openbaar vervoer. De bespaarde investeringen kunnen bovendien nuttig en zinvol worden geïnvesteerd in de verdere uitbouw en verbetering van het MIVB-netwerk: een ietsje meer metro en vooral veel meer trams en bussen in eigen bedding. Of zou dat te eenvoudig zijn voor onze beleidsmensen?  Alain Vanclooster, Koekelberg

Brussel dan toch volledig francofoon wil zijn, waarom dan toch weer naar Vlaanderen kijken als er serieus moet worden bestuurd? C’est curieux... 

Naar aanleiding van het citaat van Groen-politici Bruno De Lille en Elke Van den Brandt, afgedrukt op p. 3 van BDW 1320, las ik hun ‘open brief’ aan Vic Anciaux. Ik vind dat ze hier cynisch kort door de bocht gaan. Ze verwijten Vlaanderen dat het weigert (alweer) op te draaien voor de francofone onwil om crèches bij de bouwen, maar ze verzwijgen zedig dat diezelfde Franse Gemeenschap zelf weigert crèches bij te bouwen voor de toch overwegend francofone kindjes in Brussel. Ook zwijgen beiden al even zedig over het quotum van 55 procent (dus net iets meer dan de helft) dat wettelijk is vastgesteld. Moet de leskwaliteit er dan onder lijden omdat de francofone gemeenschap onwillig is en haar taken niet vervult? Extra cynisch wordt het wanneer beide politici de Vlaamse Gemeenschap verwijten zogezegd ‘zuiver Vlaamse kindjes’ te willen in Brussel, maar hoe zou je dát doen met slechts 55 procent? Alsof er nog Vlaamse beleidsmakers zijn die de Brusselse multiculturaliteit niet inzien, misschien meer dan hun francofone collega’s, die vaak maar eentalig Frans zijn. Dit was dus of platte pre-verkiezingspraat, of een zoveelste opstoot van politieke correctheid, of beide. Waarom komen de twee politici niet ineens op voor Ecolo? Als

Bruno Floré, Wetteren

Moderne Kunst Het is waarschijnlijk niemand ontgaan dat het project voor een nieuw museum voor moderne kunst over het kanaal louter utopie is (en in concreto zelfs ondermaats klein is), en bijgevolg niet in aanmerking komt als remedie voor een nieuw vervangend museum. Schrijfster van de lezersbrief ‘Moderne Kunst’ (in BDW 1320 van 15 maart, p. 15) meent nog een overdreven ongepaste grap te moeten maken. Want als er nu één zaak is dat een museum moderne kunst kan missen, dan is het wel in een soort buitenschalige bonbonnière als het Justitiepaleis te worden ondergebracht. (De locatie van het nu gesloten Museum voor Moderne Kunst zat destijds al op de rand van het aanvaardbare.) Daardoor ontstaat de indruk dat moderne en eigentijdse kunst overbodig en nutteloos zouden zijn in een stad. (...) Waarom anderzijds per se aan een nieuw gerechtsgebouw denken? Het huidige Justitiepaleis werd ooit met die bestemming gebouwd en kan op termijn – op voorwaarde dat er een getalenteerd architect wordt aangesteld – volgens een modern concept worden gerenoveerd, zodat het (opnieuw) als unicum kan functioneren. Het is onbegrijpelijk dat er in letterlijk alle Europese steden gebouwen gevonden worden om er een goed uitgerust museum voor moderne en/of hedendaagse kunst in onder te brengen – en anders bouwt men een nieuw museum. In Rotterdam werd zopas een gewezen garage als nieuwe expositieruimte in gebruik genomen, en de renovatie zou bijzonder geslaagd zijn. In plaats van grapjes te maken over een aanslepend probleem moet er onverwijld een gebouw gevonden worden voor een museum voor moderne en hedendaagse kunst. Geef die zoekopdracht aan een van onze vele kunst­ experts (die overigens overal in het buitenland gewaardeerd worden), zo niet blijft het lokale muggenzifterij. Wie zoekt, die vindt. 

Crèches

BDWOPINIE

Jonas Wille, Oudergem

Volgende week in deze kolommen: uw reacties op onze Vuilnisspecial van 22 maart.

Rechtzettingen Het kabinet van Brussels minister van Openbare Werken Brigitte Grouwels (CD&V) reageert op het artikel ‘Onteigening aan Schweitzerplein raakt er niet door’ in onze krant van 15 maart (p. 11). De onteigeningen door het Gewest betreffen andere huizen aan de Gentsesteenweg dan de vermelde aan de Kerkstraat. Het huis aan de Gentsesteenweg nummer 1131 (voormalig Fortis-kantoor) is al onteigend en in het bezit van het Gewest. De aanpalende snackbar is nog niet onteigend, omdat de eigenaar tegenstribbelt. De onteigeningsprocedure loopt nu via juridische weg. Asbest is niet de oorzaak van de blokkering van het dossier; de reden is dat de eigenaar niet instemt met het voorgestelde bedrag. De (latere) afbraak van beide huizen vormt geen belemmering voor de timing van de werkzaamheden aan het Schweitzerplein. En in het hoofdredactioneel commentaar van vorige week, ‘Verkeersveiligheid’ (p. 15), staat dat “de centrale lanen al een hele tijd een zone 30” zijn. Dat is onjuist: tot nader order geldt er nog 50 kilometer per uur.

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Kinderopvang door Anne Brumagne “Elke discussie over de staatsstructuur, en over economie, loopt vast op steeds weer dezelfde vraag: wat met Brussel?” Woorden van Bart De Wever (N-VA) op de voorjaarslunch van de werkgeversorganisatie Voka, afgelopen donderdag. Er was veel belangstelling voor De Wevers Brusselse toespraak, ook omdat hij eerder had toegegeven dat de hoofdstad voor zijn partij een hachelijke kwestie vormt. Binnen de Vlaamse Beweging zijn er immers twee strekkingen: zij die Brussel desnoods willen ‘dumpen’ om de onafhankelijkheid van Vlaanderen te verkrijgen, en anderen die Brussel niet willen loslaten. De Wever gaf bij Voka geen uitsluitsel over waar zijn partij met de hoofdstad naartoe wil, maar hij gaf wel ‘voor eens en altijd’ aan dat Vlaanderen niet van plan is Brussel los te laten. En dat Vlaanderen wil investeren in Brussel. “Maar dan moet het ook duidelijk zijn waarvoor we betalen.” Waarna een hele reeks van voorbeelden volgde waar volgens De Wever Vlaanderen geen inspraak kreeg. “We komen onvermijdelijk uit bij een model waarbij Brussel wordt bestuurd door Nederlandstaligen en Franstaligen.” En of Brussel région à part entière of hoofdstad wil zijn? “Ik hoop het laatste.” ‘Hoofdstad’ of ‘région à part entière’: het blijft een behoorlijk abstracte en misschien ook wel onmogelijk te beslechten discussie. Maar concrete Brusselse thema’s waar Nederlands- en Franstaligen samen naar een oplossing zouden moeten zoeken, die liggen voor het oprapen, hoor! Neem het grote tekort aan kinderopvang in Brussel, dat de laatste dagen veel aandacht kreeg. Het is een bijzonder belangrijk probleem, gezien de bevolkingsstijging. Het treft Nederlandstalige ouders evenzeer als anderstalige. En het is een belangrijke reden waarom vrouwen nog te weinig deelnemen aan de arbeidsmarkt, met alle gevolgen van dien. Dat is zeker het geval voor vrouwen van nietEuropese origine. Van hen is, zo bleek maandag, maar een kwart aan het werk. Voor jonge kinderen uit gezinnen waar de officiële landstalen niet worden gesproken, kan de kinderopvang een plek zijn waar ze vertrouwd geraken met die talen. En zulke kinderen zijn er steeds meer in Brussel. De twee gemeenschappen zijn ook voor hun opvang ten volle verantwoordelijk: de 35 extra erkende en gesubsidieerde plaatsen in Brussel van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) voor dit jaar zijn ruim onvoldoende. Verschillende partijen riepen er al toe op een masterplan of een taskforce voor de Brusselse kinderopvang uit te werken, samen met de Franse Gemeenschap. Het initiatief nemen is niet verboden. De andere gemeenschap voortdurend de zwartepiet toeschuiven, en daardoor ter plaatse blijven trappelen, dát zouden we moeten afleren.

EVA HILHORST


© TOM GOFFA

BDW 1322 PAGINA 16 - DONDERDAG 29 MAART 2012

VADROUILLE De Waancel: na Niels, nu Rob

DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

© PETITS PAPIERS

HAREN – Komende zondag, 1 april, om 15 uur is het de première van Rob in het gemeenschapscentrum De Linde in Haren. In deze muzikale familievoorstelling van het jonge Brusselse gezelschap De Waancel kruipt Mieke Proost in de huid van een wetenschapster die een onwaarschijnlijk verhaal vertelt. Met behulp van een diaprojector legt ze uit hoe ze bijna ontplofte toen ze, na het achtervolgen van een zeerob, in een ondergronds laboratorium terechtkwam, waar ze een wereldschokkende ontdekking deed. Ketnet-wrapper Peter Pype en actrice Evelien Lauwers vertolken de randpersonages uit het relaas. Tijdens het verhaal zal het Kapot Orkest onder leiding van Peter Spaepen voor de nodige spanning zorgen. De voorstelling, geregisseerd door Koen Boesman, is bedoeld voor kinderen ouder dan acht jaar. “Word weerbarstig! Kijk uit voor een wereld waarin alles netjes, geordend en normaal moet zijn. Geniet van lelijke dingen, maak rommel en weiger je haar te kammen. Dat is de boodschap achter Rob,” vertelt Peter Spaepen. Omdat zowel het verhaal, de tekst, de muziek als de kostuums nieuw zijn, dient deze voorstelling om het maakproces af te ronden. Door een volle agenda is De Waancel nog niet in staat om een tournee vast te leggen voor het stuk. De Waancel is een kleine vzw uit Jette die toneelproducties voor kinderen maakt. Met hun opvoeringen willen ze een alternatief bieden voor de grote commerciële voorstellingen. Vorig jaar richtten Pype en Spaepen het productiehuisje op. De vorige productie, Niels, toert vanaf november weer door Vlaanderen. Ook hun eerste personage, Erwin Blik uit het gelijknamige toneelstuk, zal nog regelmatig opduiken. Op een tweede voorstelling van Rob wordt het nog even wachten.  NV www.waancel.be ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

Philippe Geluck: “Ik probeer brutaal te zijn. Als ik de mensen kan doen lachen én kan doen nadenken, dan ben ik blij.”


© LUC TOURLOUSE

BDW 1322 PAGINA 17 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Le Chat wordt tentoongesteld in Galerie Petits Papiers aan de Zavel. “Wat je hier ziet, is puur plezier en luchtigheid,” zegt Geluck.

me meer doen dan het werk van een schilder waar ik niet van hou. Sommige journalistieke werkstukken sla ik hoger aan dan sommige romans.”

Strip > Philippe Geluck, ‘niet herkend in Vlaanderen of Italië’, maar BB op Zavel

Een Kat met grote K © PETITS PAPIERS

BRUSSEL – Om te lachen moet je deze week niet naar een cultuurcentrum dat voor de elfendertigste keer een stand-up comedian uitnodigt, maar naar enkele galerieën aan de Grote Zavel. Petits Papiers en Lancz Gallery tonen en verkopen werk van Philippe Geluck. Van De Kat kunst maken was een koud kunstje voor de Brusselse humorist. “Dit is een spel. Ik kan geen schilder zijn, ik heb me geamuseerd.”

L 

Veranderen de spelregels als De Kat geen centimeters, maar een meter groot moet zijn? Philippe Geluck: “Bij schilderen horen andere gebaren, dat vond ik persoonlijk wel fijn. De grote verandering is vooral dat ik niet voor lezers werk, maar voor bezoekers. Mijn doel is wel hetzelfde gebleven: hen aan het lachen krijgen.” “Ik heb de indruk dat ik een schilder speel. Dit is een spel, ik kan geen schilder zijn, ik heb me geamuseerd. Ik hou me niet voor een belangrijk artiest. Ik maak wat mij aan het lachen brengt. Al moet ik toegeven dat ik in mijn boeken steeds heviger ben. Ik probeer brutaal

Toch draait De Kat niet altijd om een grap. Soms is het eerder een kietelende beschouwing. Als kind kon me dat enorm frustreren. Geluck: “Soms is het een grote grap, soms eerder een filosofische beschouwing, poëtische bedenking of absurde draai. Dat is juist. Een kind kan het gewoon niet altijd begrijpen omdat hij de culturele referenties nog niet heeft. Die grap ginds (wijst het werk ‘Madame Pollock’ aan, NR) kan je niet vatten als je de schilder Jackson Pollock niet kent.” “Dat het niet altijd grappig is, frustreert soms ook volwassenen. En vergeet ook nooit dat het soms ook gewoon een mislukte grap kan zijn.”

te zijn. Als ik de mensen kan doen lachen én kan doen nadenken, dan ben ik blij. In dit geval komt daarbovenop dat de mensen het werk mooi en groot kunnen vinden.” Galerieën en veilinghuizen hebben plots de strip ontdekt. Geluck: “Ja. Voor werk van Hergé en Franquin worden zotte bedragen betaald. Geen van beiden heeft dat overigens ooit zo gewild; zij deden gewoon hun werk. De waarde van een kunstwerk is niet intrinsiek, het wordt bepaald door het verlangen van de verzamelaars. Hoeveel geld willen zij eraan geven?” Doet u daar uw voordeel mee? Geluck: “Ik heb het geluck dat ik van mijn auteursrechten kan leven. Ik verkoop vrij veel boeken. Dat geeft me vrijheid. Vóór De Kat, in

mijn jonge jaren, heb ik nog aquarellen verkocht om van te leven. Dat was toch wel een heel andere situatie. Wat je hier ziet, is puur plezier en luchtigheid. Voor mij is de tentoonstelling belangrijk, niet de verkoop. Voor de galerieën ligt dat anders, zij leven hiervan. We zien wel wat de kopers ervan denken.” “Beeldverhalen en cartoons worden tot de ‘lage’ kunsten gerekend. Zelf geloof ik niet in dat kastensysteem van hoog en laag. Iets is goed of niet goed en niet van tevoren nobel of minderwaardig. Een striptekening kan © LUC TOURLOUSE

e Chat is al bijna dertig jaar het uithangbord van de krant Le Soir. De Kat promoveerde van cartoon met een vaste plek tot stoorzender die op onverwachte plaatsen in de krant opduikt en de lezer even van slag brengt met een soms absurde, soms filosofische opmerking of kwinkslag. Hij is ondertussen meer dan een dagbladverschijnsel: ook in tijdschriften, reclamespots en vlot verkopende albums duikt hij op. In de eerste tentoonstelling in België sinds Le Chat s’expose in het Jubelparkmuseum in 2004 confronteert Philippe Geluck zijn kat met Kunst met grote K, en omgekeerd de kunstwereld met De Kat met grote K. Breekt u zich het hoofd niet over de botsing. Allebei kunnen ze tegen een stoot, en in de galerieën is het vooral lachen. Er hangen enkele tekeningen en originele stroken, maar de show wordt gestolen door een dertigtal metershoge acrylwerken die Geluck de voorbije zes jaar op doek schilderde.

U smokkelt niet alleen humor de galerie binnen, maar ook de drie vakjes. Daar zo aan verslingerd? Geluck: “De drie vakjes zijn een klassieker in de cartoon, maar ook in de filosofie en de semantiek. Propositie, ontwikkeling, conclusie. Begin, midden, einde: daar gaat niets boven.” “Humor in een galerie is inderdaad zeldzaam. Humor in de schilderkunst is zeldzaam. Of ken jij veel humoristen onder de schilders? Alsof kunst ernstig moet zijn.”

Zelfs in deze galerie klampen mensen u aan voor een foto of handtekening. En wij maar denken dat er geen Brussels of Waals equivalent is voor de BV. Geluck: “Als ik niet oplet, doe ik deze avond niets anders dan handtekeningen uitdelen en naar camera’s lachen. In de trein, in de metro, overal. Maar maak je geen illusies: dat heeft niets met De Kat te maken. Dat is een gevolg van mijn tv-optredens: eerst voor de Belgische televisie, later voor de Franse. In Vlaanderen of Italië word ik heus niet herkend.” Is Geluck bekender dan De Kat? Geluck: “Fransen roepen op straat vaak ‘Salut, Le Chat’ naar mij. We zijn met elkaar verbonden als Laurel en Hardy.” 

Dit is de eerste Le Chat-tentoonstelling in België sinds 2004.

Niels Ruëll

De Le Chat-tentoonstelling loopt nog tot en met 17 april in Petits Papiers (Grote Zavel 8-8a), Lancz Gallery (Ernest Allardstraat 15) en Schleiper (Charleroisesteenweg 149, Sint-Gillis)


BDW 1322 PAGINA 18 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Beeldend > Marcel Pinas, Surinaams kunstenaar in residentie aan de VUB

‘Een stem geven aan de stemlozen’

Het Wereld Economisch Forum nomineerde Marcel Pinas onlangs als ‘Young Global Leader’, een erkenning voor jongeren die zich op een bijzondere manier inspannen voor de maatschappij. Pinas werkte van 15 februari tot eind maart aan La liberté PRK no??? (‘vrijheid waarom niet?), twee installaties en een documentaire. “Kunst is voor mij een uitlaatklep om aan te kaarten wat er gebeurt in de wereld. Want hoe je het draait of keert, wij zijn allemaal mee verantwoordelijk,” zegt Pinas. Hij heeft in het KultuurKaffee een installatie gemaakt van 32 lichamen, een mix van skeletten en bodybags. Gedurfd en aangrijpend. “Die bodybags zijn het gevolg van onze handelingen, maar wij staan er niet bij stil. Er sterven dagelijks onschuldige mensen in Nigeria, in Congo, door handelingen die wij ondersteunen. Met dit kunstwerk wil ik de wereld een spiegel voorhouden, want onze levenswijze berokkent al die schade,” vertelt Pinas. “Wel gek dat de westerse manier van leven gepro-

© BENJAMIN TOLLET

ELSENE – Voor het tweede jaar op rij heeft het KultuurKaffee een artiest in residentie uit Suriname, een voormalige Nederlandse kolonie. Marcel Pinas neemt het in zijn kunstwerken op voor de meest kwetsbaren in de maatschappij. Op donderdag 29 maart vindt de vernissage plaats in KK Gallery.

Marcel Pinas tussen zijn 32 skeletten en bodybags. “Onze westerse manier van leven berokkent veel schade, wereldwijd.”

moot wordt als maatstaf voor de derde wereld, terwijl de mensen daar er de dupe van zijn.” Pinas is vooral bekend van zijn werk ter ondersteuning van de Marron-gemeenschap in Suriname, een minderheid van afstammelingen van vrijgevochten slaven. Het woord marron

komt van cimarrones, vrijgevochten vee. “Het is een zwarte minderheid die zwaar gemarginaliseerd wordt, en dat aanvaard ik niet. Ik vind het vooral belangrijk dat de Marrons hun geschiedenis kennen: ze hebben zich vrijgevochten, hebben gestreden voor de afschaffing

van de slavernij, voor de onafhankelijkheid van Suriname en voor democratie. Ze moeten dus trots zijn op hun verleden. Door hun cultuur beter te kennen, staan ze sterker in hun schoenen.” Met zijn kunst wil Pinas een stem geven aan de gemarginaliseerden, ook in Brussel, waar hij erg geraakt werd door de situatie van de sans-papiers. “Ik heb hen geïnterviewd zodat het publiek weet hoe mensen zonder papieren denken, wat er in hen omgaat. Hoe komt het zo ver dat ze hier belanden?” Marcel Pinas is niet bang om tegen schenen te stampen. Zijn installatie Staatsolie bestaat uit een olievat van de Nederlandse multinational Shell dat overloopt van de menselijke beenderen. “Multinationals die alle grondstoffen uit de grond pompen, brengen ze vooruitgang? Is dit een vorm van ontwikkeling? Voor een selecte groep wel, maar het gros blijft met lege handen zitten.”  Benjamin Tollet Ontmoeting met Marcel Pinas op donderdag 29 maart om 18 uur, vernissage om 19.30 uur, gevolgd door een dubbelconcert van de Surinaamse bands Lobi Firi en Kara Dara om 21 uur. De expo loopt van 2 tot en met 26 april in het KultuurKaffee, Triomflaan 6, 1050 Elsene, www.kultuurkaffee.be

ADVERTENTIE

NEEM DEEL A PRO AN DE JECT OPR OEP 2012

SAMEN BOUWEN AAN ONZE WIJKEN VAN MORGEN Neem deel aan de projectoproep « Duurzame wijken » en geef uw wijk een nieuw, milieuvriendelijker gezicht. Energie besparen, groenere straten waar de kinderen kunnen spelen, uitrustingen voor de fietsers, zuiverdere lucht, een biomand om gezond te eten… Het is allemaal mogelijk in uw wijk ! 15 Brusselse wijken stapten al mee in het avontuur en vormen vandaag het Netwerk Duurzame wijken. Zin om mee te doen ? Stuur ons dan vóór 7 mei 2012 uw project voor een duurzame wijk ! Hulp om uw wijk te mobiliseren of het formulier in te vullen, kan u krijgen via :

info@duurzamewijken.be · 0800 85 286

QUARTIERS DURABLES DUURZAME WIJKEN

KRIJG BEGELEIDING EN EEN BUDGET VOOR UW WIJK

BRUXELLES ENVIRONNEMENT · LEEFMILIEU BRUSSEL


BDW 1322 PAGINA 19 - DONDERDAG 29 MAART 2012

© FERNAND BAUDIN PRIJS

Cultuur > De Munt fulmineert tegen laks beleid

‘Deze crisis is niet onze crisis’ BRUSSEL – Munt-directeur Peter de Caluwe maakte van zijn jaarlijkse persconferentie voor het nieuwe seizoen een heus mission­ statement: “Makkelijk gezegd dat wij ‘entertainment’ produceren. Ons werk draagt wel bij tot het civiliseren van de maatschappij.” Meer over het programma volgt zodra de kaartjesverkoop van start gaat.

Het ‘best verzorgde boek’: Louie Louie van Coline Sunier en Charles Mazé, met een knipoog naar de welbekende solfègeboekjes.

Praat

Naar de wet van de letter achteraf

Gezien: tentoonstelling van de Fernand Baudin Prijs en de Pa/per View Art Book Fair, nog tot en met 25 mei in Wiels, Van Volxemlaan 354, 1190 Vorst (meer op www.prixfernandbaudinprijs.be).

Toegegeven, ik lees eerder boeken dan dat ik ernaar kijk. Meestal gaat het snel naar bladzijde 7, waar in de meeste gevallen de doorlopende tekst begint. Het gebeurt zelfs vrij dikwijls dat ik de titel oversla en me dat pas op bladzijde 76 realiseer. Een en ander heeft natuurlijk te maken met het feit dat de vormgeving van fictieboeken, zeker romans, niet zoveel voorstelt – een bekend euvel waarover al veel is gezeurd. Ook bij gerespecteerde uitgevers van goede romans komt het meer en meer voor dat er op de kaft het een of ander vrouwmens afgebeeld staat dat verder niets met de roman te maken heeft. Anderzijds wekken te mooie boeken dan weer het vermoeden dat ze alleen als object interessant zijn en niet zozeer om de inhoud. En boeken met een uitgesproken conceptuele vormgeving zijn zeker een twijfelgeval. Want als de opmaak van de bladspiegel de leesbaarheid fnuikt, rest alleen perplexiteit, frustratie en irritatie. Als medium verdraagt schrift geen uitbundige vormgeving. Daarom zijn typografie en boekverzorging een delicate en ongewone kunst. Bij kinderboeken, kunstboeken, architectuurboeken, tentoonstellingscatalogi, bepaalde monografieën en stripverhalen kan het al minder kwaad dat de creatieve inhoud de vormgever tot opmerkelijke ingrepen aanzet. Het zal dan ook niet verbazen dat voor de Fernand Baudin Prijs, die vernoemd is naar de vermaarde typograaf en boekverzorger (19182005) die onder meer aan La Cambre lesgaf, en die in het leven werd geroepen om de ‘best verzorgde boeken’ van het afgelopen jaar te ondersteunen, weinig fictie werd ingezonden. Als pendant van de Plantin-Moretusprijs in Vlaanderen bekroont de Fernand Baudin Prijs boeken waarvan minstens een van de samenstellers (vormgever, auteur, drukker, binder, kunstenaar die zelf een boek vormgeeft) in Brussel of Wallonië woont. Voor de vierde jaargang lag het aantal inzendingen op 109, wat niet zo veel is. De negenkoppige jury onder leiding van de Zwitserse

vormgever Urs Lehni bestond uit negen Belgische en buitenlandse leden uit het boekenvak. Op dag 1 scheidden ze het kaf van het koren, op dag 2 bespraken ze de 27 boeken die door minstens één jurylid waren geselecteerd, en die nu ook te zien, te betasten en te lezen zijn op de tentoonstelling in Wiels. Van de zeven laureaten kregen alle makers (vormgever, drukker/binder en uitgever) een erediploma. De laureaat van vorig jaar, Philippe Koeune, mocht de catalogus van dit jaar vormgeven, waarin ook transcripties van de juryberaadslaging staan: een nuttig en eerlijk document dat interessant om te lezen is. Ik moet zeggen dat ik tussen de kenners een iets technischer discussie had verwacht over fonts, papier en druktechnieken. De uiteenlopende competenties van de juryleden verhinderden dat wellicht. Hier en daar gaat het wel over de schaal van de afbeeldingen, de redactie en montage van het materiaal. Of zelfs over vernaculaire (genre­ specifieke/plaatsgebonden) esthetiek – dit in verband met de winnaar Louie Louie van Coline Sunier en Charles Mazé, die een lezingenreeks vormgaven in een reeks uitgaven die naar de solfègeboekjes van de notenleer verwezen. Maar daarnaast heeft de jury het, zoals een gewone lezer, over boeken die ‘te flapperig’, ‘te zwaar’ of ‘te modieus’ zouden zijn. Men is het niet eens of het papier van het overzichtsboek Double or nothing van het architectenbureau 51N4E nu te dun of te dik is; of men leesbaarheid en degelijkheid moet prijzen of juist het feit dat een boek niet meteen alles prijsgeeft en zo het fenomeen boek zelf in vraag stelt, en of de commentaarloze nevenplaatsing van een hoop beeldmateriaal nu een zwaktebod is of juist een weergave van de niet-kwalificeerbare werkelijkheid. Dat de jury er geen blijk van gaf de boeken ook gelezen te hebben, hielp ook niet om hun oordeel over de nochtans belangrijke verhouding tussen vorm en inhoud doorslaggevend te maken. Niet makkelijk allemaal. Zelf hielden we wel van de consequente blokken marmer en tekst in Carrara van Roger Willems en Aglaia Konrad en van het speels-intelligente Moments d’espace van Thomas Desmet en Joëlle Tuerlinckx. Maar wellicht gaat u beter zelf eens kijken.  Michaël Bellon

De intendant, die in de zomer aan zijn tweede termijn begint, uitte zijn bezorgdheid over de hele cultuursector in tijden van crisis. “Deze crisis is niet de onze,” klonk het, als Cassius tegen Brutus. De Caluwe onderstreepte de internationale erkenning van het ‘bescheiden’ operahuis, dat wereldwijd bewierookt wordt hoewel het maar 1.100 zitjes heeft. Zo werd de instelling door Opernwelt gelauwerd als ‘Operahouse of the Year’. “Het is makkelijk gezegd dat wij entertainment produceren,” zei De Caluwe, “maar ons werk draagt bij tot het civiliseren van de maatschappij. Overal wordt de term investeren in de mond genomen, behalve in de cultuursector. Daar spreekt men over subsidiëren – terwijl wij voor elke euro subsidie een return van drie euro noteren.” De Caluwes pleidooi was een beleefde, maar forse oproep naar de collega’s uit de cultuursector die goed werk leveren met hoge meer-

waarde en die evenmin verder kunnen met een beleid dat de subsidies jarenlang bevriest. “Onze enveloppe wordt op te korte termijn bekeken. De Munt kreeg net de reacties op de begroting 2012 in de bus – twee procent bespaard –, terwijl wij al aan het programma voor 2015 werken. Sinds 2008 moeten we onophoudelijk inleveren. Zelfs voor salariskosten verdwijnen subsidies. Begrotingen struikelen over een gebrek aan langetermijnvisie.” Het notoire operahuis ziet die snoei in de subsidies niet zitten en wil overleg met de overheid. “Als de subsidies de gebouwen, personeelskosten en werking mogen dekken, dan wil ik tachtig procent van alle overige kosten (voor de producties, red.) zelf zoeken,” klonk het genereus. De intendant ziet ook af van de lonkende uitbreidingsmogelijkheden van de Munt-ateliers in het voormalige Dexia-pand in de Arenbergstraat. “Dit is geen prioriteit meer voor ons. Hopelijk komt er andere cultuur in het pand – zolang het maar geen bier is.” Het accent in infrastructuurwerk ligt nu op het toneel. “Voor Rusalka moest de vrachtwagen 25 keer over en weer naar de depots. We kunnen twintig werkdagen van onze technische ploeg besparen als we alles bij de hand hebben, en zo staat het ook in ons masterplan.”  Jean-Marie Binst

ADVERTENTIE


BDW 1322 PAGINA 20 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Muziek > Première in Lakense Sint-Lambertuskerk

De Passie volgens Ceuleers BRUSSEL – Hij wilde op Palmzondag een zeventiendeeeuwse Johannespassie uitvoeren, maar die vergde een te grote bezetting. Omdat hij niet meteen een interessant muzikaal alternatief vond, componeerde Willem Ceuleers dan maar zijn eigen Johannespassie. Die gaat zondag in première in de Sint-Lambertuskerk in Laken.

O 

rganist, klavecinist, zanger en componist Willem Ceuleers (49) zit niet aan zijn proefstuk. Hij heeft niet minder dan 780 werken op zijn naam staan. Een opera, een symfonie, liederen, maar vooral religieuze muziek: cantates, missen, oratoria en ook een Mattheüspassie. “Het accent in mijn werk ligt inderdaad op de religieuze muziek omdat ik in de kerk werk en daar dus makkelijk toegang toe heb,” zegt Ceuleers, die de vaste organist is van de Sint-Lambertuskerk in Laken en van een protestantse kerk in Antwerpen. “Maar religieuze muziek interesseert me ook. Het zijn vaak boeiende teksten, die tot een lange traditie behoren.” Ceuleers wilde aanvankelijk de Johannespassie van de zeventiendeeeuwse componist Thomas Selle op het programma zetten, maar hij had te weinig mensen voor de uitvoering. “Ik heb dus maar een passie op maat geschreven, uit praktische overwegingen.” Stilistisch leunt Ceuleers’ nieuwe werk aan bij Heinrich Schütz (1585-1672) en ook een beetje bij diens tijdgenoot Michael Pretorius. “Schütz leefde een eeuw voor Bach.

Allebei schreven ze een Johannespassie. Schütz’ muziek is eenvoudiger en ingetogener. Ik apprecieer bij hem het directe; de vertelling primeert. In Bachs Johannespassie wordt het recitatief onderbroken door lange aria’s en koralen. Wondermooi, maar ik wilde iets anders, ik wilde het passieverhaal vertellen, zo levendig mogelijk.”

Bijbelvertaling Bij Ceuleers’ Passie wordt de vertelling van de evangelist alleen afgewisseld met enkele beknopte dialogen en reacties van ‘het volk’ en met korte koralen, waarin gereflecteerd wordt op het verhaal. Echte, volle aria’s zijn er niet. Is het niet vreemd om anno 2012 te componeren in de stijl van een zeventiende-eeuwse musicus? “Dat is een logisch gevolg van mijn dagelijkse muziekpraktijk, van het feit ook dat wij nu zo’n grote belangstelling hebben voor oude muziek. Het is een levende taal geworden, die we wellicht anders hanteren dan toentertijd. Ik stel me op als een leerling van Schütz, maar ga vervolgens mijn gang. Bij mij wordt de evangelist wel begeleid door een basso continuo, bij mij zijn er wel koralen.”

Willem Ceuleers, organist van de Lakense Sint-Lambertuskerk, schreef zelf een Johannespassie. “Die van Bach is wondermooi, maar ik wilde iets anders, ik wilde het passieverhaal vertellen, zo levendig mogelijk.”

ADVERTENTIE

Nieuwe releases Deze week zien we Jennifer Lawrence jacht maken op ander jong volk tijdens de Hunger Games; Goth rocker Sean Penn, met tot knus vogelnest ontploft haar, het spoor volgen van de nazi die zijn vader vermoordde; een weinig succesvolle dertiger een meet & greet met Eddy Merckx nastreven in de hoop zich met zijn vader te verzoenen; koningin Marie-Antoinette van een ontspannen voorleesuurtje genieten terwijl de Franse Revolutie

This Must Be the Place ● ● ● ● IT, FR, IE, 2010, dir.: Paolo Sorrentino, act.: Sean Penn, Frances McDormand, 120 min. Wij zijn geen lid van de Sean Penn-fanclub. Hij hengelt met zijn vertolkingen veel te fel naar aandacht. Dat is dit keer niet anders, met dat verschil dat de theatraliteit wel amusant is. De acteur uit Milk en Casualties of war speelt een gepensioneerde Goth rocker die rijkelijk kan leven van zijn royalty’s, maar zich wel nog dagelijks in het uniform hijst: een van vogelnest afgekeken kapsel, ravenzwarte kleren, zwarte mascara,

AGENDA heeft eindelijk een meertalige stek op het wereldwijde web. Op agendamagazine.be/blog vindt u alle artikels uit het papieren magazine, aangevuld met extra tekst- en beeldmateriaal, filmpjes, audiofragmenten, maar ook exclusieve onlineberichten en een terugblik op onze avonturen in de stad. U krijgt dus nog meer film, muziek, theater, dans, expo’s, shops, restaurants, cafés… Via onze Facebookpagina houden wij u op de hoogte van onze updates, en houdt u ons op de hoogte van wat u daarvan denkt.

agendamagazine.be/ blog


BDW 1322 PAGINA 21 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Bettina Hubo

© SASKIA VANDERSTICHELE

De Johannespassie van Willem Ceuleers door het Antwerps Collegium Musicum, zondag 1 april om 16 uur in de SintLambertuskerk van Laken. In samenwerking met het Davidsfonds. Meer info en reserveren op 0486-95.70.79 en laken@davidsfonds.net

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

kathedraal  van  Chartres  in  handen  had.  Cassoulet  is een nationalistische dis. Met cassoulet hebben de  brave luiden van de Languedoc de Engelsen verslagen  tijdens  de  Honderdjarige  Oorlog,  zo  wil  de  Vaderlandsche Geschiedenis van de République.  Er wordt ‘sinds de middeleeuwen’ ook geruzied over wie nu de ‘echte’ cassoulet  heeft.  De  strijd  gaat  tussen  de  steden  Castelnaudary,  Carcassonne  en  Toulouse.  De  eerste  (de  basisformule)  wordt  enkel  met  varkensvlees  bereid,  de  tweede met daarbij nog schapenvlees, en die van Toulouse  met  in  vet  opgelegde  gans  ( confit)  en  uiteraard  Toulouseworst.  Het  vreemde  is  dat  er  in die tijd nog helemaal geen dergelijke witte bonen voorkwamen in  Europa,  en  tomaten  voor  de  saus  ook  al  niet.  De  bonensoorten  van  het  genus  Phaseolus,  zoals  de  tarbais  ( Phaseolus vulga Phaseolus ris), komen allemaal uit Noord- en Zuid-Amerika en  bereikten dus pas de Franse pot in – ten vroegste –  de renaissance. Cassoulet  is  in  zijn  eenvoudigste  vorm  in  feite  gewoon  bonen  met  spek  in  tomatensaus.  Met  tarbaisbonen  wordt  dit  een  niet  te  missen  succes,  op  voorwaarde dat men enkele eenvoudige regels volgt.  Laat de bonen een nacht weken in  zacht water. Dat  is  belangrijk,  omdat  veel  ionen  in  het  water  (kalk,  ijzer, zout) de bonenvliezen hard maakt. In Brussel  BRUSSEL EN DE WERELD gebruiken we dus het best regenwater, desnoods geCULINAIR ONTDEKT destilleerd water. Na het weken giet men het weekwater weg en brengt men de bonen aan de kook in  (nog  eens)  ruim  zacht  water.  Vooral  geen  zout  bij  doen!  Een  ajuin,  een  wortel  en  wat  kruiden  zoals  peper, laurier, tijm en peterselie mogen wel. Als ze  beginnen te koken, mag er nog even worden geroerd,  maar later moet men de boontjes ongestoord laten  garen, op straffe van bonenpap in plaats van individuele boontjes. Dikke stukken gerookt spek worden  Tavola in Kortrijk is een tweejaarlijkse voedingsin een grote pot aangekleurd en dan verzopen onder  beurs voor professionals. Een hoogmis van de enkele (blikken) tomaten en extra ajuin. Er mag ook  gastronomie is het, maar binnen redelijke greneen wortel bij. En look. Vergeet niet één teentje meer  zen. Het is niet allemaal kaviaar en asperges, te gebruiken dan u durft. ook gewone, degelijke producten komen er aan In  ongeveer  een  uur  zijn  de  bonen  gaar.  Schep  ze  bod, en Fransen en Nederlanders kijken zelfs voorzichtig  bij  het  vlees,  en  begiet  ruim  met  kookmet een beetje afgunst naar wat ons landje als vocht. Het mag nu nog soep lijken. Er mag dan ook  vakbeurs daar neerzet. Wie er vluchtig rondloopt, zout  bij  (maar  let  op,  het  vlees  is  al  zout).  En  nu  ziet vooral veel kaas en vlees, maar er is voor elk kan alles nog urenlang verder garen in de oven. De  wat wils. schrijver  Anatole  France  (1844-1924)  schreef  over  een  Parijs  restaurantje  (Chez  Clémence  in  de  rue  In  het  Franse  paviljoen  trof  ik  een  familie  boeren  Vavin) waar de cassoulet al twintig jaar op het vuur  uit Ger (Pyrénées-Atlantiques) aan. Vader en zoon  stond.  Telkens  als  er  een  portie  werd  uitgeschept,  stonden heel ernstig te kijken boven een grote kom  droge  witte  bonen.  Iets  anders  hadden  ze  niet  op  hun  stand.  Ik  kwam  nieuwsgierig  dichterbij  en  werd door vader aangesproken. Hij vertelde mij met  bijna religieus respect over de witte boon van Tarbes,   le haricot tarbais.  Het  is  een  witte  staakboon  (traditioneel  groeide  hij  rond  maïsstengels)  die  in  de loop der eeuwen verfi jnd werd in de streek rond  Tarbes.  Vandaag  wordt  de  tarbais  internationaal  beschouwd als de Rolls-Royce onder de droge bonen.  Ik  proefde  een  cassoulet  die  achterin  stond  te pruttelen, en ik smolt ter plekke. Zacht velletje,  geen  spoor  van  meligheid,  inderdaad,  dit  was  wel  degelijk Miss Haricot 2012 (en het is toch het Boonjaar, neen?). Ik  kocht  een  pakje  van  een  halve  kilo:  vijf  euro!  werden er weer vlees en gekookte bonen toegevoegd. Boontje kwam om zijn loontje. Maar daar kreeg ik  U strooit een laag  chapelure over de soep. Wanneer  dan ook wat voor: een pakje met smetteloos witte  die in de oven tot een korst is gebakken, breekt u die  droge bonen, handgeplukt, met een nummer erop,  met een lepel en mengt u ze met de massa. Dat moet  de naam van de producent vermeld, een Europees  u drie keer doen, de korst zal zich telkens opnieuw  label  voor  BGA  of  Beschermde  Geografi sche  Aan- vormen. Dan is de cassoulet is klaar. Bloedheet opduiding  erbij  en  bovendien  het  gegeerde  Label  dienen met een lekkere rode Cahors of Fitou in het  Rouge. Dat laatste is een kwaliteitslabel waarop de  glas.  Niemand  heeft  aardappelen  nodig.  Om  Louis  Fransen  blind  vertrouwen,  en  meestal  met  reden.  Paul Boon te citeren: als je zo iets binnen hebt, dan  Het  gaat  ook  hier  om  d   roge  bonen:  geweld  zwel- kun je een boer van zijn paard slaan. Op voorwaarde  len ze zeker tot het dubbele van hun gewicht. Dan  dan dat die boer ook niet toevallig bonen met spek  klinkt  de  prijs  nog  best  redelijk  voor  een  eenvou- at. Smakelijk. dige, doch voedzame maaltijd. De  tarbais,  zo  vertelde  boer  Jean-Paul  Patacq  me  nick.trachet@bdw.be nog,  is  speciaal  uitgekiend  voor  de  cassoulet,  dat  hoogtepunt  van  de  Franse  streekkeuken.  Het  was  De hele reeks nalezen? alsof hij mij vertelde dat ik de bouwstenen voor de  www.brusselnieuws.be/trachet

Nick Trachet

© NICK TRACHET

Ceuleers heeft er ook voor gezorgd  dat  zijn  Passie  zowel  in  een  kleine  als  in  een  grotere  bezetting  gespeeld  kan  worden.  Zondag  zullen  er  vijftien  zangers  en  een  tiental  instrumentalisten  op  het  podium  staan.  Zelf  neemt  Ceuleers  de  rol  van  de  evangelist  voor  zijn  rekening. “De traditie wil een tenor voor  die rol, maar ik heb het geschreven  voor bariton zodat ik die partij zelf  kan zingen.” Het  moeilijkste  was  een  geschikte  Nederlandse  vertaling  van  het  Johannesevangelie  vinden.  “Ik  wilde  een  tekst  die  in  het  idioom  van  de  muziek zou passen. Ik heb gezocht  tussen  de  bijbelvertalingen  van  de  laatste vijftig jaar, maar dat viel tegen.  De  klassieke  Willibrordvertaling  begint  gedateerd  te  raken.  En  de nieuwe bijbelvertaling, uit 2004,  is wel heel direct. Die wast de patine  van  tweeduizend  jaar  geschiedenis  er toch een beetje af. Ik las ook protestantse vertalingen, maar die zijn  vrij stuurs, ze lopen niet lekker.”  Ceuleers  overwoog  al  om  zelf  een  vertaling te laten maken, maar toen  stootte  hij  op  een  vertaling  uit  het  begin  van  de  jaren  1950  van  Jos  Keulers,  bedoeld  voor  priesters.  “Die  tekst  is  prachtig  en,  ondanks  haar  zeventig  jaar,  totaal  niet  verouderd.” Zodra de juiste tekst gevonden was,  ging het toonzetten snel. In vijf weken  was  de  compositie  klaar.  “Dat  is snel, ja, maar Bach componeerde  zijn  Johannespassie  –  die  een  stuk  uitgebreider  is  –  in  amper  zes  weken. Hij is dan ook het echte genie.”

Tarbais

Bij Clémence in de rue Vavin in Parijs stond de cassoulet al twintig jáár op het vuur, schreef Anatole France


BDW 1322 PAGINA 22 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Régis Lambert in Belgica, het eerste lage-energiemetrostation, met op de muur foto’s van de Poolbasis Prinses Elisabeth, waar hij twee maanden werkte. “Ik denk dat het een privilege is om je ergens thuis te kunnen voelen. En ik voel mij thuis hier in Brussel.”

© MARC GYSENS

Régis Lambert, terug van Antarctica

‘Om nooit te vergeten’ ANDERLECHT – “Een tijdlang een klein deeltje van iets unieks mogen zijn, dat is iets om nooit te vergeten. Toch was ik blij weer thuis te zijn.” Burgerlijk ingenieur Régis Lambert is net terug van Antarctica. Twee maanden lang heeft hij er gewerkt op de Belgische Poolbasis Prinses Elisabeth. “De draad weer oppikken viel al bij al mee. Tenslotte heb je twee maanden geleefd zonder groen, zonder dieren, zonder gsm, zonder geld, zonder je vaste activiteiten, zonder het lawaai van alle dag.”

R 

égis Lambert is begiftigd met een gezonde zin voor avontuur, maar ook idealisme is hem niet vreemd. “Ik heb ervoor gekozen mijn weg te zoeken in de energiesector, niet in het minst omdat die van rechtstreeks en onmiddellijk zichtbaar nut is voor de maatschappij. Ieder van ons heeft er dagelijks mee te maken. Mijn eerste baan in de sector vond ik – na lang zoeken – bij Electrabel. Ik weet het, niet meteen de werkgever die je vereenzelvigt met idealisme. Maar voor mij was het een voet tussen de deur, een kans om ervaring op te doen.” “Ik wist bovendien dat het geen eindstation zou zijn, dat ik met hernieuwbare energie wilde verdergaan. Het is een sector die me uitermate fascineert: het is de toekomst. Zo ben

Alain Hubert de drijvende kracht is. “Vorig jaar hebben mijn vriendin en ik een reis van drie maanden gemaakt. We hebben toen voet gezet in drie landen van evenveel continenten: Argentinië, Zuid-Afrika, Vietnam. Rugzaktoerisme. Het was een uiterst boeiende en leerrijke ervaring, die onze blik op de wereld echt wel heeft geopend. Sindsdien kan ik de dagdagelijkse realiteit veel beter relativeren. Waar maken we ons eigenlijk druk om? Als puntje bij paaltje komt, heb ik alleen nog zin om me te concentreren op het belangrijke. De dingen die Tussen de stapel post er werkelijk toe doen, de mensen die er werkeBrugel, Brussel. Het was nog ver weg van  lijk toe doen.” Antarctica en het Belgische onderzoekssta- “Na onze thuiskomst heb ik tussen de opgetion dat er is opgezet door de International stapelde post een oud magazine gevonden, Polar Foundation (IPF), waarvan landgenoot met daarin een vacature voor de Prinses Eli-

ik bij Brugel terechtgekomen, de Brusselse regulator voor de energiemarkt. Daar ben ik nu adviseur Groene Stroom. Twee keer raak: ik ben niet alleen bezig met hernieuwbare energie, maar ook nog eens in de stad die ik echt wel de mijne durf te noemen. De stad waar ik leef, waar ik wil leven. Ik heb er ook niet het probleem dat ik bij Electrabel had: Brugel is een overheidsbedrijf dat er is voor iedereen, financiële prestatiedruk speelt er niet en ik kan er werken in een kleine ploeg.”

sabeth Poolbasis. De basis is een casestudy op energetisch vlak, een project dat me al langer boeide. Maar tot dan had ik er nooit bij stilgestaan dat het voor iemand als ik daadwerkelijk mogelijk is er te gaan werken. Ik was gebeten, maar mijn sollicitatie was helaas te laat binnen. Maar het zaadje was gezaaid, en toen ik enkele maanden later opnieuw solliciteerde – dit keer spontaan –, bleken ze tot mijn verbazing net iemand te zoeken om te werken aan de elektrische systemen van het station.” “Begin oktober kreeg ik de bevestiging dat ik meekon, half december ben ik vertrokken. Zonder specifieke voorbereiding. De voorgaande jaren was er wel een opleidingsweekeinde geweest op het militair domein van Marcheles-Dames, maar deze keer was dat om de een of andere reden geschrapt. We hebben die opleiding nu ter plekke gekregen van Alain Hubert. Een namiddag lang. Rappelafdaling, knopen leren leggen, leren hoe je iemand uit het ijs haalt...”

Gewapend tegen de winter Op 23 december zette Lambert voor het eerst


BDW 1322 PAGINA 23 - DONDERDAG 29 MAART 2012

voet aan de grond op Antarctica. “Het was prachtig weer, het ontvangstcomité stond klaar toen we landden. De omgeving was machtig in al haar majestueuze, ongerepte pracht. Ook het ontdekken van het onderzoeksstation, dat volledig draait op duurzame energie, was een overweldigende ervaring. Ik kende het al van foto’s en seminaries, maar er daadwerkelijk binnen mogen stappen gaf een enorme kick.” “Ik was snel aangepast. De kou? Ik denk dat ze hier in België de voorbije winter soms even extreme temperaturen te verduren hebben gekregen als wij daar. En dat ze meer last van de koude hebben gehad dan wij, die op Antarctica over perfect aangepaste kleding beschikten. De luchttemperatuur valt er trouwens mee, omdat het zo droog is, en de zonneschijn is een bonus. Best te doen dus, behalve als er wind staat. Dan neem je toch best je voorzorgen, anders hou je het niet lang vol. Het meeste wennen was het nog aan het gebrek aan

“De kou? Ik denk dat jullie hier in België de voorbije winter soms even extreme temperaturen hadden als wij daar”

duisternis. Jezelf de discipline opleggen om op tijd onder zeil te gaan. En dat is allerminst makkelijk: omdat het steeds licht is buiten, heb je bijna nooit zin in je bed.” “Mijn taak bestond erin het bestaande elektrische team – één ingenieur en een elektricien – te integreren binnen de technische ploeg. Er waren de voorbije jaren problemen geweest rond het in stand houden van het station in de winter; met name de synchronisatie van de generator op het elektrisch net gaf problemen. Wij hebben daarvoor een oplossing gezocht, en gevonden. Dit jaar is er goede hoop dat het station in de negen maanden durende poolwinter onbemand kan blijven draaien zonder stil te vallen.”

Heimwee “Een andere grote opdracht was het vervangen van de batterijen. Die waren de vorige winterseizoenen twee keer bevroren geraakt en hadden daardoor een deel van hun capaciteit verloren. Een werk om u tegen te zeggen. Elke batterij weegt maar liefst 85 kilogram, stevige

knapen, 192 in totaal. Daar zijn we toch een week zoet mee geweest.” Altijd was er wel iets te doen. Het onderhoud van de windturbines, onderhoud en herstellingen van zonnepanelen, nieuwe fotovoltaïsche zonnepanelen op het dak plaatsen, hun productie en hun reactie op de weersomstandigheden nagaan, werken aan het brandbeveiligingssysteem... “Tijd om me te vervelen was er allerminst. Het station is slechts drie maanden per jaar bemand, er diende doorgewerkt te worden. Met een relatief beperkte ploeg. Als het dan wat zwaar is, als er al eens een moeilijk moment is, dan kun je nog altijd naar buiten. Je hoofd klaren midden in die desolate, magnifieke natuur. Dan zijn de batterijen snel weer opgeladen, dan kom je mentaal tot rust. Dan besef je pas hoe machtig het allemaal wel is, die omgeving, die kracht van de natuur. Zonder meer een boost voor de moraal.” “Tijdens zo’n avontuur kom je ook op een bepaald moment jezelf tegen. Je begint jezelf vragen te stellen over van alles en nog wat. Existentiële vragen. Zonder daarom ook duidelijke antwoorden te vinden. Op sommige momenten heb ik toch wel last gehad van heimwee, ik heb wel eens zin gehad om naar huis te gaan. Naar mijn vriendin, familie, vrienden. Naar al mijn referentiepunten in mijn leven. Je leeft daar tenslotte in een gesloten omgeving, met een beperkt aantal mensen, je kunt er niet weg. Dat is niet altijd evident. Ik had het dan ook niet bijzonder moeilijk om afscheid te nemen van Antarctica en terug te komen. Toch blijft het verblijf daar een ervaring die ik zal blijven koesteren.” “De aanpassing aan de terugkeer naar de bewoonde wereld viel al met al wel mee. Volgens mij komt dat doordat je referentiepunten – familie, vrienden, omgeving, werk – zo sterk verankerd zijn. En dat wordt doorgaans wel eens vergeten, omdat de realiteit van elke dag zo vanzelfsprekend lijkt.” “Ook mijn band met Brussel is relatief sterk. Ik hou van deze plek, hoe langer hoe meer zelfs. Ik denk dat het een privilege is om je ergens thuis te kunnen voelen. En ik voel mij thuis hier in Brussel. Heel goed thuis. Al gaat het nu alweer kriebelen om iets nieuws te ontdekken. Maar dat probeer ik te onderdrukken. Eerst alles laten bezinken, genieten van de ervaring die net voorbij is. Er zijn hier ook een aantal praktische zaken te regelen. Zo zijn mijn vriendin en ik ons appartementje in Anderlecht aan het opknappen, ook al omdat we in blijde verwachting zijn van ons eerste kindje. En dat krijgt nu toch wel even voorrang...” 

Karel Van der Auwera

De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

Régis Lambert voor de Poolbasis Prinses Elisabeth. “Omdat het er altijd licht is buiten, heb je bijna nooit zin in je bed.”

FREDDI SMEKENS Gazet

‘T 

iens?!” dacht ik bij mezelf. “Vandoeg es het lente.” En eigenaardig genoeg was het nog waar ook.  Maar wat heeft een seizoen met deze Brusselse Kroniek te maken, zal de lezer zich afvragen. En ergens doet hij dat samen met mij. Welnu, het zij mij toegestaan om vè iene ki maain resonement op toefel te smaaite. En die redenering gaat als volgt. Vè elk seizoon moot er ’n onderwerp bestoen. Ik geef grif toe dat dit een nogal simplistische gedachtegang is. Maar goed, zo zou ik mij kunnen voornemen in de winter auver de snie te schraaive, in de zaumer eet te zegge auver de zonne, en in de herfst zou het auver het valle van de bloere kunne goen. Onderwerpen bij de vleet. Maar welk onderwerp aangesneden in de lente? Een opgave die zich gemakkelijker aandient dan dat ze uitvoerbaar is. In de eerste plaats dacht ik aan ne fleereflooiter. De lente is tenslotte het seizoen waarin de fleereflooiter, samen met de vogeltjes, uit zijn winterdutje ontwaakt. Mo aaigelaaik wou ik dat onderwerp vè nen andere ki haave. Uiteraard kon ik het daar niet bij laten. Maar waarover dan wel een goed gestructureerd opstel klaargestoomd, waarde lezer? Wie de titel van deze Brusselse Rubriek nog in gedachten heeft, zal er geen twijfel over laten bestaan. Just dus! Deze week gaan we het hebben over de gazet. Die gazet is van alle seizoenen. Dag in, dag uit, week na week worden we ermee geconfronteerd. Da we het na hemme auver ’n dagblad, e weikblad, e mooindblad: doot er ni too. Maar laten we beginnen bij het begin. En dat begin vangt aan bij hoe we die gazet gaan aanschaffen en ze eventueel koesteren. Enige ervaring heeft mij geleerd dat men in het Brussels vaak zegt: “Ik goen maain gazet kuupe” of eventueel “Ik goen maain gazet leize.” In andere landsgedeelten wordt maain meestal vervangen door de. “Nu ga ik de krant lezen,” dus. Misschien zijn de Brusselse lezers wat hebberiger wat hun krant of weekblad betreft? Dat wat de aanschaf en het consulteren van het product betreft. Ons woordje gazet zou

overigens van het Italiaanse gazzetta komen De eerste krant is namelijk van Italiaanse oorsprong en kostte één gazzetta, naar het mereltje dat op het kleine muntstuk afgedrukt stond. Even over nu naar de inhoud ervan. Dan staan we even stil bij het aloude adagium “Mo ’t es just wa da ’k a zeg! Het stond vandoeg in de gazet!” Een invalshoek die mij veel ruimer lijkt dan “Z’hemme het op de radio gezeid” of “Ik hem het op den TV gezeen.” Waar die nuance vandaan komt, zal mij altijd een raadsel blijven. Maar laat ik bij dat alles niet al te veel vè maaine aaige gazettewinkel spreike. En dus toch ook even aanstippen dat de uitspraak “Hij (zij) es op TV geweist” in de loop der tijden toch iets meer aan gewicht, en zelfs een soort prestige, gewonnen heeft. Maar “hij (of zij) heit in gazet gestoen” behoudt toch nog een lengte voorsprong. Uiteraard is die redenering uiterst subjectief. Tot hier toe, voorlopig althans, wat de inhoud van de gazet betreft. Sta mij toe van de gelegenheid gebruik te maken om in de aanval te gaan. Niet ten overstaan van de lezer, uiteraard, maar misschien wél tegen hen die bij hoog en laag blijven beweren: “De gazet, da’s vè maain pataate op te schelle!” – en dan wil ik er geen andere, nog scabreuzere opmerkingen bij betrekken. Maar gelukkig blijft diezelfde gazet ons in het algemeen na aan het hart liggen. Want geef nu toe, waarde lezer, hoe zou de wereld er zonder haar uitzien? Misschien niet uitermate troosteloos, maar toch wat somberder. Laat deze bedenking echter niet al te droevig overkomen. Temeer omdat ik altijd aan mijn collega’s gezegd heb en zal blijven volhouden: “We zulle geluuve en blaaive geluuve wa we zeulf wille.” Zonder dat het uitmondt in een blind vertrouwen, is de gazet in de loop der tijden een soort vriend geworden. Maar wat zou een gazet zonder leizer zaain, of ne leizer zonder gazet? De vraag blijft open als een opengeslagen krant die ongelezen op de toog blijft slingeren. Ik stel tenslotte met plezier vast nooit iemand ontmoet te hebben die beweerde: “Ik hem nog nuut gien gazet geleize.”

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be, www.bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw. be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, Freddi Smekens, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1322 PAGINA 24 - DONDERDAG 29 MAART 2012

Triatlon > Nicolas Houyoux staat voor cruciaal jaar

‘Moeilijke keuzes te maken’ BRUSSEL – Het talent van Nicolas Houyoux (24) begint eindelijk te renderen. Na jaren van hoogten en laagten maakt hij de afgelopen drie jaar constant progressie. De Brusselaar kroonde zich vorig jaar Europees kampioen op de driekwart marathon en wil dit jaar naar Hawaï. “Maar daarvoor moet ik nog veel kilometers afleggen.” “In mijn beginjaren werd ik aan mijn lot overgelaten,” vertelt Nicolas Houyoux. “Op advies van mijn halfbroer had ik al op mijn achtste aan een triatlon voor kinderen deelgenomen, maar pas op mijn twaalfde schreef ik me in bij de Brussels Triathlon Club. Maar op een paar zwemtrainingen na moest ik er vooral in mijn eentje trainen. Er was niet echt een structuur.” Houyoux’ eerste triatlon werd een complete flop: hij strandde op de laatste plaats. Toch beet hij door. Hij zag verbetering in zijn prestaties en raakte gecharmeerd door de mentaliteit en de afwisseling binnen de sport. Na vier jaar bij BTC besloot hij zijn toekomst in handen te nemen. “Ik zag leeftijdsgenoten vooruitgaan en had zelf moeite omdat ik niet goed wist hoe het moest. Ik besloot naar Charleroi te trekken omdat daar trainer Rudy Fauville werkte, die ik had ontmoet op stage. In één jaar tijd maakte ik veel progressie, maar toen besloot hij ermee te stoppen. Na een passage bij Nijvel vroeg ik op mijn 21ste aan Rudy om me individueel te begeleiden. Sindsdien gaat het goed.” Tot dan presteerde Houyoux met hoogtes en laagtes. Fauville gaf hem de juiste omkadering en structureerde zijn training. Na één jaar samenwerking haalde de Brusselaar al een knap-

de  CLUB

Nicolas Houyoux gaat dit jaar naar de Iron Man op Hawaï. “Om de wedstrijd te leren kennen. Over een paar jaar wil ik er presteren.”

pe twaalfde plaats op het WK. “Rudy helpt me vooral bij het trainen zelf: wat te doen, hoeveel, hoe lang. Na elke training stuur ik hem dan een samenvatting per mail. We hebben ook een gezamenlijke agenda op internet waarin ik na elke training schrijf hoe ik me voel, wat mijn tijden waren, noem maar op.” Een paar jaar geleden maakte Houyoux op pijnlijke wijze kennis met de ondermaatse

aandacht voor triatlonwedstrijden in België. Voor sommige wedstrijden wordt de openbare weg niet eens afgesloten. Zo ook tijdens de kwarttriatlon van Neufchâteau. “Ik ben niet de beste zwemmer, maar tijdens die wedstrijd was ik als een van de eersten uit het water. Tijdens het fietsen zag ik een auto naast me vertragen. Ik dacht dat de bestuurder mij had gezien, tot hij ineens zijn oprit opreed. Ik vloog

door de achterruit, maar zat snel weer op mijn fiets. Ik wou absoluut de wedstrijd uitrijden, ondanks aanmaningen van de wedstrijdcommissarissen om te stoppen. Uiteindelijk ben ik nog vierde of vijfde geëindigd, maar achteraf heb ik meteen twintig hechtingen in mijn schouder gekregen.” De afgelopen jaren haalde Houyoux eindelijk al het talent uit zijn lijf. Vorig seizoen offerde

Centrum voor Traumatologie en Revalidatie (ASCTR), Laken

Sporten in de schaduw van Neo

“We waren in 1958 de eerste Belgische sportclub voor mensen met een fysieke handicap,” legt manager Jean Vilette (64) uit. “Het idee kwam uit Engeland overgewaaid, waar na de Tweede Wereldoorlog veel soldaten met een handicap sport als hulp bij de revalidatie gebruikten. In navolging van onze club werd de Belgische federatie opgericht, de voorloper van het Belgian Paralympic Committee. We zijn nog altijd lid, als enige Brusselse club.” Powerlifting, tafeltennis of boogschieten, bij ASCTR komt een tachtigtal leden zowel competitief als recreatief zweten. “We werken net als elke andere sportclub, met in de week trainingen en in het weekend competitie. We hebben hier een paar sterke sporters en trainers rondlopen, een voormalig Europees kampioen

© MARC GYSENS

LAKEN – De Sportassociatie van het Centrum voor Traumatologie en Revalidatie (ASCTR) krijgt vaak jaloerse blikken: naar Belgische normen hebben ze een topinfrastructuur. Tegelijk kijken zij met bezorgdheid naar de plannen van het Neo-project.

ASCTR was in 1958 de eerste sportclub voor mensen met een lichamelijke handicap.

tafeltennis onder meer. Naar de komende Paralympics in Londen vaardigen we ook één, mogelijk zelfs twee tafeltennissers af.” De uitstekende, aangepaste infrastructuur heeft een grote aantrekkingskracht. Na de beginjaren in het Brugmannziekenhuis zit ASCTR nu in een eigen zaal aan de Marathonlaan. Die wordt bij grote evenementen wel opgeëist. “Als Madonna begin juli in het Koning Boudewijnstadion komt zingen, moeten wij een achttal dagen onze zaal verlaten.” De topinfrastructuur wordt nu bedreigd door het Neo-project dat de hele Heizelvlakte dreigt te hertekenen. Doordat ASCTR de zaal van de Stad huurt, heeft de club geen enkele inspraak. “Officieel hebben we nog niemand gehoord. Een drietal maanden geleden hebben we een brief gestuurd, tot nu zonder antwoord. Je voelt wel dat dit binnen de club leeft.” “Dit is niet het eerste grootse project dat hier wordt gepland. In het verleden was er onder meer sprake van een tweede stadion naast de Heizel.” In de Neo-plannen is sportinfrastructuur opgenomen, al is daar nog niet zoveel over bekend. “In elk geval: tussen de sloop van onze zaal en de bouw van een nieuwe kunnen een paar jaar zitten. En dan bestaat onze club niet meer. Maar laten we nog niet in paniek schieten, we zien wel wat er uit de bus komt.”  TS www.asctr.be


BDW 1322 PAGINA 25 - DONDERDAG 29 MAART 2012

financiële aard. In zijn jeugd heeft hij nooit hulp gekregen van de federatie, en ook vandaag moet hij het zelf zien te rooien. “Ik werk vijftig uur per week. Drie dagen in een sportwinkel en ook nog in een fitnesszaal, waar ik onder meer spinninglessen geef. Daarmee kan ik dagelijks twee trainingssessies inlassen, wekelijks een twintigtal uur. Het is zwaar, maar ook nodig om alles te kunnen bekostigen. Ik stuur dossiers en brieven om sponsors te ronselen en heb er ondertussen een paar. Zij helpen me met mijn materiaal, maar de kosten van mijn trainer en al mijn reizen komen uit eigen zak.” “Ik doe dat nu al anderhalf jaar, maar als ik vooruitgang wil blijven boeken, dan zal ik

“Ik werk vijftig uur per week. Dat is zwaar, maar ook nodig om alles te kunnen bekostigen”

© NICOLAS HOUYOUX

hij nog meer voor zijn sport op. “Afgelopen seizoen was mijn grootste prijs de zege op het EK driekwart triatlon in mijn leeftijdscategorie. Mijn tijd was – zelfs vergeleken met de profs – heel goed. Daarnaast heb ik ook mijn eerste Iron Man gelopen en ik werd meteen tweede in mijn categorie, in minder dan negen uur en dertig minuten. Een geslaagd seizoen.” De opofferingen zijn voor Houyoux ook van

meer moeten trainen. Ik zal dus beslissingen moeten nemen, vooral afhankelijk van mijn resultaten dit seizoen. Dat worden nog moeilijke keuzes.” Binnen een paar weken begint het seizoen van Houyoux in Fuerteventura, waar hij vooral zijn vorm wil testen. Zijn hoofddoel is via de Iron Man van Nice een plaats te bemachtigen voor de topper der toppers: de Iron Man van Hawaï. “Ik wil er dit jaar vooral heen om de wedstrijd te leren kennen. Over een paar jaar wil ik er presteren. Met een top-tienplaats op die wedstrijd zou mijn carrière zeker geslaagd zijn.” 

Tim Schoonjans

Spelen in de lentezon BRUSSEL – De ketjes genieten vanaf komende maandag van twee weken paas­ vakantie. De VGC, de Brusselse gemeenten en andere organisatoren hebben weer een knap sportaanbod in elkaar gebokst. Zowat elke Brusselse gemeente komt voor in het uitgebreide aanbod. Naast de klassieke voetbal- en dansstages zijn er toch opnieuw een paar in het oog springende stages. Waaghalzen van zeven tot twaalf jaar kunnen bijvoorbeeld bij Circusatelier Zonder Handen kiezen voor een heuse circus- en vechtsportstage. Bij GC Everna kunnen de vijf- tot twaalfjarigen dan weer een hele week genieten van natuur en avontuur.

Omnisport is er zowat overal. In Koekelberg krijgt het kamp voor vier- tot twaalfjarigen een actueel tintje, met het thema ‘Olympische Spelen’. Wie zich aan roeien (12-16 jaar) of zeilen (8-12 jaar) wil wagen, ook al olympische disciplines, kan bij de Stad Brussel intekenen op een stage van een week. Tien- tot veertienjarigen die in de voetsporen van Sven Nys willen treden, kunnen bij GC Wabo van een mountainbike-avonturenkamp genieten. Sommige stages zitten ondertussen al vol, maar de wachtlijst is vaak nog het proberen waard. Meer informatie (niet alleen over het VGC-aanbod) vindt u op www.vgc.be/sport (doorklikken naar ‘Brochure vakantiegids’).  TS

Galamatch voor rugbyploeg BRUSSEL – Onze Zwarte Duivels hebben de promotie naar divisie 1A al beet en spelen op 7 april een galamatch tegen Polen. De Belgische rugbyploeg schrijft geschiedenis. De hechte, ijzersterke groep rijgt de overwinningen aan elkaar en dwong een paar weken geleden de promotie naar divisie 1A af in Duitsland. In die hogere klasse komt België uit tegen sterkere tegenstanders en krijgt het de mogelijkheid om een ticket te bemachtigen voor het WK in 2015. Mathematisch gezien kunnen de Duivels al niet meer bijge-

beend worden. Van de match tegen de Polen hangt dus niet meer zoveel af, al zullen de fiere Belgen er alles aan doen om hun uitstekende thuisreputatie alle eer aan te doen. De aftrap wordt om 15 uur gegeven op de ‘Kleine Heizel’, kaartjes zijn bij Fnac verkrijgbaar vanaf 5 euro. Mede dankzij de goede resultaten zitten de tribunes steeds voller, net als de persbanken overigens. De uitstekende sfeer en het plezier om een Belgische nationale ploeg eens te zien winnen, zorgen voor een kleine hype.  TS

David Steegen #wearechampions De nationale hockeydames hebben zich geplaatst voor de Olympische Spelen. Vier jaar vroeger dan verwacht. Dat is de verdienste van de speelsters, van de sportfederatie, maar vooral van een jonge bondsvoorzitter die de vernieuwing niet schuwt, zich omringt met toppers uit verschillende vakgebieden en het consensusmodel huldigt. Een man van dynamiek en visie. De lof van voorzitter Marc Coudron hebben we al vele malen gezongen. Als geen ander ziet hij het essentiële belang van de jeugdopleiding. De prestatie van de meisjes krijgt nationale weerklank. Voorpaginanieuws. De vaderlandse hockeysport krijgt positieve aandacht, de media zijn respectvol. Nog even geen verzuring, nog geen ontgoochelingen ook. Ook de directie van Royal Sporting Club Anderlecht is tevreden. Ze is erin geslaagd om een jong talent voor vele jaren aan Anderlecht te binden. Geen sinecure. Dennis Praet heeft voor paars-wit gekozen. In België mag een profclub pas een contract aanbieden aan jonge talenten als ze de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt. In het buitenland mag het al veel vroeger. Vorig seizoen verloor RSC Anderlecht zo Adnan Januzaj enkele weken voor zijn zestiende verjaardag aan Manchester United. Het bedrag dat aan de speler en zijn omgeving werd geboden, was zo hoog dat vader en moeder hun goede baan opgaven om zoonlief naar het Verenigd Koninkrijk te volgen. De toekomst zal uitwijzen of de Januzajs een goede keuze gemaakt hebben. Elke speler volgt zijn eigen traject. Feit is wel dat geen enkele Belgische jongen die voor zijn zestiende naar de jeugdwerking van een buitenlandse topclub vertrok, is doorgebroken. Kevin Franck, die nog geen vier seizoenen geleden bij de beloften van Real Madrid

speelde, zit nu ergens in de onderbuik van het Belgisch voetbal, in de regionale regionen. De Brusselaar Urko Pardo is een halve uitzondering. Hij werd opgeleid in Neerpede en werd gratis weggeplukt door FC Barcelona. Hij schopte het tot derde keeper en vertrok, om te kunnen spelen, naar Griekenland, naar Olympiacos. Dat liep niet goed af, en Urko verkaste naar Cyprus. Niet bepaald een topcompetitie. Met Apoel Nicosia speelt hij in de Champions League. Apoel is de uitzondering op de regel. De Cypriotische grootheid stoot, als enige club uit een heel kleine competitie, door naar de beste acht clubs van de Champions League. Maar bewijst deze ongewone kwalificatie het gelijk van Urko Pardo om destijds voor FC Barcelona te hebben gekozen? Neen, toch? Een carrière kun je nooit voorspellen. De club uit de hoofdstad strijdt met ongelijke wapens om talent te verleiden in Brussel te blijven. Als het dan lukt – zie Dennis Praet –, dan reageren de vaderlandse media lauw of helemaal niet. Het internationale voetbalmilieu weet beter. Europese grootsteden zijn ontgoocheld. Dennis blijft in Brussel. Als hij een hockeyspeler was geweest, dan zou er niet genoeg papier zijn om het heuglijke nieuws te melden. Zo niet in het voetbal. Een nationaal dagblad bestond het zelfs zijn (verkeerde en overdreven) jaarsalaris af te drukken. Wij zijn wél heel gelukkig. Daarom heeft de club zich verenigd onder één noemer: #wearechampions. De zin is van een geruststellende duidelijkheid. RSCA heeft geen keuze. De titel moet naar Brussel komen. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be


BDW 1322 PAGINA 26 - DONDERDAG 29 MAART 2012

RE

O T 13 J T 9

O R IE D E

Z

VO

zaIE

AA

Reportage: Cis en Mauro zitten op ballet

R • BD W

Dappere jongens op de dansvloer

EN VAN

DOOR PATRICK JORDENS

Dansen alleen voor meisjes? Niks van, vinden Cis (8) en Mauro (12). Cis volgt sinds september vorig jaar klassiek en jazzballet. Voor Mauro is dansen al jaren een passie: hij zit op dansschool sinds zijn zesde. “In dansen kan ik mijn gevoelens leggen.”

Hoe kwamen jullie op het idee om dansles te gaan volgen? Mauro (M): Ik omdat ik zoveel van muziek hou. Thuis danste ik vaak mee met liedjes op de radio, vooral op popmuziek en rock. Cis (C): Ik was vroeger echt een hipperdepip-kind, ik bedoel dat ik niet zo goed kon stilzitten. Ik heb thuis een Wii, en daarvan beluister ik dan enkel de liedjes om erop te dansen. Zoals die van Mario & Sonic op de Olympische Spelen. Ik wilde al langer op dansles, maar het mocht pas toen ik acht werd. Jullie doen allebei klassiek ballet en jazzballet. Kunnen jullie uitleggen wat het verschil is? M: Bij ‘klassiek’ let de juf er altijd goed op of je je benen wel strekt en de bewegingen goed afwerkt. Het is een dans waarvoor je in het begin veel moeite moet doen, het vraagt veel tijd voor je het onder de knie hebt. Maar eens je het kan, is het wel mooi.

Bij jazz is alles wat nonchalanter. Je kan er meer je eigen ding van maken, vind ik. Daarnaast doe ik ook hedendaagse dans. (Over hedendaagse dans lees je meer in de ‘SorrySnorry?’ op deze pagina’s.) C: Bij ‘klassiek’ dansen we vaak rustiger, en je moet er heel lenig voor zijn. Soms zijn er ook wel snelle momenten bij, dan moet je goed nadenken om de juiste passen na elkaar te doen. Dus leren dansen betekent ook dat je je hoofd er goed moet bij houden? C: Ja, en je moet ook goed kijken naar de anderen, want je kan veel van hen leren. En als we nieuwe passen leren, moet je ook luisteren naar de juf, natuurlijk. Is het wat je ervan verwachtte toen je eraan begon, Cis? C: Nee, ik wist wel dat het niet makkelijk zou zijn, maar het is toch nog wat moeilijker dan ik

dacht. Je moet veel geduld hebben. Maar ik vind het wel heel leuk allemaal. Wat vinden jullie vrienden ervan dat jullie op dansles zitten? M: In het begin hebben ze mij er veel mee gepest. Ik ben zes jaar geleden samen met twee vrienden begonnen, maar die hebben snel afgehaakt omdat ze zo gepest werden. Ik probeer me dat niet aan te trekken. Op den duur went het, ze zeggen ook altijd dezelfde stomme dingen en na een tijdje hoor ik het gewoon niet meer. Soms zeggen ze ook foute dingen, omdat ze er niets van afweten. Zoals “Hé, jij danst in een tutu!” Dat is natuurlijk niet zo. C: Ik vertel niet aan de kinderen op school dat ik dansles volg. Ze hebben daar geen zaken mee, vind ik. Anders gaan ze me nog meer pesten dan ze al doen. Waarom pesten ze jullie hierom, denken jullie? C: Omdat dansen niets voor jongens is, allez, dat denken zij toch. De jongens van mijn klas, die willen allemaal alleen maar voetballen, maar ik niet. Ik ben gewoon anders. Maar ik vind niet dat ze je daarom moeten pesten. M: Ik denk dat ze soms misschien een beetje jaloers zijn, en dat ze meedoen met de rest,

‘Nooit gedacht dat ik zo kon bewegen!’ [ SORRY ] SNORRY ? © SASKIA VANDERSTICHELE

“Nooit gedacht dat ik zo kon bewegen,” vertelt een enthousiaste Dina Hendrik uit het zesde leerjaar van de Kakelbontschool in Laken. Dina krijgt, net als alle andere kinderen van die school, elke twee weken een speciale dansworkshop. “Ik vind het heel bijzonder wat we hier doen,” zegt ze. “We leren bewegingen maken zoals je ze nooit had kunnen bedenken. Zo moesten we vandaag over de grond voortbewegen zonder onze handen en voeten op te heffen, echt grappig! Of we proberen op allerlei manieren te vallen: in slow motion, in schokjes, al dansend... Het is raar,

Dina in actie: “We krijgen een opdracht, en dan mogen we bewegen zoals het in ons opkomt.”

maar wel heel interessant allemaal.” De Kakelbont-kinderen krijgen die ‘rare’ workshops van de dansers uit het Danscentrum Jette. Celia is een van die dansers. “We willen de kinderen laten voelen dat ze met gewone bewegingen uit het dagelijkse leven ook een soort van dans kunnen maken,” zegt ze. “Hedendaagse dans noemen we dat dan, wat iets heel anders is dan de balletstijl of hiphop of zo.” En Celia vertelt verder: “Kinderen zitten zo vaak stil op school. We

willen hen wat meer losmaken, hen stimuleren om hun eigen creatieve ideeën te gebruiken om te bewegen.”

In het Danscentrum Jette organiseren ze tijdens de paasvakantie, van 10 tot en met 13 april, een workshop hedendaagse dans, zoals Dina & co nu op school krijgen. Heb je zin om erop los te springen, te vallen, te draaien, zonder dat je daarom super lenig hoeft te zijn? Om te ontdekken wat je allemaal kan met je ellebogen, buik of heupen? Voor meer info kan je terecht op 02-427.36.56 of info@danscentrumjette.be Wel snel zijn!


BDW 1322 PAGINA 27 - DONDERDAG 29 MAART 2012

‘Veel in geven’?!? M: Ik kan er mijn gevoelens in leggen. Op dat liedje voel ik me heel vrolijk. Als het triestige muziek is, denk ik aan een moment waarop ik verdriet had en dan leg ik dat soort gevoelens in de bewegingen. En jij, Cis, kan jij je gevoelens kwijt in het dansen? C: Soms, zeker bij trage muziek, dan voel ik me zo... tragisch. Dan denk ik aan heel erge dingen, bijvoorbeeld aan een opera met een héél slechte afloop. Of aan een dag waarop er iets ergs is gebeurd.

Mauro (achteraan) en Cis, aan de barre: “Soms, als ik op trage muziek dans, dan voel ik me zo... tragisch.”

gewoon omdat dat stoer voelt. Ze sluiten iemand anders uit om zelf niet uitgesloten te worden. Jullie zijn de enige jongens hier in de lessen. Hoe voelt dat? M: Goed, ik heb daar geen probleem mee. In mijn klas op school zitten ook meer meisjes dan jongens en dat vind ik niet erg. C: Ik ook niet. Ik dans wel een beetje anders dan de meisjes, maar dat mag van de juf. Iedereen mag het wat op zijn manier doen, maar je moet wel altijd je voeten strekken en zo.

© BRECHT EVENS

Idulfania door Brecht Evens

Is het jullie droom om later beroepsdanser te worden? C: Ik droom ervan om heel goed te worden, en ook om meer te mogen optreden. Maar dansen voor het geld? Nee, dat hoeft niet per se voor mij. M: Ik zou liever in musicals spelen. Daarin kan je een beetje van alles doen: dansen, zingen én acteren. Cis en Mauro volgen les aan de Hoofdstedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans van Brussel: www.hoofdstedelijkeacademie.be.

BLIKVANGER © LES BGM

© SASKIA VANDERSTICHELE

Binnen een week brengen jullie een echte dansvoorstelling. Zin in? M: Ja! Op een podium voel ik me echt thuis. Ook omdat het leuke muziek is, we dansen op ‘I follow rivers’ van Lykke Li. Daar kan ik veel in geven.

Een sexy stiefmoeder en dansende cipressen Een blinde jager, een Japanse lakei, een sneeuwwitte prinses en een sexy stiefmoeder: dat zijn de vier personages uit Fairy mix, een gek en theatraal danssprookje voor de hele familie. Met verder ook nog: een donker bos, een zingend huisje, en... dansende cipressen! Les BGM (Les Ballets du Grand Maghreb) is een danscompagnie uit Brussel en brengt op 3 en 4 april om 17 uur de première van Fairy mix. Daarna valt deze voorstelling ook nog te beleven in Laken en Woluwe. Alle info vind je op www.lesbgm.be.


BDW - editie 1322