Page 1

Pierre Blondel, een sociaal architect

MARTEN TOONDER, HEER VAN STAND IN HET STRIPMUSEUM En ook: Anima, Grenoble 1927 en The Hickey Underworld.

16 02 12

‘Iedereen heeft recht op mooi wonen’ LEES P. 4-5

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

© SANDER DE WILDE / WWW.IMAGEDESK.BE

IJskoud protest BRUSSEL – Een politieman trotseert de ijzige waterstralen van protesterende brandweerlui. Die kwamen vorige vrijdag op straat tegen de verhoging van hun pensioenleeftijd tot 62 jaar, terwijl politiemensen al met 58 met pensioen kunnen. Het kernkabinet kwam na het weekend tegemoet aan de eisen door een ‘landingsbaan’ vanaf 55 te creëren. Deze week komt het sociaal overleg in een finale fase. Verschillende openbare diensten, onder wie de cipiers en luchtverkeersleiders, dreigen met nieuwe acties. TDM

Politiek > Socialistische vakbond wil alle straatvegers bij gewestelijk Net Brussel

Straatvegers willen hogerop BRUSSEL – Het ACOD wil alle straatvegers bij het Brussels Gewest onderbrengen. Daarmee gaat de socialistische vakbond in tegen het federaal regeerakkoord, dat alle straatvegers net bij de gemeenten wil.

S

traatvegers van het gewestelijk agentschap Net Brussel verhuizen naar de gemeenten: dat staat in het communautair akkoord dat premier Elio Di Rupo (PS) in september sloot. Het is het gevolg van een aloude eis van de Brusselse burgemeesters. Die klagen steen en been dat de gewestwegen niet

schoon worden geveegd en dat de bevolking daarvoor de gemeenten met de vinger wijst. Een overheveling van de straatvegers naar de negentien gemeenten moet soelaas brengen. Het is een bevoegdheidstransfer die tegelijk een tegemoetkoming is voor de overheveling van Mobili-

teit en Stedenbouw van gemeenten naar Gewest. Dat is dan weer een Vlaamse eis waarover een akkoord bestaat. Dat de straatvegers van Net Brussel een verhuizing naar de gemeenten niet zien zitten, bleek eerder al, net na het communautaire akkoord. Ze legden toen een dag heel Brussel plat. In een brief herhaalt het ACOD Lokale Besturen dat ze niet zullen aanvaarden dat er straatvegers van Net Brussel naar de gemeenten worden overgeheveld. Meer nog: ze eisen dat alle straatvegers, ook die

van de gemeenten, naar Net Brussel worden overgeheveld. De omgekeerde beweging, dus. Dat kan volgens het ACOD door Net Brussel de volledige netheid (huisvuil, grofvuil én straten vegen) te laten aansturen. Er kunnen zonder probleem lokale afdelingen worden opgericht die samenwerken met de gemeenten. De betere loon- en arbeidsvoorwaarden van de gewestelijke straatvegers is de belangrijkste reden voor de vakbondseis. Maar ook bij Net Brussel zelf zijn ze niet gelukkig met het communautaire akkoord.

Oudere vuilnismannen kunnen nu straatveger worden, bij wijze van fin de carrière. Het verdwijnen van de gewestelijke straatvegers maakt dat haast onmogelijk. Steven Van Garsse ADVERTENTIE

STOEMP WITH A VIEW P.5

N° 1316 VAN 16 TOT 23 FEBRUARI 2012 ¦ WEEK 7: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


OPMERKELIJK

BDW 1316 PAGINA 2 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012 © ERFGOED.BE

Uitgelicht > Meer geld voor infrastructuur en openbaar vervoer EXTRA GELD VOOR BRUSSELS HOGER ONDERWIJS BRUSSEL – Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) geeft vanaf dit jaar extra geld voor het Brussels hoger onderwijs, ter compensatie van de nadelen die Brussel als studentenstad heeft. Dit jaar krijgen de Nederlands­ talige instellingen voor hoger onderwijs er 1,8 miljoen euro bij. Van dit bedrag gaat 663.000 euro naar de VUB, 540.000 euro naar de HUB/Ehsal, 423.000 euro naar de Erasmushoge­ school, 146.000 euro naar de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst en 27.000 euro naar de HUB/KUB. Op termijn zal er jaarlijks ruim 9 miljoen euro extra geïnvesteerd worden in het Brusselse hoger onderwijs. VUB-rector Paul De Knop is tevreden dat de minister ein­ delijk rekening houdt met de ‘Brusselfactor’. “In de hoofdstad heb je nu eenmaal extra kosten, voor mobiliteit en huisvesting bijvoorbeeld. Ook in het buiten­ land krijgen universiteiten in de hoofdstad meer geld.” In Brus­ sel, met zijn negatieve imago, is het ook moeilijker om Vlaamse studenten aan te trekken, nu steeds meer jongeren verkiezen om dicht bij huis te studeren. Bovendien zijn er te weinig flan­ kerende maatregelen. De Knop: “Steden als Leuven, Antwerpen en Hasselt steunen hun uni­ versiteit. Wij vallen onder vijf burgemeesters, maar we zitten nooit samen.” Begin deze week ging de rector langs bij Brussels staatssecretaris Christos Doul­ keridis (Ecolo) om extra aan­ dacht voor studentenhuisves­ ting te vragen. “En zelf gaan we het aantal studentenkamers op de campus optrekken tot 650.” Een echte bonus is het extra geld overigens niet, zegt De Knop. “Volgend jaar valt de verevening, de gegarandeerde minimum­financiering voor klei­ nere instellingen, weg.” En aan de nieuwe middelen zijn voor­ waarden verbonden. “We moe­ ten blijven rationaliseren. Maar ook dát kost geld. We werken samen met Gent, maar daardoor hebben we extra verplaatsings­ kosten.” Gezien de voorspelde demografische ontwikkeling in Brussel vindt De Knop het ook niet zonder risico om zomaar opleidingen af te bouwen. “Mijn voorganger heeft de opleiding Tandheelkunde afgeschaft en nu is er een tekort aan tandart­ sen.”  Bettina Hubo

Grote werven, geen tolheffing BRUSSEL – Dit jaar investeert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest honderd miljoen euro meer in infrastructuur en openbaar vervoer dan vorig jaar. Dat blijkt uit het investeringsplan van minister Brigitte Grouwels (CD&V). Een slimme kilometerheffing voor auto’s blijft uit.

L 

angzamerhand breekt een nieuwe periode van grote in­ frastructuurwerkzaamheden aan in de hoofdstad, en dat heeft Brussels minister van Openbare Werken en Vervoer Brigitte Grou­ wels begrepen. Staan voor dit jaar onder andere ge­ pland: ingrijpende werkzaamheden aan het Rogierplein, de heraanleg van de Elsensesteenweg, en zo mo­ gelijk schot in de zaak in het dos­sier rond tramlijn 9 naar het UZ Brus­ sel in Jette. Honderd miljoen euro meer, en een forse stijging van fede­ raal Beliris-geld moeten dit alle­maal mogelijk maken.

Dat de Elsensesteenweg wordt aan­ gepakt, mag een klein wonder heten. Vorig jaar was het nog hommeles tussen het kabinet-Grouwels en de gemeente Elsene, ook al is de steen­ weg die de Naamsepoort met het Flageyplein verbindt, een gewest­ weg. In eerste instantie stemde de gemeente in met de plannen, maar nadien kwam ze op haar stand­ punt terug. Een compromis tussen de minister en de gemeente bracht voorlopig soelaas. Het begin van de werkzaamheden is gepland net na de zomerkoopjesperiode. Toch is er nog een angel: na de heraanleg van de steenweg komt er een proefpe­

riode. Het verkeer kan dan, anders dan oorspronkelijk gepland, nog een halfjaar in beide richtingen blijven rijden tussen Vredestraat en Waver­ sesteenweg. Pas als het proefproject aantoont dat verkeer in beide rich­ tingen het openbaar vervoer en de doorstroming doet stokken, wordt

In de heraanleg van de Elsensesteenweg schuilt nog een potentieel conflict

er concreet gedacht aan eenrich­ tingsverkeer op de steenweg. Gezien het verkiezingsjaar en de dito koorts

die onlangs nog opstak over de me­ troplannen van Elsene, houdt dit nog een potentieel conflict in. Dit jaar is ook het Rogierplein nog een bouwput. Er zal zichtbaar ge­ werkt worden, belooft Grouwels. Het plein zelf en het deel Kleine Ring dat tot de perimeter behoort, worden aangepakt, en de fameuze luifel die het nieuwe plein cachet moet geven, zal neerdalen in de stad. Tegen 2014 moet dit werk erop zitten. Ondertussen wordt ook het metrostation onder het plein – nu al grotendeels gestript – aangepakt. Die werf is al tegen het einde van dit jaar klaar. Voorts zegt Grouwels dertien mil­ joen euro veil te hebben voor de aan­ leg van fietsinfrastructuur, al geeft ze toe dat een deel van dat bedrag een overboeking van vorig jaar is. Fietsinfrastructuur is een mix van afzonderlijke fietspaden, fietssug­ gestiestroken en gedeelde busba­

DE WEEK IN BEELD DOOR SANDER DE WILDE

Ik wacht op mijn baasje, denkt het beestje. Dat baasje winkelt. De vrachtwagenchauffeur laadt en lost: houden zo.

© SANDER DE WILDE / WWW.IMAGEDESK.BE


WEEKOVERZICHT

BDW 1316 PAGINA 3 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

© BART DEWAELE

WOENSDAG 8 FEBRUARI MOORD VERDOEZELD DOOR BRAND. De 31-jarige man die aangetroffen is in zijn appartement in de Goffartstraat in Elsene, is niet verongelukt, maar vermoord. Dinsdagavond is de brand­ weer opgebeld door een bewoner van het blok die een rookwolk had waargenomen. Het parket meldt dat de man hoogstwaar­ schijnlijk vóór de brand is vermoord. Op zijn lichaam zijn twintig messteken gevonden.

DONDERDAG 9 FEBRUARI GROOTSTE GEVANGENIS IN BELGIË. Tegen 2016 moet de nieuwe gevangenis in Haren de verouderde instellingen van Vorst, Sint-Gillis en Berkendael vervangen. Staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V) laat weten dat de Regie der Gebouwen een publiek-private samenwerking wil aangaan. De Regie zoekt kandidaten voor het ontwerp, de bouw, het onderhoud en de finan­ ciering van de penitentiaire instelling, die aan 1.190 gevangenen plaats zal bieden. De oude gevangenissen worden mogelijk tot woningen omgevormd.

VRIJDAG 10 FEBRUARI BRANDWEER MISNOEGD. Boze brandweerlui doorbreken de neutrale zone bij de Wetstraat 16, de ambtswoning van de pre­ mier. Ze eisen een uitzondering op de hervorming van de pensioe­ nen, die hun verplicht om twee jaar langer te werken. De betoging verloopt zeer chaotisch. Het Meiserplein. Dit jaar kiest het Gewest een van de vier voorliggende opties, maar het is weinig waarschijnlijk dat het autoverkeer daardoor snel zal worden teruggedrongen.

nen. Let wel: het gaat hier alleen om infrastructuur van het Gewest. Prangend blijft de problema­ tiek rond de invoering van een slimme kilometerheffing. Vermits vernieuw­de infrastructuur niet au­ tomatisch leidt tot een verminde­ ring van het aantal auto’s in Brus­ sel, blijft infrastructuurwerk maar een deel van het grote mobiliteits­ vraagstuk. Minister Grouwels is zelf voorstandster van de invoering van een kilometerheffing, waarbij de bestuurder betaalt per gereden kilometer, wat hem of haar moet

“ “

doen nadenken over alternatieven. Maar volgens de christendemocrate wordt er getalmd met de invoering. “Voor vrachtwagenvervoer staat die gepland voor 2013 in alle drie de Belgische gewesten – dat is een be­ gin. Maar als ik mijn Waalse collega hoor zeggen dat het ook 2014 kan zijn, dan vrees ik er een beetje voor.” Voor personenwagens zou er op de langere termijn sprake zijn van een wegenvignet. Grouwels: “Men moet in het gebied van het Gewestelijk Expresnet durven te experimente­ ren met een kilometerheffing. Pas

dan geef je de mensen een alterna­ tief.” Of Grouwels’ boodschap zal aan­ slaan, is allesbehalve zeker. Ter illus­t ratie: eind 2010 werd de be­ slissing over de invoering van de heffing en het vignet en petit comité tussen de drie ministers-presiden­ ten (van wie, tussen haakjes, twee PS’ers) genomen. “In Vlaanderen is men mijns inziens klaar voor een heffing,” zegt Grouwels. “Maar in Wallonië en Brussel?”   Christophe Degreef

Ik geef conferenties in de hele wereld. Nooit gebeurt er iets, behalve hier. Ze hebben de macht genomen aan deze universiteit.” De Franse publiciste Caroline Fourest net na het ULB-debat over racisme dat door radicale moslimstudenten werd verstoord en daardoor niet heeft kunnen plaatsvinden (in Le Soir).

Ik kan bijna niet meer over straat lopen zonder aangeklampt te worden door mensen die me quelques petites pièces vragen. Niet normaal in een land waar iedereen die werkt, bijna de helft van zijn inkomen afstaat aan de overheid.” VRT-journaliste Nina Verhaeghe op de blog van deredactie.be.

HET WOORD

AWJGGRAUaDVVTAT

Oefen maar, het is geen bastaard-Russisch. Plaats er wat klinkers tussen en u krijgt Architecture Workroom Brussels, studio Joost Grootens (grafisch design), GRAU (stedenbouwkundig bureau), architecten De Vylder Vinck Taillieu en (tekenaar) Ante Timmermans. Kortweg: het Team AWJGGRAUaDVVTAT uit Brus­ sel, dat namens Vlaanderen (voor CD&V-minister Joke Schauvliege) het Belgische paviljoen mag ontwerpen voor de internationale architectuurbiënnale van Vene­

tië (van 29 augustus tot en met 25 november dit jaar). De helaasheid der Vlaamse fonetiek wil wel dat het woord wat traag in de mond ligt om de opdracht van het tentoonstellingsconcept te symboliseren: Vlaanderen in actie gekoppeld aan het ontwerpersproject The ambition of the territory. Maar de dynamiek zal wel uit het concept blijken, daar hoort u nog van. Oefen dus maar, vooraleer u naar Venetië reist om er trots te zijn op Brussel, par­ JMB don, Vlaanderen.

EEN BRUSSELS LOUVRE. Paul Magnette, federaal minister   van Wetenschapsbeleid (PS), wil dat het Grondwettelijk Hof omgetoverd wordt in een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst. Hij ziet de Kunstberg als een conglomeraat van musea. Daarnaast zou hij het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) willen zien verhuizen naar het Dexia Art Center, zodat er in het histo­ rische Old England-gebouw plaats komt voor een art-nouveau­ collectie.

ZATERDAG 11 FEBRUARI TWEE TREINEN VALLEN STIL. Iets na acht uur ’s avonds   vallen twee treinen stil nabij het station Brussel-Zuid. Nagenoeg tweehonderd passagiers moeten een uur in de kou wachten op de twee treinen. Twee tot drie uur lang is er geen treinverkeer tussen Brussel en Gent.

ZONDAG 12 FEBRUARI PARTI SOCIALISTE IS DE GROOTSTE. De RTBf en La Libre Belgique houden een nieuwe peiling over stemgedrag en kiesinten­ ties. De PS staat in Brussel op kop met 24,5 procent, gevolgd door de MR (17,2 procent) en het FDF (11,5). Aan Vlaamse zijde komt het Vlaams Belang verrassend uit de hoek als eerste partij (2,7 procent). De partij wordt gevolgd door de N-VA (2,5) en Open VLD (2). De foutenmarge is maximaal 3,3 procent.

MAANDAG 13 FEBRUARI GASLEK IN WOLUWE SHOPPING. Rond 16.30 uur signaleert een automobilist een gasgeur nabij het winkelcentrum. De brand­ weer stelt uit voorzorg een veiligheidsperimeter van 350 meter in. Alles bij elkaar moeten vijfduizend bezoekers het complex verla­ ten. Twee kantoorgebouwen en het Colmar-restaurant worden ook ontruimd. Gasnetbeheerder Fluxys meldt rond middernacht dat de situatie weer normaal is. De oorzaak is de dooi, die na lange vrieskou een lek heeft veroorzaakt.

DINSDAG 14 FEBRUARI GEWESTELIJK GELD. In 2012 investeert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest honderd miljoen meer dan het jaar ervoor. Grote slokoppen zijn ingrepen in de openbare ruimte en het openbaar vervoer. Van een slimme kilometerheffing voor auto’s is nog niet meteen sprake. GEWEST BEVRIEST EU-PLANNEN DELTA. De krant De Tijd laat weten dat er onenigheid heerst tussen het Brussels Gewest en de Europese Commissie over de toekomstige ligging van de nieuwe EU-kantoren op de Deltasite. Liever dan alleen 270.000 vierkante meter EU-kantoren ziet minister-president Charles Picqué (PS) ook woningen en een ziekenhuis op de site verrijzen. Het Gewest en de Europese Commissie zoeken verder naar moge­ lijke liggingen. 

Samengesteld door Boris Vanschoubroeck

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1316 PAGINA 4 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Architectuur > Met geduld bouwt Pierre Blondel aan een sociale mix en collectieve huisvesting

Aandacht voor stadsmens en frivole tegeltjes ELSENE – Een heleboel burgers krijgen de volgende weken de sleutel van hun nieuwe sociale woning. Eerst in de Herdersstraat (Elsene), dan in de Driekoningenstraat (Ukkel), in mei in de Bruynstraat (Neder-Over-Heembeek). Telkens gaat het om ontwerpen van het architectenbureau Pierre Blondel, dé Brusselse specialist in collectieve huisvesting. “Iedereen heeft recht op mooi wonen.”

T 

ussen Herdersstraat en Keienveldstraat kwam, rondom een nieuwe gemeenschappelijke tuin, een sociaal wooneiland van 35 appartementen en huizen met een royale lichtinval. In maart mogen de eerste bewoners een kijkje in hun droomhuis komen nemen. Een overbuur vindt de moderne azulejos op een van de gevels (kleine foto) afgrijselijk. Madame l’échevine d’Ixelles knikt: de gemeente gaat de tegels van de nieuwbouw laten halen – alsof dat de belastingbetaler niets kost. Het is maar één voorbeeld van hoe de strijd om leefwaardige, hedendaagse sociale woningbouw in Brussel vaak in een sukkelstraatje zit. We dromen met de architect Pierre Blondel even mee van de ideale socia­le integratie.

De nieuwe sociale woningen in de Herdersstraat/ Keienveldstraat voor het Huisvestingsfonds van het Brussels Gewest zijn hip. Ik zou er zo willen wonen. Blondel: “Ik ook. Iedereen heeft recht op mooi wonen. De huizen van het Huisvestingsfonds zullen heel goedkoop verkocht worden, de appartementen, met een tot vier kamers, goedkoop verhuurd. De ligging is ook ideaal, midden in een dichtbebouwde wijk.”

“Ook in de nieuwe sociale wijk in de Driekoningenstraat (voor de Ukkelse maatschappij voor sociale huisvesting, JMB), waar we een S-bocht creëerden om sluipverkeer weg te

“Vijfhonderd sociale woningen op één plek is voor niemand interessant”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Is er een verschil tussen sociale en niet-sociale huisvesting? Pierre Blondel: “Helemaal niet. Het enige verschil is dat sociale huisvesting gebouwd wordt met subsidies. Het begrip ‘logements des pauvres’ dateert van vorige eeuw. Elk ontwerp moet kwaliteit, functio­naliteit en leefbaarheid uitstralen. Iedereen wil voldoende binnen- en buitenruimte, ongeacht de minimale budgetten en de beperkte bouwoppervlaktes.” “Omdat dit soort woningbouw veel geduld en tijd vergt – gemiddeld zes tot tien jaar in Brussel –, schrijf ik tussendoor. In mijn roman fantaseer ik wie er in die collectieve wooneenheden woont. Het helpt om, achteraf, op plan het comfort voor de toekomstige bewoners te

bepalen. Een sociaal bouwproject moet altijd vertrekken van respect voor het individu. Wie kijkt niet meewarig terug op de tijd toen in sociale woonblokken een gangetje was waar je niet naast de kinderkoets langs kon? In de keukens die we vandaag maken, moet iedereen zijn spullen kwijt kunnen.”

© ARCHIEF BDW

Jette en Ukkel beschikken wel over een PS-coryfee met naam, maar die

is er niet geslaagd om de troepen op één lijn te krijgen. Zo had exminister Françoise Dupuis, voorzitster van het Brussels parlement en schepen in Ukkel, een lijst gemaakt, maar die is door de lokale afdeling verworpen. Dupuis wordt een bepaalde eigengereidheid verweten. Ze zou steeds meer geïsoleerd staan

Françoise Dupuis: ‘te eigengereid’ als lijsttrekster in Ukkel?

Het lijkt wel een nieuwsoortig begijnhof, met leuke, nietidentieke constructies, waaruit niet af te leiden is dat het om sociale woningen gaat. Vanwaar bijvoorbeeld die frisse toets met die azulejos? Blondel: “(veert op) O, schrijf dat maar! De gemeente vraagt mij om  de gekleurde tegels er weer af te halen; het valt bij iemand niet in de smaak. Onze bouwtoelating dateert van 2006, terwijl we tot 2012 hebben moeten sleutelen aan de realisatie. We hebben in een laatste fase wat kleur op de gevel toegevoegd, omdat de straat zo triest oogt. Het refe­reert aan de zuiderse tuin die we tus­sen de huizen aanlegden. Zo gaat dat: één buur is gaan klagen, en nu?” De meeste van uw collectieve woonprojecten zijn relatief kleinschalig. Waarom? Blondel: “Iedere stadsmens moet zonder grote aardverschuivingen in de bestaande stadsstructuur kunnen ‘passen’. Het probleem van grote sociale woonblokken is dat er minder vat is op goede leefcondities

Een buur vond de kleurtegels maar niks, dus haalt de gemeente Elsene ze binnenkort weg.

PS ZOEKT NOG LIJSTTREKKERS IN JETTE EN UKKEL BRUSSEL – De PS heeft zeventien lijsttrekkers voorgesteld voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. In Jette en Ukkel kampt de partij nog met interne strubbelingen.

houden, hebben we ingespeeld op de wijk. De constructie is in hout, refererend aan het bosje vlakbij, maar het was ook de goedkoopste manier om op een moeras te bouwen, zonder dure funderingen. We hebben zelfs enkele speciale voorzieningen voor mensen met een handicap toegevoegd. Voor de Herdersstraat stond dat niet in de opdracht. De gemeente wou de smalle straat ook gewoon dicht met lintbebouwing, maar we zijn blijven ijveren om dezelfde bouwoppervlakte diagonaal op te delen, zodat de zon overal kon binnenvallen. Bovendien creëerden we een openheid in de straat door de inkijk op de groene gemeenschapstuin (moest van de gemeente wel achter een hek, red.).”

binnen haar partij. Bovendien is collega-schepen Claudine Verstraeten ook kandidaat-lijsttrekster. Een andere moeilijke gemeente voor de PS is Jette. De huidige nummer één, Merry Hermanus, is al langer een kwelduivel voor de Parti Socialiste. Hij is schepen zonder bevoegdheden omdat hij het binnen het college te bont heeft gemaakt. Om een eind te maken aan het tijdperk-Hermanus had de lokale afdeling graag een stemmentrekker van buiten Jette naar de gemeente gehaald. Achtereenvolgens werden

en -kwaliteit. In een klein gebouw, waar acht mensen rond een trap wonen, valt alles makkelijker te organiseren dan in een woonblok met tachtig appartementen. Daar weet toch niemand dat je een fles cola naast de lift hebt laten vallen. Alles raakt er sneller vuil en versleten. Sociale huisvesting versnipperd in de stad drijft in positieve zin mee met het hele stadsleven.” De verwachte bevolkingsgroei in het gewest voegt hoofdzakelijk een arme populatie aan de stad toe. Kunnen bouw en huisvesting dat tijdig opvangen? Blondel: “De stad zal ermee geconfronteerd worden vanaf het moment dat het tekort aan sociale huisvesting schrijnend blijkt. Als Brussel vandaag over vijftien procent so­cia­ le huisvesting beschikt – een cijfer dat nogal eens varieert –, dan komt  men daarmee niet aan de vijftig procent die nodig is. Op dit moment wordt daar te weinig rekening  mee gehouden. Er zijn plannen, ja, maar ze raken niet uit de startblokken.” Mag ik even stoken? U staat als gespecialiseerd bureau gewoon op de kade te wachten. Blondel: “(strekt de handen ten hemel) Wat wilt u dat ik doe? Een architect kan geen initiatief nemen tot bouwen, want het is niet hij die  betaalt. Ik kan enkel een antwoord geven op het huisvestingsprobleem als de overheid mij hiertoe een opdracht geeft. Ik ben geen projectontwikkelaar of investeerder. Het is niet de architect die in deze materie de motor moet zijn, maar de openbare instanties. Zij kennen de situa­ tie in Brussel trouwens maar al te goed.” Misschien is het niet zo exemplarisch als in Parijs,

Karine Lalieux, schepen in de Stad Brussel, minister Fadila Laanan en Henri Simons, directeur van het Atomium, aangezocht. Maar geen van die drie zag voor zichzelf een sleutelrol weggelegd in Jette. Het wordt dus zo goed als zeker een interne kandidaat. Er zijn al drie gegadigden: Mireille Francq (vrouw van Hermanus), Clara Quaresmini (OCMW-voorzitster) en Halima Amrani. Eind deze maand wil de lokale afdeling de knoop doorhakken. 

Steven Van Garsse


BDW 1316 PAGINA 5 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Pierre Blondel: “De gemeente Elsene wou de Herdersstraat gewoon dichtbouwen, maar we zijn blijven ijveren voor een open structuur zodat we zoninval kregen.”

maar we mogen toch zeggen dat er in Brussel wat beweegt op de huisvestingsmarkt. Blondel: “Heel langzaam, ja, omdat de politiek zich bewust is geworden van de demografische ontwikkeling van Brussel. Ze weet dat ze met die mensen – die weinig geld hebben – zal moeten samenleven. Maar dat is de overheid. De private huisvestingsmarkt staat dan weer helemaal stil, omdat het crisis is.” Is er nog ruimte om sociale woningen toe te voegen? Blondel: “Enkel versnipperd en verspreid. Brussel heeft geen territoriale uitbreidingsmogelijkheden. Een van de laatste grote open ruimten die beschikbaar waren, werd in Neder-Over-Heembeek gevonden (sociale nieuwbouw naast het Militair Hospitaal, red.). De territoriumanalisten tekenen een Vijfhoek waar geen plaats meer is. Daar ligt een

© SASKIA VANDERSTICHELE

eerste cirkel omheen – Sint-Gillis, Anderlecht, Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Joost, Elsene – waar amper nog terreinen zijn. Er moet dus al gezocht worden naar bouwruimte in de tweede, honderd procent residentiële cirkel. Die cirkel moet je dan nog eens opdelen in twee. Aan de kant van Ukkel, Bosvoorde en de Woluwes – heel rijke gemeenten – is de grond heel duur en wordt sociale woningbouw afgeblokt. Ons project op de Alsembergsesteenweg (Ukkel), waarvan alles stedenbouwkundig goedgekeurd was, kon in een laatste fase stilgelegd worden door de reactie van burgers. Bewoners willen geen sociale woningbouw in deze welgestelde gemeenten. Wat blijft er dan aan ruimte over in het gewest?”

Pierre Blondel De Belg Pierre Blondel (1956), bekend geworden met de fietsen loopbrug over de Tervurenlaan (1999), behaalde zijn architectuurdiploma bij de Jury d’État (Frankrijk, 1980). Hij werkte eerst twee jaar in Marrakech in het bouwproject voor BAUAI. Vanaf 1983 woonde hij eerst in Anderlecht; sinds pakweg tien jaar overschouwt het bureau Pierre Blondel Architects het Flageyplein. Sinds 1993 doceert Blondel Huisvesting aan La Cambre. Zijn bureau is gespecialiseerd in sociale woningbouw in de stad, restauratie (Cité Moderne in Berchem) en openbare gebouwen (sportzaal Molenbeek en Brussel-Stad, gemeentelijke administratie Molenbeek). Hij scoorde vooral met een vijftiental collectieve woonkernen, zoals in de Ransfortstraat (Sint-JansMolenbeek), Philippe Thomaslaan (Schaarbeek), Bruynstraat (Neder-Over-Heembeek), Legerlaan (Etterbeek), Driekoningenstraat (Ukkel) en Keienveldstraat (Elsene). Het project Leopold Village (appartementen, hotel, winkels en groen) in hartje Europese wijk (Jean Reyplein) staat nu al met stip als enige erfgoedwaardig hotelpand van de 21ste eeuw in Brussel. JMB

Is er wel zoiets als de ideale plek om sociale huisvesting te creëren?

Blondel: “In feite kan het in veel wijken. Ik pleit sterk voor heel kleine interventies in een historisch verstedelijkt gebied. Met de inplanting van vijfhonderd sociale appartementen op één site breng je één type bevolking bij elkaar: dat is voor niemand interessant. Noch voor de bewoners, noch voor de buurt.” “Het is niet dat je die sociale huisvesting niet mag zien, maar ze moet niet meer opvallen dan iets anders in de straat. Het kan ook niet meer dat je in die straten op mensen een stempel kunt drukken wie in een sociaal appartement woont en wie niet. In de Malibranstraat (vlak bij het bureau van Blondel, JMB) kun je ook niet huis per huis weten of er een arme of een rijke woont. Als je met sociale huisvesting op die kleinschaligheid gaat werken, zorg je dat er in de grootstad een gezonde mix ontstaat.” Jean-Marie Binst 

ADVERTENTIE

STOEMP WITH A VIEW

03

zaterdag

maart

keuken doorlopend open van 12.00 tot 22.00

DAKRESTAURANT Erasmushogeschool info : 0486 645 614 • stoemp@s-p-a.be


BDW 1316 PAGINA 6 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Onderwijs > Lyceum Martha Somers probeert slaagkansen in derde graad te verhogen

‘Bij ons blijft niemand zitten’ aan toe zijn. “De leerling kan na een zwak kerstrapport niet zeggen: ‘Ik ga er in juni wel tegenaan.’ Elk deeltraject is even belangrijk.” Ander voordeel is de afwisseling. Terwijl het eerste en het derde trimester enigszins klassiek afgesloten worden met examens, zijn er in maart maar enkele toetsen en telt vooral het dagelijks werk mee. “In de derde graad zijn er voor de leer-

“Voor sommige leerlingen duurt een schooljaar gewoon te lang”

Een lachende of een droevige smiley: Reda (l.), Soufiane en de andere vijfdejaars van het Lyceum Martha Somers zien op hun rapport meteen of ze een module succesvol afgerond hebben.

LAKEN – Om de slaagkansen van de leerlingen te verhogen werkt het Lakense Lyceum Martha Somers vanaf dit schooljaar in de derde graad met korte modules. En aan het einde van het vijfde gaat iedereen automatisch over naar het zesde.

H 

et Lyceum Martha Somers, ontstaan uit de vroegere Oefenschool van de Normaalschool, zit in het monumentale gebouw aan de Karel Bogaerdstraat waar ook de Kunsthumaniora huist. Het is een kleine ASO-school, met 275 leerlingen. Die komen uit de buurt en zijn voor 99 procent van allochtone afkomst. “De meesten hebben de Belgische nationaliteit en zijn ook in het Nederlands naar de lagere school gegaan, maar we hebben ook nieuwkomers. Die leerlingen krijgen eerst een snelcursus Nederlands,” vertelt directeur Dirk Michiels. Het is onder meer door het specifieke leerlingenpubliek dat de school beslist heeft om het over een andere boeg te gooien. Michiels: “Onze anderstaligen krijgen extra begeleiding voor het Nederlands. Tot het vierde jaar gaat het vooral om Nederlandse conversatie. Vanaf de derde graad moeten de leerkrachten echter overschakelen op meer academisch Nederlands. We merkten

dat sommige leerlingen het daar moeilijk mee hadden en daardoor voor alle vakken slechter scoorden. Ze hebben meer tijd nodig.” Daarom begon de school na te denken over een flexibeler leertraject. De voorbije jaren was daar al her en der in Vlaanderen mee geëxperimenteerd, en de Vlaamse minister van Onderwijs besliste uiteindelijk dat scholen een flexibel leertraject mogen invoeren als hun raad van bestuur daarmee instemt. De Scholengroep Brussel, de inrichtende macht van het Lyceum Martha Somers, ging akkoord, maar alleen voor de derde graad. In het vijfde jaar wordt sinds september dan ook gewerkt met korte modules, die na ongeveer drie maanden afgesloten worden met een rapport. Dit systeem loopt door tot in het zesde. Aan het eind van het vijfde krijgen de leerlingen alleen een aanwezigheidsattest, ten minste als ze voldoende op school zijn geweest. Ze gaan automatisch door naar het zesde. De beoorde-

ling gebeurt dus over twee jaar. “Dit is vrij revolutio­nair. In het klassieke systeem is het vijfde een moeilijk jaar, dat alleen afgesloten kan worden met een A- of een C-attest, geslaagd of niet geslaagd. Een Battest kan niet omdat je niet meer van richting mag veranderen,” zegt Michiels. “Bij ons blijft niemand zitten. Alleen als een leerling van school verandert, geven we een A- of een C-attest mee.” De nieuwe aanpak past goed bij de kleine school. “In het vijfde zitten maar 25 leerlingen. We werkten voor bepaalde vakken sowieso al met graadklassen, vijfde en zesde samen. Overzitten had dus weinig zin omdat de leerstof telkens verandert,” zegt Michiels. Hij vond het ook schrijnend dat er, zelfs in de hoogste graad, nog altijd leerlingen waren die de school voor bekeken hielden. “We weten dat er na de tweede graad altijd een aantal leerlingen vertrekt. Het huidige vijfde is ook met 65 begonnen. Maar het is erg als er van de resterende 25

© SASKIA VANDERSTICHELE

nog enkelen afhaken, terwijl ze al zo ver geraakt zijn. Ook de Oeso vindt dat in ons land nog altijd te veel leerlingen het middelbaar verlaten zonder diploma. Voor sommige leerlingen duurt een schooljaar gewoon te lang. In februari krijgen ze een dip, ze komen minder naar school, en op den duur blijven ze helemaal weg.”

Smiley Het modulaire systeem maakt een schooljaar beter te behappen voor de leerlingen. Als een module met succes wordt beëindigd, krijgen de leerlingen vooraan in hun rapport een grote lachende smiley. Dit traject is definitief afgerond. Als een leerling het voor een bepaald vak wat minder gedaan heeft (droevige smiley), dan moet hij of zij enkele weken later een inhaalexamen afleggen. Michiels: “Maar de leraar kan ook beslissen om maar een  deel te laten overdoen of een taak te laten maken. Of hij kan het tekort kwijtschelden.” Haalt de leerling aan het eind van het vijfde een  ‘buis’, dan kan hij of zij dat in het begin van het zesde jaar alsnog rechttrekken. Het voordeel is volgens Michiels dat de leerlingen sneller weten waar ze

lingen allerlei uitwisselings- en andere Europese projecten. Vorig jaar trokken ze bijvoorbeeld naar het Europees Jeugdparlement in Leipzig. Maar de leerlingen waren in het verleden vaak moeilijk te motiveren voor die initiatieven omdat ze vreesden dat het ten koste van hun examens zou gaan. Nu hebben ze daar vanaf januari dus volop de tijd voor.” Met de nieuwe aanpak zouden de leerlingen ook beter voorbereid moeten zijn op het hoger onderwijs. Daar wordt ook gewerkt met een semestersysteem, waarbij vakken meegenomen kunnen worden naar een hoger jaar. “Hier kunnen de leerlingen alvast ervaring opdoen, maar wel onder begeleiding. En we laten niet toe dat ze examens uitstellen.” Ook voor de leraren zijn er voordelen, vindt Michiels. “Vroeger werd soms besloten dat een leerling toch naar een hoger jaar mocht, ook al had hij niets gebakken van bijvoorbeeld geschiedenis. Men wilde die leerling niet voor één vak tegenhouden. Nu heeft die leerkracht wel de mogelijkheid om hem die stof te laten inhalen.” Inmiddels hebben de vijfdejaars hun eerste traject afgerond. Negen van de 25 moesten achteraf een of meer vakken inhalen. Drie veranderden van richting. Michiels: “We hebben twee trajectbegeleiders die heel kort op de bal spelen. Als er een probleem is, worden de leerlingen snel bijgewerkt of wordt er met hen naar een nieuwe richting gezocht. Het is alleen een probleem als iemand niet wil veranderen en slecht blijft scoren. Dan volgt er aan het einde van het vijfde een serieus gesprek. Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat iemand meegaat tot op het einde van het zesde om dan met lege handen te eindigen.” 

Bettina Hubo


BDW 1316 PAGINA 7 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Economie > Open VLD en MR tegen huidige Heizelplannen

‘Ook sporters worden het slachtoffer van Neo’ LAKEN – “Niet alleen Océade en MiniEuropa, ook de sportclubs en andere sportorganisaties op de Heizel dreigen het slachtoffer te worden van het Neo-project.” Dat zeggen Open VLD en MR. Na Expo 1958 wilde de Stad Brussel van de Heizelvlakte een groen oord voor vrije tijd en sport maken. Op de Heizel, eigendom van de Stad, zitten dan ook heel wat sportieve organisaties: de boogschutters van SaintSébastien, atletiekclub Excelsior, tennis- en hockeyclub Primerose, de drukbezochte A.S.C.T.R-omnisportzaal voor sporters met een handicap, het BOIC, de Voetbalbond. Net als Océade en Mini-Europa zitten ze in de rats omdat ze niet weten of de Stad hun huurcontract zal verlengen. Volgens de Neoplannen moeten er op de Heizel een congrescentrum, een evenementenhal, een fors winkelscentrum, hotels, woningen en ook leisure komen. “Sommige clubs zullen verdwijnen, andere zullen geen eigen buvette en

kleedkamers meer hebben. Maar zo werken de sportclubs in België niet,” zegt MR-senator en lijsttrekker Alain Courtois. “En wat met het stadion? En de Memorial Van Damme? En waarom roert de Brusselse schepen van Sport (de CDH’er Bertin Mampaka, red.), zich niet?” MR en Open VLD zijn niet tegen de modernisering van de Heizel. “Dat is ook de reden waarom Open VLD het nieuwe Gewestelijk Ontwikkelingsplan mee goedgekeurd heeft,” zegt Open VLD-gemeenteraadslid Els Ampe. “Maar dit plan mag niet gebruikt worden voor de realisatie van het huidige ontwerp. Het winkelcentrum is veel te groot, het aantal woningen veel te hoog.” Ze laakt ook het feit dat er geen democratische controle is omdat Neo in handen is van de ‘dubieuze’ nv Excs, opgericht door de Stad. De motie die MR en Open VLD indienden ter verlenging van het huurcontract van Océade en Mini-Europa, is maandagavond overigens HUB door de gemeenteraad verworpen.

P-PRAAT Mini-Europa en Océade zijn rommel. Weg ermee. Niet dat dit het officiële standpunt is van de Stad Brussel, neen, daar klinkt het zo: “Mini-Europa en Océade zijn nooit uit het Neoproject weggedacht. Sinds 2009 pleit de Stad Brussel voor een open dialoog om deze installaties te integreren in de heraanleg van de Heizelvlakte. De vrijetijds- en toeristische functies zijn ook voorzien in het plan. Zoals al eerder werd aangekondigd, wordt er in de komende maanden een projectoproep gelanceerd om deze functies te bepalen.” Zo. Met andere woorden: pimpen of verzuipen. Nog even wat achtergrond: Neo is het vernieuwingsproject dat de Stad Brussel plant op de Heizelvlakte. U weet wel: congrescentrum, winkels en nog meer fraais. En Mini-Europa en Océade zijn twee attractieparken die daar niet echt in passen. Niet in passen? Neen, want wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat Henri Dineur, de man achter Neo, drie jaar geleden vlakaf zei dat Mini-Europa lomp is. Lomp. Ergo: het past niet tussen onze blingbling. Toch wel vreemd dat de PS – en Dineur heeft die stempel toch wel – de jongste jaren er zo prat op gaat blingbling te willen voor de stad. Toeristische attracties, evenementenhallen, citymarketing. Bij VisitBrussels bijvoorbeeld, de toeristische dienst van Brussel, ook al zo’n PS-bastion. Net zoals het een zekerheid is dat Charles Picqué (PS) het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot het einde der tijden zal runnen, zo is het een zekerheid dat de nieuwe generatie Franstalige socialisten geen mijnen, kolen en havenactiviteit wil, maar spreadsheets, opportunities en het geld van congresgangers. Het kan verkeren.

CHIEN ÉCRASÉ TUNNEL – Metro rijdt Vos omver. Het omgekeerde was pas nieuws geweest. Toch laten we graag de woordvoerster van de MIVB aan het woord: “Een bestuurder merkte een nietgeïdentificeerd voorwerp op de sporen op (kom nou, red.). De bestuurder van het volgende metrostel zag dat het een vos was,” zegt An Van hamme aan brusselnieuws.be. “De veiligheidsdiensten van de MIVB zijn dan ter plaatse gegaan om te bevestigen dat het om een vos ging.” Het metroverkeer heeft nooit stilgelegen. Of het beest van rechts kwam, is niet bekend. ZUIDSTATION – Het wemelt trouwens van de beesten in de Brusselse metrotunnels. In het Zuidstation zit sinds lang een nest muizen die er een sport van maken om bij het aankomen van de metrotram met hun korte pootjes weg te trippelen, het rottende stuk dürüm op de sporen achterlatend. Ook zagen we er al ratten in elkaars staart bijten. Het heeft wel iets, zo’n beestenboel. Een eigenzinnige invulling van de NMBS-leuze ‘Het station leeft’. ALBERT – Wees er trouwens maar zeker van dat het station leeft. Wanneer het levende organisme dat station heet, genoeg heeft van de metropoortjes die arme reizigers niet doorlaten, zet het levende brein van het station de poortjes zelf open. Alleen mensen kunnen ze dan sluiten, maar doordat die mensen er vaak niet zijn, worden ze nooit gesloten. Zoals in het premetrostation Albert. En elders.

ADVERTENTIE


BDW REGIO

BDW 1316 PAGINA 8 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Deze week in de Kelders van Kuregem > Nada, Mina en Fatema winnen kookwedstrijd

Witloof en stinkkaas met een internationale twist Tijgergarnalen, sint-jakobsschelpen, parelhoen of fazant, gegarneerd met asperges, pompoen of waterkers of overgoten met jenever, geuze of calvados: de jury kreeg heel wat originele combinaties te proeven, maar de unieke combinatie van Mina, Nada en Fatema met kruiden

“Aanvankelijk was het recept een echte nachtmerrie. Het heeft ons slapeloze nachten bezorgd”

Het trio van Witloofscheutje met hun winnende schotel. “Ik heb het nu wel gehad met die Brusselse kaas.”

ANDERLECHT – Hoe kun je de doordringende zoute smaak van een Brusselse kaas en de bitterheid van witloof combineren met de zachte smaak van een Marokkaanse tajine? Nada, Mina en Fatema, drie kookprinsessen uit Scheut, slaagden er wonderwel in. Het resulteerde in de Bruxine. zien te overtuigen. De belangrijkste voorwaarde: het recept moest de oer-Brusselse ingrediënten witloof en Brusselse kaas bevatten. “Ik was bij het wijkcomité aangesloten toen ik de vraag kreeg om een tajine-recept te verzinnen,” vertelt Fatema. “We zijn dan op zoek gegaan naar ander kooktalent in de wijk. Dat leverde een bizarre mix op, maar het lukte!” “Aanvankelijk was het recept een echte nachtmerrie die ons slapeloze nachten heeft bezorgd,” zeggen de drie in koor. “Het moeilijkste was om de doordringende zoute Brusselse kaas en het bittere witloof – die volslagen onbekend zijn in de oriëntaalse keuken – niet het gerecht te laten domineren, maar ze als achtergrondsmaak te introduceren. We hebben elk afzonderlijk een paar pogingen ondernomen en de lessen die we trokken uit onze experimenten, bij elkaar gebracht.” Hoe

dan? “We hebben in de eerste plaats de kaas proberen te neutraliseren

door hem met zoutere en pikante kruiden te vermengen. Het bittere van het witloof hebben we kunnen neutraliseren met suiker en gekaramelliseerde honing.” Onder de  gelegenheidsnaam ‘Witloofscheutje’ dongen ze mee, en met succes:  ze wonnen de wedstrijd. © HERMAN RICOUR

V 

oor alle duidelijkheid: de schotel op de foto werd niet door de drie dames zelf bereid. Het is een vakkundige kopie door de koks van de Anderlechtse koksschool Elishout, die het gerecht aan honderd bewoners van de Scheutwijk voorschotelden. De ontstaansgeschiedenis van de Bruxine begon een paar maanden geleden met een opdracht. Het wijkcomité Scheut besloot toen deel te nemen aan de kookwedstrijd die het gemeenschapscentrum De Rinck organiseerde, in samenwerking met Elishout en Abatan, de nv rond de Slachthuizen. De regels zijn simpel: elk wijkcomité mocht deelnemen met een of meer kookploegen. Zij moesten in oktober, tijdens de Week van de Smaak, een vijfkoppige jury (met onder meer Dirk De Prins, culinair journalist en de man achter Midi Station, en Elishout-docente Debora De Wint)

© HERMAN RICOUR

Het winnende recept. Elishout-koks bereidden het voor honderd gasten.

als kurkuma, ras-el-hanout en kaneel viel het meest in de smaak. De drie dames houden behalve eeuwige roem ook een hechte vriendschap over aan hun deelname aan de Bruxine-wedstrijd. “We hebben ons echt wel geamuseerd,” zegt Mina, de coach van het winnende team. Ze zijn bovendien best trots op hun recept. “Het is een beetje zoals wijzelf: een mengeling van verschillende culturen.” Of ze nog veel met Brusselse kaas zullen koken, is een andere vraag. “Ik heb het echt wel gehad met die kaas,” zegt Fatema. “Geef mij maar oriëntaalse ingrediënten.” Isabelle De Meyere van De Rinck blikt tevreden terug op de derde  editie van de wedstrijd. “We halen elk jaar een hoog niveau. De voor­ bije jaren schakelden sommige  ploegen professionele hulp in. Dat  was vanaf deze editie verboden, maar het peil was opnieuw echt heel hoog.” Hét belangrijkste opzet van de wedstrijd was het netwerk van de wijkcomités versterken. “We merken dat die netwerken heel broos zijn. Tijdens de voorbereiding van deze kookwedstrijd worden de bewoners aangemoedigd om kennis te maken met hun buren. Ze zoeken samen een recept en betrekken er ook andere buurtbewoners bij, om te komen proeven en zo.” Het slotfeest in de Kelders van Kuregem werd natuurlijk het hoogtepunt van heel de wedstrijd. “Honderd buren die samen tafelen, dat is echt wel uniek.”  Bruno Schols


BDW 1316 PAGINA 9 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

© SASKIA VANDERSTICHELE

Anderlecht > Kuregem in zijn historische context

Van no-go tot must-go Kuregem staat bij de meeste mensen bekend als een no-go zone, het decor van een langdradige slechtnieuwsshow. Maar achter die façade schuilt een boeiende wijk met een rijke geschiedenis. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe brochure over Kuregem. Een aanrader voor wie de complexe realiteit van de wijk wil begrijpen.

De Maerlant-site was het laatste braakliggende terrein in de Europese wijk.

Brussel > Milieuvereniging en bewoners naar Raad van State

Winter houdt bouw Maerlant-site niet tegen Een woontoren van 25 etages en negen verdiepingen kantoren: in november kreeg de projectontwikkelaar een vergunning voor dit megaproject in de Europawijk. Daarmee is het laatste grote stuk bouwgrond in de wijk ingenomen. Veertig jaar geleden gingen de huizen er tegen de vlakte omdat er plannen waren voor een viaduct. De strenge winter houdt de werklui niet te-

gen. Er gaapt een enorme bouwput. De ontwikkelaar wil over een jaar klaar zijn met het project. Toch kan de Raad van State nog roet in het eten gooien. Inter-Environnement Bruxelles en de Groupe d’Animation du Quartier Européen hebben beroep aangetekend. Volgens de verenigingen is de hoogbouw in de vergunning niet voldoende SVG gemotiveerd.

Kuregem, deel 1 – Historische context: het is een voor de hand liggende titel voor het eerste deel van wat een zes- tot achtdelige reeks gaat worden. Daarin schetst Dirk Decaluwé de geschiedenis van de Anderlechtse wijk ‘aan de andere kant van het kanaal’. Decaluwé zit hiermee niet aan zijn proefstuk. “Ik woon in Heist-op-den-Berg en had aanvankelijk geen enkele band met Kuregem, maar toen ik eind jaren 1990 met verwondering zag welk beeld de media van de wijk ophingen, raakte ik gefacineerd. Puur uit nieuwsgierigheid wou ik meer over de wijk te weten komen. Ik ging met heel veel mensen uit de buurt praten. Op die manier kwam ik tot een heel ander verhaal, dat ik toen ook al neerschreef in een brochure.”

Kurasaw uit Kuregem Voor deze nieuwe reeks werkte Decaluwé samen met organisaties uit Kuregem. Zo kreeg hij de professionele hulp van Kurasaw Productions voor de vormgeving van het blad en schoot Beeldenstorm hem te hulp voor

de foto-illus­t raties. Het eindresultaat is een fraai ogende brochure. In de brochure geeft Decaluwé een bondig, maar toch vrij volledig historisch overzicht van de wijk. Opvallend in dat verhaal is vooral de kentering die de buurt meemaakte op het einde van de jaren 1990. De wijk, die door politici zo’n kwarteeuw aan haar lot was overgelaten, werd geteisterd door zware rellen toen de politie er in 1997 de 24-jarige Marokkaan Saïd Charki doodschoot. Nadien kwam het keerpunt. Dankzij de wijkcontracten werd eindelijk in Kuregem geïnvesteerd, en na de invoering van het migrantenstemrecht gaat er het laatste decen­nium veel meer aandacht naar de wijk. De bro­chure geeft een mooi overzicht van de verschil­ lende wijkcontracten in Kuregem mét de no­ dige kritische noten, waarbij ook de huidige  politieke meerderheid de dans niet ontspringt. Vooral het gebrek aan inspraak van de bewoners en het onsamenhangende beleid van de schepenen Mustapha Akouz (PS) en Anne-Marie Vanpévenage (FDF) worden gelaakt. De brochure kost 5 euro en is onder andere te koop in het gemeenschapscentrum De Rinck (Dapperheidsplein 7) en de gemeentelijke bibliotheek (Sint-Guidostraat 97).  BS Meer bij Dirk Decaluwé, dirkdca@gmail.com of 0484-91.62.52

ADVERTENTIE

nschrijven in een Nederlandstalige school in Brussel? p o g e w e t is ju e d t d U vin e b l. e s s u r b in n e v ij r h c www.ins Basisonderwijs

LOP Brussel BaO LOP Brussel SO

Voor alle info over de inschrijvingsprocedure in het Brussels Nederlandstalig onderwijs voor het schooljaar 2012-2013: ga naar www.inschrijveninbrussel.be. OPGELET: belangrijk voor alle kinderen geboren in 2010! Meld uw kind aan op www.inschrijveninbrussel.be in de maand februari 2012. NIEUW dit jaar: Hebt u recht op een voorrangsplaats? Bezorg het LOP binnen de 7 dagen na de aanmelding de gevraagde documenten. Via ‘Samen naar school in de Buurt’ kunt u kennismaken met andere ouders. Kijk op www.samennaarschool.be. Secundair onderwijs: op de meeste scholen kunt u rechtstreeks inschrijven. Voor 12 scholen moet u telefonisch aanmelden vooraleer in te schrijven. Kijk op www.inschrijveninbrussel.be voor alle informatie.


BDW 1316 PAGINA 10 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Een crèche die er niet kwam De Sukkelstraat (2) SCHAARBEEK Op 14 oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De komende maanden legt BDW in de reeks De Sukkelstraat elke week een pijnlijk aanslepend dossier uit een van de 22 Brusselse gemeenten op tafel. Deze week: de crèche-die-er-nietkwam aan de Plaskylaan, en hoe de gemeente Schaarbeek zichzelf in de voet schoot.

De plannen voor een crèche aan de Plaskylaan zijn uitgedraaid op een debacle. Een verhaal van amateurisme, een boze buur en een strenge rechter. Niemand trekt in twijfel dat er meer kinderdagverblijven in Brussel nodig zijn. Zeker in Schaarbeek is het tekort nijpend. De gemeente kocht in 2007, via de vzw Crèches de Schaerbeek, een magnifiek herenhuis aan de Plaskylaan om er een kinderdagverblijf voor 32 kinderen onder te brengen. De aankoopprijs bedroeg 900.000 euro. Vijf jaar later, en enkele processen verder, is daarvan niets in huis gekomen. Al vrij snel na de aankoop van het huis besliste de gemeente de crèche niet in het herenhuis onder te brengen, maar in de tuin. Volgens schepen Michel De Herde (FDF) leent een huis met vele trappen zich niet tot een crèche. De gemeente liet een crèche tekenen midden in de tuin. Een toonbeeld van energiezuinigheid moest het worden. De

In 2007 kocht de gemeente dit huis om er een crèche in onder te brengen. Zonder succes.

gemeente kon geld van het Gewestelijk Crècheplan aanspreken. Leefmilieu Brussel gaf een duwtje in de rug door het ontwerp van de crèche met een prijs te bedenken. Het herenhuis kwam vrij: daar zou door de inrichting van enkele appartementen een mooie meerwaarde kunnen worden gecreëerd. Die constructie was buiten enkele buren gerekend. Zij zagen het mooie binnengebied met bomen liever niet opgeofferd aan een crèche. Ze hadden minstens de geest van de stedenbouwkundige wet mee. Die laat het volbouwen van de waardevolle binnenblokken in Brussel niet toe,

Bouwen in een tuin doe je niet ongestraft al wordt voor gebouwen van collectief belang een uitzondering gemaakt. Een van die buren, Gauthier de Crombrugghe, richtte het actiecomité Save the City Gardens op en begon een persoonlijke strijd tegen de crèche. Met succes. Hij haalde twee keer gelijk voor de Raad van

© DIETER TELEMANS

State en nog eens voor de burgerlijke rechtbank. Dat de vergunning keer op keer werd vernietigd, heeft de gemeente deels aan zichzelf te danken. De eerste bouwaanvraag diende ze zelf in, om ze dan zelf te kunnen goedkeuren. Daarmee werden alle rechtsregels met voeten getreden. De gemeente was immers rechter en partij. De Raad van State verwees de vergunning naar de prullenmand. Een tweede bouwaanvraag werd wel correct ingediend, bij het Brussels

Gewest. Maar het dossier kwam in woelig politiek vaarwater nadat de hoogste ambtenaar zich niet tijdig over het dossier had uitgesproken. De buurtbewoners hadden hun lobby­werk bij de Brusselse regering goed gedaan. Vooral de Nederlandstaligen in de Brusselse regering, onder meer staatssecretaris Bruno De Lille (Groen), vonden een crèche in een tuin, zelfs in een hertekende verkleinde versie, geen goed idee. Het dossier zat maanden muurvast. Na de paasvakantie vorig jaar kwam er witte rook. De Brusselse regering stemde onverwachts in met de bouw van de Plasky-crèche. Hieraan ging een merkwaardige politieke deal vooraf. Burgemeester Bernard Clerfayt (FDF) wou pas groen licht geven voor de Nederlandstalige Kattepoelschool als de Vlamingen in de Brusselse regering hun akkoord gaven voor de (Franstalige) Plasky-crèche. En zo geschiedde. Amper zes maanden later zou de Raad van State definitief een einde maken aan de Plasky-saga. In een omstandig arrest oordeelde het administratief rechtscollege dat de tweede bouwvergunning nietig moet worden verklaard. Een crèche hoort niet thuis in een binnengebied, ook niet als er een groendak op komt. Voor de gemeente is het een flinke streep door de rekening. Schepen De Herde heeft aangekondigd het herenhuis, dat intussen staat te verloederen, te zullen verkopen. Een nieuwe crèche komt er achter de Daillykazerne.  Steven Van Garsse

www.brusselnieuws.be/sukkelstraat

UIT BERCHEM-SAINTE-AGATHE AUTREFOIS

Sint-Agatha-Berchem > Historisch beeldmateriaal

Het dorp met de zoo De negentiende-eeuwse water­toren in Openveld, dierentuindirecteur Robert Henry bij zijn olifanten, en een foto in sepia van 38 gemeenteschoolmeisjes zonder juf, geschaard rond het bord ‘Schooljaar 19191920’: de tijd van toen komt weer tot leven in de uitgave Berchem-SainteAgathe autrefois. Met steun van de gemeente heeft de Franstalige bibliotheek een eentalige publicatie uit, met foto’s en prentbriefkaarten uit haar ‘fonds local’. Gratis in de bibliotheek (Soldatenstraat) te verkrijgen, zolang de voorraad strekt. Het fonds is gegroeid uit schenkingen van documenten en dossiers over openbare gebouwen, statige villa’s, handelszaken en groene ruimte, maar ook interessant publiciteitsmateriaal (uithangborden), persknipsels, trouw- en overlijdensberichten en oude foto’s. In het verleden werd al eens een oproep bij

de bevolking gedaan om materiaal (desnoods in kopie) aan het fonds te schenken, en daarnaast werd op het internet een en ander aangekocht. Tot voor kort was het fonds alleen toegankelijk voor vorsers, studenten en heemkundig geïnteresseerden. Met de publicatie kan nu ook de Berchemnaar thuis genieten. Het vakantiekaartje ‘Souvenir Berchem Gedachtenis’ op de binnenzijde van de cover groepeert al meteen de blikvangers van voor de oorlog: het Frans Hospitaal, de Gentsesteenweg en Guido Gezellestraat, de Oude Kerk en de inwijding van de

nieuwe. Maar daarmee is alles van Berchem nog niet verteld. Een foto van de laatste begrafenisstoet (1937) in de Oude Kerk met haar oude zijdeur (nu weg) typeert het vroegere gebruik van de middeleeuwse dorpsparel. Leuk zijn de portretten van burgers op het restaurantterras van La Couronne (1920), van dames in mantelpak rond een zwijnenbak (1958) of van de dulle Berchemse griet die in 1945 op het vliegtuig van de Engelsen kroop, na hun noodlanding bij de Zavelenberg. Er zijn de statige monumenten: het ‘doofstommen- en blindengesticht’, het treinstation, het voormalige gemeentehuis (1900), de Cité Moderne van Victor Bourgeois (1923-’25), de neorenaissancevilla Les Abeilles, kasteel Gisseleire en de riante rijwoningen met zonnebalkon langs de

Markt in Berchem in 1958: parelkettingen voor de zwijnen.

avenue de la Basilique (sinds 1945 Comhairelaan)... Helemaal verleden tijd zijn de beelden van het lommerrijke Hof te Overbeke, een groendomein dat aan het eind van de jaren 1960 volledig verkaveld werd, en de idyllische Groendreef met een van de oude hoevetjes, die ook weg zijn. Te gek vinden wij de prentkaarten met politiehonden en ‘petits chiens

de luxe’ van Select-Kennel, ‘le plus grand chenil du monde’ (1920-’30). En het aaien van kameel en olifant in de privézoo Parc Zoologique  de Berchem-Bruxelles, die maar enkele jaren financieel leefbaar was (1938-’39), levert een uniek tijdsbeeld op. 

Jean-Marie Binst


BDW 1316 PAGINA 11 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Sint-Gillis > Zwembad Victor Boin duikt de 21ste eeuw in

Turkse baden (bijna) in het nieuw Bittere winterkou, een heerlijk warm zwembad. Maar voor allin-fitness moet u nog wachten tot september. De Turkse baden van het zwembad Victor Boin worden in al hun glorie hersteld. Het werk is op 2 februari begonnen en duurt honderdtwintig dagen. Dat is relatief weinig, maar een bezoek ter plekke leert dat er duchtig doorgewerkt wordt. Het is ijskoud in de Turkse baden en de eerste aanblik is een ontgoocheling: er is niets historisch meer te zien. Tot we de massagekamer in gaan, waar de plannen opengeplooid liggen op de stenen tafels. De betegeling is verbluffend mooi. Die komt ook terug in de sauna. Een blik op het zwembad, waar het voor een donderdagvoormiddag heel druk is – veel scholen komen hier zwemmen –, doet dromen van de periode na de werkzaamheden. Na de renovatie en de modernisering komt hier 152 vierkante meter wellnessruimte. De baden bestaan uit een hamam, sauna, massageruimte, ontspanningsruimte en een lokaal

Beliris, het samenwerkingsakkoord tussen federale overheid en Brussels Gewest, betaalt 675.000 euro, de gemeente Sint-Gillis past de rest bij. Volgens de gemeente is een grondige renovatie meer dan nodig. De Turkse baden dateren van 1905 en werden, anders dan het zwembad, nooit vernieuwd. De renovatie van de baden moet het Victor Boin-zwembad, dat tot het Brussels erfgoed behoort, in zijn oude glorie herstellen. Ook betekent de vernieuwing een gevoelige uitbreiding van de service. Het zwembad, 33 meter lang, is fel in trek bij de omwonenden. Analyses van Brulabo tonen aan dat het zwembad in lucht- en waterkwaliteit tot de top behoort.

Bad van de Wip

Nu nog een werf, over zes maanden een wellnessruimte.

voor hydrotherapie. Aangepaste, energiezuinige verlichting moet voor een gedempte sfeer zorgen. Met water wordt zuinig omgespron-

gen: het water uit de overloopbaden wordt gerecupereerd, behandeld en gerecycleerd. De sauna wordt met hout bekleed en de hamam krijgt

© IVAN PUT

een nieuwe stoomverspreider. Als toemaatje zal er ook dieetadvies gegeven worden. De renovatie kost 830.000 euro; ADVERTENTIE

Jette > Bouwaanvraag voor tram 9 in maart

Parkeergarage zorgt voor hoofdbrekens Het Brussels Gewest dient in maart de bouwaanvraag in voor tram 9 en voor een ondergrondse parkeergarage. Het project voor een sneltram van Simonis naar het UZ Brussel komt daarmee in een stroomversnelling. De financiering is wel nog niet rond. Het Brussels Gewest zal over enkele weken de bouwaanvraag indienen voor de eerste fase. Dat heeft minister Brigitte Grouwels (CD&V) in het Brussels parlement geantwoord op een vraag van parlementslid Annemie Maes (Groen). In de bouwaanvraag wordt ook een parkeergarage onder het Koningin Astridplein gepland. Die is nog door minister Pascal Smet (SP.A) beloofd. Heel wat inwoners zien een tram dwars door Jette niet zitten, zeker niet als er parkeerplaatsen verdwijnen. De parkeergarage en de heraanleg van gevel tot gevel moeten die bittere pil vergulden. Over het tracé bestaat geen discussie meer. De MIVB stemt ermee in, en het Jetse gemeentebestuur is niet van plan om nog roet in het eten te gooien. Toch zijn niet alle problemen van de baan. De financiering roept nog vragen op. De tramlijn en de heraanleg van de omgeving kosten meer dan 45 miljoen euro (28,6 miljoen voor de sporen, 17 miljoen voor de heraanleg). Maar het is vooral de parkeergarage erbij die voor hoofdbrekens zorgt.

En aangezien beide gekoppeld zijn, zal hierover nog flink gebikkeld moeten worden. De parkeergelegenheid onder het Astridplein is goed voor 199 parkeerplaatsen. Het wordt een garage over drie niveaus met toegang op de Jetselaan; kostprijs: 7 miljoen euro. Een tramlijn aanleggen is een kerntaak van de overheid. Maar hoe zit het met een parkeergarage? Die wordt logischerwijs als een pps-constructie opgevat: een publiek-private samenwerking. Een privépartner bouwt, exploiteert en kan met de opbrengsten zijn investering terugbetalen. “We praten nu met een aantal privépartners,” zegt Grouwels. Alleen blijkt uit de haalbaarheidsstudie dat de pps-constructie de overheid uiteindelijk véél meer geld zal kosten. Volgens een bron zou de parkeergarage na veertig jaar de overheid nog altijd zeven miljoen euro kosten. Het ziet er dus naar uit dat het Brussels Gewest de parkeergarage het best zelf kan bouwen en dan de exploitatie in concessie kan geven, al dan niet aan het Gewestelijk Parkeeragentschap. De investering zou dan na veertig jaar volledig terugbetaald zijn. Omdat het Gewest krap bij kas zit, zou het bijvoorbeeld kunnen aankloppen bij Beliris. Grouwels vindt er alvast geen graten in dat de bouwvergunning al wordt aangevraagd, zelfs al is er nog geen akkoord over de financiering van de ondergrondse parkeergarage.  Steven Van Garsse

De gemeenteraadsbeslissing om aan de Wipstraat in Sint-Gillis een zwembad op te richten, dateert van 20 juni 1901 en 19 juni 1902. De architecten Cooreman en Rau kregen de opdracht toegewezen. Toen het zwembad in 1905 de deuren opende, heette het Gemeentelijk Zwembad van de Wip; pas in 1974 werd het Victor Boin gedoopt. Boin nam aan verschillende Olympische Spelen deel, in heel verschillende disciplines zoals zwemmen, waterpolo en schermen. In tegenstelling tot de Turkse baden werd het zwembad in 1938-’40 grondig vertimmerd. Aan die verbouwing dankt het zijn art-decostijl.  Danny Vileyn


BDW 1316 PAGINA 12 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

In oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Samenlevingsopbouw wil dat zoveel mogelijk mensen, en zeker ook de kwetsbaren, deelnemen aan het debat. Mensen van De Schakel, ‘vereniging waar armen het woord nemen’, zaten alvast in Schaarbeek om de tafel.

© MARC GYSENS

Maatschappij > Kwetsbare groepen mengen zich in verkiezingsdebat

‘Lokaal bestuur, zorgend bestuur’ BRUSSEL – Onlangs nog zei de Brusselse burgemeester Freddy Thielemans (PS) in Knack dat het de inzet van de gemeenteraadsverkiezingen is “te weten te komen welke projecten de Brusselaars zélf in hun stad gerea­ liseerd willen zien.” Ieders Stem Telt – Une Voix Pour Tous geeft alvast een aanzet.

BDWOPINIE Meer dan een kwart van de Brusselaars leeft onder de armoedegrens, een kind op de vier groeit in Brussel op in een gezin zonder betaald werk. Het dagelijkse overleven van deze gezinnen is vaak hard door slechte of onbetaalbare huisvesting, hoge energiefacturen, gemiste onderwijskansen, precaire werkgelegenheid en alsmaar stijgende levenskosten, die de afhankelijkheid van sociale voorzieningen doet toenemen. Ook hun directe woonomgeving is meestal niet uitnodigend om uit deze kwetsbare positie te geraken. Denk maar aan zwerfvuil en sluikstorten, gebrek aan groen- en speelvoorzieningen, verkeersoverlast, onveiligheid en weinig ont-

moetingsplaatsen in de openbare ruimte. Veel van deze ‘ongemakken’ vallen rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheden. Maar tussen de arme Brusselaars enerzijds en de gemeentebesturen en de OCMW’s anderzijds gaapt er een grote kloof. De eersten verheffen hun stem niet of nauwelijks, de laatsten luisteren niet of nauwelijks. Aan de ene kant heerst wantrouwen en ongeloof in betere tijden, aan de andere kant een gebrek aan inlevingsvermogen en te weinig daadkracht om sociale problemen bij de wortel aan te pakken. Daardoor wordt de groep van armen in de maatschappij alsmaar groter. Sommige ‘arme’ wijken gaan er inderdaad op vooruit, maar al te vaak ten koste van de meer kwetsbaren, die men liever kwijt dan rijk

“Grote groepen mensen voelen zich niet meer vertegenwoor­ digd door hun gekozenen, en dat is een groot gevaar voor de democratie”

is en die daardoor, vaak letterlijk, plaats moeten ruimen voor een kapitaalkrachtiger kiezerskorps. Zeer kwetsbare groepen – daklozen en mensen zonder wettig verblijf – horen in dit straatbeeld al helemaal niet meer thuis. Ze riskeren te verglijden tot een onzichtbare, rechteloze en verpauperde onderklasse die in onze samenleving volledig aan haar lot wordt overgelaten. Daarom moeten lokale besturen alles in het werk stellen om hun inwoners een menswaardig leven te laten leiden, zelfs als ze dan inspanningen moeten leveren die tot de verantwoordelijkheid van hogere overheden behoren. Lokale besturen als zorgende besturen dus, die zeker in crisistijden hun bewoners niet in de kou laten staan.

Prioriteitenlijst Onder het motto ‘Ieders stem telt – Une voix pour tous’ wil Samenle-

vingsopbouw Brussel in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012 in een vijftal wijken de kloof tussen kwetsbare burgers en politiek iets kleiner maken. Verspreid over oud-Molenbeek, de Brabantwijk in Schaarbeek, de Anneessenswijk in Brussel-stad en Kuregem en Peterbos in Anderlecht brengen opbouwwerkers in samenwerking met wijkorganisaties een duizendtal mensen samen en bieden ze hun de kans om in hun vertrouwde omgeving hun wensen en verzuchtingen ten aanzien van het lokale beleid te formuleren. In maart mondt dit intensieve bewonersproces uit in het formuleren van wijkprioriteiten, die dan worden voorgesteld aan de lokale politieke partijen. Die prioriteiten worden op maat en in het tempo van de bewoners voorgesteld: dialoogtafels waaruit moet blijken of politieke (coalitie)partijen bereid zijn om de belangen van kwetsbare groepen in hun verkiezingsprogramma een prominente plaats te geven, wijkwandelingen waarbij toekomstige beleidsverantwoordelijken met hun neus op de problemen worden gedrukt, en een postkaartenactie die lokale mandatarissen in spe er aan hun ontbijttafel aan herinnert dat er in de wijken iets bougeert. In september worden dan in de verschillende wijken debatten georganiseerd. Verkiezingskandidaten gaan er met elkaar in de clinch over sociale thema’s, met de hete adem van bewoners in hun nek. Extra troef wordt de sociale stemtest, een instrument waarbij iedereen aan de hand van stellingen over sociale thema’s zijn politieke voorkeur kan bepalen. Tenslotte is Ieders Stem Telt – Une Voix Pour Tous ook een campagne om mensen op het belang van lokale verkiezingen te wijzen. Laagdrempelige informatie- en vormingssessies maken duidelijk hoe een gemeente voor de burger functioneert, wat er bij lokale verkiezingen op het spel staat en hoe men zijn stem in het stemhokje geldig kan uitbrengen. Daarbij zullen ook niet–Belgen die het recht hebben om aan de verkiezingen deel te nemen, geïnformeerd en aangespoord worden om zich in de verkiezingslijsten in te schrijven. Dat grote groepen in de samenleving zich niet meer vertegenwoordigd voelen door hun gekozenen, is een groot gevaar voor de democratie. Ieders Stem Telt – Une Voix Pour Tous zal dit democratisch tekort niet uit de wereld helpen, en ook niet uit Brussel. De campagne toont wel de richting aan hoe er op lokaal vlak iets aan gedaan kan worden. Dat gebeurt vanuit de overtuiging dat de deelname van kansarme groepen aan het (lokale) beleid het noodzakelijke cement is van onze 21steeeuwse democratie. Alain Storme en Katleen Vanlerberghe, Samenlevingsopbouw Brussel

Ieders Stem Telt – Une Voix Pour Tous is een project van Samenlevingsopbouw Brussel, mee gedragen door wijkorganisaties en verschillende verenigingen in het Brusselse middenveld. Meer op www.iedersstemtelt.be en www.samenlevingsopbouwbrussel.be


BDW 1316 PAGINA 13 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Metro in Elsene Elsene wil een metro en het Gewest wil een tram op de Elsensesteenweg (BDW 1314, p. 2-3). Het ene is te duur, het andere mijns inziens praktisch onhaalbaar. Een tram lijkt mij om twee redenen praktisch onhaalbaar. In de buurt van de Naamsepoort liggen geen rails om de tram op aan te sluiten. Dit zou dus betekenen dat de Naamsepoort een eindhalte is: onmogelijk, lijkt me, omdat er dan geen auto de Elsensesteenweg meer op of af kan. Ten tweede is de weg gewoon te smal om een dubbel spoor tramrails te leggen. Dit kan alleen wanneer de weg dan geheel autovrij gemaakt wordt: onmogelijk, omdat de middenstand in de straat ook bevoorraad moet worden. De trams zullen rijden tussen 6 uur ’s ochtends en middernacht, en al die tijd kan er geen winkel bevoorraad worden omdat anders het tramverkeer gehinderd wordt. Een metro daarentegen is weliswaar een grote investering, maar zal ook veel mensen naar de Elsensesteenweg trekken. Wanneer de metrolijn begint aan Park (een aftakking van de lijn tussen Park en Kunst-Wet en dan via Park langs de Waterloosesteenweg onder het station Naamsepoort uitkomend), is er gelijk een directe aansluiting vanaf het Centraal Station. Deze lijn kan dan doorgetrokken worden naar het Fernand Cocqplein en via het Flageyplein en de VUB in de richting van Ukkel. Dit levert een enorm reizigerspotentieel op. Een ander voordeel van een metro is dat er onder de weg geboord kan worden, zodat er weinig bouwhinder is. Alleen de aanleg van het station bij de Naamsepoort zal een behoorlijke bouwput opleveren. 

Gerard Dekker, Elsene

Klara in Brussel Ik kan Klara overal in het land goed ontvangen, ook in een stuk van Noord-Frankrijk. Maar hier in Brussel niet. Wel in de wagen, niet in mijn appartement op nauwelijks twee kilometer van de Reyerslaan. Kan de VRT geen sterker signaal uitzenden voor de Vlaamse Brusselaars? 

Johan De Geest, Schaarbeek

Taalwaakhond Ik lees met belangstelling ‘Taalwaakhond’ van Danny Vileyn in BDW 1315, p. 13. Ik ben het volledig eens dat het minimum minimorum voor de vicegouverneur moet zijn het recht te hebben gegevens op te vragen bij de gemeenten, taalrapporten op te stellen die openbaar worden gemaakt, en recht van spreken te krijgen. Dat minimum minimorum is helaas op zich al onvoldoende, vermits nadien de Brusselse regering met de meldingen en rapporten van de vicegouverneur doet wat zij wil – niets, dus. De concrete gevallen van taalwetovertredingen bij aanstelling of benoeming van personeel in de Brusselse gemeenten worden aan de Brusselse regering meegedeeld, maar aan de burger in het algemeen niet. Het is dan ook onmogelijk om overtredingen van de taalwetgeving door de Brusselse gemeenten gerechtelijk te vervolgen, tenzij hier of daar specifieke informatie van een schepen of gemeenteraadslid kan worden bekomen. Het Vlaams Komitee Brussel met zijn juridische werkgroep heeft al meermaals procedures kunnen aanspannen tegen Brusselse gemeenten, maar terwijl we weten dat er in een tiental jaar 16.000 overtredingen waren, hebben we slechts van enkele gevallen de nodige con-

crete informatie kunnen bekomen. De functie van vicegouverneur moet niet alleen worden gehandhaafd, de toegang van het publiek tot zijn vaststellingen moet in de toekomst worden verzekerd, en misschien kan men zelfs denken aan een vicegouverneur die rechtstreeks recht van ingrijpen en vernietigen zou hebben. Maar hopelijk verdwijnt intussen de huidige regering-Di Rupo en haar Nachtvlinderakkoord.

Joost Rampelberg, voorzitter Vlaams Komitee Brussel

Hedendaagse kunst (Open brief aan Vlaams parlementslid Yamila Idrissi, SP.A, na haar opiniestuk in BDW 1314, p. 14.) Beste Yamila, “Brussel heeft alle troeven om een kunst- en cultuurstad met internationale faam te zijn, maar we slagen er maar niet in om die troeven te verzilveren,” schrijf je (in BDW 1314, p. 14). Klopt dat? Deels wel, natuurlijk. Het doet mij, net als jou, pijn dat het grootste deel van collectie moderne kunst van de KMSK naar de kelders werd verbannen. En ja, ik droom ook al jaren van een museum voor moderne en hedendaagse kunst. Als het even kan, gehuisvest in een architecturale parel. Een Museum aan de Zenne bijvoorbeeld (MaZ). Ontworpen door een buitenlandse of, beter nog, een Brusselse (ster)architect. Maar daaruit afleiden dat Brussel in de (inter)nationale kunstenscene niet meespeelt, is kort door de bocht. Zo slaagt Wiels er keer na keer in om bezoekersrecords te breken (...). Brussels Philharmonic won onlangs met The artist de Golden Globe voor de beste soundtrack. Brafa geldt, samen met Tefaf, als meest invloedrijke kunsten antiekbeurs van Europa dankzij een ongeëvenaarde kwaliteit van de tentoongestelde kunstwerken. En werd de Brusselse regisseur Michaël Roskam met zijn film Rundskop onlangs niet genomineerd voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film? Toevalstreffers? Ik denk het niet. ‘Belge Époque’ kopte de gezaghebbende Amerikaanse krant The New York Times onlangs, met “the Brussels creative renaissance” als rode draad. Brussel is hipper dan Berlijn, Parijs of Londen. Je kunt het ook zien aan het aantal galerieën, en niet van de minste, trouwens. Zo openden topgaleristen Almine Rech (Parijs, kleinzoon van Picasso) en Barbara Gladstone (New York) hier een tweede galerie. Maar ook minder bekende namen uit de kunstwereld zakken naar Brussel af. De collectioneurs-galeriehouders Ike Udechuku en Kathryn Smith van Ampersand House & Gallery kozen na een leven vol omzwervingen (...) heel bewust voor Brussel. Waarom dan wel, wou ik weten. “Because Brussels is the place where it happens.” Beste Yamila, een tijdje geleden gingen we samen naar een voorstelling in het Kaaitheater. Over de partijgrenzen heen, want liefde voor cultuur kent geen kleur. Mag ik jou nog eens uitnodigen, voor een galerieëntocht in Elsene dit keer? Ik stel voor dat we beginnen bij Rodolphe Janssen en onze tocht nadien verderzetten naar Xavier Hufkens en Meessen De Clercq, alle drie op een boogscheut van elkaar, en misschien nadien BaronianFrancey, Young Gallery, Maison Particulière en Nathalie Obadia. En laten we nadien samen een goede fles wijn kraken waarbij we plannen maken voor dat nieuwe museum, en het erover eens zijn dat er meer citymarketing en een betere afstemming van de beleidsniveaus nodig is. Maar toch vooral vaststellen dat Brussel een broeihaard is voor creativiteit, en dat dat internationaal heus wel erkend wordt. Bianca Debaets, Brussels parlementslid, gemeenteraadslid Elsene (CD&V)

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE Duisternis door Danny Vileyn Een Boerka Pride heeft vorige week luidruchtig verhinderd dat een gerenommeerde Franse publiciste (Caroline Fourest) met twee professoren (oud-rector en historicus Hervé Hasquin en filosoof Guy Haarscher) in debat ging over extreem rechts. In Brussel anno 2012, aan de ULB anno 2012. Een debat met als onderwerp de Salonfähigkeit van extreem rechts werd niet verhinderd door extreem rechts, noch door een zootje ongeregeld dat niet beter wist of door een groep zatte studenten. Niet dat dit niet erg zou zijn, maar de waarheid is nog veel verontrustender. Het was een onderzoeker van de ULB, Souhail Chichah, die met in boerka verklede medestanders een debat onmogelijk gemaakt heeft. Een wetenschapper, dus. Onbegrijpelijk en niet tolereerbaar. Wie de ander verhindert om te spreken en niet open staat voor een tegensprekelijk debat, hoort niet thuis aan een universiteit. Wat Chichah bezielde, is onduidelijk. Volgens Manuel Abramowicz van de antifascistische website RésistanceS is Chichah – hoewel hij zelf atheïstisch zou zijn – de leider van een fundamentalistische politiek-religieuze beweging. Fourest is zowat Chichahs tegenpool. Zij is journaliste, publiciste, feministe, ze is fervent laïque en openlijk lesbisch. Fourest is gespecialiseerd in moslimfundamentalisme en extreem rechts en ze is tegen de boerka. De vraag wat Chichah aan Fourest het meest ergert, is hier zeer ter zake. Chichah is geen piepjonge onderzoeker met een verlate puberteit, hij is een man van 43 met een jarenlange academische ervaring. Hij is overigens niet aan zijn proefstuk. Hij is een vurig verdediger van de van antisemitisme beschuldigde komiek Dieudonné, die door het Franse Front National op handen wordt gedragen. Dat het vrije woord gefnuikt wordt aan een universiteit, is pijnlijk. Dat dit gebeurt aan de Université Libre de Belgique, is zo mogelijk nog pijnlijker. De ULB werd 175 jaar geleden opgericht tegen de almacht van het katholicisme. Anno 2012 worstelt de vrijzinnige universiteit blijkbaar met de diversiteit in haar rangen. Net zoals iedereen hebben ook Chichah en zijn entourage het recht hun mening te verkondigen. Hoezeer wij het met hen oneens mogen zijn, het is een recht dat we in een vrije samenleving niemand willen ontnemen. Wat we niet kunnen dulden, is dat Chichah en entourage van hun vrijheid misbruik maken om onze vrijheden onderuit te halen. De ULB mag de woorden van Henri Poincaré – “Het denken mag zich nooit onderwerpen” – nooit laten verstillen. Het alternatief is duisternis.

EVA HILHORST


© ARBA-ESA

Drie eeuwen schone kunsten

BDW 1316 PAGINA 14 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

© SASKIA VANDERSTICHELE

BRUSSEL – Al ruim driehonderd jaar vormt de Académie Royale des Beaux-Arts jongelui tot kunstenaars. 2012 staat dan ook in het teken van drie eeuwen traditie. In 1695 wordt Brussel gebombardeerd door de troepen van Lodewijk XIV. De stad moet heraangelegd worden, en uit een gildevereniging, die zich in het stadhuis wijdt aan de ‘kunst van het tekenen’, ontstaat de academie. Aanvankelijk mogen alleen mannen er studeren en worden er alleen mannelijke naakten geportretteerd. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw werft de academie ook vrouwelijke modellen aan en schrijven de eerste vrouwen zich in. Ondertussen wordt het aanbod uitgebreid met de opleidingen beeldhouwkunst, architectuur en, veel later pas, schilderkunst en fotografie. Bekende namen zijn er afgestudeerd. Paul Delvaux, René Magritte, Fernand Khnopff of nog James Ensor en Victor Horta zijn een paar prominenten die de academie op de kaart zetten. Horta, die zelfs directeur wordt, leidt een hele generatie architecten op die het Brusselse straatbeeld zijn unieke karakter verlenen. De academie onderhoudt ook nu nog nauwe contacten met de internationale kunstscene. Met China heeft ze zelfs verschillende partnerschappen. Die bestaan sinds de Chinese kunstenaar Tchang Tchong-Jen hier afstudeerde en later directeur werd aan de academie van Sjanghai. Tchang was een hechte vriend van Hergé, die hem tekende in De Blauwe Lotus en in Kuifje in Tibet. De instelling is blij dat ze vandaag onder haar vijfhonderd studenten zestig nationaliteiten telt. De art-nouveau-architectuur, het Justitiepaleis, de beelden die de Kleine Zavel omringen: het is allemaal werk van oud-studenten van de academie. Vous êtes ici (niet vertaald), een nauwe samenwerking tussen diverse professoren van de academie, zal de nieuwsgierigen rondleiden in Brussel.  Boris Vanschoubroeck ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

✆ 0800-15045

alle werkdagen van 9 tot 12u30, maandag, dinsdag en donderdag van 13 tot 15u30

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

Loïc, Yannick en Kimberly hebben, na veel tegenslagen, eindelijk een opdracht met succes afgewerkt.


© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1316 PAGINA 15 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Pc-team Natacha en Iris (l.) en straatteam (r.) staan permanent met elkaar in verbinding. Een VUB-medewerker instrueert het pc-team (foto l.).

Spel > Urban Game, digitale ontdekkingstocht op maat van jongeren

Scholieren verkennen de ‘verre’ grote stad BRUSSEL – Zes multifunctionele gsm’s, twee computers en een gebalde speluitleg: meer is er niet nodig om het vijfde jaar Humane Wetenschappen van het Sint-Martinuscollege in Overijse een uitdagende middag te bezorgen. Het interactieve stadsspel Urban Game is uniek in zijn soort, maar vertoont hier en daar nog kinderziektes.

I 

n het Ritscafé tref ik een klas vol tieners aan. Ze zijn een hele dag op schok in onze hoofdstad. “Deze voormiddag hebben ze in groepjes interviews afgenomen bij organisaties in de stad. Dit kadert in een vakoverschrijdend project. Zo werkten ze rond thema’s als onderwijs, prostitutie en criminaliteit en regelden ze zelfstandig een bezoek aan bevoegde instanties of verenigingen zoals Foyer,” vertelt lerares Humane Wetenschappen Kaat Brankaer. Na de boterhammen wordt het spel uitgelegd. Een medewerker van de cel Wetenschapscommunicatie van de VUB, die verschillende (stads)spellen ontwikkelde, doet de spelregels uit de doeken. De klas wordt onderverdeeld in twee groepen die het tegen elkaar zullen opnemen. Beide groepen bestaan uit één pc-team en drie straatteams. Het pc-team dirigeert het spel vanuit het café en wijst de straatteams uiteenlopende opdrachten toe. Het leuke is dat de groepen elkaar ook kunnen saboteren. Zo kunnen de straatteams tijdens het anderhalf uur durende spel met hun gsm een drietal bommen leggen. De meesten zijn enthousiast, al vragen sommigen van deze ‘digitale’ generatie zich wel af hoe het zich allemaal in de praktijk zal vertalen. Om het spel zo eerlijk mogelijk te laten verlopen, wordt besloten om de twee leraressen tot rechters te bombarderen. Hilariteit alom wanneer de gewiekste Robin een bak Duvel als omkoopsom vooropstelt. Het ijs is gebroken, het spel kan beginnen.

Op pad in de stad We lopen mee met Yannick, Kimberly en Loïc. Yannick neemt het gsm-toestel in handen en

krijgt al vlug een eerste opdracht toegewezen van het pc-team. Het kaartje op de gsm duidt de Kartuizersstraat aan. Fotografe Saskia maakt hun gps overbodig en wijst de weg. Kimberly laat de mannen spelen en zoeken en babbelt vlot. Ze doet aan jazzdans en ballet in Tervuren, later wil ze kleuterleidster worden. Waar ze dat gaat studeren, is nog niet uitgemaakt. In Brussel komt ze zelden, Leuven is haar stad. (Dat is bij het merendeel van de jongeren uit de druivengemeente het geval.) Vanwaar die bocht rond het grote Brussel, dat toch vlakbij ligt? “De vele buitenlanders.” Ze zegt het met een glimlach, alsof het de evidentie zelve is. “Maar ik kom soms naar Brussel om danskleren te kopen.” In de Kartuizersstraat leggen arbeiders de laatste hand aan de renovatie van de Greenwich, een parel uit het fin de siècle. Dat Magritte deze plek frequenteerde, leiden de Overijsenaren al vlug af uit de onwaarschijnlijkheid van de andere mogelijke antwoorden. De eerste vijftig punten zijn binnen. Op weg naar de Grasmarkt, aan de andere kant van de Anspachlaan, lopen we een rood aangelopen Mathias tegen het lijf. Zijn straatteam is ziek geworden door een barricade aan de Beurs, maar contact met ons team maakt hem in een oogwenk weer springlevend. (Teams van dezelfde groep kunnen elkaar genezen.) Mathias’ ogen blinken. Zijn teamgenoten wachten hem op aan de trappen van de Beurs. Zijn guitige blik en enthousiasme steken een beetje af ons slakkentempo. Ze hebben al tweehonderd punten, en daar zal het niet bij blijven. Mathias is een Franstalige jongen, maar dat hoor je niet aan zijn Nederlands. De Overijsese taalconflicten wuift hij diplomatisch weg.

Om naar de Grasmarkt te gaan moeten we de Grote Markt vermijden, deelt ons pc-team nu mee. Tussen de met hun vingers draaiende kelners in de Beenhouwersstraat zoekt Yannick – invallersdoelman bij het eerste elftal van eersteprovincialer Sterrebeek – naar een verklaring voor de aversie voor Brussel bij veel van zijn klasgenoten. “Onbekend is onbemind,” weet hij. “Ik ga soms uit in Brussel. Er zijn enkele cafés in de buurt van De Brouckère die ik geestig vind. Het probleem is dat Brussel in het weekend moeilijk bereikbaar is met

Van de ‘alom aanwezige criminaliteit’ hebben ze vanmiddag niets gemerkt

het openbaar vervoer. Er moet dan steeds iemand rijden, en die mag dan niks drinken. Op vrijdag- en zaterdagavond rijden er nachtbussen vanuit Leuven naar Overijse, en zelfs naar Hoeilaart. Dat maakt toch een verschil met Brussel, dat nochtans dichterbij ligt.” Net voor de Grasmarkt botsen we op een barricade. Onze bevriende teams zijn ook ziek, waardoor we terug naar het hoofdkwartier moeten voor een digitale genezing. De motivatie raakt een beetje onderkoeld. Loïc kent Brussel behoorlijk goed. Zijn vader woont in Groot-Bijgaarden. Als hij niet moet trainen voor het voetbal, gaat hij soms iets drinken in de Irish Pub aan de Beurs. Loïc zegt dat Brussel niet echt aanspreekt, omdat we ‘hier alles al gezien hebben, omdat het misschien ook te dichtbij is’. Kimberly en Iris, van het pc-team, dansen allebei, maar geen van hen heeft al een dansvoorstelling bijgewoond in Brussel, toch een van dé steden van de moderne dans. ‘Kaai­t heater’

en ‘KVS’ klinken alle jongens en meisjes die ik aanspreek, als Chinees in de oren. Begrippen als ‘Roskam’ of ‘Monk’ eveneens. Na een zevental genezingen begint de tijd te dringen. In de Sint-Gorikshallen slagen we in onze laatste opdracht. We hebben honderdvijftig punten: benieuwd of dat zal volstaan. Terug in het Ritscafé blijkt dat onze groep het spel gewonnen heeft. Als individueel team hebben we geen hoge toppen geschoren, laat dat duidelijk zijn. Mathias en de meiden hebben de boel meer dan rechtgetrokken. Onderweg naar het Centraal Station, waar ze de trein naar Groenendaal zullen nemen, heeft Iris kritiek op de veelal negatieve berichtgeving over Brussel. “De media zouden beter meer berichten over wat er wel is in Brussel, in plaats van steeds in stereotiepen te vervallen. De mensen zouden zo misschien verdraagzamer worden.” Haar visie combineert een frisse maturiteit met een jeugdig enthousiasme. Haar interesse voor Brussel is zeker niet door haar moeder ingegeven. Die probeert haar schrik aan te jagen over ‘het multiculturele Brussel’. Wanneer ik provocerend opwerp of Overijse geen revolutie nodig heeft, draait een van de meisjes zich verontwaardigd om. Robin blust het brandje en zegt dat zijn ouders allebei in Brussel op kot zaten en daar heel positief over zijn. Natacha, Iris’ collega in het pc-team, bevestigt dit.

Kinderziekten De meeste leerlingen hadden aan het eind van dit Brusselse avontuur het gevoel de stad beter te kennen. Rachidam dacht vroeger dat alles in Brussel veel verder uit elkaar lag, maar “ik weet nu wel beter.” Van de zogezegd alom aanwezige criminaliteit hebben ze deze middag niks gemerkt, “maar als ik ’s avonds in Brussel rondloop, ben ik toch altijd op mijn hoede, hoor,” zegt Loïc nog. Het is veelzeggend dat tieners uit een randgemeente de hoofdstad hoegenaamd niet kennen, en er ook niet echt in geïnteresseerd zijn – of is dat de leeftijd? En het spel zelf? Urban Game heeft zeker en vast potentieel, maar vertoont hier en daar nog kinderziektes. Zo mogen de opdrachten misschien iets uitdagender, is de speloppervlakte te groot – of de tijdspanne te kort? – om het echt dynamisch te maken en werken de talloze barricades eerder demotiverend dan inspirerend. Dit interactieve stadsspel heeft wel de verdienste dat het Brussel op een laagdrempelige manier laat ontdekken. Wetenschap, geschiedenis en stedelijkheid worden op een speelse manier geïntegreerd.  www.urbangame.be

Tuur De Moor


BDW 1316 PAGINA 16 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

© COLL EC TIE BO

Literatuur > Goudblommeke in Papier viert 100ste verjaardag Louis Paul Boon

ON

Blommekes voor Boontje BRUSSEL – Louis Paul Boon wordt vanaf 15 maart, de dag waarop de schrijver honderd zou zijn geworden, in verschillende steden gevierd. Maar in Brussel wordt er al op 23 februari een feestje gebouwd in ‘het donkere en met kunstzinnige voorwerpen opgepropte café De Goudpapieren Bloem’.

‘W

e belichten een aantal schijnbewegingen van Boon,” zegt Kris Humbeeck, directeur van het L.P. Booncentrum en curator van de dubbelexpo over Boon in Aalst en Antwerpen. In café Het Goudblommeke in de Cellebroersstraat geeft Humbeeck volgende week een inkijkje: “Waarom begint Boon, die de lezer vooral wilde confronteren met zijn eie g gen tijd, vanaf de jaren 1950 li a m to e n t ap met zijn s ineens historische romans .) p (r o n n o a m aul B o de e Rogge r te schrijven? Probeerde hij ic e r e Louis P u r t a s M an illu riend v m e m g e z g ’ met romans als Jan de Lichte e o d bo 5. R wou el in 194 russel een oer s s u misschien met des te meer r B in ‘B p or t a ge e r kracht iets over het heden te s n o Bo zeggen?” ). 6 4 (19 Ook over Het Geuzenboek, waarin Brussel een cruciale rol speelt, zal Humbeeck “in avantavant-première” een en ander onthullen. “En

Boons romans gaan over bewegingen in de stad, terwijl hijzelf toch maar kleinburgerlijk in het groen bleef wonen. Via de oorspronkelijke terrasdeuren, gered van zijn afgebroken Villa Isengrimus (in Aalst-Erembodegem, red.), gaan we bij Boon op bezoek om dat uit te praten.”

Scheef van Brussel “Ik ken weinig schrijvers in ons taalgebied, zelfs in Europa, die zo roekeloos over hun eigen leven schrijven. Welke schrijver brengt zijn ik zo in het gedrang als Boon in Eros en de eenzame man?” Het is een van de vijf argumenten die Humbeeck in Het Goudblommeke zal aanreiken om Boon vandaag te lezen. Ook Boons passage in Brussel én Het Goudblommeke kruiden het feestje. Vanaf 1949 vergaderden de redacteurs van Tijd en Mens hier namelijk. Toch verkende Boon Brussel al eerder, van toen hij in 1933 in Schaarbeek gekazerneerd was, en zijn vriend Maurice Roggeman uit de Marollen hem meetroonde. Na de

oorlog illustreerde Roggeman Boons 23 afleveringen tellende reportage ‘Brussel een oerwoud’ in De rode vaan. Daarin observeert Boon de bewoners die elders wegtrokken “op zoek naar de zon van Brussel”, maar enkel Nestor Martin vinden, waar ze moerkens vastdraaien of emailleren, of Wielemans-Ceuppens, waar ze flesjes sluiten met de emboucheuse. De taxichauffeurs, die liever wachten op de heren van de Tervurenlaan, weigeren de auteur na een blik op zijn schoenen, “die scheef zijn van in Brussel rond te lopen.” Het kapitool zal nog in tal van zijn romans opduiken; het utopische verhaal Vergeten straat speelt zich integraal af tegen de achtergrond van de Brusselse noord-zuidverbinding. De moderne wereld dringt zich zelfs op aan outlaws, voor wie Boon zich onder meer baseerde op Aalsterse inwijkelingen uit de nu verdwenen Vertinnersgang. Toch breekt er ook een zonnestraaltje door: in het kasboek wordt al eens een schone gedachte geïnd en “Als het kruid te voorschijn komt is het net als in het Jozaphat-park, maar veel mooier nog”. 

AnDevroe

www.goudblommekeinpapier.be, www.boon2012.be

ADVERTENTIE

eit? t i v i t a e r barst je van cator op het speelplein! anim word (hoofd)

amuseer je te pletter organiseer knallende activiteiten geef je vriendenaantal een boost tover een glimlach op kindergezichten en verdien wat bij door te spelen!

schrijf je in via sp eelplein

en.vgc.be

VOOR DE PAASVA

KANTIE: IN DE M

AAND FEBRUARI


BDW 1316 PAGINA 17 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

© DANNY WILLEMS

TELEX VADROUILLE HET KRIEBELT TIJDENS KROKUS BRUSSEL – Op zaterdag 18 februari gaat de zesde editie van Krokuskriebels van start. Dit project van de Gezinsbond wil families met kinderen tussen 3 en 12 jaar prikkelen om musea in gezinsverband te ontdekken en wil anderzijds musea gevoelig maken voor een gezinsvriendelijk beleid. In 97 musea, verspreid over Vlaanderen en Brussel, staan leuke activiteiten voor jong en oud op stapel: uitdagende speurtochten, zinderende vertellingen, specia­le activiteiten en culinaire workshops... Het Krokuskriebels startfeest vindt voor Brus-

Straks op de planken in de KVS: Thomas Gunzigs Raymond.

Poot aan de Kuregemse grond

Praat

Weer wat Frans geleerd, goedverdoemme Gelezen: Thomas Gunzig, Assortiment pour une vie meilleure, uitg. Au Diable Vauvert, 2009.

achteraf

Thomas Gunzig, in 1970 in Brussel geboren, is nog altijd vrij jong, al zijn we toch al te laat om hem te feliciteren met de tiende verjaardag van zijn met de Prix Victor Rossel bekroonde debuut Mort d’un parfait bilingue. We zagen onlangs ook dat hij met een gefilmd interview vertegenwoordigd is in het Librarium van de Koninklijke Bibliotheek, naast literatoren als Hugo Claus. In Vlaanderen kent natuurlijk ongeveer niemand hem, al is hij nu aan een offensief bezig omdat de KVS straks zijn toneelstuk Raymond opvoert, een stuk geïnspireerd op die andere parfait bilingue, Raymond Goethals, en omdat hij vanaf nu ook een column heeft in een Vlaamse krant, waarin hij moeite doet om zijn banden met het Noorden aan te halen. Als Gunzig moeite doet, dan wij ook. We grepen ter kennismaking naar Assortiment pour une vie meilleure, niet meteen een dun boekje, maar wel een waar verschillende losse teksten, korte verhalen en theatermonologen in staan, waardoor het niet echt opvalt dat we voor de deadline niet helemaal klaar zijn geraakt met lezen. Het lezen deden we wel maar meteen in het Frans, wat lang geleden was. Lezen in een andere taal heeft het voordeel dat je aandachtig moet zijn, want als je iets niet begrijpt, ga je meteen vrezen dat je een kapitale wending hebt gemist en moet je alle vorige bladzijden opnieuw uitkammen. Lezen in een andere taal verscherpt ook je gevoel voor stijl. Hoe meer woorden je niet begrijpt, hoe beter de tekst waarschijnlijk geschreven is. Assortiment bevat stukken die Gunzig schreef tussen 2004 en 2009. Hij maakte er een copieus menu van en gaf de stukken absurde namen die weinig of niets met het verhaal te maken hebben, zoals ‘Amuse-bouches et pâté de lièvre’, ‘Hors-d’œuvre et canapés, sous le signe du chorizo’, ‘Trop froid’, ‘Trop chaud’, ‘Trop gras’, ‘Les cornichons’, ‘Le chocolat’. Gunzig is een veelschrijver, en ook deze bundel geeft de indruk dat hij voortdurend en met veel branie van het ene verhaal het andere in

duikt. Rechttoe rechtaan, met humor die vaak zwart en desnoods gewoon silly is, en vooral zonder remming om wat dan ook te verzinnen. ‘Trop chaud’ gaat over drie vrienden van wie er een Marokkaanse voorouders heeft. Op skivakantie biedt een gewillige blonde Oostenrijkse zich spontaan aan de twee blanke jongens aan, maar de kwart-Marokkaan mag niet meedoen: Gunzigs manier om het in één verhaal over neuken, racisme en vriendschap te hebben. Seks en de multiculturele samenleving zou je een rode draad kunnen noemen, want in ‘Trop tard’ worstelt de Franse kampioen Fins darts met een buitenlandse muze, en in ‘Largo’ biedt de achterkleindochter van Goebbels weerstand aan een kerel die een partydrug in haar drankje doet. Gunzig schept er vooral plezier in om op lichtvoetige wijze catastrofes in te leiden. Of dat nu het schielijke overlijden is van de hond die door een gezin op vakantie in een te warme auto wordt achtergelaten, of de ondergang van België na een lang rottingsproces. In ‘Lento’ gaat Gunzig nog een stapje verder: een meisje maakt een fatale val van een hoge boomstronk, waarna haar vriendje drie mooie bladzijden lang de tijd neemt om de dood letterlijk in de ogen te kijken. Ondertussen hebben we dus ook Frans bijgeleerd: être copains comme cochons, de fil en aiguille, crever la dalle: vanaf nu is dat parate kennis. In het frenetieke verhaal ‘Le grandduc’, waarin een Congolese vluchteling met afgrijzen zijn nieuwe thuisstad Brussel verkent, spelen ook de Waalse iconen Monsieur Zygo, Tatayet en Julos Beaucarne een rol. Die hebben we dan ook maar gegoogled. Omgekeerd blijkt dat de interesse van Gunzig in het Nederlands al langer bestaat: hij schrijft zowat alle Nederlandse woordjes en namen in zijn teksten expres fout, zelfs goedverdomme en Vlaamse Block, wat volgens ons samenhangt met de balorige goesting waarmee hij de klanken van onze taal wil exploiteren. Daarvan getuigt ook de gulzigheid waarmee hij namen als Lionel Vanoverzweinmeulebroekzijn en Maréchal Vandermeulendonderonderzijnoverzijn uitvindt. 

sel plaats in het bijzondere Art)&(Margesmuseum, midden in de Marollen. Ouders, grootouders en kinderen kunnen er in de voetsporen treden van de kunstenaarsfamilie Bourbonnais, wier collectie La Fabuloserie in het museum te zien zal zijn. Daar kunt u de hele krokusvakantie elke namiddag terecht om er lekker op los te fantaseren en te fabuleren. Net als in dertien andere Brusselse musea, die hun beste beentje voorzetten om groot en klein cultureel te verwennen. Meer op www.krokuskriebels.be.  PJ

Michaël Bellon

ANDERLECHT – De vervlechting van een slachthuis zoals dat van Anderlecht in Kuregem met zijn stedelijke omgeving is binnen Europa vrij uniek. Het debat ‘De l’intérêt d’un abattoir en ville’ op maandag 20 februari om 19 uur in de Kelders van Kuregem gaat over de troeven en de bedreiging van deze locatie. Organisatoren zijn Inter-Environnement Bruxelles (IEB), La Cambre Horta van de ULB en Cinema Nova. Om in de sfeer te komen wordt vooraf de documentaire Autour de la mort d’un cochon (RTBf, 1996) getoond. Voor

de Belgische regisseuse Bénédicte Emsens is onze angst voor bloed het laatste taboe. De gedachte dat een zorgzame slachting het varken tot eer strekt, blijkt een heel oude traditie te kennen. Debaters zijn onder anderen consumptie-sociologe Jocelyne Porcher van de Unité Mixte de Recherche (UMR) Innovation de Montpellier, die alvast pleit voor het herstel van die eeuwenoude band tussen dier en mens, en antropologe Graziella Vella, die lesgeeft aan de architectuurstudenten van La Cambre Horta.  AD

ADVERTENTIE

Sport, cultuur, curSuSSen of jeugdactiviteiten in uw buurt?

Meer info vindt u in de gratis brochures

www.vgc.be/vrijetijd - vrijetijd@vgc.be 02 563 03 00


BDW 1316 PAGINA 18 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Literatuur > Kleine tentoonstelling over Les misérables van Victor Hugo

Verjaardag van de ellendigen te zien is. De Sint-Hubertusgalerijen zijn overigens belangrijk in de Brusselse biografie van Hugo, omdat zijn maîtresse, de actrice Juliette Drouet, die hem vanuit Parijs gevolgd was, in de Prinsengalerij 10 verbleef. In juli 1852, vlak voor het verschijnen van zijn diplomatiek gevoelige pamflet, reisde Hugo door naar de Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, maar hij zou nadien nog vaak naar Brussel terugkeren. Niet alleen omdat zijn vrouw Adèle vanaf 1865 met hun twee zonen Charles-Victor en François-Victor aan het Barricadenplein woonde, maar ook om zijn Belgische uitgevers te bezoeken. Want hoewel Brussel bij Hugo en zijn Franse collega’s een bedenkelijke reputatie had vanwege de talrijke drukkerijen die goedkope roofdrukken van populaire romans op de markt brachten, onderhield Hugo goede contacten met zijn Brusselse uitgevers Albert Lacroix en LouisHippolyte Verboeckhoven. Zij zouden zijn meesterwerk Les misérables uitgeven enkele dagen vóór het in Parijs uitkwam. Hugo was overigens in 1861 al naar België teruggekeerd om deze superieure sociale aanklacht, die zich ten dele ten tijde

Karikatuur van Victor Hugo door Benjamin Roubaud uit 1841.

van de Slag van Waterloo afspeelt, in Waterloo zelf te kunnen afronden.

Succesverhaal In het Librarium, het museum van de KB dat gewijd is aan boeken en geschriften, zijn vier kijkkasten te zien met documenten die verband houden met de publicatie van Les misérables. Onder meer de eerste

© KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK VAN BELGIË, BRUSSEL. INV. S II 131410

V 

ictor Hugo is wellicht de bekendste van de vele buitenlandse bekende figuren die in de negentiende eeuw al dan niet vrijwillig hun toevlucht zochten in de hoofdstad van het jonge, liberale België. Hugo was in 1837 al eens als toerist in België geweest, maar keerde er in 1851 terug als uitgeweken opposant van Lodewijk Napoleon Bonaparte, die met zijn staatsgreep en zijn zelfbevordering tot keizer Napoleon III een einde had gemaakt aan de Tweede Franse Republiek. Victor Hugo kwam in december 1851 aan in het Zuidstation, dat toen nog aan het Rouppeplein lag, vermomd als de ‘letterzetter’ Jacques-Firmin Lanvin. Na korte verblijven in hotels in de Stormstraat en de Violetstraat kreeg hij een verblijf op de Grote Markt toegewezen: enkele weken op het nummer 16, daarna vanaf februari 1852 op het nummer 26-27, aan de kant van het Broodhuis, waar nu een gedenkplaat hangt. In die periode schreef Hugo onder meer het pamflet Napoléon le Petit, waarvan in het Museum der Letteren en Manuscripten in de Sint-Hubertusgalerijen een handgeschreven fragment

© KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK VAN BELGIË, BRUSSEL. INV. II 93557

BRUSSEL – Op 30 maart 1862 publiceerde de Franse schrijver Victor Hugo het eerste deel van zijn populairste roman Les misérables bij een Brusselse uitgeverij. Het Librarium van de Koninklijke Bibliotheek wijdt een kleine tentoonstelling aan die gebeurtenis.

Victor Hugo door Auguste Rodin in 1885.

druk in tien volumes ligt er uitgestald. De bijschriften geven telkens een korte samenvatting van het verhaal met Jean Valjean en Cosette in de hoofdrollen. Ook een paar vroege Nederlandstalige uitgaven van De ellendigen worden getoond. De roman was zo populair dat ook hiervan meteen roofdrukken verschenen, en parodieën zoals Les

anti-misérables. Dat legde de uitgevers uiteraard geen windeieren. Lacroix en Verboeckhoven organiseerden zes maanden na de publicatie, op 16 september 1862, dan ook een banket voor Hugo en een tachtigtal prominenten en journalisten, die vervolgens ruchtbaarheid konden geven aan het succes van de uitgevers. In het Librarium

Feest > Kinderen vieren carnaval als harlekijns

Twee dagen Venetië in de Marollen Een carnaval zonder Zorro’s, prinsessen of Disney-figuren. In de Marollen kan dat geen probleem zijn, dacht de Vereniging van de Handelaars van de Bruegelwijk. “Hier in Brussel-centrum is er niet echt een carnavalstraditie,” zegt organisatrice Marie-Jeanne Falisse. “Daarom sloegen we vorig jaar met enkele verenigingen, handelaars en buurtbewoners een eerste keer de handen in elkaar voor een Venetiaans carnaval. Dat bleek in België nog niet te bestaan, en we wilden vooral een niet-traditioneel carnaval organiseren zonder veel toeters en bellen of luide muziek. Op die manier proberen we een an-

© VERENIGING HANDELAARS BRUEGELWIJK-MAROLLEN

BRUSSEL – Dinsdag worden de straten van de Marollen omgetoverd in een Venetiaans decor. Voor de tweede keer organiseert de buurt er een Venetiaans carnaval. der soort publiek aan te spreken.” De formule slaat duidelijk aan, want het aantal inschrijvingen ligt al twee maal zo hoog als vorig jaar.

Prijzen Het eerste deel van het carnavalsfeest vindt nu dinsdag, 21 februari, plaats. Dan is het aan de kinderen om zich in Venetiaanse harlekijns om te toveren. Verschillende clubs zijn al enkele weken bezig met het ontwerpen van de kostuums. Om 14 uur verzamelen ze op de Bruegel de Oudesquare (bij de Palaverboom, onder aan de lift bij het Justitiepaleis), waar de stoet vertrekt. Die trekt naar de Kapel-

artiesten en experts reikt voor elke categorie bekers en medailles uit, maar alle kinderen krijgen sowieso een aandenken. Dit jaar wordt de prijsuitreiking ook afgewisseld met optredens van een aantal kinderkoren uit buurtscholen.” Het vervolg van het carnaval vindt plaats op zondag 26 februari. Dan zijn zowel kinderen als volwassenen welkom. Die laatsten vormen van 13 tot 14 uur een stoet waarbij de handelaars hun kostuums beoordelen.  Lidewij Nuitten

Kindercarnaval zonder veel toeters en bellen (foto: eerste editie, 2011).

lemarkt, vervolgens door Blaesstraat naar de Hallepoort, en keert ten slotte over de Blaesstraat terug naar de Kapellemarkt. Daar vindt

een wedstrijd plaats voor de mooiste kostuums. “De kinderen kunnen apart, in duo of in groep deelnemen,” zegt Falisse. “Een jury van

Iedereen kan zich inschrijven op www.bruegel-marolles.be. Deelnemen kost 5 euro. Ook niet-ingeschrevenen zijn welkom om mee te lopen of te supporteren


© GUSTAVE BRION (1862) / KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK VAN BELGIË, BRUSSEL. INV. S I 7463).

Jean Valjean en Cosette, hoofdrolspelers in Les misérables.

ligt ook Albert Lacroix’ toespraak van die dag, die werd afgedrukt in het tijdschrift Uylenspiegel. Aan dat blad werkte ene Charles De Coster mee, wiens Légende d’Uylenspiegel

Lacroix en Verboeckhoven ook zouden uitgeven, terwijl ze anderzijds hun handen afhielden van het werk van Charles Baudelaire, die vanaf 1864 in Brussel rondliep en die Hugo hier ook ontmoette. In 1864 gaven ze met William Shakespeare wel het volgende boek van Hugo uit, een studie die oorspronkelijk louter bedoeld was als inleiding bij de Shakespeare-vertaling van zijn jongste zoon François-Victor. De tentoonstelling toont ook een aantal foto’s en tekeningen. Foto’s van Hugo op de dag van het banket en van Hugo op veel latere leeftijd met zijn kleinkinderen Jeanne en Georges, die wezen waren geworden bij de dood van Hugo’s zoon Charles en zijn vrouw. Het Librarium toont de bundel L’art d’être grand-père, die Hugo schreef toen hij zich mee over die kinderen ging ontfermen. Daarin zit ook het ex libris of eigendomsplaatje van Hugo met daarop de kathedraal die in zijn beroemde roman Notre-Dame de Paris uit 1831 de hoofdrol speelt. Zowel de portretschets door Auguste Rodin als de karikatuur van Benjamin Roubaud toont het monumentale voorhoofd waaruit zijn werken zijn voortgekomen. In een prentenboek staat behalve Juliette Drouet ook Hugo’s vrouw afgebeeld, die al in 1868 in Brussel overleed na een ziekte. Een jaar later eindigde ook de samenwerking van Hugo met de uitgevers omdat Lacroix een voorraadje van de roman L’homme qui rit gratis aan zijn klanten wilde schenken. Het definitieve einde van Hugo’s passages in Brussel kwam er in 1871, na het oproer dat enkele door Hugo uitgenodigde Parijse communards aan het Barricadenplein veroorzaakt hadden.  MichaëlBellon

Les misérables 1862-2012, tot en met 15 april in de KB, Kunstberg, 1000 Brussel, gratis. Meer op 02-519.53.11, librarium@kbr.be en www.kbr.be; rondleiding reserveren op educdien@kbr.be ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Nick Trachet

© NICK TRACHET

BDW 1316 PAGINA 19 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Kippenmaagjes Kijk, zo mag de crisis nog een tijdje blijven duren. Terwijl het leven steeds duurder wordt, zijn er uitgelezen stukjes gevogelte die voor twee keer niks in de schappen liggen. De arme gastronoom vaart er wel bij. Ik vond deze in een grote supermarkt. De enige die ernaar omkeek, buiten mij, was een Congolese mama die wellicht niet te veel geld uit te geven heeft, maar weet wat een smakelijk stukje vlees is: kippenmagen. Er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat er bij de poelier keuze was tussen kip mét abats en kip zonder. Die abats bestonden uit de lever, de nek, het hartje en de maag. Héél soms gaven ze er ook de twee poten bij. Daar is weinig aan te eten, maar ze dienden – bijvoorbeeld – om bouillon te trekken. Tegenwoordig denkt de sector dat “wij dat niet meer lekker vinden.” Hoe fout zijn ze (alweer). In het buitenland werden gebakken kippenpoten langs de straat verkocht als kindersnoep. Verkopers stonden strategisch opgesteld bij de uitgang van scholen en ik zag de kinderen naar huis wandelen, zuigend en knagend op zo’n pootje, gekruid met sterke sambal. Ze kochten ze voor een centje. Nu zien we nog hartjes en levertjes apart verpakt liggen, maar eigenlijk horen we één van elk bij onze kip te krijgen. Ze maken rechtmatig deel uit van mijn zondagse kip en aan tafel dient erom te worden gevochten. Maar laten we niet te veel mopperen. Een kuipje hartjes, gebakken in de pan en dan opgediend met pasta? Ook lekker. De maag van een kip is een grappig en stevig stukje vlees. Mooi rood vanbinnen en stevig om op te bijten. Het smaakt kippiger dan bil of borst. Zo’n vogel schijnt een wel héél stevige maag te hebben. Eigenlijk heeft een kip er drie. Deze hier is de spiermaag, een orgaan waarmee de vogel pitten, granen en insectenpantsers fijn maalt. Om dat beter te kunnen, slikt hij met zijn eten ook steentjes in, die in deze maag de rol vervullen van stamper en molensteen. Wat overblijft van het voedsel, verhuist later naar

de kliermaag, waar verteringssappen het werk verderzetten. Voorin heeft de vogel nog een soort derde maag, de krop, waar het voedsel al vooraf staat te weken eer het de pletmachine van de spiermaag binnen gaat. Niet alleen kippen hebben zo’n stevige en smakelijke maag. Die van de eend en de gans worden ook gegeerd. In Frankrijk kookt men ze langdurig in vogelvet tot confit om later in de betere restaurants als salade de gésiers op tafel te verschijnen, omgeven door frisse sla en tuinkruiden. En dan zijn er de vissen. Sommige soorten hebben ook gésiers ( gizzards, zeggen de Engelsen). De harder, bijvoorbeeld, een vissoort die hier rond de havenhoofden leeft en zich moeilijk laat hengelen, maar echt lekker is. In de Stille Zuidzee was ik er getuige van hoe arbeiders milkfish (bandeng voor de Indonesiërs onder ons) schoonmaakten en bij elke vis iets van de ingewanden in hun mond propten. Dat bleken dan de knikkervormige spiermaagjes te zijn, die ze als een lekkernij beschouwden. Ik mocht proeven. Inderdaad: vleesballetjes, maar dan van vis. Ook de krokodil schijnt een smakelijke spiermaag te hebben, maar dat heb ik alleen van horen zeggen. Nu er overal struisvogels worden gekweekt, vraag ik me af of er daarvan ook geen supermaagjes te krijgen zijn. De eigenaardige vorm van een kippenmaag komt omdat ze werd opengesneden om de inhoud en het maagvlies te verwijderen. Spijtig dat het moet. Want een ongeopende maag ziet er esthetischer uit dan de gekrulde lap die nu op ons in de winkel wacht. Koop met wat kleingeld een grote portie kippenmaagjes. Thuisgekomen spoelt u ze goed af onder de kraan. U hebt daar nu een hoop zuiver vlees liggen, waar verder geen schoonmaken aan is. U kunt de maagjes bakken met wat vet, want dat bevatten ze zelf niet. Zo gebakken gaan ze eruitzien als grote hoofdletters S, als een soort lepeltjes. Ze hebben een uitgesproken kippensmaak en ze zijn misschien wat taai, maar als aperitiefhapje vervangen ze chicken wings op een voordelige manier. Er zitten ook geen beentjes in. Deze keer pakte ik ze anders aan. Ik zette de magen op in ruim koud water. Dra komt er schuim boven drijven. Dit wordt voorzichtig verwijderd. Het water moet rond het kookpunt blijven, maar niet zo zieden dat het kolkt. Op die manier komt het schuim mooi los. Dan kunnen er wat smaakmakers bij. Lookteentjes en ajuin, een takje selder, een schijfje gember:

De maag van de kip smaakt kippiger dan bil of borst in alle kippenbouillons thuis. De soep zachtjes laten rimpelen gedurende een uur of twee. De maagjes worden boterzacht. Haal ze eruit en laat ze afkoelen. De soep mag als basis dienen voor elke lekkere groentesoep. Voor het eten bakken wij de maagjes aan in boter of smout om ze een bruin kleurtje te geven. Mengen met sperzieboontjes en een tomaatje. De pan deglaceren met azijn, en we hebben een soort vogelversie van de Luikse sla! Wijlen de baas van café ’t Schuurke op de hoek van de Moutstraat en de Oude Graanmarkt, Stefke Stas, gaf mij volgend recept. Hij noemde kippenmaagjes keekemitte, maar ik zal u de vertaling besparen. Bak de maagjes gaar met veel peper en snij ze overlangs in twee. Stop elk stukje in een leeg slakkenhuisje en vul af met lookboter. Enkele minuten in een hete oven en voilà, lekkerder dan escargots. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1316 PAGINA 20 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Hilal Sönmez: “Mijn ouders zijn me altijd blijven steunen. Ondanks hun twijfels, ondanks hun bezorgdheid. Ze zien dat ik gelukkig ben met wat ik doe – al is het bestaan van een artiest nog zo onzeker –, en dat stelt hen gerust.”

UKKEL – “Hij mag dan nog maar negen zijn, toch is mijn zoontje Baki mijn grootste kracht, mijn bron van energie. Als alleenstaande moeder, als vrouw, als artieste.” Hilal Sönmez is een Turkse actrice en danseres. Ze maakte in 2010 een opgemerkt langspeelfilmdebuut in Turquaze van de Gentenaar Kadir Balcı, naast onder meer Johan Heldenbergh en Charlotte Vandermeersch.

H 

ilal Sönmez is een vrouw met meer dan één talent. Talent voor koken, bijvoorbeeld, voor smaken. Dat talent heeft ze geërfd van vader, een chef-kok met pensioen. “Mijn broer heeft het, ik heb het. Ik moet bekennen dat ik niet dagelijks aan het fornuis sta, maar als ik me eraan zet, dan is het heerlijk. Het beroep van mijn vader heeft me steeds geboeid, mede omdat het iets artistieks heeft. Het heeft me ook niet lang na mijn geboorte voor het eerst over de landsgrenzen gebracht. Van Ankara naar Kopenhagen, waar vader in de Turkse ambassade ging werken. Veel herinner ik me niet meer van die periode: nog geen vijf was ik toen we terug naar Turkije verhuisden. Wat me wel vaag is bijgebleven, is dat ik er voor het eerst toneel heb mogen spelen, in de kleuterschool. Wist ik toen veel dat acteren zo sterk mijn zijn zou bepalen.”

Geen studiehoofd De echte kennismaking met het Westen liet niet lang op zich wachten: toen Sönmez zeven was, verhuisde de familie naar België, waar vader weer in de potten van de Turkse ambassade mocht gaan roeren. “We woonden in Ukkel, dicht bij de ambassade, omdat dat moest. Toch was onze jeugd ge-

© MARC GYSENS

later stond ik terug op Zaventem. Met op mijn arm de grootste schat van mijn leven, mijn zoontje Baki. Brussel was een verademing na mijn ervaringen in Turkije: levendig en bruisend, het gaf me een groot gevoel van vrijheid. Nu al weet ik dat ik voor de rest van mijn leven altijd wel een voet hier zal houden.”

De val woon. Ik ging naar een gemeenteschool, niet naar de internationale scholen zoals de kinderen van de diplomaten. Het was een mooie tijd: samen met enkele anderen stond ik steevast op de eerste rij te springen als er op school een opvoering gepland stond. Gewoon voor de fun. Ook ben ik na een tijd aan klassieke dans beginnen doen, maar in de middelbare school was uit met de fun. Ik had het in mijn hoofd gestoken dat ik later voor arts wilde studeren en koos voor een zware richting. Tot ik me in het vierde jaar aansloot bij de toneelgroep van het atheneum. Dat was een keerpunt: ik begon meer en meer te beseffen dat ik niet echt een studiehoofd heb. Mijn ouders waren er niet echt gelukkig mee dat mijn gedachten meer bij het acteren lagen dan bij wetenschappen en wiskunde. En natuurlijk hadden ze gelijk als ze zeiden dat een artiestenbestaan onzeker is. Maar ik voelde dat dat was wat ik wilde. Dus heb ik me ingeschreven aan Sint-Lukas, richting plastische kunsten, en heb ik daarna nog een jaartje cursussen gevolgd aan het Institut Bischoffsheim.” De artistieke trein was vertrokken. Of toch niet? “Ik was 21, werd verliefd op een jongen, ben naar Turkije gegaan. Helaas heeft de relatie niet standgehouden: nog geen drie jaar

Brussel was een verademing, maar toch zat Sönmez vol twijfels. “Aanvankelijk heb ik een beetje hier en daar gewerkt, maar ik vond niet echt mijn draai. Ik besefte dat ik mijn leven eindelijk echt in handen moest nemen, dat ik moest doen waarvoor ik in de wieg was gelegd. Dus ben ik begonnen aan een acteursopleiding, aan de privéschool Parallax in Sint-Joost. Het bleek de juiste beslissing: ik had nog maar net mijn diploma in handen of er boden zich al heel snel enkele films aan. In België, in Frankrijk. En uiteindelijk ook mijn rol in Turquaze. Een mooie herinnering, niet alleen omdat in de film de vrouwen sterker zijn dan de mannen.” “Na die draaiperiode heb ik me een tijdlang vooral met Baki beziggehouden, maar nu ben ik alweer tien maanden heel actief aan de slag. Ik heb onder meer het dansen weer opgenomen, waarmee ik lange tijd noodgedwongen gestopt was na een zware val op mijn staartbeen. Dansen doe ik nu in de muziekgroep Tabl-Baz, wat in de Ottomaanse taal, het Osmaans, ‘drummer’ betekent. We zijn met vier: een drummer, een bassist, iemand voor de geluidsregie en ik. De nummers zijn funky, met ritmes beïnvloed door het Oosten, een heel sterke tranceambiance.”

“Mijn zoon Baki. Hij zal me later overvleugelen, daarvan ben ik overtuigd.”

“Daarnaast staat er ook een nieuw langspeelfilmproject op stapel: The Penrose triangle, met in de regisseursstoel Kurt Cammon. Een existentieel drama, waarin ik een vrouw speel die een boek schrijft dat enorm veel losmaakt, over de hele wereld. Het scenario is af, de demo is af, nu nog een goede producent zoeken. En last but not least ben ik bezig met een vriendin een theaterproductie op poten te zetten en zijn er enkele projecten in Turkije,


BDW 1316 PAGINA 21 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

“Als acteur ben je voortdurend aan het werk, zelfs als je niets omhanden lijkt te hebben”

Hilal Sönmez, kunstenares/ alleenstaande moeder

‘Mijn zoon is mijn grootste kracht’ weliswaar in een pril stadium. Als acteur ben je voortdurend aan het werk, zelfs als je op het eerste gezicht niets omhanden hebt. Je kijkt, je observeert, je slorpt op. Je doet het omdat je weet dat het dé bron van acteren is. Het is echt wel mijn leven, wat ik wil doen en blijven doen. En als iets mij raakt, mij aanspreekt, dan spring ik erop. Of het nu dansen of acteren is, het vormt voor mij een geheel. Je moet natuurlijk ook geluk hebben. Op het juiste moment en de juiste plaats de juiste persoon tegenkomen. Het is een mooi bestaan, maar ook een moeilijk bestaan. De financiële onzekerheid is een constante. En nu met de crisis zo mogelijk nog meer: daarvan is de culturele sector een groot slachtoffer. We balanceren op het randje.  Maar gelukkig doe ik iets wat ik met hart en ziel kan doen.” De passie voor het creatieve en het artistieke werkt ook aanstekelijk op Baki. “Hij volgt twee uur klassieke dans per week en een uur hiphop. Bovendien verkent hij nog andere artistieke paden: je mag gerust zeggen dat hij in de voetsporen van zijn mama treedt. En hij heeft talent. Zo heeft hij met andere leerlingen van zijn dansschool, Choreart, in december de prelude mogen dansen in ‘Het zwanenmeer’ door het Moscow City Ballet in het Koninklijk Circus. Hij zal mij overvleugelen, daar ben ik van overtuigd. Ik investeer er ook volop in, om hem alle kansen te geven. Soms zegt hij wel eens dat hij moe is en dat hij geen zin heeft in de les – dat doet elk kind –, maar dan zeg ik hem dat we moeten gaan. Niet zoals mijn ouders vroeger, die, wanneer ik zei dat ik even afstand wou nemen, het allemaal wel goed vonden. Zonder discipline kom je nergens.”

Voluit gaan voor een leven als artiest en dan nog eens als alleenstaande moeder een kind grootbrengen, in een grote stad dan nog: het is allerminst vanzelfsprekend. Zeker nu Sönmez’ ouders teruggekeerd zijn naar Turkije: ze wonen er nu in een dorpje in een mooie baai aan de Egeïsche kust. “Gelukkig is er nog mijn broer, die me veel helpt. Zo ga ik overmorgen voor een week naar Istanboel en gaat hij op Baki passen. Baki is ook heel flexibel. Neem ik hem mee naar opnamen of castings, dan weet ik dat hij het me niet moeilijk zal maken. En tegelijkertijd is er voor hem de bonus dat hij zijn ogen de kost kan geven.” “Ook het leven tussen twee culturen is interessant voor hem. Ik heb daar ook steeds rekening mee gehouden: toen Baki binnen in mij groeide, sprak ik met hem niet in het Turks, maar in het Frans. ‘Wie weet leert hij er iets van.’ Hij hoorde toen zo al genoeg Turks van de anderen. Ondertussen verstaat hij goed Turks, hij heeft het onder de knie. Hij spreekt het met mijn ouders wanneer ze hem komen opzoeken en wanneer wij daarheen gaan. Turkije is voor hem het land van de zon, van de vakanties, van verwend worden door de grootouders.” “Zijn grootouders, mijn ouders, zijn me steeds blijven steunen. Ondanks hun twijfels, ondanks hun bezorgdheid. Ik ben hun daar immer dankbaar voor. Ze zien dat ik gelukkig  ben met wat ik doe – al is het bestaan van een artiest nog zo onzeker –, en dat stelt hen gerust.”  Karel Van der Auwera De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/ingesprekmet

FREDDI SMEKENS Stil

W 

ie van ons heeft nooit de opmerking gekregen: “Awel, ge zaait zu stillekes?”, waarde lezer? Welnu, het kan wat eigenaardig klinken, maar het zijn meestal de mensen van wie men zegt: “G’het waal zu’n gruut bakkes op!”, die zo’n opmerking naar het hoofd geslingerd krijgen. Stillekes zaain kan echter ieder van ons overkomen. Misschien omdat we dan diep in gedachten verzonken zijn. Maar het kan natuurlijk ook dat we gewuun gien goesting hemme vè eet te zegge. In beide gevallen moet men volgens mij de stilte van de persoon respecteren. En gelukkig doet iedereen van ons dat ook. Stil zaain heeft niet altijd met het verbale te maken. Ik zal hopelijk niet de enige zijn die de aanmaning “Zit na neki stil!” van onze ouders of van anderen heeft meegekregen. In zo’n geval heeft stil uiteraard niets met geluid uit te staan. Om maar even aan te stippen dat men met de stilte alle kanten op kan. Wat bijvoorbeeld te denken van de uitspraak “Ik goen a neki eet zegge, mo haaft het stil...”? In de meeste gevallen is men er dan van overtuigd dat wat men gaat zeggen, binnen de kortste keren wereldwijd verspreid zal worden. We gaan uiteraard niet van de hak op de tak springen, mo stil zaain heit alles mè zwaaige te moeke. En toch kan datzelfde zwaaige een oorverdovend geluid tot gevolg hebben, waarde lezer. Vandaar bijvoorbeeld onze typisch Brusselse uitspraak “Mè te zwaaige kunde den deuvel kluute.” De stilte heeft haar laatste woord nog niet gezegd. Neem bijvoorbeeld de aanmaning “Stil... zwaaigt... shuut... maaine voot slopt.” Probeer het even uit, en u zult merken dat men nog nooit zo duidelijk een speld heeft horen vallen. Niet dat ik in deze Brusselse Rubriek absoluut gratis reclame wil inlassen, waarde lezer, mo geluuft ma of ni, het waud Nokia betiekent in ’t Fins ‘stilte’. Dat laatste uiteraard even tussen haakjes. Maar voor ze te sluiten wou ik er nog aan toevoegen dat in het Engels a still de afgedrukte foto van een filmopname is. Verder is ne stille iemand die men in het Frans un indicateur of eventueel un doulos noemt – een informant, dus.

Bij de uitleg die ik hierboven verstrekt heb, laat ik mij de opmerking “Goet hem na stil­ lekes zaaine gruute mond haave?” graag welgevallen. Over naar ne meneut stilte nu. Zoals iedereen weet, wordt dat verzoek geformuleerd wanneer men iemand even wil gedenken of eren. Welnu, waarde lezer, ik hem altaaid geweite en gevuld wannier daan moment begint. Mo er moot in da geval toch eemand zaain dee oengeift wannier daan meneut stopt. Zelf zou ik daartoe nooit het signaal durven te geven. U wel? Bij dit eerder droevige aspect van stil wil ik overigens niet langer stilstaan. Op naar het kosmische, dus. De planeite en alle sterre drooje in alle stilte. Zou er iemand zijn om dat tegen te spreken? En van de wetenschap graag over naar de kunst, waar de stilte ook haar zeg heeft. We beginnen met de schilders. As ne schilder nen appel of ’n aair op zaainen doek tuuvert, noome we da ‘e stilleive’. In feite is dat een prachtige omschrijving. Want wie van ons, waarde lezer, heeft ooit een vrucht, een bloemstuk, laat staan een porseleinen schaal, decibels weten te produceren? En nu we toch bij de muziek zijn: een componist kan in zijn of haar partituur altijd een stilte voor de storm laten binnensluipen. Of wat gedacht van de volgende dialoog op fluistertoon in een concertzaal tijdens de voorstelling: “Wa paasde van den akoes­ teek?” – “Awel, naa da ge ’t zegt, ik reek het oek.” Maar verre van mij om met de kunst en haar liefhebbers de draak te steken. Wel zou ik het nog even willen hebben over een aspect van de stilte dat, althans op wetenschappelijk gebied, nog onontgonnen is. Tijdens een lezing in een beruchte Brusselse afspanning hield ik daar het volgende betoog over: “Zwaaigt na neki allemoe stil en leustert gooed wa ’k aaile goen vertelle. Volgens maain theoree es nen betonmeule dee stilstoet, stiller dan ne windmeule dee ni drooit.” Veel instemming of hoofdknikken heb ik daarop bij mijn toehoorders niet kunnen ontwaren. Toch had ik met mijn stelling het ijs gebroken en alle verdere stilte ook verbroken. Tijd nu om de lezer een even goede als stille nacht te wensen.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Wauter Mannaert, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1316 PAGINA 22 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

Klimmen > Sean Villanueva zet big wall climbing op de kaart

‘Dan voel je dat je leeft’ BRUSSEL – Sean Villanueva is alweer op avontuur. Op 5 februari vertrok hij met drie compagnons om in Venezuela tepui’s, scherp afgesneden tafelbergen, te beklimmen. Villanueva leeft voor het avontuur en specialiseert zich in big wall climbing. Kort samengevat: een zo steil mogelijke rotswand opklauteren, soms dagenlang.

Hangende tentjes

‘H 

et is begonnen in de bomen van het Zoniënwoud,” vertelt Sean Villanueva (31). “Mijn vrienden en ik speelden er met touwen en zelfgemaakte gordels. Toen zij naar de klimzaal trokken, ben ik gevolgd. Aanvankelijk ging ik wekelijks een of twee keer klimmen, maar vanaf mijn zestiende raakte ik echt gebeten. Het slokte al mijn vrije tijd op. We begonnen buiten te klimmen en dat sprak me echt aan.” De passie van Villanueva was zo hevig dat hij na zijn middelbareschooltijd aan het Koninklijk Atheneum Etterbeek besloot alleen de wereld rond te reizen om te klimmen. Na een paar maanden hard werken had hij genoeg geld gespaard en vertrok hij naar de VS, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. “Ik kwam aan in een grote stad, trok naar een klimzaal en ontmoette daar mensen die mij de weg wezen naar het beste klimgebied in de buurt. Veel geld gaf ik niet uit, het was heel low budget. Ik deed altijd aan autostop en heb maar twee bussen genomen. Ik ben wel een paar keer bang geweest. Bijvoorbeeld urenlang liften op een eenzame plek, zonder plan, tot het pikdonker was. Maar telkens als ik in de problemen dreigde te komen, gebeurde er een mirakel dat me uit de nood hielp.” “Mijn doel was steeds moeilijkere rotsen be-

de  CLUB

klimmen. De fysieke limieten aftasten, mijn sportieve prestaties naar een hoger niveau brengen. Die reis heeft me mee gevormd, ik heb toen heel veel geleerd. Het is daar dat ik ook de motivatie heb gevonden om aan een studie Lichamelijke Opvoeding aan de VUB te beginnen, die ik ook nog eens heb afgewerkt.”

De rode draad in Villanueva’s jonge carrière is de zucht naar avontuur. Na een begin in de zaal en een overstap naar de rotsen concentreert hij zich nu al een paar jaar op big wall climbing. “Dan beklim je een grote verticale rotswand, zo steil mogelijk. Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de wand en de

“Soms ga je hallucineren. Toen ik in Groenland een gletsjer afdaalde, begon er een baby tegen me te praten” strategie die je kiest, kun je op twee manieren klimmen. Bij alpine style pak je zo weinig mogelijk materiaal en eten mee en klim je zo snel mogelijk. Al is ‘snel’ relatief, want soms klimmen we veertig uur lang. De klimlijn moet dan wel relatief makkelijk zijn. De andere manier is big wall style. Dan neem je heel wat materiaal en eten mee en kun je bijvoorbeeld gedurende zestien dagen en nachten op de wand verblijven. Ik doe beide stijlen.”

Klimmen gebeurt vooral met klemblokjes en friends, die zich in een opening van de rots vastzetten. De gebruikte routes zijn meestal helemaal nieuw, waardoor de klimmers nooit weten wat ze mogen verwachten. Ook het weer kan behoorlijk bepalend zijn. “Als er een storm is, zitten we soms drie dagen vast op de rotswand. We liggen daar dan in hangende tentjes. Je zit kort op elkaar en wacht af tot het weer beter wordt. We nemen altijd boeken en muziekinstrumenten mee, om toch bezig te blijven. Je moet tegen een stootje kunnen en minimalistisch kunnen leven. Dat doe ik ook als ik in België ben, trouwens.” “Tijdens je klim moet je rustig blijven, de controle behouden, de juiste keuzes maken. Soms weet je niet wat volgt, je bent nooit zeker of je een plekje gaat vinden om je klemblokje te steken. En als je gaat, dan mag je niet omkijken.” Pakistan, Argentinië of Groenland, Villa­ nueva reist de wereld rond om te klimmen. Dat vergt veel van zijn lichaam; van zijn periodes in België maakt hij dan ook gebruik om zich fysiek voor te bereiden. “Soms heb je moeilijke krachtpassages van twee bewegingen waar je echt moet vechten om erdoor te geraken. Soms klim je veertig uur aan een stuk, waar je uithouding echt speelt. Je vecht dan soms tegen de slaap terwijl je klimt. Het gebeurt zelfs dat je hallucinaties hebt door de uitputting. Toen ik in Groenland op een gletsjer aan het dalen was, zag ik op een bepaald moment een baby die tegen mij begon te praten. Dat was heel raar, het leek zo echt. Dan moet je jezelf toch even in de arm knijpen.” “De aantrekkingskracht is moeilijk uit te leggen. Dat gevoel als je daarboven in zo’n tentje

zich vooral in Brussel af. Daar proberen we tegenin te gaan, bijvoorbeeld met een goed draaiende bar en veel evenementen. Ondertussen is zowat een vierde van de leden anderstalig. Maar een taalprobleem hebben we hier niet. We proberen gewoon het Nederlandstalige karakter van de club te behouden, bijvoorbeeld door altijd in het Nederlands te communiceren. Maar vraagt iemand wat uitleg in het Frans of Engels, dan doen we dat zonder problemen.” Een groter probleem is het groeiende egoïsme van de maatschappij. Het wordt voor de club steeds moeilijker om iedereen gelukkig te houden. “De kerk in het midden houden is niet gemakkelijk. Gepensioneerden zien de jongeren bijvoorbeeld niet graag komen omdat ze speeltijd innemen.” Woten zou een van de goedkoopste clubs uit de omgeving zijn en kan rekenen op heel wat vaste klanten. Zelfs wie naar pakweg Leuven of Wallonië verhuist, komt nog regelmatig langs. Tennisspelers zijn een redelijk honkvast volkje, trouw aan de vrienden. In de toekomst hoopt de club hen nog beter te bedienen. “We willen eerst en vooral behouden wat we hebben, maar zouden er graag een paar velden bij hebben. We onderhandelen al jaren met de gemeente. Met drie terreinen erbij kunnen we tweehonderd extra leden aantrekken. We willen comfort bieden. Maar het zijn economisch moeilijke tijden, we beseffen dat TS we geduldig moeten zijn.”

Tennisclub Woten, Sint-Stevens-Woluwe

‘De kerk in het midden houden’ SINT-STEVENS-WOLUWE – Woten draagt zijn familiale sfeer en openheid hoog in het vaandel. Dat heeft als gevolg dat ook heel wat anderstaligen de club frequenteren, en ja, dat stelt de tennissers voor uitdagingen. “De afgelopen 35 jaar hebben we geprobeerd om iedereen aan bod te laten komen, en dat zal niet veranderen,” vertelt voorzitter Albert Greven (67). “We zijn begonnen met twee terreintjes in de openlucht, en ondertussen hebben we toch zes velden, waarvan drie overdekte, en een schitterend clubhuis waar we regelmatig feesten. We zijn van ’s morgens tot ’s avonds open en hebben zowel heel wat gepensioneerden als kinderen in onze rangen.” Met zijn 420 leden is Woten een middelgrote club. Onder de tennissers zijn er veel anderstaligen die zich de afgelopen jaren in groten getale in Sint-Stevens-Woluwe hebben gevestigd. “Heel wat van hen ‘gebruiken’ de gemeente als slaapdorp. Het zijn zeker geen arme mensen, veeleer welgestelde ex-Brusselaars die naar hier afzakken en weinig deelnemen aan het leven in de gemeente. Hun activiteiten spelen

Sint-Stevens-Woluwe een slaapdorp? Club Woten gaat daartegenin, “met een goed draaiende bar en regelmatig activiteiten.”

hangt, bijvoorbeeld... Dat is echt genieten, zo’n machtig moment. Je voelt dat je leeft. Daarom doe ik big wall climbing: om te leven.” Villanueva klimt steeds met vrienden. Hun avonturen worden meestal vastgelegd op dvd. Sponsors financieren hun expedities. Daarnaast klimmen ze regelmatig in Europa en geven ze ook lezingen over hun avonturen, over heel de wereld. In december waren dat er maar liefst vijftien. Nieuw lesvoer verzamelen ze sinds zondag 5 februari in Venezuela, waar ze anderhalve

© MARC GYSENS

www.woten.be


BDW 1316 PAGINA 23 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

© SEAN VILLANUEVA O’DRISCOLL

David Steegen Monsieur Daniel

Sean Villanueva beklimt Mount Asgard, Baffin Island, Canada. “Echt genieten, zo’n magisch moment.”

maand zullen verblijven. “We beklimmen er tepui’s in de jungle. Een vastomlijnd doel hebben we niet, we zien ter plaatse wel welke wanden we beklimmen. Het wordt een nieuw avontuur, weer iets helemaal nieuws. In Pakistan klommen we bijvoorbeeld op zesduizend meter hoogte. In Groenland voeren we met een zeilboot een fjord in en zette de kapitein ons aan de voet van

de rotswand af. Om de paar dagen kwam hij kijken of we al aan het dalen waren.” “Ik heb nog massa’s toekomstplannen, er is nog zoveel te beklimmen. Antarctica trekt me bijvoorbeeld ontzettend aan. Je hebt er heel grote wanden en het is het meest afgelegen continent: avontuur verzekerd. Ik wil nog veel verhalen verzamelen.”  Tim Schoonjans

Dvd’s kunt u bestellen op www.xpedition.be

RUGBYDERBY DER LAGE LANDEN BRUSSEL – De Zwarte Duivels staan op 25 februari oog in oog met rivaal en buurland Nederland. De Belgische rugbyploeg moet in divisie 1B Polen en Moldavië laten voorgaan, maar heeft wel minder wedstrijden gespeeld. Als de ploeg haar sterke prestaties voortzet, mag ze volgend seizoen naar divisie 1A en komt ze uit tegen landen als Roemenië, Rusland en Georgië. Die hebben alle drie deelgenomen aan het afgelopen wereldkampioenschap. Maar eerst moeten de Zwarte Duivels hun sterke reeks dus verderzetten, te beginnen met de match tegen Nederland. Op 25

februari wordt om 15 uur de aftrap gegeven in het Koning Boudewijnstadion. Kaartjes kosten tussen 5 en 15 euro en zijn verkrijgbaar bij Fnac. In het stadion komt voor de gelegenheid een Total Rugby Village. Daar worden de confrontaties tussen Ierland en Italië (aftrap om 14.30 uur) en tussen Engeland en Wales (17 uur) op groot scherm getoond. Scheidsrechters zullen er uitleg verschaffen over de rugby­regels. In de voormiddag spelen de Vlaamse U15 (11 uur) en U17 (12.30 uur) tegen Nederlandse selecties. Beide wedstrijden worden gespeeld TS op het veld van de VUB.

BELGISCH KAMPIOENSCHAP RUN & BIKE NEDER-OVER-HEEMBEEK – De Royal Sport Nautique de Bruxelles (RSNB) organiseert op zaterdag 25 februari zijn jaarlijkse roeiers-run & bike. Een loper en een mountainbiker leggen een van hun leeftijd afhankelijke afstand af: dat is het principe van de inmiddels achtste roeiers-run & bike van RSNB in samenwerking met de Brussels Ironman Nato. Jongeren onder veertien en gezinnen (één volwassene, één min-veertienjarige) moeten 7,5 kilome-

ter afleggen. Wie jonger dan achttien is of categorieën die buiten het kampioenschap vallen, krijgen 15 kilometer voorgeschoteld. Het Belgisch kampioenschap bij de dames, mannen of gemengd gaat over 22,5 kilometer. De twee leden van elke ploeg mogen onbeperkt wisselen tussen lopen en fietsen, maar mogen niet meer dan tien meter tussen hen in laten. De wedstrijden gaan om 14 uur van start. Er zijn douches, kleedkamers, parkeergelegenheid en zelfs een bike-wash. Inschrijven kan op www.royal1865.be. TS

Onderweg in de bus naar Luik stuur ik hem een sms’je. “Vandaag winnen we voor jou.” Standard Luik-RSC Anderlecht, de moeilijkste verplaatsing van het jaar. Bij het stadion word je steevast onthaald op verwensingen en fluitconcerten. Zolang er geen fysiek geweld aan te pas komt, is het allemaal goed. Daniel Renders is enkele weken geleden het slachtoffer geworden van een trombose. Renders stamt uit een echte Brusselse voetbalfamilie. De stamvader heeft nooit de erkenning gekregen die hij verdiende; wij doen een poging. ‘Monsieur Renders’ heeft talloze jonge Brusselse voetballers onder zijn kundige handen gehad. Hij ontdekte vele Ketjes en maakte ze beter, veel beter. Hij was de eerste coach van ondergetekende. Hij wilde van mij een verdediger maken, maar dat pakte anders uit. Soit. Vader Renders was een voetbalexpert, de ontdekker van onder meer Alain Denil (RWDM, AA Gent, Malinwa...). De gewezen jeugdtrainer van onder andere Sporting Club Union Progrès Jette was een goed man: een fundamentele karaktertrek van de familie Renders. Daniel Renders, al tien jaar een vooraanstaand, maar bescheiden lid van de technische staf van RSC Anderlecht, is de zoon van zijn vader. Een ingetogen voetbalkenner. Ze zijn dun gezaaid in het betaalde voetbal, de experts zonder ego. Hij maakt even goed een duidelijke analyse over een spelfase als dat hij kegels plaatst en verplaatst. Je ziet hem aan de rand van het veld staan tijdens de opwarming. Soms geeft hij leiding aan specifieke trainingsonderdelen. Maar altijd op de achtergrond. Hij lost veel op met een kwinkslag. Een kleedkamer doorgrondt hij als geen ander, de moeilijke karakters haalt hij er zo uit. Mannen als Daniel Renders maken het voetbal mooi. Ver weg van de oppervlakkige blingbling, eigen aan het eigentijdse prof-

voetbal, delen ze hun wijsheid met de echte voetbalmensen. Daniel Renders heeft ook een geweldig gevoel voor humor en zelfspot. Een Brusselse Ket, een echte. Hij geniet oprecht aanzien bij zijn collega’s. Een man van het gras, de kalk en de ijzeren studs. De steun en toeverlaat van vele Anderlechtvoetballers en -hoofdtrainers. Hij was ooit de hoofdtrainer van de Brusselse eersteklassers Racing Jet Brussel en RWDM. Hij werd wereldberoemd in België toen hij met RWDM tijd wilde winnen en een laatste wissel wilde doorvoeren op Anderlecht. De vierde, en dus onrechtmatige, vervanging. Hoewel velen smakelijk lachten om die bijna onvergeeflijke fout, heeft Anderlecht snel begrepen dat hij een meerwaarde voor de club kon zijn. RSCA verloor de wedstrijd met 0-1 en had een overwinning kunnen claimen voor de groene tafel. Dat deed de club (natuurlijk) niet. Het seizoen daarop werd hij in dienst genomen aan de Théo Verbeecklaan. Daniel Renders is een leerjongen van Raymond Goethals. Hij vertelt met pretoogjes hoe hij elke zondagavond verantwoording moest afleggen bij De Tovenaar himself, die zichzelf steeds weer uitnodigde ten huize Renders omdat “hij niet wist hoe je de voetbalbeelden kon opnemen met zijn video­ recorder.” Fase per fase werd uit elkaar gehaald. Renders had blauwe vingers van op de pauze- en play-knop te drukken. Bij het verlaten van het Stade Maurice Dufrasne in Luik kijk ik naar de grauwe en rauwe metaalsites en de indrukwekkende Maas. Van deze overwinning zal hij ongetwijfeld genieten. Elke wedstrijd spelen we voor ‘Monsieur Daniel’. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

Discussieer met Brussel www.brusselnieuws.be


BDW 1316 PAGINA 24 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

De Zazies staan in de file, te popelen om hun cartoons aan Ilah te tonen. “Oei oei, zoveel kinderen ineens!” lijkt die te denken. Maar ze zegt ook: “Ze hebben vaak heel leuke ideeën!”

zaIE

Zazie-reporters worden Zazie-cartoonisten

O VO

RE

Z

R IE D E

O T 13 J A T 9

• BD W R A

© SASKIA VANDERSTICHELE

‘Eerst moet je een idee hebben’

EN VAN

DOOR PATRICK JORDENS

“Als ik door de krant blader, ga ik altijd eerst op zoek naar de cartoons. En daarna begin ik te lezen,” vertelt Mira (10) van de Zazie-redactie, en ze gniffelt een beetje. We kunnen haar geen ongelijk geven. Want een goeie cartoon... dat is lachen. Maar hoe is het om zelf een cartoon te maken? Onze reporters probeerden het uit, met de deskundige hulp van onze huiscartooniste Ilah, de moeder van Za en Zie. “Vind jij het nog lastig soms om een cartoon te maken?” wil Zazie-reporter Eva bij het begin van de workshop van Ilah weten. “O ja, er zijn zo van die dagen dat je denkt dat je niet meer kan tekenen,” vertelt Ilah, alias Inge Heremans. “Hebben jullie dat soms ook niet? Dat je het gevoel hebt dat je ineens niet meer kan turnen, of studeren? Dat alles

blokkeert? Als dat gebeurt, moet ik toch blijven zitten en blijven proberen. Of ik ga tussendoor even de was doen, en daarna begin ik er opnieuw aan. Totdat het lukt... Het belangrijkste, en vaak het moeilijkste ook, is dat je eerst een idee hebt.” Ilah maakt al zestien jaar lang cartoons, dus ze weet waarover ze spreekt.

Tips! Tekenen hebben de Zazie-reporters natuurlijk al gedaan, maar nog nooit een cartoon. Ze krijgen van Ilah een paar tips. En jullie nu ook: 1 Zoek een onderwerp/thema. 2 Brainstorm (alleen of per twee) over een idee. Door bijvoorbeeld veel woorden op te schrijven die iets met je thema te maken hebben, en door te schetsen.

3 Schrap in je tekening al het overbodige. Maar voeg eventueel iets toe zodat duidelijk genoeg wordt wat je bedoelt. (Een straffe of verrassende titel boven de cartoon voegt soms iets extra’s toe.) 4 Werk je schets verder uit: in potlood, daarna in inkt. Je kan ook inkleuren, maar dat hoeft niet. Omdat het nu de Week tegen Pesten is, maar ook Valentijnsweek, beslissen we samen om rond pesten of verliefdheid te werken. Of de twee tegelijk! En dan vliegen de Zazies erin: er wordt gepiekerd, geschetst, gegomd, geschreven, en vooral... druk overlegd met Ilah. En mét resultaat, kijk maar op de rechterpagina. Sommigen, zoals Jef Raven, hebben de smaak zo te pakken dat ze in één namiddag liefst vijf cartoons uit hun potlood schudden. “Héél leuk om eens te proberen,” zegt Mira na afloop, “maar niet zo simpel als het lijkt.”


BDW 1316 PAGINA 25 - DONDERDAG 16 FEBRUARI 2012

n je bekijke n a k n e g ns ekenin tsen en t ziecartoo e a z h / c e s .b e s ll A uw russelnie Zazie. op www.b ebookpagina van Fac en op de

© JEF RAVEN

© JEF RAVEN

© SIEN

© ROGIER

© JEF RAVEN / MIRA

© MIRA

© ILAH

toons r a c e d t i eu Een keuz

BDW - editie 1316  

Brussel Deze Week van 15 februari 2012