Issuu on Google+

01 12 11

Een postduif met een sjaal BRUSSEL – In het centrum is Winterpret vorige vrijdag al van start gegaan. De grote nieuwigheid dit jaar is de skipiste op de Kunstberg, maar die kunt u pas vanaf 10 december uittesten. Aan het andere eind van het parcours, op de Vismet, staat traditiegetrouw het reuzenrad. Onze fotograaf focuste op het standbeeld ‘Aan de oorlogsduif’ op de Pantsertroepensquare. Ooit werd het opgericht als dank aan de postduiven en hun verzorgers die in de Eerste Wereldoorlog berichten smokkelden. Afgelopen week droeg het allegorische beeld, net als verschillende andere beelden in de binnenstad, een gebreide sjaal. Die verwijst naar de campagne Knitting Against Aids: 1 december is Wereldaidsdag. Nu vrijdag worden de sjaals verkocht in het Zuidstation en het Centraal Station.

Jos Verbist in Théâtre National, The Horrors, Brigitte en Sallie Ford. AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

FOTO: BART DEWAELE

Onderwijs > Groep ouders wil ‘tijdelijke’ Europese school Berkendael definitief open houden

‘Trek vrouwengevangenis erbij’ VORST – Terwijl de vierde Europese school in Laken haar afwerking nadert, blijft een groep eurocraten weigerachtig tegenover de verhuizing. Ze wil dat de voorlopige Berkendaelschool in Vorst openblijft en uitgebreid wordt met de vrouwengevangenis.

O

mdat de Europese scholen in Elsene, Ukkel en Woluwe uit hun voegen barstten, besloot de Belgische regering in 2002 een vierde school in te richten. Het duurde een tijd voor de Hoge Raad voor de Europese Scholen en de Belgische overheid het eens waren over de locatie. Het werd de site van de voormalige cadettenschool in Laken. Die had het voordeel dat ze groot en groen was en dat ze meer eurocraten naar het noorden van de stad zou lokken. Aanvankelijk beloofde België dat de school zou klaar zijn tegen 2009. Door allerlei complicaties (te duur ontwerp, asbest) was er telkens uitstel. Omdat de overbevolking in de drie andere Europese scholen almaar problematischer werd, richtte

de Regie der Gebouwen het voormalige Berkendaelatheneum, op de grens van Elsene en Vorst, in als voorlopige school. Deze school, die in 2007 openging, telt intussen zo’n duizend leerlingen. In september zullen zij verhuizen naar Laken. Daar wacht hen een state of the art schoolcomplex met een kleuter-, lagere en secundaire afdeling, sporthallen, kunstklassen, bibliotheek, chemiegebouw en een cafetaria met een prachtig uitzicht op Brussel. Capaciteit: drieduizend leerlingen; kostprijs: ruim zestig miljoen euro. Terwijl de directie van Berkendael en de ouderverenigingen enthousiast zijn om de nieuwe school in gebruik te nemen, blijft een groep ouders zich verzetten. Ze zijn niet

tegen de school in Laken, maar vinden dat ook Berkendael na dit schooljaar moet openblijven. “Vele kinderen wonen in de buurt. Het is niet aanvaardbaar dat jonge kinderen elke dag twee tot drie uur in de bus moeten zitten,” zegt Eva Schriever, een Duitse advocate die mee het initiatief nam voor een petitie. Schriever erkent dat ze, toen ze haar zoontjes naar Berkendael stuurde, wist dat het om een tijdelijke school ging. “Maar de omstandigheden zijn intussen gewijzigd. De aanpalende vrouwengevangenis komt vrij. Met dat gebouw erbij is Berkendael groot genoeg om er de vijfde Europese school in te vestigen. Daar is intussen ook al vraag naar.” De petitie werd inmiddels door ruim driehonderd ouders ondertekend. Na een vraag van het Duitse europarlementslid Axel Voss zal ook de Europese Commissie zich eerstdaags over de kwestie buigen. Wulf Schlabe, de directeur van de Berkendaelschool, houdt voorlopig geen rekening met de petitie en de

eis van de ouders. “De Hoge Raad heeft beslist dat we verhuizen, en die beslissing volg ik. Het zou van weinig respect voor de Belgische

“Het zou van weinig respect voor België getuigen als we na alle investeringen niet naar Laken gaan”

opend voor de vierde gevuld is.” Voor de Regie der Gebouwen is de beslissing of Berkendael openblijft, vooral een zaak van de Europese instellingen zelf. “Zij moeten de scholen uitbaten,” zegt woordvoerder Johan Vanderborght. In elk geval blijft het gebouw beschikbaar als uitwijkbuffer, bijvoorbeeld als een andere Europese school gerenoveerd wordt. Of er al een bestemming is voor de vrouwengevangenis, kan Vanderborght niet zeggen. De kritiek op de afstand naar de nieuwe school in Laken vindt hij voorbarig. “Als die ouders de nieuwe school eenmaal gezien hebben, zullen ze wel overtuigd zijn.” Bettina Hubo ADVERTENTIE

overheid getuigen als we, na die enorme investeringen, zeggen dat we niet komen.” Maar zou Berkendael de vijfde Europese school kunnen worden? Schlabe: “Er wordt in elk geval geen vijfde school ge-

Wil je graag vrijwilligerswerk doen in Brussel? Neem dan snel een kijkje in de Gazet v/d Vrijwilliger

in het midden van deze krant.

N° 1306 VAN 1 TOT 8 DECEMBER 2011 ¦ WEEK 48: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


BDW 1306 PAGINA 2 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

OPMERKELIJK © SASKIA VANDERSTICHELE

DISCRIMINATIE OP HET WERK? DOE DE PRAKTIJKTEST BRUSSEL - Anonieme cv’s hebben weinig vruchten afgeworpen in de strijd tegen de discriminatie op de arbeidsmarkt. Minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) wil nu experimenteren met praktijktests. Er bestaat weinig twijfel over dat er op de arbeidsmarkt gedis­ crimineerd wordt. Allochtonen, ge­handicapten, ouderen en vrouwen ondervinden nog steeds in meerdere of mindere mate drempels om aan een baan te raken. Ook in Brussel. Volgens recente cijfers hebben niet-Europese allochtonen bijvoorbeeld zeven keer minder kans op werk dan autochtonen. De Brusselse overheid wil daar wat aan doen. Maar makkelijk is het niet. Zo heeft de regering vorig jaar het anonieme cv uitgetest nadat was gebleken dat cv’s met vreemde namen sneller in de prullenmand belanden. Het proefproject was geen onverdeeld succes, bleek uit een recent rapport. Werkgevers vinden zich moeilijk terug in sollicitaties met anonieme cv’s. Het maakt de rekrutering omslachtig. Sollicitanten vragen zich dan weer af waarom ze hun afkomst moeten verbergen. Er is ook het beduchte rebound-effect: allochtonen worden wel uitgenodigd voor een gesprek, maar niet aangeworven. Het project werd afgevoerd. Minister Cerexhe wil nu aan de slag met praktijktests. Bij praktijktests krijgen werkgevers (nep)sollicitanten over de vloer en gaat de overheid na of er gediscrimineerd wordt. Parlementslid Elke Van den Brandt (Groen!) is tevreden dat de tests er komen. “Er zijn twee toepassingen,” legt ze uit. “Als uit de resultaten discriminatie blijkt, dan kan het nuttig zijn om daarover een dialoog aan te gaan met de werkgever. Maar ze kunnen ook bewijsmateriaal leveren voor een eventuele strafprocedure.” Prakijktest zijn niet onomstreden. De federale wetgever had ze in de wet van 2003 opgenomen, maar vier jaar later weer geschrapt. Cerexhe zoekt uit hoe het Brussels Gewest de praktijktests kan invoeren. Van den Brandt zou al tevreden zijn met ‘bewustmakende’ tests. “Vaak wordt er onbewust gediscrimineerd. De tests kunnen dit aan de oppervlakte brengen. Het kan werkgevers doen nadenken over hun rekruteringsbeleid. Dat leidt dan hopelijk tot een mentaliteitsSVG verandering.”

Uitgelicht > Franstalige universiteiten en hogescholen debatteren over huisvesting

‘Duizenden koten te weinig in de stad’ BRUSSEL – Brussel is de grootste studentenstad van het land, maar als het nijpende tekort aan studentenkamers niet dringend wordt aangepakt, dreigt het faliekant af te lopen. Dat zegt Alain Delchambre, voorzitter van de Université Libre de Bruxelles (ULB).

H 

et tekort aan studentenkamers in Brussel was het centrale onderwerp van een colloquium dat de ULB in samenwerking met de VUB in het Brussels parlement organiseerde. De cijfers liegen er niet om. Met 74.000 studenten is Brussel de grootste studentenstad van het land, maar slechts een derde verblijft er ook doordeweeks. In een Vlaamse universiteitsstad als Gent gaat al gauw zeventig procent op kot. Amper vijf à zes procent van de verhuurmarkt in Brussel is voor studenten bestemd. Alleen al de ULB heeft vijfduizend kamers te kort om de zevenduizend aanvragen per jaar het hoofd te bieden. Dat tekort laat sporen na op de pri-

vate huisvestingsmarkt. Dure kamers (300 à 400 euro per maand), minuscule koten en (soms) ondermaatse huisvesting op zolders of in kelders. Huisvesting hapt al gauw de helft uit het maandbudget van de student, in extreme gevallen zelfs negentig procent. De keuze voor een gezellige studentenstad als Namen of Leuven is dan snel gemaakt. ULB-voorzitter Alain Delchambre trekt aan de alarmbel. “Universiteiten zijn belangrijk voor de internationale uitstraling van een stad. Tegelijk moet de toegang tot uniefs democratisch. Alle studentensteden in ons land en in het buitenland hebben een strategie ontwikkeld om het kotenaanbod af te stemmen op de vraag. In

Brussel is daar geen sprake van.” Volgens de ULB-voorzitter moeten er nieuwe studentenhomes worden gebouwd, moeten er huurcheques komen en moeten studentenhuurprijzen geplafonneerd worden. “Het zijn misschien vergaande voorstellen,” zegt Delchambre, “maar ze zijn nodig om het tij te keren.”

Leuven Bij de Université Catholique de Louvain (UCL), die een groot eigen aanbod aan kamers heeft op de campus in Woluwe, en bij de Vrije Universiteit Brussel (VUB) is de situatie minder prangend. Niettemin vindt ook VUB-rector Paul De Knop dat de overheden meer aandacht moeten besteden aan studenten in de stad. “We kunnen alleen maar jaloers zijn op Leuven, waar de universiteit een keer per week gaat samenzitten met de schepen van Studentenzaken,” zei De Knop, die ook zijn ongenoegen uitte over de houding van de lokale overheden tegenover de VUB zelf. “Al zeven jaar hebben we een

project voor een sporthotel klaar. Ik heb twaalf miljoen euro privégeld klaarliggen, maar van de overheid krijgt de VUB geen groen licht.” Volgens de koepel van Franstalige

De Franstaligen kijken met enige jaloezie naar het Vlaamse initiatief Br(ik studenten FEF zijn betaalbare koten een kwestie van gelijke toegang tot de universiteit. Michaël Verbauw­ hede van de FEF: “Ik woon in Bastogne. De dichtstbijzijnde universiteit is Namen. Ik ben met de trein bijna vijf uur per dag onderweg als ik niet op kot zou gaan. Dat is niet redelijk. De keuze om dan naar de hogeschool te gaan en niet naar de unief, is snel gemaakt. We willen

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

Licht in mistige tijden: of het Coca-Colapaneel er nu illegaal staat of niet, wat anders zou de grijze mistroostigheid het hoofd bieden dan lichtend kapitalisme?

© SASKIA VANDERSTICHELE


WEEKOVERZICHT

BDW 1306 PAGINA 3 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

© SASKIA VANDERSTICHELE

WOENSDAG 23 NOVEMBER Picqué wil gewestelijke metrobrigade. Ministerpresident Charles Picqué (PS) wil dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een eigen metro- en spoorpolitie krijgt. De spoorwegpolitie is nu een federale bevoegdheid. Volgens Picqué overstijgt het politiebeleid in de trein- en metrostations het lokale niveau. Google street view actief. Het Amerikaanse internetbedrijf Google lanceert Street View in België, een manier om op de website Google foto’s van bijna alle straten en huizen in dit land te bekijken. Onmiddellijk regent het klachten bij de Privacycommissie. ZESTIG NIEUWE AGENTEN IN ZUID. De politiezone Zuid telt officieel 790 agenten, maar in werkelijkheid zijn het er minder. De zone omvat de gemeenten Anderlecht, Sint-Gillis en Vorst. De komende jaren zouden er twintig agenten extra worden aangeworven. Zo moet het quotum bereikt worden.

DONDERDAG 24 NOVEMBER Tienduizenden euro’s schade. De doortocht van de Indignados in het leegstaande voormalige HUB-schoolgebouw aan het Elisabethpark kost het schoolbestuur naar schatting tienduizenden euro’s. Er werden graffiti en vernielingen aangebracht en uitwerpselen rondgestrooid. Zelf hebben de ‘verontwaardigden’ altijd ontkend dat zij de vernielingen hebben aangericht. Door de spectaculaire bevolkingsstijging dreigt de Brusselse huisvestingsmarkt verhit te geraken. Dat is slecht nieuws voor studenten, die nu al moeite hebben om een goedkoop kot te vinden.

niet dat universiteiten er alleen zijn voor wie het zich kan veroorloven.” Op het colloquium kwamen ook vastgoedontwikkelaars aan het woord. Studentenhuisvesting is een nichemarkt, zo bleek. De reconversie van kantoren tot studentenkamers lijkt interessant. Dat leidt dan wel tot échte studentendorpen van minimaal tweehonderd koten – alleen dan is het rendabel. Studentenhomes maken zelden deel uit van bevaks met Brussels vastgoed, al zou nu de interesse wel gewekt zijn, precies omdat de vraag naar koten

“ “ HET WOORD

groeit. Nieuw is dat de Gewestelij­ ke Ontwikkelingsmaatschappij voor Brus­sel (Gomb) haar eerste stappen zet op de markt van de studentenhuisvesting. De Gomb zal in een gemengd project een honderdtal koten aan Ceria/Coovi in Anderlecht bouwen. Daartegenover staat in het algemeen de grote weerstand bij buurtcomités tegen de bouw van nieuwe studentenhomes, zoals onlangs nog in Elsene. De Franstaligen kijken intussen met enige jaloezie naar het Vlaamse initiatief Br(ik, vroeger Quartier Latin,

dat al meer dan tien jaar bemiddelt tussen student en kotbaas, dat een bestand van 4.500 koten heeft en een eigen kwaliteitslabel heeft ontwikkeld. De meeste actoren vinden dat Franstalig Brussel dringend een vergelijkbaar initiatief nodig heeft. Br(ik is er zijn expertise al uit de doeken gaan doen, maar zo’n project heeft alleen kans van slagen als het hoger onderwijs over de netten heen samenwerkt. En laat nu net dat het probleem zijn.   Steven Van Garsse

De religieuze vrijheid is niet langer gegarandeerd in de meeste van onze gevangenissen.” Volgens parlementslid Denis Ducarme (MR) worden veel moslims in de gevangenis onder druk gezet om zich te bekeren tot het salafisme, een radicale strekking binnen de islam (in La Libre Belgique).

Partijen zijn een obstakel voor onze democratie.” Vlaams parlementslid Ann Brusseel (Open VLD) haalt in Le Vif/L’Express zwaar uit naar het huidige politieke landschap, dat volgens haar gedomineerd wordt door de particratie.

Spandoekautomaat

Op de luchthaven van Schiphol staat sinds kort een spandoekautomaat, de eerste ter wereld. Mensen die een passagier komen verwelkomen, kunnen er in een paar minuutjes tijd een spandoek samenstellen en uitprinten. Er kan zowel voor kleine spandoeken van zo’n 40 centimeter breed worden gekozen, als voor reuzendoeken die tot drie meter breed zijn. Als u het ons vraagt: zo’n spandoekautomaat zou zeker

ook succes hebben in ons land. Op de luchthaven van Zaventem, maar net zo goed op de traditionele ‘betogingsassen’ van Brussel: de Europese buurt en de Wetstraat, of de noord-zuidverbinding. De boodschappen zullen er misschien wel iets minder vriendelijk zijn dan op de luchthaven. Als het spandoekproducerende bedrijf zich rept, kan het misschien nog net op tijd leveren voor de vakbondsbetoging van nu vrijdag 2 december.

Vier op de tien voelt zich onveilig bij MIVB. Dat blijkt uit een enquête van Test-Aankoop. Het onveiligheidsgevoel manifesteert zich vooral ’s avonds. Volgens meer dan drieduizend ondervraagde reizigers moet de MIVB vooral werken aan veiligheid en stiptheid.

VRIJDAG 25 NOVEMBER DAVID SUSSKIND OVERLIJDT. De 86-jarige David Susskind was een boegbeeld van de Joodse gemeenschap in België. Hij probeerde via allerlei initiatieven Arabieren en Joden met elkaar te doen praten en op die manier te werken aan een vredevolle verstandhouding. 245 nieuwe hiv-besmettingen. In 2010 is het aantal hivgevallen met negentien gestegen tegenover 2009. In heel België zijn er vorig jaar bijna tweeduizend nieuwe gevallen gediagnosticeerd, het hoogste aantal sinds het begin van de jaren 1980. De meeste hiv-patiënten – bijna een derde van alle Belgische patiënten – wonen in Brussel.

ZATERDAG 26 NOVEMBER ILLEGALE RAVEPARTY IN WETSTRAAT. Uit protest tegen het lang uitblijven van een federale regering houden jongeren een illegale raveparty in de Wetstraat. 103 mensen worden aangehouden na onregelmatigheden, twee metrostations worden afgesloten. Volgens de politie is de actie geïnfiltreerd door anarchisten en is ontruiming daardoor nodig. ‘les yeux de ma mère’ wint top 100. Het nummer van de Brusselse zanger Arno wint de FM Brussel Top 100 van Brusselse liedjes. ‘Brussels by night’ van Raymond van het Groenewoud en ‘Alors on danse’ Stromae staan op de tweede en de derde plaats.

MAANDAG 28 NOVEMBER 410 NIEUWE SOCIALE WONINGEN. Het Brussels Gewest zal in Anderlecht, Schaarbeek, Oudergem en Sint-Jans-Molenbeek een flink aantal sociale woningen bouwen. Dat kondigt Brussels minister van Huisvesting Christos Doulkeridis (Ecolo) aan.

DINSDAG 29 NOVEMBER Syntra wordt brusselser. De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) investeert 350.000 euro in de uitbouw van Syntra, het Vlaamse opleidingscentrum voor volwassenen. Syntra stemt zijn aanbod beter af op de Brusselse noden. Vooral de hoge jeugdwerkloosheid moet aangepakt worden. Te weinig koten in hoofdstad. Op een colloquium van de ULB, in samenwerking met de VUB, wordt het probleem van de schaarse studentenhuisvesting aangekaart. Hoewel Brussel de grootste studentenstad van het land is, zit slechts een derde van de totale studentenpopulatie in de hoofdstad op kamers. 

Samengesteld door Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1306 PAGINA 4 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Werk > Nieuwe bedrijfscultuur moet dienstverlening van Actiris verbeteren

‘Wij willen het gratis headhuntbureau van Brussel worden’ BRUSSEL – Actiris, de Brusselse dienst voor arbeids­ bemiddeling, gaat op de schop. De kersverse bazen willen er een efficiënte organisatie van maken, die dienstverlening op maat levert, zowel aan werkgevers als aan werknemers. “Mijn droom is dat elke werkaanbieding in Brussel ook bij ons terechtkomt,” zegt adjunct-directeur-generaal Yves Bastaerts.

A 

ctiris kampt al jaren met een kwalijke reputatie. Slecht geleid, te laks. Na het vertrek van de PS’er Eddy Courthéoux in 2009 duurde het bijna twee jaar voor de Brusselse regering een nieuwe directie aanstelde. Het werd de tandem Grégor Chapelle (PS) en Yves Bastaerts (CD&V), Chapelle als (Franstalige) directeur-generaal en Bastaerts als zijn (Nederlandstalige) adjunct. “Maar we nemen alle beslissingen samen,” zegt Bastaerts. Beiden hebben – en dat is nieuw – een mandaat voor vijf jaar. Het eerste halfjaar zit erop, de tour d’horizon is gemaakt. De nieuwe bazen, die al meteen belast werden met de voorbereiding van een nieuwe beheersovereenkomst, troffen een organisatie aan met personeel dat bulkt van de knowhow en de goede ideeën. Maar er waren ook minder positieve vaststellingen. Bastaerts: “Actiris was tot stilstand gekomen, onder meer omdat er een hele periode geen daadkrachtige leiding is geweest. Er was geen visie. Het personeel reageerde daardoor niet snel genoeg op veranderingen. Er was ook weinig begrip voor andermans functie. Vooral tussen de afdeling Werkgevers, die de vacatures beheert, en de afdeling Werknemers, die de werklozen begeleidt, ontbrak het aan samenwerking. Terwijl het zo belangrijk is voor een goede begeleider dat hij weet wat werkgevers verwachten.” Er zijn nog heel veel werkgevers die niet met hun vacature naar Actiris komen. Hoe komt dat? Yves Bastaerts: “Actiris heeft een serieus imagoprobleem. Het zou

niet mogen dat een werkgever liever dure krantenadvertenties betaalt dan naar ons te komen. Maar ik kan de bedrijfsleider begrijpen die zegt dat hij bij ons niet de juiste dienstverlening heeft gekregen. Hij vroeg bijvoorbeeld een bakker en Actiris stuurde een schrijnwerker. We hebben daarom een strategisch plan gemaakt om de dienstverlening te verbeteren, zodat de werkgevers de juiste kandidaten ontmoeten. Het plan wordt eerstdaags voorgelegd aan het beheerscomité. Wij willen het gratis headhuntbureau van Brussel worden, een bureau dat kwaliteitsvolle preselecties organiseert. We gaan dit aanbod ook kenbaar maken met een leuke campagne waarin we duidelijk maken dat we honderdduizend cv’s hebben en dus de grootste databank van Brussel zijn.” Maar wat is die enorme databank waard? Van de meer dan 107.000 werklozen hebben er ruim 70.000 geen diploma middelbaar onderwijs. Negentig procent is eentalig Frans of anderstalig. Velen leven tussen andere werklozen en hebben een slechte arbeidsattitude. Hoe gaat u de kwaliteit van de databank verhogen? Bastaerts: “Door intensieve coaching, en door te werken aan de competenties van de werkzoekenden. Dat gaat zowel over hun vakkennis als over hun werkattitude, op tijd leren komen, waarschuwen als je ziek bent. Maar nieuw is dat we heel goed beseffen dat we het niet alleen kunnen. Om een metafoor te gebruiken: Actiris is de huis-

Yves Bastaerts n Geboren in 1966. n Licentiaat bedrijfspsychologie (VUB), opleiding neuro­linguïstisch programmeren. n Werkte in de marketing. n Vanaf 1992 bij Actiris, eerst bij de begeleidingsdienst voor zeer langdurig werklozen, daarna verantwoordelijk voor de plaatsingsdienst. n 2004-2011: adviseur Werk op het kabinet van Brussels minister Benoît Cerexhe (CDH). n Woonde 33 jaar in Brussel, woont nu in de Rand.  SVG/HUB

dokter die een beroep doet op een heleboel specialisten. We werken met honderdvijftig partners, zoals het opleidingscentrum Intec Brussel en verschillende uitzendkantoren. Aan enkele van hen gaan we taken uitbesteden, en we betalen hun voor die opdracht. Nieuw is ook dat we ervoor gaan zorgen dat de trajecten Opleiding en Arbeidsbemiddeling naadloos op elkaar aansluiten. Wie klaar is met zijn opleiding, zal automatisch vacatures toegestuurd krijgen. Dat was tot nu toe niet het geval. Mijn consulenten kunnen de mensen nu zelfs niet inschrijven voor een opleiding bij Bruxelles Formation. De werkzoekenden worden op pad gestuurd met een adres en moeten hun bijscholing zelf regelen. Daarover moeten dringend afspraken gemaakt worden.” Critici doen de Actirisbegeleiding af als een lachertje: er is maar één consulent per 250 à 270 werkzoekenden. In

Vlaanderen is dat één op de zestig, en de Europese norm ligt nog lager. Bastaerts: “Het klopt dat we in verhouding tot het aantal werkzoekenden weinig consulenten hebben. Daarom verschilt de intensiteit van de begeleiding per doelgroep. Voor de Brusselse regering zijn de jongeren prioritair. Daar steken we dus de meeste energie in. Laaggeschoolde schoolverlaters die zich bij Actiris inschrijven, worden de week nadien al op gesprek uitgenodigd. Met hen wordt een traject opgesteld, een zogenaamde constructie van beroepsproject. Een maand later moeten ze terugkomen. Tussendoor krijgen ze allerlei vacatures, per sms, per e-mail. Hogergeschoolde jongeren die zich inschrijven, worden ook automatisch uitgenodigd, maar pas na drie maanden. We weten namelijk dat zij sneller zelf een baan vinden. Ook de groep 25-50’ers die zich inschrijft, wordt verplicht begeleid, maar ook zij minder frequent: om de drie maanden.” En wat als ze niet ingaan op de uitnodigingen en werkaanbiedingen? Bastaerts: “Wij zijn een overheidsdienst. Werkzoekenden hebben niet alleen rechten, ook plichten. Gepast werk mag nooit geweigerd worden. Natuurlijk, wat is ‘gepast’? We hebben hiervoor inmiddels een objectiveringsprocedure ontwikkeld waarmee de consulenten nu werken. Als mensen gepast werk weigeren, dan zijn we verplicht het samenwerkingsakkoord over de activering van werklozen te respecteren en de weigering over te maken aan de RVA. Vroeger werd dit samenwerkings­ akkoord misschien wat soepel geïnterpreteerd. Het is niet zo dat we nu een heksenjacht gaan openen, maar ik wil dat men duidelijk begrijpt dat we niet laks zijn in Brussel.” Toch zijn er nog heel veel werklozen zonder zo’n ‘beroepsproject’.

Bastaerts: “De begeleiding en het beroepsproject zijn alleen verplicht en automatisch voor wie zich nu inschrijft bij Actiris. Iemand die al vijf jaar in de werkloosheid zit, wordt niet automatisch uitgenodigd. Wij doen vooral aan preventieve coaching: ervoor zorgen dat nieuwe werklozen snel een opleiding of werk vinden, zodat ze niet in de pot langdurig werklozen terechtkomen.” Die pot is groot. 66.000 mensen zijn al langer dan een jaar werkloos. Zorgwekkend, toch? Bastaerts: “Ja, en het wijst erop dat we, naast een preventieve coaching, ook een curatieve aanpak moeten ontwikkelen. Die is ruimer en vergt meer tijd. Langdurig werklozen hebben vaak ook andere problemen, met hun huisvesting en/of gezondheid. Uit sociaal oogpunt lijkt het me belangrijk dat we ook voor hen iets doen. Maar aangezien er in bepaalde Brusselse wijken een jeugdwerkloosheid van dertig tot veertig procent is, heeft de regering de prio­ riteit bij de jonge werklozen gelegd.


BDW 1306 PAGINA 5 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Yves Bastaerts, adjunct-directeur-generaal van Actiris: “De prikklok zou overbodig moeten worden. We willen dat ons personeel weer echt trots is en dat het zich kan identificeren met Actiris. Dat onze mensen zich betrokken en verantwoordelijk voelen.”

“Actiris was heel lang centraal, bijna militair georganiseerd. Eén chef, omringd door een pretoriaanse garde”

Voor de oudere en langdurig werklozen zijn er minder instrumenten ontwikkeld. Maar: iedereen die het wenst, kan begeleiding krijgen. Je kunt dus niet zeggen: ‘Brussel laat groepen links liggen.’” Het aantal consulenten in Brussel ligt zoveel lager dan in Vlaanderen omdat twee derde van het budget van Actiris naar de ruim 9.000 Brusselse geco’s,

gesubsidieerde contractuelen, gaat, zeggen sommigen. Kan die verhouding niet herbekeken worden? Bastaerts: “In Vlaanderen zijn er nog meer geco’s, 35.000, maar die worden niet door de VDAB betaald. Het beheer van de geco’s is een extra taak van Actiris. We doen dat voor rekening van de regering en zijn dus alleen doorgeefluik. Van ons budget van 250 miljoen euro gaat 180 miljoen naar de lonen van de geco’s. We kunnen dat bedrag niet zomaar op eigen houtje verminderen. We houden dus zeventig miljoen over voor arbeidsbemiddeling. Per werkloze is dat een veel lager bedrag dan in Vlaanderen. Dat betekent niet dat we niets kunnen doen. We gaan ons intern zo organiseren dat de dienstverlening zo goed mogelijk wordt.” Wat zal er dan veranderen? Bastaerts: “We streven naar een compleet nieuwe bedrijfscultuur. Actiris was heel lang centraal, bijna militair georganiseerd. Eén chef, omringd door een pretoriaanse

garde. De rest mocht niets zeggen. De prikklok was bijna belangrijker dan wat men deed. Wij gaan het anders aanpakken, bottom-up. Heel wat van onze 875 medewerkers hebben goede ideeën, die moeten naar boven komen. Er is een nieuwe interne website waarop iedereen zijn voorstellen en suggesties kan posten. Een extern bureau doet op dit moment interviews waarbij de medewerkers mogen zeggen hoe zij

de zaken zien. Op die manier hopen we dat het nieuwe beheerscontract en de noodzakelijke veranderingen breed gedragen worden. We willen dat ons personeel weer echt fier is en dat het zich kan identificeren met Actiris. En dat ze zich betrokken en verantwoordelijk voelen. De prikklok zou overbodig moeten worden.” “Voorts moet er meer openheid en samenwerking komen, zowel intern

als extern. We gaan twitteren, we gaan op Facebook. En we gaan ook de mooie ingang van ons hoofdkantoor langs de Anspachlaan weer open maken. Ik weet het, het is een evolutie die tijd vraagt, een revolutie zelfs. Maar het is de enige manier om tot een goed presterende organisatie te komen.”  Bettina Hubo en SECUNDAIR ONDERWIJSVan Garsse Steven

ADVERTENTIE

OPENLESAVO ND 15 d ec em b er

Voed je talent Op zoek naar een nieuwe uitdaging, een nieuwe job of wat vrije tijd over? Dan heeft CVO Elishout zeker wat voor jou. Bekijk het ruim aanbod aan praktische opleidingen op onze website en school je bij voor een nieuwe toekomst.

INTERNAAT

Meer info? Bezoek onze website:

www.elishout.be

CENTRUM VOLWASSENEN ONDERWIJS


BDW 1306 PAGINA 6 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Portret > Willy Decourty (PS), burgemeester van Elsene, op een jaar van verkiezingen

‘België verdwijnt, en dat is niet zo erg’

W 

illy Decourty (1945) komt uit een Waals mijnwerkersgezin, maar verhuisde naar Elsene toen hij twee jaar oud was. Zijn carrière begon hij als journalist bij de socialistische krant Le Peuple, na gestudeerd te hebben aan de ULB. Hij werkte nadien op kabinetten, was veertien jaar lang Brussels parlementslid, vervolgens gemeenteraadslid en schepen in Elsene, en dan uiteindelijk, vanaf 2001, burgemeester van de Brusselse gemeente die een erg liberaal-francofoon DNA had. In 2000 werden de socialisten er voor het eerst de grootste partij. In 2006 werd een coalitie met CDH en Ecolo ingeruild voor een coalitie met de liberalen. Wat Decourty de sterkste troef van zijn gemeente vindt, is het relatief harmonieuze samenleven van verschillende nationaliteiten. Elsene heeft een vrij stabiele middenklasse en zelfs een heel rijk deel, maar toch zijn er twee probleemwijken: Matonge en de buurt rond de Malibran- en Graystraat. Matonge vindt de burgemeester zelf veilig. “Oké, men zal er je af en toe een verdacht zakje proberen te verkopen, maar de harde criminaliteit is er eerder klein. Met uitzondering van de stadsbendes, die een territorium proberen te veroveren om drugs te kunnen verhandelen. Daar werken we aan.” Ook over de andere wijk, die rond de Malibranstraat en de Graystraat, is hij optimistisch. “De bevolking in die wijk is vrij volks en van Maghrebijnse of Portugese origine. De problemen met de waterhuishouding in die wijk – in de bedding van de Maalbeek – vind ik er persoonlijk bedreigender.” In schril contrast met de twee moeilijkere wijken staat de ‘enclave Elsene’, het deel dat afgesneden is van het centrum door de Louizalaan. “Oorspronkelijk was dat een wijk waar je veel automagazijnen had en dus ook een grote welgestelde middenklasse. De kantoren van D’Ieteren in de Maliestraat zijn daar de laatste getuigen van. Nu is dat Elsene vooral modieus, met veel winkels, boetiekjes en cafés. Rond

© SASKIA VANDERSTICHELE

ELSENE – Hij heet een vijand te zijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar dat wuift Willy Decourty weg. “Ben ik hardleers als ik als burgemeester rekening wil houden met mijn wijkleven en mijn handelaars?” De 66-jarige Decourty vindt dat zijn gemeente er stáát. Maar wat toekomst en gemeenteraadsverkiezingen zullen brengen? Deel 1 van een reeks portretten. het Brugmannplein ten slotte heb je de rijkste Elsenaren. Dat was altijd al een beetje zo, al is er nog meer geld bijgekomen met de komst van de eurocraten.” De luidste kritiek op Willy Decourty is dat hij voor alles een municipalist is. Dat is een term die wordt gegeven aan de Brusselse burgemeesters die zich vastklampen aan hun macht. Langs Vlaamse zijde heeft men het steevast over baronieën. Decourty zucht als de vraag hem voorgeschoteld wordt. “Ik heb lang genoeg in het Brussels parlement

“Ik zou graag zien dat Elsene een afzonderlijke politiezone wordt, maar ik besef al te goed dat het waarschijnlijk niet kan” gezeteld om te weten dat het Gewest een belangrijk niveau is, en ik begrijp dat je sommige zaken het best op gewestniveau aanpakt. Maar wat mij vaak opviel, was dat de beslissingen ver van de burger stonden. De twee niveaus vullen elkaar aan. Mijn gemeente heeft af en toe discussies met het Gewest, dat klopt, maar die lossen we altijd op. Ik ben niet tegen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ik denk alleen dat een niveau van meer dan een miljoen mensen minder goed werk levert dan het gemeente­lijke niveau voor mijn 84.000 inwoners.” “Waar ik het echt moeilijk mee heb, dat is met de MIVB. Daar lijken ze aan niets anders meer te denken dan aan hun commerciële snelheid, en dat is dan het hoofdargument om overal werkzaamheden uit te voeren. Ben ik hardleers als ik als burgemeester ook rekening wil houden met mijn wijkleven en mijn hande-

In de tuin van het gemeentehuis op het Fernand Cocqplein, oorspronkelijk gebouwd als huis voor de operazangeres Maria Malibran (1808-’36). Willy Decourty: “Wie weet wat er allemaal gebeurd is in mijn kabinet?”

laars? De MIVB heeft haar logica, ik de mijne. En dat botst soms.”

Perfectionist Zijn we bij het communautaire aanbeland. “België is een permanente strijd tussen de gemeenschappen,”

ontkent ook de Elsense nummer één niet. “In Elsene wonen niet veel Vlamingen, maar toch is er een sterke officiële aanwezigheid op het gemeentelijke en culturele niveau. Voorlopig zijn er geen communautaire twisten, op vertaalfouten in

het gemeenteblad na dan. Wat ik wil zeggen: de relaties met de Vlamingen zijn goed.” Het klinkt bizar uit de mond van een burgemeester die zelf geen Nederlands spreekt. “Spijtig, maar ik ben een perfectionist, en ik ben bang om de taal te spreken


BDW 1306 PAGINA 7 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

zolang ik weet dat ik fouten maak.” Een communautaire scherpslijper is Decourty naar eigen zeggen niet. “Vlamingen moeten in Brussel in hun taal terechtkunnen, het is ook hun hoofdstad. Maar het evenwicht is soms moeilijk in een stad waar niet veel Nederlands gesproken wordt.” Dat ontlokt de socialist een fatalistische uitspraak: “België verdwijnt traag, maar het verdwijnt. En ik vind dat niet zo erg. Ik heb de grote unitaire partijen uit elkaar zien gaan. Ik herinner me het gezicht van wijlen Karel Van Miert nog toen de Belgische Socialistische Partij splitste. Toen begreep ik niet wat er gebeurde, en heel wat militanten evenmin. Maar het is wel gebeurd, en het ligt achter ons. Je kunt niet blijven zeuren over wat gebeurd is als de ander al lang niet meer luistert. Het enige waar ik voor vrees, is dat de splitsing van het land ten koste zal gaan van de burgers.” Dan komt Decourty bij zijn wortels. “Ik was vroeger idealistisch Waalsgezind. Maar je leert de wereld kennen, en ik vond na verloop van tijd dat het algemene welzijn van de mens belangrijker was dan zijn afkomst.” Het maakt de vraag overbodig of socialisme nog een rol heeft, lijkt hij te willen zeggen.

Grote broer Brussel Wat de gemeenteraadsverkiezingen zullen brengen? “Woningnood is zowat het belangrijkste thema. We hebben in Elsene een achterstand in sociale woningen, we hebben te weinig gewone woningen en er is te veel vraag naar woonruimte, wat de prijzen de pan uit doet swingen. Ik vrees voor een dualisering tussen rijk en arm.” Ander thema: de politiezone. Elsene deelt een zone met Brussel-Stad en vormt zo het grootste korps van België, maar de kleinere gemeente geeft regelmatig te kennen dat de zaak te duur is en een lokaal politiebeleid onmogelijk wordt met grote broer in bad. “Idealiter zou ik graag een afzonderlijke politiezone Elsene hebben, maar ik weet maar al te goed dat dat niet kan. Waarschijnlijk zullen we bij een andere zone terechtkunnen.” Decourty zegt dat de geesten er binnen het politiekorps alleszins rijp voor zijn. Het enige obstakel blijft het uitblijven van een nieuwe federale regering. “Zodra die er is, zal de zaak redelijk snel afgehandeld kunnen worden. En dan komt de defusie er hopelijk.” De huidige coalitie mag voortgezet worden, vindt Decourty. “De MR is een trouwe partner.” De burgemeester ontkent wel dat er al een akkoord is met die partij. “Mijn ervaring met akkoorden is dat ze vaak niet nageleefd worden.” En wat met de schepen van Nederlandstalige Aangelegenheden? Zucht. “De SP.A was de enige partij die er vorige keer een kon leveren. Ik weet niet of er liberale kandidaten zijn. En het hangt er ook van af wat de christendemocraten zullen doen, natuurlijk.”   Christophe Degreef De komende maanden brengt BDW, in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012, een reeks portretten van Brusselse burgemeesters

P-PRAAT België verbrusselt. Is het niet stedelijk, dan wel financieel. Jawel, beste lezer, zowel België als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beschikt over de zogenaamde AA-rating met negatieve outlook. Dat wil zeggen dat het voor grondgebieden met deze rating duurder is om geld te lenen op de financiële markten. Bij Brussel beloofde het ratingbureau Standard & Poor’s, een soort denktank van het grote geld, dat de negatieve vooruitzichten bijgesteld konden worden wanneer Brussel geherfinancierd zou worden. Pluim op de hoed van Charles Picqué, de minister-president, die via een ommetje bij het ratingagentschap blijkbaar extra geld voor zijn Hoofdstedelijk Gewest wist te bedingen. Howard Gutman, de Amerikaanse ambassadeur in België, had het al door: gebeurt er iets, dan kun je niet om de Parti Socialiste heen. Tijd heelt alle wonden, wil het devies. Behalve in Brussel, waar staatssecretaris Christos Doul­ keridis (Ecolo) af en toe Nederlandstalige redacties een beetje laat sudderen door eerst Franstalige perscommuniqués de wereld in te sturen, en half te beloven dat de Nederlands­talige versie morgen of zo zal volgen. Na aandringen, want spontaan komt het blijkbaar niet op in een Hoofdstedelijk Gewest dat er hier nog een beetje een andere taal gesproken wordt. Klassiek officieel argument: te weinig tijd. In de marge: niet zagen. Gelukkig moet er op het Christos­kabinet toch iemand geweest zijn die de ernst van de zaak inzag en snel – enkele uren later – een communiqué rondstuurde. Zo herinneren wij ons nog dat een durfal van De Morgen ooit eens het idee had verschillende kabinetten in het Brusselse op te bellen en te vragen hoe het met hun bekendheid en hun naam zat. De klacht van Christos toen: “Nederlandstaligen kennen mij niet goed.” Tja.

CHIEN ÉCRASÉ

ADVERTENTIE

Oep aa bakkes ! Santé! Van 7 tot 14 december serveert Atelier Groot Eiland het beste wat de Vlaamse keuken te bieden heeft! De laatste dag sluiten we af met een goeie brok entertainment: een ludieke quiz in het gezelschap van o.a. minister Pascal Smet en Chokri Mahassine… Telkens van 12u tot 14u. Maak de som van: • de 6 Vlaamse streekgerechten die op het menu staan • 2 lezingen die je gratis kan volgen. • 1 bon goed voor een spetterend diner bij * sterrenrestaurant * la paix • de duur van de quiz waarmee we onze gastronomische week afsluiten: 50 minuten Trek het product af van - het aantal Vlaamse provincies 6 prijzen die te winnen zijn (elke dag ééntje) = ........ + ......... + ..........+ ........ - [........ x .........] De uitkomst is ons huisnummer.

1

Adres: Atelier Groot Eiland - sociaal restaurant

Heksenketel - Henegouwenkaai ......... (naast Bellevue aan het Kanaal) - met de steun van de vlaamse minister, bevoegd voor brussel.

ADVERTENTIE

AGEad.2.indd 1

22/11/11 17:15

UW VERWARMINGSKETEL ONDERHOUDEN IS NIET ALLEEN VERPLICHT, MAAR VOORAL OOK VOORDELIG

SINT-KATELIJNE – De Cynismeprijs van het jaar gaat dit jaar naar Winterpret. Dit omdat de kerstmarkt annex glühweinfontein dit jaar Griekenland als gastland uitnodigde. De jury vond de link tussen de Europese hoofdstad en het failliete zuiderse land ‘van een onberispelijke cynische kwaliteit’. CYNISMEPRIJS – Neen, lezer, we gaan niet verder cynisch doen zoals in tegenwoordig cynisme, maar op zijn oud-Grieks. In plaats van obligaties van de MIVB te kopen, zoals Brussels parlementslid Vincent De Wolf (MR) wil, kunnen we beter oproepen om allen in een ton in een metrostation te gaan wonen. Pret verzekerd, en legt u een hoed aan uw voeten, dan zal een goedbedoelende reiziger er af en toe wat nikkel in werpen. Van winst gesproken. Omdat obligaties en allerhande financiële producten zó 2008 zijn. Maar een ton dus, u nestelt zich aan de metropoortjes en vraagt af en toe aan een preventiemedewerker om uit uw licht te gaan. Gesteld natuurlijk dat u ooit de vraag zou krijgen wat u met uw ton in een metrostation moet. VLEURGAT – Taalrel, maar dan stil. Ons kwam ter ore dat de heraanleg van de Vleurgatsesteenweg te Elsene alleen in het Nederlands werd meegedeeld. Het is te zeggen: op een mobiele lichtkrant werden werkzaamheden aangekondigd betreffende de Vleurgatsesteenweg, en er waren op dezelfde lichtkrant ook travaux aangekondigd voor de Vleurgatsesteenweg. Wat een schandalige negatie van de meerderheidstaal in deze stad. Van vervlaamsing gesproken!

Wist u dat het naleven van bepaalde eisen bij het installeren van uw verwarmingssysteem en een periodiek nazicht van uw ketel u aanzienlijke besparingen op uw gas- of stookolieverbruik kan opleveren ? Daarom werd de periodieke controle van verwarmingsketels in het Brussels Gewest verplicht: om het jaar voor stookolieketels, om de drie jaar voor gasketels. Doe een beroep op een erkend vakman en vraag hem het attest voor periodieke controle. Als u een oude ketel vervangt of als u er een nieuwe installeert, dient deze ook te worden opgeleverd door een erkend vakman. Die zal nagaan of de ketel goed geïnstalleerd werd met betrekking tot de afstelling van de ketel, de isolatie van de leidingen, de ventilatie van het stooklokaal, enz. Dat is goed voor de planeet, maar ook voor u : een goed geïnstalleerde, schone en goed afgestelde verwarmingsketel verbruikt minder en gaat langer mee ! Info en lijst met de erkende professionelen : 02/775.75.75. www.leefmilieubrussel.be/

SAMEN MAKEN WE VAN BRUSSEL EEN DUURZAME STAD


BDW 1306 PAGINA 8 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

kers zijn heel zichtbaar. Mensen komen spontaan vragen wat er aan de hand is, en ook na de actie kun­ nen ze op de ruit nog lezen waarover het gaat. De stickers kunnen boven­ dien gemakkelijk en zonder schade verwijderd worden. Het is dus een stuk minder agressief dan graffiti.” Een positieve aanpak, dus. “Mensen moeten een goed gevoel overhouden aan de actie. Iets veranderen in je omgeving doet geweldig deugd, dat is de boodschap.”

Actie > ‘Geen Nieuwstraat in Dansaertstraat’

Plakken tegen speculatie

Jean-Claude veegt

Het Restaurant de la Bourse en de belendende kapperszaak moeten wijken voor een grote keten: de activisten van IMID laten van zich horen.

BRUSSEL – Ook de kleurige stickers met slogans gezien op de ruiten van het voormalige Restaurant de la Bourse? Of de namaakboom op de Oude Graanmarkt? Beide acties zijn het werk van IMID ofte ‘Ik Moest Iets Doen’, een nieuw collectief dat Brusselaars aanspoort de handen uit de mouwen steken.

A 

fgelopen vrijdag werd er actie gevoerd aan het voor­ malige Restaurant de la Bourse in de Visverkopersstraat. Het restaurant was een kleine eeuw lang een vaste waarde in de buurt. De eigenaar liet het restaurant en de aanpalende kapperszaak ont­ ruimen om er een fi­liaal van een winkelketen in onder te brengen.

De sympathisanten van het restau­ rant protesteerden vrijdag tegen speculatie en leegstand en schakel­ den daarvoor IMID in. “Mensen kla­ gen vaak over wat er misloopt in hun omgeving: sluikstorten, hardrijders, te weinig groen, leegstand,” vertelt Lotte Stoops, documentairemaak­ ster en een van de oprichtsters van IMID. “‘Een schande dat de overheid

daar niets aan doet!’ zeggen ze dan. Het komt niet bij hen op dat ze ook zelf de handen uit de mouwen kun­ nen steken.” IMID (‘Ik Moest Iets Doen’) ondersteunt daarom Brus­ selaars die een actie op touw willen zetten. Het collectief, dat verder nog bestaat uit een tv-maker, een foto­ graaf en een grafisch ontwerpster, ontwikkelt de ideeën, en wie zich geroepen voelt, kan die overnemen. “We verzinnen en testen creatieve acties, en die zetten we online zodat het publiek ze kan overnemen.” Bij Restaurant de la Bourse zorgde IMID voor kleurige stickers met

© BART DEWAELE

“We verzinnen creatieve acties en zetten ze online, zodat het publiek ze kan overnemen” slogans die op de ruit van het res­ taurant werden gekleefd. “De stic­

De actie aan de Visverkopersstraat was niet de eerste testcase. Eerder zette IMID op de Oude Graanmarkt ook al een namaakboom neer, ge­ maakt uit houten planken die overal in de stad bij elkaar geraapt werden. “Hij is nog niet weggehaald,” con­ stateert Stoops. “Die actie is gericht tegen verschillende stadsfrustraties tegelijk: te weinig groen, te weinig decoratie, en vooral te veel afval op straat.” De inspiratiebron voor IMID is Jean-Claude, een kranige tachtiger met een wel heel aparte hobby: al meer dan twintig jaar schuimt hij de Brusselse straten af op zoek naar vuilnis. Hij neemt er een foto van, ruimt de troep eigenhandig op, en neemt dan opnieuw een foto van het resultaat. “De verpersoonlijking van burgerzin, vonden we. Toen we hem vroegen wat zijn drijfveer was, zei hij: ‘Ik moest iets doen.’ Dat is met­ een ook onze naam geworden.” Met de steun van het vormingsinsti­ tuut Citizenne, het grafisch bedrijfje Kadanja en Curieus Brussel sleepte IMID ook subsidies in de wacht van Vlaams minister voor Brussel Pas­ cal Smet (SP.A). Tot de lancering van de website kunnen de vier zich half­ tijds aan IMID wijden. In april worden alle acties gebundeld en vergezeld van een handleiding op het web gegooid. “Individuele burgers, groepen of verenigingen, iedereen zal een passende actie uit ons repertoire kunnen kiezen.” De lancering van de website moet gepaard gaan met een opmerkelijke mediacampagne. “Want we willen natuurlijk dat iedereen ons leert kennen en de website gaat gebrui­ ken. Een burgerrevolutie, dat is nog altijd ons doel.” Goele De Cort / brusselnieuws.be

Welzijn > Stand van zaken in de Vlaams-Brusselse bejaardenzorg

Vlaamse rusthuizen: werk van heel lange adem BRUSSEL – Vlaamse rusthuizen bouwen in de hoofdstad blijft lastig. “Brussel heeft de reputatie een moeilijk werkterrein te zijn,” zegt VGC-collegelid voor Welzijn Brigitte Grouwels (CD&V). Op vraag van raadslid Greet Van Lin­ ter (VDB) gaf Grouwels in de Raad van de VGC een laatste stand van zaken over de Vlaamse bejaarden­ zorg in de hoofdstad. Het geld dat de Vlaamse Gemeenschap hiervoor veil

heeft, torent uit boven wat ook echt gerealiseerd wordt. Zo zijn er 1.254 wooneenheden geprogrammeerd in woonzorgcentra. Daarvan zullen er eind 2012 slechts 227 gereali­ seerd zijn. Er zijn dertig plaatsen ge­­ rea­liseerd in dagverzorgingscentra, tegenover 113 geprogrammeerd. Vlaanderen heeft geld klaar voor de bouw van 1.274 serviceflats. Daar­ van zijn er 32 gerealiseerd. De magere cijfers zijn geen verras­ sing. Al tien jaar geleden werd vast­

gesteld dat de inplanning van rust­ huizen door Vlaanderen in schril contrast staat met de realisatie. Vastgoedontwikkelaars laten Brus­ sel liever links liggen, al was het maar door het dure vastgoed. Er zijn vandaag maar twee door Vlaande­ ren erkende rusthuizen in Brussel. Om de bouwdossiers toch vlot te trekken, wordt geld van het Brussel­ fonds ingezet. Met die middelen wordt actief gezocht naar initiatief­ nemers en naar bouwterreinen. Dat

heeft uiteindelijk wel wat resultaat opgeleverd, maar Vlaams Brussel zit wel erg ver van ‘één rusthuis per jaar’, zoals het toen door sommige politici werd aangekondigd. CD&V-raadslid Brigitte De Pauw vraagt zich intussen af of de bouw van Vlaamse rusthuizen nog wel zo hoogdringend is. “We zitten met een vergroening in Brussel, eerder dan met een vergrijzing.” Ze wijst ook naar de talrijke bicom­ munautaire rusthuizen in Brussel

waar Vlamingen terechtkunnen. Toch mag volgens verschillende stu­ dies de behoefte aan rusthuizen in Brussel, ondanks de jonge bevol­ king, niet onderschat worden. “In het minst gunstige scenario zijn er 2.812 extra plaatsen nodig tegen 2021,” zegt Grouwels. Volgens het collegelid doet Vlaanderen, met de ruime programmering, alvast zijn duit in het zakje. Nu nog de concrete realisaties.  Steven Van Garsse


ADVERTENTIE


BDW REGIO

BDW 1306 PAGINA 10 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Deze week in de Bascule > Bij de Sint op schoot, misschien wel voor het laatst

Gevonden: hulpsint (64), sprkt gn Ndls

Meteen achter de kassa’s zit hij, lichtjes in elkaar gezakt. Met een te grote mijter, zonder staf, zonder piet, met een doos vol Inno-cadeautjes. “Krijgt mijn kleinzoon het zakje met strandbalrackets als hij niet uit de koets komt?”

UKKEL – Een zaterdag halverwege november. Een grote tafel vol kerstversiering bepaalt de sfeer aan de ingang van Galeria Inno aan de Bascule. Verderop signaleert een bordje dat Sint-Nicolaas te vinden is bij de kassa. Niet bij de kinderafdeling, nee, wel tussen de herenkleding. Speelgoed vind je hier toch nog amper.

N 

aar Sinterklaas in de Bascule was het even zoeken, vandaar dat we graag de ervaring van het ommetje in de winkelgalerie met u delen. Zowel door de week als op zaterdag stropt het verkeer hier even aan de Waterloosesteenweg. Gelukkig brengt de ondergrondse parkeergelegenheid soelaas voor wie komt shoppen in de verkommerende, wat sjofele galerie. De handelaars hebben zich verenigd in de Association de Commerces du Quartier Bascule (ACB), met als voorzitter de vijftigjarige Oldrich Pabis, geboren in Praag. Eén zaterdag per maand kan iedereen hier gratis komen schaken. Er komen schaakkampioenen op af, maar ook beginnelingen, nerds en leergierige kinderen. In de rush naar 6 december en Kerst vindt het jaarlijkse schaaktoernooi vandaag in de passage plaats. Vanaf één uur is het drummen bij de in-

schrijvingen: er kunnen maximaal 74 schakers deelnemen. Daarvoor heeft ACB de Brussels Chess Club uit Ukkel in de arm genomen, en schaakspelhandelaar Marchand van bij de Louizalaan, die graag sponsort door al de spelborden en de schaakklokken te leveren. “We organiseren dit toernooi al acht jaar,” zegt Chantal De Bruecker uit Oudergem, die de herenkapperszaak Salon Roger van haar vader stuurt en schatbewaarder is van ACB. “Encore une place, non, deux,” schalt door de gangen. We zoeken de Sint op, maar vinden hem niet meteen. Geen liedje ‘SaintNicolas, patron des écoliers’ of ‘Zie ginds...’ dat ons leidt, geen Zwarte Piet in zicht. In de ondergrondse kinderafdeling schuilt hij niet. Over een lengte van zeven voetstappen staan consoles met wat pluchen knuffels, enkele personages van Disney en een handvol autootjes bij

een plastic parkeergarage – opvallend gelijkend op wat ik een halve eeuw terug kreeg. Of is dit vintage? Neen, geen Sint te bespeuren. Een Centraal-Afrikaanse verkoopster zet

© SASKIA VANDERSTICHELE

Saint-Nicolas, verscholen achter een blauw gordijn vol vallende kerststerren en een kunstkerstboom: zowaar een vooruitziend decor. Meteen achter de centrale kassa’s zit hij, lichtjes in elkaar gezakt. Met een te grote mijter, zonder staf, zonder piet, wel met een doos vol Inno-cadeautjes. Verwonderd kijkt de kindervriend op, terwijl de mijter dieper over zijn oren zakt. Meteen beaamt hij dat de

Esteban en Amandine hebben het er moeilijk mee, bij de Sint op schoot. Dan maar de Chinese hofhond Jimmy: zijn meesteres dropt hem prompt in de handen van de Sint ons vriendelijk op weg naar de sinterklaastroon, op de gelijkvloerse verdieping achteraan. “Il n’y a pas de Zwarte Piet,” verklapt ze al. Ze excuseert zich: haar kleuter gaat in het Nederlands naar school en ze kent de Franse naam van Piet niet. Geen Père Fouettard dus, wel een

toeloop traag op gang komt. “Toch al 25 kinderen na anderhalf uur,” signaleert een caissière. Brecht Viaene, de Vlaamse manager van de Ukkelse Inno, wou (“misschien voor de laatste keer”) de hoogdag stellig organiseren. “Vorig jaar kwamen er 75 kinderen langs,

dus we zullen tegen vanavond wel het record breken. Veel reclame mocht ik niet maken, want Galeria Inno bouwt de speelgoedafdelingen af, en een sint past dus niet echt meer in de marketingstrategie.” Nostalgie drijft ons naar het verleden. Voor generaties Brusselaars en randbewoners was de enige echte Sinterklaas jaarlijks te vinden in À l’Innovation in de Nieuwstraat. Rijen ongeduldige en doorgaans onnozele kinderen – in de betekenis van hun naamdag op 28 december – stonden er naast moeder in hun zondagse kleren aan te schuiven. Om de schrik van hun leven op te doen. Ook wij. Zeggen dat je braaf bent, in ruil voor een handvol letterkoekjes en een irritant klik-klaksintje, dat snel stuk ging. Alle Brusselse Inno’s (Nieuwstraat, Woluwe, Louizalaan) hebben de jongste jaren én speelgoed én Sinterklaas uit de rekken gehaald. Maar manager Viaene wil de lokale kleuters nog wat verwondering en fonkelende oogjes gunnen. Hij vroeg een vrijwilliger om hulpsint te spelen, bijgestaan door een amateurfotografe – de kleindochter uit Salon Roger – die gratis foto’s maakt. De meeste kleuters hebben het nog in hun genen: ze willen niet zomaar tot bij de verklede ouderling, die zwijgt als vermoord en weinig aantrekkingskracht etaleert, maar suf de dag doorzweet. De vijfjarige Thalia zag al wat sinten, zegt haar moeder: op school, bij het ziekenfonds,... Zij durft heel even op de schoot van de hulpsint-met-dienst, Jean-Claude pour les amis. Maar Esteban, Amandine, Elias en Brian hebben het er moeilijk mee. Dan maar Jimmy, de Shih Tzu of Chinese hofhond: zijn meesteres dropt hem prompt in de handen van de Sint. Net als de goedheilig man toch even kwijt wil: “Ik spreek geen Nederlands want ik ben al 64 jaar,” komt de hele verdieping verkoopsters aanstormen. Ze versmachten hem bijna in zijn kleine stand. Het doopfeest van de gelegenheidssint, omringd door twaalf multiculturele Inno-schoonheden, wordt door de luttele omstanders gesmaakt, al schrikt een kind in een buggy zich een aap. Trauma voor het leven. “Krijgt hij sowieso het zakje met strandbalrackets, als hij niet uit de koets komt?” vraagt zijn oma. Ze graait, en weg is ze, opvallend gelukkiger dan het kind. Wie ook geluk heeft, is het winnende duo van het naburige schaaktoernooi: Thierry Gombert en Kim Le Quang krijgen een lcd-tv mee. 

Jean-Marie Binst


BDW 1306 PAGINA 11 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

© IVAN PUT

Schaarbeek > ‘Lawaai, trillingen, barsten in de muren’

Buurtbewoners worden hoorndol van tram 62 De nieuwe tramlijn 62 tussen Schaarbeek en Evere bezorgt de bewoners van het Weldoenersplein zure oprispingen. Ze schreven een brief naar de MIVB.

‘Beter voorkomen dan genezen’ is het leidmotief van de inbraakpreventiedienst.

Sint-Agatha-Berchem/Ganshoren > Technopreventief adviseur nodig

Met vereende krachten tegen diefstal en inbraak Sint-Agatha-Berchem en Ganshoren vragen bij het Gewest een subsidie voor een technopreventief adviseur, die ze kunnen delen vanaf 2012. Sophie Bastiaens, preventieambtenaar in Berchem: “Onlangs zijn we met gemeenschapswachten in bepaalde wijken elke voordeur gaan controleren en hebben we de mensen attent gemaakt op onveilige toestanden. Soms sloot het deurkozijn niet goed aan, of het slot stak te ver uit. We deelden ook een flyer uit over gemeentelijke premies voor de beveiliging van het huis.”

De nieuwe inbraakpreventieadviseur moet, na een opleiding bij de federale politie, campagnes uitwerken, bijvoorbeeld anti-autoinbraak (“Laat niets zichtbaar liggen”). Specifiek voor senioren komt er een campagne om handtasdiefstal te ontmoedigen. Tips (op infodagen, op ronde of in flyers) als “Stop enkel het hoogstnoodzakelijke in uw tas, of draag die verscholen” helpen al flink. “Niet dat de diefstallen alarmerend toenemen,” zegt Bastiaens, “maar de cijfers omlaag haJMB len kan ook door zelf alert te zijn.”

Elsene > Bewoners Boondaal-Ernotte protesteren

Moestuinen in gemeenteraad De omwonenden van het bouwproject Boondaal-Ernotte hebben in de gemeente­ raad geïnterpelleerd over de teloorgang van hun moestuinen. Die moeten wijken voor een woonproject.

TELEXREGIO

Als een burger 150 handtekeningen weet te verzamelen, kan hij een gemeentebestuur interpelleren, zegt de Gemeentewet. Het comité Boondaal-Ernotte maakte er bij de jongste gemeenteraad dankbaar gebruik van. Hun woordvoerder drukte de bezorgdheid uit dat een goed werkend project van sociale samenhang – het gemeenschappelijk onderhouden van moestuinen op braakland waar de gemeente woningen plant – gedoemd is te verdwijnen.

Schepen van Stedenbouw Nathalie Gilson (MR) antwoordde dat er met de opmaak van het plan al in 1995 begonnen werd en dat er al een hele procedure achter de rug is. Ze vertelde ook dat de overlegcommissie van de gemeente het project had goedgekeurd en maar twee opmerkingen had. “Het dossier wordt rond deze tijd afgerond, er wordt nog één gemeenteraad aan gewijd.” De Ecolo-oppositie verdedigde de bewoners. Raadslid Alain Adriaens: “Ik leg me neer bij de democratische besluitvorming, maar woningnood wil niet zeggen dat je alles zomaar moet volbouwen. Dit is een slecht voorbeeld van stadsverdichting.” De burgers hadden geen recht om te antwoorden na de debatten CD in de raadszaal.

Tram 62 heeft zijn eindhalte aan het Weldoenersplein. De lijn vult er sinds september tram 25 aan. Van die laatste lijn geen kwaad woord, maar de nieuwe tram 62 zorgt voor heel wat overlast. “De trams rijden met veel kabaal en schokken over de Rogierlaan,” schrijven de buurtbewoners in een brief aan MIVB-baas Alain Flausch. “De woningen worden van kelder tot zolder door elkaar geschud.” Tram

62 rijdt bovendien erg vaak, wat de overlast alleen maar erger maakt. Sommige bewoners maken gewag van barsten in de muren. Een petitie heeft intussen bijna tweehonderd handtekeningen opgeleverd. De verklaring voor de overlast is bekend. Lijn 62 wordt bediend door de trams van het 2000type. Al sinds de aankoop midden jaren 1990 zijn de problemen van lawaai en trillingen met die generatie trams bekend. Technische aanpassingen hebben niet veel opgeleverd. De MIVB onderzoekt of er andere trams kunnen worden ingezet op lijn 62.  Steven Van Garsse

ADVERTENTIE

Opendeurdag vrijdag 9 december

Een nieuw bankkantoor? Daar spring ik vandaag eens binnen, gewoon voor het plezier!

Acht nieuwe villo-Stations in molenbeek SINT-JANS-MOLENBEEK – De gemeente heeft een conventie gesloten met JCDecaux voor acht nieuwe Villo-stations. Er zijn al negen stations van het fietsdeelsysteem. De acht nieuwe komen op de Mettewielaan op de hoek met de Scheutbos- en met de Tamarislaan, de Gentsesteenweg ter hoogte van nummer 579, de Sint-Mariastraat op de hoek met de Voorspoedstraat, de Delaunoystraat op de hoek met de Olifant­ straat, de Edmond Machtenslaan op de hoek met de Minnezangers­laan, de Gandhi­ AB laan ter hoogte van nummer 10 en aan het zwembad Louis Namèche.

Berchem wil duurzame actie SINT-AGATHA-BERCHEM – De gemeente vraagt voor 2012 subsidies aan Leef­ milieu Brussel voor prioritaire acties rond ‘duurzaam goed bestuur’. Het gaat onder meer om ecomobiliteit en gezonde en lokale voeding bij burgers. Het gemeentebeJMB stuur zelf is ook een doelgroep.

Kom Ko m en no ontdek nttde ntde dek k he het et ni n nieuwe eu uwe ee en n ge geze gezellige ezell zellliig ze ge IN IING-kantoor NGG ka kant n oor nt oor te oo t S St-Pieters-Woluwe! t--Pi P et eter e ser s-Wo W lu Wo luwe w ! we Gebroeders Geb broe ed der ers LLegrainlaan e rain egr ain in nllaa aa a an n7 78 8 - 11 1150 15 50 0S StSt-Pieters-Woluwe tP Pie eters-W ter ers-W Wolu uwe w Ee vo Een vol volledig lledig lle ledig ve vernieuwd erni rnieuw euwd euw d INGIING-kantoor, NG-kan NGkan ka antoo to o r, r en n dat d bi b bijj u in n de buu uurt. rt. Ko Kom m het het e met e ei eeigen gen g en og ogen en ont on tdek d ke k n ken buurt. ontdekken tijden tij den dens e s onze o nze nz opendeurdag. opend op end en d eurdag eu eur u dag g . Onze O nzee medewerkers mee dew m d ew w erk e rkers ers rs tijdens vvertellen ver tel e len e u graag gra raaag g meer m r over mee over er onze o ze on ze nieuwe n uwe nie w diensten. diiens nsten ten.. ten

We ver vverwelkomen e wel we elkom omen en u met met e een e ha hapje pje en ee en d dran ran an nkje j je We een drankje zod dat u zich zich icch meteen m tee me e n thuis ee thui hu s voelt. voel oe t. Spring S ing Sp Spr ng dus dus zeker du zeke zeke ekerr eens eens en ns zodat bin innen nen.. We ne nen We kijken kijk ken n uit naar na aaarr uw u bezoek. bez ezzoek oek.. binnen.

www.ing.be ww ww. w.in in ng. g.be be e

ING België nv, Marnixlaan 24, 1000 Brussel. RPR Brussel – BTW BE 0403.200.393. - BIC: BBRUBEBB - Rekening 310-9156027-89 (IBAN: BE45 3109 1560 2789). Verantwoordelijk uitgever: Philippe Wallez - Sint-Michielswarande 60, 1040 Brussel, België.


BDW REGIO

BDW 1306 PAGINA 12 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Elsene > Politiekantoor Matonge in januari open

Problemen met kogelvrij glas Het langverwachte politiekantoor in de Lang Levenstraat in de Matonge-wijk opent in januari de deuren. Het kantoor, in feite een ‘politiepost’, moest normaal gezien in september openen, maar problemen met de aanbesteding van onder meer het kogelvrije glas zorgden ervoor dat de opening danig werd verlaat. Er zullen ongeveer twaalf agenten werken, en het kantoor zal

open zijn van de middag tot elf uur ’s avonds. Vroeger bevond het politiepunt in Matonge zich in de Matongegalerij tussen de kappers. Maar het gemeentebestuur van Elsene vond dat aanwezigheid in de Lang Levenstraat, in de uitgaansbuurt van de Afrikaanse wijk, effectiever zou zijn. Het is volgens de gemeente niet de bedoeling dat het een administratief kantoortje wordt met beperkte bevoegdheden, al zal de nadruk wel liggen op CD ‘preventie’.

UIT DE oude doos Schaarbeek > Bomen moesten wijken voor veilige speelplaats

Gemeente houdt bomenkap van muzikale basisschool tegen De gemeente Schaarbeek heeft de kap van bomen stilgelegd op het terrein van basisschool De Muziekladder aan de Helmetsesteenweg. Het gemeentebestuur was gealarmeerd door buurtbewoners. Een dozijn bomen lag toen al tegen de vlakte. Het Gemeenschapsonderwijs (GO!), eigenaar van de school, had geen kapvergunning. Die zal nu moeten worden aangevraagd. Volgens het GO! zijn de bomen ziek en kunnen ze de veiligheid van de kinderen in gevaar brengen. De bouw van De Muziekladder verloopt met horten en stoten. In september moesten er containerklassen staan voor de kleuter- en lagere school,

maar omdat er geen nutsvoorzieningen waren, heeft dat weken aangesleept. Pas sinds vorige week kunnen de kinderen er terecht. Voor de definitieve school in hetzelfde blok, maar dan aan de andere kant, aan de Jan Blockxstraat, heeft de Brusselse regering de bestemming van het perceel gewijzigd. Jacky Goris (GO): “We hebben, samen met de Vlaamse bouwmeester Peter Swinnen, een architectuurwedstrijd uitgeschreven. In maart willen we landen.” Dan kan de bouwvergunning worden aangevraagd. De school, met plaats voor honderdtachtig kinderen, is ten vroegste over twee jaar klaar.  Steven Van Garsse

Beste lezer, tot nieuwjaar presenteren we u wekelijks een prentbriefkaart met oude (soms verdwenen) beroepen. Veel kijkplezier.

Runderwagen vol staal Voor wie zou deze vracht reuzen­ amsterdammertjes of voetstukken van lantaarnpalen bestemd geweest zijn? Tussen de twee wereldoorlogen moeten de gebroeders Rey – ‘fondeurs-constructeurs’ staat op hun wagen – de lading ergens bezorgd hebben, of opgehaald voor herstelling. Thuis in hun fabrieksatelier aan de Busselenberg 75 in Anderlecht, en later in de Veeweidestraat 64, maakten de ‘koningen van het staal’ straatlantaarns en dreven ze handel in textieldrukmachines en ijzerwaren. Niet te verwarren met een gelijknamig, nog bestaand familiebedrijf

Rey Frères (uit 1927) in de Savoye (Saint Genix sur Guiers), al had die familie ergens een buitenechtelijke tak. Gelukkig konden de Frères Rey rekenen op les sœurs vaches, zonder de stress van de bestelwagenchaufJMB feurs van vandaag. www.brusselnieuws.be/ oudeberoepen Meer op www.academieroyale.be Met dank aan Dexia en:

ADVERTENTIE

het Museum van de Stad Brussel stelt voor:

Afterwork Museum Elke donderdag tot 20u!

Museum van de Stad Brussel | Grote Markt, 1000 Brussel | 02/279 43 50 | musea.brussel.be


BDW 1306 PAGINA 13 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

ADVERTENTIE

© DE BUITELING VZW VORST

Nu is het aan ons om te kiezen! Ben jij gebeten door de politiek? Kent Brussel amper geheimen voor jou? Wij zijn momenteel op zoek naar een extra stafmedewerker (m/v) om onze sp.a-fractie in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement te versterken. JOUW FUNCTIE

Spelen in het Nederlands, ook voor (Nederlandstalige) kinderen op de Franse school.

Vorst > De Buiteling biedt plaats aan 28 kleuters

Jeugdbar wordt buitenschoolse opvang De afgeleefde jeugdbar in het gemeenschapscentrum Ten Weyngaert is afgelopen zomer omgebouwd tot een nieuwe vestiging van het Initiatief voor Buitenschoolse Opvang (IBO) De Buiteling. 28 kleuters kunnen er na de schooluren spelen. Tussen het luiden van de laatste schoolbel en het moment waarop de kinderen door hun ouders worden opgehaald, zit soms een paar uur. Voor die kleuters werd afgelopen zomer een opvangplaats ingericht in het gemeenschapscentrum Ten Weyngaert. Die opvang gaat uit van IBO De Buiteling, die in heel Brussel nu al 248 kinderen opvangt. Aan de inrichting van het IBO ging een heel behoefteonderzoek vooraf, waaruit bleek dat heel wat ouders van naburige scholen op zoek zijn naar kwaliteitsvolle opvang na de schooluren. Het nieuwe initiatief zal zich in de eerste plaats richten tot de kleuters van vier basisscholen in de buurt: de Parkschool, De Wereldbrug, De Puzzel en Sint-Augustinus. Toch is het IBO er niet alleen voor kinderen uit Vlaamse scholen. “We hebben hier een paar kinderen die in het Frans naar school gaan en thuis Nederlands spreken. Door Nederlands te spreken kunnen ze hun thuistaal oefenen,” zegt Feride, die sinds september aan de slag is in De Buiteling. Het is een mooi voorbeeld van hoe het IBO taalondersteuning biedt aan twee- en meertalige kinderen. Dat de nieuwe opvangplaats in een gemeenschapscentrum wordt gehuisvest, biedt heel wat voordelen. Voor het gemeenschapscentrum Ten Weyngaert biedt het nieuwe IBO het voordeel dat de ‘onderbenutte en weinig

uitnodigende’ jeugdbar nieuw leven kan worden ingeblazen. “Voor de vele ouders die hier nu over de vloer zullen komen, is dit dé kans  om het aanbod van Ten Weyngaert te leren kennen, wat op zijn beurt het gemeenschapscentrum een nieuwe stimulans kan geven,” zegt Geert Meys, de coördinator van De Buiteling. Ook financieel zijn er voordelen. Brigitte Grouwels (CD&V) en Bruno De Lille (Groen), in het VGC-college respectievelijk bevoegd voor Welzijn en Jeugd, slaan de handen in elkaar

VACATURE

Wat kunnen we doen in de strijd tegen de armoede in Brussel? Vind jij ook dat ieder kind in Brussel gelijk is, ongeacht taal en afkomst? Welk gezinsbeleid gaan we ontwikkelen wanneer Brussel bevoegd wordt voor kinderbijslag? En hoe moet de overheid het Brussels cultuur-, jeugd-, sport- en welzijnsbeleid vorm geven? Brussel is een heerlijke stad maar ook een oneerlijke stad. De uitdagingen waar Brussel voor staat zijn groot: de vergroening van haar inwoners, de armoede, de asielcrisis en de winteropvang van daklozen, het tekort aan kinderopvang en de hoge ziekenhuisfacturen, etc. Onze fractie is op zoek naar een extra stafmedewerker om, samen met de collega’s en de parlementsleden, de schouders te zetten onder deze thema’s. Je werkt zelfstandig en proactief aan de uitbouw van expertise in twee clusters: “Welzijn, Gezondheid en Gezin” en “Cultuur, Jeugd en Sport”. Je volgt de ontwikkelingen binnen deze domeinen op de voet. Je bouwt een langetermijnvisie uit. Je onderhoudt contacten met verschillende actoren (administraties, middenveldorganisaties, deskundigen, …). Je ondersteunt de fractieleden en sp.a-Brussel.

WAT WIJ BIEDEN Je krijgt de kans een brede kennis en ervaring op te doen in het hart van de Brusselse politiek. Je ontwikkelt een uniek inzicht in de politieke besluitvorming en in de werking van ons land en van onze hoofdstad. Je werkt mee aan een enthousiast project dat lang niet af is. Je ontvangt een billijk loon, een contract van onbepaalde duur en een pakket extralegale voordelen. Je komt terecht in een klein en enthousiast team. INTERESSE? De volledige vacature vind je op www.spa-brussel.be Stuur je CV en motivatiebrief uiterlijk op maandag 19 december 2011 naar Pieter Van Damme | pvandamme@bruparl.irisnet.be

ADVERTENTIE

“Dit project kan het gemeenschapscentrum een nieuwe stimulans geven”

UITZONDERLIJK OPEN OP 11 DECEMBER

ZONDAG, VERRASSENDE FEESTDAG !

om het project te subsidiëren. De investering van 54.000 euro komt voor tachtig procent (het opkalefateren van de ruimte) op de rekening van De Lille; de overige twintig procent (voor de opstart van het initiatief ) komt van Grouwels. Kind & Gezin neemt de verdere financiering op zich. Het is de bedoeling dat de kleuters van De Buiteling naderhand naar andere buitenschoolse activiteiten worden geloodst. “Met Ten Weyngaert, de bibliotheek en Wiels zijn er in deze gemeente al heel wat mogelijkheden,” zegt Meys. “Met hen willen we als echte partners samenwerken.”  Bruno Schols

Etterbeek > Negende Prijs Sändor Szondi

Seniorenclub in de prijzen De negende Prijs Sändor Szondi gaat dit jaar naar de Vlaamse Seniorenclub Etterbeek voor hun inzet voor bejaarden. Aan de prijs hangt 3.500 euro vast. Sändor Szondi was een Brusselse Vlaming van Hongaarse komaf. Hij groeide op in een pleeggezin in Brussel en werd als dank voor zijn werk in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog genaturaliseerd. Als ambtenaar in Brussel zag hij hoe Vlamingen onrechtvaardig

werden behandeld, wat hem ertoe bracht allerlei activiteiten op te zetten om de Vlaamse aanwezigheid in de hoofdstad te versterken. Szondi was ook gemeenteraadslid voor de christendemocraten in Etterbeek, wat hem vaak in conflict bracht met de Franstalige meerderheid. De prijs wordt uitgereikt op 12 december om 14.30 uur in het gemeenschapscentrum De Maalbeek, Hoornstraat 97.  CD

www.thewshopping.be


BDW 1306 PAGINA 14 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

‘Ingekeerd’ van Bosz de Kler: forensen bij metrostation Bockstael. “Zonder oog voor de medemens of de omgeving. Met een van ergernis en lijden vertrokken gelaat.”

© BOSZ DE KLER

Maatschappij > Serge van Duijnhoven verwijt Brusselaars gebrek aan amour propre

Smerigheid en onveiligheid als een boemerang in het gezicht © MARC GYSENS

BRUSSEL – “In alle gekrakeel over de onveiligheid in de Brusselse metro zou men haast vergeten dat dit ondergrondse net op vele plaatsen tot het mooiste en in elk geval meest pittoreske behoort wat deze aardbol aan ondergronds en bovengronds vervoer te bieden heeft.” Serge van Duijnhoven mengt zich in het debat. “Onveiligheid en smerigheid zijn problemen die de reiziger in Brussel terug in het gezicht geslingerd krijgt ten gevolge van een algeheel gebrek aan respect en liefde.”

BDWOPINIE Neem nu het station Montgomery, waar de fameuze tram 44 aanmeert in een prachtige halfronde bocht onder de grond, alvorens op te klimmen naar de beboste heuvels van de Tervurenlaan, alwaar de reiziger een uitzicht krijgt zoals dat nergens anders is te vinden. Of bezie de stad eens – met liefde – tussen Zwarte Vijvers en het Heizelstadion. Het uitzicht, links en rechts, is te vergelijken met dat van Parijs rond halte Stalingrad en de Sacré-Cœur. Volgens velen is Brussel een lelijke

of ronduit monsterlijke stad, het waterhoofd van een Siamese tweeling. Of drieling wellicht, als men het Europese district wil meetellen als een soort DC. Maar in plaats van als een onooglijk samenraapsel kan men Brussel ook zien als een surrealistische collage van onwerkelijke combinaties die in het dagelijks leven op elkaar zijn geplakt. Wie zich kan vinden in Lautréamonts omschrijving van schoonheid als ‘de toevallige samenkomst van een paraplu en een naaimachine op een operatietafel’, heeft in deze stad niets te klagen. Brussel is even artifi­cieel, hybride, gelaagd, contradictorisch, lelijk, schitterend, chaotisch, problematisch en boeiend als het

Serge van Duijnhoven.

“Men gebruikt hier het tram- en metrostelsel zoals elders het riool of de stortkoker”

land waar het de hoofdstad van is.

Wormgaten Voor de lelijkheid van de stad kan niemand blind blijven. Brussel is in vele opzichten een opengebarsten puist van bijtende contrasten. Maar de schoonheid die ondanks alles door alle bacteriële vuiligheid heen schemert, is zo overtuigend dat je de rest erbij neemt. Als je ten minste geneigd bent de stad de kans en – vooral – het respect te geven die ze verdient. De onveiligheid en smerigheid van de stad zijn problemen die de reizigers in Brussel terug in het gezicht geslingerd krijgen ten gevolge van een algeheel gebrek aan beide ten aanzien van de metropool. Het arme Brussel is, zowel in Europa als in België, vele malen minder geliefd dan gehaat. In deze navel van het continent gebruikt men het tram- en metrostelsel zoals men elders het riool of de stortkoker

gebruikt. Men stort zich als menselijke fecaliën of afvalresten door het ondergrondse en bovengrondse buizenstelsel, om de stad zo snel mogelijk binnen te geraken dan wel te verlaten. In andere steden, zoals Parijs, Londen, Moskou, Tokyo of New York, is het nog altijd een avontuur om van de metro gebruik te maken. Men kan er voor zich uit staren om de medemens niet te dicht op de huid te zitten en wat privacy te bedingen, maar de ervaring op zich is allerminst een onplezierige. Brussel daarentegen blijft voor de meeste mensen die erdoor reizen, een unheimische strafkolonie waar je naast je werk zo min mogelijk tijd wenst door te brengen. Een oord van verderf, herrie en onveiligheid waar men hooguit komt om geld te verdienen of carrière te maken, maar nimmer wenst te wonen. Kijk naar al die gespannen gezichten van het forensisch gespuis dat zich des ochtends en des avonds door de wormgaten rond de Brusselse stations spoedt. Altijd op weg van huis naar kantoor en van kantoor naar huis. Zonder oog voor de medemens of de omgeving. Met een van ergernis en lijden vertrokken gelaat. Als de stortkoker zich na spitsuur weer geledigd heeft, wordt het in Brussel ondergronds afgrijselijk stil en ledig. Een ledigheid waar de duivel maar al te gretig zijn ogen de kost geeft en zijn oren te luisteren legt. Tegen zo’n faliekant getijde is geen metronetwerk ter wereld bestand.

Failliet Neem die prachtige Ravensteingalerij, die in navolging van Horta’s Centraal Station de heuvelrug doorklieft tussen de treinsporen van CS en Bozar. Op een paar louche barretjes na waar de Vlaamse en Waalse ambtenarij buiten of tijdens kantoortijd aan haar alcoholische taks geraakt, is er geen winkel die het er lang volhoudt. De ene na de andere nering is er het afgelopen decennium failliet gegaan. De tienduizenden die er dagelijks passeren, weten niet hoe snel ze met hun chagrijnige koppen de galerij weer moeten verlaten. Op weg naar den buiten: zuurstof, lucht, leven. Om ons aan de problemen van de Brusselse metro teweer te kunnen stellen, volstaat het niet om de gewraakte metrostations op te vullen met nog meer winkelgalerijen, wafelbakkers of ordehandhavers. Het probleem reikt letterlijk dieper en verder dan architectuur of stadsplanning. Wat Brussel in de allereerste plaats nodig heeft, is een levensvatbare en dus noodzakelijke dosis amour propre. Respect en – jazeker – liefde. Zowel van hen die er verblijven als van hen die er werken. Zolang deze primaire levensbehoefte ontbreekt, zal de stad zowel boven als onder de grond zienderogen blijven verloederen.   Serge van Duijnhoven

Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en frontman van de band Dichters Dansen Niet. Van hem verschijnt in 2012 een fotoboek (samen met fotograaf Bosz de Kler) over Brussel: Een Brussel met bruis, twee Brussels met liefde... Meer op sergevanduijnhoven.wordpress.com


BDW 1306 PAGINA 15 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

BDWOPINIE

Portret

In ‘Brussel is geen stad voor fietsers’ (BDW 1305, p. 12) vind ik Christophe Degreef niet helemaal geloofwaardig, al heeft hij gelijk wanneer hij fietsen voornamelijk iets praktisch vindt. Hij schrijft: “Als u ondanks alle autoagressie toch fietst in Brussel, dan is het om ideo­ logische redenen. U bent (...) tegen auto’s (...). U haat auto’s evenzeer als auto’s u haten.” De meeste fietsers zijn ook autobestuurder (het omgekeerde is spijtig genoeg niet de regel); de meesten zijn zeker niet tegen auto’s. De bewering dat de auto’s de fietsen haten, laat ik voor uw verantwoordelijkheid; ik heb dat gevoel niet, op enkele zeldzame uitzonderingen na. Steven Van Garsse schrijft: “Respect voor de verkeers­ regels is bij een deel van de Brusselse automobilisten ver te zoeken”, terwijl Christophe Degreef voor alle fietsers schrijft: “Ik zie u nooit stoppen aan een zebrapad, u overtreedt regels omdat u niet anders kunt en vaak ook niet wilt.” Waarom deze ongeloofwaardige veralgemening en overdrijving? Uit frustratie omdat u al fietsend het Brusselse verkeer niet hebt kunnen overmeesteren?  Ghislain Thonon, Oudergem

Hopelijk is er niemand die eraan twijfelt dat het officië­le portret van gewezen kamervoorzitter Herman Van Rompuy een geschilderde miskleun is. Op het eerste gezicht heeft het geen enkele picturale waarde, ook de gelijkenis is ondermaats, het is zelfs niet ouderwets, het lijkt wel een lachertje. Wie de uitvoerende schilder kiest, is onbekwaam en mag deze functie niet verder uitoefenen. Het zou overigens nuttig zijn te weten wie voor deze keuze verantwoordelijk is (tenzij de keuze overgelaten wordt aan de geportretteerde?). Wie zo’n portret aflevert in een van onze vele kunstacademies, slaagt gewoon niet. Je mag er niet aan denken hoeveel dit schilderij gekost moet hebben! In de rij van andere portretten, die grotendeels in academisch-ambachtelijke stijl zijn uitgevoerd, zoals het voorgaande van Herman De Croo, zal het huidige portret van Herman Van Rompuy een belachelijke indruk maken. Na deze breuk met de traditionele uitvoeringstijl wordt het tijd om vooraf (en zeker vooraleer het volgende portret wordt gemaakt) een selectie te maken, zodat er minstens een bepaalde picturale kwaliteit verzekerd kan worden. Kan er in het vervolg geen expert ter zake worden aangesteld die een betere keuze kan verzekeren? Of laat men er een soort wedstrijd van maken, naar analogie van de Canvascollectie. Of laat de keuze van de schilder over aan de parlementsleden zelf, al is er dan wel het risico dat het nogal lang zou kunnen duren...

Fietsen (2) Na het lezen van beide opiniestukken (in BDW 1305, p. 12-13) heb ik ze gisterenavond eens geteld op mijn dagelijks fietstraject, de situaties waar ik zelf actie moest ondernemen (uitwijken, remmen) om te vermijden dat ik door het gevaarlijke rijgedrag van een automobilist in de problemen kwam. Vijf zulke situaties heb ik gisteren geteld, op een traject van ongeveer zes kilometer. Dat is bijna één per kilometer. Drie keer een afslag naar rechts zonder kijken of knipperen, één tangbeweging (“Je ne vous avez pas vu”) en één parkeerplaatsverlater. Het kan best zijn dat door de gemiddeld lage snelheid van wagens in Brussel het aantal zwaargewonden en doden onder fietsers aan de lage kant is, maar is dat een goede graadmeter? Moeten we ook geen rekening houden met de levensgevaarlijke luchtvervuiling (...) of met het nefaste effect van de stress waaraan een fietser in Brussel wordt blootgesteld? We mogen niet in een negatieve spiraal terechtkomen door steeds weer te preken dat fietsen in de hoofdstad geen goed idee is, maar het omgekeerde beweren en zeggen dat het ‘prettig’ en ontspannend is... ik weet niet hoeveel fietsers die visie kunnen beamen. Ik alvast niet, enkele rustigere buurten en zeldzame fietspaden daargelaten. Ik fiets uit praktische overwegingen en ook uit overtuiging, maar niet omdat ik het bepaald plezierig vind om als een soort fluoclown tussen de auto’s te slalommen. Nog een kleine anekdote: toen ik een van de chauffeurs gisteren beleefd aansprak op zijn rijgedrag, bleek de goede man er oprecht van overtuigd te zijn dat ik wettelijk niet het recht had om ’s avonds in het donker te fietsen. “C’est beaucoup trop dangereux, monsieur!” Het vergde enige overtuiging om hem te doen inzien dat het wel degelijk hij was die in de fout was gegaan, maar het pedagogische moment is vriendelijk afgelopen. Noem het maar ‘hautain’ of ‘paternalistisch’ zoals in dat andere opiniestuk, maar als de overheid het nalaat om bestuurders de meest elementaire regels uit de verkeerswet duidelijk te maken, wie moet het dan doen?   Stijn De Blieck, Laken Het debat woedt ook op Brusselnieuws: www.brusselnieuws.be/dossier/fietsen-brussel.

© KIK-IRPA BRUSSEL

Fietsen (1)

 

Jonas Wille, Oudergem

Taal In BDW 1303 van 10 november beschrijft K. De Moor zijn of haar heel onaangename wederwaardigheden bij haar gemeente (Schaarbeek, red.). De Juridische Werkgroep van het Vlaams Komitee Brussel kan helaas niet optreden tegen alle vormen van crapuleus gedrag in verschillende Brusselse gemeenten, maar wel tegen schendingen van de taalwet. Evenwel, om gerechtelijke actie te voeren moet men over harde bewijzen beschikken; voorlopig – en hopelijk komen Di Rupo’s rampzalige voorstellen er niet door – moeten in de Brusselse gemeenten alle ambtenaren die met het publiek in aanraking komen, tweetalig zijn. Is dit niet het geval, dan kan daartegen gerechtelijk ge­ reageerd worden. We moeten dan wel weten wat voor persoon op welke plek en op welk(e) dag en uur niet in staat was de Vlaming in zijn taal te bedienen. K. De Moor kan, indien hij/zij dit wenst, concrete bewijsbare problemen mailen naar jr@brudi.org. Joost Rampelberg, voorzitter Vlaams Komitee Brussel, Ganshoren

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

Burgertop door Anne Brumagne Het is raar gelopen met die G1000 van schrijver David Van Reybrouck. Maanden op voorhand berichtten de media heel uitvoerig over de voorbereidingen van de burgertop. Maar naarmate 11 november naderde, roerden zich ook bijzonder kritische stemmen. Dat als Van Reybrouck wou discussiëren over maatschappelijke thema’s, hij zich maar een lidkaart van een bestaande politieke partij moest aanschaffen. Dat de impact van die G1000 toch maar erg mager was in vergelijking met de schokgolven die de Witte Mars indertijd door politiek België zond. En onlangs nog was er de blog van Jean-Pierre Rondas op deredactie.be, dat de organisatoren van de G1000 met het thema ‘democratie’ geen blijf wisten omdat ze België niet in vraag stelden. En zo kreeg het G1000-team allerlei bedenkingen en verwijten naar het hoofd geslingerd – veel meer, vermoed ik, dan waarop ze zelf bedacht waren. Een deel van de opmerkingen zal wel terecht geweest zijn. Alleen is het altijd net ietsje makkelijker om aan de zijlijn kritiek te leveren. Het viel bovendien op dat heel wat deelnemers aan de G1000 het als een hele eer beschouwden dat ze waren uitgekozen, en ook achteraf vol lof waren. Auteur Peter Verhelst noemde het een verademing om mensen te zien die naar elkaar luisterden en niet hun grote gelijk uitbazuinden. Ik ben wel nieuwsgierig wat een Brusselse burgertop zou opleveren, met opnieuw toevallig geselecteerde deelnemers. Brussel is en blijft een verschrikkelijk verdeelde stad met weinig gezamenlijke toekomstvisie. Er zijn de communautaire tegenstellingen, de versnippering in negentien gemeenten, arm versus rijk, de tientallen thuistalen van de bewoners, de grote groep nieuwkomers die hier weinig ankerpunten vindt. Er zijn weinig gezamenlijke stadsprojecten voor en door de Brusselaars. De Zinneke Parade, maar wat nog? Winterpret alvast niet, wegens onnoemelijk vrijblijvend. Modellen voor overleg en debat zijn er nochtans wel: twee jaar geleden was er bijvoorbeeld al de StatenGeneraal van Brussel, die door het middenveld werd opgezet. Foyer en zeventig andere organisaties brengen nu al een paar jaar burgers van uiteenlopende origine samen op de Dag van de Dialoog, een maand geleden nog rond het thema ‘lokale economie’. Is er geen ‘mengvorm’ van deze initiatieven mogelijk? Relatief doorgedreven discussies rond samenleven in Brussel voor en door een groot publiek. Het zou veel moeite kosten om mensen over de streep te trekken. Maar wedden dat er veel in hun schoonste kleren zouden komen?

EVA HILHORST


© DIETER TELEMANS

BDW 1306 PAGINA 16 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

VADROUILLE

Dansen tijdens Solidanza

DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

© IVAN PUT

BRUSSEL – Na vorig weekend in Gent en Namen haar solidariteits­actie opgezet te hebben, is Solidanza nu zaterdag 3 december twaalf uur lang te gast in de centrale Hortahal van het Paleis voor Schone Kunsten. Voor deze ongewone T-dansant staan rolstoelen ter beschikking. Daarmee kan op gevarieerde muziek ‘gerolstoeldanst’ worden, zo nodig na wat initiatie. Zo ervaar je ook even de beperkingen van mensen met een handicap. Elke inschrijving als solodanser of als duo (danspartner met rolstoel) of groep brengt geld in het laatje van Handicap International.  JMB nl.solidanza.be/ solidanza-in-brussel

kampioen van Brussel ZIJN IS PLEZANT BRUSSEL – Acht jonge groepen, bar­ stend van het muzikaal talent, hebben de finale van Het Kampioenschap van Brussel gehaald, na voorronden in cultuurhuizen te lande. Ze krijgen allemaal nog één halfuur om de pannen van het dak te spelen op zaterdag 3 december in de AB (vanaf 19 uur, 10 euro entree). Achtereenvolgens spelen Antilux, Horse Antlers, The Sons of Disaster, Senshey Shogun and the Oldschoold’ Man, Airplane, OK Cowboy, We Stood Like Kings en Sabina Toll. De kampioen mag 1.000 euro op zak steken en – yes! – zes dagen studiotijd meegraaien. De nummers twee en drie krijgen 500 en 250 euro. Alle finalisten geraken in het circuit van 100% Puur, waardoor je ze niet uit het oog verliest in 2012. Ze gaan dan toeren langs festivals, clubs en jeugdhuizen. Het Kampioenschap van Brussel is een organisatie van JES Stadslabo.  JMB

Brusselse broodjes aap: ‘iets’ met witte saus met een extraatje, en meisjes die het gevaar lopen een engelengezicht te krijgen of die via de toiletten in de vrouwenhandel terechtkomen.

Erfgoed > Stadslegendes leggen diepe angsten bloot

Voer voor onveiligheidsgevoelens

hetkampioenschapvanbrussel.be

ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

 02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

BRUSSEL – Stadslegendes of urban legends worden in de Verenigde Staten gewoon aan de universiteit gedoceerd, maar in België is Aurore Van de Winkel van de universiteit van Louvain-la-Neuve (UCL) een van de weinigen die ze onderzoekt. Een gesprek met de wetenschapster die ook maar een mens is en, ja, in de Nieuwstraat weleens achterom kijkt.

S 

edert 1999 doet het verhaal de ronde van een vrouw die in de Nieuwstraat door enkele mannen wordt meegelokt, zogezegd om een duur parfummerk tegen een spotprijs te kopen. Als ze aan het flesje ruikt, raakt ze bedwelmd en wordt ze bestolen “en God weet wat ze nog allemaal gedaan hebben.” De fantasie van de lezer moet bij stadslegendes een beetje meewerken. Voor Brussels studies, het e-tijdschrift voor re-

sultaten van wetenschappelijk onderzoek, selecteerde Van de Winkel een selectie uit haar thesis Communication, croyance et construction identitaire: le cas des légendes urbaines (2009). Daarvoor analyseerde ze driehonderd gruwelverhalen, die ze vond in mails, blogs, kranten en gespecialiseerde publicaties. Durft u zelf nog de straat op? Aurore Van de Winkel: “Wanneer er in-

Onderzoekster Aurore Van de Winkel.


BDW 1306 PAGINA 17 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

MANNAERT & HILHORST Nieuw in BDW: de stripreportage van onze illustratoren Eva Hilhorst en Wauter Mannaert. Sinterklaas bijt de spits af: hij arriveerde op 23 november laatstleden aan de Akenkaai; onze twee stripreporters waren erbij en brengen een getekend verslag uit. OP PAGINA 20 IN DEZE KRANT

cidenten zijn in dezelfde trant, dan voeden stadslegendes natuurlijk de angst. Ik ben er inderdaad niet altijd gerust op. Het is zoals met spoken: ook al geloven we er niet in, iets kan ons toch de stuipen op het lijf jagen.” Zijn er typisch Brusselse stadslegendes? Van de Winkel: “De stadslegendes die in Brussel circuleren, zijn ook in andere westerse steden en in vroeger tijden opgetekend. Niettemin duiken er Brusselse plaatsnamen op. Dat gebeurt vooral bij de waarschuwings­legendes, waarbij het immers belangrijk is te weten wáár er gevaar dreigt. Meestal worden bestaande verhalen overgenomen, maar worden setting en tijd naar het hier en nu verplaatst: het overkwam ‘de vriend van een vriend’. Anders dan bij een traditionele legende zul je bij een hedendaagse legende niet de overbekende, historische plaatsen vinden, maar anonieme openbare toiletten, grote ketens, parkeerplaatsen – zogenaamde non-lieux.” “Moraliserende legendes zijn meestal minder precies, omdat doorvertellers zich vooral niet willen associëren met de protagonist, wiens gedrag ze verwerpelijk vinden. Mysterielegendes spelen zich dan weer af in een niet nader bepaalde stad of langs een autosnelweg.” Wie verzint zoiets? Van de Winkel: “Het is heel moeilijk om de bron te achterhalen. De verhalen kunnen teruggaan op echte feiten die inmiddels zo vervormd zijn dat er geen grond van waarheid meer in zit. Soms zijn het geactualiseerde tra-

Een vrouw kon ternauwernood ontsnappen aan een seriemoordenaar die eruitzag als een bejaarde vrouw. Zijn behaarde handen verraadden hem... ditionele legendes of zelfs fictie die als echt gebeurd verteld wordt.” “Toch hebben we bijvoorbeeld kunnen achter-

halen waar het verhaal van de lsd-zelfklevers vandaan kwam: die zouden worden uitgedeeld aan de schoolpoorten. Aan de basis bleek een

MISSCHIEN HEBT U ER OOK IETS VAN OPGEVANGEN... Van die vrouw die in haar haardot een spinnennest had zitten waarvan de kleintjes al hun tanden in haar hoofdhuid hadden gezet. Het was een kapster in Ganshoren die in de jaren 1990 met dat verhaal kwam aanzetten. De meeste Brusselse stadslegenden hebben een waarschuwingsfunctie. Zo doet sedert 2009 het verhaal de ronde van een vrouw die aan Kinepolis ternauwernood wist te ontsnappen aan een seriemoordenaar, die eruitzag als een bejaarde vrouw. Zijn behaarde handen hadden hem verraden. Al in 1843 werden er in Engeland verhalen verteld over struikrovers die als vrouw verkleed waren, maar

door de mand vielen door hun beharing. Sinds 2002 wordt er gewaarschuwd voor jonge buitenlanders in het metrostation Rogier die het gezicht van een meisje met een mes bewerkt zouden hebben. Ze deden haar kiezen tussen verkrachting of de ‘glimlach van de engel’. Nieuwe eetgewoontes en nieuwe technologie stellen ook niet onmiddellijk gerust. Zo zouden in de ‘Pitastraat’ (Kaasmarkt) werknemers in de looksaus ejaculeren. En in de jaren 1990 zou een voedselautomaat vlak bij de VUB iemand een arm afgerukt hebben. Stadsontwikkeling gebeurt niet zonder slag of stoot. AD

omzendbrief van de Amerikaanse politie te liggen waarin sprake was van lsd-vloeipapier met kindertekeningen.” “Een hoogleraar sociologie aan de universiteit van Straatsburg heeft ooit geprobeerd een gerucht over een ontvoering op de campus artificieel te lanceren. Hij is ermee gestopt door de ethische problemen die zich stelden.” Hebben de opgevoerde boosdoeners enig verweer? Van de Winkel: “In Brussel zijn stads­ legendes vaak racistisch, maar ook het andere geslacht of een andere sociale klasse kan de tegenstander zijn, anoniem maar herkenbaar. Soms worden er namen van bedrijven genoemd. Ikea in Anderlecht zag zijn bezoekersaantal effectief dalen toen vanaf oktober 2005 het verhaal opdook dat een kind er kaalgeschoren in de toiletten was teruggevonden. Uit vrees voor nog meer imagoschade heeft Ikea toen openlijk ontkend. In hun mededeling hielden ze het op een flauwe plezante of op iemand die het op de onderneming gemunt had.” “Een medewerker van de MIVB vertelde dat de maatschappij ooit via mail en telefoon werd gewaarschuwd dat er vrouwen langs een grote buis in de toiletten in het circuit van de vrouwenhandel terechtkwamen. De zaak werd gecontroleerd, maar behalve enkele ontregelde elektrische deuren werd er niets speciaals gevonden.” 

An Devroe


BDW 1306 PAGINA 18 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Muziek > Shoot them all: Toine Thys en de zijnen brengen scharlaken plaat uit

De terugkeer van Rackham We spreken af met Toine Thys in het gezellige café Lava net achter de Sint-Gorikshallen. Tijdens de middag is dit een oase van rust, pal in het centrum van Brussel. Zoals gewoonlijk verschijnt de saxofonist stipt op tijd. Timing is een essentieel onderdeel in jazz. “Timing en sound,” vervolledigt Thys. “Luister naar Miles (Davis, red.). Op zijn platen valt altijd de combinatie op van een perfecte timing en een ongelooflijke sound. Ik denk dat dit voor tachtig procent zijn geheim was. Met de juiste timing kun je alle kanten uit, afhankelijk van of je een noot voor, op of na de beat speelt.” We zijn vijf jaar verder sinds het debuut van Rackham en stellen een lichte koerswijziging vast, te beginnen bij de bezetting. “Ik koos dit keer voor een meer hybride aanpak met een net iets andere klankkleur dan op Juanita K. Daarvoor ging ik op zoek naar muzikanten die een schizofrene klank tussen akoestisch en elektrisch konden creëren. Mijn vaste supergitarist Benjamin Clement is daar heel sterk in. Maar ook de nieuwelingen – bassist Nathan Wou-

© FRANÇOIS DE RIBAUCOURT

BRUSSEL – Rackham is terug. Toine Thys en zijn vrijbuiters varen een licht gewijzigde koers, maar vertoeven nog steeds in de mysterieuze Bermudadriehoek gevormd door pop, rock en jazz.

c iro sp l cre tie f orkshop Toine Thys (midden) en zijn collega-Rackhammers, (vlnr.) Eric Bribosia, Steven Cassiers, boekClement. e Nathan Wouters en Benjamin

c iro sp clh iro cre tisepf

ters, drummer Steven Cassiers en toetsenist Eric Bribosia – passen perfect in dat concept.” Muzikaal horen we nog altijd een intrigerende kruisbestuiving van pop, rock, jazz en film-

c iro l sp tief e cr

ADVERTENTIE

el creoaptief s ork h boewkoerkshop

cre wotief rkshops boe chkierno orkshop boekesp el

n

h

sp el

l

a

tief c hiro cre

chiro

chiro

cre atief

spceliro hops chiro s k r w o orkshop sp el tief a e r csp l f p e i o t spel sh seken crea boeke hobpo s k r wo tief cre p eke o h s ork cre atief w n e k o r boe chi orkshop bloeke n workshops o r i p e s c boeke Dele Banier Brussel, Kolenmarkt ief85, tel. 02-511 44 31 t boeken ea sp crMeer info sop p

ief

h e a

w

n

w

h

e



Georges Tonla Briquet

Shoot them all van Rackham is uit op Bartok Records. Rackham live op 2 december om 20.15 uur in Flagey (Studio 1). Meer informatie en reserveren op www.flagey.be

, n e r e e r C s p l c iro e doen! sp cre a ls tiefpelen,

boeke

op orksh c iro boeke

muziek, met een zwaar accent op dat laatste. “Het klinkt inderdaad wat minder rockgetint. Misschien komt dat door het ouder worden. Het filmische aspect biedt heel wat nieuwe

stilistische mogelijkheden. Zo opteerde ik er deze keer voor om alles zo compact mogelijk te houden. Slechts een paar nummers overschrijden de grens van drie minuten, en de solo’s zijn heel beperkt. De nadruk ligt telkens op korte refreintjes en sfeerscheppingen. Producer Joris Caluwaerts, onder meer bekend van zijn werk bij Zita Swoon en Milow, was daarbij uiterst belangrijk. Hij voegde er een soort Daniel Lanois-sfeertje aan toe.” De felrode hoes met een uitdagende dame, geweer in de hand, doet denken aan de poster van The outlaw met Jane Russell. “We gingen op zoek naar een beeld dat paste bij de muziek. Flashy rood werkt altijd (glimlacht). En er is inderdaad de link naar westernmuziek à la Ennio Morricone, ook al valt er meer te horen dan dat.” Shoot them all lijkt wel een verdoken visitekaartje om in de toekomst soundtracks te componeren. “Laten we eerlijk zijn. De cdindustrie is een uitdovende zaak. Dus zoek je als componist andere wegen op. Die zijn er in de wereld van de film, maar ook bij radio en reclame. Als ze daar je muziek gebruiken, wordt het financieel interessant.” Dat betekent gelukkig niet dat Thys’ liefde voor jazz verdwenen is. “Bovenal blijf ik een jazzman. Rackham is voor mij een soort ontsnappingsweg om andere dingen uit te proberen. Daarom staat de saxofoon hier ook niet zo prominent op de voorgrond.”

n

www.debanier.be


© DE BEZIGE BIJ

FILIP ROGIERS. © KOEN BROOS

BDW 1306 PAGINA 19 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Parcours > Met gevluchte en niet-gevluchte kunstenaars

Kunst met veelkleurige streepjes SINT-GILLIS – Zondag organiseert ZebrArt, het platform voor gevluchte kunstenaars van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, stadswandelingen in Sint-Gillis ter verkenning van het werk van gevluchte en niet-gevluchte kunstenaars.

Met Nauwelijks lichaam debuteert Filip Rogiers als schrijver.

Praat

Doen alsof ze leven terwijl ze dood zijn Gelezen: de verhalenbundel Nauwelijks lichaam van Filip Rogiers (uitg. Bezige Bij, 149 p., 19,95 euro).

achteraf

Journalist Filip Rogiers woont in Jette en is nu ook schrijver. Zijn debuut is een bundel met vijf stevige verhalen die de titel Nauwelijks lichaam meekreeg. We vroegen ons af welke lading die titel zou dekken, maar dat wordt al snel duidelijk. De verschillende hoofdpersonages zijn niet bepaald vaandeldragers van het vitalisme. Hoe vaak zou een poetsvrouw al hoofdpersonage geweest zijn, zoals hier in het titelverhaal? Het is geen figuur die de lezer meteen uitnodigt tot identificatie, net zomin als de huisvrouw in ‘Wekkers’, de huisknecht in ‘Kristal’, de opbouwwerker in ‘Pissebed’ of de serveuse in een wegrestaurant net over de grens in ‘Aire de la Sentinelle’. Ze opereren allemaal letterlijk en/of figuurlijk in de marge. Bovendien zijn ze allemaal al het gros van hun illusies kwijtgespeeld. Dat Rogiers zich over hen buigt, zou met mede­dogen te maken kunnen hebben, maar er is meer. Hij weet dat ze hem een discreet perspectief kunnen bieden op de werelden waar ze buiten staan, maar vooral dat hun levens in zich de voorwaarden voor boeiende fictie dragen. Omdat ze zelf geen (levens)verhaal hebben, of menen te hebben, vullen ze zich immers met de verhalen van anderen, of verzinnen ze er zichzelf een. Omdat ze gestopt zijn met dromen, dringen zich waanbeelden op die niet altijd even onschuldig zijn. ‘Just when did I stop dreaming? / Let me get this straight / Did I hallucinate?’ is het motto dat Rogiers van Elvis Costello leende. De auteur bedot zijn kwetsbare personages nooit door ze plots iets groots en meeslepends te laten beleven om de lezer ter wille te zijn. Het drama blijft gedoseerd: de poetsvrouw (“Nauwelijks lichaam geweest, al die jaren, denkt ze opnieuw en opnieuw”) herontdekt haar seksualiteit – weliswaar tijdens een toespraak van de minister-president. De huisvrouw trekt zich terug op een camping en verzamelt

wekkers: om de dreiging van de techniek op haar spirituele leven te counteren, stort ze zich juist op die techniek. De opbouwwerker ontdoet zich piekerend maar zeker van zijn levenspartner. Het zijn best grote tragedies waarop in de verhalen gezinspeeld wordt, maar ze worden gesmoord in alledaags­heid. Zelfs als misdadiger stellen de persona­ ges weinig voor en kijkt niemand naar hen om. Het is de vraag of Rogiers’ soberheid erop wijst dat hij qua verhalende kracht nog marge heeft, of dat hij het daar gewoon bij wil/moet laten. Literaire acrobatie is nergens voor nodig, maar hier en daar kunnen de verhalen nog wat meer stijl en aandacht voor de formulering gebruiken. Fragmenten die het proza verheffen, zoals “Ik hou niet van bloemen in een vaas. Ze liegen met hun kleuren en geuren. Ze doen alsof ze nog leven terwijl ze al dood zijn” of “Het nieuws is vaak het nieuws niet. Het vertelt alleen van het uitzonderlijke dat, als we meer inzicht zouden hebben in het gewone, niet zo uitzonderlijk blijkt” zijn echt wel noodzakelijk. Wel zijn alle verhalen goed doorgecomponeerd en wekken ze bij de lezer een haast journalistieke nieuwsgierigheid naar de personages. Het mooie ‘Kristal’, waarin achter de huisknecht de intrigerende figuur van prins-regent Karel opdoemt, is zonder meer het sterkste verhaal en blijft nog lang in het geheugen hangen. Het rijgt heel mooi de jaren 1963 (waarin de zee bevroor), 1983 (waarin Karel overleed) en 1993 (waarin Boudewijn stierf ) aan elkaar en steunt op mooie metaforen en een uitgewerkte thematiek. Hoewel de verhalen niet allemaal even oud zijn, valt overigens de eenheid van sfeer op, wat toch altijd een gevoelig pluspunt is voor een verhalenbundel. Rogiers heeft de verhalen bovendien onopvallend in onze tijd ingeschreven: een tijd van mislukte ondernemers en ontslagen werknemers, van fixatie op werk en ambities, van vervreemding van partner en omgeving. Door die aangehouden tristesse heeft de bundel zelfs iets verontrustends.  Michaël Bellon

Eén keer per jaar organiseert ZebrArt een publieksevenement. De eerste editie, vorig jaar in Gent, kende een groot succes. Dit jaar zal in Sint-Gillis het kunstenparcours Zebra crossing plaatsvinden, in samenwerking met De Pianofabriek, Globe Aroma, het Masereelfonds en Kunstwerk[t]. “Deelnemers volgen in groepjes een intiem parcours van huiskamer naar huiskamer en langs verrassende locaties om nieuw werk van gevluchte en Belgische kunstenaars te ontdekken,” zegt Els Keytsman, woordvoerster van Vluchtelingenwerk. “Multidisciplinair en intercultureel zijn de kernwoorden: het gaat om kruisbestuivingen van disciplines en tussen kustenaars.” Zo zal de choreografe Lisa Da Boit dansen op poëzie van Fatena Al-Gharra in het atelier van de schilder Blaise Patrix, die tijdens de performance de twee vrouwen in beeld brengt. Er worden korte films vertoond over een samenwerking tussen een ZebrArt-artiest en een Belgisch kunstenaar: Carlos Ramirez met

Hannelore Van Dijck en Guy Kabeya met Kristin Rogghe. Alhadi Agabeldour Adam draagt poëzie voor met de voormalige stadsdichter Laurence Vielle. ZebrArt is een platform voor gevluchte kunstenaars, opgericht door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Vluchtelingenwerk helpt erkende asielzoekers en vluchtelingen bij hun integratie in Vlaanderen en Brussel. ZebrArt doet hetzelfde, maar dan toegespitst op gevluchte kunstenaars: het helpt hen om hier hun artistieke carrière verder uit te bouwen. “We tonen hun de weg zodat ze hier als kunstenaar kunnen leven en werken,” legt Keytsman uit. ZebrArt heeft nu al honderd aangesloten kunstenaars en zit met een wachtlijst. Daarom hoopt de organisatie binnenkort te verzelfstandigen om de artistieke werking meer te kunnen ontplooien. Op www.zebrart.be heeft elke kunstenaar een pagina met contactgegevens, uitleg en een afbeelding van zijn werk.  BT ZebrArt, zondag 4 december om 13.30 uur in De Pianofabriek, Fortstraat 35, 1060 Sint-Gillis. Kaartjes 5 euro; inschrijven noodzakelijk: leen@vluchtelingenwerk.be. Meer op www.zebrart.be en www.pianofabriek.be

ADVERTENTIE

Een avondje UiT blijft je inspireren.

Ontdek de meest volledige UiTagenda voor Vlaanderen en Brussel. Met duizenden tips voor cultuur en vrije tijd.


Op 23 november kwam Sinterklaas aan in Brussel. Onze illustratoren Eva Hilhorst en Wauter Mannaert waren erbij aan de Akenkaai en brengen een getekend verslag uit. Š EVA HILHORST/WAUTER MANNAERT


© XAMANEK

BDW 1306 PAGINA 21 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

©

NI

CK

TR

AC

HE

T

Zaterdag bouwen de Brusselse Chilenen van Xamanek een feestje.

Muziek > Canta! zet latinozangers in de spots

Stemmen op beste LatijnsAmerikaanse song ELSENE – Canta!, het festival van het Latijns-Amerikaanse lied, wil zangers uit Centraal- en ZuidAmerika die in Brussel wonen, in de schijnwerpers plaatsen. In Brussel leven heel wat zangers uit Latijns-Amerika die te weinig bekend zijn bij het grote publiek. Daarom organiseert het Huis van Latijns-Amerika het festival Canta! Twaalf zangers en zangeressen krijgen de kans om op het grote podium van de Molièrezaal een onuitgegeven song te brengen. De jury kiest drie songs die 700, 400 of 300 euro winnen. Het publiek beslist over de Publieksprijs, goed voor 300 euro. Naast deze twaalf talenten zullen de vier winnaars van vorig jaar optreden. De Mexicaanse Silvia Abalos neemt u vrijdag mee op reis in de droom van Simon Bolivars Bolivariaanse Republiek, een soort Zuid-

Amerikaanse Unie. Op zaterdag wordt het een stevig feestje met het wervelende talent van Xamanek, Chilenen die cumbia, reggae, merengue en dancehall door de mixer smijten. Coral Anaconda, een koor van amateurs en semi-professionals, brengt een interpretatie van Latijns-Amerikaanse klassiekers. Para K Sepas rijgt beide dagen de concerten aan elkaar in belgaloostijl, een knipoog naar boogaloo, een mix van soul en salsa. Want belgaloo, dat is in België gemaakte salsa! Benjamin Tollet Festival Canta! op 2 en 3 december om 18.30 uur in de Molièrezaal, Naamsepoortgalerij, Bolwerksquare 3, 1050 Elsene. Kaartjes 8/10 euro per dag of 15/18 euro voor beide dagen. Meer op www.america-latina.be

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Sterrengids Voor het eerst was ik aanwezig op de voorstelling van een Michelingids, vorige week maandag in Gent. Het was een emotionele gebeurtenis. Een mens zou vergeten dat het hier om een reisgids voor automobilisten gaat. Ik ga regelmatig naar persconferenties. Voor de Vis van het Jaar, bijvoorbeeld. Nu en dan eens naar een wijnvoorstelling of de presentatie van een boek. Meestal zijn we dan met een journalist of tien. Als het om exclusievere gebeurtenissen gaat waarbij uitgebreid getafeld wordt, zijn er wat extra ‘fotografen’ mee, die dan de partner van de journalist blijken te zijn, of zoiets. Het is bekend bij het gild der persverantwoordelijken: als er niets te eten en te drinken valt, komt het journaille niet. Wat ik in Gent ontwaarde, was echter van een andere grootteorde. Op de voorstelling van een nieuwe Michelin (uitnodiging verplicht) zijn er honderden mensen, onder wie slechts een fractie journalisten. Bij het bekendmaken van de nieuwe ‘sterren’ reppen de journalisten zich naar voren om de vreugdetranen van de jonge koks op te tekenen en dan snellen ze weg om het heuglijke nieuws te verspreiden bij het volk. Op ‘normale’ persconferenties gaat het er veel gezapiger aan toe. Voor de rest van de gegevens in de nieuwe Michelin is er veel minder aandacht. Hoe groot de oplage van de gids is, bijvoorbeeld, wordt niet meegedeeld. Wat de criteria zijn om te worden opgenomen, is ook niet heel duidelijk. Dat hangt af van hoeveel plaats er is in het boekje, en de selectie gebeurt door de redactie (in overleg met de inspecteurs). Michelin is tegenwoordig in België beter bekend voor deze rode gids dan voor zijn wegenkaarten, laat staan zijn luchtbanden. Hoe is het zo ver gekomen? Restaurants zijn er gekomen door de toegenomen mobiliteit. Vroeger verplaatsten mensen zich nauwelijks. Een dorpeling kwam al eens in de dichtstbijzijnde marktstad en was ’s avonds terug thuis voor het eten. Wie toch verder moest, ging te paard en moest dat paard wisselen in afspanningen, waar dan ook gegeten en geslapen werd. Dat waren spreekwoordelijk gevaarlijke en louche instellingen. Het woord restaurant bestond niet eens.

Volgens de meeste bronnen komt het woord van de bouillon restaurant (‘versterkende soep’) die een gewiekst soepmarchand met de naam Boulanger sleet in de eethuizen van Parijs, midden achttiende eeuw. Geschreven reclame op de verkoopspunten met ‘Ici bouillon restaurant’ zorgde ervoor dat mensen om een restaurant vroegen, en daarna ging die naam over op het eethuis zelf, een beetje zoals mensen vandaag een pint gaan drinken ‘in de kleine Stella’. Postkoetsen en later treinen brachten de mensen steeds verder, en dus nam de behoefte aan commerciële eet- en slaapgelegenheid toe. Tot laat in de twintigste eeuw waren de meest voorkomende namen voor Franse restaurants De la Gare of De la Poste. Makkelijk te vinden, want netjes op de plek waar men afstapt. Met de opkomst van de automobiel werd dat minder evident. In het jaar 1900 waren er in Frankrijk al 2.400 (rijke) automobilisten, maar stel u voor: de wegen hadden nog geen nummers, er stonden nergens plaatsnaamborden of wegwijzers. De bevoorrading met benzine was moeilijk, ‘garage’ was synoniem met de dorpssmid. Autotoerisme was toen nog een soort extreme sport. En dus maakte Michelin voor zijn klanten een handige gids. Er stonden nog geen restaurants in die eerste edities, maar ze mochten wel reclame maken, tegen betaling. In 1920 werd het rode boekje ook een restaurantgids, externe reclame werd dan al geweerd. Vanaf 1931 beoordeelden ze sommige restaurants met sterren, de opmerkelijke (*), die waarvoor het de moeite loonde om eens om te rijden (**) en ten slotte die die de gevaarlijke reis waard waren (***). Die laatste moesten dus écht wel uitzonderlijk zijn. Het sterrensysteem was geboren, weliswaar met de automobilist in gedachte, niet de kok. Vandaag is men dat vergeten. Het zijn de chefs die de sterren zijn. Of een sterrenkok dus zijn naam betrekt van de sterren uit de gids of van de vergelijking met Hollywoodsterren, blijft de vraag. Feit is dat koken bij die mensen is uitgegroeid tot een sportdiscipline, een harde competitie. De klanten zijn toeschouwers geworden; wat ze eten, is bijkomstig. Een beroemde Belgische sterrenkok verwoordde het ooit zo: “De helft van de klanten kan het niet schelen wat er op hun bord ligt, een kwart lust het niet.” Maar ze hebben een tijdje in de nabijheid van hun keuken-

Restaurantbezoekers hebben een tijdje in de nabijheid van hun keukenheld mogen vertoeven en stelen de handdoekjes uit de toiletten als aandenken held mogen vertoeven en stelen de handdoekjes uit de toiletten als aandenken. De menukaart kaderen ze thuis in. Een investering. Ook de koks zijn veranderd. Het beroep trekt competitiefreaks aan. Daar waar koken een daad van liefde zou moeten zijn, denken jonge keukenhulpjes nu aan een carrière, ze plannen de termijn waarop ze ster 1, 2 en 3 moeten bereiken en worden daarop afgerekend door hun sponsors. Er zijn uitzonderingen, zelfs mét sterren. Gelukkig. En de gids bevat nog altijd 1.722 adressen zonder ster. De onbekende kant van de Michelin. Tot slot: in de gids staan helemaal geen sterren gedrukt, maar asterisken, macarons zeggen de Franstalige collega’s. Echt waar, ga maar kijken. Smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1306 PAGINA 22 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Jacopo Panizza in zijn Piola.libri. Als u een andere Italiaanse boekenwinkel buiten Italië wilt, dan zult u naar Londen, Parijs, Madrid, Amsterdam of Luxemburg-stad moeten.

BRUSSEL/SINT-GILLIS – “Een boek in een andere taal dan het Ita­liaans zul je bij ons niet vinden. Daarmee zijn we uniek in Brussel. Meer zelfs, in de hele EU zijn er buiten Italië bij mijn weten maar vijf andere boekhandels met uitsluitend werk uit mijn geboorteland.” Jacopo Panizza is mede-eigenaar van Piola.libri, een boekhandel annex wijn- en slowfood-bar in de schaduw van de Europese instellingen.

I 

stad. “De universiteit, opgericht in 1088, is de oudste van Europa. De geest die in Bologna rondwaart door al dat intellectuele geweld, is die van links. Het is een stad die ook heel open is, zeker naar Europa toe. Het heeft ontegensprekelijk mee bepaald wie ik ben en wat ik wil zijn. Onder meer iemand die mee het verschil wil maken, hoe gering ook. Daarom ben ik rechten gaan studeren, met een specialisatie in ruimtelijk ordenings- en milieurecht. Ik wilde me ook niet beperken tot Italië, ik keek over de grenzen en zag Europa. Uiteindelijk ben ik eerst twee jaar aan de universiteit in de Verenigde Staten beland... In Ohio, de Midwest, nadat ik als Erasmusstudent in Duitsland een meisje van daar had leren kennen.” “Na mijn diploma werd het weer Europa. Ik heb verschillende stages gelopen bij milieuorganisaties, onder meer twee jaar in Londen, en vervolgens ben ik in Brussel beland, nu zowat acht jaar geleden, omdat ik hier een plaats kreeg aangeboden binnen een organisatie die nauw in contact staat met de Europese instellingen.”

dom, uit de vier windstreken, is groot. Brussel is dan ook snel mijn thuis geworden, mijn  echte thuis. Al moet ik bekennen dat ik het aanvankelijk moeilijk had met de architectuur. Een lappendeken van de meest uiteenlopende stijlen. Prachtig en sierlijk naast aartslelijk; oud naast nieuw. Dat is na verloop van tijd omgeslagen, in zoverre zelfs dat het me nu beklijft. Brussel is een stad die in al haar geledingen de tekens – en littekens –

van de geschiedenis draagt. En ja, het is een stad die ook vuil is, soms te vuil. Maar als Italiaan ben ik op dat vlak wel een en ander gewend. Het doet zuiders aan, terwijl ook de Germaanse cultuur aanwezig is. Bizar, apart. Een wonderlijke stad, net zoals België een wonderlijk land is. Nu al bijna twee jaar geen federale regering en toch blijft de boel op de een of andere manier draaien. Ik kan dan ook best begrijpen dat heel wat expats verliefd worden op Brussel en besluiten te blijven.” “Ik heb hier de liefde gevonden, Lucia. Haar vader is Italiaan, haar moeder is Braziliaanse. Ze is nu aan haar master Antropologie bezig aan de ULB. Aan kinderen hebben we nog niet gedacht, nee; we zijn tevreden met ons leven© MARC GYSENS

n Piola.libri gebeurt alles net iets anders. Een boekhandel met een design stadsfiets in de vitrine: eerlijk gezegd, ik heb het nooit eerder gezien. Iets moois mag, neen, moet gezien worden, zegt een Italiaan dan. Jacopo Panizza lacht: “Een streling voor het oog is hij, ja, maar hij is vooral praktisch. Mijn manier om de files van Brussel een neus te zetten. Geen auto die sneller van bij mij thuis in SintGillis naar hier en terug geraakt. Ik heb hem laten maken, vertrekkend van een Colnagoframe uit de jaren 1970, bij Fixerati Concept Cyclery in de buurt van het Kasteleinsplein. De fiets kun je gerust een tweede passie noemen. Wist je dat er zelfs exemplaren bestaan uit bamboehout? Prachtig om te zien, maar wel superduur.” Ik knik, ik kan Panizza alleen maar gelijk geven, na met mijn benzinevreter meer dan een kwartier gedaan te hebben over één kilometertje Kortenberglaan. Nog een leuk detail zie ik: een Berlusconifiguurtje, ondersteboven tussen de boekenrekken. “Hij hangt daar goed, Il Cavaliere. Met dank aan mijn vriend Alessandro Giannella, die als kunstschilder hier in Brussel zijn atelier heeft. En ja, we hebben een goede fles ontkurkt nu Berlusconi zijn biezen heeft moeten pakken. Maar de weg omhoog zal nog lang en lastig zijn, want hij heeft door politieke en zakelijke belangenverstrengeling, door enkel voor eigen winkel te denken, het land letterlijk naar de afgrond geleid.” Hier klinkt de linkse intellectueel. En dat mag ook niet verwonderen, want Panizza is opgegroeid in Bologna, dé Italiaanse studenten-

© MARC GYSENS

Mijn echte thuis “Brussel. Waar kon ik beter zijn dan in de hoofdstad van Europa? Ik, die me meer Europeaan voel dan Italiaan. Het is bovendien goed leven hier. Niet zo ontiegelijk duur als Londen, dat ik goed had leren kennen, niet zo overweldigend groot ook. Heel internationaal, heel relaxt. Een grote stad, een internationale stad, maar een waarbinnen je als het ware kleine dorpjes aantreft. En de culturele rijk-

Als het mooi is, mag het – nee, moet het – gezien worden, vindt de Italiaan. En dus zet Panizza zijn trouwe tweewieler elke ochtend in de vitrine.


BDW 1306 PAGINA 23 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

“Aan kinderen hebben we nog niet gedacht, nee. Maar mocht het er ooit van komen, dan is Brussel in onze ogen een prachtige plek om kinderen groot te brengen”

‘Makkelijker gedaan dan gedacht’ als lijfspreuk Organisch Mijn goedlachse gastheer doet zijn verhaal met zwier. Ondertussen zorgt zijn compagnon Nicola voor de goede gang van zaken in het horecagedeelte, dat een organisch geheel vormt met de boekhandel. Alle goede dingen des levens met als bonus, op de achtergrond, fijn en discreet een streepje jazz. Een oase van rust, van cultuur en ontspanning. Een huiskamergevoel. Het doet me denken aan Bolle zaliger, indertijd aan de Vlaamsesteenweg. ’s Middags is er de gezellige drukte van de lunch, al dan niet gecombineerd met het snuisteren in boeken. In de vooravond is er de sfeer van het Italiaanse aperitief, een natje en een droogje tussen de boeken. En, niet veel Brusselse handelszaken kunnen er prat op gaan: de laatste klant wordt op weekdagen pas om acht uur ’s avonds naar buiten geleid. Met zachte hand. “Zes jaar geleden begon het bij mij te wringen. Wat ik aan het doen was, was niet echt wat ik wou doen. In mijn werkomgeving was er veel blabla, maar er bewoog weinig. Ik heb me een tijd toegelegd op ghostwriting. In het Engels, in het Italiaans. Ik kon er mijn liefde voor het geschreven woord in uitleven. The next best thing, want mijn pen is nu eenmaal niet goed genoeg voor het auteurschap.” “Toen leerde ik Nicola (Taricco, red.) kennen. Hij baatte La Piola uit, een wijnbar tussen de VUB en de ULB. De zaken gingen goed, maar het waren lange dagen; Nicola’s vriendin kon

er moeilijk mee leven dat hij steeds weer een gat in de nacht thuiskwam omdat de bar tot drie uur open was. Van mijn kant viel het me dan weer op dat er in heel Brussel geen enkele gespecialiseerde Italiaanse boekenwinkel was. En dat in een stad die zoveel Italianen telt! Waarom die twee dingen dan niet combineren?” Een idee werd een streven. Een jaar later opende Piola.libri de deuren. Een vrijhaven voor wie van Italiaanse literatuur houdt, maar ook strips en kinderboeken hebben er hun plaats, net als dvd’s met het beste wat de Italiaanse cinema te bieden heeft. Van klassiekers tot recente parels als Il divo. “Toch willen we meer zijn dan een combinatie van boekhandel en horecazaak. We organiseren ook ontmoetingen en boekvoorstellingen, we werken samen met culturele huizen aan beide kanten van de taalgrens: Botanique, de Beursschouwburg, de AB, Flagey en – vooral – De Vaartkapoen. Voor het organiseren van optredens van Italiaanse artiesten die hun ding doen – en dat goed doen – buiten het grote commerciële circuit. Zo willen we op onze bescheiden manier de rijkdom aan artiesten in Italië uitdragen in Brussel, over de stereotypen heen. Een beeld geven van het hedendaagse Italië. We bereiken daarmee ook een heel gemengd publiek. Italianen natuurlijk, maar ook Frans- en Nederlandstaligen, expats... En daarbovenop werken we ook nog eens samen met bibliotheken en scholen. Gewaardeerde partners, vooral in het Nederlandstalige landsgedeelte.” 

Plezant

W 

Jacopo Panizza van Piola.libri

tje zoals het loopt. Maar mocht het er ooit van komen, dan zullen we daar zeker niet rouwig om zijn. Ook omdat Brussel in onze ogen een prachtige plek is om kinderen groot te brengen. De wereld is hier, alle rangen en standen zijn hier. Wie in een stad als deze mag opgroeien, kan bijna niet anders dan een open blik en een open geest ontwikkelen.”

FREDDI SMEKENS

Karel Van der Auwera

Piola.libri, Franklinstraat 66-68, 1000 Brussel. Maandag tot en met vrijdag van 11 tot 20 uur, zaterdag van 11 tot 18 uur, www.piolalibri.be

ie heeft er nooit oog in oog gestaan met ne plezante noenkel? (Eigenaardig genoeg heeft men het praktisch nooit over ’n plezante tante. Maar tot daartoe, waarde lezer.) Hoe kan men nu ne plezante van nen ambetante onderscheiden, en ze eventueel uit elkaar halen? Op het eerste gezicht zou men denken dat zoiets relatief eenvoudig moet zijn. Welnu, ik geloof dat niet. Plezant heeft veel, zo niet alles met goo gezind te maken. En toch heb ik mij al dikwijls afgevraagd of eemand mè ne lange smool oek ni plezant kan zaain. Hier hebben we te maken met een contradictie. Men wordt niet als ne of ’n plezante gebaure. Wat wél kan, is dat men plezant zaain leert. Met andere woorden, ook wie tijdelijk als nen ambetanterik door het leven gaat, kan van die reputatie af geraken. Het enige probleem daarbij is dat men niks moot forceire. De beste manier om als plezant over te komen, is volgens mij zichzelf plezant te vinne. En bij de ene zal dat ongetwijfeld beter en sneller lukken dan bij de andere. Bij dat laatste kreeg ik onlangs een even pertinente als terechte vraag. “Wa es na faaitelaaik het verschil tusse ne plezante zaain en de plezante ooithange?” Dat ik daarop niet onmiddellijk een antwoord kon formuleren, is niet zo verwonderlijk. Ik kan wel één raad meegeven. Tap niet de ene mop na de andere om de plezante ooit te hange. Moppen moeten volgens mij met evenveel bescheidenheid als zuinigheid in de arena gegooid worden. “En wa gepaasd van e plezant leeke zinge?” merkt men daarbij op. Welnu, waarde lezer, dat kan inderdaad af en toe de plezantste manier zijn om er ’n plezante ambiance in te houden. Want wanneer men het goed bekijkt, zijn plezant en mè ambiance haast synoniemen. Nu even graag de etymologische toer op. Ons woordje plezant heeft volgens mij veel te maken met de Franse woorden plaisir en plaire. Men kan daaruit gerust afleiden dat ne plezante of ’n plezante altijd in goede aarde valt. Hoewel ik niet bepaald de aandrang voel om het tegenovergestelde van plezant aan te snijden, kan ik er toch moei-

lijk onderuit, waarde lezer. Wanneer we een situa­t ie inschatten of beschrijven als ni plezant, zijn de teerlingen geworpen. Ni plezant neemt dan een hogere plaats in dan ambetant of onnuuzel, en zeker dan het ietwat zwakke ni te doon. Maar genoeg nu over het tegenovergestelde van plezant. Er zijn gelukkig ook ogenblikken waarop we ons in een plezante situatie of omgeving bevinden. Het enige wat men daarbij níét denkt, is “Wannier goet dat hee neki ophaave?!” Anderzijds kan men zich moeilijk inbeelden in ne weireld te leive woe da alles altaaid plezant zou zaain. De eentonigheid die ons dan zou overvallen, kan ik moeilijk beschrijven, waarde lezer. Af en toe heb ik nagedacht wat nu de plezantsten taaid in ma leive was. Welnu, ik heb daar geen antwoord op gevonden. En ik hoop dat het altijd zo zal blijven. Maar laten we zeker ook niet te lang stilstaan bij den ambetantste taaid in ons leive. Het enige wat we echt kunnen doen, is het zu plezant meugelaaik te haave toe ’t leste. En ni vè ’t ien of ’t ander, mo zegt da ne plezanterik het aaile gezeid heit. Toch misschien nog even over naar ons woordje plezant als het de beschrijving van een gebeurtenis betreft. Wanneer men zijn tevredenheid wil uitdrukken, komt “’t Was plezant” volgens mij prima van pas. Uiteraard kunnen uitdrukkingen als tof, O.K. of in orde ook gebruikt worden, zoals overigens nog vele andere. Maar plezant zal volgens mij altijd de bovenhand halen. Ten slotte wil ik daar nog aan toevoegen dat “’t Was plezant” eventueel vervangen kan worden door het subtiele “’t Was faain.” U merkt het, waarde lezer, dat wanneer men in de Brusselse ton grabbelt, men er een en ander bruikbaars kan uithalen. Dat is uiteraard ook de reden waarom onze Brusselse streektaal zo plezant is. Maar laten we wel wezen, waarde lezer: mè iene sourire, gegeive of gekreige, kunne we van nen ambetanten dag ne plezante moeke. Enfin, het plezantste bij dat alles is dat ik hoop dat ik het auver plezant plezant hem kunne haave.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Sander de Wilde, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw. be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1306 PAGINA 24 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

Motorsport > Xavier Siméon kijkt niet om

‘Eens ik mijn doel voor ogen heb, laat ik niet los’ © TEAMTECH3

Xavier Siméon aan het werk in de Moto2, op Race Day in Valencia, 6 november 2011.

BRUSSEL – Xavier Siméon is zowat geboren tussen het motorgeronk. Zijn vader heeft een motorgarage in Oudergem en was een succesvol piloot. Zoonlief heeft dat talent geërfd en reist de wereld rond om zijn droom waar te maken: wereldkampioen worden in de Moto GP.

‘T 

oen ik vier was, vertelde ik mijn vader dat ik met de motor wou rijden,” vertelt Xavier Siméon (22). “Hij antwoordde dat ik eerst op twee wielen moest leren fietsen. Een kwartier later reed ik zonder zijwieltjes, de week daarna zat ik op de motor.

de  CLUB

Sindsdien werd dat een gewoonte, meestal in de paddock terwijl mijn vader een wedstrijd reed.” Met verschillende Belgische titels, een viceEuropees kampioenschap in de 250-klasse en een wereldtitel in endurance is vader Siméon

een voorbeeld. Ook bij zoon Xavier begon het snel te kriebelen. Tot zijn elfde combineerde hij zowel de karting- als pocketbikecompetitie. Toen moest hij kiezen. “En ik heb niet getwijfeld. Geef mij maar twee wielen, dat is mijn ding. Nochtans vocht ik in de karting steeds voor de prijzen, maar ik heb geen spijt van mijn keuze.” “Nadat ik vice-Belgisch kampioen in de pocketbikecompetitie was geworden, besloten

we naar Italië uit te wijken. Daar heb je een hoogstaande competitie waar toppers als Valentino Rossi en Marco Melandri zijn begonnen. Daarvoor trokken we elk weekend naar een Italiaanse stad om er te gaan rijden, en zondagavond keerden we terug.” Twee seizoenen en een resem aanmoedigende resultaten later werd Spanje de nieuwe bestemming. De Siméons vonden er de gepaste structuur en uitstekende groeimogelijkheden.

Pom Pom Girls, cheerleaders uit Anderlecht

‘Dansclubs waren er al genoeg’ © MARC GYSENS

ANDERLECHT – Omhoog met die pompons: de gemeente Anderlecht heeft sinds kort haar eigen cheerleaders. Na de winter komen de meiden naar buiten, onder meer om de wedstrijden van de Black Angels te steunen.

“Je hebt al zoveel dansclubs, wij wilden iets anders,” vertelt voorzitster Nicole Bomele (44). “Voor het multiculturele festival Anderlecht in kleur eind augustus wilden we iets speciaals doen, en zie, de Anderlecht Pom Pom Girls waren geboren.” Het optreden op het Dapperheidsplein was een succes. Toch wil de club niet te hard van stapel lopen. “Omdat we een heel jonge club zijn, hebben we gekozen om met jonge meisjes te beginnen. Onze vijftien leden leren samen het vak. We willen allemaal samen evolueren. Spectaculaire acrobatieën of piramides maken kunnen ze nog niet, maar die volgen nog, “We zijn ontzettend ambitieus. Ja, waarom niet naar Amerika?” zeker. In de toekomst zouden er ook weleens een paar jongens kunnen bijkomen.” “Cheerleading is niet voor ‘mooie, maar cheerleading hangt. Het brengt veel bij. De pline is. Ze ontwikkelen hun persoonlijkheid.” domme meisjes’, een beeld dat soms nog aan meisjes krijgen vertrouwen en leren wat disci- De komende weken duiken de Pom Pom Girls

de trainingszaal in, elke vrijdag van halfzes tot zeven. Na de winter willen ze naar buiten komen en een vaste waarde worden op sportvelden en andere evenementen. “We hebben al eens een show gegeven tijdens een wedstrijd van de American football-ploeg Brussels Black Angels. De bedoeling is om dat vanaf februari bij elke thuiswedstrijd te doen. En als andere clubs of organisaties ons willen inhuren, dan komen we met veel plezier. We hopen dat andere Brusselse gemeenten ook van dit soort clubs oprichten. En waarom later geen Brusselse competitie organiseren?” De Pom Pom Girls willen niet weten van een financiële barrière en vragen geen lidgeld. “Zelfs de tenues zijn gratis dankzij een sponsor,” zegt organisatrice Jacqueline De Groodt. “We zijn een tak van de vzw Vivre Ensemble en zamelen onder meer via thema-avonden geld in. Daarnaast zijn we steeds op zoek naar mecenassen. We hebben bijvoorbeeld betere pompons nodig. Maar onze filosofie is dat geld geen rem mag zijn.” Geïnteresseerden kunnen zich nog aanmelden. Hun niveau is niet belangrijk, ze zijn wel liefst tussen de negen en veertien zodat de groep samen kan groeien. Waartoe dat moet leiden? “The sky is the limit. We zijn ontzettend ambitieus. Met de nodige financiële steun kunnen we verder groeien om later deel te nemen aan competities in binnen- en buitenland. En waarom niet ooit naar Amerika?”   TS


BDW 1306 PAGINA 25 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

“Dit keer lieten we onze mobilhome bij vrienden in Spanje en vlogen we wekelijks over en weer. Elk jaar namen we wel veertig keer het vliegtuig. Ik voelde me goed en behaalde ettelijke overwinningen en podiumplaatsen.”

De dood van Simoncelli Op zijn veertiende werd de Brusselaar ingelijfd bij het Suzuki Alstare-team. Daar kon hij doorgroeien: hij bedankte met een Europese titel in de Superstock 600 en de Suzuki GSX-

“Het doet pijn om Marco te verliezen en het doet je nadenken. Maar je weet welke risico’s je neemt”

R 750-beker. De twee seizoenen erna verloor hij telkens tijdens de laatste wedstrijd de competitie door mechanische problemen. Na zijn overgang naar Ducati won hij dan toch die felbegeerde wereldbeker Superstock 1000. “Als zestienjarige heb ik moeten kiezen tussen de school en de sport. Mijn doel was en is tot de top door te stoten, bij de grote jongens te geraken. Dat kan alleen door hard te werken en veel te trainen, dus heb ik gekozen voor de motor. Ik heb wel diploma’s behaald via privélessen in het tussenseizoen.” Die top komt steeds dichterbij, want Siméon reed dit seizoen voor het eerst in de Moto2klasse, zeg maar de voorkamer van de Moto GP, de absolute top. Het seizoen eindigde een paar weken geleden met een positieve noot. “Ik finishte met een achtste plaats de eerste keer in de top tien, een prestatie die me nog meer motiveert. Dat was het doel dat ik me had vooropgesteld. Nu moet ik komend seizoen op dat elan doorgaan. Mijn doelen zijn duidelijk en eens ik die voor ogen heb, laat ik niet meer los. Ik ben blij met mijn evolutie, maar niet echt met mijn prestaties van

het hele seizoen. Die waren niet fantastisch. Maar ze gaan in stijgende lijn, ik heb dus goede hoop op wat er komt.” De motorwereld werd het afgelopen seizoen opgeschrikt door de dood van Marco Simoncelli. De voormalige ploegmaat van Siméon verongelukte tijdens de Grote Prijs van Maleisië. “Zijn dood was een schok. Marco was een ongelooflijke gast, een prachtige persoonlijkheid, heel populair ook. Het doet pijn om hem te verliezen en het doet je wel nadenken. Maar je weet welke risico’s je neemt. Spijtig, maar het leven gaat door.” “Op de motor denk je er niet aan, je hebt daar de tijd niet voor. Onze liefde voor de motor is te groot. En daarbij, je kunt de straat oversteken en overreden worden. Zelf heb ik gelukkig, op een gebroken sleutelbeen na, nooit zware accidenten gehad.”

Wereld van haaien Siméon moet de komende maanden wat afkicken, want het seizoen begint pas binnen een vijftal maanden. Hij zal voornamelijk hard trainen in de fitness en op de loopband, in januari gaat hij in Spanje wat op de motorcross trainen. “Ik zal hard moeten trainen, want motorrijden vraagt een uitstekende fysieke conditie. Veel mensen denken dat we daar maar wat zitten, maar tegen meer dan tweehonderd kilometer per uur is het ongelooflijk zwaar. Ook mentaal vraagt het veel van je.” Siméon bulkt alvast van de ambitie en kan niet wachten om te herbeginnen. In een competitieve wereld waarin geld ook een belangrijke rol speelt, mag hij niet falen. Dat beseft hij. “Het is een wereld van haaien, je moet altijd presteren. Het is normaal dat er druk is, dat is topsport. Er staan genoeg jongens klaar om je plaats in te nemen. Maar al dat geld doet de sport geen deugd. Heel wat rijders moeten zelf geld investeren en risico’s nemen. Ik heb het geluk dat RTL Sport in me investeert. Ik droom ervan wereldkampioen te worden in de Moto2 en de Moto GP. Het is mogelijk, met hard werken en de ploeg die mij omringt. Ik ga ervoor, zonder omkijken.” 

Tim Schoonjans

Ode aan de Belgische autosport BRUSSEL – De rijke geschiedenis van de Belgische autosport wordt op de tentoonstelling Belgian racing legends voor het voetlicht gebracht. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog legden een paar gegoede Belgische jongeren zich toe op de autosport. Ze betaalden alles uit eigen zak en beleefden avonturen in een wereld die toen weinig regels kende. De autocoureurs werden later de Belgian Gentlemen Drivers genoemd en effenden het pad voor een reeks topautopiloten. Hun adembenemende verhalen kunt u van 9 december tot en met 15 janua­ ri ontdekken in Autoworld in het Jubelpark.

David Steegen Helden en passanten Hij komt. Geen mijter, geen lange witte baard, maar hij wekt dezelfde verwachtingen. Nico Frutos is een held in Brussel. De voormalige spits heeft nog altijd een grote impact bij RSC Anderlecht. Vandaag is Frutos, ‘La Garza’ (‘de reiger’), jeugd­coördinator van de Argentijnse eersteklasser Union Santa Fé. De talentvolle spits heeft vroegtijdig een einde aan zijn spelersloopbaan moeten maken. Te veel blessures. Intelligent man. Een leider, die niemand onberoerd laat. De innige band tussen de ex-voetballer en de club wil RSCA nooit breken. Het weerzien staat in het teken van een mogelijke samenwerking tussen de Argentijnse club en RSCA, maar Frutos wil vooral officieel afscheid nemen van ‘zijn’ publiek. Hij wil zelfs de jongens ontmoeten die zijn laatste spandoeken hebben gemaakt. A people’s man. Hij landt twee dagen nadat zijn opvolger uit de doden is verrezen. Het kan geen toeval zijn. Tom De Sutter, de voorbije maanden naar de bank verwezen na een aanslepende blessure, heeft RSCA mee gered tegen Zulte Waregem. De Sutter scoorde twee wondermooie doelpunten in vier minuten: de gelijkmaker in de 84ste minuut en de winnende treffer nog geen drie minuten later. Drie belangrijke punten. Een held. De hele club is erg blij voor hem. Hij laat zich respecteren zonder hoogmoed. Iedereen houdt van Tom De Sutter, zelfs zijn concurrenten; niemand wil hem zien vertrekken. Beide spitsen zullen voor altijd RSCA-spelers zijn, geen passanten. Een collega geeft me de doodsbrief van Louis Trypsteen. Of de communicatiedienst niets kan doen om hem gepast te eren? We twijfelen. De man voetbalde maar zes wedstrijden voor Sporting. “Als we het voor hem doen, dan moeten we iedereen officieel herdenken. Onbegonnen werk,” oppert iemand. Wie is een passant en wie is een held? De statis-

De verhalen komen mee tot leven dankzij meer dan veertig race- en rallywagens, die ingepast worden in een decor waarin je je op een echt racecircuit waant. De 936/77 Spider Porsche van Jacky Ickx, een handvol Ferrari’s, een Jaguar type D, noem maar op. De rode draad is Jacques Swaters, een Brusselse autocoureur en verzamelaar die vorig jaar overleed. De toegangsprijzen variëren van 4,50 tot 9 euro, kinderen onder de zes mogen gratis binnen. Het kaartje verleent toegang tot het hele museum, dat eind dit jaar opgeknapt TS wordt en nieuwe themazones krijgt. www.belgian-racing-legends.be

“Ik ben blij dat jullie tonen dat Kuregem meer is dan het negatieve waarmee de wijk meestal in het nieuws komt,” zei burgemeester Gaëtan Van Goidsenhoven (MR). De wielerclub komt dan wel nog amper met de fiets in Brussel, ze blijft nauw verbonden aan de hoofdstad. Met haar honderd lentes is ze een van de oudste van België. De burgerva-

der werd bedankt met een exemplaar van De dwangarbeiders van de weg, het boek waarin de prachtige geschiedenis van de wielerclub is neergeschreven (te koop op www.cure­ ghemsportief.be). Op de afsluitende receptie kwam de piste ter sprake waar Cureghem Sportief al jaren op aast. “Er werd afgesproken dat er nog eens overleg plaatsvindt,” vertelt clubsecretaris Michel Meert. “Het financiële plaatje is rond; de vraag is nu waar de piste komt.” Tot nu was er vooral sprake van Moortebeek. TS

www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

Eeuweling in de bloemetjes gezet ANDERLECHT – Wielerclub Cureghem Sportief is voor zijn honderdste verjaardag gehuldigd op het gemeentehuis.

tieken staan in het prachtige naslagwerk van Marcel Gallez en Johan Serkijn, Lexicon van RSC Anderlecht, deel 1. Een bijbel om in te bladeren op een luie winterse zondagnamiddag. Als het buiten waait, regent of sneeuwt. Alle voetballers die minstens één officiële wedstrijd hebben gevoetbald in het fanion team van paars-wit sinds de oprichting (1908) tot en met het eeuwfeest (2008). We leren dat Ivan Terlaeken één wedstrijd in eerste klasse voetbalde. Is Terlaeken een passant? Elke Anderlecht-liefhebber vindt er zijn/haar geliefkoosde spelers en de vergeten voetballers in terug. We herontdekken Florian Urban en de in Brussel roemrijk mislukte parel uit Paraguay, Enrique Villalba. De Brusselse doelman Felix Week. Yaw Preko, Jos Volders en Max von Schlebrügge: ze staan er alle 557 in. Op zondag 29 juni 1947 behaalde Royal Sporting Club Anderlecht zijn eerste landstitel. Anderlecht-Lyra: 3-0. De doelschutters waren Robert Versé en Jef ‘De Bombardier’ Mermans. Twee clubhelden. Trypsteen was er op de heuglijke dag niet bij, maar hij maakte in dat legendarische seizoen wel deel uit van de kern. Daarna vertrok hij naar Elsene. De Blankenbergenaar Lodewijk ‘Louis’ Trypsteen stierf twee weken geleden in Overijse, op zijn 87ste. Hij staat tussen Jean Trappeniers en Kari Ukkonen in het lexicon. Dat Frutos en De Sutter meer erkenning zullen krijgen na hun dood, is een feit. Is Trypsteen een passant of een held? Elke voetballer die het eerste elftal van RSCA haalt, verdient respect. Louis Trypsteen is een held. Rust in vrede, Louis.

BRUSSEL SPORT

Met Xavier of Peter. Elke zondag vanaf 19u15 op tvbrussel.


:

Page

BDW 1306 PAGINA 26 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

© SASKIA VANDERSTICHELE

E ED

9 TOT N A 1

I

REE N V

A FL

OOR

2

G

E VERIN

IE

WV D

Probeer maar eens een huis te tekenen zonder handen! Dat was de opdracht die Charles kreeg tijdens hun klasproject rond andersvaliden... Om te voelen wat het betekent om te leven met een handicap.

za Z

AAR • B J 3

EEN PROJECT ROND ‘ANDERSVALIDEN’ IN DE VIERDE KLAS VAN HET BOODSCHAPINSTITUUT, SCHAARBEEK

‘Ze kunnen meer dan we soms denken’ tries

dus urtle In T 9 0 ©20

“Kijk,” zegt Laura, “ik ken mijn naam nu in gebarentaal!” En ze spelt hem vliegensvlug met haar vingers. Dat heeft ze de voorbije weken geleerd tijdens hun klasproject rond ‘mensen met een handicap’. Of anders gezegd: andersvaliden. Klasgenootjes Charles en Marie-Caroline vertellen er meer over!

‘Ik ga nooit meer zo staren’ Charles, kan je eens uitleggen wat dat nu eigenlijk is, gehandicapt zijn? Charles (C): Dat is een probleem aan je lichaam dat je niet meer kan genezen, of nauwelijks. Bijvoorbeeld als je in een rolstoel zit, dan ben je gehandicapt aan je benen omdat je verlamd bent en niet meer kan lopen. Het kan ook zijn dat je niet kan zien of niet kan horen... Blinden doofheid zijn ook handicaps.

Ik ben bijvoorbeeld heel slecht in met de computer werken. Ben ik dan gehandicapt? C: Nee, dat is iets anders. Een handicap krijg je als er echt iets heel erg mis is gelopen met je hersenen. Terwijl, met de computer werken, dat kan je gewoon leren. Zat je bij het begin van jullie project met een vraag waar je nu een antwoord op hebt gekregen? C: Ja, ik wilde graag weten hoe het komt dat je

DOOR PATRICK JORDENS

gehandicapt bent. Ik heb ontdekt dat het kan komen door een ongeluk, bijvoorbeeld dat je heel hard valt en dat daardoor je hersenen beschadigd zijn. Of dat het bij de geboorte mis loopt, ik bedoel, tijdens de ontwikkeling in de buik. Soms kan het ook komen door een heel erge ziekte. Wat denk of voel je als je iemand ziet met een handicap? C: Meestal denk ik “Ocharme.” Maar sommige mensen durven iemand met een handicap wel uit te lachen. Er is een kindje hier op school met een klompvoet, dat is een scheef gegroeide voet waardoor hij moeilijk kan stappen. Toen hij daaraan geopereerd was, moest hij een tijdje in een rolstoel zitten. Iedereen ging op een keer rond hem staan en bekeek hem. Ik zag dat dat jongetje helemaal niet rustig en blij was toen. Ga je door dit project nu anders kijken naar


mensen met een handicap, denk je? C: Ja, ik ga zeker nooit meer met zo van die grote ogen naar hen staren. En als ik kan, zou ik hen ook graag helpen. Bijvoorbeeld een blinde de straat helpen oversteken.

© SASKIA VANDERSTICHELE

BDW 1306 PAGINA 27 - DONDERDAG 1 DECEMBER 2011

‘Dat meisje scoorde gewoon twee keer, zeg!!’ Wat vond je het interessantst aan dit project, Marie-Caroline? Marie-Caroline (M-C): Ik vond het zeer zeer leuk om op bezoek te gaan in een school die speciaal is gemaakt voor gehandicapten, de Heemschool. Daar zijn we gisteren naartoe geweest.

De vierde klas van juf Marjolein

Is dat een heel andere school dan die van jullie? M-C: Ja, eerst en vooral is ze heel groot! Elke klas heeft een eigen refter, omdat veel kinderen daar met mes en vork moeten leren eten. De kinderen moeten er ook nooit dubbelen, ze gaan altijd over naar een volgende klas. En ze zijn heel spontaan, ze zeggen tegen iedereen altijd “Hallo” of “Daaag!”

IDENTIKIT

Heb je ook met die kinderen gespeeld? M-C: Ja, we hebben samen gesport, basketbal. En amai, ik was echt verwonderd. Ze kunnen meer dan we soms denken! Er was bijvoorbeeld een meisje dat een probleem had aan de linkerkant van haar lichaam, en dus alleen met haar rechterhand kon basketten. Maar die heeft gewoon twee keer gescoord, zeg!! En ik kon er niets van, terwijl zij... Maar ja, dat zal ook wel komen door een goeie tactiek, denk je niet?

Wat is jullie lijflied?

Soms noemen we mensen met een handicap mindervaliden. Weet jij nu waarom we hen beter andersvaliden noemen? M-C: Ja, omdat zij niet minder zijn dan wij. Gehandicapten zijn gewoon andere mensen, die sommige dingen goed kunnen en andere dingen minder goed. Allez, neem nu bijvoorbeeld dat meisje van de basket! Maar ik vind het toch nog altijd erg, hoor, als je een handicap hebt. Zoals mijn oma: onlangs is die gevallen op de trap en nu kan ze niet meer zo goed bewegen als voordien. Nu woont ze in een home, omdat ze hulp nodig heeft. Maar ze wil heel graag naar huis. Dat vind ik echt triestig voor haar.

3 december is het Werelddag voor de Andersvaliden. Meer weten over het project van deze vierde klas? Luister naar ‘Klets’ op FM Brussel (zaterdag van 12 tot 13 uur), kijk naar ‘Brussel vandaag’ op tvbrussel (zondag vanaf 18 uur) en surf naar www.klasindemedia.be!

Met hoeveel zijn jullie?

“Met 17.”

Hoeveel punten geven jullie je school? “9 op 10.” Kennen jullie een toffe bijnaam voor de juf? Welk nieuw vak zouden jullie graag krijgen?

“Marjolein, zoet als marsepein.” “Koken!!”

“‘Rock-’n-rollstoel’ van Kinderen voor Kinderen.”

MISSING LINK

Een pootje toes teken! Honden die he t licht aandoe

n, je kleren uit de wasmachine Hulphonden zi halen of de deur jn honden die an voor je openen... ze be derhalf jaar la ng getraind wor staan! den om mense De vierdeklasse n met een handicap een ha rs van het Boo ndje toe te stek dschapinstituut konden hun og en. Of liever: een pootje. Wat en amper gelo een slimme be ven toen ze de dieren in actie es ten, zeg! zagen, in een re portage van het Nederland Je kan de hulp se tv-program honden bewon ma Het klokhuis deren op . w w w.hetklokhu is.nl/onderwer p/hulphond.

ATELIER

Een spel! (van Rosa)

Oh neeee, help! Zazie heeft een spreekbeurt. En ze heeft haar papieren verloren. OEF! Gelukkig weet Zazie nog een paar woorden. Help jij Zazie denken? Alvast bedankt! (Mongool en idioot werden vroeger gebruikt voor een gehandicapt persoon.)


BDW - editie 1306