Page 1

10 11 11

DE ROOVERS MAKEN VRIENDJES OP HET BRONKSFESTIVAL En ook: Graindelavoix, Customs en Pink Screens. AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

NEE, SABO IS MAURO NIET BRUSSEL – In 2009 arriveerde de Syrisch-Koerdische Sabo (11) als niet-begeleide minderjarige asielzoeker in ons land. Hij woont nu in het Anderlechtse centrum MinorNdako en is een van de acht jongeren die hun verhaal vertelden aan journaliste en schrijfster Catherine Vuylsteke. De kans dat Sabo over zeven jaar – zoals Mauro uit Nederland – weer het land uit moet, is klein: eind juni werd in België een wet goedgekeurd die niet-begeleide minderjarigen meer rechtszekerheid biedt. Pagina 6-7 in deze krant.

© JAN LOCUS

Economie > Elke Roex: ‘Jongeren en laaggeschoolden worden onvoldoende bereikt’

‘Tewerkstellingsbeleid mist doel’ BRUSSEL – De tewerkstellingsmaatregelen van de Brusselse regering missen doel, vindt parlementslid Elke Roex (SP.A). Ze bereiken veel te weinig jongeren en laaggeschoolden.

B

russel kampt nog altijd met een flinke jeugdwerkloosheid. Meer dan een op de drie Brusselse jongeren zit zonder werk. Van de 107.000 Brusselse werklozen is vijftien procent jonger dan 25 én vaak laaggeschoold. Roex vindt het dan ook terecht dat in het Brusselse regeerakkoord de focus op jongeren en laaggeschoolden kwam te liggen. Maar in de praktijk blijkt dat van die ‘bijzondere aandacht’ niet veel in huis komt, zegt Roex. Ze vroeg bij Brussels minister van Economie en Werk Benoît Cerexhe (CDH) de cijfers op van de deelname van jongeren en laaggeschoolden aan de tewerkstellingsprogramma’s. Van

alle gesubsidieerde contractuelen of geco’s (een maatregel die twee derde van het Actiris-budget opslorpt) is slechts 3,4 procent jonger dan 25 en amper 35 procent laaggeschoold. Nochtans staat in het regeerakkoord dat de geco-banen ‘prioritair worden toegekend aan laaggeschoolde werkzoekenden’. Maar er is meer. De startbanen, een federaal programma bedoeld om jongeren aan het werk te krijgen, komen in Brussel maar voor iets meer dan de helft toe aan laaggeschoolden. En bij de langdurig werklozen die werkervaring willen opdoen via een doorstromingsprogramma (DSP), zijn wel veel laagge-

schoolden, maar slechts 16 procent jongeren. Veel jonge werklozen hebben onvoldoende talenkennis. Toch komen de taalcheques niet bij hen terecht. Slechts 5 procent werd vorig jaar gebruikt door laaggeschoolden onder de 25. Van de ICT-cheques beland-

“Nog maar 36 procent van de jonge werklozen heeft een contract voor beroepsproject” de zelfs maar 2,7 procent bij jonge laaggeschoolde werklozen. Volgens Roex komt dit doordat de

werklozen in Brussel nog altijd veel te weinig begeleid en gevolgd worden. Om die begeleiding te verbeteren riep het Brussels Gewest enkele jaren geleden het Contract voor beroepsproject in het leven. Dat contract werd aanvankelijk op vrijwillige basis gesloten, maar in het huidige regeerakkoord staat dat het verplicht gemaakt zal worden voor de min-25-jarigen. Roex: “We zitten nu over de helft van de regeerperiode en nog maar 36 procent van de jonge werklozen heeft zo’n contract.” Dit heeft volgens haar te maken met het gebrek aan steun voor de maatregel in de regering. “PS en Ecolo zijn nog altijd beducht voor een jacht op werklozen. En zo is er bij Actiris nog steeds maar één begeleider voor 250 tot 270 werklozen. Dat betekent een à twee uurtjes begeleiding per jaar per werkloze.” De mededeling van Cerexhe, vorige

week, dat de jeugdwerkloosheid in Brussel gedaald is, maakt dan ook weinig indruk op Roex. “Als je naar het aandeel van de jongeren in de tewerkstellingsprogramma’s kijkt, dan kun je moeilijk zeggen dat dit dankzij hem is.” Ze wijst erop dat het Gewest door de nieuwe staatshervorming bijkomende bevoegdheden krijgt om een doelgroepenbeleid te voeren. “Er zal dan toch opnieuw nagedacht moeten worden hoe die doelgroepen bereikt kunnen worden, want nu lukt het niet.” Bettina Hubo ADVERTENTIE

HAAL UW PROFIJT OP P. 26 DB21/148606K1

N° 1303 VAN 10 TOT 17 NOVEMBER 2011 ¦ WEEK 45: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


BDW 1303 PAGINA 2 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

OPMERKELIJK © AQUIRIS

Uitgelicht > Op 7 november 2001 ging Sabena failliet BIOPLASTIC UIT RIOOLWATER ZOEKT AFNEMER HAREN – Het waterzuiveringsbedrijf Aquiris wint biologisch afbreekbaar plastic uit afvalwater, een primeur voor Brussel, België en de wereld. De koepelonderneming Veolia wil er dan ook munt uit slaan en denkt aan een gespecialiseerd productiecentrum in de Haven van Brussel. Aquiris beheert het waterzuive­ ringsstation-Noord in het Brus­ selse Haren, pal naast de Zenne. Al een jaar is het bedrijf bezig met een activiteit die het zelf omschrijft als ‘pionierswerk’: biologisch afbreekbaar plastic, kortweg bioplastic, winnen uit afvalwater. Dat gebeurde in de grootste stilte, maar nu de test­ fase voorbij is, wil Aquiris rucht­ baarheid geven aan het project. “Bioplastic kan gewonnen wor­ den uit bacteriën die van nature aanwezig zijn in afvalwater,” zegt ingenieur Bernard Lambrey. “Wij verzamelen die bacteriën, voeden ze met vetzuren die van nature in het afvalslib voorkomen dat we uit het water zuiveren, en ontwikkelen ze tot een grote cul­ tuur. De bacteriën gaan zodanig groeien dat ze polymeren gaan uitscheiden. En polymeren zijn een basisbestanddeel van plastic. De bacteriën sterven uiteinde­ lijk, maar wij blijven achter met een prachtig natuurlijk plastic­ product, in zuivere vorm volledig afbreekbaar.” Bioplastic kent vele toepassin­ gen: verpakkingen bijvoorbeeld, of pennen, bureaumateriaal en auto-onderdelen. Aquiris, dat een dochterbedrijf is van Veolia Environnement, een Frans bedrijf dat zich speciali­ seert in afvalverwerking, wil de productie van het nieuwe plastic op industriële schaal naar Brus­ sel halen. “Dat is het ideaal,” zegt Lambrey. “Naast het water­ zuiveringsstation ligt een braak­ liggend terrein dat eigendom is van de Haven van Brussel. Dat zouden we graag kopen. Als dat kan, kunnen we in Brussel een heuse raffinaderij van bioplastic vestigen. De ligging is alleszins ideaal, direct aan de kades.” Het is alleen wachten op afne­ mers. “Ons aanbod zal vraagge­ richt zijn, maar zo nodig kunnen we duizenden tonnen produce­ ren,” zegt Emmanuel Trouvé van Veolia. Behalve met plastic is de installatie in Brussel ook bezig met de productie van biogas en meststoffen. 

Christophe Degreef

Zwitsers, vakbonden en normvervaging BRUSSEL – Over de voormalige Belgische nationale luchtvaartmaatschappij Sabena is al veel gezegd en geschreven, en dat zal zo nog wel een tijdje voortgaan. Tien jaar na het faillissement blijft vooral de nostalgie springlevend, net als de kwaadheid op de hoofdrolspelers van toen. Toen, aan het prille begin van de 21ste eeuw.

D 

e meeste luchtvaartspe­ cialisten, ex-werknemers, sym­pathisanten en aller­ hande kenners zijn het erover eens: Sabena was een maatschappij met aanzien, bekend als zeer veilig én met degelijk personeel. De meeste mensen zouden ook nooit geloofd hebben dat Sabena failliet kon gaan. Zoals de laatste CEO van Sabena, Christoph Müller, onlangs in De Tijd zei: “Sabena is voor de lucht­ vaart wat Lehman Brothers is voor de banken: het bewijs dat geen enkel bedrijf ooit groot genoeg is om een faillissement te vermijden.”

Tijdens een herdenking begin deze week, georganiseerd door de chris­ telijke vakbond, werden dan ook de oude schuldigen nog eens met naam genoemd. Bovenaan staat uiteraard de voormalige Zwitserse luchtvaart­ maatschappij Swissair, die vanaf 1995 een aandeel van 49,5 procent in Sabena had, twee jaar nadien 34 nieuwe vliegtuigen bestelde hoewel dat volgens luchtvaartspecialisten niet nodig was, en volgens de mees­ te critici Sabena vooral gebruikte om geld door te sluizen naar Zwit­ serland. Dat mocht echter niet baten voor Swissair, want de maatschap­

pij hield een half jaar na Sabena eveneens op te bestaan. Een maand voor Sabena moest Swissair zijn activiteiten staken uit geldgebrek; een eerder beloofde som geld bleef uit, en dat was de directe aanlei­ ding voor het sociale bloedbad van

“Alles is verbonden met elkaar. Dat is zo in België, dat is zo in de luchtvaart” 7 november 2001. Swissair wordt beschouwd als de hoofdverantwoor­ delijke voor het faillissement. Maar het ter ziele gaan van Sabena

heeft natuurlijk meer oorzaken. Voor de vakbonden is dat de voort­ durende drang naar liberalisering die het luchtvaartwezen sinds de jaren 1980 kenmerkte. Tijdens de herdenking klonk het dan ook dat voor de liberale Belgische bewind­ voerders in 2001 een bedrijf alleen maar marktwaardig was als het in privéhanden was. Een vakbonds­ afgevaardigde wist dat Ryanair en lagekostvluchten de norm zijn ge­ worden en dat personeel per defi­ nitie te weinig werkt en te veel ver­ dient.

Blunderboek Voor ex-Sabena-piloot Filip Van Rossem, destijds bekend als de man met het sikje, dragen de politici van toen een even grote verantwoor­ delijkheid. Hij denkt daarbij onder meer aan het zogenaamde Astoriaakkoord van 16 juli 2001, waar de Belgische bewindvoerders er onder

DE WEEK IN BEELD DOOR IVAN PUT

Dit weekend palmde Japan Expo de hallen van Thurn & Taxis in. Mitch Van Hove en zijn vrienden komen recht van het Manga- en Animefestival.

© IVAN PUT


WEEKOVERZICHT

BDW 1303 PAGINA 3 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

© ANJA GALICIA

WOENSDAG 2 NOVEMBER PROCES TEGEN STADSBENDE. Voor het hof van assisen staan vier leden van de stadsbende 1140 terecht voor de moord op een lid van een rivaliserende stadsbende. In de zomer van 2008 werd een negentienjarige man op het Anneessensplein doodgestoken. De hoofdverdachte ontkent de feiten niet. De drie andere verdachten staan terecht voor medeplichtigheid.

DONDERDAG 3 NOVEMBER POORTJES? MINDER VANDALISME. In metrostations die uitgerust zijn met toegangspoortjes, is het aantal vandalenstreken met 21 procent afgenomen ten opzichte van twee jaar geleden. In stations zonder poortjes bedraagt de daling 7 procent. Dat blijkt uit cijfers van Brussels minister van Vervoer Brigitte Grouwels (CD&V). Jaarlijks kost vandalisme de MIVB één miljoen euro. Albert terug van weggeweest. In Anderlecht staat de buste van Albert I opnieuw op het gelijknamige plein. Twee jaar gele­ den werd het beeld van de vorst zwaar beschadigd door vandalen.

VRIJDAG 4 NOVEMBER

Op 7 november 2011, tien jaar na de teloorgang van Sabena, komen voormalige werknemers samen. Er heerst veel nostalgie.

meer mee instemden om af te zien van een rechtszaak tegen Swiss­air. “Een zoveelste evenement in het blunderboek van Paars,” luidt de analyse. Zijn we aanbeland bij de eigen boe­ zem. Een ex-stewardess getuigde dat ze de sfeer van toen het meeste mist. En tijdens herdenkingen al­ lerhande is nostalgie een vaak aan­ gehaald beestje. Sabena, dat was familie, zo zegt men. Daarbij wer­ den en worden natuurlijk vraagte­ kens gezet. “Voorbij de nostalgie mag je natuurlijk niet vergeten dat Sabena een bedrijf was met een te

“ “

sterke syndicalisering en dat er in de nadagen sprake was van norm­ vervaging,” zegt de journalist Luk De Wilde, die meewerkte aan het recente boek Turbulente tijden, dat handelt over het faillissement. Daarbij hoort men ook weleens zeg­ gen dat de Belgische cultuur er voor iets zou tussenzitten. Of, opnieuw Luk De Wilde: “Alles is verbonden met elkaar. Zo is het in België, en zo is het in de luchtvaart.” Misschien illustreert dit citaat de geschiedenis van Sabena wel het treffendst. Sabena zal nooit terugkomen, en recente berichten wijzen erop dat de

opvolger van de Société Anonyme Belge de l’Exploitation de la Navi­ gation Aérienne, Brussels Airlines, dit jaar een enorm verlies boekt, en dat het steeds moeilijker wordt om rendabel te blijven in de volatiele luchtvaartwereld, tenzij men inzet op lowcost. Ondertussen heeft de Belgische spoorbeheerder Infrabel net geïn­ vesteerd in een spiksplinternieuw station op de luchthaven. Maar de trein, dat is natuurlijk een ander verhaal.   Christophe Degreef

Ik wil een apolitieke lijst, zonder kleur.” Ex-burgemeester van Sint-Pieters-Woluwe Jacques Vandenhaute (MR) is kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar niet op de lijst van burgemeester Willem Draps (MR) (in La Libre Belgique).

België heeft geen project van migratie. Men doet maar wat.” De met de dood bedreigde Schaarbeekse vrederechter Eric Dierickx over het conflictueuze samenleven in Brussel (in Humo).

BRUSSELEIR VAN ’T JOÊR. VTM-kok Albert Verdeyen is Brus­ selaar van het jaar 2011. Verdeyen is al de achttiende die de titel mag dragen. De prijs wordt meestal uitgereikt aan iemand die het Brus­ selse dialect promoot. Met de verkiezing van de Brusseleir wordt ook de aftrap gegeven voor de Weik van ’t Brussels. Akkoord IN sint-gillis. Vakbonden en directie van de gevan­ genis van Sint-Gillis bereiken een akkoord. Er waren al vier weken protestacties nadat bekend was geraakt dat er extra gedetineerden uit Verviers zouden overkomen. Er komen 37 personeelsleden bij, en na de bouw van een nieuwe vleugel zal er plaats zijn voor 740 gedetineerden.

ZATERDAG 5 NOVEMBER dynamische borden op ring. Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) kondigt aan zeventien dynamische verkeersborden te plaatsen op de Ring rond Brussel. Een dynamisch bord informeert automobilisten over wachttijden, snelheidsbeper­ kingen, ongevallen en alternatieve routes.

ZONDAG 6 NOVEMBER OFFERFEEST. Tijdens het islamitische Offerfeest worden in Brussel-stad naar schatting zeshonderd schapen geslacht, honderd meer dan vorig jaar. In het gewest zijn er vier officiële slachtplaatsen: in Anderlecht, Brussel, Schaarbeek en Molenbeek. Anders dan in andere steden kunnen de Brusselse schapen niet onder verdoving geslacht worden.

MAANDAG 7 NOVEMBER TIEN JAAR LATER. Op 7 november 2001 ging de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena fail­ liet. Op Brussels Airport wordt een korte herden­ king gehouden. Overlevingscriminaliteit. Volgens De Morgen nemen asielzoekers en drugsgebruikers steeds vaker hun toevlucht tot gauwdiefstallen. De Brusselse korpschef Guido Van Wymersch heeft het over overlevingscriminaliteit. In oktober werd er elke dag in ge­ middeld 26 auto’s ingebroken, vonden er gemiddeld dertien handtas­ diefstallen plaats en waren er negen diefstallen met geweld. Neen tegen ontheiliging. Er zijn al 770 handtekeningen verzameld tegen de ontwijding van de Sint-Katelijnekerk. De Brussel­ se schepen van Toerisme Philippe Close (PS) wil de kerk omvormen tot een overdekte markt. Een renovatie zou te duur uitvallen.

DINSDAG 8 NOVEMBER

HET WOORD

Proper Nederlands

Soms neemt ook een journalist zijn wensen voor werke­ lijkheid. Toen er een bericht van Het Huis van het Neder­ lands over ‘Proper Nederlands’ in onze mailbox gedropt werd, dachten wij spontaan dat het een programma betrof ter verbetering van het Nederlands dat vertaal­ computers durven te braken. Het resultaat, in de vorm van een perscommuniqué, krijgen we op gezette tijden te lezen, en in ‘P-praat’ en op brusselnieuws.be heeft u al mogen meeproeven. De werkelijkheid is prozaïscher (en ook wel belangrijker dan journalistieke besognes). ‘Proper Nederlands’ is een pakket voor schoonmakers en schoonmaaksters om vlot te communiceren met hun opdrachtgevers en om mis­

verstanden te vermijden. Te vermijden, bijvoorbeeld, dat de poetsman of -vrouw zich op een verkeerd tijdstip aanmeldt, of dat waardevolle archieven bij het oud pa­ pier belanden. Schoonmakers (m/v) zijn steeds vaker migranten die pas aangekomen zijn en ook geen Frans of Engels kennen. Minister Jean-Luc Vanraes (Open VLD), die subsidieert, hoopt dat het project andere sectoren kan inspireren. Het pakket bestaat uit een boekje, een dvd en een lessenreeks. In uiterste nood kan het boekje ook als point-it gebruikt worden. Het pakket richt zich op de klassieke schoonmaakbedrijven en op diensten­ chequebedrijven. Belangstellenden sturen een mailtje DV naar taaladvies@huisnederlandsbrussel.be.

Steden protesteren tegen uplace. De Stad Vilvoorde stapt naar de Raad van State tegen het Uplace-project, een groot shoppingcenter op de grens van Machelen en Brussel. Volgens het Vilvoordse bestuur is een groot winkelcomplex nefast voor de handel in het stadscentrum. Ook Leuven tekent bezwaar aan tegen het pro­ ject van Club Brugge-voorzitter Bart Verhaeghe. Slachtoffer naamsepoort wil nieuw proces. De Bulgaarse student die op nieuwjaarsnacht 2010 zwaar werd toegeta­ keld in het metrostation Naamsepoort, wil een nieuw proces. Eerder was de hoofdverdachte vrijgesproken omdat de camerabeelden van het incident niet duidelijk genoeg waren.  Samengesteld door Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP SURF NAAR BRUSSELNIEUWS.BE EN SCHRIJF JE IN OP DE NIEUWSBRIEF


BDW 1303 PAGINA 4 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

David Van Reybrouck: “In 2012 zou ik graag een paar maanden wandelen. Het is een hels jaar geweest.”

© BART DEWAELE

Samenleving > David Van Reybrouck gaat politieke toer op met burgertop G1000

‘Ik wil geen staatsgreep’ ANDERLECHT – De democratie is dood, lang leve de democratie, lijkt David Van Reybrouck uit te willen schreeuwen. De schrijver lanceerde afgelopen zomer een alternatief voor de vastgelopen Belgische particratie: de G1000-burgertop. Dat evenement moet de burger opnieuw in het middelpunt van de democratie zetten. “Wat moeten we anders? Om de vier jaar stemmen en in tussentijd schreeuwen op het internet?”

I 

n hartje Kuregem, in een voormalig industrieel pand, heeft David Van Reybrouck zijn schrijf­plek. Hier schreef hij zijn lijvige Congo; hier, in de meest gevreesde wijk van Brussel, kan hij zich afzonderen van de wereld als hij dat wenst. De voorbije maanden waren hels voor de veertigjarige Brusselaar van Brugse origine, want naast een succesvol schrijver is Van Reybrouck ook de drijvende kracht achter een burgertop, die plaatsheeft op 11 november. G1000 heet het kind, en het

heeft de ambitie om duizend willekeurige mensen een stem te geven. Toch is de interesse van Van Reybrouck in politiek vrij recent. “Die interesse heb ik te danken aan een reis door Zuid-Afrika,” vertelt hij. “Toen ik tien jaar geleden naar dat land trok voor mijn boek De plaag, werd ik gegrepen door de verhalen van Nelson Mandela en Desmond Tutu. Het was een late roeping, en laat geroepenen, dat zijn de ergsten (lacht).” “In 2008 dan schreef ik Pleidooi voor populisme, en sindsdien is er

heel wat veranderd. Toen geloofde ik nog uitsluitend in de verdienste van de parlementaire democratie. Toen België zijn eerste crisis meemaakte, dacht ik dat het te wijten was aan het niveau van de nieuwe politieke generatie; ik zag het als een individueel probleem. Pas later – en meer bepaald toen de nota-Vande Lanotte in 48 uur tijd werd afgeketst – ben ik het probleem gaan beschouwen als structureel.” “Dat was een kantelmoment voor mij. Vanaf toen was het probleem voor mij niet meer de degelijkheid

van het politieke debat, maar een probleem van het sys­teem.” Legt u eens uit. David Van Reybrouck: “Politici zijn bang om compromissen te sluiten, en die angst komt niet door de politieke vijand, maar door de eigen achterban. Die is mondiger dan ooit, en ook vluchtiger dan ooit. Een partij die in de jaren 1960 deelnam aan het beleid, verloor na een legislatuur ongeveer één procent van haar kiezers. Na de jaren 2000 zitten we al aan tien procent. Dat is overigens niet alleen een Belgisch probleem, maar een algemeen westers.” “Er bestaan echter genoeg aanvullingen op de democratie zoals we die nu kennen. Rond de periode van het afkraken van de nota-Vande Lanotte kwam ik in aanraking met de participatieve democratie. Die stro-

ming onderzoekt hoe de politiek er na onze parlementaire democratie kan gaan uitzien. De directe democratie, gekoppeld aan het gesproken woord. De representatieve democratie was gekoppeld aan het geschreven woord, de participatieve democratie zal geënt zijn op interactiviteit en internet. Informatie stroomt nu anders door dan vroeger. Wat er nu gebeurt met de sociale media, is onderdeel van een evolutie die al bezig is sinds de uitvinding van de drukpers. Het werd door heel die periode van toen tot nu steeds moeilijker om kennis niet te laten circuleren. En de politiek staat voor immense problemen als ze geen nieuwe manieren vindt om met de snelle informatiedoorstroming om te gaan.” Gaat de G1000 daarover? Van Reybrouck: “Wij vinden dat


BDW 1303 PAGINA 5 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

je, gezien die nieuwe manier van communiceren, ook nieuwe vormen van politieke inspraak moet lanceren. Er wordt zoveel gesproken over politiek, en er is veel interesse in politiek, meer dan ooit zelfs. Maar die interesse, al die meningen, die worden niet gekanaliseerd. In een klassieke representatieve democratie kiest de burger om de zoveel jaar volksvertegenwoordigers, en tussenin kan de burger alleen terecht bij het middenveld. Het middenveld had een doorgeeffunctie en hield de politiek min of meer op de hoogte over wat de burger zo allemaal dacht, maar het middenveld kalft af. In de plaats krijg je dan een kluwen van schreeuwende burgers. Wat de G1000 dan beoogt, is al die meningen te structureren.” Hoe gaat dat in zijn werk? Van Reybrouck: “Eerst wordt er een agenda vastgelegd. Dat hebben we gedaan door middel van ideeën die de burger zelf kon aanbrengen en beoordelen. Daaruit hebben de burgers een top drie samengesteld. In een laatste fase, die na 11 november plaatsvindt, worden de duizend deelnemers herleid tot 32. Die G32 zal voornamelijk bestaan uit deelnemers van de G1000, maar ook uit enkele nieuwelingen, en zal verschillende weekends samen zitten om concrete oplossingen naar voren te brengen. Die worden eind april 2012 overgemaakt.”

Tot zover de theorie. Een kritiek op de participatieve democratie is dat alleen de mondigste mensen gehoord worden. Niet iedereen die geselecteerd is, weet per definitie hoe hij of zij argumenten op een degelijke manier aan de man moet brengen. Van Reybrouck: “Wij vinden dan ook niet dat de participatieve democratie als vervanging moet dienen voor de representatieve, wel als aanvulling. Het voordeel aan volksvertegenwoordigers is dat zij als mondigen de onmondigen vertegenwoordigen. Bij ons is het anders. De deelnemers zullen niet op tribunes plaatsnemen, want dan wordt het evenement binnen de kortste keren gekaapt door Nonkel Ambiance. Neen, mensen zullen samenzitten aan afzonderlijke tafels, met een gespreksleider.” Het lijkt ons erg gericht op consensus, terwijl democratie toch ook om conflict draait. Van Reybrouck: “Conflict moet een plaats krijgen alvorens het escaleert. Dat heb ik geleerd van de Belgisch-Britse filosofe Chantal Mouffe. Je moet oog hebben voor de reële emoties van mensen. Want dat hebben we verleerd: het gefundeerd met elkaar oneens zijn. Iedereen met een andere mening is direct een onno-

“De G1000 is een aanvulling op de parlementaire democratie”

G1000 zullen meningsverschillen niet worden weggemoffeld, maar worden ze beschouwd als relevante kennis.” Goed, maar wat gebeurt er dan in april? Wordt er louter een rapport voorgesteld met suggesties, of beoogt u ook reële macht? Van Reybrouck: “In april moet de G32 in gesprek gaan met de ministers. Interactief, dus niet alsof we een petitie afleveren. Vanaf dat moment willen we onze ideeën opgepikt zien door zoveel mogelijk politici.”

David Van Reybrouck © BART DEWAELE

Die G32 heeft toch wel iets weg van een representatieve democratie, met gekozenen. U wilde toch een ander systeem? Van Reybrouck: “Onze mensen zijn niet verkozen, maar lukraak geloot, net zoals de duizend deelnemers geloot zijn.”

zelaar. Dat is ook een effect van het internet, jammer genoeg. De cultuur van het gesprek is getemperd. Op de

David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Hij studeerde in Leuven, Cambridge en Leiden. Hij is vooral bekend van het lijvige boek Congo, zijn persoonlijke geschiedenis van de voormalige Belgische kolonie. Eind november gaat Van Reybrouck voor een jaar naar Leiden, waar hij de Cleveringa-leerstoel zal bekleden. Die is vernoemd naar de hoogleraar van de universiteit die in 1940 in een rede protesteerde tegen het ontslag van zijn Joodse collega’s. Van Reybrouck gaat er les geven over recht, vrijheid en verantwoordelijkheid.

Houdt u er rekening mee dat de politiek ook gewoon uw initiatief naast zich neer kan leggen? Van Reybrouck: “Dat zou niet slim zijn. Ik zit natuurlijk niet te azen op een staatsgreep (lacht).” U bent een Indignado. Van Reybrouck: “Ik ben er een, jazeker. De Indignados hebben overeenkomsten met de G1000: burgers die op zoek gaan naar alternatieven. En ik begrijp de verontwaardiging over de bankencrisis maar al te goed. Maar woede alleen is onvoldoende. Er zijn dan ook grote verschillen met de G1000. Wij zijn ontstaan door de communautaire crisis, maar we merken dat de burger daarvan vandaag minder wakker ligt. B-H-V staat helemaal onder aan de prioriteitenlijst.” Het verkiezingsresultaat in 2010 zei wel iets anders... Van Reybrouck: “Het is zeer moeilijk als politicus om het signaal van de kiezer te inter­ preteren. Ik heb de indruk dat het communautaire nu toch vooral plaats heeft gemaakt voor vraagstukken over welvaart. Het emomoment van 2010 is voorbij.” Dat pleit dan niet echt voor de burger, die zich liever laat leiden door het charisma van een politicus dan door een partijprogramma. Van Reybrouck: “Zo stemmen we. Dat heeft ook te maken met hoe politici met media moeten omgaan. Eens te meer een pleidooi voor onze aanvullende vorm van democratie. Democratie is nog altijd een georganiseerd meningsverschil. Wat moeten wij als burgers tussen verkiezingen in doen? Om de vier jaar stemmen, en voorts zwijgen of schreeuwen op het internet?” “Democratie anno 2011: wauw! Democratie is niet beperkt tot verkiezingen; het is een manier van denken, praten en handelen. Wel, laten we het dan ook zo beschouwen.” Kriebelt het niet om gewoon opnieuw te gaan schrijven? Van Reybrouck: “Het is een dol jaar geweest. Tien jaar hou ik dit niet meer vol. Ik zou in 2012 een paar maanden willen gaan wandelen om na te denken. Als het ervan komt, want het kriebelt inderdaad om opnieuw te schrijven. De ervaringen die ik heb opgedaan, zou ik misschien kunnen neerpennen in een nonfictieboek. Daarnaast heeft theatermaker Luc Perceval me gevraagd of ik de Oresteia wilde herwerken, een klassieke Griekse tragedie over de oorsprong van de democratie. Dat is me dus op het lijf geschreven, nu. De zoektocht naar de democratie blijft overal even reëel.”   Christophe Degreef  en Steven Van Garsse www.g1000.org

Politiek > Hervorming gemeenschapscentra onder vuur

CD&V bang voor bureaucratie BRUSSEL – De Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) is de 22 gemeenschapscentra geruisloos aan het omvormen tot één groot cultuurcentrum. CD&V gaat op de rem staan. Vlaams Brussel mag zich de trotse eigenaar noemen van 22 gemeenschapscentra, mooi verspreid over de stad, vaak in strategisch gelegen panden en elk met een eigen specialisatie. Het zijn evenveel ankerpunten voor de Nederlandstalige Brusselaar: cursussen, cultuur, ontmoetingen et cetera. In de vorige regeerperiode wou toenmalig VGC-collegelid Pascal Smet (SP.A), vanuit een idee van efficiëntie en goed bestuur, een grondige hervorming met grote gemeenschapscentra en kleinere dependances. Dat plan is nooit echt van de grond gekomen. Smets opvolger, Bruno De Lille (Groen!), pakt het anders aan. De gemeenschapscentra worden één groot Cultuurcentrum Brussel, zo verklaarde hij bijna een jaar geleden in deze krant. Die weg lijkt nu definitief ingezet. De VGC trekt het beheer van de gemeenschapscentra steeds meer naar zich toe. Kort: het beheer komt centraal te liggen, de gemeenschapscentra worden filialen. De VGC kan die macht naar zich toe trekken. Ze is eigenaar van de gebouwen en werft sinds enige tijd ook het personeel aan. De VGC gaat straks ook mee de culturele programmering bepalen. De gemeenschapscentra worden intussen aangemoedigd om structureel te gaan samenwer-

ken. Een verplichting om te ‘clusteren’ is het niet, maar er worden wel suggesties gedaan: Nekkersdal en Heembeek bijvoorbeeld, of De Pianofabriek en Ten Weyngaert, of WaBo en Den Dam. Die geleidelijke verschuiving van lokaal bestuur naar centraal VGCbeheer valt niet bij iedereen in goede aarde. Parlementslid Brigitte De Pauw (CD&V), lid van de meerderheid in de VGC, gaat op de rem staan. Dat blijkt uit de discussienota die binnenkort in de Raad van de VGC wordt voorgesteld. De centralisatie van het personeelsbeleid bijvoorbeeld is volgens De Pauw “het gevolg van twee tendensen: een bekommernis om elke schijn van nepotisme te vermijden, en professionalisering.” Maar het raadslid waarschuwt dat de pendel niet te veel in de andere richting mag doorslaan. Professionaliseren kan de doodsteek betekenen voor de lokale dynamiek. “Het leidt tot afbrokkeling van de verenigingen, het uitdoven van het vrijwillig engagement en ten slotte de dood van de actieve lokale gemeenschap.” De Pauw is ook beducht voor een beslissingsmacht die centraal bij de VGC ligt en waarbij de gemeenschapscentra zelf niet langer de crea­t iviteit van onderuit kunnen laten spelen, waarbij een convenant tussen VGC en gemeenschapscentra afsluiten ‘een bureaucratische routine’ wordt. De nota moet voor De Pauw een eerste aanzet tot debat zijn in de Raad van de VGC. “En zo nodig kunnen er nog hoorzittingen SVG komen.”

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����


BDW 1303 PAGINA 6 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

“Sabo is een kind als een ander, impulsief, spelziek, sportief. Een nietsontziende winner, een fanatieke voetbalfanaat, supporter van Anderlecht. Alleen het gat in zijn hart is groter dan gemiddeld. En met woorden laat het zich voorlopig niet vullen.”

Maatschappij > Het verhaal van Sabo (11), niet-begeleide minderjarige asielzoeker

Wortels en vleugels BRUSSEL – Sinds 2005 kwamen er meer dan vijftienduizend buitenlandse minderjarigen moederziel alleen in België aan. Journaliste en schrijfster Catherine Vuylsteke tekende een jaar lang de verhalen op van acht jongeren, en de fotografen van het collectief Nadaar en drie gastcollega’s brachten hen in beeld. Waarom zijn ze hier, hoe aarden ze, wat hopen ze voor de toekomst? Daarover gaat Vroeger is een ander land, een boek én een fototentoonstelling in het BELvue Museum.

D 

e Syrisch-Koerdische Sabo (11) is de jongste van de acht. Hij arriveerde in 2009 en woont nu in het Anderlechtse centrum Minor-Ndako. Een fragment uit zijn verhaal. Een late zondagmiddag, net voor de zomer. “Is er nog tijd om Monopoly te spelen?” De jongens hangen hun jassen aan de kapstok. Sabo kijkt zijn Belgische vriend verwachtingsvol aan. Ze hebben de voorbije uren in Mini-Europa doorgebracht en halen nu voorzichtig de souvenirs boven. Oscar (10) is gek op het eerder oubollige park in het noorden van Brussel. Hij bezocht het al een dozijn keren, maar drong er bij zijn moeder op aan dat ze nu met Sabo zouden gaan. Zijn vriend, argumenteerde hij, moest de kans krijgen om zijn nieuwe continent te bezoeken. “Je weet dat hij voorlopig niet naar het buitenland kan, mama. Dat met die papieren, dat duurt nog jaren. Hier in Brussel kan hij Europa al een beetje verkennen, alle lidstaten, stel

je voor.” Zijn moeder ziet het voor zich. De lachwekkende vulkaanuitbarstingen van de Etna wachten op Sabo, net als het kartonachtige Britse parlement en het kuuroord

schenk en stopt het dan zorgvuldig terug in de verpakking. Even later staat hij recht. “Ik wil graag Monopoly spelen, vraag je je moeder of het mag? Toe.” De jongen is bereid om

“Dat er veel lawaai is in het internaat. De andere kinderen zijn erg druk en worden gauw boos. Ik krijg er hoofdpijn van” in Boedapest, met zijn in het water schakende figuurtjes. “Ik wed dat hij het fantastisch vindt, mama. En als het niet zo is, betaal ik het je terug, van mijn eigen centen. Deal?” Voor ze huiswaarts gaan, koopt Oscar van zijn zakgeld een wekker voor zijn vriend. “Een aandenken, aan de eerste dag dat je een Europeaan was,” zegt hij lachend. Sabo loopt rood aan. “Echt? Voor mij?” Thuis inspecteert de jongen zijn ge-

zijn nogal bazige vriend in veel dingen ter wille te zijn, hij vergeeft hem zijn ongeduld en betweterigheid, maar een spelletje Monopoly is zijn bottomline, de conditio sine qua non voor een geslaagde logeerpartij. Oscar reageert niet meteen, hij wordt geheel in beslag genomen door zijn eigen wonderlijke souvenir. Hoe zou dat kleine scheepje in godsnaam in het flesje zijn geraakt, vraagt hij zich af. Iemand vertelde

hem dat die dingen ineenplooien om voorbij de hals te komen, maar hij snapt niet hoe het moet. “Zal ik het vast van het boekenrek halen?” Sabo wacht het antwoord niet af. Hij zet de doos op de tafel en legt het witte deksel opzij. Voorzichtig vouwt hij het bord open, hij telt geld voor drie spelers. “Je moeder doet ook mee, niet? Anders is het niet half zo leuk.” Achteloos wrijft Oscar de krullen van zijn voorhoofd en kijkt hem uitdagend aan. “Wat is er mis met je? Jij denkt alleen maar aan Monopoly. Ik verzeker je dat ik Brussel Nieuwstraat op de kop tik. Met een hotelletje daar wordt het flink afdokken. Dit keer ben ik meedogenloos.” Sabo recht zijn rug en werpt een spottende blik naar zijn vriend. “Wat een onzin! Ben je vergeten hoe het de vorige keer ging? Mijn eerste nederlaag moet nog komen. Nooit dus. Je zult zien, ik laat je bloeden. Nog een geluk dat je moeder je laatst

© JAN LOCUS

te hulp kwam, anders was het al veel langer afgelopen met je.” De jongens proberen elkaar te overtroeven. Roekeloos kopen ze straat na straat, zelfs als een naburige locatie al in handen is van een tegenspeler. Alleen als ze nagenoeg blut zijn, doen ze het kalmer aan. Oscars moeder gaat als eerste failliet, een paar reddingspogingen van haar zoon ten spijt. Sabo zit op zijn stoel te wippen van opwinding. “Kom op, je zou toch winnen dit keer?” Oscar trekt een pruillip. Het spel eindigt zonder grote verrassingen, met de genadeslag van een gewiekste grootgrondbezitter die beweert dat hij al veel clementie heeft getoond. “Ik moet aan mezelf denken,” zegt Sabo. “Het leven is hard, dat weet je toch?” “Heb je in de badkamer gekeken of je niets vergeten bent?” Sabo knikt. “Kom, dan breng ik je.” Oscars moeder duwt de jongen voor zich uit en trekt de voordeur dicht. In de garage start ze de auto. Ze kijkt in de spiegel naar Sabo. “Vind je het leuk in het centrum?” – “Gaat wel,” zegt hij ten slotte. “Zijn er dingen die je storen? Wat vind je niet prettig?” Oscars moeder probeert luchtig te klinken. – “Dat hebt u al gevraagd. Maanden geleden al. Bent u vergeten wat ik toen zei?” Sabo kijkt uit het raam naar de tram

Vroeger is een ander land – Relaas van acht aangespoelde levens. Tekst: Catherine Vuylsteke; fotografie: Eric de Mildt, Tim Dirven, Nick Hannes, Jan Locus, Dieter Telemans en Alain Schroeder, Loïc Delvaulx, Bieke Depoorter. In het Nederlands en Frans. Tentoonstelling in het BELvue Museum (Paleizenplein 7, 1000 Brussel, 070-22.04.92, www.belvue.be) van 23 november tot en met 29 januari 2012; gratis toegang. Meer op www.nadaar.com en www.catherinevuylsteke.com


ADVERTENTIE

BDW 1303 PAGINA 7 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

die hen op de middenberm inhaalt en even verder bij de halte stopt. Een jonge, gezette Afrikaanse vrouw stapt af, een zware caddy achter zich aan zeulend. “Wat zei je toen, jongen?” – “Dat er veel lawaai is in het internaat. De andere kinderen roepen voortdurend, ze zijn erg druk en worden gauw boos. Ik krijg er soms hoofdpijn van.” Sabo blijft naar buiten turen. “En hoe gaat het met je ouders?” – “Goed.” “Bel je hen nog vaak?” – “Ja.” “Praat je met je moeder?” – “Ja.” “Wat vertel je haar dan?” – “Gewoon.” “Is het leuk om met haar te spreken?” – “Ja.” “Als je terug kon gaan, zou je dat doen?” Sabo kijkt haar geschrokken aan. “Wat, terug naar Syrië? Nee. Nee, echt niet.” “Waarom niet?” – “Hier is beter, hier is leuker.” “Zelfs zonder je ouders?” – “Ja. Toch wel.” Oscars moeder knikt berustend. Ze moet denken aan de woorden van Sabo’s oom, die onlangs voor langere tijd naar Syrië is teruggekeerd. “Hij zal zijn land vergeten, zijn ouders, zijn broertjes,” zei hij. “Ik zie het aan hem, soms belt hij wekenlang niet naar de familie.” Toen oom vertrok, wou Sabo hem niet uitwuiven in Zaventem. Hij liet zijn begeleider beloven dat ze er onder geen beding heen gingen. “Ik ben bang voor die plek. Daar ben ik aangekomen, daar ondervroeg de politie me een hele dag,” legde hij uit. “De luchthaven is een plek waar ze mensen aanhouden en op het eerste vliegtuig naar hun geboorteland zetten. Dat wil ik niet, ik wil niet naar Syrië. Beloof me dat het niet gebeurt.” In de autospiegel kijkt Oscars moeder naar de laatste zonnestralen op Sabo’s guitige gezicht. Ze ziet een kind als een ander. Als geen ander ook, evengoed van elders als van hier. Toen de guillotine op het verleden neerkwam, moest het Koerdisch van zijn kindertijd plaatsmaken voor het Nederlands van de toekomst. Hortend en hakkelend eerst, maar ondertussen goed genoeg voor de overgang naar het zesde leerjaar in een Nederlandstalige Anderlechtse basisschool. Sabo is een kind als een ander, impulsief, spelziek, sportief. Een nietsontziende winner, een fanatieke voetbalfanaat. Een supporter van Anderlecht, tot Oscars grote ongenoegen. Een modale jongen, alleen het gat in zijn hart is groter dan gemiddeld. Met woorden laat het zich voorlopig niet vullen.  

Catherine Vuylsteke

Met de steun van het Fonds Pascal Decroos, Le Fonds pour le Journalisme, Koning Boudewijnstichting, Nationale Loterij en UNHCR

DE SINT INTREDE

P-PRAAT Aankondiging persconferentie Stad Brussel: “Sinds 1994, de Stad Brussel is om te investeren in stedelijke vernieuwing wijken onveilig. Met dit wijkcontract ‘Bloemenhof’ als de 14de ontwerp, de Stad is de Brusselse gemeente met de meeste wijkcontracten op zijn naam staan. In het bijzonder de 25 miljoen aandelen van het programma rond drie belangrijke gebieden van de interventie met elkaar verbonden door een groene netwerk: ‘Fontainas pool’, ‘Slachthuis pool’ en ‘Papenvest pool’, met verschillende soorten operaties (huisvesting, openbare ruimte, infrastructuur en sociaal-economische activiteiten) voor de openbare ruimte en de buurt te verbeteren, te verhogen en te diversifiëren het aanbod van recreatieve activiteiten en nieuwe opleidingen en het maken van de werkgelegenheid voor de lokale jeugd. De persconferentie is om details van het programma van acties te bedoelen en kunt u alle transacties in de wijkcontract te ontdekken.” Jazeker, mensen: voorwaar een tweetalige hoofdstad. Dit is niet grappig meer.

DE SINT EN ZIJN PIETEN TRAKTEREN ELKE WOENSDAG & ZATERDAG ALLE KINDEREN TUSSEN 14U00 EN 17U30 OP GRATIS SNOEPGOED

BEZOEK DE SINT VAN 12/11 TOT 3/12

Delphine Bourgeois is de weg kwijt. Sinds de FDF-schepen in Elsene naar eigen zeggen uit haar partij werd gegooid omdat ze een voor­ akkoord sloot met de Elsense MR, is ze ge­ signaleerd op de Louizalaan waar ze schaapachtig naar omstanders glimlachte zonder duidelijke reden. De omstanders lachten meestal niet terug. Toch een steunbetuiging voor mevrouw Bourgeois: het Luxemburgplein is er in een jaar tijd enorm op vooruitgegaan wat netheid betreft, en dat is aan haar te danken, want ze heeft er een campagne aan gewijd – zelfs met sensibilisering – die effectief blijkt te zijn. In drie talen nog wel. Maar het is zeer de vraag of mevrouw Bourgeois de weg van de Louizalaan naar het Luxemburgplein zal terugvinden om het resultaat te bekijken, want ze is dus de weg kwijt, en Joost mag weten of ze hem ooit terugvindt.

CHIEN ÉCRASÉ MIVB-NET – Obligaties kopen van de MIVB, dat is een goed idee. Volgens Brussels parlementslid Vincent De Wolf (MR) weten de mensen niet meer waarin ze hun geld moeten onderbrengen, en investeren in een boomende openbaarvervoersmaatschappij is dan inderdaad puik bedacht. Passen verder in het rijtje: ‘Adopteer eens een MIVB-preventiemedewerker en neem hem bij de hand’, ‘Koop nu het MIVB-zakboek met standaardantwoorden bij problemen op het net (Politiebevel, Quoi?,...)’, ‘Schaf een doe-het-zelfmodeldoos voor een dynamisch bord aan (zodat er ten minste een werkt)’ en ‘Op weg met de MIVB voor dummy’s – Inleiding in de wereld van valideren, frauderen en decanteren’. Wij kunnen niet wachten op meer publiek-private samenwerking. WARANDEPARK – Het is ten strengste verboden op het gras van het Warandepark te joggen, en dat is te danken aan Bertin Mampaka, schepen van Sport en Ticketbedelingvoor-Vrienden-bij-een-Voetbalwedstrijd (CDH). Op zich valt dat wel te begrijpen, want de plaag die joggers heet en die sinds een paar jaar allerhande stadsbewoners van allerlei kleur en pluimage de loopschoenen in jaagt, die plaag trapt alles plat wat in de weg ligt. Gras is daarbij, en het wordt tijd dat het Warandepark weer eens het uitzicht krijgt van een park in plaats van een bos op droge grond. Alleen: doe ’s nachts dan wel de poorten van het park dicht, want iets zegt ons dat er na het vallen van de duisternis niet zoveel belangstelling meer is voor graswezen en -welzijn. Of wel, maar niet om op te lopen.

WWW.BASILIX.BE ADVERTENTIE

Foto-expo Brusselse Kanaalzone tegen de stroom in

van 16/11 tot 24/11

KaaicaFé

maandag tot vrijdag van 11u tot 20u30 en voor en na de voorstellingen

sainctelettesquare 20 1000 Brussel

Schroot- en afvalhopen ter hoogte van het Vergotedok in Brussel... 2,5 km van de Grote Markt.

© Kim Van Semang

curieus Brussel vindt het belangrijk om bewoners te betrekken bij het herdenken van de Brusselse kanaalzone. Helaas worden de verhalen en dedromen van bewoners door beleidsmakers vaak genegeerd. De kanaalzone telt een jonge bevolking die voor een groot deel opgroeit in armoede. In de wijken langs de oevers is een gebrek aan groen en kwaliteitsvolle publieke ruimte. Het is een aaneenschakeling van onveilige verkeersknooppunten. Redenen genoeg voor curieus om het debat over de toekomst van de kanaalzone extra input te geven via de organisatie van een fotowedstrijd “Tegen de stoom in”. De beste inzendingen kan u bewonderen op deze verrassende foto-expo in het Kaaicafé. Voor meer info: info.brussel@curieus.be of 02/504.91.91 curieus is een progressieve vereniging die door een andere bril naar cultuur en de samenleving kijkt. We organiseren frisse, originele en gedurfde activiteiten die je goesting geven in cultuur.

WWW.

. BE

i.s.m.


BDW REGIO

BDW 1303 PAGINA 8 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

zwijgzaam, troostend. Pas bij het etensuur moet haar licht schijnen en draait zuster Monia de lichtschakelaar om.

Deze week bij Moeder Teresa > Twee keer 64 borden per dag

‘Eerst het gebed, dan pas de soeplepels’

De bijna honderd mensen die al op de stoep samentroepen, kunnen zo meteen in het kelderrestaurant terecht voor een warme maaltijd.

SINT-GILLIS – Een woensdag aan de Koningslaan 69. De douches zijn pas gedweild, de rijst staat op. “Blijf een keertje helpen, dan zie je wat we doen en worden je vragen vanzelf beantwoord.” De Missionarissen van Naastenliefde sturen onze vragen over medemenselijkheid handig richting praktijk. En dus binden wij een schort om.

T 

wee jonge mannen met leren jekker, de weelderige haardos nat gekamd, vullen hun sportzak met vuile kleren. Ze knikken dankbaar naar de zuster die het blauwe plastic gordijn van de douche rechttrekt en een dweil legt. De Oost-Europeanen maken niet meteen aanstalten om te vertrekken. Hun getreuzel doet vermoeden dat ze nog niet fysiek afstand willen nemen van de heilzame werking van het warme, reinigende water. Elke woensdag kan hier gedoucht worden. “Bij Caritas Catholica in Duitsland kost alles geld: een kom soep, een douche. Al is het maar één euro, ze vragen geld. En dat hebben we niet.” Het grote rijhuis waar de zusters de leefregel van Moeder Teresa volgen, heeft hier maar één antwoord op: zij zijn er voor de armsten der armen. Want om hen was het Moeder Teresa (1910-1997) in Cal-

cutta te doen. Wat ge voor de minsten van mijn broeders hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan. Heel even had ik me het onthaal bij de vijf Brusselse Missionarissen van Naastenliefde anders voorgesteld. In het parloir, één hoog onder de kapel, had ik te horen gekregen: “We geven geen interviews en u mag ons geen vragen stellen.” Ik waande me ten paleize, waar vragen stellen ook niet mag. Of is de vraag stellen al het antwoord geven? Niet dat de zusters geen ruchtbaarheid of pers appreciëren, maar hun werk gebeurt in de grootste bescheidenheid: zonder naam, zonder wierook of commentaar, zonder complimentjes voor hun persoonlijke inzet. Maar ook geen vragen over hun leeftijd, hun vierjarige opleiding in Rome of Calcutta, of over hun ervaringen met de hongerige bezoekers van elke dag.

Ik mocht wel een middagshift meedraaien, als het mij zinde. En zo kwam het dat ik er dezelfde dag nog twee deed, gehuld in een beenlange schort in blauwe vichyruit. Om even mee te leven met de Indiase zusters Joncina, Albertina, Maria-Frank en

© SASKIA VANDERSTICHELE

pese Commissie. Hij vertelt me dat hij een kamer heeft in de christengemeenschap La Viale in Elsene. Een goedlachse Schotse vrijwilliger, die het gros van de afwas bereddert, onthult me de regels van de restaurantkelder, waar plaats is voor 64 couverts. “Zoveel?” vraag ik. “Voor de eerste shift van halfdrie. Om halfvier mogen er nog eens zoveel komen eten, en tussenin moeten we snel afwassen.” In de lange kelder staan plastic

Sinds Papi hier werkt, is het kalmer in de eetzaal. Vroeger werd er weleens herrie geschopt. Nu één knik en... Een Senegalees bijt op zijn tong, er broeide wat moeder-overste Sherlin, en de Luikse zuster Monia, samen met een handvol vrijwilligers, onder wie voor het eerst ook een Hongaarse stagiair-informaticus van de Euro-

baancaféstoelen rond tafels met een waterkan en kleurige plastic bekers. Achter het keldergordijn zie ik de massa hongerigen op de stoep al aanzwellen. Het Mariabeeld wacht

Etenstijd In een mum van tijd stroomt het huis vol. Het is zaak om de stoelen achterin systematisch eerst te doen bezetten. “Geen gaten laten,” krijg ik te horen van de coördinator, ‘Papi’, die streng maar rechtvaardig stilte in huis oplegt. Is het stilte uit schroom om arm te zijn? Of de stilte van liefde-zonder-woorden? Of dit allemaal daklozen zijn, vraag ik hongerig. De Schot zegt: “Legalen, illegalen, leefloners, thuislozen, vrouwen met problemen – boven wonen er tijdelijk vijf, met vier baby’s –, iedereen is welkom. Zelfs mensen die helemaal niet arm zijn, maar wel gratis willen eten. In Brussel heeft niemand honger, er zijn voedselbedelingen te over in de stad.” Zo op het eerste gezicht denken we van vier of vijf van de 120 warmemaaltijdgebruikers die we die dag bedienen, dat ze geld genoeg hebben om zelf te koken. Een 65-jarige met deftige broek en trui heeft een luisterend oor nodig. “Ik had een hotel in Cádiz en 185.000 euro die men mij heeft afgepakt, en nu ben ik nergens gedomicilieerd. Ik vond een zolderkamertje dicht bij de Comme chez Soi, dat niet als adres mag dienen omdat het niet geregistreerd staat als woongelegenheid. Koken kan ik er niet. Verwarming is er niet, al hoeft dat voor mij niet. Maar als ik weken voor papieren in de rij sta, dan krijg ik te horen: ‘Mais vous êtes un Belge.’ Alsof ik daardoor niet arm kan zijn.” Ik zet mandjes met hompen brood – echt lekkere – op elke tafel en leg lepels naast het diepe bord. “Haal de lepels maar weg, eerst het gebed,” klinkt het streng van ‘Papi’, die er als een buitenwipper uitziet. En dat is hij ook. Sinds hij hier is, is het kalmer in de eetzaal. Vroeger durfden jongeren hier al eens onderling herrie te schoppen, verneem ik. Eén knik nu en... Een Senegalees bijt op zijn tong, er broeide wat. Na een zang, een weesgegroet en onzevader mag de soep bedeeld worden. Tot twee-, driemaal toe. Maar alleen als het bord leeg is, mag je bij vragen. In hetzelfde bord volgt de rijst met vleessaus, en achteraf sla met tomaat, en koek. De tweede groep krijgt na het gebed een ander gerecht: erwtensoep, spaghetti met tomatensaus, sardientjes. Een dame vult lege plastic doosjes met haar repas. Een andere klaagt over de spilzucht van haar dochter, die 38 is en elf kinderen heeft. Een Togolees heeft het over de Afrikaanse regel dat als je geen geld hebt, je vrouw je mag laten zitten. Er zitten ook twee Albaniërs, uit Skopje nog wel, waar zuster Teresa geboren werd. Buiten vragen drie Marokkanen op een bank of ik morgen terugkom. Ik durf niet te zeggen dat ik werk en vraag waarom. “Omdat uw bediening heel vriendelijk was daarnet. Bedankt daarvoor.” Zouden de zusters het daardoor heel hun leven volhouden?   Jean-Marie Binst


BDW 1303 PAGINA 9 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

ADVERTENTIE

Neder-Over-Heembeek > Toneelkring Rust Roest andermaal paraat

Gebakken lucht Na eerder dit jaar al De Ronde van Vlaanderen te hebben gespeeld zet het gezelschap Rust Roest koers naar zijn 150ste productie. Zeven acteurs bereiden onder regisseur Robert De Clerck de komedie Gebakken lucht voor. Te zien op 18 en 19 november, telkens om 20 uur, in Zaal Familia. Het blijspel van Luc van Balberghe gaat over twee vrienden, collega’s ook, die hun werk gaan verliezen. Omdat thuis door vrouwlief een hoge stand wordt opgehouden, met juwelen, dure vakanties en dies meer, moet er haast een wonder gebeuren om dit te kunnen blijven bekostigen. De mannen vinden

er niets beter op dan ‘gebakken lucht’ op flessen te trekken en te verkopen. Dat blijkt wonderlijk genoeg aan te slaan, tot... Toneelkring Rust Roest mag dan wel een lokaal amateurgezelschap zijn, de traditie van volksvermaak en verenigingsleven wordt al 115 jaar hoog gehouden. De prestigejaren met toernooien en prijzen ‘Uitmuntendheid met felicitaties’ mogen dan wel niet meer van deze tijd zijn, het sociale en culturele engagement houdt de kring samen. Wie nog van een stukje Brussels amusement zonder franjes kan genieten, heeft aan de twee JMB speelavonden een vette kluif.

‘Onburgerlijk gedrag’ brengt 100.000 euro op in 2010

TELEXREGIO

In 2007 werden er ongeveer achthonderd processen-verbaal opgesteld voor gevallen van overlast; in 2010 is dat aantal gestegen tot meer dan tweeduizend. Dat  staat te lezen in het jaarverslag van de gemeente. De pv’s worden uitgeschreven door de zogenaamde dienst Administratieve Politie van Elsene, een onderdeel van de juridische dienst die asociaal gedrag bestraft en de openbare orde binnen een gemeente handhaaft, zoals beschreven in het politiereglement. Het gaat dan vaak om geluidsoverlast, vandalisme en sluikstorten, maar ook om kleine vechtpartijen of samenscholingen op de openbare weg. Vroeger werden die inbreuken vastgelegd in politieverordeningen en werden ze bestraft door een politierechtbank, maar sinds 2005 kan een gemeentebestuur zulke inbreuken bestraffen zonder tussenkomst van een rechter. De vaststellingen worden gedaan door ‘gewone’ politie-

Minister Brigitte Grouwels stelt eerste Brusselse Meetfiets voor

Brigitte Grouwels Brussels Minister van Openbare Werken en Vervoer

Reserveren op rustroest.heembeek.be

Elsene > Sterke stijging overlast-pv’s

Het aantal pv’s voor overlast is in 2010 fel gestegen in de gemeente Elsene. Volgens het gemeentebestuur is dat een gevolg van meer waakzaamheid en een betere motivering.

Visie op een mobiel Brussel

agenten, maar de gemeente Elsene heeft ook nog eens zeven krachten in dienst die alle pv’s administratief opvolgen en afhandelen. Daarnaast bestaat de Administratieve Politie ook nog eens uit agenten van Openbare Netheid, die de bevoegdheid hebben om sluikstorten en inbreuken tegen de openbare netheid vast te stellen. Het aantal pv’s dat zij opstelden, bedroeg 2.500 in 2010; in 2008 was dat nog 350. Het gemeentebestuur verklaart alle hoge cijfers door een verhoogde waakzaamheid en een verscherpte belangstelling voor inbreuken op het politiereglement. Toch staat er in het document ook dat er nog veel werk uit te voeren is omdat een groot aantal politie-agenten nooit een pv opstelt over inbreuken op het politiereglement. Met andere woorden: het aantal agenten dat ervan wakker ligt, is gestegen, maar er zijn er nog altijd genoeg die er niet van wakker liggen. Meer inbreuken betekent natuurlijk dat de gemeente meer boetes kan heffen. Zo bracht het geheel van ‘onburgerlijk gedrag’ toch honderdduizend euro in het laatje in 2010. Per inbreuk kan de boete oplopen tot 250 euro.  Christophe Degreef

Stookketel KRIJGT GRATIS BEURT SINT-AGATHA-BERCHEM – Met de campagne ‘Stofvrij maakt uw ketel blij’ kunnen gezinnen met een inkomen van maximaal 1.232 euro en alleenstaanden met maximaal 925 euro het verplichte jaarlijkse onderhoud van hun verwarmingsketel terugbetaald krijgen. De toelage komt van de POD Maatschappelijke Integratie. Om in aanmerking te komen moet de burger eerst een korte opleiding volgen: Hoe uw energiefactuur ontcijferen en Hoe dagelijks energie besparen. Tot 20 december geeft JMB de Cel Energie op dinsdagvoormiddag alle informatie: 02-482.16.34.

PARKEERKAART VOOR (AUTOLOZE) SENIOREN SINT-JANS-MOLENBEEK – Senioren kunnen een speciale kaart aanvragen om vrienden of familieleden gratis te laten parkeren. “Sommige ouderen vertellen ons dat hun bezoekers het parkeren in Molenbeek te duur vinden,” zegt SP.A-schepen Jef Van Damme. “Het gevolg is dat ze minder bezoek krijgen. Dat mag niet gebeuren: het sociaal isolement mag niet toenemen door de invoering van betaald parkeren.” Twee voorwaarden: u moet ouder zijn dan zeventig en u mag zelf geen auto bezitten. MV Aanvragen bij de dienst Mobiliteit, Opzichterstraat 63-65, 02-412.05.70.

Brigitte Grouwels, Brussels Minister van Veroer, heeft recent de eerste Brusselse Meetfiets voorgesteld. Vanaf eind oktober brengt deze Meetfiets de kwaliteit van meer dan 100 kilometer gewestelijke fietspaden in kaart. Dit laat toe om tegen medio 2012 een database aan te leggen over de staat van deze fietspaden. “Om nog meer Brusselaars warm te maken voor de fiets hebben we nood aan een betere infrastructuur”, stelt Minister Brigitte Grouwels. “Daarom investeer ik dit jaar een recordbedrag van liefst 11,5 miljoen euro in fietsinfrastructuur. De Meetfiets laat toe om dit geld voortaan nog gerichter te besteden.”

Anne Mertens: ‘Prioriteit voor de voet- en fietspaden in Anderlecht’ Anne Mertens pleit voor een dringend onderhoud van de paden in Anderlecht. Ze lanceert een enquête over de Anderlechtse voet- en fietspaden. De slechte staat van de Anderlechtse paden zorgt voor onveilige situaties voor voetgangers en fietsers. Mertens pleit voor een kerntakendebat - wat Anne Mertens moet de gemeente in de toekomst doen - om Bestuurslid CD&V Anderlecht orde op zaken te stellen. Een lange termijn investeringsplan die correcte wegen en normale, begaanbare voetpaden waarborgt is een must. De gemeente moet haar verantwoordelijkheid opnemen: dit is een absolute prioriteit!

Jeannine Kempeneers: ‘Fietsroutes als alternatief voor autoverkeer, maximaal ondersteunen’ In ons streven naar een aangename leefbare stad is het STOP-principe erg belangrijk. Het principe gaat uit van een duidelijke keuze voor stappen, trappen en openbaar vervoer en tenslotte het privé vervoer. Zo werkt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naast een uitgebreid Jeannine Kempeopenbaar vervoer, door middel van bus, tram en metro, ook ondermeer aan de Gewestelijke neers Fietsroutes. Dit zijn aanbevolen fietsroutes, OCMW-raadslid langs vooral lokale wegen, waar het verkeer in Watermaal-Bosvoorde minder druk is. Als CD&V mandataris ondersteun ik dan ook de verdere uitvoering van de Gewestelijke Fietsroute 5 in Watermaal-Bosvoorde, als volwaardig alternatief voor het autoverkeer.

Geert Vandenabeele: ‘Brussel, een bruisende stad voor alle Brusselaars’ Hoewel we de autodruk moeten verminderen, moeten we ook kunnen samenkomen, bij elkaar langs gaan en elke dag naar het werk kunnen pendelen. Hier schuilt een zekere beleidsparadox. Dus moet je bedrijventerreinen ontsluiten (zoals bijvoorbeeld tram 62) of een mindermobielencentrale steunen. Maar evengoed een laagdrempelige toegang tot de informatiesnelweg voor iedereen voorzien. Mobiliteitsarmoede kom je Geert Vandenabeele immers niet tegen op Twitter of Facebook. Dit is OCMW-raadslid in Schaarbeek mijn ambitie voor de stad: vlot de deur uit kunnen en mensen thuis durven ontvangen. Omdat dit betekent dat je graag in de stad bent, en er graag thuis komt. Dat is de grootste mobiliteitsuitdaging in de ontwikkeling naar een bruisende, aangename stad.

www.visieopbrussel.be

www.cdenv-brusselsparlement.be


BDW 1303 PAGINA 10 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

ADVERTENTIE

urtscholen Leer de Nederlandstalige bu kennen samen met andere ouders

Na Allerzielen © MATTHIAS VANHEERENTALS

r a a n n e m a S School in de Buurt

Evere > Verwaarloosde kindergraven

Werknemers en bezoekers van de begraafplaats van Evere trekken aan de alarmbel. Een tiental kindergraven ligt er zwaar verwaarloosd bij. “Het is schandalig,” zegt een medewerker van de begraafplaats verbolgen. “Je kunt zelfs niet meer van graven spreken; het is één grote modderpoel. De bloemen zijn verwelkt, teddybeertjes liggen in het rond, gescheurd. Dat de ouders nog niet eens de moeite hebben gedaan om het graf in orde te brengen voor Allerheiligen, dat is toch mensonwaardig?” Ook bij sommige bezoekers lopen de emoties op. “Het is een stort geworden, daar waar kinderen onder de grond liggen. In wat voor tijden leven wij? Ik vind dat het gemeente-

bestuur en de verantwoordelijken dringend maatregelen moeten nemen. Er is geen respect meer.” Burgemeester Rudi Vervoort (PS) benadrukt dat hij niets kán doen. “We zijn op de hoogte van het probleem, maar dit is de verantwoordelijk van de ouders: zij hebben een concessie van tien of vijftien jaar. We begrijpen ook niet wat de redenen zijn. Misschien hebben sommige ouders het er emotioneel moeilijk mee om naar het kerkhof te komen? Ik weet het niet, ik kan alleen maar hopen dat ze er zo snel mogelijk iets aan doen.” Hetzelfde geluid bij de directie van de begraafplaats: “Wettelijk gezien mogen wij niet aan een in concessie gegeven graf komen.”  Matthias Vanheerentals

Samen naar School in de Buurt neemt ouders mee op weg bij het kiezen van een basisschool. Het project verkent scholen uit de buurt in interactie met ouders. Een infoavond start het traject van schoolkeuze en brengt ouders voor het eerst bij elkaar. Daarna krijgen ouders de mogelijkheid om via schoolbezoeken scholen van dichtbij te ontdekken. Op een terugkomavond komen ouders een laatste keer samen om ervaringen en ideeën rond schoolkeuze en buurtscholen uit te wisselen. Alle informatie en alle data van de infoavonden, schoolbezoeken en terugkomavonden zijn te vinden op www.samennaarschool.be.

UIT DE oude doos

Beste lezer, tot nieuwjaar presenteren we u wekelijks een prentbriefkaart met oude (soms verdwenen) beroepen. Veel kijkplezier.

Met de geur van stearine Alle info vindt u op www.samennaarschool.be.

U bent van harte uitgenodigd!

Sint-Jans Molenbeek

Een kaarsenfabriek, daar moet de geur van paraffine overheersen. Niet, dus. Of toch niet in deze hoofdstedelijke kaarsenfabriek uit de oude doos, waar de kaarsen met stearine vervaardigd werden. Stearine wordt uit rundervet gehaald: het woord is afgeleid van het Oudgriekse stear, ‘rundvet’. Kaarsen die met stearine gemaakt worden, branden langer dan paraffinekaarsen. Met de winter in aantocht

verheug ik me al op de geur van kaarsen. Winterkou en kaarsen gaan goed samen. www.brusselnieuws.be/oudeberoepen Meer op www.academieroyale.be. Met dank aan Dexia en:


Dak lek? Dan niet naar school Tot het Brusselse geld niet gearriveerd is om twee klasjes in een school in Grand Dakar (Senegal) te herstellen, krijgen de kinderen er geen les. Arrondissementsgemeente Grand Dakar is een van de negentien gemeenten van de hoofdstad Dakar (die 1,1 miljoen inwoners telt). Grand Dakar heeft zijn verbroederingsgemeente Sint-Agatha-Berchem gevraagd om de herstellingskosten aan het dak van de klasjes van de Route des Puits-school te financieren. Dat is mogelijk door het programma voor Gemeentelijke Internationale Samenwerking (GIS). Daartoe moest Berchem wel een lening van 3.200 euro aangaan, en de afschrijving werd bijgeschreven op de buitengewone begroting 2011. Sint-Agatha-Berchem kwam in de herfst 2007 zijn verbroederingsgemeente Grand Dakar al te hulp. Het Berchemse OCMW-raadslid van Senegalese origine Ndongo Diop (LBGCDH) en eerste schepen Jean-Marie Colot (LBR-CDH), bevoegd voor Noord-Zuidbetrekkingen, gingen als eersten ter plaatse ‘de behoeften

identificeren’. Sindsdien hebben verschillende projectreizen van politici en officials van Grand Dakar en Sint-Agatha-Berchem concrete afspraken en engagementen opgeleverd. Dat leidde tot ‘microprojecten’ waarmee de gemeente Grand Dakar een stap vooruit kon zetten. Zo werden er al opleidingen verschaft over stedenbouw, preventie in scholen, microkredieten en projectmanagement. Er ging ook steun naar het Dispensaire du Grand Dakar, en in Brussel werd een Lokaal Ontwikkelingsplan (LOP) voor Grand Dakar uitgetekend, met beleidsprioriteiten op terreinen als weginfrastructuur en afval- en waterbeheer. Dat alles leidde tot een Gemeentelijk Investeringsplan (GIP) en een geldbeheersorgaan (Mutuelle d’Épargne et de Crédit) met wederzijdse garanties. In dat kader past ook de cheque van 3.200 euro, voor de dringende  herstelling aan de daken van de school. In 2012 loopt het vijfjarige federale GIS-programma af, en het is nog niet bekend of het verlengd wordt.   Jean-Marie Binst

Brussel > Stripdorp doet het zonder vergunningen

Kuifje met de billen bloot © SASKIA VANDERSTICHELE

Sint-Agatha-Berchem > Hulp aan Grand Dakar

BDW REGIO

BDW 1303 PAGINA 11 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Het Stripdorp heeft nog maar net de deuren geopend en het ligt al onder vuur. Het was  Geoffroy Coomans de Brachène (MR) die maandag in de gemeenteraad de kat de bel aanbond. “Het standbeeld van Kuifje staat in de winkel, niet in de openbare ruimte,” klaagt Coomans, die de gemeenteraad eraan herinnerde dat hij in 2005 voorgesteld had om het Kuifje-standbeeld aan te kopen. “Maar de toenmalige schepen van Cultuur (Henri Simons, DV) had daar

ADVERTENTIE

RADIODAG FM-BRUSSEL ’EXPRESSIONS’ OP TV-BRUSSEL TWIEDOÊGSE VAN ET VOLKSTEJOÊTER DAG VAN’T BRUSSELS KLAAN BRUSSELS DIKTEI KONVERSOÊSETOÊFELS BRUSSELS STAMENEI KEEKEFRETTERSFIEST GIDEIDE RESTOSTOEMP RONDLAAIDINGE GENTS CABARET WOLTJESFIEST ... ALBERT VERDEYEN CHAREL VAN DOMBURG CHLOË VAN DOORSLAER DANI KLEIN DEMARCK FREDDI SMEKENS GEERT VAN ISTENDAEL GEERT DEHAES GUI POLSPOEL JOHAN VERMINNEN JULIEN VREBOS KATHLEEN SEGHERS KEVIN VAN DOORSLAER MARS MORIAU MARCEL DE SCHRIJVER NADIA SCHEYS PETER VAN ASBROECK PIERKE PIERLALA RAYMOND DOMS ROBERT DELATHOUWER ROGER VINCKE SERA DE VRIENDT SONJA DE SMEDT ACADEMIE VAN HET BRUSSELS BABBELEVEREN BRUSSELS VOLKSTEJOÊTER DE MANNE VAN DE PLATOU STUDENTENCLUB ‘T WOLTJE VERNIEUWD GENTS VOLKSTONEEL ZINNEFOLEE ...

geen oren naar, hij vond strips geen kunst.” Dat het Stripdorp met ‘geen enkele vergunning’ in orde is, vindt Coomans zo mogelijk nog erger. “Geen horecavergunning, geen vergunning voor de uithangborden. En daarbij is ook de toegang tot de woningen verhinderd.” Schepen van Stedenbouw Christian Ceux (CDH) begrijpt de klachten, maar op de details wou hij niet ingaan. De Stad heeft al een controleur ter plekke gestuurd. Het is nu wachten op diens rapport. DV

ADVERTENTIE

Met je gezin ontbijtzwemmen of met vrienden deelnemen aan het aquavolleybaltornooi? Of wil je liever proeven van een gratis duikles? Je uitleven met spectaculair zwemmateriaal of een sessie aquazumba meepikken? Of kan je nog niet goed zwemmen en wil je graag watergewenning volgen?

DE WEIK VAN’T BRUSSELS Brussels Dialekt es tof!

11 - 21 NOVEMBER 2011 www.ara-vzw.be

Kom da n

naar de

Brus Zwem selse badda gen op zate zondag rdag 19 en 20 nov ember 2011

op zaterdag in het gemeentelijk zwembad van Sint-Gillis en in het zwembad van Anderlecht (Coovi/Ceria) IN DE WEER VOOR BRUSSEL

op zondag in de gemeentelijke zwembaden van Laken, Neder-over-Heembeek en Sint-Pieters-Woluwe

Iedereen is welkom:

jong en oud kunnen meedoen, ook personen met een handicap.

Met de steun van de Vlaamse overheid Voor folders en info: sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie: 02 563 05 14 - sportdienst@vgc.be - www.vgc.be/sport


BDW 1303 PAGINA 12 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

© LAURENT D’URSEL

© ERIC DEMEY © JE AN -F RÉDÉ RIC HA

Collectif Manifestement wil de daklozen een stem geven, zonder betutteling.

NS SE NS

Maatschappij > Daklozen bekritiseren daklozensector

‘Pleisters helpen niet, vaccins zijn nodig’ BRUSSEL – Heeft u in de winter ooit al eens buiten geslapen? Waarschijnlijk niet. In Brussel zijn er honderden mensen die dagelijks op zoek moeten naar een slaapplaats om te ontsnappen aan de winterkou. Dit verhaal is niet nieuw. Wel nieuw is wat daklozen hier zelf over te zeggen hebben. Het Collectif Manifestement legde zijn oor te luisteren en kwam tot onthutsende vaststellingen.

BDWOPINIE In het boek Eisen van Brusselse daklozen nemen daklozen het woord. Het is een politiek eisenpakket, een publieke aanklacht, helemaal van onderuit, van de onderkant van de samenleving. Er wordt zelden echt geluisterd naar wat daklozen te vertellen hebben. Ze hebben goede redenen om het niet aan de grote klok te hangen.

“Het verlies van waardigheid. Je verstoppen voor voorbijgangers, we schamen ons. Ik wil niet dat ze me zien. Er is veel verborgen miserie.”

Naast de getuigenissen over het leven op straat, over vernederingen, geweld, bedelen, alcohol, drugs, gebrek aan hygiëne of aan betaalbare woningen en over de administratieve mallemolen, bekritiseren daklozen ook de hulp die hun geboden wordt. Dat klinkt hardvochtig, ondankbaar

en weinig constructief, maar toch wordt hier een probleem aangekaart dat echt de moeite is om te bekijken. Laten we wel wezen, het is een schande dat er zoveel mensen op straat leven. De daklozensector is het gevolg van een slecht werkend sociaal systeem. Het kost de samenleving minder om dakloosheid te voorkomen dan om een dakloze opnieuw te integreren. Voorwaarde is dan wel dat solidariteit met zwakkeren en mensen in armoede hoger op de politieke agenda komt te staan.

“Alle organisaties, alle vrijwilligers houden zich bezig met details. Pleisters hebben geen zin, wij hebben vaccins nodig.” (Miguel)

Maar goed, onze samenleving vindt dit geen prioriteit. Zodra deze mensen op straat staan, biedt de daklozensector hulp. Maar waarom klagen de daklozen deze hulp aan? Een eerste probleem is het schrijnende gebrek aan middelen. Organisaties voor de opvang van daklozen werken met (te) veel vrijwilligers en

(te) veel mensen met een nepstatuut. Professionalisme en langetermijnoplossingen komen zo onder druk te staan.

“Om hen een plezier te doen, gaan we bij hen een kommetje soep halen. Omdat we weten dat het uit het hart komt. Maar vaak hebben we er geen behoefte aan.”

Een tweede probleem is de afhankelijkheid van subsidies. Cijfers zijn belangrijker dan de mensen die geholpen worden. Organisaties die kunnen aantonen dat ze een maximum aan mensen kunnen reactiveren of herintegreren, worden beloond. Het gevolg is dat de zwakste mensen, bijvoorbeeld alcoholici, uit de boot vallen, samen met diegenen die allergisch zijn aan betutteling en aan de overvloed aan regeltjes. Organisaties die met subsidies werken, richten zich meer op de criteria van hogerhand en dus op het voortbestaan van hun organisatie dan op de zorg die noodzakelijk is.

“Ik heb geen hulp gekregen. Ik had er gevraagd, maar ik moest in het station slapen omdat ik het programma dat de sociaal werker voorstelde, niet aanvaardde.”

Een derde probleem is het falende

asielbeleid. Fedasil kan de instroom niet aan, waardoor er asielzoekers op straat komen te staan. Om nog maar te zwijgen van het toenemende aantal mensen zonder papieren. De druk op de daklozensector neemt enorm toe. Deze problematiek komt goed tot uiting tijdens de winteropvang. De laatste jaren is het aanbod aan bedden alleen maar toegenomen. Elke plek die men toevoegt, wordt

Collectif Manifestement is een kunstenaarsgroep die jaarlijks een betoging organiseert rond een verrassend thema. Sinds 2009 laat het collectief de stem van Brusselse daklozen horen. Op 31 december 2010 was er een betoging met als thema ‘Om het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in schoonheid te begraven, vieren de daklozen 2010!’ Dit jaar verzamelde het collectief getuigenissen van daklozen. Hun eisen werden in een boekje gebundeld. Revendications des (pré-)SDF bruxellois, uitgegeven bij Maelström, kost 3 euro. Per drie verkochte exemplaren gaat de opbrengst van één boekje naar daklozen. De Nederlandse vertaling vindt u op www.manifestement.be.

onmiddellijk ingenomen, en jaar na jaar stelt men vast dat het nog niet genoeg is. De kosten voor deze winteropvang liggen enorm hoog, het aanbod en de omkadering zijn mensonwaardig en er wordt op geen enkel moment gewerkt op de langere termijn. Het is dweilen met de kraan open.

“Je moet soms drie kwartier aan de telefoon hangen om er een bed te reserveren. Je riskeert dat ze je kleren pikken terwijl je je wast, dat de douche vol uitwerpselen ligt of dat je in de winter alleen koud water krijgt. De matrassen zijn bepist, en door de dekens heb ik schurft opgelopen.”

Eisen van Brusselse daklozen kaart deze en vele andere problemen aan. Willen we daklozen echt helpen? Dan moeten we eerst en vooral onbevooroordeeld leren luisteren.

“We krijgen zelden mensen te zien die ons niet beoordelen. We hebben zoveel moeilijke situaties meegemaakt en hebben meer dan genoeg van mensen die niet naar ons luisteren.”

Chris Aertsen, lid van het Collectif Manifestement


BDW 1303 PAGINA 13 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be Nederlands in Schaarbeek Als inwoners van de ezelsgemeente Schaarbeek willen we ook even reageren. Op het gemeentehuis zijn er zowel hardnekkig Nederlandsonkundigen als vlotte tweetaligen, maar meestal gaat een ‘onkundige’ er wel een meertalige collega bijhalen. Burgemeester-staatssecretaris Clerfayt is vlot tweetalig, maar de ‘dienstdoende’ burgemeester, Madame ‘Smile’ Jodogne, niet. Dom- of halsstarrigheid, wie zal het zeggen? Ze laat wel graag van zich horen als het erom gaat asielzoekers en vluchtelingen uit het Noordstation te verdrijven. Al of niet in de openlucht slapen is gemakkelijk gezegd als men zelf in een grote, goed ingerichte en verwarmde behuizing zit. Omdat er van onze kinderen wonen tussen de Brabanten de Aarschotstraat, komen we daar ook veel. En waar Clerfayt – met de verkiezingen in aantocht – in de kranten beweert dat de criminaliteit in Schaarbeek héél erg gedaald is, kunnen we daar alleen maar onze twijfels over uitspreken. De politie is laks en doet geen moeite om vaststellingen te doen. (Misschien normaal: zij zijn nog aan het schrijven als de schelmen ongestoord verder hun gang kunnen gaan.) We hebben het allemaal al gezien: sluikstorters, vuilniszakken dagen voor de ophaling buiten (altijd dezelfden), dubbelparkeren, met één auto twee parkeerplaatsen innemen. Ontelbare wildplassers, ondanks twee wc’s vlakbij, twee tot drie keer daags grondig gereinigd; donkergeklede fietsers zonder fietsverlichting of helm, ’s nachts op het trottoir: de politie rijdt voorbij zonder te reageren. Bulgaarse afzetters, valsspelers (50 euro) op hoek Aarschot- en D’Hoogvorststraat. Er staan meestal wel enkele ‘waarnemers’ op de uitkijk om de politieauto’s te signaleren, maar die zouden ook anoniem of in burger vaststellingen kunnen doen. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. En het tweewekelijkse gemeentelijke informatieblad is over het algemeen blijkbaar alleen voor Franstalige inwoners, of ze gaan ervan uitdat Vlamingen toch tweetalig zijn. Wij zijn de moedwillig verdraaide informatie beu.  K. De Moor, Schaarbeek

Armer ‘Demografische boom verarmt Brussel’ verscheen op 20 oktober op brusselnieuws.be. Brussel verarmt, dat is al jaren zo, dat kan niemand ontkennen. Ik ben het dan ook grotendeels eens met de inhoud van dit artikel. Maar ik vind de titel op zijn zachtst nogal ongelukkig gekozen. Hij wekt verkeerdelijk de indruk dat de armoede in Brussel vooral te wijten is aan de bevolkingsexplosie. Deze demografische boom is echter een rechtstreeks gevolg van het jarenlange wanbeleid, of beter gezegd nonbeleid op het gebied van migratie. Als je iedereen maar laat komen, op tijd en stond regulariseert en zo de deur wagenwijd openzet voor gezinshereniging, dan is een enorme bevolkingsgroei het logische gevolg. Het merendeel van de problemen die aangekaart worden in dit artikel, vloeien voort uit het ‘laat-maar-komen’-beleid, dat jammer genoeg tot op vandaag gevoerd wordt. Opmerkelijk detail: vier van de vijf armste gemeenten van het Gewest worden bestuurd door een PSburgemeester. Toeval?  Stefan De Roo, Laken

Parkeerplan Ik kruip in de pen om de burgemeesters te steunen in hun verzet tegen het gewestelijk parkeerplan. Of willen we met z’n allen de weg van Molenbeek op, waar de groene haat tegen auto’s, gekoppeld aan het rode plan om banen voor laaggeschoolden te laten subsidiëren door de

parkerende automobilisten, ertoe geleid heeft dat het er tegenwoordig duurder parkeren is dan in een toeristische toplocatie als Knokke-Heist? (In Knokke-Heist is het bijvoorbeeld overal en altijd gratis tot 11 uur, zodat je je boodschappen kunt doen. Ook alle andere tarieven liggen lager dan de voorgestelde Brusselse.) Dit moeten toch de redenen zijn voor het parkeerbeleid van Molenbeek, want wie zou daar voor zijn plezier parkeren of er zelfs naartoe gaan? Dan spreek ik nog niet over het verminderen van het aantal parkeerplaatsen en de ‘anti-auto’-heraanleg van de Brusselse straten. Het resultaat zal zijn dat de mensen nog meer in shoppingcentra zullen winkelen, waar parkeren geen probleem is. Hoeveel mensen moeten er ’s nachts niet lang rondrijden op zoek naar een parkeerplaats bij hun huis? En tot slot zijn die hoge tarieven antisociaal.  D. Wittesaele, Sint-Agatha-Berchem

Wanda Jackson Naar aanleiding van haar nieuwe cd The party ain’t over, geproduceerd door Jack White, maakte Wanda Jackson een tournee waarin ze ook Brussel aandeed. In een gezellig ingerichte AB Box vergastte het 74-jarige countryicoon ons op een héél goed optreden. Ze vertelde over haar carrière en hoewel ze zei last van de jetlag te hebben, was het een aangenaam optreden, begeleid door de voortreffelijke Seatsniffers. Ze vertelde ook over haar ontmoeting met Elvis, die haar de raad had gegeven om eens rockabilly te zingen – en met succes. Ze zong van hem ‘Good rockin’ tonight’ en ‘Heartbreak Hotel’. Dat ze deze maand 74 was geworden, was het publiek niet vergeten: dat zong een welgemeend ‘Happy birth­ day’, en meteen meldde Wanda dat er nog een verjaardag te vieren was, namelijk haar vijftigste huwelijksverjaardag. Een stormachtig applaus viel haar te beurt toen ze het country-jodelnummer ‘I betcha my heart I love you’ bracht. Tijdens het jodelen ging de zaal uit de bol. Uit haar nieuwe cd zong ze ‘Shakin’ all over’, ‘Nervous breakdown’, ‘Rip it up’ en de Amy Winehouse-song ‘You know I’m no good’. Na de gospelsong ‘I saw the light’ kwamen haar successen aan de beurt, zoals ‘Mean mean mean’, ‘Right or wrong’ en ‘Fujiyama mama’, om te besluiten met haar knaller ‘Let’s have a party’, meegebruld door de hele zaal. Als toegift zong ze ‘Whole lotta shakin’ going on’. Dank, Wanda en chapeau voor wat je op je leeftijd nog kan!  Simon Merens, Zellik

BDWOPINIE Hoop door Danny Vileyn De federale regeringsonderhandelaars hadden dinsdag al 5,1 miljard besparingen gevonden. Nog 6,2 miljard euro te gaan. En vóór volgende maandag, als het van PSonderhandelaar Laurette Onkelinx afhangt. Ondertussen maakt de Vlaamse regering zich op om een (volgens velen overbodige) kindpremie uit te betalen en krijgen alle Vlaamse ambtenaren volgend jaar 500 euro om hun koopkracht te beveiligen. Te zot om los te lopen en alleen in België mogelijk? Toch niet. Hetzelfde gebeurt op Europees niveau. Terwijl Griekenland zich arm moet besparen, kondigt de Duitse kanselier Angela Merkel een forse belastingvermindering aan. Dat is de Europese en Belgische werkelijkheid anno 2011. Verwarrend? Heel zeker. Toch zullen we met dergelijke contradicties moeten leren leven. De beleidsmakers zullen de komende weken, maanden en jaren dan ook hun didactische vaardigheden moeten aanscherpen: de Belgen zullen uitleg eisen over de besparingen en de hogere belastingen. Een uitleg à la Dehaene en Mariani voor de Dexiacommissie – “Het is onze schuld niet, het kwaad was geschied toen wij aankwamen” – zal niet volstaan. De PS, de grootste regeringspartij, is al sinds het eind van de jaren 1980 aan de macht, verstoppertje spelen heeft geen zin. En toch moet de politiek de bevolking hoop geven. Maar gezien de benarde financiële toestand van het koninkrijk België zal de hoop van het regionale niveau moeten komen. Het federale niveau zal alles op alles moeten zetten om ons sociale model in stand te houden. Het extra geld dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de komende jaren krijgt, is zeer welkom. Want steden zijn in barre tijden nog kwetsbaarder dan de rest van het land. Dat weet ook Sophie De Schaepdrijver, hoogleraar Europese Geschiedenis in de VS. Samen met 49 andere BV’s en BB’s mocht De Schaepdrijver in de krant De Tijd haar licht werpen op de huidige crisis. De Schaepdrijver, die het als enige over de gevolgen voor de steden heeft, is bang dat een fenomeen dat ze meer en meer in de VS ziet, naar Europa zal overslaan: “De middenklasse trekt weg uit de steden, waar een verpauperde onderlaag achterblijft.” Daarom moet er tegenover de besparingen en verhoogde belastingen ten belope van 11,3 miljard een wervend gewestelijk project staan. Het geld van de herfinanciering van Brussel mag niet dienen om de putten in de gemeentekassen te vullen. De Brusselaars hebben recht op een ambitieus project, een project dat een brede laag van de bevolking aanspreekt.

Meubelstoffeerders Ik ben een Franstalige lezeres en lerares in stoffering aan het Institut Diderot/Arts et Métiers van de Stad Brus­sel. Ik lees net uw artikeltje ‘Uit de oude doos’ over meubelstoffeerders (in BDW 1302, p. 10) waarin u zegt dat er geen opleidingen in Brussel zijn om dit beroep te leren. Dat is niet waar: kom maar eens kijken aan de Slachthuislaan, waar we een heel grote en mooie ruimte hebben, niet op de zolder, maar op de tweede verdieping (jammer voor ons) waar u veel toekomstige stoffeerders kunt zien werken.  Valérie Lefebvre, Institut Diderot, Brussel Wij schreven dat VDAB en Syntra de opleiding aanbieden, “maar niet in Brussel”: we hadden het hier over het Nederlandstalige cursusaanbod.  De redactie

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

EVA HILHORST


BDW 1303 PAGINA 14 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

gratis Literatuur op zondag BRUSSEL – Op zondag 13 november kunnen literatuurlief hebbers terecht in de Beursschouwburg en het Belg i sch-Roemeen s cultureel huis Arthis voor de vijfde editie van Interlitratour. Dit gratis interculturele en literaire minifestival is een samenwerking van een schare verenigingen en cultuurhuizen, gaande van Het Beschrijf en het Masereelfonds tot de Uganda & Friends Community in Bel­ gium en de Vereniging van Albanese Schrijvers in België. Ze hebben een programma klaar rond het thema ‘tijd’. Onder meer Bernard Dewulf, Annelies Beck, de Koerdische dichter Hoshang Osê en de Oegandese schrijver Opio Robson lezen voor. Tussendoor zijn er optredens van Lies Lefever, Jan Hautekiet & Patrick Riguelle, een oudspeler en een Russisch trio. Meer op  HUB www.interlitratour.be.

MODO Prijs, modo sales BRUSSEL – JeanPaul Lespagnard krijgt de Modo Prijs 2011 voor beste ontwerp, goed voor 7.500 euro. Lespagnard presenteerde dit jaar zijn eerste twee collecties in het buitenland. Hij leerde de knepen van het vak bij de Brusselse Annemie Verbeke en de New Yorkse Anna Sui en kreeg meteen veel lof in de Amerikaanse pers. “Van intrigerende prints en een algemeen sportthema (basketbal) maakt hij intelligente, juiste en volledig originele mode,” schreef Suzy Menkes in The New York Times (2 oktober). Na een geslaagd Modo Parcours, met ruim 8.500 bezoekers vorig weekend, is het op vrijdag 18 en zaterdag  19 november de beurt aan de stockverkoopdagen van Modo Brussels. Bijna dertig exposanten-ontwerpers maken hun kasten leeg. Voor het eerst vinden de koopjes plaats in het toekomstige Centrum voor Mode en Design Brussels, aan de Nieuwe JMB Graanmarkt 10. ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

 02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Muziek > The Moon Invaders, na tien jaar terug naar de bron

‘Weer in Magasin 4, waar het allemaal begon’ BRUSSEL – Reggaebands zijn er hier wel meer, maar skagroepen? Die zijn op één hand te tellen. The Moon Invaders zijn de leiders van een scene die er in feite geen is. Internationaliseren is de enige optie om te overleven, en dat doen ze met verve. Op 10 november vieren ze hun tiende verjaardag met de voorstelling van hun vijfde album, The fine line, in Magasin 4. “De grens tussen succes en mislukking is heel dun.”

V 

an de Belgische skabands hebben The Moon Invaders het het verst geschopt: vijf albums op het toonaangevende Duitse skalabel Grover Records (The Skatalites, New York Ska-Jazz Ensemble, Tokyo Ska Paradise Orchestra), internationale tournees, een album met Skatalites-zangeres Doreen Shaffer... The Moon Invaders zijn op tournee in Duitsland, waar ze maar liefst vijftien concerten hebben, als we zanger Matthew Hardison aan de lijn hebben voor een gesprek over hun tiende verjaardag, hun vijfde album en het reilen en zeilen van een skagroep in Brussel. Matthew Hardison en zijn broer Thomas (zang en melodica) zijn in België geboren en al snel verhuisd naar New Orleans, de stad van hun vader. Na de scheiding van hun ouders kwamen ze met hun moeder weer in België wonen. Ze groeiden op in de Ardennen. Niet meteen de geijkte weg die naar ska leidt... “Toen we tien jaar geleden begonnen, waren we pubers die, zoals veel pubers, vooral naar agressieve muziek luisterden, punk en zo,” vertelt Hardison. “Maar ik heb altijd een voorliefde gehad voor de melodische kant in muziek. Al luisterend naar skapunk ben ik steeds meer aandacht gaan besteden aan melodie. Zo ben ik bij ska terechtgekomen.” Naast een punkverleden kregen de broers ook al snel de smaak van de muziek uit New Orleans te pakken. “We gingen er elk jaar op bezoek bij onze vader. Daar leerden we blues en jazz kennen, invloeden die we integreren in onze muziek. Want pure ska maken, dat zou ons al snel vervelen.”

Onafhankelijkheid Ska en rocksteady zijn de genres waarop Bob Marley zich baseerde om reggae te creëren. “Hij heeft zelf even ska gespeeld, op zijn zestiende, uitgedost in kostuum en met kort haar. Dat was ten tijde van de Wailing Wailers, het

vocale trio van Marley, Peter Tosh en Bunny Wailer, met The Skatalites als backing band. Ska was in de jaren 1961-’62 dé muziek van de Jamaicaanse onafhankelijkheid,” zegt Hardison, die zijn kennis van de skageschiedenis even etaleert. “Jamaicanen hebben zich steeds laten inspireren door muziek uit de VS, en vice versa. Ska was doordrenkt van jazz en rhythm-and-blues, terwijl reggae een vette baslijn heeft, afkomstig uit de Amerikaanse funk.” “De boodschap is ook erg verschillend,” ver-

“Reggae is heel religieus, terwijl ska een veel eenvoudiger boodschap brengt, over het alledaagse leven: liefde, relaties, de moeilijke financiële situatie” telt Hardison verder. “Reggae is heel religieus met teksten over Jah, de rastafari en zo, terwijl ska een veel eenvoudiger boodschap brengt, over het alledaagse leven: liefde, relaties, de moeilijke financiële situatie...” Dat zijn ook de thema’s waarover Hardison zingt: liefde, haat, een beetje actualiteit. “Op ons vorige album gingen vier nummers over de orkaan Katrina die over New Orleans geraasd had en een spoor van vernieling achtergelaten heeft. En op de nieuwe plaat gaat ‘Atchafalaya Basin’ over de Mississippi. Door de zware regenval dreigde de Mississippi New Orleans te overspoelen. De overheden hebben een dam op de rivier moeten openzetten om de stad te spa-

ren, maar daardoor kwam wel de hele vallei onder water te staan. Zeventigduizend gezinnen moesten geëvacueerd worden.” Zingen jullie soms ook over Brussel? Matthew Hardison: “(Denkt diep na) We hebben geen teksten die rechtstreeks over Brussel gaan, maar indirect heeft de stad een invloed op onze muziek. Wellicht is onze muziek eerder triest door het Belgische weer. Al vind ik Brussel wel de max als stad, begrijp me niet verkeerd; ik woon hier supergraag. Ha, we hebben wél een nummer dat gelinkt is aan Sint-Gillis. Ik liep er eens gehaast naar mijn bestemming toen een oude dame riep: ‘Hey, ici à Saint-Gilles on ne court pas, on marche, sinon on va croire que tu as volé quelque chose.’ Dat leverde de inspiratie voor ‘Walk don’t run’: dat je in het leven je tijd moet nemen. En het album dat we samen met The Caroloregians voor de Amerikaanse markt opgenomen hebben, heet Hot blood and cold weather: de studio liep over van de menselijke warmte, maar het was zo ontzettend koud buiten!” Kleding is bij ska erg belangrijk. Zijn jullie ook uitgedost in kostuum? Hardison: “Neen, wij zijn heel slechte marketeers... (lacht) Wij zijn relaxt, we besteden veel te weinig aandacht aan ons uiterlijk. Nochtans, een skaorkest in kostuum, dat werkt echt. Of bretellen zoals Fred Perry destijds: een schot in de roos! In Duitsland, Spanje en Italië trekken ska-bands meestal die kaart. Die merkkleren in de ska, dat komt doordat het oorspronkelijk een straatbeweging was van armen die ervan droomden om zoals de bourgeoisie te zijn...” Jullie hebben samengewerkt met Ja­m ai­ caanse groten als Pat Kelly, Rico Rodri­ guez en Doreen Shaffer. Wat is jullie link met het moederland van de ska? Hardison: “Het is allemaal begonnen met Alton Ellis (Jamaicaanse ska-veteraan, BT). We kregen in 2007 van de Nuits Botanique carte blanche en het was onze grote droom om Ellis’ backing band te zijn. Ik luister al heel lang naar zijn muziek. Het klikte, en sindsdien kregen we andere aanbiedingen uit Jamaica. Er werd daar blijkbaar over The Moon Invaders gesproken... Nu zijn we al voor de vierde keer


Ondertussen in de FAVELAS Annelies Vaneycken uit Vorst doceert grafische vormgeving aan Sint-Lukas. “Naast onze commerciële projecten mogen wij, vormgevers, ook sociale kritiek uiten.” Uit maandenlang veldwerk in de sloppenwijken van Rio de Janeiro en Recife kwam het idee van muurkranten, om middenklasse en sloppenwijk­bewoners dichter bij elkaar te brengen.

ZAZIE ROCKT! Op het podium met Arto, Arthur en Ludek voor een stevige portie groove. En: onze eigenste Zazie-reporter Lina De Smet zag Robert Pattinson (sexy baardje!) en Ashley Greene (mooie jurk!) op de fandag van Twilight: Breaking dawn – Part 1. SHOWBIZZZAZIE, PAGINA 24-25

© WWW.INTERSECTION.BE

LEES MEER OP PAGINA 18-19

© SASKIA VANDERSTICHELE

© ANNELIES VANEYCKEN

BDW 1303 PAGINA 15 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Zanger Matthew Hardison en drummer Nicolas Leonard zijn Moon Invaders van het eerste uur; ze worden omringd door Thomas Hardison, zang, David Loos, tenorsax, Manghi Murinni, trombone, Rolf Langsjoen, trompet, Sergio Raimundo, keyboards, Michael Bridoux, gitaar en Arnaud Pemmers, bas.

op tournee met Doreen Shaffer en we hebben samen met haar een album opgenomen.” Zijn jullie al in Jamaica geweest? Hardison: “Nog nooit. Het is daar ook niet meer zoals vroeger. Ska zoals wij die spelen, bestaat er niet meer. Ska wordt er, terecht, beschouwd als muziek van de oudjes (te vergelijken met son in Cuba, BT). Er is ginder geen ska-revival geweest zoals in Europa en de VS. Wij gaan ook veel verder dan klassieke ska, we vermengen invloeden uit New Orleans en meer.” Hoe komt het dat er zo weinig ska is in Brussel? Hardison: “Ska heeft hier nooit echt voet aan de grond gekregen. Een paar jaar geleden was er nog een webzine en af en toe werden er soireekes georganiseerd, maar dat verdween allemaal. In Gent heb je Projecto Secreto, Chi-

lenen die ska met latinomuziek vermengen, in Antwerpen The Internationals en in Charleroi onze maten van The Caroloregians, dat is het zowat. Door een gebrek aan mogelijkheden in België treden die groepen vooral in het buitenland op. Daarenboven maakt ska niet echt deel uit van de reggaescene. Beide genres staan los van elkaar, en dat is jammer, want in beide scenes lopen er uitstekende muzikanten rond.” Jullie vierde album heet The fine line. De smalle grens tussen...? Hardison: “Tussen succes en mislukking. Dit album is erop of erover voor The Moon Invaders. We hebben veel ingezet op dit album, we wilden echt iets naar onze zin, en daar wilden we de nodige tijd voor nemen, maar we werden onder druk gezet door de realiteit, die ons al die tijd niet gunde. De titel slaat ook op de smalle grens tussen liefde

en haat. In relaties kan het tij snel keren.” Uw teksten gaan inderdaad vaak over liefde en relaties. Hardison: “Ja, vooral over mijn tegenspoed in de liefde.” Verzacht muziek de pijn? Hardison: “Ja, je kunt in muziek dingen zeggen die je niet anders kunt zeggen. In mijn teksten zitten gecodeerde boodschappen die rechtstreeks voor bepaalde mensen bedoeld zijn.” Nu keren jullie terug naar Magasin 4 met een nieuw album. Hardison: “Ja, het is als een terugkeer naar de bron: dat is de plek waar onze carrière begonnen is. We stonden vaak in het oude Magasin 4 (toen nog in de Pakhuisstraat ofte rue du Magasin nummer 4, dat plaats moest rui-

men voor een loftproject, BT). We hebben daar alle echelons doorlopen: van voorprogramma’s over avonden met bevriende groepen tot top of the bill. De cd-lancering zal een avond onder vrienden worden, met Mr. T-Bone, The Caroloregians en Doreen Shaffer.” “Samenwerken met Doreen is een droom. Op tournee is ze een constante bron van vreugde, altijd goedgehumeurd, ideaal om je mee te vermaken. Tijdens ons verjaardagsconcert zullen we een paar van haar klassiekers brengen, samen met Jamaicaanse toppers en uiteraard nummers van ons nieuwe album.” 

Benjamin Tollet

The Moon Invaders stellen hun nieuwe album The fine line voor op 10 november om 19 uur in Magasin 4, Havenlaan 51B, 1000 Brussel. Kaartjes kosten 15 euro. Meer op www.magasin4.be


BDW 1303 PAGINA 16 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Evenement > Een Weik telt in ’t Brussels elf volle dagen

‘Feest van en voor elke Brusselaar’ BRUSSEL – Al een aantal jaar organiseert de vzw Ara! de Weik van ’t Brussels, een kleurrijk evenement waarop traditiegetrouw de Brusseleir van ’t Joêr verkozen wordt (dit jaar is dat tv-kok Albert Verdeyen). We hebben het erover met bezieler Geert Dehaes. Samen met een ploeg medewerkers tovert hij de Weik om tot een heus feest.

‘I 

n 2003 kreeg ik op het kabinet van Robert Delathouwer (toen VGC-voorzitter en collegelid bevoegd voor Cultuur, red.) de opdracht om me bezig te houden met de Brusselse streektaal,” vertelt Geert Dehaes. “Daaruit is het idee ontstaan om een Weik van ’t Brussels te organiseren. Samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie is dat project tot stand gekomen; dat was in 2004. In datzelfde jaar heeft de VGC unaniem een resolutie over het Brusselse dialect goedgekeurd. Dat resulteerde dan weer in de oprichting van de vzw Ara!”

Streektaalcoördinator Geert Dehaes, een van de bezielers van de Weik van ’t Brussels.

© SASKIA VANDERSTICHELE

Waar haalde u de mosterd? Bestaat er ook bijvoorbeeld een Antwaarpse week? Dehaes: “Neen. Er is wel een poging geweest, en het experiment

heeft één keer plaatsgevonden, maar het was blijkbaar niet voor herhaling vatbaar. Terwijl ze daar toch ook veel interessante ‘Bekende Antwerpenaars’ hebben... Maar zoals men dat in het Brussels zegt: ‘Het hei ni gepakt.’ Wij met Ara! hebben toen voorgesteld om onze ervaring ter beschikking te stellen, maar het is dode letter gebleven.” Oké, laten we het dan maar bij onze Weik van ’t Brussels houden. Hoe zit het met de mensen die er mee hun schouders onder zetten? Dehaes: “Dat is nooit echt een probleem geweest. Natuurlijk is nooit iedereen altijd beschikbaar, maar over het algemeen valt het heel goed mee. Wat ik wel vind – en wat we ook proberen te doen –, is dat

ADVERTENTIE

Solidariteitsactie

voor mensen door mensen Stalingradlaan 18-20, 1000 Brussel [Premetrostation Anneessens] Tel. 02 242 36 02 E-mail: brussel@huisvandeMens.nu Jetse laan 362, 1090 Jette [Bus 13 en 14 halte Legrelle] Tel. 02 513 16 33 E-mail: jette@huisvandeMens.nu

Momenteel ben je misschien druk bezig je kleerkast op te ruimen en is het wat vroeg om aan de winter te denken. Jammer genoeg, zijn in de winterperiode een heleboel mensen afhankelijk van de hulp van anderen. Ook dit jaar willen we meehelpen aan projecten voor dak- en thuislozen. We starten er nu al mee.

Wat zoeken we? Kleding / Shampoo / Babyspulletjes / Douchegel Lakens / Schriften & pennen

Waar kan je terecht met dit materiaal? huisvandeMens Brussel Stalingradlaan 18-20, 1000 Brussel huisvandeMens Jette Jetse laan 362, 1090 Jette bezoek ons voor meer info op www.deMens.nu

we meer Echte Brusselaars, ook de minder bekende, aan bod moeten laten komen. De Weik van ’t Brussels wil een feest van en voor elke Brusselaar zijn.” U bent ook voorzitter van de Academie van het Brussels. Ik neem aan dat ook dat instituut een steentje bijdraagt? Dehaes: “Ja. In feite organiseert de Academie ook een Dag van het Brussels. We hebben dus bijna alles – wie weet komt er binnenkort nog een Joêr van ’t Brussels... Die Dag van ’t Brussels valt nu ín de Weik, en bij die gelegenheid organiseert de Academie een dictee. Dit jaar zijn er, speciaal voor de ketjes, ook activiteiten rond poppenkast en striptekenen. Op die manier betrekken we ook de jeugd erbij.”   Freddi Smekens Weik van ’t Brussels, 11 tot en met 21 november. Programma op www.ara-vzw.be


BDW 1303 PAGINA 17 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Tocht door de Sinaï

Praat

Tom Kenis: on-Vlaamse preoccupaties en ambities.

achteraf

Gelezen: Sinai van Tom Kenis, uitg. Make Shift Publishing, 298 p., www.sinaibook.com, www.twitter. com/sinaibook. Auteur Tom Kenis is te gast op het festival Gegoten Lood in De Markten (programma op www.gegotenlood.eu).

Goed idee: een roman schrijven die zich afspeelt in het Egypte van na Moebarak. Visionair idee: een postMoebarak-roman schrijven op het moment dat die Egyptische president nog stevig in het zadel zit. De Brusselaar Tom Kenis (1977) is arabist en woonde en werkte zo’n vijf jaar als publicist en ngo-medewerker in de Egyptische hoofdstad Caïro en de Palestijnse gebieden. Hoewel hij Limburger van geboorte is, schreef hij zijn debuutroman Sinai in het Engels, en zag hij in 2008 al het plan om het boek in Amerika uit te geven, doorkruist door de kredietcrisis. Toen Moebarak dan uiteindelijk écht viel, moest het snel gaan. Kenis gaf Sinai uit in eigen beheer. De roman van driehonderd bladzijden is verkrijgbaar in zo goed als alle online boekhandels, en hij ligt in Brussel ook bij Passa Porta, Sterling en Waterstone’s. Kenis begint zijn boek ongegeneerd met een motto van de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger: “You can’t make war in the Middle East without Egypt.” En oorlog woedt er inderdaad in deze halfironische thriller. Linus is een jonge westerling die wat piramides hoopt te zien, maar ver daarvandaan in het snorkelparadijs Dahab op het Sinaï-schiereiland belandt. Dat gebied wordt plots het epicentrum van terreuraanslagen en internationale oorlogsdreiging. In het scenario van de auteur werd het regime van Moebarak namelijk eerst afgelost door een democratisch verkozen coalitie van Moslimbroeders en linkse seculieren. Maar nu wordt die coalitie ondermijnd door een militaire staatsgreep en een soort terroristische opstand in Sinaï, die het leven kost aan verschillende Amerikaanse en Israëlische burgers. Daardoor heeft Israël weer zijn zinnen gezet op het woestijngebied dat het tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 al had veroverd, maar bij de Camp David-akkoorden van 1977 aan Egypte had teruggegeven. In dat kegelspel van Egyptische en Israëlische machthebbers ontloopt Linus samen met twee Amerikaanse toeristen en zijn Egyptische vriend Abdel de bomaanslagen, recht naar de spin in het web van religieuze waanzin dat met het politieke conflict verweven is. De Sinaï is namelijk een gebied waar zowel joden en christenen als moslims historisch voet

aan de grond hebben. Hiermee hebben we nog lang niet de hele plot samengevat, maar in Kenis’ roman wordt de informatie slechts mondjesmaat prijsgegeven. En misschien schuilt in de dosering en distributie van die informatie wel het voornaamste pijnpunt van de roman. Er bestaat niet de minste twijfel over dat Kenis kan schrijven. Zijn Engels is misschien wel rijker dan dat van de doorsnee Amerikaanse auteur. Zijn humor – van de piramidengrapjes tot de ironische conversaties van toeristen in hachelijke omstandigheden – is erg genietbaar. Een naderend vliegtuig vergelijken met ‘a giant suitcase trolley approaching on a particularly rough sidewalk’ is top. Hoofdpersonage Linus is knap getekend. Als dikke westerling met Led Zeppelin op zijn oude walkman zou hij moreel medeverantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de Arabische miserie waarin hij terechtgekomen is. Maar hij gedraagt zich dapper en goedhartig, en dan is het een mooie literaire ingreep van Kenis om er Linus’ voorliefde voor Winnie the Pooh als terugkerend motief bij te halen: “What would Pooh do? Dip into the honey jar first of course, but he’d take the offer of adventure.” Ook de verwijzingen naar en de parallellen met de film Titanic of het Bijbelse boek Exodus zijn tot in subtiele details uitgewerkt. Toch vroegen wij ons tijdens het lezen al af wat er precies schort aan Sinai. Vraagt het boek niet wat te veel van de lezer? En staat de beloning daarmee wel in verhouding? Vrijwel tot het einde blijft de plot zich vertakken in intriges binnen de intriges. Verschillende personages krijgen van de schrijver niet de zorg toebedeeld die ze behoeven. Hebben we het goed dat ook de kleinzoon van de legendarische president Nasser in het spel is? Onze schuld dat de ware toedracht van die kwestie ons ontsnapt is... Maar in een verhaal met meer dan honderd hoofdstukken verlies je al eens het overzicht, en daarmee helaas ook een stuk sympathie voor de zaak van de protagonisten. Bewonderenswaardig hoe Kenis alle religies op een hoopje gooit, een hoopje dat Mozes’ Sinaïberg blijkt te zijn. Mooi hoe hij op het einde de Arabische jongetjes eindelijk de vrijheid laat. Maar de balans tussen de frivoliteit en de ernst in de afwikkeling van de plot is niet in evenwicht. Als ik een Vlaamse uitgever was, dan zou ik dus eens aan Kenis’ mouw trekken, om te kijken wat er voorbij de Sinaï nog in het verschiet zou kunnen liggen voor deze schrijver met bepaald on-Vlaamse preoccupaties en ambities.  Michaël Bellon

ADVERTENTIE

OPENDEURDAG

SINT-NIKLAASINSTITUUT

19 NOVEMBER ‘11 VAN 13 TOT 18U.

GEEFT JE RUIMTE

ALLE INFORMATIE OVER INSCHRIJVINGEN OP WWW.SNI.BE BERGENSESTEENWEG 1421, 1070 ANDERLECHT

ADVERTENTIE

UITZONDERLIJKE OPENING OP 13 NOVEMBER

MIJN ZONDAG IS GOUD WAARD

www.thewshopping.be


HE AC TR CK ©

NI

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Cichorei Er zijn van die pakjes die in onze herinnering blijven hangen, ook al gebruiken we ze nooit meer. De cichorei. Er is nog altijd zoveel vraag naar dat de supermarkten ze op voorraad hebben. Ik was eigenlijk op zoek naar mijn lievelingskoffie. Die komt in blauwe pakken, maar is toch geen déca. In grote supermarkten laat ik dan ook vol verwachting mijn ogen langs de gigantische keuze koffie glijden, naar alle blauwe pakken, maar de mijne is er niet meer bij. Ik zal de koffiemonopolist van de Potaarde in Grimbergen eens ter verantwoording moeten roepen. Weer een koffievariëteit aan het verdwijnen! In dat smachtende zoeken valt mijn blik in een uithoek op iets anders. Cilindrische pakken zoals ze maar voor één product werden gemaakt: cichorei. Mijn eerste reactie is: “Bestaat dat nog?” Wanneer men ergens niet naar zoekt, ziet men het ook niet staan. Maar niet alleen is er nog cichorei in de ouderwetse pakken, ze komt ook nog altijd in verschillende kwaliteiten. De oranje en blauwe Pacha (grof en fijn gemalen) en dan dit merk hier, dat ik vroeger nooit had opgemerkt, maar waarvan de opdruk wat feestelijker oogt dan de oubollige Pachaproducten. Goed voor de foto, dus. Wat is de wereld toch snel veranderd. Ik ben opgegroeid in een stad, op een moment dat kolen af en toe nog werden verdeeld met kar en paard, waar we leerden schrijven met stalen pen en inktpot, waar zowat alle voedsel aan huis werd geleverd (er waren nog geen supermarkten) en waar koffie werd gemaakt met cichorei ofte bitterpee. Ik hoor het de vorige generatie mij nog uitleggen: “Drie scheppen koffie, en daarboven één schep cichorei.” Zo hoorde het. Maar waar kwam dat vandaan? Dat van die drie scheppen is trouwens vermeldenswaard. Het waren altijd ‘drie scheppen’ koffie. Als er veel volk was, dan waren dat drie grote scheppen. Als er weinig volk kwam, moesten we het doen met drie kleine scheppen. Maar het waren er altijd drie. Waarom, ik zou het niet weten. Maten en gewichten zijn niet zo vast als ze lijken. Koffie was oorspronkelijk duur, de bonen kwamen

van ver. Wat later leerde ook het volk koffie drinken, toen onze overheden hadden geïnvesteerd in koloniën – en die moesten opbrengen. Koffie voor Max Havelaar, thee voor de Engelsen. Het volk moest en zou aan de tropische producten, dat was goed voor de economie. Maar in dat langzame proces waren er ook oorlogen en periodes van schaarste. Onder Napoleon verving men rietsuiker, waaraan de rijken van Europa ondertussen verslaafd waren, door bietsuiker. Ons land, en vooral de stad Tienen zijn er wel bij gevaren. Maar ook dat andere verslavende product, koffie, was door de blokkade van de Engelsen niet meer te krijgen. En wie zijn bakje troost niet krijgt, wordt boos. En een boos volk is heel slecht voor tirannen en gouvernementen. Dus ging de Franse overheid op zoek naar een alternatief. Het werd een hele industrie. Ik weet het niet zeker, maar ik heb wel de indruk dat onze witloofcultuur oorspronkelijk gebaseerd was op de kweek van suikerij ofte bitterpee, de grondstof voor de ersatzkoffie. De plant Cichorium intybus is een prachtig blauw bloeiend lid van de Asteraceae, familie van de pissebloem, dus. Dodoens schreef er al over, en lang geleden waren Franse tuinbouwologen er al mee bezig. Toen de Britse drooglegging van Europa begon in de periode van Napoleon, werd er actief pseudokoffie van cichorei gebrand. Maakt u zich geen enkele nationalistische illusie, alle cichorei die hier voor ‘onze’ koffie wordt gebrouwen, komt uit Frankrijk. Welk merk je ook in de winkels vindt, er staat altijd ergens op ‘importé de France’. Zo is het altijd geweest, en zo schreef Stijn Streuvels erover in Het leven en de dood in de ast. Voor het recept hoe gebrande cichorei wordt gemaakt, verwijs ik graag naar deze Vlaamse auteur. Grappig was het niet, literair interessant zonder twijfel wel. Neen, beste lezer, doe geen schepje in uw koffie. Ik heb het onlangs nog geprobeerd, en onze moderne koffie (vooral die die ik maar niet terug kan vinden), en ons moderne gehemelte verdragen geen cichorei meer. Schep, zoals ik als kind, de grove korreltjes droog in een kopje, en doe er een strooitje suiker over. Kauw dit langzaam. Er ontstaat een bittere

Ergens, heel diep in onze kookkunst, moet er toch nog een rol zijn weggelegd voor dit oernationale nepproduct? smaak die zo eigenzinnig is, dat we er toch een plaats voor zouden moeten vinden? Met dat beetje suiker wordt cichorei zelfs lekker! Het centrum van de bitterpee ligt in het NoordFranse Orchies (Département du Nord), waar er zelfs een museum van de cichorei blijkt te bestaan. Grote multinationals hebben geprobeerd het goedje modern te maken als alternatief voor koffie. Er bestaat oploscichorei in alle vormen, vooral met veel voorgemengde suiker. Waarom koffie een alternatief zou moeten hebben, is mij een raadsel. Maar het verkoopt wel. Ik stel voor dat u ook nog eens experimenteert met dit ouderwetse product. In kleine hoeveelheden zal het zonder enige twijfel stoofgerechten pit geven. Vermengd met groenten lijkt het erop alsof ze aangebrand zijn, zelfs al zette u ze nooit droog op een vuurtje. Ergens, heel diep in onze kookkunst, moet er toch nog een rol zijn weggelegd voor dit oernationale nepproduct? Probeer eens?! En: smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet

Tentoonstelling > Reporter in de favelas

Verzameld rond de muurkrant © ANNELIES VANEYCKEN

T

BDW 1303 PAGINA 18 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

“Mijn muurkranten moeten een ontmoetingsplek worden, zoals in de middeleeuwen: iemand las voor, er werd over gepraat en geroddeld.”

VORST – Wat heeft een Brusselse grafisch ontwerpster te zoeken in de Braziliaanse sloppenwijken? Veel, als je het ‘visueel journalist’ Annelies Vaneycken vraagt. De jonge vrouw woonde maandenlang in de favelas van Rio de Janeiro en Recife en wil het negatieve imago van de inwoners van de sloppenwijken bijstellen. Annelies Vaneycken sprak tijdens haar maandenlange veldwerk in Rio de Janeiro met favela-bewoners. Ze verwerkte hun verhalen in krantenartikels die levensgroot op muren in de stad opgehangen werden. “Het zijn publieke muurkranten om mensen uit de middenklasse te confronteren met het beeld dat ze hebben van de favelas. De foto dient om de aandacht te trekken, om interesse te wekken voor de tekst,” legt Vaneycken uit in Wiels, waar het project Repórter sem beiras (‘reporter zonder grenzen’) vanaf 11 november tentoongesteld wordt. Met het project wil Vaneycken de discussie aanwakkeren. “De muurkranten moeten een soort meeting point worden, net zoals in de middeleeuwen, toen de meeste mensen niet konden lezen. Iemand las voor en nadien werd erover gepraat en geroddeld. Ik wil dat mensen gaan praten over de favelas, in plaats van hun ogen ervoor te sluiten. Door een andere blik te werpen op de inwoners van de sloppenwijken wil ik de favela dichter bij de middenklasse brengen.” Vaneycken verwijst naar het manifest First things first van Ken Garland uit 1964, waarin de Brit stelt dat grafi sch vormgevers zich ook met de basisbehoeften van de mens moeten bezighouden: educatie, welzijn, algemeen nut... “Als grafi sch ontwerper moeten we niet alleen in opdracht van klanten werken, maar ook werken aan onze autonomie en emancipatie: we mogen ook auteurs zijn. Daarom vraag ik altijd aan mijn studenten wat hun boodschap is,

wat zij willen communiceren,” zegt Vaneycken, die haar eigen ontwerpbureau Trans-ID heeft en daarnaast grafi sche vormgeving doceert aan Sint-Lukas Brussel. “Naast de commerciële projecten voor merken hebben grafi sch ontwerpers ook de tools in handen om sociale kritiek te uiten.” Vanaf 11 november worden de krantenartikels bij Wiels tentoongesteld. In afwachting publiceert BDW al een paginagroot voorsmaakje (rechterpagina). Op de tentoonstelling Black wires (‘zwarte kabels’) in

“Ik wil dat de middenklasse gaat praten over de favelas, in plaats van de ogen te sluiten” Wiels kunt u naar verslaggeving en verhalen over sloppenwijkbewoners luisteren via koptelefoons die met zwarte kabels vasthangen aan een grote verlichtingspaal, een knipoog naar de elektriciteit die in de favelas afgetapt wordt van de publieke verlichting. In een krantenkiosk krijgt iedereen een gratis exemplaar van het Jornal de artigos não lidos (‘krant van de niet-gelezen artikels’), en er is een documentaire met reacties van mensen in Rio op straat. Benjamin Tollet

Repórter sem beiras – Black wires van 11 november tot en met 4 december in de Project Room van Wiels in Vorst, in het kader van europalia.brasil en met de steun van de Vlaamse overheid. Ingang langs de Luttrebruglaan. Gratis. Meer op www.reporter-sem-beiras.info en www.wiels.be


Jornal de Artigos Não Lidos — donderdag 10 november 2011 (BDW 1303)

Je ziet ze zelden of nooit op de morro. De weinige exemplaren die hier wel voorkomen, duiken op de meest onverwachte plekken op. Wonderbaarlijke, verstilde, aangevreten karkassen – overblijfselen uit de tijd toen er nog wegen bestonden waarlangs ze konden migreren – dinosaurussen in een onwaarschijnlijk openluchtmuseum. Het is dan ook niet zo vreemd dat je je afvraagt hoe ze hier beland zijn, aan wie ze ooit toebehoorden en hoe het nu met ze verder moet. Op de heuvel van Fogueteiro kan je een prachtig voorbeeld van zo’n relikwie vinden. Waarom werd hij hier achtergelaten? Was het door zijn ouderdom? Stopte zijn hart met pompen... de ultieme doodsteek voor zijn verroeste en doorrotte lichaam? Sommigen beweren dat het een ongeluk was dat hem fataal werd, dat hij opzij gegrepen werd, en dodelijk toegetakeld. Daarvan getuigen zijn vale, gebarsten huid en de vele blauwe plekken over zijn hele romp. Het zijn slechts geruchten die de ronde doen in de buurt, er is niemand die het ware verhaal kent. Ook een ander bijzonder exemplaar trekt de aandacht. Hij staat te pronken op het voetpad van Cidade Nova. Het blijkt een VW Fusca te zijn. Zijn grote populariteit heeft vermoedelijk iets te maken met zijn keverachtige vorm en de vriendelijke fonkeling in zijn grote, ronde ogen. Er wordt gezegd dat hij zijn exotische uiterlijk te danken heeft aan zijn Europese afkomst. Zijn vroege voorvaderen zouden vanuit Duitsland naar Brazilië geëmigreerd zijn in de jaren vijftig. Het is duidelijk merkbaar dat hij zijn beste tijd gehad heeft. Het lakwerk dat zijn geraamte ooit volledig bedekte, heeft zwaar geleden onder de jarenlange blootstelling aan te veel zonlicht. De rechterzijde van zijn schokdemper hangt scheef tot aan

dinosaurus de grond, de motorkap is ingevallen, en een van de banden staat plat. Alle pogingen die men heeft ondernomen om dit skelet in beweging te krijgen, zijn vruchteloos gebleken. Wat zonder twijfel te wijten is aan zijn Duitse koppigheid. De Dinosaurus is een ras dat tot de asfalto behoort. Niemand op de morro kan zich er zo een veroorloven. In de grote stad leven er nochtans miljoenen soortgenoten, afstammelingen die onophoudelijk alle doorgangswegen blokkeren en giftige dampen in de ooit maagdelijke Atlantische lucht blazen. Hun ongeduldige eigenaars laveren agressief door het verkeer, tragere verwanten worden meedogenloos ingehaald. Ongelukken zijn hier dagelijkse kost en de ernstigste halen het avondnieuws. Snelheid wordt als een erezaak beschouwd, als eerste de eindstreep halen is cruciaal. Alles draait om tijd, om haast en spoed. Op de morro daarentegen bestaan geen seconden, minuten of uren. Tijd is geen maatstaf voor geluk in de favelas. Misschien is dit wel de echte reden waarom de dinosaurussen hierheen trekken: om te ontwennen van hun jachtige bestaan en hun laatste dagen in rust door te brengen op de heuvels, vreedzaam uitkijkend op het broeierige, koortsachtige geroezemoes van de uitgestrekte stad beneden. (Repórter sem Beiras)

‘Dinosaurussen’, uit Jornal de Artigos Não Lidos Archief: ‘Dinosaurs’, Jornal de Artigos Não Lidos, 25 november 2010. Dit verslag is het resultaat van een aantal verblijven in de favelas Fogueteiro, Rocinha, Jardim Gramacho en Cidade Nova, Rio de Janeiro, juli-augustus 2010. Geschreven door Repórter sem Beiras. Woordenlijst Asfalto — is het Portugese woord voor ‘van het asfalt’ en verwijst naar geasfalteerde straten. Het is slang voor het verwoorden van de plaats waar de middenklasse van de Braziliaanse steden woont. Cidade Nova — is een wijk aan de rand van Rio de Janeiro. Het was vroeger een moeras dat werd drooggelegd. Het gebied werd in de jaren ‘70 bezet door ex-bewoners van sloppenwijken die uit het centrum van Rio de Janeiro waren verbannen. Favela — is een ander woord voor een sloppenwijk in de Braziliaanse steden. Fogueteiro — is de naam van een kleine sloppenwijk in het zuiden van Rio de Janeiro, niet ver van de populaire toeristische wijk Santa Teresa. Jardim Gramacho is een van ‘s werelds grootste stortplaatsen en ligt aan de rand van Rio de Janeiro-stad. Naast deze afvalberg hebben mensen illegale woonbarakken opgericht. Deze mensen wonen niet alleen in het afval, ze leven er ook van. Families recycleren het afval, afkomstig uit de stad Rio, in hun achtertuin. Morro is het Portugese woord voor ‘heuvel’. De Braziliaanse sloppenwijken zijn meestal gelegen op de heuvels van de stad. Bij uitbreiding wordt het woord morro of ‘heuvel’ gebruikt als mooier woord voor ‘sloppenwijk’. Rocinha — (letterlijk ‘kleine ranch’ in het Portugees) is de naam voor de grootste favela in Rio de Janeiro. Ze ligt in het zuiden van de stad, tussen de wijken van São Conrado en Gavea. Ze is gebouwd op een steile heuvel met uitzicht op de stad, op slechts een kilometer van het strand. Rocinha ontwikkelde zich van een sloppenwijk tot een verstedelijkte omgeving. Hoewel Rocinha nu technisch geclassificeerd wordt als een wijk, wordt er nog vaak naar verwezen als sloppenwijk. Verschillende organisaties bieden er nu toeristische rondleidingen aan. VW Fusca — is de naam voor de Braziliaanse versie van de Volkswagen Kever, ook wel bekend als de Volkswagen Type 1. De Braziliaanse productie van de Kever startte in 1953, met delen geïmporteerd uit Duitsland. Vanaf 1959 werden de auto’s volledig in Brazilië gemaakt. De productie eindigde in 1996. De Braziliaanse versie behield de 1958-1964 carrosserievorm (Europese en Amerikaanse versie) met de dikke deurstijlen en kleine zijraampjes.


BDW 1303 PAGINA 20 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Voor Pascale Champagne heeft ‘elitair’ geen vieze bijklank. “Hoe vaak hebben ze niet gezegd: ‘Elle est folle!’ als ik met de zoveelste moeilijke auteur kwam. Maar juist omdat die teksten iets fundamenteels te vertellen hebben, raken ze.”

© MARC GYSENS

A 

l in haar tienerjaren, op de buiten in  het Waalse Ham-sur-Heures/Nalinnes, wist Pascale Champagne het: ze moest haar weg zoeken in de psychologie. “Ik beleefde mijn puberjaren zoals een adolescent dat behoort te doen: met een gezonde dosis rebellie. Vooral in mijn gedachten; ik ben al snel Nietzsche gaan lezen, Sartre en andere grote auteurs, poëzie. Mensen die ver durven te gaan in hun denken, boeiden mij en ze boeien me nog altijd enorm. Dat ik psychologie zou studeren, stond toen al als een paal boven water.” “Na mijn diploma heb ik er nog een jaartje filosofie aan vastgekleefd. Met die studie filosofie ben ik gestopt, omdat het te druk werd. Maar het is zeker een richting waarin ik vroeg of laat verder ga. Ik ben het trouwens volledig eens met professor Jacques Sojcher, die ervoor ijvert filosofie op te nemen in het programma van het middelbaar onderwijs. Meer nog, het is een fundamenteel strijdpunt. Adolescenten zijn filosofen. In de manier waarop ze de wereld zien, schuilt een grote intelligentie; de moed waarmee ze vraagtekens zetten bij wat volwassenen hen voorhouden, is bewonderenswaardig. Ons onderwijs zou dan ook veel meer gericht moeten zijn op de ontwikkeling van de kritische geest van de jongeren, ze so-

ciale intelligentie bijbrengen. Ze zouden beter leren nadenken in plaats van hen vol te proppen met academische kennis en hen dag in, dag uit op te sluiten in een klaslokaal.” “Daarom ben ik gelukkig dat mijn dochtertje Lila, die nu tien is, naar het freinetonderwijs kan. Dat systeem is veel minder gericht op presteren en op in het rijtje lopen dan het algemeen onderwijs. De filosofie van Freinet draagt openheid naar de andere hoog in het vaandel, reflectie over de maatschappij, aandacht voor het kind. Dit schooljaar hebben ze al gewerkt rond art nouveau en hebben ze sans-papiers bezocht. Heel het vorige jaar hebben Lila en haar klasgenootjes zelfs doorgebracht in een natuurreservaat, waar ze bomen hebben geplant en de natuur geobserveerd.”

Théâtre-Poème Pascale Champagne ziet het breed. Dat ze zich na haar studie psychologie verdiepte in Freuds theorieën en die van illustere volgelingen, zoals Françoise Dolto en Jacques Lacan, typeert die brede visie. “Op zich is een studie psychologie nogal saai. Psychologie is bovendien beperkend in haar therapeutische toepassing, terwijl de psyche onvoorstelbaar complex en rijk is. Het geniale van Freud schuilt daarin dat er geen beperkingen zijn. Het onbewuste

houdt zoveel onbepaaldheden in, onbepaaldheden die steeds weer opnieuw verkend kunnen worden. Daarom val je als psychoanalyticus ook niet louter terug op je eigen beeldvorming van een patiënt, maar toets je ze aan die van een collega. Met die collega loop je het parcours van de gesprekken door, waarbij je zelf ook alles nog een keer aftast. Het is een werk dat nooit af is.” Onvermijdelijk gingen Champagnes passie voor al wat creatief is en haar werk als psychoanalyticus elkaar bestuiven. “Zowat vijftien jaar geleden is het begonnen. In Sint-Gillis, het Théâtre-Poème, voor mij een van dé cultuurtempels van Brussel. Ik heb er toen directrice Monique Dorsel mogen ontmoeten, na een lezing door Bernard Noël – twee absolute monumenten. Dorsel bleek oren te hebben naar mijn voorstel om lezingen te organiseren door bekende psychoanalytici, te beginnen met Daniel Sibony, en zo is de zaak aan het rollen gegaan. Ik ben toen halftime voor het ThéâtrePoème gaan werken. Mijn taak bestond erin rondetafels met intellectuelen te organiseren. Daar kijk ik met veel voldoening op terug: het Théâtre-Poème was lang een weerstandsplek in de mooie zin van het woord. Een plek die wou nadenken over wat we zijn. Elitair in de ogen van velen, maar je hoeft geen intellec­

© CAMBODIA4KIDSORG

ELSENE – “Het is tegenwoordig bon ton om Sigmund Freud in het verdomhoekje te zetten. Het vakjesdenken van de klinische psychologie, met een pilletje voor elke stoornis, zet de toon. Om het met een Parijse collega en vriend te zeggen: ‘Mensen die zich laten analyseren, zijn de laatste tragische helden.’ Terwijl ik ervan overtuigd blijf dat dieptepsychologie een bron van bevrijding is.” Pascale Champagne is psychoanalytica en werkt in het theater met kinderen en volwassenen.

“Het geniale van Sigmund Freud (foto) schuilt erin dat er geen beperkingen zijn.”

tueel te zijn om de uitdaging aan te gaan om de dingen in een nieuw daglicht te zien.”

Therapie door creativiteit Een kans om de dingen in een nieuw daglicht te zien, biedt Champagne ook al jaren aan mensen die het psychisch moeilijk hebben, van klein tot groot. “Ik ben heel gevoelig voor de klank van taal, van een woord. Het theater is een uitgelezen medium om die gevoeligheid


BDW 1303 PAGINA 21 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

FREDDI SMEKENS Soit

N  “Adolescenten zijn filosofen. De moed waarmee ze vraagtekens zetten bij wat volwassenen hen voorhouden, is bewonderenswaardig”

Pascale Champagne, psychoanalytica

‘De laatste tragische helden’ te beleven. Daarom heb ik in die jaren in het Théâtre-Poème in alle bescheidenheid een project ontwikkeld om theater te maken met kinderen, adolescenten en volwassenen met een hobbelig parcours: kinderen, adolescenten en volwassenen die in instellingen hadden gezeten, in de psychiatrie. Lang heb ik het gedaan in het Théâtre-Poème, nu is de thuishaven het Théâtre de la Vie in Sint-Joost. Ik ben ook geen werknemer meer, ik organiseer het nu onder de paraplu van mijn eigen vzw, Le Théâtre de l’Éclair.” “Het is therapie door creativiteit. Zij moeten uit hun pijp komen, en dat wij soms hard voor hen zijn, hoort erbij. Ik wil hun leren omgaan met de realiteit van een podium, van het brengen van een tekst. Niet zomaar bewegen, niet zomaar iets zeggen: een disciplinair kader met daarbinnen een grote creatieve vrijheid. Het is ook geen simpel volksvermaak of entertainment, het is echt wel stevige kost. Bijvoorbeeld Introspection van Peter Handke, of nog: een bewerking van Stig Dagermans essay Notre besoin de consolation est impossible à rassasier (uit 1952; in het Nederlands Onze behoefte aan troost is onverzadigbaar, red.), geschreven net voor hij zelfmoord pleegde. Anders dan wat velen denken, zijn mensen met zware psychische problemen niet te fragiel om met zulke bespiegelingen om te gaan. Ze tonen een grote gevoeligheid voor zulke literaire teksten, ze vatten zeer goed waar het om gaat. En vanuit hun fragiliteit brengen ze een vertolking van een schoonheid die soms gewoonweg overdonderend is.” “Het boeiende is dat elke leeftijdsgroep haar

eigen wetten heeft. De kinderen zijn het moeilijkst; dat kan ook moeilijk anders. Maar ze weten dikwijls het publiek echt te raken. Door hun spontaniteit, door de moeite die het hun duidelijk kost. Met adolescenten krijg je een ander verhaal: zij brengen een eigen tekst of die van een leeftijdgenoot. Vragen over leven en dood, hun angsten, maatschappijkritiek. De literaire bewerkingen, de Handkes, zijn voor de volwassenen.” “Daarnaast leid ik sinds dit jaar ook nog een toneelgroep met geneeskundestudenten, die gegroeid is het keuzevak Cultuur, Creatie en Medische Praktijk waarvoor ik vorig jaar door de UCL was gevraagd. Mijn opdracht was het opzetten van een theateropvoering met de studenten. Dat was heel erg bevallen, en van het een kwam het ander, mede op aanraden van – alweer – Monique Dorsel.” “Zonder cultuur kan ik niet leven, zonder cultuur kan een méns niet leven. Het is het enige houvast dat ons rest in deze dolgedraaide wereld. Freud zei niet voor niets: ‘De enige manier voor de mens om te overleven is cultuur.’ Niet de massacultuur, want die werkt alleen maar afstompend, wel elitaire cultuur. Elitair is een woord met een negatieve connotatie voor velen, maar ik heb zelf ondervonden dat het werkt. Delinquenten, jongeren die in de gevangenis hebben gezeten: hoe dikwijls hebben ze niet gezegd: ‘Elle est folle!’ als ik met de zoveelste moeilijke auteur aan kwam dragen. Maar juist omdat die pennenvruchten iets fundamenteels te vertellen hebben, raakte het hen.”  Karel Van der Auwera

u we met de sympathieke Weik van ’t Brussels geconfronteerd worden, wou ik het even hebben over ons Brusselse woordje soit. Natuurlijk hebben we hier te maken met het Franse woordje dat ook in “Ainsi soit-il” gebruikt wordt. Mo zeede nen Brusseleir al amen gebrooike as hij of zaa soit wil zegge? Ik in elk geval niet. Ons woordje soit wordt af en toe voorafgegaan door het al even bondige bon. Maar ook hier is een vertaling als “Het zij zo” niet al te gepast. Uiteraard bestaan er alternatieven voor soit. Een daarvan is: “Oké!” Of wat gedacht van “Allei, ’t es al good!”? Er zullen er nog wel een hoop andere zijn, maar soit. Men zou ook kunnen stellen dat men met soit kan aangeven dat men met iets of  met iemand instemt. Berusting, dus – maar van loutering of van totale overgave is hier hoegenaamd geen sprake. Wanneer we de geschiedenis even bekijken, komen we tot enkele eigenaardige vaststellingen. Eén verhaaltje dat ik in verband met soit zou willen vertellen, gaat als volgt, en u zult het mij toestaan, waarde lezer, dat ik het even in het Brussels hertaal. De ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley gaat in de Afrikaanse brousse op zoek naar ene doctor Livingstone. Iedereen kent de befaamde uitspraak van Stanley als hij Livingstone eindelijk vindt: “Doktaur Livingstone, neim ik oen?” Tot hier toe niets aan de hand – ware het niet dat de geschiedenis ietwat vergeten is wat Livingstone op die toch wel ludieke vraag antwoordde. Uit welingelichte bron heb ik dat antwoord gekregen, en ik kan het hier als primeur aan de lezer meegeven. “Ja. Just. Ik ben doktaur Livingstone. Mo leustert na neki goo no maa. As ’t vè ’n groetis konsultoese es, zaai wel on ’t slecht adres!” En wat kon Stanley daarop anders antwoorden dan “Bon. Soit. Dèn stap ik het mo wei af”? Daaruit leert men, waarde lezer, dat zelfs in de meest afgelegen contreien het woordje soit heel goed van pas kan komen. Soit als paswoord, dus. Als ultieme uitspraak om iedereen, waar dan ook, duidelijk te maken dat de conversatie ten einde is. Of dat men het, zoals

gezegd, eens is met wat er tijdens het afgelopen gesprek gezegd of beweerd is. Wanneer men soit een nog kleurrijker tintje wil geven, dan kan men ons woordje vervangen door “Zeede da! Ge zegt just wa ’k zeulf wou zegge.” Maar het heeft natuurlijk weinig of geen zin om iemand meer gelijk te geven dan strikt noodzakelijk is. Iets korter dan “Soit” klinkt “Ja” of, voor de anglofielen onder ons, “Yes!” U merkt het samen met mij, waarde lezer, dat men met soit alle kanten uit kan. En gelukkig is dat ook het geval met alle andere items die in deze Brusselse Kroniek al aan bod zijn gekomen. De enige raad die ik wil meegeven, is om soit niet overmatig te gebruiken. Want wanneer men dat wel doet, loopt men het risico beschouwd te worden als iemand die niet meer geïnteresseerd is in de conversatie. U mag soit dus nooit gebruiken als stoplap. Wat eventueel wel kan, is af en toe “Azuu es da!” als surrogaat gebruiken. Maar wie ben ik om iemand over soit de les te lezen en voor te schrijven wat hij of zij ermee moet aanvangen? Het mag dan misschien een beetje eigenaardig overkomen, waarde lezer, maar ik heb de indruk dat hoe korter een Brussels woordje is, des te meer erover te vertellen valt. Soit is daar hopelijk een goed voorbeeld van. Tussendoor wou ik nog even kwijt dat ik soit nooit gebruik waar ik het door ofwel kan vervangen. Zo zal ikzelf nooit zeggen: “Soit het ien, soit het ander,” maar wel degelijk: “Ofwel ’t ien, ofwel ’t ander.” Maar ook hier heeft alles te maken met hoe iemand onze Brusselse taal aanvoelt: beide opties blijven dus open. Ook op dat gebied kan de Weik van ’t Brussels ons inspiratie en verbeelding bieden. Om te besluiten zou ik zeggen: lot ons waudje soit mo ’n aaige leive hemme. Iets wat ik trouwens van de meeste uitdrukkingen en woorden die ons Brussels rijk is, zou willen zeggen. In de hoop dat ik soit op de een of andere manier op de Brusselse taalkaart heb weten te zetten – of te houden –, verblijf ik... heu... enfin, soit.

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@ bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina. hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw. be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw. be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Steven Vandenbergh, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1303 PAGINA 22 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

Voetbal > Lucas Diniz Pinheiro, bouwvakker in Brussel, topzaalvoetballer in Parijs

‘Kansen moet je afdwingen’ LAKEN – Jaarlijks komen tientallen voetballers in België aan op zoek naar roem en glorie. Lucas Diniz Pinheiro (25) kwam voor het zeer ambitieuze Brussels United spelen. Met de club liep het slecht af, maar Pinheiro keek niet om: vandaag combineert hij zijn werk in de bouw met zaalvoetballen bij Koersel en Sporting Parijs. “Geen enkele Braziliaan kan een week zonder voetbal,” vertelt de goedlachse Pinheiro. “Ik heb dan ook niet getwijfeld om voor het zaalvoetbal naar België te verhuizen. Het was een nieuw avontuur. In Brazilië is het moeilijk om door te breken. Je hebt er zoveel spelers, zoveel concurrentie. Zaalvoetbal wordt er op hoog niveau gespeeld. Ik heb zeker geen spijt van mijn stap naar Europa.” De jonge Braziliaan werd zoals zoveel landgenoten met de bal aan de voet geboren. Hij begon als negenjarige in clubverband in zijn thuisstad Belo Horizonte. Dankzij zijn talent kreeg hij een plaats op een privéschool waar sport een belangrijke plaats kreeg. Naast de drie voetbaltrainingen per week kreeg hij evenveel atletiektrainingen op zijn bord. “Dat heeft me steviger gemaakt en helpt me, denk ik, vandaag bij mijn werk in de bouw.” “In 2001 ben ik voor het eerst naar Europa gekomen, voor het WK bij de scholieren in Frankrijk. Ik liep de sprintnummers en behaalde als hoogtepunt een vierde plaats. Uiteindelijk koos ik voor zaalvoetbal, en ergens

Lucas Diniz Pinheiro, tussen Gyproc en futsal.

© MARC GYSENS

Evenement > Vierde editie Zwembaddagen op 19 en 20 november

Iedereen mee het bad in

“Onthaasting, zen, ontspanning: dat is de rode draad van deze Zwembaddagen,” vertelt eindcoördinator Nele Arys van de VGC-Sportdienst. “Stress is een trend in onze maatschappij, alles moet alsmaar sneller. Daar spelen we op in, met naast het klassieke aanbod zaken als massages aan de zwembadkant en relaxatieoefeningen in het water. Het hele gezin moet er een leuke dag van kunnen maken.” Op zaterdag 19 november zetten de zwembaden van Sint-Gillis en Anderlecht (Ceria/ Coovi) de deuren open, helemaal gratis. Een dag later is het de beurt aan Neder-OverHeembeek, Laken en Sint-Pieters-Woluwe. De laatste twee vragen wel een toegangsprijs van twee euro, maar het loont de moeite, want het programma is heel uitgebreid: aquavolleybal, aquazumba, watergewenning, duik­initiatie en

© LEON BIDON

BRUSSEL – De Brusselaar kampt met stress. Het loont dan ook de moeite om op 19 en 20 november eens binnen te springen op de Brusselse Zwembaddagen: onthaasten, in en langs het water.

Dit jaar staat het bad van Sint-Gillis in de kijker, met liefst veertien speciale activiteiten.

nog meer nats, plus ’s morgens ook nog eens een ontbijt. “Het zwembad van Sint-Gillis staat dit jaar in de kijker. Dat betekent dat daar het aanbod nog net iets uitgebreider is. Tussen 9 en 16 uur staan daar zaterdag maar liefst veertien activiteiten in en om het water op het programma. En mascotte Karel de Krokodil loopt er rond.” Deze editie van de Zwembaddagen is de vierde in deze vorm. De vorige edities waren een groot succes. “Vorig jaar stond het zwembad van Sint-Pieters-Woluwe in de kijker, en om twaalf uur zat alles er al vol. Ook andere zwembaden zaten snel aan hun maximum. Voor deze editie hopen we natuurlijk van hetzelfde. We verwachten alvast drieduizend deelnemers. Als de mensen een leuke dag hebben gehad, zijn de Zwembaddagen geslaagd,” zegt Arys. Iedereen is welkom; deelnemers mogen zeker hun badmuts niet vergeten en kinderen onder de acht moeten vergezeld worden door een volwassene. De baden zijn ook toegankelijk voor mensen met een handicap. In de verschillende zwembaden zal informatie beschikbaar zijn over de zwemmogelijkheden in de hoofdstad: het doel van dit evenement is regelmaat brengen in het zwembadbezoek. “We willen inderdaad dat de mensen naar het TS zwembad blijven gaan.” www.zwembaddagen.be, www.vgc.be/sport


BDW 1303 PAGINA 23 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

in de loop van 2006 werd ik opgebeld door Marcos Braga, die toen trainer was geworden bij Brussels United. Hij bood me de kans om naar Brussel te komen.” Bij Brussels United, dat in de competitie van de Koninklijke Belgische Voetbalbond uitkwam, had Pinheiro naast de trainer nog zes andere landgenoten als ploegmaats. Er werd professioneel gewerkt en de ambitie om kampioen te worden werd niet onder stoelen of banken gestoken. Toch werden de sportieve ambities niet waargemaakt en doken er financiële problemen op.

Zingen en feesten Na het faillissement van Brussels United trok Pinheiro naar Amigo Schepdaal, dat in de Belgische Zaalvoetbalbond uitkomt. “Minder

“In Brazilië is het moeilijk om door te breken. Je hebt er zoveel spelers, zoveel concurrentie. Ik heb geen spijt van de stap naar Europa”

professioneel, maar ik heb er zowat al mijn matchen gewonnen. Twee keer de titel, één beker en twee supercups. Na twee jaar ben ik overgestapt naar Koersel, waar ik ook al een titel, beker, supercup en het kampioenschap van Limburg heb gewonnen. Verliezen staat nu eenmaal niet in ons woordenboek.” Ondanks de vele overwinningen en titels

speelt de Braziliaan vandaag bij Koersel op amateurniveau, met wekelijks één training en één match. “Overdag werk ik in de bouw, vooral plafonds steken en werken met gipsplaten. Werk dat eigenlijk vooral fysiek veel van je vraagt. Maar ik kan ertegen, ik ben nooit te moe om te gaan voetballen.” Nochtans legt Pinheiro heel wat kilometers af om een balletje te trappen. Toen hij een paar jaar geleden een toernooi speelde met Schepdaal, liet de voorzitter van Sporting Parijs zijn oog op hem vallen. In januari 2010 begon hij bij de Parijzenaars. “Het was geen moeilijke keuze om voor Sporting te tekenen. Het is opnieuw een avontuur. Ik vind dat je kansen moet creëren. Daarbij kan ik het perfect combineren met Koersel, want in België spelen we op vrijdag en in Frankrijk op zaterdag.” Ook bij Sporting, waar het niveau toch hoger ligt dan in België, rijgt Pinheiro de titels en bekers aan elkaar. Hij wordt er omringd door landgenoten met wie hij wekelijks op en neer rijdt. Duizend kilometer om een match te spelen tegen Straatsburg is geen uitzondering. “We zijn met vier en we carpoolen elke week naar de trainingen en de matchen. Slapen doen we dan niet. We amuseren ons, we zingen en feesten (lacht). Net alsof ik dan even terug ben in Brazilië. Ik zie mijn vrienden soms meer dan mijn vrouw.” “Het is mijn ambitie om zo ver mogelijk te geraken met Sporting. Aan een transfer denk ik niet meteen. De sterkste Europese competitie is de Spaanse. Maar dat zou nu een te grote stap zijn voor mij, vooral fysiek. Beter was het om eerst naar een tussenniveau te gaan, in Rusland bijvoorbeeld, en dan de stap te zetten.” Nochtans haat de Braziliaan de kou. Hij mist zijn vaderland en zou later graag terugkeren. Maar eerst heeft hij nog plannen in België. “Ik wil later voetbaltrainer worden, maar daarvóór zou ik eerst graag naar de universiteit gaan. Ik denk aan een studie burgerlijk ingenieur. Dat is een project voor de komende jaren – eerst nog wat sparen. En het moet uiteraard combineerbaar zijn met voetbal. Want dat laat ik nooit vallen, ik kan niet zonder.”   Tim Schoonjans

Studenten lopen tegen elkaar

David Steegen De laatste keer De herfstvakantie valt samen met een heel drukke periode. Royal Sporting Club Anderlecht speelt Europees, en mijn echtgenote maakt intense tijden door op haar werk. De opgroeiende dochters zijn wat te groot om een week lang door de grootouders opgevangen te worden. Mijn vrouw schrijft ze in voor een dansworkshop bij Bronks, onder auspiciën van het productiehuis Ultima Vez van choreograaf, regisseur en producer Wim Vandekeybus. Beter dat dan een week wezenloos voor tv en computer zitten. Vandekeybus heeft een sterke band met Brussel. In 1986 trok de choreograaf/regisseur/acteur zich samen met jonge, onervaren dansers in Madrid terug om er hun eerste productie voor te bereiden. Het gezelschap doopte zich Ultima Vez, ‘de laatste keer’. Vandekeybus maakte al snel naam als innoverend en brutaal artiest. Een jaar na zijn eerste productie werd hij al beloond met een prestigieuze Bessie Award in New York. Het is weinigen gegeven. Ondergetekende is geen kenner, verre van. Wim Vandekeybus is een beroemdheid in zijn vakgebied. Ultima Vez is inmiddels uitgegroeid tot een geoliede machine met internationale allure die boven op wereldberoemde producties ook workshops organiseert. Mijn dochters zullen leren dansen en bewegen in Bronks, een van de vele cultuurhuizen die de hoofdstad rijk is. Wanneer ik de meisjes de eerste dag breng, kom ik een pak oude bekenden tegen. Sommige kinderen komen van buiten de stad, maar de meeste zijn Brussels. Het aanbod aan cultuur is aanzienlijk. Het Bronksthea­ ter is een pareltje. Alles is er voorhanden. De prachtige infrastructuur zal inspirerend werken, denk ik terwijl ik naar de club vertrek. Toch gaan zij met tegenzin. Als ik ze ’s avonds oppik, zijn ze al wat milder gestemd, maar overtuigd zijn ze nog

niet. “Papa, ik moet rare geluiden roepen voor alle kinderen,” jammert de jongste. De oudste vertelt dat er niet veel gedanst wordt. Ik geef toe: ik geef me, na die eerste commentaren, over aan mijn diepste vooroordelen over de culturele elite. Het moet weer eens onbegrijpelijk experimenteel en intellectueel zijn of het telt niet, denk ik. Waarom kunnen ze niet gewoon dansen en plezier maken? Zoals bij de scouts. Eenvoudig en opvoedkundig vertier. Naarmate de week vordert, klaart de hemel op. Ze leven zich in, maar het blijft eigenaardig. Op de laatste dag worden ouders en familie uitgenodigd om de opvoering te bewonderen die ontstaan is uit een week oefenen. Voor de voorstelling begint, geeft de begeleider een woordje uitleg. Hij heeft het over een ‘soms moeilijke werkweek’, over ‘fascinatie’ en ‘elkaars lichaam ontdekken’... Ik zet me schrap. Dan begint de show. Een jongen van een jaar of veertien wandelt het podium op met een bundel stokken. Hij gaat kaarsrecht naast een pilaar staan. Twee meisjes plaatsen de stokken tussen de paal en zijn lichaam. Dan komt de volledige groep in beweging. Er wordt geroepen, over de grond gerold, gekieteld, gelopen, gedanst, gejoeld... Ik begrijp er niets van, maar de bewondering om zoveel durf is groot. Na de voorstelling worden de dochters en zonen gefêteerd door hun ouders, broers en zussen. Liefde overwint alles. Ik onthoud me van alle commentaar, buiten het positieve, en ben als ouder tevreden dat mijn kinderen het culturele leven van de hoofdstad ontdekken. Er beweegt wat in Brussel. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

ETTERBEEK – De laatste manche van de Battle of the Cities Run vindt op 16 november plaats aan de VUB. De studentensteden Brussel, Antwerpen, Gent, Leuven, Namen, Luik en Louvain-laNeuve zijn sinds 18 oktober in een strijd verwikkeld. In de Battle of the Cities Run moeten lopers uit al die steden zoveel mogelijk kilometers verzamelen. Op 16 november, tussen 19 en 21 uur, vindt de laatste manche plaats. De Brusselaars staan voor een loodzware opdracht. Met 4.760 kilometer staan

ze (op 7/11) derde, na Gent (12.601 kilometer) en Antwerpen (8.126). De winnende stad krijgt een exclusief concert als hoofdprijs. Hoe kunt u de eer van Brussel verdedigen? Op www.facebook.com/nikerunningbelgium kiest u Brussel als stad; uw gelopen kilometers kunt u uploaden via Nike+. Te veel gedoe? Kom dan gewoon op 16 november naar de VUB. Deelnemen is gratis en de eerste 350 lopers krijgen een gepersonaliseerd T-shirt. Als toetje wordt u ook nog eens aangemoedigd door hinkstapspringster Svetlana Bol­shakova. TS

Rollebollen en aflossen SINT-AGATHA-BERCHEM – Rollebollen, karate of estafette: mensen met een matige verstandelijke handicap kunnen zich op dinsdag 22 november volop uitleven. Het sportcomplex van Sint-Agatha-Berchem, Lusthuizenstraat 1, wordt jaarlijks ingepalmd voor de Sportdag Aangepast Sporten. Twaalfplussers met een matige verstandelijke handicap kunnen dit jaar opnieuw drie sporten kiezen uit een aanbod van vijf. Naast bewegen op muziek en een initiatie in

de vechtsport karate kunnen de deelnemers ook aan aflossingswedstrijdjes deelnemen, fitness-drummen (muziek en beweging met grote fitballen en drumstokjes) en rollebollen. Dat laatste gebeurt op allerlei springkastelen en is de enige activiteit die niet toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. De dag begint om halftien, en na de start­ activiteit wordt er drie keer 45 minuten gesport. Om 11.45 uur is er een uurtje pauze. De sportdag zit erop om 14.30 uur. Meer informatie vindt u op www.vgc.be/sport. TS

BRUSSEL SPORT

Met Xavier of Peter. Elke zondag vanaf 19u15 op tvbrussel.


BDW 1303 PAGINA 24 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

RE

O T 13 J T 9

O R IE D E

Z

VO

zaIE

AA

op Big Bang Jong Brussels muzikaal geweld

R • BD W

? p o P ? k n u F ? e v o o r G Het swingt! DOOR PATRICK JORDENS

EN VAN

n en AC /DC, om maar een paar Ze zijn fan van The Beatles, Led Zeppeli muziek met hun groep Zappa. namen te noemen. En ze maken ook zelf (12), Arto (12) en Ludek (13) en Morgen, 11 november, bestormen Arthur podium van Bozar. “We vinden de andere leden van de Zappa-band het te spelen.” het vooral leuk om onze eigen nummers © SASKI A VANDERSTICHELE

Hoe zijn jullie bij Zappa terechtgeko men? Arthur (A): Ik ben vier jaar geleden al begi nnen spelen bij een groep die toen ook geleid werd door Véronique (Delmelle) en Marc (Galo, de volw assen orkestleiders, red.). Die groep is er na een jaar mee gestopt. Toen Véronique en Marc dan een beet je later met Zappa begonnen, wilde ik meteen weer meedoen. Arto (Ar): Ik ben er ongeveer drie jaar gele den bij gekomen omdat mijn mama goed bevriend is met Marc, een van de leiders. En natuurlijk omd at ik graag gitaar speel. Ik speel al sinds mijn zevende. Ludek (L): Mijn ouders kenden de begeleide rs ook een beet je. En ik heb ooit een concert van Zapp a gezien, het leek me tof. Moesten jullie auditie doen? Ar: Nee, iedereen mag erbij komen, en alle soor ten instr umenten. Er is ooit iemand in de groe p geweest die tuba wilde spelen, maar ze kon geen noot lezen en ze kreeg in het begin ook amper klan k uit de tuba. Maar na een tijdje ging het toch. Kunnen jullie noten lezen? A: Ik niet zo goed, maar mijn vrienden wel. Ik kan wel tablaturen lezen, dat is een soor t notenlee r, speciaal voor gitaar. Zo weet je hoe je je vingers moe t zetten. Ar: Ik heb een viertal jaar notenleer aan een academie gedaan. Maar het hoef t eigenlijk niet om bij Zappa te spelen. L: Ik kan ook noten lezen. Jullie repeteren één keer per week op zaterdag. Hoe werken jullie? A: Soms mogen we zelf voorstellen doen , door kleine melodietjes mee te brengen, bijvo orbeeld. Ar: En dan gaan Marc en Véronique daar mee aan de slag: ze zetten er een andere melo die voor of na, ze verdelen verschillende partijen over de verschillende instr umenten. We kunnen niet allemaal hetzelfde spelen, want we zijn met ongeveer vijftien. Sommigen spelen de basl ijn, en anderen gaan dan variëren op de melo die. Sommigen werken met partituren, ande ren doen het eerder op het gehoor. Waw, dus eigenlijk componeren julli e allemaal samen? A: Ja, dat is toch de bedoeling. Negen eigen nummers hebben we al gemaakt. L: Maar soms komen Véronique en Marc ook met nummers die zij geschreven hebben.

ts Arthur met zijn basgitaar, Swinging in the streets: van links naar rech trische gitaar. Ludek met de saxofoon en Arto met elek

En welk genre muziek geef t dat dan? Pop, rock, reggae...? Ar: Een beet je van alles door elkaar... (lach t) A: Het hang t van het nummer af. Bijvoorbe eld


t ik heb aangebracht, ‘Zaptuur’, het nummer da we spelen ook meer is een soort groove, maar jazzachtige nummers... el melodieuze muziek. Ar: Het is in elk geval he die soms enkel Er zijn ook twee zangers, toe tek sten. klanken zingen en af en om bij Zappa te Is het nu heel anders n academie? musiceren dan aan ee Ar: Ex treem anders! we bijna altijd L: Op de academie spelen ppa eerder jazz en klassieke muziek, bij Za k, en niet alleen de funk... En we zingen er oo ie. noten zoals in de academ

[ SORRY ] SNORRY

?

BDW 1303 PAGINA 25 - DONDERDAG 10 NOVEMBER 2011

om met zo’n grote Is het lastig of plezierig groep samen te spelen? ar het is niet altijd Ar: Het is interessant, ma echt goed naar de even makkelijk. Je moet Het is iets heel anders anderen leren luisteren. d het cool dat we na dan alleen spelen... Ik vin ers goed kunnen een tijdje onze eigen numm spelen. dat je altijd moet L: Wat ik lastig vind, is de beurt bent. Dan oplet ten als je niet zelf aan s val je misschien te moet je goed tellen, ander et spelen. laat in als je opnieuw mo het concert van En, zenuwachtig voor morgen? het int ussen al wat Ar: Valt best mee, we zijn een publiek. Maar als ik gewoon, optreden voor jn gitaar, dan voel ik een solo moet doen op mi de zenuwen wel.

nadien? En hoe voelen jullie je reden! tev Alle 3: Trots... en heel ember samen met de De Zappa’s spelen op 11 nov ! twee keer in Bozar: zangers van Shanti!Shanti doen dat (gratis!) in om 14.30 en om 17 uur. Ze evenement. Daar kan het kader van het Big Bangcer ten meepikken. je nog veel andere leuke con igbangfestival.eu. Alle info vind je op ww w.b

Idulfania door Brecht Evens

Onze reporter Lin a op het Twilight Fan-even t!

Vampiers spotte n in Brussel, dat de ed Zazie-reporter Lin woensdagmiddag a De Smet op 26 oktober. Toen kw amen de acteurs Ro Greene in hoogstei be rt Pattinson en Ashl gen persoon een ni ey euwe aflevering va Breaking dawn – Pa n de Twilight-saga rt 1. Die film loopt vo or stellen: vanaf volgende wee Zien vampieren er k 16 november in in het echt akelig no de za len. rmaal uit? En zijn de de echte freaks? Le dolgedraaide fans es het in Lina’s vers misschien lag...

‘IK WAS HEEL BLIJ

toen ik hoorde da t ik twee kaar tjes voor het gewonnen had. Al Twilight Fan-even le kaar tjes waren t/ Breaking dawn – al uitgedeeld, behalve Part 1 dan zo ver! De mid de mijne. Twee da dag van het fan-ev gen later was het en t wa s he t heel erg dr uk: kl We besloten er een eren, fotoapparaat kwar tiert je vroege , vriendin... r te zijn, om 16.45 was het daar al he uu r. To en we langs de rode lo el dr uk. We toonde per liepen, n ons kaar tje en m twee minuten late ochten bij de rest r kwam er een se ga an st aa n. Amper cu rit y-man op ons waren. Natuurlijk af, hij dacht dat konden we ons tic we bi nnengeslopen ket meteen tonen opengingen, gave en was alles goed n we ons ticketje , oe f. To en de deuren no g eens en kregen we kon je echt niet bi in ruil een armba nnensluipen!!” ndje. Volgens mij “Rond 19 uur wa s het dan zo ver: Robert Pattinson – met een heel m – met sexy baardj ooie jurk aan – ar e – en Ashley Gr riveerden. Op de eene handtekeningen ui ro de loper namen ze ui t te delen. Na een tg eb re id de tij dje kwamen ze na tijd om Ze gaven een inte ar binnen onder lu rv iew vooraan in id gegil van de fans de za al . H . eel vreemde, door daarbij. Zoals: “In de fans gestelde vr de films moet het agen zaten personage Jacob ki zouden jullie kiez ezen tussen zijn fa en?” milie en de liefde. Wat “Na het interv iew gingen ze weg en lie ten ze veel teleur st uk jes van de film gestelde fans acht Breaking dawn – er. Er waren wel no Pa rt 1 te zien. Ook g Bella en Edward za het begin van de t erbij, en natuurlij huwelijksnacht va k ging toen heel de n dat ik ook lek ker m zaal aan het gille eedeed! Bij het bu n. Ik moet toegev itengaan kregen we en soundtrack s van de no g een goodie bag m saga, en ook een Ho et ee n dv d van alle ngerspelen-speld.”


BDW - editie 1303  

Brussel Deze Week van 9 november 2011

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you