Issuu on Google+

EUROPALIA.BRASIL OPENT MET EXPO BRAZIL.BRASIL IN PSK En ook: Graham Nash, Bouli Lanners en De Warme Winkel.

06 10 11

AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X P303153

© SASKIA VANDERSTICHELE

Rustplaats gezocht voor reuzen BRUSSEL – De stoet reuzen van de Vismêt, die sinds een geschil tussen de handelaars van de Vismarkt en burgemeester Freddy Thielemans niet meer uitgaat, zoekt een nieuw onderkomen. De koppen moeten weg uit de Hopstraat, door verhuizing van hun eigenaar en ontwerper Paul Vankueken (naar Thurn & Taxis). Een optie is dat een toekomstige B&Buitbater in het pand de reuzen in zijn gastenverblijf etaleert. Maar Brusselliefhebber Van-

kueken vindt ook dat een groter publiek van het folklore-erfgoed moet kunnen genieten. Vandaar dat het Maison des Géants in Aat (Henegouwen) voorlopig de beste bestemming voor hem lijkt. (vlnr:) De reuzen Antoine Demol van de Orde van de vrienden van Manneken Pis, Catherine (van het Sint-Katelijneplein), sportjournalist Luc Varenne en jazzgoeroe Jean-Marie Binst Toots verlaten dan de stad. Adieu maskes en kadeekes!

Onderwijs > Taalniveau van beginnende middelbare scholieren is ondermaats

Ruim zeven maanden achter BRUSSEL – Het gemiddelde taalniveau van de leerlingen die beginnen aan het Nederlandstalige middelbaar onderwijs in Brussel is ondermaats. Gemiddeld hebben de kinderen zowel voor woordenschat als voor begrijpend lezen ruim zeven schoolmaanden achterstand. Een en ander blijkt uit de taaltesten van Broso, het Brussels Ondersteuningscentrum Secundair Onderwijs. Sinds 2005 laat Broso alle leerlingen van de 31 Nederlandstalige middelbare ASO-, TSO- en BSO-scholen in september een toets woordenschat en een toets begrijpend lezen afleggen. Dat gaat online, maar de test vergen nauwelijks computervaardigheden. Ze worden herhaald aan het einde van het schooljaar en ook nog eens in het tweede jaar. Normaal gesproken zou een leer-

ling in het begin van het eerste middelbaar een niveau van ‘60’ moeten behalen. Dat getal stemt overeen met het gemiddelde groeiniveau na het lager onderwijs (zesmaal tien schoolmaanden). In Vlaanderen wordt dit gemiddelde volgens Broso-coördinator Helga De Braekeleer doorgaans gehaald. In Brussel al een tijdje niet meer. Afgelopen schooljaar lag het gemiddelde van de Brusselse scholen voor woordenschat op 52,72 en voor begrijpend lezen op 52,60. Er werd met

andere woorden een achterstand van ruim zeven maanden opgetekend. De resultaten per school zijn heel divers en variëren, bijvoorbeeld voor woordenschat van 39 (ruim twee schooljaren achter) tot 64 (vier maanden voor). Het Brussels onderwijs krijgt zowel de sterkste als de zwakste leerlingen over de vloer. Individueel is het verschil tussen de hoogste score (101, een voorsprong van vier jaar dus) en de laagste (32) zelfs zeven studiejaren.

Vakoverschrijdend Broso-coördinator De Braekeleer wil niet te veel conclusies verbinden aan deze cijfers. “Je mag zeker de schuld niet bij het lager onderwijs leggen. Zij doen heel goed werk, maar krijgen elk jaar een moeilijker

“Je mag zeker de schuld niet bij het lager onderwijs leggen” leerlingengroep.” Broso gebruikt de cijfers dan ook alleen om de beginsituatie van elke school te kennen. “Op die basis kunnen wij beslissen hoe wij de leerkrachten en directie zullen ondersteunen.” De Broso-begeleiding is in de loop der jaren overigens gewijzigd. “Eerst ging al onze aandacht naar de lessen Nederlands, nu werken we vakoverschrijdend. We ondersteunen bijvoorbeeld ook de leer-

kracht wiskunde.” Zo rendeert de begeleiding beter. Aan het einde van het eerste jaar, dus wanneer de leerlingen eigenlijk op niveau 70 moeten zitten, haalden de kinderen zes jaar geleden voor begrijpend lezen gemiddeld 53,78. Vorig jaar was de gemiddelde score gestegen tot 65,30. Die stijging is vooral te danken aan de vooruitgang die de leerlingen uit het ASO en TSO boeken. De kinderen van het beroeps hebben kennelijk minder baat bij de Broso-begeleiding. De Braekeleer: “Er is dus meer zorg nodig voor de zwakkere leerlingen. Zij hoeven na één jaar middelbare school geen 70 te halen, maar we moeten hen wel opleiden tot mensen die hun plaats in de maatschappij vinden.” Bettina Hubo

N° 1298 VAN 6 OKTOBER TOT 13 OKTOBER 2011 ¦ WEEK 40: WEEKBLAD, EEN UITGAVE VAN VZW BRUSSEL DEZE WEEK, FLAGEYPLEIN 18, 1050 ELSENE, REDACTIE: 02-226.45.40, ABONNEMENTEN: 02-226.45.45, FAX: 02-226.45.69, E-MAIL: INFO@BDW.BE


BDW 1298 PAGINA 2 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Economie > Cerexhe waarschuwt voor gevolgen demografische explosie

OPMERKELIJK © cinema NOva

BIESTEBROEK BEGEERDE BRUID Anderlecht heeft het studie­ bureau aangewezen voor de ontwikkeling van de Bieste­ broekkaai. De strijd om de mooiste percelen kan beginnen. Biestebroek is tanend industrieel havengebied aan de rand van Kuregem. Havenbedrijven trekken weg, wat rest is een imposante waterkom, niet ver van het Zuidstation, dicht bij een levendige winkelstraat en met zelfs een mooi stukje groen in zuidelijke richting, waar woonboten liggen aangemeerd. Ideaal dus als residentieel gebied. Dat is de nv Urbax niet ontgaan. Begin 2010 stelde het Les Rives voor, een ietwat megalomaan project van de hand van architect Philippe De Bloos. Die tekende een luxueuze woonwijk annex jachthaven, een ontwerp dat sindsdien op het internet te bewonderen is. Of Les Rives er ooit komt is onzeker, maar de gemeente Anderlecht, die kampt met een enorm sociaal passief in Kuregem, raakte geprikkeld door de plannen en besliste om een Bijzonder Bestemmingsplan te laten uitwerken om het havengebied een nieuwe bestemming te geven. Het Leuvense studiebureau BUUR haalde de opdracht binnen. Urbanist Jens Aerts: “We geven onszelf zes maanden om voor Biestebroek een masterplan uit te werken.” Aerts is ervan overtuigd dat meer uit het gebied te halen valt. “Het is écht een onderbenut stukje Brussel.” De buzz rond Biestebroek zette ook anderen aan het denken. Atenor bijvoorbeeld, een vastgoedbedrijf dat nu al de hoogste woontoren van het land bouwt elders aan het kanaal. Het kocht in februari de Univar-terreinen, goed voor 5,4 hectare grond. Atenor wacht het BBP af om zijn plannen kenbaar te maken. Wie minder opgetogen is over de snelle evolutie in het dossier is de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brussel (Gomb). Die had plannen voor woningen en bedrijfsterreinen. Het lijkt er sterk op dat de privésector de Gomb te snel af is geweest. Ecolo-Anderlecht vreest dan weer een gentrification van jewelste waarbij chic volk zich wel in het arme Kuregem komt vestigen, maar voor de rest met die buurt niets te maken zal willen hebben.  SVG

‘Wij staan voor een reus­achtige berg’ BRUSSEL — Brussel wacht de komende jaren een ware bevolkingsexplosie. Alleen al om te beletten dat de werkloosheidsgraad nog stijgt, zullen er elk jaar 10.000 banen moeten bijkomen. Dat blijkt uit een studie die Brussels minister van Economie en Werk Benoît Cerexhe (CdH) liet uitvoeren. Cerexhe vindt dat het Brussels gewest in goede economische gezondheid verkeert. Er zijn in Brussel inmiddels 714.000 banen, waarvan er vorig jaar 18.000 gecreëerd werden. De werkgelegenheid in Brussel groeide daarmee een stuk sneller (+2,7 procent) dan die in Vlaanderen (+1,2 procent) en Wallonië (+1,6 procent). “En het aandeel van die banen dat door Brusselaars wordt ingevuld gaat ook elk jaar lichtjes vooruit.” De minister is het dan ook beu om van de andere gewesten (vooral dan Vlaanderen) altijd maar te moeten horen dat de hoge werkloosheid in Brussel, nu twintig procent, een gevolg is van het haperende arbeidsmarktbeleid en het gebrek aan

efficiëntie van Actiris, de arbeidsbemiddelingsdienst van het gewest. Brussel wordt geconfronteerd met een bevolkingsexplosie, aldus Cerexhe, en in die omstandigheden is het niet eenvoudig om de werkloosheid terug te dringen. De afgelopen drie jaar steeg de beroepsbevolking in Brussel met 50.000 eenheden. De afgelopen tien jaar groeide ze met bijna twintig procent, tegen zeven procent in Wallonië en een kleine vijf procent in Vlaanderen.

Hogere vruchtbaarheid Om de tendensen voor de volgende jaren te kennen alsook de gevolgen voor de arbeidsmarkt, bestelde

Vorig jaar telde Brussel 1.090.000 inwoners, in 2020 zullen het er 1.329.000 zijn, een stijging met bijna 240.000 mensen

ging met bijna 240.000 mensen,” zegt Lambert. Die explosieve groei komt volgens de professor door het iets hogere vruchtbaarheidscijfer in Brussel en het positieve migratiesaldo. “Jaarlijks trekken 12.500 mensen weg uit Brussel, maar er komen er 24.000 bij, meestal uit het buitenland. Een nettomigratie van dik 11.000 en die zal alleen maar groter worden. Brussel is de toegangspoort van België.”

Cerexhe een studie bij demograaf André Lambert van het bureau ADRASS (Association pour le Développement de la Recherche Appliquée en Sciences Sociales). Die rekende uit dat de Brusselse bevolking zeker tot 2020 met twee procent per jaar zal groeien, wat buitengewoon veel is in vergelijking met de rest van Europa en een stuk meer dan het Belgische gemiddelde van 0,8 procent. “Vorig jaar telde Brussel 1.090.000 inwoners, in 2020 zullen het er 1.329.000 zijn, een stij-

152.000 jongvolwassenen erbij De nieuwe Brusselaars zijn hoofdzakelijk jonge mensen. Van de 240.000 nieuwkomers zullen er 152.000 tussen de 20 en de 39 jaar oud zijn, voorspelt Lambert. Die leeftijdsgroep stijgt in tien jaar met maar liefst 43 procent. “Een explosie dus van mensen die een baan nodig hebben,” zegt Cerexhe. Wat betekent dat voor de Brusselse arbeidsmarkt? Lambert: “Als Brussel dezelfde demografische evolutie zou doorma-

DE WEEK IN BEELD DOOR SASKIA VANDERSTICHELE

Twee jonge bezoekers uit Parijs geven zich over aan een partijtje schaak in de Sint-Gorikshallen.

© Saskia Vanderstichele


WEEKOVERZICHT

BDW 1298 PAGINA 3 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

© Frank Ribbens

WOENSDAG 28 SEPTEMBER 12, GEEN 20 MILJOEN KILOMETER. De campagne ‘20 miljoen kilometer’ loopt ten einde. Het initiatief van Brussels staatssecretaris van Mobiliteit Bruno De Lille (Groen!) mikte op 20 miljoen afgelegde milieuvriendelijke kilometers in vier maanden tijd, maar klokte uiteindelijk af op 12 miljoen kilometer met het openbaar vervoer, te voet of de fiets. De Lille meent dat de campagne wel is aangeslagen bij de bevolking.

DONDERDAG 29 SEPTEMBER DODE BIJ WERKONGEVAL STATION JETTE. In het station van Jette komt een arbeider om het leven wanneer een muur instort. Twee anderen raken eveneens bedolven en verkeren in levensgevaar. De instorting doet zich voor nadat er door een grondverzakking een bouwkraan op de muur terecht is gekomen. kantoortorens niet gewenst. De organisaties Arau en Inter-Environnement Bruxelles en Bral kanten zich tegen de bouw van drie kantoortorens die samen goed zijn voor 100.000 vierkante meter in de wijk aan het Zuidstation, het zogenaamde ‘Victor’-project. De stadsverenigingen zien in de kantoorwijk liever huisvesting verschijnen in de vorm van sociale woningen. Ze herinneren eraan dat ook de NMBS nieuwe kantoren heeft gepland in de buurt.

VRIJDAG 30 SEPTEMBER De komende jaren wacht Brussel een explosie van mensen tussen de twintig en de negendertig, mensen dus die op zoek zijn naar een baan.

ken als de rest van België, zou de werkloosheidsgraad de komende jaren dalen en de werkgelegenheidsgraad (het aandeel van de beroepsbevolking dat aan het werk is, red.) stijgen. Maar met wat er nu gebeurt in Brussel is dat niet mogelijk. Zelfs als de banengroei in dit gewest het huidige tempo aanhoudt en er, zoals nu, elk jaar een half procent meer van die banen naar Brusselaars gaan, zullen er tegen 2020 toch 25.000 werklozen extra zijn.” Voor Cerexhe is de conclusie duidelijk: het zal met deze demografische

“ “ HET WOORD

evolutie al een hele opgave zijn om de huidige werkloosheidsgraad en werkgelegenheidsgraad te behouden. “Alleen al om te beletten dat de werkloosheidsgraad stijgt, zullen er elk jaar 10.000 banen moeten bijkomen. Om iedereen aan het werk te krijgen, zullen er jaarlijks 20.000 nieuwe banen gecreëerd moeten worden.” Een onmogelijk opdracht? Cerexhe: “Niets is onmogelijk. Vorig jaar hebben we ook voor 18.000 nieuwe banen gezorgd. Maar we staan voor een reusachtige berg. We zullen moeten werken aan een zo gunstig

mogelijk bedrijfs- en commercieel klimaat, nog meer inspanningen moeten leveren voor de vorming van de vele laaggeschoolde Brusselaars en er alles aan doen opdat er nog meer banen voor Brusselaars bijkomen, bijvoorbeeld in de horeca, het toerisme en de industrie. Ik pleit daarom voor het behoud van een minimum aan industrie in het gewest. We zullen het wel zo moeten doen. Anders ontploft er over enkele jaren een sociale bom, die ook de andere gewesten zal treffen.” Bettina Hubo

119 KERKFABRIEKEN, 5 miljoen jaarlijks. Er zijn 119 katholieke parochies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat schrijft Le Soir. Brussel-stad, Anderlecht en Schaarbeek spannen de kroon. In 2009 kostten alle kerkfabrieken de Brusselse gemeenten vijf miljoen euro. In 2010 zouden er volgens de krant ongeveer 70.000 katholieken zijn in het hele gewest.

ZATERDAG 1 OKTOBER 120.000 mensen op nuit blanche. In het centrum van de stad vindt de negende editie van Nuit Blanche plaats. 120.000 personen laten zich ’s nachts verleiden door muziek, kunst en feest. Er worden geen noemenswaardige incidenten gemeld. dan toch de troy. De Tijd schrijft dat Wim De Troy, ontslagnemend onderzoeksrechter in Brussel, toch aanblijft op eigen initiatief. De Troys ontslag was nog niet goedgekeurd door federaal minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V).

ZONDAG 2 OKTOBER ZONMARATHON. Onder een stralende zon vindt de negende editie van de Brussels marathon plaats. De 42,195 kilometer worden in 2 uur, 14 minuten en 51 seconden gelopen door winnaar Paul Kiprop, een Keniaan. De eerste Belg eindigt op de vijfde plaats, negen minuten na de winnaar.

MAANDAG 3 OKTOBER

Ik stel vast dat er een groeiende vraag is om hier een politieke rol te gaan spelen.”

CEREXHE: ‘20.000 banen NODIG’. Brussels minister van Economie Benoît Cerexhe (CDH) zegt dat er jaarlijks 20.000 banen bij moeten komen. De komende twintig jaar komen er bijna 250.000 Brusselaars bij, dus moet er volop worden ingezet op werk en scholing, stelt Cerexhe. De Brusselse bevolkingsexplosie is een gevolg van een hoog geboortecijfer en migratie.

Uittredend vicepremier en Luikenaar Didier Reynders (MR) heeft een huis gekocht in Ukkel en sluit niet uit dat hij de Franstaligen liberalen in Brussel komt versterken (La Libre Belgique).

We hebben voor de burgertop al vijfduizend ideeën ontvangen. De splitsing van BHV komt slechts negentien keer voor, de financieringswet zelfs maar één keer.” Volgens auteur David Van Reybrouck, organisator van de G-1000, zijn er voor de gemiddelde Belg dringender uitdagingen dan een staatshervorming (tvbrussel)

Stiltebemiddelaar

Visuele vervuiling, een oververzadigd verkeer, een dag en nacht doorklotsende vloed van loeiende politie- en ziekenwagens. En vooral de mentale overbelasting van de stedeling door de continue confrontatie met stromende mensenmassa’s. Zelfs in de openbare oases, zoals parken en grote pleinen. Het doet een burger snakken

naar rust- en stiltegebieden, zoals Vlaanderen er buiten de stad al enkele heeft erkend. Brussels VGC-collegelid Bruno De Lille wil ook in Brussel stilte, rust en ruimte vinden en helpen beschermen. Daarvoor worden stiltebemiddelaars gezocht. Ze mogen aansluiten bij mensen van de Erfgoedcel Brussei, iemand uit het jeugd- en literatuurwerk en een cultuurbeleidscoördinator die al een ‘stiltegroep’ vormden. Of ze al fluisterend of met oortjes door het leven gaan, weten we niet. Wel dat ze op het kerkhof van Laken hun eerste rustbeleving vonden. JMB

OPNIEUW DAKLOZEN IN GAUCHERETPARK. Al 47 dagen op rij slapen er Roma in het Schaarbeekse Gaucheretpark. Officieel is het dossier van de meesten in behandeling, maar het is niet duidelijk of zij legaal in het land verblijven. Het OCMW van Schaarbeek heeft dekens en matrassen ter beschikking gesteld.

DINSDAG 4 OKTOBER BURGEMEESTER LAAT SCHOOL ONTRUIMEN. De Parmentierschool in Sint-Pieters-Woluwe wordt ontruimd op bevel van burgemeester Willem Draps (MR). Volgens een rapport van de brandweer zijn de prefabgebouwen onstabiel en dreigen de lokalen in te storten. DURE ZIEKENHUIZEN. De kosten van een kankerbehandeling liggen fors hoger in Brussel dan in de rest van het land. Dat blijkt uit een studie van het Hoger Instituut voor Arbeid (HiVA) van de KU Leuven. Wie aan darmkanker lijdt, betaalt in Brussel tot drie keer zoveel als iemand die zich daar in Vlaanderen voor laat behandelen. 

Samengesteld door Christophe Degreef

MEER NIEUWS DE HELE WEEK ROND OP


BDW 1298 PAGINA 4 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Mobiliteit > Kris

Lauwers, de nummer twee van de MIVB

‘Met bemoeizucht van lokale politici geraken we niet vooruit’ Nu Alain Flausch zijn vertrek heeft aangekondigd als CEO van de MIVB, zijn de schijnwerpers op adjunctdirecteur Kris Lauwers gericht, die na het vertrek van Flausch CEO ad interim wordt. Veel zal dat voor de buitenwereld niet veranderen, denkt Lauwers. “Ik vorm sinds 2005 een tandem met Flausch. Wij waren zo goed op elkaar ingespeeld dat we nauwelijks nog afspraken hoefden te maken over wie wat doet,” zegt de nummer twee van de MIVB, in het verleden kabinetschef bij minister Jos Chabert (CD&V). De hele heisa over Flausch, wie een te ‘rechts’ beleid werd verweten door regeringspartij PS, raakt ook Lauwers. Hij bedient zich weliswaar van een minder confronterende stijl dan Flausch, maar is het inhoudelijk haast altijd met hem eens. “Ik hoop nu wel dat de rust terugkeert. De naam Flausch werkte als een rode lap op een stier.” Het beheerscontract tussen MIVB en regering is in volle onderhandeling. Wat is voor de MIVB prioritair? Kris Lauwers: “Capaciteit. Daar zijn twee redenen voor: de Brusselse bevolking groeit explosief en steeds meer mensen laten de auto staan ten voordele van het openbaar vervoer. Dat gecumuleerde effect zal in de toekomst voor enorme capaciteitsproblemen zorgen. Doen we niets, dan loopt de hele stad vast. We moeten nu beslissen. Want tunnels gra-

ven, tramsporen aanleggen en metrostellen aankopen kost veel tijd.” Bussen, metro’s en tramstellen zijn nu al vaak overvol. Lauwers: “Klopt. Jammer genoeg heeft het beleid hier niet altijd oog voor. Voor de komende acht jaar is er maar liefst 1,2 miljard euro te kort. Dat is in de veronderstelling dat de groei van onze dotatie met jaarlijks 4,2 procent stijgt, zoals in het verleden. Maar zelfs die stijging staat onder druk.” De federale onderhandelaars oormerken een deel voor mobiliteit in de herfinanciering van Brussel, er is dus hoop op extra geld. Lauwers: “Dat is mooi, maar het zal niet volstaan. We zullen dus andere pistes moeten aanboren.”

“Buschauffeurs moeten in staat zijn om de klanten in hun taal te woord te staan” Een verhoging van de tarieven? Lauwers: “Daarmee los je dit tekort niet op.”

Een samenwerking met de privésector? Lauwers: “Publiek-private samenwerking (PPS) wordt onderzocht. Er is politiek een consensus dat PPS mogelijk moet zijn. We willen het beperken tot Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) (ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden, SVG/CD), en hoofdzakelijk voor infrastructuurwerken. Waar we niet in geloven is het pachten van lijnen of huren van rollend materieel. Waar we wel op hopen is een deconsolidering, zodat de MIVB, die nagenoeg schuldenvrij is, opnieuw leningen kan aangaan. Europa legt strenge beperkingen op voor de overheidsschuld. De MIVB valt vandaag binnen het bereik van de overheid.”

Kris Lauwers © Bart Dewaele

BRUSSEL - 1,2 miljard euro extra. Dat is wat de MIVB de komende acht jaar nodig heeft om aan de stijgende vraag te voldoen. “Met het geld uit de herfinanciering van Brussel komen we er niet,” waarschuwt Kris Lauwers, adjunct-directeur van de MIVB.

• Burgelijk ingenieur (KU Leuven) sinds 1980 • Ambtenaar bij de Regie der gebouwen tot 1989 • Kabinet minister Jos Chabert (CD&V) tot 2004 • Adjunct-directeur bij de MIVB sinds 2005 • Raad van Bestuur van de NMBS sinds 2009

In sommige steden is het openbaar vervoer geliberaliseerd. Goed idee? Lauwers: “Europa laat ons de keuze tussen monopolie of liberalisering. België heeft besloten met monopolisten te werken. Maar in Frankrijk moeten de openbaarvervoersmaatschappijen het bij de toewijzing van een contract tegen elkaar opnemen. Het is niet uitgesloten dat Brussel ooit beslist om de monopoliepositie van de MIVB op te geven. Daarom mag de MIVB zich niet in slaap laten wiegen. In geval van een liberalisering zal de MIVB sterk moeten staan. Want stel dat er ooit een Thatcher aan de macht komt in Brussel.”

de MIVB een sociale taak, bijvoorbeeld mensen aan een baan te helpen? Lauwers: “Onze opdracht is mobiliteit. Maar tegenwoordig is sociale verantwoordelijkheid in elk bedrijf een aandachtspunt. Dus natuurlijk hebben wij de verdomde plicht om als bedrijf maatschappelijk relevant te zijn. Werkgelegenheid is belangrijk. De MIVB wil wél competent personeel. Dat betekent dus ook dat buschauffeurs in staat moeten zijn om de klant al eens in diens taal aan te spreken. Om maar iets te zeggen.“

In de achtergrond van de discussie over het beheerscontract rijst ook de vraag: moet de MIVB vooral mensen vervoeren, of heeft

De vicevoorzitter van de raad van bestuur hoopt dat er met het ontslag van Flausch weer menselijkheid in het bedrijf komt. Dat is een snoeiharde

N-VA Brussel nodigt u van harte uit op haar kaas- en wijnavond

veroordeling van het huidige management. Lauwers (onverstoorbaar): “We voeren geen asociaal beleid, hoewel sommigen dat beeld willen scheppen. De cijfers zijn er: we hebben weinig verloop van personeel, we hebben sedert 2004 geen enkele staking gehad door sociale conflicten binnen het bedrijf en we zijn gegroeid met duizend mensen in tien jaar tijd. Flausch heeft het bedrijf veranderd. Hij kwam soms cru over, maar een gebrek aan menselijkheid kan je Flausch niet verwijten.” “Brussel heeft in 1989 een enorme stap vooruit gezet met de regionalisering. Eindelijk konden de Brusselaars zelf over hun toekomst beschikken, en dat was dringend nodig. De leefbaarheid van Brussel was geen prioriteit voor de nationale regeringen. Maar die ‘proximiteit’, het feit dat de Brusselse politiek nu dichter bij de bevolking staat, is tegelijk een nadeel. De MIVB heeft als overheidsbedrijf baat bij een zekere autonomie. En met bemoeizucht van lokale politici raken we niet vooruit.” Rijden er over afzienbare tijd trams van De Lijn op het net van de MIVB? Lauwers: “Absoluut.” Het Pegasus-plan van het Vlaamse De Lijn stelt dat voor, en u lijkt enthousiast. Lauwers: “We werken daaraan mee. Ik zit mee in het begeleidingscomité onder voorzitterschap van de Vlaams-Brabants gouverneur Lode De Witte.” U ziet de Lijn als een aanvulling op het stadsvervoer van de MIVB?

DENKEN.DURVEN.DOEN.

Vrijdag 14 oktober 2011 vanaf 18u30 Gemeenschapscentrum De Markten Oude Graanmarkt 5 (metro: Sint-Katelijne) 15,00 € voor uitgebreide kaasschotel met stokbrood & koffie en dessert Bij voorkeur inschrijven via brussel@n-va.be


© BART DEWAELE

BDW 1298 PAGINA 5 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

MIVB-adjunct-directeur Kris Lauwers: “Steeds meer mensen nemen het openbaar vervoer. Het capaciteitsprobleem van metro, tram en bus oplossen is prioriteit nummer één.”

Lauwers: “De essentie is: er is één mobiliteitsprobleem in Brussel en zijn ruimere hinterland. In Brussel heeft het openbaar vervoer een marktaandeel van 48 procent. In Vlaams-Brabant is dat maar 25 procent. Dat is rampzalig. Het verbeteringspotentieel ligt erg hoog. Vlaams-Brabant is een grondgebied waar ik niets over te zeggen heb, maar wat er gepland wordt heeft wel impact op Brussel. We moeten samenwerken. Vlaanderen heeft een project, en wij staan daar voor open. Trams van De Lijn zullen op onze sporen kunnen rijden, er zullen financiële afspraken moeten worden gemaakt, enzovoort. Maar dat is eigenlijk het minste probleem.” “De mobiliteitsuitdagingen in de

Brusselse regio zijn enorm, maar er zijn vier overheden bevoegd, de Brusselse, de Vlaamse, de Waalse en de federale. Het is de taak van die overheden om rond de tafel te gaan zitten en beslissingen te ne-

een raad van bestuur samengesteld vanuit de vier regeringen. Dat moet dan beslissen over grote investeringen, over aanbod en, heel belangrijk, over een nieuwe tariefstructuur. Nu zijn er vier tarieven.

“ Vlaanderen kan zijn mobiliteitsprobleem in de rand niet alleen oplossen” men over een gezamenlijk mobiliteitsbeleid. Dan pas volgen wij als openbare vervoersmaatschappij.” Hoe ziet u een samenwerking? Lauwers: “Ik pleit al langer voor de oprichting van een metropolitaan mobiliteitsagentschap, met

Die moeten geïntegreerd worden in één GEN-tarief. Zo ziet het er in de meeste buitenlandse grote steden uit (tekent op een blad drie concentrische cirkels): drie schillen, met andere tarieven naar gelang men verder van het centrum verwijderd is.”

Bepaalde partijen in de Vlaamse regering kanten zich tegen een brede Brusselse mobiliteitsregio. Ze willen de macht die Vlaanderen moeizaam verworven heeft niet delen met andere gewesten. Lauwers: “Dat is een normale reactie. Ik ben er een grote voorstander van dat de gewesten bevoegd blijven over hun eigen grondgebied. Maar de realiteit is dat de stedelijke regio rond Brussel met een groot mobiliteitsprobleem kampt. Vlaanderen alleen krijgt dit niet opgelost.”

bussen van De Lijn op de Bockstaellaan, parallel met de metro. Dat is verspilling van geld. De Lijn besteedt jaarlijks 20 miljoen euro om bussen te laten rijden op plaatsen waar ook de metro rijdt. Dat los je niet op door De Lijn-bussen te stoppen aan de grenzen van Brussel, maar door een tariefintegratie in te voeren, zodat de klant die uit Vlaams-Brabant komt met één tarief op het net van De Lijn, MIVB en NMBS kan reizen.”

Brusselse politici fronsen de wenkbrauwen bij de toevloed van De Lijn-bussen in Brussel. Lauwers: “Vandaag rijden er tijdens de spits om de twee minuten

tvbrussel brengt vrijdag een reportage over het openbaar vervoer in Brussel en het hinterland met Kris Lauwers als gast. ‘Brussel XL’, 7 oktober, 18u.

De SP.A ziet vijf zones. Op Schaarbeek-Vorming richting Vilvoorde is er plaats voor een stedelijk bevoorradingscomplex. De zone tussen het station van Schaarbeek en het kanaal moet een toeristische trekpleister worden. Even verderop is er plaats voor wonen en werken: een ecologische woonwijk rond Thurn & Taxis, aan het Vergotedok is er ruimte voor een roeiclub en zeescouts. Het stuk tussen Sainctelette en de Ninoofse-

poort mag niet langer een barrière zijn tussen Vijfhoek en Molenbeek. De Ninoofsepoort moet heraangelegd worden met voorrang voor voetgangers, fietsers en gebruikers van het openbaar vervoer. Verderop in Anderlecht droomt SP.A van een Mundaneum, een campus tussen de Erasmushogeschool en Elishout.  Danny Vileyn



Steven Van Garsse en Christophe Degreef

SP.A LAAT BRUSSELAARS HUN KANAAL DROMEN BRUSSEL - Behalve in Brussel vind je in geen enkele stad een schroothoop en een paar bergen zand op twee kilometer van de Grote Markt. Vlaams minister Pascal Smet (SP.A) zette vorige week als regionaal voorzitter samen met vier partijgenoten zijn droom voor de kanaalzone uiteen. “Elke stad met een ziel heeft een rivier,” aldus Smet.

Eén op de twee Brusselaars woont op minder dan twee kilometer van het water. Vlaams parlementslid Yamila Idrissi (Brussel), schepen en parlementslid Jef Van Damme (Molenbeek), gemeenteraadslid Bernadette Vriamont (Schaarbeek) en gemeenteraadslid en parlementslid Elke Roex (Anderlecht ) vinden samen met Smet dat de Brusselse regering geen samenhangende visie heeft op de ontwikkeling van de Kanaalzone.

Smet pleit ervoor het woningentekort dat zich de komende jaren aandient op te vangen aan het Kanaal. Smet: “De kernstad moet zich kunnen ontwikkelen van Biestebroek tot het station van Schaarbeek. Aan het Kanaal is ruimte voor 40.000 van de 170.000 nieuwe Brusselaars. We mogen echter niet de fouten van het verleden herhalen. We willen een gezonde culturele, sociale en generationele mix.”

Meer info op: www.MyCanal.be


BDW 1298 PAGINA 6 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Onderwijs > Nederlandse scholen omringen docenten met onderwijsassistenten

© Bettina HUBO

Hulp voor de leraar BRUSSEL/ZWOLLE – Niet alleen het basisonderwijs, ook de Nederlandstalige middelbare scholen in Brussel kampen met moeilijke klasgroepen, taalachterstand en een lerarentekort. CD&V-parlementsleden Paul Delva en Bianca Debaets pleiten voor het inzetten van onderwijsassistenten. Vorige week gingen ze kijken in Nederland, waar die onderwijshulpkrachten al enige jaren aan de slag zijn. Het lerarentekort in Brussel is tien keer groter dan dat in Vlaanderen, zo bleek enkele maanden geleden uit een CD&V-enquête. Terwijl in Vlaanderen 38 procent van de leraren in het middelbaar onderwijs het binnen de vijf jaar voor bekeken houdt, gaat het in Brussel om 62 procent. En het probleem groeit alleen maar, zegt Petrus Van Den Cruyce, directeur van de middelbare scholen van het vrije net. “Tot voor enkele jaren zaten we pas in het midden van het schooljaar in de problemen. Nu vallen de gaten al vanaf eind september. In sommige scholen krijgen de leerlingen in bepaalde vakken een half jaar lang geen les, gewoon omdat er geen leraar is. Er is vooral gebrek aan leerkrachten Frans en wiskunde.” Niet zo vreemd dus dat er in Brussel veel meer leraren voor de klas staan die niet het vereiste diploma hebben maar een zogenaamd ‘voldoende’ of ‘ander’ getuigschrift. Die laatste categorie kan nooit vast benoemd worden. Van Den Cruyce: “Je kunt hen daardoor ook niet binden aan de school.” Onderzoek van het Brussels Ondersteuningscentrum Secundair Onderwijs (Broso) leert voorts dat de gemiddelde leerling die begint in een Brusselse middelbare school nogal wat taalachterstand heeft. “Zowel qua woordenschat als qua begrijpend lezen loopt hij ruim zeven maanden achter,” zegt Brosocoördinator Helga De Braekeleer. De taalachterstand van de leerlingen en de hoge werkdruk zijn de belangrijkste redenen waarom leerkrachten Brussel zo massaal ontvluchten, zo blijkt uit de CD&Venquête. Meer nog dan aan financiële stimuli hebben de Brusselse leerkrachten behoefte aan ondersteuning in de klas.

Windesheim Brussels parlementslid Debaets en Vlaams parlementslid Delva stelden daarom co-teaching voor, twee leraren voor de klas. Maar ze kregen al vlug van Van Den Cruyce te horen

dat dat geen realistische optie is. Immers, als er geen leraren te vinden zijn, zijn er ook geen coleraren. Werken met onderwijsassistenten daarentegen zou wel een werkbare oplossing kunnen zijn. Deze nieuwe functie, die ook in de Talennota van Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) ter sprake komt, bestaat in Nederland al verschillende jaren. Dus gingen Delva en Debaets, samen met Van Den Cruyce en De Braekeleer, op bezoek in het noorden van Nederland. De tocht begint in hogeschool Windesheim in Zwolle. Die leidt sinds enkele jaren mensen op die in het middelbaar of bijzonder onderwijs werken zonder didactisch diploma.

In sommige Brusselse scholen krijgen leer­lingen in bepaalde vakken een half jaar geen les, gewoon omdat er geen leraar is Ze worden dan onderwijsassistent of, een stapje hoger, instructeur. De studie wordt overigens niet gefinancierd door de Nederlandse overheid, vertelt Kees van Someren, hoofd van de opleiding. Het vergt dus enige investering van de school-werkgever. Die moet bereid zijn 4.000 euro te betalen en de medewerker een klein jaar lang één dag per week vrij te stellen, zodat die naar de opleiding van Windesheim kan. Van Someren: “Maar de school krijgt er een geschoolde kracht voor terug die bovendien een aantal jaren moet blijven, wil hij niet verplicht worden het lesgeld terug te betalen.”

In De Maat, een school voor leerlingen met een lichte verstandelijke beperking in het Nederlandse Ommen, nemen de onderwijsassistenten de praktijkvakken voor hun rekening. Zo is er Erik Rijkeboer, die na een beroepsopleiding elektrotechniek enkele jaren in het drukke bedrijfsleven werkte en, om wat meer rust te hebben, als conciërge en klusjesman in een college aan de slag ging. Hij was er nog geen maand of een van de docenten vroeg hem of hij de praktijkklas elektrotechniek een uurtje wilde overnemen van een zieke collega. Dat gebeurde steeds vaker. Op den duur stuurde de school hem naar de opleiding onderwijsassistent en later werd hij instructeur. Nu runt hij de afdeling installatietechniek. Allemaal in goed overleg met de docenten. “Ik doe vaak hetzelfde werk als zij,

maar de docenten nemen er alle vergaderingen en het papierwerk bij. Het is dus logisch dat zij meer verdienen.”

Leerwerkmeesters Een andere afgestudeerde van Windesheim, Lucia van Schaik, leidt in het Drenthecollege in het naburige Meppel de leerwerkonderneming Paperas. Het is een schoolbedrijfje dat met de leerlingen visitekaartjes en folders opmaakt en print voor verenigingen en particulieren. “Af en toe neem ik ook een les over van een docent, maar ik gebruik dan zijn materiaal,” vertelt Van Schaik. “En ik doe ook maar een deel van de

beoordeling van de leerlingen.” De scholen in Nederland krijgen een bepaald bedrag waarmee ze alles – gebouw, leerkrachten, overige kosten – moeten betalen. Ze mogen zelf bepalen of ze docenten dan wel onderwijsassistenten aantrekken. De Maat in Ommen, een school voor leerlingen met een lichte verstandelijke beperking, werkt met vijftien docenten en negen leerwerkmeesters. De meeste van deze leerwerkmeesters, die aanvankelijk een ICT- of andere vaktechnische achtergrond hadden, kregen inmiddels een opleiding tot instructeur. Zij leiden nu de praktijkklassen hout, metaal, groenverzorging en koken waarmee men de jongeren wil voorbereiden op werk en een plaats in de maatschappij. “Door onze medewerkers de opleiding tot instructeur te laten volgen, kunnen we hen veel zelfstandiger laten werken,” zegt directeur Edward Ypey. In Nederland zetten de scholen de onderwijsassistenten dus vooral in de technisch richtingen in. De docent voor de theorie, de onderwijsassistent voor de praktijk. Van Den Cruyce en De Braekeleer denken dat onderwijsassistenten zich in de Brusselse scholen ook op een andere manier nuttig zouden kunnen maken. De Braekeleer: “Ze zouden kleine groepjes leerlingen taalondersteuning kunnen geven of hen helpen, bijvoorbeeld bij het invullen van de agenda.” Dat is ook de zienswijze van Delva en Debaets. “Taalzwakke leerlingen zou men op die manier extra aandacht kunnen geven ,” zegt Debaets. Van Den Cruyce vindt zijn onderwijsassistenten ook nodig om het lerarentekort op te vangen. “We zullen het wel zo móeten doen. Het tekort is zo groot dat elk initiatief welkom is.” Maar zullen er in Brussel binnenkort dan onderwijsassistenten alleen voor de klas staan? Van Den Cruyce: “Je kunt een leraar verantwoordelijk maken voor twee klassen en hem laten bijstaan door onderwijsassistenten. Dat is altijd beter dan geen leraar.”


BDW 1298 PAGINA 7 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

CHIEN ÉCRASÉ ZUIDSTATION – We zouden er iedere week opnieuw deze kolom mee kunnen vullen, maar het tart elke verbeelding wat er in het Zuidstation, volgens de Brusselse regering toch de toeristische poort tot deze stad, allemaal kan en mag terwijl er MIVB-stewards op staan toe te kijken. Een tip voor hen: daal eens af van de poortjesruimte naar het metro- en tramperron, en zeg eens tegen het volk dat ze er niet mogen fietsen, de sporen oversteken en roken. En voor die stewards die boven blijven staan: de metropoortjes zijn poortjes die ervoor zorgen dat alleen reizigers in het bezit van een vervoersbewijs toegang kunnen krijgen tot de perrons. Nog meer stof tot nadenken.

“Beter een leraar voor meer dan één klas, bijgestaan door assistenten, dan géén leraar” Dat kan natuurlijk alleen als die onderwijsassistenten de nodige didactische vaardigheden hebben. In Nederland betalen de scholen de prijzige opleiding van hun medewerkers van het ruime nascholingsbudget. De Vlaamse nascholingsbudgetten zijn volgens Van Den Cruyce een flink stuk kleiner.

“Maar heel wat nascholingsmogelijkheden zijn wel bijna gratis.” Voorts zullen de onderwijsassistenten in hun school begeleid moeten worden door een ervaren leraar-coach. “In dat opzicht is het jammer dat de mentoruren afgeschaft zijn,” zegt De Braekeleer. Rest alleen nog de vraag of er voor deze nieuwe banen dan wel kandidaten te vinden zullen zijn. Van Den Cruyce: “Je boort een ander potentieel aan. Ik denk aan maatschappelijk werkers. Die zitten vaak zonder werk. Ook het werkloosheidsprobleem wordt dus aangepakt.” 

Bettina Hubo

NEW YORK – Het lijkt erop dat The New York Times het bovenstaande negeert en volop de loftrompet steekt over Brussel. Volgens een of andere zotte blogster van die gerenommeerde krant is deze stad fantastisch, al werd ze vroeger naar ‘t schijnt ‘het Mexico van Europa genoemd.’ (Er is al een Napels in Europa, dit terzijde.) Flatterend. Dat van die blogster is flatterend, niet dat van Mexico. Het valt op dat redelijk wat buitenlanders een zwak hebben voor deze stad omdat ze wat wild is, wat buiten de lijntjes kleurt en omdat je hier heerlijk ongestoord over metropoortjes kunt klauteren zonder dat iemand daar iets van zegt. In dat geval is het goed gedaan van de MIVB-stewards en kan hun gebrek aan preventie gezien worden als subtiele city-marketing. Of hoe uiteindelijk alles netjes op zijn plaats valt. Behalve deze twee rubrieken dan, die - u had het nog niet door - omgekeerd staan. Dit is dus geen uitsmijter. ADVERTENTIE

P-PRAAT Le Soir besteedt in het weekend een pagina interview aan Brussels minister-president Charles Picqué (PS), en zoals gewoonlijk met Picqué is dat interview buitengewoon verhelderend. Kijkt u door de volgende ironie heen: Picqué probeert in zes argumenten uit te leggen waarom de op til zijnde staatshervorming en de in dat kader al gesloten akkoorden goed zijn voor Brussel. Puntje vijf luidt: “De minister-president zal in de toekomst een coördinerende rol kunnen spelen bij de politie.” Punt. Nu moet u weten dat het kabinet-Picqué ooit aan deze krant meegaf dat “niemand kan bewijzen dat één politiezone beter werkt dan zes”. Wel, nu vragen wij ons op onze beurt af: wie kan bewijzen dat één ministerpresident beter de politie kan coördineren dan zes politieraden? Maar dat zijn oude koeien, en die laten we het best in hun gracht zitten. Wat meer verheldert in Picqués interview is de volgende uitspraak, die we voor het gemak in het Frans zullen weergeven: “La réforme a légitimé le droit de la Région d’agir dans des champs d’action où elle s’avançait sans base légale: on faisait du tourisme sans le dire, de la formation sans le dire, de la politique de petite enfance sans le dire, etc.” Vrij vertaald zegt Picqué dus dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al een tijdje dingen doet die niet tot zijn bevoegdheden behoren. Aan wat doet dat denken? Maddensdoctrine? Wat een praxis trouwens, zelden gezien. Als het dan toch allemaal gebeurt hier en nu, waarom zijn de negentien gemeenten dan niet gefuseerd sans base légale?


BDW 1298 PAGINA 8 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Sporen door de stad > Een gewoon traject anders

Wandelen, zien en niet luisteren BRUSSEL – In 2012 bestaat de Noord-Zuidverbinding 60 jaar. Twee culturele organisaties die letterlijk op het spoorwegtraject zitten, grijpen die verjaardag aan om toekomstvragen op te werpen. Maar naast de vraag wat er met de drukke spoorverbinding moet gebeuren, zijn er ook activiteiten, zoals stadswandelingen. Zij het wel van de speciale soort. De Noord-Zuidverbinding is het bijna vier kilometer lange treintraject dat het Noordstation verbindt met het Zuidstation, met in het midden het speciaal voor de gelegenheid aangelegde Centraal Station. Het is de drukste stuk spoorweg van België, met meer dan 1000 treinen per dag die eroverheen rijden. Langs die vier kilometer spoor bevinden zich ook twee cultuurcentra: Congres en Recyclart. Onder de naam Jonction willen zij met een kunst- en participatieproject Brusselaars en nietBrusselaars herinneren aan het verleden van de treinverbinding. Om de tunnel en de spoorwegberm aan te leggen, werd er immers op zeer ingrijpende wijze gesneden in het stadsweefsel: boulevards werden opengebroken, huizen gesloopt. Het centrum van Brussel zou nooit meer hetzelfde zijn. De openingsactiviteit van het twee jaar durende project Jonction refereert direct aan dat spoorwegverleden, al is het op een speciale, tegendraadse manier: een spoorwegwandeling met de doorgewinterde wandelaar Jean-François Pirson. Niet van noord naar zuid of andersom, maar van noord naar west. Meer bepaald: van het station van Schaarbeek naar Thurn&Taxis. Jean-François Pirson neemt begin en midden oktober geïnteresseerden mee op een beleveniswandeling die zoveel mogelijk de spoorlijn volgt. Dat leek deze krant wel iets, en dus belden we mijnheer Pirson op zodat hij ons een voorsmaakje kon geven. “Maar het zal niet het trajact van binnenkort zijn,” zei hij erbij, “maar een afzonderlijk stukje stad.”

Op het terrein van Thurn&Taxis eindigen de wandelingen van Jean-François Pirson. U kunt er uw lunchpakket opeten - of er ijlings vandoor gaan. (Het kán er ook gezellig zijn.)

Stadlezen

ning, en het is ook in dat licht dat zijn deelname aan Jonction gezien moet worden. “Ik wil mensen er vooral attent op maken welke zichtbare dingen veel zeggen over hoe een stad gebouwd en geëvolueerd is. Hoe er geleefd wordt en hoe ze werkt.” Brussel is niet de eerste stad waar Pirson zo’n wandeling heeft uitgetekend: hij is met pensioen, wat hem veel tijd geeft om te wandelen en te reizen. Beiroet, Caïro, Bamako, Barcelona, Teheran en talloze andere steden staan al op zijn palmares. Hij maakt er een sport van niet alleen in het centrum van een stad te blijven, maar van het centrum naar de buitenwijken te gaan, of zelfs alleen maar door de buitenwijken te lopen. “Want alleen zo leer je een stad lezen,” zegt hij. En er is nog iets. Tijdens de twee geplande wandelingen voor Jonction

“Graag had ik de wandelingen van binnenkort een beetje geheim gehouden,” begint Pirson wanneer we hem ontmoeten. “Nu ja: geheim is het niet echt, maar als mensen al weten wat er allemaal te zien zal zijn, dan is de pret er toch wel een beetje af.” Pirson is architect van opleiding en gaf jarenlang les aan een Luikse hogeschool. Hij heeft altijd een bijzondere belangstelling gehad voor stadsweefsel en ruimtelijke orde-

“Vragen stellen mag, uiteraard, maar verder zeg ik weinig. Ik wil mensen vooral leren zelf hun ogen te gebruiken”

zal Pirson haast geen woord zeggen. Tenzij hij aangesproken wordt natuurlijk. “Het wordt geen rondleiding, in die zin dat ik niets zal vertellen over geschiedenis of wie de man is van wie dat monument daar staat. Mijn publiek mag me natuurlijk altijd vragen stellen, en voor zover mogelijk zal ik die beantwoorden vanuit mijn opleiding, maar ik wil mensen vooral leren zelf hun ogen te gebruiken. Want eigenlijk is het niet moeilijk om zelf te weten te komen hoe een bepaalde wijk is gebouwd, en waarom net op die manier, en waarom juist dáár, bijvoorbeeld. Dat zou allemaal verloren gaan wanneer ik uitleg zou geven.” Een beetje argwanend volgen we de man. Afspraak aan het Flageyplein voor een voorbeeldwandeling naar nergens. Eerste gezicht van betekenis: de trappen die van de Elsense Gray­ straat naar de Kroonlaan leiden. Op zich niet veel te zien, lijkt het, maar wie goed kijkt ziet dat er op een van de trappen volledig van nature een vijgenboompje groeit. Dat hadden we niet direct gezien, maar gelukkig geeft de aanvankelijk zwijgzame Pirson ons af en toe wel wat uitleg, zodat het na verloop van tijd makkelijker wordt om ook zelf dingen te ‘zien’. Zoals de lengte van de esplanade bij het Europees parlement, die ons nog nooit zo lang heeft geleken,

of de herfstige boom die op een binnenplaatsje staat ergens in een SintJoostse straat, achter een zware metalen poort. Het tafereel lijkt eerder ergens in het Midden-Oosten thuis te horen. Pirson glimlacht. Zoals gezegd: zelf heeft hij niet de neiging veel te vertellen, maar wie wat mee is en de man zelf aanspreekt, leert een heuse reiziger kennen. Met beide benen op de grond, en niet zweverig, voor wie dat eerst misschien zou denken. Maar je moet hem ook zelf prikkelen.

Volg de gids - of ook niet Na een uur zien we echter zelf zeer veel. Al hebben we soms nog een duwtje in de rug nodig, anders hadden we de ingang van een klein parkje, Groene Koningin, ter hoogte van de Sint-Mariakerk in Schaarbeek niet gezien. De ingang is namelijk goed verborgen. Wie dit park betreedt, ontdekt nog zo’n verborgen plek in de stad, met een fenomenaal uitzicht. Uiteindelijk dalen we af naar de Brabantstraat, en zien we dingen waarop we anders niet zouden letten: dat een deel van de kitscherige speelgoedautootjes die in deze straat te koop worden aangeboden uit Zweden komen, bijvoorbeeld. Of had u al zo’n speciaal krukje gezien: een fietszadel op een metalen frame gemonteerd?

© Gilles Pinault

U zult na de wandeling waarschijnlijk niet het licht zien of kunnen beweren dat de stad anders is geworden. Maar u zult misschien wel meer oog hebben voor details, op een manier die u nog niet echt kende. Of u leert er gewoon een onbekend deel van Brussel door kennen. Want dat wil Pirson wel meegeven: dat het traject dat hij voor de twee wandelingen in gedachten heeft zich in een deel van Brussel bevindt dat niet zo voor de hand ligt. Overigens bent u ook niet verplicht Pirson altijd te volgen, voegt hij er nog aan toe: “Als ze zin hebben om een andere weg in te slaan, dan mag dat. Er is geen dwang. Ik zou trouwens niet weten waarom iemand me zou willen volgen.” Stof genoeg om over na te denken. 

Christophe Degreef

Pirsons eerste wandeling vindt plaats op 8 oktober van 16 tot 19u, de tweede op 14 oktober van 17 tot 20u. Deelname kost vijf euro, het aantal inschrijvingen is beperkt tot 20 per wandeling. Stevige schoenen, water en een lunchpakket meebrengen. En een notitieboekje en een pen, want de eigenzinnige gids zal u op het einde een opdracht geven. Tot slot: Pirson spreekt alleen Frans. Meer info en inschrijven op: info@recyclart.be of 02-502 64 03. www.Jonction.be


BDW 1298 PAGINA 9 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Economie > Bedrijvencentrum Dansaert krijgt nieuw elan

BOUW DEBUREN IN HET SLOP

Nieuwe leiding, nieuwe huurders

Er komt geen eind aan de verwikkelingen met het nieuwe gebouw voor DeBuren.

De coöperatieve vennootschap Dansaert Centrum werd eind jaren negentig opgericht met de bedoeling beginnende zelfstandigen en kmo’s aan goedkope bedrijfsruimte te helpen. Terwijl de meeste andere bedrijvencentra in Brussel het goed doen, kwam het Dansaert Centrum in de loop van zijn jonge geschiedenis regelmatig in het nieuws met negatieve berichten: slecht beheer, huurachterstallen en andere financiële problemen. Vorig jaar moesten het Brussels gewest en Brusselstad, de twee aandeelhouders van

© Saskia Vanderstichele

BRUSSEL – De hemel lijkt op te klaren boven het bedrijvencentrum Dansaert in de Aalststraat. Het noodlijdende centrum, dat tot voor kort maar voor de helft verhuurd was, heeft een nieuwe directeur. Bovendien namen enkele nieuwe organisaties - Bruxelles-Emergences, DEBUuT en het kersverse Centrum voor Mode en Design - er hun intrek.

Het Dansaert Centrum heeft ondertussen een nieuwe directeur en enkele extra huurders. de coöperatieve vennootschap, opnieuw bijspringen om het bedrijvencentrum uit het slop te trekken. Het centrum was maar voor de helft verhuurd. Dat kwam volgens de vorige directeur, Fabien Lambert, doordat de derde verdieping moeilijk ver-

huurbaar was omdat het dak lekte en de ruimten te groot waren. Inmiddels is de stad het dak aan het renoveren - kostprijs ruim 400.000 euro - en is Lambert ontslagen. Hij werd zopas vervangen door Joel Beeckman. De nieuwe directeur is

De plannen voor een nieuw gebouw voor het Vlaams-Nederlands huis DeBuren op de hoek van de Leopoldstraat en de Wolvengracht dateren van 2006, maar er is nog steeds geen bouwvergunning. De stad Brussel adviseerde negatief. Er zijn opmerkingen over het bouwvolume en het gebrek aan woningen. Sindsdien ligt het dossier bij staatssecretaris voor stedenbouw Emir Kir (PS). Die is bereid om te praten, maar er komt geen schot in de zaak. Zelfs niet nadat de Nederlandse ambassadeur druk heeft proberen uit te oefenen “De Nederlanders begrijpen er geen snars van,” zegt een insider. De Vlaamse regering heeft nu besloten de nieuwbouw uit te stellen en de aandacht te richten op de renovatie van het aanpalende historisch gebouw. Dat blijkt uit een schriftelijke vraag van parlementslid Paul Delva (CD&V) aan minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V). DeBuren heeft intussen onderdak gevonden in een ander pand in de Leopoldstraat.  SVG

ook baas van Bruxelles Emergences, een coöperatief dat jonge werklozen de gelegenheid geeft om zelf een bedrijf te beginnen. Bruxelles Emergences werkt sinds twee jaar samen met zijn Nederlandstalige tegenhanger DEBUuT. Beide organisaties, en ook de overkoepelende vzw JobYourself, hebben zich sinds kort op de derde verdieping van het Dansaert Centrum gevestigd. De vijftien medewerkers betrekken er een ruimte van goed 300 m2. Op die zelfde derde verdieping wordt binnenkort ook een co-workingruimte ingericht, waar ondernemers zonder vaste werkplek tijdelijk aan de slag kunnen. Op de benedenverdieping heeft het Centrum voor Mode en Design zijn tenten opgeslagen, in afwachting dat de definitieve stek aan de Nieuwe Graanmarkt beschikbaar komt. En aan de straatkant komt er tegen het eind van het jaar weer een restaurant. De bezettingsgraad ligt inmiddels op 73 procent.  Bettina Hubo

ADVERTENTIE

8

zaterdag

oktober

l e s s u r B 30 vanaf 13u

2011

e d i r P d a M E uro pese

lenSpiegel een organisatie van Ui USP. m.m.v. Psytoyens en EN

d n a ar ru ssel-Noord B n va rs a m e ijk er si Een vreedzame, fanta icongres in de Bozar. in m n ee r oo d d g lg vo Bru ssel-Centraa l, ge st aan de Kunsten • 15u30 : aankom

lgacomtor BOZAR (Pa lei s van de mars aan de Be ord • 14u00 : vertrek chische problemen in No psy t elme uss n Br ne n rso tio pe sta n n aa (Maesstraat 89 r de rechten va 13u30 : Samenkom st centrum Den Teirling : start minicongres ove en 0 eit u0 vit 16 cti • ga n) da tio in Sta l aa ppening berg (omgeving Centr • 16u00: artistieke ha stein 23, 1000 Brussel) ven Ra , en nst Ku e on voor Sch 2) rond 18u00 el- Jette (02/242.36.0 - 1050 Brussel) • Einde huisvandeMens Bruss ism en el uss Br D IM van het iegel.net Met steun meer info: www.uilensp

praktisch


BDW REGIO

BDW 1298 PAGINA 10 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Deze week op de boerderij > Herbestemming Hoeve van Pie Konijn onduidelijk

Beschermd maar broos, als een babyegel In de oude serres groeien opnieuw vergeten groenten en aromatische kruiden zoals pimpernel. In de zomer zoeken de kinderen in het ongemaaide gras naar wilde bloemen en insecten. Deze herfst worden er ook enkele inheemse fruitbomen bijgeplant, “om kinderen te laten zien dat appels niet in een zak van twee kilo groeien”. Elk jaar nemen ze deel aan Place aux enfants (Ruim baan voor kinderen), een evenement van de gemeente waarbij workshops worden opengesteld voor kinderen. Maar Chambon vindt dat de hoeve nog veel meer potentie heeft: “Ik denk aan workshops om te leren koken met natuurlijke ingrediënten.”

Herbestemming

Anne Chambon, een van de vrijwilligers, die op de hoeve de dieren verzorgt: “Egeljongen vragen speciale zorg, het is heel moeiijk om die de winter door te krijgen.”

SINT-AGATHA-BERCHEM – De kippen op de Hoeve van Pie Konijn zijn geluksvogels. Ze kunnen in bomen schuilen als ze gevaar ruiken en ’s winters krijgen ze warme appeltjes opgediend. Het beschermde gebouw van de gemeente kan echter ook wat aandacht gebruiken. De loslopende kippen, ganzen, eenden en cavia’s worden al acht jaar op vrijwillige basis verzorgd. Het paar Anne Chambon en Didier Geens doet het bovenop hun werk van schooljuf en dierenarts. In de vakantie geven ze rondleidingen voor kinderdagverblijven, en op zondag voor gezinnen: “Iedere haan zal zijn territorium luidkeels verdedigen. Onze cavia’s leven minder lang dan in gevangenschap, maar ze lopen zo ver als ze zelf willen. Ons enige konijn zit wel in een kooi. We hebben ooit een ziek exemplaar opgenomen, waardoor de hele populatie is uitgestorven. Zetten we nieuwe konijnen uit, dan werden ze ook ziek, het zit blijkbaar in de grond.” Chambon leert de kinderen ook een lesje in verantwoordelijkheidszin: “Wie dieren houdt, moet zijn handen durven vuil te maken. Ganzen nemen graag een bad, maar alleen in schoon water. ’s Winters komen we ook tweemaal per dag het ijs op het

drinkwater stukslaan.” Een egeltje vraagt speciale zorg: “Overdag een babyegeltje vinden is een slecht teken, meestal zijn het zieke of sterk verzwakte dieren. Egels zijn een beschermde diersoort, verzwakte exemplaren moeten daarom naar het opvangcentrum, maar wij mogen ze zelf helpen. Wegen ze minder dan een halve kilo, dan komen ze de winter niet door. We voeden ze met eigeel, voor de proteïnen, en kattenvoer, want het zijn carnivoren. Niet met melk, daar krijgen ze diarree van, waardoor ze nog meer uitgeput raken. Toch zijn de overlevingskansen gering, slechts een op vijf haalt het.” In 2002 werd de hoeve met de bijgebouwtjes beschermd. Het is een van de laatste getuigen van landelijke architectuur in het gewest. Zeldzaam bij dit soort gebouwen is dat er geen verhogingen of wijzigingen aan de binnenstructuur zijn aangebracht. Onder het dak zie je nog ronde

schoorbalken: “Vroeger amuseerde men er zich niet mee om die vierkant te zagen,” zegt Geens. Vroeger, dat is rond 1895: “De hoeve werd gebouwd door de familie van Pie Konijn, zo werd Pierre (Petrus) De Mesmaeker (1923-1996) ge-

© AN DEVROE

oud tuingerei ook nog een koperen beenkap van een paard gevonden. De dakpannen zijn nog op een bed van haverstro gelegd. Zijn vrouw woonde hier tot aan haar dood in 1998 nog zoals vroeger, zonder stromend water.” Bij de heemkundige kring SintAchtenberg beamen ze dat de De Mesmaekers in de streek altijd al Van Keninkes werden genoemd, al waren het bloemenkwekers. Toch

“Met de huidige regels is het moeilijk hier een goede en verwarmbare woning van te maken als dubbel glas niet kan, vloeren niet waterdicht kunnen worden gemaakt, en zo verder” noemd, net zoals ze alle De Mesmaekers hier Van Konijn noemen,” vertelt Chambon. “Nochtans een familie van bloemen- en groentekwekers. Tractors kwamen er niet aan te pas, wel paarden. Op de halve zolderverdieping hebben we behalve

heeft Pie Konijn zijn naam ooit eer aangedaan door konijnen te houden, zeggen ze bij Sint-Achtenberg: “Al verwilderden zijn tamme konijnen omdat zich via pijpen ook wilde konijnen toegang hadden verschaft tot de kwekerij.”

De staat van het gebouw laat echter niet toe dat er kinderen rondlopen. Elke bezoeker kan zien dat de hoeve aan restauratie toe is. Het zand valt uit de muren, er is vocht, de dakpannen gaan schuiven waar het strobed weggerot is. Een van de schuurtjes begaf het na een storm. Sonia De Taevernier van de dienst Stedenbouw hierover: “Om er een leerhoeve met lokaaltjes voor schoolkinderen van te maken, moet het gebouw aangepast worden. Dat is niet simpel bij een beschermd gebouw. De architect die eraan begon heeft het opgegeven. Een ander probleem is dat we dan ook mensen moeten aanstellen die alles verhuren en onderhouden.” “Eerder hadden we al een beroep gedaan op een architect om van de hoeve een woning te maken, zodat het gezin dan zelf de plek, die gevrijwaard is, zou kunnen beheren. Aan dat project is een eind gekomen omdat de architect ziek werd. Al bij al blijft het met de regels van Monumenten en Landschappen moeilijk om er een goede woning van te maken die te verwarmen is in de winter, wanneer dubbel glas niet kan, vloeren niet waterdicht kunnen gemaakt worden, en zo verder,” aldus De Taevernier. Het beschermingsbesluit vermeldt nochtans dat de bescherming van de inwendige draagstructuur bewoning volgens hedendaagse normen niet in de weg staat. Cecilia Paredes van Monumenten en Landschappen begeleidde tien jaar geleden het begin van de herbestemming tot een gezinswoning: “We hebben hier slechts een érg dunne map 20012004, een restauratiedossier vult al gauw enkele dozen. Sindsdien is er niets meer gebeurd.”  An Devroe


nschrijven in een Nederlandstalige school in Brussel?

p o g e w e t s i u j U vindt de e b . l e s s u r b n i n www.inschrijve Basisonderwijs

Voor alle info over de inschrijvingsprocedure in het Brussels Nederlandstalig onderwijs voor het schooljaar 2012-2013: ga naar www.inschrijveninbrussel.be. OPGELET: belangrijk voor alle kinderen geboren in 2010! Het LOP organiseert een reflectieavond ‘Nederlandstalig onderwijs in Brussel: kwaliteitsvol onderwijs in een grootstedelijke context!’ Datum: 19 oktober 2011 om 19.30u. Locatie: Bozar, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel Het LOP organiseert samen met de ouderkoepels een infoavond over het schoolkeuzeproces. Datum: 14 november 2011 om 19.30u. Locatie: GC De Markten, Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel Deelname aan deze avonden is gratis maar vooraf inschrijven is noodzakelijk. Dit kan via www.inschrijveninbrussel.be. Via ‘Samen naar school in de Buurt’ kunt u kennismaken met andere ouders. Kijk op www.samennaarschool.be. V.U.: Walentina Cools, LOP Brussel BaO Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel

LOP Brussel BaO LOP Brussel SO


BDW 1298 PAGINA 12 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Sint-Jans-Molenbeek > 30 verkeersdrempels erbij

Decabooter opent ’t Kaboutertje

Meer verkeersveiligheid met ‘Berlijnse kussens’

“Ondanks tegenwind van Brussels premier Charles Picqué (PS), die niet te vinden is voor het systeem van publiek-private samenwerking voor een kindercrèche, heeft de gemeente toch haar slag thuisgehaald.” Aldus de goedlachse schepen van Nederlandstalige jeugd Peter Decabooter (LBR/CD&V), naar aanleiding van de opening van kinderdagverblijf ‘t Kaboutertje.

De gemeente Molenbeek gaat dit najaar dertig zogeheten Berlijnse kussens installeren om snelheidsduivels te ontmoedigen. In totaal zullen maar liefst twintig straten in Molenbeek uitgerust worden met deze verkeersdrempels, die midden op de rijweg worden gelegd, minstens zes centimeter hoog zijn en zulke afmetingen hebben dat ze wel tussen de wielen van brede voertuigen zoals bussen passen die kunnen dus gewoon doorrijden -, maar dat gewone auto’s niet anders kunnen dan ervoor afremmen en er voorzichtig overheen rijden. Het gaat onder meer om de Jean Dubrucqlaan, de Bonneviestraat, de Olifantstraat, de Ribaucourtstraat en de Vierwindenstraat. “Het gaat veelal om straten die in zones 30 liggen,” zegt schepen voor Mobiliteit Jef Van Damme (SP.A). “Vaak gaat het om straten die in de omgeving van scholen liggen. De snelheid wordt er zelden gerespecteerd, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden. Als we vaststellen dat er meer dan 50 kilometer wordt gereden in een zone 30, wat veelal het geval is, grijpen we in en plaatsen

Dinsdag, na kinderopvanguur, werd de Nederlandstalige crèche ’t Kaboutertje achter Basilix (Maria van Hongarijelaan 78) ingewijd. Ze is gevestigd in een pand van de GOMB. Het is de eerste crèche in het Brusselse gewest die de vrucht is van een publiek-private samenwerking. Ook al is de huisvesting voorlopig. De eigenlijke nieuwbouw van een Nederlandstalige crèche, in de Soldatenstraat 70, werd eerder door de gemeente goedgekeurd. Met steun van het gewest kon vorig jaar een pand aangekocht worden in de Soldatenstraat 70. De achterbouw ervan gaat tegen de grond en in de

© johan leleux

Kinderopvang > Nieuwe Nederlandstalige crèche is unicum in Brussel

’t Kaboutertje is de eerste publiek-private crèche in het gewest. plaats daarvan komt er een nieuwbouwcrèche, normaal klaar tegen eind 2012. De bouw en de exploitatie van die nieuwe crèche komen voor rekening van vzw CKO ‘t Brue­gelkind. Deze instelling heeft in Vlaanderen al ervaring binnen de sector. Na openbare aanbesteding ging de gemeente een unieke samenwerking met ’t Breugelkind aan, waarmee het zijn intrede op de crèchemarkt in Brussel doet. Het gaat om een erfpachtovereenkomst voor veertig jaar. De

nieuwe Nederlandstalige gemeentelijk-private kribbe zal 36 baby’s en peuters kunnen opvangen. “We hebben de nieuwbouw niet afgewacht om reeds 22 kinderen (van één dag tot drie jaar) in de aanloopcrèche in de Maria van Hongarije­ laan op te vangen,” stelt Decabooter. “Op die manier kon Kind & Gezin de werking al erkennen.” De eerste kleintjes kwamen deze zomer aan. 

Jean-Marie Binst

we verkeersdrempels. Zo willen we de verkeersveiligheid in onze gemeente laten respecteren.” Een Berlijns kussen is volgens Van Damme echt een ideale manier om de snelheid te laten respecteren. “Met dit fysieke obstakel dwingen we de automobilisten om veel trager te rijden. Het is het enige middel dat echt goed werkt. Met snelheidsborden zou het effect veel minder groot zijn.”

Klachten De Berlijnse kussens komen er onder meer op verzoek van omwonenden. De gemeente kreeg heel wat klachten van buurtbewoners die het niet prettig vinden dat er in hun straat te snel wordt gereden. De kussens worden niet lukraak geïnstalleerd, maar komen op welbepaalde plaatsen te liggen. In 2009 heeft de gemeente Molenbeek twee radars aangekocht om de snelheid van voertuigen te meten. Op basis van deze metingen werden de locaties bepaald. Het totale bedrag dat voor de operatie werd uitgetrokken bedraagt meer dan 400.000 euro. 

Matthias Vanheerentals

ADVERTENTIE

H E T E N E R G I E P R E S TAT I E C E R T I F I C A AT V O O R G E B O U W E N

Gedaan met de onaangename verrassingen bij de lasten voor uw nieuwe woning Voortaan komt u te weten wat de energieprestatie is van de woning die u wenst te kopen of huren. Tussen een energieverspillende (G) en een energiezuinige (A) woning voelt uw portefeuille vast en zeker het verschil ! Deze energie-identiteitskaart zal volle duidelijkheid verschaffen over het gebouw dat wordt verkocht: theoretisch energieverbruik, CO2-uitstoot. Een echte garantie voor transparantie en consumentenbescherming !

Hoe werkt het? Voor elke woning die te koop of te huur wordt gesteld moet de eigenaar een EPB-certificaat voorleggen. Dat certificaat vermeldt, net als bij een koelkast, een schaal van A (zeer energiezuinig) tot G (zeer energieverspillend). Zo kan de kandidaat-koper/-huurder het vastgoed dat hij bezoekt vanuit energetisch oogpunt vergelijken. SindS 1 mei 2011 : eLKe WOninG die Te KOOP WORdT AAnGeBOden VAnAf 1 nOVemBeR 2011 : eLKe WOninG die Te HUUR WORdT AAnGeBOden

Wie stelt die energiecertificaten op? Door Leefmilieu Brussel erkende certificateurs (de lijst hiervan is beschikbaar op onze website). Op vraag van de eigenaar brengt de certificateur een bezoek aan het gebouw en analyseert hij er de energiekenmerken van. Heel eenvoudig, dus !

I N F O   : W W W. L E E F M I L I E U B R U S S E L . B E / E P B c E R t I F I c a at · 0 2 7 7 5 7 5 7 5 Alle beetjes helpen, wAnt we zijn met meer dAn een miljoen brusselAArs


- DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Ganshoren > Positief resultaat mede dankzij steun gewest

Beste lezer, tot nieuwjaar presenteren we u wekelijks een prentbriefkaart met oude (soms verdwenen) beroepen. Veel kijkplezier.

Overschot op rekening Op de gemeenterekening is in 2010 een overschot van 1.845.519,94 euro geboekt, meldde schepen van Financiën René Coppens (Open VLD) vorige week tijdens de gemeenteraad. “Ons doel, gezonde financiën, is daarmee bereikt,” aldus Coppens. Oppositiepartijen MR, Groen! en Ecolo vonden dat het schepencollege niet te vroeg victorie mocht kraaien. Ganshoren kampt immers met een structureel tekort. Daarom geeft het Brussels gewest elk

TELEXREGIO

UIT DE oude doos

BDW 1298 PAGINA 13

Een koekje van eigen deeg Deze prentkaart is ongedateerd, maar de geschiedenis leert dat in vele Europese steden sproeiers aan het begin van de twintigste eeuw verdwenen. Over deze man is niets bekend, maar de fikse straal doet wel spontaan denken aan L’arroseur arrosé van de gebroeders Lumière uit 1895: waarschijnlijk de eerste film met een fictieve verhaallijn en tegelijk de eerste slapstick comedy. Het filmpje zonder geluid duurt slechts 49 seconden en vertelt dit verhaaltje: een tuinman staat te sproeien, achter een struik sluipt een kwajongen dichterbij. Die gaat op de tuinslang staan, tuinman

kijkt niet-begrijpend in de slang - en krijgt vervolgens een straal recht in zijn gezicht als de jongen zijn voet weghaalt. Maar de tuinman grijpt hem in de kraag en geeft hem een koekje van eigen deeg. Of hoe oude prentkaarten aan het dromen zetten.  Danny Vileyn

jaar steun, maar legt het ook een saneringsplan op aan de gemeente. “Zonder die steun zaten we in de rode cijfers,” zei Alain Beeckmans van Groen!. Burgemeester Michèle Carthé (LBJ) wees erop dat Ganshoren niet de enige Brussselse gemeente is met een saneringsplan. “Achttien gemeenten krijgen extra steun van het gewest. En wij respecteren het financieel plan nauwgezet.”  HUB

Europese week van de lokale democratie Het jaarthema ‘Elkaar in de ogen kijken’ wordt tijdens de Europese week van de lokale democratie (van 10 tot 16 oktober) wel letterlijk genomen in Berchem. Er is een parcours (voor wandelaars en fietsers) beschikbaar, dat diverse burgerinitiatieven uit het verleden laat ontdekken (met audiogids). In De Kroon vindt de fototentoonstelling ‘Objectief mensenrechten’ plaats. Verder organiseert de gemeente een receptie voor alle inwoners die recent de Belgische nationaliteit verkregen (10/10). In de Oude Kerk gaat op 11 oktober (20 uur) een debat door over het ‘De Arabische lente: waarom? Waarom nu? En welke rol speelt Europa daarbij?’ met een lezing van professor-emeritus Bichara Khader (UCL). Tot slot is er een workshop Arabische luit, een kinderfilm, en een komedie van Hirchi en Alouchi (12/10 om 20 uur in de gemeentelijke feestzaal), dat de lotgevallen van Marokaanse werkzoekers uitvergroot. Alle info: 02-463.03.30.

Kris De Bruyne in Aula Toots

Meer info: www.academieroyale.be Met dank aan Dexia en:

Singer-songwriter Kris De Bruyne nam vorig jaar de plaat La Matanza op, met nummers die hij schreef in het zuiden van Europa. Het is een wat vrolijker plaat geworden dan we van hem gewoon zijn. Wie hem in de lente van dit jaar aan het werk zag in de Ancienne Belgique weet dat De Bruyne met zijn liedjes het publiek nog steeds kan boeien. Kris De Bruyne & Band, 7 oktober om 20u in Aula Toots 7,5/10 euro. Info 02-247.63.16. ADVERTENTIE

Schaarbeek > Conformiteitsattest zal 1.500 euro kosten

Bordelen aan Noordstation stijven gemeentekas

“Eerst een attest invoeren, en twee maanden later komen vertellen dat het betalend zal zijn: dat is vreemd”

© ROBIN UTRECHT / BELGA

Eind juni presenteerde de gemeente Schaarbeek een nieuwe verordening die de prostitutiebuurt aan het Noordstation in het gareel moet houden. Een van de maatregelen is de invoering van het conformiteitsattest. Elke bordeelhouder moet voortaan voldoen aan een aantal normen op het gebied van hygiëne en stedenbouw, en mag bijvoorbeeld ook geen strafblad hebben. Die maatregel kon op algemene goedkeuring rekenen, maar groot was de verbazing afgelopen woensdag op de gemeenteraad toen het schepencollege met een spoedprocedure een beslissing liet goedkeuren die het conformiteitsattest betalend maakt. Bordelen tellen er 1.500 euro voor neer, voor een periode van vijf jaar. SP.A-gemeenteraadslid Bernadette Vriamont vraagt zich af waarom die beslissing niet al in juni bekend werd gemaakt. “Eerst een attest invoeren, en twee maanden later komen vertellen dat het betalend zal zijn. Dat is vreemd. Wil de gemeente extra geld in het laatje op de kap van de prostituees?” Vriamont wijst erop dat de gemeente al inkomsten heeft uit prostitutie, via heffingen op serveersters.

Prostitutie: een van de meest winstgevende sectoren van het land.

Burgemeester Bernard Clerfayt (FDF) verdedigt de beslissing. “Het conformiteitsattest opstellen kost de gemeente handenvol geld. Onze ambtenaren moeten tijdsintensieve controles uitvoeren.” Volgens Clerfayt is de 1.500 euro een peulschil in vergelijking met de megawinsten die bordeelhouders opstrijken. “Uit gesprekken met het parket blijkt prostitutie een van de meest winstgevende sectoren van ons land,” zegt Clerfayt. “Een goed draaiend bordeel verdient duizend euro per meisje per dag. Deze retributie zal de bordeelhouders echt niet armer maken.” De heffing brengt de gemeente naar schatting 135.000 euro op.  Steven Van Garsse

het sleutelmoment voor uw woning Het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent hypotheekleningen tegen een lagere rentevoet toe die voornamelijk bestemd zijn voor de aankoop of bouw van

een woning. De regels voor die kredieten werden onlangs versoepeld. De veranderingen hebben hoofdzakelijk betrekking op : energielening, kleine en grote gezinnen & jongeren.

www.boosterlening.be

0800/95.034

GRATIS NUMMER

C.V.B.A. WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST / ZOMERSTRAAT 73 - 1050 BRUSSEL


BDW 1298 PAGINA 14 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

“Ik was deze zomer in Parijs, Rome, Bilbao, San Sebastián en Nairobi. Die steden slagen er wél in hun centrum proper en relatief bedelaarsvrij te houden. Waarom kan dat in Brussel niet?”

© SASKIA VANDERSTICHELE

Stadsleven > De ergernis van een Brusselaar

Die nazomerdag, in het centrum van Brussel...

BDWOPINIE 07.00 u: Wekker. Eigenlijk heb ik die niet nodig, want ondertussen zijn al enkele politie-, brandweer- of ambulancewagens langsgekomen met hun sirenes. 08.00 u: Sta me te scheren en hoor ondertussen de sirenes van onze hoofdstad. 08.45 u: Stap naar buiten. Bij het hek heeft, zoals altijd, iemand zijn gevoeg gedaan. Ik kijk naar de boulevard. Rechts liggen een paar bedelaars onder dekens met honden te slapen. Het is wel groen voor de voetgangers, maar ondertussen raast weer een sirenewagen door de laan. Ik woon op tien minuutjes wandelen van mijn werk. Een van de redenen om een vijftal jaar geleden naar het centrum terug te verhuizen. Een cen-

trum waar ik al 25 jaar werk en met tussenpozen woon. Gelukkig is de Grétrystraat nu eindelijk afgewerkt. Of dan toch bijna. En het zal mooi zijn! Door de Beenhouwersstraat naar de Bergstraat. Zelfs iemand met stevige schoenen moet hier opletten voor de losse stenen. Aangekomen in de Bergstraat. Langs de gevels liggen bijna dagelijks vuilniszakken. Mooi hè, zo vlak bij de Grote Markt. 09.00 u: Op kantoor. De deur staat open. Soms kan ik niets zeggen door de telefoon, vanwege een ambulance of politiewagen die per se via de Bergstraat naar boven wil. Maar het is een smalle éénrichtingstraat en niemand kan plaats maken. Waarom dan de sirene aanzetten? 13.00 u: Lunchen. Op weg naar de Delhaize via de Grasmarkt word ik ettelijke keren door bedelaars aangeklampt. Op de hoek van de Heuvel-

© LUC DECKERS

BRUSSEL – Lezer Luc Deckers woont al 25 jaar in de hoofdstad. Dat is niet altijd een onverdeeld genoegen, vindt hij, hoezeer hij de stad verder ook waardeert. “Telkens als ik terugkom na een reis ben ik gewoon beschaamd dat alles er zo vuil bij ligt! Verloedering van onze mooie stad kan toch geen optie zijn.”

Luc Deckers.

straat zit er één met puppy’s of kleine konijntjes met een dronken lodderblik de vertederde voorbijganger te beloeren. Mooi gezicht voor die groepen die daarlangs naar de Grote Markt willen. Bij de ingang van de Delhaize op de Anspachlaan staat er, gewoontegetrouw, een dame of heer met kind te bedelen. Wat verder liggen er al-

“Aan de overkant heeft zich, zoals elke avond, een straatmuzikant genesteld die constant afwisselend de tune van The Godfather speelt en een stukje Eine kleine Nachtmusik. Vals, dat wel”

tijd dronken personen op karton en onder dekens hun roes uit te slapen of ruzie te maken. Natuurlijk zijn de honden ook van de partij. Van de Delhaize naar mijn appartement. Honderd meter misschien, maar ik moet oppassen dat ik niet over een bedelaar val die zich in het midden van de stoep heeft geposteerd. Ondertussen staan, liggen of zitten de bedelende

habitués van jaren ook nog links en rechts van de stoep. Gelukkig herinnert de politie van Brussel ons nog aan haar bestaan met haar sirenes. 18.00 u: Na het werk tijd voor een drankje op een terras. Na enkele bedelende zigeunerinnen met kinderen te hebben genegeerd een mooi plaatsje gevonden. Jammer genoeg worden de rust en de aangename omgeving verstoord door straatmuzikanten met bedelende jongetjes die de terrassen afschuimen. 18.30 u: Nog vlug naar de slager in de Sint-Katelijnestraat. Op de terugweg via de GB/Carrefour in de Hallenstraat komt me een walm van urine en stront tegemoet. Had ik moeten weten, zo uitzonderlijk is dat niet. 20.00 u: Weer thuis op de Anspachlaan. De meeste van de habitué-bedelaars zijn weg. Ze hebben waarschijnlijk hun uren voor vandaag gewerkt. Het is zomer, dus staan de ramen open. Jammer van de sirenes nu en dan. Er is geen verkeer meer eigenlijk, waar zijn die dan voor nodig? Oei, geen geluk. Aan de overkant heeft zich, zoals elke avond, een straatmuzikant genesteld die constant twee minuutjes de tune van The Godfather speelt en dan twee minuten een beetje Eine kleine Nachtmusik. Vals, dat wel. Dus ramen maar weer dicht of ik word horendol. Vandaag heb ik echt geen zin om voor het slapengaan (dus rond twaalf of één uur) weer naar beneden te gaan en hem te vragen op te houden. Dus zijn oordopjes de oplossing. Heb het ook al opgegeven de politie te vragen langs te komen. Niet dat ze het niet willen, hoor, maar het is voor hen maar een futiliteit — bovendien, misschien komen ze dan wel met de sirene aan. 24.00 u: In bed wat aan het lezen. Dankzij mijn oordopjes hoor ik de muzikant niet meer en onze vrienden van de politie/brandweer/ambulance alleen in de verte. En ik moet bekennen, de laatste tijd heb ik toch wel wat geluk ook. Er zijn geen kampioenschappen die regelmatig aanleiding geven tot jubeloptochten met auto’s/motoren tot halverwege de nacht. Het leven kan dan toch nog mooi zijn. Conclusie: Ik vind het centrum van Brussel nog altijd de moeite waard en aangenaam en weet zeer goed dat leven in een grootstad negatieve aspecten heeft, die ik ook accepteer. Regels zijn er echter voor iedereen en respect voor de bewoners mag toch ook, en als dat niet gebeurt moet er toch een respons zijn. Van burgers tegenover elkaar en tegenover de overheid. Maar ook vice versa. Ik was bijvoorbeeld deze zomer in Parijs, Rome, Bilbao, San Sebastián en Nairobi. Die steden slagen er wél in hun centrum proper en relatief bedelaarsvrij te houden. Waarom kan dat in Brussel niet? Telkens als ik terugkom na een reis ben ik gewoon beschaamd dat alles er zo vuil bij ligt! Verloedering van onze mooie stad kan toch geen optie zijn. Burgers en dames en heren politici: er is veel werk te doen! Met Brusselse groeten, Luc Deckers 1000 Brussel


BDW 1298 PAGINA 15 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

BRIEVEN VAN LEZERS   lezersbrieven@bdw.be

Dit potsierlijke ‘gewest’ ‘Vlaams Brussel kan het schudden’, lees ik in BDW nr. 1296 van 22 september jl. N.a.v. dit voor de Vlaamse onderhandelaars bijzonder vriendelijke artikel over de splitsing van B-H-V (“een nagenoeg zuivere splitsing met al bij al weinig elementen uit de Belgische compromiscultuur”) en het nadeel voor de “Brusselse Vlamingen die puin mogen ruimen”, wil ik mij tot het laatste beperken... Als de Vlaamse onderhandelaars de Franstalige inwijkelingen in de Vlaamse faciliteitengemeenten het voorrecht geven hun stem in Brussel uit te brengen (met een versterking van de Franstalige politieke vertegenwoordiging als gevolg), dan hadden zij tenminste eerlijkheidshalve de Brusselse Vlamingen het recht (want zij zijn zowel in Brussel als in Halle-Vilvoorde thuis) moeten geven om hun stemmen van beide kieskringen samen te voegen. Maar vooral hadden zij van deze onderhandelingen gebruik moeten maken om van het potsierlijke, onleefbare Brusselse ‘Gewest’ (dat steeds meer geld komt bedelen voor zijn ‘hoofdstedelijke functie’ die het zelfs weigert uit te oefenen) opnieuw een hoofdstad te maken, paritair door Vlamingen en Franstaligen bestuurd. Omdat een hoofdstad en haar bestuur geen louter plaatselijke aangelegenheid zijn doch alle Vlaamse en Franstalige landgenoSteven van Haelst, Anderlecht ten aanbelangen.

Kassei en zachte weggebruiker Een koppeltje op één autoped, dat in de Papenvest bij de Foyer probeert van het trottoir af te rijden zonder af te stappen, valt languit op de grond. Ze kunnen er alletwee om lachen. Dient men bij het rijden op de step ook een helm te dragen? Ik vraag het me af terwijl ik met mijn voorste fietsband op het nippertje een losliggende kassei ontwijk. Zowel in de Papenvest als de Kogel of de O.L.V.van-Vaak is fietsen overdag een hels karwei en ’s avonds zonder meer zelfmoord. Er zijn immers meer putten en losliggende kasseien dan vlakke kinderkopjes. En zo is het ook op vrijwel álle kasseibanen in de binnenstad. Het was ongetwijfeld een charmant idee om de stad weer een middeleeuws karakter te geven maar voor fietsers, rolstoelen, buggy’s en de blinde en oudere medemens is het een ware kwelling. Naast de toegift aan autolawaai worden we op de straatkeien de laatste maanden gedwongen als cyclocrossers tussen de losse stenen te laveren, over de putten te springen, en daarbij ook de wagens te ontwijken die schrikken van onze onverhoedse bewegingen. Zou iemand van het stadsbestuur ooit de fiets gebruiken? Af en toe kom ik staatssecretaris van Mobiliteit De Lille tegen, op de fiets. Het behoort tot zijn domein, maar wellicht vallen de straten in de Vijfhoek niet onder zijn bevoegdheid. Was Brussel al helemaal fietsonvriendelijk, dan is het nu fietsvijandig, het is alsof men de zachte weggebruiker in het gezicht spuwt. Of wacht men op het gezegende jaar 2012 om een forse inhaalbeweging te maken? We weten waarom en zullen het zeker onthouden.  William Deraedt, Brussel

Trage zones traag op gang Na het lezen van uw artikel ‘Trage zones traag op gang’ (BDW nr. 1296) kan ik enkel volmondig Miran Scheers van het Belgisch Instituut van Verkeersveiligheid bijtreden. Iedereen kan bordjes voor een zone 30 neerzetten, en ja, Jette zet er veel, maar er is véél meer nodig om enig positief resultaat te boeken. Als inwoner van Jette kan ik over de uitspraak van schepen Christine Gallez van Ecolo over de uitvoering van het plan om alle wijkwegen om te toveren in trage zones alleen

maar zeggen dat het een inhoudsloze verkiezings­slogan is, want ondanks de “uitvoering van een plan” zie ik weinige concrete resultaten in de straat. Al die bordjes leveren ons niets op. Mijn woonstraat bijvoorbeeld is zogenaamd ‘zone 30’, maar die wordt niet gerespecteerd door het gros van de automobilisten, motorrijders, vrachtwagens etc. en er is helaas ook geen enkele poging door de lokale politie om er enig respect voor af te dwingen. De bordjes zelf zitten trouwens, kan het symbolischer, al onder de graffiti om hun nutteloosheid nog extra te benadrukken. Op de rand van Jette met Laken woon ik in wat de ‘vergeten hoek’ genoemd wordt. Ik zie hier géén blauw, geen arm der wet die verkeersveiligheid afdwingt, noch sluikstorten tegengaat; hoewel, buurtbewoners melden me dat ze wel eens een parkeerboete krijgen. Dagelijks wagen mijn familieleden en ik ons leven wanneer we ons op het zebrapad begeven; de ochtend- en avondspitsen brengen nerveuze pendelaars, afgelost overdag met al even nerveuze bestelwagens, vrachtwagens of andere suïcidale en decibelrijke motorrijders op wat toch maar een wijkweg heet te zijn. Maanden geleden werd ik het beu, na een bijna-frontale aanrijding precies bij het ‘zone 30’-verkeersbordje dicht bij mijn deur. Sindsdien tracht ik de gemeente Jette ertoe te bewegen effectievere maatregelen te nemen op de rallybaan waar ik lijk te wonen. Er liggen verkeersdrempels -- niet in mijn straat, waar ze erg nuttig zouden zijn, maar in nabije straten waar nauwelijks lokaal verkeer is, laat staan sluipverkeer. Dàt en die nutteloze ‘zone 30’ -bordjes zijn in mijn ogen illustraties van (mijn) slecht aangewend belastinggeld, doekjes voor het bloeden. Als je gemeentemandatarissen erop aanspreekt, is hun reactie er een van tijd winnen of laten overwaaien. Tot dusver dus géén resultaat, maar de verkiezingen zijn nabij én de ontevredenheid in de wijk is reëel, dus alle hoop is nog niet verloren... Eric Draelants, Jette

Brussel en de taalwetten Vic Anciaux heeft dus een open brief geschreven (zie www. brusselnieuws.be/artikel/vic-anciaux-blijf-van-taalwet-af). Allemaal mooie woorden. Alleen zitten we vandaag met nadelen taalregime ‘tweetaligheid ambtenaren’ door een gebrek aan kandidaten voor niet denderend betaalde jobs in lokale besturen. Anders gezegd, tweetaligen worden al vlug aangetrokken door een carrière in de privé... Sedert het ‘taalhoffelijkheidsakkoord’ moeten lokale besturen voor elke contractuele aanwerving ACTIRIS aanspreken om te zien of er tweetalige kandidaten zijn. Zoniet kunnen personen zonder taalbrevet aangeworven worden, mits het lokaal bestuur schriftelijk bevestigt dat de tweetaligheid van de dienst niet in het gedrang komt. In toepassing van dit akkoord neemt de contractualisering elk jaar toe. In Brussel speelt het taalaspect mee in de versnelling van deze tendens. Maar ook in Vlaanderen en in Wallonië zijn er al enkele jaren meer contractuelen dan statutairen in dienst (cijfers RSZPPO). Mocht men overstappen naar ‘tweetaligheid van de dienst’, dan dient er in elk lokaal bestuur een taalkader opgesteld (op basis van inschatting aantal dossiers per taalrol) en wordt onder meer F-N pariteit vanaf dienstchef een verplichting in elk plaatselijk bestuur. Elk nadeel heb zijn voordeel. Ik vrees dat we vandaag in Brussel de nadelen van beide systemen (tweetaligheid ambtenaren en tweetaligheid van de dienst) combineren. Lokale besturen zouden moeten inzien dat actieve tweetaligheid een troef is voor een administratie. Met het oog op de dienstverlening aan de bevolking maar ook op het verruimde referentiekader voor het beleid. Als de tweetaligheid zich beperkt tot de verplichte vertaling van externe communicatie wordt dit vooral gezien als een onvermijdelijke meerkost.  Wouter Bracquené, Elsene

SPELREGELS VOOR LEZERSBRIEVEN: Mail uw bijdrage naar lezersbrieven@bdw.be. Schrijven kan naar BDW-Brieven van Lezers, Flageyplein 18, 1050 Elsene; faxen naar 02-226.45.69. Vergeet niet uw adres te vermelden, ook in e-mails: zonder het adres van de afzender beschouwen we een brief als anoniem, en wordt hij niet gepubliceerd. De maximumlengte van een bijdrage is 2.500 tekens, inclusief spaties. Wilt u graag een langere, meer uitgewerkte opiniebijdrage schrijven (max. 5.000 tekens)? Neem dan eerst contact met ons op voor overleg via lezersbrieven@bdw.be. De redactie mag lezersbrieven redigeren of weigeren. Moties, manifesten of omzendbrieven worden niet (in deze rubriek) opgenomen.

BDWOPINIE Minachting door Anne Brumagne Soms lijkt het erop dat ‘minachting’ het centrale woord is in de Belgische geschiedenis. Indertijd - en nog niet geheel verdwenen - was er de minachting van de Brusselse bourgeoisie voor de Vlamingen. Zelfs al spraken Vlamingen vroeger zowel Nederlands als Frans, in sommige overheidsinstellingen betekende dat nog altijd dat ze een trapje lager stonden dan Nederlandsonkundige Franstaligen. Tegenwoordig laten bemiddelde Vlamingen zich niet onbetuigd. Ze gaan in de Ardennen de grote Jan uithangen, jagen!, en drijven in het plaatselijk café luidkeels de spot met de autochtonen. De laatste tijd is de gemakzuchtige spot voor de Brusselaars. Neem nu de commentaren die te lezen waren na het afsluiten van het Brusselakkoord. Dat had inderdaad ambitieuzer mogen zijn. Maar laat ons even de ongenuanceerde praat van Paul Geudens van Gazet van Antwerpen citeren: “Ons kent ons in Brussel. Over de taalgroepen heen. Vlaamse Brusselaars zijn even hardleers en behoudsgezind als de Franstaligen. Brusselse ministers denken maar één zaak: hoe kan ik minister worden met 1000 voorkeurstemmen?” Zijn besluit: Brussel wordt alleen een goed bestuurde stad als Vlamingen en Walen een diplomatieke conferentie inrichten. “Zónder Brusselaars.” Geudens vergeet gemakshalve hoeveel erger Brussel er aan toe was voor de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En heeft heimwee naar de koloniale tijd, toen de grootmachten bedisselden wie over welke regio mocht heersen. Zonder inbreng van de mensen ter plaatse, dat spreekt. Hoogleraar Staatsrecht Hendrik Vuye dan. Die spreekt smalend over de modelstaat van de Brusselaars, en hekelt de vele beleidsniveaus. Hij vergeet dat dit ingewikkelde model ook mee door Vlaamse politici is uitgedokterd, die op zoek waren naar een manier om een complexe werkelijkheid politiek te vertalen. Vuye is verder van mening dat VlaamsBrusselse ministers die maar 800 voorkeurstemmen hebben behaald geen recht van spreken hebben. Hier vergeet hij dat er in de Vlaamse regering verschillende ministers zitten die niet eens aan verkiezingen hadden deelgenomen toen ze hun ambt opnamen. Maar nog veel erger is dat Geudens en Vuye met hun stemmenargument objectieve bondgenoten zijn van het FDF, en van al diegenen die vinden dat de Vlaams-Brusselse ministers in de Brusselse regering maar een toontje lager moeten zingen. En van diegenen die Brussel zo snel mogelijk hoofdstad af zouden zien. Niet meer van België, niet meer van Vlaanderen. Ben je meteen af van al die moeilijke taalevenwichten en van dat groepje hardleerse Vlaamse Brusselaars.

Herstel In het vorige nummer is het slot van het gesprek met Dirk Van Erps op p. 22-23 weggevallen. Dit is wat er nog had moeten staan: “En de zin die je aan je tocht wil

EVA HILHORST

geven maak je eveneens zelf uit.” Karel Van der Auwera Meer over de pelgrimstocht van Dirk Van Erps vindt u op www. everberg.tk (jaar 2009).


© ALAIN VAN DEUREN

Arenberg gaat door als Galeries in Hubertusgalerijen BRUSSEL - Op 31 december loopt de huurovereenkomst van Cinéma Arenberg af. De nieuwe huurders van de gebouwen in de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen presenteren vrijdag hun ambitieuze nieuwe project: Galeries. Reddingsacties, boze opiniestukken, een petitie met 30.000 handtekeningen: Cinema Arenberg geeft de strijd nog niet op. Het gebouw is echter eigendom van de Sint-Hubertusgalerijen, die de huurovereenkomst niet willen vernieuwen: de huurachterstal is groot, en bovendien lopen de bezoekersaantallen terug. Voor Galeries wordt een naamloze vennootschap opgericht met kapitaalinbreng van de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen zelf; Le troisième pôle, een cultureel projectagentschap uit Parijs; het communicatieagentschap M+W van Eduard Meier; creative storespecialist Abdel Bounane; en regisseur en producent Henri de Gerlache. Ook voormalig schepen van Cultuur van de stad Brussel Henri Simons is een van de drijvende krachten. Renovatie en inrichting gaan 600.000 euro kosten. In de twee bestaande zalen komen digitale projectieapparatuur en een verbeterd geluidssysteem. In een kleine derde zaal wil men research­ films een plaats bieden. Kinderen krijgen hun eigen workshopruimte. Steun aan de creatieve en artistieke film wordt voortgezet. Nieuwe technologieën en vormen van digitale beeldcultuur worden omarmd, met name in de Galeries-Expo, een grote ondergrondse belevingsruimte waar nu Brussel in de Kijker zit, en in de Galeries-store, een winkel. Een website en applicaties voor smartphones e.d. is het vierde platform waarop Galeries actief wil zijn. Opvallend: Galeries kan al een hele reeks samenwerkingen met culturele verenigingen voorleggen en negeert de Vlaamse gemeenschap niet, zoals de vorige exploitant wel deed. Zo zal er samengewerkt worden met Lessen in het donker, een Vlaams project dat leerlingen filmcultuur bijbrengt. Ook Argos, het multidisciplinaire kunstencentrum dat focust op audiovisuele kunsten, de Actor’s studio en Bozar Cinema worden vaste partners. De opening is gepland op 29 februari.  Niels Ruëll ADVERTENTIE

Handicap & informatie Deze dienst wil u de nodige informatie bezorgen om u wegwijs te maken in uw zoektocht naar mogelijkheden, voorzieningen voor personen met een handicap

 02/463.58.58 alle werkdagen van 9 tot 12u30 uitgezonderd donderdag van 14 tot 17u.

Bezoeken enkel op afspraak Informatie@handicap-ambulant.be

BDW 1298 PAGINA 16 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

VADROUILLE DE CULTUUR- EN VRIJETIJDSBIJLAGE VAN BRUSSEL DEZE WEEK

Strip > Marc Sleen-tentoonstelling ‘Met Nero door Brussel’

‘Wat hebben we toch een mooie hoofdstad’ BRUSSEL – Uitspraken zoals deze, uit het album De zwarte toren, zijn er nog wel meer uit het omvangrijke oeuvre van Nero te halen. Je krijgt ze te horen tijdens de fikse wandeling ‘Met Marc Sleen en Nero door Brussel’. Een amusante toer langs de Brusselse plekjes die Sleen aan bod liet komen in talloze strips. En die begint bij de nieuwe tentoonstelling in het Marc Sleen Museum. Dat Marcel ridder Neels (°1922), beter bekend als stripcoryfee Marc Sleen, bij de elite van de 700 beroepsstriptekenaars van België hoort behoeft geen betoog. De levende legende kreeg twee jaar terug zijn eigen museum in de Zandstraat. Een straat waar niet toevallig ook de Brusselse figuur van Nero (1947) ontstond, op de tekentafel van De Nieuwe Gids. “Een typisch Belgisch product,” beweert Willem De Graeve, directeur van het Stripcentrum dat het Marc Sleen Museum in beheer heeft. “Want het decor voor de Nero-strips van Marc Sleen is veel Brusselser dan wat Hergé voor Kuifje gebruikte. Hergé wilde geen plaatsgebonden serie maken; de gedachte van internationale toegankelijkheid speelde in zijn hoofd. Daartegen duiken in Nero’s albums heel wat gebouwen, wijken en straattaferelen uit Brussel op. Ze worden ver-

ankerd aan het tolerante karakter en de sfeer van de stad: Brusselse flikken (die “Waaile zaain van Meulebeik” zingen, red.), het frietkot van Jan Spier, een caricolleskraam, tram 92 in Het gouden hart (die nog steeds over het Koningsplein rijdt, red.), de wafelenbak thuis… Of herkenbare trekpleisters: de Grote Markt, de Warande, de Kapellekerk, het Koningsplein, het Museum voor Schone Kunsten. Komt daarbij dat Nero zich als een echte Brusselaar niet te zeer au sérieux neemt, maar eer-

Ingrijpende stads­ontwikkelingen als de bouw van de Noord-Zuidverbinding of van een nieuwe Nationale Bank van België scheppen het herkenbare decor waarin Nero zijn avonturen beleeft

der de typische underdog is, een zachte held. Kortom, Nero in Brussel is een voor de hand liggend thema.”

Noord-Zuidverbinding Op de kleine tentoonstelling Marc Sleen en Brussel komt die Brusselse leefwereld tot leven aan de hand van locaties zoals de Zavelwijk, de Grote Markt, van Zuidertoren tot Zwarte Toren, of de gevangenis van Sint-Gillis, waar de boef Ricardo altijd weer in belandt (én uit ontsnapt). Met enkele originele platen, wat krantenknipsels en vroege tekeningen wordt Nero’s Brusselbinding geïllustreerd en bewezen. “Albums als Het spook van de Zandstraat (1996 ), De verdorven stad (1984) en De zwarte toren (1983) spelen zich hier volledig af; in andere strips komen Brusselse straten (met tweetalige straatnaamborden, red.) en het bouwkundig erfgoed aan bod,” verduidelijkt De Graeve. Inderdaad, het valt op dat ingrijpende stadsontwikkelingen als de bouw van de NoordZuidverbinding of van een nieuwe, imposante Nationale Bank van België het herkenbare decor scheppen waarin Nero zijn avonturen beleeft. We zien Madam Pheip in Papoea-


Topjazz in op-weule Het jaarlijkse jazzconcert in Op-Weule, nu vrijdag 7 oktober, is er een om rood omcirkeld in uw jazzagenda te zetten: niemand minder dan Jean-Louis Rassinfosse met zijn trio zal zijn opwachting maken. Gestrikt door een ploegje enthousiastelingen die tien jaar geleden begonnen met een lezing over jazz. LEES MEER OP PAGINA 18

Nieuw-Guinea commentaar geven op de plaatselijke leefomstandigheden: “Ge hebt hier geen Noord-Zuidverbinding kunnen installeren zeker?” vraagt ze, alsof het Belgisch surrealisme tot ginds kan worden doorgetrokken. Sleen had duidelijk een neus om alle personages, dan eens Petoetje en Petatje (op Sleens geliefde Kleine Zavel), dan Meneer Pheip (die aan de chique Louisalaan woonde) of een flic (in het Warandepark) op een plek neer te zetten waar het steek hield. Om die stadshoekjes vandaag nog te ontdekken puzzelde gids Johan Pontsaerts een wandelparcours van twee uur in elkaar. Het begint in de Zandstraat (Stripcentrum) en laveert naar de Berlaimontlaan, waar de Nationale Bank al meteen het paradijs van enkele boevenstreken is (in De boze tongen en Pol de pijpegeest). Verder komt het Centraal Station voorbij, waar Sleen een (andersoortige) Sabenatoren bij tekent, en het Paleis voor Schone Kunsten. Zo

© saskia vanderstichele

© rv

BDW 1298 PAGINA 17 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

NIET ZOMAAR EEN SPORT Het is gevechtskunst, dans, acrobatie én spel tegelijk. Ooit gehoord van ‘capoeira’ (spreek uit: ka-poe-ee-ra)? Deze bijzondere sport komt helemaal overwaaien uit Brazilië en wordt hier ook alsmaar meer beoefend. Zoals in Sint-Gillis, waar Lilu (11), Zhao (8) en Luca (11) elke woensdag capoeirales volgen. LEES MEER OP PAGINA 26-27

gaat het richting Warandepark (Nero wast zich er in een fontein), de Zavel, de Stoofstraat (waar Manneken Pis tegen Nero praat) en de SintGorikswijk.

’t Goudblommeken Overal blijven de taferelen uit de albums overeind staan. Er zijn cafés en stadsgezichten die wonderwel na meer dan een halve eeuw onveranderd zijn gebleven, uiteraard de Grote Markt op kop. Als Nero in De zwarte voeten een zwarte voet meetroont naar een café, is het niet toevallig het Goudblommeken van Papier. Op het einde van het album komt Nero trouwens terug in ’t Goudblommeken en de zwarte voet zit/ligt er nog steeds, on-

(Met de klok mee, vanaf linkerpag.:) strips uit de albums De zwarte toren, De orde van de lange tenen, De held der helden.

der een vat geuze ditmaal. Andermaal vereeuwigde Sleen dit café dus als een Brussels monument. Want Sleen houdt duidelijk van die Brusselse troeven, en pakt er toeristisch promotioneel mee uit (zie ook de stripuitgave over de Kleine Zavel). Kortom, de promenade geeft alweer prikkels om Nero-albums onder het stof vandaan te halen, en Brussel te herontdekken, ook al in de dialecthumor uit Sleens tekstballonnen, met typisch Brusselse woorden en uitdrukkingen als mettekoo, scheile boesterink, voeil toeng en taluurelekker van ’t gasthoeis. Al mag niet vergeten worden dat Nero ver-

klaarde ‘een mooie, heerlijke hoofdstad’ te hebben, en dat zoon Adhemar in De linkadoors naïef-eerlijk uitriep ‘Brussel is de beste stad op aarde.’  Jean-Marie Binst * Tentoonstelling ‘Marc Sleen en Brussel’, tot 4 maart 2012 in het Marc Sleen Museum, Zandstraat 33-35, Brussel. Open van 11 tot 13 uur en van 14 tot 18 uur; gesloten op maandag. www.marc-sleen.be. * Wandeling ‘Met Marc Sleen en Nero door Brussel’, 2 uur, gegidst door Johan Ponsaerts, in groepsverband en na afspraak, 110 euro (max. 25 personen), 02-219.19.80.


BDW 1298 PAGINA 18 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Muziek > Jazz in Op-Weule

Exclusief: Jean-Louis Rassinfosse SINT-LAMBRECHTS-WOLUWE – Het jazzgenootschap van Op-Weule is er een mooi bewijs van dat jazz voor iedereen toegankelijk is. Het begon met een reeks lezingen. Tien jaar later presenteert een kern van enthousiastelingen maar liefst twee luisteravonden per maand. Kers op de taart is sinds 2006 het jaarlijks concert.

Claudio Roditi, Klaus Ignatzek en Jean-Louis Rassinfosse: dit trio is internationale top.

cert te organiseren. We spraken Rob Thys aan, de verantwoordelijke van Op-Weule. Hij was er meteen voor te vinden. De eerste in de rij werd Pascal Schumacher. Daarna volgden o.a. Yves Peeters en Peer Baierlein.” Dit jaar versierden Filip Peeters en zijn groep

Trio Claudio Roditi/Klaus Ignatzek/JeanLouis Rassinfosse op vrijdag 7 oktober om 20u30 in GC Op-Weule (Sint-Lambertusstraat 91, 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe). Entree: € 10, VGC-cultuurwaardebon welkom. Info: www.opweule.be/jazz.  Georges Tonla Briquet

© RV

“Ons jazzgenootschap is een kleurrijke bende van allerlei mensen die verschillende dingen gemeen hebben, waaronder toevallig ook jazz,” vertelt Filip Peeters, een van de stuwende krachten achter het hele jazzgebeuren in Op-Weule. “We richten ons zeker niet op specialisten. Dat blijkt ook duidelijk uit de manier waarop we begonnen. In het najaar van 2001 en 2002 organiseerden een paar mensen lezingen over jazz. De groep kon het onderling goed vinden, en zo ontstond ons jazzgenootschap. Sinds voorjaar 2003 komen we tweemaal per maand samen. De ene avond vertelt iemand uit de groep over zijn passie of zijn platencollectie en de andere avond nodigen we een Belgische jazzartiest uit om ons aan de hand van plaatjes wegwijs te maken in de wereld van de jazz.” Zo komen we bij het jaarlijks concert. “Door die lezingen bouwden we een netwerk van contacten met muzikanten op. Op een bepaald moment kwam het idee op om ook eens een con-

tiek. Jean-Louis wilde meteen komen spelen. Zoals dat meestal gaat, overwogen we tussen pot en pint de mogelijkheden. Tijdens zijn voordracht liet hij iets horen van zijn trio met pianist Klaus Ignatzek en trompettist Claudio Roditi. Vooral die laatste had grote indruk gemaakt op de aanwezigen. Hoewel de man niet zo bekend is, kan hij toch een indrukwekkend cv voorleggen. Zo speelde hij jaren bij het Dizzy Gillespie’s United Nation Orchestra en trad hij op in Middelheim met de Dizzy Gillespie All Star Big Band. Hij heeft ook een paar Grammy Awards in zijn kast staan. Toen we het idee opperden van dat trio heeft Jean-Louis wat zitten puzzelen en uiteindelijk komen ze exclusief voor België ook naar Op-Weule tijdens hun tournee. Daar zijn we toch wel trots op.” Terecht, want dit trio is internationale top. Wie er niet bij kan zijn, kan alvast de data van de volgende lezingen noteren: Daniel Capelletti (11-10), Peter Vermeersch (8-11) en een avond in het teken van vinyl (22-11).

wel een heel grote naam. “Een aantal maanden geleden was Jean-Louis Rassinfosse, de contrabassist en jarenlang de vaste sidekick van Toots Thielemans, onze genodigde. We lieten hem ons concertzaaltje zien. Het is een oude loods met een speciaal karakter en een zeer goede akoes-

ADVERTENTIE

25,27 & 28 okt LAIKA SPEELT

TOT IN DE WOESTIJN Academie voor Beeldende Kunsten Anderlecht (garage) Dapperheidsplein 17, 1070 Brussel Metro 5 Sint-Guido 20:00 Info en reservatie: www.totindewoestijn.be

02 217 08 82 - info@totindewoestijn.be tickets: € 10 (cultuurwaardebon welkom)

Een organisatie van de 22 Brusselse gemeenschapscentra


BDW 1298 PAGINA 19 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

ADVERTENTIE

© SASKIA VANDERSTICHELE, J . FOLEY, RV

FOCUS OP uzes

Culturele middagpa in het Museum van de Stad Brussel 11 en 13 oktober 2011 om 12u30

V.l.n.r.: Vanistendael, Nabil, Toussaint en De Pauw.

Brussel in aquarel

Praat

Ronde van Vlaanderen zonder Muur achteraf

Gezien: Tour de Flandre van Het Beschrijf, op 28 september in de Vooruit in Gent. Nog in Oostende en Antwerpen op zondag 23 en donderdag 27 oktober,02-223.68.32, www.beschrijf.be.

Het lijkt erop dat de communautaire spanningen toch van invloed zijn op het artistieke veld. Tom Lanoyes Sprakeloos wordt deze week in het Frans boventiteld in de KVS, terwijl de Franse vertaling van zijn Mamma Medea door Rideau de Bruxelles in GC De Kriekelaar wordt gespeeld met Nederlandse boventitels. Het literaire tijdschrift DW B (het vroegere Dietsche Warande & Belfort) presenteert in oktober het radicaal meertalige nummer ‘Babelgium’. Les Barons-regisseur Nabil Ben Yadir werkt aan een volledig tweetalige film die zich afspeelt in de drie landsdelen, met Jan Decleir in de hoofdrol. Het volgende beeldverhaal van Judith Vanistendael wordt tegelijk in het Frans en in het Nederlands uitgegeven. En enkele van deze nieuwtjes vernamen we vorige week tijdens de eerste etappe van Tour de Flandre, het tweetalige programma waarmee literatuur-vzw Het Beschrijf gedurende een maand vijf Vlaamse steden bezoekt. In Tour de Flandre gaan Franstalige schrijvers en kunstenaars in dialoog met Vlaamse collega’s. Journaliste Anna Luyten begeleidt de gesprekken, en in de wisselende bezetting zit een hele hoop Brusselaars. Tijdens de laatste twee afleveringen kunt u behalve Antwerpenaar Bart Moeyaert ook nog Els Moors, Gwenaëlle Stubbe, Piet Maris, Joost Vandecasteele, Thomas Gunzig, Caroline Lamarche en Jean-Philippe Toussaint aanhoren. In Gent was behalve Toussaint, Vanistendael en Ben Yadir ook Manah Depauw present. Het is de bedoeling dat men met al die mensen, hun werk en hun affiniteiten kennis kan maken in een vrij onderhoudende sfeer. Zo werd er in de Vooruit gewoon in het Frans gepraat, zelfs zonder vertaling of ondertitels. Bij de presentaties komen ook beeldfragmenten te pas, waardoor je bijvoorbeeld nog eens kon zien hoe verdomd knap Judith Vanistendael kan tekenen. Al tekent

ze een grijs panorama van Brussel in het kinderboek Rosie en Moussa, of het troosteloze Berlijn waarin haar volgende boek zich afspeelt, er zit iets zeer plastisch en gulzigs in die tekeningen dat je zo opslokt. Dat Vanistendael Nabil Ben Yadir had meegenomen naar Gent, had natuurlijk alles te maken met het feit dat de naar Brussel verhuisde Molenbekenaar (“Ik ben ondertussen rijk geworden”) net als zij heeft laten zien dat Molenbeek nog iets anders te bieden heeft dan straatrellen. Ben Yadir leek tijdens het interview wel wat met zijn hoofd bij de repetities van zijn theaterstuk Guantanamouk in de KVS te zitten. Hij illustreerde onbewust wel hoe zo’n kennismakingsronde als Tour de Flandre altijd effect kan hebben. Want dat Jan Decleir in Les Barons meespeelde en straks ook in Ben Yadirs volgende film, heeft alleen maar te maken met het feit dat Ben Yadir ooit op school in Molenbeek de film Daens voor de kiezen kreeg en achteraf zo brutaal was om die imposante Decleir eens op te bellen. Dat Decleir gewoon ‘ja’ antwoordde, sterkt Ben Yadir in zijn overtuiging dat taalverschil alleen maar als excuus dient voor het cultiveren van een taalkloof. Theatermaakster Manah Depauw zorgde daarna voor een gewaardeerd artistiek intermezzo: Wallifornië is een met een reeks waanzinnige foto’s geïllustreerd verhaal over ‘Flandriaanse klimaatvluchtelingen’ of ‘Flammi’s’ die na de grote overstromingen met open armen worden ontvangen door de Walli’s, die zich in Wallifornië hebben overgegeven aan carnavaleske rituelen en een vrij primitieve levensstijl. Tot slot beklom Jean-Philippe Toussaint het podium, de meest vertaalde hedendaagse Belgische auteur van onder meer De badkamer en De waarheid omtrent Marie. UGent-professor Pierre Schoentjes, behalve romanist ook specialist in ironie, liep in een gedegen interview door Toussaints oeuvre, en liet hem wat fragmentjes lezen die zijn uitgekookte stijl typeerden. Een doeltreffende manier om de nieuwsgierigheid te wekken, wat volgens Anna Luyten exact de bedoeling is van deze tweetalige Ronde van Vlaanderen zonder Muur.  Michaël Bellon

De rondleiding is gratis! Toegang: € 4 per persoon Museum van de Stad Brussel Grote Markt (tegenover het Stadhuis) Info: 02 279 43 76 musea.brussel.be

Nederlandstalig Jezuïetenonderwijs in hartje Brussel

Sint-Jan Berchmanscollege

OPENDEURDAG Zaterdag 15 oktober 2011 • 13.00 uur - 18.30 uur Wil u weten welke mogelijkheden ons college te bieden heeft aan jongens en meisjes vanaf 12 jaar? Breng dan een bezoekje aan onze schoolgebouwen en maak o.a. rond 15.00 uur het optreden van ons jeugdkoor mee. Alle inlichtingen betreffende inschrijvingen kunnen op deze opendeurdag verkregen worden. Zie hiervoor ook onze website www.sint-jan-brussel.be Voor meer info: Sint-Jan-Berchmanscollege, Ursulinenstraat 4, 1000 Brussel tel 02/5120370 fax 02/5126475


BDW 1298 PAGINA 20 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Mode > Dress for Less Sunday in de Sint-Gorikshallen

Minder (betalen) is meer (halen)

Zondagmiddag, 12 uur. In en rondom de Sint-Gorikshallen gonst het van de bedrijvigheid. Vrouwen van achttien tot een eind in de dertig zwermen in en uit, op zoek naar het beste koopje. Tientallen verkoopsters staan er met een rek vol kleren die ze van de hand willen doen. Geen muffe, ouderwetse lorren die ze net van zolder hebben gehaald, maar veelal modieuze stukken zonder enig vlekje of gaatje. Te krap geworden, een miskoop, beu, verkeerde kleur, plaats of geld nodig voor nieuwe shopexcursies. En dat is een groot verschil met de meeste andere rommelmarkten, vertelt mede-organisatrice Eglantine Quataert: “Ik heb zelf ook een modeblog en wilde een chiquere versie van de gewone brocante organiseren”, legt ze uit. “Het is niet de bedoeling dat mensen hun zolder leeghalen en hier hun kleren van twintig jaar geleden komen verkopen - tenzij ze natuurlijk een vintage-waarde hebben. We willen het event echt girly houden, met frisse en trendy kleren. Het is immers leuk om geregeld nieuwe zaKaaiad BDW 110928 ok.pdf

1

© SASKIA VANDERSTICHELE

BRUSSEL - Na een geslaagde proefeditie in het voorjaar staat het evenement ‘Dress for Less Sunday’ in de SintGorikshallen er helemaal: afgelopen zondag trok het honderden mode/budget/milieubewuste consumenten voor wat eigenlijk een uit de hand gelopen schoolproject is. ken te kopen zonder een fortuin uit te geven.”

Win-win-win Het fenomeen van de tweedehandsmoderuilevenementen is vrij nieuw in Brussel. De vintage tweedehandswinkels beleefden de voorbije jaren weliswaar een enorme groei, maar die verkopen echte retrokleding. Voor het grote publiek bleven de kleinschalige, trendy verkoopmomenten die modeblogsters vaak in een of andere woonkamer organiseren echter een goed bewaard geheim. Samen met haar drie vriendinnen Noémie Janssen, Morgan De Prycker en Pauline Bertholet richtte Quataert ‘Dress for Less Sunday’ op in het kader van een schoolproject – alle vier zijn ze immers laatstejaars-pr-studenten. Het idee is erg eenvoudig: vrouwen die overtollige kleren willen verkopen kunnen zich inschrijven en voor 15 euro een rek met kapstokken huren. Een heuse ‘win-win-winsituatie’: de verkoopsters kunnen iets bijverdienen en plaats maken in hun gardero13/09/11

Het is leuk om geregeld nieuwe zaken te kunnen kopen zonder een fortuin uit te hoeven geven.

be, bezoekers kunnen er voor een appel en een ei geweldige koopjes doen, en bovendien kan wie wil zijn onverkochte kleren achterlaten, waarna ze aan organisaties voor hulpbehoevenden geschonken worden. De eerste editie in april was zo’n succes dat het viertal besloot er een vervolg aan te breien en het evene-

16:08 ADVERTENTIE

ment voortaan meermaals per jaar te laten plaatsvinden. Nu zondag waren er al meer dan vijftig verkoopsters, en een paar honderd bezoekers.

Passen Girly is het in elk geval: ons heen staan tientallen jonge vrouwen met

grote handtassen en nog veel grotere zonnebrillen door de rekken te bladeren. Er wordt gegiecheld, gepast, gekeurd en geposeerd. Hier en daar zit een kind zich steendood te vervelen. Hoewel er binnen enkele geïmproviseerde pashokjes zijn ingericht, worden heel wat jurken en rokken gewoon over jeansbroeken


BDW 1298 PAGINA 21 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

heen gepast. Als spiegel doet een net gepoetst straatreclamepaneel dienst. “Mag ik toch even binnen in de spiegel gaan kijken?” vraagt een meisje dat een parmantig nepbontjasje past. “Geen probleem hoor, ik vertrouw je,” glimlacht de verkoopster haar toe. Het meisje verdwijnt om de hoek en komt even later enthousiast terug. Omdat de verkoopster geen wisselgeld heeft, krijgt ze het jasje mee voor tien euro in plaats van vijftien. Enkele meisjes graaien in een bak vol bh’s, en drie Spaanse toeristes staan half uitgekleed tussen de rek-

keer ook al, en heb toen voor driehonderd euro aan kleren verkocht. Ik hou veel van mode, maar heb er een regel van gemaakt om geen nieuwe dingen te kopen voor ik weer iets verkocht heb. Anders koop ik me suf. Ik heb thuis wel een dressing, maar toch moet ik af en toe wat plaats maken. Vandaag heb ik veel merkkledij mee, dus ik hoop ook nu weer een mooi resultaat te halen, zodat ik weer kan gaan shoppen” (lacht). De volgende grote editie van Dress for Less Sunday is gepland in april 2012, maar als er genoeg vraag is,

“Het is niet de bedoeling dat mensen hun zolder leeghalen en hier hun kleren van twintig jaar geleden komen verkopen - tenzij ze natuurlijk een vintage-waarde hebben” ken, terwijl hun mannen, op een paaltje gezeten, berustend toekijken. “Er zijn heel veel toeristen die toevallig voorbijkomen en even blijven hangen,” knikt verkoopster Cyrielle Christiaens. “Maar we hebben ook zelf heel veel reclame gemaakt via onze modeblogs. Ik was hier vorige

komt er tussendoor nog eentje, beloven de vier. Het is dus zaak de Facebookpagina goed in de gaten te houden, en tijdig een plekje te reserveren.  Karolien Merchiers Meer info: dressundays.blogspot.com

Ontwikkeling > Nieuwe campagne Vredeseilanden begint

Jaune Toujours speelt voor Beninse rijstboeren ELSENE – De Brusselse mestizoband Jaune Toujours en de Gangbé Brass Band uit Benin trappen op 12 oktober de nieuwe campagne van Vredeseilanden af met een gezamenlijk concert bij Muziekpublique. Onder de noemer ‘Afrobelbeat’ gaan beide bands een reeks Belgische zalen afschuimen om geld in te zamelen voor boerengezinnen in Benin. De Afrobeatrevival van de laatste tien jaar heeft totnogtoe niet veel succes gehad in België. Na de ontmanteling van groepen als Belgian Afrobeat Association en Wawadadakwa, die de mix van Nigeriaanse Yorubaritmes, Ghanese highlife en Amerikaanse funk een eigen inkleuring gaven, is er in België nog geen nieuwe Afrobeatgroep opgestaan. Nu komt het immer baanbrekende Jaune Toujours met iets totaal nieuws op de prop-

pen: Afrobelbeat! Samen op het podium met de acht blazers uit Benin (Gangbé staat voor ‘klank van het ijzer’) zal de bende van zanger/accordeonist Piet Maris een mix brengen van haar karakteristieke Brusselse soepmuziek met de mix van New Orleans jazz, Afrobeat, Latin en voodooritmes waarmee Gangbé Brass Band internationaal naam maakt. Voor zijn campagne focust Vredeseilanden dit najaar op de rijstvelden van Benin. Duizenden boeren telen er de laatste jaren rijst van een betere kwaliteit. Nu er in de streek voldoende voedsel is voor iedereen, willen de boeren hun inkomen nog wat bijspijkeren en nieuwe afzetmarkten veroveren. Daarom roept Vredeseilanden ertoe op om te investeren in deze boerengezinnen. Benjamin Tollet

Nick Trachet BRUSSEL EN DE WERELD CULINAIR ONTDEKT

Amandelwijn De amandel is het zaad van een steenvrucht en in lang vervlogen tijden was ze hier al bijzonder populair. Interessant, trouwens, waar amandel zoal in gebruikt wordt. Amandelen zijn vandaag vlot te krijgen. Vroeger was het een nootje voor rijkaards, u kreeg ze soms in het vliegtuig of in de betere cocktailbars. Of in het restaurant gesnipperd bij de forel. Maar met de migratie is het eten van luxenootjes enorm gedemocratiseerd. Ik heb een winkel in de buurt waar amandelen in vele vormen te verkrijgen zijn: groen, vers, gezouten, geroosterd, gepeld of niet, gemalen, gesnipperd, in mengsels... Er zijn meer productvormen voor amandelen dan voor andere noten. De amandel is een kleine boom, van het pruimengeslacht, Prunus amygdalis (al zijn er andere wetenschappelijke namen in omloop). Het grote verschil tussen pakweg een perzik (Prunus persica) en een amandel ligt in het feit dat het amandelvruchtvlees oneetbaar is. Dat laatste wordt in rijpe staat niet sappiger dan een leren zool. Ik hoor wel dat, heel jong, de vrucht ook volledig wordt gegeten. De witte bloesems worden geroemd in verzen en liedjes. En dan is er de voedingswaarde. Er bestaan verschillende soorten amandelen, meestal spreekt men van zoete en bittere. De zoete liggen in de winkel, met de bittere is het uitkijken en erin handelen is voor de gewone consument verboden, want het zaad bevat blauwzuur, een sterk gif. Nu lees ik dat bittere amandelen minder blauwzuur bevatten dan abrikozen- of appelpitten, en daarvan heb ik er nochtans al heel wat gegeten in mijn leven. In de giffenleer is het zo dat enkel de dosis het vergif maakt, dus nu en dan een bittere amandel of een appelpit is echt niet ongezond, maar ik zou u sterk afraden er 100 gram van te eten. Met zoete amandelen geen probleem er zit (bijna) geen gif in. Als u het niet kunt laten: verhitting vernietigt het blauwzuur en amandelen worden vaak geroosterd. Amandelgeur associëren we met blauwzuurgif, maar het gaat hier in feite om een andere stof, benzaldehyde. die samen met blauwzuur gevormd wordt bij beschadiging van het zaad. Een afweersysteem van de plant, dus. Benzaldehyde wordt vandaag ook apart synthetisch bereid en is volop

te krijgen als amandelaroma. In de natuur wordt de ene stof samen met de andere gevormd, wie dus in de keuken natuurlijke amandelgeur wil hebben, moet bittere amandelen zoeken. En daarom geuren amandelen uit de winkel dus ook niet naar amandel. De amandelboom wordt sinds de voorhistorie aangeplant en verspreid, maar hij verkiest warmere streken dan de onze. Veruit de grootste amandelproducent vandaag zijn de VS (Californië), op ruime afstand gevolgd door Spanje en Italië. Ze mag dan nog chique lijken als borrelnootje, de amandel is wel de meest verkochte notensoort ter wereld. Het is verbazend waarin door de eeuwen heen allemaal amandel is gebruikt: gianduja, marsepein en frangipane zijn oorspronkelijk gemaakt van amandelmeel. Ons woord praline komt van praliné, het oorspronkelijke vulsel met amandelboter. En dan die absolute Brusselse heerlijkheid, de flinterdunne amandelkoekjes van Astrio. Vroeger werden die gemaakt in Jette, in een huis in de Leopoldstraat. Het merk Astrio slaat op de drie (trio) broeders Asselberg, als ik het me goed herinner, die daar hun bakkerij hadden. Het gebouw is nu een tapijtengroothandel, maar het logo met de drie bakkertjes is nog te zien op roosters voor de vensters. Astrio verhuisde en is ondertussen opgekocht door Neuhaus, maar het zijn nog altijd de beste amadelspeculaasjes ter wereld! In de middeleeuwen werden er in de keukens der rijken heel wat amandelrecepten gebruikt. Amandelen waren vooral geliefd tijdens de vasten, net zoals de even exotische droge vijgen. En zo zien we een vreemd fenomeen: amandelen worden ingezet als wat wij vandaag vleesvervanger zouden noemen. Men gebruikt ze om voedsel na te bootsen dat niet gegeten mag worden in de veertigdagentijd, om te ‘conterfeyten’, zoals ze toen schreven. Vissen en konijnen worden uit marsepein geboetseerd. Ook vandaag zien we daar nog een overblijfsel van. Met sinterklaas staan de bakkersetalages vol met marsepeinen varkentjes, konijntjes, zelfs worteltjes en aardappeltjes.

In de middeleeuwen gebruikte men amandelen als wat wij vandaag vleesvervanger zouden noemen, om voedsel na te bootsen dat niet gegeten mocht worden in de vasten Een ander voorbeeld: blanc-manger is dan een zeer populaire witte lepelkost. Oorspronkelijk werd die gemaakt van gekookte en gehakte kapoen met witte wijn, maar al snel is dat niet wit genoeg. De kippenpap wordt gebonden met gemalen amandelen, er gaan steeds meer amandelen in, tot de kip wordt weggelaten. Boter, ook verboden tijdens de vasten, wordt vervangen door amandelboter, iets wat op pindakaas lijkt maar dan van amandelen, uiteraard. Een tip voor wie aan notenallergie lijdt, misschien? In plaats van dierlijke melk wordt amandelmelk gedronken. De amandel was voor de katholieken toen wat de soja vandaag is voor de veganisten. Amandelmelk kun je eenvoudig zelf maken. Neem gepelde amandelen (amandes mondées) en gooi die in de mixer. Ze zijn in geen tel tot poeder gehakt. Voeg er warm water bij en laat nog wat rondjes draaien zodat een emulsie ontstaat. Zeef de melk van de stukjes amandel en... smakelijk. nick.trachet@bdw.be De hele reeks nalezen? www.brusselnieuws.be/trachet


BDW 1298 PAGINA 22 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

“Ik wil de harp uit het cliché van de nostalgie halen. Want het is een formidabel instrument, dat helemaal op zichzelf kan staan. Het is ook heel anders dan pianospelen. Je zit niet aan een meubel, je voelt het instrument in je hele lichaam tot leven komen.”

©MARC GYSENS

Maria Palatine, harpiste

‘Het is als een missie’ “Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Waarom heb je in ’s hemelsnaam niet voor de fluit gekozen? Het had ons beider leven er heel wat makkelijker op gemaakt.’ Hij had gelijk. Kiezen voor de harp, het is een beetje als een missie. En dan heb ik het niet alleen over het leren beheersen van het instrument. Het transport bijvoorbeeld, telkens weer een hele bedoening. Komt nog eens bij dat het duur is. Voor een volwaardige concertharp mag je toch de prijs van een nieuwe auto rekenen. Veel geld voor een instrument waarvan na twintig jaar het beste af is door mechanische slijtage.” Geboren is ze als een Kern, Palatine is Maria’s

artiestennaam. Een pseudoniem dat ze met trots draagt: het is een hommage aan haar geboortestreek, Rijnland-Palts, ook wel het palatinaat — paltsgraafschap — genoemd, een van de Duitse Länder, in het zuidwesten van het land, met steden als Mainz, Koblenz en Kaiserslautern, waar ze is opgegroeid, als getuigen van een rijk verleden. “Kaiserslautern zelf ligt aan de rand van het Paltserwoud. Daardoor heb ik steeds een sterke verbondenheid heb gevoeld met de natuur, wat later een inspiratiebron voor mijn composities is geworden. En toch woon ik nu in een grote, grijze stad. Wat niet wil zeggen dat mijn passie voor

de natuur minder groot is geworden: ik kan ze beleven door mijn muziek.” “Mijn liefde voor een man heeft me, nu bijna zes jaar geleden, naar België gebracht: Bernard Tirtiaux, auteur van onder meer Le Passeur de lumière. Hij is ook acteur en meesterglazenier. Ons gezamenlijk verhaal was al jaren voorheen begonnen als pennenvrienden, en van het een is het ander gekomen.”

© VOLKER WASSERTHAL

SINT-GILLIS — Maria Palatine is harpiste. Geen voor de hand liggende beroepskeuze — hoewel: “Harpspelen zit al vier generaties in de familie.” Ze heeft er in ieder geval al mee op podia van Canada tot Siberië gestaan, heeft ook zeven cd’s met eigen composities uitgebracht. Een achtste is in de maak. Palatine, née Kern, paart gedrevenheid én charme aan talent: welkom in het Harp Center Brussels.

Gastvrije Belgen “België, dat was eerst een huisje in de streek van Dinant, vlak bij een oud Romeins kampement in het park van Furfooz. Midden in het groen waar ik zo van hou, maar na een tijdje begon de eenzaamheid toch te knagen, en de behoefte aan contact met de wereld van de cultuur, met andere kunstenaars. Dus werd het Brussel.” “Drie jaar ben ik hier nu, ik heb het me nog geen seconde beklaagd. Al is kiezen steeds iets verliezen. Iets moeten missen. Zoals ik ook

“De natuur is een blijvende inspiratiebron voor mijn muziek.”


BDW 1298 PAGINA 23 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

“Ik vind het belangrijk buiten mijn persoonlijke wereld te treden. Iets moois creëren op zich is niet genoeg, het moet betekenis hebben binnen de actualiteit van de wereld”

mijn twee prachtige dochters, Anne-Sofie en Louise, 24 en 22, mis.” “Maar ja, het leven is wat het is en ik heb me hier al heel snel thuis gevoeld. Brussel is niet echt groot, maar heeft toch die internationale uitstraling. Door Europa, door de diversiteit, die ik al heel snel heb omarmd. De Belgen zijn door de bank genomen open, tolerant, warm en gastvrij. Ik heb hier ook een rijk cultureel leven ontdekt, een bonte wemeling van kunstenaars van over de hele wereld. Met dat laatste zal het sociale vangnet wel te maken hebben, in Duitsland bijvoorbeeld kan een kunstenaar daar alleen maar van dromen.” “Invloeden van over de hele wereld dus, daarbovenop nog eens de cultuurwerelden van de twee taalgemeenschappen. En dat in zo’n klein land. Dat te mogen ontdekken is een voorrecht. Dat doe ik veelal alleen: Bernard en ik laten elkaar vrij, hij is dikwijls aan het werk in zijn atelier in Martinroux, bij Fleurus.”

Liefde op het eerste gezicht Palatine heeft ook het Harp Center Brussels opgericht, waar ze lesgeeft en harpen verkoopt en verhuurt — heeft ze iets omhanden tussen het componeren, opnemen en optreden door. “Ik dacht dat het niet makkelijk zou zijn leerlingen te vinden. Het tegendeel bleek echter waar. Gisteren nog heb ik een nieuwe leerlinge mogen begroeten, een Japanse. We geven ook wel eens gezamenlijk concerten, als beloning voor de uitblinkers. Onlangs nog in het Park Royale in het raam van Bruxelles Champêtre. Acht harpen op het podium.” We zitten in een achterhuis, dat plaats biedt aan een lesruimte, een concertzaaltje, een bar en een zithoekje. Sfeervol door de lichtinval, bakstenen muren geschilderd in aardse tonen. Warm door de genereuze aanwezigheid van hout. Het is allemaal te danken aan de vaardige handen van haar man Bernard Tirtiaux. Centraal staat Maria’s favoriete harp sierlijk te wezen: een concertharp met zeven pedalen, één voor elke noot. Op het podium zijn harpen van klein tot groot te zien, met als pronkstuk een exemplaar met een vergulde kolom. “Het harpspelen zit al vier generaties in mijn familie. Mijn oudoom, een kunstschilder, was de pionier. Hij is destijds voor het naziregime gevlucht, heeft toen onderkomen gezocht en gevonden in de Alpen: Zuid-Duitsland, Oostenrijk, het noorden van Italië. Meer dan eens met een gulle jonge vrouw aan de haard, daar ben ik van overtuigd: de man omarmde het leven van kunstenaar in al zijn aspecten. Hij heeft er ook kennis gemaakt met een rijke plaatselijke traditie: het harpspel. Het duurde niet lang of mijn oudoom was verkocht. Hij heeft er zelfs zijn eigen harp gebouwd, het vergulde exemplaar dat je daar ziet staan. Ze moet ondertussen al een jaar of tachtig in de familie zijn.” “Na de oorlog heeft hij zijn passie voor de harp doorgegeven aan onder meer mijn moeder. Al heeft ze nooit professioneel gespeeld, thuis werkte haar liefde voor muziek aanstekelijk. Ik was net zes toen ik zelf begon te experimenteren. Eerst piano, een beetje gitaar. Fluit ook. Toen ik twaalf was, is mijn moeder mij beginnen in te wijden in de geheimen van de harp.

Het was liefde op het eerste gezicht.” “Waarom? Het is heel anders dan pianospelen. Je zit niet aan een meubel, je voelt het instrument in je hele lichaam tot leven komen. Ik heb ook al snel mijn eigen geluid gevonden. En het geluk gehad dat de harpist van het Symfonisch Radio-orkest van Kaiserlautern zich over mij heeft ontfermd. Hij had zelf geen kinderen, heeft me als het ware een beetje geadopteerd. Bij ons thuis vond hij wekelijks een warm, chaotisch nest — vijf kinderen, vader en moeder bohémiens —, en in mij iemand om zijn kennis en ervaring aan door te geven. Gratis voor niks. Een godsgeschenk: op mijn zestiende was ik klaar om toegelaten te worden op het conservatorium.” “Mijn ouders wilden echter liever dat ik eerst mijn middelbare school afmaakte, en ik was volop aan het puberen. De klassieke muziek inspireerde me niet meer; popmuziek maken, songs schrijven, op straat musiceren, dat wilde ik. Ik liep blootsvoets rond in lange gewaden, met bloemen in het haar. Tot op de huidige dag heb ik er spijt van. Mijn groothartige mentor had me alles gegeven wat hij kon, het blijft pijn doen dat ik het toen niet naar waarde heb weten te schatten en het contact heb laten verwateren. Ik kan het mezelf maar moeilijk vergeven, zeker omdat die vijf jaren les bij hem me echt wel op het goede spoor hebben gezet.” Niet naar waarde geschat, maar toch geen verloren moeite: twee jaar later schreef Maria zich in aan het conservatorium. Ze behaalde haar diploma en zocht vervolgens haar eigen weg. Met succes. “Het klinkt alsof Björk, Kate Bush en Loreena McKennit samen een soundtrack hebben gecomponeerd”: perscommentaar bij haar cd Spindrift uit 2009. En ook: “Het lijkt alsof Maria Palatines heldere en krachtige stem het licht weet te vatten als levend kristal, in combinatie met de rijke klanken van haar sensuele en majestueuze instrument.”

Ontmoeting “In een symfonieorkest spelen heeft me nooit aangesproken. Het orkestrepertoire voor harp is niet bijster interessant — je bent een beetje het vijfde wiel aan de wagen —, terwijl er in kamermuziek mooie dingen te doen zijn op harp. Die richting ben ik dus uitgegaan, maar ik ben ook al snel met mijn eigen ensemble meer de kant van de jazz opgegaan. Ik wil de harp uit het cliché van de nostalgie halen. Want het is een formidabel instrument, dat helemaal op zichzelf kan staan. Niet zoals de viool, waar alles begint en eindigt met de melodie. Ik speel in mijn groep, doe het ook solo, zing in vier talen. Jazz, wereldmuziek en chanson.” “Als kunstenares is het voor mij belangrijk buiten mijn persoonlijke wereld te treden. Iets moois creëren op zich is niet genoeg, het moet betekenis hebben binnen de actualiteit van de wereld. Daarom ben ik ook tevreden dat ik de harp als instrument heb. Niet de gemakkelijke weg kiezen, net als in het leven. Ik wil intensiteit, passie, schoonheid. Ik zoek naar de ontmoeting.”  Karel Van der Auwera www.mariapalatine.com. Harp Center Brussels, 0495/27.83.65

FREDDI SMEKENS Vergeite Er zijn uiteraard vele dingen die we kunnen vergeten, waarde lezer. Bijna evenveel als er zaken zijn dee we kunne verleeze. Maar wat we in os leive allemoe vergeite zaain zal ons eigenaardig genoeg altijd bijblijven. Laten we beginnen met de sappige Brusselse utdrukking: “Kende ma nog?” Wie die vraag voorgeschoteld krijgt moet op één of andere manier altijd even beginnen nadenken en twijfelen. Persoonlijk stel ik ze amper of nooit, maar af en toe word ik er wel mee geconfronteerd. Wanneer ik in dat geval iemand helemaal niet herken, pak ik steevast uit met: “Nateurlaaik ken ik a nog! Ni da ’k alle doege on aa paas, mo ho zou ’k eemand gelak gaa kunnen vergeite?” Natuurlijk kan vergeite ons af en toe wel parten spelen. Vooal op praktisch gebied en in het dagelijks leven. Wie door iemand aangesproken wordt in termen van: “Nondedzju! Ik zaain maain sleutels vergeite!” mag er gerust van uitgaan dat die iemand voor de rest van de ontmoeting geen aangename gesprekspartner zal zijn. In dat geval is de enige troost: “Nog ‘n chance da ge ze ni verlaure zaait...” Natuurlijk zullen er altijd omstandigheden en voorvallen zijn dee we nuut zulle vergeite. Maar laat ons bij dat laatste wel wezen, waarde lezer. Het kan ieder van ons overkomen da we gielegan vergeite zaain wa we absoleut ni meuge vergeite. Dat wat het droevige aspect van vergeite betreft. Al is er misschien nog eentje. In vervlogen tijden kreeg ik soms het antwoord: “Hij (of zij) hei vergeite ’t oeseme.” Als doodsoorzaak kan dat natuurlijk wel tellen. Een vrolijker aspect van vergeite heeft te maken met het feit dat het er voor een groot deel toe bijdraagt ons dagelijks leven een lichter tintje te geven. Zo kan de aanmaning: “Vergèt het” soms een zware last van onze schouders afnemen. Maar wanneer we: “Verget da mo” te horen krijgen, ziet het ernaar uit dat we niet verder hoeven te wachten op datgene waar we oorspronkelijk naar uitkeken. Niet dat we op die aanmaning altijd in moeten gaan, uiteraard. Nu even over hoe ‘vergeite’ in het dagelijks leven op een praktische manier op te lossen. Stel: men ontmoet iemand voor de zoveel-

ste keer, maar zijn of haar naam ontsnapt ons. Wat gedaan in dat toch wel pijnlijke geval, waarde lezer? Er bestaan verschillende mogelijkheden om ons uit die hachelijke situatie te bevrijden. Ten eerste moet men zich nooit afvragen: “Ho huut daan na wei...?” Te meer omdat die vraag ons hellemaal niet verder helpt. Maar wat dan wel gedaan? Men kan uiteraard moeilijk uitpakken met: “Howest nog mè aan veunoem?” Omdat men in dat geval die veunoem nooit te horen zal krijgen. Misschien is de vraag: “Hemme ze nuut e verklaainwaudje on aan veunooem gegeive?” geen slechte hint. Het zou mij uiteraard niet verwonderen dat er nog andere bestaan om iemand zaaine noem op de toefel te doon smaaite. Laten we ons verder over deze situatie niet te veel zorgen maken, waarde lezer. Er zijn namelijk belangrijkere dingen die we beter ni vergeite. Op tijd de uitgeleende boeken bij de bibliotheek inleveren is daar maar één voorbeeld van. Natuurlijk zijn er nog honderden andere, mo de mieste zaain ik vergeite’. Het eigenaardige bij dat alles is dat, hoe ik mijn hoofd ook pijnig, ik mij niet kan herinneren er ooit last van te hebben gehad eet vergeite te zaain. Misschien toch nog iets over het verschil tussen ik ben eet vergeite en ik zaain eet vergeite. Er moet wel een subtiel verschil zijn, maar ik moet het helaas aan de lezer overlaten om uit te vissen waaruit dat verschil nu juist bestaat. Laat er ons ten slotte van uit gaan, waarde lezer, da w’alles wa ons tristig mokt of ons ambeteit mè e gerust geweite kunne vergeite. En da raaimt den nog oek! Ziezo, waarde lezer, in een van de volgende Brusselse rubrieken zal ik het graag over verleeze hebben. Vergeite zal hoe dan ook deel blijven uitmaken van ons dagelijks leven. En dat er nu gebeurtenissen in de geschiedenis bestaan dee we best ni vergeite hoef ik hier uiteraard niet te onderstrepen. Maar uiteraard is het ook zo dat we af en too vergeite omda we mote en ni omda we wille. Aan die laatste uitspraak zou ik graag nog iets willen toevoegen, maar geloof me of niet, waarde lezer, ik zaain vergeite wa!

REDACTIE BRUSSEL DEZE WEEK Flageyplein 18, 1050 Elsene, 02-226.45.40, fax 02-226.45.69, info@bdw.be. ABONNEMENTEN Josiane De Troyer (abo@bdw.be), 02-226.45.45, fax 02-226.45.69. Gratis binnen het Brussels hoofdstedelijk gewest. Rest van België 15 euro per jaar; rekeningnummer 424-5529822-66 van vzw Brussel Deze Week. Buiten België 25 euro per jaar. DISTRIBUTIE EN PROMOTIE Ute Otten (ute.otten@bdw.be), Paul De Weerdt. RECLAME IN BDW Rika Braeckman (rika.braeckman@bdw.be), 02-226.45.41, 0477-97.21.27, fax 02-226.45.69. OPLAGE 70.490 exemplaren. HOOFDREDACTIE Anne Brumagne (anne.brumagne@bdw.be). EINDREDACTIE Katrien Stroobants (katrien.stroobants@bdw.be). REDACTIE Jean-Marie Binst (jeanmarie.binst@bdw.be), Christophe Degreef (christophe.degreef@bdw.be), Bettina Hubo (bettina.hubo@bdw.be), Patrick Jordens (patrick.jordens@bdw.be), Freddi Smekens (freddi.smekens@bdw.be), Steven Vandenbergh (steven.vandenbergh@bdw.be), Steven Van Garsse (steven.vangarsse@bdw.be), Danny Vileyn (danny.vileyn@bdw.be). REDACTIESECRETARIAAT Isabelle De Vestele (isabelle.devestele@bdw.be), Lien Annicaert (lien.annicaert@bdw.be), Gerd Hendrickx (gerd.hendrickx@bdw.be). MEDEWERKERS Michaël Bellon, Lieven Bulckaert, An Devroe, Eva Hilhorst, Ilah, Francis Marissens, Niels Ruëll, Bruno Schols, Tim Schoonjans, David Steegen, Benjamin Tollet, Georges Tonla Briquet, Nick Trachet, Karel Van der Auwera, Matthias Vanheerentals. FOTOGRAFEN Bart Dewaele, Anja Galicia, Marc Gysens, Ivan Put, Herman Ricour, Dieter Telemans, Saskia Vanderstichele, Jo Voets. VORMGEVING Peter Dhondt (peter.dhondt@bdw.be). FINANCIËLE ADMINISTRATIE Manu De Hertogh (manu.dehertogh@bdw.be). VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Anne Brumagne, BDW, Flageyplein 18, 1050 Elsene. ALGEMENE DIRECTIE Marijke Vandebuerie (marijke.vandebuerie@bdw.be). Brussel Deze Week wordt gedrukt op de persen van de nv Roularta, Meiboomlaan 33, 8800 Roeselare en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. ONS MAILEN? Al onze mailadressen zijn volgens dezelfde structuur opgebouwd: voornaam.naam@bdw.be (losse bestanddelen van voornaam of naam aan elkaar, en zonder trema’s, verbindingsstrepen en andere tekens).


BDW 1298 PAGINA 24 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

Sport op latten > Nordic walking bindt strijd aan met vooroordelen

‘Sommigen laten gewoon hun BRUSSEL – U hebt ze vast al wel eens gezien: mensen die rondwandelen met wat twee skistokken lijkent. Nordic walking is echter veel meer dan dat, als je het goed doet tenminste. Dat kun je leren bij het Nordic Fitness Center Brussels (NFCB). Ter introductie organiseren ze zondag voor de vijfde keer ‘Dwars door het Zoniënwoud’. “Er is inderdaad een groot misverstand over nordic walking,” legt Frank Van Eeckhout (52) uit, bestuurder en medeoprichter van NFCB. “Sommige mensen denken dat het voldoende is om twee nordicwalkingstokken te kopen en daar mee te gaan wandelen. Maar wat zij doen is gewoon hun stokken uitlaten, zoals anderen hun hond uitlaten. Ze zien het nut niet in van een opleiding, maar ik kan u verzekeren dat het zonder die cursus meestal fout loopt. Jammer, want juist vanwege zulke mensen wordt er soms meewarig over onze sport gesproken.” Het Nordic Fitness Center Brussels werd zes jaar geleden opgericht toen Catherine Vinckenbosch, de vrouw van Van Eeckhout, een opleiding nordic walking besloot te volgen. Snel groeide een kern van leerlingen die zondags samen ging stappen. Dat ledenaantal is in vijf jaar tijd gegroeid tot maar liefst tweehonderd. “We zijn vandaag de grootste club in Brussel met een dergelijke structuur. Onze organisatie is snel gegroeid, net als ons aanbod. Wie bij ons de sport wil leren krijgt eerst een twee uur durende kennismakingsles. Bevalt die, dan volgt een inleiding over zeker vijf lessen. Daar leer je bijvoorbeeld het alterneren van het openen en sluiten van de handen, het afduwen met de stokken, het verlengen van de pas, het draaien van de romp, enzovoort.” ‘Op zondag kunnen de leerlingen zich uitleven tijdens onze wandelingen en op woensdag is

de  CLUB

“Nordic walking is een complete sport die veel spieren en lichaamsdelen traint. Je kunt het als fitness beschouwen, maar dan in de frisse buitenlucht.”

In de jaren zestig werd het herontdekt en gemoderniseerd en groeide het uit tot een ware hype. Bij ons viel die in Vlaanderen vrij snel stil, terwijl Wallonië wel de nodige structuren opzette. NFCB eet van beide walletjes. “We zijn volledig verankerd in beide regio’s.

er een cardiotraining. Daarnaast organiseren we ook regelmatig reizen en uitstapjes.”

Hype Nordic walking ontstond in de jaren dertig in Finland als zomertraining voor langlaufers.

© MARC GYSENS

We hebben er contacten met verschillende clubs en zijn zowel actief in Vlaanderen als in Wallonië. Onze club is tweetalig, maar heeft ook een internationale kant. Zoals vele Brusselse sportclubs volgen mensen van onder meer de Europese gemeenschap les bij ons.”

Brussels Derby Pixies

Stevig rondrauzende meiden op rolschaatsen © Marc gysens

BRUSSEL – Vrouwen die zich willen uitleven zijn bij Brussels Derby Pixies aan het juiste adres. Roller derby is namelijk een full contactvrouwensport die aan het uitgroeien is tot een ware hype. “Je kunt roller derby het best omschrijven als rugby zonder bal op rolschaatsen,’ legt de 24-jarige EV Wonder uit, zoals de coach in het rollerderbymilieu genoemd wordt. ‘Twee teams van vijf speelsters moeten proberen hun jammer voorbij de vier blokkers van de tegenpartij te krijgen. Van een bal is geen sprake. De blokkers mogen hun tegenstrevers tegenhouden met heupen en schouders.” In roller derby gaat het er dus stevig aan toe. De speelsters dragen dan ook adequate bescherming: een helm, een mondstuk en bescherming voor de polsen, knieën en ellebogen. “Het is gecontroleerde agressie, je kunt je frustratie uitwerken. Maar dat wil niet zeggen dat er vijandigheid is. Er wordt geduwd, maar iedereen kent iedereen. De sfeer op wedstrijden is heel goed, heel enthousiast. Niet voor niets noemen we elkaar derbysisters. We doen heel veel samen. En de afterparty’s zijn onder-

tussen al berucht.” De Brussels Derby Pixies trainen in het Vander Puttenstadion aan de Brusselse Slachthuislaan. Een zaal die momenteel voldoet, maar die ze op langere termijn willen verlaten. “We zouden graag een grotere zaal hebben en zijn daar toch vrij actief naar op zoek. We moeten nu meisjes weigeren omdat we langzamerhand met te veel zijn. Onze leden moeten sowieso ouder dan achttien zijn. Dat is omdat ze dan bijna volgroeid zijn en ook tegen een stootje moeten kunnen.”

Fresh Meat Day

“Hoe je eruitziet of gebouwd bent doet er niet toe, alleen wat je op het veld kunt telt.”

“In februari zijn we met de trainingen begonnen en ondertussen hebben we een dertigtal leden. Onze vorige open training, waar geïnteresseerden de sport eens mochten uitproberen, zat volledig vol. Eind november hebben we een nieuwe fresh meat day (‘fresh meat’ zijn nieuwelingen, red.). De sport is zeer populair aan het worden, het wordt stilaan een echte hype. Volgens mij vooral omdat het een sport is voor alle soorten meisjes. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, hoe je eruitziet of hoe je ge-

bouwd bent. Alleen wat je op het veld kunt telt.” België heeft momenteel nog geen rollerderbycompetitie, al zal daar wellicht in de loop van de komende jaren verandering in komen. De Belgische ploegen spelen dan maar oefenmatchen tegen tegenstanders uit onze buurlanden. De Pixies spelen op 29 oktober hun eerste oefenpartij en trainen hard om een goed figuur te slaan. “Tijdens onze twee wekelijkse trainingen wordt zowel techniek, uithouding als conditie geoefend. Of de meisjes daarnaast nog trainen moeten ze zelf beslissen, maar het is toch aangewezen. Er zitten wel veel talenten in onze ploeg. Die oefenmatch wordt een eerste grote test.” Een sport met vrouwen in sportkleding lokt meestal veel mannelijke kijklustigen. De mannelijke scheidsrechters in roller derby worden zelfs in drie types onderverdeeld. “Je hebt de vriendjes van de speelsters, de mannen die geïnteresseerd zijn in de sport, en dan degenen die naar de vrouwen komen kijken. Wij dragen kleren waar we ons goed in voelen, en je bent nu eenmaal beweeglijker in leggings.’  Tim Schoonjans


BDW 1298 PAGINA 25 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

David Steegen

stokken uit’ “In Duitstalig Europa is nordic walking geen hype meer, maar is het structureel verankerd. Je vindt er werkelijk honderden specifieke wandelroutes. Bij ons heb je alleen in het Waalse Viroinval een nordicpark waar je allerlei parcoursen vindt.” Onze hoofdstad is met haar dichte bebouwing allesbehalve het ideale terrein voor nordic walkers. NFCB trekt dan ook regelmatig naar zowel Vlaams- als Waals-Brabant, maar heeft zijn thuisbasis toch in Brussel. “Het Zoniënwoud is mooi, groot en heeft enorm veel mogelijkheden. Zo kan je de al bestaande wandelroutes gebruiken. Wie dat wil kan de sport ook alleen beoefenen, maar dan het best in een park of op rustige plekken.”

“Nordic walking is een sport die iedereen op de een of andere manier kan beoefenen” “We nemen ook regelmatig deel aan competities en als er een wedstrijd voor joggers is, proberen we daarbij aan te haken. Neem nu de twintig kilometer van Brussel van een paar weken geleden. Wij waren er partner en vijftien dames van bij ons hebben de wedstrijd uitgestapt.” Die dames maken deel uit van een vereniging die vrouwen met borstkanker volgt. NFCB combineert ook sport en gezondheid

Evere neemt handschoenen op EVERE – Het sportcomplex van Evere had normaal gezien op zes juni het zestiende boksgala van de gemeente ontvangen. Dat werd echter geannuleerd toen de vader van bokser Jamel Bahki, een van de geprogrammeerde toppers, overleed. Op zaterdag vijftien oktober vindt het gala met enige vertraging dan toch plaats. Tussen zeven uur en halftwaalf worden een paar stevige robbertjes uitgevochten in de ring. Op het programma staan vijf profgevechten met Jamel Bahki, Nabil Lahouari, Adnan Salihu, Hadi Melloul en Sanae Jah in de hoofdrol. Jah is na een paar wereldtitels in het kickboksen overgeschakeld op het Engelse boksen en levert op het Everse boksgala al haar derde profkamp. Er zijn ook zes amateurgevechten met boksers uit verschillende Brusselse clubs. Kaartjes voor het gala kosten tussen 17,75 en 81 euro. U kunt ze onder meer krijgen bij Fnac en KO Store.  Tim Schoonjans

Brussel proper

en heeft met en via onder meer ziekenfondsen verschillende projecten. “Nordic walking is een sport die iedereen op de een of andere manier kan beoefenen, er zijn geen fysieke belemmeringen om het te doen. Het is een complete sport die veel spieren en lichaamsdelen traint. Je kunt het als fitness beschouwen, maar dan in de frisse buitenlucht. Een sociale sport voor een vrij beperkte investering.”

Skike De NFCB zit niet stil. Ze volgt de laatste trends en biedt twee nieuwe varianten van de sport aan. “Je kunt vandaag nordic skating bij ons volgen, skike genoemd. Dat doe je op schaatsen die op twee rubberen wielen staan met vier of vijf bar druk. We stellen het materiaal hiervoor ter beschikking aan onze leerlingen, net als bij de opleiding nordic walking trouwens.” “Gloednieuw is zomerbiatlon: nordic walking gecombineerd met schieten op doelen. Dat is een nieuw fenomeen. We zoeken nu naar een partnerschap met een schietstand om op termijn ook dit aan te kunnen bieden.’ Zowat het hele aanbod van NFCB kunt u komende zondag ontdekken tijdens ‘Dwars door het Zoniënwoud’. Vanaf negen uur kunt u zich in het Sportcentrum van het Zoniënwoud inschrijven. Nordic walkers kunnen kiezen tussen een wandeling van zeven kilometer (vertrek om 10.30 uur), twaalf kilometer (vertrek om 10.15 uur) en 21 kilometer (vertrek om 9.45 uur). Er worden om tien en om één uur ook gratis kennismakingslessen gegeven. Om elf en om twee uur kunt u skike eens uitproberen. Dit is dé gelegenheid om eens te proeven van nordic walking. Tim Schoonjans www.nfcb.be

Volle zomer in de herfst. Brussel straalt onder de zon. We worden er zowaar vrolijk van. De vooruitzichten zijn goed. We voelen ons zorgeloos uitgelaten. De kinderen zijn opgewonden omdat de scouts uit de winterslaap ontwaken. Eindelijk weer spelen, roddelen en ravotten met leeftijdsgenoten in het Boudewijnpark in Jette, en elders. De overgang en het startfeest van het nieuwe scoutsjaar stemmen zowel het nageslacht als de ouders gelukkig. De volwassenen zullen in de vooravond te veel witte wijn en lauwe cava drinken. Er zal veel gelachen worden. Het verenigingsleven van de hoofdstad draait op volle toeren. Het kloppend hart van een diverse gemeenschap. We maken ons op voor een fijn weekend. De jongste moet hockey spelen en paars-wit speelt in de Cristal Arena in de schaduw van de steenkoolmijnen tegen de regerende landskampioen. En toch. Wanneer ik zaterdagochtend de deur uitstap, vol energie om het rijk gevuld weekend aan te vatten, klaar om naar de bakker te wandelen, erger ik mij dood aan het zwerfvuil in de straat. Aan de rand van een park wonen heeft vele voordelen, maar de nadelen zijn zichtbaar. Parkbezoekers laten, bij mooi weer, kilo’s afval achter. Het fenomeen is eigen aan zomerse dagen. De straten rond het park (en het park zelf ) zijn niet schoon te krijgen, burgerzin is vele inwoners vreemd. De lezer heeft geenszins te maken met een verzuurde Brusselaar, anders had ik de stad al lang ingeruild voor een proper en rustig plekje in Wallonië of Vlaanderen. Dergelijk inciviek gedrag is mij nog nooit opgevallen in andere wereldsteden als Londen en Parijs. Openbare groene longen zijn er schoon en gezellig. In Brussel, althans in het Elisabethpark voor de Basiliek, behandelen we onze publieke tuinen en omliggende straten

ADVERTENTIE

als openbare stortplaatsen. Onze kinderen wordt elk schooljaar weer geleerd respectvol om te gaan met onze onmiddellijke omgeving. Ze zien het tegendeel op straat. Ik ben nog niet uitgezucht of de moed zinkt me helemaal in de schoenen. De ruit van de wagen is voor de achttiende keer in twaalf jaar ingeslagen. De papieren zijn gestolen. Meer waardevols was er niet. Blijdschap maakt abrupt plaats voor ergernis en frustratie. De administratieve calvarietocht kan beginnen. Toch maar eerst naar de bakker hollen. Vervolgens de kapotte ruit aangeven bij de autoriteiten. De lokale politie is goed georganiseerd. Oefening baart kunst. Vlot worden alle nodige attesten overhandigd. Ik ben buiten in een klein halfuur. Ik rijd de gehavende wagen naar de reparateur. Bij aankomst schrik ik mij een hoedje. Tientallen wagens staan in de garage met ingeslagen ruiten. Ondertussen verpletteren de kadettenmeisjes van Daring Molenbeek de meisjes van Wellington: 10-0. Daring heeft een van de beste clubhouses van het land, met een gezellig terras dat uitkijkt op het hoofdveld. De omzet van de flessen rosé stijgt met het uur. Gezelliger kan niet, ondanks alle geleden overlast. Brussel heeft vele gezichten. Zondagavond verovert Anderlecht spits alle supportersharten. Dieudonné – Dieumerci – Mbokani scoort zijn tweede beslissende doelpunt in drie dagen tijd. Bepalend in Moskou en Genk. Brussel heeft ook mooie kanten. Royal Sporting Club Anderlecht staat weer waar het thuishoort. Aan de leiding. De overlast wordt even vergeten. www.brusselnieuws.be/steegen David Steegen is persverantwoordelijke van voetbalclub RSC Anderlecht

ADVERTENTIE

S OCIALE V ERHUURKANTOREN

Verhuur uw woning zorgeloos Gegarandeerde huur elke maand Verzekerd verhuurbeheer Onderhoud van uw woning Steun voor de renovatie Fiscale voordelen

www.fedsvk.be 02 412 72 44

M�� �� ����� ��� ��� B������� H������������� G�����


BDW 1298 PAGINA 26 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

ng 1 Europalia Brazilië: afleveri Ronaldinho! Bossanova! Carnaval!

E

Viva Brasil!

©SA SKIA VAN DER STIC HEL ©

Allemaal made in Brasil. Maar Brazilië is veel meer dan dat. Dat zul je de komende maanden zeker kunnen ontdekken. Overal in België én dus ook in Br ussel kun je van Braziliaanse kunst, dans, circus, film s, muziek en lek kere hapjes proeven. En af en toe ook bij Zazie, want wij hebben wel een boontje voor dat levenslustige volk uit Zuid-Amerika. Deze week in aflevering 1: een les in capoeira.

riek elke woensdag cap deren krijgen in de Pianofab

oeirales van Steve, alias Ta

ttoo.

. . . t r o p s n e e r Niet zomaa Kin

ek uit: ka-poe-ee-ra)? re (sp a’ eir po ‘ca n va d or ho Ooit ge Zoals , acrobatie én spel tegelijk. k alsmaar meer beoefend. oo r Het is gevechtskunst, dans hie t rd wo en ilië az Br helemaal over waaien uit Zazie zag hen trainen, en n. lge vo s ale Deze bijzondere sport komt eir po ca ag sd en RDENS Zhao (8) en Luca (11) elke wo as Tattoo! DOOR PATRICK JO ali e, in Sint-Gillis, waar Lilu (11), ev St r aa ler n hu t me ge capoeira-dansers en sprak nadien met de drie jon

Waarom hebben jullie voor deze elegante gevechtskunst gekozen en niet voor bijvoorbeeld judo, of een andere sport? Zhao (Z): Door mijn papa, die vond dat ik het eens moest proberen. AO Ik werd ook veel gepest op ZH school en ik dacht: “Als ik capoeira kan, dan gaan ze misschien met mij willen spelen.” En nu heb ik meer vriendjes... Want capoeira, dat is iets speciaals hè! Lilu (L): Onze papa was ooit naar Brazilië op reis geweest, maar daar had hij het niet gezien. Hij heeft het hier in België ontdekt. Hij had veel spijt dat hij het zelf niet kon doen en zei dat je er veel leuke trucjes mee kon leren, zoals radslag en zo. Luca (Lu): Ik deed vroeger judo en ook jiujitsu, maar daar ben ik mee gestopt. Ik wou liever capoeira doen, omdat er zoveel acrobatie in zit. L: Wat ik ook leuk vind is dat er muziek en ritme bij horen. Het is eigenlijk sporten op ritme, en dat heb je niet bij andere sporten. En het zijn ook leuke ritmes, die we meestal niet kennen.

En is het soms lastig, die capoeirabewegingen? Moet je bijvoorbeeld soepel, sterk, snel zijn? Z: Soms is het wel lastig. Je moet soepel leren zijn en je moet ook goed oefenen om je evenwicht te behouden. En ook moet je je beenspieren veel trainen. Want radslag moet je soms heel recht doen, met je benen recht de lucht in, bedoel ik. U L: Ja, bij de eerste lessen LI L waren mijn benen heel stijf. We oefenden toen veel de cadeira, dat is een houding waarbij je door je knieën moet zakken en je armen voor je borst houden. Jullie hebben op het eind van de les per twee bewogen, terwijl de anderen in een kring om jullie heen stonden en liedjes zongen. De twee ‘dansers’ in het midden moesten elkaar goed in de ogen kijken. Waarom? Z + L + Lu: Weten we niet... Tattoo (T): Eigenlijk is capoeira vooral een gevechtsspel, dat je per twee doet. Je moet er goed je aandacht bij houden,

want anders zou je bijvoorbeeld een trap van iemand kunnen krijgen, of kunnen er andere ongelukjes gebeuren. Daarom vragen we de kinderen maar ook de volwassenen om zich eerst goed te concentreren en in elkaars ogen te kijken. Om elkaar goed te vertrouwen. Z: Als iemand je wil pijn doen, kan je ook capoeira gebruiken om je te verdedigen.

niet vechten en dus hebben ze van hun gevechten stiekem een soort dansen gemaakt. Zo wisten hun meesters niet echt wat ze deden. T: Wat Zhao vertelt klopt. Heel vroeger was capoeira zelfs verboden, maar nu is het in Brazilië erg populair. Bijna iedereen doet het daar, op sommige scholen wordt het zelfs aangeleerd. Het is ook goed om de kinderen van de straat te houden. Er is veel armoede in de grote Braziliaanse steden, en sommige kinderen hebben niets om mee te spelen. Door capoeira te doen kunnen ze zich toch amuseren, en hebben ze een doel in hun leven.

Heb je dat ooit al gedaan? Z: Ja, een paar keer. Op de speelplaats bijvoorbeeld, want er zijn veel leerlingen die met mij willen vechten. Het begint met ruzie en soms wordt het vechten. Anderhalf uur per week trainen Af en toe doe ik dan jullie. Hoe voel je je na zo’n les? CA LU capoeirabewegingen en Z: Goed, ik heb dan opnieuw dan stoppen ze. Allez, soms veel energie om mijn toch... huiswerk en zo te maken... Lu: Ik ben altijd opgewonden, ik zou willen Ik heb gelezen dat dat het al meteen de volgende capoeira héél lang geleden week was. is bedacht door slaven die vanuit Afrika naar Brazilië werden gebracht. Weten jullie daar iets Ook zin in capoeira? Je kan nog altijd aansluimeer van? ten bij de lessen van Tattoo. Bel naar Lionel Z: Ja, papa heeft me de legende eens van de Pianofabriek op 0474-24 00 96 of stuur verteld. Die slaven mochten eigenlijk een mail naar abadakids@hotmail.com.


BDW 1298 PAGINA 27 - DONDERDAG 6 OKTOBER 2011

© SASKIA VANDERSTICHELE

[ SORRY ] SNORRY

Draken temmen in de bib! “Het is bewezen dat je door te gamen je hersenen traint en er vaak je fantasie mee stimuleert.” Dat zegt Eva Tack van de Sans Souci-bibliotheek in Elsene tegen Zazie. Daar kan je sinds een paar weken nu ook gaan gamen met de Playstation 3 of de Wii. Lego Batman, Little Big Planet 2 + 3, My Word Coach of ‘Hoe tem je een draak’: ze zijn nu ook in de bib te vinden. Bovendien worden ze geprojecteerd op grote witte muren, waardoor het er nog spannender, zeg maar ‘echter’ uitziet. Sorry snorry? Was een bib niet vooral bedoeld om goede boeken uit te lenen? vroegen wij ons af. “Dat kan natuurlijk nog altijd, hè!” zegt Eva. “Maar we willen de betere games hier voortaan

ook een plekje geven. We hebben er wel voor gekozen om niet teveel gevechtsgames aan te bieden. En ook belangrijk om te weten: je kan telkens maar een halfuurtje spelen, daarna is het de beurt aan een ander kind.”

Sprookje in Charlie Chaplin-stijl Een vrouw op blote voeten die zegt dat ze een fee is en niet veel later hoog-hoogzwanger wordt Een man die bijna stikt in het dopje van een ketchupfles Drie Afrikaanse jongens die ervan dromen om Engeland te zien ... De film La Fée van Brusselaars Dominique Abel en Fiona Gordon zit vol gekke scènes, wilde achtervolgingen, half mislukte dansjes én domme politieagenten. “Echt grappig!” vonden ook Salah (10) en Redwan (9), die samen met Zazie in de

bioscoop zaten. “Eigenlijk wilden we naar de film La Guerre des boutons gaan kijken, maar die speelde in een andere cinema en daar was het te

Idulfania door Brecht Evens

De gameskussens, koptelefoons en controllers liggen op je te wachten op woensdag en donderdag, van 16u tot 20u, én op zaterdag, van 10u tot 14u, in de gezellige Sans Souci-bib, Sans Soucistraat 131 in Elsene. Meer info vind je op www.elsene.bibliotheek.be/games.

BLIK BLIKVANGER duur, vond mama. We zijn blij dat we nu toch La Fée hebben gezien! Onze lievelingsscène? Waarin die man komt aanvliegen als een meeuw en telkens vergeet wat de fee hem gezegd heeft.” En ze moeten er nog een beetje om nalachen. La Fée, een kruising tussen slapstick en sprookje, is een geestige film voor de hele familie. Nu te zien in enkele zalen in Brussel.


BDW - editie 1298