Bnieuws 06 2014 2015

Page 1

B NIEUWS

#06 MARCH 2015

INDEPENDENT PERIODICAL OF THE FACULTY OF ARCHITECTURE AND THE BUILT ENVIRONMENT | TU DELFT

transparanter proces

instemmingsrecht

moderniseer medezeggenschap

harde veto's

reflectie is essentieel

Opleidingscommissie College van Bestuur

Dir. Onderwijs

Drie leden

& opleidingsdirecteur*

ORAS

initiatiefrecht

Afdelingsvoorzitter

BouT

Research Council

AE+T

PhD Council., P. Leiders, GS

Afdelingsvoorzitter

Raad van Toezicht

Fac. Studentenraad

RE&H

Ondernemingsraad Dir. Onderzoek

Afdelingsvoorzitter

A

rendementsdenken

Forum

F&C

BOSS DELTA

Com. ICT

BK i.o.

STUDENTEN MEDEWERKERS

BNIEUWS

Afdelingsvoorzitter

Prometheus

Opleidingsdirecteuren Geomatics, EMU, MCD, Berlage

O&S

goed overleg

Graduate School

Opleidingscoรถrdinatoren Bachelor en Mastertracks

OTB Universiteitsdienst

vertrouwen in het CvB

Studentenraad

Afdelingsvoorzitter

Raad van hoogleraren

VSSD HR

BO

U

LIJST B

achter gesloten deuren

Polis Stylos

Groepsraad Overlegorgaan tussen decanen en leden van het CvB

College voor promoties 100% R.

Onderdeelcommissie Decaan

Argus

Bouwpub Vakbonden

Management team Decaan, Dir. Onderzoek, Dir. Onderwijs & Afd.voorzitters

Programmaleiders Sturen onderzoeksprogramma's FMVG PhD Council

maatschappelijke verantwoordelijkheid

adviesrecht stem van de student

trage besluitvorming


2 NIEUWS

B NIEUWS 06 MARCH 2015

EDITORIAL

GOODBYE HANS WAMELINK

Op het verkeerde been Enkele weken geleden zag een extra Bnieuws het licht. Althans, zo leek het. In deze editie stond onder andere het eerste interview met de ‘nieuwe decaan’. Deze Satirical Periodical maakte de tongen los, zo bleek in de dagen die erop volgden. Voor de oplettende lezer was het snel duidelijk dat het om satire ging. Maar er waren ook collega’s die wat langer op het verkeerde been stonden. Een actie die past in de rijke Bouwkunde traditie van debat. Ook ik heb met een grote glimlach versie #EI gelezen, ondanks het op pagina twee genoemde ‘laughing prohibited’. Met creativiteit en gevoel voor humor heeft ‘het grijze ei’ een spraakmakend magazine samengesteld. Uiteraard heb ik me, net als waarschijnlijk alle lezers, de vraag gesteld: ‘wat is de boodschap?’. Opvallend was dat collega’s die ik sprak niet allemaal dezelfde boodschap meenden te herkennen. De auteurs van het magazine geven zelf aan dat het hen gaat om het belang van een academische setting waarbij studenten leren kritisch te denken. Vervolgens stellen zij zichzelf de vraag: ondersteunt het huidige klimaat dit? De verleiding is natuurlijk om als eerste reactie te zeggen: zeker! Als er één faculteit aan onze universiteit is waar studenten geleerd wordt kritisch te denken dan is het Bouwkunde wel. Het verschijnen van versie #EI is daarvan eigenlijk zelf het beste bewijs. Maar een dergelijk antwoord is te makkelijk. Want kritisch denken, met elkaar in discussie gaan en leren van elkaar is diep geworteld in onze faculteit, maar niet vanzelfsprekend. Haalt ons onderwijsprogramma het beste in studenten naar boven? Het leerproces dient verschillende elementen te bevatten zoals overdracht van technische kennis, het aanleren en trainen van ontwerpvaardigheden en het analyseren van complexe vraagstukken. Daarbij vereist een academische setting dat studenten leren die vraagstukken van verschillende kanten te belichten. Mijn ervaring is dat mensen met een kritische houding vooral succesvol zijn, in het geval ze die houding combineren met een duidelijk doel en het benodigde diepgaande inzicht. Kritisch zijn om het kritisch zijn leidt zelden tot iets. Gelukkig heeft onze BK community daar niet al te vaak last van. We zijn tenslotte een ingenieursopleiding, gericht op het creëren van oplossingen. Maar daarin is geen ruimte voor zelfingenomenheid. En als je af en toe op het verkeerde been gezet wordt, weet je daarna weer dat je met beide benen op de grond moet blijven staan.

It’s time to say goodbye to Bnieuws as we have come to know it. For many months we have been steadily working towards not just a new layout, but a new concept for what Bnieuws stands for and how we can adapt to the changing times. And boy, times are a’changing. The satirical Bnieuws published by Het Grijze Ei - which called for more humor and freedom to express oneself within the faculty - seemed to echo a shift in the academic climate. With students in Amsterdam and other parts of the Netherlands demanding a more democratic university, we have approached several BK City dwellers to express their opinion on the rights and duties of both the university as an institution and its students. Is a revolution knocking on our door? A change which has been anticipated comes in the shape of a new dean, Peter Russell. We are looking forward to introducing him to you on the pages of the new Bnieuws. While interim dean Hans Wamelink prepares to pass on the batton, we are also saying goodbye to our longest running columnist - Robert Nottrot. In each of his forty contributions, he managed to add wit and insight to the pages of Bnieuws. His successor will have a tough time filling his shoes. Robert, we wish to thank you for being a part of our publication. As you, reader, close this edition of Bnieuws, we close another chapter in our 48 year history. Help us make the 49th year unforgettable. Till next time, in our newest incarnation...

IN MEMORIAM

FREI OTTO

Frei Otto (Ingenhoven und Partner Architekten, Düsseldorf)

Munich Olympic Park (Ulrich Knaack)

Frei Otto passed away on 9 March 2015 at the ripe old age of 89. For more than 50 years he was an internationally renowned pioneer who introduced membrane constructions to the world. In the 60s he took his first steps into the spotlight with the German Pavilion in Montreal (designed with architect Ralf Gutbrot) and the innovative tensile structure for the Olympic Games in Munich (with architect Günther Behnisch). The scarcity of construction material during the WWII helped him develop his desire to create buildings through minimal use of materials. This resulted in the devolpment of membrane constructions, followed by cable constructions finished off with acrylate or pvc-coated polyester. Despite the fact that many within the architectural

field envied him, Frei Otto remained the man who gave the world tensile structures. He was posthumously – and rightfully - named 2015 Pritzker Laureate. In 1970, I spent five months working in his IL institute, which grew from a 5-man into a 55-man operation, with nationalities from 50 different countries. They all became his followers. Since then I have always associated innovation with his spirit. Prof.dr.ir.Mick Eekhout Founder Octatube


F

Peter Russell

7

Peter Russell Timeline

Faculty of Architecture

About Status

New Dean at Faculty of Architecture & the Built Enviro...

Friends

Photo / Video

Photos Life event

What's on your mind?

Past Professor at RWTH Aachen

B_Nieuws 17 march 2015 at 17.00

Moving to Delft, The Netherlands Studied at Technical University of Nova Scotia

Dear Dean, welcome to our faculty! We saw you liked our facebook page. Would you be interested in an interview? Please contact us by e-mail: bnieuws-bk@tudelft.nl

From Ottawa, Canada

Like • Comment • Share 25 likes

About Dean of The Faculty of Architecture and the Built Environment at TU Delft and Partner at IP arch GmbH

Peter Russell 15 march 2015 at 23.20

Past: Karlsruher Institut für Technologie and Thomas van den Valentyn, firefighter Studied Architecture at Dalhousie University Attended from 1986 to 1990 Past: Technical University of Nova Scotia and RWTH Aachen

Became friends with Carel Weeber, Hugo Priemus, Age van Randen, Ernst E. Ladde, Jürgen Rosemann, Cees Dam, Hans Beunderman, Jan Gerrit Rots, Wytze Patijn, Peter Boelhouwer, Karin Laglas, Hans Wamelink and Karel Luyben 354 likes

Likes FSR Bouwkunde 10 march 2015 at 16.42

B_Nieuws

Bouwpub

FSR Bouwkunde

Technical Univer...

Prêt à loger

D.B.S.G. Stylos

Delta

The Berlage

Faculty of Archi...

The Faculty Student Council congratulates Peter Russell with his appointment as new dean of the Faculty of Architecture and the Built Environment! The student council has the utmost confidence that he, as a former firefighter, can protect our faculty from catastrophes such as the fire from 2008.

Like • Comment • Share 38 likes


4 BK IN FOCUS

B NIEUWS 06 MARCH 2015

NIEUWSTE AANWINST VAN DE FACULTEIT

BK AWARDS Talentvolle studenten genoeg op onze faculteit, dat valt niet te ontkennen. Maar wat gebeurt er met al dat veelbelovende, geprezen werk waar zoveel passie en energie in is gestoken? Waarnemend decaan Hans Wamelink zag een kans en bedacht ‘De BK Awards van Bouwkunde’. Niet alleen om naar te kijken, maar ook om van te leren en te inspireren. Bnieuws is heel benieuwd naar dit initiatief en vroeg daarom aan Hans Wamelink: Wat? Waarom? En vooral: Waar?

Prêt-a-Loger team; één van de dreamteams van de TU Delft waar veel studenten van onze faculteit bij zijn betrokken. Zij sleepten maar liefst vijf awards in de wacht.’ Bijzondere prestaties van studenten worden bekend gemaakt in het BK City News, maar Wamelink wil ook een centrale plek creëren zodat hun resultaten in het zonnetje kunnen worden gezet. BK Awards wordt een ‘showcase’ voor de breedte van wat er allemaal mogelijk is op de faculteit Bouwkunde. ‘Het beoogde effect is het inspireren van medestudenten.’

Wat? Voormalig decaan Karin Laglas liet de huidige tentoonstellingsruimte ‘na’, Hans Wamelink eindigt zijn decaanschap met de BK Awards wand. ‘Er wordt altijd gesproken over bekende architecten, gastsprekers en mensen van buitenaf. Het gaat nooit echt over de studenten, terwijl er 3.000 studenten aan de faculteit studeren.’ BK Awards is dus primair bedoeld voor de prestaties van studenten. Denk hierbij aan de winnaars van de Archiprix, (scriptie-)prijsvragen en dreamteams. Ook zal er ruimte zijn voor eervolle vermeldingen en excellente afstudeerders. ‘We willen de fantastische dingen die studenten doen tentoonstellen en laten zien dat we daar als faculteit heel trots op (mogen) zijn.’

Waar? BK Awards wordt begin april geopend aan de oostzijde van de Straat van Bouwkunde en is ontworpen door bureau Kosmann.Dejong, dat in 2008 ook de rest van de Straat heeft ontworpen. In de perspex boxen is ruimte voor maquettes, tekeningen en tekst. Verticale lamellen en een tekst op de vloer (zie afbeelding) zullen de aandacht trekken en voorbijgangers uitnodigen om stil te blijven staan.

WIST JE DAT...? - De awards van het Prêt-a-Loger team al in een tijdelijke prijzenkast te zien zijn; in de perspex box voor het kantoor van Bnieuws en de FSR? - Filippo Maria Doria in 2014 de Archiprix NL won met een bijzonder ontwerp voor een blindenbibliotheek in het park van Villa Borghese in Rome?

Impressie BK Awards door Kosmann.dejong

Waarom? Volgens Hans Wamelink wordt er te weinig stilgestaan bij de bijzondere prestaties van studenten. ‘Neem bijvoorbeeld het

JS & LD


EEN TOEKOMST VOOR AFVALMATERIAAL VAN STUDENT NAAR ONDERNEMER

Afvalmaterialen als uitgangspunt voor architectuur, dat is waar Laura Rosen Jacobson een jaar geleden haar afstudeerproject binnen de studio Architectural Engineering (AE) mee begon. Hergebruik van materiaal is natuurlijk een hot item binnen duurzame architectuur, maar hoe maak je dit waar? Hoe kunnen industriële restmaterialen lokaal worden toegepast als bouwmaterialen? Dat is de uitdaging. Inmiddels is die fascinatie uitgegroeid tot een start-up en is ze bezig met het opzetten van ‘Buurman’ - een winkel voor afvalmateriaal in hetzelfde gebied als haar afstudeerproject. Materialen uit de industrie en de bouw worden hier ingezameld en krijgen een tweede leven in klusprojecten die ter plekke kunnen worden uitgevoerd. “Dat is afval verwerken op een creatieve manier.” Lees meer over hoe Laura’s innovatieve afstudeerproject ‘Rethinking the Unwanted’ heeft geleid tot een Rotterdamse bouwmarkt voor restmaterialen! DOOR JANE STORTELDER Je afstudeerproject staat in het teken van afval. Waar komt die fascinatie vandaan? De studio AE slaat een brug tussen bouwconstructie en architectuur. Het heeft dezelfde opzet als Explore Lab, alleen ontwerp je bij AE vanuit een technisch startpunt. Dit kan bijvoorbeeld de interesse in een bepaald materiaal zijn. Ik wilde onderzoek doen naar restmaterialen en in hoeverre deze zouden kunnen dienen als bouwmateriaal. Deze interesse ontstond drie jaar geleden in Argentinië. Ik woonde bij een vriend die studeerde aan de faculteit Bouwkunde in Buenos Aires. Hier bevindt zich onder leiding van architect Carlos Levington in de kelder een soort proeflokaal waar wordt geëxperimenteerd met afvalmaterialen. De faculteit verzamelt bijvoorbeeld al het plastic, vervolgens wordt dit versnipperd en ten slotte proberen studenten er plaatmateriaal van te maken. Ook heb ik toen meegedaan met een project in een dorpje op de grens van Argentinië en Chili. In Chili had een vulkaan veel as uitgestoten. Dit was met de wind meegewaaid, waardoor het dorpje onder een laag van as lag. Aan de docent was gevraagd om met een groep studenten een ontwerp te maken voor een buurthuis waar gesproken zou kunnen worden over de ontstane problemen. De kunst is om niet meteen te beginnen met het storten van beton, maar eerst jezelf af te vragen wat er eigenlijk is en hoe je daar iets positiefs van kan maken. We hebben het probleem als uitgangspunt genomen en we hebben geëxperimenteerd met as als bouwmateriaal.

Uiteindelijk is er een ontwerp gemaakt van met as gevulde zakken. Dat vind ik mooi: als ontwerper ruim je op en tegelijkertijd bouw je iets. Dit idee is me de jaren daarna bijgebleven. Persoonlijk vind ik dat we aan deze faculteit te veel ontwerpen vanuit vorm, context en ruimte. Dan kom je als student als snel uit bij een staalskelet of beton. Terwijl het gebouw veel beter op z’n plek past als je een lokaal probleem of materiaal neemt dat al aanwezig is. Zo zijn in Haïti dakplaten geperst van het zwerfafval. Dat is heel oplossingsgericht ontwerpen. Natuurlijk heeft Zuid-Amerika over het algemeen een veel groter probleem met afval dan dat we hier hebben, maar ik wilde voor mijn afstudeerproject ook kijken naar wat haalbaar is in Nederland. Ik wist namelijk helemaal niet hoe het in ons land met afvalverwerking en de verschillende stromen zit. Dit heeft in de basis heel weinig met architectuur te maken, maar ik wilde de pijnpunten vinden. Met welke materialen gebeurt op dit moment niets, terwijl ze wel interessant zouden kunnen zijn voor recycling? Hoe is de afvalverwerking in Nederland geregeld? Tijdens mijn onderzoek was ik echt verbaasd: afval wordt in Nederland maar heel weinig gescheiden. Vergeleken met andere Europese landen doen wij eigenlijk alles in een grote, grijze zak. In 2001 heeft de overheid flink geïnvesteerd in nieuwe verbrandingsovens. Deze ovens


6 PROJECT

B NIEUWS 06 MARCH 2015

"Verbrandingsovens hebben baat bij een hoge afvalproductie. Sinds de crisis van 2008 is er echter een zogenaamd ‘tekort’. Plat gezegd: we produceren te weinig afval."

zetten restwarmte om in ‘groene energie’ en worden daarom geprezen. In de praktijk blijkt dit echter niet geheel het geval te zijn. De temperatuur in deze ovens loopt op tot 1000 graden Celsius en ze kunnen niet worden uitgezet. Dat betekent dat ze constant moeten worden gevoed. Afvalbedrijven hebben dus baat bij een hoge afvalproductie. Sinds de crisis van 2008 is er echter een zogenaamd ‘tekort’. Plat gezegd: we produceren te weinig afval. Op dit moment wordt er zelfs afval vanuit Engeland geïmporteerd. De behoefte om bijvoorbeeld plastic te scheiden is er dus simpelweg niet. Dat is meteen ook het grootste pijnpunt: er is geen enkele prikkel om te kijken naar de waarde van al dit afval en om te onderzoeken of er iets anders kan worden gedaan met sommige materialen, zonder ze meteen te verbranden. Op welke manier heb je de stap van dit onderzoek naar je ontwerp gezet? Eerst heb ik gekeken naar welke afvalstromen überhaupt interessant zijn om te gebruiken als bouwmateriaal. Huishoudelijk afval is natuurlijk het meest voor de hand liggend, maar voor mij was industrieel afval veel interessanter om te onderzoeken. Dit zijn vaak grotere en betere materialen. Als locatie heb ik vervolgens het Merwe-Vierhavens gebied (M4H) in Rotterdam gekozen. Een havengebied met veel industrie, maar ook vlakbij de stad. In de komende decennia wordt het ontwikkeld tot een modern woongebied. In de tussenliggende periode heeft de gemeente het aangewezen als vrijhaven voor innovatieve architectuur. Dat is goed te merken, want er zitten al verschillende jonge, creatieve bureaus, zoals Studio Roosegaarde en Atelier van Lieshout. Voor mij was dit de perfecte locatie: er zit industrie en er is ruimte voor vernieuwing. Toen ben ik door het gebied gaan lopen met een formuliertje met vragen. Ik ben bij bijna alle bedrijven binnengelopen om in kaart te brengen wat ze aan afval produceren en wat er mee gebeurt. Dat was naast heel leuk ook heel nuttig om te doen. Uiteindelijk zijn er 52 restmaterialen aangewezen, variërend van stalen balken tot slib. De materialen zijn in een boekje samengebracht en beoordeeld op hun architectonische potentie als constructief element, isolatie of decoratie materiaal. Dit ratingsysteem bracht voor mij vier hoofdmaterialen naar voren: stalen olievaten, de bijbehorende ringen, kabelhaspels en gasbuizen. Met dit laatste materiaal worden gasleidingen ondergronds geïsoleerd. Omdat het uit een combinatie van staal, isolatie en plastic bestaat, kost het veel energie om het restproduct te verwerken. Vaak worden stukken van wel vijf meter weggegooid en vervoerd naar een shredder in Nijmegen. Dat kost veel geld, waardoor hergebruik ook financieel aantrekkelijk is. Ik heb de buizen voor mijn ontwerp als kolommen toepast.

Je hebt met de restmaterialen een moskee ontworpen. Waarom heb je voor deze typologie gekozen? Binnen AE mag je als student zelf de ontwerpopdracht schrijven. Ik heb islamitische architectuur altijd heel boeiend gevonden. Het zijn vaak hele natuurlijke gebouwen waarbij veel gebruik wordt gemaakt van lichtinval, lokale materialen en heldere constructieprincipes. Ik vond dat dit gedachtegoed goed aansluit bij mijn wens om restmateriaal te hergebruiken. Ik was niet meteen van plan om ook daadwerkelijk een moskee te ontwerpen, maar ik wilde me wel verdiepen in de architectuur. Toen kwam ik erachter dat moskeeën eigenlijk helemaal geen plekje in de Nederlandse samenleving hebben: het zijn vaak gekke gebouwen op vreemde locaties en ze passen niet bij de Nederlandse architectuur. Dat vond ik een uitdaging. Hoe kun je ervoor zorgen dat een gebouw, dat voor ons zo vreemd is, beter in z’n omgeving past? Ook M4H als locatie bleek heel geschikt. In de omgeving wonen namelijk veel moslims. Er is al een grote moskee, maar er bleek een grote vraag te zijn vanuit een nieuwe doelgroep: de jonge moslims. Dit zijn moslims van onze generatie die zich volledig Nederlands voelen. Zij willen dus ook de preken in het Nederlands horen. In Den Haag heb ik zo’n moskee specifiek voor jonge moslims bezocht. Het was een hele moderne omgeving met jongeren met verschillende achtergronden. Ik vond het een interessante doelgroep en op dat moment viel het allemaal samen: de proeftuin voor innovatieve architectuur en jonge moslims die een plekje zoeken. Je hebt je afstudeerproject gecombineerd met het opzetten van Buurman, een winkel en werkplaats voor restmateriaal in hetzelfde M4H gebied. Je bent nu niet meer student, maar ondernemer. Hoe is dat balletje gaan rollen? Via een architect met wie ik contact had over mijn afstudeeronderzoek kwam ik in contact met ‘De Bende’, een bedrijf dat meubels maakt uit restmateriaal. Toen was het idee van Buurman al geboren en uiteindelijk hebben we dit met z’n vieren doorgepakt. De loods was er al en er lag ook wat materiaal en gereedschap. Langzaamaan hebben we de loods verbouwd. We hebben muurtjes gesloopt en werkbanken en stellingen voor materiaal gemaakt. Het doel was om de loods leefbaar te maken als winkel en werkruimte. We zijn begonnen aan de aanbodkant, want je wilt natuurlijk wel een gevulde winkel hebben. Hoe komen we aan materiaal? We hebben contact opgenomen met het bouwbedrijf ERA Contour en zij zijn nu al een half jaar onze vaste leverancier. In de bouw wordt een grote marge aangehouden, dus is er sprake van veel restmateriaal. Alles wat over is, groter dan één m2 is en drie rechten kanten heeft, komt naar ons. Dan moet je denken aan houten platen, pvc buizen en steigerhout. Maar laatst kregen we bijvoorbeeld ook een hele partij marmeren


7 vensterbanken binnen. Deze waren twee centimeter te breed en afgekeurd. Tegenwoordig hebben we ook afspraken met Het Nieuwe Instituut en de Kunsthal. Een andere stroom van afvalmaterialen is namelijk afkomstig van tentoonstellingen, zoals bijvoorbeeld na de James Bond tentoonstelling. Normaal gesproken wordt alles weggegooid. Nu breken zij het voor ons af en rijden wij op en neer om het op te halen. Hoewel de aanbodkant goed loopt, moet er aan de vraagkant nog veel gebeuren. Onze klanten zijn nu nog vooral meubelmakers. Het is belangrijk om hergebruik te stimuleren zodat mensen niet meteen naar de Praxis of Gamma rijden voor een houten plaat. Gelukkig begint het onder doe-het-zelvers steeds meer te leven om een bouwmateriaal als uitgangspunt te nemen. Bij mijn afstudeerproject kon dit natuurlijk heel goed, maar in de echte bouwwereld gebeurt het nauwelijks. Vaak ligt er een ontwerp en moet je dan kijken of dit past bij een restmateriaal. Het is belangrijk om mogelijkheden te zien. Daarom denk ik dat de vraag in de toekomst vooral vanuit de creatieve industrie zal komen. We zijn officieel anderhalve maand geleden geopend. Hiervoor hebben we natuurlijk veel tijd geïnvesteerd en alles wat er op dit moment aan inkomsten binnenkomt, stoppen we er meteen weer in. Het voelt nog onwennig om een ondernemer te zijn, maar het is wel heel leerzaam. Nu wordt het echt spannend; is Buurman behalve een duurzaam initiatief ook een winstgevend concept? Waarom ‘Buurman’? De naam geeft het laagdrempelige aan; even een plankje van dertig bij dertig halen, dat kan ook! Daarnaast is het ook een openbare werkplaats met allerlei soorten gereedschap. Als je thuis geen ruimte hebt, kun je bij ons een werkbank huren voor een dag of een paar

dagen. Je krijgt dan toegang tot al het gereedschap en de zagerij. Behalve het team van Buurman lopen er altijd genoeg mensen rond die een handje kunnen helpen bij het klussen. Buurman is namelijk slechts een stukje van de loods die recentelijk tot de ‘Keilewerf’ is gedoopt. In het andere deel zijn tien vaste werkplaatsen waar onder anderen surfboardmakers en een marmerbewerker gebruik van maken. Kortom, één grote creatieve broedplaats voor klussers! Buurman is pas net geopend, hoe zie je de toekomst voor je? Ik hoop dat bij architecten, winkelinrichters en bouwers op kleine en grote schaal een knop omgaat en dat zij aan het begin van het proces naar Buurman komen om zich te laten inspireren door de mogelijkheden met lokaal restmateriaal. Het ideale scenario is dat men al een basisontwerp in z’n hoofd heeft zitten en dat zij de verdere uitwerking baseren op de materialen die hier liggen. Verder zou het echt mooi zijn als wij als het ware een tussenpartij worden tussen de afvalindustrie en de creatieve industrie en dat we kunnen concurreren met afvalbedrijven. Op dit moment bespaart bijvoorbeeld de Kunsthal veel geld doordat wij het afval op komen halen. Dat is natuurlijk een win-win situatie, maar in de toekomst zou het ideaal zijn als ook wij geld kunnen vragen. Dat is afval verwerken op een creatieve manier. Ik denk dat vanuit het gedachtegoed van de circulaire economie ook zeker grote kansen liggen: afvalmaterialen op een lokale en duurzame manier herbestemmen in plaats van ze te verbranden, dat is uiteindelijk de toekomst. Wil je zelf ook kopen of klussen bij Buurman? Ze zijn van woensdag tot vrijdag geopend op de Vierhavensstraat 56, Rotterdam. Meer info? Kijk op www.buurman.in of mail naar laura@buurman.in


8 INTERVIEW

B NIEUWS 06 MARCH 2015

DON'T FOLLOW T

PETER LÜTHI SAYS GOODB Normally people have to be on time, but for this special occasion an exception is made. After half an hour people are still trickling in for the farewell and book launch of Peter Lüthi in a packed room C. After almost forty years of teaching at our faculty the farewell is heartfelt, but also a clear sign Peter Lüthi still has a lot to share with us. Bnieuws spoke with him to find out which lessons he still wants to share with us. BY LOTTE DIJKSTRA TEACHING PHILOSOPHY I strongly believe my strength lies in teaching from my own experiences from my work in practice. The combination of both teaching architecture and practicing architecture also influences my own work. It gives me the opportunity to offer continuity and make experience from practice accessible to students. The university environment is like riding a bicycle with training wheels, practicing for the ‘real’ work. I believe it is very important to have this safe environment, in which ideas can blossom and grow. But I also believe students should have a notion of the fact that the outside world is different. You deal differently with people in the world of architectural practice. By stimulating this notion of difference I hope to make it possible for students to keep the poetry, but lose the naivety. TEACHING STYLE Usually I work with small groups that consist out of very different people. Some already have the hang of it, others miss routine. That is not a problem, as long as you are curious and willing to learn and work. Designing is also building and rebuilding. It is a process that requires passion in order to make it live. To achieve this you have to invest in the design with your willpower and belief. It also helps to make students aware of their level. If you are a student, you do not yet have to know everything. You will get stuck in you design if you read a lot and start to compare your own skills with famous architects that have been in the business for a long time. Le Corbusier also had a clumsy start with is Paris project ‘Salvation Army’, but it worked out. Being in architectural school is about getting experience, learning to multitask. In the end you will be able to see how all the separate parts come together and form one design. TEACHING TOOLS The manual ‘Tools for Design and Composition’ is a compilation of my knowledge and experience of teaching the design process. It is an example of a method that can help create clarity in the design process. It is my experience that many students get stuck because they lose the overview of the steps they make in their process. The manual offers guidance, clear examples, and further reading if you are interested in a specific subject. It is important to realize that the manual offers one option for the organization of the design process. It is a starting point to learn. After you have mastered this method you can create your personal design process and focus on the things you find important.

Images taken from Manual Tools for Design and Composition

The manual can also help you realize that you have to finish the treatment: acting out on just one of the steps will not create a complete design. My understanding of this phenomena is as follows: I compare the designing process with painting. Rembrandt’s ‘De Staalmesters’ for example shows beautiful portraits that also combine into a good over-all composition. Architectural designs it is often the other way around. The emphasis is often on the over-all composition, while the separate elements deserve attention as well. BEYOND TEACHING Although I am now retiring from teaching, I still have a lot of material to work with. The manual offers a working method for a design process, but I can think of some steps to add in front, after, or next to the described steps. I would love to further explore the relation between the design process and painting techniques. And I will keep reminding students to go outside and just start doing things. Go in to the city and draw. When you draw, you select. Hence your drawings show what you, even subconsciously, selected from a site. These techniques can be applied in the field of architecture, but also in different fields. Urbanists, building technologists, landscape architects, and people from real estate can benefit from applying this personal perspective on a site. Although I am no longer a teacher here in Delft, that does not mean I will stop being a teacher. KEEP THIS IN MIND Every student should read. Every student should participate in contests, not to win, but to practice. And, remember: everything is useful to improve your design skills. You always have to find a balance between your conscience and your feeling. Find a compromise herein and you will be able to create designs that appeal in both a practical and aesthetical way. Even more important maybe is to do the things you are good at. Follow your own passions. A design without passion never works. You should develop your skills in different areas to achieve this. Do not focus on just one skill, but search for a broader perspective. And last, but certainly not least, do not get fooled by the time. There is always work. There is always a story to tell. Words to live by. In the Manual Tools for Design and Composition you will find not only an example of a step-by-step approach, but also impressions of buildings elements, a list of recommended readings, and much more. Bnieuws selected six golden rules from the goodbye speech and the book to live and design by.


9

THE STEPS

BYE (FOR NOW) ‘DEAL WITH THE LIMITS’

You can of course ignore limits, but that will make it impossible to create a design that works. My opinion is you have to say, ‘okay, I will take the limits into account, and be more creative.’ You can already achieve this to a great extent if you work with strong central elements and look at your design from different angles and scales.

‘DON’T FOLLOW THE STEPS!’ You need certain steps in order to create your design. These steps are different for every design, and sometimes you have to try out certain steps to find out if they are necessary. Compare it with walking on ice: you have to test every step, and sometimes you have to let go of a certain direction or apply it on a later moment in the design process.

‘THE IDEA MEANS NOTHING’ It is easy to get an idea, but it is not easy to bring it to life. In order to do this you sometimes have to let go of the in Delft much appreciated ‘concept’. It can be a useful tool in the beginning of your design process, but it can also hold you back and prevent you from seeing other opportunities. And unfortunately some ideas just do not work. You can find out with experience and willingness to let go.

‘EVERYTHING MATTERS AT THE SAME TIME’ I would not say this is my slogan, yet, but I experience this more and more every day. A column in a building is part of the supporting construction, but it can also be an urban reference point, an entrance, and a boundary between public and private space. How everything works together you can only truly learn in practice. I believe it is the core of our role of architects: to be the director of the whole design, and acknowledge the important of not only every element, but also the way they work together to create one whole.

‘THE BUILDING IS IN THE DETAILS’ It is a trend to create seamless buildings with invisible details. But the details are the elements that can give expression to a design and create buildings with substance. The bachelor education for example splits the detailing into climatological design, design of the supporting structure, and the building construction. But the truth is you cannot see these things separate from each other, they create one whole after all. A very useful tool to practice the correlation of these three aspects is working with the ‘section-perspective’. This tool allows you to work with the reciprocal influence of the structural engineering and the appearance of the design.

‘CRITICISM IS NECESSARY’ Criticism should always have the intention of helping the student to get further. In order to give this kind of feedback the teacher needs to be able to keep being surprised. Criticism is not about judging, but about keeping the complexity of a design, adding layers, and helping to put the design in context. This way the student can learn to improve the design and the design process, and the teacher can learn to understand.


10 ALUMNI

B NIEUWS 01 15 SEPTEMBER 2014

"WE ARE FACING AN IMMEDIATE NEED TO BRING POWER BACK TO THE GROWING POPULATION OF URBAN CITIZENS"


ALUMNI 11

AMATEUR CITIES Cristina Ampatzidou and Ania Molenda got their start as editors of Bnieuws, where they honed their writing skills. Despite setting out on their own after graduating from the Faculty of Architecture and the Built Environment, their mutual interest drew them back together. This resulted in the creation of Amateur Cities - an online publishing platform "on alternative ways of citymaking presented critically." Bnieuws sat down with our former peers to discuss the need for amateurism, the urban challenges we are facing and the need for dialogue. BY DAPHNE BAKKER How have your careers evolved after graduation? CA: After graduating we both underwent a process of exploring what it is that we really want to focus on. I worked for several architecture offices before pursuing more research jobs, writing articles and eventually a PhD. Ania right after graduating started working as a researcher doing freelance design jobs in the meantime and then decided to pursue her own research and curatorial projects.

Ania and Cristina at the launch event of Amateur Cities in Post Office, Rotterdam (Giuseppe Licari)

Was your experience as Bnieuws editor a springboard to a career in research and writing? Or have research and writing always appealed to you? AM: We both showed an interest in research and writing, which preceded our work at Bnieuws. It started as early engagements in student or school newspapers that reach back to our secondary and even primary education. Later on it developed through participation in diverse student projects and undertakings, but after all that’s why we both wanted to be part of the editorial board of Bnieuws. CA: Working at Bnieuws was a great process that taught us a lot about the organisation of a publication, the time and energy that it requires and the importance of teamwork in order to produce an interesting result. It was also probably for both of us one of the first more serious attempts to curate content. Was there always a desire to work together? How did the idea for a platform evolve? AM: Well, after graduating, we lost track of each other for a while. But whenever we met, we always shared the same concerns about things that we read and what we felt was missing from the discussion around architecture and urbanism. We started collaborating occasionally on articles and papers and we gradually felt the need to take it a step further. This is how Amateur Cities was created. Why focus on cities and why make the distinction of amateur cities? CA: Cities have always been cradles of culture and progress, as well as spatial manifestations of authority, revolt and social evolution. So considering the fact that in a few years the striking majority of the global population will live in urban slums, we are facing an immediate need to bring power back to the growing population of urban citizens. While the grand architectural and urban manifestations of combined corporate and governmental powers find expression in projects like Masdar, Songdo and alike; the spatial expression of amateur pursuits remains at the fringe of tolerable practices. They are often ignored despite being a positive force that brings our cities closer to making them better places to live. We cannot expect that amateurism will compete with the resources, money and power that centrally managed institutions currently have, but as a political attitude, amateurism can bring back the enthusiasm of being involved in the creation of the ‘commons’. Do you think there is not enough reflection within the fields of architecture and urbanism? Is all the information too superficial and fleeting? AM: Absolutely not! Architects and other professionals from the field tend to complain a lot about the proliferation of magazines and blogs that serially reproduce press releases without any criticality. However, we must also acknowledge that there are several publications that put a lot of energy in making theory more accessible, that publish essays and

critical articles and engage in an effort to better understand and discuss the incredibly fast changes that we observe in cities today. If we want to compose an image of the constantly evolving urban culture, we need these multiple voices. Amateur Cities wants to be one of them. You are both very busy at the moment. Can you describe to us what to expect in the following months? CA: We are currently busy with putting the last strokes on the Amateur Cities website and working on the articles that will appear there shortly. We have a very interesting line up of essays and interviews but we won’t disclose any names yet; you'll have to check the Amateur Cities website. Some content from the platform will be published in a magazine. What can print still offer now that information is just one mouseclick away? AM: Constant change creates the need for constant update and the web provides an excellent platform for that. However, content on the web often lacks the permanence and relevance that is delivered by printed media. That is why Amateur Cities plans to print a yearly magazine that will review and reflect on the online discussion in a thoughtful manner. The aim of the printed magazine is to invite contributors to return to the theme they tackled, update their views and provide a thorough reflection on the changes that have occurred in the meantime. The magazine is not intended to re-publish articles from the website, but to add an extra layer of depth in the on-going research. By combining online and printed media Amateur Cities aims to merge flexibility and change with the need of documentation and production of knowledge. What do you hope to achieve through Amateur Cities? CA: We hope that Amateur Cities will provide a lively platform for dialogue on urban collective intelligence by presenting side-by-side theoretical and practical voices. We are planning to engage experts from architecture, urbanism, science, information technology, media, sociology and philosophy, who are willing to look at the city anew, not as masters but as amateurs. AM: Eventually, we hope that Amateur Cities will become a larger platform that will support cross-sector exchange and innovation related to urban planning, not only by publishing but through an array of activities related to research, curation, presentations, workshops and other events. We are aware of the fact that this is quite an ambitious goal and we will need to invest a lot of time and effort to reach that level of development, but we are very motivated and extremely enthusiastic about this exciting process that is in front of us. For more info visit amateurcities.com

"IF WE WANT TO COMPOSE AN IMAGE OF THE CONSTANTLY EVOLVING URBAN CULTURE, WE NEED THESE MULTIPLE VOICES"


12 BK IN DEPTH

B NIEUWS 06 MARCH 2015

MEDEZEGGENSCHAP Een democratische faculteit? In Amsterdam protesteren studenten en docenten. Ze strijden voor twee principes: meer democratie en minder rendementsdenken. Het is het 'kille' rendementsdenken dat in hun ogen ten koste gaat van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Ook op onze faculteit hebben we te maken met een aantal maatregelen, zoals de BSA, die voor sommigen in de categorie 'rendement' vallen. Toch blijft het opvallend rustig in het kantoor van het CvB en in onze eigen Zuidserre. Dit artikel dient ter stimulering van het debat op onze eigen faculteit. Het huidige systeem van medezeggenschap zal daarom kort toegelicht worden. Daarnaast hebben we een drietal stellingen voorgelegd aan vele betrokken. Kristel Aalbers en Peter Teeuw, beiden lid van de OdC, Bob Witjes namens de FSR, Anne van der Meulen namens Stylos en Jeroen Delfos, voorzitter van de SR van ORAS, hebben gereageerd. Uiteindelijk is de keus aan jullie: bezetten we de Zuidserre of blijven we rustig doorwerken aan onze maquettes?

DOOR JIP PIJS

Op de rechterpagina staat een uitgebreid diagram waarin Bnieuws heeft geprobeerd het systeem van medezeggenschap te visualiseren. Het diagram is uiteraard niet compleet. Op de cover kun je alle organen zelf aan elkaar verbinden...zou jij hetzelfde doen? Wat misschien opvalt, is het beperkt aantal gekozen organen (lichtgrijs), maar deze organen oefenen wel degelijk macht uit. Te beginnen met de ondernemingsraad (OR) en de bijbehorende onderdeelcommissie (OdC). De leden van deze organen worden elke drie jaar gekozen door de medewerkers. De OR heeft TU-breed de rol van medezeggenschapsorgaan, de OdC is het medezeggenschapsorgaan op de schaal van de faculteit. De OdC en de OR houden zich niet bezig met onderwijsinhoud. Ze richten zich op het reilen en zeilen van de faculteit als geheel en van groepen medewerkers. Dat houdt in dat ze wel naar onderwijsaspecten kijken, maar alleen naar de gevolgen daarvan voor het personeel. De OR en de OdC hebben een aantal rechten waaronder een adviesrecht en over sommige (wettelijk vastgestelde) zaken ook een instemmingsrecht.

Stelling 1 'Het uitbreiden van de medezeggenschap van studenten en medewerkers zou de besluitvorming log en traag maken.' Kristel Aalbers & Peter Teeuw: Uitbreiding van de medezeggenschap hoeft niet per se tot een tragere besluitvorming te leiden, mits de nodige clubs vroegtijdig geïnformeerd worden en mee kunnen denken of waar nodig tegengas kunnen geven tijdens het traject, en niet pas na het traject van besluitvorming. De vraag is natuurlijk wel aan wat voor een uitbreiding gedacht wordt. Vanuit ons perspectief is het logischer om eerst eens de medezeggenschap te moderniseren, zodat alle betrokkenen binnen onze faculteit daadwerkelijk vertegenwoordigd zijn in het medezeggenschapsorgaan. Nu hebben bijvoorbeeld de gastdocenten geen stemrecht bij OR en OdC verkiezingen. Binnen onze faculteit is dat een relatief groot percentage van de onderwijsgevenden.

Voor de studenten zijn er eveneens twee organen met democratische gekozen leden. TU-breed is er de centrale studentenraad (SR) waarin tien democratisch gekozen studenten zich fulltime inzetten voor de belangen van de studenten. Jaarlijks kan er gestemd worden op kandidaatleden van twee partijen: ORAS en Lijst Bèta. De SR adviseert het College van Bestuur over beslissingen die studenten aangaan. Bekende voorbeelden zijn de langere openingstijden van de TU Delft Library en de vraag of de bachelor in het Engels moet. Ook de studentenraad heeft een aantal rechten waaronder een adviesrecht en een instemmingsrecht over een (beperkt) aantal zaken.

Bob Witjes (FSR): Behoudens de vraag of dit überhaupt zo is, zou dit nooit een argument tegen meer medezeggenschap moeten zijn. We vinden dat een goede balans moet worden gezocht. Het is, denken wij, onwenselijk dat studenten en medewerkers over elke komma kunnen meebeslissen. Maar onze faculteit is wel een academische instelling. Reflectie is daarbij essentieel, dus ook op het beleid van de faculteit. Dat het dan af en toe wat langer duurt, zien we eerder als een kans om het beleid beter te maken, dan als een hindernis. Bovendien hoeft de besluitvorming ook niet trager te verlopen als er meer medezeggenschap is. Wanneer studenten en docenten (bijvoorbeeld in de vorm van de FSR en OdC, maar ook Stylos en de OC) vroeg in het proces worden betrokken, kunnen bezwaren en wensen van alle kanten snel boven tafel komen en snel worden opgepakt in het proces. Waar dit nu al gebeurt, merken we ook dat het gewaardeerd wordt.

Op de faculteit is er de Facultaire Studentenraad (FSR). Deze bestaat uit negen gekozen studenten die zich naast hun studie inzetten voor hun medestudenten. Elk jaar zijn er nieuwe verkiezingen. De FSR heeft eveneens een aantal rechten, waaronder het initiatiefrecht, om punten op de agenda te krijgen. Ook is er adviesrecht over beslissingen met betrekking op studenten en een beperkt instemmingsrecht. Eens in de zes weken wordt er met de hele FSR, de decaan en de onderwijs- en opleidingsdirecteuren vergaderd tijdens het zogeheten decaansberaad.

Anne van der Meulen (Stylos): Natuurlijk zal de besluitvorming trager gaan door het feit dat meerdere partijen documenten zullen doorlezen en hun reactie hierop geven. Wanneer dit de besluitvorming log maakt is dat misschien jammer, maar of dit echt erg is vragen wij ons af. Wanneer alle partijen hun mening moeten geven en een besluit hierdoor trager gaat dan is dat waarschijnlijk nodig. Daarnaast moet het argument dat een besluit log en traag wordt nooit een reden zijn om de medezeggenschap van studenten niet uit te breiden.

De FSR en de OdC hebben vergelijkbare rollen en hebben regelmatig contact over zaken die hen beiden aangaan. Samen met de opleidingscommissie, bestaande uit benoemde studenten en docenten, en de PhD-council, de afvaardiging van PhD- studenten, komen ze enige keren per jaar samen om onderling af te stemmen. Ook op andere manieren wordt er naar studenten en medewerkers geluiderd, via bijvoorbeeld Stylos en de masterdisputen. Maar vergis je niet: er zijn allerlei beslissingen die de decaan of het CvB zelfstandig kunnen nemen. Vertrouwen, dat in Amsterdam ontbreekt, staat aan de basis van medezeggenschap.

Jeroen Delfos: Alle besluiten aangaande studenten of medewerkers zouden mede bepaald moeten worden door respectievelijk studenten en medewerkers. Draagvlak voor besluiten die de koers van de faculteit of de gehele instelling beïnvloeden is essentieel. Als dit draagvlak gecreëerd wordt door medezeggenschap al vroeg in het besluitvormingsproces te betrekken zal dit niets afdoen aan de snelheid waarmee er zaken besloten kunnen worden. Ook zal betrokkenheid in een vroeger stadium van de besluitvorming voorkomen dat er achteraf alleen scherpe randjes van een besluit gehaald kunnen worden. >


13 Raad van Toezicht College van Bestuur 3 leden

Universiteitsdienst

Ondernemingsraad

Studentenraad

Raad van hoogleraren

ORAS

LIJST B

College voor promoties

Groepsraad Overlegorgaan tussen decanen en leden van het CvB Technische Universiteit Delft

DELTA B NIEUWS

Faculty of Architecture & Building Sciences

Decaan

Onderdeelcommissie

Fac. Studentenraad

PhD Council

Opleidingscommissie

Directeur GS*

Management team

Dir. Onderzoek

Graduate School

Research Council

Facultair A + BE

PhD Council., P. Leiders, Dir. GS

Dir. Onderwijs

Decaan, Dir. Onderzoek, Dir. Onderwijs & Afd.voorzitters

& opleidingsdirecteur**

O&S BO HR F&C Com. FMVG ICT 100% R.

Programmaleiders Sturen onderzoeksgroepen

Opleidingsdirecteuren Geomatics, EMU, MCD, Berlage

Opleidingscoรถrdinators Bachelor en Mastertracks

Afdelingsvoorzitter

Afdelingsvoorzitter

Afdelingsvoorzitter

Afdelingsvoorzitter

Afdelingsvoorzitter

A

U

AE+T

RE&H

OTB

9 onderzoeksgroepen

Prometheus

MEDEWERKERS

Bouwpub BK i.o.

BOSS

Stylos

Polis

Stemmen Vakbonden

VSSD

Argus

PromooD

Stemmen

BouT Forum

STUDENTEN

Medezeggenschap Stemmen Gekozen vertegenwoordiging Benoemde vertegenwoordiging

Opleidingscommissie: zes studenten en zes docenten. Studieverenigingen dragen studenten voor. PHD-council: vijf PhD-kandidaten. Geven advies en organiseren activiteiten; jaarlijks benoemd. FSR: acht gekozen studenten; jaarlijks verkiezingen. OdC: elf gekozen medewerkers; driejaarlijks verkiezingen. * Graduate School **Opleidingsdirecteur Bachelor en Master Architecture, Urbanism & Building Sciences


14

Het Maagdenhuis; ziet de Zuidserre er straks ook zo uit? Foto: Guido van Nispen

Stelling 2 'De leden van het management team, zoals de decaan, directeur onderwijs, en directeur onderzoek, zouden democratisch gekozen moeten worden door medewerkers en studenten.' Kristel Aalbers & Peter Teeuw: De OdC wordt door het CvB gehoord bij de aanstelling van een decaan. Bij de selectie van de nieuwe decaan zijn we dit keer als OdC zelfs zeer vroegtijdig betrokken. Dat vinden we erg prettig. We hebben vertrouwen in het CvB en ook in de rol die de OR vervult. Het management van een faculteit moet naast de korte ook de langere termijn in de gaten houden. Bij het democratisch kiezen van het managementteam bestaat het risico dat de korte termijn de boventoon voert. Bob Witjes (FSR): Een democratisch gekozen decaan vergroot zeker de inspraak op het beleid van de faculteit. Er kleven echter ook nadelen aan. Een nieuwe decaan komt vaak van buiten de faculteit en het is maar de vraag of de kandidaten warm te maken zijn voor een verkiezing. Een sollicitatieproces dat meer achter gesloten deuren plaatsvindt, maakt de drempel lager. We hechten veel waarde aan de plicht de FSR en de OdC te horen tijdens dit proces. Daar hebben we bij de meest recente decaansselectie goed gebruik van kunnen maken. De directeuren onderwijs en onderzoek komen vaak wĂŠl van binnen de faculteit. Hier zien we dan ook meer heil in een democratisch(er) proces. We vinden het jammer dat mensen zich nu niet kandidaat kunnen stellen, ook niet achter de schermen. Dit proces zou op zijn minst transparanter kunnen, zodat medewerkers aan kunnen geven dat ze geĂŻnteresseerd zijn in de functie en de FSR/OdC zouden ook serieus gehoord moeten worden. Een transparanter proces en directeuren met een gezicht en duidelijke visie zouden goed zijn. Anne van der Meulen (Stylos): Dit is een lastig geval. Een democratisch model zorgt wel voor een goede representatie van de faculteitspopulatie. Er zijn echter bij iedere functie in het managementteam eigenschappen die wel en niet goed verkiesbaar zijn. Een charismatisch en enthousiaste kandidaat is misschien een goed gezicht voor de faculteit, maar kan gebreken hebben op inhoudelijk gebied en vice versa. Wat naar onze mening wel mag veranderen op de faculteit is de transparantie. Hoe worden mensen voor bepaalde functies gevraagd? Veel benoemingen vinden toch nog achter gesloten deuren plaats. Jeroen Delfos: Het democratisch kiezen van het managementteam vind ik onwenselijk. De populairste bestuurder is niet altijd de beste. Daarnaast wordt voorbijgegaan aan de lange lijnen die de universiteit heeft uitgezet, die overigens wel ter instemming worden voorgelegd aan de medezeggenschap: het instellingsplan. Medezeggenschap zou echter wel inspraak moeten hebben op het profiel van de managers. Ook zou de manager zelf goed moeten begrijpen wat de rol is van een FSR of een SR.

Stelling 3 'Het adviesrecht van de FSR en de OdC zou een instemmingsrecht moeten zijn. Zonder studenten en medewerkers geen beslissing.' Kristel Aalbers & Peter Teeuw: De OdC heeft op specifieke onderwerpen instemmingsrecht. Daarnaast heeft de OdC adviesrecht. Het voordeel van adviesrecht is dat de OdC gevraagd en ongevraagd advies kan en mag geven op onderwerpen, die zij van belang acht voor het goed functioneren van de faculteit en haar medewerkers. Adviesrecht kan bovendien vroegtijdig in het proces benut worden, waardoor we als OdC proactief mee kunnen werken. Op een dergelijke wijze meedenken, kan soms effectiever zijn dan het benutten van het formele instemmingsrecht. Bob Witjes (FSR): De FSR heeft op dit moment op een aantal punten instemmingsrecht en op overige punten adviesrecht. De invloed van de FSR op het beleid van de faculteit is groter met een uitgebreider instemmingsrecht. Instemmingsrecht betekent echter niet dat je alles direct kan tegenhouden. Het faculteitsbestuur kan in principe ook zonder instemming van de FSR zelfstandig besluiten nemen. De FSR zou dan een geschil moeten aanspannen en dat is een behoorlijk vergaand middel. We geloven dan ook meer in goed overleg - wat we gelukkig vaak hebben - dan in harde veto's, maar zien het instemmingsrecht wel als een goede stok achter de deur.

"BENOEMINGEN TOCH NOG ACHTER GESLOTEN DEUREN..." Anne van der Meulen (Stylos): In principe zijn wij het hier mee eens. Het is belangrijk dat de stem van de student wordt meegenomen in het keuzeproces over belangrijke zaken. In veel gevallen gebeurt dit natuurlijk al op de faculteit Bouwkunde, maar dat heeft te maken met de goede onderlinge verhouding tussen faculteit en studenten. Mochten er in de toekomst bewindslieden zijn die geen intrinsieke motivatie hebben de dialoog met studenten aan te gaan, dan is er behoefte aan dit recht voor de FSR en OdC in de statuten. Jeroen Delfos: De universiteit heeft een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid ligt bij de zeggenschap: de bestuurslagen van de TU. Ik geloof niet dat argumenten van de medezeggenschap altijd dezelfde zijn als de argumenten die bijdragen aan de maatschappij. Medezeggenschap zou dus medezeggenschap moeten blijven. Instemmingsrecht op alles zou dit niet waarborgen. Wel denk ik dat voor alle beslissingen de medezeggenschap mee zou moeten kunnen praten. De bestuurder zou vervolgens alleen met goede tegenargumenten niet in kunnen gaan op een advies.


FORUM 15

"Voor een ontwerpproject is een 9,5 ongeveer het slechtste cijfer dat je als student kunt halen" In de tijd dat ik in Delft studeerde, werd een cijfer vaak niet uitgelegd. Toen ik docent werd in Delft, heb ik me voorgenomen dat bij Ontwerpprojecten wel te doen. Dat is bij een onvoldoende in het begin meestal even niet prettig, maar het is nodig voor de student om vooruit te gaan. Een docent moet duidelijkheid scheppen naar de student toe. De student moet weten wat de goede en zwakke punten van het ontwerp zijn. Wat ik het moeilijkste in het onderwijs vind, is het indalen naar het kennisniveau van de student. Want op dat niveau moet je kennis aanbieden en beoordelen. Wat is op dat moment het kennisniveau van de student en wat zou het kennisniveau op dat moment moeten zijn. Dat is zowel aan de orde bij lesgeven en begeleiden, als bij het beoordelen en een cijfer geven. Het moet ook niet draaien om de intentie van de docent. Het is soms moeilijk om je eigen fascinatie niet op te dringen, maar de student moet leren zelf zijn positie te bepalen. Alles mag, uitbundige plannen met veel durf en lef maar ook ingetogen sterke plannen. Als student moet je er voor gaan. Bouwkunde is niet alleen een technische studie, je moet ook creatief en innovatief zijn. De becijfering van ontwerpprojecten varieert vaak tussen 4 t/m 8. Terwijl we 1 t/m 10 beschikbaar hebben. Bij gebruik van de cijfers 1 t/m 10 kan je beter aangeven waar de student in zijn of haar ontwikkelingstraject staat. Extreem beoordelen van een project is zowel goed voor de docent als voor de student. De docent moet scherper kijken, duidelijker beoordelen en moet aan de student uitleggen hoe de student het plan en zichzelf kan verbeteren, wat er

niet goed is en wat wel, wat de zwakke punten zijn. Een student is dan met een flinke onvoldoende beter af dan met een 5-je. Waarom zou je (een op dat moment) slechte student geen 3 geven. Ik weet wel dat als je studenten les geeft, je verantwoordelijkheid voelt voor de studenten. Je denkt dan: 'Nou vooruit dan maar, een 5,' repareren en op naar het volgende ontwerpproject. Maar een 2 of 3 wil niet zeggen dat een student het niet kan, maar hij of zij is gewoon nog niet zo ver. Studenten zitten in een ontwikkelingsproces en moeten hun positie leren bepalen in het ontwerponderwijs. Je hebt het als student, als je een 3 krijgt, natuurlijk wel even moeilijk, maar het schept duidelijkheid en de student is er voor zijn of haar ontwikkeling vaak meer bij gebaat een Ontwerpproject over te doen. Vaak maakt de student dan grotere vorderingen dan bij repareren. Van repareren leer je vaak weinig. Zo geldt het natuurlijk ook omgekeerd. Waarom worden er zo weinig tienen gegeven, dat kan toch niet, er zijn altijd excellente studenten. En waarom zou je een excellente student geen 10 geven. Een 9,5 voelt als een 4e plaats bij het wereldkampioenschap schaatsen – net naast het podium. Ik stel daarom voor Ontwerpprojecten extremer te beoordelen en goed met de student te bespreken, dat geeft uiteindelijk meer kwaliteit aan het onderwijs dan de vijfjes- en zesjescultuur.

Engbert van der Zaag Coördinator BK6ON6 Bouwkunde docent van het jaar 2013

CARTOON BY JAMAL VAN KASTEL

ROBERT NOTTROT

40e

Opnieuw stout Eens schrijf je de eerste. Stoute schoenen aan en gaan. Nu, 40 columns verder, zijn die schoenen versleten. Schrijven wilde ik om te leren schrijven. Behoudens het taalkundige aspect, was er vooral de overwinning van schaamte, de schaamte door vermoedens van laf zijn. Ik wilde ook van schrijven leren houden. Kan al etende de honger groeien? Kan liefde ontstaan door volharding? De harde, stekende column heb ik gehanteerd, wanneer mijn onvrede dat vroeg, om dan later in te zien, dat ik vooral het tijdelijke had gediend. De meeste proza werd zachtaardig ingezet om het kwetsbare, binnen en buiten mijzelf, te onthullen of de vergetelheid te bevechten. Door de jaren werd er weinig gereageerd op mijn teksten, wel vaak aardig, soms ook met vraagtekens. Af en toe, uit baldadigheid, overmoedig, heb ik kritiek willen uitlokken door mijn rebelse geest aan te spreken. Zo was er een column zonder woorden, met alleen interpunctie. Ook een column die werd gezien als filosofisch, lastig te begrijpen, maar in wezen volledige onzin, weliswaar in goed Nederlands, gebaseerd op de structuur van een voorafgaande column. Er wordt veel geschreven. Te veel. Mijn columns zie ik analoog met wat spetters van een regenbui. De mens wil van zich laten horen, zijn bestaan bevestigd zien. Wie schrijft, die blijft! En, wie leest, die leert? Ik stop nu met columns schrijven. Hopelijk wordt de witruimte die nu vrijkomt nuttiger of vermakelijker gebruikt. Zo zou bijvoorbeeld “het grijze ei” ons maandelijks kunnen helpen met visies op het functioneren van onze faculteit. Met open vizier. In het echte B-Nieuws. Communicatie gefinancierd door de faculteit. Zonder censuur. Ons instituut moet natuurlijk wakker blijven, haar geheugen gebruiken, vooruit kijken, anticiperen. Maar iemand die verkeerd wakker wordt, levert nauwelijks resultaat en met een slecht humeur daarenboven. Kritiek mag ongezouten zijn, maar liefst ook humorvol, ideeënrijk, opbouwend. Oorlog kent slechts verliezers. Heb ik overigens echt collega’s, zoals het ‘satirical periodical’ suggereert, die uit angst voor verlies van werk of hun gezicht, anoniem willen blijven? Niet te geloven! Of ook een grap? Ik blijf schrijven! Elders. Anders. Nieuwe schoenen, opnieuw stout. Beste Robert, namens de redactie en de lezers: bedankt!


SNEAK-A-PEEK The editors of Bnieuws had a difficult time tracking down the head quarters of the Geomatics department. Then we realized that Geomatics is actually present within many departments, from OTB to Urbanism. A testament to its main strength: it is the node which links all the different tracks together.

GEOMATICS

The Geomatics Lab is currently located on the ground floor of the East Wing. Unlike most ateliers, it doesn't require a cutting table. Instead you'll find a smart board and desktops. Though many within BK City are unaware of Geomatics for the Built Environment - a relatively new Masters degree which evolved from Geosciences - that is set to change. Our complex world requires us to collect data in order to provide new insights. These insights can lead to not only a greater awareness of how we currently use space, but can reveal hidden opportunities that could lead to more efficient spatial design solutions. That is where Geomatics comes in. Interested? Take part in Geomatics Day on 30 April 2015. Geomatics Day gives you the opportunity to meet students, alumni and other Geo information professionals and to explore together how Geomatics can contribute to better understand and shape the built environment. An afternoon full of varied presentations , spectacular demos and interesting network opportunities! BK City / 30.04.2015 / 13.00 - 18.00

GEOMATICS FOR THE BUILT ENVIRONMENT Geomatics for the Built Environment is a very broad and exciting field; it covers the complete chain of information gathering, storage, management, analysis and visualisation. Students of the Master programme Geomatics for the Built Environment learn about the use, governance and application of geographic data for solving real-world problems in an innovative way. Students apply their skills in 3D modelling, GIS, mapping, serious gaming, simulation and visualisation to a wide range of fields such as disaster management, urban design and planning, landscape architecture, location based services and land administration. bk.tudelft.nl

COLOFON Bnieuws is the independent, monthly periodical of the Faculty of Architecture and the Built Environment, TU Delft. BK City, Delft University of Technology Julianalaan 134, 2628 BL Delft room BG.Midden.140

bnieuws-bk@tudelft.nl b-nieuws.bk.tudelft.nl issuu.com/bnieuws

Cover illustration Jane Stortelder, Lotte Dijkstra, Jip Pijs

Thomas Stachelhaus Hans Wamelink

Print Drukkerij Tan Heck, Delft

Editors Daphne Bakker Lotte Dijkstra Jip Pijs Jane Stortelder Helen Jager

Contributors Mick Eekhout Jamal van Kastel Ulrich Knaack Giuseppe Licari Guido van Nispen Robert Notrott

Editorial Advice Board Robert Nottrot Inge Pit Pierijn van der Putt Linda de Vos Marcello Soeleman Ivan Thung

Next deadline 6th of April, 12.00 PM B Nieuws 7, April 2015 Illustrations only in *.tif, *.eps or *.jpg format, min 300 dpi

Unsolicited articles can have a maximum of 500 words, announcements 50 words. The editors have the right to shorten and edit articles, or to refuse articles that have an insinuating, discriminatory or vindicatory character, or contain unnecessary coarse language.