Issuu on Google+

B NIEUWS

#05 07 JANUARY 2013

PERIODIEK VAN DE FACULTEIT BOUWKUNDE | TU DELFT

PROPERLY PRACTICING PROSTITUTION Literary courtisans inspired Elbert Arens for a new 'Red Light'. PAGE 8/9

4 Review

5 Upcoming

15 Streets

"Het is geen hitparade" Canon voor geschiedenis

Nieuw BSc-curriculum: één kans per jaar Remon Rooij legt uit

New Year's Resolutions Star-studded Party Edition


2 Nieuws

B NIEUWs 05 7 january 2013

KORT NIEUWS

Lezing 'Implicated difference, uncanny peacocks' The Berlage heeft Jason Young uitgenodigd om een lezing te geven over verschillende segmenten van zijn huidige boek in bewerking, Skirmishes with the MacroPhenomenal. Young onderzoekt de opkomst van een nieuw digitaal gebouwde en technologisch opgeblazen stedelijke ruimte die ontstaat op de splitsing tussen statistiek en markt segmentatie. Hij is hoogleraar Architectuur en 2012-2013 Helmet K. Stern professor aan het instituut voor Geesteswetenschappen aan de universiteit van Michigan. 11 januari 2013, 14.00

Lezing 'Large scale and detailed photorealistic presentations in 2D and 3D' Op 9 januari geeft Bart Beers (CycloMedia Technology B.V.) een lezing getiteld 'Large scale and detailed photorealistic presentations in 2D and 3D'. OTB, Jaffalaan 9, Hugo Primuszaal

foto: Roberto Rocco

BKCITY STAY Het moge inmiddels duidelijk zijn: de faculteit Bouwkunde blijft in het gebouw aan de Julianalaan. Het voorlopig ontwerp van BKCitySTAY, de verbouwing die het bouwkundegebouw energetisch zal verbeteren, is nu klaar. DOOR MANON SCHOTMAN

Indesem 2013: Scale matters Competition open now! Indesem has had the honor of hosting internationally acclaimed architects and theorists, such as Aldo van Eijck, Rem Koolhaas and Jean Nouvel and our very own Herman Hertzberger. Every edition professionals and students from all over the world will tackle the important current issues that have influence on our profession. If you are interested in participating April 19 – 26 visit www. indesem.nl

Achtergrond Toen het oude bouwkundegebouw aan het Mekelpark afbrandde, moest er voor de faculteit een nieuw onderkomen worden gezocht. Op dat moment was de TU al bezig met de verkoop van het voormalige TU-hoofdgebouw aan de Julianalaan. Bouwkunde zou hier tijdelijk blijven, en zou daarna naar een nieuwbouwpand verhuizen. Uiteindelijk is niet gekozen voor nieuwbouw, maar voor een renovatie. Die heeft het gebouw inmiddels een nominatie voor de Gulden Fenix opgeleverd.

tySTAY is de renovatie nu vooral gericht op verbetering van de energetische kwaliteit en de kwaliteit van het binnenmilieu.

Quick wins In tegenstelling tot wat veel mensen denken, blijken de muren van het gebouw isolatietechnisch vrij gunstig te zijn. Ze zijn opgebouwd uit een dubbelsteensmuur aan de buitenkant en een enkelsteensmuur aan de binnenkant, met daartussen een spouw. Door deze opbouw neemt de binnenmuur de temperatuur van het binnenmilieu aan, terwijl aan de buitenkant de vorst nooit geheel tot de spouw kan doordringen. Er is dus geen risico dat gecondenseerd vocht in de spouw bevriest, waardoor de constructie kapot gaat. “Hiermee is het energieverbruik voor verwarming van Bouwkunde onverwacht een van de beste van de TU-gebouwen”, zegt Andy van den Dobbelsteen, duurzaamheidsexpert en voorzitter van de klankbordgroep van BKCitySTAY. “Hoewel dat natuurlijk ook iets zegt over de andere TU-gebouwen.” De grootste energieverliezen gaan dus ook niet door de zijmuren, maar door de ramen en het dak. Door deze op een simpele manier aan te pakken,

"Het dak is het hoedje van het gebouw, daar verlies je de meeste warmte"

Van SLIM naar STAY Omdat de verbouwing van ‘Rode Scheikunde’ naar BKCity in een recordtempo is gedaan, was aan het binnenklimaat nog te weinig aandacht besteed. Bovendien is er veel achterstallig onderhoud en slurpt het gebouw energie, met ramen van enkel glas en een slechte dakisolatie. BKCitySLIM zou een icoon van duurzame transformatie worden, maar het ambitieniveau is door de economische situatie naar beneden bijgesteld. Onder de naam BKCi-


Nieuws 3 kunnen met weinig middelen grote resultaten worden geboekt. Quick wins dus.

Ramen Het gebouw dateert uit 1920, maar is door de oorlog pas in 1945 afgebouwd. Mede hierdoor is er een grote variatie aan raamkozijnen in het gebouw. Voor de vele verschillende ramen worden uiteenlopende oplossingen gekozen. Die verschillen per raam. Op de gehele tweede verdieping worden alle kozijnen vervangen, op andere plaatsen volstaat een voorzetraam of gedeeltelijk voorzetraam . In de oudste ramen, uit 1920, is de sponning zelfs zo groot dat dubbel glas in het bestaande kozijn kan worden gezet.

Dak “Het dak is het hoedje van het gebouw, daar verlies je dus de meeste warmte”, zegt Van den Dobbelsteen. Dakisolatie is dus van groot belang. Maar omdat de nokken van het dak hoog zijn en het dak aangetimmerd is, is het heel lastig om het hele dak te isoleren. Daarom wordt niet de hele kap voorzien van isolatie, maar de zoldervloeren.

besloten een nieuwe warmtekrachtcentrale te installeren. Doordat het water nog steeds op 90 graden wordt aangeleverd, is LTV op dit moment nog niet nodig. Maar de kans is groot dat het gebouw in de toekomst alsnog daarop overschakelt. Doordat het gebouw nu extra geïsoleerd wordt, zullen de huidige radiatoren in de toekomst ook nog goed kunnen verwarmen met een aanvoertemperatuur van 70 of 80 graden.

Aanbesteding De verbouwing wordt momenteel aanbesteed op basis van het voorlopig ontwerp. Om te zorgen dat de kwaliteit van de verbete-

Met de kennis van nu Terugkijkend op de verbouwing is het, gezien het razende tempo waarin de klus moest worden geklaard, logisch dat het binnenmilieu niet de hoogste prioriteit heeft gekregen, meent Van der Dobbelsteen. Toch is er iets dat volgens hem beter had gekund. Het renovatieproject miste een algemene klimaatadviseur, een specialist die holistisch bekijkt hoe je het gewenste klimaat kunt bereiken. “Als een klimaatadviseur zoals we bij de afdeling AE+T opleiden in een vroeg stadium bij de verbouwing was betrokken, waren veel correcties die achteraf op akoestiek, thermische isolatie en ventilatie zijn uitgevoerd, misschien niet nodig geweest”.

“Als een klimaatadviseur in een vroeg stadium bij de verbouwing WAS BETROKKEN, waren veel correcties misschien niet nodig geweest”

Comfort Naast de isolatie van de ramen en het dak, worden ingrepen gedaan om het comfort in het gebouw te verhogen. Er komen extra kanalen en decentrale ventilatievoorzieningen, waardoor meer luchtverversing mogelijk is. Verder wordt aan de zuidwest- en zuidoostzijde extra zonwering toegepast om een teveel aan zoninstraling te voorkomen. Momenteel wordt nog bekeken hoe de zonwering er precies uit zal zien.

Ontwerpen voor de toekomst Het oorspronkelijke idee voor de energietoevoer naar het gebouw was om te werken met lage temperatuur verwarming (LTV), gekoppeld aan bijvoorbeeld warmtekoudeopslag en geothermie. Laatstgenoemde is een techniek waarbij waterreservoirs op zo’n twee kilometer diepte worden gebruikt voor de verwarming van het gebouw. Het water in deze reservoirs is zo’n 70 à 80 graden. Onlangs is echter

ringen wordt zoals beoogd, is de aannemer sneller dan gewoonlijk bij het ontwerp betrokken. De verwachting is dat dit een reductie van de hoeveelheid meerwerk oplevert en dat hierdoor kostenoverschrijdingen worden voorkomen.

Toekomstmuziek

Het VO dat er nu ligt, hoort bij fase twee van BKCitySTAY. De eerste fase bestond uit achterstallig onderhoud dat onafhankelijk van de totale verbouwing konden worden uitgevoerd of waarbij spoed geboden was, zoals het verhelpen van lekkages en verbetering van de hemelwaterafvoer. Na de huidige tweede fase staat er nog een derde fase in de planning, waarin de verdere verduurzaming van het gebouw centraal staat. Wanneer deze fase van start gaat is nog niet bekend. Zo kan het gebouw allicht in de toekomst alsnog een echt icoon van duurzame renovatie worden.

Educatie Omdat toekomstige architecten op onze faculteit veel bezig zijn met duurzaamheid en renovatie, kunnen de ingrepen ook een educatieve functie krijgen. Het gebouw kan de studenten over zowel het technische karakter van de ingrepen als over het gedrag en de beleving van mensen in BKCity leren. De precieze uitwerking van deze plannen moet nog plaatsvinden. Herman Vande Putte, docent aan deze faculteit en tevens lid van de klankbordgroep van BKCitySTAY, onderzoekt met een groep studenten hoe het gebouw als studieobject kan dienen.

Tekeningen van het VO zijn te vinden op: tudelft.nl/bkcitystay Voor meer informatie over BKCitySTAY: neem contact op met Mariska van der Meij: m.j.e.vandermeij@tudelft.nl.

COLUMN

Den Haag bouwt! De stad Den Haag heeft het gehad met de stilgevallen bouw. Ze wil weer aan de slag. De stad ontwikkelen. Huizen bouwen voor de 6000 expats die ze als “stad van vrede en veiligheid” jaarlijks wil aantrekken. En de internationale allure van de stad versterken door de bouw van een cultuurpaleis – ‘het Spuiforum’. Het Spuiforum houdt de gemoederen in de stad flink bezig. Bijna 70% van de Hagenaars en Hagenezen bleek tegen, met name vanwege het ermee gemoeide bedrag van 180 miljoen euro. Het bedrijfsleven daarentegen was en masse voor. De gemeenteraad stemde ten slotte met een krappe meerderheid in met de plannen. Daarmee is de weg vrij voor realisatie van een van de zeer weinige grote bouwprojecten in de huidige tijd. Fijn voor de bouw, fijn voor de toeleveringsindustrie, fijn voor de betrokken architecten (*) en allerhande bouw gerelateerde adviseurs. Die 180 miljoen vertegenwoordigt een flinke brok werk voor alle betrokkenen en is daarmee een impuls zoals de bouw die op dit moment zo hard nodig heeft. Natuurlijk is er een keerzijde. Met 180 miljoen kan je ook een heleboel andere dingen doen. Armoede bestrijden, scholingsprojecten, wijkbibliotheken openhouden, ambtenaren aan het werk houden, noem maar op. Dat was ook de belangrijkste kritiek van de bevolking. Moet dat nou, juist nu? Tsja. Ook is er kritiek vanuit de bouwwereld zelf: was het nou niet fijner geweest om 100 projecten van 1,8 miljoen te doen: dan waren veel meer bouwers en architecten aan bod gekomen. Tsja. En de werkgroep Dooievaar – opgericht in de jaren ’70 door architectuurstudenten - die opknappen van de bestaande gebouwen bepleitte. Tsja. Zou dat echt niet uitgezocht zijn? Burgemeester Van Aartsen verwees naar het gemeentemuseum dat begin jaren ’30 , ook in tijden van crisis gebouwd werd en nog altijd van grote betekenis is voor de stad. Hij had ook kunnen verwijzen naar het Amsterdamse bos, ook gestart in de jaren ’30. Juist in tijden van crisis moet er ook vanuit de overheid geïnvesteerd worden, naast de natuurlijk onvermijdelijke bezuinigingen. Ik zou zeggen: hulde aan Den Haag! Misschien is de moed van de stad om te investeren de zwaluw die de zomer in de bouw aankondigt. Laten we het hopen.

Karin Laglas, decaan Bouwkunde (*) het Spuiforum is een ontwerp van Neutelings Riedijk Architecten


4 REVIEW

B NIEUWS 05 7 JANUARY 2013

"HET IS GEEN HITPARADE"

Villa Savoye van LeCorbusier

INTRODUCTIE VAN EEN CANON VERLOOPT NOOIT SOEPEL, OMDAT DE AARD ERVAN REDUCTIONISTISCH IS EN NOOIT IEDEREEN TEVREDEN KAN STELLEN. KRITIEK WAS DUS OOK TE VERWACHTEN BIJ DE INTRODUCTIE VAN DE CANON VAN HET VAK GRONDSLAGEN. MAAR WAT HENCO BEKKERING BETREFT IS DEZE KRITIEK WELKOM. DOOR DAPHNE BAKKER In de nieuwe bachelor Grondslagen komen drie vakgebieden samen: Geschiedenis, Architectonische en Stedenbouwkundige Basisbegrippen. De integratie hiervan vereist een geschikte vorm van informatieoverdracht waarbij alle drie tot hun recht komen. De canon is bedacht door een team van experts uit elk vakgebied. Zij staan onder leiding van Henco Bekkering, hoogleraar Stadsontwerp. De canon dient ter invulling van de plananalyse. De plananalyse was al aanwezig binnen het oude Bachelor, maar kwam niet volledig tot zijn recht. Binnen de nieuwe Bachelor krijgt het een heldere positie om studenten meer bewustzijn bij te brengen van het maken van een plananalyse. Daarbij is de canon van belang, want dat zal het materiaal voor de analyses aanleveren.

De canon is tevens een voortzetting van de plannenmappen, welke een rijke traditie genieten binnen de Faculteit. “Voor een ontwerper is het van belang dat hij een catalogus van goede voorbeelden in zijn achterhoofd heeft.” zei Bekkering. “Goede voorbeelden zijn niet perse de beste, maar de meest bruikbare, de meest nuttige, die mogelijkheden voor oplossingen laten zien en de uitwerking daarvan.” Cor Wagenaar, assistent professor Geschiedenis, voegt toe: “Het is geen hitparade. De canon is gericht op zijn functie binnen het onderwijs.” De canon zal over de lange lijn van de geschiedenis dekkend worden gemaakt. Uit elke periode wordt iets dat relevant is voor de huidige ontwerppraktijk uitgelicht. De canon wordt thematisch gekoppeld aan de ontwerpopgave van het

daarbij behorende semester. Dit was de leidraad bij de invulling van de canon, een proces dat nu gaande is en volgens Bekkering en Wagenaar nooit zal stoppen. Binnen andere vakgebieden is de canon vaak statisch, hij verandert niet met de tijd. Daarvan zal in dit geval geen sprake zijn. De bedoeling is dat de canon van Grondslagen een “levende canon” zal zijn, die aan de tijd wordt aangepast. De canon zal bestaan uit een reeks projecten die voldoen aan een aantal criteria als bruikbaarheid en bereikbaarheid. Idealiter zouden de gekozen projecten gerealiseerd moeten zijn in of nabij Nederland. Maar er zijn natuurlijk essentiële ontwerpen die aandacht krijgen, zoals de Villa Savoye van LeCorbusier of de Amerikaanse gridstad á la New York. Per semester worden veertig projecten

behandeld in zowel historische als stedenbouwkundige context. Dus worden in totaal 160 projecten uitgekozen. Die moet elke student in zijn hoofd hebben. “Want zonder referentiekader is er ook geen onderwijs”, verklaart Wagenaar. Het zal voorkomen dat bepaalde belangrijke projecten niet geselecteerd worden, maar volgens Bekkering is dat geen ramp. “Het referentiekader van een ontwerper wordt op de lange duur volstrekt individueel. Maar onderwijs is niet individueel. De canon vormt de basis waarbinnen studenten leren om projecten zich eigen te maken en deze opnieuw te reproduceren. Dat kan alleen in gereduceerde vorm.”

Voor meer info: bk.tudelft.nl


UPCOMING UPCOMING 55

BACHELORVERNIEUWING:

EEN KANS PER JAAR

DE AANSTAANDE BACHELORVERNIEUWING ZORGT VOOR GROTE VERANDERINGEN IN HET ONDERWIJS. ZO WORDEN VANAF SEPTEMBER 2013 ALLE BACHELORVAKKEN, MET UITZONDERING VAN DE VAKKEN IN BACHELOR 6, NOG MAAR ÉÉN KEER PER JAAR AANGEBODEN. BNIEUWS SPRAK MET BACHELORCOÖRDINATOR REMON ROOIJ OVER DE REDENEN VOOR EN IMPLICATIES VAN DEZE CURRICULUMWIJZIGING. DOOR MANON SCHOTMAN Wat zijn de doelstellingen voor het nieuwe curriculum? “We hebben drie hele simpele doelstellingen. De eerste doelstelling is de studeerbaarheid verhogen: in de huidige periode waarin we praten over langstudeerboetes en leenstelsels is het voor studenten ontzettend belangrijk dat ze hun studie kunnen doen in de tijd die ervoor staat. De tweede doelstelling is een inhoudelijke verbetering van het huidige curriculum. Mijn voorganger Michiel Riedijk heeft in het voortraject de faculteit een spiegel voorgehouden. Er zat bijvoorbeeld vrij veel overlap in het bacheloronderwijs; studenten zien nu zeventien keer diezelfde Villa Rotonda langskomen. Bovendien zouden de academische vaardigheden een belangrijker plek in het onderwijs moeten innemen. De derde doelstelling is die van efficiency. Docenten moeten nu twee keer per jaar een vak geven, en soms wel zeven keer per jaar een tentamen afnemen. Je zou de efficiency kunnen verhogen door ze slechts een keer per jaar een vak te laten geven, met twee toetsmogelijkheden.” Wat betekent het voor studenten als je vakken slechts een keer per jaar aanbiedt? “Voor studenten is het goed om te weten waar ze aan toe zijn. Als je studenten zeven keer per jaar de mogelijkheid geeft om een hertentamen te doen, geef je ze veel ruimte om te kiezen. Studenten zijn eigenlijk net mensen: als je ze heel veel ruimte geeft en veel verschillende opties, gebeurt er uiteindelijk weinig. Uit de enquêtes van Stylos en FSR blijkt dat studenten niet goed weten wat van hen wordt verwacht. Door duidelijkheid te scheppen, zo blijkt uit onderwijskundig onderzoek, weten studenten waar ze aan toe zijn en gaan ze zich daar ook naar gedragen. Bovendien houd je de staf betrokken bij het onderwijs als docenten niet zeven keer per jaar een tentamen voor een vak van twee ECTS hoeven af te nemen.” Het is toch niet zoveel werk om een tentamen af te nemen? “Als ik zeven keer per jaar voor 450 studenten een tentamen moet maken met open vragen, dan is dat wel veel werk. Studenten gaan vaak onvoorbereid naar een tentamen, slechts om te weten hoe het tentamen eruit ziet. Ze maken het tentamen dan pas echt bij de herkansingsmogelijkheid. Wanneer een docent dat werk moet nakijken en uit de antwoorden blijkt dat studenten hun werk niet hebben voorbereid, word je daar niet vrolijk van. Als docenten slechts een keer per jaar een vak hoeven te geven, met twee tentamens, blijven ze gemotiveerd om hun vak goed te doen." Wanneer worden de hertentamens afgenomen? "De details over de herkansingen moeten we nog uitwerken. Misschien wordt er binnen het semester een herkansingsmogelijkheid aangeboden. Of misschien in de tentamenperiode in augustus. Wat wel vaststaat, is dat het fenomeen tentamenweek verdwijnt. Door geen aparte tentamenweken in te plannen, ontstaat extra ruimte voor ontwerpprojecten. Die duren in het nieuwe curriculum tien weken in plaats van acht."

Wat gebeurt er als iemand een ontwerpproject niet haalt? "In het nieuwe curriculum is er geen mogelijkheid meer om een gehaalde 5 te ‘repareren’. Wel denken we na over de mogelijkheid om één vijf te mogen halen in de vier ontwerpprojecten uit bachelor een tot en met vier. Die kan dan met een ander cijfer worden gecompenseerd. Waar we ook over nadenken is een herkansingsmogelijkheid in de zomer, in de vorm van een summer school: tijdens een intensieve begeleiding van twee weken kan een student dan het project overnieuw doen. Of de student buiten deze twee weken de zomerperiode moet gebruiken om het ontwerp af te maken of niet, daar zijn we nog niet uit." Wat gebeurt er als iemand een vak, ondanks de herkansing, niet haalt? "In het nieuwe curriculum lopen er altijd maximaal twee modules tegelijkertijd; in de regel een ontwerpproject en een vak. Wanneer een student het vak niet heeft gehaald, kan hij zich het daaropvolgende jaar voor veertig ECTS inschrijven. Dus het is mogelijk om het een jaar later naast het lopende semester te doen." Zijn de tentamens uit de verschillende jaren dan ook op elkaar afgestemd? "Dat weet ik niet. Maar dat is op dit moment ook niet altijd zo: als je nu een bouwkundevak samen met een vak van TBM wilt doen, zijn de tentamenroosters ook niet op elkaar afgestemd." Hoeveel minder vertraging denkt u dat dit programma zal opleveren? "De missie waarmee ik aangesteld ben, is dat het programma studeerbaarder en inhoudelijk interessanter wordt. Maar hoe de uitwerking daarvan precies is, kun je niet van tevoren bedenken. Het is als bij het ontwerp van een gebouw, waarbij je ook niet precies weet hoe de gebruikers het gaan gebruiken. We doen wel een evaluatie ex ante: in een laboratoriumsetting toetsen we de onderwijsmodules op onszelf. De verwachting is dat studenten vakken makkelijker kunnen halen doordat het curriculum veel minder gefragmenteerd is. Voor studenten wordt het duidelijker waar ze hun aandacht op moeten richten, zodat ze makkelijker hun vakken kunnen halen. Dat is in het belang van de faculteit, de docenten en de studenten."

Bachelorvernieuwing 2013 Per september 2013 voert de faculteit Bouwkunde een nieuw bachelorcurriculum in. Zo hoopt de Faculteit de studeerbaarheid, kwaliteit, efficiency en overzichtelijkheid van de Bachelor te verbeteren. Als gevolg van deze vernieuwing wordt het huidige bacheloronderwijs in het academisch jaar 2012-2013 voor het laatst aangeboden. Voor meer informatie zie: bk.tudelft.nl/bsc2013


6 BK IN DEPTH

B NIEUWS 05 7 JANUARY 2013

THE NEIGHBOURHOOD, STILL QUITE IMPORTANT REGULAR NIGHTLY MUGGINGS DO NOT CREATE A STIMULATING ENVIRONMENT FOR THE DEVELOPMENT OF CHILDREN. MOREOVER, LIVING IN A NEIGHBOURHOOD WITH LESS CRIME AND HIGHER INCOMES MAY INCREASE YOUR CHANCES ON FUTURE SUCCESS. BUT THESE SO-CALLED NEIGHBOURHOOD EFFECTS SHOULD NOT BE OVERESTIMATED, SAYS PROFESSOR OF URBAN RENEWAL MAARTEN VAN HAM, WHO HELD HIS INAUGURATION SPEECH ON THE 12TH OF DECEMBER LAST YEAR. BY IVAN THUNG

Maarten van Ham Maarten is Professor of Urban Renewal and head of the Neighbourhood Change and Housing research group at the OTB. Van Ham studied Human Geography in Utrecht (cum laude), where he also obtained his PhD (cum laude) with the thesis "Job access, workplace mobility, and occupational achievement." He has lectured, and has been conferred professorship as well, in St Andrews, Scotland.

Disadvantaged neighbourhoods have long been a source for political concerns. However, urban renewal threatens to become an endeavour we may have trouble to afford in the future. A lot of renewal was driven by housing corporations which now endure heavy spending cuts, while both local and national municipalities are short on cash as well. This is a good reason to reconsider how and when it is appropriate to intervene in deprived neighbourhoods. B Nieuws spoke to Van Ham about what the future role of OTB, research institute on the spatial environment, could be when they come to our faculty. Is the neighbourhood still relevant in our age of internet? From several social sciences we can hear voices that proclaim the “death of distance”. And its diminishing importance is indeed happening: we don’t automatically marry the girl next door. However, we are still willing to pay more for a house in a nice location, we still fight with our neighbours, and are happy or angry when local parties are organized. So the neighbourhood is still important. So although internet can diminish the importance of distance, it does not obliterate it. Moreover, the increasing use of internet and social media actually enables local initiatives, because people with shared goals can find each other more easily. So there is certainly no “death of distance”. What could be a reason to intervene in existing cities and neighbourhoods?

There are several reasons to intervene. Some of them are related to clear physical problems. In some neighbourhoods, for example, there is a high incidence of buildings with complaints of moist, moulds, high energy-loss, or bad insulation. The same counts for the spatial environment. For example, we used to believe that the Bijlmermeer was a very good design, a kind of utopia. But practice proved that the division of streams of traffic brings with it all sorts of problems, such as a feeling of unsafety. So we learn that the designs from the past are not always ideal. On top of the physical problems in neighbourhoods, there is a strong belief among policy makers and some academics that there are negative neighbourhood effects of living in deprived neighbourhoods. An often used solution is to demolish social housing and replace it with owner-occupied housing. The idea is that these mixed neighbourhoods are better than neighbourhoods with only social housing. This is an example of the belief that we make society however we want it to be, which in the Netherlands is called “de maakbaarheid van de samenleving”. Can you give an example of the belief of “de maakbaarheid van de samenleving” and how this pertains to urban renewal? Among policy makers, there is a strong belief in co-called positive and negative neighbourhood effects. This belief holds that living in a neighbourhood with low incomes and a higher crime rate has negative consequences for the

people living there. An example of this are so-called “cultures of poverty” in deprived neighbourhoods, a culture in which people think it is normal and accepted to be on welfare. In our society, it is generally accepted that welfare is a justified safety net. But it is imaginable, if you believe in neighbourhood effects, that in such a culture welfare is regarded an alternative for work, a kind of life style. If you believe in such effects, a solution could be to create mixed tenure neighbourhoods: demolish social housing and rebuild more expensive houses which attract higher incomes. By virtue of example, these higher incomes could then break the so-called culture of poverty and at the same time improve the reputation of the neighbourhood. So by a physical intervention, you can attempt to change the population composition of a place. You seem to stress: “if you believe in neighbourhood effects”. Yes, because these are hypotheses. I do believe that neighbourhood effects exist. There is some evidence in the literature, and also common sense says that living in certain neighbourhoods is not exactly beneficial. Especially for children, social acquaintances and what kind of culture is present can influence their development. In a place where at night the blast of machineguns are common, you don’t confidently send your children out to play on the streets. Research has also shown that people actually get healthier when you move them out of such an extreme neighbourhood to a better place. But I also believe that neighbourhood effects have a relatively


7 the possible future integration of OTB and Architecture.

,

Where do you see the influence of OTB in the faculty of Architecture? This influence will need time and should be two-way. In the future, when OTB will be a department in the faculty, the Dean wants us to come into the building physically. I hope that OTB will integrate further within the Faculty of architecture with in the future, in both research and education.

Demolition Lange Nieuwstraat Source: PS Photo's (CC)

IF I COULD SPEND A BILION EUROS ON URBAN RENEWAL, I WOULD RATHER SPEND IT ON EDUCATION small impact compared to education for example. If I could spend a billion euros, and I had to choose whether I would invest it in creating mixed neighbourhoods or in education, I would personally opt for education. If you really want to help families with lower incomes, you have to provide them opportunities and alternatives, and education is a very good way to do that. What can the government do regarding urban renewal? I believe strongly that as a government, you should provide all residents with a safe and healthy environment. Safe in the sense of preventing criminality, but also safe in the sense that no one should have to live next to a sixlane highway, with all concomitant health issues. We should also provide good infrastructure and public transport, to ensure that people can reach places of work from their homes. In short, the government should provide the basic structure.

We often don’t realize that the Netherlands is such a wealthy country. We expect a lot from the government concerning amenities and healthcare, but also concerning what the built environment looks like. Of course, it is good if the environment looks nice, but in some other countries there is a lot less attention to the physical environment. For example, in St. Andrews in Scotland, where I have worked for six years at a university that is considered elite, I had put plastic against the window, because it was too cold in my office. And when it was windy, sometimes the ceiling came partly down. The point of this example is: the money was invested in staff and research and education, and not in the buildings. The same issue played during the financial disaster of the school giant Amarantis. The board invested a lot of money in fantastic buildings, but is that what education is really about?

Is this also a message for architecture? Of course it is important to create nice buildings and urban spaces, which are also functional. Good design can contribute to people’s happiness and improve their functioning. But you shouldn’t overestimate it. In the Netherlands we often do not realize that in other countries this is less well organized and that there is also something to say for that. Moreover, I think that if you are a good designer, you should be able to design more for less money. The OTB research institute where Van Ham is detached, does not have its own professors, and is functioning at the moment independently, OTB may soon come to our faculty. When I visited OTB, everything just seemed a tad more boring than at our flashy architecture faculty. Serious staff doing serious research in serious meeting places – no chalking on the walls allowed. Are these the people that can pull our horn-rimmed glasses out of the clouds? We asked Van Ham about

How can design, which is strong at the faculty of Architecture, and research, which is strong at OTB, relate with each other? Recently, I had an interesting discussion with Machiel van Dorst, associate professor of environmental design. “If you do research by design,” he said, “than the result of your endeavours is a design. And that design is a hypothesis.” It is a hypothesis on how users will use the building or the urban space. The designer considers the wishes of the client, the users, and the environment to make his design. There the designer often stops. Here, OTB can make a contribution, because that is exactly where we start. We ask how people behave, given a certain state of the world, and how that behaviour may be influenced by the accessibility to jobs, urban design, etcetera. So we consider a multitude of factors, such as the environment, transport, dwellings, and the functioning of housing markets. The information that comes from that research then could flow back into the design assignment, which is a process of circular learning. At Architecture there is design, so the first part of a design-research circle is present. But to my knowledge there is little evaluation. Was the design hypothesis really valid and do our buildings and urban spaces really function as we had assumed? At OTB, on the other hand, we have quite a good grasp on urban reality, but we lack the knowledge to translate that knowledge to a design. Together with the faculty of Architecture, OTB can complete the design-research circle.

For more info: maartenvanham.nl neighbourhoodeffects.org


8 PROJECT

Masterplan Mirages of Easy Virtue, clearly visible are the 5 'courtyards' surrounding the oval shaped 'Parthenion'.

INSPIRED BY LITERATURE ON PROSTITUTION, ELBERT ARENS CONCEIVED A PLACE WHERE THE OLDEST PROFESSION MAY BE PRACTICED BOTH IN STYLE AND IN CONTROL.

MIRAGES OF

BY ELBERT ARENS Not many things stir up controversy as much as prostitution. What happens in this part of society is intriguing and frightening at the same time. Although we as a society, and some societies more than others, try to ignore the existence of this part of our world, we ask our elected officials to find appropriate solutions. In Amsterdam the city officials try to trim down the prostitution sector in the oldest part of the city: De Wallen. In spite of all the good intentions, the cleansing of all that is ‘raunchy’ and vulgar in this red light district makes way for the artificial gentrification of the area. It presumes that the prostitutes and brothels will disappear. If history has shown us anything, it is that eradication of prostitution has always been a populist but useless venture. There will always be prostitution, no matter what opinions we have on its morality. In fact all legislation of prostitution, whether

it’s 19th century hygienic measures or the legalization of prostitution in the year 2000, is about control. Control over a part of society that is obscured with lies, misunderstandings, crime and taboos. In line with this assumption, the best way to curtail crime or disease in this sector could be to concentrate all prostitution in one complex where everything is monitored. A prisonlike setting, where the romance of the red lights is replaced by the clinical light of oversight and health inspections. Besides the prison typology, the museum offers possibilities to exhibit and therefore monitor the prostitutes by showcasing their bodies of work. In this project both the romantic idea of the prostitute as a courtisane and the practices of the modern prostitute are represented. For my romantic views I turned to my first love: literature. What if I could make architecture

out of literature? My thoughts wandered and convened at a place where characters from 18th, 19th and 20th century courtesan novels could coexist with the harsh world of the modern prostitute. To begin with I selected five characters: Nana (Emile Zola - 1880), Justine (D.A.F. de Sade - 1791), Madame Doom (Ferdinand Bordewijk - 1936), Corry (Simon Vestdijk - 1957) and the historic but especially symbolic character of Mary Magdalene. These characters became the leading figures in the design of an open-air museum dedicated to these fictional women. My project is situated on the naval base at the Oosterdok in the centre of Amsterdam. Besides the historical references of sailors and prostitutes, the fact that the Royal Navy plans to leave this base seemed fitting for my utopian design. The site is considered as a tabula rasa, with the exception of the Scheepvaartmuseum, and is attached to the


9 TUTOR Nana - Emile Zola (1880)

Justine - D.A.F. de Sade (1791)

Corry - Simon Vestdijk (1957

Mary Magdalene

05_Bijschrift Madame Doom - Ferdinand Bordewijk (1936)

Pathway to the open-air museum, seen from the Nemo science museum.

EASY VIRTUE surrounding urban fabric with new entrance roads and housing blocks. Using passages and descriptions of an architectural or urban nature from the literary sources mentioned above, my design evolved into five courtyards that resembled the world in which these literary characters thrived. At the centre of this is the panoptic brothel “Le Parthénion” (Rétif de la Bretonne 1769) that combines the workspaces for the prostitutes with the continuing surveillance of the law, health inspectors and tax offices. At ground level visitors for the museum are redirected to the courtyards where the symbolic presence of the five main characters is felt, but where the actual architectural form is used for dwellings, cafés, hotels, shops and offices. The enclosed world of the courtyards is completely separated from the outside residential neighbourhood. After opening hours the parks, canals, and squares

form a permanent décor for the residents. A 18th century palace courtyard with façade, a 19th century outline of the Opera Garnier, a segment of a 20th century Amsterdam canal, a roofless cathedral. And to remember the Wallen as they once were: a piece of the Old Church square. Although confusing enough, this supposedly utopian project is presented in a highly realistic manner: reading the plans and images it already seems to be part of a (new) historic neighbourhood. This draws out the tension between utopian ideas and their physical representation, for whenever utopian visions become more realistic, they cease to be utopian which makes it easier to judge their shortcomings. Since I have learned that utopian visions are never meant to be realized, for the true nature of the idea is the idea itself. For contact: e.arens@gmail.com

05_Bijschrift

Exciting Duality I am happy that the editors of B Nieuws selected the graduation project of Elbert Arens to be published as centrefold. For several reasons the project was not awarded a honourable mention or selected to participate in the Archiprix competition, but for a lot more reasons it is worth to be seen and understood. Elbert passed the intake interview for acceptation to graduate in ExploreLab with two strong fascinations: he wanted to do research on the red light district in Amsterdam and create a design for a new district through inspiration from famous literature concerning prostitution and famous (female) characters in literature. Thus, research and design became an academic exercise criticizing the local politics of Amsterdam regarding the existing red light district (“de Wallen”). Elbert conjured op a romantic solution combining phenomena like ‘Utopia’ and the from prison philosophy derived concept of the “panopticon”. Set on a location still owned by the Royal Navy, the project combines a housing area with prostitution. Each part of the new neighbourhood is coloured according to place descriptions from famous romantic literature in a mould-counter mould layout, designed in such way that the dwellings enclose courts to create an open-air museum on literature about well known female characters. It is presented in style: magicalrealistic as in the paintings of Carel Willink. My students know my super simple credo about good design: 1+1=3, which means that good architects should be able to bring elements of their design together in such a way that the total outcome is more than just the sum of the elements. In this case - the project of Elbert – the outcome is an exciting duality. Because essential to the design, killing any of the darlings would have been not in place, and the challenge to include all was enormous. The result should be understood in light of this adventure I will leave judgement to the observer, but I will be pleased if the reader will really do his best to understand what is shown. This graduation project is and will stay in many ways inspirational for me. Elbert, thanks! Robert Nottrot, Coordinator Explore Lab

Section through Mary Magdalene's open-air cathedral, the Parthénion and Madame Doom's 'Red Palace' canal


10 RESEARCH

B NIEUWS 05 7 JANUARY 2013

BUSINESS

ARCHITECTURE COLETTE NIEMEIJER IS MORE THAN AN ARCHITECT. SHE IS ALSO A RESEARCHER, BUSINESS CONSULTANT, PROGRAMME MANAGER, AND AN ENTREPENEUR. JUST A FEW DAYS BEFORE HER PHD DEFENSE, SHE MET WITH US AT HER BRIGHTLY LIT OFFICE, TUCKED AWAY IN THE COZY TOWN OF BAARN. NIEMEIJER WALKED US THROUGH HER CAREER AND SHARED SOME OF HER THOUGHTS ON THE ARCHITECTURE PROFESSION. BY WING (YINJUN WENG) After your graduation from TU Delft, you worked as an architect for seven years. You then went into business consulting. What triggered this career switch? During my practice as an architect, I realized that our profession was not highly valued. It was also not uncommon to hear about people who were almost begging to work for prestigious architecture firms. At places like OMA, many young architects would bring their own computers, and were willing to work practically for free. It is worrying and absurd, that intelligent and well-educated people had to work seventy to eighty hours per week and got paid a pittance for it. I think exploiting young and talented architects in this manner devalues our profession. I wondered why we were not valued. I still remember working on a commission for the regional office of an insurance company. My team and the client spent a lot of time and effort discussing things such as the materialization and cost of the façade. As a consequence, at one point a three month delay seemed likely. On hearing this, the client told us that such a delay would cost the company more money in the core business than the entire investment in the building. Why had we then spent so much time discussing cost savings for the façade, a fraction of the total investment? It struck me how little connection we architects had with our client. We had not taken the business context of the commission into account, and instead had limited ourselves to a design role.

The added value of architecture for the quality of health care

Soon I realized that money is the only thing that counts. I realized that I needed to be able to manage look beyond just the building costs and budget. I needed to be able to understand the business rationale for a client’s decision to invest in a new building and to proactively create value for the client investing in it. With that thought, I decided to spend a few years in business consulting, for it was a field where I could learn about money, value, and business processes. Did you feel that you were going away from architecture?

Value creation model

It wasn’t an easy decision. I wanted to be an architect since I was eight years old, and I was taught that money is something you never talk about. However, the way the architecture profession is evolving is endangering its very existence. After all the years of study and practice, I concluded that the only way to really become an architect was to get away from it. What did you work on as a business consultant? I worked on various projects, including building a sales platform for the digital TV market in Europe, helping an airline with training programs, and advising insurance companies on harmonizing accounting standards across Europe.

The four steps in the 'method' level of the value creation model


11 During my three years as a business consultant, not only did I gain a tremendous amount of knowledge and experience, I also enjoyed working in an international setting. I felt, most importantly, valued as an employee, which I never felt as an architect before. This was a new world where the term architecture was not limited to the context of the built environment, but was being used in entirely new contexts, such as business architecture, IT architecture, and organization architecture. Viewed from this perspective, architects ought to understand the operational, organizational, and financial aspects of building projects, so that they could participate in decisionmaking. What led you into the field of project management after that? I was approached by a former colleague to join a project management firm to help develop new hospital building concepts. Quite honestly, I had doubts in the beginning about joining this firm. As much as I liked the idea of getting back to working on the built environment, I was worried that architecture would not be a primary focus, for either the project management firm or for hospitals themselves. However, I was intrigued by the possibility to work on large-scale building projects. I eventually joined the firm under the condition that we would involve not just project managers and hospital specialists, but also architects in the process. The first client project we did was for a hospital in Delft. I was fascinated by the complexity of the project. I needed to grasp not just the large scale of hospital buildings, but also aspects such as the operational processes, finance, and the perspectives of the various stakeholders such as patients, medical specialists and hospital employees. In order to further develop my skills, I enrolled for a Masters programme in real estate in 2003 at the University of Amsterdam. This study provided some of the initial ingredients that I developed further in my PhD research. Your PhD research is about the added value of architecture in hospital care. You seem to have touched upon a wide range of issues: architecture, business, health care, and hospital management. What are the correlations between them in your research?

handed over by clients. This is why when a crisis hits, architects lose their ground. So what I’m trying to redeem is a strategic and central role of architects. In the field of health care for instance, hospital buildings are expected to function for twenty to forty years, while medical processes, techniques, and devices evolve every three to five years. Making a good design brief with such a long planning horizon is a major challenge. Hospital employees often end up falling back on the old ways of working. If architects can play a more proactive consulting and strategic role, then their architectural vision becomes more than a mere visualization of their commission. It helps develop the strategic vision of the hospital organization. By contributing in this manner at the programme management levels, as opposed to just being a participant at the project level, architecture creates added value. Do you find architects too arrogant to step out of the designer’s role and delve into business management? No, I think they are naïve instead. I was once myself when I designed a villa as a student. I was unaware of the complex reality of restrictions, finance and other aspects. Soon I realized that getting the next villa is not easy at all.

“I REALIZED THAT THE ONLY WAY TO REALLY BECOME AN ARCHITECT WAS TO GET AWAY FROM IT.”

One example that helps explain this is the renovation of a number of outpatient departments at a hospital, where I used the opportunity provided by the renovation to introduce a new way of working. We set up a series of workshops with doctors and hospital employees to identify and prioritize the objectives and key value drivers for the renovation. The primary focus was on improving business processes of the outpatient department and making these more patient-centric, rather than on managing and executing the process of building renovation. One of the changes we requested was to appoint the medical manager, instead of the facilities manager, to lead the renovation project. The reason was that the key value drivers of the renovation are not just better facilities and medical devices, but are related to the quality, safety, efficiency, and user friendliness of the core medical processes. This is something I investigated in depth in my PhD research, where I relate quality of healthcare to the quality of hospital architecture at three levels: the future value, the cultural value and the utility value. The realization of these value drivers needs integration of various aspects at the strategic, managerial, operational, financial and architectural levels in the decision making process. To what extent do you think architects should be involved in this complex process? I don’t think architects should take on the sole responsibility to get this to work, but too often, architects just blindly follow the design brief

In some way, I am also afraid that we have made the architectural world too romantic in our education. Perhaps we need to rethink who we want to select and train, and what we want to tell them. Are there future plans for your research or your practice?

Not too concretely, but I certainly would continue with architecture. In the near future, I might participate in a research project focusing on the role of information technology in building designs. As for our practice, we are now a small strategic firm advising hospitals and other health providers. We have a good mix of architects, researchers and consultants. In the future, we might consider joining architecture competitions, or collaborating with an architecture firm. At the moment, there are many options.

For more info: ceanconsulting.com

Colette Niemeijer Dr Colette Niemeijer is founder and owner of CEAN Consulting. The company provides advice on innovations in healthcare through the added value of architecture. She defended her dissertation 'De toegevoegde waarde van architectuur voor de zorg in ziekenhuizen' (The Added Value of Architecture in Hospital Care) on the10th of December.


12 BK IN FOCUS

B NIEUWS 01 JANUARI 2010

compliment the International Conference on Architecture Robotics. Led by Jelle Feringa and Wes Mcgee, one of the most advanced proponents of architectural robotics in the US, the workshop welcomed a group of students interested in exploring material processing and production.

Robot at work Rob|Arch Workshop 2012, Rotterdam

HERE COMES

THE ROBOT

WHILE SOME OF US MIGHT FIND 3D PRINTING AND CNC MILLING ALREADY ADVANCED IN ARCHITECTURE, OTHERS ARE PUSHING THE ENVELOPE EVEN FURTHER. JOIN THE SCENE OF ROBOTIC ARCHITECTURE! BY WING (YINJUN WENG) Beyond CNC Although robotics is not a new technology in many industrial productions, it first made its way into architecture practice over the recent years. It was introduced by the pioneering work at the dFAB lab at ETH led by Gramazio & Kohler. Since then, a considerable number of labs are founded to study and develop the application of robotic technology in architecture. One of these labs is founded and led by Jelle Feringa, a PhD researcher at Hyperbody and the coordinator of the Rob|Arch workshop in Rotterdam. Standing next to the orange robots at the workshop, Feringa demonstrates the robotic hotwire cutting that is often used for creating complex formworks with EPS foam. When

asked about the features of robotic architecture, Feringa compares robotics to common fabrication system CNC (Computer Numerical Control): “CNC is essentially a methodology for fabrication. It is constrained by the limitations of sheet-based materials and cannot scale to large architectural volumes.

The RobArch Workshop The RobArch workshop is made possible by a grant of the The Netherlands Architecture Fund, and is co-organized by Maria Vera van Embden Andres and generously supported by Chris Kievid and Frank van Brunschot. Robarch2012.org Facebook: robotsinarchitecture

Robotics, on the other hand, is a process technology. It not only fabricates, but also assembles and transports materials. Most importantly, we can deal with full-scale architectural proportions. Now with sensors incorporated, robots are even able to react to a changing environment, so they can take responsive design decisions while fabricating. With such an autonomous role, robots ensure that nothing is lost in the translation from design to fabrication, from factories to cutting plants, and from assembly to construction. This is where BIM or CNC is limited, and where we’re delving into an uncharted territory.” Rob|Arch Workshop To explore the application of robots in architecture, a workshop was held in Rotterdam from the 14th till the 16th of December, to

Matthew Tanti, one of the participants from TU Delft, was delighted to see a realistic application of the technique in architecture: “The experiment of cutting limestone composite and concrete formwork with robots was very intriguing, because that are dominant materials in the building industry. Being able to manipulate and process them in robotic techniques will open up new and exciting doors for architecture.” Although some still see technical challenges in robotic architecture, others are hopeful for a more central role architects can play in the future with the help of robots. “In the near future, we will be able to combine precision, speed and customization with the same results we manage to achieve today with mass fabrication. This would give architects the technical tools to regain the authority in the building process,” says Tanti. Uncertain future Despite the positive outlook into the future, robotic architects also have things to worry about. Starting halfway next year, the Rotterdam lab will lose the financial support from TU Delft, due to considerable budget cuts at Hyperbody. Feringa seems surprised: “We are one of the few robot labs in Europe. We are the youngest one with the smallest investment. With the most and largest robots, we have generated substantial output, both physically and intellectually. It is hard to see why we are losing the support.” When asked if he will continue, Feringa showed determination: “There is too much momentum to stop. Our efforts have been very well received in the field and all partners involved are happy to acknowledge that. So we’ll have to find a way to continue this initiative ourselves.”


bk in focus 13

berlage lectures in bkcity

Now that The Berlage has moved from Rotterdam to BKCity, we have the opportunity to enjoy the lectures they organize between the walls of our own city. We are able to attend lectures by prominent international speakers in the series ‘The Berlage Keynotes’. The first speaker in this series was the well-known Chinese-American architect Yung Ho Chang, who gave his lecture called ‘Material-ism’ on the 13th of December.

Yung Ho Chang on Material-ism

by manon schotman Material-ism Yung Ho Chang is a renowned architect and educator who has established one of China’s first private architecture firms, called Atelier FCJZ. In his lecture, he spoke about the friction between the Marxist materialist ideology that was omnipresent in the China he grew up in, and the contemporary ‘materialism’ in the sense of consumerism experienced in today’s China. Ism and material The first part of the lecture was dedicated to materialism in the Marxist sense of the word. Yung Ho Chang showed several examples of communist architecture, both in Russia and in

China. In the second part of the lecture he dwelled more on the topic of materials, showing projects created by his own firm, like a museum on a bridge made of concrete and a house made with the experimental material fiberglass. The architect furthermore showed his interest in cross-disciplinarity by showing two projects that have to do with materials, but lay outside the field of architecture: clothing design and a play for which Chang wrote the script as well as designed the stage setting. Berlage Keynotes This year about six to eight keynote lectures will take place on Thursday evenings in BKCity’s orange hall. The idea

behind these lectures is that renowned, high profile speakers from the international design world are invited to speak about a topic of their own interest. Berlage sessions & berlage conferences In addition to The Berlage Keynotes, The Berlage Center for Advanced Studies in Architecture and Urban Design will organize two other types of public events. The first is called “The Berlage Sessions”. These sessions consist of thematic lectures that take place on Friday afternoons. The second, called “The Berlage Conferences”, is a series of specialized academic conferences that will be organized in collaboration with departments or chairs of

the faculty of Architecture. All students and staff, as well as the general public, are invited to join the these three public programs of The Berlage, which will certainly generate another kind of dialogue and discussion between the walls of BKCity.

The Berlage Theberlage.nl twitter.com/TheBerlage


14 FORUM

B NIEUWS 05 07 JANUARI 2012

Deep-rooted sentiments? Interesting views? Use forum as your discussion platform! Send your articles and letters to bnieuws-bk@tudelft.nl. React on bnieuws.wordpress.com!

“KIJK NAAR DE KATHEDRALEN, NIET NAAR HET PARTHENON?” HET PARTHENON IS EEN VERZAMELING ZUILEN EN LIGGERS, MAAR IS TOCH MINSTENS ZO INTERESSANT ALS DE GOTHISCHE KATHEDRALEN, ALDUS RONALD VAN WARMERDAM. “Kijk naar kathedralen en niet naar het Parthenon.” -- een prikkelende stelling die Herman Hertzberger in B Nieuws #3, neerzet. Prikkelend, omdat hij spreekt over 'leren van het verleden.' Kun je van klassiek-Griekse architectuur minder leren dan van klassiek-Gotische architectuur, zoals de kathedralen van Amiens of Chartres? Als je stelt dat architectuur door de eeuwen heen van primitief naar volwassen is gegroeid, lijkt de conclusie redelijk. En het klopt dat Griekse architectuur, deels, een primitievere vorm van architectuur is dan de architectuur van de middeleeuwse Hooggotiek, in ieder geval uit constructief architectonisch oogpunt. Dus wat Hertzberger stelt klopt: het Parthenon is, kort gezegd, een verzameling zuilen waarop liggers zijn geplaatst, terwijl een Hooggotische kathedraal een architectonisch en constructief spel is van goddelijk licht, adembenemede ruimte en een vloeiende afdracht van zwaartekracht. De sfeer van goddelijkheid hangt nog in elke Franse kathedraal, terwijl die goddelijkheid uit het Parthenon verdwenen lijkt.

Akropolis, Leo von Klenze

en Kallikrates en de beeldhouwer Phidias? Wat voor maatschappij brengt denkers als Plato en Aristoteles voort? Waarom spreken de beelden van het timpaan van het Parthenon ons zo aan en waarom zijn ze door de Britten in 1816 van de tempel naar Londen gehaald? En hoe zag de bekende paardenkop die over de rand van het timpaan steekt er in kleur uit? Bij de passage over de Hagia (Aya) Sophia doet Hertzberger de geschiedenis enig geweld aan. De Hagia Sophia is gebouwd als een Byzantijnse kathedraal en niet, zoals Herman doet geloven, als moskee. De bouw van de Hagia Sophia is gestart in 532 na Christus, ruim voor het geboortejaar van de profeet Mohammed in 569 in de nadagen van het Romeinse rijk en de eerste eeuwen van het Christelijke Europa, voordat grote delen van Europa zouden vervallen in donkere middeleeuwen. De architecten van de kathedraal waren Anthemius van Tralles en Isodorus van Milete en het is een waar hoogstandje van architectuur, constructie en Byzantijns-christelijke bouwkunst. Islamitische cultuur heeft natuurlijk prac htige en zeer oorspronkelijke architectuur nagelaten, onder andere een paar duizend kilometer verderop in Spanje, waar in Granada het sprookjesachtige Alhambra staat en in Cordoba een adembenemend prachtige moskee. Reis daar heen als je van historische architectuur wilt leren, fantaseer ook daar en laat je inspireren, zoals Hertzberger voorstelt, door de architectuur uit het verleden.

Ronald van Warmerdam Docent

Cordoba, Virtual Tourist

Horse Head, Elgin Marbles, British Museum

ANNA WOJCIK

Toch kan ik enorm genieten van een Griekse tempel. Goddelijkheid is namelijk de oorsprong en de ziel van het Parthenon. Het Parthenon is opgericht na een Griekse overwinning op de Perzen en is gewijd aan Athena. Athena, godin van wijsheid, inspiratie, beschaving, recht, oorlog en kunst, is tevens naamgever van de stad. Het Parthenon is onderdeel van een groot complex van tempels en heiligdommen in de citadel van de Acropolis. En de Acropolis is onderdeel van de complexe Griekse maatschappij. De Acropolis vertegenwoordigt het religieuze en het goddelijke en de agora het wereldlijke waaronder de democratie, de sport en de kunst. Het mooiste is om, lopend door dit verleden, te fantaseren over hoe het was. Hoe leefden de mensen die de eerste democratie ontwierpen? Wat dachten de architecten Ictinus

@


STREETS OF BK CITY 15 IN EACH EDITION, WE ASK STUDENTS AND TEACHERS AT TU DELFT A QUESTION FOR THEIR OPINIONS. THIS TIME WE ASKED THEM AT THE FACULTY CHRISTMAS PARTY:

WHAT IS YOUR NEW YEAR'S RESOLUTION?

Marcel Bilow, Coordinator of Bucky Lab

Jiaxuan Huang, Msc3 TALL To graduate before the summer!

I’m starting up a business with one of my roommates, a line of laptop bags, because the bags that are available are ugly and impractical. So my goal is to sell 100.

Kenneth Heijns, Secretary General

Ermal Kapedani Msc5 Explore Lab

Marta Smektala

I don’t make any resolutions. There is a psychological theory that once you say something that you want to do, your brain tricks you into feeling like you’ve done something and then you won’t do it anyway. So you’re less likely to do something if you say you’re going to do it.

COLOFON B Nieuws is a four-weekly periodical of the Faculty of Architecture, TU Delft. Faculty of Architecture, BK City, Delft University of Technology Julianalaan 134, 2628 BL Delft room BG.Midden.140

Jonathan Telkamp, Msc3 Explore Lab

I have no resolutions. Going to leave it open, but longer opening hours of the faculty would be nice. My students are always complaining about having to leave the faculty. And the Bucky Lab needs more tools.

I’ll make assessment, go out and spend time with my family.

bnieuws-bk@tudelft.nl b-nieuws.bk.tudelft.nl issuu.com/bnieuws

Cover illustration Graduation Project, by Elbert Arens

Editorial Board Sue van de Giessen Manon Schotman Ivan Thung Daphne Bakker Wing (Yinjun Weng)

Contributors Karin Laglas Anna Wójcik Ronald van Warmerdam Robert Nottrot Joris Hoogeboom Elbert Arens

I’m really excited about 2013. The dean declared our aspiration to become one of the top 3 architecture faculties worldwide and I’m looking forward to working towards that goal, specifically to help our young researchers to achieve their dreams.

Editorial Advice Board Marcello Soeleman Ania Molenda Robert Nottrot Linda de Vos, Pierijn van der Putt

Print Drukkerij Tan Heck, Delft

Next deadline 20 Jan 2013, 12.00 PM B Nieuws 06, Feb 2013 Illustrations only in *.tif, *.eps or *.jpg format, min 300 dpi

Monique Beliën, Msc4 Architectural Engineering I don’t have any resolutions for 2013 yet, because I have not yet achieved my resolutions for 2012. My resolution was to eat lobsters. So I will do that first, before thinking of any resolution for 2013.

Karin Laglas, Faculty Dean I wish to have a good start of our long term strategic plan for the faculty and to keep things fun.

The editorial board has the right to shorten and edit articles, or to refuse articles that have an insinuating, discriminatory or vindicatory character, or contain unnecessary coarse language. Unsolicited articles can have a The editorial board informs maximum of 500 words, the author(s) concerning the announcements 50 words. reason for it’s deciscion, directly after is has been made.


AGENDA B NIEUWS 05 7 JANUARY 2013

WEEK 02 Lecture

Large scale and detailed photorealistic presentations in 2D and 3D 09.01.2013 A lecture by Bart Beers from CycloMedia Technology B.V. OTB / Jaffalaan 9 / Hugo Priemuszaal / 10:45 - 12:30 bk.tudelft.nl

Lecture

Implicated difference, uncanny peacocks, the constant safari 11.01.2013 The Berlage has invited Jason Young to give a lecture on segments on his current book project, Skirmishes with the MacroPhenomenal. Young’s research plots the emergence of a new digitally-construed, technologically-bloated urban subject who arises at the intersection of statistics and market segmentation research. He is an Associate Professor of Architecture and 2012–2013 Helmet K. Stern Professor in the Institute for the Humanities at the University of Michigan. Bk City / Room K / 14:00 theberlage.nl

Film

'De Drager' 13.01.2013 In John Habraken’s book De Dragers en de Mensen - Het einde van de massawoningbouw (1961, which was published in English as Supports: An Alternative to Mass Housing in 1972) he introduced a totally new vision for residential construction. This vision continues to be as relevant today, because Habraken gave the inhabitants control of and responsibility for the design of their living environment. Sonja Lüthi and Marc Schwarz have made a film about Habraken’s body of thought that takes us on a voyage of discovery which takes in several projects inspired by his ideas. After the screening, a discussion will take place with the filmmakers and John Habraken. NAi / 14:00 / €3 / RSVP nai.nl

SPOT ! T LIGH

WEEK 03 Lecture

Liza Fior (MUF Architecture/Art, London) 15.01.2013 Liza Fior was born in London where she continues to practice as founding partner of muf architecture/art. The work of the practice negotiates between the built and social fabric, public and private in projects that have mainly been focused in East London. Projects range from urban design schemes to small-scale temporary interventions, landscapes and buildings—a continual dialogue between detail and strategy. Muf were the creative directors of the British Pavilion in Venice this year. Amsterdam / ARCAM in de Brakke Grond / 20:15 arcam.nl

Book fair

Ruim je boekenkast op met ARCAM! 19.01.2013 Op zaterdag 19 januari a.s. is er bij ARCAM een boekenmarkt, waar iedereen welkom is. Wie van zijn boeken af wil, kan een plek reserveren waar in een feestelijke entourage gehandeld kan worden met collegaopruimers en publiek. Verkopen, ruilen of weggeven, alles is mogelijk. Amsterdam / ARCAM / 10:30 16:00 / RSVP arcam@arcam.nl arcam.nl

Film

De ontmaskering van de vastgoedfraude 19.01.2013 Op zaterdag 19 januari a.s. is er bij ARCAM een boekenmarkt, waar iedereen welkom is. Wie van zijn boeken af wil, kan een plek reserveren waar in een feestelijke entourage gehandeld kan worden met collegaopruimers en publiek. Verkopen, ruilen of weggeven, alles is mogelijk. Amsterdam / De Balie / 13:00 debalie.nl

Hoe geef je een vernieuwingsimpuls aan woningrenovatie? De corporatiesector is onderhevig aan grote dynamiek. Na schaal, management en werkcultuur zijn nu werkwijze en relaties met bouw- en onderhoudsbedrijven en huurders aan het veranderen. Het convenant Energiebesparing in de huursector doelt op een gemiddeld Energielabel B voor de corporatiewoningen in 2020. Hoe

WEEK 04 Concert

Lionel Bringuier debuteert 24.01.2013 Jonge dirigenten heten al snel veelbelovend, maar de 25-jarige Lionel Bringuier is een klasse apart. The Times rekent hem tot de ‘hottest conductors’ van deze tijd. The Independent noemt hem ‘overrompelend’. In zijn Berlioz gloeit het licht van de Middellandse Zee, zijn Roussel blaakt van energie en zijn Daphnis is ronduit sensationeel, aldus de Guardian. Dit is zijn langverwachte Nederlandse debuut. Rotterdam / De Doelen / 20:15 / € 9 - 21 dedoelen.nl

WEEK 05

Concert

Symposium

25.01.2013 Flamenco en barok ontwikkelden zich naast elkaar, maar beïnvloedden elkaar ook in het Spanje van de 16e eeuw en haar koloniën. Flamencoster Arcángel en Fahmi Alqhai, leider van het oude-muziekensemble Accademia del Piacere én een van de beste jonge bespelers van de viola da gamba (voorloper van de cello) sloegen de handen ineen. Amsterdam / Muziekgebouw aan 't IJ / 20:15 / € 10 - 39,50 muziekgebouw.nl

29.01.2013 De Balie presenteert in samenwerking met Natuurmonumenten het drieluik ‘Goudader Natuur’; drie middagen over de waarde en toekomst van de natuur in Nederland op het gebied van economie, welzijn en waterveiligheid. Deze derde, en laatste aflevering in de reeks staat in het teken van waterbeheer. Amsterdam / De Balie / 15:30 debalie.nl

Flamenco goes Baroque

kan deze ambitie worden waargemaakt? De manifestatie vindt plaats op 31 januari 2013 in het Aula Congrescentrum TU Delft te Delft. Het programma duurt van 9.30 tot 16.45 uur. Voor meer informatie kunt u zich wenden tot het secretariaat van het Onderzoeksinstituut OTB, e-mail a.d.dersjant@tudelft.nl. otb.tudelft.nl

Goudader natuur: de kracht van water

EXHIBITIONS Lelé – Architect of Health and Happiness NAi / till 10.02.2013

Playboy Architecture

Bureau Europa / till 10.02.2013

The Road to Van Eyck Boijmans van Beuningen / till 10.02.2013


B Nieuws 05, 2012-2013 - 7 Januari