Page 1

01 Winter 2018

Rashaidah sluiers uit de Sinaï Textielkunstenaar Barbara Broekman

30

6

verschijnt 4x per jaar • losse verkoop € 9,50


COVER Ramallah man spinning wool, ca. 1919 Hand colored photographic print. American Colony Jerusalem - Library of Congress [Public Domain]

30

56

20 Vakwerk in leer Martin Moser vertelde in gesprek met

een van onze redacteuren over zijn ambacht en het namaken van oud schoeisel [12]

Textielmuseum in Aubusson Elk kwartaal bezoekt een van onze redacteurs een (inter)nationaal museum en in Museum Métier wordt dit bezoek uitgebreid beschreven. De aftrap is voor het Tapisserie museum in Aubusson [20]

Een ontmoeting met Koningin Teje in Berlijn. Het kopje van Teje is onderzocht op het aanwezige kralenwerk [48]

48 De textielkunstenaar

Barbara Broekman verzamelde textiel uit alle delen van de wereld en realiseerde een tempel van al dit prachtigs [6]

6 Métier Winter 2018

Redactioneel Barbara Broekman Vakwerk zoals je zelden ziet Bumped into Museum Métier - Aubusson Rashaidah sluiers Glaskunst Iedereen verzamelt iets... Sang Wook Lee Koningin Teje in Berlijn Jewellery Matters Spaans kleermakersboek uit 1589 Agenda op stap De Noordzee geeft een schat Li Hongbo Amuletten nader bekeken

5 6 12 18 20 30 40 41 42 48 54 56 59 62 68 70


BLKVLD Uitgevers is een paar jaar geleden geboren uit de wens op een andere manier tijdschriften en boeken te maken. BLKVLD geeft uit wat ze leuk vindt, een amalgaam van onderwerpen, die ondanks hun diversiteit raken aan datgene wat ons interesseert of waar onze liefde naar uitgaat. Wij experimenteert met het aangaan van verbindingen en het uitproberen van nieuwe mogelijkheden in de uitgeefwereld. Vorig jaar brachten we zes boeken uit, vier daarvan gingen over onderwerpen die helemaal passen bij MĂŠtier. Wij presenteerden deze boeken in het Rijksmuseum van Oudheden in de vorm van een modeshow met antieke sieraden en kostuums. Ook voor het komende jaar staan er weer vergelijkbare publicaties op de planning. Volg ons via Facebook, bekijk een deel van onze publicaties op ISSUU of volg ons via onze website www.blikvelduitgevers.nl

www.blkvlduitgevers.nl > shop


Métier Magazine verschijnt 4x per jaar UITGAVE BLKVLD Uitgevers | Publishers Patrijzenstraat 11 2042 CL Zandvoort www.metier-magazine.nl www.blikvelduitgevers.nl

UITGEVER Lonneke Beukenholdt ONTWERP Blikveld ontwerp HOOFDREDACTEUR Boukje Mulder boukje.mulder@metier-magazine.nl +31[0]6 30 20 68 41 REDACTIE Jolanda Bos jolanda.bos@metier-magazine.nl +31[0]6 21 69 69 88 Als u ideeën of suggesties heeft voor de inhoud verwijzen wij u naar Boukje Mulder of Jolanda Bos.

AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

En dan is het ineens zover: Métier heeft maandenlang onze gedachten beheerst, vele gesprekken gestuurd en talloze mails heen en weer laten gaan. Het is geen kleinigheid om een papieren blad op te zetten in een wereld vol social media en digitaal aanbod. Uiteraard hebben we aangehoord wat er aan voor en tegens tot ons kwam, maar alle argumenten hadden we al onder een vergrootglas gelegd. Het was steeds dezelfde conclusie: Métier Magazine moet en zal er komen. We geloven in onszelf, in onze knowhow en onze wisselwerking. En wij geloven in een papieren magazine zoals dat nu voor u ligt.

Sigrid van Roode, Martin Moser, Esther Seldenthuis, Marijke Zwaan, Judith Wegelaar, Sang Wook Lee, Barbara Broekman, Lisa Seldenthuis, Joost van Klaveren, Roy Michielsen, Frouke Fey, Leonie di Luigi.

ABONNEMENT BLKVLD Uitgevers | Publishers Voor € 35,00 ontvangt u Métier 4x per jaar thuis. Ga

Met dit blad willen we de lezers bereiken die geïnteresseerd zijn in kunst, ambacht, materiaal en techniek, inclusief de raakvlakken daartussen. Met diepgang en een benadering vanuit een eigen invalshoek. Ook andere disciplines gaan we niet uit de weg, want Métier Magazine wil op een breed vlak informatie verschaffen.

naar de website om uw abonnement op te geven. U ontvangt daarna van ons een bevestigingsmail.

LOSSE VERKOOP Métier Magazine is ook los te koop. Voor € 9,50 incl. verzendkosten binnen Nederland kunt u Métier thuis ontvangen. Ga naar de webshop van blikvelduitgevers voor uw bestelling.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/ of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Door het opnemen van advertenties doet de redactie van

Daartoe hebben wij gesprekken met kunstenaars, galeries, ambachtslieden, bezoeken we musea, volgen we trends, ook die van design, mode en textiel, onderzoeken we historische ontwikkelingen in bepaalde segmenten, kijken we naar de toekomst daarvan en houden hedendaagse hypes in de gaten. En dit alles met veel aansprekend beeld. Uiteraard bieden wij ook een online versie aan, zij het in ingekorte vorm, en is Métier met regelmatige berichtgeving op Facebook te volgen. Daarbij zullen wij één keer per jaar een Engelstalige versie van Métier uitgeven die in de losse verkoop verkrijgbaar is.

Métier Magazine, cq de uitgever, geen aanbeveling van daarin vermelde producten en diensten. Meningen van geïnterviewden in Métier Magazine zijn niet per se die van de redactie/uitgever.

Namens de uitgever, Blikveld Publishers, en de medewerkers aan de totstandkoming van deze allereerste editie wens ik u veel leesgenot.

Zorgvuldigheid is betracht om bij elke foto de eigenaar c.q. fotograaf te vermelden. Organisaties en personen die menen dat bepaalde rechten bij hen liggen, kunnen contact met ons opnemen.

Métier Winter 2018

Boukje Mulder Hoofdredacteur Métier Magazine boukje.mulder@metier-magazine.nl


KUNST AMBACHT TECHNIEK

6


Textiel tempel in Friesland van Barbara Broekman

Tijdens de -terecht- veel geprezen sitstentoonstelling in het Fries Museum afgelopen zomer, was er een onderdeel dat afzonderlijk meer in de schijnwerpers gezet had moeten worden. Ik bedoel ‘My Second Skin’, zoals Barbara Broekman haar indrukwekkende textiel tempel heeft genoemd. Die heeft mij persoonlijk zo geraakt dat ik er hier graag op terugkom.

Métier Winter 2018

7


‘My Second Skin’ [foto Erikjan Koopmans].

Altijd weer textiel

‘Mijn Stad...’

Na de Rietveld Academie bezocht Barbara Broekman

Jarenlang was haar werk, bestemd voor vloeren en

(1955) het California College of Arts in Berkeley

wanden, tweedimensionaal en in uiteenlopende

(USA). Ze kwam daar in aanraking met Sheila Hicks,

materialen uitgevoerd. Naast het autonome gedeelte

baanbrekend kunstenaar op het gebied van enorme

maakte ze kolossale werken in opdracht. Een goed

textielinstallaties en ‘bouwwerken’. Hicks manier van

voorbeeld is ‘Mijn Stad: een feest van verscheidenheid’

werken intrigeerde haar en liet haar niet meer los.

uit 2012, een gigantisch tapijt (veertig meter lang) voor

Hicks is overigens geen onbekende in Nederland,

de Schuttersgalerij van het Amsterdam Museum. De

in 2016 exposeerde ze voor de tweede keer in het

honderdnegenenzeventig nationaliteiten van de stad

TextielMuseum.

drukte ze uit in textielblokken van gelijke grootte. Ze

“Textiel is voor mij wat verf is voor een schilder”

liet zich inspireren door stukken van kleding, tapijten, vlaggen, tafelkleden en hoofddeksels uit de landen van herkomst. De veelheid aan technieken ervan is imponerend. Elke nationaliteit is vertegenwoordigd door een herkenbare uiting in textiel. Wegens overweldigend succes is het tapijt na een aantal jaren vervangen door een nieuw exemplaar van betere kwaliteit en in de museumcollectie opgenomen.

Broekman is opgeleid in de Bauhaustraditie. Deze

‘My Second Skin’

gaat uit van onderzoek en toepassing van kleur, licht

Met ‘My Second Skin’ wilde ze verder: een uitdaging in

en beweging. Door van deze principes uit te gaan bij

de vorm van een driedimensionale ruimte met banen

een totale ruimte, kreeg Broekmans werk een nieuwe

van geprint doek. Dit voornemen, gecombineerd met

dimensie. Haar werk is monumentaal, veelkleurig en

de bedoeling de rijke culturele geschiedenis van

meestal textiel gerelateerd. Zoals ze zelf zegt: “Textiel

textiel te laten zien werd het uitgangspunt. Ze is daar

is voor mij wat verf is voor een schilder. Textiel staat

wonderwel in geslaagd. Met deze tempel van textiel

voor mij voor de scheppende kracht van de mens”.

schiep ze een ruimte van textiel over textiel.

Haar textiel verrast en gaat een verbinding aan met

De ‘statustent’ doet denken aan het eeuwenoude

andere disciplines en werelddelen. Ze transformeert

gebruik van een tent, zowel bij eenvoudige nomaden

menselijke thema’s als leven, dood, liefde, verlies,

als bij vorsten en andere hoogwaardigheidsbekleders.

verdriet en vreugde op onnavolgbare wijze in haar

Voor de primitieve mens een simpele plek om te

kunst.

schuilen en te slapen. De somptueuze praaltenten van

8


MĂŠtier Winter 2018

9


de rijken een uiting van macht en heerschappij. Het

Nederland, wellicht door het onverwachte karakter

Victoria & Albert Museum heeft daarvan een prachtig

ervan. Het weefsel van Abacá (een bananensoort,

exemplaar (Tipu Sultan,1799) in de collectie. Een

waarvan de vezel, Manillahennep, was gebruikt)

hedendaags voorbeeld is de Libische leider Gadaffi,

had op mij hetzelfde effect. Heel ingenieus vond ik

die bij buitenlandse bezoeken een tent meenam in zijn

het haakwerk uit Brazilië met aluminium treklipjes

gevolg.

van blikjes. Een fantastische mix van voor ons soms ongewone technieken met handgemaakt Frans

Broekman ging op zoek naar de bronnen van

kantwerk en andere ‘bekenden’.

verschillende technieken en hoe de interpretatie daarvan verschilt tussen Oost en West. De sari is in

Team van handwerkers

de Indiase cultuur een universeel kledingstuk. Hij

In de loop van de jaren is Broekman uiteraard het

omhult het vrouwenlichaam, beschermt tegen kou

stadium van zelf knopen en weven allang voorbij, ze

en zon en kan zodanig geknoopt worden dat er iets in

heeft inmiddels een arsenaal aan handwerkers tot haar

meegedragen kan worden. Ze nam het formaat ervan,

beschikking. Handborduurders in India, wevers van het

één bij vijf meter, als uitgangspunt voor de banen

TextielMuseum in Tilburg, gobelinweefsters in Polen en

voor ‘My Second Skin’. Dat resulteerde in zesenveertig

tapijttufters in Spanje. Ze kent hun kwaliteit en door

exemplaren. Om de banen van de wanden strak te

het regelmatige contact is er wederzijds vertrouwen en

laten hangen zijn ze aan de onderkant verzwaard.

respect. Haar ontvankelijke en nieuwsgierige instelling

De plafondpanelen zijn in een aluminium frame

zal daar zeker toe bijdragen en het feit dat ze een

gespannen.

aantoonbaar harde werker is met een enorme drive.

Toegepaste technieken

Nog zoveel ander werk

Door de ongewone toepassingen en materialen van de

Inmiddels kunt u in een kerk, een hotel, een

technieken is ‘My Second Skin’ ronduit spectaculair.

restaurant, een rondvaartboot, een museum,

Niet alleen voor in textiel geïnteresseerden, het

het Paleis van Justitie, de rechtenfaculteit van de

cultureel historische aspect maakt het aantrekkelijk

Universiteit van Amsterdam, een ziekenhuis, een

voor een veel breder publiek.

belastingkantoor, bij iemand thuis een monumentaal werk van Broekman aantreffen. Deze opsomming is

Om een indruk van de gebruikte technieken te geven:

niet volledig en dat er in de toekomst nog het een en

breien, haken, vilten, quilten, weven, borduren,

ander aan toegevoegd zal worden is wel duidelijk. Dat

vlechten, naald- en kloskantvervaardiging, appliqueren

velen zich daarop verheugen eveneens. ◆

en printen. Voor versiering zorgden kralen, schelpen, spiegels, goudborduursel, passementen en veren. De extreme vergrotingen zijn mogelijk door de toepassing van hedendaagse, digitale technieken. Zo zie je gigantische breisteken naast kruissteken zo groot als een hekwerk, enorme lussen en ontzettend dikke draden. Broekman heeft veel van de textielstukken die als basis dienden voor ‘My Second Skin’ mogen lenen uit de collectie van de ‘grande dame van de textiel’, Henriette Beukers. Het vergde wel enig observatievermogen

‘Mijn Stad: een feest van verscheidenheid’

om alle banen te ontleden. Zoals het kunstgras uit

[foto Gert Jan van Rooij].

10


MĂŠtier Winter 2018

11


AMBACHT TECHNIEK

12


MĂŠtier Winter 2018

13


Martin Moser

In Métier willen we aandacht besteden aan een aantal interessante specialisten of ambachtslieden die technieken beheersen die je zelden tegenkomt. Eén van die mensen is Martin Moser. Om hem te kunnen interviewen, bezochten we hem in Duitsland waar hij woont en zijn ambacht beoefent. Martin heeft Japans gestudeerd en heeft ook jaren in Japan gewoond; hij begrijpt de cultuur en spreekt de taal. Maar hij is ook een zeer ervaren leerbewerker en in die hoedanigheid natuurlijk interessant voor Métier. We kijken een dag mee in de keuken van het leerbewerken, terwijl Martin werkt aan een replica van oud schoeisel. Hij werkt door terwijl we praten en pauzeert zo nu en dan om ons iets te laten zien over zijn werkwijze. Voor ons als buitenstaanders lijkt er een overeenkomst in zijn cleane manier van werken en het cleane van de Japanse visuele cultuur. Maar zijn leerwerk heeft daar niets mee te maken, zo verzekert hij ons. Als we hem interviewen geeft hij doordacht antwoord. Natuurlijk willen we weten hoe en waarom hij zich in dit ambacht bekwaamd heeft. Dat was een heel praktische reden, zo geeft hij aan. Twintig jaar geleden, toen hij deel was van een reenactment-groep, had hij caligae nodig, Romeinse

14

sandalen. Hij zou een lange afstand mars gaan lopen met bepakking. Er waren destijds geen sandalen voorhanden die goed genoeg waren en als hij wel goede exemplaren trof, waren ze veel te duur voor hem. Puur uit noodzaak sneed hij toen zijn eerste paar sandalen die in ieder geval goed genoeg waren voor de mars. “Maar belangrijker voor mij was dat het maken van dit eerste paar sandalen naar meer smaakte”, zegt Martin met een lach. “Met het verstrijken van tijd, het bestuderen van meer Romeinse leerbewerkingstechnieken en ander leerwerk, werd mijn werk steeds beter.” Martins is bescheiden, want zijn werk werd zelfs zo goed dat anderen bij hem aanklopten en replica’s van hem wilden kopen. Zo startte hij zijn business; betaald werk voor andere reenactors en uiteindelijk ook voor musea en voor instituten over de hele wereld. Martin wijst in zijn werkkamer op zijn kast vol boeken over leerwerk en alle replica’s die er staan. “Zo gaat dat dan, je rolt van leerwerk uit de Romeinse tijd in leerwerk uit eerdere en latere periodes.” Martin is natuurlijk geïnteresseerd in technieken uit allerlei verschillende periodes en de vormen van het schoeisel, maar nog belangrijker vindt hij het om met zijn replica’s het karakter van de schoen te treffen. Martin heeft geen voorkeur voor het ambacht, de kunstvorm, de techniek of het materiaal van de voorwerpen die hij


namaakt, zo zegt hij als wij hem daarnaar vragen. “Het gaat mij vooral om de combinatie van die vier aspecten. Misschien zijn materiaal en techniek wel nèt iets belangrijker voor mij persoonlijk omdat deze aspecten in mijn ogen samen het karakter van het object bepalen. Wat mij betreft hoeft een goede reproductie geen exacte kopie te zijn van het origineel om overtuigend te zijn. Sterker nog, een goede replica kan beter het karakter van het origineel pakken en uitstralen. Wat je wilt is op die manier de aandacht van de kijker vangen. Misschien is het zo dat de keuze voor het materiaal en de techniek daarbij het belangrijkste is. En aan deze twee aspecten is ook het minst aan te interpreteren.” Het is een genot om hem te zien werken aan een replica van Egyptisch schoeisel. Naast een stapel boeken, staat de computer open op tafel waarmee Martin inzoomt op zeer gedetailleerd fotomateriaal. Er zijn, heel vaag na 3.300 jaar, nog stiksels in het oude leer gezien. Hoewel zowel het leer als het stiksel na zoveel eeuwen onder het zand te hebben gelegen, dezelfde kleur bruin geworden zijn. De beelden van de archeologische artefacten geven hem informatie over hoe de schoenen zijn gemaakt, wat het model was en de werkvolgorde van destijds. Wat werd als eerste gedaan en werd het leer bijvoorbeeld

Métier Winter 2018

voor of na het maken van de schoen gekleurd? Dit zijn allemaal vragen die beantwoord moeten worden voordat je aan het werk kunt. Martin werkt ook veel samen met archeologen waarmee hij letterlijk dit soort onderwerpen bespreekt alvorens hij aan de slag gaat met het materiaal. We vragen of hij ons iets meer kan vertellen over de beelden waar hij nu naar kijkt. “Het leer van deze specifiekere schoen is duidelijk eerst gekleurd en daarna pas versneden in het juiste formaat”, vertelt hij. “De kleur zit in dit geval op de grain side, op de haarzijde van de huid. Daardoor kunnen we zien dat het looien van de huid en het kleuren twee aparte stappen zijn geweest in het productieproces.” Martin schuift met zijn muis heen en weer over het beeldscherm en laat ons zeer sterk ingezoomde, bijna microscopische beelden van een oud stuk leer zien. “Heel goed kijken naar het artefact geeft vervolgens informatie over gereedschapgebruik en techniek. In mijn hoofd haal ik als het ware de schoen uit elkaar zodat ik op die manier het productieproces kan herleiden. Door vervolgens aan de slag te gaan zal blijken of het klopt wat ik heb gezien en bedacht. Dit geldt zowel voor de gebruikte techniek als voor de volgorde van maken.” Daarnaast volgen dan discussies met archeologen waarmee hij samenwerkt.  Een dergelijke benadering bij een faraonische gekrulde

15


Martin Moser

teenschoen resulteerde bijvoorbeeld in het gebruiken van een turnshoe-techniek. Het binnenstebuiten draaien van de schoen (vandaar de term turnshoe) was de enig mogelijke manier om hetzelfde visuele effect te bereiken als het origineel. Martin vertelt dat hij regelmatig met een hedendaagse schoenmaker praat die totaal niet begrijpt waarom je zo je best zou doen om originele technieken te achterhalen of een schoen met de hand te naaien. Al helemaal niet op plaatsen waar je het niet ziet zodat je het zelfs kan verlijmen. “Het is interessant wat je te weten kunt komen door het gebruik van de oorspronkelijke technieken. Op die manier maak je niet alleen een exacte replica, je komt ook aspecten van de techniek te weten waar je anders niet achter gekomen was.” Experimentele archeologie heet dat. We hebben het kort over de interessante combinatie tussen ambacht, kunst en wetenschap, die door deze manier van werken goed tot uiting komt. We praten over de in onze ogen noodzakelijke, combinatie van intelligentie, arbeid en passie voor materiaal en objecten. En dat deze combinatie absoluut noodzakelijk is om een goed ambachtsman, een goede kunstenaar of zelfs een goede wetenschapper te zijn. Door je vindingrijkheid passie en intelligentie te combi-neren

16

met analytisch vermogen of ambachtelijke kennis, kun je zaken te weten komen over de oudheid die je anders niet zou hebben achterhaald. “Een vak verstaan betekent niet dat je ook een overtuigende replica kunt maken. Je hebt het verlangen nodig om echt iets te bereiken. Zoals de perfecte afmetingen, het verhaal van de originele schoen en met name het karakter van de schoen. En dat kun je alleen bereiken door heel nauwkeurig te kijken en zoveel mogelijk bij de oude manier van werken te blijven.” Martin werkt waar dat kan of waar dat maar mogelijk is. Hij heeft een atelierachtige werkruimte, maar gebruikt deze plek niet altijd om zijn replica’s te maken. Hij werkt waar dat nodig is om met opdrachtgevers of andere onderzoekers te kunnen sparren over de antieke voorwerpen die hij namaakt. In Martins werkruimte liggen stukken leer en minimaal bewerkte huid opgeslagen die hij ooit zal kunnen gebruiken. Ze liggen in stapels en hij kan uit verschillende diktes van materiaal kiezen. Ook heeft hij diverse stukken leer bewaard van andere schoenen, die op zijn werkbank opgestapeld zijn en waar hij nog een keer uit kan putten als dat nodig is. Ze liggen naast het gereedschap dat hij in sommige gevallen ook zelf vervaardigd heeft


omdat het gereedschap van oude culturen vaak niet langer voorhanden is om mee te werken. Hij laat ons naalden, priemen en een typisch mes zien om leer mee te bewerken en die hij uit pure noodzaak zelf gemaakt heeft. “Soms is het zelf maken van zo’n stuk gereedschap de enige mogelijkheid die je hebt om te voelen wat de ambachtsman in het verleden heeft ervaren.” Wij vragen: “Je hebt al zoveel verschillende schoenen gemaakt en zo’n diversiteit aan vormen en technieken van verschillende culturen geïmiteerd. Voel jij je op een bepaalde manier verbonden met onze voorouders als je dit soort technieken toepast die in de oudheid zijn ontwikkeld?” Martin antwoordt op een nuchtere manier. “De eeuwen die tussen ons liggen zijn te veel om mij echt verbonden te kunnen voelen natuurlijk, maar ik houd het voor mogelijk dat we op zijn minst hetzelfde gevoel van tevredenheid hebben als we iets hebben gemaakt dat mooi is en functioneel en goed gereconstrueerd.” Martin laat ons een schoen zien waarbij het leer op ingenieuze wijze opengesneden is waardoor een schitterend decoratief patroon in het leer ontstaan is. “En wat ik zeker voel, bijvoorbeeld bij een ontwerp als dit, is een diep respect voor het ambacht dat zoveel mensen in vroegere tijden verstonden. Wat we niet moeten vergeten is dat zij voorwerpen hebben geconstrueerd met vaak zeer beperkte middelen en

soms onder lastige omstandigheden. Dat is absoluut het bewonderen waard!” Onze laatste vraag is of er iets is in zijn vak waar hij naar streeft in zijn werk. Iets wat hij echt graag wil doen, maar wat bijna onmogelijk lijkt. Daar hoeft Martin niet lang over na te denken. “Heel erg dichtbij het kleinste detail van het originele komen met mijn reproducties! Dichtbij elk detail van elke stap van het origineel kunnen reproduceren. En dat is heel erg lastig. Er zijn zoveel factoren in een productieproces waar we helemaal geen idee van hebben. Technieken en tricks of the trade die verloren zijn gegaan. Bepaalde materialen zijn niet meer voorhanden, waardoor er altijd een gat zal zitten tussen mijn werk en het origineel wat ik probeer te evenaren. Het is mijn wens en een van mijn drijfveren om mij hier steeds verder in te bekwamen en het gat tussen toen en nu te kunnen verkleinen zodat ik heel dichtbij kan komen.” ◆ ZIE OOK | ZIE OOK | ZIE OOK | ZIE OOK

€ 42,50 Alleen in het Frans verkrijgbaar maar wel ruim 300 pagina’s full colour Te koop bij: www.books-on-collectables.eu Lees ook het artikel over Aubusson vanaf pagina 20

17


Borduren op een zeef Wat een uitstekend idee, je oude zeef als ondergrond voor een borduurpatroon. Wij zeggen: doen! Even naar de kringloop om de hoek en aan de slag. We zijn benieuwd wat het geworden is, dus houd ons op de hoogte via Facebook. Deze is geïnspireerd op de ‘Sieve Boob’ Mixed Media Needle Art - Ontwerp en uitvoering door Sarah Fordham. •

‘Needle work cards’ uit Spanje, gemaakt tussen 1900-1930. •

Komeet van Halley op het tapijt van Bayeux De mannen op de afbeelding wijzen naar de komeet Halley bovenin. De tekst in het Latijn zegt: ‘Isti miranti stella.’ Deze heren kijken met verbazing naar de ster. [www.bayeuxmuseum.com] •

Uit noodzaak geboren,boro uit Japan. In ons volgende nummer meer over deze textiel traditie. •

The Last Tattooed Woman of Kalinga 40 portretfoto’s | 112 pagina’s (www.jakeverzosa.com). •

18


‘Stuck Boeck’ van Gomarus van Craeyenbosch, waarin hij tussen 1661 en 1671 zijn lakenhandel bijhield, samen met lakenmonsters in allerlei kleuren. Meer over de Leidse Lakenhandel in het volgende nummer van Métier. •

If it’s broke, fix it. Dat is de campagne van het outdoor kledingmerk Patagonia. Het merk vertelt de verhalen van mensen die hun favoriete jas of ander kledingstuk repareren. De jas heeft net als de drager van alles meegemaakt en de emotionele waarde is groot. Dus niet zomaar weggooien maar repareren. Patagonia heeft een rijdend reparatie atelier dat door Amerika toert en mensen uit de brand helpt. Een prachtig initiatief dat wij van harte toejuichen. wornwear.patagonia.com •

Aubusson, de stad van de tapijtweefkunst in Frankrijk. En van architectuur weten ze ook iets, getuige dit geweldige gebouw. Ga voor ons artikel over tapisserie naar pagina 20. • Volg ze op Facebook want ze geven leuke workshops over allerlei prehistorische technieken. Enthoussiaste mensen, ga zo door!

Métier Winter 2018

19


MUSEUM AMBACHT TECHNIEK

20


MĂŠtier Winter 2018

21


H

et kleine stadje Aubusson ligt in de Franse Charente en is al ruim vijf eeuwen fameus vanwege zijn tapisserie, de tapijtweefkunst. De oorsprong hiervan in het gebied La Marche, waar Aubusson en het naburige Felletin onder vallen, wordt aan verschillende omstandigheden toegeschreven. Een daarvan is de band tussen Vlaamse families en de Heren van La Marche. Door hun toedoen zouden wevers uit Arras of Hainaut zich in de 14e, 15e eeuw in de streek gevestigd hebben. Bovendien was er in Felletin waarschijnlijk al eerder sprake van de vervaardiging van wollen dekens en lakens, uitmondend in een latere specialisatie in geweven tapijten.

Unesco erfgoedlijst De Cité internationale de la tapisserie, waaronder het tapisseriemuseum valt, heeft nieuw elan gekregen: de tapijtweefkunst van Aubusson en omstreken is in 2009 op de immateriële erfgoedlijst van Unesco geplaatst. Als gevolg hiervan wordt aan alle facetten ervan aandacht besteed. De ontstaansgeschiedenis in dit deel van Frankrijk wordt belicht en voor de overdracht en de beheersing van de verschillende technieken zijn opleidingen. Daarnaast is er aandacht voor de mondiale promotie van deze kunstvorm inclusief de toekomstvisie daarop.

22

Het museum, aan de buitenkant voorzien van gekleurde verticale (weef)banen die zijn doorgevoerd in de trapbekleding binnen, is gehuisvest in het oude gebouw van de ENAD (Ecole Nationale d’Art Decoratif). De bibliotheek en het grote restauratieatelier ervan zijn inmiddels onderdeel van het museum. Door een ingesteld regionaal fonds houdt de Cité honderdtwintig mensen aan het werk: spinners, ververs, ‘cartonniers’, wevers en restauratoren.


Cartons als uitgangspunt Met de zogenaamde ‘cartons’ worden de werkvoorbeelden op ware grootte voor de wevers bedoeld. Vroeger waren het voornamelijk schilders die voor een bepaald onderwerp opdracht kregen een carton te vervaardigen. Vanaf de 16e eeuw werden daarnaast ook bestaande afbeeldingen en schilderijen als uitgangspunt voor cartons genomen. Weven kan gedaan worden op twee soorten getouwen, het verticale ‘haute-lisse’ en het horizontale ‘basselisse’ getouw. Bij het eerste kan de wever het carton rechtstreeks of via een spiegel achter zich zien en het patroon zo volgen. Met de vingers van de ene hand worden de geselecteerde verticale scheringdraden opgelicht en met de andere hand haalt de bobijn (garenklos) het inslaggaren door de schering. Deze manier werkt langzamer dan een basse-lisse getouw, waarmee men in Aubusson werkt. Hier bevindt het

Métier Winter 2018

carton zich onder het weefwerk. Daardoor werkt de wever in spiegelbeeld, omdat de garenbindingen op de voor zich liggende schering, de achterkant van het werk, gemaakt worden.

Draad van de geschiedenis Bij binnenkomst liggen en hangen achter glas de ‘tapisseries du monde’, erg oud en zeer fragiel. Niet alleen voor weefliefhebbers is het museum interessant, de historische draad is letterlijk te volgen aan de hand van geweven gebeurtenissen en symbolen. In de vitrines worden oude weefattributen bewaard, garens en klossen, proeven van bekwaamheid van leerlingen, oude brieven en facturen, getuigschriften, enzovoort. Het oudst bekende werk uit La Marche dateert uit 1480-1510. Het toont ‘Millefleurs à la Licorne’, een eenhoorn met het wapen van de familie Chabannes in de linkerpoot. De bloemen op de achtergrond zijn

23


‘Renaud empeche Armide de mettre fin à ses jours’, 17e eeuw. Wever onbekend. Geïnspireerd op gedicht uit 1581 van Torquato Tasso.

24


Tapijt dat bij evenementen werd gebruikt (Sallandrouze weverij?), 1815-1848. Neo Gotisch en neo klassieke en Oriëntaalse invloeden.

typerend voor deze periode. Rond 1530 verschijnen de bekende verdures, wandkleden met een veelheid aan bladeren en (fantasie)dieren maar zonder menselijke figuren. In de eerste helft van de 17e eeuw verandert dat, als cartonniers geliefden tussen het groen plaatsen, geïnspireerd door de toen uitgebrachte sentimentele romans. Behalve een decoratieve functie, hadden wollen kleden een praktisch nut: ze beschermden huizen en hun bewoners tegen de kou en hielden warmte vast.

Vergaande invloed Colbert Het jaar 1664 was belangrijk voor de tapijtweefkunst. Onder het bewind van Lodewijk XIV arrangeerde de Minister van Financiën, Colbert, dat de weverij in Aubusson het koninklijk predicaat (MRDA, Manufacture Royale D’Aubusson) verkreeg. Daartegenover stonden aangescherpte regels om aan te voldoen. Colbert nam tal van maatschappelijke maatregelen en de Franse economie bloeide op; het land ging een periode van rust en welvaart in.

bloei zette door toen begin 19e eeuw grootschaliger fabrieken ontstonden en alle facetten van het vak gebundeld werden: van het schilderen van de cartons tot het garens verven en het weven. De Sallandrouze familie had het grootste geïndustrialiseerde bedrijf. Hun productie van wandkleden, tot dan altijd vooroplopend, werd zelfs overtroffen door die van vloerkleden en karpetten en ook meubelstoffen raakten in zwang.

Ecole National d’Art Decoratif De ENAD, in 1884 ingesteld als opvolger van de 18e eeuwse weefschool, speelde een belangrijke rol in de herleving van de tapijtweefkunst in de 20e eeuw. In 1917 kwam directeur Antoine-Marius Martin (18691955) met opvallende ideeën: voortaan cartons door verschillende eigentijdse schilders, inclusief de postimpressionisten, uit laten voeren als inkttekeningen met minder kleuroppervlakken, en toegepaste middeleeuwse

Helaas veroorzaakte, zoals vaker in de geschiedenis, verschil in godsdienstige opvattingen stagnatie hiervan. Door het Edict van Nantes uit 1598 werd het aanhangen van het zich ontwikkelende protestantisme toegestaan naast het bestaande katholicisme. Lodewijk XIV herriep deze beslissing echter in 1685 en de niet katholieken moesten uitwijken. Tweehonderd protestantse wevers uit Aubusson vestigden zich met hun gezinnen in Zwitserland en Duitsland. Het niveau van de overgebleven wevers liep sterk achteruit, evenals dat van de gebruikte verven en de cartons waren weinig artistiek. Het duurde tot 1731 voor het tij keerde door bestuurlijk ingrijpen en de statuten van de weverij aangepast werden. Voortaan zou een door het hof aangestelde schilder als cartonnier fungeren. Eigentijdse Parijse tendensen volgend, bloeide het ambacht weer op. De

Métier Winter 2018

25


karakteristieken opnemen en vertalen in nieuw weefwerk met minder kleuren en dikkere weefdraden. Bovendien stelde hij een modern ‘technisch’ handschrift voor, rechtlijniger, met strepen en zonder een boord langs de randen. Martin beschouwde dit terecht als een hervorming van de tapijtweefkunst.

Bijdrage Jean Lurçat Twintig jaar later beriep de artistiek zeer veelzijdige Jean Lurçat (1892-1966), onder meer schilder en wever, zich op dit feit. Dat is niet helemaal conform de historische gang van zaken. Met toepassing van de door Martin ingezette koers heeft Lurçat echter wel een enorme bijdrage geleverd aan de herleving. Martin verraste op de wereldtentoonstelling in Parijs (1925) al het publiek met de herleving van de Franse tapijtweefkunst. Het gebruik van dikkere garens en de moderne uitstraling van het werk kregen veel bijval. Door zijn toedoen had zich een generatie cartonschilders ontwikkeld die de techniek van het weven kende en daardoor invloed had op het geweven resultaat van hun ontwerp. Nog steeds waren het meestal wevers die de ontwerpen uitwerkten, maar soms waren carton en weefwerk van dezelfde hand. Lurçat maakte zijn monumentale cartons meteen op schaal, soms meer dan zeven meter breed, zonder voorgaand studiemodel. De nieuwe methode van genummerde kleurvlakken vergemakkelijkte de weefomzetting. Hij wist kunstenaars van naam te enthousiasmeren en kreeg vele ontwerp opdrachten die ook de kleine weverijen ten goede kwamen. Aubusson kreeg dankzij hem grote (weef)bekendheid. Zijn liefde voor de literatuur was terug te vinden in zijn werk, net als de rol van het verzet in WO II, waar hij heel trots op was. Cartonniers rond Lurçat begonnen in de in 1949 geopende galerie ‘La Demeure’ te exposeren en spoedig daarna volgden meer galeries.

Pierre Baudouin Pierre Baudouin (1921-1970) specialiseerde zich in het ontwerpen van cartons op basis van originele,

26

kleine schilderijen. Hijzelf bepaalde de bijpassende weeftechniek en verfde eigenhandig de garens. Voor bekende schilders als Georges Bracque, Max Ernst, Wassily Kandinsky, Sonia Delaunay, Theo van Doesburg, Jean Cocteau en Pablo Picasso zette hij schilderijen over op cartons. Meestal namen professionele wevers het werk vervolgens over, maar Baudouin hielp bijvoorbeeld Le Corbusier bij weefwerktoepassingen. Van Victor Vasarely is bekend dat hij met behulp van fotografische vergrotingen grote cartons voor zichzelf en andere kunstenaars maakte.

‘Aubusson tisse Tolkien’ Uiteraard zijn er voorwaarden verbonden aan de Unesco status: in brede zin het stimuleren van de bijzondere tapijtweefkunst in Aubusson, die te behouden, over te dragen en te vernieuwen. Daarnaast is echter in overleg besloten een oude traditie in ere te herstellen. Deze bestaat uit het verbeelden van het literaire in een kunstzinnig-ambachtelijk geweven tapijt. Bovendien moet het om 20e eeuwse literatuur gaan. Geen simpele opgave voor de betrokkenen. Om meerdere redenen kwam men uit bij Tolkien. Deze illustreerde zijn boeken zelf en zowel zijn teksten als zijn illustraties voldeden aan de kwalitatieve maatstaven. Het heeft overigens van 2013 tot 2016 geduurd voordat onderhandelingen hierover met de Tolkien Estate afgerond waren. ▶

Rechtsboven ‘Les Lacs’, carton van Jean Lurçat,1938. Waterverf op stevig papier. Rechtsonder ‘Les dés sont jetés, 1960, geweven door Ateliers Pinton, Aubusson. Carton van Le Corbusier in samenwerking met Pierre Baudouin.


MĂŠtier Winter 2018

27


Fantasiewereld van Tolkien J.R.R. Tolkien (1892-1973), taalkundige, theoloog en schrijver, gebruikte tussen 1920 en 1940 de kerstman om uit zijn naam brieven aan zijn kinderen te schrijven. Het waren door hemzelf geïllustreerde verhalen die later wereldwijd bekendheid kregen, zoals The Hobbit, The Lord of the Rings, The Silmarillion (in 1977 postuum uitgegeven door zoon Christopher Tolkien). De verhaallijnen en de illustraties hiervan bleken wonderwel aan te sluiten bij de 17e en 18e eeuwse traditie van het ‘wevend vertellen’. Niet in het minst door de wonderlijke, sprookjesachtige landschappen. In de 19e en 20e eeuw was de belangstelling voor deze kunstvorm verdwenen, maar de huidige herwaardering hiervoor wordt in Frankrijk breed gedragen. Inmiddels zijn veertien originele aquarellen en tekeningen uit de Bodleian Library (Oxford) ter beschikking gesteld. Het is geen kleinigheid om het formaat daarvan, vaak maar twintig centimeter in het vierkant, te vergroten tot enkele vierkante meters en daarbij de afbeeldingen verhoudingsgewijs correct om te zetten. Aubusson kan echter bogen op eeuwenlange specialistische kennis en ervaart het project als een grote internationale uitdaging. Een weefcomité heeft zich gebogen over de technische aspecten waaraan het te weven werk moet voldoen: de afmetingen, dikte van de draden enzovoort. Ook heel belangrijk is de kleuropname van de wol. Deze moet geheel verzadigd zijn omdat anders door de invloed van het licht de kleur teveel terugloopt.

Bilbo comes to the Huts of the RaftElves Vorige zomer is het eerste carton gemaakt en met het weefwerk begonnen. De keuze viel op ‘Bilbo comes to the Huts of the Raft-Elves’ uit The Hobbit, hoofdstuk IX, 1937. Het is een van de vijf door Tolkien gemaakte aquarellen voor de eerste Amerikaanse editie daarvan. Het werk zal uitgevoerd worden op een getouw van maar liefst acht meter lang. Waarschijnlijk is in dit voorjaar

28

het eerste resultaat te zien; verwacht wordt dat in 2021 alle dertien wandkleden en een tapijt (honderddertig vierkante meter) gepresenteerd kunnen worden. De uitvoerders van het project zijn geselecteerde weefateliers die presentaties van hun werk hebben gegeven. Omdat het werk van Delphine Mangeret affiniteit heeft met het jaren dertig werk van l’Ecole Nationale d’Art Decoratif maakt zij alle cartons. Voor de wevers geldt dat hun techniek geïnspireerd moet zijn op die van de 15e en 16e eeuw die inmiddels nauwelijks meer wordt toegepast. Geen geringe eis, maar de belangstelling van weverszijde is groot.

Carton van ‘Bilbo comes to the Huts of the Raft-Elves’.


Tenslotte Mocht u de vorderingen van het Tolkien tapijtweefwerk met eigen ogen willen zien: het atelier met het enorme weefgetouw is toegankelijk voor bezoekers. Daarnaast kunt u in de Tolkien museumzaal terecht voor uitleg en vragen over dit jong en oud aansprekende project. ◆

[boven] Stukje proefweefsel van ‘Bilbo comes to the Huts of the Raft-Elves’. [links] Schetsje van ‘Bilbo comes to the Huts of the Raft-Elves’ in spiegelbeeld

Métier Winter 2018

29


AMBACHT TECHNIEK

30


MĂŠtier Winter 2018

31


D

e Rashaidah bedoeïenen leven in Oost-Afrika, op de grens van Egypte, Soedan en Eritrea. Ze zijn geen Afrikaans volk, maar een volk dat in de afgelopen 200 jaar naar Afrika is gemigreerd vanaf het Arabisch schiereiland. De Rashaidah vormen een trots volk, trots op hun Arabische afkomst en cultuur. Ze zijn tentbedoeïenen, leven in geitenharen tenten in de woestijn en handelen met name in kamelen. Hun eveneens nomadische buren, de Afrikaanse Beja stammen, trekken in hetzelfde gebied rond en wonen in matten huizen. De Rashaidah cultuur en gebruiken

laten nog veel Arabische invloeden zien. Vrouwen van de Rashaidah dragen bijvoorbeeld een gezichtssluier, één van die Arabische tradities. In dit artikel wordt u meegenomen naar Oost-Afrika, naar de Halaib driehoek, het betwiste grensgebied tussen Egypte en Soedan, rondom de nederzetting Shelatin. Hier leiden de Rashaidah een traditioneel bestaan dat in deze tijden sterk aan verandering onderhevig is. De vrouwen van de Rashaidah dragen geborduurde kleding waarin de kleuren rood, groen, zwart en oranje overheersen. Wijde jurken en rokken wapperen in de dagelijks overheersende noordenwind van de Oostelijke Woestijn. De vrouwen zijn gewend aan de harde wind en houden letterlijk met hand en tand hun stoffen kleding bij elkaar als dat nodig is. Jonge meisjes met piekerige haren die door wind en zand in plukken recht op hun hoofd staan, rennen rond de tenten en hoeden geiten. De vrouwen dragen grote zilveren sieraden die half onder hun kleding verborgen gaan. Zij dragen ook karakteristieke, lange gezichtssluiers. Wanneer je de Rashaidah sluiers vergelijkt met exemplaren van andere stammen uit de regio, dan lijken ze vooral op de Arabische sluiers uit het zuiden en midden van het Arabisch schiereiland. De Rashaidah sluiers laten een strak decoratieschema zien, met duidelijk voorgeschreven kleuren en geometrische vormen, net zoals hun Arabische tegenhangers. Dat, terwijl de sluiers van andere stammen uit de regio veel minder strak gedecoreerd zijn. Deze gezichtssluiers van de Rashaidah zijn sieraden en kledingstukken tegelijk.

Verschillende vormen sluiers Binnen de Rashaidah stammen worden overigens verschillende vormen sluiers gedragen. Ze variëren van lange en rechthoekige, tot driehoekige sluiers. Sommigen worden met een band rond het voorhoofd gedragen, anderen bedekken alleen de onderkant van het gezicht rond de mond en de neus. De grootste sluiervariant is gemaakt uit één enorm stuk stof waarin openingen voor de ogen zijn aangebracht (deze sluiervorm wordt


ook wel een nigab genoemd). Deze soort is lang en bedekt niet alleen het gezicht van de draagster, maar ook een groot deel van haar borst en hangt vaak tot op haar buik. Ze zijn zwaar. Sommige wegen meer dan anderhalve kilo. Het kledingstuk is vaak gevoerd met andere stoffen waardoor de sluier meer volume krijgt. In het kleurenschema voor de decoratie van deze grote sluiers worden schakeringen wit gebruikt, zwart, oranje, rood en groen. De andere, kleinere sluiers zijn vaak monochroom zwart en worden gedecoreerd met zilver borduurwerk of zilveren en aluminium kralen. Het is met name deze vorm van metalen borduurwerk dat de sluiers van de Rashaidah zo uniek en herkenbaar maakt. â–ś Voorbeeld van de grootste sluiers van de Rashaidah met badla borduurwerk.

MĂŠtier Winter 2018

33


Oostwaarts gericht De Rashaidah handelen levendig in het Rode Zeegebied met het Arabisch schiereiland, Jemen en – indirect – met India. Zij zijn minder gericht op het land Egypte waar zij onderdeel van uitmaken, maar richten zich sterk op het gebied waar zij oorspronkelijk vandaan komen: Arabië. Op de markt van de enige handelsplaats in de regio, Shelatin, kun je allerlei goederen kopen. En dat terwijl het gebied rond Shelatin er uit ziet als het ‘eind van de wereld’. Shelatin lijkt niet meer dan een verzameling wijd verspreide huizen, hutten en een marktterrein. Het is het einde van handelsroutes uit Soedan waarlangs kamelen worden vervoerd en karavanen zich bewegen. Je kunt er op de markt niet alleen kamelen kopen, maar ook stoffen en andere producten die lokaal worden geproduceerd. Veel materialen die er verkocht worden blijken afkomstig te zijn uit India, zo lees je aan de onderzijde van koffiekopjes of op de labels van stoffen. Uit deze handel verkrijgen de Rashaidah ook wat zij nodig hebben voor het maken van hun traditionele kledij.

Eeuwenoude techniek Het textiel van de sluiers wordt meestal gedecoreerd met repen textiel waarop borduurwerk is aangebracht in de vorm van platte, zilveren strippen. Vervolgens worden deze losse repen op de voorkant van de sluiers bevestigd tot de stof van de sluier opgevuld is. Deze techniek heet badla en wordt al eeuwen in de regio gebruikt, van India tot Egypte. Het zilverwerk is de belangrijkste decoratie op de sluiers, maar aan de onderzijde is vaak ook nog een zware franje van geweven metalen kralen aangebracht. Het decoratieve schema van dit kralenwerk laat meestal ruitvormen zien. De zware sluiers zijn altijd gedecoreerd met een opstaande rand die op de neus van de draagster is aange-bracht. In sommige gevallen is deze opengewerkt en met kralen gedecoreerd, soms is de rand ook geborduurd met het kenmerkende zilverdraad. De rand past in de traditie van Zuid-Arabische sluiers. Je vindt ze op sluiers van Oman tot Iran.

34

Kleinere sluiers

Andere sluiervormen die door de Rashaidah vrouwen gedragen worden zijn kleinere sluiers bestaande uit een hoofdband en een daaraan bevestigde lap die over de neus valt (deze sluiervorm wordt ook wel boerka genoemd). Deze sluier is vaak gemaakt van zwarte stof en wordt vooral gedecoreerd met zilveren of zilverkleurige kralen. Kettingen van metaal, bellen en kleine munten bedekken deze sluier en doen qua uiterlijk meer aan de sluiers uit noordelijk Egypte en de Sinaï denken. De doek van de sluier is driehoekig van vorm en is vaak gemaakt van zijde, van velours of een andere glimmende stof. De decoratie wordt vaak aan de randen van de lap aangebracht. Deze sluiers zijn aanmerkelijk makkelijker te dragen omdat zij veel minder zwaar zijn dan de grote sluiers. Een ander type sluier bedekt alleen de neus en de mond van de draagster en is vaak gedecoreerd met (glas)kralen die tot een lap zijn geregen of geweven. Geometrische patronen domineren in dit kralenwerk, variërend van driehoeken en lijnen tot ruitvormen. Terwijl in de grote sluiers met name verticale decoratieve elementen domineren, tref je op deze sluiers vooral horizontale elementen aan.

Personaliseren

Sluiers worden vaak door de draagsters zelf gemaakt of gekocht en daarna in grote mate gepersonaliseerd. Zij stellen hun sluier dan samen uit andere voorwerpen en sluieronderdelen. Daarbij spelen, naast de gekochte onderdelen zoals de strippen badla zilver, ook zelf verzamelde onderdelen een belangrijke rol. Op de sluiers vind je bijvoorbeeld vaker de enkele zijde van een rits terug die is gebruikt als decoratieve rand. Of een onderdeel van een horlogebandje is opgenomen als amulet aan de onderzijde. Rashaidah sluiers zijn vaak samengesteld uit verschillende lappen stof die op elkaar zijn genaaid.


De onderste lap, de stof waarop alle decoratie is aangebracht, is vreemd genoeg in veel gevallen niet afgewerkt. Soms rafelt deze lap stof zelfs en lijkt ook geen poging te zijn ondernomen om dit te verhelpen. Het blijkt een opvallende reden te hebben…. ▶

Ook de achterzijde van de sluiers zijn zeer de moeite waard en vertellen je veel over de maakwijze en dracht.

Métier Winter 2018

35


36


Twee vormen van sluiers van de Rashaidah. Links een gezichtssluier en rechts een hoofdkap.

MĂŠtier Winter 2018

37


Bescherming en bedekking

Sluiers bedekken en beschermen de draagsters tegen schadelijke en negatieve invloeden van buiten. Tegen de hitte en de wind van de woestijn bijvoorbeeld, maar ook zeker tegen minder grijpbare invloeden uit de wereld van geesten en geloof. Van perfect afgewerkte voorwerpen wordt vaak gezegd dat zij jaloezie en daarmee ook het kwaad aantrekken. Vandaar wellicht de onafgewerkte randen aan de anders zo zorgvuldig gedecoreerde sluiers. Overigens is dat niet de enige manier waarop de vrouwen van de Rashaidah grip proberen te krijgen op de vijandige wereld om hen heen. Voorwerpen óp de sluiers van de Rashaidah reflecteren ook religieuze en sociale gebruiken van de regio: de Zār-ceremonie bijvoorbeeld. De Zār is een ceremonie of ritueel dat voornamelijk in de landen rond de Rode Zee voorkomt. Het wordt ingezet tegen allerlei verschillende soorten ziekten en gemoedsaandoeningen, variërend van geestelijke tot lichamelijke kwalen. Tijdens deze ceremonie worden amuletten gebruikt die later op de kleding van de draagster worden genaaid of vastgestoken. Met deze amuletten uit de Zārceremonie krijgt de draagster grip op de wereld van de geesten. Deze amuletten worden frequent op de sluiers van de Rashaidah aangetroffen. Ook het gebruik van munten, zoals de Maria Theresia Thaler op de sluiers en dat van de rits is een vorm van amulet of talisman waarmee kwaad wordt geweerd of positieve kwaliteiten worden aangetrokken. Het kan zijn dat dit voorwerp is aangebracht om esthetische of praktische redenen (bijvoorbeeld omdat de rits de rand van de sluier op een stevige manier afzoomt), maar de glinstering van de rits kan eveneens om magische redenen zijn aangebracht. Voor het weren van de verderfelijke invloeden van het Boze Oog bijvoorbeeld.

38

Veranderende wereld

Op dit moment verschijnen steeds meer sluiers van de Rashaidah op internationale markten. De meeste worden verkocht in CaÏro, maar ook op het internet zijn handelaren te vinden. En dat terwijl zij nog geen vijf jaar geleden in deze handel heel zeldzaam waren. Het is heel goed mogelijk dat dit de veranderingen in de samenleving van deze bedoeïenen reflecteert. Want hoewel de woestijn rond Shelatin anders doet vermoeden, staat de wereld van de Rashaidah niet stil. Ondanks dat regio’s in Zuidoost-Egypte nu nog geïsoleerd zijn, krijgt ook deze uithoek van de wereld steeds meer internationale bezoekers. Op het internet worden inmiddels excursies aangeboden naar dit grensgebied dat voor kort nog gesloten was voor toeristen. De Rashaidah krijgen daarom de komende jaren steeds vaker te maken met de wereld buiten de Oostelijke Woestijn. Hun cultuur komt hierdoor in steeds grotere mate onder druk te staan. Dit soort veranderingen gaat vaak hand in hand met het verdwijnen van veel traditionele gebruiken. Het is daarom heel goed denkbaar dat de schitterende sluiers met al deze veranderingen eveneens zullen verdwijnen. Een goede reden dus om juist nu waardering en aandacht te geven aan deze tradities. ◆ drs Jolanda Bos is archeoloog en auteur van o.a. Egypt’s Wearable Heritage (2016). Zij is deskundige op het gebied van draagbaar erfgoed. Momenteel werkt zij aan een boek over gezichtssluiers.

door Jolanda Bos [jolanda.bos@metier-magazine.nl]


MĂŠtier Winter 2018

39


KUNST TECHNIEK

De geblazen kunst van Jenni Kemarre Martiniello Zelf zegt deze, van oorsprong Aboriginal glaskunstenaar het zo: “Als eigentijdse kunstenaar is het mijn bedoeling om een serie objecten te maken die een eerbetoon is aan onze wevers. Op die manier wil ik een erkenning realiseren voor hun oude cultuur en hun kennis en vaardigheden. Mijn eigen glazen objecten zijn verbindend in hun schoonheid. Ik heb mij geconcentreerd op de ongelooflijke schoonheid van visfuiken, vismanden, draagtassen en manden gemaakt door Kaurna, Ngarrinjerri, Gunditjmara, Arrernte and Arnhemland wevers. Het spel van licht en openheid versus geslotenheid probeer ik ook in mijn werk te vangen.”

Het werk is wat ons betreft van een zeldzame schoonheid en de beheersing van het glasblazen is evident. De techniek van het glas kan daardoor volledig in dienst staan van het beoogde object. Nergens rijst de gedachte dat er een compromis is gesloten omdat de wens van de kunstenaar en de vaardigheid van de glasblazer niet overeenkomen. ◆

40


Iedereen verzamelt iets en dat nemen we luchtig onder de loep.

S

pinklosjes of spinstenen, overal in de wereld werden en worden ze gebruikt. Zoals u hiernaast kunt zien waren ze belangrijk genoeg om ook af te beelden op een vaas of op een reliëf. En dat is

zo gebleven want ook op schilderijen uit de 18e eeuw staan nijvere spinsters afgebeeld. Bijna altijd vrouwen, vandaar dat de voorkant van Métier zo’n prachtige foto is. Men denkt eigenlijk dat het gebruik van een spinklos veel ouder is dan het oudste exemplaar gevonden van ± 7.000 jaar oud. Het kan zijn dat archeologen uit eerdere perioden geen spinklossen gevonden hebben. Spinstenen

Bijna alle (historische) musea hebben wel spinklossen in hun

gemaakt van ongebakken klei of hout zijn bijvoorbeeld niet

collectie. De twee van glas komen uit het Metropolitan in

makkelijk terug te vinden. Bovendien kwam men er achter

New York. Die van steen uit de collectie Museum Rotterdam.

dat er een aanzienlijke hoeveelheid spinklossen als kralen is

De vaas hierboven is een Attische vaas, ca. 490 v.Chr. uit de

weggeschreven.

collectie van het British Museum.

Toegegeven, ze kunnen ook heel goed om de nek hangen. Als je je eenmaal gaat verdiepen in de klosjes ontdek je dat ze wereldwijd belangstelling trekken en dat heel wat mensen ook vandaag de dag handspinnen. Glas, hout, been, klei, steen en bot komen als materialen in aanmerking. Rijkelijk versierd of juist heel sober. Spinklosje van lood uit Engeland. Laat Romeins- vroeg Middeleeuws.

Métier Winter 2018

5

41


KUNST TECHNIEK MATERIAAL

Schoonheid en verstilling ‘Jumoney 2017’ in Zutphen

42


Sang Wook Lee en Stef Kreymborg kwamen een paar jaar geleden met elkaar in contact toen ze in dezelfde galerie in China exposeerden. Volgens Stef, visual artist en galeriehoudster, was er meteen een klik en zo kwam het dat hij werd uitgenodigd voor haar IJsselsalon in Zutphen. En daar was hij in mei vorig jaar, samen met zijn vrouw en twee zoons.

MĂŠtier Winter 2018

43


De Zuid-Koreaanse Sang Wook Lee werkt sinds 2004 als professor Fiber Arts aan het Skidmore College in New York. Letterlijk vertaald staat fiber voor vezel, maar het begrip fiber art is veel ruimer. Het omvat een scala aan materialen en technieken die als textiele vaardigheden opgevat kunnen worden. In zijn schaarse vrije tijd werkt hij voor zichzelf of in opdracht. Hij groeide op in Zuid-Korea als zoon van een zakenman, zijn moeder verzorgde het huishouden. Tijdens zijn studie aan de universiteit in Busan kreeg hij textile design colleges van een Amerikaanse professor. Zijn enthousiasme hierover, en waarschijnlijk ook zijn natuurlijke aanleg voor fiber arts, leidden ertoe dat hij werd uitgenodigd zijn studie af te maken aan de Universiteit van Georgia, USA. Het was zijn bedoeling na beëindiging van de studie terug te keren naar ZuidKorea.

Verhuizing naar New York Dat liep echter anders. Met zijn vrouw, die hij aan de universiteit in Korea had leren kennen, vertrok hij naar New York. Tijdens ons gesprek in Zutphen vertelt Sang Wook dat hij zich in Zuid-Korea niet meer thuis voelt, dat het niet meer het land van zijn jeugd is, maar dat hij zich tegelijkertijd realiseert dat ook hijzelf sterk veranderd is. Hij spreekt de taal, maar heeft geen contact meer met zijn geboorteland zoals het nu is. Toch meent hij bij zijn twee zonen de Zuid-Koreaanse, dan wel Aziatische, culturele wortels nog wel te bespeuren. De verschillen tussen de westerse en Aziatische cultuur ervaart hij als fascinerend en spelen een grote rol in zijn werk. Daarin komt de traditionele Koreaanse esthetiek, waar hij een enorme bewondering voor heeft, steeds opnieuw tot uiting.

‘Jumoney 2017’ De hangende installatie ‘Jumoney 2017’ in het voorste deel van de IJsselsalon was geïnspireerd op de Bokjumoney. Dat is een klein buideltje dat kinderen

44

‘Jumoney, 2017’. Afmeting 114x90x90. Zijde, angora en katoengaren. IJsselsalon, Zutphen.

vroeger om hun middel droegen. Ze gebruikten het om dingetjes in te bewaren en mee te nemen. Ook de rode bonen die ze op nieuwjaarsdag kregen als symbolische geluksbrenger en beschermer tegen kwade geesten, stopten ze erin. Tegenwoordig krijgen de kinderen geld in plaats van bonen, maar het dragen van de Bokjumoney heeft nog altijd een waardevolle culturele betekenis. Voor ‘Jumoney 2017’ bracht Sang Wook op elk van de ruim negenhonderd rood zijden buideltjes bladgoud aan. Een uiterst zorgvuldig en geduld vragend proces dan hij al twintig jaar toepast. Deze oude Koreaanse (en Japanse) techniek, geumbakjang, werd destijds bij traditionele kledingstukken gebruikt om ze te versieren.

Proces De werkwijze is als volgt: in de techniek bedreven ambachtslieden sneden en kerfden houten stempels die ze met een plakkerige pasta insmeerden. Vervolgens drukten ze de stempels met de pasta op de stof. Als laatste werd het uiterst dunne bladgoud, een soort folie, heel voorzichtig op de pasta, en daarmee dus op de stof, aangebracht.


Schoonheid en verstilling

‘De verschillen tussen de westerse en Aziatische cultuur ervaart hij als fascinerend en spelen een grote rol in zijn werk.’

Sang Wook past dit principe nog altijd toe, met een intrigerend resultaat. Het bladgoud van de honderden, door hem zelf genaaide, roodzijden buideltjes bleek met twee eetstokjes uiterst voorzichtig op de zijde aangebracht te zijn. Zijn vrouw en zonen en Stef hadden geholpen om alle aan de buideltjes bevestigde draden op passende hoogte aan het plafond te bevestigen. Een heel secuur werk omdat ze gezamenlijk een cirkel moesten vormen, waarbij de buideltjes vanaf de buitenrand naar het middelpunt toe steeds een fractie lager hingen. Heel bijzonder om te zien, pas van dichtbij waren ze afzonderlijk te ontdekken.

Ander werk In het achterste deel van de salon hing klein werk dat speciaal voor deze expositie op maat gemaakt was: ingelijste lapjes rode zijde van hetzelfde formaat, voorzien van een soort veegbeweging in bladgoud. Volgens Sang Wook is zijn vaak toegepaste repeterende element niet typisch Aziatisch, maar wordt het wereldwijd in vele kunstvormen gebruikt ter versterking van het beoogde effect. Een wel heel ongewone installatie kon vanwege de omvang en voorbereidingstijd helaas niet in Zutphen getoond worden, omdat deze wordt opgebouwd uit Japanse ramen, een soort noedels van tarwemeel. Sang Wook eet deze sinds zijn kindertijd en beschouwt ze als symbolisch voor de Koreaanse cultuur. Tot zijn verbazing zag hij dat noedels na introductie in de westerse keuken als goedkoop en makkelijk, typisch Aziatisch, eten gezien worden. Voor hem een buitengewone onderschatting van de praktische en symbolische betekenis van dit voedsel. Lang na aankomst in New York at hij nog met eetstokjes, als eerbetoon aan zijn achtergrond. ▶

Métier Winter 2018

45


‘Fork and Knife’, 2014. Afmeting 211x29x145. Handgeborduurd met katoengaren op zijde. Commissioned installation, Albany Public Library, Pine Hills Brand, Albany, NY.

Het mes-en-vork dilemma heeft hij in ‘Fork and Knife’ met rood katoengaren op witte zijde handgeborduurd weergegeven. Borduren vergt dezelfde concentratie en nauwkeurigheid als het eten met stokjes, vandaar deze keuze. Hij verbaast zich erover dat het Amerikanen niet kwalijk wordt genomen als ze niet met eetstokjes om kunnen gaan, maar dat ze het vreemd vinden als andere nationaliteiten zich in hun restaurants ervan bedienen. Toen hij ooit op een couvert met stokjes een geïllustreerde uitleg zag, was de basis gelegd voor ‘Fork and Knife’. Hij leerde overigens pas in Amerika borduren, inmiddels is het een van zijn geliefde technieken geworden.

Muur van noedels Waarom maakt Sang Wook kunstwerken die zijn opgebouwd uit deegwaren, de zogenaamde ramen? Omdat hij, evenals generaties voor en met hem, daarmee is opgegroeid en ze garant heten te staan voor een gezond en lang leven. Bovendien trekt de vorm waarin ze aangeboden worden hem aan: van buiten een harde, pakket achtige eenheid, van binnen chaotisch. Door ze te koken veranderen ze in een zachte massa, dit proces intrigeert hem. Voor deze installaties transformeert Sang Wook een immense hoeveelheid noedels in een soort muur waar je heel dicht bij moet komen om te zien dat deze gestapeld is van porties gedroogde etenswaar. Ook hier is sprake van een eindeloze herhaling van het basiselement. Uitgevoerd als wal of een rij van grote blokken, maakt het werk een serene indruk. Net als de ‘gevouwen’ stapels. Hier zijn strengen katoenen garens gestapeld op dezelfde manier als de pakken noedels. Omdat ze slechts gedeeltelijk met lijm verstevigd zijn is de voorkant hard en aan de achterkant van de muur zie je de zachte uiteinden. Net als noedels na het koken.

‘Ramen Noodles’, 2007. Afmeting 288x16x132. Twintigduizend noedels, lijm en hout. The Museum of Contemporary Art of Georgia, Atlanta, GA.

kunnen worden in hedendaagse kunst: een erkenning van de esthetische basis die in zijn geboorteland is gelegd en aangepast is aan de culturele normen van zijn westerse wereld van nu.◆

Ten slotte Ongeacht in wat voor vorm Sang Wook zich in zijn werken uit, ze ademen schoonheid en verstilling. Ze tonen hoe Koreaanse en Japanse tradities opgenomen

46

door Boukje Mulder [boukje.mulder@metier-magazine.nla]


K A R AVA N S E R A I

Louis Nierijnck

K A R AVA N S E R A I Keizer Karel Plein 5 6 2 11 T C M a a s t r i c h t The Netherlands +31 (0)43-326 09 26 +31 (0)6-558 97 485 louisnierijnck@versatel.nl

T R I B A L A RT & A D O R N M E N T F R O M A F R I C A - H I M A L AYA - S O U T H - E A S T A S I A

Métier Winter 2018

47


KUNST TECHNIEK

48


Iedere onderzoeker heeft dat wel een keer in zijn of haar carrière: dat je de kans krijgt om iets te doen, waarvan je niet het vermoeden had dat je ooit die mogelijkheid zou krijgen. Zo was dat voor archeoloog Jolanda Bos het afgelopen jaar het geval. Na het indienen van een onderzoeksvoorstel voor het onderzoeken van een beroemd beeldje uit het oude Egypte waarop 3300 jaar oud kralenwerk bewaard is gebleven, mocht zij naar Berlijn. Daar, in het Neues Museum, op de Egyptische afdeling, vlakbij de wereldberoemde buste van Nefertiti staat een van de beroemdste beeldjes uit faraonisch Egypte: het ebbenhouten beeldje van koningin Teje. En speciaal voor Jolanda ging voor het bestuderen ervan de zwaar bewaakte vitrinekast open; een hoogtepunt waarvan zij hier graag verslag wil doen. ▶

Métier Winter 2018

49


K

oningin Teje is een beroemde koningin uit de faraonische geschiedenis. Zij was de vrouw van farao Amenhotep de Derde en de grootmoeder van Toetanchamon. Het beeldje van koningin Teje werd ooit opgegraven bij de archeologische onderzoeken naar de paleizen waar deze faraonische koningin vroeger woonde, op een plek die nu Abu Gurob heet. Het beeldje is al sinds het begin van de vorige eeuw in Berlijn en is ongeveer tien centimeter hoog. Waarschijnlijk zou het op basis van de omvang alleen niet heel erg opvallend zijn geweest, ware het niet dat het op een speciale manier de uitdrukking van het gezicht van deze beroemde koningin weergeeft. De beeldhouwer heeft haar hautaine houding destijds met bijzonder veel kundigheid vast weten te leggen. Bovendien, in de periode waarin het beeldje werd gemaakt, sloop er een vorm van realisme in de Egyptische kunst die heel bijzonder is. Er ontstaat in die tijd een zekere mate van portretkunst die in andere perioden van de Egyptische geschiedenis nauwelijks bestaat. In dit beeldje heeft de beeldhouwer de lijnen rond de ogen en mond van de koningin heel plastisch weergegeven. Het levert een schitterende uitdrukking op; zo een waarvan je direct vermoedt dat je in de oudheid niet te veel met haar moest sollen. VERANDERINGEN Los van de techniek en de kunstuiting, zijn er ook andere aspecten aan het beeldje die de moeite van het bewonderen waard zijn. Het beeldhouwwerk is bijvoorbeeld meerdere malen aangepast. Zo heeft de koningin in dit beeldje verschillende keren een ander hoofddeksel gekregen in de oudheid. Dat is aan het licht gekomen toen in het museum eerder onderzoek aan het voorwerp is gedaan. Er zijn scans gemaakt die deze veranderingen aan het licht hebben gebracht. Er is, met andere woorden, aan gerommeld in de oudheid. Aanvankelijk was het beeldje voorzien van een verenkroon die er later weer is afgehaald. Terwijl koningin Teje in dit beeldje eerst een wit hoofddeksel droeg is later een blauw hoofddeksel aangebracht. Het is goed mogelijk dat deze veranderingen parallel lopen met religieuze veranderingen die aan de orde waren in de tijd waarin de koningin leefde. Wat in ieder geval

50

duidelijk is, is dat deze veranderingen laten zien dat het beeldje een gewaardeerd object was destijds. Er is ontzettend veel moeite gedaan om het steeds weer aan te passen aan de tijdsgeest. Het beeldje is in het museum in Berlijn dan ook een publiekstrekker. BERLIJN Ik reis met een paar collega’s naar Berlijn voor het onderzoek. Als we ’s morgens rond een uur of acht bij het museum voor de deur staan heb ik ongeveer anderhalf uur de tijd hiervoor. Voordat het publiek de zalen vult, moet het onderzoek namelijk al weer klaar zijn. Het museum is nog uitgestorven en bijna onverlicht, maar in de kamer waar ‘koningin Teje’ staat, is het licht al aan. De vitrine staat in het midden van de ruimte, als pronkstuk. Zonder glas is het bekijken en fotograferen van het beeld een stuk gemakkelijker. Bovendien is het ook nodig dat de vitrine open gaat voor het gebruiken van een handmicroscoop. Aan de zijkant en op de achterkant van het hoofd zijn namelijk nog enkele kralen te zien die op het beeldje vastgedrukt zijn. Het zijn de resten van minuscuul blauw kralenwerk waar het blauwe hoofddeksel oorspronkelijk uit was opgebouwd. En wat ook bijzonder is, is dat in de kralen nog draad te zien is. De handmicroscoop maakt het mogelijk om de perforatie van de kralen te kunnen waarnemen en te zien hoe die draad loopt. Bij het bestuderen van kralenwerk gaat het om de wijze waarop de draad de verschillende kralen aan elkaar bindt. Veel aspecten van het beeldje zijn namelijk al op verschillende manieren beschreven door de jaren heen. Alleen het kralenwerk, dat was nog niet eerder beschreven. ▶

Hiernaast is schematisch weergegeven hoe de kralen van deze kraag zijn geregen.


Kralenwerk uit faraonisch Egypte dat in het Neues Museum wordt bewaard. Het is gemaakt van kralen van enkele millimeters groot. Het kralenwerk is waarschijnlijk een fragment van een kraag dat als sieraad om de hals van de eigenaar of eigenares werd gedragen. Dat is te zien aan de specifieke, geometrische vormen waar het kralenwerk uit is opgebouwd. Op het kralenwerk zijn gouden knopjes aangebracht. Hiernaast treft u enkele detailfoto’s van hetzelfde voorwerp.

MĂŠtier Winter 2018

51


WEINIG BEWAARD GEBLEVEN Er is zo weinig bewaard gebleven van de kralen en de draad dat het uitpluizen van de techniek geen sinecure was. Er zijn meerdere rijgtechnieken mogelijk bij de productie van deze kap-kroon namelijk, maar het meest aannemelijk is dat een zogenaamde ‘Circulaire Peyote’ steek gebruikt is bij het maken van dit kralenwerk. Met deze steek kun je een rond object rijgen waarbij je vanuit het midden het voorwerp opbouwt en in een cirkel van binnen naar buiten werkt. Het is aannemelijk dat dit voorwerp op deze manier geregen is, al is de exacte techniek niet meer te achterhalen omdat hiervoor te weinig kralen met draad bewaard gebleven zijn. Wat met name een bijzonder ‘vondst’ was die dag in het museum, is dat – letterlijk – de indrukken die de kralen hebben achtergelaten in het materiaal waarvan het hoofddeksel is gemodelleerd (mogelijk een vorm van was of hars), nagenoeg nog volledig aanwezig zijn. Om die reden zijn rondom veel foto’s gemaakt. Daarmee kan later het patroon van het kralenwerk volledig worden gereconstrueerd. Ook kun je hiermee de oriëntatie van de kralen en hun perforatie achterhalen èn de manier waarop het kralenwerk is opgebouwd. Als na anderhalf uur de vitrine weer wordt gesloten, is er in ieder geval voldoende materiaal verzameld om in een later stadium het een en ander te reconstrueren. De audiëntie bij de koningin was dus meer dan geslaagd. ANDER KRALENWERK Naast het kralenwerk van koningin Teje, heeft het depot van het museum in Berlijn ook veel ander kralenwerk in opslag. Dit dateert uit dezelfde periode in de Egyptische geschiedenis, maar ook uit de tijd van de piramiden. Het depot is ondergebracht in één van de nabijgelegen gebouwen. In de speciale depotkasten liggen - onder geconditioneerde omstandigheden - duizenden voorwerpen opgeslagen die niet in de huidige opstelling voor het publiek terecht zijn gekomen. Ze zijn er overigens niet minder bijzonder om! Er liggen enorm veel interessante stukken, waaronder kralenwerk waarvan tenminste een deel op de originele draad bewaard is gebleven. En dat is heel bijzonder als je bedenkt dat deze meer dan drieduizend jaar oud is. Een onvoorstelbare

52

periode voor dergelijke fragiele materialen! Met name de combinatie van het glas of steen van de kralen en het millimeter dunne vergankelijke materiaal van de draad maakt het feit dat het bewaard is wonderbaarlijk. En toch is het materiaal er nog! Ook deze stukken zijn beschreven voor Jolanda’s onderzoek waarbij de kleur, de vorm en de afmetingen zijn gedocumenteerd. Waar mogelijk zijn ook de rijgtechnieken opgetekend om deze te kunnen vergelijken met rijgtechnieken die zijn gevonden op andere vindplaatsen uit faraonisch Egypte. Dit alles zal uiteindelijk onderdeel uitmaken van een toekomstige publicatie over rijgtechnieken in faraonisch Egypte, waar inmiddels aan gewerkt wordt. Al met al een zeer geslaagde studiereis dus, waarbij u vanzelfsprekend op de hoogte wordt gehouden van het vervolg. ◆

Neues Museum Berlin Bodestraße 1-3, 10178 Berlin, Duitsland


MĂŠtier Winter 2018

Hellenistisch (Grieks), ca. 330–300 v. Chr. Goud, smaragd en bergkristal Uit de collectie van het Metropolitain Museum New York

53


KUNST TECHNIEK AMBACHT

Juwelensymposium Rijksmuseum 54


Vorig jaar november werd er in het Rijksmuseum een juwelensymposium gehouden ter ere van een nieuw verschenen boek: Jewellery Matters. Het is geschreven door de juwelenkenner bij uitstek, Marjan Unger, in samenwerking met Suzanne van Leeuwen, junior conservator. In het boek wordt een van Nederlands grootste openbaar te bewonderen juwelencollecties beschreven. Dit is bijzonder, de meeste sieraden liggen immers opgeborgen in de lades van depots en zijn sporadisch te zien. Als speciale gast was Victoire de Castellane uitgenodigd om het symposium te openen. Zij is al negentien jaar ontwerpster van de kleurrijke, kostbare sieradencollectie van het vooraanstaande modehuis Christiaan Dior. Bij binnenkomst in het museum was een aantal van haar bijzondere sieraden te zien. De Castellane is een telg uit een oude Franse aristocratisch familie waarvan de stamboom terug gaat tot de 10e eeuw. Aan het einde van de 19e eeuw was het vooral graaf Paul Ernest Boniface de Castellane die de kranten haalde. In deze periode kwamen gefortuneerde Amerikaanse jongedames naar Europa om een man met een klinkende titel te zoeken en graaf Boniface de Castellane was een aantrekkelijke partij. Vele aristocratische families in Engeland en Frankrijk waren ten ondergegaan aan de onderhoudskosten van hun immens grote landhuizen. Geen wonder dat er huwelijken werden gesloten met een bepaalde mate van berekening. De graaf, beter bekend als Boni, trouwde in 1895 met Anna Gould, dochter van Jay Gould, een prominente spoorwegmagnaat en op acht na de rijkste Amerikaan ooit. Boni was berucht om zijn exquise en kostbare smaak. Negen jaar later had hij tien miljoen dollar van Anna’s fortuin uitgegeven. In 1906 werd de scheiding uitgesproken.

Beïnvloeding door grootmoeder Victoire’s levensweg is evenmin alledaags. Haar ouders gingen scheiden toen ze pas drie jaar oud was. Haar Spaanse grootmoeder, Silvia Rodriguez de Rivas, gravin de Castilleja de Guzman, nam daarna haar opvoeding op zich. Zowel Silvia als haar vriendin Barbara Hutton,

Métier Winter 2018

de puissant rijke Amerikaanse erfgename, had een grote invloed op de jonge Victoire. Oma Silvia droeg juwelen die perfect bij haar kleding pasten: zij wisselde ze minimaal drie keer per dag. In deze luxueuze omgeving groeide Victoire in eenzaamheid op, niet ongebruikelijk voor kinderen van aristocratisch families. Toen zij op vijfjarige leeftijd een kostbare armband kreeg van haar altijd afwezige moeder, haalde Victoire deze uit elkaar om er oorbellen van te maken. Haar creativiteit was voorgoed aangewakkerd. Als twaalfjarige smolt zij de religieuze medailles die zij kreeg voor haar communie en stelde er een ring uit samen.

Verdieping juwelenkennis Haar oom Gilles Dufour, een vriend van Karl Lagerveld, bezorgde Victoire in 1984 een baan als studioassistent bij Chanel. Al snel kreeg zij de verantwoordelijkheid voor de Costume Jewellery die het modehuis op de markt brengt. Elke lunchpauze benutte ze om zich te verdiepen in antieke sieraden en ze benaderde juweliers/antiquairs om haar kennis uit te breiden. In 1998 werd De Castellane een baan aangeboden bij het modehuis Dior. Sindsdien wordt er jaarlijks een juwelencollectie gepresenteerd. Inmiddels, twee huwelijken en vier kinderen verder, vindt de nog steeds meisjesachtige ontwerpster haar inspiratie in een sprookjesachtige wereld van bijvoorbeeld Walt Disney. ◆ Het boek is te koop in de winkel van het Rijksmuseum of te bestellen via de boekhandel.

Op de website van Victoire de Castellane is ook haar nieuwste werk te bewonderen. (victoiredecastellane.com/collections)

Tekst Marion van der Fluit Foto’s uitgeverij NAI010/Rijksmuseum

55


AMBACHT TECHNIEK

Een juweeltje van een boek: het Victoria and Albert Museum in Londen stemde er in de jaren 70 mee in hun Tailor’s Pattern Book uit handen te geven. Dat wil zeggen dat ze het zeldzame, uiterst fragiele Spaanse exemplaar (Libro de geometrica, pratica, y traca, etc.) aan tal van deskundigen beschikbaar stelden ter vertaling, bewerking en publicatie. De facsmile uitgave werd verzorgd door Ruth Bean Publishers (Carlton, Bedford) en verscheen in 1979. Gelukkig is er zorg besteed aan een inleiding in het Engels. Omdat stoffen destijds in verschillende standaardbreedtes geweven werden, worden ook de omrekensystemen van de Spaanse kleermaker toegelicht. De lichaamsmaten zoals wij die nu kennen bestonden nog niet, er was alleen sprake van lengtes en breedtes voor kleding.

Voor mede-kleermakers Het in 1589 uitgekomen boek van Juan de Alcega, geboren in Guipuzcoa (Baskenland), is geschreven voor zijn vakgenoten. Bovendien is het een leidraad voor handelsreizigers in stoffen. In de vermelde tabellen kunnen deze de totale benodigde hoeveelheid stof bij verschillende breedtes aflezen. Het werk is het eerste in zijn soort, en een voorbereider voor vergelijkbare boeken in de volgende eeuwen. Hij draagt het op aan de koning (Philips II, zijn naam is niet vermeld, red.), wiens goedkeuring een vereiste is. Dat hangt samen met wettelijke conventies en belastingheffingen. De schending van copyright werd ook toen al bestraft, de te betalen boete bedroeg vijf maravedis.

Diverse verklaringen In een korte inleiding van Guillermo Drouy meldt deze dat het boek door hem gedrukt is in Madrid in het jaar 1589. Vervolgens komt Juan Vazquez aan het woord, hij schrijft namens de koning dat de tienjarige vergunning van Juan de Alcega voor het drukken en verkopen van zijn boek na afloop daarvan met zes jaar verlengd wordt. Hij beschrijft zorgvuldig waaraan de schrijver van het boek zich dient te houden.

56

4

Hernan Gutierrez, kleermaker van de (overleden) Prinses van Portugal en Juan Lopez de Burgette, kleermaker van de hertog van Alba, geven kennis van hun goedkeuring. Het boek toont volgens hen De Alcega’s beheersing van het kleermakersvak met de daarbij behorende technieken. Gutierrez heeft iemand anders uit zijn naam laten tekenen, niet iedereen kon schrijven in die tijd. De schrijver zelf betuigt zijn dankbaarheid jegens de aan het hof verbonden Tejada voor het mogen uitgeven van dit boek. Dat gebeurt uitvoerig en in dit verband prijst hij God meerdere keren. In zijn voorwoord aan de lezer schrijft hij overigens hoe hij dermate gefrustreerd is geweest door de confrontaties met de Hoge Raad dat hij van de uitgave af wilde zien. Door deze af te zetten tegen de moeilijkheden die de staat moest overwinnen (Philips II was heerszuchtig en in diverse oorlogen betrokken, het land stond er economisch niet al te best voor, red.), besluit hij echter door te gaan.

Geen knopen en knoopsgaten Het boek bevat kledingpatronen voor de gewone man en vrouw, geestelijken, krijgslieden, kledij voor het uitoefenen van bepaalde spelen en voorbeelden voor het maken van vlaggen. Er zijn twee patroontjes voor een meisje: een japonnetje en een manteltje. Tussen de te kiezen stoffen staat ook de in die tijd vaak gebruikte zijde. Stoffen als brokaat of fluweel waren voor het koninklijk hof en de aristocratie en die hadden eigen kleermakers. Opmerkelijk is dat nergens aangegeven wordt hoe kleding gesloten werd, waarschijnlijk gebeurde dat met veters die door gaatjes geregen werden. Ook wordt nergens over knopen gesproken. Die waren er al wel, misschien vond De Alcega het niet nodig ze te vermelden.


MĂŠtier Winter 2018

57


Uiteenlopende berekeningen De schrijver is zeer nauwkeurig in zijn instructies, zo zijn er tweeëntwintig berekeningen voor het aanpassen van twaalf verschillende lengtes aan even zovele verschillende breedtes. De Alcega legt uit hoe de breedte van de bara zoals ze die in geheel Castilië gebruikten is verdeeld: in een 12e, een 8e, een 6e, een 4e, een 3e en een half deel. Ook hier is hij opnieuw zorgvuldig: als de breedte bijvoorbeeld een 7e deel moet zijn, dan vermeldt hij een 6e, een 7e kende men niet. Verwarrend voor ons is dat aantallen in letters worden aangegeven op de getekende patroondelen, zo betekent bbb drie. Als de hoofdletters A en B op verschillende delen tussen stippellijnen staan betekent het dat die delen corresponderen en in dezelfde richting geknipt moeten worden; ze komen niet voor als symbolen voor een aantal. Tenslotte is er ook nog een afwijkende tabellenopgave voor clericale mantels en kleding in een zelf gekozen stof, anders dan in het boek bedoeld. Slechts twee keer is er sprake van een toevoeging bij een kledingstuk. Het betreft een vasquina para muger, een lange rok met daaraan vast een strak lijfje. In dit geval staat er muger gorda, een dikke vrouw dus. Waar de afmeting normaal staat aangegeven met bb, is er nu een Q aan toegevoegd.

Eigen vertaalslag Geïnspireerd door dit unieke boek wilden wij zelf aan de slag. Het liefst met een japon uit die tijd. Aangezien het accessoiregehalte daarvan hoog is en De Alcega daar nauwelijks aandacht aan besteedde, gingen wij te rade bij ‘The Complete Costume History’ uit 1888 van Auguste Racinet. Het boek toont tientallen afbeeldingen van historische kleding voor verschillende bevolkingslagen. Wij kozen voor een robe zoals die eind 16e eeuw aan de Zuid-Europese hoven werd gedragen. Veelkleurig, met veel accessoires. ◆

Het boek is in tweedehands boekwinkels zeker nog te vinden. Een goede mogelijkheid is www.boekwinkeltjes.nl

58


agenda> t/m 22 juni 2018

t/m voorjaar 2018

t/m 18 maart 2018

Kant; special collections

Sits, eksoatysk mar Frysk

Powermask

Rijksmuseum, Amsterdam

Museum Dokkum

Wereldmuseum, Rotterdam

www.rijksmuseum.nl

www.museumdokkum.nl

www.wereldmuseum.nl

dagelijks 09.00-17.00 uur

ma t/m za 10.00-17.00 uur

di t/m zo 10–17 uur

----

koopzondagen 13.00-17.00 uur

----

tot maart 2019

en op afspraak

t/m 27 mei 2018

Fashion Cities Africa

----

Tropenmuseum, Amsterdam

t/m 2 april 2018

1920s Jazz Age | Fashion & Photographs

www.tropenmuseum.nl di t/m zo 10.00-17.00 uur

Mata Hari, de mythe en het meisje

t/m 4 maart 2018

----

Fries Museum, Leeuwarden

t/m 27 mei 2018

www.friesmuseum.nlKantfabriek).

Hollandse Meesters uit de Hermitage

di t/m zo 11.00-17.00 uur

Ornamentale Patronen, Trijpweefsels van de Amsterdamse School

----

Textielmuseum, Tilburg

Hermitage, Amsterdam

t/m 3 juni 2018

www.textielmuseum.nl

www.hermitage.nl

Fibula’s

di t/m vr 10–17 uur

dagelijks 10–17 uur

za en zo 12-17 uur

----

t/m 25 maart 2018

----

t/m 10 maart 2018

Nineveh

t/m 7 april

Futurarcheology

Rijksmuseum van Oudheidkunde,

Breed artstudios, Amsterdam

Leiden

Merk- en Stoplappen rond de Oosterschelde

www.breedartstudios.net

www.rmo.nl

Historisch Museum de Bevelanden,

do t/m za 14.00-20.00 uur

di t/m zo 10.00-17.00 uur

Goes

----

----

ma t/m vr 11.00-17.00 uur

t/m 4 maart 2018

13 december t/m 3 juni 2018

za en zo 13.00-17.00 uur

Art deco Paris

Sieraden – makers en dragers

(o.a. couturier Paul Poiret)

Museum Volkenkunde, Leiden

Gemeentemuseum Den Haag

www.volkenkunde.nl

www.gemeentemuseum.nl

di t/m zo 19.00-17.00 uur

di t/m zo 10.00-17.00 uur

----

Métier Winter 2018

59


t/m 6 mei De Romantiek in het Noorden van Friedrich tot Turner Groninger Museum, Groningen www.groningermuseum.nl di t/m zo 10.00-18.00 uur ----

t/m 15 april Onderweg. Textiele reisherinneringen Museum de Kantfabriek, Horst www.museumdekantfabriek.nl okt. tot apr. di t/m zo 14.00-17.00 uur ----

tot 27 mei Verzameling Jacques en Miny Defauwes Bonnefantenmuseum, Maastricht www.bonnefanten.nl di t/m zo 10.30-17.30 uur ----

t/m 30 december Collectie Krekel. Zilver uit de periode 1880-1940 Museum Boijmans, Rotterdam www.boijmans.nl di t/m zo 11.00-17.00 uur ----

t/m 4 maart 2018 Stille ruimtelijke verkenningen – Monique Kwist Kunsthuis Dat Bolwerck, Zutphen www.datbolwerck.nl vr t/m zo 10.30-17.00 uur ----

t/m 29 april 2018 Glas Nu Glasmuseum, Leerdam www.nationaalglasmuseum.nl di t/m za 10.00-17.00 uur zo 12.00-17.00 uur ----

60


t/m 15 april 2018 Dracht – Van traditie naar mode Huizer museum, Huizen www.huizermuseum.nl di t/m za 10.00-17.00 uur ----

tot 15 april Olivier Theyskens: She walks in beauty Momu, Antwerpen di t/m zo 10.00-18.00 uur

t/m 5 maart Fondation Louis Vuiton Etre Moderne, Le MoMu à Paris ma, wo en do 11.00-20.00 uur vr 11.00-21.00 uur, za en zo 09.0021.00 uur ----

tot 8 april Winnie-the-pooh: Exploring a classic Victoria & Albert Museum, London dagelijks 10.00-17.45 uur, vr 10.0022.00 uur ----

9 februari tot 6 mei T-shirt: Cult Culture Subversion

A D V E R T E R E N

t/m 27 mei 2018

The Fashion and Textile Museum,

The American Dream

London

Drents Museum, Assen

di t/m za 11.00-18.00 uur, do 11.00-

www.drentsmuseum.nl

20.00 uur, zo 11.00-17.00 uur

Met uw tentoonstelling,

di t/m zo van 11.00 tot 17.00 uur

----

evenement of museum

----

adverteren op deze plek of elders

t/m 27 mei 2018

in Métier? Neem contact met ons

Martin Puryear

op over adverteren voor prijzen

Museum Voorlinden, Wassenaar

en voorwaarden.

www.voorlinden.nl dagelijks 11-17 uur

www. metier-magazine.nl

----

t/m 14 april 2018 Nostalgie en Lingerie museumveenendaal, Veenendaal www.museumveenendaal.nl di t/m za 10.00-17.00 uur

Métier Winter 2018

61


MATERIAAL TECHNIEK Texel vanuit de lucht, rechts de Waddenzee waar ook het Palmhoutwrak zich bevindt.

Stam van een dadelpalm.

Hoe is het met de

Ottomaanse kledingstukken uit het Palmhoutwrak? [Rechts] Fragmenten van een kleed uit India of Pakistan, mogelijk gemaakt in Lahore - copyright (RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis [Onder] twee metalen geurknoopjes, of pomander.

Een schip in volle zee bij vliegende storm, bekend als ‘De windstoot’ ca. 1680 door Willem van de Velde (II).

62


De textielvondsten uit het Palmhoutwrak van Texel zijn de afgelopen jaren veelvuldig in het nieuws geweest. Nu de tijdelijke tentoonstelling ‘Garde Robe’ is gestopt, zijn de vondsten weer naar de verschillende onderzoekscentra overgebracht en worden er nog steeds nieuwe ontdekkingen gedaan. Het materiaal blijkt zeer de moeite waard om opnieuw onder de aandacht te brengen in Métier. Want wat een vakwerk laten deze kledingstukken zien! Het materiaal dat inmiddels ook in de School of Historical Dress in Londen werd onderzocht, slaat een brug tussen het Oosten en het Westen op een schitterende manier. Want tussen de West-Europese jurken duiken technieken en kledingstukken op die waarschijnlijk in het Ottomaanse rijk zijn gemaakt en vooral oosterse kledingtradities laten zien. Het toont dat West-Europa en de koninklijke huizen goede contacten onderhielden met het Ottomaanse rijk dat in die tijd het zuidoostelijke Middellandse Zeebekken domineerde.

Palmhoutwrak De vondsten uit het wrak zijn droomvondsten. Jenny Tiramani van de School of Historical Dress spreekt uit waar veel mensen aan denken bij het zien van deze stoffen. “Is dit niet waar we van dromen; van scheepswrakken en de vondst van schatten die in kisten onder het wateroppervlak honderden jaren bewaard zijn gebleven?” Want zo bijzonder is deze vondst inderdaad. Wij herhalen het hier nog maar even voor u. In 2014 werden op de zeebodem door de duikers van Duikclub Texel heel bijzondere vondsten gedaan afkomstig uit het zogeheten Palmhoutwrak. Er werd van alles geborgen die dag, kisten, navigatie instrumenten, zalfpotjes, Italiaans vaatwerk, een verguld zilveren bokaal, wierook, palmhout, mastiek (hars), woon- of interieurtextiel en nog veel meer. Dergelijke vondsten zijn niet iedere dag zichtbaar of vindbaar onder water en de situatie verschilt van duik tot duik. Afhankelijk van de weersomstandigheden, stormen en de hoeveelheid zand die er op een wrak gespoeld ligt op dat moment, kun je wel of niet de lading van de scheepswrakken onderscheiden. Zo nu en dan worden hele ladingen weggespoeld en geërodeerd, waardoor vondsten eenvoudigweg verdwijnen. ▶

Métier Winter 2018

63


Voor de Nederlandse kust is dit een serieus probleem en archeologen hebben de grootste moeite methoden en middelen te vinden om de wrakken te beschermen. De bodem van de Noordzee en de Waddenzee is dynamisch en jong. Veel zand beweegt onder water en de erosie voor de kust van ons land is groot. Veel wrakken zijn hieraan onderhevig en of ze voor de toekomst

Kousen van gebreide zijde. - copyright Museum Kaap Skil.

behouden kunnen blijven is in Nederland een prangende kwestie. Zo is het ook voor het Palmhoutwrak maar de vraag of dit ooit helemaal opgegraven kan worden of zal worden beschermd op de zeebodem. Maar op die dag in 2014 waren de omstandigheden voor de duikers optimaal. Ze waren letterlijk op de juiste plaats en op het juiste moment, want de lading van het wrak was goed te zien. In de kisten die toen uit het wrak werden geborgen vond men textielen en kledingstukken. Voor de duikers was dit ook een verrassing want zij hadden nog nooit kleding gevonden op de zeebodem.

Garderobe Eigenlijk werd op de zeebodem die dag een garderobe aangetroffen die waarschijnlijk toebehoorde aan één vrouw. Dat denken we omdat alle kledingstukken een vergelijkbare en vrij grote maat hebben. Alleen dat was al bijzonder en nooit eerder op die manier ervaren. De vondst bleek dan ook internationaal absoluut uniek te zijn! Dat de textielen zelf ook niet alledaags waren, was vrijwel direct duidelijk. Er werd na de vondst gesproken over een japon van een dame die uit de zeventiende eeuw zou stammen. Omdat elders tussen de vondsten ook leren boekomslagen werd aangetroffen met daarop het zegel van Karel I uit het Engelse koningshuis Stuart, deden al snel de verhalen de ronde dat het schip mogelijk de bezittingen van een lid uit de koninklijk familie van Engeland had vervoerd. Dit paste zelfs bij het verhaal dat we kennen uit brieven uit 1642, waarin een Schotse prinses zich uitspreekt over een bagageschip dat zou zijn vergaan onderweg naar de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Later bleek de datering van het schip niet overeen te komen met deze beschreven ramp en dat ze elkaar ongeveer twee decennia ontliepen. De japon bleek inderdaad uit de eerste helft van de zeventiende eeuw te stammen; waarschijnlijk is het echter geen Engels kledingstuk maar van West-Europese makelij. Hoewel een dergelijke enkellange jurk op dat moment nog geen japon heette, maar tabberd. Nu moet u weten dat er heel weinig kledingstukken van vrouwen uit de zeventiende eeuw bewaard zijn gebleven. Dat heeft

64


De gevonden Ottomaanse kaftan van fluweelachtige zijde wordt bestudeerd in de School of Historical Dress in Londen. - copyright Museum Kaap Skil.

vooral te maken met het feit dat veel vrouwenkleding in die tijd na gebruik werd vermaakt tot –bijvoorbeeld– kinderkleding. Wat we natuurlijk wel hebben zijn afbeeldingen in schilderijen en tekeningen uit dezelfde periode. Dat de vondsten gedurende vierhonderd jaar zo schitterend bewaard gebleven zijn op de bodem van de Waddenzee was natuurlijk helemaal uitzonderlijk.

Alleen dierlijke vezels In de kisten werden trouwens ook andere voorwerpen van stof gevonden. Van enkele vondsten was het niet meteen duidelijk wat het precies was. Sommige voorwerpen zijn direct herkenbaar, bijvoorbeeld als kousen gemaakt van zijde. Ook werd een mantel gevonden en lijfjes van zijde en satijn die gedecoreerd waren met goud- en zilverdraad. Wandkleden uit India of Pakistan, een etui met schitterend borduurwerk en de eerder genoemde boekomslagen. Vreemd genoeg zijn er alleen textielen gevonden die zijn gemaakt van dierlijke vezels, zoals zijde en wol. Mogelijk bestond de garderobe hier alleen uit, maar het is ook mogelijk dat de bewaaromstandigheden in het wrak dusdanig waren dat plantaardige vezels niet bewaard gebleven zijn. ▶

Métier Winter 2018

Afbeelding van een kaftan uit 1579.

65


Toverbaljurk [Boven] De zogenaamde toverbaljurk, een japon van damast geweven zijde. - copyright Museum Kaap Skil.

66

Duidelijk is dat deze kledingstukken in de tijd waarin ze zijn gemaakt ook al een schat vertegenwoordigden. De hoeveelheid zijde bijvoorbeeld in de japon en de rest van de garderobe kostten ook in die tijd een klein fortuin. De japon is gemaakt van in damast geweven zijde met een bloemmotief tegen eenzelfde kleur achtergrond. Door het gebrek aan goud- of zilverdraad op de japon denken de onderzoekers dat het een japon was voor dagelijks gebruik. Ook denken zij dat de japon oorspronkelijk gemaakt is in ĂŠĂŠn kleur, ondanks dat het textiel nu meerdere kleuren lijkt te hebben, zoals oranje, rood, geel, groen en bruin. Daarom is de japon in de loop van de maanden omgedoopt tot toverbaljurk. De verkleuring heeft mogelijk te maken met de omstandigheden op de zeebodem waar de japon vier eeuwen heeft gelegen. Hierdoor heeft het niet alleen een


andere kleur gekregen, maar is ook gekreukt en uit de oorspronkelijke vorm geraakt. Specialisten zijn ermee bezig een manier te vinden om dit te kunnen herstellen zonder het kledingstuk nog meer te beschadigen. Ook hebben de onderzoekers aanwijzingen gevonden op het textiel dat de japon gedragen was en dus niet nieuw was toen hij vervoerd werd. De japon heeft als enig textiel in de vondst slijtsporen en beschadigingen die daar mogelijk op wijzen.

Ottomaanse kaftans en zijden kousen De komende jaren zullen onderzoekers nog bezig zijn met het bekijken van deze vondst, want bij een dergelijke garderobe is dat niet in een enkel onderzoek te doen. Zo zullen zij zich bezig houden met het analyseren van de vezels om de herkomst ervan te kunnen bepalen. Ook zal de originele kleur worden onderzocht en zullen kunsthistorici zich buigen over het model van de jurk en de motieven die op de textielen te vinden zijn. Nu het textiel in het onderzoekscentrum deels is bekeken in een verkennend onderzoek, kan al wel duidelijker gezien worden om wat voor textiel het eigenlijk gaat, wat de maakwijze is en waar het oorspronkelijk vandaan komt. En dan komen we bij de bijzondere en nieuwe informatie. Tussen de textielen werden nog vier mouwen aangetroffen die waarschijnlijk bij de garderobe van een vrouw hoorden. Tevens werden twee Ottomaanse kaftans herkend. Eén ervan, de kleinste, is gemaakt van rode fluweelachtige zijde. De andere is groter en gemaakt van roze zijde. Ook werden kledingstukken gevonden die afkomstig zijn uit het gebied dat nu Polen en Hongarije is. Verwonderlijk is dat niet, want voor de elite in onze streken was het destijds in zwang om kleding uit het Nabije of Verre Oosten te bezitten en te dragen. Onder de bijzondere textielen die uit het wrak kwamen is ook een rode, hoogpolige cape die iets weg moet hebben gehad van een bontmantel. De twee meter grote cape is in vrij goede staat bewaard en de lange polen zijn nog intact. Ook is er een kledingstuk aangetroffen dat versierd is met applicaties van bloemmotieven en afbeeldingen van zoogdieren die zijn aangebracht met

Métier Winter 2018

borduurwerk van metaaldraad. De kousen waar we eerder over spraken zijn gemaakt van gebreide zijde met een zeer fijne steekverhouding van 75 steken bij 100 naalden, in 10 bij 10 centimeter. En hoewel dergelijke kousen niet uniek zijn en in die tijd enorm populair waren, is het bijzonder ze in deze garderobe te vinden.

Kaap Skil Inmiddels is er door meerdere instituten onderzoek gedaan naar deze vondsten, bijvoorbeeld aan de Universiteit van Amsterdam, de School of Historical Dress in Londen en het Huis van Hilde in NoordHolland. Nog steeds zijn onderzoekers bezig de kledingstukken te conserveren en klaar te maken om weer tentoon te kunnen stellen. Uiteindelijk zal het museum Kaap Skil op Texel de voorwerpen permanent opstellen voor het publiek. De vondst zal daarmee in dit museum het belang van de Reede van Texel tonen voor onze streken en voor de internationale wateren van de Gouden Eeuw. ◆

Rood fluwelen etui waar een luizenkam in zat, versierd met zilverdraad. - copyright Museum Kaap Skil.

67


KUNST TECHNIEK MATERIAAL

Li Hongbo

Quand la sculpture devient crĂŠature virtuoze papierkunstenaar

68


De naam Li Hongbo kende ik niet, totdat ik die vorig jaar bij toeval in mijn vakantie ontdekte. Ik wist wel van het bestaan van het Musée du Papier in het Franse Angoulème maar was er nooit geweest. Tot mijn verbazing bleek de Chinese Li Hongbo, die woont en werkt in Beijing, al jarenlang wereldwijd te exposeren. In 2017 was Frankrijk aan de beurt.

Metamorfose in papier Li Hongbo (Jilin, China, 1974), afgestudeerd beeldend kunstenaar, past een oude Chinese vouwtechniek met honingraatmotieven toe. Vroeger werden die ook bij papieren lantaarns in de vorm van een pompoen met ribben gebruikt. Wat ogenschijnlijk een compact iets lijkt, blijkt vervolgens een flexibel, meters lang uittrekbaar attribuut. Een hoofd op een hals bijvoorbeeld. Een gezicht met mond, neus, oren en ogen wordt geruisloos opgerekt tot er een brede, volstrekt gladde buis overblijft. Als die teruggaat naar z’n uitgangspositie komt stukje bij beetje het gezicht met alles erop en eraan terug. Een fascinerend schouwspel.

Klaslokaal Besloten werd het voor het Musée du Papier gemaakte werk in een klasruimte te exposeren en een schoolklasomgeving met kinderen als thema te kiezen. Franse scholen hadden honderden schoolboeken naar China verstuurd die bij terugkomst getransformeerd bleken in op en aan elkaar geplakte stapels. Met soms nog een leesbaar stukje tekst op een boekenrug, dienden ze nu als achtergrondmuurtjes voor papieren kinderen. Kleine meisjes en jongetjes keken stoïcijns vanaf hun tafeltjes, de stoeltjes er netjes achter, de ruimte in.

bestreken papierdeeltjes blijven dus droog. Het raster wordt weggenomen en er komt een tweede vel op het eerste. Ook dit wordt met lijm ingesmeerd, maar pas nadat – en dat is de basis van het vouwprocedé – het twee cm opgeschoven is vanaf de rechter papierrand. Het lijmen van de twee op elkaar liggende vellen met steeds zo’n verschuiving gaat door tot er driehonderdvijftig bladen zijn bewerkt. De dikte van een blok is drie tot vier cm. Voor de hoogte van zijn historische bustes zijn vijftig blokken, duizenden vellen papier, nodig. Van elk afzonderlijk blok moeten de contouren uitgezaagd worden. Die verschillen vijftig keer van elkaar en Li Hongbo maakt net zoveel keren een tekening en legt die op een blok. Langs de lijnen daarvan gaat hij zagen. Met een decoupeerzaag, slijpmachine, elektrisch mes, diverse soorten vijlen en schuurpapier ontstaan uiteindelijk zijn papieren wonderen. Het proces vergt een oneindig geduld, zorgvuldigheid en veel tijd naast ambachtelijk en artistiek inzicht. In zijn uitwerking is deze kunstvorm hedendaags en westers, terwijl de grondslag berust op de traditionele Aziatische cultuur en volkskunst. Een indrukwekkende combinatie is het resultaat. ◆

Werkwijze Hoe doet Li Hongbo dit alles? Hij begint met een kwast eigengemaakte lijm op een vel papier aan te brengen. Hij bestrijkt alleen de verticale openingen van een daarop gelegd raster van hetzelfde formaat. De niet

Métier Winter 2018

69


AMBACHT TECHNIEK

De collectie van ruim 50 uiteenlopende amuletten uit Oman, onderdeel van de Bedouin Silver Collection.

70


MĂŠtier Winter 2018

71


Oman staat bekend om zijn prachtige traditionele zilveren sieraden. Omani zilverwerk is doorgaans uitgevoerd in hoogwaardig zilver en fijn bewerkt met florale of geometrische motieven. De halskettingen, hoofdversieringen, armbanden en enkelbanden zijn vaak van groot formaat, zodat ze de rijkdom en weelde van de draagster laten zien. In dit artikel staat echter een groep kleine voorwerpjes van allerlei verschillende materialen centraal die niets met aanzien of status te maken hebben, maar desondanks even zorgvuldig in gedecoreerd zilver zijn gevat: amuletten. Sieraden als bescherming

Tanden en klauwen

In het hele Midden-Oosten hebben sieraden vaak een dubbele betekenis. Ze dienen niet alleen als versiering, maar ook als amulet. Het geloof in het boze oog is wijdverbreid: men vreest ongeluk en tegenslag als gevolg van jaloerse blikken door mensen en geesten. Om onheil af te wenden, worden bepaalde kleuren en motieven gebruikt in zowel kleding als sieraden. Daarnaast wordt aan sommige materialen een bepaalde kracht toegekend, die ervoor zorgt dat de draagster voorspoed en geluk op haar pad vindt. Die twee aspecten zijn nauw met elkaar verweven en veel materialen worden dan ook gebruikt omdat ze zowel het kwaad afweren als geluk brengen. Aan de grote halskettingen uit Oman zijn soms afwijkende kralen te zien: een stukje koraal of een tand is in zilver gevat en tussen de massief zilveren kralen en ornamenten geregen. Ook worden de amuletten los aan een koordje geregen en gedragen door kinderen. De aandacht en het vakmanschap waarmee soms onooglijke stukjes materiaal in zilver zijn gevat, geeft aan hoeveel belang eraan werd gehecht. Daarnaast maakt de uiteenlopende aard van de gekozen materialen deze amuletten zo bijzonder.

In veel culturen worden tanden en klauwen van roofdieren als amulet gedragen, zo ook in Oman. Door een tand of klauw te dragen, beschermt de draagster zichzelf tegen aanvallen door dergelijke dieren. Ook staat de kracht van het dier symbool voor de felheid waarmee het amulet het kwaad op afstand houdt. Tanden worden veel door kinderen gedragen. Een bijkomend visueel aspect is dat twee ongeveer even grote tanden, bij elkaar gezet in een zilveren vatting, de vorm van de maansikkel krijgen: een belangrijk symbool in het Midden-Oosten. Het dragen van tanden en klauwen als amulet is al bekend vanuit de oudheid.

72

Koraal Takjes onbewerkte koraal worden ook in zilver gezet en aan een ketting gedragen. Aan koraal worden bijzondere eigenschappen toegeschreven: het bevordert verstand en voorkomt geestesziekten. Koraal wordt dan ook in het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika gedragen. In buurland Jemen bevindt het zich in dikke strengen bewerkte kralen of is uitbundig tussen zilveren kralen aan een sieraad gestrooid; in Oman bestaat een voorkeur voor de onbewerkte takjes koraal zoals ze in de Middellandse Zee worden opgedoken.


Organische materialen als bot, hout, horens, dorens, tanden en klauwen vormen krachtige amuletten.

Hout en bot Kleine stukjes hout en bot vertonen vaak zichtbare slijtagesporen, meer dan andere materialen. Ze zijn afgerond en glad geworden, en soms zelfs afgesleten tot er nog maar een klein stukje over is. Dat komt omdat juist deze hangertjes werden gebruikt als sabbelaar voor kleine kinderen waar de tandjes doorkomen. Doordat hout en bot relatief zacht zijn, kan een moeder haar kind zonder problemen met dit stukje van haar ketting wat troost en comfort bieden. Een wonderlijk amulet van plantaardige oorsprong is een grote noot, waarvan onduidelijk is welke krachten de draagster daaraan toeschreef. â–ś Takjes onbewerkt koraal, sommige met een lichte patina van het dragen.

MĂŠtier Winter 2018

73


Glazen stoppers van parfumflesjes.

Horens en dorens

Glazen stoppers

Scherpe dorens lenen zich ook heel goed voor gebruik als amulet. De puntige doorn van de acacia bijvoorbeeld is een veel voorkomende amulet. Niet alleen houdt de scherpte het kwaad op afstand, maar daarnaast staat de doorn symbool voor de hele struik. Het kwaad raakt erin verstrikt en kan de draagster geen onheil meer brengen. Horens van gazelle of antilope zijn ook populair als amulet. Aan deze horens werden bijzondere krachten toegedacht. Het laatste puntje ervan vinden we vaak terug als een in zilver gezet hangertje.

Hele bijzondere amuletten vormen de glazen stopjes van parfumflesjes. In Oman worden deze vaak gebruikt als amulet, waarbij de onderkant van het stopje in zilver wordt gevat. Veel voorkomend zijn die van kleurloos glas, maar daarnaast komen ook rode en soms blauwe stopjes voor. Waarom juist stopjes van parfumflesjes als amulet gedragen worden, is niet meteen duidelijk. Mogelijk is het hier de helderrode of blauwe kleur die de doorslag geeft, en wellicht doet het kleurloze glas denken aan bergkristal. Rood en blauw zijn de meest gebruikte kleuren in amuletten door het hele

74


Midden-Oosten heen. Een andere verklaring kan zijn dat het juist stopjes van parfumflesjes zijn, waardoor de draagster zich vergezeld weet van een voorwerpje met aangename associaties. Geur speelt in Oman een belangrijke rol in de gastvrijheid, en daarnaast houdt een aangename geur het kwaad ook op afstand.

de draagster van dit amulet het stukje steen ergens gevonden en het zekere voor het onzekere genomen. Ook stenen als de grote gekleurde kwarts en een stukje zwart gekleurde steen werden in zilver gezet. Voor de draagster had iedere amulet een persoonlijke betekenis.

â–ś

Rode glazen amuletten, geproduceerd in Bohemen.

Glazen amuletten

Stenen amuletten.

Naast glazen parfumstopjes worden ook glazen amuletten met inscripties gedragen. Voorbeelden daarvan zijn roodglazen amuletten die in Bohemen geproduceerd werden voor de handel met het Midden-Oosten. Op de amuletten staan Koranteksten gegraveerd, die de draagster bescherming bieden. Ze worden ook wel hadj-amuletten genoemd, omdat gezegd wordt dat mensen die de pelgrimstocht naar Mekka gemaakt hadden, deze amuletten als aandenken meenamen. Waarschijnlijker is dat deze glazen amuletten door het hele Midden-Oosten verhandeld werden.

Steen Een opmerkelijk voorwerpje in de collectie is een stukje bewerkte steen, zorgvuldig voorzien van een zilveren band. Vuursteen wordt veel gebruikt als amulet voor kinderen en voor vee: beide trekken snel het boze oog aan. Ook al is dit geen vuursteen, misschien heeft

MĂŠtier Winter 2018

75


Sleutel Een laatste amulet bestaat uit de zilveren weergave van een sleutel. Hier ligt de werking van het amulet verscholen in een associatie met een ander materiaal: ijzer. IJzer houdt geesten of djinn op afstand, en een amulet in de vorm van een voorwerp dat oorspronkelijk van ijzer was, zoals een sleutel, heeft datzelfde effect. Een andere verklaring die voor amuletten in de vorm van een sleutel wordt gegeven, is dat zo’n amulet de sleutel tot het paradijs zou verbeelden. Opvallend aan deze sleutel is dat het geen klassieke sleutel met een baard is, maar eerder een voorstelling van een moderne sleutel. Dat laat zien dat ook in recentere tijden waarde wordt toegekend aan traditionele opvattingen.

De vatting van iedere amulet is anders. Het zilver is er als gladde band omheen gelegd, versierd met sierlijke bloemranken, rozetten of geometrische patronen. In de grote Omani sieraden wijst de aard van de decoratie vaak op regionale stijlen. De zilveren vattingen van deze collectie amuletten kunnen waarschijnlijk op dezelfde manier geïnterpreteerd worden. In elk geval laat het oog voor detail en het vakmanschap waarmee de voorwerpen zijn behandeld, goed zien dat de zilversmeden van Oman ook raad wisten met de meest uiteenlopende materialen. ◆

Van Sigrid van Roode verscheen in de zomer van 2017 het geheel herziene boek Desert Silver. Het boek is ruim voorzien van prachtige afbeeldingen en vertelt het gebruik van sieraden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het boek is te koop bij o.a. BOL.com en via de webshop van blikvelduitgevers.nl

Een amulet in de vorm van een moderne sleutel.

76


Julia Lohmann - Oki Naganode (Victoria&Albert Museum) 2013


02

NĹ? 02 verschijnt mei 2018

Metier 1  

Métier magazine is een tijdschrift dat zich begeeft op het snijvlak van ambacht en kunst, materiaal en techniek. Ons doel is een dialoog te...

Metier 1  

Métier magazine is een tijdschrift dat zich begeeft op het snijvlak van ambacht en kunst, materiaal en techniek. Ons doel is een dialoog te...

Advertisement