Page 1

Jaargang 111 | Nummer 4 | April 2019

ZuivelZicht

‘Mogelijkheden voor margeverbetering in EU-kaasmarkt’

JAN VAN OMMEREN ‘Samen zorgen dat we onze markt kunnen blijven bedienen’

MTC Nieuwe coöperatie wil daling in melkprijs afvlakken


INHOUD

10

6

16 Visie 6

Jan van Ommeren Voorzitter coรถperatie Rouveen wil zijn leden toekomstperspectief bieden

10 Kaas Rabobank signaleert kansen voor spelers in verzadigde kaasmarkt

Bedrijf 14 Arla Foods De groei van de kaasproductie heeft de marges in de kaassector de afgelopen jaren onder druk gezet. Toch ziet de Rabobank mogelijkheden voor herstel. (Foto: NZO)

Europese coรถperatie zet reductie broeikasgassen centraal in duurzaamheidsprogramma

16 Zott Dessertproducent vervolgt expansie op Aziatische markt

18 Lely www.zuivelzicht.nl

Hoe vergaat het de Orbiter, de kleine zuivelfabriek voor het melkveebedrijf?

Markt 20 Nieuw-Zeeland Chinees overnamebod op Westland Milk zet Nieuw-Zeelandse zuivel op scherp

22 Ilvo Terugblik op zuivelcontactdag van Vlaams instituut voor landbouw onderzoek

24 MCC Veelbelovende ontwikkelingen in Vlaamse zuivel

26 Termijnmarkt Milk Trading Company probeert de daling in de melkprijs af te vlakken

29 Marktcijfers De ontwikkelingen op de internationale zuivelmarkt in een oogopslag

ZuivelZicht april 2019

3


Een oplossing voor het snijden van kaas Snijmachines voor al uw productievereisten Urschel biedt een breed scala aan snijmogelijkheden voor kaas. Elke machine is uitgevoerd in roestvrijstaal en gemaakt volgens de kwaliteitsnormen van Urschel. We geven ondersteuning en service voor een lange levensduur van uw machine. Bediening met èèn druk op de knop bespaart tijd en arbeidskosten. De machines zijn ontworpen voor een continue, ononderbroken productie tegen een zo hoog mogelijke capaciteit. Neem contact op met Urschel en ontdek hoe wij u kunnen ondersteunen met de ontwikkeling van u product.

Neem contact met ons op voor een gratis demonstratie met uw product. URSCHEL B.V. | netherlands@urschel.com | www.urschel.nl ® Urschel, Urschel logo symbol, and The Global Leader in Food Cutting Technology are registered trademarks of Urschel Laboratories, Inc. U.S.A.


ZuivelZicht

ZI JLI JN

ZuivelZicht is een uitgave van BDUvakmedia ISSN 0165-8573 Postbus 67, 3770 AB Barneveld www.bdumedia.nl

vakmedia

De gevestigde orde

Uitgeefteam Corina Kuipers (uitgever), Ron van de Hoef (salesmanager), Peter Vorstenbosch (hoofd content) Redactie ZuivelZicht Postbus 93044 2509 AA Den Haag T: 070 2191707 E: redactie.zuivelzicht@bdu.nl I: zuivelzicht.nl Hoofdredactie René van Buitenen E: r.v.buitenen@bdu.nl

Het is bijna een Pavlov-reactie. Elke keer als de agrarische sector negatief in het nieuws komt, wijst de beschuldigende vinger naar de belangenbehartigers. Die leggen het ‘echte verhaal’ niet goed uit aan de buitenwereld: de media, de overheid en maatschappelijke organisaties. Terwijl het boetekleed hen soms beter past, klagen veehouders steen en been over hun belangenbehartigers. Die zouden onzichtbaar zijn, onvoldoende opkomen voor hun belangen of deze soms zelfs verkwanselen.

Contentregie Albert Schuurman E: redactie.vakmedia@bdu.nl Medewerkers aan dit nummer Jeen Akkerman, Bert Kleiboer, Yves De Groote, Hermann-Josef Martin, Bert Westenbrink Advertenties Hielke van der Werf T: 020 5736056, E: h.v.d.werf@bdu.nl Abonnementen Abonnementsprijzen (12 nummers): € 127,90 (studenten € 72,29); buitenland: € 169,04. Proefabonnement (3 edities): € 11,81. Abonnementen kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan en lopen automatisch door, tenzij uiterlijk 2 maanden voor de vervaldatum is opgezegd bij de abonnementenservice. Zakelijke abonnementen worden niet tussentijds beëindigd. Abonnementenservice Abonnementenservice BDUvakmedia Postbus 67, 3770 AB Barneveld T: 0342 494882, E: abonnementen@bdu.nl Ontwerp: Giesbers Communicatie Groep, Duiven Druk: Vellendrukkerij BDU, Barneveld

Dat beeld doemt uit een recent gehouden onlineonderzoek door Geelen Consultancy onder bijna 2.000 agrarische ondernemers waarvan de helft melkveehouders. Hun grootste belangenbehartiger, LTO, kreeg een onvol-

Grote organisaties staan vol in de wind, vangen de klappen op

doende. Kleinere belangenorganisaties kwamen veel beter uit de verf. Dat kan geen verbazing wekken. Het is voorspelbaar. Het past namelijk in de trend die al een aantal jaren in de maatschappij zichtbaar is. De grotere instituties liggen regelmatig onder vuur. Niet alleen LTO. Ook op andere organisaties in de agrarische sector, zoals de Rabobank of FrieslandCampina, is steevast kritiek (ongeacht de hoogte van de melkprijs). Elders zie je het ook: de waardering voor de gevestigde orde in het maatschappelijk veld neemt af. Dat overkomt vakbonden maar ook de traditionele politieke partijen, vooral die in het midden. Alternatieve bewegingen hebben de wind mee. Die zijn nieuw, eenvoudig georganiseerd, niet behept met een verleden en dus aantrekkelijk. Zij krijgen al snel het voordeel van de twijfel. De lat ligt er ook lager; de verwachtingen zijn minder hoog. De gunfactor is des te groter. Grote organisaties staan vol in de wind, vangen de klappen op. Zij hebben een regierol en moeten hun sector zo veel mogelijk bijeen zien te houden. Maar naar mate er meer kleinere spelers bijkomen wordt het steeds moeilijker de regie te voeren. Daarmee wordt het nog lastiger om aan de verwachtingen van leden te voldoen. Ondertussen moeten ze wel meepolderen en compromissen zien te sluiten. Dat is vaak ondankbaar werk achter de schermen. Het levert nooit de populariteitsprijs op. René van Buitenen Hoofdredacteur

ZuivelZicht april 2019

5


V I SI E

Jan van Ommeren, voorzitter raad van beheer Rouveen:

‘We moeten samen onze markt kunnen blijven bedienen’ Zuivelcoöperatie Rouveen wil zich onderscheiden met duurzaam geproduceerde kaasspecialiteiten. Die strategie moet minimaal een marktconforme melkprijs opleveren. Zodat de leden de mogelijkheid hebben om hun bedrijven verder te ontwikkelen, legt voorzitter Jan van Ommeren uit. Tekst: René van Buitenen

De resultaten over het afgelopen boekjaar zijn nog niet met de leden gedeeld. Daar kan Jan van Ommeren dus niets over zeggen. Wel wil de voorzitter van de raad van beheer kwijt dat Rouveen Kaasspecialiteiten ook in 2018 redelijk goed heeft gedraaid. De onderneming moet het hebben van de productie en verkoop kaasspecialiteiten. Dat doet zij door marktgedreven te opereren en niet melkgedreven, zoals Van Ommeren het zegt. “We produceren niet voor de voorraad; we produceren wat de klant vraagt.” Dat gaat de coöperatie al jaren goed af. “We kunnen zeggen dat onze corebusiness, de productie van kaasspecialiteiten, steeds verder groeit.”

quotering introduceerde Rouveen een systeem met A- en B-melkprijzen. Veehouders die meer melk leverden dan gevraagd werd, kregen voor het surplus een lagere melkprijs. Dat systeem is inmiddels afgeschaft omdat de overheid fosfaatrechten introduceerde, waardoor de melkproductie vanzelf werd beteugeld. “We wilden niet dat onze veehouders met twee productiebeperkende maatregelen zouden worden getroffen”, legt Van Ommeren uit. “We willen onze veehouder namelijk de gelegenheid bieden om te kunnen groeien. Niet dat de groeiruimte onbeperkt is, gezien de milieurandvoorwaarden. Daarbinnen moet er wel ruimte zijn om te kunnen ondernemen, vinden wij.”

Marktpotentieel

Inventiviteit

Ook bij Rouveen is de melkaanvoer de afgelopen jaren flink toegenomen, zoals alle melkverwerkers in Nederland na afschaffing van de quota overkwam. De coöperatie neemt alle melk van haar leden af, maar waakt er voor meer kaas te produceren dan de markt aankan. Als de melkaanvoer niet strookt met de vraag, dan wordt de melk op de spotmarkt afgezet. “Ik kan niet zeggen dat we als gevolg van een hogere melkaanvoer de laatste jaren meer melk naar de spotmarkt hebben afgezet; ons marktpotentieel breidt namelijk uit”, meldt Van Ommeren. In de aanloop naar beëindiging van de

Dat wordt steeds lastiger, constateert Van Ommeren, die zelf in Hasselt een melkveebedrijf heeft met 110 koeien en bijbehorend jongvee. “Onze veehouders zitten over het algemeen in een gebied dat gemiddeld genomen niet heel intensief is. Er is hier en daar nog wel ontwikkelingsruimte. Maar de landbouwvisie van de minister en het advies van de Commissie Grondgebondenheid maken het er niet gemakkelijker op. Er wordt veel inventiviteit van de veehouders gevraagd om gebruik te maken van de groeimogelijkheden die er nog zijn.” De zuivelcoöperatie wil haar leden daarbij helpen door hen meer financiële

armslag te bieden in de vorm van een goede melkprijs. Daarbij past ook een duurzaamheidsprogramma waarmee de onderneming kan voldoen aan de steeds strenger wordende eisen die afnemers stellen aan de productie van zuivel, legt Van Ommeren uit. Hij voegt eraan toe dat de onderneming er bewust voor heeft gekozen niet een bepaalde melkstroom te verduurzamen, maar de hele melkplas die circa 200 miljoen kg groot is. “Met ons duurzaamheidsprogramma stimuleren we alle melkveehouders om hun productie verder te verduurzamen. Op die manier tillen we namelijk ons hele assortiment naar een hoger niveau.”

Punten

6

ZuivelZicht mei 2019

Rouveen Kaasspecialiteiten baseert haar duurzaamheidsprogramma op de doelen van de Duurzame Zuivelketen, het samenwerkingsverband waarin de Nederlandse Zuivel Organisatie en LTO Nederland samen de zuivelketen verduurzamen. Aan die doelen heeft Rouveen punten gekoppeld. Naar mate veehouders erin slagen de doelen van de Duurzame Zuivelketen te realiseren, krijgen zij meer punten en een hogere toeslag op de melkprijs. Veehouders die niet willen deelnemen aan het programma krijgen een korting op de melkprijs. “We vinden verduurzaming van de productie belangrijk. Daarom stimuleren we het en zetten we er stevig


V I SI E

‘We vinden verduurzaming van de productie belangrijk. Daarom stimuleren we het en zetten we er stevig op in’ ZuivelZicht mei 2019

7


V I SI E

op in”, stelt Van Ommeren. “We zitten inmiddels op bijna 100 procent deelname.” Een melkveebedrijf dat veel punten scoort, is volgens Van Ommeren op den duur meestal ook financieel beter af. “Het antibioticagebruik is lager, de ziektedruk is geringer, de veestapel gaat langer mee. Dat is allemaal gunstig voor het bedrijfsresultaat. Dat aspect blijft weleens onderbelicht.”

Biodiversiteit “Nieuwe ontwikkelingen in de markt houden we goed in de gaten. Als er vraag is naar producten waaraan nieuwe duurzaamheidseisen worden gesteld, overwegen we die zeker op te nemen in ons programma, mits er een vergoeding uit de markt tegenover staat. Want als het alleen maar leidt tot een kostenverhoging voor de boer heeft het geen zin.” Hij wijst in dat verband op het Deltaplan Biodiversiteit, waar de Duurzame Zuivelketen zich aan heeft verbonden. “Voor een sector die zoveel grond in gebruik heeft, is het een must om een bijdrage te leveren aan het behoud van de biodiversiteit in ons land. Maar er wordt vanuit de samenleving te veel naar de landbouwsector gekeken als veroorzaker van het verlies aan biodiversiteit. Dat is niet terecht, vind ik. Natuurlijk moeten wij ook de hand in eigen boezem steken en we willen een bijdrage leveren, maar er mag ook iets staan tegenover de kosten die we maken. In het Deltaplan Biodiversiteit is dat goed verankerd. Al moeten de mooie woorden die er in staan nog wel worden waargemaakt.”

Arbeidsmoraal “De uitdaging waar wij voor staan is eigenlijk verwoord in onze visie. We willen minimaal een marktconforme melkprijs aan onze leden betalen. We zijn een coöperatie die opereert als verlengstuk van hun bedrijven. We moeten de melk zo goed mogelijk tot waarde brengen. Daar komt de verantwoordelijkheid die we hebben voor het personeel bij. Dat is misschien wel specifiek voor Rouveen. We zitten namelijk in gebied waar een hele

8

ZuivelZicht mei 2019

‘Voor een sector die zoveel grond in gebruik heeft, is het een must om een bijdrage te leveren aan het behoud van de biodiversiteit in ons land’

positieve arbeidsmoraal heerst. Dat vind je terug in onze onderneming. De betrokkenheid van ons personeel bij de onderneming is groot. Daar steken we ook veel energie in. Dat is noodzakelijk, want de arbeidsmarkt wordt er niet gemakkelijker op.” Zijn voorzitterschap loopt over twee jaar af. Dan heeft Van Ommeren er twaalf jaar opzitten als coöperatiebestuurder en dient hij statutair af te treden. Tijdens zijn voorzitterschap streeft hij twee doelen na. “Ik wil de cultuur van Rouveen behouden in de breedste zin van het woord. Die cultuur uit zich bij voorbeeld in de arbeidsmoraal van de werknemers, maar ook in de eerbiediging van de zondagsrust.” “Daarnaast wil ik dat we de boeren een toekomstperspectief kunnen bieden

door goede melkprijs uit te betalen. Dat vraagt inzet van zowel de onderneming als van de leden zelf. Want we moeten er met elkaar voor zorgen dat we onze markt goed kunnen blijven bedienen en soms moet je proberen nieuwe markten te creëren.” Van Ommeren hecht er aan de saamhorigheid binnen de raad van beheer te benadrukken. “We doen het samen; ik ben een teamplayer. Als raad van beheer zijn we goed op elkaar ingespeeld. Er is onderling vertrouwen maar er worden ook kritische vragen aan elkaar gesteld. Dat moet ook. Elkaar kritisch volgen geeft pas meerwaarde als er een basis van vertrouwen is. Anders wordt het haantjesgedrag of je eigen straatje schoonvegen. Het gaat erom dat we de coöperatie samen verder brengen.”


C. van ‘t Riet Zuiveltechnologie b.v.

t. 0172- 57 1304 m. info@rietdairy.nl i. www.rietdairy.nl


V I SI E

Nederland draaischijf van kaashandel in Noordwest-Europa

Rabobank ziet kansen voor margeverbetering kaassector De traditionele afzetmarkt voor Nederlandse kaas is verzadigd. Dat dwingt producenten en exporteurs tot inventiviteit. In een onlangs verschenen rapport schetst de Rabobank de mogelijkheden om de marges de komende jaren te verbeteren. Tekst: René van Buitenen

Hoewel hij in grotendeels een verzadigde markt opereert, heeft de Nederlandse kaassector genoeg potentie om de slinkende marges te verbeteren. Dat is voornaamste conclusie van een rapport dat de Rabobank heeft opgesteld over de Nederlandse kaasmarkt.

Daarin analyseert de bank de situatie op de kaasmarkt in Noordwest-Europa en Nederland. Zij stelt vast dat de Nederlandse kaasproducenten hun marges sinds 2012 fors hebben zien slinken, maar mogelijkheden voor herstel signaleert de bank ook.

De marge nam de afgelopen jaren gemiddeld met zo’n 40 procent af. De voornaamste oorzaak is de krachtige toename van de productie. Er is in Nederland sinds 2012 veel meer (half)harde kaas gemaakt dan de markt in Noordwest-Europa aankon. De grote drijver achter die sterke groei was de hoge melkproductie. Die werd getriggerd door de afschaffing van de melkquotering, inmiddels alweer vier jaar geleden. In de aanloop daar naar toe investeerden zuivelbedrijven fors in nieuwe kaas- en weifabrieken. Dat zorgde er voor dat de kaasproductie in Nederland tussen 2012 en 2018 met bijna 15 procent kon groeien tot 879.000 ton in het afgelopen jaar.

Nieuwe productielijnen

De Nederlandse kaasproductie is de afgelopen jaren fors gegroeid. (Foto’s: NZO)

10

ZuivelZicht april 2019

De Rabobank denkt niet dat de grenzen van de groei al bereikt zijn. Integendeel: bedrijven investeren nog steeds in uitbreiding van de productiecapaciteit. Niet alleen in Nederland. Ook in ons omringende landen worden nieuwe productielijnen geïnstalleerd. In het rapport is een overzicht opgenomen van recente investeringen. Dat spreekt boekdelen. Op basis van openbare bronnen schat de Rabobank dat er de komende jaren zo’n 250.000 ton kaas extra op de markt zal komen (zie kader). De melk die voor dat extra volume nodig is, zal slechts in beperkte mate


V I SI E

Veel kaas in Noordwest-Europa wordt via de supermarkten verkocht. De huismerken hebben daarin verhoudingsgewijs een groot aandeel.

van Nederlandse komaf zijn, is de verwachting. Want de melkproductie zit in Nederland namelijk wel aan haar limiet. Na het verdwijnen van de quota piekte de melkproductie in Nederland tot 14,3 miljard kg in zowel 2016 als 2017. Dat was een toename van 2,7 miljard kg (ruim 23 procent) ten opzichte van 2012. Het afgelopen jaar daalde de melkproductie tot 13,9 miljard door de introductie van fosfaatrechten. Daarmee is de productie min of meer op slot gezet.

Import Toch is het een misvatting om te denken dat de melkverwerking in Nederland daarmee ook aan banden is gelegd. De Rabobank ziet nog wel degelijk mogelijkheden voor Nederlandse zuivelbedrijven om hun melkaanvoer te vergroten door rauwe melk te importeren uit België en vooral Duitsland. Op die manier zou de melkverwerking in

Nederland op termijn met zeker 8 miljard kg kunnen groeien, denkt de bank. Een indicatie daarvoor is de toegenomen handel in vloeibare melk tussen Nederland en Duitsland. Die groeide tussen 2012 en 2017 met ruim 80 procent tot 556.000 ton, blijkt uit cijfers van Eurostat. Een andere indicatie is de herstructurering die gaande is in de Duitse zuivel. Ook vanwege de sluiting van Duitse fabrieken in de grensregio’s kan er meer Duitse boerderijmelk Nederland binnenkomen.

Op de Nederlandse consumentenmarkt lijkt nauwelijks ruimte voor groei

Export De vraag is waar die extra kaas naar toe gaat. Op de Nederlandse consumentenmarkt lijkt nauwelijks ruimte voor groei. Een verbruik van 22 kg kaas per hoofd van de bevolking is relatief hoog. De jaarlijkse consumptie van ongeveer 370.000 ton komt overeen met 40 procent van de productie. Veel rek zit er niet meer in. Tot 2022 zal de binnenlandse consumptie nog kunnen groeien tot hooguit 380.000 ton. Omdat de productie harder zal toenemen en omdat Nederlandse handelaren ook importeren zal er dus meer kaas over de grens verkocht moeten worden. Gelet op de huidige investeringen in productiecapaciteit en ervan uitgaande de import stabiel blijft, zal het te uit te voeren overschot aan kaas in 2022 op zo’n 925.000 ton uitkomen, berekent de bank. Dat is een toename van ongeveer 145.000 ton

ZuivelZicht april 2019

11


V I SI E

kaas (18,5 procent) in vergelijking met 2014.

Onderscheid Daarmee doemt een andere vraag op: is de Nederlandse kaassector sterk genoeg om zich voldoende van de concurrentie te onderscheiden? Naar het oordeel van de Rabobank is de uitgangspositie in elk geval goed. De Nederlandse zuivelketen is efficiënt georganiseerd, met zowel productiebedrijven als daar aan gerelateerde ondernemingen die gespecialiseerd zijn in het rijpen,

>ĂŶĚ

ĞĚƌŝũĨ

versnijden, verpakken, distribueren en verkopen van kaas. De gunstige infrastructuur en de geografische ligging dicht bij havens en grote consumentenmarkten, zijn andere belangrijke factoren. Ook de consolidatieslag die sinds 2012 heeft plaatsgehad in de Nederlandse kaasketen helpt. Gewezen wordt op onder meer de overname door FrieslandCampina van handelsonderneming Zijerveld, de achterwaartse integratie van Royal A-ware naar de kaasproductie en de fusie van de Duitse coöperatie DMK met

DOC Kaas. Het heeft er al met al voor gezorgd dat Nederland is uitgegroeid tot de draaischijf van de kaashandel in Noordwest-Europa. “Het stelt Nederland in staat om een competitieve speler te zijn in de internationale kaashandel.”

Uitdagingen Ondanks de gunstige uitgangspositie liggen er wel een paar flinke uitdagingen voor Nederlandse kaasexporteurs. Neem het voornaamste afzetkanaal: de retail. In Nederland en Duitsland wordt 85 tot 90 procent van de kaas via de

ĂƉĂĐŝƚĞŝƚ

ƚLJƉĞ

KƉĞƌĂƚŝŽŶĞĞů

ϭϬ͘ϬϬϬƚŽŶ

,ĂƌĚĞŬĂĂƐ

ŝŶĚϮϬϭϴ

ϰϱ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϮϬ

Ϯϱ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϮϬͬϮϬϮϭ

ϯϱ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϭϵ

ϯϱ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϭϴ

ϭϱ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϭϵ

ϰϬ͘ϬϬϬƚŽŶ

DŽnjnjĂƌĞůůĂ

ϮϬϭϵ

ϰϱ͘ϬϬϬʹ ϱϬ͘ϬϬϬƚŽŶ

,ĂƌĚĞŬĂĂƐ

ϮϬϮϮ

Overzicht van recent aangekondigde investeringen in de Noordwest-Europese kaassector. (Bron: Rabobank)

Sterke toename productie mozzarella Nederland produceert vrijwel uitsluitend (half)harde kazen. Dat is van oudsher het geval en dat zal ook wel zo blijven, gezien de forse investeringen in extra productiecapaciteit die in de aanloop naar afschaffing van de melkquota zijn gedaan. Toch is er volgende de Rabobank een kentering waarneembaar, gezien de investeringen die her en der worden gedaan in de productie van mozzarella. Zo sloot Royal A-ware een joint venture met haar partner Fonterra voor

12

ZuivelZicht april 2019

de bouw van een mozzarella-fabriek in Heerenveen. Die gaat volgens planning vanaf begin 2020 op jaarbasis 45.000 ton produceren. Elders hebben zuivelondernemingen vergelijkbare investeringen aangekondigd, vaak in samenwerking met collega-producenten. Met deze investeringen volgt de Noordwest-Europese zuivelindustrie volgens de Rabobank de toegenomen vraag naar zachte kazen op de wereldmarkt.


VISIE

De consumptie van kaas is in Nederland met 22 kg per hoofd van de bevolking relatief hoog.

supermarktketens verkocht. Daar domineren de private labels. In haar rapport haalt de Rabobank cijfers aan van Euromonitor. Daaruit blijkt dat de grootste drie A-merken op de Duitse markt in 2017 9,6 procent van de markt hadden. Het aandeel van de grootste drie huismerken was 21,6 procent. De bouw van nieuwe merken lijkt geen oplossing. Dat kost tijd en veel geld. Het zou bovendien de marktpositie van de huidige merken verder verzwakken. Consolidatie van merken kan volgens de bank de positie van Nederlandse kaas in Noordwest-Europa wel versterken. Wat voor de Nederlandse kaasmarkt geldt, gaat eigenlijk ook op voor de kaasmarkt in Noordwest-Europa: de consumptie groeit nauwelijks meer. Toch geldt Europa als de grootste kaasmarkt van de wereld, met het noordwesten als voorname submarkt voor harde kazen. Europa neemt 61 procent van de wereldmarkt voor harde kazen voor haar rekening. Een markt die simpelweg te groot en te

belangrijk is voor de Nederlandse kaasindustrie om te negeren. Wat kunnen Nederlandse producten dan wel doen om hun marges op te vijzelen? Beter inspelen op nieuwe consumentenvoorkeuren is een mogelijkheid. Een groeiend deel van de bevolking in (het noordwesten van) Europa heeft relatief veel geld te besteden, woont in kleinere huishoudens in stedelijke gebieden en besteedt minder tijd aan de voorbereiding van de maaltijd dan voorheen. Zij willen meer gemak en zullen hun boodschappen steeds vaker online doen. Dat is een afzetkanaal dat de kaashandel nauwelijks nog benut. Terwijl het volgens de bank wel mogelijkheden biedt om distributiekanalen in te korten

De kaashandel benut het afzetkanaal online nog nauwelijks

en dus de kosten in de keten kan reduceren.

Horizon verbreden Een andere optie om meer waarde toe te voegen is verbreding van de horizon. Want elders in de wereld neemt de vraag naar kaas sterk toe. In het rapport noemt de Rabobank de Aziatische markt. Daar stijgen de verkopen sinds 2012 jaarlijks met 10 tot 20 procent. De kaasimport van China, Japan, Zuid-Korea en Zuid-Oost AziĂŤ bedraagt inmiddels meer dan 570.000 ton. Het importvolume in deze regio kan oplopen naar meer dan 700.000 ton in 2023. Vooral de afzet via het foodservicekanaal is veelbelovend, dankzij de groeiende vraag naar pizzakaas (mozzarella) en hamburgers (smeltkaas). De mogelijkheden voor groei zijn daar echter niet onbeperkt. Vertraging van de economische groei, overheidssteun aan lokale kaasproducten en verhoging van import tarieven kunnen de vraag naar Nederlandse kaas belemmeren.

ZuivelZicht april 2019

13


B E D R I JF

Bij het verduurzamen van de productie besteedt Arla Foods extra aandacht aan verpakkingen. (Foto: NZO)

Uitstoot broeikasgassen met 30 procent omlaag

Arla Foods streeft naar netto klimaatneutrale zuivel Arla Foods wil de overgang naar een duurzame productie van zuivel versnellen. Het coöperatieve zuivelconcern maakte vorige maand de hoofdlijn van zijn duurzaamheidsprogramma bekend. De reductie van de uitstoot van broeikasgassen staat centraal. Die moet de komende tien jaar met 30 procent per kg melk omlaag. Tekst: René van Buitenen

“Wij willen onze leidende positie als internationale landbouwcoöperatie met 10.300 melkveehouders optimaal benutten om de overgang naar duurzame zuivelproductie te versnellen”, stelt Jan Toft Nørgaard, melkveehouder en voorzitter van Arla Foods. “Wij werken al jaren aan duurzame landbouw. Nu moeten we verdergaan om de

14

ZuivelZicht april 2019

klimaatverandering, die iedereen treft, tegen te gaan.” Arla’s duurzaamheidsprogramma heeft betrekking op de hele keten – van koe tot koelkast – en omvat doelstellingen voor de verschillende schakels en thema’s: melkveebedrijven, verwerking, transport, verpakking, voedselverspilling, gezonde voeding en goede

eetgewoonten. Het programma is gebaseerd op onderzoeken van universiteiten en ngo’s in Zweden, Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het uitgangspunt vormt de ‘Science Based Targets’ om de wereldwijde temperatuurstijging onder de 2 °C te houden. Science Based Targets is een samenwerking van CDP, World


B E D R I JF

Resources Institute (WRI), het Wereld Natuur Fonds en het Global Compact van de Verenigde Naties.

Compensatie uitstoot De voornaamste doelstelling in het Arla-programma is de reductie broeikasgassen. Arla Foods wil de totale CO2uitstoot met 30 procent per kg melk in 2030 reduceren. Bovendien moet de zuivelproductie in 2050 netto klimaatneutraal zijn. Daarmee bedoelt het zuivelconcern dat de emissie zoveel mogelijk wordt gereduceerd. De uitstoot van broeikasgassen, die niet kan worden vermeden, moet gecompenseerd worden door activiteiten die een positieve bijdrage aan het klimaat leveren. Het overgrote deel van de broeikasgassen in de zuivelketen is afkomstig van melkveebedrijven. “Daarom is het voor melkveehouders belangrijk om te weten wat de klimaatimpact van hun bedrijf is en hoe zij die kunnen verminderen”, meent de onderneming, die de afgelopen jaren veel voorlichting heeft gegeven over reductiemogelijkheden. Arla Foods meldt dat meer dan 5.000 zogenoemde klimaatonderzoeken zijn uitgevoerd op de bedrijven van haar leden. Ook zijn er bijna zevenhonderd studiebijeenkomsten gehouden om melkveehouders voor te lichten over mogelijkheden om de productie te verduurzamen.

Data Volgens het concern zijn de veehouders er in geslaagd om de uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 met 24 procent terug te dringen. De CO2uitstoot die voor rekening van de onderneming zelf komt (zuivelproductie, verpakking en transport) is sinds

‘Het is voor melkveehouders belangrijk om te weten wat de klimaatimpact van hun bedrijf is’

2005 met 22 procent gereduceerd. In dezelfde periode is Arla Foods bijna 50 procent meer melk gaan verwerken. Om de veehouders te ondersteunen bij de reductie van broeikasgassen heeft Arla een digitaal documentatiecentrum opgezet (Arlagården Plus). Elk kwartaal vullen de melkveehouders gedetailleerde informatie in over hun veestapel, melksysteem, voer, weidegang, landgebruik en dierenwelzijn. “Onze leden omarmen Arlagården Plus”, meldt Johan van den Boer, voorzitter van de Nederlandse Arlamelkveehouders. Eind 2018 registreerden nagenoeg alle 62 Nederlandse melkveehouders hun data in het centrale systeem. “Dit geeft ons meer inzicht en daarmee een mooie basis om de volgende stappen in verduurzaming op de boerderij te zetten.” De zuivelonderneming wil de doelstelling voor de reductie van broeikasgassen dit jaar in nauw overleg met de veehouders vertalen in een concreet actieplan.

Van onze kaasplanken kun je eten )GEGTVKƂEGGTF XQGFUGNXGKNKI

Verpakkingen Voor Arla Foods Nederland is het verduurzamen van verpakkingen een belangrijk speerpunt. Het streven is om verpakkingen zoveel mogelijk uit hernieuwbaar materiaal, dat wil zeggen gemaakt van organisch materiaal, en volledig recyclebaar te maken. Zo introduceerde Arla Biologisch vorig jaar het meest duurzame zuivelpak van Nederland. Deze verpakking bestaat uit 100 procent ongebleekt bruin karton en hernieuwbaar plastic. Daarmee vermindert de CO2-uitstoot volgens de onderneming met 34 procent per pak. Dat bespaart op jaarbasis 272 ton CO2. Arla Foods zegt dit jaar verder te investeren in verduurzaming van de productie. In de fabriek in Nijkerk staat inmiddels een nieuwe petlijn die met 100 procent recyclebaar plastic werkt, waarvan de helft van hernieuwbare oorsprong. Ook werkt Arla Foods dit jaar aan vernieuwde producten op basis van een duurzaamheidsprogramma met aanvullende eisen op het gebied van dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit.

9ĎRTQFWEGTGPCNLCCT kaasplanken van formaat WKVJGVDGUVG 0QQTF'WTQRGUGXWTGP

2TKOG3WCNKV[ %JGGUG$QCTF2CPGNU

LAMICO B.V. Papierbaan 16-22 9672 BH Winschoten Tel: +31 (0) 597 - 47 17 40 info@lamico.nl

www.lamico.nl


B E D R I JF

Dessertproducent bereikt omzetgrens van â‚Ź 1 miljard

Zott zet groeispurt voort op Aziatische markt In ruim negentig jaar is de Duitse familieonderneming Zott uitgegroeid tot een van de belangrijkste spelers op de markt voor yoghurt en desserts. Met name op de Oost-Europese consumentenmarkt heeft het bedrijf een voorname positie ingenomen. Tekst: Hermann-Josef Martin

Een van de zuivelbedrijven op de Duitse markt die de afgelopen jaren een forse groeispurt doormaakten, is het familiebedrijf Zott. De onderneming uit Beieren bereikte het afgelopen jaar de omzetgrens van â‚Ź 1 miljard. Dat is een derde meer dan in 2010. Opvallend genoeg nam de melkaanvoer in dezelfde periode

in beperkte mate toe met 10 procent tot 944 miljoen kg. Daarentegen is de toename van het aantal werknemers een betere weerspiegeling van de groei van de onderneming. De afgelopen acht jaar nam het personeelsbestand met 60 procent toe tot meer dan 3.150. Deze sprong, die duidelijk

groter is dan de omzetgroei en de toename in melkverwerking, is vooral te danken aan de uitbreiding van de internationale verkooporganisatie bij Zott. De onderneming bezit sinds anderhalf jaar een bedrijf in Vietnam, waar alleen al achthonderd mensen werken. Het dochterbedrijf Zott Vietnam is opgericht

Het dessert Monte is een van de belangrijkste producten die de Duitse firma Zott op de markt brengt. (Foto: Kaloo Images)

16

ZuivelZicht april 2019


B E D R I JF

toen de Duitsers de lokale importeur en distributeur Delys overnamen, met wie al jarenlang werd samengewerkt. Zott Vietnam heeft haar hoofdkantoor in Hanoi en heeft ook een dochteronderneming in de Zuid-Vietnamese stad Ho Chi Minh City. Zott is er de marktleider in desserts, dankzij de jarenlange toewijding aan de Vietnamese markt, zoals zij het zegt.

Buurstaten Tot voor kort was Zott voornamelijk actief op de Duitse en Oost-Europese markt. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de Duitse hereniging opende Zott geleidelijk de markten in de Oost-Europese buurstaten. Er werden bedrijven opgezet in Slowakije (1991), Polen (1992), Tsjechië (1993) en Hongarije (2002). Aanvankelijk exporteerde Zott uitsluitend yoghurtproducten die gemaakt waren in de fabriek in Mertingen, waar ook het hoofdkantoor zetelt. In 1997, na intensief markt- en consumentenonderzoek, ontwikkelde Zott speciaal voor Poolse consumenten een fruityoghurt: Zott Jogobella. Die bevat extra grote stukken fruit. Het werd een groot succes. Binnen een paar jaar werd Zott met Jogobella marktleider op de Poolse markt van fruityoghurts en doorbrak daarmee de hegemonie van Danone. Vanwege dit verkoopsucces besloot Zott in 1999 de fruityoghurt ook in Polen te gaan produceren. In Opole werd daarom een productie-installatie overgenomen.

Zuidoost-Azië Inmiddels is Polen de belangrijkste buitenlandse markt voor Zott. De dochteronderneming Zott Polska heeft behalve de fabriek in Opole ook een vestiging in Glogowo nabij de stad Torun. Daar worden behalve yoghurt en desserts ook dranken geproduceerd. Zott Polska werkt niet alleen voor de Poolse markt maar verzorgt ook de marketing en verkoop voor andere Oost-Europese landen. Daarnaast heeft Zott verkoopkantoren in Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Rusland. Buiten Europa exploiteert Zott

niet alleen een bedrijf in Vietnam. In Singapore zetelt Zott Dairy Asia Pacific dat dient ook als bruggenhoofd voor de verkoop in andere Zuidoost-Aziatische landen en de Pacific. De groep exporteert haar producten inmiddels naar meer dan 75 landen over de hele wereld. In Duitsland en ook in Oost-Europa is het in 1926 opgerichte familiebedrijf uitgegroeid tot een van de belangrijkste aanbieders van yoghurt en desserts. De meeste producten worden onder het Zott-merk op de markt gebracht als Monte (desserts), Zottarella (mozzarella) en Jogobella (fruityoghurt). Die worden gemaakt in de fabriek in Mertingen. Daarnaast heeft Zott elders in Beieren in Günzburg een fabriek waar onder meer Emmentaler kaas onder de naam Bayerntaler wordt gemaakt. Daar produceert Zott ook melkpoederproducten voor de verwerkende industrie.

Trofee Zott neem de melk af van ruim 3.500 melkveehouders uit de Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg en uit Polen en Tsjechië. De veehouders nemen deel aan een duurzaamheidsprogramma waarin melkkwaliteit, productieomstandigheden, levensduur van de koeien en milieubescherming centraal staan. Voor elk van deze thema’s zijn doelen geformuleerd. De best scorende melkveehouders worden eenmaal per twee jaar beloond met een trofee en een geldprijs. Als indicator voor de melkwaliteit wordt de uiergezondheid als uitgangspunt genomen. Voor het onderdeel productieomstandigheden baseert Zott zich op de beoordelingen van regionale toezichthouders. Bij milieubescherming gaat het om een evenwichtige mineralenbalans, dat van belang is voor bodem, water, lucht en biodiversiteit. Wat betreft de levensduur kijkt Zott naar de gemiddelde leeftijd van de oudste 30 procent van alle koeien op het bedrijf. Die lag vorig jaar bij de beste vier bedrijven op gemiddeld 13,9 jaar. Daarmee tonen deze bedrijven volgens Zott aan dat een koe op latere leeftijd nog steeds melk kan geven en kan bijdragen aan het economische succes van een melkveebedrijf. engineered wood products

www.vidarwood.com


B E D R I JF

Concept Mijn Melk

Hightechzuivel van de boer Lely introduceerde vorig jaar het concept Mijn Melk, samen met melkveehouder Guus van Roessel en Albert Heijn. Een minizuivelfabriek op de boerderij produceert bijzondere verse melk, die herkenbaar in de schappen van de supermarkt staat. Hoe staat het met deze innovatie en wat zijn de plannen? Tekst: Jeen Akkerman

Familiebedrijf Lely uit Maassluis, dat onder andere melkrobots ontwikkelt en verkoopt, bouwde de Orbiter: een heel kleine ‘zuivelfabriek’ die op een melkveebedrijf de melk homogeniseert, pasteuriseert en verpakt. Tot nu toe is er één Orbiter in bedrijf op De Dobbelhoeve, een biologische melkveehouderij in Udenhout. Guus van Roessel exploiteert dat bedrijf samen met zijn ouders. Hij is ook in dienst bij Lely, als director business development processing.

Lely ontwikkelde de Orbiter omdat het past in de bedrijfsfilosofie om melkveehouders totaaloplossingen aan te bieden. “Wat gebeurt er met hun melk, wat is de opbrengst? En zijn er manieren om de melk beter te verwaarden?” Zo omschrijft Carin van Leeuwen de gedachte achter de minizuivelfabriek. Zij is bij Lely verkoopdirecteur voor de Orbiter en voor het merk Mijn Melk. Vanaf september 2018 maakt Van Roessel met behulp van de Orbiter Mijn

Guus van Roessel: “De Orbiter betekent een enorme boost voor je ondernemerschap.” (Foto: Ernie Buts)

18

ZuivelZicht april 2019

Melk. Het zijn flesjes met de melk van een bepaalde koefamilie. Er zijn vier varianten, allemaal met een specifieke koeiennaam: Aukje, Kitty, Cootje en Moevchen. De koeien worden door de melkrobot herkend en zo kan melk van een specifieke koe(familie) worden verwerkt tot een bijzonder product.

Doelstelling De flesjes Mijn Melk zijn te koop bij 475 winkels van Albert Heijn. De


B E D R I JF

verkoop loopt volgens Van Leeuwen boven verwachting. “We zitten ruim boven de doelstelling van zes flesjes per winkel per week. Vooral in stedelijke gebieden loopt het erg goed. We zien potentieel om de afzet te vergroten.” Waarom het publiek Mijn Melk koopt is niet precies duidelijk. “Daar doen we op dit moment onderzoek naar. Maar het is duidelijk dat Mijn Melk inspeelt op actuele trends zoals meer transparantie, rechtstreeks van de boer, biologisch en puur”, aldus Van Leeuwen. Omdat de afzet goed loopt is Lely in gesprek met veehouders die geïnteresseerd zijn in het concept. Van Leeuwen kondigt aan dat nog dit jaar twee of drie nieuwe Orbiters een plaatsje vinden op een melkveebedrijf. “Daarmee kunnen we de extra afzet via Albert Heijn invullen. En we zijn in gesprek met andere retailers en partijen in de out of home-markt, dus bijvoorbeeld de restaurant- en cateringsector.”

Goede marge Voor melkveehouders kan toepassing van de Orbiter interessant zijn, omdat ze daarmee meer waarde kunnen creëren met hun melk en een hogere opbrengstprijs kunnen realiseren. Daar staat tegenover dat er moet worden geïnvesteerd in de Orbiter. Hoe groot die investering is wil Van Leeuwen niet aangeven. “Dit project zit in de startfase, daarom maken we afspraken met diverse partijen en kun je niet spreken over een simpele verkoopprijs.” Dat bevestigt Van Roessel. “De Orbiter betekent een enorme boost voor je ondernemerschap. In plaats van de zekerheid dat de zuivelfabriek altijd je melk ophaalt en betaalt, ben je nu steeds bezig met vragen als: zijn we op tijd, hebben we voldoende melk?” Daarom is de Orbiter niet geschikt voor elke melkveehouder. “Maar als je een uitdaging wilt aangaan, is dit geweldig”, aldus Van Roessel. Hij verwerkt nu ongeveer de helft van de melk van zijn honderd melkkoeien tot Mijn Melk. “Dat mag gerust meer worden, want we halen

een goede marge met deze melk. Natuurlijk zitten we in een opstartfase, maar voor mij is het werken met de Orbiter zeker rendabel.”

Verse kaas De nieuwe Orbiters bij andere veehouders die Van Leeuwen aankondigt, gaan waarschijnlijk niet alleen volle melk produceren. “We willen de techniek ook toepassen voor andere zuivelproducten. Je kunt dan denken aan yoghurt of verse kaas”, aldus Van Leeuwen. Lely verwacht dat dit soort producten kunnen worden gemaakt met een hoger dan gemiddeld eiwitgehalte. “Eiwit staat sterk in de belangstelling als het om voeding gaat. Je ziet dat er veel zuivel met toegevoegde eiwitten op de markt komt. Wij kunnen met onze combinatie van melkrobot en Orbiter juist die melk verwerken die van nature een hoger eiwitgehalte heeft.” Naast uitbreiding in Nederland en in een breder productenpalet staat ook de internationale uitrol van de Orbiter op het programma. In eerste instantie kijkt Lely daarbij naar de Noord-Europese markt. “We zijn bezig in een land in Noord-Europa waar traditioneel veel verse zuivel wordt geconsumeerd.” Voor de kenners is dat volgens Van Leeuwen geen geheimtaal. Wordt Lely op deze manier zelf een zuivelproducent? “Nee, wij ontwikkelen en maken hoogtechnologische producten voor melkveehouders. In de opstartfase, zoals nu met de Orbiter, zijn we ook betrokken bij het in de markt zetten van het concept en de eindproducten. Maar uiteindelijk is en blijft de melkveehouder zelfstandig producent van melk en zuivel.”

‘Dit project zit in de startfase, daarom maken we afspraken met diverse partijen’

Proef op de som In een Arnhemse vestiging van Albert Heijn staat vandaag de melk van koe(familie) Moevchen in het schap. Rechtstreeks van de koe, verser dan vers, is de belofte van Mijn Melk op de kunststof fles van 800 ml. Tussen alle andere melkvarianten in het schap vind ik drie flesjes met de gepersonaliseerde (of beter: gekoeionaliseerde) melk. Ik koop een fles Moevchen en een pak huismerk Albert Heijn volle melk. Op kantoor vraag ik vijf collega’s om beide soorten melk blind te proeven. Is er verschil? En zo ja: wat is het? De uitkomst: alle proefpersonen proeven verschil, waarbij vier collega’s de Moevchen aanwijzen als de bijzondere melk en één collega juist het huismerk als bijzonder ervaart. De omschrijvingen van het bijzondere van Mijn Melk variëren van “voller” en “intenser” tot “ruikt dierlijker” en “aparte nasmaak”. Vier van de vijf ervaren de Moevchen-melksmaak als positief. Ook het verhaal erachter, namelijk dat de herkomst is te traceren, wordt als positief beoordeeld. Of het onderscheid in smaak en herkomst voldoende is om de meerprijs van Mijn Melk te rechtvaardigen, is de vraag. Want de 800 ml kost omgerekend € 2,18 per liter. Een liter huismerk volle melk kost € 1,15. Mijn collega’s zijn eensluidend in hun oordeel: de afwijkende smaak en ultieme traceerbaarheid zijn interessant, maar onvoldoende om een dergelijke meerprijs te betalen. Gelukkig zijn er ook mensen die Mijn Melk niet alleen onderscheidend vinden, maar ook de meerprijs daadwerkelijk betalen. Zelfs zoveel, dat uitbreiding van het aanbod op stapel staat. Als het aan Lely ligt kunnen dan meer melkveehouders hun melk tot hogere waarde brengen.

ZuivelZicht april 2019

19


MARK T

Yili wil Westland Milk overnemen

Chinees overnamebod zet Nieuw-Zeelandse zuivel op scherp Westland Milk Products, de tweede coöperatie in Nieuw-Zeeland, is doelwit van Chinese expansiedrift. De Mongolia Yili Industrial Group heeft een bod uitgebracht op de 125 jaar oude coöperatie. Als de leden/melkveehouders akkoord gaan is de deal beklonken. De voorgenomen overname houdt de gemoederen flink bezig in Nieuw-Zeeland. Tekst: Bert Westenbrink

Yili wil 588 miljoen NZD (€ 357 miljoen) betalen voor de zuivelonderneming. Dat betekent dat het Chinese zuivelconcern 3,41 NZD (€ 2,07) wil neertellen per aandeel.

Voorzitter Pete Morrison van Westland Milk legt uit dat de overname voor iedereen positief is. Maar de deal biedt bovenal nieuw perspectief voor zijn coöperatie die financieel in zwaar weer

zit. “Onze schuldenlast is groot, we betalen al een aantal jaren geen concurrerende melkprijs uit en dat doen we dit jaar ook niet.” Morrison schetst een moeilijke toekomst voor zijn coöperatie. De melkverwerker gaat aanvoer verliezen, voorziet hij. “En op het moment dat je melk verliest aan andere verwerkers, dan zit je niet op de goeie plek.”

Toekomst

De fabriek van Westland Milk in Hokitika op het zuidereiland van Nieuw-Zeeland, die mogelijk in Chinese handen valt. (Foto: René van Buitenen)

20

ZuivelZicht april 2019

Als Westland Milk, dat in Hokitika de melk verwerkt van 429 melkveehouders, in Chinese handen komt, heeft de coöperatie toekomst, betoogt Morrison. Overname betekent dat de melk de komende tien jaar gegarandeerd wordt verwerkt, en dat de leden/melkveehouders een melkprijs uitbetaald krijgen die vergelijkbaar is met die van Fonterra. Yili heeft bovendien het vaste voornemen om de producten van Westland Milk tot een succes te maken op de Aziatische markt, zegt Morrison. Met de plannen om met de Chinezen in zee te gaan, ziet Westland Milk af van de deal met de overheid om 9,9 miljoen NZD te investeren in een project dat de melkverwerker de gelegenheid moest geven om nieuwe producten als A2-melk en colostrum te ontwikkelen en in de markt te zetten. Het overheidsfonds Provincial Growth Fund stelde het krediet vorig najaar beschikbaar om melkveehouders te stimuleren kwali-


MARK T

teitsmelk te leveren die kon worden verwerkt tot hoogwaardige producten met meer rendement. Westland Milk moest zich ontwikkelen tot een producent van hoogwaardige producten. Daarbij zou de melkverwerker ook onderzoek doen naar producten op basis van schapen- en geitenmelk en plantaardige eiwitten. “Een investering in Westland Milk is een investering in de hele West Coast”, zei minister Shane Jones voor regionale economische ontwikkeling.

Geen deal Het kwam er niet van. “Er is geen geld aangenomen, er is geen deal getekend”, zegt coöperatievoorzitter Morrison. De melkverwerker zet in op overname door Yili. Het bestuur tekende in maart een voorwaardelijk overnamecontract met Jingang Trade Holding, een dochteronderneming van Yili die onder controle staat van de Chinese overheid. De voorgenomen deal houdt de gemoederen bezig en niet alleen onder de 429 melkveehouders die leveren aan Westland Milk. Chris Lewis, nationale zuivelvoorzitter van de Federated Farmers, plaatst kanttekeningen bij de voorgenomen deal. “Het is weer een buitenlandse overname en wat daarbij altijd opvalt is dat bedrijven van overzee zich niet concentreren op dividend.” Lewis vreest dat meer Nieuw-Zeelandse bedrijven met een grote schuldenlast doelwit worden van overnames. “Nieuw-Zeelandse investeerders en boeren moeten zich concentreren op sterk lokaal leiderschap”, zegt hij. En daarbij moet de focus naar zijn overtuiging niet liggen op groei maar op een sterke balans. “Fonterra heeft miljarden schulden en moet nu verkopen.” Ook in de politiek roept de voorgenomen deal vragen op. Mark Patterson van de populistische partij New Zealand First roept evenals Lewis de leden/ melkveehouders op zorgvuldig te overwegen of ze moeten instemmen met de overname. Patterson, naast parlementslid ook schapenhouder, waarschuwt voor de verleiding van het gewin op korte termijn (‘Wat gebeurt er met de melkveehouders op afgelegen plekken

Ook Fonterra kampt met schuldenlast Nieuw-Zeelands grootste coöperatie Fonterra kampt net als Westland Milk met een grote schuldenlast. Het concern zoekt naar verlichting en wil aan het eind van dit jaar 800 miljoen NZD (€ 485 miljoen) hebben weggewerkt. Daartoe heroverweegt het de strategie en kondigde in maart bij de presentatie van de halfjaarcijfers aan dat het zijn aandeel in DFE Pharma, de joint venture met FrieslandCampina, van de hand gaat doen. DFE Pharma met productiefaciliteiten in Duitsland, Nieuw-Zeeland, India en Nederland produceert en verkoopt zogeheten dragers voor medicijnen. Fonterra zal wel blijven leveren aan DFE Pharma, zei ceo Miles Hurrell. Fonterra trok zich ook terug uit Corporacion Inlaca, een joint venture in Venezuela, met als voornaamste reden de instabiliteit in het land. De Nieuw-Zeelandse melkverwerker moest met de opbrengst van 16 miljoen NZD fors toeleggen op de investering in de joint venture. Dat geldt ook voor de samenwerking met het Chinese Beingmate, waar Fonterra in 2015 een belang van ruim 18,8 procent in nam. Een investering van bijna 790 miljoen NZD (€ 480 miljoen), die inmiddels nagenoeg is afgeschreven. De nieuwe top van Fonterra heroverweegt de samenwerking met de slecht presterende Chinese partner. Dat heeft er inmiddels in geresulteerd dat Fonterra officieel de joint venture-overeenkomst met Beingmate in het Australische Darnum heeft ontbonden. Fonterra is weer volledig eigenaar van de fabriek, waar melkpoeder wordt geproduceerd voor onder meer babyvoeding. Ook de eigen melkveebedrijven van Fonterra in China liggen onder de loep, ze zijn al jaren verlieslatend. Het zuivelconcern investeerde 788 miljoen NZD (€ 478 miljoen) in ‘de melkhubs’ met het doel om in China zelf controle te hebben op de melkproductie. De ambitie was om in 2020 1 miljard liter melk in China te produceren, maar dat wordt bij lange na niet gehaald. In 2018 produceerden de bedrijven 273 miljoen liter melk, aldus The New Zealand Herald. Dat was 82 miljoen liter minder dan in 2017.

als de garantietermijn van tien jaar afloopt?’). Maar hij toont ook zijn zorgen over de zuivelindustrie in zijn land. Hij spreekt over een aanhoudende afbrokkeling van zeggenschap over de industrie die als ‘onze grootste exporteur’ belangrijk is voor de economie en inkomsten van het land. “We moeten ons bewust zijn van de gevolgen op de lange termijn als we prijsvolger worden in een keten die wordt gecontroleerd door een buitenlandse multinational.” Patterson roept op om in de Overseas Investment Act, de wet met voorwaarden voor buitenlandse investeringen, vast te leggen dat de overheid prioriteit geeft aan behoud van zeggenschap over strategisch belangrijke ketens. “We kunnen de winsten voor Nieuw-Zeeland niet behouden als we die waardeketens niet bezitten”, aldus Patterson.

Vele miljoenen De vraag is of dat zo is. Met het over-

namebod op Westland Milk breidt het Chinese bedrijf Yili zijn invloed in Nieuw-Zeeland uit. Het zuivelconcern is al sinds 2013 eigenaar van Oceania Dairy Limited. Sindsdien hebben de Chinezen enkele honderden miljoenen NZ-dollars geïnvesteerd in de productielocatie Morven (South Canterbury), waar naast de productie van melkpoeder een productie-unit voor lang houdbare melk (UHT) wordt gerealiseerd, met daarbij een state-of-the-artlaboratorium. De melkveehouders die aan Oceania Dairy Limited leveren, kregen de afgelopen jaren een melkprijs die bovengemiddeld was. Voorzitter Pete Morrison van Westland Milk ziet in deze investeringsgeschiedenis het bewijs dat de Chinezen het serieus voor hebben met zijn coöperatie. Het is aan de leden/melkveehouders om te bepalen of ze het daarmee eens zijn. In een speciale aandeelhoudersvergadering in juli mogen ze zich uitspreken over de overname.

ZuivelZicht april 2019

21


MARK T

4de Contactdag Zuivel bij Food Pilot

Van rauwe melk tot product vereist het nodige onderzoek De 4de Ilvo Contactdag Zuivel, eind vorig jaar in de Food Pilot, gaf een update van onderzoek en ontwikkelingen binnen de zuivelketen. Lieve Herman gaf als boodschap uiterst attent te zijn voor voedselveiligheid en de kritische consument. Tegelijk onderstreepte ze innovaties om op te pikken. Verbeterde kwaliteitsmetingen zijn beschikbaar, ondersteuning in productontwikkeling wordt geboden, en data delen wordt de toekomst. Tekst: Yves De Groote

‘Landbouw 4.0: sensoren op de boerderij en het delen van data doorheen de keten’ luidde de titel van Stephanie Van Weyenbergs presentatie. Ze ziet in de

DataHub voor Agrofood bovenal een opportuniteit voor alle stakeholders. Optimalisering van de opbrengst, meer inzicht in de bedrijfsvoering en vereen-

voudiging van de administratie op het melkveebedrijf ziet ze als voornaamste voordelen van deze cloudoplossing. Omdat alle belanghebbenden baat hebben bij data-integratie, kan het delen van data volgens Van Weyenberg gestimuleerd worden. Eigendom van data kan evenwel discutabel zijn. Goede afspraken over datatoegang, -gebruik en -eigendom zijn volgens de Ilvoonderzoeker onontbeerlijk. Ze verwijst naar de gedragscode van Copa Cogeca, de Europese koepelorganisatie van zestig landbouworganisaties.

Antibioticaresistentie

Een Europese normwaarde voor lactosevrije zuivel is er (nog) niet. (Foto: Inex)

22

ZuivelZicht april 2019

Geertrui Rasschaert viel met de deur in huis door op te merken dat antibioticaresistentie in Europa jaarlijks tot 25.000 doden leidt. De melkveehouderij is wat het gebruik van antibiotica betreft een van de betere leerlingen in de dierlijke sector. Elke melklevering wordt immers op antibioticaresiduen gecontroleerd. Vanaf 1 oktober 2018 wordt in België ook nog eens het gebruik van antibiotica bijgehouden en geanalyseerd om beter inzicht te krijgen en melkveebedrijven te benchmarken. Uit het demoproject van MCC-Vlaanderen ‘Verantwoord gebruik van antibiotica in de Vlaamse melkveehouderij door communicatie, opleiding en begeleiding’, dat in 2015 werd afgerond,


MARK T

analysemethode. Food Pilot en Flanders’ Food zijn bij dit Promilk-project betrokken. Inmiddels zijn drie potentiele merkers geïdentificeerd door middel van Hoge Resolutie Massa Spectrometrie (HRMS), maar er is verder onderzoek nodig voordat de snelle methode gebruikt kan worden. Aandacht vragen de verdere optimalisatie van de staalvoorbereiding en de detectiemethodologie.

Lactosearme en -vrije zuivel

De zetapotentiaal bepaalt bij UHTsterilisatie of een colloïdaal deeltje, zoals een caseïnemicel, coaguleert of niet. Dit is belangrijk bij productontwikkeling. (Foto: Food Pilot)

kwam naar voren dat het preventieve antibioticagebruik in de melkveehouderij kan worden gereduceerd door het toepassen van ‘selectief droogzetten’. Op de proefbedrijven bleek dat ruim 30 procent van de koeien hiervoor in aanmerking kwam.

Het assortiment lactosevrije en -arme zuivelproducten neemt zichtbaar toe. Volgens Barbara Duquenne betekent dit respectievelijk minder dan 0,01 gram en 0,2 gram lactose per 100 gram product. Het ontbreekt evenwel aan een Europese normwaarde. Omdat de enzymatische AOAC-methode en de HPLC-analyse met RI-detector niet voldoende gevoelig is voor het meten van het lactosegehalte in lactosevrije of -arme producten, gebruikt Ilvo de HPAE-PAD-analysemethode (merk: Dionex ICS 5000) voor de bepaling van heel lage lactosegehaltes. Enzymatische hydrolyse en membraanfractionering zijn de meest gebruikte technologieën om melksuiker te verminderen. Het grote verschil tussen beide is dat de hydrolyse leidt tot een zoetere smaak van de melk.

Allergenen Hitteresistente bederfenzymen Koudetolerante bacteriën in rauwe melk kunnen de oorzaak zijn van vroegtijdig bederf van UHT-zuivelproducten: hitteresistente enzymen zorgen voor gelering en smaakafwijkingen. Dit kan leiden tot klachten en mogelijk ook tot een recall van de betrokken producten. Volgens Els Van Coillie zijn de voornaamste besmettingsbronnen de uier, de melkinstallatie, water en voer op het melkveebedrijf, de melktank (biofilmvorming) van het zuivelbedrijf. Biofilmvorming speelt voor diverse contaminatiebronnen een belangrijke rol. Omdat de colorimetrische (TNBS) bepaling van de enzymactiviteit door een incubatietijd van 21 dagen tijdrovend is, werkt Ilvo aan een snelle

Isabel Taverniers legde het verschil uit tussen de verplichte etikettering van veertien allergenen (EU Verordening 1169/2011) en de vrijwillige precautionary allergen labelling (PAL) voor sporen van allergenen. PAL vertrekt van het risico voor de allergische patiënt en wordt voor voedingsbedrijven mogelijk met behulp van actielimieten (in mg allergeen eiwit per kg product).

‘Selectief droogzetten’ kan het preventieve antibioticagebruik reduceren

Biofilms In een biofilm aan de binnenkant van onder andere een rvs-tank of -leiding zijn micro-organismen vastgehecht aan het oppervlak en ingebed in een matrix van polymeren (suikers, eiwitten of uronzuren) die ze zelf produceren, waardoor ze moeilijk te verwijderen zijn van oppervlakken. In het afgeronde Killfilm-project, toegelicht door Koen De Reu, werden biofilms onder de loep genomen, evenals de effectiviteit van verschillende reinigingsproducten en -protocollen en preventieve maatregelen. Hiervoor zijn samen met de KU Leuven modelsystemen ontwikkeld. Met behulp hiervan kon het proces van biofilmvorming verder bestudeerd worden, en konden een aantal preventieve maatregelen getest worden. Biofilms zijn ook te voorkomen door speciale coatings aan te brengen op de rvs-oppervlakken. In het recent opgestarte Cleansurface-project wordt dieper ingegaan op het biofilmwerend vermogen van dergelijke gecoate oppervlakken.

Ilvo ontwikkelde een praktische tool voor berekening van deze limieten en is onderzoekspartner binnen de projecten FOD-Allersens en EFSA-ThrAll. Product processing kan de functionaliteit van eiwitten wijzigen en dus ook de allergeniciteit. Het is de vraag of dit een probleem is dan wel een opportuniteit. Zo is gebleken dat extensief verwarmen van eieren voor 50 tot 85 procent van patiënten met een ei-eiwitallergie leidt naar tolerantie.

Hittestabiliteit Jan De Block merkte op dat geconcentreerde en gehomogeniseerde zuivelproducten gevoelig zijn voor coagulatie bij sterilisatietemperaturen. Voor het bepalen van de hittestabiliteit beschikt Ilvo over een instrument, de Malvern Zetasizer, waarmee de zogenoemde zetapotentiaal bepaald wordt. “De zetapotentiaal bepaalt of een colloïdaal deeltje, zoals een caseïnemicel in suspensie zal blijven of zal coaguleren met andere deeltjes en uitvlokken. Dit is interessant voor onderzoek naar de stabiliteit bij productontwikkeling.” De rol van lactose bij dit alles is onduidelijk, maar volgens De Block zijn oplosbare zouten erg belangrijk.

ZuivelZicht april 2019

23


MARK T

MCC-Vlaanderen Jaarverslag 2018

Veelbelovende uitdagingen en ontwikkelingen in de sector MCC-Vlaanderen presenteerde op 3 april haar jaarverslag 2018. Uiteraard werd stilgestaan bij recente ontwikkelingen binnen MCC en Vivee, maar ook bij de hele zuivelsector, waaronder de oprichting van de brancheorganisatie MilkBE. Tekst: Yves De Groote

In 2018 daalde het aantal melkveehouders tot 4.255, ofwel 3,2 procent minder dan het jaar ervoor. Tegelijk steeg de melkproductie met 4,1 procent tot 2,73 miljard liter. “Gemiddeld produceert een

melkveehouder 650.000 liter melk”, zegt Jean-Marie Van Crombrugge, eindverantwoordelijke MCC-Vlaanderen. Vlaanderen telt zeventien zuivelfabrieken en 27 kleinere zuivelverwerkers.

Robots zorgen voor efficiëntie bij de kiemgetalbepaling. (Foto: Yves De Groote)

24

ZuivelZicht april 2019

De hoge melkkwaliteit in Vlaanderen werd ook dit jaar bevestigd door de analyseresultaten. Het gemiddeld kiemgetal was in 2018 10.600 per ml en het gemiddeld coligetal van 10,8 per ml.


MARK T

Het gemiddeld celgetal 207.000 per ml wijst bovendien op een gunstige uiergezondheid, rapporteert de interprofessionele organisatie. Jarenlange controle op antibioticaresiduen leidt tot slechts 0,025 procent positieve resultaten bij 611.088 melkleveringen. Dit is belangrijk voor de kwaliteitsperceptie van de consument. Op maandbasis voldoet 97,15 procent van de melkveebedrijven aan de strengste kwaliteitsnormen. “Er is nog altijd een groep van achterblijvers of recidivisten”, merkt Van Crombrugge op. Een te hoog celgetal is in 66,3 procent van de gevallen de oorzaak van het toekennen van strafpunten, in 16,6 procent van de gevallen zijn dat kiemremmende stoffen, in 15,2 procent is dit het gevolg van een te hoog kiemgetal en in 1,9 procent het gevolg van een afwijkend vriespunt (1,9 procent). Na een jarenlange daling van het aantal stafpunten merkt hij vanaf 2015 een jojo-effect op in de ontwikkelingen van het aantal strafpunten. “Een mogelijke verklaring ligt bij een erg kleine groep van melkveebedrijven met steeds terugkerende kwaliteitsproblemen. Een snellere opvolging van deze bedrijven door MCC kan hier tot op zekere hoogte een oplossing bieden.”

Vivee In 2018 richtten MCC en DGZ (Dierengezondheidszorg Vlaanderen) de coöperatieve vennootschap Vivee op, met IKM als derde partner. “Alles wat we samen beter en goedkoper kunnen doen, gaan we samendoen”, benadrukt François Achten, voorzitter van de Raad van Bestuur van MCC. “Ook gaan we de organisatie en de dagelijkse werking optimaliseren. De aanstelling van Denis Volckaert als directeur van MCC was een logisch vervolg van dit proces.” Begin 2019 werden de logistieke activiteiten van MCC en DGZ binnen Vivee samengevoegd. Vorig jaar is door MCC voor het eerst een meerjarenbeleidsplan 2019-2021 opgesteld, waarbij de voornaamste stakeholders waren betrokken. MCC maakt zich klaar voor de toekomst. “Naast het bewaken van de continuïteit en de financiële draagkracht van MCC,

wordt in dit beleidsplan bijzondere aandacht besteed aan de klant- en marktgerichtheid, de procesoptimalisatie, de samenwerking met externe partners en het tot waarde brengen van data. Wij willen als professionele, betrouwbare en transparante organisatie de beste prijs-kwaliteitverhouding kunnen blijven bieden”, benadrukt Achten. “Het dalend aantal melkveehouders maakt dit nodig om onze diensten aan de melkveehouders en melkverwerkers en onze kwaliteitsborging van de melk betaalbaar te houden.”

MilkBE Binnen de in maart dit jaar opgerichte brancheorgansiatie MilkBE ziet Achten een blijvend belangrijke rol voor het melkcontrolecentrum als kennispartner op het terrein van kwaliteitsreglementering. “Samen met onze Waalse zusterorganisatie Comité du Lait adviseren en begeleiden we melkveehouders en kopers”, zei hij tijdens de bijeenkomst op 3 april in Lier. MilkBE is – in navolging van Nederland en Frankrijk – opgericht door Agrofront (Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat en de Fédération Wallonne de l’Agriculture) en de Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ-CBL). Hun doel is de onderlinge samenwerking te versterken en samen te zoeken naar antwoorden op maatschappelijk relevante vraagstukken; verdere verduurzaming van de zuivelsector, kwaliteit en voedselveiligheid en de relatie tussen melkleveraars en de zuivelindustrie staan hoog op de agenda. De nieuwe brancheorganisatie moet resulteren in win-winsituaties voor melkveehouders en melkverwerkers. Dat dit werkt, bewijst de ‘Gedragscode voor de relaties tussen melkleveraars en kopers van melk’ van eind 2009, die geleid heeft tot betere economische afspraken tussen beide partijen. Ook op maatschappelijk vlak heeft de samenwerking voordelen. Door met alle partijen één gezamenlijk systeem uit te werken kon onder meer de Duurzaamheidsmonitor in één beweging over de volledige sector uitgerold worden.

Terugtrekkende overheid “Met MilkBE kunnen wij op korte termijn zeer concreet twee programma’s waaruit de overheid zich terugtrekt, verderzetten met de gehele zuivelketen”, zei Dirk Van De Keere, melkveehouder en voorzitter van MilkBE, in maart. “Daarbij gaat het over de monitoring van melk op eventuele contaminanten en om het verzekeren van de waarde van de melk in geval van een voorval als botulisme op een melkveebedrijf. Zonder MilkBE zouden deze waardevolle programma’s moeten worden stopgezet. Voor de toekomst verwachten wij nog heel wat aanvullende mogelijkheden.” Zo zal MilkBE het huidige duurzaamheidsprogramma evalueren en waar nodig bijsturen. Hiermee kan zelfs ingespeeld worden op het actuele klimaatdebat.

advertentie

De Nr.1 specialist in gereviseerde zuivelmachines Melk Yoghurt Boter

Margarine Smeltkaas Kaas

2.000 machines in voorraad Garantie bij levering Snelle levertijden Lage investering Complete projecten

 

+31(0)348-558080 info@lekkerkerker.nl

www.lekkerkerker.nl

ZuivelZicht april 2019

25


MARK T

Coöperatieve termijnmarkthandelaar na België ook in Nederland

Minder diepe prijsdalen en een plus op de melkprijs Via de termijnmarkt wil de Milk Trading Company voor melkveehouders de dalingen in de melkprijs afvlakken. De organisatie stelt een betere liquiditeit en een gemiddeld hogere opbrengst in het vooruitzicht. “We verwachten dat we gemiddeld 2 cent boven de markt realiseren.” Tekst: Bert Kleiboer

Trump die zijn handelspartners in China schoffeert, de brexit die maar niet wil lukken, extreem weer in Australië of Amerika. Het zijn willekeurige gebeurte-

nissen die direct invloed hebben op de zuivelmarkt en die de handel nerveus kunnen maken. Elke twee weken bespreken Niek Groot

Nick Groot Wassink: “Ik denk dat een ledenaantal van 500 realistisch is voor Nederland.” (Foto: Ivo Hutten)

26

ZuivelZicht april 2019

Wassink en zijn collega’s van de Milk Trading Company en externe deskundigen de potentieel relevante ontwikkelingen in de ‘milk chat’. In dit tweeweke-


MARK T

Industriële koeling lijkse overleg bepalen zij hun positie op de termijnmarkten voor de komende periode. De Milk Trading Company (MTC) is een initiatief van DLV Belgium en DLV Advies Nederland. De MTC’s handelen namens de aangesloten melkveehouders op de termijnmarkt. MTC Belgium is in 2017 opgericht en heeft al een jaar gedraaid onder leiding van gedelegeerd bestuurder Dirk Coucke van DLV Belgium. De Nederlandse evenknie is onlangs begonnen. Groot Wassink is voorzitter. Hij is adviseur rundvee bij DLV Advies en gespecialiseerd in financieel management.

De leden betalen jaarlijks een bijdrage voor de kosten. Bij de aanmelding ontvangen ze een aandelenpakket en betalen ze 0,5 cent per gehedgede liter handelsvolume. Vanaf het tweede jaar betalen ze jaarlijks 0,3 cent. Een melkveehouder met een productie van 1 miljoen liter, die met 30 procent van zijn productie meedoet, betaalt dus het eerste jaar € 1.500. Elk lid wordt ook gevraagd een buffer te storten van 8 cent per liter. Voor het bovengenoemde voorbeeldbedrijf zou dat € 24.000 zijn. Dat bedrag blijft op naam staan van het lid.

Highcare Kaasrijping Cleanrooms Airconditioning Maatwerk

Bijstorten ‘De tijd is rijp’ Waarom DLV Advies zich bezighoudt met termijnhandel? “Het past bij onze adviespraktijk”, stelt Groot Wassink. “Wij zijn een innovatief bedrijf en ik ben er heel trots op dat we de eerste zijn die dit oppakken in een coöperatieve organisatie.” Handelen op de termijnmarkt is voor veel boeren nog onbekend, maar de tijd is er nu rijp voor, stelt Groot Wassink. “Sinds het verdwijnen van de quotering is de volatiliteit van de melkprijs sterk toegenomen. De termijnmarkt helpt de prijsdalen af te vlakken. De mogelijkheden van de termijnmarkt zijn sterk gegroeid, omdat handel in contracten voor melkproducten de laatste drie jaar sterk is gegroeid. Er is zeven tot acht keer zo veel als handel als voorheen.”

Coöperatie De MTC’s hebben een coöperatieve structuur, met melkveehouders als leden. Het bestuur bestaat in hoofdzaak uit melkveehouders. DLV Advies levert het management en de kennis, tegen een afgesproken vergoeding. “Een coöperatie wekt vertrouwen”, vindt Groot Wassink. “Het resultaat vloeit volledig terug naar de leden.” Als voorzitter heeft hij twee petten, behalve adviseur bij DLV Advies is hij ook zelf melkveehouder, samen met zijn ouders en broer heeft hij een boerderij in Rekken (Gld).

Groot Wassink: “Dat is het werkkapitaal waarmee onze brokers handelen. De winst schrijven we bij. Verliezen we, dan moet je als boer bijstorten. Er moet een buffer van circa 8 cent blijven staan.” Leden kunnen maximaal 50 procent van hun productievolume hedgen. “Iedereen die wil deelnemen, wordt uitgenodigd om tenminste twee keer naar een van onze informatiebijeenkomsten te komen. Wij willen dat onze leden goed snappen wat de termijnmarkt inhoudt”, zegt Groot Wassink. “Je doet in eerste instantie voor twee jaar mee. Daarna verleng je telkens voor één jaar. Die continuïteit hebben we nodig, want we hedgen steeds tussen de drie en vijftien maanden vooruit.” Wat is het voordeel voor de melkveehouder? Groot Wassink: “We lossen twee problemen op. Ten eerste versterken we de liquiditeit van het melkveebedrijf doordat we de dalen in de melkprijs afvlakken. Daarnaast zorgen we voor een gemiddeld hogere opbrengst. Gemiddeld verwachten we 2 cent boven de markt te realiseren.” In België heeft de MTC ruim een jaar ervaring. In het kalenderjaar 2018 was het voordeel voor de leden € 1,74 per 100 kg melk. Dat is een nettobedrag, gecorrigeerd voor alle gemaakte kosten. De aanmelding voor het jaar 2019 is op 1 april gesloten. MTC België heeft momenteel 86 leden, MTC Nederland

Voets & Donkers ontwikkelt met grote precisie luchtbehandelingssystemen die exact de juiste condities creëren voor kaasrijping.

www.voetsdonkers.nl


MARK T

maakt een start met 55 leden. Melkveehouders die zich later dit jaar melden doen vanaf 2020 mee. Groot Wassink vindt de start veelbelovend. Hij verwacht een verdere groei. “Ik heb niet de illusie dat de helft van alle melkveehouders zich gaat aansluiten. Het moet wel bij je passen. Maar ik denk dat een ledenaantal van vijfhonderd realistisch is voor Nederland.” Die orde van grootte is voldoende om de verwachtingen waar te maken, schat hij. “Als we een paar honderd boeren hebben die gemiddeld 1 tot 1,5 miljoen liter melk melken, en voor 40 tot 50 procent meedoen, dan hebben we samen een mooi volume waarmee we het prijsrisico goed kunnen beheersen.”

Schermafbeelding van de Milk Trading Company waaruit de ontwikkeling van de melkprijzen te volgen is. De groene lijn toont het verloop van de MTC-melkprijs. Rechts de verwachting voor de komende dertien maanden.

Risicomanagement drukt kapitaalkosten en vergroot investeringskracht De MTC’s in België en Nederland streven naar het afvlakken van prijsdalen door het toepassen van ‘hedging’ op de termijnmarkt. Simpel gezegd komt hedgen op het volgende neer. De aanbieder sluit een contract af voor toekomstige levering (‘futures’) op bepaalde datum tegen een vaste prijs. Is de termijn verstreken, dan verkoopt hij het contract tegen de actuele prijs. Ligt de prijs op dat moment hoger dan de contractprijs, moet hij bijpassen. Is de actuele prijs onderuitgegaan, dan is er sprake van winst. MTC handelt namens de leden op de termijnmarkten van Leipzig en Chicago in futures voor boter en mager melkpoeder. Het volume van contracten komt overeen met het volume melk waarvoor de melkveehouders deelnemen. De leden besteden het daadwerkelijke handelen uit aan de organisatie. Zij kunnen voor een deel van hun productie de prijs op een bepaald niveau vastklikken. Hedging als risicomanagement Voor Europese boeren is de termijnmarkt lang een onbekend fenomeen geweest, omdat de quotering zorgde voor stabiele prijzen,

28

ZuivelZicht april 2019

zegt econoom en termijnmarktspecialist Joost Pennings. Pennings is hoogleraar in Wageningen, Maastricht en Illinois en heeft veel onderzoek gedaan naar risicomanagement bij landbouwbedrijven en agribusiness. Hij stelt dat hedging in veel andere markten een belangrijk instrument is voor risicomanagement. Ook voor boeren wordt dat steeds belangrijker, omdat markten volatieler zijn geworden. “Niet elk bedrijf heeft hetzelfde risicoprofiel. Als je een stevige vermogenspositie hebt, is een periode met lage prijzen geen probleem. Maar als je net hebt geïnvesteerd is het een ander verhaal. Als je liquiditeit tekort komt, betaal je de hoofdprijs bij de bank”, aldus de hoogleraar. “Een ondernemer die zich

‘Als je écht goed aan risicomanagement wilt doen, moet je ongevoelig worden voor spijt’

indekt tegen prijsrisico’s verlaagt zijn kapitaalkosten en krijgt een grotere slagkracht om te investeren.” Tegenover de stabiliteit die hedgen biedt, staat een nadeel. “Je mist ook wel eens een prijspiek. Dat is wat wij de spijtfactor noemen. Daar moet je tegen kunnen. Je kunt het overigens afdekken met opties, maar daar betaal je fors voor. Als je écht goed aan risicomanagement wilt doen, moet je ongevoelig worden voor spijt.” Prijsvorming los van fysieke levering Dat boeren zich indekken voor prijsrisico’s heeft geen nadelen voor de relatie met zuivelverwerker. “De melk gaat nog steeds naar dezelfde zuivelonderneming, maar je hoeft geen ruzie meer te maken over de melkprijs.” Prijsvorming wordt deels losgemaakt van de fysieke stroom. Dat is een voordeel, vindt hij, want in de verwaarding van melk hebben melkveehouder en zuivelverwerker een gedeeld belang. “Concurrentie moet plaatsvinden tussen de ketens. Binnen de keten moet je de risico’s zo goed mogelijk beheersen.”


MARK TCIJFERS

PRODUCTIE Melkaanvoer mondiaal (jan’19; % t.o.v. ’18) EU-28

Verwerking EU (jan’19; % t.o.v. ’18)

-1,3%

waarvan: Duitsland Duitsland

250

-2,4%

Frankrijk Frankrijk

-2,9%

Nederland Nederland

Boter

MMP

x 1.000 ton

x 1.000 ton

150

200

120 -14,1%

-5,1%

-0,5%

Verenigde Staten

150

+0,9%

Nieuw-Zeeland

90

100 Argentinië

-11,1%

Wit-Rusland

50

-12,6% -31,2% +36,8% -3,6%

+0,5% 0

-6,2% 0

+18,0%

30

-0,2%

Uruguay

60

+4,9% -8,1% -7,2%

-7,3%

Australië

-11,7%

-2,1%

+7,7%

3

6

9

12

0

Overig PL

15

IE FR

NL DE

Overig BE DE

x miljard kg

IE PL

NL FR

PRIJZEN Melkprijs (feb’19 t.o.v. jan’19, in %)

Marktprijs (mrt’19 t.o.v. feb’19, in %)

LTO melkprijsvergelijking 45

€/100 kg

7.000

40

-0,1%

35

5.000

2.500

25

3.000

€/1.000 kg NL +0,8% WM +3,5%

2.000 NL WM

2.000 mrt-17

feb-19

3.500 3.000

4.000

feb-18

€/1.000 kg

6.000

30 20 feb-17

Mager melkpoeder ADPI

Boter 82%

-4,5% +3,5%

mrt-18

1.500 1.000 mrt-17

mrt-19

mrt-18

mrt-19

EXPORT Boter en -olie (jan’18 - dec’18, % t.o.v. ’17) Wereldhandel

Mager melkpoeder (jan’18 - dec’18, % t.o.v. ’17)

Intrahandel EU

Wereldhandel

x 1.000 ton 500 +6,5%

1.250

400

1.000

300

750

600

500

400

200

-7,6%

100

-13,1% +55,2%

0

x 1.000 ton 1.000 +10,8% 800

x 1.000 ton +3,6%

-0,6%

250

EU*

NL*

VS

750

EU

NL

x 1.000 ton +8,7%

600

+17,6%

450 -9,4%

200

300 150

+25,7%

-20,7%

0

0 NZ

Intrahandel EU

0 EU*

NL*

VS

NZ

EU

NL

*Derde landen export

Bron: ZuivelNL

www.zuivelnl.org



ZuivelZicht april 2019

29


BELRUBRIEK KAASPROMOTIE

KAASBEWERKINGSMACHINES

INDUSTRIËLE AUTOMATISERING

IN- EN VERKOOP TANKS

LUCHTBEHANDELING

KWALITEITSCONTROLE RVS TANK- EN APPARATENBOUW

inlichtingen: tel: 020-5736056 • fax 020-6242519


Tetra Pak Processing Systems DĂŠ specialist in het leveren en onderhouden van productieoplossingen, componenten en turnkey oplossingen voor de volgende categorieĂŤn: Dairy, Cheese, Prepared Food, Beverage, Ice Cream en Cosmetics. www.tetrapak.com tpps.benelux@tetrapak.com +31 30 634 9999

+32 2 467 6848

Moving food forward. Together. Processing with Tetra Pak

kaasperssystemen weivatensysteem kaastransportsystemen spoeltunnels uitpakkers mouldhandling afblaassystemen merkenleggers

Joure - 0513 468 999 info@bosgraaf.net - www.bosgraaf.net


MOZZARELLA IS ON THE RISE

Take advantage of the globally growing demand for pizza cheese! Tetra Pak offers complete line solutions designed for the production of high quality pizza cheese types and is completely engineered from milk treatment, through curdmaking, cheddaring, cooking, stretching and moulding to final packed cheese. Based on Tetra Pak know-how, this is a proven solution backed by guaranteed line performance. www.tetrapak.com

Tetra Pak, and PROTECTS WHAT’S GOOD are trademarks belonging to the Tetra Pak Group. Tetra Pak, and PROTECTS WHAT’S GOOD are trademarks belonging to the Tetra Pak Group.

Profile for BDUVakmedia

ZuivelZicht 4 2019  

ZuivelZicht is het vakblad voor de Nederlandse en Belgische zuivelindustrie.

ZuivelZicht 4 2019  

ZuivelZicht is het vakblad voor de Nederlandse en Belgische zuivelindustrie.

Advertisement