{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

gereformeerd 72E JAARGANG • NUMMER 9 • 5 APRIL 2019

KERKELIJK LEVEN

2

In een samenleving waarin alles vaker, sneller en beter moet, is het niet verwonderlijk dat mensen steeds meer even ‘weg’ willen.

KERKBLAD RECENSIE

4

Met regelmaat lezen we in ons kerkblad over hoe kerken maatschappelijk actief willen zijn in de grote steden. In kleine dorpen kom je dit minder tegen.

DENKEN EN DOEN

7

Het moet vooral leuk zijn in de kerk en gezellig. Een predikant als entertainer, die de lachers op zijn hand weet te krijgen en de stemming er goed inbrengt.

Weerloos fundamentalisme Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots (Mat. 7:24).

DOOR DS DAVID DE JONG Dit woord van Jezus schuurt tegen mijn gereformeerde overtuiging aan dat ík het fundament voor mijn leven niet hoef te leggen. Híj heeft toch met zijn dood en opstanding het fundament gelegd voor een leven dat door niets en niemand verwoest kan wor-

den? Maar Jezus zelf lijkt hier iets heel anders te zeggen. “Het fundament onder je leven moet je zelf leggen, door vanaf nu te doen wat Ik zeg. Doe je dat niet, dan stort je leven in en blijft er slechts één grote puinhoop over”. Zo eindigt de Bergrede. Niet met een bemoediging, maar met een waarschuwing aan het adres van hoorders die de Bergrede een geweldig inspirerend verhaal vinden, maar er in de praktijk niets mee doen. Terwijl het Jezus daarom gaat. Hij wil niet alleen gehoord worden, Hij wil ook gevolgd worden. Misschien vind je Hem die de zachtmoedigen zalig spreekt, maar een naieveling. Iemand die je op de ene wang slaat ook de andere wang toekeren? Met zo’n houding kom je niet ver in deze wereld. Maar kun je dat volhouden als Hij die leefde voor anderen en

stierf voor anderen door zijn Vader is opgewekt uit de dood? Als Jezus zegt dat het huis van je leven pas een stevig fundament heeft als je zijn woorden hoort en ernaar handelt, is dat dan ook best wel merkwaardig. Want Jezus houdt ons juist een manier van leven voor die elke stevigheid lijkt te missen. Wie de Bergrede in praktijk wil brengen, raakt zijn onafhankelijkheid en weerbaarheid juist kwijt, om afhankelijk en weerloos te worden. Jezus legt de lat in de Bergrede hoog. Maar als we er niet in slagen op dat niveau te leven, worden we er ook weer bij bepaald dat we zonder Hem niets kunnen doen (Joh.15,5). Het is niet erg om dat te voelen. Het maakt je alleen maar afhankelijker van Hem, wiens liefde eindeloos is.


KERKELIJK LEVEN

Individueel spiritueel Vorige keer in deze rubriek stond Henk Jan Visser stil bij de 40-dagentijd, een tijd van bezinning. Iedereen vult dit op eigen manier in, maar een terugkerend element in veel vormen van spiritualiteit is wel stilte, regelmaat en rust. In een samenleving waarin alles vaker, sneller en beter moet, is het niet verwonderlijk dat mensen even ‘weg’ willen. DOOR JAC DE GROOT MA Het zijn geen grote festivals of praisediensten die in deze tijd worden georganiseerd, maar eerder kleinschalige activiteiten, die vaak aangeduid worden met ‘vespers’. Van origine komt deze term uit de kloosters en staat het voor de afsluiting van de middag. Monniken komen tussen 4:15u en 19:30u achtmaal per dag bij elkaar om kort te bidden, zingen en bijbellezen. Het gaat dan om bijeenkomsten van ca. 20 minuten, die plaatsvinden tussen de werkzaamheden door. Het hele leven wordt gevormd rondom deze momenten en niet andersom. Op verschillende manieren lijken tradities uit het kloosterleven in de moderne samenleving een plaats te krijgen. Zowel in het kerkelijk als in het seculiere leven zijn hier voorbeelden van te vinden. In het laatstgenoemde geval zijn er bijvoorbeeld boeken verschenen over Benedictijns leidinggeven. Een naam die hier veelvuldig bij voorkomt, is die van Anselm Grün. Ook in het Nederlandse taalgebied zijn er schrijvers te vinden. Een man als Wil Derkse, die onder andere schreef over de Benedictijnse leefregel voor beginners is hier een voorbeeld van. Maar ook binnen onze eigen kring van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zijn er predikanten die zich met dit monnikenwerk bezig houden. Dit zijn onder andere Jos Douma (Gkv Zwolle-Centrum), die veel bezig is met de Lectio Divina, een spirituele manier van bijbellezen, maar ook voormalig rector van de

2

Theologische Universiteit, Mees te Velde. Samen met enkele anderen is hij de grondlegger van Nieuw Sion, een bezinningscentrum in het voormalig klooster Sion te Diepenheim (bij Deventer). Ook Gerrit Riemer, van het Kleiklooster in Amsterdam, kan niet onvermeld gelaten worden.

Getijden en Lectio Divina

In november 2018 verscheen van de hand van Mees te Velde een korte publicatie in de serie Reformatorische Stemmen bij de Willem de Zwijgerstichting. In dit boekje werkt Te Velde uit wat de geschiedenis van het getijdengebed is, welke betekenis het heeft en welke uitdagingen er voor vandaag zijn. De getijden zijn van origine een wijze van persoonlijk gebedsleven. Al vanaf de Vroege Kerk werden in de vroege morgen en de vroege avond gebeden uitgesproken. Dit waren natuurlijke momenten, zo stelt Te Velde. Het waren de momenten van de dag waarop christenen niet door werkzaamheden gestoord werden en daardoor minder opvielen in een vijandige omgeving. Hoe dit vorm kreeg, was niet bekend: persoonlijk of met de hele gemeente. Al rond het jaar 100 werd de Romeinse keizer verteld dat christenen op vaste tijden gebedsmomenten hadden. Rond het jaar 400 leken de getijden meer gestandaardiseerd te worden in de kerk, waarbij de focus vooral op de kloosters lag. Later werden deze vaste momenten steeds meer, tot een aantal

van acht op een dag. De papieren van het getijdengebed zijn daarmee ouder, dan de aankomst van het Christendom in Nederland. In de Middeleeuwen floreerde het kloosterleven en ook voor leken (niet geestelijken) verschenen er zogenoemde getijdenboeken. Het getijdengebed verdween van de kerkelijke kaart in Nederland met de komst van het protestantisme. Het Onze Vader en de Psalmen waren leidend voor het protestantse gebedsleven, dat vooral in dienst stond van de gemeenschap. Dat het woord ‘vesper’ niet uit de taal van de protestanten is verdwenen is dankzij de Anglicanen, die het morgengebed en het avondgebed in hun dienstboek hielden. Het aantal getijden was van acht daarmee wel teruggebracht naar twee. Het protestantisme stempelde de christelijke spiritualiteit voor de komende 400 jaar. Juist in de gereformeerde traditie, die de kloosters met haar tradities buiten de deur heeft gezet, begint meer oog te komen voor kloostertradities. Toch stelt Te Velde voor dat dit niet per se in vaste vorm gegoten hoeft te worden. De vorm van ritme en structuur is belangrijk, maar een gebed kan evengoed met eigen woorden in zelfgekozen vormen worden uitgesproken. De getijden zijn daarmee een handvat voor de persoonlijke spiritualiteit, zoals in de Vroege Kerk ook gebruikelijk was. Op een bepaalde manier gaat Te Velde hiermee terug naar de bron van het christelijk gebedsleven. Naast het getijdengebed kent de kloostertraditie ook de Lectio Divina. Hoewel het boekje van Te Velde hier niet over gaat, is ook deze kloostertraditie in gereformeerd Nederland herontdekt. Ook de Lectio Divina is een geestelijke oefening. De focus ligt daarbij op de woorden die God aan de lezer te zeggen heeft. Het gaat daarom niet sec om wat er staat in de Bijbel, de Schrift hoeft niet uitgelegd te worden. Vier stappen worden doorgaans onderscheiden in deze Lectio Divina: lectio (het Bijbelgedeelte van 1 à 2 verzen herhaaldelijk

5 APRIL 2019


NOG EVEN DIT

doorlezen), meditatio (nadenken over de woorden van het gelezen gedeelte en deze op jezelf toepassen), oratio (spreken met God en vertellen wat er in jou leeft) en contemplatio (stil zijn, zonder gedachten, en luisteren naar de stem van God). Deze Lectio Divina kunnen korte momenten van ongeveer een kwartier zijn, waarbij de gelovige zich fysiek en mentaal afsluit voor de wereld.

Oefening

Voor deze beide vormen van spiritualiteit geldt dat het vooral oefenen is om het je echt eigen te maken. Beider functie is gericht op de innerlijke rust van de gelovige. Beide oefeningen zijn gericht op individueel contact met God. Dit vraagt wel een omslag in denken. Gewend aan gebed aan de tafel als gezin, of als echtpaar, als gemeente of miniwijk klinkt deze meditatie als wezensvreemd: ineens lijkt het christendom zich toch te kunnen richten op individualiteit. Vaak wordt gemeenschapszin in de kerken tegenover de individualiteit van de seculiere samenleving gezet. Met deze spirituele vormen, voor persoonlijk geloofsleven, lijkt de kerk mee te gaan in de individualiteit. Getijdengebed en Lectio Divina kunnen naast de kerkelijke praktijk van gemeenschappelijk Woord en Gebed bestaan. De 40-dagentijd biedt een prima handvat om een aanvang te nemen voor een persoonlijke spiritualiteit. Veertig dagen is ook een goede tijd om een gewoonte aan te leren. Een kort gebed, wellicht zelfs met vaste woorden, kunnen daarbij helpen. “Jezus Christus, Zoon van God, Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt, ontferm U over mij zondaar.” Heel traditioneel, uit de tradities van de Oosters-Orthodoxe en Rooms-Katholieke Kerk is dit een gebed dat mij meerdere keren per dag even in contact brengt met God.

Liefhebben DOOR HEERCO WALINGA Het eerste en grote gebod: God liefhebben. Als ik daarover nadenk, dan bekruipt me toch een bevreemdend gevoel. Zeker, ik weet gelukkig wel wat liefhebben is. Ik heb mijn vrouw lief, mijn kinderen en kleinkinderen. Ik ben graag bij ze in de buurt, omarm ze regelmatig, ben blij als ik ze weer zie. Dat alles kan – fysiek gesproken – niet bij God. Je zou je nog iets kunnen voorstellen bij het liefhebben van Jezus, ook al is Hij niet meer fysiek op aarde. Je voorstellend dat je tegelijk met Hem in Galilea of in Jeruzalem zou hebben kunnen rondlopen, had je Hem kunnen aanraken, Hem kunnen zeggen: ‘Ik hou van U.’ Nu is God de drieënige God. Dus als we ons al kunnen voorstellen dat we tegen Hem zouden hebben kunnen zeggen dat we Hem liefhebben, dan wordt dat al moeilijker bij de andere twee Personen: de Vader en de Geest. En toch wordt dat van ons gevraagd. Sterker nog: het is het eerste en samenvattende gebod. Ik moet concluderen dat ‘liefhebben’ veel verder gaat dan ‘graag in de buurt zijn’ of ‘omarmen’. Het gaat erom dat je alles voor Hem over hebt. Dat is liefhebben. Hij is de Eerste in je leven die ertoe doet. En Hij zegt: ‘Laat de naaste de tweede daaraan gelijk zijn.’ Dan wordt het al concreter, kunnen we zeggen. Kijkend naar onze mogelijkheid om onze naaste lief te hebben, kunnen we zien hoe we God, Vader, Zoon en Geest, kunnen liefhebben. En als we dan zien dat we die mogelijkheden maar voor een piepklein deel invullen, dan kunnen we schrikken: vullen we zo onze liefde voor God ook maar voor een klein deel in? Liefhebben, ik schreef het hier wel eens eerder, kun je concreet maken met een vertaling: het goede zoeken voor de ander. God liefhebben is dan ‘het goede zoeken voor Hem in je dagelijks leven.’ En dat is niet anders dan Hem eren en dienen, op alle terreinen van het leven. Concreter kunnen we het niet maken. En tegelijk: wat schieten we daarin tekort. En wat is dat de laatste decennia in de westerse wereld nog veel moeilijker geworden in een ik-gerichte maatschappij. Waar haal de je motivatie en de kracht vandaan om dan toch God lief te hebben? Er is maar één antwoord: kijk naar Zijn liefde voor jou. Probeer de hoogte de breedte en de diepte daarvan steeds meer te beseffen. Benoem iedere dag maar iets daarvan. Pas dan kun je een klein begin maken met Hem lief te hebben. En je naaste. hwalinga@walinga.org

N.a.v. M. te Velde, Het getijdengebed, uitgegeven door Willem de Zwijgerstichting. ISBN 9789072462640, € 4,30 (ex. verzendkosten)

3


RECENSIE

Dorpskerken in de knel? Met regelmaat lezen we in ons kerkblad ontwikkelingen in de grote steden, waarin kerken in een geseculariseerde samenleving hun weg proberen te vinden door het organiseren van bijzondere activiteiten om te laten zien dat de kerk ook in de samenleving aanwezig is. Minder aanwezig is de problematiek in de kleine dorpen.

Leefbaarheid en verbinding

DOOR JAC DE GROOT MA Afgelopen september verscheen de dissertatie van Jacobine Gelderloos (1985) met de titel Sporen van God in het dorp. Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland. Zij onderzocht hoe kerken betekenis kunnen hebben voor de leefbaarheid op het platteland. Hoewel het boek van Gelderloos twee PKN-streekgemeenten beschrijft (in Groningen en Brabant) is er ook voor de GKv wel iets over te zeggen. De sluiting van de GKv’s van Kornhorn en Ulrum liggen nog in het geheugen van verschillende kerkleden. Gelderloos beschrijft hoe dorpen, en daarmee alle activiteiten, verenigingen en kerken, last hebben van onder andere krimp en vergrijzing. Dit gaat ook onze kerken in de dorpen niet voorbij. Ook speelt er in de GKv ook nog wel het probleem dat (jonge) gezinnen, die wel in een dorp (eventueel met GKv) liever de nabijheid van een gemeente in een grote(re) stad zoeken, omdat daar activiteiten voor kinderen zijn, meer jeugd en leeftijdsgenoten. Attractiviteit van de stadskerken met vaak kleurrijke diensten, fancy predikanten en goede bands zijn een alternatief voor de vergrijsde dorpskerken, met predikanten die hangen naar hun emeritaat en organisten die al een halve eeuw vanuit den hoge het hoogste lied kraaien. Beide beelden hierboven zijn natuurlijk gechargeerd, maar toch zit er

4

religieus analfabetisme. Mensen zijn niet meer gewend aan kerkelijke presentie in de dorpen, en met regelmaat achterdochtig bij kerkelijke activiteiten. Het wordt gezien als zieltjes winnen. Ook de naam ‘vrijgemaakt’ kan in sommige gevallen weerstand oproepen. Toch, hoe seculier ook, hebben mensen wel vaak een bepaald gevoel bij kerken. Wanneer een kerk gesloten wordt, zien dorpsbewoners liever dat het gebouw een maatschappelijke of culturele functie, in plaats van een commerciële functie.

wel een kern van waarheid in deze beelden. De kerken die Gelderloos benoemt in haar onderzoek zijn een stapje verder nog dan onze kleine dorpskerkjes. Het zijn fusiegemeenten die uit meerdere kerken (NHK en GK) verspreid over twee tot zes dorpen bestaan en zelfs dan nog niet in staat zijn vacatures te vervullen, een predikant te onderhouden, laat staan een kerkelijk leven op te bouwen. In die zin mogen wij ons gezegend rekenen. In het begin van haar onderzoek gaat Gelderloos in op de ontstaansgeschiedenis van de (fusie)gemeenten en naar de huidige stand van zaken in de kerken. Zij laat gemeenteleden aan het woord die kort iets vertellen over hun affiniteit met de kerk. In het tweede hoofdstuk wordt een meer algemene geschiedenis van dorpskerken geschetst, met verschillen tussen verleden en heden. Daarbij wordt vooral gekeken naar de verandering van de samenleving. Van een verzuilde samenleving naar de verzorgingsstaat en nu de participatiesamenleving. Kerken herontdekken zichzelf als bron van maatschappelijke betrokkenheid. Hiervoor kloppen kerken ook wel bij de burgerlijke overheid aan, teneinde hun ‘diensten aan te bieden’. Een ander punt dat gemaakt wordt door Gelderloos, waarbij ze mijns inziens de spijker op de kop slaat, is het

Twee sleutelwoorden in de kernhoofdstukken van het boek van Gelderloos zijn leefbaarheid en verbinding. Gelderloos zet voor het voortbestaan van de kerken in op leefbaarheid om de blik naar buiten te richten en niet als kerk enkel bezig te zijn met wat er intern speelt. Leefbaar in de meest strikte zin betekent dat de omstandigheden zodanig zijn dat mensen en dieren kunnen overleven. Echter, volgens Gelderloos is

VRIJDAG 5 APRIL 2019


leefbaarheid een containerbegrip, waarin verschillende kanten van een regio samengenomen worden. Bouw van een dorpshuis of speeltuin wordt gezien als positief voor de leefbaarheid, terwijl sluiting van scholen en winkels het tegenovergestelde bewerkstelligt. Een goede woonomgeving creëert de voorwaarden voor bewoners om gemeenschappelijke initiatieven op te zetten om een dorp te onderhouden. Voor deze initiatieven is een gemeenschappelijke ruimte nodig, zoals bijvoorbeeld een dorpshuis. Een kerkgebouw zou deze functie ook kunnen vervullen. Rondom, of in, het kerkgebouw kunnen verschillende voorzieningen in stand worden gehouden, zoals een informatiecentrum, bibliotheek of mortuarium. Vanuit de leefbaarheid zijn ook samenwerkingsacties zichtbaar: kerken verbinden zich hierin met maatschappelijke organisaties zoals de voedselbank, wmo, scholen of zorginstellingen. Daarin werken kerken samen om dorpsactiviteiten gaande te houden, wat niet altijd als evangelieverkondiging hoeft gezien te wor-

den: denk bijvoorbeeld aan concerten andere culturele activiteiten. Mijn vraag daarbij is wel: als je als kerk je core-business vergeet, kun je dan nog kerk zijn? Verbinding is het andere kernwoord. Verbinding is er tussen mensen onderling, al-dan-niet in de kerk. Verbondenheid met een kerk kan op verschillende manieren: een gedeeld geloof, regelmatige activiteiten (vergaderingen, themagroepen, clubs), incidentele activiteiten (doop, huwelijk, begrafenis). Maar ook dorpsactiviteiten waarin de kerk, misschien zijdelings, participeert zijn zo’n verbinding. Ook is er verbondenheid met het gebouw. Voor dit laatste geldt dan vooral dat het gebouw gezichtsbepalend is voor een dorp en de verdwijning ervan kan op weerstand stuiten.

Sporen?

Sporen van God in het dorp. De titel suggereert: God is weg, Hij heeft nog wat achtergelaten en daar moet het dorp maar mee leven. Als de kerk enkel de sporen van God in een dorp zou verwoorden, waarom dan moeite

doen voor je bestaansrecht? Tot op zekere hoogte is de kerk de representant van God in elk dorp, ongeacht hoe groot of hoe klein. Het is jammer, dat Gelderloos’ insteek niet vanuit het Evangelie, maar vanuit overlevingsdrang lijkt te komen, tenminste dat gevoel kreeg ik. Hoeveel rijker kunnen kerkelijke activiteiten worden wanneer we deze ook funderen op het Evangelie? Geen sporen van God in het dorp, maar zaden van het Evangelie in het dorp. De seculiere, krimpende en vergrijzende samenleving op het platteland heeft baat bij een kerk, die onbaatzuchtig het Evangelie strooit. Voor kleine GKv’s, nauwelijks levensvatbaar, kan het betekenisvol zijn om aspecten uit dit boek mee te nemen: kijk op welke manier er maatschappelijke betrokkenheid kan zijn in het dorp en doe het in overleg met de classis. Wie weet welke kerk mee kan helpen? N.a.v. Jacobine Gelderloos, Sporen van God in het dorp, Uitgeverij Boekencentrum, ISBN 9789023952183, € 14,99

5


SCHRIFT WERK

Zie uw koning! EN HET WAS VOORBEREIDING VAN HET PASCHA, ONGEVEER HET ZESDE UUR; EN HIJ ZEI TEGEN DE JODEN: ZIE UW KONING! JOHANNES 19:14 Pilatus zit op de rechterstoel om zijn oordeel uit te spreken. Op dat moment zegt hij dit tegen de Joden. Hij roept Jezus uit tot Koning. Is dat spottend bedoeld? Wil hij medelijden wekken bij het volk? Wat wil Pilatus hiermee bereiken? Hij had tot nu toe geen enkele schuld in Jezus gevonden. Daarom probeerde Pilatus Jezus los te krijgen. Hoe komt Pilatus ertoe om dit te zeggen? DOOR DS HENK JAN VISSER

Johannes doet uitgebreid verslag van de veroordeling door Pontius Pilatus. Hij is het die bij de veroordeling aanwezig is geweest. Hij had goede relaties met leden van het Sanhedrin. Daarom heeft hij gemakkelijk toegang tot die kringen. Hij zal niet geroepen hebben met al de Joden: Kruisig hem, kruisig hem! Toch was hij als een van de vertrouwelingen van Jezus heel nauw betrokken op dit hele proces. Hij doet er dan ook uitgebreid verslag van, zodat wij een beeld krijgen van hoe het is gegaan. Johannes is de betrouwbare getuige, die alles gezien en gehoord heeft en voor ons heeft opgeschreven, ‘opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam’.

Pilatus

Het is voor Pilatus een lastig geval. Deze hele volksoploop tegen Jezus kost hem heel wat hoofdbrekens. En het is ook nog vlak voor het feest, als er zoveel feestgangers naar Jeruzalem zijn gekomen om het Pascha daar te vieren. Een lastige kwestie, waar Pilatus mee in zijn maag zit. Want hij weet dat Jezus ook aanhang

6

voorkomen dat deze kwestie escaleert op het feest. Als dat gebeurt, kan het wel eens behoorlijk schadelijk zijn voor zijn reputatie en positie. Vooral als zijn opkomen voor de eer van keizer Tiberius in twijfel wordt getrokken, is Pilatus daar erg gevoelig voor. Deze keizer Tiberius stond als uitermate achterdochtig bekend. Als de keizer hier lucht van zou krijgen, kon het zijn dat je zelf binnenkort de laatste adem moest uitblazen. Ook later worden de volgelingen van Jezus in Thessalonika belasterd, omdat ze in Jezus de koning geloven. Daardoor zouden ze in opstand komen tegen de keizer. (Handeling 17:7) De schrik voor de keizer en zijn macht zat er in die tijd behoorlijk in.

Uitspraak

heeft onder het volk. Er gaan wonderlijke verhalen over deze man rond. Hij heeft veel zieken genezen en zelfs doden opgewekt. Een week geleden is hij rijdend op een ezel de poort van de stad binnengekomen, toen werd hij binnengehaald als de nieuwe koning. ‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.’ (Johannes 12:13) Toch heeft Pilatus er toen geen reden in gezien om deze man op te pakken. Hij was niet gewapend en had ook geen legertjes soldaten om zich heen. Dus verder kon het geen kwaad, heeft Pilatus gedacht. Maar toch is er iets bijzonders aan deze man. Hij heeft de soldaten de opdracht gegeven om Jezus te geselen en ze hebben hem een purperen mantel aangetrokken en een kroon van doorntakken op zijn hoofd gedrukt. Spottend hebben de soldaten hem toegeroepen: ‘Leve de koning van de Joden!’ Pilatus, toont Jezus na zijn geseling aan de mensen. Hij zegt; Zie de mens. Maar de Joden schreeuwen: ‘Weg met hem, kruisig hem!’ Pilatus wordt bang als hij hoort dat ze Jezus veroordelen omdat hij zich Zoon van God heeft genoemd. Hij wil

Pilatus gaat zitten op de rechterstoel. Hij gaat uitspraak doen. Alle ogen zijn op hem gericht terwijl hij op de verhoging, het Mozaïekterras, Gabbatha in het Hebreeuws, plaats neemt. Jezus wordt officieel bestempeld als koning. Zie uw koning! Zo stelt Pilatus Jezus voor aan zijn volk. Maar het volk wil niet van een koning weten. Ze zijn hem liever kwijt dan rijk. Het volk dicteert, wat er moet gebeuren. Pilatus doet nog een uiterste poging. Maar hij weet al wat hij gaat doen. Jezus moet naar het kruis. Zie uw koning. Pilatus doet aan de ene kant mee met de spot en tegelijk wil hij misschien toch nog medelijden wekken bij het volk. Wat moet je met een koning zonder onderdanen, zonder leger van soldaten die voor hem vechten. Is dit niet een grote grap, een geweldig misverstand? Koning van de Joden. Ja, zo wordt Jezus veroordeeld tot de dood door kruisiging. Zie uw Koning. Ook later houdt Pilatus aan zijn uitspraak vast, zoals hij boven het kruis op een bordje laat aanbrengen: Jezus uit Nazareth, koning van de Joden. Jezus’ koningschap is niet van deze wereld. Hij kwam om koning te worden over hemel en aarde. Allen die Jezus aanvaarden als hun koning zullen door hem bevrijd worden en gebracht worden in het hemels koninkrijk.

5 APRIL 2019


DENKEN EN DOEN

Leuke dienst Het moet vooral leuk zijn in de kerk en gezellig. Een predikant als entertainer, die de lachers op zijn hand weet te krijgen en de stemming er goed inbrengt met passende muziek en opwekkende liederen. Dat doet het tegenwoordig goed en daar willen mensen nog graag door onderhouden worden. DOOR DS HENK JAN VISSER De kerkdienst als leuk uitje op zondag. Laat de preek vooral niet te lang duren. Hooguit tien minuten, krijg je soms te horen. Maar waar blijft de prediking van het Woord van God. Want dat schuurt en is soms tegen het zere been, het roept op tot strijd tegen zonden en tot bekering van het kwaad. Het vermaant en weerlegt en dringt diep door. Nee, dan kan het niet altijd gezellig en leuk zijn in de kerk. Misschien moet je juist zorgen gaan maken als het alleen maar gezellig en leuk moet zijn in de kerk. Het gaat er in de kerkdienst ook niet in de eerste plaats om dat wij het gezellig en leuk met elkaar hebben. Zeker is het fijn als er een goede sfeer is en we samen een hechte eenheid vormen in de gemeente van Jezus Christus. Als je een veilige plek hebt, waar je je thuis voelt, als deel van het lichaam van Christus. Het is goed als de liefde er onderling is en we elkaar waarderen en aanvaarden door het geloof in Jezus Christus. Maar allereerst komen we samen voor God. Hij roept ons samen om Hem te eren en te dienen en naar zijn Woord te luisteren. En dat Woord is een helder licht, dat schijnt in de duistere hoeken van ons hart en leven. Het brengt zonde aan het licht. Het wijst de weg, die we moeten gaan. Het doet je beseffen wie je bent als zondaar voor God, die tegelijk in Christus is geheiligd. God spreekt door middel van de prediking tot het hart van de gelovigen. En die prediking legt de vinger bij de zere plekken van ons individualisme, onze eigenwilligheid, onze eigenwijsheid en zondig-

heid. De prediking stuit op weerstand bij mondige en zondige mensen, die graag hun eigen zegje erover doen. Daarom kan het niet altijd maar leuk en gezellig zijn in de kerk. Opleuken is een nieuw Nederlands woord. Het betekent leuker maken, opvrolijken, verfraaien. En daar zit iets heel positiefs in. Het woord ‘opleuken’ of ‘opleukeren’ heeft ook te maken met weer warm worden, opwarmen. In die zin is het nodig dat we door het Woord van God weer opgeleukt worden, weer opnieuw opgewarmd. God wil door het licht van zijn Woord ons verwarmen. En daarom is het belangrijk dat de dienst van het Woord op peil blijft en men niet toegeeft aan de vervlakking van de prediking, waarbij woorden als zonde en schuld, hel en oordeel gaan ontbreken en het alleen maar gaat over liefde zonder de diepe tonen van Gods toorn over al het kwaad. Het evangelie moet in volle omvang geleerd en onderwezen worden. Het is daarom droevig te horen dat steeds meer tweede diensten het loodje leggen vanwege te weinig belangstelling, waarbij ook de geregelde prediking van de leer van de kerk komt te vervallen. Daar zullen we de vruchten wel van plukken, is mijn inschatting. De prediking is een krachtig middel waardoor God wil werken aan zijn kerk en koninkrijk. Daarom moeten we dat niet verspelen door de dienst maar zo leuk mogelijk te maken. Daarbij staat zo maar de mens met zijn behoeften centraal en niet meer God zelf, die tot ons komt met zijn

woorden. Het evangelie mag nog in alle vrijheid klinken en ons verwarmen. Van koud worden we weer warm, van hard worden we weer zacht gemaakt, van onwillig gewillig, doordat de Geest met het woord aan het werk gaat. Gods werk is hartverwarmend. Nee, het kan niet altijd maar leuk en gezellig zijn in de kerk. God spreekt door zijn Woord tot ons hart en leven. Dan kom je voor de keus te staan. Ga ik gehoorzaam doen wat God mij zegt of volg ik mijn eigen gedachten en verlangens die in strijd zijn met zijn woord. Waar het Woord klinkt wordt het spannend. Welke weg ga je? Wat doe jij? Of volg jij je eigen interpretatie naar de geest van deze tijd? Je raakt dan je niet alleen het woord kwijt, maar zet ook de eenheid in Christus op het spel. Ja, waar het woord klinkt en tot klinken wordt gebracht, wordt het spannend. Niet de mens met zijn behoeften, met wat hij of zij leuk en aardig vindt, mag de doorslag geven in onze vormgeving van de eredienst, maar de vraag moet zijn, waar dienen we God het meest mee. Hoe komt God vanuit onze erediensten aan zijn eer. Hoe zijn we het meest verbonden met de liturgie in de hemel? Waar de engelen God dienen en hem loven en prijzen in volle glorie. Daar zou ik wel bij willen zijn om daarvan te leren hoe we hier op aarde de liturgie kunnen vieren. Maak werk van inhoudsrijke diensten, waardoor de gemeente wordt onderwezen en God de eer krijgt, die hem toekomt.

7


UIT DE CLASSES

Classis AlkmaarHaarlem 23 januari 2019 De classis Alkmaar-Haarlem heeft als vergadering weinig ‘agenda’ = dingen te doen. We mogen als kerken wel dankbaar zijn! We hebben met elkaar geen ‘gedoe’, zoals we dat menselijk noemen: gedoe dat soms onmenselijk veel tijd en energie kost. En we kunnen in die harmonie dus snel overleggen en besluiten over die zaken die we toch echt samen moeten en willen doen. Vandaar dat we de vergadering van december makkelijk konden uitstellen tot januari. En dat we veel tijd konden nemen om goed te luisteren hoe het in de kerken van Jezus in Noord-Holland gaat. Het begin en het einde van de laatste vergadering vormen een mooi ‘raam’ dat een inkijk geeft hoe het komt dat we zo kunnen samenwerken. Om te beginnen lazen we de eerste verzen van Psalm 103. We vertelden elkaar in tweetallen welke “weldaden” God ons in de afgelopen periode heeft bewezen. En we werden stil van zijn grootste weldaad: dat Hij ons “ziet als goede mensen” (dat is Gewone Taal voor ‘rechtvaardig’) omdat wij geloven in Jezus Christus. Aan het slot keken we terug en vertelde de nieuwe predikant die Anna Paulowna rijk is, wat hij van ons ziet. Wat wij aan elkaar vertellen over onze plaatselijke gemeente, inspireert hem: het getuigt van verlangen om anderen tot discipel van Jezus te maken, en van bereidheid van ambtsdragers om zich daarvoor persoonlijk betrokken in te zetten. Dit persverslag wil u daarom in de eerste plaats reden geven om God te eren voor zijn werk in Noord-Holland. Er zijn veel predikers van elders bereid om in onze gemeenten het goede nieuws te verkondigen. Werk

8

van voorgangers die door God werden overgeplaatst of zelfs eervol ontslagen van aardse dienst, heeft effect: er zijn mensen die hun werk overnemen en mensen die volhouden te doen wat ze van hen leerden te doen. Ook jongeren leren wat het betekent om Jezus te volgen. En waar dat moeite kost of waar we zien dat ze onder druk van de samenleving kiezen voor de ‘optie ongeloof’, delen we de zorg en maken er goed werk van. Meerdere kerken zijn één met andere kerken of groeien in samenwerking en op weg naar eenheid. Meerdere kerken zijn ook missionair actief. Naast ons gezamenlijke project Hart voor Heerhugowaard noemen we de Alphacursus, een cursus ‘Aanstekelijk christen’, bijbelstudies en taalcursussen voor asielzoekers. Daarnaast hebben we ook reden u dringend op te roepen om te bidden “laat uw koninkrijk komen”. Dat we goed kunnen samenwerken, is ook hard nodig en tegelijk niet altijd praktisch uitvoerbaar. We hoorden van elkaar wat de kerken met vacatures nodig hebben: predikanten, kerkelijk werkers, betaald en/ of Pro Deo, fulltime of in deeltijd, ambtsdragers, man en vrouw. Laat God uit zijn rijkdom voorzien in wat wij nodig hebben! We hoorden hoe gemeenten gebruik maken van de ruimte om ook vrouwen te roepen tot het ambt. In andere gemeenten kost dat thema veel tijd van gesprek of is het oorzaak van onrust. Bidden om Gods koninkrijk betekent ook dat we God indringend vragen om zijn kerk te bewaren! Zeker in processen die te vertrouwelijk zijn om hier te noemen – God weet waarover u het hebt als u Hem om die bewaring vraagt! Als we God vragen om zijn kerk te vermeerderen, voelen we al snel hoe klein onze krachten zijn en hoe moeilijk het is praktisch samen te werken aan het grotere plan. We hebben maar beperkt tijd. Onze afspraken en regelingen zijn te goed doordacht om er zomaar van af te

wijken. En elke kerkenraad is in de eerste plaats plaatselijk verantwoordelijk! Wilt u met ons bidden om wijsheid en fijngevoeligheid, zodat we weten waar het op aankomt, de moed hebben om stappen te zetten en de creativiteit om dat handig samen te doen? Tenslotte noemen we een paar concrete punten: - Zowel in Alkmaar als in Haarlem wordt gezocht hoe we de kringen waarin gemeenteleden samenkomen, nieuw leven kunnen inblazen en aanpassen aan de eisen die de nieuwe tijd stelt – bijv. het feit dat veel mensen weinig tijd hebben. Alkmaar en Haarlem zullen samenwerking zoeken en andere kerken uitnodigen bij een eventueel overleg. - Onze nieuwe kerkorde kent geen consulent meer: een predikant aan wie een vacante kerk om raad en daad mag vragen. Maar we willen de (kleine) kerken in Noord-Holland die geen predikant meer hebben, wel blijven helpen. Daarvoor is een gedeelde visie nodig op kerk zijn in deze omgeving in deze tijd. De predikanten zullen samen zo’n visie formuleren en aan de kerken voorleggen. - We willen onze vergaderingen zo plannen en agenderen, dat we prioriteit geven aan onze gezamenlijke roeping: mensen leerling van Jezus maken. Om die focus te houden, zoeken we iemand die voor een periode vaste voorzitter van de classis wil zijn en samen met de vaste scriba de agenda wil bijhouden en de vergaderingen leiden. Dan houden de predikanten ruimte voor hun inhoudelijke werk om te inspireren en toe te rusten. - Br. Mark Veurink, evangelist van de CGK in Zaandam, was hiervoor predikant van de GKv. We geven hem de bevoegdheid om binnen de classis voor te gaan in de diensten en de sacramenten te bedienen.

5 APRIL 2019


UIT DE CLASSES

De voorzitter rondde ons gelovige overleg af in twee punten: - we zijn plaatselijk verantwoordelijk en moeten daarvoor misschien minder organiseren en meer overlaten aan God en aan de gemeenteleden zelf; - we hebben elkaar nodig en moeten daarvoor zeker goed organiseren en meer werk maken van wat God wil dat we in Noord-Holland samen doen. NAMENS HET MODERAMEN, DS. JOHAN SCHELLING, ASSESSOR

Classis Ommen 7 februari 2019

Afspraken werden gemaakt met betrekking tot de kerkvisitaties komend jaar. Als extra aandachtspunt is aan

de visitatoren meegegeven het thema: ‘Kerk-zijn in het publieke domein’. Met als kernvraag of en hoe de plaatselijke kerken met het evangelie op dat domein nadrukkelijk present zijn. Door de kerk van Ommen N/O is gerapporteerd over het (vele) werk dat ds. Ard ten Brinke verricht als geestelijk verzorger bij de BaalderBorghGroep. Hij zal binnen afzienbare tijd kunnen worden bijgestaan door een kerkelijk werker uit ons kerkverband. De vergadering stemt ermee in dat het classisquotum voor het jaar 2019 wordt vastgesteld op € 0,10 per ziel. Dit op voorstel van de quaestor van de classis. Zijn boeken over 2018 bleken in orde te zijn. Daarom werd hem over dat jaar decharge verleend. Hetzelfde kon de classis doen met de quaestor van het deputaatschap hulpbehoevende kerken. Ook zijn boeken over 2018 waren in orde. Wat langduriger is er een gesprek gevoerd met de twee classicale IVP-ers,

mede n.a.v. hun rapportage. De nadruk lag daarbij op het belang van een open en vertrouwelijke sfeer op kerkelijke vergaderingen en in gemeenten rond de zaken met betrekking tot seksueel misbruik. En ook werd gewezen op het gevaar dat die gewenste sfeer onder druk kan komen te staan door spanningen rond meningsverschillen over andere zaken binnen het kerkelijke leven. De classis van april dient zich te gaan bezinnen op de afgevaardigden die benoemd moeten gaan worden om naar de PS te gaan die aan de GS Goes 2020 vooraf zal gaan. De kerken worden daarom opgeroepen namen te inventariseren van ouderlingen die afgevaardigd kunnen worden. Die classis is gepland op 11 april as. Op diezelfde classis zal, zo de Here wil, ook de emeritaatsaanvraag van ds. E. Meijer behandeld worden. VOOR DE CLASSIS, DS. P.L. STORM, ASSESSOR

9


OPVOEDING

Rechtse jongens ‘Thierry Baudet, dat is echt een goede politicus!’ Vol vuur vertelt Ronald dat hij onder de indruk is van het Kamerlid. Ik probeer mijn verbazing te onderdrukken, maar de leerlingen zijn nieuwsgierig wat ik ervan vind. DOOR JOS DE SNOO

‘Wat zal ik zeggen? Allereerst dit: voor mij is een van de belangrijkste kernwaarden dat in mijn lokaal ieder denkbaar standpunt verdedigd mag worden. Ik vind vrijheid van denken heel belangrijk, dus ben ik principieel van mening dat je iedere gedachte hier moet kunnen uitspreken. Dat houdt ons allemaal scherp en daardoor leren we ook kritisch na te denken over onze eigen standpunten. Maar bij deze vrijheid is het wel een belangrijk dat ieder standpunt goed onderbouwd wordt. Je mag niet zomaar wat roeptoeteren. Ieder standpunt is hier verdedigbaar, zolang je er maar goed over nagedacht hebt en de argumenten noemt die je ertoe gebracht hebben. En dan moet ik eerlijk bekennen dat ik niet zo goed weet hoe je bij Baudet zou uitkomen.’

Verantwoordelijkheid

Er is weinig zo leuk en boeiend als met een stel 16-jarigen dit soort semipolitieke discussies te voeren. Ook nu brandt het debat meteen los. Frits wil weten wat ik zelf zou stemmen. Ik leg uit dat ik dat een lastige vraag vind: ik ben altijd een zwevende kiezer, omdat ik bij veel partijen een hoop herkenning vind, maar ook standpunten tref die me tegenstaan. We spreken door over de elementen die je keuze zouden kunnen bepalen. Dat brengt me ertoe de vraag om te draaien: ‘En, Frits, wat zou jij zelf dan

10

stemmen?’ Daar is Frits eerst even verbaasd over: ‘Ik ben 16, dan mag ik nog helemaal niet stemmen, dat weet u toch wel?’ ‘Ja, natuurlijk, maar ik ben ervan overtuigd dat je heus wel zo je ideeën hebt waar je stem heen zou gaan, als het mocht.’ Dat blijkt terecht: hij vindt de VVD een mooie partij. Dat behoeft natuurlijk toelichting. ‘De VVD is goed voor de economie. Die partij benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van mensen: iedereen moet zelf de handen uit de mouwen steken voor dit land! Samen maken we er een mooi land van!’

Succes

De discussie verbreedt zich. In de klas blijken aanhangers van allerlei partijen te zitten. De een vindt de VVD-gedachte veel te economisch, terwijl de ander juist wel aangesproken wordt door een rechtser immigratiebeleid. Frits en Ronald voelen aan dat ik wat aarzelingen heb bij hun VVD- en FvD-liefde, en willen graag weten waar mijn bedenkingen zitten. Ik vertel hen dat er twee punten zijn die me in de huidige cultuur steeds meer tegenstaan: allereerst is er een enorm rendementsdenken: alles wat we doen, moet iets opleveren, liefst in financiële zin. Bijgevolg moet ieder keuzeproces zo efficiënt mogelijk verlopen, want foute keuzes en vertragingen kosten alleen maar geld. Je moet al zo vroeg mo-

gelijk een passend vakkenpakket kiezen, zodat je je vervolgopleiding snel en succesvol kunt afronden. Voor veel mensen is dit een veel te grote keuze, en ik zie hoe mensen ervan in de stress raken. Naast het rendementsdenken vind ik het maakbaarheidsdenken een enge tweede trend. De gedachte lijkt te zijn dat je zelf grote invloed hebt op het verloop van je leven. Als wij ons allemaal maar goed inzetten en de optimale keuzes maken, wordt ons leven steeds beter. We maken hier samen een waanzinnig gaaf land van. Succes is een keuze! We spreken erover hoe deze cultuur een hele nare keerzijde heeft: als succes een keuze is, lijkt het immers dat mislukking ook je eigen schuld is. Dat is een stuk minder prettig: de meesten van ons kunnen er helaas over meepraten hoe ze door allerlei omstandigheden hun dromen zagen verdampen.

Vanaf de bank

Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Mirjam steeds treuriger voor zich uitstaart. Plotseling begint ze te huilen, en loopt dan snel naar het toilet. Het is nu doodstil. We weten allemaal iets van haar leven: nog maar kortgeleden heeft ze haar moeder begraven, en ook haar vader is nu ernstig ziek. Een discussie over politieke standpunten gaat voor haar niet over ideologische vergezichten, maar raakt direct aan de alledaagse hardheid van haar bestaan. We weten niet zo goed hoe nu verder te gaan. ‘Weet je, heren,’ zeg ik, ‘ik was van plan vandaag met jullie een paar opdrachten uit het boek te bespreken. Toch denk ik dat dit uur nu veel meer heeft gebracht. Het is heel waardevol om te zien dat politieke discussies altijd makkelijk zijn vanaf de bank, en misschien ook wel vanuit een pluchestoel. Nu zien we weer dat die discussies echter altijd over hele concrete mensen gaat. Met die mensen moeten we bezig zijn. Als we dat zien, heeft deze les meer gebracht dan twintig opdrachten.’

5 APRIL 2019


COLOFON

Zonder commentaar Verleidingen (Lees: Prediker 1) Mijn ogen kunnen mij verleiden. Ze houden van mooie, afwisselende vormen en van mooie stralende kleuren. Ik moet me niet aan deze dingen overgeven maar aan de God die ze gemaakte heeft. De koningin van de kleuren, het licht, kan verleidelijk en gevaarlijk zijn. Maar ik kan U ook loven om het licht, o God, Schepper van alles. En dat wil ik doen. Mijn God en mijn luister, ik zing een loflied voor U en ik offer mijn lof aan U, want alle schoonheid die kunstenaarshanden kunnen maken, komt van de hoogste schoonheid, waar mijn ziel dag en nacht naar verlangt. Er is een andere verleiding die veel gevaarlijker is: kennis en wetenschap. De nieuwsgierige weetzucht. In dit onmetelijke woud vol valkuilen en gevaren heb ik al veel weggekapt en uit mijn hart verdreven, met de kracht die U me hebt gegeven, God van mijn heil. Maar wie kan zeggen hoeveel kleinigheden en nutteloze dingen onze weetgierigheid elke dag opwekken en hoe vaak wij dan struikelen. Mijn leven is vol van zulke dingen. Ik heb maar één hoop: uw heel grote barmhartigheid. Want als in ons hart dat soort onbenulligheden verzameld worden, dan worden onze gebeden verhinderd, in plaats dat ons hart zich tot U richt. Uit: De belijdenissen van: Augustinus Verkort en bewerkt door Sipke van der Land

REDACTIE-SECRETARIAAT Aanleveradres voor classisverslagen en persberichten: Jac. de Groot, Ballade 12, 8265 SB Kampen gereformeerd.kerkblad@gmail.com De redactie behoudt zich het recht voor verslagen en berichten in te korten EINDREDACTIE Ds Henk Jan Visser (eindredacteur) Jac de Groot MA REDACTIE mr E. Bos e.bos01@hetnet.nl J.A. de Groot MA groot.jac.de@gmail.com ds R.P. Heij rheij@hetnet.nl drs P. Houtman piet.houtman@hotmail.com ds H.J. Visser henkjanvisser8@gmail.com H. Walinga hwalinga@walinga.org (vacature) REDACTIONEEL MEDEWERKER A.M. Pathuis anne-maaike@live.nl BLADMANAGEMENT BDUvakmedia Postbus 67, 3770 AB Barneveld Telefoon: 0342 49 48 46 Fax: 0342 49 29 99 Aanleveradres voor kerkdiensten: Kerkdiensten.gkb@bdu.nl Telefoon: 0342 494882

UITGEVER, ABONNEMENTEN EN BEZORGING BDUvakmedia, afd. abonnementen Postbus 67, 3770 AB Barneveld Tel. 0342 494884 – fax 0342 494299 abonneeservice@bdu.nl OPGAVE ADVERTENTIES Roel Abraham Tel. 06 54274244 r.abraham@bdu.nl PRIJS JAARABONNEMENT - binnenland - studenten - buitenland - proefabonnement (10 nrs)

€ 64,93 € 35,43 € 103,54 € 14,35

OPZEGTERMIJN 2 kalendermaanden voor de nieuwe betalingsperiode Voor mensen met een leeshandicap zijn de artikelen uit dit blad verkrijgbaar op CD. Informatie: CBB tel. 0341 565499, e-mail info@cbb.nl www.gereformeerdkerkblad.nl

11

Profile for BDUVakmedia

GKB 7-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.

GKB 7-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.