{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

gereformeerd 72E JAARGANG • NUMMER 4 • 22 FEBRUARI 2019

KERKELIJK LEVEN

2

Als we het over homo’s hebben, moeten we allemaal ook naar onszelf kijken. En naar onze jongeren. En we moeten onszelf kennen.

KERKBLAD IN DE SCHIJNWERPER

4

Het evangelie gaat ook over wereldnieuws: over aardbevingen en het klimaat, over oorlog en vrede. Gaat het dan ook over ‘sterven en opstaan’?

BOEKAANKONDIGINGEN

9

In de boekaankondigingen de uitgave: ‘Van migrant tot naaste.’ Tijd voor een christelijk perspectief, dat wegblijft bij het klassieke links-rechtsdenken.

Een schat uit de hemel Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Verzamel schatten in de hemel (Mat. 6:19a,20a).

DOOR DS DAVID DE JONG Het lijkt voor de hand te liggen wat Jezus hier bedoelt: richt je op het leven na dit leven. Maar dat zou wel betekenen dat Hij geen waarde hecht aan het leven hier op aarde: ‘Mij is om het even / heel het lichte, luide aardse leven’ (LvK 455:2, Nederlands). Dat is alleen wat moeilijk te rijmen met het vervolg, waarin Jezus zegt dat zijn hoorders een voorbeeld kunnen nemen aan de vogels in de lucht, die er

ook geen voorraadschuur op na houden. Maar dat doen ze toch niet omdat ze zich richten op een leven na dit leven. Nee, vogels hoeven geen voorraad aan te leggen, omdat de hémelse Vader hen voedt. Ze leven van de geef. Het verschil tussen aardse en hemelse schatten is dat de eerste schatten binnen handbereik liggen en de tweede niet. Die liggen klaar in de hemel voor ieder die zijn hemelse Vader erom vraagt. Niet voor niets heeft Jezus ons even eerder geleerd om elke dag te vragen om het brood dat je nodig hebt. Toch denk ik niet dat Jezus doelt op eten, kleding en onderdak als hij het heeft over schatten in de hemel. Want even verderop zegt Hij dat dat dingen zijn die de hei-

denen najagen. Je kunt ook bidden als een heiden. Daarom voegt Hij eraan toe: ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn’. Zou Jezus zelf die schat misschien kunnen zijn? Het is een schat die met Christus verborgen ligt in God (Kol. 3:2,3). Maar dat betekent bepaald niet dat we er pas in mogen delen als we sterven. In de verbondenheid met Christus ligt juist nu al het ware geluk. Niet in bezit of gezin, niet in gezondheid of geaardheid. Als echt geluk binnen het bereik van je gevouwen handen ligt, kun je veel dingen uit handen geven. Het zou mooi zijn als die je er nog bij gegeven werden. Maar anders maar niet. ‘Ook als anderen dromen / van een brede weg vol mensenstromen’ (LvK 455, Duits).


KERKELIJK LEVEN

Weinig over homo’s, veel over hetero’s Sex sells. Seks windt op. Dat bleek kort geleden opnieuw in de ophef over de Nashville-verklaring. De wereld verwijt de kerk vaak dat ze eenzijdig seksuele praktijken beoordeelt, maar dat is een geval van pot en ketel. Daar komt bij dat homoseksualiteit maar weinig mensen betreft. Het verleidt wel iedereen tot een uitgesproken mening. Ik zou de discussie erover liever uit de weg gaan. Uit respect voor mensen die het al moeilijk genoeg hebben, een kwetsbare groep zijn of helemaal geen groep maar ieder op zich eenzaam. Zij hebben weinig aan stoere principiële taal, of het nu van ‘rechts’ is: God wil het niet!, of van ‘links’: iedereen in vrijlatende liefde omarmen zonder vragen te stellen.

DOOR DRS PIET HOUTMAN De Bijbel is minder preuts dan wie dan ook van ons, maar kent geen woord voor ‘seksualiteit’. Gods Woord heeft het over mensen en hoe die met elkaar omgaan. Over mannen en vrouwen; over seksuele wezens – dat is impliciet, dat is voorondersteld. Het gaat over wat in de omgang tussen mannen en vrouwen de bedoeling is en over de praktijk. Over de glorie en over de ellende. En over de achtergrond daarvan, of liever, de ondergrond. Daar wil ik het over hebben. Daar zijn wij allemaal in betrokken. Anderen In de publiciteit, in nieuws en opinie, van praattafels tot kerkbodes, zijn er golven in de aandacht; je zou haast van hypes spreken. #metoo bereikte het laatst zijn hoogtepunt. Daarvoor was dat het seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk. Pornoverslaving is al een tijdje een bekend fenomeen. De golf van aandacht voor incest zijn we al bijna vergeten. Echtscheiding blijft actueel – je mag niet zeggen dat mensen ‘makkelijker’ dan vroeger uit elkaar gaan, maar het komt wel vaker voor. Ik noem alleen

dingen die ons als kerk niet voorbij zijn gegaan. Ook bij ons worden systematisch vertrouwenspersonen aangesteld. Het zijn wel allemaal dingen die we als uitwassen kunnen beschouwen. Waar een tijdlang de meesten van ons nog van kunnen denken: dat komt bij ons toch niet voor? En als het toch voor blijkt te komen, zijn we geschokt. Hoe is het mógelijk! Tja, kerkmensen zijn ook zondaars, maar dit zijn dan toch anderen. Als het een ouderling of zelfs een predikant betreft moet hij aftreden. ‘Wij’ hebben een eerbaar huwelijk – goed, niet ideaal, maar toch – en een fatsoenlijk gezinsleven. ‘Een relatie’ Hier wil ik even storen. Ik wil een discussie in herinnering brengen die alleen de ouderen onder ons zich nog herinneren: die over seksuele omgang voor het huwelijk. Sommigen verkondigden dat dat wel mocht – als je toch zeker was van elkaar. Vervolgens kwam het tot ongehuwd samenwonen. Ad de Bruijne, toen nog jong gemeentepredikant in een stu-

dentenstad, wees er bedachtzaam op dat veel jonge stellen, al gingen ze niet naar het stadhuis, toch serieus een band voor het leven voor ogen hadden. Op een besloten samenkomst spraken ambtsdragers elkaar moed in om samenwonende stellen op hun praktijk aan te spreken, totdat aan het eind een vooraanstaande broeder naar voren bracht dat zijn eigen dochter ook… Daarna heb ik er weinig meer over gehoord. Intussen hadden we de pil gekregen. Die maakte de seksuele revolutie van de jaren zestig mogelijk. Van die laatste namen wij natuurlijk verontwaardigd en zelfs niet zonder walging afstand. Toch kwam destijds de losse praktijk ook bij ons binnen. Heimelijk, uiteraard; daar ging het juist om. Het jongerenblad Kivive kwam met een percentage van veertig; later hoorde ik iemand tachtig zeggen; betrouwbare cijfers zijn er uiteraard niet en ik wil niet oordelen. ‘Voorechtelijk geslachtsverkeer’ (in de taal van toen) bestaat alleen achteraf gezien; op het moment zelf is het buitenechtelijk. Intussen experimenteren ook behoudende jongeren in discussies met de opvatting dat je eerst ‘een relatie aangaat’ – in de huidige betekenis! – en vervolgens pas gaat trouwen als je zeker bent van elkaar voor het leven. Uitzoeken Ik wil het voor die jongeren opnemen. De gedachte waar zij alleen nog mee spélen, brengen hun vrienden en medestudenten links en rechts al in praktijk. De kerkmuren zijn veel lager geworden – en dan bedoel ik ook die tussen kerk en wereld. En beschermende (‘zeden’ en) gewoonten zijn weggevallen. Wie weet nog wat vroeger ‘chaperonneren’ was? Het komt erop neer dat ze het zelf maar moeten uitzoeken. Wat voor begeleiding geven wij ze mee? Ouders, preken, kerkelijk onderwijs? Zouden ouders tegen hun kinderen durven zeggen: doe het niet zoals wij destijds… ‘Wachten tot je trouwt’ klinkt nu bijna als folklore, maar er zit perspectief in! ‘Marriage courses’ en huwelijksvoorbereidings-

22 FEBRUARI 2019


NOG EVEN DIT

groepen spelen op de actualiteit in – mooi, de kerk leeft! Maar ik denk nu aan de eerdere fase in de ontwikkeling van de jongeren. Niet zelden ligt de kiem van een echtscheiding al heel vroeg. En kinderen van gescheiden ouders hebben zelf meer moeite om een stabiele relatie aan te gaan. Niemand zegt dat echtscheiding oké is, maar in de praktijk wennen we er toch aan. We raken ertoe geneigd om beide partijen hoofdzakelijk als slachtoffer te zien. Niet zelden worden tweede huwelijken ook weer kerkelijk bevestigd. Berusten we, met de dooddoener dat we nu eenmaal allemaal zondige mensen zijn? En dat we nu eenmaal in deze maatschappij leven? Steun Ik wil het nu niet over zonde, schuld en schuldgevoel hebben. Zelfs niet over wat mag en wat niet mag. Wel over wegwijzers, door God gegeven. Dat is om te beginnen dat Hij de mensen mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft. En dat Hij het huwelijk heeft ingesteld. En dat dat een afbeelding blijkt te zijn van de verhouding tussen Hem en zijn volk, tussen Christus en de gemeente. Wij zijn seksuele wezens, hetero’s en homo’s. Dat betekent dat we – naar een beeld dat ik aan Walter en Ingrid Trobisch ontleen – op een tijger rijden en daardoor maar één keus hebben: doorrijden, hem er niet zonder jou vandoor laten gaan. Dat gaat, bij ons allemaal, met vallen… én opstaan. Ik sluit me aan bij de christelijk-gereformeerde ds. Wim de Bruin aan het eind van zijn preek naar aanleiding van de Nashville-verklaring: in het oordeel zal ons niet gevraagd worden of we het juiste standpunt hebben ingenomen. Als hij dan verder gaat met: …maar of we in liefde naar de ander hebben omgezien, zet ik daarnaast: of we ons ingezet hebben voor een nieuw, christelijk leven in de lijn van Gods wegwijzers – met geduld, met humor, voor onszelf en voor anderen. En of we elkaar dáárin tot steun zijn geweest, ook als dat veel tijd en wijsheid kostte.

Met droefheid DOOR HEERCO WALINGA ‘De kerkenraad deelt u met droefheid mee dat NN zich aan opzicht en tucht van de kerkenraad heeft onttrokken.’ Zo ongeveer luidde de gestandaardiseerde formulering bij de afkondiging van een gemeentelid dat afscheid had genomen. Misschien was het alleen al die NN (wat stond voor No Nemo, zonder naam, zeg maar) wat veel kerkrekenraden aan het denken heeft gezet. Want de broeder of zuster had wel degelijk een naam, een persoonlijkheid. Natuurlijk, in het formulier stond NN als een soort stippeltjes om een naam in te vullen. Misschien was het beter geweest om daar inderdaad … te zetten, maar dat even terzijde. In veel gemeenten is die formulering aangepast. Niet zonder slag of stoot, overigens. Tegenwoordig kunnen we vaker horen dat iemand afscheid van de gemeente heeft genomen en zich heeft gevoegd bij de … Op die stippeltjes kan dan een naam ingevuld van een kerkgenootschap ingevuld worden. De droefheid blijft dan meestal achterwege. Nu werd die droefheid in de vroegere (!) GKv vaak ingegeven door de gedachte dat iemand die zich onttrok aan de gemeente, zich ook aan het Koninkrijk onttrok. En dat was een flinke reden tot droefenis. Dat zal toen niet iedereen zo gedacht hebben, maar toch. Dat weglaten van die droefheid heeft als achterliggende gedachte: ‘als hij/zij het geloof maar heeft behouden, dan is het kerkgenootschap van minder belang’. Denkend aan de onvolmaaktheid van de GKv en de andere kerkgenootschappen lijkt me die gedachte wel verklaarbaar, maar toch blijf ik het vreemd vinden dat afscheid nemen van de gemeente geen verdriet oplevert. Immers: in de meeste gevallen zegt iemand: ‘Ik wil niet meer bij jullie horen’ om wat voor reden dan ook. Het blijft toch een amputatie, ook al gaat die broeder of zuster naar een ander deel van het lichaam van Christus. Mag ik dat zo noemen? Velen vinden van niet. Maar als ik de oude belijdenis ‘ik geloof EEN algemene, christelijke kerk’ in gedachten breng, en overzie hoe die – alleen al in Nederland – verbrokkeld is, dan heb ik er verdriet van dat die broeder of zuster de gemeente verlaat. Geen verdriet omdat hij/zij – voor zover ik weet – wel kind van God wil zijn, maar wel omdat hij/zij dat kennelijk niet meer samen met mij in één gemeente wil zijn. Dat doet pijn. Want achter dat vertrek ligt vaak onmacht om elkaar vast te houden, onvrede over elkaars functioneren, miskenning van gevoelens, harde beoordeling van daden, verwaarlozing, niet gekend zijn, en zo meer. Dat zijn terechte redenen voor droefenis. hwalinga@walinga.org


IN DE SCHIJNWERPER

Koninkrijk van sterven en opstaan Bij ‘sterven en opstaan’ denken wij aan personen. Aan het geloof waar we elkaar mee troosten bij een begrafenis. En aan Jezus Christus, onze Heer, aan Goede Vrijdag en Pasen: dank zij Hem hébben wij die wonderlijke troost, die ons uitzicht geeft voorbij dit leven. Maar dat evangelie spreekt niet alleen over ons als individuen. Hij is Heer van de wereld. Het evangelie van Christus gaat ook over het wereldnieuws, dat steeds intensiever op ons afkomt en waar wij steeds meer bij betrokken raken: over aardbevingen en het klimaat, over oorlog en vrede; het is ónze wereld. Gaat het dan ook over ‘sterven en opstaan’? DOOR DRS PIET HOUTMAN

Het koninkrijk van God is geen centraal thema in de belijdenis van de Reformatie. Wel in het evangelie. Daardoor is het voor ons moeilijk om er vat op te krijgen. Hoe is het in de geschiedenis van kerk en theologie behandeld? Voor ons doel kunnen we veel van de visies en verwachtingen over hoe het koninkrijk komt, onderbrengen in twee typen: een pessimistisch en een optimistisch. De eerste benadering legt de nadruk op het komende oordeel. Het loopt uit op de verwoesting van de wereld. Dat zie je nu al aankomen: het gaat bergafwaarts. Dat is een beleving van de geschiedenis die oude papieren heeft. Het was er al vóór het christendom. Het is er in de middeleeuwse afbeeldingen van Christus als de strenge rechter. Het is er in de kanttekening bij Prediker 7: 10 (“Waarom waren de vroegere tijden beter dan deze?”) in de Statenvertaling. Het was er naar aanleiding van de kerkvervolging, in de wereldoorlogen van de twintigste eeuw, en bij de vrijgemaakten die met zorg het eenheidsstreven van de Verenigde Naties en van de valse oecumene zagen. Het is er in tirades tegen de ‘mens der wetteloosheid’, de antichrist, het beest, Babylon; daarachter gaat de gestalte van de regerende Heer maar al te vaak schúíl. Mannen neigen bij het ouder worden in toenemende mate tot dat pessimisme. Het wordt vaak samengevat met het trefwoord ‘apocalyptisch’.

Wright

Er is ook een optimistische beleving en visie. Vanouds werd die opgehangen aan het visioensbeeld van het ‘duizendjarig rijk’. Het is de verwachting van het christendom dat de trekken van de Verlichting aannam: de beschaving ontwikkelt zich naar een steeds hoger niveau, van wetenschap en techniek, welvaart en comfort, zelfbeheersing en etiquette. De kerk breidt zich uit over de hele (koloniale) wereld, het koninkrijk van God groeit tot de voltooiing! In de twintigste

4

VRIJDAG 22 FEBRUARI 2019


eeuw was er de optimistische toon van de theologie van de bevrijding, met het neomarxisme als een van de inspiratiebronnen. In andere vorm is het er nu in de aanstekelijke visie van Tom Wright, nauw aansluitend bij het Nieuwe Testament. Breder gezegd: de visie van ‘Christus Victor’, Christus als overwinnaar, een thema dat al in de oude kerk weerklonk. Moeten we tussen beide kiezen? Doe je dat eigenlijk al niet vanzelf? Het gaat over een levensgevoel. Optimisme en pessimisme hangen ook samen met je karakter, je omstandigheden en wat je uit het nieuws oppikt. En staan ze niet allebei op stevige bijbelse bodem? Het oordeel komt! En tegelijkertijd: er is hoop!

Klontje

Het lijkt me toe dat het evangelie van sterven en opstaan hier antwoord op geeft. In de gelijkenis van het mosterdzaad gaat het, zoals in alle gelijkenissen, over het koninkrijk van God. Tegelijkertijd wijst het kennelijk naar Jezus’ weg: Hij gaat sterven. De korrel moet sterven – heeft Hij ook gezegd – om vrucht te dragen. Dat onooglijke zaadje, dat in de grond wordt gestopt en uiteenvalt, wordt tot een grote struik, waar de vogels in nestelen. De aansluitende gelijkenis van de zuurdesem spreekt nog duidelijker van een breder historisch proces. Het klontje zuurdesem wordt verstopt in een grote hoeveelheid meel, je kunt de werking niet begrijpen, maar die is er wel. Uiteindelijk is al het meel doordesemd. Dat gaat over de wereld. En dat is niet alleen de mensenwereld; dat is de ‘kosmos’. Zonder beeldspraak heeft de Heer ook gezegd: een leerling staat niet boven zijn meester; ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook jullie vervolgen. Maar wees niet bang, Ik heb de wereld overwonnen. En in het boek Openbaring zien we de vervolgde kerk, de martelaars, als overwinnaars aan de oever van de zee staan, heersen met Christus en eredienst vieren. De twee getuigen in hoofdstuk 11 worden gedood in het centrum van

de grote stad én staan op en stijgen in een wolk op naar de hemel: alles naar het beeld van hun Heer.

Beest-achtig

Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor de hele schepping – waartoe trouwens ook de mens behoort. Wij krijgen een totaal nieuw lichaam, maar het is wel ons eigen lichaam (1 Kor. 15), wij zélf staan weer op. Zo is het ook met de schepping, die nu in barensweeën is (Rom. 8). Dat is een ander beeld: het kind is op komst; maar het zegt in wezen hetzelfde. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde – het is wel weer een hemel-en-aarde, totaal vernieuwd. Wij mogen, nu al!, een vernieuwde schepping zijn (2 Kor. 5: 17). Hier heeft de Reformatie een duidelijke grens getrokken tegenover de doperse optie. God laat het werk van zijn handen niet los. Christus heeft de machten overwonnen, Hij heeft ze aan de kaak gesteld. De creatuurlijke machten – ze zijn in Hem geschapen. Politieke, economische, sociale machten, die in de samenleving heersen. Ze zijn ook weer door Hem verzoend (Kol. 1); Hij staat als hoofd er boven. Machten gaan beestachtig tekeer en worden daarom vernietigd (Dan., Openb.), maar beest-achtige wezens zijn er ook rondom de troon van God (Openb. 4, Ezech. 1). Sterven en opstaan – zo komt het koninkrijk van God; zo wordt de wereld nieuw.

Vuistregel

De genoemde pessimistische beschouwers laten in hun visie vaak de hoop te weinig doorklinken – de geloofsvisie op de werking van de zuurdesem die nu al volop aan de gang is. Omgekeerd is tegen de optimisten, Wright en de ‘Christus-Victor’-mensen, te zeggen: het gaat door het oordeel en de verwoesting heen. Houd er rekening mee (als vuistregel) dat de kerk een minderheid zal zijn, niet toonaangevend, vervolgd, schijnbaar machteloos tegenover de machten. Alleen als we daartoe bereid zijn gaan

wij het koninkrijk binnen, kunnen we het beleven. Wat betekent dat nu voor ons handelen? Denk aan ons lichaam, ons aardse bestaan. Je ziet je sterven onder ogen, je verwacht een nieuw lichaam alleen van God. Maar je gelooft dat Hij nu aan jou wil werken, in jou en door jou, en daarom zorg je behoorlijk voor jezelf, zodat je respectabel voor de dag kunt komen, tot in de ouderdom toe. Je houdt je lichaam zuiver omdat God het zal opwekken (1 Kor. 6: 13 e.v.).

Grote broek

Zo vinden we ook de leidraad voor ons handelen in de wereld. Met een vrije variatie op Augustinus: bid alsof de vernieuwing van de wereld enkel en alleen in Gods hand is; werk aan een betere wereld alsof wij die klaar moeten maken voor zijn komst. Verwacht de totale vernieuwing, die alle klimaatredding en wereldverbetering te boven gaat. En aan de andere kant: werk, voor zover jij op jouw plaats kunt, met alle inzet mee aan de gecompliceerde taak van verstandig beheer van de schepping – van evangelieverkondiging tot ontwikkelingswerk, van afvalscheiding tot mantelzorg – maar trek geen grote broek aan alsof de kerk de stoot zal geven tot wereldwijde vrede en harmonie, tot een fair inkomen en gezondheid voor alle wereldburgers. De bekende en praktische vraag luidt: ben je bereid om te sterven? Als het om de wereld en het koninkrijk van God gaat, geldt Jezus’ waarschuwing: “Denk aan de vrouw van Lot!” Ben je bereid om, als de Heer komt om alles nieuw te maken, je eigen huis en je monumentale gebouwen, je organisaties en je vertrouwde wereld te zien instorten?

5


SCHRIFT WERK

Oogsttijd “DE OOGST IS GROOT, MAAR ER ZIJN TE WEINIG ARBEIDERS. VRAAG DUS DE EIGENAAR VAN DE OOGST OF HIJ ARBEIDERS WIL STUREN OM DE OOGST BINNEN TE HALEN.” MAT.9:37

vangen de macht over onreine geesten om die uit te drijven en om elke ziekte en kwaal te genezen. Dan volgen ook de namen van de twaalf apostelen. Mat. 10:2-4. Zij krijgen de volmacht om in Jezus naam grote tekenen en wonderen te doen. Zo wordt het evangelie van het Koninkrijk krachtig onderstreept.

Vragen Jezus heeft medelijden met de mensen. Ze zien er uitgeput en hulpeloos uit, als schapen zonder herder. Ze snakken naar goede leiding van een herder, die hen rustig laat grazen in groene weiden. Het is oogsttijd, maar er zijn te weinig arbeiders. Hoe kun je ervoor zorgen dat er voldoende arbeiders komen? DOOR DS HENK JAN VISSER

In de veel kerken kampen we met een chronisch gebrek aan ambtsdragers. Het valt niet mee om geschikte kandidaten te vinden. Een groslijst met namen levert uiteindelijk soms enkele namen op. Maar de bereidheid om een ambt te aanvaarden is maar gering. Regelmatig wordt er ontheffing aangevraagd vanwege allerlei redenen, die ook wel te begrijpen zijn. Het is een druk bestaan en we leven in woelige tijden. Dan is verantwoordelijkheid dragen niet altijd een pretje. Jezus is langs de dorpen en steden getrokken om overal het nieuws van het koninkrijk te brengen. Blijkbaar trokken veel mensen met Jezus mee. Een menigte verzamelde zich. Jezus ziet hen. Hij krijgt medelijden en reageert daarop naar zijn leerlingen met de woorden van de tekst. Het koninkrijk van God is met Jezus gekomen. Hij stuurt zijn apostelen erop uit om overal dat goede nieuws te brengen. Maar er zijn nog te weinig arbeiders.

Oogst

Het beeld van de oogst, die gekomen is, gebruikt Jezus vaker. Ook in Johan-

6

nes 4:35vv zegt Jezus tegen zijn leerlingen: “…kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie eropuit om een oogst binnen te halen waarvoor jullie geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.” De oogsttijd is aangebroken omdat Jezus Christus als vervulling van al Gods beloften naar de wereld is gekomen. Hij stuurt zijn apostelen uit in de wereld om het evangelie van het koninkrijk bekend te maken. Zelfs bij de Samaritanen vindt dat evangelie weerklank, doordat de vrouw in de stad alles verteld heeft wat Jezus bij de put heeft gezegd. De oogst is in volle gang. Het voltrekt zich waar het evangelie wordt gebracht en geloof vindt, maar ook op weerstand stuit. Met de oogst komt het oordeel. De oogst is beeld van Gods beslissend handelen in de eindtijd. Daarvoor ontvangen de apostelen bijzondere krachten van het koninkrijk. Zij ont-

We zijn in alles afhankelijk van de hemelse Vader, die werkers uitzendt in de wereld om het evangelie van het Koninkrijk te brengen. Daarom is het gebed tot de eigenaar van de oogst van groot belang. Jezus leerlingen worden opgeroepen tot gebed. Er is geestelijke inkeer nodig. Ze moeten zich richten op God. Hij kan zorgen voor meer arbeiders, zodat de oogst kan worden binnengehaald. En daar zal de HEER ook voor zorgen. Maar het gebed voor zulke werkers is van groot belang. Zij weten zich geroepen door God zelf en worden door de Geest gedreven om mee te bouwen aan het Koninkrijk van God vanuit de liefde en het medelijden dat Jezus kent voor de schapen zonder herder. Jezus zelf kan niet als mens op alle plaatsen tegelijk zijn. Maar door uitzending van de apostelen en van andere werkers kan het evangelie overal gebracht worden. De uitzending van de apostelen is het begin van de grote oogst over heel de wereld. Het woord, dat vertaalt is met ‘sturen’ is in het grieks een sterker woord, dat je met ‘uitwerpen’ of ‘uitstoten’ kunt weergeven. Met inzet van alle beschikbare werkers moet het werk worden aangepakt. De Geest rust hen daarvoor toe met uitzonderlijke gaven. Daardoor mogen ze zich krachtig gesteund weten door God zelf. Gods medearbeiders worden krachtig gezonden om te arbeiden in zijn koninkrijk. Vandaag mogen ambtsdragers zich ook gesteund weten door Gods Geest. Hij rust toe met krachtige gaven van wijsheid, geloof en geduld, met onderscheidingsvermogen en medelijden. De oogst is nog steeds in volle gang. Bid om veel arbeiders, want de oogst is rijk.

22 FEBRUARI 2019


OPVOEDING

Uit de school geklapt Ik wil jullie net als de vorige keren weer laten delen in ‘mijn opvoeding’. Ik wil letterlijk uit mijn verschillende scholen klappen: de gereformeerde basisschool waar ik werk en mijn leven dat ook een leerschool is. Wie weet leren we er samen iets van.

DOOR MARINA VAN DER PLOEG-SCHUURMAN

Onze dochter Mirthe is inmiddels ruim 9 maanden en wat is mijn leven door haar komst veranderd. Nu we zo’n klein afhankelijk kindje hebben ziet mijn daginvulling, toekomstdenken, maar ook mijn werkhouding er anders uit. Mirthe heeft mijn leven in een ander perspectief gezet. Meestal ben ik daar heel dankbaar voor. Maar soms moet ik ook echt even slikken.

Moederbrein

Wat was ik daarom blij met de uitzending van de NTR – Kennis van nu over het moederbrein. Door met een scan het brein van een vrouw te volgen voor, tijdens en na de zwangerschap is aangetoond dat het brein door hormoonveranderingen beïnvloed wordt. Een van de gevolgen is bijvoorbeeld dat het geheugen tijdelijk minder functioneert, een ander gevolg is het alert zijn en het beschermingsgevoel. Eindelijk een wetenschappelijke verklaring voor de soort achtbaan waar je in terecht komt. Iedere vrouw zal een zwangerschap, bevalling en het moederschap anders beleven maar iets van verandering zal iedere moeder merken. Al filosoferend na dat bewuste programma dacht ik na over wat ik onder andere door het moederschap (eindelijk) geleerd en ondervonden heb. Ik ben al jaren leerkracht op een ba

sisschool, vaak van een kleutergroep. Al die jaren kon ik daar mijn moederlijke gevoelens voldoende kwijt in de zorgende kant van het beroep. Ik kon en kan echt genieten van andermans kinderen. Ik voelde me als single net zo compleet als dat ik me nu voel met een gezin. Ik besefte heel goed dat het geen ‘eigen’ kinderen waren en vond het daarom ook heerlijk als ze na een schooldag naar huis gingen. En ik alle vrijheid had om met collega’s en vrienden nog wat af te spreken. Nu is dat wel veranderd. Mirthe gaat nooit meer naar haar eigen huis en ik ben en blijf verantwoordelijk, al mag ik die verantwoordelijkheid delen of tijdelijk overdragen aan anderen. Mijn werk is meer werk geworden en als ik na een werkdag haar weer ophaal ben ik mijn werk vergeten omdat ze nog veel aandacht en zorg vraagt.

Taai draadje

Pijn die kleuters van mijn groep hadden als ze zich eens zeer deden, kon ik goed aan. Ik kon er voor het kind zijn, het troosten en geven wat nodig was. Ik bleef er rustig onder. Nu merk ik met Mirthe een verschil. Als zij zich pijn doet, voel ik het zelf. Ik blijf nog steeds redelijk rustig en kan wel handelen, maar na die tijd ben ik gewoon

van slag, krijg ik een reactie. En als het ook nog mijn eigen schuld is, voel ik me helemaal beroerd. Ik weet en leer kinderen dat fouten maken mag en goed is, dat je van proberen gaat leren. Maar nu het mijn eigen kind betreft, merk ik dat de praktijk weerbarstig is. Ik wil helemaal niet dat ze door vallen en opstaan leert. Ik wil haar het liefst voor alles beschermen. Ik legde mijn leven in Gods hand en zag altijd met vertrouwen de toekomst tegemoet. Ik was er klaar voor om het als het zover was ook los te laten. Nu merk ik dat ik met een veel taaier draadje aan het leven zit. Dat die verantwoordelijkheid van een kind er bij mij ook voor zorgt dat ik haar nog heel graag groot zie worden en lang wil begeleiden. Ik vind het zelfs moeilijker om op God te vertrouwen. Natuurlijk weet ik dat Mirthe en mijn man en ik in Zijn hand zijn. En dat mocht er gemis komen, we kracht van Hem krijgen om verder te gaan. Maar mijn angst voor verlies, mijn gevoel van kwetsbaarheid is groter geworden. Zo is er veel in mijn leven dat ik anders beleef na het krijgen van een kind. En ook nu leer ik met vallen en opstaan. Ik leer weer nieuwe dingen over God, mijn en onze Vader.

Vaderbrein

Want als wij Gods kinderen zijn en op Hem lijken, leer ik door naar mensen en mezelf te kijken ook weer nieuwe dingen over God. God geniet van al Zijn Eigen kinderen. Hij voelt een taai levensdraadje met ons. Hij voelt ook onze pijn. Het lijden van Jezus om onze pijn, tekortkomingen en schuld te dragen voelde Hij op Zich drukken. En heeft Hij volbracht. Gods daginvulling is helemaal op Zijn schepping en zijn plan met ons gericht. Hij heeft alles voor ons over en Hij heeft altijd het juiste perspectief. God is onze volmaakte Ouder. Hij overziet wat we nodig hebben en leidt ons daar naar toe, geeft ons keuzes en leerervaringen. Met als uiteindelijk doel dat we nog meer op Hem gaan lijken.

7


KORTE BERICHTEN

Uitnodiging

Activiteitenkalender Enschede

Zondag 3 maart aanstaande is er weer een aangepaste kerkdienst voor mensen met een verstandelijke beperking. Aanvang: 15.00 uur Plaats: GKV. het Baken Trompstraat 2 Ommen. Voorganger ds. H de Hullu Thema: God geeft ook in gebrokenheid. Na afloop is er gelegenheid om koffie te drinken.

Donderdag 7 maart 2019: Gezamelijke contactmiddag 55 plus Enschede Noord en Oost. Om 14.30 uur in de Noorderkerk. Spreker is de heer Sikkema van Wycliffe Bijbelvertalers.

Tot ziens in deze kerkdienst.

Maandag 18 maart 2019: KringTwente, vrouwenverenigingen van de Chr. Geref. Kerken. Plaats: Chr. Geref. Kerk, Hofkampstraat 41,7607 NB Almelo. Spreker: Mw. M. Sonneberg. Onderwerp: Katharina von Bora, de vrouw van Luther. Aanvang: 14:00 uur, koffie/thee vanaf 13:30. Belangstellenden zijn van harte welkom. Dinsdag 19 maart 2019: Contactmiddag van Enschede-oost. Deze middag komt Harry Lukens. We beginnen om 14.30 in de Blikopener. Vrijdagavond 12 april 2019: spullen

inleveren voor de rommelmarkt(schoon en heel) van 19.00– 20.00 uur. Geen grote meubelen! Zaterdag 13 april 2019: Van 10.00 – 13.00 uur rommelmarkt bij de Maranathakerk CGK Enschede West. We maken er weer een gezellige boel van met veel mooie spullen, wat lekkers te eten en te drinken en veel gemeente- en buurtgezelligheid! Donderdag 18 april 2019: Paasconcert:GZK Laus Deo. Het oratorium “het lam dat ons doet leven” van Dirk Zwart. Orgel Jaap Zwart. Piano Dirk Zwart. Trompet Maurice van Dijk. Het geheel o.l.v. Jorrit Woudt. Noorderkerk , Lasondersingel 18, Enschede , Aanvang 20.00 uur(kerk open 19.30 uur).

Stichting Gave brengt digitale meertalige liedbundel uit Samen met vluchtelingen zingen in hun eigen taal: het Gave Songbook maakt dit mogelijk. Deze digitale liedbundel bevat christelijke liederen in diverse talen die eenvoudig meezingbaar zijn. Zo kunnen kerken beter aansluiten bij anderstalige bezoekers van een kerkdienst of christelijke bijeenkomst. Voor vluchtelingen is de sfeer, taal en muziek van een kerkdienst of christelijke bijeenkomst anders dan ze gewend zijn. Om beter bij hen aan te sluiten heeft de stichting het Gave Songbook gemaakt. Met deze digitale bundel kan men

eenvoudig samen zingen in diverse talen. Eenvoudig meezingbaar De liedbundel bevat veertig liederen met tekst in het Nederlands, Engels, Arabisch, Farsi en Tigrinya. De anderstalige teksten worden ook in vereenvoudigde fonetische vertaling weergegeven. Hierdoor is het voor iedereen mogelijk om deze liederen mee te zingen. De bundel bevat bekende christelijke liederen uit o.a. Opwekking en Op Toonhoogte. Zo is het voor Nederlandse kerken laagdrempelig om eens een anderstalige variant van het lied te zingen. Handig in gebruik Het Gave Songbook is een digitale

liedbundel. Dat betekent dat de liedteksten beschikbaar zijn in PowerPoint en pdf. Ieder lied bevat een YouTube-link, om het te beluisteren en in te studeren. Ook zijn de liederen via stichting Opwekking beschikbaar in OPS Pro (multimediaal presentatieprogramma om liederen te presenteren). Er zal jaarlijks een update verschijnen met nieuwe liederen en talen, zoals Russisch en Frans. Aanschaf Het Gave Songbook kunt u voor 17,50 euro aanschaffen in de webshop van Gave (www.gave.nl/webshop). Na betaling ontvangt u de liedteksten in pdf en PowerPoint en links naar de afspeellijst in YouTube.

22 FEBRUARI 2019


BOEKAANKONDIGINGEN

Eric Metaxas - Bonhoeffer Beeldbiografie

Tanja Lagerström – Als zij naar je lacht

R. de Reuver e.a – Van migrant tot naaste

In de zomer van 1939 reist Dietrich Bonhoeffer terug van het veilige Amerika naar het dreigende Europa. Een beslissing waarvan hij weet dat die hem het leven kan kosten. Eric Metaxas vertelt meeslepend over Bonhoeffers leven als pastor, martelaar, profeet en spion. In combinatie met honderden full colour foto’s, waaronder veel nog nooit eerder gepubliceerd materiaal, waant de lezer zich midden in de tijd en het leven van Bonhoeffer.

De verhalen van veel bijbelse vrouwen verdienen het om veel en vaak naverteld te worden. Al is het maar om ze een stem te geven in een geschiedenis die gedomineerd wordt door mannen. Tanja Lagerström gaat nog een stap verder. Zij geeft zeven vrouwen hun eigen lied, waardoor ze niet alleen een stem krijgen, maar ook bezongen kunnen gaan worden. Elk lied wordt in dit boek uitgelegd en de zangeressen die de liederen zingen, vertellen wat zij voelen bij deze bijbelse vrouw. In het boek staan QR-codes waarmee de lezer de liederen kan beluisteren en bekijken. De vrouwen die bezongen worden in een eigen lied zijn Eva, Lea, Hanna, Esther, de koningin van Sheba, de Samaritaanse vrouw en de bloedvloeiende vrouw.

Weinig onderwerpen zijn zo complex als migratie. Natuurlijk schieten we te hulp als mensen in nood ons land binnenkomen. Maar er lijken ook grenzen te zijn aan wat we aankunnen, zeker als onze eigen identiteit bedreigd wordt. Tijd voor een christelijk perspectief op migratie, dat wegblijft bij het klassieke links-rechtsdenken. René de Reuver en Dorottya Nagy trappen af met relevante vragen rond migratie. Wat zegt de Bijbel over migratie? Welke rol speelt macht? Hoe ben ik geworteld? De antwoorden zijn een spiegel voor de lezer.

Uitgeverij Vuurbaak; 120 pag.; ISBN 9789058041456; € 19,95

Uitgeverij Boekencentrum; 144 pag.; ISBN 9789023956402; € 12,99

Uitgeverij Jongbloed; 352 pag.; ISBN 9789085203094; € 39,95

Zes interviews met migranten geven het vraagstuk een gezicht. Daarnaast bevat dit boek interviews met deskundigen, waaronder Bernhard Reitsma en Kathleen Ferrier.

9


LIED VAN DE MAAND

Lied van de maand februari 2019 ´GELOOFD ZIJT GIJ, GOD ONZE HEER´ / GK 179 Een nieuwe psalm als hart onder de riem voor de diakenen - In veel kerkdiensten vormt de collecte een welkom pauzemoment na de preek. Voor veel kinderen het sein dat de dienst nu bijna afgelopen is. De collecte is al snel een onderdeel van de dienst dat behoorlijk gedachteloos passeert. Het geven zelf is in een mum van tijd gedaan, de vooraf gekochte munt of die beweging met de mobiel langs het digitale contactpunt is een behoorlijk abstracte handeling.

DOOR HENK SCHAAFSMA Desondanks is de collecte een wezenlijk onderdeel van de kerkdienst: in het geven van deze gaven, geven we onszelf, in het geven van de gaven, geven we wat we eerder van God ontvingen. In een geëconomiseerde wereld is het van groot belang om deze liturgische handeling een daad van betekenis te laten zijn. Dit lied kan daarbij een wezenlijke, verdiepende functie hebben.

overblijft in de collecte? Of doen we er eerst nog een schepje bovenop voordat we onze hand openen in de collectezak? Geven heeft hier heel veel met geloof te maken. Wat is geloven ons waard? Wie is God en wie zijn wij? - Het lied

geeft couplet na couplet antwoord op die vraag: 1: God is de eeuwige, de ongeëvenaarde, aan Hem behoort alles toe. 2: Wij zijn hier gasten en vreemdelingen die kort leven, niet meer dan een vluchtige gedachte. 3: God kent onze harten als wij Hem geven. Zijn wij genegen Hem te geven van zijn zegen? 4: Wij bidden u, God van de geslachten, aanvaardt onze gaven en onze lofprijzing. Predikant/dichter Andre F. Troost heeft met dit lied als het ware een nieuwe psalm geschreven over de tempelbouw. Hij geeft de verhoudingen goed weer tussen de eeuwige God die alles maakte en die ons kleine en tijdelijke mensen alles schenkt om Hem weer terug te geven. De melodie van psalm past er goed bij en geeft ook verdieping als je die psalm er bij betrekt. Dit lied is een steun in de rug voor kerkbouwcommissies. Een hart onder de riem voor de diaconie. Noot van de redactie: deze tekst is afkomstig van de website van het Steunpunt Liturgie voor de GKv en is hiervan overgenomen.

‘Alles is van u afkomstig en wat wij u schenken, komt uit uw hand.’ - Dit motto grijpt terug op 1 Kronieken 29:10-29. Koning David overhandigt hier het bouwplan voor de tempel aan zijn zoon Salomo. Hij wordt verantwoordelijk voor de bouw. Vervolgens spreekt hij het volk toe en zij dragen hun gaven aan, alles in vreugde gegeven. Dan spreekt David een lofprijzende dankzegging met als conclusie: “Alles is van u afkomstig en wat wij u schenken, komt uit uw hand. Kun jij dat zo van harte zingen? Zijn wij eigenlijk een doorgeefluik: wat onze linkerhand ontvangt geeft onze rechterhand door? Of trekken we er eerst flink veel af en doen we wat

10

22 FEBRUARI 2019


KERK ONDERWEG

Dankbaarheid en nuance – terugkijken en verder Als ik denk aan mijn ouders en aan de mensen die in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw 30-ers, 40-ers, 50-ers waren, dan komt bij mij allereerst dankbaarheid boven. Dankbaarheid voor zoveel gehoorzaamheid en trouw.

DOOR DS ARJAN WILSCHUT Wat zijn er toen een offers gebracht in de zin van tijd en geld voor de kerk(gemeenschap), wat werden (beide) diensten trouw bezocht en wat leefde het verenigingsleven (nog), wat was er trouw in de bearbeiding van de gemeente door ambtsdragers. Je kunt dankbaar terugkijken op zoveel gehoorzaamheid en trouw. Een nuancering is: ook toen was er lauwheid, ook toen was er geloof vanwege groepsdruk, ook toen hingen sommigen een gewoonte-geloof aan en deden jongeren belijdenis ‘omdat dat hoort’. Verheerlijken hoeven we die tijd zeker niet. Dat zou onze voorouders ook geen recht doen. We doen onze voorouders recht door te erkennen dat we op hun schouders staan, we danken hen voor hun enorme inzet en de offers die ze gebracht hebben, voor alle maatschappelijke organisaties waar ze enorm veel tijd in gestoken hebben. De Heer zal de harten zien en als er trouwe inzet was, zal hij dat opmerken en belonen. Je zou de vraag kunnen stellen ‘wat kunnen wij met hun erfenis doen?’ Want één op één downloaden naar de volgende generatie gaat gewoon niet. Nergens wordt meer in zulke grote verhalen geleefd als in de jaren 80 en 90. Dat doet misschien pijn, dat ons verhaal van toen niet meer zo geleefd wordt. Misschien wordt daarmee de erfenis wel te weinig in dankbaarheid aanvaard. Zou het zo kunnen zijn dat we weinig meer kunnen doen dan be

denken hoe we elkaar op dit moment tot een zegen kunnen zijn? Dat we elkaar en onze jongeren liefhebben en hen een vol testament overdragen? Zodat zij weer op hun manier met de Heer kunnen leven en hun kinderen kunnen voorleven? Je hoort weleens mensen zeggen en denken ‘in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw was het beter dan nu’. Toen was er een zuil en veiligheid – duidelijkheid. En er was een grote trouw aan de kerk, mensen hadden er wat voor over om God en elkaar te dienen. Dat is waar, je moet ruiterlijk erkennen dat dat er was. En toch is het ook goed om daar een vraag bij te plaatsen.

Een vraag

Zie je dan ook de geloofsgehoorzaamheid en trouw van de huidige generatie? Ouderen zeggen vaak ‘dat ze belijdenis deden omdat het zo hoorde’, dat kom je onder onze jongeren niet meer tegen. Ze denken er heel goed over na en als ze dan ‘ja’ zeggen, dan ook van harte. En dan staan ze er ook voor. Jongeren leven niet meer zo onze vormen en gewoonten; tweemaal naar de kerk is een uitzondering, Bijbelstudieverenigingen zijn ‘uit’, maar wel ‘we willen wel belijdenis doen, maar niet stoppen om samen met de ds te studeren, dus richt maar een na-belijdenisgroep op’. Onze liederen van de jaren 80 en 90 (toen we nog veelal psalmen zongen) zijn niet zo in tel bij de huidige generatie, maar ze draaien wel

heel de week ‘Thank you’ (I was lost and you found me), als je dat liedje in een eredienst als luisterlied draait, op hun telefoon. En als jongeren belijdenis doen, nodigen ze andere jongeren uit waarmee ze in relatie staan, die niet altijd gelovig zijn: kom het maar eens meemaken en kom maar eens zien waar ik voor ga. En daarna gaan ze in gesprek met hun vrienden: wat vond je ervan? Waar raakt dit? Lieve mensen, het tintelt van frisse geloofsgehoorzaamheid en trouw onder de jongeren, wil je dat wel opmerken? Want onze vormen van toen die leven zij niet meer, maar gehoorzaamheid en trouw voeren de boventoon.

Tintelende frisheid

Maar zie je dan niet alle lauwheid en het verworden van het leven volgens bepaalde regels, die er ook is? Natuurlijk wel, die is er nu ook (net als toen), en ik zie ook een heel deel van de jongere generatie afhaken op onze manier van kerk-zijn (zowel de vormen, als de discussie over de vormen en het gehakketak waarmee dat gepaard gaat). Dat was er in de jaren 80 en 90, en nu ook. Maar de hoofdmoot is tintelende frisheid en geloof, ook bij een nieuwe generatie. Mag die generatie op z’n eigen manier proberen kerk te zijn in deze tijd, die echt wel veranderd is t.o.v. de jaren 80 en 90? Er is een tijd van stenen verzamelen en een tijd van stenen weggooien. De Heer gaat niet voor uiterlijke bolwerken maar voor mensen die in alle eenvoud opzien naar hun Heer, hoe zij Hem vandaag kunnen dienen. Hoe kunnen we elkaar daarbij helpen? Hoe kan een oudere generatie de talenten inzetten voor de jongeren? En andersom? Om bij zichzelf en bij de jongeren dat eenvoudige opzien naar de Heer (weer) wakker te roepen? Zou dat geen zinvollere vraag zijn dan de eenzijdige nadruk op een periode dat het nog anders was? Noot van de redactie: ds Arjan Wilschut is predikant van de GKv te Zwartsluis.

11


400 JAAR DORDRECHT

400 jaar Dordrecht ACTA OFTE HANDELINGEN DES NATIONALEN SYNODI (7) Voelt u het ook? De warmte lijkt weer terug te komen na drie kille maanden en dan doel ik hier niet op het klimaat in de bovenzaal van de Kloveniersdoelen. De kleinste bloemkens ontluiken weer na een winterslaap en de zon geeft ook weer meer warmte af. Normaliter tijd om in de haven weer aan het werk te gaan. DOOR ARENT ADRIAENSZ HOUTSNEYDER De gedeputeerden hier ter plaatse doen het in de Kloveniersdoelen ook duidelijk rustiger aan. Dat was de vorige keer al te merken, maar nu nog steeds. Van elf tot en met 13 februari werd voornamelijk gesproken en gelezen over het derde en vierde Artikel van de remonstranten, waarbij gericht werd gekeken naar het onderwerp bekering. De vraag die behandeld werd, was hoe ver de mens komen kan door het licht van de natuur of door het uiterlijk woord. Wat een lastige vraagstelling.

12

Laurent Koster vertelde mij dat hier bedoeld werd te vragen of de mens door eigen beweging zich bekeren kan tot God. Een andere vraag was hoe God door de bekering met kracht in de mens werkt, en of Hij van deze mens hetzelfde eisen mag. Op de 12e februari heeft prof Sebastianus Beckius geantwoord op alle redenen die de remonstranten op de Haagse Conferentie van 1611 hebben genoemd tegen de kracht van God in de bekering van de mensen, en van de mening dat een mens de ge-

nade zou kunnen afwijzen. Ook werd er beraadslaagd over de onlangs overgeleverde documenten van de remonstranten. Moeten deze allemaal openbaar voorgelezen worden? De politieke afgevaardigden besloten dat die geschriften zouden worden voorgelezen die tot verantwoording van de zaak tegen de remonstranten konden dienen. Alle andere stukken konden in kleinere groepen gelezen worden. Ook werd in deze drie dagen nog ĂŠĂŠn dagdeel in een bijzondere vergadering de zaak van Kampen behandeld. Over deze Kamper zaak zijn nog weinig notulen en het is ons ook niet bekend hoe de inhoud ervoor staat. Wel werden de 15e februari een tweetal brieven voorgelezen van Everhardus Voscuilius en Johannes Schotlerus, predikanten in Kampen. Zij verontschuldigden zich over hun afwezigheid. De oorzaak ervan lag geheel buiten hun schuld. Zij wilden vertrekken naar Dordrecht, maar de Kerk van Kampen liet het hun niet toe en Assuerus Matthisius en Thomas Goswinius moesten derhalve voor hun maar het woord voeren. Deze Kamper zaak lijkt ook nog een aardige omvang te krijgen. Zeker omdat de predikanten al tweemaal gesommeerd waren op de synode te verschijnen. Inmiddels werd er van weerspannigheid gesproken en heeft de synode hulp ingeroepen van een aantal rechtsgeleerden. Deze geleerden hebben geoordeeld dat vanwege de weerspannigheid van deze predikanten zij terecht uit hun ambt gezet konden worden. De synode gaf deze predikanten hiervoor veertien dagen de tijd alsnog te verschijnen, anders zouden zij uit hun ambt gezet worden. Voor nu werden zij gehouden als geschorst in hun dienst. Duidelijk is nu wel dat de synode alles in het werk stelt om de leer in de kerken zuiver te houden en het schorsen van predikanten die onwillig blijken te zijn ter synode te verschijnen is een middel dat hiervoor gebruikt wordt. Deze Voscuilius en Schotlerus zijn de eerste predikanten die door de synode daadwerkelijk geschorst, en misschien wel afgezet, worden. Ook was op de 15e februari

VRIJDAG 22 FEBRUARI 2019


een nieuw synodelid aangekomen, de edele Tacitus van Aysma, ouderling van de kerk van Hightum in de classis Bolsward. Hij verving de overleden Meinhardus van Idzerda. Deze Van Idzerda was in december gestorven, en had de synode al verlaten voordat hij overleed. Zo nu en dan komt er nog bericht van de heengezonden remonstranten op de synode binnen. Zo ook maandag de 18e februari. Tijdens de zitting op deze dag werd een geschrift voorgelezen waarin de remonstranten hun Eerste Artikel verdedigen en hun Tweede Artikel verklaren. Ook werd wederom de synode naar het oordeel over de Kamper predikanten gevraagd. Bij meerderheid van stemmen werd besloten bij het advies van de Gecommitteerden te blijven om bij blijvende afwezigheid de twee predikanten te schorsen en af te zetten van hun dienst en ambt. Dit werd naar de Magistraat van Kampen in een brief te kennen gegeven. Het aangename weer heeft ook zijn beslag op de huishoudens in de steeg waar wij wonen. Verschillende bewoonsters zie ik kleden kloppen of openlijk aan elkaar allerhande (on) waarheden over de stad en haar inwoners doorgeven. De buren steunen Esther erg goed in haar blijde verwachting. Zij helpen haar met de kleden kloppen en het stoffen in het huis; zij is nog altijd moe vanwege de zwangerschap. Duidelijk is dat het voorjaar op het punt staat aan te breken. Het kerkhof van de Grote Kerk was ook helemaal bedekt met die kleine krokusbloemen.

pels in druk. Als penningmeester van de Nationale Synode moest hij al zoeken naar een drukker, die de Acta na de synode in opdracht van de Staten-Generaal kan drukken.

Ook in de boekerij is het warmer, ware het niet dat het nog steeds nodig is de houtkachel aan te houden om de inkt goed te houden. De eerste beschrijvingen van martelaren van Mellinus zijn inmiddels gelezen en in de letterbak gezet. EĂŠn dezer dagen kunnen de eerste beschrijvingen onder de drukpers. Ook onze stadsgenoot en magistraat Jacob de Witt kwam in de boekerij en wilde van meester Canin een opgaaf van prijzen en exem-

De 19e februari kwam weer de Kamper kwestie aan de orde in de synodevergadering. De gedeputeerden van de Kerk van Kampen is het synode-oordeel voorgelezen voor wat betreft de weerspannigheid van de Kamper predikanten. Voorts is een disputatie gehouden tussen Nederlandse professoren en Theologen uit Bremen over het Derde en Vierde Artikel van de remonstranten. Die Bremer Theologen lijken soms nog wel eens de zijde van de remonstranten

te verkiezen boven de mening van de synode. De andere dagen: 20 tot en met 22 februari stonden vooral in het licht van het lezen van verdedigingen en verklaringen van de remonstranten over hun Artikelen. Adriaen leert goed op school en de onderwijzer is tevreden over diens memorisatie van de Heidelbergse Catechismus. Deze week de achtste zondag met hem behandeld. De Apostolische Geloofsbelijdenis kent hij al uit de kerk, daar deze des zondags en des woensdags opgelezen wordt. De driedeling Vader, Zoon en Geest is makkelijk te onthouden met Schepping, Verlossing, Heiliging.

13


UIT DE CLASSES

Classis Amersfoort 13 december 2018

De preses staat stil bij het afscheid van ds. Ruud ter Beek van de gemeente van Leusden. Hij is met emeritaat en Leusden heeft dus een vacature. Ds. Dirk Groeneveld is begonnen met zijn werk in de gemeente van Amersfoort-Zuid. Tot slot memoreert Peter Hommes het 10-jarig bestaan van Grace Church en het 7-jarig bestaan van Oase. Er is een schrijven van het Steunpunt Kerk en Werk dat gaat over begeleiding bij (potentiële) conflictsituaties in de relatie tussen kerk (‘werkgever’) en bijvoorbeeld predikanten of kosters. Bij de meeste advies- en conflictsituaties blijkt dat kerken en/of werkers in de kerk (te) laat externe hulp inroepen. Een onafhankelijke partij van buitenaf is waardevol voor ondersteuning. Ook preventie van conflicten komt daarbij in beeld. Het doel is op tijd de juiste onderwerpen voor gesprek op tafel te krijgen. Daarom besloten de kerken in de algemene vergadering van het SKW in juni 2016 om via SKW de dienst Begeleiding Kerkenwerk Basis te starten. De kerk van De Horsten wil zich richten tot de volgende Generale Synode met een revisieverzoek. Het verzoek tot herziening handelt over de wijziging van de eerste doopvraag in het Nieuwe Gereformeerde Kerkboek. Die doopvraag luidt daar: ‘Erkent u dat N.N. zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niets goeds kan doen, en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn, maar dat hij toch in Christus voor God heilig is en daarom als lid van zijn gemeente behoort gedoopt te zijn?’ In het vorige Gereformeerd Kerkboek luidde de vraag: ‘Erkent u dat N.N. zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, en dat hij toch in Christus voor God heilig is en daarom

14

als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?’ In het revisieverzoek beschrijft de kerkenraad van De Horsten dat deze tekst in het nieuwe kerkboek terecht is gekomen zonder dat de synode daarover een goedkeuring heeft uitgesproken. Dat is het eerste bezwaar. En, belangrijker nog, de vraag is ook inhoudelijk anders geworden. ‘Onderworpen zijn aan allerlei ellende’ omvat meer dan ‘uit jezelf niet goeds kunnen doen’. Bovendien: vervreemd je eventuele gasten ook niet van je met die woorden dat iemand niet iets goeds kan doen? Vanuit Gods perspectief is dat zo, maar die nuance kennen de gasten niet. De Horsten kan in principe zelfstandig naar de synode met haar verzoek om inhoudelijk terug te keren tot de uitdrukking dat de dopeling ‘zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is’. Maar De Horsten zou daarbij ondersteuning door de classis waarderen. In een uitgebreide bespreking blijkt dat de kerken op een verschillende manier met de doopvragen omgaan. Het varieert van ‘standaard de vraag uitspreken’, ‘uitspreken met een toelichting of uitleg’ tot ‘zelfstandig herformuleren’. Ook daar ontstaat gesprek over. Uiteindelijk ondersteunt de classis wel van harte het voorstel van De Horsten en zal zich met een brief tot de synode richten met daarbij ook een hartelijke aanbeveling de doopvragen in eigentijdsere taal te verwoorden. De Werkgroep Aangepaste Kerkdiensten (afgekort: WAK) rapporteert over haar werkzaamheden in een jaarverslag. In najaar 2017 en voorjaar 2018 zijn 7 diensten georganiseerd in de kerken van de classis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het thema dit jaar was ‘gelijkenissen’. De diensten worden over het algemeen goed bezocht. Een vaste groep bezoekers komt graag en blijft komen. Ook is er veel vraag naar de prikkelarme diensten. De werkgroep is wel dringend op zoek naar drie

nieuwe leden! Daarom vragen zij de kerken om actief in eigen kring te zoeken naar nieuwe leden voor haar. Die opdracht krijgen de kerken dan ook mee van de classis. Dankbaar neemt de classis kennis van alles wat deze werkgroep heeft mogen doen voor onze broers en zussen met een verstandelijke beperking. De begeleidingscommissie van Bob Venus is twee man sterk op de vergadering aanwezig bij hoofde van ds Ruud ter Beek en Jochum Muurling. Zij doen verslag van het werk dat Bob heeft gedaan. 24 oktober jl. was een succesvolle avond bij kasteel Hammetje met als thema ‘Losing my religion’. De ‘Kerk van gebroken mensen’ is afgebouwd. En inmiddels hebben zo’n 400 gesprekken erin plaatsgevonden. Een vervolg op ‘Losing my religon’ is gepland op 15 februari 2019. En op 25 januari is er een inspiratiemiddag voor mensen met hart voor jongeren. De bedoeling is dan dat mensen die in het jongerenpastoraat actief zijn informatie en inspiratie ontvangen vanuit Bob. De begeleidingscommissie geeft aan dat Bob zich vooral is gaan richten op het organiseren van events. Zij beraadt zich samen met hem op hoe vanuit die events nu ook weer verbinding kan worden opgebouwd tussen de verschillende mensen en mogelijk de kerken. Op de volgende classis wil de begeleidingscommissie graag breder het gesprek met de classis aangaan om eens te brainstormen over de toekomst van het project, dat nu anderhalf jaar loopt. Tot slot een citaat van hoe Bob Venus kijkt naar zijn werk. “Ik wil als reisgenoot met zoekers meewandelen en meebewegen in hun vragen. Daarbij zie ik kerkverlaters en kerk-ontwijkers niet als mensen die afdwalen, wel als mensen die zonder vaste route op zoek zijn naar God. Kwetsbaarheid is mijn handelsmerk.” NAMENS DE CLASSIS, ROEL KELDER, ASSESSOR

22 FEBRUARI 2019


COLOFON

Zonder commentaar Bauke Koekkoek in Trouw, Letter & Geest, 9 februari 2019 De behoefte aan gezondheid en welzijn is oneindig… Bovendien hebben alle zorgspelers (burger, professional, zorginstelling, zorgonderzoeker, farmaceut) op hun eigen manier belang bij zoveel mogelijk zorg. Iedereen die wel eens (chronisch) ziek of beperkt is geweest, of een naaste heeft die dit is, kan hierover meepraten: limitering van zorguitgaven is belangrijk, maar niet als het onszelf betreft. Volgens het SCP vindt 77 procent van de Nederlanders dat er mee geld naar de publieke sector moet, maar wil slechts 13 procent daarvoor ook meer belasting betalen. Is er een uitweg? Nee. Althans geen elegante. De schaarste in de zorg kenmerkt onze samenleving… Laten we de schaarste in beeld brengen. De meeste Nederlanders weten niet wat een behandeling, een opnamedag of een recept kost. Noch wat er met dat geld óók gedaan had kunnen worden. Wat de zorg-economische rekenaars nu achter de schermen doen, zou zichtbaar moeten worden op de factuur (voor burgers) en in administratieve systemen (voor professionals). Ik stel me zo voor dat dan op de rekening staat: de kosten voor een jaar ‘beveiligd psychiatrisch bed’ bedragen ongeveer drie ton. U had daarvoor ook vier jaar beschermd kunnen wonen, acht jaar dagelijks zorg aan huis kunnen krijgen of veertig jaar uw huur kunnen betalen. Ik vrees dat zo’n tekst weinig kans maakt, maar ze kan wel tegenwicht bieden aan de mantra dat ‘ze’ (gemeente, zorgverzekeraar) er altijd op uit zijn de barmhartige professional ervan te weerhouden de kwetsbare burger te helpen. Zulke mantra’s kun je alleen volhouden als je zelf nooit een huishoudboekje invult – dus hoog tijd daarmee te beginnen. Zonder Commentaar is een rubriek waarin redacteuren doorgeven uit allerlei bladen hoe men schrijft over christenen, geloof, bijbel, kerk enz. De redactie hoeft het helemaal niet eens te zijn met wat hierin wordt weergegeven, maar wil de lezer iets aanreiken van hoe men denkt.

REDACTIE-SECRETARIAAT Aanleveradres voor classisverslagen en persberichten: Jac. de Groot, Ballade 12, 8265 SB Kampen gereformeerd.kerkblad@gmail.com De redactie behoudt zich het recht voor verslagen en berichten in te korten EINDREDACTIE Ds Henk Jan Visser (eindredacteur) Jac de Groot MA REDACTIE mr E. Bos e.bos01@hetnet.nl J.A. de Groot MA groot.jac.de@gmail.com ds R.P. Heij rheij@hetnet.nl drs P. Houtman piet.houtman@hotmail.com ds H.J. Visser henkjanvisser8@gmail.com H. Walinga hwalinga@walinga.org (vacature) REDACTIONEEL MEDEWERKER A.M. Pathuis anne-maaike@live.nl BLADMANAGEMENT BDUvakmedia Postbus 67, 3770 AB Barneveld Telefoon: 0342 49 48 46 Fax: 0342 49 29 99 Aanleveradres voor kerkdiensten: Kerkdiensten.gkb@bdu.nl Telefoon: 0342 494882

UITGEVER, ABONNEMENTEN EN BEZORGING BDUvakmedia, afd. abonnementen Postbus 67, 3770 AB Barneveld Tel. 0342 494884 – fax 0342 494299 abonneeservice@bdu.nl OPGAVE ADVERTENTIES Roel Abraham Tel. 06 54274244 r.abraham@bdu.nl PRIJS JAARABONNEMENT - binnenland - studenten - buitenland - proefabonnement (10 nrs)

€ 64,93 € 35,43 € 103,54 € 14,35

OPZEGTERMIJN 2 kalendermaanden voor de nieuwe betalingsperiode Voor mensen met een leeshandicap zijn de artikelen uit dit blad verkrijgbaar op CD. Informatie: CBB tel. 0341 565499, e-mail info@cbb.nl www.gereformeerdkerkblad.nl

15

Profile for BDUVakmedia

GKB 4-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.

GKB 4-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.