{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

gereformeerd 71E JAARGANG • NUMMER 13 • 28 JUNI 2019

KERKELIJK LEVEN

2

Heerco Walinga over het streven om alles ‘snel’ te willen doen. Doelen moeten liever vandaag dan morgen worden gerealiseerd.

KERKBLAD OPEN VENSTERS

4

Een bezoek aan Buvuma Eiland in Oeganda. Dit artikel is ingestuurd door Utrecht Mission om te delen welk werk er in zendingsgebieden verricht wordt.

KORTE BERICHTEN

14 Speciaal voor vakantiegangers worden in Innsbruck (Tirol) en in Rankweil (Vorarlberg) Nederlandstalige kerkdiensten gehouden. Een overzicht.

Wees Obadja/Elia Deze Obadja had groot ontzag voor de HEER (1 Kon. 18:3)

DOOR DS DAVID DE JONG

Het is dat het woord van God Obadja typeert als een man die de Here, vreesde, ja, zéér vreesde, anders hadden we hem maar aan angsthaas gevonden. Wat een smoezen om Elia maar niet te hoeven aandienen bij koning Achab. “Hebben ze u nooit verteld hoe ik honderd profeten heb laten onderduiken?” Natuurlijk hadden ze dat Elia

nooit verteld. Als dat algemeen bekend was, was Obadja allang dood geweest. Het lijkt dus of Obadja de koning meer vreesde dan de Here. Toch is dat niet zo. Want wat heeft God aan je, als je jezelf met je geloof onmogelijk maakt bij je collega’s? Of zoals Paulus later schreef: “Gedraag je verstandig tegenover ongelovigen. En gebruik de tijd die God je met hen geeft, goed” (Kol. 4:5). Dat laatste had Obadja gedaan, toen hij van zijn positie gebruikte maakte om honderd profeten te redden. Elia had vanaf de zijlijn makkelijk praten. Maar we lopen God voor de voeten als we allemaal Elia’s willen zijn. Maar daarom hoeven nog niet allemaal Obadja’s. Al was het alleen omdat de marges waarbinnen Obadja moest werken veel smaller waren dan

de onze. Wie van ons kan zeggen dat zijn of haar leven op het spel staat, als bekend wordt dat je christen bent? Waar ben je dan precies bang voor? Of heb je meer ontzag voor de mensen dan voor God? Paulus schrijft ook: ”Zorg dat alles wat je tegen ongelovigen zegt, vriendelijk en interessant is. En geef duidelijk antwoord aan iedereen die je iets vraagt” (Kol. 4:6). Kansen om te getuigen dienen zich echt wel aan. Laat ze dan niet lopen, door dezelfde flauwe praatjes op te hangen als iedereen. Zeg iets dat interessant is (BGT), dat met zout smakelijk gemaakt is (HSV). We hoeven niet allemaal Elia’s te zijn. Maar we hoeven ook niet allemaal Obadja’s te zijn. Wanneer je wat moet zijn? Daar is wijsheid voor nodig. Bid daar maar om en oefen je daarin.


KERKELIJK LEVEN

Snel!

Rust

Een fietsenmaker had in zijn werkplaats een bordje hangen waarop hij drie woorden had geschilderd: snel, goedkoop, goed. Het was niet zijn reclame-slogan. Hij had er wat anders mee voor. ‘Mijn klanten mogen twee van de drie kiezen,’ zei hij. ‘Als ze kiezen voor goedkoop en goed, dan is het niet snel, kiezen ze voor snel en goed, dan is het niet goedkoop, en als ze de reparatie snel en goedkoop willen, dan is-ie niet goed.’ Deze keer kies ik er één uit: snel. DOOR HEERCO WALINGA De laatste jaren valt het me steeds vaker op dat een politicus zegt: ‘Hier moet snel een einde aan komen.’ Of dat een krant een of andere misstand signaleert en min of meer eist dat het snel opgelost moet worden. Wordt ik ‘langzamer’? vraag ik me wel eens af. Snel… we leven in een haastige tijd, waarin een doel dat we voor ogen hebben liever vandaag dan morgen gerealiseerd moet worden. En dat wordt ook nog eens gestimuleerd door het tempo waarin allerlei dingen zich ontwikkelen. Toch? Als je vandaag een mobieltje koopt dan is het volgende maand alweer verouderd.

Nodig

Snelheid is zeker vaak van groot belang. Denk maar aan ambulances bij een ongeval, of het ingrijpen van een omstander als er iemand het water ingereden is. Dan kun je niet zeggen: ‘Oh, ik kom morgen wel even terug.’ En als er sprake is van een misstand die dagelijks slachtoffers maakt, dan ook is snelheid geboden, hoewel misschien niet altijd mogelijk. Laatst las ik de roman ‘Dictator’ van Robert Harris, over het leven van Cicero. Een tijd vol oorlog en strijd en een brief naar het front deed er veel dagen over om de geadresseerde te bereiken. Het antwoord kwam minstens even zoveel dagen later terug. Ondertussen kon het hele strijdtoneel al gewijzigd zijn. Tegenwoordig kunnen we strijd bijna live volgen.

2

Voor militaire acties is snelle communicatie een must. Wat dat betreft leven we natuurlijk in een veel betere tijd dan vroeger, want de communicatiemiddelen en de mobiliteit zijn sneller dan ooit. Dat kan levens redden.

Andere kant

Maar aan die opgeschroefde snelheid zitten niet alleen positieve kanten. Het is logisch om te concluderen dat daarmee ook het ongeduld van mensen is toegenomen. Tientallen jaren geleden signaleerde men het al: er heerste een stemming die het beste samengevat kon worden met ‘I want it, and I want it NOW!’ Wat – opnieuw logischerwijze – door slimme ondernemers gestimuleerd wordt met de leus: ‘Vandaag besteld, morgen in huis.’ Snelheid… soms nodig, maar vaak rampzalig. Ook in het kerkelijk leven. Waarom? Omdat daarin sprake is van een kudde. En als je snelheid aan een kudde oplegt, dan gaat het per definitie mis. Alle schapen moeten meekomen, maar niet alle schapen hebben hetzelfde tempo, zijn ook niet allemaal op hetzelfde polletje gras gefocust (gelukkig niet, zeg, dat zou alleen maar herrie opleveren). Maar als snelheid een belangrijke factor is, dan dreigen zorgvuldigheid, rust en vrede achter te blijven. En dat is de andere kant van ‘snelheid’. Die ook weer ‘slachtoffers’ oplevert.

Iedere christen kent de woorden van Christus: ‘Komt allen tot Mij en ik zal u rust geven’, en dan heeft Hij het over mensen die vermoeid en belast zijn. Nou, denk ik dan, de hele wereld lijkt wel vermoeid en belast. Vermoeid, omdat er ongelooflijk veel op ons af komt (kijk naar het nieuws, lees de kranten), en omdat veranderingen in het (maatschappelijk en kerkelijk) leven in een zeer hoog tempo elkaar opvolgen. En belast: Het zou een heel dik boek (nee, sterker nog: een oneindig veel-delig werk) vergen, als ik het belast-zijn van mensen zou proberen te beschrijven, maar als ik er twee dingen uitlicht, dan is het al wel duidelijk: belast met gebeurtenissen uit het verleden en met verwachtingen in het heden. Die dingen uit het verleden zouden ‘snel’ opgelost moeten worden, maar de praktijk leert dat dat meestal niet kan. En die verwachtingen in het heden? Als je daaraan wilt beantwoorden, dan is het voor een paar dagen misschien bevredigend opgelost, maar daarna dienen zich nieuwe verwachtingen aan.

Langzaam en snel

In de Bijbel staat maar weinig keren het woord ‘langzaam’. Wel in dat merkwaardige briefje van Jakobus. Daar staat dat we ‘langzaam’ (de NBV geeft het weer met het woordje ‘traag’) moeten zijn om te spreken en ons moeten haasten om te luisteren. Als we het dus over ‘snel’ hebben… dan gaat het over luisteren en nadrukkelijk niet over spreken (je kunt daarvoor ook ‘twitteren’ of ‘lopen naar de microfoon in gemeentevergaderingen’ neerzetten). Naar luisteren moeten we direct bereid zijn. Luisteren naar die broeder of zuster die moeite heeft met allerlei dingen. Daar moeten we – zo gaat Jakobus verder – wat mee doen. En luisteren is heel wat anders dan horen. Jakobus heeft het dan wel over de boodschap van het evangelie die we horen, en er vervolgens niets mee doen. Hij gebruikt dan het hilarische beeld van

28 JUNI 2019


NOG EVEN DIT

iemand die in een spiegel kijkt en de volgende seconde alweer vergeten is wat hij zag. Maar we kunnen dit zonder problemen over zetten naar het luisteren naar elkaar. En daarmee kom ik bij mijn denken over ‘snel’ en het kerkelijk leven. Een kudde – zo leert mij de praktijk van de schaapskudde in Ermelo – begint pas snel te lopen als ze in de buurt van de schaapskooi komen. Dat is vertrouwd, de schapen weten het heel goed: daar is het goed: geen verontrustend en zenuwachtig gejaag van die irritante honden, bakken vol met water, en als ik even wil gaan liggen, nou dan doe ik dat, geen mens of hond die me opjaagt. Maar ook, en vooral: de vertrouwde geluiden, vertrouwde stemmen. De stem van de herder. Die ken ik, die geeft me rust. Daarbij voel ik me veilig.

Rust bij verandering

De Ermelo’se kudde schapen verandert voortdurend. Er komt af en toe een nieuwe herder, de ene keer zijn er hond A en B en de volgende keer hond C of D die op de hei meeloopt en de kudde bewaakt. De ene keer gaan we naar links, de andere keer rechtdoor, ach, ik weet niet altijd waarom, maar de herder vindt altijd wel een plek waar ik goed kan grazen. Ik kan het niet altijd goed verklaren, maar tot nu toe komt het altijd weer goed. En bovendien: vorig jaar waren er 200 schapen die ik allemaal kende, en dit jaar zijn het er 220, waarvan ik er maar 150 herken.

Vertrouwen

U begrijpt het misschien al: als ‘gewoon gemeentelid’ kan ik de beslissingen van de meerdere vergaderingen (classis, synode) niet altijd verklaren, maar ik denk dan maar dat die onderherders zich laten leiden door de Goede Herder. Dat vertrouwen wil ik ze graag schenken. Alleen… als snelheid (lees: ongeduld, het tegenovergestelde van een van de delen van de gaven van de Geest uit Galaten 5) bij de onderherders leidend is, dan schaadt dat het vertrouwen.

Mis DOOR HEERCO WALINGA Er is veel mis in Nederland. De media vertellen dag in dag uit daarover: beslissingen van de IND om mensen terug te sturen naar gevaarlijk gebied, uitkeringsfraude, gerechtelijke dwalingen, volksvertegenwoordigers die het met de integriteit minder nauw nemen, graaicultuur bij banken en grote bedrijven, zeg het maar: waar gaat het niet mis? Nog even verder kijken: Europa. Nou dan kunnen we nog wel even… En de wereld? Het is niet te overzien wat er op aarde mis gaat. De vraag bekruipt je, als je een week lang Nieuwsuur hebt gekeken en de kranten hebt gelezen: ‘gaat er nog wel iets goed in de wereld?’ En dichterbij: in de kerk? In ons persoonlijk leven? Het is te hopen dat Nieuwsuur niet gaat graven in mijn leven… Ergens vond ik dat het woord ‘hamartia’ het meest gebruikte woord is voor ‘zonde’ in de Bijbel. Het betekent ‘je doel missen’. Dat woord wordt ook gebruikt in Rechters 20 : 16 en 17, waar het gaat over 700 uitzonderlijk goede krijgslieden uit de stam Benjamin. Het waren ‘…linkshandige slingeraars die zo haarscherp konden mikken dat ze hun doel nooit misten…’ Zij ‘zondigden niet’ staat daar feitelijk. Als we kijken naar wat er mis gaat in de wereld, in Europa, in Nederland, in de kerk, in ons gezin, in mijn eigen leven, dan is dat telkens weer zonde. Ik mis regelmatig het doel waarom ik leef als mijn daad, woord of gedachte onder ‘zonde’ valt. En in de kerk missen we gezamenlijk ons doel als er dingen gebeuren die onder gebrokenheid vallen. Alleen… zien we altijd wel dat we er naast zitten. Zien we het persoonlijk wel als onze opmerking het doel mist? Zien we het als kerkenraad wel dat ons beleid naast het doel terechtkomt? Hebben we het doel goed voor ogen, of hebben we een ander doel dan het goede voor onze naaste en de gemeenteleden te zoeken? Kennelijk is het slingeren van een steen niet zo maar iets. Het vraagt ongelooflijk veel oefening, dat zeker, maar ook inzicht in wat je raken moet. En daar gaat veel mis in het menselijk bedrijf op persoonlijk, kerkelijk, nationaal en wereldniveau. Daar missen we vaak het enig belangrijke doel: de eer van de Almachtige. Dat is kort door de bocht, ik weet het, maar ten diepste kan ik het niet anders zeggen. In al ons doen en laten, politiek of kerkelijk: er is maar een ding dat doelmatig is: Hem eren. En eigenlijk houdt dat – naar de woorden van Zijn zoon in: zie om naar je naaste, zorg ervoor dat die het goed heeft. Bevorder zijn/haar goede naam, heb hem/haar lief als jezelf. Oeps… wat gaat het daar vaak mis. hwalinga@walinga.org

3


OPEN VENSTERS

Een bezoek aan Buvuma Eiland Oeganda We zitten met zwemvesten aan op te kleine bankjes knie-aan-knie met de reizigers tegenover ons. Rechts achter ons zien we het vasteland verdwijnen en links van ons het autodek van de Buvuma veerboot. Een bétje dizzy en schaapachtig kijken we in het rond, het spektakel om ons heen en de vermoeidheid spelen ons parten. Vanmorgen precies om vijf uur zaten we in ons busje, David achter het stuur, eerst over asfalt maar al snel over “wasbord” zandwegen. In de verte zien we dat de donkere regenwolken gekleurd worden met een spookachtig donkerblauw, maar het duurt niet lang of er verschijnen kleuren, kleuren die met de seconde veranderen en iedereen pakt de camera, dit wil je vastleggen.

DOOR DOUWE VAN DEN GEEST Al snel zien we het Victoriameer met uitvarende vissersbootjes en kleine huisjes op de voorgrond, alles badend in een overweldigende oranjegouden gloed. We zijn ondertussen ook in een bont spektakel beland, de vele stalletjes langs de weg gaan open, her en der wordt voor de hut een ontbijt gekookt en iedereen is onderweg lopend, fietsend en ook boda-boda’s vervoeren bepakte passagiers. Als we om half zeven “Kiyindi landing

4

site” bereiken staan er al vrachtwagens in een rij opgesteld. Een rafelig koord is over de weg gespannen, voetgangers en fietsers kunnen door maar ons busje moet blijven staan. Helemaal achteraan zitten twee politieagenten in hun camouflagepak achter een groot boek. Maar ja, de auto mag er niet op we kunnen niet verder. Hoewel, plotseling verandert alles, David wordt geroepen, “rijden, rijden, je busje mag er op”. David gebaart nog snel ‘jullie daar inschrijven’.

Maar als we bij de agenten aankomen, zijn ze onverbiddelijk, de boot is vol! David komt eraan lopen met achter hem een meneer in burger die met brede armgebaren naar de agenten roept, “Deze Mzungu’s moeten mee!!”De agenten weigeren en dat vinden we eigenlijk best wel een goede zaak. Toch belanden we, zonder nummer, aan boord. De auto’s, sommige zwaarbeladen staan in het midden, passagiers zitten op banken aan de beide boorden. Iedereen heeft een zwemvest aan. De mensen op de bankjes tegenover ons staren ons aan, maar als één ons een gesprek begint reageert een jongen in heel gebrekkig Engels. De jongen draagt twee armbandjes, één met gestileerde letters “Jesus” en daarbij nog één met “Jesus Loves Me”. “Zullen we?” vraagt Esther aan de anderen, en even later wikkelen de dames de meegenomen armbandjes om de polsen van de medereizigers. Een mooi armbandje van echt leer met daarop de Engelse tekst van het “Onze Vader”. “Do you know Jesus”, er komen kleine gesprekjes op gang. Al gauw is er land in zicht en al niet veel later bevinden we ons in een enorme drukte, wat een mensen, geuren, kleuren, geluiden. Achter het stuur wordt driftig gebeld, broeder Matthias, onze gastheer, hij moet ergens midden op het eiland op een kruising staan, maar waar is die kruising? Na een avontuurlijke tocht van een half uur staat er een man langs de weg, duidelijk op z’n zondags gekleed, dat moet ‘m zijn. Op zijn aanwijzingen belanden we

VRIJDAG 28 JUNI 2019


twintig minuten later in een armoedig vissersdorpje. Tussen een paar hutten zijn doeken gespannen, er staat een rij plastic stoeltjes recht tegenover een vrij onordelijke boel banken, rieten matten en alles wat maar als zitplaats kan dienen. We worden omringd door tientallen enthousiaste mannen en vrouwen. We worden hartelijk begroet en de kleurrijk geklede vrouwen begeleiden ons dansend en met hoge, rollende gilgeluiden naar onze stoeltjes. Tijdens de ontvangst met gebed, zang en toespraken is het achter ons een drukte van belang. Op houtkool komfoortjes buiten wordt vis gebakken en in de hut waar we met de rug tegen aan zitten wordt gekookt. We zitten nog een beetje verdwaasd te kijken als David en Matthias ons gebaren om te volgen. We steken schuin het straatje over en worden genodigd om plaats te nemen in een kotje van ruwhouten planken. In het midden geïmproviseerde tafels en er omheen zeven stoelen, voor ons vijven en voor David en Matthias. Het is inmiddels bloedheet en het zweet gutst van ons af, gelukkig zitten we uit de zon. Op de tafel staat een enorme hoeveelheid voedsel, witbrood, chapati, omeletten, rietsuiker, bakbanaan, pinda’s, eieren en grote kannen met melkthee. Met name voor de eitjes wordt reclame gemaakt, “die vind je in Kampala niet meer, echte scharreleieren”. Onze gastheer maant ons tot eten, “eten jullie echt zo weinig?”. Bétje bij beetje krijgen we het verhaal te horen van Matthias en David. Het dorpje is armoedig, het wordt voor de vissers steeds moeilijker om hun

brood te verdienen, er is veel armoede, veel sociale ellende, verslaving, wanhoop en ziekte scheuren families uiteen. Onderwijs is er nauwelijks, veel mensen leiden een uitzichtloos bestaan. Nu moet ook de kerk worden gesloten, het gebouwtje staat op een stuk land van een moslim, nu er in de buurt een moskee wordt gebouwd moeten de christenen eruit. Matthias is boer en hij heeft land geschonken, tien minuten lopen verderop. Maar nu eerst de preek, “Broeder Douwe, wil jij met ons Gods Woord delen?”. In de auto onderweg had ik al stilletjes gebeden “Heer geef me de juiste woorden om te spreken” en toen we over het eiland reden werd al snel duidelijk dat het over de roeping van de discipelen moest gaan, Mattheüs 4:18-23 “stop met je oude leven, laat alles achter en volg mij, Ik zal jullie vissers van mensen maken”. Wat betekent dat, Jezus volgen? Hoe doe je dat en hoe anders gaat dan je leven er uit zien? Als de tolk naast mij de laatste zin heeft uitgesproken klinkt er achter mij een luide oproep in de lokale taal “wie van jullie kan na deze woorden blijven zitten? Wie van jullie geeft hier en nu zijn hart aan Jezus?” Het blijft even stil, maar al gauw komen schoorvoetend drie jongemannen naar voren. “Brother Douwe, jij kunt met ze bidden en ze zegenen?”. Ik weet niet wat er allemaal om me heen gebeurt, David gebaart en fluistert “laat het maar over je komen, dit gaat buiten ons om, God is groot”. Na deze gebeurtenis is het zingen en dansen tot iedereen drijfnat is van het zweet. Nog bezweet worden we uitgeno-

digd voor de lunch, kip, vis, matoke, rijst, en zoete aardappel staan klaar, de maaltijd duurt niet lang want we moeten de plaats gaan bekijken waar de nieuwe kerk zal worden gebouwd, na zo’n tien minuten lopen komen we op een prachtige plek met een weids uitzicht over het meer. Er moeten groepsfoto’s worden gemaakt en er wordt uitleg gegeven. Opeens voel ik steken aan beide benen, ik ben op een nest rode mieren gaan staan, in colonne kruipen ze al bijtend omhoog, ik moet deze invasie stoppen voordat ze hun kennelijke einddoel hebben bereikt en begin wild op mijn broekspijpen te slaan. Een paar vrouwen gillen van het lachen, “dat is de jungle” en “er is maar één oplossing, je broek moet uit”. Dat nooit! En met nog meer enthousiasme probeer ik de invasie te stoppen. Uiteindelijk wordt het rustig en met haastige stappen verlaat ik de bouwgrond. Daarna is het snel afscheid nemen, we moeten de ferry van vijf uur halen en willen om drie uur al in de rij staan. Alles verloopt gelukkig goed en rond half zeven zijn we weer veilig aan de overkant. Stil en moe zitten we in de auto, dat was Buvuma eiland, indrukwekkend en confronterend. Wat moeten we hiermee? Wat is onze taak? Nu even geen woorden meer… suf en knikkebollend rijden we de nacht in… , morgen weer verder. Noot van de redactie: dit artikel is ingestuurd door Utrecht Mission om te delen welk werk er in de zendingsgebieden verricht wordt.

5


SCHRIFT WERK

Voor de rechterstoel! WANT WIJ MOETEN ALLEN VOOR DE RECHTERSTOEL VAN CHRISTUS VERSCHIJNEN, ZODAT IEDER VAN ONS KRIJGT WAT HIJ VERDIENT VOOR WAT HIJ IN ZIJN LEVEN HEEFT GEDAAN, OF HET NU GOED IS OF SLECHT. 2 KORINTIËRS 5:10 Moeten we na ons leven toch rekenschap afleggen van alles wat we hebben gedacht en gedaan? Zal alles nog een keer de revue passeren? Gaan de boeken dan open? Komen al mijn duistere gedachten en kwade praktijken dan aan het licht? Wordt het kwaad en het goede van mij in Gods weegschaal gelegd om te kijken welke kant er doorslaat? Iedereen wordt toch geoordeeld op grond van zijn/haar daden? Ik denk dat we toch hard moeten gaan werken aan onze goede werken. DOOR DS HENK JAN VISSER In dit gedeelte schrijft Paulus over het sterven van een christen. We weten dat God een woning voor ons gereed gemaakt heeft in de hemel. Maar eerst moeten we ons lichaam verlaten en onze intrek nemen bij de Heer. Daar kun je erg naar uitzien. Je verlangt ernaar om thuis te komen bij God in de hemel. Tegelijk zie je er ook tegenop. De dood blijft onze laatste vijand. We weten niet hoe het zijn zal. We ontvangen door het geloof in Jezus Christus het eeuwige leven. Dat leven gaat niet verloren bij ons sterven. Maar hoe dit sterfelijke onsterfelijkheid aantrekt of overkleed wordt met het geestelijke is voor ons een groot wonder. Als een christen hier de ogen sluit, wat zal hij dan te zien krijgen, als hij bij de Heer zijn intrek neemt. Toch is het geen onzekere toekomst. De Geest is ons als onderpand gegeven. Die maakt ons klaar om voor de rechterstoel van Jezus Christus te verschijnen. Hij vernieuwt ons leven en reinigt ons door het bloed van Christus. Hij zorgt ervoor dat we meer en meer het goede gaan doen. Dan kunnen we zonder angst

6

er naar uitzien om Jezus Christus te ontmoeten.

Gehoorzaamheid

God beloont ieder mens naar zijn daden. Zie Romeinen 2,6. Hij maakt ook geen onderscheid tussen joden en niet-joden. Hij is volkomen rechtvaardig. God zal door Christus Jezus oordelen. Hij heeft tot dit oordeel besloten en daarom moet het ook plaats vinden. Alle gelovigen zullen geoordeeld worden naar wat ze in dit leven hebben gedaan. Er is dus wel een oordeel naar werken! Geloof en gehoorzaamheid horen bij elkaar. Gehoorzaamheid is de zichtbare kant van het geloof. Een ieder is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn daden. Het komt er dus nu op aan hoe je leeft voor God. Leef je echt uit hartelijke liefde voor God en is dat zichtbaar in je daden voor de mensen om je heen? Hoe geef je in je dagelijkse leven vorm aan je geloof? Dat is beslissend voor de eeuwigheid. Daarom wil Paulus graag doen wat God wil: het goede. Toch is hier geen sprake van het ver-

dienen van loon door de gelovigen. Het is een uitkering uit genade. Wel blijkt hieruit een verschil in beloning. De goede daden die je als gelovige hebt verricht, zullen meegewogen worden in de heerlijkheid. Misschien is het te vergelijken met wat Paulus zegt in een beeld. Hij noemt de gemeente een bouwwerk van God. En dan gaat Paulus verder: “Het fundament is Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.” Zie 1 Korintiërs 3:1213. Je inspanningen zijn dus nooit vergeefs, als ze in de Heer verricht zijn. Dat is een bemoediging voor allen die zich inspannen voor de zaak van de Heer in de kerk en in de maatschappij. Voor de rechterstoel wordt duidelijk of je werk deugdelijk is geweest of niet.

Vergeving

Maar hoe zie je dan vergeving door God. Want als God iets vergeeft – en dat doet Hij – dan is het toch echt helemaal weg. Hij zal daar toch nooit en te nimmer op terugkomen? Er staat toch dat God er dan helemaal niet meer aan denkt. Vergeven is bij God vergeten. Wordt er dan toch een soort winst en verliesrekening bijgehouden in de hemel over mijn leven? Nee, want het gaat hier niet over verloren gaan of gered worden. Door het geloof in Jezus Christus ben je gered. Maar het maakt wel verschil hoe je als gelovige met de dienst aan God bezig bent. Hoe geef je invulling aan je geloof in de praktijk van elke dag? Hoe bouw je mee aan Gods kerk en koninkrijk? Dat zal aan het licht komen bij het alles ontdekkende licht van Jezus’ aangezicht.

28 JUNI 2019


DENKEN EN DOEN

Wie wil er vandaag nog vroom heten? Ja, goeie vraag. Ik denk niet dat je zo bekend wilt staan. In de kerk niet en buiten de kerk nog minder. Gelovig of godsdienstig, dat kan nog. Maar als vroom wil je niet door het leven gaan. Dat is te uitgesproken of misschien wel overdreven. Want kom je dan niet in de sfeer van een heilig boontje? En heeft vroomheid niet vooral met je innerlijk te maken? Met gebed, met meditatie, dus met je persoonlijk geloofsleven? Een vroom christen staat volgens ons een beetje buiten de werkelijkheid en is erg veel met de eigen ziel bezig. Is dat geestelijk nog wel gezond?

DOOR DS HANS DE WOLF Toch komt dat woord ‘vroom’ ook in nieuwere bijbelvertalingen nog geregeld voor, tot in de NBV toe. Zo wordt Simeon in Lucas 2 een vroom man genoemd, en op de Pinksterdag bestond het publiek uit vrome Joden (Hand. 2: 5). Maar ook dat helpt niet genoeg om dat woord ‘vroom’ op ons zelf als gereformeerden toe te passen. We zijn calvinisten en willen zeker de handen vouwen, maar daarna moeten dan ook de handen uit de mouwen. We hebben geen behoefte aan navelstaren, maar willen actie. Nu is het bijzonder dat die actieve mentaliteit vroeger juist vroomheid werd genoemd. Dan denk ik aan de Middeleeuwen en daarna. Toen betekende ‘vroom’ zoiets als moedig of dapper of sterk. Zo kon je zelfs over een vroom paard spreken. Denk ook aan die bekende regel uit een vaderlands lied: Berg op Zoom, houd u vroom. Dat betekent: wees sterk en moedig, in de strijd tegen de Spanjaarden, precies zoals God tegen Jozua zei: wees sterk en moedig, in de strijd tegen de volken in Kanaän. We kunnen ook denken aan ons eigen volkslied waarin die term ‘vroom’ tot drie keer toe voorkomt in diezelfde

betekenis. Als voorbeeld noem ik deze regels uit het zesde couplet: Dat ik toch vroom mag blijven, uw dienaar te aller stond. De term heeft dus in de loop der tijd een ontwikkeling ondergaan, van iemand met uiterlijke kracht naar iemand met innerlijke gerichtheid. Vroeger betekende ‘vroom’ dat iemand wapens kon hanteren en onverschrokken de oorlog durfde in te gaan. Vandaag denken we bij die term meer aan iemand die veel met bijbelstudie bezig is en ook veel werk maakt van het gebed. Intussen moeten we hier niet teveel een tegenstelling van maken. In het dagelijkse leven werkt dat niet zo, en ook in de Bijbel niet. Ik herinner even aan Jozua die ik al eerder noemde. Hij was zeg maar de generaal die Kanaän veroverde, maar hij deed dat niet met brute kracht. In zijn legertent moest hij elke dag zijn Bijbel ter hand nemen en daar zijn kracht uit putten en de richting leren die hij moest gaan. In Jozua 1 : 8 staat het duidelijk beschreven: ‘Leg dat wetboek geen moment ter zijde en verdiep je er dag en nacht in…’. In de NBG-vertaling van

1951 staat het woord ‘overpeinzen’, en dan komen we al dicht bij mediteren. De Thora was toen dus zoiets als het Handboek soldaat. Er zijn ook nog wel andere bijbelhelden te noemen. David is misschien wel het beste voorbeeld. Hij was vroom in de oorspronkelijke betekenis van dat woord. Denk aan zijn moedige duel met Goliath. Maar hij was ook vroom in de zin van godvrezend, omdat hij Goliath tegemoet ging in de naam van de Heer. En kijk eens naar al die psalmen die hij gedicht heeft: echte vroomheid in de huidige betekenis van het woord. Denk ook aan de ondernemende Nehemia en zijn mooie gebed in hoofdstuk1 van zijn boek. Actief zijn en meditatief zijn hoeven elkaar dus niet uit te sluiten. Het woord ‘vroom’ kan naar twee kanten toe uitgelegd worden. Maar dat roept nog wel een vraag op. Hoe komt het dan dat die term een wat negatieve betekenis heeft gekregen en dat die ons vandaag tegenstaat? Ik heb dat nergens gelezen, maar ik vermoed dat het aan de gegroeide gereformeerde mentaliteit ligt. Waarschijnlijk zijn wij mee door de Verlichting van de 18de eeuw wat rationeler geworden. Daar komt bij dat we ons door de Reformatie hebben afgezet tegen de RK kerk. Wij zijn niet voor het klooster geboren, al zie je de laatste jaren onder ons wel enige toenadering tot het kloosterwezen. En onze persoonlijke godsdienst zetten we liever niet onder het kopje Praktijk van godzaligheid of vroomheid, maar eerder onder de noemer van spiritualiteit. Dat is een geloofsbeleving die meer bij onze tijd past. En die ook meer persoonlijk wordt ingevuld en die ook met daadkracht gecombineerd kan worden. Kortom, ik denk dat we nog steeds niet vroom willen heten, al hebben we meer oog voor eigen en andermans geloofsbeleving dan geweest is. Misschien dat we op den duur nog eens kunnen spreken van een vrijgemaakte of gewoon een gereformeerde vroomheid. In elk geval kan actie niet zonder toewijding en ook andersom.

7


OPVOEDING

Dagsluiting Tijdens de laatste lessen in VWO 6 behandelen we poëzie. Het schoolexamen wordt afgesloten met het mondelinge eindtentamen, waarin we alle gelezen boeken en gedichten bespreken. Persoonlijk vind ik deze gesprekken ieder jaar weer een hoogtepunt. De boeken en gedichten bevatten immers niet alleen verhalen over personages ooit en ergens, maar zeggen ook veel over de lezers hier en nu. DOOR JOS DE SNOO

Die vraag intrigeert mij steeds weer: waardoor spreekt een verhaal ons zo aan? Wat raakt ons in een gedicht? Hoe worden we door een passage in een literair werk met onszelf geconfronteerd? In de lessen voorafgaande aan de tentamens bespreek ik aan de hand van allerlei gedichten de fijne kneepjes van de poëzie-analyse. Er passeert van alles. De laatste les nadert, en ik peins erover wat ik dan zal bespreken. In de laatste les wil ik de leerlingen meer meegeven dan anders. Een groot aantal van hen heb ik minstens drie jaar in de klas gehad, en nu nadert het afscheid. We hebben veel met elkaar meegemaakt, en er is een wederzijdse band gegroeid. Ik besluit deze keer het gedicht Dagsluiting van Gerard Reve te bespreken: DAGSLUITING Eigenlijk geloof ik niets, en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam, en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt zoals ik U. Aan het begin van de les geef ik iedereen het gedicht op papier. Ik vertel erbij: vandaag wil ik zelf eigenlijk eerst niets zeggen, en jullie zelf eens

8

laten peinzen, zonder dat ik al stuur. Lees het gedicht, denk erover, en spreek er eens over door met je klasgenoten. Schrijf alles op wat je wilt. Na vijf minuten pak ik het gesprek centraal op. Wat vonden jullie van het gedicht? Ruth steekt als eerste van wal: ze vond het maar een raar gedicht. Er staat dat God eenzaam is, zegt ze, en dat is niet zo. Cor is het niet met haar eens: God zou best wanhopig en eenzaam kunnen zijn, want er is niemand als hij. Gerard vraagt zich af of het gedicht überhaupt wel over God gaat, want dat staat nergens. Eveline vertelt dat ze het een mooi gedicht vindt: ‘Ik vind het heel herkenbaar, dat je vaak aan alles kunt twijfelen, maar toch ook echt probeert te geloven.’ Haar openheid ontroert me, en leidt tot meer openhartige reflecties van diverse klasgenoten. Zij zijn nieuwsgierig wat ik er zelf van vind. Ik vertel hen dat ik het zelf een van de mooiste gedichten vind die ik ken, maar dat ik me er ook bewust van ben dat het gedicht nogal wisselend gewaardeerd wordt. Gerard Reve heeft onder (oudere) gereformeerden geen al te beste reputatie. Toen een ND-journalist een tijdje geleden dit gedicht op twitter deelde, reageerde een emeritus-predikant kort en bondig met ‘walgelijke godslastering’. Toch denk ik dat Reve meer waardering verdient. Natuurlijk zijn er

in zijn leven en werk heel wat passages te vinden die tot vervreemding kunnen leiden, maar het is jammer als daardoor het kind met het badwater wordt weggegooid. Reve heeft zich op latere leeftijd tot de katholieke kerk bekeerd, en doet in heel wat teksten verslag van zijn zoektocht naar God. De wanhopige eerlijkheid van zijn zoektocht, en zeker ook de verbijstering die hem ten deel valt als hij iets van God ontdekt, kunnen voor heel wat hedendaagse godzoekers – en wie is dat niet? – inspirerend zijn. Schrijvers als Stephan Sanders en Willem Jan Otten hebben in hun essays beschreven hoe zij door de teksten van Gerard Reve werden geïnspireerd, en hoe die een belangrijke invloed hadden op hun eigen bekeringsgeschiedenis. REISGEBED O God, Ik sta op het punt op reis te gaan. Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is. Ik wil U liefhebben. Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. Ik sta voor U. Ik weet, dat ik, of ik veilig zal aankomen, dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden, U altijd toebehoor. Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ben ik in U. Ik ga nu weg. Vaarwel, o God. De laatste les van een examenklas ontroert me altijd weer. Met deze leerlingen heb ik zoveel kunnen bespreken. Wat zijn ze gegroeid, wat is er veel gebeurd! En hoe zal het nu verder gaan? In mijn ontroering vind ik bij Reve dan ook zoveel moois, dat ik hen graag nog meegeef, nu hun zoektocht zich op andere plekken zal voortzetten. Gelukkig zoekt Hij ook.

28 JUNI 2019


KERK ONDERWEG

Een traditionele kerk Eén van de mooiste dingen aan de kerk is dat we er met drie, soms vier generaties bij elkaar zitten. De kerk is daarin vrij uniek, waar kom je dat verder nou tegen dat je oud en jong samen met hetzelfde bezig bent en elkaar elke week ontmoet? Dat is ontzettend gaaf.

DOOR DS RUTGER HEIJ Misschien ervaart niet iedereen dit zo. Ik kan me jongeren voorstellen die het gevoel hebben dat de ouderen (ik generaliseer) bepaalde vernieuwingen tegenhouden en vasthouden aan tradities. Maar ook ouderen kunnen het lastig vinden dat je met meerdere generaties in de kerk zit. Want jongeren (ik generaliseer opnieuw) willen voortdurend verandering. Dat hele mooie, dat je in de kerk met meerdere generaties bij elkaar bent, heeft ook een spannende kant. Paulus’ oproep in 2 Thessalonicenzen 2:15 lijkt de kant van de ouderen te kiezen: ‘blijf bij de traditie waarin u onderwezen bent.’ Daar ben je mooi klaar mee als jongeren of als mensen die denken dat bepaalde veranderingen in de kerk echt nodig zijn. Maar over wat voor traditie gaat het hier? Het woord traditie komt van een werkwoord dat ‘doorgeven’ betekent. Er is ons als kerk van alles doorgegeven door onze voorouders: gewoonten en gebruiken, de manier waarop je iets doet. De spannende vraag is: wat moeten we perse houden en wat kan eventueel ook weg?

Principes en keuzes

Ik denk dat het kan helpen om onderscheid te maken tussen twee soorten dingen die je kunt doorge-

ven: principes en keuzes. Stel iemand is boer, dat waren zijn vader en zijn opa ook al op diezelfde boerderij. Deze boer heeft een zoon. Op een gegeven moment neemt die zoon de boerderij over. Hij gaat in de traditie van zijn vader, opa en overgrootvader. Maar deze jongen doet niet alles hetzelfde als zijn vader (hij koopt een trekker met GPS) en hij doet de dingen al helemaal niet hetzelfde als zijn overgrootvader (die maaide het gras met de hand). Wat zijn nu de principes en wat de keuzes? De principes zijn: liefde voor het vak, zorg voor de natuur, dat het rendabel moet zijn. De keuzes zijn: de aanschaf van bepaalde machines, schaalvergroting, een ander gewas. De principes blijven hetzelfde maar de keuzes veranderen omdat de situatie daarom vraagt: de overheid komt met nieuwe regelgeving, aan het eindproduct worden andere eisen gesteld, de bank gaat anders met boeren om dan vroeger. Zo heb je in de kerk ook principes en keuzes. Principes zijn bijvoorbeeld: het gaat om God, zijn Woord is het einde van alle tegenspraak, we hebben elkaar lief. Keuzes zijn dingen als: we begeleiden de gemeentezang met het orgel, een preek moet uit drie punten bestaan, de dominee heeft een zwart pak. Zowel de principes als de

keuzes zijn aan ons doorgegeven. En keuzes kun je kopiëren, ze hebben vaak te maken met gedrag, ze zijn tijdgebonden, het zijn afspraken. Principes zijn anders. Principes zijn overtuigingen, je kunt ze niet kopiëren, je moet ze leren, ze moeten in je hart gaan zitten. Principes zijn vaak tijdloos. Ik vind het helpend om dit onderscheid te maken. Niet omdat ik van allerlei dingen af wil, wel omdat we hierdoor gemakkelijker kunnen zeggen: dit moet perse blijven, dat zou eventueel weg kunnen. Want net zoals die boer te maken heeft met nieuwe regelgeving en andere eisen, zo hebben we als kerk ook te maken met nieuwe vraagstukken, een veranderende samenleving en gemeenteleden die anders in het leven staan.

De traditie

De traditie waar het in 2 Thessalonicenzen 2:15 over gaat vind je trouwens in 1 Thessalonicenzen 4:1-12. Daar staat: 1) je moet een heilig leven leiden (vers 3-8), 2) je moet elkaar liefhebben (vers 9-10) en 3) je moet een eerzaam leven leiden te midden van de ongelovigen (vers 11-12). Dit heeft Paulus aan de gemeente doorgegeven en hij zegt er ook bij van wie hij het weer heeft gekregen, namelijk van Jezus zelf (vers 2). Om bij deze apostolische traditie te blijven geeft God ons elkaar in de gemeente, oud en jong en alles daar tussenin. Waar ik wel eens van schrik is dat er niks wordt doorgegeven. Ja, we houden vast aan allerlei gewoonten en gebruiken maar ondertussen geven we niets van de apostolische traditie door. We leven de heiligheid niet voor, we zetten ons voor de onderlinge liefde niet in en wat de buitenwereld betreft, die kan ons gestolen worden. Maar als je niets doorgeeft, heb jij dan wel ontvangen? Je kunt alleen doorgeven wat je zelf ontvangen hebt. Een traditionele kerk is niet een kerk die vasthoudt aan allerlei menselijke gewoonten en gebruiken, het is juist een kerk die het evangelie van God actueel maakt voor vandaag en voor haar kinderen.

9


400 JAAR SYNODE

400 jaar Synode van Dordrecht DORDTSE LEERREGELS (DEEL 1): VERLOREN, VERKOREN, VERLOST Dinsdag 23 april 1619 – In de 135e en 136e zittingen zijn de volledige Leerregels en Verwerpingen van dwalingen voorgelezen in de gehele vergadering van de Nationale Synode. Het is op die dag geweest dat zowel de Nederlandse en buitenlandse afgevaardigden de in het net opgetekende Dordtse Leerregels hebben ondertekend. Ruim een decennium aan strijd, waarvan de uitkomst in een half jaar werd beslecht en in enkele volgeschreven folio’s is samengevat. Deze 23e april kan wellicht gezien worden als het einde van de remonstrantse twisten. DOOR JAC DE GROOT MA Wat moeten wij daar nu mee, met die Dordtse Leerregels? De strijd is vierhonderd jaar geleden geëindigd en de preciezen hebben een overwinning behaald op de rekkelijken. Het postmoderne gevoel, dat sowieso al geen grote verhalen meer aanneemt, heeft met de ‘enige waarheid van Gods verkiezing tot geloof’ al helemaal geen affiniteit. Bekrompenheid en gebondenheid zijn misschien wel de twee eerste ingevingen die bij de Dordtse Leerregels opkomen. Het veroorzaakt een enorme drempel om dit belijdenisgeschrift door te lezen.

Hoofdstuk I

De eerste zin van de Dordtse Leerregels nodigt ook al niet uit om verder te lezen: ‘Aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben en de vloek en de eeuwige dood verdiend hebben, zou God niemand onrecht hebben aangedaan, als Hij het gehele menselijke geslacht in de zonde en vervloeking had willen laten en vanwege de zonde had willen veroordelen.’ Verkiezing en verwerping is de spil van het eerste hoofdstuk. Ondanks de zware woor-

10

den van het eerste artikel, ademt de rest van dit eerste hoofdstuk de positieve toon van Gods verkiezende liefde. Hij roept mensen tot bekering en tot geloof. Verkiezing heeft geen bron; verkiezing is de bron: geloof, genade, vrucht, geloofsgehoorzaamheid, eeuwig leven etc. komen allemaal voort uit de verkiezing. Toch proef je in deze eerste zin al: er is meer dan de eeuwige dood. We hoeven niet stil te staan bij dood en verderf. Op deze manier sluit dit hoofdstuk van de verkiezingsleer ook af: troostrijk is dus het 17e artikel in dit hoofdstuk, waarin ouders, die kinderen aan de dood verloren hebben, mogen weten dat door het genadeverbond dat God sloot met de ouders de kinderen inbegrepen zijn; en dat kinderen vanwege het ouderlijk geloof mogen delen in het heil.

zij door eigen schuld gekomen zijn (zie Hoofdstuk III/IV van de Leerregels). Echter, de Dordtse Leerregels zijn gematigder dan Franciscus Gomarus (de directe tegenstander van Arminius aan de Leidse Universiteit). Gomarus leerde de volledige soevereiniteit van God, waarbij God mensen verkiest of verwerpt zonder te letten op de zondige staat. In de Dordtse Leerregels zien wij God dat verkiest uit het gevallen menselijke geslacht. “En omdat Hij God is, mag Hij anderen in hun val laten. Huiveringwekkend. Het komt in de Leerregels echter geen moment in mindering op de prediking van het Evangelie. Evenmin staat het welgemeend aanbod van genade ter discussie. Soevereiniteit, barmhartigheid en rechtvaardigheid gaan samen op. De leer van de uitverkiezing is geen donkere wolk. Ze brengt juist bij het hart van God.”1 Wanneer God geloof vraagt, vraagt Hij geen geloof in de verkiezing, maar geloof in de verkiezende God.

Hoofdstuk II

Als waarachtig en volkomen heilig mens én als eniggeboren Zoon van God, van hetzelfde wezen met de Vader en de Heilige Geest heeft Jezus Christus de toorn van God over de zonden aan het kruis gedragen. Dit offer zorgt voor de genoegdoening voor de zonden en is van oneindige kracht en waarde en voldoet overvloedig tot verzoening van de zonden van de gehele wereld. Zowel de remonstranten als de contraremonstranten konden het zo verwoor-

De verkiezing kan ons hard in de oren klinken, omdat God de gevallen mensen verkiest, Hij daarmee ook mensen in hun verderf laat zitten, waarin

VRIJDAG 28 JUNI 2019


den en de overeenkomsten tussen de Remonstrantie van 1610 en de Dordtse Leerregels is opmerkelijk, behalve dat de Remonstrantie spreekt over gelovigen die de vergeving van zonden genieten en de Dordtse Leerregels over uitverkorenen. Pas in de verwerping van de dwalingen, die na de artikelen genoemd worden, wordt duidelijk waar het hier over gaat. Het offer van Christus is niet zonder voorafgaand raadsbesluit van God gebeurd. Het raadsbesluit van God is niet: “laat Christus sterven voor de zonden van de wereld”. In strikte zin kon/zou het dan betekenen dat Christus het offer bracht, stierf, verzoening teweeg bracht, maar dat het niet geëffectueerd kon worden, omdat niemand zou geloven. Wanneer het geloof vanuit de mens moest komen, zou dit het geval zijn geweest. Ieder mens keert zich van nature van God af en heeft zijn hart en ziel verpand aan de Satan. Verkiezing en verzoening liggen in elkaars verlengde. Zonder verkiezing is er geen verzoening. Geen verkiezing zou betekenen dat óf allen verloren gaan, óf dat allen gered worden. Zouden allen verloren gaan, dan is de bloedstorting van Christus nutteloos geweest en God zou zichzelf alleen voor eigen genoegdoening gegeven hebben, om op deze wijze van een rechtvaardig mens genoegdoening voor de zonden te krijgen. Maar, zouden allen gered worden, dan worden verkiezing en geloof buitenspel gezet. Iedereen zou gered worden, of je nou Jan, Gerda of Satan heet. Het zou het bloed van Christus wederom nutteloos maken, want er is geen sprake van een schuld. Het object van de verzoening is de uitverkoren mens. Een ieder die de blijde boodschap van verzoening in geloof aanneemt, mag zich rekenen tot de uitverkorenen, aan dit geloof zijn geen voorwaarden of kenmerken verbonden. Deze geeft zich over aan God. Hij wordt het eigendom van Christus (zie Heidelbergse Catechis-

mus Zondag 1). Geloof is een zaligmakende gave van God, niet iets waar de mens voor kiest omdat hij dat wil. De zondige natuur van de mens zorgt dat hij altijd tegen God kiest, zelfs gelovigen doen dit bij tijd en wijle. Vanuit het perspectief van de oude mens bezien, wordt de mens aangevallen door de verkiezende liefde van God. De oude mens doet niets liever dan met al zijn kracht terugvechten en tegen de wil van God ingaan. Maar, wanneer deze goddelijke “aanval” van liefde bemerkt wordt in het leven, dan wordt je op een dag geconfronteerd met de voorwaarden van overgave. Je merkt gewoon dat God sterker is. De mens, die ziet wat Gods voorwaarden tot overgave zijn, wil dan niets liever dan zich ook daadwerkelijk overgeven aan God. Een echte keuze voor God bestaat niet. Geloven in de verkiezende liefde is geen keuze, maar het erkennen van je eigen onmacht. Het aanvaarden van Christus is dus je menselijke failliet toegeven. Het niet aanvaarden van Christus is eveneens geen

keuze, want dat doe je toch je hele leven al. Je wordt als tegenstander geboren, maar de mens wordt hier wel voor verantwoordelijk gehouden. De uitverkoren mens als object van de verzoening komt ook heel duidelijk naar voren in de verwerping van de dwalingen bij het tweede hoofdstuk van de Leerregels. Het zevende punt stelt hier dat de synode de dwalingen van hen verwerpt die leren, dat Christus voor hen, die God ten zeerste liefheeft en tot het eeuwige leven heeft verkoren, niet heeft kunnen of moeten sterven en ook niet gestorven is, omdat zulke mensen de dood van Christus niet nodig hebben. Deze stelling zou neerkomen op nutteloze bloedstorting van Christus, omdat God dan genoegdoening eist van mensen die verloren gaan. Zij die verloren gaan worden immers al gestraft met tijdelijke en eeuwige straffen naar ziel en lichaam. 1 Kunz, dr A.J. ‘Kruitdamp of Kern’ in: De Waarheidsvriend, 15 februari 2018, pag. 9.

11


UIT DE CLASSES

Classis Amersfoort 21 maart 2019

De vergadering wordt geopend door br. Lukas van de samenroepende kerk van Amersfoort-Emiclaer. We lezen uit het boek Ezra en bidden om Gods zegen. Ds. R. Kelder zit de vergadering voor. Ons eerste punt is de Evaluatie van het werk van onze pionier, Bob Venus. Hij is alweer meer dan een jaar geleden gevraagd om contact te maken met, op zoek te gaan naar, jongeren, die zo ver van de kerk vervreemd zijn geraakt, dat zij door de (leden van de) gemeenten nagenoeg niet meer te bereiken zijn. Hij is nu een jaar bezig. De leden van de begeleidingsgroep zijn aanwezig. Jochum Muurling licht toe: de begeleidingsgroep wil graag van de classis weten hoe die het werk tot nu toe waardeert. Uit de bespreking blijkt, dat er tevredenheid is, maar dat er ook allerlei vragen leven. Veel vragen hangen samen met de complexe taak waar Bob voor staat en hebben te maken met hoe hij zelf in het geloof en in de kerk staat. De kerk van De Horsten wil de classis laten delen in hoe zij omgaat met vragen rond de Synodebesluiten tav man-vrouw-ambt. Zij heeft een Revisieverzoek ingediend. Er is waardering voor de inhoud van dit verzoek. Via een brief wordt de classis gevraagd om namen van ambtsdragers, die naar de PS op 13 juni kunnen worden afgevaardigd, om tot een afvaardiging voor de Generale Synode te komen. De namen kunnen nu en nog op de classis van 6 juni doorgegeven worden. De financiën worden behandeld: begroting, jaarrekening en meerjarenverkenning. Hiervoor is Peter van de Star op onze vergadering gekomen. Hij licht toe en beantwoordt vragen. Kascontrole heeft plaatsgevonden en alles is in orde bevonden. Aan Peter wordt decharge verleend.

12

Hij kan niet opnieuw benoemd worden vanwege een verhuizing. Hij wordt hartelijk bedankt voor het werk dat hij voor de classis deed. Er moet dus een nieuwe boekhouder komen. Er ligt een positieve rapportage van het Deputaatschap Toerusting Ambtsdragers. De preses dankt voor de inzet en verleent het deputaatschap decharge en benoemt het opnieuw om ook weer een cursus voor 2019 te organiseren. Ds. G. Gunnink doet verslag van de activiteiten van de Raad van kerken. Bij het punt ‘Rondvraag naar art. E63.4’ wordt door Leusden gevraagd naar de ervaringen rondom de middagdiensten. Deze worden leger en dat is vooral in de zomermaanden merkbaar. Voorziening is dan ook moeilijker te krijgen. Hun vraag is of we diensten kunnen combineren met andere gemeenten. De afgevaardigden van Nieuwland en Hoogland melden, dat er een proces op gang is gebracht waarin stappen worden genomen om één gemeente te worden. De gemeenten en later de classis zullen hierover hun goedkeuring moeten geven. VOOR DE CLASSIS, DS A.A. KRAMER

Classis Noord Brabant/Limburg 1 6 mei 2019

De samenroepende kerk, Maastricht, opent de vergadering en heet de aanwezigen, welkom. Psalm 138, een lofpsalm van David, wordt gelezen. We kijken vaak tegen het donker aan, maar we hebben de opdracht om te loven. Niet alleen de koningen der aarde maar ook wij hebben deze opdracht gekregen. Het maakt niet uit wie je bent; iedereen heeft de op-

dracht God te loven. Vervolgens wordt om een zegen voor deze vergadering gevraagd. De leiding van de vergadering wordt overgedragen aan het moderamen, bestaande uit ds. Wendt (preses), ds. Van Vugt (scriba), ds. Venema (assessor). Een aantal zaken wordt gedeeld Maastricht heeft recent visitatie gehad. Verder zijn er geen bijzonderheden te melden. De kerkenraad van Zevenbergen is na de verkiezingen weer voltallig. Enige jaren geleden is een legaat ontvangen. Dit wordt aangewend om tweemaal per maand een maaltijd voor de hele buurt te organiseren; een mooi initiatief dat binnenkort weer georganiseerd zal gaan worden. In Breda is weer een voltallige kerkenraad actief. Nu de kerkenraad weer voltallig is, zullen de contacten met de NGK Rijsbergen weer worden opgepakt. Samen zal gekeken worden naar de mogelijkheden tot samenwerking op bepaalde gebieden. Brunssum-Treebeek heeft ook twee vacatures vervuld. Ds. Blijdorp meldt een bijzonder overlijden binnen de gemeente. Een tot geloof gekomen gemeentelid werd getroffen door kanker en heeft in zijn ziekte een groot getuigenis van zijn geloof in Jezus gegeven. Indrukwekkend, verdrietig en zegenend voor de hele gemeente. Eindhoven-Best heeft een voorgenomen besluit genomen inzake M/V en Ambt. Met ingang van de volgende reguliere verkiezingen zullen alle ambten, diaken, ouderling en predikant, opengesteld worden. Dit betekent concreet dat er ook ruimte komt voor vrouwelijke preeklezers en predikanten. Bezwaren tegen dit voorgenomen besluit kunnen de komende vier maanden worden ingediend. Daarnaast wordt nadrukkelijk rekening gehouden met hetgeen op de GS 2020 besloten zal worden. Wanneer het besluit inzake M/V en Ambt op de GS 2020 bijgesteld wordt, zal ook het besluit van Eindhoven-Best worden heroverwogen. In Eindhoven zijn vijf vacatures voor

28 JUNI 2019


UIT DE CLASSES

ouderling en één vacature voor diaken vervuld. Iets om dankbaar voor te zijn. Zondag zal er voor het eerst een vrouw op de kansel staan. In ’s-Hertogenbosch zijn twee ouderlingen en één diaken verkozen. Daarnaast is er een serie inspirerende gemeentegesprekken gehouden met als thema ‘hoe om te gaan met de gemeente in een vacante periode?’. In Venlo hoefden geen verkiezingen gehouden te worden. De Alphacursus is net afgerond en morgenavond wordt samen met een aantal andere kerken in Venlo een jeugdavond georganiseerd. Het is mooi om te zien dat protestante jongeren uit Venlo elkaar weten te vinden. In Waardhuizen wordt één ouderling bevestigd. Waardhuizen is afgestapt van het houden van verkiezingen. De gemeente wordt gevraagd namen in te leveren. De kerkenraad benadert vervolgens deze broeders op volgorde van het aantal keren genoemd zijn. De kerkenraad bezint zich nogmaals op het onderwerp M/V en Ambt en zal dit vervolgens met de gemeente bespreken. Almkerk-Werkendam kan met blijdschap melden dat de tweeling geboren is bij ds. en mw. Elzinga. Op 5 mei is ds. Elzinga door ds. Van der Sloot bevestigd. Een indrukwekkende dienst. Zondag zullen er verkiezingen gehouden worden. Het is gelukt om dubbeltallen te stellen voor een ouderling en een diaken. Op de gemeentevergadering is een sluitende begroting gepresenteerd. Al met al heeft Almkerk-Werkendam veel om dankbaar voor te zijn. Tilburg heeft geen bijzonderheden te melden.

van haar taak en deze taak over te dragen aan de kerk van Tilburg. Omdat de nieuwe penningmeester in Tilburg woont is dit het meest praktisch. De classis honoreert het verzoek. Afvaardiging naar de PS en de GS De afvaardiging naar de PS en de GS vanuit de classis Noord-Brabant / Limburg bestaat uit: Primus predikant – ds. Van Hijum Secundus predikant – ds. Glas Primus ouderling – br. Verkerk Secundus ouderling – br. Sonneveld Werkwijze classis Op de classisvergadering van 15 november 2018 is besloten de werkwijze van de classis te veranderen en met een jaarlijks wisselend vast moderamen te gaan werken. De preses is na een jaar niet herkiesbaar; de scriba en de assessor wel. Dit moderamen stelt de agenda op en bereidt de te nemen besluiten voor door het op-

stellen van besluitteksten. Het moderamen voor september 2019 tot en met mei 2020 zal in deze vergadering gekozen worden. Er wordt in drie rondes gestemd met als uitkomst: Preses – ds. Blijdorp Scriba – br. Nieuwlaat Assessor – ds. Harmannij Volgende vergadering en sluiting De volgende vergadering zal plaatsvinden op donderdag 12 september 2019 met het zojuist gekozen moderamen en Tilburg als samenroepende kerk. Ds. Wendt dankt aanwezigen voor hun aanwezigheid en bijdrage aan de vergadering en gaat voor in gebed waarin hij de diverse onderwerpen van vanavond voor de voeten van onze God neerlegt. Vervolgens sluit hij de vergadering. NAMENS DE CLASSIS, NITA VAN BERGEN DAO CLASSIS NOORD BRABANT / LIMBURG

Notulen en zaken uit de notulen In de vergadering van 24 januari 2019 is, onder voorbehoud van een positieve kascontrole, decharge verleend aan br. Van Pijkeren over het boekjaar 2018. De kascontrole heeft inmiddels met een positief resultaat plaatsgevonden en de decharge is hiermee definitief. De kascontrolecommissie verzoekt de classis om de kerk te Eindhoven ontheffing te verleden

13


KORTE BERICHTEN

Op zomervakantie in Oostenrijk en Zwitserland - Nederlandse kerkdiensten in Vorarlberg en Tirol -

‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen.’ Wie als christen op vakantie naar de Alpenlanden gaat, zal vaak aan Psalm 121 denken. Vooral in de zomer kun je enorm genieten van adembenemende vergezichten, bloeiende alpenweiden en prachtig natuurschoon. In Oostenrijk en Zwitserland zijn ook een aantal kleine Evangelisch-Reformierte Kirchen. Ze hebben goede contacten met christenen in Nederland, vooral binnen de gereformeerde gezindte. Speciaal voor Nederlandse vakantiegangers worden in Innsbruck (Tirol) en in Rankweil (Vorarlberg) op een aantal zondagen Nederlandstalige kerkdiensten gehouden. In Rankweil doet men dit al een aantal jaren. In Innsbruck is sinds oktober 2018 ds. Klaas Rozema als missionair predikant bezig met kerkplanting. In de zomer van 2019 je zal hij ook drie keer voorgaan in een Nederlandse kerkdienst. RANKWEIL – Oostenrijk De Nederlandse diensten beginnen om 17:00 uur en worden gehouden in de kerkzaal van de ERKWB Rankweil, Feldkreuzweg 13, 6830 Rankweil (meteen naast de snelweg, afrit 36, Feldkirch-Nord) Zondag 21 juli ds. K.H. Bogerd – Hervormde Gemeente Wouterswoude Zondag 28 juli ds. K.H. Bogerd – Hervormde Gemeente Wouterswoude Zondag 4 augustus br. C. Catsburg – Ouderling ERKWB Rankweil Zondag 11 augustus br. C. Catsburg – Ouderling ERKWB Rankweil Zondag 18 augustus ds. K. Rozema – Kerkplanter ERKWB Innsbruck

14

Elke zondag is er om 10:00 een Duitse kerkdienst waarin meestal ds. Reinhard Mayer voorgaat. INNSBRUCK - Oostenrijk De Nederlandse diensten beginnen om 11:00 en worden gehouden aan de Kärtner Strasse 28, 6020 Innsbruck. Zondag 14 juli ds. K. Rozema – Kerkplanter ERKWB Innsbruck Zondag 28 juli ds. K. Rozema – Kerkplanter ERKWB Innsbruck Zondag 11 augustus ds. K. Rozema – Kerkplanter ERKWB Innsbruck Na de zomervakantie hoopt ds. Rozema te beginnen met Duitse kerkdiensten. De andere vier kerken van de ERKWB ontvangen ook graag vakantiegangers in hun zondagse Gottesdienst

BASEL – C.F. Spittlerhaus, Socinstrasse 13, 4501 Basel Elke zondag om 11:00 uur. Voorganger is meestal ds. Kurt Vetterli. WINTERTHUR – Schlachthofstrasse 19, 8406 Winterthur-Töss Elke zondag om 10:30 uur. Voorganger is meestal ds. Thomas Reiner. NEUHOFEN – Steyerstrasse 25, 4501 Neuhofen an der Krems Elke zondag om 9:30 uur. De gemeente heeft geen eigen predikant. WENEN – Wiedner Hauptstrasse 4548, 1040 Wien Elke zondag om 15:00 (met kinderclub) en 17:00. Voorganger is meestal ds. Brad Hunter.

28 JUNI 2019


COLOFON

Zonder commentaar Uit RD zaterdag 8 juni 2019 pag.3 aanhaling uit gezinsmagazine ‘Om Sions wil’ Om Sions wil ”Kunnen we even lezen, pa? De catechisatie begint zo meteen…” Vragend kijkt Heleen van zestien jaar vader aan. Vader knikt. “Pak de Bijbels maar vast.” “Lees Psalm 117 maar”, zegt Robert met een grijns. “Dan is Heleen in ieder geval op tijd.” Vader kijkt hem waarschuwend aan en kijkt even op de klok. Inderdaad, hoog tijd. Hij leest een kort gedeelte, doet een gebed en de oudste kinderen vliegen van tafel. Het zingen moet morgen maar weer. Hopelijk is dit niet de dagelijkse realiteit in uw gezin, maar, laten we eerlijk zijn, herkenbaar is het wel, toch? Hoe staat dit gedeelte van de huisgodsdienst, het (gezamenlijk) Bijbellezen, niet onder druk: jonge, jengelende kinderen, oudere kinderen die weg moeten of later thuiskomen, vermoeide ouders, pubers die tegendraads zijn. Maar ook: de gesteldheid van ons hart als opvoeders. Welke plaats heeft het Woord van God in ons leven? Willen wij ons werkelijk aan dat Woord onderwerpen? Is het echt ons verlangen om het Woord van de Heere te bestuderen, met het gebed en de verwachting dat Hij door dat Woord wil spreken? Alleen dan zal het in de opvoeding onze hoogste prioriteit zijn om dit Woord ook door te geven aan onze kinderen, met het gebed: “Heere, maak hen Uw wegen, door Uw Woord en Geest bekend.” Zonder Commentaar is een rubriek waarin redacteuren doorgeven uit allerlei bladen hoe men schrijft over christenen, geloof, bijbel, kerk enz. De redactie hoeft het helemaal niet eens te zijn met wat hierin wordt weergegeven, maar wil de lezer iets aanreiken van hoe men denkt.

REDACTIE-SECRETARIAAT Aanleveradres voor classisverslagen en persberichten: Jac. de Groot, Ballade 12, 8265 SB Kampen gereformeerd.kerkblad@gmail.com De redactie behoudt zich het recht voor verslagen en berichten in te korten EINDREDACTIE Ds Henk Jan Visser (eindredacteur) Jac de Groot MA REDACTIE mr E. Bos e.bos01@hetnet.nl J.A. de Groot MA groot.jac.de@gmail.com ds R.P. Heij rheij@hetnet.nl drs P. Houtman piet.houtman@hotmail.com ds H.J. Visser henkjanvisser8@gmail.com H. Walinga hwalinga@walinga.org (vacature) REDACTIONEEL MEDEWERKER A.M. Pathuis anne-maaike@live.nl BLADMANAGEMENT BDUvakmedia Postbus 67, 3770 AB Barneveld Telefoon: 0342 49 48 46 Fax: 0342 49 29 99 Aanleveradres voor kerkdiensten: Kerkdiensten.gkb@bdu.nl Telefoon: 0342 494882

UITGEVER, ABONNEMENTEN EN BEZORGING BDUvakmedia, afd. abonnementen Postbus 67, 3770 AB Barneveld Tel. 0342 494884 – fax 0342 494299 abonneeservice@bdu.nl OPGAVE ADVERTENTIES Roel Abraham Tel. 06 54274244 r.abraham@bdu.nl PRIJS JAARABONNEMENT - binnenland - studenten - buitenland - proefabonnement (10 nrs)

€ 64,93 € 35,43 € 103,54 € 14,35

OPZEGTERMIJN 2 kalendermaanden voor de nieuwe betalingsperiode Voor mensen met een leeshandicap zijn de artikelen uit dit blad verkrijgbaar op CD. Informatie: CBB tel. 0341 565499, e-mail info@cbb.nl www.gereformeerdkerkblad.nl

15

Profile for BDUVakmedia

GKB 13-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.

GKB 13-2019  

Gereformeerd Kerkblad voor de gereformeerde kerken vrijgemaakt.