__MAIN_TEXT__

Page 1

wetenschap@gelre magazine

NAJAAR 2018 / NR 16

Bruggenbouwers tussen zorg en wetenschap:

Topsport in het ziekenhuis

In dit nummer: 09 Gastspreker Wetenschapssymposium 10 Bewegen tijdens ziekenhuisopname 11 Wetenschapslunches 15 Terugkoppeling subsidie wetenschapsfonds 16 Abstracts wetenschapssymposium


Meer informatie onderwijs wetenschap?

Onderwijs Wetenschap

Stuur een e-mail naar wetenschap@gelre.nl

Leergang medisch-wetenschappelijk schrijven in het Engels Data 7 maart, 21 maart, 4 april, 18 april, 9 mei en 23 mei 2019 (alle data zijn donderdagen). Tijdstip Elke bijeenkomst van 17.30 tot 20.00 uur. Broodjes en soep worden geregeld! Doelgroep Medewerkers die zich bezighouden met medisch wetenschappelijk onderzoek. Doel Deze leergang geeft adviezen voor het schrijven van een medisch wetenschappelijk Engelstalig artikel, behandelt veel voorkomende grammaticale fouten, de academische woordenschat, de taalkundige regels en de stilistische middelen die nodig zijn om leesbaar medisch wetenschappelijk Engels te kunnen schrijven. Kosten Het leerhuis neemt de kosten voor haar rekening.

Cursus Good Clinical Practice (GCP) In samenwerking met de TAPAS Trainings Groep organiseert het Leerhuis jaarlijks de cursus Good Clinical Practice.

Datum Dinsdag 8 januari 2019, van 13.00 tot 19.00 uur. Examen is niet verplicht binnen Gelre, maar uiteraard wel mogelijk. Doelgroep Professionals die klinisch mensgebonden onderzoek (willen gaan) doen. Doel Verwerven van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het toepassen van Good Clinical Practice (GCP). Kosten Het Leerhuis neemt per cursist de kosten van één keer training en één examen voor haar rekening. Eventuele herexamens zijn voor rekening van de cursist zelf.

Nascholing Good Clinical Practice (GCP) Net als de reguliere cursus Good Clinical Practice organiseert het Leerhuis ook de nascholing in samenwerking met de TAPAS Trainings Groep

Datum Donderdag 13 juni 2019, van 14.00 tot 17.00 uur Doelgroep Iedereen die tot 4 jaar geleden zijn of haar certificaat behaald heeft. Doel Bekend raken met de veranderingen die er de afgelopen jaren aan nieuwe wet- en regelgeving zijn bijgekomen op het gebied van medisch wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van casuïstiek de kennis rondom wet- en regelgeving rondom de uitvoering van medisch wetenschappelijk onderzoek opfrissen. Kosten Het Leerhuis neemt de kosten van deze training voor haar rekening.

colofon

Wetenschap@gelre is een uitgave van het wetenschapsbureau van Gelre ziekenhuizen. Wetenschap@gelre heeft tot doel om wetenschappelijk onderzoek in Gelre ziekenhuizen te stimuleren, alsmede om belangstellenden over de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te informeren. Uitgave: nummer 16, najaar 2018 Redactie: Barbara van Munster, voorzitter Wetenschappelijke Advies Raad (WAR) Dr. H.J. (Hester) van der Zaag, arts-epidemioloog Dr. J.G.M. (José) Hofhuis, zorgonderzoeker Intensive Care M. (Marleen) Flim, IC-verpleegkundige, ventilation practitioner IC, masterstudent Verplegingswetenschap UU Drs. M.A. (Margit) Wouters, wetenschapscoördinator M. (Marianne) Reinders-Berendsen, secretaresse wetenschapsbureau Aan dit nummer werkten mee: Rico Schuijers, sportpsycholoog Marian Bosman, Leonie Groothedde, Fleur van Klaveren en Kim Linthorst, studenten HBO-verpleegkunde, Hogeschool Saxion D. (Dominika) Suchá, aios radiologie J. (Julia) Huijbregts, nucleair geneeskundige en radioloog D. (Daphne) Smit, informatiespecialist vakbibliotheek Redactieadres: Gelre ziekenhuizen Apeldoorn Leerhuis Albert Schweitzerlaan 31 Postbus 9014, 7300 DS Apeldoorn E wetenschap@gelre.nl I www.gelreziekenhuizen.nl Eindredactie: Wetenschapsbureau Fotografie: Maarten Haazebroek + Wilma de Vries Uitgever: BC Uitgevers BV, Postbus 416, 8600 AK Sneek www.bcuitgevers.nl Bladmanager en advertentieverkoop: Digna Schoonen, tel. 06 - 44 20 99 10 Basis ontwerp: VA communication by design Opmaak: BC Uitgevers BV, Hannique de Jong Druk: Scholma Druk B.V., Bedum, oplage 750 ex. De productie van wetenschap@gelre wordt mede mogelijk gemaakt door de Stichting Vrienden van Gelre ziekenhuizen Apeldoorn. © Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.

3


4 wetenschap@gelre | 16 • 2018


Inhouds-

Inhoud

opgave 09

07 | Column Barbara van Munster, voorzitter Wetenschappelijke Advies Raad (WAR)

09 | Waarom een sportpyscholoog op een wetenschapssymposium?

10 | Uitkomsten onderzoek ‘Bewegen tijdens ziekenhuisopname’

11 | Wetenschapslunches 13 | Radiologie in beeld

10

14 | Nieuwe privacywetgeving en wetenschappelijk onderzoek

15 | Wetenschapsfonds 2018

16 | Abstracts

14

35 | Gelre publicaties 5


Column

Bruggen bouwen ‘Bruggen bouwen’ is een van de belangrijkste taken binnen de wetenschap. Het is een kwaliteit die je jezelf als onderzoeker maar beter snel eigen kan maken. Voor de hand ligt de brug tussen vragen uit de praktijk en het (literatuur)onderzoek voor de beantwoording ervan. De brug tussen onderzoekers onderling zorgt voor de broodnodige samenwerking en biedt kansen voor het delen van kennis en ervaring. Daarnaast zijn er bruggen nodig tussen al die mensen die direct of indirect betrokken zijn bij onderzoek en die niet automatisch dezelfde taal spreken of hetzelfde doel nastreven: datamanagers, epidemiologen/statistici, paramedici en medici, managers, academici, subsidieverstrekkers, etc.. De brug die we vaak vergeten is de brug naar de patiënten. Enerzijds betreft deze het betrekken van de patiënt in de ontwerpfase van het onderzoek. En anderzijds de brug terug van het wetenschappelijk onderzoek naar de dagelijkse praktijk: de implementatie en de vertaling voor de leek. Tenslotte zou ik graag nog de financiële brug gebouwd zien worden, de brug tussen onderzoek geïnitieerd vanuit Gelre Ziekenhuis zelf en het door de farmaceut gesponsord onderzoek. Al deze bruggen maken wetenschappelijk onderzoek uitdagend en stimulerend. Bruggen bouwen doen we ook in dit themanummer van het wetenschapsmagazine en op ons wetenschapssymposium, door elkaar te laten zien wat we hebben gedaan de afgelopen tijd. Deze brug van de resultaten naar het uitdragen ervan in ons magazine, op onze posters en op ons Gelre Wetenschapssymposium is één van de beloningen voor al het werk. Een extra beloning zal op het symposium zelf volgen voor de beste ‘Bruggenbouwer’ van het afgelopen jaar. De gastspreker Dr. Rico Schuijers is Olympisch bruggenbouwer. Hij begeleidt verschillende nationale teams en individuen tijdens de Olympische Spelen op hun weg naar medailles. Gedurende zijn lezing weet hij als geen ander verbanden te leggen tussen topsport en de wetenschap. Vele onderzoekers hebben het afgelopen jaar stage gelopen in ons ziekenhuis, waaronder een groot aantal HBO-V studenten. De resultaten hiervan leest u in dit magazine. Een groep HBO-V studenten liet dit jaar zien dat er nog winst te behalen valt op gebied van beweging voor patiënten in ons ziekenhuis. Wist u al dat bewegen uit meer bestaat dan alleen maar mobiliseren? Met de adviezen voortvloeiend uit de inventarisatie door de studenten zijn hun opvolgers inmiddels al gestart met onderzoek naar patiëntervaringen met beweging in ons ziekenhuis. We kunnen hiermee met een gerust hart zeggen dat de fundamenten voor de paramedische onderzoeksbrug in Gelre Ziekenhuis zijn gelegd. Bouwt u mee aan die belangrijke brug?

Barbara van Munster, voorzitter wetenschappelijke advies raad (WAR) 7


8 wetenschap@gelre | 16 • 2018


Sportpyscholoog Rico Schuijers op het wetenschapssymposium

Waarom een sportpyscholoog op een wetenschapssymposium? PatiĂŤntenzorg leveren EN wetenschappelijk onderzoek doen is topsport. Daar heb je naast talent, intrinsieke motivatie en een geolied team voor nodig. Rico Schuijers weet als geen ander hoe je het maximale uit topsporters kunt halen. Zijn dagelijks werk bestaat uit het trainen en begeleiden van topsporters, individueel of in teamverband. Hij werkt met meerdere nationale teams en individuen in diverse sporten die zich voornamelijk richten op de Olympische Spelen. Daarnaast werkt hij ook voor de luchtverkeersleiding op Schiphol en voor Eurocontrol in Maastricht, en voor de luchtmacht. Hij werkt ook met dirigenten en musici. De overeenkomst tussen deze beroepen is dat het stressberoepen zijn, waar

Biografie

Dr. Rico Schuijers (1966) is een gerenommeerd sportpsycholoog. Na zijn studie in Nijmegen is hij in 1990 een eigen onderneming begonnen. Hiermee was hij de eerst sportpsycholoog van Nederland. Daarnaast is hij in 2003 gepromoveerd aan de Sporthochschule in Keulen, Duitsland. Rico is als sportpsycholoog voornamelijk betrokken bij Olympische sporters en bij de nationale teams van o.a. de hockeybond, de zwembond en de tafeltennisbond. Ter voorbereiding op de Olympische Spelen in 2012 werd hij in 2010 door NOC*NSF aangesteld als Prestatie Manager Mentaal en sportpsycholoog voor individuele sporters en teams die deelnamen aan de Olympische Spelen in Londen. Rico staat ook bekend als uitgever van verschillende boeken gericht op sportpsychologie. Verder is hij grondlegger en ontwikkelaar van het programma Mentale Kracht bij de Nationale Politie en is hij als mentale trainer actief bij het conservatorium.

op een bepaald moment een bepaalde prestatie wordt verwacht; net zoals (para)medici die naast de druk die productie leveren geeft, ook nog wetenschappelijk actief zijn. Schuijers is een graag geziene spreker. Hij heeft ervaring met lezingen in het bankwezen, de detachering, werving en selectie bureaus, universiteiten en hogescholen, ministeries en uitgeverijen. Schuijers’ stijl valt op door het grote aantal praktische voorbeelden die hij uit de sportervaring kan vertellen. Een uiterst geschikt spreker dus, om te laten zien hoe onze getalenteerde onderzoekers het maximale uit zichzelf halen!

Rico heeft een hectisch bestaan maar hij focust zich op de juiste dingen: hij houdt zijn motivatie op pijl door de juiste doelen te stellen en zijn zelfvertrouwen hoog door positieve gedachten. Stressmanagement noemt hij energiemanagement. Rico geeft je tips die dagelijks van toepassing zijn.

9


Onderzoek ‘Bewegen tijdens ziekenhuisopname’

Uitkomsten onderzoek ‘Bewegen tijdens ziekenhuisopname’ Aanleiding onderzoek Gelre ziekenhuizen en Hogescholen Saxion (Academie Gezondheidszorg en het Saxion lectoraat Verpleegkunde) is in 2018 een onderzoeksarrangement met elkaar aangegaan om een specifiek probleem uit de beroepspraktijk te onderzoeken en op te lossen. Gedurende 20 weken hebben vier HBO-V studenten vanaf februari tot en met juni van dit jaar een verkennend onderzoek uitgevoerd op de afdelingen Chirurgie, Longziekten, Neurologie en Geriatrie over het bewegen tijdens de ziekenhuisopname, gericht op oudere patiënten. Uit verschillende onderzoeken blijkt namelijk dat oudere patiënten minder zelfredzaam zijn en functieverlies ontwikkelen tijdens een ziekenhuisopname. Een mogelijke oorzaak van functieverlies is te weinig bewegen tijdens een ziekenhuisopname. Vanuit het Expertise Centrum Ouderengeneeskunde (ECO) van Gelre ziekenhuizen, is de vraag gesteld wat de rol is van verpleegkundigen met betrekking tot het zorgen voor bewegen van oudere patiënten (70-plussers) tijdens een ziekenhuisopname.

Wist-je-dat? • Wist je dat bewegen meer is dan alleen mobiliseren? • Wist je dat oudere patiënten 83% van hun tijd tijdens een ziekenhuisopname liggend in bed doorbrengen? • Wist je dat 35% van de oudere patiënten na een ziekenhuisopname minder zelfstandig is in het uitvoeren van de ADL dan voorafgaand aan de ziekenhuisopname?

Uitkomsten van het onderzoek Bewegen van oudere patiënten tijdens ziekenhuisopname is een actueel onderwerp. Over het begrip bewegen liggen de meningen van verpleegkundigen op de drie afdelingen, waar interviews zijn gehouden, uiteen. Onder bewegen wordt door de verpleegkundigen vaak alleen mobiliseren verstaan. Echter, is bewegen elke lichamelijke activiteit en omvat elke krachtsinspanning van skeletspieren, wat resulteert in méér energieverbruik dan in rust. Een

Kim Linthorst

Begeleider Saxion Hogescholen Wendelien Moorlag, docent Hogeschool Saxion Academie Gezondheidszorg

Marian Bosman

Leonie Groothedde

Fleur van Klaveren

10 wetenschap@gelre | 16 • 2018

Begeleiders Gelre ziekenhuizen Barbara van Munster, internist-geriater Astrid Mulder, verpleegkundig specialist geriatrie Marianne van Nistelrooij, research verpleegkundige Margit Wouters, wetenschapscoördinator


Wetenschapslunches aantal verpleegkundigen legt de prioriteit niet bij het bewegen door de belemmerende factoren tijd- en werkdruk. De meningen over wie de regie heeft met betrekking tot bewegen van oudere patiënten lopen uiteen. Belangrijk is dat oudere patiënten zelf de regie hebben en keuzes kunnen maken. Door taken over te nemen van oudere patiënten wordt het risico op afhankelijkheid groter. Verpleegkundigen benoemen dat patiënten motivatie en inzicht missen om te bewegen. Eén van de verpleegkundige taken is het geven van voorlichting aan patiënten. Een voorlichting kan bij de oudere patiënt zorgen voor een ander beeld van een ziekenhuisopname en inzicht in het belang van bewegen. Verpleegkundigen vinden het voorkomen van functieverlies belangrijk. De verpleegkundigen weten wat het begrip functieverlies inhoudt, maar zijn minder op de hoogte van de oorzaken van functieverlies. De communicatie en samenwerking met de betrokken disciplines vinden verpleegkundigen goed verlopen. Aanbevelingen vanuit het onderzoek De volgende aanbevelingen zijn vanuit het onderzoek voor het ziekenhuis naar voren gekomen: • Voor het vergroten van kennis van verpleegkundigen is een scholing nodig. • Oudere patiënten en eventueel hun naasten moeten op de hoogte worden gesteld van de gevaren van verminderd bewegen en het belang van bewegen. • Het inzetten van een activiteitenbegeleider of vrijwilliger kan de werkdruk verlagen. • Door een onderdeel ‘bewegen’ toe te voegen aan het elektronisch dossier kan specifieker gerapporteerd worden over bewegen in plaats van mobiliseren. • Het creëren van een therapeutisch klimaat door de aanwezigheid van een huiskamer, het opfleuren van de ziekenhuisgangen en het aanbieden van een buitenruimte. • Een vervolgonderzoek moet gericht te zijn op de kennis, vaardigheden en attitude van oudere patiënten. • Een vervolgonderzoek moet uitgevoerd worden naar de inschatting die verpleegkundigen maken over waar de patiënt toe in staat is op het gebied van bewegen. • Er moet vervolgonderzoek uitgevoerd worden naar het inzetten van technologische middelen zoals televisie programma’s, applicaties, spelcomputers en virtual reality.

Wetenschapslunches In 2018 is het Wetenschapsbureau begonnen met het organiseren van zogenaamde wetenschapslunches: bijeenkomsten open voor iedereen die geïnteresseerd is in wetenschap en daarvoor tijdens een verzorgde lunch tijd kan en wil vrijmaken. De programmering is wisselend: onderzoekers in de beginfase van hun onderzoek presenteren hun studieopzet waarop zij feedback ontvangen van de groep, onderzoekers in de uitvoerende fase presenteren voorlopige resultaten en oefenen zo hun presentatievaardigheden (waarop zij indien gewenst feedback vragen aan enkele leden van de groep), of onderzoekers presenteren hun eindresultaten. Het bureau heeft verder geïnventariseerd waar de wensen van de onderzoekers liggen, en die lagen ook op het gebied van bijscholing: “Hoe schrijf ik een goed protocol?”,“Hoe gaat een METC beoordeling in zijn werk en hoe kan ik een aanvraag daarvoor doen?” Maar ook geeft Hester van der Zaag, arts-epidemioloog, korte lessen over statistiek. Voor 2019 staan o.a. op het programma lessen in SPSS-trucs en het (statistische) programma R, en een overzicht van grafische mogelijkheden voor het presenteren van je onderzoek. Kortom, een zeer afwisselend aanbod van sprekers en thema’s. De lunches worden aangekondigd via het intranet, middels aankondigingen bij de ingang van het Leerhuis en via persoonlijke e-mails. Krijg jij deze persoonlijke mails niet, maar wil je die wel graag krijgen? Stuur dan een verzoek aan wetenschap@gelre.nl, of bel DECT 6270.

Marian Bosman, Leonie Groothedde, Fleur van Klaveren en Kim Linthorst studenten HBO-verpleegkunde, Hogeschool Saxion

11


12 wetenschap@gelre | 16 • 2018


Röntgenpuzzel

Radiologie in beeld Dominika Suchá, aios radiologie Julia Huijbregts, nucleair geneeskundige en radioloog

Een specifiek soort PET-scan Een 74-jarige patiënt met blanco voorgeschiedenis werd verwezen naar de uroloog in verband met urineretentie. Behoudens een moeizame stoelgang had hij geen andere klachten. De uroloog voelde een vergrote, glad aanvoelende prostaat. Het prostaat-specifiek antigeen (PSA) bleek sterk verhoogd (888, normaalwaarde <6.4). Er werden biopten genomen uit de prostaat waarbij er sprake bleek te zijn van een hoog risico prostaatcarcinoom (Gleason 9). Aanvullend werd er beeldvorming gedaan. Wat voor soort scan werd er verricht (Fig. 1-3)? Wat is uw diagnose en stadiëring?

Voor de oplossing kijk op pagina 34. Fig. 1

Fig. 3A

Fig. 3B

Fig. 2A

Fig. 4A

Fig. 2B

Fig. 4B 13


AVG en wetenschappelijk onderzoek

Nieuwe privacywetgeving en wetenschappelijk onderzoek Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Deze vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

V.l.n.r. Margit Wouters, wetenschapscoördinator en ambtelijk secretaris LTC, Hester van der Zaag, arts-epidemioloog en Marianne Reinders, secretaresse wetenschapsbureau

Wat betekent de AVG voor wetenschappelijk onderzoek? Het grootste verschil tussen de oude en de nieuwe wetgeving is hoe transparant het gebruik van persoonsgegevens moet zijn en de zorgvuldigheid bij het verwerken ervan. Transparantie De onderzoeker moet zich verantwoorden over ‘met welk doel welke persoonsgegevens worden verzameld en hoe 14 wetenschap@gelre | 16 • 2018

met de persoonsgegevens wordt omgegaan’. Daarnaast moeten de deelnemers aan een onderzoek hierover duidelijk geïnformeerd worden. Rechten patiënten De rechten van patiënten, te weten recht op inzage, wijziging, verwijdering en vernietiging van gegevens, gelden niet voor wetenschappelijk onderzoek. De AVG heeft de rechten van patiënten die gelden binnen de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst


Wetenschapsfonds 2018

(WGBO) uitgebreid met het recht op vergetelheid (= recht om vergeten te worden) en het recht op beperking van de verwerking. Patiënten kunnen zich voor wetenschappelijk onderzoek ook op deze rechten niet altijd beroepen. Een voorbeeld: een patiënt wil zijn gegevens uit zijn medisch dossier laten vernietigen. Echter, deze data zijn ook gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. In dat geval mogen deze gebruikte data bewaard blijven als brongegevens voor het reeds uitgevoerde wetenschappelijk onderzoek. Toestemming Ook met de AVG blijven de bepalingen voor wetenschappelijk onderzoek in de WGBO geldig. Dat betekent dat voor wetenschappelijk onderzoek nog steeds toestemming nodig is voor verwerking van de gegevens. Alleen als toestemming verkrijgen in redelijkheid niet mogelijk is, dan kan hiervan afgeweken worden. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer te verwachten valt dat een groot deel van de patiënten inmiddels is overleden, of bij een onderzoek onder duizenden patiënten. De patiënt moet dan de mogelijkheid hebben gehad om bezwaar te maken tegen het gebruik van zijn/haar gegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Dit betekent dat in het EPD een geautomatiseerd bezwaarsysteem wordt ingericht en op de website hierover informatie wordt geboden aan patiënten. Zorgvuldigheid Zorgvuldige gegevensverwerking is een gedeelde verantwoordelijkheid van onderzoekers, afdelingshoofden en de Raad van Bestuur. Medewerkers worden ondersteund bij het zoeken naar antwoorden en oplossingen. Vragen? Heb je vragen over wetenschappelijk onderzoek en de AVG? Neem dan contact op met het wetenschapsbureau via wetenschap@gelre.nl. Zo nodig wordt doorverwezen naar de Functionaris voor de Gegevensbescherming.

Wetenschapsfonds 2018 Jaarlijks stelt onze RvB E 100.000 ter beschikking voor wetenschappelijk onderzoek. De Wetenschappelijke Advies Raad, voorgezeten door Barbara van Munster, beoordeelt deze aanvragen op een zo objectief mogelijke manier, en geeft de RvB advies over inhoudelijke kwaliteit van de aanvragen. De RvB beslist uiteindelijk of zij in dit advies meegaat of niet. De aanvragers worden van het advies op de hoogte gesteld. In de afgelopen ronde van 2018 – de 5e ronde van het Wetenschapsfonds – werden acht voorstellen ingediend met een totaal aangevraagd bedrag van bijna E 150.000. Hiervan werd één voorstel direct gehonoreerd; een aantal aanvragen waren nog onvoldoende helder voor de commissie om de aanvraag te honoreren, en de indieners werd geadviseerd een nieuwe indiening te doen bij volgende ronde. Hierbij werd hulp aangeboden vanuit het wetenschapsbureau. Het gehonoreerde onderzoek betrof een aanvraag van de gynaecologie en geriatrie met als titel ‘PREsurgery (PREhabilitation for the Elderly undergoing gynecological oncological surgery)’, waarvoor E 34.000 gevraagd werd. Hiermee blijft een resterend bedrag van E 66.000 over voor de 6e ronde, welke als deadline 1 oktober jl had. Binnen deze ronde zijn zes project-aanvragen ingediend, waaronder drie her-indieningen van de eerdere ronde. Het totaal aangevraagde bedrag in deze ronde is E 97.830. Ter perse gaan van dit magazine is nog niet bekend welke aanvragen zijn toegekend.

Hester van der Zaag, arts-epidemioloog en Marije Dijkstra, compliance officer

15


Abstracts

Voordrager J.M. Dieperink–van der Goot, IC-verpleegkundige en circulation practitioner i.o.

De effectiviteit en toepasbaarheid van non-invasieve hemodynamische monitoring bij de IC-patiënt

Achtergrond Het invasief meten van de hemodynamiek (in dit onderzoek PiCCO), is een effectieve methode om de circulatie te monitoren en wordt beschouwd als de “standard-of-care” op de intensive care (IC). Echter is er voor deze techniek zowel een centraal veneuze als een arteriële katheter nodig. Recent zijn er niet-invasieve hemodynamische meettechnieken verschenen, waarbij men door middel van een vingercuff de circulatie kan monitoren (Clearsight™). Er is onderzocht of deze niet-invasieve vingercuff technologie bij de aansturing van circulatietherapie, veilig en net zo effectief kan zijn als de invasieve meting.

Resultaten In totaal werden op de intensive care in Apeldoorn tussen maart en juli 2018, 10 patiënten (6 mannen, 4 vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 74 jaar, geïncludeerd. Er werd geen significant verschil in gemeten circulatieparameters gevonden en globaal genomen was er een redelijke correlatie tussen de slagvolume variatie (SVV) en continue cardiac index (CCI) van beide technieken: zowel voor als tijdens de fluid challenge, toonden de SVV en CCI bij beide methoden een gelijke trend. De vingercuff van de Clearsight™ werd door patiënten goed verdragen.

Methode IC-patiënten werden in een prospectieve observationele studie aangesloten aan beide technieken. In een enquête werd aan de clinicus bij opname, na 24 en na 48 uur gevraagd, de meetgegevens voor, tijdens en na een fluid challenge te interpreteren.

Conclusie Niet-invasieve hemodynamische metingen middels vingercuff technologie lijken in vergelijking met de meer invasieve technieken bij deze kleine groep IC-patiënten een makkelijke, veilige, goed toepasbare en betrouwbare meetmethode te zijn bij het monitoren en bijsturen van de circulatie. Studies met een groter aantal patiënten zijn nodig om onze onderzoeksresultaten beter te staven.

Voordrager M. Elshof, verpleegkundig expert patiëntveiligheid

De verpleegkundige kijk op patiëntveiligheid

Inleiding De afgelopen jaren is de potentieel vermijdbare sterfte in ziekenhuizen niet verder gedaald. Wanneer het zorgsysteem tekort schiet of er niet professioneel gehandeld wordt is de patiëntveiligheid in het geding. Verpleegkundigen hebben een cruciale rol in de patiëntveiligheid. Met de toenemende complexiteit van de patiëntenzorg en veranderende zorgomgeving is aandacht voor de heersende patiëntveiligheidscultuur van groot belang om de patiëntveiligheid te verbeteren. Voorafgaande aan dit onderzoek was het niveau van de patiëntveiligheidscultuur van verpleegkundigen binnen Gelre Ziekenhuizen Zutphen onduidelijk. Doel Doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in de sterke en zwakke punten van de huidige patiëntveiligheidscultuur van verpleegkundigen binnen Gelre Ziekenhuizen Zutphen. Onderzoeksvraag Hiervoor is de onderzoeksvraag geformuleerd: ‘Wat is het niveau van de patiëntveiligheidscultuur van verpleegkundigen binnen Gelre Ziekenhuizen locatie Zutphen?’ 16 wetenschap@gelre | 16 • 2018

Methode Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag is, in de periode oktober – november 2017, een kwantitatief beschrijvend onderzoek uitgevoerd op de algemene verpleegafdelingen van Gelre Ziekenhuizen Zutphen. Alle 151 verpleegkundigen van deze afdelingen hebben de gestandaardiseerde vragenlijst COMPaZ ontvangen. Specialistische afdelingen en leerlingen en stagiaires werden in dit onderzoek geëxcludeerd. De behaalde response rate is 78,2 %. Resultaat Belangrijke bevinding is dat de verpleegkundigen de gegevensoverdracht tussen afdelingen als zwak waarderen. Dit onderzoek geeft een indicatie dat zich meer (bijna) incidenten voor doen dan gemeld worden. Conclusie Het huidige niveau van de patiëntveiligheidscultuur van verpleegkundigen binnen Gelre Ziekenhuizen Zutphen wordt hoofdzakelijk redelijk tot goed gewaardeerd. De gegevensoverdracht tussen afdelingen wordt als zwak gewaardeerd en behoeft aandacht. Op het gebied van incidentmeldingen is verbetering mogelijk.


Abstracts

Voordrager H.P. Eising, gynaecoloog

Women prefer proactive support from providers for treatment of heavy menstrual bleeding: A qualitative study in adult women in moderate or severe Von Willebrand disease This focusgroup study aimed to gain insight into the wants and needs of women with Von Willebrand disease (VWD) who underwent surgery because of heavy menstrual bleeding (HMB) to improve professional support. Eleven VWD women aged 41-68 years who had had a hysterectomy or bipolar radiofrequency ablation (BRA) because of HMB participated. Bleeding complications occurred in 7 of 10 participants during hysterectomy because the diagnosis VWD was made only after surgery. Our major findings were that there is a lack of knowledge from professionals regarding underlying bleeding disorders in patients with HMB. Participants mentioned that mindful and proactive support by professionals could be improved by providing information about different types of surgery and shared decision making regarding type of interventions. They clearly expressed a need for support for younger women. Previous studies also concluded that studies are needed to determine whether improved awareness and education in adolescents may prevent bleeding complications in adults. Improvement activities should focus on educating providers

in emotional support of women with bleeding disorders and promoting checklists like a bleeding assessment tool. An online website could also be an effective method to increase awareness of a bleeding disorder when women are faced with HMB in a GP and gynaecologic outpatient clinic. The women would prefer to be supported by a small team of experienced professionals, like haemophilia nurses, to decrease the risk of errors. The women would appreciate it if their gynaecologists and haematologists could involve them in decision making regarding type of surgery and complication rate. The women emphasized the importance that professionals should be in direct contact with each other. They suggested that working in one electronic health system could be a solution to solve this problem. It is hoped that the experience which these VWD women describes regarding lack of awareness of a bleeding disorder and information about type of surgery, will be different for young adults tomorrow. Our results may therefore contribute to more research into tailored care in women with VWD and HMB.

Voordrager S.O. Simons, longarts

Sneldiagnostiek bij longaanvallen

Achtergrond Herhaaldelijke longaanvallen, zeker als ze gepaard gaan met ziekenhuisopnames, kunnen tot veel schade leiden bij patiënten met COPD. Luchtweginfecties zijn de belangrijkste oorzaak van deze aanvallen. Er is een dringende behoefte aan betere diagnostiek omdat de gouden standaard, de sputumkweek, onvoldoende betrouwbaar is. Wij hebben een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee we op een snelle en patiëntvriendelijke manier kunnen vaststellen of een longaanval door een bacterie wordt veroorzaakt.

Resultaten In totaal kon bij 9 COPD-patiënten simultaan het een ademmonster en conventionele diagnostiek geanalyseerd worden. De sputumkweek toonde slechts bij 1 patiënt een bacterie. De ademanalyse was gevoeliger (positief bij 6 van de 9 patiënten). Definitieve bacteriele bevestiging d.m.v. aanvullende urine sneltesten en PCR op het sputum toonde een bacterie in 9 van de 9 patiënten. Wel was er bij sommige patiënten een discrepantie in bacteriële species tussen de definitieve bacteriele diagnostiek en de ademanalyse.

Methode COPD-patiënten met een longaanval o.b.v. een inflammatoir profiel (CRP > 40 mg/l) werden gevraagd deel te nemen. Bij hen werd uitgeademde lucht opgevangen via een nieuw ontwikkeld device. Simultaan werd conventionele diagnostiek ingezet naar een eventuele bacteriele verwekker (sputumkweek). De opgevangen ademlucht werd geanalyseerd middels PCR op de aanwezighed van bacteriën. De uitslagen van de ademanalyse werden vergeleken met de huidige standaarddiagnostiek.

Conclusie Conventionele diagnostiek van bacteriele verwekkers tijdens een longaanval is ondermaats. Aanvullende moleculaire diagnostiek van de ademlucht lijkt gevoeliger en kan een meerwaarde hebben in de diagnostiek. De klinische relevantie van de gevonden bacterien is vooralsnog onduidelijk.

17


Abstracts

Voordrager J.M. Flim, intensive care verpleegkundige

Thirst in the intensive care unit: A mixed method systematic review on prevalence, intensity, distress and experiences of thirst in intensive care patients Background In Intensive Care (ICU) patients, thirst is a burdensome symptom. This is mainly due to endotracheal intubation and the use of medications like diuretics and opioids. Knowledge on the topic is scattered and thirst management is insufficiently described. Aim The aim of this systematic review is to identify and analyse the current knowledge on thirst in ICU patients. Dimensions of thirst, being; prevalence, intensity, distress and experiences of thirst in ICU patients are explored, analysed and synthesized. Methods A mixed-method systematic review of literature was conducted. PubMed, CINAHL and MEDLINE were searched for studies in adult ICU patients from 2006 until February 2018. A best evidence synthesis of results was executed for quantitative studies. Meta-aggregation was executed on qualitative findings.

Results Five quantitative and four qualitative studies met inclusion criteria. Methodological quality assessment rated most being of good (5) and fair (2) quality. Thirst was found to be highly prevalent (70-80%). Thirst intensity and distress were moderate, measured with numeric and word scales. Metaaggregation confirmed thirst being a burdensome symptom and added the â&#x20AC;&#x2DC;level of controlâ&#x20AC;&#x2122; being influential on thirst experience. Conclusions This systematic review explored dimensions of thirst in ICU patients and identified that limited knowledge on the topic exits. It demonstrates thirst having a substantial symptom burden. Used thirst assessment tools are not validated and interventions scarce. Implications of key findings Although thirst seems to be one of the most burdensome symptoms for ICU patients, thirst is not routinely assessed or treated in the ICU and evidence based interventions are lacking. High quality thirst care should be developed.

Voordrager J. Epskamp, arts-assistent intensive care

Pulmonary edema after acute upper airway obstruction

Background Negative-pressure pulmonary edema (NPPE) usually occurs as a result of an upper airway infection, tumor or laryngospasm. [1] The pathophysiology of NPPE is mostly hydrostatically driven. Negative intrathoracic pressure is transmitted to the intrapleural spaces leading to an increase in venous return to the right side of the heart and a decreased left ventricular stroke volume and pulmonary pressure. The perivascular interstitial hydrostatic pressure is decreased. Whereas perivascular interstitial hydrostatic pressure is decreased. Subsequently fluid from pulmonary capillaries transfers into the interstitium and alveolar spaces. [2-4]

Case A 48-year-old male, with no medical record, was admitted to the emergency room with dyspnea and a sore throat. A discomforted patient with an inspiratory stridor was seen. The otolaryngologist observed via direct laryngoscopy a diffuse erythematous swollen epiglottis which collapsed during inspiration. At the intensive care the patient experienced an acute obstruction of the upper airway. The oxygen saturation stayed for at least five minutes below 35%. A percutaneous tracheotomy was performed and the oxygen saturation rose quickly. One hour later an X-ray of the thorax showed significant pulmonary edema. During the following days the patient fully recovered. Conclusie NPPE is a well-established secondary effect of acute upper airway obstruction and resolves within 24-48 hours in most of the cases.

18 wetenschap@gelre | 16 â&#x20AC;˘ 2018


Abstracts

Voordrager W. Kuypers, aios anesthesiologie

Standaard natrium en kalium bepalingen: stoppen of continueren?

Achtergrond In het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn wordt bij patiĂŤnten die een diureticum gebruiken preoperatief het natrium en kalium bepaald. Uit enkele studies, welke van methodologisch matige kwaliteit, lijkt standaard preoperatief screenend onderzoek vaak niet afwijkend. De hypothese is dat preoperatieve natrium en kalium bepalingen nauwelijks afwijkend zijn en niet leiden tot veranderingen in anesthesiologisch management. Tevens zal een kostenanalyse worden uitgevoerd. Methode Opgevraagd zijn de natrium en kalium waarden welke in de periode van januari 2016 tot en met oktober 2017 op de preoperatieve screeningspoli zijn bepaald. Een natrium < 130 of > 145 en een kalium < 3.0 of > 5.5 zijn de aangehouden referentiewaarden. Bij het labaratorium is navraag gedaan van de kosten van natrium en kalium bepalingen.

Resultaten In totaal zijn er 1696 natrium en 1681 kalium bepalingen gedaan. In totaal waren 12 (0,7%) natrium bepalingen (8 <130 (125-129) , 4 > 145 (146-151)) en 18 (1,1%) kalium bepalingen (4 < 3,0 (2,4-2,9), 14 > 5,5 (5,6-6,3)) afwijkend. Geen enkele afwijkende waarde heeft geleid tot verandering in anesthesiologisch management. De kosten van een natrium en kalium bepaling samen zijn drie euro. Uitgaande van 850 natrium en kalium bepalingen per jaar komt dit neer op 2550 euro. De werkelijke kosten liggen hoger, omdat de standaardkosten van vijftien euro voor een bloedafnameorder niet zijn meegenomen. Conclusie Bijna 1 op de 100 bepalingen van natrium en kalium zijn afwijkend. Deze afwijkende waarden hebben niet geleid tot verandering in anesthesiologisch management. Op basis van deze retrospectieve studie, lijkt het gerechtvaardigd om standaard preoperatieve natrium en kalium bepalingen achterwege te laten en ze alleen op indicatie te bepalen. Tevens wordt minimaal 2500 euro bespaard.

Natrium

Kalium 0,2% < 3,0

0,2% < 130

1696

1681 0,5% > 145

0,8% > 5,5

19


Abstracts

Voordrager G.G. Boot, geriatrie

Goals and outcomes of hospitalised older people: does the current hospital care match with the needs of older people?

Achtergrond Hospitalised patients are becoming older over years. Older patients in the outpatient clinic express different goals for care than younger patients. This study aimed to investigate goals of individual older hospitalised patients and to which extend hospitalisation contributed to the achievement of these goals. Methode A single centre prospective cohort study was performed in Gelre hospital, Apeldoorn in The Netherlands. Participants were aged 70 years or older. In the first three days of hospital admission individual patient goals for the hospital admission were collected by a semi structured interview. One to two weeks after discharge patients were asked to which extend the recent hospitalisation had contributed to them reaching their goals.

Resultaten A total of 104 patients were included and in 86 patients a follow-up was completed. The most reported goals during the hospital admission were “recovery” (81.7%), “staying alive” (72.1%) and “feeling better” (71.2%). Hospitalisation seemed to have a positive contribution to the achievement of the goals “staying alive”, “to receive a diagnosis” and “slow down or stop disease progression”. Hospitalisation seemed to contribute little to the achievement of the goals in the categories “quality of life”, “independency and freedom”, “(instrumental) activities of daily living”, “hobbies and work” and “social activities”. Conclusie It is important for healthcare professionals to be aware of the goals of their hospital patients. The majority of these goals were not achieved after hospital admission. For healthcare professionals it is important to be aware of this, so sufficient aftercare can be arranged, and patients can be prepared.

Voordrager B.D.P.J. Maas, PhD-student Apeldoorns Duizeligheidscentrum

Belasting van de Epleymanoeuvre bij ouderen

Achtergrond De gouden standaard voor behandeling van benigne paroxysmale positie duizeligheid (BPPD) is de Epleymanoeuvre. Hierbij worden patiënten snel in bepaalde houdingen gemanoeuvreerd. Onze indruk is dat ouderen de manoeuvre als meer beangstigend ervaren dan jongeren. Dit zou kunnen leiden tot het vermijden van een eventuele herbehandeling met als gevolg een verhoogde valkans. Het doel van deze studie was om na te gaan of ouderen de Epleymanoeuvre beangstigender vinden dan jongere patiënten en of er een verschil bestaat in de bereidwilligheid tot een eventuele herbehandeling. Methode Nederlandstalige volwassenen met BPPD werden geïncludeerd. Patiënten met dementie of een repositiemanoeuvre binnen vier maanden voorafgaand aan het onderzoek werden geëxcludeerd. Direct na de Epleymanoeuvre, na twee weken en na twee maanden werd patiënten middels een vragenlijst gevraagd naar hun ervaringen. Verschillen tussen jongeren (<70 jaar) en ouderen (>70 jaar) werden getoetst met de Fisher’s exact test. 20 wetenschap@gelre | 16 • 2018

Resultaten Honderdnegenenzeventig patiënten werden geïncludeerd waaronder 115 (64%) van 70 jaar of jonger en 134 (75%) vrouwen. Direct na de behandeling gaf 25% in beide groepen aan de behandeling beangstigend te vinden. Na twee weken was dit 19% van de jongeren en 27% van de ouderen (p=0.3) welke getallen na twee maanden vergelijkbaar waren (respectievelijk 18% en 20%, p=0.7). Indien klachten zouden recidiveren zou twee weken na de initiële behandeling 94% (93% en 95%, respectievelijk, p=0.7) en na twee maanden 96% (97% en 92%, respectievelijk, p=0.1) een herbehandeling overwegen. Conclusie Ouderen vinden de Epleymanoeuvre niet beangstigender dan jongeren. De bereidwilligheid tot een eventuele herbehandeling ligt hoog en is nagenoeg gelijk in beide groepen.


Abstracts

Voordrager R.M. van Stigt, arts intensive care

Beriberi in ICU: remarkable shock reversal with thiamine

Introduction Thiamine is important in glucose metabolism. If intake is insufficient, a deficiency can occur rapidly; this is prevalent in alcoholics, malnourished and critically ill patients. A fulminant course of symptomatic deficiency is called Shoshin beriberi. This diagnosis is often overlooked in patients with shock, and is important to consider because of the severity of the illness and ease of treatment. We will present two illustrative cases. Results Case one is a woman with gastroparesis, methadone and cocaine abuse. She presented with shock and a lactate of 25 mmol/l (0.6-0.9). After supplementing thiamine, she stabilised rapidly and could be discharged from ICU after 48 hours. Case two had anorexia due to chemotherapy for small-cell lung carcinoma. She presented with shock: lactate was 10 mmol/l (0.6-0.9). After thiamine, she could be weaned of

circulatory support within 24 hours and mechanical ventilation within 2 days. Conclusion Beriberi is important to consider in the differential diagnosis of a patient with shock and lactate acidosis, is treated with thiamine and generally has a good prognosis. Both cases stabilised rapidly after thiamine suppletion. Patient one was at risk because of her gastroparesis and substance abuse, possibly an eating disorder. Our second was malnourished and suffered a viral infection increasing metabolic demand and possibly leading to an acute deficiency. Recommendations Thiamine suppletion can effectuate rapid stabilisation of those in shock due to Shoshin beriberi and should be considered in the management of critically ill patients at risk for thiamine deficiency.

Voordrager Dr. M.W.H.J. Demmers, klinisch chemicus in opleiding KCHL Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn

Low number of hypochromic erythrocytes during pregnancy despite low iron stores Mede-auteurs Dr. M. Niens (klinisch chemicus CKCH Laurentius Ziekenhuis Roermond) G. van der Haar (verloskundige â&#x20AC;&#x201C; Gelre Verloskundig Centrum Apeldoorn) en dr. H.J. Adriaansen (arts klinische chemie â&#x20AC;&#x201C; KCHL Gelre Ziekenhuizen Apeldoorn) Introduction Anemia diagnosis during pregnancy is a commonly encountered problem. The Dutch guideline for midwifes uses hemoglobin and MCV to determine iron deficiency anemia. Ferritin and hypochromic erythrocytes are regarded as sensitive markers of iron deficiency. We assessed red blood cell parameters and biochemical parameters to diagnose iron deficiency anemia during pregnancy. Methods Pregnant women (n=1452) were included during the Netherlands Prenatal Screening Program at week 12 and 27. Non-pregnant women (n=818) were included from our local anemia screening program. The following parameters were analyzed on a Abbott Sapphire: hemoglobin, red blood cell indices, and reticulocyte indices. Abbott Architect: ferritin, iron, transferrin, and CRP. The study was conducted in accordance with the Declaration of Helsinki and was approved as being minimal or no risk.

Results Corrected for the reference values for hemoglobin during pregnancy 34 pregnant women (2.3%) were diagnosed as anemic. Low ferritin (< 20ug/l) was found in 492 pregnant women (34%). The percentages of hypochromic erythrocytes (>10%) are given in Table 1. In only 2.8% (14/492) of the pregnant women with a low ferritin increased hypochromic erythrocytes were found. In contrast, 33% (270/730) of the non-pregnant (n. pregn) women with a low ferritin had increased hypochromic erythrocytes. Conclusions Hypochromic erythrocytes are seen less frequently in pregnant women. During pregnancy iron metabolism might be differentially regulated compared with non-pregnant women despite low iron stores. From the point of view of developmental biology this might secure an optimal fetal growth and development despite low maternal iron stores. Moreover, during pregnancy ferritin levels might not reflect iron storage capacity and red blood cell parameters are needed to diagnose iron deficiency. 21


Abstracts

Voordrager P.E. Spies, klinisch geriater, klinisch farmacoloog E. Overdorp, klinisch neuropsycholoog en klinisch psycholoog

Wat is de levensverwachting van geheugenpolipatiënten? Achtergrond Patiënten met cognitieve stoornissen hebben een kortere levensverwachting dan patiënten zonder cognitieve stoornissen. De prognose van een individuele patiënt is echter moeilijk in te schatten, terwijl dit één van de meest gestelde vragen is bij het uitslaggesprek op de geheugenpoli. Factoren die van invloed lijken te zijn op de overleving zijn leeftijd en geslacht – hoewel dit niet door alle onderzoeken ondersteund wordt – maar onderzoek naar factoren als dagelijks functioneren, cognitief functioneren en MRI maten is zeer beperkt of niet verricht. Methode In ons ziekenhuis is een grote database beschikbaar met geanonimiseerde gegevens van bijna 1000 geheugenpolipatiënten, gezien in de periode 2004-2015. Er is onder andere informatie beschikbaar over MRI maten, cognitieve testen, IADL functioneren en overlijdensdata. Met behulp van deze database zal worden onderzocht wat de levensverwachting is van geheugenpolipatiënten en welke factoren hierop van invloed zijn.

Resultaten Van 980 patiënten is bekend of zij nog in leven zijn of niet. Gemiddelde leeftijd bij geheugenpolibezoek was 76,2 jaar en 53,9% was vrouw. 26,1% had alzheimerdementie, 16% een andere vorm van dementie en 21% milde cognitieve stoornissen. 550 patiënten zijn inmiddels overleden, na mediaan 3,6 jaar (range 43 dagen - 11,1 jaar). De analyses naar welke factoren van invloed zijn op de overleving worden in het najaar verricht. Conclusie Wij verwachten dat specifieke neurocognitieve stoornissen (zoals geheugen- en executieve functiestoornissen), neuroanatomische afwijkingen (onder andere hippocampusatrofie en wittestoflaesies) alsook de mate van IADL (on)afhankelijkheid de levensverwachting van geheugenpolipatiënten kunnen voorspellen.

Voordrager M.J. Rutten-van Kranenburg, ziekenhuisapotheker i.o.

Farmacokinetiek van clindamycine bij patiënten met overgewicht (CLIPO-studie)

Achtergrond Clindamycine is een antibioticum uit de lincomycine groep en is effectief tegen anaerobe en Gram-positieve aerobe bacteriën. Tot op heden zijn er onvoldoende farmacokinetische gegevens van clindamycine beschikbaar bij de patiënt met overgewicht. Het is bekend dat obesitas geassocieerd is met inflammatoire processen en daarnaast met pathofysiologische veranderingen die de farmacokinetiek in belangrijke mate kunnen beïnvloeden. Door het groeiende probleem van obesitas wordt het voor clinici steeds moeilijker om de juiste dosering te kiezen omdat er weinig informatie voorhanden is over het juist doseren bij deze patiëntengroep. Er zijn aanwijzingen dat de huidige doseerschema’s van clindamycine bij overgewicht leiden tot onvoldoende antimicrobiële werkzaamheid en mogelijk tot het induceren van resistentie. Doel Het vergelijken van de farmacokinetiek van clindamycine tussen patiënten met verschillende mate van overgewicht en het optimaliseren van de huidige doseerschema’s. 22 wetenschap@gelre | 16 • 2018

Methode Er wordt een prospectieve open multi-center oberservationele cohort studie uitgevoerd. Per BMI groep worden 8 patiënten geïncludeerd waarbij plasmaconcentraties clindamycine worden gemeten tussen t=0 en t=8 uur na toediening van clindamycine. Daarnaast worden de lichaamsdimensies en -samenstelling met behulp van multi-frequente bio-electrische impedantie analyse in kaart gebracht Resultaten Tot dusver zijn er 21 patiënten in de CLIPO-studie geïncludeerd. Van deze 21 patiënten hebben er 16 patiënten overgewicht volgens de WHO-classificatie (> 25 kg/m2). Conclusie Het aantal patiënten dat met clindamycine wordt behandeld met een BMI > 25 kg/m2 onderstreept de relevantie van de vraagstelling van dit onderzoek. De uiteindelijke resultaten worden in de loop van 2019 verwacht.


Abstracts

Voordrager A.G. Otten-Helmers, researchcoördinator

Wordt de minimale plasmaconcentratie van flucloxacilline bij patiënten met Staphylococcus aureus bacteriëmie bereikt?

Achtergrond In november 2016 is het behandelprotocol Staphylococcus aureus Bacteriëmie (SaB) geïmplementeerd. Onderdeel van dit behandelprotocol is therapeutic drug monitoring (TDM) van flucloxacilline. Het doel van deze studie is te evalueren hoeveel patiënten tijdens een continue infusie van flucloxacilline van minimaal 24 uur voldeden aan de gestelde PK/PD doelwaarde van flucloxacilline (> 40 mg/l). Daarnaast is onderzocht welke factoren van invloed zijn op het behalen van deze doelwaarde.

Resultaten Over 2017 zijn de gegevens van 67 patiënten met SaB met minimaal 1x TDM verzameld. Hiervan werden 3 patiënten geëxcludeerd. De doelwaarde werd behaald bij 61 % van de patiënten. Indien de hoogte van de doelwaarde werd gecorrigeerd voor de bacteriële gevoeligheid (MIC) heeft 86% de doelwaarde behaald. Voorspellende factoren voor het niet behalen van de doelwaarde zijn BMI (OR 1,2; BI 95% [1,0-1,4]) en eGFR (OR 1,1; BI 95% [1,0-1,1).

Methode Patiënten met SaB in 2017 zijn geïncludeerd in deze analyse wanneer TDM van flucloxacilline had plaatsgevonden. Exclusie criterium was inadequate bloedafname. Mogelijke voorspellende factoren voor het niet behalen van de doelwaarde zijn: leeftijd, BMI, albumine, eGFR, ureum, serumcreatinine, CRP, ASAT, ALAT, alkalische fosfatase, GGT, bilirubine. De invloed van deze factoren op het behalen van de doelwaarde is onderzocht door middel van multivariate logistische regressie.

Conclusie Indien de hoogte van de doelwaarde wordt bepaald op grond van de MIC wordt 86% i.pv. 61% van de patiënten effectief behandeld met flucloxacilline. Dit betekend dat bij lage MIC-waarden de dosering minder vaak hoeft te worden aangepast. Een goede nierfunctie en een hoog BMI zijn voorspellende factoren voor het niet behalen van de minimale plasmaconcentratie flucloxacilline van 40 mg/l.

Voordrager E.A.W. van der Heul, student geneeskunde (stage wetenschap afdeling geriatrie)

Frailty in a population with heart failure

Achtergrond In 2025 zullen er 195.000 patiënten met hartfalen in Nederland zijn van gemiddeld 75 jaar, waaronder naar verwachting ook veel kwetsbare patiënten. Wanneer kwetsbaarheid tijdig wordt herkend, kan dit mogelijk ziekenhuisopnames, complicaties en mortaliteit verminderen. Dit onderzoek onderzoekt de prevalentie van kwetsbaarheid in een oudere populatie met hartfalen en of dit wordt herkend door de behandelaar. Methode Patiënten ouder dan 65 jaar met hartfalen werden geïncludeerd. Cognitie en stemming werden bepaald met de MoCA en GDS (Geriatric Depression Scale), kwetsbaarheid met de Friedcriteria. De NYHA classificatie en comorbiditeiten werden verzameld. De behandelaar gaf aan of de patiënt door hem/haar als kwetsbaar werd ingeschat. Resultaten 54 patiënten werden geïncludeerd, waarvan 33 mannen (61,1%). De gemiddelde leeftijd was 78 jaar (SD 6,4). 19 patiënten (34,2%) waren kwetsbaar, waarvan 17 patiënten (89,5%) als dusdanig

werden herkend door de behandelaar. Van de 35 nietkwetsbare patiënten werden 17 patiënten (48,6%) als kwetsbaar aangemerkt door de behandelaar. 11 kwetsbare patiënten (57,9%) hadden cognitieve stoornissen versus 12 patiënten (34,3%) uit de niet-kwetsbare groep (p=0,15). In de kwetsbare groep hadden 6 patiënten (37,5%) depressieve symptomen, in de niet-kwetsbare groep waren er 4 (20%) (p=0,24). Er werd geen statistisch significante relatie aangetoond tussen kwetsbaarheid en geslacht, leeftijd, aantal ziekenhuisopnames en comorbiditeit. Conclusie Ruim 1 op de 3 patiënten met hartfalen kan als kwetsbaar worden beschouwd. Het is voor de behandelaar moeilijk om kwetsbare patiënten te identificeren omdat veel niet-kwetsbare patiënten ook als kwetsbaar worden ingeschat. In dit onderzoek zijn geen factoren gevonden die dit kunnen vergemakkelijken voor de dagelijkse praktijk. Echter, gezien het aanzienlijke aantal kwetsbare patiënten verdient kwetsbaarheid in deze populatie zeker de aandacht. 23


Abstracts

Voordrager S. Selles, ziekenhuisapotheker

Impact of intensified Antibiotic Stewardship on mortality in patients with Staphylococcus aureus bacteremia

Background Staphylococcus aureus bacteremia (SaB) is associated with a high mortality rate (40%). From 2016 onwards, Antibiotic Stewardship (ABS) for these patients was intensified in Gelre Hospitals with a proactive consultation on diagnostic testing and antimicrobial treatment. The aim of this study was to evaluate the impact of intensified ABS on mortality in patients with SaB. Methods Retrospectively, 30-day and 1-year mortality rates of patients with SaB were compared between 2013-2014 (cohort 1) and 2016 (cohort 2) by multivariate logistic regression. Predefined possibly related confounders were age, gender, comorbidity and diagnostic and treatment factors. Mortality rates were adjusted for immortal time bias; only patients who survived the first 14 days were included in the analysis.

Results In total 161 patients were included, 111 in cohort 1 and 50 in cohort 2. The 30-day mortality rate was 4.5% in cohort 1 and 6,0% in cohort 2. One-year mortality rate was 27,9% in cohort 1 and 26% in cohort 2. Both adjusted 30-day and 1-year mortality rates were not significantly different between the two cohorts (adjusted OR 1.2 [95%CI 0.2 - 5.8] and 1.4 [95%CI 0.6-3.4] respectively). Total guideline adherence (diagnostic and treatment modalities) significantly improved from 4.5% in cohort 1 to 36% in cohort 2. Total guideline non-adherence was found to be a significant determinant factor for one-year mortality (adjusted OR 5.7 [95%CI 1,1 â&#x20AC;&#x201C; 29,5]). Conclusion This study shows that the intensified level of ABS is not significantly associated with a lower overall mortality. However, ABS contributed to a better guideline adherence which, as reported in literature, is associated with reduced mortality in patients with SaB.

Voordrager J.G.M. Hofhuis, zorgonderzoeker intensive care

Physical impairment and perceived general health preceding critical illness is predictive of survival

Background A frequent dilemma for intensivists is to decide whether a critically ill patient will benefit from Intensive Care (ICU) admission. We hypothesized that item response based assessment of physical reserve preceding ICU admission is a predictor of survival. Methods We evaluated item response based assessment of physical functioning (ALDS) and HRQOL (Short-Form-12 (PCS-12; SF-1) before admission by patients themselves or, by close proxies within 72 hours after ICU admission during 1 year. Results We developed four logistic regression models to predict 1 year mortality using the predictors age, gender, ALDS, SF-1, and PCS-12. A total of 510 patients participated. Twelve months

24 wetenschap@gelre | 16 â&#x20AC;˘ 2018

after ICU discharge,110 patients (22%) had died. Pre-admission ALDS (p=0.002) and SF-1 (p=0.006) improved the prediction models with age and gender (before ICU admission). PCS-12 showed no significant association with mortality. Adding the ALDS score (p=0.0493) and the general health item (SF-1) (p=0.0376) to a model with age, gender and the APACHE II score (after ICU admission) significantly improved the model. Adding PCS-12 (SF-12) showed no significant association with mortality. Conclusion Physical reserve as assessed by ALDS and perceived general health, preceding ICU admission is predictive of mortality. Obtaining patientâ&#x20AC;&#x2122;s physical reserve or pre-existing perceived general health should be part of routine assessment whether a patient may benefit from ICU admission.


Abstracts

Voordrager D.J. van den Hoven, arts-assistent, afdeling intensive care

A drug induced skin eruption with severe systemic symptoms

Background A 55-year-old male presented to the emergency department with fever, headache, coughing, shivering and night sweats. Four months before presentation, the patient was diagnosed with granulomatosis with polyangiitis and treated with induction therapy cyclophosphamide and prednisolone, which was converted to maintenance therapy with azathioprine and prednisolone, seven days before presentation. The patient was admitted to the intensive care unit (ICU) with a refractory distributive shock secondary to sepsis with unknown origin. The next 38 hours the noradrenaline could be weaned off and patient was discharged to the general medicine ward. 24 hours later the patient got shivers, high fever and a rapidly evolving erythematous papulopustular rash followed by re-admission to the ICU with a refractory distributive shock and acute kidney injury. During the 72 hours before the patient was treated with gentamycin, ceftriaxone, cefotaxime, metronidazole, TMP/SMX, erythromycin and the azathioprine was reintroduced.

After admission the patient developed rapid swelling of the neck and an emergency cricothyrotomy was performed and he was treated with prednisone, clemastine and vasopressors. All microbiology tests and a total body CT-scan showed no indication of an infection. All antibiotics were stopped together with azathioprine. Seven days later the skin eruption was almost gone, the tracheostomy could be removed and the patient was discharged to the general medicine ward. Methode Case report Conclusion A drug induced skin eruption with severe systemic symptoms with a differential diagnosis of acute generalized exanthematous pustulosis (AGEP), drug reaction with eosinophilia and systemic symptoms (DRESS) or an azathioprine hypersensitivity syndrome (AHS). Waiting for additional analyses of the skin biopsies and the patch test results we are looking forward to present the final diagnosis on the Annual Scientific Symposium of Gelre Ziekenhuizen.

Voordrager L. van der Vorm, promovendus KCHL

Salivary tissue factor induces thrombin generation in a diurnal rhythm

Achtergrond Upon tooth extraction, extravascular tissue factor (TF) initiates coagulation to arrest bleeding. Additionally, saliva is in constant contact with the wound and contains extracellular vesicle-derived procoagulant TF. Since the duration of postextraction bleeding is highly variable between patients, we hypothesized this may be caused by variation in salivaderived TF-induced clotting activity. We aimed to assess the variability of saliva-induced thrombin generation (TG) in healthy individuals. Methode TG was measured by calibrated automated thrombinography (CAT). Diluted saliva was added (instead of recombinant TF and phospholipids [PL]) to normal pooled plasma (NPP) in the absence/presence of anti-TF antibodies. Saliva was collected from healthy individuals in the morning, afternoon and evening.

Resultaten Addition of saliva to NPP induced TG curves similar to those induced by r-TF and PL. Moreover, addition of anti-TF antibodies abolished saliva-induced TG, indicating TF-dependence. A large inter-individual variability (peak CV 31%) in salivainduced TG was observed. Interestingly, within subjects, saliva-induced TG was significantly (p=0.009) increased in the morning (167Âą40 nmol/L thrombin) compared to the afternoon (124Âą39 nmol/L thrombin) and evening (123Âą38 nmol/L thrombin). This diurnal variation was not attributable to gingival stimulation or damage induced by tooth brushing. Conclusie We identified a diurnal rhythm in salivary TF activity that may have implications for tooth extraction and dental surgery, as performing invasive procedures in the morning may be beneficial for rapid coagulation. Future studies should correlate salivary TF to clinical outcome (ie, postextraction bleeding) and assess a possible relation with bacterial status in the oral cavity. 25


Abstracts

Voordrager L. Cozijnsen, cardioloog

Altered myogenic differentiation in cells from patients with a TGFBR1 mutation from a family with thoracic aortic aneurysms and dissections Objective Investigation of pathogenicity of a mutation in TGFBR1 in a large family with familial thoracic aortic aneurysms and dissections (TAAD). Methods Sanger sequencing was used to confirm the mutation. Pathogenicity was determined using the Alamut® Visual 2.10 program. A novel method of growth factor-based myogenic transdifferentiation was used to examine the myogenic potential of patient-derived fibroblasts. The expression pattern of phosphorylated SMAD3 in patient aortic sections was analysed by immunohistochemistry whereas western blotting was used to analyse SMAD3 phosphorylation in cultured fibroblasts. Results The c.1043G>A (p. Cys348Tyr) mutation in the TGFBR1 gene was identified in seven affected members of the family and was predicted to have a damaging effect in the highly conserved

kinase domain. Myogenic transdifferentiation was found to be increased in fibroblasts from two affected family members as shown by the higher expression of CNN1 (p<0.05), ACTA2 and SM22 compared to healthy control fibroblasts. Increased phosphorylated SMAD3 was observed in smooth muscle cells in the media section of aortic tissue in two patients. Stimulation of serum-starved fibroblasts with TGF-ß1 from two patients did not show a gain-of-function effect indicating that increased phosphorylated SMAD3 in aorta is potentially due to additional factors. Conclusie We report the c.1043G>A TGFBR1 mutation as causative for TAAD. Given the fundamental role of excessive SMAD2/3 signalling in aneurysm pathology and the key function of TGF-ß/SMAD2/3 signaling as driver of smooth muscle cell differentiation, our findings indicate that the mutation may exert its pathogenic effect by perturbation of myogenic differentiation.

Voordrager T.E. Argillander, arts-onderzoeker Expertisecentrum Ouderengeneeskunde en afdeling chirurgie

VMS als voorspeller van postoperatieve uitkomsten bij oudere patiënten met colorectaal carcinoom

Achtergrond Chirurgische resectie is de behandeling van keuze bij colorectaal carcinoom (CRC). Identificatie van patiënten met verhoogd risico op slechte uitkomsten is essentieel. Het Nederlandse VeiligheidsManagementSysteem (VMS)instrument wordt gebruikt om oudere kwetsbare patiënten te identificeren bij ziekenhuisopname. De toegevoegde waarde van VMS-screening bij oudere patiënten met CRC is niet eerder uitgezocht. Methode Patiënten ≥70 jaar met CRC die in 2015-2017 een electieve operatie ondergingen in Gelre ziekenhuizen werden retrospectief geanalyseerd. Patiënten 70-79 jaar en VMS≥3 of ≥80 jaar en VMS≥1 werden als kwetsbaar beschouwd. Postoperatieve uitkomsten werden vergeleken tussen kwetsbare en niet-kwetsbare patiënten. Voorspellers van mortaliteit en functioneel achteruitgang werden geanalyseerd.

26 wetenschap@gelre | 16 • 2018

Resultaten Van de 231 geïncludeerde patiënten werden 32 (14%) als kwetsbaar beschouwd. Kwetsbare patiënten waren ouder (mediane leeftijd 83 vs 74 jaar, p<0.01), hadden hogere American Society of Anesthesiologist (ASA)-scores (ASA III-IV: 61% vs 27%, p<0.01) en meer comorbiditeiten (Charlson Comorbidity Index≥2 38% vs 19%, p=0.02). Postoperatieve mortaliteit was laag (3%). Kwetsbare patiënten werden vaker ≥2 weken opgenomen (35% vs 11%, p<0.01) en werden vaker naar een andere zorginstelling ontslagen (14% vs 3%, p=0.02). Complicaties en heropnames waren niet significant verschillend tussen de twee groepen. VMS-kwetsbaarheid, leeftijd ≥80 jaar en ASA-score III-IV werden geïdentificeerd als voorspellers van mortaliteit, ziekenhuisopname ≥2 weken en ontslag naar een zorginstelling. Conclusie VMS-kwetsbaarheid voorspelt postoperatieve mortaliteit en functioneel achteruitgang in oudere patiënten met CRC. In hoeverre VMS de huidige operatieve risicopredictie kan verbeteren moet verder worden uitgezocht. Er is behoefte aan een voor ouderen op maat gemaakt screeningsinstrument dat modificeerbare risicofactoren kan identificeren.


Abstracts

Voordrager T.P. Zomer, R.A. Bruinsma, G.W. Landman, B.C. van Hees, T. van Bemmel, B. van Kooten, Y.M. Vermeeren

Aspecifieke symptomen in kinderen verwezen naar het Lyme Centrum Apeldoorn Aspecifieke persisterende symptomen in kinderen behandeld voor Lyme borreliose zijn een uitdaging. Het doel van deze studie was het beschrijven van aspecifieke symptomen in kinderen verwezen naar het Lyme centrum Apeldoorn. Kinderen (<18 jaar) die het Lyme centrum Apeldoorn bezochten tussen 2008 en 2014 zijn geïncludeerd in de studie. Voorafgaand aan het medisch consult, was er bloedafname en werden ouders en/of kinderen gevraagd een vragenlijst in te vullen met 49 aspecifieke symptomen. Data betreffende een voorgeschiedenis met een erythema migrans of borrelialymfocytoom werden uit het electronisch patiëntendossier gehaald. Kinderen met een voorgeschiedenis met gedissimineerde Lyme borreliose zijn geëxcludeerd uit de studie, alsmede kinderen met een actieve infectie tijdens consult. Prevalenties van aspecifieke symptomen in kinderen met positieve versus negatieve IgG serologie en in kinderen met en zonder Lyme borreliose in het verleden werden vergeleken met chi-kwadraat en Fisher’s exact testen.

In totaal werden 80 kinderen verdacht van Lyme borreliose verwezen naar het Lyme centrum Apeldoorn. Twaalf kinderen werden geëxcludeerd wegens een voorgeschiedenis met Lyme neuroborreliose of Lyme artritis. Van de 68 geïncludeerde kinderen hadden 22 (32%) positieve IgG serologie en 16 (24%) kinderen hadden een voorgeschiedenis met erythema migrans of borrelia-lymfocytoom. De prevalentie van aspecifieke symptomen was het laagst voor symptomen van een gehoorstoornis (18%) en het hoogst voor ernstige vermoeidheid (53%). Prevalentie van aspecifieke symptomen was vergelijken in kinderen met positieve versus negatieve IgG serologie. De prevalentie van duizeligheid, hoofdpijn en cognitieve stoornissen was significant lager in kinderen met een voorgeschiedenis met erythema migrans of borrelialymfocytoom. Deze studie laat zien dat aspecifieke symptomen niet vaker voorkomen in kinderen met positieve IgG serologie of doorgemaakte Lyme borreliose in het verleden. Een vragenlijst met aspecifieke symptomen is niet bruikbaar in de klinische praktijk in een Lyme centrum.

Voordrager S. Warta, student health sciences aan Universiteit Twente

Behoeften van patiënten met chronische nierfalen bij conservatie therapie

Voor patiënten met chronische nierfalen zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Naast de nierfunctievervangende therapieën is het ook een optie om hiervan af te zien, dit wordt conservatieve therapie genoemd. Conservatieve therapie is voornamelijk voor oudere patiënten (> 75 jaar) met comorbiditeit en/of verminderde functionaliteit een goede optie. Het Gelre ziekenhuis te Apeldoorn is in april 2017 gestart met het aanbieden van conservatieve therapie. Echter, er is onduidelijkheid over in hoeverre deze zorg aansluit bij de behoeften van de patiënt. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan in hoeverre de zorg bij conservatieve therapie aansluit bij de behoeften van de patiënt op de nierwijzerpoli in het Gelre ziekenhuis. De onderzoekvraag luidt: In hoeverre sluit de huidige zorg bij conservatieve therapie op de Nierwijzerpoli in het Gelre ziekenhuis aan bij de behoeften van de patiënten met chronische nierfalen? Het onderzoek is een kwalitatief onderzoek waarbij data verzameld is met behulp van

eenmalige interviews. De onderzoekspopulatie zijn patiënten met chronische nierfalen die conservatieve therapie ontvangen op de nierwijzerpoli van het Gelre ziekenhuis. Uit het onderzoek blijkt dat de zorg voor patiënten met conservatieve therapie ten dele aansluit bij de behoeften van patiënten. De voldane behoeften zijn op het gebied van hoe met mensen wordt omgegaan op de nierwijzerpoli, de waarden die belangrijk zijn in de zorg en het hebben van een controlerende en adviserende rol van de nierwijzerpoli. De onvoldane behoefte liggen bij de ondersteuning op het gebied van kwaliteit van leven en moeilijkheden in het dagelijks leven, het aantal contactmomenten, de meetfrequentie van de nierfunctie, het bepreken van zorg in de laatste levensfase, herhaling in adviezen, zorg bij een stabiele nierfunctie en het contact met de huisarts. In het onderzoek worden aanbevelingen gegeven om de zorg beter aan te laten sluiten bij de onvoldane behoeften.

27


Abstracts

Voordrager L. Cozijnsen, cardioloog

Differences at surgery between patients with bicuspid and tricuspid aortic valves

Aim To determine differences in surgical procedures and clinical characteristics at the time of surgery between native bicuspid aortic valves (BAV) and tricuspid aortic valves (TAV) in patients under follow-up after aortic valve surgery (AVS). Methods In this retrospective cohort study in a non-academic hospital, we identified patients who had a surgeon’s report of the number of native valve cusps and were still under follow-up. We selected patients with BAV and TAV, and used multivariable regression analyses to identify associations between BAV-TAV and prespecified clinical characteristics. Results Among 439 patients, 140 had BAV (32%) and 299 TAV (68%). BAV patients were younger at time of surgery (mean age 58.6±13 years) than TAV patients (69.1±12 years, p<0.001) and

were more often male (64% vs. 53%, respectively; p=0.029). Cardiovascular risk factors were less prevalent in BAV than in TAV patients at time of surgery (hypertension [31% vs. 55%], hypercholesterolemia [29% vs. 58%] and diabetes [7% vs. 16%]; all p<0.005). In BAV compared to TAV patients, concomitant coronary artery bypass grafting (CABG) was performed less often (14% vs. 39%, p<0.001), also when adjusted for confounders (adjusted odds ratio [adj.OR] 0.45;95%CI: 0.25-0.83). On the contrary, surgery of the proximal aorta was performed more often (31% vs. 11%, respectively, p<0.001; adj. OR 2.3;95%CI:1.3-4.0). Conclusions Whereas mechanical stress is the supposed major driver of valvulopathy towards AVS in BAV, prevalent cardiovascular risk factors are a suspected driver towards required AVS and concomitant CABG in TAV, which observation was based on surgical determination of the number of valve cusps.

29


Abstracts

Voordrager A.A.T.M. van der Velde-Kemmeren, verpleegkundig specialist urologie

Nabloedingen na een transurethrale resectie van de prostaat (TURP). Praktijkonderzoek naar het gebruik van orale anticoagulantia, het toepassen van leefregels en het optreden van een nabloeding Inleiding Een transurethrale resectie van de prostaat (TURP) is al jaren de ‘gouden standaard’ ter behandeling van goedaardige prostaatvergroting. Na een TURP bestaat het risico op een nabloeding en het preoperatief gebruik van orale anticoagulantia (OAC) lijkt dit risico te verhogen. In dit onderzoek is het aantal nabloedingen thuis en het aantal heropnames vanwege een nabloedingen na een TURP nagegaan, specifiek bij wel versus geen preoperatief gebruik van orale anticoagulantia (OAC) en bij gebruik van direct werkende OAC (DOAC), versus trombocytenaggregatieremmers (TAR) en vitamine K-antagonisten (VKA). Tevens is onderzocht of mannen zich na een TURP aan de afgesproken herstartdatum voor een OAC en aan de geadviseerde leefregels houden, ten einde een nabloeding te voorkomen. Methode Dit onderzoek bestond uit een dossieronderzoek en een vragenlijstonderzoek. In het dossieronderzoek werden van mannen die tussen 1 januari 2016 en 31 december 2017 een TURP hadden ondergaan het optreden van een nabloeding en het hebben van een heropname tot vier weken na de TURP geregistreerd, evenals het gebruik van OAC en de soort OAC. In het vragenlijstonderzoek werden mannen die een TURP ondergingen tussen 1 december 2017 en 30 maart 2018, twee en vier weken daarna telefonisch bevraagd over het naleven van de geadviseerde herstartdatum OAC en leefregels en het optreden van een nabloeding. Resultaten Aan het dossieronderzoek deden 376 mannen mee, met een

gemiddelde leeftijd van 71 jaar en waarvan 39% met preoperatief gebruik van OAC. Bij 15% ontstond thuis na TURP een bloeding, namelijk 25% met preoperatief gebruik van OAC (met name een DOAC) en 9% zonder preoperatief gebruik van OAC (p < 0.001). Bij 5% was heropname vanwege de nabloeding geïndiceerd en hiervan had 8% preoperatief een OAC (met name een DOAC) versus 4% zonder preoperatief een OAC (p = 0.09). Van de mannen met heropname gebruikte 24% preoperatief een DOAC, 4% een TAR en 5% een VKA (p = 0.03). Aan het vragenlijstonderzoek deden 38 mannen mee, met een gemiddelde leeftijd van 70 jaar. Slechts enkelen (8%) hielden zich niet aan de afgesproken herstartdatum van OAC en deze groep vertoonde 67% nabloedingen versus 33% nabloedingen bij de trouwe herstarters (p = 0.53). Er worden niet meer nabloedingen gezien bij het niet naleven van de leefregels: niet fietsen (p = 0.13), geen zware lichamelijke arbeid verrichten (p = 0.81) en minimaal 2 liter drinken per dag (p = 0.53). Conclusie Mannen die preoperatief een OAC gebruiken en een TURP ondergaan hebben een verhoogd risico op het krijgen van een nabloeding thuis en specifiek bij preoperatief gebruik van een DOAC is het risico van een nabloeding én een heropname significant verhoogd. Mannen herstarten de OAC meestal volgens afspraak en volgen de leefregels goed op tot vier weken na TURP, zonder optreden van evidente nabloedingen of heropnames. Het is aan te bevelen om verder onderzoek te doen naar het gebruik van DOAC en het optreden van nabloedingen na TURP, in relatie tot andere factoren die mogelijk de kans op nabloedingen verhogen.

Voordrager N. Kooijman, arts-assistent interne geneeskunde Y. Özdemir, arts assistent SEH

Verworven Bartter syndroom bij IV colistinegebruik Case report Wij presenteren een 36 jarige patiënte die op de SEH was aangekondigd met plots ontstane parese van beiden benen. Naast het onvermogen tot lopen, werden bij een eerste blik op deze patiënte al snel de tetanie in beiden handen en fasciculaties over het gehele lichaam duidelijk. Het eerste lab op de SEH liet onder andere forse electrolytstoornissen zien waarbij zowel het kalium, calcium, magnesium en fosfaat ernstig verlaagd waren bij een adequate GFR en kreatinine. De anamnese en eerdere correspondentie onthulden 3-maanden lange IV colistinegebruik bij een geïnfecteerde heupprothese met carbapenemase-producerende Pseudomonas aeruginosa. Deze kreeg zij via een PICC-lijn thuis toegediend. Gedurende deze 3 maanden was er langzaam progressie en vermeerdering van klachten. Gastro-intestinaal electrolytenverlies verklaarden onvoldoende de ernst van de 30 wetenschap@gelre | 16 • 2018

electrolytstoornissen, het persisterende verlies van electrolyten in de urine en het verloop van de klachten. Onze uiteindelijke werkdiagnose bij deze casus is een verworven Barttersyndroom bij colistinegebruik. Bartter syndroom is een renale congenitale afwijking waarbij de distale segmenten van de renale tubuli aangedaan zijn. Over deze zeldzame bijwerking in een volwassene is één case report gepubliceerd in ‘Drug Safety’. Ook hier bleek renaal verlies bij een adequate nierfunctie. De electrolytstoornissen en symptomen klaarde op in de dagen na het staken van de medicatie. Uit deze casus kunnen we leren dat het van belang is om naast de nierfunctie ook de electrolyten te controleren bij gebruik van colistine. Met name gezien de toename van resistente micro-organismen en daarbij ook van colistinegebruik.


Abstracts

Voordrager S.M. Bierman, student health sciences, Infectious diseases and public health VU Amsterdam

Incidentie en karakteristieken van Lyme neuroborreliose in volwassen patiënten met facialis parese in endemisch gebied Achtergrond Facialis parese kan een uiting zijn van Lyme neuroborreliose (LNB), maar de meerderheid van de patiënten presenteert zich met een idiopathische facialis parese (IFP). Het maken van een onderscheid tussen LNB en IFP is van belang voor een snelle en adequate behandeling. Het doel was de incidentie en karakteristieken van patiënten met een facialis parese door LNB in kaart te brengen. Methode De elektronische patiëntendossiers van volwassen patiënten met facialis parese, die de afdeling neurologie en/of KNO bezochten in Gelre ziekenhuizen tussen juni 2007 en december 2017, werden onderzocht. Patiënten met LNB hadden pleocytose en intrathecale antistofproductie of pleocytose en positieve IgG serologie. Patiënten met IFP hadden negatieve serologie. Klinische karakteristieken betreffende symptomatologie en herstel werden vergeleken tussen patiënten met LNB en patiënten met IFP.

Resultaten In totaal waren er 559 patiënten met een facialis parese, 4,7% (26) had LNB en 39,4% (220) IFP. De incidentie van facialis parese door LNB was 0,9 per 100.000 inwoners per jaar. Patiënten met facialis parese door LNB presenteerde zich frequenter tussen juli en september (69,2% versus 21,9%, P<0,001), hadden meer hoofdpijn (42,3% versus 15,5%, P<0,01), en hadden vaker compleet herstel van de facialis parese in vergelijking met patiënten met IFP (61,5% versus 38,2%, P<0,05). Conclusie De incidentie van facialis parese door LNB is laag. Meer patiënten met LNB hadden een compleet herstel vergeleken met de patiënten met IFP. Het kan nuttig zijn om te testen voor LNB bij patiënten met een facialis parese in de zomer, vooral wanneer er ook hoofdpijn optreedt.

31


Abstracts

Voordrager J. Lut, anios intensive care

Prevalence of dysphagia in the hospitalized population – preliminary results

Introduction Dysphagia is associated with aspiration pneumonia, malnutrition and prolonged hospital stay. Appropriate care for dysphagia may prevent these complications. However, little is known about the prevalence of dysphagia in a generalized, hospitalized population. This study aims to establish the prevalence of dysphagia in a general hospitalized population. Methods A cross-sectional study of patients admitted 24-72 hours to general wards (internal medicine, cardiology, pulmonology, neurology, general surgery, gastroenterology or geriatrics) in two hospitals, from November 2017 until April 2018 in Gelre hospitals, Apeldoorn and Zuyderland Hospital, Heerlen, the Netherlands. The Eating Assessment Tool (EAT-10) and the Volume-Viscosity Water Swallow Test (V-VST) were utilized to assess the prevalence of dysphagia in a generalized hospitalized population. Also nursing staff recognition of dysphagia was assessed.

Results Medical records of 1690 patients were evaluated for exclusion criteria. 219 patients were included. The mean age was 67.5 years (SD 15.3) with 120 males and 99 females. 22.4% (49) reported an EAT-10 ≥2 and 7.8% (17) had a divergent V-VST. A divergent EAT-10 was not significantly associated with age (66.9 years (SD 15.0) vs. 69.5 years (SD 16.5), p=0.732) (Table 1). A divergent EAT-10 was significantly associated with a divergent V-VST (X2 (1) = 3.941, p=0.047). The department was significantly associated with the presence of a divergent EAT-10 (X2 (6) = 16.631, p=0.011) with the proportion of patients with a divergent EAT-10 the highest in the geriatric ward (50%). In only 3 out of 49 (6.1%) cases with a divergent EAT-10, the nursing staff had a suspicion of dysphagia. Conclusion Dysphagia is a large burden on the hospitalized population. However, the presence of dysphagia is poorly recognized by the nursing staff. This research is still in progress until a total of 300 patients are included. Expected end of inclusion is end of June 2018.

Voordrager M.W. Loosman, aigt (Arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde) i.o.

De rol van de fibronectinetest bij dreigende vroeggeboorte in de praktijk. Kosten-effectiviteit in Gelre ziekenhuizen, locatie Apeldoorn

Achtergrond Zwangeren met dreigende vroeggeboorte onder 34 weken zwangerschapsduur worden meestal opgenomen, behandeld met weeënremming en corticosteroiden en zonodig verwezen naar de derde lijn. De fibronectinetest (FFN-test) helpt om te voorspellen of vroeggeboorte zal optreden. Fibronectine is een marker in vaginaal vocht voor het aankondigen van de geboorte van het kind. Uit eerder onderzoek laat de test 10% reductie in verwijzingen en opnames zien (1, 2). Doel van dit onderzoek is bepaling van de kosten-effectiviteit van de FFN-test in Gelre Apeldoorn. Methode Tussen februari 2015 en maart 2017 werden gegevens verzameld van patiënten bij wie een FFN-test werd afgenomen. Resultaten Bij 26 patiënten werd een FFN-test afgenomen bij verdenking vroeggeboorte, waarvan bij 5 patiënten meerdere testen zijn afgenomen.

Twaalf patiënten hadden een positieve FFN-test, waarvan er 10 werden opgenomen met weeënremming en corticosteroïden. Zeven van deze 10 patiënten werden overgeplaatst naar de derde lijn. Negen patiënten bevielen à terme, 3 patiënten < 37 weken. Negentien patiënten hadden een negatieve FFN- test. Eén patiënt kreeg desondanks weeënremming met corticosteroiden i.v.m. portioveranderingen. Bij 18 patiënten werd afgewacht. Negen patiënten gingen met ontslag, 9 patiënten werden opgenomen en bleven gemiddeld 2,5 dag ter observatie. Geen enkele patiënte beviel tijdens deze opname. Dertien patiënten bevielen à terme, 6 patiënten tussen 34-37 weken. Conclusie Als gevolg van de negatieve FFN-testen zijn er 9 minder patiënten opgenomen, waardoor kosten zijn bespaard. De andere 9 patiënten zijn ondanks de negatieve test wel opgenomen, maar niet bevallen tijdens deze opname. In deze groep kan in opnamedagen worden bespaard.

33


Abstracts

Voordrager E.P. Faber, J.G.M. Hofhuis, H. van der Zaag-Loonen, P.E. Spronk

Oplossing: Röntgenpuzzel pagina 13

Frequente bloedafnames bij CVVHD-behandeling: Nut of Noodzaak?

Ter nadere evaluatie werd een Gallium-68-PSMA-PET/CTscan (PSMA-PET/CT) verricht. Bij een PET/CT-scan denken de meeste mensen in eerste instantie aan een Fluor-18-FDGPET/CT-scan (afgekort FDG-PET/CT). De FDG-PET/CT maakt gebruik van het glucose-analogon deoxyglucose gekoppeld aan het radioactieve Fluor-18 (de zogenaamde tracer). In veel maligne tumoren en infectieuze of inflammatoire ziektebeelden is het glucosemetabolisme ter plaatse verhoogd. Door het verrichten van een FDG-PET/CT kan dit verhoogde metabolisme en dus de afwijking worden aangetoond. FDG-PET/CT wordt dan ook veel gebruikt voor stadiëring van maligniteiten of voor het opsporen van ontstekingsfoci. De meeste solide tumoren tonen verhoogde opname op de FDG-PET/CT-scan, er zijn echter uitzonderingen. Het prostaatcarcinoom is één van die uitzonderingen. FDGPET/CT is daarom niet geschikt voor stadiëring van het prostaatcarcinoom.

Achtergrond Tijdens locoregionale citraat antistolling via Continuous Renal Replacement Therapy is er risico op verstoring van Ca++ waarden in het bloed met verhoogde kans op hartritmestoornissen. De frequentie van bloedwaarde controles is niet bekend. Setting Single-center onderzoek in Gelre ziekenhuizen, locatie Apeldoorn. Vraagstelling Is de huidige frequentie van de bloedafnames van de pH, bicarbonaatgehalte en het geïoniseerde calcium in het serum en postfilter hoog genoeg of juist niet om een CVVHDbehandeling veilig uit te kunnen voeren. Patiënten Er werden in de onderzoeksperiode 101 patiënten behandeld middels de CVVHD-behandeling. Daarvan werden 50 patiënten geïncludeerd voor het onderzoek. Methode Retrospectief, onderzoek in de periode van 01-01-2015 t/m 31-12-2017. Resultaten Er werden in de onderzoeksperiode 101 patiënten behandeld middels de CVVHD-behandeling, waarvan er werden geïncludeerd voor het onderzoek. Leeftijd was mediaan 69 jaar (36% vrouw). Tijdens de CVVHD- behandelingen veranderden de pH, bicarbonaatgehalte, Ca++ waarden, wat gepaard ging met geprotocolleerde aanpassingen van citraat en calciumpompstanden. Vanaf 30 uur na start van de CVVHD zijn er eigenlijk geen veranderingen meer te zien in pH, bicarbonaatgehalte en Ca++ waarden. Dat werd ook statistisch geanalyseerd door de verandering tussen de achtereenvolgende tijdstippen te analyseren met elkaar. Vanaf t=0 zijn er geen statistisch significante veranderingen meer aantoonbaar. Op het moment van start CVVHD heeft 46% van de patiënten een wat verlaagde Ca++ spiegel en 6% een wat verhoogde spiegel. Op t=4 (na 24 uur) is dat echter nog slechts respectievelijk 4% en 4%, hetgeen ook daarna niet meer veranderd. Conclusie Gezien onze bevindingen lijkt het verstandig om in de eerste 36 uur van CVVHD- behandeling 4 x daags te blijven meten, maar daarna kan met 1-2 x daags worden volstaan. Aangezien hierdoor de behandeling echter wat complexer wordt, want de routine van bloedbepalingen wordt doorbroken, zou dit tot fouten kunnen leiden. In een omgeving waar niet met een geautomatiseerd systeem zoals een “patiënt data management systeem” wordt gewerkt met geautomatiseerde opdrachten, lijkt het verstandig om het advies van de firma om 4xdaags bloedwaarden te controleren te handhaven. 34 wetenschap@gelre | 16 • 2018

PSMA-PET/CT is een relatief nieuwe diagnostische beeldvormende techniek voor patiënten met prostaatcarcinoom. PSMA staat voor prostaat specifiek membraan antigeen. Prostaatcarcinoomcellen in de primaire tumor en in metastasen hebben een overexpressie van PSMA in hun celmembraan. De radioactieve tracer 68Ga-PSMA bindt aan deze cellen en kan daarom goed worden gebruikt ter opsporing. In de casus laat de PSMA-PET/CT een groot proces zien uitgaande van de prostaat met doorgroei naar het rectum en de blaas. Er zijn meerdere pathologische lymfeklieren locoregionaal, maar ook para-aortaal, retrocruraal en mediastinaal en tevens multipele skelethaarden. Al bovengenoemde afwijkingen tonen fors verhoogde opname, passend bij prostaatcarcinoom met lymfogene en ossale metastasering (stadium T4N1M1b). Daarnaast is een intracraniële massa zichtbaar van ca. 4 x 4 cm. Het valt op dat deze afwijking veel minder opname toont dan de andere laesies. Deze observatie en het feit dat hersenmetastasen van prostaatcarcinoom extreem zeldzaam zijn, pleit voor een andere origine van deze afwijking. Dit werd bevestigd door middel van een MRI-hersenen, die een typisch beeld liet zien van een meningeoom (Fig. 4). Dit is een benigne nevenbevinding. Hoewel prostaat specifiek membraan antigeen suggereert dat dit eiwit specifiek is voor prostaat(kanker)cellen, komt het wel degelijk ook in andere weefsels tot expressie, bijvoorbeeld in astrocyten en Schwanncellen in het zenuwstelsel, in de dunne darm en in de proximale tubuli van de nieren. Verhoogde expressie komt ook voor bij neovascularisatie van zowel maligne als benigne tumoren. Sinds de introductie van de PSMA-PET/CT verschijnen er geregeld nieuwe casereports met beschrijvingen van opname in verschillende andere tumoren dan prostaatcarcinoom en benigne entiteiten zoals sarcoïdose en de ziekte van Paget. Concluderend is niet elke PET-scan hetzelfde en is de meest bekende FDG-PET-scan niet geschikt voor alle tumoren. PSMA-PET/CT is een nieuwe techniek voor het aantonen voor recidief of metastasen van het prostaatcarcinoom. PSMA is echter niet zo specifiek als de naam suggereert en daarom wordt verhoogde opname van het radioactieve 68Ga-PSMA ook gevonden in andere tumoren.


Gelre publicaties van 20 oktober 2017 t/m 6 september 2018

Gelre publicaties

Overzicht samengesteld door Daphne Smit, informatiespecialist Vakbibliotheek. (opgenomen zijn artikelen waarbij auteursvermelding Gelre ziekenhuizen vermeld staat, binnen genoemde tijdsperiode, en alleen opname bij eerste vermelding). 2017 Lubbers M.M., Dedic A., … Braam, R.L., …, Boersma E., Nieman K. Round-the-clock performance of coronary CT angiography for suspected acute coronary syndrome: Results from the BEACON trial. European Radiology 2017 (Dec 15): 1-7 Cozijnsen, L., Zaag-Loonen, H.J. van der, Braam, R.L., Boo, M.B.D., Post J.G., Bouma B.J., Mulder B.J.M. Yield of family screening in patients with isolated bicuspid aortic valve in a general hospital. International Journal of Cardiology 2017 Dec 22

Aapkes R.R., Hack, K.E.A., Koopman-Esseboom C., Nikkels P.G.J., Derks J.B. Brouwers H.A.A. Necrotizing enterocolitis in twin pregnancies: Can we find a key in placental abnormalities? Twin Research and Human Genetics 2017 20 (6): 612 Klabbers G.A., Wijma K., Paarlberg, K.M., Emons W.H.M., Vingerhoets A.J.J.M. Haptotherapy as a new intervention for treating fear of childbirth: a randomized controlled trial. Journal of Psychosomatic Obstetrics and Gynaecology 2017 Nov 20: 1-10

Judith M. Poldervaart, Johannes B. Reitsma, …, Cozijnsen, Luc, …, Pieter A. Doevendans en Arno W. Hoes. Pijn op de borst: veilige diagnose met de HEART score? Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2017 161 (43): D1805

van Tilborg T.C., Torrance H.L., …, Scheffer, G.J., …, Mol B.W.J., Broekmans F.J.M.; OPTIMIST study group. Individualized versus standard FSH dosing in women starting IVF/ICSI: an RCT. Part 1: The predicted poor responder. Human Reproduction 2017 32 (12): 2496-2505

Van Den Brink F.S., Swaans M.J., .., Groenemeijer, B., Kupper A.J.F., Ten Berg J.M. Increased incidence of infective endocarditis after the 2009 European Society of Cardiology guideline update: A nationwide study in the Netherlands. European Heart Journal – Quality of Care and Clinical Outcomes 2017 3 (2): 141-147

van Someren Gréve F., Juffermans N.P., …, Braber, A., …, Spronk, P.E., …, de Jong M.D., Schultz M.J. Respiratory Viruses in Invasively Ventilated Critically Ill Patients-A Prospective Multicenter Observational Study. Critical Care Medicine 2018 46 (1): 29-36

Eur J Radiol Open. 2017 Sep 29;4:118-122. doi: 10.1016/j. ejro.2017.09.002. eCollection 2017. Systematic review of the safety and efficacy of contrast injection via venous catheters for contrastenhanced computed tomography. Buijs S.B., Barentsz M.W., Smits M.L.J., Gratama J.W.C., Spronk P.E. Bruns, E.R.J., Argillander, T.E., Van Den Heuvel B., Buskens C.J., Van Duijvendijk, P., Winkels R.M., Kalf, A., Zaag, E.S. Van Der, Wassenaar, E.B., Bemelman W.A., Munster, B.C. Van. Oral Nutrition as a Form of Pre-Operative Enhancement in Patients Undergoing Surgery for Colorectal Cancer: A Systematic Review. Surgical Infectections 2018 19 (1): 1-10 van Rijssen L.B., Gerritsen, A., …, van Laarhoven H.W., Besselink M.G.; COPRAC study group. Core Set of Patient-reported Outcomes in Pancreatic Cancer (COPRAC): An International DelphiStudy Among Patients and Health Care Providers. Annals of Surgery 2017 Dec 19 Backes M., Dingemans S.A., …, De Vries Eefje N., Vries Annebeth M.-D., The WIFI Collaboration Group (Mike Hogervorst is Member/Author). Effect of antibiotic prophylaxis on surgical site infections following removal of orthopedic implants used for treatment of foot, ankle, and lower leg fractures a randomized clinical trial. JAMA 2017 318:24 (2438-2445) Basta Y.L., Tytgat K.M.A.J., Greuter H.H., Klinkenbijl, J.H.G., Fockens P., Strikwerda ,J. Organizing and implementing a multidisciplinary fast strack oncology clinic. International Journal of Quality Health Care 2017 29 (7): 966-971 Zaman A.G.N.M., Tytgat K.M.A.J., van Hezel S., Klinkenbijl, J.H.G., de Boer A.G.E.M., Frings-Dresen M.H.W. Development of a tailored work-related support intervention for gastrointestinal cancer patients. European Journal of Cancer Care (Engl) 2017 Oct 12 Abawi M., de Vries R., Stella P.R., Agostoni P., Boelens, D.H.M., van Jaarsveld R.C., van Dongen C.S., Doevendans P.A.F.M., Emmelot-Vonk M.H. Evaluation of Cognitive Function Following Transcatheter Aortic Valve Replacement. Heart Lung Circulation 2017 Oct 20 Hamaker, M. E., Schulkes, K.J., …, Munster, B.C. van, van Huis, L.H., van den Bos, F. Evaluation and reporting of quality of life outcomes in phase III chemotherapy trials for poor prognosis malignancies. Quality of life research 2017 26 (1): 65-71 Munster, B.C. van, Naar ‘preference based evidence based medicine’ in de ouderengeneeskunde. Tijdschrift Gerontologie & Geriatrie 2017 Nov 9

Brunsveld-Reinders, A.H., Ludikhuize J., …, Braber, A., ..., Hoeksema M., Smorenburg S.M. Satisfaction of nurses and physicians with the introduction of the rapid response system in Dutch hospitals. Netherlands Journal of Medicine 2017 25 (5): 165-170 Snippenburg, W. van, Kröner, A., Flim, M., Buise M., Hemler, R., Spronk, P. Dysphagia management in Dutch intensive care units: A nationwide postal survey. Critical Care 2017 21 (suppl 1): Klooster E., dos Reis Miranda D., Spronk, P.E. Awareness of success factors and barriers to early mobilisation of ICU patients. Netherlands Journal of Critical Care 2017 25 (6): 227-230 Vellinga N.A.R., Boerma E.C., …, Spronk, P.E., …, Bakker J., Ince C.; microSOAP study group. Mildly elevated lactate levels are associated with microcirculatory flow abnormalities and increased mortality: a microSOAP post hoc analysis. Critical Care 2017 21 (1): 255 Schauwvlieghe, A.F.A.D., Philips, N., …., Spronk, P.E., …, Wauters, J., Rijnders, B.J.A. Invasive pulmonary aspergillosis complicating influenza pneumonia in the ICU: a multicentre observational case-control study. Mycoses 2017 60 (Suppl 2): 26-27. Eslami S., Van Hooijdonk R., …., Spronk, P.E., Schultz M.J., Abu-Hanna A. The association between glucose variability and mortality. Netherlands Journal of Medicine 2017 75 (7): 311-31 Meynaar I.A., Spronk, P.E. Chronic Critical Illness After Trauma: From Description to Treatment? Critical Care Medicine 2017 45 (12): 2104-2105 Ros, M.M., Delsing C.E. A woman with fever and a rash. Een vrouw met koorts en huiduitslag.Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2017 161 (43): D1118 Zomer, T.P., Vermeeren Y.M., Landman G.W., Zwerink M., van Hees B.C., van Bemmel T., van Kooten B. Depressive Symptoms in Patients Referred to a Tertiary Lyme Center: High Prevalence in Those Without Evidence of Lyme Borreliosis. Clinical Infectious Diseases 2017 65 (10): 1689-1694 Hendriks S.H., van Hateren K.J.J., Groenier K.H., Landman, G.W.D., Maas A.H.E.M., Bilo H.J.G., Kleefstra N. Sex differences in survival of patients with type 2 diabetes in primary care (ZODIAC-50). BMJ Open 2017 7 (10): e015870 Dierks J., Gaspersz M.P., …, Smit, J.M., …, Groot Koerkamp B., Klümpen H. Translating the ABC-02 trial into daily practice: outcome of palliative treatment in patients with unresectable biliary tract cancer treated with gemcitabine and cisplatin. [Article in Press] Acta Oncologica 2017 (): 1-6

35


Bruns, E., Doornewaard, H., Zaag, P. van der, Duijvendijk, P. Van, Wassenaar, E., Buskens C., Bemelman W., Zaag, E. van der. Minimal invasive in vivo fluorescent sentinel node mapping combined with tumour cell mRNA analyses in patients with colorectal cancer. Colorectal Disease 2017 19 (Supplement 2): P284 Dackus G.M., Ter Hoeve N.D., …, Koop, E.A., …, van Diest P.J., Linn S.C. Long-term prognosis of young breast cancer patients (≤40 years) who did not receive adjuvant systemic treatment: protocol for the PARADIGM initiative cohort study. BMJ Open 2017 Nov 14;7(11): e017842 Van Der Linden N., Hilderink J.M., ..., Suijlen, J.D.E. van, ..., Kooman J.P., Meex S.J.R. Twenty-four-hour biological variation profiles of cardiac troponin i in individuals with or without chronic kidney disease. Clinical Chemistry 2017 63 (10): 1655-1656 Ensink, R.J.H., Kuper H. Is hearing impairment associated with HIV? A systematic review of data from low and middle-income countries. Tropical Medicine & International Health 2017 22 (12): 1493-1504 D.C., Smith A.F., Casselbrant M.L., Ensink R.J.H., Buchinsky F., Melaku A., Isaacson G. Prevalence of chronic ear disease among HIV+ children in Sub-Saharan Africa Ianacone. International Journal of Pediatric Otorhinolaryngology 2017 (103): 133-136 van Brunschot S., van Grinsven J., …, Erkelens, W.G., …, Dijkgraaf M.G., Fockens P.; Dutch Pancreatitis Study Group. Endoscopic or surgical step-up approach for infected necrotising pancreatitis: a multicentre randomised trial. Lancet 2018 391 (10115): 51-58 Pieterman E.D., Liqui Lung F.G., …, Blaauw, G., ..., Vainio S., de Steenwinkel J.E.M. A multicentre verification study of the QuantiFERON®-TB Gold Plus assay. Tuberculosis 2018 (108): 136-142 Altorf-van der Kuil W., Schoffelen A.F., … Hees, B.C. van, …, Ruijs G.J.H.M., Wolfhagen M.J.H.M. National laboratory-based surveillance system for antimicrobial resistance: a successful tool to support the control of antimicrobial resistance in the Netherlands. Euro surveillance 2017 22:46 Brand, Cripijn L. van den, Naalt, Joukje van der, Hageman, Gerard, Bienfait, H. Paul, Kruijk, Ruud A. van der, Jellema, Korné. Addendum richtlijn licht traumatisch hoofd-hersenletsel. Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde 2017 161 (D2258): Van Samkar A., Poulsen, M.N.F., Bienfait, H.P., Leeuwen, R.B. van. Acute cerebellitis in adults: a case report and review of the literature. BMC Research Notes 2017 10 (1): 610 Sluijs B.M. van der, Lassche S., Knuiman G.J., Kusters B., Heerschap A., Hopman M., Schreuder T.H., van Engelen B.G.M., Voermans N.C. Involvement of pelvic girdle and proximal leg muscles in early oculopharyngeal muscular dystrophy. Neuromuscular Disorders 2017 27 1(2): 1099-1105 Boer, V.B., Wingerden, J.J. van, Wever, C.F., Kardux, J.J., Beets, M.R., Zaag-Loonen, H.J., van der, Theuvenet W.J. Concordance between preoperative computed tomography angiographic mapping and intraoperative perforator selection for deep inferior epigastric artery perforator flap breast reconstructions. Gland Surgery 2017 6 (6): 620-629 Binnekade T.T., Scherder E.J.A., …, Overdorp, E.J., Rhebergen D., Perez R.S.G.M., Oosterman J.M. Pain in Patients with Different Dementia Subtypes, Mild Cognitive Impairment, and Subjective Cognitive Impairment. Pain Medicine 2017 Jul 17 Hamoen, E.H.J., Waalewijn, R.A., Gratama, J.W., Kooten, B. van, Spronk, P.E., Braber, A. Cerebral fat embolism. Netherlands Journal of Critical Care 2017 25 (6): 220-221 Rutgers D.R., Raamt, F. van, van Lankeren W., Ravesloot C.J., van der Gijp A., Ten Cate T.J., van Schaik J.P.J. Fourteen years of progress testing in radiology residency training: experiences from The Netherlands. European Radiology 2017 Dec 1 Rutgers D.R., Raamt, F. van, van der Gijp A., Mol C., Ten Cate O. Determinants of Difficulty and Discriminating Power of Image-based Test Items in Postgraduate Radiological Examinations. Academic Radiology 2017 Nov 29 Zomer, T.P.; Van Duijkeren, E.; Wielders, C.C.H.; Veenman, C.; Hengeveld, P.; Van der Hoek, W.; De Greeff, S.C.; Smit, L.A.M.; Heederik, D.J.; Yzermans, C.J.; Kuijper, E.J.; Maassen, C.B.M. Prevalence and risk factors for colonization of Clostridium difficile among adults living near livestock farms in the Netherlands. Epidemiology and Infection 2017 145 (13): 2745-2749

36 wetenschap@gelre | 16 • 2018

2018 Dr. Jurgen Claassen, Prof. dr. Roy Kessels en dr. Petra Spies. Wat kun je doen aan dementie? : De effecten van medicatie, leefstijl, voeding en geheugentraining Lannoo, 2018; ISBN 9789401451116 Oosterloo B.C., van Elburg R.M., …, Oudshoorn J.H., …, van der Ent C.K., Vlieger A.M. Wheezing and infantile colic are associated with neonatal antibiotic treatment Pediatric Allergy and Immunology 2018 29 (2): 151-158 Perdok H., Verhoeven C.J., …, Hoogendoorn K., …, Schellevis F.G., de Jonge A. Continuity of care is an important and distinct aspect of childbirth experience: findings of a survey evaluating experienced continuity of care, experienced quality of care and women’s perception of labor. BMC Pregnancy Childbirth 2018 18 (1): 13 van Seben R., Reichardt L.A., Essink D.R., van Munster B.C., Bosch J.A., Buurman BM. “I Feel Worn Out, as if I Neglected Myself”: Older Patients’ Perspectives on Post-hospital Symptoms After Acute Hospitalization Gerontologist 2018 Jan 3 Derks J.L., Leblay N., …., Grefte J.M.M., ..., Wauters C.C.A.P., Wouda S.: PALGRA-group co-authors J.M.M. Grefte. Molecular subtypes of pulmonary large-cell neuroendocrine carcinoma predict chemotherapy treatment outcome Clinical Cancer Research 2018 24 (1): 33-42 van Wensen E., van de Warrenburg B.P. The yips: a movement disorder among golfers. De ‘yips’: Een bewegingsstoornis bij golfers. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2018 162 (0): D2204 van Esch B., van der Zaag-Loonen H.J., Bruintjes T., Murdin L., James A., van Benthem P.P. Betahistine for Ménière’s disease or syndrome. Cochrane Database Systematic Reviews 2018 (2018): 1 Eising H.P., Roest M., de Groot P.G., Huskens D., Konings J., Urbanus R.T., de Laat B., Remijn J.A. High prevalence of reduced thrombin generation and/or decreased platelet response in women with unexplained heavy menstrual bleeding. International Journal of Laboratory Hematology 2018 40 (3): 268-275 Waalewijn B.P., van Duinen A., Koroma A.P., Rijken M.J., Elhassein M., Bolkan H.A. Important Research Elements in Aiding Training: Reply. World Journal of Surgery 2018 42 (6): 1911-1912 Hortensius J., Kleefstra N., Landman G.W.D., …, van der Bijl J.J., Bilo H. Effects of three frequencies of self-monitored blood glucose on HbA1c and quality of life in patients with type 2 diabetes with once daily insulin and stable control: a randomized trial. BMC Research Notes 2018 11 (1): 26 Hendriks S.H., Schrijnders D., …, Landman G.W.D., Bilo H.J.G., Kleefstra N. Association between body mass index and obesity-related cancer risk in men and women with type 2 diabetes in primary care in the Netherlands: a cohort study (ZODIAC-56). BMJ Open 2018 8 (1): e018859 Schrijnders D., Hendriks S.H., Kleefstra N., Vissers P.A.J., Johnson J.A., de Bock G.H., Bilo H.J.G., Landman G.W.D. Sex differences in obesity related cancer incidence in relation to type 2 diabetes diagnosis (ZODIAC-49) PLoS One. 2018 13 (1): 10 Borstlap W.A.A., Musters G.D., ..., van der Zaag E.J., Tanis P.J., Bemelman W.A. Vacuum-assisted early transanal closure of leaking low colorectal anastomoses: the CLEAN study. Surgical Endoscopy 2018 32 (1): 315-327 Chayouâ W., Kelchtermans H., ..., Remijn J.A., De Laat B., Devreese K. The identification of high risk APS patients for thrombosis with triple antiphospholipid antibody positivity is platform dependent. Blood 2017 130: Van Der Vorm L.N., Miszta A., Veninga A., Roest M., Remijn J.A., Huskens D., De Laat B. Characterization of a nanobody that binds von willebrand factor and prevents von willebrand factor cleavage by plasmin. Blood 2017 130: Chayouâ W., Kelchtermans H., ..., Remijn J.A., De Laat B., Devreese K. Poor agreement between commercially available anti-cardiolipin and anti-ß2glycoprotein i IgG and IgM solid phase assays hampers uniformity in the classification of antiphospholipid syndrome patients. Blood 2017 130: Huskens D., Sang Y., Konings J., van der Vorm L., de Laat B., Kelchtermans H., Roest M. Standardization and reference ranges for whole blood platelet function measurements using a flow cytometric platelet activation test. PLoS One 2018 13(2): e0192079 Hack K.E.A., Vereycken M.E.M.S., Torrance H.L., KoopmanEsseboom C., Derks J.B. Perinatal outcome of monochorionic and dichorionic twins after spontaneous and assisted conception: a retrospective cohort study. Acta Obstetrica et Gynecologica Scandinavica 2018 97 (6): 717-726


Zwerink M., Zomer T.P., van Kooten B., Blaauw G., van Bemmel T., van Hees B.C., Vermeeren Y.M., Landman G.W. Predictive value of Borrelia burgdorferi IgG antibody levels in patients referred to a tertiary Lyme centre. Ticks and Tick-Borne Diseases 2018 9 (3): 594-597 Bosma L.B.E., Hunfeld N.G.M., …, van Kranenburg M.J., van den Bemt P.M.L.A. The effect of a medication reconciliation program in two intensive care units in the Netherlands: a prospective intervention study with a before and after design. Annals of Intensive Care 2018 8 (1): 19 Noordman B.J., Wijnhoven B.P.L., …, van der Zaag E.S., Steyerberg E.W., van Lanschot J.J.B.; SANO-study group Neoadjuvant chemoradiotherapy plus surgery versus active surveillance for oesophageal cancer: a stepped-wedge cluster randomised trial, BMC Cancer 2018 18 (1): 142 van Dijk P.R., van Hateren K.J.J., Kleefstra N., Landman G.W.D. It is time to close the book on device-guided slow breathing. Blood Press 2018 27 (3): 181-182 Zomer, T.; Bemmel, Thomas van ; Munster, Barbara van; Kooten, Barend van; Vermeeren, Yolande M. Lyme borreliosis and depressive symptoms in patients aged 65 years and older referred to a tertiary Lyme centre. European Journal of Internal Medicine 2018 51: (e19-e20) Cozijnsen L., van der Zaag-Loonen H.J., Braam R.L., Boo M.B.-D., Post J.G., Bouma B.J., Mulder B.J.M. Yield of family screening in patients with isolated bicuspid aortic valve in a general hospital. International Journal of Cardiology 2018 255: (55-58) Verhagen J.M.A., Kempers M., Cozijnsen L., ..., Roos-Hesselink J.W., van de Laar I.M.B.H. Expert consensus recommendations on the cardiogenetic care for patients with thoracic aortic disease and their first-degree relatives. International Journal of Cardiology 2018 (258): 243-248 Gerritsen R.T., Jensen H.I., …., Hofhuis J.G.M., Engelberg R.A., Spronk P.E., Zijlstra J.G. Quality of dying and death in the ICU. The euroQ2 project. Journal of Critical Care 2018 (44): 376-382 Sier M.F., Wisselink D.D., Ubbink D.T., Oostenbroek R.J., Veldink G.J., Lamme B., van Duijvendijk P., van Geloven A.A.W., Eijsbouts Q.A.J., Bemelman W.A.; ISI trial study group. Randomized clinical trial of intracutaneously versustranscutaneously sutured ileostomy to prevent stoma-relatedcomplications (ISI trial). British Journal of Surgery 2018 105 (6): 637-644 Landman G.W.D., Kleefstra N,, van Hateren K,J,J. Residual confounding in the study by van Dalem et al Diabetes, Obesity & Metabolism 2018 20 (6): 1547-1548

cephalosporin-resistant Enterobacteriaceae in suspected bacterial infections: a nested case-control study. Clinical Microbiology and Infection 2018 Mar 23 van Groningen J.T., Eddes E.H., …, van Nieuwenhoven E.J., Snel Y., van de Mheen P.J.M., de Noo M.E.; Dutch Surgical Colorectal Cancer Audit Group and the Co-operating General Hospitals. Hospital Teaching Status and Patients’ Outcomes After Colon Cancer Surgery. World Journal of Surgery 2018 Mar 23 Hofhuis J.G.M., Rose L., Blackwood B., …, Schäfer A., Wojnicka A.G., Spronk P.E. Clinical practices to promote sleep in the ICU: A multinational survey. International Journal of Nursing Studies 2018 5 (81): 107-114 de Visser S.M., Kirchner C.A., ..., Huisjes A.J.M., ..., Woiski M.D., Hermens R.P.M.G. Major obstetric hemorrhage: Patients’ perspective on the quality of care European Journal of Obstetrics, Gynecology, and Reproductive Biology 2018 (224): 146-152 Pouw M.A., Calf A.H., van Munster B.C., Ter Maaten J.C., Smidt N., de Rooij S.E. Hospital at Home care for older patients with cognitive impairment: a protocol for a randomised controlled feasibility trial. BMJ Open 2018 8 (3): e020332 Kicken C.H., Ninivaggi M., Konings J., Moorlag M., Huskens D., Remijn J.A., Bloemen S., Lancé M.D., De Laat B. Hypobaric Hypoxia Causes Elevated Thrombin Generation Mediated by FVIII that is Balanced by Decreased Platelet Activation. Thrombosis and Haemostasis 2018 (5): 883-892 van Brunschot S., van Grinsven J., …, Erkelens W.G., …., Dijkgraaf M.G., Fockens P.; Dutch Pancreatitis Study Group. Endoscopic or surgical step-up approach for infected necrotising pancreatitis: a multicentre randomised trial. Lancet 2018 391 (10115): 51-58 Stommel M.W.J., Ten Broek R.P.G., ..., Van Duijvendijk P., ..., De Wilt J.H.W., Van Goor H. Multicenter Observational Study of Adhesion Formation after Open-and Laparoscopic Surgery for Colorectal Cancer. Annals of Surgery 2018 267 (4): 743-748 Ghiti Moghadam M., ten Klooster ..., van Woerkom J.M., ..., van Riel P.L.C.M., van de Laar M.A.F.J., Jansen T.L. Impact of Stopping Tumor Necrosis Factor Inhibitors on Rheumatoid Arthritis Patients’ Burden of Disease. Arthritis Care & Research 2018 70 (4): 516-524 Veneziano D., Canova A., Arnolds M., ..., Tripepi G., Lima E. The Pi (Performance improvement) score: An algorithm to objectively assess performance improvement during E-BLUS hands on training (HoT) sessions. European Urology, Supplements 2018 17 (2): e667-e668

Greve, Frank van Someren; Juffermans, Nicole P.; ...; Braber, Annemarije; ...; Spronk, Peter E.; …, Menno D.; Schultz, Marcus J. Respiratory Viruses in Invasively Ventilated Critically Ill PatientsA Prospective Multicenter Observational Study. Critcal Care Medicine 2018 46 (1): 29-36

Roeland B. van Leeuwen, Erik van Wensen, Bart R. Schudel. Draaiduizeligheid: gewoon beroerd of een beroerte? : Belang van alarmsymptomen en beoordeling van de oogbewegingen. Stroke mimicking acute peripheral vertigo: How to avoid misdiagnosis Importance of alarm symptoms and assessment of eye movements. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2018 162 (0): D2419

van den Brink A.M.A., Gerritsen D.L., …, Mulder Astrid T., Oude Voshaar R.C., Koopmans R.T.C.M. What do nursing home residents with mental-physical multimorbidity need and who actually knows this? A cross-sectional cohort study. International Journal of Nursing Studies 2018 26 (81): 89-97

Boer L.M., Bischoff E.W., Borgijink X., …, Assendelft W.J., Schermer T.R. ‘Exacerbation-free time’ to assess the impact of exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease (COPD): a prospective observational study. NPJ Primary Care Respiration Medicine 2018 28 (1): 12

Dedic A., Braam R.L. Nuclearmyocardial perfusion imaging in stable angina pectoris : Sometimes being wrong is all right Netherlands Heart Journal 2018 26 (4): 190-195

Zaman, A.C.G.N.M.; Tytgat, K.M.A.J.; van Hezel, S.; Klinkenbijl, J.H.G.; de Boer, A.G.E.M.; Frings-Dresen, M.H.W. Development of a tailored work-related support intervention for gastrointestinal cancer patients. European Journal of Cancer Care 2018 27 (2):

Pieterman E.D., Liqui Lung F.G., …, Blaauw G., …, Vainio S., de Steenwinkel J.E.M. A multicentre verification study of the QuantiFERON®-TB GoldPlus assay Tuberculosis 2018 (108): 136-142 Vonder M., Vliegenthart R., …, Gratama J.W., Kuijpers D., de Koning H.J., Oudkerk M. High-pitch versus sequential mode for coronary calcium in individuals with high heart rate: Potential for dose reduction. Journal of Cardiovascular Computer Tomography 2018 12 (4): 298-304 Russell J.A., Spronk P., Walley K.R. Using multiple ‘omics strategies for novel therapies in sepsis. Intensive Care Medicine 2018 44 (4): 509-511 Jelte E. Bos, Roeland B. van Leeuwen en Tjasse Df. Bruintjes. Bewegingsziekten in beweging : van wagenziekte naar ‘cybersickness’. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2018 162 (13): D1760 Rottier W.C., van Werkhoven C.H., …, van Hees B.C., …, Ammerlaan H.S.M., Bonten M.J.M. Development of diagnostic prediction tools for bacteraemia caused by 3rd generation

van Munster B.C., Portielje J.E.A., Maier A.B., Arends A.J., de Beer J.J.A. Methodology for senior-proof guidelines: A practice example from the Netherlands. Journal Of Evaluation In Clinical Practice 2018 24: 1 (254-257) Hamaker M.E., te Molder M., Thielen N., van Munster B.C., Schiphorst A.H., van Huis L.H. The effect of a geriatric evaluation on treatment decisions and outcome for older cancer patients – A systematic review [Article in Press] Journal of Geriatric Oncology 2018 9 (5): 430-440 Rutgers, D.R.; van Raamt, F.; …, A; ten Cate, T.J.; van Schaik, J.P.J. Fourteen years of progress testing in radiology residency training: experiences from The Netherlands. European Radiology 2018 28 (5): 2208-2215 Lubbers, M.M.; Dedic, A.; …; Braam, R.L.; …; Boersma, E.; Nieman, K. Round-the-clock performance of coronary CT angiography for suspected acute coronary syndrome: Results from the BEACON trial. European Radiology 2018 28 (5): 2169-2175

37


Hupkens B.J., Breukink S.O., …, van Duijvendijk P., …, Chen T.Y., Juul T. Dutch validation of the Low Anterior Resection Syndrome Score. Colorectal Disease 2018 Apr 21 Brenkman H.J.F., Gertsen E.C., …, van Duijvendijk P., Wassenaar E., …, Siersema P.D., Ruurda J.P.; PLASTIC Study Group. Evaluation of PET and laparoscopy in STagIng advanced gastric cancer: a multicenter prospective study (PLASTIC-study). BMC Cancer 2018 18 (1): 450 Paarlberg M. Peri-abortion counselling and care in case of congenital anomalies and chromosomal abnormalities. European Journal of Contraception and Reproductive Health Care 2018 23: (19) Burggraaff C.N., Cornelisse A.C., …, Huijbregts J.E., De Vet H.C.W., Zijlstra J.M. Interobserver agreement of interim and end-of-treatment 18F-FDG PET/CT in diffuse large B-cell lymphoma (DLBCL): impact on clinical practice and trials. Journal of Nuclear Medicine 2018 May 4 van Rijswijk J., van Welie N., …, Traas M.A.F., …, Mol B.W.J., Mijatovic V. The FOAM study: is Hysterosalpingo foam sonography (HyFoSy) a cost-effective alternative for ysterosalpingography (HSG) in assessing tubal patency in subfertile women? Study protocol for a randomized controlled trial. BMC Womens Health 2018 18(1): 64 Algera A.G., Pisani L., …, Spronk P.E., …, Schultz M.J., Paulus F.; RELAx Investigators and the PROVE Network Investigators. RELAx - REstricted versus Liberal positive end-expiratory pressure in patients without ARDS: protocol for a randomized controlled trial. Trials 2018 19 (1): 272 Dankbaar J.W., Bienfait H.P., …, Kappelle L.J., Velthuis B.K.; on behalf of the DUST investigators. Wake-up stroke versus stroke with known onset time: clinical and multimodality ct imaging characteristics. Cerebrovascular diseases 2018 45 (): 236-244 Rutgers D.R., van Raamt F., van der Gijp A., Mol C., ten Cate O. Determinants of Difficulty and Discriminating Power of Image-based Test Items in Postgraduate Radiological Examinations. Academic Radiology 2018 25 (5): 665-672 Schoonbeek, Paul K.; Genzel, Pim; …; van Dobbenburgh, O. Aart; ter Borg, Frank. Outcomes of Self-Expanding Metal Stents in Malignant Colonic Obstruction are Independent of Location or Length of the Stenosis: Results of a Retrospective, Single-Center Series. Digestive Surgery 2018 35 (3): 230-235 Diekman T., Wouters M., Van De Ruitenbeek M., Epping A., Te Water W., Uitdehaag M., Pelgrum-Keurhorst M. The development of a awareness tool for identifying palliative care needs for nurses. Palliative Medicine 2018 32 (Suppl 1): 275 Papadopoulou A., Hoofien A., ..., Oudshoorn A., ..., Roma E., Zevit N. Sustained remission of eosinophilic esophagitis after discontinuation of dietary elimination in children. Journal of Pediatric Gastroenterology & Nutrition 2018 66: (131) Schreuder F., Van Nieuwenhuizen K., ..., Bienfait H., ..., Van Der Worp H., Klijn C. Apache-af: Apixaban versus antiplatelet drugs or no antithrombotic treatment after anticoagulation-associated intracerebral haemorrhage in patients with atrial fibrillation. a randomised phase ii clinical trial. European Stroke Journal 2018 3 (1): 594-595

Nermina Buljubasic N., Vroegindewey M.M., ..., Maas A., ..., Akkerhuis K.M., Boersma H. Growth Differentiation Factor-15 (GDF-15) protein is systematically elevated prior to a recurrent acute coronary syndrome. European Journal of Preventive Cardiology 2018 25 (2): (S24-S25) van Egmond M.A., van der Schaaf M., ..., Klinkenbijl J.H.G., Engelbert R.H.H. Effectiveness of physiotherapy with telerehabilitation in surgical patients: a systematic review and meta-analysis. Physiotherapy 2018 104 (3): 277-298 Hilkens, Nina A.; ...; Bienfait, Henri Paul; …, Jacoba P.; Klijn, Catharina J. M. Predicting the presence of macrovascular causes in non-traumatic intracerebral haemorrhage: the DIAGRAM prediction score. Journal Of Neurology Neurosurgery And Psychiatry 2018 89 (7): 674-679 Vos A., Kockelkoren R., ..., Droogh-de Greve K.E., Bienfait H.P., ..., Luitse M.J., van der Graaf Y. Risk factors for atherosclerotic and medial arterial calcification of the intracranial internal carotid artery. Atherosclerosis 2018 276: 44-49 Bruns E.R.J., Argillander T.E., Van Den Heuvel B., Buskens C.J., Van Duijvendijk P., Winkels R.M., Kalf A., Van Der Zaag E.S., Wassenaar E.B., Bemelman W.A., Van Munster B.C. Oral Nutrition as a Form of Pre-Operative Enhancement in Patients Undergoing Surgery for Colorectal Cancer: A Systematic Review. Surgical Infectections 2018 19 (1): 1-10 Eising H.P., Sanders Y.V., de Meris J., Leebeek F.W.G., Meijer K. Women prefer proactive support from providers for treatment of heavy menstrual bleeding: A qualitative study in adult women with moderate or severe Von Willebrand disease. [Article in Press] Haemophilia 2018 : van Westrhenen A., Cats E.A., ..., Leijten F.S.S., Geleijns K.P.W. Specific EEG markers in POLG1 Alpers’ syndrome. Clinical Neurophysiology 2018 129 (10): 2127-2131 Kamphorst K, …, Ockhuisen H., van den Hoogen A. Parental Presence and Activities in a Dutch Neonatal Intensive Care Unit: An Observational Study. Journal of Perinatal & Neonatal Nursing 2018 32 (3): E3-E10 Emmerink D., Bakker S., Van Bemmel T., Noorthoorn E.O., Naarding P. Skin autofluorescence assessment of cardiovascular risk in people with severe mental illness. BJPsych Open. 2018 Jul 25;4(4):313-316 Schauwvlieghe A.F.A.D., Rijnders B.J.A., …, Spronk P., …, Boelens J., Wauters J.; Dutch-Belgian Mycosis study group. Invasive aspergillosis in patients admitted to the intensive care unit with severe influenza: a retrospective cohort study. Lancet Respiratory Medicine 2018 Jul 31 van Snippenburg W., Kröner A., Flim M, Hofhuis J., Buise M., Hemler R., Spronk P. Awareness and Management of Dysphagia in Dutch Intensive Care Units: A Nationwide Survey. Dysphagia 2018 Aug 1. Woiski M., de Visser S., …, Huisjes A., …, Scheepers H., Hermens R. Evaluating Adherence to Guideline-Based Quality Indicators for Postpartum Hemorrhage Care in the Netherlands Using Video Analysis. Obstetrics and Gynecology 2018 132 (3): 656-667

Rijsman, L.H., Liebrechts-Akkerman, G., Molen J.C. van der. Pulserende bloeding bij excisie zwelling voorhoofd. Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Veneorologie 2018 (1): 36

D’Antonio F., Odibo A., …, Hack K., …, Pagani G., Acharya G. Perinatal mortality, timing of delivery and prenatal management of monoamniotic twin pregnancies: systematic review and meta-analysis al Ultrasound in Obstetrics & Gynecology 2018 Aug 20

Dierks J., Gaspersz M.P., ..., Smit J.M., ..., Groot Koerkamp B., Klümpen H. Translating the ABC-02 trial into daily practice: outcome of palliative treatment in patients with unresectable biliary tract cancer treated with gemcitabine and cisplatin. Acta Oncologica 2018 57:6 (807-812)

ten Brinke, J.G.; Gebbink, W.K.; Pallada, L.; Saltzherr, T.P.; Hogervorst, M.; Goslings, J.C. Value of prehospital assessment of spine fracture by paramedics. European Journal Of Trauma And Emergency Surgery 44 (4): 551-554

Vonder M., van der Aalst C.M., ..., Gratama J.W., de Koning H.J., Oudkerk M. Coronary Artery Calcium Imaging in the ROBINSCA Trial: Rationale, Design, and Technical Background. Academic Radiology 2018 25:1 (118-128) van Den Hombergh W.M.T., Simons S.O., ..., Fransen J., Vonk M.C. Intravenous cyclophosphamide pulse therapy in interstitial lung disease associated with systemic sclerosis in a retrospective open-label study: influence of the extent of inflammation on pulmonary function. [Article in Press] Clinical Rheumatology 2018 : (1-8) de Boer M., Verschuur-Maes A.H.J., ..., Savola S., van Diest P.J. Role of columnar cell lesions in breast carcinogenesis: analysis of chromosome 16 copy number changes by multiplex ligation-dependent probe amplification. [Article in Press] Modern Pathology 2018 : (1-18)

ir. M.A. de Peuter, L. van Baest, drs. H.P. Bienfait, …, drs. V.K.Y. Ho en dr. J.M.M. Gijtenbeek, namens de werkgroep ‘Inventarisatie en borging kwaliteitscriteria gliomen’ van de Landelijke Werkgroep Neuro-Oncologie. Kwaliteit van de zorg voor patiënten met een glioom: de praktijk getoetst. NTVO overzichtsartikelen 2018 15 (juni) p. 134-140 Bruns E.R.J., Rooijen S.J.V., Argillander T.E., Zaag E.S.V., Grevenstein W.M.U.V., Duijvendijk P.V., Buskens C.J., Bemelman W.A., Munster B.C.V., Slooter G.D., Heuvel B.V.D. Improving outcomes in oncological colorectal surgery by prehabilitation. American Journal of Physical Medicine & Rehabilitation 2018 Aug 27 Patel M.B., Bednarik J., …, Spronk P.E., …, Pandharipande P.P., Ely E.W. Delirium Monitoring in Neurocritically Ill Patients: A Systematic Review. Critical Care Medicine 2018 Aug 23

39


Profile for Bcuitgevers

GELRE_WETENSCH_MAG_2018_1  

GELRE_WETENSCH_MAG_2018_1  

Advertisement