Wetenschappers testen droge scheiding en fermentatie van eiwitconcentraten.
FUNCTIONAL FOODS
Wat zijn de trends op het gebied van functional foods? Waar zit de groei, welke consument is het meest geïnteresseerd in deze categorie en welke producten zijn het meest geschikt?
VMT ging eind vorig jaar naar de ingrediëntenbeurs FiE op zoek naar de antwoorden.
Thema
Functional foods
Functional foods zijn terug van niet weggeweest. De consument vraagt om natuurlijke ingrediënten. Met technieken als fermentatie lijken producenten hierop een antwoord te hebben.
INGREDIËNTEN
Functionele ingrediënten zijn steeds vaker te vinden in voeding. Mintel vond negen functionele ingrediënten die voedsel- en drankenproducenten kunnen gebruiken om in te spelen op trends.
FOTO: GUY ACKERMANS
4 Meest gelezen op vmt.nl
6 Is duurzaam, lekker en functioneel erwteneiwit mogelijk?
10 Vijf trends in functional foods en dranken 13 Young R&D
14 Focus op functionele ingrediënten
16 Relevant persoonlijk voedingsprofiel dankzij data
19 Innovatie gespot: desinfecteren met blauw licht
20 Keurmerken voor regeneratief inkopen
22 Noodklok luiden tegen teloorgang kennis
24 Op reportage bij Allagash in de VS
26 Duurzaamheid bij Van Geloven
29 Nestlé en NVWA over babyvoedingschandaal
30 Noodvoedsel met een THT tot 2050
32 Safe met Karin
33 Colofon
Wat is longevity?
Google Translate zegt: levensduur. ChatGPT zegt: langlevendheid, hoe lang iets of iemand meegaat. En dat kan gaan over de gezondheid van de mens of de levensduur van een batterij. Kortom, het is niet makkelijk in één woord te vangen. Het komt neer op: hoe lang kan iemand leven in goede gezondheid?
Hoe past dat in het thema van functional foods, het thema van dit nummer? De rol van voeding bij een lang en gezond leven is natuurlijk groot. Ik interviewde personalised nutrition-expert Nard Clabbers voor dit nummer. Hij betoogt dat als mensen weten welke invloed voeding heeft op hun gezondheid, dat dan elke voedingsmiddel een functional food kan zijn. Hij geeft een voorbeeld in het artikel: voor mensen met een hoog cholesterolgehalte zijn producten met verzadigd vet minder waardevol en hebben producten met bijvoorbeeld olijfolie meer waarde.
Consumenten willen steeds meer weten over hun gezondheid, al is de nieuwsgierige groep klein. Met verschillende wearables is de hoeveelheid data groeiende. De functie van sommige ingrediënten is duidelijk (zie de populariteit van eiwitten), maar ook allerlei andere ingrediënten winnen aan populariteit.
Gezond ouder worden is hard werken!
VMT Food R&D Event
Het VMT Food R&D Event op 19 maart in Utrecht is dé jaarlijkse bijeenkomst voor productontwikkelaars, R&D’ers en anderen die bij de voedingsindustrie betrokken zijn. Waar ligt de focus van een nieuwsgierige productontwikkelaar in 2026? Op AI-gestuurde innovatie, de gedachte achter voedselkeuzelogo’s, de toekomst van voedselprocessing of de impact van duurzame verpakkingen op productontwikkeling? Kort samengevat: samen met experts inzichten delen en vooruit kijken.
www.vmt.nl/foodrd
Foto cover: Fermentatie-atelier van Christian Verheij Foto: Guy Ackermans
DI O NNE IRVIN G
Schijf van Vijf
In april 2026 komt het Voedingscentrum met een vernieuwde Schijf van Vijf. Het Voedingscentrum past daarin onder andere de aanbevelingen aan voor eiwitbronnen als peulvruchten en vlees.
Fusie
De ledenraad van FrieslandCampina en de buitengewone algemene vergadering van Milcobel hebben ingestemd met de voorgenomen fusie van de twee coöperaties per 1 januari 2026. “Een logische stap”, aldus Sybren Attema, bestuursvoorzitter van FrieslandCampina.
EFSA ziet listeria-infecties toenemen
Listeria monocytogenes veroorzaakte in 2024 de meeste ernstige voedselinfecties in de Europese Unie. De European Food Safety Authority (EFSA) vindt de toename van het aantal listeria-infecties binnen de EU verontrustend. Volgens EFSA is er sprake van een stijgende trend.
In 2024 hadden zeven op de tien mensen met een listeria-infectie zorg nodig en overleed een op de twaalf aan de infectie, zo blijkt uit het One Health Zoönose-rapport. De toename komt volgens EFSA
door vergrijzing, veranderende eetgewoonten (meer kant-en-klare producten) én onjuiste voedselverwerking of verkeerde bewaarmethodes. Volgens EFSA overschrijdt slechts 3 procent van de monsters de EU-veiligheidslimieten, waarbij gefermenteerde worsten het vaakst besmet zijn.
Hoewel listeria het grootste risico is op het krijgen van een ernstige ziekte, blijven campylobacter en salmonella de meest voorkomende oorzaken van voedselgerelateerde ziekten in Europa. Pluimveevlees en eieren blijken de belangrijkste infectiebronnen te zijn. Ook stelt EFSA dat recente gegevens van de dierensector laten zien dat er in de afgelopen tien jaar een forse toename is geweest van het aantal fokkippen en kalkoenen dat positief op salmonella testte.
Vier Nederlandse baby’s ziek
Nestlé meldt aan VMT dat er vier meldingen zijn gedaan door ouders van wie hun baby’s ziek zijn geworden na het drinken van babyvoeding. Ze hadden klachten als diarree en braken. Volgens Nestlé is daarmee niet bewezen dat hun ziekte ook daadwerkelijk door de babymelk komt. “Het kan natuurlijk altijd, maar het is ontzettend moeilijk om het verband tussen ziekte, diarree en een product aan te tonen”, verklaart Anya Pieroen van Nestlé Nederland. In Frankrijk onderzoeken gezondheidsautoriteiten het overlijden van een baby die babymelk van Nestlé had gedronken. Zie ook pagina 29.
Meer lezen? Scan de QRcode en bekijk online ons andere nieuws, video’s en achtergrondverhalen. Altijd op de hoogte blijven? Neem een online abonnement op vmt.nl met toegang tot alle artikelen en verdieping.
Nieuws
Veel weerstand tegen Mercosur-deal van EU
De EU heeft vrijdag 16 januari ingestemd met een vrijhandelsakkoord met de zogenoemde Mercosurlanden Argentinië, Brazilië, Uruguay en Paraguay. Op 17 januari is het verdrag formeel ondertekend in Paraguay. Maar de Europese voedselproducerende sector, waaronder LTO, ligt flink dwars.
Boeren in België blokkeerden snelwegen uit protest tegen de handelsdeal van de EU met de Zuid-Amerikaanse landen, meldde ANP. Ook in Frankrijk, Ierland en Polen waren protesten van duizenden boeren tegen de deal. De overeenkomst ligt gevoelig omdat Europese boeren vrezen weggeconcurreerd te worden door bijvoorbeeld de import van goedkoper vlees uit Zuid-Amerika, dat bovendien niet aan Europese kwaliteitsstandaarden zou voldoen.
Een meerderheid van de EU-lidstaten, waaronder Nederland, stemde in met het vrijhandelsakkoord met de Mercosur-landen. Ierland, Frankrijk, Hongarije en Oostenrijk zijn tegen het akkoord.
Nieuwe versie van guidance-document listeria
De Europese Commissie heeft een nieuwe versie gepubliceerd van het ‘Guidance document on Listeria monocytogenes monitoring and shelf-life studies for ready-to-eat foods’.
Het vernieuwde document sluit beter aan op bestaande documenten zoals het EURL Lm technical guidance-document en ISO 20976-1. Bij de herziening is rekening gehouden met de aangescherpte microbiologische criteria voor Listeria monocytogenes, zoals vastgelegd in Regulation (EU) 2024/2895 (deze verordening wijzigt de Regulation (EC) No 2073/2005). Het document gaat over de manier waarop bedrijven houdbaarheidsstudies doen en onderbouwen. Denk bijvoorbeeld aan de keuzes rond challenge-tests en monitoringstrategieën.
Het gepubliceerde document geeft een goed overzicht van wat een studie naar de mogelijke uitgroei
van Listeria monocytogenes in kant-en-klare levensmiddelen inhoudt en van de complexiteit ervan. Er staat veel uitleg in over hoe de diverse onderdelen van een studie kunnen worden uitgevoerd en wat de onderlinge samenhang is. Duidelijk wordt ook dat de basis van elke studie het bepalen van de fysisch-chemische parameters van het betreffende levensmiddel is.
Het guidance-document is zowel bedoeld voor levensmiddelenproducenten als voor consultants, laboratoria en toezichthouders. De beschreven werkwijze is grotendeels in lijn met wat er in het Handboek Levensmiddelenmicrobiologie staat beschreven. Op een aantal punten geeft de NVWA een verdere nuancering van wat er in het guidance-document staat. “Hierbij willen we ook nadrukkelijk aangeven dat beide documenten (guidance en handboek) richtlijnen zijn voor bedrijven om invulling te geven aan het uitvoeren van studies, maar dat het geen wettelijke eisen zijn”, aldus Charlotte Verbart, levensmiddelenmicrobioloog bij de NVWA.
Duizenden boeren uit België, Frankrijk, Ierland en Polen protesteerden tegen de Mercosur-deal
Kort nieuws
SUPERMARKTEN
Albert Heijn, Lidl en Jumbo behoren tot de Europese top vier met hun plannen voor een duurzamer voedselsysteem. Dit blijkt uit Superlijst Groen Europa 2026.
MICROPLASTICS
Het Europees Parlement heeft de European Food Safety Authority (EFSA) gevraagd naar een wetenschappelijk advies over de mogelijke gezondheidsrisico’s van microplastics in voeding.
OLIJFOLIE
De controles op olijfolie binnen de Europese Unie vertonen gebreken. Dat concludeert de Europese Rekenkamer.
KIP
De slogan ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’ keert terug. Er komt een nieuwe campagne op tv en internet.
PLAAGDIEREN
In 2025 was er een toename van het aantal spoedsluitingen van voedselbedrijven vanwege ernstige plaagdierenoverlast: een stijging van 24 procent ten opzichte van 2024, meldt de NVWA.
SOJA
Een aantal grote sojahandelaren wil een overeenkomst uit 2006 verbreken die ontbossing van het Amazone-regenwoud tegengaat, meldt persbureau Reuters.
NAMEN
Supermarktkoepel CBL roept het Europees Parlement op het voorgestelde verbod op namen als vegaburger, vegetarische worst of plantaardige schnitzel te heroverwegen.
Zuurdesembrood met erwteneiwit
maken in het fermentatie-atelier van fermentatie-expert Christian Verheij.
Is een duurzaam, lekker en functioneel erwteneiwit mogelijk?
WETENSCHAPPERS TESTEN DROGE SCHEIDING EN FERMENTATIE
Productontwikkelaars van plantaardige vlees- of zuivelvervangers gebruiken graag eiwitisolaten, want ze hebben een neutrale smaak en een hoog eiwitgehalte. Maar het kost veel energie om ze te produceren. Eiwitconcentraten zijn duurzamer, maar vallen tegen wat eiwitgehalte en smaak betreft. Dat proberen wetenschappers binnen het Propulse-project op te lossen met behulp van fermentatie.
Tekst Dionne Irving Beeld Guy Ackermans
Peulvruchten zijn in de basis een duurzame grondstof. Ze produceren 10 tot 100 keer minder broeikasgasemissies dan vleesproducten. Worden ze echter verwerkt tot isolaten dan is de uitstoot hoger. Onderzoeker en projectleider Maarten Schutyser van het Propulse-project (zie kader) vertelt waar dat door komt. “Om van peulvrucht naar eiwitpoeder te gaan, zijn enorme hoeveelheden water nodig die er ook weer uitgehaald moeten worden.”
Hij rekent voor: “Voor de productie van een kilo erwteneiwitisolaat is ongeveer 54 megajoule nodig, voor een kilo peulvruchten één tot twee megajoule.”
Een promovendus die deelnam aan het project, formuleerde het als volgt: “Kijk je alleen naar de teelt van peulvruchten, dan stoten ze 2 tot 4 kilogram CO 2 -equivalenten per kilogram eiwit uit. Doorloop je alle verwerkingsstappen dan kan een eiwitisolaat eigenlijk slechter zijn voor het milieu dan een stukje kip.”
Droog scheiden duurzamer
Een duurzamer alternatief is een eiwitconcentraat gebruiken. Met een droge scheiding – malen en zeven – is het mogelijk om bijvoorbeeld gemalen peulvruchten in een eiwit- en zetmeelstroom te scheiden. De benodigde energie voor deze droge scheiding is stukken minder dan voor een natte scheiding.
Duurzamer dus, maar het eiwitrijke concentraat heeft wel een paar nadelen. Zo is het eiwitgehalte bij
‘Om
van peulvrucht naar eiwitpoeder te gaan, zijn enorme hoeveelheden water nodig’
een droog gefractioneerd product lager dan van een eiwitisolaat: respectievelijk tussen 40 en 70 procent en tussen de 70 en 90 procent. Een ander nadeel is dat in een eiwitconcentraat ook anti-nutritionele factoren meekomen en dat de smaak te wensen overlaat. De anti-nutritionele stoffen komen met de vezels en eiwitten mee in de eiwitfractie en ongewenste smaken ontstaan vaak door oxidatie van kleine hoeveelheden olie die ook mee verrijkt worden.
Melkzuurfermentatie
In het Propulse-project kijken drie promovendi hoe deze problemen op te lossen. Een manier om de ongewenste bonenaroma’s te verwijderen, is door een melkzuurfermentatie op het eiwitconcentraat los te laten. Melkzuurbacteriën converteren de ongewenste bonenaroma’s die voornamelijk bestaan uit aldehyden of ketonen in alcoholen. Dit werkt omdat de mens aldehyden bij lagere concentraties ruikt dan alcoholen. Door de melkzuurfermentatie gaat ook de pH omlaag. Dit vertraagt ook de activiteit van de enzymen die de bijsmaken produceren. Een andere route is nieuwe moleculen produceren die de smaak van de aldehyden overmeesteren. Een voorbeeld is een boterachtig aroma. Als het in voldoende mate aanwezig is, kan het een bonenaroma maskeren. De promovendi onderzoeken welke van deze strategieën het beste werkt.
Anti-nutritionele stoffen zijn belangrijk voor de peulvruchten. Ze vormen een resistentiemechanis-
Waar ligt de focus van een nieuwsgierige productontwikkelaar in 2026? AI-gestuurde innovatie, de gedachte achter voedselkeuzelogo’s, de toekomst van voedselprocessing of de impact van duurzame verpakkingen op productontwikkeling? Deze en andere actuele thema’s bepalen niet alleen de toekomst van food R&D, maar ook de innovaties van vandaag.
Tijdens het Food R&D Event brengen we productontwikkelaars en experts samen om inzichten te delen en vooruit te kijken. Laat je inspireren door praktijkcases en strategieën die je direct kunt toepassen in je werk. En ontdek de trends die jouw productontwikkeling de komende jaren zullen sturen.
me tegen droogte en vries-dooicycli. En omdat ze deel uitmaken van deze celstructuur, zijn ze ook vrij sterk gebonden aan de vezels en eiwitlichamen. En daarom concentreren ze zich in de eiwitfractie bij droge fractionering. In tegenstelling tot andere suikers zijn ze ook behoorlijk hittebestendig. Dus roosteren of koken is niet voldoende om het gehalte ervan te verminderen. Ze kunnen echter worden afgebroken door sommige enzymen die aanwezig zijn in melkzuurbacteriën.
Water essentieel
De micro-organismen die voor de fermentatie zorgen, hebben water nodig. Dat staat haaks op het duurzaamheidsvoordeel van droge fractionering. Een van de promovendi onderzocht daarom de minimale hoeveelheid water die nodig is om te fermenteren, terwijl de duurzaamheidsvoordelen voor dit proces hoog blijven. Hij voerde experimenten met tuinboneneiwitconcentraat en melkzuurbacteriën uit. Hij zag bij ongeveer 1,5 gram vocht binnen één
Propulse: wat is het?
Het Propulse-project heeft tot doel een nieuwe, duurzame verwerkingsroute te ontwikkelen om clean label- en functionele eiwitrijke peulvruchtingrediënten te produceren. De nieuwe route omvat een droge scheiding – fijn malen en luchtclassificatie – om eiwitconcentraten op een energiezuinigere manier te maken. Om de smaak te verbeteren wordt melkzuurfermentatie onderzocht.
Propulse is onderdeel van het Plant2Food-initiatief, gefinancierd door de Deense Novo Nordisk Foundation. Propulse is een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Kopenhagen en Wageningen en een groot consortium van bedrijven en verenigingen: Arla Foods, Brannatura, Fermentor, Ferrero, NIZO, NWGD, Rosie&Riffie, VanChris en Westland Kaas.
dag een bijna volledige afbraak van de anti-nutritionele factoren. Dat is negen keer minder water dan bij een normale fermentatie. Dat komt neer op 60 procent minder energieverbruik.
Propulse-projectleider
Hoe kunnen de gefermenteerde plantaardige eiwitten worden gebruikt? Dat is ook onderdeel van het project: wat is de functionaliteit van plantaardige eiwitten in voedingsmiddelen? Dierlijk eiwit is veelzijdig en geeft structuur aan een voedingsmiddel. Daarom is het niet eenvoudig om ze een-op-een te vervangen door plantaardige eiwitten. In eiwitconcentraten zit bovendien vezel, wat gezond is, maar dit heeft ook invloed op de structuur, smaak en kleur.
Casestudie: brood met erwteneiwit
De presentatie van het onderzoeksproject vond plaats in het fermentatie-atelier van fermentatie-expert Christian Verheij. Daar konden de aanwezigen zelf zuurdesembrood maken. Onderdeel van de workshop was proeven van zuurdesembrood dat verrijkt was met oplopende gehaltes gefermenteerd erwteneiwit (10, 20 en 30 procent). De consensus was dat 30 procent te veel was (‘het ruikt naar erwtensoep’). Tussen de 10 en 20 procent werkt prima.
Het is erg belangrijk om de juiste textuur te behouden. Het glutennetwerk in brood moet sterk genoeg blijven voor een luchtig brood. De verrijking van zuurdesembrood met erwteneiwit is onderzocht. Dit leidde tot aanzienlijk harder brood. Melkzuurfermentatie kan dit verbeteren. Het zorgt voor een verbeterde verteerbaarheid van eiwitten en een goede aminozuurscore en glycemische index.
De voordelen van melkzuurfermentatie beperken zich niet tot brood. De technologie kan ook werken bij plantaardige zuivelalternatieven. De melkzuurfermentatie zou kunnen helpen om de functionaliteit van deze plantaardige eiwitten meer af te stemmen op de zuivelfunctionaliteit. •
Maarten Schutyser: “Voor de productie van een kilo erwteneiwitisolaat is ongeveer 54 megajoule nodig, voor een kilo peulvruchten één tot twee megajoule.”
Ouderen beseffen dat gezondheid belangrijk is en gaan op zoek naar functionele ingrediënten.
1 ‘Longevity’ is dé term waar het nu om draait
Elizabeth Thundow, Vice President Food and Nutrition bij Kline+, vertelde in een panel dat longevity het woord van 2025 was. “Het is een breed begrip. We moeten nadenken over wat we echt bedoelen met het woord, omdat het verschillende dingen kan betekenen voor verschillende consumentengroepen. Het kan gaan over functionele voeding en dranken, maar ook over supplementen.”
2 Functionele ingrediënten toevoegen aan bekende voedselproducten helpt bij acceptatie
Barbara Bray, foodsafety & nutrition-consultant bij Alo Solutions, leidde in het Verenigd Koninkrijk een Healthy Aging Diet Study, waarbij ze naar voedselconsumptiegegevens van oudere volwassenen keek. Bray: “Er zijn enkele onderbenutte ingrediënten zo-
‘Longevity’
was het woord van 2025
als melkpoeder. Dat wordt gebruikt in de zorgsector voor zieke oudere volwassenen. Maar ik denk dat het een gemiste kans is dat het niet gebruikt wordt voor oudere volwassenen in het algemeen. Uit eigen onderzoek blijkt dat oudere mensen graag nieuwe ingrediënten toevoegen aan bekende gerechten, maar ze willen niet zo graag iets proberen wat voor hen helemaal nieuw is.”
Ze geeft nog een voorbeeld: “Yoghurt is een bekend voedingsmiddel. Mensen weten dat daar al goede bacteriën inzitten. Nog een bacteriestam toevoegen is daarom een kleine stap. Dezelfde geldt voor vezels: voeg ze toe aan een product waarvan bekend is dat er al vezels in zitten en mensen accepteren dat veel gemakkelijker.”
Ook bouillon(blokjes) vindt ze een interessante productcategorie. “Bottenbouillon en bouillonblokjes
Achtergrond
Vijf trends in functional foods en dranken
WAT VIEL OP TIJDENS FOOD INGREDIENTS EUROPE (FIE)?
Beautysnoepjes met collageen of een drankje met rustgevende kruiden: dat zijn producten die al bekend staan als functional foods. Maar wat zijn de trends? Waar zit de groei, welke consument is het meest geïnteresseerd in deze categorie en welke producten zijn het meest geschikt? VMT liep eind vorig jaar op de ingrediëntenbeurs FiE en luisterde naar een paar panels over functional foods. Deze trends en ontwikkelingen vielen op.
zijn multicultureel. Ze passen in een Afrikaanse of Indiase curry maar ook in een Britse stoofpot. Het is een kans om micronutriënten toe te voegen.”
3 De
ontwikkeling in functional foods zit vooral in dranken en maaltijdvervangers
Elizabeth Thundow ziet dat de ontwikkeling vooral zit in dranken en drinkbare maaltijdvervangers: “Als het gaat om een maaltijdvervanger waarin alle voedingsstoffen optimaal voorkomen, kun je niet om Huel heen. Ik weet niet of het echt voor ouderen bedoeld is. Ze zijn niet gewend om een maaltijd te drinken; drie maaltijden per dag eten is meer een routine voor hen. Huel is voor jongere consumenten die veel verschillende eetmomenten hebben.”
“Een van mijn favoriete innovaties die ik dit jaar heb gezien, was een functionele variant van melk, een
‘Als je een product maakt, moet het duidelijk zijn wat je doet’
bekend product. Het bedrijf voegde calcium, verschillende vitamines en ook collageen toe. Dit is echt gericht op ouderen om hen te helpen om actief en mobiel te blijven.”
4 Multifunctionele ingrediënten in één product of focussen op één onderwerp? Beide kunnen
Multifunctionele ingrediënten gebruiken of juist specifiek zijn? Wat is de betere optie? Volgens Thundow is er markt voor beide producten. “Als je een product maakt, moet duidelijk zijn wat je doet. Mensen zoeken zeker naar gemak bij multifunctionele ingrediënten, maar de communicatie is lastiger. Je probeert iedereen in elk opzicht aan te spreken.”
“Soms kan een product ontwikkeld voor een specifieke functie, bijvoorbeeld cognitieve gezondheid, makkelijker uit te leggen zijn. Collageen is een voor-
Tekst Dionne Irving Beeld Shutterstock
Elizabeth Thundow ziet dat de ontwikkeling vooral zit in dranken en drinkbare maaltijdvervangers.
beeld van een multifunctioneel ingrediënt. Het gaat over mobiliteit, actief blijven, over schoonheid, en we begrijpen steeds beter dat het ook de darmgezondheid en immuniteit positief kan beïnvloeden. Dus dat is een van deze ingrediënten die veel verschillende dingen doet waar goede communicatie essentieel is.”
5 Consumenten
zoeken naar natuurlijke ondersteuning voor de langere termijn
In een panel over Food & Mood somde Carole Bingley, technisch specialist bij Reading Scientific Services, vier redenen op waarom mensen op zoek zijn naar functionele ingrediënten: gezondheid, stemming en stressregulatie, beter slapen en energie op peil houden zonder stimulerend middel.
Eric Puro van Kaapa Biotech ziet dat de vraag alleen maar toeneemt naarmate mensen ouder worden.
“Dan beseffen mensen dat gezondheid belangrijk is en gaan ze op zoek naar functionele ingrediënten. Maar wat we ook zien is veel belangstelling van de jongere generatie. Deze groep is geïnteresseerd in stressmanagement, betere slaap, een lang en gezond leven en cognitie.”
De panelleden zien dat consumenten op zoek zijn naar oplossingen voor de lange termijn in formats die passen in hun dagelijkse routine. Ze geven de voorkeur aan natuurlijke ondersteuning zoals een functionele drank of shot. •
Functional foods-trends in Oost-Azië
Zarina Kanji, managing director UK & Europe bij WPIC Marketing + Technologies, stond tijdens de Food Ingredients Europe stil bij trends in functional foods in Zuidoost-Azie, de bakermat van functionele voeding.
1 Longevity & healthy ageing
In Oost-Aziatische landen als Zuid-Korea en Japan is de insteek niet om in gezondheid oud te worden, maar de focus is gericht op de kwaliteit van leven. Mensen willen zich elke dag goed voelen, niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel. Aziatische consumenten willen weten hoe ze dat kunnen bereiken. Het gaat erom dat ze elke dag het maximale uit hun leven willen halen.
Zuid-Korea staat bekend om zijn cuisine, maar het land vermarkt gezondheidsproducten ook goed. Producten die focussen op de gezondheid van de hersenen, gewrichten en het hart zullen de komende vijf jaar allemaal verdubbelen.
2 Gut health, immunity & microbiome
Consumenten begrijpen nu volledig het verband tussen darmgezondheid en immuniteit. Ze kennen postbiotica, prebiotica en synbiotica, ze willen ze testen en optimaliseren. Door de populariteit komen verschillende concepten op de markt. “We zien combinaties van traditionele gefermenteerde voedingsmiddelen met nieuwere, innovatieve producten. Denk aan de combinatie van matcha-thee met adaptogenen.”
3 Beauty from within & skinhealth
De groei van deze trend wordt gedreven door de combinatie van schoonheid en welzijn. Tijdens Single’s Day in China kopen consumenten het meest, zo kochten ze voor meer dan 3 miljard dollar aan supplementen, met als grootste categorie die voor schoonheid van binnenuit. Ook hier draait het om cultuur. Producten en ingrediënten die hier een rol spelen zijn: shots met een hoog hyaronzuurgehalte, zeewier, bouillons, dranken en snacks met antioxidanten.
4 Personalisation & precision nutrition
Consumenten in Azië staan open voor het geven van persoonlijke gegevens om hun gezondheid te verbeteren. Tools zoals glucosetrackers of bloedtesten helpen consumenten begrijpen hoe ze hun gezondheid dagelijks kunnen optimaliseren. Consumenten in Azië staan er echt voor open om dagelijks inzicht te krijgen in hun gezondheid en om dat realtime te personaliseren.
5 Heritage & biotech fusion
Deze trend is een mix van oude wijsheid en moderne wetenschap. Het is de drijvende kracht achter de toekomst van functionele geneeskunde. Aziatische landen hebben een erfgoed van voedsel als medicijn met kruiden, tonics, gefermenteerde voedingsmiddelen. Ze zijn alledaags voor de oudere generatie, maar zeer goed geaccepteerd door de jongere generatie.
De productcategorieën waar Kanji in 2026 ontwikkeling in ziet zijn:
• Adaptogene dranken: die worden gezien als een van de gemakkelijkste formats om stress te verminderen.
• Microbiomsnacks: Kanji denkt dat dit een vervolg is op de populaire eiwitrepen. Ze denkt dat de tijd rijp is voor een tussendoortje die de gezondheid van darmen en hersenen bevordert.
• Gummies: deze zachte snoepjes zijn lastig te gebruiken in warme landen. “Daar gaan we meer innovatie in zien.”
Selma
Vogt, Junior Food Innovator:
Hoe vind je de balans tussen haalbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid?
In de rubriek Young R&D stellen jonge productontwikkelaars vragen aan ervaren vakgenoten. Dit keer vraagt Selma Vogt: “Hoe vind je de balans tussen commerciële haalbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid in innovatie?” Suzan van der Linde van Westland Kaas geeft antwoord.
“In de ruim twintig jaar dat ik in de levensmiddelenindustrie werk, had ik te maken met innovaties bij verschillende productgroepen en bedrijven. Na bijna vijf jaar bij Westland Kaas ervaar ik meer dan ooit hoe complex het spanningsveld is tussen commerciële haalbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. De markt verwacht snelheid, onderscheidend vermogen en een scherpe kostprijs. Retailers zetten steeds meer druk op marges en logistieke efficiëntie. Tegelijkertijd vraagt de samenleving om gezondere producten, transparante ketens en een kleinere ecologische voetafdruk.
Als R&D-manager sta ik precies op dat kruispunt. Je moet vooruit kijken, maar ook realistisch blijven. De verleiding is groot om dit als twee werelden te zien: commercieel versus idealistisch. Maar in de praktijk ontstaat de beste innovatie juist wanneer die twee elkaar versterken. Dat betekent dat je al in een vroeg stadium maatschappelijke criteria expliciet moet meewegen in het ontwikkelproces. Niet achteraf als een check. Bij Westland Kaas integreren wij inmiddels verbeterde voedingswaarden, duurzamere verpakkingen en efficiëntere productiestromen vanaf de conceptfase. Dit voorkomt dat je later moet terugschakelen omdat een product toch niet past bij duurzaamheidsdoelen of toekomstige wetgeving.
Het blijft balanceren. Soms leidt een maatschappelijk wenselijke innovatie tot hogere kosten of technologi-
sche beperkingen die de commerciële haalbaarheid onder druk zetten. En soms is een commercieel kansrijk idee niet de stap die je maatschappelijk wilt zetten. In die situaties helpt het om je creativiteit niet te verliezen. Het gaat om zoeken naar alternatieven, doorontwikkelen, onverwachte combinaties testen en het zetten van kleine, betekenisvolle stappen die de weg vrijmaken voor grotere veranderingen.
Voor mij zit de kern in toekomstbestendigheid. Een innovatie die vandaag commercieel werkt maar niet aansluit op maatschappelijke verwachtingen, verliest morgen terrein. Omgekeerd heeft een verantwoord product zonder marktpotentieel te weinig impact om echt verschil te maken. De kunst is om oplossingen te bedenken die beide bedienen. Juist het maken van deze betekenisvolle keuzes is wat R&D in de foodsector zo waardevol en uitdagend maakt. Het is geen wiskunde en het is niet zwart-wit. Maar het is een dynamisch evenwicht dat continu bijgesteld wordt.” •
Suzan van der Linde
R&D-manager bij Westland Kaas
Focus op ingrediëntenfunctionele in voeding
DEZE NEGEN INGREDIËNTEN BIEDEN KANSEN VOOR
PRODUCENTEN
Functionele ingrediënten zijn steeds vaker te vinden in voeding. Mintel onderzocht welke functionele ingrediënten voedsel- en drankenproducenten kunnen gebruiken om in te spelen op trends. In dit artikel 9 functionele ingrediënten op een rij.
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Shutterstock
Mintel onderzocht verschillende functionele ingrediënten. Deze worden momenteel vooral gebruikt in voedingssupplementen. Voor producenten van voedsel en dranken liggen hier volgens het onderzoeksbureau kansen om deze toe te passen in voeding. Volgens Mintel verwachten consumenten steeds meer dat functionele ingrediënten via voeding en dranken beschikbaar zijn. Functionele ingrediënten zijn niet meer alleen voor voedingssupplementen. Het onderzoeksbureau bekeek de verschillende functionele ingrediënten in voedingssupplementen. Aan de hand hiervan voorspelt Mintel welke negen functionele ingrediënten kansrijk zijn voor voedsel- en drankenproducenten, verdeeld over drie categorieën.
Spieropbouw en -herstel
De behoeften van consumenten verschuiven volgens Mintel van spieropbouw naar spieronderhoud en spierherstel. Hier liggen kansen voor voedings- en drankenproducenten om producten aan te bieden voor spieronderhoud en weefselherstel. Mintel benoemt drie functionele ingrediënten voor producenten om hierbij te gebruiken.
1
Collageen peptiden
De behoefte verschuift van spieropbouw naar spieronderhoud en -herstel
Collageen wordt volgens Mintel afgebroken in kleinere deeltjes die we collageenpeptiden noemen. Deze zijn gemakkelijker door het lichaam op te nemen. “Sommige onderzoeken stellen dat het nemen van collageen via voeding, dranken of supplementen de gezondheid van de huid, botten en gewrichten kan verbeteren”, schrijft de marktonderzoeker in het rapport. Mintel stelt dat dit functionele ingrediënt geschikt is voor gebruik in sportvoeding.
2Creatine
Het lichaam maakt creatine aan vanuit aminozuren en dit wordt opgeslagen in de spieren en hersenen voor het verkrijgen van energie. Volgens Mintel kan creatine de atletische prestaties een boost geven. “Voor voedsel- en drankenproducenten is creatine een simpele manier om producten om te zetten in prestatieverhogende, herstelvriendelijke opties”, aldus het onderzoeksbureau.
3Havereiwitten
Havereiwit is afkomstig van het graan haver. Volgens Mintel wordt haver ook gebruikt om een natuurlijk beeld te geven aan producten: 46 procent van de producten met haver is vegan of plantaardig, stelt het onderzoeksbureau. “Voor voedsel- en drankenproducenten is havereiwit een clean label-optie bij producten voor op herstel gefocuste atleten en actieve consumenten.”
Cognitieve gezondheid
Consumenten vinden het volgens Mintel net zo belangrijk om voor hun hersenen te zorgen als voor het lichaam. Ze willen actief zorgen voor de gezondheid van de hersenen op de lange termijn. Daarbij is er ook behoefte aan producten die helpen bij een betere focus en om ‘hersenmist’ te verminderen. De druk om een gezonde werk-privébalans te hebben, overweldigt consumenten. “In een wereld die altijd ‘aan’ staat, is mentale helderheid de nieuwe maatstaf voor welzijn geworden”, aldus Mintel. Consumenten willen volgens het onderzoeksbureau ‘snackbare en drinkbare opties om de hersengezondheid te ondersteunen’. Mintel benoemt drie functionele ingredienten voor producenten om hierbij te gebruiken.
Achtergrond
TREND
Consumenten verwachten dat functionele ingrediënten via voeding en dranken beschikbaar zijn.
4
Postbiotica
Postbiotica zijn volgens Mintel stoffen die ontstaan door fermentatie wanneer microben prebiotica afbreken. Ze zijn sterk verbonden met de spijsvertering en de darmgezondheid. Momenteel zitten postbiotica vooral in supplementen, voedingsdranken en zuivel. “Postbiotica bieden producenten een manier om hun intrede te doen in de cognitieve gezondheidssector door darmgezondheid te verbinden met hersenondersteuning.”
5
Fosfatidylserine
Fosfatidylserine is volgens Mintel een belangrijke fosfolipide die in alle celmembranen voorkomt, met name in de hersenen. Het onderzoeksbureau stelt dat vroege onderzoeken aantonen dat het kan helpen bij het tegengaan van geheugenverlies en leeftijdgerelateerde achteruitgang, en het verbeteren van de cognitieve prestaties. Fosfatidylserine zit al in sommige supplementen, maar nog niet in voeding. “Het is nu nog een nicheproduct, maar het zou kunnen uitgroeien tot een wetenschappelijk onderbouwd ingrediënt voor focus- en geheugenproducten.”
6
Cognizin
Mintel stelt dat cognizin een merkvorm is van citicoline. Dit wordt gepromoot als cognitieve versterker die helpt bij focus, aandacht en geheugen. Op dit moment is het vooral te vinden in voedingsdranken (36%), energiedranken (32%) en supplementen (23%), stelt Mintel. “Voor merken in de voedings- en drankensector is cognizin een manier om cognitieve producten te creëren die inspelen op de groeiende vraag naar focus en mentale prestaties.”
Onderhoud huid
Mintel stelt dat de interesse in eet- en drinkbare schoonheidsoplossingen toeneemt. Consumenten focussen steeds meer op holistische gezondheid om de gezondheid van de huid te bevorderen. Ook bewustzijn over milieustressfactoren neemt toe. Denk aan blootstelling aan uv-stralen, vervuiling en blauw licht, wat volgens Mintel de ouderdom kan versnellen. Consumenten willen van korte- naar langetermijnoplossingen. Er is het vertrouwen bij consumenten dat supplementen hierbij kunnen helpen; het vertrouwen in voeding en dranken op dit gebied moet nog groeien. Mintel benoemt drie functionele ingrediënten voor producenten om hierbij te gebruiken.
Consumenten vinden hun hersenen net zo belangrijk als hun lichaam
7
Hyaluronic Acid/Hyaluronzuur
Hyaluronzuur komt van nature voor in de huid, ogen en gewrichten. Volgens Mintel helpt het om vocht vast te houden, wat de huid hydrateert, de gewrichten smeert en de ogen bevochtigt. Op dit moment zit hyaluronzuur volgens de marktonderzoeker vooral in supplementen. Maar het kan volgens Mintel ook goed toegepast worden in wellnessdranken en functionele voeding. “Dit ingrediënt biedt producenten in de voeding- en drankensector de mogelijkheid om producten te creëren die de hydratatie en schoonheid van binnenuit ondersteunen.”
8Astaxanthine
Astaxanthine is volgens Mintel een rood-oranje pigment dat van nature voorkomt in zeevruchten en algen. Het is een antioxidant die kan helpen om cellen te beschermen, huidelasticiteit te ondersteunen en ouderdomsverschijnselen door uv-licht te verminderen. Ook dit ingrediënt zit momenteel vooral in supplementen, maar kan volgens Mintel ook goed in wellnessdranken en functionele voeding. “Astaxanthine zou bij nieuwe ontwikkelingen overwogen moeten worden voor producten die van binnenuit schoonheid brengen en ook echte gezondheidsvoordelen opleveren.”
9Glutathione
Mintel stelt dat glutathione ook een antioxidant is dat het lichaam aanmaakt vanuit drie aminozuren. In Azië gebruikt men dit ingrediënt voor het ‘verhelderen’ van de huid. “Glutathione wint aan populariteit in Azië. Er is dus ruimte voor westerse merken om die hype te vertalen naar voedsel- en drankformats.” •
‘Meer data maakt een persoonlijk voedingsprofiel steeds relevanter’
VAN PERSONALISED NUTRITION NAAR LONGEVITY
Tien jaar geleden was het concept personalised nutrition (PN) wereldwijd een hot item. Nu lijkt de term uit de mode, maar het gebruik van data om consumentengedrag te beïnvloeden is nog springlevend. Longevity, precision nutrition of food as medicine, hippere termen voor hetzelfde? Nard Clabbers, PN-expert van het eerste uur, duidt de ontwikkelingen in dit vakgebied.
Dionne Irving Beeld Shutterstock
“Ik zou nu niet naar Unilever gaan en vragen: wil je wat met personalised nutrition doen? Tien jaar geleden was het een hype, maar de term wordt nu vaak met scepsis bekeken.” Aan het woord is Nard Clabbers. Bij TNO en bij zijn eigen start-up ontwikkelde hij zich de afgelopen jaren tot PN-expert. Nu is hij manager strategische ontwikkeling bij Brightlands Campus Greenport Venlo. Daarnaast werkt hij nog één dag in de week als PN-consultant. Ondanks dat de term niet meer in is, is het idee van personalised nutrition nog steeds relevant: data gebruiken om mensen te beïnvloeden in hun koopgedrag. “En het wordt alleen maar sterker, want er komen alleen nog maar meer data.”
Nieuwe namen voor hetzelfde?
‘Wil je echt weten wat het effect van voeding is, dan moet je weten wat mensen wanneer eten’
Volgens de expert is het steeds belangrijker voor bedrijven om de consument te leren begrijpen en dat gaat het best op basis van data. “Een persoonlijk profiel van voeding, dat is personalised nutrition, maar nu wordt het ‘longevity’ genoemd.” Deze term komt oorspronkelijk van het concept quantified self (mensen die zelf alles meten en op basis daarvan beslissingen nemen, red.) uit het vorige decennium. Hij ziet dezelfde vibe en onderwerpen die destijds op PN-conferenties genoemd werden, nu bij longevity: positief, oplossingsgericht en futuristisch. Andere termen die
ook de ronde doen, zijn precision nutrition of targeted nutrition. De eerste lijkt meer over producten te gaan, de ander over voeding voor groepen. “In een gesprek met een klant is het belangrijk om te weten wat ze bedoelen met een specifieke term.”
Alle voeding heeft een functie
Nard Clabbers gelooft dat elk voedingsmiddel een functional food wordt als mensen de invloed van voeding op de eigen gezondheid begrijpen. “Alleen bij sommige is de functie onbekend. De combinatie van twee datasets, die met persoonlijke informatie en die over voeding en gezondheid, dat is personalized nutrition in de basis. Zijn de functies van voedingsproducten helder voor mensen dan wordt de toegevoegde waarde duidelijk.”
Hij geeft een voorbeeld: voor mensen met een hoog cholesterolgehalte zijn producten met verzadigd vet minder waardevol en hebben producten met bijvoorbeeld olijfolie meer waarde. Het lijkt een open deur, maar Clabbers voorspelt dat de hoeveelheid data die beschikbaar is voor consumenten alleen maar zal toenemen en, nog belangrijker, steeds makkelijker te ontsluiten zal zijn. Hij werkt aan het RVO-project Nutrition 2 Health om datasystemen te ontsluiten voor zorgmedewerkers. Dit is een PIB-programma van RVO met Vlaamse partnerorganisaties.
Tekst
Kennisleemtes opvullen
Het gaat niet alleen om het aanpassen van dieetadviezen op basis van genetische informatie of metabole gegevens, maar ook om het verzamelen van consumenteninformatie om producten te creëren die beter aansluiten bij de gezondheidsbehoeften van het individu.
Clabbers praat veel met wetenschappers over personalised nutrition. “Ze zeggen aan de ene kant: we weten al heel veel, maar dezelfde mensen zeggen ook dat we te weinig weten om het echt goed te kunnen doen.” Voor groepen mensen is veel te zeggen over wat gezond is, maar hoe meer je naar n=1 toegaat, hoe moeilijker het wordt. “Wil je echt uitzoeken wat het effect van voeding is op een persoon, dan moet je weten wat ze wanneer eten. Je moet weten of ze pindakaas met stukjes eten of gewone pindakaas omdat dat al de glucoserespons beïnvloedt.”
Havermout eten
Bij TNO heeft Clabbers ook onderzoek gedaan naar het effect van havermout. “Je hebt steal cut oats of instant oats. Als iemand zegt: ik eet havermout bij het ontbijt dan weet je al veel. Maar eigenlijk moet je per persoon weten wat voor havermout het was en hoe die is bereid. Die diepte is bijna niet te bereiken op grote schaal.”
Een onderzoeksproject van een consortium met Wageningen University doet een poging dit te doorgronden. Dat ontwikkelt een digital twin, een computer-
‘We weten veel maar te weinig om het echt goed te kunnen doen’
model van het metabole systeem. De data komen uit een gecontroleerde studie. Dat betekent dat de deelnemers aan de studie 95 procent van hun calorieën krijgen van de universiteit. Elke snack is voorgeschreven. Daarbij krijgen ze ook nog eens specifieke richtlijnen van wanneer ze wat moeten eten. Dit zorgt voor heel precieze input-data voor het model.
Interesse in zelf meten populair
Steeds meer mensen hebben interesse in het zelf meten van allerlei gezondheidsparameters. Het wordt ook steeds makkelijker met bijvoorbeeld continue glucosemonitors.
Clabbers: “Toch denk ik dat het een misverstand is te denken dat heel veel mensen geïnteresseerd zijn in hun gezondheid. Dat is vooral als ze een sportief doel hebben, bijvoorbeeld een marathon lopen of als ze willen afvallen. Ook een gezondheidsaandoening kan interesse in voeding opwekken. Maar ook dat is lastig.”
Een belangrijke drempel bij personalised nutrition is en blijft het omzetten van de verzamelde data naar daadwerkelijke gedragsverandering bij consumenten. Clabbers noemt het voorbeeld van diabetespatienten die hun voeding moeten aanpassen, maar die vaak moeite hebben om de veranderingen door te voeren.
Nichemarkt
Dit zorgt voor een switch bij start-ups. Voorheen richtten start-ups zich op een breed publiek. Dat
Steeds meer mensen hebben interesse in het zelf meten van allerlei gezondheidsparameters. Interview
Nard Clabbers: “Een belangrijke drempel is het omzetten van de verzamelde data naar daadwerkelijke gedragsverandering.”
deed hij ook met zijn start-up HAPP. Nu ziet hij dat veel nieuwe start-ups zich op een nichemarkt richten van mensen met een bepaalde ziekte en die daarom gemotiveerd zijn om hun gedrag te veranderen. “Het is lastig om een doorsnee 25-jarig gezond persoon geld te laten betalen om nog net iets gezonder te worden.”
Voor sportievelingen is er bijvoorbeeld Whoop, een concept met een wearable, waar gebruikers via een abonnement voor de data en de interpretatie van die data betalen. Clabbers: “Dat is een interessant concept, anders dan PN-bedrijven het vroeger deden: één DNA-test en eenmaal een advies. Dat is geen interessant model, omdat het advies altijd neerkomt op: eet gevarieerd, eet meer groente: het broccoli-rice-salmon-phenomenon. Uiteindelijk krijgt iedereen het advies om broccoli met volkorenrijst en zalm te eten, omdat dat de gezondste maaltijd ter wereld is. Zulk advies heeft geen meerwaarde omdat de mensen die geïnteresseerd zijn in gezondheid dat al weten.”
Persoonlijke communicatie belangrijker
Daarom is de manier van communicatie belangrijk, en volgens Clabbers nog wel belangrijker dan personalisatie op biochemisch vlak. “Wij tweeën zijn best verschillend: man versus vrouw, maar 80 procent van het voedingsadvies is hetzelfde: meer groente en fruit, geen alcohol, niet roken, niet veel bewerkt vlees. De stap om dat om te zetten in gedrag is las-
‘Iedereen krijgt het advies om broccoli met volkorenrijst en zalm te eten’
tig.” Gepersonaliseerde communicatie zou daarbij kunnen helpen.
Clabbers: “Sommige mensen willen echt begrijpen waarom ze moeten veranderen. Andere mensen willen gewoon horen wat ze moeten eten.” De PN-expert zit in een project namens Brightlands Campus Greenport Venlo met Universiteit Wageningen. Samen herschrijven ze teksten in verschillende stijlen met hulp van een AI-chatbot. “We vragen bijvoorbeeld bij een specifieke doelgroep: schrijf deze tekst in de stijl van De Telegraaf.”
Ecosysteem
Het is lastig voor consumenten om zelf hun data in te zetten voor een persoonlijk voedingsadvies. Ze moeten veel zelf doen. Clabbers: “Die longevitymensen zeggen: become the ceo of your own health. Dat klinkt mooi maar je verandert uiteindelijk niets met alleen een mindset. Het moet laagdrempeliger worden voor mensen om die data in te zetten in hun leven.”
Een ecosysteem is gewenst om het makkelijker te maken voor consumenten. Hij noemt enkele voorbeelden: Amazon in India verkoopt thuistesten en linkt die aan voeding. Een Amerikaanse retailketen geeft persoonlijke voedingsadviezen op basis van het farmacie-onderdeel dat bij hetzelfde concern hoort. Hij kan geen Nederlandse voorbeelden geven van bedrijven die dit ook zo doen. •
Innovatie gespot
Continu desinfecteren met blauw licht
In veel voedselproductiebedrijven is listeria een hardnekkig probleem. Intensief schoonmaken en desinfecteren helpt, maar besmetting ligt altijd op de loer. Een Fins bedrijf, Spectral Blue, zet in op continue desinfectie met blauw led-licht, geïntegreerd in productieen verpakkingsomgevingen. Geen vervanging van schoonmaak, maar wel een extra barrière.
De innovatie draait om zogeheten antimicrobial blue light (aBL). Het systeem bestaat uit vaste led-armaturen die boven of rondom risicogebieden worden geplaatst, zoals snijruimtes, open productzones en verpakkingslijnen. Het blauwe licht is continu actief en moet de groei van micro-organismen remmen tussen de reguliere schoonmaakrondes door. Anders dan uv werkt het zonder schadelijke straling voor ogen en huid, waardoor het ook kan worden ingezet terwijl medewerkers aan het werk zijn.
24/7 draaien
Waarom dit nu een werkbare technologie is, komt door recente ontwikkelingen in led-technologie. De afgelopen jaren is het pas mogelijk geworden om voldoende lichtintensiteit, specifieke golflengtes en energie-efficiëntie te combineren in een industriële setting. Daardoor kan het systeem 24/7 draaien, zonder noemenswaardige warmteontwikkeling of veiligheidsrisico’s.
Spectral Blue brengt de technologie als aanvulling op andere vormen van desinfectie.
Ook kan het bestaande uv-desinfectie vervangen. Blauw licht is minder agressief dan uv en daarom erg geschikt voor permanente inzet. Het hygiëneconcept verschuift daarmee van periodiek ingrijpen naar continu beheersen.
Biofilms
Volgens de leverancier zorgt het licht voor een duidelijke reductie van listeria in productieomgevingen. Ook zouden terugkerende besmettingen worden aangepakt. Het licht pakt volgens de makers ook biofilms aan. Dat zou verklaren waarom listeria structureel afneemt. Dat laatste punt vraagt nog nadere onderbouwing. Het is niet helder in hoeverre bestaande biofilms daadwerkelijk worden afgebroken, of vooral verdere opbouw wordt geremd.
Geen vervanging schoonmaak
Spectral Blue zegt dat met inzet van het licht de chemische reiniging gewoon nodig blijft, maar dit zou minder frequent of met minder
agressieve middelen kunnen plaatsvinden. Voor QA- en hygiëneteams zit de meerwaarde vooral in extra borging tussen schoonmaakmomenten door en in risicogebieden waar besmettingen hardnekkig blijven terugkomen. De technologie wordt inmiddels ingezet in verschillende takken van de voedselindustrie. Aan onafhankelijke validatie wordt gewerkt: hoe groot is het effect in verschillende productcategorieën, en wat is de rol van blauw licht bij het daadwerkelijk verwijderen van biofilms? Pas dan wordt duidelijk of deze innovatie uitgroeit tot een nieuwe standaard in hygiënebeheer. •
In Innovatie gespot zoomen we in op de innovatie in de voedselindustrie. Dat kan van alles zijn: een nieuwe machine, procestechnologie, een innovatief ingrediënt, een eindproduct of een slimme toepassing ergens in de keten. We laten zien wat de innovatie is, hoe het werkt en waarom dit relevant is voor foodprofessionals.
Blauw licht als extra barrière tegen listeria.
Sushi-productielijn.
Regeneratief inkopen in 2026
DIT DOEN KEURMERKEN EN BEDRIJVEN NU AL
Met de introductie van de Regenerative Agriculture Standard heeft Rainforest Alliance regeneratieve landbouw een vaste plek gegeven in het keurmerkenlandschap. In 2026 verschijnt de eerste gecertificeerde regeneratieve koffie in het schap. Daarmee verschuift de discussie. Niet langer draait het om de vraag wat regeneratief is, maar hoe regeneratieve producten hun weg vinden naar de markt, en welke keuzes bedrijven daarin maken.
Tekst Pauline Rosenberg Beeld Rainforest Alliance
Het Europees Biologisch keurmerk vormt al jaren de basis voor landbouw zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Het richt zich vooral op wat niet mag. Aantoonbaar herstel van bodem en biodiversiteit is echter geen expliciete eis bij dit keurmerk.
Van biologisch naar regeneratief
Het biologisch-dynamische keurmerk Demeter gaat daarin verder. Demeter werkt vanuit het idee van het landbouwbedrijf als één levend systeem, met een sterke focus op levende bodems, gesloten kringlopen, biodiversiteit en dierenwelzijn. Regeneratief klinkt misschien als een nieuw begrip, maar Demeter past deze principes al decennialang toe vanuit een holistische landbouwfilosofie. Tegelijk is de aanpak beperkt schaalbaar en minder gericht op internationale ketens.
Ook het Zweedse keurmerk KRAV bouwt voort op EU-biologisch. KRAV stelt aanvullende eisen aan klimaatimpact, biodiversiteit en dierenwelzijn en positioneert zich nadrukkelijk als ‘biologisch plus’. Het keurmerk combineert hogere ambities met een model dat beter schaalbaar is dan Demeter, vooral binnen Noord-Europa.
ROC: regeneratief als uitgangspunt
Een stap verder gaat Regenerative Organic Certified (ROC). Deze standaard is expliciet ontwikkeld voor regeneratieve landbouw en gebruikt biologische certificering als basis. Waar regeneratief bij sommige keurmerken een verdieping is, vormt het bij ROC het vertrekpunt.
ROC werkt met een gelaagd systeem van brons, zil-
Regeneratieve
landbouw
begint niet bij een keurmerk
ver en goud. Bedrijven starten met minimaal 10 procent van hun land gecertificeerd en groeien via 50 procent door naar volledige certificering. Dat ingebouwde groeipad zorgt ervoor dat instappen makkelijk is maar dwingt wel tot continue verbetering. De eisen zijn streng. Niet-kerende grondbewerking en levende bodems zijn verplicht, teelt zonder aarde is uitgesloten en ook voor dierlijke productie gelden vergaande regels. In de praktijk blijft ROC daardoor vooral een keurmerk voor kleinschalige en middelgrote agrarische bedrijven, met name in de Verenigde Staten.
Praktijk loopt voor op certificering
Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat regeneratieve landbouw niet begint bij een keurmerk. Veel bedrijven en boeren werken al jaren volgens regeneratieve principes, zonder daar een formeel label aan te verbinden. Juist deze initiatieven bieden voedselproducenten op een laagdrempelige manier de mogelijkheid om ervaring op te doen en gewoon ergens te beginnen.
Een voorbeeld is Verstegen. Het familiebedrijf zet al langere tijd in op regeneratieve landbouw binnen zijn kruiden- en specerijenketens, zowel in Nederland als internationaal. In Nederland werkt Verstegen samen met Regeneratieve Boerderij Schevichoven aan de opbouw van een regeneratieve kruidenketen. Boeren telen hier kruiden zonder chemische bestrijdingsmiddelen, met minimale grondbewerking en veel aandacht voor bodemleven en biodiversiteit.
Ook initiatieven als Boeren Natuurlijk, opgezet vanuit
Achtergrond
Future Up (voorheen MVO Nederland), laten zien hoe regeneratief vorm krijgt zonder directe certificering. Boeren Natuurlijk richt zich op regeneratieve landbouw in Nederland en nodigen cateraars, retailers en producenten uit om aan te haken. Bedrijven kunnen deelnemen via een belofte voor afname, het delen van transitierisico’s of het mede financieren van kennisontwikkeling. Veel bedrijven kiezen er zo bewust voor om eerst samen met boeren te leren en te experimenteren. Certificering volgt dan eventueel later.
RAS: verdieping van bestaand keurmerk
De Regenerative Agriculture Standard (RAS) van Rainforest Alliance bouwt voort op de bestaande Sustainable Agriculture Standard. Regeneratief fungeert hier als verdieping, maar de standaard kan ook los worden toegepast.
De standaard richt zich op meetbare milieuresultaten van bodemgezondheid, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Die aanpak maakt RAS minder radicaal dan ROC, maar beter toepasbaar in internationale ketens en grootschalige markten waar Rainforest Alliance al breed wordt toegepast. Voor boeren die al gecertificeerd zijn, voelt regeneratief daardoor minder als een sprong in het diepe en meer als een logische volgende stap.
Huidige markt
Nespresso brengt dit jaar als eerste Rainforest Alliance-gecertificeerde regeneratieve koffie op de Europese markt. Binnen het AAA Sustainable Quality Program ontwikkelde Nespresso samen met Rainfo-
REGENERATIEF BOEREN
Veel bedrijven kiezen er bewust voor om eerst samen met boeren te experimenteren
rest Alliance een Regenerative Scorecard, waarmee boeren stap voor stap worden begeleid richting regeneratieve landbouw.
Daarnaast zijn ook andere partijen ingestapt, waaronder het Braziliaanse koffiemerk Orfeu en koffiehandelaren als Bourbon Specialty Coffee, Ecom en Volcafe. Opvallend is dat het daarbij niet alleen om multinationals gaat. In pilots in Mexico en Costa Rica zijn inmiddels duizenden kleinschalige boeren gecertificeerd, vaak georganiseerd via coöperaties.
Nichemarkten
Of één keurmerk voor regeneratieve landbouw uiteindelijk de norm wordt, is nog onzeker. ROC legt de lat inhoudelijk het hoogst, maar blijft voorlopig beperkt tot nichemarkten. EU-biologisch en KRAV zijn stevig verankerd in Europa, maar profileren zich niet expliciet als regeneratief. Demeter werkt al decennialang regeneratief vanuit een holistische benadering, maar kiest er bewust voor zich niet te richten op grootschalige internationale ketens. Rainforest Alliance positioneert zich daar tussenin: minder radicaal, maar schaalbaar en herkenbaar voor veel bedrijven.
Het aanbod aan initiatieven en keurmerken maakt het voor vrijwel elke voedselproducent mogelijk om ergens te beginnen, ongeacht het huidige ambitieniveau voor regeneratieve landbouw. •
Ben je benieuwd naar de bronnen voor dit artikel? Scan de QR-code.
Het keurmerk Rainforest Alliance wordt al breed toegepast.
‘Voeding biedt veel meer kansen dan denken’jongeren
VOEDINGSINDUSTRIE LUIDT NOODKLOK TEGEN TELOORGANG KENNIS
Teruglopende aanmeldcijfers voor opleidingen in de foodsector kunnen ons land nog wel eens parten gaan spelen. Minder deskundigen en bedrijven die zich elders vestigen, waardoor de innovatie stokt en kennis teloor gaat. Enkele hogescholen stoppen hun vinger in de dijk en hopen zo het tij te keren. Hoe? Dat laten ze zien op de beursvloer.
Tekst Johan van Leipsig Beeld Studiekeuzebeurs Midden
Op een zonnige novemberdag stroomt een mensenmassa gestaag vanaf station Utrecht Centraal richting de Jaarbeurs. Het zijn jonge mensen die op de Studiekeuzebeurs Midden hun licht opsteken over misschien wel de belangrijkste vraag van hun leven: wat wil ik eigenlijk worden? Op de beursvloer is het bijzonder druk, ook bij de stand van drie verschillende onderwijsinstellingen die de jongeren wijzen op de mogelijkheden die de voedingsindustrie hun biedt.
Minder aanmeldingen
Het duurt even voordat Mirjam Welbers (HAN) en Monique Versteijnen (HAS green academy) tijd hebben voor een praatje. Het is druk, en dat is maar goed ook. Want de sector luidt de noodklok: de aanmeldingen voor opleidingen lopen al jarenlang gestaag terug. Het duo schetst de gevolgen als er in de toekomst niet genoeg mensen werken in de voedingsmiddelenbranche.
Versteijnen. “Samen met het bedrijfsleven laten we daarom zien hoe veelzijdig en kansrijk de foodwereld is. Dat doen we door een gezamenlijke zichtbaarheidscampagne richting studiekiezers, zowel online als door aanwezig te zijn op studie- en onderwijsbeurzen.”
Negatief in het nieuws
Ondanks die veelzijdigheid en kansrijke loopbaanmogelijkheden vindt Versteijnen het dan ook moeilijk te duiden waarom aanmeldingen voor opleidingen in de voedingsmiddelenbranche teruglopen. “Wat in elk geval niet helpt is dat wanneer voeding in het nieuws is, dat vaak op een negatieve manier is. Schandalen helpen niet om het imago van de sector op te krikken. En dat is jammer, want de interesse voor de voedingsmiddelenbranche is zeker aanwezig onder jongeren. Op TikTok verschijnen massa’s filmpjes over voeding. Het is dus echt wel een onderwerp dat leeft.”
‘Aanmeldingen voor opleidingen lopen al jarenlang gestaag terug’
“We willen allemaal op een veilige manier gezonde producten blijven eten. De veiligheid zou in het geding kunnen komen. En daar komt bij dat als bedrijven in Nederland niet meer aan deskundig personeel kunnen komen, ze hun heil mogelijk in het buitenland zoeken. Dat is ook een slechte zaak.”
Onder de noemer ‘create your future in food’ proberen HAN University of Applied Sciences, HAS green academy en Hogeschool Van Hall Larenstein de handen op elkaar te krijgen en zo meer interesse te wekken voor werken in de voedingsindustrie. Want het is een mooie en noodzakelijke branche, zo vindt
Welbers vult aan: “En overal in Nederland loopt het aantal studenten terug. Niet alleen in de food. Bovendien speelt de onbekendheid onze sector parten. Veel jongeren weten niet dat ze ook in de voedingsindustrie hun brood kunnen verdienen. Terwijl het bij uitstek een sector is waarin allerlei studierichtingen samenkomen: van chemie tot biologie, communicatie, marketing en wet- en regelgeving. Maar denk ook aan mogelijkheden aan de logistieke kant. Er is zoveel mogelijk. We hopen dan ook volgend jaar hier weer te staan maar dan met nog meer opleidingen.”
BEURS
Bedrijven zien nut in Gelukkig omarmt inmiddels ook het bedrijfsleven het initiatief waar Versteijnen en Welbers deel van uitmaken. Vergeer Holland is aanwezig bij het paviljoen om studenten te laten ontdekken welke carrièremogelijkheden er zijn in de levensmiddelentechnologie op zowel mbo- als hbo-niveau.
“Dat laat zien dat ook bedrijven voelen dat er iets moet gebeuren, willen we niet dat we straks te weinig mensen hebben. Het zou mooi zijn als er volgend jaar meer bedrijven aansluiten om concrete voorbeelden te laten zien aan studiekiezers. Dan gaat het nog meer leven denk ik”, zegt Welbers. “Plus voor bedrijven is het een mooie gelegenheid om te laten zien wat zij doen en om jongeren te trekken.”
Eten is overal
Roel Kerkhof studeert voedingsmiddelentechnologie aan de Hogeschool Van Hall Larenstein, een van de mede-standhouders van het paviljoen. Kerkhof staat potentiële studenten te woord en probeert hun net zo enthousiast te krijgen voor de sector als hij zelf is. “Ik heb een studie in de foodsector gekozen omdat ik zelf graag eet en koken een hobby van me is. Eten is overal; iedereen heeft ermee te maken. In mijn opleiding vind ik verschillende aspecten rondom voedsel die samenkomen: er zitten technische elementen aan, maar ook economische en creatieve aspecten vind je er terug. Ik weet dan ook nog niet wat ik uiteindelijk zal gaan doen, tot nu toe vind ik alles wel leuk wat aan bod komt.”
‘Men weet niet wat er bij komt kijken om een product veilig op tafel te krijgen’
Kerkhof heeft dan ook eigenlijk geen idee waarom de aanmeldcijfers voor opleidingen in zijn vakgebied teruglopen, zegt hij. “Wat mee kan spelen is dat voedsel tegenwoordig simpelweg overal verkrijgbaar is. Supermarkten hebben het thuis bereiden van voedsel compleet vervangen. Misschien dat dat meespeelt bij de onbekendheid van ons vak. Men weet niet wat er allemaal bij komt kijken om een product veilig op tafel te krijgen.”
Voeding leeft
Daarover gesproken: op de tafel voor ons liggen verschillende voedingsmiddelen om te proeven. Daarmee proberen de standhouders in te springen op zaken die spelen onder jongeren zoals gezondheid of overgewicht. “We hebben bijvoorbeeld suikervrije en suikerhoudende ontbijtkoek”, zegt Versteijnen. “Of vleeshoudende producten en plantaardige alternatieven. Mensen kunnen dan proeven of er verschil is en dan ontstaat er vanzelf een gesprek over gezondheid of bijvoorbeeld de eiwittransitie. Dat merken we zeker: eten is een onderwerp dat leeft. Mensen doen het niet alleen graag, maar denken er ook meer over na.”
Versteijnen en Welbers hebben inmiddels drie beurzen in het land bezocht met hun paviljoen. “Het zou mooi zijn als er meer hogescholen aanhaken. Met landelijke dekking kunnen we gerichter aan de slag.” •
Meer informatie over werken in de foodsector vind je op www.createyourfutureinfood.nl.
Van links naar rechts: Roel Kerkhoff (Hogeschool Van Hall Larenstein), Mirjam Welbers (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) en Monique Versteijnen (HAS green academy).
‘Iedereen bij ons mag een nieuw bier maken’
DUURZAAMHEID EN INNOVATIE BIJ BIERBROUWER ALLAGASH IN DE VS
Wat betekent duurzaamheid in een land waar voedselproductie grootschalig is en afstanden immens zijn? VMT zocht naar antwoorden in Maine en Massachusetts in de Verenigde Staten en kreeg een rondleiding bij Allagash Brewing Company.
De brouwhal van Allagash uit 2013 weerspiegelt de grote ontwikkelingen op de Amerikaanse biermarkt van de afgelopen jaren. Die markt wordt nog altijd gedomineerd door reuzen als Anheuser-Busch InBev en Molson Coors, maar de afgelopen twintig jaar is er in de VS ook een craftbiercultuur opgebloeid. De Allagash Brewing Company uit Portland in de staat Maine in het noordoosten van de Verenigde Staten staat in de top 25 van craftbrouwerijen van de VS. Deze brouwerij werd de afgelopen dertig jaar groot met Belgische witbieren. Het afgelopen jaar produceerde de brouwerij ruim 100.000 vaten bier. Daarvan maakt witbier 85 procent uit. Hoewel Allagash vooral lokale en landelijke populariteit geniet, kijkt de brouwerij ook naar nieuwe markten. Misschien wel in Europa. Maar zover is het nog niet, hooguit ligt het bier in een enkele speciaalzaak.
Lokale grondstoffen
De vernieuwingen in de brouwerij van destijds stelde Allagash in staat om processen kwalitatief te verbeteren en flink te verduurzamen, legt meesterbrouwer Branch Rothschild uit tijdens een rondleiding. Duurzaamheid begint bij de grondstoffen; die worden namelijk lokaal gesourced. “Dit is waar ons proces begint”, zegt Rothschild bij de eerste ketel, “waar we graan omzetten in zoete suikers die de gist straks in alcohol verandert.” Het graan komt meestal in bulk binnen en komt van lokale leveranciers. “We hebben grote silo’s die een hele vrachtwagenlading
Duurzaamheid begint bij de grondstoffen
per keer kunnen opslaan”, vertelt hij. “Maar we werken ook met zakken en ‘super sacks’.”
De groep volgt hem verder de brouwzaal in, waar het geluid van de machines steeds luider wordt. Rothschild legt uit hoe het proces werkt. Hij wijst naar een grote blauwe vierkante tank. “Hier malen we het graan, vervolgens gaat het naar de mash mixer, waar het zich met water vermengt bij ongeveer 71 graden Celsius. Dat verwarmen zorgt ervoor dat het zetmeel wordt afgebroken tot simpele suikers.”
Energie en water besparen
Een paar meter verderop wijst hij naar een tweede vat. “Daar scheiden we de vaste graandelen van de zoete vloeistof. We spoelen het graan nog eens goed na om alle suikers eruit te krijgen. De bierbostel die overblijft gaat naar een silo buiten; dat is een restproduct en dient als voedsel voor koeien.”
Even verderop staat de kookketel. “Hier koken we de wort”, zegt Rothschild. “Dat is het meest energie-intensieve deel van het proces. Maar in plaats van de stoom zomaar te laten ontsnappen, vangen we die warmte op met een vapor condenser en sturen die terug naar onze warmwatertank. Zo besparen we veel energie en water.”
Productontwikkeling en innovatie is een heel belangrijk onderdeel binnen Allagash, weet Rothschild’s collega Adam Doyle. Hij neemt de groep mee van de productie naar het kloppend hart van de innovatie bij de brouwerij waar alle nieuwe ideeën
Tekst Willem Paul de Mooij Beeld Food Export - Northeast
BROUWERIJ
worden getest. “Dit is ons pilotsysteem”, zegt Doyle enthousiast, terwijl hij met een glimlach naar een compacte installatie in de hoek van de ruimte wijst. “Je kunt het eigenlijk zien als een heel, héél goed thuisbrouwsysteem: we brouwen er ongeveer één vat bier per keer mee.” Het is duidelijk dat dit zijn favoriete plekje in de brouwerij is. Elk vat vertegenwoordigt een experiment: een nieuwe moutsoort, een andere hopvariëteit. Iedereen die bij Allagash werkt, mag een nieuw bier proberen te maken.
Verpakkingen
Wat opvalt bij Allagash is dat innovatie in de brouwerij niet alleen draait om smaak, maar ook om duurzaamheid en efficiëntie in de productie. Bijvoorbeeld in verpakkingen. In 2019 investeerde Allagash in een canning-lijn. Doyle: “Het was voor ons echt een grote verandering”, zegt hij. “Alles werd doorgemeten: de stevigheid van de lasnaden, de opname van zuurstof tijdens het afvullen en de recyclebaarheid van het materiaal.”
Een beslissing die tijdens de coronapandemie erg nuttig bleek: de brouwerij kon razendsnel schakelen van vooral tapbier (fusten) naar verpakte producten. Inmiddels is het merendeel van het volume in blik, met daarnaast de vaten. Flessen hebben nog maar een heel klein aandeel. Tegelijkertijd verbeterden de werkomstandigheden op de verpakkingsafdeling: robots tillen de zware vaten.
‘Het gaat om wat je teruggeeft aan de gemeenschap’
Niet alleen de verpakking, maar ook de omverpakking wordt geïnnoveerd bij Allagash. Terwijl de groep langs de verpakkingslijn loopt, vertelt Brett Willis, senior communicatiespecialist bij Allagash, hoe de brouwerij stap voor stap minder karton is gaan gebruiken. “We verpakken onze blikjes niet langer in volledige trays”, legt hij uit. “We zijn overgestapt op een systeem met kartonnen ringen die de blikken bij elkaar houden. Dat bespaart enorm veel materiaal.” De nieuwe verpakkingen zijn gemaakt van gerecycled karton en volledig recyclebaar. Volgens Willis scheelt het 100.000 kilo karton per jaar. “Het is zo’n verandering die bijna niemand ziet”, zegt hij met een glimlach. “Maar iets waar we trots op zijn: minder afval, zelfde kwaliteit.”
Gemeenschap
Adam Doyle, afsluitend: “Het gaat bij ons niet alleen om duurzaamheid. Het gaat ook om hoe je met je mensen omgaat, wat je teruggeeft aan de gemeenschap en hoe je als bedrijf verantwoordelijkheid neemt. Dat willen we steeds beter doen.” Inmiddels wordt 98 procent van al het afval hergebruikt, krijgen reststromen zoals bierbostel een tweede leven en werkt Allagash samen met lokale mouterijen en boeren in Maine. Verder doneert de brouwerij jaarlijks 1 procent van de omzet aan lokale maatschappelijke organisaties. •
Scan de QR-code en lees de complete reportage op vmt.nl.
Het draait niet alleen om smaak, maar ook om duurzaamheid en efficiëntie in de productie bij Allagash.
‘We kijken naar de nieuwe generatie plantaardige eiwitten’
DUURZAAMHEIDSWETGEVING BIJ VAN GELOVEN
Duurzaamheidswetten zoals de CSRD, CSDDD en de EUDR houden bedrijven bezig. Hoe bereid je je als producent goed voor op deze wetgeving? Hoe verzamel je de juiste data? En hoe zorg je dat het niet té veel tijd kost? VMT sprak met Enrique Munoz, R&D-manager bij Van Geloven. “Wij passen de afmetingen van onze doosjes aan, zonder krimpflatie.”
Tekst Carmen Groeneveld Beeld Van Geloven
Van Geloven is onderdeel van McCain. Zowel McCain als Van Geloven zet volgens Munoz al vanuit zichzelf stappen op duurzaamheidsgebied. De aankomende wetgeving geeft sturing, maar eventuele versoepelingen remmen de producent niet volgens de R&D-manager. “Ook wij weten donders goed dat we dingen moeten aanpassen. Dus daar zijn we al jaren proactief mee bezig.” Zo ging Van Geloven al in 2018 een samenwerking aan met de Vegetarische Slager, om onder het merk Mora plantaardige snacks aan te bieden in de supermarkt en aan de foodservice.
Zoutreductie
“Op het vlak van zoutreductie realiseerden we voor producten van onze belangrijkste merken Mora en Van Dobben de afgelopen jaren een zoutreductie van 10 procent. Dit is qua duurzaamheid ook een stap in de goede richting. Daarnaast werken we stapsgewijs naar een significante CO2 -reductie in 2030. Intern hebben we hiervoor een plan. Bijvoorbeeld door meer in te zetten op vegetarisch, maar ook hybride snacks.” Van Geloven wil uit zichzelf stappen zetten voor verduurzaming, stelt Munoz. “We kopen rundvlees graag zo dichtbij mogelijk en met een Beter Leven-keurmerk indien mogelijk.”
Van Geloven werkt dus – ondanks wetgeving – vanuit intrinsieke motivatie aan verduurzaming. De producent laat zich volgens Munoz dan ook niet afleiden door de versoepelingen in het Omnibus-voor-
‘Versoepelingen zijn jammer maar ook begrijpelijk’
stel. Van Geloven vindt het jammer dat er versoepelingen komen. “Het is jammer dat deze verduurzamingsstappen niet door de hele industrie gedragen gaan worden.”
Wel begrijpt Munoz dat de wetten ook veel werk met zich meebrengen. “Je bent zo sterk als je hele keten. Dus als een leverancier ergens verzaakt en de producent krijgt geen input, kan deze de input ook niet aan de klant leveren. De versoepelingen zijn dus aan de ene kant jammer, aan de andere kant misschien wel begrijpelijk. Het gaat om het einddoel. En ik denk dat iedereen zich wel bewust is van waar we het uiteindelijk voor doen.”
Mismatch in informatie
Van Geloven focust zich momenteel vooral op de CSRD, EUDR en de PPWR. Voor deze wetten vraagt Munoz zich wel af of de middelen het doel dienen.
Munoz
“Is deze workload de meest efficiënte manier om het doel te bereiken?” Dat zit hem volgens Munoz vooral in het ontbreken van guidance en duidelijkheid. “Het liefst hebben producenten een vast format waar je naartoe kunt werken. Wij hebben nu een extern consultancybureau ingeschakeld om aan de voorkant dingen inzichtelijk te maken. Zo kunnen we ook direct digitaliseren. Het liefst wil je dat alles ook direct aansluit bij de behoeften van de klant, want daar doe je het uiteindelijk voor. Maar daar zit momenteel een mismatch. Dus dat betekent extra inspanning vanuit verschillende onderdelen in de ke-
Enrique
ten om informatie op de gewenste manieren aan te leveren”, legt Munoz uit.
‘Hybridiseren’ voor EUDR
Ondanks de onduidelijkheid in de wetgeving zette Van Geloven al verschillende stappen om aan de wetten te voldoen. “Voor de EUDR zijn we aan de voorkant begonnen”, vertelt Munoz. “We stonden al in nauw contact met onze leveranciers, dat wordt nu nog intensiever. Alle producenten van rundvlees auditen wij gewoon ter plekke. Daarnaast helpt het externe bureau om data helder en inzichtelijk te maken. Aan de achterkant krijgen wij langzaam vragen van klanten en retailers, dus dat zijn we nu aan het bundelen.”
Daarnaast zet de producent als gevolg van de EUDR stappen in herformulering. “Producten met – voor onze productcategorieën – een hoog rundvleespercentage zijn in scope. Daar kijken we naar het vervangen van (een deel) rundvlees door kip of plantaardige eiwitten om de CO2 -uitstoot te verminderen.” Voor dat ‘hybridiseren’, zoals Munoz het noemt, zoekt Van Geloven nu naar het meest circulaire plantaardige alternatief. “We kijken naar de nieuwe generatie plantaardige eiwitten.”
Herformulering receptuur en verpakking
De EUDR, maar ook de PPWR, leidt volgens Munoz tot het herzien van zowel producten als verpakkingen. “Voor bijvoorbeeld het Mora-merk rollen we
Drie tips van Van Geloven
• Blijf met elkaar in gesprek. Intern én extern. Los het samen op.
• Pak dingen slim aan.
Je hoeft niet altijd harder te werken als je dingen slim doet.
• Leer van andere industrieën, kijk hoe zij dingen aanpakken.
CO2-REDUCTIE
‘Op dit moment is 95 procent van onze verpakkingen recyclebaar’
momenteel een nieuw verpakkingsdesign uit. En als we de verpakkingen herzien, kijken we ook direct naar de receptuur. Hoe kunnen we de CO2 -uitstoot verminderen?”
Herformulering van product en verpakking dus. Dit deed de producent al voor verschillende producten. “We proberen in het kader van de PPWR de afmetingen van de verpakkingen te verkleinen, zonder krimpflatie. Dus bijvoorbeeld van samengestelde verpakkingen naar recyclebare mono-verpakkingen. Op dit moment is 95 procent van onze verpakkingen recyclebaar.” Het werken aan de recepturen en verpakkingen zorgt bij Van Geloven voor een vermindering van de CO2 -uitstoot. “CO 2 -reductie is de heilige graal waar we naartoe werken.”
100 procent recyclebaar en plantaardig
Hoewel Van Geloven al veel stappen zette in het kader van de duurzaamheidswetgeving, is de producent nog niet klaar. “We hebben bijna al onze verpakkingen recyclebaar gemaakt. Ook focussen we de komende tijd op het verder hybridiseren van onze producten, met name de rundvleesproducten. En waar mogelijk willen we rundvlees volledig vervangen door kip of een plantaardig eiwit”, vertelt Munoz.
Van Geloven werkt dus hard aan verduurzaming, mede om te voldoen aan de wetgeving. Wel heeft Munoz behoefte aan wat meer transparantie in de industrie. “Duurzaamheid is geen wedstrijd tussen
Van Geloven zet onder andere in op vegetarische en hybride snacks.
VERPAKKING
Van Geloven gaat van samengestelde verpakkingen naar recyclebare mono-verpakkingen.
fabrikanten. Ik denk dat niemand iets te verbergen heeft. We kunnen veel van elkaar leren. De chocolade-industrie loopt qua herkomsttracering bijvoorbeeld voorop. Het zou zonde zijn als wij nu tegen de-
Duurzaamheidsstappen
Dit heeft Van Geloven al gedaan:
• Herformulering producten: ‘hybridiseren’
• Samenwerking met consultancybureau
• Verkleinen CO2-uitstoot door aanpassen receptuur en verpakking
• Vervangen samengestelde verpakkingen door mono-verpakkingen
• Opzetten MVO-team bij McCain én Van Geloven
Deze stappen gaat Van Geloven nog zetten:
• 100 procent van de verpakkingen recyclebaar maken
• Verder hybridiseren van het (rundvlees)assortiment
• Waar mogelijk: vervangen van rundvlees door kip of plantaardig eiwit
• Digitaliseren van de dataverzameling
‘We kunnen veel van elkaar leren’
zelfde dingen aanlopen waar zij tien jaar geleden tegenaan liepen. Als we die zaken transparant maken, komen we er allemaal beter uit. Het is jammer dat die kruisbestuiving er nu niet is.”
Dataverzameling
Om te voldoen aan de verschillende wetten is dataverzameling nodig. Hiervoor werkt Van Geloven dus samen met een extern bureau. “Dat helpt ons om dataverzameling zo in te richten dat er zo min mogelijk handwerk bij komt kijken. We kijken nu hoe we dataverzameling kunnen digitaliseren.”
Scope 1 en 2 heeft de producent goed in beeld. Voor scope 3 is de data in beeld, en daar werkt de producent nu aan het verminderen van de uitstoot. “We gebruiken geen Excel, maar professionele dashboards. En uit die dashboards rapporteren wij tailormade data naar onze klanten, die allemaal weer net andere informatie vragen”, legt Munoz uit. Om die informatievoorziening wat minder arbeidsintensief te maken, onderzoekt Van Geloven momenteel ook de mogelijkheden van de inzet van Artificial Intelligence (AI). •
RECALL
Babyvoeding teruggeroepen door Danone, Nestlé en Lactalis: klanteninformatie in een supermarkt in Nice.
‘Wij trokken als eerste aan de bel’
REACTIE NESTLÉ EN NVWA OP KRITIEK BABYVOEDINGSCHANDAAL
Foodwatch klaagt Nestlé aan voor het te laat handelen bij de terugroepactie van babyvoeding met cereulide. “Dat Foodwatch beweert dat wij niet transparant zijn geweest, klopt gewoon niet”, vertelt de producent. Ook de NVWA is het oneens met de beschuldigingen.
Foodwatch vindt dat Nestlé verwijtbaar handelde bij de terugroepactie van babyvoeding met cereulide. “Ze hielden zich niet aan de wet van traceerbaarheid, daar komt het eigenlijk op neer”, zegt Nicole van Gemert, directeur van Foodwatch. “Begin december was bekend dat de verontreiniging in de grondstof zat. Nestlé is heel goed in stilzwijgen, ze zeggen bijna niks. Toen ze de besmetting ontdekten, hebben ze niet iedereen gealarmeerd.”
Zowel de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) als Nestlé bevestigen aan VMT dat zij op 9 december 2025 een voedselveiligheidsrisico detecteerden in de fabriek in Nunspeet. Op dat moment was nog niet duidelijk dat het ingrediënt ARA-olie de bron van besmetting was.
NVWA: wel degelijk op tijd gemeld
“We merken dat Foodwatch soms een ander idee heeft over wat de feiten zijn dan wij”, vertelt Marloes van Kessel, woordvoerder bij de NVWA, aan VMT
Volgens de autoriteit was Nestlé duidelijk over de traceerbaarheid van de verontreinigde productlijn. Foodwatch stelt dat Nestlé de wet van traceerbaarheid heeft overtreden.
De NVWA vertelt aan VMT: “Wat wij Foodwatch hebben verteld, is dat wij op 9 december een melding kregen van Nestlé dat er in een productlijn cereulide was gevonden. Dat was een productlijn waarvan de producten niet in Nederland verhandeld worden.
Tekst Didi de Koning Beeld Syspeo
Wij hebben toen de traceerbaarheid opgevraagd. Waar worden die producten verhandeld en in welke landen? En de landen waar de producten zijn verkocht, zijn geïnformeerd.”
Grondstof blijkt probleem
‘Wij hanteren een heel strikt niveau en zijn juist extra streng geweest’
Meerdere producenten gebruiken het ingrediënt ARA-olie om babyvoeding met omega 6 te verrijken. “Op 30 december ontdekten wij de oorzaak van het probleem en op 4 januari hebben wij iedereen geïnformeerd: alle fabrikanten, autoriteiten en concullega’s. Dus heel veel sneller kon het niet gaan. Dat Foodwatch beweert dat wij niet transparant zijn geweest, klopt gewoon niet”, vertelt Anya Pieroen, Director Corporate Affairs bij Nestlé Nederland, aan VMT. Waar Foodwatch de voedingsmiddelenproducent bekritiseert, ziet Nestlé zichzelf juist als proactief.
“Wij zijn de eerste in de industrie die dit ontdekten. Wij gebruiken allemaal hetzelfde ingrediënt van dezelfde leverancier. Door onze strenge kwaliteitscontroles hebben we het toxine cereulide ontdekt. Cereulide komt bijna nooit voor. Er is ook geen geharmoniseerde aanpak. Wij hanteren een heel strikt niveau: 0,2 μg/kg. Wij denken dat wij de strengste normen hanteren, waardoor wij als eerste overgingen op een recall. Wij krijgen alle kritiek over ons heen, terwijl wij juist extra streng zijn geweest en als eerste aan de bel trokken”, aldus Pieroen. •
Actueel
Noodvoedsel met een THT tot 2050
PRODUCENT SPEELT IN OP PREPPERS
Heet water erbij, even roeren en klaar: noodvoedsel is in trek en steeds meer fabrikanten springen daarop in. “Het is gemakkelijk, voedzaam én lekker”, zegt Kim Berknov, directeur & Vice President EMEA van voedselopslagmerk ReadyWise UK Limited.
“Voedselzekerheid was sinds de Tweede Wereldoorlog nauwelijks een issue in het westen, maar de laatste jaren nemen de zorgen hierover weer toe. Steeds meer Europeanen zetten zich schrap voor een nieuwe pandemie, oorlog of langdurige stroomuitval. Bijvoorbeeld door een aardbeving of de overstroming van een energiecentrale”, stelt Kim Berknov van voedselopslagmerk ReadyWise. “Extreem weer en bosbranden komen door klimaatverandering al heel regelmatig vaker voor. Mensen beseffen dat je plotseling voor lange tijd op jezelf aangewezen kunt zijn. Dat heeft steeds meer consumenten aan het hamsteren gezet.”
EU-oproep: voedsel opslaan Officiële waarschuwingen van de overheid voeden die tendens. Berknov wijst op de recente EU-oproep aan haar 450 miljoen burgers om zelf noodvoorraden voedsel aan te leggen voor minimaal 72 uur. “Met dat bericht is de toon definitief gezet. Mensen beginnen in te zien dat je bij een grote ramp niet meer blind op de overheid kunt vertrouwen, ook al heb je heel je leven keurig je belastingen betaald. Die fundamentele onzekerheid is een gegeven. Het is aan de consument om voorbereid te zijn op alle scenario’s die hieruit kunnen volgen. Voedselopslag is daar onderdeel van.”
Consumenten in de Verenigde Staten zijn volgens Berknov al veel langer van deze realiteit doordrongen. Het aanbod in noodvoedsel is daar dan ook al tijden
‘Mensen beseffen dat je voor lange tijd op jezelf aangewezen kunt zijn’
veel groter dan hier. Met vooruitziende blik haalde de Deen in 2021 het van oorsprong Amerikaanse merk ReadyWise (opgericht in 2009 onder de naam Emergency Essentials) naar het Verenigd Koninkrijk. Een jaar later volgden andere landen in Europa. Berknov: “Het totale ReadyWise-assortiment omvat tientallen maaltijden, snacks en drankjes in allerlei porties. Na een marktanalyse besloten wij hier destijds met een kleiner aanbod te beginnen. Deels met bestaande maaltijden, deels met producten puur voor de Europese markt.”
Veel herhaalaankopen
Omzetcijfers wil Berknov niet delen, maar naar zijn zeggen was de start fantastisch en groeit ReadyWise nog steeds. “Inmiddels hebben we een eigen website in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië en Polen en resellers in het grootste deel van Europa. We verkopen onze producten onder meer aan de Verenigde Naties en aan ngo’s. Uit de vele herhaalaankopen maken we op dat consumenten onze producten niet puur als noodrantsoen gebruiken. Logisch, want ze zijn simpel te bereiden, voedzaam én lekker. Daar spelen we op in door maaltijden voor elk moment van de dag aan te bieden, van ontbijt tot avondeten en snacks voor tussendoor.”
Gevraagd naar een beeld van de brede doelgroep noemt Berknov onder meer outdoor-liefhebbers zoals zeilers, hikers, jagers en kampeerders. “Zij hebben gevriesdroogd voedsel vaak al jaren geleden om-
Kim Berknov
Tekst Bard Borger Beeld ReadyWise
armd als praktisch en lekker. Maar denk ook aan mensen met een tweede (vakantie)huis die daar altijd een volle voorraadkast willen hebben. En dan liefst niet met alleen de geijkte noten, groente in blik en gedroogd fruit. Onder onze klanten zijn ook mensen met een drukke levensstijl en genoeg bestedingsruimte die graag voor gemak betalen. Onze producten zijn namelijk allemaal gevriesdroogd. Dat productieproces brengt extra kosten met zich mee.”
Vitale infrastructuur
Maar ook organisaties met een ‘zorgplicht’ kopen volgens Berknov steeds vaker grootschalig bij ReadyWise in. “Denk aan reddingsdiensten zoals de kustwacht, maar ook aan ziekenhuizen en zelfs energieleveranciers. Als in hele wijken of steden ineens de stroom uitvalt, willen zij hun klanten toch iets wezenlijks ter compensatie aan kunnen bieden. Onze producten liggen ook steeds vaker in de kelders van grote investeringsbanken en organisaties die aan de lat staan voor vitale infrastructuur zoals (water)wegen. Zo kunnen zulke partijen langer blijven doordraaien bij een plotselinge lockdown of cyberaanval. Noodscenario’s zijn daardoor niet meteen maatschappijontwrichtend.”
Smaakvol en snel te bereiden
Dat de producten van ReadyWise smaakvol en snel te bereiden zijn, lijdt geen twijfel. Maar hoe zit het met de houdbaarheid en voedingswaarde ervan?
Berknov: “We hebben een eigen team voor de formules en voedingswaarde van onze producten. Dankzij
‘Onze producten zijn over de hele wereld nuttig’
het vriesdrogingsproces is al ons voedsel gegarandeerd tot wel 25 jaar houdbaar, mits bewaard in de ongeopende originele verpakking. Voor de voedingswaarde ervan gaan we uit van een gemiddelde energiebehoefte van 1800 tot 1900 calorieën per dag per persoon. De mix van gemak en voedingswaarde maakt dat onze producten over de hele wereld nuttig zijn, of ze nu dienen als noodvoedsel of als dagelijkse kost. Daardoor zal deze markt voorlopig zeker blijven groeien.” • Interview
Voedselveiligheid is de basis
Safe met Karin
Over Karin
Karin heeft ruime ervaring als zelfstandige in de kwaliteit. Van hondenbrokjes tot aan medische voeding en verpakkingsmaterialen. Ze wordt ingehuurd voor projecten waarvoor de kennis of capaciteit niet in huis is. Met humor en een praatje bouwt ze snel een band op.
Het enige moment dat je haar niet hoort is als ze aan het zwemmen is. In de zomer gebeurt dat in open water, zo ver mogelijk. Karin woont met haar man en kinderen op een Drentse boerderij.
Help, mijn klant wil Ecovadis!
IFS, BRC, FSSC 22000: check. Je denkt dat je alles gehad hebt. En dan wordt er om Ecovadis gevraagd. Terwijl jij nog aan het onderzoeken bent wát Ecovadis is, vraagt sales al wanneer je verwacht ‘dat certificaatje’ te hebben geregeld.
Al snel kom je erachter dat Ecovadis eigenlijk een benchmark is. De score geeft niet weer in hoeverre je aan een norm voldoet, maar hoe jouw bedrijf zich verhoudt tot vergelijkbare bedrijven. De Ecovadis-score maakt het makkelijker voor klanten om hun leveranciers te vergelijken op duurzaamheid. Zo kan een leverancier met een hogere Ecovadis-score preferred supplier worden. Er zijn multinationals die het als ingangseis hanteren voor hun leveranciers.
Thema’s die bij elk bedrijf aan bod komen, zijn milieu, arbeids- en mensenrechten, ethiek en duurzame inkoop. Op basis van de branche waarin het bedrijf actief is, bepaalt Ecovadis welke aspecten voor jouw bedrijf relevant zijn en hoe zwaar ze meetellen. En de grootte van het bedrijf bepaalt de omvang van de vragenlijst die je dient in te vullen. Er komt dus geen auditor langs, maar dat betekent niet dat je zomaar alles kunt invullen. Ieder antwoord moet namelijk worden ondersteund door een bewijsstuk en die moet óók nog eens aan tal van eisen voldoen.
Nu je weet wat Ecovadis is, is de volgende vraag: waar moet je beginnen als QA’er? Allereerst moet je je afvragen of deze taak wel bij jouw afdeling hoort. Er zijn redenen om te denken van wel. QA doet vaker audits en onderhoudt het handboek. Maar veel data die nodig zijn voor Ecovadis, komt van afdelingen als inkoop, operations, TD en HR. Als je aan de slag gaat met Ecovadis, is het zaak om het volgende bewijsmateriaal te verzamelen: rapportages, onder andere van verbruik, afval, personeelssamenstelling en beloning; beleid en doelstellingen, zowel kwalitatief als kwantitatief; bewijs van genomen maatregelen, onder andere werkinstructies, notulen, loonstroken; certificaten zoals ISO en GFSI; onderschrijvingen.
Daarnaast is er de 360° Watch, een online scan op jouw bedrijf. Het internet wordt gescand op berichten over jouw organisatie. Mochten er ernstige zaken aan het licht zijn gekomen, zoals lozing van een verboden stof of een fataal ongeluk door schuld, dan kan het zijn dat je hiervoor puntenaftrek krijgt.
Al dat werk levert een bepaald aantal punten op. Die punten worden vergeleken met andere bedrijven in de branche. Zit jouw bedrijf bij de beste 35 procent dan ontvangt het een bronzen medaille, nou ja, een virtuele dan. Zit je bij de beste 1 procent dan ontvang je een platina medaille. Omdat de score altijd wordt vergeleken met de branche kun je met 80 punten het ene jaar een platina medaille verdienen, terwijl je een jaar later met hetzelfde aantal punten een gouden medaille krijgt. •
VMT (Voedingsmiddelen, Management en Technologie) is hét mediaplatform voor de voedingsmiddelenindustrie in Nederland en België. VMT verschijnt 8x per jaar en is een uitgave van VMN media.
VMN media
Bezoek- en postadres
Utrechtseweg 44
3704 HD Zeist
T 088-584 08 00
E redactie.vmt@vmnmedia.nl www.vmt.nl
Hoofdredactie
Willem Paul de Mooij
T 06-45 07 45 28
E willempauldemooij@vmnmedia.nl
Eindredactie
Henk Hogewoning
T 06-51 55 03 48
E henkhogewoning@vmnmedia.nl
Redactie
Dionne Irving
T 06-48 27 29 28
E dionneirving@vmnmedia.nl
Carmen Groeneveld
T 06-31 67 77 93
E carmengroeneveld@vmnmedia.nl
Didi de Koning
T 06-15 28 61 21
E dididekoning@vmnmedia.nl
Redactie-adviesraad
Drs. J. Stark (voorzitter)
Prof. dr. E.J. Smid (WUR)
Dr. ir. C.D. de Gooijer (Topsectoren voor Kennis en Innovatie)
M. Vencken (Vencken QIS)
K. Cuperus (Nestlé)
D. Linssen (Danone)
E. Cornelissen (Vezet)
H. Vriend (ViaVriend)
J. Schilstra (Mérieux Nutrisciences)
P. Meewisse (Hilton Foods Holland)
M. Molenaar (DO-IT)
Dr. ir. M. van Wells-Bennik (NIZO)
S. van der Pijll (Schuttelaar & Partners)
S. Kanters (Bakkerij van der Westen)
Advertenties
Voor online, print en events:
Berry Pitlo
T 06-20 04 35 77
E berrypitlo@vmnmedia.nl
Vormgeving
Colorscan bv, www.colorscan.nl
Druk
Wilco BV, Amersfoort
Abonnementen
Scan de QR-code en abonneer je op VMT
Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen bel of mail je met 088-584 08 88, klantenservice@vmnmedia.nl
Abonnementsprijzen
Online abonnement: € 30,- per maand Online en vakblad: € 41,- per maand Teamlicentie: € 90,- per maand De tarieven zijn exclusief 9% btw.
Meer info op www.vmt.nl/abonneren.
Studenten lezen gratis online wanneer de opleiding een contract heeft met VMT. Informeer naar de mogelijkheden.