VOEDINGSMIDDELEN, MANAGEMENT EN TECHNOLOGIE BEHEER VAN ALLERGENEN• DUIDELIJKE INFORMATIE OP ETIKETTEN • ALLERGENENDETECTIE• NIEUWE REGELGEVING NOVEL FOODS • INNOVATI ES NESTLÉ • REKENMODEL DUURZAAMHEID • Allergenen Thema: WWW.VMT.NL 2016 | EDITIE 7
Staat u voor veilige, verantwoorde en eerlijke voeding?
A Vinçotte company
04 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 INHOUD
. . . . . . . . . . . . . . . .
11. Allergenenbeheer krijgt in voedselsystemen een steeds prominentere rol . .
. .
18. Consument wil duidelijke etiketten op verpakking . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
30.
Hoe om te gaan met gegevens over allergeniciteit . . . . . . . . .
. .
Innovaties bij
. . . . . . . . . . Foto cover: I23RF
36.
Nestlé
Nieuws
6 Nieuws
45 Technisch nieuws
47 Agenda
49 Colofon
Thema: Allergenen
Het aantal recalls voor allergenen stijgt fors. Wat betekent dit voor de consument en hoe is daar verandering in te brengen?
11 Focus op beheer van allergenen
xx Hoe lang nog onduidelijke etikketen op verpakking?
18 Duidelijke etiketten op verpakking
22 Allergenenanalyse en procesvalidatie
29 Voedselallergie: mosterd na de maaltijd?
30 Nieuwe regelgeving voor novel foods
Voedselveiligheid & Kwaliteit
32 Metamorfose voor certificeringslandschap
Ingrediënt & Product
35 Ingrediënten voor R&D en productontwikkeling
Economie & Bedrijven
36 Nestlé schaakt op meerdere borden
Technologie & Techniek
39 Innovaties op Empack
Duurzaamheid & MVO
41 Berekenen mate van duurzaamheid
Allergenen beter beheersen
En, ben je tevreden over het themanummer? Deze vraag stellen redacteuren elkaar vaak nadat een nummer naar de drukker is gegaan. Soms ben je supertevreden en besef je waarom je in de journalistiek bent gegaan. Dat zal met dit nummer niet gebeuren, ook al ligt het onderwerp mij na aan het hart. Het niet doorgaan van vier thema-artikelen speelt daarbij zeker een rol. Belangrijke reden daarvoor waren tijd en de gevoeligheid van het onderwerp. Het gezegde ‘op eieren lopen’ werd menigmaal gebezigd door de beoogde auteurs.
Natuurlijk hebben alle betrokken hun eigen belangen. Soms vraag je je echter af of ieder vanuit zijn eigen belang niet te snel op de automatische piloot koerst en handelt vanuit bijvoorbeeld verouderde standpunten die onvoldoende rekening houden met het sterk veranderende maatschappelijk besef. Hoe anders is het te verklaren dat in 2016 nog steeds dag in dag uit vele honderdduizenden Nederlanders voor hun voedsel moeten vrezen. Bang dat dit (niet- vermelde) allergenen bevat.
Een ding is de laatste tijd erg duidelijk geworden: de industrie heeft haar zaken beslist onvoldoende op orde, of het nu gaat om verschillen tussen receptuur en etiket, om onbedoelde kruisbesmettingen of om verschillen in theoretische en werkelijke voorraad van ingrediënten/grondstoffen. Dan heb ik het nog niet eens over het verwisselen van etiketten of producten. Het regent recalls. Dat valt niet uit te leggen en ondermijnt de onderhandelingspositie en het imago van een van ’s lands grootste industrieën. Honderdduizenden Nederlanders die nog steeds dag in dag uit in angst leven, ziek worden, langdurig ziek blijven, soms overlijden Hoe lang accepteert de industrie dit nog?
05 COLUMN . . . . . .
Hans Damman • h.damman@mybusinessmedia.nl
Bavaria
Bavaria neemt de Belgische bierbrouwer Palm over. Het familiebedrijf neemt een belang van 60 procent in Palm Belgium Craft Brewers en wordt vanaf 2021 volledige eigenaar. Door het samengaan krijgt Palm toegang tot het internationale netwerk van Bavaria en omgekeerd versterkt Bavaria zijn toegang tot de Belgische retailkanalen en horeca. Ook krijgt Bavaria verschillende speciaalbiermerken in handen, zoals Palm, Rodenbach, Brugge, Steenbrugge en Cornet. De brouwers produceren jaarlijks gezamenlijk meer dan 6,5 miljoen hectoliter bier. .......................................................................................www.bavaria.com
Jumbo
Jumbo introduceert een nieuw huismerkproduct, Fruitpoffertjes. De retailer zegt dat de nieuwe poffertjes gezonder zijn voor kinderen dan de reguliere. De poffertjes bevatten 40 procent fruit, waardoor het vezelgehalte hoger is dan in normale poffertjes. Ook bevatten de poffertjes ‘alleen natuurlijke suikers’. Verder is op de verpakking te lezen dat ze 75 procent minder verzadigd vet bevatten dan reguliere poffertjes van het Jumbohuismerk. De poffertjes zijn er in de smaken appel-rozijn en banaan en verkrijgbaar in zakken van 24 stuks.
.....................................................................www.jumbosupermarkten.nl
Chaudfontaine
Chaudfontaine introduceert twee lichtbruisende mineraalwaters met een smaakje: Chaudfontaine Fusion in de smaken citroen en pompelmoescranberry. Het is de eerste keer dat Chaudfontaine fruitsmaken toevoegt aan het mineraalwater. Het bedrijf, eigendom van Coca-Cola, speelt met de introductie in op de groeiende vraag naar mineraal- of bronwater met een smaakje, maar zonder of met weinig kilocalorieën.
...............................................................................www.chaudfontaine.nl
KKM
Koopmans Koninklijke Meelfabrieken (KKM) werkt sinds 1 mei met twee businessunits met een eigen afzender: Koopmans Meel en Koopmans Foodcoatings. De naam LaCo Crumbs komt daarmee te vervallen. KKM kiest vanuit een B2B-merkenstrategie voor een herkenbare afzender van al zijn commerciële activiteiten. De naamswijziging past volgens KKM bij de ambitie om door te groeien naar voorkeursleverancier voor innovatieve foodcoatings in Europa in de segmenten appetizers & snacks, vis, aardappel, kip & vega. ............................................................www.koopmansfoodcoatings.com
FutureProef
De FNLI organiseert de Week van de Levensmiddelenindustrie dit jaar in de drie regio’s Noord-Nederland, Rijnmond en Ede-Wageningen. Deze week is bedoeld om jongeren te stimuleren een vervolgopleiding in de food te kiezen. Van 7 tot 11 november richten levensmiddelenfabrikanten uit de drie regio’s zich met FutureProef op vmbo- en havoscholieren en hun leerkrachten en ouders. Door gastlessen, praktijkbezoeken aan fabrieken en andere activiteiten kunnen jongeren op een toegankelijke manier kennismaken met de diverse arbeidskansen die de levensmiddelenindustrie biedt.
................................................................................................www.fnli.nl
VMT Online
• De sporters van TeamNL die voor Nederland meedoen aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, krijgen tijdens het toernooi kwark van Campina met een extra hoogeiwitgehalte (10,3 gram per 100 gram). Turnkampioen Epke Zonderland en Erik te Velthuis, manager van topsportrestaurant Papendal, waren betrokken bij de ontwikkeling van de kwark.
• Organisaties zoals NVWA en de Animal Sciences Group investeerden in een nieuw LIMS-systeem. De redenen waarop laboratoria hun keuze baseren, variëren sterk. Dat bleek tijdens LabAutomation 2016 begin april.
• Verpakkingen waarvan de gebruiker de inhoud niet volledig gebruikt of niet direct volledig nodig heeft, leiden tot verspilling. Hoe kan de voedingsmiddelenindustrie samen met verpakkingsproducenten en de retail hier op inspelen?
Breid uw abonnement uit naar een VMT optimaal abonnement en lees naast het vakblad alle informatie op vmt.nl.
Hogere boetes
Een overtreding van de Warenwet waarbij sprake is van opzet of grove schuld kost bedrijven vanaf 1 mei fors meer. Het ministerie van VWS stemde in met verhoging van de omzetgerelateerde boetes van maximaal 4.500 naar 820.000 euro. Ook bedrijven die een probleem niet aanpakken na een waarschuwing van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), kunnen nu hogere boetes krijgen. Dit besluit is een gevolg van gezamenlijke inspanningen van de Consumentenbond en de PvdA.
In eerste instantie wilde het ministerie van VWS alleen de boetes verhogen voor overtredingen die te maken hebben met ‘eerlijkheid in de handel en voorlichting aan de consument’, dus als er sprake is van misleiding. De Consumentenbond vond dit niet voldoende en pleitte ervoor dat ook overtredingen die tot gezondheidsrisico’s voor consumenten kunnen leiden onder dit boetebesluit vallen. Voorbeelden daarvan zijn het niet op orde hebben van de traceerbaarheid of een goede borging van de hygiënemaatregelen. De hogere boetes gelden voor bedrijven met een omzet boven de 10 miljoen euro.
06 NIEUWS IN HET KORT
................................................................................................www.vmt.nl
........................................................................www.consumentenbond.nl
EP dringt aan op herkomstetikettering
Herkomstetikettering zou verplicht moeten worden op de etiketten van melk- en vleesproducten, vindt een meerderheid van het Europees Parlement. De voedingsindustrie is mordicus tegen.
Het Europees Parlement riep in een niet-bindende resolutie opnieuw op tot verplichte herkomstetikettering. Die zou helpen het consumentenvertrouwen in voedingsmiddelen te herstellen door de voedselketen transparanter te maken. Europarlementariërs willen dat herkomstetikettering verplicht wordt voor alle soorten melk, zuivelproducten en vleesproducten. Eventueel kan dit nog uitgebreid worden met levensmiddelen die bestaan uit één ingrediënt of hoofdingrediënt.
De Europese Commissie ziet de invoering niet zitten. Ze vreest een forse stijging van de productiekosten en denkt niet dat de consument bereid is hiervoor te betalen. Eurocommissaris Andriukaitis liet tijdens de discussie met het Parlement merken dat hij niets voelt voor verplichte herkomstetikettering. Het zou leiden tot extra administratieve rompslomp en zou kunnen leiden tot problemen bij de uitvoering bij bedrijven en overheden.
Ook de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie is tegen de invoering van verplichte herkomstetikettering voor melk en vlees. Dit vormt geen probaat middel om het vertrouwen van consumenten te winnen, meent de FNLI. Mocht herkomstetiket-
Superfoods enorm populair
De populariteit van superfoods is enorm. Dit blijkt uit recent onderzoek van Mintel. Volgens de organisatie groeit het aantal nieuwe voedingsmiddelen met de term superfood, supergraan of superfruit wereldwijd met 202 procent.
Een belangrijke trend is het tarwevrije dieet. De meeste consumenten weten inmiddels wat quinoa en boekweit is. Chiazaad was echter veruit de grootste stijger. In 2014 en 2015 kwamen er 70 procent meer producten op de markt die chiazaden bevatten. Niet alleen bij oergranen was een stijging zicht-
baar. Nu de Verenigde Naties 2016 heeft uitgeroepen tot het jaar van de peulvrucht, krijgt deze productgroep ook meer aandacht. De afgelopen twee jaar is het percentage van producten die groene spliterwten bevatten met 126 procent gestegen. Het aantal producten met rode linzen steeg 62 procent, het aantal producten met gele spliterwten met 21 procent. Volgens Mintel worden kurkuma en moringa mogelijk nieuwe trends in superfoods. Ook ontkiemde zaden winnen langzaam aan populariteit.
tering verplicht worden, dan verwacht de FNLI negatieve gevolgen voor de voedingsindustrie. Deze bijdrage komt van kennispartner Eurowet.
07 MEER NIEUWS OP WWW.VMT.NL NIEUWS VMT . 27 MEI 2016 . NR 7
....................................www.europarl.europa.eu
................................................www.mintel.com
Greenpeace publiceert documenten TTIP
Greenpeace Nederland publiceerde onlangs de geheime documenten van de TTIP-onderhandelingen. Volgens de milieuorganisatie wordt met het nieuwe handelsverdrag tussen de EU en de Verenigde Staten onder meer voedselveiligheid op het spel gezet. Volgens Minister Ploumen (foto) van Buitenlandse Handel en eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) brengt TTIP de voedselveiligheid niet in gevaar.
“Deze documenten laten zien dat miljoenen mensen terecht bezorgd zijn over TTIP”, zegt Faiza Oulahsen, campaigner bij Greenpeace Nederland. “TTIP is een gigantische verschuiving van de macht van burgers naar grote bedrijven.” Een van de punten waar Greenpeace zich zorgen om maakt is het voorzorgsbeginsel. Uit de documenten zou blijken dat het in de EU gebruikelijke principe dat alleen producten die bewezen veilig zijn op de markt mogen komen, wordt vervangen door de benadering van de Verenigde Staten. Die benadering houdt in dat gevaarlijke stoffen in onder meer voedsel niet verboden
Zijde houdt fruit langer vers
Biomedische ingenieurs van Tufts University ontdekten dat fruit buiten de koelkast tot een week vers kan blijven als het is behandeld met een dun, geurloos, biocompatibel laagje zijde-oplossing. Deze ontdekking kan veelbelovend zijn voor bescherming van fruit. De uitkomsten van dit onderzoek zijn gepubliceerd op de website Scientific Reports. Zijde bevat fibroïne, een eiwit dat in staat is andere materialen te stabiliseren en beschermen. Fibroïne is biologisch afbreekbaar.
Tijdens het onderzoek doopten de onderzoekers vers geplukte aardbeien in een oplossing met één procent fibroïne. Dit proces werd maximaal vier keer herhaald. Daarna behandelden zij de aardbeien met waterdamp onder vacuüm. Hierdoor ontstonden gekristalliseerde laagjes in de coating met een dikte van 27 tot 35 micron. De onderzoekers bewaarden de aardbeien op kamertemperatuur en vergeleken de onbehandelde en gecoate aardbeien met elkaar. Na zeven dagen waren de behandelde aardbeien nog steeds sappig en vers, terwijl de aardbeien zonder beschermlaag uitgedroogd en verkleurd waren. Het fibroïnelaagje had geen invloed op de textuur van het fruit en is eetbaar. Een eventuele invloed op de smaak is niet onderzocht.
maar gemanaged worden. Dit ondermijnt volgens Greenpeace de mogelijkheid om preventieve maatregelen te nemen, bijvoorbeeld om hormoonverstorende stoffen te weren. Volgens de milieuorganisatie komt hiermee de voedselveiligheid direct in het geding. Volgens minister Ploumen is een van de randvoorwaarden die door het kabinet aan de onderhandelaars is meegegeven dat ‘onze standaarden op bijvoorbeeld het gebied van voedselveiligheid niet aangetast worden door TTIP’. Malmström verzekert dat EU-regels over consumentenbescherming of milieustandaarden door het handelsverdrag niet zullen worden afgezwakt. “Als EU-regels al als gevolg van een verdrag veranderen, dan worden ze strenger.” De Zweedse politica stelt dat de teksten onderhandelingsposities beschrijven en geen uitkomsten.
Nestlé investeert in baby voeding
Nestlé investeert 80 miljoen euro in zijn babyvoedingsfabriek in Nunspeet. De Zwitserse multinational onderstreept hiermee zijn langdurige relatie met Nederland en de hier aanwezige kennis op het gebied van voedingstechnologie. “Onze babyvoedingsfabriek heeft haar wortels in Nunspeet sinds 1895. We voelen ons, door onze lange aanwezigheid, onderdeel van de Nederlandse samenleving”, zegt Marc Boersch, ceo van Nestlé Nederland. Boersch roemt de aanwezige kennis op het gebied van voedingsmiddelentechnologie die de investering van 80 miljoen euro rechtvaardigt. “Ook de vooruitstrevende Nederlandse innovatie-infrastructuur speelt een rol”, benadrukt hij. Nestlé kan door de kapitaalinjectie de fabriek in Nunspeet uitbreiden met een technische installatie voor de productie van speciale zuigelingenvoeding. De voeding is voor baby’s met een eiwitallergie. In 2017 zal de uitbreiding operationeel zijn. De renovatie schept extra werk voor tientallen mensen, aldus de multinational.
08 NIEUWS VMT . 27 MEI 2016 . NR 7
........................................................................................www.nature.com
................................................................................www.greenpeace.com
.........................................................................................www.nestle.com
Light maakt niet per se slank
Beko Groothandel
Na het vertrek van Jan Kippers is Ton Wesseling per 1 mei bij Beko Groothandel aangesteld als interimdirecteur. Wesseling heeft brede management ervaring opgedaan, onder meer in de bakkerijbranche bij CSM Bakery Solutions en Dawn Foods International.
www.beko-cooperatie.nl
Dat consumenten meer light-chips eten zodra ze daarop zijn overgeschakeld was al bekend, maar nu blijkt dat ze een jaar later dat nog steeds doen en zelfs de vertrouwde variant ook weer eten. Aanprijzen van lightproducten moet daarom voorzichtig gebeuren zeggen de onderzoekers. De FNLI beaamt dit.
Het onderzoek van onder andere marketinghoogleraar Joost Pennings van Wageningen Universiteit concentreerde zich op de consumptie van light-chips. De wetenschappers bekeken data van marktonderzoeker GfK. Ze focusten op huishoudens die net waren overgestapt op light-chips. Ze telden de hoeveelheid calorieën die daarmee gepaard gingen. Gemiddeld kopen de consumenten 13 procent meer calorieën het jaar na de eerste aankoop vergeleken met het jaar daarvoor.
De FNLI geeft aan dat al bij de introductie van de Reclamecode voor Voedingsmiddelen in 2005 is rekening gehouden met het vermoeden dat consumenten geneigd zijn grotere hoeveelheden te eten en drinken van light-producten. “Het bedrijfsleven heeft toen al afgesproken om dergelijk consumptiegedrag niet te stimuleren”, vertelt
FNLI-communicatiemanager Magreet
Schijvens. “Het onderzoek in kwestie bevestigt dat mensen inderdaad meer gaan eten van lightproducten. Niet omdat die minder verzadigend zijn, maar vanwege consumentenperceptie. Verrassend is wel dat consumenten volharden in dit gedrag, ook als ze weer terugkeren naar de reguliere varianten van een product.”
Volgens de brancheorganisatie is het daarom een goede zaak dat binnen het Akkoord Verbetering Productsamenstelling de levensmiddelenindustrie, supermarkten, horeca en cateraars samen met de overheid hebben afgesproken om calorieën in producten stapsgewijs te verlagen, zonder dat daarbij claims als ‘light’ worden gemaakt.
Het onderzoek Regular or low-fat? An investigation of the long-run impact of the first low-fat purchase on subsequent purchase volumes and calories wordt eind van het jaar gepubliceerd in de International Journal of Research in Marketing.
The Greenery
The Greenery heeft Pascal Piepers per 1 juni benoemd tot directeur Retail. Hij gaat invulling geven aan de commerciële strategie in de kernmarkten Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Piepers wordt onder meer verantwoordelijk voor verdere omzetgroei in de traditionele retailkanalen.
www.thegreenery.com
DSM
De afdeling Humane voeding en gezondheid van DSM wordt sinds kort geleid door Jeremy (Jinghuai) Xu. Hij was vicepresident Global Sales and Applications bij DuPont Industrial BioSciences. Hij volgt André Bos op die de afdeling op interimbasis leidde.
www.dsm.com
R-Biopharm AG
Gluten-analyses in voedingsmiddelen met R5 antilichaam…
09 PERSONALIA
........................................................................www.journals.elsevier.com
RIDA®QUICK Gliadin RIDASCREEN® Gliadin RIDASCREEN® Gliadin competitive advertentie
ALLERGENEN
Focus op beheer van allergenen
Aantal recalls in Nederland verviervoudigd
Allergenenbeheer krijgt in voedselveiligheidssystemen een steeds prominentere rol. Hoewel de beheersmaatregelen bij producenten toenemen, stijgt het aantal allergenenrecalls. In Nederland is dat vorig jaar verviervoudigd. Ook in Europa (RASFF) is er een stijging zichtbaar. De vraag is of de focus in allergenenbeheersystemen wel op de juiste punten ligt.
De aanwezigheid van een allergeen dat niet op het etiket staat, kan verschillende oorzaken hebben. Allergenen Consultancy stelde vijf basispijlers in allergenenbeheer vast,
waar fouten kunnen ontstaan met nietgeëtiketteerde allergenen tot gevolg:
1. Grondstofinformatie.
Informatie over de producten zoals de
fabrikant die inkoopt bij zijn leverancier.
2. Receptuurbeheer.
De manier waarop een producent de samenstelling van een product beheert.
3. Ontwerp van het etiket (op basis van pijler 1 en 2).
4. Verwisseling.
Wanneer een producent grondstoffen, halffabricaten of etiketten verwisselt, komt de informatie van het etiket niet overeen met de samenstelling van het verpakte product.
011 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Kruisbesmetting is een risico bij onvoldoende reiniging. Ook scheiding van grondstoffen is een aandachtspunt.
Foto: Allergenen Consultancy/Monty Rakusen
5. Kruisbesmetting.
Onbedoelde aanwezigheid van andere ingrediënten of producten door teelt en verwerking van producten. Vaak wordt bij allergenenbeheer direct gedacht aan pijler 5, kruisbesmetting. Bij afwijkingen op de overige vier pijlers is echter geen sprake van sporen of kleine hoeveelheden. Daar bestaat de mogelijkheid dat een allergeen ingrediënt is gebruikt zonder dat dit op de verpakking staat vermeld. De risico’s voor allergische consumenten zijn dan vaak groter dan door kruisbesmettingsrisico’s. De eerste vier pijlers blijken echter in de praktijk regelmatig onderbelicht of worden niet altijd als voedselveiligheidsrisico gezien. Gestructureerd werken – ook bij inkoopprocessen en marketing of commerciële afdelingen – en een goed databeheer met koppeling van gegevens, zijn bij dit alles erg belangrijk om fouten te voorkomen.
Allergenenrecalls
Het aantal allergenenrecalls in Nederland is vorig jaar opvallend gestegen. Van 10 meldingen in 2014 naar 40 in 2015, terwijl dat er in 2013 slechts 5 waren (zie figuur 2). Wat opvalt in de meldingen over 2015 is dat afwijkingen bij pijler 3 en 4 de hoofdoorzaken waren. Fouten in verpakkingsontwerp en verwisseling zijn verantwoordelijk voor 80 procent van alle allergeenmeldingen. De vele fouten in ontwerp en beheer van etiket-
ten zijn opvallend, aangezien van de vijf basispijlers met name pijler 3 wettelijk is geregeld. Verordening (EU) 1169/2011 stelt eisen aan een juiste ingrediëntendeclaratie, inclusief de gebruikte allergene ingrediënten. Fabrikanten beheersen deze wettelijke verplichting blijkbaar nog niet voldoende.
Verandering standpunt retail Onder andere vanwege allergenenrecalls, maar ook door toegenomen consumentenbewustzijn en vragen, leggen retailers de lat steeds hoger voor hun privatelabelproducenten. Vooral de Engelse retail hanteert al jaren strenge standards of guidelines met daarin eisen aan allergenenbeheer. Ook in Nederland is een duidelijke tendens te zien, waarbij een omslag heeft plaatsgevonden in zienswijze en aanpak van allergeneninformatie. Waar voorheen de gemeenschappelijke insteek gold dat alleen een mogelijke kruisbesmetting met noten en pinda’s werd geëtiketteerd, is het beleid per retailer nu verschillend. De meesten onderkennen de beperking van de waarschuwing van noten en pinda’s. Andere allergenen kunnen immers ook aanwezig zijn door kruisbesmetting en voor ernstige reacties zorgen. Het wijdverbreide misverstand dat alleen pinda’s en noten anafylactische reacties kunnen veroorzaken, lijkt daarmee langzaam te verdwijnen. Alle IgE-gemedieerde voedselallergieën – ook voor garnalen, vis of melk – kunnen een heftige reactie
veroorzaken. Het concept van hoogrisicoallergenen houdt daarmee geen stand.
Lange lijsten ongeloofwaardig Fabrikanten zouden dus een waarschuwing voor andere allergenen dan noten en pinda’s ook op het etiket mogen vermelden. Omdat er veertien wettelijke allergenen zijn, zouden daarop lange lijsten met waarschuwingen komen te staan. Onzorgvuldigdig waarschuwen voor allergenen – met lange lijsten – of voor allergenen die niet aanwezig kunnen zijn, tast de geloofwaardigheid van product en merk aan. Retailers zijn bij het vaststellen van de allergenenwaarschuwing op de verpakking echter afhankelijk van de kwaliteit van de informatie die zij van hun privatelabelproducenten krijgen. Hoe hun leveranciers met deze problematiek omgaan, varieert van goed onderbouwde keuzes tot indekken en gemakzucht. Meerdere retailers vragen dan ook om een onderbouwing van allergenenwaarschuwingen. Albert Heijn heeft onlangs zijn privatelabelproducenten opgedragen om deze onderbouwing met behulp van de VITAL-systematiek uit te voeren.
Risicobeoordeling en VITAL
VITAL is een risicobeoordelingssystematiek waarbij wordt berekend of kruisbesmetting met een bepaald allergeen een risico vormt voor de allergische consument. Pas wanneer een risico kan optreden en niet met
012 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT ALLERGENEN
Figuur 1. Etiketten met verschillende waarschuwingen voor allergenen, terwijl de risico’s waarschijnlijk niet anders zijn. Twee etiketten zijn van een A-merk en een merkloos product (l), vier zijn van huismerken (r).
Bron figuren: Allergenen Consultancy
preventieve maatregelen kan worden voorkomen, wordt – bij toepassen van de VITAL-aanpak – overgegaan tot het plaatsen van een waarschuwing op het etiket. Overigens wordt er wel van uitgegaan dat een goed functionerend allergenenmanagementsysteem aanwezig is. VITAL is dus de laatste stap in allergenenmanagement om de overgebleven risico’s in te schatten. Veel bedrijven blijken nog niet zo ver te zijn (zie vijf basispijlers en recalls). Zij dienen dus eerst de basis op orde te brengen voordat zij VITAL zinvol kunnen toepassen. Daarnaast blijkt in de praktijk dat veel gegevens, met name op het vlak van grondstof- en procesinformatie, niet standaard beschikbaar zijn. Denk aan gekwantificeerde kruisbesmetting van ingrediënten. Met alleen een plus, een min of vraagteken, zoals allergenenlijsten meestal zijn ingevuld, kan een producent niet rekenen.
Voordat een bedrijf met VITAL kan starten, zal het extra gegevens bij toeleveranciers moeten opvragen en procesgegevens, zoals hoeveelheid achterblijvend product, moeten bepalen. Vaak zijn voor deze voorbereidingen enige maanden nodig. Gelukkig zijn steeds meer B2B-toeleveranciers zich hiervan bewust. Zij passen op hun eigen productieprocessen ook VITAL toe en kunnen zo de gevraagde informatie leveren. Mits alle cijfers aanwezig, zijn de uiteindelijke berekeningen niet tijdsintensief.
Reference doses
VITAL is ontwikkeld door het Australische Allergen Bureau, dat ook de rekentool
VITAL Online beheert en tegen betaling beschikbaar stelt. Uiteraard kan ook een eigen berekening worden uitgevoerd zonder dit aangeboden hulpmiddel, zolang er geen rekenfouten worden gemaakt en de reference doses worden gebruikt. Deze laatste vormen de basis van het systeem. Een reference dose is de absolute hoeveelheid allergeen eiwit (mg) die een aanvaardbaar risico op reacties bij een allergische consument oplevert en daarmee als veilige grens gezien kan worden. Binnen VITAL is het
maximale risiconiveau vastgesteld op 1 procent milde reacties, die geen medische ingreep vereisen, bij mensen met een allergie. Voor elk allergeen is een eigen grens vastgesteld. De reference dose is overigens niet gelijk aan een concentratie in een product. De reference dose is gesteld in mg, een concentratie in mg per kilo (ppm), en moet dus worden omgerekend aan de hand van de consumptiehoeveelheid van het product.
Europese allergenen
In de Australische wetgeving zijn minder allergenen vastgesteld dan in de Europese.
producenten de in Europa wettelijk vastgestelde allergenen met behulp van het VITAL-systeem kunnen berekenen. Op dit moment vinden voorbereidende aanpassingen plaats aan VITAL Online zodat een proefversie met daarin de in Europa verplichte allergenen eind mei kan worden getest. Daarna is het mogelijk om te kiezen tussen allergenen volgens Australische of Europese wetgeving.
Wereldwijde acceptatie
Lupine, mosterd, weekdieren en selderij staan in Australië niet op de lijst met te etiketteren allergenen. Op dit moment zijn binnen VITAL wel reference doses vastgesteld voor lupine en mosterd, maar nog niet voor selderij en weekdieren. Aan dat laatste wordt gewerkt door het Allergen Bureau (vital.allergenbureau.net) in samenwerking met het Wetenschappelijk Expert Panel, waar TNO deel van uitmaakt, zodat
De acceptatie van het reference dose-principe voor allergenen neemt wereldwijd toe. Daarmee komt de weg vrij voor een risicogebaseerde aanpak en het nemen van passende maatregelen aan de hand van de vastgestelde risico’s. Sommige landen hanteren echter nog steeds een nultolerantie. Tot voor kort was dat in Nederland ook het geval. Elke besmetting met allergenen moet een producent officieel melden, maar op dit moment bestudeert bureau Risicobeoordeling & Onderzoekprogammering van de NVWA (BuRO) de reference doses voor allergenen. De NVWA geeft op haar website (bit.ly/1NVJq09) aan dat ze tot publicatie van het advies BuRO per incident de risico’s zal inschatten.
013
Figuur 2. Grafiek aantal allergenenrecalls per maand in Nederland 2014-heden.
‘Verpakkingsontwerp en verwisseling veroorzaken 80 procent van meldingen’
ALERGENEN
Wetgeving
Kruisbesmetting met allergenen is niet expliciet wettelijk geregeld. Met name over de definitie ervan bestaat tussen stakeholders discussie en verschil van inzicht. Verordening (EG) 1169/2011 vermeldt als definitie van een ingrediënt: “elke stof of product … die/dat … wordt gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig is”. Voorstanders redeneren dat “als een allergeen detecteerbaar is, is dit dus aanwezig” en daarmee beschouwen zij een kruisbesmetting dus als een ingrediënt. Tegenstanders wijzen erop dat bij deze redenering wordt voorbijgegaan aan het zinsdeel waarin wordt gesteld dat de stof “wordt gebruikt”. Volgens hen impliceert dit een bewuste handeling en dat is niet het geval bij onbedoelde aanwezigheid van een kruisbesmetting. Daarnaast stelt artikel 36 dat de Commissie een zogeheten uitvoeringshandeling zal opstellen voor de volgende vrijwillige voedselinformatie: informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in voedsel van stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken. Om deze uitvoeringshandeling vast te stellen, is in januari de EU-Task Force on Precautionary Allergen Labelling gestart.
Eisen schema’s niet compleet
Schema-eigenaren als de BRC breiden de eisen voor allergenenmanagement in elke versie uit. De eisen zijn voornamelijk gericht op het voorkomen van kruisbesmetting met allergenen. Kruisbesmetting is echter maar één onderdeel van het allergenenbeheer. Uit de recalls is op te maken dat in de praktijk vaak andere oorzaken aan te wijzen zijn voor allergenenissues. In bestaande certificatieschema’s worden echter geen of erg summier eisen gesteld aan receptuurbeheer. De pijler verwisseling krijgt wel aandacht, maar de schema-eigenaren richten zich alleen op het voorkomen van etiketverwisseling. Verwisseling van halffabricaten wordt niet belicht. Denk aan preventieve maatregelen als het identificeren van normwagens, kratten, bins of big
Standaarddetectietechnieken
De standaardtechnieken voor detectie zijn immunologische (ELISA) en PCR-testen. Beide kennen voor- en nadelen. Er is geen gouden standaard. In het ene geval is een ELISA- test geschikter en in het andere een PCR-analyse. Dit heeft vooral te maken met:
1. Het allergeen in het product. Voor selderij zijn alleen PCR-testen beschikbaar. Maar ook het eiwitgehalte en de eiwitsamenstelling van het allergene ingrediënt zijn van groot belang. Eigeel wordt bijvoorbeeld niet vastgesteld met een test die uitsluitend eiwitten uit het wit van ei detecteert. Ook zal een sojatest in geraffineerde soja-olie geen soja-eiwit detecteren. Het is daarin namelijk niet aanwezig.
2. De productbewerking. Bij hoogverhitte producten worden vaak
lagere allergeengehaltes gemeten dan er daadwerkelijk inzit. Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij ei- en sojatesten. Maar met extreem verhitte producten, zoals frituurolie, hebben alle allergenentesten moeite. Vaak is er geen detectie, maar dat wil niet zeggen dat het allergeen niet aanwezig is en allergische reacties niet zullen optreden.
3. De productsamenstelling. Andere componenten kunnen een analyse beïnvloeden en zowel vals positieve als vals negatieve resultaten veroorzaken. Bijvoorbeeld door kruisreacties met andere stof-fen of door onderdrukking van de reactie. Zo geeft raapzaad een positieve uitslag in mosterdanalyses en wordt in producten met een hoog vetgehalte vaak minder tot geen allergeen gedetecteerd, terwijl dit wel aanwezig is.
bags met halffabricaat of afgewogen ingrediënten die zijn bedoeld voor verdere productie. Ook is het aantal te toetsen eisen tijdens een audit groot en de beschikbare tijd kort, waardoor diepgang vaak ontbreekt. Dit hiaat wordt opgelost door het in ontwikkeling zijnde certificatieschema SimplyOK. Dat is uitsluitend gericht op allergenenmanagement en informatie en dient als aanvulling op bestaande schema’s. Het certificatieprogramma van SimplyOK is ondertussen gereed.
SimplyOK is opgezet met als doel om consumenten te informeren over de manier waarop de allergeneninformatie op het etiket tot stand is gekomen (volledige en betrouwbare informatie). Hiervoor is ook een beeldmerk ontwikkeld. Dit zal voorlopig nog niet op verpakkingen verschijnen. Fabrikanten en retail hebben op dit moment vooral behoefte aan onafhankelijke toetsing van allergenenmanagementsystemen, juiste toepassing van VITAL en betrouwbare allergeneninformatie. Ook om te kunnen aantonen aan B2B-afnemers
dat het allergenenbeheer onder controle is, is SimplyOK een ideaal instrument.
Analyse
Wanneer producenten VITAL toepassen en daarbij, afhankelijk van de concentratie keuzes maken, willen zij maar ook hun afnemers, auditors en toezichthouders, de aannames en uitkomsten ervan controleren. Vandaar dat er steeds vaker producten worden geanalyseerd op de aanwezigheid van allergenen (kader). Omdat een laboratorium geen inzicht heeft in de precieze samenstelling en bewerking van een product, moet degene die monsters instuurt zelf vaststellen of de analyse geschikt is. Dat kan door, eenmalig, een positief en een negatief monster te laten analyseren. Dit voorkomt onnodige analyses en foutieve conclusies.
VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 014
VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
• MARJAN VAN RAVENHORST •
M. van Ravenhorst is eigenaar van Allergenen Consultancy, www.allergenenconsultancy.nl
Premium goes Prime
Introductie van de nieuwe standaard in zelfaanzuigende pomptechnologie: de Alfa Laval LKH Prime It’s time to go Prime. Bekijk hoe op alfalaval.com/lkhprime Alfa Laval LKH Prime Alfa Laval LKH Prime UltraPure Alfa Laval LKH Alfa Laval LKH Evap Alfa Laval LKHPF Alfa Laval LKH UltraPure
TESTMETHODEN VOOR MICROBIOLOGIE
Neogen biedt diverse snelle en traditionele testmethoden die passen in elke workflow voor microbiologie
SNELLE MICROBIOLOGIE
Soleris®
Snel optisch systeem voor de detectie van microbiële contaminatie
ANSR® Moleculaire technologie voor snelle, eenvoudige, nauwkeurige analyse op pathogenen
Reveal® Laterale flow striptest voor snelle screening op pathogenen
TRADITIONELE MICROBIOLOGIE
Lab M biedt diverse voedingsbodems voor het stroomlijnen van efficiëntie in laboratoria
Neem contact op p met ons Neederlaandse team m voor meeer infformatie! !
Tel: 0800 020 3519 Fax: 0800 - 0222 586
E-mail: microbiologie_nl@neogeneurope.com
• Web: www.neogeneurope.nl
Robuuste ventielen van Rieger
Synergie in roestvaststaal
De Heleon Group staat voor synergie in hoogwaardige procescomponenten voor de Voedingsmiddelen- en Farmaceutische industrie.
Gebr. Rieger uit Aalen Duitsland produceert al meer dan een eeuw RVS afsluiters. Heleon Group werkt al tientallen jaren samen en heeft o.a. aseptische meerweg-, dubbelzitting-, monsternameen veiligheidsventielen in het programma. De robuuste bouwwijze beperkt vervormingen van het ventielhuis bij krachten veroorzaakt door het leidingwerk. Hierdoor is de afdichting zeer betrouwbaar, zijn de afsluiters eenvoudig te reinigen en is er sprake van een lange levensduur. De ventielen zijn beproefd door onder andere: TUV, EHEDG en 3A en in praktisch alle uitvoeringen en aansluitingen leverbaar. Graag denken we met u mee en ontwikkelen samen met u de meest effectieve toepassingen en oplossingen. Ontdek de kracht van de Heleon Group
VOLGENS
PRESTATIES GETEST
ISO 11133:14
ANSR® LISTERIA NU MET NF VALIDATIE Heleon Group Holstaal BV Vierlinghstraat 10 4251 LC Werkendam Nederland Tel: (+31) 183-679860 www.heleon-group.com
Roestvaststalen buizen en fittingen - sanitaire koppelingen - afsluiters - slangen - filters en andere armaturen voor de voedingsmiddelen en farmaceutische industrie
Hoe lang nog onduidelijke informatie op etiketten?
De informatie op etiketten roept bij consumenten veel vragen op en is een steeds terugkerend onderwerp tijdens spreekuren. Artsen, diëtisten en hun allergische patiënten hadden gehoopt dat er inmiddels juist minder vragen en meer duidelijkheid zou zijn. Helaas is de praktijk anders.
Als eerste staan Jeroen van viereneenhalf en zijn ouders op mijn spreekuur. Jeroen had op driejarige leeftijd een ernstige allergische reactie waardoor hij op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis terechtkwam. De ouders waren met hem naar een verjaardag geweest. Het was niet helemaal duidelijk wat hij daar had gegeten dat deze reactie in de hand werkte. Via de kinderarts kwam Jeroen terecht bij de allergoloog. Bloedonderzoek in combinatie met huidpriktesten toonden sensibilisatie aan voor onder meer kippenei-eiwit, melk en pinda.
Bij de voedingsanamnese bleek dat Jeroen regelmatig ei en melkproducten at zonder dat dit klachten geeft. Pindakaas lust hij eigenlijk niet en eet hij ook niet voor zover de ouders kunnen nagaan. Om duidelijkheid te krijgen of er daadwerkelijk sprake was van een allergische reactie – bloed- en huidtesten geven daarover geen uitsluitsel – is er onderzoek naar sensibilisatie gedaan en vervolgens een dubbelblinde voedselprovocatie uitgevoerd.
Conclusie na alle onderzoeken is dat Jeroen een ernstige pinda-allergie heeft, waarbij strikte eliminatie van pinda in elke vorm noodzakelijk is. Simpel gezegd, maar nu de praktische uitvoering.
Uitleg dieetrichtlijnen
Allereerst luister ik naar de ouders van Jeroen, zij vertellen waar ze nu al tegenaan
zijn gelopen. Ik geef uitleg over de dieetrichtlijn en vertel de ouders dat ze er alert op moeten zijn dat er pinda verwerkt is in
een may contain-waarschuwing en dan durven de ouders ze toch niet voor Jeroen te kopen. Die angst zit vaak erg diep. Ze verwachten nu van mij dat ik uitsluitsel ga geven, maar ook ik weet niet welke waarde de waarschuwing op de verpakking heeft. Het enige wat ik nu kan doen, is de ouders handvatten geven om een keuze te bepalen. Welke producten at Jeroen zonder problemen? En heeft een fabrikant veel producten met een pindawaarschuwing, dan zouden zij met de fabrikant kunnen bellen om te achterhalen hoe reëel het risico voor hun zoon echt is. Maar zelfs dan blijft de keuze beperkt.
In de praktijk zie ik veel angst bij ouders met als gevolg een zeer beperkt voedselpakket, veel beperkingen in buitenshuis eten en vakantiekeuzes. En zoals bekend is de kwaliteit van leven van de allergische consument mede daardoor laag. Frustrerend!
Voedselveiligheid hoog in vaandel
bijvoorbeeld soepen, sauzen en vleeswaren, via specerijmix. Veel nieuwe informatie voor hen.
Dan komt de concrete vraag van de ouders: waar moeten ze op letten bij het doen van de boodschappen. Tot nu toe hebben ze weinig in hun ogen veilige producten kunnen vinden. Op heel veel producten staat
In Nederland hebben we voedselveiligheid hoog in het vaandel staan. Het moet dus duidelijk zijn in de winkel of een product veilig is, ook voor de allergische consument. Helaas is dit nu niet het geval. Hoe lang laten we de ernstig allergische consumenten en hun omgeving nog aan hun lot over? Hoe lang nog kunnen wij als diëtist ons werk niet naar behoren doen? Hoe lang nog accepteren we een lagere kwaliteit van leven voor de allergische consument?
• SACHA VISSER •
S. Visser, allergiediëtist, Diëtistenpraktijk Andermaal, visser.dietist@gmail.com
VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 017 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
‘De consument verwacht duidelijkheid’
COLUMN ALLERGENEN
ALLERGENEN
SVA pleit voor Vital en symbolen
Patiëntenvereniging wil duidelijke etiketten
Stichting Voedselallergie maakt de voedingmiddelenindustrie een groot compliment. Maar alertheid blijft geboden, zegt ze. De ruim dertig jaar geleden opgerichte patiëntenvereniging is sterk voorstander van VITAL, doet mee aan het iFAAM-project, juicht AlleRiC-meldingen toe en wil graag symbolen op verpakkingen.
Vorig jaar waren er opmerkelijk veel allergenenrecalls. Het doorgeven van de waarschuwingen verloopt rommelig. Soms gaan meldingen via de Stichting Voedselallergie of via het Nederlands Anafylaxis Netwerk (NAN), soms via de krant, of combinaties hiervan. De rol daarin van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) blijft een grijs gebied. De autoriteit speelt geen actieve rol in de bekendmaking van recalls voor allergische consumenten. Na overleg verschijnt sinds kort wel een melding op haar website, maar die wordt niet verder verspreid naar de doelgroep. Gelukkig functioneert de allergenen-alert via de patiëntenorganisaties wel en worden er via sociale media waarschuwingen doorgegeven. Toch mist een aantal allergische patiënten al deze meldingen. Daar is nog een slag te slaan. Een adequaat en helder meldingsbeleid op korte termijn is een belangrijke SVA-wens.
Boodschappen doen tijdrovend
Doordat Verordening 1169/2011 van kracht is geworden, is informatie op etiketten van
verpakkingen duidelijker te lezen en te interpreteren. Voor allergische consumenten is boodschappen doen daardoor een stuk aangenamer. Toch kost hen dit per week nog altijd 40 procent meer tijd –gemiddeld twee uur – dan niet-allergische consumenten. Etiketten lezen blijft een essentieel onderdeel van het allergisch dagelijks leven. Het blijft lastig een etiket te maken dat goed leesbaar is en niet voor verwarring zorgt, zeker als er meerdere talen worden gebruikt of teksten voor een deel onzichtbaar zijn door de vorm of vouw van de verpakking.
Nieuwe receptuur onvoldoende
Vaak kiezen SVA-leden voor vertrouwde producten. De trouw aan grote (A-)merken is bij hen groot. Als ze een bepaald product van een fabrikant veilig kunnen eten, zal dit in het koopgedrag ingesleten raken – ook als de ingrediënten worden aangepast in de receptuur. Dat laatste leidt soms tot nare allergische reacties. Blijkbaar moet in dat geval een verpakking visueel echt anders zijn: de vermelding ‘nieuwe receptuur’ is niet duidelijk genoeg voor een groep
consumenten. Een voorbeeld daarvan is een bekend merk chips met paprikasmaak dat jaar in jaar uit veilig werd gegeten. Tot de receptuur van het kruidenmengsel veranderde. De chips bevatten toen ineens melk.
Het vertrouwen in deze chips was zo groot dat een aantal allergische consumenten de waarschuwing niet als alarmbel herkenden. Iets dat je jaren eet, gaat toch snel in het winkelmandje. Natuurlijk is er een eigen verantwoordelijkheid, maar het lezen van etiketten van vertrouwde producten lijkt toch te verslappen.
Sporen bevatten
De grootste ergernis en verwarring voor de allergische consument is absoluut het aanvullend etiketteren, zoals ‘kan sporen bevatten van …’ en ‘geproduceerd in een fabriek waar ook …’. De afweging om deze producten wel of niet te kopen is divers: van ‘ik kan dit product altijd veilig eten’ tot totale vermijding van producten met deze waarschuwing. Dergelijke vermeldingen kunnen de keuze voor voedingsmiddelen dus dramatisch beperken. Ook hiervan zijn vele voorbeelden van overetiketteren gemeld, soms hilarisch beschreven in de pers en sociale media.
Uit de medische hoek worden verschillende adviezen gegeven, variërend van: ‘vermijden alle producten met deze aarschuwingsvormen’ tot ‘ach, het valt wel mee in de
018 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Aanpassingen in de receptuur kunnen leiden tot nare allergische reacties.
praktijk; allergenen zitten in deze producten niet vaker dan in producten zonder deze waarschuwing’.
Op dit moment voert de SVA een stevige discussie met de NVWA over aanvullend etiketteren. Nieuwe regelgeving is gemaakt, waardoor het beleid van Nederland zou afwijken van de voorstellen die nu worden geformuleerd op Europees niveau.
De SVA is een sterke voorstander van het VITAL-systeem. De grenswaarden voor diverse allergenen zijn goed onderzocht en aangetoond. Onnodige vermijding van voedingsmiddelen wordt zo voorkomen en terechte vermijding wordt zo mogelijk.
Grootste allergenenonderzoek ooit
De SVA draait mee als co-coördinator ethiek in het Europees project iFAAM (integrated approaches to Food Allergen And Allergy Risk Management). Doel van dit grootste onderzoek ooit is op wetenschappelijk bewijs gebouwde benaderingen en tools ontwikkelen voor het managen van allergenen in voedsel. Een onderdeel van iFAAM is klinische
validatie van de drempelwaarden voor melk, ei, pinda, hazelnoot en selderij. Dit gebeurt door een eenmalige dosis die gecheckt wordt bij de meest allergische groep patiënten.
De AlleRiC (Allergic Reactions in the Community)-studie is een ander iFAAMonderdeel. Groepen allergische patiënten
onderbouwde vragenlijst. Deze tool is inmiddels in vijf landen geïmplementeerd onder de aangepaste naam AlleRisc. Over een eventuele introductie in Nederland wordt overlegd.
iFAAM stopt per 1 maart 2017. Het einddoel is geharmoniseerde benaderingen te ontwikkelen voor allergenenmanagement in de hele voedselketen en wetenschappelijk onderbouwde managementplannen te ontwerpen voor de allergische consument en zijn dieet.
Symbolen op etiket
in Groot-Brittannië die in hun dagelijkse leven worden gevolgd, melden alle allergische reacties die ze meemaken. De verdachte voedingsmiddelen worden onderzocht op de aanwezigheid van het allergeen. Het kan gaan om zowel verpakte als onverpakte levensmiddelen. Ook worden producten in onder meer horeca en kantines meegenomen in het onderzoek.
De meldingen kunnen online worden doorgegeven via een wetenschappelijk
Een andere discussie is het toepassen van symbolen voor allergenen op het etiket. Ook hierin speelt de EU een rol. De symbolen voor de etiketten variëren namelijk nogal in ontwerp per lidstaat. Allergische consumenten hebben grote behoefte aan duidelijk herkenbare symbolen die het boodschappen doen aanzienlijk vereenvoudigen, ongeacht in welk land men is. Een werkgroep van de European Federation of Asthma & Allergy Associations (EFA) agendeerde dit bij het Europees Parlement. EFA vertegenwoordigt ruim 50 patiëntenorganisaties in 25 landen. Daarbij is 30 procent van alle Europese allergische patiënten aangesloten. Een aantal leden van het Europees Parlement hebben een actieve interne allergieen astmawerkgroep opgezet, die april dit jaar een driedaags eveevenement heeft georganiseerd. Als besluit moet absoluut een groot compliment naar de voedingsindustrie worden gemaakt. Veilig boodschappen doen is zoveel verbeterd. Valkuil blijft de overetikettering en formulering van duidelijk alert beleid. Daar is een slag te slaan. De stichting denkt graag mee.
019
‘Kan bevatten... is onze grootste ergernis’
• ERNA BOTJES •
E. Botjes is voorzitter van de Stichting Voedselallergie en vicevoorzitter van de EFA, ErnaBotjes@gmail.com
‘Etiketteren.nl snel en deskundig’
Van Dijk Banket krijgt regelmatig veel productaanvragen binnen. Het bedrijf stelt binnen enkele dagen nieuwe recepturen samen en levert de klanten proefmonsters met de bijbehorende specificaties. De specificaties worden samengesteld door Etiketteren.nl. “Etiketteren.nl werkt ze er snel, waardoor wij ook snel kunnen schakelen”, aldus QA-manager Tineke Bergsma.
Van Dijk Banket handelt aanvragen voor nieuwe producten binnen enkele dagen af.
Van Dijk Banket is producent van privatelabel cakes, cookies en chocolates. “We vinden het belangrijk om flexibel te zijn”, vertelt QA-manager Tineke Bergsma. “We krijgen veel aanvragen binnen voor nieuwe producten. Dit is geen constante stroom van verzoeken. Het zijn pieken en dalen. We streven ernaar om deze aanvragen binnen enkele dagen af te handelen. Dit vergt veel van onze afdeling. We stellen de recepten samen, maken proefmonsters en zorgen voor de bijbehorende specificaties.”
Snel
Om de productspecificaties vlot te kunnen leveren, heeft Van Dijk Banket dit uitbesteed aan Etiketteren.nl. “Etiketteren.nl werkt snel”, zegt de QA-manager. “De opdrachten die ik hen geef, worden vaak dezelfde dag nog uitgevoerd. Ze hebben op afstand toegang tot ons ERP-systeem. Zo kunnen zij de gegevens volgens onze werkwijze verwerken. Ook het invullen van de systemen van onze klanten hebben zij voor hun rekening genomen.”
De specialisten van Etiketteren.nl zijn enkele dagen op de locatie geweest om het ERP-systeem en de werkwijze van Van Dijk Banket goed te leren kennen. Bergsma: “De etiketteringsspecialisten hadden onze systemen snel onder de knie.”
CareNet
Rianne Bil, etiketteringsspecialist bij Etiketteren.nl, vertelt dat het een voordeel is als fabrikanten met CareNet Online QA Software werken. “CareNet stelt een groot gedeelte van de specificaties automatisch samen en houdt daarbij rekening met de protocollen van de retailers. Bovendien heeft CareNet aansluiting op de meeste retailsystemen,
zodat de specificaties met één klik overgezet kunnen worden. Daardoor hoeven we minder handmatig te doen. Toch is het geen probleem als fabrikanten met andere systemen werken. We kennen vrijwel alle specificatie- en klanteninformatiesystemen, waaronder Foodscore, SIM, Trace One, PSinfood.”
Kennis
De specialisten van Etiketteren.nl zijn bovendien goed op de hoogte van de etiketteringswetgeving. Bil: “Onze specialisten zijn geschoold volgens de nieuwste wet- en regelgeving. En we blijven voortdurend op de hoogte van alle veranderingen.”
Bergsma zegt zelf ook goed op de hoogte te zijn. “Toch is het fijn dat ik nu een sparringpartner heb. Daardoor hoef ik het wiel niet opnieuw uit te vinden.”
Vertrouwen
Bergsma zegt dat het voor haar vooral belangrijk is dat Etiketteren.nl haar werk uit handen neemt. “Het bespaart me soms wel 20 uur werk per week. Af en toe veranderen er vraagstukken en wil ik dat de etiketteringsspecialisten een deel van hun werkwijze aanpassen. Dit hoef ik slechts één keer aan te geven. Rianne instrueert direct haar hele team en past de werkinstructies aan. Dus ik kan er echt op vertrouwen dat het hele team op de juiste manier werkt. Daardoor houd ik meer tijd over voor andere kwaliteits- en verbeterprojecten.”
Meer informatie? Bel gratis met 0800 25 22 737 of kijk op Etiketteren.nl
021
ALLERGENEN
Allergenenanalyse en procesvalidatie
Van hoofdpijndossier naar valide proces
Sinds de invoering van de EU-richtlijn 1169/2011 zijn veel bedrijven aan de slag gegaan met risicomanagement van allergenen. Nog lang niet alle bedrijven zijn echter al zover. De eisen zijn helder, maar de gevolgen van de eventuele aanwezigheid van allergenen levert veel hoofdbrekens op. Ook de controle en de verificatie roepen veel vragen op.
Verordening 1169/2011, beter bekend als de voedselinformatieverordening, verplicht sinds 13 december 2014 de fabrikanten veertien allergene stoffen op het etiket te vermelden als ze deel uitmaken van de receptuur. De meeste daarvan worden gedetecteerd met ELISA of PCR. Uitzonderingen zijn sulfiet en lactose. Tegen sulfiet worden geen antistoffen aangemaakt. Bovendien zijn er eenvoudige testkits op de markt, al leveren die niet altijd de juiste informatie op voor de allergenendetectie.
Recoverytesten
Bij recoverytesten wordt een bekende hoeveelheid allergeen eiwit toegevoegd aan een product. Door te meten hoeveel van het toegevoegd allergeen wordt teruggevonden, kan iets worden gezegd over de betrouwbaarheid van het resultaat. Ons voedsel ondergaat allerlei veranderingen tijdens het productieproces. Dat verandert de structuur van de eiwitten. Hierdoor kunnen producten anders reageren in de testkits.
De testkits bepalen niet het juiste gehalte. De destillatiemethode volgens MonierWilliams is hiervoor het meest geschikt omdat daarmee sulfiet in lage hoeveelheden kan worden gedetecteerd. Voor lactose zou een PCR ontwikkeld kunnen worden, maar dat is te duur in vergelijking met de beschikbare enzymatische testen. Met deze laatsten wordt lactose enzymatisch omgezet, waarbij een van de eindproducten (NADH) met behulp van UV kwantitatief wordt bepaald.
ELISA kostbare methode
De ontwikkeling van een ELISA is zeer kostbaar. De gebruikte antistoffen tegen de allergenen moeten in proefdieren worden opgewekt. Cellen uit de milt, die antistoffen tegen het allergeen produceren, worden na een uitvoerig proces geselecteerd en getest op de werking tegen de betreffende allergenen. De cellen worden gebruikt om op grote schaal antistoffen te produceren. De fabrikant van een ELISA-test bepaalt zelf welke en hoeveel verschillende specifieke antistoffen in de test worden opgenomen. Een juiste extractie van allergenen uit mon-
sters is een erg kritisch proces dat per fabrikant verschilt. Elk allergeen heeft zijn eigen ELISA-test; multitesten zijn nog niet commercieel beschikbaar.
Voor sommige allergenen is het technisch niet mogelijk om een betrouwbare ELISA te ontwikkelen. Bekendste voorbeeld hiervan is selderij, waarbij te veel kruisreactiviteit bestaat met aardappelen en wortelen.
PCR zeer specifiek
PCR maakt gebruik van het unieke DNA van het allergeen, waardoor de analysemethode zeer specifiek is. Voor steeds meer allergenen zijn PCR-testen beschikbaar, veelal ook kwantitatief. Daarom kunnen die gebruikt worden voor verificatie van onverwacht positief geteste monsters die via ELISA onderzocht zijn.
Naast deze beide technieken wordt veel onderzoek gedaan naar LC MS/MS-analysemethoden om allergenen te kunnen meten. Bij deze methoden worden de eiwitten geisoleerd uit een product. De eiwitten worden door een voorbewerking omgezet in de peptiden waaruit ze zijn opgebouwd. Deze peptiden worden gescheiden met een vloeistofchromatograaf op grootte van het molecuul. Een massaspectrometer analyseert de peptiden door ze om te zetten in kleine brokstukken. Met een bibliotheek worden de brokstukken herkend die bij een specifiek allergeen horen en zo kan er omgerekend worden naar de hoeveelheid aanwezig allergeen.
022 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
Status quo
Betere analysetechnieken voor allergenen zijn op dit moment nog niet beschikbaar. De verschillen tussen ELISA’s en ook PCRkits van verschillende fabrikanten kunnen relatief groot zijn door de aangegeven verschillen in benadering. Daarnaast speelt er bij de ELISA nog een belangrijk punt. Bij de ontwikkeling en validatie ervan testen fabrikanten diverse grondstoffen en voedingsmiddelen op eventuele kruisreacties op de test. Er zullen echter altijd specifieke grondstoffen of voedingsmiddelen niet meegenomen zijn bij de ontwikkeling en validatie van de test. Een voorbeeld daarvan zijn bewerkte voedingsmiddelen. Verhitting van producten kan leiden tot verandering van het allergeen, waardoor de test dit mogelijk niet meer detecteert. Dat tekent het belang om recoverytesten uit te voeren op niet-gevalideerde producten. Recoverytesten (zie kader Recoverytesten) geven een goed beeld van eventuele kruisreacties en van inhibitie tijdens de ELISA.
Dit geldt ook voor de PCR-test, zij het in mindere mate. Een LC MS/MS-analyse zou voor kruisreactie minder gevoelig zijn, maar deze techniek moet nog verder worden ontwikkeld. Op dit moment is deze analysemethode in ontwikkeling voor onder meer soja, melk, ei en gluten. De haalbare detectiegrenzen zijn vaak nog aanzienlijk hoger – dat kan van enkele ppm oplopen tot 50-100 ppm – dan bij
PCR en ELISA’s, waardoor LC MS/MS op dit moment nog slecht is toe te passen.
Nauwkeurigheid verbeteren
Eén onderzoeksgroep beweert dat bij LC MS/MS naar vier eiwitgroepen van hetzelfde allergeen wordt gezocht, en dat dat beter
van testkitleveranciers worden allergeentesten steeds verder geoptimaliseerd. Verschillende organisaties schrijven ringtesten uit voor allergeenanalyses. De resultaten daarvan zijn niet bijzonder goed. Voor een aantal allergenen is het aantal deelnemers aan de ringtesten nog gering of de spreiding is relatief groot. Dat komt omdat er verschillende methodes worden gebruikt. Gecertificeerde referentiematerialen per allergeen zouden meer duidelijkheid geven. Die zijn soms wel beschikbaar, maar worden niet door alle laboratoria gebruikt of ingezet.
zou zijn dan bij ELISA omdat die maar op één allergeen eiwit zou testen. Dat is niet juist. Er bestaan ELISA’s die meer dan zeven antistoffen gebruiken tegen de verschillende allergene eiwitten van het allergeen (zie kader Eiwitten).
Nutrilab voert op veel producten aanvullend validatieonderzoek uit. Door intensieve samenwerking met applicatielaboratoria
Eiwitten
Het lichaam kan een allergie ontwikkelen tegen eiwitten. Eiwitten bestaan uit verschillende peptiden die zijn opgebouwd uit meerdere aminozuren, aanwezig in een specifieke volgorde. Temperatuur, zuurgraad, andere omgevingsfactoren en omstandigheden van het peptide zelf geven het een driedimensionale structuur. In een voedingsmiddel zijn dikwijls veel verschillende peptiden aanwezig. Het lichaam
Verkeerd gebruik allergeensneltesten Tijdens het productieproces of na een schoonmaak van een verpakkingslijn kan met sneltesten gecontroleerd worden op de aanwezigheid van sporen van allergenen. Mits op de juiste manier gebruikt, kan een oppervlaktetest worden uitgevoerd. Die geeft uitsluitsel of er na een productierun goed is schoongemaakt. Dat is een goede controle op allergeenhygiëne. Andere sneltesttypes worden wel gebruikt om binnenkomende grondstoffen te controleren, maar die zijn daarvoor niet geschikt. Om een uitspraak te doen of een monster allergeenvrij is, moet er meer gebeuren dan een sneltest. Een positief resultaat is betrouwbaar, maar een negatief resultaat wil niet zeggen dat het monster vrij is van allergenen. De bemonstering en de analysetechniek – een sneltest – zijn hiervoor niet geschikt. Een labanalyse kan wel een betrouwbaar antwoord geven op deze vraag.
maakt vaak antistoffen aan tegen meerdere peptiden. Bij pinda’s zijn dat de Arah-eiwitten, waarvan er zeventien bekend zijn.
023
Nutrilab gebruikt de Gemini-robot voor de analyse van allergenen. De robot voert volledig een ELISA uit en voorkomt daarmee onderlinge contaminatie van een positief naar een negatief monster.
‘Sneltesten ongeschikt voor controle van grondstoffen’
Procesvalidatie en controle
Met de huidige analysetechnieken leveren verificaties en controles op de aanwezigheid van allergenen wel degelijk een goed inzicht en betrouwbare informatie op. De frequentie ervan hangt af van de situatie in de fabriek en wat daar wordt geproduceerd. De volgende situatieschets geeft meer inzicht. Op een lijn wordt een product ‘gedraaid’ met daarin de allergenen gluten, soja en melkeiwitten. Het product dat erna op dezelfde lijn wordt geproduceerd, bevat geen van deze allergenen. Ga bij het uitvoeren van controletest uit van het allergeen dat het meest aanwezig is in het voorgaande product. In dit geval was dat gluten. Wanneer er in de eerstvolgende batch geen gluten worden aangetroffen, is daarmee aangetoond dat er geen sprake is van versleping van gluten. Ondanks verschillen in laboratoriumuitslagen en spreiding in resultaten geven dergelijke controles wel een beeld van de productiehygiëne. Door deze controles enkele keren uit te voeren, is het proces gevalideerd. De procesvalidatie betreft dan het omschakelen van het ene product naar het andere product met de bijbehorende schoonmaak of andere gevolgde protocollen. Als het omschakelproces goed wordt beheerst en dit gevalideerd is met laboratoriumuitslagen, dan zorgt dit voor een solide allergenenmanagement. Vermelden van may contain is dan ook niet meer noodzakelijk. Na de validatie is steekproefsgewijs controleren een goede stap. Zijn bij een aantal controles geen allergenen teruggevonden, dan kan de frequentie van de controles verantwoord worden gereduceerd.
Bedrijven die met de juiste kennis hun processen benaderen en valideren realiseren een goed beheerst proces en verkleinen daarmee enorm de risico’s. Allergenen zijn voor hen niet langer meer een hoofdpijndossier.
• PIETER VOS •
Ing. P.C.N. Vos is directeur van Nutrilab, 0183-446351, p.vos@nutrilab.nl
VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 024 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
BepalingTechniekRapportagegrensMeetbereik AmandelELISA2,5 mg/kg2,5 - 20 mg/kg AmandelPCRpos/neg BoekweitELISA2,5 mg/kg2,5 - 25 mg/kg CaseïneELISA0,5 mg/kgijs/wijn/choco0,5 - 13,5 mg/kg 2,5 mg/kgworst/gebak2,5 - 67,5 mg/kg Cashew nootPCRpos/neg Cashew ELISA0,5 mg/kg 0,5 - 11 mg/kg Eieren (heel eipoeder) ELISA0,5 mg/kg 0,5 -13,5 mg/kg Glutamine zuurfotometrisch0,2 mg/kg matrixafhankelijk Gluten (Gliadine) ELISA5 mg/kg 5,0 - 80 mg/kg Gluten PCR pos/neg Gluten (Gliadine), competitief ELISA10 mg/kg 10 -135 mg/kg Hazelnoot ELISA2,5 mg/kg 2,5 - 20 mg/kg HazelnootPCR pos/neg HistamineELISA0,1 - 2,5 mg/kgwijn 0,25 - 25 mg/l melk 0,1 - 10 mg/l overig 2,5 - 250 mg/kg vismeel100 - 10.000 KorianderPCRpos/neg Lactosefotometrisch200 mg/kgmatrixafhankelijk β-LactoglobulineELISA0,5 mg/kg0,5 - 13,5 mg/kg Lupine ELISA1,0 mg/kg1 - 27 mg/kg LupinePCRpos/neg LysozymELISA0,1 mg/kgwijn0,05 - 0,4 mg/l overig0,25 - 2,0 mg/kg MelkeiwitELISA2,5 mg/kg2,5 - 67,5 mg/kg MosterdELISA0,5 mg/kg0,5 -13,5 mg/kg MosterdPCRpos/neg PindaELISA2,5 mg/kg2,5 - 20 mg/kg PindaPCRpos/neg Pistache nootPCRpos/neg PistacheELISA1 mg/kg 0,2 - 8,4 mg/kg Schaaldieren ELISA0,1 mg/kg 0,05 - 0,5 mg/kg Selderij, kwantitatiefPCR2 mg/kg 1 - 400 mg/kg Sesam ELISA2,5 mg/kg 2,5 -20 mg/kg Soya ELISA2,5 mg/kg 2,5 -20 mg/kg SoyaPCRpos/neg Sulfiet (SO2)Destillatie10 mg/kg VisPCRpos/neg WalnootPCRpos/neg
ALLERGENEN
Tabel 1: Rapportagegrenzen en meetbereiken voor de meeste allergenen.
THIS IS INCREASING PRODUCTIVITY
PLC + HMI motion controller
M2M-communicatie
Dual LAN netwerken en opties voor Ethernet/IP
De nieuwe Parker Automation Controller (PAC) is ontworpen voor de wereldwijde machinemarkt. De Parker Automation Controller (PAC) combineert machine logica, geavanceerde real-time motion control en visualisatie in een prestatiegerichte oplossing. De PAC vermindert ontwikkeltijd en kosten door inzet van CodesysV3: IEC61131-3.
parker.nl
Parker Automation Controller
LabCo
DONDERDAG 16 JUNI 2016 CONGRESCENTRUM 1931 DEN BOSCH
Law event Food
Het Food Law Event is dé jaarlijkse bijeenkomst waar u op het gebied van levensmiddelenwetgeving in de levensmiddelenketen kennis kunt uitwisselen en netwerken. Van nieuwe wetgeving tot de jurisprudentie over bestaande regelgeving. Op het programma o.a.:
Ministerie VWS gaat in op belangrijke dossiers binnen levensmiddelenwetgeving zoals etikettering, novel foods, voedselvertrouwen, aanpak voedselfraude en de prioriteiten op het gebied van voedselveiligheid.
NVWA licht huidig toezichtsbeleid toe, de daarmee opgedane ervaringen tot nu toe en wat de speerpunten de komende tijd zijn.
TNO geeft aan hoe er wetenschappelijk verder moet worden gegaan met VITAL en hoe daar internationaal over wordt gedacht.
Axon Advocaten, ProtiFram, Nutress, en Wageningen
NIEUWE FORMULE
Universiteit & Research over het juridisch kader en de praktische invulling voor levensmiddelen op basis van alternatieve eiwitten (insecten, algen of waterlinzen).
Précon Food Management, DVAN Advocaten, de industrie en een consumentenorganisatie over wanneer een etiket misleidend is te noemen.
AKD Advocaten, NVWA en het bedrijfsleven gaan in op Transparantie en openbaarmaking - In 2020 wil de NVWA controlegegevens over bedrijven en producten toezicht en uitvoering actief openbaar maken.
VMT’s jaarlijkse bijeenkomst Levensmiddelenwetgeving is uitgebouwd tot het jaarlijkse Food Law Event zodat we behalve een br zicht ook diepgang ten aanzien van meerdere onderwerpen kunnen realiseren. Het Food Law Event kent ’s ochtends een plenair met enkele keynote sprekers gevolgd door diverse parallelsessies - georganiseerd met (kennis)partners Précon Food Managem Advocaten en AKD Advocaten - waarin actuele onderwerpen worden uitgediept en bediscussieerd. Voordeel van de nieuwe opz meerdere programma-onderdelen kunt volgen of daaruit zelf een programma kunt samenstellen door tussen parallelsessies te ho
VOOR WIE?
Dit event is bestemd voor o.a. directies en hoger management van MKB-bedrijven in de GEHELE voedingsmiddelenketen en h Regulatory Affairs, kwaliteitsmedewerkers en productontwikkelaars als ook beleidsmedewerkers, belangenbehartigers, rechtspre organen en raden, toezichthouders en adviseurs.
Kijk voor het volledige programma
inschrijven o
en
reed overe opening ent, Axon zet is dat u oppen. hun managers ekende
€ 100.korting
VMT-abonnees,
relaties Précon & Axon
Kom naar het Food Law Event en laat u bijpraten over deze belangrijkste ontwikkelingen!
Prijzen
VMT-abonnees, relaties Précon, Axon en AKD betalen: € 295,- (i.p.v. € 395,-)
Regulier tarief: € 395,-
*Tarieven zijn excl. btw en € 3,95 administratiekosten
PARTNERS VAN HET FOOD LAW EVENT
p www.vmt.nl/foodlawevent
Elke korrel telt
ECS Paneermeel verhuist na de zomer naar een nieuwe productielocatie in Barneveld. Het nieuwe pand is twee keer zo groot. Toch zal de capaciteit slechts met 25 procent stijgen. “Capaciteitsverhoging was niet ons belangrijkste doel”, vertelt directeur Paul Vos. “We gebruiken de extra ruimte vooral om een kwaliteitsslag te maken.”
ECS Paneermeel is een onderdeel van het familiebedrijf De Korrel Beheer. Mede-eigenaar Paul Vos richtte het bedrijf in 1993 op. In die tijd waren er verschillende producenten van paneermeel. Vos vertelt dat het speelveld de laatste jaren veranderd is. “Paneermeel is een markt met kleine marges. Elke korrel telt. Veel andere bedrijven vonden deze markt op den duur niet interessant meer en zijn gestopt. Als familiebedrijf hebben we altijd genoegen genomen met bescheiden winsten. Daarin hadden we een lange adem. Daardoor
Twee
andere dochters
De Korrel Beheer heeft, naast ECS Paneermeel, nog twee andere dochterondernemingen, namelijk MasterMix en HB Specialty Foods. “We hebben MasterMix in 1997 opgericht, omdat onze klanten ook coatings en batters gebruiken. Het was gemakkelijk dat ze beide producten bij ons konden kopen”, aldus Vos. Inmiddels is MasterMix uitgegroeid tot een volwaardig bedrijf dat ook injectiemixen, kruiden- en specerijenmelanges, pekels, droge en natte marinades en sauzen produceert.
Clear coatings
HB Specialty heeft een joint venture met het Amerikaanse bedrijf HB Specialty Foods LLC USA. HB Specialty produceert onder andere clear coatings voor friet. “In Amerika worden deze coatings vaker toegepast dan in Europa”, legt Vos uit. “Dus het is waardevol dat we gebruik kunnen maken van de kennis en expertise van onze Amerikaanse partner.”
zijn wij als een van de weinige bedrijven overgebleven. We zijn nu de grootste paneermeelproducent van Nederland.”
Rusttijd
Nu het bedrijf een groter marktaandeel heeft, is de tijd rijp om te verhuizen naar een nieuwbouwlocatie. De nieuwe locatie is twee maal zo groot. Toch zorgt dit niet voor een verdubbeling van de capaciteit. “Een capaciteitsverhoging was niet ons belangrijkste doel. We gebruiken de extra ruimte vooral om een kwaliteitsslag te maken”, vertelt Vos.
Op de nieuwe locatie krijgen de producten een langere doorlooptijd. “We hebben hier de ruimte om een langere rusttijd te hanteren tussen het kneden en het bakken van de broden. Ook kunnen we de broden meer tijd geven om af te koelen, voordat we ze walsen”, zegt Vos. “Dit komt het soortelijke gewicht van het eindproduct ten goede. Bovendien zijn we daardoor beter in staat om specialistische producten te produceren, zoals luchtiger paneermeel.”
Wals
ECS Paneermeel heeft bovendien geïnvesteerd in grotere apparatuur, zoals een wals. “Het is verleidelijk om te kiezen voor bijvoorbeeld een hamermolen, omdat die weinig ruimte in beslag neemt”, vertelt Vos. “Het nadeel is dat de molen veel stof veroorzaakt. Wij hebben gekozen voor een wals. Hierdoor hebben we minder restproduct en bevat het eindproduct minder gruis.” De nieuwe locatie is al gedeeltelijk in gebruik genomen. Na de zomer volgt de officiële opening.
Voor meer informatie: De Korrel Beheer, Tolboomweg 16, 3784 XC Terschuur, 088-55 777 55, www.dekorrelbeheer.nl
ADVERTORIAL
ECS Paneermeel verhuist na de zomer naar een grotere productielocatie.
Voedselallergie: mosterd na de maaltijd?
Het antilichaam IgE, een belangrijke speler in allergie, werd al vijftig jaar geleden ontdekt. Toch is er nog steeds geen echte oplossing voor voedselallergie. Er bestaat geen therapie en voedsel kan niet of nauwelijks worden bewerkt om risico’s op allergische reacties te voorkomen. Vermijden is nog steeds het parool. Maar zoeken we wel op de juiste plek?
Voedselallergieën verlopen vaak heftig en veroorzaken veel overlast, om het maar eufemistisch te omschrijven. Een voedselallergie heeft dan ook grote consequenties voor het dagelijkse leven. Het is bijvoorbeeld noodzakelijk ‘etiket-o-loog’ te worden en lastig iets te consumeren buitenshuis of bij feestjes en partijen. Ook kan de noodzaak om allergenen strikt te vermijden soms leiden tot nutritionele deficiënties. Tot slot kunnen allergenen de industrie aanzienlijk schade toebrengen. Denk maar aan recalls.
De ontdekking van het antilichaam IgE en zijn rol in het allergieproces heeft er wel toe geleid dat er een beter begrip is ontstaan van wat er bij allergie aan de hand is. Maar therapie voor voedselallergie ontbreekt tot op de dag van vandaag. Ook voedselwetenschappers, onder wie die van de WUR, hebben geen echte oplossing kunnen bieden: voedsel dat aanleiding kan geven tot aller-
Vermijden
leiden die maatregelen regelmatig tot ongelukken omdat ze nauwelijks waterdicht kunnen zijn.
Ontsporing immuunsysteem
Maar zoeken we bij de speurtocht naar een blijvender oplossing voor voedselallergie wel op de goede plek? Proberen we niet te veel een oplossing te zoeken als het immuunsysteem al ontspoord is, en het IgE al gevormd en in positie is om voor problemen te zorgen? Een uiteindelijke allergische reactie is de resultante van een lange immunologische opeenvolging van reacties, waarbij een scala aan immuuncellen betrokken is en niet alleen uit balans zijnde T-cellen en IgE. Waarom kijken we zo weinig naar de rest, eigenlijk het begin van die cascade? Daar begint het probleem.
Gezamenlijke aanpak
gieën kan nog steeds niet zodanig worden bewerkt dat de risico’s zijn verdwenen. Uitzonderingen daargelaten, zoals gehydrolyseerde melk, maar dat smaakt dan niet meer naar melk.
Al met al is het parool bij voedselallergie nog steeds: vermijden! En, als het ernstig is: informeer je omgeving en zorg ervoor dat je een adrenalinepen bij je hebt. Op vermijding zijn dan ook veel maatregelen gebaseerd: het vermelden van de eventuele aanwezigheid van allergenen op etiketten, of het verwijderen van allergenen uit voedingsmiddelen, zoals bij geraffineerde oliën is gebeurd. Zonder twijfel maatregelen die hout snijden en helpen bij het inperken van risico’s. Tegelijkertijd
Het wordt daarom hoog tijd dat we vooral kijken naar hoe en waarom bepaalde voedingsmiddelen überhaupt een allergische reactiecascade in gang zetten, hoe en waarom de allergene eiwitten door allerlei barrières in de darmwand heen kunnen komen, en of we voedselbewerking zo in kunnen richten dat we juist zulke risico’s die bijdragen aan het ontstaan van de allergie beter kunnen beheersen. In een gezamenlijke aanpak van voedselindustrie, allergiepatiënten en onderzoekers moet het mogelijk zijn om het goede van voedselbewerking te behouden en een eventuele keerzijde die kan bijdragen aan het ontstaan van allergieën beheersbaar te maken.
029 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
• HARRY WICHERS •
Prof. H.J. Wichers is hoogleraar Immuunmodulatie door voedsel bij Wageningen UR, harry.wichers@wur.nl
‘Veel maatregelen zijn gebaseerd op vermijding’
COLUMN ALLERGENEN
Nieuwe regelgeving voor novel foods
Hoe om te gaan met gegevens over allergeniciteit
De nieuwe novel foods-verordening, die per 1 januari 2018 in werking treedt, beoogt de doorlooptijd van aanvragen te halveren en de regelgeving te updaten. Marktpartijen hebben nog ruim anderhalf jaar de tijd om zich voor te bereiden. Maar om dat te kunnen doen, is meer duidelijkheid nodig over de nadere invulling en uitleg van de verordening.
Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie hebben op 25 november vorig jaar een nieuwe verordening aangenomen die toeziet op novel foods (de NF-Vo), de Verordening (EU) 2015/ 2283 voor nieuwe voedingsmiddelen. De NF-Vo vervangt de novel foods-verordening uit 1997, die na bijna twintig jaar aan vernieuwing toe was. Hoewel de NF-Vo pas op 1 januari 2018 volledig in werking treedt, is het belangrijk nu alvast in te schatten wat de gevolgen zijn voor nieuwe toelatingen, zodat nieuwe aanvragen tijdig kunnen worden voorbereid.
Wijzigingen
De NF-Vo ziet kort gezegd toe op een snellere en centrale beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen op de markt in de Europese Unie. Novel foods zijn voedingsmiddelen die vóór 25 mei 1997 –op die datum trad de huidige verordening in werking – ‘niet in significante mate voor menselijke voeding werden gebruikt’. Ze mogen niet in de EU in de handel worden gebracht zonder toelating van de Europese Commissie (EC).
De toelating van een nieuw voedingsmiddel kan onder de NF-Vo op twee manieren: via een uitgebreide toestemmingsprocedure of via een verkorte of semi-uitgebreide notificatieprocedure. Nieuw is hierbij dat de procedure centraal loopt, dus niet meer bij een zelf te kiezen nationale autoriteit.
De uitgebreide procedure omvat een advies van de European Food Safety Authority (EFSA), eventuele input van lidstaten, een advies van de Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCPAFF) en uiteraard ontwerp- en definitieve besluitvorming door de EC. Het nieuwe stelsel beoogt de huidige doorlooptijd van gemiddeld drieënhalf jaar te halveren tot achttien maanden onder de nieuwe regelgeving. Als eenmaal tot toelating is besloten, neemt de EC het nieuwe voedingsmiddel op in een nog vast te stellen en openbare Unielijst. De verkorte notificatieprocedure geldt voor
030 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 WETGEVING & TOEZICHT
Het is niet uitgesloten dat in aanvulling op de verplichte standaard allergenendeclaratie er een vermelding van een allergeen moet komen op het etiket van een nieuw levensmiddel.
ALLERGENEN
traditionele novel foods, afkomstig van de primaire productie die in een derde (nietEU) land al vanaf voor 1997 een ‘veilig gebruik’ kent. De betrokken partij moet in de aanvraag aantonen dat van veilig gebruik sprake is. De procedure is verkort en bestaat uit een notificatie aan de EC, met een bezwaarmogelijkheid voor lidstaten. Als dat niet of niet tijdig gebeurt, is de toelating een feit.
Als er wel bezwaren omtrent voedselveiligheid worden ingediend, volgt een semi-uitgebreide procedure met adviezen van de EFSA en de SCPAFF. Deze procedure kent kortere termijnen dan de uitgebreide procedure van circa twaalf maanden. Gelet op de impact van een bezwaar van een lidstaat werkt de Europese Commissie nog aan een guidance document dat uitlegt wanneer een lidstaat bezwaar kan maken.
Definitiedoolhof
Naast de gewijzigde procedure bevat de NF-Vo een gewijzigde scope van het begrip ‘nieuw voedingsmiddel’. De definitie bevat straks tien categorieën waartoe een voedingsmiddel kan behoren. Nu zijn dat er vier. Zo vallen levensmiddelen met technisch vervaardigd nanomateriaal straks onder de gewijzigde definitie, maar ook insecten en levensmiddelen die tot nu toe alleen in voedingssupplementen werden gebruikt. Naast levensmiddelenadditieven, -enzymen, -aroma’s en -extractiemiddelen
zijn nu ook genetisch gemodificeerde levensmiddelen uitgezonderd. De NF-Vo bevat een nieuwe, tijdelijke definitie voor technisch vervaardigde nanomaterialen, in plaats van de definitie uit verordening 1169/2011. De EC wordt opgedragen voor 2018 met een – internationaal en wetenschappelijk bruikbare – aangepaste definitie te komen. Hoe de nieuwe nano-definitie
gegevens over de allergeniciteit. Deze richtlijnen zijn nog niet vastgesteld, maar EFSA heeft wel concepten gepubliceerd op haar website. Helaas heeft ze al aangegeven geen pre-indieningstoets op volledigheid te zullen doen, zoals sommige nationale autoriteiten nu wel doen. Het moet dus in één keer goed zijn.
gaat luiden is nog niet bekend. De NF-Vo omvat dus nieuwe definities, maar verwijst ook veelvuldig naar definities uit andere verordeningen, zodat het reeds bestaande definitiedoolhof in de Europese levensmiddelenwetgeving weer wat wordt uitgebreid.
Allergenen
De eisen aan de aanvraag voor toelating van een nieuw voedingsmiddel moeten ook nog worden uitgewerkt, nu deze voorheen bij de verschillende nationale autoriteiten lag. De EFSA, die de wetenschappelijke beoordeling van de vraag uitvoert, gaat richtlijnen uitgeven over de samenstelling en onderbouwing van een aanvraag. Daaruit zal bijvoorbeeld moeten blijken hoe moet worden omgegaan met
De mogelijkheid voor de EC om voorwaarden aan een toelating te koppelen, is in de NFVo gehandhaafd. In de Unielijst wordt dan opgenomen of een nieuw levensmiddel bepaalde specificaties, gebruiksvoorwaarden of aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften heeft. Het is dus niet uitgesloten dat in aanvulling op de verplichte standaard allergenendeclaratie, er een aanvullende vermelding van een allergeen moet komen op het etiket van een nieuw levensmiddel, zoals eerder gebeurde bij raapzaadeiwit. De NF-Vo is een goede ontwikkeling met beoogde kortere doorlooptijden en een centrale behandeling, wat tot rechtsgelijkheid zou moeten leiden. De verdere uitwerking en uitleg moeten echter wel een werkbare situatie creëren, want zoals altijd geldt: the devil is in the detail.
031
De definitie van ‘nieuwe voedingsmiddelen’ bevat straks tien categorieën waartoe een voedingsmiddel kan behoren. Insecten is er daar één van.
‘Verdere uitwerking moet werkbare situatie creëren’
• VICTOR VAN AHEE, KIM LUCASSEN •
Mr. V.R.C. van Ahee en Mr. P.E. Lucassen zijn advocaten bij Loyens & Loeff, Benelux Food & Beverage-team,
Metamorfose voor certificeringslandschap
Hoger kennisniveau over AGF gewenst bij retailers
Parallel aan de sterke focus op voedselveiligheid heeft het certificeringslandschap in de AGF-sector een ander gezicht gekregen, vooral op het vlak van minimum residence level van gewasbeschermingsmiddelen. Tussen telers en retailers levert dit een groot spanningsveld op. Certificeringsinstelling MPS breekt een lans voor een hoger kennisniveau bij retailers. De sector schreeuwt om een harmonisatie van certificaten.
In het verlengde van de gegroeide aandacht voor voedselveiligheid en de borging hiervan door certificering is de AGF-sector het afgelopen decennium sterk geprofessionaliseerd. Dat stelt Miriam Musters, certificatemanager bij certificeringsinstelling MPS.
“Er is veel veranderd in de ruim 25 jaar dat MPS actief is. Mede onder druk van retailers is de certificering voor voedselveiligheid het afgelopen decennium in een stroomversnelling gekomen. In tegenstelling tot vroeger zijn teelt en het proces van sorteren en verpakken tegenwoordig vaak losgekoppeld. Telers besteden dit laatste steeds vaker uit aan specialisten.”
Reageren op incidenten
Er is een vast patroon herkenbaar in de golven, waarmee de aandacht voor voedselveiligheid gepaard gaat. Vaak gaat er een incident, zoals de EHEC-crisis, vooraf aan een verhoogde focus op voedselveiligheid. In weerwil van de voortgaande intensivering van wet- en regelgeving voor voedselveiligheid, is echter ook de intrinsieke motivatie van telers in positieve zin veranderd.
Steeds meer telers zien het niet meer per se als een verplicht nummer, maar als een wezenlijk aspect dat hoort bij maatschappelijk verantwoord ondernemen.
MRL-wetgeving aangescherpt
Mede onder druk van de publieke opinie is de wetgeving op het vlak van MRL’s de laatste jaren sterk aangescherpt. Er is al veel progressie geboekt als het gaat om de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. De hoeveelheid werkzame stof per hectare is de laatste jaren teruggebracht van 12 naar 5 kilo. Deze reductie is voor een belangrijk deel bewerkstelligd door meer biologische bestrijding in te zetten.
Een ontwikkeling die zich volgens Musters lijkt door te zetten, is dat retailers steeds vaker bovenwettelijke lijsten hanteren voor wat wel en niet is toegestaan op het vlak van residuen. Hierbij leggen retailers de lat steeds hoger. Musters: “Waar de sector in toenemende mate te maken krijgt met retailers die slechts 70 of 50 procent van de wettelijk toegestane hoeveelheid MRL tolereren, vindt nu al een verschuiving plaats
naar 30 procent. De vraag is hoever deze ontwikkeling kan doorgaan.” Telers zouden graag zien dat retailers meer oog hebben voor de praktische uitvoerbaarheid van maatregelen. Terug naar 30 procent van de wettelijk toegestane hoeveelheid MRL betekent bijvoorbeeld dat telers de dosering van hun gewasbescherming moeten aanpassen, waardoor het risico van resistentieontwikkeling fors toeneemt, stelt Musters. “Als vervolgens een zwaarder correctiemiddel moet worden ingezet om een ziekte of plaag het hoofd te bieden, bereik je uiteindelijk het tegenovergestelde. Dit is een ongewenste ontwikkeling.”
Meer kennis retailers
Verhoging van het kennisniveau van de retailers zou een belangrijke stap in de goede richting zijn. Dit zou veel ongewenste situaties voorkomen. Het is bijvoorbeeld niet ongebruikelijk dat afnemers keer op keer monsteranalyses willen in de eerste drie tot vier maanden van de teelt. Maar drie weken
Over MPS
MPS verzorgt audits voor certificeringsschema’s, niet alleen op het vlak van voedselveiligheid, maar sectorbreed. Zo certificeert MPS bedrijven niet alleen voor MPS-schema’s, maar bijvoorbeeld ook voor RHP, Groenkeur en Certificatie Distributie in Gewasbeschermingsmiddelen(CDG).
032 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VOEDSELVEILIGHEID & KWALITEIT
na het begin van de teelt, starten veel telers met biologische bestrijders en die verdragen geen chemische middelen. Musters: “Als een correctie met een chemisch middel al noodzakelijk is, dan passen zij dat in elk geval al nooit toe in de eerste drie tot vier maanden. Monsteranalyses in die periode zijn dus eigenlijk onzinnig.”
Voorkomen verontreiniging
Om mogelijke risico’s op microbiologische verontreiniging na een bespuiting te voorkomen, wordt er steeds minder vaak met bassinwater gespoten. Men gebruikt steeds vaker leidingwater. Zo kan een eventuele verontreiniging worden uitgesloten. Daarnaast geven telers steeds meer middelen via de druppelslangen mee, waardoor het water niet in aanraking komt met de vruchten en de planten. Anders dan verwacht is de weten regelgeving voor microbiologie na de EHEC-crisis niet in alle breedte aangescherpt. Anders dan in andere verssegmenten, zoals vlees en zuivel, is de AGF-sector min of meer verschoond gebleven van strengere wet- en regelgeving op dit vlak. “Zeker bij producten die bewerkt worden, is dit echter eigenlijk wel wenselijk”, vindt Musters. Potentiële risico’s zijn bijvoorbeeld vervuild waswater bij het wassen van pro-
ducten of het gebruik van een vervuild mes bij het snijden. Ook het gebruik van transportbanden brengt een risico met zich mee bij de verwerking van onbewerkte vruchtgroenten. Hoewel de theorieën over dit onderwerp uiteenlopen, is het niet ondenkbaar dat er bacteriën aan de buiten-
van andere producten. Daar komt nog bij dat selderij niet wordt bewerkt, zoals met sommige andere groenten wel het geval is. De selderij blijft hierdoor altijd goed zichtbaar en herkenbaar.” Wel staat er bij veel sorterende en verwerkende bedrijven in de AGF-sector een ban op het eten van pindakaas. Maar de allergenenproblematiek laat zich op geen enkele manier vergelijken met bijvoorbeeld de bakkerijsector. Als daar pinda’s worden verwerkt, wordt er standaard met twee lijnen gewerkt: één die gebruikt wordt voor het product waarin pinda’s verwerkt worden en één die pindavrij gehouden wordt.
Harmonisatie gewenst
kant van vruchtgroenten blijven plakken. Die bacteriën kunnen zich vervolgens op de transportband vastzetten, waarna ze een volgende partij kunnen besmetten die over dezelfde band gaat.
Allergenen spelen nauwelijks een rol Anders dan in andere verssectoren speelt de allergenendiscussie in de AGF-wereld nauwelijks. Het risico van allergenen speelt uitsluitend bij selderij. Drie tot tien procent van de Midden-Europese bevolking reageert hier allergisch op. Bedrijven die betrokken zijn bij de productie, opslag en distributie van selderij zijn goed ingericht op het voorkomen van risico’s. Het wordt apart opgeslagen en gescheiden gehouden
Hoewel er over het belang van certificering binnen de AGF-sector geen discussie is, gaan er wel steeds vaker stemmen op voor een vereenvoudiging. Er zijn voorbeelden bekend van partijen die te maken hebben met twaalf verschillende certificeringsschema’s, variërend van managementvoorschriften zoals ISO tot branchebrede Engelse en Duitse voorschriften zoals BRC en IFS. Daarnaast wordt de sector in toenemende mate geconfronteerd met klantspecifieke voorwaarden, zoals Field to Fork van Marks & Spencer. Een complicerende factor is dat deze audits lang niet altijd door dezelfde certificerende instellingen mogen worden uitgevoerd. Het resultaat is dat telers of andere betrokkenen veel verschillende auditoren op het bedrijf krijgen die voor een belangrijk deel dezelfde vragen stellen en dezelfde auditfocus hebben. “Dit leidt ertoe dat veel betrokkenen een voorstander zijn van meer harmonisatie, zowel op het vlak van de certificaten zelf als op het vlak van de uitvoering van de audits.”
033
Miriam Musters, certificate-manager bij certificeringsinstelling MPS: “Meer kennis nodig bij retailers.”
‘Certificering in stroomversnelling gekomen’
• JAN HENDRIKS •
J. Hendriks van Tekstbureau Blitz schreef dit artikel in opdracht van MPS, www.my-mps.com
Partner in perfectie
Yama is dé specialist in Umami en Oosterse sauzen & ingrediënten. Of u nu in de horeca werkt, een groothandel heeft of producent bent van convenience food, verse maal tijden of kwaliteitssnacks. Als partner werken we met u samen aan gerechten die het verschil in de markt maken.
Een greep uit onze producten:
Teriyaki variaties
Green & Thai curry
Hartige smaakoplossingen
Umami smaken
Sojasauzen
MSG en alternatieven
Zoutreductie systemen
YAMA , Your s ilent foo d
YAMA, Your silent partner in famous food
Ingrediënten voor R&D en productontwikkeling
Fabrikanten van voedingsmiddelen zijn continu en actief op zoek naar ingrediënten voor hun R&D en productontwikkeling. Een geschikt platform hiervoor is Intrafood 2016 op 21 en 22 september in de Kortrijk Xpo in België.
Timmers Food Creations uit Nederland, en Ullrick &Short uit het Verenigd Koninkrijk.
Seminars
Op de komende editie is er een uitgebreid programma met seminars onder leiding van professor Koen Dewettinck van Universiteit Gent en door de stuurgroep van de vakbeurs. Het gratis programma is vanaf half juni te vinden op de website van de vakbeurs.
Platform voor voedingsindustrie
Sinds 2007 brengt Intrafood de voedingsindustrie in contact met leveranciers van ingrediënten in de ruimste zin van het woord. Het evenement is uitgegroeid tot de ontmoetingsplaats voor fabrikanten van food en beverage in de Benelux en Noord-Frankrijk, aldus de organisatie. Bezoekers vinden er naast ingrediënten ook creatieve en innovatieve oplossingen voor de samenstelling van nieuwe of bestaande producten. Een bezoek aan de tweejaarlijkse Intrafood is het moment voor verkennende en inspirerende contacten.
Expertise
Intrafood staat voor diepgaande gesprekken met specialisten over concrete pro-
Volgens de organisatie is het Intrafoodconcept uniek door een combinatie van een gespecialiseerde, goed gefocuste vakbeurs met inhoudelijke seminars en doorlopend hapjes en drankjes. Het evenement kent een hoog informatie- en netwerkgehalte. Vakbeurs, seminars en networking zijn gratis toegankelijk voor wie vooraf registreert op www.intrafood.be met code 840. blemen, ideeën of projecten. Dankzij de relatieve kleinschaligheid van het beursconcept waarbij de organisatie inzet op sfeer met gratis catering, beperkt de beurs zich niet tot het uitwisselen van visitekaartjes, maar zit men rond de tafel.
Dynamische leveranciers
Ingrediënten als bepalende bouwstenen van het productieproces spelen de hoofdrol op de Intrafood. Op het moment van schrijven staan al zeventig bedrijven op de deelnemerslijst. Naast tientallen vaste deelnemers zijn er ook heel wat bedrijven die voor het eerst deelnemen aan Intrafood. Voorbeelden zijn Colin Ingredients uit Frankrijk, Foodway, Frupeco, Ongena Uien en Syros uit België, Lutèce Food Ingredients en
Intrafood 2016
Intrafood is de vakbeurs voor grondstoffen, ingrediënten, additieven, hulpstoffen en halffabrikaten voor de voedingsindustrie in de Benelux en Noord-Frankrijk. De actuele lijst met exposanten is te vinden op de website. Het gedetailleerde programma van seminars en workshops is daar vanaf halverwege juni beschikbaar.
Meer informatie via exhibitionmanager Samie Boudry, +32 (0)56 24 11 46, intrafood@kortrijkxpo.com, www.intrafood.be
035 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 VAKBEURS INGREDIËNT & PRODUCT
Intrafood staat voor diepgaande gesprekken met specialisten over concrete problemen, ideeën of projecten.
• WILLEM-PAUL DE MOOIJ •
Nestlé schaakt op meerdere borden
Het Zwitserse voedingsmiddelenbedrijf Nestlé behaalde vorig jaar een wereldwijde omzet van bijna 81 miljard euro. Daarvan gaat 1,6 procent naar R&D. Innovaties zijn cruciaal voor het succes. Die moeten niet alleen inspelen op de megatrends in food als clean label, gezondheid en online shoppen, maar ook op de verschillende markten wereldwijd.
VMT vertelt Frank Lehmann, hoofd van Innovation & Partnerships bij Nestlé, dat herformulering een van de belangrijke speerpunten is in het R&D-beleid.
Gezondere producten is een van de belangrijke trends. Welke andere signaleert u?
eigen aanpak. Als consument heb je een sterke visie op bewerkte voedingsmiddelen. Maar op het moment dat je staat te koken of bij een tankstation trek krijgt in een reep chocola, stel je jezelf daarover niet zoveel vragen. En als je in een restaurant zit, vraag je je ook niet af waar de voedingsmiddelen vandaan komen. We proberen voor de verschillende kanalen met de juiste producten de juiste consumenten te bereiken. We constateren dat nieuwe businessmodellen opkomen en dat kleine start-ups deze gaten opvullen. Aan de hand van die businessmodellen bepalen we onze strategie. Dan bezien wat we in die segmenten kunnen doen. We volgen de ontstane trends op de voet en proberen erop in te spelen.”
In maart liet Nestlé-topman Paul Bulcke zich in het Financieele Dagblad uit over gezond eten. Volgens hem bestaan daarover bij consumenten heel veel misverstanden, zoals: hoe minder calorieën een product bevat hoe beter het is. Een mens is toch niet pas gezond als hij nooit een stuk chocolade eet, stelt Bulcke retorisch. Toch heeft Nestlé naar eigen zeggen de afgelopen jaren hard gewerkt aan de reductie van suiker, vet en zout in producten. In een vraaggesprek met
“We hebben te maken met twee dingen: science push en consumer pull. De consument is ontzettend belangrijk. We luisteren naar de consument en kijken naar de belangrijkste trends. Consumenten kiezen voor of het duurdere of het goedkopere segment. Ze kopen dus of meer premiumproducten of goedkopere producten. Een tweede trend is meer out-of-home-shopping en out-of-home-eating. Daaraan moeten we ons aanpassen. Je kunt dan denken aan e-commerce en smart health. Wat op de iPhone begon, verplaatst zich nu naar andere apparaten, naar keukens en het beïnvloedt je dagelijkse gedrag. Denk maar aan voedingsapps die je vertellen wat je het beste kunt eten.
Een andere consumententrend is het eten van minder bewerkte voedingsmiddelen. Wat doet Nestlé daarmee?
“Elke productgroep heeft hiervoor een
Ontwikkelen jullie ook nieuwe producten binnen die trend?
“We gaan voor minder suiker en verzadigd vet, in nieuwe producten én de bestaande lijn. We proberen voor zo natuurlijk mogelijk te gaan. We onderzoeken bijvoorbeeld hoe we suiker anders kunnen structureren of hoe we een alternatief kunnen gebruiken. Fruit als suikervervanger is hiervan een voorbeeld. Ook bekijken we hoe fruitvezel als opvulmiddel te gebruiken in onze producten. Dat is een groot deel van R&D en een belangrijk onderdeel van wat we doen binnen onze innovatiestrategie.”
Hoe ver en snel kun je gaan? Voor critici gaat het niet snel genoeg.
“Het is geen simpel proces. Suiker heeft nog andere eigenschappen in een product dan alleen zoetheid. Wat we moeten doen, is met technologie en hulp van wetenschappers on-
036 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 ECONOMIE & BEDR IJVEN
Frank Lehman behoort tot Nestlés wereldwijde R&Dteam.
INTERVIEW
derzoeken hoe we de suiker kunnen verminderen of hoe we de structurele samenstelling van de suiker kunnen veranderen in producten door het te vervangen door iets natuurlijks. Dat is best een complex proces. We zitten nog in de onderzoeksfase.”
Dus als consumenten meer vragen om producten met minder suiker, gaan jullie dan ook sneller?
“Nee, we zullen niet zozeer sneller gaan. We ‘renoveren’ al duizenden producten per jaar. Dat hebben we ook bekendgemaakt op onze website. Neem bijvoorbeeld Nesquik, een chocolademelkpoeder. Daarin hebben we de afgelopen jaren het suikergehalte met meer dan 38 procent verlaagd. Zo zijn er heel veel producten waarbij we het gehalte suiker, zout en verzadigd vet reduceren. Tegelijkertijd kijken we uit naar nieuwe technologieën, waar we aan gaan werken binnen R&D. Helaas kunnen we daar op dit moment nog niet veel over zeggen. Maar die nieuwe technologieën zullen ons in staat stellen om nog meer aan de wensen van de consumenten te voldoen.”
Hoe houdt Nestlé in zijn innovatiebeleid rekening met de verschillende consumentengroepen? De wereldwijde consument bestaat namelijk niet.
“Verschillende markten hebben verschillende ambities als het gaat om eten. Je moet dus goed in het oog houden wanneer een markt klaar is voor een bepaalde innovatie. We hebben meestal een wereldwijd of regionaal, bijvoorbeeld Europees, concept. Dit stemmen we dan af op de behoeften van de lokale markten. Er is bijvoorbeeld een standaard-idee bedacht voor bakpapier voor Europa: Maggi Mals en Kruidig. Dan zet je die op verschillende manieren in voor de verschillende keukens. De kruiden of toepassing voor Nederland zijn anders dan wat we zouden doen voor Griekenland of Spanje. Uiteindelijk komt het hierop neer: innovaties zijn globaal, consumenten zijn lokaal. We hebben dus een innovatieplatform op basis wat we vervolgens toespitsen
op verschillende markten. Dat geldt overigens niet voor alle productgroepen. Bij dierenvoeding is het platform veel breder toepasbaar dan bij humane voeding.”
Op welke manier innoveren jullie?
“We hebben net als de meeste bedrijven een duidelijk, strak innovatieschema, waarin we proberen te verzekeren dat het proces van innovatie is gewaarborgd. Van het idee tot
potentieel heeft voor verschillende markten. We brengen natuurlijk liever een nieuw product uit in heel Europa dan alleen in Nederland of bijvoorbeeld Zwitserland. Maggi Mals en Kruidig hebben we in heel Europa uitgebracht. Nu zijn we dit ook aan het uitrollen naar andere delen van de wereld. Dat is onze belangrijkste drijfveer: dat we het in verschillende markten kunnen uitbrengen. Dat we een groot aantal verschillende consumenten aantrekken.”
aan de uitvoering. Dat is een proces met verschillende fasen. We hebben een zeer brede trechter, dus we kijken naar honderden ideeën per jaar. We stellen dan altijd de belangrijke vragen. Is het technisch haalbaar? Is het aantrekkelijk voor de klant? En uiteindelijk: kunnen we er geld mee verdienen? Van die honderden ideeën blijven er een paar over die we voorleggen. Het gaat dus niet om het aantal innovaties, maar meer dat we er zeker van zijn dat het
Kunnen we van Nestlé dit jaar nog doorbraakinnovaties verwachten?
“Dit jaar zullen er verschillende substantiële multimarket-lanceringen zijn in een aantal categorieën. Het komend jaar verschijnen binnen sommige categorieën grote, nieuwe producten.”
037
‘Innovaties zijn globaal, consumenten zijn lokaal’
• MAURICE DE JONG, WILLEM-PAUL DE MOOIJ •
Babyvoeding is een belangrijk groeisegment in de voedingsindustrie.
Uw partner in food-engineering projecten
“Uticon weet wat er in de productieomgeving van levensmiddelen speelt op het gebied van regelgeving, hygiëne, high, medium en low care zaken; zaken die in onze productieomgeving op de eerste plaats komen. Wij ervaren de samenwerking met Uticon als zeer goed.”
Hans Hessing directeur Operational Excellence Hessing
Uticon is een multidisciplinair advies- en ingenieursbureau, specifiek gericht op de voedingsmiddelenindustrie. We ondersteunen onze relaties vanaf de eerste ideeën tot en met de inbedrijf name. Tal van innovatieve technologieën worden naar praktische ontwerpen vertaald met extra zorg voor de implementatie. Al 30 jaar ‘ontzorgen’ wij onze klanten in zowel deel- als totaalprojecten. Met meer dan 100 ervaren ingenieurs zijn we perfect in staat een totaalproject te leiden maar evenzeer flexibel genoeg om gericht uw eigen team te versterken.
Interesse in werken bij Uticon? Neem contact op met Danny Posno via +31 40 29 74 680.
Apeldoorn | Eindhoven | Yerseke | Gent
T +31 40 29 74 600 | E info@uticon.nl | I www.uticon.nl
Een kwestie van smaak
Het succes van uw product vraagt om precies de juiste smaak.
Moet het zoet, zuur, zout of bitter? De juiste smaak is een belangrijk aspect als het gaat om het bereiden van voeding. De SAMSON regelventielen in uw proces houden de door u zorgvuldig bepaalde smaak op peil.
Pas het volledig EHEDGgekeurde aseptische ventiel type 3249 of sanitaire ventiel type 3347 toe en u heeft een grote zorg minder.
REGELTECHNIEK B.V. Signaalrood 10 · 2718 SH Zoetermeer Tel.: 079 361
· Fax:
361 59 30
www.samson-regeltechniek.nl SAMSON GROUP
A01001NL
SAMSON
05 01
079
info@samson-regeltechniek.nl
· www.samsongroup.eu
VAKBEURS
Innovaties op Empack
Dit was het eerste jaar dat Empack samen met Makropack de deuren opende. Het was daarom ook de eerste keer dat de Brabanthallen werden ingeruild voor de Jaarbeurs. Ook duurde de beurs een dag langer. De organisatie was tevreden over de opkomst van zowel exposanten, een kleine 400, en bezoekers (ongeveer 9.200). Thema’s op de beurs waren duurzaamheid, webretail en technologie. In 2017 wordt Empack weer in de Brabanthallen in Den Bosch gehouden, voor het eerst gecombineerd met de vakbeurzen Automation en Logistics & Distribution.
Verpakkingen van afbreekbare materialen zijn gewild. Ook in pouchverpakkingen. LH Packaging, leverancier van folie en machines, toonde pouchverpakkingen van biomaterialen zoals rijstmeel en kokos. Een medewerker van het bedrijf geeft aan dat bioverpakkingen wel lastiger te verwerken zijn. Kunststoflagen plakken makkelijker aan elkaar.
LH Packaging toonde ook een machine waarmee zakjes met koffie konden worden gevuld. De machine is een Koreaanse vinding die LH Packaging in de Benelux aan de man brengt.
Bunzl toonde de Foodmailer, een koelverpakking die geheel is gemaakt van karton. Deze verpakking is speciaal ontwikkeld voor e-commerce en moet maaltijden koel houden. Daarna kan de verpakking bij het oud papier. Met een speciale app kan de retailer eenvoudig berekenen hoeveel icepacks nodig zijn bij een bepaalde producthoeveelheid, buitentemperatuur, levertijd en gewenste afleverdatum.
De Deense verpakkingsproducent Schur toonde zijn gepersonaliseerde flexibele verpakkingen, zoals plastic verpakkingen in de vorm van een weckpot. De machines kunnen verschillende verpakkingen verwerken. Binnenkort komt de snackgroenten in een gespecialiseerde verpakking op de Nederlandse markt. Greenco ontwikkelde samen met Schur een snackverpakking in de vorm van een sportshirt voor een gezonder aanbod in de sportkantines.
GEA
is handig voor het verpakken van geraspte kaas of salade waar kleine stukjes tussen de seal kunnen blijven zitten en een lekke verpakking veroorzaken. Ultrasoon sealen gaat door de kleine stukjes heen, waardoor lekken wordt voorkomen. Er is niemand meer nodig voor een handmatige controle. In de Benelux staan al tientallen van deze machines.
039 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 TECHNOLOGIE & TECHNIEK
• DIONNE IRVING •
toonde op de Empack een verticale verpakkingsmachine die ultrasoon sealt. Dit
Een fotoverslag van een paar opvallende innovaties.
Berekenen mate van duurzaamheid
Rekenmodel TIFN geeft inzicht in grootste winst
Met welke maatregelen boek je als bedrijf de grootste duurzaamheidswinst? Door de logistiek te veranderen?
Door te investeren in waterbesparingen? Of door andere grondstoffen te gebruiken? Omdat het appels met peren vergelijken is, lijkt het een onmogelijke keuze. Een rekenmodel van TIFN geeft bedrijven zicht op zowel duurzaamheidswinst als economische consequenties.
Om de voedingsmiddelensector te ondersteunen bij verduurzaming hebben FNLI en CBL gezamenlijk een project gefinancierd bij TIFN. In het project heeft een groep onderzoekers van Wageningen University, Food & Biobased Research en NIZO Food Research een rekenmodel ontwikkeld dat op basis van exergie een uitspraak kan doen over de mate van duurzaamheid van een proces, product of keten. Exergie is een maat voor het totale verbruik van energie, grondstoffen, water, chemicaliën en bij-
producten. Projectleider Friso van Assema van TIFN: “Hoe minder exergie je verliest, hoe duurzamer een proces, product of keten is. Het mooie van het model is dat je er heel goed mee in kaart kunt brengen wat voor effect een alternatief proces of een andere inrichting van de keten heeft.”
Productieketen in beeld
TIFN heeft het model in de praktijk getest op twee cases. In de ene case werd de hele productieketen voor champignons tegen het
licht gehouden. In de andere case werd onderzocht wat de duurzaamste methode is voor de verwerking van brood dat terugkomt uit de supermarkt. Bij de ene case was substraatproducent en champignonverwerker C4C de opdrachtgever.
Caroline van der Horst, R&D-directeur bij C4C: “Het onderzoeksteam heeft de volledige productieketen in kaart gebracht: de grondstofstromen, het energieverbruik bij elke productiestap, de vrijkomende reststromen en de productiestroom zelf. Daarbij keken de onderzoekers verder dan onze eigen activiteiten. Ook de processen bij onze champignontelers brachten ze in kaart. Dat geheel leverde een prachtig overzicht op.”
Transport
Met de gegevens hebben de onderzoekers een aantal mogelijke optimalisaties
041 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 DUURZAAMHEID & MVO
Exergieschema van champost.
doorgerekend. Van der Horst: “Dekaarde wordt op twee locaties geproduceerd. Een aantal productiestappen worden in Moerdijk gedaan. In Milsbeek vinden de laatste productiestappen plaats. In het rekenmodel hebben we onderzocht of concentratie van de productie op één locatie duurzaamheidswinst oplevert. Dat blijkt inderdaad een verbetering te zijn, maar niet zo groot als ik verwacht had. Transport draagt veel minder aan exergie bij dan ik gedacht had.”
Verwerking champost
Het onderzoeksteam heeft ook berekend hoe champost het beste verwerkt kan worden.
Van der Horst: “We hebben twee opties onderzocht: opwerken van de champost tot nieuw substraat of vergisten van de champost tot dekaarde. Beide opties verbeteren de duurzaamheid van de productie, waarbij opwerking tot substraat verreweg het meeste oplevert. In onze R&D-afdeling werken we beide opties verder uit. De technologische uitdagingen bij opwerking naar substraat zijn een stuk groter dan bij vergisting naar dekaarde. Toch zetten we in op beide opties omdat de opwerking naar substraat veel meer duurzaamheidswinst oplevert.”
Financiële consequenties
Het rekenmodel van TIFN rekent ook de financiële consequenties van een aanpassing door. Van der Horst: “In veel gevallen zie je dat exergiewinst hand in hand gaat met financiële opbrengsten. Bij een lager verbruik van grondstoffen, energie en water ligt dat voor de hand. Ook voor de verwerking van reststromen naar toepassingen is het duide-
lijk dat duurzaamheid en economie hand in hand gaan. Bij logistieke optimalisaties zie je het echter minder. Door de lage olieprijs wordt slimme logistiek financieel minder goed beloond dan je zou denken. De overheid zou daar best sterker op kunnen sturen.”
Brood
In de tweede case zette het onderzoeksteam verschillende opties voor de verwerking van retourbrood op een rijtje. Onderzoeker Jan Broeze van Food & Biobased Research en Filippos Zisopoulos, aio bij Wageningen University, waren betrokken bij de retourbroodcase: “Samen met Peter Weegels van bakkerijgrondstoffenleverancier Sonneveld
Nieuw deeg
Broeze en Van Assema pakken er een grafiek bij die weergeeft hoe duurzaam elke optie is. Broeze: “Je ziet meteen dat het retourbrood als afval beschouwen verreweg het minst duurzaam is. Energieopwekking met brood is al een stuk beter. Je gebruikt dan nog 35 procent van de theoretische waarde. Met volledig verwerken tot veevoer maak je 60 procent van het verlies nog goed. De methode van Sonneveld om het afvalbrood met een starter om te zetten in nieuw deeg scoort verreweg het beste: je benut dan nog 80 procent van de oorspronkelijke waarde.”
Van Assema vult aan: “Elke doorgerekende optie bevat een heel andere productieketen. Dankzij dit model kunnen we ze toch heel goed onderling vergelijken en duidelijke uitspraken maken over de mate van duurzaamheid van de verschillende opties.”
Economisch perspectief
Group hebben we gegevens verzameld over het productieproces van brood en over de verschillende mogelijke verwerkingsmethodes voor retourbrood”, zegt Broeze. Weegels: “We hebben alle gangbare opties die we in de bakkersbranche kennen laten doorrekenen: afvoer van het retourbrood als afval, gebruik van de restanten voor verwarming van de ovens en verwerking tot veevoer. Bij die laatste optie hebben we gekeken wat het verschil is tussen alle restanten naar veevoer en het verwerken van alleen het brood uit de winkels naar veevoer. Tot slot hebben we ook gekeken hoe duurzaam onze methode is waarbij restanten de basis vormen voor nieuw deeg.”
Inzicht in duurzaamheid én economie is heel belangrijk, vinden zowel Van der Horst als Weegels: “Je wilt in één oogopslag weten welke opties financieel realistisch zijn.” Sonneveld en C4C werken in verschillende onderzoeksprojecten aan de concrete uitwerking van de aanbevelingen uit het model. “Maar zelfs als je geen vervolg geeft aan de uitkomsten blijft de deelname nuttig,” zegt Van der Horst: “Het visualiseren van je productieprocessen en het kunnen doorrekenen van verschillende scenario’s levert zeer waardevolle informatie op. Wij gaan het rekenmodel zeker vaker inzetten bij managementbeslissingen.”
Van Assema heeft in zijn project de ruimte om het model nog één keer te testen op een echte case en is op zoek naar een geïnteresseerd bedrijf. Weegels kan het zijn collega’s aanraden: “Je bent een paar dagen kwijt met het verzamelen van gegevens, maar de resultaten zijn dat dubbel en dwars waard.”
VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 042
Het rekenmodel is in de praktijk getest op twee cases, waaronder een champignonverwerker.
‘We gaan het rekenmodel vaker inzetten’
• BERT VAN REES • B. van Rees is freelance journalist
Pascalisatie, dé gezonde techniek van conserveren Pascal Processing, uw gecertificeerde HPP-partner Bel of mail site manager Willem van de Ven voor meer informatie +31 (0) 492 71 39 34 vandeven@pascalprocessing.com | Scheepsboulevard 3, Helmond | www.pascalprocessing.com 100% smaak Drie tot tien keer langer houdbaar 100% Clean Label 100% veilig Wat betekent dat voor uw producten?
Pascalstraat 25 | 6716 AZ | EDE |
Tel nr: 0318 649 444 | Email: info.nl@mxns.com
Horizontale trommelmenger
Lindor komt met de Lindor L25000, volgens eigen zeggen de grootste horizontale trommelmenger ter wereld. Ondanks het grote volume van 25.000 liter, is de menger ook geschikt voor kleinere volumes.
De menger beschadigt de producten niet. De roestvaststalen trommel met een diameter van 3,6 meter is geschikt voor een batchgewicht van zo’n 15.000 kilogram en roteert met maximaal vier omwentelingen per minuut. De menger is geschikt voor batches vanaf 2.500 liter, waardoor hij flexibel inzetbaar is. De meeste producten zijn binnen vier tot zeven minuten homogeen gemengd, waarna de trommel zichzelf leeg draait. Deze mengtechniek oefent volgens de fabrikant geen mechanische krachten op het product uit, waardoor breuk en opwarming vrijwel niet voorkomen en de producten hun uitgangskarakteristieken behouden. Dit maakt deze grote menger ook geschikt voor kwetsbare granulaten, poeders en natuurproducten, zoals die vaak voorkomen in onder meer de voedselverwerkende industrie.
www.lindor.nl
Ecopouch
De ecopouch van Scelta Mushrooms heeft tijdens Alimentaria de International Award voor het beste internationale product in de wacht gesleept. Champignons worden in hun eigen vocht gekookt na verpakt te zijn in de pouch. Er is geen zout toegevoegd. Het resultaat is een product dat volgens het bedrijf het beste van verse en geconserveerde champignons combineert. Het vocht kan ook gebruikt worden als natuurlijke basis voor onder meer soepen, fonds en sauzen.
www.sceltamushrooms.com
VOEDINGSMIDDELEN LABORATORIUM Flexibel,
advertentie
Bierverpakking met sensor
Bierbrouwer SABMiller komt met een bierverpakking met een ingebouwde smart sensor. Die laat zien of het bier de juiste temperatuur heeft om te drinken. De sensor geeft met één druk op de knop weer hoe koud het bier is. De innovatie is niet helemaal zelf bedacht, maar borduurt voort op thermochromatische inkt. Dit is inkt die van kleur verandert bij wijzigingen in temperatuur. De bierbrouwer werkte voor de ontwikkeling samen met het Duitse Fraunhofer Instituut en heeft inmiddels patent aangevraagd.
www.sabmiller.com
Detecteerbare schroefzadels
Kabelmanagement voor de levensmiddelenindustrie is volgens HellermannTyton pas compleet als ook de schroefzadels detecteerbaar zijn uitgevoerd.
In de levensmiddelenindustrie worden detecteerbare bundelbanden veelvuldig toegepast. Om nog meer zekerheid in te bouwen en kabelmanagement te perfectioneren, zijn nu ook schroefzadels in detecteerbare uitvoering leverbaar, aldus HellermannTyton. De zadels zijn net als bundelbanden vervaardigd uit PA66 waaraan metalen deeltjes zijn toegevoegd. Daardoor kunnen ze worden gedetecteerd met zowel metaaldetectoren als röntgensystemen.
De zadels zijn leverbaar in 19x19 mm (type MCMB3) of 28x28 mm (type MCMB4).
www.hellermanntyton.nl
YOUR PARTNER IN QUALITY ASSURANCE
Analyses:
Allergenen (ELISA+PCR), voedingswaarde, mycotoxinen en andere contaminanten, microbiologie, microscopie, GMO, vleestypering, NIR enz. Ook voor: Labelcheck, verhandelbaarheidsrapporten, monstername en advies.
045 MEER TECHN ISCH NIEUWS OP WWW.VMT.NL VMT . 27 MEI 2016 . NR 7
TECHNISCH NIEUWS
Nutrilab B.V. Burgstraat 12 4283 GG Giessen Tel: 0183-446 305 www.nutrilab.nl info@nutrilab.nl
gepassioneerd, betrokken
046 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7
VMT 8 (17-06) Opleiding & Arbeidsmarkt
VMT 10 (26-08) Voedselveiligheid: labanalyses
VMT 11 (16-09) Technologie
VMT 13 (21-10) Duurzaamheid: integriteit
Ingrediënten:
VMT 15 (25-11)
healthy ageing
genoemde data zijn publicatiedata. Sluitingsdatum voor redactionele bijdragen is 6 weken voor publicatie. Sluitingsdatum voor adverteren is 2,5 week voor publicatie.
VOEDINGSMIDDELEN, MANAGEMENT EN TECHNOLOGIE VISION IN DE LIFT PRODUCTEMOTIES METEN Slimme foodproductie Thema: SamenEventFood2015 waarmaken!Kijkoppag.24 VEILIGHEID EETBARE INSECTEN • DUURZAME PARTNER ANUGA FOODTEC: FOCUS VOEDSELVEILIGHEID Duurzame ingrediënten WWW.VMT.NL EDITIE 6 VOEDINGSMIDDELEN, TECHNOLOGIE AANTOONBAAR DUURZAAM ZIJN VION EXTREEM TRANSPARANT WAT ZEGT EEN LABEL? DUURZAAM INKOPEN KEURMERKEN ALS OPLOSSING RISICO’S CHEMISCHE CONTAMINANTEN Aantoonbaar duurzaam Thema: 2015 EDITIE 13
HANDS? THE TEMPERATURE CONTROL SPECIALISTS. VE HUUR. VERKOOP. SERVICE. WWW.ICSCOOLENERGY.NL
VMT 16 (16-12) Trends in de toekomst Alle
VMT - Thema’s 2016
IS YOUR TEMPERATURE CONTROL IN SAFE
Personalised nutrition
Meer dan ooit is de voedingssector hot. Op het vlak van onderzoek, industrie, handel, foodservice en (e-)retail is er sprake van grote en elkaar versterkende dynamiek.
Relatief nieuwe ontwikkelingen zoals voeding en gezondheid op persoonlijke maat, oftewel personalised nutrition and health, vragen professionals in te spelen op veranderende marktkansen. Consumenten zijn veel bewuster en voeden zich graag met voeding die echt bijdraagt aan hun gezondheid. Tijdens het seminar is er informatie over de huidige stand van zaken en de nieuwe mogelijkheden van onderzoek en business in personalised nutrition.
Datum: 31 mei, Locatie: Wageningen
Conferentie Chocovision
Chocovision is een tweejaarlijkse B2B-conferentie voor business en opiniemakers in de cacao-, chocolade- en retailindustrie. Tijdens de conferentie voeren keystakeholders strategische discussies over onder andere duurzaamheid. Het thema voor 2016 is Make it Matter From cocoa to chocolate – Explore. Empower. Exchange. Een van de keynotesprekers is sir Bob Geldof.
Datum: 7-9 juni, Locatie: Davos (CH)
Food Law Event
Cursussen Beurzen Congressen
27-mei Training BRC in de praktijk, Doorn
27-mei GMP+ FSA, Doorn
27-mei CIP-Innovatieve reinigingstechnieken
30-mei Cursus preventiemedewerker, Utrecht
31-mei Seminar Personalised nutrition and health: Hoe ver zijn we?
31 mei-1 juni Cursus HACCP-coördinator, Wageningen
1-juni Beheersing microbiologische risico’s van kant-en-klare levensmiddelen, locatie nader te bepalen
7-juni Allergenen Management, Breda
7-juni Cursus HACCP voor HACCP-teamleden, Zaltbommel
7-juni Seminar Listeria monocytogenes in kanten-klare levensmiddelen, Wageningen
7-9 juni Chocovision, Davos (CH)
9-juni Workshop Microbiologie, Zaltbommel
9-10 juni Free From Food Expo, Amsterdam
9-10 juni Sustainable Foods Summit, Amsterdam
10-juni Training Etikettering, Doorn
13-juni Training HACCP voor HACCP-teamleden, Doorn
.www.chocovision.ch
VMT’s jaarlijkse bijeenkomst Levensmiddelenwetgeving is uitgebouwd tot het jaarlijkse Food Law Event, zodat behalve een breed overzicht ook diepgang bij meerdere onderwerpen kan worden gerealiseerd. Het Food Law Event kent ’s ochtends een plenaire opening met enkele keynotesprekers, gevolgd door diverse parallelsessies die zijn georganiseerd met (kennis)partners Précon Food Management, Axon Advocaten en AKD Advocaten. Daarin worden actuele onderwerpen uitgediept en bediscussieerd. Voordeel van de nieuwe opzet is dat deelnemers meerdere programmaonderdelen kunnen volgen of daaruit zelf een programma kunnen samenstellen door tussen parallelsessies te hoppen.
Datum: 16 juni, Locatie: ’s-Hertogenbosch
13-juni Algemene ledenvergadering Flander’s FOOD en Fevia, Gent (BE)
14-juni Cursus Big data driven market research, how to do it?, Wageningen
14-juni Competenties, voedselveiligheid en aansprakelijkheid, Zwolle
14 juni-5 juli Kennismaking MVO in Food, Den Bosch
14-juni Workshop GlobalGap IFA-versie 5, Zaltbommel
16-juni Food Law Event, Den Bosch
21-24 juni Automatica 2016, München (DE)
29-juni Flander’s FOOD Slotevent Sensors For Food/kick-off i-FAST, Affligem (BE)
047 KIJK VOOR DE VOLLEDIGE AGENDA OP WWW.VMT.NL VMT . 27 MEI 2016 . NR 7
AGENDA
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . www.wageningenur.nl
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .www.vmt.nl/Foodlawevent
Voor de volledige agenda: www.vmt.nl
Voedingsmiddelen, Management en Technologie is hét mediaplatform voor de voedings-, genotmiddelen- en drankenindustrie in Nederland en België. VMT is opgenomen in Food Science and Technology Abstracts (FSTA) en is een voortzetting van Conserva en Voeding + Techniek, waarin opgenomen het internationaal tijdschrift voor Brouwerij & Mouterij. VMT verschijnt 16x per jaar.
MYbusinessmedia
Mr. H.F. de Boerlaan 28
7417 DA Deventer
Postbus 58
7400 AB Deventer
T 0570 504065
F 0570 504080
E redactie.vmt@mybusinessmedia.nl
I www.vmt.nl
Uitgever
Suzanne Wanders
T 010 2894017
E s.wanders@mybusinessmedia.nl
Hoofdredactie
Willem-Paul de Mooij
T 010 2894065
E w.mooij@mybusinessmedia.nl
Eindredactie
Margo Verbiest
T 010 2894022
E m.verbiest@mybusinessmedia.nl
Redactie
Hans Damman
T 010 2894070
E h.damman@mybusinessmedia.nl
Dionne Irving
T 010 2894071
E d.irving@mybusinessmedia.nl
Maurice de Jong
T 010 2894041
E m.jong@mybusinessmedia.nl
Nathan Strik (webredactie)
T 0570 504380
E n.strik@mybusinessmedia.nl
Bianca van de Schraaf (stagiaire)
Redactie-adviesraad
Dr. ir. R.W. van den Berg; prof. dr. ir.
M.A.J.S. van Boekel; prof. dr. ir. M. Uyttendaele; F. Egberts, dr. ir. C.D. de Gooijer; M. Janssen; dr. P.M. Klapwijk; prof. dr. ir. A. Van Landschoot; ir. F. Lanting; ir. J. Maagd; A. Postema; ir. J. van de Put; drs. J. Stark (voorzitter); dr. W. Visser; Ir. E.J.C. Paardekooper (erelid)
Met medewerking van TNO, NIZO food research, Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Universiteit Gent, Universiteit Utrecht.
Advertentie Monique van Neutegem
T +31 6 50449402
E m.neutegem@mybusinessmedia.nl
Anneloes Veerman
T +31 6 12707014
E a.veerman@mybusinessmedia.nl
Marketing
Judith Verbeek
T +31 10 2894039
E j.verbeek@mybusinessmedia.nl
Vormgeving
Colorscan bv, www.colorscan.nl
Druk
Drukkerij Roelofs, Enschede
Abonnementen
Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen
kunt u:
Bellen met +31 10 2894008; Mailen naar klantenservice@vmt.nl; Schrijven naar MYbusinessmedia bv, VMT, Postbus 8632, 3009 AP Rotterdam.
Jaarabonnement VMT Optimaal
Nederland € 299,40.
Jaarabonnement VMT Magazine
Nederland € 227,40.
Jaarabonnement VMT Online
Nederland € 203,40.
Studentenabonnement € 104,79
Vacatureservice
Manager Productie
Vecozuivel / DUPP - Food Recruitment
Zeewolde
Relatiemanager Ingrediënten
AgroFair Benelux
Barendrecht
Salesmanager
Naturalicious Amsterdam-Zuid
Qualitymanager
Vandemoortele/ DUPP - Food Recruitment
Brunssum
Procestechnoloog
Oerlemans Foods/ DUPPFood Recruitment
Waalwijk
Manufacturingmanager
Oerlemans Foods / DUPP - Food Recruitment Waalwijk
Manager Operations Gut Rooms Europe (m/v)
HCW Recruitment Arnhem
Global Quality Assurance Engineer
Bavaria / BEACH Recruitment Lieshout
Proefabonnement (3 edities) € 29,Prijzen zijn excl. btw en € 3,95 administratiekosten. Beeindiging van het abonnement kan uitsluitend schriftelijk geschieden, uiterlijk drie maanden voor het einde van de abonnementsperiode; nadien vindt automatisch verlenging plaats.
ISSN 0042-7934
Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, waaronder begrepen het reproduceren door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm.
Publicaties geschieden uitsluitend onder verantwoording van de auteurs. Alle daarin vervatte informatie is zorgvuldig gecontroleerd. De auteurs aanvaarden echter geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventuele onjuistheden.
www.vmt.nl
Medewerker Specificatiebeheer en Labeling
Professionals in food
Zuid-Holland
Sensory Technical Leader Mars Nederland Veghel
Meer vacatures: zie vacatures.vmt.nl of check de QR-code
049 VMT . 27 MEI 2016 . NR 7 COLOFON
Voedingsmiddelenjaarboek en ingrediëntenwijzer 2016
Voedingsmiddelenjaarboek 2016
Dit boek geeft een overzicht van alle voedingsmiddelen producerende bedrijven in Nederland. Daarbij zijn ook de handelsorganisaties/retail in kaart gebracht. Daarnaast bevat het boek alle organisaties en instellingen die van belang zijn voor de voedingsmiddelenindustrie en is het onderwijs en opleidingenaanbod voor de sector in kaart gebracht. Opgenomen zijn verder de toeleveranciers van machines, apparaten, toebehoren en diensten die actief zijn in of zich richten op de voedingsmiddelensector. Ook adviesorganisaties zijn vermeld.
Ingrediëntenwijzer 2016
Dit naslagwerk geeft een overzicht van leveranciers van grondstoffen, ingrediënten en additieven voor de voedingsmiddelenindustrie. Daarbij zijn de ingrediënten overzichtelijk in kaart gebracht naar functionele eigenschappen. Tevens geeft de Ingrediëntenwijzer een overzicht van de additievenwetgeving met uitgebreide E-nummerlijsten in vijf talen.
Ook uw relaties mogen mee profiteren!
Als abonnee van VMT profiteert u van maar liefst 30% korting op extra exemplaren. Bestel nu deze uitgave voor uw relaties of collega’s en betaal slechts € 80,- ( i.p.v. € 114,95). Bestel een extra uitgave op vmt.nl/ voedingsmiddelenboekkorting
Adressen ook digitaal beschikbaar!
Op zoek naar adressen in de voedingsmiddelenindustrie? Wij bieden een overzichtelijk excel bestand geheel naar wens. Een selectie van verschillende voedingsmiddelensegmenten is mogelijk, bijvoorbeeld zuivel, agrifood, vlees- en visindustrie of bijvoorbeeld op postcodegebied. U betaalt slechts € 0,50 per adres. Interesse? Stuur een mail naar j.verbeek@mybusinessmedia.nl
NIEUW VERSCHENEN:
vmt.nl/voedingsmiddelenboekkorting
WE MAKE IDEAS WORK –
Uw ambitie is onze uitdaging, uw strategisch resultaat ons uitgangspunt. De kennis en ervaring van onze professionals in de voedingsmiddelenindustrie over de hele wereld staan borg voor vernieuwende oplossingen. Hygienic design, duurzaamheid, operational excellence, (voedsel-)veiligheid en compliance bepalen de ontwikkelingen in uw business.
Met kennis van de markt, van uw ambities, met visie op ontwikkelingen én met de toewijding om ieder project van A tot Z op tijd en binnen budget te leveren. Zo maken wij voor u, de beste ideeën werkelijkheid. Het stelt ons in staat uw partner te zijn op het juiste niveau. U staat niet alleen. Met integrale consulting & engineering oplossingen en professioneel project- en constructiemanagement; internationaal denken, lokaal doen. Flexibel, goed en veilig.
Tebodin is een multidisciplinair advies- en ingenieursbureau en onderdeel van Bilfinger SE, een internationaal opererende ‘engineering and services’ onderneming.
TEBODIN NETHERLANDS B.V. www.tebodin.bilfinger.com/food
–
ALS HET GOED IS, IS HET GOED.
Maar verbetering zit in een klein hoekje.
Certificeren? Dan moet u voldoen aan de norm. DNV GL toetst u snel en goed. Maar iedereen houdt van opstekers, niet van standjes. Daarom kijken we bij certificering ook naar wat goed gaat en zelfs nog beter kan. Op die gebieden die voor uw bedrijf of organisatie belangrijk zijn. Aandachtspunten waarop u zélf beoordeeld wilt worden. Certificering die net even verder voert. Want verbetering zit in een klein hoekje.
U kunt ons bereiken via 010 2922 700 of www.dnvgl.nl
Online beschikbaar!
Whitepapers over certificering, training, interne audits, tips & trucs
SAFER, SMARTER, GREENER
CERTIFICERING EN TRAINING