__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

1/2 februari 2020 jaargang 96

VAKBLAD OVER VEILIG EN GEZOND WERKEN

Gevaarlijke stoffen & werk LAISSEZ-FAIRE IS TE VER DOORGESLAGEN Taakdelegatie, oplossing of noodverband?

Arbo-vinger aan de pols: biomonitoring

Kritisch kijken naar gegoochel met getallen




     

arbo-academy.nl


Colofon

Goede werken

VAKBLAD ARBO IS EEN UITGAVE VAN VAKMEDIANET HOOFDREDACTEUR Jacqueline Joosten jacquelinejoosten@vakmedianet.nl EINDREDACTEUR Inge Mulder VASTE MEDEWERKERS Walter Baardemans, Bas van Batenburg, Ton Bennink, Marc Hek, Rob Poort, Tjabe Smid, Radbout van Wezel, Pascal Willems, Arthur Zanders en Walter Zwaard REDACTIEADVIESRAAD Peter Coffeng, Cecile de Roos, Jan Smid, Arthur Zanders en Walter Zwaard UITGEVER Maringo Vlijter ACCOUNTMANAGER Inge Klazema, telefoon 06 57942787 ingeklazema@vakmedianet.nl VORMGEVING & OPMAAK colorscan, www.colorscan.nl DRUK Ten Brink, Meppel ADRES Vakmedianet, Postbus 448, 2400 AK Alphen aan den Rijn www.arbo-online.nl ABONNEMENTENADMINISTRATIE klantenservice@vakmedianet.nl, tel. 088-5840888 ABONNEMENTEN Vakblad Arbo verschijnt 9 x per jaar. Jaarabonnement €254,41. Verzending buitenland per jaar € 29,50 (EU) en € 41,50 (niet-EU-landen). Prijzen zijn exclusief btw. Op alle uitgaven van Vakmedianet zijn de Algemene Voorwaarden van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. OPLAGE Door onafhankelijk accountant gecontroleerde oplage. Zie voor accountantsverklaring van Grant Thornton www.vakmedianet.nl. COPYRIGHT Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © Vakmedianet 2018 PUBLICATIEVOORWAARDEN Op iedere inzending van een bijdrage of informatie zijn de standaardpublicatievoorwaarden van Vakmedianet van toepassing. Deze zijn te vinden op www.vakmedianet.nl. DISCLAIMER Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. Vakmedianet en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie. ISSN 1571-4152 Businesspartners

Debatteren over werk. We zijn er allemaal maar druk mee de laatste tijd. De adviezen vallen als appels uit de boom. Onlangs nog lanceerde de commissie-Borstlap haar rapport over de arbeidsmarkt. De rode draad: er moet een nieuwe balans komen tussen vast, flexibel en zelfstandig werk. Want er zijn in ons land nu eenmaal veel flexwerkers en zzp ers die voortdurend in onzekerheid leven Een week daarvóór verscheen het rapport Het betere werk. Daarin formuleert de WRR ‒ heel verrassend? ‒ drie voorwaarden voor goed werk: een passend loon, autonomie op het werk en een goede balans tussen werk en privé. Het zijn allemaal onderwerpen waarover we in dit blad al jaren schrijven. Nieuwe technologieën, meer flexibel werk en meer werkdruk. Die hebben zo allemaal hun gevolgen voor de dagelijkse praktijk. Kennelijk zien ook anderen nu in dat dit alles niet alleen vervelend is voor de werkk nemers, maar dat het ook economische gevolgen heeft. En daar heeft iedereen dan weer last van. Want goed werk haalt het beste bij mensen naar boven. Dat zorgt weer voor innovaties. Het creëert ook meer welzijn en gezondere werknemers. Wat op zijn beurt leidt tot minder verzuim en meer duurzame inzetbaarheid. Vandaar dat de WRR benadrukt dat ook de overheid voorwaarden moet scheppen voor het realiseren van goed werk. Dat de nood hoog is, was eind vorig jaar al gebleken uit weer een ander rapport. TNO geeft daarin aan dat stressgerelateerd ziekteverzuim in 2017 leidde tot 11 miljoen verzuimdagen en werkgevers in totaal 2,8 miljard euro kostte. Dat is 8.100 euro per werknemer. Bijna 1,3 miljoen werknemers heeft burn-outklachten en 45 procent van de werknemers vindt dat er op het werk maatregelen nodig zijn tegen werkstress. Appeltje-eitje zou je zeggen: laten we met z n allen eens aan de slag gaan. Natuurlijk is het mooi dat behalve de arboprofessional ook anderen het nut zien van een goede werkomgeving. Dat ook zij werken aan de randvoorwaarden. Maar wij weten allang dat deze goede werken pas echt beginnen op de werkvloer. Managers moeten goed werk normaal vinden en hart hebben voor hun werknemers. Bij goed werk hoort een goede manier van begeleiden en leidinggeven. Daar is volgens mij nog een lange weg te gaan. Arboprofessionals kunnen daarbij helpen en het management moet dus geld beschikbaar stellen voor hun adviezen en scholing. Of het nu gaat om werkstress of werken met gevaarlijke stoffen. Anders kunnen we aan het onderzoeken blijven.

Jacqueline Joosten hoofdredacteur

arbo 1/2 ¦ 2020 3


BIOMONITORING CHROOM IN URINE 'GOUDEN STANDAARD' Inhoud

12

16

8 Risico s? Welke risico s? Topwetenschappers gevaarlijke stoffen en arbeid Hans Kromhout en Dick Heederik vinden dat het laissezfaire bij arbeidsveiligheid veel te ver is doorgeslagen. Door Ton Bennink

22

12 Hier zit een luchtje aan Gevaarlijke stoffen kunnen de gemoederen flink bezighouden. Wat speelt er op de werkvloer op dit gebied? Lees de vier praktijkcases van twee arbeidshygiënisten. Door Jolanda Willems en Yvonne Jansma

16 Arbo-vinger aan de pols In Nederland bestaat steeds meer belangstelling voor biomonitoring, waaronder die van chroom-6. Daarbij is het zoeken naar een uniforme en veilige aanpak. Door Bas de Barbanson

22 Oplossing of noodverband? Vrijwel elke arbodienst(verlener) werkt met een vorm van taakdelegatie door bedrijfsartsen. Waarom neemt dit in de bedrijfsgezondheidszorg zo n hoge vlucht? Door Pascal Willems

4 arbo 1/2 ¦ 2020


arbo Verder in dit nummer

Iedere maand

26 Sombere trend! Echt waar?

6 Trending

Bij statistiek en kansberekening is kritische vragen

Nieuws en tweets

stellen een broodnodige eerste vaardigheid. Kijk mee naar de cijfers in deze casus en leer waarom.

11 Gastcolumn

Door Carsten Busch

Heleen den Besten

28 Doen wat de baas zegt?

15 Safety Safari

Het certificaat van een hijskraanmachinist wordt

Planningskunst

ingetrokken. Onterecht, vindt de rechtbank. Hoe zit het eigenlijk met het intrekken van zo n certificaat?

19 Column

Door Rob Poort

Tamara Onos

32 Transparante taken

20 Jurisprudentie

Veel sectoren kampen met een groeiend tekort aan

Rob Poort

personeel. Maar kan tijdelijk personeel zijn taak aan? Fit for pupose -opleiden maakt taken transparant.

31 Column

Door Dirk de Knecht

Van der Kolk

36 Vooruit met de arbocatalogus

35 Ongeval

Welk effect heeft de nieuwe beleidsregel voor arbo-

Kleine wijziging, grote gevolgen

catalogi op hun ontwikkeling? De Inspectie SZW en 39 Opleidingen

branchevertegenwoordigers geven hun mening. Door Aukje van den Bent, Huub Pennock, Theo-Jan Heesen en Mark Fleuren

40 Media 41 Producten

28

32

36

arbo 1/2 ¦ 2020 5


Zeer subjectief en voor discussie vatbaar selecteert de redactie iedere maand highlights op het gebied van veiligheid en gezondheid.

Trending in arbo Kort nieuws

ARBO-ONLINE HOE WAS 2019? In deze infographic ziet u in één oogopslag alle cijfers en feiten over arbo-online.nl op een rij.

395.821 NIEUWE BEZOEKERS In 2019 hebben wij 395.821 nieuwe bezoekers mogen verwelkomen op www.arbo-online.nl.

Onveilig en oneerlijk vlees Vijf vleesverwerkers in Amsterdam zijn in overtreding op het gebied van veilig en eerlijk werken.

De Inspectie SZW voerde een controle uit in samenwerking met de Nationale Politie. Werkplekken waren onveilig en de Inspectie vermoedt dat werknemers te lange dagen maken en sommigen niet in Nederland mogen werken of zwart werken Eén van de vijf bedrijven had al eerder een boete van ruim 28.000 euro gekregen van de Inspectie.

Ongewenst gedrag in azc s Ruim de helft van alle medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft in de afgelopen twee jaar eens of meermaals te maken gehad met ongewenst gedrag door bewoners van asielzoekerscentra (azc s).

1.041.731 PAGINA'S GELEZEN Bezoekers van www.arbo-online.nl lezen gemiddeld anderhalve pagina per bezoek.

15.642 UUR Lezers van Arbo-online hebben bij elkaar 15.642 uur op www.arbo-online.nl gelezen.

Daarbij gaat het onder meer om schelden, intimidatie en bedreiging. Ook zegt zeker een kwart van het personeel dat het in de laatste twee jaar is geconfronteerd met ongewenst gedrag door collega’s. Dat blijkt uit een onderzoek van het COA naar de psychosociale belasting van het personeel.

Boete voor dood werknemer Een bouwbedrijf in Groningen moet 40.000 euro boete betalen wegens een dodelijk bedrijfsongeval in 2017.

50/50 MAN/VROUW Het lezerspubliek is zo goed als gelijk verdeeld over mannen en vrouwen. Mannen: 50,54% Vrouwen: 49,46%

Een medewerker kwam toen om het leven doordat een betonnen wand op hem viel. De rechtbank verwijt het bouwbedrijf dat het ernstig tekort is geschoten bij het zorgen voor een veilige werkomgeving.

Verzuim in de klas blijft hoog Jarenlange pogingen om het hoge ziekteverzuim in het onderwijs terug te brengen hebben geen resultaat gehad.

DESKTOP OF MOBIEL 59,72% - desktop computer 33,50% - surft op de mobiel 6,78% - bezoekt ons op een tablet

W W W. A RBO-ONLINE .NL

6 arbo 1/2 ¦ 2020

Het aantal scholen met een hoog verzuimpercentage, dat wil zeggen meer dan 6 procent, blijft stijgen. Dat blijkt uit een analyse van het FD van openbare gegevens van scholen in het basis- en voortgezet onderwijs, inclusief speciaal onderwijs. Het aantal scholen met verzuimpercentages boven de 6 steeg van 3300 van de ruim 8100 scholen in 2016, naar 3362 in 2018.


Twitter @Japked 22 jan

Lieve mensen, op 4 feb word ik 50 en nu heb ik eigenlijk eens advies van JULLIE nodig: hoe is het om 50-er te zijn op kantoor? Hoe hou je je werk leuk 'in de herfst van je carrière', begint het nu pas of ben je juist voorgoed afgeschreven, etc? Tips ZEER welkom.

To do

@lbergkamp 20 jan

D66 maakt zich ontzettend druk om de toekomst van jongeren vanwege een beetje CO2 in de lucht — maar gevaarlijke stoffen in het lichaam van die jongeren is geen enkel probleem voor hun toekomst. Cursus toxicologie nemen?

U herinneert zich vast de kwestie chroom-6 bij Defensie nog. En zo zijn er veel situaties waarin medewerkers zich zorgen maken over

@baliekluiver 15 jan

hun gezondheid na ‒ jarenlang ‒

Bij steeds meer mensen die uitvallen door ziekte, blijkt werkstress de belangrijkste oorzaak te zijn. Het wachten is nu op Rutte die ons lachend gaat vertellen dat mensen lichamelijk dus steeds gezonder zijn, daardoor ouder worden en nóg later met pensioen kunnen! -

werken met gevaarlijke stoffen .

Arbo in cijfers Werknemers van 50+ met fysiek zwaar werk denken minder lang door te kunnen werken dan hun leeftijdsgenoten zonder fysiek zwaar werk.

In 2018 geeft 41 procent van alle werknemers aan fysiek zwaar werk te doen. Dat betekent: regelmatig herhaalde bewegingen maken, veel kracht zetten, in ongemakkelijke houdingen of met trillingen werken. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2018 (NEA) is werknemers zelf gevraagd tot welke leeftijd zij denken lichamelijk en geestelijk in staat te zijn hun huidige werk te blijven doen. Ook is gevraagd tot welke leeftijd ze door willen werken.

Werknemers van 50+ met fysiek zwaar werk schatten 1,8 jaar korter te kunnen doorwerken dan leeftijdsgenoten zonder fysiek belastend werk (resp. tot 64,2 en 66,0 jaar). Werknemers met fysiek zwaar werk willen bovendien een half jaar langer werken dan dat ze verwachten dat lichamelijk en geestelijk te kunnen. Bij werknemers zonder fysiek belastend werk is het andersom: die geven aan 0,9 jaar korter te willen werken dan dat ze verwachten te kunnen. Deze cijfers onderschrijven het belang van goede maatregelen op technisch, individueel en organisatorisch niveau om fysieke overbelasting te voorkomen.

Wanneer is een stof wel gevaarlijk, wanneer niet? Wat zijn de effecten ervan op de gezondheid van medewerkers? Welke maatregelen zijn nodig zodat medewerkers toch veilig en gezond met die stoffen kunnen werken? Tijdens de opleiding Omgaan met gevaarlijke stoffen leert u risico's door werken met gevaarlijke stoffen herkennen. Daarnaast is veel tijd ingeruimd voor de vertaling van deze kennis naar een praktische aanpak. Datum: dinsdag 7 april 2020 Info: arbo-academy.nl.

Meer nieuws? www.arbo-online.nl

Bron: NEA 2018. Meer cijfers over fysiek belastend werk: https://bit.ly/3aAluNm. Tools om zelf aan de slag te gaan met fysieke belasting: https://bit.ly/2NSw9cK.

arbo 1/2 ¦ 2020 7


Hoogleraren hekelen laissez-faire

Risico s? Welke risico s? Vakblad Arbo praat met twee topwetenschappers op het gebied van gevaarlijke stoffen en arbeid. Het laissez-faire is veel te ver doorgeslagen, vinden Hans Kromhout en Dick Heederik van de Universiteit Utrecht. tekst Ton Bennink

e gevolgen van dit doorgeschoten laat-maar-waaienbeleid? We doen bijna geen onderzoek meer en weten daardoor nauwelijks nog wat er zich op de werkvloer afspeelt. En dus bepaalt Zembla de agenda en vertrouwt de overheid op de goede wil van het bedrijfsleven.

D

Hans Kromhout, hoogleraar Arbeidshygiëne en blootstellingskarakterisering aan de Universiteit Utrecht: “We lopen van het ene naar het andere schandaal aan de hand van het tv-programma Zembla. Dat beheert de agenda als het om arbeid en veiligheid gaat. Om te huilen is het. De overheid is meer procesbegeleider geworden als het gaat om blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Sociale Zaken gaat ervan uit dat de meeste ondernemers te goeder trouw zijn en dat zal voor een deel ook kloppen. Maar als je met een kortere route zonder doden meer winst kan maken, dan gebeurt dat. De Inspectie SZW voert af en toe een campagne en bij extremen komen ze echt wel langs, maar structureel gebeurt er weinig. We hebben

een zeer beperkte lijst met wettelijke grenswaarden voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen, we kennen de RI&E die moet worden afgetikt, maar wat er op de werkvloer gebeurt? Daar weten we te weinig van. De productie van chemische stoffen is wel in de haak. Want je raakt het spul niet kwijt anders. Maar langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen is grotendeels ook onbekend terrein. Zelfs in het unieke geval dat beroepsziekten wel worden gecompenseerd, zoals bij mesothelioom en asbestose door asbestblootstelling, blijkt het paard vaak achter de wagen te zijn gespannen. Want veel bedrijven waar blootstelling plaatsvond en die daarvoor aansprakelijk zijn, bestaan inmiddels niet meer. De schade is dan niet meer te verhalen.”

Chroom-6 “Samen met het RIVM heb ik de blootstelling aan chroom-6 onderzocht in onder andere Tilburg, waar uitkeringsgerechtigden museumtreinen met chroom-6-houdende verf moesten

Hans Kromhout: Veel bedrijven waar blootstelling plaatsvond en die aansprakelijk zijn, bestaan inmiddels niet meer 8 arbo 1/2 ¦ 2020


GEVAARLIJKE STOFFEN

schuren. Dat slaat echt alles. Bijna veertig jaar geleden studeerde ik af. In die tijd schreef ik al in een verslag voor een trailerproducent in de regio Nijmegen dat ze op moesten passen met chroom-6 omdat dit longkanker kan veroorzaken. Anno 2000 bleek dat risico nog niet overal bekend te zijn. Zo’n Tilburgse wethouder wist het echt niet, daar ben ik van overtuigd. Maar de NS wel. Die waren zeker op de hoogte. Ze hadden niet voor niets reeds voor die periode gekozen voor chroom-6-vrije verven. Maar niemand voelde zich blijkbaar verantwoordelijk.

Deels uit onwetendheid, deels vanuit de instelling ‘wat niet weet, wat niet deert’. Nu moeten we miljoenen spenderen aan onderzoek naar blootstelling aan chroom-6 in het verleden. Dat geld had wel beter besteed kunnen worden.” “Ja, ik weet dat de overheid hoopt dat de wal het schip keert omdat bedrijven werknemers nodig hebben en een slechte naam ze parten speelt. Maar ook daar komen sommige werkgevers wel onderuit. Kom je wel eens in een slachterij? Op de

arbo 1/2 ¦ 2020 9


Dick Heederik: Door deregulering en privatisering is veel minder geld beschikbaar voor onderzoek naar gevaarlijke stoffen

supervisor na zijn het vaak allemaal buitenlanders die daar werken. Verlies een van hen een vinger, dan krijgt-ie een bedrag mee en vervolgens keert deze werknemer terug naar Hongarije of Polen. Dat komt echt niet in de Nederlandse statistieken terecht. In Nederland hebben we het ‘risque social’ terwijl de ons omringende landen het ‘risque professionel’ hanteren waarbij compensatie voor erkende beroepsziekten geldt. Wij hebben na het einde van de Ongevallenwet in 1967 de WAO opgetuigd. In de WAO krijgen arbeidsongeschikten zeventig procent van het loon, ongeacht de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. De werkgever vulde dat dan vaak aan tot honderd procent. Dat was op lange termijn niet betaalbaar. Maar ook hier worden mensen ziek door werk en dat moeten we niet afwentelen op het collectief. Ik bepleit een vergelijkbaar systeem als in de ons omringende landen: de werkgever compenseert als ziekte optreedt door gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Meteen een directe stimulans om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.”

Overheid aan de teugels “Ik verwacht van de overheid beleid, al is het maar om eens te onderzoeken wat de invloed is van de veranderde arbeidsverhoudingen op arbeidsveiligheid en -gezondheid. Veel bouwvakkers zijn tegenwoordig zzp’ers. Een prachtinitiatief als de voormalige Stichting Arbouw, waaraan iedere werkgever een bedrag per werknemer doneerde voor onderzoek naar blootstelling en gezondheidsrisico’s, bestaat niet meer. Het gevolg is wel dat we nauwelijks meer iets weten over blootstelling aan gevaarlijke stoffen in die sector. Ik heb zelf bijna twintig jaar geleden dankzij subsidie van de overheid voor het laatst onderzoek kunnen doen naar arbeidsgerelateerde risico’s door blootstelling aan cytostatica. Het wetenschappelijk onderzoek gefinancierd door de overheid is daarna vrijwel opgedroogd. We zijn nu afhankelijk van collectefondsen als het KWF en Astmafonds en financiering uit de EU en het bedrijfsleven. De industrie lijkt de vrije hand te hebben. Zo laten we nu 5Gtechnieken op de werkvloer uitrollen, zonder de gezondheidsrisico’s te kennen van blootstelling aan deze radiofrequente velden. De overheid zou de teugels weer in handen moeten nemen en arbeidsveiligheid niet aan de journalisten van Zembla overlaten die van incident naar incident hollen.” Dick Heederik, hoogleraar One Health Risk Analysis aan de Universiteit Utrecht: “Door deregulering en privatisering is er veel minder geld beschikbaar voor onderzoek naar blootstelling aan chemische en andere gevaarlijke stoffen. Vroeger hadden we hier in

10 arbo 1/2 ¦ 2020

Utrecht vijf tot soms wel tien promovendi die onderzoek deden naar arbeidshygiënische zaken of naar de relatie tussen gevaarlijke stoffen en ziekten. Nu mogen we blij zijn met een enkele witte raaf. Dat veld is vrijwel weg. Ook ZonMW of het NWO geven geen subsidies aan dit soort onderzoek. Het is een braakliggend, privaat terrein. Ook het Coronel Instituut, TNO en onze collega’s van de universiteiten in Rotterdam en Nijmegen doen nog weinig onderzoek op dit terrein. In het buitenland zie je vergelijkbare ontwikkelingen. Daar wordt nog iets meer onderzoek gedaan omdat er daar een compensatiecultuur voor beroepsziekten bestaat. Er vindt daardoor wel wat medisch en arbeidshygiënisch onderzoek rond beroepsziekten plaats. Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten kun je niet goed met die instellingen in het buitenland vergelijken. Doordat er in Nederland geen compensatiesysteem voor beroepsziekten bestaat zijn meldingen van beroepsziekten ook niet dekkend en vervolgonderzoek vindt amper plaats. Dat eerste blijkt ook wel uit surveys die in het verleden zijn gedaan in een aantal sectoren (bouw, bakkerijen). De cijfers die toen bovenkwamen, wezen op grotere aantallen werknemers met beroepsziekten dan de cijfers van het Centrum voor Beroepsziekten.”

Commissie-Heerts “Misschien dat de inmiddels ingestelde commissie-Heerts iets oplevert en dat dit tot betere schadeafhandeling van beroepsziekten leidt. En daarmee dus ook tot enige expertiseconcentratie en de vorming van een kennisinfrastructuur. De overheid geeft grote verantwoordelijkheid aan het bedrijfsleven, maar bouwt geen prikkel in die leidt tot relevant onderzoek om tot een verantwoord beleid voor chemische stoffen te komen. We hollen van incident naar incident. Waar bijvoorbeeld een goed arbobeleid en een goede arbodienst voor een groot deel het chroom-6-drama hadden kunnen voorkomen.”

Amerikaans model “We kantelen wel langzaam naar het Amerikaanse model van een claimcultuur. Maar of dat effectief is? Het is overigens niet zo simpel dat bedrijven liever schade afhandelen omdat dit goedkoper is dan dat zij aan preventief onderzoek doen. Want wie wil er werken in een sector waarin men het niet zo nauw neemt met arbobeleid? We moeten terug naar een breed beleid voor chemische stoffen. De balans moet terug, door te kijken wat publieke taken zijn en wat taken voor het bedrijfsleven. Het stoffenbeleid is nu versmald tot kankerverwekkende stoffen en een paar veelvoorkomende allergenen. Dat is dus echt veel te weinig.”


COLUMN Heleen den Besten

Ben je te lastig, dan lig je eruit Mijn werkgever zou afzuiging moeten plaatsen, maar dat gaan ze natuurlijk nooit doen want dat is te duur en Je kunt er lang en breed over lullen, als je te lastig bent, lig je eruit . Zomaar twee uitspraken van patiënten met longklachten die ik onlangs sprak. Op het werk worden ze blootgesteld aan schadelijke stoffen. In plaats van hun werkgever erop aan te spreken, zetten ze bewust hun gezondheid op het spel. Eigen schuld dikke bult? Zouden deze mensen niet meer eigen verantwoordelijkheid moeten pakken? Tenslotte staat in de Arbowet dat een gezonde werkplek een zaak is van werkgever én werknemer. Ga je er al bij voorbaat van uit dat er niets verandert, dan gebeurt er sowieso niets, zou je zeggen. Maar kun je dit verwachten van mensen die in financiële problemen zitten? Die bang zijn om baan en inkomen te verliezen, geen alternatieven zien voor ander werk? Mensen die weinig opleiding hebben, geen vast arbeidscontract of bij een uitzendbureau werken? Zelfregie en zelfmanagement zijn dan mooie woorden, maar voor veel mensen onuitvoerbaar. Gelukkig gaat het bij veel mensen wél goed en die werken onder gezonde arbeidsomstandigheden. Er zijn bedrijven die wel de juiste maatregelen nemen om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen. Werknemers voelen zich hier veilig genoeg om in gesprek te gaan met hun werkgever als er problemen zijn. Juist voor de mensen die werken in bedrijven waar het wat minder goed is geregeld, kun je je afvragen of zij voldoende ondersteuning krijgen. En of het systeem dat we in Nederland hebben, voldoende leidt tot preventie. Met de nieuwe Arbowet is het op papier beter geregeld, maar de praktijk laat helaas ook anders zien. Blootstelling aan stoffen voorkomen kun je niet alleen. Iedereen is aan zet. Daarom is het belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid hierin pakt. Niet alleen werkgevers en werknemers, maar ook preventiemedewerkers en arbodeskundigen. We hebben bedrijfsartsen nodig die zich actief inzetten op preventie en (huis)artsen die naar werk vragen in consulten met patiënten. We moeten mensen bewust maken van de risico s. Alle werkenden moeten toegang hebben tot goede arbozorg, ook zzp ers, uitzendkrachten en werkzoekenden. We hebben een systeem nodig dat preventie garandeert voor iedereen. Hier ligt ook een belangrijke taak voor de overheid. Gezond werken in Nederland anno 2020 moet geen optie zijn, maar de enige keus. Heleen den Besten is senior projectleider Arbeid en Gezondheid bij Long Alliantie Nederland.

arbo 1/2 ¦ 2020 11


Gevaarlijke stoffen op de werkvloer

Hier zit een luchtje aan Gevaarlijke stoffen op de werkvloer kunnen de gemoederen flink bezighouden. Deze vier cases van twee arbeidshygiënisten maken duidelijk wat er op de werkplek zoal speelt rond dit onderwerp. tekst Jolanda Willems en Yvonne Jansma


GEVAARLIJKE STOFFEN

Arseen in de urine, een alarmsignaal? Op een gegeven moment kreeg ik de volgende vraag. “Een medewerker voert al twee weken zijn eigen werkzaamheden niet meer uit omdat hij een te hoog arseengehalte heeft in zijn urine. Wat moeten we doen? Welke bron in het werk moeten we aanpakken? De bron is ons niet bekend. Wanneer kan deze medewerker weer terug naar zijn werk?”

Waarom is dat belangrijk? » Het grootste deel van opgenomen arseen verlaat binnen 48 uur het lichaam via de urine. » Het arseen in de urine kan afkomstig zijn van blootstelling aan arseen(verbindingen) tijdens het werk, maar ook van het eten van vis of schelpdieren of het drinken van rode wijn.

Al snel komen er interessante zaken aan het licht. De urine van de medewerker wordt bij dit bedrijf routinematig gecontroleerd op een aantal zware metalen. Arseen hoort daar gewoonlijk niet bij. Toch heeft het laboratorium het arseengehalte dit maal wel bepaald. Dat blijkt opvallend hoog te zijn. De betreffende bedrijfsarts heeft dit nog niet eerder bij de hand gehad en adviseert veiligheidshalve om deze medewerker van zijn werkplek te halen. Het meest opvallende is dat de urine is afgenomen op maandagochtend om 10 uur, direct na het vrije weekend van de medewerker in kwestie.

Het arseen dat is aangetroffen in de urinemeting van deze medewerker kan daarom bijna niet anders dan het gevolg zijn van een blootstelling in het weekend. Navraag leert dat deze medewerker zondagavond inderdaad een vismaaltijd heeft gegeten. De waarden in zijn urine komen ook precies overeen met de waarden in de literatuur na het eten van vis. Een tweede urinemeting bij de huisarts, drie weken na de eerste meting, laat zoals verwacht weer normale waarden zien.

Onrust op de werkvloer Vanwege het faillissement van een bedrijf moet een andere organisatie bepaalde werkzaamheden heel snel overnemen. Met de overgenomen werkzaamheden komt ook een gevaarlijke stof mee. Omdat deze stof normaliter in een reservoir zit opgesloten, zou dat geen problemen hoeven te geven. Maar door de snelle invoering van werkzaamheden waarbij training en voorlichting wat in het gedrang komen, gaat het nog weleens mis. En komt de stof dan vrij, dan nemen medewerkers een sterke geur waar. Er zijn medewerkers die er hoofdpijn van krijgen, anderen voelen zich wat misselijk. Maar daar blijft het niet bij. Er ontstaat ook onrust onder de medewerkers. Volgens het veiligheidsinformatieblad is de stof gevaarlijk, er staan ook symbolen bij. Misschien veroorzaakt de stof wel kanker of is die gevaarlijk voor ongeboren baby’s van medewerksters. De ondernemingsraad wil actie! Dat is het moment waarop de arbo-coördinator besluit om een arbeidshygiënist in te schakelen. Om de gevaren van de stof te beoordelen en ook om antwoord te krijgen op de vraag of medewerkers risico’s lopen. En zo ja, hoe deze risico’s dan zijn weg te nemen.

Na een bezoek aan de werkplek en beoordeling van relevante informatie, concludeert de adviseur dat de stof weliswaar gevaarlijk is, maar alleen acuut en dan vooral voor de ogen. Kanker of andere langetermijneffecten zijn op grond van de beschikbare informatie – onder andere een studie van de Gezondheidsraad – niet te verwachten. De arbeidshygiënist wijst er in zijn advies aan het bedrijf nog wel op dat het moet streven naar beperking van de blootstelling. Het vrijkomen van de stof was immers ‘niet normaal’. Bovendien is de geuroverlast zo ook te voorkomen. Organisatorische maatregelen zijn daarnaast ook een mogelijkheid om het aantal medewerkers dat met de stof in aanraking komt, te beperken. Ten slotte moet het dragen van een veiligheidsbril verplicht worden gesteld op die plekken waar blootstelling niet is uit te sluiten. Nadat het rapport is ontvangen, verdwijnt gelukkig de onrust. Niet lang daarna krijgt het bedrijf weer te maken met nieuwe werkzaamheden en weer een andere gevaarlijke stof. Daarop schakelt het proactief opnieuw de arbeidshygiënist in. Want daar ziet het bedrijf ondertussen wel de voordelen van ...

arbo 1/2 ¦ 2020 13


Niet te snel naar een conclusie Een nieuwe medewerker gaat na haar eerste werkdag moe naar huis, met hoofdpijn en een branderige huid. Ze heeft op de eerste dag al gewerkt met chemische stoffen, maar voelde zich daarbij goed beschermd door speciale kleding, handschoenen, oog- en mondbescherming. Diezelfde avond meldt ze zich met een gezwollen gezicht bij de eerste hulp. Daar wordt ze behandeld voor een allergische reactie. Het bedrijf neemt meteen actie en schakelt een arbeidshygiënist in. Op de desbetreffende afdeling wordt namelijk met een epoxyhoudend product gewerkt. Van dat product is bekend dat het allergene eigenschappen heeft. De vraag is welke acties het bedrijf moet nemen om blootstelling aan epoxy te voorkomen. Het lijkt erg voor de hand te liggen om direct te adviseren alle contact met dit product te vermijden. Maar het addertje onder het gras is dat nog niet onomstotelijk is vastgesteld welke stof(fen) de allergie heeft/hebben veroorzaakt. Het advies van de arbeidshygiënist luidt dan ook om deze mede-

werker via de bedrijfsarts door te sturen naar het Centrum voor Huid en Arbeid. Bij een eerste onderzoek blijken er geen allergieën te kunnen worden aangetoond voor de meest voorkomende stoffen in het dagelijks leven en ook niet voor epoxyhoudende stoffen. Pas na een verdiepend onderzoek dat zich richt op andere stoffen binnen het werk, kan de diagnose contactallergie worden gesteld. Die betreft één stof die aanwezig is in meerdere producten. Hiermee is een beroepsziekte aangetoond. De bedrijfsarts geeft op basis van die diagnose een advies op maat gegeven aan de betreffende medewerkster: vermijd al het directe en indirecte contact met deze stof. Indirect contact is bijvoorbeeld als collega’s in haar buurt met deze stof werken. De arbeidshygiënist heeft een verdiepende RI&E voor toxische stoffen uitgevoerd. Die geeft het bedrijf een veel beter zicht op de risico’s van het werken met chemische stoffen in het algemeen en op stoffen die allergieën kunnen veroorzaken in het bijzonder.

Soms is een PAGO wel degelijk zinvol Een (periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) wordt in de praktijk niet altijd als zinvol ervaren. Soms is dit ook terecht. Er zijn PAGO’s op de markt die weinig toegevoegde waarde hebben. Die voldoen niet aan richtlijnen als de ‘Leidraad voor preventief medisch onderzoek van werkenden’ en het ‘Addendum Leidraad Preventief Medisch Onderzoek Gevaarlijke Stoffen’, beide van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hoe kan het wel? Een goed voorbeeld is het project 'Monitoring gezondheid bij de brandweer' van Brandweer Nederland. De aanleiding is dat er op regionaal en landelijk niveau niet voldoende inzicht is in gezondheidsklachten en gezondheidseffecten bij brandweermensen. Hierdoor mist de organisatie signalen op organisatieniveau voor een adequaat preventief gezondheidsbeleid. Voor een goede invulling zijn er verschillende bijeenkomsten geweest met bedrijfsartsen, interne adviseurs binnen brandweer Nederland, universiteiten en opstellers van de NVAB-richtlijnen. Dit heeft geleid tot een advies voor een inhoudelijk PAGO, toegespitst op het werk van brandweerlieden. Hierin zijn alleen die zaken opgenomen waarbij sprake is van een restrisico in het werk (zoals accidenteel inademen van rook) én een vroege interventie mogelijk is (om te voorkomen dat medewerkers (erger) ziek worden). Het onderzoek is openbaar en in te zien op https://www.brandweer.nl/onswerk/gezondheidsmonitoring. Hier kunt u lezen hoe (rest)risicofactoren in het werk met behulp van richtlijnen en deskundigen zijn omgezet naar een concreet PAGO-advies. Meer lezen over richtlijnen: https://nvab-online.nl/richtlijnen-en-kennisdocumenten/procedurele-leidraden/leidraad-pmo

14 arbo 1/2 ¦ 2020

Drs. ing. Jolanda Willems MBA is gecertificeerd toxicoloog en arbeidshygiënist. Drs. Y. Jansma is gecertificeerd arbeidshygiënist. Beiden werken voor het Expertise Centrum Toxische Stoffen, PreventPartner.


Op safari heb je oog voor alles. Omdat het er thuis niet is, of omdat je er bedrijfsblind voor bent geworden. Survivalgidsen Jan en Jos nemen je mee op Safety Safari en werpen een frisse blik achter poorten en hekken.

JAN & JOS OP SAFETY SAFARI

Planningskunst W

e waren laatst op een postmodernistische expositie. Enkele strekkende meters kleurige kunst. De kunstenaar van dienst bleek een planner. Hij wees ons de weg door zijn schepping. Aan de linkerkant aanschouwden we zijn rustige, lege en verstilde periode. “Dat is het grove werk met weinig partijen: fundering aanbrengen en hoofdconstructie bouwen”, zo legde hij ons uit. Overzichtelijk en logisch, zoals je wilt dat het leven is. Maar dan verderop, meer naar rechts, wordt alles ineens freaky. Een kakafonie aan kleuren, niet netjes achter, maar chaotisch boven elkaar. Vragend kijken we de schepper aan. “Op een gegeven moment heb je ineens alle partijen nodig voor de realisatie. Van elektrotechnische en warmteinstallateurs tot kozijnenstellers, plafond- en wandafhandelaars. Van isoleerders tot frezers. Van gietvloerenleggers tot spac-spuiters.” Koorddansen Als projectleider verdien je je geld niet met de scherpe inkoop van spullen, maar met de vlijmscherpe planning van mensuren. Tegenwoordig heet dat in goed Nederlands Lean Management. Dat ziet er uit als kleurige balken zwevend boven een tijdas. Het is koorddansen op een dunne tijdslijn. De ene partij is nog niet weg of de volgende komt al binnen. Iedereen doet zo snel en kort mogelijk zijn ding. In de planning staan werkzaamheden dan niet achter, maar op elkaar. Dat is vertikale planning, leren we al turend naar de bonte wand. We leren ook dat het leven van de planner een hel is. “Als iemand zich verslaapt, in de file staat of niet snel genoeg werkt, ga ik bellen om partijen te verschuiven.” De man is dus hele dagen aan het bellen. We hebben met hem te doen.

Struikelen Niet alleen de planner heeft een rotleven, merken we als we een rondje over het project maken. Op de werkvloer wurgt men elkaar bijna om voorrang te krijgen. Men spreekt elkaar niet aan, maar snauwt in een veelheid van talen. Een frezer vertelt ons dat er boeteclausules in werking treden als je niet op tijd je klus doet en af hebt.

Dit is geen werkplek, dit is een arena. Dit is pure survival of the fittest. Deze manier van werken leidt niet alleen tot veel stress (wat al erg genoeg is), maar ook tot ongevallen en beroepsziektes. Iedereen heeft continu zoveel haast dat opruimen er niet bij is. Je breekt je nek over de troep van je voorganger. Of je wordt bijkans doof van de herrie en astmatisch van het stof van de slijper, terwijl je in alle rust en schone lucht je warmteinstallatie had kunnen plaatsen.

Horizontaal De terugreis in de auto zwijgen we lang. We spreken weer tegen elkaar als we in een file belanden. Er wordt aan de weg gewerkt. Bijna beginnen we te mopperen, maar realiseren ons dan dat we geen haast hebben. Dat we van de rust kunnen genieten. Dat de wegwerker daar op een meter naast ons, met slechts een pion als bescherming, kwetsbaar is. Ook dat is het gevolg van vertikale planning. Een weg afsluiten en verkeer omleiden voor de veiligheid van wegwerkers is natuurlijk niet lean. Als de file oplost vragen we ons af hoe het met de Sagrada Família is. Die Barcelonese kathedraal waar al een eeuw aan gebouwd wordt lijkt in niks op de toren van Babel die we vandaag bezochten. Met horizontale planning kom je er dus ook. Jan Snijder is survivalgids, veiligheidskundige en arbeidshygiënist. Jos Bus is survivalgids en communicator.

Reageren?! Heb je opmerkingen, suggesties of vragen? Of wil je zelf een pakkende werkfoto delen? Graag! Mail naar: jan@safetysafari.nl

MEER WETEN? SAFETYSAFARI.NL

arbo 1/2 ¦ 2020 15


Biomonitoring chroom-6

Arbo-vinger In Nederland staat biomonitoring steeds meer in de belangstelling, waaronder de biomonitoring van chroom-6 door middel van urinemetingen. Maar het is nog zoeken naar een uniforme en veilige aanpak. tekst Bas de Barbanson

16 arbo 1/2 ÂŚ 2020


GEVAARLIJKE STOFFEN

aan de pols iomonitoring van chroom in de urine is de gouden standaard voor biomonitoring van chroom-6. Dit maakt een tijdige signalering van te hoge blootstelling mogelijk en is eenvoudig uit te voeren en werknemersvriendelijk. Maar het toepassen van een grenswaarde bij biomonitoring leidt in de praktijk mogelijk tot het accepteren van onveilige situaties. Daarom lijkt een toetsing aan referentiewaardes en het formuleren van streefwaardes op bedrijfsniveau een betere aanpak. In de praktijk zal vervanging van chroom-6 niet altijd mogelijk blijken, zodat blootstelling aan chroom-6 de komende jaren nog een issue blijft. Biomonitoring is dan een noodzakelijke arbo-vinger aan de pols bij iedereen die werkt met CMR-stoffen zoals chroom-6. Want met een werknemersvriendelijke urinetest kunnen we direct een te hoge blootstelling signaleren.

B

Casus rvs lassen Bij het lassen van rvs komen chroom-3- en chroom-6verbindingen vrij. Door biomonitoring van chroom in de urine voor en na afloop van de werkdag blijkt dat de concentratie van chroom in de urine stijgt met een factor tien boven de achtergrondwaarde.

En hoe gevaarlijk zijn diezelfde chroom-6-verbindingen op de lange termijn bij inademing, vergeleken met verkeersdeelname, werken in de (tunnel)bouw of roken? Per 100.000 werknemers overlijden er 4.000 extra aan longkanker gedurende een arbeidsleven als zij elk dag staan blootgesteld aan 10 μg/ m3 chroom-6. NB Dat is 2,5 keer zo hoog als bij een leven lang roken (zie tabel 2).

IDLH-waardes Hoe gevaarlijk zijn chroom-6-verbindingen op korte termijn bij inademing, vergeleken met kwik en lood? Hoe hoger de concentratie in de lucht, hoe hoger het risico. Maar hoe giftig zijn chroomverbindingen eigenlijk in vergelijking tot andere metalen? Daar kom je achter als je de zogenoemde IDLHwaardes met elkaar vergelijkt: de Immediately Dangerous to Life or Health-waardes. Bij blootstelling boven deze concentraties bestaat er kans op blijvende schade aan de ogen en luchtwegen en is adembescherming noodzakelijk. Inademing van chroom-6 is bijvoorbeeld globaal 6 tot 7 keer gevaarlijker op korte termijn dan inademing van lood en vergelijkbaar met inademing van kwikdampen (zie tabel 1).

Toxische concentraties (IDLH-waardes) in de lucht in mg/m3 Metallisch chroom

250

Chroom-2 zouten

250

Chroom-3 zouten

25

Chroom-6 verbindingen en chroomzuur

15

Metallisch kwik

10

Metallisch lood

100

Tabel 1: Acute toxiciteit ‒ IDLH-waardes voor chroomverbindingen in vergelijking tot metallisch lood

NB: Volgens de WHO is een acceptabel sterftecijfer door kanker in het beroep 1 extra geval per 1.000.000 blootgestelde werknemers per jaar. Dat betekent na 40 jaar blootstelling 40 extra sterftegevallen per 1.000.000 = 4 per 100.000. Inademing van de huidige grenswaarde van 1 μg chroom 6/m3 leidt tot een kans op extra sterfte die 100 keer te hoog is volgens deze WHO-norm, namelijk 400 per 100.000.

Biomonitoring Welk type test: bloed, urine of uitademingslucht? Chroom-6 wordt gemeten in bloed, in urine en experimenteel ook in uitademingslucht. Voor de praktijk is biomonitoring van chroom in de urine de meest waardevolle en werknemersvriendelijke test. Het laboratorium meet totaal chroom en maakt bij de urinetest geen onderscheid tussen chroom-6 en chroom-3. Omdat chroom-6 in het lichaam wordt omgezet in chroom-3 en wordt uitgescheiden in de urine, meten we dus eigenlijk geen chroom-6 maar chroom-3 in de urine. Op welk tijdstip meet je en wat meet je? Chroom wordt na inademing en opname in het lichaam weer snel uitgescheiden door de nieren. Biomonitoring van chroom in de urine is zo een maat voor kortdurende blootstelling. Door het gehalte aan chroom in de urine te meten aan zowel het begin van de werkdag als aan het einde van de werkdag, krijgen we goed inzicht in of er die dag veilig is gewerkt. Als

arbo 1/2 ¦ 2020 17


Factor

Extra sterfte per 100.000 per arbeids-/mensenleven

Inademing 0,01 µg chroom-6/m3

4

Inademing 0,1 µg chroom-6/m3

40

Inademing 1 µg chroom-6/m3

400

Inademing 4 µg chroom-6/m3

4.000

Deelname aan het verkeer

100

Werkzaam in de (tunnel)bouw

200-300

Roken

1.600

Tabel 2: Aantal gevallen van extra sterfte door chroom-6 vergeleken met andere factoren in een groep van 100.000 blootgestelde personen gedurende een arbeids-/mensenleven

de waarde in de loop van de dag stijgt, is dat een mogelijke aanwijzing dat er die dag blootstelling heeft plaatsgehad. Als iemand levenslang een te hoge concentraties chroom heeft ingeademd, heeft er stapeling plaatsgevonden in het lichaam en met name in de longen. Dit kan leiden tot een chronisch verhoogde uitscheiding van chroom in de urine, ook al is die persoon inmiddels gestopt met werken. De urinewaardes zijn in dit geval een maat voor de stapeling en langdurige blootstelling. Hoe beoordeel je de uitslagen? De uitslag wordt doorgaans getoetst aan de achtergrondwaarde. Achtergrondwaardes zijn de waardes die worden gemeten bij een populatie die in het werk niet wordt blootgesteld aan chroom. Deze waardes worden bepaald door chroomgehaltes in voeding, drinkwater en lucht. Zij kunnen dan ook van land tot land verschillen, maar globaal is het <0,5-2 μg chroom/ gram creatinine. Biologische grenswaardes zijn achterhaald? Behalve aan de achtergrondwaarde toetst men de uitslag ook aan de zogenoemde biologische grenswaarde. Dit is dan de waarde die niet overschreden mag worden gedurende het arbeidsleven. Een urinewaarde van 20 μg chroom/gram creati-

Casus biomonitoring chroom-6 Een industriële cleaner werkt aan een galvano-bad met chroomzuur. Door een lek in zijn laars komt hij in contact met chroomzuur. Hij verbrandt zijn grote teen en wordt daarvoor medisch behandeld. De medewerker maakt zich zorgen of hij misschien een vergiftiging heeft opgelopen. Bij controle van de biomonitoring blijkt de chroomwaarde in zijn urine vijf keer boven de achtergrondwaarde. De test wordt wekelijks herhaald. Uiteindelijk is de chroomwaarde na zes weken weer normaal, tot grote opluchting van de werknemer.

18 arbo 1/2 ¦ 2020

Voor de praktijk is biomonitoring van chroom-6 in urine het meest waardevol nine aan het einde van de dag (=biologische grenswaarde, DFG, Duitsland) komt overeen met de inademing van 50 μg chroom 6/m³ gedurende 8 uur. Tegenwoordig is de luchtgrenswaarde voor chroom-6 1μg chroom-6/m³: dat is 50 keer zo laag. Dit betekent dat de urinegrenswaarde ook moet worden aangepast, maar in de praktijk gebeurt dat meestal niet. Uitgangspunt vormen doorgaans nog de ‘verouderde’ DFG-grenswaardes. Toepassing van deze DFG biologische grenswaardes kan leiden tot acceptatie van een te hoge blootstelling bij werknemers. Die lopen daardoor op termijn mogelijk schade op. Om die reden adviseert Toxguide om streefwaardes toe te passen. Toepassing streefwaarde bij CMR-stoffen Volgens de wet moeten werkgevers de blootstelling aan CMRstoffen zo laag mogelijk houden. Dit betekent dat zij moeten streven naar een niveau bij biomonitoring van CMR-stoffen die overeenkomt met de achtergrondwaarde. Daarom is het op bedrijfsniveau aan te bevelen de achtergrondwaarde als streefwaarde te hanteren. Wat te doen bij afwijkende waardes? Zijn er tijdens de biomonitoring afwijkende waardes vastgestelde, dan zijn de volgende vragen van belang: » Welke factoren hebben mogelijk de afwijking veroorzaakt? » Werkfactoren? Is de afzuiging in orde? Zijn de beheersmaatregelen afdoende? » Privéfactoren? Roken tijdens het werk? Procedures gevolgd? Relevante hobby’s? » Medische factoren? Gebruik van supplementen? Metalen heupprothese of iets dergelijks?

Take-home message Biomonitoring van chroom-6 moet worden uitgevoerd door specialisten. Biomonitoring van chroom-6 is net als die van lood structureel noodzakelijk voor alle werknemers in Nederland die mogelijk aan de stof staan blootgesteld. Daarbij zijn metingen van chroom in de urine de ‘gouden standaard’, want daarmee sporen we een te hoge blootstelling op en stimuleren we veilig werken. Daarbij is de formulering van streefwaardes in plaats van grenswaardes vanuit medisch, arbeidshygiënisch en veiligheidskundig oogpunt noodzakelijk.

Bas de Barbanson is arts/arbeidstoxicoloog (Toxguide) en heeft als missie te voorkomen dat personen die werken met chemische stoffen een beroepsziekte oplopen, www.biomonitoringacademy.nl.


COLUMN Tamara Onos

Pas op met oversteken! Soms wandelde ik vroeger met mijn ogen dicht naar school. Het hele stuk, behalve bij de Venneperweg. Daar galmden de woorden van mijn moeder in mijn oren: Pas op met oversteken.

Met je ogen dicht een straat oversteken. Zou jij dat doen? Waar auto s rijden, is aanrijdgevaar. Daarom word je niet heel zenuwachtig als je geblinddoekt een zandpad over moet steken. Zelfs als je stokdoof bent. Er zijn nauwelijks auto s, dus de kans dat je wordt aangereden en met een ernstige verwonding naar het ziekenhuis moet worden afgevoerd, is heel klein. Bij een snelweg ligt dat anders. Zelfs met je ogen en oren wijd open blijven de meeste mensen liever op de vluchtstrook. Wat ik hiermee wil aangeven, is dat er een verschil is tussen gevaar en risico. Wil je weten hoe groot het risico is op gezondheidsklachten bij gevaarlijke stoffen, dan zul je iets moeten weten over het gevaar dat bij die stof hoort, maar ook over de blootstelling. In feite zou je het volgende vragenlijstje af moeten lopen: » Welke gevaren zijn bekend van die stof? » Is de stof wel gevaarlijk voor mij? » Via welke opnameroutes (inslikken, inademen, door de huid) kan ik worden blootgesteld aan die stof? » Hoe hoog is de blootstelling via de relevante opnameroutes? » Is dit hoger dan de normen of grenswaarden? Pas na deze vragen kun je de gouden vraag Heb ik een probleem? beantwoorden. Maar het antwoord geldt dan alleen voor jou. Niet geïnteresseerd in het risico voor jezelf, maar wel in dat voor bijen, vissen, kinderen, bejaarden, zwangeren of andere bijzondere groepen? Dan moet je opnieuw het lijstje af, maar dan met de desbetreffende groep in gedachten. Het is geen ingewikkeld lijstje. Verwarring en verkeerde krantenkoppen ontstaan omdat we vaak antwoorden missen op een of meer vragen. De slotvraag Heb ik een probleem? , kun je daardoor zelden met een helder ja of nee beantwoorden. Meestal krijg je een wazige uitkomst als ja, tenzij ... , nee, mits ... , misschien of ik weet het niet . Als je daar niet van houdt, zit er maar een ding op, namelijk zorgen dat je niet blootgesteld wordt. Niet oversteken dus. Maar als je ergens wilt komen, moet je wel. Je moet naar school. In dat geval moet je de risico s zo klein mogelijk maken en maatregelen nemen: steek over bij het stoplicht. Los daarvan is het altijd verstandig om naar je moeder te luisteren. Pas op met oversteken!

arbo 1/2 ¦ 2020 19


RECENTE

jurisprudentie Waar gewerkt wordt gebeuren ongelukken, ontstaan conflicten en wordt verzuimd. Soms komt de rechter eraan te pas om te bepalen of iedereen wel volgens de regels heeft gehandeld. Een overzicht van recente rechterlijke uitspraken ten aanzien van arbeidsongevallen, conflicten, ziekteverzuim en re-integratie.

tekst Rob Poort

Staande voet? Dringende reden! Je werk niet goed doen, vaak te laat komen, niet de verplichte PBM gebruiken, negatieve uitlatingen doen over je werkgever en een collega intimideren ... voldoende redenen om ontslag op staande voet te rechtvaardigen? De veiligheidsvoorschriften negeren alleen volstaat al, zo blijkt. Een werknemer werkt sinds maart 2018 voor bepaalde tijd bij een bedrijf in de groenvoorziening. Een personeelsreglement met veiligheidsvoorschriften maakt deel uit van de arbeidsovereenkomst. Daarin staat onder meer dat de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekt en dat de werknemer die moet gebruiken. Bij twijfel geldt: PBM altijd gebruiken. In juni wordt de werknemer in functie teruggezet, omdat hij niet de juiste man blijkt voor zijn functie. Het schort onder

meer aan zijn communicatievaardigheden met de opdrachtgevers. In juli volgt een schriftelijke waarschuwing voor herhaaldelijk te laat komen en te vroeg vertrekken. Ook laat de man zich regelmatig negatief uit over het bedrijf. Maar het bedrijf hoopt op verbetering en wil daarbij helpen. Het bedrijf waarschuwt de medewerker wel dat een volgende overtreding tot drastische maatregelen kan leiden. Op 4 oktober 2018 volgt ontslag op staande voet na een klacht van een collega wegens intimidatie. Daarop verzoekt de werknemer de rechter het ontslag ongedaan te maken. De kantonrechter geeft aan dat voor een ontslag op staande voet sprake moet zijn van een dringende reden (art. 7:678 BW). Het moet dan gaan om zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij de arbeidsovereenkomst laat voortduren. In deze zaak heeft de werkgever maar liefst vijf argumenten aangevoerd. (advertentie)

20 arbo 1/2 ¦ 2020

Zeker is dat de arbeidsverhouding al geruime tijd moeizaam was. De werknemer wist dat de werkgever niet tevreden was over zijn functioneren en dat hij dit moest verbeteren. Dat was ook schriftelijk bevestigd. Toch vond de werknemer het nodig om negatief over het bedrijf te praten. Verder kwam de werknemer vaak te laat; daarvoor had hij een waarschuwing gehad in niet mis te verstane woorden. Ook heeft hij zich niet aan de veiligheidsvoorschriften gehouden. Want hij gebruikte bij het werken met een hakselaar geen oorkappen en volgelaatsbescherming. Ook niet nadat een collega hem daarop had aangesproken. Dat hij zich wel aan de door hem ondertekende voorschriften zou hebben gehouden, heeft de medewerker onvoldoende onderbouwd. Daar komt de klacht over intimidatie nu nog bij. Daarover stelt werknemer dat er alleen een niet zo vriendelijk gesprek is geweest. Hij zou zich door zijn collega ‘gestalkt’ hebben gevoeld. Zelfs als dit waar was, had de werkgever nog voldoende reden om over te gaan tot


het ontslag op staande voet. Daarbij speelt ook mee dat de werknemer zijn collega een WhatsApp-bericht blijkt te hebben gestuurd. Daarin deelt hij de collega mee dat als die zijn klacht niet intrekt, hij dit persoonlijk zal opvatten. Hij heeft dit bericht verstuurd ná zijn ontslagdatum. Dit werpt meteen een ander licht op zijn opstelling naar die collega. Alles in beschouwing genomen wijst de kantonrechter het verzoek af.

gekneusde voet. Maar de voet blijft maar pijn doen. In februari 2012 wordt na een CT-scan op de poli orthopedie een drukfractuur in de voet ontdekt. De werknemer krijgt vier weken loopgips en hervat medio 2012 zijn werk volledig. De kantonrechter verklaart de werkgever aansprakelijk voor de schade. Hij kent de werknemer een voorschot toe van bijna 7.000 euro. Daarop gaat de werkgever in beroep.

(Kantonrechter Den Haag, 22 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:1040)

Het gerechtshof volgt de lezing van de werkgever. Die luidt dat de werknemer op de stapelaar is gaan zitten, waarbij zijn voeten boven de grond bungelden. Zo heeft hij zich voort laten duwen door de stapelaar van een collega. Omdat hij de besturingsarm niet meer goed kon bedienen, lukte het niet op tijd te stoppen. Zo kon zijn voet bekneld raken tussen de twee stapelaars. Op grond van art. 7:658 BW is de werkgever aansprakelijk. Tenzij hij aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Deze werkgever meent dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Met het oog daarop verwijst hij – naast vele ander documenten – naar de ‘Gevarenlijst expeditie’. Daarin staat het verbod om personen op de lepels van een heftruck te tillen. Het zich laten voortduwen door een stapelaar

Met je voet klem in een stapelaar Dingen doen met een stapelaar waarvan je weet dat ze niet zijn toegestaan. Jammer als je voet dan klem komt te zitten. De werkgever denkt: eigen schuld, dikke bult. En acht zich niet aansprakelijk. Wat vindt de rechter ervan? Een werknemer raakt op 7 september 2011 in het magazijn met zijn linkervoet bekneld tussen zijn eigen stapelaar en die van een collega. Een stapelaar is een soort kleine heftruck waarbij de gebruiker tijdens het verplaatsen naast het apparaat loopt. De huisarts constateert een

zou een vergelijkbare handeling zijn. Volgens het hof heeft de werkgever eerder aangevoerd dat het niet mogelijk is dat een werknemer zich door een stapelaar laat voortduwen. Maar dat blijkt dus wel degelijk te kunnen, en wel zittend op het bedieningspaneel. Beide partijen zijn het erover eens dat de stapelaar een potentieel gevaarlijke machine is. Volgens het hof zijn dan in algemene termen gestelde veiligheidsvoorschriften niet voldoende. Zeker gezien het ervaringsfeit dat gebruikers bij dagelijkse omgang met deze machines niet altijd alle voorzichtigheid in acht nemen die nodig is om ongevallen te voorkomen. Daarmee heeft de werkgever niet aan zijn zorgplicht voldaan. Dat de werknemer zich ‘niets’ zou aantrekken van veiligheidsvoorschriften, is niet voldoende gemotiveerd onderbouwd. Evenmin dat de werknemer zich vlak voor het ongeval zou hebben gerealiseerd dat zijn gedrag erg gevaarlijk was. Daarmee vervalt het beroep op opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van de werknemer. Het beroep van de werkgever wordt verworpen. (Gerechtshof Amsterdam, 5 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:284) Rob Poort, jurist en veiligheidskundige, www.bureaupoort.nl.

(advertentie)

arbo 1/2 ¦ 2020 21


Taakdelegatie door bedrijfsartsen

Oplossing of noodverband? Taakdelegatie door bedrijfsartsen is actueel en relevant in arboland. Vrijwel elke arbodienst(verlener) werkt met een vorm van taakdelegatie. Waarom heeft dit in de bedrijfsgezondheidszorg zo n hoge vlucht genomen? Wat zijn de randvoorwaarden? En is taakdelegatie het antwoord op het structurele tekort aan bedrijfsartsen? tekst Pascal Willems

m de toepassing van taakdelegatie in (goede) banen te leiden, zijn er de laatste jaren diverse documenten verschenen. Een daarvan is het Standpunt Delegatie van Taken door de bedrijfsarts van de NVAB uit 2018. In april 2019 is daar de Werkwijzer Taakdelegatie bij gekomen. Deze Werkwijzer, tot stand gekomen in opdracht van het ministerie van SZW, wil een handreiking bieden voor toepassing van taakdelegatie waarbij de kwaliteit van de bedrijfsgezondheidszorg en de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts gewaarborgd zijn.

O

Taakdelegatie door bedrijfsartsen wordt binnen de arbodienstverlening steeds vaker toegepast. Deze ontwikkeling heeft meerdere oorzaken. Het aantal praktiserende bedrijfsartsen neemt door de vergrijzing onder de beroepsgroep steeds verder af. Dit blijkt onder andere uit het Nivel-rapport uit 2016. De schatting is dat er in 2036 nog minder dan 600 bedrijfsartsen over zijn â&#x20AC;&#x201C; ondanks de toegenomen instroom in

22 arbo 1/2 ÂŚ 2020

de bedrijfsartsenopleidingen. Het beroep van bedrijfsarts in zijn huidige vorm wordt dus met uitsterven bedreigd. Daarnaast is de vraag naar advisering en begeleiding door bedrijfsartsen aan werkgevers en werknemers de laatste jaren sterk toegenomen. De Beleidsregels De zieke werknemer van de Autoriteit Persoonsgegevens geven de bedrijfsarts, terecht of onterecht, een prominentere rol bij de verzuimbegeleiding van werknemers. De werkgever mag, aldus de Autoriteit Persoonsgegevens, enkel met de werknemer afspraken vastleggen over aangepaste werkzaamheden op basis van een advies van de bedrijfsarts. Ook de wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet per 1 juli 2017, met de verplichte herinvoering van het arbeidsomstandighedenspreekuur en de second opinion-regeling, zorgen voor meer vraag naar bedrijfsartsenuren.

Weg bedrijfsartsentekort? In een markt waarin het aanbod van bedrijfsartsen steeds minder wordt terwijl

de vraag groeit, zoekt men natuurlijk naar andere oplossingen. Sinds een aantal jaren vangt men het tekort aan bedrijfsartsen op door bijvoorbeeld be-


drijfsverpleegkundigen of casemanagers taken van bedrijfsartsen te laten uitvoeren op basis van taakdelegatie. Bij taakdelegatie draagt de begeleidende bedrijfsarts onder strikte voorwaarden een aantal eigen taken over aan een derde. De bedrijfsarts blijft te allen tijde eindverantwoordelijk. Ook is hij (tuchtrechtelijk) aansprakelijk voor het handelen van de gedelegeerde die de taken heeft uitgevoerd. Deze constructie maakt het mogelijk de bedrijfsarts niet alleen veel gerichter, maar daardoor ook efficiënter in te zetten. In de praktijk worden ook andere vormen van taakdelegatie toegepast. Zoals delegatie van taken van de (begeleidende) bedrijfsarts aan een basisarts (arboarts). Of de inzet van een (centrale) medisch adviseur/bedrijfsarts die taken delegeert aan op locatie (decentraal) werkende bedrijfsartsen. Hoewel deze vormen soms met andere benamingen worden aangeduid (supervisie of inzet van expertise-artsen), is er in feite sprake van taakdelegatie.

Wat wel, wat niet? In het NVAB-standpunt is een onderverdeling gemaakt van taken die de bedrijfsarts wel en niet kan delegeren. Een aantal taken blijft voorbehouden aan de bedrijfsarts zelf. Bijvoorbeeld het houden van het eerste spreekuur na een ziekmelding, de belastbaarheid beoordelen, verwijzen voor behandeling, medische informatie opvragen en het melden van beroepsziekten. Voor die taken is de

inzet van de specialistische kennis en vaardigheden van de bedrijfsarts essentieel om de kwaliteit van de (wettelijke) taken van de bedrijfsarts te kunnen waarborgen. Het belangrijkste uitgangspunt bij taakdelegatie is dat de kwaliteit bij de uitvoering van de gedelegeerde taken niet in het geding mag komen. Daarom moet de bedrijfsarts die taken zelf blijven uitvoeren waarvoor zijn specialistische kennis noodzakelijk is. Een casemanager in taakdelegatie mag daarom nooit zelfstandig adviseren over de begeleiding, omdat hij daarvoor sociaal-medische informatie zou moeten interpreteren. Over de verdeling van taken die wel en niet gedelegeerd kunnen worden is in de praktijk veel verwarring. Ook omdat de verdeling in het Standpunt niet altijd even duidelijk is. Een bekend voorbeeld is de vraag of het eerste contact tussen de bedrijfsarts en de medewerker (patiënt) na een ziekmelding kan worden gedelegeerd. Of dat het aan de bedrijfsarts is om eerst zelf de situatie te analyseren, om zo te kunnen beoordelen of hij verdere taken kan delegeren en zo ja, aan wie. Dergelijke onduidelijkheden behoeven in de toekomst verdere uitwerking. In veel arbodienstverlenende organisaties is het werken op basis van taakdelegatie bovendien de regel geworden in plaats van de uitzondering. We vergeten daarbij nog weleens dat een werknemer, anders dan in de reguliere gezondheids-

zorg, geen vrije artsenkeuze heeft als het gaat om de bedrijfsarts. Daarnaast wordt de werknemer geconfronteerd met iemand die taken gedelegeerd krijgt door de bedrijfsarts. Op de bedrijfsarts rust dan ook een grote zorgplicht met betrekking tot het toezicht op de gedelegeerde taken.

Vijf basisvereisten Bij het delegeren van taken door een bedrijfsarts moet die in elk geval rekening houden met vijf basisvereisten, namelijk de vereisten van 1) bekwaamheid, 2) toezicht en tussenkomst, 3) aanwijzing, 4) opdracht en 5) informatie. Ik licht deze vereisten hier kort toe. I. Bekwaamheid De bedrijfsarts moet zich ervan vergewissen dat de gedelegeerde over voldoende bekwaamheid beschikt om de gedelegeerde taak uit te kunnen voeren. Bij de start van de samenwerking kan de bedrijfsarts op basis van werkervaring, opleiding en kennis van de gedelegeerde bepalen of dat zo is. Monitoring van de bekwaamheid is een continu proces. Door middel van intervisie, coaching en dossierbesprekingen kan de bedrijfsarts toetsen of de benodigde bekwaamheid daadwerkelijk aanwezig is. Een bekend misverstand is dat de bedrijfsarts automatisch aansprakelijk is als een gedelegeerde een fout maakt. Het gaat er echter om of de bedrijfsarts erop heeft toegezien dat de gedelegeerde onder andere voldoende bekwaam was. Maar een garantie dat er geen fouten kunnen voorkomen hoeft een bedrijfsarts niet te geven. Het is in beginsel aan de bedrijfsarts om te bepalen of hij taken delegeert. En zo ja, welke taken dat dan zijn, aan wie hij die delegeert en welke ruimte de gedelegeerde daarbij krijgt. Dit is maatwerk en kan dus van bedrijfsarts tot bedrijfsarts verschillen. Niet elk bedrijfsarts immers beschikt over de competenties om te (kunnen) delegeren of heeft de behoefte om dat te doen. Ook het aantal personen waaraan een bedrijfsarts kan delegeren zal van bedrijfsarts tot bedrijfsarts verschillen. De verschenen documenten rondom taakdelegatie besteden wel aandacht aan het vereiste van bekwaamheid door de gedelegeerde. Maar vreemd genoeg niet aan de bekwaamheden van de delegerende bedrijfsarts. Naar mijn mening

arbo 1/2 ¦ 2020 23


         %/+!'%..)!*#!./!(  ++-!*1++-,-+"!..%+*(.%*$!/ 1%!. 1'!/%.+*/./*1*0%/$!/% !! /!!* 1%.!0-.0!.1+(%. (.$%&2- !/+!1+!#/1++- !'(*/!%*#-! %6*/!*$%!-1++- 4%&*1!-2++- %* !.$%&"1*1%&"-+((!*./%&(!*1- %#$! !* +),!/!*/%!.!*$+!1!-/-+02!*%&'* -#!* !%(! !++.  %/$-+!*!* ( 5

  



!1%&"%*#-! %6*/!*1+-)!* !1+! %*#1++- ! 1%.!0-)!/ !$0(,2-1*$%&4%$4!("+*/%*0'*+*/2%''!(!*!1%&" ./,,!*1*$!/ 1%!.,-+!.1+-)!*$!/.(0%/./0'1*$!/ /$!+-!/%.$!#! !!(/!

   

 

+!'!*

     



5      

!-'/%&'#% .-!% .1!%(%#$!% %.!!*,-'/%.$*.(#2!-' 1++-( %!#!*!* %!%* !,-'/%&'/!)'!*$!!*)!/ 1!%(%#$!% ./'!*0%./1++-,-+"!..%+*(.+",!-.+*!* %! !!*+,(!% %*#1+(#!*+,$!/#!%! 1*1!%(%#$!% %. %/+!' 0%/!-)/!#!.$%'/!/+!'#!!"/+,!!*+1!-4%$/!(%&'!2%&4! $* -!%'%*#!*1++-!!*1!%(%#!!*#!4+* !2!-',(!'./ -!% .1!%(%#$!% '+)!*++'.,!/!*(.-!% .$3#%6*! !-#+*+)%!!*#!4+* $!% * !+- !!#% .!$* !(/ %*!!* /($++" ./0''!*$!/1'#!%! -!% .1!%(%#$!%  !/$++" ./0'!(!% #/+* !-* !-!%*+,1!%(%#$!% .!* #!4+* $!% .)*#!)!*/)*#!)!*/.3./!)!*-+2!/ #!1%*#!**+-)!-%*#!*+*#!1(.+* !-4+!'

   

 

+!'!*


zijn die bekwaamheden net zo cruciaal – zo niet crucialer – bij een zorgvuldige en kwalitatieve inzet van taakdelegatie. Het zou goed zijn als de NVAB daar in de nieuwe versies van haar Standpunt nadrukkelijk aandacht aan besteedt.

de manier waarop de bedrijfsarts toezicht houdt of de bekwaamheid toetst. Maar ook om wat er gebeurt als het vertrouwen van de bedrijfsarts in de gedelegeerde beschadigd of zelfs onherstelbaar verstoord raakt.

II. Toezicht en tussenkomst Naast toezicht op de bekwaamheid, moet de bedrijfsarts toezicht houden op de gedelegeerde. De werkafspraken tussen gedelegeerde en bedrijfsarts moeten het mogelijk maken dat de bedrijfsarts, in alle gevallen waarin dat is vereist, snel kan interveniëren en de casus kan overnemen. Door frequent en nauwgezet toezicht te houden op het werk van de gedelegeerde en dit te toetsen, kan de kwaliteit worden geborgd. Het is belangrijk dat in de samenwerkingsafspraken tussen bedrijfsarts en gedelegeerde is opgenomen dat de bedrijfsarts altijd in kan grijpen en de gedelegeerde taak/ taken weer over kan nemen.

V. Informeren van de werknemer De vijfde voorwaarde komt niet voort uit de Wet BIG, maar uit tuchtrechtelijke jurisprudentie. Werknemers moeten worden geïnformeerd als in de verzuimbegeleiding met taakdelegatie wordt gewerkt. In de praktijk gebeurt dit niet altijd even goed. In de Werkwijzer taakdelegatie is aangegeven waarover een werknemer (en werkgever) minimaal informatie moet(en) krijgen. Zo moeten werkgever en werknemer onder andere te horen krijgen dat er onder taakdelegatie wordt gewerkt, wie de eindverantwoordelijke bedrijfsarts is, dat er altijd toegang is tot de bedrijfsarts en welke taken zijn gedelegeerd. Hoe de bedrijfsarts de informatie verstrekt, is niet voorgeschreven. Maar hij dient achteraf wel aan te kunnen tonen dat hij de betreffende informatie heeft verstrekt.

III. Aanwijzing De bedrijfsarts dient de mogelijkheid te hebben – en past dit ook vrijwel altijd toe – om aanwijzingen te geven aan de gedelegeerde over de uitvoering van de gedelegeerde taken. Vaak wordt het protocolleren van taken door de bedrijfsarts zelf als randvoorwaarde van taakdelegatie genoemd. In het Standpunt worden de medische en arbeidsanamnese bijvoorbeeld aangemerkt als taken die de bedrijfsarts kan delegeren. De gedelegeerde interviewt op een vaste, gestructureerde wijze de werknemer over de achtergronden van het verzuim op zowel medisch als nietmedisch gebied (triage). De gedelegeerde hoeft niet alle vragen te onthouden, maar volgt een vaste gespreksstructuur. Die structuur is vooraf door de bedrijfsarts vastgesteld of goedgekeurd, eventueel ondersteund door software. De aanwijzing zit daardoor in het interview verweven. Deze aanpak komt de veiligheid van de bedrijfsarts ten goede en voorkomt dat belangrijke informatie niet wordt uitgevraagd. IV. Opdracht Bij taakdelegatie is formeel sprake van een opdrachtsituatie door de bedrijfsarts aan de gedelegeerde. Het is belangrijk om de gemaakte afspraken over taakdelegatie goed vast te leggen, bijvoorbeeld in een taakdelegatieovereenkomst of -protocol. Het gaat daarbij om zaken als

Casemanagers In de Werkwijzer Taakdelegatie, maar ook in andere documenten, worden overigens twee soorten casemanagers onderscheiden. Ten eerste de casemanager die onder delegatie taken van de bedrijfsarts uitvoert. Ten tweede de casemanager die taken van de werkgever uitvoert en dus niet op basis van taakdelegatie werkt. De bedrijfsarts benadert deze laatste alsof het de werkgever betreft. Deze casemanager mag dus alleen beschikken over die informatie waar de werkgever zelf ook over mag beschikken. De casemanager die op basis van taakdelegatie voor de

bedrijfsarts werkt, valt onder het (afgeleide) beroepsgeheim van de bedrijfsarts. Hij mag ook over (medische) informatie beschikken die noodzakelijk is voor de juiste uitoefening van zijn taak. De Werkwijzer Taakdelegatie geeft aan dat, in navolging van het standpunt van de Autoriteit Persoonsgegevens, het niet is toegestaan dat een casemanager tegelijk onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkt en als uitvoerder van taken van de werkgever. Een vermenging van beide rollen is in strijd met de AVG en – zo meen ik – schaadt de onafhankelijke rol van de bedrijfsarts. Doordat taakdelegatie steeds meer aandacht krijgt in de praktijk, zullen er in de nabije toekomst ook nieuwe documenten verschijnen. Naar verwachting zal de NVAB nog een bijlage toevoegen aan haar Standpunt. In die bijlage zal zij expliciet ingaan op het delegeren van taken door de bedrijfsarts aan een arts in opleiding (AIOS) en arts niet in opleiding (ANIOS). Ook het FNV heeft vorig jaar aangekondigd met een eigen document te zullen komen met daarin haar visie op de inzet van taakdelegatie in de bedrijfsgezondheidszorg. Voorlopig is het laatste woord hierover dus nog niet gezegd.

Structurele oplossing? De vraag is of de inzet van taakdelegatie door bedrijfsartsen een structurele oplossing is voor het groeiende tekort aan bedrijfsartsen. Ik meen dat de inzet van taakdelegatie vooral een noodverbandje is ter overbrugging naar een wijziging van het systeem van arbodienstverlening en verzuimbegeleiding. Een van de mogelijkheden is ‘herschikking’ van de taken van de bedrijfsarts. Dit houdt in dat zaken niet meer exclusief worden opgedragen aan de bedrijfsarts, maar aan een andere deskundige. Er zijn in de wandelgangen echter ook verdergaande maatregelen te horen. Zoals een complete herziening van het systeem van verzuimbegeleiding door bedrijfsartsen en arbodiensten. De toekomst zal uitwijzen welke kant het opgaat. Maar één ding is zeker: tot die tijd zal taakdelegatie door bedrijfsartsen onvermijdelijk deel blijven uitmaken van de arbodienstverlening.

Pascal Willems is advocaat en eigenaar van WVO advocaten. Vragen? Mail naar info@ wvo-advocaten.nl.

arbo 1/2 ¦ 2020 25


Over fake news in veiligheid

Sombere trend! Echt waar? Ook hoogopgeleide mensen weten vaak slecht raad met getallen, veiligheidsprofessionals incluis. Maar bij statistiek en kansberekening is kritische vragen stellen een broodnodige eerste vaardigheid. Kijk mee naar de ongevalscijfers in deze casus en leer waarom. tekst Carsten Busch

et zal zeker twaalf jaar geleden zijn dat ik voor het eerst het begrip innumeracy tegenkwam, dankzij het geweldige boekje met dezelfde titel van wiskundige John Allen Paulos. Paulos stelt dat veel mensen ˝ zelfs die met een hoge opleiding ˝ slecht in staat zijn om met getallen om te gaan. Velen zijn als het ware nummer-analfabeet. Veiligheidsprofessionals onderscheiden zich niet van de rest van de bevolking. En dat is een probleem, want moeten niet juist zij kunnen omgaan met bijvoorbeeld kansberekening en statistieken?

H

Onlangs kopte een nieuwsbericht met  Sombere ongevalstrend op Zweedse bouwplaatsen  . ¹ Het artikel verwees naar onderzoek en ongevalscijfers in Zweden in vergelijking met Denemarken, Noorwegen en Finland. Voor Zweden waren de cijfers niet best. De andere landen kwamen er positief vanaf. Met name Noorwegen kreeg lof toegezwaaid voor de arbozorg op bouwplaatsen. Uit het onderzoek sprak zorg over de toestanden en men stipte hoofdoorzaken aan.

Maar al te vaak zie ik om me heen dat professionals dergelijke statistieken voor zoete koek slikken. Dat zij nauwelijks kritisch nadenken of spreken over de claims die erin worden gemaakt. En dat zij als gevolg daarvan maatregelen tre▪en die wellicht onnodig en soms zelfs schadelijk zijn. Laten we eens kijken naar de claims die in dit artikel worden gemaakt en wat we daarvan kunnen vinden. » Er is een negatieve trend in ongevallen in Zweden en een positieve trend in andere Scandinavische landen. » Het aantal dodelijke ongevallen in Zweden is stijgende. » Zweden staat op nummer 1 in een lijst van dodelijke ongevallen. » De belangrijkste oorzaak voor de ongevallen is het gebrekkige gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Dit triggert bij mij een aantal kritische vragen. Vragen die we ons altijd zouden moeten stellen als we met statistieken worden geconfronteerd. Ik bespreek er hier een handjevol.

Trend? Is er werkelijk sprake van een trend?Die vraag betreft zowel de gemelde stijgende trend in Zweden als de neergaande trend in de buurlanden. Een trend is een wijziging van een bepaalde (getal)waarde of toestand in de loop van de tijd. Het artikel biedt daarvoor geen sterke onderbouwing, want er worden uitsluitend gegevens over de laatste vier jaar gepresenteerd. Daarin vertoont noch Zweden (5-9-7-12), noch Noorwegen (6-8-7-4) een duidelijk patroon. En is een periode van vier jaar eigenlijk voldoende om een trend vast te stellen? Dit kunnen we illustreren door naar de positieve getallen voor Noorwegen te kijken. De Noorse tegenhanger van het CSB biedt ons namelijk de mogelijkheid om zelf met de getallen te spelen. ² Hier kunnen we bijvoorbeeld fatale arbeidsongevallen binnen de bouwbranche oproepen. Zie de gra▫ek voor die van 2004 tot 2018. ³ Kijken we naar de gra▫ek in zijn geheel, dan zien we eigenlijk een vrij stabiele situatie die schommelt rond een gemiddelde van 7 dodelijke ongevallen per


12

Ongevallen

11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0

2005

2007

2009

2011

2013

2015

2017

Jaar

Grafiek: Arbeidsongevallen met fatale afloop per jaar. Bouw- en constructiebranche, aantal dodelijke arbeidsongevallen. (Bron: Statistisk sentralbyrå)

jaar. In de afgelopen jaren lijkt er inderdaad sprake van een dalend patroon, maar is dit toeval of daadwerkelijk een trend? Het is opvallend dat de aantallen in 2004 en 2008 het laagst zijn (in beide jaren de helft van het aantal in 2018). Het is ook opvallend dat beide jaren onmiddellijk worden gevolgd door een jaar met Ωextreemμhoge aantallen: in beide gevallen springen we van 2 naar 10 jaarlijkse doden. Zonder er statistische berekeningen bij te slepen, kunnen we stellen dat wijzigingen in zulke lage aantallen over het algemeen niet statistisch signi▫cant zijn. Vaak zijn ze eerder het gevolg van toeval of natuurlijke variaties dan van onze inspanningen (goede of slechte) op het gebied van veiligheid.

Aantal Het gaat in het artikel over een aantal. Welke factoren beïnvloeden dat aantal en worden deze ook besproken? En hoe relevant is dat aantal eigenlijk? Een belangrijke factor die het aantal ongevallen beïnvloedt zal het gelopen risico zijn. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met het activiteitenniveau? Om de e▪ecten van de ▫nanciële crisis van 2008 te bestrijden heeft de Noorse overheid sterk geïnvesteerd in onder andere bouwprojecten. Het is vrij aannemelijk dat dit invloed heeft gehad, zoals de gra▫ek ook suggereert. En het aantal werknemers binnen een branche dan? Of het aantal inwoners in een land? Zweden heeft pakweg dubbel zoveel inwoners als Noorwegen en Denemarken; hogere aantallen zijn dus te verwachten.

Ongevalscijfers Het artikel gaat in de eerste plaats over ongevalscijfers, maar wat zeggen zulke aantallen werkelijk over veiligheid? Hoewel iedereen instinctief voelt dat een ongeval een teken is voor onveiligheid, is het slechts een zwakke maat. Enerzijds omdat het gevolg van een ongeval toevallig is. Een bouwvakker die uitglijdt op een steiger zonder leuning kan een doodsmak maken en in het ziekenhuis terechtkomen. Of hij kan zich vasthouden en er met de schrik vanaf komen. Zelfde situatie, groot verschil in gevolg. Anderzijds geldt ook dat een positief resultaat (nul letsels of doden) het gevolg kan zijn van geluk of onvoldoende melden.

spreekt over oorzaken van (dodelijke) ongevallen, maar wel melding maakt van slechte discipline bij PBM-gebruik. Blijkbaar een staaltje journalistieke vrijheid: het met elkaar verbinden van twee zaken die in het rapport los van elkaar staan genoemd. Dit leert ons nog een les. Behalve kritische vragen stellen, moeten we waar dat mogelijk is proberen naar de bronnen te gaan. Want pers- en nieuwsberichten willen nog weleens voorbijgaan aan belangrijke nuances. Of zelfs compleet de plank missen. Wat in deze casus wel te denken geeft, is dat het rapport is uitgegeven door Skydda en gebaseerd op onderzoek van dit bedrijf. Laat dit nu een grote leverancier van PBM zijn ...

Vergelijking Wie staat op de genoemde lijst en is een vergelijking met anderen hier relevant? In dit geval hebben we het over Scandinavische landen. Het is misschien natuurlijk om een vergelijking te maken met buurlanden. In dit geval ligt dat nog meer voor de hand omdat taal, cultuur en sociale omstandigheden in Zweden, Denemarken en Noorwegen vergelijkbaar zijn. Aan de andere kant is dit niet vanzelfsprekend. Zo was het 30 jaar geleden bijzonder vreemd geweest om West- en Oost-Duitsland met elkaar te benchmarken ...

Afsluitend Kritische vragen stellen is een elementaire vaardigheid voor veiligheidsprofessionals. Deze casus is slechts een voorbeeld om te laten zien hoe u dat op een vrij simpele manier kunt aanpakken. Dat helpt om betere bijdrages te leveren aan veiligheid en tot meer zinvolle acties te komen, in plaats van achter het volgende fake news aan te rennen. Carsten Busch is senior adviseur arbeidsveiligheid bij Politidirektoratet en eigenaar van www.mindtherisk.com. Bronnen

Oorzaak Wat betekent Ωgrootste oorzaakμ? Hoe is die bepaald? En is er iemand die baat heeft bij de conclusies? Omwille van de omvang van dit artikel zal ik de vraag of men überhaupt een Ωgrootste oorzaakμkan vaststellen hier in het midden laten. Ook omdat bij nader onderzoek blijkt dat het rapport ‡ waarop het nieuwsbericht zich baseert niet

[1] https://werkveilig.wordpress. com/2019/10/10/sombere-ongevalstrend-opde-zweedse-bouwplaatsen/ [2] https://www.ssb.no/helse/statistikker/arbulykker [3] https://www.ssb.no/statbank/table/10913/ chartViewLine/ [4] https://www.skydda.se/wcsstore/CAS/Skydda/Attachment/Service/Service/PDFs/SE/Skydda_sakerarbetsplats_2019_low.pdf

arbo 1/2 ¦ 2020 27


Over intrekken beroepscertificaten

Doen wat de Het certificaat van een hijskraanmachinist wordt ingetrokken omdat hij personen heeft gehesen in een daarvoor niet bedoelde werkbak. De rechtbank acht de intrekking onterecht. Hoe zit het eigenlijk met het intrekken van zo n certificaat? tekst Rob Poort

28 arbo 1/2 ¦ 2020


baas zegt? en kraanmachinist helpt in juli 2018 met zijn mobiele torenkraan om asbesthoudende platen van het dak van een loods te verwijderen. Daartoe hangt een werkbak aan de kraan die aan de lange zijde open is. De twee werknemers in de werkbak zijn aangelijnd met een valstopapparaat met een vallijnlengte van zes meter. Volgens een inspecteur van SZW is de werkbak niet geschikt voor personenvervoer en bestaat het gevaar dat de mannen uit de bak vallen. Dit wordt gemeld bij de DNV GL Business Assurance, de instantie die de machinist heeft gecertificeerd. DNV trekt op 15 augustus 2018 het certificaat van de kraanmachinist voor een jaar in. De kraanmachinist zou niet meer voldoen aan de vakbekwaamheidseisen omdat hij personen heeft gehesen in een werkbak die daarvoor niet bedoeld is. Hij heeft daarmee Arbowet en Arbobesluit overtreden en onveilig gehandeld. Bezwaar van de kraanmachinist is vergeefs en hij gaat in beroep bij de rechtbank.

E

Oordeel rechtbank Volgens de rechtbank mochten de werkzaamheden niet op deze manier worden uitgevoerd. Er zijn diverse overtredingen begaan, maar die kunnen de kraanmachinist niet worden aangerekend. Een werknemer moet zorgen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van andere personen. Ook moet hij zich aan bepaalde voorschriften houden. Maar de werknemer is vooral verplicht om de instructies van de werkgever te volgen. En uiteindelijk is niet de werknemer, maar de werkgever als eerste verantwoordelijk voor veilige arbeidsomstandigheden. De werknemer is dus in zekere mate wel verantwoordelijk voor de veiligheid op de arbeidsplaats, maar moet uitein-

Ook als een werknemer de instructies van de werkgever opvolgt, kan hij voor een overtreding verantwoordelijk worden gehouden delijk vooral ook doen wat de werkgever hem opdraagt. De toegepaste werkmethode kan op zichzelf ernstig gevaar voor personen veroorzaken. Maar volgens de kraanmachinist heeft hij de instructies van zijn werkgever gevolgd. De rechtbank heeft geen reden daaraan te twijfelen en DNV heeft niet onderzocht welke instructies de kraanmachinist had gekregen. Ook is niet aangetoond dat de kraanmachinist verantwoordelijk was voor de beslissing om de asbestplaten met behulp van een werkbak te verwijderen. Het beroep is daarom gegrond. Verder bepaalt de rechtbank dat DNV geen nieuw besluit mag nemen over deze zaak, maar dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt. De kraanmachinist krijgt zijn certificaat terug en de intrekking wordt herroepen. De rechtbank kiest hiervoor omdat zij vindt dat de kraanmachinist niet langer dan nodig in onzekerheid mag verkeren. Het besluit van DNV is belastend en heeft grote impact op de kraanmachinist. Zonder certificaat mag hij zijn werk niet uitvoeren. Daar komt bij dat de rechtbank er tijdens de eerste voorlopige voorzienin-

genprocedure ook al op had gewezen dat DNV de zaak onvoldoende heeft onderzocht. DNV heeft dus al gelegenheid gehad om het besluit beter te motiveren of nader onderzoek te doen, maar heeft daarvan geen gebruikgemaakt. (Rechtbank Midden Nederland, zp Utrecht, 14 juni 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3011)

Aantekening Volgens de rechtbank is duidelijk dat er overtredingen zijn gepleegd: de werkbak mocht niet worden gebruikt voor deze werkzaamheden en zeker niet met één open zijde. De vraag is alleen of de machinist hiervoor verantwoordelijk kan worden gehouden. De rechtbank vindt van niet. Volgens de kraanmachinist heeft hij de instructies van zijn werkgever gevolgd en de rechtbank heeft geen reden om daaraan te twijfelen. DNV heeft namelijk niet onderzocht welke instructies de machinist van zijn werkgever had gekregen. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat de machinist volgens de instructies van de werkgever heeft gehandeld. Om te beoordelen of de machinist de instructies van de werkgever inderdaad heeft gevolgd, moet duidelijk zijn welke instructies dat wa-

arbo 1/2 ¦ 2020 29


De certificerende instelling wordt geacht zelf onderzoek te doen naar de feiten alvorens een certificaat daadwerkelijk in te trekken ren. Maar dat is niet bekend. Die instructies zijn door DNV niet aan het dossier toegevoegd en waren ook niet bij het besluit betrokken. De rechtbank stelt vast dat DNV kennelijk is afgegaan op de melding van de inspecteur SZW en zelf geen onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden op de arbeidsplaats. Ook is niet gekeken naar de voor die dag geldende risico-inventarisatie en het werkplan. DNV verwijt de machinist ook dat hij voorafgaand aan de werkzaamheden geen risico-inventarisatie heeft gemaakt. Het had op de weg van DNV gelegen om hier onderzoek naar te doen, maar dat is niet gedaan. De werkgever is hier niet naar gevraagd en de DTA (Deskundige Toezichthouder Asbestsanering) evenmin. Ook heeft DNV niet gevraagd wat er ’s ochtends tijdens de toolboxmeeting is besproken. Daarmee blijft onbekend welke instructies en veiligheidsafspraken de machinist moest opvolgen. Ook als een werknemer de instructies van de werkgever opvolgt, kan hij mogelijk toch verantwoordelijk worden gehouden voor een overtreding. Als er bijvoorbeeld plots een gevaarlijk harde wind opsteekt, mag je van een hijskraanmachinist verwachten dat hij het hijsplan onder die omstandigheden niet uitvoert. Volgens de rechtbank was in dit geval geen sprake van een situatie waarin de machinist moest weigeren de instructies op te volgen of gevaren moest melden bij zijn werkgever. Verder is niet weersproken dat de gebruikte werkmethode met de mobiele torenkraan en de werkbak een veelgebruikte werkmethode was. De inspectie SZW legde hier tot 2017 geen boetes of sancties voor op. De rechtbank heeft geen reden om hieraan te twijfelen. De situatie was daarom niet zo gevaarlijk dat de machinist daar tegenin had moeten gaan.

30 arbo 1/2 ¦ 2020

We kunnen de conclusie trekken dat de werknemer een zekere mate van verantwoordelijk heeft voor de veiligheid op de arbeidsplaats. Maar ook dat hij binnen zekere begrenzingen gehouden is te doen wat de werkgever hem opdraagt.

Intrekken certificaten Het is lastig dat een overtreding of fout die de Inspectie SZW in het veld constateert, na melding door de Inspectie wordt afgehandeld door de certificerende instelling. Dit terwijl de overtreder zelf geen bezwaar kan maken bij degene die de overtreding of fout daadwerkelijk heeft geconstateerd: de Inspectie SZW. Dat geldt in beginsel voor alle soorten certificaten. Want die worden immers op grond van de Arbowetgeving door certificerende instellingen verleend en alleen die instellingen kunnen ze ook weer intrekken. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het (persoons) certificaat van een Hoger Veiligheidskundige. Dat kan op verzoek of aanwijzing van de Inspectie SZW tijdelijk of definitief worden ingetrokken. De inspectie zelf heeft daartoe geen (wettelijke) mogelijkheden. Maar zoals uit de zaak tegen de kraanmachinist blijkt, wordt van de certificerende instelling wel verwacht dat zij zelf onderzoek doet naar de feiten voordat zij het certificaat daadwerkelijk intrekt. Dat betekent ook het toepassen van hoor en wederhoor. Een heel andere mogelijkheid biedt het strafrecht. Iemand die echt in de fout is gegaan kan, op grond van artikel 7, 1e lid Wet op de economische delicten, als bijkomende straf een verbod krijgen opgelegd om zijn beroep voor een bepaalde tijdsduur uit te oefenen. Overtreding van zo’n opgelegd beroepsverbod levert

overigens een nieuw strafbaar feit op. Een beroepsverbod is een sanctie met zware en verstrekkende gevolgen en het wordt dan ook doorgaans terughoudend toegepast. Het gaat een flinke stap verder dan het intrekken van een certificaat.

Slotbeschouwing Het is niet duidelijk hoeveel persoonscertificaten jaarlijks worden ingetrokken. Dat heeft te maken met de afhandeling, die in beginsel plaatsvindt tussen de gecertificeerde persoon en de certificerende instelling. De intrekking zal met het oog op de privacywetgeving ook niet bekend worden gemaakt. De enige aanduiding zal zijn dat de gecertificeerde wiens certificaat tijdelijk (of blijvend) is ingetrokken, niet meer voor zal komen in het overzicht van gecertificeerde beroepsbeoefenaars of dat het eerder verleende certificaat niet meer geldig is. ¹ Een ander mogelijkheid is – zoals in de zaak waarmee dit artikel begon – dat de gecertificeerde beroepsbeoefenaar de beslissing aanvecht. Dat gebeurt in eerste aanleg met een bezwaarprocedure die in beginsel nog steeds niet openbaar is. Pas als de gedupeerde tegen de beslissing op zijn bezwaar beroep aantekent, komt de zaak bij de rechter en volgt een openbare behandeling. Dat betekent overigens nog niet dat iedereen daar ook kennis van kan nemen. Dat is afhankelijk van de rechtbank zelf – of die overgaat tot publicatie op rechtspraak.nl – of dat een toevallig aanwezige rechtbankverslaggever de zaak oppikt en zijn uitgever de zaak interessant genoeg vindt om te publiceren. Los daarvan worden regelmatig certificaten ingetrokken. Maar het gaat dan meestal om aan bedrijven verleende certificaten, zoals in de asbestsector. Mr. ing. R.O.B. Poort ¦ www.bureaupoort.nl

Noot [1] Zie bijvoorbeeld bij de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport waar men op certificaatnummer en geboortedatum kan controleren of het certificaat nog geldig en van toepassing is voor de desbetreffende machinist, hijsbegeleiders of keurmeester. Opmerking: het TCVT-certificaat voor machinisten is per 1-1-2020 vervangen door de TCVT-RAregistratie.


COLUMN Gert van der Kolk

Kanarie Zeg, wil jij het verschil eens zien tussen een dood vogeltje? , vroeg de huisschilder die het binnenwerk deed. ??? Nou, dat zijn ene pootje even lang is!

Het was niet heel subtiel maar wel duidelijk, want daar lag Pietje op zijn rug in het schelpenzand. Van verf op waterbasis had nog nooit iemand gehoord en mijn kanarie had door de dampen het loodje gelegd. Beteuterd vroeg ik me af wat je met dode kanaries doet. De schilder zette een raam open. Vergelijkbare scène, jaren later. Een schilder lakte de boel strak in mijn nieuwe huis. Watergedragen verf was nog niet verplicht. In de kamer waar hij bezig was rook het nogal naar oplosmiddel. Ik moest aan mijn kanarie denken. Zijn oudste collega bleek toen ik daar bij een kop koffie naar informeerde nog geen vijftig, maar van waterverf moest hij niks hebben: dat schilderde niet fijn. De kanarie-in-de-kolenmijn is letterlijk en figuurlijk een mooi voorbeeld van m, waarin een detector data verzamelt en informatie een early warning system produceert die tot kennis en besluitvorming leidt. De kanarie valt van zijn stokje, dat is foute boel, want vuile lucht, het raam moet open, groter onheil bezworen! Letterlijk toegepast zal er weinig discussie over zijn. Niet alleen omdat het anders zo zielig is voor de kanarie, maar ook omdat iedereen weet dat de gebeurtenissen weinig ruimte laten voor een andere uitleg. Maar als ik de kanarie-in-de-kolenmijn als metafoor neem voor onze omgang met risico s, blijkt die ruimte voor een andere uitleg heel groot te zijn. We moeten onze informatie immers duiden om er kennis van te maken en besluiten over te nemen. Dat wil zeggen: informatie een naam geven, in een breder verband plaatsen, verbinden met verleden en toekomst, er gewicht aan toekennen. Stuk voor stuk handelingen die voor discussie vatbaar zijn. Misschien was die kanarie wel oud, of ziek, of ondervoed, of had een voorbijlopende kat hem een doodschrik bezorgd. Wil een interpretatie komen bovendrijven die op draagvlak en draagkracht kan rekenen, dan moeten we de discussie goed organiseren. Daar komt heel wat bij kijken. Een slimme combinatie van ieders belangen zoeken. Tegenspraak waarderen. Ruimte geven voor reflectie en evaluatie. Tijdens de wedstrijd de spelregels niet aanpassen. En ons ervan verzekeren dat de top zo n aanpak steunt en de uitkomsten serieus neemt. Het laatste is bepaald geen bagatel. Zonder die steun is er voor een kanarie geen beginnen aan. Neem bijvoorbeeld het rapport Publieke waarde in de knel. De Rekenkamer van Rotterdam concludeert dat door bestuurlijke overmoed er nogal eens wat misgaat met grote projecten van de stad. Ongemakkelijk maar ook heel normaal, want we zijn geneigd ons eigen kunnen te overschatten en onredelijk optimistisch te zijn over de afloop van onze ondernemingen. Van het stadsbestuur mogen de conclusies van de rekenkamer echter niet tot minder moed, minder ambitie en minder durf in de toekomst leiden . Om dan straks te moeten vaststellen dat van alwéér een dood vogeltje het ene pootje nog steeds even lang is, denk ik. Gert van der Kolk ¦ vennoot OIO (bureau voor Organisaties in Ontwikkeling), traint, adviseert en schrijft over samenwerkingsvragen.

arbo 1/2 ¦ 2020 31


Meer personeel, veiliger werk

Transparante taken

32 arbo 1/2 | 2020


Bouw, industrie, energievoorziening, waterbedrijven; veel sectoren kampen met een groeiend tekort aan personeel. Zij-instromers en tijdelijk personeel inzetten is een optie. Maar men is huiverig. Want kunnen die hun taak aan? Blijven werkprocessen veilig verlopen? ‘Fit for purpose’-opleiden maakt taken transparant. tekst Dirk de Knecht

D

e manier waarop de taakom­ schrijving is vormgegeven, is veelal de basis van het probleem. Vaak zijn de taken slechts in algemene bewoordingen beschreven (dus niet SMART) en is er alleen een beschrijving van de theoretische vooropleidingen. Door de diverse taakstappen wel SMART te omschrijven, inclusief de te bereiken resultaten, ontstaat er een in­ strument (meetlat) waarmee men kan bepalen of iemand in staat is om zijn taak uit te voeren. Dit is met name be­ langrijk waar het gaat om zogenoemde functiekritische handelingen: hoe weet je of iemand in staat is zo te handelen dat er geen persoonlijke of economische schade ontstaat? Met een dergelijke meetlat in handen kun je exact passende opleidingstools ontwikkelen. Dit zet veel meer zoden aan de dijk dan een overkill aan theorie

om mensen ‘op niveau’ te brengen. Onnodige eisen maken het moeilijk om capaciteitsproblemen op te lossen en kunnen zelfs tot problemen leiden. Want medewerkers met een te hoog theoretisch niveau kunnen zich gaan vervelen. En mensen die zich vervelen maken juist weer fouten.

Functiekritische taken Uit veiligheidsoogpunt is het belangrijk om op zijn minst de functiekritische ta­ ken goed in beeld te brengen en SMART te maken. Door te focussen op deze ta­ ken voorkom je dat je alle handelingen in beeld moet brengen. Zo ligt de aan­ dacht meteen op de belangrijke aspec­ ten van het beroep. Daarbij gaat het niet alleen om de ken­ nis en kunde om fouten te voorkomen (preventief). Het gaat vooral ook om de kennis en kunde om adequaat te kun­ nen ingrijpen als er een (veiligheids)­

Functiekritische handelingen Preventie

Mens:

Repressie

Mens:

• Kennis • Vaardigheden • Attitude

• Kennis • Vaardigheden • Attitude

• Methoden

• Methoden

• Middelen

• Middelen

Organisatie: Techniek:

Incident

Organisatie: Techniek:

Figuur 1: Vlinderdasmodel met competenties

arbo 1/2 | 2020 33


Scenario Verpompen AAAA

Vaardigheden

Middelen

Kennis

Procedures

Attitude

Toetsing laat zien: ********

Preventief

licht toe: ******* laat zien: ********

Repressief

licht toe: *******

Figuur 2: Functiekritische taken SMART maken

barrière is doorbroken (repressief). Het welbekende vlinderdasmodel onder­ steunt deze aanpak (zie figuur 1).

REACTIVE

DEPENDENT

INDEPENDENT

INTERDEPENDENT Team

Individu

Supervisie

Terugkerende toetsing Bedrijven die ervaring op hebben ge­ daan met dit systeem, gaan ook vaak over op het toetsen van het bestaande personeel. Zij gebruikten het instru­ mentarium om op regelmatige basis vast te stellen of het competentieniveau nog up-to-date is. Op deze manier kun­ nen zij op tijd eventuele gaten in com­ petenties vaststellen en daar iets aan doen.

Positieve invloed op cultuur Een goede lezer zal begrijpen dat deze methodiek het ook mogelijk maakt om de veiligheidscultuur te beïnvloeden. Wanneer we een proactieve cultuur tot stand willen brengen, is het belangrijk om meer te gaan werken vanuit een

Automatische piloot Vertrouwen

Het SMART maken vereist een goede analyse en vertaling van taken naar ken­ nis, vaardigheden en houding. En voor een compleet plaatje ook naar werkbe­ schrijvingen/procedures en benodigde hulpmiddelen. Een complete human factors-analyse dus (zie figuur 2). Via deze methodiek ontstaat de benodig­ de transparantie om iemand goed toe te rusten op zijn werkzaamheden. Maar ook ontstaat er via assessments transpa­ rantie over de kwaliteit van de vaardig­ heden. Zo vertrouw je niemand op zijn blauwe ogen, maar ontstaat zekerheid over beroepscompetenties. De aanpak garandeert enerzijds dat een nieuwe medewerker ‘fit for purpose’ is en anderzijds dat er geen onnodige bal­ last in zijn opleiding gaat zitten. Daar­ naast maakt de aanpak het mogelijk om zij-instroom aan te trekken en efficiënt op te leiden.

Transparantie

Figuur 3: Meer vertrouwen, minder toezicht

persoonlijke drive en wat minder van­ uit toezicht en procedures. Een voor­ waarde hiervoor is vertrouwen in het vakmanschap van het individu; geen blind vertrouwen dus. Ook hier is het belangrijk dat het vakmanschap trans­ parant is, zodat zeker is dat de werk­ vloer in staat is calamiteiten het hoofd te bieden. Dus ook bedrijven die een stap willen zetten op de cultuurladder zijn gebaat bij een dergelijke vorm van transparantie. Om te zorgen dat mensen niet meer af­ hankelijk zijn van regels en procedures (dependent) is verhoging van vakman­ schap nodig om situaties te kunnen be­ oordelen en preventief en repressief te kunnen handelen. Zo worden mensen zelfsturend (independent). Figuur 3 laat dit zien. Als er vertrouwen is in de com­ petentie van medewerkers – door terug­ kerende assessments – kan het toezicht naar de achtergrond. Dirk de Knecht is consultant human factors & safety bij Intergo.

‘Fit-for-purpose’ door SMART taakstappen en resultaten 34 arbo 1/2 | 2020

Onderhoud aan een pomp Een medewerker moet onderhoud verrichten aan een pomp in een aceton-systeem. Over welke vaardigheden moet hij beschikken om dit goed te kunnen doen? Preventieve vaardigheden: »» de stappen kennen om de pomp veilig te stellen »» de risico’s van aceton kennen (gezondheidsgevaren, brand/ explosiegevaar) »» weten hoe het block & bleedsysteem werkt »» kunnen vaststellen of de pomp acetonvrij is »» soft skill: zorgvuldig handelen Repressieve vaardigheden: »» een spill-kit kunnen hanteren »» weten wie in te schakelen »» gezondheidseffecten voorkomen/beperken van contact met aceton »» explosiegevaar bestrijden »» een melding doen »» soft skill: analyserend en handelend optreden


L A V E ONG

Kleine wijziging, grote gevolgen Soms kan een op het oog kleine wijziging aan een machine grote gevolgen hebben, zowel in materieel als in immaterieel opzicht. Dat blijkt wel uit wat een uitzendkracht overkomt bij het bedienen van een excenterpers.

tekst Radbout van Wezel

oor het ponsen van gaten in een metalen product maakt een werknemer gebruik van een excenterpers. De uitzendkracht die een dag eerder begonnen is moet vandaag aan een andere machine werken dan gisteren. Toen werkte hij met een excenterpers met koppelscherm. Na het inleggen van het product en het starten van de cyclus komt er bij die machine eerst een scherm naar beneden voordat de pers zijn slag maakt. Hierdoor is het niet mogelijk om bij de stempel te komen. Vandaag werkt hij op een andere excenterpers. Deze machine heeft geen koppelscherm, maar een tweehandenbediening. Op een gegeven moment ziet de uitzendkracht dat het product scheefligt. Hij wil het nog vlug even recht leggen. Op hetzelfde moment komt de pers naar beneden en zit hij met zijn hand klem tussen het product en de stempel. Gevolg: amputatie van de wijsvinger en de middelvinger van zijn linkerhand.

V

Oorzaken en lessen De excenterpers van het ongeval is een machine uit 1984. In 2014 heeft de werkgever de machine door een elektrotechnisch bedrijf laten voorzien van een nieuwe besturing. De machine is toen uitgerust met de nieuwste elektronica, waaronder een PLC en een elektronisch gestuurde tweehandenbediening volgens de laatste stand van de techniek. Tijdens het onderzoek door de arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW blijkt dat

deze machine oorspronkelijk geschikt was voor inlegwerk. De machine was hiertoe speciaal voorzien van een dubbele rem in combinatie met een tweehandenbediening. Deze (pneumatisch gestuurde) tweehandenbediening was zo uitgerust dat de knoppen tijdens de gehele slag van de pers bediend moesten blijven. Liet de machinewerker een of beide knoppen los, dan stopte de pers zijn slag en keerde terug naar de rustpositie. Uit het onderzoek komt naar voren dat de nieuwe tweehandenbediening deze functionaliteit niet had. Na het bedienen wordt de

lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit, juncto artikel 7.4, vierde lid van datzelfde besluit. In afwijking van wat er in het boeterapport is vermeld, heeft de Inspectie SZW een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 7.7, eerste lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Dit artikel ziet toe op de specifieke situatie waarin men gebruikmaakt van een arbeidsmiddel dat niet is voorzien van een beveiligingsinrichting die het gevaar van bewegende delen zoveel mogelijk voorkomt. Omdat het bedrijf in het verleden al een boete heeft gehad

Voorlichting, onderricht en toezicht waren onder de maat pers in gang gezet en maakt zijn hele slag af. Dat is waar het is misgegaan. Uitkomst van het onderzoek is dan ook dat een op het oog kleine wijziging zo ingrijpend is dat daarmee een machine is gecreëerd met een andere functionaliteit. Naast deze substantiële wijziging van de machine blijkt uit het onderzoek ook dat voorlichting, onderricht en toezicht ver onder de maat waren.

Boeterapport Naar aanleiding van dit ongeval zijn er twee trajecten gestart. Er is een boeterapport opgemaakt wegens overtreding van artikel 7.4, derde

voor een gelijksoortige overtreding, is hier sprake van recidive zoals bedoeld in artikel 34, vijfde lid van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarbij is artikel XXV, vijfde lid van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in acht genomen. Dit zorgt voor een verdubbeling van het boetebedrag van 10.800 naar 21.600 euro. Daarnaast is er een Warenwettraject opgestart. Dit omdat de werkgever door de substantiële wijziging aan de machine de rol van fabrikant op zich heeft genomen, met alle verplichtingen die daar bij horen.

arbo 1/2 ¦ 2020 35


Effect nieuwe beleidsregel

Vooruit met de Sinds juli 2019 is de nieuwe beleidsregel voor arbocatalogi van kracht. Welk effect zal deze beleidsregel hebben op de ontwikkeling van arbocatalogi? We vroegen het aan de Inspectie SZW en diverse branchevertegenwoordigers. Hun verwachting is eensgezind: betere arbocatalogi. Gunstig voor arboprofessionals! tekst Aukje van den Bent, Huub Pennock, Theo-Jan Heesen en Mark Fleuren

e eerste arbocatalogi werden in 2008 bij de Inspectie SZW ter toetsing aangeboden. Het toenmalige kabinet wou minder centrale regels formuleren. Daarom vroeg het de branches om hun verantwoordelijkheid te nemen en als werkgevers- en werknemerspartijen samen invulling te geven aan de doelvoorschriften van de Arbowet. Na een voorzichtige start in 2008 werden in 2009 meer dan 100 (deel)catalogi ter toetsing aangeboden. Er zijn inmiddels meer dan 150 branche-catalo-

D

36 arbo 1/2 ¦ 2020

gi die soms wel negen onderwerpen (zoals fysieke belasting, PSA en gevaarlijke stoffen) beschrijven. Al vanaf de start zijn er kwaliteitsverschillen tussen de diverse arbocatalogi. Verschillen die in de loop der jaren steeds groter zijn geworden. Zo is aan sommige catalogi sinds de totstandkoming niets meer veranderd. Andere branches voegden steeds meer onderwerpen aan hun catalogus toe en actualiseerden regelmatig de oplossingen binnen de onderwerpen.

Volwaardige toets Ook de toets van de Inspectie SZW heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. Carin Benders, coördinator arbocatalogi bij de Inspectie SZW: “Vanaf de start van de arbocatalogi is het al de bedoeling dat organisaties die hun branche-arbocatalogus benutten, er vanuit kunnen gaan dat zij zich daarmee aan de Arbowet houden. Ook de rechter heeft dit beaamd: een organisatie die zich aan de arbocatalogus had gehouden, werd in het gelijk gesteld.


arbocatalogus Terwijl deze catalogus kwetsbare groepen medewerkers naar onze mening onvoldoende beschermde. Onze toets heeft zich daarom steeds verder ontwikkeld.” “Ook de ontwikkeling van wettelijke normen heeft invloed op deze toets”, vertelt Boudewijn Nouwens, senior inspecteur van het inspectiebrede kenniscentrum. “Zo zijn de grenswaarden van gevaarlijke stoffen in de laatste tien jaar aangescherpt. Ook geldt bij werkdruk inmiddels de verplichting om bij hoge werkdruk een verdiepend onderzoek te doen. Om meer duidelijkheid te verkrijgen voor werkgevers én onze inspecteurs keuren wij arbocatalogi met alleen een opsomming van vrijblijvende tips niet meer goed. Een arbocatalogus moet uitleggen welke oplossingen minimaal zijn en/of hoe een werkgever uit de verzameling van oplossingen de juiste kan kiezen om tot een voldoende beschermingsniveau te komen.” De Inspectie SZW verstuurde in juli 2019 een informatieve aankondigingsbrief aan de branches met uitleg over de nieuwe beleidsregel. Met als belangrijkste wijziging dat er nu een houdbaar-

Actualiseren Eén van de arbocatalogi die steeds verder is ontwikkeld, is die van de agrarische en groene sectoren. Math Creemers, directeur van Stigas, vertelt dat er voor de dertien deelsectoren elk een catalogus is met zo n acht onderwerpen. Actualiseren is een continu proces , geeft hij aan, want onze catalogi zijn levende documenten. We hebben de onderwerpen in een planningskalender staan en zo komen ze volgtijdelijk aan de beurt voor actualisering. Daarnaast krijgen we via onze sectorspecialisten, voor wie het adviseren van bedrijven hun dagelijkse werk is, ook regelmatig tips voor aanvullingen. Dat er een veiliger methode mogelijk is voor werken met een motorkettingzaag, bijvoorbeeld. De houdbaarheidstermijn vindt hij een goede en logische ontwikkeling. De ontwikkelingen op arbo-gebied gaan reuze snel. De impuls om hiermee actueler te zijn en te blijven zal goed zijn voor de kwaliteit van de catalogi. Inhoudelijk ziet hij wel een uitdaging. Er is zeker een spanningsveld tussen concreet en helder formuleren uit het oogpunt van regelgeving versus praktisch en motiverend schrijven voor bedrijven. Die uitdaging gaan wij graag aan. Want we zien dat de catalogus werkt om onze bedrijven te ondersteunen.

heidstermijn van zes jaar is, zullen de catalogi de komende jaren óf een nieuwe toetsingsronde ingaan, óf uit het overzicht van goedgetoetste arbocatalogi worden verwijderd. Betekent dit dat er minder catalogi overblijven de komende jaren? “Dat zou kunnen, maar ik hoop het niet”, geeft Carin Benders aan. “Het hoeft volgens mij ook niet, er zijn veel

mogelijkheden voor een branche om een goede catalogus te ontwikkelen. Branches kunnen bijvoorbeeld inspiratie opdoen bij andere catalogi of afspraken met elkaar maken over samen ontwikkelen. Of bepaalde onderwerpen van elkaar overnemen. Voor vragen en overleg kunnen branches ook altijd bij ons terecht.”

arbo 1/2 ¦ 2020 37


Illustraties uit de arbocatalogus van ggz op www.gezondenveiligwerken.nl

Veel moois Wie recent ontwikkelde catalogi opzoekt, ziet dat er inderdaad veel moois mogelijk is. Kijk maar naar de groene/ agrarische arbocatalogus (www.agroarr bo.nl, die van de schoonmaakbranche (www.arboschoonmaak.nl) en de arbocatalogus van de ggz (www.gezondenveiligwerken.nl). Een telefonische belronde langs diverse branchevertegenwoordigers leert dat de nieuwe beleidsregel veel effect ff heeft gehad. Meerdere branches zijn zich aan het oriënteren op de mogelijkheden om hun arbocatalogus volgens de nieuwe beleidsregel te laten toetsen. Zo geeft Bart Pierik van de VSNU aan dat de deelcatalogi van de Nederlandse Universiteiten inmiddels 6 jaar oud zijn en dat dit een goed moment is om ze te actualiseren. Hun paritaire begeleidingscommissie werkt op dit

Als branches hun catalogi gaan actualiseren, worden die waarschijnlijk kwalitatief beter moment al met expertisegroepen aan de herziening van de teksten. De schoonmaakbranche heeft zelfs al teksten volgens de nieuwe beleidsregel aangeleverd. Theo Bosma, beleidsmedewerker arr beidsomstandigheden namens de RAS, vertelt dat de schoonmaakbranche arbo altijd hoog in het vaandel heeft gehad en zelfs van oudsher een aparte arbo-cao heeft. “De arbocatalogus vinden wij ook belangrijk, daarmee bieden we mensen

een handvat om veilig te werken.” Al in juli leverden ze het onderwerp ongewenste omgangsvormen aan volgens het nieuwe format: “Ik ben er even goed voor gaan zitten en al met al was het echt niet zo ingewikkeld.” Geen van de bevraagde branches is van plan om hun catalogus te laten vervallen. Wellicht zal het dus inderdaad meevallen hoeveel catalogi er gaan verdwijnen.

Op naar meer kwaliteit

Voordelen van arbocatalogus Er zitten veel voordelen aan het gebruik van een actuele arbocatalogus: » Weten dat je het goed doet: door van de oplossingen van de arbocatalogus gebruik te maken, weet een organisatie dat zij haar medewerkers goed en goed genoeg beschermt. » Sneller en gemakkelijker werken: dankzij de voorbeelden en mogelijkheden in de arbocatalogus hoeft een organisatie het wiel niet zelf uit te vinden, maar vindt zij inspiratie en ondersteuning. » Houvast in de samenwerking met de ondernemingsraad: de gesprekken over het treffen van geschikte maatregelen die je na de RI&E in het plan van aanpak wilt invullen, verlopen daarmee soepel en doeltreffend. » Instrumenten en tools vinden die leidinggevenden én individuele medewerkers ondersteuning kunnen bieden. » Niet hoeven op te zien tegen een eventueel bezoek van de Inspectie SZW: dit verloopt soepel doordat de organisatie kan laten zien hoe en waarom ze van welke oplossingen gebruik heeft gemaakt.

38 arbo 1/2 ¦ 2020

Als branches hun catalogi gaan actualiseren en daar de nieuwste inzichten in verwerken, zullen er waarschijnlijk wel kwalitatief betere catalogi komen. “Ja, dat verwachten wij ook”, zegt Boudewijn Nouwens. “En dat is belangrijk, want bij de organisaties waar wij inspecteren merken we veel voordelen van een arbocatalogus. De gesprekken gaan veel makkelijker met een gemeenschappelijk uitgangspunt. We hopen dan ook dat veel branches (weer) werk van hun catalogus gaan maken!” Aukje van den Bent, Huub Pennock, k Theo-Jan Heesen en Mark Fleuren zijn organisatie-adviseur bij De Goede Praktijk en zijn betrokken bij de ontwikkeling en actualisering van diverse arbocatalogi, www.degoedepraktijk.nl.


  6+23$5%221/,1(1/

.,")"&!2".+(".!

 

 $UERLVYRRUYHHOEHGULMYHQLHWVZDWPRHWGDWZDWHUELMNRPW'HYHOHUHJHOVHQYHUSOLFKWLQJHQ  %.(((+/))+1)+!(-"--"' +)!(&#0)+-).(!)! .(+ +)&#'%-(#'*&'(-+-#,+.#&/))+"-,&!(.+,., +)&# YHUDQNHUGQHHPWMHPHHLQGH]RHNWRFKWODDW]LHQZHONHZHJHQMHKHWEHVWNDQEHZDQGHOHQ (! -.#&#$%"(/--()'(,-/#!+)&#-+&#,+(

.(0&'(,-)"&!&+$."2"+0&"*"!"3".(".

   

(.(-(!,-&&,*+/(-#'0+%+ #-#,.0%(,)''-$.#,-%((#,   (/+#!"(()!-+-0)+(#(.0 .(-#(+#!(,-#$!-.0%((#,(#/.( ) (-.&&+&/(-/+#!"(/))+")) -%(/(*+/(-#'0+%+ ( +)0-(+!&!/#(!-)-"-'%(/((

+/-.(")&'(%"&!&'."&!/,+$"2))"+"+".,"-/4&"(0"+

  

#$(+#,)(!/&%(0+%('+0+%!/+2/+#$!'%%&#$%3(,*+%()'  (/+!)#(!/(!&(2,"3)1#--#$+)*,1#%-( #+#$#,"-/& ')#&#$%+)'/,--,-&&() +())+1%&#$%/+(#,-.,,(1#%-("-0+% &%+#,+"-&#$%,(-#%(0+%!/+-+ (&,(0#$1#(!((#(,-+.-#, 0)+(!(!+ (0&%'-+!&(%.($-+ (-+*+/(-#

.,*+$"*"+02+  +. 

  

 (/+-+#(!/(+#,/#&#!"#) )',-(#!"(#,&(!(#-&-#$/()(*&  -#$&#$/(("-#,(#-!!+(+(!()'('-+!&(1#$(&(!(#-&-#$ JHERUJG0HWHHQDUERPDQDJHPHQWV\VWHHPNXQWXULVLFRèVLGHQWLÄ&#x2020;FHUHQEHKHHUVHQHQEOLMYHQ "+,((/&!"(-+()+'"#+/))+#,-)-(.-)  (#.0()+'  /+/(!-1#(((%)+---%(--/))+.&,+)*+) ,,#)(&

*$+*"0$"2.)&'(/0,##"+

  

 ((+#,(,-) 0&(0((+#,#(#-!/+&#$% -1#$( -()*!1)("#  /('0+%+, &%'-+!&(%.(((0('()'-)+!(-'0+%+,-)" /#&#!(!1)('-#,-) (%.(((0+%( #$(,.+,.,!#,+(#-&&(("- YRRUKHWKHUNHQQHQYDQULVLFRèVPDDULVYRRUDORRNWLMGLQJHUXLPGYRRUGHYHUWDOLQJQDDUHHQ *+%-#,"(*%

.(0&'(,-)"&!&+$".0.,13"+/-"./,,+  %HQWXJHYUDDJGRIDDQJHVWHOGDOVGHYHUWURXZHQVSHUVRRQ"+HWLVHHQELM]RQGHUERHLHQGHPDDU  ,)',))%(&,-#! .(-#-1#$(.0*&#"-((/)!"( -1#$(/&%.#&(  )/)+-.&,-#!!,*+%%((")+!#,-++-.#+-#$(,1*+%-#$%)*&##(!&&, 0-(/+-+).0(,*+,))(')-0-((".##!0-(+!&!/#(!((#.0 /+*&#"-&)%%(&.#+,+!&#(!-)-"--+#((/(.0!*,+%,/+#!"(

  



"(&'(%"0 ,*-)"0"-.,$.**,-

6+23$5%221/,1(1/

arbo 1/2 ¦ 2020 39


A I D E M Nieuw leven Auteur Jasper Scholten beschrijft de onderliggende oorzaken van stress, twijfel en gebrek aan zingeving bij millennials (geboren tussen 1985 en 2000). Maar vooral komt hij met heldere oplossingen voor hoe zij hun te hoge verwachtingen van het leven kunnen bijstellen. En kunnen ontdekken wat hen wél voldoening schenkt. Het millennial mysterie – Van overleven naar een zinvol leven in de prestatiemaatschappij, Jasper Scholten, Uitgeverij Lucht, ISBN 9789492495280

Veilig is heilig

2020

Daar is-ie weer: het handboek der handboeken over veiligheid en gezondheid op de werkplek. Het boek is een praktisch naslagwerk voor eenieder met veiligheidstaken in de ruimste zin van het woord. Daarnaast is de gids uitermate geschikt voor HSEprofessionals of mensen die een opleiding volgen op het gebied van veiligheid. Praktijkgids Arbeidsveiligheid 2020, Vakmedianet, ISBN 9789462156333

Zelluf doen Met behulp van zelforganisatie van medewerkers en teams naar veel gelukkiger medewerkers en klanten: steeds meer Nederlandse organisaties zetten de stap. Hoe ziet uw reis naar zelforganisatie eruit? Vind in dit boek de stappen, valkuilen, tips en inspiratie om als manager, bestuurder, directeur of adviseur de kanteling naar zelforr ganisatie succesvol te begeleiden. Go Semco! Van hiërarchie naar zelf-f organisatie, Koen de Boer, Gabriëlle Dermout en Luuk Willems, Boom Amsterdam, ISBN 9789024421237

Open mind Er blijft niet veel hangen van wat we op een presenteerblad krijgen aangeboden. Snel en makkelijk die presentatie, maar zonder actieve verwerkingstijd is het leerrendement laag. Gelukkig beginnen neurowetenschappers te begrijpen hoe we ons brein een handje kunnen helpen. In dit boek helpt organisatie- en onderwijskundige Ria van Dinteren u om die kennis praktisch toe te passen. Bij het ontwerpen van lessen, coachingssessies en trainingen, bijvoorbeeld. Breinopeners, Ria van Dinteren, Uitgeverij Thema, ISBN 9789462721982

Taalhulp Miscommunicatie door taal, we herkennen het inmiddels als een belangrijk veiligheidsrisico. Onderzoek bewijst dat verkeerd Handreiking arbomaatregelen Taal en veiligheidsrisico’s omgaan met procedures en instructies de afgelopen jaren voor heel wat zware ongevallen heeft gezorgd. Daarom hebben het SER Arboplatform en de Stichting van de Arbeid de SER handreiking Taal en Veiligheidsrisico’s laten ontwikkelen. Handig voor de arbocatalogus! Download de handreiking op https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/overige-publicaties/2019/ handreiking-taal-en-veiligheid.pdf HANDREIKING | December 2019

SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD

40 arbo 1/2 ¦ 2020


Producten

Can you take the heat? Lassers hebben altijd speciale beschermende kleding nodig. Maar de een last af en toe, de ander de hele dag. Daarom is de MEWA Dynamic-collectie lasbeschermingskleding er in drie varianten: Dynamic Flame voor de af-en-toe-lassers, Dynamic Flame Advanced voor de regelmatige lassers en Dynamic

Flame Extreme voor de-hele-dag-lassers in machine-, voertuig-, staal- of fabrieksbouw en op scheepswerven. Wat alle drie de outfits gemeen hebben? Bewegingsvrijheid, draagcomfort en een fraai design. www.mewa-service.nl

Configureren maar Bordestrap of kooiladder samenstellen? Piece of cake met de nieuwe configuratoren van Altrex. U configureert het product live en ziet het direct als 3D-model. Zo kan er binnen vijf minuten een complete offerte met specificaties en werktekeningen naar de klant. Download het bestek direct in Stabu-, neutraalof OSF-formaat. Direct modellen downloaden kan in softwaresystemen als Revit en Arkey/Adomi. Directe toegang, minimale foutkansen. www.altrex.com

Lalalasrookvrij Als u dan toch aan het lassen slaat ... zorg dan wel voor een goede afzuiging van de lasrook. Geen straf met de nieuwe afzuigkap van KEMPER. Want KEMPERbeats zorgt voor een veilige werkplek zonder lasrook terwijl u tegelijkertijd naar uw favoriete arbeidsvitaminen luistert. Smartphone aan, verbinding maken met de afzuigkap via Bluetooth en gáán met die persoonlijke playlist. www.kemper.eu/nl Mail uw informatie voor deze rubriek (met jpg-foto) naar arbo@vakmedianet.nl

arbo 1/2 ¦ 2020 41


Binnenkort in Arbo

Veilige werkplek

» Theoretische en praktische veiligheid: het verschil » Sensoren en veilige werkplek » Casus Werken in de kabels en buizensector » De werkplek van glazenwasser Jeroen Bilkes

En verder » De timing van het werkrooster » Zo bevorder je motivatie voor veilig werken » Arbozorg verbeteren met de arbo-dialoog » En nog veel meer ...

arbo 42 arbo 1/2 ¦ 2020

Deze aankondiging is onder voorbehoud


IN SAMENWERKING MET

NIEUWE PERSPECTIEVEN OP VEILIGHEID 6-delige Collegereeks | 13 mei t/m 17 juni 2020 | Nyenrode Business Universiteit

Veilig leiderschap creĂŤert een sterke veiligheidscultuur Arboprofessionals hebben veel impact op veilig gedrag binnen organisaties. Bovendien spelen zij een leidende rol bij het succesvol implementeren van veilig werken. Maar wat zijn de realistische grenzen aan wat u aan veiligheid kunt organiseren? Met de juiste leiderschapsvaardigheden weet u acceptabele veiligheid tot een vast onderdeel te maken van de dagelijkse activiteiten.

Uw resultaten na het volgen van deze 6-daagse collegereeks: o o o o o

U kunt realistische en werkbare perspectieven op veiligheid bepalen. U bent in staat om realistische grenzen te stellen aan het organiseren van veiligheid binnen uw organisatie. U weet wat veilig leiderschap is en kunt uw gehele organisatie hierbij betrekken. U kunt gericht anticiperen op (veiligheid)risicoâ&#x20AC;&#x2122;s. U weet welke lessen u kunt halen uit incidenten.

Voor wie? Deze collegereeks richt zich onder andere op arbo- en veiligheidsprofessionals, organisatieadviseurs en preventiemedewerkers. Kortom: voor iedereen die een rol speelt in het bevorderen van veiligheid binnen de organisatie.

Certificaat U ontvangt een deelnamecertificaat van Arbo en Nyenrode na het volgen van ten minste 5 colleges.

Meer informatie en online inschrijven via:

nieuweperspectieven.arbo-online.nl


        



 &!'&" $ #! #%$ !")%%!&"  %&!! !&%)$)"$! "!%&$%& 'HXYH[&%5WLQWPHWÈ&#x2014;WUDQVPLVVLH &"!&$%&$,! "! %$ &&!%')& !!"(&('(*"&!%,"$!(""$ *&$ $%(%&!(!"! !%($ "!&$%&($"! ""$!'!!')'$ ,&!%&'& ')&($ !$!  %$ &&!%%&$! (!')&

!&%#!!!,! !$($ ""!"" !$$' &$!% %%-&&!& #& %$ !&! ($!!

  '(*%#"$&%&+

'(*#"%*!'(*%#"$&%&+ PDNHQGHHOXLWYDQKHWXYH[SURÆ&#x192;V\VWHP "!%&$'&"!,#$"'&!,! '&%&%&(""$&$'! "')%&"$ $!"$ &(!&'"#     

  '(*#"%*

   

Profile for B+B Vakmedianet

Arbo >> Gevaarlijke stoffen & werk  

Vakblad over veilig en gezond werken februari 2020

Arbo >> Gevaarlijke stoffen & werk  

Vakblad over veilig en gezond werken februari 2020

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded