Issuu on Google+

Pensioen en de illusie van garanties In het huidige tijdsgewricht willen mensen zekerheden. Zekerheden die zij vertalen in gegarandeerde pensioenen. De angst bij velen dat er straks ‘niets meer over is’ is vele malen groter dan de kans hierop. Het sentiment bepaalt de vraag. Maar uit onderzoek blijkt dat de dieper liggende behoefte niet zo risico-avers is als ook de consequenties worden voorgespiegeld.

DO O R PAUL G EU RTSEN

Mensen zeggen garanties te willen… Als je werknemers vraagt of ze gegarandeerde pensioenen willen, dan zegt de meerderheid zonder twijfel ‘ja’. Mensen zeggen garanties te willen...

54%

46%

werkgevers

69%

31%

werknemers

Zouden product kopen zonder garanties Zouden geen product kopen zonder garanties

uitkering hangt af van de levensverwachting op de pensioendatum en de rentestand op datzelfde moment. Dit zijn twee risico’s die in principe ook vooraf ‘af te kopen’ zijn. Bij een verzekeraar gebeurt dit in een middelloonregeling, waar de premie direct in een pensioenaanspraak wordt omgezet. 24

Jaren

22 20

vrouwen prognose 2008

18

Bron: Marktonderzoek Achmea 2012

16

prognose 2004 mannen

Soorten en kosten van garanties

Drs Paul Geurtsen Manager Product Markt Analyse, Divisie Pensioen en Leven, Achmea

Garanties en zekerheden bestaan er in vele soorten en maten. Bij een beschikbare premieregeling is de meest eenvoudige garantievorm een gegarandeerd beleggingsrendement bij het opbouwen van een pensioenkapitaal. Met dit pensioenkapitaal wordt op de pensioendatum een levenslange pensioenuitkering aangekocht. De aankoop van deze pensioen-

20 PensioenAdvies - augustus 2013

12

1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2020 2025 2030 2035 2040 2045 2050

14

Pensioenzekerheid is voor veel mensen dat ze weten dàt er nog pensioen voor ze is. Maar ook dat er verantwoord met zijn of haar pensioen wordt omgegaan, en daarna pas om nu al te “weten welk bedrag ik precies op mijn 65ste ontvang”. De hang naar garanties is dan ook vooral ingestoken door de economische crisis en de angst voor de gevolgen daarvan. Is deze angst dan wel een goede raadgever? Dat hangt af van de soorten en kosten van garanties, het willen afzien van (noodzakelijk) rendement voor voldoende pensioen, de waarde van garanties, wat willen werknemers nu echt, en de mate waarin alternatieven voorhanden zijn. Deze vijf punten lopen we hier één voor één langs.

Bron: CBS. De levensverwachting stijgt. Maar ook de prognoses stijgen. De grafiek geeft het gemiddelde aantal resterende levensjaren van een 65-jarige man en vrouw. 18 16 14 nominale rente 12 10 8 6 reële rente 4 (ex oost) 2 0 1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2010 -2 -4 -6 -8

Bron: Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen (Goudswaard). Nominale rente van tienjarige staatslening (rode lijn). De kosten voor dit zogenaamde renterisico en langleven risico hangt van veel factoren af zoals de rente, overlevingstafel en de resterende tijd tot aan de pensioendatum, en kunnen oplopen tot wel gemiddeld 15 tot 20% van de pensioenpremie van


een contract. Dit zijn kosten om risico’s op een rentedaling of onverwachte stijging van de levensduur op te vangen. Deze kosten leveren op zich geen rendement op, alleen een gegarandeerde nominale pensioenuitkering, die dus 15 tot 20% lager kan liggen. Al deze kosten voor garanties gaan direct - of indirect via de loonruimte - ten koste van de pensioenuitkering.

100%

50% Garanties gaan dus ten koste van de pensioenuitkering.

Garanties betekent afzien van (noodzakelijk) rendement voor voldoende pensioen Natuurlijk geven rendementen uit het verleden geen garanties voor de toekomst. Toch is het goed om over een langere periode beleggingsrendementen te beschouwen. Pensioenopbouw is tenslotte ook een lange termijn belegging. 140

30

Werkelijk rendement pensioenfondsen

100 80

Fictief rendement bij dezelfde risico-arme beleggingsmix als 1980

60 40

2010

2005

2000

1995

1990

1985

1980

1975

1970

1965

1960

1955

20 1950

40

50

Leeftijd deelnemer

60

65

Koopkracht opgebouwd pensioen 30-jarige

%BBP

120

0

0%

Bron: CBS (uit Goudswaard). Beleggingsrendement van pensioenfondsen sinds zij vanaf de jaren ’80 mochten beleggen in meer risicovolle beleggingscategorieën. De pensioenpremies zijn gestegen van circa 9% in 1970 tot 12,7% (% loonsom) in 2009. Doordat pensioenfondsen sinds de jaren ’80 ook mochten beleggen in meer risicovolle beleggingen zoals aandelen en vastgoed is voorkomen dat de premie nog eens met circa 5,2%-punt extra zou zijn gestegen voor dezelfde pensioenen. Hier staan natuurlijk beleggingsrisico’s tegenover, maar deze bleken op de langere termijn acceptabel. Als pensioenfondsen vanaf de jaren ’80 namelijk waren blijven beleggen in alleen obligaties, dan zouden de beleggingen ca. 30% lager zijn geweest dan ze in 2009 waren, ondanks de huidige crisis, de dotcom-crisis en de dip in de jaren ‘80. Harde garanties betekenen dus ook het afzien van beleggingsrendementen.

Hoe waardevol zijn garanties? Garanties hebben hun waarde. Maar relativering is op zijn plaats. Wat is de waarde van een harde garantie op een uitkering in geld? Mensen schatten hun risico dat geen inflatie wordt gecompenseerd doorgaans veel te rooskleurig in. Een nominaal pensioen zonder inflatiecompensatie verliest namelijk bij 2% inflatie maar liefst de helft van zijn koopkracht in 35 jaar.

Ook wordt het belang van 1% verschil in rendement nog weleens sterk onderschat. Eén procent minder rendement scheelt namelijk gedurende 40 jaar pensioenopbouw al gauw een kwart aan pensioen. Verder zijn er werknemers die nu zekerheid willen hoeveel pensioen zij later ontvangen. Ook hier is relativering op zijn plaats. Pensioen is uitgesteld loon. Hoeveel werknemers weten nu al hoeveel loon zij de komende jaren tot aan hun pensioen ontvangen? Waarom dan wel deze exactheid over dit uitgestelde loon na pensionering?

Economische crisis en angst voor gevolgen veroorzaken hang naar garanties

De waarde van het moeten nemen van risico’s wordt onderschat.

Wat willen werknemers echt? Marktonderzoek dat dieper gaat dan het vragen of werknemers garanties willen, komt tot veel genuanceerdere conclusies. Werknemers vragen een bepaald minimum, maar accepteren een zekere mate van risico teneinde voldoende pensioen uitgekeerd te krijgen. Deze conclusie is gebaseerd op diepgaand onderzoek waarbij werknemers verschillende opties zijn voorgelegd, met verschillende verwachte maandelijkse uitkeringen, en verschillende minimale uitkeringen. ... maar zijn toch bereid garanties te ruilen voor een hogere verwachte uitkering. Curve van gelijk nut: Een verwacht pensioen van € 1.030 met een garantie op € 820 vindt men evenveel waard als verwacht € 1.350 met een bodem op € 470

€1,550 (5.5%) Venwachte maandelijkse uitkering

€1,350 (5.0%) €1,180 (4.5%) €1,030 (4.0%) €900 (3.5%)

€400 €470 €540 €620 €710 €820 Gegarandeerde minimale maandelijkse uitkering

Bron: Marktonderzoek Achmea 2012 Soortgelijk onderzoek met vergelijkbare uitkomsten is ook uitgevoerd door pensioenfondsen PNO Media en Zorg & Welzijn.

augustus 2013 - PensioenAdvies 21


Daaruit blijkt onder meer dat er minder deelnemers zijn met een voorkeur voor een pensioenregeling met ‘nauwelijks’ risico, en een beperkte pensioenuitkering, dan dat er deelnemers zijn die willen dalen met de uitkering als het tegenzit, ten gunste van een hogere verwachte uitkering.

opbrengst zo hoog mogelijk zijn”. We hebben daarin gekozen voor het alternatief dat het hoogste gemiddelde verwachte rendement haalt bij de 5% laagste kapitalen. Scenario-waaier offensieve Life Cycle 3.000.000

Werknemers willen verder ook liever niet later met pensioen. Uit onderzoek blijkt echter ook dat een meerderheid er niet in koopkracht op achteruit wil gaan als de pensioenleeftijd naar 67 jaar gaat. Dus een garantie op 65 jaar lijkt mooi maar wil men het gemiddeld genomen niet als het ten koste van koopkracht gaat. En een meerderheid geeft aan dan liever door te willen werken, zolang anderen dat dan ook maar doen. Mensen willen geen “gegarandeerde armoede”.

Alternatieven voor garanties Voor voldoende pensioen tegen een redelijke premie is het dus noodzakelijk om rendement te halen, en dus bepaalde risico’s te lopen. Maar bij elke leeftijd hoort een bepaald risico. Jongeren hebben een langere beleggingshorizon om onverhoopt slechte beleggingsresultaten goed te maken. Ouderen kunnen moeilijker een zware tegenvaller opvangen. Zij zullen veel meer in vastrentende waarden moeten zitten. Om dit zo goed mogelijk te beleggen zijn lifecycles geïntroduceerd. In lifecycles worden de beleggingsrisico’s minder naarmate de leeftijd dichter bij de pensioendatum komt. Het is verder belangrijk om deze wijzigingen zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen, dus geen hoekige profielen.

Beleggingsmix

Life Cycle Gemiddeld 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 25

30

35

40

45

50

55

60

65

Leeftijd Staatsobligaties lang lopend

Staatsobligaties euro

Bedrijfsobligaties investment grade

Staatsobligaties opkomende markten

Bedrijfsobligaties high yield

Grondstoffen

Aandelen opkomende markten

Aandelen wereldwijd

Indirect vastgoed

Voorbeeld: Samenstelling van een “gemiddelde” lifecycle. Nu brengt beleggen risico’s met zich mee. De kunst is om zowel een goed verwacht rendement te behalen, als een zo laag mogelijk risico aan de onderkant. Het rendement aan de bovenkant is minder interessant. Bij het ontwikkelen van lifecycles hebben we bijvoorbeeld een analyse gemaakt van 1.000 verschillende economische scenario’s met als opdracht dat “als het tegenvalt, moet de

22 PensioenAdvies - augustus 2013

2.500.000

Kapital

Een vergelijking met hypotheken is zeker aardig. Als mensen zekerheid willen hebben, waarom nemen dan zoveel mensen een kortere rentevast periode dan 30 jaar? Juist ja, omdat deze duurder is.

Uitkomsten van 1000 doorgerekende scenario’s

2.000.000 1.500.000 1.000.000

Uitkomst bij garantie (illustratief)

500.000 1 3 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39

Jaar

Om toch onderscheid te maken naar de verschillen hoe werknemers tegen risico’s aankijken, hebben we drie lifecycles met verschillende risico’s: de voorzichtige, gemiddelde en ambitieuze. Met een vernieuwde risicoprofielmeting bij werknemers komt uit een beperkte set goed doordachte vragen welk risicoprofiel iemand heeft ten aanzien van zijn pensioen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor een fonds met inleggarantie, dat belegt in staatsobligaties met een mogelijk overrendement op de inleg. Belangrijk is tenslotte om het renterisico op de pensioendatum goed te managen. Als de rente laag is op de pensioendatum, dan kan minder pensioen aangekocht worden. Om het risico op zo’n lage rente te compenseren, wordt in de jaren voorafgaand aan de pensioendatum in langlopende staatsobligaties belegd. Deze zullen namelijk bij een dalende rente in koers stijgen, zodat beide effecten elkaar opheffen. Dit noemen wij “pensioengericht beleggen”, en is cruciaal om de risico’s nog meer te beperken. Deze speciale vorm van lifecycle beleggen biedt geen garanties. Dus ook niet de hoge kosten van garanties en gederfde rendementen. Hij biedt wel de mogelijkheid tot voldoende verwacht pensioen, met een beperking van de risico’s als het tegen zit. Daarmee geven lifecycles schijnbaar geen direct antwoord op de vraag die sommige werknemers stellen. Daarmee geven lifecycles juist wel een oplossing voor het pensioenprobleem dat achter deze vraag zit.


Pensioen en de illusie van garanties