Issuu on Google+

HISTORISCHE RUBRIEK 2010, nr. 3 INFORMATIE VAN DE HISTORISCHE VERENIGING Verslag jaarvergadering Historische Vereniging Bakkeveen De algemene ledenvergadering van de Historische en heeft de 220 bereikt. Bloemen waren er ook Vereniging Bakkeveen vond op 17 februari 2010 voor Johan Sieswerda, die twee jaar meegewerkt plaats in Dúndelle. heeft in het bestuur van de vereniging en wiens Het was de tweede keer dat het bestuur verslag plaats vanaf nu wordt ingenomen door Margriet deed van en verantwoording aflegde over de Dijkstra. Ook voor Siebren Roelsma, die zich enorm activiteiten. De ruim dertig aanwezig leden toonden inzet voor de opbouw van een goed digitaal zich tevreden over de activiteiten in 2009. Het fotobestand, en die na de vergadering enkele voornemen van het bestuur om extra energie te fragmenten toonde van de films die in de jaren stoppen in de presentatie van de Historische vijftig en zestig van de vorige eeuw van het Vereniging op het internet kreeg de steun van de dagelijks leven in Bakkeveen gemaakt zijn. leden. De leden toonden zich ook tevreden over de overige activiteiten, met name de uitgebrachte Bloemen waren er ook voor Willem Dolstra en tijdschriften en de georganiseerde lezingen. Ze Geert Dijkstra die na de pauze een veelzijdige spoorden het bestuur aan om opnieuw een excursie presentatie gaven over het Grenspalenproject, door het brongebied van de Boorne te organiseren waarvoor ze zich beiden vanaf hun eigen kant, en beloofden daaraan massaler deel te nemen dan resp. de Friese en de Groningse kant van de grens, in het afgelopen jaar het geval was. maar wel in goede samenwerking, inzetten. Op zaterdag 8 mei organiseert de vereniging een Er was aanleiding om verschillende mensen in de excursie langs het grenspad. Nader bericht volgt. bloemetjes te zetten. Bloemen waren er voor Jannie Tjassing die zich onlangs als 200ste lid heeft Fred Hoogenboom, voorzitter opgegeven. Het ledenaantal blijft intussen stijgen Kort verslag lezing Kerst Huisman Op 24 februari j.l. hield de bekende historicus vaarten en wijken aanlegden en vaak door hun Kerst Huisman voor een goed gevulde zaal een bazen en heren werden uitgebuit. Het ging in zijn lezing over de geschiedenis van wat hij noemt de verhaal (met mooie illustraties) niet alleen over „veenrush‟ in de Friese Zuidoosthoek. Het begrip onze directe omgeving, maar ook de situatie in de verwijst naar de 19de eeuwse „goldrush‟, de jacht op laagvenen in het westelijk deel van Opsterland, die goud in het verre westen van de Verenigde Staten. hij eerder heeft beschreven in zijn boek Opstand in Het veen in onze streken was ook een soort goud, de turf. een energiebron waar grote kapitalen mee verdiend Ook kwam nog ter sprake het lot van de konden worden. „Moorsoldaten‟, de politieke gevangenen uit de Huisman vertelde op een zeer onderhoudende jaren ‟30 die door het Nazi-regiem waren manier over de voortgang van de veengraverij veroordeeld tot dwangarbeid in de venen langs sinds de 16de eeuw en met name ook over de onze oostgrens. sociale en economische positie van de turfwerkers, Na afloop was er weer een geanimeerde discussie de mannen die met de schop de turf afgroeven, en een terecht applaus.

Lezing Joke de Boer-Jager Op woensdag 24 maart a.s. zal mevrouw Joke de Boer-Jager uit Marum in Dúndelle (dus niet Dûnhoeke) een lezing met lichtbeelden geven over een vroege vorm van armenzorg in onze omgeving. De titel van haar presentatie is:

’Vereeniging tot Hulp voor Vlijtige Armen’ te De Wilp In het midden van de 19de eeuw heerste er in de venen in deze streken soms bittere armoede. Bedelarij kwam geregeld voor. Ter bestrijding van de armoede werd in de gemeente Marum een wel heel bijzondere vereniging opgericht, die grote invloed heeft gehad en die in ons nabuurdorp De Wilp nog steeds bestaat. Dit is een interessant onderwerp, dat ook van belang is voor het begrijpen van de sociale omstandigheden toentertijd in Bakkeveen. Mevrouw De Boer-Jager is eindredacteur van het ‟t Olde Guet, het tijdschrift van de Heemkundekring Vredewold-West. Komt allen!

Toegang leden gratis! (niet leden: €3,--).


Begrafenissen en het kerkhof van Bakkeveen Dit verhaal gaat over een onderwerp waarmee iedereen te maken krijgt, namelijk begrafenissen en dan speciaal in Bakkeveen. De begrafenisvereniging „De Laatste Eer‟ stamt uit het jaar 1915. In het reglement van 1958 komt de naam van de vereniging trouwens niet voor, wel in dat van 1975. Tot ongeveer 60 jaar geleden kwam hier ook nog een aantal buurtverenigingen voor, die de begrafenissen verzorgden (een vorm van nabuurschap). Bekend zijn die van De Miuwmer en De Mandewijk. In elk geval van de laatste is er een reglement bekend geweest, maar op de één of andere manier is het verdwenen. De inhoud ervan kwam in grote lijnen overeen met het officiële reglement van nu. Het is zaak zoiets goed door te nemen. Voor dit verhaal is het interessanter enkele opmerkelijke verschillen tussen de reglementen van 1958 en 1975 aan te duiden. Het boekje van 1958 bevat voorafgaande nog een tiental bladzijden statuten. De verschillen in de reglementen 1958: De jaarvergadering wordt zoveel mogelijk in februari bij heldere maan gehouden (zoals trouwens ook bij andere verenigingen, omdat de straatverlichting minimaal was en in de buitengebieden geheel ontbrak en omdat de wegen haast onbegaanbaar waren). 1975: Dit artikel wordt niet meer vermeld. 1958: De koetsier van de lijkwagen dient tijdens de begrafenis te dragen: een wit overhemd met zwarte strik, zwarte handschoenen, zwarte schoenen en een hoge zwarte hoed; deze laatste desnoods op kosten der vereniging aan te schaffen. 1975: Dit artikel wordt niet meer vermeld; de omstandigheden zijn veranderd, de lijkwagen (lijkkoets) werd bijvoorbeeld een lijkauto.

1958: De koetsier moet de lijkkoets halen van het koetshuis en na de begrafenis daar weer terug bezorgen. Verder dient hij tijdig op de bepaalde tijd en plaats, vastgesteld door de bode, in verband met de toestand der wegen, aanwezig te zijn. Duurt het wachten alsdan nog meer dan 15 minuten, dan mag hij bij het sterfhuis reclameren. 1975: Ook dit artikel wordt niet meer vermeld. Lijkkoets en koetshuis De lijkkoets had een apart onderkomen, een houten gebouwtje dat zich bevond naast het pand Tsjerkewal nr. 30, op het erf van de familie Geertsma. Anne Geertsma is jarenlang koetsier geweest, opvolger was Rinze Jongstra. Hij was de laatste, die deze functie uitoefende. Een belangrijke reden dat hij gevraagd werd, was het feit dat zijn paard gewend was aan het verkeer. Jongstra was namelijk melkrijder. Zijn traject liep van Siegerswoude naar de zuivelfabriek in HaulerwijkBeneden (Waskemeer) en dat twee keer per dag. Het paard voor de koets was bedekt met een zwart kleed. Toen het koetshuis geen dienst meer hoefde te doen is het verkocht aan een particulier in Ureterp, die het als garage en opslagruimte heeft gebruikt. In 1958 bestond het bestuur uit: Gerrit Zijnstra (voorzitter), Gjalt Nijdam (secretaris), Pier Wijkstra (penningmeester), Harm Aardema, Jan Jongstra (Miuwmer?), Jan Overwijk en Evert Jongstra. Begrafenisstoet We gaan nu naar ongeveer het jaar 1950. De bode was toen de huisschilder Harm Nijboer sr. Na een sterfgeval ging hij bij de huizen langs om namens de familie van de gestorvene te verkondigen wie er overleden was. De bode had zijn zondagse pak aan


en een zwarte cape om zijn schouders. De buitengebieden zullen waarschijnlijk niet door hem bezocht zijn. De begrafenisstoet vertrok vanuit „Het Gebouw‟, dat stond naast het pand Foarwurkerwei nr. 10. Het behoorde tot de Nederlands-Hervormde kerk. Ook café Van der Meer fungeerde als vertrekpunt. De mensen in de stoet droegen bijna zonder uitzondering zwarte kleren. Sommige vrouwen droegen een voile (sluier) die ook gehuurd kon worden. Opvallend, maar toen heel gewoon, was dat de mannen in de rijen vooraan en de vrouwen achteraan liepen. Voor het paard dat de koets trok, liep de bode, toen voorganger genoemd, die behalve zijn schoudermantel, ook nog een hoge zwarte hoed droeg. Een enkele keer werd niet een koets gebruikt, maar een ouderwetse boerenwagen. Hierbij waren buurtbewoners of werknemers ingeschakeld (bijv. bij de begrafenis van resp. Jarig van der Wielen en jonkheer Van der Goes). Van der Wielen hoorde tot het rayon De Miuwmer, waarvan tot begin jaren vijftig iedere overledene met de boerenwagen naar het kerkhof vervoerd werd. Daar was men ook geen lid van de begrafenisvereniging. Pas enkele jaren nadat dit gebied door een verharde weg ontsloten was (1951), werd men lid van die vereniging, hoewel sommigen met enige tegenzin. Als de stoet de school passeerde, die toen aan de Duerswâldmerwei stond, moesten de kinderen, als de school nog niet begonnen was, of in de school gaan of achter de school gaan staan . Deze regel was door de schoolleiding ingesteld. Het kerkhof Nu zijn we bij het kerkhof aangekomen. Wat daar opvalt is het keurige baarhuisje, strak gemetseld en met fraaie windveren. Een monumentje op zich. Verder het smeedijzeren toegangshek met jaartal 1889. Dit schijnt geschonken te zijn door de familie Van der Goes. Hiervoor heeft er trouwens nog een ander hek gestaan.

Toegangshek kerkhof Bakkeveen Van de aard der stenen kan de economische vooruitgang afgelezen worden. De stenen passen bij de tijdgeest, m.a.w. vooraan eenvoudig, in het midden groter en ander materiaal, achteraan nog groter. Dit is een verschijnsel, dat niet alleen op een kerkhof waargenomen kan worden. Denk maar eens aan de huizenbouw. Verder is opvallend het grote aantal zwerfstenen, dat als grafmonument gebruikt is. Dit ziet men wel vaker in streken, waar deze stenen aan de oppervlakte gekomen zijn. Sommige mensen hebben al jaren voor hun dood zo‟n steen achter een heggetje of in een schuurtje liggen. De klokkestoel, met klok, is een zestigtal jaren geleden geschonken door Jacob van Veen en zijn vrouw (Japik skuonmakker en Japik‟s Jantsje). We betreden nu het kerkhof. Iedere persoon die daar begraven ligt, is met een bepaalde emotionele band met de nabestaanden en ook anderen verbonden. Zij worden herdacht met o.a. een grafmonument. Een buitenstaander kijkt daar vaak heel anders tegen aan. Zonder iemand te kort te doen, schenken we wat meer aandacht aan enkele overledenen. Het gaat hierbij om de persoon of om het monument. Direct rechts bij de ingang is een steen, die geschonken is door de oorlogs-evacué‟s, die hier vanaf december 1944 tot het einde van de oorlog


geweest zijn. Ze kwamen vooral uit Limburg en De Betuwe. De gestorvene was één van hen. Dan zien we aan het rechterpad, rij Q, een gedenkteken, dat herinnert aan een van de stichters en de stimulator van de volkshogescholen in Nederland „Oom‟ Jarig van der Wielen (18801950). Aan het hoofdpad rechts, rij P, ligt Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945), een van de gefusilleerden in het Mandeveld op 10 april 1945. Hij is niet alleen landelijk, maar bij kunstkenners ook over de hele wereld bekend. Aan hem zal ik t.z.t. een zelfstandig artikel wijden. Verderop aan het zelfde pad, rij Z, staan vier nogal grote, identieke stenen naast elkaar. Het zijn de grafmonumenten van Hendrik, Klaas, Engbert en Klaske de Haan, drie broers met hun zuster, die ongetrouwd gebleven zijn. Zij woonden tezamen bij het Allardsoog in het laatste huis van Friesland, daar waar Friesland, Groningen en Drenthe samen komen. Hun leefwijze was zo sober, dat zelfs een krant er in een reportage aandacht aan geschonken heeft. Het opmerkelijke van de stenen is, dat op alle vier een lange bijbelse tekst staat. Op het rechter hoofdvak, rij I, staat nog een bijzonder gedenkteken. Het is gemaakt van metaal (een soort blik?). De tekst erop is in de loop der jaren verdwenen. Waarschijnlijk heeft de familie een „normale‟ steen niet kunnen betalen. Het kwam eertijds zelfs voor, dat tengevolge van de armoede

niets bij een graf geplaatst werd of slechts een houten paaltje met een inscriptie. Op het linker hoofdvak, rij L, staat een steen met een smartelijk gedicht, waarin Jantje Westra (geb.1858), die in 1903 overleed, herdacht wordt. Zij was de echtgenote van Jacob Engberts en de moeder van o.a. Sophie Engberts, die later een winkeltje aan de Weverswâl had. Het gedicht luidt als volgt: Rust zacht geliefde gade hier in dit stille graf, Een smartelijk lijden maaide uw levensdraad vroeg af, Ik en zes kinderen blijven door U verlaten staan, Natuur kwam U als offer vragen, liet mij met wrange vruchten staan. In grote lijnen geeft dit verhaal weer, wat er zoal plaats vond in de jaren vijftig. Maar daarvóór heeft de begrafenisvereniging ook nog een geschiedenis. En hoe ging het vóór het oprichtingsjaar 1915 en vooral vóór 1889 toen het tegenwoordige kerkhof er nog niet was? Was er hier een ander kerkhof en waar? Of werd er gebruik gemaakt van een begraafplaats in een ander dorp? Vragen, die in een boekwerkje beantwoord zouden kunnen worden en dan natuurlijk in combinatie met hetgeen we al wel weten. In 2015 bestaat „De Laatste Eer‟ honderd jaar. Dus wie weet. Klaas Sikkema


ROND SPOELSTRA‟S DRAAI Bij het begin van de Mandewyk ligt de Spoelstra‟s draai over de vaart. Dit is de laatste ijzeren draai in de Drachtster Compagnonsvaart. Het is dus eigenlijk een monument. Maar de aftakeling is al lang begonnen. Het houtwerk is verrot en draaien kan hij al lang niet meer. Hij is genoemd naar de Spoelstra‟s die daar toen woonden: Jouke en Janke en hun halfbroer Fedde Dupon. Ze waren alle drie vrijgezel. Ze hadden wat vee en ik meen ook bijen. Jouke stak ‟s avonds de olielamp aan bij de draai. Zijn zuster Janke sprak veel in spreekwoorden en gezegden. Rond Sinterklaas had zij speelgoed te koop. In de uitbouw had ze dan een tafel staan met een wit laken erover, waar het speelgoed op stond. Het was er niet erg druk. Halfbroer Fedde was de eerste dorpsgenoot met gymschoenen. Vanaf die tijd werden gymschoenen in Bakkeveen slûpskuon genoemd. Ze waren zwart, want Fedde ging ‟s avonds struinen. Er is nog eens een aanklacht tegen hem geweest. Maar een broer van Fedde was bij de politie en die heeft hem gered.

Spoelstra‟s draai in de winter Naast hun huis liep een pad naar een wit boerderijtje. Daar woonden Sierd en Evertje van der Berg. Hun dochter Tjitske trouwde met Douwe Valk, de beurtschipper. Eén kamp overdwars en één kamp verder naar achteren stond het laatste huis. Hier woonde Marcus Popkema met zijn zoon Sikke. Vanaf hier liep het pad door naar de Biskop. Bij de ruilverkaveling is dit huis afgebroken. De Popkema‟s hebben toen een huis gebouwd aan de Mjûmsterwei 25. Jaap de Zee

Naschrift redactie: Misschien met uitzondering van Sierd en Evertje van der Berg zijn alle hier genoemden ter aarde besteld op de begraafplaats van Bakkeveen. Janke Spoelstra leefde van 1902 tot 1963; Jouke Spoelstra van 1903 tot 1964; Fedde Dupon van 1898 tot 1975; Tjitske van der Berg van 1910 tot 1990; Douwe Valk van 1907 tot1983; Marcus Popkema van 1877 tot 1963 en zijn zoon Sikke van 1912 tot 1978. CORRECTIES/AANVULLINGEN ALD BAKKEFEAN 2,1 In het interview met Siebren Sjoerds van der Veer in Ald Bakkefean 2,1 zijn een paar hinderlijke onjuistheden geslopen. Op pag. 25 wordt de Joodse koopman Van der Kaas uit Gorredijk genoemd. Dat moet zijn Van der Kaars. Op pag. 31 wordt als naam van de eerste kapper van Bakkeveen genoemd Hielke Kastje. Dat moet natuurlijk zijn Kasje. Mijn excuus.

Van een andere orde is de vermelding van de naam Hotsefjild in de Biskop (p. 28). De interviewer verstond het destijds zo. Bij navraag kon echter niemand die naam thuisbrengen. Maar Jaap de Zee heeft nu waarschijnlijk de goede oplossing: Hotsefjild is mogelijk Atzefjild, naar Atze van der Meulen, naar wie ook de Atzegatten aan de zuidkant van het Duerswâldmerwei genoemd zijn. Jan Slofstra


2010 03