Page 1

alert

3

architecture | living | ecology | research | teamwork

zorgwonen of woonzorg home care or care homes


3

‘Zorgen’ voor morgen ‘Cares’ for tomorrow

10

Uitdagingen en beperkingen voor ontwerpers in de zorgsector Challenges and constraints for designers in the care sector

16

Zorgprojecten: een exemplarische beschrijving van de aanpak van BURO II & ARCHI+I Care projects: an exemplary description of the approach of BURO II & ARCHI+I

53

Naar een architectuur van de zorg Towards an architecture of care

62

NAAR EEN NIEUWE INTEGRATIE TUSSEN ZORG EN ARCHITECTUUR Towards a new integration between care and architecture


Z

org. Op vandaag is dit een bijzonder actueel thema. Iedereen wordt er rechtstreeks of onrechtstreeks mee geconfronteerd: een groeiende vraag naar zorg, evoluerende accenten binnen de zorg, het onderscheid of net het onlosmakelijk verband tussen acute en bestendige zorg,… Het is een breed thema met veel deelaspecten. We hebben dan ook niet de ambitie om alle aspecten binnen één nummer van ALERT te behandelen. Wel willen we (als ontwerpbureau) het maatschappelijk debat aanwakkeren vanuit onze eigen -ruimtelijke- invalshoek. Hoe kunnen we als ontwerpers, architecten, stedenbouwkundigen, ingenieurs… bijdragen aan een constructief antwoord op de hedendaagse zorgvragen? Uit verschillende gesprekken met andere actoren binnen de sector blijkt dat er nood is aan diverse woonvormen die toelaten verschillende graden van zelfstandigheid op te vangen en te ondersteunen. Dit nummer van ALERT focust dan ook voornamelijk op de relatie tussen wonen en zorg: van zorg aan huis naar wonen met zorg. Een overgang die meestal in stappen en niet steeds lineair verloopt, met nieuwe uitdagingen en nood aan (ver)nieuwe(nde) antwoorden.

C

are. Today this is an especially topical subject. Everyone is either directly or indirectly confronted by it: a growing demand for care, evolving accents within care, the distinction or precisely the indissoluble link between acute and permanent care,… It is a broad theme with many aspects. We therefore do not propose to deal with all these aspects within one issue of ALERT. What we do want (as a design office) is to stimulate the societal debate from our own spatial - point of view. How can we as designers, architects, urban planners, engineers... contribute to a constructive response to the contemporary care questions? Through various conversations with others active within the sector, it became clear that there is a need for various types of accommodation that allow different degrees of autonomy to be absorbed and supported. This issue of ALERT focuses mainly on the relationship between housing and care: from care at home to living with care. A transition that usually takes place in steps and not always in a straight line, with new challenges and a needs for (re)new(ing) answers.

Het Kenniscentrum Woonzorg Brussel voert momenteel een onderzoek naar de voor- en nadelen van verschillende woonvormen. De differentiatie van woonvormen stelt zowel het zorgbeleid als de architecten en ontwerpers, die deze ruimtelijk moeten vertalen, voor nieuwe uitdagingen. Om de brug te slaan tussen theorie en praktijk organiseren we in het najaar via ons discussieplatform Open Academy samen met het Kenniscentrum een studiedag rond deze thema’s. Wij hopen met dit nummer alvast jullie interesse te wekken en het debat op gang te brengen.

The Kenniscentrum Woonzorg (Centre for Knowledge about Residential Care) in Brussels is currently carrying out research into the advantages and disadvantages of different types of accommodation. The differentiation of types of accommodation poses new challenges for both healthcare policy and the architects and designers who have to translate this in spatial terms. To create a bridge between theory and practice, we are organising a workshop on these themes together with the Kenniscentrum in the autumn through our discussion platform, the Open Academy. Meanwhile, we hope to stimulate your interest and to initiate the debate, through this issue of ALERT.

Rita Agneessens CEO, Partner

Rita Agneessens CEO, Partner

1


2


‘Zorgen’ voor morgen

‘Cares’ for tomorrow

Marc Santens

Marc Santens

Door het maximaliseren en optimaliseren van de medische zorgen in de ziekenhuizen van morgen wordt het verblijf in een ziekenhuis altijd maar korter. Meer nog: er zal geen plaats meer zijn voor een kortere of langere herstelperiode. ‘Cure’ en ‘Care’ blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden maar de invulling van deze begrippen leidt steeds meer naar de nieuwe dimensies van de zorg.

By maximising and optimising the medical care in the hospitals of tomorrow, the stay in hospital will become ever shorter. What is more: there will no longer be room for a shorter or longer recovery period. ‘Cure’ and ‘Care’ remain inextricably linked but the interpretation of these concepts increasingly leads to the new dimensions of care.

Het nieuwe Vlaamse woonzorgdecreet definieert de volgende drie uitgangspunten voor de toekomst, namelijk: 1) het ondersteunen van de zelfzorg en/of de mantelzorg, 2) het verlenen van gedifferentieerde en gespecialiseerde vormen van woonzorg en 3) het bevorderen van de samenwerking en de afstemming tussen de verschillende actoren binnen de woonzorg. Tijdelijke opvang, crisisopvang en ondersteuning voor de verschillende zorgbehoevenden in de samenleving behoren in de toekomst niet meer tot het takenpakket van het ziekenhuis. Deze aanpak heeft in het kader van de vergrijzing ook directe gevolgen voor de opvang van ouderen. Het is een terechte maatschappelijke keuze om ouderen zo lang mogelijk thuis in een vertrouwde woon- en leefomgeving te laten wonen. Dat betekent dat het overstappen naar een woonzorgcentrum pas de ultieme stap is in een eigen levenstraject. Het zorgaanbod wordt steeds meer gediversifieerd. Daarbij komt dat een basisaanbod voor ouderen in hun streven naar behoud van zelfstandigheid, kan leiden tot een traject met twee snelheden: een aanbod voor wie het kan betalen en een aanbod voor wie financieel afhankelijk is. De grens tussen zelfstandigheid en totale zorgbehoevendheid is echter geen harde grens. Het is een wisselend proces van zelfstandigheid en zorgbehoefte dat zich soms langzaam, en dan weer acuut aandient. Met andere woorden: het recht op zelfstandigheid houdt niet op wanneer men slechts tijdelijk of langer nood heeft aan zorg en begeleiding. Het is niet omdat men voor een beperkte periode zorg en ondersteuning nodig heeft, dat men definitief naar een woonzorgcentrum moet. Het zelfstandig onafhankelijk wonen in de eigen woning heeft -naast een aangepaste woning- nieuwe dimensies aan de zorgverstrekking toegevoegd: mobiliteit, beschikbaarheid, tijdelijkheid en flexibiliteit. Mobiliteit betekent dat de zorg tot bij de oudere kan gebracht worden en omgekeerd. De oudere kan zich ook tijdelijk verplaatsen naar een zorgplek waar hij/zij voor een beperkte periode opvang en ondersteuning kan krijgen -om daarna

The new Flemish residential care decree defines the following three principles for the future, namely: 1) supporting self care and/or voluntary home care, 2) the provision of differentiated and specialised forms of residential care and 3) the promotion of cooperation and coordination between the various agencies within residential care. Temporary intake, crisis intake and support for the various individuals in need of care in society will in the future no longer be part of the remit of the hospital. In the context of a graying population, this approach also has direct consequences for the elderly. It is a legitimate social choice to allow the elderly to live at home, in a trusted environment, as long as possible. That means that the switch to a residential care centre is only the final step in an individual’s journey through life. The offer of care is becoming ever more diversified. In addition, a basic offering for the elderly in their endeavour to maintain independence, can lead to a two-tier system: one type of provision for those who are able to pay and another type of provision for those who are financially dependent. The boundary between independence and a need for total care, however, is not a fixed boundary. It is a evolving process of independence and need for (health)care that sometimes presents itself slowly and at other times acutely. In other words: the right to independence does not cease when someone has only a temporary or even somewhat longer need for care and guidance. The fact that one needs care and support for a limited period, should not mean that one must be permanently placed in a residential care centre. In addition to a customised home, autonomous independent living in one’s own home has added new dimensions to the provision of care: mobility, availability, impermanence and flexibility. Mobility means that care can be brought to the elderly and vice versa. The elderly person can also temporarily move to a place of care where he/she can be admitted and supported for a limited period - to then return to further independent living. Organised mobility makes it possible to temporarily 3


terug zelfstandig verder te kunnen. Georganiseerde mobiliteit maakt het mogelijk om tijdelijke zorgondersteuning aan huis te krijgen, of tijdelijke zorgopvang in een zorgplatform. Dit betekent ook dat een aanbod van diensten in de onmiddellijke omgeving toegankelijk en bereikbaar moet zijn. De implicaties hiervan zullen anders zijn in een stedelijke dan in een landelijke context. Beschikbaarheid van thuiszorg of de vlotte beschikbaarheid van een tijdelijk verblijf als crisisopvang en als aanpassingsovergang naar een hernieuwde zelfstandig-heid betekent een versterking van het thuiswonen. Beschikbaarheid betekent dat een tijdelijke zorg of crisisopvang kan losstaan van de lange wachtlijsten om zich definitief in een woonzorgcentrum in te schrijven. Tegelijk is die tijdelijke en onmiddellijke toegankelijkheid en beschikbaarheid van een kortverblijf, een opvangplaats voor de oudere. Dit kortverblijf voor zelfstandig wonende ouderen kan ook bijdragen aan de levenskwaliteit van kinderen, andere familie en mantelzorgers die zich om de oudere bekommeren en die voor een bepaalde periode die taak niet meer kunnen opnemen. Het is dus een zorgplatform met verblijfsaccomodatie, dat niet geĂŤnt is op het model van de ziekenkamer of op de neutraliteit van een hotel. Het is een vertrouwde plek die herkenbaar is als collectief onthaalplatform binnen een regio of wijk. Het is daarom ook belangrijk om bij het bouwen van een zorgplatform aandacht te besteden aan het onthaalkarakter en de identiteit van een stedelijke of landelijke zorgplek. Tijdelijkheid betekent dat de overgang van volledige zelfstandigheid naar volledige zorgbehoevendheid verloopt in wisselende perioden van zorg aan huis en opvang in het zorgplatform. Elk respect voor de oudere moet vertrekken vanuit een veranderende zelfstandigheid: tijdelijkheid is hier dus een essentieel aspect van de mobiliteit.

4

get care support at home, or temporary admission to a care home. This also means that a range of services must be available and accessible in the immediate vicinity. The implications of this will be different in an urban than in a rural context. Availability of home care or the quick availability of short stay accommodation as crisis facility and/or transitional adaptation to renewed independence means a strengthening of living at home. Availability means that temporary care or crisis care accommodation can be separate from the long waiting lists for permanent admission to a residential care centre. At the same time, that temporary and immediate accessibility and availability of short stay accommodation serves as a shelter for the elderly. Such short stay accommodation for elderly people living independently can also contribute to the quality of life of children, other family members and voluntary carers who care for the elderly and who, for a certain period of time, are no longer able to undertake that task. It is thus a care platform with residential accommodation that is based neither on the model of the infirmary nor on the neutrality of a hotel. It is a familiar place that is recognisable as a collective welcoming home within a region or district. It is therefore also important when building a care platform to pay attention to the welcoming character and the identity of an urban or rural location of care. Impermanence means that the transition from full autonomy to a need for total care takes place in alternating periods of home care and admission into a care home. All respect for the elderly must take as its starting point and everchanging autonomy: hence, impermanence is an essential aspect of mobility.


5


6


Flexibiliteit is de zorg op maat van de behoeftige, zorg die veel ruimer is dan de medische en sanitaire zorg. Flexibiliteit betekent dat de zorg geïntegreerd is in de welzijnsvoorzieningen en dus telkens de wisselende mate van zelfstandigheid als finaliteit vooropstelt. De zorgplek is dus geen ziekenhuis en geen bejaardentehuis. De tijdelijke verblijfsplek is geen aangeklede ziekenhuiskamer en geen geïsoleerde hotelkamer.

Flexibility is care tailored to the needy, care that is much broader than only care from a medical or hygienic standpoint. Flexibility means that the care is integrated into the welfare provisions and that ultimately, primacy is always given to the varying degree of autonomy. The place of care is thus neither a hospital nor an old age home. The place of temporary residence is not a decorated hospital room and not an isolated hotel room.

De maatschappij kan wel de doelstellingen en de functiebehoeften van deze nieuwe zorgplekken benoemen, maar het is aan de architect om dit om te zetten in een ruimtelijke organisatie, ingeplant in een juiste ruimtelijke context met een herkenbare belevingswaarde. De zelfstandigheid is dan de invalshoek voor het zorgaanbod en niet omgekeerd.

Society is certainly able to designate the objectives and functional needs of these new (health)care locations, but it is up to the architect to turn these into a spatial organisation, implanted in a precise spatial context with recognisable amenities. Independence is the starting point for care provisions and not the other way round.

De bestaande architecturale en infrastructurele modellen van ziekenhuizen en bejaardentehuizen -en dus evenzeer het normerend en regulerend kader- schieten hier te kort. De dagverblijven vertrekken vanuit het begrip opvang en niet vanuit het idee ‘werken aan een veranderende zelfstandigheid’. Zorggebouwen moeten aanzienlijk meer zijn dan het eenduidig wegzetten van een specifieke functie.

The existing architectural and infrastructural models of hospitals and homes for the elderly – and thus equally the normative and regulatory framework – are inadequate here. Day-care services take as their starting point the concept of reception and not the idea of ‘working on changes in independence’. Care buildings require a lot more than the simple implementation of a specific function.

Het realiseren van deze toekomstvisie is ook een ruimtelijke en architecturale ontwerpopgave waarbij architectuur dienstbaarheid en duurzaamheid koppelt aan mobiliteit, beschikbaarheid, tijdelijkheid en flexibiliteit. Goed vormgegeven zorggebouwen zouden wel eens een positief effect kunnen hebben op bedrijfsprocessen, exploitatie, de algemene uitstraling van de zorg, en niet in het minst op de welzijnsbeleving van de zorgbehoevende.

Achieving this vision for the future is also a spatial and architectural design brief in which architecture links service and sustainability to mobility, availability, impermanence and flexibility. Well designed care buildings might even have a positive effect on the business processes, utilisation, the general aura of the care provision, and not least on the experience of well-being by the person needing care.

Met dit nummer van Alert willen wij vanuit de ervaring van BURO II & ARCHI+I de dialoog tussen opdrachtgever, overheid, gebruiker, onderzoeker en ontwerper een forum geven om vanuit kennis, ervaring en deskundigheid in debat te gaan over ieders rol in de zorgomgeving van morgen.

With this issue of ALERT and coming from the experience of BURO II & ARCHI+I, we wish to provide a forum for dialogue amongst the principal, government, user, researcher and designer where, through knowledge, experience and expertise a debate can be entered into concerning everyone’s role in the (health)care environment of tomorrow.

De zorg als sector in verandering. Aan de Gentse fotograaf Jef Boes werd gevraagd om in beeld te brengen hoe bewoners zich de (tijdelijke) ruimte toe-eigenen waarin ze leven.

The care sector in flux. The photographer Jef Boes from Ghent was asked to depict how residents personalize the (temporary) space in which they live.

7


8


9


Uitdagingen en beperkingen voor ontwerpers in de zorgsector

Challenges and constraints for designers in the care sector

Isabel Vlaeminck

Isabel Vlaeminck

BURO II & ARCHI+I gaat voluit voor zorgprojecten, vanuit een groeiende vraag vanuit de sector welzijns- en gezondheidszorg. De sector zelf is vragende partij naar een vernieuwende aanpak en een methodiek die mee evolueert met de huidige bouwevoluties, ook in andere sectoren dan de zorgsector. Bouwheren staan open voor een methodiek waarbij ze zelf een maximale inbreng hebben in het project en actief kunnen meewerken aan een zo goed mogelijk eindresultaat. Deze aanpak is eigen aan de manier van werken van BURO II & ARCHI+I, en is gestoeld op een multidisciplinair en participatief ontwerpmodel. Per project, en volgens de specifieke noden, wordt een multidisciplinair team samengesteld met expertise ook buiten de zorgsector. Zo zijn interieur- en omgevingsontwerp belangrijke disciplines die hun ervaring uit andere sectoren kunnen inbrengen.

BURO II & ARCHI+I are applying themselves fully to care projects, from the standpoint of a growing demand from the welfare and healthcare sector. The sector itself is the party requesting an innovative approach and a methodology which evolves alongside the current construction evolutions, also in sectors other than the care sector. Clients are open to a methodology in which they themselves have a maximum input in the project and can actively contribute to the best possible end result. This approach is inherent in the work method of BURO II & ARCHI+I, and is based on a multidisciplinary and participatory design process. For each project, and according to the specific needs, a multidisciplinary team is brought together, including expertise from outside the (health)care sector. Interior and landscape design, for example, are important disciplines that are able to contribute their experience from other sectors.

Het klassieke rusthuismodel waarbij zorg centraal staat, is stilaan geĂŤvolueerd naar een woonzorgmodel waarbij het (al of niet tijdelijk) wonen en de beleving van de bewoner

The classical model of a home for the aged in which care is central is gradually evolving into a residential care model focussed in first on the (sometimes tempory) housing and

10


primeren. De rusthuissfeer van weleer wordt omgebogen naar een aangename woon- en leefomgeving. De inrichting houdt rekening met de leefwereld van de bewoners, en er wordt veel aandacht besteed aan de gemeenschappelijke zones. De polyvalente zaal van weleer is een lobby geworden, voorzien van een bar, zithoeken, ruimte om een krant te lezen en om er aangenaam te vertoeven. Elk van onze projecten getuigt van ‘luisteren naar’ en resulteert in een klantspecifieke oplossing waarbij alle aspecten doorgelicht worden. In dit evolutief ontwerpproces is aandacht voor functionaliteit van de ruimtes, materiaal- en kleurkeuzes, keuzes van verlichting, keuzes van meubilair, de uitwerking van signalisatie… Ervaringen in andere domeinen of sectoren, bijvoorbeeld de hotelsector, zorgen voor een ruimere benadering en betekenen vaak een meerwaarde. Ook de integratie van de buurt is een aandachtspunt. Hoewel het organiseren van buurtgebonden activiteiten hier het meest toe bijdraagt, zijn het ook de faciliteiten binnen een project die aanleiding geven tot de integratie van de buurtbewoners in het project. De complexiteit van grootschalige projecten in een Vlaamse of Brusselse ruimtelijke context zorgt ervoor dat een gefundeerde en deskundige input noodzakelijk is van gespecialiseerde ruimtelijke planners en stedenbouwkundigen.

the sense of experience for the occupant. The old age home atmosphere of yesteryear is transformed into a pleasant residential and living environment. The interior decoration takes into account the sphere of activities in which the residents are living, and a great deal of attention is paid to the communal areas. The multifunctional space of before has now become a lobby, equipped with a bar, seating areas, space to read a newspaper and to spend time pleasantly. Each of our projects shows evidence of ‘listening to’ and results in a customer-specific solution in which all aspects have been thoroughly investigated. In this evolutionary design process, attention is accorded to the functionality of the spaces, material and colour choices, choices of lighting, choices of furniture, how signs are displayed... Experience in other domains or sectors, for example the hotel sector, ensure a broader approach and often result in added value. Another attention point is the integration within the neighbourhood. Although the organisation of activities related to the neighbourhood contributes the most here, the facilities within a project also give rise to a better integration of local residents into the project. The complexity of large-scale projects in a Flemish or Brussels spatial context also warrants the well-founded and expert input of specialised spatial and urban planners.

Door het actief betrekken van de verschillende disciplines en actoren wordt een project gemodelleerd, geboetseerd tot een zorgproject waarvan het resultaat beter is dan wat de bouwheer oorspronkelijk in gedachten had.

Through the active involvement of the different disciplines and stakeholders, a project is modelled, sculpted, into a care project, the result of which is better than what the client originally had in mind.

Beperkingen waarmee ontwerpers te maken krijgen

Common constraints for designers

Bouwheren die een zorgproject willen realiseren, zijn vaak ook de eigenaar van de grond en van de gebouwen en doen de uitbating van de zorg ook zelf. Ze zijn zich dus bewust van de noodzaak van een integrale aanpak waarbij niet alleen de huidige belangen en wensen van de oudere centraal moeten staan, maar evenzeer de belangen van de zorgverleners, de familie en bezoekers. Hierbij staat steeds het algemeen maatschappelijk belang voorop. Dat betekent dat de organisatie gaat voor een project waar iedereen op lange termijn beter van wordt.

Clients who wish to create a care project are often also the owners of the land and the buildings and also often operate the care facility themselves. They are thus aware of the need for an integrated approach in which the focus is not only on the current interests and wishes of the elderly, but equally the interests of the care providers, family members and visitors. Furthermore, the general social interest is always paramount. That means that the organisation opts for a project where everyone is better off in the long term.

Zo is de keuze om duurzame energietechnieken te integreren een significante meerkost bij de initiële investering, maar op lange termijn en naar uitbating verminderen de werkingskosten hierdoor drastisch en wordt het comfortniveau sterk verhoogd. Het is dus van belang steeds het langetermijnsperspectief voor ogen te houden en zich niet blind te staren op de huidige vraag en kostprijs. In de praktijk is dit niet steeds evident. Het ecologische luik – waar over een aantal jaren nog veel strengere comfort- en energieeisen zullen gelden, gekoppeld aan o.a. CO2-taksen — kan het financiële kader van een voorziening eenzijdig beïnvloeden. Hier nu al rekening mee houden, is de boodschap. De investeringskosten liggen echter zo hoog dat de ruimte om een verantwoorde langetermijnvisie te integreren in het project, vaak op een aantal domeinen ingeperkt wordt of zelfs sneuvelt. Als ontwerpers zijn we in veel gevallen verplicht om mee te helpen snoeien in het budget. Het inbouwen van flexibiliteit is een gelijkaardig verhaal.

Thus, the choice to integrate sustainable energy techniques is a significant additional cost at the time of initial investment, but in the long term and depending on operation, running costs can be drastically reduced and the comfort level greatly increased. It is therefore important to always keep the long-term perspective in mind and not to be fixated on the current demand and cost price. In practice, this is not always evident. Ecological aspects – where much stricter comfort and energy requirements will apply within the next few years, coupled with amongst other things CO2 taxes – can unilaterally influence the financial framework of a facility. Take account of this already now, is the message. But investment costs are so high that room to integrate a responsible long-term vision into the project is often restricted to a number of domains or even not at all. As designers we are in many cases required to help prune the budget. Building in flexibility is a similar story. More and more often, the question arises as to how buildings can be given 11


Steeds vaker komt de vraag hoe gebouwen kunnen herbestemd worden in de toekomst, inspelend op nieuwe tendenzen of eisen, of anticiperend op de periode na de bejaardengolf van de babyboomgeneratie. Daarom is één van de belangrijke uitdagingen voor de toekomst de aanpasbaarheid van gebouwen aan de gewijzigde zorg. Wat kan men méér doen met dezelfde ruimte? Inmiddels is iedereen het ermee eens dat het inbouwen van voldoende flexibiliteit (ruimtelijk, stabiliteit-technisch, installatie-technisch, etc.) een abso-lute meerwaarde betekent. Flexibiliteit kan het implementeren van toekomstig gewijzigde inzichten of noden vergemakkelijken. Het inbouwen van deze flexibiliteit heeft echter een hoge kostprijs. De vraag hoe ver men daarin moet of kan gaan is moeilijk te beantwoorden. Vaak zorgen de budgettaire strakke contouren voor het antwoord… Verder hebben zowel bouwheren als ontwerpers te maken met logge, administratieve, vergunnende en subsidiegelinkte procedures. Op het moment dat een grootschalig project groen licht krijgt, is het niet zeldzaam dat sommige programmatorische wensen, normeringen en inzichten achterhaald zijn. Het herwerken van deze dossiers -waar flexibiliteit daar helaas soms op haar grenzen botst- is een dure aangelegenheid en komt de projecten niet ten goede. Een snellere verwerking van de dossiers en vlottere procedures zouden daarom wenselijk zijn. Tijd is geld, dus ook dit aspect is tegelijk een budgettair gegeven.

12

a change of use in the future, capitalising on new trends or requirements, or anticipating the period after the wave of senior citizens of the baby boomer generation. Therefore, one of the major challenges for the future is adaptability of buildings for amended care. What else can one do with the same space? Meanwhile, everyone agrees that the incorporation of sufficient flexibility (spatial, technical in terms of stability and installations, etc.) means absolute added value. Flexibility can facilitate the implementation of future altered insights or needs. But building in this flexibility is costly. The question of how far one must or can go with this is difficult to answer. Often tight budgetary restraints yield the answer... In addition, both developers and designers have to deal with languid administrative processing linked to permits and grants. By the time a large-scale project gets the green light, it is not uncommon for some of the built-in requirements, standards and insights to have become obsolete. The reworking of such projects – where flexibility sometimes unfortunately has reached its limits – is an expensive affair and does not benefit the projects. Faster processing files and smoother procedures would therefore be desirable. Time is money, so this aspect too becomes a budgetary factor.


Specifieke ontwerpmatige beperkingen

Specific design constraints

Afgezien van de vele budgettaire beperkingen, is er nood aan nieuwe ruimtelijke inzichten die baanbrekend zijn en de visie op zorgwonen op een andere manier vertalen. Bouwheren weten vaak op voorhand niet wat te verwachten van bepaalde nieuwe concepten die hun verdiensten nog niet konden bewijzen. Gezien de schaal van projecten in de zorgsector en uit vrees om foute keuzes te maken, is er vaak terughoudendheid om nieuwe woonvormen en/of functionele indelingen uit te testen. Maar we moeten onszelf ook de vraag stellen of wij als ontwerpers voldoende onderzoek verrichten naar betere en andere woon- en zorgvormen. Misschien moeten wij hierin meer investeren en de resultaten van de onder-zoeken krachtdadig helpen verdedigen. Daarnaast is er uiteraard het rigide, beperkende normerend kader dat ons opgelegd wordt door de overheden. Zowel de technische normen, de brandtechnische voorschriften als de strakke voorschriften om te voldoen aan de subsidievoorwaarden, laten niet veel marge. Ruimte voor experiment wordt niet aangemoedigd.

Apart from the many budgetary constraints, there is a need for new spatial insights that are groundbreaking and that translate the vision of residential care in a different way. Clients often do not know in advance what to expect from certain new concepts that have not yet been able to demonstrate their merits. Given the scale of projects in the care sector and out of fear of making wrong choices, there is often a reluctance to test out new residential models and/ or functional divisions. But we must also ask ourselves whether we, as designers, do sufficient research into better and other models for living and care. Perhaps we should invest more in this and help to vigorously defend the results of the research. In addition, there is of course the rigid, restrictive normative framework imposed upon us by the authorities. The technical standards, the fire requirements as well as the rigid prescriptions to be complied as preconditions for grants, do not leave much margin. Room for experimentation is not encouraged.

Ook goed nieuws

Also good news

Veel van onze bouwheren geven ons voldoende ontwerpvrijheid om het beste uit een project te halen, ondanks alle aangehaalde kanttekeningen en beperkingen. Het vertrouwen van de bouwheren, hen mee te kunnen nemen in een nieuw verhaal en hen te enthousiasmeren om bepaalde opties toch te overwegen, zorgt voor de broodnodige vernieuwing en innovatie.

Despite all these caveats and limitations, many of our clients give us sufficient design freedom to get the best out of a project. The trust and confidence of clients that we can take them with us into a new story and instil enthusiasm into them to nonetheless consider certain options, ensures desperately needed renewal and innovation.

13


14


15


Zorgprojecten: een exemplarische beschrijving van de aanpak van BURO II & ARCHI+I

Care projects: an exemplary description of the approach of BURO II & ARCHI+I

Rita Agneessens, Herman Jult en Isabel Vlaeminck

Rita Agneessens, Herman Jult en Isabel Vlaeminck

Woonzorgcentrum Sint-Jozef verweven met het dorpsleven in Woumen

Residential care centre Sint-Jozef intertwined with village life in Woumen

Het woonzorgcentrum Sint-Jozef in Woumen, een klein dorp in de buurt van Diksmuide, had dringend nood aan een nieuwbouw die de huidige te kleine voorziening kon vervangen. Gezien het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen er bewust van uitgaat dat grote zorginfrastructuren alleen in stedelijke kernen kunnen ingepast worden, werd pas na jaren onderhandelen bij mondjesmaat een beperkte uitbreiding toegestaan en vastgelegd in een Bijzonder Plan van Aanleg. In tegenstelling tot de visie in de ruimtelijke ordening is de zorgsector vragende partij om ook in de kleine buitenkernen woonzorgcentra of zorgvoorzieningen voor ouderen in het algemeen te voorzien. Het is de wens van 70% van de bevolking om op hoge leeftijd niet uit de dagelijkse leefomgeving te worden weg-gerukt en in een stedelijke omgeving de laatste levensjaren te moeten slijten. De behoefte aan contact met de natuur en met het buitenleven speelt hierin een belangrijke rol.

The residential care centre Sint-Jozef in Woumen, a small village near Diksmuide, urgently needed a new building to replace the current inadequately sized facility. Since the Spatial Structure Plan for Flanders (RSV or Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen) consciously postulates that large-scale care infrastructures can only be accommodated in urban centres, it was only after years of negotiations that bit by bit a limited expansion was allowed and defined in a Special Land Use Plan. Contrary to the general vision in spatial planning, the (health)care sector itself is in favour of also providing rest homes or care facilities for the elderly in smaller rural centres. It is the wish of 70% of the population not to be pulled out of their day-to-day environment in old age to have to while away the last years of their lives in an urban environment. The wish for contact with nature and with the great outdoors plays an important role in this.

In het wedstrijdontwerp van BURO II & ARCHI+I werd aangetoond dat een stedenbouwkundig plan dat verwijst naar de typologie van de vroeger aanwezige kloosterbebouwing niet hoeft te leiden tot een misplaatste grootschaligheid. Integendeel: de vele aanwezige kloosters in de Vlaamse steden en dorpen behoren net als de (eveneens overmaatse?) kerken, pastorijen en dorpsscholen al vele generaties tot de als vanzelfsprekend aanvaarde leefomgeving van alle bewoners.

In the competition design of BURO II & ARCHI+I, it was demonstrated that a master plan that refers to the typology of the previously existing monastery buildings need not lead to a misplaced largeness of scale. On the contrary: the many monasteries present in Flemish towns and villages have for many generations belonged, as do the (also oversized?) churches, presbyteries and village schools, to the naturally accepted environment of all residents.

Door de beeldbepalende gebouwen, zoals de kloosterkapel, te behouden en te herbestemmen tot een toegankelijke polyvalente ontspanningsruimte, wordt de drempel tussen het leven in het woonzorgcentrum en het dorpsleven zo laag mogelijk gehouden. Ook plaatselijke tewerkstelling draagt bij tot een gemoedelijke en herkenbare sfeer waarin de ouderen zich thuis voelen.

16

By preserving the image defining buildings, such as the monastery chapel, but changing their use to an accessible multifunctional recreational space, the threshold between life in the residential care centre and village life is kept as low as possible. In addition, local employment contributes to a pleasant and recognisable atmosphere in which the elderly feel at home.


17


18


19


Hof ten IJzer in Reninge: de meerwaarde van een participatief proces

Hof ten IJzer in Reninge: the added value of a participatory process

De opdracht voor het nieuwbouwproject Hof ten IJzer kwam tot stand via een selectieprocedure met verschillende kandidaten. Reninge is een klein dorp in de Westhoek, dat in de ‘Groote Oorlog van 1914-1918’ in de frontlijn lag en bijna volledig werd vernield. De wederopbouw resulteerde in een homogene bebouwing. Kenmerkend voor het bestaande woonzorgcentrum is dan ook de verspreide en lage bebouwing van ruime paviljoenen die met elkaar verbonden zijn.

The commission for the new build project Hof ten IJzer came about through a selection procedure with several candidates. Reninge is a small village in the Westhoek that was in the front line during the ‘Great War of 1914-1918’ and was almost entirely destroyed. The reconstruction resulted in a homogeneous built environment. Characteristic of the existing residential care centre is the scattered and low-rise building of spacious pavilions that are interconnected.

Bij de uitbreiding van de voorziening was het niet mogelijk op dezelfde manier verder te werk te gaan. Het beschikbare terrein, dat grenst aan het zeer waardevolle en waterrijke IJzerlandschap, laat slechts toe op een beperkt deel te bouwen binnen een strikt dorpslandschappelijk kader. Het heeft veel overleg gevraagd tussen de opdrachtgevers en de ontwerpers om te komen tot een aanvaardbare oplossing. Pas toen gezamenlijk gezocht werd naar een duurzame benutting van het terrein, naar een model van bebouwing met een duidelijke en logische organisatie, met differentiatie van woonvormen voor diverse doelgroepen van ouderen, kon voldoende ruimte vrijgehouden worden voor mogelijke latere ontwikkelingen.

In expanding the facility, it was not possible to proceed further along the same lines. The available site, which borders on the very valuable IJzer wetlands, only permits construction on a limited portion and within a strict country village framework. It required a great deal of consultation between the principals and the designers to arrive at an acceptable solution. Only when a joint search was undertaken to find a sustainable use of the site, to find a building model with a clear and logical organisation, with differentiation of living environments for various target groups of the elderly, could sufficient space be reserved for possible subsequent developments.

Omdat het participatieproces wat laat werd ingezet, zijn tijd en middelen verloren gegaan. Dankzij de intensieve overlegmomenten tussen bouwheer en ontwerper, bereikten we een kwalitatief concept dat ook kan inspelen op toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen.

Wedstrijdontwerp | Competition design

20

Because the participatory process was started rather late, time and resources were lost. Thanks to the intensive dialogues between developer and designer, we arrived at a high quality concept that could also respond to future social developments.

Tussentijds herwerkt wedstrijdontwerp | Revised competition design


Goedgekeurd voorontwerp | Approved preliminary design

21


22


23


Zorggroep H. Hart in Kortrijk: BudaLys, innovatie in woonzorg met een verbrede werking naar de stad

Care Group H. Hart in Kortrijk: BudaLys, innovation in residential care with broadened action vis-à-vis the town

Dit project ligt in de stadskern van Kortrijk. In de middeleeuwse steden zorgden kloosters die buiten de wallen en stadsmuren lagen voor de opvang van zieken en verwaarloosden. Later, vooral na de 19e-eeuwse uitbreiding van de steden kwamen deze instellingen, inmiddels geëvolueerd naar prille ziekenhuizen, in de binnenstad terecht. De recente fusies en herlocalisaties van ziekenhuizen naar de meer bereikbare stadsrand vormen nu aanleiding voor een nieuwe herbestemming van vrijgekomen sites en gebouwen. Zorgcampussen zijn dus dikwijls nog steeds kloostergebonden. Zo ook het Zorghotel H. Hart in Kortrijk, dat aan de Leie gelegen is op nauwelijks een paar honderd meter van de Grote Markt. De onteigening en afbraak van een voormalige drukkerij, naar aanleiding van de verbreding en rechttrekking van de Leie, vormde een grote opportuniteit om uit te breiden en te herstructureren en zo aan een dwingende noodzaak te kunnen voldoen.

This project is located in the city centre of Kortrijk. In the medieval cities, monasteries situated outside the ramparts and city walls attended to the sick and neglected. Later, especially after the 19th century expansion of the cities, these institutions, which had meanwhile evolved into fledgling hospitals, came to lie within the city centre. Recent mergers and relocations of hospitals to the more accessible city edges have given impetus to new uses for these vacated sites and buildings. Care campuses are thus often still linked to monasteries. So too is the healthcare hotel H. Hart in Kortrijk, which is situated on the Leie barely a few hundred metres from the Grote Markt. The compulsory acquisition and demolition of a former printing company, on account of the widening and realignment of the Leie, was a great opportunity to expand and restructure and so to be able to meet an imperative need.

Om tegemoet te komen aan nieuwe inzichten in de zorg, drong de opmaak van een volledig nieuw masterplan zich op, met een integratie van de bestaande gebouwen en diensten. Het gaat hier dus niet alleen om de verwerking van een toekomstgericht programma op basis van een functioneel onderzoek of een louter stedenbouwkundig plan. Het gaat vooral om een coherente aanpak, die ook ruimtelijk vorm geeft aan de grote ambities van de voorziening naar de toekomst, die de basis vormt voor het investeringsplan. Een bijkomende moeilijkheid is het waarborgen van de continuïteit van de diensten in alle fasen van bouwactiviteit. De belangrijkste doelstelling voor de opdrachtgevers en gebruikers is het complex om te vormen tot een goed gestructureerd, dynamisch, competent geheel waarin het aangenaam is om te wonen met zorg of op bezoek te komen. Daarnaast is er ook de focus op buurtzorg. Een andere doelstelling is het stroomlijnen en van alle logistieke en facilitaire processen zoals grootkeuken, wasserij, voorraadstromen. Een ander belangrijk punt is de maximale en laagdrempelige integratie van de zorgcampus BudaLys in zijn directe omgeving; en er wordt aansluiting gezocht op het Leietoerisme, de scholencampussen en shoppers. Een uitgekiend, eigentijds cateringconcept zal hierin een centrale rol spelen, net zoals de integratie van het kunstencentrum ‘BudaFabric’ en de intern goed afgebakende campustuinen die mee deel uitmaken van het al bestaande ‘secret gardens’parcours. Tevens wordt een semi-publieke betaalparking van 250 plaatsen gerealiseerd. Deze parking wordt ingezet binnen het mobiliteitsplan van de Stad Kortrijk. Een transparante architectuur met bijzondere aandacht voor ecologie, licht en ruimtelijkheid en een trendy interieur met de nadruk op comfort en gezelligheid moeten deze doelstellingen omzetten in de praktijk.

24

The move towards new insights in care urged the drafting of a completely new master plan, with the integration of existing buildings and services. This is not only about the processing of a future-oriented programme on the basis of a functional investigation or simply a plan based on urban planning principles. It is mainly about a coherent approach, which also gives spatial shape to the great ambitions of the institution for the future, and which forms the basis for the investment plan. An additional difficulty is to guarantee continuity of service during all phases of construction activity. The main objective for the clients and users is to transform the complex into a well-structured, dynamic, competent whole in which it is pleasant to live with care or to visit. In addition, there is also the focus on neighbourhood care. Another objective is to streamline all logistics and facilitating processes such as the large kitchen, the laundry and the flow of supplies. Another important point is the maximal and low threshold integration of care campus BudaLys into its immediate surroundings; and a connection is sought to tourism on the Leie, the campuses of schools and shoppers. A sophisticated, contemporary catering concept will play a central role in this, just as the integration of the ‘BudaFabric’ arts centre and the internally well-defined campus gardens which together form part of the already existing ‘secret gardens’ trail. Also, a semi-public paid parking lot with 250 spaces will be constructed, and will be integrated into the mobility plan of the City of Kortrijk. Transparent architecture with special attention to ecology, light and spaciousness and a trendy interior with a great deal of attention to comfort and conviviality should convert these objectives into reality.


25


26


27


Een zorgplatform voor Sint-Jozef in Evere

A care home for Sint-Jozef in Evere

Toen we als ontwerper werden aangesteld voor het bouwen van een nieuw lokaal dienstencentrum, een uitbreiding van het woonzorgcentrum met 30 bedden voor dementerenden en enkele aanleunflats, bestond hiervoor reeds een schetsontwerp met een goedgekeurd stedenbouwkundig attest, waarover een aantal twijfels gerezen waren. Een belangrijk deel van de site bestaat uit een park, waarop de bestaande voorziening een mooi uitzicht heeft. Het inpassen van het omvangrijke bouwprogramma op de grens tussen het park en de bestaande binnentuin zou onherroepelijk kwaliteit ontnemen aan het bestaande gebouw. Het ontwerpteam heeft het bestaande project kritisch doorgelicht aan de hand van nieuwe parameters en criteria. Daarbij werd veel belang gehecht aan een compact bouwprogramma, het behoud van het open zicht naar het park en van een kwalitatieve open ruimte aansluitend op de bestaande gebouwen. Dit resulteerde in een nieuw bebouwingsconcept met integratie van een torenvolume. Uit een inventaris van de omgeving was gebleken dat reeds op zes andere plaatsen rond het park torenvolumes voorkwamen. Een zevende toren bleek ook voor de overheid een haalbare zaak.

When we, as designer, were commissioned to build a new local services centre, an extension of the 30-bedded residential care centre for dementia patients and some adjoining service flats, a sketch design for this already existed together with planning permission, about which a number of doubts were raised. A significant portion of the site consists of a park, over which the existing institution has a beautiful view. Fitting the extensive building program onto the border between the park and the existing courtyard would irrevocably deprive the existing building of all quality. The design team critically examined the existing project on the basis of new parameters and criteria. In so doing, a great deal of importance was attached to a compact construction programme, retention of the open view to the park and a qualitative open space adjacent to the existing buildings. This resulted in a new development concept with integration of a tower volume. From an inventory of the surrounding area it emerged that there were already tower volumes in six other places around the park. A seventh tower also seemed to be a viable case for the authorities.

De opdrachtgever groepeert drie verschillende partners: Woonzorgcentrum Sint-Jozef, het lokaal dienstencentrum Aksent en de private investeerder cvba Evergreen (SintJozef + Colruyt). Hoewel ieder van hen een zekere autonomie wenst te behouden in het nieuwe complex met een specifiek afleesbaar en onderscheidbaar programma, moeten alle partijen toch ook voortdurend interactief kunnen samenwerken. De compactheid van de ingreep geeft het project de eenheid die het nodig heeft.

28

The client groups three different partners: Woonzorgcentrum St Jozef, the local services centre Aksent and the private investor cvba Evergreen (Sint-Jozef + Colruyt). Although each of these wishes to retain a certain autonomy within the new complex with a specific discernible and distinguishable programme, all parties must also constantly work together interactively. The compactness of the intervention gives the project the unity that it needs.


29


30


31


O-L-Vrouw van 7 WeeĂŤn Ruiselede: tijdelijkheid binnen een ontwerpvisie op lange termijn

O-L-Vrouw van 7 WeeĂŤn Ruiselede: temporary accommodation within a long term design concept

Veel religieuze congregaties beschikken van oudsher over grote eigendommen dicht bij het centrum van steden of dorpen. Op veel van die sites zijn naast de (soms waardevolle) kloostergebouwen ook zorg- of onderwijsvoorzieningen aanwezig. Hoewel veel van die voorzieningen de voorbije decennia geseculariseerd zijn, blijft het verband met de religieuze stichters goed zichtbaar op het terrein. De gebouwen herbergen een steeds kleiner aantal religieuzen, die gezien hun leeftijd zelf steeds meer zorgbehoevend zijn. Ze worden te groot, onpraktisch en moeilijk te onderhouden: een herbestemming dringt zich op.

Many religious congregations historically have at their disposal large domains close to the centres of cities or villages. On many of those sites, in addition to the (sometimes valuable) monastery buildings, care or educational facilities can also be found. Although many of these facilities have been secularised over recent decades, the association with the religious founders remains clearly visible on the site. The buildings house an ever smaller number of religious persons who, considering their age, are themselves increasingly in need of care. They are becoming too big, impractical and difficult to maintain: a change of use suggests itself.

Door hun omvang, ligging en traditie zijn deze locaties uitermate geschikt om aan de dringende vraag vanwege de zorgsector tegemoet te komen. De vermenging van woonzorg en zorgwonen, van nieuwe en bestaande gebouwen, van een parkachtige omgeving dichtbij de stedelijke voorzieningen,... biedt uitstekende mogelijkheden om deze sites te ontwikkelen tot aangename zorgplatforms. In het masterplan moet dan wel voldoende rekening worden gehouden met de missie van de congregatie en met de noden van de nog aanwezige religieuzen. Ontwerpers en planners kunnen een actieve rol spelen om deze noden bespreekbaar te maken en mee op te nemen in het ontwikkelingsconcept.

Because of their extent, location and tradition, these locations are ideally suited to meet the urgent demand from the care sector. The mixture of home care and care homes, of new and existing buildings, of a park-like environment close to urban facilities,... offers excellent opportunities to develop these sites into pleasant care platforms. In the master plan, sufficient account has to be taken of the mission of the congregation and the needs of the religious persons still present. Designers and planners can play an active role in enabling dialogue about these needs and incorporating them into the development concept.

32

1799

1847

1888

1906

1910

1926

1945

1970

1979

2012


33


34


35


Sint-Rafaël Liedekerke: ontwerpend onderzoek naar kleinschaligheid

Sint-Rafaël Liedekerke: design investigation into smallness of scale

De zorgcampus Sint-Rafaël te Liedekerke beschikt over 230 woongelegenheden voor zorgbehoevende en dementerende ouderen, 10 plaatsen voor kortverblijf, 15 plaatsen voor het dagverblijf en 42 assistentiewoningen. Met andere woorden: een grote voorziening los van, maar net naast de dorpskern. Het zorgstrategisch plan gaat uit van de splitsing van de voorziening op twee vestigingen, om kleinschalige zorg op maat binnen de grotere schaal te kunnen realiseren. Bij de goedkeuring bevestigde de Zorgstrategische Commissie van het Agentschap Zorg en Gezondheid in haar advies dit standpunt. Tegelijk zou de aansluiting met de context (waardevol natuurgebied en dorpskern) veel beter kunnen worden gerealiseerd.

The care campus Sint-Rafaël at Liedekerke has 230 residential units for the elderly in need of care and suffering from dementia, 10 short stay places, 15 day care places and 42 assisted housing units. In other words: a large facility separate from, but right next to the village centre. The strategic care plan presumes the splitting of the provision into two establishments, to be able to achieve tailored small-scale care within the larger scale. In the approval, the strategic Healthcare Commission of the ‘Agentschap Zorg en Gezondheid’ confirmed this point in its advice. At the same time, this could allow for a far better connection with the spatial context (a valuable nature reserve and the village centre).

Aansluitend op het bestaand kernversterkend masterplan voor de dorpskern van Liedekerke is BURO II & ARCHI+I op zoek gegaan naar antwoorden voor de bestaande onvolkomenheden. Het ontwerpschema dat vandaag voorligt, is een vervangingsbouw voor een deel van het bestaande woonzorgcentrum en focust zich op kleinschalig wonen, op maat van de bewoner en aansluitend op de korrel van de bebouwing in de omgeving. Een fysieke link voor wandelaars en fietsers maakt een aansluiting op de dorpskern en de recreatieve as langs de Dendervallei. De bestaande kapel wordt behouden en deels herbestemd tot nieuw inkomgebouw. Dit nieuwe hart van de voorziening takt ook aan op de wandel- en fietsas.

Following on from the town’s master plan to reinforce the town centre of Liedekerke, BURO II & ARCHI+I began its search for answers to the existing imperfections. The design scheme before us today is a replacement building for a part of the existing residential care centre and focuses on smallscale residences, tailored to the resident and closely fitting the grain of the buildings in the vicinity. A physical link for walkers and cyclists constitutes a connection to the village centre and the leisure trail along the Dender Valley. The existing chapel is preserved with a partial change of use as a new entrance building. This new heart of the facility also branches onto the walking and cycling route.

Alle ‘(semi-) publieke’ programmaonderdelen krijgen een plaats op de meest visibele locaties. Verder wordt veel aandacht besteed aan de relatie tussen interieur en buitenaanleg.

Huidige toestand | Existing situation

36

All ‘(semi) public’ programme components will be given a place in the most visible locations. In addition, a lot of attention is being paid to the relationship between interior design and landscaping.

Nieuwe toestand | New situation


37


38


39


Flexibel bouwen als garantie voor andere bestemmingen in de toekomst: woonzorgcentrum Solidariteit voor het gezin ‘Wellington’ in Oostende

Flexible building as guarantee for other uses in the future: Wellington ‘Solidariteit voor het gezin’ residential care centre in Ostend

Een belangrijk aspect van duurzame gebouwen in een steeds evoluerende maatschappij is flexibiliteit. Steeds veranderende inzichten stellen wisselende eisen aan gebouwen, en de capaciteit om dit op een eenvoudige manier te kunnen opvangen, wordt steeds belangrijker als uitgangspunt.

An important aspect of sustainable buildings in an everevolving society is flexibility. Ever-changing insights make alternating demands on buildings, and the capacity to cope with this in a simple way is becoming increasingly important as a starting point.

Het gebouw aan de Wellingtonrenbaan in Oostende, waar het nieuwe woonzorgcentrum van Solidariteit voor het Gezin zal gehuisvest worden, is hier een goed voorbeeld van. Oorspronkelijk ontworpen als de tweede fase van een appartementencomplex, hield het ontwerp toen al rekening met de mogelijkheid om verschillende functies te kunnen huisvesten. Er werd een structureel raster uitgewerkt dat toelaat om de binnenindeling aan te passen naargelang de noden. De hogere verdiepingshoogte op het gelijkvloers moest het mogelijk maken hier ook commerciële functies in onder te brengen, terwijl de algemene skeletstructuur op een raster van 6x6 meter verschillende appartementstypes mogelijk maakt. De half verzonken kelderverdieping brengt daglicht binnen zodat ook hier andere functies dan parking kunnen in ondergebracht worden.

The building on the Wellington racetrack in Ostend, where the new residential care centre of ‘Solidariteit voor het gezin’ will be housed, is a good example of this. Originally designed as the second phase of an apartment complex, the design already then took account of the possibility of accommodating a variety of functions. A structural grid was worked out to allow the internal layout to be adapted to suit the needs. The raised ground floor level also had to accommodate commercial functions, while the general skeleton structure on a grid of 6 x 6 metres allows for different types of apartments. The half sunken basement level admits daylight so that here as well, functions other than parking can be accommodated.

Om verschillende redenen werd besloten om het gebouw om te vormen naar een woonzorgcentrum. De ruwbouw was reeds gerealiseerd, maar de flexibele structuur liet deze functiewijziging toe met minimale structurele ingrepen (vnl. voor het inpassen van grotere evacuatietrap- en beddenliftkernen). De modulering van structuur en gevelsysteem liet toe om hedendaagse individuele woonzorgkamers te voorzien binnen de oorspronkelijke opzet van het gebouw. Hierbij werd rekening gehouden met de hotelfilosofie van Solidariteit voor het Gezin met aandacht voor een hoge woonkwaliteit, waarbij de toekomstige bewoner maximaal kan genieten van vrijheid, privacy en eigen levensritme. De ingrepen in de gevel beperken zicht tot het inbrengen van een aantal gesloten geveldelen. De ruime terrassen blijven een belangrijke meerwaarde voor de bewoners. In de kelder konden een aantal logistieke functies worden ondergebracht (keuken, bergingen, personeels-ruimtes,…), terwijl de ruimte boven het verlaagd plafond van het gelijkvloers een flexibele opstelling van de nodige technische kanalen toelaat. Het nieuwe woonzorgcentrum zal zich op deze manier naadloos integreren in de kwalitatieve woonruimte aan het golfterrein van Oostende. De locatie, nabij centrumvoorzieningen en op wandelafstand van de zee, biedt potenties voor de toekomstige bewoners en hun bezoekers. Doordat de tweede fase van het project, ondanks de functiewijziging, toch nog architecturaal aansluit bij fase 1, wordt geen ruimtelijk onderscheid gemaakt tussen de appartementen en het woonzorgcentrum, wat de laagdrempeligheid voor bewoners en bezoekers versterkt.

40

For various reasons it was decided to transform the building into a residential care centre. The shell had already been realised, but the flexible structure allowed this change of function with minimal structural interventions (mainly for fitting in larger evacuation stairs and shafts for bed lifts). The modularisation of the structure and façade system allowed the provision of contemporary individual residential care rooms within the original design of the building. In this, account was taken of the hotel philosophy of ‘Solidariteit voor het gezin’ with attention to a high quality of living, where the future occupant can enjoy a maximum of freedom, privacy and an independent rhythm of life. The interventions in the façade are limited to the insertion of a number of closed façade parts. The spacious terraces remain an important added value for the residents. A number of logistic functions could be accommodated in the basement (kitchen, storerooms, staff areas …), while the space above the lowered ceiling of the ground floor permits a flexible arrangement of the necessary technical channels. In this way, the new residential care centre will be seamlessly integrated into the qualitative living space alongside the golf course of Ostend. The location, near facilities in the centre and within walking distance of the sea, offers potential for the future residents and their visitors. Because the second phase of the project, despite the change in function, still fits in architecturally with phase 1, no spatial distinction is made between the apartments and the residential care centre, which intensifies the low threshold aspect for residents and visitors.


41


42


43


PRoF: experiment en toegepast onderzoek

PRoF: experiment and applied research

Het PRoF-project is gestart als een samenwerkingsvorm van een groep ontwerpers en fabrikanten die inspelen op de verzuchtingen in de zorgsector dat iedere partner in een eigen nichesegment nadenkt en niet gecoördineerd werkt met anderen. Elkeen ontwerpt zijn eigen stopcontact, kast, technische applicaties,… Pas op het laatste moment worden synchronisatieproblematieken geremedieerd. De sterkte van het platform is het samenbrengen van kennis, techniciteit en sociaal engagement. Deze concepten worden uitgedokterd door een consortium van onder meer architecten, designers, meubelmakers, domotica- en telematicabedrijven, zorgverleners en onderzoekers waarbij BURO II & ARCHI+I instaat voor het interieurontwerp. In dit onderzoeksplatform van open innovatie worden de schotten tussen de verschillende disciplines weggehaald. Het resultaat is multidisciplinair onderzoek waarbij de mogelijkheden die architecten, diensten en technologie op vandaag bieden, worden samengebracht.

The PRoF project was started as a form of cooperation between a group of designers and manufacturers who were responding to complaints from within the care sector that every partner considered only its own niche segment and did not work in a coordinated way with others. Everyone creates his own electrical outlet, cupboard, technical applications,… Only at the last moment are the synchronisation problems remedied. The strength of the platform is in bringing together knowledge, technical expertise and social commitment. These concepts are thought through by a consortium of, amongst others, architects, designers, furniture makers, building automation and ICT companies, healthcare providers and researchers in which BURO II & ARCHI+I is responsible for the interior design. In this research platform of open innovation, the partitions between the different disciplines are removed. The result is multidisciplinary research whereby the possibilities on offer today by architects, services and technology are being brought together.

Het samenwerkingsproject is gestart met het ontwikkelen van de ziekenhuiskamer van de toekomst, waarvan een testkamer werd gebouwd. De interesse in dit project is groot: veel onafhankelijke organisaties (denktanks, universiteiten, toegankelijkheidbureaus, VIPA, enz.) wilden mee betrokken worden in dit proces. Inmiddels werd ook een tweede PRoF-project gelanceerd, nl. een flat voor levenslang wonen. Onlangs werd gestart met het derde initiatief voor de ‘seniorenzorgkamer van de toekomst’.

The mock-up of the patient room of the future was built. The interest in this project is great: many independent organisations (think tanks, universities, accessibility agencies, VIPA, etc.)1 wanted to be involved in this process. In the meantime, a second PRoF project has also been launched, namely the personalized residence of the future, a flat for lifelong living. Recently, the third initiative was started with the ‘elderly care room of the future’.

Via brainstormsessies, denkoefeningen, participaties van allerhande stakeholders in de zorgsector worden ideeën verzameld. Die moeten resulteren in innoverende oplossingen die nadien ook daadwerkelijk in praktijk omgezet worden in een proefopstelling. Hierna worden deze projecten bovendien veelvuldig getest, geëvalueerd, bekritiseerd door bezoekers, gebruikers, onderzoeksgroepen, zodat er lessen kunnen getrokken worden voor toekomstige realisaties. Vanuit BURO II & ARCHI+I proberen we er bewust voor te kiezen om actief te zijn in dergelijke onderzoeksdomeinen. Hier wordt proactief gezocht naar innoverende oplossingen voor bepaalde problematieken en geanticipeerd op toekomstige tendenzen.

Ideas are collected through brainstorming sessions, think tanks, participation by all kinds of stakeholders in the healthcare sector. These should result in innovative solutions that will later be converted in practice into an actual mock-up. Furthermore, these projects will continue to be extensively tested, evaluated, criticised by visitors, users, research groups, so that lessons can be drawn for future realisations. From the point of view of BURO II & ARCHI+I, we are making a conscious choice to be actively involved in such research. Here we are proactively seeking innovative solutions for certain problem situations and anticipating future trends.

VIPA stands for het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden or The Flemish Infrastructure Fund for Personal Matters.

1

44


45


46


47


Triamant Haspengouw in Velm: zorginnovatie in de praktijk

Triamant Haspengouw in Velm: care innovation in practice

De site van Triamant te Velm is een uniek en prachtig gelegen terrein dat eerder als kasteeldomein en nadien als school fungeerde. De site lag er geruime tijd verwaarloosd bij en een herbestemming drong zich op. Die werd gevonden in een innovatief woonzorgconcept dat de totale levensloop behelst, met het oog op integratie, laagdrempeligheid en (levens) kwaliteit.

The Triamant site in Velm is a unique and beautifully situated site that was formerly a castle domain and subsequently served as a school. The site lay neglected for a long time and a change of use became evermore imperative. Such a use was found for it through an innovative residential care concept that encompasses the total life cycle, with a view to integration, low threshold and high quality (of living).

Vanuit dit oogpunt werd het residentieel programma (van woningen over (zorg)flats naar woonzorgkamers en zelfs (zorg)hotelkamers) aangevuld met een aantal collectieve diensten. Deze diensten staan enerzijds in het kader van de zorgverlening, maar anderzijds ook in het kader van dienstverlening voor de bewoners die (nog) niet zorgbehoevend zijn. Zo is er een Grand Café dat voor iedereen open staat en dat voor de ruime omgeving als trekker functioneert, maar dat eveneens de bewoners van de zorgflats en -kamers maaltijden aanbiedt (ter plaatse of aan huis geleverd). Het Grand Café is dan ook het kloppend hart van de site en brengt een levendigheid met zich mee. Ook de winkel, die niet enkel de bewoners van verse waren voorziet draagt hiertoe bij omdat die als echte dorpswinkel functioneert. Door dergelijke functies onder te brengen in het project is de site opnieuw een wezenlijk onderdeel van het dorp Velm geworden, hoewel ze als site ook quasi autonoom kan functioneren.

From this point of view, the residential programme (ranging from houses and (care) flats to residential care rooms and even (care) hotel rooms) was complemented by a number of collective services. On the one hand, these services are in the context of care provision, but on the other hand also in the context of service provision for the residents who are not (yet) in need of care. For example, there is a Grand Café that is open to everyone and that functions as an attraction for the wider surroundings, but that also offers the residents of the flats and rooms meals (in the café or delivered to their homes). The Grand Café is thus the beating heart of the campus and brings a certain liveliness to the site. The shop as well, which not only provides the residents with fresh goods but also contributes to this liveliness because it functions as a true village shop. By incorporating such functions within the project, the site once again becomes an integral part of the village of Velm, although as a site, it can also function quasi independently.

Het residentiële programma richt zich naar een breed doelpubliek. Er worden woongelegenheden van verschillende types en groottes aangeboden. Bedoeling is namelijk dat iedereen hier kan komen wonen en de mogelijkheid heeft om van bepaalde diensten te genieten. Bewoners kunnen bijvoorbeeld van de strijk- of poetsdienst gebruik maken zonder daarom zorg af te nemen. Naarmate de behoefte aan zorg en ondersteuning van een bewoner toeneemt, kan de dienstverlening mee-evolueren zonder dat men daarom moet verhuizen. Om dat mogelijk te maken, zijn de zorgflats ingericht volgens de principes van toegankelijkheid, maar met bijzondere aandacht voor de afwerking om stigmatiserende klinische oplossingen te maskeren of zelfs weg te laten. Dit werkt drempelverlagend en zorgt ervoor dat de flats bewoonbaar zijn voor alle mogelijke bewoners.

The residential programme is aimed at a wide target audience. Housing units of different types and sizes are offered. The intention is namely that anyone can come and live here and has the opportunity to enjoy certain services. For example, residents can make use of the ironing or cleaning service without having to be users of the care facilities. To the extent that the need of a resident for care and support increases, the service can evolve in tandem so that there is no need to move. To make that possible, the care flats are furnished in accordance with the principles of accessibility, but with particular attention to their finishing so as to mask or even omit stigmatising clinical solutions. This lowers the threshold and ensures that the flats are habitable for all potential residents.

De bewoner staat centraal. Hij/zij neemt zorg af naargelang de behoefte. Er wordt naar gestreefd om bewoners zo lang mogelijk in hun eigen flat te laten wonen. Slechts als het voor de veiligheid en het welzijn van de bewoner beter is te verhuizen, zal die ‘doorschuiven’ naar een woonzorgkamer. De grens tussen zelfstandigheid en zorgbehoevendheid wordt zo ver mogelijk verlegd in het voordeel van de zelfstandigheid.

The resident is central. He/she makes use of care facilities as needed. The campus aspires to allow residents to continue living in their own flat for as long as possible. Only if it is better for the safety and well-being of the resident to move, will he or she be ‘slid into’ a residential care room. The boundary between independence and need for care is stretched as far as possible in favour of independence.

48


49


50


51


52


Naar een architectuur van de zorg

Towards an architecture of care

Marc Santens

Marc Santens

Om als architectenbureau zicht te krijgen op de ontwikkelingen en veranderingen in de zorgverlening hebben we een aantal gesprekken gevoerd met bevoorrechte getuigen uit de zorgsector1.

To gain insight, as an architectural office, into the developments and changes in the provision of care, we conducted a number of interviews with privileged witnesses from the (health)care sector1.

Uit die gesprekken kwamen verschillende benaderingen naar voor, maar één ding kwam steeds terug: de ontwikkelingen in zorgsector hebben het landschap totaal veranderd zowel op het vlak van de zorgverlening zelf als op het vlak van de benodigde infrastructuur. Willen ontwerpers op de juiste manier werk maken van ontwerpend onderzoek gericht op de toekomstige ontwikkelingen, dan is het van wezenlijk belang om enerzijds permanent te denken in termen van verandering. Anderzijds moet gezocht worden naar een juiste interpretatie van een werkbare flexibiliteit en een wisselend en gepersonaliseerd gebruik waarbij de klant zich zijn nieuwe woonomgeving kan toe-eigenen.

Out of these conversations different approaches came to the fore, but one of them kept constantly returning: the developments in the care sector have totally changed the landscape, both in terms of care provision itself and in terms of the necessary infrastructure. If designers wish to correctly pursue design research focused on future developments, then it is essential on the one hand to permanently think in terms of change. On the other hand, an attempt must be made to correctly interpret a workable flexibility and a varied and personalised use where the client can make his new living environment his own.

Alle gesprekspartners wezen erop dat de zorgsector zich niet alleen mag focussen op de vergrijzing en de gevolgen hiervan zoals deze zich nu aandienen. Over 30 jaar is die acute golf voorbij, en dus moeten we nu al denken aan voorzieningen die nu de nodige opvang kunnen bieden en die ook later in een veranderende constellatie kunnen gebruikt worden. De huidige bestaande modellen van ‘het ziekenhuis’ en ‘het bejaardentehuis’ beantwoorden niet meer aan de manier waarop mensen hun behoefte aan zorg wensen te beleven. Helaas worden de normen uit de voornoemde modellen rond hygiëne, sanitaire huishouding, veiligheid en evacuatie wel overgedragen en opgelegd bij (de zoektocht naar) nieuwe modellen en nieuwe infrastructuren. “In de zorgsector is alles genormeerd en dat maakt het grote verschil met andere sectoren. Meer en meer worden de normen strikter en zijn het deze normen die het programma van eisen bepalen” (Yvan Mayeur) Daarentegen kan men zeggen dat de maatschappelijke veranderingen wel worden meegenomen in de manier waarop ouderen nu in het leven staan. Zorg vertrekt niet alleen maar vanuit de medische en de materiële opvang maar vooral vanuit een culturele benadering waarbinnen de zelfstandigheid en de autonomie van het individu centraal staat.

1

We hadden gesprekken met Herwig Teugels en Isabelle Makay van het Kenniscentrum Woonzorg Brussel; Wino Baeckelandt, algemeen directeur van Zorg groep H.Hart Kortrijk; Yvan Mayeur, voorzitter OCMW Brussel; Monica Deconinck, (ex-)voorzitter OCMW Antwerpen; Bruno Holthof van ZNA (ZiekenhuisNetwerk Antwerpen) en Johan De Muynck van het Zorgbedrijf Antwerpen.

All those we have spoken with pointed out that the care sector must not only focus on ageing and its consequences that are now emerging. In about 30 years, the acute wave will be over, and so we should already be thinking of facilities that can provide the necessary care now but that can also be used later in a changing constellation. The current existing models of ‘the hospital’ and ‘the old age home’ no longer answer to the way people wish to experience their needs for care. Unfortunately, the standards of hygiene, sanitation, security and evacuation which applied to the aforementioned models continue to be carried over and imposed on (the quest for) new models and new infrastructures. “In the care sector, everything is regulated and that makes for a big difference with other sectors. The regulations are getting ever stricter and more and more it is these regulations that determine the programme brief” (Yvan Mayeur) On the other hand, one can say that the changes in society are being encompassed in the position which the elderly now occupy in life. Care is no longer solely refers to the medical and material provision of care but primarily to a cultural approach within which the independence and autonomy of the individual are the focus.

1 We had interviews with Herwig Teugels and Isabelle Makay of the Kenniscentrum Woonzorg Brussel (Centre for Knowledge of Residential Care in Brussels); Wino Baeckelandt, general manager of Care Group H. Hart in Kortrijk; Yvan Mayeur, chair of OCMW (Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn or Public Centres for Social Welfare) in Brussels; Monica Deconinck, (ex-)chair of OCMW Antwerp; Bruno Holthof of ZNA (ZiekenhuisNetwerk Antwerpen or Hospital Network Antwerp) and Johan De Muynck of Zorgbedrijf Antwerpen (The Care Company Antwerp).

53


“De term ‘woonzorg’ is verkeerd gekozen. We kunnen beter spreken over ‘zorgwonen’ omdat daardoor de klemtoon ligt op het wonen.” (Herwig Teugels)

“The term ‘care homes’ is wrongly chosen. It would be better to talk about ‘home care’ or ‘assisted living’ because in that way the accent is placed on the living.” (Herwig Teugels)

Niet het scheppen van specifieke diensten staat centraal maar wel het maximaal kunnen participeren aan de voorzieningen die de maatschappij biedt. Voorwaarde is dat die het leefen zorgcomfort van de betrokkenen kunnen verhogen. Hier moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de voorzieningen en de zorgcultuur in een stedelijk gebied en in een landelijke omgeving.

It is not the creation of specific services which is central but to be able to participate to the maximum in the facilities that the society offers. A condition for that is that they increase the living and care comfort of the parties concerned. Here a clear distinction needs to be made between the facilities and care culture in an urban area and in a rural environment.

“Het is absoluut noodzakelijk om uit het klassieke keurslijf van woonzorg los te komen om werk te kunnen maken van zorgwonen. Verhuizen maakt deel uit van het leven en is een deel van de zoektocht naar de juiste en aangepaste zorg.” (Wino Baeckelandt)

“It is absolutely necessary to obtain release from the classical straitjacket of residential care in order to be able to work at assisted living. Moving is part of life and is a part of the search for the correct and appropriate care.” (Wino Baeckelandt)

Maar dit verhuizen mag geen ontworteling veroorzaken. Daarbij komt dat het tijdelijk verblijf hierin een eigen plaats moet krijgen en dat de zorg moet herbekeken worden in het licht van de kostprijs. Misschien moeten we vastleggen wat een basispakket is binnen het zorgwonen, en kan de klant zelf beslissen welk aanvullend pakket hij/zij mits betaling nodig heeft. Helaas is de financiering vanuit de overheid hier niet op afgestemd, laat staan gelijkmatig verdeeld. De zorg met twee snelheden loert om de hoek.

But this moving must not cause uprooting. In addition, temporary accommodation needs to be given its own place within this framework, and care must be reviewed in light of its cost. Perhaps we need to capture what a basic package is within assisted living, and the customer can then decide what additional package he/she needs on a payment basis. Unfortunately, funding from the Government is not attuned to this, let alone evenly distributed. Two-tier care lurks round the corner.

Wanneer de zelfstandigheid blijvend wordt ondermijnd door het gebrek aan persoonlijk leefcomfort of ondersteunende diensten, is het woonzorgcentrum enkel de ultieme stap. Het woonzorgcentrum is dus slechts één dienst in een totaal zorgaanbod en het is daarom van wezenlijk belang een totaalvisie over het zorgaanbod van de toekomst uit te tekenen.

When independence is permanently undermined by the lack of personal comfort or support services, the home for the elderly is only the ultimate step. The residential care centre is thus only one service within a total care package and it is therefore essential to sketch out a total picture of care provision for the future. In a detailed conversation with

54


thuis wonen

afhankelijk met zorg

woningaanpassing & hulpmiddelen

24 u zorg onplanbare zorg (nabije professionele zorg)

kangoeroewoning...

EN

ZO

ON

RG

serviceflats/ assistentiewoningen (gekoppeld aan ldC/site of nabijheid van rvt)

W

thuiszorgtechnologie (pas/idtv) 24u-zorg op afroep / planbaar professionele thuiszorg (mobiele zorg)

crisisopvang-nachtopvang... dagverzorgingscentrum senior-oppas

lokaal dienstencentrum

kortverblijf

winkels, post, bank,...

aan- of inleunflat mantelzorg

rust- en verzorgingstehuis

toegankelijk, veilig, sociaal,... principe “design for all” zelfstandig zonder zorg

residentieel wonen

woon-zorg continuüm in een levensloopbestendige wijk Uit: Woonzorgzones in Antwerpen, 2009, OCMW Antwerpen

55


In een uitvoerig gesprek met Mevr. Deconinck,en de heren De Muynck en Holthof, wezen zij op het belang van zo’n zorgstrategische visie binnen een territoriaal afgebakend gebied op basis van een mix van zorggraden. Slechts op die manier kan men de sociale grondrechten voor de inwoners binnen een woonzorgzone garanderen, en kan de samenwerking en de zorgafstemming met alle woon-zorgpartners maximaal gegarandeerd worden. Herwig Teugels stelt zeer duidelijk:

Mrs. Deconinck and Messrs de Muynck and Holthof, they pointed out the importance of such a strategic care vision within a territorially delimited area based on a mixture of degrees of care. Only in that way can the fundamental social rights of the residents within a residential care area be guaranteed, and can the cooperation and the care coordination with all residential care partners be maximally guaranteed. Herwig Teugels puts it very clearly:

“Het is beter binnen de bestaande stads- en dorpsweefsels voorzieningen in te passen die het zorgwonen kunnen faciliteren. De woondensiteit in de stad is zo hoog, dat men zich in de toekomst de vraag moet stellen of alles nog moet voorzien worden in één gebouw. Waarom kan men in een wijk geen ankerpunt vastleggen en in een beperkte perimeter een aantal huizen verwerven die aangepast zijn aan de ouderen.”

“It is better to fit provisions that can facilitate assisted living within the existing urban and village fabric. The residential density in the city is so high, that in the future one will have to ask whether everything still needs to be provided in one building. Why can’t we fix an anchor point in a neighbourhood, and acquire a number of houses within a limited perimeter that are adapted to the elderly.”

Het gaat dus om een zeer divers aanbod waarbij tijdelijk en aangepast verblijf kan aangeboden worden naast een definitief verblijf.

It is thus about a very diverse offer whereby temporary and tailored accommodation can be offered in addition to permanent stay.

De diversitieit in woonaanbod en zorg brengen een zoektocht naar nieuwe woonvormen in een breder verband op gang. De oudere zal moeten zoeken welk aanbod er bestaat en welke vorm de beste ondersteuning biedt voor zijn/haar zelfstandigheid. Het is dus noodzakelijk een diversiteit aan mogelijkheden te voorzien omdat we niet kunnen weten welke de behoeften van deze doelgroep over 20 jaar zullen zijn. Het is daarom belangrijk dat de zorgbehoevende zicht krijgt op het bestaande aanbod. Het onderzoek naar de verschillende woonvormen dat werd opgestart door Kenniscentrum Woonzorg Brussel kan hiervoor een belangrijke sleutel vormen, zowel op het vlak van de informatie als op het vlak van de verdere zoektocht naar creatieve oplossingen.

The offer of diversity in housing and care initiates a search for new residential forms in a wider context. The elderly will need to find what there is on offer and what format offers the best support for his/her independence. Hence, it becomes necessary to provide a diversity of possibilities because we cannot know what the needs of this target group will in about 20 years’ time. That is why it is important that the person in need of care has knowledge of what is available. Research into the different forms of living that was initiated by the Kenniscentrum Woonzorg Brussel (Centre for Knowledge about Residential Care in Brussels) can be an important key in this respect, both in terms of information and in terms of the further search for creative solutions.

Yvan Majeur wijst erop dat zorgwonen ook betekent: respect betuigen voor de doelgroep door de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het woonaanbod en de leefbaarheid van het interieur. Kwaliteit en aantrekkelijkheid werken helend en zijn een essentieel onderdeel van de zorgcultuur. Hij vindt het één van de belangrijkste uitdagingen van de zorgcultuur dat deze twee eigenschappen gerealiseerd worden in een project. Daarbij komt dat de kwaliteitsverbetering voor de bewoners vraagt om een andere organisatie voor het personeel maar ook voor de ruimtelijke opbouw van de gebouwen.

Yvan Mayeur points out that assisted living also means: showing respect for the target group by means of the quality and attractiveness of the housing offer and the liveability of the interior. Quality and attractiveness have a healing effect and are an essential part of the care culture. He thinks it is one of the main challenges of the care culture that these two characteristics should be embodied in a project. An additional point is that the quality improvement for the residents requires a different organisation for the staff but also for the spatial structure of the buildings.

Onze gesprekpartners pleiten resoluut voor een veranderende aanpak waarbij een combinatie van tijdelijke en permanente woonmogelijkheden wordt aangeboden die met elkaar verbonden zijn in een zorg- en cultuurnetwerk waarbij de partners zich op elkaar afstemmen. Schaal, inplanting, organisatie, herkenbaarheid en wisselende belevings- en zorgtrajecten zijn ruimtelijke uitdagingen waarbij architectuur een meerwaarde kan bieden.

Our partners in conversation argue resolutely for a changing approach where a combination of temporary and permanent interlinked accommodation possibilities is offered in a care and culture network in which the partners attune themselves to each other. Scale, location, organisation, recognisability and varying experience and care pathways are spatial challenges in which architecture can offer added value.

Er moeten oplossingen komen om de acuutheid van de vraag en de druk ontstaan door de wachtlijsten, te kunnen combineren met de planning op lange termijn en de duurzaamheid van het beschikbaar patrimonium. Daarom zal experiment en toegepast onderzoek een uitdrukkelijke en structurele plaats moeten krijgen in het zorglandschap. BURO II & ARCHI+I wil hiertoe een aanzet geven. Waar tot op heden ontwerpers te 56

Through long-term planning, solutions must be found so as to be able to combine the acute nature of the demand and the pressure caused by the waiting lists with the sustainability of the available heritage. That is why experimentation and applied research will explicitly need to be structurally built into the care landscape. BURO II & ARCHI+I wishes to give an impetus to this. Whereas until now, designers too easily thought in terms of surface area and repetitive spaces, the


57


gemakkelijk dachten in oppervlaktes en repetitieve ruimtes, moet nu gezocht worden naar maatwerk dat zich leent voor wisselend gebruik en dat geënt is op de specificiteit van de locatie. Architecten kunnen via ontwerpend onderzoek nieuwe denkpistes openen. Het bouwen van woonzorgcentra is geen specialiteit meer van enkelen maar moet herdacht worden in een integrale benadering. Wonen en zelfstandigheid zijn culturele uitgangspunten waarbij zorg een versterking van beide betekent in plaats van een aanzet tot afhankelijkheid.

striving must now be for customisation that lends itself to varying use and that is grafted onto the specificity of the location. Through designresearch, architects can open new avenues of thought. The construction of residential care centres is no longer a speciality of the few but should be rethought in an integral approach. Living and independence are cultural points of departure so that care comes to mean a strengthening of both of them instead of an impetus to dependency.

Om te besluiten een citaat van de beleidsagenda ‘Architecture in health’ uit 20072, eerste paragraaf:

To conclude with a quote from the first paragraph of the policy agenda ‘Architecture in health’ written in 2007:2

“Patiënten en bewoners, zorgprofessionals en familieleden herkennen zich niet meer in de vormgeving van zorggebouwen. Daar moet verandering in komen. De zorg is uit haar isolement gekomen en veel sterker verweven geraakt met andere sectoren van de maatschappij en het dagelijks leven. De privatisering van de zorg en de liberalisering van het vastgoed in de zorgsector dagen de sector zelf uit. Het is van groot belang dat kwalitatief hoogwaardige, innovatieve architectuur binnen de zorgsector hoog op de agenda komt te staan. Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het opdrachtgeverschap.”

“Patients and residents, healthcare professionals and family members no longer recognise themselves in the design of healthcare buildings. This must be changed. Healthcare has come out of its isolation and is much more strongly intertwined with other sectors of society and everyday life. The privatisation of care and the liberalisation of property in the care sector challenge the sector itself. It is essential that high-quality, innovative architecture is placed high on the agenda in the care sector. This makes high demands on the quality of the position of principal.”

Architecture in health. Innovatieplatform voor architectuur en zorg, Nederland. Regeerakkoord 7 februari 2007.

2

58

Architecture in health. Innovation platform for architecture and care, The Netherlands. Coalition agreement 7 February 2007.

2


59


60


61


NAAR EEN NIEUWE INTEGRATIE TUSSEN ZORG EN ARCHITECTUUR

Als architectuur vanuit haar eigen finaliteit dienstbaar kan zijn voor een veranderende zorgvoorziening dan is het belangrijk dat de zorgverstrekkers ontwerpers en beleidsmakers confronteren met hun vragen en hun ervaringen. Wellicht is hier een behoefte aan een ontmoetingsplatform waarbij zorgvragen kunnen samengebracht worden in een werkplaats voor ontwerpend onderzoek. Uit de gesprekken met de bevoorrechte partners kwamen spontaan verschillende vragen aan bod. Deze zijn slecht een eerste voorzet voor een geïntegreerde aanpak die de kloof tussen zorg, ruimtelijke ordening en architectuur moet dichten. - De noodzakelijke verdichting van onze steden vraagt om nieuwe ruimtelijke concepten van een divers en gespreid zorgaanbod. Hoe kunnen die ruimtelijk ingepast worden en tegelijk ook gelinkt worden aan de stedelijke voorzieningen? - Hoe kunnen de zorgvoorzieningen buiten de stedelijke gebieden in synergie worden gebracht met de stedelijke zorgvoorzieningen? - Hoe kan de evolutie binnen de samenhang tussen zorg en wonen geïmplementeerd worden binnen een ruimtelijke planning op Vlaams niveau die achterop hinkt op deze ontwikkelingen? - Hoe kan binnen het specifiek woonaanbod voor bejaarden de ontwerpflexibiliteit zo worden verankerd dat dit zelfde woonaanbod morgen weer kan ingeschakeld worden binnen het reguliere woonaanbod en omgekeerd? - Welke flexibiliteit in de inrichting van woonentiteiten is haalbaar, die ook in de praktijk aan bejaarden een haalbare meerwaarde biedt? - Hoe kunnen programma’s voor het bouwen van woon- en zorgentiteiten zo worden omschreven dat groepscomfort, individueel comfort en zorgcomfort maximaal gediversifieerd kunnen worden? - Hoe kan de verhouding en samenwerking tussen investeerders en zorgverstrekkers leiden tot een optimalisering van het aanbod? - Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het toenemende ‘vermarkten’ van de zorgsector de kansen op innovatie en ontwerpflexibiliteit niet teniet zal doen maar kan versterken? - Hoe kan het algemeen woningaanbod binnen de zorg tegelijk herkenbaar zijn en telkens opnieuw worden toegeëigend door opeenvolgende bewoners? - Hoe kan de circulatie binnen woonentiteiten kwalitatief zo ontworpen worden dat het contact en ontmoeting primeren op de perceptie van aangeklede gangen en trappen? - Hoe kan binnen de ruimtelijke organisatie van zorgwoningen de bewoner een waardevol onthaal bieden aan familie en bezoekers? - Hoe kunnen ontwerpers ervaringen van gebruikers, nieuwe wetenschappelijke inzichten, medische informatie en veranderende zorgverwachtingen integreren in hun ontwerpend onderzoek? - Hoe kan het wetenschappelijk onderzoek rond zorg en wonen in een samenhang tussen zorgverstrekkers en ontwerpers worden uitgebouwd? - Hoe kunnen opdrachtgevers hun nieuwe inzichten in verband met zorg en wonen delen met de architecten, stedenbouwkundigen, planologen,…? - Hoe kunnen we de complexe zorgproblematieken vertalen in flexibele architectuur en tegelijk voldoende oog hebben voor de uitdagingen en strengere bepalingen die ons te wachten staan op vlak van duurzaamheid, energie en technische voorzieningen? - Hoe kan de feitelijke realiteit dat mensen in hun levenscyclus verschillende keren van woning moeten veranderen -aangepast aan hun zorg- en comfortbehoefte- als een positieve beleving worden ondersteund?

62


Towards a new integration between care and architecture

If architecture can be of service from within its own specialisation for an evolving care provision then it is important that the care providers confront designers and policy makers with their questions and their experiences. Quite possibly there is a need here for a forum where care issues can be brought to a workshop for design research. Out of conversations held with privileged partners various issues spontaneously came to the fore. This is just the opening play for an integrated approach intended to close the gap between (health)care, spatial planning and architecture. - The necessary densification of our cities requires new spatial concepts for diversified and dispersed healthcare provision. How can these be spatially integrated and at the same time be linked to the urban facilities? - How can the care provisions outside the urban areas be brought into synergy with the urban care facilities? - How can the evolution of the relationship between care and living be implemented in spatial planning on the Flemish level which is lagging behind on these developments? - How can design flexibility be so anchored within the specific housing provision for the elderly that this selfsame housing provision can be used again tomorrow within the regular housing provision and vice versa? - How much flexibility is feasible in the furnishing of housing units which also effectively offer the elderly viable added value? - How can programmes for building residential living and care units be so defined that group comfort, individual comfort and care comfort can be maximally diversified? - How can the relationship and cooperation between investors and care providers lead to an optimisation of the supply? - How can we ensure that the increasing marketization of the care sector does not impair the chances for innovation and design flexibility, but rather enforces them. - How can the general housing provision within the care sector be simultaneously identifiable yet still allow for repeated individualisation by successive residents? - How can the circulation within residential units be designed qualitatively in such a way that contact and meeting prevail over the perception of decorated corridors and stairwells? - Within the spatial organisation of care homes, how can the resident offer a valued welcome to family and visitors? - How can designers integrate user experiences, new scientific insights, medical information and changing care expectations into their design research? - How can scientific research about care and living be developed within a relationship between care providers and designers? - How can principals share their new insights in relation to care and living with the architects, urban designers, planners‌? - How can we translate the complex care questions into flexible architecture while at the same time sustaining attention for the challenges and stricter regulations that we will face with regards to sustainability, energy and technical installations? - How can the actual reality that during their life cycle people need to move home several times – to adapt to their care and comfort needs– be supported as a positive experience?

63


64


Colofon | Colophon

ALERT 3, maart | March 2012 Rechtzetting | Rectification In Alert 2 ‘Bouwen aan scholen’ is er een interview opgenomen met Mevr. Kris Verdoodt, directrice van de Sint-Ursulaschool in Laken. In dit artikel is niet vermeld dat het schoolgebouw is ontworpen en uitgevoerd door architecten Tom Thys en Adinda Van Geystelen. Referentie: www.tomthys-architecten.be Verantwoordelijke uitgever | Responsible Publisher Sofie Vandelannoote BURO II & ARCHI+I Rue J. Jordaensstraat 18a B-1000 Brussel-Bruxelles Redactieraad | Editorial committee Rita Agneessens, Geert Blervacq, Herman Jult, Marc Santens, Sofie Vandelannoote, Isabel Vlaeminck Werkten mee aan dit nummer | Contributors to this issue Wino Baeckelandt, Johan De Muynck, Monica Deconinck, Bruno Holthof, Isabelle Makay, Yvan Mayeur, Herwig Teugels Vormgeving en opmaak | Design and layout Erik Desombere Fotografie | Photography Foto-opdracht voor dit nummer: Jef Boes Solidariteit voor het Gezin Oostende, p41: Danica Kus PRoF, p 44 en p 45 onderaan: PRoF Triamant Haspengouw Velm, p49: Filip Dujardin Boogschema, p55: Woonzorgzones in Antwerpen, 2009, OCMW Antwerpen Overige projecten: BURO II & ARCHI+I Druk | Printed by Cassochrome, Waregem

Wenst u een extra exemplaar van ALERT? Ga naar www.b2ai.com en klik op ‘ALERT’ Do you wish an extra copy of ALERT? Go to www.b2ai.com and clic on ‘ALERT’


BURO II & ARCHI+I | urban planning | architecture | engineering | interior design

Rue J. Jordaensstraat 18a, B-1000 Brussel-Bruxelles | T +32 2 641 88 00 | F +32 2 640 53 55 | E info@archi.be | www.archi.be Hoogleedsesteenweg 415, B-8800 Roeselare | T +32 51 21 11 05 | F +32 51 22 46 74 | E info@buro2.be | www.buro2.be Bellevue 5, B-9050 Ledeberg [Gent] | T +32 9 210 17 10 | F +32 9 210 17 19 | E info@buro2.be | www.buro2.be

Alert 3 - home care or care homes  

Alert 3 - home care or care homes