Page 1

Kennis reeks

Kleurrijke zorg Intercultureel wonen en werken

1


Inhoud Kleurrijke zorg

4

Tandenpoetsen voor of na het eten

10

Bieden wat cliĂŤnt nodig heeft

13

Het geheim van Marhaban

16

Mensen maken mijn moeder blij

18

Eetcultuur 20 Sleutelfiguur, schakel tussen migrant en zorg

24

Voor mij is iedereen gelijk

26

Nederlander, buitenlander of allochtoon

28

Samen verantwoordelijk voor interculturele zorg

30

Leren openstaan voor een ander

32

Platform interculturalisatie

33

Vragen of een gesprek

34

Websites 35

AxionContinu heeft veel kennis en ervaring in huis op het gebied van zorg en begeleiding aan ouderen, die wij als expertisecentrum graag delen. In deze kennisreeks gaan wij dieper in op onderwerpen die voor AxionContinu belangrijk zijn.

Deze uitgave Kleurrijke zorg Eerder verschenen Roze ouderen, Dementie

2


Voorwoord Iedereen mag binnen AxionContinu zichzelf zijn. Of je nu cliënt, medewerker of vrijwilliger bent, wat je achtergrond ook is. Steeds meer verschillende culturen wonen en werken binnen de organisatie. Het is een boeiende ontwikkeling, die ons vraagt steeds te kijken wie de ander is. Respect, begrip en openheid toon je vooral met woorden. Maar niet alleen. Met Marhaban, onze opvang voor Marokkaanse vrouwen, geven wij deze vrouwen al bijna tien jaar letterlijk ruimte. De mediterrane huiskamer Medina en de gebedsruimte in Albert van Koningsbruggen laten zien dat migrantenouderen bij ons zeer welkom zijn. Maar ook met het vieren van feesten, zowel Kerstmis, het Suikerfeest en ook de Dag van de Arbeid, maken wij de diversiteit binnen AxionContinu zichtbaar. Inmiddels weten mensen uit veel culturen de weg naar AxionContinu te vinden, zowel medewerkers als cliënten. Aangeven wat je zelf verwacht van de ander en wat de ander van jou kan verwachten is belangrijk in de omgang met elkaar. Wat is mogelijk, maar ook wat

past niet binnen de regels en afspraken die er nu eenmaal zijn als je samen woont en werkt. Dat proces is mooi, maar niet altijd gemakkelijk. Juist door de diverse achtergronden en verschillende culturen sluiten verwachtingen die mensen hebben en de mogelijkheden die AxionContinu heeft, niet altijd op elkaar aan. De kunst is daar samen uit te komen. Nog te vaak is er schroom om rechtstreeks te vragen wat een ander bedoelt of wenst. Maar ook duidelijk aangeven wat binnen de organisatie in de omgang met elkaar gepast of gewenst is, gebeurt soms nog met te veel omzichtigheid. Durf te vragen wat een ander beweegt. Door dat te willen weten, toon je belangstelling. Ook voor een andere cultuur. In deze derde uitgave van de Kennisreeks vertellen cliënten en medewerkers hoe zij diversiteit binnen AxionContinu beleven. Het is een handreiking om het gesprek aan te gaan om zo samen interculturaliteit vorm te geven. Lex Roseboom Raad van Bestuur

3


Wist u dat Koning Willem Alexander volgens de officiële definitie een allochtoon is? Nederlanders, buitenlanders, migranten, gastarbeiders, allochtonen en autochtonen. Waar hebben we het eigenlijk over? Hoe kwamen de Turkse en Marokkaanse ouderen hier ooit terecht?

Kleurrijke zorg De gastarbeiders van toen Veel migrantenouderen kwamen in hun jonge jaren als gastarbeider naar Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog waren er grote arbeidstekorten in de industrie en de bouw.

Op uitnodiging van Nederland zijn er toen veel gastarbeiders hier naartoe gekomen. Aanvankelijke waren dat vooral jonge werkkrachten uit de landen rond de Middellandse Zee, zoals Spanjaarden, Grieken en Italianen. Later, in de jaren ’60 en ’70, kwamen ook mensen uit Turkije en Marokko in Nederland werken. De gastarbeiders werden met open armen ontvangen. De bedoeling was dat ze tijdelijk zouden blijven. Nederlands leren was niet nodig en ze mochten hun gezin niet meenemen. Na 1970 verslechterde de economie en stopte Nederland met werven. Maar veel gastarbeiders wilden blijven en lieten hun gezinnen overkomen. Inmiddels, zo’n vijftig jaar later, heeft de eerste generatie gastarbeiders de leeftijd van 65+ bereikt. Met name deze eerste generatie migranten heeft vaak een laag opleidingsniveau, een taal-

4


Het woord allochtoon komt uit het Grieks en betekent letterlijk: een ander (allos) land (chthõn)

in feiten en cijfers achterstand en ook hun gezondheid laat te wensen over. Velen hebben een laag inkomen, omdat ze een onvolledige AOW krijgen en meestal geen aanvullend pensioen ontvan-

gen. Weer in het land gaan wonen waar zij zijn geboren, is vaak geen optie. Hun kinderen en kleinkinderen zijn immers in Nederland geboren en geworteld.

Allochtoon - autochtoon Tegenwoordig noemt men de groep van voormalige gastarbeiders en hun nageslacht ‘allochtoon’. Het is echter een omstreden begrip dat veel mensen stigmatiserend vinden. Volgens het Nederlands woordenboek is een allochtoon een persoon ‘van elders afkomstig’. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) hanteert de definitie: een persoon die in het buitenland is geboren of van wie tenminste één

ouder in het buitenland is geboren. En inderdaad, volgens deze definitie is koning Willem Alexander ook een allochtoon. Het begrip ‘allochtoon’ wordt onderverdeeld in westerse en niet-westerse allochtonen. Onder westerse allochtonen wordt volgens het CBS verstaan: personen afkomstig uit Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië en Japan. Met de term niet-westerse allochtoon

5


wordt bedoeld: personen afkomstig uit een van de landen in de werelddelen Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije. Op grond van hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie worden allochtonen uit Indonesië en Japan tot de westerse allochtonen gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Cijfers In 2014 telt Nederland in totaal bijna drie miljoen 65-plussers. Dat is 17% van de totale bevolking. Zoals bekend slaat de vergrijzing de komende jaren toe en zal dit aantal toenemen naar ruim vier miljoen in 2030 ofwel een kwart van de bevolking. Op dit moment is 3,3% van het totaal aantal 65-plussers afkomstig uit een niet-westers land. Van deze niet-westerse allochtonen van 65 jaar en ouder, is 34% Surinamer/Antilliaan, 22% Turks, 21% Marokkaan. Het aantal niet-westerse-allochtonen van 65 jaar en ouder verdrievoudigt tussen nu en 2030. Van 96.000 (3,3%) naar 270.000 (6,5%). In 2050 is dit aantal zelfs gestegen tot bijna 600.000 oftewel 13% van het totale aantal ouderen in Nederland.

6

Verschillende ministers hebben de afgelopen jaren al een voorstel gedaan om de term allochtoon niet meer te gebruiken. Bij gebrek aan een beter alternatief is dat steeds afgewezen. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling vindt dat de statistieken van de overheid beperkt moeten blijven tot ‘geboren in Nederland’ en ‘geboren in het buitenland’ en ‘Nederlanders’ en ‘vreemdelingen’ als het gaat om nationaliteit.

Aantal 65-plussers in Nederland 5.000.000 4.500.000 4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0

2014 2020 2030 2050 Autochtoon 65+ Allochtoon 65+ Niet westerse allochtoon 65+


Cijfers in Utrecht De bevolking van Utrecht is enorm toegenomen in de afgelopen jaren én zal dat de komende jaren blijven doen. Ook het aantal 65-plussers gaat flink groeien. De groei van die 65-plussers gaat echter bijna gelijk op met de groei van de hele bevolking. Op dit moment is 10% van de bevolking in Utrecht ouder dan 65 jaar. Dat is een stuk lager dan landelijk (17%).

Verdeling herkomst niet-westerse allochtonen Nederland Utrecht

Marokko Turkije

Suriname en Antillen Overig

Utrecht kan met al haar studenten een relatief ‘jonge’ stad genoemd worden. Van 2013 tot 2030 wordt het aantal 65-plussers anderhalf keer zo groot. Het neemt in Utrecht echter niet zo explosief toe als in de rest van Nederland. In de loop der jaren stijgt het aantal 65 plussers naar 12% van de bevolking in 2030, tegen 24% in Nederland. In Utrecht is 12% van de 65 plussers afkomstig uit een niet-westers land. Dit is vergeleken met heel Nederland erg hoog (3,3%). Van de niet-westerse ouderen is 50% afkomstig uit Marokko, 20% uit Turkije en 20% uit Suriname, de Antillen en Aruba.

AxionContinu registreert niet op afkomst Hoeveel medewerkers van niet-Nederlandse afkomst werken er bij AxionContinu? Op die vraag is geen exact antwoord te geven. Ook is het precieze aantal allochtone cliënten niet bekend. De reden hiervoor is dat het wettelijk niet is toegestaan op afkomst te registreren en daarom doet AxionContinu dat niet.

Om toch een beeld te krijgen van de personeelssamenstelling is in 2009 een inventarisatie gedaan onder het motto ‘Geef kleur aan Zorg’. Het doel was om te kijken of het nodig is medewerkers te werven in specifieke doelgroepen. AxionContinu wil graag dat het

7


Volgens Martijn Dingemans, HR adviseur bij AxionContinu en lid van het Platform Interculturalisatie, was het opvallend dat slechts vier mensen een leidinggevende functie hadden, de overigen werkten vooral in de zorg en bij facilitaire diensten. Van hen is de helft ongediplomeerd. Met name vluchtelingen die in het land van herkomst een opleiding hebben gevolgd, werken vaak onder hun niveau.

personeel een afspiegeling is van de samenleving. Uit de inventarisatie bleek dat 20% van de medewerkers van ‘nietwesterse’ afkomst is. Dit komt overeen met de samenstelling van de totale bevolking van Utrecht. De meeste niet-westerse medewerkers komen uit Suriname en de Nederlandse Antillen, Marokko en Turkije.

De cliëntenadministratie weet niet exact hoeveel ‘niet-Nederlandse’ cliënten er zijn. Maar meestal is wel duidelijk dat iemand van niet-Nederlandse afkomst is. Zo is bekend dat cliënten uit bijvoorbeeld Roemenië, Polen, China, Indonesië, Suriname, Griekenland, Turkije en Marokko komen. Overigens hebben veel cliënten en medewerkers met een ‘andere’ achtergrond wel de Nederlandse nationaliteit.

Gezondheid en gebruik voorziening Uit onderzoek naar de gezondheid van allochtone ouderen en het gebruik van voorzieningen is gebleken dat Antilliaanse en autochtone ouderen het meest tevreden zijn met de eigen gezondheid.

Zij beoordelen hun gezondheid als ‘goed’. Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ouderen zijn minder positief. Twintig procent of meer vindt de eigen gezondheid slecht.

Fysieke beperkingen en chronische aandoeningen Kijkt men naar de fysieke beperkingen die ouderen hebben, dan is er een groot verschil te zien tussen de verschillende

8


bevolkingsgroepen. Maar liefst 60% van de Marokkaanse ouderen ervaart ernstige fysieke beperkingen. Daarnaast hebben 47% van de Turken en 34% van de Surinamers ernstige beperkingen. Dit wijkt behoorlijk af van de autochtone ouderen. Hiervan heeft maar 20% een ernstige beperking.

gebruik van thuiszorg. Onbekendheid met de thuiszorg is hier de voornaamste reden van. Daarnaast maken zij ook veel meer gebruik van mantelzorg vanuit de familie, waardoor de noodzaak voor thuiszorg minder is.

Ook veel chronische aandoeningen zoals diabetes en hartaandoeningen komen vaker voor bij allochtone ouderen dan bij autochtonen. Dit geldt sterker voor Turken en Marokkanen dan voor overige groepen allochtone ouderen, zoals Surinamers en Antillianen.

Wonen en thuiszorg Turkse en Marokkaanse ouderen hebben minder vaak een woning speciaal voor ouderen dan Surinamers, Antillianen en autochtonen. Ook wonen allochtone ouderen meestal niet in een verzorgingshuis. Verzorgingshuizen hebben onder allochtonen vaak een slechte naam en sluiten niet aan bij hun zorgopvattingen. Het wordt als de plicht van de kinderen gezien dat zij voor hun ouders zorgen. Turken en Marokkanen geven veelal aan dat zij het liefst bij de kinderen willen inwonen als zij ouder worden of dat zij – als dat niet kan – terug willen naar het land van herkomst. Dat is in de praktijk lastig, omdat zij in de buurt van de kinderen en kleinkinderen willen blijven, die in Nederland wonen. Turkse en Marokkaanse ouderen maken veel minder dan andere groeperingen

Bronnen • Cijfers CBS – januari 2014 • Cijfers Utrecht: Onderzoek Gemeente Utrecht 2014 • Rapport: SCP- 2004 – Roelof Schellingenhout – Cijferrapport allochtone ouderen • www.forum.nl, instituut voor multiculturele vraagstukken • www.innl.nl – National Historisch Museum

9


Cultuurverschillen

Tandenpoetsen

voor of na het eten? Hoe ga je om met cliënten die een andere cultuur hebben dan jijzelf? Medewerkers in de zorg hebben er dagelijks mee te maken. Wat doe je wel en wat juist niet? En wat is handig om te weten? Het thuiszorgteam van Tolsteeg legt het uit.

T

andenpoetsen, een simpele bezigheid zou je zeggen. Toch kan het voor veel verwarring zorgen. Natuurlijk ga je pas eten als je mond schoon is, zegt Iris Petronilia (verzorgende) en afkomstig uit Curaçao. Welnee, tanden poets je juist ná het eten, vinden de meeste Nederlanders. Typisch een cultuurverschil. “Ik kom bij een Surinaamse mevrouw. Voor zij eet of medicijnen inneemt, moet zij eerst haar gezicht en mond reinigen,” zegt Corrie van Maanen, verpleegassistente en ras-Utrechtse. “Het water dat zij daarbij in een bakje uitspuugt, mag ik niet in de keuken in de gootsteen gooien. Dat moet in de badkamer.” Iets soortgelijks heb je ook in de Marokkaanse cultuur, zegt verzorgende Fatima Selek. “Bij islamieten is, zeg maar alles wat uit je lichaam komt, onrein. Zoals spuug, urine, ontlasting, sperma, menstruatiebloed. Wat je in de badkamer doet, doe je daarom niet in de keuken. Je drinkt dus niet een glaasje water in de badkamer en je gooit het water waarmee je je hebt gewassen niet in de keuken weg.” Marokkaanse

10

mannen willen soms niet door vrouwen worden geholpen, omdat de kans bestaat dat ze ongesteld zijn en dus onrein, legt zij uit. Dat komt Corrie, die dat niet wist, bekend voor. “Mijn grootouders zaten in de groente. Soms moesten grote hoeveelheden sperziebonen en snijbonen schoongemaakt worden voor de weck. Als je als meisje ongesteld was, mocht je absoluut niet meehelpen. Vroeger speelde dat hier dus ook.”

Links of rechts In sommige culturen is er een duidelijk onderscheid wat je met je linker- en je rechterhand doet. “Links om je gat schoon te maken, rechts alleen om te eten,” zegt de hindoestaanse Shanta Balgit, afdelingsmanager Extramurale Zorg. Dat gebruik kan heel lastig zijn, zegt Fatima. “Ik heb in Albert van Koningsbruggen gewerkt. Daar wilde een bewoner alleen te eten krijgen van iemand die daarbij de rechterhand gebruikte. Maar die medewerkster was links en het lukte dus niet met rechts. Toen heeft een ander het overgenomen.”

10


Debbie Udeh (leerling-verzorgende) uit Nigeria, begreep aanvankelijk niet dat er een verschil is tussen wassen en douchen. “Tot ik iemand moest wassen met een washandje. Met een nat lapje over het lichaam vegen, dat kende ik niet en vond ik zo raar. Ik was alleen douchen gewend. Ik heb het wassen in plaats van douchen zelf wel eens uitgeprobeerd. Gewoon om te kijken hoe het voelt.” Ook wat schoonmaken betreft zijn er cultuurverschillen. Neem afstoffen. Shanta begreep er weinig van toen zij in de zorg begon. Stof opnemen met een droge doek en dan buiten uitkloppen. In veel culturen doe je dat met een natte lap.

Cultuur van cliënt is de norm.”

Shanta Balgit

11

Discriminatie In het werk is de cultuur van de cliënt de norm, zegt Shanta. “Er zijn wat dat betreft geen grenzen, ik ben ze in ieder

Iris Petronilia

Fatima Selek

geval niet tegengekomen.” Zo geeft een islamitische medewerker een autochtone cliënt gewoon een glaasje water uit de badkamer als dat zo uitkomt. En ongesteld zijn, is geen reden om niet te werken. Een Nederlandse medewerker doet de schoenen bij binnenkomst uit als een cliënt dat wenst. “De grens ligt voor mij bij discriminatie,” zegt Shanta. “Dat accepteren we nooit. Voor een Marokkaanse man hadden we met veel moeite thuiszorg geregeld. Maar tegen de vrouw die kwam, ging hij op een enorm discriminerende manier tekeer. Dat kan dus niet.” Soms is discriminatie niet zo duidelijk. Iris: “Ik kwam voor het eerst bij een mevrouw en toen ze me zag, zei ze: “Daar staat de stofzuiger”. Ik zei dat ik niet kwam om schoon te maken, maar om haar te verzorgen. Ze geloofde dat niet omdat ik zwart ben.”

Corrie van Maanen

Debbie Udeh

11


Bij gebruiken is het doorgaans gemakkelijker te weten wat je wel en niet moet doen. Lastiger is het als het gaat om bejegening. Moet je bijvoorbeeld direct zijn, of juist niet? “Bij allochtonen van de eerste generatie moet je duidelijk zijn en het simpel houden,” zegt Fatima. “Vertel wat er aan de hand is en houd het daarbij zonder al teveel uitleg. Wees dus direct. Nederlanders bijvoorbeeld, willen juist precies weten wat er is als ze ziek zijn, met alle details.” Allochtone ouderen willen graag dat je alles aan de kinderen vertelt. Nederlandse ouderen willen het veel eerder zelf weten en hebben een houding van ‘dat regel ik zelf wel, bemoei je er niet mee’.

Respect Als thuiszorgmedewerkers worden zij bij cliënten soms heel verschillend benaderd. “Allochtone cliënten begroeten je soms veel vriendelijker en willen eerst praten. Nederlandse cliënten zijn soms zakelijker, daar kun je het beste maar gewoon gelijk aan de slag gaan,” constateert Iris. “Als je in een islamitisch huis over de drempel komt, hoor je erbij. Als thuiszorgmedewerker maak je als het ware deel uit van de familie,” zegt Fatima. “Dat betekent dat van je wordt verwacht dat je komt zitten en wat drinkt. Als je dat niet doet en zo in hun ogen laat merken dat je er niet bij wilt horen, dan kun je beter gelijk vertrekken. Dan hoeft het ook helemaal niet meer.” Debbie had een cliënt die net als zij donker is, die vroeg of zij haar ‘tante’ wilde noemen. Collega’s keken daar

12

raar van op. “Is dat je tante,” vroegen ze? Maar ’tante’ of ‘oom’ zeggen is een vorm van respect. “Alle medewerkers gaan in principe naar alle cliënten,” zegt Shanta. Naar cultuur of afkomst wordt niet gekeken. De medewerkers zijn professioneel en doen het werk dat zij moeten doen. Zijn er problemen of barrières in het contact, dan lossen zij die op. Humor en zelfspot helpen als het wel eens lastig is. Fatima: “Vraag gewoon wat er aan de hand is. Praten is belangrijk. Dan loopt het eigenlijk altijd goed.”

Vraag gewoon wat er aan de hand is.”

Wij of ik Hoe ga je met mensen om? Hoe

neem je beslissingen? Natuurlijk is dat een kwestie van karakter en sociale vaardigheden. Maar of je bent opgegroeid in een ‘ik’-cultuur of een ‘wij’-cultuur speelt ook een rol. De westerse maatschappij is overwegend een ‘ik’cultuur. Zélf dingen kunnen doen, een eigen mening hebben (‘persoonlijke autonomie’), jouw gevoel verwoorden is belangrijk. Er wordt vanuit gegaan dat je eigen keuzes maakt en je eigen zaakjes regelt. In de ‘wij’-cultuur, die meer heerst in de mediterrane landen, ligt de nadruk niet op het individu maar op het gezamenlijke. Verantwoordelijkheden worden gedeeld. Samen zorg je voor een kind, voor de ouders. Wat de gemeenschap vindt, is belangrijk. Dat is bepalend bij keuzes die je maakt. Mensen zijn individuen en niet automatisch in een ‘ik’of ‘wij’-hokje te plaatsen. Maar je realiseren in wat voor omgeving een ander is grootgebracht, kan wel helpen iemand beter te begrijpen.


Hoe zorg je dat ook cliënten met een andere culturele achtergrond zich bij AxionContinu thuis voelen? En zijn daarvoor aparte voorzieningen nodig of juist niet? Een pasklaar antwoord hoe je de beste cultuursensitieve zorg kunt bieden, is er niet. Veel mogelijkheden zijn er wel.

Bieden wat de cliënt nodig heeft

L

iselotte Brinkhuis, EV-er op de dagbehandeling in Isselwaerde, had de komst van een Turkse meneer uitstekend voorbereid. Zij had zich verdiept in de Turkse cultuur, kon halal maaltijden voor hem regelen en er was een mogelijkheid voor hem om te bidden. “Maar die meneer wilde helemaal niet halal eten, dat deed hij thuis ook niet. En hij bad alleen voor en na het eten, meer niet. Je moet dus nooit van tevoren bedenken hoe iemand het wel zou willen hebben. Dat heb ik ervan geleerd. En geen enkel mens is hetzelfde, ook niet als ze dezelfde culturele achtergrond hebben.”

Liselotte: “We geven hier belevingsgerichte zorg. Je kijkt samen met de familie naar iemands achtergrond, persoon en karakter. Dan maakt het niet uit waar iemand vandaan komt.” En soms zijn er verrassingen. Zoals een Marokkaanse meneer die hechtte aan geloof en tradities. Hij vond het prettig in Isselwaerde en de dames in de groep vonden hem erg aardig. Op een gegeven moment was elders een plek voor hem met meer mensen van zijn eigen culturele achtergrond. Liselotte: “Maar hij had het zo naar zijn zin bij ons, dat hij daar helemaal niet naartoe wilde.” In een relatief kleine gemeenschap als IJsselstein zijn aparte voorzieningen

Geen enkel mens is hetzelfde.”

Jus op ons werk In Isselwaerde komen geregeld nietNederlandse cliënten met dementie naar de dagbehandeling. Liselotte en haar collega Shyla Ramasray genieten van de verschillende culturen. Shyla: “Ik vind het ontzettend mooi om te kijken hoe je iemand kunt bieden wat hij of zij nodig heeft, wat de achtergrond ook is. Dat er ook mensen uit een andere cultuur komen, vind ik de jus op ons werk.”

13


voor mensen met een andere achtergrond niet aan de orde. Shyla en Liselotte ervaren dat in de praktijk niet als een gemis. Al vraagt het wel een goede communicatie. IJsselsteiners kunnen erg gehecht zijn aan ‘eigen’ en ‘anders’ als vreemd ervaren. Veel praten is de oplossing. Taal is in de praktijk geen barrière. “Weet je,” zegt Liselotte, “op mijn afdeling komen mensen die verder zijn in het proces van dementie. Veel van hen hebben daardoor moeite met het vinden van woorden. Dan moet je heel goed non-verbaal kunnen communiceren. Letten op mimiek en gebaren, iemand heel goed kennen. Daarmee maakt het niet zo veel uit of je met een autochtone of een moeilijk Nederlands sprekende allochtone cliënt te maken hebt. Bijna altijd spreekt de familie Nederlands. Dat is natuurlijk wel heel belangrijk.” Als het aan de orde is, worden allochtone cliënten opgenomen in het verpleeghuis Isselwaerde.

Marhaban In Utrecht heeft AxionContinu wel aparte voorzieningen voor dagopvang. Marhaban, de dagopvang voor Marokkaanse vrouwen, bestaat al bijna tien jaar. Er is nog steeds veel belangstelling voor. En tegenwoordig heeft ook een groep Turkse vrouwen een vaste plek in de ruimte van Marhaban. Voor oudere Marokkaanse en Turkse mannen is er sinds kort een ontmoetingsruimte in De Bijnkershoek. Deze voorzieningen zijn er gekomen nadat de Turkse en Marokkaanse gemeenschap de behoefte aan een dergelijke opvang kenbaar had gemaakt. Maar niet-Nederlandse cliën-

14

ten gaan ook naar de‘reguliere voorzieningen als zij dat wensen.

Eigen huiskamer AxionContinu heeft in de woonzorgcentra geen aparte afdelingen voor mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. “Dat is ook niet nodig,” zegt Güler van der Wekken, afdelingsmanager dagverzorging en –behandeling. Zij heeft veel kennis over interculturele zorg. “We houden rekening met culturele achtergronden en de wensen van mensen. Het zou ook ondoenlijk zijn om voor verschillende nationaliteiten afdelingen te hebben. In het ziekenhuis is het er gewoon niet en daar doet niemand moeilijk over. Iedereen snapt dat het niet kan. Als migrantenouderen naar een verpleeghuis moeten omdat het thuis niet meer gaat, dan is het uiteindelijk geen probleem.” In Albert van Koningsbruggen, waar relatief veel migrantenouderen wonen, is een multiculturele huiskamer: de Medina. Daar kunnen Turkse en Marokkaanse bewoners naartoe als zij

Aanvulling op zorg in plaats van vervanging.”


graag hun ‘eigen’ geur en geluiden om zich heen hebben. Er wordt een paar keer per week gekookt en op tv zijn Marokkaanse en Turkse programma’s te zien. Maar ook andere bewoners zijn er welkom. Verder is er in Albert van Koningsbruggen een gebedsruimte waar men gebruik van kan maken. “De erkenning voor de cultuur van bewoners met een migrantenachtergrond is belangrijk,” zegt regiomanager Henriet Groenendijk. In alle locaties is het mogelijk halal te eten.

Omslag Volgens Cafer Duman, projectleider zorg, heeft een aparte dagverzorging voor migrantenouderen een functie. De meeste allochtone ouderen maken weinig gebruik van voorzieningen. Dat heeft te maken met onbekendheid van de mogelijkheden. Maar vooral met de opvatting dat kinderen voor hun ouders moeten zorgen. “Dat beeld verandert wel langzaam,” zegt Cafer. De Turkse opvang die hij heeft opgezet, begint langzaam bekendheid te krijgen in de Turkse gemeenschap. De eerste ouderen komen naar de dagverzorging en zij zijn daar blij mee. Die stap is belangrijk om Turkse ouderen vertrouwd te maken met de ‘Nederlandse’ voorzieningen. Het heeft tijd nodig voordat migrantenouderen van deze voorzieningen gebruik gaan maken, denkt hij. Daar is onder meer een omslag in het denken voor nodig. “Familie zou het moeten zien als een aanvulling op de zorg die zij voor een oudere hebben, in plaats van een vervanging.”

‘Verdiep je in andere gebruiken’ EV-er Nathalie Rijsewijk werkt op de Bernhardhof in Albert van Koningsbruggen, waar dertig mensen met lichamelijke aandoeningen wonen. Onder hen vijf bewoners van Griekse, Marokkaanse en Turkse afkomst. “Wat ik mooi vind, zijn gebruiken in andere culturen. Door je erin te verdiepen, weet je waar het vandaag komt. Er is bijvoorbeeld een Marokkaanse bewoner die heel snel eet. Dat komt omdat zij vroeger altijd met de hele familie van één grote schaal aten. Je moest er vlug bij zijn, anders was het eten op. Je merkt ook dat men zich in het algemeen gemakkelijker neerlegt bij een ziekte. Dat is een straf van Allah en zo is het. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat het dan eenvoudig is om ziek te zijn.” Opname in een verpleeghuis is soms moeilijk te accepteren, omdat de gedachte heerst dat de zorg bij de kinderen zou moeten liggen. “Maar het kan soms niet anders en daarom wonen zij hier,” zegt Nathalie. De taalbarrière vindt ze wel eens lastig. ”Er zijn mensen die als gastarbeider hiernaartoe kwamen, analfabeet zijn en ook niet goed Nederlands hebben geleerd. De bewoners hier zijn lichamelijk ziek, maar goed van geest. Ik vind het moeilijk dat je dan niet goed samen kunt praten. Je probeert het natuurlijk toch of je doet het via hun kinderen.” Nathalie vindt het werken met verschillende culturen interessant. “Verdiep je erin, zodat je mensen kunt begrijpen. Toon interesse. Dat betekent niet dat je alles hoeft te accepteren, maar je kunt uitleggen waarom iets voor jou niet kan.”

15


Eva Boele en Fathia Mostadi met cliënt

Het geheim van

Marhaban

De kippen liggen in de oven, op het vuur pruttelt de saus. In afwachting van de maaltijd zitten negen Marokkaanse dames op leeftijd te kletsen en vooral te lachen. “Hier ontmoeten we elkaar en praten we over de kinderen en veel andere dingen. Wij zijn blij dat we mogen komen, het is hier heel fijn,” zegt een van de vrouwen.

M

arhaban is de dagverzorging voor Marokkaanse vrouwen, die is gevestigd in twee bijeengevoegde flatwoningen aan De Gasperilaan in Kanaleneiland. Vier dagen per week komen er in totaal 24 vrouwen naar de opvang. De dames komen om met elkaar te praten, te eten, te handwerken, te lezen en deel te nemen aan activiteiten. Samen delen zij lief, maar ook leed. Negen jaar bestaat Marhaban, wat ‘welkom’ betekent. Aanvankelijk was er in de wijk een koffiemoment voor oudere vrouwen van Marokkaanse afkomst georganiseerd vanuit het welzijnswerk. Maar veel vrouwen bleken intensievere opvang nodig te hebben. Daar is deze dagverzorging uit voortgekomen,” zegt

16


groepsleider Eva Boele, die vanaf het begin bij Marhaban betrokken is. “Veel Marokkaanse vrouwen hebben lichamelijke- en psychische problemen. Zij komen de deur niet meer uit en vereenzamen. Daarom is het goed dat ze hiernaartoe kunnen komen en een dagstructuur hebben. Wij kijken hier bijvoorbeeld ook of zij hun medicijnen goed innemen en we helpen als het nodig is met problemen oplossen. En de vrouwen krijgen hier een maaltijd. Voor sommigen is het de enige warme maaltijd die zij krijgen.” De vrouwen worden gestimuleerd actief te zijn door bijvoorbeeld te helpen met koken en er wordt geheugentraining gedaan. Geregeld wordt voorlichting gegeven over onderwerpen die voor de vrouwen belangrijk zijn. De medewerkers van Marhaban hebben bovendien nauw contact met de mantelzorgers.

Blij De dames hebben inmiddels hun gebed gedaan en komen weer binnen voor de maaltijd die de gastvrouw heeft bereid. Op elke salontafel wordt een schaal kip met saus gezet en brood wordt gedeeld. Breiwerken worden opzij gelegd en de maaltijd begint. Als toetje is er een grote sinaasappel. Herhaaldelijk vertellen de vrouwen zo blij te zijn dat ze naar Marhaban kunnen komen. “Onze kinderen werken en die kunnen niet altijd bij ons zijn. Daarom is het fijn dat we hier kunnen komen,” zegt één van de dames. Maar vooral is het erg gezellig, benadrukken ze steeds.

Onze kinderen werken en die kunnen niet altijd bij ons zijn. Daarom is het fijn dat we hier kunnen komen.”

Wat het geheim van Marhaban is? “Liefde,” zegt groepsmedewerker en geestelijk verzorger Fathia Mostadi. “De vrouwen voelen zich welkom. Zij zijn er trots op dat zij hier komen. Voor hen is Marhaban een uitkomst.” Dat kinderen werken en hun eigen bezigheden hebben, daar hebben de meeste vrouwen begrip voor. Door naar Marhaban te gaan, komen zij buiten, horen ze verhalen van anderen en komen ze zelf met belevenissen thuis. Dat doet hen goed.

17


Verhaal van een cliënt

Mensen maken mijn moeder blij De week van mevrouw Lkoundi is verdeeld in mooie en minder mooie dagen. De mooie dagen zijn de dagen dat zij naar de dagverzorging in Marhaban of Voorhoeve gaat. De andere dagen is zij bij haar dochter Fouzia Lkoundi thuis, maar zou zij het liefst ook naar de dagverzorging gaan. “Mijn moeder heeft het daar fijn. Dat gun ik haar.”

D

e ogen van mevrouw Lkoundi lichten op als zij deze vrijdagmiddag vertelt over Marhaban. “We gaan daar praten, eten. Van alles,“ zegt zij vrolijk. “Het is goed daar. Thuis zitten is niet fijn.” Volgens Fouzia is haar moeder opgeleefd sinds zijn vier jaar geleden voor het eerst naar Marhaban ging. In de jaren zeventig kwam het gezin Lkoundi vanuit Marokko in Utrecht wonen. “Mijn vader werkte in een drukkerij. Mijn moeder was altijd op pad,” zegt Fouzia. “Ze ging naar clubhuizen om daar te koken en dat soort dingen. Ze is áltijd onder de mensen geweest.” Na een huwelijk van zestig jaar overleed vijf jaar terug de man van mevrouw Lkoundi. Ineens

18

viel alles stil. “Mijn moeder zat alleen thuis. Zij raakte depressief en werd vergeetachtig, het ging helemaal niet goed met haar. Dat wil je als kind niet.” De omslag kwam toen mevrouw Lkoundi naar Marhaban ging en weer onder de mensen kwam. Drie dagen per week gaat ze ernaartoe. “Mijn moeder is altijd blij als ze terugkomt.” Zo blij, dat Fouzia en haar zus besloten dat meer dagen wenselijk zou zijn. Dat ging niet in Marhaban, daarom gaat haar moeder nu ook een dag per week naar de dagbehandeling in Voorhoeve.

Reclame Op vrijdag is er niets, dat is een dag die ‘minder’ is. Mevrouw Lkoundi zit bij haar dochter in een stoel, de televisie


Mijn moeder heeft het daar fijn. Dat gun ik haar.”

met een Arabische zender staat aan. Poes Minoes draait rond haar benen en krijgt even aandacht. “Mijn moeder is altijd een beetje chagrijnig op vrijdag omdat ze dan binnen zit en geen mensen om zich heen heeft. Je moet er toch niet aan denken dat ouderen als zij de hele dag alleen zitten? Dan vereenzamen zij. Je hebt als dochter ook zo je bezigheden. Als ze naar de dagopvang gaat, komt de taxi, ze maakt een ritje door de stad ernaartoe, wordt daar ontvangen en er zijn allerlei activiteiten. Er gebeurt voor haar van alles op zo’n dag en dat doet haar goed.” Laatst sprak Fouzia een Marokkaanse vrouw die haar moeder de hele dag thuis had. “Gaat ze nergens heen?, vroeg ik. Het is toch niet leuk als iemand de hele dag binnen zit en geen andere mensen ontmoet? Het was met mijn moeder niet goed afgelopen als zij thuis was blijven zitten. Ik maak flink reclame voor Marhaban.” Fouzia zou graag willen dat haar moeder ook op vrijdag naar de dagverzorging of iets dergelijks zou gaan. Maar dat is nog niet gelukt. “Er moet op veel

meer plaatsen dagverzorging komen.” Aparte dagverzorging voor bijvoorbeeld Marokkaanse mensen hoeft voor haar niet per se. “In Voorhoeve is mijn moeder ook met allerlei verschillende mensen en zij heeft het daar heel leuk. Het kan heel goed samen. Het scheelt natuurlijk dat mijn moeder ook Nederlands spreekt. Op Marhaban kan zij ook alleen in het Nederlands met de ander vrouwen praten, omdat zij geen Berbers spreekt.”

Spelletje “In Voorhoeve spelen ze heel goed in op de achtergrond van mijn moeder. Dan doen ze een spelletje, maar mijn moeder is analfabeet. Dan leest de medewerker zogenaamd het kaartje met de vraag voor: Wat is de hoofdstad van Marokko? Daar moet mijn moeder heel erg om lachen.” Mocht haar moeder in de toekomst veel zorg nodig hebben, dan is wonen in een woonzorgcentrum een optie. “Ik vind dat mijn moeder moet zijn waar ze de beste zorg krijgt die zij nodig heeft.”

19


Eetcultuur

De sociale kant van de maaltijd

De invloed van andere samenlevingen op de Nederlandse is misschien wel het meest merkbaar in de eetcultuur. “Rond de Middellandse Zee is de maaltijd een sociaal gebeuren, waar mensen de tijd voor nemen,” zegt Anne Dulon Barre, die zich bij AxionContinu bezighoudt met de maaltijdvoorziening. “Dat willen we graag bevorderen.”

20


A

nne Dulon Barre laat het zien in de Medina, de mediterrane huiskamer in Albert van Koningsbruggen. Hier kunnen allochtone bewoners in hun eigen sfeer thee drinken, televisie kijken én – niet onbelangrijk – eten. Sita Hotie is één van de gastvrouwen die ’s ochtends al bezig is met de voorbereidingen van het warme middagmaal. Ze werkt drie dagen in de week en kookt op maandag en woensdag. Sita: “Je ruikt de uien al die ik net heb gesneden. Die geuren zijn al belangrijk, ze dragen bij tot de beleving.” De eerste bewoners druppelen rond half tien binnen en scharen zich aan de huiskamertafel. Wie kan, helpt mee met het schoonmaken en het snijden van de groenten. “En proeft mee,” zegt Sita. “Kruiden zijn heel belangrijk in de Zuidelijke keuken en de mensen beslissen daar graag over mee. Ze praten hoe dan ook graag en veel over eten.”

Belangrijk moment Rond het middaguur wordt de mobiele keuken de Medina ingereden en wordt er in de huiskamer gekookt. De bewoners hebben kunnen kiezen wat er op het menu staat. “We koken wat de mensen willen eten en doen ook zelf de boodschappen,” zegt Sita. Iedereen

Geuren zijn belangrijk, ze dragen bij aan de beleving.”

Sita Hotie

is welkom. Ook Nederlandse bewoners en die komen dan ook. “Eten is een belangrijk moment van de dag, misschien wel het belangrijkste. Daar moet je de tijd voor nemen. Dan praat je met elkaar.”

Zelf koken Anne ziet dat het aspect van eten steeds belangrijker wordt in de hele organisatie. “Op steeds meer afdelingen en huiskamers wordt zelf gekookt. In kleinschalige woningen met dementerende bewoners is het een goede manier om met hen in contact te komen.” Daartoe heeft AxionContinu bijvoorbeeld een menuwaaier ontwikkeld, waarin alle groenten, vlees- en vissoorten en éénpansgerechten staan afgebeeld. “Aan de ene kant zie je het plaatje van hoe het in de winkel ligt, aan de andere kant hoe het eruit ziet als het is bereid. Het levert veel gespreksstof op, verhalen over oude gerechten ook. En bewoners kunnen aanwijzen wat ze willen eten. Dat is handig want soms weten ze de namen niet meer.”

21


Welbevinden In de zes jaar dat ze bij AxionContinu werkt heeft Anne de maaltijdvoorziening zien veranderen. “Er wordt nu veel meer rekening gehouden met individuele wensen. Het liefst serveer je een maaltijd die iedereen met smaak opeet.” Niet op alle afdelingen wordt zelf gekookt. Daar kunnen mensen dagelijks kiezen uit twee menu’s, die door de centrale keuken worden geleverd en in de afdelingshuiskamer worden bereid. Afdelingen kunnen ook nog een grote diversiteit aan producten apart bestellen via de versleverancier. Misschien is niet alles mogelijk, maar wel veel.” Op zeven locaties is een restaurant waar de maaltijden ter plekke worden bereid. “Dat slaat aan. We zien dat meer mensen van hun kamer komen om gezellig in het restaurant te eten. Dat versterkt het sociale leven, wat zo belangrijk is voor iemands welbevinden.”

De maaltijden worden bereid volgens een vijfwekelijkse cyclus, waarin voldoende variatie zit, en er is een kookboek ontwikkeld voor de afdelingen die zelf koken. “We zijn voortdurend bezig met het verfijnen van de menu’s. Het verschil in eetcultuur is niet slechts die tussen allochtone en autochtone mensen, er zijn ook mensen die vegetarisch willen eten, of liever pastagerechten hebben dan de gestampte pot. Stamppotten zijn trouwens nog altijd ongemeen populair bij onze bewoners, bleek uit een recente peiling.”

Halal

Eten wordt steeds belangrijker bij de keuze van een zorginstelling.”

Anne Dulon Barre

22

Sinds enige tijd zijn er ook halalmenu’s, bereid met producten die voldoen aan de eisen die de Koran stelt. “We hadden daarover overlegd met een Turkse imam, want op een gegeven moment rees er twijfel bij bewoners of het eten wel helemaal halal was. Na enig zoeken hebben we nu een leverancier gevonden die én halalgecertificeerd is, én een certificaat heeft voor hygiënisch werken. Want dat is voor ons ook een belangrijke vereiste. In overleg met onze allochtone bewoners is nu een ruime keuze aan halalgerechten op de kaart gezet.”


Proeven De verfijning van de menu’s en de maaltijden gaat steeds door. “We hebben laatst een proefsessie gehouden met de bewoners en cliëntenraadsleden over wat de beste hutspot is. Wordt die bereid met pureepoeder of met echte aardappelen? Welke wortelen gebruiken we? Hoeveel zout? We streven naar de hoogste kwaliteit in smaak en ingrediënten en we stellen het op prijs om van bewoners en medewerkers te horen hoe een maaltijd bevalt. Niet alleen krijgen we te maken met meer allochtone ouderen, er komt ook een generatie aan, die is opgegroeid in welvaart en gewend is aan andere keukens: Chinees, Aziatisch, Indisch. Eten wordt steeds belangrijker bij de keuze voor een zorginstelling.”

Moestuin In de ecologische moestuin van Tolsteeg groeien tegenwoordig Chinese plantjes. Anne Dulon Barre: “In Tolsteeg wonen twee Chinese echtparen die niet zo goed Nederlands spreken, maar het wel heel fijn vinden om mee te helpen in de tuin. Het is leuk te zien hoe ze met zaadjes in de weer zijn om voor ons onbekende Chinese plantjes op te kweken. Een mevrouw, die vroeger zelf een moestuin heeft gehad, haalde de zaadjes uit haar tas. We zijn heel benieuwd wat voor plantjes het worden. Het is vanwege de taal lastig om erover te praten. Maar met handen en voeten komen we een heel eind.”

23


Onderzoek

Sleutelfiguur

schakel tussen migrant en zorg Maken migrantenouderen door de inzet van sleutelfiguren, daadwerkelijk meer gebruik van voorzieningen op het gebied van zorg, wonen en welzijn? Als proef zijn in Kanaleneiland ruim twee jaar lang sleutelfiguren als ‘tussenpersonen’ ingezet. Cultureel antropologe Ilona Verhagen onderzoekt voor het UMC Utrecht het effect.

D

e sleutelfiguren, zelf van allochtone afkomst, gingen betaald aan de slag voor ‘De stem van de oudere migrant’, een project van het NUZO (Netwerk Utrecht Zorg Ouderen) in samenwerking met het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht). Het richt zich op oudere Marokkaanse migranten in Kanaleneiland. Uit een eerder onderzoek bleek dat sleutelfiguren die goed bekend zijn in de wijk, onmisbaar zijn. De sleutelfiguren werkten vanuit AxionContinu. In Kanaleneiland hebben de sleutelfiguren onder meer gekeken wat de problemen zijn van oudere migranten en welke behoeften en wensen zij hebben op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Veel ouderen hebben moeite met de Nederlandse taal en maken daarom niet gemakkelijk van voorzieningen gebruik. Zij weten ook slecht wat er op dat gebied te koop is en

24

vertrouwen op familieleden die deze informatie wellicht wel hebben, legt Ilona Verhagen uit. De sleutelfiguren hebben aan de hand van de informatie die zij kregen, een aantal projecten opgezet. Zo is er heel veel voorlichting gegeven over bijvoorbeeld diabetes, dementie en de Wmo. Dat voorzag in een behoefte. “Er kwamen steeds meer vrouwen. Je kunt met zulke bijeenkomsten taboes wegnemen. Als vrouwen horen dat iets ook bij anderen speelt, denken zij ‘o, dat is niet vreemd’.“ Verder werd een aantal praktische problemen aangepakt. Zo zijn twaalf tuinen opgeknapt, in samenwerking met onder meer de Gemeente Utrecht, bewonersorganisaties MORK en Ons Eiland Samen en vrijwilligers. “Sommige ouderen hebben wel een scootmobiel, maar gebruikten die niet omdat ze hun tuin niet uit konden. Die tuinen

Ouderen kunnen zelf het beste aangeven waar zij behoefte aan hebben.”


zijn bestraat, waardoor ze weer weg kunnen. Soms is de oplossing dus heel simpel.”

In gesprek De inzet van sleutelfiguren heeft meer waardevolle informatie opgeleverd. “Als ze op huisbezoek gingen, kwamen ze niet altijd binnen. Het blijkt dat mensen moe zijn van alle projecten in de wijk waarvoor ze gevraagd zijn om aan mee te doen. Vaak horen ze nooit meer iets over het resultaat of stopt het project. Daarom hebben ze vaak geen zin in nieuwe projecten, want ze weten niet wat het oplevert. Het is dus belangrijk direct iets te bieden. Bijvoorbeeld in de vorm van voorlichtingsbijeenkomsten.” Het is essentieel om in gesprek te gaan met ouderen, constateert Ilona Verhagen. “Ga niet zelf iets bedenken, wat vervolgens misschien niet werkt. Ouderen kunnen zelf het beste aangeven waar zij behoefte aan hebben.” Zo kunnen Marokkaanse en Turkse mannen sinds kort enkele dagdelen terecht in De Bijnkershoek. De mannen hadden aangegeven behoefte te hebben aan een ontmoetingsruimte. Mannen die bijvoorbeeld beginnende dementie hebben, worden het liefst opgevangen en begeleid in de sfeer van hun eigen cultuur, die herkenbaar is en veilig voelt. ‘De stem van de oudere migrant’ is afgelopen. De bedoeling is dat de activiteiten doorgaan. Ilona Verhagen rondt het wetenschappelijk onderzoek in 2014 af, waarna zij op dit project promoveert.

Alles in het Nederlands Nederlands is de ‘voertaal’ bij AxionContinu. Medewerkers en vrijwilligers spreken Nederlands met bewoners, cliënten en mantelzorgers. Onderling praten medewerkers Nederlands, ook als zij alleen met collega’s uit de eigen cultuur bij elkaar zijn. Alle brieven, folders, boekjes en andere communicatiemiddelen zijn in het Nederlands. Medewerkers kunnen alleen bij AxionContinu komen werken als zij de taal voldoende beheersen om met bewoners en collega’s te kunnen communiceren. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Voor bijvoorbeeld een Marokkaanse cliënte die geen Nederlands (meer) spreekt, is het fijn als er een Marokkaanse medewerker is, die met haar in haar eigen taal kan communiceren. In uitzonderingsgevallen wordt een folder of brochure in twee talen uitgegeven. Zo is er van de folder ‘Dagverzorging voor Turkse ouderen’, zowel een Nederlandse als een Turkse variant.

25


Medewerkers

Toen afdelingsmanager Linda Pieters vier jaar geleden bij AxionContinu kwam werken, was ze verrast door het ‘kleurrijke bestand’ van medewerkers. “In Brabant, waar ik vandaan kom, werken natuurlijk ook buitenlandse vrouwen. Maar in Utrecht zijn het er veel meer en is de achtergrond van de medewerkers ook nog eens diverser.” Hoe gaat dat, werken met interculturele teams?

Afdelingsmanager Linda Pieters

“Voor mij is iedereen gelijk”

D

e Drie Ringen is een relatief kleine locatie van AxionContinu, met 57 appartementen en iets meer dan zestig bewoners. De meesten zijn van Nederlandse komaf. “We hebben een Hindoestaanse mevrouw en twee mensen uit Indonesië.” Van de medewerkers heeft meer dan de helft een niet-Nederlandse achtergrond. Daartoe worden ook de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse werknemers

26

gerekend, al zijn die vaak in Nederland opgegroeid. “We hebben hier ook mensen uit Syrië, Oeganda, Somalië en Brazilië. Voor mij is iedereen gelijk, waar ze ook vandaan komen of wie ze ook zijn.”

Ziek “Ik struikelde in het begin over de moeilijke achternamen,” antwoordt ze wat schalks op de vraag waar ze als lei-


uitgedaagd hebben ze heus een eigen mening en vaak goede ideeën. Ik geef ze meer verantwoordelijkheden en stimuleer ze om zich te scholen. Want de meesten zitten toch in de wat lagere functies, met alle respect. Sommigen zie je echt groeien als persoonlijkheid. Daar kan ik van genieten.”

dinggevende tegenaan liep. “Maar waar ik van schrok was het vrij hoge ziekteverzuim. Ik ben daar behoorlijk fanatiek achteraan gegaan. Het viel me op dat ik altijd de echtgenoot aan de lijn kreeg als ik belde om te informeren hoe het met de zieke medewerkster ging. En die was meestal niet genegen zijn vrouw aan de telefoon te vragen. Ik merkte ook dat veel vrouwen thuis bleven zonder zich op de juiste manier ziek te melden. Daar heb ik toen vrij snel iedereen op aangesproken. We hebben als organisatie afspraken gemaakt over wat je moet doen als je ziek bent en daar heb je je ook aan te houden vind ik. Iedereen moet die regels naleven.” Het ziekteverzuim is inmiddels normaal. “De vrouwen bellen mij nu zelf, hun man zit daar niet langer tussen. Ik had weleens het idee dat de vrouw thuis moest blijven vanwege een ziek kind of een ander probleem.”

Sociaal Om sommige cultuurverschillen kun je niet heen. “Sommige vrouwen wilden bijvoorbeeld geen mannelijke cliënten wassen. ‘En wat dan,’ vroeg ik, toen ze me dat vertelden. Ze staarden me aan en haalden hun schouders op. Ze hadden een probleem en ik moest dat maar oplossen. Maar zo werkt dat niet bij mij. Ik had er begrip voor, maar ik vond dat ze zelf moesten meedenken over een oplossing. De verzorgenden regelen het nu onderling. Als iemand geen mannen kan wassen, helpt ze meer vrouwen. Tussen de medewerkers bestaat daarover geen wrevel. De onderlinge sfeer is goed. In de vier jaar dat ik hier werk, is het slechts één keer misgegaan. Dat was bij een medewerkster die zich vanwege een soort voodoo-ritueel na de dood van een familielid helemaal afsloot van iedereen. Ze lunchte met gesloten ogen of trok zich tijdens de pauzes terug in haar auto. Vreemd, maar à la. Maar ze nam ook de telefoon niet op, waardoor ze voor haar collega’s niet bereikbaar was. Dat vond ik ontoelaatbaar.”

Baas Vrouwen met een allochtone achtergrond zijn over het algemeen wat stiller en minder assertief dan autochtonen, merkt Linda Pieters tijdens werkoverleggen. “Ze zullen niet snel als eerste iets zeggen. Ze hebben meer ontzag voor autoriteit. Soms, als ze voor een gesprek op mijn kantoor komen en ik vraag wat ze willen drinken, kijken ze me verrast aan. “De baas haalt zelf toch geen koffie,” zeggen ze. Ze lacht. “Ik maak weleens gebruik van hun gevoeligheid voor autoriteit, als ik wil dat iets moet gebeuren zoals is afgesproken. Dat is weleens handig, maar liever heb ik dat medewerkers initiatief nemen en zelf nadenken. Als zij worden

De baas haalt zelf toch geen koffie.” 27


Medewerkers

Nederlander buitenlander allochtoon

Shalini Seopershad en Mirna Khamis

De kleding van Shalini Seopershad en Mirna Khamis wijkt niet af van die van een doorsnee Nederlandse: een shirt op een casual spijkerbroek. Mirna is geboren in Syrië en Shalini in Suriname. Beiden werken als leerling-verzorgenden bij De Drie Ringen.

D

e familie van Mirna Khamis is orthodoxs-christelijk en zocht zo’n twaalf jaar geleden asiel in Nederland. Mirna was toen dertien. Ze heeft een Nederlands paspoort en werkt sinds 2006 bij AxionContinu. Ze hoopt over een paar maanden het VIG-diploma te halen. “Ik heb het hele traject in één jaar gedaan, ik had al veel

28

ervaring.” Ze werkt soms als schaduwEV-er. “Dat betekent dat ik taken uitvoer met meer verantwoordelijkheden.” Maar ze piekert er vooralsnog niet over om door te leren voor het EV-diploma. “Ik vind het niet zo’n leuke opleiding. Misschien later,” voegt ze er aarzelend aan toe.

Kinderen Shalini Seopershad woont al sinds haar zesde in Nederland. Ze is Hindoestaanse. Aan haar uiterlijk is niet af te zien dat ze dertig is. “Ik heb eerst vijf jaar een kantoorbaan gehad en daarna ben ik vijf jaar thuis gebleven voor mijn twee kinderen. Die zijn nu naar de basisschool.”


Ze vond het heel belangrijk haar kinderen zelf op te vangen. “Onze ouders woonden niet in de buurt, dat droeg er ook toe bij. Maar die eerste jaren is het zo waardevol dicht bij je kinderen te zijn.” Mirna is het daar volledig mee eens. Zij is nog niet toe aan een gezin, maar als er kinderen komen wil ze ook zeker niet meer dan twee, hooguit drie dagen werken.

Buitenlander “Ik voel me meer Nederlandse dan Syrische,” zegt Mirna. “Ik ben hier opgegroeid en spreek de taal.” “Dat geldt voor mij ook,” voegt Shalini toe. “Eén keer per jaar ga ik naar Suriname en dan merk ik hoe zeer ik de Nederlandse mentaliteit heb overgenomen. Daar is het heel erg van: komt wel, doe relaxt. Ik ben meer van aanpakken en afspraken maken.” Met een baan, twee kinderen en een studie – ook Shalini doet de opleiding voor VIG-er – moet je ook wel. Toch rekenen ze zich allebei tot de buitenlanders van het team. “Gek is dat,” zegt Mirna. “Ik denk er niet veel over na, maar als we onder elkaar zijn met collega’s zie ik mezelf als ‘buitenlander’, terwijl ik me Nederlandse voel.”

Ik voel me meer Nederlandse dan Syrische. Ik ben hier opgegroeid en spreek de taal.”

“Bij mij is dat precies zo,” beaamt Shalini. “Ik vind het ook niet erg als iemand me zo noemt. Ik zou ook geen ander woord weten, eerlijk gezegd. Allochtoon klinkt me vreemd in de oren. Buitenlander past beter.” In het team is buitenlander zijn of Nederlandse helemaal geen kwestie. Mirna “Je praat weleens over het geloof en dan ontdek je dat je verschillend over iets kunt denken. Maar misschien omdat het team zo divers is, vindt niemand dat raar.” Shalini: “Ik vind dat we goed naar elkaar luisteren.” Dat er collega’s zijn die geen mannen willen wassen vinden ze geen probleem. “Volgens mij gaat het maar om één Marokkaanse collega,” zegt Mirna. “Anderen hebben er geen moeite mee.” “Wij vinden dat niet vervelend,” vult Shalini aan. “We ruilen gewoon. Het is een kwestie van geven en nemen, zo lang je het werk maar gelijk verdeeld.”

29


‘Intercultureel’ is een mooi woord, vindt Nihat Eski, lid van de Raad van Toezicht van AxionContinu. “Het geeft beter dan ‘multicultureel’ aan dat je samenwerkt, dat je samen verantwoordelijk bent. Het straalt iets gemeenschappelijks uit. Dat is de basis van de zorg, ook aan oudere migranten,” zegt hij.

Samen verantwoordelijk voor interculturele zorg A

ls lid van de Raad van Toezicht (RvT) controleert hij het beleid van AxionContinu. De RvT wordt geregeld geïnformeerd over interculturele ontwikkelingen binnen de organisatie. “Het is heel goed dat er zo veel aandacht is voor cliënten en medewerkers met verschillende achtergronden en leefstijlen. Open staan voor diversiteit, zorgen dat iedereen zich thuis voelt, is een van de kenmerken van AxionContinu.” Volgens Eski, zelf van Turkse afkomst, is het is belangrijk om te investeren

Zorg dat je voldoende inzicht hebt in wat migrantenouderen nodig hebben, wat hun belevingswereld is en wat voor zorg zij wensen.” 30

in ouderen met een migrantenachtergrond. “Het is een groep die steeds groter wordt en ook zorg nodig heeft. Daarvoor moet je als organisatie toegankelijk zijn voor migranten.” Hoe je dat doet? Zorgen dat je voldoende inzicht hebt in wat migrantenouderen nodig hebben, wat hun belevingswereld is en wat voor soort zorg zij wensen, denkt Eski. “Mijn stelling is: AxionContinu biedt kwalitatief goede zorg, ook mensen met een migrantenachtergrond moeten van het gewone aanbod gebruik kunnen maken. Je moet mensen niet bij voorbaat in groepen verdelen. Want iedereen is anders. Tussen bijvoorbeeld Turkse ouderen zijn, net als bij Nederlandse ouderen, grote verschillen. Ga met mensen in gesprek en benader hen individueel. In de reguliere zorg die AxionContinu biedt, moet iedereen zich thuis voelen. Met wederzijds begrip en een respect-


Het is een heel interessante tijd.”

volle omgang met elkaar kom je een heel eind. Dus samen waar mogelijk, maar specifiek waar nodig.”

Samenwerken Wat dat laatste betreft doelt Eski bijvoorbeeld op ouderen die op latere leeftijd geen Nederlands meer spreken en terugvallen op de eigen taal of zelfs een dialect. “In zo’n geval kan het goed zijn als iemand de oudere verzorgt die de taal spreekt en de gebruiken kent. Anders is er voor de migrant weinig herkenbaars meer en voelt iemand zich erg verloren. Ook met voedselvoorschriften kun je rekening houden.” Veel oudere migranten maken niet vanzelfsprekend gebruik van voorzieningen. “De zorg in Nederland is een beetje complex georganiseerd. Met indicaties, Wmo, eigen bijdragen. De eerste generatie migranten die nu oud wordt, heeft wat dat betreft een informatie-

achterstand en kent de mogelijkheden onvoldoende. De meesten hebben de verwachting dat de kinderen hen opvangen en voor hen zullen zorgen. Maar die kinderen hebben steeds vaker een baan en een carrière en zijn niet in de gelegenheid dat automatisch waar te maken. Wij zullen met de mantelzorgers moeten gaan samenwerken,” zegt hij. “Ik ben heel benieuwd hoe de zorg aan oudere migranten in Nederland zich ontwikkelt. Het is een heel interessante tijd.”

31


Opleidingen

Leren open staan voor een ander AxionContinu ontwikkelt een training voor medewerkers over interculturalisatie. “Bewustwording van verschillen en die bespreekbaar maken, is het uitgangspunt,” zegt Ankie van Gend, die de training gaat opzetten. Zij is trainer bij opleidingscentrum De Verdieping van AxionContinu. Interculturalisatie en taal zijn haar aandachtsgebieden.

H

et gaat erom dat je openstaat voor de ander. Dat je bijvoorbeeld weet hoe je zelf bent grootgebracht en hoe het bij een ander zit. Daar heb je het samen over. Het maakt niet uit welke achtergrond je hebt. Kort gezegd kijken allochtone medewerkers naar Nederlanders, en omgekeerd. Je wordt je bewust wie je zelf bent en wie de ander is,” zegt Ankie. “Als je niet openstaat voor een ander belemmert dat de samenwerking. Het doel van de training is dan ook dat begrip en samenwerking in het werk optimaal zijn.” In bestaande trainingen van De Verdieping komen diversiteit en cultuurverschillen ook aan bod. Bijvoorbeeld als het gaat om het omgaan met gedrag van cliënten. Om iemand te begrijpen, is het van belang de culturele achtergrond te kennen. Een training of scholing op maat is ook mogelijk. Ankie: “Stel dat er een cliënt is met wie het niet goed loopt. Dan kun je als team samen aan de slag om te kijken hoe je iemand kunt begrijpen en zo te zorgen dat hij of zij zich prettiger voelt.”

32

Taallessen populair De Nederlandse taallessen die AxionContinu ‘anderstalige’ medewerkers biedt, zijn populair. Er is zelfs een wachtlijst voor de lessen, die elke vrijdagochtend en -middag worden gegeven in scholingsgebouw De Verdieping. De groep is inmiddels gesplitst in één voor beginners en één voor gevorderden. AxionContinu wil medewerkers zo in de gelegenheid stellen hun Nederlands te verbeteren, zowel het spreken als het schrijven. Ook zijn er Nederlandse lessen voor autochtone medewerkers die moeite hebben met schrijven. Daarnaast is er voor vrijwilligers de mogelijkheid beter Nederlands te leren. Via de Stichting Lezen & Schrijven zijn taalcoaches aangesteld. Deze coaches, ook vrijwilligers, begeleiden vrijwilligers van AxionContinu bij het beter leren beheersen van de Nederlandse taal.


Platform Interculturalisatie AxionContinu heeft een Platform Interculturalisatie. Daarin hebben met name medewerkers met een niet-Nederlandse achtergrond zitting. In het platform worden onderwerpen besproken die in de organisatie spelen rondom diverse culturen.

H

et kan bijvoorbeeld gaan om knelpunten waarvoor een oplossing bedacht moet worden. Of over hoe invulling kan worden gegeven aan specifieke behoeftes in de zorg. Maar het doel van het Platform is vooral om interculturaliteit breed in de organisatie bespreekbaar te maken. Bestuurder Lex Roseboom nam in 2009 het initiatief voor het platform en is voorzitter. De komst van de eerste allochtone cliënten bleek niet helemaal soepel te verlopen. “Het had te maken met communicatie en over wat men van elkaar kon verwachten,” zegt hij. Dat moet beter, vond hij. Zeker omdat er, gezien de samenstelling van de bevolking, steeds meer niet-Nederlandse cliënten en medewerkers komen. Het Platform Interculturalisatie onderzoekt hoe de organisatie daarop kan inspelen. Zo wordt binnen het platform besproken hoe de zorg aan allochtone clienten versterkt kan worden, wat daarvoor in huis is en wat nog ontwikkeld moet worden. Maar ook bijvoorbeeld over hoe leidinggevenden medewerkers begeleiden en behouden voor de organisatie.

Doordat diversiteit en cultuurverschillen bespreekbaar zijn binnen AxionContinu, wordt het gemakkelijker mogelijkheden te zien en oplossingen te zoeken. “Dat is een verdienste van het Platform Interculturalisatie,” zegt Lex Roseboom.

Praten aan een tafelkleed Ruim veertig niet-Nederlandse medewerkers deden eind 2012 mee aan een ‘tafelkleedconferentie’ in De Bijnkershoek, die het Platform Interculturalisatie organiseerde om interculturalisatie op een positieve manier onder de aandacht te brengen. In groepjes werden gedachten, tips en ergernissen over verschillende onderwerpen beschreven en besproken. Zoals je ambitie vormgeven, elkaar respectvol benaderen, mogen zijn wie je bent, cultuurverschillen bespreekbaar maken en jezelf presenteren. De ‘tafelkleden’ zijn uitgewerkt tot een lijst met aanbevelingen. Deze aanbevelingen hebben de aandacht van het platform en worden daadwerkelijk uitgevoerd. Zo wordt er een training ontwikkeld rondom interculturalisatie.

33


Vragen?

Waarom moet ik mijn schoenen uitdoen als ik naar binnen ga? Waarom moet ik altijd precies op tijd zijn? Wat doe ik wel en wat is beter van niet? Iedereen heeft wel eens vragen over wat gebruikelijk is in een andere cultuur en hoe daarmee om te gaan. Stel de vraag gewoon aan de medewerker, cliënt of mantelzorger waarmee je te maken hebt. Dat is het advies van alle mensen die in dit boekje aan het woord komen. Bijna iedereen vindt het leuk en prettig om over de eigen cultuur te vertellen. Door met elkaar te praten kun je uitleggen hoe dingen in elkaar zitten, waarom bepaalde gewoontes voor jou belangrijk zijn. En vervolgens kun je samen een manier vinden om er op een goede manier mee om te gaan.

Stel ze gewoon!

Behoefte aan een gesprek? Wie behoefte heeft aan een vertrouwelijk gesprek of wie problemen ondervindt binnen AxionContinu met bijvoorbeeld discriminatie of onbegrip rond interculturaliteit, kan terecht bij de vertrouwenspersonen van AxionContinu. Voor cliënten is dat Ineke Hiemstra. Als cliëntenvertrouwenspersoon heeft zij een onafhankelijke rol en treedt op als bemiddelaar bij klachten. Als klachten op een locatie niet kunnen worden opgelost, wordt Ineke ingeschakeld. Via gesprekken met de betrokkenen vormt zij zich een beeld van wat er aan de hand is en probeert met de betrokkenen tot een oplossing te komen. Cliënten kunnen bij haar ook terecht voor (alleen) een vertrouwelijk gesprek. Ineke Hiemstra ihiemstra@axioncontinu.nl 06 – 50 65 50 32

Medewerkers kunnen terecht bij Ingrid Bulsink en Barbara Fortuin. De medewerkervertrouwenspersonen helpen bij klachten. Ook ondersteunen zij medewerkers bij het zoeken naar externe hulp. De medewerkervertrouwenspersonen proberen vooral mensen met elkaar in gesprek te brengen en zo de deur te openen naar een oplossing. Medewerkers die behoefte hebben aan een vertrouwelijk gesprek over iets dat verband houdt met het werk of van invloed is op het werk, kunnen ook bij hen terecht. Ingrid Bulsink ibulsink@axioncontinu.nl 06 – 22 88 96 89 Barbara Fortuin bfortuin@axioncontinu.nl 06 – 10 53 03 33 De vertrouwenspersonen kunnen verder alle informatie geven over klachtenprocedures.

34


Websites

Colofon

www.50jaargastarbeidersutrecht.nl Website met informatie, films en foto’s over 50 jaar gastarbeiders in Utrecht. Naar aanleiding van een tentoonstelling ‘Hier ben ik thuis’ in 2012.

Uitgave AxionContinu

www.vijfeeuwenmigratie.nl Website over vijf eeuwen migratie in Nederland.

Coördinatie Berber Schrijver

www.pharos.nl Kenniscentrum voor culturele vraagstukken.

Teksten Louis Nouws Maaike Hoogland Berber Schrijver

www.netwerknoom.nl Netwerk van organisaties van oudere migranten.

Vormgeving Bladen&Co, Willem de Bruijn

www.nationaalprogrammaouderenzorg.nl Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO). Met ook projecten voor allochtone ouderen, zoals ‘De stem van de oudere migrant’.

Fotografie Willem Mes Illustraties Ronald Slabbers

www.actizkleurrijkezorg.nl Website van brancheorganisatie Actiz over drie diversiteitsprogramma’s, onder meer over interculturele ouderenzorg. www.vilans.nl website van het kennisinstituut voor de langdurige zorg Vilans.

Met dank aan het Platform Interculturalisatie van AxionContinu Lex Roseboom (voorzitter), Raad van Bestuur Arthur Boumann, regiomanager Midden Martijn Dingemans, Albert van Koningsbruggen Shanta Balgit, Tolsteeg Yamina Benhammou, Marhaban Olivia Maduro, Isselwaerde Iraida Daha, ’t Huis aan de Vecht Zeliha Cetintas, De Componist Aynur Sabaoglu, De Componist Rachida Seamari, Voorhoeve

Utrecht, maart 2014

AxionContinu Postbus 2251 3500 GG Utrecht info@axioncontinu.nl www.axioncontinu.nl Voor vragen over deze uitgave: communicatie@axioncontinu.nl

35


36

Kennisreeks: Kleurrijke Zorg, intercultureel wonen en werken  
Kennisreeks: Kleurrijke Zorg, intercultureel wonen en werken  

In deze derde uitgave van onze Kennisreeks vertellen cliënten en medewerkers hoe zij diversiteit binnen AxionContinu beleven. Het is een han...

Advertisement