Issuu on Google+

• • Taalinstelling 1. Inschakelen 2. Druk de OK/MENU -toets in om naar het hoofdmenu te gaan. 3. Ga met de toetsen naar de gewenste optie en bevestig met de OK/MENU. 4. Kiest u Language (taal) (punt 8)

NL

5. Kiest u de taal. bevestig met de OK/MENU.

1


• •

Inhoud Taalinstelling....................................................................................... 1

1 Inleiding ................................................................................. 4 2 Aan de slag ........................................................................... 5 2.1

De onderdelen van uw camera.................................................. 5

2.2

Plaatsen van de batterijen ......................................................... 6

2.3

Plaatsen en verwijderen van de SD-/MMC- kaart .................... 6

3 Bediening .............................................................................. 8

NL

3.1

In- en uitschakelen .................................................................... 8

3.2 Instellen van de modi................................................................. 9 3.2.1 Zonder aansluiting op de computer............................................... 9 3.2.2 Aansluiting op de computer ........................................................... 9 3.3 De videomodus........................................................................ 10 3.3.1 Video-opnames ............................................................................ 10 3.3.2 Afspelen van video’s .................................................................... 11 3.3.3 Videoformaat ................................................................................ 12 3.4 De fotomodus .......................................................................... 12 3.4.1 Foto’s maken ................................................................................ 12 3.4.2 De macro-functie .......................................................................... 13 3.4.3 Opnames met flitser ..................................................................... 13 3.4.4 Weergave van foto’s .................................................................... 14 3.5

Het beeldscherm-menu ........................................................... 14

3.6 Beeldscherm-menu’s............................................................... 14 3.6.1 Opnamemodus............................................................................. 14 3.6.2 Weergavemodus .......................................................................... 16 3.7 Bestanden wissen ................................................................... 16 3.7.1 Een bestand wissen..................................................................... 16 3.7.2 Alle bestanden wissen ................................................................. 17

2


• •

4 Dataoverdracht met de pc ................................................... 18 4.1 Software-installatie .................................................................. 18 4.1.1 Driver-installatie............................................................................ 18 4.1.2 Installatie van het toepassingsprogramma (bijv. PhotoImpression) .................................................................................... 19 4.2 Aansluiting van de pc op de digitale camera ........................... 21 4.2.1 Bestandsoverdracht van de digitale camera naar de pc .......... 21 4.2.2 Bestandsoverdracht van de pc naar de digitale camera ......... 22

5 Technische gegevens ......................................................... 28 6 Overige informatie ............................................................... 29 6.1

Veiligheidsvoorschriften........................................................... 29

6.2

Onderhoud en verzorging........................................................ 29

6.3

Fototips.................................................................................... 30

6.4

Aanwijzing over de batterijen .................................................. 30

6.5

Aanwijzingen over het gebruik van geheugenkaarten........... 31

3

NL

4.3 Softwarebediening................................................................... 23 4.3.1 Beeldregistratie (PhotoImpression 4.0)....................................... 23 4.3.2 Gebruik van VideoImpression 1.6 ............................................... 24 4.3.3 Gebruik van de AMCAP-software ............................................... 26


• •

1 Inleiding Geachte gebruiker, we danken u voor de aankoop van dit product. Lees de handleiding zorgvuldig door, zodat u gebruik kunt maken van alle functies van het product en zodat wij een lange levensduur kunnen garanderen. Bewaar deze handleiding als naslagwerk. Dit product is een digitaal beeldapparaat met geïntegreerde digitale camera, digitale videorecorder en pc-camera. Het zal u in altijd en overal terzijde staan. Met dit apparaat kunt u digitale foto’s en video’s maken en u kunt de camera tevens als webcam gebruiken.

NL

Pas op Lees voor het gebruik van de camera de algemene veiligheidsvoorschriften in hoofdstuk 6.1 door. Lees vooral de aanwijzingen over het veilig beëindigen van de dataoverdracht tussen camera en computer in hoofdstuk 4.2 goed door.

Producteigenschappen • Opnames met een hoog aantal pixels, verschillende resoluties, geïnterpoleerde opnames • Intern of extern geheugen mogelijk • Zeer gevoelige groothoek-flitser, keuze uit drie flitsermodi • Gekleurd TFT LCD-scherm voor menu en bekijken van opnames • Drie opnamemodi: enkele foto, zelfontspanner en video • Makkelijke menubediening • Hoge data-overdracht dankzij mini-USB-poort • Door automatisch uitschakelen wordt de batterij gespaard

4


• •

2 Aan de slag 2.1 De onderdelen van uw camera Bekijk voor het gebruik de onderdelen van uw camera goed. Dat maakt de bediening ervan makkelijker. Flitser Objectief

Weergave voor zelfontspanner

NL

Macro Normaal

In-/uit-knop

Modus-schakelaar Foto-/video-opname Weergave

inzoomen uitzoomen

Weergave voor Flitser Omhoog Omlaag Links/ zelfontspanner Rechts/ Flitser-toets LCD- scherm

SD/MMCkaartsleuf

Displaytoets

5


• •

2.2 Plaatsen van de batterijen

NL

Gebruik twee batterijen van het type AAA (Micro).

1

Open het deksel van het batterijvak.

2

Plaats de batterijen in het batterijvak en let daarbij op de polariteit.

3

Sluit het batterijdeksel door het dicht te klappen en terug te schuiven. Lees bovendien de aanwijzingen over batterijen in hoofdstuk 6.4.

2.3 Plaatsen en verwijderen van de SD-/MMCkaart De camera is uitgerust met een intern geheugen van 32 MB, waarin bestanden kunnen worden opgeslagen. Het is echter aan te bevelen een externe geheugenkaart als opslagmedium te gebruiken. Als er een geheugenkaart in de camera geplaatst is en u wilt toch het interne geheugen gebruiken, verwijder dan de externe geheugenkaart uit de camera. Om de geheugencapaciteit te vergroten kunt u gebruik maken van een SD- of MMC-kaart. Schakel de camera uit voordat u de kaart plaatst. Plaats de kaart als volgt (de beelden en video's worden dan niet meer

6


• • in het interne geheugen, maar op de kaart opgeslagen).

1

Open het kaartdeksel.

2

Houd de kaart zo, dat de contacten ervan naar de vorderkant van de camera wijzen en als eerste naar binnen worden geschoven. Schuif nu de kaart in de kaartsleuf tot hij vastklikt. Sluit vervolgens het kaartdeksel.

3

Sluit het deksel van de kaartsleuf door het dicht te klappen en terug te schuiven.

NL

Plaatsen van de kaart

Verwijderen van de kaart Open het kaartdeksel. Druk de kaart kort eenmaal naar beneden om hem te ontgrendelen. Verwijder of vervang de kaart en sluit het kaartdeksel weer. Bij ingeschakelde camera wordt een ingeschoven geheugenkaart in het LCD-scherm aangegeven met het symbool „C”. Lees bovendien de aanwijzingen over het gebruik van geheugenkaarten in hoofdstuk 6.5.

7


• •

3 Bediening 3.1 In- en uitschakelen Inschakelen Druk, om de camera weer in te schakelen, de in-/uit-knop gedurende ca. een seconde in tot er één signaaltoon te horen is. Als het apparaat daarbij niet ingeschakeld wordt, controleer dan of de batterijen opgeladen zijn en juist in het batterijvak geplaatst zijn.

NL

Uitschakelen Druk, om de camera weer uit te schakelen, de in-/uit-knop gedurende ca. een seconde in tot er een dubbele signaaltoon te horen is. Het LCD(TFT)-scherm gaat uit.

De camera wordt uitgeschakeld, als zij langer dan een bepaalde tijd (kan ingesteld worden onder Auto Power Off) niet gebruikt wordt. Zo wordt batterijstroom gespaard. Druk, om de camera weer in te schakelen, de in-/uit-knop gedurende een seconde in.

Batterij-indicator Als het batterijvermogen minder wordt, springt het batterijsymbool in de hoek rechts onder in het LCD-scherm van op . Als de batterij bijna leeg is, begint het batterijsymbool te knipperen en wordt de Pocket Cam korte tijd daarna uitgeschakeld. Nu moet de batterij onmiddellijk vervangen worden. Als de flitser voortdurend gebruikt wordt, geeft de batterij-indicator een laag batterijvermogen aan. Dit betekent niet dat de batterijen leeg zijn. Wacht dan 5 – 10 seconden met het nemen van de volgende opname tot het batterijvermogen zich weer hersteld heeft.

8


• •

3.2 Instellen van de modi 3.2.1 Zonder aansluiting op de computer Als de digitale camera niet op de computer is aangesloten, zijn de volgende twee modi mogelijk: de opnamemodus ( ), waarin foto’s of video’s kunnen worden gemaakt en de weergavemodus ( ), waarin de opgenomen bestanden bekeken kunnen worden. Met de modusschakelaar kunt u van de ene modus naar de andere gaan. In de opnamemodus kunnen via het opnamemodus-menu drie functies worden ingesteld: Foto-modus enkele-foto-modus

Foto-modus zelfontspanner

NL

Video-modus

Bij het inschakelen van de camera verschijnt de modus, waarin de camera zich bevond toen zij werd uitgeschakeld.

Lees in hoofdstuk 3.3 en 3.4 hoe foto’s en video’s opgenomen en weergegeven worden.

3.2.2 Aansluiting op de computer Als de digitale camera via de meegeleverde USB-kabel op de computer wordt aangesloten, zijn de volgende twee modi mogelijk: de massaopslag-modus ( ), waarin de camera als geheugen fungeert en de pc-camera-modus ( ), waarin de camera als webcam fungeert. Met de modusschakelaar kunt u van de ene modus naar de andere gaan.

9


• • In de massaopslag-modus verschijnt in het LCD-scherm, afhankelijk van de instelling, (zie hoofdstuk 3.6.2) „MSDC” of „SIDC”. Onder MSDC heeft u met de gangbare Windows-commando’s toegang tot het geheugen van de camera. U kunt foto’s en videobestanden met een bestandsmanager (Windows Explorer) kopiëren, verplaatsen en wissen.

NL

In de pc-camera-modus kan met behulp van het videoprogramma AMCAP een video of een stilstaand beeld worden opgenomen.

Lees in hoofdstuk 4.2 en 4.3 hoe u bestanden downloadt en hoe u de camera als webcam kunt gebruiken.

3.3 De videomodus 3.3.1

Video-opnames

1

Schakel de camera in en druk op de

2

Druk op de menutoets om naar de selectie van de opnamemodus te gaan. Selecteer met de Down-knop de videomodus en druk op de menutoets.

10

toets.


• •

3

3.3.2

Als het symbool in de rechter bovenhoek van het LCD-scherm verschijnt, dan is de videomodus geactiveerd. Druk op de ontspanknop om met de video-opname te beginnen. Als u de ontspanknop nogmaals indrukt, wordt de opname stopgezet.

Afspelen van video’s Activeer de weergavemodus door de modustoets in de stand te zetten. Druk op de displaytoets tot het miniatuuraanzicht verschijnt.

2

Selecteer met de pijltoetsen AVI-video en druk nogmaals op de menutoets om de video weer te geven.

3

Druk nogmaals op de displaytoets om de weergave stop te zetten.

4

Keer terug in de opnamemodus door de modustoets in de stand te zetten.

NL

1

11


• • Als de hiernaast afgebeelde „PLAY AVI”-weergave verschijnt, kunt u de nieuwe video of een van de opgeslagen video’s afspelen. Voor het afspelen van een nieuwe video, drukt u bij het rood gemarkeerde „YES” op de menutoets. Als u een van de opgeslagen video’s wilt afspelen, selecteer dan met de rechts-knop „NO” en druk op de menutoets. Druk vervolgens net zolang op de displaytoets tot het miniatuuraanzicht verschijnt en scroll met de pijltoetsen naar de gewenste video. Druk op de displaytoets om de video af te spelen.

NL

3.3.3

Videoformaat

Videoformaat Het videoformaat is Motion JPEG. Dit is een ander formaat dan MPEG. Het is een gecomprimeerd filmformaat en wordt ondersteund door de Windows Media Player en Apple Computer Quick Time. Het videoformaat kan in de meeste computers met Windows- en Macintoshbesturingssystemen worden weergegeven. Er is ook veel Freeware en Shareware beschikbaar.

3.4 De fotomodus 3.4.1

Foto’s maken

1

Schakel de camera in.

2

Druk op de menutoets om naar de selectie van de opnamemodus te gaan. Selecteer met de Up- en Down-knoppen de enkele-foto-modus en druk op de menutoets.

12


• •

Het symbool wordt in het LCD-scherm rechts boven weergegeven. Door in en uit te zoomen met de Up- en Down-knop kunt u de juiste invalshoek zoeken.

4

Druk op de ontspanknop om een foto te maken.

NL

3

3.4.2

De macro-functie

Voor macro-opnames van dichtbij (20 cm – 50 cm) schuift u de schakelaar aan de linker zijde van de camera in de stand . Nu kunt u scherpe opnames van dichtbij maken. Voor normale opnames schuift u de schakelaar weer terug in de stand (

3.4.3

), anders ontstaan er onscherpe foto’s.

Opnames met flitser

1

De standaardinstelling voor de flitser staat in de fotomodus op UIT. Nadat u de camera ingeschakeld heeft, wordt rechts boven in het LCD-scherm het symbool weergegeven.

2

Druk op de flitser-toets. De LED gaat branden geeft aan dat de flitser wordt opgeladen. De flitser kan worden gebruikt als de rode LED niet meer knippert.

13


• • Als de flitser voortdurend gebruikt wordt, geeft de batterij-indicator een laag batterijvermogen aan. Wacht dan 5 – 10 seconden met het nemen van de volgende opname tot het batterijvermogen zich weer hersteld heeft. Vervang anders de batterijen.

3.4.4

Weergave van foto’s

Het weergeven van foto’s gebeurt op dezelfde manier als het afspelen van video-opnames (zie hoofdstuk 3.3.2).

3.5 Het beeldscherm-menu

NL

1

Druk op de menutoets, zodat het eerste menu verschijnt. Druk op de rechts-/links-toets om naar een ander menu te gaan.

Beeldscherm-voorbeeld

2

Nadat u naar het gewenste menu gegaan bent, selecteert u met de Up-/Down-knop de instelling. Bevestig vervolgens met de menutoets.

3.6 Beeldscherm-menu’s 3.6.1 Opnamemodus 1. Capture (opname) Cancel (afbreken): optie kan in alle beeldschermen geselecteerd worden Single (enkele-foto-modus): ontspanknop indrukken voor een enkelefoto-opname Self timer (zelfontspanner): ontspanknop indrukken voor het activeren van de 10-seconden-zelfontspanner. Bij een opname met de zelfontspanner geeft het LCD-scherm een 10 seconden countdown aan, waarbij elke seconde door een signaaltoon begeleid wordt.

14


• • Video: ontspanknop indrukken voor een video-opname 2. Color picture setup (kleurenbeeld-instelling) Auto: de belichting wordt automatisch ingesteld. Exposure (belichting): belichtingsparameters instellen, Up-/Downknoppen indrukken voor hogere of lagere waarden White balance (witbalans): selecteren van de instellingen daylight (overdag), schemering (‘s avonds), kunstlicht (lamplicht) en kantoor (fluorescerend) Sharpness (beeldscherpte): selecteren van de instellingen Normal (normaal), Sharp (scherp) of Soft (zacht) 3. Resolution (resolutie) – voor het wijzigen van de beeldresolutie

NL

Super: voor 2720 x 2040 pixels (5,5 megapixels, geïnterpoleerd) High (hoog): voor 2048 x 1536 pixels (3,1 megapixels) Middle (middel): voor 1600 x 1200 pixels (2,0 megapixels) Low (laag): voor 800 x 600 pixels (300 kilopixels) 4. Picture Quality (beeldkwaliteit) High (hoog): hoge kwaliteit met een laag compressiepercentage Standard (standaard): hoog compressiepercentage, voor beelden met een lage resolutie, die weinig opslagcapaciteit in beslag nemen 5. Auto Power Off (automatisch uitschakelen) Set (instellen): selectie van de minuten met de links-toets en de seconden met de rechts-toets. Up-/Down-knoppen gebruiken om de tijd te verhogen of te verlagen. 6. Date/Time (datum/tijd) Set (instellen): met de links- of rechts-toets het jaar, de maand, de dag en de tijd selecteren en met de Up- of Down-knoppen de gewenste waarde instellen Date on photo (datum op de foto): selecteren als u de datum op de foto wilt hebben Date off photo (geen datum op de foto): selecteren als u geen datum op de foto wilt hebben 7. AE Mode

8. Language

Voor de belichtingsfrequentie English 50 Hz voor omgevingen met 220 volt en 50 Hz Chinese

15


• • 60 Hz voor omgevingen met 110 volt en 60 Hz

3.6.2 Weergavemodus 1. Erase (wissen) Current (enkel bestand): wist alleen het geselecteerde bestand. All (alle bestanden): wist alle bestanden. Format (formatteren): formatteert het geheugen. Protect (beveiligen): beveiligt het geselecteerde bestand tegen per ongeluk wissen. 2. Auto Power Off (automatisch uitschakelen)

NL

Zie beeldscherm-menu in de opnamemodus 3. Date/Time (datum/tijd) Zie beeldscherm-menu in de opnamemodus 4. DPOF (Digital Print Order Format) Set (instellen): instellen van het aantal te printen kopieën voor elke foto 5. Rotation (draaiing) Draaiing van 0°, 90°, 180° en 270° 6. USB (USB-protocol) MSDC (Mass Storage Device Class-Protocol): behandelt het camerageheugen als een normale drive en maakt de datastructuur zichtbaar. SIDC: minder bekend USB-protocol 7. Zoom/Pan

3.7 Bestanden wissen 3.7.1 Een bestand wissen

1 16

Keer terug in de weergavemodus door de modustoets in de stand te zetten. Druk op de displaytoets tot het miniatuuraanzicht verschijnt.


2

Selecteer de te wissen foto/video.Druk op de menutoets om het Wissen-menu te activeren en selecteer met de Down-knop de optie „Current” (Enkel bestand).Selecteer de te wissen foto/video. Druk op de menutoets om het Wissen-menu te activeren en selecteer met de Down-knop de optie „Current” (Enkel bestand).

3

Druk nogmaals op de menutoets om het actuele bestand te wissen.

3.7.2 Alle bestanden wissen

1

Keer terug in de weergavemodus door de modustoets in de stand te zetten.

2

Druk op de menutoets om het Wissen-menu te activeren en selecteer met de Down-knop de optie „All” (Alle).

3

Druk nogmaals op de menutoets om alle bestanden te wissen.

17

NL


• •

4 Dataoverdracht met de pc 4.1 Software-installatie 4.1.1

Driver-installatie

De gebruiker kan met de computer gebruik maken van de functies van de digitale camera (massaopslag, pc-camera). Eerst moeten de betreffende software-drivers als volgt geïnstalleerd worden. Leg de meegeleverde cdrom in de cd-rom-drive. Er verschijnt een installatievenster. Als het installatieprogramma niet automatisch start, open dan de map „Deze computer” en klik op het symbool van de cd-romdrive. Klik vervolgens op het Autorun-bestand in de root-directory.

2

Klik op „Install DC Driver” (Installeren DC-driver) om de driver te installeren. Vervolgens wordt melding weergegeven.

NL

1

18

3

Klik nogmaals op „Install DC Driver” (Installeren DC-driver). Vervolgens wordt de volgende melding weergegeven.


• • Selecteer voor het uitvoeren van de installatie „Next” (Volgende).

6

Klik na afloop van de installatie van de driver op „Back to Main” (Terug naar hoofdmenu) om terug naar het hoofdvenster van de installatie te gaan. Installeer vervolgens de gebruikerssoftware.

NL

5

Na de installatie wordt de volgende melding weergegeven. Klik op de knop „Finish” (Voltooien) om de installatie van de driver af te sluiten.

4

4.1.2

1

Installatie van het toepassingsprogramma (bijv. PhotoImpression)

Klik op „Arcsoft Imaging Software”. Vervolgens wordt de volgende melding weergegeven.

2

Klik op PhotoImpression. Vervolgens wordt de volgende melding weergegeven.

19


NL

3

Selecteer de te installeren taal en bevestig met OK. Klik op „Next” (Volgende) om de installatie voort te zetten.

4

Klik nogmaals op „Next” (Volgende) om de installatie voort te zetten.

5

Ga akkoord met de softwareovereenkomsten door op „Yes” te klikken.

6

Bevestig de doelmap of selecteer de doelmap en de bestandsnaam van het programma.

7

Selecteer de componenten en de programmamap en klik op “Next” (Volgende).

20


• •

Klik in het volgende venster op „Finish” (Voltooien) om de installatie af te sluiten.

NL

8

De gebruikerssoftware VideoImpression wordt op dezelfde manier geïnstalleerd als PhotoImpression.

Klik na afloop van de software-installatie op „Exit to Main” (Terug naar hoofdmenu) en op „Exit” (Afsluiten) om de installatie af te sluiten.

4.2 Aansluiting van de pc op de digitale camera 4.2.1 Bestandsoverdracht van de digitale camera naar de pc Massaopslag-modus toets. Druk de menutoets in totdat Schakel de camera in en druk de u in het USB-beeldschermmenu bent. Stel hier de optie MSDC in. Als u de camera nu met de USB-kabel op de computer aansluit, springt de camera automatisch naar de massaopslag-modus en wordt als verwisselbare harde schijf aangegeven. Nu kunt u bijvoorbeeld de bestanden die in de map „DCIM\100Media” liggen met de bestandsmanager naar de harde schijf van uw computer downloaden. U kunt ook met behulp van andere programma’s van de bestanden gebruik maken (bijv. onder Windows XP, met programma’s die in het nieuw geopende, kleine popup-venster aangeboden worden).

21


• • Pas op Meld de digitale camera met de optie „Hardware veilig verwijderen” weer correct af van het besturingssysteem – anders kan de camera of het geheugen beschadigd raken. Controleer of er geen gegevens meer van de Pocket Cam naar de computer worden overgedragen. Als de USB-verbinding tussen camera en pc wordt onderbroken, de camera terwijl zij aangesloten is op de pc uitgeschakeld wordt of als het batterijvak geopend wordt, wordt de camera automatisch gereset. Volg de volgende stappen op om de dataoverdracht stop te zetten:

NL

Verwijderen van de hardware van de pc (Windows Me/2000/XP) Klik in de taakbalk rechts onder op het symbool en selecteer in het dialoog-venster dat dan verschijnt de optie „USB-massaopslagapparaat – drive (X:) verwijderen”. Vervolgens verschijnt de melding dat de hardware nu verwijderd kan worden. Trek de USBkabel van de Pocket Cam los. Verwijderen van de hardware van de Mac (Mac OS 9.x of hoger) Selecteer het desktop-symbool van de Pocket Cam (weergegeven als „niet benoemde” directory). Sleep het symbool naar de prullenbak.

Pc-camera-modus toets om de pc-camera-modus te Schakel de camera in en druk de activeren. Als u de camera nu met de USB-kabel op de computer aansluit, springt de camera automatisch naar de pccamera-modus. Maak hiervoor gebruik van de AMCAP-software (zie hoofdstuk 4.3.3).

4.2.2 Bestandsoverdracht van de pc naar de digitale camera Als u bestanden van de pc naar de digitale camera wilt downloaden, is het belangrijk dat de volgende aanwijzingen opgevolgd worden.

22


• • Bestandsoverdracht van de pc naar de digitale camera met SD-/ MMC-kaart

NL

• Activeer de massaopslag-modus zoals hiervoor beschreven en sluit de camera op de pc aan. Op het beeldscherm van de camera verschijnt de melding „MSDC”. • Open het symbool „Deze computer” op de desktop van de pc – hier verschijnt nu voor zowel het interne als het externe geheugen een verwisselbare harde schijf. • Maak een bestandsmap op de externe verwisselbare harde schijf aan. • Kopieer het op de computer geselecteerde bestand naar de map op de verwisselbare harde schijf. Controleer voor de bestandsoverdracht de bestandsgrootte. Die moet kleiner zijn dan de resterende vrije geheugencapaciteit op de SD-kaart. Anders geeft de pc een storingsmelding af. • Meldt de camera na de bestandsoverdracht weer correct van de pc af.

4.3 Softwarebediening 4.3.1

Beeldregistratie (PhotoImpression 4.0) Schakel de camera in, druk de toets om de massaopslagmodus te activeren en sluit de USB-kabel aan. Op het beeldscherm van de camera verschijnt de melding „MSDC”.

De foto’s worden direct door de digitale camera ontvangen, aangezien de camera als verwisselbare harde schijf fungeert.

1

Klik op het start-menu om de PhotoImpression 4.0 te starten.

23


• • Klik links onder op de knop „From Folder” (Van map) en klik vervolgens op de knop „Browse” (Bladeren). Open vervolgens in deze drive de map DCIM en de subdirectory 100MEDIA en selecteer hier de over te dragen foto’s. De foto’s worden nu in de fotolijst rechts onder in het venster weergegeven en kunnen bewerkt worden.

NL

2

4.3.2

Gebruik van VideoImpression 1.6

Een korte film opnemen Schakel de camera in, druk de toets om de massaopslagmodus te activeren en sluit de USB-kabel aan. Op het beeldscherm van de camera verschijnt de melding „MSDC”.

1

24

Klik op het start-menu om de VideoImpression 1.6 te starten.


• • Klik op „new” (nieuw) en vervolgens op „get” (nemen), om bestanden die in de computer of de digitale camera opgeslagen zijn te selecteren en te openen (AVIbestandsformaat). De bestanden worden vervolgens in het Play Effect venster weergegeven.

Play Effect venster

3

Selecteer de afzonderlijke bestanden in het Play Effect venster en klik vervolgens op „add to storyboard” (toevoegen aan storyboard), zodat het bestand aan het draaiboek wordt toege„play movie” (film afspelen) en voegd. Klik vervolgens op vervolgens op de play-toets , om de korte film te bekijken.

4

Klik na het bekijken van de korte film op „edit” (bewerken), om de film te bewerken. Of klik rechts op „save” (opslaan), om het bestand op de computer op te slaan als u tevreden bent met het resultaat. Als het bestand groot is en de schrijfsnelheid is langzaam, kan het opslaan iets langer duren.

25

NL

2


• •

4.3.3

Gebruik van de AMCAP-software Schakel de camera in, druk de toets om de pc-camera-modus te activeren en sluit de USB-kabel aan. Op het beeldscherm van de camera verschijnt de melding „PC Camera”.

Klik op Start > Programma’s > Sunplus Ca533a, om de AMCAP-software te openen en de webcam te starten.

2

Klik op en vervolgens op , om de venstergrootte te selecteren voor de video-uitgang.

NL

1

26


• •

3

Klik op het menupunt „File/Set Capture File” (Bestand/Instelling opname bestand) om de opslaglocatie en de bestandsnaam voor de op te nemen video vast te leggen.

4

Klik op „Capture/ Start Capture” (Opname/Start opname) en bevestig met OK om de video-opname te starten.

5

Klik voor het beëindigen van de video-opname op „Capture/ Stop Capture” (Opname/Stop opname).

Vol geheugen Als het geheugen van de digitale camera vol is, kunt u geen opnames meer maken. Als u de ontspanknop indrukt, verschijnt in dat geval in het LCD-scherm gedurende twee seconden de waarschuwing „MEMORY FULL” (GEHEUGEN VOL). Deze melding verschijnt weer zodra u de ontspanknop indrukt. Grendel schrijfbeveiliging van de SD-geheugenkaart Als de SD-geheugenkaart tegen beschrijven beveiligd is en u drukt de ontspanknop in, verschijnt in het LCD-scherm gedurende twee seconden de waarschuwing „check card protect switch” (controleren grendel schrijfbeveiliging). Beschrijving van de functie Video Edit Play (pc) De videobewerking van het systeem is met de actuele videotechniek (Direct X 8.0 ) uitgerust. Gebruikers van Windows 98 en 2000 moeten Direct X installeren om het videobewerkingsbestand weer te geven. Direct X is een programma voor het updaten van de Microsoft Mediaplayer Code.

27

NL

Pas op


• •

5 Technische gegevens Sensor Pixels Effectieve beeldresolutie

NL

Geïnterpoleerde resolutie Bestandsformaten Objectief Zoomfactor Scherm Diafragma Brandpuntsafstand Stroomvoorziening Interface Gewicht Zelfontspanner Geheugen Afmetingen Systeemeisen

Massaopslag Driver-programma voor pc-camera (webcam)

28

CMOS 3.1 MegaPixel Hoog 2048 x 1536, middel 1600x1200, laag 800x600 Super 2720x2040 (5.5 MegaPixel) Foto: JPEG Video: AVI/Motion JPEG 320x240 Fixed (5-delig glazen objectief) 10,8 mm 4x Digital Zoom 1,5 inch TFT-scherm F2,8, f=8.5mm 15 cm ~ 25 cm (Macro) 1,6 m ~ oneindig 2 x AAA batterijen USB 76 g (zonder batterijen) 10 seconden 32 MB intern (inclusief systeemgeheugen), SD- of MMC-kaart 90mm x 48 mm x 25 mm (L x D x H) Pentium 166 MHz processor of hoger, Microsoft Windows 98SE/Me/2000/XP, USB-aansluiting, SVGA grafische kaart of dvd-rom-speler, minstens 64 MB RAM, minstens 200 MB vrije geheugencapaciteit op de harde schijf Win98SE, Me, 2000, XP / Mac OS 9 of hoger / Linux 2.4, X of hoger Win98SE, Me, 2000, XP


• •

6 Overige informatie 6.1 Veiligheidsvoorschriften Dit is een betrouwbaar product. Toch is het verstandig de volgende aanwijzingen en waarschuwingen door te lezen. Waarschuwing

• •

Camera niet veranderen of demonteren. Bij reparaties en controles contact opnemen met de verkoper. Camera niet schudden of aan harde stoten blootstellen. Als de camera valt kan hij beschadigd raken. De camera niet blootstellen aan water of vocht. Dat kan tot kortsluiting en ongevallen leiden.

NL

• •

Pas op Bij gebruik van de flitser niet direct in de flitser kijken, hierbij kunnen de ogen beschadigd raken.

6.2 Onderhoud en verzorging • Reinig de behuizing, het objectief en het LCD-scherm als volgt: • Gebruik geen oplosmiddel of reiniger met benzine. Hierdoor kan de camera beschadigd raken. • Behuizing van de camera met een zachte doek reinigen. • Objectief: verwijder eerst met een penseel voor het objectief het stof. Reinig het objectief vervolgens met een zachte doek. • Gebruik geen agressieve reiniger voor de behuizing en het objectief (contact opnemen met verkoper als het vuil niet verwijderd kan worden). • Oefen geen druk uit op het LCD-scherm en bewerk het niet met harde voorwerpen.

29


• •

6.3 Fototips Neem voor hoogwaardige foto's de volgende aanwijzingen in acht:

NL

• Beweeg de camera niet te snel. Zo voorkomt u onscherpe foto's. Houd de camera bij het afdrukken stil. Beweeg de camera niet meteen nadat u de ontspanknop heeft ingedrukt. Wacht na het afdrukken van de ontspanknop op het zoemgeluid voordat u de camera beweegt. • Bekijk het te fotograferen object op het LCD(TFT)-scherm voordat u de ontspanknop indrukt. • Let op de invalshoek als het te fotograferen object met tegenlicht gefotografeerd wordt. Ga iets opzij, zodat het tegenlicht milder wordt. • Bij een donkere omgeving moet de flitser gebruikt worden. • Beweeg of draai de camera, voor goede video-opnames, langzaam. Als de camera te snel draait, zijn de opnames onscherp en vaag.

6.4 Aanwijzing over de batterijen Als de batterijen niet correct worden gebruikt kunnen ze gaan lekken, warm worden of ontploffen. Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht: • Verwarm de batterijen niet, gooi ze niet in vuur. • Transporteer batterijen niet samen met metalen voorwerpen, aangezien deze in aanraking kunnen komen met de polen van de batterijen en er hierdoor schade kan optreden. • Stel de batterijen niet bloot aan vocht. De batterijen moeten altijd droog bewaard worden. • Demonteer, vervorm of verander de batterijen niet. Verwijder nooit de huls van de batterijen. Stel de batterijen niet bloot aan harde stoten. Gebruik nooit lekkende, beschadigde batterijen. • Houd batterijen uit de buurt van kinderen. • Let bij het plaatsen van de batterijen op de polariteit. • Batterijen presteren in koude omgevingen (−10 °C of kouder) slechter (vooral alkaline batterijen). • Laat batterijen die uit een koude omgeving komen voor gebruik op temperatuur komen (bijv. in de tas).

30


• • • Laat de batterijen, bij gebruik van een warmtebron, niet hiermee in contact komen.

6.5 Aanwijzingen over het gebruik van geheugenkaarten De volgende geheugenkaarten kunnen in de digitale camera gebruikt worden:

• Schakel de camera uit voordat u de geheugenkaart plaatst of verwijdert. • Verwijder de kaart nooit als de camera gebruikt wordt (opnemen, weergeven, overdragen van bestanden, etc.) en schakel de camera tijdens gebruik nooit uit. De kaart kan daardoor beschadigd raken. • Stel de kaart niet bloot aan elektrostatische ontlading. • Neem de kaart niet uit elkaar en bewerk hem niet. Verbuig de kaart niet, stel de kaart niet bloot aan vocht en laat hem niet vallen. • Raak het contactvlak van de kaart niet met de hand aan. • Voorkom direct zonlicht of hitte. • Gebruik of bewaar de kaart niet in een natte, stoffige of corroderende omgeving.

31

NL

SD-geheugenkaart (Secure Digital) MMC-geheugenkaart (MultiMedia Card)


Garantievoorwaarden

NL

De volgende garantievoorwaarden bevatten de voorwaarden en omvang van onze garantievergoeding en laten onze wettelijke en contractuele garantieverplichtingen onaangetast. Wij geven garantie voor onze producten overeenkomstig de volgende voorwaarden: 1. Wij bieden 24 maanden garantie op Odys-producten. Wij verhelpen kostenloos, overeenkomstig de volgende voorwaarden, schade of gebreken aan het product binnen 12 maanden na aankoopdatum. Bij vaststelling van een schade of gebrek later dan 12 maanden na aankoopdatum dient voor een reparatie onder garantie een productiefout onder bewijs worden aangetoond. De garantie betrekt zich niet op batterijen en andere onderdelen die verbruiksgoederen zijn, breekbare onderdelen, zoals glas of kunststof en defecten als gevolg van normale slijtage. Een garantieverplichting ontstaat niet als gevolg van kleine afwijkingen van de voorgeschreven toestand, die voor de waarde en het gebruik van het product irrelevant zijn, als gevolg van schade door chemische of elektrochemische invloeden, water en algemene abnormale omstandigheden. 2. De garantievergoeding geschiedt zodanig dat gebrekkige onderdelen naar ons oordeel kosteloos gerepareerd worden of door goede onderdelen vervangen worden. AXDIA behoudt zich het recht op inruiling tegen een gelijkwaardig reserveapparaat voor, voor zover het ingezonden product niet binnen een redelijke termijn en tegen redelijke kosten gerepareerd kan worden. Het product kan tevens tegen een ander gelijkwaardig model worden ingeruild. Reparaties ter plaatse behoren niet tot de garantievergoeding. Vervangen of ingeruilde onderdelen gaan over in ons eigendom. 3. De garantieclaim vervalt als er reparaties of ingrepen door personen worden uitgevoerd die hiervoor van ons geen toestemming hebben gekregen of als onze producten met accessoires of toebehoren worden uitgerust die niet op onze producten zijn afgestemd. 4. Na garantievergoedingen wordt de garantietermijn niet verlengd en wordt er geen nieuwe garantietermijn verleend. De garantietermijn voor ingebouwde reserveonderdelen loopt af met de garantietermijn voor het hele product. 5. Verdergaande of andere eisen, in het bijzonder vergoeding van schade aan onderdelen die niet bij het product horen – voor zover aansprakelijkheid niet wettelijk verplicht is – is uitgesloten. Wij zijn dus niet aansprakelijk voor elke soort toevallige, indirecte of anderssoortige gevolgschade dan ook, die leidt tot beperkingen in het gebruik, gegevensverlies, winstderven of uitval.


Indienen van een garantieclaim 1. Om een beroep te doen op de garantieservice, dient u via e-mail, fax of telefoon (contactgegevens zie onder) contact op te nemen met het AXDIA Service-Center. U kunt ook gebruik maken van ons serviceformulier op onze website of op de achterzijde van de garantievoorwaarden. 2. Het AXDIA Service-Center zal proberen uw probleem vast te stellen en te verhelpen. Als u voor garantie in aanspraak komt, ontvangt u een RMAnummer (Return Material Authorization) en dient u het product naar AXDIA te sturen. ATTENTIE: AXDIA accepteert alleen zendingen die voorzien zijn van een RMAnummer. Voor het inzenden van het product dient op het volgende gelet te worden: 1. De zending dient franco huis, verzekerd en in een geschikte transportverpakking verstuurd te worden. Er mag geen toebehoren bij het product verpakt zijn (geen kabels, cd’s, geheugenkaarten, handboeken, etc.), indien door AXDIA Service-Center niet anders bepaald. 2. Het RMA-nummer dient zichtbaar en leesbaar op de buitenkant van de verpakking vermeld te zijn. 3. Er dient een kopie van het aankoopbewijs als garantiebewijs bijgevoegd te worden. 4. Na ontvangst van het ingezonden product verleent AXDIA garantie overeenkomstig de garantievoorwaarden en stuurt het product franco huis verzekerd retour. Buiten de garantie AXDIA kan een serviceclaim buiten de garantie weigeren. Als AXDIA instemt met een service buiten de garantie, dan worden alle reparatie- en transportkosten in rekening gebracht. AXDIA accepteert geen zendingen die niet van een door AXDIA verstrekt RMA (Return Material Authorization) voorzien zijn.


http://www.odys.de/downloads/manuals/ODYS%20PocketCam%205300%20-%20Gebruikshandleiding%20nederlands