AB 2012/199: Vanwege de aard van het geconstateerde gebrek geen toepassing bestuurlijke lus. Instantie:
Centrale Raad van Beroep (Enkelvoudige kamer)
Datum:
27 maart 2012
Magistraten:
Mrs. O.L.H.W.I. Korte
Zaaknr:
11/4103 WWB 11/4104 WWB
Conclusie:
-
LJN:
BW1759
Noot:
A.T. Marseille
Roepnaam: Beroepswet art. 21 lid 6 Essentie
Vanwege de aard van het geconstateerde gebrek geen toepassing bestuurlijke lus. Samenvatting De aangevallen uitspraken dienen te worden vernietigd. De bestreden besluiten komen voor vernietiging in aanmerking. De Raad kan in dit geval het geschil niet definitief beslechten door instandlating van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit, of door zelf in de zaak te voorzien, noch door een bestuurlijke lus toe te passen, nu het debat van partijen in drie opeenvolgende procedures hoofdzakelijk gericht is geweest op de ontvankelijkheid van het bezwaar. De bespreking van de feiten die tot de intrekking en terugvordering aanleiding hebben gegeven, is tot nu toe volstrekt onderbelicht gebleven in de standpunten van partijen. Een en ander gaat het bestek te buiten van een herstel van een gebrek in de besluitvorming waarvoor de bestuurlijke lus op voet van art. 8:51a en volgende, van de Awb in het leven is geroepen. Daarom zal het college, met inachtneming van deze uitspraak, worden opgedragen nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren van appellante binnen een termijn van acht weken. De Raad acht het daarbij aangewezen dat een nadere hoorzitting plaatsvindt. Partij(en) Uitspraak op de hoger beroepen van appellante, tegen de uitspraken van de Rechtbank Maastricht van 30 mei 2011, 11/198 en 11/199 (aangevallen uitspraken), in de gedingen tussen: appellante en het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college) Uitspraak I.Procesverloop Namens appellante heeft mr. P.J.M. Bongaarts, advocaat, hoger beroepen ingesteld. Het college heeft verweerschriften ingediend. De onderzoeken ter zitting hebben plaatsgevonden op 3 januari 2012. Namens appellante is mr. Bongaarts verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Pluijmaeckers. II.Overwegingen 1. De Raad gaat uit van de volgende in deze gedingen van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.1. Namens appellante is bij brief van 2 november 2010 bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 26 oktober 2010 waarbij de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet werk en bijstandmet ingang van 1 februari 2008 is ingetrokken. Bij brief van eveneens 2 november 2010 is namens appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 28 oktober 2010 waarbij de gemaakte kosten van bijstand
155