__MAIN_TEXT__

Page 1

SpOORSLagS • Dordrechtsche Lawn Tennis Club • Opgericht in 1886 •

Nieuweweg 86 • 3314 JS Dordrecht • www.tennisclubdltc.nl

2 NOVEMBER 2020

DLTC d n e v le g in r p S r a ja 4 Al 13

n e r a J oie

o M

OOK IN DIT NUMMER: • Het nieuwe clubhuis • Dubbelinterview voorzitters • Gastcolumn Nicolaas Matsier • Het Open Toernooi: de foto’s


DLTC • SPOORSLAGS • 2

AANDACHT VOOR EEN VAN ONZE SPONSOREN: VAN ROOSMALEN OPTIEK FAMILIEBEDRIJF IN DRIE GENERATIES Het is een beetje behelpen met de Dordtse winkelstraten maar wie door de Vriesestraat loopt komt nog heel wat aardigs tegen. Middenin op nummer 96 trekt een uithangbord met een gestileerde verticale bril de aandacht. Ga er voor de aardigheid eens binnen, ook als u niet direct een bril nodig heeft (of wel een zonnebril?): u treft er een enthousiast DLTC-sponsor in de persoon van de jeugdige (34) Jasper van Roosmalen, eigenaar van Van Roosmalen, Optiek anno 1953. Sinds enkele jaren sponsor van ons Open Dubbels Toernooi. Jasper is zelf geen tennisser, en dus ook geen DLTC-lid, maar hij hockeyt wel en is ook “hockeyouder” waardoor hij meerdere DLTC-ers kent. Hij herinnert zich dat Josien Verhoeven als lid van de toernooicommissie het contact legde. Inmiddels heeft hij ook een aantal DLTC-klanten van wie we de namen uit privacy-overwegingen hier onvermeld laten. En verder heeft hij zich op ons gesprek tot wederzijds genoegen voorbereid via Spoorslags. Mogelijk is Van Roosmalen Optiek bij velen beter bekend als Optiek Van der Ham, de voorganger tot 2016, althans in naam. Jasper neemt ons mee in de geschiedenis: “De Van Roosmalens zitten al sinds de oprichting in 1953 in deze optiek. Opa van Roosmalen begon als bedrijfsleider in een filiaal

van de Bredase opticien Van der Ham, en woonde ook boven de zaak. “Van der Ham had het goed gezien. Er werkten toen twee oogartsen in de straat. Die deden de oogmetingen, en de optiek verkocht de brillen”. In 1970 kwamen Jasper’s vader en moeder in de zaak. Zij namen het bedrijf en het pand over maar behielden de bedrijfsnaam Van der Ham vanwege de naamsbekendheid.

MAATWERK STAAT VOOROP Sinds 2019 runt Jasper de optiek, na de pensionering van zijn vader, die enkele jaren daarvoor de naamsverandering in Van Roosmalen Optiek had doorgevoerd. Als om het karakter van een familiebedrijf-pur-sang te benadrukken is moeder Van Roosmalen nog steeds twee dagen per week actief. “Ze is als adviseur, en groot kenner van de brillenmode, erg belangrijk voor ons”, zegt Jasper. Verder wordt hij geassisteerd door optometriste Yvette Boer. Voor alle duidelijkheid legt Jasper het verschil uit: de opticien is een vooral technisch beroep (zeg maar ”brillen maken”), terwijl de optometrist (een beschermd HBO-beroep) naast oogmetingen ook verder kijkt naar bij voorbeeld oogklachten. Jasper noemt de kleinschaligheid van zijn optiek een groot voordeel. “Bij ons staat persoonlijke aandacht en maatwerk voorop. Bovendien kan ik zelf alles bepalen: inkoop, bijzondere maten, bijzondere merken etcetera”.

Dat is een groot verschil met de bekende optiekketens waar het hoofdkantoor bepaalt wat er gebeurt. Toch wil Jasper niet afgeven op deze conculega’s: “Op advies van mijn vader heb ik stage gelopen bij Specsavers, en zij hebben best een mooi concept”. Maar zelfstandigheid is toch het mooist, en dat levert DLTC deze enthousiaste sponsor op! SAM WYTEMA


R

DLTC • SPOORSLAGS • 3

VaN DE REDaCTIE

In Memoriam Jan de Jong september 2020 Het duurt even maar dan staat hij er toch. Aan de goede kant van het veld, één been licht naar voren, beetje achterover hellend, en hij serveert. Onderhands de laatste maanden. De bal stuitert, een slice-achtige lage forehand, de bal scheert krap boven het net, valt nog voor de servicelijn, komt nauwelijks op en schiet langs de totaal verraste tegenstander. “Jezus Jan, wat doe je nou”. Punt voor ons, een grijns op zijn gezicht. Jan de Jong, goede tennisser en nog betere marathonloper, komt naar DLTC waar zijn vrouw Marjen al speelt. Er zijn dan al zorgen. Symptomen van overspannenheid leiden tot stoppen met werk. Jaren later komt er een diagnose: Lewy-Body dementie. Jan maakt daar geen geheim van: “Je kan beter weten waar je met mij aan toe bent, dat maakt het voor allebei een stuk duidelijker”, zei hij eens tijdens zijn bardienst toen hij hulp vroeg bij het opmaken van de eindafrekening die avond. En dat werkt. Het wordt plaatsbaar, het wordt bespreekbaar, er ontstaat een nieuwe openheid waar van alles mogelijk is. We halen Jan van zijn reserveplek bij de Balsemienen en beginnen een eigen groep op maandagmiddag: Willem, Ruud, Jan en ik. De eerste jaren in een willekeurige samenstelling, later Jan en ik tegen de rest, de ziekte eist meer en meer zijn tol. En dan zien we waar tennis voor bedoeld is. Het gaat niet meer zo snel, er is geduld, er wordt ruimer gepauzeerd. Maar vooral wordt er genoten: van het mooie weer of het buiten zijn. Iedere bal is bijzonder: hoog of laag, hard of zacht, binnen of buiten bereik. Dit voorjaar stelden we de 3rd service voor hem in. De winstkansen bleven daarmee zo’n beetje 50-50. En als we het punt dan wonnen was er weer die brede grijns. Genieten van een uur tennis, bezig met niks eigenlijk en dan zo tevreden naar huis kunnen gaan, om uit te kijken naar de volgende keer. Wat is dat toch dat tennis? Het eist zijn plaats als hoofdzaak, hier werd het bijzaak. Voor ons vieren was dat uur belangrijk. Jan de Jong, op 6 september overleed hij. Ik wens Marjen en de kinderen met hun gezin alle goeds toe. Jan van Toorenburg

DLTC

Inhoud dubbelinterview Voorzitters

4

Gastcolumn nicolaas Matsier

6

Tonny huizinga

op de ThEE bij... Carel Polak

7

heren van stand brengen tennis

Achterom kijken met 16

Een Adieu aan de Parkwachters 8

naar dordrecht

Pauls Geschiedenis

Tennis met Paul: Spelbedervers 21

10

18

ZooM ALV 28 september 2020 11

Clubhuis - Verbouwing

22

historie: Geschiedenis 135 jaar 12

het Ames Audi open Toernooi

26

Archief

12

“de Competitie” KnLTB 2020

28

‘Achterwege’

14

de Clubkampioenschappen

31

W

ij van de redactie vinden dit een bijzonder nummer van Spoorslags. We bevinden ons zowel op een eindpunt als een beginpunt (waarover later meer), misschien moeten we het modieuze ‘kantelpunt’ gebruiken. Een tweesprong? De rand van de afgrond? Laten we niet te sentimenteel worden. Met veel plezier hebben we weer een mooi blad gemaakt dat hopelijk voor Sinterklaas en de feestdagen bij u thuis ligt om de dagen wat bij te kleuren. Maar toch is het ook een special geworden: het laatste clubblad van het aloude DLTC. Daarbij hoorde, vonden wij, een flinke dosis historie. Zo doken we nog eens in de geschiedenis van DLTC, deels aan de hand van het boekje Een eeuw DLTC, uitgegeven bij het eeuwfeest van 1986, langzamerhand een waar collectors item. En als je toch aan het graven bent: is er eigenlijk een DLTC-archief ? Onze redacteur Henk van Capelleveen kwam een heel eind, al is de conclusie ook dat ‘archief’ wel een eufemisme is. En Spoorslags zelf? We dachten altijd dat het vroeger ‘Achterwege’ heette, en nu dus ‘Spoorslags’, een soort continuüm. Niets is minder waar. Voor het verhaal achter Achterwege riepen we de hulp in van een ‘echt’ oude DLTC-er Fred Nijkerk, redacteur 50 jaar geleden, inmiddels 90 jaar. Siebe En als je het woord geschiedenis aan DLTC verbindt kom je toch altijd uit bij Siebe Huizinga, niet alleen de beste speler die we ooit als lid hadden, ook erelid, ook instigator van het fameuze Schrijverstoernooi (Tussen twee haakjes: in dit nummer een mooie gastcolumn van schrijver Nicolaas Matsier). Siebe overleed bijna 6 jaar geleden, wij hadden een mooi interview met zijn vrouw Tonny. Er is meer uit de oude doos, voor het gemak scharen we daar ook onder het ‘Op de Thee bij...’ gesprek met oud-voorzitter Carel Polak, en verder foto’s en illustraties. Maar zoals in de inleiding gezegd: we staan ook aan een begin. Op 1 januari heten we DLTCThialf en we kijken dus ook verlangend vooruit: een dubbelinterview met de oude en de nieuwe voorzitter, een in- en doorkijkje in de verbouwing en inrichting van ons vernieuwde clubhuis, en een fotomoment van de vrijwilligersochtend in september waar de toekomstige vrijwilligers hun eerste plannen smeedden. Natuurlijk heeft ook Paul nog enkele wijsheden in petto, we bedanken de Parkwachters en hebben verslagen van de gebruikelijke blockbusters, het Open Toernooi en de Clubkampioenschappen, met heel veel foto’s. Misschien staat u erop??

We gaan door! En heeft de redactie misschien ook nog ‘het hoge woord’ dat eruit kan? Jazeker, we hadden het over de toekomst. In overleg met het aanstaande bestuur hebben we besloten ook in 2021 een clubblad te maken, mogelijk in digitale vorm. Het zal ongetwijfeld in veel opzichten lijken op ons huidige blad maar uiteraard hebben we dan ook veel aandacht voor de nieuwe schare lezers uit het oude Thialf. U gaat meer van ons horen! DE REDaCTIE


V

DLTC • SPOORSLAGS • 4

DUBBELINTERVIEW MET... JaN akERBOOM neemt afscheid als voorzitter van DLTC. Zes jaar gaf hij leiding aan onze club, een periode waarin het niet lukte de ingezette neergang van het ledental om te buigen naar groei. Binnen het bestuur rijpte de gedachte om een fusiepartner te zoeken.

De gedwongen verhuizing van Thialf LTC bood een unieke kans. Onder leiding van Jan is deze kans gegrepen en heeft hij de leden in deze tijd van videovergaderingen mee kunnen nemen in een overweldigend positief besluit tot fuseren. Sybe de Lint is voor DLTC'ers nog een onbeschreven blad. Zijn voorzitterschap van Thialf gaat over in het voorzitterschap van de fusieclub. Na ongeveer twee jaar zal hij het voorzitterschap overdragen aan een oud-DLTC'er. We hebben dus te maken met een laatste en met een eerste voorzitter. Op verzoek van de redactie kijkt Jan terug en blikt Sybe vooruit. HENk VaN CapELLEVEEN

“Mijn “Mijn tip tip aan aan alle alle DLTC'ers: DLTC'ers: blijf blijf toetoeen komstgericht komstgericht en zorg zorg dat dat de de 'nieuw'nieuwkomers' komers' zich zich zo zo snel snel mogelijk mogelijk thuis thuis voelen.” voelen.”

Jan Akerboom, laatste voorzitter van DLTC: "Er moest dringend iets gebeuren"

Hoe kijk je terug op jouw voorzitterschap? Met heel veel plezier. Het is leuk je nuttig te maken voor je vereniging. Ik ben onbevangen ingestapt en trof een mooie, gezonde club aan. Maar wel met een hardnekkig probleem. Een gestage daling van het ledental, een landelijke trend. Tel daarbij op de hoge leeftijd van veel DLTC'ers en je realiseert je dat het om een kwetsbare gezondheid ging. Er moest dringend iets gebeuren. Bij jouw aantreden stelde jij je twee doelen: leden activeren en nieuwe leden werven. Daarvoor ontwikkelde je het programma Nieuw Elan. Hoe kijk je hierop terug? Het eerste doel is gelukt. Leden zijn vaker gaan spelen. De baanbezetting is verbeterd. Zeer tevreden ben ik met de sterk toegenomen deelname aan de competitie. We zijn van een team naar zeven teams nu gegaan. Dat geeft veel meer “schwung” aan de club. Aan die levendigheid levert het succesvolle Open Toernooi ook een belangrijke bijdrage. Het inschakelen van tennisschool Rob Mentink was belangrijk voor het revitaliseren van de club. Gelukkig zijn er ook elke keer weer vrijwilligers die iets voor de club willen doen. Wat de tweede doelstelling betreft: we hebben de geleidelijke leegloop kunnen stoppen en het ledental weten te stabiliseren. Dat is echter op de langere termijn niet voldoende. Er is groei nodig om de toekomst met vertrouwen tegemoet te gaan.

Wat wil je nog kwijt over de fusie en hoe is de stand van zaken eind dit jaar als je de voorzittershamer doorgeeft? Het werd het bestuur steeds duidelijker dat het noodzakelijk was een partner te vinden om de toekomst van onze vereniging zeker te stellen. Plots kwam Thialf in beeld. We hadden beide een partner nodig. Na een open en eerlijk proces op basis van gelijkwaardigheid hebben we elkaar in de armen kunnen sluiten. We zitten op schema met de fusie en met de aanpassing van het tennispark. De bouwvergunning voor het clubhuis is binnen en in januari verwachten we de vergunning voor de vijfde baan. De opdrachten aan de aannemers zijn verstrekt. Het bestuur draait al warm in de nieuwe samenstelling. Ik kan de voorzittershamer straks met een gerust hart overgeven. Hoe voelt het de laatste voorzitter van DLTC te zijn? Ik ben er trots op dat DLTC en Thialf als een vereniging verder willen gaan en niet in het verleden zijn blijven hangen. Wat wil je de leden van DLTC nog meegeven? Ik werk al jaren in de logistieke sector en heb daar vele fusies aan den lijve meegemaakt. Een fusie vergelijk ik wel eens met een huwelijk; het zal even wennen zijn en beide partijen zullen zich moeten aanpassen.


DLTC • SPOORSLAGS • 5

DE VOORZITTERS

“Echt, ik ben een klein beetje trots dat ik hiervoor gevraagd ben.”

Welke zaken wil je als eerste aanpakken? Integratie is elementair en dat komt goed. Veelal heb je twee commissies van een bepaalde activiteit. Zij hebben nu samen de gelegenheid om het goede te behouden en het mindere te stoppen of aan te passen. Padel is geheel nieuw voor ons, maar ook voor Dordrecht. Nu de kans om hier speciaal lessen voor aan te bieden en misschien een speciaal abonnement. 2021 wordt ook het jaar van bezinning! We zijn zo’n 2 jaar bezig geweest om dit prachtige park te construeren met behoud van nagenoeg alle leden. Dan moet je de eerste tijd 'waarnemen' en zo nodig (bij)sturen. We willen een club zijn, waar alle leeftijden vertegenwoordigd zijn en vergeet dan vooral de jeugd niet, onze toekomst! We houden de ogen wagenwijd open. Wanneer beschouw je de fusie als geslaagd? De fusie is geslaagd, wanneer de leden die ons tot heden loyaal gesteund hebben, dat ook in de komende jaren blijven doen! Daarbij is sfeer ook heel belangrijk. Tennissen is meer dan alleen maar een balletje slaan, maar ook bijpraten, netwerken, anderen ontmoeten, wat drinken met elkaar en nog veel en veel meer! Wanneer we dit kunnen bereiken, zijn we op de goede weg!

Sybe de Lint, eerste voorzitter DLTC-Thialf: “Als de leden blijven, is de fusie geslaagd”

Hoe voelt het de eerste voorzitter van DLTC-Thialf te zijn? Echt, ik ben een klein beetje trots, dat ik hiervoor gevraagd ben. Zeker vanuit DLTC. Het is niet niks om een “vreemde” te vragen dit te doen. Het gaat mij echt niet om het baantje, ik heb genoeg te doen, maar het gaat mij om het gestelde vertrouwen in mij. Bij deze dank ik alle DLTC’ers hiervoor.

Hoe kijk je aan tegen de start van de nieuwe vereniging? Ik vind het geweldig! Deze fusie biedt vele kansen. Thialf LTC moest weg vanwege woningbouw, DLTC kon wel wat leden gebruiken en dan is een match niet zo moeilijk. Bij een fusie moeten beide partners een probleem hebben, dan krijg je een 'wij-gevoel', 'we gaan er samen voor'. Waar ik ook echt trots op ben is hoe dit fusieproces is verlopen. Vanaf het begin was er de klik en deze is er nog steeds! De eerste gedachte van 'wij helpen elkaar', gaat nog steeds volledig op. De onderlinge chemie is groot. Wanneer zijn clubhuis en park vernieuwd? Wat wij destijds onze gezamenlijke leden beloofden staat nog steeds als een paal boven water. Alles moet eind februari a.s. klaar zijn en dan hebben we nog een maand voor de officiële opening op zaterdag 27 maart om alles spic en span te krijgen.

dLTC-Thialf

ONS NIEUWE LOgO? Nee, niet deze tennisbal. Het nieuwe logo zal op 1 januari officieel worden gepresenteerd.


GASTCOLUMN

DLTC • SPOORSLAGS • 6

SCHRIJVERS TENNISTOERNOOI S.S.T.T. Zo noemde Siebe Huizinga zijn Schrijverstennistoernooi vroeger. Die letters, s.s.t.t., sine suis titulis, dateren uit de tijd van het handschrift, de enveloppen en de titulatuur. Mijn vader bij voorbeeld, daar was ik als jongen aan gewend, en ook trots op, werd aangeschreven als de weledelzeergeleerde heer. Zelf was ik als student een weledelgeboren heer. Jajaja – en de opslag, nog weer veel langer geleden, diende ertoe om de bal in het spel te brengen, niet om te scoren. Waar die eerste S van Siebe's S.S.T.T. voor stond? Nooit geweten. Stichting misschien wel? Of betekenden die twee letters – net zoals de HH van heren – gewoon: schrijvers, meervoud? Wie weet heette de hele zaak, zoals me nu opeens het meest plausibel lijkt, van begin af aan ook wel gewoon Siebe's Schrijvers Tennis Toernooi. Ik ben vergeten – ondankbare! – hoe ik er zelf voor het eerst belandde. Ik geloof dat Ton Anbeek, destijds een nog zeer jeugdig hoogleraar Nederlands in Leiden, mij aanbracht. Later leverde ik op mijn beurt weer mensen aan. Zoals mijn jeugdvriend, de vertaler uit het Grieks Gerard Koolschijn. Misschien – naast Siebe zelf – de beste tennisser die er van schrijverszijde ooit meegedaan heeft. Of was dat toch eerder de dichter Rein van der Wiel? Ik vond het toernooi van begin af aan GEWELDIG. Vooral natuurlijk door de mistige wijze waarop er onveranderlijk een winnaar gemanipuleerd werd. Terwijl de passerende treinen voor de witregels zorgden – tijdens de even misleidende als doelbewuste maar altijd uiterst geestige toespraken van Siebe Huizinga –

stond iedereen te gissen waar het deze keer naar toe ging. Het was hogeschooldiplomatie met een groot ironisch gehalte. Waardoor ook weleens kwaad bloed gezet werd, laten we wel wezen, maar dit is natuurlijk niet de plaats voor roddel. De geheime geschiedenis van het schrijverstennistoernooi zal wel nooit geschreven worden. Zelf heb ik altijd erg genoten van de lukraakheid op alle fronten. De een kon wel tennissen, de ander niet. De een genoot landelijke bekendheid en grote oplagen, de ander lokale, sommigen zelfs dat niet. Wie er nou precies schrijver was, en wat voor een, vertaler of ondertitelaar, toneelschrijver, puzzelwoordenboekauteur of dichter, columnist of docent, het deed helemaal niet ter zake. Net zo min als het er vreselijk veel toe deed wie er per saldo met de prijzen naar huis gingen. De hartelijke verwelkoming, de lunch, de inzet tegen het eind van

de middag van Dordtenaren die echt konden tennissen, zeer beminnelijk allemaal. Ik voor mij geniet jaarlijks het allermeest van het spel van Mensje van Keulen. Plus dat van Hans Ree. De constante opgewekte verbazing over al haar misslagen van de eerste. De al evenzeer aan het ongelooflijke grenzende totale onbeweeglijkheid van de laatste. Het spel van Hans heeft maar één vierkante meter nodig. Misschien moet er toch nog eens een klein compendium verschijnen, met karakteriseringen van het spel van iedere deelnemer? Slechts de namen der grote drinkers leven voort. Een van de allerbeste titels ooit van een dichtbundel. Van de dichter zelf ben ik intussen ook de naam vergeten. Zo gaat het en zo zal het altijd blijven gaan. Welke vergetelheid wacht ons allen – de ontvangen schrijvers zowel als de gentlemen en gentlewomen van wie we één dag per jaar de gasten mogen zijn? Vooralsnog wens ik Yolanda en Tjerk, alweer een poosje de organiserende opvolgers van Siebe en Willem, een mooie en lange toekomst toe van dit meest innemende aller tennistoernooien. Postscriptum. Ik schrijf dit stukje uitgerekend op de dag dat er een tweede, dit keer niet langer intelligent genoemde, lockdown uitgevaardigd wordt. Wintertennissers mogen de komende tijd niet meer dubbelen. Bij terugblik mogen we ons dus gelukkig prijzen met het doorgaan van het afgelopen toernooi – in wat misschien wel het preciese midden was van de coronatijd. Tenminste, laten we dat hopen. NICOLaaS MaTSIER


5DLTC • SPOORSLAGS • 7

Op de

THEE bij:

CaREL pOLak Er zijn mensen die er geen bezwaar tegen hebben in besturen plaats te nemen. Sommigen doen het zelfs graag. gelukkig maar! In het selecte gezelschap van DLTC’s theeleden treffen we er meerdere aan. Onder hen: Carel polak, voorzitter van DLTC van 1992 tot 2000. Dit nummer van Spoorslags ademt historie, Carel belichaamt in het bijzonder het laatste decennium van de vorige eeuw. “Toen alles nog rozengeur en maneschijn was?”, suggereren we. Dat blijkt niet helemaal het geval. Carel: “De grote issues van nu speelden toen ook al. Rond 1997 begon de Gemeente ballonnetjes op te laten over een noodzakelijke verhuizing van ons park. We waren er happy, en gelukkig hadden we een prima erfpacht-constructie, dus we hielden de boot af. Maar we ‘mochten’ wel ‘meedenken over een verplaatsing’ vonden ze”. Dit betrof het huidige Leerpark waar woningen moesten komen. Er is dus niet veel nieuws onder de zon, daar kan Thialf over meepraten. Overigens speelde toen ook al de kwestie van het zogenaamde ‘ledenbehoud’.

paDoMoZo De tennisser Carel Polak is een typische DLTC-er, zijn we geneigd te zeggen. “De gezelligheids-toernooitjes zoals het PaDoMoZo en het Snerttoernooi waren voor mij de hoogtepunten van het jaar, ik speelde ook geen competitie. Ik was wel fanatiek maar wilde er niet voor trainen. Zoiets”. De bekende combinatie hockey+tennis was hem met de Bestuur Carel polak in 1996, met jeugdige voorbijganger

paplepel ingegoten, al toen hij in Groningen opgroeide, en later studeerde. In 1984 verhuisden de Polakken naar Dordrecht waar ze direct lid van DLTC werden. Met zijn tennisvrienden – onder anderen Sjaak van Herwijnen, Harry van Eijk, Guus Salm en Hans Spierdijk – speelt hij nog steeds ’s winters in de hal. In 2005 werd het lidmaatschap omgezet in ‘theelid’, een hoedanigheid die hem nog steeds veel genoegen geeft. Net zozeer als golf dat nu zijn sportieve leven beheerst. Inmiddels mogen we deze Groninger wel een Dordtenaar-inhart-en-nieren noemen. Na zijn studie heeft hij in zekere zin zijn hele werkzame leven doorgebracht bij Bank Mees en Hope, of de voorlopers of de opvolgers daarvan, zoals MeesPierson en de ABNAMRO. Carel werd directeur van de vestiging in Dordrecht, en later vervulde hij functies op de hoofdkantoren in Rotterdam en Amsterdam. Ondanks alle gereis bleef hij met Marie José wonen in zijn inmiddels geliefde Dordrecht. Daar heeft DLTC de vruchten van geplukt want Carel vond het niet meer dan logisch dat je bestuursfuncties aanvaardt. Een hoogtepunt was het DLTC-lustrum van 1996 waarvan Spoorslags een feestelijk foto-archief beheert. Op de bijgaande foto figureert Carel met zijn bestuur, maar we hadden een hele pagina kunnen vullen met de feestelijkheden. Andere instituten waarvan Carel bestuurslid of voorzitter is (geweest) zijn de Stichting Pro Juventute, Sociëteit Amicitia (president!), de Bewonersvereniging Plan Tij, Rotary Club Dordrecht, en de Koninklijke Dordtse Roei- en Zeilvereniging. Dat Carel zelf niet roeide of zeilde zegt iets over zijn bestuursbereidheid. We komen tenslotte nog even op De Fusie. Carel vindt het een goede zaak, of liever: een logische ontwikkeling, mits het op basis van gelijkwaardigheid gebeurt. Daarover kan Spoorslags hem geruststellen. “Ik heb er alle vertrouwen in dat de verenigingen en de leden elkaar complementeren. DLTC was altijd een kleine, gezellige familieclub, en dat is – meen ik te weten – Thialf ook. Dus dat moet wel goed komen”. Na dit geruststellende woord ontvangt Spoorslags nog met bescheiden trots de welgemeende complimenten voor ons blad dat hij van A tot Z leest. Spoorslags en Theeleden: beiden staan voor een ‘stukje verbinding’. Die houden we erin. SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 8

Een ADIEU aan De Parkwachters

We hebben in Spoorslags veel aandacht geschonken aan de wederwaardigheden van De parkwachters. Dit illustere gezelschap ontwikkelde zich in de loop der jaren onder de strakke leiding van Henk Reimers tot een Jiskefet-light. Veel babbels, uitgebreide pauzes met koffie en koek en een eigen juffrouw Jannie in de persoon van interieurverzorgster Jolanda Moerer. Niettemin was men elke woensdag bereid de handen uit de mouwen te steken. De Parkwachters stoppen. Ongetwijfeld zullen er opnieuw leden met groene vingers en rechterhanden opstaan om het tennispark te onderhouden. Nu zeggen we adieu aan de tien parkwachters, negen mannen en Attie de Jong. Attie werkte veelal op andere uren en vormde, soms met hulp van Andrea Keller, haar eigen groenploeg. In de app 'DLTC Onderhoud' hielden de groepsleden elkaar op de hoogte

van hun aanwezigheid en van het werk. Voor dit artikel is uit die chats een greep gedaan. Verder stippen enkele parkwachters korte herinneringen aan. Vorig jaar november werd het seizoen afgesloten met een etentje in restaurant Het Magazijn in de binnenstad. Bouke Blijdesteijn, een van de actievere app'ers, reageerde als volgt: Het was een uitermate geslaagd bedrijfsuitje. (-) Voor volgende keer overwegen om wat dansmeisjes uit te nodigen en na het diner casinobezoek oid. HENk VaN CapELLEVEEN

GEEN WERK WAS TE ZWAAR Parkwachters. Een heel voorname naam voor een stel vrijwilligers waarvan de gemiddelde leeftijd dicht bij de 70 jaar ligt. Desalniettemin was er geen werk te zwaar, te moeilijk of te uitzichtloos om aangepakt te worden. Of het nu om het schilderen van de banken ging, of de voordeur van het clubhuis dat een speciale kleur rood vroeg, het snoeien van bomen, het maaien van het gras of het opruimen van onkruid. Ja, was er een karweitje dat als een tantalus kwelling steeds terugkeerde dan was het wel het verwijderen van onkruid. Niets zo vruchtbaar als onkruid en niets ook zo talrijk. Tantalus werd in de onderwereld gestraft met honger en dorst, zo verging het ons soms ook wanneer de zon brandde en de regen neerplensde; maar dan was er altijd het koffiedrinken om half elf met de onvolprezen speculaasjes van Henk Reimers gepresenteerd door Jolanda. THEO RIDDER


DLTC • SPOORSLAGS • 9

WE ZIJN DE BANEN ZELF GAAN VEGEN Begin 2015 moest Gert Stam door leukemie zijn werkzaamheden voor DLTC beëindigen. Naast het onderhoud van banen en clubhuis verzorgde hij ook het ‘groen’. Als terreincommissaris moest ik dus een oplossing zoeken zonder het beschikbare budget te overschrijden. We zijn de banen zelf gaan vegen, kregen 1x per week een bedrijf voor het mechanisch vegen en kregen een werkster. Over deze nieuwe werkwijze heb ik een brief geschreven naar alle leden van DLTC met de mededeling dat Frits de Groot en ik elke woensdag aanwezig zouden zijn voor klusjes en groenonderhoud. Vanaf begin maart 2015 zijn we gestart met een aantal leden. Toen Henk Reimers terreincommissaris werd is hij hiermee doorgegaan. Leuk om te vertellen is dat vorig jaar ons woensdagclubje na afloop van zijn werk in het clubhuis werd verrast met een Indische maaltijd gekookt door Ingrid Wydia. Op de foto lapt Henk Reimers de ramen. WIM DE HEER

WIE TRAKTEERT ER EIGENLIJK? De chats, die de parkwachters onderling uitwisselden, voeden het Jiskefet-light-gevoel. De volgende bloemlezing komt uit de vele honderden berichten. Helaas hebben we niet kunnen voorkomen teksten volledig uit hun verband te rukken, maar laat gezegd zijn dat de parkwachters een hechte club vormden. Wim de Heer: Het regent en het ziet er naar uit dat het blijft regenen. Ik stel voor om maar thuis te blijven. Vandaag dus geen DLTC. Bouke Blijdesteijn: Buienradar zegt: om 09.30, droog. Wim de Heer: Dan maar om 9.30 ik ben er dan met koffie en koek. Theo Ridder: Heren, het weer blijft (momenteel) op 9.30 u. staan. Buienradar is als politiek: onbetrouwbaar. Bouke Blijdesteijn: Ik kom wel, maar ik heb een attest voor lichte dienst. Moet misschien later komen cq eerder weg of beide. Wim de Heer: Ik ben nog in Limburg. Bas van Ouwerkerk: Ik ben op Jersey. Bouke Blijdesteijn: Morgen?

Gaan we nog wat schoffelen of zo? Frits de Groot: Ja zeker. Wim de Heer: Eerst stemmen, maar om 09.00 uur ben ik er. Frits de Groot: DLTC gaat voor. Stemmen doe je maar in je eigen tijd. Bas van Ouwerkerk: Ik ben naar celloles. Dat gaat ook voor. Bouke Blijdestreijn: Ik zal er niet zijn. Wegens absentie en vakantie. Wim de Heer: Nu nog in Rome, maar woensdag ben ik er bij. Bas van Ouwerkerk: Ik ben in St. Petersburg. Frits de Groot: Ik verheug me nu al op de traktatie bij de koffie!! Henk Reimers: Anders ik wel... Bouke Blijdesteijn: Wie trakteert er eigenlijk? Henk Reimers: Frits. Frits de Groot: Foute boel!!! Bouke Blijdesteijn: Ik ben blij met iedere dag vrij, dus ik ben er niet. Wim de Heer: Nu ten zuiden van Livorno. Bas van Ouwerkerk: Ben momenteel niet in het land. Henk Reimers: Ik heb verf gekocht om de deuren (van de serre, red.) een nieuwe DLTC passende kleur te geven.

DE KOEVOET ONTBRAK, ONBEGRIJPELIJK De stratenmakerklussen waren voorbehouden aan Wim de Heer en mij. Met een koevoet lichtten wij voortvarend de stenen bij de ingang van het clubhuis uit hun verband. In de dan ontstane te dichten zandkuil ledigde Wim - royaal en daadkrachtig - achter mij de zak zand deels over mijn door kleding bedekte kuiten, maar daarmee ook op alles wat nabij lag. Na voltooiing van het werk ontbrak echter de koevoet. Onbegrijpelijk. Alle mogelijke complottheorieën en verdenkingen ten spijt:

Frits de Groot: Hoe is het geworden? Wim de Heer: Ik vind het resultaat afschuwelijk. Net een slagerij. Frits de Groot: Ik kom morgen in ieder geval ook, echter alleen voor Jolanda. Theo Ridder: Zal ik morgen toch maar komen, ondanks mijn twee linkerhanden? Bouke Blijdesteijn: Kunnen het erelid en lid van verdienste het verder wel alleen af of is er nog assistentie van gewone leden gewenst morgen? Wim de Heer: A.s. woensdag ben ik er wel. Wim de Heer: Bouke nog gedacht aan een lat voor de bank? Bouke Blijdesteijn: Ja, nu net. Dat betekent dat ik hem morgen niet bij me heb. Helaas. Henk Reimers: Het lijkt dat mijn afwezigheid resulteert in een hogere opkomst. Misschien moet ik volgende week ook maar afzeggen. Wim de Heer: Als ik woensdag thuis ben, kom ik zeker helpen. Maar we zijn op pad. Bouke Blijdesteijn: Wanneer begint de winterstop? SELECTIE: HENK REIMERS EN HENK VAN CAPELLEVEEN

geen koevoet. Naar later met behulp van een metaaldetector werd aangetoond, en tot uiteindelijke geruststelling van het woensdagmorgenteam, bleek de koevoet onder het toegangspad begraven te liggen. Wellicht kan bij de komende verbouwingswerkzaamheden de koevoet weer naar het licht worden gebracht en in handen worden gesteld van de rechtmatige eigenaar. Bij de traditionele koffieleut is het mysterie van de koevoet lange tijd het onderwerp van gesprek geweest.  FRITS DE GROOT


DLTC • SPOORSLAGS • 10

paULs gESCHIEDENIS Dit jaar was het thema van de kinderboekenweek ‘geschiedenis’. Een mooi thema voor een doelgroep die de toekomst heeft; dat zij zich nu ook eens bezighoudt met wat geweest is. ‘geschiedenis’ is ook een belangrijk thema in dit laatste nummer van Spoorslags oude stijl. Wij als redactie staan stil bij de historie van ons DLTC. Zoals bekend een van de drie oudste tennisverenigingen van ons land. Maar geschiedenis is niet een vast geheel, het bestaat uit talloze deel-geschiedenissen, individuele geschiedenissen van ieder die in enig opzicht met het oude DLTC te maken heeft gehad. In dit kader heeft de redactie gemeend geen interview te houden met een gewaardeerd lid van DLTC, iemand die in het verleden eerder lid is geweest van Thialf. Een interview dat daarmee een mooie brug had kunnen vormen van verleden naar heden. Aangezien dus niet voor dit interview is gekozen, ben ik zo vrij om het verhaal maar zelf uit de doeken te doen. Het betreft namelijk mijzelf, uw nederige hulpredacteur. Wij schrijven maart 1976 wanneer ondergetekende, samen met zijn toenmalige echtgenote, de sprong waagt van het grote Rotterdam naar de oudste stad van Nederland. Rotterdam was ons te groot, het platteland te rustig en in de oude binnenstad van Dordrecht vonden wij precies de woonsituatie waar wij ons gelukkig bij voelden. Achterstallig onderhoud had het huis voor ons betaalbaar gemaakt en de eerste jaren werd er hard geklust. Maar een mens leeft niet bij werk alleen en wij zochten een manier om aan ontspanning te doen en tegelijk nieuwe stadgenoten te leren kennen. Maja, mijn toenmalige echtgenote, herinnerde zich dat ze in haar jeugd met veel plezier aan tennis had gedaan. Zou het geen aardig idee zijn om nu samen lid te worden van een tennisclub? Dat was nog niet zo gemakkelijk, omdat alle plaatselijke verenigingen vol zaten. DLTC hebben we toen niet eens geprobeerd, geen schijn van kans dat wij door de ballotage zouden zijn gekomen, aangezien ik nog maar net arts was en nog verre van medisch specialist. Maar Thialf bood uitkomst. Deze club was net als onafhankelijke vereniging begonnen en er was geen ledenstop. Wat hebben we daar een ongelooflijk mooie tijd doorgebracht. De sfeer was onovertroffen, alles kon en niets moest. Bijvoorbeeld, in plaats van een kantine stond er in de begintijd een koelkast naast de baan en wie ergens trek in had, nam dat gewoon en deponeerde het gewenste bedrag in een potje. Dat ging altijd goed. En toen er baanverlichting kwam gebeurde het niet zelden dat wij, of andere onverlaten, om 3 uur ’s nachts nog vrolijk stonden te spelen. In 1978 werd Sacha geboren, onze dochter, en Maja vond dat een mooie aanleiding om maar even niet aan studeren of ‘een echte baan’ te denken. Naast haar tenniskwaliteiten bleek zij ook over pedagogisch talent te beschikken en al snel gaf zij regelmatig les, zonder diploma in die richting maar wel met groot succes, terwijl Sacha in haar box aan de zijkant vrolijk aan het spelen was. In dat jaar begon voor mij ook een belangrijke nieuwe vriendschap, want

wie was de collega tennisleraar van Maja? Niemand minder dan Erik Gerlach (wie kent hem niet, nog zo’n trouweloze overloper). Ons tweeledige doel, ontspanning zoeken en nieuwe kennissen of vrienden is dankzij Thialf meer dan geslaagd. Naast het tennissen zelf waren de avonden druk bezocht, het bier stroomde rijkelijk maar er werd bijvoorbeeld ook vaak gedanst met de muziek luid genoeg om ingewikkelde conversaties in de kiem te smoren. De sfeer was in een woord geweldig; wat betreft de sociale interactie mogelijk voor velen een pijnlijk contrast met tegenwoordig. De tijdgeest is immers veranderd en het helpt natuurlijk niet wanneer de gemiddelde leeftijd van een club van 25 naar 75 gaat. Panta rei, zoals de oude Grieken zeiden, iedereen in de rij. Nu vraagt u natuurlijk waarom Maja en ik niet gewoon voor altijd trouw zijn gebleven aan het prachtige Thialf. Ach, de mens is een rusteloos wezen en naast behoefte aan vastigheid (geen vadsigheid) worden sommigen van ons geplaagd door de behoefte aan verandering, nieuwe horizonten. Ik verkaste op een gegeven moment naar CC, omdat ik competitie wilde spelen en dat kon toen nog niet bij Thialf. En later volgde er een jaar of 10 zonder veel tennis, wegens gebrek aan succes zult u denken, inderdaad, maar het werk kostte toen wat meer tijd. En als je dan een avond vrij was, moest je lang op je beurt wachten om een half uurtje te kunnen spelen. Dan weer wachten enzovoort, het beruchte afhangsysteem in een tijd dat er meer leden waren dan beschikbare banen. Ik ontdekte dat je dan beter kon gaan hardlopen. Zo de deur uit, op je eigen tijd zonder op iets of iemand te hoeven wachten, dat was lang niet verkeerd. Na 4 marathons, de laatste toen ik net 60 was geworden, ging de tennissport weer aan mij knagen. Ik was inmiddels lid geworden van DLTC, met zeer veel plezier, opnieuw nieuwe kennissen en vrienden en vooral het meedoen aan de competitie in een zeer gezellig team. Waarom ik niet opnieuw lid was geworden van Thialf, mijn eerste liefde, geen idee. Toeval of met wie je op dat moment net omgaat. Erik was ook bij DLTC gekomen en zal daar zijn eigen verhaal bij hebben. Hoe het ook zij, het lot heeft gewild dat alles bij elkaar komt; dat het mooie van Thialf samen zal gaan met het mooie van DLTC. Wat kan een mens die van het spelletje houdt zich nog meer wensen? paUL WISMaN


DLTC • SPOORSLAGS • 11

De ZOOM aLV van 28 september 2020 Daarom is onze ‘vaste’ eigen notaris Mireille van Kleij er ook weer bij, alsook secretaris Anja Grande. Aan de ZOOM-knoppen Anne Akerboom, dochter van. Op het scherm 17 leden.

Het is maandagavond 28 september 2020, op de seconde 20:00 uur. De zoveelste aLV van DLTC dit jaar begint. Spoorslags is erbij, zoals altijd, deze keer comfortabel vanuit de eigen woonkamer. Enig onderwerp: de leden moeten definitief toestemming geven DLTC op te heffen en te laten fuseren met Thialf, door de statuten goed te keuren.

De voorzitter opent de vergadering en legt alles uit. Nadat hij alles uitgelegd heeft volgt de stemming, die inclusief de reeds eerder uitgebrachte stemmen, resulteert in 44 vóór en 0 tegen. De fusie is goedgekeurd, de statuten zijn geaccordeerd. Tot zover het verslag, dat was het dan. De volgende dag ontvangen de leden de volgende mail : “Wij als bestuur van D.L.T.C. zijn zeer verheugd jullie te kunnen mededelen,

dat gisteren 28 september bij de A.L.V. het fusiebesluit met 44 stemmen voor en 0 tegen bekrachtigd is. Wij danken jullie hartelijk voor het door jullie in ons gestelde vertrouwen”. Het blijft toch een beetje onwerkelijk, in ons vorige nummer hebben we ons sentiment al een plaatsje gegeven. De belangrijkste gebeurtenis in onze club, de opheffing c.q. fusie, kent een fascinerende, afnemende spanningsboog: veel reuring tijdens de ledenvergadering van 25 maart 2019 toen gesproken werd over de gemeenteplannen met woningbouw langs het spoor en de tennisparken, de speciale ‘echte’ fusievergadering van september met een grote opkomst, en de drie vergaderingen van 2020 met een scherp oplopend afhamergehalte. Dat het drama zich uiteindelijk afspeelde op onze computerschermen paste naadloos in het scenario. Geen kritiek, zo zijn de feiten, het gaat om het resultaat: op naar een nieuwe toekomst. SaM WyTEMa

GEZOCHT: VRIJWILLIGERS Ook de nieuwe fusieclub heeft vrijwilligers nodig, zo is het altijd en overal. Geen wonder dus dat alle leden van DLTC en Thialf begin september uitgenodigd werden op zaterdag 12 september naar het “DLTC Marktplein” te komen. Ze konden daar hun belangstelling delen met anderen, voor ‘werk’ aan een van de maar liefst 23 thema’s. We noemen er een paar: park, groen, ict, open toernooi, padel, biljart, bar, ledenwerving en... Spoorslags. Om met voorzitter-in-spé Sybe de Lint te spreken: “we gaan hier vraag en aanbod bij elkaar brengen”. Er waren ongeveer 25 a.s. vrijwilligers die we al direct afspraken zagen maken over bij voorbeeld het Open Toernooi 2021 en de Jeugd (zie de foto met Sybe en Marco Smaling). Of het gewerkt heeft? We gaan het ongetwijfeld zien, de komende maanden al.


DLTC • SPOORSLAGS • 12

HISTORIE

Een geschiedenis van 135 jaar

Laten we onze herinneringen overdragen aan het Archief Verenigingen drijven op vrijwilligers. goedwillende leden die hun best doen de zaken te laten marcheren. Na enkele jaren plichtsbesef draagt men het stokje over aan een opvolger, zodra deze is gevonden. Wat lang niet altijd meevalt. Het stokje mag ondertussen niet op de grond vallen. Opmerkelijk genoeg lukt het telkens weer de actuele onderwerpen te laten doorlopen. Veel minder goed zijn we in het vastleggen van zaken en vooral in het geordend bewaren ervan. Hoe zit het eigenlijk met het archief van DLTC? Archief? Hebben we dat dan? Die vraag legden we voor aan secretaris anja grande. "Dit is het", zegt ze, twee volle boxen met archivalia op haar eettafel zettend. "Dit heeft mijn voorgangster aan mij overgedragen."

Handgeschreven "In de ene box zitten alle uitgaven van

Spoorslags, samen met oude bardienstroosters. De andere box bevat jaarverslagen en notulen. Dat gaat ver terug. Dit verslag bijvoorbeeld dateert van 1922." Anja bladert door de pagina's, opgeborgen in dossiers met prachtig gemarmerde, harde kaften. "Kijk, deze verslagen zijn handgeschreven. Mooi hè? Hier zie je de eerste getypte exemplaren komen. Nu maken we de notulen en de verslagen digitaal aan en zetten deze in Spoorslags. Ze zijn niet meer op papier terug te vinden. Heel mager in vergelijking met vroeger." Twee boxen, maar na enig vragen wordt het duidelijk dat dit lang niet alles is. Oud-terreincommissaris Henk Reimers toont me het technisch archief, een rijtje ordners opgeslagen in – hoe prozaïsch – de technische ruimte, opbergplaats voor gereedschap en spullen voor de tennistraining. "Dit archief bevat informatie over de aanleg van het park en de bouw van het clubhuis. Maar er is meer", zegt Henk en hij neemt mij mee naar de naastgelegen opslagruimte voor de bar, waar hij me op een kast wijst. "Die kast zit mudjevol archiefmateriaal.” Helaas, de kast blijkt op slot. Een paar dagen later heeft Henk de sleutel opgediept. "Er is bijna niemand op onze club die weet waar alle sleutels voor dienen en waar alle spullen staan." Inderdaad, de kast blijkt

geheel gevuld met dichtgetapete dozen, waarop de archiefjaren staan aangegeven. Deze lopen vanaf de jaren zestig tot en met 2004. Bas van Haaften, toevallig getuige van onze inspectie van de kast, weet nog meer te vinden: "Ik heb thuis ook nog een meter archief staan. In mijn eigen bezit bevindt zich een doos met een 50tal dvd's, gemaakt ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan en de verhuizing naar de Nieuweweg.”

Regionaal archief Het Regionaal Archief Dordrecht bewaart ook documenten van DLTC. Op de betreffende website is een inventaris van 127 genummerde stukken te vinden. Het gaat o.m. om notulen, jaarverslagen, kasboeken, reglementen, statuten, clubbladen, foto's, ledenlijsten, buffetprijzen, gehouden (nationale en internationale) wedstrijden, circulaires en receptieregisters. Op het eerste gezicht een ratjetoe aan herinneringen.


DLTC • SPOORSLAGS • 13

HISTORIE Belangrijker nog is dat er na 1986, het jaar van het 100-jarig bestaan, geen documenten meer zijn toegevoegd. De laatste 35 jaren ontbreken. DLTC houdt begin 2021 op te bestaan. Een club met een geschiedenis van 135 jaar. Dit is het moment om alle betekenisvolle herinneringen aan de club te verzamelen en over te dragen aan het Regionaal Archief Dordrecht. Mocht u thuis nog iets hebben liggen, waarvan u denkt dat het kan bijdragen aan de te bewaren clubhistorie, neemt u dan contact op met Anja Grande. U vindt haar telefoonnummer en e-adres in het colofon van dit blad. HENk VaN CapELLEVEEN


DLTC • SPOORSLAGS • 14

HISTORIE

Spoorslags 50 jaar geleden: ‘ACHTERWEGE’ Wij zijn in deze Spoorslags op de historische toer dus waarom niet eens een blik op onze eigen geschiedenis. We zijn trots op ons blad zoals het nu is - leden vragen ons “wanneer komt de nieuwe Spoorslags uit?” - maar hoe was het, zeg, 50 jaar geleden ? Dat is toevallig! We blijken reden te hebben om aan te nemen dat de voorganger van Spoorslags 50 jaar geleden het licht zag. Dat is de tijd van het voorzitterschap van de grote Ben Lips, later erelid. Secretaris was toen, van 1969 tot 1973, Fred Nijkerk, een nijvere man die blijkens zijn bijdrage aan het boekje Een Eeuw DLTC (1986) de boel graag opschudde. We citeren: “Onze volgende stap was ‘Achterwege’. Het bestaande clubblad, zo zagen we, was braaf en goed, en vol zes-drieën en zes-vieren, en voorts opwekkingen om barschulden te betalen. Aangezien wij nu toch gesignaleerd waren als hopeloos rode rakkers besloten wij het clubblad radicaal te veranderen. De naam werd ‘Achterwege” – vanwege de Achterweg, onnozele Dordtse domoren! – en het blad bolde uit van uitgeknipte dubieuze plaatjes en volkomen onware verhalen”. Onze geestelijke vader was dus Fred Nijkerk die vond dat een clubblad meer moet zijn dan een mededelingenblad: veel aandacht voor de human factor, grappen en grollen, spotprenten en, als je inzoomt op de details, behoorlijk ‘stoute’ toespelingen die nu niet meer door de beugel kunnen.

Voor een dubbeltje huis aan huis bezorgd Het waarheidsgehalte was van minder belang. We citeren verder: “De helft van de tekst van Achterwege was gefantaseerd, de rest gelogen, maar wat hebben we 4 jaar lang getypt, geknipt, geplakt (maar dan met schaar en lijm!, Red.) en geadresseerd. Want, zo wist Dordt, als je zo’n idioot bent om Achterwege vol te schrijven moet je het maar helemaal zelf doen ook. Voor een dubbeltje per exemplaar kochten wij leden-kindertjes om, om ze huis aan huis te bezorgen, een heleboel porti scheelde dat, en het scheen dat er drie maal zoveel drop en ijsjes werden verkocht als voorheen” (Onze Balsemienen doen het nu gratis! Red.). In 1973 vertrok de familie Nijkerk weer uit Dordrecht, Fred als Lid van Verdienste. En zoals het vaker gaat: ook Achterwege ging daarna ter ziele. Pas 10 jaar later kwam er weer een clubblad: de eerste Spoorslags kwam uit in 1982. Als herinnering aan de periodeNijkerk liet hij de club nog een herinneringsuitgave na, met de beste illustraties uit 4 jaar Achterwege, enkele waarvan wij hierbij afdrukken. Fred Nijkerk verhuisde naar Den Haag waar hij zich, naast veel meer, bekwaamde in de geschiedenis van de tennissport. Hij heeft hier nog een mooi artikel over geschreven in de Lustrum-Spoorslags van 2011. Door hem weten we nu zeker dat DLTC de op een na oudste tennisvereniging van Nederland is/was.

Een speciaal interview We hebben geprobeerd Fred, die nu 90 is, te interviewen maar zijn gezondheid en het corona-virus stonden ons niet toe hem te bezoeken in zijn verzorgingshuis in Den Haag. Met hulp van zijn dochter Jojet als tussenpersoon hebben we hem toch nog wat meer weten te ontfutselen. Een weerslag van dat ‘interview’ vindt u hiernaast. SaM WyTEMa


5DLTC 1 DLTC • SPOORSLAGS • 15

HISTORIE

FRED NIJKERK, de man van ACHTERWEGE Spoorslags: “kun je je achterwege nog herinneren, en was je de enige redacteur? F.N.: “Ik kan me het blad nog goed herinneren. Het heette zo omdat de club aan de Achterweg huisde. Ik deed het aanvankelijk alleen, later met de dames Deknatel en André de la Porte” Spoorslags: “Was het een soort mededelingenblad of schreef je ook originele stukjes?” F.N.: “Ik schreef stukjes met illustraties vol grappen en grollen. Thuis had ik mappen vol knipsels en spotprentjes, tekeningen, stickers etcetera. Het schrijven zit me in het bloed. Na mijn pensionering bij Billiton ben ik nog hoofdredacteur geweest van Magazine Recycling, een echte journalistieke baan” Spoorslags: “Met welke DLTC-ers had je te maken als redacteur van achterwege?” F.N.: “Daar gaan we... Ben Lips natuurlijk, maar ook mijn medebestuursleden Bram Deknatel, Jaap de Rijn van Alkemade, Hans Kraaijeveld van Hemert, Tineke Donker Duyvis, Edu Haitink, Mies Dicke...

Spoorslags: “Jouw kennis van de geschiedenis van tennis wereldwijd en in Nederland is exemplarisch. DLTC krijgt binnenkort een padel-baan, de nieuwste loot aan de racket-stam” F.N.: “Jazeker, ik ken het, ik heb het niet zo heel lang geleden nog zelf gespeeld. Vroeger speelde ik ook squash en zelfs het originele ‘real tennis’. Padel vind ik net iets minder spannend”. Spoorslags: “DLTC gaat binnenkort fuseren met Thialf. Heb je daar als ‘oude rot’ nog iets over te zeggen ?” F.N.: “Ik herinner me uit mijn tijd nog de uittocht van leden naar CC waar, in tegenstelling tot het conservatieve DLTC, op goed

niveau competitie werd gespeeld. Die competitie was altijd een punt van discussie”.

Spoorslags: “Heb je na DLTC nog veel aan sport gedaan? F.N.: “Ik ben altijd erg fanatiek in sport geweest. Het verslaan van de tegenstander is altijd erg belangrijk, maar dan met een knipoog. Misschien heeft mijn Joodse achtergrond ermee te maken gehad. Ik heb altijd de wil gehad te presteren. Sport, en zeker de racketsporten, zijn altijd mijn lust en mijn leven geweest”.


DLTC • SPOORSLAGS • 16

HISTORIE

Met TONNy HUIZINga kijken we ach In deze finale uitgave van Spoorslags onder DLTC-vlag kijken we voor de laatste keer achterom. Wat was DLTC voor een vereniging? Sentimenten worden met het toenemen van de leeftijd sterker. Vroeger was immers alles beter. Dat achteromkijken doen we met Tonny Huizinga, die een halve eeuw geleden met echtgenoot Siebe lid werd. als theelid is ze nog steeds betrokken. Hoe waardeert Tonny de verschillen tussen de club van toen en die van nu en hoe kijkt zij aan tegen de fusie? Ze hoeft over de vraag niet lang na te denken en steekt direct van wal. "De geest van de club is volledig veranderd. In onze actieve periode ging je zaterdags of zondags naar de tennisbaan voor de gezelligheid of om te spelen. Er was altijd wel wat te doen. Vooral de racketmiddagen op zondagen waren populair. Dan tenniste iedereen met iedereen, werd er bijgepraat, losten we gezamenlijk het NRC-cryptogram op, speelden de kinderen met elkaar, dronken we een glas en bleven we uren zitten. Siebe en ik waren indertijd nieuwkomers in de stad. De eerste jaren hebben we onze vrienden en kennissen in Dordrecht te danken gehad aan het tennis."

gebrek aan belangstelling "Een opmerkelijk verschil met nu is ook dat we in onze tijd niet in sportkleding naar de baan kwamen. We verkleedden ons op de club en na afloop werd er gedoucht. Als ik nu in het weekend langs de Nieuweweg kom, is er geen kip te zien. Mijn indruk is dat bijna alle leden in sportkleding komen en dat sommigen na het spelen direct weer op huis afgaan. Er is kennelijk een gebrek aan samenhang en belangstelling voor elkaar." "Nou moet je altijd oppassen met het maken van vergelijkingen. We leven in een andere tijd. Naar mijn gevoel is het leven jachtiger geworden. Man en vrouw werken beiden tegenwoordig. Dat was vroeger lang niet altijd zo. In de huidige schaarsere vrije tijd moet er van alles gebeuren. Ook de concurrentie van de golfsport is volgens mij van invloed geweest", aldus Tonny.


DLTC • SPOORSLAGS • 17

hterom:

“Er werd bijgepraat, we bleven uren zitten”

Zeker, we leven in een andere tijd, maar toch. Thialf-voorzitter Sybe de Lint zei in onze vorige uitgave: "Wij zijn een echte vriendenclub. Sommigen hebben daar hun partner leren kennen. Kinderen zijn er opgegroeid." Klinkt zo'n beetje als het oude DLTC.

Oppassen met het maken van vergelijkingen

'Tennissen met je kennissen' was ooit een leus bij onze vereniging. Die kennissen behoorden dan wel tot de Dordtse bovenlaag. Tonny Huizinga: "Ja, er zat geen loodgieter op de club om het zomaar te zeggen. Er was sprake van standing. Nieuwkomers werden geballoteerd. Zomaar lid worden was er niet bij." Er heerste een zekere gestrengheid. Tennissen deed je in smetteloos wit. Het verhaal gaat dat een jeugdlid door een senior naar huis werd gestuurd om witte sokken aan te trekken. Anderen zagen zich als vrijbuiters. Men hoefde geen baan te reserveren en met de spelregels en de vele onderlinge toernooien werd ongedwongen omgegaan. Dat laatste is onveranderd gebleven. Meer dan eens bleef het een verrassing wie volgens de organisatoren een toernooitje had gewonnen.

Schrijverstennistoernooi Siebe Huizinga, we noemden hem reeds, is enkele jaren geleden overleden. Hij is voorzitter en erelid van DLTC geweest. Een markante man. Tenniskampioen van de provincie Limburg en vaderlands subtopper. Zijn ietwat bourgondische verschijningsvorm zette jong aanstormend talent nogal eens op het verkeerde been. Na een zware nederlaag dropen ze beduusd af, niet begrijpend waarom het zo mis had kunnen gaan. Siebe was ook de grondlegger en inspirator van het Schrijverstennistoernooi. Tonny Huizinga: "Siebe was een fervent lezer. Hij had een grote collectie literatuur. Allengs groeide bij hem de belangstelling voor boeken, waarin passages over tennis voorkwamen. Uit die belangstelling ontstond bij Siebe het idee een tennistoernooi voor schrijvers te organiseren. Via uitgeverijen en via via benaderde hij schrijvers. Onder de eerste deelnemers bevond zich Maarten Biesheuvel. Hij was erbij toen we de speeldag eindigden in een restaurant. Daar ontwaarde hij een piano, zette zich erachter en begeleidde zichzelf bij het zingen van psalmen. Hij deed dit dermate luidkeels, dat de waardering bij de overige gasten de restauranteigenaar noopte tot ingrijpen."

Een ietwat bourgondische verschijning

Heimwee naar het oude park Met heimwee kan Tonny terugdenken aan het oude park dat zo ongeveer te vinden was achter PLUS Valkzicht aan de Prof. Waterinklaan in het Leerpark. Ze denkt dan aan de gesmede vriendschappen, de knusheid van het clubhuis en het terras en de geborgenheid van het park te midden van het groen. Het was bepaald niet spic en span, zoals nu. Tonny: "Er waren periodes dat we de banen in de buurt van de omliggende sloten eerst moesten zuiveren van kikkers en padden, omdat deze aan het rondzwerven waren." Romantische herinneringen, die gemakkelijk kunnen worden aangevuld, zoals met het dweilen van de banen na regenval en de eenden die de banen soms voor een poel aanzagen. Uiteindelijk lieten we een versleten park achter. DLTC behoort tot de vier tennisverenigingen in ons landje die ouder zijn dan de KNLTB. Daarvoor kregen deze vier elk in 1949, bij het 50jarig bestaan van de bond, een zogeheten gouden vlag. Volgend jaar zou de vereniging 135 jaar bestaan. "Ik vind het heel jammer dat de historie van DLTC nu eindigt," aldus Tonny, "maar ik heb er begrip voor dat samengaan noodzakelijk is voor het voortbestaan van beide verenigingen. Ik vraag me wel af welke tradities Thialf en wij meenemen naar de nieuwe fusieclub. Wat loopt er door en wat niet? Beleven we volgend jaar de dertigste editie van het Schrijverstennistoernooi? Komt er een biljart in het verbouwde clubhuis? Daar zou ik niet blij mee zijn. We zijn toch een tennisvereniging? Wel blij ben ik met de sfeer van verbondenheid en gezelligheid, die blijkbaar bij Thialf heerst. Daar kunnen we het nodige van gebruiken." HENk VaN CapELLEVEEN


DLTC • SPOORSLAGS • 18

HISTORIE

Op gras, helemaal buiten de stad: HEREN VAN STAND BRENGEN HET TENNIS NAAR DORDRECHT In deze laatste Spoorslags van DLTC vragen we opnieuw aandacht voor de clubgeschiedenis. We deden dit ook al in april 2018. Op de valreep een completer overzicht. "Het kost den aan het hedendaagsche sport-costuum gewenden toeschouwer eenige moeite in dames met sleepjaponnen en heeren met ongemakkelijke pakken en hooge boorden een tennisclub te herkennen. Maar toch is het zoo". Het citaat komt uit een artikel in een Dordtse krant van oktober 1941. Een bijgeplaatste foto uit 1890 toont de sportieve kleding van de allereerste DLTC'ers. "Men speelde op gras, heelemaal buiten de stad aan het begin van de Markettenweg en de dames drapeerden, alvorens te beginnen, den sleep over den linkerarm..." De Dordrechtse Lawn Tennis Club vestigde zich na zijn oprichting in 1886 op een van de gemeente gehuurd weiland aan het Boonenpad, een voetgangerspad op Dubbeldams grondgebied. Het paadje liep van de Markettenweg, ter hoogte van de toegang aan de achterzijde van het station, naar de Krispijnseweg en ontleende zijn naam aan naastgelegen bonenvelden. Het weiland zal in de buurt hebben gelegen van de huidige stadsboerderij Weizigt met de aangrenzende speeltuin. In die tijd dus 'helemaal buiten de stad'. Mollengangen en gillende varkens DLTC is ontstaan uit het initiatief van vijf heren van stand. Aanvankelijk kunnen dames en junioren geen lid worden. In 1892 gaat de poort open voor dames. De jongeren, verenigd in de zogenoemde Groenenclub, blijven tot 1903 in de wachtkamer. In datzelfde jaar wordt voor het eerst deelgenomen aan de landelijke competitie. Ruimte is er voldoende. De oppervlakte zou nu geschikt zijn voor een twintigtal banen. Maar het spelen op gras blijkt geen onverdeeld genoegen door mollengangen en loslopende koeien. De bouw van een

gashouder op een aangrenzend terrein geeft evenmin reden tot vreugde en het dichtbij gelegen abattoir met zijn stank en varkensgegil is geen aantrekkelijke buurman. Een verplaatsing wordt gepland. Van de douairière Repelaer huurt de club een stuk grond aan de Achterweg, dat in september 1910 in gebruik wordt genomen en dat een eeuw lang de thuisbasis zal zijn. Een houten clubhuis siert drie cementbanen. De stemming zit er goed in. De club schrijft zich in voor de bondscompetitie. En wat blijkt? DLTC behoort tot de smalle (dat wel) tennistop van Nederland. Twee dames worden nationaal dubbelkampioen. Nog menig jaar treft men DLTC'ers aan in de laatste ronden van landelijke kampioenschappen en van internationale toernooien. Witte kleding en lange pantalons waren voor de heren dwingend voorgeschreven. Pas in de jaren dertig werd hier en daar een korte broek gesignaleerd. De dames speelden in die jaren in een gestreepte blouse met hoge boord en lange mouwen en een tot de grond reikende rok. Een strooien hoed maakte de uitmonstering compleet. In 1921 komt er aan de Scheidingsweg een tweede tenniscomplex. Daar gaat de Competitie Club spelen, die honderden belangstellenden trekt. In die tijd blijft de grootte van DLTC bescheiden. De club vormt met 100 tot 200 leden

een besloten gezelschap met een strenge ballotage.

Wederom slecht weer Vanaf 1922 worden de competitieresultaten vastgelegd in een jaarverslagenboek. De eerste chroniqueur is een clublid van het eerste uur. Nauwkeurig en uitgebreid doet hij handgeschreven verslag. Steevast vangt hij zijn epistels aan met opmerkingen over een seizoen met wederom slecht weer. Het verslag over 1925 begint hij met de aantekening dat het "helaas slechts kort zal kunnen zijn; dit keer niet alleen door het slechte weer, maar ook door ontbreken van de nodige animo om te spelen". Wanneer in 1929 een ander het verslag maakt, start deze met de veelzeggende bemerking dat zijn voorganger weinig opgewekt van toon was geweest. Aansluitend verdwijnt ook de animo het jaarverslag te maken. Na het jaar 1930 verschijnt er pas 20 jaar later een vervolg. Het gaat de vereniging goed. Een zogeheten red cover baan wordt in 1924 toegevoegd aan de drie cementbanen. In 1931 krijgen de cementbanen als ondergrond gravel. In 1939 gebeurt hetzelfde met de red cover baan. Ondanks deze investeringen gaan de wedstrijdprestaties bergafwaarts. Het ontbreekt aan de


DLTC • SPOORSLAGS • 19

HISTORIE juiste mentaliteit vindt een oudgediende. "Als we vroeger vakantie hadden, trokken we in alle vroegte naar de banen en speelden we ernstig, concentreerden we ons volkomen op het spel. Tegenwoordig komen de jongeren ter afwisseling met andere sporten eens tennissen, maar dan gebeurt het ook nog vaak dat ze op de banen de voorkeur geven aan een robbertje bridge." De oorlog maakt een ruw einde aan het vredige bestaan. De banen raken grotendeels verwoest. De eerste jaren na de oorlog wordt er gespeeld bij CC aan de Reeweg. In 1947 kan er weer aan de Achterweg worden getennist. Twee gravelbanen en een houten noodgebouw vormen de accommodatie. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de KNLTB krijgt DLTC in 1949 met vier andere clubs, die ouder zijn dan de bond, een 'gouden' vlag. Helemaal boven jan is de vereniging in 1950. Het nieuwe clubhuis met de kenmerkende, schuine luifel wordt in gebruik genomen en er komen nog twee banen bij. De leden zelf hebben het clubhuis geschilderd en het terras aangelegd. Daarvoor zijn in de bodemlaag tonnen puin gestort.

Familievereniging De toegang tot het tennispark aan de Achterweg loopt via een bruggetje over

een slootje. De ingang wordt in 1974 verplaatst naar de Prof. Waterinklaan. De Achterweg gaat op in een naamloos pad van houtsnippers achter scholen. DLTC ontwikkelt zich als een familievereniging. In het gedenkboek 'EEN EEUW DLTC' staat te lezen: "Als gezelligheidsvereniging ging de club er op vooruit, een verschijnsel dat dikwijls verbonden is aan slechtere sportieve prestaties." Eigen toernooien, zoals het 'American mixed', 'PaDoMoZo', 'Echtparen', 'Abraham' en 'Witte Wijven', worden ingesteld. De onderlinge toernooien groeien uit tot hoogtepunten in het clubleven. Behalve getennist wordt er ook gebridged. Een bloeiperiode breekt aan. In de jaren negentig groeit de club naar ongeveer 400 spelende leden, waarvan zo'n 110 junioren. Het bestuur bepaalt het maximum ledenaantal op 330 (250 senioren en 80 junioren). De bloei is echter niet van lange duur. Na de eeuwwisseling loopt het aantal leden terug, een landelijke trend in de georganiseerde sport. Bovendien heeft tennis aan populariteit verloren en ondervindt het concurrentie van de golfsport. Veel energie wordt gestoken in het werven van leden. Uiteindelijk lukt het de leeg-

loop te stoppen, maar het ledenaantal blijft te laag voor een gezonde exploitatie. Er sluipt ook bestuurlijke onrust in de club, doordat de gemeente DLTC weg wil hebben voor een concentratie van scholen, het Leerpark. Er wordt nog maar mondjesmaat geïnvesteerd in clubhuis en banen. Vooral de kwaliteit van de banen gaat te wensen overlaten. Ondertussen slepen de onderhandelingen met de gemeente zich voort. Eind 2009 vinden beide partijen elkaar, bijna 20 jaar na de eerste gesprekken. DLTC zal verhuizen naar onze huidige locatie. Clubhuis en banen komen te liggen op eigen grond aan de Nieuweweg 86. Een huisnummer dat verwijst naar het oprichtingsjaar en waaraan de gemeente meewerkt door een beetje te smokkelen met de huisnummering. Het nieuwe clubhuis krijgt een soortgelijke luifel als het oude. Misschien om een beetje de pijn in de DLTC-harten te verzachten, die het vertrek van het oude park bij velen veroorzaakte. Bij het 125-jarig bestaan van onze club in september 2011 nemen we het nieuwe park feestelijk in gebruik. De deuren worden opengezet. Voor het eerst in zijn bestaan organiseert DLTC een open toernooi voor dubbels. De vijf heren van stand zouden zich de ogen uitwrijven. HENk VaN CapELLEVEEN


5DLTC • SPOORSLAGS • 21

TENNIS MET

paul Wisman

Les 6 : SpELBEDERVERS SLOT: Na een overdreven groot aantal afleveringen in deze serie over alle direct betrokkenen bij een tenniswedstrijd: de tegenstander, de medespeler en vooral uzelf (als uw grootste obstakel) - te lezen in voorgaande nummers of op de site - wil ik nu afsluiten met een aantal elementen die met elkaar gemeen hebben dat zij onze tenniskwaliteiten ondermijnen. Wij beklagen ons vaak over hen, en terecht, maar dat stuit bij deze groep op onbegrip, verzet. Hun reactie op onze boosheid wordt in onderstaand artikel weergegeven. Lotgenotengroep Spelbedervers Onderafdeling Tennis De mens is een dier dat graag speelt. Echter, tegelijk met de uitvinding van het spel kwam die van het spelbederf. Een spel kan nog zo mooi zijn, educatief verantwoord, gezond voor lijf en leden, sociaal geëngageerd, breed gedragen door de volksmond, altijd komen er tegenkrachten in actie met geen ander oogmerk dan het spelplezier van anderen te verzieken. Natuurlijk worden zij intens gehaat door de liefhebbers van het spel, maar ik zou op deze plaats willen opkomen voor hen, de spelbedervers. Bedoelen zij het wel zo slecht? Zijn er onvermoede problemen waar zij mee kampen, insufficiëntiegevoelens, eenzaamheid of anderszins? Zijn zij echt vervuld van boosaardige bedoelingen of kunnen ze gewoon niet anders? Onlangs hebben zij zich verenigd in een lotgenotengroep. En omdat er zo enorm veel soorten spelbedervers bleken te bestaan, hebben zij zich opgesplitst in een groot aantal afdelingen en onderafdelingen. Vanavond zijn wij een stille getuige van de ope-

ningsbijeenkomst van de onderafdeling tennis. Als eerste spreekt hun voorzitter, Wind. “Goedenavond vrienden, wat fijn dat jullie allemaal konden komen op deze vergadering van hen die steeds maar verguisd en vernederd worden door het tennisminnende publiek. Ik, Wind, heb mijzelf tot voorzitter benoemd omdat niemand intenser wordt gehaat dan ik. Ik hou van tennis; zelf kan ik het niet, ik mis de juiste ledematen, maar ik geniet ervan om anderen te zien spelen. Maar dan, ik doe hen geen groter genoegen dan door te verdwijnen. ‘We hebben zo heerlijk gespeeld vandaag, er was geen zuchtje wind!’ Maar o wee als ik probeer een beetje mee te doen, op mijn manier. ‘Wat een rotwind vandaag, mijn ballen waaiden alle kanten op en als ik er net wat rekening mee hield ging die stomme wind ineens liggen en kreeg ik een keiharde return om mijn oren!’ Ik kan nog uren doorgaan met hatelijke citaten, maar laten we een rondje maken, dat iedereen zich kort even voorstelt.”

“Ahum”, zei Bal (eigenlijk voluit Tennisbal), “ik herken wat je bedoelt, Wind. Bij mij is het ook nooit goed. Als ik sissend vers uit mijn blik kom rollen, zeuren ze direct dat er niet te spelen is met me. ‘Die nieuwe ballen springen alle kanten op’. En even later krijg ik bij iedere gemiste game te horen dat ik te zacht was, te slap, te zwaar van de regen – alsof ik daar iets aan kan doen. Maar nooit eens, wat hebben we lekker getennist, glorieus gewonnen, dankzij onze voortreffelijke ballen!” “En ik hang altijd te hoog”, sprak de volgende, Net geheten. “Kaarsrecht in de houding doe ik steeds mijn uiterste best maar het is alles stank voor dank. Slaan ze tegen mijn bovenrand, dat is heus geen pretje, ik heb ook gevoel, dan is het direct weer dat ik te hoog hang. Soms springt er zo’n idioot pardoes over me heen, als hij onverwacht heeft gewonnen of zo, nou dan zou ik echt wel wat hoger willen hangen. Anyway, ik doe mijn best

maar het kleinste teken van dankbaarheid, het kan er niet van af.” “Met mij zijn ze juist meestal best wel blij”, sprak de volgende in de rij, Zon, “lekker warm, zeggen ze dan, maar o wee als ik het nog wat warmer laat worden, dan is het geklaag niet van de lucht. Of als ik niet mooi recht in de lucht hang, dan is het meteen ‘ik zag niets omdat die snertzon in mijn ogen scheen’. Of gemopper omdat ik te vroeg ga slapen of als ik een tijdje achter de wolken wil schuilen.. Gelukkig heb ik bijna mijn pensioen. Nog maar 60 miljard jaartjes en dan schei ik er definitief mee uit.” “Is iedereen geweest?” vroeg Wind, “zullen we gaan stemmen?” “Hallo, wordt ik hier ook al over het hoofd gezien, ik ben er toch echt en iedereen moet rekening met mij houden.” Zo sprak Lijn en hij had gelijk. Het tennisveld werd sterk bepaald door lijnen die het de spelers makkelijker maakten om de plek te kiezen waar ze heen wilden slaan met hun racketjes en balletjes. “Maar je moet niet denken dat ze blij zijn met mijn hulp. Altijd maar ach en wee als ze zelf verkeerd mikken; te veel naar links of rechts, of voorbij de achterlijn. Soms lukt het me om een beetje los te komen van de grond en dan laat ik er mooi een struikelen. Moet je ze dan eens horen !” Die avond kwamen er nog heel wat meer nieuwe leden aan het woord, maar genoeg is genoeg. U als lezer heeft een indruk van deze vergeten groep. Tot slot werd er gestemd. Het ging om de vraag of de spelbedervers zich voortaan zouden voegen naar de wensen van de tennisspelers, of juist andersom, dat ze door zouden gaan met hun acties om het spelletje moeilijker te maken, grilliger, onvoorspelbaarder? Wij verklappen de uitslag niet, maar als u binnenkort het speelveld gaat betreden zal vast wel duidelijk worden wat er is gekozen, met algemene stemmen overigens. Tegen het einde van de vergadering kwam er nog een duistere gast binnen. Hij (of zij, dat was niet duidelijk), keek om zich heen met een laatdunkende blik. “Amateurs”, mompelde hij, “Stelletje prutsers”. Terwijl hij zich omdraaide om weer weg te gaan riep voorzitter Wind nog: “Wie is U”. Maar de vreemdeling liep al naar de deur, op de achterkant van zijn jas stond het getal 19. paUL WISMaN


DLTC • SPOORSLAGS • 22

CLUBHUIS |

EEN INTERVIEW MET DE aRCHITECT, EBE ELZINga

als u dit leest zijn de werkzaamheden op DLTC in volle gang: de uitbreiding met een 5e en een padel-baan, en de aanpassingen aan ons clubhuis om straks zo’n 400 leden van DLTC-Thialf een warm onderdak te bieden. Ons huidige clubhuis werd zoals bekend in 2011 gebouwd, bij de verhuizing van DLTC naar de huidige locatie. De architect was Ebe Elzinga, en het lag voor de hand Ebe ook de opdracht te geven de verbouwing te ontwerpen. Spoorslags zocht hem nog eens op, 9 jaar na onze eerste kennismaking. Tijdens ons interview in 2011 zei je dat ons clubhuis “op een open plek aan de Laan van de Verenigde Naties zich duidelijk moest manifesteren”. Het moest een soort beweging krijgen die je terugziet in het hellende dak met een knip in het midden en een forse ‘oversteek’. Komt die visie nu in gevaar? EE: ”De vorm van het gebouw blijft gehandhaafd. Het kantinegedeelte wordt weliswaar 3 meter groter maar de nieuwe voorgevel komt onder de rand van de luifel te liggen. De overige veranderingen zijn ‘inwendig’ en betreffen de bar en de keukenfaciliteiten”. Komt er nog een luifel, en blijft ons mooie tuintje intact? EE: ”Bouwkundig is dat ingewikkeld en nu niet gepland. Maar een toekomstige optie is een semi-permanente overkapping met kunststof doek, een los element dat wel gekoppeld kan worden aan de nieuwe voorgevel waar vier gelamineerde houten kolommen komen. Hier zijn al wel ideeën voor. De tuin verliest een paar meter maar de platanen en het grasveld blijven behouden”. Wat zijn de belangrijkste bouwkundige uitdagingen? EE: “Ongetwijfeld het onderheien van wat nu het terras, en straks de kantineuitbreiding is. Daar moet een nieuwe fundering komen, en dat kan niet met een gewone heimachine vanwege de luifel. Er komt nu een kleine hei-stelling

die korte stukken buis inheit die steeds verlengd worden (in totaal 17 à 18 meter). Deze buispalen worden naderhand volgestort met beton. De stalen schoren (de schuine palen die de luifel nu ondersteunen, red.) worden verwijderd, het geheel wordt tijdelijk gestut, maar de vier houten kolommen bij de nieuwe voorgevel dragen straks het dak en de luifel”. Maar in het gebouw verandert toch ook het een en ander? EE: “Bouwtechnisch is het niet al te ingewikkeld. De basis van het gebouw is een houtskelet, de dragende elementen daarvan kun je maar beperkt veranderen. Het keukengedeelte kan gemakkelijk worden uitgebouwd door één tussenwand te verwijderen. Achter de keuken komt één doorbraak door een dragende wand. De deurkozijnen in de zijgevel worden ook iets aangepast maar verder blijft veel hetzelfde”. We krijgen een enorme bar en keuken...? EE: “Dat valt wel mee. Van het begin af aan hebben we gekeken naar de functionaliteit, het praktische gebruik van de clubhuizen van DLTC en Thialf. De keuken moest zeker groter worden omdat er ook maaltijden zullen worden bereid. Hij wordt 4.5 x 3 meter met kookfaciliteiten en erachter een spoelkeuken met o.m. de koelkasten en een grote vaatwasser. De vroegere materiaalopslag en werkplaats konden worden opgeofferd.

De bar wordt groter en komt dieper de kantineruimte in. Er komt een tap en meer ruimte voor koeling. Het magazijn blijft ongewijzigd”. We begrijpen dat de aannemer ook dezelfde is als in 2011? EE: “Dat klopt. BVR Bouw uit Gorcum, met ook dezelfde elektricien en loodgieter. Het schilderwerk wordt apart aanbesteed. Schilderwerk is trouwens hoognodig: het gebouw zelf is in prima staat nog, maar het schilderwerk is maar matig!” Zijn er nog problemen geweest bij het verkrijgen van de vergunningen? EE: “We hadden vooral te maken met de welstandscommissie voor de omgevingsvergunning. Er is daarnaast getoetst op bouwkundige en constructieve zaken. Welstand was akkoord en ook de overige ingediende gegevens leverden geen problemen bij de controle op”. Ten slotte: komt het allemaal op tijd klaar? EE: “We starten medio november, de aannemer met de installateurs zijn naar verwachting half januari klaar. Daarna kan het schilderwerk starten en de balie worden ingericht. Eind februari moet het gebouw helemaal klaar zijn voor gebruik! SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 23

VERBOUWINg CLUBHUIS Werkzaamheden aan de fundering voor de uitbreiding van het clubhuis

Binnen ziet het clubhuis er nu uit als een bouwkeet

Resterend beton voor de vloer van de padelbaan hebben de werklui in een soort zwembadje laten lopen. Charlotte ter Haar, Renée Wouwenaar en Iris van Steijn nemen een novemberduik.

DIRk HOOgENDOORN, bouwbegeleider Wie tijdens de verbouwing op de club komt zal daar bijna dagelijks Dirk Hoogendoorn aantreffen. Dirk (60, bouwkundige) is geen DLTC-lid maar hij is door de beide besturen (DLTC en Thialf) aangezocht om de bouw te begeleiden. Dirk: “Je zou me ook toezichthouder of directievoerder kunnen noemen, maar de essentie van mijn

werk is dat ik tussen de verenigingen en de aannemer een coördinerende rol heb. Dat doe ik tijdens de bouw, maar ook bij het voortraject was ik al betrokken, met name bij de beslissingen over de keuken. Je kunt mijn rol min of meer vergelijken met die van Wim de Heer bij de bouw van 2011”. Komen we op tijd klaar? “Zoals het er nu uitziet is medio januari de bouw zelf afgerond. Daarna de inrichting, en dan is alles eind januari of een weekje later klaar”.

De afbraak van het park is begonnen


DLTC • SPOORSLAGS • 25

“WaT gaaT HET WORDEN?”

| HET INTERIEUR

Spannend, de vraag zoemt al enige tijd rond: hoe gaat het clubhuis er binnen uitzien? al snel werd duidelijk dat Spoorslags voor een antwoord en een eerste kijkje in het interieur bij ons clublid Erik gerlach moest zijn. Erik maakt deel uit van de inrichtingscommissie die bestaat uit drie leden van beide clubs (voor DLTC verder Charlotte ter Haar en Matthijs Schuurmans). Hij is vroeger ook nog eens 20 jaar lid geweest van Thialf, wat wil je nog meer. Modern, aangenaam, gastvrij

Verbinding tussen binnen en buiten Het woord ‘aangenaam’ valt enkele malen in ons gesprek maar voordat Spoorslags kan doordraven in termen als “gezellig’, tafelkleedjes en oud-Hollandse knusheid komt Erik liever ter zake. “Dan moet je denken aan een aangenaam warme lounge-hoek, het tot teamtafel c.q. eettafel omvormbare biljart (een heel mooie vondst! red.), de bar met hoge zitkrukken, een goede verlichting en onderhoudsvrije groenvoorziening. Er moet een zitcapaciteit van 30-35 man komen, en alles wordt duurzaam en corona-proof. Misschien nóg belangrijker wordt de verbinding tussen binnen en buiten die door meubilair en kleurstelling tot uiting moet komen. Nu wordt het spannend want we arriveren nu op zaken waar ‘embargo’ en ‘geheim’ van toepassing zijn. Wordt het roodwit, bruin-oranje, het huidige antraciet, of iets frissers? Dat laatste, we hadden het kunnen verwachten, en als beloning krijgen we de plaatjes te zien waar we als sneak preview enkele bij dit artikel plaatsen. Het moet gezegd: interessant is het zeker!

Erik: ”Deze commissie is direct begonnen met een briefing waar de wensen werden aangegeven. Dat leidde tot een concept met als voornaamste componenten: modern, toekomstgericht, gastvrij, in een aangename ruimte”. Het concept is uitgewerkt bij Intriplo’s conceptstudio in samenwerking met de Dordtse interieurontwerper Esther Canisius. Erik draait er niet omheen dat de ideeën van Thialf een grote rol speelden. “Ze hebben een heel actief verenigingsleven en een baromzet die een veelvoud is van de onze”. Zo wilde men graag een biljart in de kantine, een echte biertap en een goed geoutilleerde keuken waar ook maaltijden kunnen worden bereid. Over het biljart later meer. We kijken met Erik nog even naar buiten: het huidige houten meubilair verhuist naar wat er nog van de tuin resteert, en gaat deel uitmaken van het zitgedeelte onder de platanen. Een klein stukje circulaire economie zullen we maar zeggen. Het lijkt erop dat het prachtig wordt, een plek waar de leden van beide clubs zich ‘aangenaam’ en thuis zullen voelen. Het wordt dus toch ‘gezellig’ (sorry, Erik, journalistieke vrijheid). SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 26

HET aMES aUDI OpEN TOERNOOI 2020 als Lustrum 10e Editie had de toernooicommissie het toernooi in chocoladeletters aangekondigd. En een luxe-editie is het geworden. Een record aantal deelnemers, prachtig weer, een vol schema met meerdere finales op de slotzondag, en een vlekkeloze organisatie. We hebben in die 10 jaar alles meegemaakt: van de spannende eerste keer bij het 125-jarig lustrum (met Frans de Jong en Hette Jan Moerer als wedstrijdleiders, zie de foto), via verregende of anders wel door tropische hitte verschroeide toernooien, het ontstaan van een grote schare trouwe deelnemers, naar de gestroomlijnde versies van de laatste jaren, op weg naar de top van de Olympus, dit jaar dus.

Trent: van 5 naar 7 ‘Toernooi-technisch’ was het zoals gezegd allemaal perfect in orde, met 94

ingeschreven dubbels, 165 spelers, 104 wedstrijden. Ook leuk: maar liefst 36 DLTC-ers, en voor het eerst een mooie afvaardiging van 20 Thialf-leden. Ongeveer 70% van de deelnemers is ‘recidivist’. Een al eerder geconstateerde trend van minder categorie-5 spelers naar een oververtegenwoordiging van ‘7’-spelers noodzaakte de commissie om – tot hun verdriet – enkele malen een afvalsysteem te gebruiken. Niemand zegde af, een unicum waarvoor ook het mooie weer bedankt mocht worden. Er waren in totaal maar twee buien, op de allereerste dag. En ook corona deed mee de vorm van een prima registratiesysteem.

Trukendoos Voor het talrijke, op veilige afstand van elkaar gescheiden publiek viel er veel te genieten, al heeft het de mooiste partij gemist. DLTC-ers Ruud + Ing Hai versus Jan + Edwin speelden op hun vaste zaterdagochtend: 10-8 in de super-tie break voor eerstgenoemden. (Volgende

De gelukkige winnaars

De gelukkige Toernooicommissie

keer beter plannen, heren! red.) Bijzonder aardig was de demonstratiewedstrijd tussen de vier locale coryfeeën Bart Gerritsma, Erik Baan en Ronald van Griethuizen (allen Dash) en Rens in ’t Veld (Thialf). De trukendoos stond hier constant wijd open. En dan de luid aangemoedigde (excuus, corona, aangefluisterde) kampioenen uit eigen DLTC-kring, altijd een speciale vermelding waard. Proficiat Yvonne en Nancy Bagchus in de damesdubbel 8, en Jan Willemstein met zijn partner... in de herendubbel 8. En dan nu de lofzang: Marc, Josien, Sally, Yolanda, Edwin en onze geweldige debutante Esther Stroober vormden de toernooicommissie. Het kan niet genoeg benadrukt worden: we zijn jullie heel heel veel dank verschuldigd. Want laten we wél wezen, hier gaat veel tijd in zitten, en ook deze keer werd het weer geregeld nachtwerk. Een geweldige prestatie! SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 27

HIER ZIJN DE STOLk-EN ! Ze kwamen ver, maar runner-up is ook mooi, zeker in je ‘eigen’ toernooi. Moeder en zoon petra (56) en pim (22) Stolk. Ze kwamen ver maar niet ván ver: DLTC ligt bijna in hun achtertuin, ze wonen om de hoek op nummer 78. petra: ”We speelden eerst bij Dash, maar DLTC is veel dichterbij, haha! Trouwens, dat afhangen daar was ook niet prettig. Dus in 2011 kwamen we over”. De Stolken zijn een supersportieve familie: Petra en Pim, maar ook Nico en Sophie spelen bij ons. Allemaal balspor-

ters. Petra tennist, hockeyde tot voor kort, squasht, ze loopt hard en fietst, en zeker gaat ze ook padellen op onze nieuwe padelbaan. Pim neemt de overige balsporten voor zijn rekening: voetbal nu, en korfbal vroeger. Als we na dit sportgeweld aan Pim vragen wat hij studeert ligt het antwoord voor de hand: in Tilburg begon hij met een HBO-opleiding sportmarketing, nu doet hij marketing management. Zijn toekomst ligt in de sport: óp en buiten het veld, bij voorbeeld bij een sportbond. Petra werkt in het nabije ASZ als verpleegkunde op de afdeling Cardiologie. Ze heeft intens drukke maanden achter de rug, vooral in het voorjaar. Je zou haast zeggen: ook een vorm van topsport. Gelukkig is de tennisbaan altijd dichtbij. SaM WyTEMa

DaaR ZIJN ZE WEER: IN ’T VELD EN VaN DER WEIJDEN U kent de quote van BBC’s gary Lineker wel: “Voetbal is een simpel spelletje: 22 mannen rennen 90 minuten lang achter een bal aan, en aan het eind winnen de Duitsers”. Een uitgekauwd cliché inmiddels maar kende u deze DLTC-variant al? “Het Open Dubbels Toernooi van DLTC heeft 165+ deelnemers die 100+ wedstrijden spelen, en aan het eind winnen Jan In ’t Veld en Maarten van der Weijden”. Dat is al jaren zo, en ook dit jaar stonden ze er weer, in twee categorieën (6 en 7) zelfs. Die laatste wonnen ze dus op-

nieuw. Spoorslags speelde even met de stoute gedachte om het interview met de heren uit het oktobernummer 2015 te ‘knippen en plakken’, want er is sindsdien niets veranderd behalve hun leeftijd (maar niet hun uiterlijk!). Maar de heren domineren als ooit tevoren dus we zaten toch maar andermaal met pen en papier klaar. “Ons geheim? We proberen altijd de tegenstander ons spel op te dringen. De kunst is ze diep achterin te houden, dát is onze focus. We maken daar afspraken over”. (Die gaan ze niet met ons delen, red.) Jan (66, TC Sliedrecht, rechts op de foto) is de stofzuiger van het duo, hij speelt vooral van achteruit. Maarten (67, lid van RCD) is de netspeler die de tegenstander het liefst ‘op de voeten speelt’. De heren zijn echte toernooispelers al kwam er door corona deze zomer minder van, slechts 4 in plaats van normaliter 12 of 13. Maar het DLTC Open vergoedde veel: negen partijen waarvan drie op de laatste zondag, waarvan twee finales, waarvan één gewonnen. “Een mooi toernooi is het altijd” zeggen ze in koor. En ook gezellig want behalve op de baan zijn ze ook aan de bar uitstekend op elkaar ingespeeld. Dat dingetje hebben we toch nog geknipt en geplakt uit het 2015-interview. Benieuwd naar 2025! SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 28

“DE COMpETITIE” VaN DE kNLTB, 2020 De aanhalingstekens in de titel van dit stukje staan er niet zomaar. Onze competitieleider Edwin Ruighaver lichtte het toe met het ironische lachje dat we van hem kennen. “De voorjaarscompetitie van de kNLTB werd om corona-principiële redenen afgelast. Dan verplaatsen we het via knip+plak naar het najaar, was de gedachte, maar de term “najaarscompetitie” was in de jaaragenda al vergeven, dus muntte men het knip+plakwerk met de term “De Competitie”. grappig. Na deze spitsvondigheid de realiteit. Vanaf medio september was er dus competitie op ons mooie park. Echter, de liefst 9 voorjaarsteams lieten zich niet zonder slag of stoot knippen en plakken, zodat er 6 overbleven. Zo bleek bij voorbeeld het team-Balsemienen bij voorbaat niet bestand tegen de door hen verwachte gure najaarsstormen en -regen. Kom op dames! Geen watjes waren in elk geval de vrijdag- en zaterdag herenteams die we voor het gemak aanduiden met team-Marc en team-Wim Kees. En ook het mixed team Sally-Denie dat - versterkt met wisselende contacten - tegen het scheiden van de markt (zie hieronder) op de drempel van het kampioenschap stond. Wisselspelers waren trouwens toegestaan, en in dit verband noemen wij graag Wim Kees van der Plank die deel uitmaakte van liefst twee teams.

Een bravo! voor Wim Kees die zoals we weten helemaal in Rotterdam woont, al is het nog wel ten Zuiden van de Maas. En dan de 8/9 teams. Daarvan waren er zelfs drie die we – wederom voor het gemak – aanduiden met team-Jessica, team-Erna en team-Laura. Onze verontschuldigingen gaan uit naar de niet genoemde helden en heldinnen die allemaal uit het goede competitie-hout waren gesneden. Niet tijdrekken ! Hoe het allemaal in zijn werk ging leest u in het bijgaande stukje van Jessica Abcouwer die er ook een mooie coronafoto bijvoegde. U leest daar dat alles anders was: er werd bij voorkeur op tijd gespeeld (na één uur de toeter!), een corona-maatregel die niet bijzonder populair was, velen speelden gewoon sets. En het van kant wisselen moest op tempo. Niet tijdrekken, dames en heren! Wij begrepen dat er echter geen limiet was aan het aantal Djokovic-stuitjes voor de service. Volgende keer aan denken, KNLTB! We kunnen helaas niet zeggen dat het eind goed al goed werd. Na de eerste vier wedstrijddagen greep opnieuw het virus in. En het weer was trouwens ook niet best. Volgend jaar beter! SaM WyTEMa


DLTC • SPOORSLAGS • 29

VERSLag Wedstrijdverslag van DLTCDordrecht 1 bestaande uit teamcaptain alice, spelers Jasmijn, Marie-Claire, Mireille, Ruud en Jessica en invallers yolanda en Charlotte. We hebben al een paar jaar ervaring met de zondagmiddagcompetitie 8/9. Deze competitie is bedoeld voor tennissers met speelsterkte 8/9. De verkorte spelvorm met ‘sudden death’ waarbij je bij een stand van 40 punten al om het winnende punt speelt, haalde ons over de streep om ook eens mee te doen aan een tenniscompetitie. De wedstrijden op dit niveau duren dan ook maar een uur of twee en dat is voor drukbezette mensen zoals wij ideaal. Een ander voordeel is dat het team niet uit vaste spelers hoeft te bestaan; je mag je altijd laten vervangen door een andere speler (M/V) uit de eigen club. De bedoeling was om mee te doen aan de voorjaarscompetitie maar dit voorjaar werd er om bekende redenen helemaal niet gespeeld.

Gelukkig konden we tijdens de zomer de tennis-rackets weer oppakken en werden de wedstrijden verplaatst naar het najaar. Zo begon de competitie voor ons alsnog op 13 september met een thuiswedstrijd tegen Roosendaal 1. Alice en Jessica hadden tijdens de tennisles bij Chris speciaal samen getraind en dit leverde zowaar een winstpartij op. Ruud en Mireille speelden een sterke partij maar konden de supertiebreak net niet winnen, waardoor de eindstand 1-1 werd. Ook onze uitwedstrijd tegen Passing Shot 1 op 20 september eindigde met een gelijkspel. Het was een lange zondagmiddag omdat er maar een baan beschikbaar was op deze drukbezochte studentenvereniging. De week erna speelden we thuis tegen Markant. De kantine was dicht maar Jasmijn had toch lekkere blokjes kaas met toebehoren meegenomen en dit werd geheel coronaproof – iedereen had z’n eigen bakje! – uitgeserveerd. Zo mooi serveren lukte ons op de baan maar gedeeltelijk want de wedstrijd tegen onze sportieve tegenstanders uit Breda eindigde in remise.

De uitwedstrijd tegen Schiedam op 4 oktober hebben we dik gewonnen. De wind speelde ook een partijtje mee en we mochten volgens de richtlijnen beslist geen gezellig drankje voor of na de wedstrijd, maar ondanks deze barre omstandigheden wonnen we beide dubbels. Alle sportieve inspanningen ten spijt, bleven wij hangen in de middenmoot van het klassement. Dit veranderde na de wedstrijd van 11 oktober die we mede dankzij invallers Yolanda en Charlotte wonnen van Passing Shot 2. Na deze wedstrijdronde stonden we zelfs op een gedeelde eerste plaats. Ons zeer bewust van deze wankele positie waren we vast van plan de laatste twee wedstrijden in eigen hand te houden en te gaan winnen. Daar is het jammer genoeg niet meer van gekomen doordat de competitie als gevolg van nieuwe coronamaatregelen half oktober abrupt afgebroken werd. Wel genieten we dubbel van de mooie tussenstand die ineens eindstand is geworden! JESSICa aBCOUWER


DLTC • SPOORSLAGS • 30

Voorraad bar naar Voedselbank Bij de ontruiming van het clubgebouw voor de verbouwing moest ook de bar worden leeggemaakt. Veel drank, maar ook koffie, thee en snoeperij. Charlotte ter Haar kwam op het uitstekende idee deze voorraad aan de Voedselbank Dordrecht te schenken. Dat leverde deze Voedselbank zeven kratten producten op. Goed te gebruiken artikelen voor deze bank, waar wekelijks ongeveer 430 huishoudens voedingswaren van ontvangen.

Sleutelrol Bastionhotel Als je bardienst had, moest je er altijd even een blokje voor om: het ophalen van de barsleutels bij het Bastion Hotel. Met de verbouwing van het clubhuis zal de toegang tot de bar gaan veranderen en zal de sleutelrol die het Bastion Hotel jarenlang belangeloos heeft vervuld, komen te vervallen. Omdat wij weten dat een goede service zeker niet vanzelfsprekend is, heeft Anja Grande de receptionisten van het Bastion Hotel verrast met een bos bloemen en een grote doos Merci om hen te bedanken voor hun vriendelijke dienstverlening. JESSICa aBCOUWER

C O L O F O N TENNISPARK DLTC Nieuweweg 86 • 3314 JS Dordrecht tel. 078 - 613 71 69

Edwin Ruighaver, wedstrijdcommissaris tel. 078 - 613 72 00 edwin.ruighaver@hotmail.com Matthijs Schuurmans, barcommissaris m.schuurmans576@gmail.com

Edwin Ruighaver, competitieleider tel. 078 - 613 72 00 / 06-29103460 edwin.ruighaver@hotmail.com Renée Wouwenaar, toernooicommissie tel. 078 - 618 79 41 renee.wouwenaar@outlook.com

Erwin Zuil / tel. 078 - 614 81 22 e.zuil@planet.nl Job van Niftrik / tel. 078 - 631 19 16 jniftrik@chello.nl Ruud van Noort / tel. 06 300 25 678 ruudvannoort@gmail.com Edwin Ruighaver / tel. 078 - 613 72 00 / 06 29 10 34 60 edwin.ruighaver@online.nl Wim Kateman / tel. 078 - 631 39 78 / strijkat@xs4all.nl Jacqueline de Heer-Willemsens / tel. 078 - 614 51 03 / jacquelinewillem@hotmail.com

SPONSORWERVING

LEDENWERFCOMMISSIE

Marc ter Haar, sponsorcommissaris tel. 078 - 614 27 72 / 06-5570 6477 terhaar@thpfg.nl

Jan Akerboom, voorzitter tel. 078 - 631 66 64 / 06 819 13 500 j.akerboom@procure4cure.nl

JEUGDCOMMISSIE

OPEN TOERNOOICOMMISSIE

Marco Smaling, Tenniskidscommissaris, tel. 078 - 631 72 54 / 06 21 20 29 17 cmsmaling@gmail.com

Marc ter Haar wedstrijdleidingdltc@gmail.com Sally Gras Edwin Ruighaver Iris van Steijn Josien Verhoeven Yolanda de Rijke

SECRETARIAAT Postadres: Achterhakkers 74, 3311 JA Dordrecht info@tennisclubdltc.nl tennisclubdltc@gmail.com tel. 078 - 645 02 77 Banknr: NL26ABNA0467061882 LEDENADMINISTRATIE Ruud Grande tel. 06 58 95 84 08 leden.dltc@gmail.com DLTC-BESTUUR Jan Akerboom, voorzitter tel. 078 - 631 66 64 / 06-819 13 500 j.akerboom@procure4cure.nl Anja Grande, secretaris tel. 078 - 645 02 77 / 06-536 40 403 tennisclubdltc@gmail.com info@tennisclubdltc.nl Bas van Haaften, penningmeester tel. 06 30 04 37 19 basvanhaaften@hotmail.com

WEDSTRIJDCOMMISSIE

BARCOMMISSIE Matthijs Schuurmans, barcommissaris m.schuurmans576@gmail.com

REDACTIE SPOORSLAGS Sam Wytema tel. 078 - 613 47 33 sam.wytema@planet.nl Henk van Capelleveen hcapelleveen4@upcmail.nl Paul Wisman / tel. 078 - 614 31 51 / pwwisman@hotmail.com Jessica Abcouwer, redactie website jessica.abcouwer@gmail.com TECHNISCHE COMMISSIE Wim de Heer tel. 078 - 614 51 03 / 06 81 08 86 40 wpmdeheer@kpnmail.nl Frits de Groot tel. 078 - 616 25 48 fcv.degroot@xs4all.nl KASCOMMISSIE Bea de Witte / 06 13 60 20 54 beadewitte@live.nl Charlotte ter Haar TRAINING Tennisschool Rob Mentink info@tennisschoolrobmentink.nl


DLTC • SPOORSLAGS • 31

De Clubkampioenschappen 2020 Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, moet wedstrijdcommissaris Edwin Ruighaver hebben gedacht. Eén ervan was het perfecte wedstrijdschema dat hij de 37 deelnemers aan de clubkampioenschappen toestuurde. Die deelnemers besloten echter anders: via een tsunami aan apps werden op één na alle wedstrijden op andere dagen en tijden gespeeld, Voor het resultaat maakte het niet uit. “Rome” – dat trouwens ook niet in één dag gebouwd was – viel op zondag 5 juli toen alle finales gespeeld waren of werden. Het waren de laatste clubkampioenschappen van DLTC-solo, en het was spannend. Zoals de finale heren-enkel die na een verhitte strijd werd gewonnen door Hette Jan Moerer. Maar zijn tegenstander Marc ter Haar stond bepaald niet met lege handen, de hele familie ter Haar ging met meerdere trofeeën naar huis.

De dames-dubbel werd een prooi van de immer charmante Denie en Sally die er met hun uni-tenue oogverblindend uitzagen. De fotografen waren in hun nopjes. En is de onderhandse service terug van weggeweest ? (Michael Chang!) We zagen schitterende exemplaren in de heren-dubbelfinale, en van Freek Herfkens die er zelfs een ace mee sloeg. Maar de grootste eer ging uiteindelijk naar Edwin die maar liefst drie maal werd toegesproken: door Stefan die bij zijn debuut een warm onthaal had ervaren, door Gijs Vriesendorp die herinnerde aan de allereerste clubkampioenschappen van 1886 (met een prominente rol voor de Vriesendorps uiteraard), en door voorzitter Jan Akerboom om Edwin hartelijk te bedanken. En nu op naar volgend jaar: het eerste DLTC-Thialf clubkampioenschap. SaM WyTEMa

de Meer foto’s op achterpagina


DLTC Clubkampioenschappen 2020 ONZE CLUBKAMPIOENEN Heren Enkel Dames Enkel Heren Dubbel 7-

Hette Jan Moerer Hester Krot Arnoud Offerhaus en Stefan Theuns Denie Georgieva en Sally Bolte Dames Dubbel 7Gemengd Dubbel 7- Sally Bolte en Marc ter Haar Heren Dubbel 8+ Wim Kees van der Plank en Jan Willemstein Dames Dubbel 8+ Charlotte ter Haar en Hester Krot Gemengd Dubbel 8+ Annemarie Strijbosch en Wim Kateman

Profile for ATM vormgeving

DLTC Spoorslags 2020 nr 2 - november  

DLTC Spoorslags 2020 nr 2 - november  

Advertisement