Sport in beweging

Page 1

Sport in beweging De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018 Joost van der Horst Jos Frietman



Hoofdstuk 1 Inleiding

Sport in beweging De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

In opdracht van NOC*NSF, MBO Raad – Bedrijfstakgroep ZWS, Hogescholen Sport Overleg, SBB, Arbeidsmarktfonds Samen Presteren, Nationale Raad Zwemveiligheid en de KVLO Joost van der Horst Jos Frietman

1


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018


Inhoudsopgave

1 INLEIDING.........................................................................................................................................................................................................................4 5.4 Vacatures 1. Inleiding 5.5 Ontwikkelingen 2 HIGHLIGHTS.....................................................................................................................................................................................................................6 2. Highlights 3 KERNGEGEVENS MBO-GEDIPLOMEERDEN......................................................................................................................................................16 Bijlagen 3. 3.1 Ontwikkeling intredeposities (cohort 2014/2015). ......................................................................................................................................... 17 Kerngegevens mbo-gediplomeer Bijlage 1 – Verantwoording on den3.2 Loopbaanontwikkeling (cohort 2012/2013)....................................................................................................................................................18 derzoeksaanpak 3.3 Bondsen nevenfuncties. .........................................................................................................................................19 3.1 en brancheopleidingen Ontwikkeling intrede Bijlage 2 – Tabellen mbo: ontwik-

posities (cohort 2014/2015) keling intredeposities 4 KERNGEGEVENS HBO-GEDIPLOMEERDEN. 3.2 Loopbaanontwikkeling .....................................................................................................................................................20 Bijlage 3 – Tabellen mbo: loop (cohort 4.1 2012/2013) Ontwikkeling intredeposities (cohort 2014/2015). .........................................................................................................................................21 baanontwikkeling 2012/2013)................................................................................................................................................... 22 4.2 Loopbaanontwikkeling 3.3 Bonds- en(cohort brancheop Bijlage 4 – Tabellen mbo: bonds leidingen 4.3 Bondsen brancheopleidingen en nevenfuncties. . ....................................................................................................................................... 24 en nevenfuncties en brancheopleidingen en nevenfuncties Bijlage 5 – Tabellen hbo: ontwik5 KERNGEGEVENS WERKGEVERS.......................................................................................................................................................................... 26 4. Kerngegevens hbo-gediplomeerkeling intredeposities den5.1 Arbeidsmarkt sport en bewegen...................................................................................................................................................................... 27 Bijlage 6 – Tabellen hbo: loop 5.2 De4.1 combinatiefunctionaris/buurtsportcoach................................................................................................................................................. 29 Ontwikkeling intredebaanontwikkeling 5.3 (cohort Ontwikkeling van de formatie............................................................................................................................................................................ 29 posities 2014/2015) Bijlage 7 – Tabellen hbo: bonds 5.4 Vacatures............................................................................................................................................................................................................... 29 4.2 Loopbaanontwikkeling en brancheopleidingen en nevenfuncties 5.5 Ontwikkelingen......................................................................................................................................................................................................31 (cohort 2012/2013) Bijlage 8 – Tabellen werkgevers 4.3 Bonds- en brancheopBIJLAGEN leidingen en nevenfuncties Bijlage 1 • Verantwoording onderzoeksaanpak.................................................................................................................................................... 32 Bijlage Kerngegevens 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities........................................................................................................................................ 42 5. werkgevers Bijlage 5.1 3 • Tabellen mbo: loopbaanontwikkeling. .................................................................................................................................................. 56 Arbeidsmarkt sport en bewegen Bijlage 4 • Tabellen mbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties.................................................................................................. 62 5 • Tabellen ontwikkeling intredeposities......................................................................................................................................... 70 Bijlage 5.2 De hbo: combinatiefunctio naris/buurtsportcoach Bijlage 6 • Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling.................................................................................................................................................... 84 7 • Tabellen hbo: bonds Bijlage 5.3 Ontwikkeling vanendebrancheopleidingen en nevenfuncties................................................................................................... 94 formatie Bijlage 8 • Tabellen werkgevers.............................................................................................................................................................................102

3


Voorliggende rapportage bevat de uitkomsten van de zesde editie van de Arbeidsmarkmonitor Sport (AMMS). Aan deze monitor – uitgevoerd door KBA Nijmegen in opdracht van NOC*NSF, Hogescholen Sport Overleg, de mbo s&b-opleidingen, SBB, Arbeidsmarktfonds Samen Presteren, Nationale Raad Zwemveiligheid en KVLO – hebben bijna 1.500 werkgevers en ruim 850 mbo- en hbo-gediplomeerden deelgenomen.


Hoofdstuk 1 Inleiding De vragenlijsten zijn ten opzichte van de vorige monitor voor een groot deel hetzelfde gebleven. De grootste wijziging heeft plaatsgevonden bij de alumni-vragenlijsten. Bij de vorige monitors kon er voor bepaalde kenmerken (bijvoorbeeld dienstverbanden, sectoren werkzaam) alleen iets gezegd worden over de sportbaan met de meeste uren. Om meer inzicht te krijgen in baan-

kenmerken van de overige sportbanen en/ of de niet-sportbanen, zijn extra vragen toegevoegd.

zijn opgenomen in de vorm van rechte tellingen/tabellen. Voor wat betreft de mboen hbo-gediplomeerden gaat het daarbij om informatie over bijvoorbeeld:

Onderwerpen die in de tabellen met betrekking tot de werkgevers aan bod komen zijn:

• hun uitstroombestemming (arbeidsmarkt/ vervolgopleiding); • hun positie op de arbeidsmarkt (werkend in een sportgerelateerde baan en/of andere baan); • baankenmerken (omvang, dienstverbanden, opleidingseisen); • het al dan niet volgen/gevolgd hebben van branche- en/of bondsopleidingen; • (het hebben van) nevenfuncties.

Om het groeiende aanbod van sportopleidingen (naast de opleiding Lichamelijke Opvoeding) in het hbo op herkenbare wijze te structuren, hebben de hogescholen een nieuwe naam geïntroduceerd voor

• formatieomvang; • dienstverbanden; • kenmerken van de sport- en bewegenfuncties; • het verwachte verloop van het aantal sport- en bewegenfuncties; • ontwikkelingen waarmee ze te maken hebben. Net als bij de vorige monitor worden er vooraf enkele thema’s uitgelicht; met name rondom de werkgelegenheid(sverdeling) en formatie-ontwikkeling (vanaf twee jaar geleden tot de verwachte ontwikkeling over

5

de ‘overige’ sportopleidingen: Sportkunde (bij sommige hogescholen ‘Sport Studies’ genoemd). In voorliggende rapportage wordt deze term ook gebruikt. De rapportage is opgesplitst in twee delen. Een deel met een beknopte beschrijving van de resultaten en een omvangrijker deel (i.c. de bijlagen) waarin de onderzoeksgegevens

vijf jaar). Daarna volgen drie hoofdstukken waarin – per subgroep1 – uitkomsten van de monitor worden beschreven. In hoofdstuk 3 gebeurt dat voor de mbo-gediplomeerden, in hoofdstuk 4 voor degenen met een hbo-opleiding en in hoofdstuk 5 voor de werkgevers. Gedetailleerde gegevens over deze groepen respondenten en een uitgebreide onderzoeksopzet en verantwoording zijn terug te vinden in de bijlagen. VOETNOOT 1. De VBO-leergang ontbreekt dit jaar in het onderzoek. Vanwege de veranderende (Europese) privacywetgeving (i.e. het in werking treden van de Algemene verordening gegevensbescherming) en de daarmee samenhangende heersende onduidelijkheid bij de pabo-hogescholen, is het niet gelukt deze alumni bij het onderzoek te betrekken.


In de Arbeidsmarktmonitor Sport 2018 zijn bij gediplomeerden (i.c. het alumni-onderzoek) en werkgevers gegevens verzameld. In dit hoofdstuk volgen enkele belangrijke highlights. De highlights met betrekking tot het alumni-onderzoek zijn gebaseerd op gegevens die zijn verzameld bij de in 2014/2015 gediplomeerden (i.c. de intredeposities).


Hoofdstuk 2 Highlights 1. Groot deel alumni vindt werk; omvang sportbaan stijgt; verdere versnippering in banen • Het overgrote deel van de mbo- en hbo-alumni heeft enkele jaren na het afstuderen werk. Het aandeel gediplomeerden – momenteel geen opleiding volgend – met een baan is tussen 2015 en 2018 bovendien licht toegenomen

(van 91% naar 92% bij de mbo-gediplomeerden en van 95% naar 97% bij de hbo-gediplomeerden, zie Tabel b2.4a en Tabel b5.4a). Het percentage werkzoekenden is ongeveer gelijk gebleven (5% bij de mbo-gediplomeerden en 4% bij de hbo-gediplomeerden). • Het gaat daarbij vaker om een sportbaan dan om ander werk. Bij mbo-gediplo-

meerden is deze verhouding 46 procent versus 39 procent, bij hbo-gediplomeerden 64 procent versus 30 procent. In Figuur 2.1 en Figuur 2.2 zijn deze gegevens uitgesplitst naar mbo- respectievelijk hbo-gediplomeerden die wel of niet nog in een vervolgopleiding bezig zijn. • Mbo-gediplomeerden – die momenteel geen opleiding volgen – hebben ten

opzichte van de vorige meting vaker sportgerelateerd werk (51% versus 55%) en minder vaak een andere baan (40% versus 37%). Bij de hbo-gediplomeerden – die momenteel geen opleiding volgen – is een omgekeerde beweging zichtbaar, daar neemt het aandeel met sportgerelateerd werk licht af (71% versus 69%) en het deel met ander werk toe (24% versus 28%). • De omvang van de banen in de sport neemt bij mbo-gediplomeerden toe (vooral bij niveau 3 en niveau 4). Zowel het gemiddeld aantal uren per sportbaan, als het gemiddeld aantal uren in sportbanen per persoon stijgt (Tabel b2.8a). Gemiddeld hebben de sportgerelateerde banen

van mbo-gediplomeerden uit 2014/2015 een omvang van 19 uur per baan (was de vorige meting 14 uur). Het aantal uren werkzaam in sportgerelateerde baan/ banen per persoon is gemiddeld 25 uur (was de vorige meting 18 uur). • De omvang van de sportbanen van de hbo-gediplomeerden neemt ten opzichte van de vorige metingen eveneens (licht) toe. Gemiddeld gaat het nu om 24 (was 21) uren per baan en 31 (was 29) uren werkzaam in sportgerelateerde banen per persoon (Tabel b5.8a). • Er is wel sprake van een versnippering van het werk in meerdere banen. Net als tijdens de vorige monitor is er een grote groep mensen met meer dan één baan.

Zowel bij de mbo- als bij de hbo-alumni gaat het om meer dan een derde van de groep (zie respectievelijk Tabel b2.7 en Tabel b5.7). Bij de mbo-alumni is er – ten opzichte van de vorige meting – bij alle niveaus zelfs een toename van het aantal mensen met meer dan één baan. • Terugkijkend op de afgelopen twee jaar zien werkgevers vaker een groei (25%) dan een afname (10%) van het aantal fte aan sportbanen in hun organisatie. De grootste groep (65%) geeft aan dat de sportgerelateerde formatie-omvang gelijk is gebleven. Gemiddeld is er de afgelopen twee jaar sprake geweest van een groei van 3,5 procent.

7


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

Gediplomeerden 2014/2015 N = 324 (100%)

Sportgerelateerd 50%

Vervolgopleiding N = 210 (65%)

Overig %

Diploma / gestopt N = 90 (43%)

Nog bezig N = 120 (57%)

Vervolgopleiding N = 139 (43%)

Sportgerelateerde baan N = 49 (35%)

Arbeidsmarkt N = 114 (35%)

Overige baan N = 58 (42%)

N=19

Geen baan N = 32 (23%)

N=71

Sportgerelateerde baan N = 102 (55%)

Arbeidsmarkt N = 185 (57%)

Overige baan N = 68 (37%)

Geen baan N = 15 (8%)

FIGUUR 2.1 SCHEMATISCH OVERZICHT LOOPBAAN MBO-GEDIPLOMEERDEN 2014/2015.

2. Sportwerkgelegenheid (intredeposities) gelijk verdeeld over sport- en overige branches • De verdeling van de sportgerelateerde werkgelegenheid (voor wat betreft intredeposities) voor mbo- en hbo-gediplomeerden is vergelijkbaar met de verdeling zoals gerapporteerd in de vorige monitor. Iets minder dan de helft van de werkgelegenheid (46%) ligt in branches die we tot de sportsector rekenen – zoals sportverenigingen, fitnesscentra en de zwembranche – en voor iets meer dan de helft

8

(54%) in andere sectoren (zie Tabel 2.1, rechterkolom). Voor hbo-gediplomeerden bevindt de werkgelegenheid zich naar verhouding vaak buiten de sportsector, en dan met name in het onderwijs (zie Tabel 2.1, middelste kolom). • Binnen de sportsector is de fitnessbranche de grootste werkgever als het gaat om sportbanen (12% van de totale sportgerelateerde werkgelegenheid), gevolgd door sportverenigingen (11%) en ‘overige commerciële organisaties’ (divers samengestelde groep, bijvoorbeeld tennis-, zeilof dansscholen, commerciële aanbieders van sportaccommodaties, sportwinkels, in totaal 10%). De zwembranche en de overheid nemen respectievelijk 5 procent en 3 procent van de werkgelegenheid voor hun rekening. De sportbonden vormen een relatief kleine branche (2%). • Bij de andere sectoren zijn onderwijs (14% van de totale sportgerelateerde werkgelegenheid) en gezondheidszorg (eveneens 14%) de grootste werkgevers voor mbo- en hbo-gediplomeerden. De welzijnssector is goed voor 11 procent van de werkgelegenheid, de sector toerisme en recreatie voor 10 procent en de veiligheidssector voor 5 procent.

3. Formatie sport- en bewegenfuncties gegroeid • De formatie van sport- en bewegenfuncties is in de afgelopen twee jaar gegroeid


Hoofdstuk 2 • Highlights

betreft de sportgerelateerde werkgelegenheid. De te verwachten groei voor de komende vijf jaren ligt in het algemeen hoger dan de gerealiseerde groei van de afgelopen twee jaar. De meeste groei wordt verwacht bij de sportbonden (Tabel 2.3). De verwachte uitbreidingsvraag is ten opzichte van de vorige metingen toegenomen (Figuur 2.3). Werkgevers zijn dus positiever over de toekomst. Ook de verwachte vervangingsvraag is toegenomen. Dit leidt tot een forse stijging van de totale vraag naar 32 procent.

Gediplomeerden 2014/2015 N = 249 (100%)

Sportgerelateerd 28%

Vervolgopleiding N = 66 (27%)

Overig 72%

Diploma / gestopt N = 33 (50%)

Nog bezig N = 33 (50%)

Sportgerelateerde baan N = 14 (37%)

Arbeidsmarkt N = 183 (73%)

Vervolgopleiding N = 38 (15%)

N=5

N=28

Arbeidsmarkt N = 211 (85%)

Overige baan N = 16 (42%)

Geen baan N=8 (21%)

Sportgerelateerde baan N = 145 (69%)

Overige baan N = 59 (28%)

Geen baan N=7 (8%)

FIGUUR 2.2 SCHEMATISCH OVERZICHT LOOPBAAN HBO-GEDIPLOMEERDEN 2014/2015.

met 3,5 procent (Tabel 2.2). Dat is ruim 1 procentpunt hoger dan bij de vorige meting. De ontwikkeling van de sportgerelateerde werkgelegenheid verschilt naar sector en branche. In de sportsector is de afgelopen twee jaar gemiddeld genomen sprake van een groei van ruim 4 procent. In de overige branches/sectoren ging het om ongeveer 3 procent. • Als we inzoomen op het niveau van afzonderlijke branches, zijn de verschillen groter. Binnen de sporteigen sector zijn de sportverenigingen (5%) en

fitness (5%) relatief het hardst gegroeid. Binnen de overige sectoren is de groei het grootst geweest binnen toerisme en recreatie (10%). Ook heeft de werkgelegenheid zich in de gezondheidszorg (6%) en welzijn (5%) gunstig ontwikkeld. De sector veiligheid is de enige sector waarin – net als in de vorige meting – de sportwerkgelegenheid is gekrompen. • Werkgevers hebben zich ook uitgesproken over hun toekomstverwachtingen wat

9

4. Dienstverbanden sportgerelateerde banen: voornamelijk vast contract, toename zzp’ers • Binnen de sporteigen sector gaat het voornamelijk om vaste contracten voor wat betreft de sportgerelateerde dienstverbanden. Het werkgeversonderzoek toont aan (Tabel b8.5a) dat het bij de sportbonden (71%) en de overheidsdiensten met betrekking tot sport (63%) om meer dan de helft van het totaal type dienstverbanden gaat en bij fitness (55%), de zwembranche (49%) en de overige commerciële organisaties (47%) om ongeveer de helft. • Uitzonderingen zijn de sportverenigingen, waar (net als bij de twee vorige monitors) het merendeel van de dienstverbanden uit tijdelijke contracten bestaat (56%).


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL 2.1 VERDELING VAN DE SPORTGERELATEERDE WERKGELEGENHEID (INTREDEPOSITIES) NAAR SECTOR EN BRANCHE, OP BASIS VAN ENQUÊTE ONDER MBO- EN HBO-GEDIPLOMEERDEN 2014-2015. Percentage van sportwerkgelegenheid Mbo Hbo Totaal Sportbranches Sportverenigingen (voetbal-, gymnastiek-, atletiek-, hockey-, basketbal-, volleybal-, korfbal-, zwem-, judo-, (tafel)tennis-, cricket-, golfverenigingen)

11%

8%

11%

Fitness (bijvoorbeeld fitnesscentra, sportscholen)

14%

5%

12%

Zwembranche (bijvoorbeeld zwembaden, zwemscholen, exclusief zwemverenigingen)

7%

2%

5%

Sportbonden en sportondersteuning (i.e. overkoepelende organen)

1%

2%

2%

Outdoor

3%

4%

4%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport (bijvoorbeeld gemeenten, lokale sportservicebureaus)

1%

7%

3%

Overige commerciële organisaties (bijvoorbeeld sportcentra, zeil-, tennis- en dansscholen)

10%

10%

10%

Sportbranches totaal

49%

38%

46%

Overige branches Toerisme en recreatie (bijvoorbeeld campings, hotels, thema-, pret- en vakantieparken)

11%

9%

10%

Gezondheidszorg (bijvoorbeeld fysiotherapie, verpleegtehuizen, ziekenhuizen, revalidatiecentra, ggz)

16%

10%

14%

Welzijn (bijvoorbeeld kdv, bso, scouting, lokaal welzijnswerk)

11%

10%

11%

Onderwijs (bijvoorbeeld po, vo, mbo en hbo)

9%

30%

14%

Veiligheid (bijvoorbeeld PI, brandweer, politie)

5%

3%

5%

Overige branches totaal

51%

62%

54%

100%

100%

100%

Sportsector en overige branches totaal

• Binnen de overige branches (Tabel b8.5b) gaat het – net als in de vorige monitors – bij de sportgerelateerde dienstverbanden eveneens vooral om vaste contracten: onderwijs (87%), veiligheid (84%) en gezondheidszorg (78%). • Bij welzijn vormen de vaste contracten ook een grote groep (59%), maar daarnaast werken daar ook veel werknemers met een tijdelijk contract (26%). Bij toerisme en recreatie vormen de oproepkrachten de grootste groep werknemers (43%). • Ook vanuit het alumni-onderzoek komt het beeld naar voren dat het bij de sportgere-

10

lateerde banen voornamelijk om vaste en tijdelijke contracten gaat. Bij de mbo-gediplomeerden (Tabel b2.9a) heeft bijna de helft (47%) een vast contract en ongeveer een kwart een tijdelijk contract (26%). Bij de hbo-gediplomeerden gaat het om respectievelijk 51 en 34 procent (Tabel b5.9a). Ten opzichte van de vorige monitor hebben de gediplomeerden vaker een vast contract (bij de vorige meting ging het bij beide groepen nog om ongeveer 40%). • Net als bij de vorige editie zijn de werkgevers expliciet gevraagd naar de inhuur van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).


Hoofdstuk 2 • Highlights

TABEL 2.2 VERANDERINGEN IN DE FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES TEN OPZICHTE VAN TWEE JAAR GELEDEN. Toegenomen

Afgenomen

Gelijk gebleven

Percentage toe- of afname fte

Totaal N (=100%)

185

Sportbranches (sporteigen sector) Sportverenigingen

14%

5%

81%

4,9%

Fitness

27%

17%

57%

5,4%

60

Zwembranche

26%

10%

64%

2,7%

103

Sportbonden en sportondersteuning

33%

15%

52%

3,3%

27

Outdoor

46%

15%

38%

n.b.*

13

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

44%

0%

56%

3,2%

18

Overige commerciële organisaties

29%

16%

56%

2,9%

45

Sportbranches totaal

23%

10%

67%

4,3%

451

Overige branches (overige sector) Toerisme en recreatie

27%

3%

70%

9,7%

33

Gezondheidszorg

44%

9%

47%

6,0%

90

Welzijn

32%

13%

56%

4,9%

88

Onderwijs

18%

9%

72%

1,5%

225

Veiligheid

25%

13%

63%

-3,8%

16

Overige branches totaal

27%

10%

63%

2,7%

452

Sportsector en overige branches totaal

25%

10%

65%

3,5%

903

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

En net als bij de vorige editie blijkt dat er vooral in de fitnessbranche veel gebruikgemaakt wordt van deze inhuur. Het aandeel hiervan ten opzichte van het totaal type dienstverbanden is bovendien in beide branches gestegen. Het vormt daar respectievelijk 16 (was 12) en 11 (was 10) procent van het type dienstverbanden (zie Tabel b8.5a). • Uit het alumni-onderzoek blijkt dat bij de mbo-gediplomeerden het aandeel zzp’ers ten opzichte van de vorige monitor is gestegen (van 3% naar 6%, zie Tabel b2.9a).

• Bij de hbo-gediplomeerden zijn het vooral de Sportkunde-alumni die als zzp’er werken en ook hier is een stijging (van 5% naar 8%) waarneembaar (Tabel b5.9a). • Het gaat hierbij om de sportbaan met de meeste uren. Dit jaar is ook naar baankenmerken gevraagd van de overige (sport)banen. Opvallend is dat daaruit blijkt dat alumni relatief vaak als zzp’er werkzaam zijn in hun kleinere sportbaan (Tabel b2.9b). Zowel bij niveau 3- als niveau 4-gediplomeerden gaat het – wanneer alle sportbanen meegenomen worden – om ongeveer 10 procent (iets

11

wat bij eerdere metingen niet aangetoond kon worden). Bij de Sportkunde-alumni gaat het – rekening houdend met alle sportbanen – om 11 procent (Tabel b5.9b).

5. Aansluitingsproblemen vooral door baankenmerken, niet door opleiding • Net als bij de vorige editie wordt het merendeel (94%) van de vacatures bij de werkgevers vervuld (Tabel b8.24), waarvan bijna 80 procent door beginnende of ervaren beroepskrachten met een s&b-opleiding (Tabel b8.24 en Tabel b8.25).


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL 2.3 VERWACHTING FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES OVER VIJF JAAR. Groei

Blijft gelijk

Krimp

Percentage uitbreidingsvraag

Percentage vervangingsvraag

Totaal N (=100%)

131

Sportbranches Sportverenigingen

20%

74%

6%

13,4%

45,8%

Fitness

29%

65%

6%

14,4%

24,2%

48

Zwembranche

33%

63%

5%

14,6%

34,9%

80 25

Sportbonden en sportondersteuning

20%

76%

4%

20,1%

17,0%

Outdoor

50%

50%

0%

n.b.*

n.b.*

8

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

56%

38%

6%

6,9%

8,3%

16

Overige commerciële organisaties

43%

50%

7%

0,9%

21,3%

30

Sportbranches totaal

29%

66%

6%

12,7%

27,2%

338

Toerisme en recreatie

14%

86%

0%

5,2%

31,1%

21

Gezondheidszorg

30%

68%

2%

11,4%

9,8%

81

Welzijn

52%

45%

3%

16,0%

25,2%

67

Onderwijs

17%

66%

17%

-1,6%

11,9%

178

Veiligheid

33%

58%

8%

7,5%

18,1%

12

Overige branches totaal

27%

63%

10%

7,3%

16,4%

359

Sportsector en overige branches totaal

28%

64%

8%

10,0%

21,9%

697

Overige branches

* NIET BEREKEND IN VERBAND MET DE LAGE N.

• Wanneer vacatures niet ingevuld kunnen worden, heeft dat voornamelijk te maken met de baankenmerken (te kleine omvang van de baan en/of ontoereikend salaris) en minder met de opleiding van de sollicitant (zie Tabel 2.4). • Alhoewel het gros van de gediplomeerden werk vindt, is dat niet altijd (39%, zie Tabel 2.6) in een sportgerelateerde baan (waarvoor zij zijn opgeleid). • Een groot deel van de gediplomeerden die naast een sportbaan ook ander werk heeft, geeft aan dat de sportgerelateerde baan te klein van omvang is (vooral bij de hbo-alumni) en/of het andere

werk meer salaris biedt (vooral bij de mbo-alumni). • De alumni die uitsluitend ander werk hebben, geven aan dat er volgens hen te weinig werk in de s&b-sector is. Dat laatste geldt in sterke mate voor de hbo-alumni. Ook geeft een groot deel van deze groep aan hun andere werk interessanter te vinden (zie Tabel 2.5).

6. Langetermijnontwikkelingen: verbreding van de markt voor sport en bewegen • In Tabel 2.6 worden enkele resultaten van het alumni-onderzoek vergeleken met de

12

resultaten van de vorige metingen. In de vorige monitor werd geconstateerd dat hbo-gediplomeerden steeds minder vaak voor een vervolgopleiding kiezen. In de huidige monitor is het aandeel hbo-gediplomeerden dat kiest voor een vervolgopleiding weer licht gestegen. Het aandeel mbo-gediplomeerden dat voor een vervolgopleiding kiest, blijft door de jaren heen redelijk constant. • Een andere trend is dat – overall bezien – het percentage mbo- en hbo-alumni met sportgerelateerd werk licht daalt (de alumni die momenteel geen opleiding volgen hebben wel vaker sportwerk, zie highlight 1).


Hoofdstuk 2 • Highlights

TABEL 2.4 KNELPUNTEN BIJ HET INVULLEN VAN VACATURES (SELECTIE RESPONDENTEN MET VACATURES DE AFGELOPEN TWEE JAAR).* Sporteigen

Overige branches

Totaal

Salaris ontoereikend

35%

13%

26%

Vacatures te klein

43%

34%

39%

Weinig aanbod niveau

26%

11%

20%

Weinig aanbod richting

21%

7%

16%

Onregelmatige werktijden

26%

9%

19%

Imago

6%

10%

8%

Anders

18%

36%

25%

Totaal (N=100%)*

263

170

433

• De werkgevers hebben tijdens elke Arbeidsmarktmonitor Sport ontwikkelingen benoemd waar zij mee te maken hebben. Uit de vorige metingen bleek dat er sprake is van een verbreding van de markt voor sport en bewegen, waarbij met name sprake zou (gaan) zijn van een toename van de vraag naar sport en bewegen gerelateerd aan gezondheid en welzijn. Dat blijkt ook uit de huidige monitor. Zowel bij de werkgevers in

de sporteigen sector als in de overige sectoren geeft ongeveer 60 procent aan een toenemend gebruik van sport en bewegen te zien voor gezondheid (preventie) (Tabel 2.7 en Tabel 2.8). Deze in de vorige monitor gesignaleerde trend lijkt dus door te zetten. De andere – eerder – gesignaleerde trend met betrekking tot de afname van structurele financiële middelen, lijkt gestopt. Het

aandeel werkgevers wat hiermee te maken heeft, is in de huidige meting gedaald. Verder geeft een steeds groter deel van de werkgevers aan te maken te hebben met: • een toename van (andere) geldstromen dan subsidies; • meer (politieke, lokale) belangstelling voor sport; • noodzaak tot (verdergaande) professionalisering van de organisatie.

TABEL 2.5 REDENEN VAN DE KEUZE VOOR EEN NIET-SPORTGERELATEERDE BAAN (RESPONDENTEN DIE OP DIT MOMENT GEEN OPLEIDING VOLGEN).* Mbo 2014/2015 Redenen

Hoger salaris

Sportgerelateerde baan en ander werk

Hbo 2014/2015 Uitsluitend ander werk

Sportgerelateerde baan en ander werk

Uitsluitend ander werk

48%

38%

31%

21%

Meer uren huidige baan (of volledige aanstelling)

35%

22%

47%

14%

Regelmatigere werktijden huidige baan

19%

17%

6%

11%

Niet genoeg/geen werk in s&b-sector

23%

29%

38%

60%

Ander werk interessant(er)

19%

40%

31%

37%

Andere reden

19%

17%

16%

25%

51

95

54

95

N

13


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

2011 2011

2012 2012

2013 2013

2014 2014

2015 2015

Periode 2011-2016 (AMMS 2011) Uitbreidingsvraag: 4% Periode 2011-2016 Vervangingsvraag: 16% (AMMS 2011) Totale vraag: 20% Uitbreidingsvraag: 4% Vervangingsvraag: 16% Totale vraag: 20%

2015 2015

2016 2016

2017 2017

Periode 2015-2020 (AMMS 2015) Uitbreidingsvraag: 5% Periode 2015-2020 Vervangingsvraag: 20% (AMMS 2015) Totale vraag: 25% Uitbreidingsvraag: 5% Vervangingsvraag: 20% Totale vraag: 25%

2016 2016

2017 2017

2018 2018

2019 2019

Periode 2013-2018 (AMMS 2013) Uitbreidingsvraag: 7% Periode 2013-2018 Vervangingsvraag: 13% (AMMS 2013) Totale vraag: 20% Uitbreidingsvraag: 7% Vervangingsvraag: 13% Totale vraag: 20%

2018 2018

2019 2019

2020 2020

2021 2021

2022 2022

2023 2023

Periode 2018-2023 (AMMS 2018) Uitbreidingsvraag: 10% Periode 2018-2023 Vervangingsvraag: 22% (AMMS 2018) Totale vraag: 32% Uitbreidingsvraag: 10% Vervangingsvraag: 22% Totale vraag: 32%

FIGUUR 2.3 ONTWIKKELING VERWACHTE UITBREIDINGS- EN VERVANGINGSVRAAG 2011-2023.

14


Hoofdstuk 2 • Highlights

TABEL 2.6 LANGETERMIJNONTWIKKELINGEN GEDIPLOMEERDEN. AMMS2011

AMMS2013

AMMS2015

AMMS2018

Kiest voor een vervolgopleiding, waarvan:

66%

66%

65%

65%

- sportgerelateerde vervolgopleiding

41%

38%

54%

50% 50%

Mbo-gediplomeerden

- andere vervolgopleiding

59%

62%

46%

Sportgerelateerd werk

50%

49%

49%

47%

Ander werk

33%

34%

40%

39%

Geen baan

17%

17%

10%

14%*

Kiest voor een vervolgopleiding, waarvan:

37%

30%

22%

27%

- sportgerelateerde vervolgopleiding

25%

38%

32%

28%

- andere vervolgopleiding

75%

62%

68%

72%

Sportgerelateerd werk

67%

68%

68%

64%

Ander werk

26%

23%

26%

30%

Geen baan

6%

9%

6%

6%

Hbo-gediplomeerden

TABEL 2.7 LANGETERMIJNTREND ONTWIKKELINGEN WERKGEVERS SPORTEIGEN SECTOR. AMMS2011

AMMS2013

AMMS2015

AMMS2018

Een terugloop van structurele financiële middelen

43%

41%

54%

45%

Een toename van (andere) geldstromen dan subsidies

5%

8%

22%

29%

Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor gezondheid (preventie)

28%

35%

53%

62%

Meer (politieke, lokale) belangstelling voor sport

10%

20%

25%

33%

Meer vraag van de klant naar kwaliteit

19%

31%

34%

39%

Meer klantgericht werken, meer ingaan op individuele vragen van klanten

28%

38%

46%

53%

Vraag naar meer variatie in het aanbod van sport en bewegen

17%

29%

43%

45%

Noodzaak tot (verdergaande) professionalisering van de organisatie

18%

33%

44%

44%

AMMS2018

TABEL 2.8 LANGETERMIJNTREND ONTWIKKELINGEN WERKGEVERS OVERIGE SECTOR. AMMS2011

AMMS2013

AMMS2015

Een terugloop van structurele financiële middelen

51%

56%

58%

41%

Een toename van (andere) geldstromen dan subsidies

4%

5%

17%

28%

Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor gezondheid (preventie)

25%

22%

57%

59%

Meer (politieke, lokale) belangstelling voor sport

11%

14%

26%

25%

Noodzaak tot (verdergaande) professionalisering van de organisatie

20%

15%

45%

49%

15


In dit hoofdstuk staan de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de mbo-gediplomeerden op het gebied van sport en bewegen (verder: mbo-gediplomeerden). De tabellen waarnaar wordt verwezen voor de achterliggende data staan in Bijlagen 2, 3 en 4.


Hoofdstuk 3 Kerngegevens mbo-gediplomeerden Paragraaf 3.1 betreft de ontwikkeling in intredeposities gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de mbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015. Gegevens over deze gediplomeerden worden vergeleken met de gegevens van

gediplomeerden uit eerdere schooljaren (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors). Paragraaf 3.2 brengt de loopbaanontwikkeling in beeld. Het gaat in deze paragraaf om onderzoeksgegevens van mbo-gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke

eerder in 2015 en nu opnieuw in 2018 zijn bevraagd. Paragraaf 3.3 geeft informatie over de bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties van de mbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015.

3.1 Ontwikkeling intredeposities (cohort 2014/2015)

als voor degenen die in 2012/2013 hun diploma hebben behaald. Niveau 2-gediplomeerden stroomden daarentegen minder vaak door naar de arbeidsmarkt dan in de eerdere jaren (zij doen vaker een vervolgopleiding). • De meeste mbo-gediplomeerden van de verschillende opleidingsniveaus (overall 95%) hebben ten minste één baan (gehad) sinds het moment van afstuderen (Tabel b2.5). • Als mbo-gediplomeerden uit 2014/2015 een baan hebben (gehad), is dat niet altijd een sportgerelateerde baan (geweest).

De percentages lopen binnen de verschillende niveaus wat uiteen; zo heeft van de gediplomeerden op niveau 2 ruim de helft een sportgerelateerde baan (gehad), terwijl dit 77 procent was bij niveau 3 en 69 procent bij niveau 4 (Tabel b2.5). • De omvang van het werken in de sport neemt (vooral bij niveau 3 en 4) toe. Zowel het gemiddeld aantal uren per sportbaan, als het gemiddeld aantal uren in sportbanen per persoon stijgt (Tabel b2.8a). Gemiddeld hebben de sportgerelateerde banen van mbo-gediplo-

• 50 procent van de mbo-gediplomeerden (cohort 2014/2015) met een opleiding op niveau 4 volgt op het moment van vragen een vervolgopleiding (al dan niet in combinatie met een baan). De andere 50 procent bevindt zich uitsluitend op de arbeidsmarkt; een iets groter deel dan bij de vorige meting (Tabel 2.2). • De verhouding ‘vervolgopleiding-arbeidsmarkt’ is voor niveau 3-gediplomeerden in de huidige monitor ongeveer hetzelfde

17


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL 3.1 UITSTROOMBESTEMMING NA TWEE JAAR. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Arbeidsmarkt

64%

71%

49%

72%

69%

44%

58%

72%

50%

- direct naar arbeidsmarkt

32%

27%

35%

40%

38%

32%

26%

32%

39%

- na vervolgopleiding met diploma

20%

39%

4%

28%

27%

1%

21%

32%

2%

- na vervolgopleiding zonder diploma

12%

5%

10%

3%

3%

11%

11%

8%

9%

Vervolgopleiding

36%

29%

51%

28%

31%

56%

42%

28%

50%

Totaal (N=100%)

25

41

214

67

121

227

38

95

191

meerden uit 2014/2015 een omvang van 19 uur per baan (dat was de vorige meting 14 uur). Het aantal uren werkzaam in sportgerelateerde baan/banen per persoon is gemiddeld 25 uur (was 18 uur de vorige meting). • Alumni hebben bij hun sportbaan met de meeste uren vaker een vast contract (Tabel b2.9a). Bij de huidige meting is ervoor gekozen om ook naar baankenmerken te vragen van de overige (sport)banen. Daaruit blijkt dat alumni relatief vaak als zzp’er werkzaam zijn in hun kleinere sport-

baan (Tabel b2.9b). Zowel bij niveau 3- als niveau 4-gediplomeerden gaat het om ongeveer 10 procent (iets wat bij eerdere metingen niet aangetoond kon worden). • Er zijn steeds meer mbo-gediplomeerden werkzaam in de sectoren gezondheidszorg en welzijn. De meeste alumni (met een sportbaan) zijn – net als in de andere metingen – werkzaam in de sporteigen sector (Tabel b2.10b en Tabel b2.10c). • Ongeveer een op de vijf mbo-gediplomeerden heeft sinds het afstuderen weleens zonder betaalde baan gezeten

TABEL 3.2 OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN MBO-GEDIPLOMEERDEN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

0-8 uur per week

24%

11%

9-16 uur per week

19%

8%

17-24 uur per week

14%

19%

25-32 uur per week

14%

11%

> 32 uur per week

30%

51%

47

53

806

1.082

37

37

Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

17

20

Gemiddeld aantal uren in sport­gerelateerde banen per persoon

22

29

Totaal aantal sportgerelateerde banen* Totaal aantal uren Totaal aantal personen

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

18

(Tabel b2.13). De meest voorkomende reden daarvoor is dat ze geen werk konden vinden, niet op het gebied van sport en bewegen en niet daarbuiten (Tabel b2.14).

3.2 Loopbaanontwikkeling (cohort 2012/2013) • In 2015 heeft 97 procent van de mbo-gediplomeerden minstens één baan (gehad): 35 procent heeft minstens één baan (gehad); 31 procent heeft twee banen (gehad) en 32 procent heeft drie banen of meer (gehad). Twee jaar later (in 2018) heeft van deze groep gediplomeerden iedereen minstens één baan gehad: 24 procent heeft minstens één baan (gehad); 32 procent heeft twee en 45 procent drie of meer banen (gehad). Meestal gaat het om sportgerelateerde banen (Tabel b3.1). • Zowel in 2015 als in 2018 heeft 58 procent van de mbo-gediplomeerden uit 2013 een sportgerelateerde baan (Tabel b3.2a).


Hoofdstuk 3 • Kerngegevens mbo-gediplomeerden

TABEL 3.3 BEROEPSNIVEAU IN 2015 EN 2018. 2015

2018

S&b-opleiding onder mbo-niveau

14%

14%

Mbo-niveau

58%

30%

Hbo-niveau

7%

35%

Bonds- en brancheopleidingen

12%

12%

Geen opleidingseisen

5%

0%

Anders of onbekend

5%

9%

Totaal (N=100%)

43

43

• Van 75 procent van de mbo-gediplomeerden uit 2013 is tussen 2015 en 2018 hun positie niet veranderd als het gaat om het hebben van wel of geen sportgerelateerde baan: 46 procent had (in 2015) en heeft (in 2018) een sportgerelateerde baan en 29 procent op beide momenten niet. Van de rest van de mbo-gediplomeerden heeft 13 procent hun niet-sportgerelateerde baan verruild voor een baan binnen de sportarbeidsmarkt en is 13 procent met een baan op het gebied van sport en bewegen buiten de sportarbeidsmarkt gaan werken (Tabel b3.2b). • De omvang van de sportgerelateerde banen van de mbo-gediplomeerden uit 2013 is tussen 2015 en 2018 toegenomen (Tabel 3.2). In 2015 ging het om 17 uren per sportgerelateerde baan en in 2018 gaat het om 20 uren per sportgerelateerde baan. • Daarnaast is ook het aantal uren werkzaam in sportgerelateerde banen per persoon toegenomen; in 2015 ging het om 22 uren in sportgerelateerde banen per persoon en in 2018 gaat het om 29 uren in sportgerelateerde banen per persoon.

• Mbo-gediplomeerden uit 2013 met een sportbaan hebben in 2018 vaker een baan in de gezondheidszorg (33% t.o.v. 20%) en zijn minder vaak (87% t.o.v. 71%) werkzaam in de sporteigen sector (Tabel b3.4). Ook hebben de mbo-gediplomeerden in 2018 minder vaak dan in 2015 een baan waarvoor een opleiding op mbo-niveau wordt vereist (30% t.o.v. 58%) en vaker een hbo-opleiding als opleidingseis (35% t.o.v. 7%) (Tabel 3.3). • Andere kenmerken van de groep mbo-gediplomeerden die in 2013 hun diploma hebben behaald en zowel in 2015 als in 2018 werkzaam zijn op de sportarbeidsmarkt: • in 2018 zijn er minder gediplomeerden met een baan als trainer/coach of sportinstructeur (Tabel b3.6); • 47 procent van de gediplomeerden heeft in 2018 nog hetzelfde type aanstelling (Tabel 3.7a); • 65 procent van de gediplomeerden werkt meer uren per week dan in 2015 (Tabel b3.8);

19

• 51 procent heeft in 2018 een baan in een andere sector dan in 2015 (Tabel b3.9a); • 65 procent werkt op een ander beroepsniveau (Tabel b3.10).

3.3 Bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties • 12 procent van de mbo-gediplomeerden heeft een bondsopleiding gevolgd, of is die nog aan het volgen (Tabel b4.1 en Tabel b4.2). • Het gaat daarbij vaak om opleidingen tot voetbaltrainer/-coach, zwemonderwijzer/-instructeur, tennistrainer of gymleider/-trainer (Tabel b4.3). • 9 procent van de mbo-gediplomeerden heeft een brancheopleiding gevolgd, of is die nog aan het volgen (Tabel b4.6). Meestal betreft dit een brancheopleiding tot (fitness)instructeur. • 47 procent van de mbo-gediplomeerden heeft sinds het afstuderen één of meer nevenfuncties (gehad) (Tabel b4.9). In 37 procent van de gevallen gaat het om een functie van minder dan 5 uur per week. 50 procent van de nevenfuncties heeft een omvang van tussen de 5 en 10 uur per week (Tabel b4.13). Meestal gaat het om een nevenfunctie als trainer of coach of scheidsrechter (Tabel b4.16) en in 42 procent van de gevallen om functies die langer dan een jaar duren (Tabel b4.17).


In dit hoofdstuk staan de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder de hbo-gediplomeerden op het gebied van sport en bewegen (verder: hbo-gediplomeerden). De tabellen waarnaar wordt verwezen voor de achterliggende data staan in Bijlagen 5, 6 en 7.


Hoofdstuk 4 Kerngegevens hbo-gediplomeerden Paragraaf 4.1 betreft de ontwikkeling in intredeposities gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de hbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015. Gegevens over deze gediplomeerden worden vergeleken met de gegevens van

gediplomeerden uit eerdere schooljaren (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors). Paragraaf 4.2 brengt de loopbaanontwikkeling in beeld. Het gaat in deze paragraaf om onderzoeksgegevens van hbo-gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke

eerder in 2015 en nu opnieuw in 2018 zijn bevraagd. Paragraaf 4.3 geeft informatie over de bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties van de mbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015.

4.1 Ontwikkeling intredeposities (cohort 2014/2015)

Dit is vergelijkbaar met eerdere metingen (Tabel b5.5). • De omvang van de sportbanen neemt ten opzichte van de vorige metingen licht toe. Gemiddeld gaat het nu om 24 uren per baan en 31 uren werkzaam in sportgerelateerde banen per persoon (Tabel b5.8a). • Wat betreft hun grootste sportbaan hebben gediplomeerden van de ALO veel vaker een vast contract (59%) dan gediplomeerden van Sportkunde (38%) (Tabel b5.9a). Het aandeel met een vast

contract is bij de LO-gediplomeerden ook sterk toegenomen ten opzichte van de vorige meting. • Zoals eerder aangegeven, hebben we nu ook informatie over de kleinere banen van de alumni en daaruit blijkt dat ze (vooral de Sportkunde-alumni) in die kleine banen relatief vaak als zzp’er werkzaam zijn (Tabel b5.9b). • De hbo-gediplomeerden zijn – net als in de andere jaren – het vaakst werkzaam in de sector onderwijs en de sporteigen sector (Tabel b5.10b en Tabel 5.10c).

• 76 procent van de LO-afgestudeeren die in 2014/2015 hun diploma hebben behaald, stroomt daarna direct door naar de arbeidsmarkt, bij Sportkunde is dat 71 procent. De rest begint meteen of na enige tijd met een vervolgopleiding (zie Tabel b5.2, Figuur 4.1 en Figuur 4.2). • 79 procent van de hbo-gediplomeerden uit 2014/2015 heeft ten minste één sportgerelateerde baan (gehad) na het afstuderen.

21


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

4.2 Loopbaanontwikkeling (cohort 2012/2013)

Responsgroep N = 121 (100%)

Sportgerelateerd 19%

Vervolgopleiding N = 29 (24%)

Overig 81%

Diploma / gestopt N = 13 (45%)

Nog bezig N = 16 (55%)

Sportgerelateerde baan N=9 (47%)

Arbeidsmarkt N = 92 (76%)

Vervolgopleiding N = 19 (16%)

N=5

N=28

Arbeidsmarkt N = 102 (84%)

Overige baan N=6 (32%)

Geen baan N=4 (21%)

Sportgerelateerde baan N = 87 (85%)

Overige baan N = 14 (14%)

Geen baan N=1 (1%)

FIGUUR 4.1 SCHEMATISCH OVERZICHT LOOPBAAN HBO-GEDIPLOMEERDEN LO 2014/2015.

• 30 procent van de hbo-gediplomeerden is na hun opleiding wel eens werkloos geweest. Dat was onder de gediplomeerden van de vorige monitor 35 procent (Tabel b5.13). • De meest voorkomende reden daarvoor is dat ze geen werk kunnen vinden, niet op het gebied van sport en bewegen en niet daarbuiten (Tabel b5.14).

22

• In 2015 heeft 97 procent van de hbo-gediplomeerden uit 2013 een baan (gehad). In 2018 heeft van deze groep gediplomeerden 100 procent een baan (gehad) sinds afstuderen. Bijna altijd gaat het om sportgerelateerde banen (Tabel b6.1). • Van 75 procent van de hbo-gediplomeerden uit 2013 is tussen 2015 en 2018 hun positie niet veranderd als het gaat om het hebben van wel of geen sportgerelateerde baan: 57 procent had (in 2015) en heeft (in 2018) een sportgerelateerde baan en 18 procent op beide momenten niet. Van de rest van de hbo-gediplomeerden heeft 10 procent hun niet-sportgerelateerde baan verruild voor een baan binnen de sportarbeidsmarkt en is 15 procent met een baan op het gebied van sport en bewegen buiten de sportarbeidsmarkt gaan werken (Tabel b6.2b). • Tussen 2015 en 2018 is de omvang van de sportgerelateerde banen iets toegenomen. In 2015 ging het gemiddeld om 21 uur per sportgerelateerde baan, terwijl het in 2018 gemiddeld om 24 uur per sportgerelateerde baan gaat (Tabel 4.1). • Daarnaast is ook het gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon toegenomen: in 2015 ging het om 28 uur in sportgerelateerde banen per persoon en in 2018 gaat het om 33 uur in sportgerelateerde banen per persoon.


Hoofdstuk 4 • Kerngegevens hbo-gediplomeerden

TABEL 4.1 OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN HBO-GEDIPLOMEERDEN IN 2015 EN 2018. 2015

2018 Totaal

Totaal

LO

Sportkunde

0-8 uur per week

9%

6%

6%

6%

9-16 uur per week

10%

7%

9%

6%

17-24 uur per week

19%

4%

6%

3%

25-32 uur per week

17%

23%

14%

32%

> 32 uur per week

45%

59%

66%

53%

92

97

47

50

1.902

2.294

1.174

1.120

69

69

35

34

Totaal aantal sportgerelateerde banen* Totaal aantal uren Totaal aantal personen Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

21

24

25

22

Gemiddeld aantal uren in sport­gerelateerde banen per persoon

28

33

34

33

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

• In 2018 zijn de hbo-gediplomeerden met een sportgerelateerde baan minder vaak werkzaam in de sporteigen sector dan in 2015 (40% t.o.v. 51%) en vaker werkzaam in de gezondheidszorg (21% t.o.v. 16%) (Tabel b6.4). • 75 procent van de hbo-gediplomeerden met een sportgerelateerde baan heeft in 2018 een baan waarvoor een hbo-opleiding is vereist. In 2015 was dat nog 70 procent (Tabel 4.2). • Andere kenmerken van de groep hbo-gediplomeerden die in 2013 hun diploma hebben behaald en zowel in 2015 als in 2018 werkzaam waren op de sportarbeidsmarkt: • 53 procent van de hbo-gediplomeerden heeft in 2018 nog hetzelfde type aanstelling (Tabel b6.7a);

Responsgroep N = 128 (100%)

Sportgerelateerd 34%

Vervolgopleiding N = 37 (29%)

Overig 66%

Diploma / gestopt N = 20 (54%)

Nog bezig N = 17 (46%)

Sportgerelateerde baan N=5 (26%)

Arbeidsmarkt N = 91 (71%)

Vervolgopleiding N = 19 (15%)

N=5

N=28

Arbeidsmarkt N = 109 (85%)

Overige baan N = 10 (53%)

Geen baan N=4 (21%)

Sportgerelateerde baan N = 58 (53%)

Overige baan N = 45 (41%)

FIGUUR 4.2 SCHEMATISCH OVERZICHT LOOPBAAN HBO-GEDIPLOMEERDEN SPORTKUNDE 2014/2015.

23

Geen baan N=6 (6%)


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

• 59 procent van de hbo-gediplomeerden werkt in 2018 meer uren per week dan in 2015 en 26 procent werkt minder uren (Tabel b6.8a); • 22 procent werkt op een ander beroepsniveau (Tabel b6.10).

4.3 Bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties • 10 procent van de hbo-gediplomeerden heeft een bondsopleiding gevolgd, of is die nog aan het volgen (Tabel b7.1 en Tabel b7.4). • Het gaat daarbij vaak om opleidingen tot voetbaltrainer/-coach, gymleider/-trainer, tennistrainer, basketballtrainer of judotrainer (Tabel b7.3).

• 6 procent van de hbo-gediplomeerden heeft een brancheopleiding gevolgd, of is die nog aan het volgen (Tabel b7.6 en Tabel b7.8). • 54 procent van de hbo-gediplomeerden heeft sinds het afstuderen één of meer nevenfuncties (gehad) (Tabel b7.9). LO-gediplomeerden hebben iets minder vaak een nevenfunctie dan Sportkunde-gediplomeerden (Tabel b7.10). • 56 procent van de nevenfuncties heeft een omvang van minder dan 5 uur per week en 35 procent een omvang tussen de 5 en 10 uur per week (Tabel b7.14).

TABEL 4.2 BEROEPSNIVEAU IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

S&b-opleiding onder mbo-niveau

3%

0%

0%

Sportkunde 0%

Mbo-niveau

11%

14%

2%

26% 58%

Hbo-niveau

70%

75%

90%

Bonds- en brancheopleidingen

4%

1%

0%

3%

Geen opleidingseisen

3%

3%

0%

5%

Anders of onbekend

10%

8%

7%

8%

79

79

41

38

Totaal (N=100%)

24


Hoofdstuk 4 • Kerngegevens hbo-gediplomeerden

25


In dit hoofdstuk staan de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek onder werkgevers. De tabellen waarnaar wordt verwezen voor de achterliggende data, staan in Bijlage 8.


Hoofdstuk 5 Kerngegevens werkgevers 5.1 Arbeidsmarkt sport en bewegen In organisaties in de sporteigen sector zijn in de fitness (95%) en bij overheidsdiensten met betrekking tot sport (92%) relatief de meeste betaalde medewerkers actief. In deze organisaties zijn ook relatief het vaakst medewerkers met een

s&b-functie werkzaam (Tabel 5.1). Binnen de overige sectoren zijn bijna uitsluitend organisaties met betaalde medewerkers. Organisaties waar relatief het vaakste betaalde s&b-functies voorkomen zijn veiligheid (100%), gezondheidszorg (88%) en onderwijs (87%) (Tabel 5.2).

• Bij de sportverenigingen gaat het voornamelijk om kleine banen (van minder dan 12 uur). Voor de sporteigen sector geldt dat binnen de sportbonden (92%) en overheidsdiensten (73%) relatief de meeste medewerkers werkzaam zijn in een sport- en bewegen-

functie van 12 uur of meer (Tabel 5.3). Bij de overheidsdiensten met betrekking tot sport is dat aandeel wel afgenomen ten opzichte van de vorige meting. Binnen de overige sectoren zijn in de branches veiligheid (99%) en gezondheidszorg (90%) relatief de meeste medewerkers werkzaam in een baan van 12 uur of meer (Tabel 5.4). • Aan de werkgevers is gevraagd wat de minimale opleidingseis is voor de sportgerelateerde functie met de meeste fte’s.

In sommige sectoren geeft meer dan de helft van de respondenten aan dat het hierbij om het opleidingsniveau gaat van mbo-niveau of lager. Dit geldt voornamelijk voor functies in de sector veiligheid (84%), de zwembranche (80%), toerisme en recreatie (64%), fitness (56%), de overige commerciële organisaties (56%) en welzijn (53%). • Voor functies binnen het onderwijs (91%), de overheidsdiensten met betrekking tot sport (68%) en sportbonden (63%) is rela-

tief vaak hbo-niveau vereist (Tabel b8.8c). • Voor de sporteigen sector geldt dat de sportbonden (71%) en de overheidsdiensten met betrekking tot sport (63%) relatief het vaakst medewerkers met een functie op het gebied van sport en bewegen met vaste contracten in dienst hebben. • Binnen de overige sectoren werken s&b-medewerkers in het onderwijs (87%), in de veiligheid (84%) en de gezondheidszorg (78%) relatief het meest met een vast contract (Tabel b8.5a).

27


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL 5.1 ORGANISATIES IN DE SPORTBRANCHES MET BETAALDE MEDEWERKERS. Totaal aantal organisaties

Organisaties met betaalde medewerkers

Organisaties met betaalde s&b-functies

Sportverenigingen

422

58%

55%

Fitness

85

95%

93%

Zwembranche

149

83%

82%

Sportbonden en sportondersteuning

42

88%

76%

Outdoor

21

76%

71%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

26

92%

88%

Overige commerciële organisaties

72

83%

76%

Totaal

817

TABEL 5.2 ORGANISATIES IN DE OVERIGE SECTOREN MET BETAALDE MEDEWERKERS. Totaal aantal organisaties

Organisaties met betaalde medewerkers

Organisaties met betaalde s&b-functies

Toerisme en recreatie

66

97%

65%

Gezondheidszorg

139

97%

88%

Welzijn

134

97%

80%

Onderwijs

269

100%

87%

Veiligheid

22

100%

100%

Totaal

630

28


Hoofdstuk 5 • Kerngegevens werkgevers

5.2 De combinatiefunctionaris/ buurtsportcoach • Combinatiefunctionarissen zijn het vaakst in dienst bij een overheidsdienst op het gebied van sport (80%) (Tabel 5.5). Verder zijn combinatiefunctionarissen in de overige sectoren relatief het vaakst werkzaam in de sector welzijn (29%) (Tabel 5.6). • De meest genoemde redenen dat organisaties combinatiefunctionarissen in dienst hebben, zijn (Tabel b8.10c): • toename in s&b als preventie (39%); • toename in s&b als maatschappelijk doel (33%); • meer samenwerking met andere sectoren (32%); • meer samenwerking met niet-commerciële aanbieders s&b (32%).

5.3 Ontwikkeling van de formatie • Het merendeel van de werkgevers (65%) geeft aan dat de sportgerelateerde werkgelegenheid de afgelopen twee jaar gelijk is gebleven. Een kwart geeft aan dat er een toename is geweest (Tabel b8.12a en Tabel 8.12b). Als reden voor de toename in s&b-functies wordt net als bij de vorige monitor meestal genoemd professionalisering (34%) en nieuwe activiteiten (32%), terwijl voor een afname in s&b-functies als oorzaak voornamelijk wordt verwezen naar een daling van leerlingaantallen (35%), afname van

TABEL 5.3 AANTAL UREN WERKZAAM MEDEWERKERS IN S&B-FUNCTIES (SPORTBRANCHES). 12 uur of meer

Totaal aantal medewerkers (=100%)

Sportverenigingen

35%

823

Fitness

53%

550

Zwembranche

67%

2.280

Sportbonden en sportondersteuning

92%

277

Outdoor

43%

145

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

73%

810

Overige commerciële organisaties

58%

444

TABEL 5.4 AANTAL UREN WERKZAAM MEDEWERKERS IN S&B-FUNCTIES (OVERIGE BRANCHES). 12 uur of meer

Totaal aantal medewerkers (=100%)

Toerisme en recreatie

56%

417

Gezondheidszorg

90%

1.189

Welzijn

81%

1.103

Onderwijs

70%

1.277

Veiligheid

99%

683

leden (17%) of gebrek aan subsidie (13%) (Tabel 8.13a en Tabel 8.13b). • Binnen de sporteigen branches wordt voor de komende vijf jaar over het algemeen niet verwacht dat de sport- en bewegenfuncties afnemen. Organisaties binnen de overheidsdiensten met betrekking tot sport (56%) verwachten het vaakst een toename (Tabel b8.17a). In de overige branches is dit beeld hetzelfde. Organisaties in de welzijn (52%) geven relatief het vaakst aan dat ze een toename verwachten (Tabel b8.17b).

29

5.4 Vacatures • 20 procent van de organisaties ervaart (zeer) grote knelpunten bij het invullen van vacatures. Dit zijn voornamelijk organisaties in de sporteigen sector (Tabel b8.14). De meest voorkomende knelpunten bij het invullen van vacatures hebben te maken met baankenmerken: een te kleine vacature (39%) en een ontoereikend salaris (26%) (Tabel b8.15). • De wervingskanalen die het meest worden ingezet om vacatures in te vullen, zijn het eigen netwerk (76%) en de eigen website (47%) (Tabel b8.16).


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

30


Hoofdstuk 5 • Kerngegevens werkgevers

TABEL 5.5 COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (SPORTBRANCHES).

5.5 Ontwikkelingen • De werkgevers is gevraagd aan te geven met welke ontwikkelingen ze te maken hebben. Het ging daarbij om onderwerpen als: • samenwerking en concurrentie; • financiële ontwikkelingen; • de veranderende rol van sport en bewegen; • ontwikkelingen met betrekking tot personeelsbeleid; • demografische ontwikkelingen; • veranderde vraag.

In dienst

Niet in dienst

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

11%

89%

225

Fitness

12%

88%

67

Zwembranche

15%

85%

114

Sportbonden en sportondersteuning

26%

74%

31

Outdoor

31%

69%

13

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

80%

20%

20

Overige commerciële organisaties

25%

75%

53

• Als werkgevers in de sporteigen sector met één of meerdere van de voorgelegde ontwikkelingen te maken hebben, gaat dat relatief het vaakst om (Tabel b8.22): • meer sport en bewegen voor gezondheid (preventie) (62%); • vergrijzing (58%); • meer klantgericht werken, meer ingaan op individuele vragen van klanten (53%); • een toenemende behoefte aan flexibel inzetbare medewerkers (51%);

• meer sport en bewegen voor maatschappelijke/sociale doelen (zoals participatie, cohesie, maatschappelijke stages, et cetera) (50%). • Binnen de overige sectoren hebben werkgevers vooral te maken met een meer sport en bewegen voor gezondheid (preventie) (59%) (Tabel b8.23).

TABEL 5.6 COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (OVERIGE BRANCHES). In dienst

Niet in dienst

Toerisme en recreatie

7%

93%

Totaal N (=100%) 54

Gezondheidszorg

14%

86%

111

Welzijn

29%

71%

118

Onderwijs

23%

77%

265

Veiligheid

5%

95%

21

31


B.1 De Arbeidsmarktmonitor Sport B.1.1 Doelstelling onderzoek In het verlengde van de doelstelling van de beide vorige monitors kan het doel van de AMMS2018 als volgt worden omschreven:


Bijlage 1 Verantwoording onderzoeksaanpak het geven van een kwantitatief en kwalitatief beeld van de arbeidsmarkt in 2018 voor sportgerelateerde functies op mbo- en hbo-niveau; de aansluiting tussen sportopleidingen en sportarbeidsmarkt staat hierbij centraal (statisch beeld: momentopname/foto);

• het zichtbaar maken van ontwikkelingen op de sportarbeidsmarkt anno 2018 (dynamisch beeld: film) door: • een retrospectieve vergelijking van de bevindingen uit de AMMS2018 met de bevindingen uit de vorige monitors;

• werkgevers te vragen naar huidige en toekomstige ontwikkelingen binnen de sportarbeidsmarkt en de omgeving daarvan en de verwachte impact van deze ontwikkelingen op de arbeidsmarktvraag.

• Het genereren van gebruikswaarde op basis van deze uitkomsten voor: • de professionalisering van de sportarbeidsmarkt; • kwaliteit en kwantiteit van het opleidingenaanbod.

B.1.2 Onderzoeksopzet

op het gebied van sport en bewegen, vacatures en werving, verwachte verloop van het aantal sport- en bewegenfuncties en ontwikkelingen waarmee ze te maken hebben.

Centraal in de AMMS2018 staat de vraag naar de aansluiting tussen gediplomeerden van s&b-opleidingen enerzijds (aanbodzijde) en de arbeidsmarktbehoefte aan gediplomeerden anderzijds (vraagzijde).

In de Arbeidsmarktmonitor Sport zijn bij gediplomeerden (i.c. het alumni-onderzoek) en werkgevers gegevens verzameld over de volgende thema’s: • bij mbo en hbo sportgediplomeerden: gevolgde opleiding(en), uitstroombestemming, loopbaangeschiedenis en baankenmerken (waaronder belang van kerntaken en opleidingseisen); • bij werkgevers: omvang en personeelskenmerken, opleidingseisen functies

33

Bij het alumni-onderzoek zijn twee cohorten betrokken. In lijn met de eerdere metingen (zie Overzicht b1.1) ging het dit keer om alumni die hun diploma hebben behaald in schooljaar 2012/2013 en in schooljaar 2014/2015.


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

OVERZICHT B1.1 METINGEN EN COHORTEN ARBEIDSMARKTMONITOR SPORT.* Afstudeerjaren 2003-2004

2004-2005

AMMS2008**

2005-2006

2006-2007

2007-2008

2009-2010

2010-2011

2011-2012

2012-2013

2013-2014

2014-2015

 

AMMS2011

2008-2009

 

AMMS2013 AMMS2015

 

·

AMMS2018

 

* DE AMMS2006 BETROF ALLEEN EEN ONDERZOEK ONDER WERKGEVERS. ** ALLEEN HBO-GEDIPLOMEERDEN.

AMMS 2018

AMMS 2015

Lo

op

ba

De keuze voor twee cohorten maakt het mogelijk om ontwikkelingen in loopbanen (ontwikkelingen binnen cohort 1) en in intredefuncties (vergelijking cohort 1 en 2) in kaart te brengen: zie Figuur b1.1.

a

n no

tw

ikk

e

De gegevens zijn via een webenquête (in combinatie met telefonische rappel en afname) verzameld.

g lin

B.2 Respons De veranderende (Europese) privacywetgeving (i.e. het inwerking treden van de Algemene verordening gegevensbescherming) heeft het veldwerk aanzienlijk belemmerd. Er zat gemiddeld een grote doorlooptijd tussen het initiële contact met partijen die contactgegevens moesten aanleveren en de daadwerkelijke levering. Er is daarom voor gekozen om de veldwerkperiode met een maand te verlengen. Uiteindelijk hebben aan de huidige monitor bijna 1.500 werkgevers

Ontwikkeling intredeposities Cohort 10/11

Cohort 12/13 (cohort 1)

Cohort 14/15 (cohort 2)

FIGUUR B1.1 LOOPBAANONTWIKKELING VERSUS VERGELIJKING INTREDEPOSITIES.

34


Bijlage 1 • Verantwoording onderzoeksaanpak

en ruim 850 mbo- en hbo-gediplomeerden deelgenomen. Deze responsaantallen liggen tussen de aantallen van de vorige twee edities van de Arbeidsmarktmonitor Sport (zie Overzicht b1.21).

Steekproef 1.947 Respons 340 (17%)

Non-respons 1.607 (83%)

In de volgende paragrafen wordt de respons uitgesplitst naar de verschillende subonderdelen. Deze paragrafen bevatten tevens tabellen over de achtergrondkenmerken van de respondenten.

FIGUUR B1.2 OVERZICHT RESPONS.

2.1 Respons onder mbogediplomeerden 2.1.1 Cohort 2014-2015 In totaal heeft KBA Nijmegen 1.947 unieke contactgegevens ontvangen van veertien verschillende ROC’s met sport- en bewegenopleidingen. Daarvan hebben 340 gediplomeerden meegewerkt aan het onderzoek wat neerkomt op een responspercentage van 17 procent (Figuur b1.2).

OVERZICHT B1.2 VERGELIJKING RESPONS AFGELOPEN DRIE AMMS’EN.

Mbo 1e keer

Hbo 1e keer

Mbo 2e keer

Hbo 2e keer

Totaal alumni

Werkgevers

Monitor

Steekproef

Respons

Responspercentage

AMMS13

1.347

280

21%

AMMS15

3.316

423

13%

AMMS18

1.947

340

17%

AMMS13

836

227

27%

AMMS15

1.478

380

26%

AMMS18

1.131

270

24% 34%

AMMS13

276

95

AMMS15

280

142

51%

AMMS18

262

102

39%

AMMS13

205

101

49%

AMMS15

227

127

56%

AMMS18

380

143

38%

AMMS13

2.664

703

26%

AMMS15

5.301

1.072

20%

AMMS18

3.720

855

23%

Amms-13

2.121

407

19%

Amms-15

7.587

1.582

21%

Amms-18

7.698

1.488

19%

35


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B1.1A VERDELING POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR OPLEIDING/NIVEAU. Populatie*

Steekproef

Niveau 2: Sport- en bewegingsbegeleider

17%

18%

Responsgroep 11%

Niveau 3: Sport- en bewegingsleider

31%

30%

29%

Niveau 4: Sport- en bewegingscoördinator

53%

52%

59%

Totaal (N=100%)

4.671

1.947

340

Steekproef 262

* BRON: DUO (WWW.DUO.NL/ORGANISATIE/OPEN_ONDERWIJSDATA/DATABESTANDEN/DEFAULT.ASP).

Met een netto respons van 340 respondenten voldoet de respons aan de eisen voor een betrouwbaarheidsniveau van 94 procent voor een populatie van 4.671 gediplomeerden in 2014/2015.

Respons 102(39%)

tieverdeling verwacht zou mogen worden (Tabel b1.1a). Ten opzichte van de populatie bestaat de responsgroep daarnaast uit relatief meer vrouwen en BBL’ers (Tabel b1.1b).

2.1.2 Cohort 2012-2013 De steekproef voor het cohort 2012-2013 bestaat uit respondenten die hebben meegedaan aan de AMMS2015. In totaal ging het daarbij om 423 respondenten. Omdat het niet is gelukt met alle ROC’s een verwerkersover-

De responsverdeling is niet helemaal representatief voor de gehele populatie. Net als bij de vorige monitors bestaat de responsgroep uit minder niveau 2- en meer niveau 4- gediplomeerden dan op basis van de popula-

Non-respons 1.60 (61%)

FIGUUR B1.3 OVERZICHT RESPONS.

eenkomst af te sluiten, is de feitelijke steekproef uitgekomen op 262 respondenten. Deze zijn allemaal voor de tweede keer benaderd. Er hebben 102 gediplomeerden meegewerkt aan het onderzoek; een responspercentage van 39 procent (Figuur b1.3).

TABEL B1.1B ACHTERGRONDKENMERKEN VAN DE POPULATIE EN DE RESPONDENTEN. Populatie* Niveau 3 (N=1.434)

Niveau 2 (N=784)

Responsgroep

Niveau 4 (N=2.453)

Totaal (N=4.671)

Niveau 2 (N=38)

Niveau 3 (N=100) Niveau 4 (N=202)

Totaal (N=340)

Geslacht Man

80%

79%

69%

74%

53%

62%

52%

55%

Vrouw

20%

21%

31%

26%

29%

26%

36%

32%

Onbekend

-

-

-

-

18%

12%

11%

12%

BOL

93%

80%

92%

89%

76%

76%

84%

81%

BBL

0%

2%

0%

1%

21%

22%

13%

16%

Extraneus

7%

18%

7%

10%

-

-

-

-

Onbekend

0%

2%

0%

1%

3%

2%

3%

3%

Leerweg

* BRON: DUO (WWW.DUO.NL/ORGANISATIE/OPEN_ONDERWIJSDATA/DATABESTANDEN/DEFAULT.ASP).

36


Bijlage 1 • Verantwoording onderzoeksaanpak

TABEL B1.2A VERDELING POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR OPLEIDING/NIVEAU. Populatie 2012-2013*

Responsgroep 2012-2013 in AMMS15

Niveau 2: Sport- en bewegingsbegeleider

19%

14%

13%

Niveau 3: Sport- en bewegingsleider

30%

26%

26%

51%

60%

61%

4.529

262

102

Niveau 4: Sport- en bewegingscoördinator Totaal (N=100%)

Responsgroep 2012-2013 in AMMS18

* BRON: DUO (HTTP://WWW.DUO.NL/ORGANISATIE/OPEN_ONDERWIJSDATA/DATABESTANDEN/DEFAULT.ASP).

2.2 Respons onder hbo-gediplomeerden 2.2.1 Cohort 2014-2015 In totaal heeft KBA Nijmegen 1.131 unieke contactgegevens ontvangen van de verschillende sporthogescholen. Daarvan hebben 270 gediplomeerden meegewerkt aan het onderzoek, wat neerkomt op een responspercentage van 24 procent (Figuur b1.4).

Steekproef 1.131

Met een respons van 270 respondenten voldoet de respons aan de eisen voor een betrouwbaarheidsniveau van 93 procent voor een populatie van 1.344 gediplomeerden in 2014/2015.

Respons 270 (24%)

Non-respons 861 (76%)

FIGUUR B1.4 OVERZICHT RESPONS.

TABEL B1.2B ACHTERGRONDKENMERKEN VAN DE RESPONDENTEN. Populatie 2012-2013 (N=4.529) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Responsgroep 2012-2013 in 2015 (N=262)

Responsgroep 2012-2013 in 2018 (N=102)

Niveau 2

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 3

Niveau 4

Geslacht Man

83%

76%

67%

57%

63%

55%

54%

59%

52%

Vrouw

17%

24%

33%

35%

25%

37%

46%

33%

44%

-

-

-

8%

12%

8%

-

7%

5%

BOL

100%

98%

99%

92%

82%

86%

85%

78%

95%

BBL

0%

2%

1%

8%

18%

13%

15%

22%

3%

-

-

-

0%

0%

1%

-

-

2%

860

1.359

2.310

37

67

158

13

27

62

Onbekend

Leerweg

Onbekend N

37


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B1.3A VERDELING POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR OPLEIDING. Populatie*

Steekproef

Responsgroep

46%

56%

50%

Sportkunde

54%

44%

50%

Totaal (N=100%)

1.443

1.131

270

LO

* BRON: HTTPS://DUO.NL/OPEN_ONDERWIJSDATA/DATABESTANDEN/HO/INGESCHREVEN/HBO-INGESCHR/INGESCHREVENEN-HBO5.JSP.

Er is geprobeerd om de verdeling naar opleiding in de responsgroep zo veel mogelijk gelijk te laten zijn aan de populatieverdeling, maar dat is niet helemaal gelukt. De LO-gediplomeerden zijn iets oververtegenwoordigd (Tabel b1.3a). Ten opzichte van de populatie bestaat de responsgroep daarnaast uit relatief meer vrouwen en is de verdeling

naar hogeschool niet zoals op basis van de populatie verwacht zou mogen worden (Tabel b1.3b). Een en ander heeft voornamelijk te maken met het verschil in kwaliteit van de aangeleverde contactgegevens.

2.2.2 Cohort 2012-2013 De steekproef voor het cohort 2012-2013 bestaat uit respondenten die hebben meegedaan aan de AMMS2015. Het daarbij om 380 respondenten. Deze zijn voor de huidige monitor benaderd. 140 gediplomeerden hebben meegewerkt aan het onderzoek (een responspercentage van 38%, zie Figuur b1.5).

TABEL B1.3B ACHTERGRONDKENMERKEN VAN DE POPULATIE EN RESPONSGROEP. Populatie* ALO

Responsgroep

Sportkunde

Totaal

ALO

Sportkunde

Totaal

Geslacht Man

66%

63%

64%

54%

47%

50%

Vrouw

34%

37%

36%

41%

49%

45%

Onbekend

-

-

-

4%

4%

4%

Instituut Hanze Hogeschool

8%

13%

11%

11%

37%

24%

Hogeschool Windesheim

19%

6%

12%

9%

0%

4%

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

19%

26%

23%

19%

3%

11%

Fontys Sporthogeschool

19%

15%

17%

40%

21%

31%

Haagse Hogeschool

14%

10%

12%

7%

8%

8%

Hogeschool van Amsterdam

20%

17%

18%

13%

12%

13%

Inholland

0%

10%

5%

0%

8%

4%

Hogeschool Zeeland

0%

4%

2%

0%

10%

5%

Totaal (N = 100%)

658

785

1.443

135

135

270

BRON: VERENIGING HOGESCHOLEN (HTTP://CIJFERS.VERENIGINGHOGESCHOLEN.NL/).

38


Bijlage 1 • Verantwoording onderzoeksaanpak

Steekproef 380 Respons 143(38%)

Non-respons 237 (62%)

FIGUUR B1.5 OVERZICHT RESPONS. TABEL B1.4A VERDELING POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR OPLEIDING. Populatie 2012-2013*

Responsgroep 2012-2013 in AMMS15

LO

46%

39%

Responsgroep 2012-2013 in AMMS18 35%

Sportkunde

54%

61%

65%

Totaal (N=100%)

1.451

380

140

* BRON: HTTP://CIJFERS.VERENIGINGHOGESCHOLEN.NL/INDEX.HTM.

2.3 Respons onder werkgevers Net als bij de vorige monitor is deze keer gebruikgemaakt van het leerbedrijvenbestand van SBB. Bedrijven die niet ingedeeld konden worden naar een specifieke branche, zijn verwijderd uit het bestand. Het leerbedrijvenbestand is daarnaast nog aangevuld met contactgegevens van de WOS (waarbij het voornamelijk ging om organisaties behorende bij de ‘sportbonden en sportondersteuning’) en NRZ (waarbij het ging om organisaties uit de zwembranche). Na ontdubbeling bestond de steekproef uit 7.698 organisaties. Tabel b1.5 geeft weer hoe de verdeling naar sector en branche in de steekproef is.

In totaal hebben 1.488 organisaties meegewerkt aan het onderzoek. Wat neerkomt op een responspercentage van 19 procent (Figuur b1.6). De responsgroep vormt een vrij goede afspiegeling van de steekproef. De fitnessbranche is iets ondervertegenwoordigd, de overige branches komen ongeveer even vaak voor als op basis van de steekproef verwacht zou mogen worden.

Steekproef 7.698 Respons 1.488 (19%)

FIGUUR B1.6 OVERZICHT RESPONS.

Tabel b1.7 geeft een overzicht van de functies van de respondenten van organisaties die hebben meegewerkt aan het onderzoek. Het grootste gedeelte van de respondenten is eigenaar/directeur of heeft een managementfunctie. Vanuit de verenigingen hebben veel bestuursleden de enquête ingevuld.

39

Non-respons 6.210 (81%)


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B1.4B ACHTERGRONDKENMERKEN VAN DE RESPONDENTEN. Populatie 2012-2013 (N=1.451)

Responsgroep 2012-2013 in 2015 (N=380)

Responsgroep 2012-2013 in 2018 (N=143)

Man

61%

45%

43%

Vrouw

39%

43%

52%

-

11%

4%

Lerarenopleidingen LO

46%

39%

36%

Overige hbo-sportopleidingen

54%

61%

64%

Geslacht

Onbekend Opleiding

Instituut Windesheim

19%

27%

24%

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

21%

16%

22%

Haagse Hogeschool

10%

16%

20%

Hogeschool van Amsterdam

15%

15%

12%

Hanzehogeschool

15%

12%

10%

Fontys Sporthogeschool

16%

8%

6%

Inholland

4%

6%

6%

Hz University of Applied Sciences

1%

-

-

TABEL B1.5 VERDELING STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR SECTOREN EN BRANCHE (AMMS2018). Steekproef

Responsgroep

Sportverenigingen

32%

30%

Fitness

12%

6%

Zwembranche

8%

10%

Sportbonden en sportondersteuning

1%

3%

Outdoor

1%

1%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

1%

2%

Overige commerciĂŤle organisaties

5%

5%

Sporteigen subsector

Overige sectoren Toerisme en recreatie

6%

5%

Onderwijs

12%

18%

Gezondheidszorg

7%

9%

Welzijn

12%

10%

Veiligheid Totaal (N = 100%)

40

1%

1%

7.698

1.488


Bijlage 1 • Verantwoording onderzoeksaanpak

TABEL B1.6 VERDELING STEEKPROEF EN RESPONSGROEP NAAR SECTOREN EN BRANCHE (AMMS2015). Steekproef

Responsgroep

Sportverenigingen

32%

37%

Fitness

14%

7%

Zwembranche

8%

8%

Sporteigen subsector

Sportbonden en sportondersteuning

2%

3%

Outdoor

2%

2%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

1%

1%

Overige commerciële organisaties

7%

6%

Toerisme en recreatie

7%

6%

Onderwijs

10%

9%

Gezondheidszorg

6%

7%

Welzijn

11%

12%

Overige sectoren

Veiligheid Totaal (N = 100%)

TABEL B1.7 FUNCTIES RESPONDENTEN. Percentage Eigenaar/directeur

17%

Managementfunctie

32%

Functie op het gebied van P&O/HRM

7%

Bestuurslid

8%

Andere functie

36%

Totaal (N=100%)

1.488

41

1%

1%

7.587

1.582



Bijlage 2 Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities De tabellen in deze bijlage zijn gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de mbo-gediplomeerden die tijdens de uitvoering van het onderzoek ruim twee jaar zijn afgestudeerd. Voor de huidige monitor betreft dat gediplomeerden uit het schooljaar 2014/2015.

Gegevens over deze gediplomeerden worden vergeleken met de gegevens van gediplomeerden uit schooljaar 2010/2011 welke in 2013 zijn bevraagd en gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke in 2015 zijn bevraagd (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors).

43


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

Opleiding en vooropleiding TABEL B2.1A GEDIPLOMEERDEN MBO-OPLEIDINGEN SPORT EN BEWEGEN NAAR OPLEIDING/NIVEAU. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Sport- en bewegingsbegeleider (niveau 2)

Opleiding

9%

16%

11%

Sport- en bewegingsleider (niveau 3)

15%

29%

29%

Sport- en bewegingscoördinator (niveau 4)

76%

55%

59%

Trainer/coach

9%

13%

14%

BOS-medewerker

19%

13%

14%

Bewegingsagoog

26%

17%

16%

Operationeel sport en bewegingsmanager

18%

12%

15%

-

-

-

Onbekend

5%

0%

1%

Totaal (N=100%)

280

423

340

Niveau 4 ‘oude stijl’

2014/2015 (AMMS18)

TABEL B2.1B GEDIPLOMEERDEN MBO-OPLEIDINGEN SPORT EN BEWEGEN NAAR VOOROPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Vmbo SDV

8%

7%

6%

21%

10%

5%

12%

6%

3%

Vmbo – theoretische leerweg

36%

39%

47%

5%

31%

53%

15%

31%

44%

Vmbo – gemengde leerweg Vmbo – kaderberoepsgerichte leerweg Vmbo – basisberoepsgerichte leerweg

Niveau 4

-

-

-

0%

5%

6%

3%

4%

6%

20%

22%

16%

18%

19%

13%

9%

21%

13%

-

-

-

35%

8%

1%

39%

6%

3%

20%

10%

4%

5%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

1%

0%

0%

0%

0%

Mavo

0%

5%

4%

5%

7%

6%

3%

10%

8%

Havo

0%

7%

12%

1%

8%

8%

3%

11%

14%

Vwo

0%

0%

1%

0%

1%

0%

0%

0%

0%

Mbo

4%

7%

5%

6%

8%

4%

12%

8%

4%

Anders

12%

2%

5%

3%

3%

4%

3%

2%

2%

25

41

214

68

122

233

33

99

201

Vmbo overig Vbo

44


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

Uitstroombestemming TABEL B2.2 UITSTROOMBESTEMMING NA TWEE JAAR. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Arbeidsmarkt

64%

71%

49%

72%

69%

44%

58%

72%

50%

- Direct naar arbeidsmarkt

32%

27%

35%

40%

38%

32%

26%

32%

39%

- Na vervolgopleiding met diploma

20%

39%

4%

28%

27%

1%

21%

32%

2%

- Na vervolgopleiding zonder diploma

12%

5%

10%

3%

3%

11%

11%

8%

9%

Vervolgopleiding

36%

29%

51%

28%

31%

56%

42%

28%

50%

Totaal (N=100%)

25

41

214

67

121

227

38

95

191

TABEL B2.3 VERVOLGOPLEIDINGEN NA HET BEHALEN VAN DIPLOMA INITIËLE MBO-OPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

S&b mbo niveau 3

41%

-

-

54%

-

-

44%

-

-

S&b mbo niveau 4

41%

87%

-

18%

68%

-

15%

66%

-

Ander type mbo-opleiding

18%

7%

4%

23%

15%

5%

30%

21%

1% 24%

ALO

-

-

20%

-

-

18%

-

-

Andere s&b-hbo-opleiding

-

-

17%

-

1%

24%

-

-

14%

Ander type hbo-opleiding

-

-

48%

-

7%

42%

-

4%

40%

Anders

-

7%

11%

5%

8%

12%

11%

8%

22%

Totaal (N=100%)

17

30

140

39

75

153

27

71

123

TABEL B2.4A OVERZICHT HUIDIGE SITUATIE RESPONDENTEN NAAR WEL/NIET VERVOLGOPLEIDING.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

A

B

C

A

B

C

A

B

C

Baan

70%

94%

83%

88%

91%

89%

77%

92%

85%

- Sportbaan

39%

58%

49%

47%

51%

49%

35%

55%

46%

- Andere baan

31%

36%

34%

41%

40%

40%

42%

37%

39%

Geen baan

30%

6%

17%

12%

9%

10%

23%

8%

15%

- Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

4%

6%

5%

6%

5%

5%

- Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

8%

3%

5%

17%

3%

9%

Totaal (N=100%)

131

149

280

185

230

415

139

184

323

* A: IN VERVOLGOPLEIDING, B: NIET IN VERVOLGOPLEIDING, C: TOTAAL.

45


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B2.4B OVERZICHT HUIDIGE SITUATIE RESPONDENTEN NAAR NIVEAU. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Baan

20%

22%

36%

22%

29%

50%

29%

22%

39%

- Sportbaan

12%

5%

21%

13%

12%

28%

16%

7%

19%

- Andere baan

8%

17%

14%

9%

17%

22%

13%

15%

20%

Geen baan

16%

7%

15%

7%

2%

6%

13%

6%

11%

Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

6%

0%

1%

5%

1%

3%

Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

1%

2%

5%

8%

5%

8%

In vervolgopleiding

Niet in vervolgopleiding Baan

56%

66%

46%

56%

61%

43%

39%

67%

48%

Sportbaan

32%

32%

30%

15%

40%

26%

18%

49%

25%

Andere baan

24%

34%

16%

41%

21%

17%

21%

18%

23%

Geen baan

8%

5%

2%

15%

7%

1%

18%

4%

2%

Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

12%

4%

0%

10%

4%

0%

Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

3%

3%

0%

8%

-

2%

Totaal (N=100%)

25

41

214

68

121

228

38

94

191

Loopbaangeschiedenis TABEL B2.5 BANEN SINDS AFSTUDEREN OORSPRONKELIJKE STUDIE, TOTALE RESPONSGROEP – MBO. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Geen baan

20%

7%

11%

6%

5%

2%

16%

-

5%

Eén baan

36%

27%

23%

42%

37%

32%

18%

31%

21%

Twee banen

16%

37%

24%

24%

32%

32%

18%

36%

31%

Drie banen

20%

15%

24%

12%

16%

19%

29%

18%

23%

Vier banen of meer

8%

15%

18%

16%

11%

14%

18%

14%

20%

Minimaal één sportgerelateerde baan*

65%

53%

76%

40%

63%

71%

56%

77%

69%

Totaal aantal respondenten (N=100%)

25

41

214

67

122

229

38

99

199

Totaal aantal banen

44

89

496

133

239

506

88

224

488

70%

57%

61%

28%

49%

54%

34%

51%

49%

Percentage sportgerelateerde banen

* PERCENTAGE IS BEREKEND TEN OPZICHTE VAN HET AANTAL RESPONDENTEN MET EEN BAAN.

46

Niveau 4


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

Banen en functies TABEL B2.6A OVERZICHT ACTIVITEIT RESPONDENTEN DIE NU GEEN SPORTGERELATEERDE BAAN HEBBEN.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

A

B

C

A

B

C

A

B

C

Nooit werk gehad

34%

8%

22%

8%

6%

7%

11%

6%

9% 54%

Nooit sportwerk gehad

36%

65%

49%

64%

67%

66%

51%

56%

Sportwerk gehad, nu geen baan

11%

3%

8%

7%

8%

8%

17%

8%

13%

Sportwerk gehad, nu ander werk

19%

24%

21%

20%

19%

20%

21%

29%

25%

Totaal (N=100%)

115

70

185

98

114

212

90

85

175

* A: IN VERVOLGOPLEIDING, B: NIET IN VERVOLGOPLEIDING, C: TOTAAL.

TABEL B2.6B REDENEN VAN DE KEUZE VOOR EEN NIET-SPORTGERELATEERDE BAAN (VOOR RESPONDENTEN DIE OOIT SPORTGERELATEERD WERK HEBBEN GEDAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Meer loon huidige baan

Redenen

20%

22%

22%

Meer uren huidige baan (of volledige aanstelling)

18%

12%

15%

Regelmatigere werktijden huidige baan

9%

8%

9%

Geen sportgerelateerde baan gevonden

29%

22%

15%

Huidige baan interessanter dan een baan in s&b-sector

16%

16%

22%

Andere reden

9%

22%

18%

Totaal (N=100%)

45*

51*

79*

* ER WAREN MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

47


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B2.7 AANTAL BANEN EN VERDELING NAAR SPORT- EN NIET-SPORTBANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN BAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Eén baan

84%

83%

72%

68%

71%

61%

32%

54%

59%

Uitsluitend één sportbaan

42%

26%

38%

8%

34%

25%

0%

23%

18%

Uitsluitend één andere baan

42%

57%

34%

60%

37%

36%

32%

31%

41% 27%

Twee banen

11%

14%

20%

33%

27%

30%

32%

33%

Uitsluitend twee sportbanen

11%

9%

9%

15%

9%

8%

9%

10%

8%

Eén sportbaan en één andere baan

0%

3%

9%

12%

12%

17%

14%

19%

12%

Uitsluitend twee andere banen

0%

3%

3%

6%

6%

5%

9%

5%

7%

Meer dan twee banen

5%

3%

8%

0%

3%

10%

36%

12%

14%

Eén sportbaan en twee of meer andere banen

0%

0%

1%

-

1%

2%

14%

6%

3%

Twee of meer sportbanen en één andere baan

0%

3%

4%

-

1%

3%

14%

4%

5%

Twee of meer sportbanen plus meerdere andere banen

0%

0%

1%

-

-

1%

5%

2%

4%

Uitsluitend meer dan twee sportbanen

5%

0%

2%

-

1%

4%

0%

0%

2%

Uitsluitend meer dan twee andere banen

0%

0%

0%

-

-

1%

5%

0%

1%

Totaal (N=100%)

19

35

175

52

109

211

22

81

152

TABEL B2.8A OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

<9 uur per week

36%

21%

34%

23%

22%

39%

17%

17%

23%

9-16 uur per week

27%

7%

26%

39%

15%

27%

42%

15%

16%

17-24 uur per week

-

14%

8%

-

11%

11%

25%

13%

11%

25-32 uur per week

9%

43%

14%

23%

20%

9%

8%

30%

14%

> 32 uur per week

27%

14%

19%

15%

32%

15%

8%

26%

36%

Totaal aantal sportbanen*

15

18

133

18

67

153

19

64

111

Totaal aantal uren

192

314

1.837

252

1.246

1.810

201

1.364

2.037

Totaal aantal personen

11

14

104

13

54

113

12

54

81

Gemiddeld aantal uren per sportbaan

13

17

14

14

19

12

11

21

18

Gemiddeld aantal uren in sportbanen per persoon

17

22

18

19

23

16

17

25

25

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

48


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B2.8B OMVANG ALLE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

<9 uur per week

36%

14%

25%

8%

19%

23%

-

9%

Niveau 4 11%

9-16 uur per week

27%

7%

30%

31%

7%

27%

25%

6%

10% 16%

17-24 uur per week

-

21%

8%

15%

13%

13%

42%

13%

25-32 uur per week

9%

43%

15%

23%

20%

12%

17%

30%

15%

> 32 uur per week

27%

14%

22%

23%

41%

24%

17%

43%

48%

Totaal aantal banen*

15

20

160

22

79

201

37

96

161

Totaal aantal uren

192

334

2.039

322

1.463

2.340

281

1.785

2.498

Totaal aantal personen

11

14

104

13

54

113

12

54

81

Gemiddeld aantal uren per baan

13

17

13

15

19

12

8

19

16

Gemiddeld aantal uren in banen per persoon

17

24

20

25

27

21

23

33

31

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

TABEL B2.8C OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN) – UITSLUITEND RESPONDENTEN DIE MOMENTEEL GEEN OPLEIDING MEER VOLGEN. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

<9 uur per week

17%

9%

Niveau 4 8%

9-16 uur per week

33%

15%

10% 10%

17-24 uur per week

50%

15%

25-32 uur per week

0%

33%

18%

> 32 uur per week

0%

28%

53%

Totaal aantal sportgerelateerde banen*

9

57

65

Totaal aantal uren

92

1.255

1.548

Totaal aantal personen

6

46

49

Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

10

22

24

Gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon

15

27

32

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

49


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B2.8D OMVANG ALLE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN) - UITSLUITEND RESPONDENTEN DIE MOMENTEEL GEEN OPLEIDING MEER VOLGEN. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

<9 uur per week

0%

0%

4%

9-16 uur per week

33%

4%

4%

17-24 uur per week

50%

15%

10%

25-32 uur per week

17%

33%

16%

> 32 uur per week

0%

48%

65%

Totaal aantal banen*

22

89

95

Totaal aantal uren

115

1.676

Totaal aantal personen

6

Niveau 4

1.773 46

49

Gemiddeld aantal uren per baan

5

19

19

Gemiddeld aantal uren in banen per persoon

19

36

36

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

TABEL B2.9A DIENSTVERBANDEN VAN DE SPORTGERELATEERDE BANEN (MET DE MEESTE UREN).* 2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Vast contract

38%

43%

35%

8%

54%

49%

Tijdelijk contract

38%

28%

30%

50%

24%

23%

Oproepkracht

25%

15%

18%

33%

7%

14%

Uitzendkracht (vanuit uitzendbureau)

0%

3%

2%

8%

-

3%

Gedetacheerd

0%

2%

0%

-

2%

1%

Eigen bedrijf

0%

0%

4%

-

-

5%

Zzp’er

0%

3%

3%

-

9%

4%

Anders

0%

7%

8%

-

4%

1%

Totaal (N=100%)

16

61

119

12

54

81

* NIET GEVRAAGD IN AMMS13.

50

Niveau 4


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B2.9B DIENSTVERBANDEN ALLE (SPORTGERELATEERDE) BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN, GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN).* Alle sportgerelateerde banen

Alle banen

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Vast contract

17%

57%

54%

33%

59%

60%

Tijdelijk contract

50%

28%

31%

58%

35%

37%

Oproepkracht

50%

11%

19%

50%

13%

23%

Uitzendkracht (vanuit uitzendbureau)

5%

8%

-

4%

8%

-

Gedetacheerd

-

2%

1%

-

2%

1%

Eigen bedrijf

-

2%

5%

-

4%

5%

Zzp’er

-

9%

10%

-

9%

10%

Anders

-

6%

5%

-

6%

6%

N

12

54

81

12

54

81

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT. TABEL B2.10A FUNCTIEBENAMINGEN (SPORTBAAN MET MEESTE UREN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

36%

27%

32%

29%

29%

22%

33%

24%

22%

Trainer/coach

9%

13%

15%

24%

24%

23%

17%

11%

15%

Combinatiefunctionaris

9%

7%

13%

-

15%

5%

8%

11%

9%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

9%

-

6%

6%

3%

7%

8%

13%

5%

-

-

1%

-

2%

1%

-

-

1%

Overige sportgerelateerde docent

Docent Lichamelijke Opvoeding/leraar bewegingsonderwijs

9%

-

-

-

-

1%

-

7%

4%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

9%

40%

6%

24%

3%

9%

17%

13%

15%

Toezichthoudende zwembadmedewerker

-

-

3%

-

-

3%

8%

-

1%

Sportopbouwwerker, sportbuurtwerker

-

-

2%

-

-

-

-

-

-

Bewegingsagoog

-

-

5%

-

3%

6%

-

2%

3% 5%

Recreatiemedewerker BOS-medewerker (inclusief LOBOS) Manager (sport en bewegen)

-

-

3%

-

-

-

8%

-

9%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2%

-

2%

-

-

-

3%

Buurtsportcoach

-

-

-

-

-

1%

-

-

-

Eigenaar/directeur

-

-

-

-

-

3%

-

6%

3%

-

-

-

-

-

-

-

-

1%

Andere functiebenaming

Verenigingsmanager

9%

13%

13%

18%

19%

20%

-

13%

14%

Totaal (N=100%)

11

15

111

17

62

122

12

54

81

51


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B2.10B SECTOREN (SPORTBAAN MET MEESTE UREN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Sporteigen sector

82%

93%

85%

88%

79%

83%

83%

91%

76%

Toerisme en recreatie

9%

20%

16%

6%

6%

10%

8%

13%

23%

Veiligheid Gezondheidszorg

Niveau 4

-

-

4%

-

10%

1%

17%

6%

14%

18%

20%

19%

12%

17%

22%

17%

23%

33%

-

-

13%

6%

10%

14%

17%

13%

21%

Onderwijs

Welzijn

9%

-

11%

6%

6%

9%

17%

15%

20%

Een andere sector

18%

7%

13%

6%

2%

2%

-

8%

9%

11

15

112

17

63

121

12

53

80

N * TEKST ONTBREEKT.

TABEL B2.10C SECTOREN (SPORTBAAN MET MEESTE UREN) – GEPERCENTEERD OP SECTOR.* 2010/2011 (AMMS13)

Sporteigen sector Toerisme en recreatie

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

60%

72%

52%

71%

61%

57%

53%

54%

39%

7%

11%

10%

5%

5%

6%

5%

8%

12%

-

-

11%

-

6%

-

11%

3%

7%

13%

11%

8%

5%

8%

15%

11%

13%

17%

Veiligheid Gezondheidszorg

2012/2013 (AMMS15)

Niveau 2

Welzijn

-

-

6%

5%

7%

8%

11%

8%

11%

Onderwijs

7%

-

3%

5%

5%

7%

11%

9%

10%

Een andere sector

13%

6%

9%

10%

9%

7%

0%

4%

4%

15

18

177

21

87

177

19

89

156

N (sectoren)

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

52


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B2.11A FUNCTIEBENAMINGEN (ALLE SPORTBANEN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

50%

28%

28%

Trainer/coach

25%

15%

23%

Combinatiefunctionaris

8%

11%

9%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

8%

20%

7%

-

-

1%

Overige sportgerelateerde docent

8%

7%

4%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

25%

15%

17%

Toezichthoudende zwembadmedewerker

8%

-

1%

-

4%

4%

8%

-

7%

-

-

3%

Docent Lichamelijke Opvoeding/leraar bewegingsonderwijs

Bewegingsagoog Recreatiemedewerker Manager (sport en bewegen)

Niveau 4

Buurtsportcoach

-

-

1%

Eigenaar/directeur

-

6%

4%

Verenigingsmanager

-

-

1%

Verenigingsondersteuner

-

-

1%

Projectmedewerker

-

2%

-

Andere functiebenaming

8%

15%

19%

N

12

54

81

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18, ER ZIJN RESPONDENTEN MET MEER DAN ÉÉN BAAN; TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

TABEL B2.11B SECTOREN (ALLE SPORTBANEN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Sporteigen sector

92%

94%

Niveau 4 84%

Toerisme en recreatie

17%

17%

28%

Veiligheid

17%

6%

14%

Gezondheidszorg

25%

25%

36%

Welzijn

17%

15%

25%

Onderwijs

17%

17%

23%

Een andere sector

-

8%

9%

N

12

53

80

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18 (MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK).

53


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

Opleidingseisen TABEL B2.12 OPLEIDINGSEISEN VOOR SPORTGERELATEERDE BANEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

S&b-opleiding onder mbo-niveau

27%

20%

8%

6%

13%

12%

8%

16%

9%

Mbo-niveau

45%

47%

59%

53%

52%

49%

46%

33%

51%

Hbo-niveau

Niveau 4

-

-

2%

12%

2%

6%

0%

4%

5%

Bonds- en brancheopleidingen

9%

-

15%

12%

8%

14%

8%

12%

13%

Geen opleidingseisen

9%

-

6%

6%

11%

10%

15%

14%

10%

-

-

-

-

7%

3%

15%

14%

5%

Anders

9%

33%

10%

12%

8%

7%

8%

6%

6%

Totaal (N=100%)

11

15

111

17

62

121

13

49

77

Onbekend

Kenmerken periodes zonder werk TABEL B2.13 PERIODE NA AFSTUDEREN ZONDER BETAALDE BAAN EN OPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13) Sinds afstuderen…

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

… niet voorgekomen

76%

66%

81%

65%

67%

83%

81%

81%

82%

… één keer voorgekomen

20%

24%

14%

24%

28%

13%

15%

17%

16%

… twee keer voorgekomen

-

2%

2%

3%

2%

3%

4%

1%

1%

… meer dan twee keer voorgekomen

4%

7%

3%

8%

4%

1%

0%

1%

1%

Totaal (N=100%)

25

41

212

62

114

216

26

89

168

TABEL B2.14 REDENEN VOOR PERIODE NA AFSTUDEREN ZONDER BETAALDE BAAN EN OPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Ik kon geen werk vinden op het gebied van sport en bewegen

44%

31%

43%

42%

41%

30%

47%

38%

30%

Ik kon überhaupt geen werk vinden

33%

38%

31%

30%

31%

38%

13%

29%

14%

Langdurige ziekte

22%

-

2%

9%

10%

6%

0%

8%

9%

-

-

-

-

Zwangerschap

-

Zorg voor kleine kinderen

-

6%

-

-

-

-

Tijdelijke sportgerelateerde aanstelling liep af

-

6%

2%

3%

4%

9%

0%

4%

4%

Andere redenen

-

19%

22%

15%

14%

17%

40%

21%

43%

Totaal* (N=100%)

9

16

49

33

49

47

15

24

56

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

54


Bijlage 2 • Tabellen mbo: ontwikkeling intredeposities

Stage TABEL B2.15A STAGE BIJ (OUD-)WERKGEVER(S). 2014/2015 (AMMS18) Eén baan (gehad)

Twee banen (gehad)

Meer dan twee banen (gehad)

Bij nul werkgevers

67%

42%

29%

Totaal 37%

Bij één werkgever

33%

28%

37%

33%

Bij twee werkgevers

0%

14%

17%

15%

Bij meer dan twee werkgevers

0%

15%

17%

15%

Totaal (N=100%)

12

85

100

197

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Totaal

Bij nul werkgevers

22%

30%

42%

37%

Bij één werkgever

39%

41%

29%

33%

TABEL B2.15B STAGE BIJ (OUD-)WERKGEVER(S). 2014/2015 (AMMS18)

Bij twee werkgevers

11%

17%

14%

15%

Bij meer dan twee werkgevers

28%

13%

14%

15%

18

54

125

197

Totaal (N=100%)

55


De tabellen in deze bijlage zijn gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de mbo-gediplomeerden die tijdens de uitvoering van het onderzoek ruim vier jaar zijn afgestudeerd. Voor de huidige monitor betreft dat gediplomeerden uit het schooljaar 2012/2013. De gegevens van dezelfde respondenten uit de vorige monitor (i.e. eerste meting) worden


Bijlage 3 Tabellen mbo: loopbaanontwikkeling naast de nieuwe gegevens (i.e. tweede meting) gepresenteerd. Op deze manier wordt de ontwikkeling van loopbanen in kaart gebracht. Percentages/aantallen betreffende de eerste meting staan steeds onder het kopje 2015 en de percentages/aantallen betreffende de tweede meting onder het kopje 2018.

Naast geaggregeerde tabellen bevat deze bijlage ook tabellen betreffende verschuivingen/migraties in/van loopbaanposities. In deze migratie-tabellen zijn voor de volledigheid de gegevens van de voorgaande monitors opgenomen, deze staan steeds onder de kopjes AMMS13 en AMMS15 en gaan

over respectievelijk de gediplomeerden van schooljaar 2008/2009 en 2010/2011 (i.e. de groepen die destijds vier jaar geleden zijn afgestudeerd). De nieuwe gegevens – over de 2012/2013-gediplomeerden – staan onder het kopje AMMS18.

TABEL B3.1 BANEN SINDS AFSTUDEREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Geen baan

3%

0%

Eén baan

35%

24%

Twee banen

31%

32%

Drie banen

20%

21%

Vier banen of meer

12%

24%

Minimaal één baan

97%

100%

- Waarvan minimaal één sportgerelateerde baan

72%

75%

Totaal (N=100%)

101

101

57


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B3.2A ACTIVITEIT OP SPORTMARKT IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Wel actief op de Sportarbeidsmarkt

58%

58%

Niet actief op de Sportarbeidsmarkt: andere baan

33%

39%

Niet actief op de Sportarbeidsmarkt: geen baan

9%

3%

Totaal (N=100%)

101

101

TABEL B3.2B MIGRATIE (SPORT)ARBEIDSMARKT. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

31%

48%

46%

Niet sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

35%

27%

29%

Niet sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

19%

18%

13%

Sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

15%

7%

13%

95

141

104

Geen verandering

Wel verandering

Totaal (N=100%)

Nota bene: de volgende tabellen gaan uitsluitend over respondenten die op beide meetmomenten een sportgerelateerde baan hebben. TABEL B3.4 OVERZICHT SECTOREN SPORTBAAN MET DE MEESTE UREN IN 2015 EN 2018.

TABEL B3.3 OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

2015

2018

0-8 uur per week

24%

11%

Sporteigen sector

87%

71%

9-16 uur per week

19%

8%

Toerisme en recreatie

4%

2%

17-24 uur per week

14%

19%

Gezondheidszorg

20%

33%

25-32 uur per week

14%

11%

Welzijn

22%

20%

> 32 uur per week

30%

51%

Onderwijs

9%

11%

47

53

Veiligheid

0%

0%

806

1.082

Een andere sector

4%

4%

37

37

N*

45

45

Totaal aantal sportgerelateerde banen* Totaal aantal uren Totaal aantal personen**

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TELT OP TOT MEER DAN 100Â PROCENT. Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

17

20

Gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon

22

29

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN. ** NIET IEDEREEN HEEFT DE VRAGEN OVER HET AANTAL UREN INGEVULD.

58


Bijlage 3 • Tabellen mbo: loopbaanontwikkeling

TABEL B3.6 FUNCTIES SPORTBAAN MET MEESTE UREN IN 2015 EN 2018. TABEL B3.5 OPLEIDINGSEISEN VOOR SPORTBAAN MET MEESTE UREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

S&b-opleiding onder mbo-niveau

14%

14%

Mbo-niveau

58%

30%

Hbo-niveau

7%

35%

Bonds- en brancheopleidingen

12%

12%

Geen opleidingseisen

5%

0%

Anders of onbekend

5%

9%

Totaal (N=100%)

43

43

2015

2018

Trainer/coach

33%

19%

Sport en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

7%

7%

Sportinstructeur

26%

9%

Docent LO

0%

9%

(Allround)zwembadmedewerker/instructeur

7%

5%

Fysiotherapeut

0%

12%

Bewegingsagoog

9%

7%

Buurtsportcoach

0%

5% 0%

Verenigingsondersteuner

2%

Verenigingsmanager

0%

5%

Manager s&b

0%

2%

Projectmedewerker/-leider

0%

2%

Eigenaar/directeur

5%

2%

Anders

12%

16%

43

43

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B3.7A VERANDERING VAN DIENSTVERBAND SPORTBAAN MET MEESTE UREN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Geen verandering aanstelling

73%

61%

47%

Wel verandering aanstelling

27%

39%

53%

33

31

43

Totaal (N=100%)

TABEL B3.7B OVERZICHT VERANDERINGEN DIENSTVERBAND SPORTBAAN MET MEESTE UREN (2015->2018). Percentage Tijdelijk contract -> vast contract

35%

Vast contract -> tijdelijk contract

26%

Oproepkracht -> tijdelijk contract

9%

Oproepkracht -> gedetacheerd

9%

Andere wisselingen

22%

Totaal (N=100%)

23

59


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B3.8 VERANDERING VAN ARBEIDSUREN IN SPORTBAAN/SPORTBANEN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Geen verandering aantal uren

11%

14%

22%

Werkt meer uren

61%

63%

65%

Werkt minder uren

29%

23%

13%

28

56

37

Totaal (N=100%)

TABEL B3.9 MIGRATIE SPORTARBEIDSMARKT, VERANDERING VAN SECTOR. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Werkzaam in dezelfde sector

52%

41%

49%

Verandering van sector

48%

59%

51%

25

103

45

Totaal (N=100%) * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK. TABEL B3.10 VERANDERING VAN BEROEPSNIVEAU.

2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Zelfde beroepsniveau

44%

34%

35%

Ander beroepsniveau

56%

66%

65%

Hoger beroepsniveau - Van onder mbo-niveau naar mbo-niveau - Van onder mbo-niveau naar branche- of bondsniveau

1%

9%

5%

-

2%

2%

- Van onder mbo-niveau naar hbo-niveau

1%

-

-

- Van mbo- naar hbo-niveau

3%

11%

28%

- Van branche- of bondsniveau naar hbo-niveau

1%

5%

-

2%

4%

5%

-

2%

-

48%

33%

25%

27

44

43

Lager beroepsniveau -Van mbo-niveau naar onder mbo-niveau -Van hbo-niveau naar mbo-niveau

Andere verschuivingen Totaal (N=100%)

60


Bijlage 3 • Tabellen mbo: loopbaanontwikkeling

TABEL B3.11 VERANDERING BELANG VAN KERNTAKEN SPORTBAAN MET MEESTE UREN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

56%

Belang van instructietaken (lesgeven, trainen) - Geen verandering in belang van deze kerntaak

39%

9%

- Kerntaak belangrijker geworden

39%

89%

16%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

21%

2%

28%

42%

Belang van praktische, uitvoerende taken - Geen verandering in belang van deze kerntaak

46%

9%

- Kerntaak belangrijker geworden

21%

91%

28%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

32%

0%

30%

Belang van opstellen c.q. adviseren over trainingsschema’s, behandelplannen, belastbaarheid, et cetera - Geen verandering in belang van deze kerntaak

14%

11%

33%

- Kerntaak belangrijker geworden

57%

75%

30%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

29%

14%

37%

Belang van organisatorische taken - Geen verandering in belang van deze kerntaak

50%

6%

51%

- Kerntaak belangrijker geworden

29%

68%

26%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

21%

16%

23%

28%

Belang van beleidstaken - Geen verandering in belang van deze kerntaak

25%

14%

- Kerntaak belangrijker geworden

50%

43%

33%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

25%

43%

40%

Belang van managementtaken - Geen verandering in belang van deze kerntaak

39%

11%

30%

- Kerntaak belangrijker geworden

50%

34%

44%

- Kerntaak minder belangrijk geworden

11%

55%

26%

Totaal (N=100%)

28

44

43

61



Bijlage 4 Tabellen mbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties De onderzoeksgegevens met betrekking tot de bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties van de mbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015 zijn te vinden in de tabellen in deze bijlage. Gegevens over deze gediplomeerden worden

vergeleken met de gegevens van gediplomeerden uit schooljaar 2010/2011 welke in 2013 zijn bevraagd en gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke in 2015 zijn bevraagd (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors).

Bondsopleidingen TABEL B4.1 VOLGEN VAN BONDSOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Volgt wel een bondsopleiding

16%

15%

12%

Volgt geen bondsopleiding

84%

85%

88%

Totaal (N=100%)

277

423

337

63

2014/2015 (AMMS18)


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B4.2 VOLGEN VAN BONDSOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Volgt wel een bondsopleiding

8%

9%

15%

12%

Volgt geen bondsopleiding

92%

92%

85%

88%

37

100

200

337

Totaal (N=100%)

Totaal

TABEL B4.3 SOORT BONDSOPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) Opleiding tot

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Totaal

Voetbaltrainer, -coach (KNVB)

0%

25%

33%

29%

Zwemonderwijzer, -instructeur (KNZB)

33%

0%

13%

12%

Tennistrainer (KNLTB)

0%

13%

13%

12%

Gymleider, -trainer (KNGU)

33%

13%

10%

12%

Arbiter/scheidsrechter

0%

25%

3%

7%

Skileraar

0%

0%

7%

5%

Buitensportinstructeur

33%

13%

0%

5%

Overig

0%

13%

20%

17%

3

8

30

41

Totaal (N=100%)

TABEL B4.4 STATUS VAN BONDSOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN MBO-SPORTOPLEIDINGEN. Huidige status

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Ben nog bezig met deze opleiding

10%

21%

2014/2015 (AMMS18) 12%

Opleiding met diploma afgerond

88%

75%

83%

Opleiding zonder diploma gestopt

2%

3%

5%

Totaal (N=100%)

42

61

41

TABEL B4.5 STATUS VAN BONDSOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN HBO-SPORTOPLEIDINGEN, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Huidige status

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Ben nog bezig met deze opleiding

33%

12%

10%

12%

Opleiding met diploma afgerond

0%

88%

90%

83%

Opleiding zonder diploma gestopt

67%

0%

0%

5%

3

8

30

41

Totaal (N=100%)

64

Totaal


Bijlage 4 • Tabellen mbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

Brancheopleidingen TABEL B4.6 VOLGEN VAN BRANCHEOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Volgt wel een brancheopleiding

13%

12%

9%*

Volgt geen brancheopleiding

87%

88%

91%

Totaal (N=100%)

276

418

337

* EEN DERDE HIERVAN BESTAAT UIT FITNESSOPLEIDINGEN (BIJVOORBEELD FITVAK A/B), DE REST TE DIVERS OM IN AFZONDERLIJKE TABEL TE TONEN. TABEL B4.7 VOLGEN VAN BRANCHEOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Volgt wel een brancheopleiding

11%

11%

7%

9%

Volgt geen brancheopleiding

89%

89%

93%

91%

37

100

200

337

Totaal (N=100%)

Totaal

TABEL B4.8 STATUS VAN BRANCHEOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN MBO-SPORTOPLEIDINGEN. Huidige status

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Ben nog bezig met deze opleiding

54%

64%

50%

Opleiding met diploma afgerond

34%

36%

47%

Opleiding zonder diploma gestopt

12%

-

3%

35

45

30

Totaal (N=100%)

Nevenfuncties TABEL B4.9 AANTAL NEVENFUNCTIES NA HET AFSTUDEREN VAN DE MBO-SPORTOPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Nul nevenfuncties

39%

49%

53%

Eén nevenfunctie

31%

29%

27%

Twee nevenfuncties

15%

14%

12%

Drie nevenfuncties

15%

8%

8%

Totaal (N=100%)

280

394

306

65


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B4.10 AANTAL NEVENFUNCTIES NA HET AFSTUDEREN VAN DE MBO-SPORTOPLEIDING, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Aantal nevenfuncties

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Totaal

Nul nevenfuncties

69%

52%

51%

53%

Eén nevenfunctie

19%

29%

28%

27%

Twee nevenfuncties

3%

10%

15%

12%

Drie nevenfuncties

9%

9%

7%

8%

Totaal (N=100%)

32

90

184

306

TABEL B4.11 SOORT CONTRACT BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE NA AFSTUDEREN MBO-SPORTOPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Soort contract Arbeidscontract

30%

13%

18%

Vrijwilligerscontract

33%

48%

47%

Geen contract

32%

37%

35%

Anders

5%

2%

1%

Vaste aanstelling

30%

26%

27%

Tijdelijke aanstelling

70%

74%

73%

Totaal (N=100%)

172

201

141

Indien contract, soort aanstelling

TABEL B4.12 SOORT CONTRACT BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE NA AFSTUDEREN MBO-SPORTOPLEIDING, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Totaal

Soort contract Arbeidscontract

30%

14%

18%

18%

Vrijwilligerscontract

40%

47%

48%

47%

Geen contract

30%

37%

34%

35%

Anders

0%

2%

0%

1%

Indien contract, soort aanstelling Vaste aanstelling

43%

20%

28%

27%

Tijdelijke aanstelling

57%

80%

72%

73%

10

43

88

141

Totaal (N=100%)

66


Bijlage 4 • Tabellen mbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

TABEL B4.13 AANTAL UREN PER WEEK WERKZAAM IN BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Minder dan 5 uur per week

41%

50%

2014/2015 (AMMS18) 37%

Tussen de 5 en 10 uur per week

46%

41%

50%

Meer dan 10 uur per week

13%

9%

13%

Totaal (N=100%)

165

192

133

Totaal

TABEL B4.14 AANTAL UREN PER WEEK WERKZAAM IN BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Minder dan 5 uur per week

10%

44%

37%

37%

Tussen de 5 en 10 uur per week

80%

49%

48%

50%

Meer dan 10 uur per week

10%

7%

16%

13%

10

41

82

133

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

11%

12%

11%

Baancommissaris

-

1%

-

Trainer of coach

57%

69%

66%

Bestuursfunctie

2%

3%

3%

Commissiewerk

4%

5%

6%

Totaal (N=100%) TABEL B4.15 TYPE FUNCTIE EN TAKEN NEVENFUNCTIES. Scheidsrechter

Overige

26%

12%

14%

Totaal (N=100%)

208*

196*

141*

Totaal

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B4.16 TYPE FUNCTIE EN TAKEN NEVENFUNCTIES, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Scheidsrechter

10%

19%

8%

11%

Trainer of coach

90%

67%

63%

66%

Bestuursfunctie

0%

0%

4%

3%

Commissiewerk

0%

2%

8%

6%

Overige

0%

12%

17%

14%

Totaal (N=100%)

10*

42*

89*

141*

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

67


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B4.17 HUIDIGE SITUATIE BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Momenteel werkzaam in belangrijkste nevenfunctie Nog wel werkzaam in nevenfunctie

60%

51%

52%

Niet meer werkzaam in nevenfunctie

40%

49%

48%

Indien niet meer werkzaam, hoelang in functie gewerkt Maximaal 12 maanden

51%

52%

48%

13-24 maanden

20%

22%

25%

Meer dan 24 maanden

29%

26%

27%

Totaal (N=100%)

171

195

141

TABEL B4.18 HUIDIGE SITUATIE BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE, UITGESPLITST NAAR NIVEAU. 2014/2015 (AMMS18) Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Totaal

Momenteel werkzaam in belangrijkste nevenfunctie Nog wel werkzaam in nevenfunctie

60%

57%

48%

52%

Niet meer werkzaam in nevenfunctie

40%

43%

52%

48%

Maximaal 12 maanden

25%

61%

44%

48%

13-24 maanden

50%

17%

27%

25%

Meer dan 24 maanden

25%

22%

29%

27%

10

42

89

141

Indien niet meer werkzaam, hoelang in functie gewerkt

Totaal (N=100%)

68


Bijlage 4 • Tabellen mbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

69



Bijlage 5 Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities De navolgende tabellen zijn gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de hbo-gediplomeerden die tijdens de uitvoering van het onderzoek ruim twee jaar zijn afgestudeerd.

Voor de huidige monitor betreft dat gediplomeerden uit het schooljaar 2014/2015. Gegevens over deze gediplomeerden worden vergeleken met de gegevens van gediplomeerden

uit schooljaar 2010/2011 welke in 2013 zijn bevraagd en gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke in 2015 zijn bevraagd (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors).

Opleiding en vooropleiding TABEL B5.1A GEDIPLOMEERDEN HBO-SPORTOPLEIDINGEN NAAR OPLEIDING. Opleiding

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

52%

39%

50%

-

-

50%

Sport Gezondheid en Management (SGM)

34%

16%

-

Sport Management en Ondernemen

3%

8%

-

Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding (ALO) Sportkunde

Sport- en BewegingsEducatie (SBE) Sport en Bewegen Psychomotorische Therapie (PMT), Bewegingsagogiek

-

11%

-

5%

15%

-

-

11%

-

Andere hbo-sportopleiding

6%

-

-

Totaal (N=100%)

227

380

270

71


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B5.1B GEDIPLOMEERDEN HBO-SPORTOPLEIDINGEN NAAR HOGESCHOOL. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Totaal

Hanze Hogeschool

29%

30%

30%

5%

16%

12%

11%

37%

24%

Hogeschool Windesheim

5%

1%

4%

31%

25%

27%

9%

-

4%

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

28%

39%

33%

8%

22%

16%

19%

3%

11%

Fontys Sporthogeschool

31%

38%

18%

30%

10%

6%

8%

40%

21%

Haagse Hogeschool

-

11%

5%

28%

8%

16%

7%

8%

8%

Hogeschool van Amsterdam

-

-

-

18%

13%

15%

13%

12%

13%

Inholland

-

-

-

-

10%

6%

-

8%

4%

Hogeschool Zeeland

-

-

-

-

10%

5%

128

99

227

135

135

270

Totaal (N=100%)

149

231

380

TABEL B5.1C GEDIPLOMEERDEN NAAR VOOROPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Havo

Opleiding

45%

55%

54%

Vwo

13%

16%

18%

Mbo CIOS/Sport en bewegen

33%

19%

19%

Mbo overig

4%

4%

6%

Anders

5%

6%

3%

-

-

< 1%

227

380

270

Onbekend Totaal (N=100%)

Uitstroombestemming TABEL B5.2 UITSTROOMBESTEMMING NA TWEE JAAR. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

ALO

Overig

LO

Sportkunde

Arbeidsmarkt

75%

86%

88%

86%

84%

85%

- Direct naar arbeidsmarkt

66%

75%

79%

76%

76%

71%

- Na vervolgopleiding met diploma

5%

10%

6%

8%

7%

11%

- Na vervolgopleiding zonder diploma

4%

1%

3%

1%

1%

3%

Vervolgopleiding

25%

14%

12%

14%

16%

15%

Totaal (N=100%)

128

99

149

229

121

128

72


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B5.3 SOORT VERVOLGOPLEIDING, NIVEAU EN INTENSITEIT VAN GEDIPLOMEERDEN DIE VERDER LEREN. 2010/2011 (AMMS13) ALO

Overig

2012/2013 (AMMS15) Totaal

ALO

2014/2015 (AMMS18)

Overig

Totaal

ALO

Sportkunde

Totaal

Soort vervolgopleiding Sportgerelateerde opleiding

28%

56%

38%

16%

41%

32%

19%

32%

26%

Andere vervolgopleiding*

72%

44%

62%

84%

59%

68%

81%

68%

74%

Niveau Bachelor/hbo

37%

40%

38%

45%

37%

40%

69%

43%

55%

Master/wo

51%

40%

47%

48%

56%

53%

22%

38%

30%

Onbekend

12%

20%

15%

7%

7%

7%

9%

19%

14%

Intensiteit Voltijd

53%

56%

54%

48%

63%

58%

28%

68%

49%

Deeltijd

42%

32%

38%

48%

28%

35%

63%

22%

41%

Duaal

2%

8%

4%

3%

9%

7%

6%

11%

9%

Onbekend

2%

4%

3%

-

-

-

3%

-

1%

Totaal (N=100%)

43

25

68

31

54

85

32

37

69

* VAAK GENOEMD: PABO, PSYCHOLOGIE EN ONDERWIJSKUNDE.

TABEL B5.4A OVERZICHT HUIDIGE SITUATIE RESPONDENTEN NAAR VERVOLGOPLEIDING.* 2010/2011 (AMMS13)

Baan

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

A

B

C

A

B

C

A

B

C

83%

93%

91%

86%

95%

94%

79%

97%

94%

- Sportgerelateerde baan

59%

70%

68%

48%

71%

68%

37%

69%

64%

- Andere baan

24%

23%

23%

38%

24%

26%

42%

28%

30%

Geen baan

17%

7%

9%

14%

5%

6%

21%

3%

6%

- Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

6%

4%

4%

11%

3%

4%

- Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

8%

1%

2%

11%

-

2%

Totaal (N=100%)

46

181

227

50

321

371

38

211

249

* A: IN VERVOLGOPLEIDING, B: NIET IN VERVOLGOPLEIDING, C: TOTAAL.

73


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B5.4B OVERZICHT HUIDIGE SITUATIE RESPONDENTEN NAAR NIVEAU. 2010/2011 (AMMS13) ALO

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Sportkunde

Totaal

In vervolgopleiding Baan

26%

15%

21%

11%

13%

12%

12%

12%

12%

- Sportgerelateerde baan

21%

8%

15%

8%

6%

6%

7%

4%

6%

- Andere baan

5%

7%

6%

3%

7%

5%

5%

8%

6%

Geen baan

7%

1%

4%

2%

2%

2%

3%

3%

3%

- Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

1%

0%

1%

2%

1%

2%

- Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

1%

1%

1%

1%

2%

2%

Niet in vervolgopleiding Baan

94%

93%

93%

92%

80%

82%

83%

80%

82%

- Sportgerelateerde baan

85%

53%

70%

86%

50%

62%

72%

45%

58%

- Andere baan

8%

40%

23%

7%

30%

20%

12%

35%

24%

Geen baan

6%

7%

7%

2%

6%

4%

1%

5%

3%

- Werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

1%

5%

3%

1%

5%

3%

- Niet werkzoekend

n.b.

n.b.

n.b.

1%

1%

1%

-

-

-

Totaal (N=100%)

128

99

227

148

223

371

121

128

249

Loopbaangeschiedenis TABEL B5.5 BANEN SINDS AFSTUDEREN OORSPRONKELIJKE STUDIE, TOTALE RESPONSGROEP. 2010/2011 (AMMS13) Banen

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Geen baan

6%

1%

4%

1%

2%

2%

1%

1%

Totaal 1%

Eén baan

15%

25%

19%

26%

27%

27%

18%

25%

22% 33%

Twee banen

25%

37%

30%

26%

30%

28%

28%

38%

Drie banen

23%

18%

21%

14%

20%

18%

18%

16%

17%

Vier banen of meer

30%

18%

25%

32%

21%

25%

35%

19%

27% 79%

Minimaal een sportgerelateerde baan*

92%

64%

79%

93%

71%

80%

92%

66%

Totaal (N=100%)

128

99

227

148

228

376

136

134

270

Totaal aantal banen

378

237

615

436

571

1.007

426

324

750

Percentage sportgerelateerde banen

79%

54%

69%

80%

51%

63%

78%

48%

65%

* PERCENTAGE IS BEREKEND TEN OPZICHTE VAN HET AANTAL RESPONDENTEN MET EEN BAAN.

74


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

Banen en functies TABEL B5.6A OVERZICHT ACTIVITEIT RESPONDENTEN DIE NIET ACTIEF OP SPORTMARKT ZIJN.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

A

B

C

A

B

C

A

B

C

Nooit werk gehad

37%

4%

12%

15%

3%

6%

8%

0%

2%

Nooit sportwerk gehad

58%

63%

62%

46%

62%

58%

60%

61%

60%

Sportgerelateerd werk gehad, nu geen baan

0%

13%

10%

8%

11%

10%

12%

9%

10%

Sportgerelateerd werk gehad, nu ander werk

5%

20%

16%

31%

24%

25%

20%

30%

27%

Totaal (N=100%)

19

54

73

26

92

118

25

66

91

* A: IN VERVOLGOPLEIDING, B: NIET IN VERVOLGOPLEIDING, C: TOTAAL. TABEL B5.6B REDENEN VAN DE KEUZE VOOR EEN NIET-SPORTGERELATEERDE BAAN (VOOR RESPONDENTEN DIE OOIT SPORTGERELATEERD WERK HEBBEN GEDAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Meer loon huidige baan

29%

6%

13%

-

9%

Meer uren huidige baan (of volledige aanstelling)

14%

19%

17%

17%

9%

2014/2015 (AMMS18)

Totaal

ALO

Sportkunde

8%

6%

21%

Totaal 16%

11%

6%

12%

10%

Regelmatigere werktijden huidige baan

-

6%

4%

-

-

-

-

12%

8%

Geen sportgerelateerde baan gevonden

43%

44%

43%

83%

63%

66%

41%

24%

29%

-

6%

4%

-

9%

8%

24%

12%

16%

Andere reden

-

3%

17%

-

9%

8%

24%

21%

22%

Totaal (N=100%)*

7

16

23

6

32

38

17

34

51

Huidige baan interessanter dan een baan in de sector sport en bewegen

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

75


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B5.7 AANTAL BANEN EN VERDELING NAAR SPORT- EN NIET-SPORTBANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN BAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Eén baan

72%

77%

74%

56%

64%

60%

57%

68%

Totaal 63%

Uitsluitend één sportbaan

62%

35%

50%

47%

29%

36%

39%

25%

32%

Uitsluitend één andere baan

10%

42%

24%

9%

35%

24%

18%

43%

31%

Twee banen

23%

18%

21%

31%

30%

29%

32%

23%

28%

Uitsluitend twee sportbanen

18%

9%

14%

23%

12%

16%

17%

10%

13%

Eén sportbaan en één andere baan

3%

9%

6%

7%

13%

10%

15%

10%

13%

Uitsluitend twee andere banen

2%

0%

1%

1%

5%

3%

0%

3%

2%

Meer dan twee banen

5%

5%

4%

14%

5%

9%

12%

8%

10%

Eén sportbaan en twee of meer andere banen

1%

1%

1%

4%

1%

2%

2%

2%

2%

Twee of meer sportbanen en één andere baan

3%

1%

2%

3%

1%

2%

6%

4%

5%

Twee of meer sportbanen plus meerdere andere banen

1%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

1%

0%

Uitsluitend meer dan twee sportbanen

0%

2%

1%

7%

3%

5%

4%

1%

3%

Uitsluitend meer dan twee andere banen

0%

1%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Totaal (N=100%)

115

92

207

140

206

346

114

115

229

TABEL B5.8A OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Totaal

<9 uur per week

6%

13%

8%

7%

7%

7%

8%

9%

8%

9-16 uur per week

9%

13%

10%

8%

11%

10%

10%

8%

9%

17-24 uur per week

12%

8%

11%

19%

23%

21%

11%

8%

10%

25-32 uur per week

30%

17%

26%

23%

17%

20%

23%

19%

21%

> 32 uur per week

43%

50%

45%

43%

42%

43%

48%

56%

51%

Totaal aantal sportgerelateerde banen*

126

61

187

156

147

303

135

88

223

2.933

1.379

4.312

3.142

3.125

6.267

3.213

2.096

5.309

Totaal aantal personen

Totaal aantal uren

100

48

148

106

108

214

106

64

170

Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

23

23

23

20

21

21

24

24

24

Gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon

29

29

29

30

29

29

30

33

31

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

76


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B5.8B OMVANG ALLE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Totaal

<9 uur per week

4%

2%

3%

3%

1%

2%

2%

3%

2%

9-16 uur per week

5%

19%

9%

6%

9%

7%

4%

6%

5%

17-24 uur per week

13%

2%

9%

14%

20%

17%

10%

3%

8%

25-32 uur per week

29%

17%

25%

25%

19%

22%

25%

22%

24%

> 32 uur per week

49%

60%

53%

53%

50%

51%

58%

66%

61%

Totaal aantal banen*

138

71

209

179

173

352

162

110

272

Totaal aantal uren

3.084

1.527

4.611

3.446

3.466

6.912

3.701

2.386

6.087

Totaal aantal personen

100

48

148

106

108

214

106

64

170

Gemiddeld aantal uren per baan

22

22

22

19

20

20

23

22

22

Gemiddeld aantal uren in banen per persoon

31

32

31

33

32

32

35

37

36

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

TABEL B5.8C OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN) – UITSLUITEND RESPONDENTEN DIE MOMENTEEL GEEN OPLEIDING MEER VOLGEN. 2014/2015 (AMMS18) LO

Sportkunde

Totaal

<9 uur per week

3%

7%

5%

9-16 uur per week

11%

5%

8%

17-24 uur per week

12%

8%

10%

25-32 uur per week

23%

20%

22%

> 32 uur per week

51%

60%

55%

Totaal aantal sportgerelateerde banen*

120

83

203

2.971

2.059

5.030

Totaal aantal personen

Totaal aantal uren

94

60

154

Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

25

25

25

Gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon

32

34

33

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

77


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B5.8D OMVANG ALLE BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN) – UITSLUITEND RESPONDENTEN DIE MOMENTEEL GEEN OPLEIDING MEER VOLGEN. 2014/2015 (AMMS18) LO

Sportkunde

<9 uur per week

0%

2%

Totaal 1%

9-16 uur per week

3%

3%

3%

17-24 uur per week

7%

3%

6%

25-32 uur per week

27%

23%

25%

> 32 uur per week

63%

68%

65%

Totaal aantal banen*

143

101

244

3.375

2.295

5.670

94

60

154

Gemiddeld aantal uren per baan

24

23

23

Gemiddeld aantal uren in banen per persoon

36

38

37

Totaal aantal uren Totaal aantal personen

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

TABEL B5.9A DIENSTVERBANDEN VAN DE SPORTGERELATEERDE BANEN (MET DE MEESTE UREN).* 2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Vast contract

49%

38%

44%

59%

38%

Totaal 51%

Tijdelijk contract

44%

44%

44%

31%

38%

34% 2%

Oproepkracht

-

6%

3%

2%

3%

Uitzendkracht (vanuit uitzendbureau)

-

2%

1%

1%

-

1%

2%

-

1%

3%

2%

2%

-

4%

2%

-

13%

5%

4%

5%

5%

2%

8%

4%

Gedetacheerd Eigen bedrijf Zzp’er Anders

1%

1%

1%

2%

-

1%

Totaal (N=100%)

122

114

236

106

64

170

* NIET GEVRAAGD IN AMMS13.

78


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B5.9B DIENSTVERBANDEN ALLE (SPORTGERELATEERDE) BANEN (GEDIPLOMEERDEN MET MINSTENS ÉÉN SPORTBAAN, GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN).* Alle sportgerelateerde banen

Alle banen

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Vast contract

62%

41%

54%

65%

41%

Totaal 56%

Tijdelijk contract

39%

38%

39%

45%

44%

45%

Oproepkracht

5%

9%

6%

7%

13%

9%

Uitzendkracht (vanuit uitzendbureau)

1%

2%

1%

2%

3%

2%

Gedetacheerd

4%

3%

4%

4%

5%

4%

Eigen bedrijf

-

13%

5%

1%

13%

5%

4%

11%

6%

4%

11%

6%

Anders

6%

3%

5%

7%

3%

5%

N

106

64

170

106

64

170

Zzp’er

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

TABEL B5.10A FUNCTIEBENAMING (SPORTBAAN MET MEESTE UREN). 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Totaal

Docent Lichamelijke Opvoeding/leraar bewegingsonderwijs

56%

4%

38%

65%

2%

34%

59%

-

37%

Combinatiefunctionaris

14%

13%

14%

21%

6%

13%

15%

13%

14%

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

5%

15%

8%

1%

13%

7%

3%

11%

6%

-

-

-

-

13%

7%

-

-

-

2%

8%

4%

4%

7%

5%

5%

9%

6% 4%

Psychomotorisch therapeut Trainer/coach Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

1%

6%

3%

2%

6%

4%

3%

5%

Bewegingsagoog

2%

-

1%

1%

8%

4%

-

-

-

Manager (sport en bewegen)

2%

12%

5%

-

5%

2%

2%

5%

3% 5%

Projectmedewerker/projectleider

-

-

-

-

4%

2%

-

13%

Overige sportgerelateerde docent

1%

-

1%

1%

-

0%

3%

3%

3%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

5%

8%

6%

-

2%

1%

2%

2%

2% 1%

Beleidsmedewerker sport

-

2%

1%

-

1%

0%

-

2%

Verenigingsmanager

-

2%

1%

-

1%

0%

-

-

-

Recreatie

-

-

-

-

-

-

-

5%

2%

Buurtsportcoach

-

-

-

-

-

-

2%

-

1%

Verenigingsondersteuner

-

-

-

-

-

-

1%

-

1%

-

-

-

-

-

-

1%

9%

4%

Andere functiebenaming

Eigenaar

13%

31%

19%

6%

44%

24%

5%

25%

12%

Totaal (N=100%)

102

52

154

125

121

246

106

64

170

79


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B5.10B SECTOREN (SPORTBAAN MET MEESTE UREN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

LO

Sportkunde

Totaal

Onderwijs

76%

14%

56%

81%

16%

49%

75%

14%

53%

Sporteigen sector

41%

80%

54%

40%

65%

52%

47%

73%

57%

Gezondheidszorg

8%

18%

11%

6%

40%

23%

6%

29%

14%

Welzijn

11%

14%

12%

8%

28%

18%

8%

25%

14%

1%

2%

2%

4%

5%

4%

5%

8%

6%

4%

10%

7%

6%

19%

11%

Een andere sector

3%

10%

5%

2%

3%

2%

6%

11%

8%

N

102

51

153

125

122

247

106

63

169

Veiligheid Toerisme en recreatie

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B5.10C SECTOREN (SPORTBAAN MET MEESTE UREN) – GEPERCENTEERD OP SECTOR.* 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Onderwijs

54%

11%

41%

55%

10%

32%

50%

8%

33%

Sporteigen sector

28%

58%

37%

31%

36%

34%

31%

41%

35%

Gezondheidszorg

6%

11%

8%

4%

21%

13%

4%

16%

9%

Welzijn

9%

6%

8%

4%

15%

10%

5%

14%

9%

-

-

-

1%

1%

1%

3%

3%

3%

Toerisme en recreatie

1%

6%

3%

3%

6%

4%

4%

11%

7%

Een andere sector

2%

8%

4%

4%

10%

7%

4%

6%

5%

N (sectoren)

147

65

212

192

214

406

160

111

271

Veiligheid

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

80

Totaal


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B5.11A FUNCTIEBENAMINGEN (ALLE SPORTBANEN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2014/2015 (AMMS18) LO

Sportkunde

Totaal

Docent Lichamelijke Opvoeding/leraar bewegingsonderwijs

64%

-

40%

Combinatiefunctionaris

17%

13%

15%

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

4%

16%

8%

Trainer/coach

13%

19%

15%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

5%

6%

5%

Manager (sport en bewegen)

2%

5%

3%

Projectmedewerker/projectleider

-

13%

5%

Overige sportgerelateerde docent

5%

5%

5%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

3%

3%

3%

Beleidsmedewerker sport

-

2%

1%

Sportopbouw

-

2%

1%

Recreatie

-

5%

2%

Buurtsportcoach

4%

-

2%

Verenigingsondersteuner

1%

-

1%

Eigenaar

2%

9%

5%

Andere functiebenaming

5%

31%

15%

N

106

64

170

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

TABEL B5.11B SECTOREN (ALLE SPORTBANEN) – GEPERCENTEERD OP RESPONDENTEN.* 2014/2015 (AMMS18) LO

Sportkunde

Totaal

Onderwijs

80%

16%

56%

Sporteigen sector

58%

81%

67%

Gezondheidszorg

9%

32%

18%

Welzijn

11%

29%

18%

Veiligheid

4%

5%

4%

Toerisme en recreatie

9%

25%

15%

Een andere sector

6%

11%

8%

Totaal (N=100%)*

106

63

169

* ALLEEN BESCHIKBAAR VOOR AMMS18 (MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK).

81


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

Opleidingseisen TABEL B5.12 OPLEIDINGSEISEN VOOR SPORTGERELATEERDE BANEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Sportkunde

Opleiding op het gebied van s&b onder mbo-niveau

1%

4%

2%

-

3%

1%

0%

3%

Totaal 1%

Mbo-niveau

16%

38%

23%

5%

26%

15%

9%

17%

12% 66%

Hbo-niveau

74%

37%

61%

89%

54%

71%

82%

41%

Universitair niveau

2%

-

1%

-

3%

2%

-

-

-

Bonds- en brancheopleidingen

4%

4%

4%

2%

3%

3%

5%

2%

4%

Geen opleidingseisen

2%

12%

5%

2%

4%

3%

1%

16%

7%

-

-

-

2%

4%

3%

2%

16%

7%

Anders

2%

6%

3%

1%

3%

2%

1%

5%

3%

Totaal (N=100%)

102

52

154

123

121

244

92

58

150

Onbekend

Kenmerken periodes zonder werk TABEL B5.13 PERIODE NA AFSTUDEREN ZONDER BETAALDE BAAN EN OPLEIDING. Sinds afstuderen…

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Sportkunde

Totaal

niet voorgekomen

68%

62%

65%

68%

63%

65%

78%

61%

70%

één keer voorgekomen

22%

30%

25%

28%

29%

29%

18%

31%

24%

twee keer voorgekomen

6%

9%

7%

2%

5%

4%

3%

6%

4%

meer dan 2 keer voorgekomen

5%

-

3%

2%

2%

2%

1%

2%

2%

Totaal (N=100%)

124

94

218

133

211

344

130

127

257

82


Bijlage 5 • Tabellen hbo: ontwikkeling intredeposities

TABEL B5.14 REDENEN VOOR PERIODE ZONDER BETAALDE BAAN EN OPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

ALO

Overig

Totaal

ALO

Overig

Totaal

ALO

Sportkunde

Totaal

Ik kon geen werk vinden op gebied van s&b

56%

47%

51%

44%

39%

40%

42%

43%

43%

Ik kon überhaupt geen werk vinden

19%

23%

21%

22%

31%

28%

9%

24%

19%

Langdurige ziekte (geestelijk of lichamelijk)

2%

4%

3%

2%

5%

4%

6%

7%

6%

Zwangerschap

-

2%

1%

2%

4%

3%

-

-

-

Zorg voor kleine kinderen

-

2%

1%

0%

2%

2%

-

1%

1%

Ik had een tijdelijke sportgerelateerde aanstelling

6%

-

3%

15%

6%

9%

12%

7%

8%

Gereisd/vrijwilligerswerk in buitenland

8%

8%

8%

7%

5%

6%

21%

10%

14%

Andere redenen

10%

15%

12%

7%

9%

8%

9%

8%

8%

52

53

105

43

80

123

33

76

109

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

Stage TABEL B5.15A STAGE BIJ (OUD-)WERKGEVER(S). 2014/2015 (AMMS18) Eén baan (gehad)

Twee banen (gehad)

Meer dan twee banen (gehad)

Bij nul werkgevers

100%

65%

48%

57%

Bij één werkgever

0%

25%

33%

29%

Bij twee werkgevers

0%

9%

8%

8%

Bij meer dan twee werkgevers

0%

1%

10%

6%

6

80

108

194

Totaal (N=100%)

Totaal

TABEL B5.15B STAGE BIJ (OUD-)WERKGEVER(S). 2014/2015 (AMMS18) LO

Sportkunde

Bij nul werkgevers

55%

59%

Totaal 57%

Bij één werkgever

29%

29%

29%

Bij twee werkgevers

7%

10%

8%

Bij meer dan twee werkgevers

9%

3%

6%

Totaal (N=100%)

100

94

194

83


De tabellen in deze bijlage zijn gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de hbo-gediplomeerden die tijdens de uitvoering van het onderzoek ruim vier jaar zijn afgestudeerd. Voor de huidige monitor betreft dat gediplomeerden uit het schooljaar 2012/2013.


Bijlage 6 Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling De gegevens van dezelfde respondenten uit de vorige monitor (i.e. eerste meting) worden naast de nieuwe gegevens (i.e. tweede meting) gepresenteerd. Op deze manier wordt de ontwikkeling van loopbanen in kaart gebracht. Percentages/aantallen betreffende de eerste meting staan steeds onder het kopje 2015

en de percentages/aantallen betreffende de tweede meting onder het kopje 2018. Naast geaggregeerde tabellen bevat deze bijlage ook tabellen betreffende verschuivingen/ migraties in/van loopbaanposities. In deze migratietabellen zijn voor de volledigheid de gegevens van de voorgaande monitors opgenomen,

deze staan steeds onder de kopjes AMMS13 en AMMS15 en gaan over respectievelijk de gediplomeerden van schooljaar 2008/2009 en 2010/2011 (i.e. de groepen die destijds vier jaar geleden zijn afgestudeerd). De nieuwe gegevens – over de 2012/2013-gediplomeerden – staan onder het kopje AMMS18.

TABEL B6.1 BANEN SINDS AFSTUDEREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

Geen baan

3%

-

-

-

Eén baan

23%

20%

25%

18%

Twee banen

26%

26%

21%

29%

Drie banen

20%

24%

23%

25%

Vier banen of meer

29%

29%

31%

29%

Minimaal één baan

97%

100%

100%

100%

- Waarvan minimaal één sportgerelateerde baan

83%

83%

92%

78%

Totaal (N=100%)

143

143

52

91

85

Sportkunde


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B6.2A ACTIVITEIT OP SPORTARBEIDSMARKT IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

Wel actief op de Sportarbeidsmarkt

72%

67%

85%

Sportkunde 57%

Niet actief op de Sportarbeidsmarkt: andere baan

20%

29%

13%

38%

Niet actief op de Sportarbeidsmarkt: geen baan

8%

3%

2%

4%

Totaal (N=100%)

143

143

52

91

TABEL B6.2B MIGRATIE (SPORT)ARBEIDSMARKT. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Geen verandering Sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

59%

61%

57%

Niet sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

17%

23%

18%

Wel verandering Niet sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

13%

9%

10%

Sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

11%

7%

15%

Totaal (N=100%)

101

127

143

TABEL B6.2C MIGRATIE SPORTARBEIDSMARKT (2015 -> 2018), UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. LO

Sportkunde

Sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

81%

44%

Niet sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

6%

25%

Niet sportarbeidsmarkt -> sportarbeidsmarkt

4%

13%

Sportarbeidsmarkt -> niet sportarbeidsmarkt

10%

18%

52

91

Geen verandering

Wel verandering

Totaal (N=100%)

Nota bene: de volgende tabellen gaan uitsluitend over respondenten die op beide meetmomenten een sportgerelateerde baan hebben.

86


Bijlage 6 • Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling

TABEL B6.3 OMVANG SPORTGERELATEERDE BANEN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

Sportkunde

0-8 uur per week

9%

6%

6%

6%

9-16 uur per week

10%

7%

9%

6%

17-24 uur per week

19%

4%

6%

3%

25-32 uur per week

17%

23%

14%

32%

> 32 uur per week

45%

59%

66%

53%

92

97

47

50

1.902

2294

1.174

1.120

69

69

35

34

Totaal aantal sportgerelateerde banen* Totaal aantal uren Totaal aantal personen Gemiddeld aantal uren per sportgerelateerde baan

21

24

25

22

Gemiddeld aantal uren in sportgerelateerde banen per persoon

28

33

34

33

* INCLUSIEF MEERDERE BANEN.

TABEL B6.4 OVERZICHT SECTOREN SPORTBAAN MET MEESTE UREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

Sportkunde

Sporteigen sector

51%

40%

31%

50%

Toerisme en recreatie

10%

5%

0%

10%

Gezondheidszorg

16%

21%

2%

40%

Welzijn

18%

15%

2%

28%

Onderwijs

54%

50%

88%

10%

Veiligheid

2%

2%

0%

5%

Een andere sector

10%

13%

12%

15%

82

82

42

40

N

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

87


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B6.5 OPLEIDINGSEISEN VOOR SPORTBAAN MET MEESTE UREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Totaal

Totaal

LO

S&b-opleiding onder mbo-niveau

3%

0%

0%

0%

Mbo-niveau

11%

14%

2%

26%

Hbo-niveau

70%

75%

90%

58%

Bonds- en brancheopleidingen

4%

1%

0%

3%

Geen opleidingseisen

3%

3%

0%

5%

Anders of onbekend

10%

8%

7%

8%

79

79

41

38

Totaal (N=100%)

Sportkunde

TABEL B6.6 FUNCTIES SPORTBAAN MET MEESTE UREN IN 2015 EN 2018. 2015

2018

Trainer/coach

8%

1%

Sport en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

4%

3%

Sportinstructeur

5%

4%

Docent LO

45%

45%

(Allround)zwembadmedewerker/instructeur

1%

0%

Bewegingsagoog

3%

4%

Recreatiemedewerker

1%

0% 5%

Buurtsportcoach

5%

Verenigingsondersteuner

1%

1%

Manager s&b

3%

1% 7%

Projectmedewerker/-leider

3%

Eigenaar/directeur

0%

1%

Anders

20%

27%

74

74

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B6.7A VERANDERING VAN DIENSTVERBAND SPORTBAAN MET MEESTE UREN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Geen verandering aanstelling

67%

58%

53%

Wel verandering aanstelling

33%

42%

47%

65

33

73

Totaal (N=100%)

88


Bijlage 6 • Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling

TABEL B6.7B VERANDERING DIENSTVERBAND (2015 -> 2018) NAAR OPLEIDINGSNIVEAU. LO

Sportkunde

Geen verandering aanstelling

56%

50%

Wel verandering aanstelling

44%

50%

39

34

Totaal (N=100%)

TABEL B6.7C OVERZICHT VERANDERINGEN IN AANSTELLING SPORTBAAN MET MEESTE UREN (2015->2018). Percentage Tijdelijk contract -> vast contract

71%

Vast contract -> tijdelijk contract

12%

Andere wisselingen

17%

Totaal (N=100%)

34

TABEL B6.8A VERANDERING VAN ARBEIDSUREN IN SPORTBAAN/SPORTBANEN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Geen verandering aantal uren

29%

15%

14%

Werkt meer uren

49%

58%

59%

Werkt minder uren

22%

27%

26%

59

74

69

Totaal (N=100%)

TABEL B6.8B VERANDERING ARBEIDSUREN (2015 -> 2018) NAAR OPLEIDINGSNIVEAU. LO

Sportkunde

Geen verandering aantal uren

9%

21%

Werkt meer uren

63%

56%

Werkt minder uren

29%

24%

35

34

Totaal (N=100%)

TABEL B6.9 MIGRATIE SPORTARBEIDSMARKT, VERANDERING VAN SECTOR. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Werkzaam in dezelfde sector

80%

57%

45%

Verandering van sector

20%

43%

55%

56

109

82

Totaal (N=100%) * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

89


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B6.10 VERANDERING VAN BEROEPSNIVEAU. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

Zelfde beroepsniveau

90%

76%

78%

Ander beroepsniveau

10%

24%

22%

Hoger beroepsniveau - Van onder mbo-niveau naar mbo-niveau

-

-

1%

3%

8%

3%

-

5%

4%

Andere verschuivingen

7%

11%

14%

Totaal (N=100%)

59

58

79

- Van mbo-niveau naar hbo-niveau Lager beroepsniveau - Van hbo-niveau naar mbo-niveau

90


Bijlage 6 • Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling

TABEL B6.11A VERANDERING BELANG VAN KERNTAKEN SPORTBAAN MET MEESTE UREN. 2011- > 2013 AMMS13 Gediplomeerden 2008/2009

2013 -> 2015 AMMS15 Gediplomeerden 2010/2011

2015 -> 2018 AMMS18 Gediplomeerden 2012/2013

59%

Belang van instructietaken (lesgeven, trainen) Geen verandering in belang van deze kerntaak

64%

3%

Kerntaak belangrijker geworden

15%

87%

18%

Kerntaak minder belangrijk geworden

20%

10%

23%

49%

Belang van praktische, uitvoerende taken Geen verandering in belang van deze kerntaak

39%

5%

Kerntaak belangrijker geworden

15%

93%

17%

Kerntaak minder belangrijk geworden

46%

2%

34%

Belang van opstellen c.q. adviseren over trainingsschema’s, behandelplannen, belastbaarheid, et cetera Geen verandering in belang van deze kerntaak

37%

17%

28%

Kerntaak belangrijker geworden

32%

33%

32%

Kerntaak minder belangrijk geworden

31%

50%

40%

Belang van organisatorische taken Geen verandering in belang van deze kerntaak

49%

7%

53%

Kerntaak belangrijker geworden

31%

88%

26%

Kerntaak minder belangrijk geworden

20%

5%

22%

36%

Belang van beleidstaken Geen verandering in belang van deze kerntaak

37%

17%

Kerntaak belangrijker geworden

36%

48%

29%

Kerntaak minder belangrijk geworden

27%

35%

35%

Geen verandering in belang van deze kerntaak

36%

20%

29%

Kerntaak belangrijker geworden

37%

30%

27%

Kerntaak minder belangrijk geworden

27%

50%

44%

59

60

78

Belang van managementtaken

Totaal (N=100%)

91


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B6.11B VERANDERING KERNTAKEN (2015 -> 2018), UITGESPLITST NAAR OPLEIDINGSNIVEAU. LO

Sportkunde

Geen verandering in belang van deze kerntaak

78%

38%

Kerntaak belangrijker geworden

12%

24%

Kerntaak minder belangrijk geworden

10%

38%

Geen verandering in belang van deze kerntaak

46%

53%

Kerntaak belangrijker geworden

20%

14%

Kerntaak minder belangrijk geworden

34%

33%

Belang van instructietaken (lesgeven, trainen)

Belang van praktische, uitvoerende taken

Belang van opstellen c.q. adviseren over trainingsschema’s, behandelplannen, belastbaarheid, et cetera Geen verandering in belang van deze kerntaak

22%

35%

Kerntaak belangrijker geworden

27%

38%

Kerntaak minder belangrijk geworden

51%

27%

Belang van organisatorische taken Geen verandering in belang van deze kerntaak

56%

49%

Kerntaak belangrijker geworden

15%

38%

Kerntaak minder belangrijk geworden

29%

14%

Geen verandering in belang van deze kerntaak

34%

38%

Kerntaak belangrijker geworden

20%

41%

Kerntaak minder belangrijk geworden

46%

22%

22%

Belang van beleidstaken

Belang van managementtaken Geen verandering in belang van deze kerntaak

37%

Kerntaak belangrijker geworden

20%

35%

Kerntaak minder belangrijk geworden

44%

43%

41

37

Totaal (N=100%)

92


Bijlage 6 • Tabellen hbo: loopbaanontwikkeling

93



Bijlage 7 Tabellen hbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties De onderzoeksgegevens met betrekking tot de bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties van de hbo-gediplomeerden afgestudeerd in schooljaar 2014/2015 zijn

te vinden in de tabellen in deze bijlage. Gegevens over deze gediplomeerden worden vergeleken met de gegevens van gediplomeerden uit schooljaar 2010/2011 welke in

2013 zijn bevraagd en gediplomeerden uit schooljaar 2012/2013 welke in 2015 zijn bevraagd (i.e. de gegevens uit de voorgaande monitors).

Bondsopleidingen TABEL B7.1 VOLGEN VAN BONDSOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN. 2010/2011 (AMMS13) Volgt wel een bondsopleiding

21%

Volgt geen bondsopleiding Totaal (N=100%)

2012/2013 (AMMS15) 13%

79% 226

2014/2015 (AMMS18) 10%

87% 378

95

90% 268


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B7.2 VOLGEN VAN BONDSOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN (NAAR OPLEIDING). 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Volgt wel een bondsopleiding

13%

8%

Totaal 10%

Volgt geen bondsopleiding

87%

92%

90%

Totaal (N=100%)

135

133

268

TABEL B7.3 SOORT BONDSOPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Totaal

Voetbaltrainer, -coach (KNVB)

12%

18%

14%

Gymleider, -trainer (KNGU)

18%

9%

14%

Tennistrainer (KNLTB)

18%

0%

11%

Basketbaltrainer, -coach (NBB)

12%

9%

11% 11%

Judotrainer (JBN)

18%

0%

Schaatstrainer, -coach (KNSB)

0%

18%

7%

Hockeytrainer, -coach (KNHB)

12%

0%

7%

Overig (bijvoorbeeld, trainer tafeltennis, badminton, korfbal)

12%

45%

25%

17

11

28

2014/2015 (AMMS18)

Totaal (N=100%)

TABEL B7.4 STATUS VAN BONDSOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN HBO-SPORTOPLEIDINGEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Ben nog bezig met deze opleiding

Huidige status

6%

9%

7%

Opleiding met diploma afgerond

90%

89%

93%

Opleiding zonder diploma gestopt

4%

2%

-

Totaal (N=100%)

47

47

28

TABEL B7.5 STATUS VAN BONDSOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN HBO-SPORTOPLEIDINGEN, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) Huidige status

ALO

Sportkunde

Ben nog bezig met deze opleiding

6%

9%

Totaal 7%

Opleiding met diploma afgerond

94%

91%

93%

Opleiding zonder diploma gestopt

-

-

-

Totaal (N=100%)

17

11

28

96


Bijlage 7 • Tabellen hbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

Brancheopleidingen TABEL B7.6 VOLGEN VAN BRANCHEOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Volgt wel een brancheopleiding

6%

6%

2014/2015 (AMMS18) 6%*

Volgt geen brancheopleiding

94%

94%

94%

Totaal (N=100%)

226

373

268

* GENOEMDE OPLEIDINGEN ZIJN TE DIVERS OM IN AFZONDERLIJKE TABEL TE TONEN. TABEL B7.7 VOLGEN VAN BRANCHEOPLEIDING OP DIT MOMENT OF IN VERLEDEN, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) Huidige status

ALO

Sportkunde

Volgt wel een brancheopleiding

6%

7%

Totaal 6%

Volgt geen brancheopleiding

94%

93%

94%

Totaal (N=100%)

135

133

268

TABEL B7.8 STATUS VAN BRANCHEOPLEIDING VAN GEDIPLOMEERDEN VAN HBO-SPORTOPLEIDINGEN. Huidige status

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Ben nog bezig met deze opleiding

14%

29%

29%

Opleiding met diploma afgerond

86%

71%

71%

Opleiding zonder diploma gestopt

-

-

-

Totaal (N=100%)

14

21

17

2014/2015 (AMMS18)

Nevenfuncties TABEL B7.9 AANTAL NEVENFUNCTIES NA HET AFSTUDEREN VAN DE HBO-SPORTOPLEIDING. Aantal nevenfuncties

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

Nul nevenfuncties

31%

44%

46%

Eén nevenfunctie

34%

31%

30%

Twee nevenfuncties

23%

16%

17%

Drie nevenfuncties

12%

9%

7%

Totaal (N=100%)

225

344

260

97


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B7.10 AANTAL NEVENFUNCTIES NA HET AFSTUDEREN VAN DE HBO-SPORTOPLEIDING, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) Aantal nevenfuncties

ALO

Sportkunde

Nul nevenfuncties

49%

43%

Totaal 46%

Eén nevenfunctie

30%

31%

30%

Twee nevenfuncties

15%

20%

17%

Drie nevenfuncties

7%

6%

7%

Totaal (N=100%)

131

129

260

TABEL B7.11 SOORT CONTRACT BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE NA AFSTUDEREN HBO-SPORTOPLEIDING. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Soort contract Arbeidscontract

27%

9%

13%

Vrijwilligerscontract

30%

37%

47%

Geen contract

35%

51%

38%

Anders

7%

3%

2%

Indien contract, soort aanstelling Vaste aanstelling

25%

17%

21%

Tijdelijke aanstelling

75%

83%

79%

Totaal (N=100%)

155

193

141

TABEL B7.12 SOORT CONTRACT BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE NA AFSTUDEREN HBO-SPORTOPLEIDING, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Totaal

Soort contract Arbeidscontract

16%

9%

13%

Vrijwilligerscontract

51%

43%

47%

Geen contract

31%

45%

38%

Anders

1%

3%

2%

Indien contract, soort aanstelling Vaste aanstelling

24%

18%

21%

Tijdelijke aanstelling

76%

83%

79%

67

74

141

Totaal (N=100%)

98


Bijlage 7 • Tabellen hbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

TABEL B7.13 AANTAL UREN PER WEEK WERKZAAM IN BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE. 2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Minder dan 5 uur per week

40%

54%

56%

Tussen de 5 en 10 uur per week

44%

35%

35%

Meer dan 10 uur per week

16%

11%

9%

Totaal (N=100%)

152

193

138

TABEL B7.14 AANTAL UREN PER WEEK WERKZAAM IN BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE (NAAR OPLEIDING). 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Totaal

Minder dan 5 uur per week Tussen de 5 en 10 uur per week

55%

57%

56%

41%

29%

35%

Meer dan 10 uur per week

5%

14%

9%

Totaal (N=100%)

66

72

138

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

8%

7%

3%

Baancommissaris

-

1%

-

Trainer of coach

56%

65%

71%

TABEL B7.15 TYPE FUNCTIE EN TAKEN NEVENFUNCTIES. Scheidsrechter

Bestuursfunctie

7%

6%

7%

Commissiewerk

6%

15%

8%

Overige

24%

6%

11%

Totaal (N=100%)

200*

192*

141*

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

99


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B7.16 TYPE FUNCTIE EN TAKEN NEVENFUNCTIES, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Totaal

3%

3%

3%

Baancommissaris

-

-

-

Trainer of coach

87%

57%

71%

Bestuursfunctie

3%

11%

7%

Commissiewerk

1%

14%

8%

Overige

6%

16%

11%

Totaal (N=100%)

67*

74*

141*

2010/2011 (AMMS13)

2012/2013 (AMMS15)

2014/2015 (AMMS18)

Scheidsrechter

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B7.17 HUIDIGE SITUATIE BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE. Momenteel werkzaam in belangrijkste nevenfunctie Nog wel werkzaam in nevenfunctie

64%

55%

51%

Niet meer werkzaam in nevenfunctie

36%

45%

49%

Maximaal 12 maanden

39%

49%

40%

13-24 maanden

22%

31%

28%

Meer dan 24 maanden

39%

20%

31%

Totaal (N=100%)

152

189

141

Indien niet meer werkzaam, hoelang in functie gewerkt

TABEL B7.18 HUIDIGE SITUATIE BELANGRIJKSTE NEVENFUNCTIE, UITGESPLITST NAAR OPLEIDING. 2014/2015 (AMMS18) ALO

Sportkunde

Totaal

Nog wel werkzaam in nevenfunctie

49%

53%

51%

Niet meer werkzaam in nevenfunctie

51%

47%

49%

Momenteel werkzaam in belangrijkste nevenfunctie

Indien niet meer werkzaam, hoelang in functie gewerkt Maximaal 12 maanden

33%

47%

40%

13-24 maanden

30%

26%

28%

Meer dan 24 maanden

36%

26%

31%

67

74

141

Totaal (N=100%)

100


Bijlage 7 • Tabellen hbo: bonds- en brancheopleidingen en nevenfuncties

101



Bijlage 8 Tabellen werkgevers TABEL B8.1 ORGANISATIES IN DE SPORTBRANCHES MET BETAALDE MEDEWERKERS. Totaal aantal organisaties

Organisaties met betaalde medewerkers

Organisaties met betaalde s&b-functies

Sportverenigingen

422

58%

55%

Fitness

85

95%

93%

Zwembranche

149

83%

82% 76%

Sportbonden en sportondersteuning

42

88%

Outdoor

21

76%

71%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

26

92%

88%

Overige commerciële organisaties

72

83%

76%

Totaal

817

TABEL B8.2A ORGANISATIES IN DE SPORTBRANCHES NAAR AANTAL BETAALDE S&B-MEDEWERKERS. Aantal medewerkers N

0

1 t/m 5

6 t/m 10

11 t/m 50

51 t/m 100

244

6%

75%

12%

7%

0%

0%

Fitness

81

2%

43%

25%

30%

0%

0%

Zwembranche

124

2%

27%

17%

48%

5%

1%

Sportbonden en sportondersteuning

37

14%

35%

22%

24%

5%

0%

Sportverenigingen

101 of meer

Outdoor

16

6%

50%

19%

19%

6%

0%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

24

4%

21%

17%

42%

4%

13%

Overige commerciële organisaties

60

8%

42%

10%

40%

0%

0%

Totaal

586

TABEL B8.2B AANTAL VRIJWILLIGERS BIJ DE SPORTVERENIGINGEN MET SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES. Aantal vrijwilligers

Sportverenigingen

N

0

1 t/m 5

6 t/m 10

11 t/m 50

51 t/m 100

101 of meer

356

2%

9%

13%

51%

15%

10%

103


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.3 ORGANISATIES IN DE OVERIGE SECTOREN MET BETAALDE MEDEWERKERS. Totaal aantal organisaties

Organisaties met betaalde medewerkers

Organisaties met betaalde s&b-functies

Toerisme en recreatie

66

97%

65%

Gezondheidszorg

139

97%

88%

Welzijn

134

97%

80%

Onderwijs

269

100%

87%

Veiligheid

22

100%

100%

Totaal

630

TABEL B8.4 ORGANISATIES IN DE OVERIGE SECTOREN NAAR AANTAL MEDEWERKERS MET EEN S&B-FUNCTIE. Aantal medewerkers N

0

1 t/m 5

6 t/m 10

11 t/m 50

51 t/m 100

101 of meer

Toerisme en recreatie

64

33%

31%

16%

20%

0%

0%

Gezondheidszorg

135

9%

42%

26%

20%

2%

1%

Welzijn

130

18%

48%

17%

12%

5%

1%

Onderwijs

269

13%

64%

9%

13%

0%

0%

Veiligheid

22

0%

27%

27%

41%

0%

5%

Totaal

620

TABEL B8.5A TYPE DIENSTVERBANDEN MEDEWERKERS MET EEN S&B-FUNCTIE IN DE SPORTBRANCHES. Overheidsdiensten met betrekking tot sport

Overige commerciële organisaties

18%

63%

47%

5%

33%

18%

50%

2%

22%

0%

4%

0%

0%

1%

0%

1%

0%

4%

0%

7%

0%

5%

11%

4%

3%

16%

0%

7%

7%

1%

15%

0%

0%

0%

0%

1.027

712

3.561

317

257

858

575

Sportbonden en sportondersteuning

Outdoor

49%

71%

15%

21%

10%

10%

4%

0%

1%

3%

1%

1%

1%

Leerarbeids-/stageovereenkomst

7%

5%

Ingehuurde zzp’ers

4%

Ander contract

Sportverenigingen

Fitness

Zwembranche

Vaste contracten

24%

55%

Tijdelijke contracten

56%

17%

Oproepkrachten

1%

Uitzendkrachten Gedetacheerden

N

104


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.5B TYPE DIENSTVERBANDEN MEDEWERKERS MET EEN S&B-FUNCTIE IN DE OVERIGE BRANCHES. Toerisme en recreatie

Gezondheidszorg

Welzijn

Onderwijs

Veiligheid

Vaste contracten

25%

78%

59%

87%

84%

Tijdelijke contracten

17%

10%

26%

8%

2%

Oproepkrachten

43%

2%

6%

0%

0%

Uitzendkrachten

2%

0%

0%

0%

0%

Gedetacheerden

0%

0%

0%

1%

0%

Leerarbeids-/stageovereenkomst

11%

6%

7%

4%

13%

Ingehuurde zzp’ers

2%

3%

2%

0%

0%

Ander contract

0%

0%

0%

0%

0%

TABEL B8.6A VALLEN DE MEDEWERKERS VAN ORGANISATIES MET BETAALDE MEDEWERKERS MET EEN S&B-FUNCTIE ONDER EEN CAO (SPORTBRANCHES)? Ja

Nee

Onbekend

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

12%

81%

7%

245

Fitness

4%

89%

7%

82

Zwembranche

78%

20%

2%

126

Sportbonden en sportondersteuning

84%

13%

3%

32

Outdoor

47%

27%

27%

15

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

100%

0%

0%

23

41%

55%

4%

56

Overige commerciële organisaties

TABEL B8.6B VALLEN DE MEDEWERKERS VAN ORGANISATIES MET BETAALDE MEDEWERKERS MET EEN S&B-FUNCTIE ONDER EEN CAO (OVERIGE BRANCHES)? Ja

Nee

Onbekend

Toerisme en recreatie

78%

18%

4%

Totaal N (=100%) 45

Gezondheidszorg

59%

40%

1%

124

Welzijn

97%

0%

3%

114

Onderwijs

98%

1%

1%

237

Veiligheid

91%

5%

5%

22

105


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.7A AANTAL UREN WERKZAAM MEDEWERKERS IN S&B-FUNCTIES (SPORTBRANCHES). Minder dan 12 uur

12 uur of meer

Sportverenigingen

65%

35%

Totaal aantal medewerkers (=100%) 823

Fitness

47%

53%

550

Zwembranche

33%

67%

2.280

Sportbonden en –ondersteuning

8%

92%

277

Outdoor

57%

43%

145

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

27%

73%

810

Overige commerciële organisaties

42%

58%

444

Totaal aantal medewerkers (=100%)

TABEL B8.7B AANTAL UREN WERKZAAM MEDEWERKERS IN S&B-FUNCTIES (OVERIGE BRANCHES). Minder dan 12 uur

12 uur of meer

Toerisme en recreatie

44%

56%

417

Gezondheidszorg

10%

90%

1.189

Welzijn

19%

81%

1.103

Onderwijs

30%

70%

1.277

Veiligheid

1%

99%

683

106


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.8A S&B-FUNCTIES IN DE SPORTBRANCHES (VERDELING OP BASIS VAN AANTALLEN FTE). Sportverenigingen

Fitness

Zwembranche

Sportbonden en sportondersteuning

Outdoor

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

Overige commerciĂŤle organisaties 14%

Trainer/coach

74%

26%

0%

33%

13%

0%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

5%

13%

0%

9%

31%

1%

8%

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

4%

47%

4%

1%

25%

0%

30%

Docent LO/leraar bewegingsonderwijs

1%

0%

0%

2%

4%

14%

1%

Overige sportgerelateerde docentfuncties

1%

2%

0%

1%

4%

1%

0%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

0%

2%

37%

2%

10%

16%

16%

Toezichthoudend zwembadmedewerker

0%

1%

22%

0%

0%

15%

5%

Beleidsmedewerker sport

1%

1%

0%

6%

0%

2%

1%

Sportopbouwwerker, sportbuurtwerker

0%

0%

0%

0%

1%

0%

0%

Bewegingsagoog

0%

0%

0%

1%

4%

0%

0%

Recreatiemedewerker

0%

0%

0%

0%

2%

0%

4%

Buurtsportcoach

5%

2%

1%

14%

3%

43%

3%

Assistent LO-docent

0%

0%

0%

0%

0%

0%

1%

Verenigingsmanager

2%

1%

0%

1%

1%

1%

3% 2%

Verenigingsondersteuner

1%

0%

0%

4%

0%

1%

Manager (sport en bewegen)

1%

2%

1%

4%

2%

2%

3%

Projectmedewerker/-leider

0%

0%

0%

9%

0%

1%

0%

Andere functie

6%

3%

33%

12%

0%

2%

10%

107


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.8B S&B-FUNCTIES IN DE OVERIGE BRANCHES (VERDELING OP BASIS VAN AANTALLEN FTE). Toerisme en recreatie

Gezondheidszorg

Welzijn

Onderwijs

Trainer/coach

1%

4%

4%

1%

Veiligheid 9%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

13%

12%

25%

4%

4%

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

4%

8%

1%

1%

13%

Docent LO/leraar bewegingsonderwijs

1%

1%

6%

55%

0%

Overige sportgerelateerde docentfuncties

0%

0%

1%

3%

7%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

9%

3%

5%

0%

0%

Toezichthoudend zwembadmedewerker

26%

0%

2%

0%

0%

Beleidsmedewerker sport

0%

0%

1%

0%

0%

Sportopbouwwerker, sportbuurtwerker

0%

0%

3%

0%

0%

Bewegingsagoog

0%

23%

3%

1%

1%

Recreatiemedewerker

32%

0%

2%

0%

0%

Buurtsportcoach

3%

2%

9%

5%

0%

Assistent LO-docent

0%

0%

1%

0%

0%

Verenigingsmanager

0%

0%

0%

0%

1%

Verenigingsondersteuner

0%

0%

1%

0%

0%

Manager (sport en bewegen)

3%

2%

1%

0%

1%

Projectmedewerker/-leider

0%

1%

0%

0%

0%

Andere functie

8%

44%

36%

29%

64%

TABEL B8.8C MINIMALE OPLEIDINGSEIS BELANGRIJKSTE SPORTFUNCTIE NAAR SECTOR.

Sportverenigingen

Onder mbo

Mbo

Hbo

Wo

Bonds/branche

Geen

Anders

N

14%

12%

8%

0%

54%

4%

8%

193

Fitness

18%

38%

20%

2%

18%

2%

2%

60

Zwembranche

28%

52%

8%

0%

9%

1%

3%

104

Sportbonden en -ondersteuning

4%

19%

63%

4%

7%

4%

0%

27

Outdoor

8%

42%

25%

0%

8%

17%

0%

12

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

0%

32%

68%

0%

0%

0%

0%

19

Overige commerciĂŤle organisaties

15%

41%

17%

0%

15%

2%

9%

46

Toerisme en recreatie

9%

55%

15%

0%

9%

6%

6%

33

Gezondheidszorg

3%

41%

45%

8%

2%

0%

0%

95

Welzijn

10%

43%

44%

0%

1%

0%

1%

90

Onderwijs

1%

3%

91%

0%

1%

0%

4%

220

Veiligheid

6%

78%

17%

0%

0%

0%

0%

18

108


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.9 VRIJWILLIGE FUNCTIES BIJ DE SPORTVERENIGINGEN. Functie

Fte

Aantal sportverenigingen met functie*

Trainer/coach/instructeur

46%

91%

Scheidsrechter/official

18%

50%

Bestuurder

13%

71%

Andere functie

22%

33%

Totaal (N=100%)

7.782

304

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

TABEL B8.10A COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (SPORTBRANCHES). In dienst

Niet in dienst

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

11%

89%

225

Fitness

12%

88%

67

Zwembranche

15%

85%

114

Sportbonden en sportondersteuning

26%

74%

31

Outdoor

31%

69%

13

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

80%

20%

20

Overige commerciële organisaties

25%

75%

53

Totaal N (=100%)

TABEL B8.10B COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (OVERIGE BRANCHES). In dienst

Niet in dienst

Toerisme en recreatie

7%

93%

54

Gezondheidszorg

14%

86%

111

Welzijn

29%

71%

118

Onderwijs

23%

77%

265

Veiligheid

5%

95%

21

109


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.10C REDEN COMBINATIEFUNCTIONARIS WERKZAAM IN BEDRIJF.* Sporteigen

Overige branches

Meer samenwerking met commerciële aanbieders s&b

15%

22%

Totaal 19%

Meer samenwerking met niet-commerciële aanbieders s&b

27%

35%

32% 32%

Meer samenwerking met andere sectoren

40%

27%

Contact met s&b-‘makelaars’

18%

20%

19%

Toename in s&b als preventie

33%

43%

39%

Toename in s&b als maatschappelijk doel

35%

32%

33%

Toename in politieke belangstelling

20%

18%

19%

Toenemende behoefte aan allround medewerkers

15%

7%

11%

Toenemende behoefte aan flexibele medewerkers

25%

14%

19%

Toenemende behoefte aan goed geschoolde medewerkers

27%

17%

22%

Toename variatie in aanbod s&b

24%

32%

29%

Anders

16%

21%

19%

91

116

207

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT. TABEL B8.11A AANTAL COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (SPORTBRANCHES).

Aantal combinatiefunctionarissen

N

67

24

Sportverenigingen Fitness

15

8

Zwembranche

33

16

Sportbonden en sportondersteuning

38

8

Outdoor

49

4

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

157

16

Overige commerciële organisaties

28

12

Totaal

387

88

Aantal combinatiefunctionarissen

N

TABEL B8.11B AANTAL COMBINATIEFUNCTIONARISSEN IN DIENST (OVERIGE BRANCHES). Toerisme en recreatie

11

4

Gezondheidszorg

22

16

Welzijn

97

34

Onderwijs

80

60

Veiligheid Totaal

110

0

1

210

115


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.12A VERANDERINGEN IN DE FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES TEN OPZICHTE VAN TWEE JAAR GELEDEN (SPORTBRANCHES). Toegenomen

Afgenomen

Gelijk gebleven

Percentage toe- of afname fte

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

14%

5%

81%

4,9%

185

Fitness

27%

17%

57%

5,4%

60

Zwembranche

26%

10%

64%

2,7%

103

Sportbonden en sportondersteuning

33%

15%

52%

3,3%

27

Outdoor

46%

15%

38%

22,7%

13

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

44%

0%

56%

3,2%

18

Overige commerciële organisaties

29%

16%

56%

2,9%

45

TABEL B8.12B VERANDERINGEN IN DE FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES TEN OPZICHTE VAN TWEE JAAR GELEDEN (OVERIGE BRANCHES). Toegenomen

Afgenomen

Gelijk gebleven

Percentage toe- of afname fte

Toerisme en recreatie

27%

3%

70%

9,7%

Totaal N (=100%) 33

Gezondheidszorg

44%

9%

47%

6,0%

90

Welzijn

32%

13%

56%

4,9%

88

Onderwijs

18%

9%

72%

1,5%

225

Veiligheid

25%

13%

63%

-3,8%

16

TABEL B8.13A OORZAKEN TOENAME S&B-FUNCTIES. Sporteigen

Overige branches

Extra middelen

7%

6%

Totaal 6%

Nieuwe subsidie

9%

12%

11%

Stijging leerlingenaantallen

20%

24%

22%

Toename leden

43%

17%

29%

Toename individuen

14%

17%

15%

Toename bedrijven

8%

6%

7%

Toename zorgverzekeraars

3%

6%

5%

Nieuwe doelgroepen

26%

20%

23%

Nieuwe activiteiten

31%

33%

32%

Samenwerking organisaties

13%

11%

12%

Professionalisering

38%

30%

34%

Anders

15%

15%

15%

Totaal (N=100%)*

111

127

238

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

111


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.13B OORZAKEN AFNAME S&B-FUNCTIES. Sporteigen

Overige branches

Totaal

Geen subsidie

13%

13%

13%

Geen sponsorgelden

5%

-

3%

Daling leerlingenaantallen

26%

45%

35%

Afname leden

33%

-

17%

Afname individuen

3%

3%

3%

Afname bedrijven

3%

3%

3%

Afname zorgverzekeraars

3%

3%

3%

Anders

46%

42%

44%

39

38

77

Totaal

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B8.14 MATE VAN KNELPUNTEN BIJ INVULLEN VAN SPORTGERELATEERDE VACATURES. Sporteigen

Overige branches

In zeer grote mate

7%

2%

5%

In grote mate

21%

9%

15%

Noch in grote mate, noch in kleine mate

32%

28%

30%

In kleine mate

21%

23%

22%

In zeer kleine mate

19%

37%

28%

Totaal (N=100%)

434

427

861

TABEL B8.15 KNELPUNTEN BIJ HET INVULLEN VAN VACATURES (SELECTIE RESPONDENTEN MET VACATURES DE AFGELOPEN TWEE JAAR). Sporteigen

Overige branches

Totaal

Salaris ontoereikend

35%

13%

26%

Vacatures te klein

43%

34%

39%

Weinig aanbod niveau

26%

11%

20%

Weinig aanbod richting

21%

7%

16%

Onregelmatige werktijden

26%

9%

19%

Imago

6%

10%

Anders

18%

36%

Totaal (N=100%)*

263

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

112

8% 25%

170

433


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.16 GEBRUIK VAN WERVINGSKANALEN VOOR S&B-FUNCTIES. Sporteigen

Overige branches

UWV/WERKBedrijf

6%

3%

Totaal 5%

Advertentie

28%

17%

23% 4%

Uitzendbureau

5%

3%

Werknemerspool

3%

7%

5%

Sportgerelateerde opleiding mbo

30%

17%

24%

Sportgerelateerde opleiding hbo

13%

16%

14%

Sportgerelateerde opleiding wo

1%

1%

1%

Contact met bonds/brancheopleiding

12%

2%

7%

Eigen netwerk

85%

67%

76%

Eigen website

50%

43%

47%

Andere sportgerelateerde website

21%

5%

13%

Sociale media

46%

29%

38%

Werkindesport.nl

6%

19%

13%

Anders

6%

19%

13%

Totaal (N=100%)*

427

402

829

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT. TABEL B8.17A VERWACHTE ONTWIKKELING IN DE FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES KOMENDE VIJF JAREN (SPORTBRANCHES). Toename

Blijft gelijk

Afname

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

20%

74%

6%

131

Fitness

29%

65%

6%

48

Zwembranche

33%

63%

5%

80 25

Sportbonden en sportondersteuning

20%

76%

4%

Outdoor

50%

50%

0%

8

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

56%

38%

6%

16

Overige commerciële organisaties

43%

50%

7%

30

TABEL B8.17B VERWACHTE ONTWIKKELING IN DE FORMATIE VAN SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES KOMENDE VIJF JAREN (OVERIGE BRANCHES). Toename

Blijft gelijk

Afname

Totaal N (=100%)

Toerisme en recreatie

14%

86%

0%

21

Gezondheidszorg

30%

68%

2%

81

Welzijn

52%

45%

3%

67

Onderwijs

17%

66%

17%

178

Veiligheid

33%

58%

8%

12

113


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.18 VERWACHTING KRIMP- EN GROEIFUNCTIES. Groei

Krimp

Sporteigen

Overige branches

Totaal

Sporteigen

Overige branches

Totaal

Trainer/coach

50%

17%

34%

32%

26%

28%

Sport- en bewegingsbegeleider/sport(bege)leider

38%

37%

37%

37%

26%

31%

Sportinstructeur (bijvoorbeeld fitnessinstructeur)

24%

21%

23%

39%

23%

31%

Combinatiefunctionaris

16%

18%

17%

37%

30%

33%

Docent LO/leraar bewegingsonderwijs

10%

45%

26%

42%

74%

60%

Overige sportgerelateerde docentfuncties

10%

8%

9%

39%

32%

35%

(Allround) zwembadmedewerker/instructeur

25%

3%

14%

50%

32%

40%

Toezichthoudend zwembadmedewerker

14%

2%

8%

45%

32%

38%

Beleidsmedewerker sport

8%

6%

7%

45%

34%

39%

Sportopbouwwerker, sportbuurtwerker

5%

7%

6%

42%

26%

33%

Bewegingsagoog

11%

17%

14%

39%

32%

35%

Recreatiemedewerker

9%

8%

9%

47%

30%

38%

Buurtsportcoach

10%

8%

9%

45%

26%

34%

Assistent LO-docent

1%

5%

3%

50%

28%

38%

Verenigingsmanager

11%

2%

7%

39%

32%

35%

Verenigingsondersteuner

13%

3%

8%

37%

32%

34%

Manager (sport en bewegen)

15%

4%

10%

32%

34%

33%

Projectmedewerker/-leider

9%

6%

7%

45%

26%

34%

Anders

7%

13%

10%

29%

15%

21%

Totaal (N=100%)*

128

114

242

38

47

85

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

114


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.19 OORZAKEN VAN GROEI S&B-BANEN BINNEN BEDRIJF. Sporteigen

Overige branches

Totaal

Extra middelen

12%

16%

14%

Nieuwe subsidie

13%

21%

17%

Stijging leerlingenaantallen

21%

30%

26%

Toename leden

51%

16%

34%

Toename individuen

21%

19%

20% 12%

Toename bedrijven

13%

11%

Toename zorgverzekeraars

10%

8%

9%

Nieuwe doelgroepen

37%

17%

28%

Nieuwe activiteiten

44%

34%

39%

Samenwerking organisaties

23%

17%

20%

Professionalisering

38%

23%

31%

Anders

10%

16%

13%

Totaal (N=100%)*

126

116

242

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

TABEL B8.20 OORZAKEN VAN KRIMP S&B-BANEN BINNEN BEDRIJF. Sporteigen

Overige branches

Totaal

Geen subsidie

13%

13%

13%

Geen sponsorgelden

9%

-

3%

Daling leerlingenaantallen

22%

77%

56%

Afname leden

39%

-

15%

Afname vraag van individuen

17%

3%

8%

Afname vraag van bedrijven

9%

3%

5%

Afname vraag van zorgverzekeraars

0%

3%

2%

Afname structurele middelen

9%

18%

15%

Gevolgen Wet werk en zekerheid

4%

-

2%

Anders

39%

13%

23%

23

39

62

Totaal (N=100%)* * MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK. TABEL B8.21 OORZAKEN GROEI VRIJWILLIGERSWERK.

Percentage Groei leden

49%

Uitbreiding (activiteiten/vereniging)

18%

Professionalisering

10%

Overig (diverse uiteenlopende oorzaken)

25%

Totaal (N=100%)

102

115


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.22 ONTWIKKELINGEN WAAR ORGANISATIES IN DE SPORTBRANCHE MEE TE MAKEN HEBBEN. Sportverenigingen

Fitness

Zwembranche

OverheidsSport-bonden Overige diensten met en sportOutdoor commerciële betrekking ondersteuning organisaties tot sport

Totaal

Samenwerking en concurrentie Meer concurrentie van commerciële aanbieders van sport en bewegen

26%

77%

57%

36%

30%

19%

61%

Meer concurrentie van niet-commerciële aanbieders van sport en bewegen

27%

32%

16%

16%

10%

13%

36%

43% 24%

Meer samenwerking met commerciële aanbieders van sport en bewegen

16%

14%

23%

36%

70%

38%

25%

22%

Meer samenwerking met andere niet-commerciële Aanbieders van sport en bewegen

35%

29%

23%

48%

30%

75%

28%

33%

Meer samenwerking met ander sectoren

31%

25%

31%

56%

70%

94%

33%

35%

Een terugloop van structurele financiële middelen

57%

36%

36%

52%

20%

44%

28%

45%

Een toename van (andere) geldstromen dan subsidies

23%

38%

31%

40%

70%

25%

25%

29%

Een afnemende afhankelijkheid van subsidies

22%

5%

16%

24%

10%

25%

25%

19%

Financiële ontwikkelingen

Veranderende rol van sport en bewegen Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor gezondheid (preventie)

50%

89%

67%

64%

50%

81%

61%

62%

Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor maatschappelijke/sociale doelen (zoals participatie, cohesie, maatschappelijke stages, et cetera)

52%

39%

46%

68%

60%

94%

33%

50%

Meer (politieke, lokale ) belangstelling voor sport

27%

36%

37%

56%

10%

50%

31%

33%

44%

Ontwikkelingen met betrekking tot personeelsbeleid (Verdergaande) professionalisering van de organisatie

45%

41%

41%

76%

10%

50%

31%

Een toenemende behoefte aan allround medewerkers

14%

38%

50%

20%

60%

31%

50%

31%

Een toenemende behoefte aan gespecialiseerde medewerkers

26%

43%

39%

24%

30%

19%

25%

31%

Een toenemende behoefte aan flexibel inzetbare medewerkers

43%

43%

64%

48%

50%

75%

61%

51%

Vergrijzing

58%

71%

61%

44%

30%

56%

50%

58%

Dalende inwonersaantallen (krimpregio)

31%

11%

27%

16%

10%

31%

25%

25%

39%

Demografische ontwikkelingen

Veranderende vraag Meer vraag van de klant naar kwaliteit

36%

50%

43%

40%

20%

25%

39%

Meer klantgericht werken, meer ingaan op individuele vragen van klanten

32%

68%

66%

76%

90%

81%

56%

53%

Vraag naar meer variatie in het aanbod van sport en bewegen

47%

32%

39%

60%

40%

63%

47%

45%

Totaal (N=100%)*

176

56

94

25

10

16

36

413

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

116


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.23 ONTWIKKELINGEN WAAR ORGANISATIES IN DE OVERIGE BRANCHES MEE TE MAKEN HEBBEN. Toerisme en recreatie

Gezondheidszorg

Welzijn

Onderwijs

Veiligheid

Totaal

Samenwerking en concurrentie Meer concurrentie van commerciële aanbieders van sport en bewegen

28%

23%

28%

6%

0%

14%

Meer concurrentie van niet-commerciële aanbieders van sport en bewegen

3%

12%

17%

6%

0%

9%

Meer samenwerking met commerciële aanbieders van sport en bewegen

28%

24%

21%

19%

7%

21%

Meer samenwerking met andere niet-commerciële aanbieders van sport en bewegen

10%

42%

27%

40%

0%

34%

Meer samenwerking met ander sectoren

24%

47%

45%

34%

71%

39%

Financiële ontwikkelingen Een terugloop van structurele financiële middelen

21%

40%

28%

49%

29%

41%

Een toename van (andere) geldstromen dan subsidies

24%

33%

43%

22%

43%

28%

Een afnemende afhankelijkheid van subsidies

10%

17%

11%

9%

7%

11%

Veranderende rol van sport en bewegen Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor gezondheid (preventie)

24%

71%

69%

57%

43%

59%

Een toenemend gebruik van sport en bewegen voor maatschappelijke/sociale doelen (zoals participatie, cohesie, maatschappelijke stages, et cetera)

41%

49%

63%

31%

21%

41%

Meer (politieke, lokale ) belangstelling voor sport

17%

22%

25%

27%

21%

25%

Ontwikkelingen met betrekking tot personeelsbeleid (Verdergaande) professionalisering van de organisatie

31%

52%

57%

45%

71%

49%

Een toenemende behoefte aan allround medewerkers

34%

24%

39%

16%

14%

23%

Een toenemende behoefte aan gespecialiseerde medewerkers

17%

42%

41%

34%

29%

36%

Een toenemende behoefte aan flexibel inzetbare medewerkers

52%

37%

47%

25%

29%

33%

Demografische ontwikkelingen Vergrijzing

21%

66%

39%

35%

86%

43%

Dalende inwonersaantallen (krimpregio)

10%

10%

17%

41%

0%

27%

Veranderende vraag Meer vraag van de klant naar kwaliteit

45%

28%

35%

6%

14%

19%

Meer klantgericht werken, meer ingaan op individuele vragen van klanten

38%

66%

53%

16%

57%

35%

Vraag naar meer variatie in het aanbod van sport en bewegen

34%

29%

53%

47%

29%

43%

Totaal (N=100%)*

29

83

75

217

14

418

* MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK, TOTAAL TELT OP TOT MEER DAN 100 PROCENT.

117


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.24 VACATURES SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES AFGELOPEN TWEE JAAR. N

Percentage met vacatures

Vacatures (in fte)

Percentage vervuld

Sportbranches Sportverenigingen

135

49%

71

95%

Fitness

46

46%

26

95%

Zwembranche

82

57%

74

91%

Sportbonden en sportondersteuning

25

76%

46

98%

Outdoor

7

57%

5

100%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

14

64%

36

100%

Overige commerciĂŤle organisaties

31

68%

32

91%

340

55%

290

95%

Toerisme en recreatie

23

70%

38

92%

Gezondheidszorg

80

41%

48

93%

Welzijn

68

59%

75

88%

Onderwijs

206

24%

56

98%

Veiligheid

12

67%

72

97%

Overige branches totaal

389

38%

289

94%

Sportsector en overige branches totaal

729

46%

579

94%

Sportbranches totaal Overige branches

118


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.25 INVULLING VACATURES SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES. N

Schoolverlaters

Ervaren krachten

S&b-opleiding

Andere opleiding

S&b-opleiding

Andere opleiding

Sportbranches Sportverenigingen

70

14%

2%

67%

17%

Fitness

28

51%

6%

25%

18%

Zwembranche

44

33%

3%

51%

13%

Sportbonden en sportondersteuning

18

31%

4%

24%

41% 4%

Outdoor

7

46%

9%

42%

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

12

44%

0%

50%

6%

Overige commerciële organisaties

21

45%

9%

31%

15%

200

31%

4%

48%

17%

14%

Sportbranches totaal Overige branches Toerisme en recreatie

18

35%

34%

17%

Gezondheidszorg

35

43%

11%

31%

15%

Welzijn

37

39%

11%

29%

20%

Onderwijs

44

38%

5%

51%

5%

Veiligheid

11

35%

0%

46%

19%

Overige branches totaal

145

39%

11%

36%

14%

Sportsector en overige branches totaal

345

34%

7%

43%

16%

TABEL B8.26A DIENSTVERBANDEN VRIJWILLIGERS MET EEN S&B-FUNCTIE WERKZAAM IN DE SPORTEIGEN SECTOR. Percentage werkzaam op basis van vrijwilligers-overeenkomst

Percentage werkzaam op basis van vast bedrag voor onkostenvergoeding

Aantal organisaties 305

Sportverenigingen

27%

21%

Fitness

68%

26%

8

Zwembranche

36%

17%

38 17

Sportbonden en sportondersteuning

21%

46%

Outdoor

26%

55%

5

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

37%

27%

6

Overige commerciële organisatie

36%

25%

19

Totaal

27%

24%

398

119


De arbeidsmarktmonitor Sport en bewegen 2018

TABEL B8.26B DIENSTVERBANDEN VRIJWILLIGERS MET EEN S&B-FUNCTIE WERKZAAM IN DE OVERIGE SECTOREN. Percentage werkzaam op basis van vrijwilligersovereenkomst

Percentage werkzaam op basis van vast bedrag voor onkostenvergoeding

Toerisme en recreatie

42%

51%

4

Gezondheidszorg

61%

38%

36

Aantal organisaties

Welzijn

57%

31%

29

Onderwijs

48%

20%

31

Veiligheid

-

-

-

59%

36%

100

Totaal

TABEL B8.27A VERGOEDING VRIJWILLIGERS MET EEN S&B-FUNCTIE WERKZAAM IN DE SPORTEIGEN SECTOR. Percentage verdient meer dan 1.500 euro per jaar

Percentage verdient 1.500 euro per jaar

Sportverenigingen

7%

Fitness

4%

Zwembranche Sportbonden en sportondersteuning

Percentage verdient minder dan 1.500 euro per jaar

Aantal organisaties

21%

72%

309

-

96%

9

-

17%

83%

39 16

3%

8%

88%

Outdoor

-

-

100%

5

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

-

20%

80%

6

Overige commerciële organisatie

1%

4%

95%

21

Totaal

6%

17%

77%

405

TABEL B8.27B VERGOEDING VRIJWILLIGERS MET EEN S&B-FUNCTIE WERKZAAM IN DE OVERIGE SECTOREN. Percentage verdient meer dan 1.500 euro per jaar

Percentage verdient 1.500 euro per jaar

Percentage verdient minder dan 1.500 euro per jaar

Aantal organisaties

Toerisme en recreatie

-

-

100%

4

Gezondheidszorg

-

1%

99%

32

Welzijn

27%

12%

61%

28

Onderwijs

2%

36%

62%

30

-

-

100%

1

7%

4%

89%

95

Veiligheid Totaal

120


Bijlage 8 • Tabellen werkgevers

TABEL B8.28A VERANDERINGEN IN DE FORMATIE VAN VRIJWILLIGERE SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES TEN OPZICHTE VAN TWEE JAAR GELEDEN. Toegenomen

Afgenomen

Gelijk gebleven

Totaal N (=100%)

Sportverenigingen

27%

16%

57%

309

Fitness

38%

0%

63%

8

Zwembranche

19%

16%

65%

37

Sportbonden en sportondersteuning

19%

6%

75%

16

Outdoor

0%

0%

100%

5

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

0%

17%

83%

6

Overige commerciële organisatie

38%

29%

33%

21

Totaal

26%

15%

58%

402

TABEL B8.28B VERANDERINGEN IN DE FORMATIE VAN VRIJWILLIGE SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES TEN OPZICHTE VAN TWEE JAAR GELEDEN. Toegenomen

Afgenomen

Gelijk gebleven

Toerisme en recreatie

33%

0%

67%

Totaal N (=100%) 3

Gezondheidszorg

31%

6%

63%

35

Welzijn

36%

21%

43%

28

Onderwijs

10%

10%

81%

31

Veiligheid

0%

0%

100%

1

Totaal

26%

11%

63%

98

TABEL B8.29A VERWACHTE ONTWIKKELING IN DE FORMATIE VAN VRIJWILLIGE SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES DE KOMENDE VIJF JAAR. Sportverenigingen Fitness Zwembranche

Toename

Blijft gelijk

Afname

Totaal N (=100%)

32%

56%

12%

307

-

100%

-

8

21%

62%

18%

39 16

Sportbonden en sportondersteuning

19%

69%

13%

Outdoor

20%

80%

-

5

Overheidsdiensten met betrekking tot sport

0%

67%

33%

6

Overige commerciële organisatie

24%

62%

14%

21

Totaal

28%

59%

13%

402

TABEL B8.29B VERWACHTE ONTWIKKELING IN DE FORMATIE VAN VRIJWILLIGE SPORT- EN BEWEGENFUNCTIES DE KOMENDE VIJF JAAR. Toename

Blijft gelijk

Afname

Totaal N (=100%)

Toerisme en recreatie

33%

33%

33%

3

Gezondheidszorg

26%

69%

6%

35

Welzijn

45%

48%

7%

29

Onderwijs

26%

71%

3%

31

Veiligheid

-

100%

-

1

Totaal

31%

63%

6%

99

121


COLOFON Uitgever Arko Sports Media Fotografie Shutterstock Ontwerp en opmaak www.ikgraphicdesign.com Contact

• NOC*NSF • Jan Minkhorst • MBO Raad - Bedrijfstak ZWS • Marcel van den Broek / Han Dahlmans • Hogescholen Sport Overleg • Thom Terwee (Hogeschool van Amsterdam) • SBB • Marike Knape • Werkgevers in de Sport • Nischa Janssen • Nationale Raad Zwemveiligheid • Jarno Hilhorst • KVLO • Jo Lucassen • Namens mbo • Ap te Winkel (Graafschap College) • Projectleider • Pauline Rekvelt (ROC Mondriaan)

ISBN 978-90-5472-423-0 NUR 133

© 2018 KBA Nijmegen Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, micro­film of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van KBA Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher.



“Sport vervult een belangrijke functie in de Nederlandse maatschappij en economie.�