Sport & Strategie nr 1 - 2021

Page 1

WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie VOOR EXECUTIVES IN DE SPORT, BIJ OVERHEID, BEDRIJVEN & MEDIA

STEMHULP: WIE VINDT WAT?

PAGINA 8, 9 EN 10

"ELK TOPSPORTTALENT VERDIENT DE BEGELEIDING DIE HET NODIG HEEFT" PAGINA 11, 12, 13 EN 29

MET INNOVATIES FITTER UIT DE CRISIS PAGINA 18, 19 EN 23

DE SUCCESVOLLE SCHAATSBUBBEL IN THIALF: EEN RECONSTRUCTIE PAGINA 20 TOT EN MET 22

SCHOENEN MAKEN DE MAN

PAGINA 24 EN 25

“Doorbreek de passiviteit. Communiceer. Bied perspectief. Je kunt altijd wat doen!” Tien tips van Frank van den Wall Bake voor clubs en sportorganisaties in tijden van corona Veel clubs en sportorganisaties hebben de neiging het hoofd te laten hangen en de coronacrisis uit te zitten in lethargie en zelfbeklag, signaleert Frank van den Wall Bake. Natuurlijk, er is leed, sportief en commercieel. Maar dat is geen reden om de hoop te laten varen en niet vooruit te kijken. Tien tips om het lot in eigen hand te nemen en sterk te staan voor de tijd ná corona. DOOR FRANS OOSTERWIJK

76 jaar is hij inmiddels, maar stilzitten is er voor Frank van den Wall Bake, door zijn vakbroeders beschouwd als de nestor van de Nederlandse sportmarketing, niet bij. Zeker, hij doet het rustiger aan, vooral nu hij kleinkinderen heeft, en is tegenwoordig ook wel eens thuis te vinden. Maar hij volgt de wereld van sport en commercie nog op de voet en raadpleegt dagelijks de belangrijkste buitenlandse sites. “Wat is er aan de hand in de Verenigde Staten, wat in Engeland? Dat heb ik mijn hele leven gedaan, want ik ben enorm leergierig en gedreven. Ik voel me nog steeds lullig als ik iets hoor van anderen wat ik niet weet.”

“Ik ben ervan overtuigd dat, als we uit de crisis komen, de sport een van de eerste sectoren is die daarvan gaat profiteren” Frank van den Wall Bake

Ervaring Ook geeft hij voordrachten en incidenteel doceert hij op het Johan Cruyff College. “De wereld van marketing, reclame en communicatie is een industrie met veel jonge mensen. En bij jonge mensen zit nu eenmaal nog vaak een stukje naïviteit. Sport draait om emotie

en passie en is vaak onvoorspelbaar. Juist dan kan ervaring het verschil maken. Jonge krachten in ons veld kennen vaak nog niet de valkuilen in het sponsorlandschap en kunnen die dus ook niet voorkomen voor hun klanten. Ik kan bogen op ruim veertig jaar ervaring. Ik heb ook heel veel fouten gemaakt, maar juist van die fouten leer je en die kennis kun je aanwenden om je klanten te beschermen.” Als consultant doet hij nog “incidentele klussen” voor bedrijven als ABN AMRO, sponsor in tennis en hockey, en voor KPN, VriendenLoterij en PWC, alle drie als sponsor actief in het voetbal. “Ik kan me de luxe veroorloven alleen dingen aan te nemen die ik leuk vind en waar ik een goede chemie heb met mensen die van mij ook een nee accepteren. Ik wil tegen een klant kunnen zeggen: ‘Nee, dat doe je verkeerd, dat moet je anders doen.’ Als ze dat niet leuk vinden of mij niet aardig vinden, ben ik vertrokken.”

Allianz Vorige maand nog wist hij voor het Watersportverbond – niet als consultant, maar als bestuurslid marketing en sponsoring – verzekeraar Allianz te strikken als hoofdsponsor voor de komende acht jaar. “Allianz is de grootste verzekeraar ter wereld en sponsor van het IOC, echt een wereldmerk. Ik ben er twee jaar mee bezig geweest. Je zult begrijpen dat ik trots ben. Ik zie die deal echt als mijn baby.” Lees verder op pagina 5

FRANK VAN DEN WALL BAKE: “VOOR MIJ IS EEN CRISIS JUIST EEN EXTRA DRIJFVEER OM GAS TE GEVEN, CREATIEF TE ZIJN EN NIEUWE DINGEN TE BEDENKEN.”


2

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie

“Zo wordt het niks meer met Feyenoord” Hoe moet het toch verder met Feyenoord? Ook dit seizoen worden de Rotterdammers geen kampioen, ze staan al een straatlengte achter op Ajax. De spelers en coach Dick Advocaat zitten lang niet altijd op één lijn, boegbeeld Dirk Kuijt verlaat de club. En de voorheen geroemde jeugdopleiding moet op de schop. Financieel is er nog altijd weinig mogelijk, investeerders houden afstand. Komt dit ooit nog goed? DOOR EDWARD SWIER

“Of ik me zorgen maak? Natuurlijk. Zoals zo veel fans. Dat heb je als Feyenoord-fan: er is altijd wel wat aan de hand. En je bent vaak erg teleurgesteld. Toch weet ik dat deze club nooit kapot zal gaan. Er staat altijd wel iemand op. Dat is in het verleden vaak genoeg gebeurd. Ook na die 10-0 nederlaag tegen PSV. De woensdag erop zat De Kuip helemaal vol. Het zou goed zijn als er financieel iets gaat veranderen. Ik verbaas me daar zo vaak over. Rotterdam is toch de economische motor van het land, er is hier zakelijk zo veel te doen. Maar nooit stapt er een echt grote jongen in. Het huidige voetbal is big business. Je hebt geld nodig om iets te bereiken. Eerst investeren, dan Europees scoren. Dan leveren je spelers ook meer op als je ze verkoopt.”

John Metgod, nu assistent-bondscoach van de Verenigde Arabische Emiraten, verdediger bij Feyenoord van 1988 tot 1994: “Wat mij betreft moet Feyenoord uit twee mogelijkheden kiezen. De club zou zich nadrukkelijk op de jeugdopleiding kunnen focussen. Spelers opleiden met een typisch Feyenoord-DNA: no-nonsensejongens die de mouwen opstropen en hard werken. Als je die aflevert voor het eerste, weet je wat je hebt. Feyenoord zal nooit bulken van het geld en spelers van tientallen miljoenen

Welles/nietes

Ben Wijnstekers, hoofdtrainer Feyenoord Soccer Schools, Feyenoord-speler van 1975 tot 1988: “De club weet waar ze heen wil: naar een nieuw stadion. Maar zoals directeur Mark Koevermans zegt: ‘Dan moet wel álles in orde zijn.’ En zover is het nog niet, er wordt over veel dingen nog gewikt en gewogen. Dat is natuurlijk niet goed. En misschien komen die nieuwe mogelijkheden er ook wel als De Kuip verbouwd wordt… Het werkt hoe dan ook als een vicieuze cirkel. Een beter stadion, meer inkomsten, betere spelers, meer succes. Alles grijpt in elkaar, ergens moeten de radertjes een keer gaan draaien.”

Dennis van Eersel, sinds jaar en dag Feyenoord-watcher voor RTV Rijnmond:

ILLUSTRATIE: HANS KLAVER

Peter Houtman, voormalig Feyenoord-spits en al 23 jaar stadionspeaker in De Kuip:

altijd volgens de visie van de club, met oog voor dat Feyenoord-DNA, moeten spelen. Kiezen dus voor een trainer die echt bij je past. Zo krijg je een eigen gezicht en is er duidelijkheid en continuïteit.”

kunnen aantrekken. Dus is het verstandig veel energie in de opleiding te steken en te zorgen dat jong talent niet te vroeg De Kuip verlaat. Tweede optie is om in het beleidsplan op te nemen dat toekomstige trainers

“Ik geloof altijd in mogelijkheden, in potentie. En die is bij Feyenoord natuurlijk gigantisch, met zo’n achterban en historie. Wat mij betreft zijn er drie belangrijke pijlers waar Feyenoord zich op moet richten om succesvol te zijn: transferbeleid, Europees voetbal en stadion­inkomsten. Feyenoord haalt structureel te weinig binnen bij de verkoop van zijn spelers. Jeugdspelers doorontwikkelen en voor hogere bedragen verkopen, is de meest lucratieve weg. Om dit te bereiken moet Feye­ noord structureel overwinteren in Europa, want daardoor wordt de waarde van spelers hoger. Hierbij is het van belang dat er geld gestoken wordt in ervaren spelers, die bewezen hebben dat ze het niveau aankunnen. Daarnaast valt er, wanneer er straks weer publiek is, meer te halen uit stadion, horeca en merchandising. Als er eventueel geen nieuw stadion komt, ben ik ervan overtuigd dat er ook in De Kuip veel meer mogelijk is dan nu het geval is.”

Column

Diversiteit veronderstelt open, nieuwsgierige mensen Diversiteit in besturen en toezichthoudende organen staat als thema sterk in de belangstelling. Vaak gaat het om de norm van minimaal dertig procent vrouwen, maar ook het belang van INEKE DONKERVOORT diversiteit in kleur, leeftijd en seksuele geaardheid wordt dikwijls genoemd. Op 14 januari jongstleden organiseerde NOC*NSF een online­symposium over diversiteit en inclusie. Het symposium “vierde” dat 26 (van de 77!) bonden het ‘Charter Diversiteit’ hebben ondertekend, waarmee ze beloven met dit onderwerp actief aan de slag te gaan in bestuur, organisatie en kader. Sportkoepel NOC*NSF gaat ze hierbij ondersteunen. Diversiteit en inclusie was ook al een prominent onderwerp in het in 2018 gesloten Nationaal Sportakkoord. Veel aandacht dus voor dit onderwerp, maar geconstateerd moet worden dat de resultaten tot dusver beperkt zijn. Universitair docent Wiebren Jansen (Universiteit Utrecht) ging tijdens het symposium in op een aantal belangrijke aspecten. In de eerste plaats maakte hij onderscheid tussen zichtbare en niet-zichtbare kenmerken. Bij zichtbare kenmerken gaat het om man/vrouw, leeftijd, etniciteit en soms ook religie. Bij niet-zichtbare kenmerken betreft het seksuele geaardheid, persoonlijkheid, normen, waarden, houding en gedrag. Het belang van diversiteit in besturen heeft volgens Jansen twee kanten: enerzijds om alle soorten groepen het gevoel te geven dat zij belangrijk zijn voor de ver-

eniging. Anderzijds om kwaliteit en draagvlak van een bestuur te verhogen. Hij wees erop dat diversiteit in eerste instantie leidt tot minder cohesie. Mensen delen elkaar vaak in hokjes in en hebben het liefst iemand die op ze lijkt als aanvulling van een groep of team. Dat “voelt” het best, dan is er een “klik” en blijft het naar verwachting “gezellig”. Diversiteit kan uiteraard ook leiden tot gezelligheid en saamhorigheid, maar verschillen bij elkaar brengen en aanzetten tot positief samenspel vraagt tijd en aandacht. Als het niet belangrijk wordt gevonden of er geen tijd voor wordt genomen, geeft diversiteit een hoop gedoe, haken mensen af en stijgt het ziekteverzuim. Veel acties om meer diversiteit te realiseren, leggen de nadruk op het vergroten van diversiteit op de zichtbare kenmerken. Dat draagt immers snel bij tot een positief imago. “Wauw, wij hebben een bestuur van wie dertig procent vrouw is!” Om de meerwaarde van diversiteit echt te benutten is meer nodig. Diversiteit en inclusie, in de sport maar ook daarbuiten, omvat ook het opnemen, in raad of bestuur, van mensen met een ondernemersachtergrond of met ervaring in de politiek of een relevante maatschappelijke sector. Zo verrijk je een organisatie met andere perspectieven op de aanpak van de operationele en strategische uitdagingen. Meerwaarde halen uit diversiteit veronderstelt in de eerste plaats nieuwsgierigheid naar de ander. Wie is die ander, welke opvattingen en principes heeft hij of

zij, hoe zijn die ontstaan? In één van mijn toezichthoudende functies vertelden we elkaar ons “levensverhaal”, om zo de onderlinge verschillen zichtbaar te maken en verbinding te creëren. Van belang is ook om vanuit bestuur of raad de rest van de organisatie te betrekken in belangrijke onderwerpen. Dus niet alleen communiceren over genomen besluiten, maar mensen ook deelgenoot maken van afwegingen en dilemma’s. Dat leidt tot nieuwsgierigheid en betrokkenheid, en inspireert wellicht om ook zelf een kader- of bestuursfunctie te willen vervullen. Ten slotte is tijd belangrijk. Veel initiatieven op het gebied van diversiteit en inclusie komen niet van de grond, met het argument dat er geen tijd voor is. Het gedoe dat ontstaat door aan dit onderwerp geen tijd te besteden, kost echter vaak nog veel meer tijd. Aandacht voor diversiteit en inclusie is belangrijk, het aantrekken van mensen met diversiteit in zichtbare én onzichtbare kenmerken een begin. De echte meerwaarde van diversiteit en inclusie kan echter alleen worden gerea­liseerd met open en nieuwsgierige mensen, die het belang zien van communicatie en tijd willen besteden aan de ander en het team. Benieuwd wanneer ik bij vacatures deze kenmerken in de profielschetsen ga zien.

Ineke Donkervoort is ex-topsporter, sportbestuurder, organisatiedeskundige en eigenaar van ID management & advies (www.idmanagementenadvies.nl).


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Inhoud

Editorial

Stemmen vangen Daags nadat Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam, een lans brak voor versoepeling van de lockdown en de avondklok voor jongeren, besloot het kabinet dat jongeren elkaar weer moesten kunnen ontmoeten. Gemeenten moesten buurthuizen, bibliotheken en sporthallen hiervoor openstellen. Niet om te buurten, boeken te F RANS OOSTERWIJK lenen of te sporten, maar om “met elkaar in gesprek gaan”, deelde staatssecretaris Paul Blokhuis het nieuws mee. Gemeenten mochten zelf weten hoe ze de “inlopen” wilden organiseren, als het maar op afstand gebeurde. Ook voor wie coronakilo’s kwijt wilde, had de gulle Blokhuis goed nieuws. Voor hen kwamen er “luisterlijnen” en “leefstijlcoaches”. Sportlocaties openen, niet om te sporten, maar voor een goed gesprek. Corona­ kilo’s kwijtraken, niet door te sporten, maar met hulp van luisterlijnen. Op welke planeet leeft deze staatssecretaris? Al een heel rampzalig coronajaar lang krijgt de Nederlander bijna dagelijks te horen dat sport en bewegen een van de beste preventiemiddelen is tegen het virus, want weerstand verhogend. Ook moeten we beter en gezonder gaan eten, want overgewicht is een killer. In de Volkskrant deden de drie voorzitters van de grootste ziekte­ kostenverzekeringen er nog een schepje bovenop. De zorg, die nu al 100 miljard per jaar kost, wordt onbetaalbaar als de publieke gezondheid de komende tien jaar niet duchtig wordt opgekrikt. Maar in de dagelijkse politiek heeft sport en bewegen totaal geen prioriteit. Het Nationaal Sportakkoord en het Nationaal Preventieakkoord, beide van 2018, zijn doortrokken van vrijwilligheid en vergen van partners nauwelijks inspanningsverplichtingen. En in tijd van nood gaat de zo geroemde Nederlandse verenigingsstructuur onverbiddelijk op slot. Genoeg creatieve geesten die menen dat er – met inacht­ neming van de coronaregels – in sportschool en sporthal heus wel veilig gesport kan worden, maar daar heeft het kabinet geen boodschap aan. Dat wil – volstrekt niet in de weg gezeten door NOC*NSF en de KNVB, die als makke schapen achter het kabinetsbeleid aan hobbelen – van experiment of fieldlab tot dusver niet weten en laat sport en bewegen over aan de individuele, gezondheidsbewuste burger. Op 17 maart zijn er verkiezingen en uitgerekend de partijen die samen de coalitie vormen, VVD, D66, CDA en CU (de partij van Blokhuis!), tooien zich in hun verkiezingsprogramma’s met de fraaiste sportparagrafen. Unisono schreeuwen ze de noodzaak van sport en bewegen van de daken. Je hoeft geen sport- en beweegfetisjist te zijn om, met de huidige coronawerkelijkheid als toetssteen, razend te worden over zo veel hypocrisie. Niets, maar dan ook niets maken ze van die schone ideeën waar in de harde praktijk. Inmiddels zijn er twee partijen aan de politieke horizon verschenen die sport en bewegen centraal zetten in hun programma. ‘Bouw samen met ons aan een gezonder en vitaler Nederland’ is de slogan van PARTIJvdSPORT, die zijn roots heeft in de fitnesswereld. Gezond gedrag belonen, investeren in leefstijl(genees)kunde, vitaliteitsmanagement in bedrijven en gezonde leefstijl en sport in het lesprogramma van het primair en voortgezet onderwijs, dat zijn de voornaamste actiepunten. NLBeter – met Maurice Leeser, voorheen directeur van het Watersportverbond en nu directeur van Sportbedrijf Lelystad op nummer 12 van de lijst – wil de “pandemie van de bewegingsarmoede” bestrijden met een preventieplan Sport en Bewegen, en zet in op een beweegvriendelijke omgeving en extra sport- en beweegfaciliteiten in de wijk. Heel sympathiek en correct allemaal, de standpunten van deze nieuwkomers. Maar splinterpartijen met één zeteltje in de Tweede Kamer – als ze al zover komen – zetten geen zoden aan de dijk. Je hebt ze ook niet nodig om de politieke agenda in Den Haag te beïnvloeden, want je vindt de ideeën van PvdS en NLBeter ook terug in de programma’s van de gevestigde partijen. Het ontbreekt dus niet aan ideeën. Wel aan politici en bestuurders die ze durven om te zetten in beleid, ook als het door corona even tegenzit, en ze niet alleen als stroop gebruiken om stemmen te vangen bij verkiezingen.

COVER Nestor van de Nederlandse sportmarketing Frank van den Wall Bake: “Verschuil je niet achter de crisis. Je kunt altijd wat doen” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1

ACTUEEL Welles/nietes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Column: Diversiteit veronderstelt open, nieuwsgierige mensen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 Hollands Kwartiertje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

SPORT EN DE VERKIEZINGEN Wie vindt wat? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

ONDERWIJS Cors Westerdijk (Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport): “Elk topsporttalent verdient de begeleiding die het nodig heeft” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 Voetbal als spiegel van de maatschappij . . . . . . . . . . . . . . . . . 26

SPORT & SOCIETY Stadskinderen buiten spel? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Het sluipende proces van criminele inmenging in de sport . 17 Column: Mute . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

HET NIEUWE NORMAAL Fitter uit de crisis met innovatieve oplossingen . . . . . . . . . . . 18 Reconstructie: hoe de schaatsbubbel in Thialf tot stand kwam . . . . . . . . . . . 20

MARKETING Schoenen maken de man . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

WETENSCHAP & ONDERZOEK Vruchtbare samenwerking bij sportakkoorden hangt af van lokale context . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Column: Lieve voorzitter, wat zitten je grijze haren goed! . . 31

EN… The American Way . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Sportgeschiedenis… . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 De column van Bert Wagendorp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 De sport volgens TRIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

Colofon Uitgever Michel van Troost E-mail: michel.van.troost@sportsmedia.nl Sport & Strategie is een uitgave van Arko Sports Media en verschijnt zes keer per jaar. Het volgende nummer verschijnt in april. Hoofdredactie Frans Oosterwijk E-mail: f.oosterwijk@chello.nl Eindredactie Janeke de Zeeuw Met redactionele bijdragen van: Irina van Aalst, Ineke Deelen, Ineke Donkervoort, Frank van Eekeren, Mark van der Heijden, Resie Hoeijmakers, Ad Hoogendam, Pieter van der Meer, Hendrik Meijnders, Peter Nafzger, Micha Peters, Edward Swier, Hans Vandeweghe, Pieter Verhoogt, Kirsten Visser, Jurryt van de Vooren en Bert Wagendorp

Redactie-adres/Lezersservice Arko Sports Media Wiersedreef 7 3433 ZX Nieuwegein Tel. 030 707 30 00 E-mail: info@sportsmedia.nl Advertentie-exploitatie Voor meer informatie over partnerships en/of adverteren kunt u contact opnemen met Wendy Coppers. Advertorials vallen buiten de verantwoordelijkheid van redactie en uitgever. E-mail: wendy.coppers@sportsmedia.nl Opmaak en realisatie www.pageturner.design

Fotografie en illustraties: Allianz, ANP Foto, Cluster Sports & Technology, Collectie Haags Gemeentearchief/CC Stokvis, Fotostudio Red Green Blue, House of Sports/ CC Menno van Veen, Hans Klaver, John Körver, KNSB, Puma, Shutterstock. com, Sportgeschiedenis.nl, Lotte Sprenger, TRIK, Twitter/@nocnsf, Vitality Living Lab Project, Frank van den Wall Bake, René Wijlens en Wikimedia Commons/CC Frits Petenga

Studentenlidmaatschap Studenten aan het hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) kunnen zich opgeven voor een studentenlidmaatschap. Een jaarlidmaatschap voor studenten kost ¤ 166,50. Voor dit tarief hebben studenten recht op het totale aanbod met uitzondering van de netwerkbijeenkomsten. Prijzen zijn inclusief 9% btw en verzend- en administratiekosten.

Druk PreVision, Eindhoven Bijdrage Wetenschap & Onderzoek Onder redactie van Mulier Instituut E-mail: info@mulierinstituut.nl Lidmaatschap Sport & Strategie De prijs van een jaarabonnement op Sport & Strategie bedraagt ¤ 246,45. Eventuele opzeggingen graag minimaal zes weken van tevoren schriftelijk doorgeven.

© 2021 Arko Sports Media Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mecha­nisch, in fotokopie of anderszins gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

3


Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

HOLLANDS KWARTIERTJE

Door Mark van der Heijden

Sommige gemeenten verboden zelfs natuurijsbanen. “Doodziek” was ijsmeester Jan Koene uit Jisp daar van. “Zodra we iets willen klaarzetten, trekken we te veel mensen aan. Dat kan nu niet met corona. We mogen niets doen, dus gaan we ook geen banen klaarmaken.” Andere schaatsverenigingen waren eveneens terughoudend. “Ik denk dat we het voorbij laten gaan”, zei bestuurslid Jannie van Dalem van IJsclub Buren. “Je zit ook met het handhaven van de coronaregels en dat zou echt lastig gaan worden.” IJsclub Uiterweg in Aalsmeer had de knoop toen al doorgehakt: geen ijsbaan deze winter. Al was op de website van de vereniging ook te lezen dat het al dan niet officieel opengaan van de ijsbaan misschien weinig effect had. “Een moeilijke beslissing, maar helaas zijn wij geen handhavers, maar ijsmensen en kunnen wij geen verantwoordelijkheid nemen als de regels niet worden nageleefd. Natuurlijk kunt u bij voldoende dikte het ijs op als u zich aan de corona­ regels houdt.” Helemaal schrijnend was de situatie in Velsen. Perfect schaatsweer, een gemeente die niet moeilijk deed, maar toch geen schaatsbaan. How come? Allereerst was de veegmachine gestolen, maar belangrijker: er waren te weinig vrijwilligers, meldde Harry Steman, secretaris van de schaatsvereniging. “De meeste van onze vrijwilligers zijn al op leeftijd, überhaupt hebben we er niet veel meer. Tijdens onze ledenvergadering in 2016 kwamen er twee leden opdagen. Als je een levendige vereniging wilt zijn, dan heb je mensen nodig die hun schouders eronder willen zetten en daar ontbreekt het bij ons aan.” Hij bleef echter vol vertrouwen. “Met nieuwe, enthousiaste leden en jonge, vlotte vrijwilligers heb ik goede hoop voor volgend jaar.” Ook financieel was het pijnlijk dat de ijsbanen niet open mochten. Zo was sinds 2012 het ijs op het Nij-

kerker- en Nuldernauw niet zo goed als dit jaar, maar Schaats en Skeeler Vereniging Nijkerk (SSVN) had er niets aan. De vereniging mocht geen baan vrijhouden of koek en zopie verkopen. “De verkoop spekt de kas”, aldus voorzitter Henri van Ramshorst. “Maar ook dat gaan we niet doen vanwege corona.” Hoeveel inkomsten de schaatsclub hierdoor misliep, staat niet vast. “Het loopt in de duizenden euro’s, zo tussen de 5.000 en 7.000 euro.” Niet alleen corona gooide roet in het eten. “De sneeuw is onze grootste vijand, naast corona”, vertelde ijsmeester Toine van Heesch van ijsclub Thialf in Schijndel. “Door de sneeuw krijg je fondantijs, een broeierige massa. Daar kun je niets mee.” Toch hield hij hoop. “Als alles meezit, kunnen we hier zaterdag schaatsen.” Wees gerust. De baan ging in het carnavalsweekeinde inderdaad open. Sneeuw dwong de Hengelose IJsclub (HIJC) tot heel wat extra werk. Een tractor werd ingezet om de net aangroeiende ijsbaan van sneeuw te ontdoen. Dus moest de vorst van voren af aan beginnen. “Een moeilijke beslissing”, aldus voorzitter Bob Groenewoud. “We willen natuurlijk zo snel mogelijk schaatsen, maar ook fatsoenlijk ijs. En omdat we maar een dunne ijslaag nodig hebben, kan het dan ook snel gaan.” Ook deze baan ging uiteindelijk gewoon open. Natuurlijk zou Nederland Nederland niet zijn zonder protocol of stappenplan. Gelukkig voorzag schaatsbond KNSB daarin. Na overleg met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) én sportkoepel NOC*NSF kwam de bond uiteindelijk tot #wijsopnatuurijs. “Onze boodschap is eigenlijk heel eenvoudig”, zegt Jurre Trouw namens de KNSB. “Als je gaat schaatsen, blijf dan in je eigen stad of dorp. Zoek een veilige vijver of sloot, begin bij ijs op ondiep water. Liefst ga je naar de lokale natuurijsbaan. Dan kun je dicht bij huis lekker schaatsen: op goed, sneeuwvrij gemaakt ijs en coronaproof.”

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM/CC TRAVELFOTO

De voorpret begon het eerste weekeinde van de maand. “Dit wordt heel serieus”, sprak weerman Wouter van Bernebeek van Weerplaza. “Richting het weekeinde kunnen de grotere wateren zijn dichtgevroren.” En al had het kabinet schaatswedstrijden verboden en de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden aangekondigd dat de tocht er hoe dan ook niet zou komen, uiteraard werd hem toch dé vraag gesteld. Van Bernebeek speelde het spelletje mee: “Zeg nooit nooit. Let wel, voor een Elfstedentocht moet het zó lang zó hard vriezen. Dan moet je denken aan tweeënhalf of drie weken. Maar je kunt het ook niet helemaal uitsluiten.” Dat was ook het moment dat de politiek de eerste vragen stelde. De PvdA in Haarlem wilde bijvoorbeeld weten hoe de burgemeester zou omgaan met schaatsen op natuurijs. Konden er misschien 125 in plaats van honderd mensen tegelijk op de 400 meter lange natuurijsbaan? En wie ging ervoor zorgen dat de coronaregels werden nageleefd? “We willen bijvoorbeeld graag weten of er toezicht is en of de toegang tot het ijs door de gemeente gereguleerd wordt”, legde raadslid Isabelle Wisse uit.

FOTO: ANP FOTO/CC MARCO DE SWART

Wat een prachtig cadeautje van de natuur hebben we in februari gekregen. “Het hart van heel veel Nederlanders gaat sneller slaan van schaatsen op natuurijs”, zei minister-president Rutte dan ook op vrijdag 12 februari tijdens zijn wekelijkse persconferentie. “Op veel plekken kan geschaatst worden. Dat is natuurlijk het ultieme oud-Hollandse wintergevoel. We leven weer een beetje in het zeventiende-eeuwse ijspretje, zoals ze in het Mauritshuis hangen.” Rutte zou Rutte niet zijn, als hij er niet een vaderlijke vermaning aan toevoegde: “Maar doe het wel verantwoord.” En dat leidde tot een heerlijk weekje waarin bestuurlijke verantwoordelijkheden het uiteindelijk aflegden tegen een wintersportactiviteit waar Nederlanders gewoon geen weerstand aan kunnen bieden.

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM/CC WUT_MOPPIE

4

Op het Drontermeer kon al na een paar dagen vorst worden geschaatst. Voor schaatser Egbert van Zeeburg was er geen houden aan. “Het zit in de volksaard, in de genen. Ik moet en zal gewoon dat ijs op gaan.” Ook Xandrijn Bakker kon niet wachten. “Dit hier is het echte werk. Ik heb de hele week al last van schaatsstress en gisternacht kon ik er zelfs niet van in slaap komen.” Ook op het enorme meer de IJzeren Man in Vught waren al snel schaatsers te vinden. Tot schrik van Aad Smid, woordvoerder van de Vughtse IJsclub. “Het ijs op de IJzeren Man is nog maar drieënhalf tot vijf centimeter en volstrekt onbetrouwbaar. Ga het ijs nog niet op. Vanmorgen zijn er nog schaatsers doorheen gezakt”, waarschuwde hij. Heb geduld, was zijn boodschap. “Anders maak je het ijs kapot en dan duurt het nog langer.” In het leukste weekeinde sinds het begin van corona kon op 13 en 14 februari echt iedereen het ijs op. Als het bij de ijsbanen tenminste lukte om aan een kaartje te komen. Tickets om 75 minuten te mogen schaatsen op de Spaarndamse ijsbaan waren de eerste dag al op. “Na die vijf kwartier moeten mensen de baan weer verlaten, zodat we zo veel mogelijk mensen kunnen laten genieten van het ijs.” Op andere plekken kwam het verkeer vast te zitten. Op de Ankeveense en Loosdrechtse Plassen was het op een gegeven moment zo druk, dat de gemeente Wijdemeren verkeersregelaars inzette. Om half acht ’s ochtends was de parkeerplaats bij Kinderdijk al helemaal vol. Toegangswegen in en rond Rotterdam naar de Kralingse Plas, de Bergse Plassen en de Rotte waren afgesloten. En bij de Maarsseveense en Loosdrechtse Plassen en het gebied rondom de Molenpolder was het tijdens de laatste schaatsdagen zo druk, dat de autowegen daarheen werden afgezet. Maar geschaatst werd er. “Dit is even een geluksmomentje”, zei de 23-jarige Sanne uit Lelystad, normaal de hele dag aan het werk in de banketbakkerij van haar ouders. “Ik ga hier vandaag genieten. Eindelijk iets dat wel mag.”


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

5

“Allianz is echt een wereldmerk. Ik ben er twee jaar mee bezig geweest en zie die deal echt als mijn baby” Frank van den Wall Bake

Vervolg van pagina 1

Van den Wall Bake is zelf een verwoed zeiler en is blij dat de Nederlandse watersporters dankzij de overeenkomst met Allianz zorgenvrij kan toewerken naar prolongatie van hun olympische successen. “Nederland is al twee jaar het beste zeilland ter wereld, qua prestaties in alle tien olympische klassen. De watersport is breder dan welke sport ook, met zeilen, kanoën, suppen, surfen, kitesurfen en alle motorboten en sloepjes niet te vergeten. Nederland is een waterland en ook in milieu­ vriendelijkheid, innovatie en duurzaamheid – doelstellingen die nu hoger dan ooit op de agenda staan van elke onderneming – is de watersport toonaangevend. De overeenkomst is niet alleen goed voor het zeilen en het Watersportverbond, maar geeft ook aan dat het bedrijfsleven nog alle vertrouwen heeft in de sport, ondanks de COVID-19-crisis.”

“Men verschuilt zich achter de crisis. Ik zie dat als een vorm van gemakzucht, een excuus om niets te doen” Frank van den Wall Bake

Als het Watersportverbond een extern bureau had ingeschakeld om een sponsor als Allianz te vinden, dan was het tien à vijftien procent aan commissie kwijt geweest. “Als bestuurslid heb ik het voor nop gedaan. Ik heb ruim veertig jaar een bedrijf mogen runnen en geld verdiend aan grote en kleine sponsordeals. Nu geef ik iets terug en dat ook nog aan mijn favoriete sport. Met dank overigens aan de bureaus Triple Double, waar ik commissaris ben, en TIG Sports, die naar de presentaties hebben geluisterd en hun bijdrage hebben geleverd. De inbreng van TIG Sports had vooral betrekking op het WK jeugdzeilen in 2022 en het grote WK

in 2023, waarvan zij de organisatie in handen hebben. Beide evenementen vinden plaats in Den Haag/Scheveningen en Allianz zal naamgever zijn.”

op te pakken en dat is in mijn ogen zeer duidelijk ook de sport. Maar dat gaat niet vanzelf. Bonden en clubs moeten er wel wat voor doen en nu al in actie komen.”

Gemakzucht

Tien tips

440 miljoen euro heeft het kabinet tot dusver uitgetrokken voor steun aan de Nederlandse sport: 410 miljoen voor de amateursport, 30 miljoen voor het betaald voetbal. Heel mooi, vindt Van den Wall Bake. Terecht ook, want de infrastructuur van de Nederlandse sport moet overeind worden gehouden. Maar hij signaleert ook dat mede door de steunverlening veel clubs en sportorganisaties de neiging hebben weg te zakken in lethargie en zelfbeklag en te wachten tot de problemen voor hen worden opgelost. “Dat maakt me boos. Men verschuilt zich achter de crisis. Ik zie dat als een vorm van gemakzucht, een excuus om niets te doen. Voor mij is een crisis juist een extra drijfveer om gas te geven, creatief te zijn en nieuwe dingen te bedenken.”

Wie zaait, zal oogsten. Onder dat motto heeft de gelouterde marketeer tien tips en adviezen voor bonden, clubs en sportorganisaties. Om ze te prikkelen en de geesten rijp te maken voor de tijd na COVID-19.

Het grootste leed, sportief en commercieel, wordt geleden in de amateursport. Niet alleen missen clubs en verenigingen de broodnodige kantine-inkomsten, erger is dat zij hun leden, uitgezonderd de jongste jeugd, niet meer het wekelijks vertier kunnen bieden van wedstrijd en training. De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar geworden in drastisch teruggelopen sportparticipatiecijfers. Het is maar de vraag of bonden en verenigingen hun ledental op peil kunnen houden, ook als straks (wanneer?) de competities weer hervat kunnen worden. Clubs en verenigingen zullen waarschijnlijk meer dan ooit moeten investeren om relevant te blijven voor jongeren.

2. Geef aandacht aan je sociale media

Maar Van den Wall Bake wil van pessimisme en mistroostige scenario’s niet weten. “Ik ben ervan overtuigd dat, als we uit de crisis komen, de sport een van de eerste sectoren is die daarvan gaat profiteren. Want mensen kunnen dan weer leuke dingen doen en zullen zich onmiddellijk geroepen voelen hobby’s en prioriteiten

1. Zorg voor optimale communicatie “Juist in crisistijd moet je optimaal communiceren met alle stakeholders. Dus niet alleen met seizoenkaarthouders en eigen medewerkers, maar ook met de sponsors, leveranciers, binnen- en buitenlandse media, de bond waarin de club actief is. Kortom: met allen die direct en indirect betrokken zijn. En optimale communicatie begint natuurlijk met een optimale communicatiedatabase.”

“Vervolgens is het van levensbelang om je sociale media op orde te hebben. Je kan tegenwoordig niets meer doen zonder deze media, dus train je spelers en technische staf daarin, want het gebruik van sociale media is langzamerhand een vak geworden. Ajax doet dat bijvoorbeeld erg goed. Die club heeft in zijn eentje meer socialemediacontacten en -volgers dan de andere eredivisieclubs samen en haalt daar optimaal rendement uit. In zijn algemeenheid worden sociale media in de Nederlandse sport nog ontstellend onderbenut, door gebrek aan creativiteit en goed management.

Lees verder op pagina 7


GENOMINEERD VOOR MANAGEMENTBOEK VAN HET JAAR 2021!

Bij Ton Boot is succes geen toeval. Bij Ton Boot is succes de resultante van de methode-Ton Boot. Een theoretisch onderbouwde aanpak die erop is gericht niet ten prooi te vallen aan de negatieve spiraal. Voorkomen is beter dan genezen. Terugkijkend op de bijzondere momenten uit zijn leven als uitzonderlijk topsportcoach, brengt Ton Boot zijn methode stap voor stap in kaart, waarbij hij zijn bevindingen voortdurend projecteert op de praktijk. Niet alleen de praktijk van het basketbal, maar ook de praktijk van andere topsportcoaches. Voorkom de crisis! is een must read voor iedereen binnen én buiten de sport die het hoofd wil bieden aan de negatieve spiraal.

www.sportsmedia.nl


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

7

Vervolg van pagina 5 voor clubs in andere sporten en de rechtenovereenkomsten die zij hebben met hun mediapartij. Feyenoord en FC Utrecht hebben inmiddels documentaire-afspraken met Disney en ESPN, maar zulks is heus niet alleen voor topclubs weggelegd. Op lokaal niveau zijn er soortgelijke mogelijkheden. Hier in Laren hebben we de regionale zender GooiTV. Als je een leuke documentaire maakt over LVV – hoe de club is ontstaan, wie de sterren waren, et cetera – dan weet ik zeker dat GooiTV die zal uitzenden en dat zo’n filmpje in heel ’t Gooi uitbundig bekeken zal worden. Zo creëer je een leuke doelgroep, waarmee je ook je sponsors kunt kietelen.”

De sport heet modern en dynamisch te zijn, maar ik ken geen conservatiever wereld dan de sportwereld. Er wordt over gebruik van sociale media nog openlijk gezegd: ‘Daar doen we niet aan mee, want we zijn toch al populair.’ In het betaald voetbal zie je daarnaast dat clubs vaak alleen maar communiceren met de bestaande sponsors en seizoenkaarthouders en niet thuis geven als het gaat om het aanboren van nieuwe doelgroepen en contacten, met nieuwe producten en diensten. Dat is juist in moeilijke tijden heel merkwaardig en kortzichtig.”

3. Zorg voor een proactief mediabeleid via alle mogelijke kanalen

9. Denk vooruit “Denk nu alvast na over nieuwe trajecten en mogelijkheden, voor als straks alles weer kan. Organiseer sessies met je sponsors. Bespreek nieuwe concepten en mogelijkheden: Wat kan een sponsor nog meer bieden dan alleen een zak geld? Het bedrijfsleven beschikt vaak over kennis en kunde die clubs en sportorganisaties niet hebben. Wat kun je van ze leren, qua marktbenadering, marketingkennis en creativiteit? Zet sponsorships om in partnerships.

“Als er iets aan de hand is en journalisten aan de lijn hangen, geven clubs en organisaties heus wel antwoord. Maar doe het eens proactief. Zorg dat je goede contacten hebt in de mediawereld, bel Jantje of Pietje, en zeg: ‘Ik denk dat ik een leuk verhaal voor je heb.’ Laat proactief weten hoe de coronacrisis je aangrijpt. Ga verhalen creëren, storystelling is zo belangrijk. Als fans niets van hun club horen of lezen, dan gaan ze denken: Nou, die zullen morgen wel instorten, want ik hoor niets van ze. Zoek met name contact met de lokale media, voor een wekelijkse rubriek, die aangeleverd wordt door jou als club of organisatie. Bedenk leuke dingen, laat fans bijvoorbeeld het beste clubteam van de eeuw kiezen. Dan blijf je in het nieuws en weten de fans dat je actief bent en niet bij de pakken neerzit.”

4. Maak gebruik van de populariteit van je atleten en technische staf “Maak gebruik van de populariteit van je artiesten! Zet je atleten en de technische staf in om sociale issues en goede doelen te propageren. Laat ze communiceren met groepen die steun verdienen, zoals medisch personeel, politie, ordehandhavers. Als jij en ik iets zeggen, luistert er geen hond, behalve familie en vrienden. Als Steven Berghuis iets te vertellen heeft, dan luistert heel sportlievend Nederland. En als Memphis Depay iets tweet over rellen en plunderingen, dan heeft dat waarschijnlijk meer effect dan wanneer burgemeester Aboutaleb wat zegt. Zet ze in! Dat maakt je spelers waarschijnlijk nog populairder, waardoor ze nog meer volgers krijgen op de sociale media, wat prettig is voor hen, voor de club, maar ook voor de sponsors van de club.”

“Ik heb ruim veertig jaar geld verdiend aan grote en kleine sponsordeals. Nu geef ik iets terug” Frank van den Wall Bake

5. Geef aandacht aan al je sponsors

7. Wees creatief met eigen content

“Maak afspraken met je sponsors voor regelmatig en individueel contact. Heb één keer per week of per maand een Zoom-bespreking, informeer elkaar over problemen en zorgen. Je oogst sympathie bij je sponsors, als je ook aandacht aan hen besteedt en niet alleen aan jezelf. Dat is reuzebelangrijk, want veel sponsors overwegen op het moment om te stoppen, omdat het water ze aan de lippen staat. Zet optimaal in op communicatie met de sponsors – niet alleen de hoofdsponsor, maar álle sponsors. Doe al het mogelijke om te vermijden dat zij gaan snijden in hun reclame- of communicatiebudget. Geef aandacht, informeer! Spreek ze aan als partners, schouder aan schouder. Wijs ze ook op de goodwill die ze via sponsoring hebben opgebouwd. Goodwill die ze in één keer kwijt zijn als ze nu zouden vertrekken. Je bent sponsor in goede en in slechte tijden.”

“Organiseer onlineclinics voor de jeugd. Elke betaaldvoetbalclub heeft sterren van wie de poster boven het bed hangt van de jeugd. Zet die sterren in voor een clinic ‘hooghouden’ of ‘poorten’. Maak er filmpjes van en zend die uit via een van de nieuwe streamingdiensten, zoals YouTube, Amazon Prime en Netflix, of via je eigen website. Deze diensten zitten allemaal te springen om sportcontent en dit soort concepten is niet gevangen in de bestaande contracten met ESPN of andere tv-kanalen. Als club ben je dus vrij dergelijke initiatieven te ontplooien, zonder in de problemen te komen met rechten. Dit kan op elk niveau, in elke sport en door elke club. Ook mijn lokale clubje LVV, de Larense voetbalvereniging, kan dit doen, via de eigen website. En het hoeft echt niet veel te kosten. Zeker niet als je de filmpjes schiet op het eigen veld, met de reclameborden eromheen en in samenwerking met een sponsor, want die komt dan ook weer vol in beeld.”

6. Verras je achterban en creëer een band “Creëer leuke merchandising, bijvoorbeeld in samenwerking met je kledingsponsor. Bedenk cadeautjes en verras daarmee je fans, leden en seizoenkaarthouders. De meesten zullen buitengewoon gecharmeerd zijn als ze zomaar een petje thuisgestuurd krijgen. Niet vanwege het petje, maar vanwege het gebaar: Ze denken aan me! Zo zorgt het Watersportverbond, in overleg met de nieuwe hoofdsponsor Allianz, ervoor dat alle 1.500 medewerkers in Nederland een Optimistmodelbootje, branded met Allianz, toegestuurd krijgen. Zo creëer je een band. Als Marit Bouwmeester straks weer eens wint, zullen 1.500 mensen trots en blij zijn en roepen: ‘We hebben gewonnen.’ In plaats van: ‘Zij heeft gewonnen.’ Zo’n band is niet alleen goed voor het Watersportverbond als ontvangende partij, maar ook voor Allianz zelf. Een sponsorship moet gedragen worden door het hele bedrijf, te beginnen met de eigen werknemers.”

En heel belangrijk: ga op zoek naar nieuwe partners, zoals scholen. Op veel scholen is het gymlokaal opgeofferd om ruimte te maken voor meer klassen. Gymnastiek is geen verplicht vak meer. Maar iedereen vindt wel dat gymnastiek heel belangrijk is voor opgroeiende kinderen. Zoek contact met die scholen, maak een deal! Veel clubfaciliteiten worden door de week overdag niet benut. Mogelijk kun je je trainers nog wat laten bijverdienen als gymleraar. Zo heb je beiden voordeel en snijdt het mes aan twee kanten.”

10. Bied perspectief “Last nut not least: bied perspectief! Mensen smachten naar goed nieuws. Laat weten dat je leuke dingen aan het voorbereiden bent voor als het straks over is. Mensen horen graag dat je aan ze denkt, dat je je voor ze inspant, dat je ze trouw bent. Dan blijven ze ook loyaal aan jou! Zet een wedstrijd op touw tegen een gerenommeerde buitenlandse tegenstander en communiceer dat nu alvast: ‘Du moment dat het kan, krijgen jullie van ons een wedstrijd cadeau!’ Stel je voor: PSV-Bayern München, Ajax-Barcelona, om het eind van corona te vieren. En nodig dan ook al het verplegend personeel uit de omgeving uit, omdat ze zo goed voor iedereen hebben gezorgd. Geef ze een gratis kaartje met een vipbehandeling. Ik ben ervan overtuigd dat genoeg clubs voor zo’n wedstrijd te porren zijn. En het hoeft niet voor niks. Zo’n wedstrijd Ajax-Barcelona komt geheid live op tv, dus je kunt afspreken kosten en tv-inkomsten te verdelen. Ook dit kun je doen in elke sport en op elk niveau. Elke amateurclub kan een wedstrijd organiseren tegen zijn aartsrivaal. Clubs zullen zeggen: ‘Wat een goed idee, laten we snel een afspraak maken.’ Maar bovenal geef je aan je supporters het signaal af dat je niet bij de pakken neerzit, dat je actief bent, dat je niet achteroverleunt en de crisis wel uitzit, omdat je zogenaamd niks kunt doen. Onzin, je kunt altijd wat doen! Stilzitten is per definitie achteruitgaan, en dat geldt vooral in moeilijke tijden.”

8. Zoek naar gaten in je mediacontract “Voor betaaldvoetbalorganisaties: check de regels van het ESPN-contract, spoor de gaten op en bespreek die met partijen als Amazon, YouTube, Netflix en Discovery. Die mogen geen livewedstrijdbeelden uitzenden, dat is contractueel voorbehouden aan ESPN, maar je kunt wel andere mogelijkheden met ze bespreken, zoals sportdocumentaires. Bij Netflix zijn de documentaires over Michael Jordan en Max Verstappen waanzinnig goed bekeken. Controleer dus of je gaten kunt vinden in je huidige mediacontract, waar je op kunt inspringen en die je kunt vullen met nieuw beeldmateriaal. Of met bestaand materiaal, bijvoorbeeld van oude wedstrijden, gepresenteerd in een nieuw jasje. De mensen thuis zijn erg happig op dergelijke beelden en genoemde streamingdiensten beschikken over enorme budgetten. In principe geldt deze tip natuurlijk ook

“Sport draait om emotie en passie en is vaak onvoorspelbaar. Juist dan kan ervaring het verschil maken” Frank van den Wall Bake


8

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Wie vindt wat?

Sport en de verkiezingen Op woensdag 17 maart 2021 gaat Nederland naar de stembus voor de landelijke verkiezingen. Wat hebben de elf grootste politieke partijen in hun verkiezingsprogramma te melden over sport en bewegen? DOOR FRANS OOSTERWIJK

Aan idealen en vrome wensen geen gebrek. En elke partij berijdt in zijn verkiezingsprogramma natuurlijk weer volop de eigen stokpaardjes. Maar als het om sport gaat, regeert plichtmatigheid.

Bewegingsarmoede

FOTO (BEWERKT): ANP FOTO

Het afgelopen jaar, sinds de uitbraak van het coronavirus, is er driftig gehamerd op het belang van vitaliteit en de noodzaak van voldoende sport en bewegen. Joop Alberda en Erik Scherder kwamen met een deltaplan voor sport en bewegen, waarin alle ministeries zouden moeten participeren, om zo de pandemie van bewegingsarmoede effectief te bestrijden. De NLsportraad adviseerde om van sport een publieke voorziening te maken, net als onderwijs, waarvan zo veel mogelijk Nederlanders gratis gebruik moeten

kunnen maken. NOC*NSF ten slotte lanceerde in samenwerking met Nationale Loterij het initiatief Gezonde Generatie, waarin de ambitie wordt uitgesproken dat Nederland – nu wereldkampioen zitten – wereldkampioen bewegen wordt, met in 2040 een groei naar 75 procent van de mensen dat voldoende beweegt. Van die urgentie is in de partijprogramma’s van de politieke partijen slechts een bescheiden echo terug te vinden en vaak dat niet eens. Ook de strijd tegen overgewicht – vijftig procent van de Nederlandse bevolking is nu al te zwaar, de prognose is dat bij ongewijzigd beleid in 2024 twee derde overgewicht heeft – lijkt weinig prioriteit te hebben. Volgens wetenschappers is de aanstaande obesitascrisis alleen te keren als de overheid

met een belasting op suiker, een verbod op reclame voor ongezonde producten gericht op kinderen en jongeren en afschaffing van de btw op groente en fruit nu eens écht ingrijpt in ons voedingspatroon. Maar dan moet je wel bereid zijn de confrontatie aan te gaan met de almachtige voedingsindustrie (in plaats van te vertrouwen op vrijwillige afspraken zoals in 2018 vastgelegd in het Nationaal Preventieakkoord) en daartoe is kennelijk slechts een enkele partij bereid.

Sportsympathiek Eerlijk is eerlijk, de partijen die over sport en bewegen de ‘beste’ mening hebben (beste in de zin van uitgebreid, doordacht en samenhangend), zijn D66, VVD, CDA en PvdA. De partijen dus die zich al decennia in het centrum van de macht

bevinden en die in meerderheid waarschijnlijk ook na 17 maart weer deel gaan uitmaken van de regering. Van hen moet D66 wel bijna de favoriet zijn van wie zich in de stembus laat leiden door het belang van sport. Want deze partij verkondigt, meer nog dan de PvdA of de traditionele sportpartij VVD, de meest sportsympathieke standpunten. In het overzicht op pagina 9 en 10 is ervoor gekozen om de standpunten van elke partij inzake sport en bewegen integraal weer te geven. Dat verklaart ook het verschil in lengte: D66 maakt in zijn programma veel woorden vrij voor sport en bewegen, andere partijen wijden er minder tekst of zelfs geen enkel woord aan.


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Motto: Een nieuw begin – Laat iedereen vrij, maar niemand vallen. Kernpunten: Een miljoen huizen erbij; invoeren nieuwe studiebeurs; extra investeringen in onderwijs en zorg; gratis kinderopvang; schoner openbaar vervoer; naleving van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Over sport en bewegen: “Naar een top sportklimaat Sport geeft mensen zelfvertrouwen. Het biedt kansen om mee te doen in de samenleving. Het is een belangrijke voorwaarde voor een gezond en lang leven. En niet te vergeten: miljoenen mensen in Nederland beleven ongelofelijk veel plezier aan hun sport. Wat ons betreft moeten sporten en bewegen daarom voor iedereen toegankelijk zijn: voor jong en oud, arm en rijk, met of zonder beperking, binnen of buiten verenigingsverband en ongeacht je achtergrond. Een leven lang bewegen • Sporten en bewegen zijn cruciaal om onze gezondheid te verbeteren en veel voorkomende ziektes en aandoeningen zoals overgewicht, hart- en vaatziektes, kanker en diabetes te voorkomen. De coronacrisis is een alarmbel: mensen met een mindere vitaliteit en weerbaarheid zijn het meest kwetsbaar. Daarom komen we nu in actie om te zorgen dat sporten en bewegen een veel belangrijkere plek krijgen in ons dagelijks leven.

Motto: Ons nieuwe verhaal Kernpunten: Lagere lasten middeninkomens en mkb; verhoging minimumloon; kinderen eerder naar school; doorgeschoten marktwerking en bureaucratie rechtzetten; zorg betaalbaar houden; versterking krijgsmacht; strafbaar stellen van illegaliteit; minder vrijblijvendheid bij integratie. Over sport en bewegen: “Met plezier bewegen en sporten is van onschatbare waarde voor een gezonde,

Motto: Zorg voor elkaar Kernpunten: Het CDA kiest radicaal voor de regio. Met grote woningbouwplannen buiten de Randstad, hogesnelheidstreinen naar het noorden en oosten en lokale vrije dagen voor streek-

Motto: Ons plan voor een eerlijker en fatsoenlijker Nederland Kernpunten: Verhoging AOW-uitkering; verlaging maandelijkse zorgpremie; afschaffing eigen risico; minimumloon naar veertien euro; herinvoering basisbeurs; een nieuw toptarief inkomstenbelasting voor inkomens boven de 150.000 euro. Over sport en bewegen: “Goede gezondheid begint met gezond leven. Maar het is te duur om gezond te leven. Ongezond eten is goedkoper dan gezond eten. In veel gezinnen is er

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Overheid, onderwijs, gezondheidszorg, zorgverzekeraars, voedingsindustrie en bedrijfsleven moeten samen deze handschoen oppakken. Voorkomen moet de norm worden, niet genezen. We steunen het initiatief van de Gezonde Generatie en willen dat de Nederlandse jeugd in 2040 de gezondste ter wereld is. Daarom willen we kinderen helpen een gezonde en actieve levensstijl te ontwikkelen, en prikkelen en verleiden om (meer) te gaan sporten en bewegen. Zoveel mogelijk kinderen voldoen aan de beweegnorm van vijf uur bewegen per week. Hiervoor krijgen kinderen op school minimaal twee uur per week bewegingsonderwijs door een vakdocent. Daarnaast krijgen alle kinderen voldoende mogelijkheden om tijdens en bij hun school drie uur per week buiten te spelen en te bewegen. We stimuleren werkgevers bij te dragen aan de gezondheid en inzetbaarheid van hun werknemers. Dit kan met beweegen vitaliteitsprogramma’s, maar ook door actief de fiets voor woon-werkverkeer te stimuleren. We stimuleren dat er meer sportaanboden mogelijkheden komen voor ouderen om (samen) te bewegen. Dat zorgt voor minder fysieke en mentale klachten en het remt de vraag naar medische zorg. Door regelmatig te bewegen zitten mensen op leeftijd beter in hun vel en onderhouden ze meer sociale contacten.

Bewegen centraal op de tekentafel Hoe je een woonwijk ontwerpt, maakt nogal verschil. Met alleen maar parkeer-

plaatsen en bushaltes? Of juist met fietspaden, wandelroutes en skeeler- en mountainbikeroutes? Wij kiezen voor het laatste. • Een groene omgeving waarin beweging wordt gestimuleerd, levert een bijdrage aan de gezondheid van alle Nederlanders. Gemeenten mogen zelf kijken hoe zij verdere invulling geven aan dit beleid, waarbij gebruikers van de openbare ruimte worden betrokken. • We stimuleren dat ‘gezondheid’ onderdeel wordt van bestemmings- en bouwplannen van gemeenten. Hoe gemeenten dit uitvoeren, ligt bij de lokale overheid. Deze investeringen in de openbare ruimte wegen op de lange termijn ruimschoots op tegen de kosten. Bovendien beperken ze de stijgende zorgkosten. Sport is voor iedereen Iedereen in Nederland moet op een veilige manier volwaardig aan sport en spel deel kunnen nemen. Daarom willen we een inclusief sportklimaat. • D66 wil financiële drempels voor huishoudens met een krappe beurs om te kunnen sporten wegnemen met fondsen en de inzet van buurtsportcoaches. • Er mogen geen hindernissen zijn voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking om te kunnen sporten en bewegen. We werken aan een betere toegang van mensen met een beperking tot sportverenigingen en helpen daarbij de verenigingsvrijwilligers. • D66 stimuleert de inzet van sport en bewegen als middel om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en de samenleving weer deel te laten nemen.

9

Bijvoorbeeld voor mensen met psychische problemen, verslaafden, dak- en thuislozen en (ex-)gedetineerden. • We bestrijden racisme, geweld en discriminatie in de sport. Sportautoriteiten werken effectieve antiracismeregels en gelijkheidsmaatregelen uit. We pleiten ook voor een professioneel meldpunt voor het tegengaan van (seksueel) misbruik en discriminatie. Wedstrijden dienen bij racistische uitingen of spreekkoren te worden stilgelegd. De kracht van topsport • Veel mensen raken geïnspireerd door onze topsporters. Als we ook in de toekomst willen juichen voor onze wereldprestaties, moeten we blijven investeren in de randvoorwaarden voor topsport. • De financiële positie van topsporters met een A-status moet beter. Daarbij moeten sporters in staat worden gesteld ook een maatschappelijke carrière op te bouwen. Bijvoorbeeld met studiebeurzen, leningen of flexibel studeren. • Grote sportevenementen zijn goed voor het imago van Nederland en om talent te lokken. Vanuit die toegevoegde waarde kan de overheid de organisatie van grote sportevenementen steunen. • Olympische en Paralympische spelen in Nederland? D66 is vóór, maar wel Spelen in nieuwe stijl. Dat betekent zoveel mogelijk gebruik van bestaande accommodaties en met respect voor goed bestuur, democratie, arbeidsomstandigheden en natuur.”

duurzame en weerbare samenleving. De fysieke en mentale voordelen van sporten worden steeds belangrijker nu onze samenleving vergrijst en steeds meer mensen met chronische ziekten ouder worden. Het bevorderen van een actieve leefstijl en sporten verkleint het risico op ziekten, vergroot de mentale veerkracht en versnelt het herstelproces na een medische ingreep. Sport moet dan ook voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. De coronacrisis heeft ons duidelijk laten zien wat het belang van gezondheid, fitheid en weerbaarheid is. We moeten gebruikmaken van de kracht van sport.

De komende jaren zetten we in op: • Voldoende plekken om buiten te kunnen spelen en te sporten. Dat maakt sport en bewegen toegankelijk voor iedereen. Waar nodig helpen we gemeenten. • De mogelijkheid voor ieder kind om te sporten bij een vereniging, door voldoende toegankelijkheid voor kinderen met een beperking en tegemoetkomingen voor ouders die de contributie niet kunnen betalen. • Gastlessen van sportverenigingen op basisscholen en middelbare scholen met geld uit het sportakkoord.

• Een groter aanbod van spor t en bewegen voor ouderen. Daarnaast is voor ouderen de sociale omgeving van de vereniging van belang om eenzaamheid tegen te gaan en om betrokken te blijven bij onze maatschappij. • Meer sportevenementen in Nederland, omdat dit bijdraagt aan de motivatie om te gaan sporten en de samenleving verbroedert. • Harder aanpakken van discriminatie en racisme in de topsport en amateursport, bijvoorbeeld met een clubof stadionverbod.”

feesten. Ook wil het CDA een deels regionaal gekozen Tweede Kamer, spreiding van overheidsdiensten over het land en versterking van regionale ziekenhuizen. Voor jongeren tussen zestien en twintig jaar komt er een verplichte diensttijd, bij Defensie of elders in de samenleving.

Over sport en bewegen: • “Sport is maatschappelijk goud, dat we moeten verzilveren. Het verbindt mensen en is gezond. Wij versterken verenigingen en willen meer voorzieningen voor sport en beweging in de openbare ruimte. We vergroten het sportaanbod voor kinderen met een beperking en ondersteunen kinderen van ouders die sporten niet kunnen betalen.

• Wij zorgen dat de buurtsportcoaches hun werk kunnen blijven doen. Zij bieden laagdrempelige sport- en bewegingsactiviteiten in de wijk voor mensen die door armoede of andere belemmeringen weinig of niet sporten. De coaches hebben in het bijzonder oog voor de (talent)ontwikkeling van kinderen en jongeren.”

geen geld om te sporten. En dan krijgen mensen de schuld van een ongezond leven, terwijl er miljarden worden verdiend in de fastfood-industrie. Daarom is een stevig pakket maatregelen nodig. Onze keuzes: • Welzijn, preventie en gezondheid voorop. Voorkomen is altijd beter dan genezen. We willen meer focus op gezondheid, welzijn en preventie. Dat zorgt voor gelukkiger en gezondere levens en zorgt voor minder dure zorg. • Preventie in het basispakket. We investeren met zorgverzekeraars in preventieve maatregelen zoals meer bewegen, stoppen met roken en gezonder eten. Preventieve programma’s in buurten en wijken gericht op kinderen en ouders

krijgen steun via regionale preventiefondsen. • Nationaal Programma Publieke Gezondheid. We stellen een Nationaal Programma Publieke Gezondheid vast met alle betrokkenen om de wetenschappelijke basis onder preventiebeleid te verstevigen. Het Programma stimuleert innovaties en effectieve maatregelen die een gezonde leefstijl bevorderen, met feiten-gedreven gezondheidsonderzoek. • Verbod op ongezonde reclame gericht op kinderen. Volwassenen maken we bewust van de risico’s van roken, drank en drugs. Kinderen tot 18 jaar beschermen we expliciet hiertegen. Er komt een wettelijk verbod op alle marketing voor ongezonde producten gericht op kinderen.

• Een rookvrije generatie. Samen met maatschappelijke organisaties doen we alles om roken te bestrijden. We helpen mensen om te stoppen en voorkomen dat kinderen gaan roken. Zo zetten wij ons in voor een rookvrije generatie. • EU-regels voor gezonder voedsel. Europa stelt strengere regels voor de hoeveelheid suiker, zout, verzadigde vetten en kunstmatige toevoegingen in ons voedsel. Daarbovenop maken we met de voedingsindustrie sluitende afspraken voor gezonder voedsel. • Nultarief BTW op groente en fruit. Tabak en alcohol maken we duurder. Er komt een suikertaks. Alternatieven voor vlees willen we stimuleren. Zo


10

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

worden groente en fruit goedkoper en worden ongezonde keuzes duurder. • Gratis sport voor lagere inkomens. Sport verbindt, maar sport is vaak onbetaalbaar. Voor mensen met lagere inkomens wordt lidmaatschap van de sportclub gratis. Gemeenten en fondsen krijgen budget om dit te organiseren. We versterken de samenwerking tussen landelijk opererende organisaties zoals MEE.nl,

Motto: Tijd voor nieuw realisme Kernpunten: Om het vliegverkeer te beperken gaan snelle treinen Nederland verbinden met het bui-

Motto: Stel een daad Kernpunten: De euro verdwijnt, de Europese Unie wordt afgeschaft; de AOW-leeftijd gaat terug naar 65 jaar, werknemers krijgen evenveel zeggenschap als aandeelhouders en delen mee in de winst; Nederland krijgt een gekozen staatshoofd.

Motto: Kiezen voor wat écht telt Kernpunten: Een ruimer vluchtelingenbeleid; toewerken naar een drugsvrije samenleving; meer ruimte voor gezinsleven, vrijwilligerswerk en mantelzorg; herinvoering basisbeurs; hoger minimumloon, hogere bijstand; basiskorting in plaats van toeslagen; stappen zetten richting klimaatneutrale samenleving.

Jeugdfonds Sport & Cultuur, Sportkracht, NOC*NSF, Fonds Gehandicaptensport, Ouderenfonds en Stichting Life Goals. • Nationale Visie Beweegvriendelijke Leefomgeving. Het Rijk maakt, in samenhang met de Nationale Omgevingsvisie, het natuurbeleid en de volksgezondheid, een masterplan om het sporten in de buitenlucht zo laagdrempelig mogelijk te maken.

• Gym op iedere basisschool. De keuze om wel of geen bewegingsonderwijs aan te bieden, valt buiten de vrijheid van onderwijs. Gymles hoort standaard tot het curriculum op iedere basisschool in elk schooljaar. • Basisbanen op de sportvereniging. Toezicht houden, het clubhuis bemannen en de velden onderhouden zijn taken die vaak moeilijk te vervullen zijn bij

sportverenigingen. Ondertussen zitten veel mensen ongewild thuis. Daarom komen er basisbanen op de sportvereniging. De belastingvrije vrijwilligersvergoeding gaat bovendien omhoog. • Gezonde werknemers. Van bedrijven verwachten we dat ze meer aandacht besteden aan de gezondheid van hun personeel.”

tenland; een klimaatfonds van 60 miljard euro moet de maatschappij helpen vergroenen, iedere jongere krijgt 10.000 euro als hij/zij achttien wordt; herinvoering van de studiebeurs, vier dagen gratis kinderopvang; de bio-industrie wordt afgebouwd; geen btw op groente en fruit; vermogensbelasting voor miljonairs.

Over sport en bewegen: • “GroenLinks denkt dat sport bijdraagt aan het geluk en gezondheid. Daarom willen we sporten stimuleren. Vooral kinderen moeten kunnen sporten, ook als hun ouders niet veel geld hebben. • Op sportverenigingen doen kinderen spelenderwijs sociale vaardigheden op en leren ze samenwerken aan gezamenlijke

positieve doelen. Bovendien is sporten gezond en doen mensen er sociale contacten op. Daarom wil GroenLinks dat er niet wordt bezuinigd op sportverenigingen en -faciliteiten. • Schoolzwemmen moet voor alle kinderen beschikbaar blijven. Ook moeten voorscholen de gymlessen in stand houden of weer invoeren.”

Over sport en bewegen: “Een laagdrempelig en toegankelijk sportaanbod levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de samenleving, waarin verbondenheid, cohesie en het voorkomen van sociale uitsluiting van belang zijn. Daarnaast is meer bewegen gezond. Hoe jonger mensen met sporten beginnen, hoe langer zij doorgaans actief blijven. Daarom is het belangrijk om sporten op jonge leeftijd te bevorderen. Sporten op school is de basis waar alle kinderen bereikt worden om te leren sporten en bewegen. Dit bestrijdt overgewicht onder kinderen en op deze wijze leren kinderen

hoe leuk het is om te sporten. Daarom moet er een minimumsportnorm komen voor scholen, om te beginnen met drie uur sport en bewegen per week. Op de basisscholen wordt weer gewerkt met vakleerkrachten en schoolzwemmen wordt aan het vakkenpakket toegevoegd. Sommige mensen hebben de kwaliteiten om topsporter te worden. Ook daarvoor hoort de overheid oog te hebben. Niet alles moet hier worden overgelaten aan de commercie. De overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid om getalenteerde sporters een kans te geven de top in hun sport te halen. Extra aandacht is nodig

voor sporters met een beperking. Voor de extra kosten die de sporter met een beperking maakt voor vervoer moet een adequate vergoedingsregeling komen. Wanneer we grote topsportevenementen organiseren moet de harde spelregel zijn dat de evenementen door en voor het volk zijn. Topsportontwikkeling moet daarom hand in hand gaan met sporten voor iedereen. De SP ziet liever geen dure grote topsportevenementen als de maatschappelijke kosten hiervan enkel ten goede komen aan het grote bedrijfsleven, reclamebureaus en de topsport.”

Over sport en bewegen: “Een wandelingetje in de buurt, het fiets­ tochtje naar je werk of de 4 mijl rennen in je eigen dorp; het is voor ieder mens goed om te bewegen. Bankjes, parken, natuurgebieden, fietspaden, beweegplekken en sportaccommodaties zorgen dat er voor ieder wat wils is. Corona liet ons herwaarderen om buiten te kunnen zijn en daar te kunnen bewegen en te genieten van de natuur en de frisse lucht. Sport brengt mensen in beweging. Het brengt mensen samen en leert om res-

pectvol met elkaar om te gaan. Daarnaast stimuleert het lichaam en geest tot optimale prestaties en zorgt het voor een gezonde en vitale samenleving. Om die vitale samenleving vorm te geven is het nodig om ook voor de toekomst voldoende sportfaciliteiten te hebben; van openbare beweegplekken tot sportparken en sportaccommodaties.

voor bewegen en ontmoeten voor alle leeftijden. • Iedereen verdient de kans te bewegen en te werken aan gezondheid, dus ook mensen met een beperking. Waar nodig moet de fysieke toegankelijkheid van accommodaties aangepast worden voor de gehandicaptensport. • E r ko m e n ex t r a m i d d e l e n vo o r gemeenten voor het inrichten van openbare beweegplekken en sport­ accommodaties.”

Motto: In vertrouwen Kernpunten: De SGP wil de abortuswet afschaffen, de kinderbijslag verhogen, de euthanasiewetgeving intrekken en overspel het liefst verbieden. Over sport en bewegen: “Lichaamsbeweging is goed voor iedereen. Zeker voor degenen die kampen met overgewicht (de helft van alle volwassen Nederlanders). Het geld dat de overheid nu besteedt aan topsport, kan daarom beter worden geïnvesteerd in het stimuleren van bewegen en breedtesport. Een suikertaks is geen goede maatregel om overgewicht tegen te gaan. De SGP wil wel een verbod op stuntprijzen en kortingsacties op suikerrijke dranken. Een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ omvat begeleiding bij een gedragsverandering om een gezonde leefstijl te bereiken en te behouden. Zorgverzekeraars worden aangespoord om voldoende aanbod in te kopen en de bekendheid van dergelijke behandelingen te vergroten. Leefstijlgeneeskunde krijgt een prominentere plaats in het curriculum van zorgopleidingen. Er worden afspraken gemaakt met de levensmiddelenindustrie en maaltijd-producerende bedrijven en instellingen over het maximum zoutgehalte en het toevoegen van kunstmatige toevoegingen voor in Nederland geproduceerd voedsel. Tegelijkertijd worden er afspraken gemaakt over het gebruik van gezonde, verse, lokale en seizoensgebonden producten bij de productie van voeding. Een vermindering van de zoutconsumptie, kunstmatige toevoegingen en het gebruik van gezonde ingrediënten leidt tot een betere gezondheid!”

Onze voorstellen: • In de openbare ruimte – zowel in dorpen en steden als in de natuur – is plaats

Motto: Het gaat om u Kernpunten: De PVV wil, zegt het verkiezingsprogramma, “opkomen voor mensen die geen vreemden in hun eigen

land willen worden, mensen met ruggengraat, die verlangen naar een sterk, soeverein, sociaal en trots Nederland. Een land waar mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben, waar onze straten weer veilig zijn. Waar ons geld gebruikt wordt voor onze eigen mensen. Een land zonder hoofddoekjes maar met oer-Hol-

landse gezelligheid en respect voor ouderen. Een land waar buitenlanders niet langer worden voorgetrokken en onze eigen mensen niet meer worden gediscrimineerd.” Over sport en bewegen: Het woord sport komt in het programma van de PVV niet voor.

Motto: Stem Nederland terug Kernpunten: Nederland stapt uit de euro en de Europese Unie; het partijkartel wordt bestreden door de bevolking via

referenda meer stem te geven; er wordt een halt toegeroepen aan de massale immigratie en de klimaatplannen en de tientallen miljarden die zo overschieten, worden gebruikt voor belastingverlaging, verbetering van zorg en onderwijs en verlaging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar.

Over sport en bewegen: Het woord sport komt in het verkiezingsprogramma van FVD niet voor, behalve in de zinsnede dat “een sportschool die alleen voor vrouwen toegankelijk is, mogelijk moet zijn”.

Motto: Plan B: idealisme is het nieuwe realisme Kernpunten: Dierenwelzijn wordt ondergebracht bij het nieuwe Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Dierenwel-

zijn; de veestapel wordt verminderd met 75 procent, sportvissen en hobbyjagen worden verboden, het hoogste tarief inkomstenbelasting gaat naar zestig procent, de kinderopvang wordt vier dagen per week gratis en geen btw op groente en fruit. Over sport en bewegen: “Sport neemt in onze samenleving een belangrijke plaats in. Het bevor-

dert niet alleen onze fysieke en geestelijke gezondheid, het draagt ook bij aan zelfredzaamheid, zoals bij zwemmen. Sport heeft een maatschappelijke functie en sportverenigingen spelen daarbij een belangrijke rol. Sporten in verenigingsverband moet voor iedereen mogelijk zijn. Sportkantines worden gestimuleerd om voornamelijk gezond eten en drinken aan te bieden.”


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

11

“ Elk topsporttalent verdient de begeleiding die het nodig heeft” Voorzitter Cors Westerdijk over het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport Het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport, voormalig Stichting LOOT, is een onafhankelijke stichting die al dertig jaar de verbinding vormt tussen alle Topsport Talentscholen in Nederland en deze helpt de optimale leer- en sportomstandigheden voor talentrijke sporters te creëren. Vanaf het nieuwe schooljaar in 2021 ondersteunt het Expertisecentrum ook scholen die voor een individuele leerling met een NOC*NSF-status maatwerk willen leveren op grond van de beleidsregel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). DOOR HENDRIK MEIJNDERS

Het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport stelt zich sinds 1 januari jongstleden ook op als serviceorganisatie voor de school die een goed alternatief vormt als een Topsport Talentschool voor het talent te ver weg is of niet de juiste opleiding biedt. Het Expertisecentrum biedt die school onder voorwaarden informatie, advies en scholing over het planmatig aanbieden van faciliteiten aan sporttalenten, conform de beleidsregel ‘Verstrekking licentie Topsporttalentschool 2020’.

“Topsporttalenten werken doelgericht aan sport, moeten hun schoolwerk uitstekend plannen, regelen vrijwel al hun zaken op eigen initiatief. Je zou willen dat elke leerling zo was!”

FOTO: LOTTE SPRENGER

Sinds een jaar is Cors Westerdijk voorzitter van het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport. Saai was het tot nu toe geen moment. “Ik ben ook directeur van het Lucent College in Hilversum en kijk inderdaad terug op een hectische tijd. Zowel in de topsporttalentprogramma’s als in het onderwijs hebben wij al die tijd moeten anticiperen op de COVID-maatregelen. En in het onderwijs wordt nog steeds vooral thuis lesgegeven. Terwijl de kwaliteit van ons vak ’m juist ook zit in het hebben van veel contact en dat is sinds het ontstaan van de crisis ontegenzeggelijk minder geworden. Topsport Talentscholen hebben nu eenmaal een passie die we graag willen overbrengen op onze leerlingen, dat is online lastiger. Maar onze prachtige club mensen ondersteunt ook in deze crisis de talenten, hoe pittig dat ook is. Ik ben er oprecht trots op dat ik hun voorzitter mag zijn.”

CORS WESTERDIJK: “ONZE PRACHTIGE CLUB MENSEN ONDERSTEUNT OOK IN DEZE CRISIS DE TALENTEN, HOE PITTIG DAT OOK IS. IK BEN ER OPRECHT TROTS OP DAT IK HUN VOORZITTER MAG ZIJN.”

Nieuwe opdracht

school. Sommige topsporttalenten hebben tijdens de coronacrisis meer tijd aan hun studie kunnen besteden, velen hebben vanwege de omstandigheden hun sportieve ambities zien teruglopen. Ieder ziet ernaar uit de draad weer gewoon op te pakken.”

Westerdijk vervolgt: “Topsporttalenten zijn vaak modelleerlingen. Ze werken doelgericht aan sport, moeten hun schoolwerk uitstekend plannen, zo nodig met wat hulp, regelen vrijwel al hun zaken op eigen initiatief; je zou willen dat elke leerling zo was! En als ze dan uiteindelijk ook een diploma conform het basisschooladvies weten te halen, zijn het juweeltjes binnen een

“Intern hebben wij sinds de zomervakantie veel werk verricht, om zo de nieuwe opdracht die ons is gegeven naar aanleiding van de motie Heerema [zie kader, red.] te verkennen”, zo legt Westerdijk uit. “Daarvoor hebben we onze organisatie uitgebreid, onder meer door naast Tom de Groen als landelijk coördinator, Mark Jennis-

Cors Westerdijk

kens als regionaal coördinator aan te stellen. Ook als Stichting LOOT was onze missie al breder dan er alleen te zijn voor de talenten op de Topsport Talentscholen, we wilden er voor álle topsporttalenten zijn. Je kan dus ook zeggen dat de motie ons het aanspreekpunt heeft gemaakt voor talenten die voorheen onder de radar bleven. De nieuwe opdracht van OCW biedt de kans onze bredere missie nog beter uit te voeren. In totaal vermoeden we dat er door het hele land, naast de ruim 3.000 NOC*NSF-statusleerlingen op de Topsport Talentscholen, zo’n duizend topsporttalenten op scholen zonder topsportfaciliteiten zitten”, aldus Wes-


12

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

terdijk. “Het is voor het Expertisecentrum een uitdagende opdracht om ook die duizend topsporttalenten te bereiken, om ze te ondersteunen waar en hoe ze hun optimale combinatie van topsport en studie kunnen realiseren. In het afgelopen halfjaar hebben we hiervoor heel veel werk verricht, het resultaat kunnen we vanaf eind februari gaan lanceren. We zijn klaar om ons verhaal aan elk talent, elke school of sportbond te vertellen en richten ons op die drie doelgroepen. Zowel on- als offline willen we de talenten en hun ouders, de sportbonden en – via het Ministerie van OCW – het onderwijs bereiken.”

Expertisecentrum Het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport (voorheen Stichting LOOT) ondersteunt sinds 1991 scholen die de combinatie van onderwijs en topsport voor sporters met een NOC*NSF-status mogelijk maken. Dat doet het met toewijding en verstand van zaken. Veel verschillende partijen zijn van invloed op het functioneren en het gemaakte beleid. Los van de

FOTO: LOTTE SPRENGER

“Daarom is duaal presteren enorm belangrijk: als de sportambitie stopt, vervolgt de route naar succes in de maatschappij”

CORS WESTERDIJK: "ELK TALENT TELT, ONDANKS DAT ER MAAR EEN PAAR DE ABSOLUTE TOP IN HUN SPORT ZULLEN HALEN."

Cors Westerdijk

Stakeholders over Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport NOC*NSF stimuleert ook na het voortgezet onderwijs de persoonlijke ontwikkeling van sporters. Schapendonk: “Met het programma TeamNL@work maken we talentvolle sporters bewust van het feit dat topsporter een tijdelijk beroep is en ondersteunen we topsporters in hun transitie naar een volgende carrière.”

FOTO: TWITTER/@NOCNSF

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

NOC*NSF NOC*NSF hecht veel waarde aan de duale carrière van talentvolle sporters. “Het is belangrijk dat talentvolle sporters hun sportloopbaan kunnen combineren met onderwijs”, vertelt Wanda Schapendonk, projectleider TeamNL@work bij NOC*NSF. Voor elke fase van onderwijs biedt NOC*NSF in samenwerking met andere partijen daarom faciliteiten die topsporters en talenten helpen om de combinatie sport en onderwijs gemakkelijker te maken. Schapendonk: “We stemmen dit voor elke topsporter af op het niveau, de vaardigheden en ambities.” Met het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport, voorheen Stichting LOOT, werkt NOC*NSF al heel lang samen om de kwaliteit van begeleiding op de Topsport Talentscholen te borgen.

“Onze samenwerking met het Ministerie van OCW, het Ministerie van VWS, maar ook met de TeamNL-centra, de gehele onderwijskolom en het Expertisecentrum is cruciaal. Samen bereiken we veel en werken we hard aan een zo optimaal mogelijke duale carrière voor topsporters”, aldus Schapendonk. “Stichting LOOT heeft daar de afgelopen jaren veel kennis en ervaring in opgedaan. Mooi om te zien dat die kennis en ervaring nu onder de naam Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport wordt ingezet voor de duale carrière van de talentvolle sporter. Daarnaast is het goed dat er een duidelijke plek is waar ouders van talentvolle sporters informatie kunnen krijgen, vragen kunnen stellen en zich kunnen laten adviseren.”

In het debat over de begrotingsbehandeling van OCW voor het jaar 2020 zijn een motie en een amendement van Rudmer Heerema aangenomen over het bieden van faciliteiten op reguliere scholen voor talentvolle sporters met een NOC*NSF-talentstatus. Dit zijn dezelfde faciliteiten als genoemd in de ‘Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO’. Het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport, voorheen Stichting LOOT, sluit samen met de betreffende bereidwillige school een contract af, waardoor zowel de school als de talentvolle sporter samenwerken aan een zo optimaal mogelijke ondersteuning in de combinatie onderwijs en topsport. Het Expertisecentrum ontvangt jaarlijks 200.000 euro om reguliere scholen met talentvolle sporters met een NOC*NSF-talentstatus te kunnen ondersteunen. Stichting LOOT, nu het Expertisecentrum, ondersteunt Topsport Talentscholen al sinds 1991. Zij is de spin in het web volgens het ministerie, zij heeft kennis van de materie. Dat heeft Stichting LOOT in het verleden wel bewezen. Het Expertisecentrum helpt nu dus ook de reguliere scholen om de optimale omgeving te creëren waarbinnen de talentvolle sporter met een NOC*NSF-talentstatus school en sport op het hoogst haalbare

niveau kan combineren. Het ministerie heeft alle vertrouwen in het Expertisecentrum en is blij dat er zo gezamenlijk nieuwe mogelijkheden worden geboden aan topsporttalenten om onderwijs en topsport te combineren!

KNVB Aloys Wijnker, manager top jeugdvoetbal bij de KNVB: “Het belang dat de KNVB stelt aan het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport is groot. Het is wel zo dat wij de voetballers niet dagelijks trainen en begeleiden, iets wat andere bonden wel doen. Dat gebeurt in de voetballerij bij de clubs, wij zijn het overkoepelende orgaan. Zo praten wij bijvoorbeeld niet over de invulling van roosters. De samenwerking met de Topsport Talentscholen verloopt goed. Voor ons is de holistische benadering van een talent heel belangrijk, de cognitieve ontwikkeling is daar een onderdeel van. En daar ligt een uitdaging voor de school, de club, maar ook voor de voetballer, die daarin een bepaalde bewustwording moet ondergaan. Wij willen de clubs een spiegel voorhouden, want zij moeten ook op maat willen werken. Het is onder meer mijn rol om alle partijen hierover te informeren en te motiveren om hier rekening mee te houden, maar ook om te beïnvloeden. Wij geloven erin dat wanneer een talent cognitief wordt uitgedaagd, hij of zij ook een betere voetballer wordt. Daar zijn verschillende onderzoeken naar gedaan. Voetballers moeten echter wel begrijpen dat hiervoor een inspanning van hen wordt gevraagd. Om succesvol te zijn als sporter én als student, is gewoon heel erg lastig. Als je iets in de top wilt bereiken, dan moeten daar nu eenmaal veel inspanningen voor worden gedaan.”


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

topsporttalenten en hun ouders zijn dat sportorganisaties (NOC*NSF, de sportbonden, TeamNL-centra, Regionale Topsport Organisaties), onderwijsinstellingen (basisscholen, mbo, hbo, wo) en de politiek (de ministeries van VWS en OCW). Met alle partijen wordt een professionele samenwerking nagestreefd, waarbij het belang en de ontwikkeling van het talent vooropstaan, zowel sportief als intellectueel. Het Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport heeft als doel elk topsporttalent optimaal te ondersteunen om voor hem of haar de best mogelijke combinatie van sporten, leren en presteren mogelijk te maken. Het is een onafhankelijke autoriteit, die verbinding zoekt en samenwerkt met een groot aantal verschillende stakeholders op het gebied van sport en onderwijs. Momenteel zijn er dertig Topsport Talentscholen in Nederland, met in totaal ruim 3.000 leerlingen. Daarnaast loopt er nu een pilot op acht reguliere scholen met één of meer statusleerlingen.

Duale carrière Westerdijk kijkt vol ambitie naar de toekomst. “De Topsport Talentscholen zijn stevig ingebed in het voortgezet onderwijs, zij bieden het optimale klimaat voor de duale carrière topsport en studie. Maar het zou mooi zijn als er voor die talenten voor wie de Topsport Talentschool te ver weg is of niet de juiste opleiding biedt, een goede school dichtbij te vinden is. Een school die de uitdaging aangaat het topsporttalent op individuele basis de juiste begeleiding en faciliteiten [zoals ontheffingen van vakken, red.] te bieden voor de duale carrière. Het Expertisecentrum biedt die ‘scholen met ontheffing’ de nodige ondersteuning. En adviseert het talent verder als die school niet die uitdaging kan of wil aangaan”, aldus Westerdijk.

“De motie Heerema heeft ons het aanspreekpunt gemaakt voor talenten die voorheen onder de radar bleven”

BEKIJK DE TOTALE ANIMATIE OP DE WEBSITE WWW.EXPERTISECENTRUMVOENTOPSPORT.NL.

“Het is belangrijk dat iedereen een duidelijk beeld heeft van wat het verschil is tussen een duale carrière op een Topsport Talentschool en een school met ontheffing. Want dat verschil is er wel degelijk. Op de Topsport Talentscholen weten de geschoolde begeleiders en alle docenten van de hoed en de rand, zij snappen de talenten. Er heerst een klimaat waarin gemiddeld zo’n honderd topsporttalenten per school topsport en studie optimaal kunnen combineren. Het netwerk in de sport is enorm: van sportbonden en -organisaties gelieerd aan TeamNL tot aan topsportlocaties waarvan gebruikgemaakt kan worden. De organisatie en de cultuur van een Topsport Talentschool zijn duurzaam ingesteld op het leveren van maatwerk aan de talenten.” Een reguliere school die de uitdaging aangaat het talent te ondersteunen in topsport en studie en “ontheffingsschool” wordt, heeft niet zomaar een netwerk in de sport en een ingespeeld team. “Maar laat duidelijk zijn dat het natuurlijk fantastisch is wanneer een talent dicht bij huis kan trainen én naar school kan gaan”, aldus Westerdijk. “Op die manier blijft de drie-

Cors Westerdijk

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

MOTIE HEEREMA Ruim een jaar geleden diende VVD-kamerlid Rudmer Heerema een motie in: “De beleidsregel LOOT behorende faciliteiten openstellen voor reguliere scholen.” Overgenomen uit de motie: Heerema constateerde dat er ongeveer duizend geïndiceerde Topsport Talentleerlingen zijn die om diverse redenen (afstand te groot, niet de juiste opleiding) geen gebruik kunnen of willen maken van de faciliteiten die een Topsport Talentschool kan bieden behorende bij de beleidsregel LOOT. Heerema is van mening dat het niet moet uitmaken waar je woont of welk schooladvies je hebt om een zo optimaal mogelijke combinatie van onderwijs en topsport te kunnen doen. Elk geïndiceerd topsporttalent moet dezelfde kans kunnen krijgen om het beste uit zichzelf te halen. Zodoende verzocht hij de regering om de faciliteiten behorende bij de beleidsregel LOOT open te stellen voor die reguliere scholen, waar individuele geïndiceerde topsporttalenten samen met de betreffende bereidwillige school onder toezicht van Stichting LOOT een contract kunnen afsluiten, waardoor zowel school als topsporttalent samenwerken aan een zo optimaal mogelijke ondersteuning in de combinatie onderwijs en topsport. Aan dat verzoek is sinds 1 januari 2021 gehoor gegeven.

13

ILLUSTRATIE: JOHN KÖRVER

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

hoek wonen, school en sport namelijk zo klein mogelijk, waardoor er meer tijd overblijft om te sporten en te rusten. Ontheffingsscholen mogen sinds dit jaar dus dezelfde faciliteiten inzetten. Bij dat recht hoort ook de verwachting dat er kwaliteit geboden wordt. In begeleiding en de juiste faciliteiten, je kunt immers niet zomaar een vak ontheffen. Het Expertisecentrum ondersteunt de ontheffingsscholen met informatie, advies en scholing, aan de hand van een checklist. Je zou die checklist een light-keurmerk kunnen noemen. Bij een Topsport Talentschool bestaat het volwaardige keurmerk uit veel kwaliteitscriteria. Een daarvan is dat je als student het onderwijs met een diploma afrondt op of boven je basisschooladvies. Dat wordt voor de ontheffingsscholen ook de uitdaging, omdat we regelmatig van situaties op reguliere scholen hoorden waar leerlingen onder hun niveau presteerden. Ook van elke ontheffingsschool wordt wel degelijk excellent maatwerk gevraagd.” Lees verder op pagina 29


14

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

THE AMERICAN WAY

MLB grijpt macht in minor leagues ILLUSTRATIE: SHUTTERSTOCK.COM

De minor leagues, de talentencompetities in het Amerikaanse profhonkbal, vormen al ruim een eeuw het opleidingscircuit voor Major League Baseball. In de vorige editie van The American Way ging het over de lange geschiedenis van de minor leagues. In deze aflevering staat de actualiteit centraal: de schokkende actualiteit van een heuse coup in de Amerikaanse honkbalwereld. The American Way presenteert het bizarre verhaal van de machtsgreep van Major League Baseball. DOOR PIETER VERHOOGT

Opleidingspiramide In 1963 vond de laatste van een reeks hervormingen plaats en sinds die tijd bestaat de opleidingspiramide in het Amerikaanse honkbal uit twee AAA-leagues (Triple-A, het niveau onder de major leagues), drie AA-leagues en zeven A-leagues. Daarnaast zijn er nog enkele Rookie-leagues. De leagues hebben zich verenigd in Minor League Baseball (MiLB), een koepelorganisatie die de belangen van de leagues verdedigt tegenover MLB. In 2018 speelden in de minor leagues 160 teams, die allemaal gelieerd zijn aan een van de dertig MLB-organisaties. Elk MLB-team heeft dus zijn eigen opleidingsboom, die bestaat uit vijf tot tien minor league-teams uitkomend op verschillende niveaus. MLB-clubs verkrijgen jaarlijks via de spelers-draft tientallen nieuwe talenten, die zij stallen bij hun minor league-teams. Zij houden de ontwikkeling van deze spelers nauwlettend in de gaten en afhankelijk van hun progressie worden zij tussen de

verschillende teams omhooggeschoven. Of ontslagen. De samenwerking tussen MLB-teams en hun minor league-partners is vastgelegd in een tweejarig Player Development Contract (PDC). Als een PDC afloopt, kunnen de MLB-organisatie en/of het minor league-team besluiten de relatie te beëindigen en nieuwe relaties aan te gaan met andere teams.

De PDC’s zijn afgeleid van het Professional Baseball Agreement (PBA), de samenwerkingsovereenkomst tussen de beide koepelorganisaties van MLB en MiLB. Belangrijk uitgangspunt binnen deze overeenkomst is dat de major league-teams voor al hun minor league-teams de salarissen betalen van de staf én alle spelers. De eigenaren van de minor league-teams zijn verantwoordelijk voor het stadion, reiskosten, marketing en andere operationele kosten. Alle opbrengsten (tickets, spon-

Het was powerplay van de bovenste plank: als MiLB niet zou meewerken aan het plan, zou MLB zonder MiLB een volledig eigen opleidingscompetitie opzetten

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM/CC II.STUDIO

In de decennia rond 1900 was Amerika een lappendeken van regionale (semi)professionele honkballeagues. Twee van die leagues, de National League en de American League, vormden in 1903 samen de major leagues. De overige competities werden daarmee bestempeld als (onderliggende) minor leagues. In de loop der tijd werden de diverse minor leagues ingeschaald op niveaus. Op hetzelfde moment ontstonden exclusieve opleidingsrelaties tussen teams in de minor leagues en teams die uitkwamen in de major leagues.

soring, et cetera) zijn voor de teameigenaren. Naast de aan MLB-gelieerde minor leagues zijn er ook nog enkele zogenaamde ‘independent leagues’, waarin teams uitkomen die geen exclusieve relatie hebben met een MLB-team.

Powerplay Medio 2019 waren vertegenwoordigers van MLB en MiLB begonnen met het voeren van gesprekken over een nieuwe PBA. Het samenwerkingscontract tussen beide organisaties zou aflopen op 30 september 2020, dus het werd tijd om de gezamenlijke afspraken te updaten. De besprekingen liepen echter stroef. In oktober 2019 kwam het toonaangevende tijdschrift Baseball America met het bericht dat MLB de samenwerking ingrijpend wilde veranderen. Het voorstel van MLB hield onder meer in: het terugbrengen van het aantal minor league-teams van 160 naar 120; het schrappen van de Short Season A- en Rookie-competities; het herschikken van teams in de diverse minor leagues; het opnemen van twee independent league-teams in MiLB; het instellen van een maximum van vijf minor league-partnerteams per MLB-team; en het doen krimpen van de jaarlijkse draft van veertig naar twintig of vijfentwintig ronden. En last but not least: het schrappen van de tweejarige contracten tussen minor league- teams en hun MLB-partner. In plaats daarvan zouden langjarige overeenkomsten komen tussen de MiLB-teams en de centrale MLB-organisatie. MLB zou dan ook de organisatie van de competities wel op zich nemen.


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

15

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Hoe meer onzekerheid bij MiLB en de minor league-teams over hun toekomst, hoe sterker de positie van MLB Het hoofdkantoor van de MiLB-organisatie in Florida was dan dus overbodig. Het nieuws sloeg in als een bom. De eigenaren van minor league-teams, de besturen van de steden en dorpen met een MiLBteam en de miljoenen minor league-fans (de 160 teams trokken in 2016 samen 42 miljoen bezoekers) waren in rep en roer. MiLB kwalificeerde het MLB-voorstel als een meedogenloze poging om de winst van MLB verder op te stuwen en verklaarde dat het onnodig en onacceptabel was om een kwart van de minor league-teams af te stoten. In december 2019 deden meer dan honderd Congresleden in een gezamenlijke brief een dringend beroep op MLB-commissioner Rob Manfred om zijn plannen te herzien. MLB sloeg echter keihard terug: als MiLB op een of andere manier niet zou meewerken aan het plan, zou MLB de gesprekken afbreken en na 30 september 2020 zonder MiLB een volledig eigen opleidingscompetitie opzetten. Het was powerplay van de bovenste plank. MLB speelde hiermee zijn belangrijkste troefkaart: zijn controle over de spelers. En daarmee ook over de individuele MLB-teams.

Wurgkoord Als gevolg van de coronapandemie werden in maart 2020 de ijzige onderhandelingen tussen beide organisaties stilgelegd. Maar binnen een maand gooide MLB weer olie op het vuur door bekend te maken dat het met de MLB Players Association overeenstemming had bereikt over het terugbrengen van de jaarlijkse draft tot maar vijf ronden. Dit betekende dat jaarlijks niet

950, maar slechts 160 nieuwe talenten beschikbaar zouden komen voor de minor leagues. Oftewel: veel te weinig om alle bestaande minor league-teams te vullen. In de periode van april tot september liep de spanning verder op. MiLB probeerde uit alle macht commissioner Manfred te verleiden tot een nieuwe PBA, voordat de lopende samenwerkingsafspraak zou eindigen. En tegelijkertijd waren de eigenaren van de 160 minor league-teams verwikkeld in een ratrace om niet bij de veertig teams te horen die buiten de boot dreigden te vallen. Minor league-eigenaren probeerden uit te vinden bij welk MLB-team zij zich het beste konden aansluiten. In deze economische stoelendans met veel te weinig zitplaatsen wisselden diverse teams van MLB-partner. MLB bleef een machtsspel spelen door nauwelijks informatie prijs te geven over de details van zijn toekomstplannen. Hoe meer onzekerheid bij MiLB en de minor league-teams over hun toekomst, hoe sterker de positie van MLB. Op 27 augustus, 35 dagen voor het aflopen van de deadline, zaten MiLB en MLB voor het eerst sinds april weer rond de tafel. De MLB-delegatie gaf echter geen krimp. Kort daarna gooide MiLB-president Pat O’Conner het bijltje erbij neer. Zijn vertrek werd gezien als een overgave. En MLB trok het wurgkoord rond de nek van MiLB en de teameigenaren nog wat verder aan door bekend te maken dat het een partnership had gesloten met de drie grootste independent leagues. Door de concurrenten van de minor leagues ook in het spel te betrekken, wist

MLB de positie van de MiLB-organisatie, de aangesloten leagues en de teameigenaren nog verder onder druk te zetten.

Aardbeving De tijd tikte verder. De deadline van 30 september kwam snel naderbij. De spanning steeg en de speculaties waren talrijk. Maar tot een deal kwam het niet. Op 1 oktober vervielen de geldende afspraken en was de vijandelijke overname van de minor leagues door MLB een feit.

ring. Elk van de dertig MLB-organisaties behoudt vier minor league-teams: een Triple-A-team, een Double-A-team, een ‘High Single-A’-team en een ‘Low Single-A’team. Het was aan de MLB-teams om deze vier plekken te vullen met bestaande of nieuwe minor league-partners. Het resultaat zag eruit alsof de honkbalpiramide was getroffen door een aardbeving. Minor league-teams waren van de ene MLB-organisatie naar de andere verhuisd, leagues en teams waren op een hoger

Het resultaat van de herstructurering? Het was alsof de honkbalpiramide was getroffen door een aardbeving Direct begon de communicatiemachine van MLB een rooskleurig beeld te schetsen. De door kostenreductie gedreven machtsovername werd geframed als een noodzakelijke maatregel, die vooral bedoeld was om tegemoet te komen aan de jarenlange klachten over de arbeidsomstandigheden van de spelers en de soms verouderde stadions. De herverdeling van teams zorgde voor kortere reisafstanden, er kwamen meer en betere bussen en betere hotelkamers en de kwaliteitseisen voor stadions werden opgeschroefd (lees: extra kosten voor de lokale overheden).

of lager niveau ingedeeld, de Fresno Grizzlies waren zelfs gedwongen af te dalen van AAA- naar A-niveau. De New York-Penn League was opgeheven, waarbij sommige teams bij een andere league konden aansluiten, maar voor zeven teams was in de nieuwe structuur geen plekje beschikbaar. In totaal raakten maar liefst 43 teams hun status als MLB-filiaal kwijt. Ruim twintig daarvan hadden plannen om in 2021 in andersoortige leagues buiten de minor leagues actief te zijn. Voor de overige teams dreigt faillissement.

After the storm De speculaties over welke 120 teams de herschikking van de minor leagues zouden overleven, bereikten inmiddels het kookpunt. MLB had al die tijd leagues en clubs in onzekerheid gehouden om maximale onderhandelingsmacht te hebben bij het inrichten van de nieuwe minor league-wereld. Op 9 december 2020 kwam er eindelijk duidelijkheid over die herstructure-

Vanwege corona besloot MLB begin januari de seizoenstart voor alle Double-A- en Single-A-leagues uit te stellen. Deze teams zullen pas beginnen met trainen rond april, wanneer de AAA- en major league-spelers hun seizoenvoorbereidingen (spring training) hebben afgerond. Zo is voor het moment de relatieve rust weergekeerd en blikt de Amerikaanse honkbalwereld terug op een spectaculaire en keiharde machtsgreep door MLB.


16

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie

SPORT&SOCIETY OVER SPORT & SOCIETY Sport & Society is zowel een focusgebied van de Universiteit Utrecht als een landelijk netwerk van onderzoekers dat de maatschappelijke betekenis van sport wil begrijpen en vertaalt naar consequenties voor het bestuur en organisatie van de sport. Meer informatie? Zie www.uu.nl/sportandsociety en www.sportandsociety.nl.

Stadskinderen buiten spel? “Dertig procent van de kinderen speelt nooit of nauwelijks buiten”, toonde Jantje Beton in 2018 aan. Een zorgelijke ontwikkeling, want buitenspelen is voor kinderen essentieel om actief en gezond op te groeien. Vooral in een tijd van verdichtende steden en bezorgde ouders lijkt buitenspelen steeds meer een uitdaging. Maar welke fysieke en sociale kenmerken van stadsbuurten zijn van invloed op de mate waarin kinderen buitenspelen?

Steden zijn voor gezinnen aantrekkelijk om in te wonen en als gevolg daarvan groeien steeds meer kinderen op in de stad. Tegelijkertijd hebben veel steden te maken met een grote bouwopgave en worden er veel nieuwe woningen gebouwd. Zowel binnen als buiten is er steeds minder speelruimte over voor kinderen. Stadsbestuurders worstelen met de balans tussen bouwen voor wonen en werken én het openhouden van groene ruimten en andere speelplekken voor kinderen. Ze vragen zich af hoe de stad ook leuk kan blijven voor stadskinderen en welke buurtkenmerken het buitenspelen stimuleren. Op basis van literatuuronderzoek proberen wij deze vraag te beantwoorden. De kinderen waarover we in dit artikel spreken, zijn tussen de zeven en veertien jaar oud.

Verkeersarme, groene én spannende speelplekken De belangrijkste belemmerende factor voor buitenspelen in de drukke stad is verkeer. Favoriet zijn groene en verkeersarme omgevingen waar je vrij kunt spelen, je je kunt verstoppen in struiken, kunt klimmen in bomen of een potje voetbal kunt spelen op straat. De buurt speelt hierin een sleutelrol en voorkeuren voor lagesnelheidzones en verkeersarme woonbuurten (cul-de-sacs) worden genoemd. Alhoewel vooral kinderen onder de tien jaar én hun ouders aangeven goed onderhouden speeltuinen te waarderen en veilige speeltoestellen belangrijk te vinden, klagen de iets oudere kinderen juist over de saaiheid en voorspelbaarheid van deze plekken. Op basis van ons literatuuronderzoek concluderen we dat buitenspelen wordt gestimuleerd door het creëren van een kind- en speelvriendelijke omgeving

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

DOOR KIRSTEN VISSER EN IRINA VAN AALST

Buitenspelen wordt gestimuleerd door het creëren van een kind- en speelvriendelijke omgeving die kinderen zélf kunnen ontdekken in plaats van door het inrichten van enkel formele speelplekken die kinderen zélf kunnen ontdekken in plaats van door het inrichten van enkel formele speelplekken.

Sociale veiligheid en helikopterouders Niet alleen verkeersveiligheid, maar ook het gevoel veilig te kunnen spelen in de buurt is van invloed op de mate waarin kinderen naar buiten (mogen) gaan. Het idee een slechte ouder te zijn wanneer je je kinderen alleen naar buiten stuurt, speelt een grote rol. Binnenshuis of in de achtertuin spelen wordt door veel ouders als een veiligere optie gezien dan buitenspelen. In buurten met een lage sociaaleconomi-

sche status vinden kinderen het zelf vaak niet prettig om buiten te spelen als er tieners rondhangen. Ze zijn bang om door hen gepest te worden. Aan de andere kant spelen sociale contacten ook een positieve rol bij buitenspelen. Kinderen spelen vaker buiten als er leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. Andersom zou buitenspelen ook kunnen bijdragen aan meer contact met buren en andere kinderen, wat weer een positieve invloed kan hebben op de sociale cohesie en op vrij spelen in de stadsbuurt. Naar de samenhang tussen buitenspelen en sociale cohesie dient echter meer onderzoek te worden verricht.


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Richt je op speelvriendelijke buurten! Wat kunnen beleidsmakers en stedelijke planners doen voor de jongste inwoners van hun stad? Uit ons literatuuronderzoek blijkt dat aantrekkelijke plekken veilig zijn. Binnenterreinen of woonerven lijken populair, omdat voetgangers hier evenveel recht en ruimte hebben als andere ruimtegebruikers. Daarnaast lijkt het zaak om samen met kinderen plekken in te richten en stadskinderen dus te betrekken bij de inrichting van buurten. De buurt zou zo weer een sleutelrol kunnen vervullen als speelplek voor kinderen, waar kinderen elkaar vanzelfsprekend ontmoeten en waar buurtbewoners elkaars kinderen in de gaten kunnen houden. En waar bezorgde

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Binnenshuis of in de achtertuin spelen wordt door veel ouders als een veiligere optie gezien dan buitenspelen ouders ook het vertrouwen hebben om hun kinderen zelfstandig naar buiten te laten gaan. Daarnaast zou er meer oog moeten zijn voor de verschillen tussen stadsbuurten waar kinderen opgroeien. Gezien de ruimtelijke

17

ongelijkheid in sociaaleconomische status en gezondheid in veel steden, is juist meer inzicht in deze buurtverschillen in buitenspelen van belang..

Kirsten Visser is universitair docent en onderzoeker Stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek richt zich op de geografie van kinderen en jongeren, stedelijke ongelijkheid en diversiteit in stadsbuurten. Irina van Aalst werkt als stadsgeograaf aan de Universiteit Utrecht, is coördinator van de master Human Geography en publiceert over jongeren, stedelijke openbare ruimten en het uitgaansleven.

Je ziet het pas als je het doorhebt Het sluipende proces van criminele inmenging in de sport In een tijd van lege velden en kantines is het opvallend onrustig in het Amsterdamse amateurvoetbal. Recent zijn diverse clubs in verband gebracht met ondermijning: vermenging van de onder- en bovenwereld. Bestuurs­ leden, trainers en sponsors worden verdacht tegen de onderwereld aan te schuren. Hoe heeft het zover kunnen komen en kunnen deze clubs nog wel een veilige plek zijn voor de jeugd uit de buurt? Deze en andere vragen staan centraal in het onderzoek naar criminele ondermijning van sportclubs van de Universiteit Utrecht.

De verkregen status reikt tot ver buiten de club. Vaak hebben dergelijke ontwikkelingen jarenlang gesudderd en bestuurscrisissen veroorzaakt, voordat het tot uitbarsten en ingrijpen kwam. Niet in alle gevallen dringt een persoon met criminele intenties ver door in de club en blijft het ‘slechts’ bij bedreigingen of verdachte situaties. Ook gaat het niet altijd om een persoon van buiten. Vertrouwde personen op belangrijke posities kunnen anderen meezuigen richting de criminaliteit. De club transformeert zo tot een ontmoetingsplek en haard voor criminele handelingen.

DOOR INEKE DEELEN

Er is steeds meer aandacht en bewijs voor de kwetsbaarheid van de amateursport voor criminele inmenging. Uit onderzoek dat recent in opdracht van het Ministerie van VWS is uitgevoerd door Bureau Bruinsma, Mulier Instituut en Tilburg University, blijkt dat één op de acht ondervraagde verenigingsbestuurders de afgelopen twee jaar te maken heeft gehad met “serieus te nemen signalen” die kunnen wijzen op inmenging van criminelen. Met name in het voetbal zijn voorbeelden van criminele inmenging bekend, hoewel het volgens de onderzoekers evengoed voorkomt bij andere sporten. Langzaam ontstaat meer inzicht in hoe vaak en waar ondermijning in de sport voorkomt en wat

de motieven, indicatoren en signalen zijn waaraan je het kunt herkennen.

Sponsoring en status In de media lezen we over failliet verklaarde en door burgemeesters stilgelegde sportclubs. Vaak gaat het om clubs die zowel op sportief als sociaal vlak lijken te floreren. Ze promoveren in recordtempo of staan in de schijnwerpers omdat ze goed bezig zijn met diversiteit. Ook lezen we van de suikeroom die met crimineel geld de club sponsort en spelers vermoedelijk deels zwart uitbetaalt, zich vol overgave bemoeit met het eerste team en uiteindelijk ook met het bestuur.

Hoe erg is het eigenlijk, een suikeroom voor de club en een goed presterend eerste team waar iedereen trots op is? Is dat ondermijnend of ongevaarlijk? Lees verder op pagina 23

Column

Mute Best grappig eigenlijk, dat beeldbellen met Teams en Zoom. Het is toch hilarisch dat ons professionele leven nu al bijna een jaar in het teken staat van gehannes met leuke achtergrondjes, F RANK VAN EEKEREN haperende wifi, niet-verbonden kop­ telefoons en virtuele ‘handjes’? Dat we ons druk maken over het koppelen van Outlook met Teams of dat we de code voor de zoveelste Zoom-meeting niet kunnen terugvinden? Ook beschikken we nu over buitengewoon grappig jargon, waardoor ik iedere plaspauze schaterend door mijn ingebouwde microfoon kan aankondigen als ‘biobreak’. NRC-columnist Japke-d. Bouma maakte een top tien van nieuwe jeukkantoortaal. Met de ‘biobreak’ op 10 en op nummer 1 – uiteraard – ‘je staat nog op mute’. Dankzij de techneuten van Microsoft en Zoom Video Communications gaat mijn werk verrassend normaal door. Ik beeldbel me suf met medeonderzoekers, ambtenaren en clubbestuurders. Met hen spreek ik over nieuwe onderzoeksplannen, aankomende sportnota’s en toekomstvisies voor clubs. De urgentie om juist nu aandacht te hebben voor sport en bewegen, is bij ons allemaal duidelijk. Iedereen beseft dat de

beweegarmoede schrikbarende vormen aanneemt, net als de coronakilo’s. Ook is het helder dat sportaanbieders bij bosjes dreigen om te vallen of langzaam wegkwijnen. Vandaar onze gedrevenheid om te komen met oplossingen via onderzoek, beleid en uitvoering. Vandaar ook dat we zo druk zijn met beeldbellen. Maar er is een belangrijk probleem. Bij het maken van al onze plannen blijven cruciale betrokkenen letterlijk buiten beeld. De moeilijk bereikbare buurtbewoner bijvoorbeeld. Met haar heeft de onderzoeker na lange tijd een vertrouwensband weten op te bouwen. Maar zij kan niet ‘zoomen’. Hoe weet de onderzoeker dan wat er écht speelt in de wijk? Die vraag is ook van belang voor de wethouder die nieuw sportbeleid wil maken. Waar baseert hij zijn beleidskeuzes op? En wat te denken van de clubbestuurder? Hoe blijft hij of zij in contact met de leden, nu een spontaan gesprek aan de bar er niet meer inzit? En hoe proeft de clubdirecteur de sfeer onder supporters, nu er geen geluiden meer komen vanaf de tribunes? Toch gaat het plannen maken in volle vaart door. Dat kan niet goed gaan. Beleidsvorming en -uitvoering

dreigen nu te veel op afstand te worden vormgegeven, zonder de directe inbreng van, contact met en gevoel bij de samenleving. De kans op papieren werkelijkheden die ver af staan van wat er daadwerkelijk leeft in de maatschappij, is levensgroot. Het gevolg zal zijn dat – ondanks alle goede bedoelingen – de effectiviteit en efficiëntie van de plannenmakerij erg tegenvallen. Dat is pijnlijk voor alle welwillende beeldbellers, maar vooral voor degenen voor wie al die plannen bedoeld zijn. En uiteindelijk is dat schadelijk voor de hele samenleving, want niet-fitte bewoners en niet-functionerende sportclubs raken ons allemaal. Teams en Zoom bieden geen oplossing voor dit probleem. Sterker nog: het werken via beeldbellen vergroot de kloof tussen plan en praktijk. Professionals weten elkaar goed te vinden, maar wijkbewoners, leden en supporters staan momenteel op mute. En dat is niet grappig.

Frank van Eekeren is lector Impact of Sport en universitair hoofddocent Sport & Society.


18

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Fitter uit de crisis met innovatieve oplossingen COVID-19 wordt wereldwijd als een wake-upcall gezien voor het belang van sport en vitaliteit. Een gezonde en actieve leefstijl blijkt een belangrijke bijdrage te kunnen leveren in de bestrijding van de impact van het coronavirus. Het werk van verschillende innovatiecentra in Europa die zich de afgelopen jaren al bezighielden met sport en vitaliteit, kreeg daarmee een keiharde noodzaak. Dat zag ook René Wijlens van het Cluster Sports & Technology, dat met het Vitality Living Lab Project opereert vanuit de Brainport-regio. “In al die jaren dat we met dit thema bezig zijn, is er niet eerder een moment geweest waarop het belang van sport en vitaliteit synchroon in de wereld zo veel aandacht kreeg.”

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

DOOR PIETER VAN DER MEER

Het Cluster Sports & Technology is al in 2018 gestart met het Vitality Living Lab Project om bedrijfsleven, wetenschap, sport en overheden te laten samenwerken op het thema innovatie en vitaliteit. Doel van dit project is om vanuit innovatie structureel bij te dragen aan een gezonde leefstijl en er daarmee voor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen op korte termijn fitter uit de coronacrisis komen. Vanuit het Europese samenwerkingsverband ClusSport ziet Wijlens dat de ruim vijftien aangesloten EU Sport-innovatieclusters en -regio’s, elk op zijn eigen

manier, bezig zijn met dezelfde ambitie rond innovatie en vitaliteit. Een goed voorbeeld van zo’n innovatiecentrum is het begin 2020 geopende Advanced Wellbeing Research Centre (AWRC) van Sheffield Hallam University. Onder leiding van professor Steve Haake richt dit centrum zich op “innovaties die mensen helpen te bewegen”, zoals de missie luidt. Als sports engineer heeft Haake zich al sinds de jaren negentig beziggehouden met sporttechnologie en sportinnovatie. In eerste instantie ging het daarbij om het ontwikkelen van nieuwe materialen

“Laten we eerlijk zijn: de sportsector is gewoon niet groot genoeg om het probleem van inactiviteit op te lossen” Steve Haake

voor grote merken, zoals adidas. Toen zijn onderzoeksgroep verhuisde naar de faculteit ‘Health and Wellbeing’ van Sheffield Hallam University, zag hij dat innovaties meer van nut kunnen zijn bij het bereiken van inactieve mensen. “Het ging er niet meer om dat mensen het beste tennisracket oppakken, maar dat mensen überhaupt een tennisracket oppakken en actief worden”, legt Haake uit.

Pandemie van inactiviteit Inactiviteit is een wereldwijd probleem, met als bijkomend en alarmerend gevolg een groeiend aantal mensen met leef-


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Beweegplein Vught

Speelkoepel Moby

SWIMM

19

Waterpuzzel

VITALITY LIVING LAB PROJECT Bij het Vitality Living Lab Project wordt binnen de Brainport-regio samengewerkt met veertien partners uit het bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen en de sport. Het doel van het project is om het regionale innovatie-ecosysteem rond sport en vitaliteit te versterken en een gezonde, actieve leefstijl in de samenleving te bevorderen met de inzet van technologie en data. Het project wordt financieel mede ondersteund door het Europees Innovatieprogramma voor Zuid Nederland OPZuid en de Provincie Noord-Brabant.

stijlziektes als diabetes type 2 en obesitas. Het is wat Haake betreft geen vraag hoe die pandemie van inactiviteit moet worden aangevallen. “Met alles wat we tot nu toe hebben gedaan, is dat probleem nog niet goed genoeg aangepakt. We hebben dus echt innovaties nodig om inactiviteit te lijf te gaan.” Daar is volgens Haake een brede blik voor nodig. Het Advanced Wellbeing Research Centre benadert het probleem daarom vanuit alle mogelijke kanten.

Met het Vitality Living Lab Project zijn al verschillende innovaties ontwikkeld op de contexten waar sport en vitaliteit een rol kunnen spelen: op het werk, in de publieke ruimte, in de sport, op school en thuis. Zo is het project van de speelkoepel Moby afgerond. Dit interactieve speeltoestel daagt kinderen in de openbare ruimte uit om te bewegen. Voor de gemeente Vught werd binnen het Vitality Living Lab Project voor de buitenruimte de ontwikkeling van een beweegplein voor verschillende doelgroepen begeleid. Met SWIMM

investering in vitaliteit kan opleveren in het reduceren van zorgkosten, kreeg hij 18 miljoen euro vanuit de NHS (het Britse zorgstelsel) om zijn instituut op te zetten. De opdracht die hij daarbij mee­kreeg, was om vooral innovaties te ontwikkelen die voor gezondheidswinst zorgen. Haake heeft inmiddels al 24 bedrijven aan zijn instituut weten te binden om samen innovaties te gaan ontwikkelen op het vlak van vitaliteit.

Regionaal ecosysteem Sporttechnologie en sport op zichzelf ziet hij slechts als onderdelen van de aanpak, waarin de gezondheidszorg een prominente rol heeft. “Laten we eerlijk zijn: de sportsector is gewoon niet groot genoeg om het probleem van inactiviteit op te lossen.” Met een plan waarin hij de Britse overheid voorrekende wat een

“Wij hebben het geformuleerd als de transitie van gezondheidszorg naar zorg voor gezondheid, vanuit sport en vitaliteit” René Wijlens

Haake en Wijlens delen de ervaringen en ambities rond de ontwikkeling van innovatie-ecosystemen voor sport en vitaliteit in hun regio’s met elkaar en met de andere ClusSport-partners. Wijlens constateert dat het regionale ecosysteem binnen het Cluster Sports & Technology op een andere manier is ontstaan en werkt, maar daarom zeker niet minder ver is. Hoewel het allesbehalve een strijd is, ziet hij dat het AWRC bijvoorbeeld wel een fysiek instituut heeft op één plek. “Dat maakt het zichtbaar en tastbaar en levert een duidelijke structuur op. Binnen ons cluster is het innovatiesysteem meer bottom-up gegroeid, vanuit een veelheid aan partijen en locaties in directe nabijheid van de innovatie. Dat biedt een grotere dynamiek, maar vereist ook een goed loket en aandacht voor verbindingen”, denkt Wijlens. “Wij vormen als clusterorganisatie dat loket en leggen de verbindingen niet alleen, maar versterken ze ook. Inmiddels hebben we meer dan 150 bedrijven geholpen in innovaties voor sport en vitaliteit. Met de groei die we doormaken, werken we via het Vitality Living Lab Project aan die versterking van de structuur en streven we naar fysieke locaties. Hoewel AWRC en ons cluster dus niet hetzelfde zijn, delen we vergelijkbare ambities en kunnen we veel van elkaar leren.” Het Cluster Sports & Technology is in 2005 gestart als stichting en heeft in de afgelopen jaren flinke stappen gezet in de benadering van innovatie. Het ontstaan van het Vitality Living Lab Project laat die evolutie wat Wijlens betreft goed zien. “De afgelopen jaren hebben we binnen het cluster in allerlei verschijningsvormen aan projecten gewerkt. We gaan nu meer

werd een zwembad met games voor zorginstellingen ontwikkeld en in samenwerking met InnoSportlab De Tongelreep werden verschillende oplossingen bedacht om de zwemles interactiever en aantrekkelijker te maken voor kinderen. Ga voor meer informatie over het Vitality Living Lab Project naar: www.sportsandtechnology.com/vitalityliving-lab/

toe naar een structurele vorm met een innovatie-ecosysteem. Daar zijn we aan toe, want het typische van een project is dat het op enig moment eindigt. Praat je over een heel goed werkend innovatie-ecosysteem, dan kun je dat opbouwen door allerlei projecten te doen, maar je wilt juist wel dat het een blijvende beweging is.” Zo kwam het cluster op een missiegedreven agenda, die nadrukkelijk niet van bovenaf is opgelegd, maar juist komt vanuit partijen in de quadruple helix (bedrijfsleven, sport, kennis en overheden) met een gedeelde ambitie. “Wij hebben het geformuleerd als de transitie van gezondheidszorg naar zorg voor gezondheid, vanuit sport en vitaliteit. Daar zijn partijen mee bezig en zij willen graag verdere stappen zetten. Ieder vanuit zijn eigen ambitie en expertise.”

Vitality Living Lab Project Vanuit die context is in 2018 het Vitality Living Lab Project (zie ook kader) gestart om eind 2021 tot de ‘Innovation Hub for Sports & Vitality’ te komen. “Dat is het uiteindelijke ecosysteem waarin deze samenhang op het gebied van sport en vitaliteit vorm krijgt.” Voor de buitenwacht lijkt het op het eerste gezicht misschien op een volgend project, maar bij het Vitality Living Lab Project gaat het juist om het wegnemen van toevalligheid en het structureel versterken van het gehele netwerk. “We opereren daarbij vanuit een missiegedreven aanpak: met innovaties bijdragen aan de vitale samenleving op plekken waar dat nodig is; op het werk, in de publieke ruimte, bij sport, thuis en op school. We realiseren impact door innovaties met en in de praktijk te ontwikkelen en van daaruit bij bewezen succes op te schalen. Het slim gebruiken van data en informatie is daarbij key: met data houden we inzicht in de behoefte, maar zijn we ook in staat om de innovaties te sturen en uiteindelijk het effect ervan op de vitaliteit vast te stellen. We willen niet alleen beter worden in het zien van kansen, maar ook in het verzilveren van die kansen.” Aan het feit dat de verschillende partners aangeven dat de samenwerking sterker wordt en expertises van eenieder duidelijker worden, merkt hij dat de nieuwe strategie

werkt. In de innovatiecyclus binnen het cluster heeft nog een andere belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden, merkt Wijlens op. “Onze werkwijze begint met het onderkennen van een bepaalde behoefte vanuit de markt in combinatie met het zien van kansen vanuit de technologie. Dat vormt de basis voor de innovatiecyclus, waarin je gaat nadenken over oplossingsrichtingen en het aan tafel krijgen van de juiste partijen.” Nog te vaak wordt pas aan een concrete businesscase gedacht na een eerste prototype en een test in de markt. Dat innovatiemodel hebben ze bij het Cluster Sports & Technology verlaten. “We merken dat innovatie en businesscreatie hand in hand moeten gaan. In elke fase van de innovatiecyclus denken we na over zowel de innovatie- als de businesskansen. Je geeft sturing vanuit de marktkant en je voorkomt dat je werkt aan een idee dat niet past op de markt. Een belangrijk voordeel is dat je daarmee een versnelling teweeg kunt brengen.” Het gaat er bij innovatie vooral om dat de behoefte waar de cyclus mee begon, aan het eind van het traject is vervuld, vervolgt Wijlens. “Tegelijkertijd weet je ook dat de wereld en mensen in de tussentijd kunnen veranderen. Dat neem je ook weer mee in een volgende stap.”

“We opereren vanuit een missiegedreven aanpak: met innovaties bijdragen aan de vitale samenleving op plekken waar dat nodig is” René Wijlens

Impact In het Vitality Living Lab Project is innovatie niet een doel op zich. Het gaat uiteindelijk om het maken van impact. In de Lees verder op pagina 23


FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie

FOTO: HOUSE OF SPORTS/CC MENNO VAN VEEN

20

IN THIALF WERD DE AFGELOPEN WEKEN GESCHAATST ONDER IDEALE OMSTANDIGHEDEN IN EEN PERFECTE BUBBEL, MET ALS ENIG MINPUNT DE AFWEZIGHEID VAN PUBLIEK.

RECONSTRUCTIE

Hoe de schaatsbubbel in Thialf tot stand kwam Een compleet schaatsseizoen samengebald in een bubbel van vijf weken De schaatsbubbel in Thialf was in januari en februari het epicentrum van het internationale schaatsen. Alle belangrijke prijzen van het seizoen werden verdeeld in Heerenveen, te beginnen met de EK sprint en de EK allround, daarna twee wereldbekerwedstrijden en afsluitend, van 11 tot en met 14 februari, de WK afstanden. Al die tijd verbleven 300 à 400 sporters, coaches en officials onafgebroken in vier hotels in Heerenveen en omgeving. In deze perfect geregistreerde bubbel, met voortdurende testen, werd geen enkele positieve uitslag genoteerd. Hoe voor de internationale schaatstop het pre-olympisch seizoen 2020-2021 werd gered.

Blanco vel Eerst ging de hele topsport plat. Maar op 30 april mochten topsporters op aangewezen topsportaccommodaties hun trainingen hervatten, mits zij zich hielden aan het

DOOR FRANS OOSTERWIJK

Normaliter zitten de Nederlandse schaatsers zo’n 200 dagen per jaar in het buitenland. Rijden ze wereldbekerwedstrijden in Japan, China, Polen, Hamar, Calgary of Salt Lake City, en gaan ze op trainingskamp in Inzell en Collalbo. Dat was er dit seizoen niet bij. Wereldbekerwedstrijden en internationale trainingskampen werden vanwege de coronapandemie afgeblazen. De wedstrijden die wel verreden werden, vonden plaats in het Thialf-stadion in Heerenveen, het walhalla van het internationale schaatsen. Daar werd de afgelopen weken geschaatst onder ideale omstandigheden in een perfecte bubbel, met als enig minpunt de afwezigheid van publiek.

weten Patrick Wouters en Koen Hermens, en de directie van de KNSB, bestaande uit directeur-bestuurder Herman de Haan, commercieel directeur Jeroen Kraaij en technisch directeur Remy de Wit. Hoe realistisch was het dat de wedstrijden op de nationale en internationale schaatskalender doorgang konden vinden? Wouters: “We zijn non-stop bezig geweest met scenario’s en verwachtingen: Wat kan binnen de wisselende coronakaders en -maatregelen vanuit de overheid wel, en wat niet?”

Scenario’s en verwachtingen De laatste wedstrijd van het vorige seizoen vond ook al plaats in Thialf. Op zaterdag 7 en zondag 8 maart 2020 stond daar de ISU World Cup-finale op het programma. Een week later, op 16 maart, begon de lockdown. Patrick Wouters van den Oudenweijer (kortweg Wouters), directeur-eigenaar van House of Sports, realiseerde zich al snel dat die lockdown waarschijnlijk langer dan een paar weken ging duren en dat daarmee het seizoen 2020-2021 onder vuur kwam te liggen. In april en daarna in mei en juni vond er bijna wekelijks overleg plaats tussen de directie van House of Sports, te

“We zijn non-stop bezig geweest met scenario’s en verwachtingen: Wat kan binnen de wisselende coronakaders en -maatregelen vanuit de overheid wel, en wat niet?” Patrick Wouters van den Oudenweijer


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

21

PATRICK WOUTERS VAN DEN OUDENWEIJER: “DE BUBBEL HEBBEN WE ALLEEN MAAR VOOR ELKAAR KUNNEN KRIJGEN DOORDAT WE ENORME SCHAATSLIEFHEBBERS ZIJN, DE SPORT VAN HAVER TOT GORT KENNEN EN DUS WETEN WAT DE MOGELIJKHEDEN EN ONMOGELIJKHEDEN ZIJN.”

door NOC*NSF en RIVM goedgekeurde topsportprotocol. Wouters: “Dat heeft de sport erg geholpen, vanaf dat moment konden we weer gaan denken aan wedstrijden.”

Eind mei maakte House of Sports de medewerkers Tim Smit en Kristel Strikkers vrij om samen met de KNSB, ISU en Thialf de bubbel daadwerkelijk gestalte te geven. Ook werden de protocollen opgevraagd van KNVB, Formule 1 en A.S.O., de organisator van de Tour de France, alsmede de draaiboeken van de wielerploegen van Team Sunweb en Team Jumbo-Visma. Wouters: “Op basis van dat materiaal zijn we vanuit een blanco vel de regels, voorschriften en andere zaken waaraan we moesten denken, gaan opschrijven. Die hebben we vertaald naar het schaatsen en zo zijn we ons eigen draaiboek gaan schrijven.”

“Die aanvankelijke terughoudendheid van de ISU begrepen we. Niemand zag op dat moment licht aan het eind van de tunnel”

FOTO: HOUSE OF SPORTS/CC MENNO VAN VEEN

Cruciale data waren ook 15 mei, de dag waarop binnen strikte condities in Duitsland het Bundesliga-voetbal werd hervat, en de aankondiging op 18 mei dat de NBA met een bubbel in Disneyland, Florida, het basketbalseizoen tot een einde wilde brengen. Wouters: “Toen begon ook de Formule 1 weer beleid te maken en kregen de grote wielerronden gestalte. In die fase hebben wij, House of Sports en KNSB, tegen elkaar gezegd: ‘Moeten wij ook niet gaan nadenken over een bubbelvariant?’ Want hoe logisch is het nog dat de schaatsers straks trainingskampen opslaan in Inzell en Italië en over de wereld trekken voor wedstrijden?”

FULL SERVICE House of Sports is, zoals Patrick Wouters van den Oudenweijer het noemt, een full service sportmarketingbureau. “We adviseren merken en bedrijven, we verzorgen het management van atleten, we organiseren en exploiteren evenementen, hebben een sprekersbureau, zijn de grootste exploitant van reclameborden in het Nederlandse voetbal, hebben een influencermarketingbureau en doen veel met data en digitale content. We zijn een soort sportfabriek die het hele kleurenpalet van het vak sportmarketing bestrijkt, met schaatsen en voetbal als belangrijke sporten. Als mensen op straat in deze tijd aan me vragen hoe het gaat, zeg ik: ‘Zolang we schaatsen en voetballen, slaan we ons er wel doorheen.’ ”

Patrick Wouters van den Oudenweijer

Terughoudend Aanvankelijk was de gedachte om in Heerenveen een bubbel te creëren voor de nationale schaatswedstrijden en drie wereldbekerwedstrijden in november en december. Wouters: “Die gedachte heeft Herman de Haan, directeur-bestuurder van de KNSB, getoetst bij zijn collegabestuurders in andere landen: ‘Vinden jullie dit een interessante gedachte?’ Het idee had draagvlak, iedereen was zich ervan bewust dat de reguliere kalender niet snel doorgang zou kunnen vinden.” Begin oktober werd het voorstel bij de internationale schaatsbond ISU neergelegd. Wouters: “Een paar weken later kregen we een belletje van ISU. ‘We zijn enthousiast over de gedachte en omarmen jullie plan, maar we durven het nu nog niet aan.’ Het was namelijk juist het moment dat de tweede coronagolf zijn intrede deed. Maar de ISU zei ook: ‘We laten het plan op tafel liggen, misschien dat het in het tweede deel van het seizoen wel kan.’ Die terughoudendheid begrepen we, niemand zag op dat moment licht aan het eind van de tunnel.”

Proeve van bekwaamheid De ISU had inmiddels de wereldbekerwedstrijden in Polen, Noorwegen en Amerika afgelast. Wouters: “Dat was voor ons het signaal om de nationale kalender met elkaar opnieuw in te richten, door de NK afstanden naar voren te halen, het NK sprint en het NK allround te splitsen en tussen kerst en Oud & Nieuw een kwalificatie voor de WK afstanden te rijden, die op dat moment nog gepland stonden voor Peking. Daar ontstond na overleg met de KNSB, de rijders en de ploegen al snel voldoende draagvlak voor. Zo konden we in elk geval onze nationale schaatsers een rijke kalender voorzetten.” Hiermee konden KNSB en House of Sports tevens een proeve van bekwaamheid overleggen aan de ISU en aantonen dat schaatswedstrijden in een bubbel heel goed mogelijk waren. Wouters: “Begin november kregen

Het in Ouderkerk aan de Amstel gevestigde bedrijf heeft zo’n zestig mensen in dienst, van wie acht fulltime voor logistieke werkzaamheden. Het logistiek centrum, eveneens in Ouderkerk, waar alle materialen liggen opgeslagen, beslaat ruim

we van de ISU bericht dat we ons bubbelidee voor het tweede deel van het seizoen wel mochten uitrollen.” Na enig gepuzzel tussen ISU, KNSB, House of Sports en stadion Thialf werd ook die kalender opnieuw ingericht. Wouters: “Gedurende die gesprekken kwam ook de boodschap dat de ISU en China in onderling overleg hadden besloten de WK afstanden in Peking van de kalender te halen. In een eerder stadium hadden we al tegen de ISU gezegd dat we, als deze wereldkampioenschappen niet zouden doorgaan, die wedstrijden, als we toch al een bubbel hadden, er graag aan zouden toevoegen. Dus dat puzzelstukje kwam er op het eind nog bij. Het maakte de bubbel natuurlijk wel af: het hele seizoen samengebald in een bubbel van vijf weken.”

“Laten we koesteren wat wel kan en er vanuit die houding het maximale van maken” Patrick Wouters van den Oudenweijer

Onbemande tankstations Begin juli vonden ook al de eerste gesprekken met Van der Valk plaats, met als belangrijkste vraag: “Kunnen jullie in voorkomend geval de schaatspopulatie van 300 à 400 man onderdak bieden?” Ook werd er voortdurend geschakeld met de directie van het Thialf-stadion. Wouters: “Ook daar besefte men dat dit geen normaal seizoen ging worden. Wat we iedereen voortdurend voor-

1.200 vierkante meter. Wouters: “Voor de KNVB verzorgen we al jaren alle logistieke werkzaamheden rondom de vertegenwoordigende elftallen. Bij een interland in de ArenA zorgen wij ervoor dat er niets meer van Ajax te zien is en dat het stadion wordt omgetoverd tot een Oranje Dome. En bij elke training of persconferentie van het Nederlands elftal rijden onze mensen de materialen uit, hangen het op, breken het af en slaan het weer op.” Wat schaatsen betreft: in 1991 betrad Wouters voor het eerst Thialf en eigenlijk is hij er nooit meer weg geweest. Met Rintje Ritsma legde hij in 1995 de basis voor de eerste professionele schaatsploeg (Sanex) en hij behartigt al jaren de belangen van Sven Kramer en Ireen Wüst. In 2014 bouwde House of Sports voor het eerst De Coolste Baan van Nederland in het Olympisch Stadion in Amsterdam; sinds 2015 heeft de KNSB de organisatie en exploitatie van alle wedstrijden in Thialf uitbesteed aan House of Sports. Daarnaast heeft het bedrijf een wereldwijd contract met ISU inzake de boarding- en hospitality-rechten bij internationale kampioenschappen en wedstrijden.

hielden, was: ‘Willen we alles, willen we iets of willen we niets?’ ‘Alles’ konden we vergeten, want we konden geen kaartjes verkopen, en wedstrijden organiseren zonder inkomsten uit kaartverkoop impliceert een heel andere financiële businesscase dan normaal. Om de bubbel op een economisch en commercieel verantwoorde manier voor elkaar te krijgen, zodanig dat de risico’s voor iedereen acceptabel waren en iedereen uit zou kunnen, moesten we allemaal bereid zijn concessies te doen.” Dat lukte, aldus Wouters, omdat iedereen continu gericht was op het vinden van oplossingen. “Je kan mopperen over wat allemaal niet kan en mag, maar je kunt ook zeggen: ‘Laten we koesteren wat wel kan, en er vanuit die houding het maximale van maken.’ Daar is iedereen vierkant achter gaan staan: de saamhorigheid die is getoond, de bereidheid te accepteren dat dingen anders zouden gaan dan iedereen gewend was, was formidabel. Dat is dé sleutel geweest om dit met zijn allen voor elkaar te krijgen.” Om schaatsers, officials en begeleiders onderdak te bieden werd een overeenkomst gesloten met de Van der Valk-hotels in Wolvega, Emmeloord, Sneek en Leeuwarden. Deze vier hotels werden van 11 januari tot 15 februari exclusief voor de schaatsers gereserveerd en geheel coronaproof ingericht. Om de vereiste onderlinge afstand van anderhalve meter te kunnen handhaven, werd het aantal plaatsen in de restaurants van elk hotel van zo’n 300 teruggebracht tot maximaal honderd. En om ook het contact met het bedienend personeel zo


22

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

“De saamhorigheid die is getoond, de bereidheid te accepteren dat dingen anders zouden gaan dan iedereen gewend was, was formidabel”

veel mogelijk te verminderen, waren alleen maaltijden in buffetvorm beschikbaar. Er mocht met toestemming buiten gefietst worden en ook een rondje hardlopen was gepermitteerd, zij het met het uitdrukkelijke verzoek alle contacten te mijden. Het vervoer tussen hotel en stadion Thialf ging met busjes of privéauto’s. Getankt werd er uitsluitend bij onbemande tankstations, om elk besmettingsrisico te vermijden.

Van haver tot gort In 2014 organiseerde House of Sports in het Olympisch Stadion in Amsterdam De Coolste Baan van Nederland, een huzarenstukje (naar een idee van Rintje Ritsma en Patrick Wouters) dat werd herhaald toen in 2018 in datzelfde stadion opnieuw kunstijs werd aangelegd en het WK allround er werd verreden. De schaatsbubbel is eigenlijk een stunt van dezelfde orde. “Zowel De Coolste Baan als de bubbel hebben we alleen maar voor elkaar kunnen krijgen doordat we enorme schaatsliefhebbers zijn en de sport van haver tot gort kennen. Dan weet je wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn – absolute voorwaarde om de belangen van alle verschillende partijen aan elkaar te kunnen knopen. Verschil is wel dat we bij De Coolste Baan de voortrekker waren en dat deze bubbel echt een coproductie was met KNSB en ISU.”

hotelkamer moesten wachten op een hernieuwd negatief testresultaat, waarna ze werden toegelaten tot de bubbel. In de bubbel werden ze vervolgens wekelijks getest; en de buitenlanders ook nog bij het uitreizen.

INFOGRAPHIC: HOUSE OF SPORTS

Met dank ook aan de nationale en lokale overheden, met wie was overeengekomen dat de buitenlandse schaatsers zich op Schiphol moesten melden met een negatieve PCR-test, die maximaal 72 uur daarvoor was afgenomen. Voor de reis naar Friesland stonden busjes klaar, alwaar alle schaatsers, coaches en officials een tweede test ondergingen en in quarantaine op een

Patrick Wouters van den Oudenweijer

MET HUN BUBBELCONCEPT REDDEN KNSB EN HOUSE OF SPORTS HET SCHAATSSEIZOEN 2020-2021.

Ook de ISU verdient een groot compliment, vindt Wouters. “Want uiteindelijk hebben zij de bubbel mogelijk gemaakt en de KNSB en House of Sports het vertrouwen gegeven het te organiseren. Met het omarmen van het bubbelconcept liet de ISU zien dat ze er alles aan wilde doen om schaatsers in een pre-olympisch jaar hun vak te laten uitoefenen en de sport internationaal niet tot stilstand te laten komen. En de bond had waarschijnlijk zelf ook zakelijke belangen te beschermen. Hoe de besluitvorming binnen de ISU precies is verlopen, weet ik niet, maar het heeft zonder twijfel geholpen dat voorzitter Jan Dijkema een Nederlander en schaatsliefhebber is.”

“IEDEREEN BEGREEP DAT ER MAAR ÉÉN PLEK IN DE WERELD WAS WAAR DIT KON, EN DAT WAS THIALF”

M et d e ko m s t va n N e d e r l a n d s e Lote r i j e n h et Chinese automerk Lynk & Co als nieuwe partners van Schaatsend Nederland, maar vooral dankzij de bubbel werd de situatie ten goede gekeerd. De Haan: “Volgend jaar zijn de Olympische Spelen. Schaatsen is Nederlands meest succesvolle olympische sport en dat willen we graag blijven. Maar dan moeten onze schaatsers wel kunnen schaatsen! Daarnaast wilden we graag ook de andere sponsors [Daikin voor het langebaanschaatsen, Trachitol voor het marathonschaatsen, kledingsponsor FILA en Rabobank voor de jeugd, FO] exposure bezorgen. Dankzij de bubbel zijn we daar prima in geslaagd. De evenementen hebben wel dertig procent meer kijkers getrokken dan normaal! Bij het EK sprint en het EK allround lag de piek op 1,9 miljoen kijkers. In die zin heeft de KNSB weer waar voor geld geleverd: voor elke euro die een sponsor in het schaatsen stopt, krijgt hij meer dan twee euro mediawaarde terug.” Als president van de KNSB stond De Haan afgelopen zomer voortdurend in contact met zijn collega’s in Amerika, Canada, Polen, Noorwegen en Japan – de andere landen waar internationale wedstrijden en kampioenschappen waren gepland. Al snel bleek dat alleen Nederland een bubbel voor elkaar dacht te kunnen krijgen. De Haan: “Nederland is het hart van de internationale schaatswereld, ook zakelijk en commer-

cieel. Ik heb mijn collega’s gevraagd: ‘Als wij ons bij de ISU hard maken voor een bubbel, kan ik dan rekenen op jullie steun?’ Die steun hebben ze gegeven. Iedereen begreep dat er maar één plek in de wereld was waar dit kon, en dat was Thialf.” Toch moest er enige scepsis worden overwonnen. Sommige landen waren de gedachte toegedaan dat juist in Nederland het coronavirus hevig had toegeslagen. Want Nederland was toch een oranje gebied? “Moesten we uitleggen dat dat misschien wel zo was, maar dat we prima die bubbel konden organiseren. Dat er een heel team van artsen bovenop zou zitten. Dat we gesteund werden door NOC*NSF en dat het coronarisico door alle voorzorgen vrijwel nihil was. Uiteraard sprak voor ons ook dat schaatsers en coaches heel graag in Thialf zijn en dat we in de loop der jaren meer dan afdoende hebben bewezen hier geweldige evenementen te kunnen organiseren. Uiteindelijk kreeg ik van de ISU te horen dat het kon. Toen werd het een kwestie van uitwerken en doen.” Maar liefst 300 à 400 personen die vijf weken in een hotel verblijven, vijf weken lang Thialf exclusief afhuren – dat kost een smak, beaamt De Haan. “De kosten van de bubbel zijn vooral voor rekening gekomen van de ISU als opdrachtgever. De deelnemende landen en dus ook de KNSB droegen substantieel bij door een groot deel van de hotel- en verblijfkosten van hun schaatsers voor hun rekening te nemen. Zo gaat het normaal ook. Per saldo is dit internationale seizoen voor iedereen misschien iets duurder geweest, maar niet veel. Want er waren geen World Cups en kampioenschappen in andere landen, er hoefde niet heen en weer gevlogen te worden, dus dat geld kon elk land uitsparen. Dus ook bedrijfseconomisch hebben we het, door alle wedstrijden op één plek te houden, heel efficiënt kunnen oplossen.”

FOTO: KNSB

Herman de Haan had zich zijn derde seizoen als directeur-bestuurder van de KNSB anders voorgesteld. Eerst liet de beoogde (en onbekend gebleven) opvolger van KPN als hoofdsponsor het op het laatste moment afweten vanwege het coronavirus. Daarna zette COVID-19 de hele schaatswereld op stelten. Alle ijsbanen in Nederland moesten dicht, alle evenementen werden geannuleerd en er dreigde een seizoen zonder inkomsten.

HERMAN DE HAAN, DIRECTEUR-BESTUURDER VAN DE KNSB: “OOK BEDRIJFSECONOMISCH HEBBEN WE HET, DOOR ALLE WEDSTRIJDEN OP ÉÉN PLEK TE HOUDEN, HEEL EFFICIËNT KUNNEN OPLOSSEN.”


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Vervolg van pagina 19 ‘Innovation Hub for Sports & Vitality’-plannen wordt dat omschreven op drie niveaus: economische impact, maatschappelijke impact en persoonlijke impact. Het economische aspect aan innovatie ligt voor de hand: een product dat in een marktbehoefte voorziet, zorgt voor omzet en banen. De samenwerking in de Brainport-regio, waarbij onder meer het PSV-Brainport-partnership inzet op vitaliteit, kan volgens Wijlens voor nog meer economische effecten zorgen. “Wij willen een speler zijn op het gebied van innovatie en waardecreatie op sport en vitaliteit. Als wij met succesvolle oplossingen komen, dan hopen wij dat we daarmee meer ondernemingen kunnen neerzetten met hun wortels in deze regio. Dat kan ook bijdragen aan het verder versterken van de regio.”

“Corona heeft ons extra duidelijk gemaakt: veel ziektes komen voort uit een ongezonde leefstijl en daar zijn veel kosten aan gekoppeld” René Wijlens

De maatschappelijke en persoonlijke impact zijn minstens zo belangrijk bij de Innovation Hub. Bij maatschappelijke impact gaat het onder andere om zorgen voor een vitale bevolking om daarmee de zorgkosten drastisch te kunnen reduceren. “Dat is ook een van de grotere drijfveren achter dit idee. Corona heeft ons het belang daarvan extra duidelijk gemaakt. Er is voldoende bewijslast dat veel ziektes voortkomen uit een

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

“We willen niet alleen beter worden in het zien van kansen, maar ook in het verzilveren ervan” René Wijlens

ongezonde leefstijl en daar zijn veel kosten aan gekoppeld”, zegt Wijlens. De persoonlijke impact ligt natuurlijk in het verlengde daarvan, want vitaliteit draagt bij aan een gelukkiger en gezonder leven van individuen. “Iemand die goed in zijn vel zit en het beste uit zichzelf weet te halen, heeft betere baankansen en draagt meer bij aan economische productiviteit van de samenleving.” Dit vraagt een andere manier van kijken naar de maatschappelijke uitdagingen, stelt Wijlens. “We zijn geneigd om te denken in het oplossen van problemen, terwijl het hier gaat om het benutten van de potentie van mensen. Mensen in hun kracht zetten. Het gezonde en het goede bevorderen in plaats van voorkomen dat het slechte gebeurt.” Hij vreest dat met de nadruk op preventie, zoals in het Nationaal Preventieakkoord, vooral wordt gekeken naar wat de overheid niet wil bereiken. Een goed voorbeeld van een land waar dat perspectief juist wordt omgedraaid, is Nieuw-Zeeland. Daar wordt de economie meer gebaseerd op het welzijn van mensen. “Het gaat erom dat mensen gelukkiger worden. Dan gaan dingen vanzelf beter. Daarmee kun je persoonlijke en maatschappelijke impact bereiken: vitalere medewerkers, betere baankansen en bijdragen aan een betere economische productiviteit.” Dat heeft uiteraard ook zijn weerslag op de gehele economie. Wijlens ziet in Nederland en Europa gestaag een beweging ontstaan waarbij welzijn als maatstaf naast wel-

23

vaart komt te staan. “Sport en vitaliteit dragen daaraan bij. Het is dan de vraag hoe je die kansen kunt benutten. Er zijn wel allerlei bewegingen die dit ondersteunen, maar we zijn er gewoon nog niet. Wij willen met onze ambitie aan die beweging bijdragen door de ingrediënten voor een vitale samenleving aan te reiken en de kansen die innovatie biedt te laten zien.”

Europees netwerk Binnen het Europese sportinnovatieplatform EPSI en het interregionale samenwerkingsverband ClusSport wordt op dit thema meer samenwerking gezocht. Die regio’s kunnen nu al van elkaar leren, maar willen ook hun samenwerking op het gebied van innovatie voor sport en vitaliteit versterken, ziet Wijlens. “Vijf vooraanstaande regio’s en clusters, waaronder het AWRC en Cluster Sports & Technology, werken aan de ontwikkeling van een Europees netwerk van innovatiehubs voor sport en vitaliteit, daarbij ondersteund vanuit de EU. Iedereen werkt aan hetzelfde thema, maar de expertises en focusgebieden zijn al vaak complementair, en er zijn ook de nodige verschillen in de context. De gezondheidszorg is bijvoorbeeld in ieder land anders georganiseerd. Dan ga je ook andere oplossingen vinden. Zo staat in Spanje sport als medicijn nu hoog op de agenda.” Gezamenlijk proberen de clusters en regio’s het momentum dat de coronacrisis heeft gegeven te benutten. Dat heeft al effect, ziet Wijlens: “Door corona zie je dat veel regio’s nu al nadenken over hoe ze fitter uit de crisis kunnen komen. Verschillende regio’s gebruiken herstelgelden ook om te investeren in een gezonde leefomgeving, met bijvoorbeeld meer fietspaden en leefbare steden. Dat zie je nu al gebeuren. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we de komende jaren alleen maar meer stappen gaan zetten in de richting van meer waardering voor een gezonde maatschappij en meer persoonlijk welbevinden.”

Vervolg van pagina 17

Ondermijnend of ongevaarlijk? Om te begrijpen wat een sportclub als plek kwetsbaar maakt voor criminele ondermijning, onderzoeken we een aantal casussen die hiermee te maken hebben (gehad). Hoe kan het gebeuren dat geldschieters de vrije hand krijgen in een sportclub en zich gaan bemoeien met het beleid van de club? Wat beschouwen diverse betrokkenen als criminele ondermijning en welke dilemma’s ervaren zij hierbij? Hoe erg is het eigenlijk, een sui-

keroom voor de club en een goed presterend eerste team waar iedereen trots op is? Is dat ondermijnend of ongevaarlijk? Vanuit een interdisciplinaire aanpak hebben we in het bijzonder oog voor factoren die te maken hebben met organisatiecultuur (sfeer, transparantie, ambitie, tradities), organisatiestructuur (governance, financiële afhankelijkheid, professionaliteit) en de sociale en geografische context (rol en functie van sociale netwerken, sociale cohesie, kenmerken van en

verwevenheid met de buurt). We proberen het complexe samenspel van op elkaar ingrijpende factoren te ontrafelen en er patronen in te ontdekken.

Van kwetsbaar naar weerbaar “Iedereen weet het, maar niemand doet iets”, horen we van ingewijden. Maar ook: “Bij ons komt dit niet voor.” Erover spreken blijkt lastig, een taboe. Ondermijning is een sluipend en langdurig proces, dat door eenieder anders beleefd en begrepen wordt en waarbij normen en waarden langzaam vervagen. Onze inzichten dragen bij aan het vergroten van de weerbaarheid van sportclubs ten aanzien van criminele invloeden. Bestuurders en beleidsmakers reiken we handvatten aan die bijdragen aan het vergroten van de bewustwording en het bespreekbaar maken van onderwerpen als externe sponsoring en mogelijke gevaren hiervan. Maar om meer weerbaar te worden voor ondermijnende invloeden, moeten wij en dus ook de sport in de spiegel durven kijken en ons afvragen tot hoever sportieve ambities en vergaande commercialisering in de amateursport wenselijk zijn.

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

Ondermijning is een sluipend en langdurig proces, dat door eenieder anders beleefd en begrepen wordt en waarbij normen en waarden langzaam vervagen Ineke Deelen is adviseur, projectleider en onderzoeker bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij coördinator van het focusgebied Sport & Society en de netwerksamenwerking Vitality Academy.


24

Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Schoenen maken de man Zwarte Puma’s moeten van Neymar de nieuwe Pelé/Cruijff maken De drie tenoren van het wereldvoetbal – Messi, Ronaldo en Neymar – spelen nu voor het eerst op verschillende schoenenmerken. In volle COVID-19-ellende tekende Neymar bij Puma de meest vorstelijke schoenendeal ooit. Opdracht: de zwarte kicksen weer hot maken. DOOR HANS VANDEWEGHE

De een is al 35, de ander 33, en zowel Cristiano Ronaldo als Lionel Messi heeft een contract voor het leven bij respectievelijk Nike en adidas, dus lag de keuze voor de hand. Met het ene oog op de tussentijdse niet al te fraaie cijfers – ruim min vijf procent voor de eerste negen maanden van 2020 – en het andere op de strategische opties, waagde het Noors-Duits-Franse topmanagement de sprong in het diepe: “Let’s go for Neymar.” Zo is het gegaan afgelopen zomer in het idyllische Herzogenaurach, waar Puma (en ook adidas) het hoofdkantoor heeft.

zijn eigen sub brand, zoals dat heet. Air Jordan sluit zelf sponsorcontracten af en heeft bijvoorbeeld met Zion Williamson (zwarte Amerikaan) en Luka Dončić (blanke Sloveen) dé jongste twee supertalenten van de NBA onder contract.

Neymar krijgt het op de heupen van die enkelkraag en speelt even met een andere Nike-schoen dan waarvoor hij betaald wordt

IN 2021 KWAMEN NEYMAR EN PUMA ALWEER MET EEN KLEURRIJKER TYPE SCHOEN.

Grootste voetbalschoenendeal ooit Braziliës nummer één zat evenwel bij Nike en had daar een lopend contract. Het zou meer dan een cent kosten om hem los te weken. Begin september waren ze eruit. Resultaat: de grootste schoenendeal in de geschiedenis van het voetbal. Niet van de sport. Met zijn 25 miljoen euro staat Neymar op drie, ruim boven NBA-ster Kevin Durant (22 miljoen bij Nike), maar onder die andere basketbalspeler, LeBron James, die van alle actieve sporters de meest lucratieve deal heeft (27,2 miljoen euro, ook met Nike). Even voor de goede orde: dat alles verzinkt in het niets bij wat Michael Jordan – die al bijna twintig jaar niet meer speelt – aan zijn schoenendeal met Nike overhoudt, namelijk 110 miljoen euro. Jordan speelt in een andere competitie. Onder de vleugels van marktleider Nike heeft hij met Air Jordan

Dat Neymar da Silva Santos Júnior voor Puma koos, is verwonderlijk en ook weer niet, voor wie de schoenenbusiness volgt. Hij zat bij Nike sinds zijn dertiende. In 2011 had hij nog een contract getekend tot en met 2022 voor een totale waarde van 90 miljoen euro. Daar komt voortijdig een einde aan. De klik tussen het sportmerk Nike en het voetbalmerk NJ was er op het laatst niet meer. Alles begint in 2013, als Nike de Mercurial Hypervenom op de markt brengt, een oranje fluorescerende schoen waarop Neymar Júnior instant verliefd wordt. Een jaar later op de World Cup, waar hij uitvalt met een rugblessure, draagt hij de Hypervenom Golden Dreams – in het goud – en nog een jaar later de Liquid Dreams – zilver met fluorescerend roze. Alles oké, tot Nike besluit om de Mercurial Hypervenom 2 uit te brengen, de eerste schoen met een enkelkraag, bedoeld om meer steun te geven. Neymar krijgt het op de heupen van die kraag en speelt even met een lage voetbalschoen van Air Jordan, ook van Nike, maar niet de schoen waarvoor hij wordt betaald en reclame maakt. Het wordt nog erger als de Hypervenom 3 op de markt komt en kenners opmerken dat Neymar op een ouder type van Nike voetbalt: de lage en goedkopere Mercurial Vapor, omgebouwd tot Hypervenom. Dat is een klassieke ingreep in de business. Soms worden zelfs schoenen van

FOTO: PRESS KIT PUMA

FOTO: PRESS KIT PUMA

Schoenencarrousel

NAAST VOETBALSCHOENEN IS OOK VRIJETIJDSKLEDING VAN GROOT BELANG VOOR DE GROTE SPORTMERKEN.

een merk dat beter zit, vermomd als het sponsormerk. Vanaf dat moment zit er serieus ruis op de lijn in de relatie tussen de marktleider en de rijzende ster. Nike wil hem het liefst op de Mercurial Superfly zien. Inmiddels is dat de schoen van de oude meester Cristiano Ronaldo, maar ook van de jonge rijzende sterren Kylian Mbappé (Paris Saint-Germain) en Jadon Sancho (Borussia Dortmund). Waarop Nike toch overstag gaat en speciaal voor Neymar de blauwe Vapor ‘Written in the Stars’ op de markt brengt.

Vrijage met Puma Inmiddels zijn we aanbeland bij de World Cup van 2018 en dat was niet zijn beste toernooi. Neymar kwam in Rusland alleen

in het nieuws met aanstellerij en schwalbes, niet met zijn speciaal ontworpen gele Mercurial Vapor Meu Jogo’s. Mbappé werd wél wereldkampioen. Toch werkte Nike zich uit de naad voor zijn Braziliaanse prima donna. Er kwamen verschillende nieuwe types schoenen op de markt, elk seizoen minstens één, of meer dan één, gewoon omdat Neymar midden in het seizoen van persoonlijk logo veranderde. Conclusie: hoewel Nike voor hem de nieuwe Phantom GT’s had ontwikkeld – hij was er al mee gespot op de training –, waren ze in Beaverton niet allemaal rouwig toen ze hoorden dat hij een vrijage met Puma was begonnen.


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Of de hele Puma-Neymar-deal klopt, valt af te wachten. 25 miljoen euro per jaar voor één speler is een flinke inspanning en een grote hap uit het marketingbudget van een bedrijf dat in 2019 5,5 miljard euro omzette (Nike en adidas klokten vorig jaar af op respectievelijk 35,1- en 23,6 miljard euro). ‘The King is Back ’ heet de korte clip waarmee Puma en Neymar hun huwelijk aan de wereld kenbaar maakten. Die is grotendeels opgenomen bij Neymar thuis, omdat hij lange tijd in quarantaine moest blijven in Brazilië. Gelukkig vonden ze met het thema ‘The King is Back’ een uitweg. Zo krijg je van in het begin beelden van andere voetbalgrootheden als Pelé, Cruijff, Eusébio en Maradona, niet toevallig ook Puma-legendes. De associatie met de grootste voetballers van de jaren zestig, zeventig en tachtig is tricky. Neymar slaagt er voorlopig zelfs niet in om in zijn eigen ploeg de eerste viool te spelen, waarom zou hij dan ‘The King’ worden? Nog een grotere gok neemt Puma met de schoenen die het via Neymar aan de wereld probeert te slijten. Nadat de grote en kleine sportmerken de hele kleurendoos hebben opgebruikt en daarna nog wat fluo en toeters en bellen hebben geprobeerd, is het voor Puma terug naar de basis. Terug naar Pelé, Cruijff en Maradona, terug naar hun schoenen in de kleur die technisch gezien geen kleur is: zwart. De desbetreffende Puma-schoen heet de Puma King Platinum en bestaat in zwart, maar ook in wit. Alleen was de originele zwarte King Platinum – tot vorig jaar was de Belgische spits Romelu Lukaku het uithangbord – geheel zwart en heeft die in de Neymar-versie een witte streep. Voetbalschoenen-influencers (jawel, die bestaan ook) hadden al meteen door dat die versie een gepimpte oude King was. Toen ook nog eens bleek dat de Neymar-versie niet klaar was voor productie en dus niet te koop was, was het duidelijk: het moet allemaal een bevlieging zijn geweest, het contract met Neymar en hoe hij daarna in de markt is gezet.

De Cruijff-spagaat Schoenendeals zijn soms complexe verhalen. Legendarisch is de trammelant die Puma-uithangbord Johan Cruijff maakte omdat Oranje met adidas speelde tijdens het WK voetbal van 1974. Hij weigerde met de drie strepen op zijn shirt het veld in te komen. De KNVB vond er niets beters op dan hem met het shirt met rugnummer 14 met twee in plaats van drie strepen het veld in te sturen. Cruijff was Puma wel heel erg trouw. Toen hij in 1971 de Gouden Bal kreeg, verscheen hij op het podium in een maatpak met op het jasje in het groot Puma geborduurd. Vandaag is ook de Cruijff-spagaat geen item meer, omdat de speler in media-ui-

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM/CC PH.FAB

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM/CC SBONSI

The King is back

25

DE DRIE TENOREN EN HUN VOETBALPLANEET

FOTO: ANP FOTO

Die eindigde in september jongstleden in een relatie – puur en simpel omdat Neymar geen zin had om bij Nike nog langer tweede of derde viool te spelen, niet achter Ronaldo en al helemaal niet achter zijn eigen PSG-ploegmaat Mbappé. Vandaar ook de geruchten vorige zomer dat hij zou terugkeren naar FC Barcelona. Inderdaad, dat speelde mee, maar bij Barça zat toevallig al die enige andere topper op Puma’s, Antoine Griezmann, en ‘Neymar superstar’ wil als enige in een topteam hét Puma-billboard zijn.

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Neymar da Silva Santos Júnior

Lionel Messi

Cristiano Ronaldo

28 jaar, Braziliaan Speelt voor Paris Saint-Germain (onder contract tot 2022) en eerder voor FC Barcelona Duurste speler ooit met 222 miljoen euro Prijzenkast: 5 titels (3 in Spanje, 2 in Frankrijk), 1 Champions League Vermogen: 170 miljoen euro Jaarinkomen: 81,26 miljoen euro waarvan 66,3 miljoen salaris en 15,3 miljoen commerciële inkomsten Sponsors: Puma (25 miljoen euro per jaar), Red Bull, Gillette, McDonald’s, Beast by Dre Volgers op sociale media: 205 miljoen Huidige marktwaarde: 130 miljoen euro

33 jaar, Argentijn Speelt voor FC Barcelona Kwam als dertienjarige gratis van zijn Argentijnse club Newell’s Old Boys Prijzenkast: 10 titels (alle in Spanje), 4 Champions League Vermogen: 340 miljoen euro Jaarinkomen: 107 miljoen euro, waarvan 78,2 miljoen salaris en 28,9 miljoen commerciële inkomsten. In het COVID-jaar 2020 stemde hij in met een salarisvermindering van zeventig procent Sponsors: adidas (20 miljoen euro per jaar en voor het leven), Gatorade, Huawei, MasterCard, Mediapro Volgers op sociale media: 217 miljoen Huidige marktwaarde: 114 miljoen euro

35 jaar, Portugees Speelt voor Juventus Turijn, eerder voor Real Madrid en Manchester United Heeft eigen museum CR7, eigen kledinglijn CR7, eigen hotels CR7 en twee eigen apps: CR7Selfie en Cristiano Ronaldo Kick’n Run Prijzenkast: 7 titels (3 in Engeland, 2 in Spanje, 2 in Italië), 5 Champions League Vermogen: 383 miljoen euro Jaarinkomen: 99,5 miljoen euro, waarvan 51,8 miljoen salaris en 47,7 miljoen commerciële inkomsten Sponsors: Nike (16,2 miljoen euro per jaar en voor het leven), Herbalife, Insparyia, Clear Haircare, DAZN, Altice Volgers op sociale media: 363 miljoen Huidige marktwaarde: 60 miljoen euro

DE ZWARTE PUMA-SCHOEN VAN NEYMAR LAAT EEN GROOT CONTRAST ZIEN MET TWEE WILLEKEURIG GEKOZEN SCHOENEN VAN MESSI EN RONALDO.

tingen zijn eigen sponsor mag gebruiken. Toch levert het nog geregeld problemen op. Recente schoenendeals omvatten namelijk dikwijls niet alleen de schoen, maar ook kleding voor de vrije tijd. De reden is eenvoudig: niemand, behalve dan de fanatici, let op welke schoenen de speler loopt. Die zijn ook haast nooit in beeld. Een reclame-uiting van een topspeler met een schoenenmerk zal altijd ook in kleding van dat merk zijn. Een bijkomende reden is dat sportmerken meer profijt halen uit de verkoop van apparel, zoals kledij in vakjargon heet, dan in de categorie shoes en dus het liefste ook kledij verkopen.

Neymar slaagt er voorlopig zelfs niet in om in zijn eigen ploeg de eerste viool te spelen, waarom zou hij dan ‘The King’ worden? De eenvoudigste setting zonder veel gedoe is die van een speler die een deal heeft met merk x, waar ook zijn team mee speelt en – als hij international is – ook zijn land. Een Duitse international van Bayern München die een deal heeft met adidas, is goed af, want ook zijn club en ‘Die Mannschaft’ zitten bij het merk met de drie strepen. Kingsley Coman,

ook van Bayern, is minder gelukkig en moet soms op eieren lopen om geen merk voor het hoofd te stoten. Hij voetbalt op Nike en is verplicht om ook in privésituaties Nike-kledij te dragen. In clubverband is het allemaal adidas wat de klok slaat, behalve dan aan zijn voeten. Bij wedstrijden voor Frankrijk mag hij weer het vertrouwde Nike aan.

De nieuwe Cruijff Schoenendeals omvatten vaak veel meer dan schoenen en dat kan problemen opleveren. Zeker adidas wil nog wel eens meer afdekken dan alleen schoenen en vrijetijdskleding. Zonnebrillen, petten, huidverzorging – adidas heeft het allemaal. Nederlanders en Belgen moeten absolute wereldtop zijn op hun positie en in een grote markt voetballen, pas dan komen de grote contracten op tafel. Romelu Lukaku, hoewel vaak doeltreffender dan Neymar, zal als speler uit een kleine markt en spelend voor een team uit de Serie A nooit hét uithangbord zijn van een schoenenmerk. Frenkie de Jong (hij promoot de Nike Mercurial Vapor 360) evenmin, of hij moet bij de hergeboorte van Barcelona de nieuwe Cruijff worden.

Kleurendoos Ooit waren alle voetbalschoenen zwart. De eerste voetbalschoenen in een andere kleur, waren wit (technisch gezien evenmin een kleur). Alan Ball van Everton droeg als eerste witte hummel-schoenen tijdens de finale van de Charity Shield in 1970.

Nog iets later speelden Charlie George van Arsenal en de Engelse nationale ploeg op rode voetbalschoenen. Al in de jaren zeventig en tachtig werden ook fluoschoenen aangeboden, maar veel trainers hadden een bloedhekel aan spelers die dachten dat ze moesten opvallen met kleurtjes aan de voeten. Toen het materiaal van de schoen niet langer exclusief bestond uit leder, maar ook uit polyester en polyurethaan, was het hek van de dam en werd de hele kleurendoos geprobeerd. In Brazilië werd tijdens de World Cup geturfd: van de 352 spelers speelden er twaalf op zwarte schoenen, haast allen doelmannen. 118 droegen witte, 96 gele en 64 oranje schoenen. Psychologen hebben er zowaar een onderzoeksonderwerp van gemaakt. Zwarte schoenen staan voor bedrijfszekerheid. Wit is synoniem voor talent en klasse. Spelers met rode schoenen zijn onstuimig, willen opvallen. De blauwgeschoende voetballer is een denker, koel en kalm aan de bal. Bij elke kleur hoort een type voetballer. Als dat klopt, wil geen enkel team nog een speler met oranje schoenen, want die is impulsief en wisselt uitzonderlijk goede momenten af met blunders. Oranje is één van de kleuren waarmee De Jong al poseerde. Gelukkig heeft hij ook al roze schoenen gepromoot. Roze zou een positieve invloed hebben op de energiebalans, initiatief aanmoedigen en vertrouwen bevorderen.


26

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie

Voetballen in de geschiedenisles Via het oorlogsmonument van de KNVB in Zeist wordt pijnlijk zichtbaar wat er tijdens de bezettingsjaren is gebeurd in het Nederlandse voetbal, van gesneuvelde voetballers tot de Holocaust. Met onderwijsprojecten kunnen jonge voetballers het verleden van hun eigen voetbalclub onderzoeken. DOOR JURRYT VAN DE VOOREN

Op 18 december 1954 was er bij voetbalclub Achilles 1894 in Assen een bijzonder moment. Als onderdeel van het zestigjarig jubileum was er een monument gemaakt met de namen van leden die tijdens de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen. De plechtigheid begon ’s ochtends op de Zuiderbegraaf-

plaats met een kranslegging op het graf van A. Hilbingh ten Oever, erelid van Achilles. “Daarmee werd de nagedachtenis geëerd van alle overleden leden, ereleden en leden van verdienste”, schreef de verslaggever van Nieuwsblad van het Noorden. Op het eigen terrein volgde daarna de onthulling van een gedenkplaat met de namen van negen leden “die gedurende de Tweede Wereldoorlog aan de vereni-

FOTO'S: SPORTGESCHIEDENIS.NL

Voor nabestaanden en clubs was amper te achterhalen wie er allemaal zijn vermeld op het KNVBmonument – als iemand überhaupt al weet dat dit monument in Zeist hangt

ging zijn ontvallen”. Familieleden van deze slachtoffers waren hierbij aanwezig.

Incompleet Dit clubmonument was alleen niet compleet, schreef historicus Lucie Engberts, die onderzoek doet naar de oorlogsslachtoffers in Assen. Er stond geen enkele Joodse naam op, zoals van de gebroeders Jacob en Heiman


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

De Joodse voetballers hadden niet vrijwillig hun lidmaatschap opgezegd, maar deden dat onder dwang van de anti-Joodse wetten

Officieel klopt het dat deze voetballers tijdens de Holocaust geen lid meer waren, maar dit was wel een zeer kille benadering van de zaak. De Joodse voetballers hadden niet vrijwillig hun lidmaatschap opgezegd, maar deden dat onder dwang van de anti-Joodse wetten, die de bezetters vanaf 1941 ook op de Nederlandse sport hadden toegepast. In feite nam het Achilles-bestuur alsnog die Duitse wetgeving over, negen jaar ná de bevrijding! En daarin stond deze club niet alleen. Hetzelfde gebeurde in heel Nederland, want op veel meer plaatsen werden namen van omgekomen Joodse voetballers vergeten.

FOTO: WIKIMEDIA COMMONS/CC FRITS PETENGA

Magnus, een zeer bekende familie in die streek. Tot hun moord in een concentratiekamp waren ze allebei lid van de voetbalclub geweest. In plaats van negen omgekomen leden had Achilles er maar liefst zeventien – bijna een verdubbeling! “Als reden voor hun afwezigheid,” zo vervolgde Engberts, “werd door het bestuur aangevoerd dat de Joodse leden tijdens de bezetting noodgedwongen van de ledenlijst geschrapt hadden moeten worden. Vanaf november 1941 was het in Nederland verboden voor Joden om nog lid te zijn van niet-Joodse (sport)verenigingen.” Met andere woorden: op het moment van hun moord waren deze Joodse voetballers officieel geen lid meer van hun club en daarom kwamen hun namen ook niet op het clubmonument.

27

GEDENKMONUMENT DAT HERINNERT AAN DE LEDEN VAN DE ASSER VOETBALCLUB ACHILLES 1894 DIE IN DE OORLOGSJAREN OMKWAMEN. VAAG IS NOG TE ZIEN DAT DE PLAQUETTE UIT TWEE GEDEELTEN BESTAAT. HET ONDERSTE GEDEELTE MET DE NAMEN VAN JOODSE OMGEKOMEN ACHILLES-LEDEN IS NAMELIJK LATER (IN 1964) TOEGEVOEGD. HET MONUMENT STAAT NAAST DE INGANG VAN HET STADION VAN ACHILLES.

Moerdijk bijvoorbeeld zijn 75ste verjaardag. Deze clubnaam verwijst direct naar de situatie van het dorp tijdens die begintijd, want TPO is de afkorting van Tussen Puinhopen Opgericht. Moerdijk was in 1945 inderdaad compleet verwoest, nadat het voor de tweede keer in de frontlinie had gelegen, net als in 1940. Maar zowel het dorp als de voetbalclub richtte zich daarna tussen de puinhopen weer op, een mooie en vooral hoopvolle woordspeling van opgericht. Ook TPO is een spiegel van zijn tijd, van de jaren dat Nederland zich oprichtte – in dit geval een mooi verhaal uit onze geschiedenis. Een andere club die kort na de bevrijding is opgericht, is RKSV Driel. In de clubkleuren en het logo worden rood en wit gebruikt, verwijzend naar de Poolse bevrijders van Driel in 1944. Dat wordt ook prominent gemeld op de website van de club: “De kleuren rood en wit van onze vereniging zijn een eerbetoon aan de Poolse para-

Deze wrange situatie illustreert de vijandelijke ontvangst van de weinige Joodse overlevenden van ons land. Ook de sportwereld liet zich daarbij van zijn lelijkste kant zien. In de eerste twee voetbalseizoenen na de bevrijding liep het aantal antisemitische incidenten op het voetbalveld zo snel op, dat de KNVB genoodzaakt was om scheidsrechters extra trainingen te geven om dit tegen te gaan. Gymnastiekclub Zeeburg uit Amsterdam weigerde in de zomer van 1945 om het oude terrein van de Joodse voetbalclub Wilhelmina Vooruit terug te geven, ondanks afspraken die hierover waren gemaakt in 1941, na de gedwongen sluiting van de voetbalclub vanwege de antisemitische wetten. De turners baalden er eigenlijk van dat er nog overlevenden uit de kampen waren teruggekomen, want daardoor moesten zij hun onderkomen weer verlaten. Pas na enkele zeer pijnlijke rechtszaken stuurde de rechter de gymnastiekclub definitief weg. Zo kort na de oorlog was er in ons land dus amper aandacht voor de Holocaust, laat staan voor het herdenken daarvan. Het besluit van het clubbestuur van Achilles om de Joodse slachtoffers niet te noemen op het clubmonument, stond niet op zichzelf, maar was een algemeen patroon in Nederland, óók in het voetbal. Pas in de jaren zestig kwam er een omslag in het nationale bewustzijn ten aanzien van de ruim 100.000 Nederlandse Joden die tijdens de Holocaust zijn vermoord, bijna driekwart van de complete Joodse populatie. Het heeft alleen wel twintig jaar geduurd voordat het zover was.

In feite nam het Achillesbestuur alsnog de Duitse wetgeving over, negen jaar ná de bevrijding! Het illustreert de vijandelijke ontvangst van de weinige Joodse overlevenden van ons land In Assen overtuigde Daan Gans, zelf één van de zeer weinig overlevende Joden in de Drentse hoofdstad, het bestuur van Achilles dat er een uitbreiding moest komen van het clubmonument. Op 19 december 1964 kwam dan eindelijk een extra plaquette, waarmee Achilles álle omgekomen clubleden het terechte eerbetoon gaf. Assen is daarmee illustratief voor de Nederlandse herdenkingscultuur, zoals Achilles in feite een micro-organisme van de hele samenleving is. Voetbal als spiegel

FOTO: COLLECTIE HAAGS GEMEENTEARCHIEF/CC STOKVIS

Vijandige houding

GEDENKPLAAT VOOR DE 2.212 BONDSLEDEN DIE OMKWAMEN IN DE TWEEDE WERELDOORLOG, IN 1949 AANGEBODEN DOOR DE BIJ DE KNVB AANGESLOTEN VERENIGINGEN TER GELEGENHEID VAN HET ZESTIGJARIG BESTAAN VAN DE VOETBALBOND.

van de maatschappij, ook bij de minder fraaie verhalen uit onze geschiedenis.

Clubcultuur Achilles is niet de enige Nederlandse voetbalclub met een eigen oorlogsmonument. Inmiddels zijn er over heel het land ruim veertig opgespoord door Sportgeschiedenis.nl. Hierop worden de leden herdacht die zo gruwelijk uit het clubleven werden gerukt en grote gaten achterlieten in het fijne verenigingsweefsel. Van sommige monumenten bestaat de bijhorende club niet eens meer, zoals van BPC in Amsterdam. En bij de namenlijst van de Sittardsche Boys op een gedenksteen in een kerk in Sittard weet eigenlijk niemand meer wie ze daar precies herdenken. Er zijn echter ook verenigingen, zoals WV-HEDW in Amsterdam en Quick 1888 in Nijmegen, die uitgebreid stilstaan bij hun omgekomen leden tijdens eigen herdenkingen. Er zijn zelfs clubs waarbij de verenigingscultuur tot in onze tijd wordt bepaald door de Tweede Wereldoorlog. Op 1 februari jongstleden vierde voetbalclub TPO uit

chutisten die in de Tweede Wereldoorlog in de Betuwe – en in het bijzonder in Driel – hebben gevochten voor onze bevrijding.” In dat logo is zelfs een parachutist opgenomen! Voor de jubileumfeesten van vorig jaar waren Poolse voetballers uitgenodigd om in Driel te voetballen, maar vanwege corona is dit voorlopig verplaatst. Hoe dan ook: de plaatselijke geschiedenis van Driel van meer dan 75 jaar geleden speelt in 2021 nog steeds een actieve rol in het clubleven. Voor veruit de meeste voetbalclubs speelt de Tweede Wereldoorlog helemaal geen rol. Dat is niet erg, want de behoefte aan herdenken moet uit zichzelf ontstaan en niet bindend worden opgelegd door één of andere wijsneus achter een laptop. Meer dan 75 jaar na de oorlog is het ook helemaal niet zo gek dat mensen zijn vergeten dat voetballers uit hun eigen omgeving of zelfs van hun eigen familie zijn omgekomen. We kunnen niet alles onthouden en alleen maar bezig zijn met vroeger. En sowieso hebben de voetbalclubs het nu natuurlijk al Lees verder op pagina 29


Het coronavirus heeft veel bedrijven en organisaties besmet en doet de sport- en vrijetijdssector op zijn grondvesten schudden. Het klassieke businessmodel staat meer dan ooit onder druk, waardoor sport-, cultuur- en vrijetijdsorganisaties zich nog beter in de markt moeten zetten. In Winst of verlies? De sponsormatch worden de mogelijkheden van sponsoring als financieringsbron voor verenigingen en als marketinginstrument grondig doorgelicht. Hoe kom je tot de ideale match? Winst of verlies? De sponsormatch vertrekt vanuit de sponsorpraktijk om tot pertinente vragen, heldere oplossingen en handige managementtips te komen. Het is een must-read voor iedere sport- en cultuursponsor met een toekomstvisie.

sportsmedia.nl

Hoe we kunnen winnen met financiële én maatschappelijke winsten WWW.SPORTSMEDIA.NL AD W&W 254X196 1210.indd 1

12-10-2020 12:37


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

29

Vervolg van pagina 13

Westerdijk vervolgt: “Als de behoefte om meer te trainen groter wordt, moet er wellicht alsnog door de topsporttalenten naar een Topsport Talentschool worden uitgeweken. Zij hebben voor trainen overdag dan bijvoorbeeld de mogelijkheid om rond een vroege ochtendtraining tussen acht en tien uur heen te roosteren. Het is dus ook aan een bond om te beseffen wat je nodig hebt voor het aanbieden van een topsporttalentprogramma tijdens schooltijden. Topsport Talentscholen doen dat. Het Expertisecentrum ondersteunt de ontheffingsschool om leerlingen het DNA bij te brengen alsof ze op een Topsport Talentschool zitten. Uiteindelijk is het namelijk de bedoeling dat ook hun duale carrière slaagt en dat traject is best pittig. Elk talent telt, ondanks dat er maar een paar de absolute top in hun sport zullen halen. Daarom is duaal presteren enorm belangrijk: als de sportambitie stopt, vervolgt de route naar succes in de maatschappij.”

“De organisatie en de cultuur van een Topsport Talentschool zijn duurzaam ingesteld op het leveren van maatwerk aan de talenten” Cors Westerdijk

Vervolg van pagina 27

helemaal zwaar vanwege de enorme crisis die corona veroorzaakt. De geschiedenis moet maar even wachten, want de toekomst is al moeilijk genoeg. En trouwens, de meeste leden leveren op 4 mei echt wel een bijdrage aan de vele herdenkingen, alleen niet als voetballer.

KNVB-monument Toch heb ik in de afgelopen maanden wel degelijk gemerkt hoeveel belangstelling er is voor het oorlogsverleden van het Nederlandse voetbal. Ik ben namelijk een onderzoek begonnen naar het KNVB-monument in Zeist, het nationale eerbetoon voor de omgekomen voetballers uit Nederland en Nederlands-Indië. Het werd in 1949 onthuld als onderdeel van het zestigjarig jubileum van de KNVB en maakte een diepe indruk op de voetbalgemeenschap. Op het monument staan 2.212 achternamen met initialen, maar zónder verdere gegevens, zoals de bijhorende club of sterfdag. Zo is voor nabestaanden en clubs amper te achterhalen wie er allemaal zijn vermeld – als iemand überhaupt al weet dat dit monument in Zeist hangt. In dat onderzoek ben ik daarom begonnen met het koppelen van die namen aan de betreffende clubs en plaatsen, want die heb ik allemaal kunnen achterhalen. Via een zoeksysteem op de website Voetbalmonument. nl kan iedereen nagaan om wie het gaat, zoekend via clubnaam, plaats of achternaam. Daarbij is het logisch dat iemand als eerste wil weten wat er in zijn eigen omgeving is gebeurd – in mijn geval mijn geboortedorp Dieren, mijn favoriete voetbalclub Feyenoord en mijn woonplaats Amsterdam. Binnen een minuut weet ik dat er zes voetballers uit Dieren op het KNVB-monument staan, vijftien Feyenoorders en 515 Amsterdammers, grotendeels van Joodse voetbalclubs als WV, HEDW en AED.

“Tel je die ook mee?” Deze zoektool werd in mei vorig jaar gelanceerd en was binnen een maand meer dan 100.000 keer geraadpleegd. Dat leverde weer een stroom reacties op van voetbalbestuurders en nabestaanden met vragen, verbeteringen, aanvullingen en zelfs foto’s, die al generaties werden bewaard in een familie als laatste herinnering aan het oorlogsslachtoffer. Mensen waren ontroerd toen ze zagen dat hun vader, broer of opa op dat monu-

FOTO: SHUTTERSTOCK.COM

Elk talent telt

Elk jaar checkt de Topsport Talentschool haar kwaliteit, middels een externe audit, een zelf-audit of een collegiale audit. Deze driejaarlijkse cyclus levert veel data en feedback op, waarmee de school haar eigen kwaliteit verbetert en die van het netwerk. De kwaliteitseisen van het keurmerk staan centraal in de auditcyclus. Eens in de vier jaar herijkt het Expertisecentrum dit keurmerk. Voor de ontheffingsscholen heeft het Expertisecentrum nu een checklist ontworpen, die slechts enkele maar wel essentiële kwaliteitseisen bevat (het light-keurmerk). Westerdijk: “Het is goed dat er meer talenten beter begeleid gaan worden, zoveel is zeker. Het Expertisecentrum verzamelt de data over de

onderwijsresultaten van talenten op zowel de ontheffingsscholen als de Topsport Talentscholen. Zo monitort het Expertisecentrum de kwaliteit voor alle topsporttalenten.”

ment was vermeld, wat ze nooit hadden geweten. Het archiefbeheer van Kampong in Utrecht stuurde zelfs een compleet onderzoek op, net zoals de voorzitter van vv Vorden.

Haan, met veel Joodse namen. In Deventer zat een Middelbare Koloniale Landbouwschool en daarom verloor UD 1875 zo veel leden in Nederlands-Indië. Grote delen van Limburg lagen in het laatste oorlogsjaar in de frontlinie. In plaatsen als Venlo, Tegelen en Montfort hebben de clubs daarom zeer zwaar geleden.

Wat vooral opvalt bij al die reacties, is dat er heel veel namen niet zijn vermeld op het KNVB-monument, zoals de Joodse leden van Achilles. Maar ook veel voetballers van katholieke clubs, die in mei 1940 waren gesneuveld, kregen dit eerbetoon niet, omdat ze enkele maanden vóór de fusie tussen de katholieke voetbalbond en de KNVB waren gestorven. Daarom stond hun dood niet in de administratie. Via katholieke sportbladen zijn er al tientallen namen gevonden die nog onbekend waren. En dan waren er ook nog heel wat voetballers omgekomen in voormalig Nederlands-Indië, zoals bijvoorbeeld in Deventer bij de Koninklijke UD 1875. “Tel je die ook mee?”, vroeg de archiefcommissie in een e-mail, waarop ik bevestigend antwoordde. “O, dan hebben we nog eens vijftien oorlogsslachtoffers”, waarmee het totaalaantal steeg naar maar liefst 42.

Laat jongeren samen met hun leraar en club interviewprojecten organiseren met de oudste leden, zodat de ene generatie aan de andere kan vertellen wat er in de oorlog met hun club is gebeurd Maatschappelijke rol Veel voetbalclubs, denk ik inmiddels, waren weinig bezig met hun eigen oorlogsgeschiedenis, omdat ze zich er gewoon niet van bewust waren. Door dit onderzoek naar het KNVB-monument wordt ineens duidelijk welke enorme maatschappelijke rol voetbal in oorlogstijd heeft gespeeld, zoals die sport dat nu trouwens ook doet. Elke voetbalvereniging heeft een eigen verhaal en elke voetbalvereniging is een spiegel van de maatschappij. In Winschoten was een grote Joodse gemeenschap, waarvan bijna niemand terugkeerde. Dat is te zien bij de dodenlijst van WVV, de club van Jan Mulder en Arie

TOPSPORTTALENT Een topsporttalent is een sporter die een NOC*NSFstatus heeft. De drie meest voorkomende statussen voor topsporttalenten tussen de twaalf en achttien jaar zijn de Beloftestatus, de NT-status (talent op nationaal niveau) en de IT-status (talent op internationaal niveau).

Voetbal op school Via voetbal is zo een verbinding te maken met de opleiding van de jonge clubleden. Scholieren vinden geschiedenislessen vaak maar saai, omdat het zo ver weg staat van hun dagelijkse beleving. Het internationale onderwijsproject ‘Football Makes History’ heeft in reactie hierop geschiedenislessen ontwikkeld, waarbij grote maatschappelijke thema’s via het voetbal worden aangereikt. Door heel Europa worden scholieren aan het werk gezet door ze te laten uitzoeken sinds wanneer hun favoriete club eigenlijk bestaat, waarom die bepaalde clubkleuren gebruikt en of daar ook aan vrouwenvoetbal wordt gedaan – en zo ja, sinds wanneer. De docent kan daarna onderwerpen behandelen als nationale identiteit en emancipatie, zwaaiend met clubvlaggetjes en getooid in een voetbalshirt. De Tweede Wereldoorlog leent zich hier ook prima voor, want in elke klas zitten jongens en meisjes die bij een club spelen. Laat ze samen met hun leraar en club interviewprojecten organiseren met de oudste leden, die mannen en vrouwen van tachtig jaar en ouder, zodat de ene generatie aan de andere kan vertellen wat er in de oorlog met hun club is gebeurd. Gewoon in de eigen clubkantine (als er geen lockdown is) en dan afronden met een werkstuk voor de geschiedenisles. Of een toneelstuk, wat in de afgelopen jaren ook al veel is gedaan. Zo ontdekken zowel deze scholieren als hun eigen clubs wat er in de oorlog is gebeurd. Wat weer relevant is voor mijn nationale onderzoek. En vergeet dan niet ook te graven in die pijnlijke geschiedenis van de eerste naoorlogse jaren, toen de Joodse overlevenden zo vijandig werden ontvangen. Het voorbeeld van Achilles staat echt niet op zichzelf, want vanuit steden als Dordrecht, Amsterdam en Groningen horen we precies dezelfde geluiden. Wie via het voetbal in de spiegel van de maatschappij kijkt, ziet zowel mooie als pijnlijke dingen.

Vragen of opmerkingen kunnen gedeeld worden via het e-mailadres jurryt@sportgeschiedenis.nl, zowel inhoudelijk over het KNVB-monument als over eventuele onderwijsprojecten.


30

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

Sport&Strategie

Wetenschap&Onderzoek

Vruchtbare samenwerking bij sportakkoorden hangt af van lokale context Een succesvolle uitvoering van het lokale sportakkoord hangt in hoge mate af van de mate waarin de lokale partijen tot vruchtbare samenwerking weten te komen. Dit artikel bespreekt de lokale contextfactoren die daarbij een rol spelen. Door middel van het afnemen van diepte-interviews met adviseurs lokale sport en een vragenlijst onder sportformateurs heeft het Mulier Instituut een eerste (en voorlopig) inzicht gekregen in de bevorderende dan wel belemmerende werking van deze lokale contextfactoren.1 Enkele van de uitkomsten hiervan presenteren we hieronder. DOOR AD HOOGENDAM EN PETER NAFZGER

Tot een succesvolle uitvoering van het lokale sportakkoord komen is bepaald geen gemakkelijke opgave en daar is ook geen blauwdruk voor te bedenken, aangezien de situatie in iedere gemeente anders is. Het Mulier Instituut heeft gebruikgemaakt van het integrale raamwerk van Emerson et al. over “samenwerkend besturen” om de lokale contextfactoren in kaart te brengen die van invloed zijn op de samenwerking. 3 De contextfactoren zijn door ons vertaald naar de situatie van de lokale sportakkoorden. Tabel 1 bevat een overzicht van de belangrijkste contextfactoren. Met elkaar geven ze een beeld van de lokale voedingsbodem om tot vruchtbare samenwerking te komen.

Beleidskader De lokale akkoorden staan in de meeste gevallen niet op zichzelf, maar bouwen voort op het bestaande sportbeleid. Uit de vragenlijst onder sportformateurs blijkt dat slechts in twaalf procent van de gemeenten het sportakkoord volledig losstaat van de bestaande sportnota. In twee derde van de gevallen is het een aan-

FOTO: ANP FOTO/CC HANS DE RHOON

Tot nu toe is er in 344 van de 352 gemeenten een lokaal sportakkoord opgesteld. Daarbij stellen allerlei partijen van binnen en buiten de sport zich achter de ambities en doelen van het lokale akkoord. In het ideale geval zien ze de uitvoering van het lokale akkoord als een gezamenlijke opgave. Hier is dan sprake van cocreatie van beleid: het proces waarin twee of meer publieke en non-publieke actoren samenwerken aan maatschappelijke vraagstukken, die actoren individueel niet kunnen oplossen. 2 Door de wisselwerking tussen diverse actoren en hun verschillende perspectieven ontstaat een geheel aan duurzame oplossingen. Dit leidt tot een groter draagvlak en een gevoel van ‘eigenaarschap’ onder betrokkenen.

vulling op de sportnota en dertien procent geeft aan dat het een uitvoeringsplan van de sportnota is. Dit laatste roept de vraag op of het lokale sportakkoord nieuwe mogelijkheden opent, of dat het vooral ‘meer van hetzelfde’ is. Wanneer het bestaande sportbeleid sterk leidend is, kan dit belemmerend werken, omdat het dan moeite kost van de gebaande paden af te wijken. Wanneer dit niet het geval is, of wanneer gemeentelijk sportbeleid ont-

breekt, kan het juist ruimte bieden voor nieuwe initiatieven. In de onlangs uitgevoerde Monitor Lokaal Sportbeleid 20204 is gevraagd welke rol gemeenten voor zichzelf zien bij het sportbeleid. Bijna de helft van de gemeenten gaf aan dat zowel de ontwikkeling als de uitvoering van het beleid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van gemeenten en maatschappelijke partners. Dat lijkt dus een gunstige voorwaarde voor de samenwerking

bij de lokale akkoorden. De gemeente is immers al gewend het beleid met anderen vorm te geven. Daartegenover staat dat in 32 procent van de gevallen de gemeente zelf de doelen en randvoorwaarden van het beleid bepaalt. In dat geval is het de vraag of gemeenten bij de totstandkoming en uitvoering van sportakkoorden in staat zijn om een andere, meer ‘bescheiden’ rol aan te nemen.


WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Middelen en menskracht Volgens de sportformateurs zijn beschikbare middelen (denk aan uitvoeringsbudgetten, projectsubsidies en menskracht) de meest bepalende succesfactoren voor een constructieve samenwerking. Voor hen is ook duidelijk dat het beschikbare uitvoeringsbudget alleen niet voldoende is om de ambities te kunnen waarmaken. In 47 procent van de akkoorden wordt daarom gesproken over de inzet van andere middelen dan alleen het uitvoeringsbudget. Bij de andere helft staat dat niet vast, wat de financiering van activiteiten onzeker maakt. Die onzekerheid wordt groter in het licht van dreigende bezuinigingen, als gevolg van de gemeentelijke tekorten die zijn ontstaan door de recente decentralisatieoperaties. Deze onzekerheid over de toekomstige financiering is een factor die de samenwerking kan belemmeren. Een andere belangrijke factor is de aanwezigheid van een uitvoeringsorganisatie, bijvoorbeeld een sportserviceorganisatie waar de uitvoering van het sportakkoord is belegd. Bij 130 van de 198 lokale akkoorden was zo’n organisatie ondertekenaar. De aanwezigheid van zo’n organisatie vergroot de slagkracht. Maar het risico bestaat dat andere partners hierdoor ‘achterover gaan leunen’.

Organisaties en netwerken in de sport Zowel adviseurs lokale sport als sportformateurs geven aan dat het veel uitmaakt of partijen elkaar al kennen en of er al wordt uitgewisseld en samengewerkt. Soms is er een bestaand sportnetwerk of een Sportraad. De bijeenkomsten over het sportakkoord kunnen op zichzelf al een belangrijke impuls geven aan meer samenwerking en netwerkvorming. Een belangrijke voorwaarde is volgens adviseurs lokale sport, dat er vanuit de gemeente of uitvoeringsorganisatie al goede contacten zijn met de verenigingen. De aanwezigheid van lokale verenigingsondersteuners helpt om te weten wat er speelt bij verenigingen. Daardoor voelen verenigingen zich gehoord en zijn deze eerder geneigd om zich voor gemeenschappelijke ambities in te zetten. Dit wordt bevestigd door de sportformateurs: daar waar reeds een sterke structuur van vereni-

31

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

gingsondersteuning is, verliep het proces om tot een sportakkoord te komen over het algemeen (veel) beter. Een sleutelrol daarbij wordt gespeeld door betrokken sportserviceorganisaties en gedreven buurtsportcoaches.

Mentale omslag De wijze waarop partners (en verenigingen) in het verleden met elkaar hebben samengewerkt aan het sportbeleid, werkt door in de onderlinge relaties. De belangrijkste factor hierbij is vertrouwen. De adviseurs lokale sport vertellen dat regelmatig grote afstand tussen gemeenten, lokale sportbedrijven en verenigingen bestaat. In een enkel geval is zelfs sprake van onderling wantrouwen. Het spreekt voor zich dat dit geen goede uitgangspositie is voor een vruchtbare samenwerking. Deze staat of valt met het gevoel van ‘eigenaarschap’ onder betrokken partijen. Dat begint met een besef dat men elkaar nodig heeft om de eigen ambities te realiseren. Zowel sportformateurs als adviseurs lokale sport rapporteren dat met name verenigingen snel afhaken, zeker tijdens de coronapandemie. De prioriteiten van verenigingen liggen nu niet bij de sportakkoorden. Volgens Torfing et al. is een van de grootste potentiële belemmeringen voor cocreatie “de noodzaak tot een pijnlijke omslag in rolopvatting van potentiële deelnemers”.5 Cocreatie vraagt zowel van overheden als maatschappelijke partners een andere rol en taakopvatting. Het vraagt van alle betrokkenen een ‘mentale omslag’: politici en ambtenaren die zichzelf zien als ‘beleidsbepalers’ moeten leren een stapje terug te doen. Maar ook medewerkers van uitvoeringsorganisaties, buurtsportcoaches en andere professionals krijgen een andere rol en moeten meer samenwerken buiten de grenzen van hun eigen organisatie en vakgebied. Deze hele operatie vraagt daarmee om een cultuuromslag en roltransformatie, en zoiets kost tijd.

TABEL 1 LOKALE CONTEXTFACTOREN VOOR VRUCHTBARE SAMENWERKING.

Beleidskader De mate waarin sport prioriteit heeft binnen de gemeente Het bestaande sportbeleid De rol van de gemeente Middelen en menskracht Beschikbaar (uitvoerings)budget Toekomstige financiering Inzet ambtenaren, coördinator, buurtsportcoaches et cetera Aanwezigheid van een uitvoeringsorganisatie Organisaties en netwerk in de sport Aanwezigheid van een sportnetwerk of platform Aanwezigheid van verenigingsondersteuning De instelling van betrokken partijen en onderlinge verhoudingen Onderlinge (machts)verhoudingen Onderling vertrouwen Gevoel van eigenaarschap Besef van wederzijdse afhankelijkheid/noodzaak van samenwerking Bereidheid om de eigen rol en taakopvatting aan te passen Invloed van de coronapandemie Aanjagers voor samenwerking Initiërend leiderschap: iemand die de boel op gang kan brengen en partijen kan enthousiasmeren Bron: Mulier Instituut, interviews onder adviseurs lokale sport (via NOC*NSF), najaar 2020.

voor is de aanwezigheid van inspirerend en initiërend leiderschap noodzakelijk: mensen die partijen bij elkaar brengen en hen weten te enthousiasmeren om samen te werken. Samen vormen bovenstaande factoren de lokale context. Deze context is geen statisch gegeven, maar verandert door de tijd. Onder andere onder invloed van hoe de samenwerking zich ontwikkelt en

1

2

3

Aanjagers Al deze factoren bepalen in hoeverre er sprake is van een voedingsbodem voor vruchtbare samenwerking. Maar ook al is de voedingsbodem nog zo gunstig, zonder ‘aanjagers’ komt deze niet op gang. Hier-

4 5

welke resultaten daaruit voortkomen. Er is dus sprake van een dynamische wisselwerking tussen de context en het lokale samenwerkingsverband. Zo kan cocreatie het onderlinge vertrouwen vergroten en kunnen succesvolle uitkomsten van gemeenschappelijke acties het samenwerkingsverband versterken.

Ad Hoogendam en Peter Nafzger zijn werkzaam als onderzoeker bij het Mulier Instituut.

I. Pulles, M. Reitsma, A. Hoogendam, P. Nafzger & H. van der Poel (2020). Monitor Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’. Van akkoord naar uitvoering. Voortgangsrapportage november 2020. Mulier Instituut, Utrecht. J. Torfing, E. Sørensen & A. Røiseland (2019). ‘Transforming the Public Sector Into an Arena for Co-Creation: Barriers, Drivers, Benefits, and Ways Forward’, in: Administration and Society, 51(5), p. 795-825. K. Emerson, T. Nabatchi & S. Balogh (2012). ‘An integrative framework for collaborative governance’, in: Journal of Public Administration Research and Theory, 22(1), p. 1-29. De bevindingen van de Monitor Lokaal Sportbeleid 2020 zijn op te vragen bij Ad Hoogendam, Daniëlle Ruikes en Remco Hoekman. J. Torfing, E. Sørensen & A. Røiseland (2019). ‘Transforming the Public Sector Into an Arena for Co-Creation: Barriers, Drivers, Benefits, and Ways Forward’, in: Administration and Society, 51(5), p. 795-825.

Column

Lieve voorzitter, wat zitten je grijze haren goed! De kans is groot dat wanneer je de (online)bestuurskamer van een willekeurige sportvereniging in Nederland binnenwandelt, je twee 50-plussers en één 65-plusser ziet zitten. Niet slecht in deze tijd, aangezien onze bestuurRESIE HOEIJMAKERS ders hiermee vooraan staan in de rij voor de vaccinaties tegen het coronavirus en de sport mogelijkerwijs sneller kan opkrabbelen dan andere sectoren. Toch is verjonging van verenigingsbesturen al decennia een aandachtspunt van beleid. Verschillende programma’s, trainingen en campagnes zijn in het leven geroepen om jongeren te enthousiasmeren voor bestuursfuncties. In het huidige Nationaal Sport­ akkoord wordt het cv-waardig maken van bestuursfuncties als speerpunt gepresenteerd om meer jongeren aan het ‘verenigingsbesturen’ te krijgen. Desondanks is het aandeel 65-plussers in het verenigingsbestuur sinds 2007 meer dan verdubbeld en

rapporteren verenigingen steeds vaker een gebrek aan aanwas van nieuwe bestuurders. Deze ontwikkelingen stellen vraagtekens bij het nut en de effectiviteit van de inzet op verjonging. Hoe realistisch is het om meer jonge mensen bereid te vinden de taken en verantwoordelijkheden van het besturen van een club op zich te nemen, wanneer vergroting van de bestuurdersaansprakelijkheid en toenemende regeldruk steeds meer tijd en verantwoordelijkheid van bestuurders vragen? Ook de trend naar grotere verenigingen met meer activiteiten en doelgroepen maakt het besturen complexer en tijdrovender. Misschien moeten we anders gaan denken? Aangezien het ons niet lukt om de werkdruk van deze vrijwillige functies te verlichten en een toenemende vergrijzing van onze samenleving wordt aangekondigd, is het pensioenwaardiger maken van bestuursfuncties wellicht een effectievere strategie? Zo maken we gebruik van de ervaring en tijd van de groeiende groep

ouderen, houden we tegelijkertijd ouderen actief en voorkomen we sociaal isolement. We kunnen een eerste stap zetten in het pensioenwaardiger maken van bestuursfuncties door van het besturen (weer) een eervolle activiteit te maken en de vergrijzende bestuurders de erkenning, respect en dankbaarheid te geven die zij verdienen. Ook bonden kunnen verenigingen helpen, door oudere leden voor bestuurswerk te benaderen, te voorzien in toegesneden aanbod om ze voor te bereiden en hen te ondersteunen. Want het lijkt erop dat we onze pensioengerechtigde verenigingsbestuurders nog heel hard nodig gaan hebben de komende jaren!

Resie Hoeijmakers is promovendus bij het Mulier Instituut en de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de toekomstbestendigheid van sportverenigingen in Nederland.


Sport&Strategie

FEBRUARI/MAART 2021 // JAARGANG 15 // EDITIE 1

SPORTGESCHIEDENIS…

Column

Reinigende tucht Lionel Messi verdiende in de periode november 2017 tot en met juni 2021 bij zijn werkgever FC Barcelona 555.237.619 euro. Bruto, dus daar gaat nog wat van af. Niet zo heel veel, vermoedelijk, want profvoetballers in de hogere salarisschalen beschikken over hele teams van gehaaide professionele belasBERT WAGENDORP tingontduikers. De verontwaardiging die gepaard ging met de onthulling van de krant El Mundo over het inkomen van Messi, is herkenbaar. Al decennialang wekken de salarissen in het profvoetbal woede. In de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw werd bekend dat de rechtsbuiten van Ajax, Tscheu La Ling, jaarlijks bruto 250.000 gulden salaris ontving, iets meer dan een ton in euro’s. Daar werd alom schande van gesproken. Tscheu verdiende meer dan een minister. Messi verdient meer dan alle ministers in de Europese Unie bij elkaar. Hij verdient per dag meer dan minister-president Rutte in een jaar. Hij kan natuurlijk ook zeker 365 keer beter voetballen dan Rutte. Niettemin is het tamelijk veel, die 555 miljoen. Messi is, als hij straks is uitgevoetbald, ruimschoots miljardair. Volgens het tijdschrift Forbes, dat de salarissen in de sport goed bijhoudt, bereikte Cristiano Ronaldo, voetballer van Juventus, de miljardairsstatus het afgelopen jaar al. Hij was daarmee de derde topsporter die de grens van 1.000 miljoen overschreed. Golfer Tiger Woods deed dat al in 2009, bokser Floyd Mayweather was de tweede. Je kunt het abject vinden, die bedragen, en je kunt je afvragen of de bovengemiddelde beheersing van een spelletje zulke revenuen rechtvaardigt. In het geval van Woods was diens inkomen nog enigszins verklaarbaar: hij dankte zijn Dagobert Duck-status vooral aan zijn sponsor Nike. Nike geeft jaarlijks miljarden uit aan het aan zich binden van de grote sterren in diverse sporten. Daaraan gaat simpel rekenwerk vooraf. De sporter en de swoosh op zijn shirt of schoenen zorgen voor omzet en het rendement op de investering is hoger dan de kosten. Is dat niet langer het geval, dan verdwijnt de voormalige superster met een boeketje bloemen door de achterdeur. Je zou het zelfs een vorm van rechtvaardigheid kunnen noemen: de sporter deelt mee in de winsten die clubs en bedrijven over zijn rug binnenhalen. Johan Cruijff verdiende in zijn laatste jaren bij Ajax, in het begin van de jaren zeventig, een bedrag van 95.000 gulden per jaar. Hij was toen de beste voetballer ter wereld. Cruijff werd pas miljonair toen hij verhuisde naar Barcelona. Barça had het bedrag dat voor Cruijff was uitgegeven al terugverdiend toen de Nederlander alleen nog maar een paar vriendschappelijke wedstrijden voor de Catalanen had gespeeld. Ik wil niet meteen van uitbuiting spreken, maar helemaal rechtvaardig was het niet. Het stadion van Barcelona was die jaren uitverkocht vanwege één man: Cruijff. Feitelijk had zijn bewierookte schoonvader Cor Coster een abominabele deal gesloten, die vooral in het voordeel van de club was. Mayweather verdiende zijn miljard vooral door te delen in de opbrengsten van betaaltelevisie – fair deal. Bij Messi en Ronaldo ligt het ingewikkelder. De logica achter hun gigasalarissen is niet zozeer boekhoudkundig, als wel emotioneel en irrationeel. Het contract van Messi kwam tot stand onder de inmiddels verdwenen voorzitter Josep Maria Bartomeu, die met het vastleggen van Messi, de beste speler ter wereld, vooral zijn eigen positie beschermde. Op kosten van de club. En die is, bleek uit het verhaal in El Mundo, mede door het monstercontract van Messi in financieel zwaar weer beland. De schuld bedroeg in januari bijna 1,2 miljard euro, waarvan 730 miljoen op korte termijn moet worden afgelost. FC Barcelona heeft zelfs nog een schuld uitstaan bij Ajax, het transfergeld voor Frenkie de Jong is nog niet helemaal voldaan. Het Juventus van Cristiano Ronaldo (en Matthijs de Ligt) behoort ook tot de tientallen grote clubs met enorme schulden. Het is te hopen (hoewel niet voor de Barça-fans natuurlijk) dat FC Barcelona binnenkort gierend failliet gaat. Net als Real Madrid (dat ook schulden in de buurt van 1 miljard heeft!), Juventus, AC Milan, Inter, AS Roma, Manchester United, Tottenham Hotspur, Atlético Madrid, Liverpool en een lange reeks andere clubs. Jammer van al die grote namen, maar gezond voor de sport. De reinigende tucht van de markt. De wal die het schip keert, de zeepbel die eindelijk wordt doorgeprikt. Een eind aan de waanzin.

DE SPORT VOLGENS

TRIK

De eeuwige onzekerheid van Nelli Cooman Nelli Cooman won twee wereldtitels en werd zes keer Europees indoorkampioen op de 60 meter sprint. Ondanks haar palmares bleef ze gedurende haar hele carrière vaak intens onzeker totdat het startschot viel. DOOR MICHA PETERS

In maart vorig jaar blikte Nelli Cooman, geboren op 6 juni 1964 in Paramaribo, tijdens een speciale bijeenkomst ter afsluiting van de expositie GIRLPOWER in Museum Rotterdam terug op haar sportcarrière. O ve r h a a r e e r s te levensjaren zei ze: “ Mijn bloed bleek niet in orde, ik heb toen in het ziekenhuis een bloedtransfusie gekregen. Ik was de eerste baby in SuriNELLI COOMAN IN HAAR BEKENDE CONCENTRATIERITUEEL VOOR DE START name bij wie dat lukte. VAN HAAR 100 METER. Ik bedoel maar: ik heb al bij mijn geboorte moeten knokken. Ik moest en zou overleven, die mentaliteit ben ik nooit meer kwijtgeraakt. Als achtjarig meisje ben ik met mijn ouders naar Rotterdam gekomen.” FOTO: ANP FOTO

32

Miss Pelé In Rotterdam ging ze op voetbal en kreeg ze al snel de bijnaam ‘Miss Pelé’. Op haar zestiende, tijdens een sportdag op school, werd duidelijk dat ze goed kon sprinten. Drie maanden later deed ze al mee aan de Europese jeugdkampioenschappen in Utrecht. Nadat ze haar middenstandsdiploma had gehaald, werd ze in 1984 professional. Henk Kraaijenhof werd haar trainer. Een jaar later won Cooman in Griekenland haar eerste Europese titel. Het succes steeg haar enigszins naar het hoofd. Tijdens een familiediner zette de moeder van de jonge Nelli haar dan ook op haar nummer, zo staat in Sprintkoninginnen (Amsterdam, 2016) van Kees Kooman: “Als je de trap van de roem beklimt, blijf je de mensen links en rechts vriendelijk groeten. Want dan pas zullen ze blijven zeggen, wanneer je op je smoel valt: die Nelli heeft tenminste nooit kapsones gehad.”

Allemaal nep Kapsones of niet, op de baan straalde Cooman van begin af aan rust, zekerheid en ontspanning uit. Ze gaf de concurrentie vlak voor de start een handje en richtte zich vervolgens in een kort moment tot het opperwezen. Geloof heeft in het leven van Cooman altijd een grote rol gespeeld. Die rust en zekerheid waren echter slechts een façade: “Van binnen stond ik in brand. Mijn hartslag was in rust al ontzettend hoog, ver boven de honderd. Het leek alsof ik de sprint al achter de rug had.” En dat was allemaal nog maar vlak voor de start. De avond en nacht voorafgaand aan belangrijke wedstrijden deed ze geen oog dicht. Alleen trainer Kraaijenhof kon haar enigszins tot rust brengen. Die zat steevast met een boek in de hand op een stoel naast haar bed. Cooman in Sprintkoninginnen: “De boeken die hij allemaal heeft gelezen in die jaren! De dikste Ludlums of anders boeken over psychologie. Ik kon alleen maar slapen met het licht aan. Nou ja slapen, een beetje wegdoezelen.”

Zelfmoord In aanloop naar de Spelen van 1988 in Seoel kampte Cooman met tal van problemen met de rest van de atletiekploeg en wist ze zich daarnaast maar ternauwernood te kwalificeren voor de 100 meter. Dit kwam haar zelfvertrouwen niet ten goede en leidde tot een kortstondige depressie. Op SportknowhowXL.nl zei ze hierover: “Op een gegeven moment zat ik in de auto en was ik er helemaal klaar mee. Ik trapte het gaspedaal in. Ik reed misschien wel tweehonderd kilometer per uur en ik zag blauw licht om me heen. Ik dacht dit is het einde, maar het bleek een politieauto. Zij hebben me aan de kant gezet en tot rust gebracht. Ik kreeg geen boete, ze hebben op me ingepraat, me begeleid en ervoor gezorgd dat ik weer rustig naar huis kon rijden.” Cooman kwam de inzinking te boven en zou nog vele nationale en internationale sprintsuccessen boeken. In 1995 hing ze haar spikes definitief aan de wilgen.