Issuu on Google+

20

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 6 MAART 2013

Wetenschap

Pep voor immuunsysteem baby Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Amerikaanse wetenschappers hebben een stof gevonden die het onrijpe immuunsysteem van baby’s oppept. De vondst maakt het wellicht mogelijk om kinderen in de toekomst meteen na de geboorte te vaccineren. Dat kan wereldwijd veel sterfgevallen voorkomen. Baby’s worden nu pas na

twee maanden voor het eerst ingeënt omdat voor die tijd hun immuunsysteem onvoldoende reageert. Dat systeem is in de baarmoeder nog niet zo sterk ontwikkeld om reacties tussen moeder en kind te voorkomen. Na de geboorte versterkt het zich razendsnel maar in de eerste maanden zijn kinderen vatbaar voor infecties. De wereldgezondheidsorganisatie WHO schat dat jaarlijks twee miljoen pasgeborenen overlijden aan een infectie. Infectiologen van het Boston’s Chil-

dren Hospital richtten zich op een specifieke receptor op de witte bloedcellen. Die cellen hebben aan de buitenkant tien verschillende receptoren die als een soort radardetectie fungeren: zij herkennen binnendringende ziekteverwekker op en zetten immuuncellen aan tot een verdediging. De Amerikanen ontdekten eerder dat het stimuleren van die receptoren bij volwassenen effect heeft, maar bij baby’s niets doet. Met één uitzondering: receptor 8 blijkt wél gevoelig voor stimulatie.

De afgelopen jaren testten ze de stimulerende werking van tal van stoffen op witte bloedcellen van baby’s, die ze haalden uit navelstrengbloed. Deze week beschrijven ze in PLoS ONE een succes. Een bepaalde benzazepine, een stof die wordt beproefd als geneesmiddel tegen kanker, blijkt een groot effect te hebben op die witte bloedcellen. De stof leidt tot een flinke productie van cytokines, eiwitten die het immuunsysteem op gang helpen. Daarnaast worden de cellen geactiveerd die door

het hele lichaam patrouilleren en binnendringers aan de immuuncellen presenteren. De Amerikaanse wetenschappers willen onderzoeken of de stimulerende stof op termijn aan een vaccin kan worden toegevoegd als een soort versterker. Nederlandse immunologen noemen de bevindingen interessant, maar waarschuwen dat het alleen nog maar om celonderzoek gaat. Of de stof ook in baby’s het immuunsysteem versterkt, moet worden afgewacht.

Darwins wolf liep naar de Falklands Van onze verslaggeefster Lisa Bontenbal

amsterdam De Falklandwolf liep 16 duizend jaar geleden doodleuk van Argentinië naar de Falklandeilanden over zee-ijs, jagend op pinguïns en zeehonden. Dat verklaart het mysterie van de oorsprong van de wolf, schrijven wetenschappers deze maand in Nature Communications. De Dusicyon australis, die in 1876 uitstierf, was het enige landdier op de Falklandeilanden en niemand wist hoe hij daar was gekomen. Onderzoekers van de universiteit van Adelaide losten het op door dna van het dier te vergelijken met levende en uitgestorven wolfssoorten uit Chili en Argentinië. Ze analyseerden weefsel van een door Dar-

win verzamelde wolvenschedel. Onderzeese terrassen aan de Argentijnse kust maakten duidelijk dat het zeeniveau tijdens de laatste ijstijd beduidend lager was. Er ontstond toen een smalle zeeëngte naar het vasteland. Als die was dichtgevroren, konden wolven dus naar de overkant lopen. Andere theorieën, zoals indianen die tamme wolven per kano meenamen, kunnen de prullenmand in. Leo Linnartz, wolvenexpert van ARK natuurontwikkeling, vindt de resultaten plausibel. ‘Tijdens ijstijden staken veel zoogdieren op deze manier over. Zoals de lynx in Engeland.’ De Falklandwolf is bekend omdat hij Darwin op het idee van de evolutietheorie bracht, vertelt Steven van der Mijer van Naturalis. ‘Op elk eiland bleek hij aangepast aan de lokale omstandigheden.’

ABC van denkfouten

De uitgestorven Falklandwolf verschalkt een pinguïn.

Illustratie Michael Rothman

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUVWXYZ

Zero risk bias: waarom we risico’s willen uitsluiten ie zich op elk moment van de dag bewust zou zijn van de risico’s die hij neemt, zou de deur niet meer durven uitgaan, niet meer willen sporten of klussen en bijna niets meer durven eten. Het liefst zou ik eigenlijk alle risico’s willen uitbannen en ik ben niet de enige. Voor risico’s die we zelf in de hand hebben, zoals autorijden zonder gordel, roken of drinken, knijpen de meeste mensen een oogje dicht. Ze weten dat roken je leven kan verwoesten en dat het verkeer slachtoffers maakt. Dat overkomt mij niet, zo redeneren ze. Hier speelt onze ingebouwde zelfoverschatting op, ook een denkfout, zie de L, van Lake Wobegon-effect. Maar bij ongrijpbare risico’s, die je niet zelf kunt beheersen, zoals radioactieve straling of giftige chemicaliën, accepteren de meeste mensen geen risico’s. Die willen ze het liefst tot nul reduceren, zoals blijkt uit het protest tegen hoogspanningsmasten of uit de maatregelen om een gevaarlijke tunnel superveilig te maken. De neiging om bij belangrijke kwesties de voorkeur te geven aan geen enkel risico, ook al zijn er opties die een grotere risicovermindering bewerkstelligen, wordt de zero risk bias genoemd. De sociale wetenschappers Jonathan Baron,

W

Rajeev Gowdan en Howard Kunreuther legden proefpersonen deze casus voor: twee steden hebben vuilnisbelten die het grondwater vervuilen. De ene stad heeft twee miljoen inwoners, de andere één miljoen. De afvalberg van de grote stad veroorzaakt acht gevallen van kanker per jaar; die van de kleinere stad leidt tot vier gevallen per jaar. De steden hebben een beperkt budget om de vuilnisbelt schoon te maken. Er zijn drie opties: 1. Beide afvalhopen worden gedeeltelijk schoongemaakt, waardoor het aantal kankergevallen in de grote stad wordt gereduceerd van acht tot vier en in de kleine stad van vier tot twee. 2. Een totale schoonmaakoperatie van de vuilnisbelt van de kleine stad en een gedeeltelijke van de afvalberg in de grote stad. Daardoor vermindert het aantal kankergevallen in de kleine stad

van vier tot nul, en in de grote stad van acht tot zeven. 3. Een grote schoonmaak van de vuilnisbelt in de grote stad, en een gedeeltelijke reiniging van die in de kleine stad. Het aantal kankergevallen in de grote stad wordt zo gereduceerd van acht tot drie, en in de kleine stad van vier tot drie. Hoewel optie 2 tot een vermindering van vijf kankergevallen per jaar leidt, en optie 1 en 3 tot zes minder, koos 42 procent van de proefpersonen, onder wie rechters en politici, voor optie 2. Waarom kozen deze mensen voor het nulrisico? Als het risico geëlimineerd is, hoef je je geen zorgen te maken, en dat is ook wat waard, schrijft Jonathan Baron in Thinking and Deciding. Maar let op, nul risico is een illusie. Wie denkt dat hij nul risico heeft, maakt een denkfout. Alleen het risico om kanker te krijgen door vervuiling van deze vuilnisbelt is uitgebannen, maar niet het risico van kanker door andere oorzaken. ‘Van leven ga je dood’, zong Robert Long al. En dood gaan we allemaal. Dit is de laatste aflevering van een 26delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.

ABC OVERZICHT Affectheuristiek: Gevoelens kunnen ons op een dwaalspoor brengen Beschikbaarheidsfout: Recente herinneringen misleiden ons brein Confirmation bias: We zoeken altijd bevestiging van ons gelijk Cognitieve Dissonantie: We herzien onze opvattingen Endowment-effect: We overwaarderen ons bezit Fundamentele attributiefout: We schrijven iemands gedrag toe aan zijn persoonlijkheid Groepsdenken: We conformeren ons aan het standpunt van de groep Hindsight bias: Achteraf denken we dat we het al wisten Information bias: Ook als het niet nodig is blijven we zoeken naar informatie Just world bias: We geven het slachtoffer soms de schuld Kokerillusie: We overschatten ons toekomstig geluk Lake Wobegon effect: We vinden alleen onszelf enorm goed Magisch denken: We denken dat onze gedachten de gebeurtenissen beïnvloeden Negativity bias: Negatieve ge-

beurtenissen onthouden we beter Omission bias: Acties vinden we erger dan niets doen Post hoc ergo propter hoc: We denken te vaak in oorzaak en gevolg Tu Quoque: Met jij-bakken pareren we aanvallen Representativiteitsfout: We laten stereotypen ons oordeel vertroebelen Selectieve waarneming: We zien wat we verwachten te zien Texas Sharpshooter fallacy: We neigen patronen te zien in willekeurige gebeurtenissen Ugly sisters: We verhaspelen namen als ze ons zijn ontschoten Verloren-kostenfout: We nemen het verleden mee bij kostenberekeningen Well travelled road effect: Een bekende weg lijkt korter te duren X, de onbekende grootheid: Als we iets niet weten, lijkt het waar te zijn Yours is a Very Bad Hotel: Uit wraakgevoel reageren we irrationeel Zero risk bias: We willen risico’s uitsluiten


20

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 27 FEBRUARI 2013

Wetenschap

Stroom uit laagje koolstof op de vensterruit Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

amsterdam Een onzichtbaar dun koolstofvlies op vensterruiten kan zomaar de toekomst van de zonne-energie blijken, als dat koolstof tenminste het één atoomlaag dikke grafeen is. Dat wondermateriaal lijkt ook geknipt om licht in stroom om te zetten, nu Nederlandse onderzoekers hebben ontdekt dat het efficiënt elektrische signalen genereert met het hele spectrum van zonlicht. Gewone zonnecellen van bijvoorbeeld silicium gebruiken een beperkt deel van het lichtspectrum.

Video’s geven herkomst meteoriet aan

In het vakblad Nature Physics van deze week beschrijven fysici Klaas-Jan Tielrooij en Frank Koppens van het fotonica-instituut ICFO in Barcelona hoe licht elektronen energie meegeeft in een laagje grafeen dat met een laser wordt beschoten. In hun experimenten blijkt dat er meer elektronen energie meekrijgen, als de energie van het lichtdeeltje hoger is. In sommige gevallen geeft één invallend lichtdeeltje energie aan wel tien elektronen, in plaats van maar één. Daardoor is zonlicht veel effectiever te benutten dan in gewone zonnecellen, zegt Tielrooij. 'In bijvoorbeeld silicium moet een lichtdeeltje precies de goede kleur of energie hebben om één elek-

tron efficiënt vrij te maken voor een bijdrage aan de stroom. Te weinig energie doet niks. Te veel energie gaat grotendeels verloren. Grafeen pikt het allemaal op.’ De groep bij ICFO, die vooral de optoelektronische eigenschappen van grafeen bestudeert en geen zonnecellen bouwt, heeft ook experimenten ge-

Grafeen lijkt geknipt om licht in stroom om te zetten

daan om met elektroden daadwerkelijk stroom uit een stukje grafeen te trekken, als daar licht op valt. Het rendement is nog niet heel hoog omdat het superdunne grafeen het meeste licht gewoon doorlaat. Daar staat tegenover dat de ingevangen fractie van het licht vrijwel helemaal in elektrische signalen wordt omgezet. Aan de geringe absorptie en de beste manier om echte cellen te bouwen uit grafeen, wordt in Europa intensief gewerkt, zowel door de industrie als wetenschappers, zegt Tielrooij. Onlangs trok de EU een miljard euro uit voor onderzoek naar toepassingen van grafeen, dat teruggaat op de Brits-Nederlandse ontdekking ervan door Nobel-

prijswinnaars Geim en Novoselov, nog geen tien jaar geleden. De geringe lichtabsorptie zou volgens Tielrooij ook een waardevolle eigenschap kunnen blijken, als grafeen op ruiten wordt aangebracht, die dan nauwelijks minder doorzichtig zullen zijn, maar wel een serieuze bron van elektriciteit. Directeur Albert Polman van het FOM-instituut AMOLF in Amsterdam noemt grafeen als lichtvanger een belofte voor toepassing in zonnecellen. ‘Dit past precies in de huidige trendnaar zonnecellen met hoog rendement. Dat lijkt toch interessanter dan goedkope cellen met een heel laag rendement, waar lang op is gemikt.’

Robotbroertje Vleermuis uit 3D-printer Onderzoekers aan de universiteit van Brown krijgen meer inzicht in het vliegproces door een robotmodel van een vleermuisvleugel te maken. Het model (rechts), medegefinancierd door de Amerikaanse luchtmacht, kan bijdragen aan het ontwerp van kleine vliegtuigen, aldus de onderzoekers. De wetenschappers, die hun studie publiceerden in vakblad Bioinspiration and Biomimetics, registreerden met het model de kracht die een vleermuis nodig heeft om in een windtunnel te vliegen. Zo zijn enkele succesgeheimen van de vleermuisvlucht ontdekt: de functie van bindweefsel, de elasticiteit van de huid en de flexibiliteit van het skelet spelen allemaal een belangrijke rol bij het vliegen. De robotvleugel wordt aangestuurd door drie motortjes die door middel van peesachtige kabels zeven gewrichten laten bewegen. De botten van de vleugel zijn gemaakt van plastic en geprint op een 3D printer. Foto Brown University

Van onze verslaggever

Amsterdam De meteoriet die half februari in Siberië miljoenenschade aanrichtte en meer dan duizend gewonden veroorzaakte, was afkomstig uit gebied in het zonnestelsel zelf, ruwweg tussen Venus en Mars. Astronomen maken dat op uit videobeelden die op 15 februari in de omgevingvanTsjeljabinsktoevalligvandeinslag zijn gemaakt. Ze reconstrueerden debaanaandehandvandeschaduwen vanlantaarnpalenophetcentraleplein van de stad, beelden uit de nabije stad Korkino en het gat in het ijs van het Tsebarkul-meer. Op internet zijn de beelden ruim voorhanden. De ruimtekei, rond 10 duizend ton zwaar, lichtte tussen de 32 en 47 kilometer hoogte in de atmosfeer fel op. Dat gebeurde zo’n 50 tot ruim 70 kilometer van de stad. Het object had een geschatte snelheid van 13 tot 19 kilometer per seconde. Die gegevens wijzen op een herkomst uit het zonnestelsel zelf. Mogelijk was het een fragment van een zogeheten Apollo-asteroïde, die tussen Venus en Mars in een ellips om de zon draaien en de aardbaan kruisen.

ABC van denkfouten

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Yours is a Very Bad Hotel: irrationeel gedrag door wraakgevoel

I

n de vroege ochtend van 16 november 2001 arriveren de twee Amerikaanse consultants Tom Farmer en Shane Atchison bij het Double Tree Club Hotel in Houston. Vermoeid van de reis, helemaal uit Seattle, verheugen ze zich op een bad en een bed. Bij aankomst treffen ze Mike, de nachtportier. ‘Ik heb geen plek meer voor jullie’, zegt Mike. ‘Ik heb jullie kamers aan andere gasten gegeven. Ik had niet gedacht dat jullie nog kwamen; de meeste hotelgasten checken niet om twee uur ’s nachts in.’ ‘Wat betekent een gereserveerde kamer eigenlijk als je ‘m toch weggeeft’, roept Tom geïrriteerd. ‘We zijn doodmoe. Man, kom op. Het minste wat je voor ons kunt doen, is een ander hotel zoeken.’ Mike is niet erg toeschietelijk, maar begint toch te bellen en uiteindelijk vindt hij een ander hotel, tien kilometer verderop. De twee zijn razend. Mike heeft hen naar een verschrikkelijk hotel gestuurd, vinden ze, en bovendien zijn er alleen nog kamers voor rokers. Tom en Shane zoeken wraak voor deze on-

fatsoenlijke behandeling en ventileren hun frustratie in een powerpointpresentatie van zeventien slides gericht aan de hotelmanager. ‘Yours is a Very Bad Hotel’, luidt de omineuze eerste zin. De presentatie heeft de twee veel inspanning gekost: het is een minutieuze, bij vlagen grappige weergave van de ontvangst, met citaten, grafiekjes en plaatjes. Tom en Shane hebben zelfs de loopbaan van Mike uitgezocht en visueel weergegeven. Behalve naar de hotelmanager sturen ze hem naar al hun vrienden en bekenden. Zo bereikt de virale powerpointpresentatie honderdduizenden potentiële klanten en wordt ‘Yours is a Very Bad Hotel’ op marketingopleidingen een gevleugelde uitdrukking, symbool voor de macht die consumenten hebben om belabberde klantenservice te bestraffen. Je kunt de, inmiddels gedateerde, actie nog voor Twitter en Facebook van Tom en Shane zien als een uit de hand gelopen grap van twee ijverige consultants, maar ook als een voorbeeld van irrationeel gedrag. Irrationeel, omdat de geïnvesteerde tijd en

moeite niet in verhouding staan tot het resultaat. Hadden ze hun tijd niet beter kunnen besteden? Wegen de persoonlijke inspanningen op tegen de genoegdoening, de smaak van wraak? Stel dat u twee dagen gaat werken aan een powerpoint voor de directie van NS om te klagen over de vertraging van Zwolle naar Deventer? Of dat ik een consumentenboycot voor mijn supermarkt organiseer omdat het flesje vruch-

tensap dat ik er gisteren heb gekocht over de houdbaarheidsdatum is? Dat is een drogreden, denkt u nu vast, een verkeerde vergelijking. Dit is ten dele waar, want ik kan natuurlijk niet in het hoofd van Tom en Shane kijken, maar wat ik met dit voorbeeld wil zeggen is: blijf kritisch, ook in uw kritiek. In de hang naar wraak vergeten mensen soms wat ze willen bereiken. En overtreffen de persoonlijke kosten de uiteindelijke baten. Ten slotte: bijna aan het eind van dit ABC herkent u vast een andere denkfout van de twee zakenreizigers. Op basis van één ervaring, met één nachtportier, besloten ze de hele hotelketen in de ban te doen. Een overhaaste generalisatie heet dat in de argumentatieleer. Arme Mike. Dit is aflevering 25 van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


20

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 20 FEBRUARI 2013

Wetenschap

‘Vergeet de kristalrevolutie nou maar’ Interview Prof. Nico Sommerdijk, materiaalchemicus, TU Eindhoven De theorie van kristallisatie moest op de schop, was de conclusie. Nu blijkt dat helemaal niet nodig. Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

J

arenlang steggelden chemici over de vraag hoe oplossingen van calciumfosfaten kristalliseren. Nu zijn ze eruit, schrijven Eindhovense onderzoekers onder leiding van prof. Nico Sommerdijk deze week in Nature Communications. Vergeet de revolutie, zegt hij. Opgelucht? ‘Zeker. We hebben elkaar wetenschappelijk een tijdlang de tent uitgevochten. Het is heel plezierig dat dat nu voorbij is. Althans dat hoop ik maar.’ Waar ging de ruzie over?

‘Ruzie, ruzie... wetenschappelijke discussie. Dat je het oneens bent, wil niet zeggen dat je daarna geen biertje met elkaar kunt drinken.’ Oké, waar ging de discussie over? ‘Over de vraag hoe een oplossing van bijvoorbeeld calciumsulfaat, de bouwsteen van onze botten, kristalliseert. De klassieke theorie zegt dat ionen in de oplossing bij elkaar klitten, waarbij het vormen van een oppervlak energie kost en het samenkomen juist energie oplevert. Kristallisatie zet door als de energiebalans omslaat van kosten naar opleveren.’

‘Voor u niet. Voor chemici die processen proberen te begrijpen of ontwerpen wel ja.’

Onze oude metingen zijn correct

Waarom ging u eigenlijk om? ‘Omdat we de grenzen van onze oude meettechniek nu beter begrijpen. We zagen destijds bolletjes vanaf een bepaalde grootte, maar vermoedelijk omdat we kleinere structuren gewoon niet goed konden zien. Zonder dat we dat wisten.’

Wat is daar mis mee? ‘Rond 2008 kwamen er metingen waaruit werd geconcludeerd dat er een tussenstadium bestond, waarin moleculen eerst stabiele nanometer kleine clusters vormden. Korreltjes die daarna samengroeien tot een kristal.’ U was zelf een van de revolutionairen, toch? ‘Wij zagen als eersten met cryogene microscopie en andere technieken zulke clusters in oplossingen ont-

Maar nu publiceert u een paper die zegt dat de revolutie niet hoeft? ‘Die de oude interpretatie in elk geval verfijnt. Er ontstaan wel structuren, zogeheten chemische complexen, maar er is geen sprake van een afzonderlijke en stabiele tussenvorm. Kristallisatie is een geleidelijk proces.’

staan. Daardoor concludeerden anderen dat de klassieke theorie van kristallisatie helemaal op de schop moest.’ Zou dat erg zijn?

Kortom, de klassieke kristallisatietheorie mag blijven? ‘Met wat verfijningen voldoet die keurig. Overigens hebben wij nooit geclaimd dat de theorie niet deugde.’ U bent er ook niet tegenin gegaan.

‘Dat klopt wel, ja. We zijn achteraf gezien te gemakkelijk meegegaan met de revolutionaire ideeën die in zwang kwamen.’ Moet u uw eerdere werk niet gewoon terugtrekken? ‘Daar hebben we naar gekeken. Het antwoord is nee, onze oude metingen zijn correct, de interpretatie kon alleen beter. Dat doen we nu, na nieuwe metingen. Een kwestie van voortschrijdend inzicht.’ Niet al uw eerdere mede-auteurs zijn het daarmee eens. ‘Enkele Duitse mede-onderzoekers staan niet achter deze paper, nee. Zij denken dat er wel degelijk iets aan de hand is, maar dat onze nieuwe metingen fouten geven. Dat werd een oeverloze discussie, het artikel had op een goed moment 60 pagina’s aanvullende informatie. Dat werd te dol. Dus zijn we elk onze eigen weg gegaan.’ Gaat dat biertje drinken dan nog wel lukken? ‘We zullen zien.’

Ruimtesteentjes Russen ruiken handel Dit zijn ze dan: fragmenten van de meteoriet die afgelopen vrijdag een kosmische dreun uitdeelde boven de Russische stad Tsjeljabinsk. Wetenschappers van de staatsuniversiteit in Jekaterinenburg toonden maandag teruggevonden resten van de meteoriet. De verzamelde resten van de ruimtekei met een middellijn van oorspronkelijk 17 meter zijn hooguit anderhalve centimeter groot. Inwoners uit de regio bieden al sinds vrijdag brokjes steen op internet aan. Daar zijn ze te koop voor tussen de 10 duizend roebel (248 euro) en 500 duizend roebel. Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken zegt te onderzoeken of de aangeboden stenen afkomstig zijn van de meteoriet. Foto’s Alexander Hlopotova / Demotix

ABC van denkfouten

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

X, de onbekende grootheid: het onwetendheidsargument omeopathie werkt’, zegt mijn drogist vol overtuiging, op mijn vraag of de druppeltjes echt helpen tegen een opkomende griep. ‘Er is namelijk geen wetenschappelijk bewijs dat het niet werkt. ‘Ja, zo weet ik er ook nog wel een paar’, lach ik. ‘Ufo’s bestaan, want er is nooit aangetoond dat ze niet bestaan. Of: ‘Mijn brein zendt niet-waarneembare signalen uit, want er is nooit bewezen dat het brein dit niet doet.’ De drogist kijkt me onderzoekend aan. Hij is overtuigd van zijn gelijk. ‘Je hebt het zelf in de hand, zegt hij. Je moet erin geloven.’ De redenering van mijn drogist klopt niet, maar lijkt wel aannemelijk. Eigenlijk zegt hij dat we niet weten dat homeopathie niet werkt. Zijn argument is niet relevant en zijn conclusie: ‘Homeopathie werkt’, is niet logisch. In de argumentatieleer is dit een drogreden die bekend staat als het argument van de onwetendheid of met een chique, Latijnse naam ‘argumentum ad ignorantiam’. Ik bespreek hem bij de X van

H

dit ABC omdat de X in de wiskunde het symbool is voor de grote onbekende, voor wat je niet weet. Het klassieke voorbeeld van het onwetendheidsargument is: God bestaat, want er is nooit bewezen dat hij niet bestaat. Je kunt de redenering ook omkeren: God bestaat niet, want er is nooit bewezen dat hij bestaat. Beide redeneringen zijn ongeldig. Of een stelling waar is of niet waar, hangt immers af van het bewijs dat de stelling steunt of weerlegt, en niet van het gebrek aan steun voor het tegenovergestelde. Mijn drogist zou zijn oordeel moeten opschorten en naar bewijzen moeten zoeken om zijn bewering te staven. Het onwetenheidsargument wordt vaak retorisch gebruikt door mensen die heilig in iets geloven of willen geloven, maar daar geen echt bewijs voor hebben. In een debat of discussie uiten ze zo’n argument met veel pathos, waardoor het moeilijk is om ertegenin te gaan. ‘Er bestaat een leven na de dood’, hoor je iemand zeggen, ‘want er is

nooit bewezen dat het niet zo is.’ Je voelt aan dat het weinig zin heeft om tegenargumenten te opperen, en dat hoeft ook niet. Een simpel: ‘Dit is een drogreden’, volstaat, al is het de vraag of dit de discussie verder zal helpen. Beter is het dan ook om meteen erachteraan een kritische vraag te stellen naar bewijs voor de bewering, in plaats van genoegen te nemen met een ongeldige redenering.

Het onwetenheidsargument wordt niet alleen gebruikt in grote maatschappelijke en levensbeschouwelijke vraagstukken, maar duikt ook op in kleine kwesties, zoals de ogenschijnlijk overtuigende uitspraak: ‘Hij heeft geen vriendin, want ik heb hem nog nooit met een vrouw gezien.’ Ook hier wordt het gebrek aan steun van het tegenovergestelde – ik heb hem met een vrouw gezien – gebruikt om te zeggen dat de stelling – hij heeft geen vriendin – waar is. Het onwetendheidsargument is niet altijd een drogreden. Zo geldt in de rechtszaal bewijslast: je bent onschuldig totdat bewezen is dat je schuldig bent. Dit is de 24ste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


18

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 13 FEBRUARI 2013

Wetenschap Leven in meer Balletjestruc Zelfs de goochelaar begrijpt het niet op 800 meter Het tweede balletje diepte onder Zuidpool-ijs Goocheltruc laat balletje verschijnen

Het verborgen balletje wordt onder het glas geschoven.

Afleidingsmanoeuvre: de goochelaar laat het eerste balletje in zijn hand rollen.

De kijkrichting van de goochelaar speelt geen rol. Het publiek kijkt daar niet naar.

Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

amsterdam Er zit leven in het pikdonkere zoetwatermeer Lake Whillans op West-Antarctica – bij minus een halve graad en onder 800 meter pakijs. Amerikaanse wetenschappers zeggen daarvoor eerste aanwijzingen te hebben gevonden in water en sediment dat uit het meer omhoog is gehaald. Het Amerikaanse Wissard-team bereikte op 27 januari met een warmwaterboor het meer op de rotsbodem onder het ijs. Het bestaan ervan was bekend sinds 2007. Het water blijkt ter plaatse maar 2 meter diep, minder dan eerder uit sonarmetingen was geschat. Troebele beelden van een door het boorgat neergelaten camera tonen een modderige bodem vol sediment. Ook daarvan zijn monsters genomen. Watermonsters die door het gat naar boven zijn gebracht, vertonen sporen van bacterieel leven, in concentraties ongeveer tienmaal zo laag als gemiddeld in oceaanwater. Dit wordt afgeleid uit de aanwezigheid van een chemische verbinding die een rol speelt bij stofwisseling. Onder de microscoop op de poolbasis McMurdo zijn eencelligen te zien, melden de onderzoekers, die ondermeer door de National Science Foundation worden betaald. Nader onderzoek moet uitwijzen waarvan de bacteriën leven. Bij gebrek aan zonlicht zouden ze hun energie moeten halen uit mineralen uit de rotsbodem of uit organisch materiaal dat uit het ijs binnensijpelt. Mogelijk gebruiken ze bijzondere vormen van stofwisseling. Kennis daarover kan relevant zijn voor de speurtocht naar leven elders in het zonnestelsel. Zo herbergt Saturnus’ ijsmaan Europa onder het ijs een oceaan. Bij de ontdekking op de Zuidpool is alles in het werk gesteld om te voorkomen dat het meer besmet raakt met bacteriën van het aardoppervlak of het tussenliggende ijs. Het warme water waarmee het gat geboord is, werd steeds met uv-licht gesteriliseerd.

Het verborgen tweede balletje

130213 © de Volkskrant - eda

Goochelaars begrijpen hun eigen trucs soms niet. Dat ontdekten wetenschappers van het Barrow Neurological Institute in Phoenix, Arizona en de Universiteit van Vigo in Spanje, nadat ze een van de oudst bekende trucs onder de loep namen. Tweeduizend jaar geleden deden Romeinse goochelaars hun publiek al versteld staan door balletjes onder bekers te laten verdwijnen en weer verschijnen. In het nieuwe wetenschappelijke tijdschrift PeerJ, waarvan gisteren de eerste editie verscheen, analyseren onderzoekers een recente uitvoering door het Amerikaanse goochelaarsduo Penn & Teller, waarbij ze naast gewone bekers ook transparante bekers gebruiken. Proefpersonen zagen Raymond Teller de truc wel veertig keer uitvoeren op video. Hun ogen werden gevolgd en ze moesten op knoppen drukken zodra ze zagen dat er een balletje werd neergelegd of weggenomen. De ene

keer was Tellers gezicht zichtbaar, de andere keer niet. Wat onderzoekers én goochelaar verrast, is dat dat laatste geen verschil maakt. Goochelaars geloven dat ze hun publiek vooral bedotten met hun ogen: Teller kijkt naar het ene balletje om de aandacht van het andere balletje af te leiden. Maar zonder zijn gezicht bleef de truc even goed werken. Ook de veronderstelling dat goochelaars het balletje op zeker moment moeten laten vallen om de aandacht af te leiden, klopt niet. Het experiment helpt de onderzoekers het bewustzijn te begrijpen – en Teller zijn bewegingen te perfectioneren.

www.volkskrant.nl/balletjes Zie de website om het filmpje te downloaden.

Keizersnede geeft baby andere darmflora Van onze verslaggeefster Lisa Bontenbal

amsterdam Kinderen geboren met een keizersnee, blijken een specifieke groep darmbacteriën te missen. Het tekort aan deze bacteriën zorgt voor een verhoogd risico op onder meer darmontstekingen, allergieën, astma en kanker. Dat schrijven onderzoekers in het Canadian Medical Association Journal. Darmbacteriën zijn belangrijk voor de gezondheid. Ze helpen bij het verteren van voedsel, maar spelen ook een rol bij de vorming van het immuunsys-

teem en beschermen tegen infecties. Over de ontwikkeling van darmbacteriën is nog weinig bekend. Eerder konden alleen gekweekte bacteriën uit een laboratorium worden onderzocht, maar 80 procent van de darmbacteriën kan niet worden gekweekt. Deonderzoekerskekennaardebacterieontwikkeling van 24 gezonde baby’s. Zes van hen waren met een keizersnee geboren en negen kregen de eerste vier maandenalleen borstvoeding. Normaal gesproken krijgen baby’s eensoortnatuurlijkeinentingalszetijdens de geboorte worden blootgesteld aandevaginalebacteriënvanhunmoeder.Eenkeizersneeverstoortditproces, aldus de onderzoekers. Met name een

ABC van denkfouten

vooraf geplande keizersnee blijkt de bacterieontwikkeling te remmen. De onderzoekers denken dat dit komt door antibioticagebruik, of gebroken vliezen bij een spoedkeizersnee; het kind wordt dan toch blootgesteld aan enige moederbacteriën. Ook bleek borstvoeding belangrijk bij het ontwikkelen van een gezonde darmflora. De baby’s die enkel flesvoeding kregen hadden een overschot van een bacteriesoort die in verband wordt gebracht met allergieën. Susana Fuentes, microbioloog aan de Universiteit van Wageningen en niet betrokken bij de Canadese studie, geeft aan dat de bevindingen in lijn liggen met eerder onderzoek. Maar nog

niet eerder werd er dna-analyse toegepast om te onderzoeken wat geboorte en voeding voor invloed hebben op de bacterieontwikkeling. Met hun resultaten willen de onderzoekers zwangere vrouwen en artsen waarschuwen. Keizersnedes en flesvoeding komen steeds vaker voor. ‘Het is belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de impact die dit heeft op de gezondheid’, zegt Fuentes. Overigens spelen niet alleen de bevallingswijze en babyvoeding een rol bij de ontwikkeling van de darmbacteriën. De invloed van antibiotica, moeders dieet, en omgevingsfactoren zoals huisdieren moeten nader onderzocht worden, aldus de onderzoekers.

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUVWXYZ

Well travelled road efect: waarom een bekende weg kort duurt k ben vorige maand verhuisd naar het oosten van het land, zo’n tachtig kilometer van mijn vorige woonplaats. ‘Je bent er zo’, zei ik tegen een vriendin. Ik was alweer vergeten dat ik het de eerste keer een enorm eind vond. Maar waarom eigenlijk? Het was toch dezelfde weg? Als ik geen navigatiesysteem had, zou ik schatten dat de reis drie kwartier duurt, maar nu weet ik dat ik feitelijk meer dan een uur onderweg ben. De meeste mensen maken dit soort inschattingsfoutjes. ‘Ik ben over tien minuten thuis’, sms je naar je partner, alsof je niet weet dat het ritje je al die andere keren minstens een kwartier kost. Maar omdat je het dagelijks rijdt, omdat het vertrouwd is, schat je het te optimistisch in. Het verschijnsel dat je de duur van een bekende weg onderschat, heet in de psychologie het well travelled road effect, of het bekende-wegeffect. Ik ken de ervaring ook van vakantiereizen. De eerste rit van het vliegveld naar het huisje op La Palma bijvoorbeeld duurde eindeloos. Maar de te-

I

rugweg leek veel korter. En ach, eigenlijk bedriegt mijn gevoel me elke vakantie weer. De heenreis gaat langzaam, de terugreis vliegt. Het well travelled road effect heeft te maken met de hoeveelheid informatie die op ons afkomt. Hoe meer informatie we moeten verwerken, hoe langzamer de tijd gaat. In de jaren zestig van de vorige eeuw liet de Amerikaanse psycholoog Robert Ornstein proefpersonen luisteren naar bandjes met verschillende soorten geluiden: van simpele klikjes tot complexe straatgeluiden. Nadat hij de geluiden had laten horen, vroeg hij de proefpersonen te schatten hoe lang ze naar het bandje hadden geluisterd. Hoe meer informatie er op het bandje te horen was, hoe langer ze de tijd schatten. Wanneer hij bijvoorbeeld in dezelfde tijd het aantal klikjes verdubbelde, dachten de proefpersonen dat het langer had geduurd. Ornstein voerde het experiment ook uit met plaatjes en vroeg zich af of de complexiteit van informatie de tijdsbeleving beïn-

vloedt. Bij ingewikkelde plaatjes schatten de deelnemers de tijd dat ze keken langer in dan wanneer ze naar eenvoudige plaatjes keken. Misschien, zo opperde Ornstein, is dit ook een verklaring voor het feit dat voor kinderen de tijd langzamer gaat dan voor volwassenen. Voor een kind duurt een schooljaar bijvoorbeeld eindeloos, terwijl een docent na een jaar denkt: is het alweer voorbij?

Het well travelled road effect is een denkfoutje in de categorie ‘kleine vergissing’ en soms is het nog prettig ook. Want stel dat je de rit van huis naar werk elke dag zo lang vindt duren als de eerste keer? Het denkfoutje laat zien dat subjectieve schattingen niet zo betrouwbaar zijn als we zouden willen en maant ons tot bescheidenheid over ons eigen oordeel. Ik vroeg het laatst aan de taxichauffeur die me beloofde dat hij er over een kwartiertje was, en pas na een half uur kwam opdagen. Waarom het zo lang duurde, vroeg ik heel aardig. ‘Mevrouw, ik schiet wel op, maar al die andere auto’s in het verkeer treuzelen zo’, zei hij geïrriteerd. Tja, en dat is weer een andere denkfout. Weet u hem nog? Dit is aflevering 23 van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


18

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 6 FEBRUARI 2013

Wetenschap Italiaanse autoriteiten evacueren veel te snel

Vrouw in technisch of financieel beroep krijgt later kinderen

Eerder zwanger in de zorg Van onze verslaggeefster Eva Oude Elferink

amsterdam Een verpleegster of onderwijzeres krijgt sneller kinderen dan een fiscalist of een ingenieur. Door onregelmatige werktijden, weinig vrouwelijke collega’s en een hoge werkdruk wachten vrouwen in bepaalde beroepsgroepen langer met het krijgen van hun eerste kind. Dat vrouwen met een hoger opleidingsniveau het krijgen van kinderen langer uitstellen, was al bekend. Sociologe Katia Begall toont aan dat naast een langere studietijd en een carrièrewens ook de beroepskeuze van een vrouw een rol speelt bij het krijgen van kinderen. In haar proefschrift, waarop zij 7 februari promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderscheidt Begall een aantal factoren dat ertoe bijdraagt dat vrouwen langer wachten met het krijgen van kinderen. Arbeidsomstandigheden als de mogelijkheid om met doorbetaald ouderschapsverlof te gaan, blijken een belangrijke rol te spelen. ‘Het is een beetje een open deur’, zegt Begall. ‘Vrouwen die een hogere opleiding hebben gevolgd, werken meer en krijgen daardoor later kinderen. Wat ik wilde onderzoeken is of het ook nog uitmaakt wat voor baan iemand heeft.’ Vrouwen die aan de hoge school of universiteit hebben gestudeerd, krijgen hun eerste kind gemiddeld pas na hun dertigste jaar, terwijl vrouwen met een lagere opleiding vaak rond de 25 jaar zijn, zo blijkt ook uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Om te zien of beroepskeuze hierbij een rol speelt, voerde de sociologe vier studies uit waarbij zij data analyseerde uit bestaande bevolkingsonderzoeken. Hoogopgeleide vrouwen die werken in de zorg of het onderwijs, blijken het krijgen van kinderen minder lang uit te stellen dan vrouwen die werken in de financiële of technische sector. Volgens Begall zijn daar twee verklaringen voor: ‘Binnen de zorg en

Van onze verslaggever Tonie Mudde

amsterdam De relatie tussen Italianen en hun aardbevingsexperts heeft een nieuw dieptepunt bereikt. Vorig jaar nog werden prominente seismologen tot gevangenisstraffen veroordeeld vanwege miscommunicatie rond aardschokken in de historische stad L’Aquila.

Een zwangere juf aan het werk op een school in Apeldoorn.

‘Vrouwen met zwangere collega’s willen zelf ook sneller zwanger worden’

het onderwijs zijn veel vrouwen werkzaam, waardoor je sneller een soort ‘besmettingseffect’ krijgt. Dat wil zeggen dat vrouwen met zwangere collega’s sneller zelf ook zwanger willen worden. Juist ook omdat dit over het algemeen typisch vrou-

wenberoepen zijn, zijn er vaak ook betere mogelijkheden om werk en gezin te combineren. Zoals langere vakanties of ouderschapsverlof.’ Als ze dan eenmaal een kind hebben gekregen, maken werkende moeders een inhaalslag. Begall: ‘Hoogopgeleide vrouwen zijn geneigd om sneller een tweede en derde kind te krijgen dan laag opgeleide vrouwen. Logisch, want ze zijn al ouder. Maar het heeft er ook mee te maken dat ze na hun eerste kind vaak overgaan op deeltijd werken. Dan is de drempel om een tweede kind te nemen veel lager.’ Volgens de sociologe is dat opvallend, omdat Nederland zich daarin onderscheidt van omringende landen. ‘In bijvoorbeeld Duitsland en Italië is het veel moeilijker om moederschap en werk te combineren. Daar is de norm dat je óf

ABC van denkfouten

Foto Wim Oskam/HH voltijd aan de slag gaat, óf een stay at home mom bent.’ De nadelen zijn navenant. Langer wachten met het krijgen van kinderen leidt tot verminderde vruchtbaarheid en een verhoogde kans op borstkanker, aangeboren afwijkingen en complicaties als gevolg van vroeggeboorten. Begall: ‘Ik wil met dit onderzoek geen lans breken voor deeltijdbanen. Het is belangrijker om te kijken hoe het beleid in Nederland zo kan worden aangepast dat het voor vrouwen makkelijker wordt om een carrière al vroeg te combineren met kinderen. In Scandinavische landen zie je dat juist hoogopgeleide vrouwen meer kinderen krijgen doordat zowel vaders als moeders recht hebben op betaald ouderschapsverlof. Het gaat erom dat je obstakels wegneemt.’

Toen zeiden seismologen dat er geen reden tot ongerustheid was en gingen meer dan 300 personen dood. Nu is juist het verwijt dat seismologen en lokale bestuurders paniek zaaien bij relatief kleine bevingen. In Garfagnana riepen burgemeesters inwoners afgelopen vrijdag op hun huizen te verlaten naar aanleiding van een rapport van het Nationaal Instituut voor Geofysica en Vulkanologie. Terwijl mensen de nacht doorbrachten in auto’s en gymzalen ontketende zich een bestuurlijke ruzie over de juistheid van de evacuatie. Het Nationaal Instituut voor Geofysica en Vulkanologie zei dat zij ‘noch een waarschuwing, noch een alarm’ had afgegeven. Het wilde alleen ‘de schokken in perspectief zetten’. Dat toch werd besloten tot evacuatie heeft alles te maken met de veroordelingen na L’Aquila. ‘Sindsdien heerst er een angstcultuur in de Italiaanse crisiscommunicatie’, signaleert Rob Govers, universitairhoofddocentgeofysicaaan de Universiteit Utrecht. ‘Bestuurders gaan eerder evacueren, ook als daar geen aanleiding toe is.’ De Italiaanse aardwetenschapper Paola Vannucchi noemt de evacuatie extra pijnlijk omdat de gebouwen in Garfagnana voornamelijk na de Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd. De huizen zijn dus beter bestand tegen aardbevingen dan die in L’Aquila. ‘Bovendien ligt Garfagnana in de bergen. In de winter is het er koud, nog een reden om terughoudend te zijn met evacuaties.’

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Verloren-kostenfout: het verleden weegt soms te zwaar tel je voor: je wilt graag naar een toneelstuk en hebt voor twintig euro een kaartje gekocht. Bij aankomst in het theater ontdek je dat je het kaartje kwijt bent en dat de plaats niet is gereserveerd. Je smeekt de vrouw aan het loket om je een nieuw kaartje te geven, maar ze is onverbiddelijk: je kunt een kaartje kopen, maar dan moet je er dezelfde prijs voor betalen. Wat doe je? Zou je twintig euro voor een kaartje betalen? Nee hoor, geen kaartje kopen, vond iets meer dan de helft van de proefpersonen in een experiment van de Amerikaanse psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky. Ik ben al twintig euro kwijt voor het eerste kaartje, zo redeneerden ze, dus dan kost de toneelavond me veertig euro. Deze redenering berust op een denkfout, de verloren-kostenfout ofwel de sunk cost fallacy. Het geld voor het kaartje ben je toch al kwijt en krijg je echt niet terug door geen nieuw kaartje te kopen. Het zijn verloren kosten. Eigenlijk heb je dubbel pech: twintig euro kwijt en geen toneelstuk die avond.

S

Hoe komt het dat mensen deze fout maken? In hun denkbeeldige boekhouding schrijven ze beide kaartjes af op de post ‘theater’. Maar in feite moeten ze het eerste kaartje boeken op ‘verloren’ en alleen het tweede kaartje op ‘theater’. Hoe irrationeel de beslissing is, lieten de psychologen zien in een volgend experiment. Ze presenteerden proefpersonen een andere versie van het theaterexperiment. Stel dat je naar een toneelstuk wilt waarvoor de toegang twintig euro bedraagt. Wanneer je geld uit je portemonnee wil pakken, merk je dat er een briefje van twintig euro is verdwenen. Wat doe je? Wil je nog steeds het kaartje kopen voor de voorstelling? Ja hoor, kaartje kopen, zeiden negen op de tien deelnemers aan het experiment nu, terwijl het enige verschil met het vorige experiment is dat nu het geld is verloren, en niet het kaartje. Ik maak deze denkfout zelf geregeld, wanneer ik bijvoorbeeld blijf zitten bij een slechte film omdat ik ervoor betaald heb of wanneer ik doorga met een cursus die me

niet meer interesseert, omdat ik er veel in heb geïnvesteerd. De verloren-kostenfout doet zich niet alleen voor bij privébeslissingen, maar speelt ook een rol bij grote commerciële en maatschappelijke projecten. Zo was voor de Amsterdamse gemeenteraad destijds het belangrijkste argument om door te gaan met de Noord-Zuidlijn van de metro: we hebben er al zoveel in geïnvesteerd. De verloren-

kostenfout wordt ook wel de Concorde-fallacy genoemd, naar het project met het vliegtuig waarin Frankrijk en Engeland enorm veel geld in stopten en maar mee bleven doorgaan omdat ze er zoveel in hadden geïnvesteerd. Pas toen er een vliegtuig verongelukte, stopte het project. De meeste mensen maken deze denkfout omdat ze het niet fijn vinden om toe te geven dat ze er nu anders over denken dan vroeger. Het is prettiger om te denken dat je consistent bent. Wie een beslissing moet nemen om door te gaan of te stoppen met iets, of het nu een slecht boek, een verliesgevende zakelijke onderneming of een slopende relatie is, kan beter naar de toekomst kijken dan naar het verleden. Liever inconsistent dan chronisch ontevreden. Dit is de 22ste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


20

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 30 JANUARI 2013

Wetenschap Ook voortplanting verstoord

Nanodeeltjes remmen groei regenwormen Van onze verslaggever Rene Didde

amsterdam Voor het eerst zijn in een Nederlands proefschrift effecten beschreven van nanodeeltjes in regenwormen. Zowel veel toegepaste koolstofnanodeeltjes (C60, beter bekend als buckybal of fullerenen) als zilverhoudende nanodeeltjes (AgNP) verstoren de groei en voortplanting van de pieren. Ze blijken ook sneller dan normaal het loodje te leggen na blootstelling aan de minuscule deeltjes. Ook beschadigen ze huidweefsel en de darmwand, wat vaak gepaard gaat met de aantasting van de onderliggende spieren in de pieren. Dit blijkt uit onderzoek dat Merel van der Ploeg uitvoerde bij onderzoeksinstituut Alterra. Vandaag promoveert zij aan Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR). Nanodeeltjes hebben een grootte van één miljoenste tot één tienduizendste millimeter en worden steeds meer toegepast in medicijnen, cosmetica, textiel, transport en computers. Ze kunnen daardoor tijdens de productie, tijdens het gebruik door slijtage en na afdanking als afval vrijkomen in het milieu. Zo komen in rubber toegepaste nanodeeltjes vrij bij remmende auto’s en spoelen in douchegel en deodorant verwerkte nanodeeltjes (scrubbers) weg in het riool. De reactiviteit en persistentie van de nanodeeltjes vormen een reden tot zorg, maar de gevaren ervan zijn niet goed bekend, aldus Van der Ploeg. Ze vulde potten met grond, voegde nanodeeltjes toe en stopte er regenwormen in en vergeleek de effecten met die bij pieren in schone grond. De meetmethode van de nanodeeltjes toonde de stoffen in de pieren aan. Het complexe onderzoek staat nog in

de kinderschoenen. ‘Analyse van conventionele chemische stoffen in het milieu heeft zich in vijftig jaar ontwikkeld, maar met nanodeeltjes staan we na vijf jaar pas aan het begin’, licht copromotor Nico van den Brink van Alterra toe. Analyse van nanodeeltjes in zeewater en rivierwater, bijvoorbeeld bij analyse van de beruchte plasticsoep, bevindt zich in verder gevorderd stadium dan de het onderzoek op land.

Onderzoek naar effecten nanodeeltjes in kinderschoenen Bij de Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV) zal directeur wetenschappelijk onderzoek Ronald van Welie de dissertatie voorleggen aan de werkgroep toxicologie van de cosmeticabranche. ‘Volgens de Europese REACH-wetgeving moeten we ons goed vergewissen van de levenscyclus van onze grondstoffen. We kijken bijvoorbeeld of de geloosde stoffen worden weggevangen in de waterzuiveringsinstallatie.’ Hij vraagt zich wel af of de in het WUR-onderzoek gebruikte hoeveelheden nanodeeltjes representatief zijn voor de in de bodem voorkomende proporties. ‘Ik vraag me zelfs af of nanodeeltjes uit cosmeticaproducten wel in aanzienlijke hoeveelheden in de bodem terechtkomen.’ Dat weet co-promotor Nico van den Brink ook niet. ‘Ons doel was vooral het mechanisme van de effecten van de nanodeeltjes aan te tonen. De weg ligt nu vrij voor meer uitgebreide risico-evaluaties.’

‘Gamers wanen zich een 17de-eeuwse koopman’ Interview Oscar Gelderblom Utrechtse onderzoekers lanceren vrijdag een historisch verantwoorde game over handelaren in de Gouden Eeuw. Van onze verslaggever Tonie Mudde

I

n het Spel van de Gouden Eeuw kruipen spelers in de huid van Hans Thijs, een koopman die zijn fortuin vergaarde in het 17de eeuwse Amsterdam. De game is gratis te downloaden voor iPhones en iPads. Volgens een van de bedenkers van het spel – economisch historicus Oscar Gelderblom van de Universiteit Utrecht – biedt de game een realistische weergave van de geschiedenis. Zo zijn de financiële transacties die spelers uitvoeren gebaseerd op de kasboeken van de echte Hans Thijs. Ook de prijsontwikkelingen volgen de 17de eeuwse markten. Voor wie is dit spel bedoeld? ‘Voor iedereen met een interesse in geschiedenis en economie, of je nu zestien of zestig bent. Het spel is vermakelijk, maar heeft ook een serieuze kant. Het is geen Angry Birds of PacMan. Je zult je echt even vijf minuten moeten verdiepen in de spelregelsvan de 17de-eeuwse handel om het tot een goed einde te brengen.’

Illustratrie uit ‘Gouden Eeuw’.

Ook toen gingen ondernemers regelmatig failliet Historicus Oscar Gelderblom, omgetoverd tot 17de-eeuwse koopman.

De Amsterdamse koopman Hans Thijs staat model voor de game. Wat was hij voor iemand? ‘Een handelaar zoals er wel meer rondliepen in de Gouden Eeuw. Hij moest elke dag keuzes maken die hem rijker of armer konden maken. Kies je voor een veilige bulkinvestering met een laag rendement, door bijvoorbeeld een partij graan of haring op te kopen? Of kies je voor een luxe-investering in leer of wollen lakens? Daar kun je een hoog rendement op halen, maar je weet ’t pas over zeven maanden. In die tijd kan er veel mis gaan en moet je

ABC van denkfouten

rente over je lening betalen. Wat Hans Thijs extra bijzonder maakt, is dat hij als een van de eerste kooplieden aandelen aanbood als onderpand voor een lening in contanten. Daar is hij erg rijk mee geworden.’ In de Gouden Eeuw was het sowieso makkelijk geld verdienen, toch? ‘Dat denken mensen vaak, maar ook toen gingen ondernemers regelmatig failliet. Zo duurde het jaren voordat investeringen in de VOC zich gingen uitbetalen, dus het instapmoment in die aandelen was bepalend . Ook kon er zomaar een oogst mislukken of een schip vergaan: als je dan niet voldoende reserve in kas hebt, krijg je grote problemen met je crediteuren, zoals ook de spelers van de game zullen ondervinden.’ Wat is een goede high score? ‘Hans Thijs beëindigde zijn carrière met een nettovermogen van 62.000 gulden, wat naar huidige maatstaven neerkomt op ruim 900.000 euro. Hij verdiende het grootste deel van dat geld in de periode waarin ook de game zich afspeelt: 1594-1611. Spelers die meer dan die 62.000 gulden van Hans Thijs vergaren, hebben de economie van de Gouden Eeuw uitstekend begrepen.’

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Ugly sisters: waarom we niet op een naam kunnen komen k zie zijn hoofd voor me en ik weet dat hij Paul heet, maar ik kan niet op zijn achternaam komen, hoezeer ik ook mijn best doe. De enige die me te binnen schiet is Paul Schnabel. Maar die bedoel ik niet, al lijkt hij er wel een beetje op. Het lijkt alsof de ene Paul voor de andere schuift, waardoor ik hem niet kan vinden. En hoe meer ik zoek, hoe verder ik van huis raak. Nee, ook niet Paul Auster of Paul de Leeuw. Wat ellendig is dit. Ik geef het op. Ugly sisters, noemde de Britse psycholoog James Reason deze opdringerige woorden die het woord blokkeren dat je zoekt. Met een knipoog naar de zusters van Assepoester uit het sprookje van Grimm, die bij de prins in de gratie wilden komen door te doen alsof zij het schoentje hadden verloren. Ugly sisters zijn een speciale vorm van het puntje-van-de tong-fenomeen: je zoekt een naam of een woord, maar je kunt er net niet opkomen. De lelijke zusjes zijn niet zozeer een denkfout alswel een verbindingsfoutje van het geheugen. Ze zorgen er para-

I

doxaal genoeg voor dat het langer duurt voordat je het gezochte woord vindt. Doordat ik mijn aandacht op Paul Schnabel blijf richten, blijft de naam van de Paul die ik zoek geblokkeerd. Ugly sisters dringen zich vooral op bij namen, omdat het geheugen daarvoor nauwelijks aanknopingspunten heeft. In de westerse cultuur verwijzen namen niet naar kenmerken of eigenschappen van een persoon. Maar de opdringerige zussen laten zich ook gelden bij woorden die op elkaar lijken of hetzelfde klinken. Zo vertelde geheugenpsycholoog Douwe Draaisma me dat hij niet op het woord kon komen voor een ‘tijdelijk algemeen verbod’, omdat het woord ‘mortuarium’ zich aan hem opdrong. ‘Ik stel me de ugly sister altijd concreet voor’, aldus Draaisma. ‘Je belt aan en wie doet er open... ?’ Meestal verdwijnt een ugly sister wanneer je er geen aandacht aan besteedt en springt het woord dat je zoekt na enige tijd spontaan in je herinnering. Maar soms ook

niet. Hoe frustrerend en pijnlijk zo’n geheugenblokkade kan zijn, beschrijft de Amerikaanse psycholoog Daniel Schacter levendig in The Sevens Sins of Memory. Het helpt, schrijft hij, om in zo’n geval het alfabet af te lopen en te zoeken naar de eerste letter. Daar heb je meer aan dan aan extra informatie over de persoon, zoals zijn beroep of het feit dat hij al dan niet een bril

draagt. En als je de eerste letter al weet, denk dan aan situaties waarin je die persoon eerder hebt gezien. Dit kan net de trigger zijn om het geblokkeerde woord te vinden. Wie een naam zeker wil onthouden, kan beter vooraf een ezelsbruggetje bedenken. Je kunt bijvoorbeeld visualiseren waaraan de naam je letterlijk doet denken. Zo stel ik me bij de PvdA-voorzitter een man voor die spek verkoopt. Maar je kunt ook de klank van het woord als hulpje gebruiken: bijvoorbeeld, Jansen, dansen, Bakker, wakker, Leeuw, sneeuw. Mijn Paul is nog steeds niet opgedoken. Maar als ik de ugly sisters negeer, meldt hij zich vast een keer. Dit is de 21ste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


20

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 23 JANUARI 2013

Wetenschap

‘Newton kwam ons gewoon goed van pas’ Interview Wetenschapshistoricus Ad Maas Nederland speelde een cruciale rol bij de opkomst van Isaac Newton. Maar niet vanwege zijn natuurkunde, blijkt uit nieuwe studies. Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

I

saac Newton, de grondlegger van de klassieke mechanica, kreeg eind 17de eeuw voet aan de grond, omdat zijn ideeën Nederlandse geleerden goed van pas kwamen bij felle religieuze debatten. Zegt wetenschapshistoricus Ad Maas van Museum Boerhaave, die een congres over de kwestie belegde. Niet vanwege zijn superieure theorie? ‘Dat Newtons mechanica deugt, is natuurlijk het belangrijkste. Maar we moeten onderkennen dat de beste ideeën niet vanzelf komen bovendrijven. Daarbij spelen ook religieuze, culturele, sociale en zelfs persoonlijke omstandigheden een grote rol.’ Welke waren dat in het geval van Newton? ‘Hij publiceerde in 1687 zijn hoofdwerk, de Principia. Dat was geen succes, zeg maar gerust: een flop. In Nederland werden twaalf exemplaren besteld en zeven onverkoopbaar teruggestuurd. Totdat amateur-wiskundigen rond Bernard Nieuwentijt het werk gingen propageren. Daarna pikte de populaire filosoof en wis- en natuurkundige Willem ’s Gravesande het op. Hij gebruikte Newtons theorie in zijn colleges. Zijn leerboek is zelfs in het Engels vertaald. De Britten leerden Newton kennen dankzij het Nederlandse enthousiasme.’

Is dat niet aanmatigend? ‘Nee hoor. Nederland was in die periode een wetenschappelijke grootmacht, met grote uitgevers en belangrijke universiteiten. Bovendien hadden we een brugfunctie richting Duitsland en Frankrijk.’ Wat vond men in Nederland zo interessant aan Newton? ‘Het punt is dat Newtons theorie Nieuwentijt en de zijnen heel goed uitkwam in hun strijd tegen Spinoza. Die had een deïstisch wereldbeeld, goeddeels in lijn met Descartes in Parijs. Dat komt erop neer dat God het universum als een opgewonden horloge heeft geschapen, waarna het afloopt en hij nergens meer ingrijpt. ‘Spinoza had geen deïstisch wereldbeeld zoals Descartes, maar een pantheïstisch beeld. God valt dan samen met de natuur en wordt dus in zekere zin overbodig. Dat zinde de gelovige Nederlanders niet? ‘Helemaal niet. Spinoza maakte God overbodig. Aan de universiteiten van

Britten leerden Newton kennen dankzij ons enthousiasme Ad Maas wetenschapshistoricus

Leiden en Utrecht vonden extreem felle debatten plaats over de goddeloze theorieën van Descartes. Men wilde ze zelfs verbieden. Wat – zo ging het toen al in de Nederlanden – natuurlijk niet serieus werd uitgevoerd.’ En Newton bood uitkomst? ‘Newton laat wel ruimte voor een ingrijpende God. Bijvoorbeeld via de zwaartekracht, die hij beschrijft, maar waarvan hij de oorsprong niet aangeeft. Dat is God die aan de knoppen zit. Bij Descartes is er sprake van allerlei wervelingen in de ruimte die objecten met elkaar verbinden.’ Zo doceerde ’s Gravesande het ook? ‘Welnee. Hij doceerde lekker over Newtons bewegingen en krachten, maar trok deze los van de religieuze en metafysische speculaties die Newton en zijn volgelingen eraan hadden vastgeknoopt. Tegenwoordig vinden we Newton gewoon veel eleganter. ‘Newton is ook superieur. Zonder hem zou er geen vliegtuig in de lucht hangen. Maar het idee dat dat meteen de doorslag gaf, is onjuist. Bovendien is veel van Newtons mechanica niet nieuw, Galilei en Huygens hadden veel daarvan ook al opgeschreven.’ Grappig trouwens: nu ligt er een geleerd boek over de kwestie. Maar een jaar of wat geleden was er al een stripboek over Newton en Nederland. ‘Dat was bij een expositie over Newtoniaanse mechanica, hier in Boerhaave. Tijdens de tentoonstelling belegden we een conferentie voor experts, waar allerlei nieuwe dingen naar voren kwamen, en waarvan dit de weerslag is. Maar het idee blijft: Nederland heeft Newton gemaakt.’ Ad Maas en Eric Jorink (red): Newton and the Netherlands.Leiden University Press.Open access,te downloaden via lup.nl.

ABC van denkfouten

De springstaart is een halve centimeter lang.

Foto Theo Heijerman

Bodeminsect maakt antibioticum aan Van onze verslaggever Tonie Mudde

amsterdam Een insect blijkt antibioticum te produceren. Tot voor kort leek dat voorbehouden aan schimmels en bacteriën. Wellicht leidt de ontdekking tot medische toepassingen. Het antibioticum werd gevonden in de springstaart, een bodeminsect van een halve centimeter dat onder meer leeft in Nederlandse tuinen. De vondst is belangrijk omdat bacteriën in rap tempo resistent worden tegen de huidige antibiotica. Wellicht kan ‘insectenantibioticum’ een nieuw wapen zijn in die strijd. De onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, de Universiteit Leiden, het Imperial College in Londen en biotechnologiebedrijf DSM stelden springstaarten bloot aan giftige grond om te ontdekken tot welke veranderingen dit zou leiden in het dna. Tot hun verrassing zagen de onderzoekers twee genen aanschakelen die cruciaal zijn voor de productie van antibiotica. Het antibioticum uit de springstaartjes, Isopenicilline, kon bacteriën doden van de stam Micrococcus aureus. ‘De springstaartjes raken gestresst van het gif en gaan zich blijkbaar verdedigen door bacteriedodende stoffen te maken’, zegt Dick Roe-

lofs, dierecoloog bij de Vrije Universiteit. Pas de laatste jaren blijkt dat insecten in staat zijn antibiotica te maken. Zo ontdekten Britse biologen in de hersenen van een kakkerlak negen verschillende bacteriedodende moleculen, elk gespecialiseerd om een bepaald type indringer uit te schakelen. Het vermogen om antibioticum te produceren is waarschijnlijk overgesprongen van lagere organismen, zoals schimmels en bacteriën. Bij het springstaartje werd hiervoor voor het eerst genetisch bewijs gevonden. Roelofs: ‘Het stukje dna dat de aanmaak van antibioticum regelt verschilt slechts op onderdelen van die in schimmels.’ Bacteriën nemen wel vaker elkaars genen over, maar een overdracht naar hogere organismen als insecten is zeldzaam. De springstaart heeft volgens Roelofs duidelijk evolutionaire voordelen gehad van de genetische verandering, omdat hij zich zo beter kan weren tegen bacteriën in de bodem. De onderzoekers willen nu uitzoeken of ook mensen kunnen profiteren van het insectenantibioticum. Roelofs: ‘Het feit dat het antibioticum lijkt op krachtige medicijnen, maar nét even anders is, is hoopgevend. Wellicht kunnen we resistente bacteriën verrassen met zo’n nieuw antibioticum, waardoor ze alsnog het loodje leggen.’

A BC D E FG H IJK LMNO PQ RST UV WXYZ

Texaanse scherpschutter fallacy: groot geloof in kleine proef en van mijn vriendinnen heeft als hobby huizen zoeken, een vrijetijdsbesteding die is ontstaan in de tijd dat ze zelf een woning zocht en dagelijks een paar uur op Funda rondstruinde. Tijdens een van haar speurtochten ontdekte ze dat er in de straat waar mijn man een huis wilde kopen wel vier huizen te koop stonden. ‘Kijk uit, er is vast iets mis met die straat’, waarschuwde ze. Mijn vriendin maakte een denkfout die bekend staat als de Texas sharpshooter fallacy. De prachtige naam is ontleend aan een fabel over een cowboy die willekeurig op een schuurtje schiet. Na verloop van tijd is de schuur bezaaid met kogelgaten; op sommige plekken veel, op andere plekken weinig. Op de plek waar heel veel gaten dicht bij elkaar zitten, verft de cowboy de roos van een schietschijf, zodat het lijkt alsof hij een scherpschutter is. Zoals de cowboy de willekeurige werkelijkheid kunstmatig naar zijn hand zet, zo bedacht mijn vriendin dat er een patroon zat in de opeenhoping van huizen die in de straat te koop stonden. Bovendien verzon ze

E

er een oorzaak bij: ‘Er is iets mis met de straat.’ Maar de clustering van huizen kan evengoed toeval zijn en dus zonder oorzaak. En zelfs als het geen toeval is, kan er ook een andere oorzaak zijn en hoeft het niet aan de straat te liggen. De Texas sharpshooter fallacy, ook wel de clustering illusion genoemd, is voor het eerst beschreven in de epidemiologie, de wetenschap die zich bezighoudt met het vóórkomen en de verspreiding van ziekten onder de bevolking. Wanneer bijvoorbeeld in een bepaalde regio veel gevallen van kanker voorkomen, zijn mensen geneigd te denken dat het aan de omgeving ligt: aan water- of luchtvervuiling. Maar men vergeet dat uitschieters in een kleine steekproef heel gewoon zijn en nog niets zeggen over significante verbanden. Psychologen ontdekten dat de denkfout ook op andere terreinen voorkomt. Zij noemden deze denkfout ‘het geloof in de wet van de kleine getallen’. Kort gezegd komt dit erop neer dat mensen geneigd zijn

te denken dat een kleine steekproef betekenis heeft en betrouwbaar is, (de kogelgaten in de schietschijf van de Texaanse schutter). Maar om toeval uit te sluiten, is een grote steekproef nodig (de kogelgaten in de gehele schuur). De statisticus William Feller ontdekte in een klassieke studie uit 1950 dat mensen gemakkelijk een patroon bedenken voor willekeurige gebeurtenissen. Bij de bombardementen in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog bleek dat sommige wijken in Londen

nauwelijks geraakt werden en andere juist vaak. Dat kwam vast doordat er in de niet-getroffen wijken Duitse spionnen waren, zo dachten de inwoners. Uit een statistische analyse achteraf bleek echter dat de treffers willekeurig waren. De neiging om patronen te zien in willekeurige gebeurtenissen, is oermenselijk en heeft evolutionair gezien een functie. Om te overleven moesten onze voorouders voortdurend waakzaam zijn. Ze moesten veranderingen in hun omgeving opmerken en een oorzaak bedenken zodat ze erop konden anticiperen. Toen ik de makelaar trouwens vroeg waarom er zo veel huizen in de straat te koop stonden, moest hij lachen: ‘Het is een heel lange straat.’ Dit is de twintigste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 16 JANUARI 2013

27

Wetenschap Nanofysicus bedenkt medische zelftest Een zootje (on)geregeld Satellietfoto Burning Man

Ronddansende deeltjes kunnen ziektes opsporen Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

amsterdam Kriskras bewegende moleculen in een vloeistof kunnen via een slim ontworpen chip de motor worden van nieuwe diagnostische tests voor bijvoorbeeld bloed. Dat voorziet de Eindhovense nanofysicus Wijnand Germs in zijn proefschrift, dat hij vandaag verdedigt. Op de chip brengt Germs een schifting in grootte tot stand van microscopische latexbolletjes. Afhankelijk van hun grootte zijn die gevoelig voor andere eiwitten in een vloeistof. Daardoor ontstaat een soort predictortest, waarbij plaatselijke verkleuringen aangeven welke stoffen in een staal urine of speeksel aanwezig zijn. Ook bloedsuiker zou op die manier in een zelftest gemeten kunnen worden. Germs maakt in zijn ontwerp gebruik van een fysisch verschijnsel dat is vernoemd naar de Schotse dominee Robert Brown die in 1827 onder zijn microscoop zag hoe stuifmeelkorrels in een druppel water kriskras bewegen. Deze ‘Brownse beweging’ ontstaat doordat watermoleculen niet voortdurend van alle kanten even vaak tegen de korrels botsen. Albert Einstein leidde er een eeuw geleden het bestaan van moleculen uit af. In principe is de Brownse beweging geen energiebron, omdat de moleculaire kracht volstrekt willekeurig gericht is. Maar door bewegingen in één richting gemakkelijker te maken dan in de andere, laat Germs zien dat de beweging toch een nuttige toepassing kan hebben.

Met chiptechnieken maakte hij een dun kanaaltje waarin een vloeistof zit, met daarin microscopische latexbolletjes die een elektrische lading krijgen. Door de Brownse beweging verspreiden de bolletjes zich geleidelijk in het kanaal. Kleine deeltjes leggen gemakkelijker een grote afstand af dan grotere. Met een elektrode dwars op het kanaal worden de bolletjes nu en dan in segmenten opgesloten en in elk seg-

Voordeel is dat de techniek erg weinig energie gebruikt

ment naar één kant bij elkaar geveegd. Daardoor worden zware deeltjes in een ander vak gelokaliseerd dan lichtere. Door het proces vaak te herhalen worden de deeltjes gaandeweg op grootte gesorteerd van groot naar klein. Voordeel aan de techniek is vooral dat het erg weinig energie gebruikt, zegt Germs. Echt klaar voor de praktijk is het principe nog niet, geeft hij ook aan. Met het systeem scheidt hij in een halfuur bolletjes van 300 en 500 micrometer voor net geen 95 procent van elkaar. Voor een medische zelftest is dat te traag. In een praktische test moeten de bolletjes dus kleiner zijn, concludeert Germs ook. Dat is geen probleem. ‘Alleen had ik die in mijn experiment niet goed kunnen volgen.’

ABC van denkfouten

Dus zó ziet anarchie eruit. Het Burning Manfestival in de woestijn van het Amerikaanse Nevada mag op de grond dan een prettige chaos zijn van kunstenaars, hippies, muzikanten en andere vrijgevochtenen – gezien vanaf 770 kilometer hoogte oogt het festivalkamp vooral geordend. De foto, afgelopen zomer vanuit de ruimte genomen door de commerciële satelliet WorldView-2, werd dit jaar door het publiek uitgeroepen tot de mooiste foto van DigitalGlobe, het bedrijf dat eigenaar is van de satelliet.

Het één week durende Burning Manfestival, sinds de jaren tachtig een vrijplaats voor ‘radicale zelfexpressie’ van wie er maar bij wil zijn, werd de afgelopen jaren gaandeweg beter ingericht om het steeds grotere bezoekersaantal te kunnen verhapstukken. Eén blik vanuit de ruimte leert: het is de organisatie aardig gelukt om ruim 50 duizend vrije geesten in één kamp van tenten, campers en vouwwagens te krijgen. Foto Getty / DigitalGlobe

A BC D E FG H I J K L M N OP QRST UV WXYZ

Selectieve waarneming: zien wat we verwachten p 12 januari 2007, ’s morgens om tien voor acht, installeerde een man met een baseballpet zich in een metrostation in Washington DC. Hij pakte zijn viool uit de kist en begon te spelen. In de drukke ochtendspits passeerden bijna elfhonderd mensen de straatmuzikant. De reacties van de voorbijgangers werden met een verborgen camera vastgelegd. Niemand wist dat ze proefpersoon waren in een uniek experiment, waarvan The Washington Post later uitgebreid verslag zou doen. Slechts zeven mensen stopten even om te luisteren en één persoon herkende de straatmuzikant als Joshua Bell, een wereldberoemde violist, die normaal gesproken in concertzalen optreedt voor een publiek dat graag en veel geld voor hem neertelt. Deze ochtend haalde Bell 52 dollar op. Hoe kwam het dat bijna iedereen voorbijliep zonder hem te herkennen? Zonder de omgeving van de concertzaal merkten mensen kennelijk niet op dat deze muzi-

O

kant bijzonder was. Ze verwachtten niet dat hij briljant was, dus hoorden ze het ook niet. We zien wat we verwachten te zien of te horen; we zijn als het ware blind voor onverwachte gebeurtenissen. Soms ook worden we zo in beslag genomen door andere zaken dat we gewoon iets missen. Op zichzelf is selectieve waarneming geen denkfout, maar ze kan er wel toe leiden. Het wordt pas een denkfout als je denkt dat je alles ziet en volledig vertrouwt op je eigen waarneming. Selectieve, auditieve, waarneming speelde ook een rol toen in augustus vorig jaar de luchtverkeersleiding op Schiphol het radiocontact verloor met een Spaans passagiersvliegtuig en meende Arabische liedjes te horen in de cockpit. Ze dacht dat er een kaping gaande was en besloot het vliegtuig met twee F-16’s te escorteren naar de luchthaven. Vals alarm, bleek later. Hoe selectief we waarnemen, blijkt uit een inmiddels beroemd experiment van Christopher Cha-

bris en David Simons. De twee Harvardpsychologen lieten proefpersonen kijken naar een filmpje van basketbalspelers in witte en zwarte T-shirts. De proefpersonen moesten tellen hoe vaak de witte spelers de bal naar elkaar gooiden. Ongeveer de helft van de proefpersonen zag niet dat er halverwege het filmpje een persoon in een gorillapak door het spel liep. In de focus op de bal hadden ze dit volledig gemist. Dit experiment – in feite een experiment over aandacht – heeft nogal wat praktische consequenties, bijvoorbeeld voor automobilisten. ‘Voor wie zich focust op een ge-

sprek, worden andere auto’s onzichtbare maar levensgevaarlijke gorilla’s, schrijven de Vlaamse filosofen Johan Braeckman en Maarten Boudry in hun handleiding voor kritisch denken De ongelovige Thomas heeft een punt. Selectieve waarneming is niet alleen een kwestie van aandacht verdelen. Het is ook een manier om de veelheid aan informatie die op ons afkomt te filteren in behapbare stukjes. In die zin is het functioneel. We zouden gek worden als we werkelijk alles wat op ons afkomt, zouden horen en zien. Selectieve waarneming onttrekt zich meestal aan ons bewuste brein, maar wie zich bewust is van de onvolkomenheid van zijn waarneming, kan denkfouten voorkomen. Dit is de negentiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.

KennisCafé

‘Niet zeuren over zo’n dna-databank’ Techniekjurist Bert-Jaap Koops (Tilburg) maandag 21 januari in het Kenniscafé in De Balie in debat over dna-bewijs in strafzaken. Met rechtssocioloog Victor Toom (Northumbria University) en forensisch expert Lex Meulenbroek (NFI). Columns van Maarten Keulemans (Volkskrant) en Jelle Reumer (NMR), live experiment van NEMO. Presentatie Martijn van Calmthout (Volkskrant). Maandag 21 januari, 20.00 uur, De Balie, Amsterdam. Kleine-Gartmanplantsoen 10. Kaarten € 8,50. Reserveren op www.debalie.nl

KennisCafé is een coproductie van de Volkskrant, KNAW, NEMO en De Balie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 9 JANUARI 2013

27

Wetenschap

Aarde-achtige planeten te over in heelal Het kan nog jaren duren voordat een bewoonbaar tweelingzusje van de aarde opduikt. Van onze verslaggever Govert Schilling

long beach Het moet in het heelal wemelen van de planeten zoals de aarde. Vrijwel elke zonachtige ster in het heelal heeft een planetenstelsel, en maar liefst één op de zes wordt vergezeld door een planeet ter grootte van de aarde. Die conclusie trekken sterrenkundigen op basis van de nieuwste resultaten van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler die deze week gepresen-

Op de meeste planeten is het te heet voor het bestaan van leven

teerd worden op de 221ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach, Californië. Kepler heeft het afgelopen jaar 461 nieuwe exoplaneet-kandidaten ontdekt, waarmee de teller nu op 2.740 staat. Van 105 staat met zekerheid vast dat het om een echte planeet gaat. Inmiddels is duidelijk dat kleine planeten talrijker zijn dan grote, en dat er in veel gevallen sprake is van een stelsel met twee of meer planeten. Erik Petigura van de Universiteit van Californië in Berkeley en François Fres-

sin van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge, Massachusetts, deden onafhankelijk van elkaar statistisch onderzoek aan de Kepler-resultaten. Ze komen tot precies dezelfde conclusie: 17 procent van de zonachtige sterren in het heelal heeft een planeet die ongeveer zo groot is als de aarde. Dat wil overigens niet zeggen dat die ook bewoond zijn. Verreweg de meeste van de aarde-achtige planeten draaien op heel kleine afstand rond hun moederster, zodat het er te heet is voor het bestaan van leven. ‘Het is nog te vroeg om te zeggen hoeveel aardeachtige planeten zich in de bewoonbare zone bevinden’, aldus Fressin. De bewoonbare zone van een ster is het gebied waar de temperatuur geschikt is voor het voorkomen van vloeibaar water. Overigens blijkt uit Fressins onderzoek ook dat aarde-achtige planeten even frequent voorkomen bij verschillende soorten sterren. Bij zwakke rode dwergsterretjes zijn ze alleen gemakkelijker te vinden dan bij grotere, fellere sterren zoals onze zon. Volgens Christopher Burke van het SETI-instituut in Mountain View, Californië, kan het nog wel een paar jaar duren voordat er een echt tweelingzusje van de aarde is gevonden: een aarde-achtige planeet in de bewoonbare zone van een zonachtige ster. ‘We hebben nu op zo’n locatie wel een kandidaatplaneet gevonden die slechts anderhalf keer zo groot is als de aarde’, zegt hij, ‘maar dat resultaat is nog buitengewoon voorlopig.’

Energiedrankjes halen weinig uit bij jongeren, blijkt uit onderzoek.

Foto Fabian Brennecke

‘Voor jongeren lijkt het gebruik van energiedrankjes onzinnig’ Van onze verslaggever Hidde Boersma

amsterdam Van het drinken van energiedrankjes gaan jongeren het niet beter doen op school. Na het nuttigen van een glas energy drink presteren ze niet beter op allerlei testen die concentratie, geheugen en rekenkunsten meten, blijkt uit Nederlands onderzoek. Dat onderzoek vond plaats onder de vleugels van de Twentse universitair docent psychologie Pascal Wilhelm, maar werd bijzonder genoeg uitgevoerd door drie vwo-scholieren. De leerlingen deden de experimenten voor hun zogenoemde meesterproef. De opzet van het onderzoek was echter zo professioneel, dat de resultaten zijn gepubliceerd in het Tijdschrift voor Psychiatrie. Voor jongeren lijkt het gebruik van

ABC van denkfouten

energiedrankjes onzinnig, is de conclusie. ‘In onderzoek met volwassen vonden wetenschappers vooral positieve effecten bij heel fijne aandachtstaken en taken die uithoudingsvermogen vroegen’, zegt Wilhelm. ‘Wij gebruikten echter specifiek testen die verband houden met schoolse taken, zoals reken- en woordenschattesten. En dan blijken energiedrankjes niks toe te voegen.’ Wilhelm denkt bovendien dat er leeftijdsgebonden effecten zijn. ‘Volwassenen slapen vaak korter en zijn vaak minder lichamelijk actief. Dan werken energiedrankjes wellicht sterker.’ Energiedrankjes zijn populair onder scholieren. Naar schatting drinkt zeker 30 tot 50 procent van de middelbare scholieren meerdere keren per week een blikje. Gesterkt door de aanspraken van de fabrikanten hopen de scholieren dat de drankjes een goed effect hebben op het hu-

meur, leerprestaties en alertheid. Maar de wetenschap twijfelt. Er zijn her en der wel wat positieve effecten te vinden van energiedrankjes, maar de meeste onderzoeken zijn kleinschalig van opzet en laten geen grote effecten zien. Bovendien is bijna al het onderzoek gedaan onder volwassenen; bij jongeren zijn de effecten grotendeels onbekend. Om in dat laatste verandering te brengen, splitsten de vwo’ers van het Bonhoeffer College in Enschede hun schoolgenoten in drie groepen op. Een controlegroep kreeg water voorgeschoteld, een volgende groep het energiedrankje, terwijl de laatste groep een drankje kreeg dat smaakte als een energiedrankje maar waar de oppeppende stoffen cafeïne, taurine en de suikers in ontbraken. Bij geen van de tests was er een verschil tussen wie het energiedrankje en wie het nepdrankje dronken.

A BC D E FG HIJK LMNO PQRSTUV WXYZ

Representativiteitsfout:stereotypen vertroebelen ons oordeel en 42-jarige hardloper meldde zich in het ziekenhuis. Hij had onder het lopen pijn op zijn borst gekregen en maakte zich zorgen. De afgelopen week had hij al vaker dezelfde pijn gevoeld, maar niet zo erg als vandaag. De dienstdoende arts onderzocht de man. Hij stelde hem vragen over levensstijl, over ziektes in zijn familie en concludeerde dat er niets aan de hand was. ‘U hebt te hard getraind’, zei hij, waarop de hardloper gerustgesteld naar huis ging. De volgende dag werd de hardloper opgenomen met een acute hartaanval. De arts was verbijsterd. Hoe was het mogelijk dat hij dit niet had voorzien? Waar had hij een fout gemaakt? Het antwoord is simpel. De gezonde en fit ogende patiënt die niet rookte en een rustige levensstijl had, paste niet in het stereotiepe beeld van een patiënt met een hartprobleem. En dus, zo dacht de arts, was de pijn waarschijnlijk veroorzaakt door de te intensieve looptraining. De denkfout die de arts maakte in deze werkelijk gebeurde casus, wordt beschre-

E

ven in How doctors think van de arts en schrijver Jerome Groopman, en staat bekend als de representativiteitsfout. We maken deze fout doordat we waarschijnlijkheid verwarren met aannemelijkheid. Oppervlakkig bezien is het aannemelijker dat de hardloper te hard getraind had, dan dat hij een hartkwaal had. Door zijn vooroordeel – fitte en sportieve mensen krijgen geen hartaanval – werd de arts blind voor de mogelijkheden die dit vooroordeel zouden tegenspreken. De representativiteitsfout werd voor het eerst in de jaren tachtig aangetoond door de psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky, in een klassiek geworden experiment dat de geschiedenis is ingegaan als het Linda-probleem. De psychologen legden proefpersonen het volgende vraagstuk voor. Linda, is 31 jaar oud, ze is single, openhartig en heel slim. Ze is afgestudeerd in de filosofie. Als student maakte ze zich druk over discriminatie en sociaal onrecht en nam ze deel aan demonstraties tegen kernenergie. Wat is volgens u waarschijnlijker? a. Linda werkt bij een bank

b. Linda werkt bij een bank en is actief in de vrouwenbeweging Het juiste antwoord is a, omdat de kans dat Linda bij een bank werkt groter is dan de kans dat ze bij een bank werkt en actief is in de vrouwenbeweging. Hier conflicteert ons intuïtieve oordeel van representativiteit met de logica van de kansinschatting. De groep feministische bankmedewerkers is onderdeel van de groep bankmedewerkers en is kleiner dan de totale groep. In het oorspronkelijke experiment koos 85 tot

90 procent van de proefpersonen – studenten van verscheidene grote universiteiten – voor alternatief b. Waarom? Omdat, in weerwil van de logica, alternatief b representatiever is voor een feministische bankmedewerker dan voor een bankmedewerker sec. Degenen die het destijds in 1999 aannemelijker vonden dat de moordenaar van Marianne Vaatstra eerder in het asielzoekerscentrum moest worden gezocht dan in de totale Friese populatie, maakten ook een representativiteitsfout. Ook hier leidden vooroordelen tot een grote denkfout. Overigens overleefde de hardlopende patiënt uit het begin van dit verhaal de hartaanval. En leerde de arts dat hij bij zo’n belangrijke diagnose zijn vooroordelen opzij moest zetten. Dit is de achttiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 19 DECEMBER 2012

27

Wetenschap

Fysici: sporen van twee Higgsdeeltjes Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

amsterdam Misschien is er niet één Higgsdeeltje, maar zijn er twee of zelfs nog meer. In nieuwe metingen van de LHC-superdeeltjesbotser in Genève zien fysici van de deels Nederlandse Atlas-detector twee pieken die in principe zouden moeten samenvallen. ‘Als dit waar is, is het heel spannend’, zegt deeltjesfysicus prof. Nicolo de Groot van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Sinds afgelopen weekend circuleren in kringen rond CERN nieuwe meetgegevens van het verval naar twee fotonen van het deze zomer ontdekte Higgsdeeltje. In de detectoren van Atlas is zo’n vervalpaar goed waar te nemen, mits alle andere processen waarbij fotonen ontstaan netjes worden weggefilterd. Het in juli ontdekte Higgsdeeltje geldt als de sluitsteen van het Standaard Model, de meest gangbare deeltjestheorie. Het deeltje is een uiting van een veld dat alle elementaire deeltjes hun specifieke massa geeft: lichte deeltjes glippen er ongehinderd doorheen, zware moeten zwoegen. Zonder het Higgsveld vertelt de theorie niet waarom materie massa heeft. De nieuwe metingen van Atlas hebben een maand op zich laten wachten. Vorige maand was er in Japan de eerste wetenschappelijke conferentie over Higgsmetingen na de echte ontdekking deze zomer. Het fotonfoton-werk van Atlas werd daar nadrukkelijk nog niet gepresenteerd. De nieuwe Atlas-metingen bevestigen niet alleen wat bij de ontdekking van het Higgsdeeltje al het geval leek: er ontstaan meer fotonenparen dan

theoretici zouden verwachten. Maar lijken de fotonenparen afkomstig van een iets lichter Higgsdeeltje dan van de zomer werd gemeld. Andere metingen dan aan fotonen komen nu juist wat hoger uit dan de eerder gevonden Higgsmassa. Het vinden van twee verschillende versies van het Higgsdeeltje zou volgens Nikhef-directeur Frank Linde spectaculair nieuws zijn. ‘De Higgs vinden was natuurlijk geweldig, maar wel voorspeld. Twéé soorten is echt onverwacht. Dan ben ik in extase.’ Volgens zijn collega De Groot is het verschil tussen de nu gevonden pieken statistisch nog lang niet solide. Het gaat maar om een handjevol waarnemingen. Bovendien, weet hij, heeft de Amerikaans-Europese CMS-detector aan de overkant van de LHC-versnellerring, meetgegevens die juist het omgekeerde beeld geven: een iets zwaardere Higgs die tot fotonenparen leidt. ‘We moeten meer meetgegevens analyseren, maar mijn gevoel zegt me dat we ergens in het midden gaan uitkomen. Dit is geen crisis, wel een signaal dat we stug door moeten werken.’ Niettemin noemt hij de mogelijkheid van twee nauwverwante Higgsdeeltjes ‘een uiterst spannend idee’. Een verklaring zou kunnen zijn dat het Higgsveld, dat deeltjes massa geeft als een soort kosmische tegenwind, niet voor alle deeltjesfamilies hetzelfde werkt. In de simpelste versies van het Standaard Model is dat wel zo. Maar het hoeft niet. Fysici onderscheiden fermionen, waaruit materie is opgebouwd en bosonen, die de krachten overbrengen. De fotonfoton-metingen zouden vooral zicht bieden op de Higgsversie die fermionen massa geeft. De overige metingen op de versie die de bosonen verzwaart.

De Amerikaanse maansondes Eb en Flow zijn neergestort op de maan. Met opzet, omdat ze hun wetenschappelijke taak hadden volbracht.

De plek waar twee sondes tegen een berg op de maan zijn gevlogen. Onder: een gravitatiekaart van de maan. Aan de kleuren lezen wetenschappers de verschillen in de sterkte van de zwaartekracht af. Foto NASA

Voor ‘monumentenzorg’ laat NASA twee sondes neerstorten Van onze verslaggever Peter van Ammelrooy AMSTERDAM Twee Amerikaanse kunstmanen hebben dinsdag een perfecte afdaling uitgevoerd op de maan — al zijn ze daarbij in duizenden stukjes uiteengespat.

en elkaar nauwkeurig te meten hebben wetenschappers een precieze kaart van het zwaartekrachtveld maan kunnen maken. Net als de

De NASA heeft Eb en Flow gecontroleerd op de maan laten neerstorten om te voorkomen dat ze in de toekomst door brandstofgebrek van koers zouden raken en op de landingsplekken van de zes Apollo-vluchten zouden neerkomen. Met twee klappen — 20 seconden na elkaar — kwam zo een einde aan de twee satellieten die samen het Gravity Recovery and Interior Laboratory (GRAIL) vormden. De duokunstmanen werden in september 2011 gelanceerd en begonnen rond de jaarwisseling van van dat jaar baantjes rond de maan te vliegen, op gemiddeld 200 kilometer van elkaar. Door de afstand van de beide sondes tot het maanoppervlak

ABC van denkfouten

aarde is de maan geen perfect ronde bol, maar een pokdalig geval met uitsteeksels en deuken en met dikke en dunnere plekken. Metingen van GRAIL hebben uitgewezen dat de korst van de maan, zijn buitenste schil, dunner is dan tot nu toe werd aangenomen. De komeet- en meterorietinslagen die de vaste begeleider van de aarde heeft moeten doorstaan hebben meer schade aangericht onder het oppervlak dan astronomen tot nu toe hadden gedacht. Eb en Flow hebben het langer uitgehouden dan was gepland. Daardoor kon de NASA ze na hun officiële missie van 90 dagen dichter op het maanoppervlak laten vliegen, voor nog meer gedetailleerde metingen, van 55 kilometer tot elf kilometer hoogte. Hun inslagplek is vernoemd naar Sally Ride, de eerste Amerikaanse vrouw in de ruimte (dat was in 1983). Zij overleed in juli van dit jaar, op 61-jarige leeftijd.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUVWXYZ

tu Quoque : Hoe je een jij-bak kunt pareren ij de bakker ben ik getuige van een echtelijke woordenwisseling. Het is zaterdagmiddag en terwijl ik op mijn beurt wacht, zegt de man naast mij enthousiast tegen zijn vrouw: ‘Zullen we zo’n aardbeientaart kopen?’ ‘Ben je nou helemaal idioot, het vriest’, antwoordt de vrouw verontwaardigd. ‘Wie eet er nou aardbeien midden in de winter? Wel eens van duurzaamheid gehoord?’ De man geeft geen krimp. ‘Moet jij nodig zeggen’, zegt hij vals. ‘Wie bestelde vorige week asperges in dat restaurant? Nou? Die kwamen vast niet uit Limburg.’ De vrouw kijkt snel om zich heen en ziet dat ik meeluister. ‘Ja maar, dat was anders’, fluistert ze. En dan, harder: ‘Oké, jij je zin. Doet u die aardbeientaart maar.’ Het verwijt van de man is een denkfout, een jij-bak genoemd, of, in het Latijn: een ‘tu quoque’, oorspronkelijk een uitspraak van Julius Caesar, zij het in een iets andere betekenis. Toen de Romeinse staatsman in 44 voor Christus werd vermoord en onder zijn belagers zijn protegé Brutus herkende,

B

riep hij: ‘Tu quoque fili mi’: ‘Ook jij, mijn zoon?’ De tu quoque of jij-bak is een drogreden, die vaak retorisch wordt gebruikt, als simpele en doeltreffende afleidingsmanoeuvre. Je gaat niet in op het argument, maar draait de beschuldiging om. Door te suggereren dat de ander hypocriet is, leid je de aandacht van de beschuldiging af en hoef je niet te reageren. Eigenlijk zeg je dat de redenering van de ander niet klopt, omdat hij er zich in het verleden zelf schuldig aan heeft gemaakt. Het verborgen argument is: als je het zelf doet of gedaan hebt, is het goed. De jij-bak is een verleidelijke en veelgemaakte denkfout, zeker in de privésfeer. Zeg jij tegen hem: ‘Heb je alweer vergeten de vuilnis aan de straat te zetten.’ Zegt hij terug: ‘En jij dan? Had jij vorige week niet beloofd de kleren naar de stomerij te brengen?’ Maar ook in de politiek is de jij-bak bekend. Zo vroeg een CNN-verslaggever in een interview aan Osama bin Laden of de be-

schuldiging van de Verenigde Staten waar was, namelijk dat hij het internationale terrorisme sponsorde. Bin Laden ging niet in op de vraag: ‘Waar we ook kijken’, antwoordde hij, ‘overal zien we de Verenigde Staten als de leider van terrorisme en misdaad in de wereld.’ Ook de minister van Wonen, Stef Blok, kan over deze denkfout meepraten. Toen Femke Halsema hem bij de regeringsverkla-

ring van het kabinet-Rutte I vroeg of hij zich ook zorgen maakte over de schuld van 600 miljard die Nederland had door de hypotheekrenteaftrek, jij-bakte Blok, toen nog VVD-fractievoorzitter: ‘Als u uw zin had gekregen was de huizenmarkt ingestort.’ Maar de ervaren debater Halsema had hem door. ‘Wordt dit de nieuwe strategie van de VVD’, reageerde ze fijntjes. ‘Jij-bakken?’ Een tu quoque is gemakkelijk te herkennen. En ook eenvoudig te bestrijden. Erken je eigen fout, zeg dat het niet goed is dat je deze fout hebt gemaakt en herhaal je eerder uitspraak. ‘Ik heb inderdaad de kleren niet naar de stomerij gebracht. Stom. Net zoals jij de vuilnis bent vergeten.’ Dit is de zeventiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 12 DECEMBER 2012

27

Wetenschap Computer Hybride chip pompt gegevens duizenden keren sneller rond

Pijn

Suikerwater laat baby minder huilen bij prik Baby’s die een paar minuten voordat ze worden gevaccineerd een lepeltje suikerwater krijgen, huilen minder lang. Vermoedelijk komen door de suiker stoffen vrij die de pijn verminderen of voelen de kinderen zich comfortabeler door de zoete smaak. Dat blijkt uit onderzoek van de Cochrane Collaboration, dat het wetenschappelijk bewijs beoordeelt van behandelingen. Cochrane keek naar de resultaten van veertien studies bij ruim 1.500 kinderen, in leeftijd variërend van een maand tot een jaar. Welke suikerconcentratie het beste werkt, is nog onbekend.

Evolutie

‘Naald’ van parasiet is hergebruikte staart

Microscopisch beeld van de toekomst: een hybride chip die koperen en optische verbindingen combineert. Koper op printplaten en in kabels vormt nu een belangrijke flessenhals. Optische verbindingen zijn

duizenden keren sneller. Op papier had IBM de chip al rond. Nu heeft het bedrijf zijn eerste prototypen gemaakt, op dezelfde manier als waarop het chips maakt voor bijvoorbeeld de PlayStation. Foto IBM

Parasieten zoals de malaria- en de toxoplasmoseparasiet blijken de ‘naald’ waarmee ze cellen infecteren te hebben overgehouden uit de prehistorie. Bij hun verre voorouders was de structuur nog gewoon een zweepstaart, waarmee ze door zee zwommen. Biologen maken dat op uit analyse van de genen die voor de structuur coderen. De onderzoekers hopen op termijn medicijnen te ontwikkelen die de parasieten aanpakt door ze hun naald te ontnemen.

Vrouw minder vruchtbaar door groeiremmers Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Vrouwen die als kind met groeiremmers zijn behandeld omdat ze te lang dreigden te worden, zijn minder vruchtbaar. Bij mannen heeft de behandeling geen nadelig effect op de vruchtbaarheid. Groeiremming bij meisjes moet worden afgeraden als de medische noodzaak ontbreekt. Dat concludeert kinderarts-in-oplei-

ding Emile Hendriks in zijn proefschrift waarop hij morgen promoveert aan het Rotterdamse Erasmus MC. Sinds een aantal decennia worden jongeren met een sterk bovengemiddelde groei behandeld met geslachtshormonen. Bij meisjes moet er dan vooruitzicht zijn op een lengte boven de 1 meter 84, bij jongens boven de 1 meter 98. Normaal gesproken treedt aan het begin van de puberteit een groeispurt op door de aanmaak van geslachtshormonen. Die bevorderen de groei van de pijpbeenderenmaarremmendiegelei-

delijkaanookaf doorhetsluitenvande groeischijven. Als kinderen tijdig een hoge dosis geslachtshormonen krijgen, groeien ze nog heel even door, maar stopt hun groei ook eerder. Hendriks onderzocht en vergeleek zevenhonderd mannen en vrouwen die als kind bij een arts waren gekomen vanwege hun lengte en al dan niet waren behandeld. Hij analyseerde de hormonen in hun bloed, bekeek de zaadkwaliteit en keek met een echo naar de voorraad eicellen. Bij de behandelde mannen was de

ABC van denkfouten

vruchtbaarheid in orde. Zij produceerden wel minder testosteron en dat kan op latere leeftijd problemen opleveren, zegt Hendriks. De behandelde vrouwen bleken minder vruchtbaar. De helft raakte binnen het jaar zwanger, veel minder dan de 85 procent in de algemene bevolking. Van de behandelde vrouwen kampte 16 procent met vervoegde veroudering van de eierstokken, drie keer zoveel als in de niet-behandelde groep. Bij hen is de voorraad eicellen veel sneller uitgeput. Mogelijk is dat de reden van hun verminderde

vruchtbaarheid, aldus Hendriks. Hij schat dat in Nederland 7.500 à 10 duizend vrouwen met groeiremmers zijn behandeld. De meesten bevinden zich nu in de vruchtbare leeftijd. Het aantal behandelingen neemt de laatste jaren af. Dat komt wellicht doordat een flinke lengte bij vrouwen meer worden geaccepteerd, zegt hij. Vaak zijn er voor een behandeling vooral psychosociale en praktische redenen. Hendriks heeft alle kinderendocrinologen (hormoonspecialisten) over zijn bevindingen geïnformeerd.

A BC D E FG HIJK LMNOPQ RSTUV WXYZ

Post hoc ergo propter hoc: denken in oorzaak en gevolg ms’je van een vriendin: ‘Raar vraagje, maar voel jij je helemaal oké? Ik ben gisteravond behoorlijk ziek geworden, misselijk, overgeven en zo. Ben benieuwd hoe het met jou is.’ ‘Nergens last van, kiplekker’, sms ik terug. ‘Van dat broodje kaas en de koffie verkeerd kan het niet zijn. Buikgriepje misschien?’ De redenering van mijn vriendin is simpel en voorstelbaar. Na de lunch ben ik ziek geworden, dus het komt door de lunch. Dit kan natuurlijk waar zijn, maar het hoeft niet. Het feit dat de ene gebeurtenis (ziek worden) plaatsvindt na een andere gebeurtenis (de lunch) wil nog niet zeggen dat de eerste gebeurtenis ook de oorzaak ervan is. Deze denkfout heeft een chique Latijnse naam: post hoc ergo propter hoc, wat letterlijk betekent: erna, dus erdoor. De post hoc-denkfout ligt aan de basis van bijgelovige rituelen (zie ook de M van magisch denken) en bezweringen: ‘Nadat ik het blauwe jurkje had aangetrokken, ging mijn presentatie voortreffelijk, dus de

S

volgende keer draag ik dat jurkje weer.’ Of: ‘Nadat ik een kaarsje voor je had aangestoken, heb je een 9 voor je examen gehaald. Dus door dat kaarsje ben jij geslaagd.’ De post hoc-denkfout heeft een psychologische achtergrond. De meeste mensen houden namelijk niet van toeval; ze willen graag weten hoe iets komt, ze willen een oorzaak aanwijzen. Het is immers fijner om te weten hoe het komt dat je ziek bent geworden of een ongeluk hebt gekregen, dan te moeten leven met onzekerheid. Wie de oorzaak weet, heeft grip op de zaak. Om een oorzaak-gevolgrelatie te kunnen leggen is een opeenvolging in de tijd een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde. Er kan altijd een derde factor in het spel zijn die je niet hebt voorzien, of – en dat vinden de meeste mensen minder fijn – het kan gewoon toeval zijn. De post hoc-denkfout komt niet alleen voor bij simpele ongelukken en successen in de privésfeer, maar slaat ook toe in de professionele wereld, wanneer een correlatie wordt verward met een causaliteit. Zo

bleek in 1992 uit een onderzoek naar anticonceptiemethoden en seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) dat vrouwen die condooms gebruikten significant vaker een soa hadden dan vrouwen die een spiraaltje of contraceptie-sponsje gebruikten. Dit onderzoek kreeg veel aandacht in de media en sommige journalisten trokken daarop de conclusie dat je met een spiraaltje of sponsje minder vaak een soa krijgt dan met een condoom. Ze verwarden

een correlatie met een oorzakelijk verband. De denkfout slaat ook toe in de rechtszaal, wanneer een verdachte op de plaats delict wordt gezien als de veroorzaker van het misdrijf, iets wat Lucia de Berk overkwam, al is deze denkfout een zusje van de post hoc-fout, namelijk de cum hoc ergo propter hoc: met dit, dus door dit. Hoe hardnekkig deze fout is, bleek wel uit het feit dat pas na jarenlange protesten van wetenschappers de rechterlijke dwaling werd erkend. De aanwezigheid van Lucia de Berk bij sterfgevallen in het Juliana Kinderziekenhuis was toeval. De oorzaak van de misselijkheid van mijn vriendin is trouwens nog niet opgehelderd. Eén ding is duidelijk: het kwam niet door de lunch. Dit is de zestiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 5 DECEMBER 2012

27

Wetenschap Tijdschrift handhaaft studie genmaïs Van onze verslaggever Martijn van Calmthout

amsterdam Uitgever Elsevier van het tijdschrift Food & Chemical Toxicology is niet van plan een omstreden wetenschappelijk artikel terug te trekken over tumorgroei in langdurig met genmaïs gevoerde labratten.

Zeegras. Het gewas is wereldwijd van belang als voedsel, schuilplaats en kraamkamer voor allerlei zeeleven.

Foto Science Photo Library

Kreeftjes en zeewormen doen hetzelfde als bijen op het land

Zeegras onder water bestoven Van onze verslaggever

amsterdam Wat de bij op het land doet, doen kreeftjes en zeewormen onder water: ze blijken te helpen bij de onderwaterbestuiving van bedreigde zeegrassen. Ronduit poëtisch zijn de beelden die biologe Brigitta van Tussenbroek op YouTube plaatste. Versnelde opnames laten een witte bloem zien die zich met het vallen van de avond opent. Even later kruipen er allerlei diertjes overheen. Alles speelt zich af onder water. Van Tussenbroek en haar team on-

derzoekers van de Nationale Autonome Universiteit Mexico tonen voor het eerst aan dat zeegrassen ook door dieren kunnen worden ‘bestoven’. Zoals op het land bijen en andere insecten mannelijke pollen overbrengen naar de vrouwelijke stempels van ontelbare plantensoorten, waarna de bevruchting en zaadvorming plaatsvinden, doen waarschijnlijk kreeftachtigen en wormen dat onder water, blijkt uit Van Tussenbroeks onderzoek. De resultaten verschenen afgelopen week in vakblad Marine Ecology Progress Series. De Nederlandse Van Tussenbroek bestudeert al jaren het ‘schildpadden-

gras’ langs de Mexicaanse Caribische kust. Zeegrassen zijn wereldwijd van belang als voedsel, schuilplaats en kraamkamer voor allerlei zeeleven. Na de ontdekking dat van het Mexicaanse zeegras de bloemen zich ‘s nachts openen, filmden Van Tussenbroek en medewerkers met onderwatercamera’s de bloemen. Bij landplanten die ’s nachts bloeien, heeft dit namelijk altijd met bestuiving door dieren te maken. De camera’s registreerden hoe in de nacht oogkreeftjes, vlokreeftjes en borstelwormen de zeegrasbloemen bezochten. De dieren aten van pollen en slijm in de

ABC van denkfouten

bloemen. Waarschijnlijk brengen de dieren aan het lijf klevende pollen van mannelijke naar vrouwelijke bloemdelen over. Direct bewijs is er nog niet, beaamt Van Tussenbroek: ‘We proberen pollen te kleuren, om het terug te kunnen vinden op andere bloemen, maar dat blijkt heel lastig.’ De Nijmeegse zeegrassenonderzoeker Marieke van Katwijk vindt de studie ‘heel overtuigend’. Altijd werd aangenomen dat zeegraspollen passief door zeestromingen wordt overgebracht: ‘Dat er andere bestuivingsroutes zijn, kan helpen bij de bescherming van zeegrassen.’

Dat staat op de website van het tijdschrift, in een reactie op kritiek van verontruste wetenschappers. In de studie van Gilles-Eric Séralini en collega’s van de Franse universiteit van Caen en gentech-actiecentrum Criigen werden ratten twee jaar lang gevoerd met het veelgebruikte genmaïs NK603 van het bedrijf Monsanto. De dieren kregen volgens hen opvallend veel tumoren. Sinds de publicatie schreef een reeks critici brieven aan de uitgever over fouten in de opzet van de studie. Onder meer zou de controlegroep veel te klein zijn geweest. Daarnaast is van de gebruikte proefdieren bekend dat ze op latere leeftijd tumoren ontwikkelen. Normale toxicologische dierproeven duren hooguit 90 dagen. De Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA concludeerde na lezing dat de studie wetenschappelijk ondeugdelijk was, en de resultaten dus irrelevant zijn voor eventuele maatregelen tegen NK603, dat in de EU als diervoer is toegelaten. Direct na het verschijnen van de studie zei de Franse minister een eventueel verbod te overwegen. Ook de Nederlandse NVWA oordeelde vernietigend over de rattenstudie. Volgens Elsevier zijn er echter geen fouten gemaakt bij de beoordeling van de studie, en zijn de normale peer-review-procedures gevolgd. Om die reden zal het artikel niet worden teruggetrokken, zoals critici vroegen. De laatste maanden tekenden enkele honderden wetenschappers een petitie aan het adres van Séralini, die eiste dat hij al zijn meetgegevens openbaar maakt. Seralini weigert dat met het argument dat Monsanto ook geen gegevens hoefde vrij te geven toen NK603 op de markt werd toegelaten.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Omission bias: waarom we acties erger vinden dan nietsdoen ohn is de beste tennisspeler van zijn team. Morgen speelt hij de clubfinale tegen Ivan, een wereldspeler. Vanavond gaan de twee mannen samen eten in het clubrestaurant. John weet dat Ivan allergisch is voor cayennepeper en hij weet ook dat deze specerij in de salade zit die het clubrestaurant serveert. Dit verhaal kan op twee manieren aflopen. In de eerste versie zegt John tegen Ivan dat hij de voortreffelijke salade moet bestellen, in de hoop dat Ivan ziek wordt en de tenniswedstrijd verliest. In de tweede versie bestelt Ivan zelf al de salade, net voordat John het gerecht wil aanbevelen. John zegt niets over de cayennepeper. Welk gedrag van John vindt u verwerpelijker? In de eerste situatie, waarin hij de salade aanprijst? Of in de tweede, waarin hij niets zegt? Dit gedachtenexperiment is in 1991 uitgevoerd door de Amerikaanse psychologen Marc Spranca, Elisa Minsk en Jonathan Baron. De deelnemers aan het experiment konden het gedrag van John in beide scenario’s niet goedpraten; bovendien antwoordde één op de drie het verwerpelijker te

J

vinden wanneer John handelt, dan wanneer hij niets zegt. Ook al is de uitkomst dezelfde. De neiging om acties erger te vinden dan nietsdoen of nalaten, ook als beide hetzelfde schadelijke effect hebben en vanuit dezelfde intentie gebeuren, heet de omission bias. De omission bias appelleert in veel gevallen aan morele oordelen, zoals de vraag: is liegen even erg als de waarheid verzwijgen? En de denkfout speelt ook een rol in maatschappelijke en politieke kwesties, zoals de discussie over passieve en actieve euthanasie of over al dan niet inenten. De Amerikaanse hoogleraar medische ethiek David Asch legde ouders de denkbeeldige situatie voor dat er een griepepidemie was uitgebroken die 10 op de 10.000 kinderen dodelijk zou treffen. Een vaccin was beschikbaar, maar had als bijwerking dat er 5 op de 10.000 kinderen zouden sterven. Zou u uw kind laten inenten?, vroeg Asch. De meeste ouders kozen ervoor hun kind niet te laten inenten. Ook hier is de omission bias aan het werk, want rationeel gezien is vaccinatie een betere optie dan niets doen: er sterven minder kin-

bij actief ingrijpen een directe relatie is tussen de handelende persoon en de schade die de handeling berokkent. Als inenting als bij-effect heeft dat er vijf kinderen sterven, voelen ouders zich verantwoordelijker voor die vijf kinderen, dan voor de tien kinderen die zouden sterven aan de gevolgen van de griep, om de eenvoudige reden dat er een directe relatie is tussen beslissing en gevolg. De omission bias confronteert ons met ons verantwoordelijkheidsgevoel en heeft de functie om ons schuldgevoel te reduceren. Begrijpelijk, maar irrationeel. U kunt de omission bias voorkomen door u te realiseren dat nietsdoen ook een beslissing is. Wanneer John zwijgt over de cayennepeper in de salade die Ivan bestelt, houdt hij immers bewust informatie achter. deren dan mét vaccinatie. Waarom koos de meerderheid van de ouders er dan toch voor om hun kind niet te laten inenten? Ons intuïtief gevoel, ons morele kompas, zegt in veel gevallen dat het erger is om actief in te grijpen dan de zaak op zijn beloop te laten omdat er

Dit is de vijftiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 28 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap Wat normaal duizenden tot miljoenen jaren kost, voltrok zich op het nieuwe land in 50 tot 80 jaar

Tuinslak evolueert snel in polder Van onze verslaggever Marcus Werner

amsterdam Tuinslakken die vanaf het vasteland de IJsselmeerpolders bevolkten, zijn in tachtig tot vijftig jaar evolutionair veranderd. Dat concludeert evolutiebioloog Menno Schilthuizen van Naturalis in Leiden na een studie van 4.500 slakken uit het nieuwe land. De aanpas-

sing aan het leefgebied lijkt het eerste harde bewijs voor een snelle hedendaagse evolutie bij tuinslakken. Schilthuizen achterhaalde aan de hand van historische luchtfoto’s waar en wanneer sinds de drooglegging in de IJsselmeerpolders bos ontstond. Uit oude waarnemingen bleek dat tuinslakken pas na jaren opdoken op het nieuwe land. De huisjes van tuinslakken laten combinaties van kleur en bandering zien waarvan bekend is dat deze een

genetische basis hebben. Huisjes zijn geel, roze of lichtbruin, met een tot vijf donkere banden of geheel ongebandeerd. Bekend is dat gebandeerde gele huisjes in grasland een goede camouflage opleveren tegen slakkenetende zanglijsters. Schilthuizen verzamelde slakken op twaalf plekken in de IJsselmeerpolders, van de tachtig jaar oude Wieringermeer tot aan zuidelijk Flevoland (1968). Het ligt voor de hand dat lichtgekleurde exemplaren

de eerst nog onbeboste polders introkken vanwege het evolutionair voordeel van de lichte huisjes. Maar de slakken die de bioloog in de bossen aantrof, hadden significant vaker een donker gekleurd huisje. De donkere kleur werd op verschillende manieren bereikt. Soms was de basiskleur roze of bruin, maar het vaakst ontstond dit door verdikte banderingen. Volgens Schilthuizen heeft in slechts tientallen jaren natuurlijke selectie de kleurverschillen opgeleverd.

Broeikasgas Een berg koolstofdioxide zo hoog als het Empire State Building

De meest waarschijnlijke selectiekracht achter de waargenomen veranderingen lijkt de betere warmteabsorptie van een donker huisje in schaduwrijk koel bos. Populatiegeneticus Kuke Bijlsma in Groningen spreekt van een ‘prima artikel. Maar als niet alleen de lichte varianten de nieuwe populaties stichtten, ondermijnt dat de geschatte evolutiesnelheid.’ Schilthuizen wil daar met verdere moleculaire studies uitsluitsel over krijgen.

Gezondheid

Zweetklier verricht EHBO bij huidwonden Zweetklieren spelen een rol in het herstel van wonden op de huid, meldt het American Journal of Pathology. Onderzoekers brachten kleine wondjes aan op de huid van 31 vrijwilligers. Daarvoor telde hun zweetklieren maar weinig nieuwe cellen; na de verwonding volop. Het lijkt erop dat de klieren een bron zijn van volwassen stamcellen. Tot nu toe werden de haarzakjes gezien als dé bron.

Astronomie

In infrarood licht lijkt ook Tethys op Pac-Man

De grote cijfers vliegen weer over tafel in Doha, de hoofdstad van Qatar, waar deze week onder de hoede van de Verenigde Naties de onderhandelingen zijn hervat over maatregelen om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen. Maar hoe groot is nu precies een megaton aan koolstofdioxide? Het Londense milieubureau CarbonVisuals denkt dat weinig mensen zich een voorstelling kunnen maken van de omvang van het probleem. Een ‘concrete visualisering’ van het vraagstuk, stellen de Britten, maakt meer indruk dan een pure cijfermatige

of geometrische aanpak. Dus pakten ze een driedimensioneel beeld van New York en bedolven het hart van Manhatten onder een berg blauwe bolletjes om de hoeveelheid koolstofdioxide aan te geven die deze wereldstad elke dag produceert. Elke blauwe bol — tien meter in doorsnede — staat voor een ton van het broeikasgas. New York stoot omgerekend elke dag aan koolstofdioxide 149 duizend van deze bollen uit. Driekwart van de CO2 komt van gebouwen, de rest overwegend van auto’s, taxi’s, bussen en vrachtwagens. Foto Carbon Visuals

ABC van denkfouten

Niet alleen de Saturnus-maan Mimas blijkt een Pac-Man-patroon te vertonen, als je er door een infrarood-spectrometer naar kijkt. Ook de oppervlakte van Tethys lijkt in infrarood licht op het happend figuurtje uit het klassieke computerspel, met grote gebieden waarin verschillende temperaturen heersen. Die ontstaan door de inslag van geladen deeltjes, denken wetenschappers.

A BC D E FG HIJK LMN O PQ RSTUV WXYZ

Negativity bias: Negatieve gebeurtenissen onthouden we goed p een dag aan het begin van mijn journalistieke loopbaan stond mijn hoofdredacteur opeens naast mijn bureau. In zijn hand had hij het tijdschrift van die week, opengeslagen bij een artikel dat hij had geschreven. ‘Wat staat hier’, vroeg hij streng, met zijn vinger bovenaan de pagina. Ik keek naar het woord dat hij aanwees en fluisterde zijn naam. ‘En hoe spel je mijn naam’, vroeg hij nog strenger. Ik kon wel door de grond zinken. ‘Foutje, sorry’, piepte ik beschaamd. Deze berisping, hoe klein ook, kwam prominent in mijn dagboek terecht en staat sindsdien in mijn geheugen gegrift. Wellicht had de hoofdredacteur me ook wel eens gecomplimenteerd voor mijn eindredactionele kwaliteiten, maar ik herinner me vooral zijn aanmaning om zorgvuldiger te zijn. De meeste mensen hebben een selectief geheugen voor negatieve gebeurtenissen. Wie één keer gebeten is door een hond, zal de rest van zijn leven bang zijn voor hon-

O

den, terwijl er waarschijnlijk meer positieve ervaringen met honden tegenover staan. En wie van zijn baas in een functioneringsgesprek één minpuntje te horen krijgt, zal merken dat de kritiek de positieve feedback overschaduwt. Deze neiging om meer waarde te hechten aan negatieve ervaringen en ze beter te onthouden dan positieve heet de negativity bias of de negativiteitsfout. Zoals een oud Russisch spreekwoord zegt: Eén lepel teer kan een vat honing bederven, maar één lepel honing in een vat teer betekent niets. Psychologen hebben de negativity bias in allerlei vormen onderzocht – van kleine tegenslagen tot traumatische gebeurtenissen – maar ook op allerlei terreinen zoals relaties, onderwijs en media. En overal kwamen ze hetzelfde mechanisme tegen. Er zijn wel vijf complimentjes nodig om de schade van één negatieve opmerking te compenseren, schreef de Amerikaanse hoogleraar psychologie Roy Baumeister in 2001, in ‘Bad is stronger than good.’ Baumeister voerde een experiment uit waarin zijn proefpersonen 50 dollar konden winnen of verliezen.

Hij ontdekte dat de deelnemers meer van streek waren van het verlies van 50 dollar, dan dat ze blij waren met dezelfde hoeveelheid. Mensen hebben een grotere afkeer van verliezen dan een verlangen om te winnen, concludeerden ook de psychologen Daniel Kahneman en Amos Tversky. Zij legden proefpersonen de volgende keuze voor: u krijgt een gok aangeboden die door het opgooien van een munt wordt beslist. Als het kop is verliest u 100 dollar. Als het munt

is wint u 150 dollar. Hoewel dit rationeel gezien een aantrekkelijke gok is - u kunt immers meer winnen dan verliezen - hebben de meeste mensen geen zin om het muntje op te gooien. Verliezen wegen zwaarder dan winsten. De negativiteitsfout heeft evolutionair gezien een functie. Om te kunnen overleven is het belangrijk om bedreigingen te herkennen. Eén klein foutje kan immers de dood betekenen. Wie zich concentreert op mogelijke negatieve gevolgen van zijn gedrag heeft meer kans om te overleven dan zijn hedonistische soortgenoot die zich niet bekommert om gevaar. De negativiteitsfout is hardnekkig en moeilijk te omzeilen. Wees u bewust van uw selectieve geheugen. Sta expliciet stil bij positieve ervaringen. En relativeer. Daar wordt u bovendien een gelukkiger mens van. Dit is de veertiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 21 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap Gerucht: leven op Mars ontdekt Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam En weer gonst het van de geruchten rondom buitenaards leven. De robot Curiosity, sinds augustus op Mars, zou op de rode planeet een ‘wereldschokkende’ ontdekking ‘voor in de geschiedenisboeken’ hebben gedaan.

Verkoop van dranken, wortels en boomschors met veronderstelde medicinale krachten in Gabon, West-Afrika

Foto C. van der Hoeven

‘Wortel vertelt slavenverleden’ Interview Tinde van Andel Afrikaanse slaven pasten zich razendsnel aan in nieuwe bossen, blijkt uit analyse van hun liefdesdranken.

N

a de boottocht over de Atlantische Oceaan moesten Afrikaanse slaven hun complete medicijnarsenaal opnieuw uitvinden. Ze hadden immers geen beschikking meer over de planten, wortels en kruiden die ze kenden uit hun land van herkomst. Etnobota-

nicus Tinde van Andel van het Naturalis Biodiversity Center in Leiden onderzocht lustopwekkende dranken op markten in onder meer Suriname en Ghana. De cocktail van ingrediënten zegt veel over het aanpassingsvermogen van de slaven. Welke drankjes kocht u op de lokale markt? ‘Ze hadden veelzeggende namen als front end lifter of demarreur noir, wat zoiets betekent als zwarte startmotor. Ik wilde achterhalen in hoeverre de drankjes uit de Caribische gebieden lijken op die in West-Afrika, waar de slaven vandaan kwamen. Met de flessen alleen kon ik weinig: er drijven kleine schilfers hout en wortels in die je moeilijk kunt determineren.

Daarom gaf ik de marktvrouwen een dagsalaris om me mee de jungle in te nemen. Zo zag ik precies welke wortels en vruchten ze verzamelden.’ Wat zegt een bes in een Surinaams erectiedrankje over oude slaven? ‘Veel. Het eerste wat opvalt is de smaak: de liefdesdrankjes zijn in zowel Afrika als Suriname bitter. Waarschijnlijk gingen de slaven bij aankomst in Suriname dus op zoek naar bittere vruchten en wortels. De slaven letten ook op uiterlijke overeenkomsten. Zo kenden ze uit Afrika de Xylopia aethiopica, een plant met zwarte vruchtjes die wordt gebruikt in liefdesdrankjes. In Surinaamse drankjes zit de vrucht van de Xylopia

ABC van denkfouten

discreta, een soortgelijke plant.’ Surinaamse liefdesdrankjes zijn dus behoorlijk multiculti? ‘Nogal. En die ontwikkeling gaat door. In een Surinaamse winkel in Amsterdam-Zuid kocht ik laatst een fles afrodisiacum met gele schilfers. Er bleek goudsbloem in te zitten, een Nederlands kruid. Zo blijft men oude kennis met nieuwe kruiden mixen.’ Zelf wel eens een slok genomen? ‘Af en toe. Ik vond het vooral erg bitter, van de beloofde werking merkte ik weinig. Maar de drankjes zijn eigenlijk bestemd voor mannen, dus misschien dat het bij hen wel het gewenste effect heeft.’ Tonie Mudde

Dat heeft hoofdonderzoeker John Grotzinger gezegd tegen de Amerikaanse publieke zender NPR. Vermoedelijk gaat het om de vondst van organische moleculen, de bouwsteentjes voor leven. Maar de wetenschappers houden de kaarten voor zich: nader onderzoek moet uitwijzen of de ontdekking stand houdt, of dat er wellicht gewoon sprake is van een meetfout. De ophef komt op een veelzeggend moment: Curiosity is net bezig met de analyse van bodemmonsters met het instrument SAM, dat concentraties van de elementen zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof meet. Uit de onderlinge verhoudingen van die stoffen valt af te leiden of er sprake is van organische verbindingen. ‘De gegevens die we binnenkrijgen zien er interessant uit’, aldus Grotzinger. Naar verwachting over enkele weken volgen pas de details. NASA is door schade en schande wijzer geworden. Een paar weken geleden dacht het Curiosity-team nog even het ‘aardgas’ methaan te hebben gemeten, totdat duidelijk werd dat het ging om een beetje gas dat vanaf de aarde was meegekomen. En twee jaar geleden draaide het geruchtencircuit overuren nadat NASA een ontdekking aankondigde met ‘grote gevolgen voor de zoektocht naar bewijs voor buitenaards leven’. Het bleek te gaan om een op aarde gevonden nieuwe bacterie die arseen als bouwsteen zou gebruiken – totdat vorige maand kwam vast te staan dat zelfs dat niet klopte, maar was gebaseerd op slordige metingen.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Magisch denken: Gedachten bepalen geen gebeurtenissen en vriendin fietste als meisje dagelijks van huis naar school en terug. Op de terugweg, steeds op dezelfde splitsing van wegen, mocht ze van zichzelf niet kijken naar de zijweg die naar rechts afboog. Met haar ogen strak gericht op de hoofdweg, racete ze langs de splitsing, om opgelucht adem te halen als ze de afslag voorbij was. ‘Waarom?’, vraag ik verbaasd, want mijn vriendin is beslist geen bijgelovig type. ‘Waarom mocht je niet naar die zijweg kijken?’ Mijn vriendin haalt glimlachend haar schouders op. ‘Het klinkt idioot, maar als ik naar de zijweg keek, zwaaide er wat als ik thuiskwam, dan was mijn moeder boos. Lukte het me om de weg te negeren, dan had mijn moeder een goed humeur.’ Mijn vriendin maakte een fout die bekend staat als magisch denken en die in zijn extreme vorm een obsessieve stoornis is. Wie denkt dat hij met zijn gedachten, woorden of handelingen een bepaalde gebeurtenis kan oproepen of voorkomen, is irratio-

E

neel en negeert de wetten van de causaliteit. Elk kind heeft een periode dat het een primitief geloof heeft in de kracht van zijn gedachten. Volgens de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget loopt deze fase tot ongeveer een jaar of zeven; tot die tijd geloven kinderen ook in Sinterklaas. Magisch denken komt niet alleen voor bij kinderen. De meeste mensen proberen wel eens met hun gedachten de loop der dingen te beïnvloeden. Als ik heel sterk aan dit lot denk, win ik misschien de prijs; als ik mijn gedachten concentreer op deze man, wordt hij mijn geliefde. Of, zoals een lezer me mailt: ‘Wanneer het heel goed met me gaat, denk ik dat er zeker iets fout moet gaan. Ik heb het overigens ook als er van alles mis is gegaan. Dan weet ik zeker dat er nu wel iets goeds gaat gebeuren.’ Soms groeien de gedachten uit tot bezweringen. Zo voert Rafael Nadal steeds een uitgebreid ritueel op. Voordat hij gaat tennissen, plaatst hij twee flesjes drank naast zijn stoel. Bij elke wissel van helft neemt hij een

slokje uit beide flesjes en zet de flesjes precies zo terug als ze stonden. En van oud-tennisser Goran Ivanisevic doet het verhaal de ronde dat hij zich zolang hij won niet schoor en elke dag in hetzelfde Londense restaurant hetzelfde menu at: vissoep, lamsvlees met friet, en als toetje ijs met chocoladesaus. In een onderzoek zagen twee groepen

hoe een collega, een geoefende speler, acht ballen in een korf probeerde te gooien. Voordat de man de bal gooide, kreeg de helft van de groep de opdracht om te visualiseren dat hij doel trof; de andere helft moest zich voorstellen dat de werper miste. Na afloop bleek dat de eerste groep vaker dan de tweede groep het idee had dat ze had bijgedragen aan het succes van de werper. Magisch denken is naïef en kan gevaarlijk zijn, omdat we onszelf een grotere rol geven in de loop der gebeurtenissen dan we in werkelijkheid hebben. Er is een remedie. Realiseer je dat toeval een grotere rol speelt dan je zou willen. En houd jezelf niet voor de gek. Dit is de dertiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 14 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap

‘Trombosedienst kan nog niet weg’ Interview Martin Schalij Nieuwe bloedverdunners bieden hoop dat veel patiënten niet meer naar de trombosedienst hoeven. Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

V

anaf volgende maand worden twee nieuwe bloedverdunners vergoed die de gang naar de trombosedienst overbodig maken. Die nieuwe pillen werken gelijkmatiger dan de traditionele medicijnen, waarvan het effect wordt beïnvloed door onder meer voeding. Patiënten hoeven daardoor niet meer regelmatig te laten controleren of hun bloed te dik is (kans op een beroerte of een embolie) of te dun (kans op maag- of hersenbloeding). De orde van medisch specialisten heeft een leidraad opgesteld voor artsen die met de nieuwe bloedverdunners te maken krijgen. Dat is uniek, zegt de Leidse cardioloog en hoogleraar Martin Schalij, voorzitter van de commissie die de leidraad schreef. Hij is ‘gematigd enthousiast’. Waarom gematigd? ‘De nieuwe medicijnen blijken net zo effectief als de oude bij het tegengaan van bloedstolsels en ze leiden tot minder hersenbloedingen. Maar áls je een bloeding krijgt, is het ook gebeurd met je. Want er bestaat geen snel werkend antigif, je kunt een bloeding niet meteen stelpen. Dat is bij de traditionele bloedverdunners wel zo. Er is voor die nieuwe medicijnen ook geen nauwkeurige test om de stollingstijd van het bloed te bepalen.’ Geen test en geen antigif, maar wel een vergoeding? ‘Er is een enorme druk ontstaan om de nieuwe bloedverdunners te gaan

Eclips Halfbewolkte verduistering

betalen. Artsen hebben breed uitgemeten dat uitstel tot veel extra doden zou leiden, fabrikanten betaalden patiënten terug die er alvast mee wilden beginnen. Dat is ongekend, er was nog niet eens een richtlijn! De nieuwe trombosepillen worden al in 80 landen gebruikt. Maar ik vind dat we voorzichtig moeten zijn. Er zijn genoeg voorbeelden uit het verleden van medicijnen waar iedereen eerst heel enthousiast over was en die later grote nadelen bleken te hebben. Er zijn al Amerikaanse patiënten die hun arts hebben aangeklaagd omdat ze met zo’n nieuwe bloedverdunner een ernstige bloeding hebben opgelopen terwijl ze over dat risico niet waren ingelicht.’ Waarom is een leidraad nodig? ‘In ieder ziekenhuis moeten afspraken op papier komen voor noodgevallen. Stel dat op de eerMartin Schalij ste hulp een patiënt binnenkomt die zo’n nieuw medicijn slikt en die, bijvoorbeeld door een ongeluk, kans heeft op bloedingen, of met spoed moet worden geopereerd. Artsen en ambulancediensten moeten dan wel weten wat ze kunnen verwachten.’ Kan de trombosedienst weg? ‘Nee, want niet alle 400 duizend trombosepatiënten hebben baat bij het nieuwe middel.’ Jullie pleiten voor aanvullend onderzoek, maar de middelen zijn toch al uitgebreid bestudeerd? ‘De patiënten uit die studies lijken niet op de mensen die de pillen in de praktijk slikken. Dat zijn vaak ouderen, met meer dan één ziekte. Wij willen uitzoeken of de nieuwe medicatie voor alle groepen even veilig is. Hoeveel extra bloedingen ontstaan er? En hoeveel beroertes en trombose voorkomen we?’

Halfbewolkt was het, maar geluksvogels konden hem gewoon zien: de volledige zonsverduistering die gisteravond iets na half tien Nederlandse tijd over het noorden van Australië trok. Tienduizenden Australiërs en toeristen waren op de stranden getuige van het twee minuten durende spektakel, dat in West-Europa voor het laatst in 1999 plaatsvond. Bij een volledige verduistering valt het schijje van de maan precies voor de zon, een buitengewoon

toeval gezien het verschil in afmeting tussen beide hemellichamen. In Australië hield men onder meer eclipsfeesten, een eclipshardloopwedstrijd en waren sommige hotels al meer dan drie jaar volgeboekt. In Nederland vindt de volgende totale zonsverduistering pas plaats in 2135. Wie dan leeft, boft toch maar: ook in 2142 en 2151 wordt de zon volledig verduisterd in Nederland. De vorige keer was in 1715. Foto Greg Wood / AFP

KennisCafé

Paleontologie

‘ADHD is ook maar een diagnose.’

Oermens in Tsjaad at op de savanne veel gras

Psycholoog Laura Batstra (Groningen) maandag 19 november in het KennisCafé in De Balie in debat over drukke kinderen en remedies. Met jeugdpsychiater Jan Buitelaar (Nijmegen), hersenwetenschapper Sarah Durston (Utrecht) en farmaceut Paul Korte (Janssen Nederland). Met columns van Maarten Keulemans en Jelle Reumer. Presentatie: Martijn van Calmthout (de Volkskrant). KennisCafé, maandag 19 november, 20.00 uur, De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Entree €8,50. Reserveren op www.debalie.nl

Het KennisCafé is een coproductie van de Volkskrant, KNAW, NEMO en De Balie.

ABC van denkfouten

Een 3- tot 3,6 miljoen jaar oude voorloper van de mens at volgens een analyse van drie in 1993 in Tsjaad gevonden tanden vooral gras en zegge, een grasachtig kruid. Dat melden paleontologen van de Universiteit van Oxford deze week op de website van het tijdschrift PNAS. Of deze A. bahrelghazali uitsluitend grassen at, is niet bekend, zegt onderzoekster Julie Lee-Thorp. Zij leidt het grasrijke dieet af uit de verhouding van koolstof-isotopen in de tanden. Die lijkt op die in grassen.

A BC D E FG HIJKL MN O PQ RSTUV WXYZ

Lake Wobegon-efect: Waarom we onszelf enorm goed vinden inden jullie jezelf een betere directeur dan een gemiddelde manager?’, vraag ik aan een groep schoolleiders die een training helder denken volgt. ‘Denk na en schrijf het antwoord op.’ De tien mannen en vrouwen zijn eraan gewend dat ik gemene valkuilen voor ze graaf, maar deze vraag is glashelder en heeft geen dubbele bodem. Denken ze. Alle managers beantwoorden mijn vraag positief. ‘Het kan niet dat iedereen zichzelf beter vindt dan een gemiddelde schooldirecteur’, roep ik plagend. ‘Jullie tarten de wetten van de statistiek.’ Ik vertel de groep maar niet dat ik mezelf hoger inschat dan de gemiddelde trainer. En als ik mezelf vergelijk met een doorsnee stukjesschrijver scoor ik ook beter. Ik sta niet alleen. De meeste mensen hebben een overdreven vertrouwen in hun eigen kwaliteiten en prestaties. Niet iedereen heeft het natuurlijk bij het verkeerde eind, maar het kan niet zo zijn dat we allemaal bovengemiddeld scoren. Psychologen noemen deze denkfout het Lake Wobegon-effect, genoemd naar een fictief stadje in Min-

‘V

nesota, waar de vrouwen sterk zijn, de mannen knap en de kinderen bovengemiddeld intelligent, een verzinsel van de Amerikaanse radiopresentator Garrison Keillor. Het Lake Wobegon-effect is goed gedocumenteerd. Zo meent 95 procent van de Britse automobilisten dat ze beter rijden dan een gemiddelde chauffeur en vindt 94 procent van de academische professionals dat ze tot de besten behoren. En ook studenten zijn te optimistisch in het beoordelen van hun prestaties. In een experiment moesten ze woorden spellen en van elk woord aangeven of ze dachten dat ze het juist hadden gespeld. Wanneer ze in 100 procent van de gevallen ervan waren overtuigd dat ze het goed hadden, bleek in werkelijkheid dat dit in 80 procent van de gevallen zo was. Vooral deskundigen hebben een te rooskleurig beeld van hun capaciteiten. Artsen overschatten de juistheid van hun diagnoses, concluderen de Amerikaanse onderzoekers Eta Berner en Mark Graber in een studie uit 2008. Artsen die zeker wisten dat ze de juiste diagnose hadden gesteld, hadden

het in 40 procent van de gevallen bij het verkeerde eind, zo bleek achteraf. Adviseurs, beleidsmakers en managers scoren ook hoog. En als het om seksuele expertise gaat zijn Franse mannen overmoedig: 84 procent vindt zichzelf een betere minnaar dan gemiddeld. Vrouwen hebben minder last van overmoed dan mannen, evenals mensen met een depressie. Depressief realisme heet dit. Zelfoverschatting mag dan een denkfout zijn, het heeft ook een functie. Zonder een ge-

zonde dosis hubris, overmoed, zouden we überhaupt niet beginnen aan een riskante klus of een nieuwe onderneming. Volgens de Amerikaanse psycholoog Martin Seligman, grondleger van de positieve psychologie, zorgt zelfoverschatting ervoor dat we tegenslagen kunnen opvangen. Overmoed moet je doseren en benutten. Gebruik de overschatting van jezelf als motor om een doel te behalen, maar wees kritisch op onrealistische ambities. En zeker wanneer de overmoed negatieve consequenties kan hebben voor anderen. Wie denkt dat hij de beste beslisser of de beste beleidsmaker is, kan een bedrijf of zelfs een land ruïneren. Wie zijn liefhebbende kwaliteiten overschat – ook niet best – riskeert een teleurgestelde partner. En een beschadigd ego. Dit is de twaalfde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 7 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap

Sporen van grote inslag bij Japan Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam De meteoriet die zeer waarschijnlijk de grote dinosauriërs om zeep bracht, was écht een uitzonderlijk exemplaar. In Japan hebben wetenschappers in de bodem chemische sporen ontdekt van een andere, veel oudere grote inslag. Naar het zich laat aanzien, bleef die zonder dramatische gevolgen. Zelf denken de onderzoekers, verbonden aan vier Japanse universiteiten, dat de inslag verband houdt met de krater van Manicouagan, een beroemde, 100 kilometer brede inslagkrater in Canada van ongeveer 214 miljoen jaar oud. Maar in Amsterdam weet geoloog en autoriteit op het gebied van inslagkraters Jan Smit een goede reden waarom dat niet zo is: ‘De bodem bij Manicouagan is van graniet. Wat men hier heeft gevonden, duidt op een inslag in kalksteen.’ De Japanners kwamen hun inslag op het spoor door ruim 200 miljoen jaar oude kleilaagjes te analyseren. De klei bevat onder meer gekristalliseerde ‘spetters’ gesteente en grote hoeveelheden iridium, een element dat op aarde nauwelijks voorkomt maar wel

in de ruimte. De inslag moet hebben plaatsgevonden op het eind van het Trias, het tijdperk vóór de dinosauriërs. Smit denkt aan een inslag vlakbij, met alleen regionale gevolgen. ‘Of hij is in zee ingeslagen. Dan zie je doorgaans geen krater meer.’ Volgens de Japanners haalde het leven uit die tijd blijkbaar de schouders op over de ramp: er stierven nauwelijks soorten uit, blijkt uit de vondst in de kleilaag van versteende microscopische diertjes. Dit duidt erop dat grote meteorietinslagen kennelijk niet altijd wereldwijde rampspoed teweegbrengen, aldus de wetenschappers in het vakblad PNAS. Ook in onder meer Finland en Frankrijk (nabij Limoges) sloegen rond diezelfde tijd grote meteorieten in zonder dat daardoor veel dier- en plantensoorten uitstierven. ‘Ik denk dat er sprake is van een drempelwaarde waarboven zo’n inslag pas echt schadelijk is’, zegt Smit. ‘Blijkbaar waren dit soort inslagen niet krachtig genoeg om veel teweeg te brengen.’ Smit wijst erop dat er in het verre verleden perioden waren waarin ‘het meteorieten hagelde’. Zoals in het zogeheten Ordovicium (488- tot 444 miljoen jaar geleden), toen er in relatief korte tijd zeker tientallen meteorieten insloegen. ‘En toch stierf er maar weinig uit’, zegt Smit.

De krater van Manicouagan (Canada), gezien vanuit de ruimte.

Foto NASA / JPL

Geen extra vitamine D nodig om langer te leven Van onze verslaggeefster Maxime Smit

Amsterdam Volgens onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum hebben zestigers uit families waarvan de leden gemiddeld oud worden minder vitamine D in hun bloed dan hun leeftijdgenoten. Werd vitamine D eerder nog gepresenteerd als wondermiddel voor een lang en gezond leven, inmiddels lijkt het

minder cruciaal dan gedacht. Dat schrijven de onderzoekers deze week in het Canadian Medical Association Journal. ‘Er zijn veel studies die een verband aantonen tussen gebrek aan vitamine D en ziekten als kanker, multiple sclerose of het krijgen van een hartaanval’, zegt Diana van Heemst van het LUMC. ‘Het is in deze studies niet altijd duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is. Mogelijk leidt een tekort aan vitamine D niet tot ziekte, maar krijgen mensen die ziek zijn juist minder vitamine D bin-

nen. Bijvoorbeeld doordat ze niet zo vaak buiten komen.’ Volgens Van Heemst hoeven vitaminenbommen als supplementen, vette vis en zonlicht niet meteen bij het vuilnis. Mensen met een verhoogd risico op botfracturen hebben wel baat bij het innemen van extra vitamine D, blijkt uit eerder onderzoek. ‘Het gaat vooral om mensen die al gezond zijn. Die hoeven niet nog eens extra supplementen in te nemen,’ aldus Van Heemst. De onderzoekers bepaalden bij 1.499

ABC van denkfouten

personen het vitamine D gehalte in het bloed. Deelnemers aan het onderzoek waren deels kinderen uit families waarvan een nog levend familielid en een broer of zus daarvan minimaal de 89 hebben bereikt. Het andere deel bestond uit partners van deze kinderen. De telgen uit lang levende geslachten bleken telkens minder vitamine D in hun bloed te hebben dan de partners. ‘Waarom dat zo is, weten we niet’, zegt Van Heemst. ‘We hopen dat dit in een vervolgonderzoek duidelijk wordt.’

Klimaat

Ander scenario voor laatste Grote IJstijd De laatste Grote IJstijd, zo’n 13 duizend jaar geleden, is niet veroorzaakt doordat een zoetwatermeer in Noord-Amerika na een damdoorbraak de Warme Golfstroom in de Atlantische Oceaan lamlegde. Onderzoekers verwijzen deze week in PNAS die twintig jaar oude theorie naar de prullenbak, met hulp van computersimulaties. Ze wijzen naar een smeltmeer dat aan de noordwestkant van Canada de poolzee instroomde en wel de circulatie verstoorde.

A BC D E FG HIJKLMNO PQ RSTUVWXYZ

Kokerillusie: waarom we ons toekomstig geluk overschatten ls ik de loterij win, ben ik gelukkig’, zegt een collega, op mijn vraag waarom hij elke maand een lot koopt. ‘Gelukkiger dan nu?’, vraag ik er meteen achteraan. ‘Ja natuurlijk, want dan koop ik een villa en een grote auto. En dan ga ik minder werken en een wereldreis maken. Geld geeft veel mogelijkheden. ’ ‘En ben je na een jaar nog steeds zo gelukkig als na de eerste week?’ Mijn collega raakt geïrriteerd. ‘Ik denk het wel, waarom niet?’ Ik zie hem nadenken; hij heeft alleen gefantaseerd over wat hij met het geld kan doen. Tijd speelt in zijn hoofd nu geen rol. Ik ga nog even door. ‘Ken je iemand met een villa, een grote auto en genoeg geld om minder te werken? Is hij gelukkiger dan toen hij dit allemaal niet had?’ Nu wordt hij boos. ‘Laat me toch, roept hij verontwaardigd. Laat me toch dromen over hoe het zou kunnen zijn.’ Mijn collega maakt een denkfout die bekend staat als de kokerillusie of de focalism

‘A

bias. De kokerillusie wil zeggen dat mensen geneigd zijn het aspect van hun leven waaraan ze op dat moment denken te overschatten. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman formuleerde de essentie van de kokerillusie in één zin: ‘Niets in het leven is zo belangrijk als je denkt dat het is wanneer je erover denkt.’ Wie de vraag krijgt of hij plezier beleeft aan zijn auto is geneigd om het genoegen te overdrijven, om de simpele reden dat hij er nu over nadenkt, schrijft Kahneman in Ons feilbare denken Thinking fast, thinking slow. In het voorspellen van een gemoedstoestand schakelen we andere belangrijke aspecten van ons leven uit en houden we bovendien geen rekening met het feit dat de tijd gewenning veroorzaakt. In de herinnering – het terugblikkende zelf noemt Kahneman dit – concentreren we ons op het plezier van de auto, maar vergeten we alle momenten dat we gewoon in de auto rijden zonder noemenswaardig geluk. Blikken we vooruit, dan schakelt ons voorstellingsvermogen de duur van de ge-

beurtenis uit. Tijd speelt geen rol; het menselijk aanpassingsvermogen is zo sterk, dat na een tijdje het geluksgevoel verdwijnt. De Amerikaanse psychologen Daniel Gilbert, Timothy Wilson en Jay Meyers vroegen tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1996 aan een groep Democratische kiezers om te voorspellen hoe gelukkig ze zouden zijn als Bill Clinton de verkiezingen zou winnen. Veel gelukkiger dan nu,

beweerden de Democratische kiezers. Maar na de verkiezingen bleken de Democraten niet gelukkiger te zijn dan ervoor. In hun focus op de winst van Clinton waren ze vergeten hoezeer andere aspecten van hun leven, zoals werk, relaties, gezondheid of financiële situatie ook hun gemoedstoestand bepalen. Bovendien waren ze na een week aan hun zege gewend. We kunnen de kokerillusie voorkomen door realistisch te blijven en onszelf kritische vragen te stellen. En wie de loterij wint, moet weten dat het euforische geluksgevoel van het eerste uur na ongeveer een jaar weer gezakt is naar het vroegere geluksniveau. Maar mijn collega is dan nog op wereldreis en véél gelukkiger dan nu. Denkt hij. Dit is de elfde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 31 OKTOBER 2012

27

Wetenschap

‘Rutte en Samsom hebben ’t makkelijk’ Interview Historicus Joris Oddens Het eerste Nederlandse parlement moest pas écht bruggen slaan, blijkt uit Amsterdams onderzoek. Van onze verslaggever Tonie Mudde

E

en oorlog, een gigantische staatsschuld, en onduidelijkheid over wie het voor het zeggen had. Dat waren de be-

stuurlijke uitdagingen aan het einde van de achttiende eeuw. Historicus Joris Oddens promoveert vandaag aan de UniversiJoris Oddens teit van Amsterdam op de geschiedenis van het eerste democratisch gekozen parlement van Nederland. Hoe ontstond dat? ‘Het land werd lange tijd geregeerd door de Prins van Oranje en een groep regenten op lokaal niveau. Burgers

pikten dat niet langer en wilden hun eigen volksvertegenwoordigers kiezen. Dat lukte uiteindelijk, met ingehuurde hulp van het Franse leger. Op 1 maart 1796 werd op het Binnenhof het eerste democratisch gekozen verkozen parlement geïnstalleerd.’ VVD en PvdA kunnen samen regeren. Hoe was dat toen? ‘Er bestonden in die eerste maanden nog geen partijen. Alle macht was aan het parlement, dat uit 126 gekozen individuen bestond, ieder met een eigen mening. Een grondwet, vergaderprocedures; het moest allemaal nog uitgevonden worden, door een groep bevlogen burgers met nul parlemen-

taire ervaring. De staat was bovendien een enorm bedrag verschuldigd aan het Franse leger, dat geholpen had bij het verdrijven van de voormalige machthebbers. De schuldencrisis was destijds nog groter dan nu. In die zin hebben Rutte en Samsom het makkelijk.’ Hoe democratisch was het eerste parlement? ‘Aan de ene kant was die aanzienlijk, vanwege de grote autonomie van individuele volksvertegenwoordigers. Maar lastige parlementariërs konden ook zonder pardon worden opgesloten in Paleis Huis ten Bosch, waar toen genoeg kamers vrij waren sinds

Dansers Jobin op CERN klaar met ontregelen

de vlucht van de Oranjes.’ Hoe was de man/vrouwverhouding in de eerste regering? ‘Het parlement bestond uit alleen maar mannen, net als de groep bestuurders die we nu ministers, staatssecretarissen en topambtenaren zouden noemen. Ik heb in oude notulen één opmerking over de kwestie gevonden. Na een uitvoerige discussie over burgerrechten vroeg een parlementslid: ‘Maar zouden die burgerrechten dan ook niet moeten gelden vrouwen?’ De voorzitter antwoordde ‘nee’ en daarna ging men over tot de orde van de dag.’

Naturalis Late Night Show

‘Hoe schiet een kameleon een vlieg neer?’

Van onze verslagever Martijn van Calmthout

genève Een kleine week nog kun-

Naturalis Late Night Show, uit met inhoud! Liveshow over wetenschap, kunst en natuur. Met: misdadige hersenen, ballistische tongen, de slak die aan een slang ontsnapt en ander geweld in de natuur. Met o.a. Toine Pieters (VUMC), Johan van Leeuwen (WUR), Masaki Hoso (Naturalis), De Spullenmannen, fotostrips van Ype en cabaretière Ellen Dikker. Presentatie: Maarten Keulemans (de Volkskrant)

nen ze overal op het Europese deeltjeslab CERN in Genève opduiken, de dansers van de Zwitserse top-choreograaf Gilles Jobin. Gedurende drie maanden waren ze artists in residence op het versnellerlab en gebruikten onaangekondigd versnellers, detectoren, rekencentra en studeerkamers als podium. Verblufte omstanders, aldus CERN, waren soms tot tranen geroerd. Afgelopen maanden maakte Jobin een choreografie die dinsdag live wordt uitgevoerd in het auditorium. Dansers, zegt hij, putten inspiratie uit de fysica. ‘Niet zozeer uit deeltjes en krachten, als wel uit het zoeken zelf.’ CERN-directeur Rolf Heuer stelt nuchter vast dat dansers hoe dan ook heel anders over ruimte, tijd en gravitatie denken dan fysici.

Donderdag 1 november, 20.00 uur. Naturalis, Leiden. Entree € 10,00 incl consumptie. Reserveren: evenementen@naturalis.nl ovv Late Night Show

Dansers terwijl het werk doorgaat in het CERN datacentrum en de antimaterieversneller. Foto’s CERN

ABC van denkfouten

A BC D E FG HIJ K LMN O PQ RSTUV WXYZ

Just world bias: waarom het slachtofer soms de schuld krijgt en meisje gaat met haar vriendin uit en wordt op straat gemolesteerd. Een ervaren wintersporter verongelukt tijdens het skiën. Een broodnuchtere tiener rijdt zich na een feestje te pletter tegen een boom. De omgeving is verbijsterd en geschokt. Hoe kon zoiets afschuwelijks gebeuren? Sommige mensen zoeken de verklaring voor de tragische gebeurtenis bij het gedrag van het slachtoffer. ‘Had het meisje maar niet om half vijf ’s nachts op straat moeten lopen.’ ‘Had de skiër maar niet buiten de piste moeten skiën.’ En: ‘Had de tiener na het feestje maar niet in de auto moeten stappen.’ De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als de just world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om

E

zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid. Het uit de hand gelopen verjaardagsfeestje van de 16-jarige Merthe uit Haren op 21 september was volgens sommigen haar eigen schuld. Had ze maar niet zo stom moeten zijn om zo’n algemeen berichtje te posten. In een peiling op Hyves de week erna reageerden meer dan 100 mensen op deze manier. ‘Eigen schuld dikke bult’ was ook de strekking van de reactie van staatssecretaris Fred Teeven toen hij hoorde dat een inbreker was omgekomen bij een vechtpartij met de bewoners. Inbrekersrisico, vond de VVD’er. De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben

over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft. De Amerikaanse sociaal psycholoog Melvin Lerner formuleerde de just world hypothese voor het eerst in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij liet een groep vrouwen

zien hoe een proefpersoon elektrische schokken toegediend kreeg. Toen de vrouwen merkten dat ze niets konden doen om de schokken te stoppen, gaf de meerderheid het slachtoffer de schuld van zijn lijden. Om hun eigen schuldgevoel te reduceren, aldus Lerner. Andere onderzoekers vonden nog meer voorbeelden van de just world bias. Zo sprak een jury in Florida de dader van een dubbele verkrachting vrij, omdat het slachtoffer een kort rokje en geen ondergoed droeg. De vrouw had om de verkrachting gevraagd, vond de jury. Kun je iets doen om deze denkfout te voorkómen? Roep niet meteen dat het slachtoffer het er wel naar gemaakt zal hebben. Slachtoffers zijn slachtoffers, geen daders. Dit is de tiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 24 OKTOBER 2012

27

Wetenschap

Lallende dolfijn eist dat duiker zijn bassin verlaat Van onze verslaggeefster Maxime Smit

Artsen van de faculteit diergeneeskunde in Utrecht onderzoeken een bruinvis.

Foto Erik van 't Woud / ANP

Zeehond verdacht van aanval op bruinvissen Van onze verslaggever Marcus Werner

amsterdam Achter de verminkte bruinvissen die langs de kust aanspoelen, kunnen grijze zeehonden zitten. Een Belgische studie levert voor het eerst aanwijzingen dat bruinvissen worden aangevallen door grijze zeehonden, een uit de kluiten gewassen zeehondensoort waarvan de Nederlandse populatie snel groeit. De verwondingen van bruinvissen, kleine in de Noordzee levende dolfijnachtigen, passen bij aanvallen van grijze zeehonden. Dat vertelden zeebiologen van het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen op een symposium over bruinvisbescherming. De bevindingen verschijnen komende maand in vakblad Aquatic Mammals. Marien biologen breken zich al jaren

het hoofd over de oorzaak van de soms zwaar toegetakelde lijken van bruinvissen op het strand. Elk jaar spoelen honderden van deze kleine dolfijnachtigen dood aan op de Nederlandse kust – in 2011 nog zo’n 850. Een op de twintig heeft diepe wonden in de flanken, en soms spoelen alleen delen bruinvis aan. Volgens sommige natuurvrienden is dat het werk van vissers, die om te verdoezelen dat de beschermde bruinvissen in hun netten terechtkomen, de dieren aan flarden zouden snijden om ze te laten zinken. Andere theorieën draaiden om scheepsschroeven of aanzuigmonden van zandzuigschepen. Zelfs aan stroperij voor Chinese restaurants werd gedacht. Het Belgische team vergeleek de gebitsgegevens van honderdveertig zeehondenschedels uit musea met de verwondingen van verse bruinviskadavers gevonden bij Oostende en KnokkeHeist. De ontdekte sporen van hoek- en

snijtanden bleken het best te passen bij de grijze zeehond, en dan vooral de tot 350 kilogram zware mannetjes. Omdat vlees van de kadavers was gescheurd, concluderen de onderzoekers dat grijze zeehonden de bruinvissen gedeeltelijk opaten en waarschijnlijk ook doodden. Bruinvisonderzoeker Mardik Leopold van zeeonderzoeksinstituut IMARES over de Belgische studie: ‘Het is elegant gedaan. Mij zou het niet verbazen als grijze zeehonden bruinvis op het menu hebben staan.’ Ook Leopolds eigen onderzoek lijkt daarop te wijzen: ‘Waarschijnlijk zijn het een paar exemplaren die het kunstje hebben ontdekt.’ Bij Noordwijk werd in 2011 een grijze zeehondbul gezien met een dode bruinvis in zijn bek. Leopold: ‘De vraag is of de zeehonden bruinvissen ook doden, al kunnen ze het fysiek wel.’ Hij wacht op directe waarnemingen van aanvallen, als beste bewijs.

ABC van denkfouten

amsterdam Een dolfijn die menselijke geluiden nadoet. Het klinkt als een fabel, maar Amerikaanse biologen zweren dat ze er een in huis hebben gehad. NOC was zijn naam – een verwijzing naar de muggen, ‘no-see-ums’, in het gebied waar hij werd gevangen – en op audiofragmenten is te horen hoe de beloega (witte dolfijn) geluiden maakt die zich nog het beste laten omschrijven als een lallende man. Volgens de onderzoekers, verbonden aan onder andere de Universiteit van Californië in San Diego en de Amerikaanse marine, is het zeker dat NOC mensen nadeed, omdat beloega’s van zichzelf andere geluiden produceren, waaronder geklik of gefluit. Toen NOC ‘praatte’ zou hij een duiker hebben opgedragen zijn bassin te verlaten door meerdere malen iets te hebben gezegd wat leek op ‘eruit’ (‘out!’). Ook kon hij geluiden nadoen die vaag leken op een conversatie tussen twee mensen, schrijven de onderzoekers in het vakblad Current Biology. De geluiden produceerde hij via het blaasgat op zijn rug. Opnames van NOC’s ‘gepraat’ werden gemaakt tussen 1984 en 1988. Daarna hield hij op met praten. Waarschijnlijk omdat hij de volwassen leeftijd had bereikt, denken de Amerikaanse onderzoekers. Kees Camphuysen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) heeft zijn twijfels bij de studie. ‘Is dit een 1-aprilgrap?’ vraagt hij over de telefoon vanuit Texel. ‘Het enige aan dat audiofragment dat echt klinkt, is het uitblazen uit het blaasgat dat je op het einde hoort. Maar ik durf ook niet

te zeggen dat het nep is.’ De mededeling dat een duiker van de beloega het bassin zou moeten verlaten, doet hij af als onzin. ‘Een typisch geval van over-interpretatie. Krijgt die beloega zelf vaak te horen dat hij zijn bassin moet verlaten? Dat lijkt me niet. Hoe zou hij daar dan op komen?’ Dat het dier geluiden maakte die als een mensenstem klinken, lijkt hem op zich niet onwaar-

Laten we er niet al te mythisch over doen Ron Kastelein Marien bioloog

schijnlijk. ‘Ik kan me voorstellen dat hij zich verveelde en daarom mensen ging imiteren. Maar daar moet geen betekenis achter worden gezocht.’ Marien bioloog Ron Kastelein sluit zich daarbij aan. ‘Laten we er niet al te mythisch over doen. Er zijn wel meer beesten die geluiden imiteren, zoals papegaaien. Ik ken zelf een wolfshond die ‘I love you’ kan zeggen. Beloega’s zijn heel vocaal en worden ook wel de kanaries van de zee genoemd, maar praten doen ze niet.’ NOC kan het zelf niet meer navertellen. Het dier overleed vijf jaar geleden.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Information bias: Waarom we blijven zoeken naar informatie k wilde een luchtbevochtiger kopen, zo’n apparaat dat water vernevelt en voorkomt dat de lucht in huis te droog wordt. Goed voor de huid, de luchtwegen en gelaserde ogen. En ook de vleugel profiteert ervan, verzekerde mijn pianostemmer. Google bracht mij 578.000 hits. Binnen tien minuten was ik beland in een universum van stoombevochtigers, ultrasone vernevelaars en luchtwassers. Ik vergat mijn oorspronkelijke behoefte en klikte verlekkerd door naar hygrometers, digitale weerstations en kalkfilters, totdat ik na een uur vertwijfeld mijn laptop dichtklapte. Misschien moest ik advies vragen aan iemand die ook zo’n ding in huis had. De neiging om in een onzekere situatie meer informatie te zoeken, ook als de informatie irrelevant is voor de beslissing, heet de information bias, ofwel de informatiefout. De information bias kwelt ons niet alleen bij een simpele privé-aankoop, maar ook in ons professionele leven. Zo kunnen artsen onnodige onderzoeken doen en kun-

I

nen bestuurders extra informatie blijven vragen om hun besluiten te onderbouwen. Onzekerheid en nieuwsgierigheid zorgen ervoor dat we blijven zoeken. Maar meer informatie hoeft niet altijd tot een betere beslissing te leiden. Allang voordat we massaal zoekmachines op internet raadpleegden, ontdekte de Amerikaanse hoogleraar psychologie Jonathan Baron dat mensen geneigd zijn om te blijven zoeken naar informatie, zelfs als de informatie irrelevant is voor de beslissing. Hij legde proefpersonen de volgende casus met gefingeerde ziektes voor. U bent arts en u moet een beslissing nemen over de behandeling van een van uw patiënten, een vrouw met symptomen die met 80 procent zekerheid wijzen op de diagnose globoma. Heeft de vrouw geen globoma, dan zijn er twee andere mogelijkheden: ze heeft popitis of flapemia. Elke ziekte vereist een speciale behandeling, die niet helpt bij de andere twee. U kunt een test laten doen bij de vrouw, de ET-scan. Als ze popitis heeft, geeft de test

een positief resultaat; heeft ze flapemia, dan is de test negatief. Als ze globoma heeft, is er evenveel kans op een negatieve als een positieve uitkomst. Wat doet u? Laat u de vrouw een ET-scan ondergaan? Barons proefpersonen gaven in meerderheid aan – hij vermeldt er helaas niet bij hoeveel – dat ze het de moeite waard vonden om een ET scan te laten maken, ook al

vermoedden ze dat dit een dure test was. Maar, schrijft Jonathan Baron in Thinking and deciding, ze hadden het mis. Het uitvoeren van de scan zou niets veranderen aan hun beslissing. De kans op globoma is zo groot, 80 procent, dat de arts voor behandeling van deze ziekte moet kiezen. Het feit of de test negatief of positief is geeft niet meer zekerheid dan de zekerheid die er al was voor de test. Kun je de information bias voorkómen? Zeker. Het belangrijkst is om het doel voor ogen te houden. Vraag je af of de informatie iets extra’s biedt waardoor je een betere beslissing kunt nemen. Inmiddels snort hier in huis een eenvoudige luchtbevochtiger. Zonder luchtwasser of weerstation. Maar wel functioneel. Dit is de negende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 17 OKTOBER 2012

27

Wetenschap Bij mensen zonder klachten wordt niet vaker een ziekte ontdekt, effect op sterftecijfer is nihil

Gezondheidscheck haalt niets uit Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Algemeen medisch onderzoek bij mensen zonder klachten levert geen gezondheidswinst op. Studies onder ruim 180 duizend personen bij wie het nut van zo’n medische apk-keuring werd onderzocht, wijzen uit dat bij hen niet vaker een ziekte wordt vastgesteld en dat er geen effect is op het sterftecijfer. De Cochrane Collaboration, een groep wetenschappers die het bewijs van me-

Rembrandt heeft eindelijk eigen website

dische behandelingen napluist, bekeek de veertien beste onderzoeken naar het effect van medische checkups. Daarbij laten mensen preventief hun gezondheid nakijken, waarbij bloeddruk, cholesterolgehalte, vetpercentage, hartactiviteit en urine worden gecontroleerd. In Nederland bieden tientallen commerciële bedrijven dergelijk gezondheidsonderzoeken aan, vaak via de werkgever of via zorgverzekeraars. Geschermd wordt met de belofte dat de deelnemers daar beter van worden. Maar de Cochrane-onderzoekers constateren in een dinsdag gepubliceerde

analyse dat daarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Ze vergeleken tienduizenden personen die een medische check-up ondergingen met een identieke groep die zich niet liet controleren. De deelnemers werden jaren gevolgd. Het aantal nieuwe diagnoses nam na de checkups soms flink toe. Dat zou zich moeten vertalen in de registratie van meer ziekten. In de medisch onderzochte groep zou, door tijdige behandeling, het sterftecijfer ook lager moeten zijn. Dat bleek allebei niet het geval. ‘Gezondheidszorg is niet voor gezonde mensen’, concludeert radiothe-

rapeut-oncoloog Lukas Stalpers (AMC) na lezing van de analyse. ‘Toch vragen veel mensen om zo’n preventief onderzoek om te worden gerustgesteld.’ De conclusies zijn niet helemaal te vertalen naar de Nederlandse situatie omdat bij een aantal van de bestudeerde check-ups ook een mammografie of een uitstrijkje in het pakket zat. Dergelijk onderzoek wordt in Nederland apart uitgevoerd omdat daarvan gezondheidswinst is aangetoond. Nadeel is dat de onderzochte checkups gedateerd zijn. Ze stammen uit de jaren zestig tot en met negentig en de vraag is of de resultaten helemaal van

toepassing zijn op de huidige situatie omdat onderzoekstechnieken zijn verbeterd.Bodyscans,diepassindskortpopulair zijn, werden niet meegewogen. Onduidelijk blijft of preventief onderzoek bij gezonde mensen schadelijk is. Critici als Stalpers wijzen al jaren op het risico van overbehandeling. Maar in de bestudeerde studies is niet geteld hoe vaak check-ups tot vervolgonderzoek, ziekenhuisopnames of extra operaties leidden. De onderzoekers waarschuwen alleen tegen gezondheidschecks bij mensen die niets mankeren. Het testen van risicogroepen is volgens hen de moeite wél waard.

Exoplaneet Grote gasreus ontdekt in planetenstelsel met vier ‘zonnen’ Zonsopkomsten en -ondergangen moeten een spectaculair gezicht zijn op PH1, een planeet die is ontdekt door twee lekensterrenkundigen. PH1 draait in een baan om een dubbelster die op haar beurt wordt omcirkeld door weer een dubbelster. Een stelsel waarin planeten om een dubbelster draaien zijn al zeldzaam (er zijn er slechts zes bekend), een stelsel met vier ‘zonnen’ is een noviteit. PH1 werd ontdekt in het kader van het project Planet Hunters van Yale University. Daarbij gaan vrijwilligers met een stofkam door gegevens van Kepler, een Amerikaanse kunstmaan die in 2009 werd gelanceerd om exoplaneten te vinden. Van zulke planeten buiten ons zonnestelsel die ook om een ster draaien heeft Kepler ermeer dan 700 ontdekt. PH1 werd opgemerkt door een dipje in de lichtsterkte van de ster waarom hij draait — de geijkte methode waarmee exoplaneten worden opgespoord. PH1 is een gasreus, net als Jupiter. De planeet is ruim zes keer groter dan de aarde en staat op een aanzienlijke afstand ervan: ruim duizend astronomische eenheden (één AU is ruwweg de afstand van de aarde tot de zon).

Van onze verslaggeefster

amsterdam Een website met daarop alle documenten uit de 15de tot de 18de eeuw over en van Rembrandt van Rijn is sinds dinsdag online. Het ‘digitale lab’ telt 1.200 documenten en bevat onder andere brieven die Rembrandt (1606-1669) aan zijn tijdgenoot Constantijn Huygens schreef en ‘bonnetjes’ aan leerlingen die vijftig gulden betaalden om een half jaar door de meester onderwezen te worden. Het Rembrandt Documents Project van de Radboud Universiteit Nijmegen in samenwerking met onderzoeksinstituut Huygens ING moet het leven van Rembrandt inzichtelijker maken voor kunsthistorici. De initiatiefnemers hopen dat de website, die uiteindelijk 1.700 documenten moet bevatten, eind 2013 af is. Ook leken kunnen er terecht: de documenten worden waar nodig voorzien van commentaren en vertalingen naar hedendaags Nederlands en Engels. Het Rembrandt Documents Project is te vinden op www.remdoc.org.

ABC van denkfouten

A BC D E FGHIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Hindsight bias: waarom we achteraf denken dat we het wisten oen ik jaren geleden samen met mijn team een journalistieke prijs in de wacht sleepte, kon ik de nacht ervoor nauwelijks slapen van de spanning. Mijn overmoedige ego schreeuwde dat we deze buit zouden binnenhalen, maar mijn behoedzame kant zond waarschuwingssignalen uit: ‘Pas op, er zijn nog meer genomineerden!’ Tijdens de prijsuitreiking beklom ik trots het podium. ‘Ik wist het wel’, zei ik zelfverzekerd – glas in de ene, beker in de andere hand. ‘Ik heb het steeds gezegd.’ In retrospectief leek de zege me de enige mogelijke uitkomst, maar in de roes van de overwinning had mijn geheugen me in de steek gelaten. Had ik niet even vaak voorspeld dat een ander de prijs zou krijgen? De neiging om te geloven dat onze voorspellingen preciezer zijn dan ze in werkelijkheid waren, staat bekend als de hindsight bias ofwel de achteraf-fout. Het is een van de meest gemaakte en meest ongecorrigeerde denkfouten. ‘Ik heb altijd geweten dat Pieter en Heleen uit elkaar zouden

T

gaan’, fluister je op een verjaardagsfeestje tegen de buurvrouw. ‘Ze passen niet bij elkaar.’ Bij zo’n relatief kleine gebeurtenis op persoonlijk gebied is het voorstelbaar dat we ons goede voorspellers wanen, maar ook bij grote maatschappelijke of economische drama’s beweren deskundigen dat zij het wisten. Zo herinneren veel economen zich achteraf dat ze de financiële crisis hebben voorspeld en dat de ellende op de huizenmarkt onafwendbaar was. Na een gebeurtenis lijkt het alsof alle wegwijzers één kant op stonden en onvermijdelijk naar die ene afslag leidden. De Amerikaanse psycholoog Baruch Fischhoff ontdekte deze denkfout voor het eerst in een onderzoek in 1972. Aan de vooravond van een bezoek van president Richard Nixon aan Rusland en China liet hij proefpersonen de waarschijnlijkheid voorspellen van vijftien mogelijke resultaten van deze diplomatieke missie. Na afloop van het presidentiële bezoek vroeg Fischhoff de deelnemers om zich de waarschijnlijkheid te herinneren die ze aan elk van de

vijftien mogelijke uitkomsten hadden gegeven. De meeste mensen overdreven hun juiste beoordelingen; ze vonden zichzelf betere voorspellers dan ze in feite waren. Dit onderzoek is enkele keren herhaald, onder andere bij het proces tegen O.J. Simpson en bij de vervolging van president Bill Clinton, met vergelijkbare resultaten. De hindsight bias wordt veroorzaakt door ons selectieve geheugen: we herinne-

ren ons nu eenmaal gemakkelijker zaken die bevestigen wat we al weten en die onszelf in een positief daglicht stellen. Bovendien lijkt de geschiedenis achteraf zo logisch, dat we moeite hebben om ons voor te stellen dat we vooraf een ander beeld hadden. De achteraf-fout geeft de schijn dat de wereld voorspelbaar is. Vooral beslissers moeten oppassen voor deze venijnige illusie. Wie meent dat hij een goede voorspeller is van kansen en risico’s, kan arrogant en onvoorzichtig worden. De hindsight bias is moeilijk te ontlopen, omdat de meeste mensen het fijn vinden om ‘Ik wist het wel’ te zeggen. Wie de fout toch wil voorkomen, kan het beste zijn voorspellingen vooraf opschrijven. Dan kunt u achteraf zeggen: ‘Kijk, ik heb het hier opgeschreven.’ Dit is de achtste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


18

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 10 OKTOBER 2012

Wetenschap ‘Nieuwe varianten nu makkelijker’

Medicijnla Boerhaave verhaalt van Leydse Weelde

Champignon blijkt bikkel in het bos Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam Langer houdbare en voedzamere champignons, en een hogere productie. Volgens onderzoekers ligt dat in het verschiet, nu wetenschappers voor het eerst hebben bekeken wat de paddenstoel precies onder de genetische motorkap heeft. Een internationaal consortium van onderzoekers, onder meer van de Universiteit Utrecht en het Centraalbureau voor Schimmelcultures, bracht voor het eerst het volledige dna van de champignon in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat de champignon in de

Advertentie

Meer weten over wetenschap en techniek?

Vraag nu een gratis proefnummer aan op

nwtonline.nl/proefnummer

natuur een bijzonder arsenaal enzymen in stelling brengt om ‘een brede aanval’ te openen op de humus waarop hij gedijt, zo schrijven ze in het vakblad PNAS. ‘Hij is zeer gespecialiseerd in het afbreken van humus’, zegt Ronald de Vries van het Centraalbureau voor Schimmelcultures, en een van de deelnemende onderzoekers. ‘Meer nog dan de andere paddenstoelvormende schimmels die we kennen.’ De champignon speelt dan ook in op een bijzonder schakeltje in de afbraak van gebladerte en ander bosafval. Hij is op zijn best als het groenafval al een beetje is verteerd en door andere schimmels en bacteriën is omgezet in een smurrie rijk aan lignine, het taaie vezelmateriaal dat bomen en planten hun stevigheid geeft. In de genetische gereedschapskist van de champignon zitten de juiste spullen om dat materiaal te lijf te gaan: zijn dna maakt stoffen aan als peroxidasen, grote moleculen die stoffen uit elkaar laten vallen. Maar boven de grond laat de champignon zich van een vriendelijker kant zien: daar heeft hij vooral genen aan staan die de groei van de paddenstoel bevorderen. ‘Een van de redenen dat hij zo goed te kweken is’, zegt De Vries, ‘is dat hij op compost in korte tijd gigantische hoeveelheden paddenstoelen voortbrengt.’ De Vries verwacht dat de nieuw opgedane kennis over de genetische radertjes van de champignon ‘op korte termijn’ nieuwe varianten kan opleveren. ‘Vroeger moest je ze geduldig kruisen, nu zou je diverse variëteiten van de champignon kunnen vergelijken, en precies de eigenschappen die je nodig hebt met elkaar kruisen.’

Het eerste boek met gedroogde planten en bloemen dat ooit werd gemaakt, komt uit het Italië van 1542. Het bevat onder andere een gedroogd tomaatje, toen nog een exotische vrucht. Vanaf vandaag is het te zien in de tentoonstelling Leydse Weelde in Museum Boerhaave te Leiden. Leydse Weelde vertelt het verhaal van het Leiden van de Gouden Eeuw, de stad die volgens curator Esther van Gelder de bakermat van de Nederlandse botanie was en waar onder anderen Carolus Linnaeus woonde, de grondlegger van de moderne plantkunde. Te zien zijn nog nooit getoonde aquarellen verzameld door Carolus Clusius, de oprichter van de eerste Nederlandse hortus botanicus in 1593 in Leiden, aquarellen van planten uit de catalogus van Albertus Seba en een rijkelijk

versierd boek met gedroogde planten uit het Midden-Oosten dat aan de Habsburgse keizer Rudolf II heeft toebehoord. Ook onderdeel van de tentoonstelling is bovenstaande lade met middelen die in medicijnen werden gebruikt zoals koraal en thee. Van Gelder: ‘Planten verzamelen en bestuderen was gedurende de Gouden Eeuw enorm populair. Veel plantkundigen, maar ook kunstenaars vestigden zich in Leiden. In deze tentoonstelling hebben we dat voor het eerst bij elkaar willen brengen.’ Naast de tentoonstelling is een expositie van botanisch tekenares Janneke Brinkman te zien die haar 25-jarig schildersjubileum viert. Beide exposities lopen tot en met 5 mei 2013. Foto Museum Boerhaave

Minister beknot ruimtevaart iets minder Van onze verslaggever Peter van Ammelrooy

amsterdam Het kabinet zet het mes wat minder diep in de ruimtevaartbegroting. ‘Het is ons gelukt om dekking te vinden om een groot deel van de bezuinigingen terug te draaien’, liet minister Maxime Verhagen van Economische Zaken dinsdag weten. In plaats van 161 miljoen kort Den Haag de sector de komende jaren met 93 miljoen euro.

ABC van denkfouten

Daarmee komt de minister voor een deel tegemoet aan de wensen van de Kamer. Politici riepen hem eerder dit jaar op af te zien van het plan om vanaf 2015 structureel 30 miljoen per jaar te schrappen. Ze vonden het niet kunnen dat Nederland minder uittrekt voor de ruimtevaart, terwijl het tegelijkertijd goede sier maakte met André Kuipers, die als astronaut in Europese dienst een half jaar in het ruimtestation ISS verbleef. Volgende maand komen de lidstaten van de ESA bijeen om de plannen

vast te stellen voor de komende vier jaar. Nederland draagt verplicht ruim 173 miljoen euro af aan de ESA. Dat bedrag blijft gelijk. Van 2008 tot 2012 trok Nederland daarnaast 229 miljoen euro uit voor optionele projecten. Dat bedrag dreigde door de kabinetsplannen de komende vier jaar te krimpen tot 68 miljoen. Op de begroting is nu geld gevonden om een hoger bedrag op tafel te leggen voor optionele programma’s. Aan de eenmalige 68 miljoen extra betalen drie ministeries mee.

A BC D E FGH IJK LMN O PQ RSTUV WXYZ

Groepsdenken: waarom we ons confirmeren aan de groep et een vriendengroep maakte ik een bergtocht door de Italiaanse Alpen. Niets wees erop dat het weer zou kunnen omslaan. Maar ’s middags, halverwege de top, verschenen de eerste donkere wolken. ‘Opschieten’, riep onze informele leider. ‘Dan halen we de top vóór de bui.’ ‘Nee, laten we omkeren’, protesteerde ik. ‘Misschien gaat het onweren en dan kunnen we maar beter op de terugweg zijn.’ ‘Jij ziet altijd beren op de weg’, vond een van mijn vrienden. ‘Kom op watje, doorlopen!’ De rest aarzelde, maar toen de een na de ander zich achter de leider schaarde, stapte de groep zelfverzekerd de berg op. Beschaamd sjokte ik erachteraan, terwijl de regen in mijn gezicht spetterde. Het is niet fijn om af te wijken van de groepsnorm, zeker niet als het een hechte groep is. De meeste mensen zijn dan ook geneigd zich te conformeren aan een groepsbeslissing, zelfs als dit besluit evident onjuist is, zo bewees de Amerikaanse sociaal psycholoog Solomon Asch al in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hij liet proefperso-

M

nen lijnen van verschillende lengte beoordelen. Alle proefpersonen waren handlangers van de proefleider, op één na. De handlangers gaven expres verkeerde antwoorden; in 75 procent van de gevallen ging de eenling mee met de foute groepsbeslissing, terwijl hij kon zien dat het antwoord niet klopte. Asch’ collega-psycholoog Irving Janis ontdekte jaren later dat groepsdruk nog veel verder kan gaan; hij noemde het ‘groupthink’. Groepsdenken treedt vooral op bij hechte groepen met een sterke leider. Door dit mechanisme zijn de groepsleden zo gericht op overeenstemming dat ze blind worden voor tegenargumenten en zich onkwetsbaar wanen. Twijfel wordt onderdrukt en kritiek gesmoord. Janis haalde voorbeelden van groepsdenken uit de politieke praktijk van die tijd, zoals de besluitvorming over de Amerikaanse invasie van de Varkensbaai in 1961. Ondanks forse kritiek van zijn minister van Buitenlandse Zaken besloot president John F. Kennedy tot de actie. Kennedy en zijn adviseurs negeerden niet alleen de tegenwerpingen van Arthur Schlesinger, maar dwon-

gen hem zelfs zijn kritiek in te slikken. Groepsdenken kan gevaarlijk zijn omdat het mechanisme de opvattingen van de groep versterkt en kan leiden tot overmoed en zelfoverschatting. Zo werd begin dit jaar duidelijk dat ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken verkeerde inschattingen hadden gemaakt bij de invoering van het biometrisch paspoort. Achteraf concludeerde een onderzoekscommissie onder leiding van beleidsadviseur Roel Bekker dat het biometrisch paspoort

veel te haastig was ingevoerd en dat in het besluitvormingsproces kritische geluiden terzijde waren geschoven. Hoe komt het dat de mens zijn rationeel vermogen verliest onder de druk van de groep? Vanuit evolutionair perspectief is het begrijpelijk, omdat het individu voor zijn overleven afhankelijk is van de groep. Wie tegen de groep ingaat, riskeert uitsluiting. Het gevaar van groepsdenken kun je voorkomen door tegenspraak te organiseren. Stel bij belangrijke beslissingen een advocaat van de duivel aan of een tegenspreker. Laat die rol rouleren, want wanneer steeds dezelfde persoon kritiek uit, ontstaat al snel de reactie: ‘Daar heb je hem weer.’ Zoals mijn vrienden in de Italiaanse Alpen zeiden: ‘Zij ziet altijd beren op de weg.’ Dit is de zevende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


28

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 3 OKTOBER 2012

Wetenschap Tumor verwijderd met geluid

Dwergsatelliet Test met vouwspiegel in gewichtloze toestand

Van onze verslaggeefster

amsterdam Artsen van het UMC Utrecht gaan tumoren in de borst verwijderen zonder te opereren. Door het gezwel te verhitten met ultrageluidsgolven worden de cellen als het ware gekookt en onschadelijk gemaakt.Vrijdag is de eerste patiënte met borstkanker op die manier behandeld. De komende jaren wordt bekeken of de nieuwe aanpak veilig en effectief is. Als dat het geval is, kan opereren met geluid een normale behandeling worden, aldus onderzoeksleider Maurice van den Bosch, hoogleraar interventieradiologie. Hij verwacht dat een kwart van de vrouwen met borstkanker voor de nieuwe techniek in aanmerking komt. Het betreft patiënten met kleine, niet uitgezaaide tumoren. Het Utrechtse ziekenhuis werkt met een door Philips ontwikkelde MRIscanner die ultrageluid uitzendt. Met de scanner kunnen artsen de temperatuur in de gaten houden en de precieze plek bepalen. Deze techniek is voor patiënten veel minder ingrijpend dan een operatie: ze hoeven niet onder algehele narcose. Als een duveltje uit een doosje springt hij tevoorschijn – de opvouwbare spiegel uit een testversie van de FalconSAT-7, een dwergkunstmaan die de Amerikaanse luchtmacht in 2015 in de ruimte wil brengen. De spiegel bestaat uit een dunne laag folie met miljarden kleine gaten die het licht afbuigen naar een centraal punt. Deze ‘foton-zeef’ kan in de ruimte een alternatief zijn voor een conventionele spiegel. De grootte daarvan is afhankelijk van het laadruim van een raket of in het geval van de Hubble de ‘koferbak’ van de spaceshuttle. Op de foto wordt de opvouwbare spiegel getest aan boord van een vliegtuig dat in een paraboolvlucht kortstondig een toestand van gewichtloosheid schept. Foto NASA / USAF

Advertentie

Meer weten over wetenschap en techniek?

Puber is blind voor het onbekende Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam Pubers zijn niet zozeer blind voor gevaar – ze hebben een blinde vlek voor situaties waarvan de afloop onbekend is. Dat blijkt uit een reeks experimenten die New Yorkse onderzoekers beschrij-

ven in het vakblad PNAS. In een gokspel met geld waren pubers meer dan de volwassenen geneigd tóch het spel te spelen als in het geheel niet bekend was hoe de kansen op verlies of winst lagen. Als de onderzoekers vooraf verklapten dat er een grote kans was op verlies, toonden de pubers zich juist nog voorzichtiger dan de volwassenen. Dat preciseert de al overbekende

waarneming dat pubers vaker in de problemen komen met op het oog onbezonnen gedrag, aldus de onderzoekers. Tymula vergelijkt het met kindergedrag: ‘Als we jonge kinderen riskante acties zien ondernemen, zien we ze ook niet als risicozoekers, maar eerder als benieuwd naar de wereld die hen omringt.’

ABC van denkfouten

Aan ouders en instanties de taak om pubers nog duidelijker te wijzen op eventuele gevaren, meent het team. Als voorbeeld noemen ze rijsimulatoren die nabootsen hoe het is om dronken achter het stuur te zitten. ‘Ons onderzoek suggereert dat beleid gericht op leren in sommige gevallen effectiever is dan beleid gericht op verboden,’ schrijven de wetenschappers.

Vraag nu een gratis proefnummer aan op

nwtonline.nl/proefnummer

A BC D EFG H IJK LMN O PQ RSTUV WXYZ

Fundamentele attributiefout: omstandigheden negeren e sollicitant voor de functie van junior onderzoeker was cum laude afgestudeerd, bijna gepromoveerd en had een relevante onderzoeksachtergrond. Toch twijfelde de sollicitatiecommissie. ‘In het gesprek struikelde ze voortdurend over haar woorden’, zei de voorzitter. ‘Ze maakte nauwelijks oogcontact en friemelde met haar handen. Ze heeft goede papieren, maar nee, ze gaat niet door naar de tweede ronde.’ De sollicitatiecommissie schreef het gedrag van de sollicitant toe aan haar persoonlijkheid, haar karakter. Iemand die snel praat en je niet durft aan te kijken, zal wel onzeker zijn, zo was de redenering. De commissie vergat dat de situatie – voor de sollicitant een spannend gesprek waar haar carrière van afhing – de kandidaat nerveus maakte. En daarmee maakte ze een denkfout die zo ingebakken zit in ons oordeelsvermogen en die zo wijdverbreid is dat het de fundamentele attributiefout wordt genoemd. De meeste mensen zijn geneigd het gedrag van een ander toe

D

te schrijven, te attribueren, aan diens persoonlijkheid. Ze onderschatten de omstandigheden, de situatie waarin dit gedrag plaatsvindt. Ik betrap mezelf geregeld op zo’n snel oordeel. Ik vind de man die tegen me opbotst in de winkel een lomperik en de leverancier die te laat komt onbetrouwbaar. Maar omgekeerd ligt het anders. Voor mezelf doen de omstandigheden er opeens wél toe. Wanneer ik tegen iemand opbots, komt dit doordat het te druk is in de winkel. En als ik te laat kom, ben ik niet onbetrouwbaar, nee, dan ligt het aan de file of aan de NS. Deze inconsistentie in mijn oordeel noemen psychologen de self serving bias, de egostrelende variant van de fundamentele attributiefout. De self serving bias mag dan een denkfout zijn, hij is ook prettig en functioneel. Hij beschermt me tegen zelfkritiek. Wanneer ik bijvoorbeeld te lang doe over mijn wekelijkse hardlooprondje, ligt het aan het rotweer of aan de nieuwe sokken. Maar nooit aan mijn eigen lamlendigheid.

De Amerikaanse sociaal psycholoog Lee Ross illustreerde de fundamentele attributiefout in 1977 in een klassiek experiment met een televisiequiz. Kandidaten en quizmasters kregen willekeurig hun rol: ze moesten voor het oog van het publiek een muntje opgooien. Daarna stelden de quizmasters tien kennisvragen, ongeveer zoals Philip Freriks in De slimste mens. Na afloop moest het publiek de algemene kennis

van de kandidaten én van de quizmasters beoordelen. Wat bleek? Het publiek schatte de algemene kennis van de quizmasters systematisch hoger in dan die van de kandidaten, terwijl ze konden weten dat de situatie in het voordeel van de quizmasters was. Hoe komt het dat mensen de fundamentele attributiefout maken? Waarom veronachtzamen we de omstandigheden? Ten eerste hebben we meestal te weinig informatie over de omstandigheden en weten we niet wat de situatie voor de persoon betekent. Ten tweede nemen we – in de westerse individualistische cultuur althans – als eerste het individu waar en niet de situatie. Waarschijnlijk valt het u vanaf heden op dat anderen de fundamentele attributiefout maken. Dat is winst. Nu u nog. Dit is de zesde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 26 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap Kosmos

Sperma dwingt slinks tot toewijding aan nageslacht Van onze verslaggever Mark Mieras

Europese studie toont aan hoe geraffineerd de manipulatie van de sekspartner kan zijn

AMSTERDAM De ‘spermacompetitie’ is compleet. Steeds duidelijker wordt dat mannetjes met hun sperma niet alleen in competitie zijn met elkaar – man tegen man, maar het zaad ook inzetten om de andere sekse te domineren – man tegen vrouw. Dat sperma stoffen bevat die het gedrag van de vrouwelijke partner beïnvloeden – de zin in seks verhogen en de vruchtbaarheid stimuleren, bijvoorbeeld – is de laatste jaren al aangetoond bij tal van dieren, en ook bij de mens. Maar in een nieuwe studie laat een groep Europese onderzoekers, uit onder andere Groningen, zien hoe geraffineerd de manipulatie van de sekspartner kan zijn. Ze onderzochten het effect van het ‘sekspeptide’ in het sperma van de fruitvlieg en ontdekten dat deze stof in het dna van het vrouwtje een groot aantal genen aan- en uitschakelt. Het gaat onder meer om genen die de eierstokken stimuleren om meer eitjes te produceren, maar ook om genen die haar zenuwstelsel veranderen, waardoor ze zich anders gaat gedragen. Onder invloed van het sekspeptide gaan fruitvlieg-vrouwtjes meer eten, minder slapen en gedragen ze zich minder ontvankelijk voor andere mannetjes, aldus de onderzoekers in Proceedings of the Royal Society B. Zo dwingt het peptide op slinkse wijze toewijding aan zijn nageslacht af bij het vrouwtje. Tot hun verrassing ontdekten de onderzoekers dat ook genen worden omgeschakeld in het visuele kanaal van de fruitvlieg. Na het contact met het peptide gaat het vrouwtje een tijd minder goed zien: vermoedelijk om haar toewijding aan de reproductie te verhogen. Nog zo’n genetische verandering die vooral in zijn, en veel minder in haar voordeel is. Dat is dan ook de algemene lijn: met zijn sperma palmt een mannetje zijn vrouwtjes in om dienstbaar te zijn aan zijn belangen. Vorige maand meldden Canadese

Aards magneetveld klinkt als gekwetter

Zaadcel stort zich op eicel, ingekleurde microscoopfoto. Foto Lennart Nilsson / Reuters onderzoekers van de University of Saskatchewan al dat ze in het sperma van lama's, runderen, koala's, varkens, konijnen, muizen én mensen een eiwit hadden aangetroffen dat zij ‘ovulatieinducerende factor’ doopten omdat het de eisprong stimuleert. Zo helpt het sperma het toeval een handje, door de kans op bevruchting te verhogen.

Hetzelfde eitwit is onder neuro-onderzoekers overigens bekend als ‘neuron groeifactor’, omdat het hersencellen stimuleert zich te ontwikkelen. Dat kan mogelijk ook verklaren waarom vrouwen na seksueel contact zonder condoom hoger scoren op cognitieve testen. In menselijk sperma werden al meer

ABC van denkfouten

verrassende vondsten gedaan. Zo zit er een aardige dosis serotonine in, een stof die mild stemt. Eenmaal in de hersenen kan die stof agressie temperen en het humeur verbeteren. De hoge concentratie testosteron in het sperma verhoogt op zijn beurt de interesse in seks. De stoffen prolactine en enkephaline intensiveren de bevrediging van de seksuele ervaring. Melatonine maakt slaperig. Er zijn inderdaad licht verhoogde concentraties aangetroffen in het bloed van vrouwen na het vrijen. Onderzoekers stellen ook dat vrouwen die geregeld seks hebben zonder condoom gemiddeld minder neerslachtig zijn dan de rest. Rebecca Burch, van de State University of New York, die een uitgebreide chemische analyse van het menselijke sperma uitvoerde, denkt dat de aangetroffen cocktail van hormonen en neurotransmitters niet toevallig is. Anders dan de mannetjesfruitvlieg, die zijn vrouwtje regelrecht manipuleert, moet de mensenman het hebben van een charmeoffensief. Hij moet het haar naar de zin maken om nageslacht van haar te krijgen. Toch zijn wetenschappers het er niet over eens of de dosering van de stoffen in sperma wel toereikend is om effect te hebben op het vrouwenbrein. Bevat ook menselijk sperma dan misschien stoffen die na de paring genen aan- en uitschakelen? Onderzoekster Bregje Wertheim uit Groningen zou er niet van opkijken als dat zo is. ‘Ik ben gespecialiseerd in insecten, maar ook bij zoogdieren brengen eiwitten in het sperma soms wonderlijke effecten teweeg. Van verschillende van die eiwitten valt dat effect heel goed via genexpressie te verklaren.’

Het magnetisch veld rond de aarde brengt geluiden voort die sterk doen denken aan het gekwetter van vogels. Dat is te horen op nieuwe opnamen die zijn gemaakt met de Radiation Belt Storm Probes (RBSP). Deze tweelingkunstmaan van de Amerikaanse ruimtevaartdienst NASA bestudeert de invloed van zonnedeeltjes op het magneetveld rond de aarde. Het gekwetter ontstaat als geladen deeltjes van de zon en de aarde op elkaar botsen.

Antropologie

Laatste wens: lichaam voor de wetenschap Antropologe Sophie Bolt ondervroeg ruim 750 mensen die hun lichaam na de dood aan de wetenschap schenken. ‘Nuttig zijn’ noemt 93 procent als reden voor die keuze. Ook dankbaarheid aan de medische wetenschap wordt vaak genoemd. Deels uit eigenbelang handelt 15 procent, bijvoorbeeld omdat ze een hekel hebben aan begrafenissen of daar nabestaanden niet mee willen belasten. Bolt promoveert 3 oktober aan de Radboud Universiteit.

Astronomie

Oppervlak Mercurius lijkt op meteoriet Het oppervlak van Mercurius is uniek in het zonnestelsel, zeggen Amerikaanse astronomen in een studie die binnenkort zal verschijnen. De samenstelling van de bodem lijkt meer op die van zeldzame meteorieten die in het heelal zijn gevonden dan op de gestolde lavastromen die bijvoorbeeld op Mars te zien zijn. De onderzoekers komen tot hun conclusie n na een studie van foto’s die NASA’s Messenger van de planeet heeft gemaakt.

A BC DE FGH I J K L M N O P Q RSTUV WXYZ

Pijn van het verlies is groter dan blijdschap van het verwerven et een tas vol jasjes en jurkjes fietste ik naar de tweedehandskledingzaak. In een woeste bui had ik de klerenkast uitgemest en berekend dat de rijk gevulde shopper me een paar honderd euro zou opleveren. De kleren waren weliswaar een paar jaar oud, maar oogden als nieuw; de volgende eigenaar zou er vast blij mee zijn. In de winkel monsterde de verkoopster mijn aanbod. Bij het schattige blauwe jurkje twijfelde ze, maar de meeste kledingstukken stopte ze na een vluchtige blik terug in de tas. ‘Mmm’, zei ze. ‘Dit jurkje wil ik proberen te verkopen voor 30 euro. De rest raak ik niet kwijt.’ ‘Maar het is veel meer waard en je ziet nauwelijks dat ik het gedragen heb’, reageerde ik verontwaardigd. ‘Wat had je dan in gedachten?’, vroeg ze vriendelijk. ‘Zie je iets vergelijkbaars hangen? Wat wil je ervoor uitgeven?’ Driftig vouwde ik het jurkje op en stopte het terug in de tas. ‘Jammer, dan gaat het

M

niet door’, zei ik beslist. ‘Prettige dag nog!’ De verkoopster had wel een punt, dacht ik, toen ik de tas thuis op zolder had gedumpt. Voor geen enkel jurkje in de winkel had ik meer dan 40 euro willen betalen. Maar mijn eigen tweedehandsje moest minstens 60 euro opleveren. De denkfout achter deze redenering heet het endowment-effect of het bezitseffect. Wie zijn eigen spullen verkoopt, wil er meer geld voor krijgen dan hij zelf bereid is eraan uit te geven. Mensen zijn geneigd de waarde van hun eigen bezit te overschatten, omdat het pijn doet om er afstand van te doen. De pijn van het verlies is groter dan de blijdschap van het verwerven ervan. De afkeer van verlies zorgt er soms ook voor dat mensen helemaal niet willen verkopen. Het endowment-effect speelt niet alleen een rol bij iets kleins zoals een tweedehands jurkje, maar ook bij de verkoop van huis of aandelen. Ook hier geldt: wie zijn eigen huis verkoopt, is geneigd er meer voor te vragen dan hij er zelf voor zou willen be-

talen. En op de financiële markt vinden de meeste beleggers het moeilijk om een aandeel te verkopen op het moment dat de koers daalt. Staat het aandeel op winst, dan is de beslissing om te verkopen snel genomen. De Amerikaanse wetenschappers Richard Thaler, Daniel Kahneman en Jack Knetsch illustreerden het endowment-effect in een experiment waarbij de helft van de deelne-

mers een koffiebeker kreeg. De andere helft kreeg niets. Beide groepen moesten aangeven voor welke prijs ze de mok zouden willen verkopen, respectievelijk kopen. De waarde die de eigenaren, de verkopers, aan de beker gaven, was iets meer dan twee keer zo hoog als de waarde die de kopers aan de beker gaven. Terwijl het toch dezelfde mok was. Dit experiment is in allerlei varianten herhaald en steeds bleken de eigenaren hun eigen product een grotere waarde toe te kennen dan degenen die het product wilden kopen. In hun afkeer van verlies kunnen mensen dus verkeerde inschattingen maken. Dat hoeft niet in je nadeel te zijn. Wel is het handig om het bezitseffect te herkennen. Zakken met de prijs kan altijd nog. Dit is de vijfde aflevering van een 26-deligeserie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 19 SEPTEMBER 2012

29

Wetenschap

Blokjeskijker opent de ogen

Ledlicht verstoort ritme van dieren

Van onze verslaggever Govert Schilling

amsterdam Hij doet het. Een van de grootste astronomische camera’s ooit gebouwd, maakte afgelopen week zijn eerste proefopnamen van de sterrenhemel. De Dark Energy Camera bestaat uit 62 grote ccd-detectoren met in totaal bijna 600 miljoen pixels: vandaar dat het beeld is opgebouw uit 62 blokjes. De camera is gemonteerd op de 4-meter Blanco-telescoop in Chili en is zo groot als een telefooncel. De testfoto toont de bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae in ons eigen Melkwegstelsel, maar vanaf december gaat de camera zich toeleggen op het vastleggen van ver verwijderde sterrenstelsels. Uiteindelijk moet van een slordige 300 miljoen stelsels de ruimtelijke positie worden bepaald. Sterrenkundigen hopen daarmee kennis op te doen over de mysterieuze ‘donkere energie’, die er de oorzaak van is dat het heelal versnelt uitdijt. Daarnaast zal de camera talloze nieuwe planetoïden, ijsdwergen en supernova’s ontdekken, verwacht men. Het Amerikaanse deeltjeslaboratorium Fermilab, waar de camera is gebouwd, hoopt de Dark Energy Survey in vijf jaar te voltooien. Een paar jaar later gaat op een bergtop vlakbij de bouw van start van de nog veel grotere en gevoeliger Large Synoptic Survey Telescope.

Van onze verslaggever Marcus Werner

amsterdam Onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat blauw licht uit duurzame ledlampen extra nadelig is voor het dagnachtritme van dieren. Dat bleek tijdens een bijeenkomst over lichtvervuiling in Israël.

In delen: het ‘testbeeld’ van de Dark Energy Camera is opgebouwd uit 62 blokjes

Foto Fermilab

Moeder doneert baarmoeder aan dochter Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam De menselijke voortplanting is weer wat ingewikkelder geworden. Twee Zweedse vrouwen hebben een baarmoeder geïmplanteerd gekregen

waaruit zij zelf werden geboren – die van hun moeder. Mochten de vrouwen ooit zelf zwanger worden, dan rijpt hun kind in een baarmoeder die technisch gezien van de oma van de baby is. Het is voor het eerst dat artsen een baarmoeder transplanteren van moeder naar dochter. De ingreep was nodig omdat de dochters, beide dertigers,

geen baarmoeder hadden: bij de ene vrouw was de baarmoeder operatief verwijderd wegens kanker, de andere vrouw was zonder baarmoeder geboren. Met kunstmatige inseminatie kunnen de vrouwen in theorie weer zwanger worden, aldus de artsen van de universiteit van Göteborg, die de ingreep

ABC van denkfouten

gisteren publiek maakten. Alle vier de vrouwen maken het goed. Aan de ingreep ging veertien jaar onderzoek en experimenteren vooraf, benadrukken de artsen. Overigens zijn er in Turkije en Saoedi-Arabië al enkele keren eerder met succes baarmoedertransplantaties uitgevoerd. Daarbij waren de donoren echter niet de moeder.

De invloed van nachtelijke verlichting op de natuur baart al langer zorgen, maar nu lijkt het erop dat uitgerekend milieuvriendelijke ledlampen nog wel eens schadelijker kunnen zijn dan gewoon licht. Uit een studie die vorige week werd gepresenteerd op een internationaal zoölogen-congres in het Israëlische Haifa blijkt ledlicht bij ratten stofwisselings- en hormoonstoornissen te veroorzaken. De dieren hadden een lager lichaamsgewicht en verbruikten meer zuurstof dan ratten die niet waren blootgesteld aan ledlicht. Vervelend, want juist ledlampen worden vanwege de energiezuinigheid steeds meer toegepast in openbare verlichting, vertelt lichtecologieexpert Franz Hölker van het instituut voor zoetwaterecologie in het Duitse Leibniz, die in Haifa een discussiedag over de effecten van licht op leven leidde. ‘Vrijwel alle dieren en planten leven volgens een dag-nachtcyclus. Als soorten de overgang tussen licht en donker niet meer kunnen waarnemen, ontstaan problemen. Het oognetvlies pikt verschillen tussen licht en donker op en geeft die door aan de ‘klok’ in de hersenen, de suprachiasmatische kern. Die stuurt cycli van hormoonproductie en de stofwisseling aan. Licht op verkeerde momenten ontregelt dit. Kortere golflengten licht, het ‘blauwe’ deel van het door ledlampen uitgezonden licht, lijken het effect dus te versterken.’ Het onderzoek naar de precieze invloed van licht op leven is pas begonnen, benadrukt Hölker. ‘Maar effecten als bij de ratten zijn niet ondenkbaar bij mensen.’

A BCDE FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Dissonantie: waarom we onszelf voor de gek houden n een periodiek terugkerend gezondheidsoffensief besloot ik voor de zomer de overtollige pondjes rond het middel te lijf te gaan. Ik hoefde weliswaar niet op dieet, een wijntje mocht nog, maar de tussendoortjes – de koekjes, de borrelnootjes en het chocolade-ijsje waren voorlopig verboden. Maar toen op een ochtend een jarige collega trots haar zelfgebakken appeltaart presenteerde, kon ik – met alleen een fruitsalade als ontbijt de verleiding niet weerstaan. Ach, wat geeft het, dacht ik, het is appeltaart, een slagroomgebakje zou erger zijn. Deze subtiele manier van mezelf voor de gek houden is een kwestie van cognitievedissonantiereductie, een psychologisch mechanisme dat ervoor zorgt dat de dissonantie tussen iemands gedrag (appeltaart eten) niet strijdig is met zijn opvattingen of overtuigingen, met nieuwe inzichten of in dit geval, met voornemens (geen tussendoortjes). Om te zorgen dat de spanning die optreedt bij het eten van de appeltaart wordt verminderd, verzin je er een plausi-

I

bel verhaaltje bij, waardoor de spanning oplost. Cognitieve dissonantie treedt ook op wanneer je bijvoorbeeld een dure cursus hebt gevolgd, waar je eigenlijk niet zo veel aan hebt. Of wanneer je in een impulsieve bui een prijzige tas hebt gekocht. Om het onprettige gevoel hierover te neutraliseren ‘herzien’ mensen hun opvattingen, zodat ze weer kloppen met de feiten, consonant zijn. Zo blijkt de dure cursus toch best goed te zijn, en is de kostbare tas ongelofelijk handig. De Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger ontwikkelde de theorie van dit mechanisme in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hij bestudeerde de casus van Marion Keech, een huisvrouw uit Chicago, die dacht dat de aarde op 21 december 1954 overspoeld zou worden door een vloedgolf. Keech zei dat ze berichten kreeg van de planeet Clarion. Wie haar zou volgen, zou gered worden door een vliegende schotel. Festinger was benieuwd wat er na 21 december zou gebeuren met de overtuiging van

Marion Keech en haar tientallen volgelingen. Zouden ze toegeven dat ze zich hadden vergist? Toen in de nacht van 21 december om 4.00 uur de wereld nog steeds niet was vergaan, zei Keech dat ze een nieuw bericht van de planeet Clarion had gekregen. Doordat de groep de hele nacht had gewaakt, had God besloten de wereld te sparen, zo luidde haar verklaring. De harde kern van

Keech’ volgelingen was hierna nog meer overtuigd van haar gelijk en begon fanatiek de media te bestoken met haar opvattingen. Cognitieve-dissonantiereductie heeft een functie. Het biedt een uitweg bij spanningen tussen gedrag en strijdige informatie. Soms weet je zelf wel dat er iets niet helemaal klopt, zoals de roker die zijn riskante gedrag goedpraat door te zeggen dat hij zó gezond leeft, dat hij best één verslaving mag hebben. Het mechanisme slaat pas door wanneer je uit alle macht probeert gezichtsverlies te voorkomen, zoals Marion Keech en haar fanatieke volgelingen. Er is een manier om de cognitieve-dissonantiereductie binnen de perken te houden. Sta open voor nieuwe informatie en stel je mening bij als de feiten daarom vragen. ‘Voortschrijdend inzicht’ heet dit. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 12 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap Abc-bewijs zorgt voor euforie bij wiskunde Van onze verslaggeefster Ionica Smeets

amsterdam ‘Je krijg een beetje het gevoel dat je een artikel uit de toekomst leest, of iets buitenaards,’ aldus wiskundige Jordan Ellenberg op zijn blog. Wiskundigen zijn in alle staten, nu de Japanse wiskundige Shinichi Mochizuki beweert dat hij het zogeheten abc-vermoeden heeft bewezen. Daarmee zou hij een van de belangrijke nog openstaande problemen in de getaltheorie hebben opgelost.

Een Thaise veearts maakt een uitstrijkje bij een speenvarken om te kijken of het dier is besmet met varkensgriep In Zuid-Korea is een virusstam gevonden met de genetische kenmerken van mensengriep, vogelgriep en varkensgriep. Foto Chaiwat Subprasom / Reuters

Griezelgriep teistert varkens Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Varkens blijven een gevaarlijk mengvat voor griepvirussen. Virologen hebben in ZuidKorea een virusstam gevonden met genetische kenmerken van mensengriep, vogelgriep en varkensgriep, dat via de lucht overdraagbaar is en geïnfecteerde fretten doodt. Een internationale onderzoeksgroep isoleerde in een abattoir in ZuidKorea vier virusstammen uit varkens: twee H3N2-stammen en twee H1N2stammen. De virussen werden overgebracht op fretten, dieren waarbij

een griepinfectie ongeveer hetzelfde verloopt als bij mensen. De virologen beschrijven deze week in PNAS de resultaten: drie van de vier virussen bleken tamelijk ongevaarlijk. Maar het vierde virus, een H1N2-stam, werd van fret op fret overgedragen via druppels die in de lucht kwamen door te hoesten of niezen. In korte tijd werden alle drie fretten ernstig ziek en stierven. Pandemie Griepvirussen veranderen voortdurend een beetje om het immuunsysteem van de gastheer (mensen en dieren) te omzeilen. Af en toe ontstaat een compleet nieuw virus dat, afhankelijk van de eigenschappen, de

afweer van mensen helemaal kan omzeilen en zo een pandemie kan veroorzaken. Zo’n nieuw virus ontstaat vaak in varkens, omdat die vatbaar zijn voor infecties met virussen van zowel vogels als zoogdieren. Zo kan virusmateriaal worden gemengd. Toch is het nu aangetroffen gecombineerde varkensvirus geen reden voor paniek, zeggen de hoogleraren virologie Ab Osterhaus en Jan Wilschut. De virusstam is al aangetroffen voor de uitbraak van de Mexicaanse griep. De afgelopen jaren zijn bij varkens vaker gecombineerde griepvirussen aangetroffen. Heel soms raken mensen daarmee besmet, maar alleen na intensief contact met varkens. Overdracht van

ABC van denkfouten

mens op mens is nog nooit aangetoond. Fretten, zeggen Osterhaus en Wilschut, zijn weliswaar een goed proefdiermodel voor griepstudies, maar ze zijn nooit eerder met griepvirussen in aanraking geweest, waardoor ze geen antistoffen hebben. Mensen wel en dat verhoogt hun weerbaarheid. Intussen heeft de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC de afgelopen weken een varkensgriepvirus aangetroffen bij vier mensen die op een veebeurs waren geweest. Ze zijn allemaal hersteld. Volgens de hoogleraren maakt het Koreaanse onderzoek vooral duidelijk dat griepvirussen bij varkens goed in de gaten moeten worden gehouden.

Mochizuki zette zijn bewijs eind augustus op zijn website bij de Universiteit van Kyoto. Het zijn vier artikelen van bij elkaar ruim vijfhonderd pagina’s, bomvol met nieuwe technieken en ideeën. Deskundigen verwachten dat het maanden zal duren om het volledige bewijs te controleren, maar Mochizuki heeft een uitstekende reputatie. Op zijn zestiende studeerde hij al aan Princeton en hij promoveerde zes jaar later. Zijn publicatielijst is gedegen. Bij het abc-vermoeden draait het om de zogeheten ‘kwaliteit’ van trio’s getallen, in de vorm a + b = c. De kwaliteit is een maat voor het aantal delers dat het trio heeft. Het Nederlandse project Reken mee met abc is al jaren bezig om de kwaliteit van abc-drietallen in kaart te brengen. Inmiddels zijn er miljoenen combinaties doorgerekend en geen daarvan heeft een kwaliteit groter dan 1,63. Het abc-vermoeden is dan ook dat er een bovengrens moet zijn aan de kwaliteit die een drietal kan hebben. Als zo’n bovengrens bestaat, volgen daaruit in één klap allerlei andere resultaten. Bijvoorbeeld de befaamde laatste stelling van Fermat, in 1995 moeizaam bewezen door Andrew Wiles, maar ook allerlei andere nog onbewezen vermoedens over vergelijkingen en getallen.

A BCD E FG H IJK LMN O PQ RSTUVWXYZ

Confirmation bias: waarom we altijd gelijk hebben en vriendin heeft onlangs besloten geen vlees en vis meer te eten. ‘Geen dode dieren meer’, zo vat ze haar dieet samen. Steeds als het onderwerp ter sprake komt, heeft ze nieuwe argumenten voor de verandering van haar eetpatroon, variërend van de aard van de menselijke spijsvertering tot en met bloederige details over de tonijnvisserij. Sinds kort kent ze ook een lijst met beroemde vegetariërs. ‘Wist je dat Michel Montaigne vegetariër was? En Pythagoras?’ Mijn vriendin is zo enthousiast over de nieuwe levenswijze dat ze alleen informatie zoekt die haar opvatting ondersteunt. De menselijke neiging om informatie te zoeken of te filteren die onze opvattingen en vermoedens bevestigt, is wijdverbreid, en staat in de psychologie bekend als de confirmation bias. Dit bevestigingsvooroordeel is zo’n ingeburgerde selectieve manier van redeneren, dat je je niet realiseert dat het tot denkfouten kan leiden. En dat is ook niet zo vreemd. Wie vermoedt dat de buurman zijn kinderen slaat, is eerder geneigd om in de buurt te vragen of anderen dit

E

ook gezien hebben dan op zoek te gaan naar bewijs voor het tegendeel. De confirmation bias komt in allerlei gedaantes voor. Alledaags voorkeursgedrag is de meest concrete vorm. De meeste mensen luisteren het liefst naar politici die opvattingen vertolken waarmee ze het eens zijn en kijken graag naar televisieprogramma’s die hun mening bevestigen. We staan er niet bij stil, maar wie zich concentreert op zijn eigen gelijk, kan essentiële informatie missen en een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgen. Psychologen hebben op verschillende manieren aangetoond dat mensen niet proberen hun hypothese te weerleggen, maar naar bevestiging zoeken. In een experiment moesten sommige proefpersonen iemand interviewen om te weten te komen of hij extravert was. Andere proefpersonen moesten dezelfde man interviewen om te kijken of hij introvert was. Beide groepen proefpersonen hadden de neiging de persoon vragen te stellen die aansloten bij de opdracht. Zo vroegen de proefpersonen die de opdracht hadden om uit te zoeken of de man extravert was: ‘Ga je graag naar feest-

jes?’, terwijl de proefpersonen met de opdracht om uit te zoeken of de man introvert was de vraag stelden: ‘Heb je een hekel aan luidruchtige feestjes?’ Wetenschappers zijn beducht voor de confirmation bias. Zij leren hun hypotheses te ontkrachten, maar ook zij bezwijken soms voor de verleiding om bewijzen te zoeken die precies in hun theorie passen. Sommige onderzoekers gaan zelfs zo ver dat

ze hun data manipuleren, zoals de Tilburgse psycholoog Diederik Stapel of de Zuid-Koreaanse stamcelonderzoeker Hwang Woo-suk. De vader van de evolutietheorie, Charles Darwin, wapende zich tegen de verleidelijkheid van het bevestigingsvooroordeel door elke waarneming, elk feit en elke gedachte die zijn algemene resultaten tegensprak te noteren. De confirmation bias ligt op de loer bij diepgewortelde overtuigingen, maar ook bij oppervlakkige vermoedens. Hij is moeilijk te omzeilen. Het helpt om te zoeken naar informatie die je vermoedens tegenspreken. Stel jezelf kritische vragen zoals: ‘Is er iets wat mijn vermoeden ontkracht?’ ‘Zijn er bewijzen van het tegendeel?’ Of, voor mijn enthousiaste vriendin: ‘Was Hitler ook niet vegetariër?’ Dit is de derde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 5 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap

Een heel Europese blik op dieren De tentoonstelling Inspiratie natuur laat zien hoe fanatiek onderzoekers tijdens de Verlichting de wereld in kaart probeerden te brengen. En hoe ver ze er soms ook naast zaten. Van onze verslaggeefster Geertje Dekkers

venlo De orang-oetan die Johannes le Francq van Berkhey in de tweede helft van de 18de eeuw tekende, lijkt nog het meest op een man met een apenvacht – maar zonder de typerende oranje slierten. Hij staat stevig rechtop en kijkt de toeschouwer met een vriendelijke blik uiterst menselijk aan. Arts, natuuronderzoeker, tekenaar, dichter en fervent Oranje-aanhanger Van Berkhey (1729-1812) verzamelde duizenden afbeeldingen van planten en dieren van over de hele wereld. Een selectie van honderd platen, deels getekend door Van Berkhey zelf, is vanaf 7 september te zien in het Limburgs Museum in Venlo. Van Berkhey was een typisch kind van de Verlichting: hongerig naar kennis en gretig om de aarde systematisch in kaart te brengen. In Venlo hangen prenten van een alledaags rund, een varken en een kip, maar ook van een Zuid-Amerikaanse helmbasilisk – ook wel Jezus Christushagedis genoemd omdat het reptiel op zijn achterpoten over water kan rennen. De verzameling laat zien hoe Europees Van Berkheys blik was. Zijn tekeningen van hier voorkomende dieren zien er herkenbaar uit, maar naarmate de beesten exotischer worden, krijgt zijn fantasie meer ruimte. Zo tekende Van Berkhey een nijlkrokodil met een wel erg bescheiden bek, waardoor het beest iets koddigs kreeg, net als de eerder genoemde orang-oetan. De realistische tekeningen van uitheemse soorten die Van Berkheys verzameling óók omvatte, kwamen van collega-nieuwsgierigen die de wijde wereld introkken. Op de tentoonstelling hangt een exotische vliegende vis van Georg Everhard Rumphius, die een groot deel van zijn leven in Nederlands-Indië doorbracht. Berkhey legde ziel en zaligheid in zijn verzameling, maar deed haar toch van de hand, om een juridische strijd

Drie tekeningen uit de collectie van Johannes le Francq van Berkhey. Van linksboven af met de klok mee: de elephas albus, de orang-oetan met de vriendelijke, uiterst menselijke blik en de myrecophagus tridactylus. Foto’s Irene Morán tegen politieke tegenstanders te financieren. In de jaren 1780 roerden de patriotten zich, die een einde probeerden te maken aan het regime van stadhouder Willem V. Oranjeklant Van Berkhey verdedigde hem vurig en botste daardoor met de Leidse universiteit, waar hij onderwijs gaf. Hij zag een hoogleraarschap aan zijn neus voorbijgaan. Van Berkhey begon daarom een juridische strijd, met advocaten die hij be-

taalde uit de opbrengst van zijn geveilde collectie. Het was tevergeefs: de breuk met de universiteit was definitief. Zijn verzameling kwam grotendeels in Spaanse handen. Een kleine selectie is nu voor vier maanden terug . Tentoonstelling Inspiratie natuur, 7 september t/m 6 januari 2013, Limburgs Museum,Venlo. limburgsmuseum.nl

ABC van denkfouten

Een algemene atlas Na jaren hartstochtelijk verzamelen, in een poging alle bekende diersoorten in kaart te brengen, had Johannes le Francq van Berkhey 5.840 zoölogische tekeningen in zijn bezit. Zijn verzameling moest een ‘algemene atlas’ zijn

van dieren, planten en mineralen. Voordat hij alles van de hand deed om een strijd tegen de Leidse universiteit te financieren, rangschikte hij zijn schatten in een catalogus van meer dan 200 pagina’s.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUVWXYZ

Beschikbaarheidsfout: waarom we opeens overal asbest zien oen ik vorige week postzegels ging kopen bij de kantoorboekhandel om de hoek, viel mijn oog op een display op de toonbank: ‘Hier is een winnend lot verkocht’, stond er in koeieletters. Nou èn, dacht ik. Fijn voor de winnaar, maar wat moet ík ermee? ‘Waarom staat deze tekst hier?’, vroeg ik aan de verkoopster. Nog voordat de vrouw reageerde, wist ik het antwoord al. Ik ontdekte het door mijn eigen reactie. Tot vijf minuten geleden had ik alleen aan postzegels gedacht, maar nu kwam de gedachte bij me op dat ook ík een prijs zou kunnen winnen. Ik aarzelde, maar toen de verkoopster zei dat ze niet precies wist waar de tekst op sloeg, liep ik de winkel uit. Met postzegels, maar zonder lot. De bedenker van deze reclame voor de Staatsloterij appelleert aan een veel voorkomende denkfout. Door de aandacht van de lezer eenzijdig te vestigen op de winnaar, zorgt de loterij ervoor dat de lezer zijn kansen op een prijs overschat. Zo ontstaat een denkfout die in de psychologie bekendstaat als de beschikbaarheidsfout. Wanneer mensen een oordeel vellen, een

T

kans of risico inschatten, laten ze zich in de meeste gevallen leiden door voorbeelden en ervaringen die ze als eerste uit hun geheugen kunnen opdiepen. Maar deze ‘beschikbare’ informatie is niet per se de juiste informatie. Zo leek het na de Amsterdamse zedenzaak van Robert M. opeens alsof op elke crèche criminele pedofielen rondliepen. Met het krachtige en emotionele voorbeeld van Robert M. in het geheugen, beschuldigden ouders vaker dan voor de zedenzaak mannelijke crèchemedewerkers van misbruik van jonge kinderen. Een begrijpelijke, maar vooringenomen reactie. Het denken is doordrenkt van beschikbaarheidsfouten en dat is niet toevallig. Onze hersenen houden van concrete informatie, van ervaringen die indruk maken en emoties oproepen. Zo overschatten de meeste mensen de kans op een gewelddadige dood door een natuurramp of autoongeluk vanwege het simpele feit dat rampen en ongelukken emoties oproepen, sensationeel zijn en daardoor beter beschikbaar blijven in ons brein. Wat beschikbaar is, wordt bovendien sterk beïnvloed door

de media. Na de asbest-affaire in Utrecht zagen we dat ook in andere steden bewoners, gemeenten en woningcorporaties nerveus werden. Daar asbest, hier ook misschien? Psychologen hebben tientallen experimenten uitgevoerd waarbij proefpersonen foutief redeneren als gevolg van de beschikbaarheidsfout. Zo moest een groep proefpersonen een lijstje met positieve karaktereigenschappen lezen, en een tweede groep een lijstje met negatieve. Daarna kregen

beide groepen hetzelfde verhaaltje te lezen en moesten ze een oordeel vellen over de hoofdpersoon. De groep die vooraf de positieve eigenschappen had gelezen, oordeelde veel positiever over de man dan de tweede groep. De positieve karaktereigenschappen waren ‘beschikbaar’ en beïnvloedden hun oordeel. Wie beschikbaarheidsfouten wil voorkomen, krijgt het moeilijk: de vergissingen ontstaan meestal door snel en intuïtief denken. Vraag je bij een belangrijke beslissing af door welke emotionele of opzienbarende gebeurtenis of ervaring je oordeel is beïnvloed. Corresponderen de feiten wel met je intuïtieve indrukken? En wie nu opeens overal beschikbaarheidsfouten ziet, weet in elk geval hoe het komt. Dit is de tweede aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 29 AUGUSTUS 2012

27

Wetenschap ‘Aardverschuiving’ in strijd tegen apneu Mars Curiosity kiekt een Grand Canyon ondersteboven

Doorslapen met triller of implantaat Van onze verslaggever John Ekkelboom

amsterdam Een trillertje op de borst en een operatief aangebrachte ‘tongpacemaker’ kunnen ervoor zorgen dat mensen met slaapapneu – stokkende adem in de slaap – ongestoord doorslapen. Dat blijkt uit tests van de twee nieuwe behandelingen, uitgevoerd door onder meer het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Bij dertig patiënten bleek een trillertje op de borst ‘zeer effectief’, zegt KNO-arts Nico de Vries, die zijn resultaten binnenkort in het vakblad Sleep and Breathing publiceert. De ‘tongpacemaker’, een implantaat dat aan het begin van iedere ademhaling de tongzenuw prikkelt om de tong iets naar voren te duwen, is nog in onderzoek. ‘Bij veel patiënten werkt het fantastisch en complicaties zijn tot nu toe uitgebleven’, aldus De Vries. In Nederland hebben naar schatting 480 duizend mensen slaapapneu. Tijdens hun slaap krijgen ze regelmatig een ademstilstand doordat hun bovenste luchtweg geblokkeerd raakt. Overdag zijn de patiënten vaak doodmoe, omdat ze, al dan niet onopgemerkt, in hun slaapcycli zijn gestoord. ‘Ze kunnen overdag niet goed functioneren en hebben meer kans op ongelukken, hoge bloeddruk en een hersen- of hartinfarct’, zegt De Vries. Voor mensen die alleen tijdens rugligging last hebben van slaapapneu, heeft de TU Delft de ‘slaappositietrainer’ ontwikkeld, die sinds dit jaar op de markt is. Het apparaat bestaat uit een band met positiesensor, die de patiënt ’s nachts om de borst draagt. Bij ruglig-

ging geeft het apparaat een trilling, die geleidelijk toeneemt in intensiteit. Het gevolg is dat de patiënt zich automatisch en onbewust op de zij draait. Voor patiënten met ernstig slaapapneu – volgens De Vries in Nederland ‘enkele duizenden’ – heeft het Amerikaanse bedrijf Inspire de neurostimulator bedacht. Hierbij plaatst een KNOarts een pacemaker onder het sleutelbeen en verbindt deze via onderhuidse draden met een druksensor tussen twee ribben en een elektrode op een motorische tongzenuw in de hals. Bij het begin van iedere ademhaling geeft de druksensor een signaal, waarop de pacemaker de tongzenuw stimuleert, zodat de tong ongemerkt naar voren gaat. De patiënt kan het systeem voor het slapengaan met een afstandsbediening aanzetten, waarna het vertraagd actief wordt. De ingreep kost wel zo’n 20 duizend euro. De Vries spreekt van een ‘aardverschuiving’. Voor slaapapneu bestaan al diverse remedies – uiteenlopend van een tennisbal onder het hemd tot antisnurkbeugels die de onderkaak iets naar voren duwen, en operaties om meer ruimte in de luchtweg te creëren. Maar volgens De Vries is bij de eenvoudigere hulpmiddelen therapietrouw een probleem, en zijn operaties vaak ingrijpend, pijnlijk en niet altijd adequaat. Nader onderzoek moet uitwijzen of de nieuwe technieken hun belofte waarmaken. Zo wordt de trilband de komende tijd getest bij 200 Nederlandse patiënten om te kijken of de therapietrouw ook op langere termijn beklijft. De neurostimulator wordt momenteel internationaal bij 120 patiënten getest, van wie een deel Nederlands is.

Het lijken wel rotsformaties in Arizona, maar voor dit beeld moeten aardbewoners toch echt 352 miljoen kilometer reizen – naar Mars. Deze foto en andere nieuwe gedetailleerde opnamen van de Amerikaanse Mars-robot Curiosity hebben geologen verrast. Hierboven is een deel te zien van Mount Sharp, een 5,5 kilometer hoge berg in de Gale-krater waar Curiosity drie weken geleden landde. De wijze waarop de berg in lagen is opgebouwd, stelt de wetenschap nog voor raadsels. Vlakke lagen in het boven-

ABC van denkfouten

ste deel van de berg rusten op schevere lagen aan de onderkant. Soortgelijke formaties op aarde, zoals de Grand Canyon in Arizona, laten een tegengesteld beeld zien: daar zijn de oudste lagen veel grilliger als gevolg van tektonische verschuivingen. Mars heeft geen korst met verschuivende platen. ‘Het is iets totaal anders dan wat we ooit verwacht hadden’, zegt onderzoeker John Grotzinger van het California Institute of Technology. Curiosity gaat het fenomeen van dichterbij bestuderen. Foto NASA

ABCDEFGHIJJLMNOPQRSTUV WXYZ

Afectheuristiek: als gevoelens u op een dwaalspoor brengen inds ik ooit een haal van een blazende kater over mijn neus kreeg, heb ik een hekel aan katten. Daar kon ik goed mee leven. Tot vorige week, toen mijn echtgenoot voorstelde twee katten aan te schaffen. ‘Waarom?’, vroeg ik verbaasd. ‘Ze zijn eigenwijs, ze stinken en verharen. Ze eten vieze visbrokjes en vogeltjes. En als ze ziek zijn, moet ik natuurlijk naar de dierenarts.’ Mijn mening was in tien seconden gevormd; ik had alleen de nadelen genoemd. Voordelen zag ik niet. De manier waarop ik tot een mening over de kattenkwestie kwam, is simpel: ik heb een gevoel over een onderwerp en voilà, daar is mijn mening. Maar wat als de vraag wat complexer is? Baseer ik mijn beslissing dan ook op een gevoel? Wat ga ik stemmen op 12 september? Moeten zorgverzekeraars de ziektekosten voor patiënten met de ziekte van Pompe en Fabry vergoeden? Zijn de onderzoeksresultaten van een bevriende wetenschapper te vertrouwen? De wijze waarop mensen tot een opvatting of een beslissing komen, verloopt niet

S

altijd via rationeel en logisch redeneren. Er zijn ook andere manieren. Onbewust nemen mensen hun toevlucht tot zogenoemde heuristieken, vuistregels, waardoor een moeilijk vraagstuk wordt gereduceerd tot een eenvoudige en overzichtelijke kwestie. Heel functioneel – we zouden immers doodmoe worden van die eindeloze afwegingen – , maar in de korte route naar de beslissing sluipt al te vaak een vooringenomenheid, een denkfout. De oervorm van heuristieken is de affectheuristiek, een denkmethode die gebaseerd is op gevoelens, op onze voorkeuren en aversies, en niet op een rationele afweging van voor- en nadelen of een kritische calculatie van risico’s. Hoezeer mensen gebruikmaken van deze heuristiek toonde de Amerikaanse hoogleraar psychologie Paul Slovic aan in een onderzoek naar de manier waarop mensen risico’s van technologieën inschatten. De deelnemers die positief dachten over voedselconservering, konden weinig risico’s noemen. Omgekeerd konden degenen die een negatief beeld hadden

van waterfluoridering geen voordelen verzinnen. Zij zagen vooral gevaren. De affectheuristiek treedt in werking op het moment dat de wetenschapper klakkeloos de conclusie van een gewaardeerde collega overneemt en verzuimt na te denken of de resultaten wel kloppen. En de affectheuristiek regeert ook in het stemhokje wanneer de kiezer besluit de man of vrouw te kiezen die hem een prettig gevoel geeft.

Soms geeft deze vuistregel een bevredigende uitkomst, bijvoorbeeld wanneer je bij de keuze van een auto of vakantiebestemming afgaat op het advies van een vriend. Maar soms ook brengt de affectheuristiek je op een dwaalspoor. Denk aan de speculatie met riskante financiële producten, waarmee woningcorporatie Vestia zich in de nesten werkte. De beoordeling van de risico’s werd ingegeven door de opvattingen die de raad had over de deskundigheid van de directeur-bestuurder. Eigenlijk is de affectheuristiek een luie denkmethode. Vraag je bij belangrijke beslissingen af of je je niet te veel hebt laten leiden door een vooringenomen gevoel. Ik zal het ook doen. Wat zijn voor mij de voordelen van katten in huis? Dit is de eerste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


abc-tjes-issuu_3