Issuu on Google+

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 21 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap Gerucht: leven op Mars ontdekt Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam En weer gonst het van de geruchten rondom buitenaards leven. De robot Curiosity, sinds augustus op Mars, zou op de rode planeet een ‘wereldschokkende’ ontdekking ‘voor in de geschiedenisboeken’ hebben gedaan.

Verkoop van dranken, wortels en boomschors met veronderstelde medicinale krachten in Gabon, West-Afrika

Foto C. van der Hoeven

‘Wortel vertelt slavenverleden’ Interview Tinde van Andel Afrikaanse slaven pasten zich razendsnel aan in nieuwe bossen, blijkt uit analyse van hun liefdesdranken.

N

a de boottocht over de Atlantische Oceaan moesten Afrikaanse slaven hun complete medicijnarsenaal opnieuw uitvinden. Ze hadden immers geen beschikking meer over de planten, wortels en kruiden die ze kenden uit hun land van herkomst. Etnobota-

nicus Tinde van Andel van het Naturalis Biodiversity Center in Leiden onderzocht lustopwekkende dranken op markten in onder meer Suriname en Ghana. De cocktail van ingrediënten zegt veel over het aanpassingsvermogen van de slaven. Welke drankjes kocht u op de lokale markt? ‘Ze hadden veelzeggende namen als front end lifter of demarreur noir, wat zoiets betekent als zwarte startmotor. Ik wilde achterhalen in hoeverre de drankjes uit de Caribische gebieden lijken op die in West-Afrika, waar de slaven vandaan kwamen. Met de flessen alleen kon ik weinig: er drijven kleine schilfers hout en wortels in die je moeilijk kunt determineren.

Daarom gaf ik de marktvrouwen een dagsalaris om me mee de jungle in te nemen. Zo zag ik precies welke wortels en vruchten ze verzamelden.’ Wat zegt een bes in een Surinaams erectiedrankje over oude slaven? ‘Veel. Het eerste wat opvalt is de smaak: de liefdesdrankjes zijn in zowel Afrika als Suriname bitter. Waarschijnlijk gingen de slaven bij aankomst in Suriname dus op zoek naar bittere vruchten en wortels. De slaven letten ook op uiterlijke overeenkomsten. Zo kenden ze uit Afrika de Xylopia aethiopica, een plant met zwarte vruchtjes die wordt gebruikt in liefdesdrankjes. In Surinaamse drankjes zit de vrucht van de Xylopia

ABC van denkfouten

discreta, een soortgelijke plant.’ Surinaamse liefdesdrankjes zijn dus behoorlijk multiculti? ‘Nogal. En die ontwikkeling gaat door. In een Surinaamse winkel in Amsterdam-Zuid kocht ik laatst een fles afrodisiacum met gele schilfers. Er bleek goudsbloem in te zitten, een Nederlands kruid. Zo blijft men oude kennis met nieuwe kruiden mixen.’ Zelf wel eens een slok genomen? ‘Af en toe. Ik vond het vooral erg bitter, van de beloofde werking merkte ik weinig. Maar de drankjes zijn eigenlijk bestemd voor mannen, dus misschien dat het bij hen wel het gewenste effect heeft.’ Tonie Mudde

Dat heeft hoofdonderzoeker John Grotzinger gezegd tegen de Amerikaanse publieke zender NPR. Vermoedelijk gaat het om de vondst van organische moleculen, de bouwsteentjes voor leven. Maar de wetenschappers houden de kaarten voor zich: nader onderzoek moet uitwijzen of de ontdekking stand houdt, of dat er wellicht gewoon sprake is van een meetfout. De ophef komt op een veelzeggend moment: Curiosity is net bezig met de analyse van bodemmonsters met het instrument SAM, dat concentraties van de elementen zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof meet. Uit de onderlinge verhoudingen van die stoffen valt af te leiden of er sprake is van organische verbindingen. ‘De gegevens die we binnenkrijgen zien er interessant uit’, aldus Grotzinger. Naar verwachting over enkele weken volgen pas de details. NASA is door schade en schande wijzer geworden. Een paar weken geleden dacht het Curiosity-team nog even het ‘aardgas’ methaan te hebben gemeten, totdat duidelijk werd dat het ging om een beetje gas dat vanaf de aarde was meegekomen. En twee jaar geleden draaide het geruchtencircuit overuren nadat NASA een ontdekking aankondigde met ‘grote gevolgen voor de zoektocht naar bewijs voor buitenaards leven’. Het bleek te gaan om een op aarde gevonden nieuwe bacterie die arseen als bouwsteen zou gebruiken – totdat vorige maand kwam vast te staan dat zelfs dat niet klopte, maar was gebaseerd op slordige metingen.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Magisch denken: Gedachten bepalen geen gebeurtenissen en vriendin fietste als meisje dagelijks van huis naar school en terug. Op de terugweg, steeds op dezelfde splitsing van wegen, mocht ze van zichzelf niet kijken naar de zijweg die naar rechts afboog. Met haar ogen strak gericht op de hoofdweg, racete ze langs de splitsing, om opgelucht adem te halen als ze de afslag voorbij was. ‘Waarom?’, vraag ik verbaasd, want mijn vriendin is beslist geen bijgelovig type. ‘Waarom mocht je niet naar die zijweg kijken?’ Mijn vriendin haalt glimlachend haar schouders op. ‘Het klinkt idioot, maar als ik naar de zijweg keek, zwaaide er wat als ik thuiskwam, dan was mijn moeder boos. Lukte het me om de weg te negeren, dan had mijn moeder een goed humeur.’ Mijn vriendin maakte een fout die bekend staat als magisch denken en die in zijn extreme vorm een obsessieve stoornis is. Wie denkt dat hij met zijn gedachten, woorden of handelingen een bepaalde gebeurtenis kan oproepen of voorkomen, is irratio-

E

neel en negeert de wetten van de causaliteit. Elk kind heeft een periode dat het een primitief geloof heeft in de kracht van zijn gedachten. Volgens de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget loopt deze fase tot ongeveer een jaar of zeven; tot die tijd geloven kinderen ook in Sinterklaas. Magisch denken komt niet alleen voor bij kinderen. De meeste mensen proberen wel eens met hun gedachten de loop der dingen te beïnvloeden. Als ik heel sterk aan dit lot denk, win ik misschien de prijs; als ik mijn gedachten concentreer op deze man, wordt hij mijn geliefde. Of, zoals een lezer me mailt: ‘Wanneer het heel goed met me gaat, denk ik dat er zeker iets fout moet gaan. Ik heb het overigens ook als er van alles mis is gegaan. Dan weet ik zeker dat er nu wel iets goeds gaat gebeuren.’ Soms groeien de gedachten uit tot bezweringen. Zo voert Rafael Nadal steeds een uitgebreid ritueel op. Voordat hij gaat tennissen, plaatst hij twee flesjes drank naast zijn stoel. Bij elke wissel van helft neemt hij een

slokje uit beide flesjes en zet de flesjes precies zo terug als ze stonden. En van oud-tennisser Goran Ivanisevic doet het verhaal de ronde dat hij zich zolang hij won niet schoor en elke dag in hetzelfde Londense restaurant hetzelfde menu at: vissoep, lamsvlees met friet, en als toetje ijs met chocoladesaus. In een onderzoek zagen twee groepen

hoe een collega, een geoefende speler, acht ballen in een korf probeerde te gooien. Voordat de man de bal gooide, kreeg de helft van de groep de opdracht om te visualiseren dat hij doel trof; de andere helft moest zich voorstellen dat de werper miste. Na afloop bleek dat de eerste groep vaker dan de tweede groep het idee had dat ze had bijgedragen aan het succes van de werper. Magisch denken is naïef en kan gevaarlijk zijn, omdat we onszelf een grotere rol geven in de loop der gebeurtenissen dan we in werkelijkheid hebben. Er is een remedie. Realiseer je dat toeval een grotere rol speelt dan je zou willen. En houd jezelf niet voor de gek. Dit is de dertiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 14 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap

‘Trombosedienst kan nog niet weg’ Interview Martin Schalij Nieuwe bloedverdunners bieden hoop dat veel patiënten niet meer naar de trombosedienst hoeven. Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

V

anaf volgende maand worden twee nieuwe bloedverdunners vergoed die de gang naar de trombosedienst overbodig maken. Die nieuwe pillen werken gelijkmatiger dan de traditionele medicijnen, waarvan het effect wordt beïnvloed door onder meer voeding. Patiënten hoeven daardoor niet meer regelmatig te laten controleren of hun bloed te dik is (kans op een beroerte of een embolie) of te dun (kans op maag- of hersenbloeding). De orde van medisch specialisten heeft een leidraad opgesteld voor artsen die met de nieuwe bloedverdunners te maken krijgen. Dat is uniek, zegt de Leidse cardioloog en hoogleraar Martin Schalij, voorzitter van de commissie die de leidraad schreef. Hij is ‘gematigd enthousiast’. Waarom gematigd? ‘De nieuwe medicijnen blijken net zo effectief als de oude bij het tegengaan van bloedstolsels en ze leiden tot minder hersenbloedingen. Maar áls je een bloeding krijgt, is het ook gebeurd met je. Want er bestaat geen snel werkend antigif, je kunt een bloeding niet meteen stelpen. Dat is bij de traditionele bloedverdunners wel zo. Er is voor die nieuwe medicijnen ook geen nauwkeurige test om de stollingstijd van het bloed te bepalen.’ Geen test en geen antigif, maar wel een vergoeding? ‘Er is een enorme druk ontstaan om de nieuwe bloedverdunners te gaan

Eclips Halfbewolkte verduistering

betalen. Artsen hebben breed uitgemeten dat uitstel tot veel extra doden zou leiden, fabrikanten betaalden patiënten terug die er alvast mee wilden beginnen. Dat is ongekend, er was nog niet eens een richtlijn! De nieuwe trombosepillen worden al in 80 landen gebruikt. Maar ik vind dat we voorzichtig moeten zijn. Er zijn genoeg voorbeelden uit het verleden van medicijnen waar iedereen eerst heel enthousiast over was en die later grote nadelen bleken te hebben. Er zijn al Amerikaanse patiënten die hun arts hebben aangeklaagd omdat ze met zo’n nieuwe bloedverdunner een ernstige bloeding hebben opgelopen terwijl ze over dat risico niet waren ingelicht.’ Waarom is een leidraad nodig? ‘In ieder ziekenhuis moeten afspraken op papier komen voor noodgevallen. Stel dat op de eerMartin Schalij ste hulp een patiënt binnenkomt die zo’n nieuw medicijn slikt en die, bijvoorbeeld door een ongeluk, kans heeft op bloedingen, of met spoed moet worden geopereerd. Artsen en ambulancediensten moeten dan wel weten wat ze kunnen verwachten.’ Kan de trombosedienst weg? ‘Nee, want niet alle 400 duizend trombosepatiënten hebben baat bij het nieuwe middel.’ Jullie pleiten voor aanvullend onderzoek, maar de middelen zijn toch al uitgebreid bestudeerd? ‘De patiënten uit die studies lijken niet op de mensen die de pillen in de praktijk slikken. Dat zijn vaak ouderen, met meer dan één ziekte. Wij willen uitzoeken of de nieuwe medicatie voor alle groepen even veilig is. Hoeveel extra bloedingen ontstaan er? En hoeveel beroertes en trombose voorkomen we?’

Halfbewolkt was het, maar geluksvogels konden hem gewoon zien: de volledige zonsverduistering die gisteravond iets na half tien Nederlandse tijd over het noorden van Australië trok. Tienduizenden Australiërs en toeristen waren op de stranden getuige van het twee minuten durende spektakel, dat in West-Europa voor het laatst in 1999 plaatsvond. Bij een volledige verduistering valt het schijje van de maan precies voor de zon, een buitengewoon

toeval gezien het verschil in afmeting tussen beide hemellichamen. In Australië hield men onder meer eclipsfeesten, een eclipshardloopwedstrijd en waren sommige hotels al meer dan drie jaar volgeboekt. In Nederland vindt de volgende totale zonsverduistering pas plaats in 2135. Wie dan leeft, boft toch maar: ook in 2142 en 2151 wordt de zon volledig verduisterd in Nederland. De vorige keer was in 1715. Foto Greg Wood / AFP

KennisCafé

Paleontologie

‘ADHD is ook maar een diagnose.’

Oermens in Tsjaad at op de savanne veel gras

Psycholoog Laura Batstra (Groningen) maandag 19 november in het KennisCafé in De Balie in debat over drukke kinderen en remedies. Met jeugdpsychiater Jan Buitelaar (Nijmegen), hersenwetenschapper Sarah Durston (Utrecht) en farmaceut Paul Korte (Janssen Nederland). Met columns van Maarten Keulemans en Jelle Reumer. Presentatie: Martijn van Calmthout (de Volkskrant). KennisCafé, maandag 19 november, 20.00 uur, De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Entree €8,50. Reserveren op www.debalie.nl

Het KennisCafé is een coproductie van de Volkskrant, KNAW, NEMO en De Balie.

ABC van denkfouten

Een 3- tot 3,6 miljoen jaar oude voorloper van de mens at volgens een analyse van drie in 1993 in Tsjaad gevonden tanden vooral gras en zegge, een grasachtig kruid. Dat melden paleontologen van de Universiteit van Oxford deze week op de website van het tijdschrift PNAS. Of deze A. bahrelghazali uitsluitend grassen at, is niet bekend, zegt onderzoekster Julie Lee-Thorp. Zij leidt het grasrijke dieet af uit de verhouding van koolstof-isotopen in de tanden. Die lijkt op die in grassen.

A BC D E FG HIJKL MN O PQ RSTUV WXYZ

Lake Wobegon-efect: Waarom we onszelf enorm goed vinden inden jullie jezelf een betere directeur dan een gemiddelde manager?’, vraag ik aan een groep schoolleiders die een training helder denken volgt. ‘Denk na en schrijf het antwoord op.’ De tien mannen en vrouwen zijn eraan gewend dat ik gemene valkuilen voor ze graaf, maar deze vraag is glashelder en heeft geen dubbele bodem. Denken ze. Alle managers beantwoorden mijn vraag positief. ‘Het kan niet dat iedereen zichzelf beter vindt dan een gemiddelde schooldirecteur’, roep ik plagend. ‘Jullie tarten de wetten van de statistiek.’ Ik vertel de groep maar niet dat ik mezelf hoger inschat dan de gemiddelde trainer. En als ik mezelf vergelijk met een doorsnee stukjesschrijver scoor ik ook beter. Ik sta niet alleen. De meeste mensen hebben een overdreven vertrouwen in hun eigen kwaliteiten en prestaties. Niet iedereen heeft het natuurlijk bij het verkeerde eind, maar het kan niet zo zijn dat we allemaal bovengemiddeld scoren. Psychologen noemen deze denkfout het Lake Wobegon-effect, genoemd naar een fictief stadje in Min-

‘V

nesota, waar de vrouwen sterk zijn, de mannen knap en de kinderen bovengemiddeld intelligent, een verzinsel van de Amerikaanse radiopresentator Garrison Keillor. Het Lake Wobegon-effect is goed gedocumenteerd. Zo meent 95 procent van de Britse automobilisten dat ze beter rijden dan een gemiddelde chauffeur en vindt 94 procent van de academische professionals dat ze tot de besten behoren. En ook studenten zijn te optimistisch in het beoordelen van hun prestaties. In een experiment moesten ze woorden spellen en van elk woord aangeven of ze dachten dat ze het juist hadden gespeld. Wanneer ze in 100 procent van de gevallen ervan waren overtuigd dat ze het goed hadden, bleek in werkelijkheid dat dit in 80 procent van de gevallen zo was. Vooral deskundigen hebben een te rooskleurig beeld van hun capaciteiten. Artsen overschatten de juistheid van hun diagnoses, concluderen de Amerikaanse onderzoekers Eta Berner en Mark Graber in een studie uit 2008. Artsen die zeker wisten dat ze de juiste diagnose hadden gesteld, hadden

het in 40 procent van de gevallen bij het verkeerde eind, zo bleek achteraf. Adviseurs, beleidsmakers en managers scoren ook hoog. En als het om seksuele expertise gaat zijn Franse mannen overmoedig: 84 procent vindt zichzelf een betere minnaar dan gemiddeld. Vrouwen hebben minder last van overmoed dan mannen, evenals mensen met een depressie. Depressief realisme heet dit. Zelfoverschatting mag dan een denkfout zijn, het heeft ook een functie. Zonder een ge-

zonde dosis hubris, overmoed, zouden we überhaupt niet beginnen aan een riskante klus of een nieuwe onderneming. Volgens de Amerikaanse psycholoog Martin Seligman, grondleger van de positieve psychologie, zorgt zelfoverschatting ervoor dat we tegenslagen kunnen opvangen. Overmoed moet je doseren en benutten. Gebruik de overschatting van jezelf als motor om een doel te behalen, maar wees kritisch op onrealistische ambities. En zeker wanneer de overmoed negatieve consequenties kan hebben voor anderen. Wie denkt dat hij de beste beslisser of de beste beleidsmaker is, kan een bedrijf of zelfs een land ruïneren. Wie zijn liefhebbende kwaliteiten overschat – ook niet best – riskeert een teleurgestelde partner. En een beschadigd ego. Dit is de twaalfde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten.

Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 7 NOVEMBER 2012

27

Wetenschap

Sporen van grote inslag bij Japan Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam De meteoriet die zeer waarschijnlijk de grote dinosauriërs om zeep bracht, was écht een uitzonderlijk exemplaar. In Japan hebben wetenschappers in de bodem chemische sporen ontdekt van een andere, veel oudere grote inslag. Naar het zich laat aanzien, bleef die zonder dramatische gevolgen. Zelf denken de onderzoekers, verbonden aan vier Japanse universiteiten, dat de inslag verband houdt met de krater van Manicouagan, een beroemde, 100 kilometer brede inslagkrater in Canada van ongeveer 214 miljoen jaar oud. Maar in Amsterdam weet geoloog en autoriteit op het gebied van inslagkraters Jan Smit een goede reden waarom dat niet zo is: ‘De bodem bij Manicouagan is van graniet. Wat men hier heeft gevonden, duidt op een inslag in kalksteen.’ De Japanners kwamen hun inslag op het spoor door ruim 200 miljoen jaar oude kleilaagjes te analyseren. De klei bevat onder meer gekristalliseerde ‘spetters’ gesteente en grote hoeveelheden iridium, een element dat op aarde nauwelijks voorkomt maar wel

in de ruimte. De inslag moet hebben plaatsgevonden op het eind van het Trias, het tijdperk vóór de dinosauriërs. Smit denkt aan een inslag vlakbij, met alleen regionale gevolgen. ‘Of hij is in zee ingeslagen. Dan zie je doorgaans geen krater meer.’ Volgens de Japanners haalde het leven uit die tijd blijkbaar de schouders op over de ramp: er stierven nauwelijks soorten uit, blijkt uit de vondst in de kleilaag van versteende microscopische diertjes. Dit duidt erop dat grote meteorietinslagen kennelijk niet altijd wereldwijde rampspoed teweegbrengen, aldus de wetenschappers in het vakblad PNAS. Ook in onder meer Finland en Frankrijk (nabij Limoges) sloegen rond diezelfde tijd grote meteorieten in zonder dat daardoor veel dier- en plantensoorten uitstierven. ‘Ik denk dat er sprake is van een drempelwaarde waarboven zo’n inslag pas echt schadelijk is’, zegt Smit. ‘Blijkbaar waren dit soort inslagen niet krachtig genoeg om veel teweeg te brengen.’ Smit wijst erop dat er in het verre verleden perioden waren waarin ‘het meteorieten hagelde’. Zoals in het zogeheten Ordovicium (488- tot 444 miljoen jaar geleden), toen er in relatief korte tijd zeker tientallen meteorieten insloegen. ‘En toch stierf er maar weinig uit’, zegt Smit.

De krater van Manicouagan (Canada), gezien vanuit de ruimte.

Foto NASA / JPL

Geen extra vitamine D nodig om langer te leven Van onze verslaggeefster Maxime Smit

Amsterdam Volgens onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum hebben zestigers uit families waarvan de leden gemiddeld oud worden minder vitamine D in hun bloed dan hun leeftijdgenoten. Werd vitamine D eerder nog gepresenteerd als wondermiddel voor een lang en gezond leven, inmiddels lijkt het

minder cruciaal dan gedacht. Dat schrijven de onderzoekers deze week in het Canadian Medical Association Journal. ‘Er zijn veel studies die een verband aantonen tussen gebrek aan vitamine D en ziekten als kanker, multiple sclerose of het krijgen van een hartaanval’, zegt Diana van Heemst van het LUMC. ‘Het is in deze studies niet altijd duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is. Mogelijk leidt een tekort aan vitamine D niet tot ziekte, maar krijgen mensen die ziek zijn juist minder vitamine D bin-

nen. Bijvoorbeeld doordat ze niet zo vaak buiten komen.’ Volgens Van Heemst hoeven vitaminenbommen als supplementen, vette vis en zonlicht niet meteen bij het vuilnis. Mensen met een verhoogd risico op botfracturen hebben wel baat bij het innemen van extra vitamine D, blijkt uit eerder onderzoek. ‘Het gaat vooral om mensen die al gezond zijn. Die hoeven niet nog eens extra supplementen in te nemen,’ aldus Van Heemst. De onderzoekers bepaalden bij 1.499

ABC van denkfouten

personen het vitamine D gehalte in het bloed. Deelnemers aan het onderzoek waren deels kinderen uit families waarvan een nog levend familielid en een broer of zus daarvan minimaal de 89 hebben bereikt. Het andere deel bestond uit partners van deze kinderen. De telgen uit lang levende geslachten bleken telkens minder vitamine D in hun bloed te hebben dan de partners. ‘Waarom dat zo is, weten we niet’, zegt Van Heemst. ‘We hopen dat dit in een vervolgonderzoek duidelijk wordt.’

Klimaat

Ander scenario voor laatste Grote IJstijd De laatste Grote IJstijd, zo’n 13 duizend jaar geleden, is niet veroorzaakt doordat een zoetwatermeer in Noord-Amerika na een damdoorbraak de Warme Golfstroom in de Atlantische Oceaan lamlegde. Onderzoekers verwijzen deze week in PNAS die twintig jaar oude theorie naar de prullenbak, met hulp van computersimulaties. Ze wijzen naar een smeltmeer dat aan de noordwestkant van Canada de poolzee instroomde en wel de circulatie verstoorde.

A BC D E FG HIJKLMNO PQ RSTUVWXYZ

Kokerillusie: waarom we ons toekomstig geluk overschatten ls ik de loterij win, ben ik gelukkig’, zegt een collega, op mijn vraag waarom hij elke maand een lot koopt. ‘Gelukkiger dan nu?’, vraag ik er meteen achteraan. ‘Ja natuurlijk, want dan koop ik een villa en een grote auto. En dan ga ik minder werken en een wereldreis maken. Geld geeft veel mogelijkheden. ’ ‘En ben je na een jaar nog steeds zo gelukkig als na de eerste week?’ Mijn collega raakt geïrriteerd. ‘Ik denk het wel, waarom niet?’ Ik zie hem nadenken; hij heeft alleen gefantaseerd over wat hij met het geld kan doen. Tijd speelt in zijn hoofd nu geen rol. Ik ga nog even door. ‘Ken je iemand met een villa, een grote auto en genoeg geld om minder te werken? Is hij gelukkiger dan toen hij dit allemaal niet had?’ Nu wordt hij boos. ‘Laat me toch, roept hij verontwaardigd. Laat me toch dromen over hoe het zou kunnen zijn.’ Mijn collega maakt een denkfout die bekend staat als de kokerillusie of de focalism

‘A

bias. De kokerillusie wil zeggen dat mensen geneigd zijn het aspect van hun leven waaraan ze op dat moment denken te overschatten. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman formuleerde de essentie van de kokerillusie in één zin: ‘Niets in het leven is zo belangrijk als je denkt dat het is wanneer je erover denkt.’ Wie de vraag krijgt of hij plezier beleeft aan zijn auto is geneigd om het genoegen te overdrijven, om de simpele reden dat hij er nu over nadenkt, schrijft Kahneman in Ons feilbare denken Thinking fast, thinking slow. In het voorspellen van een gemoedstoestand schakelen we andere belangrijke aspecten van ons leven uit en houden we bovendien geen rekening met het feit dat de tijd gewenning veroorzaakt. In de herinnering – het terugblikkende zelf noemt Kahneman dit – concentreren we ons op het plezier van de auto, maar vergeten we alle momenten dat we gewoon in de auto rijden zonder noemenswaardig geluk. Blikken we vooruit, dan schakelt ons voorstellingsvermogen de duur van de ge-

beurtenis uit. Tijd speelt geen rol; het menselijk aanpassingsvermogen is zo sterk, dat na een tijdje het geluksgevoel verdwijnt. De Amerikaanse psychologen Daniel Gilbert, Timothy Wilson en Jay Meyers vroegen tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1996 aan een groep Democratische kiezers om te voorspellen hoe gelukkig ze zouden zijn als Bill Clinton de verkiezingen zou winnen. Veel gelukkiger dan nu,

beweerden de Democratische kiezers. Maar na de verkiezingen bleken de Democraten niet gelukkiger te zijn dan ervoor. In hun focus op de winst van Clinton waren ze vergeten hoezeer andere aspecten van hun leven, zoals werk, relaties, gezondheid of financiële situatie ook hun gemoedstoestand bepalen. Bovendien waren ze na een week aan hun zege gewend. We kunnen de kokerillusie voorkomen door realistisch te blijven en onszelf kritische vragen te stellen. En wie de loterij wint, moet weten dat het euforische geluksgevoel van het eerste uur na ongeveer een jaar weer gezakt is naar het vroegere geluksniveau. Maar mijn collega is dan nog op wereldreis en véél gelukkiger dan nu. Denkt hij. Dit is de elfde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 31 OKTOBER 2012

27

Wetenschap

‘Rutte en Samsom hebben ’t makkelijk’ Interview Historicus Joris Oddens Het eerste Nederlandse parlement moest pas écht bruggen slaan, blijkt uit Amsterdams onderzoek. Van onze verslaggever Tonie Mudde

E

en oorlog, een gigantische staatsschuld, en onduidelijkheid over wie het voor het zeggen had. Dat waren de be-

stuurlijke uitdagingen aan het einde van de achttiende eeuw. Historicus Joris Oddens promoveert vandaag aan de UniversiJoris Oddens teit van Amsterdam op de geschiedenis van het eerste democratisch gekozen parlement van Nederland. Hoe ontstond dat? ‘Het land werd lange tijd geregeerd door de Prins van Oranje en een groep regenten op lokaal niveau. Burgers

pikten dat niet langer en wilden hun eigen volksvertegenwoordigers kiezen. Dat lukte uiteindelijk, met ingehuurde hulp van het Franse leger. Op 1 maart 1796 werd op het Binnenhof het eerste democratisch gekozen verkozen parlement geïnstalleerd.’ VVD en PvdA kunnen samen regeren. Hoe was dat toen? ‘Er bestonden in die eerste maanden nog geen partijen. Alle macht was aan het parlement, dat uit 126 gekozen individuen bestond, ieder met een eigen mening. Een grondwet, vergaderprocedures; het moest allemaal nog uitgevonden worden, door een groep bevlogen burgers met nul parlemen-

taire ervaring. De staat was bovendien een enorm bedrag verschuldigd aan het Franse leger, dat geholpen had bij het verdrijven van de voormalige machthebbers. De schuldencrisis was destijds nog groter dan nu. In die zin hebben Rutte en Samsom het makkelijk.’ Hoe democratisch was het eerste parlement? ‘Aan de ene kant was die aanzienlijk, vanwege de grote autonomie van individuele volksvertegenwoordigers. Maar lastige parlementariërs konden ook zonder pardon worden opgesloten in Paleis Huis ten Bosch, waar toen genoeg kamers vrij waren sinds

Dansers Jobin op CERN klaar met ontregelen

de vlucht van de Oranjes.’ Hoe was de man/vrouwverhouding in de eerste regering? ‘Het parlement bestond uit alleen maar mannen, net als de groep bestuurders die we nu ministers, staatssecretarissen en topambtenaren zouden noemen. Ik heb in oude notulen één opmerking over de kwestie gevonden. Na een uitvoerige discussie over burgerrechten vroeg een parlementslid: ‘Maar zouden die burgerrechten dan ook niet moeten gelden vrouwen?’ De voorzitter antwoordde ‘nee’ en daarna ging men over tot de orde van de dag.’

Naturalis Late Night Show

‘Hoe schiet een kameleon een vlieg neer?’

Van onze verslagever Martijn van Calmthout

genève Een kleine week nog kun-

Naturalis Late Night Show, uit met inhoud! Liveshow over wetenschap, kunst en natuur. Met: misdadige hersenen, ballistische tongen, de slak die aan een slang ontsnapt en ander geweld in de natuur. Met o.a. Toine Pieters (VUMC), Johan van Leeuwen (WUR), Masaki Hoso (Naturalis), De Spullenmannen, fotostrips van Ype en cabaretière Ellen Dikker. Presentatie: Maarten Keulemans (de Volkskrant)

nen ze overal op het Europese deeltjeslab CERN in Genève opduiken, de dansers van de Zwitserse top-choreograaf Gilles Jobin. Gedurende drie maanden waren ze artists in residence op het versnellerlab en gebruikten onaangekondigd versnellers, detectoren, rekencentra en studeerkamers als podium. Verblufte omstanders, aldus CERN, waren soms tot tranen geroerd. Afgelopen maanden maakte Jobin een choreografie die dinsdag live wordt uitgevoerd in het auditorium. Dansers, zegt hij, putten inspiratie uit de fysica. ‘Niet zozeer uit deeltjes en krachten, als wel uit het zoeken zelf.’ CERN-directeur Rolf Heuer stelt nuchter vast dat dansers hoe dan ook heel anders over ruimte, tijd en gravitatie denken dan fysici.

Donderdag 1 november, 20.00 uur. Naturalis, Leiden. Entree € 10,00 incl consumptie. Reserveren: evenementen@naturalis.nl ovv Late Night Show

Dansers terwijl het werk doorgaat in het CERN datacentrum en de antimaterieversneller. Foto’s CERN

ABC van denkfouten

A BC D E FG HIJ K LMN O PQ RSTUV WXYZ

Just world bias: waarom het slachtofer soms de schuld krijgt en meisje gaat met haar vriendin uit en wordt op straat gemolesteerd. Een ervaren wintersporter verongelukt tijdens het skiën. Een broodnuchtere tiener rijdt zich na een feestje te pletter tegen een boom. De omgeving is verbijsterd en geschokt. Hoe kon zoiets afschuwelijks gebeuren? Sommige mensen zoeken de verklaring voor de tragische gebeurtenis bij het gedrag van het slachtoffer. ‘Had het meisje maar niet om half vijf ’s nachts op straat moeten lopen.’ ‘Had de skiër maar niet buiten de piste moeten skiën.’ En: ‘Had de tiener na het feestje maar niet in de auto moeten stappen.’ De neiging om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor het onheil dat hen is overkomen, is een veelgemaakte denkfout en staat te boek als de just world bias, ofwel de rechtvaardige-wereldfout. Zo’n reactie komt voort uit het vertrouwen dat de wereld een geordende, voorspelbare en rechtvaardige plek is waar iedereen krijgt wat hij verdient. We vinden dit geloof terug in spreekwoorden zoals ‘boontje komt om

E

zijn loontje’, ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘wie oogst, zal zaaien.’ Kinderen krijgen dit vertrouwen met de paplepel ingegoten en ook in boeken en films zegeviert uiteindelijk de held van het verhaal en krijgt de boosdoener zijn verdiende straf: hij sterft of verliest zijn vermogen of zijn gezondheid. Het uit de hand gelopen verjaardagsfeestje van de 16-jarige Merthe uit Haren op 21 september was volgens sommigen haar eigen schuld. Had ze maar niet zo stom moeten zijn om zo’n algemeen berichtje te posten. In een peiling op Hyves de week erna reageerden meer dan 100 mensen op deze manier. ‘Eigen schuld dikke bult’ was ook de strekking van de reactie van staatssecretaris Fred Teeven toen hij hoorde dat een inbreker was omgekomen bij een vechtpartij met de bewoners. Inbrekersrisico, vond de VVD’er. De just world bias heeft een functie. Wanneer we het slachtoffer verantwoordelijk houden voor zijn ellende, houden we de illusie in stand dat we zelf controle hebben

over de gevolgen van ons gedrag. Het is immers vervelend om te moeten constateren dat je iets doet dat onvoorspelbare consequenties heeft. De Amerikaanse sociaal psycholoog Melvin Lerner formuleerde de just world hypothese voor het eerst in de jaren zestig van de vorige eeuw. Hij liet een groep vrouwen

zien hoe een proefpersoon elektrische schokken toegediend kreeg. Toen de vrouwen merkten dat ze niets konden doen om de schokken te stoppen, gaf de meerderheid het slachtoffer de schuld van zijn lijden. Om hun eigen schuldgevoel te reduceren, aldus Lerner. Andere onderzoekers vonden nog meer voorbeelden van de just world bias. Zo sprak een jury in Florida de dader van een dubbele verkrachting vrij, omdat het slachtoffer een kort rokje en geen ondergoed droeg. De vrouw had om de verkrachting gevraagd, vond de jury. Kun je iets doen om deze denkfout te voorkómen? Roep niet meteen dat het slachtoffer het er wel naar gemaakt zal hebben. Slachtoffers zijn slachtoffers, geen daders. Dit is de tiende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 24 OKTOBER 2012

27

Wetenschap

Lallende dolfijn eist dat duiker zijn bassin verlaat Van onze verslaggeefster Maxime Smit

Artsen van de faculteit diergeneeskunde in Utrecht onderzoeken een bruinvis.

Foto Erik van 't Woud / ANP

Zeehond verdacht van aanval op bruinvissen Van onze verslaggever Marcus Werner

amsterdam Achter de verminkte bruinvissen die langs de kust aanspoelen, kunnen grijze zeehonden zitten. Een Belgische studie levert voor het eerst aanwijzingen dat bruinvissen worden aangevallen door grijze zeehonden, een uit de kluiten gewassen zeehondensoort waarvan de Nederlandse populatie snel groeit. De verwondingen van bruinvissen, kleine in de Noordzee levende dolfijnachtigen, passen bij aanvallen van grijze zeehonden. Dat vertelden zeebiologen van het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen op een symposium over bruinvisbescherming. De bevindingen verschijnen komende maand in vakblad Aquatic Mammals. Marien biologen breken zich al jaren

het hoofd over de oorzaak van de soms zwaar toegetakelde lijken van bruinvissen op het strand. Elk jaar spoelen honderden van deze kleine dolfijnachtigen dood aan op de Nederlandse kust – in 2011 nog zo’n 850. Een op de twintig heeft diepe wonden in de flanken, en soms spoelen alleen delen bruinvis aan. Volgens sommige natuurvrienden is dat het werk van vissers, die om te verdoezelen dat de beschermde bruinvissen in hun netten terechtkomen, de dieren aan flarden zouden snijden om ze te laten zinken. Andere theorieën draaiden om scheepsschroeven of aanzuigmonden van zandzuigschepen. Zelfs aan stroperij voor Chinese restaurants werd gedacht. Het Belgische team vergeleek de gebitsgegevens van honderdveertig zeehondenschedels uit musea met de verwondingen van verse bruinviskadavers gevonden bij Oostende en KnokkeHeist. De ontdekte sporen van hoek- en

snijtanden bleken het best te passen bij de grijze zeehond, en dan vooral de tot 350 kilogram zware mannetjes. Omdat vlees van de kadavers was gescheurd, concluderen de onderzoekers dat grijze zeehonden de bruinvissen gedeeltelijk opaten en waarschijnlijk ook doodden. Bruinvisonderzoeker Mardik Leopold van zeeonderzoeksinstituut IMARES over de Belgische studie: ‘Het is elegant gedaan. Mij zou het niet verbazen als grijze zeehonden bruinvis op het menu hebben staan.’ Ook Leopolds eigen onderzoek lijkt daarop te wijzen: ‘Waarschijnlijk zijn het een paar exemplaren die het kunstje hebben ontdekt.’ Bij Noordwijk werd in 2011 een grijze zeehondbul gezien met een dode bruinvis in zijn bek. Leopold: ‘De vraag is of de zeehonden bruinvissen ook doden, al kunnen ze het fysiek wel.’ Hij wacht op directe waarnemingen van aanvallen, als beste bewijs.

ABC van denkfouten

amsterdam Een dolfijn die menselijke geluiden nadoet. Het klinkt als een fabel, maar Amerikaanse biologen zweren dat ze er een in huis hebben gehad. NOC was zijn naam – een verwijzing naar de muggen, ‘no-see-ums’, in het gebied waar hij werd gevangen – en op audiofragmenten is te horen hoe de beloega (witte dolfijn) geluiden maakt die zich nog het beste laten omschrijven als een lallende man. Volgens de onderzoekers, verbonden aan onder andere de Universiteit van Californië in San Diego en de Amerikaanse marine, is het zeker dat NOC mensen nadeed, omdat beloega’s van zichzelf andere geluiden produceren, waaronder geklik of gefluit. Toen NOC ‘praatte’ zou hij een duiker hebben opgedragen zijn bassin te verlaten door meerdere malen iets te hebben gezegd wat leek op ‘eruit’ (‘out!’). Ook kon hij geluiden nadoen die vaag leken op een conversatie tussen twee mensen, schrijven de onderzoekers in het vakblad Current Biology. De geluiden produceerde hij via het blaasgat op zijn rug. Opnames van NOC’s ‘gepraat’ werden gemaakt tussen 1984 en 1988. Daarna hield hij op met praten. Waarschijnlijk omdat hij de volwassen leeftijd had bereikt, denken de Amerikaanse onderzoekers. Kees Camphuysen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) heeft zijn twijfels bij de studie. ‘Is dit een 1-aprilgrap?’ vraagt hij over de telefoon vanuit Texel. ‘Het enige aan dat audiofragment dat echt klinkt, is het uitblazen uit het blaasgat dat je op het einde hoort. Maar ik durf ook niet

te zeggen dat het nep is.’ De mededeling dat een duiker van de beloega het bassin zou moeten verlaten, doet hij af als onzin. ‘Een typisch geval van over-interpretatie. Krijgt die beloega zelf vaak te horen dat hij zijn bassin moet verlaten? Dat lijkt me niet. Hoe zou hij daar dan op komen?’ Dat het dier geluiden maakte die als een mensenstem klinken, lijkt hem op zich niet onwaar-

Laten we er niet al te mythisch over doen Ron Kastelein Marien bioloog

schijnlijk. ‘Ik kan me voorstellen dat hij zich verveelde en daarom mensen ging imiteren. Maar daar moet geen betekenis achter worden gezocht.’ Marien bioloog Ron Kastelein sluit zich daarbij aan. ‘Laten we er niet al te mythisch over doen. Er zijn wel meer beesten die geluiden imiteren, zoals papegaaien. Ik ken zelf een wolfshond die ‘I love you’ kan zeggen. Beloega’s zijn heel vocaal en worden ook wel de kanaries van de zee genoemd, maar praten doen ze niet.’ NOC kan het zelf niet meer navertellen. Het dier overleed vijf jaar geleden.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Information bias: Waarom we blijven zoeken naar informatie k wilde een luchtbevochtiger kopen, zo’n apparaat dat water vernevelt en voorkomt dat de lucht in huis te droog wordt. Goed voor de huid, de luchtwegen en gelaserde ogen. En ook de vleugel profiteert ervan, verzekerde mijn pianostemmer. Google bracht mij 578.000 hits. Binnen tien minuten was ik beland in een universum van stoombevochtigers, ultrasone vernevelaars en luchtwassers. Ik vergat mijn oorspronkelijke behoefte en klikte verlekkerd door naar hygrometers, digitale weerstations en kalkfilters, totdat ik na een uur vertwijfeld mijn laptop dichtklapte. Misschien moest ik advies vragen aan iemand die ook zo’n ding in huis had. De neiging om in een onzekere situatie meer informatie te zoeken, ook als de informatie irrelevant is voor de beslissing, heet de information bias, ofwel de informatiefout. De information bias kwelt ons niet alleen bij een simpele privé-aankoop, maar ook in ons professionele leven. Zo kunnen artsen onnodige onderzoeken doen en kun-

I

nen bestuurders extra informatie blijven vragen om hun besluiten te onderbouwen. Onzekerheid en nieuwsgierigheid zorgen ervoor dat we blijven zoeken. Maar meer informatie hoeft niet altijd tot een betere beslissing te leiden. Allang voordat we massaal zoekmachines op internet raadpleegden, ontdekte de Amerikaanse hoogleraar psychologie Jonathan Baron dat mensen geneigd zijn om te blijven zoeken naar informatie, zelfs als de informatie irrelevant is voor de beslissing. Hij legde proefpersonen de volgende casus met gefingeerde ziektes voor. U bent arts en u moet een beslissing nemen over de behandeling van een van uw patiënten, een vrouw met symptomen die met 80 procent zekerheid wijzen op de diagnose globoma. Heeft de vrouw geen globoma, dan zijn er twee andere mogelijkheden: ze heeft popitis of flapemia. Elke ziekte vereist een speciale behandeling, die niet helpt bij de andere twee. U kunt een test laten doen bij de vrouw, de ET-scan. Als ze popitis heeft, geeft de test

een positief resultaat; heeft ze flapemia, dan is de test negatief. Als ze globoma heeft, is er evenveel kans op een negatieve als een positieve uitkomst. Wat doet u? Laat u de vrouw een ET-scan ondergaan? Barons proefpersonen gaven in meerderheid aan – hij vermeldt er helaas niet bij hoeveel – dat ze het de moeite waard vonden om een ET scan te laten maken, ook al

vermoedden ze dat dit een dure test was. Maar, schrijft Jonathan Baron in Thinking and deciding, ze hadden het mis. Het uitvoeren van de scan zou niets veranderen aan hun beslissing. De kans op globoma is zo groot, 80 procent, dat de arts voor behandeling van deze ziekte moet kiezen. Het feit of de test negatief of positief is geeft niet meer zekerheid dan de zekerheid die er al was voor de test. Kun je de information bias voorkómen? Zeker. Het belangrijkst is om het doel voor ogen te houden. Vraag je af of de informatie iets extra’s biedt waardoor je een betere beslissing kunt nemen. Inmiddels snort hier in huis een eenvoudige luchtbevochtiger. Zonder luchtwasser of weerstation. Maar wel functioneel. Dit is de negende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 17 OKTOBER 2012

27

Wetenschap Bij mensen zonder klachten wordt niet vaker een ziekte ontdekt, effect op sterftecijfer is nihil

Gezondheidscheck haalt niets uit Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Algemeen medisch onderzoek bij mensen zonder klachten levert geen gezondheidswinst op. Studies onder ruim 180 duizend personen bij wie het nut van zo’n medische apk-keuring werd onderzocht, wijzen uit dat bij hen niet vaker een ziekte wordt vastgesteld en dat er geen effect is op het sterftecijfer. De Cochrane Collaboration, een groep wetenschappers die het bewijs van me-

Rembrandt heeft eindelijk eigen website

dische behandelingen napluist, bekeek de veertien beste onderzoeken naar het effect van medische checkups. Daarbij laten mensen preventief hun gezondheid nakijken, waarbij bloeddruk, cholesterolgehalte, vetpercentage, hartactiviteit en urine worden gecontroleerd. In Nederland bieden tientallen commerciële bedrijven dergelijk gezondheidsonderzoeken aan, vaak via de werkgever of via zorgverzekeraars. Geschermd wordt met de belofte dat de deelnemers daar beter van worden. Maar de Cochrane-onderzoekers constateren in een dinsdag gepubliceerde

analyse dat daarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Ze vergeleken tienduizenden personen die een medische check-up ondergingen met een identieke groep die zich niet liet controleren. De deelnemers werden jaren gevolgd. Het aantal nieuwe diagnoses nam na de checkups soms flink toe. Dat zou zich moeten vertalen in de registratie van meer ziekten. In de medisch onderzochte groep zou, door tijdige behandeling, het sterftecijfer ook lager moeten zijn. Dat bleek allebei niet het geval. ‘Gezondheidszorg is niet voor gezonde mensen’, concludeert radiothe-

rapeut-oncoloog Lukas Stalpers (AMC) na lezing van de analyse. ‘Toch vragen veel mensen om zo’n preventief onderzoek om te worden gerustgesteld.’ De conclusies zijn niet helemaal te vertalen naar de Nederlandse situatie omdat bij een aantal van de bestudeerde check-ups ook een mammografie of een uitstrijkje in het pakket zat. Dergelijk onderzoek wordt in Nederland apart uitgevoerd omdat daarvan gezondheidswinst is aangetoond. Nadeel is dat de onderzochte checkups gedateerd zijn. Ze stammen uit de jaren zestig tot en met negentig en de vraag is of de resultaten helemaal van

toepassing zijn op de huidige situatie omdat onderzoekstechnieken zijn verbeterd.Bodyscans,diepassindskortpopulair zijn, werden niet meegewogen. Onduidelijk blijft of preventief onderzoek bij gezonde mensen schadelijk is. Critici als Stalpers wijzen al jaren op het risico van overbehandeling. Maar in de bestudeerde studies is niet geteld hoe vaak check-ups tot vervolgonderzoek, ziekenhuisopnames of extra operaties leidden. De onderzoekers waarschuwen alleen tegen gezondheidschecks bij mensen die niets mankeren. Het testen van risicogroepen is volgens hen de moeite wél waard.

Exoplaneet Grote gasreus ontdekt in planetenstelsel met vier ‘zonnen’ Zonsopkomsten en -ondergangen moeten een spectaculair gezicht zijn op PH1, een planeet die is ontdekt door twee lekensterrenkundigen. PH1 draait in een baan om een dubbelster die op haar beurt wordt omcirkeld door weer een dubbelster. Een stelsel waarin planeten om een dubbelster draaien zijn al zeldzaam (er zijn er slechts zes bekend), een stelsel met vier ‘zonnen’ is een noviteit. PH1 werd ontdekt in het kader van het project Planet Hunters van Yale University. Daarbij gaan vrijwilligers met een stofkam door gegevens van Kepler, een Amerikaanse kunstmaan die in 2009 werd gelanceerd om exoplaneten te vinden. Van zulke planeten buiten ons zonnestelsel die ook om een ster draaien heeft Kepler ermeer dan 700 ontdekt. PH1 werd opgemerkt door een dipje in de lichtsterkte van de ster waarom hij draait — de geijkte methode waarmee exoplaneten worden opgespoord. PH1 is een gasreus, net als Jupiter. De planeet is ruim zes keer groter dan de aarde en staat op een aanzienlijke afstand ervan: ruim duizend astronomische eenheden (één AU is ruwweg de afstand van de aarde tot de zon).

Van onze verslaggeefster

amsterdam Een website met daarop alle documenten uit de 15de tot de 18de eeuw over en van Rembrandt van Rijn is sinds dinsdag online. Het ‘digitale lab’ telt 1.200 documenten en bevat onder andere brieven die Rembrandt (1606-1669) aan zijn tijdgenoot Constantijn Huygens schreef en ‘bonnetjes’ aan leerlingen die vijftig gulden betaalden om een half jaar door de meester onderwezen te worden. Het Rembrandt Documents Project van de Radboud Universiteit Nijmegen in samenwerking met onderzoeksinstituut Huygens ING moet het leven van Rembrandt inzichtelijker maken voor kunsthistorici. De initiatiefnemers hopen dat de website, die uiteindelijk 1.700 documenten moet bevatten, eind 2013 af is. Ook leken kunnen er terecht: de documenten worden waar nodig voorzien van commentaren en vertalingen naar hedendaags Nederlands en Engels. Het Rembrandt Documents Project is te vinden op www.remdoc.org.

ABC van denkfouten

A BC D E FGHIJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Hindsight bias: waarom we achteraf denken dat we het wisten oen ik jaren geleden samen met mijn team een journalistieke prijs in de wacht sleepte, kon ik de nacht ervoor nauwelijks slapen van de spanning. Mijn overmoedige ego schreeuwde dat we deze buit zouden binnenhalen, maar mijn behoedzame kant zond waarschuwingssignalen uit: ‘Pas op, er zijn nog meer genomineerden!’ Tijdens de prijsuitreiking beklom ik trots het podium. ‘Ik wist het wel’, zei ik zelfverzekerd – glas in de ene, beker in de andere hand. ‘Ik heb het steeds gezegd.’ In retrospectief leek de zege me de enige mogelijke uitkomst, maar in de roes van de overwinning had mijn geheugen me in de steek gelaten. Had ik niet even vaak voorspeld dat een ander de prijs zou krijgen? De neiging om te geloven dat onze voorspellingen preciezer zijn dan ze in werkelijkheid waren, staat bekend als de hindsight bias ofwel de achteraf-fout. Het is een van de meest gemaakte en meest ongecorrigeerde denkfouten. ‘Ik heb altijd geweten dat Pieter en Heleen uit elkaar zouden

T

gaan’, fluister je op een verjaardagsfeestje tegen de buurvrouw. ‘Ze passen niet bij elkaar.’ Bij zo’n relatief kleine gebeurtenis op persoonlijk gebied is het voorstelbaar dat we ons goede voorspellers wanen, maar ook bij grote maatschappelijke of economische drama’s beweren deskundigen dat zij het wisten. Zo herinneren veel economen zich achteraf dat ze de financiële crisis hebben voorspeld en dat de ellende op de huizenmarkt onafwendbaar was. Na een gebeurtenis lijkt het alsof alle wegwijzers één kant op stonden en onvermijdelijk naar die ene afslag leidden. De Amerikaanse psycholoog Baruch Fischhoff ontdekte deze denkfout voor het eerst in een onderzoek in 1972. Aan de vooravond van een bezoek van president Richard Nixon aan Rusland en China liet hij proefpersonen de waarschijnlijkheid voorspellen van vijftien mogelijke resultaten van deze diplomatieke missie. Na afloop van het presidentiële bezoek vroeg Fischhoff de deelnemers om zich de waarschijnlijkheid te herinneren die ze aan elk van de

vijftien mogelijke uitkomsten hadden gegeven. De meeste mensen overdreven hun juiste beoordelingen; ze vonden zichzelf betere voorspellers dan ze in feite waren. Dit onderzoek is enkele keren herhaald, onder andere bij het proces tegen O.J. Simpson en bij de vervolging van president Bill Clinton, met vergelijkbare resultaten. De hindsight bias wordt veroorzaakt door ons selectieve geheugen: we herinne-

ren ons nu eenmaal gemakkelijker zaken die bevestigen wat we al weten en die onszelf in een positief daglicht stellen. Bovendien lijkt de geschiedenis achteraf zo logisch, dat we moeite hebben om ons voor te stellen dat we vooraf een ander beeld hadden. De achteraf-fout geeft de schijn dat de wereld voorspelbaar is. Vooral beslissers moeten oppassen voor deze venijnige illusie. Wie meent dat hij een goede voorspeller is van kansen en risico’s, kan arrogant en onvoorzichtig worden. De hindsight bias is moeilijk te ontlopen, omdat de meeste mensen het fijn vinden om ‘Ik wist het wel’ te zeggen. Wie de fout toch wil voorkomen, kan het beste zijn voorspellingen vooraf opschrijven. Dan kunt u achteraf zeggen: ‘Kijk, ik heb het hier opgeschreven.’ Dit is de achtste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


18

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 10 OKTOBER 2012

Wetenschap ‘Nieuwe varianten nu makkelijker’

Medicijnla Boerhaave verhaalt van Leydse Weelde

Champignon blijkt bikkel in het bos Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam Langer houdbare en voedzamere champignons, en een hogere productie. Volgens onderzoekers ligt dat in het verschiet, nu wetenschappers voor het eerst hebben bekeken wat de paddenstoel precies onder de genetische motorkap heeft. Een internationaal consortium van onderzoekers, onder meer van de Universiteit Utrecht en het Centraalbureau voor Schimmelcultures, bracht voor het eerst het volledige dna van de champignon in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat de champignon in de

Advertentie

Meer weten over wetenschap en techniek?

Vraag nu een gratis proefnummer aan op

nwtonline.nl/proefnummer

natuur een bijzonder arsenaal enzymen in stelling brengt om ‘een brede aanval’ te openen op de humus waarop hij gedijt, zo schrijven ze in het vakblad PNAS. ‘Hij is zeer gespecialiseerd in het afbreken van humus’, zegt Ronald de Vries van het Centraalbureau voor Schimmelcultures, en een van de deelnemende onderzoekers. ‘Meer nog dan de andere paddenstoelvormende schimmels die we kennen.’ De champignon speelt dan ook in op een bijzonder schakeltje in de afbraak van gebladerte en ander bosafval. Hij is op zijn best als het groenafval al een beetje is verteerd en door andere schimmels en bacteriën is omgezet in een smurrie rijk aan lignine, het taaie vezelmateriaal dat bomen en planten hun stevigheid geeft. In de genetische gereedschapskist van de champignon zitten de juiste spullen om dat materiaal te lijf te gaan: zijn dna maakt stoffen aan als peroxidasen, grote moleculen die stoffen uit elkaar laten vallen. Maar boven de grond laat de champignon zich van een vriendelijker kant zien: daar heeft hij vooral genen aan staan die de groei van de paddenstoel bevorderen. ‘Een van de redenen dat hij zo goed te kweken is’, zegt De Vries, ‘is dat hij op compost in korte tijd gigantische hoeveelheden paddenstoelen voortbrengt.’ De Vries verwacht dat de nieuw opgedane kennis over de genetische radertjes van de champignon ‘op korte termijn’ nieuwe varianten kan opleveren. ‘Vroeger moest je ze geduldig kruisen, nu zou je diverse variëteiten van de champignon kunnen vergelijken, en precies de eigenschappen die je nodig hebt met elkaar kruisen.’

Het eerste boek met gedroogde planten en bloemen dat ooit werd gemaakt, komt uit het Italië van 1542. Het bevat onder andere een gedroogd tomaatje, toen nog een exotische vrucht. Vanaf vandaag is het te zien in de tentoonstelling Leydse Weelde in Museum Boerhaave te Leiden. Leydse Weelde vertelt het verhaal van het Leiden van de Gouden Eeuw, de stad die volgens curator Esther van Gelder de bakermat van de Nederlandse botanie was en waar onder anderen Carolus Linnaeus woonde, de grondlegger van de moderne plantkunde. Te zien zijn nog nooit getoonde aquarellen verzameld door Carolus Clusius, de oprichter van de eerste Nederlandse hortus botanicus in 1593 in Leiden, aquarellen van planten uit de catalogus van Albertus Seba en een rijkelijk

versierd boek met gedroogde planten uit het Midden-Oosten dat aan de Habsburgse keizer Rudolf II heeft toebehoord. Ook onderdeel van de tentoonstelling is bovenstaande lade met middelen die in medicijnen werden gebruikt zoals koraal en thee. Van Gelder: ‘Planten verzamelen en bestuderen was gedurende de Gouden Eeuw enorm populair. Veel plantkundigen, maar ook kunstenaars vestigden zich in Leiden. In deze tentoonstelling hebben we dat voor het eerst bij elkaar willen brengen.’ Naast de tentoonstelling is een expositie van botanisch tekenares Janneke Brinkman te zien die haar 25-jarig schildersjubileum viert. Beide exposities lopen tot en met 5 mei 2013. Foto Museum Boerhaave

Minister beknot ruimtevaart iets minder Van onze verslaggever Peter van Ammelrooy

amsterdam Het kabinet zet het mes wat minder diep in de ruimtevaartbegroting. ‘Het is ons gelukt om dekking te vinden om een groot deel van de bezuinigingen terug te draaien’, liet minister Maxime Verhagen van Economische Zaken dinsdag weten. In plaats van 161 miljoen kort Den Haag de sector de komende jaren met 93 miljoen euro.

ABC van denkfouten

Daarmee komt de minister voor een deel tegemoet aan de wensen van de Kamer. Politici riepen hem eerder dit jaar op af te zien van het plan om vanaf 2015 structureel 30 miljoen per jaar te schrappen. Ze vonden het niet kunnen dat Nederland minder uittrekt voor de ruimtevaart, terwijl het tegelijkertijd goede sier maakte met André Kuipers, die als astronaut in Europese dienst een half jaar in het ruimtestation ISS verbleef. Volgende maand komen de lidstaten van de ESA bijeen om de plannen

vast te stellen voor de komende vier jaar. Nederland draagt verplicht ruim 173 miljoen euro af aan de ESA. Dat bedrag blijft gelijk. Van 2008 tot 2012 trok Nederland daarnaast 229 miljoen euro uit voor optionele projecten. Dat bedrag dreigde door de kabinetsplannen de komende vier jaar te krimpen tot 68 miljoen. Op de begroting is nu geld gevonden om een hoger bedrag op tafel te leggen voor optionele programma’s. Aan de eenmalige 68 miljoen extra betalen drie ministeries mee.

A BC D E FGH IJK LMN O PQ RSTUV WXYZ

Groepsdenken: waarom we ons confirmeren aan de groep et een vriendengroep maakte ik een bergtocht door de Italiaanse Alpen. Niets wees erop dat het weer zou kunnen omslaan. Maar ’s middags, halverwege de top, verschenen de eerste donkere wolken. ‘Opschieten’, riep onze informele leider. ‘Dan halen we de top vóór de bui.’ ‘Nee, laten we omkeren’, protesteerde ik. ‘Misschien gaat het onweren en dan kunnen we maar beter op de terugweg zijn.’ ‘Jij ziet altijd beren op de weg’, vond een van mijn vrienden. ‘Kom op watje, doorlopen!’ De rest aarzelde, maar toen de een na de ander zich achter de leider schaarde, stapte de groep zelfverzekerd de berg op. Beschaamd sjokte ik erachteraan, terwijl de regen in mijn gezicht spetterde. Het is niet fijn om af te wijken van de groepsnorm, zeker niet als het een hechte groep is. De meeste mensen zijn dan ook geneigd zich te conformeren aan een groepsbeslissing, zelfs als dit besluit evident onjuist is, zo bewees de Amerikaanse sociaal psycholoog Solomon Asch al in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hij liet proefperso-

M

nen lijnen van verschillende lengte beoordelen. Alle proefpersonen waren handlangers van de proefleider, op één na. De handlangers gaven expres verkeerde antwoorden; in 75 procent van de gevallen ging de eenling mee met de foute groepsbeslissing, terwijl hij kon zien dat het antwoord niet klopte. Asch’ collega-psycholoog Irving Janis ontdekte jaren later dat groepsdruk nog veel verder kan gaan; hij noemde het ‘groupthink’. Groepsdenken treedt vooral op bij hechte groepen met een sterke leider. Door dit mechanisme zijn de groepsleden zo gericht op overeenstemming dat ze blind worden voor tegenargumenten en zich onkwetsbaar wanen. Twijfel wordt onderdrukt en kritiek gesmoord. Janis haalde voorbeelden van groepsdenken uit de politieke praktijk van die tijd, zoals de besluitvorming over de Amerikaanse invasie van de Varkensbaai in 1961. Ondanks forse kritiek van zijn minister van Buitenlandse Zaken besloot president John F. Kennedy tot de actie. Kennedy en zijn adviseurs negeerden niet alleen de tegenwerpingen van Arthur Schlesinger, maar dwon-

gen hem zelfs zijn kritiek in te slikken. Groepsdenken kan gevaarlijk zijn omdat het mechanisme de opvattingen van de groep versterkt en kan leiden tot overmoed en zelfoverschatting. Zo werd begin dit jaar duidelijk dat ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken verkeerde inschattingen hadden gemaakt bij de invoering van het biometrisch paspoort. Achteraf concludeerde een onderzoekscommissie onder leiding van beleidsadviseur Roel Bekker dat het biometrisch paspoort

veel te haastig was ingevoerd en dat in het besluitvormingsproces kritische geluiden terzijde waren geschoven. Hoe komt het dat de mens zijn rationeel vermogen verliest onder de druk van de groep? Vanuit evolutionair perspectief is het begrijpelijk, omdat het individu voor zijn overleven afhankelijk is van de groep. Wie tegen de groep ingaat, riskeert uitsluiting. Het gevaar van groepsdenken kun je voorkomen door tegenspraak te organiseren. Stel bij belangrijke beslissingen een advocaat van de duivel aan of een tegenspreker. Laat die rol rouleren, want wanneer steeds dezelfde persoon kritiek uit, ontstaat al snel de reactie: ‘Daar heb je hem weer.’ Zoals mijn vrienden in de Italiaanse Alpen zeiden: ‘Zij ziet altijd beren op de weg.’ Dit is de zevende aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


28

DE VOLKSKRANT WOENSDAG 3 OKTOBER 2012

Wetenschap Tumor verwijderd met geluid

Dwergsatelliet Test met vouwspiegel in gewichtloze toestand

Van onze verslaggeefster

amsterdam Artsen van het UMC Utrecht gaan tumoren in de borst verwijderen zonder te opereren. Door het gezwel te verhitten met ultrageluidsgolven worden de cellen als het ware gekookt en onschadelijk gemaakt.Vrijdag is de eerste patiënte met borstkanker op die manier behandeld. De komende jaren wordt bekeken of de nieuwe aanpak veilig en effectief is. Als dat het geval is, kan opereren met geluid een normale behandeling worden, aldus onderzoeksleider Maurice van den Bosch, hoogleraar interventieradiologie. Hij verwacht dat een kwart van de vrouwen met borstkanker voor de nieuwe techniek in aanmerking komt. Het betreft patiënten met kleine, niet uitgezaaide tumoren. Het Utrechtse ziekenhuis werkt met een door Philips ontwikkelde MRIscanner die ultrageluid uitzendt. Met de scanner kunnen artsen de temperatuur in de gaten houden en de precieze plek bepalen. Deze techniek is voor patiënten veel minder ingrijpend dan een operatie: ze hoeven niet onder algehele narcose. Als een duveltje uit een doosje springt hij tevoorschijn – de opvouwbare spiegel uit een testversie van de FalconSAT-7, een dwergkunstmaan die de Amerikaanse luchtmacht in 2015 in de ruimte wil brengen. De spiegel bestaat uit een dunne laag folie met miljarden kleine gaten die het licht afbuigen naar een centraal punt. Deze ‘foton-zeef’ kan in de ruimte een alternatief zijn voor een conventionele spiegel. De grootte daarvan is afhankelijk van het laadruim van een raket of in het geval van de Hubble de ‘koferbak’ van de spaceshuttle. Op de foto wordt de opvouwbare spiegel getest aan boord van een vliegtuig dat in een paraboolvlucht kortstondig een toestand van gewichtloosheid schept. Foto NASA / USAF

Advertentie

Meer weten over wetenschap en techniek?

Puber is blind voor het onbekende Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam Pubers zijn niet zozeer blind voor gevaar – ze hebben een blinde vlek voor situaties waarvan de afloop onbekend is. Dat blijkt uit een reeks experimenten die New Yorkse onderzoekers beschrij-

ven in het vakblad PNAS. In een gokspel met geld waren pubers meer dan de volwassenen geneigd tóch het spel te spelen als in het geheel niet bekend was hoe de kansen op verlies of winst lagen. Als de onderzoekers vooraf verklapten dat er een grote kans was op verlies, toonden de pubers zich juist nog voorzichtiger dan de volwassenen. Dat preciseert de al overbekende

waarneming dat pubers vaker in de problemen komen met op het oog onbezonnen gedrag, aldus de onderzoekers. Tymula vergelijkt het met kindergedrag: ‘Als we jonge kinderen riskante acties zien ondernemen, zien we ze ook niet als risicozoekers, maar eerder als benieuwd naar de wereld die hen omringt.’

ABC van denkfouten

Aan ouders en instanties de taak om pubers nog duidelijker te wijzen op eventuele gevaren, meent het team. Als voorbeeld noemen ze rijsimulatoren die nabootsen hoe het is om dronken achter het stuur te zitten. ‘Ons onderzoek suggereert dat beleid gericht op leren in sommige gevallen effectiever is dan beleid gericht op verboden,’ schrijven de wetenschappers.

Vraag nu een gratis proefnummer aan op

nwtonline.nl/proefnummer

A BC D EFG H IJK LMN O PQ RSTUV WXYZ

Fundamentele attributiefout: omstandigheden negeren e sollicitant voor de functie van junior onderzoeker was cum laude afgestudeerd, bijna gepromoveerd en had een relevante onderzoeksachtergrond. Toch twijfelde de sollicitatiecommissie. ‘In het gesprek struikelde ze voortdurend over haar woorden’, zei de voorzitter. ‘Ze maakte nauwelijks oogcontact en friemelde met haar handen. Ze heeft goede papieren, maar nee, ze gaat niet door naar de tweede ronde.’ De sollicitatiecommissie schreef het gedrag van de sollicitant toe aan haar persoonlijkheid, haar karakter. Iemand die snel praat en je niet durft aan te kijken, zal wel onzeker zijn, zo was de redenering. De commissie vergat dat de situatie – voor de sollicitant een spannend gesprek waar haar carrière van afhing – de kandidaat nerveus maakte. En daarmee maakte ze een denkfout die zo ingebakken zit in ons oordeelsvermogen en die zo wijdverbreid is dat het de fundamentele attributiefout wordt genoemd. De meeste mensen zijn geneigd het gedrag van een ander toe

D

te schrijven, te attribueren, aan diens persoonlijkheid. Ze onderschatten de omstandigheden, de situatie waarin dit gedrag plaatsvindt. Ik betrap mezelf geregeld op zo’n snel oordeel. Ik vind de man die tegen me opbotst in de winkel een lomperik en de leverancier die te laat komt onbetrouwbaar. Maar omgekeerd ligt het anders. Voor mezelf doen de omstandigheden er opeens wél toe. Wanneer ik tegen iemand opbots, komt dit doordat het te druk is in de winkel. En als ik te laat kom, ben ik niet onbetrouwbaar, nee, dan ligt het aan de file of aan de NS. Deze inconsistentie in mijn oordeel noemen psychologen de self serving bias, de egostrelende variant van de fundamentele attributiefout. De self serving bias mag dan een denkfout zijn, hij is ook prettig en functioneel. Hij beschermt me tegen zelfkritiek. Wanneer ik bijvoorbeeld te lang doe over mijn wekelijkse hardlooprondje, ligt het aan het rotweer of aan de nieuwe sokken. Maar nooit aan mijn eigen lamlendigheid.

De Amerikaanse sociaal psycholoog Lee Ross illustreerde de fundamentele attributiefout in 1977 in een klassiek experiment met een televisiequiz. Kandidaten en quizmasters kregen willekeurig hun rol: ze moesten voor het oog van het publiek een muntje opgooien. Daarna stelden de quizmasters tien kennisvragen, ongeveer zoals Philip Freriks in De slimste mens. Na afloop moest het publiek de algemene kennis

van de kandidaten én van de quizmasters beoordelen. Wat bleek? Het publiek schatte de algemene kennis van de quizmasters systematisch hoger in dan die van de kandidaten, terwijl ze konden weten dat de situatie in het voordeel van de quizmasters was. Hoe komt het dat mensen de fundamentele attributiefout maken? Waarom veronachtzamen we de omstandigheden? Ten eerste hebben we meestal te weinig informatie over de omstandigheden en weten we niet wat de situatie voor de persoon betekent. Ten tweede nemen we – in de westerse individualistische cultuur althans – als eerste het individu waar en niet de situatie. Waarschijnlijk valt het u vanaf heden op dat anderen de fundamentele attributiefout maken. Dat is winst. Nu u nog. Dit is de zesde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 26 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap Kosmos

Sperma dwingt slinks tot toewijding aan nageslacht Van onze verslaggever Mark Mieras

Europese studie toont aan hoe geraffineerd de manipulatie van de sekspartner kan zijn

AMSTERDAM De ‘spermacompetitie’ is compleet. Steeds duidelijker wordt dat mannetjes met hun sperma niet alleen in competitie zijn met elkaar – man tegen man, maar het zaad ook inzetten om de andere sekse te domineren – man tegen vrouw. Dat sperma stoffen bevat die het gedrag van de vrouwelijke partner beïnvloeden – de zin in seks verhogen en de vruchtbaarheid stimuleren, bijvoorbeeld – is de laatste jaren al aangetoond bij tal van dieren, en ook bij de mens. Maar in een nieuwe studie laat een groep Europese onderzoekers, uit onder andere Groningen, zien hoe geraffineerd de manipulatie van de sekspartner kan zijn. Ze onderzochten het effect van het ‘sekspeptide’ in het sperma van de fruitvlieg en ontdekten dat deze stof in het dna van het vrouwtje een groot aantal genen aan- en uitschakelt. Het gaat onder meer om genen die de eierstokken stimuleren om meer eitjes te produceren, maar ook om genen die haar zenuwstelsel veranderen, waardoor ze zich anders gaat gedragen. Onder invloed van het sekspeptide gaan fruitvlieg-vrouwtjes meer eten, minder slapen en gedragen ze zich minder ontvankelijk voor andere mannetjes, aldus de onderzoekers in Proceedings of the Royal Society B. Zo dwingt het peptide op slinkse wijze toewijding aan zijn nageslacht af bij het vrouwtje. Tot hun verrassing ontdekten de onderzoekers dat ook genen worden omgeschakeld in het visuele kanaal van de fruitvlieg. Na het contact met het peptide gaat het vrouwtje een tijd minder goed zien: vermoedelijk om haar toewijding aan de reproductie te verhogen. Nog zo’n genetische verandering die vooral in zijn, en veel minder in haar voordeel is. Dat is dan ook de algemene lijn: met zijn sperma palmt een mannetje zijn vrouwtjes in om dienstbaar te zijn aan zijn belangen. Vorige maand meldden Canadese

Aards magneetveld klinkt als gekwetter

Zaadcel stort zich op eicel, ingekleurde microscoopfoto. Foto Lennart Nilsson / Reuters onderzoekers van de University of Saskatchewan al dat ze in het sperma van lama's, runderen, koala's, varkens, konijnen, muizen én mensen een eiwit hadden aangetroffen dat zij ‘ovulatieinducerende factor’ doopten omdat het de eisprong stimuleert. Zo helpt het sperma het toeval een handje, door de kans op bevruchting te verhogen.

Hetzelfde eitwit is onder neuro-onderzoekers overigens bekend als ‘neuron groeifactor’, omdat het hersencellen stimuleert zich te ontwikkelen. Dat kan mogelijk ook verklaren waarom vrouwen na seksueel contact zonder condoom hoger scoren op cognitieve testen. In menselijk sperma werden al meer

ABC van denkfouten

verrassende vondsten gedaan. Zo zit er een aardige dosis serotonine in, een stof die mild stemt. Eenmaal in de hersenen kan die stof agressie temperen en het humeur verbeteren. De hoge concentratie testosteron in het sperma verhoogt op zijn beurt de interesse in seks. De stoffen prolactine en enkephaline intensiveren de bevrediging van de seksuele ervaring. Melatonine maakt slaperig. Er zijn inderdaad licht verhoogde concentraties aangetroffen in het bloed van vrouwen na het vrijen. Onderzoekers stellen ook dat vrouwen die geregeld seks hebben zonder condoom gemiddeld minder neerslachtig zijn dan de rest. Rebecca Burch, van de State University of New York, die een uitgebreide chemische analyse van het menselijke sperma uitvoerde, denkt dat de aangetroffen cocktail van hormonen en neurotransmitters niet toevallig is. Anders dan de mannetjesfruitvlieg, die zijn vrouwtje regelrecht manipuleert, moet de mensenman het hebben van een charmeoffensief. Hij moet het haar naar de zin maken om nageslacht van haar te krijgen. Toch zijn wetenschappers het er niet over eens of de dosering van de stoffen in sperma wel toereikend is om effect te hebben op het vrouwenbrein. Bevat ook menselijk sperma dan misschien stoffen die na de paring genen aan- en uitschakelen? Onderzoekster Bregje Wertheim uit Groningen zou er niet van opkijken als dat zo is. ‘Ik ben gespecialiseerd in insecten, maar ook bij zoogdieren brengen eiwitten in het sperma soms wonderlijke effecten teweeg. Van verschillende van die eiwitten valt dat effect heel goed via genexpressie te verklaren.’

Het magnetisch veld rond de aarde brengt geluiden voort die sterk doen denken aan het gekwetter van vogels. Dat is te horen op nieuwe opnamen die zijn gemaakt met de Radiation Belt Storm Probes (RBSP). Deze tweelingkunstmaan van de Amerikaanse ruimtevaartdienst NASA bestudeert de invloed van zonnedeeltjes op het magneetveld rond de aarde. Het gekwetter ontstaat als geladen deeltjes van de zon en de aarde op elkaar botsen.

Antropologie

Laatste wens: lichaam voor de wetenschap Antropologe Sophie Bolt ondervroeg ruim 750 mensen die hun lichaam na de dood aan de wetenschap schenken. ‘Nuttig zijn’ noemt 93 procent als reden voor die keuze. Ook dankbaarheid aan de medische wetenschap wordt vaak genoemd. Deels uit eigenbelang handelt 15 procent, bijvoorbeeld omdat ze een hekel hebben aan begrafenissen of daar nabestaanden niet mee willen belasten. Bolt promoveert 3 oktober aan de Radboud Universiteit.

Astronomie

Oppervlak Mercurius lijkt op meteoriet Het oppervlak van Mercurius is uniek in het zonnestelsel, zeggen Amerikaanse astronomen in een studie die binnenkort zal verschijnen. De samenstelling van de bodem lijkt meer op die van zeldzame meteorieten die in het heelal zijn gevonden dan op de gestolde lavastromen die bijvoorbeeld op Mars te zien zijn. De onderzoekers komen tot hun conclusie n na een studie van foto’s die NASA’s Messenger van de planeet heeft gemaakt.

A BC DE FGH I J K L M N O P Q RSTUV WXYZ

Pijn van het verlies is groter dan blijdschap van het verwerven et een tas vol jasjes en jurkjes fietste ik naar de tweedehandskledingzaak. In een woeste bui had ik de klerenkast uitgemest en berekend dat de rijk gevulde shopper me een paar honderd euro zou opleveren. De kleren waren weliswaar een paar jaar oud, maar oogden als nieuw; de volgende eigenaar zou er vast blij mee zijn. In de winkel monsterde de verkoopster mijn aanbod. Bij het schattige blauwe jurkje twijfelde ze, maar de meeste kledingstukken stopte ze na een vluchtige blik terug in de tas. ‘Mmm’, zei ze. ‘Dit jurkje wil ik proberen te verkopen voor 30 euro. De rest raak ik niet kwijt.’ ‘Maar het is veel meer waard en je ziet nauwelijks dat ik het gedragen heb’, reageerde ik verontwaardigd. ‘Wat had je dan in gedachten?’, vroeg ze vriendelijk. ‘Zie je iets vergelijkbaars hangen? Wat wil je ervoor uitgeven?’ Driftig vouwde ik het jurkje op en stopte het terug in de tas. ‘Jammer, dan gaat het

M

niet door’, zei ik beslist. ‘Prettige dag nog!’ De verkoopster had wel een punt, dacht ik, toen ik de tas thuis op zolder had gedumpt. Voor geen enkel jurkje in de winkel had ik meer dan 40 euro willen betalen. Maar mijn eigen tweedehandsje moest minstens 60 euro opleveren. De denkfout achter deze redenering heet het endowment-effect of het bezitseffect. Wie zijn eigen spullen verkoopt, wil er meer geld voor krijgen dan hij zelf bereid is eraan uit te geven. Mensen zijn geneigd de waarde van hun eigen bezit te overschatten, omdat het pijn doet om er afstand van te doen. De pijn van het verlies is groter dan de blijdschap van het verwerven ervan. De afkeer van verlies zorgt er soms ook voor dat mensen helemaal niet willen verkopen. Het endowment-effect speelt niet alleen een rol bij iets kleins zoals een tweedehands jurkje, maar ook bij de verkoop van huis of aandelen. Ook hier geldt: wie zijn eigen huis verkoopt, is geneigd er meer voor te vragen dan hij er zelf voor zou willen be-

talen. En op de financiële markt vinden de meeste beleggers het moeilijk om een aandeel te verkopen op het moment dat de koers daalt. Staat het aandeel op winst, dan is de beslissing om te verkopen snel genomen. De Amerikaanse wetenschappers Richard Thaler, Daniel Kahneman en Jack Knetsch illustreerden het endowment-effect in een experiment waarbij de helft van de deelne-

mers een koffiebeker kreeg. De andere helft kreeg niets. Beide groepen moesten aangeven voor welke prijs ze de mok zouden willen verkopen, respectievelijk kopen. De waarde die de eigenaren, de verkopers, aan de beker gaven, was iets meer dan twee keer zo hoog als de waarde die de kopers aan de beker gaven. Terwijl het toch dezelfde mok was. Dit experiment is in allerlei varianten herhaald en steeds bleken de eigenaren hun eigen product een grotere waarde toe te kennen dan degenen die het product wilden kopen. In hun afkeer van verlies kunnen mensen dus verkeerde inschattingen maken. Dat hoeft niet in je nadeel te zijn. Wel is het handig om het bezitseffect te herkennen. Zakken met de prijs kan altijd nog. Dit is de vijfde aflevering van een 26-deligeserie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 19 SEPTEMBER 2012

29

Wetenschap

Blokjeskijker opent de ogen

Ledlicht verstoort ritme van dieren

Van onze verslaggever Govert Schilling

amsterdam Hij doet het. Een van de grootste astronomische camera’s ooit gebouwd, maakte afgelopen week zijn eerste proefopnamen van de sterrenhemel. De Dark Energy Camera bestaat uit 62 grote ccd-detectoren met in totaal bijna 600 miljoen pixels: vandaar dat het beeld is opgebouw uit 62 blokjes. De camera is gemonteerd op de 4-meter Blanco-telescoop in Chili en is zo groot als een telefooncel. De testfoto toont de bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae in ons eigen Melkwegstelsel, maar vanaf december gaat de camera zich toeleggen op het vastleggen van ver verwijderde sterrenstelsels. Uiteindelijk moet van een slordige 300 miljoen stelsels de ruimtelijke positie worden bepaald. Sterrenkundigen hopen daarmee kennis op te doen over de mysterieuze ‘donkere energie’, die er de oorzaak van is dat het heelal versnelt uitdijt. Daarnaast zal de camera talloze nieuwe planetoïden, ijsdwergen en supernova’s ontdekken, verwacht men. Het Amerikaanse deeltjeslaboratorium Fermilab, waar de camera is gebouwd, hoopt de Dark Energy Survey in vijf jaar te voltooien. Een paar jaar later gaat op een bergtop vlakbij de bouw van start van de nog veel grotere en gevoeliger Large Synoptic Survey Telescope.

Van onze verslaggever Marcus Werner

amsterdam Onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat blauw licht uit duurzame ledlampen extra nadelig is voor het dagnachtritme van dieren. Dat bleek tijdens een bijeenkomst over lichtvervuiling in Israël.

In delen: het ‘testbeeld’ van de Dark Energy Camera is opgebouwd uit 62 blokjes

Foto Fermilab

Moeder doneert baarmoeder aan dochter Van onze verslaggever Maarten Keulemans

amsterdam De menselijke voortplanting is weer wat ingewikkelder geworden. Twee Zweedse vrouwen hebben een baarmoeder geïmplanteerd gekregen

waaruit zij zelf werden geboren – die van hun moeder. Mochten de vrouwen ooit zelf zwanger worden, dan rijpt hun kind in een baarmoeder die technisch gezien van de oma van de baby is. Het is voor het eerst dat artsen een baarmoeder transplanteren van moeder naar dochter. De ingreep was nodig omdat de dochters, beide dertigers,

geen baarmoeder hadden: bij de ene vrouw was de baarmoeder operatief verwijderd wegens kanker, de andere vrouw was zonder baarmoeder geboren. Met kunstmatige inseminatie kunnen de vrouwen in theorie weer zwanger worden, aldus de artsen van de universiteit van Göteborg, die de ingreep

ABC van denkfouten

gisteren publiek maakten. Alle vier de vrouwen maken het goed. Aan de ingreep ging veertien jaar onderzoek en experimenteren vooraf, benadrukken de artsen. Overigens zijn er in Turkije en Saoedi-Arabië al enkele keren eerder met succes baarmoedertransplantaties uitgevoerd. Daarbij waren de donoren echter niet de moeder.

De invloed van nachtelijke verlichting op de natuur baart al langer zorgen, maar nu lijkt het erop dat uitgerekend milieuvriendelijke ledlampen nog wel eens schadelijker kunnen zijn dan gewoon licht. Uit een studie die vorige week werd gepresenteerd op een internationaal zoölogen-congres in het Israëlische Haifa blijkt ledlicht bij ratten stofwisselings- en hormoonstoornissen te veroorzaken. De dieren hadden een lager lichaamsgewicht en verbruikten meer zuurstof dan ratten die niet waren blootgesteld aan ledlicht. Vervelend, want juist ledlampen worden vanwege de energiezuinigheid steeds meer toegepast in openbare verlichting, vertelt lichtecologieexpert Franz Hölker van het instituut voor zoetwaterecologie in het Duitse Leibniz, die in Haifa een discussiedag over de effecten van licht op leven leidde. ‘Vrijwel alle dieren en planten leven volgens een dag-nachtcyclus. Als soorten de overgang tussen licht en donker niet meer kunnen waarnemen, ontstaan problemen. Het oognetvlies pikt verschillen tussen licht en donker op en geeft die door aan de ‘klok’ in de hersenen, de suprachiasmatische kern. Die stuurt cycli van hormoonproductie en de stofwisseling aan. Licht op verkeerde momenten ontregelt dit. Kortere golflengten licht, het ‘blauwe’ deel van het door ledlampen uitgezonden licht, lijken het effect dus te versterken.’ Het onderzoek naar de precieze invloed van licht op leven is pas begonnen, benadrukt Hölker. ‘Maar effecten als bij de ratten zijn niet ondenkbaar bij mensen.’

A BCDE FG H IJK LMNO PQ RSTUV WXYZ

Dissonantie: waarom we onszelf voor de gek houden n een periodiek terugkerend gezondheidsoffensief besloot ik voor de zomer de overtollige pondjes rond het middel te lijf te gaan. Ik hoefde weliswaar niet op dieet, een wijntje mocht nog, maar de tussendoortjes – de koekjes, de borrelnootjes en het chocolade-ijsje waren voorlopig verboden. Maar toen op een ochtend een jarige collega trots haar zelfgebakken appeltaart presenteerde, kon ik – met alleen een fruitsalade als ontbijt de verleiding niet weerstaan. Ach, wat geeft het, dacht ik, het is appeltaart, een slagroomgebakje zou erger zijn. Deze subtiele manier van mezelf voor de gek houden is een kwestie van cognitievedissonantiereductie, een psychologisch mechanisme dat ervoor zorgt dat de dissonantie tussen iemands gedrag (appeltaart eten) niet strijdig is met zijn opvattingen of overtuigingen, met nieuwe inzichten of in dit geval, met voornemens (geen tussendoortjes). Om te zorgen dat de spanning die optreedt bij het eten van de appeltaart wordt verminderd, verzin je er een plausi-

I

bel verhaaltje bij, waardoor de spanning oplost. Cognitieve dissonantie treedt ook op wanneer je bijvoorbeeld een dure cursus hebt gevolgd, waar je eigenlijk niet zo veel aan hebt. Of wanneer je in een impulsieve bui een prijzige tas hebt gekocht. Om het onprettige gevoel hierover te neutraliseren ‘herzien’ mensen hun opvattingen, zodat ze weer kloppen met de feiten, consonant zijn. Zo blijkt de dure cursus toch best goed te zijn, en is de kostbare tas ongelofelijk handig. De Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger ontwikkelde de theorie van dit mechanisme in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hij bestudeerde de casus van Marion Keech, een huisvrouw uit Chicago, die dacht dat de aarde op 21 december 1954 overspoeld zou worden door een vloedgolf. Keech zei dat ze berichten kreeg van de planeet Clarion. Wie haar zou volgen, zou gered worden door een vliegende schotel. Festinger was benieuwd wat er na 21 december zou gebeuren met de overtuiging van

Marion Keech en haar tientallen volgelingen. Zouden ze toegeven dat ze zich hadden vergist? Toen in de nacht van 21 december om 4.00 uur de wereld nog steeds niet was vergaan, zei Keech dat ze een nieuw bericht van de planeet Clarion had gekregen. Doordat de groep de hele nacht had gewaakt, had God besloten de wereld te sparen, zo luidde haar verklaring. De harde kern van

Keech’ volgelingen was hierna nog meer overtuigd van haar gelijk en begon fanatiek de media te bestoken met haar opvattingen. Cognitieve-dissonantiereductie heeft een functie. Het biedt een uitweg bij spanningen tussen gedrag en strijdige informatie. Soms weet je zelf wel dat er iets niet helemaal klopt, zoals de roker die zijn riskante gedrag goedpraat door te zeggen dat hij zó gezond leeft, dat hij best één verslaving mag hebben. Het mechanisme slaat pas door wanneer je uit alle macht probeert gezichtsverlies te voorkomen, zoals Marion Keech en haar fanatieke volgelingen. Er is een manier om de cognitieve-dissonantiereductie binnen de perken te houden. Sta open voor nieuwe informatie en stel je mening bij als de feiten daarom vragen. ‘Voortschrijdend inzicht’ heet dit. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 12 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap Abc-bewijs zorgt voor euforie bij wiskunde Van onze verslaggeefster Ionica Smeets

amsterdam ‘Je krijg een beetje het gevoel dat je een artikel uit de toekomst leest, of iets buitenaards,’ aldus wiskundige Jordan Ellenberg op zijn blog. Wiskundigen zijn in alle staten, nu de Japanse wiskundige Shinichi Mochizuki beweert dat hij het zogeheten abc-vermoeden heeft bewezen. Daarmee zou hij een van de belangrijke nog openstaande problemen in de getaltheorie hebben opgelost.

Een Thaise veearts maakt een uitstrijkje bij een speenvarken om te kijken of het dier is besmet met varkensgriep In Zuid-Korea is een virusstam gevonden met de genetische kenmerken van mensengriep, vogelgriep en varkensgriep. Foto Chaiwat Subprasom / Reuters

Griezelgriep teistert varkens Van onze verslaggeefster Ellen de Visser

amsterdam Varkens blijven een gevaarlijk mengvat voor griepvirussen. Virologen hebben in ZuidKorea een virusstam gevonden met genetische kenmerken van mensengriep, vogelgriep en varkensgriep, dat via de lucht overdraagbaar is en geïnfecteerde fretten doodt. Een internationale onderzoeksgroep isoleerde in een abattoir in ZuidKorea vier virusstammen uit varkens: twee H3N2-stammen en twee H1N2stammen. De virussen werden overgebracht op fretten, dieren waarbij

een griepinfectie ongeveer hetzelfde verloopt als bij mensen. De virologen beschrijven deze week in PNAS de resultaten: drie van de vier virussen bleken tamelijk ongevaarlijk. Maar het vierde virus, een H1N2-stam, werd van fret op fret overgedragen via druppels die in de lucht kwamen door te hoesten of niezen. In korte tijd werden alle drie fretten ernstig ziek en stierven. Pandemie Griepvirussen veranderen voortdurend een beetje om het immuunsysteem van de gastheer (mensen en dieren) te omzeilen. Af en toe ontstaat een compleet nieuw virus dat, afhankelijk van de eigenschappen, de

afweer van mensen helemaal kan omzeilen en zo een pandemie kan veroorzaken. Zo’n nieuw virus ontstaat vaak in varkens, omdat die vatbaar zijn voor infecties met virussen van zowel vogels als zoogdieren. Zo kan virusmateriaal worden gemengd. Toch is het nu aangetroffen gecombineerde varkensvirus geen reden voor paniek, zeggen de hoogleraren virologie Ab Osterhaus en Jan Wilschut. De virusstam is al aangetroffen voor de uitbraak van de Mexicaanse griep. De afgelopen jaren zijn bij varkens vaker gecombineerde griepvirussen aangetroffen. Heel soms raken mensen daarmee besmet, maar alleen na intensief contact met varkens. Overdracht van

ABC van denkfouten

mens op mens is nog nooit aangetoond. Fretten, zeggen Osterhaus en Wilschut, zijn weliswaar een goed proefdiermodel voor griepstudies, maar ze zijn nooit eerder met griepvirussen in aanraking geweest, waardoor ze geen antistoffen hebben. Mensen wel en dat verhoogt hun weerbaarheid. Intussen heeft de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC de afgelopen weken een varkensgriepvirus aangetroffen bij vier mensen die op een veebeurs waren geweest. Ze zijn allemaal hersteld. Volgens de hoogleraren maakt het Koreaanse onderzoek vooral duidelijk dat griepvirussen bij varkens goed in de gaten moeten worden gehouden.

Mochizuki zette zijn bewijs eind augustus op zijn website bij de Universiteit van Kyoto. Het zijn vier artikelen van bij elkaar ruim vijfhonderd pagina’s, bomvol met nieuwe technieken en ideeën. Deskundigen verwachten dat het maanden zal duren om het volledige bewijs te controleren, maar Mochizuki heeft een uitstekende reputatie. Op zijn zestiende studeerde hij al aan Princeton en hij promoveerde zes jaar later. Zijn publicatielijst is gedegen. Bij het abc-vermoeden draait het om de zogeheten ‘kwaliteit’ van trio’s getallen, in de vorm a + b = c. De kwaliteit is een maat voor het aantal delers dat het trio heeft. Het Nederlandse project Reken mee met abc is al jaren bezig om de kwaliteit van abc-drietallen in kaart te brengen. Inmiddels zijn er miljoenen combinaties doorgerekend en geen daarvan heeft een kwaliteit groter dan 1,63. Het abc-vermoeden is dan ook dat er een bovengrens moet zijn aan de kwaliteit die een drietal kan hebben. Als zo’n bovengrens bestaat, volgen daaruit in één klap allerlei andere resultaten. Bijvoorbeeld de befaamde laatste stelling van Fermat, in 1995 moeizaam bewezen door Andrew Wiles, maar ook allerlei andere nog onbewezen vermoedens over vergelijkingen en getallen.

A BCD E FG H IJK LMN O PQ RSTUVWXYZ

Confirmation bias: waarom we altijd gelijk hebben en vriendin heeft onlangs besloten geen vlees en vis meer te eten. ‘Geen dode dieren meer’, zo vat ze haar dieet samen. Steeds als het onderwerp ter sprake komt, heeft ze nieuwe argumenten voor de verandering van haar eetpatroon, variërend van de aard van de menselijke spijsvertering tot en met bloederige details over de tonijnvisserij. Sinds kort kent ze ook een lijst met beroemde vegetariërs. ‘Wist je dat Michel Montaigne vegetariër was? En Pythagoras?’ Mijn vriendin is zo enthousiast over de nieuwe levenswijze dat ze alleen informatie zoekt die haar opvatting ondersteunt. De menselijke neiging om informatie te zoeken of te filteren die onze opvattingen en vermoedens bevestigt, is wijdverbreid, en staat in de psychologie bekend als de confirmation bias. Dit bevestigingsvooroordeel is zo’n ingeburgerde selectieve manier van redeneren, dat je je niet realiseert dat het tot denkfouten kan leiden. En dat is ook niet zo vreemd. Wie vermoedt dat de buurman zijn kinderen slaat, is eerder geneigd om in de buurt te vragen of anderen dit

E

ook gezien hebben dan op zoek te gaan naar bewijs voor het tegendeel. De confirmation bias komt in allerlei gedaantes voor. Alledaags voorkeursgedrag is de meest concrete vorm. De meeste mensen luisteren het liefst naar politici die opvattingen vertolken waarmee ze het eens zijn en kijken graag naar televisieprogramma’s die hun mening bevestigen. We staan er niet bij stil, maar wie zich concentreert op zijn eigen gelijk, kan essentiële informatie missen en een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgen. Psychologen hebben op verschillende manieren aangetoond dat mensen niet proberen hun hypothese te weerleggen, maar naar bevestiging zoeken. In een experiment moesten sommige proefpersonen iemand interviewen om te weten te komen of hij extravert was. Andere proefpersonen moesten dezelfde man interviewen om te kijken of hij introvert was. Beide groepen proefpersonen hadden de neiging de persoon vragen te stellen die aansloten bij de opdracht. Zo vroegen de proefpersonen die de opdracht hadden om uit te zoeken of de man extravert was: ‘Ga je graag naar feest-

jes?’, terwijl de proefpersonen met de opdracht om uit te zoeken of de man introvert was de vraag stelden: ‘Heb je een hekel aan luidruchtige feestjes?’ Wetenschappers zijn beducht voor de confirmation bias. Zij leren hun hypotheses te ontkrachten, maar ook zij bezwijken soms voor de verleiding om bewijzen te zoeken die precies in hun theorie passen. Sommige onderzoekers gaan zelfs zo ver dat

ze hun data manipuleren, zoals de Tilburgse psycholoog Diederik Stapel of de Zuid-Koreaanse stamcelonderzoeker Hwang Woo-suk. De vader van de evolutietheorie, Charles Darwin, wapende zich tegen de verleidelijkheid van het bevestigingsvooroordeel door elke waarneming, elk feit en elke gedachte die zijn algemene resultaten tegensprak te noteren. De confirmation bias ligt op de loer bij diepgewortelde overtuigingen, maar ook bij oppervlakkige vermoedens. Hij is moeilijk te omzeilen. Het helpt om te zoeken naar informatie die je vermoedens tegenspreken. Stel jezelf kritische vragen zoals: ‘Is er iets wat mijn vermoeden ontkracht?’ ‘Zijn er bewijzen van het tegendeel?’ Of, voor mijn enthousiaste vriendin: ‘Was Hitler ook niet vegetariër?’ Dit is de derde aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 5 SEPTEMBER 2012

27

Wetenschap

Een heel Europese blik op dieren De tentoonstelling Inspiratie natuur laat zien hoe fanatiek onderzoekers tijdens de Verlichting de wereld in kaart probeerden te brengen. En hoe ver ze er soms ook naast zaten. Van onze verslaggeefster Geertje Dekkers

venlo De orang-oetan die Johannes le Francq van Berkhey in de tweede helft van de 18de eeuw tekende, lijkt nog het meest op een man met een apenvacht – maar zonder de typerende oranje slierten. Hij staat stevig rechtop en kijkt de toeschouwer met een vriendelijke blik uiterst menselijk aan. Arts, natuuronderzoeker, tekenaar, dichter en fervent Oranje-aanhanger Van Berkhey (1729-1812) verzamelde duizenden afbeeldingen van planten en dieren van over de hele wereld. Een selectie van honderd platen, deels getekend door Van Berkhey zelf, is vanaf 7 september te zien in het Limburgs Museum in Venlo. Van Berkhey was een typisch kind van de Verlichting: hongerig naar kennis en gretig om de aarde systematisch in kaart te brengen. In Venlo hangen prenten van een alledaags rund, een varken en een kip, maar ook van een Zuid-Amerikaanse helmbasilisk – ook wel Jezus Christushagedis genoemd omdat het reptiel op zijn achterpoten over water kan rennen. De verzameling laat zien hoe Europees Van Berkheys blik was. Zijn tekeningen van hier voorkomende dieren zien er herkenbaar uit, maar naarmate de beesten exotischer worden, krijgt zijn fantasie meer ruimte. Zo tekende Van Berkhey een nijlkrokodil met een wel erg bescheiden bek, waardoor het beest iets koddigs kreeg, net als de eerder genoemde orang-oetan. De realistische tekeningen van uitheemse soorten die Van Berkheys verzameling óók omvatte, kwamen van collega-nieuwsgierigen die de wijde wereld introkken. Op de tentoonstelling hangt een exotische vliegende vis van Georg Everhard Rumphius, die een groot deel van zijn leven in Nederlands-Indië doorbracht. Berkhey legde ziel en zaligheid in zijn verzameling, maar deed haar toch van de hand, om een juridische strijd

Drie tekeningen uit de collectie van Johannes le Francq van Berkhey. Van linksboven af met de klok mee: de elephas albus, de orang-oetan met de vriendelijke, uiterst menselijke blik en de myrecophagus tridactylus. Foto’s Irene Morán tegen politieke tegenstanders te financieren. In de jaren 1780 roerden de patriotten zich, die een einde probeerden te maken aan het regime van stadhouder Willem V. Oranjeklant Van Berkhey verdedigde hem vurig en botste daardoor met de Leidse universiteit, waar hij onderwijs gaf. Hij zag een hoogleraarschap aan zijn neus voorbijgaan. Van Berkhey begon daarom een juridische strijd, met advocaten die hij be-

taalde uit de opbrengst van zijn geveilde collectie. Het was tevergeefs: de breuk met de universiteit was definitief. Zijn verzameling kwam grotendeels in Spaanse handen. Een kleine selectie is nu voor vier maanden terug . Tentoonstelling Inspiratie natuur, 7 september t/m 6 januari 2013, Limburgs Museum,Venlo. limburgsmuseum.nl

ABC van denkfouten

Een algemene atlas Na jaren hartstochtelijk verzamelen, in een poging alle bekende diersoorten in kaart te brengen, had Johannes le Francq van Berkhey 5.840 zoölogische tekeningen in zijn bezit. Zijn verzameling moest een ‘algemene atlas’ zijn

van dieren, planten en mineralen. Voordat hij alles van de hand deed om een strijd tegen de Leidse universiteit te financieren, rangschikte hij zijn schatten in een catalogus van meer dan 200 pagina’s.

A BC D E FG HIJK LMNO PQ RSTUVWXYZ

Beschikbaarheidsfout: waarom we opeens overal asbest zien oen ik vorige week postzegels ging kopen bij de kantoorboekhandel om de hoek, viel mijn oog op een display op de toonbank: ‘Hier is een winnend lot verkocht’, stond er in koeieletters. Nou èn, dacht ik. Fijn voor de winnaar, maar wat moet ík ermee? ‘Waarom staat deze tekst hier?’, vroeg ik aan de verkoopster. Nog voordat de vrouw reageerde, wist ik het antwoord al. Ik ontdekte het door mijn eigen reactie. Tot vijf minuten geleden had ik alleen aan postzegels gedacht, maar nu kwam de gedachte bij me op dat ook ík een prijs zou kunnen winnen. Ik aarzelde, maar toen de verkoopster zei dat ze niet precies wist waar de tekst op sloeg, liep ik de winkel uit. Met postzegels, maar zonder lot. De bedenker van deze reclame voor de Staatsloterij appelleert aan een veel voorkomende denkfout. Door de aandacht van de lezer eenzijdig te vestigen op de winnaar, zorgt de loterij ervoor dat de lezer zijn kansen op een prijs overschat. Zo ontstaat een denkfout die in de psychologie bekendstaat als de beschikbaarheidsfout. Wanneer mensen een oordeel vellen, een

T

kans of risico inschatten, laten ze zich in de meeste gevallen leiden door voorbeelden en ervaringen die ze als eerste uit hun geheugen kunnen opdiepen. Maar deze ‘beschikbare’ informatie is niet per se de juiste informatie. Zo leek het na de Amsterdamse zedenzaak van Robert M. opeens alsof op elke crèche criminele pedofielen rondliepen. Met het krachtige en emotionele voorbeeld van Robert M. in het geheugen, beschuldigden ouders vaker dan voor de zedenzaak mannelijke crèchemedewerkers van misbruik van jonge kinderen. Een begrijpelijke, maar vooringenomen reactie. Het denken is doordrenkt van beschikbaarheidsfouten en dat is niet toevallig. Onze hersenen houden van concrete informatie, van ervaringen die indruk maken en emoties oproepen. Zo overschatten de meeste mensen de kans op een gewelddadige dood door een natuurramp of autoongeluk vanwege het simpele feit dat rampen en ongelukken emoties oproepen, sensationeel zijn en daardoor beter beschikbaar blijven in ons brein. Wat beschikbaar is, wordt bovendien sterk beïnvloed door

de media. Na de asbest-affaire in Utrecht zagen we dat ook in andere steden bewoners, gemeenten en woningcorporaties nerveus werden. Daar asbest, hier ook misschien? Psychologen hebben tientallen experimenten uitgevoerd waarbij proefpersonen foutief redeneren als gevolg van de beschikbaarheidsfout. Zo moest een groep proefpersonen een lijstje met positieve karaktereigenschappen lezen, en een tweede groep een lijstje met negatieve. Daarna kregen

beide groepen hetzelfde verhaaltje te lezen en moesten ze een oordeel vellen over de hoofdpersoon. De groep die vooraf de positieve eigenschappen had gelezen, oordeelde veel positiever over de man dan de tweede groep. De positieve karaktereigenschappen waren ‘beschikbaar’ en beïnvloedden hun oordeel. Wie beschikbaarheidsfouten wil voorkomen, krijgt het moeilijk: de vergissingen ontstaan meestal door snel en intuïtief denken. Vraag je bij een belangrijke beslissing af door welke emotionele of opzienbarende gebeurtenis of ervaring je oordeel is beïnvloed. Corresponderen de feiten wel met je intuïtieve indrukken? En wie nu opeens overal beschikbaarheidsfouten ziet, weet in elk geval hoe het komt. Dit is de tweede aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


DE VOLKSKRANT WOENSDAG 29 AUGUSTUS 2012

27

Wetenschap ‘Aardverschuiving’ in strijd tegen apneu Mars Curiosity kiekt een Grand Canyon ondersteboven

Doorslapen met triller of implantaat Van onze verslaggever John Ekkelboom

amsterdam Een trillertje op de borst en een operatief aangebrachte ‘tongpacemaker’ kunnen ervoor zorgen dat mensen met slaapapneu – stokkende adem in de slaap – ongestoord doorslapen. Dat blijkt uit tests van de twee nieuwe behandelingen, uitgevoerd door onder meer het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Bij dertig patiënten bleek een trillertje op de borst ‘zeer effectief’, zegt KNO-arts Nico de Vries, die zijn resultaten binnenkort in het vakblad Sleep and Breathing publiceert. De ‘tongpacemaker’, een implantaat dat aan het begin van iedere ademhaling de tongzenuw prikkelt om de tong iets naar voren te duwen, is nog in onderzoek. ‘Bij veel patiënten werkt het fantastisch en complicaties zijn tot nu toe uitgebleven’, aldus De Vries. In Nederland hebben naar schatting 480 duizend mensen slaapapneu. Tijdens hun slaap krijgen ze regelmatig een ademstilstand doordat hun bovenste luchtweg geblokkeerd raakt. Overdag zijn de patiënten vaak doodmoe, omdat ze, al dan niet onopgemerkt, in hun slaapcycli zijn gestoord. ‘Ze kunnen overdag niet goed functioneren en hebben meer kans op ongelukken, hoge bloeddruk en een hersen- of hartinfarct’, zegt De Vries. Voor mensen die alleen tijdens rugligging last hebben van slaapapneu, heeft de TU Delft de ‘slaappositietrainer’ ontwikkeld, die sinds dit jaar op de markt is. Het apparaat bestaat uit een band met positiesensor, die de patiënt ’s nachts om de borst draagt. Bij ruglig-

ging geeft het apparaat een trilling, die geleidelijk toeneemt in intensiteit. Het gevolg is dat de patiënt zich automatisch en onbewust op de zij draait. Voor patiënten met ernstig slaapapneu – volgens De Vries in Nederland ‘enkele duizenden’ – heeft het Amerikaanse bedrijf Inspire de neurostimulator bedacht. Hierbij plaatst een KNOarts een pacemaker onder het sleutelbeen en verbindt deze via onderhuidse draden met een druksensor tussen twee ribben en een elektrode op een motorische tongzenuw in de hals. Bij het begin van iedere ademhaling geeft de druksensor een signaal, waarop de pacemaker de tongzenuw stimuleert, zodat de tong ongemerkt naar voren gaat. De patiënt kan het systeem voor het slapengaan met een afstandsbediening aanzetten, waarna het vertraagd actief wordt. De ingreep kost wel zo’n 20 duizend euro. De Vries spreekt van een ‘aardverschuiving’. Voor slaapapneu bestaan al diverse remedies – uiteenlopend van een tennisbal onder het hemd tot antisnurkbeugels die de onderkaak iets naar voren duwen, en operaties om meer ruimte in de luchtweg te creëren. Maar volgens De Vries is bij de eenvoudigere hulpmiddelen therapietrouw een probleem, en zijn operaties vaak ingrijpend, pijnlijk en niet altijd adequaat. Nader onderzoek moet uitwijzen of de nieuwe technieken hun belofte waarmaken. Zo wordt de trilband de komende tijd getest bij 200 Nederlandse patiënten om te kijken of de therapietrouw ook op langere termijn beklijft. De neurostimulator wordt momenteel internationaal bij 120 patiënten getest, van wie een deel Nederlands is.

Het lijken wel rotsformaties in Arizona, maar voor dit beeld moeten aardbewoners toch echt 352 miljoen kilometer reizen – naar Mars. Deze foto en andere nieuwe gedetailleerde opnamen van de Amerikaanse Mars-robot Curiosity hebben geologen verrast. Hierboven is een deel te zien van Mount Sharp, een 5,5 kilometer hoge berg in de Gale-krater waar Curiosity drie weken geleden landde. De wijze waarop de berg in lagen is opgebouwd, stelt de wetenschap nog voor raadsels. Vlakke lagen in het boven-

ABC van denkfouten

ste deel van de berg rusten op schevere lagen aan de onderkant. Soortgelijke formaties op aarde, zoals de Grand Canyon in Arizona, laten een tegengesteld beeld zien: daar zijn de oudste lagen veel grilliger als gevolg van tektonische verschuivingen. Mars heeft geen korst met verschuivende platen. ‘Het is iets totaal anders dan wat we ooit verwacht hadden’, zegt onderzoeker John Grotzinger van het California Institute of Technology. Curiosity gaat het fenomeen van dichterbij bestuderen. Foto NASA

ABCDEFGHIJJLMNOPQRSTUV WXYZ

Afectheuristiek: als gevoelens u op een dwaalspoor brengen inds ik ooit een haal van een blazende kater over mijn neus kreeg, heb ik een hekel aan katten. Daar kon ik goed mee leven. Tot vorige week, toen mijn echtgenoot voorstelde twee katten aan te schaffen. ‘Waarom?’, vroeg ik verbaasd. ‘Ze zijn eigenwijs, ze stinken en verharen. Ze eten vieze visbrokjes en vogeltjes. En als ze ziek zijn, moet ik natuurlijk naar de dierenarts.’ Mijn mening was in tien seconden gevormd; ik had alleen de nadelen genoemd. Voordelen zag ik niet. De manier waarop ik tot een mening over de kattenkwestie kwam, is simpel: ik heb een gevoel over een onderwerp en voilà, daar is mijn mening. Maar wat als de vraag wat complexer is? Baseer ik mijn beslissing dan ook op een gevoel? Wat ga ik stemmen op 12 september? Moeten zorgverzekeraars de ziektekosten voor patiënten met de ziekte van Pompe en Fabry vergoeden? Zijn de onderzoeksresultaten van een bevriende wetenschapper te vertrouwen? De wijze waarop mensen tot een opvatting of een beslissing komen, verloopt niet

S

altijd via rationeel en logisch redeneren. Er zijn ook andere manieren. Onbewust nemen mensen hun toevlucht tot zogenoemde heuristieken, vuistregels, waardoor een moeilijk vraagstuk wordt gereduceerd tot een eenvoudige en overzichtelijke kwestie. Heel functioneel – we zouden immers doodmoe worden van die eindeloze afwegingen – , maar in de korte route naar de beslissing sluipt al te vaak een vooringenomenheid, een denkfout. De oervorm van heuristieken is de affectheuristiek, een denkmethode die gebaseerd is op gevoelens, op onze voorkeuren en aversies, en niet op een rationele afweging van voor- en nadelen of een kritische calculatie van risico’s. Hoezeer mensen gebruikmaken van deze heuristiek toonde de Amerikaanse hoogleraar psychologie Paul Slovic aan in een onderzoek naar de manier waarop mensen risico’s van technologieën inschatten. De deelnemers die positief dachten over voedselconservering, konden weinig risico’s noemen. Omgekeerd konden degenen die een negatief beeld hadden

van waterfluoridering geen voordelen verzinnen. Zij zagen vooral gevaren. De affectheuristiek treedt in werking op het moment dat de wetenschapper klakkeloos de conclusie van een gewaardeerde collega overneemt en verzuimt na te denken of de resultaten wel kloppen. En de affectheuristiek regeert ook in het stemhokje wanneer de kiezer besluit de man of vrouw te kiezen die hem een prettig gevoel geeft.

Soms geeft deze vuistregel een bevredigende uitkomst, bijvoorbeeld wanneer je bij de keuze van een auto of vakantiebestemming afgaat op het advies van een vriend. Maar soms ook brengt de affectheuristiek je op een dwaalspoor. Denk aan de speculatie met riskante financiële producten, waarmee woningcorporatie Vestia zich in de nesten werkte. De beoordeling van de risico’s werd ingegeven door de opvattingen die de raad had over de deskundigheid van de directeur-bestuurder. Eigenlijk is de affectheuristiek een luie denkmethode. Vraag je bij belangrijke beslissingen af of je je niet te veel hebt laten leiden door een vooringenomen gevoel. Ik zal het ook doen. Wat zijn voor mij de voordelen van katten in huis? Dit is de eerste aflevering van een 26-delige serie over denkfouten. Suzanne Weusten is directeur van De Argumentenfabriek Denkacademie.


ABC-tjes-issuu_0