__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

ANS ZIET

Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 33, nummer 3

P. 1


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

COMMENTAAR Een hinderlijk telefoontje dwarsboomt een goed gesprek. ‘Ik ben op zoek naar kamerlid Jansen’, vraagt de journalist. ‘Die is even niet beschikbaar’, antwoord je geïrriteerd. Die haviken denken ook altijd dat ze mogen bellen, maar vanavond heb je hier geen tijd voor. Je oude universiteit heeft je uitgenodigd om de opening van het Maria Montessorigebouw te vieren, en wie ben jij om een goede borrel af te slaan. Sinds de kleine is geboren, heb je al zo weinig tijd voor jezelf. Gelukkig is hij vorige maand zindelijk geworden. ‘Die verbouwing ging behoorlijk radfout’, grinnik je, als de nieuwe rector magnificus tussen neus en lippen meldt dat TvA precies tien jaar geleden is gesloopt. In ieder geval is het hier een stuk mooier geworden. ‘We RUle!’ grapt ondertussen een bebaarde lolbroek naast je. ‘Onze Radboud-gemeenschap, die zit hier!’ schreeuwt hij, waarna hij direct het Radboudlied inzet. Je vond de RU een prima universiteit, maar van zulk Radboudfundamentalisme moet je niks hebben. Plots word je overdonderd door de luide stem van de rector magnificus. ‘NEPNIEUWS!, ALLEMAAL NEPNIEUWS!’ schreeuwt hij woest. ‘Vanavond is iedereen welkom, behalve jullie’, zegt hij wijzend naar verslaggevers van ANS, die bibberend naast elkaar staan. ‘Ik heb nooit beweerd dat studenten van de RU te incapabel zijn om een baan te vinden.’ De Fake News-beweging wordt steeds groter, denk je. Journalisten zijn soms hinderlijk, maar dit gaat te ver.

DEZE

ANS 04 04 Reportage Koken voor een betere wereld In voormalig kraakpand De Grote Broek serveert Guerilla Kitchen elke week een driegangenmenu op basis van hergebruikt voedsel. Voor de ingrediënten gaan vrijwilligers langs supermarkten om voedsel op te halen dat anders wordt weggegooid. Een letterlijk kijkje in de keuken bij het Nijmeegse collectief dat voedselverspilling probeert tegen te gaan.

Gedesillusioneerd besluit je naar de net geopende Refter. Vanavond staan er kipkluifjes op het menu, maar daar heb je slechte herinneringen aan. Uiteindelijk kies je bij een ander kraampje voor pannenkoeken, het lievelingseten van je zoon. ‘Vreselijk wat ze daar aan het doen zijn’, zegt een man met een lange baard en een wilde haardos die aan het opscheppen is. ‘Protesteer je volgende week mee?’ vervolgt hij, waarna hij je een foldertje meegeeft van Nijmegen Against Hate. Terwijl je aan de pannenkoek begint, denk je aan je zoontje. Het is al een paar maanden geleden dat je langer dan een uur van hem gescheiden was, want zijn nieuwe baan eist alle aandacht op. Een job als fractievoorzitter van D66 krijgen was niet makkelijk, maar gelukkig houden ze er wel van jonge leiders. Dan gaat je telefoon weer. ‘Woordvoerder, Jesse Klaver zet vraagtekens bij de leeftijd van kamerlid Jansen’, zegt de andere kant van de lijn. ‘Politici worden steeds jonger, heb je ANS nooit gelezen?’ antwoord je gevat, waarna je de telefoon lachend ophangt. De hoofdredactie

13 13 Interview Lachen om levensvragen Cabaretier en filosoof Tim Fransen beschrijft in zijn boek Brieven aan Koos hoe hij na een crisis zijn grote filosofische helden achterna reisde. In een pannenkoekenhuis in Middelburg vertelt hij over het schrijven van het boek, de inzichten die hij opdeed en zijn achtergrond als filosoof. ‘De filosofie biedt instrumenten voor de omgang met het leven die voor iedereen relevant zijn.’


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 18 18 Achtergrond Moe van Millennials Jonge politici krijgen vaak kritiek over hun leeftijd. Veel van deze kritiek is gebaseerd op vooroordelen over de generatie millennials. Wat zijn de bezwaren tegen jonge politieke leiders en zijn deze gegrond?

22

NIET

Demonstreren kun je leren Tijdens het eten bij Guerilla Kitchen werd bezoekers door de organisatie opgeroepen naar de demonstratie tegen het protest van de extreemrechtse Racial Volunteer Force te komen. De RVF wilde demonstreren tegen ‘vrijplaats van links extremisme’ De Grote Broek. De rechtsextremisten kwamen echter nooit opdagen, dus het bleek een tegendemonstratie zonder tegenstander.

Technisch probleem Tijdens het interview met Tim Fransen bleek Fransens technicus Eelco zich ook een publiek entertainer te voelen. Spontaan kaapte hij het interview met verhalen over de ongelijke behandeling van licht- en geluidsmannen en essentiële keuzes tussen spiegels en stoelen. Vooral de anekdote over hoe Fransen per ongeluk een kwartier van zijn voorstelling had overgeslagen kon ANS wel waarderen.

22 Interview Vaccinatie tegen fake news Nepnieuws is overal en het bestrijden is lastig. Fake newsexpert Ruurd Oosterwoud wil mensen daarom immuun maken, door hen te leren hoe het gemaakt wordt. ‘Ik wil mensen vaccineren voor nepnieuws.’

04 Onvindbare toekomst 05 Even denken 07 Het Laatste Oordeel 16 Middenpagina 20 Gevarendriehoek 21 De Graadmeter 25 ANS-Online 26 Tijdsgeest 28 Kamervragen 30 GoedVoorEenConsumptie/ Colofon 31 Crypto 32 Van de Baan

Technicus Eelco


Onvindbare toekomst Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna/ Illustratie: Paula Koenders P. 4

Opinie

ONVINDBARE TOEKOMST

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen. ‘Wat wil je later worden?’, is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een ‘abdijweekend’, om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert. Loopbaanoriëntatie De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv’s en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. ‘We merken dat net-

afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.’ Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. ‘Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden’, vertelt hij. ‘Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanorientatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.’ Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.


Column Sanne de Kroon P. 5

Eigen verantwoordelijkheid ‘De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt’, vindt Van Krieken. ‘De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.’ Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. ‘Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.’ Termaat beaamt dit, ‘studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.’ Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. ‘Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.’ Onzichtbaar aanbod Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. ‘Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.’ Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. ‘De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets’, zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. ‘De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten. Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden. ANS

EVEN DENKEN Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens. Verlangen naar PostNL Is het je wel eens opgevallen dat interacties tussen jou en pakketbezorgers van PostNL nooit zo betekenisvol zijn als je had verwacht? Ik heb pasgeleden in korte tijd verschillende pakketjes besteld via bol.com. Eentje daarvan was duidelijk te groot voor de brievenbus, wist ik. Dat is wanneer het proces van verlangen begint. Bij het bevestigingsmailtje van de bestelling zit een track- en tracecode. Je gaat natuurlijk direct naar de website van PostNL om het pakketje te volgen. Daarop staat in eerste instantie een indicatie van een tijd. Tussen acht en elf, bijvoorbeeld. Vanaf dat moment begin je obsessief met het vernieuwen van de pagina. “Nee, het pakketje is nog steeds in het sorteercentrum.” Net als je denkt dat de F5-toets het ieder moment kan gaan begeven, verschijnt opeens de verlossende boodschap in beeld: het pakketje is onderweg. Daarmee eindigt de fase van het computerspeurwerk. De volgende stap is om een comfortabele positie in te nemen op de vensterbank naast je hond. Je houdt met je linkerhand de gordijnen aan de kant, wanneer je moeder roept: ‘Nee, niet met je neus tegen het raam, zo komen er vlekken op!’ Dan is het moment daar: er komt een busje van PostNL de oprit op rijden. Vrolijk spring je op en ren je naar buiten. Als je de bezorger ziet staan, fatsoeneer je jezelf nog een beetje. Je wil niet te gretig overkomen. Je outfit is bankhang-chic en je hebt je haren niet geborsteld, maar toch zie je er buitengewoon aantrekkelijk uit. Less is more, weet je wel. Beheerst benader je de bezorger, die het pakketje vastheeft waar jij al jaren over droomt (of eigenlijk pas sinds je het gisteren om half elf bestelde). Je schudt je haren uit je gezicht en knippert verleidelijk met je ogen. De bezorger reikt jou het pakketje aan… Alles verloopt plots in slow motion. Je begrijpt ineens dat het lot jullie bij elkaar heeft gebracht. Jou, het pakketje, de bezorger. De azuurblauwe ogen van de bezorger vormen een fel contrast tegen zijn oranje PostNL jasje. In zijn sterke mannenhanden draagt hij het pakketje, teder alsof het een pasgeboren baby betreft. Je strekt je armen uit om het in ontvangst te nemen… Het pakketje wordt in je handen gedrukt en de bezorger loopt terug naar zijn busje. Je hebt niet eens hoeven tekenen! (Die handtekening had je dus ook voor niets geoefend vanochtend.) Wat voor jou een uniek moment was, bleek voor de bezorger slechts een routinehandeling. Je slikt de anticlimax weg en bedankt de bezorger. Hij draait zich nog eens achteloos om en zegt: ‘Oké, doei.’


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

STUDENTEN 20% KORTING

ALWAYS TRUST YOUR GUT BASISCURSUS INTUÏTIEVE ONTWIKKELING

Kom eens een kijkje nemen op onze Open Dag op 5 januari 2019. In januari, april en september kun je bij ons starten met een cursus. www.intuitieftraject.nl

Al 15 jaar scho ol om de jez en je intuït elf ie t ontw ikkele e n.


Tekst: Jeyna Sow en Vincent Veerbeek/ Foto: Vincent Veerbeek Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Politicologie

EINDCIJFER:

COLLEGE: Inleiding Politicologie, 17 oktober, 10:30-12:15, Linnaeus 4 DOCENT: Prof. Dr. Marcel Wissenburg UITSTRALING: Verdwaalde salonsocialist PUBLIEK: Politiek correcte politicologen INHOUD: De maatschappij en jij

‘Alle Menschen werden Brüder’, galmt de muziek van Beethoven door de gangen van het Linnaeusgebouw. Voor prof. dr. Marcel Wissenburg is het Europese volkslied een mooie prelude voor een college waarin het thema gemeenschap centraal staat. Hoewel dit begin logisch lijkt, is het verhaal van Wissenburg een stuk warriger. Pas na een ongerelateerde anekdote over Hollandse koeien en de kijk van buitenstaanders op Nederland krijgen de eerstejaars Politicologie te horen dat het vandaag over communitarisme gaat. Met behulp van Wikipedia kunnen ze achterhalen dat deze filosofie draait om de manier waarop mensen elkaar nodig hebben om een samenleving te vormen. Bij zijn illustratie van dit anti-individualistische gedachtegoed schuwt Wissenburg sappige voorbeelden niet. ‘Als jij uit je moeder was gedropt en een dagje op de vloer bleef liggen, was je waarschijnlijk dood geweest’, vertelt hij bloedserieus. De voorbeelden die Wissenburg aanhaalt zijn spraakmakend, maar hebben weinig met elkaar gemeenschappelijk. Zo bromt Wissenburg na een kwartier iets over Brexit en zet plotseling het nationalistische lied Rule Brittania op. Waarom dit muzikale intermezzo relevant is voor het idee van een communitaristische heilstaat, blijft ongewis. De studenten kijken wat lacherig naar het eenmanstheater dat zich voor hen afspeelt, maar moeten toch alles op alles zetten om hun aandacht erbij te houden. Eén moment van onoplettendheid en het gaat opeens over voetbal. ‘Community zit hier, bij NEC’, zegt Wissenburg glunderend, terwijl hij zichzelf op de borst klopt. Zo verbonden als hij is met de Nijmeegse gemeenschap, zo ver staat hij van zijn jeugdige toeschouwers af, die hem met lege blikken aanstaren. Het gebruik van hippe anglicismen als basically en anyway is niet genoeg om de generatiekloof te overbruggen.

Na de pauze maken onduidelijke referenties even plaats voor serieuze stof. Wissenburgs ware aard komt echter gauw genoeg weer tevoorschijn, zoals in zijn uitleg van de kritiek die communitarisme heeft op liberalisme en andersom. ‘Wat je zegt, ben je zelf’, aldus Wissenburg over de onenigheid tussen de twee stromingen. De grande finale van het college is een typische Wissenburgmonoloog waarbij verhalen over heroïneverslaving en het evolutionaire voordeel van Nederlanders op Luxemburgers elkaar opvolgen zonder enige samenhang. Vier minuten voor tijd kondigt Wissenburg aan dat hij nog een verrassing heeft: het Wilhelmus. Het gemeenschapsgevoel in de zaal is echter ver te zoeken. In plaats van trots met de hand op het hart mee te zingen, ruimen de studenten aarzelend hun spullen op en lopen verbijsterd weg.

Het Laatste Oordeel der Studenten Hoewel studenten toegeven het lastig te vinden om structuur te zien in de warboel van Wissenburg, lijken ze nog in de ontkenningsfase te zitten. Ze zijn vooral lovend over de ‘drukke opa’, die volgens hen duidelijk kennis van zaken heeft. Wel dwalen de gedachten van de politicologen af naar de aftakeling van het communisme en ‘het lekkere geurtje van iemand in de zaal’. De onoverzichtelijke PowerPoint vol willekeurige GIFjes van spookhuizen en ogen helpt niet om orde te scheppen in de chaos. Volgens een student heeft de presentatie veel weg van een spelshow van SBS6. Zelfs dat is nog te veel eer voor de chaotische janboel. ANS


Reportage

KOKEN VOOR EEN BETERE WERELD Elk jaar verspillen we in Nederland per persoon veertig kilo voedsel dat nog prima eetbaar is. Het collectief Guerilla Kitchen gaat in Nijmegen door weer en wind om dit voedsel te redden van de prullenbak. Deze restjes worden elke week omgetoverd naar een chic driegangendiner in hippiebroeinest De Klinker.


Tekst: Jonathan Janssen en Rindert Oost/ Foto’s: Carlijn Hogeboom, Marije de Winter en Hieke Zoon Koken voor een betere wereld P. 9

In de stromende regen staat de roodharige Antonia Stanojevic voor een Turkse supermarkt aan de Willemsweg met twee kratten vol groenten te wachten. Breed glimlachend komt Newroz Ayvere, een man met een lange baard en een wilde haardos, aan op een felgekleurde bakfiets. ‘Hoe is de vangst?’ vraagt hij nieuwsgierig. Stanojevic antwoordt dat de winkelier van de supermarkt vooral spruitjes en boontjes overhad. Met een vluchtige blik in de tas ziet Ayvere ook champignons liggen. ‘Daar kan ik wel wat mee’, concludeert hij tevreden. Om voedselverspilling te bestrijden, gaan vrijwilligers als Stanojevic en Ayvere elke donderdag namens het collectief Guerilla Kitchen langs supermarkten om voedsel op te halen dat anders wordt weggegooid. In De Klinker, een ontmoetingsplek in het centrum van Nijmegen, staat een team klaar dat het opgehaalde voedsel verwerkt tot een driegangenmaaltijd. Doe-het-zelf speelt een grote rol bij het tot stand komen van de maaltijd, gasten helpen vaak een handje mee in de keuken. ‘Wie zin heeft, mag aanschuiven, maar er wordt verwacht dat je zelf opschept en je eigen vaat doet’, legt Stanojevic uit. ‘Als betaling kun je een vrijwillige donatie doen voor een wisselend goed doel.’ Jagen en verzamelen Succesvol is de tocht langs de supermarkten niet altijd, zo blijkt vandaag. De oogst blijft voorlopig steken op de groentes van de eerste supermarkt, want de volgende twee in Bottendaal hebben helaas niets over. Ondanks de tegenslagen en de aanhoudende regen praten Stanojevic en Ayvere vrolijk door. Bij de vierde winkel is er gelukkig goed nieuws. Groentewinkel Özer Can Bazar heeft twee bakken vol fruit en groente over en de eigenaar overhandigt deze met plezier aan de vrijwilligers van Guerilla Kitchen. ‘Ik vind het goed dat ze langskomen. Anders moet ik eten weggooien dat eigenlijk nog goed is’, vertelt hij.

Eindhalte is De Klinker, een voormalig krakerspand en thuishaven van Guerilla Kitchen. De Klinker en Guerilla Kitchen vormen onderdeel van De Grote Broek, een links collectief dat het gelijknamige pand beheert. Het pand biedt onderdak aan tal van organisaties met een soortgelijke ideologie. De Klinker is het restaurant in het linkse bolwerk en beschikt over een bar en een ruime keuken, met een bij elkaar geraapte inventaris. Vanuit milieuoverwegingen is alles wat uit de keuken van De Klinker komt veganistisch. Als Stanojevic en Ayvere hun buit uitstallen, blijkt de vangst qua hoeveelheid tegen te vallen. Ayvere blijft echter positief. ‘Het is roeien met de riemen die je hebt. We gooien er vandaag wel wat rijst en bonen uit de voorraad bij.’

Het ophalen van voedsel bij supermarkten bevindt zich in een grijs gebied van de wetgeving. Het wordt al snel duidelijk dat een relaxte sfeer in de keuken belangrijk is. Ayvere, van huis uit IT’er maar hier de officieuze chef, maakt zelf nog geen aanstalten om te gaan koken. ‘Eerst even een bakje koffie.’ Het inventariseren en het treffen van de eerste voorbereidingen laat hij vooralsnog over aan anderen. ‘Het is toch prachtig dat als je mensen loslaat en hun eigen ding laat doen, dat daar dan iets lekkers uitrolt’, zegt hij triomfantelijk. ‘We bedenken niet van tevoren wat we gaan koken, dat doen we gaandeweg tijdens de bereiding’, legt Ayvere uit. ‘Vandaag ging ik mee langs de winkels, maar normaal sta ik in de keuken als de vrijwilligers het eten brengen. Dan word ik al snel razend enthousiast door alles wat binnenkomt en begin ik met fantaseren over een mogelijk menu.’


Koken voor een betere wereld P. 10

Gedoogde groenten ‘Het idee achter Guerilla Kitchen begon in Amsterdam’, vertelt Ayvere, terwijl hij de groenten in een kolossale wok omschept. ‘Een vriend van me deed daar veel aan dumpsterdiven, het zoeken van eetbaar voedsel in afvalcontainers van winkels en restaurants. Na een tijdje had hij zoveel eten dat hij besloot in zijn huiskamer een aantal diners voor gasten van te maken. Zo had hij het gevoel dat hij iets terug kon geven aan de samenleving.’ Ongeveer een jaar geleden waaide het concept over naar Nijgemen en werd er bij De Klinker een soortgelijk diner bereid. Dit sloeg zodanig aan dat een groep enthousiaste vrijwilligers van De Grote Broek het overnam en sindsdien heeft voortgezet. Het dumpsterdiven wordt inmiddels niet meer gedaan. ‘Toen we net begonnen in Nijmegen kon dat nog wel, maar het bleek niet echt rendabel toen het eenmaal groter werd en helemaal legaal was het ook niet’, vervolgt Stanojevic. Ook de huidige aanpak, het ophalen van voedsel bij supermarkten, bevindt zich in een grijs gebied van de wetgeving. Volgens de Warenwet zijn supermarkten verplicht voedsel dat over datum is weg te gooien. ‘Het verkopen van voedsel met een verlopen houdbaarheidsdatum is wettelijk niet toegestaan, maar nergens staat expliciet dat supermarkten het voedsel niet mogen doneren’, vertelt Ayvere. ‘Dus we hebben te maken met een soort gedoogbeleid.’ Grote ketens, zoals de Albert Heijn en de Coop, beroepen zich veelvuldig op de Warenwet en willen organisaties als Guerilla Kitchen niet helpen. ‘Daarom gaan we langs bij de kleine, onafhankelijke supermarkten waar de kwaliteitscontrole minder streng is.’ Niet alleen de wet leidt tot voedselverspilling. Het beleid dat supermarkten hanteren doet groente en fruit met vlekjes en oneffenheden

snel in de afvalbak verdwijnen. ‘We proberen hierom druk uit te voeren op de grote supermarktketens door middel van demonstraties en sociale media’, voegt Stanojevic daar aan toe. Bananenrepubliek Koken vanuit de huiskamer zoals in Amsterdam is er niet bij in Nijmegen. ‘Het afgelopen jaar zijn we flink gegroeid en elke donderdagavond komen er nu zo’n zestig tot tachtig mensen eten’, vertelt Ayvere trots. ‘De hele filosofie berust op doe-het-zelf. Elke avond springt een aantal gasten bij in de keuken.’ De doe-het-zelf mentaliteit zorgt niet alleen voor gevarieerd eten, maar ook voor een gezellige sfeer onder de gasten. In de eetzaal vinden spontane gesprekken plaats. De koffiemokken zijn inmiddels vervangen door snij- en schilmesjes en het toneel verplaatst zich van de bar naar de keuken. Er wordt snel ergens een muziekboxje vandaan getoverd, zodat met vrolijke gitaarmuziek op de achtergrond het werk nu echt kan beginnen. Het keukenteam gaat helemaal uit hun dak als ze de bananen in de tas ontdekken: ‘Banana bread!’ roepen ze blij. De keuze voor het nagerecht is gemaakt. Eten voor een goed doel De bezoekers van Guerilla Kitchen zijn divers. ‘We hebben een aantal vaste gasten, veel studenten en families met kinderen’, somt Ayvere op. ‘Vooral internationale studenten lijken hier hun plekje wel te vinden.’ Ook valt op dat ook veel hippies zich hier op hun gemak voelen. Geneeskundestudent Sanne Oldewarris is voor het eerst bij Guerilla Kitchen. ‘Via-via hoorde ik van dit concept van het recyclen


Koken voor een betere wereld P. 11

van voedsel en het klonk wel cool.’ Voor bezoeker Shad Raouf is dit al de vijfde keer. Ook hij kwam bij Guerilla Kitchen vanwege het concept, maar hij vindt de ontspannen sfeer ook belangrijk. ‘Ik kan hier lekker mijn eigen ding doen, ik kan gaan lezen of helpen in de keuken. Het eten is vaak lekker, al zat er de laatste keer wel erg veel kurkuma in het eten’, lacht hij. Dat er niet zuinig om wordt gegaan met kurkuma, is te proeven aan de groentesoep, maar dat maakt de ongeveer veertig man in zaal niks uit. Ze scheppen snel hun kommetje vol. Aangezien de ingrediënten door supermarkten worden gedoneerd en de specerijen uit de voorraad van de Klinker komen, maakt Guerilla Kitchen geen kosten. Alle vrijwillige donaties van de gasten gaan naar een goed doel. ‘De laatste weken hebben we geld opgehaald voor een onderkomen voor vluchtelingen in Bosnië’, vertelt Ayvere. Guerilla Kitchen zet de projecten zelf op en er reist ook altijd iemand mee om te kijken of alles goed verloopt. ‘We willen niet dat ons geld op de verkeerde plek terecht komt.’ Vorig jaar zijn ze met een grote groep in een busje naar Marokko vertrokken. ‘Daar hebben we een soort internetcafé opgezet voor vluchtelingen.’ Next level shit Wanneer iedereen het voorgerecht heeft opgeschept en bijna de eerste hap neemt, luidt iemand plotseling een bel. De gasten richten hun aandacht op een man in punkkleding die op een kruk achter de bar staat. Hij roept alle aanwezigen op om volgende week zaterdag mee te doen met de manifestatie Nijmegen tegen racisme. Dat is een protest tegen de demonstratie die de extreemrechtse groep Racial Volunteer Force voor de deur van De Grote Broek heeft gepland. ‘Racial Volunteer Force’, mompelt Ayvere, ‘de naam alleen al… Next level shit.’ De oproep van de man wordt gevolgd door een daverend applaus. Het team van vrijwillige koks staat ondertussen het hoofdgerecht af te ronden. Zelf opscheppen is hier niet bij, want de rijst, bonen en groenten worden vakkundig op de bordjes gelegd. Het ziet eruit alsof ze net bekroond zijn met hun tweede Michelinster. De geïmproviseerde maaltijd wordt hartelijk ontvangen door de gasten. Ook bij het dessert kijken de bezoekers hun ogen uit. Het bananenbrood wordt geserveerd met een saus van pinda en karamel, iets wat in een luxueus restaurant niet zou misstaan. Rond half acht stroomt De Klinker langzaam leeg. De laatste aanwezigen geven elkaar intense knuffels en nemen afscheid van Stanojevic, Ayvere en anderen uit de keuken. Een aantal bezoekers blijft achter om te genieten van een biologisch biertje. Uiteraard worden de overschotten van de avond niet weggegooid, gasten mogen de kliekjes mee naar huis nemen in een doggybag. Ondanks de lage opkomst kijkt Ayvere tevreden terug op de avond. ‘De mensen zijn elke keer blij met een lekkere maaltijd, maar ook met de gezelligheid van De Klinker. Of het nou een goed gesprek is of je maag, je komt hier altijd aan je trekken.’ ANS


Lachen om levensvragen Tekst: Jonathan Janssen/ Foto’s: Maartje Roks P. 12

Interview

LACHEN OM LEVENSVRAGEN Na twee succesvolle filosofische cabaretprogramma’s heeft cabaretier en filosoof Tim Fransen nu een boek uitgebracht. In Brieven aan Koos beschrijft Fransen de inzichten die hij opdeed terwijl hij de grote denkers nareisde die hem zo inspireerden. ‘Ik vind het troost bieden dat die grote filosofen ook maar gebrekkig en eenzaam bleken te zijn.’ Ironisch genoeg stelt de 1,96 meter lange Tim Fransen voor om ANS te ontmoeten in pannenkoekenhuis De Kabouterhut in Middelburg. ‘Kunnen jullie meteen zien hoe rock-‘n-roll het bestaan van een cabaretier is.’ Diezelfde avond treedt hij op in de plaatselijke schouwburg met zijn tweede show Het kromme hout der mensheid. Omringd door kabouterpoppen en met Nederlandstalige hits als Even aan mijn moeder vragen op de achtergrond trapt Fransen af met de stelling dat kabouter Dopey uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen voor hem de belichaming van comedy is. ‘Het personage Dopey gaat over mislukken, maar ook over lachen. Dat is wat comedy is voor mij.’ De dertigjarige Fransen staat al twaalf jaar op het podium als cabaretier. Sinds zijn afstuderen als filosoof aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij twee goed ontvangen cabaretprogramma’s gemaakt. Daarin wil hij laten zien dat filosofie voor ieders leven relevant kan zijn. In zijn eerste boek, Brieven aan Koos: avonturen van een zolderfilosoof, speelt filosofie wederom een belangrijke rol. Daarin beschrijft Fransen met droge humor hoe hij zijn filosofische helden achterna reist. Zo brengt hij een bezoek aan het geboortedorp van zijn favoriete filosoof Friedrich Nietzsche. Terwijl hij een pannenkoek met stroop naar binnen werkt, vertelt Fransen over zijn achtergrond als filosoof, het schrijven van het boek en de inzichten die hij op reis opdeed. Publieksfilosoof Hoe is een filosoof bij het cabaret beland? Fransen antwoordt dat de vraag eigenlijk andersom moet worden gesteld. ‘Ik begon met comedy toen ik achttien was. De eerste jaren maakte ik vooral triviale grapjes, maar ik zocht naar diepere inhoud om over te vertellen. Ik had een soort intrinsieke behoefte om de wereld te

begrijpen.’ Juist toen hij inzag dat er geen absolute waarheid is, kwamen filosofie en cabaret voor hem samen. ‘Als je op een gegeven moment accepteert dat er heel veel onzekerheid is, kun je daar misschien het beste mee omgaan door te lachen om de absurditeit van het leven.’ Ondanks dat hij cum laude afstudeerde, heeft Fransen nooit een carrière als universitair filosoof overwogen. ‘Ik vind het jammer dat de academische filosofie zo beperkt blijft tot de universiteit. Filosofie is relevant voor heel veel mensen, niet alleen voor een beperkt groepje academici. Hoogleraren discussiëren bijvoorbeeld over iets kleins als een alinea in een boek van de achttiende-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Als je zoiets niet kan vertalen op een manier die mensen aanspreekt of die voor hen relevant is, kan je je afvragen of die ideeën er überhaupt toe doen.’

‘Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?’ De koers waar Fransen uiteindelijk voor heeft gekozen, de publieksfilosofie, wordt door academici regelmatig afgedaan als een oppervlakkig en versimpeld aftreksel van de colleges bij de opleiding filosofie. Dat dit niet zo hoeft te zijn, illustreert Fransen aan de hand van de in 2015 overleden filosoof René Gude. Gude deed in de media regelmatig filosofische uitspraken in begrijpelijke taal. ‘René liet zien dat filosofie geen zwaarmoedige zoektocht naar de waarheid hoeft te zijn, maar ook luchtig kan zijn en bruikbaar gereedschap biedt voor de omgang met het leven. Een pu-


blieksfilosoof moet niet alleen goed geïnformeerd zijn, maar filosofie ook goed kunnen overbrengen. Gude kon het grote publiek op een unieke manier aanspreken en beschikte tegelijkertijd over een enorme kennis van zaken.’ Crisis ‘Na mijn afstuderen zat ik in een soort crisis. De structuur van mijn studie viel weg, comedy bood geen enkele regelmaat en ik was teleurgesteld in de filosofie, omdat de waarheid die ik zocht niet bleek te bestaan.’ Zijn vrienden Gude en theatermaker Koos Terpstra adviseerden Fransen om uit zijn comfortzone te stappen en op reis te gaan. De filosoof besloot daarop niet zomaar te gaan backpacken, maar zijn wijsgerige idolen na te reizen. Zo bracht hij een bezoek aan de bibliotheek in Londen waar Karl Marx zijn magnum opus Das Kapital schreef. ‘Om mijn indrukken van de reis goed te kunnen verwerken en te structureren schreef ik ze op in de vorm van brieven aan mijn vriend Koos. Hij kwam toen met het idee om die brieven te verwerken in een boek. Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?’ Toch kwam Fransen erachter dat hij zijn ideeën goed

kwijt kan in de vorm van een boek. Bij het schrijven van het boek ervaarde hij meer vrijheid dan tijdens het schrijven voor zijn cabaretshows. ‘Ik zat niet vast aan theaterwetmatigheden, ik hoefde niet meer elke zoveel tijd met een grap te komen. Daardoor had ik meer mogelijkheden om uit te weiden over een bepaalde filosofie.’ Het schrijven leek uiteindelijk in veel opzichten op het werk als cabaretier. ‘Negentig procent van de tijd is een cabaretier bezig met schrijven, dat wordt vaak onderschat.’ Het verschil zit vooral in de connectie met het publiek. ‘Het voelt fantastisch wanneer je aan het lachen van het publiek merkt dat ze je grap begrijpen.’ Fransen voelt zich ook gelukkig als hij schrijft. ‘Lekker achter mijn computertje zitten, op gezette tijden koffie halen, hele dagen kunnen inrichten zoals ik het wil. Het schrijven van een boek smaakt zeker naar meer.’ De gebrekkige mens Fransen ontdekte op reis dat de denkers die hij bewondert nogal gebrekkige en eenzame mensen waren. Zo stierf de grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant waarschijnlijk als maagd, verwaarloosden Marx en Rousseau hun kinderen en deed Nietzsche


Lachen om levensvragen Tekst: Jonathan Janssen/ Foto’s: Maartje Roks P. 14

de naam van zijn geboortedorp Röcken eer aan als buitensporige zelfbevrediger. ‘We horen alleen over de grootse dingen die ze hebben gepresteerd, maar nooit over de vaak immense worstelingen die daarachter schuilgaan. In eerste instantie zou je nog een beetje jaloers kunnen zijn op die mannen. De teksten van Nietzsche over hoe we ons lijden moeten overwinnen om tot grootse prestaties te kunnen komen, worden heel tastbaar als je weet hoe hij werd afge-

‘Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk.’ wezen door zijn grote liefde en soms dagenlang met migraine op bed lag.’ Een van de belangrijkste inzichten die Fransen opdoet tijdens zijn reizen is dan ook dat gebreken ons als mensheid verbinden. ‘Als wij onze kwetsbare kanten tonen, laten we zien dat we elkaar vertrouwen en dat vormt een band’, legt hij uit. ‘Het zijn onze prestaties die ons van elkaar onderscheiden. Iemand ontvangt letterlijk een “onderscheiding” wanneer hij iets bijzonders presteert. Op sociale media presenteren we ons van onze beste kant. Ik vertel ook op Facebook dat ik die en die prijs heb gewonnen. Ik zet er geen foto van mijn kalknagels op’, bekent hij lachend. Serieus vervolgt hij: ‘Ieder mens krijgt te maken met fundamentele gebreken als ouderdom en de dood. Dat schept een gevoel van gedeelde menselijkheid dat steeds meer nodig is door grensoverstijgende problemen als bijvoorbeeld klimaatverandering. Daar moeten we namelijk samen oplossingen voor bedenken. Desondanks verschuilen we ons steeds meer achter een onderscheidende nationale identiteit.’ In zijn laatste brief aan Koos roept Fransen de mensheid daarom op om meer compassie en solidariteit op te brengen, aangezien we allemaal gebreken hebben. Couscoussalade Naast filosofische vragen over mens en maatschappij stelt Fransen in zijn brieven ook luchtigere vragen. Zo vraagt hij zich af waarom mensen wijn drinken, terwijl druivensap eigenlijk veel lekkerder is. Zulke vragen komen ook naar boven wanneer de pannenkoeken worden geserveerd. ‘Wanneer zou de pannenkoek

uitgevonden zijn? En hoe kwamen de holbewoners aan voldoende vitamine C, nu we al ons fruit uit verre oorden halen?’ Intellectuele en banale vragen en kwesties komen terug in zowel het boek als in zijn shows. ‘Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk, maar is vooral belangrijk omdat ik anders het idee heb dat ik mezelf te serieus neem. Het komt ook terug in mijn tweede show, als ik vertel dat ik evenzeer van de muziek van Beethoven als van de muziek van de componist van het Koningslied, John Ewbank, kan genieten.’ Zoals Fransens cabaretstijl niet in een bestaand hokje te plaatsen is, is zijn boek niet makkelijk in te delen in een literair genre. ‘Het staat nu in de boekhandel bij de literaire fictie, maar het is eigenlijk geen fictie. Bijna alles in het boek is waargebeurd. Bij de non-fictie zou het weer bij Sapiens en de kookboeken terecht komen, daar heeft het ook niks mee van doen.’ Een indeling bij de kookboeken blijkt toch minder vergezocht dan Fransen aanvankelijk dacht. ‘Ik beschrijf hoe ik tijdens een wandeling rond het Silvaplanameer op zoek ben naar grote inzichten, maar niet verder kom dan het idee dat ik vaker couscoussalade moet eten. Onlangs kreeg ik een bericht dat een lezer dat recept voor couscoussalade ook echt heeft gemaakt.’ Fransens boek biedt dus niet alleen filosofische instrumenten voor een beter leven. ANS


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

door drugs te gebruiken. ‘Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.’ Door het gebruik van cocaïne had Schippers minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. ‘Ik probeerde voor mijn sociale zwakke punten te compenseren’, geeft hij toe. Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond Schippers op met een lijntje. ‘Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor. Zo werd ik wakker’, vertelt hij zichtbaar aangedaan. ‘Nu ik hierNU!Medezeggenschap over vertel, Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen krijg ik weer Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van hartklopde USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitpingen. ter en neem eens een kijkje op onze website. Praten over Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even coke brengt langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een me in mijn mail naar usr@ru.nl. gedachten terug Website: www.numedezeggenschap.nl naar deze Twitter: @NUMedezeggsch donkere Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenperiode in schap mijn leven.’ E-mail: usr@ru.nl Na het roken van een sigaretje is hij weer wat rustiger. ‘Ja, dat was coke voor mij. Het gaf me uiteindelijk als enige het gevoel dat ik degene was die ik wilde zijn. Deze Daan moest ik van

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, Beste student, Dit semester was een uiterst drukke (maar leuke) periode voor de Universitaire studentenraad. Belangrijke stukken zoals de Radboud honours academy, een voortgangsrapportage over de BSA en de nationale studenten enquête stonden onder andere op het programma. Ook ICT op de campus is uitvoerig besproken in de gezamenlijke vergadering. De USR heeft de drukte opgemerkt in de UB de afgelopen tijd en daar kritische vragen over gesteld. Een rapport wordt binnenkort gedeeld met de raad waarna er verder zal worden gekeken naar de mogelijkheden met betrekking tot studiewerkplekken. Ben je nou benieuwd geworden? Op radboudnet staan Engelse samenvattingen van alle stukken. Ook zijn de notulen van onze gezamenlijke vergaderingen in te zien.

vanuit een studentperspectief wordt gekeken. Zo zijn we bezig met thema’s als het welzijn onder actieve studenten, de toenemende prestatiedruk, duurzaamheid op de campus, de investeringen die worden gedaan in het hoger onderwijs, een nieuw strategisch plan, de campusvisie en denken we na over nieuwe initiatieven die hopelijk het leven van de student een stukje beter kunnen maken. Houd onze website en facebook in de gaten!

Een ander leuk iets, de USR is ook begonnen met ‘’Wist je datjes’’. Leuke (en handige) weetjes over onze universiteit worden op onze instagram gezet. Wist jij bijvoorbeeld dat het afval van de koffie die jij drinkt wordt gebruikt om champignons te kweken? Hier worden onder andere de vega kroketten en burgers van gemaakt. The more you know!

Groeten, Naast de officiële kanalen is de USR ook druk bezig in werkgroepen, klankbordgroepen en contactpersoonschappen om ervoor te zorgen dat al er zowel proactief als reactief

legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken

De XXIIe Universitaire studentenraad

mezelf zijn.’ Leven met een lijntje Hoewel Schippers met drugs het beste in zichzelf naar

(Advertentie)


Van het zelfvernietigende schilderij van Banksy tot het aftreden van Halbe Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken na een twijfelachtige opmerking over Poetin: 2018 kende vele hoogte- en dieptepunten. Illustrator Timon Vader bracht ze in beeld. Instagram: @ john_egg_art


Moe van millennials Tekst: Jeyna Sow/ Illustratie: Roos in’t Velt P. 18

Achtergrond

MOE VAN MILLENNIALS ‘Laat dat kaasje nog maar even rijpen’, zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan? In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker. In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. ‘Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden’, zei Jetten na zijn benoeming. ‘De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd’, benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht? Oefening baart kunst Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. ‘Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij

uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris’, verklaart Meeus. Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. ‘Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben’, stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. ‘Ervaring is niet het enige dat belangrijk is’, gaat hij verder. ‘Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.’

‘Je moet ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.’ Arrogante millennials Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. ‘Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn. Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen’, vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit


Achtergrond P. 19

plaatje. Uitspraken als ‘ik ben een verzetsheld’, en ‘ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen’ van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. ‘Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is’, sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks. De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. ‘Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is’, legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. ‘Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken’, vertelt hij. ‘Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe

manier, die niet door ervaring is gekleurd’, voegt Van der Heiden toe. Persoonlijke kwaliteiten De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. ‘In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd’, stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. ‘Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee’, stelt hij.


Moe van millennials P. 20

Column Roel van Koeverden

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

‘Het belangrijkste is hoe je er met je individuele karakter mee omgaat.’ Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. ‘De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren’, concludeert Van der Heiden. Soort zoekt soort Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek. Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. ‘Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen’, zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. ‘Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.’ Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. ‘Dat is ontzettend belangrijk, omdat een groot deel van de jongeren zich niet betrokken voelt bij politiek. Een jonge politicus die daar op een actieve en energieke manier mee omgaat en die veel dichterbij deze groep staat, maakt de politiek veel meer benaderbaar voor jongeren’, licht van der Heiden toe. ANS

GEVARENDRIEHOEK Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren. ‘Oké, laten we er maar een eind aan breien. We hebben de hele middag overlegd, maar gelukkig hebben we wel een Drive aangemaakt en de opdracht verdeeld.’ Apathisch blijf je voor je uitstaren. In deze vier uur had je de groepsopdracht gemakkelijk in je eentje kunnen maken en volledig met een ganzenveer kunnen uitschrijven op een stel rijstkorrels. In plaats daarvan heb je met je groepsgenoten de hele middag lang zwijgend naar een leeg Word-bestand zitten staren. Groepswerk is standaard te kut voor woorden, maar waarom eigenlijk? Groepsgenoten. In veel gevallen heb je geen concreet bewijs dat ze echt bestaan. Je ziet dat ene Hans bij je groepje is ingedeeld en probeert contact met hem te krijgen. Je stuurt hem eerst een mail. Daarna stuur je hem een Facebook bericht. Pas na een maand krijg je een reactie. ‘Jo, sorry voor de late reactie. Ik was op skivakantie en ben pas net terug. Stuur maar wat ik moet maken.’ Thanks voor je input, Hans. Aan de andere kant van het spectrum heb je de autoritaire regelneef. Terwijl ze staat uit te leggen hoe de taakverdeling eruit gaat zien, beeld je haar in met een SS-uniform aan. Staat perfect. Als ze klaar is ga je uit vrees voor keiharde represailles maar meteen aan de slag met je toegewezen stukje. Je levert het op tijd in bij de Hauptstrumführerin. Binnen een uur krijg je al een reactie. Haar passief-agressieve mail is samen te vatten in drie woorden: doe maar opnieuw. Dan zijn er nog de moeilijkheden om een groepsmeeting te plannen. Groepsgenoot A is een prominente pik bij de studentencurlingvereniging, groepsgenoot B moet zich per se iedere avond vakkundig de tering in zuipen op de sociëteit en groepsgenoot C verlaat alleen voor tentamens en de uitbraak van WO III zijn ouderlijk huis. Als je de agenda’s bij elkaar legt, kom je erachter dat het eerst mogelijke moment voor een afspraak 24 mei 2026 tussen 9.30 en 11.30 uur is. Uiteindelijk is het tien uur ’s avonds op de dag van de deadline. Jij doet de laatste check, omdat jouw deel minder werk zou zijn. Je kijkt naar wat de anderen ervan gemaakt hebben en ziet dat het deel van je ene groepsgenoot vol spelfouten staat, het deel van je andere groepsgenoot maar twee zinnen lang is en het laatste deel wegens onbekende redenen in het Hongaars is geschreven. Volgende keer alleen doen? Ja.


Tekst: Tiemen Hageman/ Foto’s: redactie De Graadmeter P. 21

DE GRAADMETER In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: De kerstgedachte naleven.

Wat: Praatje met een eenzame oudere Moeite: Integreren Resultaat: Grijze haren Niemand zou eenzaam mogen zijn met kerst. Daarom stap je op een bejaarde man af die alleen rondhangt bij een viskraam. Je knoopt een praatje aan, waarna jullie opeens worden omringd door een groepje oudere mannen. Het blijkt dat je bent beland tussen de beruchte Nijmeegse hangouderen, die dagelijks bij elkaar komen om hun bejaardenbestaan te bespreken. Een van hen biedt je een kippenvleugel aan die hij warm houdt in een bak onder het zadel van zijn scooter, maar die durf je niet aan te nemen. Vijf minuten sta je als een zoutzak te luisteren naar de gesprekken van de senioren. Ze hebben jou helemaal niet nodig om zichzelf te vermaken. Wat bedoeld was als een reddingsactie voor eenzame ouderen, leidt er toe dat je zelf ineens eenzaam bent.

Wat: Kronenburgerpark opruimen Moeite: Handen in de mouwen Resultaat: Stank voor dank De natuur heeft het de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad door alle vervuiling en opwarming van de aarde. Om Moeder Aarde een beetje tegemoet te komen, besluit je het Kronenburgerpark op te ruimen. Gewapend met een vuilniszak en gekleed in een warme jas, stap je een verlaten park binnen. De ijzige kou maakt dat er nog maar weinig mensen rondlopen. Bovendien telt het park meer prullenbakken dan bomen, dus op wat verdwaalde sigarettenpeuken en een eenzame natte sok na, is het park al zo goed als schoon. Als je vuilniszak na een kwartiertje opruimen nog steeds nauwelijks gevuld is, bekruipt je een nutteloos gevoel. Je kunt beter terugkomen in de zomer, wanneer het park weer vol ligt met lege blikjes bier en afgedankte joints.

Benieuwd naar meer manieren om de mensheid te helpen? Kijk op ANS-Online.nl.

Wat: Verassingsboeketje Moeite: Rooskleurig overkomen Resultaat: Schot in de roos

Kerstcadeautjes zijn altijd leuk, maar nog leuker is een onverwacht presentje. Daarom koop je een mooi bosje rozen dat je weg gaat geven aan een voorbijganger. Een tijdje sta je kieskeurig mensen te observeren, maar wanneer je een bejaard stelletje liefdevol door de winkelstraat ziet struinen, begint je hart sneller te kloppen. Je hebt de juiste mensen gevonden. Met de bloemen in je hand stap je op het echtpaar af. Wantrouwig bekijken ze de rozen. Pas wanneer ze zeker weten dat je niets te verbloemen hebt, willen ze het bosje aannemen en zijn ze er toch erg blij mee. ‘Geef maar aan haar, dan krijgt ze ook nog eens wat’, zegt de man lachend. Met een verwarmd hart neem je afscheid van het stel. ANS


Vaccinatie tegen fake news Tekst: Julia Mars/ Foto’s: Vincent Veerbeek/ Illustratie: Jesse Timmermans P. 22

Interview

VACCINATIE TEGEN FAKE NEWS Nepnieuws is niet uit te roeien. Pogingen om het te bestrijden zijn dan ook nutteloos, vindt desinformatie-expert Ruurd Oosterwoud. In plaats daarvan wil hij mensen trainen om het zelf op te sporen. ‘Ik wil mensen vaccineren tegen nepnieuws.’


Vaccinatie tegen fake news P. 23

“Onderzoek wijst uit: MH17-ramp toch niet de schuld van Rusland”. “Mark Rutte gespot in homobar. Klik voor foto”. “Wetenschappers: vaccineren leidt tot autisme”. Nepnieuws is overal, maar het is lastig te herkennen, zeker op sociale media. Desinformatie gaat niet alleen maar om onjuiste nieuwsberichten, maar ook om trollen die spraakmakend commentaar via nepaccounts op Facebook en Twitter plaatsen en nepberichten verspreiden. Er wordt zoveel desinformatie gedeeld op internet, dat het bestrijden ervan moeilijk is. Fake news-expert Ruurd Oosterwoud wil het daarom over een andere boeg gooien. ‘Het internet is niet schoon te krijgen, desinformatie zal er altijd blijven’, meent hij. In plaats van nepnieuws uitroeien, wil hij mensen er daarom tegen “vaccineren”. Door mensen bewust te maken van hoe trollen te werk gaan, probeert hij ze te leren hoe ze nepnieuws kunnen herkennen. Dit wil hij bereiken door middel van een online spel, waar mensen zelf nepnieuws moeten maken. Met zijn organisatie DROG organiseert hij workshops over het spel en samen met de Universiteit van Cambridge doet hij onderzoek naar het effect van deze strategie. ‘We willen mensen resistent maken door ze beetje bij beetje nepnieuws toe te dienen.’ Trollenfabriek In een koffiecorner van de Universiteit Leiden vertelt Oosterwoud hoe hij verzeild is geraakt in de wereld van nepnieuws. ‘Ik kwam voor het eerst in aanraking met online nepberichten tijdens de Krimcrisis in Oekraïne in 2014. Ik was toen nog bezig met mijn studie Russian and Eurasian Studies en volgde het nieuws op de voet. Bij veel van die berichten twijfelde ik sterk of ik ze wel kon geloven.’ De opkomst van het internet maakte volgens hem plaats voor een nieuwe vorm van desinformatie: het creëren van een bepaalde gedachtestroom door nepaccounts op sociale media. ‘Hoewel internet al enige tijd bestond, waren veel mensen nog niet digitaal wegwijs en daardoor makkelijk te beïnvloeden. Wanneer je dan met heel veel nepaccounts berichten gaat posten, kun je makkelijk de maatschappelijke opvattingen van een kleine gemeenschap sturen.’

Nepnieuws is inmiddels niet alleen in Oost-Europa een probleem, ook in de rest van de wereld wordt er veel over gesproken. Zo werd tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen onthuld dat politieke partij DENK bezig was met het opzetten van een nepnieuwscampagne tegen de PVV. Dat nepnieuws in Nederland veel mensen beïnvloedt, is niet verwonderlijk. Ook hier bestaan sociale media nog maar relatief kort. ‘Mensen begrijpen niet goed genoeg wat er allemaal mogelijk is met sociale media’, stelt Oosterwoud. Het is bijvoorbeeld vaak lastig om van een bericht de bron te bepalen, iets wat bij traditionele media, zoals kranten, makkelijker te achterhalen is. Wat nepnieuws hiervan onderscheidt, is dat het altijd als doel heeft om onrust te creëren in de maatschappij. ‘Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.’

‘Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.’ Scheidsrechter Deze onrust ontstaat voornamelijk doordat mensen door de contrasterende berichten niet meer weten wat ze moeten geloven. ‘Ze verliezen vertrouwen in de overheid en de gevestigde media en komen daardoor in hun eigen ideologische bubbel op sociale media terecht’, legt Oosterwoud uit. Dit brengt overheid en media in een moeilijk parket. ‘Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.’ Een goed voorbeeld hiervan zijn de antivaxxers, een beweging die ervan overtuigd is dat vaccineren slecht voor je is. ‘Als de mensen die tegen vaccineren zijn geen valide


Vaccinatie tegen fake news P. 24

argumenten meer hebben om hun gelijk te bewijzen, zullen ze wel iets anders bedenken, bijvoorbeeld dat de overheid vaccinaties gebruikt om geld te verdienen.’ De overheid en de media kunnen zelf moeilijk iets doen om onwaarheden te bestrijden. ‘Wanneer ze als een soort scheidsrechter proberen op te treden, worden ze van censuur beschuldigd.’

“Goed bezig! Je hebt een nabestaande MH17-slachtoffer nagedaan en daarmee een relletje geschopt!” Een ander aspect dat nepnieuws lastig te herkennen maakt, is dat de berichten vaak over emotionele onderwerpen gaan. ‘Mensen raken hier zo door opgefokt, dat ze niets anders meer willen lezen’, stelt Oosterwoud. Een voorbeeld hiervan zijn de emotionele uitlatingen op internet over Zwarte Piet. Daar is het lastig om te bepalen of het gaat om een trollenaanval of een legitieme politieke groep. Begin oktober berichtte de pagina Ik Ben Zwarte Piet dat de verdachten in de rechtszaak over de wegblokkade tijdens de sinterklaasoptocht van vorig jaar veroordeeld waren tot achttien jaar celstraf, terwijl de rechter nog helemaal geen uitspraak had gedaan.

Het bericht werd maar liefst 25.000 keer gedeeld. Dit laat zien hoe snel een nepnieuwsbericht zich kan verspreiden en hoe moeilijk het is om dit te voorkomen. Oosterwoud zoekt de oplossing dan ook ergens anders: ‘We moeten nepnieuws niet proberen te bestrijden, maar mensen individueel weerbaar maken.’ Vaccineren tegen nepnieuws Met individueel weerbaar maken bedoelt Oosterwoud dat mensen moeten leren hoe ze de feiten in berichten kunnen checken. ‘Er zijn al wat initiatieven die mensen leren hoe ze dit kunnen doen, maar dat gaat vaak op een hele droge manier’, zegt hij. ‘Niemand gaat elk nieuwsbericht tot op de bodem uitzoeken.’ Oosterwoud bedacht daarom een bijzondere oplossing: een online spel. ‘In de game leert de speler op een interactieve en luchtige manier de technieken van fake news en probeert daarmee de Nederlandse samenleving omver te werpen.’ Een van de opdrachten is bijvoorbeeld het schrijven van een tweet waarin de speler zich voordoet als de nabestaande van een MH17-slachtoffer die zijn woede uit op de laksheid van de Nederlandse overheid in het onderzoek naar de ramp. ‘Door middel van humoristische feedback zoals “Goed bezig! Je hebt een nabestaande van een MH17-slachtoffer nagedaan en daarmee een relletje geschopt”, wordt de speler door het spel geleid.’ Het doel is om zo veel mogelijk volgers


‘Wat ik eigenlijk zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger’ en daarmee zo veel mogelijk invloed te krijgen. Humor is hierbij belangrijk, stelt Oosterwoud. ‘Door een frisse benadering leer je hoe nepnieuws wordt gemaakt en hoe je het kunt herkennen.’ Oosterwoud heeft een opmerkelijke vergelijking bedacht om dit proces uit te leggen. ‘Door mensen te laten zien hoe makkelijk het is om fake news te maken, proberen we ze ertegen te vaccineren’, vertelt Oosterwoud enthousiast. ‘We hopen dat mensen een soort mentale antilichamen gaan maken, door ze een verzwakte versie van het virus te geven.’ In samenwerking met de Universiteit van Cambridge doet Oosterwoud onderzoek naar het effect van zijn spel. ‘Om te testen in hoeverre het spel mensen ook echt “vaccineert” tegen fake news, laten we een testgroep een survey invullen voor en nadat ze het spel spelen. In deze survey laten we berichten zien, waarvan de deelnemers moeten beoordelen in hoeverre ze het bericht geloofwaardig vinden.’ De resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten, maar het project wordt al op diverse plaatsen ingezet. Zo gaat zijn organisatie DROG bij basisscholen langs om workshops te geven aan kinderen. De creatieve aanpak is niet onopgemerkt gebleven. ‘We werden laatst bijvoorbeeld gevraagd om een workshop te geven bij de Koninklijke Landmacht om officieren inzicht te geven in de gevaren van fake news. Ook binnen de EU-kantoren in Brussel zijn we populair. Momenteel zijn we bezig om het project op grote schaal op scholen in heel Europa op te zetten.’ Op de vraag op welke manieren Oosterwoud nepnieuws nog meer zou willen bestrijden, lacht hij alsof hij een geheim gaat verklappen. ‘Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger’, zegt hij, na even twijfelen of hij dit wel kan zeggen. ‘Het lijkt me interessant om in de huid te kruipen van zo’n trol en er achter te komen wat er in hun hoofd omgaat.’ ANS

ANS

P. 25

ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Ieder huisje heeft zijn kruisje ‘Het gebouw is een groot succes’, reageerde het bestuur van de Faculteit der Managementwetenschappen op alle klachten over het nieuwe Elinor Ostromgebouw. Alle ronddolende studenten die hopeloos op zoek zijn naar een werkplek hebben volgens het bestuur last van een ‘perceptieprobleem’. Toch heeft de faculteit enkele treffende maatregelen genomen. Zo wordt je computer al na vijftien minuten inactiviteit uitgelogd en zijn er maar liefst 8(!) nieuwe werkplekken bijgekomen. Dat dat voldoende is voor alle studenten, lijkt vooral een perceptieprobleem van de faculteit zelf. Drugs drugs drugs De verkoop, het gebruik en de gevolgen van drugs komen binnenkort online aan bod. De komende periode besteedt ANS-Online in een reeks artikelen aandacht aan het fenomeen waar iedereen vanaf weet, maar waar weinig over wordt gepraat. Waar komen de drugs vandaan? Wat zijn de gevolgen van een overdosis? En wat gebruiken studenten eigenlijk? Om deze vragen te beantwoorden zal ANS de komende periode studenten op de campus bevragen over hun eigen drugsgebruik en de resultaten online publiceren. Preutse sport Bij andere sporten zou het ondenkbaar zijn: een wedstrijd zonder scheidsrechter. Toch is dat hoe een ultimate frisbee-wedstrijd eruit ziet. De sfeer onderling en met de tegenstander is vredelievend en elkaar aanraken is ten strengste verboden. Na afloop van de wedstrijd vindt er een nabespreking plaats tussen de twee teams, maar zelfs dan valt er geen ongepast woord. ANS gooit een balletje (oh nee, frisbee) op over het internationale ultimate frisbee-toernooi. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of Instagram (@ans.online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook. com/ANSnijmegen).


Tijdsgeest Tekst: Julia Mars/ Illustratie: Roos in’t Velt P. 26

Achtergrond

TIJDSGEEST

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort. Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Project Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. ‘In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme’, vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. ‘Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.’ Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen. De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. ‘Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan’, vertelt Zwart. ‘Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.’ Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. ‘In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

Persoonlijke medicijnen Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. ‘Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren’, legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme. Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo’n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. ‘Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort’, vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. ‘Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.’ Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. ‘Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden’, vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. ‘Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.’


Tijdsgeest P. 27

Paspoort voor iedereen? Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het

1953: James D. Watson en Francis Crick ontdekken structuur van dna

creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. ‘Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven’, vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is

1986: Eerste vergadering over het oprichten van het Human Genome Project

volgens hem veelbelovend. ‘Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.’ Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo’n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. ‘In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.’

1990: Start Human Genome Project

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. ‘Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort’, vertelt hij. ‘Daar werd dit vertaald naar “dna-paspoort”.

2003: Einde Human Genome Project

Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.’ Volgens Zwart laat dit de paradox

2003: Eerste commerciële dna-tests verschijnen

van de huidige tijd zien. ‘Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.’ Of we straks allemaal door het leven

2017: Paspoort op basis van dna wordt voor het eerst in een aantal Nederlandse ziekenhuizen gebruikt

gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.


Kamervragen Tekst: Sofie Bongers en Simone Bregonje/ Foto’s: Syl Bogers en Michiel Theelen P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Elias en Koen.

Elias op bezoek bij Koen Elias arriveert bij het huis van Koen, waar triomfantelijk de roodgele vlag van het dispuut Panacee uithangt. ‘Hij woont in een huis van een mannendispuut, dus hij is sowieso een man’, constateert Elias. Wanneer hij de grote kamer met rondslingerende jasjes en dasjes binnenstapt, valt hem als eerste een tasje op met Elias de tekst I Love Law. De studie van de bewoner is hem dus ook al snel duidelijk.

oordeeld over het dispuutsleven, maar volgens mij heeft hij die alvast klaargelegd voor als hij een kater heeft.’

Ook in de kledingkast van Koen ziet Elias de studie van de bewoner terugkomen. ‘Er hangen vooral overhemden en dat past wel bij het beeld dat ik heb van rechtenstudenten’. Terwijl hij in de kast op zoek gaat naar iets anders dan een overhemd, klinken uit de kamer ernaast de donkere en dramatische tonen van Dance of the Knights van Prokofiev. ‘Je hoort dus wel echt alles van je huisgenoten’, zegt hij lachend. Als Elias een strip paracetamol op het bureau ziet liggen, grinnikt hij: ‘Misschien ben ik bevoor-

Als het Elias’ kamer was geweest, had hij het wel anders aangepakt. ‘Ik zou de kamer grondig schoonmaken en vooral het smerige raam poetsen’, zegt hij met een vies gezicht. Verder vindt Elias de muren nogal kaal. ‘Met een leuk kleurtje en wat posters zou het er al een stuk gezelliger uitzien.’ Hij denkt dat een opknapbeurt het ook goed zou doen bij de vrouwen. ‘Een vriendin zal hij niet hebben. Een vrouw houdt het in deze kamer nooit lang vol.’

Koen op bezoek bij Elias Wanneer Koen zijn entree maakt op de verdieping van Elias, bevindt hij zich allereerst in een kleine ruimte met veel kledingrekken. ‘Mannenschoenen en mannenkleren, dus dat is in ieder geval duidelijk’, zegt Koen resoluut. Een trapje leidt hem vervolgens naar het slaapgedeelte. ‘Je moet wel oppassen voor je Koen hoofd’, zegt Koen terwijl zijn hoofd bijna tegen het lage plafond knalt. Nadat hij het steile trapje weer is afgestrompeld, vervolgt hij zijn zoektocht naar de identiteit van de bewoner.

de woongigant. ‘Er is echt nagedacht over de inrichting’, zegt hij bewonderend.

Koen besluit om de kasten met de studieboeken te doorzoeken. Als hij een boek vindt over bitcoins, valt het kwartje bij hem. ‘Hij studeert sowieso iets van Bedrijfskunde of Economie.’ De bewoner verdiept zich niet alleen in studieboeken, ook Ikeagidsen zijn voor hem prima leesvoer. Deze liggen netjes opgestapeld in de kast. De kamer van Elias zou niet misstaan in een catalogus van

Als Elias wat verder rondkijkt in de kamer ziet hij op de rand van het bed een boek liggen. Nieuwsgierig loopt hij er naartoe en pakt het op. ‘Game of Thrones!’, roept hij uitgelaten. ‘Tot nu toe heb ik alleen nog maar studieboeken gezien, dus ik was ervan uitgegaan dat hij niet zo’n lezer is.’ Omdat in de kamer weinig persoonlijke spullen liggen, moet Elias erg zijn best doen om meer hobby’s van de bewoner te achterhalen. ‘Hij heeft een Playstation dus hij gamet, maar verder kan ik niet echt iets vinden’, stelt hij een beetje teleurgesteld vast.

In de keurig opgeruimde kamer vallen de opmerkelijke, kleurrijke maskers aan de muur uit de toon. Als Koen ook nog stapels platen in de kast ziet liggen, denkt hij dat de bewoner cultureel onderlegd is. ‘Volgens mij is hij een liefhebber van kunst en muziek.’ Niet alleen de muzikale kant, maar ook de sportieve kant van de bewoner wordt duidelijk wanneer Koen bijna zijn been breekt over een squashracket. ‘Hij squasht dus ook wel eens’, merkt hij droogjes op. Enthousiast loopt Koen van de ene naar de andere kamer. Hij constateert dat Elias het goed voor elkaar heeft: ‘Het is niet zomaar een studentenkamer, maar echt een huisje.’ Koen denkt dat de bewoner al wat verder is in zijn studie en behoefte heeft aan een plek voor zichzelf. Het grootste verschil met zijn eigen huis is toch wel de rust. ‘Ik heb altijd wel iemand over de vloer en anders hoor je wel muziek.’ Als Koen wederom bijna zijn hoofd stoot aan het plafond, kan hij ook een inschatting maken van de lengte van de bewoner: ‘Hij is waarschijnlijk kleiner dan ik ben.’


Kamervragen P.P.29 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis? Als Elias (23, eerstejaars masterstudent Bedrijfskunde) en Koen (21, derdejaarsstudent Rechtsgeleerdheid) elkaar de hand hebben geschud, wil Elias meteen weten waar het enige niet studiegerelateerde boek in de kamer van Koen vandaan komt. ‘Die heb ik van mijn vriendin geleend’, vertelt Koen. ‘Hij heeft toch een vriendin’, roept Elias, teleurgesteld door zijn inschattingsfout. Elias vertelt dat hij verder ook geen dingen heeft gevonden die wezen op een vriendin. ‘Er lagen wel ergens make-updoekjes, die zijn niet van mij hoor’, lacht Koen. Elias is benieuwd hoe zijn vriendin het in Koens huis volhoudt. Koen grinnikt. ‘Bij haar is het rustiger, dus meestal zijn we daar.’ Koen is vooral benieuwd naar de maskers in de kamer van Elias, die niet bij het Ikea-interieur passen. ‘Ik heb inderdaad een zwak voor Ikea’, geeft Elias toe. ‘Die maskers waren niet mijn eigen keuze. Mijn vader nam ze mee uit Indonesië als cadeau. Ik vind ze nogal eng, dus heb ik ze maar in een hoekje van mijn woonkamer opgehangen.’ Elias vertelt dat hem niet is gelukt om naast het dispuutsleven aanwijzingen van hobby’s te vinden in de kamer van Koen. Toch blijkt dat Koen niet stil zit. ‘Ik werk bij een afhaalrestaurant, ik sport en ik lees graag’, somt hij op. ‘Verder ben ik inderdaad ook veel met mijn dispuut bezig.’ Hij probeert Elias ervan te overtuigen dat het dispuutsleven ook heel leuk kan zijn, maar Elias’ afkeer van katers blijkt te groot om deze leefwijze te kunnen begrijpen. ‘Als je een kater hebt, moet je gewoon doorzetten’, zegt Koen schouderophalend. ANS

Ook altijd al eens naar binnen willen gluren bij een onbekende? Stuur een mailtje naar redactie@ans-online.nl of stuur ons een Facebookberichtje.


GoedVoorEenConsumptie/ Colofon P. 30

33e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Julia Mars en Irene Wilde Redactie Simone Bregonje, Joep Dorna, Jonathan Janssen en Jeyna Sow Medewerkers Sofie Bongers, Tiemen Hageman, Rindert Oost, Floor Toebes en Vincent Veerbeek Illustraties Joost Dekkers, Paula Koenders, Inge Spoelstra, Jesse Timmermans, Timon Vader en Roos in’t Velt Foto’s Syl Bogers, Roelof Hoeksema, Carlijn Hogeboom, Jonathan Janssen, Maartje Roks, Jeyna Sow, Michiel Theelen, Vincent Veerbeek, Marije de Winter en Hieke Zoon

Voorpagina Inge Spoelstra Columnisten Roel van Koeverden en Sanne de Kroon Eindredactie Milan van Amerongen, Djuna Bánki, Pieter Hengst, Rens Houwer, Danique Janssen, Aaricia Kayzer, Chiel Nijhuis, Myrte Nowee, Tom Plaum, Dennis van der Pligt, Britt Teffer en Marit Willemsen Crypto Janneke Elzinga en Jelle Siemens Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars Dagelijks bestuur Britt Teffer (voorzitter), Djuna Bánki (secretaris) en Kübra Saginci (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto P. 31 P. 31

WAAR DE HERFST NORMAAL WORDT GEASSOCIEERD MET GRIJZE EN GRAUWE DAGEN, KONDEN WE DIT NAJAAR ONS GELUK NIET OP MET EEN SCALA AAN KLEUREN AAN DE BOMEN, GENEREUS BELICHT DOOR EEN AANGENAAM ZONNETJE. DE CRYPTOMAKERS LIETEN ZICH INSPIREREN DOOR DIT SCHILDERACHTIGE SEIZOEN EN BESLOTEN EEN PUZZEL TE MAKEN RONDOM ÉÉN BEPAALDE KLEUR. KUN JIJ RADEN WELKE? 1 LET OP: ‘IJ’ TELT IN DEZE CRYPTO VOOR TWEE LETTERS.

2

3

5

4

7

6

9

8

10

6

11 12 13 14 15

16

Tijdens de koude wintermaanden zoeken veel mensen de warmte op. Daarvoor hoef je niet per se naar een exotisch oord te vliegen, want opwarmen kan ook gewoon met een warm drankje. Wanneer je even geen zin hebt in je dagelijkse latte of munttheetje, biedt Open Slowcafé in de Lange Hezelstraat de

oplossing: roze chocolademelk. Dit zoete goedje, gemaakt van de Ruby cacaoboon, belooft een intense, frisse en fruitige smaak te hebben. Wil je kans maken op twee kopjes roze chocolademelk bij Open Slowcafé? Stuur dan voor 18 december je oplossingen naar redactie@ans-online.nl.

HORIZONTAAL: 4. VLIEGEND VOORZETSEL. (3) 5. HET ALFABET ALS TAXI. (3) 7. FILM ONDER WATER MÉT MUZIEK. (9) 8. EEN DERGELIJKE STER. (3) 9. RARE AANREIKVOGELS (GEEN KRAAIEN). (8) 12. PROFESSOR WAARVAN OLIE WORDT GEMAAKT. (10) 13. BEVRIEND MET ENGELSE AS. (7) 15. HIEROP WORDT DE MAALTIJD VAN RECHTS GESERVEERD. (13) 16. VERVOERMIDDEL DAT ZICH VERPLAATST VIA AANWIJZINGEN. (5) VERTICAAL: 1. VERWARREND, MAAR DEZE VLOEISTOF KOMT NIET UIT ‘N UIER. (5) 2. RIJDT OP VITAMINE C. (7) 3. NEEMT TELEFOON OP MET: “YELLO!” (5,7) 6. DEZE VRUCHT LIGT IN EEN DEUK. (6) 10. KLEURRIJKE KAKMUUR? (7) 11. SMAKELIJKE LETTERS. (4) 14. SAMENVATTEND IS DIT EEN GOED SCHRIJFMIDDEL. (6)


VAN DE BAAN P. 32

Tekst: Floor Toebes/ Foto: Roelof Hoeksema

Wie: Syl Bogers (24), derdejaarsstudent Natuurkunde Bijbaan: Puppyfotograaf, 75 euro per USB-stick Waarom maak je foto’s van puppy’s? ‘Ik fotografeer al van jongs af aan. Eerst hield ik me voornamelijk bezig met natuurfotografie, maar toen mijn vriend en ik een pup namen, verschoof mijn beeld van landschappen naar jonge honden. Ik heb een hondenfotografiecursus gevolgd en een fokker bezocht om de cursus in praktijk te brengen. Daar zag ik hoe leuk pups van vier weken oud zijn. Baasjes krijgen hun pup vaak pas als hij wat ouder is, waardoor ze die eerste periode niet meemaken. Omdat ik dat zonde vind, leek het mij een leuk idee om professionele foto’s aan te bieden van de eerste levensweken van hun pup.’ Hoe gaat een puppyfotograaf te werk? ‘Ik lig altijd op de grond om de puppy’s te kunnen fotograferen. En zelfs dan is het een hele uitdaging: de pups zijn meestal meer bezig met het eten van mijn haar dan dat ze zich druk maken over hoe goed ze op de foto staan. Als ik genoeg mooie foto’s heb geschoten, selecteer ik de beste. Die bewerk ik zodat ze aan het eind van de rit naar de baasjes kunnen.’

Vreten de pups behalve aan je haar ook aan je tijd? ‘Ik ben momenteel veel tijd kwijt aan het opbouwen van een netwerk. Daarvoor benader ik fokkers via Marktplaats. Als een fokker geïnteresseerd is, plannen we in totaal vijf bezoeken in. Eerst maak ik kennis met de jonkies, daar gebruik ik minimaal een middag voor. Vervolgens kom ik langs voor foto’s als ze een, drie, vijf en zeven weken oud zijn. Elk fotobezoek duurt twee à drie uur. In totaal ben ik per fokker ongeveer een hele werkdag bezig. Omgerekend naar een uurloon is die 75 euro per usb-stick dus niet zo gek veel. Aan de andere kant is dit voor mij de perfecte bijbaan, want wat is er nou leuker dan het fotograferen van puppy’s?’ Zou je hiermee door willen gaan na je studie? ‘Ik ga sowieso door met fotografie. Als je dat eenmaal in je hebt, kom je daar niet zo snel van af. Fulltime fotograferen wil ik niet. In de fotografie kun je namelijk het meeste geld verdienen aan familiefoto’s en dat trekt me niet zo. Puppy’s fotograferen naast een andere baan zie ik wel zitten. Ik zal na mijn studie hoe dan ook kiekjes blijven maken.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS ziet  

Derde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

ANS ziet  

Derde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded