__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

OP STAP MET DE RU MOET CURSUS CABARETIER PETER POLITIE IN DE AANBIEDEN VOOR PANNEKOEK WIL DENKMOLENSTRAAT DIGIBETE DOCENTEN KADERS DOORBREKEN

ANS

SCHRIJVER LIZE SPIT OVER HAAR DUISTERE DEBUUT ‘HET SMELT’

BREEKT UIT

Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 31, nummer 1


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar Je telefoon trilt; tante Lien belt. ‘Lieverd, ik hoorde van je moeder dat je op kamers gaat! On-ge-lo-felijk! Wat gaat de tijd toch snel!’ Het geleuter houdt aan en terwijl je af en toe ‘ja’ en ‘oké’ stamelt, vraag je je af waar dit gesprek naartoe gaat. ‘Maar waar ik eigenlijk voor bel: ik heb nog een tweepersoonsbank op zolder staan.’ Een stoffige bank met gesprongen veren komt in je gedachten op. ‘Oh, leuk’, breng je semi-enthousiast uit. Ook thuis heeft mama niet stilgezeten. Een hele verzameling afgeschreven pannenkoekenpannen, oma’s gezellig geruite theedoeken en het broodrooster van de achterneef van de buurvrouw verdwijnen samen in de duisternis van de verhuisdoos. Na lang twijfelen laat je je lievelingsknuffel toch maar achter in het ouderlijk huis. Studenten hebben immers geen knuffels. Het hele thuisfront bekommert zich om jouw toekomst. Krampachtig wordt gepoogd het laatste stukje van jouw pad op weg naar het studentenleven begaanbaar te maken. Het moment waarop je definitief breekt met gesmeerde boterhammen van mams komt nu erg dichtbij. Voortaan bepaal jij zelf hoe laat je ’s ochtends uit bed komt, of niet. Je kiest zelf uit wat je eet. Dag gekookte aardappelen, hallo pasta pesto. Je krijgt nu les – nee: college – van echte hoogleraren. Die niet eens een fatsoenlijk een powerpoint kunnen openen. Voortaan is het helemaal aan jou hoeveel je drinkt en welke drankspellen je speelt. Kingsen is echt voor middelbare scholieren; studenten doen aan zwerkbalbierpong of smurfzuipen. De stoffige bank, pannen, geruite theedoeken en het broodrooster hebben hun plek gekregen in je iets te kleine kamer. Je telefoon trilt; tante Lien belt. Je neemt op, maar verbreekt kort daarna toch de lijn. De tijd van uitbreken is aangebroken.

De hoofdredactie

ans

Online Even voorstellen Hoi, ik ben ANS-Online, het digitale broertje van ANS. Op www.ans-online.nl kan je als nieuwsgierige student terecht voor het dagelijkse nieuws over hoger onderwijs, de Radboud Universiteit en het bruisende Nijmeegse studentenleven. Als al dat serieuze studentennieuws niets voor jou is, niet getreurd. ANS-Online heeft ook luchtige rubrieken. Elke twee weken wordt op vrijdag in ANS Kijkt bijvoorbeeld een film of tv-serie opgehemeld, of met de grond gelijk gemaakt. Daarnaast krijgen RU-medewerkers die normaal gesproken over het hoofd worden gezien een podium in Gaatjesvullers. Enthousiast? Geef ANS een duimpje op onze Facebook-pagina of klik op de volgknop op Twitter. Nieuw jaar, nieuwe rubriek De mogelijkheden van het wereldwijde web zijn grenzeloos. Daarom probeert ANS-Online elk jaar met nieuwe ideeën te komen om de site zo veelzijdig en uitgebreid mogelijk te maken. Vanaf dit collegejaar wordt het kleinste kamertje van het huis in het zonnetje gezet in de nieuwe rubriek ‘Het Toiletportret.’ ANS gaat op bezoek bij studentenhuizen in Nijmegen met rijkelijk versierde wc’s en vraagt de gebruikers van het porseleinen altaar naar het verhaal achter de tierelantijnen op de tegelmuren. Wel even doorspoelen voor het afleggen van het interview a.u.b.

Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Digibete docenten Geklungel van docenten met powerpoints, de microfoon en YouTube leidt tot irritatie en een vermindering van de kwaliteit van het onderwijs. De RU moet een ‘knoppencursus’ aanbieden voor digibete docenten, zodat zij de ICTbasisvaardigheden onder de knie krijgen.

06 ‘Ik wil verwarring schoppen’ 04

Na twee jaar huiscabaretier van De Wereld Draait Door te zijn geweest, kan Peter Pannekoek zich nu helemaal richten op zijn show Zacht van binnen. Hierin schopt hij graag heilige huisjes omver. ‘Meestal doe ik alleen maar lollig, maar eigenlijk wil ik het liefst denkkaders doorbreken.’

18 Flikken Nijmegen Iedereen kent het politiebusje in de Molenstraat. Terwijl jij je volgiet in een van de kroegen, probeert de politie de rust te bewaren. ANS sprong op de fiets met licht - en ging een nacht op stap met agenten Ard en Moniek in het centrum van Nijmegen.

06

18

25 Bruut debuut De Vlaamse schrijver Lize Spit debuteerde afgelopen jaar met de succesvolle roman Het smelt. Het duistere verhaal komt voort uit een fascinatie die Spit heeft voor het macabere. ‘Ik kan prima balletjes in tomatensaus eten, terwijl ik op televisie kijk naar een openhartoperatie kijk.’

05

CC’tje

10

Alle kleuren van de genderboog

15

Het Laatste Oordeel

16

Middenpagina

23

Verward

24

De Graadmeter

28

Stamgasten

30

Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon

31

Crypto

32 Gevonden Voorwerp

25


Digibete docenten Tekst: Vera Crienen/ Illustratie: Jurgen Tesselaar P. 4

digibete docenten

Docenten op de Radboud Universiteit zijn tijdens colleges te vaak aan het klungelen met de computer of andere elektronica. Colleges worden hierdoor verstoord en vertraagd. De RU moet docenten een cursus in de basisvaardigheden van ICT aanbieden.

Tijdens een college wil de docent een filmpje laten zien op YouTube, als ondersteuning van de collegestof. Wanneer het filmpje eindelijk op het scherm verschijnt, zoekt hij nog tien minuten naar het play-knopje. Ineens knalt er een oorverdovend geluid uit de boxen. De docent zoekt koortsachtig naar de volumeknop. Uiteindelijk moet een student in de zaal de paniekerige professor uit zijn lijden verlossen door het probleem met twee muisklikken te verhelpen. Het gebrek aan simpele ICT-vaardigheden bij docenten is een herkenbaar probleem onder studenten van de Radboud Universiteit (RU). Docenten hebben tijdens colleges vaak problemen met de apparatuur die aanwezig is in de collegezaal. Het gaat hierbij om het eenvoudige gebruik van bijvoorbeeld smartboards, microfoons, projectieschermen en het omgaan met programma’s als PowerPoint of websites als YouTube. De basiskennis van docenten over de apparatuur die zij gebruiken in colleges, wordt niet getest voor het uitgeven van de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO), de verplichte kwalificatie voor docenten aan de universiteit. Het gepruts van docenten met elektronica gaat echter ten koste van de collegetijd en –kwaliteit. Bovendien lopen docenten een steeds grotere achterstand op, want de ontwikkelingen van ICT in het onderwijs gaan gewoon door. Docenten krijgen vaak te maken met nieuwe software of toepassingen zoals weblectures. De RU biedt docenten nog geen mogelijkheden om de basisvaardigheden te ontwikkelen, maar kan dit probleem eenvoudig oplossen door een cursus te regelen die docenten met gebrek aan ICT-basisvaardigheden bijspijkert. Afleiding en irritatie Het aanmodderen van docenten met elektronica gaat ten koste van de collegetijd. Wanneer een docent wanhopig aan het klungelen is, grijpen studenten vaak zelf in. Vanuit de collegebank roepen ze aanwijzingen naar de docent: ‘dat icoontje rechtsonder!’ of ‘dubbel klikken!’ Uiteindelijk moet een student het heft in handen nemen en naar voren lopen om de docent te helpen. Naast het feit dat er op deze manier minder tijd is om de collegestof te behandelen, werkt het gepruts afleidend, omdat het verhaal van de docent erdoor wordt onderbroken. De vertragingen en onderbrekingen roepen irritaties op bij

zowel docent als student en deze kunnen de onderwijskwaliteit negatief beïnvloeden. ‘Hoe moet het geluid aan?’ Het gebrek aan kennis bij sommige docenten van de apparatuur bestaat omdat dit soort basisvaardigheden niet worden getest. Voor het uitgeven van de BKO worden de onderwijscompetenties van docenten getoetst. Bij de BKO wordt wel aandacht besteed aan het toepassen van ICT in het onderwijs op een zinvolle manier, maar daarbij wordt niet gekeken naar basisvaardigheden van en praktische kennis over elektronica. Wanneer een docent bijvoorbeeld niet weet hoe hij in een powerpoint een dia teruggaat, hoe het volledig-schermknopje bij een filmpje eruit ziet, of wat YouTube is, zal dat bij de BKO niet naar voren komen. De BKO is landelijk geregeld en wordt door elke Nederlandse universiteit erkend. Omdat basiskennis van ICT niet is opgenomen in de BKO, zou de RU zelf moeten zorgen dat haar docenten deze bezit.


Column Cecile Collin P. 5

Ain’t nobody got time for that Wanneer docenten de basiskennis van elektronica missen, lopen zij een achterstand op in de beheersing van hogere ICTvaardigheden. De snelle ontwikkelingen van ICT in het onderwijs zijn moeilijker bij te houden voor docenten wanneer ze zelfs de basisvaardigheden van ICT niet onder de knie hebben. Aan de RU is veel aandacht voor het gebruik van ICT in het onderwijs. Regelmatig worden er cursussen gegeven over nieuwe software en over het didactisch gebruik hiervan. Zo zijn er cursussen over het gebruik van Turnitin, het nieuwe programma om het werk van studenten te controleren op plagiaat, of het gebruik van weblectures in de colleges. Ook worden er workshops georganiseerd voor onder andere het geavanceerd gebruiken van PowerPoint en het maken van educatieve video’s voor het ondersteunen van een college. Een cursus over het zelf maken van video’s werpt zijn vruchten echter niet af bij docenten die nog niet eens een filmpje fatsoenlijk kunnen afspelen. Deze docenten hebben meer aan een cursus die bij nul begint. Noël Vergunst, coördinator van de afdeling Onderwijsondersteuning van de RU, erkent het probleem van gebrek aan ICT-basisvaardigheden: ‘We zien tijdens cursussen over nieuwe software grote verschillen in hoe handig mensen zijn met computers’. Vergunst vindt echter dat docenten de professionele plicht hebben om zichzelf te bekwamen wanneer ze ergens in tekort schieten. ‘Hiervoor moeten ze wel de tijd en middelen krijgen van de universiteit.’ De middelen zijn er genoeg voor gevorderen in ICT, maar de beginners worden op dit moment vergeten. Volgens Monique van Vegchel, voorzitter van de Universitaire Studentenraad (USR), is juist tijd de valkuil van een nieuwe cursus voor ICT-vaardigheden. ‘Als USR zijn wij natuurlijk voor alles wat colleges verbetert. Colleges worden steeds interactiever en daarbij is kennis van ICT nodig. Op de RU krijgen docenten echter alleen financiële compensatie voor het volgen van een cursus, geen tijdscompensatie’, vertelt Van Vegchel. ‘Docenten hebben geen tijd om elke cursus te volgen die aangeboden wordt.’ De centrale cursus die de RU zou moeten aanbieden, hoeft echter niet veel tijd in beslag te nemen. Een paar uur in totaal is al voldoende, waardoor de tijdscompensatie vanuit de RU makkelijk te regelen is. Korte knoppencursus De RU zou een centraal geregelde cursus moeten aanbieden voor alle docenten die bijscholing nodig hebben in het omgaan met elektronica en apparatuur op basisniveau. De RU gaat er nu vanuit dat docenten de ICT-basisvaardigheden al beheersen. Zo niet, dan is het hun eigen verantwoordelijkheid om hiervoor hulp te zoeken. Dit gebeurt op dit moment te weinig, waardoor het gebrek aan kennis over elektronica blijft bestaan. Docenten blijven achterlopen met hun ICT-vaardigheden, waar de effectieve collegetijd en onderwijskwaliteit onder lijden. Bovendien zal deze achterstand alleen maar groter worden naarmate de ICT in het onderwijs zich blijft ontwikkelen. Zolang de basisvaardigheden niet worden getoetst in het BKO, moet de RU zelf haar docenten hierin opleiden. Het probleem van onkundige docenten wat betreft elektronica is de verantwoordelijkheid van zowel de RU als de docent zelf. Door het aanbieden van een korte, maar krachtige cursus kunnen docenten de stap naar bijscholing makkelijker maken, zodat paniekerige docenten die tijdens het college prutsen met de computer tot het verleden zullen behoren. ANS

CC’tje Wanneer Cecile Collin haar gedachten aan het papier schenkt, zet ze jou in de CC. Zo kan jij meelezen met de studentikoze ongemakken van deze student Nederlands. Af en toe verschijnt er op het internet een schokkend bericht: kaas eten kan dezelfde effecten hebben op de mens als een lijntje cocaïne snuiven. Het deel van de hersenen dat wordt geactiveerd als je harddrugs gebruikt, wordt ook geactiveerd door het zuivelproduct, dat zich als een kameleon overal weet te manifesteren; op een broodje, in een supermarkt, in een delicatessenzaak maar vooral in mijn mond. Broodje aap of niet; dit onderzoek kan mijn leven verklaren en ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Ik ben namelijk kaasverslaafd. In de colleges zijn mijn gedachten bij een puntje Pecorino, terwijl ik tijdens het werken aan mijn scriptie smelt bij de gedachte aan Bleu d’Auvergne. Red Leicester spookt door mijn hoofd terwijl ik in de kroeg sta en als ik wakker word, roep ik: ‘MANCHEGO!’, in de hoop dat een non-existente roomservice mij een kaasplank komt bezorgen. Ik mag dan wel knettergek lijken met deze verslaving; het is vreselijk onschuldig. Mijn longen blijven intact en ik doe geen enge dingen met injectienaalden. Dat hebben ze op de universiteit ook goed begrepen. Onze vooruitstrevende universiteit verkoopt namelijk ook het geestverruimende zuivelproduct en reguleert op deze manier ook nog de verkoop. In De Refter liggen de voorverpakte plakjes zoutig bladgoud klaar om door mij te worden verslonden. Het kaasspectrum kent zo veel kleuren, geuren en smaken dat ik pleit voor kaasplankjes in het Cultuurcafé en in De Refter. Kaas is zo speciaal dat niemand zich meer tevreden stelt met een plakje Gouda op de boterham. Nee, als er geen kaasplankjes beschikbaar zijn op de universiteit duiken er voor je het weet illegale straatdealers op in de Thomas van Aquinostraat: ‘Psst, camembertje kopen?’ De student moet te allen tijden een plankje met korrelige stukjes hemel kunnen kopen op de universiteit, zodat zij die vastlopen met hun scriptie of ander vervelend papierwerk, hun ziel kunnen terugvinden in de veelkleurige zee van fondue.


‘Ik wil verwarring schoppen’ Cabaretier Peter Pannekoek maakt grove grappen over monogamie, verkrachtingen en zijn diepste angsten. Het liefst laat hij zijn publiek andersdenkend achter. ‘Ik probeer opnieuw de denkbeelden van mensen te framen.’


Leef, woon, feest...schoppen’ met ANS Tekst: Auke van der Veen/ Foto’s: Ted van Aanholt ‘Ik wilwerk, verwarring P.P.77

‘Sorry voor de restanten van gisteren’, zegt Peter Pannekoek met een nerveuze lach, wijzend naar de grote hoeveelheid lege bierblikjes en sigarettenpeuken die zijn woning ontsieren. De cabaretier noemt een ruime, studentikoze zolderkamer in het centrum van Amsterdam zijn thuis. De Xbox in een knusse zithoek lijkt net te zijn uitgeschakeld. Kleurrijke schilderijen versieren de schuine muren. ‘Ik ben een beetje brak, maar dat valt niet zo op, toch?’ Beroepsgrappenmaker Pannekoek is vooral bekend van het actualiteitenprogramma De Wereld Draait Door (DWDD). Twee jaar lang heeft hij met zijn weekafsluiting veel kijkers laten proesten. Bij de afgelopen zomerstop besloot hij hier een punt achter te zetten en zich definitief te focussen op grappen maken in het theater. In 2006 won hij – na al talloze open podia te hebben getrotseerd – het Amsterdams Kleinkunst Festival Comedy Concours, dat het begin van zijn carrière inluidde. Hij werd een van de vaste comedians van de Comedytrain, schreef voor televisieprogramma’s als Koefnoen en had een column op onder andere Radio 538. Pas nu heeft de cabaretier weer alle tijd om zich rustig thuis voor te bereiden op zijn in 2015 gestarte show Zacht van binnen. Pannekoek gaat aan zijn keukentafel zitten. Terwijl hij de ene na de andere peuk opsteekt, vertelt de cabaretier van de hak op de tak springend en met een intense blik waarom hij graag heilige huisjes omver schopt. ‘Ik doe meestal alleen maar lollig, maar eigenlijk wil ik het liefst denkkaders doorbreken.’

‘Letterlijk het enige wat mij soms tegenhoudt om vreemd te gaan, is dat ik bang ben om mijn vriendin te kwetsen.’ Ben je altijd al de leukste thuis geweest? ‘Ik was vroeger nooit de klasclown. Het is een misvatting dat cabaretiers buiten hun opvoeringen altijd heel funny en op aandacht gericht zijn. Op verjaardagen loont het nooit om naast een cabaretier te staan, want we zijn allemaal een stelletje autisten. We hebben in ons echte leven een afstandelijkheid en contactgestoordheid die we nodig hebben om mensen te kunnen observeren voor ons werk. Zonder die distantie kun je eigenlijk nooit een goede grap over anderen maken. Ik ben trouwens wel een van de leukste en meest sociale cabaretiers. Serieus, ik ben een van de normaalsten.’ Wat zijn voor jou de ingrediënten van een goede grap? ‘Onderwerpen die gevoelig liggen bij mensen, daar

houd ik van. Wc’s voor transgenders op de universiteit zijn bijvoorbeeld best belachelijk en daardoor erg grappig. Vooral wanneer die gevoeligheid voor mij hypocriet aanvoelt, houd ik me niet in. Als je in de westerse wereld de profeet Mohammed mag afbeelden, waarom zou je dan niet de Holocaust mogen ontkennen? Hoe erg dit ook klinkt; het gaat mij bij dit soort idiote voorbeelden om de rare gedachtegang. Als je die goed blootlegt, kan je echt lachen.’ Zit achter dit bespotten van gevoeligheden een bepaalde gedachte? ‘Ik wil verwarring schoppen, opnieuw de denkbeelden van mensen framen. Over heel veel dingen zal iedereen het eens zijn, maar die dingen zijn juist niet interessant om grappen over te maken. De PVV komt bij mij bijvoorbeeld niet zo vaak voorbij, want de meeste mensen zullen dan toch met mij op een lijn zitten. Ik heb het in mijn show wel over monogamie, iets waar ik zelf niet in geloof. Bij monogamie is er onmiddellijk de afspraak dat de relatie uit twee personen bestaat, terwijl ik vind dat je daar een apart gesprek met je potentiële partner over zou moeten voeren. Letterlijk het enige wat mij soms tegenhoudt om vreemd te gaan, is dat ik bang ben mijn vriendin te kwetsen. Dit geldt denk ik voor bijna alle mannen. Monogamie is een vastgeroest denkpatroon in de maatschappij waar ik graag tegenaan schop. ‘Ik pleitte tijdens een uitzending van DWDD ook ooit voor de legalisering van xtc, terwijl het Amsterdam Dance Event aan de gang was. Ik had het in de uitzending over mijn ervaringen met mislukte deals met een drugsdealer, wat waarschijnlijk niemand in het publiek had meegemaakt. Iedereen was verward en hopelijk heb ik daardoor de kijkers anders laten nadenken. Op festivals word ik nog weleens over dit item aangesproken. Dat komt natuurlijk ook doordat iedereen daar aan de xtc zit.’ Je wilt kaders doorbreken. Ben je een moraalridder? ‘Op sommige gebieden ben ik zeker moralistisch. Bij DWDD heb ik meerdere keren grappen gemaakt over de verkrachtingen in Keulen tijdens afgelopen jaarwisseling. Ik haalde dat onderwerp aan, omdat ik het zo hypocriet vind dat wij vluchtelingen nodig hebben om verkrachting van vrouwen aan te kaarten. Eén op de drie vrouwen krijgt ooit te maken met seksueel geweld. Dat zou elke dag het gesprek van de dag moeten zijn. Persoonlijk denk ik dat er bijna niets aan wordt gedaan, omdat wij mannen er geen last van hebben. Als een op de drie mannen met seksueel geweld te maken zou hebben, zou het leger erbij worden gehaald.’ Je noemt meerdere keren je grappen bij DWDD, waarbij de focus ligt op het nieuws. Hoe belangrijk is actualiteit voor je? ‘Niet. De grote reden om bij DWDD aan de slag te gaan


was – om het goor te zeggen – dat het publiek mij zou leren kennen. Daardoor komen mensen nu naar het theater om naar mijn grappen te luisteren. ‘Begrijp me niet verkeerd. Ik ben fan van het nieuws, maar ik hoop dat mijn voorstelling meer gaat over een tijdsgeest dan over actualiteit. Actualiteit is op een gegeven moment niet meer relevant en verdwijnt dan. Ik richt me liever op universelere thema’s.’ Op wat voor thema richt je je nu? ‘Mijn show gaat over angst; dat is een lekker herkenbaar onderwerp. Ik ben zelf een superbange, laffe jongen. Ik deins achteruit voor heel veel dingen. Ik ben bijvoorbeeld bang mijn rijbewijs te halen, want als ik een auto bestuur, denk ik dat andere weggebruikers mij opzettelijk dood gaan rijden. Kleine honden vind ik ook griezelig. Een nog grotere angst van me is dat ik bang ben dat een zwerver mijn huis inneemt, wanneer ik ’s avonds laat het vuilnis buitenzet.

‘Ik ben zelf een superbange, laffe jongen.’ ‘De boodschap achter dit thema van mijn voorstelling is dat mensen allemaal onzinnige, voor iedereen herkenbare bangigheden verzinnen om hun echte angsten niet onder ogen te zien. Ik vind het interessant dat personen met verlatingsangst bindingsangst ontwikkelen. Als je je nooit bindt, kun je namelijk ook niet worden verlaten.

Een ander voorbeeld is de enge man in mijn kast waar ik vroeger bang voor was. Ik verzon namelijk een monster voor onder mijn bed waar de enge man bang voor was. De angst voor terroristen is ook apart; dat is in feite vrees voor de dood. Al onze angsten hebben op deze manier te maken met andere shit.’ Zijn jouw angsten wel allemaal echt? ‘Ik lieg over fucking veel shit. Ik ken mijn eigen verhaal al, dus ik vertel tijdens mijn voorstelling liever iets wat ik zelf ook nog niet heb gehoord. Dat vind ik helemaal niet erg, want ik houd van een goed verhaal. Ik heb er een hekel aan als iemand mij een slecht verhaal vertelt. Maak het dan een beetje mooier, zodat wij iets hebben om over te lullen. Met mijn leugens om bestwil kan ik het publiek prikkelen en kaders doorbreken. Veel mensen vinden dit soort uitspraken weird en sturen dan boze mails. Ik lieg echter alleen over triviale dingen zoals kleine angsten, nooit over de essentie van wat ik vind.’ Ga je in de toekomst nog meer kaders doorbreken? ‘Je moet als cabaretier nooit denken dat je de wereld kunt veranderen. Dat doel mag je wel hebben, maar het gaat nooit gebeuren. Ik ben allang blij als ik de mensen in mijn publiek een beetje uit hun vastgeroeste gedachten krijg. ‘Verder ben ik gewoon van plan leuke voorstellingen te maken en volle zalen te trekken. Elke voorstelling laten gaan over één emotie, dat vind ik wel grappig. Eigenlijk ben ik ook heel emotioneel. Ik heb een zachtheid in me die je niet zou verwachten. Bah, dat klinkt echt supergoor.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 9

Universitaire Studentenraad Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggensch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@student.ru.nl

Het is augustus en een nieuw collegejaar staat voor de deur. Voordat de beerput van het universitaire onderwijs (weer) opengaat, is het tijd om jezelf te oriënteren op alle verschillende mogelijkheden die het Nijmeegse studentenleven te bieden heeft. De introductieweek speelt daarin een grote rol en in het kader van deze week willen wij de Universitaire Studentenraad (USR) aan jullie introduceren. Er zitten 19.000 studenten op de Radboud Universiteit. Allemaal hebben ze een mening over het onderwijs dat ze volgen, over de faciliteiten waar ze gebruik van maken en over allerlei andere zaken. Studenten hebben dan ook op elk niveau een medezeggenschapsfunctie om deze belangen te vertegenwoordigen. Op elk niveau zijn daarvoor raden, die gedeeltelijk of geheel uit studenten bestaan. Bij opleidingen zijn er de opleidingscommissies (OLCs), op faculteiten de Facultaire Studentenraden (FSR) en op universitair niveau is er de Universitaire Studentenraad (USR). De USR waakt over de onderwijskwaliteit vanaf centraal niveau en signaleert problemen die op de gehele universiteit spelen, dit alles om de Radboud Universiteit de beste brede universiteit van Nederland te laten zijn en blijven. De Universitaire Studentenraad (USR) bestaat uit 14 leden. In samenspraak met het College van Bestuur (CvB) en de Ondernemingsraad (OR) leveren wij een bijdrage aan het beleid op de Radboud Universiteit. We behartigen in de studentenraad vanzelfsprekend voornamelijk de belangen van de studenten. De studentenraad bestaat uit acht gekozen en zes benoemde leden. De koepels bestaan uit: • Het Bestuurlijk Overleg Studentenverenigingen (BOS) is het

overkoepelend orgaan van de zes grootste studentenverenigingen van Nijmegen. • CHECK de koepel voor maatschappelijk betrokken en culturele verenigingen van het Nijmeegse studentenleven. • De koepel der Christelijke Studentenverenigingen in Nijmegen (CSN) dat als koepel fungeert voor de christelijke studentenverenigingen • International Student Organisations Nijmegen (ISON) is de koepel voor alle internationale organisaties. • De Nijmeegse studenten sport raad (NSSR) waaronder de sportverenigingen zijn verenigd. • Het Samenwerkings Overleg Faculteitsverenigingen (SOFv), is de koepel waaronder het grootste deel van de studieverenigingen is verenigd. Naast deze koepels bestaat de USR uit fracties. De acht gekozen leden van de studentenraad doen daarvoor ieder jaar mee met de verkiezingen die in mei worden gehouden. Alle studenten die willen kunnen lid worden van een fractie of zelf een fractie beginnen. De huidige fracties zijn: • asap (4 zetels) • AKKUraatd (3 zetels) • De Vrije Student (DVS) (1 zetel) Door het jaar heen organiseren en dragen wij bij aan verschillende activiteiten, zoals de Campus Nacht, de Career Week, de dag van de medezeggenschap en de week van het studentenbestuur. Wij zijn gevestigd in Thomas van Aquinostraat 3 en hebben een eigen ingang! Loop vooral een keertje binnen als je meer wilt weten over wie wij zijn en wat wij allemaal nog meer doen. Voor nu een heel fijne introductie.

(Advertentie)


Alle kleuren van de genderboog Tekst: Bas van Woerkum/ Illustraties: Jeroen Wintraecken Leef, woon, werk, feest... met ANS 10 P.P. 10

alle kleuren van de genderboog Man of vrouw; volgens genderwetenschappers is deze tweedeling onzin en brengt het beperkte man- en vrouwonderscheid een boel negatieve consequenties met zich mee. ANS sprak drie genderwetenschappers over genderneutraliteit. Waarom kun je alleen man of vrouw zijn? Een piemel of een vagina is volgens verschillende genderwetenschappers niet genoeg reden om dit onderscheid scherp te maken. Veel van hen hebben kritiek op deze tweedeling, die ook wel genderbinariteit wordt genoemd. Op verschillende plekken, zoals op het Amsterdam University College en de Universiteit Leiden zijn daarom gender-

neutrale toiletruimtes geïntroduceerd, die voor iedereen toegankelijk zijn: man, vrouw en alles wat daartussen en daarbuiten valt. De genderneutrale wc’s zijn in eerste instantie bedoeld voor transgenders, die zich niet comfortabel voelen bij het binnengaan van een mannen- of vrouwentoilet. Genderneutraliteit houdt in dat het strikte man-vrouwonderscheid verdwijnt. Het betekent geen genderloosheid, legt Lies Wesseling, voorzitter van het Centrum voor Gender en Diversiteit van Maastricht University, uit: ‘Genderneutraliteit betekent uit het keurslijf breken van een zeer beperkend, oppositioneel beeld van de seksen en uitgaan van een breder spectrum van seksen.’ De genderneutrale toiletten lijken een kleine stap, maar op de achtergrond is een hele discussie gaande: de definities van mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn wankel en duwen zowel transgenders als mensen die zich wel ‘man’ of ‘vrouw’ voelen in een bepaald hokje. Volgens genderwetenschappers zijn de man-vrouwhokjes veel te krap en dat heeft negatieve consequenties. Zij vinden dat we moeten streven naar een maatschappij die meer genderneutraal is. Waar is het genderonderscheid op gebaseerd en waarom is meer genderneutraliteit volgens de genderwetenschappers wenselijk? Empathische mannen De stereotypen van mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn gebaseerd op gebakken lucht, vindt Veronica Vasterling, genderwetenschapper en universitair hoofddocent Filosofie aan de Radboud Universiteit (RU). Ze stelt dat de verschillen tussen mannen onderling en vrouwen onderling vaak veel groter zijn dan tussen een willekeurige


Alle kleuren van de genderboog Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11 P. 11

man en een willekeurige vrouw. ‘Van mannen bestaat het hardnekkige stereotiepe beeld dat ze allemaal assertief zijn en van vrouwen wordt gezegd dat ze empathisch zijn. Je hebt echter vrouwen die heel assertief zijn en helemaal niet empathisch’, vertelt ze. Wetenschappers die genderbinariteit ondersteunen, wijzen op de biologische verschillen die volgens hen wel degelijk de natuurlijke tweedeling bevestigt. Vasterling ontkent dit onderscheid niet, maar is ervan overtuigd dat gender slechts één van de biologische eigenschappen van mensen is en dat die eigenschap veel te veel wordt opgeblazen. In veel Afrikaanse landen is leeftijd bijvoorbeeld veel belangrijker dan gender. Bovendien toont onderzoek volgens haar aan dat ook het biologische onderscheid nauwelijks tweeledig is. ‘Drie genen, geslachtsklieren en geslachtsdelen; die factoren zijn binair. Genitaliën zijn voor het zicht het meest duidelijk, maar willen we alles ophangen aan het hebben van een vagina of penis? Het enige dat je kunt concluderen, is dat individuele verschillen zonder meer het genderverschil overtreffen.’ Geertje Mak, universitair docent Gendergeschiedenis aan de RU, voegt toe dat de definities van mannelijkheid en vrouwelijkheid niet altijd en overal hetzelfde zijn geweest; het zijn ook historisch gezien geen stabiele categorieën. ‘Je kunt wel zeggen dat er altijd een onderscheid is geweest tussen mannen en vrouwen, maar vervolgens moet je kijken wat er wordt verstaan onder “mannelijkheid” en “vrouwelijkheid”. Wat bijvoorbeeld “een vrouw” is, verschilt per klasse, religie, etniciteit, enzovoorts en is ook veranderend door de tijd heen’, vertelt Mak. ‘Mannelijkheid in de middeleeuwen betekende iets anders dan mannelijkheid nu, maar daar wordt vaak niet naar gekeken.’

‘Willen we alles ophangen aan het hebben van een vagina of penis?’ Krap keurslijf Om het binaire systeem te ontstijgen, is ooit de term ‘transgender’ ingevoerd. De term was bedoeld om iedereen aan te duiden die zich niet in het binaire systeem thuis voelt. Dat heeft echter niet het gewenste effect gehad, legt Mak uit. ‘Mensen die het genderbinaire systeem verstoren, zorgen er niet voor dat het systeem verdwijnt. Trans- of interseksuelen worden al gauw een derde categorie. Het lijkt alsof je daarmee uit de binariteit stapt, maar eigenlijk wordt die juist versterkt. Heel grof gezegd houdt dat in dat de rest van de mensen daardoor nog beter in het man- of vrouwhokje moeten

passen, omdat ze niet in dat derde hokje terecht willen komen. De angst om als man “te vrouwelijk” of als vrouw “te mannelijk” te zijn, maakt dat mensen zich nog meer als “man” of “vrouw” gaan gedragen.’ Hoewel het grootste deel van de mensen de hokjes niet als dwingend lijkt te ervaren, schuilen er volgens genderwetenschappers wel degelijk gevaren in het binaire systeem. ‘Gender werkt als een keurslijf, het beperkt de manier waarop je je kunt gedragen’, zegt Vasterling. Doordat er bestaande beelden zijn van mannelijkheid, zoals machogedrag, initiatief en fysiek kracht, gaan mannen zich bewust of onbewust meer gedragen naar die norm, omdat ze een echte man willen zijn. Voor vrouwen geldt dat met andere beelden, zoals empathisch vermogen en zorgzaamheid, ook. ‘Of de binaire indeling bepalend is voor het stereotiepe man- en vrouwgedrag durf ik niet te zeggen, maar het is beslist een versterkende factor.’ De krappe keurslijven doen volgens Wesseling meer kwaad dan goed. ‘De stereotypeconstructies van mannelijkheid en vrouwelijkheid zijn zo beperkend, dat ik denk dat maar weinig mensen zich daar comfortabel bij voelen.’ Vertoon je als man vrouwelijke trekjes dan ben je een homo. Laat je als vrouw mannelijke trekjes zien, dan ben je een manwijf. ‘Daarnaast blijkt telkens weer dat lang niet iedereen zich met een van de twee genders kan identificeren’, legt Wesseling uit. ‘Toch harken wij alles dat niet in ons genderbinaire systeem


Alle kleuren van de genderboog Tekst: Bas van Woerkum/ Illustraties: Jeroen Wintraecken P. 12

past naar links of naar rechts. Dat geeft een geforceerde sociale situatie, met allerlei vormen van uitsluiting en discriminatie tot gevolg. Denk maar aan het extreme geweld dat soms tegen homo’s of transgenders plaatsvindt in de publieke ruimte. Laat mensen gewoon zelf hun positie kiezen in een vloeiend spectrum.’

als het gaat om genderneutrale behandeling. De genderhokjes zijn de laatste jaren juist vernauwd, in plaats van verbreed. Schuilt er een genderneutrale toekomst achter de donkere wolken? ‘Ik denk dat het genderspectrum diverser zal worden’, legt Wesseling uit. ‘We zullen altijd de noties van gender hebben, maar ik denk dat ze zullen diversifiëren. De acceptatie daarvan moet geleidelijk worden afgedwongen door ingerichte sociale patronen te veranderen: de zorgtaak moet bijvoorbeeld niet meer automatisch bij de vrouw terechtkomen en de man moet niet vanzelfsprekend de kostwinnaar zijn. Idealiter gebeurt dat door emancipatiestrijd, die zowel door mannen als vrouwen wordt gevoerd. Daarmee is genderbinariteit niet verdwenen, maar het vergroot wel de speelruimte binnen de genderhokjes.’ Ook Vasterling is niet somber over de toekomst. ‘Ik merk dat er veel interesse onder studenten is en ieder jaar nemen de studentenaantallen bij gendercursussen toe’, vertelt ze hoopvol. ‘De politieke betrokkenheid onder deze generatie studenten neemt in het algemeen ook weer toe. Misschien is het een illusie dat gender er ooit helemaal niet meer toe doet, maar ik ben ervan overtuigd dat het een veel minder grote rol zal gaan spelen.’ ANS

Universitaire Studentenraad

Historisch dieptepunt Tegenwoordig is er meer aandacht voor genderonderzoek en ook meer tolerantie voor niet-genderbinaire personen dan enkele jaren geleden, erkennen de genderwetenschappers. Volgens hen zitten we op het gebied van genderneutraliteit historisch gezien echter eerder in een diep, donker dal: ‘De implicit bias – de set onbewuste vooroordelen – van mensen is enorm toegenomen en dat werkt de successen van de tweede feministische golf tegen’, denkt Vasterling. ‘Dat komt bijvoorbeeld doordat wetenschappers hun onderzoeksresultaten in genderbinaire termen blijven uitleggen, terwijl de resultaten dat strikte onderscheid niet laten zien. Zo worden stereotypen quasi-wetenschappelijk bevestigd. In sommige periodes waren de stereotypen veel minder sterk dan nu. Toen ik opgroeide was er bijvoorbeeld geen meisjes- of jongensspeelgoed.’

‘Op tienduizend momenten van de dag worden we gedwongen man of vrouw te zijn.’ Ook Mak vindt niet dat de hoeveelheid aandacht voor genderproblemen een stijgende lijn op het gebied van genderneutraliteit suggereert. ‘Ik denk dat er te veel aandacht is voor individuele oplossingen – mensen krijgen sneller een genderoperatie – en te weinig voor de maatschappelijke invloed op gender. Door het genderprobleem individueel op te lossen, ontsnap je niet aan de genderbinariteit. Een genderidentiteitsstoornis moet volgens Mak ook worden gezien als een sociaal probleem: je ziet jezelf eerder als transgender wanneer de man-vrouwhokjes heel sterk zijn afgebakend. ‘Dat heeft niet alleen met individuele of psychologische factoren te maken, maar ook met de dwang van de maatschappij om ons op een bepaalde manier te gedragen’, vertelt Mak. ‘Aan de ene kant hebben we een samenleving waarin iedereen voortdurend wordt opgeroepen zichzelf te zijn. Aan de andere kant, op heel subtiele manieren en op tienduizend momenten van de dag – door kleding, kleedkamers, toiletten, enzovoorts – worden we gedwongen man óf vrouw te zijn.’ Genderneutrale samenleving? Volgens de genderexperts blijven wetenschappers de stereotypen van mannelijkheid en vrouwelijkheid bevestigen en zitten we historisch gezien zitten op een dieptepunt


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 14

ansjes Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com De meiden van The Young Voices zoeken versterking voor hun koor! Ben jij tussen de 12 en de 25 en hou je van zingen en gezelligheid? Kom gewoon eens langs! Voor meer info: www. jeugdkoorsmile.nl

ansjes Wil je meedenken aan vraagstukken van bedrijven over duurzaamheid en innovatie? Kom dan bij studentenorganisatie AGREEn! Check onze website www.AGREEn.nl of stuur een mail naar info@ AGREEn.nl. AGREEn. Students for Sustainable Solutions


werk, ANS Tekst: Wisse de Jonge/ Foto:Leef, Lorenwoon, Brouwers Hetfeest... Laatstemet Oordeel P.P.15 15

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Biologie College Humane functionele histologie, 31 mei,

Eindcijfer:

8.45-10.30, HG 00.307 Docent: dr. C.E.E.M. van der Zee Uitstraling: Lieve middelbareschooldocent Publiek: Klapperende eierstokken en trillende teelballen Inhoud: Geslachtsorganen

Ineke van der Zee is al een paar minuten te laat en komt samen met de laatste studenten de trap afgedaald. Ze trekt een sprintje naar de computer voorin de zaal. Na het prutsen met de microfoon en het lang zoeken naar de PowerPoint, komt uiteindelijk een dia met de tekst ‘Het mannelijk geslachtsorgaan’ in beeld. Terwijl ze een eicel die wordt binnengedrongen door een spermacel op het bord tekent, vertelt ze dat er vandaag twee onderwerpen aan bod zullen komen: het mannelijk en het vrouwelijk geslachtsorgaan. ‘Dit college wordt een romantisch verhaal over de eicel en de spermacel’. Ze snapt de ballen van techniek, maar weet wel direct de aandacht van haar eerstejaarsstudenten te pakken, die ijverig de twee cellen natekenen. Van der Zee vertelt enthousiast over de werking van het mannelijk geslachtsorgaan en ook over hoe dit niet altijd werkt. ‘Tijdens de jaren 80 kon een kennis van mij geen kinderen krijgen vanwege zijn veel te strakke spijkerbroek’, vertelt ze lachend. ‘Toen hij een andere broek ging dragen, was het meteen raak.’ Door de speelse manier waarop ze dit soort anekdotes vertelt, krijg je soms het idee dat ze voor een klas vol pubers staat. Haar PowerPoint is daarentegen van een beduidend hoger niveau. Veel opsommingen van lastige Latijnse termen en meerdere uitvergrote afbeeldingen van cellen komen voorbij. ‘Dit is een van mijn favoriete foto’s’, zegt Van der Zee terwijl ze met de laserpointer over een sterk ingezoomde afbeelding van een spermacel gaat. Het plaatje ziet er op het eerste gezicht onduidelijk uit, maar Van der Zee geeft snel toelichting. ‘Op deze foto zijn alle stadia van spermatogenese goed te zien, maar ik zal jullie toch even helpen’, vertelt ze op moederlijke toon. Met behulp van veel termen die beginnen met ‘sperma’ vertelt de docent over het indalen van de ballen, vasectomie en de gemiddelde hoeveelheid spermatozoa, oftewel zaadcellen, die bij een enkele ejaculatie naar buiten ‘zwemmen’. ‘Ik zocht een keer op

internet naar filmpjes over zwemmende spermatozoa. Ik zag inderdaad sperma, maar het was niet wat ik wilde zien’, grapt de celbioloog kort voor de pauze. ‘Gelukkig was mijn man er niet bij’, grinnikt ze. Uit de zaal klinkt geroezemoes en gelach. Tijdens de pauze rommelt de docent net als aan het begin van het college met de computer. Op zoek naar de presentatie over het vrouwelijk geslachtsorgaan logt ze pardoes uit. Een student schiet haar te hulp. Als ze de presentatie heeft geopend, richt Van der Zee zich op de mannelijke studenten: ‘Ik weet dat jongens altijd wat meer achterover leunen bij dit onderwerp, maar blijf er toch even bij’. Aan de hand van een ingezoomde foto van een konijnenovarium behandelt ze de vijf stadia van de vrouwelijke cyclus. ‘Sorry, er waren geen menselijke eierstokken beschikbaar’, verontschuldigt Van der Zee zich. Ondanks de grote hoeveelheid ingewikkelde Latijnse termen blijven zelfs de jongens tot het einde rechtop zitten. Het college van Van der Zee is geen zaaddodende materie.

Het Laatste Oordeel der Studenten De jonge biologen zijn zeer te spreken over de docent celbiologie. Volgens de studenten is ze een gezellige, enthousiaste vrouw die goed uitlegt. De meesten vinden haar verhaal interessant, vermakelijk en goed te volgen. Haar presentatie oogt echter wat chaotisch en de dia’s komen niet altijd even goed over, vindt een student. Ook doen haar leuke anekdotes soms meer kwaad dan goed. Enkele studenten raken bijvoorbeeld afgeleid door het verhaal over zwemmende spermatozoa. Een andere student voelt zich wat gekleineerd en vindt Van der Zee ‘iets te veel een middelbareschooldocent’. Desondanks heeft Van der Zee zich niet voor lul gezet en geeft ze potent college. ANS


www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 16


Illustratie: Anne van der Heijden Ans deze maand P. 17


Tekst: Vera Crienen/ Foto’s: Kelley van Evert Flikken Nijmegen P. 19

flikken nijmegen Het politiebusje in de Molenstraat is een bekend fenomeen bij het uitgaanspubliek. ANS liep een nacht mee met de nachtelijke horecadienst van de politie en ervaarde hoe een stapavond verloopt voor de Nijmeegse agenten. In de kroegenstraten van Nijmegen is het alle avonden feest. Allerhande publiek, waaronder studenten, komt naar het centrum voor een nachtje zuipen, zingen en dansen. De kroegen stromen vol en tot in de late uurtjes duurt het feest voort. De festiviteiten worden echter regelmatig verstoord door ruziezoekers, wildplassers of comazuipers. Om te zorgen dat de nachten gemoedelijk en veilig verlopen, is er van half 11 tot ongeveer half 7 altijd een politieteam aanwezig in de Molenstraat dat een oogje in het zeil houdt. Hoe verloopt een stapavond voor deze politieagenten? Het team dat deze avond horecadienst heeft, bestaat uit zes agenten. Het zijn alle zes nog jonge dienders tussen de twintig en veertig jaar. Ard Meijer, de goedlachse brigadier, heeft vanavond de leiding. Op het hoofdbureau roept hij het team bij elkaar om een aantal aandachtspunten voor de komende nacht te bespreken. ‘Gisteren hebben veel scholieren gehoord dat ze geslaagd zijn, dus we verwachten een drukke avond’, deelt Ard mee. ANS liep een nacht mee met de politie en ervaarde een uitgaansavond door de ogen van de Nijmeegse wetsdienaars. Vliegende start Voordat de avond goed en wel is begonnen, komt al tijdens de briefing een noodmelding binnen over een ruzie in de wijk Biezen, waar honkbalknuppels aan te pas komen. De agenten springen abrupt op en rennen opgetogen de deur uit. De melding belooft spanning en actie en zorgt voor een uitgelaten sfeer onder de agenten. Met gierende banden scheuren drie politiebusjes weg. Aangekomen op de plaats delict, treffen Ard en zijn team een man aan met een flinke hoofdwond. De agenten zorgen dat er een ambulance ter plekke komt. Op straat slaan een paar ramptoeristen de opschudding gade. De andere ruziemaker is al op weg naar zijn huis en heeft volgens een getuige geroepen dat hij zijn

vuurwapen gaat halen. Een van de politiebusjes racet naar het huis van de verdachte en de agenten treffen inderdaad een geladen pistool aan, in een woning met kinderen nota bene. De eigenaar van het wapen wordt opgepakt en de drie busjes keren terug naar het hoofdbureau.

Voor de deur van het Kolpinghuis treffen de agenten drie dronken jongens aan, liggend in hun eigen kots. De zaak van het mysterieuze meisje Terug op het bureau jaagt Ard de briefing er snel doorheen; het horecateam wil op tijd de stad in. Hij splitst het team van zes agenten op in drie koppels. Op de fiets vertrekken ze richting de Molenstraat. Ard fietst samen met Moniek, een van de dienstdoende agenten van de avond, eerst een rondje door het centrum. Ze doen vooral plekken aan waar vaker overlast wordt gemeld. Ze rijden bijvoorbeeld langs de tippelzone bij het Joris Ivensplein en langs de Waalkade. ‘Hier veroorzaken hangjongeren veel overlast en er wordt veel gedeald’, vertelt Ard. Onderweg spreekt Moniek een aantal jongeren aan met flesjes en blikjes bier in de hand. Op straat drinken is strafbaar en de alcoholische drankjes moeten direct worden weggegooid. Eenmaal aangekomen op de Waalkade treffen de twee agenten een meisjesfiets aan met een tas aan het stuur en de sleutel nog in het slot. Op het muurtje ernaast staan twee bijna lege flessen drank. De grond ligt bezaaid met ballonnen en lege lachgaspatronen. In de omgeving is echter


niemand te bekennen. Na wat speurwerk in de tas, waar een naam in staat, blijkt de fiets van een zestienjarig meisje te zijn. ‘Ik vind dit een rare situatie’, zegt Ard bedenkelijk. Moniek knikt instemmend. ‘Zestien jaar is heel jong, ik maak me zorgen om haar.’ De twee agenten besluiten de ouders van het meisje in te lichten. Volgens hen zou het meisje op een schoolfeest in het Kolpinghuis aan de Bloemerstraat moeten zijn. De agenten pakken hun fiets weer op en rijden naar het feest om het verdwenen meisje op te sporen. Voor de deur van het Kolpinghuis treffen ze drie dronken jongens aan, liggend in hun eigen kots. Ard zet twee andere agenten van het team op deze situatie, terwijl hij en Moniek verder zoeken naar het mysterieuze meisje. Eenmaal binnen vinden ze haar gelukkig snel. Ze is duidelijk flink aangeschoten, maar wanneer Moniek haar vraagt wat er is gebeurd, liegt de scholier de agent glashard voor. ‘Ik was daar niet en ik heb ook geen lachgas gebruikt’, verzekert ze de politie. De agenten weten wel beter en ze wordt meegenomen naar het bureau, waar de ouders van het meisje haar komen ophalen. Na een preek van de ouders en de agenten, maar zonder boete, gaat het meisje met haar ouders naar huis. ‘Ze heeft haar lesje wel geleerd’, vindt Ard. Politieselfie Nu het mysterie van het verdwenen meisje is opgelost, kunnen de agenten weer terug naar het busje in de Molenstraat. Hoewel dit het centrale punt is tijdens de horecadienst, zijn Ard en Moniek er nog nauwelijks geweest deze avond. ‘Soms komen er veel meldingen binnen waarop we moeten reageren’, legt Ard uit. ‘Gelukkig zijn we met drie koppels, dus meestal is er wel iemand aanwezig in de Molenstraat.’ Geregeld komen er aangeschoten mensen langs die grappig Ard en Moniek trekken de naam van het meisje na.

‘Na een uur is Study Buddy ingewerkt en zijn je cognitieve prestaties vier tot vijf uur verhoogd.’

Voor het Kolpinghuis treffen Ard en Moniek dronken jongens aan, liggend in hun eigen kots.


Ard praat met de jongen die uit de kroeg is gezet.

denken te zijn. Een jongen vraagt of hij een blaastest mag doen. Zijn vrienden staan op een afstandje te gieren om de fantastische grap van hun maat. Ard neemt het sportief op en laat hem voor de lol over een rechte lijn lopen terwijl hij het topje van zijn neus aan moeten raken. Een andere groep jongens wil graag een selfie nemen met Ard. De hoofdagent is in een goede bui en doet ongedwongen mee. ‘Die vraag krijg ik wel vaker hoor’, lacht hij. ‘Vaak zijn het opdrachten van studieverenigingen of weddenschappen.’ Even later komt een zwaar beschonken man langslopen. Hij is in zijn eentje en begint te kletsen tegen de agenten. ‘Ik kom uit Rosmalen, dat ligt vlakbij Den Bosch. Vinden jullie trouwens niet dat de jeugd van tegenwoordig maar herrie schopt? Ik heb zelf ook wel genoeg uitgevreten in mijn tijd, hoor. Is dat nou leuk, politie zijn? Had ik al verteld dat ik uit Rosmalen kom? Dat ligt vlakbij Den Bosch.’ Zo ratelt de zuipschuit nog even door. Ard hoort de lallende man geduldig aan en maakt wat grapjes tegen hem, al lijkt de zatte vent die niet helemaal te vatten. Onruststokers en oproerkraaiers Toch is de sfeer niet alleen gemoedeliijk in de Molenstraat vannacht. Een meisje heeft een identiteitskaart die niet van haar was getoond aan de uitsmijter van een van de kroegen. Deze overhandigt de ID-kaart aan de politie. Volgens het meisje berust de hele situatie op een misverstand en ze gaat in discussie met een van de agenten. Deze geeft niet toe. ‘We kunnen de ID-kaarten wel meteen teruggeven, maar dan is er geen leermoment’, legt Ard uit. In

plaats daarvan stuurt de politie alle identiteitskaarten die ze verzamelen op een avond naar de gemeente. Vooral op avonden als deze, wanneer er veel jonge scholieren in de stad rondlopen, kan dat aantal oplopen tot tien kaarten op een avond.

De boel lijkt gesust, maar ineens slaat de sfeer om. De jongen is weer opgefokt en begint te schelden. Plotseling haast Ard zich met twee collega’s naar het pleintje voor de kroegen. Daar is een opstootje, omdat een jongeman een meisje in het gezicht zou hebben geslagen in De Drie Gezusters. De jongen is door de uitsmijter uit de kroeg gezet en staat nu heibel te schoppen voor de ingang. Een van de agenten praat met het geslagen meisje en Ard met de jongen. De boel lijkt gesust, maar ineens slaat de sfeer om. De jongen is weer opgefokt en begint te schelden. De agenten sturen hem met dwingende hand weg. ‘Als hij straks durft terug te komen, pakken we hem op’, zegt Ard. ‘Aan zijn ogen te zien heeft hij drugs gebruikt. In combinatie met alcohol veroorzaakt dit vaak aggresiviteit.’ Rond drie uur is het weer rustig in de Molenstraat. Ard maakt een praatje met de uitsmijters van de kroegen. Tijdens stapavonden werken de agenten samen met hen om


Flikken Nijmegen P. 22

de nacht zo rustig mogelijk te laten verlopen. Wanneer de uitsmijters assistentie van de politie nodig hebben, seinen ze de politie aan de overkant met kleine lampjes die ze bij zich dragen. De meeste kleine problemen worden echter door de portiers zelf opgelost. ‘Kroegen hebben in principe hun eigen deurbeleid’, vertelt Ard. ‘Wij hebben niets te maken met wie zij toelaten of weigeren.’ Ludieke studenten Het aantal problemen en opstootjes verschilt per avond. Deze nacht verloopt relatief rustig volgens Ard. De zaterdag is de drukste avond van de week, maar op vrijdag wordt er vaak ook al flink gestapt. Daarnaast is donderdag de studentenavond. Volgens Ard zorgen de Nijmeegse studenten doorgaans voor gezellige donderdagavonden en ludieke introducties aan het begin van het jaar. ‘Ludiek wil voor ons natuurlijk zeggen: “Binnen de wettelijke grenzen”, maar de activiteiten zijn zeker leuk om naar te kijken’, grapt Ard. Studenten zijn niet altijd alleen maar gezellig en misdragen zich soms ook. ‘Wanneer we te maken krijgen met studenten, gaan de problemen vooral over wildplassen, valse ID’s, fietsverlichting, drinken op straat en opstootjes’, somt Ard op. ‘Ook overmatig drugs- of alcoholgebruik komen we regelmatig tegen.’ Wat betreft dronkenschap krijg je echter pas met de politie te maken als je echt niet meer kunt lopen, je vrienden je niet thuis kunnen of willen brengen, of wanneer je een gevaar voor jezelf of anderen bent. ‘Meestal

word je dan wakker in de cel en als beloning krijg je een forse boete’, vertelt Ard. ‘Na een nachtje de roes uitslapen mag je met een kater het politiebureau verlaten.’ In or out Ondertussen is het bijna vier uur. De kroegen beginnen hun deuren te sluiten en enkele studenten glippen snel nog een café binnen voordat ze buiten worden gesloten. Enkele jongens zijn net te laat en druipen beteuterd af naar de Febo als laatste bestemming van de avond. Door de regen blijft niemand buiten rondhangen. De kroegen bepalen zelf wanneer het laatste nummertje wordt gedraaid. Voor het politieteam met horecadienst is dat erg prettig. ‘Op die manier lopen niet alle kroegen tegelijk leeg, waardoor het relatief rustig blijft buiten’, licht Ard toe. Buiten begint het al licht te worden. Ard en Moniek fietsen nog een rondje door het centrum om te kijken of alles ook rustig verloopt bij de andere kroegen. Op een melding van een klein opstootje bij het Bascafé na, blijft de sfeer in de stad kalm en gezellig. De meeste kroegen sluiten nu dan echt hun deuren en het uitgaanspubliek haalt nog een broodje döner of gaat direct naar huis. Ook de agenten stappen op de fiets om weer terug naar het bureau te rijden. Hun dienst zit er op. De Molenstraat ligt er verlaten bij. Drie eenden fladderen eenzaam op de weg. Ruziënd om een stukje hamburger veroorzaken ze het laatste opstootje van de nacht. ANS

‘Na een uur is Study Buddy ingewerkt en zijn je cognitieve prestaties vier tot vijf uur verhoogd.’

Ard maakt een praatje met de uitsmijter van El Sombrero.


Column Lex Crijns P. 23

verward Lex Crijns snapt er af en toe helemaal niets van en probeert zijn verwarring in vierhonderd woorden voor u samen te vatten. Als u het niet begrijpt, vindt hij dat niet erg; dan is hij tenminste niet de enige. ‘Niemand is een binnenmens’, zo verzekert buitensportwinkel Bever ons trots via elk reclamebord dat je naast de weg tegenkomt. Het is ook wel iets om trots op te zijn: de keten heeft zijn doelgroep succesvol weten uit te breiden tot honderd procent van de bevolking. Zelfs de immens populaire Partij Voor de Vrijheid weet op haar beste momenten maar grofweg een vijfde van de mensen aan zich te binden. En dat is alleen maar in Nederland. Volgens Bever is níemand een binnenmens. Echt helemaal niemand. Ik vraag me af hoe ze daar zo zeker van kunnen zijn. Zouden ze het mensen op straat gevraagd hebben? ‘Mevrouw, bent u misschien een binnenmens?’ Vrij suggestieve vraagstelling natuurlijk, maar dan loop je ook nog tegen het probleem aan dat binnenmensen - als die bestaan - zich een stuk minder op straat begeven en je die dus niet te spreken krijgt. Zo kun je best tot de conclusie komen dat de binnenmens een soort mythisch wezen is dat eens in de honderd jaar door iemand gezien wordt, maar waarvan niemand tot nu toe bewegende beelden heeft weten te maken. Toch moeten ook de hypothetische binnenmensen ooit naar buiten. Om boodschappen te doen bijvoorbeeld (350 blikjes witte-bonen-in-tomatensaus en een karretje vol ingeblikte sardientjes zodat er de rest van het jaar niets gekocht hoeft te worden). Zouden ze dan angstig om zich heen kijken en telkens terugdeinzen bij de aanblik van geasfalteerde wegen en planten zonder pot? Laat staan bij het idee dat ze niet beschut worden door vier muren, dubbelglazen ruiten en een geïsoleerd plafond.

ANS ZOEKT MEDEWERKERS Vind jij het leuk om te schrijven? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl. Schrijfervaring is niet nodig!

De binnenmens is schuw, zoals je verwacht van zo’n zeldzaam schepsel. Moeilijk te spotten dus. Ik vraag me af wat de volgende binnenmens die buiten komt om sardientjes te kopen zal denken van de campagne van Bever. Hij of zij zal in elk geval niet per direct een paar peperdure wandelschoenen aan gaan schaffen. Maar zal er geschreeuwd of geprotesteerd worden? Zullen er boze brieven worden geschreven? Waarschijnlijk niet. De binnenmens zal zich nog schuchterder opsluiten in zijn of haar eigen huis en voortaan maar de gordijnen gesloten laten. ‘Deze wereld is niet voor mij.’


De Graadmeter Tekst: Pim ten Broeke en Wout Zerner/ Foto’s: Redactie/ Illustraties: Joost Dekkers P. 24

De graadmeter In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Alternatieve drankspellen

Wat: Smurfzuipen Spelplezier: Helemaal naar de smurf Kotsfactor: Smurfed up

Wat: Zwerkbalbierpong Spelplezier: Bevlogen tovenaars Kotsfactor: Beuker in je maag

Wat: Mario Kart Spelplezier: Vrolijke wegmisbruikers Kotsfactor: Flink van de ka(a)rt

Vroeger waren de smurfen ieders beste maatje. Om die mooie momenten te herbeleven, zoek je op YouTube naar de eerste de beste aflevering en plof je met andere smurfsympathisanten op de bank. Met een halflauw blik Schultenbräu in de aanslag start je vol goede moed het filmpje. Elke keer dat het woord ‘smurf’ voorbijkomt, wordt er een slok bier genomen. Na zeventien keer ‘smurf’ in de minuut durende intro, zinkt de moed bij iedereen al in de schoenen. Halverwege het filmpje is iedereen behoorlijk smurfed up. Je ligt geregeld dubbel door de geniale smurfenhumor, maar dat zou ook kunnen liggen aan de vele slokken drank. Als gevolg van het eenzijdige vocabulaire van de vrolijke wezens, is het tempo van het drankspel moordend. Het spel loopt hierdoor een blauwtje.

Bierpong is een magisch mooi drankspel, maar echte baltovenaars wagen zich aan een potje Zwerkbalbierpong. Voor dit spel is een speciale set nodig, die je kunt laten invliegen voor 40 dollar. Een noodlijdende student knutselt natuurlijk zelf wat in elkaar. Binnen tien minuten staat er iets afzichtelijks, maar functioneels op tafel. De bal moet, net als bij bierpong, in de bekers komen. Deze moet echter ook door een van de drie ringen in het midden van het veld worden gegooid. De ringen in het midden maken het spel lastiger, maar zorgen daarmee voor uitdaging en meer fanatisme onder de spelers. Stap echter niet te laat van je bezem af. Anders is de kater de volgende ochtend allesbehalve magisch.

Rijden met een borrel op is verboden, maar daar geven Mario en zijn vrienden niets om. Met een biertje in de ene hand en de Wii-controller in de ander, kies je een blitse bolide uit. De uitdaging is om een biertje op te drinken voordat de kart over de finish scheurt. Dit is geen kinderspel, want tegelijk sturen en drinken is voor de gemiddelde Italiaanse loodgieter niet weggelegd. Als een heer in het verkeer manoeuvreer je behendig over de gevarieerde circuits. Een aantal races en biertjes later kan je die hoffelijkheid echter vergeten, want je bent meer bezig met het vervloeken van Mario en zijn kompanen. Om het spel nog een extra dimensie te geven, bestook je je vrienden op weg naar de stad met bananenschillen en de gekidnapte schildpad van je huisgenoot. ANS

Benieuwd naar nog meer alternatieve drankspellen? Kijk op ANS-Online.nl


bruut debuut

De Vlaamse schrijver Lize Spit debuteerde afgelopen jaar succesvol met Het smelt. Het boek heeft een erg duistere kant, die lezers op voorhand vaak niet verwachten bij Spit. ‘Mocht ik nu een man van vijftig zijn met een van alcohol doordrongen gezicht, dan zou iedereen snappen waar de hardheid vandaan komt.’


Bruut debuut Tekst: Noor de Kort/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 26

‘Met dezelfde ingrediënten kun je een heel goed, maar ook een heel slecht brood bakken’, zegt Lize Spit. Voor haar debuutroman Het smelt, die afgelopen januari verscheen, gebruikte ze standaard ingrediënten: opgroeien in een dorp, daaruit losbreken en omgaan met seksualiteit. Het smelt is een succesvol brood: de roman wordt acht keer vertaald en een verfilming is in de maak. Spit groeide op in Viersel, het Vlaamse dorp dat model stond voor het verhaal van haar debuutroman. Al tijdens haar jeugd was ze veel bezig met schrijven. ‘Ik klampte me er toen al aan vast dat ik met schrijven iets wilde bereiken.’ Daarin is ze geslaagd. In 2013 won Spit zowel de jury- als publieksprijs van Write Now! en publiceerde daarnaast proza en poëzie in de literaire tijdschriften Het Liegend Konijn, De Gids en Das Magazin. Haar debuutroman Het smelt bevat een duisterheid die je niet zoekt achter het schattige uiterlijk van Spit. Nadat ze is neergeploft op de bank – ‘Amai, wat zit er veel stof in die zetel!’ – vertelt de schrijver over de inspiratie die ze haalt uit treurigheid en haar hang naar het macabere. Afrekening Het smelt gaat over Eva, die opgroeit in een klein dorp in Vlaanderen. Met haar vrienden Pim en Laurens vormt ze het hechte trio De Drie Musketiers. Wanneer de puberteit aanbreekt, verandert de vriendschap. Pim en Laurens bedenken wrede spellen waarbij meisjes worden gedwongen hun kleding uit te trekken. Eva wordt gekozen tot spelleider en heeft weinig andere keus dan meegaan in de plannen die de andere musketiers beramen. Dertien jaar later keert ze terug naar het dorp en besluit ze zelf de spelregels te bepalen. Veel gebeurtenissen uit het boek komen voort uit observaties die Spit al tijdens haar jeugd deed. ‘Ik wist toen al: dit wordt ooit een boek’, licht ze toe. Het verhaal is niet autobiografisch, maar wel sterk geënt op de werkelijkheid. Eva is een personage dat dicht bij Spit zelf staat. ‘Zij heeft sterk mijn stem. Mijn vrienden zeiden: “Als ik het boek las, hoorde ik jou de hele tijd praten.” Alle personages zie ik voor me, maar van Eva weet ik eigenlijk niet hoe ze eruitziet, omdat ze een deel van mezelf is. Het voelt alsof ik Eva meenam als ik terugreed naar het dorp en ik haar door heel mijn jeugd heb geloodst. Toen het verhaal af was, heb ik haar daar achtergelaten. Ze is een deel van mezelf dat ik van me heb afgeschreven.’ Het boek is volgens Spit in zekere zin een afrekening met gebeurtenissen uit haar jeugd. ‘Ik kon als kind soms denken: “Dit is heel droevig, maar ik ga er later iets goeds over schrijven.”’ Onttoverd Spit haalt veel inspiratie uit negatieve gebeurtenissen. ‘Op momenten dat iets mij droevig maakt, gaat er een knop om in mijn hoofd en denk ik: “Zuig dit in je op en doe er iets mee, want dan is dit niet voor niets geweest.” Deze knop gaat heel makkelijk om bij negatieve dingen en niet bij positieve. Toen ik laatst op straat fietste, vloog een duif langs mijn voorwiel. Ik keek naar de duif en precies op dat moment, werd deze overreden door een auto. Ik had mijn koptelefoon op, maar ik hoorde door de muziek heen het kraken van het skelet. Dan denk ik direct: hier

moet ik iets mee doen. Ik haal dan mijn genoegen uit het heel goed beschrijven van het sterven van die duif.’ Hoewel ze beweert erg gelukkig te zijn, zegt Spit dat ze een zware ziel heeft. Ze denkt dat deze in de toekomst alleen maar zwaarder zal worden. ‘Hoe ouder je wordt, hoe meer teleurstellingen er volgen.’ Een mooi woord voor het proces van teleurstelling vindt Spit ‘onttovering’. Ze vervolgt dat ze hier veel last van heeft gehad. ‘Ik besef steeds meer dat het leven een grote grap is. Eerst bestaat Sinterklaas al niet en de onttovering gaat gewoon door. Ik heb bijvoorbeeld gewerkt bij een grote bioscoop. Daarvoor at ik heel graag popcorn, maar omdat ik nu weet hoe het daar wordt afgeleverd, kan ik het echt niet meer kopen. De popcorn in die gezellige, kermisachtige bakken wordt namelijk afgeleverd in enorme vuilniszakken.’

‘Ik kan prima balletjes in tomatensaus eten, terwijl ik op televisie naar een openhartoperatie kijk.’ Spit vervolgt dat ze clichés vroeger verwerpelijk vond, maar dat ze nu steeds vaker merkt dat ze kloppen. ‘Een cliché bestaat, omdat iets vaak voorkomt. Vroeger vond ik ze daarom het bewijs dat we ons te snel bij zaken neerlegden. Nu besef ik steeds vaker dat het kleine wijsheden zijn. Ik ben soms bang dat je aan het einde van je leven geen enkele illusie meer kunt hebben.’ In haar beschrijvingen verwerkt Spit niet veel emotie. ‘Ik vind pathetiek echt dodelijk voor een verhaal. Sommige schrijvers schrijven heel zacht en lief. Ze steken het verdriet in de woorden zelf, zodat je als lezer niet anders kunt dan beginnen te huilen. Mijn verhaal is liefdevol, maar wel op een koele manier geschreven.’ Lachend vervolgt ze dat lezers zich er vaak over verbazen dat een schattig ogend meisje zoals zij zo hard kan schrijven. ‘Mocht ik nu een man van vijftig zijn met een van alcohol doordrongen gezicht, dan zou iedereen snappen waar de hardheid vandaan komt.’ Spit vertelt dat ze altijd al een fascinatie heeft gehad voor de duistere zaken. ‘Ik smulde vroeger al van de ongekuiste sprookjes van de gebroeders Grimm met afgehakte hoofden. Nog steeds kan ik prima balletjes in tomatensaus eten, terwijl ik op televisie naar een openhartoperatie kijk’. Zelfkastijding Schrijven over wrede spellen en afrekenen met treurigheid; het is niet erg verrassend dat sommige critici Het smelt te zwartgallig vinden. Spit begrijpt deze kritiek, maar ze stelt dat het verhaal niet alleen uit doffe ellende bestaat. ‘Ik hoor ook dat mensen hardop hebben gelachen om bepaalde beschrijvingen. Het verhaal zelf is heel donker, maar gaandeweg lach je wel hier en daar. Ik moet het hebben van taal en humor die ontstaat uit een situatie.’ Kritiek die haar wel echt wat doet, is dat de Nederlandse taal slordig zou zijn. Spit vindt dat er ruimte moet zijn voor het eigen taalgebruik van de auteur. ‘De discussies gaan over dingen als


“Ik was me” en “Ik was mezelf”. Ik schrijf “Ik was mezelf”, omdat ik dat zo zeg. In Vlaanderen zijn ze daar echt over gestruikeld.’ De taal in Het smelt is typisch Vlaams, maar bevat woorden en uitdrukkingen die ook in Vlaanderen niet algemeen bekend zijn. Hierop is veel commentaar, vertelt Spit verontwaardigd. ‘Wij zeiden vroeger bijvoorbeeld “peperdoos” tegen een moedervlekje dat een bultje vormt.’ Ze wijst met haar vinger naar het moedervlekje op haar kin. ‘Dat woord staat zelfs niet in een Vlaams woordenboek, maar ik vind dat het er in moet, omdat wij het zo zeiden.’ Hoewel de overgrote meerderheid van de recensies positief is, bevuilt de kritiek het werk wel een beetje voor Spit. ‘Ik kan mijn boek nu niet meer zien, zonder een beetje de pijn te voelen van commentaar dat mij kwetste’, stelt ze. Toch kiest ze ervoor om alle kritiek te lezen. ‘Ik hou wel van een beetje zelfkastijding’, zegt Spit lachend terwijl ze een denkbeeldige zweep over haar schouders beweegt. Foute richting In de recensies wordt lovend gesproken over de hoofdstukken, die ‘miniatuurtjes’ zouden zijn: op zichzelf staand en mooi rond geschreven. Volgens critici komt hier de kracht van Spit

als korte-verhalenschrijver naar voren en moet haar volgende werk daarom een korte-verhalenbundel worden. Spit vertelt echter dat ze voor haar volgende boek bezig is met een roman. ‘Ik schrijf liever een roman dan korte verhalen. Aan het schrijven van een roman is het zo fijn dat je helemaal door het verhaal wordt opgeslorpt; het wordt voor een tijdje helemaal jouw wereld. In mijn verhalen kan ik overal naartoe. Bij een roman is dat nog intenser dan bij een kort verhaal. Korte verhalen brengen mij nooit ver genoeg van mijn saaie, stabiele leven.’ In de nieuwe roman wil ze proberen hoopvoller te schrijven

‘Korte verhalen brengen mij nooit ver genoeg van mijn saaie, stabiele leven.’ dan in Het smelt. ‘Ik zal ook wel moeten, want anders krijg ik het stempel van de droefgeestige Lize Spit’, zegt ze lachend. Ze is even stil en vervolgt dan: ‘Als ik er nu over nadenk, wordt mijn volgende boek misschien nog wel donkerder dan Het smelt. Oei, dat is een stap in de foute richting.’ ANS


Stamgasten Tekst: Chiel Nijhuis/ Foto’s: Pia Rademacher/ Illustratie: Josse Blase P. 28

Stamgasten

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers, elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze keer: INTERNATIONELE studentenvereniging Aegee-Nijmegen in café van rijn

Carlijn en Olaf

Vlnr: Lisan, Nienke, Carlijn, Matthijs en Olaf

Matthijs en Nienke

Matthijs (23), derdejaarsstudent Taalwetenschappen, heeft er zin in vanavond. ‘Deze tent is echt geweldig. De eerste biertjes haal je hier en dan is de avond echt begonnen.’ Het is druk op het terras van Café van Rijn tijdens de borrelavond van studentenvereniging AEGEE-Nijmegen. Binnen is het niet minder gezellig. Vijf studenten maken zich op voor wat weer een gedenkwaardige avond moet worden. AEGEE is een grote internationale studentenvereniging met 180 afdelingen in Europa. De afdeling in Nijmegen telt ongeveer tweehonderd leden. De vereniging organiseert niet alleen veel activiteiten in Nijmegen zelf, maar ook in het buitenland. Lisan (20), tweedejaarsstudent Notarieel Recht, vertelt enthousiast over de Summer Universities. ‘Je gaat dan twee weken naar bijvoorbeeld Boedapest, waar leuke activiteiten voor je zijn georganiseerd door lokale studenten.’ ‘Het leukste aan Summer Universities vind ik de European nights’, zegt Nienke (19), eerstejaarsstudent Lerarenopleiding Wiskunde. ‘Iedereen neemt eten en drinken mee uit zijn eigen land en vertelt hier een leuk verhaal bij. Natuurlijk eindigt de avond in een zatte bedoening.’ Het contact met buitenlandse studenten zorgen voor gekke situaties. Lachend vertelt Nienke over het drugsgebruik van sommige buitenlandse studenten die naar Nederland komen. ‘Tijdens een uitwisseling was er een keer een Italiaans meisje naar Nijmegen gekomen dat alleen maar bezig was met blowen. Ze begon hier al om acht uur ’s ochtends mee, en stak zelfs een keer een joint op naast een zwangere vrouw. Dat kon echt niet.’ Op de borrel van vanavond zijn Nederlandstalige studenten afgekomen. AEGEE-Nijmegen heeft wel veel contacten met andere afdelingen van AEGEE in Europa, maar heeft zelf geen buitenlandse leden. ‘Dat is het grappige’, zegt Olaf (19), eerstejaarsstudent Bedrijfskunde. ‘AEGEE is eerder een studentikoze vereniging met internationale connecties, dan een internationale vereniging.’ Dat je bij de uitstapjes zelf ook in rare situaties terecht kan komen, blijkt uit het verhaal van Carlijn (22), derdejaarsstudent Sociologie. ‘Zelf weet ik ook niet hoe het kan, maar ik ben veel weg en vergeet vaak mijn spullen. Mijn tas ligt ergens in Leiden, mijn telefoon in Amsterdam en mijn jas in Brabant.’ ANS


Stamgasten P. 29

kroegpraat

De sfeer in Café van Rijn zit er goed in. Op het terras is nog amper plek vrij, en ook binnen zit het in de loop van de avond vol met AEGEEleden. Barman Wouter Bron toont zich van zijn beste kant door de AEGEE’ers

te voorzien van shotjes van eigen recept. Café van Rijn is een gezellige kroeg, maar moet het vooral van de bezoekers hebben. Door de doorsnee aankleding laat het café geen blijvende indruk achter.

Wat is de langste afstand die al liftend is afgelegd? Jullie mogen er 5 procent naast zitten. Carlijn: ‘De omtrek van de aarde is toch 40 duizend kilometer?’ Lisan: ‘Ik denk dat het een kwart van de aarde is, dus ongeveer tienduizend kilometer.’ Nienke: ‘Iemand is vast wel eens de hele wereld over gelift.’ Matthijs: ‘Als je een zee over moet steken, vind ik het geen liften meer. Laten we 20 duizend kilometer zeggen.’ Deze jonge kosmopolieten kennen misschien de weg in Europa, maar afstanden schatten hebben ze niet onder de knie. Volgens het Guinness Book of World Records heeft Stephan Schlei met 776.955 kilometer de langste afstand ooit al liftend afgelegd. Noem vijf lidstaten van de Europese Unie die geen deel uitmaken van de Eurozone. Matthijs: ‘Noorwegen, Hongarije en Zweden.’ Olaf: ‘Noorwegen is geen lid van de Europese Unie.’ Nienke: ‘Volgens mij zijn het in ieder geval: Hongarije, het Verenigd Koninkrijk, Kroatië, Tsjechië en Denemarken.’

De pubquiz Welke eigenaardige regel geldt op Franse treinstations? Matthijs: ‘Ik ben nog nooit op een Frans treinstation gestrand, dus ik heb geen idee.’ Lisan: ‘Ik denk dat er op de perrons niet mag worden gerookt.’ Olaf: ‘In Frankrijk lopen ze op het treinstation met een baguette onder hun arm. Dat is echt chaos!’ Nienke: ‘We houden het erop dat je in Frankrijk niet met een baguette het treinstation op mag.’ Houd die baguette maar in je broek. Het antwoord is niet goed. In Frankrijk is het niet toegestaan te zoenen op het perron. Zoenende mensen zouden voor opstoppingen kunnen zorgen, waardoor vertraging kan ontstaan. Welk mythische figuur werd door prinses Europa gebaard, nadat Zeus haar had verkracht? Nienke: ‘Europa is de dochter van Zeus en volgens mij had hij de gedaante van een stier aangenomen.’ Carlijn: ‘Was het geen god?’ Matthijs: ‘Baarde zij niet de minotaurus?’ Helaas is dit antwoord geen biertje waard. Koning Minos werd door deze goddelijke verkrachting verwekt. Op zijn beurt was hij de vader van de minotaurus.

De AEGEE’ers hebben hun eerste biertje verdiend! Binnen de Europese Unie zijn er negen landen waar je niet met de euro kunt betalen, namelijk: het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Zweden, Polen, Hongarije, Bulgarije, Roemenië, Tsjechië en Kroatië. Wat is het motto van de Europese Unie? Nienke: ‘Bier!’ Matthijs: ‘Iets in het Latijn. Het motto klinkt in ieder geval als een pastamaaltijd.’ Lisan: ‘Kunnen we niet gewoon het AEGEE-lied Key to Europe zingen?’ Matthijs: ‘Nee! Dat wil je echt niet horen.’ Olaf: ‘Is het motto niet iets als: ‘Samen voor de eenheid’?’ Het AEGEE-lied opent ongetwijfeld veel deuren binnen Europa, maar bier levert het niet op. Het goede antwoord is ‘in verscheidenheid verenigd’, of in het Latijn: ‘in varietate concordia’.

De Afrekening

De AEGEE’ers laten niet blijken thuis te zijn in Europa. Hun kennis beperkt zich tot de landen waar je niet met de euro terecht kunt. Meer dan een biertje zit er dus niet in. De vereniging zorgt wel voor een goede sfeer in Café van Rijn, wat een bonusbiertje oplevert. Helaas is dat, met een totaalscore van twee biertjes, niet meer dan een doekje voor het bloeden.


Deze ANS niet/ Kutkunst/ Colofon Tekst: Redactie P. 30

DEZE ANS NIET Verdwaal en geniet Aan de Thomas van Aquinostraat staan misschien wel de beroemdste en beruchtste gebouwen van de campus. In deze grijze complexen zijn al veel studenten en medewerkers de weg letterlijk en figuurlijk kwijtgeraakt. Volgend jaar gaat dit architectonisch hoogstandje tegen de vlakte om plaats te maken voor een nieuw, uit glas opgetrokken gebouw, waar hopelijk niemand ooit meer zal verdwalen. Een actiegroep wil met een dappere, maar vergeefse strijd de bouwwerken ‘met hun unieke, verrassende lijnen’ behouden. Of de slopers hier wakker van liggen, is maar de vraag. Misschien moeten de actie-

voerders zich vastketenen aan het TvA-labyrint, zodat ook de nieuwe studenten de weg kunnen kwijtraken in de cultgebouwen van de RU. Tot die tijd: verdwaal en geniet. Panne(n)koek! Deze editie had ANS de eer om cabaretier Peter Pannekoek te interviewen. De redacteuren hadden gemixte gevoelens over het stroperige gesprek. Sommigen vonden het artikel maar gebakken lucht en te erg opgeklopt, bij anderen ging het interview er in als koek. Gelukkig zijn we er hoe dan ook in geslaagd om geen flauwe pannenkoekengrappen te maken.

31e jaargang Hoofdredactie Noor de Kort en Tom Plaum Redactie Vera Crienen Medewerkers Mae Boevink, Pim ten Broeke, Wisse de Jonge, Chiel Nijhuis, Auke van Veen, Bas van Woerkum, Wout Zerner Illustraties Josse Blase, Joost Dekkers, Anne van der Heijden, Jeroen Wintraecken Foto’s Ted van Aanholt, Loren Brouwers, Kelley van Evert, Pia Rademacher Voorpagina Ted van Aanholt Columnisten Cecile Collin en Lex Crijns Eindredactie Hanan Noij, Dennis van der Pligt, Tijs Sikma, Felix Wagner, Rein Wieringa, Marit Willemsen Crypto Bas Dikmans Cartoon Anne van der Heijden Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Noor de Kort Dagelijks bestuur Loes Tijssen (secretaris), Dennis van der Pligt (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk gemaakt door:


CRYPTO

Crypto Tekst: Redactie/ Illustratie: Bas van Woerkum niet AnsDeze dezeANS maand P.31 31 P.P.31

6

6

ANS helpt je om nog even weg te dromen bij je favoriete zomerervaringen. Ben jij een echte avonturier, of lig je liever de hele dag in de zon met een glaasje wijn of bier? Houd je van sporten in je vrije tijd, of slaap je liever een gat in de dag? Je vindt het allemaal terug in deze nostalgische vakantiecrypto. 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

De winnaar van de crypto in de zevende editie van de 30e jaargang van ANS is Henk Rutten. De oplossingen vind je op www.ans-online.nl.

11

12

14

13

15

16

ANS mag dit keer een uur gratis Sollicitatie Hulp aanbieden. Sollicitatie Hulp biedt professionele hulp door een HR- professional bij het opstellen van een cv en motivatiebrief! Je krijgt ook tips voor een sollicitatiegesprek en het opstellen van een LinkedIn profiel. Ben jij net afgestudeerd of je baan verloren? Ben je op zoek naar de volgende stap in je carrière en wil jij hierbij professionele hulp? Stuur dan voor 27 september je oplossingen naar redactie@ans-online.nl

17

18

Horizontaal: 3. Zoete opmerkingen? (10), 5. Niet echt een plek voor weinig reliëf (8), 6. Bezienswaardigheid resulteert in een natte hinderlaag (8), 7. Deze dieren in de bak doen is voor velen een populair tijdverdrijf (12), 8. Wanneer je in dit deel van de wereld een ei klutst vind je Frans geld (10), 9. Gedesoriënteerde raket komt neer op dit stuk land (5), 10. Dit land stelt de machine opnieuw in zonder mijzelf er bij te betrekken (5), 11. Op een Spaanse dag kun je hier eens binnengaan (5), 12. Reis om de hoge school naar dit verre land (5), 14. De chaos in deze stad kan me geen moer interesseren (4), 15. Overdreven geluidloosheid? (6), 16. Om hier heetgebakerd te zijn heb je geen zetje nodig (7), 18. De heilige wankelt op deze plek (6). Verticaal: 1. Er niet in kunnen komen op vakantie? (7), 2. Natuur verstoppen? (6), 4. De tafel afruimen laat je zo veel van de wereld zien! (9), 7. Fris, Europees volk aan de haak slaan (9), 10. Deze regio bevindt zich in het middenrif van een Franse stad (7), 13. Hier heeft de gastvrouw een typisch Nederlandse naam (7), 17. Eerst een Weesgegroetje in één toon zingen en dan spelen maar! (5).


GEVONDEN VOORWERP www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Mae Boevink/ Foto: Ted van Aanholt

Wie: Janeri Fröberg (20), derdejaarsstudent Biomedische Wetenschappen Voorwerp: Pien Peen Waarom loop je rond met deze knuffel? ‘Dit is Pien Peen, de mascotte van studentenatletiekvereniging ‘t Haasje. We hadden nog geen mascotte en vonden een wortel goed passen bij een haas. Pien gaat mee naar zo veel mogelijk wedstrijden. Zoals het een goede mascotte betaamt, zorgt ze ervoor dat leden harder rennen wanneer ze haar zien. Ze heeft nu nog de outfit aan van de vorige studentenatletiekwedstrijd waar ik haar mee naartoe heb genomen. Pien heeft geen vaste slaapplaats. Ze slaapt bij verschillende leden en op dit moment logeert ze bij mij.’ Wie zorgt er voor Pien? ‘De leden van het bestuur zijn de ouders van Pien. Hun hoofdtaak is ervoor zorgen dat ze niet wordt gejat, maar het bestuur verzaakt dit vaak. Elk bestuursjaar wordt Pien wel een keer gestolen door een vereniging; het is een wonder dat ze al vijf jaar als onze mascotte heeft overleefd. Gelukkig heeft ze nog nooit grote schade geleden en af en toe wordt ze door leden opnieuw gevuld, waardoor ze er nog prima uitziet.’

Wat is het spannendste dat ze ooit heeft meegemaakt? ‘Pien is een keer gestolen door W.A.V. Tartlétos, de studentenatletiekvereniging van Wageningen. Dat was een drama. Ze heeft toen het Stockholmsyndroom ontwikkeld. Tijdens deze kidnapping is ze verliefd geworden op Cheetos de cheeta, de mascotte van Tartlétos. Dit leidde er zelfs toe dat ons bestuur een liefdeslied van Pien voor Cheetos heeft moeten voordragen. De liefde tussen die twee zorgt sindsdien voor veel ophef binnen het bestuur van ‘t Haasje. Elke keer dat ze wordt gejat door Tartlétos moet ons bestuur namelijk een nieuwe opdracht uitvoeren om haar terug te krijgen.’ Wat doet Pien in haar vrije tijd? ‘Pien gaat graag naar feestjes en borrels. Als er een themafeest is, zoekt ze een bijpassende outfit uit. Bij de feestjes wordt ze helaas vaak vergeten, omdat het lid dat op dat moment op haar moet passen dronken wordt. Verder is Pien heel sportief. Ze gaat graag kijken bij atletiekwedstrijden en soms loopt ze hard. Tijdens de laatste tienkamp heeft ze gebokst en geskeelerd. Hoogspringen wil ze nog proberen, maar ze moet nog iemand vinden die haar omhoog helpt.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

Ansbreektuit  

Ansbreektuit  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded