__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

P. 1

ANS SPEELT Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 33, nummer 4


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR ANS is volop bezig geweest met goede voornemens voor 2019. Ten eerste kwam ze na het interview met Joost tot de conclusie dat er meer mag worden gespeeld op de universiteit. Een hoogleraar die bijvoorbeeld zijn oratie afsluit met ‘je weet toch neef’. Studenten die een ‘terroristische’ aanslag plegen op gewone differentiaalvergelijkingen door een confettibom af te laten gaan midden in het college van dr. Kraaijenvanger. Ander voornemen: ANS vindt die differentiaalvergelijkingen helemaal niet zo gewoon, dus die moeten maar eens worden opgelost. ANS gaat dit jaar spelenderwijs meer bier drinken. Voor het einde van het jaar wil ze alle verschillende smaken van Oersoep geprobeerd hebben. En als ze dan na al die biertjes haar verlegenheid heeft afgeschud, is het tijd om te spelen in bed, als een echte Sexy Motherbocker. Let’s talk about sex, baby. Wellicht stijgt ze dit jaar nog wel een plekje in de SOAtop 7. Of is dat niet meer politiek correct? Meer spelen, minder aandacht voor praatgrage robots. ANS is klaar met huisgenoten die haar de oren van de kop kletsen over wie met wie vreemdging in Temptation Island of Ex on the Beach. Ze zit dus niet te wachten op stofzuigers die straks hardop speculeren of Han van Krieken of toch Martijn Gerritsen de Mol is. Laat staan dat zo’n stofzuiger het staatsburgerschap moeten worden aangeboden. En dan blijkt de stofzuiger achteraf toch niet zo politiek correct te zijn in zijn uitspraken als de journalisten van Vox in hun enthousiasme naar buiten brachten. Misschien is het in 2019 wel tijd voor een algemene Nijmeegse studentenpartij (aNs) die strijdt voor een RU waar meer gespeeld wordt. Een partij die zorgt dat er een ballenbak komt in de nieuwe Refter. Een partij die AKKU, asap maar bovenal Vox een keer kan beschuldigen van serieuze politieke correctheid. Een partij die de student meer laat spelen. ANS wenst alle studenten een speels 2019.

De hoofdredactie

ANS 08 08 Reportage Leven in de brouwerij In een grote ruimte op het voormalige Honigcomplex staat een rij enorme glimmende tanks. Het lijkt een scène uit Breaking Bad, maar hier wordt niet met drugs geëxperimenteerd. Dit is waar het speciaalbier van Oersoep wordt gemaakt. ANS nam een kijkje achter de schermen bij de Nijmeegse bierproducent.

12 12 Interview ‘Het gaat steeds beter’ Rapper Joost werd bekend door YouTube en Instagram. Op een druk station spreekt hij vrijuit over zijn haat/liefdeverhouding met online media en zijn persoonlijke doelen. ‘Het belangrijkste voor mij is om gewoon lol te hebben met vrienden.’


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 22 22 Interview ‘Superintelligent of oliedom?’ Als we de berichten van de media moeten geloven, houden robots binnenkort ouderen gezelschap, nemen ze onze banen over en krijgen ze zelfs rechten. Lariekoek, vindt Pim Haselager, Universitair Hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit. ‘Wat deze robots pretenderen te doen is nog lang geen realiteit.’

26 26 Tijdsgeest Terrorisme in Nederland Het woord ‘terrorisme’ wordt snel geassocieerd met moslimterrorisme. Toch werd dit begrip door de jaren heen met hele andere groeperingen geassocieerd. In de jaren zeventig en tachtig werd Nederland bijvoorbeeld geteisterd door links-extremistische groeperingen. Hoe gaat Nederland met terrorisme om en wat voor vormen van terrorisme kunnen we in de toekomst verwachten? 04 Een maatje meer 05 Even denken 07 Het Laatste Oordeel 16 Middenpagina 18 Discutabele dooddoener 20 ANS-Online 21 De Graadmeter 25 Gevarendriehoek 28 Kamervragen 30 GoedVoorEenConsumptie/ Colofon 31 Crypto 32 Van de Baan

NIET

Joost mag het weten toch ‘Je weet toch…’ Rapper Joost veronderstelde een grote kennis van zaken bij ANS, aangezien hij deze uitspraak welgeteld 165 keer deed in een interview van een uur en twintig minuten. ANS heeft het even uitgerekend en komt op een gemiddelde uit van één keer ‘je weet toch’ per halve minuut. Neef, ANS weet, je weet toch. De copycats van ANS De website van uw favoriete studentenblad wordt door andere media goed gelezen, maar ze hebben soms wat moeite om naar ons te verwijzen. Vox voelt zich bijvoorbeeld nooit te beroerd om ANS-stukken in eigen woorden te kopiëren. Zo kwamen de genieën van het universiteitsblad op het lumineuze idee uit te pakken met het artikel ‘In strijd tegen drukte nog geen toegangspoortjes UB’, geheel toevallig twee weken nadat ANS het artikel ‘Ondanks drukte nog geen toegangspoortjes UB’ had gepubliceerd. Ook een recent artikel over een ‘nijpend tekort aan werkplekken’ in het Elinor Ostromgebouw leek verdacht veel op onze primeur ‘Groot tekort werkplekken EOS.’ In ieder geval neemt het universiteitsblad nog de moeite om zelf mensen op te bellen. De parasitaire streekomroep RN7, het oude N1, nam een bericht over studenten die afval uit hun raam gooien klakkeloos en zonder bronvermelding over. Ach, we vatten het maar op als een compliment. Leg eens uit dan! Een protesterende demonstrant met spandoeken voor het Huygensgebouw maakte niet alleen op de campus de tongen los. Een gesprek tussen ANS en de demonstrant, de 50-jarige student Mohsin Saeed, werd bruut onderbroken toen er een opgeschoten en wellicht doorgesnoven hooligan aan kwam racen om de demonstrant eens goed de waarheid te vertellen. Helaas richtte hij zijn pijlen eerst op de aanwezige verslaggevers in de veronderstelling dat ANS de spandoeken had opgehangen. Het antwoord dat wij hier niet aan het demonstreren waren, werd opgevolgd door zijn onweerlegbare argument ‘Maar jullie staan hier ook!’ Pas na een tijdje viel het kwartje, waarna hij zijn woede op Saeed richtte. Na flink wat geschreeuw richting de bewonderenswaardig kalme student, scheurde hij uiteindelijk op zijn gammele fietsje over het gras weg, ANS verbijsterd achterlatend.


Een maatje meer Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 4

Opinie

EEN MAATJE MEER

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen. Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen. Eenzame studenten Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. ‘Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan’, stelt Mieke Jansen, teamleider van

‘Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert.’

studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden. Een laagdrempelig aanspreekpunt Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een ‘buddy’, een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy’s zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje. Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. ‘We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy’s hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.’ Goede voorbereiding Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. ‘Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken’, legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige


Column Sanne de Kroon P. 5

aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan. Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. ‘Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan’, vertelt Jansen. Om de buddy’s voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. ‘Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden’, legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy’s zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. ‘De buddy’s moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.’ Contact opnemen Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy’s aan elkaar gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt. Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn. ANS

EVEN DENKEN Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens. Uniek zijn is voor iedereen Het wordt koud buiten dus het is weer tijd om de filosofische gedachten uit de kast te halen. Zet een kopje thee, start je laptop op en open een (wetenschappelijk) artikel dat je nog moet lezen. Leg eventueel een dekentje over je benen en dan ben je klaar om te beginnen. Disclaimer: je gaat het artikel niet lezen, maar het is belangrijk dat je wel een halfslachtige poging onderneemt om het te lezen. Dat maakt het niet-lezen hier een actieve daad. Iedereen is steeds maar bezig om zo efficiënt mogelijk te zijn. Je moet vooral niet te veel nadenken, want dat zorgt ervoor dat je minder snel kunt lezen of typen. Maar het is oké om af en toe even afgeleid te raken, misschien bedenk je ineens iets geniaals. Of nog beter: iets totaal onbenulligs. Creativiteit is dat wat ons van dieren onderscheidt. Hoe die creativiteit wordt vormgegeven, maakt niet uit. Bij het schrijven van, ik zeg maar iets, een column voor de ANS, is het makkelijk om te denken dat je onmogelijk iets unieks kunt schrijven. Ik heb lang gedacht dat alles wat je kunt bedenken, heus al ergens in het universum zal bestaan. Maar is dat wel zo? Inmiddels denk ik hier anders over. Laat het me illustreren met een anekdote uit mijn jeugd. Op de middelbare school had ik een vriendinnetje dat in de woonkamer van mijn ouders een gek danspasje deed. Toen zei ze: ‘Zo, ik was waarschijnlijk de eerste persoon die precies dit op precies deze plek deed.’ Ik geloof nog steeds dat ze gelijk had. Wat geldt voor bewegingen, geldt ook voor gedachten. Iedereen is in staat om iets unieks te bedenken. Toen ik zelf bezig was met het niet-lezen van een artikel, kwam ik bij de volgende gedachte uit: Wat nou als er ergens een sekte bestaat van mensen die zich uitkleden en zich dan insmeren met yogonaise om vervolgens samen de polonaise te doen. Op zich lijkt dit geen bijzonder constructieve gedachte, maar het volstaat om mijn punt te illustreren. Iedereen zal in zijn of haar leven minstens één unieke gedachte hebben. Bij sommige mensen zal deze gedachte leiden tot revolutionaire vernieuwingen en een verbetering van de levensstandaard voor iedere aardbewoner. Bij andere mensen… Ach, wie weet, misschien kun je bij iemand een glimlach op het gezicht toveren. Dat is op zichzelf al waardevol genoeg. Mijn advies om de sombere winterperiode door te komen is dan ook: denk je gedachten en koester ze. Probeer los te laten dat alles wat je doet nuttig moet zijn, maar sta af en toe stil bij je rare hersenspinsels en bedenk hoe bijzonder je eigenlijk bent.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?

ANS ZOEKT:

- Schrijvers - Fotografen - Illustratoren - Vertalers - Iemand die koffie zet Interesse? Stuur een mail naar redactie@ans-online.nl of kom langs op ons kantoor onder het Elinor Ostromgebouw.


Tekst: Joep Dorna/ Foto: Irene Wilde Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Wiskunde COLLEGE: Gewone differentiaal vergelijkingen

EINDCIJFER:

+ Numerieke Methoden, 29 november, 15:30 17:15 HG00.307 DOCENT: Dr. Hans Kraaijevanger UITSTRALING: Klaas Vaak PUBLIEK: Bezwelmde bèta’s INHOUD: Strijden met vergelijkingen In een collegezaal van het Huygensgebouw hangt een serene sfeer. Een handjevol studenten luistert geruisloos naar hun docent, dr. Hans Kraaijevanger. De klank van zijn stem wordt enkel afgewisseld met het geluid van krassende pennen. Alle wiskundestudenten maken hun notities namelijk in notitieblokken, niemand heeft een laptop mee. De serene sfeer in de collegezaal is surrealistisch te noemen. Bij elk ander college zou de hele groep studenten al lang zijn gaan kletsen, appen of tekenen, maar hier zijn ze allemaal muisstil. Er is maar een conclusie mogelijk: Kraaijevanger is een magiër die zijn studenten heeft betoverd. Hoe krijgt hij dit voor elkaar? Op het eerste gezicht is de wiskundedocent geen bijzondere verschijning: begin vijftig, sympathieke uitstraling, extreem normale kleding en een standaard montuurtje. Maar zijn rustige stem met Haagse tongval, die uitermate geschikt zou zijn om natuurdocumentaires in te spreken, werkt hypnotiserend en zorgt ervoor dat de studenten elk gevoel van tijd of plaats verliezen. Aan één stuk door schrijft Kraaijevanger algebraïsche spreuken op het schoolbord die verband houden met het thema van vandaag: differentiaalvergelijkingen. Als een fakir die slangen zijn wil oplegt, bezweert Kraaijevanger zijn geruisloze studenten. Vectoren, machten, matrices en eigenwaardes: de docent noteert regel na regel aan ingewikkelde algebra op het bord. Het opschrijven van de spreuken gaat zo snel dat hij halverwege de eerste helft het enorme krijtbord al heeft volgekrast. Dit is voor hem geen reden om de magie te verbreken. Met gemak laat hij direct een tweede bord verschijnen. Het is een college waarbij vrijwel niks spannends gebeurt. Net zo smakeloos als naturelchips of automaatkoffie. Het duurt tot halverwege de tweede helft tot er iets plaatsvindt wat mogelijk op de lachspieren kan werken,

als Kraaijevanger bij het opschrijven van de zoveelste formule op het bord een bijzondere schrijfpose aanneemt. Met een hand in de zij en zijn achterwerk flink aan het schudden, lijkt het wel alsof hij twerklessen bij Miley Cyrus heeft gevolgd. Wonder boven wonder blijven de studenten met uitgestreken gezichten doorpennen. Ze zijn echt betoverd. Kwart over vijf stipt breit Kraaijevanger abrupt een einde aan het college, net nadat hij met het uitleggen van een nieuwe vergelijking was begonnen. Pas nadat de docent ‘tot de volgende keer’ roept, lijken de studenten te ontkomen aan de betovering. Dit wordt bevestigd door luid gekakel van een groepje jongens. Het college was lang en ongelukkig, maar in ieder geval brengen de spreuken van Kraaijevanger ze iets dichter bij het oplossen van differentiaalvergelijkingen.

Het Laatste Oordeel der Studenten Dankzij een magische uitvinding waarmee studenten de woorden van Kraaijevanger op dubbele snelheid kunnen terugluisteren, wagen weinig studenten zich aan het college. Vandaar dat er in de zaal slechts vijfentwintig aankomende wiskundigen aanwezig zijn. Hoewel ze alle formules netjes meepennen, heeft de docent voor veel studenten iets weg van Klaas Vaak, het mannetje dat slaapzand in ogen strooit. ’Ik denk aan alles waar ik niet van in slaap val, want het kost me moeite om wakker te blijven’, bekent een student. Toch is er ook waardering voor de sympathieke uitstraling en duidelijke uitleg van de docent. Als persoon wordt Kraaijevanger duidelijk positief gewaardeerd door zijn studenten. ANS


Reportage

LEVEN IN DE BROUWERIJ

Waar vroeger de bouillonblokjes van de band rolden in het Honigcomplex, brouwt Oersoep tegenwoordig haar bier. ANS nam een kijkje achter de schermen bij de experimentele bierbrouwers uit Nijmegen. ‘Door te experimenteren, weten we met welke ingrediënten we bepaalde bieren kunnen combineren.’


Tekst: Vincent Veerbeek/ Foto’s: Jetske Adams Leven in de brouwerij P. 9

Wie een bezoek wil brengen aan de brouwerij van de Nijmeegse biermakers van Oersoep, moet eerst door Stoom heen. Dit café met hamburgers op houten plankjes en zelfgemaakte frisdrank is namelijk niet zomaar een hipstertent, maar de officiële “brewpub” van Oersoep. Te midden van oude stoombuizen en een betonnen vloer uit de tijd dat er nog soep werd gemaakt in het Honigcomplex wordt nu bier verkocht met opvallende etiketten en even kleurrijke namen als Sexy Motherbocker en Hopfather.

bier smaakt naar citroen maar is tegelijk zout en rokerig. ‘Een nieuw bierrecept bedenken begint vooral met het verzinnen van smaken, net zoals bij het koken’, legt Kobes uit. ‘Het leuke aan bier is dat er een aantal vaste elementen zijn waar je mee kunt spelen, zoals hop en gist. Daar kun je allerlei ingrediënten bijgooien, net wat je zelf lekker vindt. Dit bier hebben we bijvoorbeeld gemaakt door gerookte citroen in zout water te leggen en dat aan het bier toe te voegen.’

Die bieren worden enkele meters verderop gebrouwen. Hoewel het hart van de brouwerij een grote ruimte vol vergistingstanks is, gebeurt het echte werk in de vertrekken daaromheen. Hier wordt volop geëxperimenteerd en jaarlijks worden tientallen nieuwe biersmaken bedacht. Zoveel dat Danny Smink, brouwer en salesmanager bij Oersoep, de tel kwijt is. ‘We hebben vijf vaste bieren, vier seizoensbieren, een reeks wildbieren en daarbovenop nog een heleboel specials. Soms brengen we wel zestig verschillende bieren per jaar uit.’ Hoewel Oersoep net als iedere andere brouwer gerstenat produceert, dagen ze zichzelf constant uit om nieuwe bieren te verzinnen. ‘Iedereen die een beetje wil worden geprikkeld qua smaak is bij ons aan het goede adres.’

Dansend door de brouwerij Vanaf Stoom loop je door een onopvallende deur met het logo van Oersoep erop zo de brouwerij in. In een kleine, muffige ruimte staan graanzakken met labels als “pale ale malt”. Elk brouwproces begint immers met graan, ook voor de meest exotische bieren. In het midden van de ruimte staat de schrootmachine. ‘Daar zitten twee molens in die het graan op zo’n manier openbreken dat de smaak behouden blijft’, legt Smink uit. Voor 1.000 liter van een laag-

Bier voor fijnproevers Oersoep werd in 2011 opgericht door schoonbroers Sander Kobes en Kick van Hout. De twee bierliefhebbers vonden het aanbod in Nederland te beperkt en besloten zelf aan de slag te gaan. ‘Toen ik een jaar of zeven geleden begon met brouwen, waren zure of hele hoppige bieren in Nijmegen niet te krijgen, daarvoor moest je naar Amsterdam. Die kon je dus beter zelf maken’, vertelt Kobes in een zithoek op de eerste verdieping van Stoom. Het brouwen begon met een kleine installatie thuis, maar dankzij een crowdfundingsactie en hulp van familie en vrienden konden ze binnen een jaar aan de slag op de huidige locatie. Vanaf dat moment ging het snel. De brouwerij is de afgelopen jaren steeds groter geworden en beslaat nu bijna drie verdiepingen. Het team is alles bij elkaar inmiddels vijftig man sterk en bestaat voor een groot deel uit vrijwilligers.

‘Voor 1.000 liter van een laag-alcoholisch bier als de Hopfather gaat er al snel 200 kilo graan doorheen.’ Oersoep is dus gestart om bepaalde soorten bier te maken, of “stijlen” in brouwersjargon. Bij het bedenken krijgt het hele team de kans om met ideeën te komen tijdens speciale brainstormsessies. Zelfs de koks van Stoom denken mee over nieuwe bieren die bij hun gerechten passen. Zeewier, lavendel en zelfs saffraan, het valt zo gek niet te bedenken of het gaat bij Oersoep het bier in. Ter illustratie laat Kobes een biertje proeven dat er verdacht geel uitziet. ‘Deze is erg experimenteel.’ Het is inderdaad geen doorsnee pils – het

Boven: bierflesjes van Oersoep Onder: Kobes en collega’s op een biervat


P. 10

alcoholisch bier als Hopfather gaat er al snel 200 kilo graan doorheen. Hoe meer alcohol een biertje bevat, hoe meer graan er nodig is. Bij het schrootproces komt veel stof vrij, dus de brouwers dragen een speciale uitrusting die bij asbestbestrijding niet zou misstaan. Smink laat een van de maskers zien die de brouwers dragen tijdens het schroten. ‘Hier is twee keer per week zo’n alien aan het werk.’ Als het graan klaar is voor gebruik gaat het de brouwketel in. Dit gebeurt in de grootste ruimte van de brouwerij, een enorm hoge zaal met glimmende vaten die doen denken aan een scène uit Breaking Bad. Het gebroken graan wordt eerst gefilterd, dan gekookt en vervolgens gekoeld. Tot slot gaat het brouwsel naar een van de grote tanks om te vergisten. Tegen de achterwand van de brouwerij staan vijf “kleine” tanks van 2.500 liter en twee joekels waar 4.000 liter in kan. ‘De bieren dansen in de loop van het proces door de verschillende tanks heen’, vertelt Smink terwijl hij trots de brouwerij rondkijkt. Zes tanks is echter te weinig voor de tientallen verschillende biersoorten die Oersoep maakt. Daarom worden sommige bieren elders gebrouwen onder toeziend oog van de Oersoepbrouwers. ‘Een paar van onze vaste bieren worden bij andere brouwerijen gemaakt omdat we die in grotere hoeveelheden produceren.’ Brewin’ in the wind ‘Pas op, het is een gezellig waterballet hier’, lacht Smink terwijl hij door plassen condens naar een donkere ruimte naast de grote hal loopt. Hier komen de wildbieren tot stand, een uniek proces. Anders dan bij regulier bier worden deze brouwsels na het eerste stadium van het proces niet in een metalen tank gestopt. In plaats daarvan gaat het bier in een rij metershoge houten vaten van 7.500 liter waar gisting plaatsvindt. Door de ouderwets ogende vaten, de bittere aroma’s van bier en de stroachtige geur lijkt het alsof de Industriële Revolutie hier nog niet heeft plaatsgevonden. ‘Die boerderijlucht, dat is wilde vergisting’, verklaart Smink terwijl hij uitlegt dat elk wildbier een uniek vergistingsproces heeft, de zogeheten “biercultuur”. In de grote vaten zitten bijvoorbeeld een Vlaams Rood, brettanomyces en een zware tripel, elk met hun eigen kenmerkende smaak. ‘Deze culturen zitten er al in sinds we hier begonnen. Iedere maand halen we er 2.000 liter uit om te kijken hoe het smaakt en met welke andere ingrediënten we het kunnen combineren.’ Van het bier dat eruit gaat, wordt na een proefsessie nieuw bier gemaakt. Tegelijk gaat eenzelfde hoeveelheid nieuw bier terug de vaten in, om ervoor te zorgen dat de culturen intact blijven. Voor het maken van de Nijmeegse Lambiek is het proces nog ingewikkelder. Dit is volgens Smink een van de meest bijzondere bieren van Oersoep vanwege het authentieke brouwproces. In een kale ruimte vol juten zakken hop aan het plafond staat een oud bouillonbad waar 1.000 liter bier met een temperatuur van 90 graden Celsius ingaat. Om de Links van boven naar onder: 1. Zakken hop aan het plafond. 2. Deken van schimmel op bier. 3. Experiment met wilde gist. Rechts: vaten met nieuwe smaken bier.


Leven in de brouwerij P. 11

natuur helemaal haar gang te laten gaan, wordt het vervolgens blootgesteld aan de buitenlucht. Als het buiten koud genoeg is, gaat de buitenmuur eruit en vindt op deze manier spontane koeling plaats. ‘Dit kan alleen in de winter, omdat de lucht in de zomer te veel bacteriën bevat die schadelijk kunnen zijn voor het bier’, vertelt Smink terwijl hij een foto van het proces laat zien. Het resultaat is een hoop stoom en bier dat letterlijk wordt vergist door de Nijmeegse natuur.

‘De wilde gist ontwikkelt een deken van schimmel om zichzelf te beschermen tegen schadelijke bacteriën.’ Schimmelbier Onder heel andere omstandigheden wordt er geëxperimenteerd in de warmtekamer achter in de brouwerij. In deze ruimte, waar het normaal gesproken rond de 20 graden Celsius en pikdonker is, is het vergistingsproces live te volgen. Naast een rij grote plastic tanks staat een werkbank vol glazen potten, waarin drie verschillende soorten wilde gist worden toegevoegd aan bestaande bieren. ‘Ook hier zie je moeder natuur aan het werk. Die wilde gist ontwikkelt een deken van schimmel om zichzelf te beschermen tegen schadelijke bacteriën. Door de vergisting van suikers ontstaat er vervolgens koolzuur, waardoor de schimmel opbloeit tot een bellenlandschap.’ Hoewel het er misschien gek uitziet, verschilt het volgens Smink weinig van schimmelkaas. Het bier is dan ook prima te drinken.

Welk effect deze processen op de smaak van een bier hebben, is giswerk. ‘Door te experimenteren, weten we met welke ingrediënten we bepaalde bieren kunnen combineren, bijvoorbeeld donker bier met blauwe bessen.’ Volgend jaar moet de hele muur van de warmtekamer vol staan met potten met verschillende soorten gist uit diverse landen. Daarnaast willen de brouwers hun kennis van fermentatie in gaan zetten voor het maken van frisdrank als de Russische ijsthee Komboecha en voor het fermenteren van groente in de keuken van Stoom. ‘We zijn bewust bezig om Stoom meer te integreren in de brouwerij.’ Bier uit de buurt Oersoep is sinds de oprichting flink gegroeid. Het bier staat niet alleen bij Nijmeegse supermarkten in de schappen maar wordt ook internationaal verkocht, van de Verenigde Staten tot China. ‘In Azië zijn weinig brouwerijen die wildbier kunnen maken, daarom verkopen wij het aan hen.’ Hoewel de werkwijze van Oersoep voor de Nederlandse bierwereld minder uniek is, hebben de brouwers ook hier genoeg ambitieuze plannen voor uitbreiding. Daarbij probeert Oersoep zich vooral te onderscheiden door meer nadruk te leggen op lokaal specialisme dan op het verder verspreiden van de vaste selectie bieren. ‘We willen Nederland veroveren door op meerdere plekken brewpubs te openen waar met kleine installaties wordt gebrouwen’, vertelt Smink. Elke locatie moet zich in een bepaald soort bier specialiseren, zodat straks door het hele land bier kan worden gebrouwen zoals dat nu op het Honigcomplex gebeurt. ‘Als jij ergens een biertje in het schap ziet staan dat in België wordt gebrouwen, heb je daar toch minder feeling bij. Daarom willen we in verschillende steden lokaal ons gezicht laten zien zodat mensen weten waar hun bier vandaan komt.’ ANS


P. 12


‘Het gaat steeds beter’ Tekst: Jonathan Janssen/ Foto’s: Imtiaz Willems P. 13

Interview

‘HET GAAT STEEDS BETER’

Joost Klein werd bekend als EenhoornJoost op YouTube. Nu rapt hij en heeft een boek geschreven. Toch hoeft de pas eenentwintigjarige Fries niet altijd in de spotlights te staan. ‘Ik leef liever een leven van hard werken dan dat ik nu op mijn luie reet zit en de fame en het geld binnenhark.’ Op een druk Utrecht Centraal komt Joost Klein rustig aanwandelen, bijna onherkenbaar in een dikke zwarte winterjas met zijn capuchon omhoog en een grote dameszonnebril op. ‘Ik ben hier altijd. Mensen denken dat ik een zwerver ben, je weet toch.’ Joost groeide op in een dorpje in Friesland en werd als tiener bekend met komische filmpjes op YouTube onder de naam EenhoornJoost. Als rapper heeft hij nu het voorvoegsel ‘Eenhoorn’ achter zich gelaten. ‘Het was gewoon een gebruikersnaam’, vertelt hij. ‘Ik had nooit gedacht dat mensen EenhoornJoost zouden kennen. Nu kan ik het online niet meer aanpassen.’ Tegenwoordig rapt hij over frikandelbroodjes en het leven als een Scandinavian Boy. Afgelopen november verscheen zijn eerste boek, Albino, een verzameling gedichten, raplines en foto’s. Zijn gelijknamige eerste album is net uit en met de bijbehorende tour staat hij op 8 februari in Doornroosje. Met de zonnebril af en nippend aan een kop warme chocolademelk met slagroom vertelt hij openhartig over zijn motivaties en zijn dubbelzinnige relatie met online media. ‘Ik vind dat ik nog nauwelijks iets heb bereikt. Het is allemaal virtueel, alleen maar lucht.’ De titel van je tour is Het gaat niet zo goed. Waarom gaat het niet zo goed? ‘Met mijn carrière gaat het heel goed, maar mentaal kan het veel beter. Ik ben voor het eerst echt druk. Ik slaap weinig. Ik had altijd al wel wallen, maar die dingen worden groot man, ze gaan niet weg. Nou ja, nu word ik langzaam beter in plannen, ik word meer en meer volwassen. Het gaat steeds beter.’ Misschien is dat wel iets voor de titel van je volgende tour: Het gaat steeds beter. Lachend: ‘Nu gaat het inderdaad oké. Het is dat jij het zegt, maar ik kan me helemaal niet voorstellen dat er een volgende tour komt. Ik geloof niet dat ik over drie jaar nog bekend ben. Daarom moet ik van deze tour mijn beste tour ooit maken. Ik focus me echt altijd op waar ik op dat moment mee bezig ben. Als De Wereld Draait Door me belt om vanavond aan te schuiven, maar ik zou al een studiosessie gepland hebben, dan kies ik voor de studio. Het is mijn droom om

een keer in het programma te zitten, maar ik heb liever dat mijn album goed is. Ook al is het slimmer om bij Matthijs aan tafel te gaan zitten, want dan zou ik beter verkopen.’

‘Het is niet mijn doel om de grootste of de rijkste te worden. Wat moet ik met geld?’ Maar wil je dan niet beter verkopen? ‘Het is niet mijn doel om de grootste of de rijkste te worden. Wat moet ik met geld? Ik ben eenentwintig, ik heb geen rijbewijs, ik hoef geen mooie auto en ik ben nog te jong om een huis te kopen. Of het op de voorgrond of de achtergrond is, ik wil gewoon dingen maken, maar ik wil alleen dingen uitbrengen waar ik honderd procent achter sta. Volgens het jaaroverzicht van Spotify van 2018 ben ik zelf de artiest waar ik het meest naar luister. Dat is omdat ik maak wat ik zelf wil horen. Dat betekent niet dat mijn muziek perfect is. Ik ben ook bezig met verbeterpunten, maar ik heb liever steady progressie dan plotseling succes. Kijk, als jij de World Press Photo maakt, dan is je jaar erna kut, want dan zit iedereen alleen maar te wachten op de tweede winnende foto. Als ik merk dat ik ooit op zo’n punt kom, dan stop ik meteen. Vroeger werden kunstenaars pas popping nadat ze doodgingen. Ze stierven eenzaam en skeer, terwijl ze vijf jaar later miljoenen waard waren. Ik leef liever zo’n leven van hard werken dan dat ik nu op mijn luie reet zit en de fame en het geld binnenhark. Bij een echte kunstenaar gaat het puur om wat je maakt.’ Toch krijg je nu al erkenning voor je creaties. Zo is je clip voor Donnies Snelle Planga genomineerd voor een Edison. ‘Voor die clip heb ik een video gemaakt die de meest doorsnee Nederlandse guy van 45 met zijn telefoon had kunnen maken. De erkenning van de Edison-nominatie voelt goed,


‘Het gaat steeds beter’ P. 14

voor mij in alles zelf doen of met vrienden maken. Dat vind ik tien keer leuker dan iets produceren met een heel team van professionals. Vaak heeft een van ons een idee en dan kan iedereen daar lekker zijn rolletje in vinden. Dat is voor mij het belangrijkste: gewoon lol hebben met vrienden.’ Zie je YouTube als een middel om lol te maken met je vrienden of als de toekomst van de media? ‘Ik geloof dat je met YouTube mooie dingen kan bereiken, maar het is niet meer wat het is geweest. Het was ooit een community, iets wat je snapte of niet snapte. Ik heb mijn beste vrienden online ontmoet, onder andere via YouTube. Nu is YouTube te groot geworden. Mensen flikkeren iets online en zijn het de volgende dag weer vergeten. Ik ben dankbaar voor de ruimte die het mij heeft geboden om te groeien, maar in mijn hart ben ik ook wel iemand die oude shit vetter vindt dan nieuwe shit. Vroeger had je Jiskefet, dat was teringgrappig. Instagramcomedy in Nederland is gewoon niet echt leuk. Misschien was Jiskefet wel juist zo sterk omdat je geen laagdrempelig instapmodel als Instagram of YouTube had. Tegenwoordig moet iedereen online bekend zijn, je ziet door de bomen het bos niet meer.’ Ben je daarom van YouTube overgestapt op het schrijven van een boek? ‘Zonder Spotify en YouTube is er geen bewijs dat ik ooit iets heb gemaakt. Daarom vind ik het mooi om ook in de echte wereld iets fysieks te hebben neergezet. Het kwam toevallig op mijn pad, een uitgever benaderde mij en zei: “Ik vind je teksten vet. Zou je niet een boek willen schrijven?” De eerste keer dat ik het boek in mijn handen had, kon ik het niet geloven. Het is een soort dichtbundel geworden, want ik wilde dat het mijn emoties in zo min mogelijk woorden omschrijft. Ik kan er niet zo goed tegen als mensen shit romantiseren en een hele pagina wijden aan iets dat in drie zinnen had kunnen worden gezegd. Ik ben blij dat het eindresultaat ook een seri-

euze kant laat zien. Ik zit zelf niet te wachten op een grappig boek, ook al zitten er wel wat grapjes in Albino.’ Je stopte op je achttiende met school. Had je niet een creatieve of kunstzinnige opleiding willen doen? Ik geloof daar niet in. De GOAT (Greatest Of All Time, red.) word je niet op een academy. Ik vind leren leuk, maar het is niet mijn manier om mijn doelen te bereiken. Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze om te stoppen met school. Als je vijf jaar met hetzelfde bezig bent, kun je echt heel goed worden. Dat ontken ik niet. Maar school is gewoon fabriekswerk, je bent creativiteit aan het drainen. Ik heb alles via internet geleerd. Ik zou alleen nog wat taalcursussen willen doen, dat vind ik interessant en daar hoef ik ook niet drie jaar fulltime mee bezig te zijn. Laatst ben ik een tijdje met Russisch bezig geweest via een app. Ik leer alsnog veel zonder een schoolboek open te doen. Ik lees gewoon andere boeken. Laatst had ik een boek gekocht over een nieuwe economische crisis. Dat is fokking leuk om te lezen.’ Je bent 21 en je bent al schrijver, rapper en artiest. Wat vind je het leukste om te doen? ‘Optreden is het vetste dat er is. Daar kan ik alles in kwijt, van het maken van de visuals tot live performen. Ik ga het podium op om een leuke avond te hebben, dan maak ik er iets moois van. Ik heb nooit begrepen waarom artiesten te laat komen, arrogant doen en klagen. Ik ben allang blij als er bij mijn tour honderd man komt. Als die teringleip gaan en een mooie avond hebben, zie ik niet in waarom dat vetter zou zijn geweest in een volle Ziggo Dome. Optreden is alles wat ik als kind wilde. Ik wist dat ik op het podium zou eindigen, ik wist alleen niet hoe. Dat is nu gebeurd en dat vind ik fokking vet.’ ANS 8 februari staat Joost in Doornroosje.


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.’ Door het gebruik van cocaïne had Schippers minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. ‘Ik proNU!Medezeggenschap beerde voor Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen mijn sociWil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van ale zwakke de USR? Like ons op Facebook, volg ons op Twitpunten te ter en neem eens een kijkje op onze website. compenseHeb je tips of opmerkingen? Loop gerust even ren’, geeft langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een hij toe. Waar mail naar usr@ru.nl. de meeste mensen Website: www.numedezeggenschap.nl opstaan met Twitter: @NUMedezeggsch een kop Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenkoffie, stond schap Schippers E-mail: usr@ru.nl op met een lijntje. ‘Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor.

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiBeste student, Zo vlak voor de kerstvakantie heeft de Universitaire Studentenraad niet stilgezeten. De laatste cyclus van dit kalenderjaar en de derde van dit collegejaar is gepasseerd. Tijdens deze cyclus hebben wij onder meer gesproken over de Nationale Studenten Enquête (NSE), kwaliteitsafspraken en natuurlijk studiewerkplekken. Het College van Bestuur heeft de meetresultaten van de studieplekken in de UB met ons gedeeld. Helaas was het rapport niet zeer uitgebreid en gaf het weinig duidelijkheid. Het rapport erkent wel dat er problemen zijn met de vindbaarheid van de studieplekken in de UB en droeg oplossingen aan. Helaas lijken de oplossingen op de korte termijn nog te weinig toe te voegen. De USR heeft hier dan ook weer vragen over gesteld. Het college heeft aangegeven meer te gaan meten en dat onder meer in het Elinor Ostromgebouw meer studieplekken zullen komen. Inmiddels is de universiteit, samen met leden van de USR, bezig met het ontwikkelen van een nieuw plan over studieplekken en dit zal voor komen te liggen bij de medezeggenschap. Ook over de (NSE) heeft de USR vragen gesteld. De Universiteit Utrecht heeft besloten om dit jaar niet verder te gaan met de NSE, voor de USR was dit dan ook een reden om aan het College van Bestuur te vragen hoe de RU zich verhoudt tot de NSE. Dit jaar doen we als RU gewoon weer mee met de NSE. Dit jaar ontvang je dus weer een uitnodiging om deel te nemen aan de NSE. Vergeet de enquête niet in te vullen! De

ken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft

enquête is belangrijk, want de resultaten worden besproken op je opleiding, je faculteit en door ons op centraal niveau. Het geld dat is vrijgekomen met de afschaffing van de basisbeurs zal de universiteit krijgen om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Iedere universiteit moest haar plannen samenvatten in de zogenaamde kwaliteitsafspraken. Het meeste geld gaat naar facultaire plannen met inspraak en goedkeuring van de medezeggenschap daar. Centraal wordt het geld besteed aan Weblectures, ICT in het Onderwijs, openingstijden van de UB en meer studiewerkplekken. Het College van Bestuur gaat ook nog eens met de USR kijken hoe de Weblectures nog meer op iedere opleiding kunnen worden ingezet. Met z’n allen gaan we nu richting de kerst en de jaarwisseling. Ons gaat het nieuwe jaar natuurlijk nog meer medezeggenschap brengen. Onder meer over het nieuwe taalbeleid, het nieuwe Strategisch Plan en ongetwijfeld meer studiewerkplekken.

Wij wensen iedereen een zalig Kerstfeest en een gelukkig Nieuw Jaar!

Groeten, De XXIIe Universitaire studentenraad

Zo werd ik wakker’, vertelt hij zichtbaar aangedaan. ‘Nu

(Advertentie)


Illustraties: Gigi van Grevenbroek (Instragram: @gigisworld)/ Gedichten: Tiemen Hageman is eerstejaarsstudent Filosofie, dichter en filmmaker. Zijn gedichten beschrijven veelal bijzondere momenten of gebeurtenissen in zijn leven, en die van de mensen om hem


heen. Zijn poĂŤzie zoekt vaak de grens met proza op, en andersom. In 2018 is Tiemen eerste geworden bij de Overijsselse voorronde van Kunstbende in de categorie Taal.


Discutabele dooddoener Tekst: Aaricia Kayzer/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 18

Achtergrond

DISCUTABELE DOODDOENER Een Gutmensch, overgevoelig of hypocriet: als je iemand ‘politiek correct’ noemt, is dat meestal niet bedoeld als compliment. Gek eigenlijk, want met de twee woorden op zich is over het algemeen niets mis. Waarom is het zo’n geladen term en wat doet dat eigenlijk met een discussie? ‘Het taalgebruik is zo politiek correct dat het lijkt of er geen enkel nadeel is aan migratie’, beargumenteert columnist Frank van Vliet in De Telegraaf. In een artikel van De Dagelijkse Standaard wordt een vluchtelingenboot van Artsen zonder Grenzen betiteld als ‘politiek correct mensensmokkelschip’. Twee heel andere betekenissen van politiek correct: de een draait om woordgebruik, de ander draait impliciet om de morele en activistische vraag of vluchtelingen geholpen moeten worden. Hoewel politiek correct altijd wel ergens op televisie, radio of in een discussie onderwerp van de dag is, krijgt de term nooit een duidelijke, eenduidige definitie mee. Dat kan ook niet, vindt Gerben Bakker, docent Wijsbegeerte aan de Haagse Hogeschool. Samen met historicus Gert-Jan Geling schreef hij het boek Over politieke correctheid. ‘Politiek correct is een geladen begrip en daarom is er niet één definitie van te geven.’ Waarom is het eigenlijk zo’n geladen term, en wat doet het gebruik ervan met een discussie? Meer dan braaf Politiek correct wordt vooral gedefinieerd door de situaties waarin de term wordt gebruikt, zo wordt duidelijk wanneer Bakker uiteenzet hoe hij samen met Geling heeft geprobeerd de term te definiëren. ‘In de eerste plaats kan het betekenen dat het bijvoorbeeld not done is om te praten over onderwerpen als afkomst en criminaliteit. Uit angst voor sociale repercussies slikken mensen bepaalde grapjes of opmerkingen in.’ Met deze betekenis gebruikt Van Vliet de term in De Telegraaf, door te impliceren dat taalgebruik wordt aangepast om negatieve reacties te voorkomen. Daarnaast bestaat er volgens Bakker nog een moralistische, activistische vorm van politieke correctheid. ‘Dat houdt in dat je door middel van het aanpassen of censureren van onder andere taaluitingen een morele agenda wil doordrukken.’ Wat die morele agenda precies is, kan naar gelang van de groep waar iemand zich in bevindt, verschillen. Wie bij een denktank van Bijl meent dat een straatnaam als de

Jan Pieterszoon Coenstraat moet worden vervangen, zal andere reacties krijgen dan iemand die deze mening op een partijcongres van de PVV verkondigt. Ook de kop van De Dagelijkse Standaard doet een beschuldiging van moralisme: wie vindt dat Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen de zee over moeten helpen, wordt door De Dagelijkse Standaard beticht van politieke correctheid. Ook al heeft de term meerdere betekenissen, een ding hebben de bovenstaande voorbeelden in ieder geval gemeen: in allebei de situaties wordt met politiek correct niets positiefs bedoeld. Gudrun Reijnierse, universitair docent Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Radboud Universiteit (RU), vindt het opmerkelijk dat de term zo negatief beladen is. ‘Met “politiek” en “correct” is op zich niets mis. Je zou denken dat het prima is om politiek correct te zijn, dat maakt je hooguit een beetje braaf. Het woord heeft in de loop der tijd blijkbaar een heel negatieve lading gekregen.’

‘Politieke correctheid heeft voor veel mensen alleen nog de negatieve bijklank van de activistische betekenis.’ Taal en werkelijkheid ‘De term politiek correct had niet altijd een negatieve bijsmaak’, vertelt Koen Vossen, politiek historicus aan de RU. Het taalkundige fenomeen waar politieke correctheid op duidt, dus politieke correctheid die gaat over het wel of niet vervangen van woorden, werd populair in de jaren zeventig: ‘Toen ontstond het idee dat taal een soort politieke daad is’, legt Vossen uit. ‘Taal werd gezien als een machtsuitoefening waarmee de heersende


Discutabele dooddoener P. 19

structuren tussen bijvoorbeeld man en vrouw, zwart en wit, bevestigd worden.’ Een concreet voorbeeld: door een spel als Kolonisten van Catan wordt het woord kolonisten genormaliseerd, terwijl kolonialisme heden ten dage wordt gezien als een donkere bladzijde in de geschiedenis. Dat de term politiek correct nu zo’n negatieve betekenis heeft, komt volgens Vossen vooral doordat de taalkundige en de morele, activistische definitie door elkaar heen zijn gaan lopen. ‘Een term gaat na verloop van tijd een eigen leven leiden.’ Politieke correctheid heeft voor veel mensen alleen nog de negatieve bijklank van de activistische betekenis. Het doordrukken van een morele agenda roept immers al snel weerstand op. ‘Daarom impliceert de term nu vooral dat mensen de mond wordt gesnoerd. Vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum, bijvoorbeeld in De Telegraaf, wordt de term gebruikt om aan te duiden dat er tegenwoordig niks meer gezegd mag worden’, licht Vossen toe. Doordat de term niet neutraal is, kan het tot op zekere hoogte zelfs als retorisch trucje gebruikt worden, meent Vossen. ‘Door iemand anders politiek correct te noemen, impliceer je dat diegene iets niet durft te

zeggen, maar jij wel.’ Sterker nog, iemand kan zichzelf positioneren als moedig genoeg om tegen de heersende mores in te gaan. ‘Of dat nu waar is of niet, maakt eigenlijk niks uit.’ Een positieve draai Toch moet politieke correctheid volgens Vossen niet alleen gezien worden als een retorisch trucje. De taalkundige discussie of woorden vervangen moeten worden, is namelijk zeer nuttig. Het idee dat taal invloed heeft op de werkelijkheid bestaat nog steeds: blank moet vervangen worden door wit, als het aan dierenrechtenorganisatie PETA ligt, komt er een verbod op uitdrukkingen die dierenleed uitdrukken en in plaats van allochtoon spreekt men liever van “Nederlander met een migratieachtergrond”. ‘Je kunt je afvragen in hoeverre het vervangen van het woord allochtoon echt iets gaat veranderen aan de beeldvorming, of dat het vervangen puur gebeurt om mensen te behagen’, meent Bakker. Het woord allochtoon was namelijk een vervanging voor het woord gastarbeider, maar blijkbaar heeft dit niet geleid tot een positievere beeldvorming. Toch zijn er ook voorbeelden die bewijzen dat het gebruik van bepaalde termen wel veel invloed kan hebben op beeldvorming, vertelt


Discutabele dooddoener/ANS-Online P. 20

Reijnierse. ‘In Amerika spreken de Republikeinen van tax relief. Belasting wordt gezien als een last die zwaar op je drukt, maar door een term als tax relief wordt een positief beeld van verlichting gecreëerd.’ Voor een voorstander van belastingverhoging is, wordt het moeilijk om hier nog een positieve draai aan te geven. Net als tax relief kan “Nederlander met een migratieachtergrond” een positief frame zijn, legt Reijnierse uit. ‘“Nederlander met een migratieachtergrond” straalt veel meer dan “allochtoon” uit: je bent een van ons.’ Ironisch woord Ook Zoë Papaikonomou, onderzoeksjournalist en auteur van het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’, vindt het belangrijk om een discussie te voeren over of bepaalde woorden wel of niet vervangen moeten worden. Die discussie moet echter wel inhoudelijk gevoerd worden, vindt ze, en dat wordt moeilijk als de term politiek correct gebruikt wordt. ‘Wanneer mensen als argument aandragen dat ze iets politiek correct gelul vinden, geven ze geen inhoudelijke argumenten. Eigenlijk bedoelen ze: ik wil gewoon kunnen zeggen wat ik wil.’ Dat maakt het volgens haar een nutteloze opmerking. ‘Het is een schijnargument dat de discussie doodslaat. Wat moet iemand nog terugzeggen? “Ik vind het niet politiek correct”? Op die manier verdwijnt de inhoud van een discussie en wordt iemand monddood gemaakt.’ Papaikonomou vindt de term daarom onbruikbaar in het publieke debat en daarom mag het de prullenbak in. Van Vossen hoeft dat niet. Het vervangen of onbruikbaar verklaren van de term zou politieke correctheid ironisch genoeg bijna slachtoffer van zichzelf maken. ‘Als een ander ervoor kiest om de term te gebruiken, kan je moeilijk zeggen: “Dat mag niet”. Dat zou pas politiek correct zijn.’ ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is de digitale tegenhanger van het papieren blad. Hieronder is te lezen over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en dingen om naar uit te kijken de komende periode. Commotie Wat een vrolijke 5 december had moeten worden voor studievereniging Nota Bene, liep uit op een klein relletje. De Zwarte Piet die een bezoek bracht aan een college Erfrecht zorgde voor verontwaardiging bij verschillende studenten. Het ingestudeerde riedeltje van universiteitswoordvoeder Martijn Gerritsen dat een traditionele Piet niet past binnen het inclusieve en internationale karakter van de universiteit, kwam voor de studievereniging als mosterd na de maaltijd. Een ander relletje ontstond toen burgemeester Bruls besloot café De Fiets te sluiten na wangedrag van de bedrijfsleider. Een groep studenten protesteerde zonder effect via een Facebookgroep en stuurde brieven naar de gemeenteraad tegen deze sluiting. Voorlopig moeten studenten hun shotjes in een ander café zoeken. Studenten voor de klas Schreeuwende pubers, zeurende ouders en een hoge werkdruk: het leraarschap klinkt niet heel aanlokkelijk. Nederland wordt bij sommige vakken al jarenlang geteisterd door een lerarentekort. In het ergste geval kunnen deze vakken straks helemaal niet meer worden gegeven en in de bovenbouw. Hoe is dit tekort eigenlijk ontstaan? Wat is er leuk aan leraar zijn? En wat heb je als docent aan de vaardigheden die je op de universiteit opdoet? Om een antwoord op deze vragen te vinden, bracht ANS een bezoek aan de Radboud Docenten Academie en vertellen alumni over hun keuze voor het leraarschap. Heropening Refter Na een half jaar van droog brood en opwarmmaaltijden, gaat de Refter deze periode weer open in de avonden en kunnen studenten eindelijk weer terecht in hun favoriete culinaire etablissement. Het lopend buffet, lees: de gaarkeuken, heeft dan plaatsgemaakt voor superhippe foodcourt-stalletjes. Hier kunnen studenten gerechten uit verschillende keukens krijgen, maar zal het ook betaalbaar zijn? ANS volgt de verbouwingen op de voet en zal ook bij de opening een vorkje meeprikken.


Tekst en foto’s: Julia Meilink en Floor Toebes/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Goede voornemens.

Wat: Je ziel reinigen Moeite: Niet godslasteren Resultaat: God mag het weten Je komt nooit op tijd, maar speciaal voor de Heer zit je een half uur te vroeg in de kerkbanken. Na al je zonden in 2018 is het drastisch nodig om de ziel te zuiveren. Zenuwachtig voor je ontmoeting met Hem gebruik je in het gesprek met je buurvrouw te veel scheldwoorden. De jeugd is tot je verrassing in groten getale aanwezig. Een aantal kinderen moet onbegrijpelijke kerkteksten voordragen. Ze struikelen daarbij niet alleen over kerkbanken, maar ook over lastige woorden als ‘parochiegemeenschap’. Je danst niet naar de pijpen van de kerk en besluit voor het zingen de kerk uit te gaan. Bang om evenals de naïeve kinderen te worden geïndoctrineerd, laat je het evangelisch geneuzel voor wat het is. Een heilig boontje zul je toch nooit worden.

Wat: Vegetarisch eten Moeite: Je eigen boontjes doppen Resultaat: Honger Als een echte wereldverbeteraar besluit je je ecologische voetafdruk drastisch te verminderen. Je trekt je geitenwollen sokken aan en ruilt plofkip in voor bladgroente. Je vult je bord met alle groentes die in de Dikke Van Dale staan. Het resultaat is pasta met wat prut. Je wordt duizelig van al dat groen en ziet door de bonen de broccoli niet meer. Het is duidelijk dat je een groentje in de vegetarische wereld bent. Als een kip zonder kop begin je in te hakken op de stompjes die voor je liggen. Smachtend naar een dikke, vette hamburger werk je met grote moeite je bord leeg. Het maaltje heeft kraak noch smaak. Hoewel de wereld wat is verbeterd, heb jij hier geen kaas van gegeten.

Wat: Oma opzoeken Moeite: Laatste roddels bijhouden Resultaat: Vette vingers

Je oma lijdt aan dementie, en ook jij hebt al een tijdje niet aan haar gedacht. In 2019 besluit je haar daarom wat vaker op te zoeken. Tevreden plof je neer bij haar open haard waarna het geleuter kan beginnen. Ze steekt van wal met een oordeel over haar nieuwe buren: ‘Het zijn protestanten, maar ze zijn wel aardig hoor.´ Ook je nichten, ooms en overleden opa passeren de revue. Tig roddels later is het eindelijk tijd voor cake. Je bent vol aan het profiteren en propt er ook nog een broodje kroket achteraan. Aan het einde van de dag zijn zowel jij als je oma blij om elkaar weer te hebben gezien. Nog warm van de kroketjes fiets je naar huis. ANS

Benieuwd naar meer goede voornemens die je toch niet gaat volhouden? Kijk op ANS-Online.nl.


‘Superintelligent of oliedom?’ Tekst: Rindert Oost/ Foto’s: Carlijn Hogeboom P. 22

Interview

‘SUPERINTELLIGENT OF OLIEDOM?’ Kunstmatige intelligentie: dat zijn toch die enge robots die de wereld overnemen? Dit is het beeld dat veel mensen van robots hebben. Universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie Pim Haselager wil ons beeld bijstellen. ‘De media schetsen een compleet verkeerd beeld van kunstmatige intelligentie, dat is erg jammer.’


‘Superintelligent of oliedom?’ P. 23

De afgelopen jaren reisde een robotontwerpbureau de wereld rond met robot Sophia. Technologiebeurzen stroomden vol met geïnteresseerden voor deze robot met een nagenoeg menselijk uiterlijk. Saoedi-Arabië acht haar inmiddels zo realistisch dat het land besloot haar staatsburgerschap te geven. Op internet zijn tal van filmpjes te vinden waarin journalisten Sophia interviewen. De antwoorden van de robot zijn gevat en begripvol, soms zelfs meelevend en bijna niet van een echt mens te onderscheiden. ‘Bijna niet, want eigenlijk is dit allemaal nep. Het is niet meer dan Mickey Mouse in Disneyland, een veredelde buikspreekspop’, reageert Pim Haselager, Universitair Hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit licht geërgerd. ‘Wat robot Sophia pretendeert te doen is nog lang niet de realiteit’, legt Haselager uit. ‘De media zijn vaak lovend over de mogelijkheden van robots, hoe geweldig ze zijn en hoe ze ons kunnen gaan helpen in het dagelijks leven.’ Discussies over verschillende vormen van kunstmatige intelligentie die onze banen of zelfs de wereld zouden overnemen volgen elkaar in rap tempo op. ‘Men heeft echter geen flauw benul wat de mogelijkheden van robots zijn’, vindt Haselager. ‘Suggereren dat ze ouderen kunnen helpen bij eenzaamheid is het verspreiden van onwaarheden.’ De manier waarop de media robots profileren zit Haselager duidelijk dwars. In zijn overvolle kantoor met boeken, drie computers, twee moderne en een gedateerde, legt hij uit hoe een toekomst met robots er wel uit komt te zien. ‘We moeten eerst meer over onszelf leren voordat we menselijke interactie kunnen inbouwen in robots.’

‘Men denkt dat robots gevoelens hebben of aan sociale interactie kunnen doen.’ Gescript In zijn vakgebied is Haselager met name bezig met de ethische vraagstukken rondom robotica. ‘Het probleem met Sophia en andere robots die worden beschreven in de media, schuilt in de wereld achter de schermen. Sophia kan namelijk helemaal niet zo menselijk reageren als wordt voorgedaan.’ Haselager schuift in zijn stoel en vervolgt zijn verhaal: ‘Als je een interview met Sophia wilt houden, moet haar team van tevoren de antwoorden programmeren. Wijk iets af van het script en haar hele verhaal wordt compleet onsamenhangend.’ Op het eerste oog heel menselijk, maar qua kunstmatige intelligentie is ze leeg. ‘Ze kan heel goed verhalen reproduceren, maar zelf iets bedenken, dat zit er niet in.’ En Sophia is niet de enige. ‘In een recente documentaire over zorgrobots werd gedaan alsof een robot

vragen kon beantwoorden’, vertelt Haselager. ‘De documentaire liet niet zien dat in de kamer ernaast iemand zat die de antwoorden intypte.’ Volgens Haselager zorgt dit beeld ervoor dat het publiek verkeerde verwachtingen van robots krijgt. ‘Die gretige aandacht voor Sophia en haar gelijken, dat zijn zowel de media als de wetenschap op hun slechtst.’ Door die beeldvorming in de media denkt men dat robots gevoelens hebben of aan sociale interactie kunnen doen. Hierdoor worden ze onterecht bang voor gevolgen die er niet zijn. Een hekelpunt volgens Haselager. ‘Het is belangrijk dat dit denkbeeld wordt bijgesteld.’ Hyperintelligentie en oliedomheid Hoe slim zijn robots dan wel? ‘Robots zijn een interessante combinatie van hyperintelligentie en oliedomheid’, legt Haselager uit. Hij glundert even. ‘Aan de ene kant hakken ze ons in de pan met schaken en verbazen ze ons met hun acrobatiek. Aan de andere kant zijn ze qua sociale intelligentie en gezond verstand net zo dom en leeg als Sophia.’ Als voorbeeld noemt Haselager chatrobots. ‘Als je deze met elkaar laat praten, draait dat nergens op uit.’ Hiermee legt hij de vinger op de zere plek. ‘De crux zit hem dan ook niet in de rekenkracht van computers. Het probleem is het gebrek van kennis binnen de wetenschap over onze eigen menselijke kernwaarden.’

‘Door robotica gaan we heel anders naar onszelf kijken.’ ‘Over kernwaarden zoals emphatie, sociale intelligentie en gezond verstand weten we relatief weinig’, betoogt Haselager. Kennis die je niet hebt, kun je ook niet programmeren bij robots. ‘Om te snappen waar deze intelligentie vandaan komt, zullen wij terug moeten naar de psychologie en de neurowetenschap.’ Robots zoals Sophia helpen wat Haselager betreft maar bij één ding: ‘het falen in hun menselijk gedrag brengt de wetenschap verder in het begrijpen van menselijk gedrag.’ Waar robots in tekort schieten, staat gelijk aan de kennis die we nog missen over onszelf. Deze link tussen robotica en menselijk gedrag fascineert Haselager. ‘Wat is menselijkheid überhaupt’, vraagt hij zich hardop af. ‘Dat is de les van robotica die we meer ter harte zouden moeten nemen. Blijkbaar zijn de kwaliteiten die wij vaak excellent achten en op ons CV zetten, zoals goed zijn in rekenen en taal niet per se de kwaliteiten die ons tot mens maken. Het zijn juist de dingen waar we sneller aan voorbij lopen, die ons menselijk maken, zoals ons gezond verstand.’ Hij laat de woorden even bezinken. ‘Door robotica gaan we heel anders naar onszelf kijken.’


‘Superintelligent of oliedom?’ P. 24

Automatische gereedschapskisten ‘Tijd om het echte toekomstbeeld te laten zien’, zegt Haselager om weer op de praktische zaken terug te komen. ‘Veruit de grootste categorie van toekomstige robots zal puur functionele taken uit gaan voeren. Denk aan het schrobben van een toilet, dat kan bijvoorbeeld met een automatisch borsteltje. Of een kookrobot die je pannenkoek in de lucht kan werpen.’ Nu al kunnen sommige algoritmes allerlei huishoudelijke taken overnemen, zoals het regelen van de thermostaat. Ver staan deze functionele robots dus niet eens van ons af en in de toekomst krijgen we er alleen nog maar meer. Haselager begint te lachen: ‘Eigenlijk worden dit onze automatische gereedschapskisten.’ De andere categorie zijn de robots met meer menselijke eigenschappen: humanoïde robots. Die zullen niet extreem realistisch zijn zoals in films en zullen je ook geen gezelschap houden. ‘Nogmaals, dat is misleidend’, benadrukt Haselager. ‘We vinden het eng als robots te veel op mensen lijken. Ze krijgen slechts enkele menselijke eigenschappen. Bijvoorbeeld een kijkrichting om aan te geven naar wie ze luisteren als ze een commando krijgen. Of benen, voor als ze een trap op moeten lopen.’ Deze functies hebben ze nodig omdat de samenleving is ingericht op het menselijk lichaam. ‘Van de hoogte van de tafel tot de inrichting van een kast’, zegt Haselager wijzend naar zijn eigen boekenkast.

‘Gaan we robots zien als onze vriend of hulpje? Misschien zelfs wel als slaaf.’ Volgens Haselager lijkt dit toekomstbeeld dus niet veel op wat de media ons voorschotelt. ‘Robots staan voor de deur, maar wij zijn er nog niet klaar voor’, stelt Haselager. ‘Van onzin zoals staatsburgerschap voor een robot moeten we af, dat werkt de discussie alleen maar tegen.’ Om aan te duiden hoe snel ontwikkelingen zouden kunnen gaan, neemt Haselager de computer als voorbeeld. Computers en het internet ontwikkelden zich ontzettend snel, maar over hoe hier bewust mee moest worden omgegaan, werd te weinig gediscussieerd. ‘Nu zijn er discussies over privacy doordat we geavanceerde algoritmes hebben gebouwd en moeten we achteraf wetten gaan instellen. Met robots kunnen we dit nog voor zijn.’ Vriend of slaaf? We moeten ons dus met een kritische blik afvragen of we wel klaar zijn voor robots in de samenleving, vindt Haselager. ‘Gaan we robots zien als vriend of als hulpje? Misschien wel als slaaf.’ Dat zijn de vragen waar de discussie over zou moeten gaan, aldus de professor. ‘Ook moeten we ons afvragen wie een robot commando’s mag geven. En moeten robots naar iedereen kunnen luisteren?’ vraagt hij zich hardop af. ‘Stel je voor dat twee kinderen ruzie hebben, en de een tegen de robot zegt “sla hem”. Dat

is natuurlijk een onverantwoorde beslissing.’ Bij dit voorbeeld kan Haselager nog wel lachen, maar er zijn ook serieuzere voorbeelden. ‘Ook volwassen personen kunnen onverantwoorde commando’s geven. Moet een robot dan nee kunnen zeggen?’ De kwestie naar wie een robot wel of niet moet luisteren, levert volgens Haselager ingewikkelde vaagstukken op. ‘Je zou bijvoorbeeld een robotbewijs kunnen invoeren’, stelt hij voor. ‘Dan zou je net zoals bij een auto eerst een soort test moeten afleggen, voordat je commando’s mag geven aan een robot.’ Toch benadrukt hij dat met een robotbewijs de discussie nog lang niet is opgelost. Een robotbewijs sluit onverant-


Column Roel van Koeverden P. 25

woord gedrag namelijk niet uit. ‘Dit geeft aan hoe lastig de discussie is’, zegt Haselager. ‘Daarom is het belangrijk dat mensen weten wat ze van robots kunnen verwachten. Niet voor niets laat ik in elke presentatie een filmpje met robotbloopers zien.’ Haselager denkt dat ons beeld over robotica op die manier zal bijtrekken. En de robots waarbij iemand in een achterkamertje de vragen verwerkt, zijn die dan helemaal nutteloos? ‘Nee’, antwoordt hij, ‘Juist omdat we robots met menselijke interactie nu nog niet kunnen maken, kunnen die neprobots ons helpen te begrijpen hoe mensen gaan reageren op echte robots.’ Pretenderen dat robots zoals Sophia nu menselijk zijn, is onzin. ‘Op die manier is er namelijk nog maar een geschikte plek voor ze: de schroothoop.’ ANS

GEVARENDRIEHOEK Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren. Arriva, streekvervoer met streken Ingeklemd tussen twee hijgende dikzakken kijk je hoe de persoon voor je selfies zit te maken. Ondertussen volg je onvrijwillig het telefoongesprek van een meid die aan de andere kant van de coupé zit. Ze gaat vanavond sushi eten met vriendinnen. Fijn om te weten. Je probeert nog even een dutje te doen, maar wordt ruw gewekt als de trein zonder aanleiding abrupt stopt en een paar tellen later weer verder rijdt. Als er ook nog wordt medegedeeld dat de trein niet verder rijdt dan station Mook/Molenhoek, is de Arriva-experience compleet. Arriva-sprinters zijn een noodzakelijk kwaad voor velen van ons, maar waarom zijn ze eigenlijk zo kut? Allereerst, de stoelen zijn altijd te klein voor je. Ergens in het hoofdkantoor van Arriva is bepaald dat reizigers slechts een zitoppervlak van 6,5 cm2 hebben. Als gevolg zit je ieder ritje naar thuisthuis tegen een of andere naar rioolwater stinkende goorlap aangedrukt. Verder is de kans dat je rust vindt in een Arriva-trein even groot als de kans dat je rust vindt in de TKB tijdens carnaval. Bij ieder dorpsstationnetje stroomt de trein vol met een horde luidruchtige orks gekleed in vuilniszakjassen. Ze komen steevast in groepjes van drie of vier de rust verstoren met hun onophoudelijke geouwehoer over bier, school en scooters. Bovenop al die nadelen komt nog dat Arriva-sprinters even betrouwbaar zijn als je manipulatieve ex-vriendje. Ze rijden niet op stroom, maar op diesel. Op de Limburgse leeuw op de zijkant na zijn het praktisch derderangs kolentreinen uit de voormalige Sovjet-Unie. Als klap op de vuurpijl heeft Arriva een rijk repertoire aan sadistische trucjes in huis. Zo koppelen ze wel eens lukraak het achterste treindeel los, zodat je een half uur in de kou kunt gaan staan wachten op station Boxmeer. Hopelijk ben je nog vruchtbaar als je om half twaalf weer eens terug bent op je kamertje. Al die nadelen zouden niet zo zwaar wegen als er tenminste wifi was om de misère te vergeten. Maar helaas, wifi in een Arriva-sprinter is net als Sinterklaas: het bestaat niet en steeds minder kinderen geloven erin. Aldus is mijn reisadvies aan jullie om Arriva-sprinters te mijden als een leprakolonie. Pak de fiets. Of de benenwagen desnoods. Of bel je ouders op dat je de komende vijf jaar niet meer thuiskomt. Alles. Behalve. Arriva.


Tijdsgeest Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee/ Illustratie: Bibi Queisen P. 26

Achtergrond

TIJDSGEEST

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Terrorisme in Nederland. Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst? Verleden: Tijd van revolutie In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. ‘De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren’, stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. ‘Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen’, vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk. In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden. Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders. Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op ‘substantieel’, ofwel vier op een schaal van vijf. ‘Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland’, verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. ‘Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.’ Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. ‘Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.’ Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. ‘Naar mijn idee is het een mix van beide.’


Tijdsgeest P. 27

Toekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten ‘De grote vraag is wat hierna zal komen’, zegt De Roy van

1977: Treinkaping bij De Punt en gijzeling basisschool in Bovensmilde door Molukkers

Zuijdewijn. ‘Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.’ De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken

1985: Bomaanslagen bij verschillende Makro-vestigingen door RaRa

kunnen krijgen. ‘We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.’ De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een

2001: Aanslag op 11 september op het World Trade Center New York

moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechtsextremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. ‘Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen

2004: Moord op Theo van Gogh en introductie NCTV

dat ze in omvang groeien.’ Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. ‘We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplas-

2016: Molotovcocktails op moskee Enschede door rechtsextremisten

sen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.’ De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. ‘Ik denk dat bepaalde

2018: Val IS-kalifaat

groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.’ ANS


Kamervragen Tekst: Camee Comperen en Jeyna Sow/ Foto’s: Michiel Theelen en Marije de Winter P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Dana en Ina. Dana op bezoek bij Ina Na een flinke klim naar de vierde verdieping puft Dana even uit bij de voordeur van Ina. Zodra ze het gigantische appartement binnenstapt, is ze met stomheid geslagen. ‘Is dit de kamer? Wat is dit groot! Hier ben ik nu al jaloers op.’ Het paleisje bestaat uit een grote woonkamer met open keuken, een badkamer, een Dana slaapkamer en zelfs een balkonnetje met uitzicht over de binnenstad. Dana komt meteen ter zake. ‘De bewoner heeft een eigen wc. Dan hoef je nooit te plannen wanneer je gaat poepen als iedereen thuis is.’ Dana’s oog valt op een verzameling boeken over Amerika en de Engelse taal. Wanneer ze verder ronddwaalt door de verschillende vertrekken vindt ze stickers van USA Nijmegen en een mok met de vlag van Amerika. ‘Ze is vast Amerikaans of ze studeert Amerikanistiek.’ De muren verklappen naast de interesse voor de Engelse taal ook de creativiteit van de bewoner. Ze staan namelijk vol met

Ina op bezoek bij Dana ‘Wauw, wat mooi opgeruimd’, brengt Ina met verbazing uit als ze de nette en overzichtelijke kamer binnenloopt. Buiten een bed, een bank en een bureau, inclusief lege salamiverpakking, is er niet veel poespas te bespeuren. ‘Het is hier zo opgeruimd, ik denk dat hier een meisje woont.’ Ook de boeken in de Ina kast staan er keurig netjes bij. ‘Ze zal wel Pedagogische Wetenschappen studeren, aangezien bijna alle boeken over kinderen gaan’, zegt ze vastberaden. Dan slaat de twijfel toe. ‘Misschien toch iets anders, want waarom heb je dat dan’, roept wijzend naar de gigantische biologieposter, met moeilijke termen en grafieken over het mitochondriale complex. ‘Nou ja, misschien is die poster wel een hobby of zoiets.’ Ina laat de ingewikkelde poster maar even voor wat het is en neemt de tijd om de rest van de muur te inspecteren. Haar ogen blijven hangen bij de zwart-wit foto’s van bergbeklimmers. ‘Mooi,

Engelse spreuken. Dana is er al snel over uit dat hier een meisje woont. ‘Een jongen zou niet zo goed nadenken over de inrichting, kijk maar naar die schattige lichtjes.’ De semiwijsheid whatever you do, always use your full ass trekt de aandacht. ‘Daar sta ik compleet achter’, grinnikt Dana. Dan ziet ze het gekleurde rad aan de muur. ‘Ik dacht dat het een shotjesspel was, maar dat is het niet’, zegt ze na nadere inspectie. Het rad is zonder twijfel een drankspel, maar wat het spel precies inhoudt, blijft een mysterie. Het is duidelijk dat hier regelmatig een feestje plaatsvindt. Dana zet haar zoektocht naar de identiteit van de bewoner voort en trekt de koelkast open. ‘De inhoud zegt veel over hoe een persoon leeft’, beweert Dana. De bewoner heeft een goed gevulde koelkast met veel groenten en fruit. Zo blijkt maar dat je als feestbeest ook aan je vitamines moet komen. Na een laatste rondje door het huis kan Dana met zekerheid zeggen dat de bewoner een uitgesproken en creatief meisje is dat niet vies is van een feestje. ‘Misschien wat alternatief, kijk maar naar dit oversized, wollen vest. Op mijn middelbare school droegen mensen dit ook en dat was een alternatieve school’, grapt ze.

die oude foto’s. Misschien zijn dit haar ouders die vroeger hebben geklommen’, concludeert Ina. Als ze verder loopt om het kleine balkonnetje te bekijken, struikelt ze bijna over een grote ananas die net om de hoek staat. ‘Ideaal zo’n balkon als vervanging voor de koelkast. Dat doe ik ook weleens.’ Dan loopt ze naar de echte koelkast, in de hoop daar iets spannends te vinden. De teleurstelling is groot als ze hem opentrekt. ‘Kaas, melk, frietsaus. De basic studentenleef.’ De rode Radboudtrui valt op in de lege en lichte kamer. ‘Hij ziet er nog nieuw uit dus ze zal wel eerstejaars zijn.’ Naast de trui valt ook het magere setje bestek op. ‘Misschien heeft ze niet zo vaak iemand over de vloer om samen te eten, want dan heb je meer bestek nodig.’ Omdat de bewoonster volgens Ina pas net studeert, verwacht ze dat ze nog jong is en een beetje verlegen. Ina snapt nu ook beter waarom het zo belachelijk netjes is in de kamer. ‘Als je net in je studentenkamer zit, wil je alles schoon houden, maar dat hou je zeker geen jaren vol. Ouderejaars hebben van die verzamelspullen die niet echt nut hebben, zoals een verzameling lege bierflesjes.’


Kamervragen P.P.29 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis? ‘Wat heb jij een enorme kamer’, is het eerste wat Dana (18, eerstejaars Pedagogische Wetenschappen) zegt als ze Ina (21, derdejaars Amerikanistiek) ontmoet. Ina grinnikt, ‘Het is niet de eerste keer dat ik dat hoor.’ Dana vindt het appartement prachtig, maar toch vraagt ze zich af of Ina het niet jammer vindt dat ze geen huisgenoten heeft. Ina vertelt over haar drukke leven met feestjes, etentjes en haar afgelopen bestuursjaar bij haar studievereniging. ‘Ik vind het juist wel fijn dat ik geen huisgenoten heb die dan ook nog iets van me willen.’ Ondertussen twijfelt Ina nog steeds over de studie van Dana. ‘In eerste instantie dacht ik dat je Pedagogische Wetenschappen studeert, maar toen ik die biologieposter zag, kwam ik er niet meer uit.’ Dana begint te lachen en legt uit dat ze de kamer onderhuurt van een jongen die biologie studeert. ‘Eigenlijk is hier niks van mij, behalve het tafeltje.’ Ina is stomverbaasd. ‘Dus deze kamer is van een jongen? Er zijn best wel wat vrouwelijke elementen te bespeuren zoals de geurkaarsjes, de kaptafel en de lichtroze bank.’ Ondanks de verschillen tussen het appartement van Ina en de kamer van Dana is er toch een overeenkomst: de geluidsoverlast die hun geliefde nachtrust verstoort. Als de derde ambulance voorbijraast, vertelt Dana dat ze moest wennen aan het verkeer op de Groesbeekseweg. Ina heeft misschien minder last van het verkeer, maar haar straat is de place to be voor dronken mensen die op zoek zijn naar hun fiets. ‘Ze maken veel geluid, maar het is wel fantastisch om naar ze te kijken’, grinnikt Ina. ANS

Ook altijd al eens naar binnen willen gluren bij een onbekende? Stuur een mailtje naar redactie@ans-online.nl of stuur ons een Facebookberichtje.


GoedVoorEenConsumptie/ Colofon P. 30

33e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Julia Mars en Irene Wilde Redactie Simone Bregonje, Joep Dorna, Jonathan Janssen, Rindert Oost en Jeyna Sow Medewerkers Camee Comperen, Aaricia Kayzer, Julia Meilink, Myrte Nowee, Maaike Reinhoudt, Floor Toebes en Vincent Veerbeek Gedichten Tiemen Hageman Illustraties Joost Dekkers, Gigi van Grevenbroek, Bibi Queisen en Inge Spoelstra Foto’s Jetske Adams, Carlijn Hogeboom, Julia Meilink, Michiel Theelen, Floor Toebes,

Vincent Veerbeek, Irene Wilde, Imtiaz Willems en Marije de Winter Voorpagina Imtiaz Willems Columnisten Roel van Koeverden en Sanne de Kroon Eindredactie Chiel Nijhuis, Tom Plaum, Jean Querelle, Dennis van der Pligt en Wout Zerner Crypto Janneke Elzinga en Jelle Siemens Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars Dagelijks bestuur Britt Teffer (voorzitter), Djuna Bánki (secretaris) en Kübra Saginci (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto P. 31 P. 31

IN DEZE CRYPTO BLIKKEN WE NOG ÉÉN KEER TERUG OP HET JAAR 2018. DENK AAN PERSONEN DIE IN HET NIEUWS VERSCHENEN, GEBEURTENISSEN IN BINNEN- EN BUITENLAND OF WOORDEN DIE IN HET BETREFFENDE JAAR HUN INTREDE DEDEN. EEN ODE AAN DE YOGASNUIVERS? LET OP: ‘IJ’ TELT IN DEZE CRYPTO VOOR TWEE LETTERS. 1

2

De oplossingen voor het cryptogram in de derde ANS vind je op ans-online.nl Een knallend optreden tussen de studieboeken en de kratjes bier, een intieme literaire voordracht onder een hoogslaper of een cabaretier aan de eettafel. Op woensdag 6 februari vindt de 19e editie van Stukafest plaats: twintig Nijmeegse studentenkamers worden deze avond omgetoverd tot mini-theaters waar muziek, dans, cabaret, spoken word en theater centraal staan. En... De avond wordt afgesloten met een eindfeest in de Brebl! Kans maken op 2 surprisetickets? Stuur dan voor 5 februari de oplossing naar redactie@ans-online.nl.

3

4 5 6 7

8

9

10

11 12

13

14

HORIZONTAAL: 3. REGULATIE DIE DINGEN OVER DE GROND VOORUIT TREKT. (8) 5. WAAROM ZOU JE BETALEN VOOR JE EIGEN FOTO’S? (13) 6. VOOR DE VEILIGHEID, TEGEN HET SYSTEEM. (4,6) 7. BIJ ZULKE KOU IS ALTIJD DE VRAAG: WIE ZEGEVIERT HIER, OF DOEN ZE MAAR ALSOF? (12) 9. ALS JE MET DE BETREFFENDE TECHNIEK ‘R’ VERVANGT DOOR ‘Y’, KLINKT HET ALS EEN ENGELSE SNACK VOOR KANNIBALEN. (6-4) 10. MENSEN DIE HET STOLLEN VAN IJS EEN HALT WILLEN TOEROEPEN. (15) 11. KOUDE UITGANG. (6) 12. ADVIES VAN EN VOOR HET VOLK. (12) 13. DIT MEDICIJN MET EEN (ENGELS) LUCHTJE ZORGDE ER JUIST VOOR DAT DE PATIËNT EVEN NIET RUSTIG KON ADEMHALEN. (10) VERTICAAL: 1. DEZE ENGELSE REGENTES IS TER ZIELE GEGAAN. (5,2,4) 2. DE INHOUD VAN DIT BLAADJE IS ECHTER NIET GEJAT. (15) 4. ‘HENK IS H’T WAPEN,’ VERTAALDE DE VERSTROOIDE SPRAAKCOMPUTER. (7,7) 5. HET WERKTE DEZE TWEEVOUDIG PERSOON OP ZIJN ZENUWEN DIT JAAR. (7) 8. NEDERLAND STOND HIER BIJ VOORBAAT AL BUITENSPEL. (2,7) 10. (EVEN)WICHT. (12) 13. GOEDHEILIGMAN MET EEN WARME DRANK MAAKT DIT VOERTUIG. (5) 14. ALS JE EEN VOORMALIG MINISTER VAN FINANCIËN OP EEN CD’TJE ZET. (10)


VAN DE BAAN P. 32

Tekst: Maaike Reinhoudt/ Foto: Jetske Adams

Wie: Coen Vulders (21), vierdejaarsstudent Geneeskunde Bijbaan: Seksuele voorlichting geven op basisscholen en middelbare scholen, vrijwillig Hoe ben je op het idee gekomen om seksuele voorlichting te gaan geven? ‘Op de Geneeskundefaculteit zag ik een poster van het International Federation of Medical Students’ Associations hangen over het geven van seksuele voorlichting op basisscholen en middelbare scholen. Ik was al reanimatie-instructeur, en wist dus dat ik lesgeven leuk vond. Toen heb ik besloten om naar de voorlichtingsavond te gaan en een training te volgen, waarna ik meteen kon beginnen. Ik vind het heel belangrijk dat jongeren goede seksuele voorlichting krijgen. In Nederland is seks in vergelijking met sommige andere landen goed bespreekbaar en daar moet dan ook gebruik van worden gemaakt.’ Hoe zien jouw lessen er ongeveer uit? ‘Over het algemeen starten we met een soort kennismakingsspel waarbij de klas allerlei synoniemen voor penis, vagina en vrijen op het bord mag schrijven. Zo wordt het ijs een beetje gebroken en kunnen de leerlingen tegelijkertijd hun energie kwijt. Daarna bespreken we anticonceptiemiddelen, zoals het condoom, het spiraaltje en de NuvaRing. Soms houden we een condoomrace waarbij leerlingen zo snel

en zo goed mogelijk een condoom om een neppenis moeten doen. Ook bespreken we de soa-top 7.’ De soa-top 7? Is dat een hitlijst? ‘In de soa-top 7 bespreken we veel voorkomende soa’s en hoe je ze kunt oplopen. Vaak is dit best lastig, omdat leerlingen van veel soa’s nog nooit hebben gehoord. Ik teken daarom altijd twee poppetjes op het bord en omcirkel dan samen met de klas de slijmvliezen, dit zijn de plekken die gevoelig zijn voor soa’s. Ook bespreken we symptomen en mogelijke behandelingen ervan.’ Hoe reageren leerlingen op seksuele voorlichting? ‘Dat verschilt heel erg per persoon. Als ik het bijvoorbeeld over homoseksuele seks heb, kijkt de een er niet van op, terwijl de ander meteen roept hoe vies dat is. Als leerlingen een vraag hebben die ze niet in de klas durven te stellen, kunnen ze deze op een briefje schrijven en anoniem in een speciaal doosje doen. Daarbij kom ik serieuze en minder serieuze vragen tegen. Bij serieuze vragen moet je denken aan ‘kun je zwanger worden van pijpen’ of ‘kun je als homostel zwanger worden’. Ik kreeg echter ook een keer 25 briefjes met de vraag of ik Justin Bieber leuk vind. Ik heb daar destijds op geantwoord dat dat niet echt met de les te maken had, maar dat ik geen problemen met hem heb. Toen waren ze allemaal erg teleurgesteld.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS speelt  

Vierde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

ANS speelt  

Vierde editie van de 33e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded