__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

ANS LULT

Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 34, nummer 1

P. 1


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

COMMENTAAR Daar sta je dan, een splinternieuwe eerstejaars, met een introtasje over je schouder en het goedbedoelde advies van je ouders onder je arm. Niet te veel drinken, hè, gewoon jezelf zijn en als er iets is: gewoon bellen. Mooi niet. Je ouders bellen tijdens de introductieweek is zo ongeveer het studentenequivalent van je moeder die een broodtrommel komt brengen. Je bent nu volwassen en zoals het een echte volwassene betaamt, drink je braaf alle biertjes mee, sla je zoveel mogelijk shotjes tequila achterover bij de Tequila Party en sta je zelfs, weliswaar op wankelende benen, om half elf bij de sportdag. Tussen alle bedrijven door kan het zomaar gebeuren dat je ze tegen het lijf loopt. Ze. De praatjesmakers van de intro, de koningen der slap gelul: de wervers. Ze trekken aan je arm en duwen merchendise in je hand. ‘Hey! Word jij onze nieuwe herder?’ Om een afgang te voorkomen knik je instemmend, niet wetend of je nu ‘ja’ hebt gezegd tegen een nieuwe bijbaan als schapendrijver op de Hatertse Vennen of iets heel anders. Een herder zijn blijkt inderdaad net zo intensief als een bijbaan, met als enige verschil dat het vooral geld kost in plaats van oplevert. Tijdens het aspirantaat word je gebombardeerd tot multi-inzetbare afwashulp, koffieslaaf en boksbal. Je weken zitten vol met dispuutsavonden en al die boetes voor de verkeerd geparkeerde bakfiets kosten klauwen met geld.

DEZE

ANS 08 08 Reportage In hetzelfde schuitje Een van de vele riviercruises die langs de Nijmeegse Waalkade voert, is MPS de Zonnebloem, die rondvaarten verzorgt voor gasten met een fysieke beperking. Aan boord van het vakantieschip dineren, zingen, grappen en grollen de gasten samen met de vrijwilligers en de bemanning. Dat gaat niet altijd zonder de nodige emoties.

Nadat je voor de tiende keer voor het hele dispuut hebt gekookt én de hele avond als ober hebt gespeeld, plof je doodop in je bed. ‘s Ochtends word je wederom wakker gemaakt met een emmer water en mag je het zelf opdweilen. Je wordt ernstiger afgebeuld dan een kind in een sweatshop, maar gelukkig heb je een belangrijke vaardigheid opgedaan die meer doet dan een CV vol bestuursjaren en werkervaringsplekken bij elkaar: slap leren lullen.

12

De hoofdredactie 12 Interview Wankele werkelijkheid In het nieuwe boek van de in Nijmegen geboren schrijver Niña Weijers zijn de personages anoniem, mist een duidelijk plot en lopen fictie en werkelijkheid dwars door elkaar. Weijers wil daarmee zowel de lezer als zichzelf uitdagen om het idee hoe literatuur er uit zou moeten zien, los te laten. ‘Er worden ontzettend veel romans geschreven. De zoektocht naar hoe je zelf iets kunt toevoegen aan wat er al is, maakt schrijven voor mij leuk en uitdagend.’


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 18 18 Achtergrond Kleren maken de vrouw Winkels als H&M, Forever21 en Primark hangen er vol mee: shirts met teksten als ‘Girl power’ of ‘#feminist’. Een statement dat kan worden opgevat als feministisch activisme, maar zo’n goedbedoelde geëmancipeerde leus doet misschien meer kwaad dan goed.

22 22 Interview Lullen met lullo’s Veel zuipen, weinig studeren en altijd moeten opdraven als de praeses daarom vraagt: de stereotypen over het verenigingsleven beloven weinig goeds voor nieuwe aspiranten. Toch zullen ook dit najaar weer veel studenten zich aansluiten bij een dispuut. Reden genoeg om in gesprek te gaan met de voorzitters van Nijmeegse herendisputen H.O.E.K. en Faunus over hun kijk op de verenigingswereld. 04 Een dubbeltje op zijn kant 05 UB-servaties 07 Het Laatste Oordeel 14 De loftrompet 16 Middenpagina 20 ANS-Online 21 De Graadmeter 26 Tijdsgeest: Tot de kern 24 Even denken 28 Kamervragen 30 GoedVoorEenConsumptie/ Colofon 31 Crypto 32 Van de Baan

NIET

Grote boze bewaker Er was eens een stel goedwillende studentjournalisten die een leuk idee hadden: een interview met een jonge prins in de Eftelinghoreca. Een sprookje zou geen sprookje zijn zonder slechterik. Toen de nietsvermoedende redacteuren het sprookje als ware gebroeders Grimm van de 21e eeuw vast wilden leggen op camera, verscheen daar pardoes de grote boze bewaker. ‘Alle tovertwinkels, wat moet dat hier, kinderen?’ klonk zijn grommende stem. Geschrokken keken de redacteuren op naar de reus die boven hen uittorende. ‘Wij hebben geen kwaad in de zin, heus!’ stamelden ze. ‘Dat zullen we nog wel eens zien’, zei de reus en door zijn magische praatdoos sprak hij tot de heks van de communicatieafdeling. ‘Knibbel, knabbel, knuisje, wie maakt er foto’s van mijn huisje?’ schreeuwde ze door de telefoon. Maar na een snelle blik in haar glazen bol zag de heks ineens de commerciële mogelijkheden. Zo ontsnapten de journalisten en de prins op het nippertje uit de klauwen van de heks en leefde iedereen nog lang en gelukkig. Een revolutie zit in een klein H.O.E.K.je De afgelopen eeuw is Indonesië onafhankelijk geworden, de Berlijnse muur gevallen en het homohuwelijk ingevoerd. Talloze revolutionaire activisten sprongen in de bres voor rechten van mens en dier. Ook in Nijmegen is een hedendaagse rebel à la Che Guavara opgestaan. De praeses van dispuut H.O.E.K. balt namelijk de progressieve vuist: om met de tijd mee te gaan hebben de hoekenisten in de afgelopen 94 jaar hun gillet aan de kant gelegd en hun driedelige pak verruild voor jasje-dasje. Het is maar wachten tot de eerste shirts met het heldhaftige aangezicht van Daan Bossers in de winkels zullen verschijnen. Sugarbabe Tijdens het brainstormen voor deze ANS opperde een enthousiaste redacteur om een sugarbabe de blouse van het lijf te vragen voor de rubriek Van de Baan. Verrassend genoeg kende niet één, maar zelfs meerdere leden van ANS een sugarbabe. Maar de connecties mochten niet baten: geen enkele jongedame die voor geld op date gaat met oudere mannen wilde ons een kijkje geven in deze bijzondere bijbaan. Misschien dat we na dit stukje alsnog een berichtje krijgen van een gewillige dame…


Een dubbeltje op zijn kant Tekst: Floor Toebes en Jitske de Vries/ Illustratie: Bibi Queisen P. 4P. 4

Opinie

EEN DUBBELTJE OP ZIJN KANT Steeds meer studenten kampen met financiële problemen. Ze ervaren regelmatig geldstress en in extreme gevallen kunnen ze zelfs hun collegegeld niet meer betalen. Daarom moet de Radboud Universiteit financiële voorlichting aanbieden. Sinds de invoering van het leenstelsel ervaren steeds meer studenten financiële problemen. Velen weten niet wat ze met hun geldproblemen aan moeten en komen daardoor nog dieper in de moeilijkheden. Dat de nood aan de man is, werd afgelopen februari bevestigd door een onderzoek van de Hogeschool van Utrecht (HU) onder studenten van vijf verschillende hbo-instellingen. Van de hbo-studenten geeft 43 procent aan te maken te hebben met betalingsachterstanden en in sommige gevallen kunnen ze zelfs geen geld meer opnemen. Ook geeft 21 procent van de studenten aan moeilijk rond te kunnen komen. ‘Ik kan me voorstellen dat de resultaten niet enorm verschillen wanneer je een vergelijkbaar onderzoek zou starten aan de universiteit’, denkt studentendecaan aan de Radboud Universiteit (RU), Sofie van Breemen. Alhoewel het onderzoek over hbo-studenten gaat, is de verwachting dus dat ook wo-studenten financieel in de knoop zitten. Daarom zou het goed zijn als er preventieve voorlichting wordt aangeboden aan studenten, zodat ze überhaupt niet in de problemen komen. De RU moet financiële voorlichting aanbieden in de vorm van een vrijblijvende cursus waarin kwesties als schuldpreventie en financieel plannen aan de orde komen. Wegwijs in de wereld van geld Voor studenten aan de universiteit zou een cursus erg kunnen helpen. Als student draag je namelijk opeens veel financiële verantwoordelijkheid: je huur, belastingen, zorgverzekering, collegegeld, enzovoorts. Bovendien zijn de regelingen omtrent het leenstelsel vaak onduidelijk, omdat er regelmatig nieuwe plannen komen vanuit de Tweede Kamer. Dit kan erg overweldigend zijn en het zou daarom fijn zijn als de universiteit de student daar meer wegwijs in kan maken. Daar komt bovenop dat een gezonde financiële situatie erg belangrijk is voor studenten: ‘goede financiën zijn een voorwaarde om gezond en stressvrij te kunnen studeren’, vertelt Breemen. ‘Het is om die reden een

onderdeel van het algemeen welzijn van studenten.’ In het rijtje van de cursussen “Self help ‘lekker in je vel’”, “Perfectionisme-Nooit Goed Genoeg” en “Burn-out preventie” zou een cursus “Omgaan met geld” daarom goed passen. Daarnaast is het handig als juist de universiteit deze hulp aanbiedt. Het is namelijk de plek waar studenten zich dagelijks bevinden en daardoor kan de universiteit makkelijk studenten bereiken. Beter laat dan nooit? Naar aanleiding van het onderzoek van de HU heeft denktank Financieel Fit Rijk van Nijmegen een regiooverleg met de RU, de Hogeschool Arnhem Nijmegen en het ROC Nijmegen geïnitieerd. In dit overleg wordt de financiële situatie van Nijmeegse studenten besproken en nagedacht over eventuele verbeteringen. Of dit zal leiden tot maatregelen, is nog maar de vraag. Breemen vertelt dat het wel even kan duren voordat er iets concreets uit de bespreking komt. Dit terwijl geldzorg een urgent probleem is. Het is niet zo dat de universiteit haar kop in het zand steekt. Op dit moment kunnen studenten aan de RU met hun geldvragen terecht bij de studentendecaan. Toch is het volgens Gerjo Schepers, oprichter van Financieel Fit Rijk van Nijmegen, niet vanzelfsprekend dat een student ook daadwerkelijk hulp zoekt: ‘Uit het regio-overleg blijkt dat studenten niet vaak naar een studentendecaan gaan als ze moeite hebben om het collegegeld te betalen of moeilijk rondkomen.’ Verder biedt de RU financiële steun in de vorm van fondsen en subsidies voor studenten met bijvoorbeeld persoonlijke problemen of noodsituaties. Zowel advies van de studentendecaan als het verstrekken van geld lost het gehele probleem niet op. De universiteit handelt pas wanneer het te laat is en een fonds of subsidie leert studenten niet hoe ze in de toekomst beter met hun geld om kunnen gaan. De kans bestaat dus nog steeds dat ze in financiële moeilijkheden belanden.


Column Naomi Habashy P. 5

De RU loopt achter In tegenstelling tot universiteiten zijn hbo- en mbo-instellingen al begonnen met het aanbieden van financiële voorlichting ter preventie van verdere geldproblemen onder studenten. Zo heeft het ROC Nijmegen een financieel spreekuur waar studenten met hun geldvragen terecht kunnen bij een financieel adviseur en biedt de HU een cursus aan zodat docenten hun studenten beter kunnen helpen met geldproblemen.

‘De universiteit handelt pas wanneer het te laat is.’ De Hanzehogeschool Groningen begint vanaf dit collegejaar met de cursus “Grip op je portemonnee”. Studenten kunnen zich hiervoor inschrijven om beter te leren financieel plannen, sparen en budgetteren. De cursus zal vrijblijvend zijn en gegeven worden door een medewerker van de kredietbank. Een vergelijkbare oplossing zou goed passen op de RU. Studenten kunnen dan voordat ze in de problemen komen zich inschrijven voor de cursus en zo inzicht krijgen in hun geldzaken. Het is hoog tijd dat de RU stappen onderneemt door haar studenten financiële voorlichting aan te bieden, zodat geldproblemen voorkomen kunnen worden. ANS

UB-SERVATIES Columnist Naomi Habashy woont praktisch in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen. De wandelaar

Wie is toch die jongen die in alle vroegte de leeszaal binnenkomt, zijn laptop op tafel neerzet en vervolgens opstaat om een uur later pas weer te gaan zitten? Loopt hij op doktersadvies iedere twintig minuten een rondje door de leeszaal? Waar hangt hij uit als hij niet aan het inloggen is of de dop van een pen schroeft? Deze jongen kan niet lang stil zitten, dat staat buiten kijf. Omdat een productieve dag niet van start kan gaan zonder een kopje koffie, loopt hij eerst richting de automaat. Er staat verdomme om negen uur ‘s ochtends al een enorme rij. Daar heeft hij geen zin in, en hij besluit te gaan voor een bak Spar-pleur. Slim van hem, want was hij z’n eten niet ook vergeten? Nee, hij heeft überhaupt nooit eten om te vergeten, dat is de reden dat hij inmiddels zo goed bevriend is met het Spar-personeel. Bij binnenkomst wordt hij vrolijk met zijn voornaam begroet. En wie komt hij daar zo op de vroege ochtend nog meer tegen, op zijn weg van de blikken energydrink naar de croissantjes? Een andere notoire wandelaar, die hem vraagt hoe het met zijn scriptie gaat. Zijn scriptie? O, daar wou hij net aan beginnen. Waar het ook alweer over ging? Tja, moeilijk uit te leggen. En hij moet de conclusie nog schrijven, natuurlijk. Misschien dat hij maar weer eens teruggaat om daaraan te beginnen. Hoewel een extra rondje lopen ter inspiratie hem ook geen slecht idee lijkt. Iedere kilometer die hij loopt in voorbereiding voor de Zevenheuvelenloop is er namelijk alvast één. Maar hij kan ook met de andere wandelaar meegaan naar de twintigste verdieping van het Erasmus, naar de optrekkende ochtendnevel kijken. Dat is altijd zo mooi. De ingevingen komen hem dan vanzelf wel tegemoet. Ja, dat vindt hij wel een goed idee. Toen hij daar gisteren ook al was en dacht aan een goede eerste zin voor zijn scriptie, kwam hij starend in de verte op het idee om vandaag op tijd te beginnen. Als je niet op tijd naar de bieb komt, kun je eigenlijk niet productief zijn. Zo besloot hij dat hij vandaag de drukte voor zou zijn. Hij moet wel eerst even al zijn boodschappen terugbrengen naar zijn plek in de bieb. Zoals hij al dacht ziet hij om kwart voor tien dat het daar stampvol zit: de handdoeklegger was niets te vroeg vanmorgen.


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging NU!Medezeggenschap Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen dan niet over wiet, Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op maar over XTC of Twitter en neem eens een kijkje op onze website. coke.’ Door Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even het gebruik langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar usr@ru.nl. van cocaïne had Website: www.numedezeggenschap.nl Schippers Twitter: @NUMedezeggsch minder moeite met Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggensociaal schap E-mail: usr@ru.nl contact en voelde

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde Beste ANS-lezer, We zijn druk bezig met thema’s zoals duurzaamheid, welzijn, studiewerkplekken, onderwijs, loopbaanorientatie en ga zo maar door. Maar in het kader van ruimte hebben we ons beperkt tot de volgende updates! Wil je echter beter op de hoogte worden gehouden? Volg onze social media of bekijk de website van de Universitaire Studentenraad (USR). Verkiezingsuitslag De verkiezingen zijn geweest! Volgend jaar zal zowel asap als AKKUraatd zitting nemen in de Universitaire Studentenraad met vier zetels. Alle studenten die een stem hebben uitgebracht, bedankt! Verschil in visie binnen de USR In VOX en ANS zijn er verscheidende mediastukken verschenen omtrent een verschil in visie op samenwerking tussen de partijen. AKKUraatd, asap en de benoemde leden kiezen voor een technisch voorzitter voor de USR voor de laatste twee maanden van dit raadsjaar. Nanne van Mil, politiek commissaris van de NSSR, neemt deze rol op zich (m.vanmil@student.ru.nl). Alle partijen gaan binnenkort met elkaar in overleg hoe ze het komend jaar gaan samenwerken in het belang van de studentenmedezeggenschap en de universiteit.

Update: een verhoging van het profileringsfonds! Maandag 27 mei 2019 maakte Daniël Wigboldus, voorzitter van het College van Bestuur, bekend dat het Profileringsfonds met 104.000 euro zal worden opgehoogd. Hij noemde dit ‘een mooi voorbeeld wat je met samenwerking kunt bereiken’. Aanleiding van de ophoging was een rondvraag vanuit de USR, waarin zij opmerkten dat het Profileringsfonds niet meegroeide met het aantal studenten. Het College van Bestuur steunde de mening van de USR dat hier inderdaad verandering wenselijk was. De USR is vervolgens in samenwerking met Student Life tot een voorstel gekomen. Het extra geld zal beschikbaar worden gesteld voor studentbestuurders en studenten die studievertraging oplopen door persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, zwangerschap of mantelzorg. Wil je meer weten over de beschikbare financiële ondersteuning is of hoe de Radboud Universiteit je kan helpen? Zie de onderstaande link. https://www.ru.nl/studenten/tijdens-studie/begeleiding-advies/financiele-ondersteuning/

Groeten,

De XXIIe Universitaire studentenraad

(Advertentie)


Tekst en foto: Irene Wilde Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Psychologie COLLEGE: Psychologie van de seksualiteit, 6 juni,

EINDCIJFER:

10.30 – 12.15, CC2 DOCENT: Dr. M.H. Prins UITSTRALING: Pornoprins PUBLIEK: Verwachtingsvolle voyeurs INHOUD: Pornography and body image

De camera loopt, een zwoel muziekje klinkt door de speakers en een man in pak staat klaar om zijn studenten oraal te vermaken. Wie denkt dat dit het begin is van een slechte pornofilm, heeft het mis. Het is het begin van een inhoudelijk college over porno, waarvoor voornamelijk vrouwelijke studenten massaal zijn uitgerukt. Na een korte geschiedenis van de Nederlandse pornografie blijkt al snel dat dr. Maerten Prins erg visueel is ingesteld. Masturberende vrouwen, anale seks en een vrouw met een wortel in haar mond en een courgette in haar vagina: Prins schuwt niets in zijn diapresentatie. De climax wordt bereikt wanneer negen screenshots van een pornofilm in volle glorie op het scherm verschijnen. Over het cumshot dat op de laatste afbeelding is te zien, helpt Prins meteen alle illusies de wereld uit: ‘Dit is duidelijk nep. Geen enkele man produceert zóveel sperma.’ Waar seksuele voorlichting op de middelbare school gepaard ging met een hoop gegiechel en gegniffel, is het publiek hier opvallend stil. Aandachtig en serieus luistert men naar de beheerste stem van Prins. Zelfs als hij pornocategorieën begint op te noemen alsof het een boodschappenlijstje is, blijven de studenten met uitgestreken gezicht luisteren. Alleen bij de categorie sex with vegetarian women barsten de studenten in lachen uit. De lacherige stemming blijft nog even hangen wanneer Prins gedreven begint te vertellen over de misvattingen die door porno ontstaan. ‘Niet alle mannen hebben een grote penis, niet alle vrouwen hebben een shaved porn pussy en niet alle vrouwen dragen hoge hakken tijdens de seks.’ Tegen het einde van het college slaat Prins een serieuzere toon aan en krijgt het college meer diepgang. Met nog steeds dezelfde vriendelijke uitdrukking op zijn

gezicht begint hij te vertellen dat vooral vrouwen een negatief lichaamsbeeld ontwikkelen door porno. De ijverige studenten hangen aan zijn lippen terwijl hij vertelt over onze geseksualiseerde samenleving waarin ook in reclames steeds meer naakt te zien is. Zo veroorzaakte een reclamebusje met twee grote borsten erop in Rusland 517 verkeersongelukken op één dag. Het naakt dat in reclames is te zien, is volgens Prins altijd onrealistisch: de toch al mooie modellen worden zo gefotoshopt dat een plaatje van een soort barbie ontstaat. Ook hier blijft het schoeisel een doorn in het oog van Prins: ‘Weer dragen ze diezelfde hoge hakken!’ roept hij verontwaardigd uit. Na een verhaal over de gevolgen van deze perfecte plaatjes voor jonge meisjes en hun zelfbeeld, sluit Prins het college onder luid applaus af. Moe maar bevredigd keren de studenten huiswaarts.

Het Laatste Oordeel der Studenten ‘Geen prins, maar een koning’, omschrijft een van de studenten de docent. Door het boeiende verhaal van Prins weten de aanwezigen hun aandacht er het hele college bij te houden. De docent zelf omschrijven zij als een ‘vriendelijke opa’. Hoewel de meesten bij de gedachte aan hun opa niet meteen zullen fantaseren over wilde nachten, vinden veel studenten het moeilijk om tijdens dit college niet aan seks te denken. Toch is er ook een puntje van kritiek: de meeste kennis is voor de studenten niet nieuw en Prins trapt volgens hen een aantal open deuren in. Dergelijk pornomateriaal hebben zij duidelijk al vaker gezien. ANS


Reportage

IN HETZELFDE SCHUITJE

Wie met mooi weer op het Waalstrand ligt te zonnen, ziet onvermijdelijk veel riviercruiseschepen langsvaren. Een van die schepen is MPS de Zonnebloem, dat speciaal is ontworpen om gasten met een fysieke beperking een vakantie te bieden. ‘Je kan je van de buitenkant niet voorstellen hoe gezellig het hierbinnen is.’


In hetzelfde schuitje Tekst: Joep Dorna en Jonathan Janssen/ Foto’s: Ted van Aanholt en Joep Dorna P. 9

Terwijl de meeste riviercruises gevuld zijn met vitale ouderen, is er één schip met een bijzondere doelgroep. Op Motorpassagierschip (MPS) de Zonnebloem kunnen 69 gasten met een fysieke beperking meevaren op een zesdaagse tocht langs Nederlandse, Belgische of Duitse steden. Het schip is onderdeel van de vrijwilligersorganisatie Nationale Vereniging de Zonnebloem, die zich inzet voor mensen met een lichamelijke beperking. De vrijwilligers en bemanning van MPS de Zonnebloem proberen de reis zoveel mogelijk op een gewone cruise te laten lijken, inclusief excursies overdag en entertainment in de avond. ‘Op het schip praten wij niet over patiënten of cliënten, maar over gasten’, benadrukt cruisemanager Gerard Noor. ‘Wij zijn een cruiseschip, geen hospitaalschip.’ Vier verschillende mannen Terwijl het schip nog ligt aangemeerd in Nijmegen, maken de gasten zich op voor de laatste activiteit van deze reis: het galadiner. In hun beste kledij nemen passagiers Sjaan van Rijswijk en Ria Oudshoorn plaats aan een van de vele prachtig opgemaakte tafels. Na uitstapjes in Antwerpen en Rotterdam, hebben de gasten vandaag Nijmegen bezocht. Daar waagden sommigen een gokje in het casino en kregen anderen een rondleiding door de binnenstad. Oudshoorn begint honderduit te vertellen over haar dag in het casino. ‘Ik had verwacht mijn hele budget kwijt te raken, maar ik verloor slechts de helft. De rest zie ik als winst’, lacht ze. ‘Nijmegen was ook prachtig’, vervolgt haar tafelgenoot Van Rijswijk. ‘De gids wist ons van alles te vertellen over de vestigingsmuren en de kerk.’ ‘Welke vrijwilliger heeft je tijdens de rondleiding begeleid vandaag?’ vraagt Oudshoorn. ‘Ik ben zelf deze week al door vier verschillende mannen rondgeduwd’, zegt ze met een tevreden grijns.

‘Het is geweldig dat de Zonnebloem er is. Anders zou ik nooit op vakantie kunnen.’

In de zomermaanden zijn ze niet weg te denken uit Nijmegen: riviercruises. Ze zijn een steeds populairdere vakantiebesteding voor toeristen op leeftijd. Met een rustig tempo brengen ze de gasten langs historische steden aan de rivier. Eenmaal aangemeerd aan de Waalkade gaan de toeristen de binnenstad in om te winkelen of krijgen ze een stadsrondleiding. ’s Avonds vertrekt het schip weer naar de volgende bestemming.

De dames waarderen het bestaan van het vakantieschip enorm. ‘Het is geweldig dat de Zonnebloem er is’, vertelt Van Rijswijk. ‘Anders zou ik nooit op vakantie kunnen. In hotels kom ik niet meer, want daar zijn niet genoeg aanpassingen voor mensen met een handicap. Zo zijn de bedden vaak te laag voor mij.’ MPS de Zonnebloem is helemaal ingericht op mensen met een fysieke beperking. Zo kunnen ook aan bed gekluisterde gasten zich laten verplaatsen met twee zeer ruime liften, zijn er overal alarmbellen aanwezig voor noodgevallen en zitten er zuurstofaansluitingen boven alle bedden. Het in hoogte verstelbare ‘verwenbad’ maakt vooral indruk. Hierin kunnen gasten genieten van een bubbelbad.


In hetzelfde schuitje P. 10

Reisgenoot Oudshoorn benadrukt dat het vooral fijn is dat haar rollator, die ze liever haar Ferrari noemt, mee mag aan boord. Haar Mercedes, de scootmobiel, heeft ze helaas thuis moeten laten. Dan vertrekt het schip van de Waalkade en zet rustig koers richting Millingen. Terwijl de dames wachten op het eten kijken ze uit over de Ooijpolder. ‘Kijk, daar rennen wilde paarden’, roept Oudshoorn opgewonden. Vanuit de grote ramen in de eetzaal kunnen alle gasten de groene weilanden, boomgaarden en stranden rondom Nijmegen goed zien. Hoofden als wastrommels De eerste gang van het galadiner wordt opgediend. Na een amuse met roomkaas krijgen de gasten een trio van vis en ossenstaartsoep voorgeschoteld. Ze genieten van het luxe menu, dat door de vrijwillige obers met veel zorg wordt uitgeserveerd. De koks hebben de smaken van de gerechten zo neutraal mogelijk gehouden, zodat iedereen ervan kan genieten. Het hoofdgerecht is dan ook een traditionele Hollandse combinatie van aardappels, vlees en groenten: varkenshaas, krieltjes en asperges. ‘Heerlijk’, smult Van Rijswijk, waarna Oudshoorn instemmend knikt. Na het dessert, dat bestaat uit meerdere kleine nagerechtjes, neemt Noor het woord. Om de vrijwilligers te bedanken vraagt hij de gasten om een groot applaus.

Het schip telt slechts twaalf man betaalde bemanning en wordt grotendeels draaiende gehouden door 63 vrijwilligers. Elke week komt er naast een nieuwe groep gasten ook een nieuwe groep vrijwilligers aan boord. Samen met de verpleegkundigen zijn dat onder meer afwashulpen, receptiemedewerkers en brandwachten. De twee medewerkers van de wasserette hebben de zwaarste taak: zij wassen elke week 900 kilo aan wasgoed. ‘Die herken je zo, want aan het eind van de week draaien hun hoofden als wastrommels’, grapt Noor tijdens zijn dankpraatje.

‘Zo’n vakantie betekent zoveel voor deze mevrouw.’ Het grote voordeel van de inzet van vrijwilligers is dat de reis hierdoor relatief goedkoop is. Nu betalen de gasten hetzelfde als voor een normale riviercruise. Als op MPS de Zonnebloem alleen maar betaalde krachten zouden werken, zou de vakantie voor de meesten onbetaalbaar zijn. Hoeveel de reis voor de gasten betekent, wordt na het eten duidelijk als de 98-jarige mevrouw Van den Ende het woord neemt om een gedicht voor te lezen. Na dertien regels krijgt


In hetzelfde schuitje P. 11

ze het plots moeilijk. Met een brok in de keel maakt ze het gedicht af. ‘Veel dank namens ons allen / Het is ons heel goed bevallen / Ik hoop nog heel wat jaren / Met deze boot mee te mogen varen.’ De zaal klapt enthousiast terwijl de poëet getroost wordt door haar buurvrouw. ‘Dit is waarom de Zonnebloem er is’, zegt vrijwilliger Beto van Baren geroerd na het gedicht. ‘Zo’n vakantie betekent zoveel voor deze mevrouw.’ Oubollig imago Als het diner is afgelopen, staan de vrijwilligers op om de rollators van de gasten te halen. Zodra iedereen zijn rollator of rolstoel weer terug heeft, verplaatst de groep zich door de extra brede gangen naar de salon. In de salon krijgen alle aanwezigen al snel een liedtekst in de handen geduwd. Als een man plaatsneemt achter de piano, krijgt iedereen door wat de bedoeling is.

‘Alles gaat hier een tandje langzamer.’ Verpleegkundigen Martine Mol en Erie Wichink Kruit kijken hier niet van op. ‘Alles gaat hier een tandje langzamer’, verklaart Mol met een berustende blik op de piano. Het kost een plaatselijke Willeke Alberti een paar pogingen om de groep bekend te maken met de melodie.

Mol en Wichink Kruit willen ondertussen iets kwijt over het belang van de vrijwilligers. Zelf vallen ze met een leeftijd van 29 en 30 jaar onder de jongste vrijwilligers van het schip. Wie rondkijkt achter de bar of receptie ziet vooral mensen die Abraham en Sarah al hebben gezien. De verpleegkundigen vinden dat de huidige generatie jongeren te weinig vrijwilligerswerk doet. ‘Veel jongeren zijn opgevoed met de boodschap: denk aan jezelf en maak vooral lol’, denkt Kruit. ‘Zo willen weinig jongeren de investering doen om een week op zo’n schip te zitten.’ De Zonnebloem heeft daarbij ook last van een oubollig imago, erkennen de meeste vrijwilligers. ‘In sommige opzichten is dat misschien wel zo’, zegt Kruit, terwijl de gasten in de salon samen het lied inzetten, begeleid door de pianist. ‘Maar je kan je van de buitenkant niet voorstellen hoe gezellig het hierbinnen is.’ Na drie uur varen komt de skyline van Arnhem in zicht. Terwijl de zon langzaam ondergaat, meert het schip aan op de Arnhemse Rijnkade. De gasten en vrijwilligers blijven hier vannacht slapen en gaan morgen weer naar huis. Op het dek genieten wat liefhebbers nog van het uitzicht. Sommigen zijn blij om te arriveren, anderen hadden graag nog wat langer op het schip willen blijven. Ook voor de vrijwilligers kan het afscheid emotioneel zijn, bijvoorbeeld voor brandwacht Van Baren. ‘Als de mensen je zaterdag bedanken met de mondhoeken bij de oren of tranen in de ogen, dan denk ik: daar heb ik het voor gedaan.’ ANS


Wankele werkelijkheid Tekst: Julia Mars/ Foto’s: Mark van Doorn P. 12

Interview

WANKELE WERKELIJKHEID In het nieuwe boek van de in Nijmegen geboren schrijver Niña Weijers is niets wat het lijkt. Personages veranderen van gedaante, werkelijkheid loopt over in fictie en een duidelijke verhaallijn is er niet. ‘Ik snap dat mijn roman frustrerend kan zijn voor een lezer, maar ik wilde mezelf uitdagen.’ In een druk café in Amsterdam, waar de muziek zo hard staat dat een gesprek voeren bijna onmogelijk is, is schrijver Niña Weijers vijf minuten voor de afgesproken tijd van het interview nog diep in gesprek met een andere journalist. Over haar nieuwe roman, Kamers, antikamers, valt veel te bespreken. ‘Als schrijver vind ik het interessant om af te tasten hoe je een boek kunt schrijven dat afwijkt van de geijkte ideeën over wat literatuur moet zijn’, vertelt ze er later over. Weijers staat bekend om haar experimentele schrijfstijl. In 2015 stelde ze in haar debuutroman, De consequenties, haar lezers op de proef met kunst, filosofie en levensvragen. Ze werd er dubbel voor beloond: het leverde haar zowel de Gouden Uil publieksprijs als de Anton Wachtersprijs op.

Anonieme personages, een verhaallijn die alle kanten uit gaat en wankele werkelijkheden: op het eerste oog lijkt er geen touw aan je nieuwe roman vast te knopen. Was dat ook je bedoeling? ‘Ja. Mijn vorige boek was al niet zo traditioneel, en deze nog minder. Het verhaal is heel anders dan bijvoorbeeld een thriller, waarbij alles altijd een bevredigend einde heeft. Alle raadsels zijn opgelost en de dader is gevonden: als je het boek dichtslaat hoef je er nooit meer aan te denken. ‘Ik wil een lezer juist wel aan het denken zetten. Het is voor mij dan ook een groot compliment als mensen zeggen: “Ik heb het boek gelezen, maar ik moet er nog even over nadenken”. Juist die discussie over wat een boek nu precies is, vind ik prettig.’

Ook haar nieuwe boek is niet makkelijk om te lezen. Kamers, antikamers draait om een naamloze vrouw, die bezig is met het schrijven van een boek. Nadat ze haar relatie met een man verbreekt, wordt ze heftig verliefd op haar beste vriendin M. Het verhaal is doorweven met een serie alternatieve verhalen, die stuk voor stuk beschrijven hoe het leven van de vrouw eruit had gezien als ze andere keuzes had gemaakt. Weijers laat herinneringen, gevolgen van alternatieve keuzes en verzonnen gebeurtenissen naadloos in elkaar overlopen en neemt de lezer zo mee in een zoektocht naar werkelijkheid.

Hoe probeer je die discussie op te wekken in je roman? ‘Ik speel met wat de lezer denkt te gaan lezen en met wat hij daadwerkelijk te lezen krijgt. In één hoofdstuk is M. bijvoorbeeld niet de vriendin van de hoofdpersoon, maar haar mannelijke psychiater. Er zitten verschillende werkelijkheden in de roman, verschillende niveaus van fictie. In het begin van het boek staat: een situatie vormt je als mens. Ik heb geprobeerd deze gedachte te verwerken in het boek: wie je tegenover je krijgt, bepaalt hoe je bent of wordt.’

Met hetzelfde gemak waarmee ze deze gebeurtenissen in elkaar laat overvloeien, stapt Weijers van het ene interview in het andere. Ze aait haar hondje, dat de hele tijd al op haar schoot heeft liggen slapen, nog eens over de kop en om de keel te smeren bestelt ze een cola. ‘Zo’, zegt ze. ‘Laten we beginnen.’

Waar komt het idee voor je boek vandaan? ‘Wat een moeilijke vraag… Het idee voor een boek ligt van tevoren niet vast. Het schrijfproces is heel anders dan bij bijvoorbeeld een journalistiek stuk. Je schrijft niet vanuit een harde onderzoeksvraag. Schrijven en denken lopen voor mij synchroon: het is een zoektocht naar iets begrijpen.


P. 13


Wankele werkelijkheid/ Column Roel van Koeverden P. 14

‘Dat “iets” wat ik wil begrijpen is niet iets wat ik lukraak verzin. Vaak zijn het vragen waar ik zelf mee zit. Ik ben nu dertig en zit op een punt waarop ik vaak nadenk hoe mijn leven anders had kunnen lopen als ik andere keuzes had gemaakt. Was ik met bepaalde relaties verder gegaan, dan had ik nu waarschijnlijk wel een kind gehad, bijvoorbeeld.’ Je deelt zo een best persoonlijke gedachte met je lezers. Ben je niet bang dat ze het anders opvatten dan je bedoelt? ‘Als je iets hebt geschreven, hebben mensen altijd hun eigen interpretatie van je verhaal. Ik vind het juist leuk om deze verschillende interpretaties terug te horen. Dus ook als iemand zegt: “ik kan helemaal niets met dit verhaal”. ‘Wat mij altijd aantrekt aan een boek, is als een verhaal je kennis laat maken met iemands geest. Als je kunt ervaren hoe iemand de wereld interpreteert. Zelf ben ik bijvoorbeeld groot fan van Charlotte Mutsaers. Ik ken geen geest die zo werkt als die van haar. Juist dat intieme, het kennismaken met iemands persoonlijke gedachtes, geeft voor mij meerwaarde aan het lezen van een verhaal.’ Je kiest bewust voor een minder traditionele schrijfstijl. Denk je niet dat dat lezers afschrikt? ‘Er worden ontzettend veel romans geschreven. De zoektocht naar hoe je zelf iets kunt toevoegen aan wat er al is, maakt schrijven voor mij leuk en uitdagend. Tegelijkertijd begrijp ik dat ik daarmee best wel wat vraag van een lezer. Ik verwacht van hem dat hij zich losmaakt van hoe een klassiek verhaal eruit ziet. Aan de ene kant wil ik de lezer uitdagen, maar aan de andere kant moet ik wel genoeg houvast geven om het verhaal te nog te kunnen begrijpen. Dat is voor mij een uitdaging.’ Heb je altijd al zo’n minder traditionele stijl gehad? ‘Zeker niet. Toen ik net klaar was met mijn studie Literatuurwetenschappen, schreef ik korte verhalen. Als ik die nu zou teruglezen, dan zou ik ze waarschijnlijk heel theoretisch vinden. Literatuurwetenschappen is een hele theoretische studie, je leert een verhaal te analyseren op verschillende technieken. In mijn korte verhalen probeerde ik dan ook heel erg vanuit een vaststaand idee te werken. Door veel te oefenen met schrijven ben ik erachter gekomen dat je deze theorieën en technieken juist los moet laten om tot een goed verhaal te komen. Dus in plaats van dat je van tevoren iets helemaal uitdenkt, komt een idee vaak van onderaf.’ Maar hoe weet je dan wanneer een verhaal echt af is? ‘Goeie vraag. Dat weet je misschien wel nooit. Je zou eeuwig verder kunnen met een boek. W. F. Hermans deed dat bijvoorbeeld. Bij elke hernieuwde druk veranderde hij nog allerlei dingen aan zijn roman. Ik kies er bewust voor om dat niet te doen. Op een gegeven moment moet je een boek gewoon loslaten. Je moet dan vrede sluiten met de gedachte dat het boek het beste is wat je er op dat moment van kan maken. In een volgend boek kun je weer een nieuwe stap zetten.’ ANS

DE LOFTROMPET Waar de pessimistische student slechts een ononderbroken modderstroom van alledaagse misère ziet, ziet columnist Roel van Koeverden juist ook goudklompjes voorbij drijven die het dagelijks leven van een student weer een stukje mooier maken. Iedere ANS vist hij zo’n pareltje op en schrijft hij er een column over. De tijden van jezelf onchristelijk vroeg je nest uit sleuren om vervolgens met je verslapen kop wat details van het college mee proberen te pikken, zijn gelukkig voorbij. Helaas is het niet voor iedereen weggelegd, maar degenen die er gebruik van kunnen maken zijn er dankbaar voor: videocolleges. Alleen al voor de versnelfunctie zou de uitvinder van het videocollege heilig verklaard mogen worden. Met een druk op de versnelknop tover je een geestdodende neuzelsessie van anderhalf uur om tot een vlotte vertelling van drie kwartier. Was er maar zo’n functie op familieverjaardagen. Misschien nog wel prettiger dan het sneller kunnen laten afspelen van een college is de mogelijkheid om hele stukken te skippen. Wachten tot het gekloot met de techniek klaar is? Een langdradige discussie over een minuscuul detail uitzitten? Een in weerbarstig Engels gehouden reclamepraatje aanhoren? Not anymore voor de student die zijn college thuis op de bank kijkt. Gelukkig kan het tegenovergestelde ook: het gemiste stukje even opnieuw kijken als je even in gedachte verzonken was of je de vadsige duif voor je raam even interessanter vond dan je docent. Natuurlijk mag ook niet de pauzefunctie niet vergeten worden. De professor op je schermpje kan in tegenstelling tot de professor in het echt wél op ieder moment makkelijk en legaal tot zwijgen worden gebracht. Wanneer bijvoorbeeld je blaas schreeuwt om geleegd te worden, kun je gewoon fijn je college stil zetten en hoef je niet trillend met je poot te wachten tot de klok half slaat. Heb je de concentratie van een seniele goudvis? Dan ook de pauzestand. Heer-lijk. Maar het allerfijnste van alles is nog wel dat je een videocollege waar en wanneer je maar wil kunt kijken. Desnoods spaar je alles op tot het laatste moment en houd je een bingewatchsessie, lekker in je eigen woonhol in plaats van in een muffe preekzaal ergens achter op de campus. Fijn ‘s avonds wanneer je concentratie piekt in plaats van ‘s ochtends wanneer je een door de stront getrokken zombie met het IQ van een Mongoolse boktor bent. Met een kleedje over je poten en een kop thee in je klauwen voelt het eigenlijk al niet meer als een studieactiviteit. Mocht je er geen genoeg van krijgen: het nieuwe seizoen videocolleges is zojuist uitgekomen. Geniet ervan!


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 15

Ben jij creatief, enthousiast en betrokken? Met andere woorden: kun jij koffie zetten?

ANS ZOEKT: Interesse? Stuur een mail naar - Schrijvers redactie@ans-online.nl of - Fotografen kom langs op ons kantoor - Illustratoren onder het Elinor Ostromgebouw. - Vertalers - Mensen die mooie advertenties kunnen maken (Advertentie)


Illustratie: Roos in’t Velt


Kleren maken de vrouw Tekst: Aaricia Kayzer en Floor Toebes/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 18

Achtergrond

KLEREN MAKEN DE VROUW

Feminisme is in de mode. Van Dior tot Forever21: shirts met teksten als ‘The future is female’ en ‘Girl power’ zijn in elke maat en voor elk budget te verkrijgen. Maar wie is er nu eigenlijk gebaat bij deze ‘feministische’ shirts?

Feminisme anno 2019 gaat over grote thema’s zoals abortuswetgeving en vrouwenbesnijdenis, maar ook over sluimerende verschillen tussen man en vrouw: ongewenste aanrakingen, het gebrek aan vrouwen aan de top of de loonkloof. Het is een complexe stroming waarin gelijke kansen voor ieder mens centraal staan in een wereld waarin juist iedereen verschilt. Feminisme zat een tijd in een verdomhoekje, ziet Anneke Smelik, hoogleraar Visuele Cultuur aan de Radboud Universiteit (RU). ‘Het cliché bestond dat feministen allemaal lelijke lesbische vrouwen in paarse tuinbroeken zijn, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo.’ Tegenwoordig lijkt feminisme juist in de mode: Kim Kardiashian en Nicki Minaj identificeren zich ermee, Madonna en Rihanna dragen feministische shirts en sinds modehuis Dior in 2017 een shirt met ‘The future is female’ de catwalk opstuurde, hangen ook winkels als H&M, Forever21 en Primark vol met ‘Girl power’ en ‘#feminist’. Een hippere beeldvorming omtrent het feminisme lijkt positief, maar het is maar de vraag in hoeverre zulke ‘activistische’ shirts de stroming helpen. Feministen, bedrijven of kleermakers: wie plukken daadwerkelijk de vruchten van deze ‘geëmancipeerde’ shirts? Holle woorden Journalist Emy Demkes twijfelt of een boodschap op een T-shirt leidt tot meer bewustwording of interesse. Voor De Correspondent schrijft ze artikelen waarin ze de kledingindustrie onder de loep neemt. ‘Ik denk dat veel mensen zo’n shirt dragen om met de hype mee te gaan,

zonder dat ze eigenlijk weten wat het feminisme inhoudt of waarom het belangrijk is om voor vrouwenrechten op te komen. Het kan natuurlijk zo zijn dat jongeren die aanvankelijk niets met feminisme hebben door de trend geïnteresseerd raken in de boodschap achter de ideologie, maar ik denk niet dat die groep heel groot is.’ Ook Libby Van Dalen, lid van feministisch platform De Bovengrondse, denkt dat er twee kanten aan feministische shirts zitten. ‘Het normaliseert feminisme en kan op die manier de ideologie een positiever imago geven. Feminisme was namelijk heel lang een “vies” woord.’ Anderzijds kan de commercialisering van feminisme ervoor zorgen dat de boodschap verzwakt en alleen de tekst overblijft, denkt Van Dalen. ‘Misschien komt het woord los te staan van de strijd voor gelijkheid.’

‘Feminisme was heel lang een “vies” woord.’ Dat betekent echter niet dat het slecht is om een shirt met feministische leuzen te dragen. ‘Als het dragen van zulke shirts een manier is om feminisme uit te dragen, is dat oké. Door bewust te kiezen voor een shirt met zo’n boodschap, maak je hoe dan ook een statement. Soms kan activisme beginnen met een T-shirt’, gaat Van Dalen verder.


Kleren maken de vrouw P. 19

Smelik denkt echter dat de kans klein is dat feministische shirts meer bewustwording creëren. ‘Het kan positief zijn als jonge, hippe meiden zichzelf als feminist zien, maar uiteindelijk hebben de bedrijven die zulke shirts maken een winstoogmerk en daardoor verwatert de feministische gedachte.’ Op het moment dat bedrijven iets oppakken, is de angel er volgens Smelik namelijk al uit. ‘

‘Wie het minst halen uit de ‘feministische’ trend zijn de vrouwen die de kledingstukken maken.’ In de tijd dat iedereen met een Che Guavara-shirt rondliep, was ook niet iedereen communist. Het was gewoon hip.’ Deze commercialisering is een trend die niet alleen in mode plaatsvindt. ‘Eigenlijk zie je dat bijna alles op dit moment heel snel in een kapitalistisch systeem wordt opgenomen, met het doel om zo snel mogelijk zo veel mogelijk winst te maken.’ Een feministisch verhaal Volgens Smelik kan het feminisme gebruikt worden als een verhaal om de verkoop van producten te stimuleren. Om te zorgen dat mensen producten blijven kopen, moet de urgentie van zo’n nieuw product namelijk duidelijk gemaakt worden. Daarom veranderen trends constant. ‘Je

ziet dat overal’, vertelt Smelik. ‘Niet alleen in de mode, maar ook bij gadgets of superfoods. Er wordt telkens een nieuw verhaal verzonnen om trends te laten zien.’ Het narratief kan bijvoorbeeld eerst zijn dat een jurkje met sneakers combineren comfortabel en cool is. Een korte tijd later kan dit echter veranderen naar het aanprijzen van oncomfortabele hoge hakken, die de consument krachtig of vrouwelijk zouden laten voelen. Hoewel het voornamelijk verkooptrucs zijn, kan zo’n narratief misschien ook worden ingezet voor iets goeds. Voor duurzame kleding, bijvoorbeeld. Smelik ziet een omslag in de bewustwording rondom duurzaamheid en arbeidsomstandigheden. ‘Iedereen was stil toen ik drie jaar geleden een verhaal vertelde over duurzaamheid, maar nu kennen steeds meer mensen van de schaduwkanten van de kledingindustrie.’ Misschien bereikt de mode binnenkort een punt van zelfbewustzijn waarin duurzaamheid het nieuwe narratief wordt, met een opdruk als ‘This shirt is sustainable’. Sommige bedrijven gebruiken duurzaamheid al om hun producten aan te prijzen. Een voorbeeld is cosmeticamerk Lush, dat de hashtag #BeCrueltyFree op een shampoo bar heeft gedrukt. Wellicht kan feministische kleding op eenzelfde manier een rol spelen in de strijd voor gelijke rechten. Hypocriete productie Op zo’n punt is de kledingindustrie echter nog lang niet. Wie namelijk het allerminste halen uit deze ‘feministische’ trend, zijn de vrouwen die de kledingstukken maken. Op het gebied van duurzaamheid en arbeidsomstandigheden wringt de schoen namelijk pas echt. Het gros van de shirts met feministische leuzen wordt in elkaar gezet door onderbetaalde vrouwen in slechte werkomstandigheden.

‘Het is bijna onmogelijk om niet hypocriet te zijn.’ ‘Bijna alle kleding wordt gemaakt in Bangladesh, India of China’, vertelt Demkes. ‘Allemaal landen waarvan heel duidelijk uit rapporten naar voren komt dat het slecht is gesteld met arbeidsomstandigheden.’ In de kledingindustrie zijn voornamelijk vrouwen werkzaam tussen de twintig en dertig jaar, die weinig betaald krijgen en moeilijk rondkomen. De eigenaren van fabrieken zijn veelal mannen en er is regelmatig sprake van seksueel misbruik. ‘Vrouwen kunnen vaak nergens terecht met hun verhaal en er is ook niemand die voor hen opkomt’, aldus Demkes. ‘Het is nogal vreemd om met een T-shirt rond te lopen dat voor feminisme pleit, terwijl het tot stand is gekomen door vrouwenuitbuiting.’ Er zijn feministische shirts die duurzaam en eerlijk worden geproduceerd door kleine bedrijven, maar in een markt die gedomineerd wordt door grote ketens is het over het algemeen moeilijk om als consument te contro-


Kleren maken de vrouw/ ANS-Online P. 20

leren waar je shirt precies vandaan komt. Veel merken zijn niet transparant over hun productieketens – luxe merken zelfs nog minder dan goedkope merken, blijkt uit onderzoek van de internationale duurzaamheidsorganisatie Fashion Revolution. ‘Kijk goed naar het bedrijf waar je iets van koopt’, adviseert Demkes. ‘Bij grote ketens die een verdienmodel hebben dat gebaseerd is op snelle productie voor zo min mogelijk geld, weet je eigenlijk al dat de kans groot is dat arbeiders worden uitgebuit.’ Er zijn een paar initiatieven die kunnen helpen bij het uitzoeken van duurzame merken, zoals de website Rankabrand. Gewoon afstappen op de winkelmedewerker kan volgens Demkes ook veel opheldering geven: ‘Als diegene niet kan vertellen waar het kledingstuk is gemaakt of door wie, weet je eigenlijk al dat er iets niet goed zit.’ Slechte werkomstandigheden, het risico op de uitholling van de ideologie en vooral veel winst voor bedrijven: hoe goed zo’n modieus statement ook bedoeld is, er lijken niet veel voordelen te zitten aan de feministische T-shirts van grote bedrijven. Toch heeft het volgens Van Dalen geen zin om vrouwen die zulke shirts dragen te bekritiseren. ‘Het is bijna onmogelijk om niet “hypocriet” te zijn. Je moet vooral kritisch zijn tegenover grote bedrijven.’ ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. Oh nee, toch niet… Het was een verwarrende tijd voor de politiek. De eerder geslonken PvdA werd overladen met stemmen bij de Europese verkiezingen, terwijl het eurosceptische FvD beteuterd haar eerder verworven grote winst weer inleverde. Plannen om de rente op de studieschuld te verhogen werden gemaakt en weer ingetrokken, en ook onze eigen USR viel uit elkaar en werd weer in elkaar gezet. Niets is zo veranderlijk als de politiek. Huilen om de huilkamer De Radboud Universiteit (RU) dacht gestreste studenten tegemoet te komen door de huiskamer in het Erasmusgebouw zo in te richten dat ze eventjes in alle rust wat traantjes konden laten. Wat was bedoeld als ludieke actie, werd door sommige studenten gezien als het normaliseren van stress en het niet serieus nemen van psychische problemen door de RU. De RU was het daar dan weer niet mee eens. Goed of fout, het nieuws haalde zowel verschillende grote kranten als het grootste online jongerenplatform Dumpert. Groentjes gedoe De introductie is weer in volle gang en ANS doet haar best om alle eerstejaars zich thuis te laten voelen. Zo weerspiegelt een gedicht over wonen in Ravenstein de frustraties rondom kamers zoeken in Nijmegen en verschijnt er een heus feutenwoordenboek online om de taalbarrière met ouderejaars te doorbreken. Verder verwelkomt ANS eerstejaars op de intromarkt in park Brakkenstein en op het introfestival in Goch, waar je de redactie in het echt kan zien! Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Tekst en foto’s: Jesse Timmermans en Thom Wijenberg/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 21

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Nijmeegse nachtelijke lekkernijen

Wat: Broodje Spee Moeite: Gelaagde hap Resultaat: Vette voldoening

Wat: Nijmeegse toeter Moeite: ‘Heeft u een vuurtje?’ Resultaat: In hogere sferen

Wat: Moenen en Mariken Moeite: 6,5% Resultaat: Schaamteloos geboer en geouwehoer

Midden op het Keizer Karelplein ligt de gelijknamige cafetaria, bekend als geboortehuis van deze Nijmeegse delicatesse. Hier krijg je voor je laatste kleingeld een wel heel spee-ciaal broodje: een klef wit puntje belegd met een goudgele kaassoufflé en een flinke kwak chili- en satésaus. Terwijl de frituurman zich ontpopt tot een heuse Jamie Oliver en met jeu vertelt over de simpele maar gebalanceerde samenstelling van het broodje Spee, neem je de eerste hap. In je mond ontvouwt zich een complexe smaak. Zuur, zout en zoet dringen zich tegelijkertijd aan je op en walsen moeiteloos over de flauwe biersmaak achterin je bek heen. Wanneer je lovend over de knapperige doch plakkerige textuur spreekt, vraagt je disgenoot of hij ook een hapje mag. Maar jij laat je de gefrituurde kaas niet van het broodje eten. Deze verrukkelijke snack is alleen van jou.

Als nieuwbakken student in Nijmegen met een veeleisend rooster moet je soms wat stoom afblazen. Gelukkig bevind je je in ‘Havana aan de Waal’, waar op iedere straathoek wel een wiethuisje staat. Voor een high quality jointje en sfeervolle ambiance moet je toch echt bij de Kronkel zijn. Slurpend aan een van hun befaamde milkshakes steken jij en je vrienden die bad boy op. Omdat het je eerste keer is en je eigenlijk van toeter noch blazen weet, begin je met een voorzichtig trekje. Het kruidige aroma smaakt naar meer en voor je het weet, lurk je gretig aan je pretsigaret. Enkele minuten later zit je in je eentje te giechelen aan tafel. Terwijl je van de toren blaast dat je stoned bent, kijken je vrienden treurig naar het stompje in de asbak.

Je bent een stoere man of vrouw en zoals het een stoere man of vrouw betaamt, drink je in de avonduren graag een stoer biertje. In dit geval zelfs twee stoere biertjes. Bij stadsbrouwerij De Hemel geen gebrek aan authentiek Nijmeegs gerstenat. Je vrienden en jij zijn niet bang voor een dansje met de duivel, dus kiezen jullie voor ‘Moenen’ en ‘Mariken’. De Mariken, vernoemd naar het naïeve Nijmeegse weesmeisje, doet zijn naam eer aan en heeft de fleurige, zomerse smaak van een jonge deerne. De Moenen heeft daarentegen een krachtige, rokerige smaak die de indruk wekt dat je een slok uit het vagevuur hebt genomen. Net als de personages uit dit Nijmeegs mirakelspel laat je al gauw je keurslijfje los en begin je loslippig te babbelen over collegegekkies en UB-hotties. Berouw komt, net als bij Mariken, later wel. ANS

Benieuwd naar meer Nijmeegse nachtelijke lekkernijen? Check dan www.ans-online.nl!


Lullen met lullo’s Tekst: Vincent Veerbeek/ Foto’s: Rein Wieringa P. 22

Interview

LULLEN MET LULLO’S Ontgroeningen, tradities en hiërarchie: zo zou de gemiddelde student het verenigingsleven samenvatten. Hoeveel klopt er van dit beeld? Om daarachter te komen ging ANS in gesprek met de voorzitters van disputen H.O.E.K. en Faunus. ‘We vinden traditie heel belangrijk, maar we moeten wel beseffen dat we in een andere tijd leven dan onze oprichters.’ De verenigingscultuur wordt vaak over één kam geschoren, maar zoals de dagelijkse gang van zaken bij DispuutGezelschap H.O.E.K. en Dispuut Faunus laat zien, is het in de praktijk lang niet altijd één pot nat. Zo zijn de leden van Carolusdispuut H.O.E.K. meestal te vinden in hun uitgewoonde huis aan de Berg en Dalseweg. Naast de kamers van enkele leden heeft het huis een aparte ruimte waar het dispuut regelmatig bijeenkomt tussen aftands meubilair, stoffige boeken en een gigantisch portret van koning Willem-Alexander. ‘Dit is het kloppend hart van ons dispuut’, vertelt praeses Daan Bossers, vierdejaarsstudent Geneeskunde. Waar leden van H.O.E.K. al sinds 1958 in hetzelfde huis wonen, moeten ze het bij onafhankelijk dispuut Faunus doen met een stamkroeg en een bakfiets. ‘Onze stamkroeg, Café Royal, is heel belangrijk voor ons’, zegt praeses Stijn Roth, vijfdejaarsstudent Recht en Management. Tijdens een dubbelinterview in het Cultuurcafé leggen de voorzitters uit hoe het er bij hun dispuut aan toegaat. ‘Sommige mensen gaan er omdat je bij een dispuut zit gelijk van uit dat je rechts stemt en het milieuprobleem ontkent.’ Terug naar toen In 1925, nog geen twee jaar na de oprichting van de Katholieke Universiteit Nijmegen, besloot een aantal mannelijke studenten om een eigen dispuut te starten, met strenge etiquettes en gedragsregels: dispuut H.O.E.K. was geboren. ‘De eerste studenten kwamen uit gegoede families. Zij zaten eerst op een protestantse universiteit maar werden door hun ouders hier naartoe gestuurd vanwege het geloof ’, vertelt Bossers. ‘Ze gingen als dispuut aan de slag om toenadering tot elkaar te zoeken en de studentencultuur die ze gewend waren door te zetten.’ 94 jaar later is er veel veranderd in het Nijmeegse studentenleven en zijn er een hoop mannen- én vrouwendisputen bijgekomen. Ook H.O.E.K. is niet onveranderd gebleven. ‘We vinden traditie heel belangrijk, maar


Lullen met lullo’s P. 23

we beseffen wel dat we in een andere tijd leven. Daarom gaan we nu bijvoorbeeld jasje-dasje gekleed en niet meer in driedelig pak.’ Toch zijn veel principes uit de jaren 20 bij H.O.E.K. nog springlevend, waaronder ook de etiquette. ‘Je dient er verzorgd uit te zien op een dispuutsavond. Sommigen proberen de grens op te zoeken door bijvoorbeeld superheldensokken te dragen of een lelijke das, maar die worden daar wel op aangesproken.’ De geschiedenis van Faunus gaat minder ver terug, maar begint eveneens met een groep studenten die iets nieuws wilde. ‘Ons dispuut is in 2006 ontstaan, omdat elf vrienden iets wilden doen naast hun studie behalve elke avond samen bier drinken’, legt Roth uit. ‘Vriendschap is daarom voor ons nog steeds heel belangrijk en dat proberen we uit te stralen.’ Een dispuut gaf ze meer ruimte om grote activiteiten te organiseren en aansluiting te zoeken bij de dispuutsgemeenschap. Faunus is echter niet zomaar een vriendengroep. Als dispuut krijgen ze namelijk ook te maken met commissies, activiteiten van andere verenigingen en vergaderingen. ‘Dat zijn dingen die een normale vriendengroep niet per se doet.’

‘We hebben onderling niet zozeer een vriendschap, maar eerder een disputaire band.’ Even goede vrienden Waar het bij Faunus dus vooral draait om de vriendschap gaat het er bij H.O.E.K. heel anders aan toe. ‘Bij ons ligt dat groepsgevoel wat minder op de voorgrond’, reageert Bossers. ‘Wij hebben onderling ook niet zozeer een vriendschap, maar eerder een disputaire band. Het onderscheid is niet altijd duidelijk, maar de insteek is in elk geval niet dat je per se vrienden moet worden.’ Op dispuutsavonden van H.O.E.K. wordt er dan ook flink gediscussieerd en de jongens proberen elkaar uit te dagen en na te laten denken over bijvoorbeeld politieke kwesties. Toch hebben de studenten naast de serieuzere gesprekken ook lol met elkaar. ‘We kunnen best wel botsen, maar dat betekent niet dat we alleen maar ruzie maken’, verzekert Bossers. Om te zorgen dat een potentieel nieuw lid daadwerkelijk binnen de groep past, moeten ze bij zowel H.O.E.K. als Faunus eerst een aspirantaat doorlopen. Anders dan de horrorverhalen over ontgroeningen doen vermoeden, gaat het bij disputen volgens de heren vooral om een intensieve kennismakingsperiode met diverse opdrachten. ‘Dat verschilt van klusjes als koken en afwassen tot meer interne aangelegenheden’, legt Bossers uit. Hoewel de voorzitters ook van elkaar niet weten wat leden tijdens hun aspirantaat moeten doen, denkt Roth wel dat dit bij Faunus grotendeels hetzelfde is. ‘Aspiranten moeten laten zien dat ze klaar zijn om bij het dispuut te gaan en ons het gevoel geven dat ze goed in de groep passen.’ Gedurende het aspirantaat wordt naast de persoonlijke banden, vriendschappelijk of disputair, ook de kennis van het dispuut getest. ‘Elk dispuut heeft bepaalde ideeën en een stukje historie. Die moeten er goed in zitten zodat die ideeën ook naar de nieuwe generatie kunnen worden overgedragen wanneer de huidige groep weg is’, aldus Roth.


Lullen met lullo’s P. 24

jas-das om een andere rol aan te nemen. Hoekenist ben je de hele week.’ Het verplichte deel van de avond is meestal om tien uur afgelopen. Rond diezelfde tijd begint voor Faunus het feestje pas. Zij komen elke woensdag bij elkaar in stamkroeg Café Royal aan het Hertogplein. Hier praten ze in hun verenigingsshirts bij over de afgelopen week onder het genot van een biertje of een drankspelletje. ‘De woensdagavond is heilig voor ons’, vertelt Roth.

Jong geleerd, oud gedaan

Het verschil in karakter van de twee disputen uit zich ook in de onderlinge verhoudingen tussen de diverse jaarlagen binnen een dispuut. Hierbij speelt vooral de tijd dat iemand al bij een dispuut zit mee, de zogeheten anciënniteit. ‘Ik zie anciënniteit meer als een vorm van autoriteit’, vertelt Bossers. ‘Het is niet zo dat je als eerstejaars niks waard bent. Ik mag dan als voorzitter de knopen doorhakken, ik voel me absoluut niet beter.’ In de praktijk blijkt echter dat oudere leden het bij H.O.E.K. toch beter voor elkaar hebben dan nieuwe aanwas. ‘Hoe ouder je bent, hoe eerder je het woord krijgt op een vergadering. Sommigen vinden het vervelend om de hele tijd op hun beurt te moeten wachten, maar dat heb je maar te slikken.’ Voor Roth is het bestaan van de voorzittersfunctie eerder een noodzaak die hoort bij een dispuut dan een status waar hij veel waarde aan hecht, zelfs al is het een gewilde positie. Het maakt volgens hem in de meeste gevallen dan ook weinig uit hoe lang iemand al bij Faunus zit. ‘Anciënniteit speelt geen rol in het dagelijks reilen en zeilen van het dispuut. We zijn gewoon één groep, dus eerstejaars zijn niet minder dan oudejaars. Een lid is een lid.’

‘Ik kleed me niet in jas-das om een andere rol aan te nemen. Hoekenist ben je de hele week.’ Vaste prik Het hoogtepunt van de week voor beide disputen is de dispuutsavond. De leden van H.O.E.K. komen elke dinsdag om half zes bijeen in Café ’t Haantje. Daar gaan ze met elkaar in discussie over allerlei onderwerpen, behalve ‘vrouwen, auto’s geld en sport’, zoals de etiquette voorschrijft. Diezelfde etiquette is ook de reden dat de heren altijd keurig in jasje-dasje gekleed gaan. Volgens Bossers is deze dresscode vooral een traditie en kleden de leden zich buiten dispuutsactiviteiten niet in dergelijke kledij. ‘Ik kleed me niet in

Lekker met de mannen Hoewel H.O.E.K. mannenpraat buiten de deur probeert te houden op zijn dispuutsavonden, kan niet onbesproken blijven waarom de voorzitters het eigenlijk zo fijn vinden om met mannen onder elkaar te zijn. ‘Je bent misschien toch iets meer op je gemak’, zegt Bossers bedachtzaam. ‘Het heeft ook te maken met de waarden van je dispuut. H.O.E.K. is opgericht met alleen maar mannen, dus die gedachte zet je voort.’ Roth kan zich hier wel in vinden. Hoewel hij het lastig in te schatten vindt hoe het er bij vrouwendisputen aan toegaat, heeft hij het gevoel dat de sfeer daar anders is. Over de vraag of het Nijmeegse studentenleven baat zou hebben bij een gemengd dispuut moeten de voorzitters even nadenken over een tactische manier om hun antwoord te formuleren. ‘We willen allebei geen hele foute uitspraken doen’, lacht Bossers. Na wat gepeins komt hij met een antwoord: ‘Ik vind het persoonlijk heel fijn dat ik met alleen maar jongens ben. Maar als mensen zo’n dispuut willen oprichten, moeten ze dat lekker doen.’ Tradities kunnen zelfs bij een oud dispuut als H.O.E.K. worden aangepast, maar de man-vrouwverhoudingen binnen het verenigingsleven lijken daar voorlopig een uitzondering op te zijn. Al met al zijn er genoeg punten waarop de gebruiken van H.O.E.K. en Faunus radicaal verschillen, maar tegelijk zijn er ook genoeg overeenkomsten. Beide praesides hopen dat studenten zelf een beeld vormen van de verschillende mogelijkheden binnen het verenigingsleven. ANS


Tot de kern Tekst: Julia Meilink/ Illustratie: Timon Vader P. 26

Tijdsgeest

TOT DE KERN In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De kijk op kernenergie. Het klimaatakkoord van Parijs dwingt menig Nederlander nog eens extra te reflecteren op schone energiebronnen in eigen land. Om aan het klimaatakkoord te voldoen, gaan veel stemmen op voor meer zonne- en windenergie, warmtepompen en biobrandstof. Eén schone oplossing zou de grootschalige invoering van kernenergie zijn. Meerdere kernbommen en -rampen zorgden voor veel ophef over kernenergie. Het lijkt tegenwoordig zelfs een taboe te zijn. Aan de andere kant proberen met name wetenschappers het nu weer te introduceren als oplossing van het klimaatprobleem. Waar komt de verdeelde kijk op kernenergie vandaan en hoe heeft de tijdsgeest zich ontwikkeld? Verleden: Voor elke oplossing een probleem Rond de jaren 50 van de vorige eeuw werd kernenergie voor het eerst door de politiek en wetenschap aangedragen als nieuwe energiebron. Nederland wilde niet langer afhankelijk zijn van olie uit het instabiele Midden-Oosten. Bovendien wilde het niet blijven teren op vervuilende kolencentrales in eigen land. Kernenergie werd als oplossing aangedragen, ondanks dat er in Hiroshima en Nagasaki veel slachtoffers vielen dankzij twee kernbommen. Volgens Wim van Meurs, hoogleraar Europese politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit (RU), kwam dat omdat de bevolking er in de jaren 50 nog veel vertrouwen in had dat de wetenschap allerlei problemen kon oplossen. ‘Men zag voornamelijk het voordeel van kernenergie als schonere variant op kolencentrales met een enorme uitstoot. Het werd gezien als een soort wondermiddel.’ Met een museumtentoonstelling genaamd ‘Het Atoom’ in Schiphol probeerde de overheid het publiek verder te enthousiasmeren over kernenergie. Daar keken over een periode van tweeënhalve maand 750.000 enthousiaste bezoekers verbouwereerd naar een reactor in een diep bassin waar een mysterieuze blauwe gloed vanaf kwam. In 1972 werd door Harrie Langman, minister van Economische Zaken, een plan ingediend voor de bouw van maar liefst 35 kerncentrales in eigen land. Dat er ook haken en ogen aan dat plan zaten, bleek na een nota van de toen net opgerichte Werkgroep Kernenergie van Milieudefensie. Daarin kwam naar voren dat kernenergie vier praktische bezwaren kent die later leidend in het kernenergiedebat zouden worden: uitstraling in de omgeving; opslaggevaren met afval; veiligheidsbezwaren voor de bevolking en de verspreiding van nucleaire wapenkennis. Hierdoor werd de bouw van bijna alle 35 kerncentrales afgeblazen en werden burgerbewegingen tegen kernenergie opgezet.

Heden: Grote boze radioactieve wolk De positieve kijk van de jaren 50 is inmiddels verdwenen. Tegenwoordig staat de Nederlandse bevolking behoorlijk sceptisch tegenover kernenergie. Deze houding komt voornamelijk voort uit een aantal kernrampen uit het verleden. Zo staat de ramp bij Tsjernobyl in 1986, waarbij een radioactieve wolk boven Europa hing, veel Nederlanders nog bij. Recentelijk werd de angst jegens kernenergie nog aangewakkerd door de ramp in Fukushima in 2011. De blijvende straling van die nucleaire ramp had als gevolg dat in Japan een gebied ter grootte van Noord-Holland onbewoonbaar is geworden. Ook voor de nieuwe generatie is dat een argument tegen het gebruik van kernenergie. De huidige negatieve beeldvorming van kernenergie bij burgers leidt ertoe dat politici zich liever niet aan het onderwerp wagen. Laurens Landeweerd, hoogleraar Science and Society aan de RU, stelt dat Fukushima en Tsjernobyl nog te vers in het collectieve geheugen liggen. ‘Geen enkele partij wil zich branden aan een gevoelig onderwerp als kernenergie. De public relations rondom kerncentrales zijn zeer slecht. In principe is dat spijtig, want op dit moment is het onze schoonste oplossing voor het klimaatprobleem.’ Toch begint bij enkele politici klimaatenergie te dagen als mogelijke energiebron voor de toekomst. Zo stelde VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff de invoering van kernenergie voor om de doelstellingen van Parijs te halen. ‘Ik zie niet in hoe je de doelen haalt zonder kernenergie. Dus wat mij betreft gaan we snel beginnen met bouwen’, verklaarde hij vorig jaar stellig in Nieuwsuur. Langzaamaan komt kernenergie weer op de kaart te staan als milieuvriendelijk alternatief.


Tot de kern P. 27

1945: Bom op Hiroshima en Nagasaki

1957: Museumtentoonstelling ‘Het Atoom’ in Schiphol

1972: Voorstel 35 kerncentrales in Nederland

1986: Kernramp Tsjernobyl

2011: Kernramp Fukushima

2015: Klimaatakkoord Parijs

Toekomst: De negende generatie hoop Veel wetenschappers zien kernenergie ook als de beste oplossing voor het klimaatprobleem. Landeweerd beaamt dit: ‘Er zijn weinig andere alternatieven voor de toekomst: biobrandstof gaat het niet halen, zonne- en windenergie leveren ondermaats en het energieverbruik van mensen is lastig te minderen.’ Hoewel kernenergie zeker een bijdrage kan leveren aan schonere energiewinning op lange termijn, is dit niet per se een oplossing voor de aankomende klimaatdoelstellingen. ‘Het gehele besluit- en bouwproces zou vanaf dit moment zo’n 25 jaar duren. Kernenergie kan dus nooit een bijdrage leveren aan onze doelstelling voor 2030’, vertelt Eric-Jan Tuininga, voormalig hoogleraar Maatschappelijke aspecten van de wis- en natuurkunde en medeoprichter van de Werkgroep Kernenergie. Deze werkgroep, die in de jaren 70 nog kanttekeningen bij kerncentrales zette, bespreekt nu aangeleverde oplossingen voor het klimaatdebat. In de meest recente update bespreekt Wim Turkenburg, medeoprichter van de werkgroep, de nieuwe generatie kerncentrales. Hij stelt dat die hoop bieden voor een veiligere kernenergiewinning in de toekomst, waarbij de kans op rampen kleiner is. Volgens Landeweerd wordt het voor politici op den duur onhoudbaar om hun vingers niet te branden aan kernenergie. ‘Doordat het klimaatprobleem steeds urgenter wordt, komt er een moment dat we kernenergie serieus moeten gaan overwegen’, vertelt hij. Van Meurs stelt daarentegen dat het bouwen van kerncentrales niet haalbaar is door de maatschappelijke ophef die bij ontwikkeling zou ontstaan. ‘Het collectief geheugen is dermate beïnvloed door de rampen uit het verleden, dat die negatieve lading haast niet meer kan worden uitgewist.’ De conclusie: verdeeldheid in kernfusie. ANS


Kamervragen Tekst: Pomme Rademaker/ Foto’s: Julia Mars P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Roel en Ella. Roel op bezoek bij Ella Nog voor Roel de kamer binnenkomt, verraadt een bordje ‘Girl’ op de deur dat de bewoner een vrouw is. ‘Nou, al één mysterie is opgelost’, mompelt Roel. Binnen is de vrolijke hippiesfeer meteen opvallend: de kamer staat vol met yoga-attributen, geurkaarsen en met als kers op de taart een oosters Roel Boeddhabeeldje. Hier wordt hij enthousiast van. ‘Dit is sowieso een spirituele meid. Tof, ik vind religies ook heel interessant.’ Dan ziet hij een tegenstrijdigheid: ‘Gek dat er allemaal boeddhistische dingen staan, maar er ook een koeienvel op de grond ligt. Daar wil ik meer over weten.’ Ondanks zijn interesse in religies ontgaat het Roel dat het eigenlijk het hindoeïsme is waar koeien heilig zijn. De spirituele interesse is niet de enige overeenkomst tussen Roel en Ella. Roel wijst enthousiast naar de grote hoeveelheid planten in de kamer. ‘Mooie plantjes, maar daar heb ik er zelf ook genoeg van.’ De retro-bureaulamp die Ella op haar kamer

Ella op bezoek bij Roel Voordat Ella bij de kamer van Roel kan komen, moet ze een groot industrie-achtig terrein met veel camera’s over. ‘Dit geeft een vreemd gevoel.’ Het contrast tussen de kale buitenkant van het complex en Roels rommelige kamer had echter niet groter kunnen zijn. ‘Ik zie… heel veel’, stamelt Ella, duidelijk Ella een beetje uit het veld geslagen door wat haar ogen allemaal moeten verwerken. Het ziet er op zijn zachtst gezegd ‘bewoond’ uit. De vloer is bedekt met een Perzisch kleed en staat vol met een groot aantal boeken, maar het zijn de vele muziekinstrumenten die Ella het meest opvallen. Hoe langer Ella de kamer van Roel bekijkt, hoe meer instrumenten ze ziet. Tevreden zegt ze: ‘hij is een erg muzikaal persoon als ik zo de piano, de trompetattributen en de bladmuziek zie.’ Dit bevalt haar wel.

heeft, vindt hij echter zo mooi dat hij die wel mee naar huis zou willen nemen. Terwijl hij alle kastjes en lades opentrekt in zijn onderzoek, doet hij een bijzondere ontdekking: op vrijwel elke vierkante centimeter bevindt zich een doosje thee. ‘Jammer, ik was op zoek naar iets sterkers.’ Wanneer hij verder zoekt, vindt hij toch twee flessen Baileys en Glühwein. Roel is nog steeds niet tevreden: ‘Ik vind dat ze een gekke dranksmaak heeft. Ze kan het beter bij thee houden’, lacht hij. Roel besluit dat de bewoner een cultureel en georganiseerd type moet zijn, als hij naar de netjes opgehangen toegangskaartjes voor musea en de foto’s van een studentenorkest kijkt. Door het boek met Anthropology erop hoeft Roel niet lang na te denken over de studie die de bewoner doet. Uit een lade vist Roel een boekje met een bandje eromheen. ‘Hmm, dit is vast een dagboek. Laat ik daar maar van afblijven’, zegt hij terwijl hij het snel teruglegt. In diezelfde la vindt hij hierna een aantal kwasten en tekenspullen. ‘Aha, nog een stukje van de puzzel, ze is creatief. Waar is haar eigen werk?’ Dat kan Roel helaas niet vinden. ‘Hier leeft een heel beschaafde antropologiestudente’, concludeert hij.

Op basis van de rommel en de stoel in de hoek die tot kledingkast is omgetoverd, denkt Ella dat de kamer van een man moet zijn. Dan trekken de bijbels haar aandacht. ‘Misschien is hij christelijk, of heeft hij gewoon belangstelling in religies.’ Door de uiteenlopende boekencollectie concludeert Ella dat zijn interesses heel breed zijn. Zo bevat de collectie onder andere een encyclopedie van de Holocaust, die hij gebruikt als computerondersteuning vanwege een gebrek aan ruimte in de boekenkast. In zijn boekenkast staan verder een boek van New Kids en bladmuziek van Pulp Fiction. Enthousiast zegt Ella: ‘Cool, Pulp Fiction is één van mijn favoriete films.’ Op basis van de andere studieboeken die ze vindt, concludeert ze dat hij waarschijnlijk een managementstudie met een lerarenopleiding combineert. Voorzichtig trekt ze nog een paar lades open, maar wanneer ze de rommel daarin ziet, doet ze deze snel weer dicht. ‘Ik ga maar niet in zijn kleren neuzen, je weet nooit hoe vies die zijn.’ Ze merkt de wat uitgebreidere drankvoorraad van Roel op: ‘Hij zal vast van bier en gezelligheid houden.’ Ella is benieuwd naar de manier waarop Roel al zijn interesses combineert.


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis? Voordat Roel (23, tweedejaars masterstudent Organizational Design and Development) een stap door de deur heeft kunnen zetten, brandt Ella (20, tweedejaarsstudent Antropologie) los: ‘Wat een uiteenlopende interesses heb jij!’ Roel grinnikt. ‘Schrok je niet een beetje van al die spullen toen je binnenkwam?’ Ella lacht en beaamt dat ze het inderdaad wat overweldigend vond. ‘Waarom heb je in godsnaam zo veel bijbels?’ ‘Puur wetenschappelijke interesse’, antwoordt Roel. ‘Na de volledige Bijbel te hebben gelezen, wilde ik mijn geheugen nog een keer opfrissen, maar ik had geen zin om alles nog een keer te lezen. Daarom heb ik de beknopte bijbel gekocht.’ Hij raadt Ella aan het heilige boek ook eens te lezen. ‘Maar de beknopte versie is wel genoeg, hoor’, voegt hij er lachend aan toe. Vervolgens neemt Roel het woord: ‘Je bent wel geïnteresseerd in kunst, of niet?’ Dat kan Ella niet ontkennen. ‘Je hebt zeker mijn schetsboek gevonden?’ vraagt Ella, doelend op het boekje met het elastiek eromheen. ‘Ah, dat was het dus!’, antwoordt Roel, balend van deze gemiste kans. ‘Ik dacht dat het een dagboek was, dus ik heb er niet in durven kijken.’ Dat Ella een antropologiestudent is, heeft Roel goed opgemerkt. Het lijkt hem een leuke studie, zegt hij. ‘Mijn antropologische kennis gaat momenteel niet verder dan het New Kids Turbo boek.’ Ella is razend benieuwd naar Roels studie. ‘Ik vond zowel managementboeken als boeken van een lerarenopleiding’, zegt ze twijfelend. ‘Dat is wel een aparte combinatie.’ Roel antwoordt dat hij beide heeft gedaan. ‘Eerst heb ik Technische Bedrijfskunde gestudeerd en nu ben ik tijdelijk wiskundeleraar. Dat heb je dus goed geraden.’ ‘Qua vibe lijken we wel op elkaar’, merkt Roel op. Hij is blij dat hij niet in een degelijke IKEA-showroom binnenkwam. ‘Ik vind het tof dat je zo kunstzinnig bent. We hebben allebei wel echte hippiehollen.’ ‘Inderdaad’, lacht Ella terwijl ze nog een keer enthousiast naar de enorme gitarencollectie van Roel wijst. ANS


GoedVoorEenConsumptie/ Colofon P. 30

34e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, vertalen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Myrte Nowee en Floor Toebes Redactie Julia Mars, Julia Meilink en Irene Wilde Medewerkers Joep Dorna, Jonathan Janssen, Aaricia Kayzer, Pomme Rademaker, Inge Spoelstra, Jesse Timmermans, Vincent Veerbeek, Jitske de Vries en Thom Wijenberg Illustraties Joost Dekkers, Bibi Queisen, Inge Spoelstra en Timon Vader en Roos in’t Velt Foto’s Ted van Aanholt, Jetske Adams, Mark van Doorn, Joep Dorna, Julia Mars, Jesse Timmermans, Vincent Veerbeek, Rein

Wieringa en Irene Wilde Voorpagina Rein Wieringa Columnisten Naomi Habashy en Roel van Koeverden Eindredactie Simone Bregonje, Rindert Oost, Dennis van der Pligt, Jean Querelle en Jeyna Sow Crypto Janneke Elzinga en Jelle Siemes Cartoon Dennis van der Pligt Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Mars en Floor Toebes Dagelijks bestuur Britt Teffer (voorzitter), Djuna Bánki (secretaris) en Kübra Saginci (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

ÉÉN VEELBESPROKEN PRESIDENT, 50 STATEN EN MEER DAN 325 MILJOEN MENSEN: JE KUNT NIET OM AMERIKA HEEN. IN DEZE CRYPTO GA JE OP ZOEK NAAR BEGRIPPEN OF NAMEN DIE MET DE VS TE MAKEN HEBBEN. LET OP, VOOR EEN AANTAL ZUL JE EEN VERTAALSLAG MOETEN MAKEN! PS: DIT IS DE LAATSTE CRYPTO WAAR JANNEKE AAN MEEWERKT. ZE BEDANKT JULLIE VOOR HET MAKEN VAN DE PUZZELS EN WENST JULLIE NOG VEEL PUZZELPLEZIER!

Crypto P. 31 P. 31

1

2 3

4 5

6

8

7 10

9

11

De oplossingen van het cryptogram in de zevende ANS vind je op ans-online.nl

Dekker v.d. Vegt is al sinds 1922 een gevestigde naam in Nijmegen. De boekhandel met een breed assortiment, leescafé en deskundig personeel is nog steeds springlevend! Kans maken? Stuur dan voor 8 oktober de oplossing naar redactie@ans-online.nl.

13

12

Als prijs voor het eerste cryptogram van dit jaar mag ANS een boekenbon ter waarde van 10 euro voor boekhandel Dekker v.d. Vegt weggeven.

14 15

16

HORIZONTAAL: 3. DEZE WONING IS NIET OP DE ZWARTE MARKT TE VERKRIJGEN. (5,4) 5. LETTERLIJK EN FIGUURLIJK DIEPTEPUNT. (6,4) 6. HIER STAAT EEN AZIATISCHE LETTER. (7) 9. SMOELENBOEK. (8) 11. UNCLE SAM. (2) 12. STAAT DIE NIET KLINKT ALS EEN BELASTINGPARADIJS. (5) 13. MANNELIJK DIER ALS RUILMIDDEL. (4) 15. HIER BLIJVEN VEEL GEBEURTENISSEN. (3,5) 16. DEEL VAN EEN VOET. (4) VERTICAAL: 1. O, GEFRITUURD! (5) 2. BETAALMIDDEL IN DE RUIMTE. (9) 4. EEN AGRARISCHE REMAKE VAN EEN FILM MET TATUM EN SEYFRIED? (4,5) 7. TRUMP PROUD MAN LTD. (6,5) 8. ORIËNTEREND (OPENBAAR) VERVOERSMIDDEL. (8) 10. KOEKJES VAN DAN OF JAMES? (8) 14. DAG NA WITTE DONDERDAG? (5,6)


VAN DE BAAN Tekst: Inge Spoelstra/ Foto: Vincent Veerbeek

Wie: Youri van Boxtel (20), tweedejaars Amerikanistiek Bijbaan: Junior Gastheer Efteling, 7,90 euro per uur Hé, Pardoes! ‘Veel mensen vragen vaak of ik Pardoes ben, maar helaas: dat is niet zo. In plaats van het Pardoes-mascottepak draag ik een normaal Eftelinguniform. Ik werk namelijk al vier jaar in de horeca en ben meestal te vinden achter de kassa van eetkraampjes zoals de Kombuys. Daar verkoop ik onder andere softijsjes en koffie.’ Zou je niet liever bij een spannende achtbaan werken? ‘De hele dag beugels vastzetten lijkt mij geen pretje. Hoewel ze elke twee uur wisselen, vind ik horeca wat afwisselender. Daarnaast denk ik dat werken in de Efteling niet te vergelijken is met een normaal horecabaantje, zoals de afwas in een restaurant. In de Efteling is het belangrijk dat je goedgemutst bent, dus het is vaak gezellig met collega’s.’ Wat doe je als je wel een rotdag hebt? ‘Wie kan er nou een rotdag hebben in een vrolijke omgeving als de Efteling? Nee grapje, ook ik heb weleens mijn dag niet. Maar

meestal word ik al wat opgewekter als ik het park binnenloop. Vervolgens zet ik een kopje koffie, ga ik achter de kraam staan en verwelkom ik de vrolijke gasten. Doordat je vriendelijk doet tegen de mensen, word ik zelf ook weer blij. Zoals de Efteling dat mooi verwoordt: “Betoveren met een glimlach.”’ Word je niet gek van de muziek? ‘Dat valt wel mee. Mijn locatie is naast Holle Bolle Gijs, die continu “papier hier” zegt, maar na een tijdje hoor je dat niet meer. Ook mijn collega’s die bij attracties zoals Fata Morgana en Carnaval Festival werken, horen niet zo veel van de muziek. Zij hebben namelijk oortjes in.’ Ga je nog wel eens voor je plezier het park in? ‘Af en toe bezoek ik het park samen met mijn vrienden, want ik mag gratis naar binnen en ik kan kortingskaartjes voor hen krijgen. In de zomer ga ik soms na werktijd nog met collega’s het park in. De Efteling is dan langer open en er staan minder lange rijen. Wel ben ik al zo vaak in de Efteling geweest dat de magie er voor mij een beetje af is. Behalve bij Joris en de Draak, dat is nog steeds mijn lievelingsattractie.’ ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS lult  

Eerste editie van de 34e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

ANS lult  

Eerste editie van de 34e jaargang van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad.

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded